20-06-13

Een korreltje zout

Een korreltje zout

 

 

Zaterdag 15 juni 2013.

 

Vandaag staat wedstrijd 8 van de Challenge Delhalle op het programma (mijn vierde wedstrijd in dit regelmatigheidscriterium).  

 

 

Habay!

 

 

Les forges de la forêt d' Anlier, goed voor een kloeke 19 km.

 

 

affiche_forges_2012.jpg.h380.jpg

 

Traditiegetrouw maakt atletiekclub AVN er een weekendje Ardennen van.  We verblijven in Dohan, in Le Courtil, bij Ward en Greet.

 

Gepakt en gezakt zetten we koers naar de andere kant van dit land, op zoek naar glorie, een goed glas Orval en broodnodige punten voor het klassement.

 

 

 

***** 

 

 

 

Habay.

 

Het is hier een drukte van jewelste!  De opkomst is behoorlijk fors te noemen (351 finishers op de 7 km en 1.158 op de 19 km) waardoor het erg druk is in de sporthal en aan de inschrijvingsbalie.

 

Na de administratieve rompslomp kleden we ons snel om, poseren voor de groepsfoto en flikkeren de tassen in de tassenbewaarplaats.  

 

 

habaygroep2.jpg

Stelletje ongeregeld.

 

 

Naar buiten, wat rondkijken en dan is het tijd om ons op te warmen.  

 

We treffen er Rudy S., bevriend loper uit Loenhout.

 

Hij maakt het gezelschap van de dag compleet.

 

 

De startzone wordt al eens uitvoerig besproken, gekeurd en uitgetest.  De eerste honderden meters lopen steenhard naar beneden; het besef dat we die straks ook weer ten dele op moeten lopen, stemt al tot nadenken.  

 

Maar dan nemen de routiniers in het gezelschap me mee naar dé meest beruchte passage van deze wedstrijd: les escaliers, de trappen!

 

 

Een trap in Vlaanderen is een prima uitgebalanceerd geheel van fijn afgelijnde treden, op regelmatige en ergonomische afstand van elkaar geplaatst.  

 

 

In Habay hebben ze daar een iets andere invulling aan gegeven.

 

De trappen van Habay!

 

Welke redenering zit er achter de trap van Habay?

 

Zoek de meest steile klim van het dorp en gooi daar wat brokken grillig beton schots en scheef neer.  

Zorg er vervolgens voor dat die betonnen treden op de meest onregelmatige afstand van mekaar liggen, zodat je ofwel reuzenstappen moet nemen, ofwel zal struikelen in een poging twee trappen in één beweging te nemen.

 

Straffe gast die op deze trap overeind weet te blijven, laat staan überhaupt kan blijven lopen.  

 

Voor de kenners volgen hier nog enkele statistische gegevens van de trap:

 

  • de kans dat je van voet tot top blijft lopen: 0,0000005 %,

 

  • de kans om op de trap feestelijk op je kloten te gaan: 70,8 %,

 

  • de kans om er je poten te breken: 48,2 %,

 

  •  de kans dat je struikelt op de trap: 67 % (waarvan 38 % over je eigen voeten, 12 % over je eigen tong, 17 % over het lijk van een voorganger).

 

 

Enfin, het belooft een heel leuke finale te worden.

 

 

Inmiddels begeven we ons terug naar de startzone, waar de start van de 7 Km al gegeven is.  Johan verdedigt de kleuren van AVN op deze afstand (en zal dat goed doen).

 

 

 

*****

 

 

Startzone.  

 

 

Ik maak me  zorgen.  Na de 20 km door Brussel en de Stratenloop van Hoogstraten was er toch wat schade aan de rechter achilles (wat leidde tot het schrappen van een paar wedstrijden en tot een regime van nauwelijks lopen en een beetje fietsen).  

 

Twee vragen spoken door mijn hoofd: hoe is het gesteld met mijn fysieke conditie, maar vooral: zal de achilles deze zware beproeving doorstaan?

 

 

Ik sta in de start naast Frank en Rudy.  Een rij of vijftien voor ons staat looplegende Jan H.  

 

 

We wensen mekaar succes en een behouden race.

 

 

 

*****

 

 

De start.

 

 

habaystart.png

 

De eerste kilometer loopt oerend hard naar beneden.  Ik moet serieus het rempedaal induwen, want de achilles schreeuwt het uit van de pijn.  Wanneer het iets vlakker wordt, normaliseert dit zich, tot mijn opluchting.

 

 

De eerste kilometer ronden we na 4 minuten exact.  En dan knallen we volop het bos in.  

 

Meteen krijgen we een kilometer pittig klimwerk voor de voeten gegooid (4m 44s).  

 

Waarna  een vlot lopende derde kilometer in dalende lijn volgt  (3m 52s), die eindigt met een passage dwars door een riviertje.  Je kan riskeren om van steen tot steen te springen (en te verongelukken) om zo droge voeten te houden, maar ik verkies los door het water te baggeren, lekker koele voeten tot gevolg.

 

habaymark.jpg

 

Kilometer 3 tot kilometer 8 zijn verschrikkelijk zwaar.  Het parcours overbrugt ongeveer 80 meter hoogteverschil, met stijgingspercentages die variëren tussen de 5 en 7%, wat resulteert in kilometertijden van 4m 30s tot 5m 9s.  Vooral km 6 is loodzwaar; er wordt al volop gestapt.  Omdat er ook kleine knikjes naar beneden tussen zitten, overbrug je in totaal nog heel wat meer hoogtemeters.  

Maar, aan de positieve kant, het parcours is doorgaans goed beloopbaar, hier en daar een strookje modder, de risico's blijven dus eerder beperkt .

 

habaybennyhild.jpg

 

Trouwens, aan bevoorrading is er ook absoluut geen gebrek.

 

 

Ik neem af en toe de tijd om rond mij te kijken.  We lopen in een adembenemend mooi decor.   Vooral de passage door het Château du Pont d'Oye is memorabel.

 

 

habaykasteel.png

 

Inmiddels is de wedstrijd zowat in de plooi gevallen; iedereen loopt op zijn/haar positie.   Ik bevind me trouwens in het gezelschap van twee dames; je kan het slechter treffen...

 

habaytele.jpg

 

... bijvoorbeeld in het gezelschap van deze banaan - een mannetje, zo blijkt duidelijk.

 

 

Eén van de dames is Fabienne L. (2de dame in het klassement).  In Bütgenbach liep ik ook bijna de ganse wedstrijd in haar gezelschap; nu blijkt alweer dat we ongeveer even sterk zijn.  

 

De dames vechten onderling een bikkelharde strijd uit.  Bergop loopt Stephanie meestal van ons weg, bergaf of relatief vlak breng ik Fabienne meestal terug (ik denk niet dat Stephanie daar erg mee opgezet is).  

 

Soit, het maakt de wedstrijd enkel nog wat leuker.

 

Kilometer 8 bereiken we na in totaal 36 minuten en 20 seconden.  We bevinden ons op het tweede hoogste punt van de omloop en maken ons op voor een loeiharde afdaling.

 

 

Eén kilometer laagvliegen verder (3m 50s) brengt ons op alweer een legendarisch punt van de westrijd.  

 

De gechronometreerde beklimming over een dikke kilometer (tussensprint - met klassement) met een gemiddeld stijgingspercentage van 11 % (met een knik van maar liefst 15%), grotendeels over asfalt.

 

habaylu.jpg

 

De toppers doen er iets meer dan 3 minuten over (pakweg 3m 15s); zijnde bijna 20 km per uur.  Ik doe er ongeveer dubbel zo lang over.

 

 

Alles ontploft tijdens deze beklimming.  De warmte straalt van het asfalt af, je tempo keldert, je ademhaling jaagt, ik proef het zout van mijn zweet, de hartslag kleurt donkerrood.  

 

 

Op een bepaald moment komt een loper naast ons gezelschap lopen (Mark en zijn twee wijven), en die vindt zowaar nog de adem om enkele honderden meters lang de dames fel aan te sporen om het tempo hoger te leggen.  Ik kon nauwelijks een woord uitbrengen, terwijl die kerel constant aan het roepen was.

 

 

Sterk staaltje!

 

 

De beklimming blijft maar duren en duren.  Je voelt je helemaal stuk gaan.  

 

 

Wanneer je het asfalt verlaat, denk je dat de beklimming voorbij is.  Helaas.  Niets is minder waar.  We draaien rechtsaf het woud van Anlier weer in waar het laatste stuk van de beklimming op je ligt te wachten.  Enkele jagers blazen op jachthoorns, het signaal dat je bijna het dak van de wedstrijd hebt bereikt...

 

habayblazers.png

 

Boven gekomen is het toch even op adem komen, je tempo weer zoeken, een bekertje water grijpen en krijgsraad houden.  

 

 

parcours.png

 

*****

 

 

De 11 eerste kilometers zitten er op (50m 42s), nu volgen er een aantal relatief gemakkelijke kilometers.

 

Maar hoewel het parcours nu in licht dalende lijn loopt, heb ik toch het gevoel dat het me niet lukt een versnelling hoger te schakelen.  Ik rijg kilometers van 4m 28s en 4 m 17s aan mekaar; niet traag, maar ook niet écht snel.

 

En, bizar genoeg, de traagste kilometer (4m 44s) loop ik net waar het parcours met gemiddeld 7% naar beneden duikt (kilometer 14).  De geaccidenteerde ondergrond doet me compleet blokkeren en ik sukkel als een waggelende eend naar beneden.  De dames schieten van mij weg en nog een tiental lopers vliegen me als kamikazes voorbij.

 

Ik heb er compleet de smoor van in.  Het is erg frustrerend om er zo af gelopen te worden bergaf.  De volgende kilometers leg ik er dan ook duchtig de pees op.  Ik wil iedereen die me voorbij is gegaan terug remonteren.

 

Twee relatief snelle kilometers (km 15: 4m 15s en km 16: 4m 04s) brengen me weer voorbij de kamikazes en opnieuw bij de twee dames, die mekaar nog steeds geen duimbreed toegeven.  Ik merk wel dat ik voor deze wilde achtervolging enorm diep in de reserves heb moeten tasten.

 

Een stuk recent aangelegd asfalt stinkt verschrikkelijk, maar dan duiken we rechts weer een zandweg in.

 

We komen langzaam terug in de bewoonde wereld.  Dat betekent dat de eindsprint is ingezet.  

 

Fabienne versnelt.  

 

Stephanie kraakt en moet lossen.  

 

 

Ik helaas ook.

 

Het bobijntje is zo goed als af.

 

 

En dan denderen we Habay terug binnen.  

 

 

En staan plots aan de voet van de trap.  

 

 

 

D E    T R A P !!!

 

 

Ik vlieg de trap op met twee treden tegelijk.  

 

 

habaymark2.jpg

 

 

 

Eventjes toch.  

 

 

Want door die doldrieste aanpak trap ik me na een paar treden zwaar op de adem, en moet ik inbinden.  De volgende treden worden één na één aangepakt.

 

 

De trap hakt er zwaar in.  Ik voel mijn benen op een paar meters helemaal vollopen.  De totale verzuring.

 

 

Ik ben boven.

 

 

Maar sta compleet geparkeerd.  Ben helemaal stuk.

 

les marches.png

Ah, les marches du paradis.

Plus près de toi, mon Dieu.

 

 

Tja... 

Humor ist, wenn mann trotzdem lacht... 

 

 

*****

 

Doortocht van de collega's op de trappen van Habay.

 

habayjan2.jpg

Jan

 

habayfrank3.jpg

Frank

  

habaybenny.jpg

Benny

 

 

 

habaytrap1.jpg

Herman en Monik (en de rug van Jan; enfin, de rest was er natuurlijk ook).

habayviv2.jpg

Viv.

habayward.jpg

Ward

 

 

*****

 

 

Het stuk van de trap naar de aankomst, enkele honderden meters, is ook nog behoorlijk zwaar klimmen.  Ik sukkel terug in gang, maar moet nu ook Stephanie laten gaan.  

 

Zwaar in het rood geweest, waardoor het toch even duurde voor ik weer wat tempo kon maken.

 

habayfinish.png

 

Ik finish na 1u 26m en 30s, op positie 124 totaal, 23ste Veteraan 2, en scoor hiermee 849 punten.

 

 

 

*****

 

Aankomstzone.

 

Ik sta na te hijgen, na te druppen van de inspanning.  Mijn lijf is murw, de benen compleet leeg, de achilles zeurt als vanouds.  Maar ik heb het gehaald.  Het zout van mijn zweet prikt in mijn ogen.

 

Ik kieper een paar bekertjes water binnen, krijg een T-shirt als aandenken en begin voedsel te hamsteren.  

 

 

Habaytent.png

 

Watermeloen, kwartjes sinaasappel, rozijnen, pure chocolade, peperkoek.

 

Dit is het paradijs!  Eet en drink hiervan, gij allen!

 

 

Inmiddels druppelen de collega's binnen.  Moe, gelukkig, tevreden.  We wisselen indrukken uit, wisselen chocolade uit.

 

 

De tabel der gladiatoren.

 

Naam

Tijd

Pos. algemeen

Pos. leeftijdscategorie

Jan

1u 19m 28s

42

10

Mark

1u 26m 30s

124

23

Frank

1u 30m 19s

194

68

Rudy

1u 32m 28s

234

82

Lu

1u 36m 30s

358

70

Viv

1u 38m 55s

425

14

Herman

1u 44m 41s

549

28

Monik

1u 44m 47s

552

13

Ward

1u 49m 48s

679

35

Benny

1u 49m 30s

694

217

Hild

1u 51m 14s

732

38

 

 

 

 

Johan (7 km)

31m 20s

35

4

 

 

 

 

 

 

*****

 

We halen de tassen op, en zoeken de douche op.  Blijkt dat zowel Frank als ik geen washandje hebben meegebracht (Frank zelfs geen onderbroek - dat is nu al de twééde keer, ik vermoed dat hier kwaad opzet in het spel is).

 

habaynakaart.jpg

 

En wanneer iedereen fris gewassen is, kaarten we nog wat na in de sporthal, bij een frisse Orval (of zo).

 

Johan heeft zowaar een podiumplaats veroverd.  Zijn prijs: een leeg glas met daarin 4 pralines (die de inzet zullen worden van zware onderhandelingen waarbij het Israëlisch-Palestijns conflict zal verbleken).

 

 

habaypraline.jpg

 

*****

 

 

We krassen op.  Naar onze verblijfplaats Le Courtil te Dohan.  We worden met open armen ontvangen door Ward en Greet.

 

Kamers worden verdeeld, bagage uitgeladen.  

 

Ik deel een kamer met de Wortelse connectie: Benny en Johan.

 

habaycourtil.jpg

 

Als aperitiefje, een Orval!

 

habayorval2.jpg

 

 Even later wacht ons, uitgehongerde leeuwen, een copieuze maaltijd.  

 

haybarbecue.jpg

 

En terwijl de worsten sissen en kissebissen op de bakplaat, de witte en rode wijn rijkelijk vloeit en de Orval vrolijk parelt in de glazen, valt langzaam de nacht over Dohan.  

 

De verhalen van de dag worden heroïscher.  De tijden worden beter, de beklimmingen epischer en de beruchte trap wordt eerst een trapje, nadien weer een muur, om uiteindelijk bijna bergaf te lopen.

 

 

Wij moeten bergop, naar de slaapkamer.

 

 

Wanneer drie heren een slaapkamer delen, dan duurt het ongeveer een half uurtje voor alles door mekaar ligt en niemand nog iets kan vinden.  Klamme handdoeken en loopkledij liggen en hangen overal.   Het is struikelen over loopschoenen.  Die van Benny verspreiden een aroma waar in Syrië chemische wapens mee kunnen gemaakt worden; ze worden dan ook prompt verbannen naar de dakgoot.

 

 

Nog wat verhaaltjes voor het slapengaan (ik heb een Suske & Wiske in het Frans voorgelezen: de Brullende Berg, als het ware een ode aan de trap van Habay).

 

 

Het wordt stil op de kamer.  

 

 

Nu is het wachten wie er het eerst gaat snurken.  

 

 

Maar dan blijkt dat de WC blijft lopen.  

 

 

Daar lig je uiteraard op te luisteren, maar dat prikkelt ook nog eens de blaas.  

 

 

Dus na 40 keer pissen, vinden we het welletjes en verplichten we Benny, de minst onhandige van ons drieën, om de WC te herstellen.

 

 

Benny heeft een goed gesprek met het toilet.  

 

 

Benny, de WC-fluisteraar.  

 

 

Dat helpt niet.

 

 

We zeuren en zagen tot Benny nogmaals uit zijn bed kruipt (dat lukt pas nadat Johan belooft Benny op de lijst van personen te plaatsen die eventueel in aanmerking komen voor een praline).

 

 

En Eureka, Benny weet de WC zowaar het zwijgen op te leggen.  

 

 

Nu zitten we echter wel met een ander probleem.  

 

 

Niemand durft nog te gaan pissen uit vrees dat de WC vervolgens opnieuw begint te lopen.  

 

 

En met een halve hectoliter Orval in het lijf, durft dat vies tegen te vallen.

 

 

*****

 

 

Het is moeilijk de slaap te vatten.  

 

 

Vreemd bed, vreemde omgeving, Johan die 5 keer snurkt, Benny die 's nachts op zijn tenen op pralinejacht is met het lichtje van zijn GSM, neen ik denk dat ik amper 3 uur geslapen heb.

 

 

En wanneer het langzaam aan licht wordt, beginnen er twee miljoen mussen te fluiten in de goot (wellicht high geworden van het geurenpalet van de loopschoenen van Benny).

 

 

We staan op.

 

 

We mogen eindelijk terug pissen!  

 

 

 

Joechei!

 

 

 

Wanneer Johan in de badkamer is, heb ik het helemaal gehad met die kloteherrie van die mussen.  Ik zoek iets om naar de mussen te gooien.  

 

 

Ha, hier ligt een kam.  

 

 

Ik flikker die naar de mussen, mis ze allemaal, de kam verdwijnt voor eeuwig.

 

 

Even later wil Johan zijn haar kammen (dat volgens mijn normen relatief in de plooi ligt).  Niemand blijkt te weten waar de kam is.  

 

 

Tiens.

 

 

De nacht heeft zijn sporen nagelaten.  Wanneer ik in de spiegel kijk, lijkt het alsof ik slaag heb gekregen (met zo'n kop win ik wedstrijden bij Veteranen 7).

 

 

Na een fikse ochtendwandeling (11% bergop en weer bergaf, dank u wel daarvoor, Hild), schuiven we aan voor het ontbijt.  

 

 

Ward en Greet verzorgen de gasten prima!

 

 

Frank kan héél goed eten.  

 

 

*****

 

 

Dag twee

 

 

...waarin onze helden de strijd zullen aangaan met El Capitan, met lauwe soep en de Hells Angels...

 

 

 

Er staat vandaag een ontspannende wandeling op het programma.  Kwestie van de zure beentjes van gisteren wat respijt te gunnen.

 

 

Ward neemt de groep op sleeptouw en we zakken af naar Rochehaut.  In het dal beneden ons meandert de Semois rond het pittoreske Frahan.

 

habaywandeling2.jpg

 

 

We passeren een bordje, waar de wandeling als volgt wordt aangekondigd.

 

habaybord.jpg

 

Maar wij zijn allemaal stoere Kempenzonen en -dochters, dus dat bordje geldt niet voor ons.....

 

 

.......dachten we...

 

 

 

Eerst wandelen we door vrolijk lichtglooiende dreven, de sfeer is goed, de zon is van de partij, er wordt een stichtend wandellied gezongen, iemand fluit een frivool melodietje, Frank valt de plaatselijke vogels lastig met zijn verrekijker, Hild neemt foto's met het dopje nog op de camera, iemand laat een daverende scheet, enfin, alles is peis en vree.

 

 

Maar dan wordt het parcours ruiger.  En moest Ward niet zoveel vertrouwen uitstralen, dan zou ik zweren dat we allang niet meer op het pad zaten.  Als er al een pad zou zijn....

 

habaysteil.jpg

 

Het is kreffelen en kruipen, over rotsblokken en loshangende bomen, je optrekken aan boomwortels, mekaar verder helpen en rechthouden....

 

Monsterlijk steile hellingen (het deed bij momenten denken aan de Tervurenlaan), voeten die wegschuiven, stukken steen die wegschieten, een fijne lawine, een paar neerstortende alpinisten, een beer of zes, twee lynxen, Tarzan aan een liaan.  

 

habayklim3.jpg

 

Liedjes worden al lang niet meer gezongen.  

 

Het is vloeken en miljaren, zweten en bibberen....  

 

habayklim.jpg

 

Maar o zo plezant!

 

En gevaarlijk was het helemaal niet.  Bijlange niet!  Om de paar honderd meter hielden we even halt om de koppen te tellen, kwestie van te checken hoeveel er al in het ravijn gestort waren.  U moet namelijk weten dat Johan nog altijd 4 pralines te verdelen had, dus...

 

habaywandeling1.jpg

 

Hier hangen we bijvoorbeeld allemaal tegen een rotswandje, die qua moeilijkheidsgraad doet denken aan de Noordwand van de Eiger.  Ik ben er zeker van dat Toni Kurz hier niet tegenaan kan klauteren (tuurlijk niet, de mens is al 77 jaar dood !).

 

1017395_10201385900275106_98874618_n.jpg

 

We bevonden ons op de Promenade des échelles.  De wandeling van de ladders.

 

En ja hoor, waar het onmogelijk was om de rotswand te beklimmen, waren ladders aangebracht.

 

 

Wankele ladders.

 

 

Die vastgemaakt waren met een schroef of drie:  twee waren doorgeroest en de derde zat los.

 

habayladder.jpg

 

Het piepte en kraakte verschrikkelijk.  

 

 

De vrouwen.  

 

 

De ladder ook.

 

 

We beseften meteen dat wanneer deze ladder het zou begeven, we tevéél pralines zouden hebben.

 

 

Iets verder stond een tweede ladder, deze keer naar beneden.  Deze ladder zag er zo mogelijk nog gammeler uit.  

 

 

De groep besliste om iemand de ladder af te sturen, gewoon om te testen of ze zou blijven hangen.  En dat het misschien aangewezen zou zijn om een persoon te kiezen die, als hij daarbij zou omkomen, niet écht gemist zou worden.    

 

 

Iemand die nog nooit iets zinvol heeft bijgedragen aan de maatschappij.

 

 

Iemand die het zout op de patatten niet waard is.

 

 

Iemand zonder nut, zeg maar.

 

habayladder2.jpg

 

Ik dus.  

 

De ladder blijkt idiotproof te zijn, zodat de ganse karavaan weer verder kon.

 

 

Na verloop van tijd bereiken we de oever van de Semois.  Tijd voor een rustpauze en tellen hoeveel negers er nog over zijn...

 

habaywandeling3.jpg

 

Frank laat wat steentjes ricocheren op het water, wat ons terug slingert naar baldadige jeugdjaren.

 

Frank raakt hoogstens een kano of zes....

 

 

*****

 

 

De klauterpartij gaat verder.  De stemming is opperbest.

 

 

Plots ontmoeten we, met nog één ladder te gaan, een andere groep wandelaars (die in omgekeerde richting het parcours afleggen).  

 

 

Dames in bloemige zomerjurkjes, kinderen met sandaaltjes.

 

 

We groeten hen en merken beleefd op dat het misschien niet zo'n bijster goed idee is om met dat kleine grut, en ongepast schoeisel, deze tocht verder te zetten.

 

 

Ze denken dat het wél kan.  

 

 

Wij denken van niet.

 

 

Zij wel.

 

 

Wij niet.

 

 

Wij blijven beleefd.

 

 

En suggereren dat het misschien toch beter zou zijn....

 

 

 

 

EN NU IS HET GENOEG!!!

 

 

ALS GE GODVERDOEME

 

NI MAAKT DAT GE MET

 

UW PERFECT GEPEDICUURDE

 

EN ROODGELAKTE TEENNAGELS

 

UIT MIJN OGEN VERDWIJNT

 

MET DIE VERVELENDE JOENG,

 

DAN GADE HIER

 

WA MEEMAKEN!!!

 

 

 

ALS IK ZEG DAT HET

 

NIET TE DOEN IS,

 

DAN IS HET NIET TE DOEN!!!

 

 

VORT !

 

 

 

Tja, het liep al tegen twaalven, en als Inge een klein hongerke krijgt, dan is ze wat kort in de kar....

 

 

Ze dropen af.

 

 

 

En zo kabbelde de tocht verder.  

 

In de verte stond zowaar horeca op ons te wachten!  Hoera!

 

habayeten.jpg

 

We gaan eten!  

 

 

Werd dat tijd!  

 

 

Het geknor van de maag van Frank was niet te harden (we dachten telkens dat er een beer achter ons aan kwam).

 

 

We schuiven aan in een rustieke taverne in Frahan.  

 

 

Met een groep van een man of dertien zorgen we daar meteen voor logistieke paniek.  

 

 

Help, er moet gewerkt worden!  

 

 

Een bestelling van een dagsoep of 10, wat frisdranken en koffie stort de uitbaatster meteen in een zware depressie.

 

 

De soep wordt geserveerd en blijkt niet overdreven warm te zijn (de soep wordt nooit zo heet gegeten als....).  

 

 

Vlamingen zijn rustige mensen, die niet snel klagen.   Wij klagen wel !

 

 

Niet dat het helpt.  De soep blijft lauw.

 

 

Maar smaakt wel lekker.

 

 

Wanneer we nog iets bij bestellen, wordt het haar al teveel en merkt ze op dat er nog klanten zijn.  Gek, hoe groot het mentaliteitsverschil kan zijn tussen verschillende culturen in één land.

 

 

De boterhammen worden opgegeten, er wordt gelachen en gepraat.  Koffie geslurpt.

 

 

De rekening wordt gevraagd en van passende commentaar voorzien door Viv.  Viv heeft een stemgeluid dat daarstraks al enkele lawines heeft veroorzaakt, maar nu ze merkt dat een kop warme chocomelk ongeveer evenveel kost als een tweedehands Fiat 500, verheft ze lichtjes haar stem:

 

 

 

WABLIEF ????

 

 

3 EURO VOOR EEN WARME CHOCO?  

 

 

WARM WATER EN EEN ZAKJE POEDER?

 

ZIJN DIE NIET VERLEGEN?

 

 

 

De kalk dwarrelt van het plafond,  de glazen achter de toog rinkelen mee, de ramen trillen in hun sponningen....

 

 

 

*****

 

 

Er komt een groep motards binnen.  

 

 

Breedgeschouderde basten, snorren, ruige types, quoi.  

 

 

Op hun lederen jekkers staat, volgens Benny, een knoert van een spelfout.

 

 

MC   T'HUIS

 

 

 

Het weglatingsteken staat achter de t.  Niet bepaald logisch, het vloekt inderdaad, het doet pijn aan de ogen, toegegeven.

 

 

Benny fluistert dat er een spelfout staat op de lederen jekkers van de motards.

 

 

Viv hoort dat en vertelt het de ganse groep:

 

 

ZIE NU NE KEER!

 

ER STAAT EEN FOUT

 

OP DIE MANNEN

 

HUN VEST.

 

 

 

In feite echoot deze boodschap doorheen de ganse vallei (kalk dwarrelt, glazen rinkelen, ramen trillen).

 

 

Oh, horror....

 

 

Het haar in de nek van de motards gaat rechtop staan.  

 

 

Hier zitten we dan, afgetrainde, magere lopertjes....

 

 

Ik kijk Jan H. in de ogen en besef dat als we strategisch op de loop moeten, hij de enige is die kans maakt om er levend weg te geraken.  En dat hij, bij uitbreiding, dan ook de enige zal zijn die de pralines van Johan mag opeten.

 

 

 De rest is kansloos.

 

 

Maar iets in de stem van Viv doet de motards beseffen dat er met deze vrouw niet te sollen valt....

 

 

Tien minuten later zitten de motards mooi op een rijtje op de bank en zeggen Viv na:

 

 

AAP   NOOT   MIES

 

 

****

 

 

Terug op pad, maar de moeilijkste hindernissen zijn van de baan.  

 

 

Tegen een rotswand is een herinneringsplakkaatje bevestigd.

 

 

Een naam, geboortejaar - jaar van overlijden en volgende tekst:

 

 

On l'a connu

On l'a  aimé

 

 

Wat door Frank vlekkeloos wordt vertaald als: ik heb twee kokosnoten en een stuk laminaat.  

 

 

U merkt het, die avondlessen Frans waren véél te duur.

 

 

 

*****

 

 

 

Af en toe moeten we nog een wankele brug over.

 

 

Om te controleren of die niet meteen onder ons de dieperik in stort, wordt er een vrijwilliger gevraagd om de belastbaarheid uit te testen.

 

Inge meldt zich aan, maar vermits zij ongeveer evenveel weegt als het ontbijt dat Frank deze ochtend heeft gegeten, is dat niet echt een optie.  Dus nemen we iemand van gemiddeld gewicht en leven maar met de hoop dat iedereen er heelhuids over geraakt.  

 

 

Een andere brug heeft dan weer in het midden een gat waar een schoothond met overgewicht in kan verdwijnen.  

 

 

Allemaal heel wonderlijk.

 

 

We passeren The Wall: een stuk afdaling waar je nauwelijks overeind kan blijven.  The Wall wordt gebruikt als  parcours voor het mountainbiken (!!!!).  

 

 

Zet mij op een fiets bovenaan de helling, en het enige wat je onderaan de helling terugvindt is een gedeukte helm.

 

 

******

 

 

De wandeling loopt ten einde.  

 

habaylaatste.jpg

 

We moeten enkel nog de vallei uit.  Tegen de wand omhoog.  

 

 

En Frank zou Frank niet zijn als hij daar geen uitdaging van maakt.

 

 

Om ter eerste boven.

 

 

Er is maar één gek die de handschoen opneemt.

 

 

Uw hoogstpersoonlijke gek.

 

 

We lopen de bergwand op.  Gemiddeld stijgingspercentage: The Wall in het kwadraat..  

 

 

Maar wanneer we uitgeput en zwetend boven komen, botsen we op een crèmekar.

 

 

Als dat geen bewijs is dat God bestaat, wat dan wel?

 

habayijs.jpg

 

Frank een bak met een bol of twaalf, ik een gedisciplineerd hoorntje met twee bollen.

 

Frank nadien ook nog een hoorntje met twee bollen, een warme Brusselse wafel met slagroom, 6 pannenkoeken (met ijs) en geflambeerd met Grand Marnier, een coupe Dame Blanche, en als dessert een coupe vanille met warme krieken.  En een Magnum.  Twee.

