31-08-10

Un poco loco

Un poco loco

 

 

Zondag 29 augustus 2010.

 

Het pikte deze ochtend.

 

Ik moest namelijk om 6 uur opstaan.

 

Om 6 uur!

ZES UUR!

 

Op een zondagochtend.

 

Dat doe ik normaal enkel wanneer het huis in brand staat.  En dan moeten de vlammen minstens al aan mijn donsdeken likken!

 

Het was nog maar weifelend licht geworden, entre chien et loup, tussen hond en wolf dus.

 

Hondsvroeg.

 

Maar om 7 uur werd er vertrokken naar Dinant, om er deel te nemen aan de 'Descente de la Lesse', een organisatie van de ARCH, 'Athlétic Running Ciney Haute Meuse'.  Deze wedstrijd maakt deel uit van het regelmatigheidscriterium 'Challenge Delhalle'.   Je hebt de keuze tussen 'Top Lesse' (21km900) en 'La Lesse 13' (13km100).

 

We gaan voor de 'Top Lesse'. 

Zware opdracht dus.

 

Niet bijster goed geslapen, wegens taakspanning ben ik een paar keer wakker geworden.   Kwart na vijf was ik definitief wakker en lag vanaf dan maar wat te woelen. 

 

Het schoolreisgevoel!

 

Het gevoel van zilverpapier en boterhammen met gebakken ei, en mama die je uitwuift aan de bus.

 

 

*****

 

 

Ontbijten om twintig na zes op een zondagochtend, ook iets wat ik niet te dikwijls doe.  Het was vreemd stil in huis.

 

Vrienden van AVN hebben me een zitje aangeboden naar Dinant, waarvoor nogmaals dank en een hoofse buiging. 

Om 6u40 word ik aan huis opgehaald door Frank, Hild en Benny. 

 

Naar het verzamelpunt, waar nog een paar wagens aanpikken en colonne vormen. 

 

Lopers van dienst zijn: Jos VB en diens pijlsnelle zoon Gertjan VB, Benny, Gert, Inge, Frank, Hild, Viv en uw dienaar. 

Nog wat supporters maken onze delegatie vol.

 

We zetten koers naar Dinant, 175 km.  Op zoek naar nieuwe avonturen....

 

*****

 

Onderweg in de wagen nog wat eten, drinken en info uitwisselen.

 

Dinant.

 

De nodige parkeerperikelen.

 

Inschrijven in de ruime zaal 'La Balnéaire' onder het Casino van Dinant.  In ruil voor 11 euro krijg je de chip, een borstnummer en een handig rugzakje.

Omkleden in de zaal en dan naar de bushalte.

 

We worden per bus naar Houyet gebracht, startplaats van de 'Descente de la Lesse' (waar ook de kajakkers starten). 

 

We rijden Dinant uit, richting Anseremme.  Daar gaat het links richting Celles (un des plus beaux villages de la Wallonie) en Neufchateau.

 

Degenen die deze wedstrijd al eerder liepen, waarschuwen voor een overmoedige start.  Toch mag je ook weer niet té traag starten, want dan loop je het risico hopeloos lang aan te moeten schuiven aan de eerste beklimming. 

 

En dat het een loodzware wedstrijd is en dat doseren hier de boodschap is.

 

Inge, die naast me zit, beweert dat deze wedstrijd zwaarder is dan een marathon.

 

Nu krijg ik toch echt schrik.

 

En om haar woorden kracht bij te zetten, geeft ze me een pandoering met haar paardenstaart. 

Even ter verduidelijking: Inge heeft haar lange haren in een paardenstaart gebonden.  Telkens ze naar Hild kijkt, die links van haar zit, krijg ik een mep van die paardenstaart.  Omdat vrouwen wel wat te bespreken hebben, krijg ik tijdens de busrit ruw geschat een 25-tal keer haar paardenstaart in mijn gelaat gesmakt.

 

Nota aan mezelf: de volgende wedstrijd waar Inge ook meeloopt, schaar meenemen!

 

 

*****

 

We worden gedropt in het centrum van Houyet en wandelen nog een paar honderd meter naar de startzone.

 

Daar krijg je de mogelijkheid om overtollige kledij terug naar de startplaats te laten vervoeren, een schitterend initiatief.

 

De laatste tientallen minuten voor de start worden zoek gemaakt met zenuwachtig gebabbel.

 

Plots worden we opgeroepen om ons naar de start te begeven.  Gertjan, Frank en ik stellen ons redelijk vooraan op.

 

Het startschot klinkt en we wringen ons door de flessenhals.  Ik merk dat Gertjan uiterst links weggedrumd wordt.

 

Even later schiet hij al van mij weg.

 

Hoewel ik me voorgenomen had niet te snel te starten, laat ik me toch meedrijven op het pittige ritme van de groep. 

