09-07-10

De Fanfare van Honger en Dorst

De Fanfare van Honger en Dorst

 

Sinds de wedstrijd in Rijkevorsel heb ik twee lange duurlopen afgewerkt.  Als voorbereiding op de volgende wedstrijd.

En die staat zaterdag 10 juli reeds op het menu.

De Jogging ter gelegenheid van Neervenkermis te Loenhout.

En de weersvoorspellingen liegen er niet om: 35° of meer in de Kempen.  Het onderhemdje blijft thuis!

 

*****

 

Wat smijten ze nu binnen?!?!?

Een broodje smos!

Met kaas.

 

En er hangt nog iemand aan vast.

Meer bepaald mijn vriend Tom.

Hij verveelt zich en komt mij wat van mijn werk houden.  Nu ja, werk..., ik zit hier maar wat voor me uit te tikken, terwijl het zweet van mijn rug loopt.

Het is dan ook bloedheet vandaag.

 

Tom zet enthousiast zijn tanden in het broodje smos kaas.

Zoals verwacht valt er een schijfje tomaat uit het broodje smos  en op mijn smetteloos geboende vloer.

Omdat Tom zijn mond volgepropt heeft met broodje, kan ik uitgebreid  filosoferen zonder door hem gestoord te worden.  Zo kan ik mijn eigen lof bezingen, zonder het risico te lopen de mond gesnoerd te worden door neerbuigende opmerkingen.

Een ode aan het loopwonder volgt, met overdrijvingen op gebied van snelheid, wedstrijdtactiek en gelopen tijden.

 

Broodje is op.

Véél te vroeg.

Tom meldt dat zijn achilles  de loopsessie in Rijkevorsel niet bijster goed heeft verteerd.  De achilles is erg pijnlijk.

 

In die mate zelfs dat Tom beweert, en ik citeer:

 

IEDEREEN DIE AAN MIJN ACHILLES KOMT,

OF ER NOG MAAR NAAR ADEMT,

ZAL IK OP ZIJN BAKKES SLAAN !

 

Einde citaat.

 

Bakkes is, tussen haakjes, zuidnederlands voor gelaat, onderkaak, aangezicht.

Een woord dat toch nog courant wordt gebruikt, en dat een lange etymologische weg heeft afgelegd.

De grootste literaire talenten hebben het in hun werken gebruikt.

Als voorbeeld dit  kinderlied.

Op de melodie trouwens van het kozakkenlied ter ere van de opstandeling Stepan (Sten'ka) Timofejevitsj Razin.  Neen, ik verzin het niet.

 

Aan de oever van de Dijle
diep verscholen in het riet
zat ne kleine dikke kikker
bij zijn moeder in de vliet

"Ziet ge daar", zo sprak die moeder
"Ziet ge daar, dien ooievaar
't Is de moordnaar van uw vader
hij vrat 'm op met huid en haar!"

"Is da waar", zo sprak die kleine
"Heeft die smeerlap da gedaan
als ik groot en sterk zal wezen
zal 'k hem op z'n bakkes slaan!"

Vele jaren zijn verstreken
en dien kikker leeft nie meer,
maar dien ooivaar, die leeft nog
en zijn bakkes doet nog zeer!

 

Goed, dat is weer ten gronde afgehandeld.

Waar waren we?

Ach ja, dus de achilles van Tom doet zo'n afgrijselijke pijn dat hij elke willekeurige kozak die de plotse aandrang zou voelen om de achilles aan te raken, op zijn bakkes zal slaan.

Maar desondanks zal Tom zaterdag aan de start staan van de loopwedstrijd te Loenhout.

Juist.

Exact.

 

 

*****

 

Wat smijten ze nu weer binnen?!?!?!

Nog enkele verdwaalde foto's van de après-ski van het loopfestijn te Rijkevorsel.

 

Rijkevorsel1

Rijkevorsel2

 

 

 

Links (beter zichtbaar op de eerste foto): mijn vriend Tom.

Ook al links, maar dan vooraan, met handdoek in de nek: Marc B., voorzitter van het Wezels Omslagpunt, die net een aflossingsmarathon (met drie lopers) heeft afgewerkt.