 

Toen dat op was, kwam de rest er al aan.

 

 

****

 

 

Terug naar Dohan, voor het laatste avondmaal.  

 

 

De middagzon maakt er werk van en brengt ons in zomerse stemming.  

 

 

A l' aise.....

 

 

Dus.....    .....pootjebaden in de Semois.

 

habaysemois.jpg

 

En dan schuiven we de Semoisgekoelde voetjes onder tafel.

 

Spek met eieren.

 

habaysspek.jpg

 

Frank had een klein hongerke, en heeft bij benadering een half varken opgegeten, met een gros of twee eieren.  

 

 

En een korreltje zout.  

 

 

Met het zout dat Frank op zijn eieren gooit, kan je de E 19 tussen Meer en Brasschaat  twee weken ijsvrij houden.

 

 

En toen heb ik leren afdrogen.

 

habayafwas.jpg

 

Of neen, ik heb leren poseren met een handdoek in de hand, dat was het....

 

En omdat zout dorstig maakt, trakteerde Ward ons op een Orval, nog ééntje,  om het af te leren.

 

habayorval.jpg

 

 

Het was een fijn weekend.

 

Een leuke wedstrijd.

 

Een avontuurlijke wandeling.

 

Maar bovenal...

 

...in geweldig gezelschap.

 

 

 

habaygroep.jpg

 

____________________

Foto's: Hild Hillen, Benny Goetschalckx, Ward Blommaert, Challenge Delhalle en l' Avenir.net

15:20 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

23-05-13

De Krijgsheren van de Tervurenlaan

De Krijgsheren van de Tervurenlaan

 

 

 

Dinsdag 21 mei 2013.

 

 

 

 

 

Nog slechts  5 dagen scheiden ons van de 20 Km door Brussel.

 

 

Dat is veel.

 

 

Dat is weinig.

 

 

Te weinig om nog veel winst te boeken op gebied van snelheid of uithouding, te veel om geen bal meer uit te voeren en in de zetel te gaan hangen.

 

 

 

En er is altijd die verscheurende twijfel.  Heb ik wel genoeg getraind?  Zou ik het riskeren om in de voorbereiding op Brussel nog een snoeiharde training in te lassen?  Hoe groot is het risico op blessurelast?  Want stel dat ik nu mijn voet verzwik en in een gipsverband beland, tja dan is het een dik kruis over de 20 Km.  Zou ik het nog wel riskeren om op mijn racefiets te kruipen?  Stel dat ik val?  En er uit zie als een gepelde biefstuk?

 

 

 

*****

 

 

 

De wonderen der techniek. 

 

 

 

Want kijk, nu is het alweer een dag later, woensdag zowaar. 

 

 

Ik lijk God wel (maar dan véél beter in vorm).

 

 

 

*****

 

En hup, het is donderdag.

 

 

Hoe doe ik dat toch?

 

 

*****

 

 

Zoals elk jaar krijgen de organisatoren van de 20 Km door Brussel in de week voorafgaand aan de wedstrijd een paniekaanval.  

 

Ze hebben in hun enthousiasme  37 500 borstnummers uitgereikt en krijgen, niet geheel onterecht, schrik dat een aantal deelnemers onbezonnen aan de wedstrijd zal deelnemen, onvoorbereid als het ware...  

 

 

En dat er bij de lopers véél vragen leven die onbeantwoord dreigen te blijven.

 

 

 

Wie is er het best geplaatst om al die twijfels weg te nemen?

 

Wie kan alle vragen beantwoorden van de dwalende loper?

 

Wie is onze redder in nood?

 

Wie, vraag ik u?

 

 

 

Ik zou het verdorie zelf niet weten....

 

 

 

Of is het misschien hij, die wijd en zijd bekend staat als de Krijgsheer van de Tervurenlaan?

 

 

U kent hem allemaal:

 

 

Jawel, de Mark.

 

 

Uw baken in duistere tijden.

 

 

Uw scheve rots in de branding, waarop je amper een kerk kan bouwen. 

 

 

Hij die alles weet, hij die alles kan.

 

 

Eigenlijk ben ik stikjaloers op jullie allemaal, omdat jullie zo'n goede vriend aan mij hebben...

 

 

 

*****

 

 

 

Een bloemlezing van de vragen die me bereikten....    .... oftewel  ....    the 20 Km door Brussel according to Mark.

 

 

   

 

"Mark, gij die te kaap'ren zijt gevaren zonder baard, wat moet je doen om succesvol de 20 Km door Brussel af te haspelen."

 

 

 

Zelden zo'n intelligente vraag voorgelegd gekregen.

 

 

Ga zitten.

 

 

Ik zal het eens haarfijn uitleggen.

 

 

Eerst en vooral ga ik er stomweg van uit dat u over loopschoenen (van het merk Brooks, mag ik hopen), loopkledij en een borstnummer beschikt.

 

 

Check, check en check.

 

 

 

Dan zou u kunnen overwegen om wat te gaan trainen.

 

 

Rome is uiteindelijk ook niet op één dag gebouwd.  Tja, wat wil je, Italianen en werken....

 

 

Stel dat u vandaag begint te trainen, dan bent u vermoedelijk een tikkeltje te laat begonnen. 

 

 

De juiste dag waarop u moet beginnen met trainen om tijdig in vorm te geraken tegen 26 mei 2013, voor de 20 km door Brussel, is.....

 

 

 

....... 2 januari....

 

 

 

 

.......1993.......... 

 

 

 

En dan is het nog wat krapjes.

 

 

 

6068702a4f763bdb71b5abc953195d56__20.jpg

 

 

***** 

 

 

 

En dan zijn er mensen die het waanidee hebben opgevat om zowaar een prestàtie neer te willen zetten op de 20 Km door Brussel en die stellen dan onnozele vragen, zoals bijvoorbeeld:

 

 

 

"Mark, Gij soeverein alleenheerser over de eerste startbox van de 20 Km door Brussel, hoeveel kilometers dient een normale sterveling per week te trainen om in de eerste startbox te belanden?"

 

 

 

Ja, weet ik veel. 

 

 

Google eens wat rond op het internet. 

 

 

Maar wat ik wel weet, is dat 18 km weekomvang lichtelijk te weinig is.  Ik kan dat bevestigen, want in 1994 stond ik aan de start van de 20 Km met weektotalen van 18 km joggen (1x 12km en 1x 6 km per week).

 

 

Ik kan u verzekeren dat je dan ter hoogte van kilometerpunt 15 bereid bent om je linker teelbal in te ruilen voor een roestige fiets met platte banden. 

 

 

Een kilometer verder desnoods je rechter ook.

 

 

En dat je vanaf km 17, de Tervurenlaan, de gevreesde slotklim van de dag, al volop muziek aan het uitkiezen bent voor tijdens je begrafenis.

 

 

 

Neen, ik suggereer een weektotaal van ongeveer 40 loopkilometers als het absoluut strikte minimum. 

 

 

150 km is dan weer beter. 

 

 

300 km begint er al wat op te trekken, mits u de nodige versnellingen bergop niet vergeet (200 herhalingen, graag).

 

 

 

En dan nog enkel op voorwaarde dat u wat afwisseling in de training brengt door per week ook nog een keer of zes wat kracht bij te trainen in de fitness, in combinatie met wekelijks een kilometer of 1200 op de racefiets, aan trage hartslag, cardiovasculair hoogstaand, dat spreekt voor zich.  En slapen in een hoge druktent.  Natuurlijk moet er ook kwalitatief getraind worden, met sprintjes en zo, tegen de verzuringsgrens en vér over de anaerobe drempel, VO2 Max en omslagpunt, dat hoef ik u wellicht niet uit te leggen.  Dat is de basis.

 

 

Moest u dan nog zin hebben om spierversterkende oefeningen voor voeten, kuiten, enkels, hamstrings, rug, billen en romp te doen, laat u dan vooral gaan; een drietal sessies Redcord per dag, na het eten, als kers op de taart.

 

 

 

Als u zich deze martelingen allemaal oplegt, dan maakt u kans om ooit, op een blauwe zondag, een resultaat neer te zetten waarmee u het daaropvolgende jaar mag starten vanuit de eerste startbox van de 20 Km door Brussel. 

 

 

Misschien.

 

 

Als het niet te warm is die dag.

 

 

 

En u niet per ongeluk een voet verzwikt over een leeg flesje Spa ter hoogte van de Terhulpensesteenweg.

 

 

 

En u uw wedstrijd goed weet in te delen.

 

 

 

U merkt het al, u heeft geen schijn van kans.

 

 

IMG_3281edited.jpg

 

 

  

 ******

 

 

"Mark, Gij onverschrokken aanvoerder van de Krijgsheren van de Tervurenlaan, is de 20 Km door Brussel zwaar?"

 

 

Je moet ze niet optillen, maar lopen...

 

 

Grapje.

 

 

Neen, de 20 Km door Brussel zijn niet zwaar, laat u vooral niets op de mouw spelden (of het moest een borstnummer zijn). 

 

 

 

Neen, de 20 Km door Brussel zijn niet zwaar, dat is een hardnekkige mythe.

 

 

De werkelijkheid is geheel anders.

 

 

 

 

De 20 door Brussel zijn niet zwaar, ze zijn.....

 

 

 

 

afgrijselijk loodzwaar!!!

 

 

 

Het is om te janken, zo zwaar.

 

 

En dan nog zwaarder.

 

 

Ik weet niet of u bekend bent met de Marathon des Sables?   Die zesdaagse ultraloop doorheen de woestijn?

 

 

Wel, stel dat je die achterwaarts loopt, dat benadert ongeveer de graad van zwaarte van de 20 Km door Brussel.

 

 

 

Het parcours van de 20 Km door Brussel is nochtans vrij eenvoudig: je hebt de start en de aankomst.

 

 

Wel, het parcours ligt exact tussen die twee punten in.

 

 

Een pluim voor de organisatoren!  Dat vind ik nu eens prima geregeld, want stel dat je het parcours nog moest zoeken, dat zou serieus tegenvallen, neen?

 

 

 

En er zijn bochten, soms naar links, dan weer naar rechts.  En omgekeerd.

 

 

 

En je hebt tunnels op de Avenue Louise.

 

  

Drie stuks.

 

  

De eerste, de tweede en ten slotte de vierde.

 

  

En dan zijn er ook wel wat beklimmingen en afdalingen (vreemd genoeg zijn er drie keer zoveel beklimmingen als afdalingen, terwijl sommige afdalingen dan weer goed gecamoufleerde beklimmingen zijn).

 

 

 

En dan is er nog, tadaaaaaaaaaa.........     de Tervurenlaan.  

 

 

Ik zou hier een onwaarschijnlijke boom kunnen opzetten over de Tervurenlaan.  De mythische berg die dodelijker is dan de Killer Mountain, de K2, en verraderlijker dan de Noordwand van de Eiger.

 

 

De Tervurenlaan is.....

 

 

(de stem breekt)....

 

 

De Tervurenlaan is...

 

 

 

(tranen rollen over het gelaat van uw verslaggever, terwijl zijn psychiater hem troostend over het vermoeide hoofd aait)... 

 

 

De Tervurenlaan is... 

 

 

(barst onbedaarlijk in snikken uit, waarop een in het wit geklede man de kamer binnenstormt, een dwangbuis in de aanslag en morfine, en nog meer morfine, en nog...)....

 

 

Tervuren.png

 

 

 

Neen, help mij,

 

doe dat weg!!!!!!!

 

 

Wenst u toch informatie over het parcours, dan verwijs ik u graag naar een uitputtende beschrijving, geschreven door de nuttige idioot (i.e. mezelf): klik hier.

 

Of bestudeer deze mooie kindertekening:

 

 

Naamloos.png

 

 

*****

 

 

 

"Mark, Gij epische roerganger, kan je verloren lopen tijdens de 20 Km door Brussel."

 

 

Normaal niet (hoewel ik mensen ken die er lomp genoeg voor zijn).  

 

 

Nu ja, technisch gesproken kan het als je eerst of overdreven laatst hangt.

 

 

Maar om tussen 37 500 mensen verloren te lopen is toch een speciaal talent vereist; als we mekaar allemaal een hand geven, dan kunnen we namelijk een menselijke ketting vormen die 3 keer het parcours omspant (en dan nog eens tot aan de Avenue Louise).

 

 

Neen, ik zou me geen zorgen maken over verloren lopen.

 

 

 

Ik zou me, in uw geval, meer zorgen maken over de kans dat je vertrappeld zal worden.

 

 

Ja, nu ik er nog eens over peins: je zal vertrappeld worden, want je bent te traag.

 

 

Als je al niet verdwijnt onderweg.....

 

 

......want ter hoogte van het Koninklijk Paleis heb je de verschrikkelijke verdwijngaten in het wegdek....

 

 

4040958742.jpg

 

 

*****

 

 

"Mark, Gij grote woeste huurling van het looplegioen, zijn de weergoden een belangrijke factor om een goede prestatie neer te zetten tijdens de 20 Km door Brussel?"

 

 

Ja.

 

En om er zeker van te zijn dat we zondag perfect loopweer krijgen, heb ik weerman Frank Deboosere eventjes aan de arm getrokken (iets te hard, zo bleek achteraf).

 

Weer.png

 

 

*****

 

 

 

En dan beginnen ze over details te emmeren, zoals:

 

 

"Mark, Gij die de ultieme perfectie belichaamt in ziel en geest: Wat mag ik eten voor en tijdens de 20 Km door Brussel?"

 

 

Niets.  

 

 

Denkt u nu werkelijk aan niets anders dan eten?

 

 

Wij, Spartaanse bloedhonden van het asfalt, vinden eten zwaar overroepen.  

 

 

We zijn in Brussel om er te lopen, eten doen we op andere momenten.  

 

 

Een groot loper, annex wijsgeer (nu ik er nog eens over nadenk: ik dacht dat ik het zelf was) heeft ooit eens gezegd:

 

 

Lopen doe je op wilskracht en onthechting.

 

 

Een nog groter loper (nu ik er nog eens over nadenk: ik dacht dat ik het zelf was) heeft ooit eens gezegd:

 

 

 

Als loper heb je genoeg aan de vier elementen: zand, lucht, water en vuur:

 

    • zand om op te lopen, 

 

    • lucht voor je longen, 

 

    • water om te drinken,

 

    • en vuur (voor de barbecue achteraf aan te steken, of de Groene Michel zonder filter - voor de rokers onder ons).

 

 

Maar als er dan toch moet gegeten worden voor de wedstrijd, dan liefst niet bloemkool met gekookte patatten in de kaassaus of stoofvlees met spek en spruiten.  

 

Eet je zoiets, dan is er een redelijke kans dat je die maaltijd nog een tweede keer zal zien, ik gok ergens in het Terkamerenbos, in drie gulpen, die vrolijk uiteen spatten op je loopschoenen (Brooks, mag ik hopen). 

 

 

Goed, wat dan wel ?

 

 

's Morgens een bord dampende pasta, niet volkoren, maar witte, niet té al dente.  Saus is van ondergeschikt belang.

 

 

Je maag moet het verwerkt krijgen, want eens je aan het hardlopen bent, verteer je nauwelijks nog iets (je lichaam heeft op dat moment wel andere zaken aan het hoofd/lijf).

 

 

Tijdens de wedstrijd blijf je overal met je poten af, qua eten.  Een tabletje druivensuiker valt desnoods nog te overwegen, maar denk nu niet dat je met die 2 gram suiker plots de wederopstanding uit het lopersgraf kunt bewerkstelligen, tenzij u rechtstreeks bloedverwant bent van Dhr.  J. Van Nazareth, dan misschien weer wel.

 

 

 

start.jpg

 

 

***** 

 

 

 

"Mark, Gij die menig liederlijk bacchanaal hebt aangericht: Wat mag ik drinken voor en tijdens de 20 Km door Brussel?"

 

 

Tijdens?  Water, zo plat als maar kan zijn.

 

 

Sla er desnoods op.

 

 

En begin vooral niet te experimenteren met sportdranken en gelletjes, zonder dat je dat eerst uitvoerig op training hebt uitgetest, want dat kan als een boemerang op je maag en darmen slaan; alsof je 's nachts 7 Duvels hebt gemarineerd in een broodje Kebab van bij de Pakistaanse geldwitwasserij...

 

 

U hoeft ten andere niets mee te brengen voor onderweg qua drank. Er zijn drankposten genoeg en per drankpost staat er genoeg Spa blauw om het stuwmeer van Bütgenbach mee te vullen.  

 

 

Trouwens, tussen haakjes, die lopers met zo'n gordeltje met van die onnozele drinkbusjes in....  ...hoe mottig is dat?

 

 

Wie zijn ze?

 

Wat drijft hen?

 

 

 

 

Nog een advies voor de alcoholici onder ons.  Daags voor de 20 Km door Brussel is het aangewezen om het alcoholverbruik enigszins te milderen.  

 

 

Bent u gewend om 14 Duvels binnen te kieperen, dan is 7 de bovengrens.

 

 

Want anders kan je meemaken wat een vriend van mij een paar edities geleden meemaakte .  

 

 

Daags voor de 20 Km naar een huwelijksfeest geweest.  

 

Nog net op tijd thuis gekomen om de bus naar Brussel te halen.  

 

Héél de rit naar Brussel groen van ellende gezien.

 

Tijdens de wedstrijd 4 keer de weg moeten vragen (de weg naar een toilet, want verloren lopen kan niet, let u eigenlijk wel op ? ), en uiteindelijk nauwelijks 10 minuten sneller dan uw dienaar.

 

Godver.

 

 

178979_4036959372505_1537368275_33417239_2120025710_n.jpg

 

 

*****

 

 

"Mark, Gij die  schoonheid en intelligentie weet te combineren met een looptempo van 15 km per uur, wat als je naar het toilet moet voor of tijdens de 20 Km door Brussel?"

 

 

Oei, dit is een complexe vraag.  Voor, tijdens, twee mogelijke bezigheden op toilet en dan nog eens onderverdeeld per geslacht.

 

 

Ik heb er meteen maar een tabel van gemaakt, ik stel voor dat u die uitprint en meeneemt, zodat u, ingeval u pipi en/of kaka moet doen, doodeenvoudig de tabel kan raadplegen en kan opzoeken wat u te doen staat.

 

 

 

Heren pipi

Heren Kaka

Dames pipi

Dames Kaka

Voor de wedstrijd

Boom Jubelpark

Toilet startzone

Toilet startzone

Toilet startzone

Tijdens wedstrijd

Gevels Brussel

Terkamerenbos

Achter Ford Focus

Terkamerenbos

 

 

Enige verduidelijking toch: er staat hier wel Achter Ford Focus (Dames pipi - tijdens wedstrijd), maar dat mag ook een Mitsubishi Colt zijn, of een Volkswagen Golf.

 

 

Wat de toiletten in de startzone betreft, toch even deze bedenking.

 

 

Naar het schijnt zijn de toiletten dit jaar gratis.  

 

 

En als er 118 nationaliteiten aan de start staan, dan moeten er helaas ook Hollanders bij zijn.  En Hollanders en gratis, tja dat wordt dus extra aanschuiven.

 

 

Een gouden raad van tante Kaat: kies bij het aanschuiven aan de toiletten voor de rij waar het minst aantal heren staan aan te schuiven; vrouwen schuiven aan voor zowel pipi als kaka, heren die staan aan te schuiven moeten allemaal kakken, en dat duurt langer. 

 

DSC04844.jpg

Foto: de rij voor de toiletten kan érg lang zijn.

 

 

 

*****

 

 

 

"Mark, Gij die menig vieze blessure hebt overgehouden aan de beoefening van de Kama Sutra: Seks voor de wedstrijd, mag dat?"

 

 

Neen, vunzigaards, denken jullie nu echt aan niets anders?

 

 

Van Roger De Vlaeminck, de grote filosoof-wielrenner uit Eeklo, kennen we volgende gevleugelde uitspraak:

 

 

 

"Ge haalt er de poepers allemaal uit."

 

 

 

Waarmee de Roger simpelweg bedoelde: Je merkt het aan de prestatiecurve wanneer een wielrenner meer op zijn vrouw zit dan op zijn fiets.

 

 

 

Samengevat: Seks vreet energie.  Energie die je tekort gaat komen op de Tervurenlaan...  

 

 

De enige juiste conclusie moet zijn: Braafjes naast mekaar in bed, handen boven de lakens.

 

 

Om een goede prestatie te kunnen neerzetten tijdens de 20 door Brussel geldt volgende ijzeren wet:  geen seks 6 maanden voor én 6 maanden na de wedstrijd...

 

 

 

Nu ja, het is al een hele tijd geleden, dus kan ik het misschien nu wel opbiechten.

 

 

 

 

Enkele jaren geleden was een buurman van mij, Kris, sneller dan uw dienaar op de 20 Km door Brussel.  

 

 

Dat is wraakroepend.  

 

Dat mocht me geen tweede keer overkomen.

 

 

Vermits hij maar een tikje sneller was, dacht ik een geheim wapen in te zetten.

 

 

Daags voor de 20 Km door Brussel heb ik een geweldig mooie mand laten bezorgen aan de vrouw van Kris (met kaartje: Vanwege Winkelcentrum Hoogstraten), met daarin:

 

  • twee flessen champagne, 

 

  • enkele rozen,

 

  • parfum, 
 
  • een eetbaar slipje (aardbeismaak),

 

  • een DVD-tje van An Officer and a Gentleman

 

  • pralines,...

 

 

Kris zat 's anderendaags als een platgereden mus te suffen op de bus naar Brussel, pijnlijke rug, lege benen en met enorme wallen onder de ogen als gevolg van het slaapgebrek, wat dan weer het gevolg was van een nacht vol vurige, dierlijke passie.

 

 

Enfin, om een lang verhaal kort te maken, 6 minuten aan zijn broek gesmeerd.

 

 

20kmBEN_3387.jpg

 

 

*****

 

 

 "Mark, Gij grote leider, heraut van het Jubelpark, zijn er uitvluchten om niet aan de start te verschijnen van de 20 Km door Brussel?"

 

 

Neen, uitzondering gemaakt voor een schedelbasisfractuur in combinatie met een open beenbreuk. 

 

 

 

Al de rest is je reinste aanstellerij.

 

 

 

En kom vooral niet aanzetten met melige excuses zoals: "Mijn vrouw moet bevallen die dag."

 

 

 

Daar blijf   ik  in elk geval niet voor thuis. 

 

 

Bevallen kan ze namelijk zélf. 

 

 

En het geslacht, gewicht, lengte en naam van de worp kan altijd nog via een SMS doorgegeven worden. 

 

 

Ik beantwoord die SMS wel na de wedstrijd, dan kan ik meteen mijn gelopen tijd doorgeven...

 

 

 

Je moet het zo bekijken: bevallen kan ze, technisch gesproken, ongeveer 2 keer per jaar,  terwijl ik maar 1 keer per jaar de 20 Km door Brussel kan lopen; wie is dan uiteindelijk de egoïst?

 

 

 

Neen, er zijn geen valabele redenen om forfait te geven. 

 

 

 

20km57.jpg.h380.jpg.568.jpg

  

 

*****

 

 

"Mark, Gij mooie, edoch kalende oppergod, hoe deel ik mijn wedstrijd in wanneer ik de 20 Km door Brussel loop?"

 

 

Niet.

 

 

Indelen is voor coiffeurs en janetten.

 

 

Je start, loopt als een losgeslagen gek door een paar tunnels, dan als een bezetene bergop in het Terkamerenbos, vervolgens als een dolleman bergaf de Terhulpensesteenweg, daarna als een gestoorde idioot zo hard als je kan de Vorstlaan tot aan de voet van de Tervurenlaan.  Dan is het tijd om een tandje bij te steken en de klim als een dolgedraaide halfgare op te stormen, waarna je nog een pittig sprintje trekt tot aan de finish.  

 

 

Meer is dat niet.  Simple comme bonjour.

 

 

Als je moet indelen, wil dat in feite zeggen dat je niet goed genoeg getraind hebt.

 

  

Loop de wedstrijd volgens mijn richtlijnen, en dan finish je als volgt (en zo hoort het):

 

2541014824.JPG

 

 

*****

 

 

"Mark, Gij alwetende en toch zo bescheiden loopgod, zijn er nog details waar ik op moet letten om succesvol aan de start te komen van de 20 Km door Brussel?"

 

 

 

Uw vraagstelling is grandioos fout: in de aanloop naar de 20 Km door Brussel   ZIJN ER GEEN DETAILS.

 

 

Gelukkig maar, want naar het schijnt zit de duivel in de details.

 

 

Goed, stel dat u een afgetrainde, pezige windhond bent, gestaalde spieren, blakend van het zelfvertrouwen, met een rusthartslag om schrik van te krijgen.   

 

  

 

Is dat garantie op succes?

 

 

 

Neen, gij naïeveling!

 

 

 

 

De moeilijkste opdracht ligt niet in de wedstrijd zélf, laat staan in de trainingsarbeid, maar situeert zich in de laatste weken vóór de wedstrijd. 

 

 

De wedstrijd is, vergeleken met de laatste 2 weken voor de wedstrijd, een lachertje, een niemendalletje, een stukje cake.

 

 

Enkele vuistregels die u daarbij in acht moet nemen: 

 

 

 

Blijf van de grasmachine af! 

 

 

Het spreekt voor zich dat u de laatste 2 weken, maak er voor mijn part gerust 8 weken van, niets meer doet in en om het huis (en bij uitbreiding op uw werk).

 

 

Geen trapladdertjes meer beklimmen en blijf vooral met uw onhandige fikken van alle machines af, uitzondering gemaakt voor de Senseo, uw laptop en de afstandbediening van de televisie.  

 

 

Te mijden als de pest zijn: de grasmachine, de boormachine, de vlakschuurmachine, de verticuteermachine, de kantenmaaier, de bladblazer, de hakselaar en de stofzuiger.  

 

 

Voor de gehuwden onder ons:  in geval van nood kan uw vrouw/vriendin al die machines bedienen (daarvoor werden uiteindelijk toch de handleiding én de hospitalisatieverzekering uitgevonden, dacht ik zo). 

 

 

 

rodekruis.jpg

 

 

 

Mijd kinderen met een snotneus!

 

 

 

Dit is misschien wel de grootste uitdaging: gezond blijven tot op de ultieme dag, 26 mei 2013!

 

 

 

Het is van het allergrootste belang dat u de focus behoudt !

    

 

 

Neem in deze eens een voorbeeld aan mij.  Ik kan trouwens zo meteen geen beter voorbeeld vinden.

 

 

 

U moet weten dat ik in de loop der jaren een ware (r)evolutie heb doorgemaakt.  Volgens mijn vrouw toch.  Was ik vroeger een verschrikkelijke losbol, dan ben ik nu min of meer een obsessieve controlefreak geworden.

 

 

Tijdens mijn jonge jaren stond ik 's nachts na tweeën in de kroeg met een ferm stuk in de kraag bovenop het biljart te roepen (terwijl ik mijn hemd dramatisch aan flarden trok):

 

 

 

IK PAK JULLIE ALLEMAAL!!!

 

 

 

Toegegeven, ik pakte niemand, het enige wat ik er trouwens aan overhield was een dreunende kater en een fikse verkoudheid, maar het gaat hem hier puur even om het beeld...

 

 

Nu de jaren van verstand er bijna aankomen, lig ik rond half elf te snurken in de zetel onder een fleecedekentje en loop ik achter de vitamine C vanaf het moment een huisgenoot aankondigt dat ie een kriebelhoestje heeft.

 

 

Want ziek worden, beste lezer, dat kan de loper zich niet permitteren in de opbouw naar de Heilige Graal van het afstandslopen: de 20 Km door Brussel.

 

 

Zie ik een kind met een glinsterend slijmspoor onder de neus, Satan met andere woorden, dan gooi ik er van ver een dweil naar toe en maak ik mij spoorslags en gillend uit de voeten. 

 

 

Bacillen, virussen, infecties, bacteriën, neen, bedankt.

 

 

 

Stel dat mijn vrouw een week voor de 20 Km ziek wordt.

 

 

Dat is een ramp.

 

 

Niet zo zeer voor haar, zij mag ziek worden zoveel zij maar wil, maar voor mij!  Een zieke vrouw moet ogenblikkelijk in quarantaine, ik vertrouw dat voor geen haar.  Ze wordt verbannen uit het echtelijk bed, moet beneden op de zetel slapen, want ik heb mijn rust broodnodig!

 

 

Ik raak nooit deurklinken aan (ik open deuren enkel met mijn elleboog), druk nergens op knopjes van liften of deurbellen, weiger handen te schudden (u wil niet weten waar die handen overal gezeten hebben), kus geen wildvreemde vrouwen, kom niet aan het handvat van winkelkarretjes, was de handen voor, tijdens én na het plassen. Volgens mijn vrouw is het een mirakel dat wij nog seks hebben...

 

 

 

U kan proberen mij uit te nodigen voor feestjes allerhande.  Ik kom niet. 

 

 

Waar grote groepen mensen samenkomen, dansen de virussen de Macarena op tafel:

 

 

 

Waar is da feestje?  

 

Daar dus.

 

 

 

Ik ben tussen haakjes op zoek naar van die mondmaskers (in de stijl van Michael Jackson), want het kan tegenwoordig zo ongenadig druk zijn in de supermarkt....

 

 

 

Een schotelvod aanraken?  

 

 

Bist du ganz verrückt? 

 

 

 

Al eens een schotelvod bekeken onder een elektronenmicroscoop?  Dat is één grote, vieze gore troep parende bacteriën. 

 

 

Wil je tyfus, varkenspest, vogelgriep, buikloop, pest, dolle koeienziekte, scheurbuik, tuberculose, Spaanse griep, cholera, pokken of builenpest? 

 

 

 

Eén goeie raad: eet een schotelvod op.

 

 

Trouwens, de week voor de 20 door Brussel weiger ik pertinent voedsel aan te raken dat door derden is gemaakt en/of aangeraakt.  Elk product wordt minutieus op houdbaarheidsdatum gescreend.  Niets, maar dan ook niets,  laat ik aan het toeval over.  

 

 

U doet maar wat u wil, u geniet maar volop van mekaars lichaamssappen, doe vooral wat u niet laten kan, maar u moet niet komen zagen dat u spuitende schijterij hebt op 26 mei 2013, rond 9u 's ochtends.

 

 

 

Ik heb u gewaarschuwd.

 

 

 

Naamloos.png

Getver, blijf daar af!!!! 

 

 

 

_____________________________________________

 

Zo, dames, heren, vrienden, lopers, Romeinen, amici, ik denk dat we ongeveer alles naar best vermogen hebben behandeld.

 

 

Afspraak zondagochtend 26 mei, Jubelpark te Brussel, Box 1.  