 

De brug over de Lesse, en dan links een slijkerig pad in.

 

Ik zie het bord van de 21 km en huiver even: het is nog héél ver.

 

De modder spat op en binnen enkele minuten hangen de benen vol.  Het is uitwijken voor plassen, wegglijden op modderige zones, springen om takken en wortels te ontwijken. 

 

Je moet heel alert zijn.

 

En dan komt na iets meer dan twee kilometer, op km 19, de eerste beklimming waarvoor zo gewaarschuwd werd.

 

 

*****

 

 

Wel, ik heb er geen woorden voor.

 

Lopen is hier totaal onmogelijk.  Het is mooi op een rijtje naar boven klauteren tegen een steile bergwand. 

 

Stapvoets!

 

Het is schuiven en glijden op de ondergrond van klei, bladeren, wortels en losse stenen.  Jezelf optrekken aan bomen en takken.

 

De loper voor mij presteert het om drie keer op rij met dezelfde voet uit te schuiven. 

 

 

SP_A0704-225x300.jpg

 

 

Het is wachten op mekaar.  Voordeel is wel dat je hartslag weer tot rust kan komen. 

Iets verder kunnen we weer beginnen lopen, maar het is loeiend steil.  Ik voel mijn kuiten branden, het zweet gutst van mijn hoofd, de ademhaling jaagt en ik sterf al een eerste keer.  En inderdaad, achter mij krijg je het gevreesde file-effect.

 

Het hoogteverschil?

 

We klimmen op 1 kilometer tijd van 120 meter hoogte naar 210 meter. Veel van het hoogteverschil wordt in het bos op die vervloekte heuvel overwonnen. 

Het doet pijn en haalt je ritme helemaal onderuit.  Deze trage kilometer is nefast voor je gemiddelde snelheid, terwijl je hartslag de hoogte wordt ingecatapulteerd!

 

De volgende kilometer, tussen kilometer 18 en 17, dalen we heel eventjes een klein knikje, om dan weer fors te klimmen tot het dak van de wedstrijd, op 240 hoogtemeters. 

 

Dit tweede stuk van de eerste beklimming loopt  voornamelijk over veld- en asfaltwegen, waar je constant kan blijven lopen.  Maar het is héél zwaar.   De motor wordt in het rood gejaagd.   Ik zoek brede ruggen om uit de wind te blijven.  Maar groepjes blijven geen lang leven beschoren; ze vallen constant uit mekaar bergop of bergaf.

 

Geschal van jachthoorns weerklinkt!  Ik voel me opgejaagd wild....

 

We bevinden ons inmiddels in Gendron, een slaperig dorpje in het hart van de Ardennen.   Hier is de eerste bevoorrading.  Ik kieper snel wat water over mijn verhitte kop en drink een paar slokken.

 

En dan doet de wedstrijd haar naam alle eer aan.  Vanaf kilometer 17 tot kilometer 15 volgen er twee razende kilometers.

 

Bergaf.

Descente!

En hoe!

 

Van 240 meter naar 110 hoogtemeters op amper 2 kilometer.  En niet op asfalt, maar over  door wind en regen geërodeerde boswegels, met alle obstakels die een mens kan bedenken.  Wortels, putten, losse stenen, verraderlijke stukken rots, bochten met de helling naar de verkeerde kant!

 

En er werd gevlamd!

 

Ik vloog naar beneden, de ogen vlak voor mij op de grond gericht, tegen maximum snelheid.  De snelheid  flirtte zelfs met de absolute limiet...

 

Waanzin!  Je moet een volslagen mafkees zijn om hier vol door te lopen.  En iedereen doet het.  Vliegen als een gek.  Een paar keer vrees ik dat ik op hol sla en dat mijn benen de vrije val niet meer kunnen opvangen.

 

Wat is me dit allemaal!

 

Eén foute inschatting, één uitschuiver, een voet verzwikken, ik mag er niet aan denken wat dan de gevolgen zijn.  Een valpartij tegen deze snelheid resulteert zonder twijfel in breuken.

De klappen die lijf en leden hier krijgen zijn onbarmhartig.  Wat rug en achilles hier te verduren krijgen, onwaarschijnlijk!

 

Iedereen vliegt als een volleerde kamikaze naar beneden.

 

De natuurpracht is hier overweldigend.  Enfin, dat vermoed ik toch.  Ik heb helaas niets gezien van dit alles, want even opzij kijken zat er echt niet in.

 

En het gekke is dat je toch ook nog een beetje kan recupereren tijdens de lange, dolle vlucht naar beneden.

 

 

*****

 

 

Beneden aangekomen.  Ik prijs me gelukkig dat ik nog heel ben. 

 

Geen blessures, geen valpartij. 

Opluchting. 