In wit shirt:  uw scribent.

Rechts, Els, één van de dames van AVN, lid van het dames-estafette-team op de marathon.

 

Ok, er is wat geknoeid aan de foto's.

Dat geef ik grif toe.

Maar toch is er nog iets érg merkwaardigs aan de foto's.

Nu geef ik u vijf minuten tijd om uit te vogelen wat exact.

Ik ga inmiddels iets kleurrijks drinken.  Bruisend, bubbelend en polair van temperatuur.

 

......

U wil een tip?

Zoek een ongerijmdheid.

......

 

Het staat op beide foto's.

 

......

 

Inderdaad, de zwevende Jupiler tussen Marc B en mezelf.

Prima observatie van u.

 

Kijk nog eens goed.

Wie heeft het bekertje vast?

 

NIEMAND!

 

Inderdaad.

En dat bekertje staat op de bolle bovenkant van een nadarafsluiting.

Zonder dat het valt!

 

In Lourdes zouden ze er wel weg mee weten, met dat soort mirakels!

06-07-10

De vier ruiters van de Apocalyps

De vier ruiters van de Apocalyps

 

Zaterdag 3 juli 2010

 

Stratenloop te Rijkevorsel, de laatste grote afspraak van het voorseizoen.

En alles begon onder een gelukkig gesternte.  Mijn vriend Tom, al maaaaaanden aan de kant met een achillesblessure, was weer van de partij.

Niet dat de achilles helemaal ok is, neen, dat nu ook weer niet.

Tom had een bordje rond zijn nek hangen, met daarop de tekst:

Gelieve niet, ik herhaal, NIET in mijn achilles te knijpen.

Maar van de sportdokter mag Tom lopen, in afwachting van inspuitingen, zolang het niet pijn doet.  En natuurlijk niet te zot, en niet te lang.

 

*****

 

We peddelen per fiets naar Rijkevorsel, een kilometer of 6 fietsen.  Vergeleken met de barbaarse temperaturen vrijdag (35°), is het vandaag erg koeltjes.

Nauwelijks 27 graden!

Ik overweeg om in lange broek te lopen en heb voor alle zekerheid mijn skibril en twee paar handschoenen in de looptas gestoken.

 

*****

 

Terwijl we naar Rijkevorsel fietsen, overlopen we de esbattementen van de vorige edities.  Hoe we mekaar een paar keer de duvel hebben aangedaan en de das om.  We verheugen ons ook op de confrontatie met bevriende lopers. Strijdplannen worden opgemaakt en opgeborgen.

En onze fietstocht loopt via het parcours van de marathon der Noorderkempen, de hoofdschotel van dit loopfeest.  Rijkevorsel leeft!

 

*****

 

Aangekomen bij de inschrijvingen vlakbij de startzone.

Het gonst hier van de bedrijvigheid.

We spreken enkele marathonlopers nog wat moed in.

De vrienden van AVN zijn goed vertegenwoordigd in de verschillende disciplines: een mannen- en vrouwenploeg op de aflossingsmarathon, individueel op halve en volledige marathon.

Jammer dat het Wezels Omslagpunt ook estafette loopt, dat betekent minder animo op de 10 Km, waar ik ze graag had bekampt...

Nieuw dit jaar: het is niet meer 11 km over drie rondes, maar 10 km over  2 rondes.

 

*****

 

17u: De marathonkaravaan trekt zich in beweging en wij begeven ons naar de inschrijfbalie voor administratieve afwikkeling.

Tom twijfelt welke afstand hij gaat lopen: de 5 km of de 10 km.

Realisme dicteert: 5 Km.

Tom vult in: 10 Km.

Zonder looptraining sinds februari, met een pijnlijke achilles.

Ik had niet anders verwacht.

Ik had niet anders gedaan.

 

*****

 

Omkleden in sportcentrum De Valk en al joggend richting startzone.

Ik draai vierkant.

Het opwarmen gaat me niet af.

Ik heb zelfs pijnlijke voeten.

Een kwartiertje nog tot de start.  Stilte voor de storm.  Nog één keer de haag induiken voor een laatste sanitaire druppelstop.