 

 

Uw dienaar draagt borstnummer 264.

 

 

Ik wens u allen een perfecte race.

 

 

Behouden vaart !

 

 

Godspeed ! 

15:43 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

09-05-13

Rund um den See

Rund um den See

 

 

Zaterdag 4 mei 2013

 

 

Hoogstraten Centrum.

 

 

Ik zit het stuur van mijn wagen op te vreten.  

 

 

Het is 11u25 en ik sta aan een kruispunt aan te schuiven achter pakweg 46 autootjes, drie tractoren, een lijnbus en een vrachtwagen of drie.  En ze moeten bijna allemaal linksaf beide (érg drukke) rijvakken kruisen.

 

 

 De Stille Kempen, mijn kloten!  

 

 

Werkelijk iedereen rijdt hier met de auto.  

 

 

De naft is bijlange nog niet duur genoeg!

 

 

En dat poolijs maar smelten, en die ijsberen maar een rokershoestje krijgen, niemand die er zich ook maar een zak van aan trekt....

 

 

 

Ik kijk voor de 64ste keer op mijn polshorloge, want om 11u45 moet ik mijn loopkompaan Frank oppikken, want vandaag rijden we naar...

 

 

 

Rij nu godvermiljaar door,

 

boerenlul!

 

 

 

 

want vandaag rijden we naar Bütgenbach, om....

 

 

 

En als die Johnny achter mij

 

nog één keer claxonneert,

 

dan zet ik mijn wagen

 

in achteruit en ram ik mijn

 

trekhaak in zijn

 

belachelijke spoiler,

 

ik zweer het u...

 

 

 

om er de halve marathon te lopen, de 6de wedstrijd in het kader van de Challenge Delhalle.  

 

De Delhalle omvat 11 wedstrijden; per wedstrijd krijg je punten en je 5 beste resultaten tellen mee (loop je meer dan 5 wedstrijden, dan sprokkel je voor die extra gelopen wedstrijden ook nog wat punten - zijnde het aantal kilometers maal 2).

 

Van de 5 vorige wedstrijden heb ik er al drie laten schieten (Erpent en Bousval wegens blessurelast, en Evrehailles wegens 33,3 kilometer trail en dat is me van het goede nét iets teveel).

 

Ik liep in Châtelineau (19de - 763 punten) en Wibrin (28ste - 707 punten); de behaalde positie slaat op mijn leeftijdscategorie: Veteranen 2, welteverstaan.

 

 

Maar enfin, huisvrouwen, oorlogsveteranen, idioten met een GSM aan het oor gedrukt, gepensioneerden met cataract, werkelijk alles denkt achter het stuur van een auto te moeten kruipen.  

 

 

Democratie, ik heb daar toch dik mijn twijfels over.

 

 

Mondjesmaat schuif ik richting kruispunt. Nog een auto of drie.  Tot overmaat van ramp is de eerste in de rij aanschuivende wagens een autootje met, God sta ons bij, blauwe sticker en witte L.  Na wat een eeuwigheid lijkt, krijgt de juffrouw ruim baan om door te rijden.  

 

Met een schokje valt het wagentje stil.  

 

 

Ik kan me niet meer inhouden en schiet keihard in de lach.  

 

 

Het is nu officieel.

 

Ik ga te laat komen.

 

 

Na nog wat enerverende minuten, is het eindelijk mijn beurt om in te voegen in het zaterdagse verkeer.  Assertief de neus het verkeer in drukken en hopla, we zijn weg.  Even nog een dikke dieselrookpluim creëren als presentje voor de achterliggende Johnny en we zijn weg....

 

 

*****

 

 

Frank staat al op de oprit klaar.  IJsberend is de correcte term, dacht ik.

 

 

Wanneer ik stop, merk ik dat hij bezorgd op zijn horloge kijkt.  Het is inmiddels ook al 11u47.  Bütgenbach is een ferm eind weg, en we moeten onderweg nog volk oppikken.

 

 

We besluiten over secundaire sluipwegen richting Merksplas te razen, om zo het zaterdagse shoppingverkeer te ontlopen.

 

 

*****

 

12u en enkele minuten.  Merksplas.  We pikken Lu en Viv op.  De boot is vol.

 

 

Tergend langzaam richting Turnhout en Geel.

 

 

En dan voluit jagen op autowegen, op weg naar de Oostkantons, dat stukje Duitsland dat we na de Eerste Wereldbrand cadeau gekregen hebben ter compensatie voor geleden smarten.  

 

 

En meteen kregen we een derde landstaal in de maag gesplitst, met naamvallen en umlauten en meer uitzonderingen dan regels....

 

 Der, die, das...

 

 

*****

 

 

De wedstrijd start om 15u.  

 

 

Het is volgens de GPS en Google Maps 2u en 11 minuten rijden.

 

 

Zonder vertraging zijn we er dus rond kwart na twee.  

 

 

Ik moet me nog inschrijven, we moeten ons allemaal nog omkleden, tassen in bewaring geven, T-shirts ophalen en nog opwarmen, dus veel tijd hebben we niet te verliezen.  

 

En voor de gemoedsrust zou ik toch ook nog graag een toilet opzoeken....  ... kwestie van eventueel nog wat ballast kwijt te geraken en/of wat olifantgeluiden droog/nat  (schrappen wat niet past) te produceren....

 

 

De GPS hoeft niet op, Frank en Viv kennen de weg als hun broekzak, en dankzij wat overdreven snelheid wordt het opgelopen tijdverlies bij wegenwerken telkens weer goed gemaakt.  

 

 

"Een overtreding is pas een overtreding wanneer ze door bevoegd personeel en geijkt materiaal werd vastgesteld", heeft ooit een wijs man gezegd.

 

 

De zon is van de partij, het belooft een erg mooie dag te worden.  We vrezen dat de eerste voorjaarswarmte ons wel eens parten zal kunnen spelen tijdens de lange tocht vandaag.

 

 

*****

 

 

Bütgenbach.

 

 

Rund um den See.  

 

 

De wedstrijd maakt een grillige lus rond het stuwmeer van Bütgenbach.

 

 

halbmarathon_strecke_05.jpg

 

 

Ik heb er geen goed oog in.

 

 

De vorige twee wedstrijden van de Challenge Delhalle waren niet bijster goed.  

 

 

Ok, niet onaardig gelopen, maar ik had er me totaal iets anders van voorgesteld.  

 

 

Ik had gehoopt genietend te kunnen rondlopen in een fabelachtig mooi kader, maar het enige wat Châtelineau en Wibrin me brachten was: modder, schuifpartijen, sneeuw, vrieskou, ijzingwekkende afdalingen vol obstakels en boomwortels, een geblokkeerde rug, een scheef bekken en een licht ontstoken pees in de linkervoet.  

 

 

Ik (en bij uitbreiding mijn kiné) twijfelde zelfs of het nog wel verantwoord was om mezelf nog meer van dit soort martelgangen op te leggen.

 

 

Maar goed, de goesting was weer maar eens groter dan het verstand, dus vooruit met de geit.

 

halbmarathon_09.jpg

 

Aanschouw de hoogtemeters.  Het lijkt relatief vlak.  Sleutelwoord: relatief.  Want moest men de hoogtemeters eens wat beter ingedeeld hebben (bijvoorbeeld per 10 meter in de linkerkolom - wat heb je aan de schaal boven 650 meter), dan zouden de hoogteverschillen véél  beter toch hun recht komen...

 

 

   

*****

 

 

Geparkeerd.  Het is 13 minuten na twee.  

 

We begeven ons naar de sporthal van Bütgenbach, om er de nodige administratieve verplichtingen af te handelen.

 

 

2013-05-04_14.24.29.jpg

 

Snel ingeschreven, omkleden, T-shirt ophalen, het loopt allemaal redelijk vlotjes, waardoor er nog tijd is voor een sanitaire stop.  

 

 

De olifantgeluiden!

 

Droog!

 

 

We warmen ons op door een stukje van de start/aankomst te verkennen.  

 

 

We lopen er Rudy S., bevriend loper van Loenhout, tegen het lijf (Rudy klopte me te Wibrin - wraak, dat wil ik!).

 

 

Frank waarschuwt me dat de zone na de stuwdam, rond km 20, nog relatief zwaar is.  En dat het zaak is nog wat energie te sparen voor de laatste kilometer.

 

 

Het plan van de dag: niet te snel starten, goed indelen en proberen zo lang mogelijk bij Frank T. te blijven.  Frank heeft behoorlijk wat ervaring met Ardennenloopjes, smeerde me minuten aan de broek in Châtelineau en zit in prima conditie na de marathon van Parijs.  Als ik Frank zou kunnen volgen, wat ik wreed betwijfel, dan zou het al prima zijn.

 

Het zal vooral zaak zijn het temperament te temperen de eerste kilometers....

 

 

*****

 

 

 

De gladiatoren van de weg verzamelen in de startzone.  De zenuwen gieren inmiddels door de keel.  21 km en 100 meter geaccidenteerd parcours liggen op ons te wachten.

 

2013-05-04_14.57.58.jpg

 

We wensen mekaar het allerbeste.  En dan is het wachten op de start, de vinger zenuwachtig friemelend aan de startknop van de chrono.

 

2013-05-04_15.00.57.jpg

 

We zijn weg.

 

2013-05-04_15.01.06.jpg

 

Bergaf.  Het loopt soepel, maar omwille van de drukte is het moeilijk om tempo te ontwikkelen.  Een paar meter voor mij loopt Frank.

 

 

Ik loop tot bij hem en passeer hem tijdens een kleine knik bergop.  We wisselen enkele zinnen.

 

 

De eerste kilometers kronkelen over asfaltwegen. 

 

5f8b321ea6.jpg

 

Uw dienaar hier vooraan, Frank op enkele meters (helemaal rechts op de foto).

 

a8215e1db9.jpg

Frank.

17495602ab.jpg

Rudy (links).

e1c60a5d4a.jpg

Lu.

 

 

Ik loop gecontroleerd de eerste kilometer in 4m 21s.  De ademhaling verloopt nog zeer rustig.  Kilometer 2 is er wel wat fors klimwerk, maar omdat ik nog heel fris zit, loop ik die ook in 4m 21 s.  Ik moet me wel constant voor ogen houden dat ik niet mag versnellen; er is straks nog tijd genoeg om de kaarten op tafel te gooien.  Beter de eerste kilometers kalm aan doen, nadien zien we wel.

 

De derde kilometer is bergaf, zonder te forceren loop ik die netjes onder de 4 minuten.  Het loopt gesmeerd en ik heb niet eens het gevoel dat ik zwaar moet investeren om dit tempo te ontwikkelen.

 

We draaien het bos in.  En meteen is het fiks klimmen op geaccidenteerde ondergrond.  Ik laat bewust een gaatje vallen ten opzichte van de loper voor mij, zodat ik de hindernissen goed kan inschatten en mijn eigen spoor kan kiezen.  Overal witgekalkte boomwortels, het is zaak héél attent te lopen om struikelpertes en verzwikkingen te vermijden.  

 

 

De klimpartij resulteert in een tragere vierde kilometer (5m 17s). 

 

 

Een tiental meter voor mij loopt een jongedame, volgens haar gepersonaliseerde compressiekousen een zekere Fabi (achteraf blijkt het om de 39-jarige Fabienne Leroy te gaan).  

 

 

Ze houdt er een prima tempo op na en heeft een aangenaam deinende bilpartij, waar ik, uw hoogstpersoonlijke male chauvinist pig, enkel met goedkeurend geknor op kan reageren.

 

 

Ik besluit om wat energie te investeren en naar haar toe te lopen.

 

 

Bergaf blijkt ze een stuk sneller dan ik, maar op vlakke of klimmende ondergrond, loop ik op haar in.  Ik haal Fabi bij en pik mijn wagonnetje aan.

 

 

De kilometers volgen mekaar redelijk snel op.  Dat is een teken dat alles nog verloopt naar plan.   

 

 

Kilometer 5 op 4m 23, na in totaal 22m 23 seconden.  En ik voel me kiplekker.  

 

 

Het is weliswaar warm, maar het deert me niet, want de wind brengt, naast vertraging, toch ook nog wat verkoeling.

 

 

Ik ben inmiddels Fabi voorbij gegaan en zet haar uit de wind.  Af en toe blik ik om, om te kijken of ze volgt.  Wanneer ze een gaatje laat, vertraag ik lichtjes, zodat ze mee kan schuiven.  Ik luister naar haar ademhaling om in te schatten hoe ze het stelt.  

 

 

Ik heb er schik in dat het zo lekker loopt, en het vertrouwen in het lichaam en een goede afloop groeit.

 

 

De volgende kilometers is het afwisselend klimmen en dalen.  Nooit erg steil, nooit erg gevaarlijk.  De ondergrond is perfect beloopbaar, waardoor ik me helemaal op mijn gemak voel.   Héél anders dan in vorige wedstrijden, waar ik verkrampt liep.

 

Je krijgt zelfs bij momenten ruim de gelegenheid om rond te kijken naar de overweldigende natuurpracht.  De schoonheid van het decor is letterlijk adembenemend, soms krijgen we vanop de hoge bergwand een mooi beeld van het in het zonlicht glinsterende Meer van Bütgenbach, een ander moment word ik plots overvallen door frisse geuren van wilde bloemen.  God, wat is dit een mooie omgeving...

 

 

*****

 

 

De samenwerking met Fabi verloopt voorbeeldig.  Kilometers lang lopen we in mekaars gezelschap.  Het tempo is gelijkmatig: km 6: 4m 31s, km 7: 4m 11s, km 8: 4m 22s.  Telkens het bergaf gaat komt Fabi me voorbij, de rest van de tijd loop ik voor haar.

 

We remonteren inmiddels geregeld te snel gestarte lopers.

 

2013-05-04_15.32.47.jpg

 

Rond kilometer 9 begint de eerst zware klim van de dag.  Op asfalt, maar wel behoorlijk zwaar klimmen.  Je ziet het lint lopers voor je uit lopen, in zigzag de bergwand op.  

 

 

Een redelijk angstaanjagend vooruitzicht.  

 

 

Ik moet heel wat energie investeren in deze klim.  Nu is het niet meer op reserve, maar vol aan de bak.  Het zweet loopt in beken van mij af, maar ik wil hier niet verzwakken.  Bovenaan krijg je een goed overzicht over de ganse klim.  Ik speur naar bevriende lopers, ik ben vooral op zoek naar Frank, maar ik kan hem niet meteen zien (hij had me van beneden wél gezien).

 

En voor het eerst merk ik ook dat Fabi niet meer moet lossen bergop.  Dat is een teken aan de wand.  De in totaal 2 kilometer lange klimzone (4m 41s en 4m 45s) hakt er erg zwaar in.  Bovenaan gekomen is het meteen weer fors bergaf over een gevaarlijke veldweg. Fabi stort zich, als vanouds, als een rotsblok de wand af, maar ik moet toch even op mijn à propos komen en wil op deze weg geen onnodige risico's nemen.

 

2013-05-04_15.40.02.jpg

 

Fabi loopt van me weg.  Kilometer 10 bereik ik na 4m 45s en na 44m 55s wedstrijd (nauwelijks 9 seconden verval t.o.v. de eerste 5 kilometers).

 

Ik word ingehaald door een loper, ik pik aan en met hem loop ik terug in op Fabi.

 

Deze kat heeft 9 levens!

 

Al bij al zit ik nog relatief fris.  Ik voel dat de benen nog heel wat in huis hebben en dat de machinerie op bedrijfstemperatuur is, met nog een dikke halve tank energie aan boord.  

 

Toch slaag ik er niet meer in om de volgende kilometers wat te versnellen; km 11: 4m 33s en km 12: 4m 29.

 

We komen in de buurt van het dorpje Wirtzfeld.  En daar krijgen we een tweede zware klauterpartij voorgeschoteld.

 

Twee alweer slopende kilometers breken me érg zuur op: 4m 45s en 5 m 23s.  Ik voel me simpelweg leeglopen op deze twee kilometer.  

 

 

Hoe het gevoel op een paar honderden meters helemaal kan omslaan....

 

 

De vijftiende kilometer loopt snoeihard naar beneden, maar ik kan niet meer snoeihard naar beneden: 4m 23s.  1u 8m 32s na 15 km (ongeveer gelijk aan mijn tijd op de Antwerp 10 miles, flitst nog even door mijn hoofd).    De laatste 5 kilometer hebben me toch een minuutje méér gekost dan de twee vorige.  Fabi heeft weer een paar tientallen meters voorsprong genomen.  

 

 

Ik vrees dat de kloof nu definitief is en dat ik haar niet meer zal zien.

 

 

We lopen over houten loopbruggen doorheen moerassig gebied.  De houten bruggen veren lichtjes mee onder het geweld van de loopschoenen.

 

 

Wonderlijk mooie passage.

 

 

We passeren wandelaars die ons in diverse landstalen aanmoedigen (of zich vragen stellen bij de opdracht die wij ons stellen).  

 

 

Plots schiet het me te binnen dat ik een paar tabletjes duivensuiker op zak heb.  Ik frul er eentje uit het piepkleine zakje in mijn shirt, pruts het plastic er af (berg het plastic op zodat het zeker in de wasmachine zal geraken) en knabbel de tabletjes op (niet gemakkelijk al hijgend en met een droge bek).

 

 

Ik maak mezelf wijs dat ik nu terug genoeg energie heb en probeer alsnog wat extra tempo te maken.

 

 

 

*****

 

 

 De laatste kilometers van de dag breken aan.  

 

 

We bevinden ons in de bossen, op de mooie, glooiende wandelpaden vlak naast het Meer van Bütgenbach.  Ik merk dat ik terug inloop op Fabi (km 16: 4m 40s, km 17: 4m 55s).

 

 

Ik sluit terug aan.  Maar het heeft moeite gekost.  

 

 

De vermoeidheid begint inmiddels door te wegen.  De opeenvolging van korte nijdige knikjes op bosgrond, het aanhoudende draaien en keren tussen bomen, de steile helling bergaf met enkele bochten van 180° als dooddoeners, dit alles begint zijn tol te eisen.  

 

 

De tank is quasi leeg en de kuiten staan in brand....

 

 

De achttiende kilometer doet me finaal de das om: 5m 3s.  Fabi is weg, en de druk van remonterende achtervolgers neemt toe.  Kerels die ik voorbij gelopen heb, komen me opnieuw voorbij.

 

 

Ik ben officieel stil gevallen.

 

 

Kilometer 19 op bijna 5 minuten.  Tussen km 19 en km 20 zit er nog een serieuze knik in het parcours.  Ik knal zo hard als ik kan naar beneden, waarbij ongeveer alles aan mijn lijf scheurt, en omhoog de knik uit, voelt het aan alsof ik tegen een muur naar boven probeer te lopen.  

 

 

Ik sta zo goed als stil.  

 

 

De stuwdam over.  Nu is het echt niet ver meer; hoogstens een dikke kilometer nog.  

 

Hier had Frank voor gewaarschuwd: het lijkt alsof je vlak bij de finish bent (je hoort zelfs de omroeper), maar het is nog keihard klimmen en vervolgens nog een frustrerende lus, wegdraaiend van de finish, vervolgens nog een stukje afdaling en dan pittig bergop naar de aankomst.

 

2013-05-04_16.46.33.jpg

 

 

Ik loop op automatische piloot: de laatste kilometer en 100 meter haal ik toch nog na 4m 29s.

 

2013-05-04_16.47.11.jpg

 

Finish na 1 uur 37 minuten en 25 seconden.  Positie 75 algemeen, 13de Veteraan 2 (741 punten).

 

 

Frank: 1u 38m 43s.,  35ste Veteraan 1.

Rudy: 1u 39m 49s, 38ste Veteraan 1.

Lu: 1u 43m 55s, 28ste Veteraan 2.

Viv: 1u 55m 45s, 16de in haar leeftijdscategorie.

 

 

*****

 

 

2013-05-04_16.54.45.jpg

 

De verbroedering in de aankomstzone.  Ik wissel enkele woorden met Fabienne en feliciteer haar met haar prestatie.

 

Ik vang Frank op.  We bespreken de wedstrijd, onze ervaringen, de tactiek, de indeling, het parcours, de dag, de vorm van de dag, het gevoel, de belevenissen.

 

 

En verzorgen de innerlijke mens.

 

 

Sportdrank, Spa, alles wat nat is kap ik binnen.  

 

 

Stukjes banaan, appel, alles wat eten is kap ik binnen. 

 

 

Rudy is daar.  Lu volgt wat later.  En wanneer Viv er is, is gans de bende behouden terug thuis.

 

 

De opluchting en het gevoel van tevredenheid overheersen.

 

 

Bütgenbach is een héél mooie wedstrijd.  Mooie omloop, erg afwisselend, goed beloopbaar parcours, zwaar maar niet onoverkomelijk.  

 

 

 

 

****

 

 

We slenteren naar de sporthal.  Halen de sporttas op en zoeken de kleedkamer op.

 

 

De wedstrijdoutfit en wedstrijdschoenen worden opgeborgen. 

 

 

 

Douche!!!!

 

 

En mag ik dan nu een officiële klacht overmaken aan de mensheid, meer bepaald de afdeling sanitair?

 

 

Wie heeft die drukknoppen voor douches uitgevonden die, nadat je ze ingedrukt hebt, al na een halve milliseconde terug uitspringen waardoor je geen water meer krijgt?

 

 

Wie?

 

 

Wie????

 

 

WIE???????

 

 

 

Een mens is helemaal kapot van 21 kilometer bergop en bergaf lopen en dan ben je verplicht om 357.968 keer een stom doucheknopje in te drukken enkel en alleen nog maar om je haar gewassen te krijgen.

 

 

 

JA, IK WEET DAT IK

 

BIJNA GEEN HAAR

 

MEER HEB,

 

 

MAAR DAT DOET

 

NU EVEN NIET

 

TER ZAKE!!!

 

 

 

Serieus, de zwaarste opdracht van de dag was het eindeloos indrukken van het doucheknopje...

 

 

 

De douche is dan ook nog eens bloedheet, waardoor na het douchen het zweet  opnieuw begon te  stromen...

 

 

 

Nu ja, over douches en Duitsers zullen we maar niet teveel grappen maken, zeker ?!?

 

 

 

 ****

 

 

 

Stond ik na mijn eerste wedstrijd (Châtelineau) op plaats 82 in de ranglijst van Veteranen 2, na Wibrin op de 52ste plaats, na Evrehailles (waar ik niet deelnam) zakte ik naar plaats 60, dan heeft Bütgenbach me naar plaats 33 gebracht (2211 punten).  Vermits ik nog twee wedstrijden volop punten kan scoren om aan mijn 5 beste meetellende resultaten te komen, denk ik nog wel wat hoger geklasseerd te geraken; toch als, in volgorde van belangrijkheid, mijn lichaam, mijn kiné en God wat willen meewerken....

 

 

 

Vrienden, Romeinen, nog een drietal weken en dan wacht ons de clash in het Jubelpark....

 

20:20 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

23-04-13

De Gruunplots, de Meir, de Kaiserlai...

De Gruunplots, de Meir, de Kaiserlai...

 

 

 

Zondag 21 april 2013

 

 

Dedeng, dedeng, dedeng, dedeng,....

 

 

De wielen van de tram ratelen monotoon.  Ze zingen.

 

 

We zijn op weg naar Linkeroever, naar metrostation Frederik van Eden.  

 

 

We worden zachtjes heen en weer gewiegd, alsof de Wattman ons ritmisch in slaap wil wiegen; slaap die we vannacht toch moeilijk hebben kunnen vatten, gespannen als we waren voor de helse opdracht die ons wacht.

 

 

Vandaag staat immers de Antwerp 10 Miles op het programma.

 

 

Een afspraak die al geruime tijd met rood omcirkeld staat op onze agenda.

 

 

 

download.jpg

 

 

*****

 

 

Linkeroever.

 

 

Aan de overkant de riante skyline van Aaantwaarpe.  

 

 

De kathedraal zoekt de hemel op.  

 

 

De Schelde trekt een grijs lint.

 

 

Het belooft een aangename lentedag te worden.

 

 

 

***** 

 

 

 

 

Linkeroever.

 

 

De Stalinesk ogende kant van Antwerpen.

 

 

Flatgebouwen torenen hoog boven ons uit, een trieste lofzang op gedateerde ruimtelijke ordening en het misplaatste geloof in beton. 

 

 

Betonrot.

 

 

Linkeroever, het zenuwcentrum van de Antwerp 10 Miles.

 

 

Het bonte circus van de DVV Running Tour is hier neergestreken.

 

 

Een heus lopersdorp.  Schreeuwlelijke reclamebanners, vrolijk wapperende vlaggen, protserige luchtbogen en promostands van sponsors steken fel af tegen de bunkerbouw op Linkeroever...

 

  

We besluiten onze startnummers op te halen en ons weer als de bliksem naar het stadscentrum te haasten, zodat we de finish kunnen meebeleven van enkele bevriende mogendheden.

 

 

Raar is dat; iedereen komt ons tegemoet; we lopen tegen een niet te stelpen stroom lopers in, terug naar rechteroever.

 

 

 

*****

 

 

 

 

De Grote Markt.

 

 

De gladiatoren van de marathon druppelen binnen.  

 

 

Een bonte stoet uitgeputte mannen en vrouwen, die hun eeuwige roem verdienen op de kasseien van de Grote Markt.

 

 

Sommigen ogen nog fris, begroeten het publiek, zijn in volle euforie van hun spektakelstuk.  

 

 

Anderen hebben dan weer die doffe blik, met uitgebluste ogen van totale uitputting.  Ze slepen het krakende karkas verder, een pijnlijke grimas op het gelaat, op zoek naar verlossing... 

 

 

We kijken uit naar Katleen en Gert.  

 

 

298002_10201063638898773_452178923_n.jpg

 

 

Katleen debuteert vandaag (3u 26m), Gert loopt zijn 10de marathon (3u 58m).

 

528354_10201063638578765_884130573_n.jpg

 

We vangen Katleen en Gert op in de uitloopzone na de aankomst.

 

 

Indrukken wisselen, handen schudden.

 

 

We nemen afscheid van onze marathoniens, en gaan opnieuw op pad naar Linkeroever, deze keer te voet.

 

317343_10201063639258782_1810087587_n.jpg

 

 

Via de voetgangerstunnel lopen we vrolijk zenuwachtig kwebbelend naar de andere kant van de stroom.  Nu laten we ons weer meedrijven met de stroom mensen.

 

 

*****

 

Het lopersdorp puilt inmiddels uit.  Overal lawaai.  Dreunende beats en een galmende commentaarstem.  En een onwaarschijnlijke mierenhoop aan lopers.

 

 

We maken afspraken waar we mekaar terug zullen vinden na het omkleden; in die wriemelende drukte hier geraakt zelfs een kat haar jongen kwijt.

 

 

De spanning begint inmiddels wat op te bouwen.  Dit is de dag waar we zo lang naar hebben uit gekeken.  

 

 

Ik voel me rusteloos worden.  

 

 

Omkleden in een inmiddels behoorlijk volgelopen legertent.  Daarna de sporttas in bewaring geven.  Toegegeven; dat loopt hier als de gesmeerde bliksem.  Geen wachtrijen, het schiet waanzinnig goed op.

 

 

 

Nog een laatste sanitaire stop in wat plaatselijke flora.

 

 

 

Tijd voor een groepsfoto.

 

 

541425_10201063640258807_1413367681_n.jpg

 

De zenuwen gieren inmiddels door mijn lijf.

 

 

 

Even de startgrid bestuderen leert me dat ik, met mijn lage borstnummer 910, recht heb op een startpositie vlak achter de toplopers.

 

 

De eerste box is tot borstnummer 200.  

 

 

Dan is het mijn box: borstnummers 201 tot 1500.  

 

 

De daaropvolgende boxen zijn opgedeeld volgens verwachte eindtijd; je kan er dus vrij in gaan.  In die boxen staan de lopers dan ook als sardientjes bijeen geperst.

 

 

Het voordeel van onze box is dat er nog volop ruimte is voor wat zenuwachtig rondjes loslopen, wat springen en dies meer.

 

13042104ATL239.jpg.h600.jpg

 

*****

 

 

Inmiddels is de startprocedure volop aan de gang.  

 

 

Dreunende beats, een opzwepende ceremoniemeester, de obligate politici in loopkledij die door de regionale TV worden geïnterviewd.

 

 

Dan verschijnt plots Bart De Wever op het startpodium.

 

 

13042104ATL236.jpg.h600.jpg

 

 

Ik roep keihard:

 

 

ZET DIE PLOAT AF!!!!

 

 

 

Wat iedereen binnen gehoorsafstand een lachkramp bezorgt.

 

Ja, wat zal ik zeggen: het is gewoon sterker dan mezelf....

 

 

 

*****

 

 

Dan volgt er een sereen moment.  

 

 

 

Er wordt verzocht een minuut stilte in acht te nemen voor de slachtoffers van de aanslagen tijdens de Boston marathon.

 

 

 

Gek hoe een meute van duizenden zo muisstil kan zijn.  

 

 

 

Ik kreeg er kippenvel van.

 

 

 

De omroeper jut de massa op.  Armen de hoogte in, applaudisseren!  Zo tellen de minuten af naar de start.

 

 

 

De handbikers zijn inmiddels al op weg.

 

 

 

Nu is het kwestie van seconden.

 

 

 

Ik wens de collega's om mij heen het allerbeste, en neem me voor een rustige start te nemen.  De eerste 5 kilometer van de Ten Miles zijn namelijk best zwaar.  Enige marge inbouwen lijkt verstandig.

 

 

 

Het startschot knalt oorverdovend en rook en confetti schieten door de lucht.  

 

 

Als er dan een minpuntje moet vermeld worden, dan de muziekkeuze: Gangnam Style, serieus?  Moet dat?

 

 

We passeren de startmat en ik duw de chrono in.  Nu is het alle registers open.

 

id554879-hul-1887-jpg-468x470.jpg

 

De Thonetlaan, vervolgens rechtsaf de ellenlange Blanceflourlaan.

 

 

Ik zoek de linkerkant van de weg op.  Uit principe, u kent mij, maar ook wel omdat daar nog een beetje schaduw te rapen valt.  De temperatuur is namelijk behoorlijk opgelopen.

 

Tot mijn verbazing zie ik vlak voor mij een bekend silhouet lopen.  Het is Tom Van Hooste (een keer of 5 Belgisch kampioen veldlopen, gewezen Belgisch Kampioen 10.000 m en goed voor 2u 11m op de marathon).  Ik wissel een paar woorden met hem (hij kent mij helemaal niet), en loop vervolgens van hem weg.