 

En nu kom ik op mijn parcours.  Vlak en licht glooiende stukken.  Hier kan ik, als flyer, mijn ding doen en alle registers open trekken.

 

Van kilometerpunt 15 tot 9 is het, volgens de organisatie toch, relatief vlak. 

 

Wel, vergeet het. 

 

De hindernissen volgen mekaar in snelvaart op.  Ongelijkmatige trappen naar boven, modderige loopstrookjes, grillige trappen naar beneden, springen op  en over beton- of rotsblokken, stukken vals plat,  single track-paadjes, steile knikjes, alles krijg je voor de voeten geworpen tussen kilometerpunt 15 en kilometerpunt 13.

 

We lopen vlak naast de oever van de lustig klaterende Lesse.  Kajakkers roepen ons na.  Hun stemmen weergalmen tussen de bergwanden van de vallei.  De geuren van barbecue en houtvuren prikkelen de neus.

 

Applaus van toeschouwers.

 

 

*****

 

 

Op de brug van Gendron kruisen we de Lesse.  Gek hoe een brug oplopen langs de zijkant zo verschrikkelijk pijn kan doen. 

Hier is de tweede bevoorrading. 

Water, kwartjes sinaasappel en stukjes banaan.  Op dit punt was trouwens de start van de 'Lesse 13' (13 kilometer).

Ik grijp een stukje banaan, eet een beetje, maar spuw de rest terug uit.  Een bekertje water  meegrissen, wat drinken en de rest over het hoofd voor verkoeling .

Wij hebben inmiddels al bijna 9 kilometer op de teller.  Nog 13 te gaan! 

 

En je voelt de tank langzaam leeglopen.

 

Nu lopen we over grillige asfaltstroken.  Lopers voor mij worden mikpunten.  Ik schuif langzaam op in de wedstrijd, terwijl mijn hartslag zich stabiliseert. 

 

Nog 12 kilometer.  Het 'Parc National de Furfooz'.  Hier grijp ik toch de kans om even rondom mij te kijken.  Schitterende rotsformaties torenen hoog boven de Lesse uit.  De bergwand herbergt een aantal prehistorische grotten.

 

Op kilometer 10 opnieuw bevoorrading, ter hoogte van de 'Aiguilles de Chaleux', de naalden van Chaleux.  Deze spitse rotsformaties doen denken aan naalden, vandaar de naam, en zijn in alpinistenkringen berucht.

 

Nog een kilometer over relatief vlakke veldwegen om dan, op kilometerpunt 8,5  te beginnen aan de tweede col van de dag. 

 

De klim naar het domein van Walzin. 

 

Hoogteverschil: van 100 hoogtemeter naar 225 meter op 1 kilometer.  Over relatief goed beloopbare boswegen.

 

 

Een ramp!

 

Het licht ging finaal uit.  Boeken dicht!  Op enkele honderden meters ging ik helemaal stuk.  Kuiten opgeblazen, mezelf opgeblazen.

 

En rondom mij zie ik dezelfde taferelen.  Hijgende, strompelende, wandelende, joggende, kotsende heren. 

 

Doffe blikken alom. 

Doffe ellende alom. 

De wanhoop nabij...

 

Telkens laat ik fiks wandelend de hartslag wat zakken om dan weer enkele tientallen meters te lopen.  Om vervolgens weer ineen te stuiken.  En zo ging dat maar door en door.  Er kwam geen einde aan de martelgang. Moordend zwaar.  Het is het zwaarste wat ik ooit heb meegemaakt.

Tijdens het wandelen verloor ik nauwelijks terrein op diegenen die toch probeerden te lopen. 

 

Een passant moedigt me aan: "Courage!"

Ik had geen puf om te antwoorden, ik kreeg hoogstens een flauwe 'merci' over de lippen.

 

Vlakbij de top lopen we vlak naast de imposante ruïne van Cavrenne.  De donjon is het enige wat rest van deze 13de eeuwse burcht.

 

Nog iets meer dan 7 kilometer naar de finish, en vanaf nu, allemaal asfalt of stenen.

 

Maar opnieuw gaat het eerst loodrecht naar beneden.  Op iets meer dan 1 kilometer knallen we weer meer dan 120 meter naar beneden.  De snelheid die hier ontwikkeld wordt is opnieuw hallucinant. 

 

Ik heb me laten vallen als een rotsblok. 

 

Gevaarlijk?

 

Zal wel.

 

Maar het kon me helemaal niets meer schelen. 

 

In doldwaze, vliegende vaart naar beneden.  We vliegen als gekken.  Wandelaars kijken raar naar de voorbij stormende meute.

Even verder een tiental paarden op een rij, in lichte draf. 

 

We lopen stukken sneller!

 

En de benzinetank wordt helemaal leeg gemaakt tijdens de afdaling.  Maar aan de voet van de col wachten ons nog 6 lange, lange, lange, lange kilometers.