Nog wat dollen met concurrenten en dan mijn plaats innemen in de startzone.  Schuin voor mij staat Guido E.  Tom heeft wijselijk besloten halfweg het pak te gaan staan, om de verleiding om pijlsnel weg te schieten in te dijken.

Het is niet bloedheet, maar toch ademt het asfalt warmte uit.  Ik voel mijn zwarte compressiekousen de stralingshitte opnemen.

 

****

 

De wedstrijd wordt op gang geschoten.  Enkele tientallen meters zit ik vast in het gedrum, maar dan kan ik de gashendel helemaal opendraaien.  Ik vlieg voorbij Guido.

Heeft iemand nog iets gehoord van mijn voornemen om rustig te starten?

En de voeten voelen prima.

Vierkant draaien?  Ik dacht het niet.

Er wordt gevlogen!  De heren van de 5 Km jagen het tempo tot ongekende hoogte.  Het is moeilijk om de verleiding te weerstaan om mee te gaan.

Na enkele honderden meters: eerste doortocht zone finish:

 

HB617226

Uw dienaar met nummer 277 op de zwoegende borst.

 

Eens we de dorpskern uitdraaien, besluit ik de eerste ronde wat reserve in te bouwen, om de volledige instorting in ronde 2 te vermijden.

En te schuilen achter brede ruggen wanneer de wind in het nadeel blaast.

Op de lange weg (Prinsenpad) is het uitkijken waar iedereen zich bevindt.  Dan draaien we via een verkaveling het Kruispad in, waar we een bekertje water meegrissen en over het hoofd kieperen.

Zandweg in richting Oude Baan en dan volgt de lange Helhoekweg.

Doortocht zone finish na iets meer dan 5 km op 20 minuten en enkele seconden.  De deelnemers aan de 5 Km-loop finishen.

We gaan ronde twee in.

Moederziel alleen, nu de lopers van de 5 Km er uit gefilterd worden.

In de verte zie ik een loper met een blauw shirt lopen, maar dat gat toelopen is onbegonnen werk.

Ik blik over mijn schouder en zie dat ik niet veel voorgift heb op twee lopers.  Maar ze zullen bloeden om tot bij mij te geraken.

Dit is ronde 2.  Nu mag de tank helemaal leeg.

 

Het duurt tot net voorbij de bevoorrading vooraleer de twee lopers, jongelingen, bij mij komen aansluiten.  Ik merk aan hun ademhaling dat ze daarvoor erg diep zijn gegaan.  Ze nestelen zich in mijn zog en rusten wat uit.

Ik voel me zelf ook niet meer kiplekker.

 

En dan openen de vijandelijkheden.

Op het asfalt komen de twee jongens me voorbij.  Ik pik aan.  Dat zint hen niet en ze proberen me er beurtelings af te lopen.  Telkens blikken ze achterom om te zien wat de schade is.

Een keer of drie pakken ze een paar meter en telkens denk ik dat het finaal is, maar ik kan ze elke keer terug pakken.

Buigen of barsten.

Ik merk dat we inlopen op de loper met het blauwe shirt.  Tegen het gebeuk van dit jonge geweld ben ik niet lang meer bestand, en ik besluit mee te gaan tot bij de loper met blauw shirt en ze dan definitief te laten gaan.  Dan heb ik aan de loper in het blauwe shirt een andere 'compagnon de route'.

We maken de aansluiting.

Maar het tempo wordt een beetje gedrukt.  Ik nestel me in het zog van de twee jonge lopers en besluit af te wachten wat er staat te gebeuren.

 

We bevinden ons inmiddels op iets meer dan 1 km van de finish.

We stomen door de hel van de Helhoekweg.

Het groepje van vier.

De vier ruiters van de Apocalyps.

 

 

Ik recupereer een beetje en begin de eindfase te visualiseren.  Wanneer we de Lozenhofstraat indraaien, schuif ik naar de kop van het groepje.

Wat is het plan?