 

Ja, als ik straks als grootvader mijn pijp stop en de verzamelde kleinkinderen streng zal toespreken over het leven in het algemeen en de loopsport in het bijzonder, reken er dan maar op dat ik vorige zin eindelooooooooos veel keren zal herhalen.

 

Staat behoorlijk goed op mijn CV, niet?

 

Net voor kilometerpunt 1 merk ik dat ik mijn chrono NIET heb ingedrukt.  Ik doe het alsnog, bereik kilometerpunt  1 na 33 seconden, vraag daar een loper naast mij wat zijn tijd is en weet vervolgens dat ik 3 minuten en 12 seconden moet bijtellen bij al mijn volgende tussenmetingen.  Ja, het wordt een opdracht.  straks weet ik niet eens mijn naam meer van vermoeidheid, maar ik moet er wel 3 minuten (en hoeveel seconden was het alweer?) er bij tellen....

 

 

Tussen kilometerpunt 1 en 2 komt Dré B. me voorbij gelopen, die kurkdroog opmerkt:

 

 

Mark, je bent wéér maar eens té hard vertrokken.

 

 

 

Ik pleit schuldig....

 

 

Kilometerpunt 2: 7 minuten 51 seconden.

 

 

 

De zon wordt een bepalende factor.

 

 

We klimmen inmiddels richting Ring, rechts van ons bevinden zich de burelen van de Gazet van Antwerpen.

 

 

id555277-hul-2119-jpg-468x470.jpg

 

 

 

En dan eindelijk, geen seconde te vroeg, begint de afdaling naar de Kennedytunnel.  Nu is het zaak om lange benen te maken, maar toch vooral uit te kijken dat je je hier niet voorbij loopt; vorig jaar heb ik hier tot mijn scha en schande moeten ondervinden dat de klim uit de Kennedytunnel en de op/afrit naar het Justitiepaleis tergend lang en wreed zwaar is.  

 Colver10Miles03.jpg

 

Niet te geweldig.  Maar toch.

 

 

Ik loop de derde kilometer in 3 minuten 44.

 

 

Kennedytunnel.

 

 

Ik loop als in trance.  Zweet parelt op.  Hijgend.  Zwoegend.  Rondom mij het hortend ademhalen van medestanders/tegenstanders.

 

 

Het geroffel van duizenden loopschoenen op het asfalt weerkaatst tegen de tunnelwand.  

 

 

Het monotone geluid van traag rijdende begeleidende motoren van pers en organisatie.  

 

 

Naamloos.jpg

 

 

 

 

Af en toe een onverlaat die een kreet slaakt.

 

 

Plots fluit iemand keihard op de vingers, en roept vervolgens keihard:

 

 

HELA, KAN DAT VOORAAN

 

EEN BEETJE RAPPER???????

 

 

 

Dat die daar adem voor heeft, is mij een raadsel....

 

 

 

Inmiddels lopen we alweer vlak.  Meteen voel je dat het opnieuw een stuk lastiger wordt.  Ik zweet trouwens ook als een rund. 

 

 

 

God, een slokje water zou hier niet misstaan.

 

 

 

Kilometerpunt 4 bevindt zich pal onder de Schelde; niet gezien.

 

 

id555300-hul-2198-jpg-468x470.jpg

En dan begint het op te lopen.  Eerst nog licht stijgend de Kennedytunnel uit.  Knal de zon weer op je kop en dan behoorlijk bergop de afrit naar het Justitiepaleis.  Halfweg de afrit passeren we het 5-kilometerpunt; over kilometer 3 tot 5 heb ik 8 minuten 20 gelopen, wat me nog net binnen de 20 minuten houdt op 5 kilometer.  

 

 

Ha, die magische kaap van de 15 km per uur!

 

 

En er passeert me nog iets.  

 

 

Tom Van Hooste komt me voorbij gestoomd.  Vorige zinsnede zal ik  NIET, ik herhaal, NIET aan mijn kleinkinderen doorgeven; een mens kan uiteindelijk niet alles onthouden, toch?

 

 

En het blijft maar klimmen, en ik blijf maar sterven.  

 

 

Godverdomme, wat is dit een lastig stuk.  

 

id555436-hul-2009-jpg-468x470.jpg

 

Boven gekomen, krijg je meteen het volgende pijnpunt voor de voeten.  

 

 

No rest for the wicked!

 

 

De Bolivartunnel, die korte, maar o zo nijdige knik onder het nieuwe Justitiepaleis.

 

id555319-hul-2283-jpg-468x470.jpg

 

Ik parkeer totaal bij het uitkomen van de Bolivartunnel.

 

 

Mijn Koninkrijk voor een flesje SPA Blauw.

 

id555314-hul-2254-jpg-468x470.jpg

 

De Amerikalei, een kort stukje, waar we een bocht van 180° maken, is meteen kilometerpunt 6.  Ik heb een minder goede kilometer achter de rug: 4 minuten 11.

 

 

Voor het Justitiepaleis rechtsaf, via de Jan Van Gentstraat naar de Namenstraat.

 

 

WATER!!!!!!

 

 

Ik grijp een bekertje en klok het binnen.  Een tweede beker gaat over de verhitte kop en armen.  Nummer 3 ook over het lijf en een laatste beker voor enkele slokjes.  

 

 

Tijdens deze tankbeurt vertraag ik fors, om te vermijden dat ik me verslik.  

 

 

De verfrissing doet enorm deugd en ik trek het tempo weer fors naar boven.

 

 

De Gerlachekaai, kilometer 7.  Ik heb 4 minuten rond gelopen op de laatste kilometer, vertraging drankstop inbegrepen.  Iets te voortvarend, vrees ik.

 

 

De Cockerillkaai.

 

 

 

We lopen langsheen de Schelde.  De langgerekte kaaien waar we zo meteen half wedstrijd zijn.

 

 

Ik krijg een eerste dreun.  Met een trage kilometer tot gevolg: 4 min 33s.  Kilometer 8, quasi halfweg dus, wordt gehaald na 32 minuten en 41 seconden.

 

 

Verder langs de kaaien, waar het publiek rijen dik staat.  Je loopt als het ware door een tunnel van mensen, een tunnel van lawaai en aanmoedigingen.  

 

 

Bandjes spelen langs de kant, het is één groot feest.  Antwerpen maakt van de Ten Miles een onvergetelijk feest.  De mensenmassa stuwt je verder.  De doortocht door het historische hart van Antwerpen is het mooiste stuk van de omloop.

 

 

Ik maal een sterke kilometer af, 4 minuten en 2 seconden.

 

id555344-hul-2406-jpg-468x470.jpg

 

 

Op kilometer 9, bevoorrading.  Opnieuw zoek ik verkoeling met het nodige water.

 

 

We draaien rechts, naar de Sint-Pietersvliet.  Kasseien vermijden door rechts de goot op te zoeken.  We lopen op een lang gerekt lint.  Af en toe maken lopers de oversteek naar de andere kant.  Iedereen volgt slaafs.

 

 

Verder naar de Sint-Katelijnevest (kilometerpunt 10 na 41 minuten en 1 seconde) en dan knallen we de Meir op.

 

id555375-hul-2532-jpg-230x230.jpg

 

 

Vreemd genoeg vind ik hier een tweede adem.  De kilometer tussen Meir en Italiêlei overbrug ik, gedragen door de aanmoedigingen van bekenden tussen het publiek, op amper 3 minuten en 46 seconden.  

 

 

 

Italiëlei naar de Paardenmarkt, opnieuw bevoorrading.

 

 

Hessenplein, kilometer 12 reeds (4m10s).  Het schiet goed op.  Ik begin het toch behoorlijk lastig te krijgen.

 

 

Mijn pees in de linkervoet, die tijdens de aanvangskilometers toch wat zeurde, schreeuwt inmiddels om genade.  

 

 

Ik ben een woord vergeten in vorige zin, waarvoor mijn excuus.

 

 

Mijn pees schreeuwt inmiddels VRUCHTELOOS om genade.

 

 

 

Nog maar 4 kilometer.  

 

 

We gaan nu toch niet beginnen plooien?  

 

 

Dat dacht ik niet!

 

 

Via de Ankerrui draaien we 180° naar de ultieme confrontatie van de dag: de vlijmscherpe scherprechter van de Antwerp 10 Miles: de Waaslandtunnel aka de Konijnenpijp.

 

id555377-hul-2547-jpg-468x470.jpg

 

 

Hier begint het feestje pas echt.

 

Eerst voorzichtig bergaf, niet te zot, hou die paarden in bedwang, maar vervolgens gaan we helemaal loos bergaf, gooien alle troeven op tafel.

 

 

Eindeloos diep gaan we de tunnel in.  Dan valt het met een klap stil.  We lopen vlak.

 

id555412-hul-2614-jpg-468x470.jpg

 

Maar dan begint pas de ultieme marteling.  

 

 

 

Het wegdek begint opnieuw op te lopen.  

 

 

De eerste meters zijn nog te behappen, maar nadien gaat het crescendo.  

 

 

Er gaat een kreun door het peloton lopers om mij heen.

 

 

Klimmen, beulen, zwoegen, werken, zweten, hijgen, ....

 

 

De hartslag kleurt donkerrood.  Ik hoor mijn hart als bezeten bonken in mijn slapen.  Ik ben te kapot om ook maar een chrono in het oog te houden.

 

 

Overleven is nu het enige wat telt.

 

 

De schade beperken.

 

id555416-hul-2618-jpg-230x230.jpg

 

En naar dat vierkantje licht lopen op het einde van de tunnel, en liefst zo snel mogelijk.

 

 

Dat vierkantje fixeren, dat maar tergend langzaam groter wordt.  

 

 

 

Ik sterf niet alleen.

 

 

Rondom mij vallen lopers stil, haken af, beginnen te wandelen.

 

 

Nooit ofte nimmer.

 

 

Blijven lopen, al ontploft alles, al branden mijn kuiten helemaal af, ik geef niet af.  

 

 

Dit is beenhard.

 

 

En dan, eindelijk, de tunnel uit.

 

 

Maar de klim strekt zich nog wat treiterend verder voor mij uit.

 

 

En dan is het terug vlak.

 

 

Ik ben helemaal opgebrand.  En de klok tikt genadeloos verder.

 

 

 

Ga ik de 1 uur 9 minuten van vorig jaar überhaupt wel kunnen verbeteren?

 

 

Ik sleep me verder.

 

 

 

Dead man running.

 

 

 

180° bocht.  

 

 

 

De laatste rechte lijn.  

 

 

id556469-10m13-164404-2223039-jpg-960x700-n.jpg

 

En na 1 uur 8 minuten en 19 seconden, passeer ik, helemaal gesloopt, de finishlijn, op plaats 711.

 

 

41 seconden beter dan vorige editie, 109 posities beter dan vorig jaar. 

 

 

 

Ik sta stil, na 16 razende kilometers.  

 

 

Ik ben kapot.  

 

 

En toch gelukkig.  

 

 

Helemaal leeg.  

 

 

En propvol indrukken.

 

 

De wedstrijd raast nog na in mijn lijf, o bitterzoete pijn.  

 

 

De wedstrijd raast nog na, in mijn geest.

 

 

Mijn lijf is beurs gebeukt; ik weet niet of er schade is, alles voelt aan alsof het definitief kapot is.  

 

 

 

De pees zeurt, mijn rug klaagt, mijn voeten branden, mijn hamstrings kreunen.  

 

 

Maar ik zou het voor geen geld willen missen.

 

 

Ik grijp naar drank, verorber alles wat eetbaar is.

 

 

Groet bekenden.  Wisselen tijden en stoere verhalen uit.

 

 

Ik haal mijn tas op.  Het is nog behoorlijk rustig aan de tassenstand.  Ook in de omkleedtent is er nauwelijks volk.  

 

 

Namijmerend over de belevenissen van de dag, berg ik mijn wedstrijdschoenen op, schud de natte loopkledij van me af en trek droge, warme kledij aan.

 

 

Ik voel een zalige gloed bezit nemen van mijn lijf.  

 

 

Het feest is nog niet voorbij!  

 

 

Onderaan in mijn rugzak vind ik nog een verdwaald pakje koekjes (mijn honger was groter dan mijn bezorgdheid over de twijfelachtige houdbaarheidsdatum).

 

 

Ik vlij me neer op de grote grasvlakte aan de kleedtenten.  

 

 

Ik sluit mijn ogen en geniet van de weldadige warmte van de zon.  

 

 

Om mij heen hoor ik mensen bellen, mensen kakelen.

 

 

Ik hoor hoe de omroeper de BV's aanmoedigt die de finish halen, hoor hoe de Antwerp Marathon en 10 Miles uitgroeit tot de grootste loopwedstrijd van Antwerpen, Vlaanderen, België, en bij uitbreiding de beschaafde wereld.

 

 

Ik laat het allemaal over me heen gaan.

 

 

Ik geniet.

 

 

*****

 

 

 

En de vrienden van de atletiekclub druppelen binnen.  Met edelmetaal rond de nek.

 

 

We besluiten naar huis te gaan.

 

 

Helaas zijn er nog wel een slordige twintigduizendmiljard mensen die dat op krek hetzelfde moment willen.

 

 

Het metrostation Van Eeden zit propvol mensen.  

 

 

Die allemaal weg willen.  

 

 

We nemen met z'n vieren de tram richting Zwijndrecht.  Stappen na 2 haltes terug uit en keren dan terug naar metrostration Van Eeden.  We zitten exact met 4 man in de tram.

 

 

Op Van Eeden wordt er dan ongeveer 25 ton aan mensen bijgeladen, en naar schatting 200 kg aan medailles . 

 

 

De tram brengt ons tot aan de auto.

 

 

De auto naar Hoogstraten.

 

 

De fiets naar huis.

 

 

*****

 

 

Ach, de Antwerp 10 Miles.  

 

Het begint allemaal wat uit z'n voegen te barsten.

 

 

Maar het blijft een bloedmooie wedstrijd.

 

Met een uitdagend parcours.

 

En een puike organisatie.

 

 

 

*****

 

 

Maandag 22 april 2013.

 

The day after.

 

Wat moe, maar geen schade.

 

 

Ik ben een beetje triest.

 

Zo'n onbestemd gevoel.

 

Dat het allemaal weer voorbij is.

 

Brrrr.

 

Dat de 20 Km door Brussel nu maar snel komt!

 

 

 __________________

Foto's: Frank Tilburgs, DVV Running Tour, Het Nieuwsblad, Gazet Van Antwerpen.

 

21:12 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

02-04-13

Elementary, dear Watson.

Elementary, dear Watson. 

 

 

 

 

Paaszaterdag

 

 

Deze nacht kreeg ik, terwijl ik koortsig droomde van Goedele Wachters, een SMS.

 

Normaal stomp ik dan meteen mijn vrouw wakker, want meestal is zij het die vergeet haar GSM af te zetten.

 

 

Nu was ik het.

 

 

Het bleek een SMS te zijn van mijn vriend en loopkompaan Frank.

 

 

Sympathieke gast, daar niet van, en hij mag me altijd SMS’en, graag zelfs, maar als het even kan niet nét wanneer ik met Goedele Wachters, heum….  ….dinges….   …hoe moet ik dit uitdrukken zonder schabouwelijk taalgebruik; laat me volstaan met te zeggen dat Goedele niet in staat was om een nieuwsbericht voor te lezen, zeg maar, verre van.

 

 

 

Enfin, een SMS in het midden van de nacht.

 

Van Frank.

 

Om 10 voor acht ’s morgens.

 

 

 

In een duister verleden, toen ik nog student was, kwam ik rond dat uur meestal naar mijn kot gewaggeld, groette de vuilnisman van dienst, warmde nog wat van die onvreetbare oplosnoedels op, en viel dan vervolgens  aan mijn bureau in slaap terwijl de noedels afkoelden, zoiets.

De cafébaas van mijn stamcafé The Seven Oaks te Leuven, God hebbe zijn ziel, vroeg me ooit eens, terwijl we samen de kroegdeur achter ons sloten, of het niet zinvol was om mijn kot ’s nachts te verhuren.

 

 

"Je bent er toch nooit", zei hij.

 

 

Hij had wel een punt.

 

 

Sommigen studeren aan de universiteit.

 

 

Anderen aan de universiteit van het leven.

 

 

Ik heb gestudeerd aan de universiteit van het nachtleven.

 

 

 

*****

 

 

 

Enfin, een SMS, in het midden van de nacht.

 

Van Frank.

 

 

Trouwens, die nachtbrakerij blijkt verschrikkelijk erfelijk te zijn.  Koester je als ouder nog de ijdele hoop dat je kinderen de talenten van de moeder zouden erven, neen, blijken ze enkel de niet zo fraaie eigenschappen van hun vader in hun DNA mee te dragen.

 

 

Zo vond ik deze ochtend, na gewekt te zijn door de SMS van Frank uit een droom waarin Goedele Wachters méér dan haar handen vol had, in de keuken de resten van het klein hongerke dat Kind 1 deze nacht/ochtend (pakweg een halfuurtje voor de SMS van Frank) heeft gehad. 

 

 

Ik beschrijf de ravage in de keuken even:

 

  • de schil  van een banaan,

 

  • een leeg potje garnaalsla,

 

  • een lege bus fruitsap,

 

  • een lege fles cola light,

 

  • twee wikkels van wafels van het merk Penny (die kopen we omdat ik een onvoorwaardelijke fan ben van Penny van The Big Bang Theory, eigenlijk meer van Sheldon, maar daar bestaan geen wafeltjes van),

 

  • een leeg bordje waarop tot gisteravond een stukje gebakken chipolataworst had gelegen (uitgerekend die worst die ik met mosterd had willen opeten vandaag, maar dankzij Kind 1 pak ik godverdomme weer naast die worst  – wat niet te zeggen viel van Goedele Wachters in die droom van daarnet, u weet wel, die droom die gestoord werd door de SMS van Frank). 

 

 

 

Garnaalsla met banaan, Jeezus, hoe zwanger ben je dan?

 

 

 

Nu ja, Kind 1 heeft binnenkort een diploma, dus wat zeuren we?

 

 

Neen, zeuren, dat hoeft niet, maar ik had toch graag geweten wat Goedele nog allemaal….    …maar ja, toen kwam er die SMS van Frank.

 

 

Ja, ik begrijp dat u, beste lezer, ook wel wil weten hoe zich dat allemaal verder zou ontwikkelen, met Goedele Wachters en zo, ze had tussen haakjes de bottekes van Katleen Cools aan en iets wreed doorschijnend met luipaardprint.  Een maatje te klein ook, wat het allemaal nog wat spannender maakte.

 

 

Miaauwkes, om maar meteen een groot filosoof te citeren.

 

 

Maar ja, toen kwam die SMS.

 

Van Frank.

 

Om 7u50.

 

En daar stond het volgende in te lezen....

 

 

***** 

 

 

 

Nu ik er nog eens over nadenk; erfelijk belast; dat valt op de keper beschouwd allemaal nog relatief goed mee. 

 

 

Buiten die paar slechte kantjes die ze van mij hebben, zijn mijn kinderen goed op weg om het te maken in het leven (een eigenschap die in mijn familie vreemd genoeg telkens één generatie weet over te slaan). 

 

 

Dat ze zo goed terechtkomen, is omdat wij niet van die ouders zijn die enorme verwachtingen van hun kinderen stellen, of hun eigen dromen projecteren in hun kinderen (en nu gaat het even niet over Goedele Wachters).

 

 

Sommige ouders gaan daar overigens veel te ver in.  Zo ken ik mensen waarvan de kinderen vlekkeloos diploma’s opstapelen, die, godbetert, maar liefst onderscheidingen halen aan de universiteit (ik haalde er hoogstens zelfvoldoening), die carrière maken, ambities koesteren en zo.

 

 

Wat een afgrijselijke schande is me dat!  Kinderen die advocaat worden, of dokter, daar schaam je je toch dood voor.  Ik zou in elk geval niet meer onder de mensen durven komen.

 

 

Enkele weken geleden had ik toch zo’n schrikmoment (vergelijkbaar met het moment dat er tijdens een entente met Goedele Wachters een SMS binnenloopt) toen Kind 1 aan het middagmaal (voor Kind 1 is het ontbijt een puur theoretisch begrip) plots te kennen gaf een welomschreven ambitie te koesteren.

 

 

 

BEIKES!

 

 

 

De rest van het verhaal heeft even op zich laten wachten (mijn vrouw moest me eerst middels het Heimlichmanoeuvre weer bij bewustzijn brengen).

 

 

Bleek dat Kind 1 de brandende ambitie heeft om een boer te laten in de Grotten van Han, gewoon om eens te horen wat voor een echo je dan krijgt.

 

 

Ik hoor u al denken:

 

 

Nou, nou, nou, is dat het maar?

 

 

Dan moet ik u helaas streng tegenspreken.

 

 

De boeren die Kind 1 laat zijn légéndàrisch. 

 

 

Episch!

 

 

Wij hebben tijdens het middagmaal wel eens diepzinnige gesprekken over de brede betekenis van de libretto’s van Beethoven, het komt in de beste families voor, maar  wanneer Kind 1 uitgerekend dan een boer laat, gebeurt het wel eens dat we nadien niet eens meer weten waarover het gesprek ging, terwijl de kalk van het plafond naar beneden kringelt.

 

 

Moest God ooit eens verlegen zitten voor een soundtrack die past bij de Apocalyps (Hem kennende zou Hij aan Wagner denken, de Götterdämmerung, mwah, iets te voorspelbaar naar mijn smaak), wel dat Hij dan eens Kind 1 vraagt een paar boertjes te laten.  Het is maar een idee.

 

 

We hebben getracht een exemplaar van een boer van Kind 1 te filmen met de GSM (kwestie van het op Youtube te kunnen zetten, want u gelooft het toch weer niet), maar de geheugenkaart van 32 Gigabyte was al helemaal volgeboerd toen Kind 1 nog maar aan het voorspel was begonnen (waar Goedele Wachters tussen haakjes al vér voorbij was, toen daarstraks die SMS van Frank binnenliep). 

 

 

Boeren dat Kind 1 kan laten?

 

 

Onvoorstelbaar.  Dat moet ergens een medische afwijking zijn.

 

 

Kind 1 is actief in het plaatselijk jeugdcafé.  Zware verantwoordelijkheden zoals pinten tappen en zuipen, u bent wellicht ook jong geweest.

 

Zelfs daar, waar ze toch enige ervaring hebben met fors boeren na het nuttigen van bijvoorbeeld een Tripel Karmeliet, zijn ze van hun melk telkens Kind 1 een boertje laat.

 

 

Laatst liet er iemand een boer van het kaliber:

 

 

Geef die boer een stoel. 

 

 

Niemand reageerde, tot verbijstering van de boerlater.

 

 

De jongeman in kwestie merkte ietwat verongenoegd op dat hij te weinig appreciatie kreeg voor zijn boergeluid, waarop hij volgend laconieke antwoord kreeg van de stamgasten:

 

 

Wij zijn de boeren van Kind 1 gewoon. 

 

 

Die van u zijn belachelijk.

 

 

En u bent lelijk.

 

 

 

Enfin, Kind 1 heeft dus blijk gegeven van een gezonde vorm van ambitie, eentje waarvan ik als trotse papa toch ontroerd een traantje heb moeten wegpinken, ik ben niet te beroerd om dat toe te geven.

 

 

Dus, zodra dat rapport van het stabiliteitsonderzoek van de Grotten van Han binnen is, zijn we weg.

 

 

***** 

 

 

Goed, waar was ik?

 

 

Ach, had ik al verteld dat ik deze ochtend een SMS kreeg?  Om 7u50.  Van Frank. 

 

 

Iedereen in mijn omgeving weet dat ik pas omstreeks 10u30 aanspreekbaar word, en dan nog....

 

 

Dus  dacht ik eerst nog: dit kan onmogelijk voor mij zijn.

 

 

 

Doet me trouwens denken aan een anekdote met Kind 2.

 

 

Ik heb twee totaal verschillende kinderen. 

 

 

 

Mijn vrouw trouwens ook, hoe toevallig is dat?

 

 

Wel gemakkelijk om ze uit elkaar te houden, dat wel. 

 

 

Kind 1 is lang en smal.  Kind 2 niet.

 

 

 

Kind 1 is iemand die zijn eigen centen uitgeeft en daarover lang wikt en weegt.

 

Kind 2 niet.  Kind 2 geeft mijn geld sneller uit dan de snelheid van het licht. 

 

Kind 2 heeft een enorm gat in zijn hand (wat altijd beter is dan andersom – en u kennende verwacht u hier weer iets in de sfeer van Goedele Wachters, neem ik aan, maar tja, die SMS van Frank besliste daar nét even anders over).

 

 

Enfin, Kind 1 werkt graag voor geld. 

 

Kind 2 ontvangt graag geld zonder er iets voor te doen (hij moet de politiek in, dat moet; PS, vermoed ik).

 

 

Nu had ik een paar weken geleden, tijdens die verdwaalde week lente (na 6 maanden sneeuw, en nadien opnieuw wat kouder en nog meer sneeuw), een paar boompjes gesnoeid in de tuin. 

 

In een overdreven optimistische vlaag van opvoedkundige verstandsverbijstering dacht ik: laat ik Kind 2 de waarde van het geld eens leren kennen.

 

 

Ik roep Kind 2 en zeg hem, terwijl ik naar een hoop takken wijs:

 

 

"Als je de takken op een hoop gooit, dan kan je wat extra zakgeld verdienen…"

 

 

 

Kind 2 kijkt me aan alsof ik daarnet feestelijk in mijn broek gescheten heb en zegt:

 

 

 

Vergis jij je niet van Kind?

 

 

 

Waarop hij zich omdraait en verontwaardigd terug naar binnen beent, verwarming op, TV aan.

 

 

Moest ik dat vroeger mijn ouders hebben aangedaan, dan zaten mijn tanden al door mijn lip.

 

 

Tja, kinderen.

 

 

***** 

 

 

Goed, dus die SMS van Goedele, heum, neen, Frank.

 

 

Om 7u50. 

 

 

Pas op, en dan mag ik me nog gelukkig prijzen dat het nog nipt winteruur was!  Ah ja, stel je voor dat het een dag later was, dan was het in werkelijkheid 6u50. 

 

 

Dan had ik samen met Kind 1 bananen met garnaalsla kunnen eten.

 

 

Trouwens, Kind 1, als je dan toch zonodig ’s nachts de ijskast moet leegvreten (wij noemen Kind 1 ook wel eens “onze rat”), kan je dan de broodzak iets beter sluiten?  Het leek wel alsof de boterhammen al geroosterd waren deze ochtend. 

 

 

Want we zaten vrij vroeg aan het ontbijt, en dat was allemaal het gevolg van een SMS van Frank, mijn loopkompaan.

 

 

Ik lees de bewuste SMS even voor. 

 

 

Een secondje, ik zoek mijn leesbril.  Twee heb ik er.  En nooit is er een binnen handbereik.

 

 

Ik moet me tussen haakjes de gewoonte aankweken een leesbril mee te nemen naar de supermarkt.  Zo stond ik vorige week met een pak kalfsgehakt in de hand, vruchteloos te pieren hoeveel gram er in zit.  Breng ik het etiket op leesafstand, dan zijn de lettertjes één grote blur.  Wanneer ik het te lezen spul verder van me weg hou, dan zou ik het kunnen lezen, moesten die lettertjes zo verdomd klein niet zijn.

 

 

 

 

Tja, en wanneer de omstandigheden slecht zijn, kan een visuele vergissing snel gemaakt zijn.

 

 

Zo hebben we een paar weken geleden met atletiekclub AVN een avondtraining in de duisternis en kou afgewerkt (ik kan me nu niet voor de geest halen of het toen sneeuwde, dat zou best wel eens mogelijk kunnen zijn, want ik meen me te herinneren dat het vorige herfst, deze winter en lente sporadisch durfde te sneeuwen).

 

 

Een looptraining door de straten van mijn thuisstad, in lusjes, met versnellingen.

 

 

Iedereen is goed ingeduffeld, mutsen en handschoenen, lange broeken en dikke vesten.

 

 

Frank, mijn loopkompaan die niet kan verdragen dat ik actief droom van Goedele Wachters, is getrouwd met Hild. 

 

25 jaar inmiddels. 

 

Dat schiet goed op, zeg maar.  

 

Vroeg zelfs om een feestje....

 

 

Frank heeft de dubieuze gewoonte om Hild, telkens hij haar dubbelt op een training, een tikje op het achterwerk te geven, een soort gebaar van tederheid en diepgewortelde affectie (Goedele heeft het graag iéts ruiger, enfin, dat dénk ik toch, maar een SMS stoorde….).

 

 

Dus, Frank is bezig met het dubbelen van trage lopers M/V en ziet plots zijn vrouw voor zich uit lopen.

 

 

Bij het passeren geeft hij haar met de vlakke hand een ferm nagalmende pets op de derrière, vindt dat hij dit naar algemene tevredenheid heeft afgewerkt en loopt verder.

 

 

De exacte technische term is:

 

 

Frank slaat een gat.

 

 

En vervolgens nog een, want hij loopt van haar weg.

 

 

 

Wanneer hij echter de volgende straathoek omdraait, kijkt hij plots in het aangezicht van zijn vrouw; diezelfde die hij daarnet gedubbeld én op de bilpartij gepetst heeft.

 

 

Meteen druppelt het besef binnen dat hij daarnet een andere vrouw keihard op de billen heeft gesmakt en dat hij nu snel keuzes moet maken:

 

 

Ofwel keihard zich gaan excuseren.

 

Ofwel keihard weglopen.

 

Ofwel keihard ontkennen.

 

Ofwel keihard de schuld op iemand anders steken (ik voel de bui al hangen).

 

 

Luttele seconden later komt Els de hoek om, met één lichtroze bil (louter een deductie, beste Watson, eentje die niet visueel werd gecontroleerd)...

 

 

Hoe luidt het spreekwoord alweer?  Ach ja.  In het donker zijn alle katjes grijs.

 

 

 

*****

 

SMS dus.

 

Ik lees hem even voor.  

 

 

Waar is mijn GSM?

 

 

Ik ga eerst vragen aan mijn vrouw om naar mijn GSM te bellen, dan vind ik die misschien.

 

 

Over katten gesproken.  

 

 

We hebben een konijn in onze tuin.

 

 

Zwart-wit.  

 

 

Dus geen wild konijn.

 

 

En was iedereen eerst vertederd over het lief, klein, fluffy konijntje, en was Kind 2 al volop in de weer met wortelen hamsteren, dan is die stemming inmiddels wel vlotjes omgeslagen.

 

 

Het konijn is uitgeroepen tot publieke vijand nummer 1.  