 

Vlakke kilometers?

 

Neen, constant glooiend, met af en toe een venijnig brugje over de Lesse.  En telkens het bergop gaat, val ik compleet stil. 

 

Ik kraak in alle geledingen.  Het is helemaal op.

 

Kilometers aftellen.  We komen langzaam in de bewoonde wereld.  

Een bandje speelt ons moed in.

 

 

_DE39282.jpg

 

 

Plots een bordje bebouwde kom. 

Er staat iets cryptisch te lezen:  

      n er m e

 

Er ontbreken een paar letters.

 

Wat puzzelen levert Anseremme op.

 

Eindelijk. 

Anseremme.  Waar de Lesse de Maas induikt.

 

Nog 2 kilometer. 

 

We sluipen langzaam naar de finish. 

 

 

_DE39338.jpg

Bonkende muziek en cheerleaders drijven me voort.

 

 

*****

 

 

80 meter boven mijn tollende hoofd torent de 'Viaduc Charlemagne'. 

Ik ruik het vuile water van de Maas.

 

De Rocher Bayard wacht,

getekend door de hoefslag van het paard.

 

Ginds Dinant,

pronkzuchtige dochter van de Maas.

Citadel, de Collégiale,

Adolphe Sax.

 

In de verte de boog van de finish. 

Minuscuul klein.

 

Nu is het enkel nog karakter wat me voortdrijft. 

De systemen vallen uit.

Alles doet pijn.

 

 

 

 

_DE39528.jpg

 

Uw dienaar (6412) tussen de nadars, met pijnlijke grimas.

 

En dan eindelijk de verlossing.

 

 

_DE39529.jpg

 

 

 

Finish na 1u 43 minuten en 29 seconden.  Positie: 147.

 

Stukjes banaan, kwartjes sinaasappel, water, sportdrank.  Op adem komen.  Wat rondstrompelen.  De benen terug op gang brengen.

Ik haal mijn rugzak op bij de bagagebewaarplaats en sukkel binnen in de zaal.  Op zoek naar warmte.  En iets eetbaars.  Een spie rijstvla voor twee euro.

En ik koop een T-shirt van de 'Descente', om aan de kleinkinderen te kunnen bewijzen dat grootvader er bij was.  Oudstrijder van de 30ste editie van deze wedstrijd.

 

Inmiddels druppelen bekenden binnen. 

Gertjan was al enkele minuten voor mij gearriveerd en de snelste van onze groep.

 

 

_DE39475.jpg

 

Finish Gertjan: 1u 39m 5 s, pos.: 95.

 

_DE39578.jpg

 

Finish Frank T.: 1u 46m 45s, pos.: 196.

 

_DE39750.jpg

 

Finish Viv.: 1u 59m 6s, pos.: 379.

 

_DE39840.jpg

 

Finish Jos: 2u 7m 47 s, pos.: 516.

 

Van de anderen heb ik, jammer genoeg, geen foto's gevonden.

 

Inge: 2u 2m 34 s, pos.: 427.

Hild: 2u 20m 57s, pos.: 674.

Gert: 2u 20m 56s, pos.: 675.

Benny: 2u 21m 33s, pos.: 679.

 

*****

 

 

Ieder zoekt zijn bagage, sommigen maken gebruik van de gratis massage, douchen, eten, drank, verhalen uitwisselen.

Ik bel het thuisfront.  Blijkt dat het thuis stortregent.  En net op dat moment vallen de eerste schuchtere regendruppels in Dinant.

Inge en Gertjan werden niet opgenomen in de uitslag.  Mogelijk heeft Gertjan in het gedrum de startmat gemist met zijn chip.  Waarom Inge niet werd opgenomen, is een raadsel.  De organisatie wordt ingelicht en de uitslag werd later aangepast.

 

En dan wordt het langzaamaan tijd om naar huis te gaan.  Waarop het ook te Dinant begint te stortregenen.  Godzijdank nu en niet tijdens de wedstrijd. 

 

 

*****

 

 

Ik beweerde na de wedstrijd bij hoog en laag dat ik hier nooit meer terug kom, wegens té zwaar, té waanzinnig, té gevaarlijk. 

 

Maar ik besef nu, daags nadien, dat dit een unieke loop is in een schitterend kader.  

 

Een avontuur als geen ander.

 

Een avontuur dat nu toch al twee dagen nazindert.

 

Ik kan het u alleen maar aanraden. 

 

Maar alleen als u 'un poco loco' bent.

 

Un poco loco.

 

Een beetje gek.

 

 

*****

 

 

Dank u wel, vrienden van AVN, voor de lift, het boeiende gezelschap en vooral ....

 

..... de bloedstollende ervaring.

 

Volgend jaar opnieuw?