Ik weet dat er, net wanneer we de Oostmalsesteenweg opdraaien, een klein smal paadje aan de binnenkant van de bocht is.  Daar wil ik eerst lopen, om dan  een versnelling te plaatsen zodra we de grote weg opdraaien.  Stel dat nummer 2 dood zit, dan pak ik een paar meters.  Nummer drie moet die dan weer dichtlopen en één ding is zeker: hij zal het niet cadeau krijgen.

 

Ik versnel.

En ik pak inderdaad enkele meters.

Nummer drie reageert en na een bits duel brengt hij de rest terug in mijn spoor.

Cartouche verschoten.

 

Ter hoogte van de startzone, dus enkele honderden meters voor de finish, besluit ik hoog spel te spelen en nog een laatste keer te versnellen.

 

En nu alles uit de kast.

Laatste kaarten op tafel.

Het wordt zwart voor mijn ogen.

Weer sprokkel ik luttele meters voorsprong.  De blauwe loper kraakt definitief en lost de rol, maar de twee jonge gasten zijn bijtertjes en komen weer aansluiten.

 

Gegokt en verloren.

En de tank is compleet leeg.

Ik ben helemaal gesloopt.

 

De twee jonge snaken vechten nog een bloedstollend sprintduel uit, waarvoor deze versleten diesel geen energie meer over heeft.

 

HB617432

 

Finish!

Als veertiende in 39 minuten en 9 seconden over 10 km.

Rijkevorsel leeft!  En deze loper is zo dood als een pier.

 

De afstand zou iets minder dan 10 km zijn,  ongeveer 9 km 800 meter.

Maar dan flirten we nog steeds met de magische kaap van 15 km/uur.  Gezien de warmte en de ware slijtageslag onderweg kunnen we daar héél goed mee leven.

Mijn vriend Tom komt 8 minuten later binnen.  Na een snelle eerste ronde, vond hij genoeg wijsheid om ronde twee niet te hard te gaan.

 

*****

 

Er wordt nagekaart, verkoeling gezocht, water en sportdrank gedronken, banaan en stukjes appel gegeten.

Schouderklopjes.

De trofee, een handdoek, rond de nek.

En terwijl de lopers binnenstromen, komen de kemphanen van de marathon binnen.  Tom Van Driessche wint voor het tweede jaar op rij, voor Jan Daems en Jan Hendrickx.

De heren van AVN lopen naar een derde plaats op de estafette marathon, de dames eindigen op een 16de plaats.  Het Wezels Omslagpunt (met drie lopers) wordt zesde.

En zo stroomt de aankomstzone vol.

 

*****

 

Marc Terreur finishte op zaterdag 3 juli 2010  zijn 68ste marathon.

Dat is op zich al respectabel.

Maar de 67 voorafgaande marathons waren klein bier met het andere gevecht dat Marc heeft moeten leveren.  Het gevecht met het veelkoppige monster: kanker. Het werd een lang, slopend en eenzaam gevecht.

Op mijn lange duurlopen kwam ik hem wel eens tegen; hij wandelde als onderdeel van zijn revalidatie.

Lopen zou nooit meer kunnen, had men hem gezegd.

En eerlijk gezegd, Marc was een schim van wat hij ooit was geweest.

En natuurlijk moedigde ik hem aan om te blijven vechten.

Maar ik had makkelijk praten; van aan de zijlijn.

 

Marc vocht terug.  Met al zijn bagage als afstands- en marathonloper én zijn koppig karakter.

Op een dag kwam ik Marc opnieuw tegen.

In loopuitrusting!

Ik had weer even terug vrede met de mensheid.

 

Verdorie, licht op groen!

En er gloeiden lichtjes in zijn ogen...

Hij sprak over een droom.

Nog één keer de marathon.

 

Die marathon was vorige zaterdag.

Door eigen streek.

Nummer 68.

 

 

Kanker zou niet beslissen wanneer Marc zijn laatste marathon zou lopen.

Dat wou Marc zélf beslissen.

 

 

Maar Marc stopt niet met lopen.

Wedstrijden 10 mijl tot een halve marathon moeten nog steeds kunnen.

Marc stopt niet met lopen.

Marc stopt nooit met lopen.

 

_____________________________________

Foto's: Bart Huysmans, waarvoor dank.