 

 

Want het konijn graaft gaten in bloemperken (daar gaan onze overwinterende bloembollen) en graaft putten in mijn gazon dat het een lieve lust is.  

 

 

Moest Geert Bourgeois nog op zoek zijn naar een omgeploegde akker voor een realistische evocatie van de loopgravenoorlog van 14-18, dan ben ik simpelweg bereikbaar per GSM.

 

 

Troelalie.

 

 

Troelalie!!

 

 

Troelalie!!!!

 

 

 

Tiens, mijn GSM gaat af.

 

 

Ergens ten velde.

 

 

Het is niet Geert Bourgeois, maar mijn vrouw, zodat ik mijn GSM kan lokaliseren.

 

 

En alles onderschijten, gewoon niet normaal.  Neen, niet mijn vrouw, of Geert Bourgeois, neen, dat konijn, bedoel ik.

 

 

Overal van die bollekes.

 

 

 

*****

 

 

Goed, dus Frank had een SMS gestuurd.

 

 

 

Weten jullie misschien hoe je een konijn moet vangen?

 

 

Mag je nog zo snel zijn als Usain Bolt, je hebt geen schijn van kans.  Bloedsnel zijn die beesten.  En ze huppelt altijd tot nét achter de haag, zodat ik ze niet met mijn tennisracket kan afserveren....

 

 

Vroeger had ik een loodjesgeweer, zou nu nuttig zijn, maar dat heb ik verkocht aan een Duitse vriend.  

 

 

Een beer van een vent, zat in bewakingsopdrachten.  

 

 

Ik noemde hem The Germinator.  

 

 

Hij heeft een bloedhond die zwaarder weegt dan ik, om maar aan te geven dat je daarmee niet in discussie wil gaan.

 

 

Dus dat konijn.

 

 

 

Ik heb inmiddels een redelijk strak plan om dat konijn te vangen.  

 

 

Konijnen lusten wortelen.

 

 

Ik leg een verlengdraad in de tuin, met daaraan gekoppeld mijn bladzuiger, ingeschakeld op de stand zuigen.

 

 

In de zuigmond leg ik een wortel.  Ik stel me strategisch op in de garage...

 

 

Zodra het konijn het hoofdje in de zuigmond steekt om in de sappige wortel te bijten, steek ik de stekker in het stopcontact.

 

 

 

FLOEP!!!!!!

 

 

 

Moet lukken.

 

 

Het is verdorie jammer dat mijn hakselaar niet zuigt, anders zou je nog eens wat zien!!!!

 

 

 

***** 

 

 

 

Goed, waar waren we.

 

 

Ach, ja.  De SMS van Frank.

 

 

Ik heb inmiddels zowaar mijn leesbril én mijn GSM gevonden.

 

 

Wat moest Frank zonodig in het holst van de nacht op SMS zetten?

 

 

Dju, ik heb die SMS gewist.

 

 

Maar ik zal die uit het blote hoofd even reconstrueren; het was iets van volgende strekking:

 

 

Mark, gij vleesgeworden loopschoen,

gij die al 19 keer de 20 Km door Brussel liep,

oh almachtige heraut der Brusselse tunnels,

gij doorluchtige grootheid der Tervurenlaan,

op wiens zwoegende borst dit jaar

het redelijk Keniaans aandoende nummer 264 zal prijken,

ik heb een nederig verzoek.

 

Wilt gij deze gewone sterveling,

hij die het gat slaat van andermans wuf,

leren lopen, naar uw beeld en gelijkenis.

 

Want de marathon van Parijs,

doemt als een schrikbeeld aan de einder,

en ik heb kilometers vandoen.

 

 

 

Een smeekbede waaraan ik, ja ik ben een softie, niet kon weerstaan.

 

En dus trotseerden we  zaterdagnamiddag de gure, snijdende Noordooster en maalden we tot tevredenheid een duurloopje van 1 uur en 25 minuten af. 

 

 

 

Kwetterend als huismussen.

 

 

Maar helaas heb ik nu geen tijd meer, want mijn vrouw roept dat we moeten vertrekken naar een feestje (klaarblijkelijk is het dilemma: Wat doe ik aan qua schoenen, dan toch opgelost geraakt zonder slagen en verwondingen).

 

 

 

Feestje dus.

 

 

Frank en Hild zijn 25 jaar getrouwd.

 

 

Met elkaar!

 

 

*****

 

 

Pasen.

 

 

Bweuuuuk.

 

 

Ik heb gisteren toch weer nét iets teveel gedronken.

 

 

Ik ga wat in de zetel vegeteren en/of Boonen zien vallen.

 

 

Die Sagan kan ook nergens met zijn poten afblijven....

 

2009506426.jpg

 

 

Een Saganeske interpretatie van: Frank slaat een gat....

 

 

 *****

 

 

Paasmaandag.

 

Ik ben ziek.

 

Verkouden.  Keelpijn.  Hoofdpijn.  

 

Dat kan er nog maar bij.

 

 

Vorige week trouwens een compressiekous aan flarden getrokken bij het aantrekken.  

 

Leuk allemaal.

 

 

Zaterdag is er wedstrijd 4 in de Challenge Delhalle, te Wibrin.

 

aff_jo2013_jpg.jpg

 

 

 

 

Met mijn lamentabele luchtwegen en mijn ijle hoofd zal er deze week van trainen niet veel in huis komen....

 

 

Een mens wordt er filosofisch onder.

 

 

 

 

 

 

*****

 

Frank en Hild, véél succes in Parijs.

 

 

Een weekendje in de lichtstad, de stad der geliefden. 

 

 

L' amour en zo.

 

 

Als daar maar geen slechte marathontijd van komt...

 

 

 

15:33 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

16-11-12

De doos van Pandora

De doos van Pandora

 

 

 

Wat zich aankondigde als een perfecte herfstdag, sloeg op een paar seconden helemaal om.

 

Het begon allemaal zo:

 

 

Seg, nu dat ge toch gekwetst zijt en ni kunt lopen, zou je toch wat kunnen kuisen? 

 

Of denkte dat da allemaal vanzelf gaat...

 

 

Het was te laat om geruisloos de aftocht te blazen.  Iemand had bloed geroken...

 

 

Mijn vrouw keek me verwachtingsvol aan, met een priemende blik.

 

 

De priemende blik waarvan ik na 26 jaar goede en kwade tijden wist dat het nu niet het moment was om een schampere opmerking te maken over bijvoorbeeld een bepaalde periode van de maand, of iets van die strekking.

 

Met scha en schande had ik geleerd dat zo een opmerking volstond om in een totale uitzichtloze stellingenoorlog te verzanden, waarbij de tweede slag om Ieper hoogstens een vermakelijk uitstapje zou lijken, en een mens verdorie verlangend uitkijkt naar een fikse overdosis mosterdgas...

 

 

Ruzie hing in de lucht.

 

 

Toen ik nog jong en onbezonnen was, kwam er na ruzie altijd wiedergutmachungssex, tegenwoordig is het meestal wiedergutmachungsstofzuigen, helaas...

 

 

Heren, u kent dat wel, u bent bijvoorbeeld naar een voetbalmatch geweest met een paar slechte vrienden van vroeger.  Van het ene pintje kwam de andere Duvel, van je hela hola zet er de beuk maar in, na de rust geen bal meer gezien van voetbal, enfin, daags nadien kwam je thuis en prijs je je gelukkig dat er zoiets als teletekst bestaat,  zodat je toch nog tenminste de uitslag van de match kan opzoeken...  u begrijpt waar ik naar toe wil...

 

 

In dat soort situaties is er maar één weg terug, en die loopt via de stofzuiger ...

 

 

*****

 

 

Mijn vrouw had verplichtingen buitenshuis , dus ik had het kot vrij.

 

 

Ik zou natuurlijk wat kunnen kuisen.

 

 

Maar de verlokkingen van het internet zijn wat ze zijn.  Dus heb ik eerst alle nieuwssites leeggeplukt, dan nog wat bevriende blogs afgeschuimd, enkele sites rond lopen platgelezen, enfin, voor je het weet is de voormiddag de nek omgewrongen.

 

 

Dan toch maar met lange tanden een stofzuiger gepakt.

 

 

Want je kan, terwijl je in de zetel zit, toch redelijk wat stofzuigen in je directe omgeving.  Toch nadat ik had ontdekt dat de voorste buis van de stofzuiger nog verder uitgeschoven kon worden.  De eerste maal had ik gestofzuigd zonder te weten dat die buis ingeschoven stond; toen ik klaagde dat mijn rug pijn deed van gebukt te staan stofzuigen, heeft mijn vrouw me getoond hoe dat ding uiteen schuift (zelden heb ik me zo lomp gevoeld als toen, en de concurrentie op dat vlak is alleszins moordend....).

 

 

Enfin, dus wat rondstofzuigen.

 

Maar daar kom je niet mee weg.

 

 

*****

 

 

Het geheim van kuisen, mijne heren, is nochtans vrij simpel.

 

 

Het is, net zoals de coalitievorming in Antwerpen, allemaal een kwestie van perceptie.

 

 

Hoe ga je te werk?

 

 

Opruimen, stof afnemen, stofzuigen, vlekken camoufleren en dweilen.

 

 

 

Hoofdstuk 1: Opruimen.

 

Een mens verzamelt wat rotzooi in zijn leven.  En al die rotzooi slingert in het rond en verzamelt stof. 

 

Enkele vuistregels:

 

1. Alles wat in een straal van 1 armlengte naast een schuif of kast ligt, flikker je in die schuif of kast.

 

2. Maak van je hart een steen: dingen die niet van jou zijn, kunnen weggegooid worden.

 

3. Dingen die vlak naast een mat liggen, moet je er onder schuiven.  Dit is enkel geldig voor vuil en platte dingen (of dingen die je met de rechterhiel relatief plat kunt stampen).

 

4. De dikste (en bijgevolg meest in het oog springende) stofpluizen raap je manueel op en flikker je bij de kamerplanten.

 

 

Daarmee is het meeste werk al achter de rug.

 

Proficiat!

 

 

 

Hoofdstuk 2: Stof afnemen.

 

De meeste mensen nemen stof af met een stofdoek of een vochtige doek of zo.

 

Ik ben niet de meeste mensen.

 

 

Stof afnemen van voorwerpen doe ik met de stofzuiger (de kleinste voorwerpen zitten daarna meestal in de stofzuigzak; dat heeft een naam: collateral damage).

 

Bericht aan mijn vrouw: dat kleine borsteltje waarmee je je ogen schminkt en andere oorlogskleuren mee aanbrengt, jep, zit sinds vandaag in de stofzuigzak - me know nothing, I'm from Barcelona).

 

 

Het is trouwens fascinerend om zien hoe een bol breiwol stelselmatig opgezogen kan worden, bijna zo bevredigend als het opzuigen van kleingeld, levende kuikentjes en USB-sticks.

 

 

Oppervlaktes waar je niet tussengeraakt met je stofzuigkop, vragen een alternatieve aanpak.

 

Stofzuiger afzetten, diep ademhalen en....      ....krachtig blazen.

 

Zo zit er achter de DVD-speler inmiddels een enorme laag stof, vermoed ik. Niet dat dat erg is, want als student op kot heb ik proefondervindelijk kunnen vaststellen dat stoflagen na verloop van tijd niet meer dikker worden, maar hoogstens aan densiteit winnen. Door de druk van de zich opstapelende lagen stof, is de onderste laag stof al quasi versteend (via hetzelfde procédé ontstaan diamanten, meen ik eens ergens gelezen te hebben).

Trouwens op kot heb ik geweldig interessante proeven kunnen uitvoeren op het gebied van schimmelvorming op etensresten, maar dat valt niet onder de materie die we vandaag behandelen, vrees ik.

 

 

Waar was ik?

 

Blazen dus.

 

Geen stofdoek nodig, gewoon longinhoud (er is altijd een sportief kantje aan, niet?).

 

 

 

Hoofdstuk 3: Stofzuigen.

 

Na het opruimen en stof afnemen, volgt het stofzuigen. 

 

Daarvoor gelden volgende strikte regels:

 

 

3.1. Less is more

 

Stofzuig énkel de zones die je ziet.  Begin niet te zeulen met meubels en stoelen, je zal enkel nog meer stof vinden. Zoekt (niet) en gij zult (niet) vinden.

Bij stofzuigen geldt de ijzeren wet: fanatisme heeft nog nooit iets goeds voortgebracht (uitzondering gemaakt voor de marathon).

 

 

3.2 Zuigkracht en solidariteit

 

Hou rekening met de zuigkracht van uw toestel. 

 

Stel uzelf in vraag. 

 

Moet elke vierkante centimeter zo nodig worden gestofzuigd? Is dat de richting waarin u uw leven wil sturen?

 

Neen, gij, vertrouw er op dat het stof tot u zal komen. Verdeel de kamer in drie zones, stofzuig het middelste deel, en geloof mij: het stof van de twee zijkanten zal door de zuigkracht van het toestel naar binnen gezogen worden (het moet uiteindelijk van twee kanten komen, dacht ik zo, solidarnosc als het ware). 

Als dit niet lukt, dan is dat meestal een gevolg van het feit dat u niet genoeg zelfvertrouwen hebt.

 

 

3.3 Fauna en flora

 

Kamerplanten stofzuig je met het gleufje op de stofzuigbuis open, zodat je ze niet helemaal ontbladert.

 

Katten worden extra fluffy, mits gebruik van het juiste opzetstuk. 

 

Opgepast met het stofzuigen van pasgeboren katjes; wanneer je de stofzuiger op het achterwerk zet (anale suctie), kan het katje binnenstebuiten worden gezogen (en dat valt achteraf moeilijk uit te leggen aan schoolgaande kinderen).

 

 

 3.4. Vocht

 

Mag er vocht worden opgezogen met de stofzuiger?

 

Natuurlijk mag dat.

 

Weliswaar maximum 1 liter (bij kots moet er rekening gehouden worden met de dikte van de brokken).

 

Opgelet: de stofzuigerzak kan nadien beginnen rotten.  De geurhinder (wat doet denken aan een triootje van fermenterende kabeljauw, ontbindende kadavers en diarree) kan u maskeren door een lavendelstaafje op te zuigen (verkrijgbaar in de handel).

 

 

 3.5 Blind blijven voor details

 

Zoals gezegd gaat het hem bij stofzuigen om de grote lijnen. 

 

Verlies u niet in details. 

 

Stofzuig tot besluit nog even wat spinnenrag weg rond de lampen en in hoeken en dan kan je over naar de volgende fase van het rampenplan.

 

 

 

Hoofdstuk 4: Vlekken verwijderen.

 

 

Goed, de kloteherrie van de stofzuiger is voorbij.   Zet een muziekje op.

 

 

U kan fier terugblikken op een ordentelijk gestofzuigde kamer.

 

 

En toch, en toch, hier en daar is er nog een vlek, op de vloer, op tafeltjes, op glazen oppervlaktes.

 

 

Vervelend is dat. 

 

Een smet. 

 

Een schandvlek. 

 

 

Je hebt er die dan zweren bij spuitbusjes van Mr Proper in combinatie met antipluizende doekjes (wonderdoekjes).

 

 

Dat kan een stuk eenvoudiger.

 

 

Neem een zakdoek. 

 

Zoek een relatief proper stukje, vrij van neuskeutels. 

 

Bevochtig die plek naar keuze met spuug, of voor de hygiënefreaks onder ons desnoods met wat water uit het schaaltje onder de kamerplant. 

 

Wrijf.

 

Klaar.

 

 

Op glazen oppervlakten durft dit procedé wel eens vervelende strepen achter te laten.  Die kan je wegboenen met de mouw van je overhemd (katoen, lukt perfect).

 

Zo heb ik bijvoorbeeld deze ochtend het glazen nachtkastje van mijn vrouw opgeboend met haar katoenen slaapkleed.  Niemand die dat weet.

 

 

 

Hoofdstuk 5: Dweilen: de doos van pandora.

 

 

Na al dat gezwoeg, zou je desnoods ook nog kunnen overwegen om eventueel te dweilen.

 

Ik hoop echt, uit de grond van mijn hart, dat u de voorwaardelijkheid aanvoelt in vorige zin.

 

 

Want met dweilen kan je volgens mij de doos van Pandora openen. 

 

 

Je weet waar je begint, maar waar hou je op?

 

 

Stel dat je een stukje dweilt en het is zo proper dat het opvalt tegen de rest, dan ben je wel verplicht om de ganse zooi te doen. 

 

 

Ik blijf erbij: kuisen is in feite het strategisch herschikken van het vuil, zodat het niet meer opvalt.

 

 

In feite is kuisen een begoocheling van de zintuigen. 

 

Vuil verspreiden zodat het op het eerste zicht (zintuig 1) niet meer opvalt.

 

 

Dweilen is de autosuggestie van kuisen.

 

 

Ik verklaar me nader.

 

 

Je  zou kunnen  dweilen , maar laat ons wel wezen:   ziet   iemand het verschil of er gedweild is of niet?

 

 

Neen, vrouwen    ruiken   dat er gedweild is. 

 

Dat heeft naar het schijnt iets te maken met het verzamelen van bessen en vruchten in de prehistorie en dat daarom vrouwen een kleinere neus hebben dan mannen die dan weer een grote neus hebben om reeds van ver de beesten te kunnen ruiken om er op te jagen.  Of was het omgekeerd?   Nu begin ik plots te twijfelen.  Enfin, u kan het desnoods even googelen.

 

 

Vrouwen ruiken dus dat er gedweild is.

 

 

Haha! 

 

 

In die wetenschap is het verstandiger en alleszins minder arbeidsintensief om er voor te zorgen dat het ruikt alsof er gedweild is. 

 

Dus giet je een bij voorkeur fel ruikende detergent (ik gebruik altijd Carolin - met Marseillezeep) in een paar hoeken van de kamer.

 

Giet het niet bij de kamerplanten, ik herhaal: niet bij de planten (ze slaan er eerst geel van uit en gaan daarna kapot).

 

Giet bij voorkeur onder de verwarming; de opstijgende warme lucht neemt de geur mee rond.

 

En op die manier ruikt het alsof er gedweild is (begoocheling zintuig nummer 2: reukzin).  

 

Het gaat hem om de suggestie. 

 

Net hetzelfde als volgende redenering:

 

Als het regent, is de straat nat.

De straat is nat.

Dus het heeft geregend. 

 

Maar met een tuinslang kom je ook al een eind.

 

 

Dus  dweilen is hoogstens een suggestieve begoocheling van de zintuigen, waarbij met een wijde boog omheen de doos van Pandora moet gedweild worden.

 

 

Een woonkamer van 40 m² kuisen volgens de principes van het evangelie van Marcus, kost ongeveer 12 minuten (dat is ongeveer de tijd die ik nodig heb om de rubriek voetbal te lezen op de website van Sporza).  En tijd dat een mens zich kan besparen op die manier, onwaarschijnlijk.

 

 

Want je moet wreed uitkijken met dat kuisen; stel dat je een perfecte job aflevert, dan hang je er aan voor de rest van je leven. 

 

 

Neen, ik kijk wel uit....

 

 

*****

 

   

 

Amai, wat heb jij allemaal uitgestoken?

 

 

Kiné Tom kijkt naar mijn voet.  

 

Een voet die een weekje gips heeft gekregen na verzwikking en lichte inscheuring van de gewrichtsbanden. 

 

Een voet die er uit ziet alsof hij een pakje slaag heeft gekregen van Mike Tyson (moest mijn voet een oor hebben, dan was er een stukje uit).

 

Bont en blauw van de bloeduitstortingen.

 

 

En, je wil waarschijnlijk zo snel mogelijk weer lopen?

 

 

Mijn waarde vriend kiné kent de aard van het beestje.

 

 

Wel, ik heb goed en slecht nieuws.

 

 

 Ik lach een beetje groen...

 

 

Het goede nieuws is dat het hoogstens een paar weken zal duren, het slechte nieuws is dat ik je héél véél pijn ga doen....


 

Nog groener...


 

 

 

Na gebruik van het machientje dat op het einde van de behandeling PING zegt, begint Tom mijn enkel te masseren.

 

 

Massacreren eerder.

 

 

Het doet zo verduveld veel pijn dat het koude zweet mij uitbreekt.

 

 

Maar hoewel ik van binnen jank, is er uiterlijk niks te merken; uitzondering gemaakt voor een flegmatisch opgetrokken linkerwenkbrauw.

 

 

Om maar een idee te geven van de impact van de massage: enkele uren na de massage was ik de fiere eigenaar van een nieuwe bloeduitstorting op de rechtervoet (er was nog een beetje plaats).

 

 

De behandelingen volgen elkaar op, de zwelling trekt weg, de bloeduitstortingen beginnen te verkleuren van donkerblauw over schijtgroen naar pisgeel (pardon my french).

 

 

En zodra ik opnieuw stabiliserende oefeningen mag doen voor de rechterenkel, weet ik dat het einde van de lijdensweg in zicht is, dat het niet meer zo vreselijk lang zal duren vooraleer het licht op groen gaat voor een eerste looptest.

 

 

 

*****

 

En dan volgen de verlossende woorden:

 

 

Mark, ik stel voor dat je eens een looptest onderneemt.  Begin al eens met 1 kilometer.  Let goed op bij de landing, want als je je voet opnieuw verzwikt, dan staan we weer helemaal terug bij af.

 

Wees vooral voorz....

 

 

 

Ik vermoed dat hij voorzichtig bedoelde. 

 

Ik heb de rest van de zin niet gehoord, want ik zat al op mijn fiets, op weg naar huis. 

 

 

23 seconden en 56 honderdsten later heb ik loopschoenen aan de voeten.

 

 

Klaar voor de opdracht.

 

 

*****

 

 

De opdracht.

 

 

Een kilometer lopen. 

 

Even kijken, dat is rond mijn huis en dan nog eens naar de brievenbus en terug.

 

 

Een kilometer lopen.

 

Ik kan mijn adem waarschijnlijk heel die afstand lang inhouden.

 

 

 

Maar goed, 1 kilometer zal het zijn.

 

 

Het is een mooie herfstdag.  Zo eentje die je wel eens in kalenders ziet.  Goudkleurige bladeren dwarrelen fotogeniek neer.  Schuin invallende zonnestralen trekken lange schaduwen.

 

 

Ik loop.

 

 

Maar elke landing geeft een helse pijnscheut.  Hoe frustrerend is dat.  En de bovenrand van mijn schoen hakt bij elke landing ook nog eens op de plaats waar de gewrichtsbanden licht ingescheurd waren. 

 

 

LEKKER!

 

 

Ik heb geen flauw idee wat een kilometer is.  Een kilometer is niet iets wat je loopt.  Dat is iets wat je zwemt of zo.  En om zeker te zijn dat ik niet te weinig loop, doe ik er voor alle zekerheid ietsje bij (denk ik). 

 

Enfin, na 17 minuten sta ik terug aan de voordeur (moest het dan toch een kilometer zijn, dan is het wellicht de traagste kilometer ooit afgelegd op Brooks Ravenna loopschoenen).

 

De eerste tien minuten waren hels, maar nadien ebde de pijn wat weg, waardoor ik eigenlijk helemaal niet meer wou stoppen.

 

 

Maar goed.  De eerste test was redelijk ok.  Wel terug wat zwelling op de enkel, maar dat was relatief snel weg met wat ijs.

 

 

Nu zal u zeggen:

 

Dju, gij se stomme kloot, wat had de kiné gezegd?

 

Eén kilometer, maximum!

 

En meneer denkt dan weer dat hij onmiddellijk er een stuk of drie van moet maken?

 

 

 

En dan zal ik zeggen:

 

Het is enkel en alleen maar te danken aan mijn ongelooflijk sterk karakter dat ik niet meteen een volle anderhalf uur heb gelopen. 

 

 

 

*****

 

 

 

Kiné Tom had ook nog gezegd dat zodra die kilometer goed ging, ik de volgende keer de afstand mocht verdubbelen.

 

 

Nu had ik geen idee wat de afstand was die ik had gelopen, en hoe verdubbel je geen idee.

 

 

Dus heb ik die 17 minuten maar verdubbeld.

 

 

En afgerond naar boven.

 

 

35 minuten.

 

 

En de keer daarop 1 uur 10.

 

 

Telkens had ik wat opstartpijn en wat zwelling achteraf, maar zoals gezegd, allemaal goed te behappen.

 

 

En exact 4 weken en twee dagen na de blessure, sta ik terug op training bij atletiekclub AVN.  En doe al vlotjes mee met oefeningen en versnellingen. 

 

 

De koning van de revalidatie rijdt weer uit!

 

 

Weliswaar vier dagen spierpijnen gehad na de eerste clubtraining....

 

 

*****

 

 

Gisteren tweede donderdagse training met atletiekclub AVN.

 

De blessure verdwijnt langzaam naar de achtergrond.  Ik hoef me in elk geval voor niets meer in te houden (behalve hinkelen op de rechtervoet, dat laat ik nog achterwege).

 

Iemand vroeg me wat mijn ambities waren voor 2013.

 

Ambities?  Volop!  En wel deze:

 

Eind mei wil ik de 20 km door Brussel voor de 20ste keer betwisten, ergens in april wil ik de schandvlek van 1 uur en 9 minuten op de Antwerp Ten Miles wegvegen met een sublieme tijd, maar dit jaar zou ik graag eens het ganse criterium van de Challenge Delhalle lopen.

 

Maar vooral beter en sneller worden. 

 

De combinatie lopen-fietsen moet in het voorjaar zorgen voor een bredere basis.  De kwaliteitsvolle (maar ook slopende) intervaltrainingen op donderdag met de atletiekclub zouden me ook nog wat sterker moeten maken.

 

Eigenlijk wil ik vooral blessurevrij blijven deze winter. 

 

Dan komt de rest misschien wel vanzelf. 

20:09 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

12-10-12

Borat

Borat

 

 

Slecht nieuws.

 

Mijn vrouw heeft me verlaten.

 

Ze is weg.

 

 

 

 

Maar ze heeft beloofd tegen de middag terug thuis te zijn. 

 

Ze is namelijk gaan ontbijten met de collega's.

 

 

 

Meestal vind ik het fantastisch dat ze een voormiddagje uithuizig is, want dan knipoog ik eens veelbetekenend naar mijn loopschoenen, wat het afgesproken signaal is voor:

 

 

"Wat denken jullie? 

 

Kilometerke of 17 gaan lopen in Wortel Kolonie?"

 

 

 

 

Maar nu is mijn vrouw weg.  En kan ik niets meer.

 

 

Dat vraagt enige verduidelijking.

 

 

Ik neem u even terug mee in de tijd.

 

 

*****

 

 

In den beginne was er niets.

 

 

Na de zesde dag zag God dat het goed was, maar Hij voelde aan Zijn water dat er toch nog iets ontbrak.

 

 

En op de zevende dag zag God eindelijk het licht en vond Hij de loopschoen uit.

 

 

En daarna volgde mijn hamstringblessure links.

 

 

Die me toch uiteindelijk 5 volle weken aan de kant hield.

 

 

En toen was het plots donderdag 4 oktober.  De dag dat ik nogmaals ging testen of de hamstring zich eindelijk gewonnen zou geven en toegeven dat ze genezen was.  Tom B., mijn kiné, had me gezegd dat ik explosieve inspanningen moest vermijden en dat het van den bok zijn kloten zou zijn om keihard te lopen.  Neen, Mark moest kalmpjes aan opbouwen, voorzichtig aan, niets forceren, zo breekt de machine niet.

 

 

Ik had begrijpend ja geknikt.  En vond dat allemaal héél logisch.

 

 

Er was echter wel een klein probleempje. 

 

 

 

Donderdag 4 oktober stond er namelijk een Coopertest op het programma van AVN, de o zo fijne atletiekclub waar ik deel van uitmaak.

 

 

Een Coopertest, voor de niet-sportievelingen onder ons, is 12 minuten je ziel uit je lijf lopen en dan opmeten hoe ver je bent gekomen (men meet doodeenvoudig de afstand van de start tot de plaats waar je je ingewanden hebt uitgekotst, zoiets). 

 

 

En dan kan je, via een ingewikkeld truukje met een rekenmachine, je gemiddelde snelheid berekenen.

 

 

Bijvoorbeeld: de afstand van de start tot de plas kots bedraagt 3000 meter. 

 

 

Rekening houdend met het product van de meridiaan van Greenwich en die van Loch Ness, gedeeld door de gemiddelde snelheid van een Brout-Englert-Higgs-deeltje in een luchtledige buis van Eustachius, en de wortel uit het kwadraat van de Maagdenburgse bollen, heb je dan 15 kilometer per uur gelopen (weliswaar op zeeniveau). 

 

 

Met 5 vermenigvuldigen had ook gekund, natuurlijk.

 

 

*****

 

 

Enfin, ik sta aan de start van de Coopertest.  Door mijn hoofd galmen de woorden van mijn bezorgde kiné: "Niet forceren, rustig aan, je bent nog maar nauwelijks hersteld, hervallen zou erg bitter zijn,..."

 

 

 

De start.

 

 

Onmiddellijk schieten een aantal snelle heren van mij weg. 

 

 

De eerste driehonderd meter loop ik niet voluit (ook wel omdat er een hysterische kiné in mijn hoofd zit te gillen dat het absoluut een héél stuk trager mag en wel nu!).

 

 

Ik loop in zesde positie van mijn groep (de Coopertest wordt in verschillende groepen gelopen, om het overzichtelijk te houden voor de wedstrijdleiding - ze moeten per borstnummer het aantal gelopen rondes kunnen noteren).

 

 

 

Aan kop Eric B., gevolgd door Koen, Joeri, Jan, Pat, uw halfkreupele dienaar en de rest van het pak.

 

 

 

Pat loopt me iets te traag (negeert u, samen met mij, even de hevig nee-schuddende kiné in mijn hoofd?).

 

 

 

Ik schuif voorbij Pat.

 

 

En vermits de hamstring geen krimp geeft, beslis ik het tempo nog wat op te voeren (kiné zit te schuimbekken met de handen in het haar).

 

 

 

Eric B. is ongenaakbaar aan kop, Koen ook, maar er zijn toch nog een paar lopers binnen mijn bereik.

 

 

 

Meter per meter schuif ik richting Jan B.  En ik merk dat Joeri, die nog iets verder voorop loopt, aan het verzwakken is.

 

 

 

Na zes minuten, halfweg de proef dus, heb ik Jan te pakken.  En iets later schuiven we samen Joeri, die zich duidelijk vergaloppeerd heeft, voorbij.

 

 

We zijn nu acht minuten onderweg.  En het begint er serieus in te hakken.  De ademhaling zwaar, maar ik ben nog niet helemaal leeg (dat fietsen met de racefiets heeft mijn conditie toch redelijk op peil gehouden, merk ik nu).  Ik heb geen flauw idee hoeveel rondes ik al op de teller heb.

 

 

Ik loop al een tijdje vlak achter Jan.  Qua leeftijd zou hij mijn zoon kunnen zijn.  Qua snelheid zijn we aan mekaar gewaagd.  Maar ik vrees dat hij een ferme, explosieve eindsprint in huis heeft.  Die moet ik zien te vermijden. Dan zit er maar één ding op en dat is een versnelling inlassen die hem doodknijpt.

 

 

Mijn innerlijke kiné vindt dat geen goed plan.

 

 

Ik wel.

 

 

Ik schiet Jan voorbij en druk een ronde keihard door.  Jan plooit, maar breekt niet helemaal.

 

 

Het is hard tegen onzacht.

 

 

De laatste minuut wordt aangekondigd.

 

 

Ik blik om en zie dat Jan vlakbij zit. 

 

 

Ik pers er nog een laatste keer alles uit (in mijn hoofd heeft mijn innerlijke kiné een rafelig touw gezocht om zich aan de eerste de beste boom te verhangen).

 

 

De laatste 10 seconden worden afgeteld.

 

 

Jan spurt terug tot bij mij.

 

 

We stranden allebei op 3200 meter. 

 

 

Volgens Higgs-Loch Ness en zo, is dat goed voor 16 km per uur.   De heren die sneller waren deze avond zijn te tellen op de vingers van een hand van een erg bijziende schrijnwerker.

 

 

 

Maar wat véééééél belangrijker is: mijn hamstring heeft het gehouden.  Ik ben gelukkig, opgelucht, maar vooral weer klaar voor de strijd. 

 

 

****

 

 

Daags nadien zijn er wel wat spierpijnen (zelfs de borstkas doet pijn van het zwoegend ademen), maar dat bedekken we met de mantel der liefde.

 

 

En nu is de trein vertrokken.

 

 

Op zaterdag 6 oktober lopen we alweer, vlotjes 1 uur en 10 minuten.

 

 

Zondag 7 oktober de racefiets op: 86 kilometer aan 30,5 km/uur gemiddeld, alleen, met de neus in de wind.

 

 

En op dinsdag 9 oktober trek ik om 9 uur 's ochtends de deur achter me dicht, voor alweer een duurloopje. 

 

 

De zon schijnt. 

 

 

Het is een mooie, maar koele ochtend, een ochtend vol belofte....

 

 

*****

 

 

"Ja, sport is gezond."

 

 

Ik zit inmiddels op de spoedafdeling van het A.Z. Elisabeth te Turnhout. 

 

 

Had mijn rechtervoet niet zo'n pijn gedaan, dan had ik de spoedarts een trap in zijn ballen verkocht.

 

 

Ik zit er helse pijnen uit te zweten, met een rechtervoet die gezwollen is tot één grote klomp en meneer de arts denkt even cynisch te moeten debiteren:

 

 

"Ja, sport is gezond."

 

 

De dokter sprak dan ook nog eens een soort gebrekkig Nederlands, met een buitenlands accent dat een afkomst verraadt van ergens ver weg achter het ijzeren gordijn. 

 

 

 

Het had wel wat weg van Borat. 

 

 

Ik dacht écht dat ik beland was in één of ander verborgen camera-programma.

 

 

Maar mijn kop stond er niet naar.

 

 

"We gaan een paar fotokes maken, om uit te sluiten of er een scheurtje of een breuk in het kuitbeen is", zei Borat, waarop ik terug naar de wachtzaal mocht huppelen.

 

 

****

 

 

In de wachtzaal overdenk ik wat er me vandaag is overkomen.

 

 

Na een kilometertje of twee (ik begon net op bedrijfstemperatuur te komen) loop ik de Tikkenhaenweg in (een pittoresk zandpaadje).

 

 

En daar verzwik ik drastisch mijn rechtervoet.  Ik hoorde een krak en voelde een verzengende pijnstoot door mijn been schieten.  Een milliseconde later sta ik voorover gebogen de pijn te verbijten.  Ik voel me misselijk en kan nog net mijn ontbijt binnen houden.

 

 

Ik besef meteen dat mijn gewrichtsbanden zwaar geraakt zijn.  Of erger.

 

 

Dit is een ware verschrikking.  Ik brul keihard mijn frustraties uit.  Paarden schrikken op, koeien zijn van hun melk.

 

 

Iets meer dan vijf weken geleden mankte ik met een geblesseerde hamstring kilometers ver, nu moet ik met verrokken (of ingescheurde) gewrichtsbanden opnieuw kilometers naar huis.

 

 

De pijn is amper te harden.

 

 

En ik merk dat mijn enkel, ondanks de compressiekous, érg opgezwollen is.

 

 

Dit is niet goed.

 

 

En geen enkele auto die stopt om me een lift te geven. 

 

 

En te trots om te liften, dat ook natuurlijk.

 

 

 

*****

 

 

Thuis.

 

 

Ik bel mijn kiné.

 

 

Die me onmiddellijk aanraadt naar de dokter te gaan.

 

 

De dokter vreest voor een breuk of scheur in het kuitbeen en stuurt me vervolgens naar het ziekenhuis.

 

  

 

Ik ben vooral bang. 

 

 

Bang voor grote schade. 

 

 

Bang voor alweer weken miserie. 

 

 

Bang. 

 

 

En moe. 

 

 

Beu.

 

 

 

*****

 

 

 

De wachtzaal van spoed zit vol ongelukkige mensen. 

 

 

Als wrakhout aangespoeld.

 

 

Arbeidsongevallen.

 

 

 

Een jongeman, in een overall van een bandencentrale, met een verbrijzelde vinger.

 

 

Ik vraag me af wat Borat tegen hem zou gezegd hebben?

 

 

Trek eens aan mijn vinger?

 

 

 

Een bouwvakker die een zware elektrische stoot had geïncasseerd. 

 

 

Wow, gij geeft licht!!!!

 

 

Een man met een gebroken hand. 

 

 

High five!!!

 

 

 

En ik.  

 

 

Sport is gezond.

 

 

*****

 

 

Volgens Borat is er goed nieuws en slecht nieuws.

 

 

Het goede nieuws is dat de foto's geen breuk aan het licht hebben gebracht.

 

 

Het slechte nieuws is dat de gewrichtsbanden erg zwaar zijn geraakt.

 

 

Borat zegt dat er twee mogelijkheden zijn, maar dan verschijnt er een twinkeling in zijn ogen en zegt hij dat er in feite vier behandelingsmethoden zijn, te weten:

 

1. hij zet mijn rechterbeen af tot net onder de knie. 

 

Ik kijk vol ongeloof naar mijn vrouw.  Borat kijkt me verwachtingsvol aan, maar ik kan het niet opbrengen om te lachen.  Jeeezus, Borat, humor, laat dat over aan zij die er verstand van hebben....

 

2. hij doet niets en stuurt me naar huis met een scheepslading pijnstillers (waarna iets onduidelijks volgde over besparingen en Di Rupo). 

 

Mijn vrouw ziet zich verplicht om tussenbeide te komen en mijn handen van de nek van Borat te trekken, die inmiddels al wat blauwtjes aanloopt.

 

3. intapen, maar dan zal het herstel langere tijd vergen.

 

Nope, het moet vooruit gaan.

 

4. een weekje gips, en dan revalidatie.

 

 

 

Daarom, beste vrienden lopers, zit uw dienaar een weekje in een gipsverband.  Volgende week woensdag mag de gips er af. 

 

 

Mijn eerste afspraak bij kiné Tom is op donderdag. 

 

 

En mijn ervaring leert me dat ik weer zit aan te kijken tegen een wekenlange revalidatie. 

 

 

 

Het is om moedeloos van te worden.  En fietsen kan ook niet.

 

 

Ik kan helemaal niks.

 

 

Met twee krukken rondhuppelen in huis. 

 

 

En de vrouw rondcommanderen.

 

 

Maar ze is weg, deze voormiddag.

 

 

En ik kan helemaal niks.

 

 

 

****

 

 

Als je twee krukken nodig hebt om te bewegen, dan heb je geen hand meer vrij om iets te dragen, of vast te pakken.

 

 

En dan wordt een kop koffie zetten een zenuwslopende onderneming. 

 

 

Het kopje staat rechtsboven in de kast. 

Krukken neer, balanceren op één been, kopje pakken en zo ver mogelijk richting Senseo schuiven.

Krukken pakken en richting bestekschuif gaan.

Krukken neer. 

Balanceren op één been, lepeltje pakken en zo ver mogelijk richting Senseo schuiven. 

Kopje ook wat verder doorschuiven.

Krukken pakken en naar Senseo gaan.

Krukken neer. 

Balanceren op één been. 

Lepeltje pakken, kopje pakken (staat nét iets te ver, maar het lukt toch). 

Kopje en lepeltje onder Senseo zetten.

Nieuw padje in Senseo steken. 

Senseo opzetten.

Krukken pakken en richting ijskast gaan. 

Krukken neer, balanceren op één been, melk nemen en op tafel zetten.

Krukken pakken en naar Senseo gaan. 

Krukken neer, balanceren op én been, melk van tafel nemen en bij Senseo zetten.

Druk op het startknopje van de Senseo.

 

 

Het aroma komt je tegemoet, zodra je het pakje opendoet. 

 

Roep je Van Nelle.

 

 

Dat wou ik beginnen zingen, maar dan begint het alarmlichtje te knipperen dat meldt dat het waterreservoir van de Senseo leeg is. 

 

En mijn kop koffie is nauwelijks halfvol.

 

En de waterkraan staat aan de andere kant van de keuken.

 

 

God is een sadist.

 

 

*****

 

 

Of neem zoiets onnozels als de brievenbus leegmaken.

 

 

Ik pikkel op krukken naar de brievenbus. 

 

 

Waar zijn de sleuteltjes?

 

 

Binnen.

 

 

Godver.

 

 

Ik neem beide krukken in één hand, sta te balanceren op één been, en steek mijn dunne pols in de spleet van de brievenbus. 

 

 

Ik peuter de scheepslading verkiezingsdrukwerk, reclamefolders en rekeningen uit de brievenbus.

 

 

Ik laat een kruk uit mijn handen vallen.

 

 

Dan merk ik dat ik onmogelijk het hele pak kan dragen in combinatie met mijn twee krukken.  En het pak is té dik om in mijn mond te steken.

 

 

Ik wrik het hele pakket vooraan in mijn broek.

 

 

Merk vervolgens dat ik met dat ganse pakket post in mijn broek niet voorover kan buigen om de gevallen kruk te pakken.

 

 

 

Haal alles uit de broek (toch wat post is).

 

 

De helft van de post klettert op de grond.

 

 

Alles opgeraapt.

 

 

Post achteraan in de broek gestoken.

 

 

Bukken voor kruk 2.

 

 

Ik zweer het u, de landing in Normandië was, logistiek gesproken, kinderspel vergeleken met het leegmaken van de brievenbus deze ochtend.

 

 

Maar de post bracht een aantal verrassingen die de bitterzoete pijn van mijn tijdelijk bestaan op krukken verlicht. 

 

 

Een kaart met handtekeningen van de vrienden van AVN.  Ze wensen mij een snel herstel. 

 

 

En nog een opkikkertje.  Een kaart, van Els.

 

 

En een kaart van de organisatoren van de 20 Km door Brussel

 

 

En een telegram van Haile Gebrselassie.

 

 

En een pakje met daarin een bidon van Lance Armstrong.  Ik heb er even van geproefd en heb een kwartier later de hometrainer aan flarden gereden, gek is dat.

 

 

HPIM1170.JPG

15:46 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

28-08-12

Twee koffies en een Chimay

 

 

Twee koffies en een Chimay

 

 

Zaterdag 18 augustus 2012

 

 

Het zomert ongenadig hard in de Kempen. 

 

 

Toen ik daarstraks de auto startte, moest ik onwillekeurig denken aan die ene verkeerstip van de pechverhelper.  Tijdens de zomer krijgen ze namelijk redelijk frequent af te rekenen met platte batterijen omwille van de airco in de wagen die teveel energie vreet bij het opstarten van de wagen.  Hun tip was om de airco niet meteen volle bak te zetten, maar hoogstens 6 graden minder dan de buitentemperatuur.

 

 

Ik kijk op het display van mijn boordcomputer.

 

 

Buitentemperatuur: 36 graden.

 

 

Moet ik nu mijn verwarming op 30° zetten??????

 

  

 

*****

 

 

Donderdag 23 augustus.

 

 

Een tweedaagse vakantie in de Ardennen.

 

We brengen een bezoek aan de grotten van Remouchamps

 

 

Het is even wachten op de gids; Wallonië, u weet wel.... 

 

 

Dan maar wat mensen kijken. 

 

 

Altijd leuk. 

 

 

 

Een blondine vraagt hormonaal onze aandacht. 

 

Leeftijd: moeilijk in te schatten, maar toch behoorlijk wat kilometers op de teller. 

 

Ze heeft een topje aan dat wanhopig probeert de konijnen in het hok te houden. 

 

Ellenlange benen eindigen in een jeans shortje. 

 

Een shortje waar weinig stof aan verloren is gegaan. 

 

Ik bedoel maar: sommige van mijn zakdoeken zijn groter. 

 

Een shortje dat in bepaalde kontreien vraagt om een arrestatie voor openbare zedenschennis. 

 

 

 

Het is 10 graden in de grot.

 

 

Ze heeft het koud.  Dat wordt aanschouwelijk gemaakt in het topje.

 

 

Plots, en dit is ongelogen, laat ze haar jeansbroekje langs haar benen naar beneden glijden.  Een hele lange afdaling, dat moet gezegd.

 

 

Zeggen dat ik overvallen werd door een lichte vorm van consternatie is vermoedelijk dé understatement van de week.

 

 

Onder het shortje bevindt zich een zwart broekje.

 

 

Geen Sloggi (100 % Katoen, kookwas) waar alles grondig in kan opgeborgen worden, neen, eerder een zwart frivool ding dat uiterst geschikt is om de French Cancan mee te dansen.

 

 

Omdat ik vanuit mijn standpunt niet goed kon inschatten of het synthetische niemendalletje een string was, schuifel ik wat weg van mijn vrouw om enerzijds de nodige vaststellingen daaromtrent te doen en om anderzijds de derrière van deze deerne ten gronde te kunnen bewonderen. 

 

Een kuchje van vrouwlief maakt een voortijdig einde aan dit vermetel plan. 

 

Ook mijn fototoestel mag dit tafereel niet vastleggen, meen ik uit de ontradende blik van mijn vrouw te kunnen opmaken.

 

 

De vriend van de blondine reikt haar een grijze legging aan.  Twee seconden later is ze er in geglipt en stapt ze terug in haar short. 

 

 

Of het een string was? 

 

 

Ik vermoed van wel. 

 

 

Er stond een heerschap beter opgesteld om daarover uitsluitsel te geven en uit diens glazige blik en het feit dat hij vlak daarna met zijn kop tegen een stalactiet aanliep, durf ik te concluderen dat het inderdaad een string was. 

 

 

Of was het een stalagmiet?

 

Tiet is tomber, niet?

 

Miet, monter.

 

Dus tiet.

 

 

*****

 

 

 

Hoewel de gids ons in Di Rupiaans Nederlands vertelt dat de Rubicon deze grot uit de bergwand heeft uitgesleten, heb ik toch de indruk dat de grot eerder uitgesleten werd door de duizenden voeten van verveelde scholieren en luidruchtige Hollanders.

 

HPIM1095.JPG

 

 

De rondleiding eindigt met een traject per bootje.  We dobberen door donkere, smalle gangen.  De doorgang is bijwijlen zo laag dat we diep voorover moeten buigen in onze sloep. 

 

 

De gids merkt op dat begin 20ste eeuw de doorgang breder werd gemaakt met behulp van explosieven. 

 

 

De sloep wordt aangedreven door mankracht; de gids gebruikt een houten stok waarmee hij zich telkens afzet tegen de rotswand.  Op een bepaald moment duwt hij zich krachtig af tegen de wand, waarop een stukje van de wand het begeeft en in het water stort.  Ik verzeker u dat ik het boeltje toen niet helemaal meer vertrouwde....

 

 

HPIM1136.JPG

 

Ninglinspo, nog zo'n klassieker.

 

 

HPIM1103.JPG

 

En wanneer we het pad bewandelen van de toeristische archeologie, dan mag Coo zeker niet ontbreken...

 

HPIM1146.JPG

 

 

*****

 

 

Zaterdag 25 augustus 2012.

 

 

De tweedaagse reis heeft deze week onthoofd qua sportieve inspanningen.  Nauwelijks gelopen, nauwelijks gefietst.

 

 

De laatste keer dat ik liep was zondag 19 augustus.  Om de tropische hitte te vermijden heb ik mijn duurloopje in alle vroegte afgewerkt.

 

Ik trok de voordeur achter me dicht om 6u50 en was dik anderhalf uur later terug thuis. Het was koel, hoogstens 22°, nog een geluk dat ik een dikke trui had aangetrokken, en een muts.

 

 

Dinsdag heb ik gefietst, 88 kilometer aan 30,2 km/u gemiddeld.

 

 

En verder niets, behalve ijsjes, sorbet, viergangenmenu, café au lait, vin blanc sec et patati et patata...

 

 

Morgen is het de Descente de la Lesse.

 

 

Niet per kajak.

 

 

Per loopschoen.

 

 

En dus dacht ik vandaag een snipperdag te nemen.  Niet lopen, rusten.  Ik zou kunnen gaan fietsen, maar stel dat ik val en een paar m² schaafwonden oploop? 

 

 

Dat zou ik me niet kunnen vergeven.

 

 

Want de Descente de la Lesse is, naast de 20 Km door Brussel, één van de belangrijkste afspraken van het jaar.  

 

 

 

 *****

 

 

Zondag 26 augustus 2012.

 

 

Op de tast vind ik mijn Polarhorloge.

 

3u30 geeft die groen oplichtend aan.

 

Ik lig wakker. 

 

 Al een tijdje.

 

En het regent. 

 

Ook al een tijdje.

 

Taakspanning.

 

 

5u30.

 

Opnieuw wakker.

 

Nu trekt een onweer in de verte voorbij.  Enkele bliksemschichten en wat vaag gerommel. 

 

De regendruppels roffelen ritmisch op het dak.

 

 

6u15.

 

Ik schiet wakker van het alarm van mijn Polar. 

 

De opeenvolgende hazenslaapjes hebben me gesloopt.  Ik voel me belabberder dan om 3u30. 

 

Naar beneden sluipen, rugzak meesmokkelen.

 

Aankleden, GSM, geld, boterhammen voor straks in de auto smeren, waterflesje uit de koelkast halen. 

 

 

Pasta opwarmen.

 

Om het hele huis niet wakker te pingen met de microgolf, warm ik de tagliatelle (met minimale saus) op in een steelpannetje. 

 

Tagliatelle brandt meteen aan. 

 

 

Water bijkieperen.

 

Brandt weer meteen aan...

 

 

Fuck it. 

 

 

Dan eet ik het zo maar op. 

 

Lauw.

 

 

 

 

 

De rugzak nog eens minutieus doorlopen. 

 

Ik heb alles bij.

 

 Nog een allerlaatste sanitaire stop.

 

*****

 

 

7 uur.

 

Een auto stopt.

 

Frank en Hild, mijn  compagnons de route vandaag.

 

 

 

We zetten koers naar Dinant, waar de Copères wonen. 

 

Dinant, stad van Leffe, zoete koek, Flamiche en glanzend koperen Dinanderie

 

Dinant, stad van Adolphe Sax en Dominique Pire. 

 

Dinant, stad van de Collégiale, Roche Bayard en de Citadel. 

 

Dinant, stoffig lint aan de oever van de wispelturige Maas.

 

Dinant, waar de Lesse zich verzoent met de Maas.

 

 

 

***** 

 

images.jpg

 

De reis verloopt voorspoedig; we worden niet geflitst, we rijden niet verkeerd en alle onderwerpen worden tot algemene tevredenheid besproken. 

 

 

Kinderen en hoe ze op te voeden.  En dat het vechten tegen bierkaaien is.

 

Echtgenoten en hoe ze bij te sturen.  Ook bierkaaien.

 

Lopen en blessures.  Bierkaai en bierkaai.

 

 

*****

 

 

Dinant slaapt nog half.

 

Het leven in Dinant komt stilletjes op gang.

 

Inboorlingen kopen brood.

 

 

 

Maar aan het Casino is het een en al bedrijvigheid. 

 

Overal lopers, overal auto's tevergeefs op zoek naar een parkeerplaats. 

 

 

Frank draait een steegje in dat op het eerste zicht te smal is om een auto doorheen te jagen.  Dat steegje komt uit in een straatje, Rue de la Grèle, waar zelfs het wagentje van Google Streetview het bestaan niet eens van wist.  Daar parkeert Frank zich in een gaatje dat eigenlijk een halve meter te klein is voor zijn wagen.  Een waar mirakel.  We klappen de zijspiegels in, zodat er toch nog een voetganger (met beperkt BMI) voorbij kan.

 

 

We staan geparkeerd.  Wegslepen zullen ze ons niet, de straat is te smal voor een sleepwagen.

 

 

*****

 

 

Casino Dinant.  De aankomstzone.

IMG_3483.JPG

 

 

Salle La Balnéaire is het zenuwcentrum van de Descente. 

 

IMG_3440.JPG

 

We begeven ons naar de inschrijfstand.  Ik ben vooringeschreven, dus moet ik enkel de enveloppe met borstnummer en chip ophalen. 

 

 

Aan de balie kan ik me met geen mogelijkheid mijn borstnummer herinneren. 

 

 

"Kelet votere nummero?" vraagt de inschrijfmadame.

 

Ik dacht 1477. 

 

"Mil katsent swasente disset", zeg ik dus.

 

Zit er niet tussen.

 

Merde, dus.

 

 

1377 bleek bij nadere controle.

 

 

Scheelde niet eens overdreven veel.

 

 

*****

 

 

Omkleden, tepels afkleven, mensen observeren, Frank wat pesten, tenen invetten met antiwrijvingscrème, wauwelen, Frank de voorkant van mijn shirt laten zien (die kant kende hij nog niet goed, de achterkant wel), WC-inspectie, twijfelen over de garderobe, wat druivensuiker afschooien van Frank, een plastic zakje afluizen van Frank (om de druivensuiker in te steken), enfin het betere voorbereidende ritueel, quoi?

 

Ik heb een enorme grijze plastic vuilzak voorzien van drie extra gaten; voor hoofd en armen.  Zal nodig zijn om warm en droog te blijven.  Het regent nog steeds en er staat ook redelijk wat wind.

 

 

*****

 

 

De lopers worden per bus naar de start in Houyet gebracht. 

 

Rond half tien (laatste bus om tien uur) stappen we met zijn vieren op de bus.  Frank, Hild, Rudy (bevriende mogendheid uit Loenhout) en uw scribent.

 

Zitplaatsen, dat spreekt voor zich.

 

Houyet is per bus véél minder ver van Dinant dan per loopschoen.

 

 

*****

 

 

Houyet.

 

Troosteloos dorpje. 

 

Ook wel omdat het een grijze, miezerige dag is. 

 

 

We zoeken beschutting onder een piepklein afdakje. 

 

Kijken mekaar aan. 

 

Doen we dit eigenlijk wel graag?

 

 

Nog een laatste sanitaire stop, wat opwarmen, en dan maken we ons klaar om van start te gaan.

 

 

Dit staat ons te wachten.

profil2008.jpg

Grijs: asfalt.

Groen: bos, modder, rotsblokken, krokodillen,...

 

 

De kilometers tellen af naar de finish.

 

*****

 

 

We wensen mekaar succes en een behouden vaart en dan wordt de wilde meute los gelaten.

 

ATH_5724.jpg

 

 De eerste honderden meters lopen doorheen Houyet, lekker asfalt.

 

ATH_5743.jpg

 

De brug over de Lesse en dan linksaf, de natuur in.

 

 

De modder in.

 

Plassen over de ganse breedte van de weg. 

 

 

Lopers springen naar de zijkant, een enkeling dendert er doorheen en spettert ons nat.  Het is constant zoeken naar droge plaatsen, uitwijkmogelijkheden voor modder of rotsen, en vechten voor je positie. 

 

Tot de klim van Clinchamps is het zaak vooraan in de wedstrijd te zitten, zoniet wordt het aanschuiven op de eerste klim van de dag.

 

 

De eerste twee kilometer leg ik af op 7 minuten en 26 seconden.  Redelijk snel, maar we voelen ons prima.

 

 

Een paar houten platen doen dienst als brugje over een klaterend zijriviertje: dit is de voet van de klim naar Clinchamps.

 

 

Alle hens aan dek. 

 

Dit is de eerste zware opdracht van de dag.

 

 

Wandelen tegen een glibberige bergwand.  Jezelf optrekken aan takken en boompjes.  Een waanzinnige kilometer klimwerk brengt ons een kleine honderd meter hoger.  Zelfs stappen valt zwaar, je voelt je kuiten verzuren en verkrampen tegen deze kuitenvreter met een hellingsgraad tot 46%.

 

Deze slopende klim van 1 kilometer kost me maar liefst 6 minuten en 50 seconden.  Het leek wel een eeuwigheid.

 

Het laatste stuk bergop is terug relatief beloopbaar en brengt ons naar Gendron, waar een eerste bevoorradingspost verkoeling brengt...

 

 

De lange sliert lopers slingert doorheen het ingeslapen dorpje. 

 

 

Asfalt onder de voeten, afwisselend klimmen en dalen. 

 

 

We lopen het dorpje uit, en krijgen nog meer godsgruwelijk klimwerk voor de voeten geworpen.  Het dak van de wedstrijd ligt ongeveer 1 kilometer verder, een kilometer die ik afleg in 4 minuten en 35 seconden, wat toch iets té voortvarend was.

 

 

Ik loop weg van iedereen.

 

 

Dan volgt, vanaf kilometer 17, de afdaling van de Chapelle du Comte, twee dolle kilometers bergaf. 

 

 

Het is razend gevaarlijk.  De ondergrond is wisselend, geaccidenteerd, onvoorspelbaar.  Rotsen, grind, zand, uitgesleten bochten, bochten die verkeerd hellen, geulen uitgevreten door regenwater.  Het is springen en ontwijken en hypergeconcentreerd de ondergrond inschatten.  Focus!

 

 

De vorige edities vloog ik hier als een losgeslagen gek naar beneden, maar nu ben ik verplicht om met de handrem op te lopen.  Mijn Saucony schoenen bieden erg weinig grip, en op de echt steile stukken voel ik me verschillende keren licht doorschuiven.  Niet goed voor het vertrouwen. 

 

 

Iedereen loopt, of beter, vliegt me voorbij. 

 

 

De eerste kilometer haal ik na 4m 11s, de tweede na 4m 40s.  U merkt het, daarstraks klom ik ongeveer even snel. 

 

 

Ik durfde niet sneller naar beneden.  Het heeft geen zin om enkele seconden goed te maken en in ruil zwaar onderuit te gaan.

 

 

Van kilometer 15 tot kilometer 13 lopen we in de vallei, in de winterbedding van de Lesse.  Het is relatief vlak, maar de verschillende modderzones maken het lastig om in het ritme te komen.  Sommige doorgangen zijn smal en lopen langs witgekalkte obstakels in de vorm van boomwortels en rotsblokken.  De ongelijkmatige trappen op kilometer 14, gemaakt uit blokken natuursteen, zorgen weer voor een opstopping, waar je stapvoets verder moet.

 

 

*****

 

 

Dan bereiken we de brug van Gendron Gare, waar de 13 km start en waar er bevoorrading is.  Ik grijp een tablet druivensuiker, probeer het al lopend en zwaar ademend op te kauwen, pak een beker water, giet die over mijn hoofd, neem een tweede beker en spoel de druivensuiker uit mijn mond door.

 

 

Nu volgen er een paar relatief makkelijke kilometers.  Asfalt en met licht glooiend karakter. 

 

 

Al degenen die me in de afdaling achterlieten, moeten er aan geloven.

 

 

Ik haal ze allemaal bij en draai kilometers van 4m 11s en 4m 19s.  Ik voel me prima. 

 

 

We passeren het Nationaal Park van Furfooz en de Aiguilles de Chaleux

 

De benzinetank is bijlange nog niet leeg!

 

Halfweg wedstrijd kom ik door op 49 minuten en 59 seconden.

 

 

*****

 

 

De spoorwegbrug!

 

Weer zo'n herkenbaar punt in de wedstrijd.  Langs de ene kant de talud op via ongelijke trappen, die ik per twee probeer op te stappen.  Brug over en langs de andere kant via een glibberig pad naar beneden.

 

 

Net als vorig jaar worden we gewaarschuwd voor een modderige zone.

 

 

Ik loop vlotjes de modder in.

 

En voel meteen mijn rechtervoet bij landing wegschuiven.

 

 

Finaal wegschuiven.

 

 

Wanneer ik mijn linkervoet neerplant om het evenwicht te bewaren, schuift ook deze razendsnel onder me weg.

 

 

Een milliseconde én één adrenalinestoot later knal ik op mijn linkerflank languit in de modder.

 

 

Gelukkig raak ik geen stenen.  Toch voelt mijn heupkam behoorlijk pijnlijk aan.

 

 

 

Vreemd is dat.

 

Daarnet vloog ik nog over Ardeense wegen, nu ben ik geland en lig ik stil in de modder.

 

 

Ik klauter beduusd recht, schud kluiten modder van me af en probeer terug te vertrekken.

 

 

En schuif nogmaals uit.

 

 

Er zit niets anders op dan behoedzaam te stappen door de enkeldiepe vermalen leemachtige waterige modder, die gladder is dan ijs.

 

 

Het is schuiven van links naar rechts, terwijl mijn loopschoenen verworden zijn tot dikke, zware slijkklompen. 

 

 

Ik vloek als een ketter.

 

 

Ik zweet als een beest, maar vermits mijn handen vol modder hangen, kan ik het niet eens afvegen.

 

 

Ik ben niet de enige die onderuit gaat.  Vlak voor mij gaat nog iemand feestelijk op zijn bek.  Overal gesakker en gevloek in diverse talen.

 

 

Lopers met betere grip (en met meer vertrouwen) lopen me bij bosjes voorbij.  Tientallen.  Al diegenen die ik de afgelopen kilometers achter mij heb gelaten, komen me nu opnieuw voorbij.

 

 

Het is om gestoord van te worden.

 

 

Ik ploeter verder.

 

 

300 meter duurt deze beproeving en die zone zorgt voor een verschrikkelijk trage kilometer (9m 47s). 

 

 

Eens de modderzone achter me, probeer ik zoveel als mogelijk de modder van mijn schoenen te lopen.  Ik zoek elke plas op en probeer wat in het hogere gras te lopen.

 

 

*****

 

 

Maar veel tijd is er niet om te bekomen van de emoties.

 

 

Ik pak mijn laatste tablet druivensuiker (nu met gratis knarsende moddersmaak) en prevel een schietgebed...

 

 

....want nu komt de tweede klim van de dag. 

 

 

 

De klim naar Walzin. 

 

 

125 hoogtemeters overwinnen op 1 kilometer.  De aanvangsmeters zijn nog best te belopen, maar nadien volgen een paar lussen omhoog die érg nijdig klimmen.

 

 

De vorige twee jaar stond ik hier telkens te voet.  

 

 

Maar de ergernis  omwille van mijn valpartij en de opgewekte adrenaline drijven me verder. 

 

 

Mark zal dit jaar niet plooien op de klim naar Walzin! 

 

 

Een keer of drie sta ik op het punt toch te gaan wandelen, maar ik bijt door en loop helemaal tot boven.  Ik loop weer in op zovele lopers die noodgedwongen moeten wandelen.

 

 

Die zware kilometer kost me 7 minuten en 16 seconden.

 

 

***** 

 

 

De ruïne van Cavrenne betekent dat de top is bereikt.

 

 

Ik ben boven!

 

Doodop.

 

Stikkapot.

 

Helemaal op.

 

 

*****

 

 

Eventjes nog wat vlakke meters in het bos en dan is het loeihard over het asfalt naar beneden.

 

 

De eerste meters voel ik meteen een zeurende pijn in de rechterhiel; het op de voorvoet lopen tijdens de klim heeft de voetpees toch parten gespeeld.

 

Ik neem het zekere voor het onzekere en besluit ook deze afdaling niet voluit naar beneden te knallen.  De kilometer bergaf doe ik rustig aan (4m 9s).  Elke landing doet pijn aan de hiel.

 

Opnieuw komt iedereen me voorbij gesneld.  Dat moet ongeveer de vierde keer zijn deze dag.

 

 

*****

 

 

De razende afdaling is voorbij.  De beproeving nog niet.

 

_DE34430.JPG

De linkerflank besmeurd, modderschoenen.

 

Nu volgen nog 6 lange kilometers die afwisselend lichtjes klimmen en dalen. 

 

 

En tot mijn verbazing is het bobijntje nog niet af. 

 

 

Ik begin opnieuw aan een inhaalrace.  En merk dat ik nu pas terug in het gezelschap kom van de heren die bij mij zaten toen ik onderuit ging in de modderzone.  Ik loop kilometers van om en bij de 4m30s.

 

_DE34483.JPG

Frank.

 

_DE77055.JPG

Hild.

 

 

 

*****

 

 

En dan bereiken we eindelijk het punt waar de Lesse zich in de Maas stort.

 

We lopen op het jaagpad naast de Maas. 

 

In de verte wacht le Viaduc Charlemagne.

 

 

De laatste kilometers zijn eenzaam. 

 

De pijn is je enige metgezel.

 

Roche Bayard.

 

De vier heemskinderen.

 

Nog even.

 

Even nog.

 

En dan eindelijk de verlossing.

 

Finish.

 

IMG_1680.JPG

120ste positie,  1u 44m 18s, 19de veteraan 2.

 

IMG_1714.JPG

Frank: 156ste, 1u 46m 57s, 57ste veteraan 1

 

 

Hild werd 706de, na 2u 29m 25s en werd 47ste in haar leeftijdscategorie.

 

 

*****

Aankomstzone.

 

 

Ik grijp naar alles wat eten is.  Stukjes banaan en sinaasappel.

 

Ik grijp alles wat de dorst lest.  Water, sportdrank.

 

 

De chip voor tijdsregistratie moet van mijn schoen gehaald worden. 

 

Iemand ziet me tevergeefs worstelen met mijn veters en komt me helpen.  Ik sta te daveren van uitputting en van de kou.

 

 

Frank komt binnen en we wisselen indrukken uit.

 

Nu pas stel ik vast dat mijn Polarhorloge onder de modder zit.  Mijn schoenen zijn onherkenbaar.

 

Ik krijg gevoelloze vingers van de kou en besluit mijn rugzak op te halen en te gaan douchen.

 

 

*****

 

 

Vlak aan de douchetent zijn er tuinslangen om de schoenen af te spuiten.  Ik spuit de hardnekkige modder van mijn schoenen en merk dan dat van beide schoenen de bovenbekleding gescheurd is.  Links een paar centimeter, rechts een centimeter. 

 

Niet goed.

 

 

 

Ik voel me verkrampen van de kou.

 

Snel de tent binnen. 

 

Het is er nog niet hels druk.

 

 

***** 

 

 

 

Strippen.

 

Douchen.

 

 

Ik sluit mijn ogen en laat het heerlijk warme water over mijn beurs gebeukte lijf stromen. 

 

Ik zou er een eeuwigheid kunnen onder blijven staan.

 

Het warme water spoelt de modder van me af.

 

Spoelt de ellende van me af.

 

 

En het besef druppelt binnen.

 

Het besef dat het alweer achter ons ligt.

 

 

Ik kleed me aan.

 

De warmte doet deugd.

 

En met de warmte voel ik een zalige vermoeidheid bezit van me nemen.

 

 

Ik slenter naar de tent van het Rode Kruis.

 

En laat mijn hiel verzorgen.

 

Flexium gel.

 

 

*****

 

 

Een terrasje langs de Maas.

 

Onder vrienden.

 

Belevenissen, indrukken.

 

Tevredenheid.

 

 

Een terrasje langs de Maas.

 

Bloedbroeders.

 

Twee koffies en een Chimay.

 

En wilde plannen.

 

 

 

 

_DE76864.JPG

 

 

 

19:25 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

14-08-12

Modern Times

 

Modern Times

 

 

 

Donderdag 9 augustus

 

 

Avondloop AVN.

 

De traditionele trainingen van atletiekclub AVN op donderdagavond worden in de lange, trage zomervakantie opgeschort en vervangen door lange, trage duurlopen, uitgestippeld in de groene zones van de Kempen.

 

Het tempo is onderkoeld, ongeveer 10 km per uur, zodat iedereen nog voldoende adem heeft om naar hartenlust te kwebbelen.

 

 

Een lange sliert zwarthemden kronkelt door bos en hei.

 

 

Uw dienaar loopt links van de groep.

 

 

Eén van mijn afwijkingen (volledige lijst verkrijgbaar op eenvoudig verzoek) is dat ik niet kan verdragen dat er iemand links van mij loopt.  Niet dat ik dan flauw val, of razend word, neen, het is meer een gevoel van onbehagen dat me dan bekruipt.

 

 

Ik wring en manoeuvreer tot er niemand links van mij loopt.

 

 

Helaas had ik dat zonder nadenken tegen Frank gezegd dat ik enkel lopers rechts van mij duld, dus binnen de paar weken wist ongeveer half Europa dat.

 

 

 

De mens is een nieuwsgierig wezen.

 

 

Mijn vrienden van de atletiekclub zijn daarop geen uitzondering. 

 

 

Mark kan niet verdragen dat er iemand links van hem loopt?

 

 

Ach zo.....

 

 

Dat moet toch eens uitgetest worden.

 

 

Het heeft een paar weken geduurd, sommigen hebben kennis gemaakt met brandnetels in de berm, anderen hebben dan weer bijna een nat pak gekregen, maar nu is iedereen er van overtuigd dat er niet links van Mark mag gelopen worden.

 

 

 

*****

 

 

 

De wekelijkse duurloopjes op donderdag hebben toch een paar pijnpuntjes.

 

 

Ten eerste is er het ongedierte. 

 

 

Kempense dazerikken kijken reikhalzend uit naar onze donderdagse loopjes, waar ze in grote, donkere wolken onze loopgroep volgen en terroriseren.

 

Dan is het zaak van in de buurt van de dames te lopen; zij hebben meestal kwistig insectenwerend materiaal op het lichaam gesproeid waardoor de beesten massaal op de vlucht slaan.  Het zou me niks verbazen dat overal waar onze loopgroep passeert nadien de bladeren van de bomen vallen.  De verzamelde insectenwerende sprays werken als een soort Agent Orange, fijn dat u het opmerkt.

 

 

 

Ten tweede is er de herrie. 

 

Heeft u ooit al eens het geluid van honderd hyperkinetische kalkoenen gehoord?

 

 

Ik neem aan van niet.

 

Ik trouwens ook niet.

 

 

Maar ik zweer het u, het gekwek van de dames van de atletiekclub tijdens die donderdagse duurlopen, levert naar mijn aanvoelen zo ongeveer dat geluid op.

 

 

Stel dat u tijdens de duurloop achterop geraakt wegens een uit de hand gelopen sanitaire stop (het kan de beste sluitspier overkomen), dan hoeft u enkel op het geluid van honderd hyperkinetische kalkoenen af te gaan en u komt ongetwijfeld terug in onze groep.

 

 

Na een uurtje in groep lopen, wisselen de snellere heren een blik van verstandhouding uit.  Guy H. schuift naar de kop van de groep, op de linkerflank beweegt uw dienaar zich naar voren, we knikken even kort naar mekaar en dat is meestal het sein waarop de zware cavalerie chargeert en de groep verlaat.

 

 

Het tempo wordt lichtjes opgeschroefd. 

 

De dazerikken geven ontgoocheld de achtervolging op. 

 

En op de achtergrond deemstert het geluid van honderd hyperkinetische kalkoenen langzaam weg. 

 

 

De stilte die dan over de Kempen nederdaalt, is begeesterend. 

 

Enkel het geluid van de ritmische ademhaling, het dartele neerplanten van de betere loopschoen, af en toe een galant gebaar om te waarschuwen dat een hond enthousiast op de weg gescheten heeft, enfin, het lopen pur sang, het hoogdravend draven, een vermoeden van vrijheid, de harteklop van de koelbloedige strijder, het gevoel van eindeloosheid, het beleven van nederige eenzaamheid, er sterft wellicht een beer in de taiga en als u me nu nog niet beu bent, dan doe ik nog wat verder...

 

 

Een derde pijnpunt van de donderdagse lopen is de après-ski.

 

De heren en dames die de route uitstippelen, zorgen er steevast voor dat het eindpunt van onze duurloop een kroeg is.  Kwestie van de dorstigen te laven. 

 

Merkwaardig genoeg is het gekwek van honderd hyperkinetische kalkoenen best te verdragen met een Tripel van Westmalle in de rechterknuist.

 

 

 

*****

 

 

Vrijdag 10 augustus.

 

Vandaag een laatste sportieve inspanning geleverd als voorbereiding op de 10 mijl van Seraing van morgen.  Ik klim op mijn racefiets en vlieg over jaagpaden van kanalen, beroer mijn bel, grijp op de tast naar mijn drinkbus, eet zelfs wat druivensuiker, snor als een tevreden man over Vlaanderens wegen met een gemiddelde van een slordige 30 km per uur .

 

Vandaag kan ik nergens bij een snellere coureur aanpikken en wat tempo stelen, sterker nog, ik word zelf locomotief voor verschillende heerschappen. 

 

 

Poederlee. 

 

Een nijdige tik op mijn helm.

 

Enkele seconden later gevolgd door een vlijmscherpe pijn.

 

Een wesp is via de ventilatiespleten in mijn helm gevlogen en maakt me duidelijk dat het daar niet fijn vertoeven is.

 

 

Remmen dicht.

 

Uitklikken.

 

Helm af.

 

Een wesp dwarrelt neer uit mijn helm.

 

Ik wil ze plat stampen, maar merk dat zoiets niet evident is met klikpedalen; je hebt niet bepaald een vlakke zool ter beschikking. 

 

 

Maar sterven zal ze!

 

 

 

Vrijdagavond speel ik voor het eerst in mijn leven mee met Euromillions; 190 miljoen euro winnen lijkt me leuk, met een inzet van 12 euro.

 

 

*****

 

 

Zaterdag 11 augustus.

 

 

Vandaag staat de 10 mijl van Seraing op het programma, wedstrijd in het kader van de Challenge Delhalle.  De 10 mijl wordt georganiseerd door de Seraing Runners.

 

seraing-10-miles-2012-08-11.jpg

 

 

Vorig jaar heb ik er een rampzalige wedstrijd gelopen.  Na een paar snelle aanvangskilometers was ik in die mate opgebrand, dat ik niet meer vooruit geraakte.  Een minder goede tijd op de 10 mijl, dat was de eerste zure appel, maar op ongeveer 1 kilometer voor de finish geremonteerd worden door mijn kompaan Frank, was meteen de rest van de zure fruitmand.

 

 

Seraing werd mijn zwart beest. 

 

 

Als iemand Seraing uitsprak, 7 letters slechts, zorgde dat steevast voor een verhoogde hartslag.

 

 

Dit jaar heb ik al behoorlijk wat afgesukkeld met mijn rechterhiel; herlees de vorige 193 stukjes op deze blog maar even, en u zal merken dat ik u sinds oktober vorig jaar de oren van de kop heb gezeurd over mijn hiel.

 

 

Maar een verminderd loopregime, de trage duurlopen in clubverband, en het eindeloos gefiets, hebben de hiel wat respijt gegeven; in die mate zelfs dat ik de laatste weken meer en meer vertrouwen begon te krijgen in de hiel. 

 

 

Het Gielsbos, 7 km doorrazen, gaf al geen pijnreactie meer van de hiel, vandaag staat de ultieme test op het programma.  16 km doorrazen, op geaccidenteerde ondergrond, bergop en bergaf. 

 

 

Als de hiel dit zonder gevolgen kon verteren, dan..... 

 

 

*****

 

 

Ik start de wagen, pik onderweg achtereenvolgens Katleen, Frank en Hild en Katrien op.

 

 

Frank naast mij, de dames op de achterbank.

 

 

Ik heb een GPS, maar ik heb er een hekel aan. 

 

 

Volgens mijn vrouw komt dat omdat ik een onverbeterlijke betweter ben; ik denk namelijk alles beter te weten. 

 

 

En sinds de laatste update van de GPS is de stem in mijn GPS die van een Hollandse vrouw.  Vertrouw ik al helemaaaaaal niet.

 

 

Dus zetten we die niet op.  Frank, die wegens Antilliaanse feesten de vorige nacht amper een oog heeft dicht gedaan, moet wakker blijven en GPS spelen.

 

 

Splitsing E34 - E 313, ik slaag er bijna in om de verkeerde autoweg te nemen.

 

 

Maar dan zoemen de banden hun geruststellend lied. 

 

 

We zijn op weg naar Waalsche grond.

 

 

*****

 

 

Inmiddels lijkt het wel een donderdagse duurloop op de achterbank.  De dames kwekken over mode, de kleur van de rokjes en topjes en meer van die dingen waarvoor ik hoopte selectief doof te zijn.

 

 

Ook clubgenoten passeren de revue.  Hun eigenaardigheden, hun tekortkomingen, hun goeie kanten ook.

 

 

Kinderen en hun fuifgewoonten, terwijl ze beter zouden studeren voor hun tweede zit.

 

 

En dat mannen in het algemeen, en sommige clubleden in het bijzonder een matige aanleg hebben voor empathie.

 

 

Zo merkte Hild op dat mannen soms zo cru kunnen reageren op bijvoorbeeld een geleverde vrouwelijke loopprestatie.

 

 

 

Heren, ik ben er om u te dienen, dus een les in empathie (voor de dyslectici onder u: amputatie).

 

 

Stel: een loopster zegt: "Verdorie, nu heb ik toch slecht gelopen."

 

 

Foute reactie is dan:

 

"Inderdaad, waanzinnig slecht, belachelijk zelfs, 4 minuten trager dan X, dat jij nog durft buiten komen, dat snap ik niet.  Ben je trouwens niet wat verdikt?"

 

Juiste reactie:

 

"Ach, alles is relatief, het is warm, de ondergrond is zwaar, volgende keer beter, ik bewonder je stamina, je grinta, je vista."

 

 

 

Dat, heren (neen, ik mocht geen namen noemen) is amputatie (heum, empathie).

 

 

 

Volgende onderwerpen werden ook nog tot op het bot uitgediept:

 

 

Wat zou de vulling zijn in de tieten van Lolo Ferrari, God hebbe haar ziel?

 

 

En dat je sommige Witrussische kogelstootsters niet in het donker wil tegenkomen.

 

 

Zou Hellebaut een medaille pakken?

 

 

*****

 

 

De tocht gaat verder. 

 

 

Boterhammen worden genuttigd. 

 

 

Een sanitaire stop op een verlepte parking.

 

 

Inmiddels hebben de dames het onderwerp shoppen aangesneden.

 

 

De kelk moet klaarblijkelijk weer tot op de bodem leeg.

 

 

Dat homo's goede shopgezellen zouden zijn, voorkomend en geïnteresseerd.  En weinig bedreigend.

 

 

Vooraan in de auto trekken Frank en ik een wenkbrauw of 4 op.

 

 

Doembeelden van Wijnegem Shopping Center trekken aan ons geestesoog voorbij.  Waarbij uw dienaar, beladen als een muilezel, doorheen eindeloze gangen sjokt.

 

 

 

******

 

 

Seraing!

 

 

Wat vliegt de tijd als je met plezant gezelschap op pad bent.

 

 

Seraing is een grauwe industriestad, de suburbs van het vurige Luik.   

 

 

Staalreuzen op lemen voeten. 

 

 

Arcelor

 

 

De Maas kleurt donker. 

 

 

Werkmanshuisjes staan hier schouder aan schouder, met onkruid dat welig uit kieren en goten woekert. 

 

 

Troosteloos sfeertje. 

 

 

Seraing, bakermat van het proletariaat.

 

 

*****

 

 

Déviation

 

 

Uiteraard is er de obligate omleiding. 

 

 

Maar Frank heeft het oriënteringsvermogen van de betere duif en stuurt mij doorheen straten, steegjes en rondom ronde punten.

 

 

We moeten omhoog uit het dal van de Maas; het zenuwcentrum van de 10 mijl is de sporthal en de atletiekpiste van het Bois de l' Abbaye, gelegen op de heuvelrug boven Seraing.

 

 

Dan herkennen we de flatgebouwen die naast het sportcentrum staan. 

 

 

We zijn er.

 

 

 

*****

 

 

 

Frank, Hild en Katrien zijn al ingeschreven. 

 

 

Katleen en ik betalen onze inschrijving en krijgen een inschrijfformulier mee.

 

 

We doen braafjes ons huiswerk.

 

 

Plots zegt Katleen met vragende ondertoon:

 

 

 

 

SEKS?

 

 

 

 

Het wordt oorverdovend stil in die sporthal.  Of zo lijkt het toch.

 

 

Ik ben helemaal van mijn melk.

 

 

Nu ik de kaap van de vijftig heb gerond, overkomt het me niet alle dagen dat jongedames me oneerbare voorstellen doen. 

 

 

Ik probeer minstens zo cool te blijven als James Dean.

 

 

En antwoord nonchalant:

 

 

"Natuurlijk, Katleen, graag zelfs, ik dacht dat je het nooit zou vragen, maar kunnen we dat misschien na de wedstrijd afhandelen?"

 

 

 

Het bleek een misverstand.

 

 

Op het inschrijfformulier dient in een vakje het geslacht kenbaar gemaakt worden.  Dat vakje heeft als (on)dubbelzinnige hoofding  SEXE  meegekregen.

 

 

 

*****

 

 

Ingeschreven.

 

 

We kleden ons om.

 

 

En warmen ons op. 

 

 

Oei, de benen hebben de fietstocht van gisteren nog niet helemaal verteerd, merk ik nu. 

 

 

Er loopt een kerel rond in een bizarre outfit. 

 

 

Bandana, topje, hyperstrak broekje. 

 

 

Heeft wellicht heel wat hoofdbrekens gehad toen hij het vakje SEXE moest invullen.

 

 

 

*****

 

 

 

En dan is het zover.

 

 

De kleurrijke meute stelt zich op in de startzone. 

 

 

We wensen mekaar succes en een behouden vaart. 

 

 

Ik heb een gewiekst plan. 

 

 

Namelijk niet als een zot te starten en mijn wedstrijd helemaal af te stellen op Sabine VDZ, een snelle dame.  Vorige jaren heeft ze me telkens geklopt op wedstrijden zoals deze 10 mijl en de Descente de la Lesse, nadat ik haar er in het begin telkens snoeihard had uit gelopen.  Nu heb ik het plan opgevat bij haar te blijven, toch zo lang ik kan.

 

 

 

Startpistool!

 

 

We schieten weg. 

IMG_5306.JPG

 

 

Ik moet me constant intomen. 

 

 

IMG_5308.JPG

We verruilen de atletiekpiste voor asfaltwegen, die afwisselend stijgen en dalen.  Ik loop het gaatje op Sabine gecontroleerd dicht en plak vanaf dan vast aan haar paardenstaart.

 

 

Een paardenstaart die ritmisch voor mijn ogen danst. 

 

 

Kilometer 1 bereiken we na 3 minuten en 50 seconden.  Tja, dat is ook weer vlot genoeg, maar goed.

 

 

En dan beginnen we te klimmen.  Ik kan het weer niet laten en ga Sabine voorbij.

 

 

Tot zover het gewiekste plan.  Maar ik let goed op mijn ademhalingsritme en zorg ervoor dat ik mijn benen niet meteen afsnij.

 

DSC_0378.JPG

 

Kilometer 2: 7 minuten, 54 seconden.  Mark is braaf.

 

 

Het is warm, maar gelukkig niet drukkend warm.  En het Bois de l' Abbaye en straks het Bois de la Vecquée, samen de groene long van Seraing, bieden voldoende welgekome schaduw. 

 

 

Ik haal steeds maar lopers bij. 

 

 

En wanneer ik omkijk zie ik Sabine op een 25-tal meter achter me.  Het nieuwe plan is geboren: Sabine op 25 meter trachten te houden.

 

 

 

*****

 

 

 

Kilometers zandpaden, stukken die fors omhoog lopen, vals plat, af en toe lichte knik naar beneden en weer naar boven.  Het is een wondermooie omloop.  Vorig jaar vond ik het maar niks, maar dat was wellicht het gevolg van het feit dat ik toen duizend doden stierf.  Nu het vlotjes loopt, ik er schik in heb, lijkt de wereld en bij uitbreiding Seraing een stuk mooier.

 

 

De hiel draagt mij verder en verder, hoger en hoger. 

 

 

Na 3 kilometer: 12 minuten en 10 seconden. 

 

 

Dat mag. 

 

 

Bevoorrading: ik gris vooraan in de post een bekertje water mee en giet het over mijn verhitte hoofd, grijp een tweede beker achteraan in de post en drink kleine slokjes.  Het tempo zakt daarbij wel wat, maar dat mag.

 

 

Kilometers lang klimmen en dalen, en ik voel me prima.  Ik heb controle over de wedstrijd.  Niemand loopt op me in, en ik schuif steeds dichter bij mijn voorgangers.

 

 

Hier liggen de moeilijkste kilometers van de wedstrijd.

 

 

Ik blijf gecontroleerd omhoog lopen, en probeer bergaf alle registers open te trekken.

 

 

Lopers inhalen en er van weg lopen.  Zalig gevoel.

 

 

Zes kilometer: 25 minuten en 26 seconden.

 

 

Voor mij uit loopt een jongeling van ARCH, de club die de Descente organiseert.  Hij wordt mijn doel. 

 

 

Kilometers lang blijf ik op een tiental meter hangen.

 

 

9 kilometer: 38 minuten en 39 seconden.

 

 

Maar dan schuif ik met een ultieme inspanning tot bij hem.

 

 

10 kilometer: 42 minuten en 51 seconden.

 

 

Het ergste klimwerk is voorbij.  Nu nog wat vals plat tussen kilometer 10 en 12 en daarna als een rotsblok de heuvel terug af.

 

 

12 kilometer: 51 minuten en 2 seconden.

 

 

*****

 

 

De vorige blokken van 3 kilometer liep ik telkens 12 à 13 minuten.

 

 

Nu komt er een razende drie kilometer bergaf.

 

 

De jongeling van ARCH loopt me voorbij en vliegt als een kamikaze de heuvel af.  Hij spoort me aan hem te volgen.  Wat ik ook prompt doe.

 

 

De 3 kilometer bergaf lopen we op 10 minuten en 49 seconden, zijnde 16,64 km/uur. 

 

 

Gekkenwerk, gezien de geaccidenteerde ondergrond, het bochtenwerk, de stukken minder steil bergaf...

 

 

Moest je nu een voet verzwikken, of struikelen, je mag er niet aan denken wat je dan overkomt.

 

 

Kilometer 15. 

 

 

We zijn beneden.

 

 

Ik laat het onstuimige jonge geweld van me weg lopen.

 

DSC_0622.JPG

 

Plots komt er een paardenstaart voorbij.  Sabine, 4de dame in de wedstrijd, komt me voorbij.  Bijkbaar heeft zij zich ook naar beneden gestort van die heuvel.

 

 

Ik probeer aan te pikken, maar voel dat het vat af is.

 

 

Ik laat Sabine gaan.

 

 

Ik leg de laatste kilometer en enkele tientallen meters nog af in 4 minuten 30 seconden, respectabel, maar toch wel op mijn tandvlees.

 

 

Finish in 1 uur 6 minuten en 41 seconden, plaats 56 op 504 deelnemers , 8ste veteraan 2.

 

Vorig jaar liep ik hier 1u 9m en 12s.

 

 

***** 

 

 

DSC_0651.JPG

 

 

Frank finisht na 1u 10m 39 s, plaats 93; 34ste veteraan 1.

 

Katleen had het rustig aan gedaan en finisht na 1u 15m en 55s, positie 180, 8ste dame.

 

Katrien (probleem met de knie) finisht na 1u 22m 26s, positie 282, 17de dame.

 

Hild finisht na 1u 37m 8s, positie 434, 22ste in haar leeftijdscategorie.

 

 

 *****

 

 

Na de finish storten we ons op het water, de kwartjes sinaasappel, de peperkoek en de rozijnen. 

 

En lopen we daarna nog een paar rondjes op de atletiekpiste als cooling-down.

 

Douchen (bloedheet water), omkleden.

 

 

 

Een klein hongerke wordt gestild met een broodje vettige worst (de dubbelzinnige opmerkingen waren niet te tellen).

 

 

Er wordt nog iets fris gedronken, Frank drinkt een Tango.

 

 

En dan is het tijd om de steven huiswaarts te wenden, zeker als we Hellebaut nog willen zien springen.

 

 

*****

 

 

Op de terugweg bleek helaas dat op de achterbank noch de dames, noch de gespreksonderwerpen uitgeput waren. 

 

 

Nu ging het weer over de lengte, dikte, omvang van vrouwelijke atleten, de BV's, TV die toch verdikt, paarden die in een té smal aanhangwagentje moesten passen, Frank die eventueel als prei verkleed moest lopen,...

 

 

En over geparfumeerde liefdesbrieven schrijven tijdens de legerdienst van de geliefde (vroeger gebeurde dat artisanaal, met pen, papier en postzegel, nu gebeurt seks al via het internet of via een aanduidvakje op een inschrijfformulier).

 

 

En welke angstdromen onze nachtelijke rust telkens weer komen verstoren. 

 

 

Roken, falende examens, ontvoeringen en......

 

 

 

..... het grijpen naar worstjes.

 

 

 

Ja, ik merk het al, dat laatste vraagt om enige verduidelijking.

 

 

 

Iemand op de achterbank heeft in een vorig leven aan de lopende band worstjes in blik moeten steken.  Een handeling die uiteindelijk redelijk afstompend werkt (denk aan Charlie Chaplin: Modern Times, maar dan met worst).

 

 

Het was in die mate een automatisme geworden, dat de persoon in kwestie in haar dromen nog steeds aan het grijpen was naar worstjes.

 

 

Haar man durfde na een paar van die dromen niet meer zonder boxershort slapen, meen ik opgevangen te hebben...

 

 

 

*****

 

 

Slotsom van Seraing 2012: ik ben tevreden. 

 

 

Voor het eerst in lange tijd had ik het gevoel dat het misschien wel allemaal terug in orde aan het komen is.

 

 

En daarom heb ik me in Seraing meteen maar ingeschreven voor de Descente de la Lesse 2012, wedstrijd die op 26 augustus a.s. haar beslag krijgt.

 

 

 

Enne....  ach ja, ik heb gewonnen bij Euromillions.

 

 

3 euro en 90 cent.

 

 

Bad Bank.

 

18:31 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

07-08-12

14 minuten

4 augustus 2012

 

 

4 augustus is de verjaardag van Barack Obama.

 

 

Een welgemeende proficiat, beste wereldleider.

 

 

Maar de verjaardag van Barack verbleekt bij de écht belangrijke gebeurtenis op 4 augustus, zijnde de verjaardag van mijn bloedeigen vrouw.

 

 

 

*****

 

 

 

Wanneer je levensgezel jarig is, dan moet alles wijken die dag.

 

 

Logisch, toch?

 

 

Strijken hoeft ze vandaag niet, toch niet vanaf 's morgens vroeg, en dat dweilen kan desnoods vanavond nog (desnoods met de kraan open).  Een dag telt tenslotte 24 uur, niet?

 

 

Neen, op deze dag draait alles om de jarige.

 

 

Ik had nochtans graag aan de start gestaan van de Recreatieve Triatlon te Rijkevorsel, wat meteen mijn debuut zou zijn op dit triumviraat der sporten, maar ik vond dat ik dat, weliswaar na rijp beraad en met spijt in het hart, niet kon maken.

 

 

U moet weten dat ik al behoorlijk wat tijd spendeer op de racefiets en in loopschoenen de laatste weken, dus het zou van de bok zijn kloten zijn, moest ik uitgerekend op haar verjaardag deelnemen aan een wedstrijd.

 

 

Ok, toegegeven, ik ben niet meteen de meest romantische ziel ter wereld, u zal mij bijvoorbeeld nooit betrappen met een bos bloemen in de hand, maar dat beetje besef had ik ook nog wel.

 

 

Neen, 4 augustus zou volledig in het teken staan van de verjaardag van mijn vrouw. 

 

 

*****

 

 

Ik had een tafeltje voor twee gereserveerd in een restaurant waar de servetten tot in de perfectie gevouwen zijn, waar de obers op de juiste manier als knipmessen buigen, waar het kaarslicht subtiel gereflecteerd wordt in de wijnglazen van het zuiverste Boheems kristal  en waar de menukaart uitpuilt van exquise gerechten die ongeveer evenveel kosten als het bruto nationaal product van Swaziland. 

 

 

Ik zou zelfs een hemd en das dragen, zo had ik mezelf toch voorgenomen, wat toch moet geleden zijn van mijn huwelijk (dat zich situeert ergens in de jaren tachtig van het vorige millennium).

 

 

Sterker nog, ik zou zelfs mijn loopschoenen Brooks inruilen voor zwarte lederen schoenen. 

 

 

Wat normaal tegen mijn geloof is.

 

 

Mensen die mij kennen, weten dat ik altijd en overal loopschoenen Brooks draag, en dat ik énkel zwarte lederen schoenen draag bij begrafenissen van bloedverwanten in de eerste lijn en bij eventuele bezoeken aan het Koninklijk Paleis, wanneer Albert me alweer een lintje opspeldt wegens verregaande sportieve verdiensten voor het vaderland.

 

 

Enfin, zwarte lederen schoenen dus. 

 

 

U merkt het, het was me menens. 

 

 

Het zou een verjaardag worden om nooit te vergeten (in het verleden was het me al wel een paar keer gelukt om haar verjaardag te vergeten, vrees ik).

 

 

Neen, een feest met alles er op en er aan. 

 

 

Toeters en bellen.

 

 

En met randanimatie.

 

Bij droog weer zou er vuurwerk afgestoken worden.  En verder was er ook nog iets met paardendressuur, dwergwerpen, een gedesillusioneerde illusionist, iemand die zijn hoofd in een leeuwenmuil steekt, vuurspuwende draken, moddercatch voor rondborstige dames in minuscule badpakken, degenslikken voor beginners, olifanten die elkaars staart vasthouden met de slurf (of was het omgekeerd?), Ali Baba en een onbepaald aantal rovers, exotisch ogende dames die pingpongballen kunnen lanceren uit de meest bizarre lichaamsopeningen, hamerslingerende parachutisten, toekomstvoorspellers met glazen bollen, een zeepkistenrace, scheelkijkende jongleurs met brandende fakkels en kettingzagen, een ingekaderd Higgsdeeltje en een crèmekar die het deuntje van de Smurfen speelt. 

 

 

Iedereen is uitgenodigd.  en met iedereen bedoel ik dan ook iedereen.

 

Een Zeeuwse boer, een eskimo.

Roodkapje en Pinokkio.

Een indiaan, een kapitein.

Een Mexicaan en Harlekijn.

Een edelvrouw, een nobele heer.

En Mickey Mouse met Teddybeer.

 

 

En frietjes natuurlijk. 

 

Met mayonaise. 

 

En een curryworst. 

 

Spéciale. 

 

Met tomat.

 

 

Neen, de verjaardag van Barack zou een armtierig feestje zijn, vergeleken met het feestje dat ik voor mijn vrouw in mekaar had gebokst.

 

 

 

*****

 

 

Maar toen belde Guy H.

 

 

Guy is één van de wegkapiteins van AVN, de Atletiekvereniging Noorderkempen

 

 

Hij was op zoek naar een slotloper voor één van de ploegen voor de estafetteloop Gielsbos; estafette over een halve marathon.

 

 

Eventjes dacht ik nog: Neen, Mark, dat kan je niet maken...

 

 

Eventjes maar, want wanneer de bazuin der loopplicht schalt, dan heb ik, gewone sterveling, deemoedig het hoofd te buigen en te gehoorzamen.

 

 

Mijn vrouw weet dat.

 

 

Volgend jaar verjaart ze immers opnieuw.

 

 

*****

 

 

Zaterdag 4 augustus.

 

Een goede prestatie neerzetten?

 

De kans wordt érg klein.

 

Mijn ploeg is sterk, maar ik twijfel.

 

Ik heb namelijk al twee dagen een pijnlijke onderrug.   Linkse heupkam.  Vermoedelijk staat mijn bekken weer wat gekanteld. 

 

 

Of is het toe te schrijven aan het vele fietsen met de racefiets? 

 

 

Op 7 weken tijd heb ik namelijk de afstand Hoogstraten -  Sant Vincenç de Calders gereden, goed voor ongeveer 1500 km gebogen rugje.

 

 

Kinesist gebeld deze ochtend.  Is op reis.  Kloterij.

 

 

Zitten is pijnlijk. 

 

Rechtstaan niet. 

 

Lopen? 

 

Weet niet. 

 

Weten we straks.

 

 

*****

 

 

Gielsbos estafette.  Halve marathon: drie lopers.  Ieder 7 km ongeveer.

 

 

AVN vaardigt maar liefst 7 ploegen af, verdeeld over diverse categorieën. 

 

Hieronder ziet u het ganse zootje ongeregeld.

 

418749_4447340587273_592841_n.jpg

 

Mijn ploeg bestaat uit Jef S. (de man die de 10 km in Rijkevorsel won), dame Rit V.A. en uw dienaar. Vermits we een gemengd team hebben en Jef een senior is, worden we in de categorie seniors gemengd ingedeeld.

 

417416_4447339427244_1938478123_n.jpg

 

Binnen eigen rangen is het uitkijken naar het duel met de heren Hendrickx (Guy, Jan en Ed).

 

 

529973_4447338347217_609407837_n.jpg

 

 en de Masters Heren met Pat, Jos en Johan.

 

526615_4447339707251_2015939891_n.jpg

 

En nog wat masters heren (Lu, Gert en Jan):

 

376367_4447337467195_496466264_n.jpg

 

En een paar damesploegen:

 

269674_4447340187263_639797979_n.jpg

 

Hild, Diane en Ingrid.

578648_4447337747202_1970203209_n.jpg

Viv, Lut en Liesbeth.

 

 

En het gezin Hendrickx: Marian, Anke en Ed.

555709_4447338827229_230670202_n.jpg

 

Zo, nu kent u alle hoofdrolspelers.

 

 

*****

 

 

Succes went.

 

Neem nu mij als voorbeeld.

 

Sinds ik lid ben geworden van atletiekclub  AVN heb ik alle wedstrijden waar ik aan deelgenomen heb voor de club al gewonnen. 

 

Allemaal!

 

 

Toevallig is dat maar één wedstrijd, maar dat doet niets af aan het feit.

 

 

En ja, ik weet het, het was een aflossingswedstrijd waar ik enkel het laatste stukje moest lopen; ik teerde op de ruime voorsprong die gemaakt was door de échte atleten.

 

 

Vandaag was het mijn tweede wedstrijd voor AVN; toevallig ook weer een estafette.

 

 

Vooraf had ik de uitslagen van de vorige edities van deze wedstrijd tot in het belachelijke geanalyseerd.  Podium halen bij de seniors gemengd zou normaal gesproken geen probleem moeten zijn; met de tijd die we uiteindelijk gelopen hebben, zouden we trouwens alle vorige edities gewonnen hebben in deze categorie; en telkens met een zee van voorsprong; neen, sterker nog, een oceaan of twee.

 

 

Maar, zoals mijn bankdirecteur altijd zegt:

 

 

Rendementen uit het verleden, bieden geen garantie voor de toekomst.

 

 

 

*****

 

 

Wat opwarmen, nog wat kletsen, wat cijferen, de tegenstand monsteren, enfin, u kent dat wel, de normale zenuwachtige opbouw naar het fatale moment,  het startschot.

 

En dan is het zover.  De eerste lopers van elke ploeg begeven zich naar de start.  De aflossers stellen zich op om hen nog een hart onder de riem te steken de eerste meters.

 

Dames en heren: het spel zit op de wagen! 

 

De start is gegeven, nu is er geen weg meer terug (nu ja, toch wel, maar die weg is 7 km lang).

 

Jef neemt, zoals verwacht en gehoopt, een kanonstart.

 

Estafette%20002.jpg

 

 

Estafette%20003.jpg

 

7 man/vrouw onderweg, 14 aflossers blijven nagelbijtend achter.

 

 

***** 

 

 

 

Het parcours in het Gielsbos is relatief zwaar.  7 kilometer door bos en hei, over licht hellende duinen, zones met mul zand; het is in niets te vergelijken met een biljartvlakke omloop over het asfalt.

 

De wissel/aankomstzone is een mierennest van zenuwachtig rondhuppelende en zich opwarmende atleten.  De omroeper meldt regelmatig welke ploegen aan de kop van de wedstrijd lopen. 

 

De eerste lopers komen binnen.   

 

Jef tikt als derde Rit aan.

 

Estafette%20014.jpg

 

Jef is zéér diep gegaan en heeft een fabelachtige tijd neergezet (25m54s).   Ik druk mijn chrono in om onze voorgift te kennen op de broers Hendrickx. 

 

Pat komt binnen en geeft door aan Jos.

 

Estafette%20023.jpg

 

Jos zal echter na een kilometer uit de race stappen omdat hij zich helemaal niet lekker voelt; de ploeg zal nog met meer pech af te rekenen krijgen; Johan probeert namelijk een wesp op te eten en de wesp wou hier niet aan meewerken en plantte haar angel in de lip van Johan.  Exit ploeg.

 

Estafette%20041.jpg

Guy is de tweede loper van de broers Hendrickx.  De voorsprong die Jef voor ons team heeft opgebouwd (6 minuten en 47 seconden) zal een flinke knauw krijgen.

 

Estafette%20046.jpg

 

En de ploegen stromen binnen.

Estafette%20053.jpg

Estafette%20063.jpg

 

Estafette%20073.jpg

 

Alle ploegen hebben een eerste ronde afgelegd. 

 

Ronde twee is aan de gang.  Nu is het bang afwachten.

 

313597_4447342547322_2119621675_n.jpg

Jef is nog helemaal kapot. 

 

We overleggen, rekenen en beseffen nu al dat het héél moeilijk zal zijn om de clan Hendrickx te kloppen.

 

De seconden en minuten tikken voorbij. 

 

Ik voel de zenuwen opkomen.  

 

En overloop nog even alle mankementen aan de oude kar die straks in gang moet: een pijnlijke rug en een half genezen hielspoor rechts. 

 

 

 

*****

 

 

 

Wanneer Guy als eerste van onze ploegen uit het bos draait, weten we al dat het over en uit is. 

 

 

Guy loopt de 7 km op 24 minuten en 33 seconden.  Dat is hallucinant snel.

 

Guy geeft de fakkel door aan Jan.

 

Estafette%20085.jpg

 

Ik sta inmiddels klaar in het startvak, klaar om als slotloper de wedstrijd af te maken voor onze ploeg.

 

 

De seconden tikken weg.

 

Daar is ze!

 

Rit heeft er werkelijk alles uit geperst.

 

Estafette%20088.jpg

 

Ik vertrek met 1 minuut en 18 seconden achterstand op looplegende Jan H. 

 

Jan komt terug uit blessure en is daarom niet idioot snel maar gewoon razendsnel....

 

 

Enkel een complete instorting van Jan en/of een mirakel van mijn kant kan de stand nog veranderen. 

 

 

En dan liefst geen flutmirakeltje, maar minstens een mirakel in  de orde van... 

 

 

  heum ...   

 

 

.... water in wijn veranderen, bijvoorbeeld.

 

 

En dat kan ik niet (andersom wel, trouwens, maar dat doet nu even niet ter zake).

 

Estafette%20097.jpg

 

Estafette%20126.jpg

 

 

******

 

Ik ga van start, flink aangemoedigd door clubgenoten. 

 

Ik begin uiteraard vééééél te snel te lopen.  De loper voor mij heb ik binnen een paar honderd meter al te grazen.  Niet dat die mens traagjes jogt, verre van.  

 

Kilometerbordje 1 kom ik door na 3 minuten en 35 seconden. 

 

Ik besef dat ik me binnen de paar kilometer helemaal naar de vaantjes ga lopen. 

 

 

LEKKER!

 

Niet dat ik na die eerste kilometer gas terug neem, neen dat mag niet.  De kerel die ik ingehaald heb, heeft me terug bij gehaald en blijft in mijn spoor. 

 

Op de langere rechte stukken probeer ik in de verte te speuren, op zoek naar een zwart shirt met witte letters AVN.

 

IJdele hoop.  Jan H. is ver weg.

 

Vier kilometer na 15 minuten en 35 seconden, ik loop aan 3m 54s per kilometer.  Gezien het bochtige parcours, de moeilijke ondergrond, het losse zand en de korte, maar nijdige klimmetjes over de duinen, kan ik daar goed mee leven. 

 

De man die constant in mijn rug zit, voelt dat ik wat begin te vertragen en loopt vervolgens van mij weg.  Ik kan niet aanpikken.

 

We naderen allebei op een voorligger, remonteren hem en laten hem ter plaatse.

 

 

*****

 

 

Rond kilometer 6 zie ik plots een zwart AVN-shirt. 

 

 

AHA!!!!

 

 

Zou het?

 

Is het looplegende Jan H.?

 

 

Wanneer ik nog wat nader, merk ik dat het een dame is, die ik ga dubbelen.

 

 

*****

 

 

 

 

De laatste kilometers beginnen zwaar door te wegen.   De systemen beginnen uit te vallen.

 

 

Estafette%20144.jpg

 

Enkele minuten voor mij finisht Jan H. 

 

 

De broers Hendrickx finishen als 4de mastersploeg (9de totaal) na 1u 24m 19s.

 

 

 

Na 28 minuten en 7 seconden tik ik af. 

 

Onze ploeg wordt 3de seniors gemengd (13de algemeen) na 1u 27m 36s.

 

Podium!  Ik zeg het nogmaals: trek mij een zwart AVN-shirt aan en het is van dat.

 

Estafette%20149.jpg

 

Estafette%20164.jpg

Finish Lu: 13de Masters Heren, 26ste totaal: 1u 38m 49s.

 

Estafette%20183.jpg

Finish Viv: 3de Damesploeg, 45ste totaalstand, 1u 49m 24s.

Podium!

Estafette%20185.jpg

Finish Hild: 4de Damesploeg, 47ste totaal, 1u 51m 9s

 

Estafette%20197.jpg

Finish Hendrickx Family: 13de seniors gemengd, 61ste totaalstand: 2u 9m 49s

 

 

Nu moet u eens terug naar boven scrollen en tellen hoeveel keer er op de foto's wordt gegrepen naar sporthorloges; onwaarschijnlijk...

 

*****

 

Een geslaagde dag.

 

Een vermoeiende dag.

 

Een spannende dag.

 

Sfeerbeelden%20079.jpg

 

Podium dus voor onze ploeg!

 

Uw dienaar ontbreekt op de foto, wat de foto alleen maar ten goede komt. 

 

Ik moest nog ergens een verjaardagsfeestje opluisteren met mijn geweldige persoonlijkheid, vandaar...

 

 

En podium voor de dames!

 

Sfeerbeelden%20063.jpg

 

De après-ski mocht er ook weer zijn, toch voor zover ik dat kan opmaken uit de foto's...

 

Sfeerbeelden%20086.jpg

Sfeerbeelden%20071.jpg

 

 

****

 

 

Zaterdag 11 augustus staat uw halfkreupele dienaar aan de start van de 10 mijl van Seraing.  Seraing, waar ik in een niet zo ver verleden de duimen moest leggen voor Frank T. 

 

 

Mijn psychiater heeft het me afgeraden, maar ik doe het toch.

 

 

Die schandvlek op mijn palmares moet namelijk dringend uitgeveegd worden....

 

De psychologische oorlogsvoering begint nu al. 

 

Frank, hoeveel minuten bedroeg jouw achterstand op Chris ook alweer?

 

14 minuten?

 

 

 

Seraing dus.

 

Allen daarheen! 

 

Enfin, niet allemaal natuurlijk...

 

19:25 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

27-07-12

De mier en de Galibier

 

De mier en de Galibier

 

 

Vrijdag 27 juli.

 

 

Het is smoorheet in de Kempen.

 

Het zindert.

 

De hitte doet de lucht trillen boven de zwarte daken.

 

De mussen vallen dood uit de goot.

 

 

Ik lig op mijn rug in de tuin.

 

Onder mijn boom.

 

Te niksen.

 

En tel de blaadjes.  Zodat ik straks, in de herfst, kan controleren of ik ze allemaal heb bijeen geharkt.

 

 

Naast mij ligt mijn vrouw.

 

Op een ligzetel.

 

Ik lig op een handdoek.

 

Er moet verschil zijn.

 

 

*****

 

 

Mijn vrouw heeft deze ochtend een kop hete thee over haar linkerbeen laten vallen, godzijdank had ze een broek aan. 

 

Nu ik vorige zin even herlees, wek ik de indruk dat mijn vrouw altijd in haar ondergoed door het huis dartelt. Helaas, waarde lezer, zoveel geluk valt mij niet dikwijls te beurt.

 

 

Enfin, dus een kop hete thee over haar bil.

 

 

Met toch wat brandwonden tot gevolg. 

 

 

Omdat mijn vrouw een medische opleiding heeft genoten, moest daar flamazine en een verband rond gedrapeerd worden. 

 

 

Ze verbeet de pijn.  Manmoedig.  En merkte op dat vrouwen toch beter getraind zijn om pijn te verdragen.  Waarop ik niet kon nalaten op te merken dat het toch maar een kleine brandwond was, en dat ze in deze een voorbeeld moest nemen aan Jeanne d' Arc.

 

IJskoude blik. 

 

Erg verkoelend.

 

 

 *****

 

 

Ik lig dus onder mijn boom, op mijn rug, blaadjes te tellen.

 

En te mijmeren.

 

 

Kind 2 heeft inmiddels officieel zijn rijbewijs gehaald.  Dus weg met het voorlopig rijbewijs.  Nu is het voor echt.  En dus raast Kind 2 over Vlaamse asfaltwegen met een volle tank, betaald met de creditcard van de man die op zijn rug in de tuin ligt, onder de boom, blaadjes tellend.

 

 

*****

 

 

Deze ochtend zat er een schrijven van de Politie in onze bus.

 

 

Eerste reactie vroeger was dan: Shit, de vrouw heeft weer maar eens een té zware voet gehad.

 

Eerste reactie nu is: Shit, Kind 2 of de vrouw heeft weer maar eens een té zware voet gehad.

 

Ja, met de verkeersboetes die wij al hebben gescoord, hebben ze een nieuwe asfaltlaag kunnen leggen op de E-19 tussen Meer en Merksem.

 

 

Enfin, dus een schrijven van de politie.

 

We rukken gefrustreerd de enveloppe open en tot onze verbazing dwarrelt het rijbewijs van Kind 2 op de tafel.  Was klaarblijkelijk door de politie gevonden in Malle.  We wisten niet eens dat Kind 2 zijn rijbewijs verloren was.

 

 

De brief heeft ons bereikt op vrijdag 27 juli.

 

Nu mag u eens raden hoe lang Kind 2 dat rijbewijs op zak had.

 

 

Neen, fout.

 

Denk vooral niet in weken.

 

 

Neen, ook fout.

 

Denk ook niet in dagen.

 

 

Nope, weer eens fout.

 

 

Inderdaad, binnen de 24 uur.

 

 

Dinsdag 24 juli heeft Kind 2 zijn rijbewijs afgehaald op het stadhuis, op woensdag was hij het kleinood al kwijt.

 

Daar moet ergens een wereldrecord in zitten.

 

Ja, een wereldrecord, papa is zo fier als een pauw, of neen, doe maar een gieter (met die warmte).

 

 

Maar zoals gezegd, Kind 2 is mobieler dan ooit, en dus quasi nooit thuis. 

 

Wat soms een verademing kan genoemd worden  (zeker bij dit soort weer).

 

 

*****

 

 

Kind 1 is ook niet thuis.  Is bij een vriend bamboe gaan snoeien.  Gratis. 

 

Ja, zijn kamer ziet er uit alsof er een bom ontploft is, maar opruimen, ho maar.  Liever nog op een ander gaan werken, gratis bovendien. 

 

Wanneer wij Kind 1 vragen om een handje toe te steken, bijvoorbeeld blaadjes van een bepaalde boom in de tuin bijeen scharrelen, dan verschijnen er €urotekens in zijn ogen.  En dient de overvolle agenda geraadpleegd te worden, op zoek naar wat schaarse vrije tijd.

 

Maar goed, er zijn verzachtende omstandigheden: de bamboevriend heeft een zwembad in de tuin.  En het argument ten gronde is wel dat er deze namiddag twee deernes in bikini (of erger) wafels kwamen bakken voor de bamboetijgers.

 

 

 

*****

 

 

Het is heet in de Kempen.  De kaap van de 30° werd gehaald.

 

En omdat het toch té heet ging worden om iets zinvols te doen, zoals bijvoorbeeld goten uitkuisen, ben ik woensdag gaan fietsen.

 

 

De racefiets op!

 

 

Natuurlijk is het op de fiets ook heet.  Maar dan trap je maar wat harder, dan maak je vanzelf wind.

 

 

 

***** 

 

 

Het plan is ambitieus.  In St-Jozef Rijkevorsel het Kanaal Dessel-Schoten volgen (Rijkevorsel, Sint-Lenaarts, Brecht, Sint-Job tot het eindpunt Schoten), vervolgens het Alberkanaal volgen tot in Grobbendonk en dan via een rits Kempense dorpjes (Vorselaar, Poederlee, Lille, Wechelderzande, Vlimmeren, opnieuw St-Jozef, Achtel) terug thuis aan te landen.

 

 

Ik vul mijn drinkbus met 1 liter Pidpa-water en vertrek.

 

 

Mijn bandjes zoemen speels over het asfalt.  7 à 8 bar in de tubes.   Ik rij ongeveer 30 km per uur, met een erg bevredigende 123 tellen op de hartslagmeter. 

 

 

De zomer kleurt nog zomerser door de donkere glazen van mijn zonnebril.

 

 

Het asfalt vertoont hier en daar zweetplekken, wat doet denken aan Zuid-Franse wegeltjes.  Een krekel zou hier niet misstaan. 

 

En zonnebloemen. 

 

Tournesols.

 

 

Gek hoe de hitte toch weer aparte geuren opwekt.  Een windvlaag draagt de geur van warm gras met zich mee.  Zelfs zand heeft een geur.

 

In de berm felblauwe korenbloemen, karmijnrode klaprozen en statige berenklauwen.

 

 

Kanaal.  Ik draai het jaagpad op. 

 

Nu is het van bruggetje naar bruggetje fietsen.  Elk bruggetje wordt omsingeld door een paar bunkers, betongrijze relicten van grauwe wereldse conflicten.

 

 

Het jaagpad is geliefd onder fietsers.  Van trage bompa tot pezige wielerfanaat.

 

 

*****

 

 

Sinds kort heb ik een bel op mijn racefiets.  Ja, de investeringen in de fietssport gaan maar door: 4,95 euro!

 

 

Moest ik voordien hardhorige bejaarden uit de weg roepen, dan kan ik nu pingen dat het een lieve lust is.

 

 

Niet dat het ook maar iets helpt.

 

 

Situatieschets.

 

Voor mij twee oude heren op een fiets.

 

Ik heb geleerd dat je niet moet bellen op 50 meter afstand.  Horen ze toch niet.  Maar omdat ik 30 km per uur rij, en zij ongeveer 12 km per uur, nader ik als een sneltrein op een stilgevallen auto midden op een onbewaakte overweg.

 

Wanneer ik denk binnen gehoorsafstand te zijn voor het betere hoorapparaat, geef ik een keiharde PING.  Een PING waarmee je een bende hardhorige waterbuffels mee op de vlucht kan jagen, ik zweer het u.

 

 

De heren reageren niet eens.

 

Om de ziekenkas niet op te zadelen met hospitalisatiekosten voor een gebroken heup of twee, zit er niets anders op dan de remmen dicht te knijpen en nogmaals keihard te PINGEN.

 

 

Nu horen ze het wél.

 

 

Het zou verdorie nog moeten mankeren.

 

Zelfs de fietsers 30 meter voor hen hebben die PING  gehoord en rijden al gedisciplineerd achter mekaar.

 

 

Maar vooraleer opzij te gaan, moet de linkse heer toch eerst nog eens erg traagjes omkijken om te zien wat er aan de hand is.  In plaats van gewoon opzij te gaan.

 

 

Ik bedoel maar.

 

 

Wat Pingt er zoal in de wilde natuur op een fietspad.

 

Een eend op een driewieler?

 

Ik dacht het niet.

 

Enfin, ik rij dus 12 per uur, moet een tandwiel of veertig terugschakelen om vervolgens en danseuse de snelheid weer op te trekken tot bij het volgende koppel halfdove....

 

 

*****

 

 

Enkele witte eenden waggelen tussen de oever en het fietspad.  Wanneer ik ze voorbij rij, blazen ze naar mij.

 

Ik blaas terug.

 

Wat denken ze wel!

 

 

*****

 

 

Het is lekker peddelen op het vernieuwde asfalt naast het kanaal. En de nabijheid van het water geeft toch de illusie van verkoeling.

 

Traag dobberen de bootjes op het kanaal.  Exotische namen op boten, verweerde vlaggen wapperen verveeld op het lome briesje.

 

Traag is mooi.

 

Licht hellende bakstenen schoorstenen zijn de stille getuigen van teloorgegane steenbakkerijen, de kleiputten en hun kleipikkers.

 

Het bladerdek levert ook wel wat schaduw.

 

 

Een visser zit voor zich uit te staren, ze bijten niet...

 

 

*****

 

 

Kruispuntje aan een brug.

 

Vlak achter mij schiet een wielrenner het jaagpad op. 

 

Ik rij nog steeds iets boven de 30 km per uur.  Af en toe zip ik van mijn drinkbus, waarin het water inmiddels lauw is geworden.  Getver, dat smaakt naar thee zonder zakje.

 

 

De wielrenner komt knal in mijn wiel hangen. 

 

 

In mijn hoofd spreekt een duiveltje.  Hij maant me aan om sneller te gaan rijden.  Ja, alles is competitie, vrees ik.

 

 

Na een dikke kilometer pakt hij de kop over. 

 

In sappig antwerps dialect zegt hij:

 

 

'kzal woek is wa kop doeng!'

 

 

Fiets van Merckx.  Supergebronseerde kuiten, waar de spierbundels heel wat kilometers verraden.  Het tempo schuift omhoog naar 35 per uur.  Maar als je in het wiel mag hangen, dan is dat met de vingers in de neus.

 

 

Mijn compagnon de route is een speelvogel.  Af en toe zwaar doortrekken, waardoor ik een gaatje moet laten vallen (het duiveltje in mijn hoofd kan zijn enthousiasme niet op), knokken om het gat terug te dichten, waarbij de teller vlot de 40 per uur haalt.

 

 

Sint-Job-in't-Goor.  Het jaagpad is daar even onderbroken en in erg slechte staat.  Maar mijn gezel weet een kleine alternatieve route die ons via het volgende brugje weer op het jaagpad zal brengen.  We rijden naast mekaar, keuvelen wat, het tempo is opnieuw wat gezakt, terug rond de dertig km per uur..

 

 

Wanneer we aan het brugje komen, is de brug net open om een boot door te laten. 

 

En ik voel dat er iets niet klopt.

 

Lekke achterband. 

 

Alweer!

 

Het toeval wil dat ik de eerste keer ook in gezelschap reed toen ik lek reed. 

 

Ik denk dat mijn Cannondale een jaloers vrouwtje is.  Zodra ik aandacht besteed aan andere renners of fietsen, dan wordt ze bokkig en neemt ze wraak met een lekke tube.

 

Stilstaan.  Rem open.  Wiel los.  Wiel er uit.  Band er af.  Kapotte tube er uit.  Buitenband controleren op scherpe voorwerpen.  Nieuwe tube lichtjes oppompen (met zijn pomp) en tussen band en velg steken.  Band er op wrikken.  CO2-bom aansluiten op ventiel.  Indrukken.  Band keihard.  Wiel er in frullen.  Vastzetten.  Controleren op vlot draaien.  Rem terug dicht. 

 

Handen afkuisen aan graskant.

 

En weer op weg.

 

Tussen haakjes, wat is lopen een leuke sport, vergeleken met dit gedoe....

 

 

*****

 

 

Omdat we nu wat op adem zijn gekomen, worden alle registers weer opengetrokken.  Ik doe een aantal kilometers kop aan 35 km per uur (en voel me beetje bij beetje sterven), waarna hij overpakt en we vlotjes weer de 38 km per uur halen.

 

Ik had me voorgenomen om kalm aan te doen, maar mijn gemiddelde zit boven de 30 km per uur.

 

Maar helaas, mijn gezel van de hoge vlucht volgt een andere route; onze wegen scheiden zich.

 

 

*****

 

Schoten.

 

 

Ik zweet als een beest.  En het water in mijn drinkbus heeft de omgevingstemperatuur (31 graden) aangenomen.

 

Onbezonnen jongelui springen joelend in het kanaal.

 

Een zomers tafereel waar ik jaloers op ben. 

 

 

***** 

 

 

Schoten.

 

Wat zoeken naar het jaagpad naast het Albertkanaal.

 

Ha, gevonden.

 

Het beetje wind dat er staat blaast zwak in het voordeel.  Maar het is hete wind, haize hego.

 

En geen sprake meer van schaduw.  Allemaal open ruimte.

 

Het Albertkanaal is een transportweg.  Scheepsladingen zand en grind varen af en aan.

 

De kilometerteller blijft mooi rond de 32 km per uur, de hartslag is wel wat gestegen, maar gezien de weinige zuurstof en de ozon in de lucht, lag dat wel in de lijn der verwachtingen.

 

Breed jaagpad, erg luxueus om hier te rijden.  Plaats zat.

 

De jeugd klit samen op handdoeken en parasols naast het kanaal.  Drinken wat, luisteren naar teringherrie, enfin, zijn druk bezig met jong en verliefd zijn.

 

 

*****

 

Wijnegem, Oelegem.

 

Iets voorbij de brug onder de E34, is er een draaikom in het kanaal. 

 

Jetski's razen over het water.

 

Ik heb dorst.

 

 

*****

 

 

Vierselheide.

 

Grobbendonk.

 

Hier neem ik afscheid van het kanaal.

 

Ik verga van de dorst.  En kook zowat onder mijn zwarte helm.

 

Ik drink van het hete water uit mijn drinkbus.

 

Jekkes.

 

 

Op weg naar Vorselaar voel ik me misselijk worden.  Mijn maag protesteert.

 

Ik besluit even halt te houden.

 

Tot tweemaal toe sta ik te kokhalzen langs de kant van de weg.

 

En ik ben nog een roteind van huis.

 

Overal zoutringen van het zweet op mijn trui en broek.

 

En natuurlijk genoeg gerief mee om de fiets te herstellen, maar drank, suikers, kleingeld voor drank of een GSM voor hulp in te roepen, dat niet natuurlijk.

 

Ik ben namelijk een loper, weet u wel, gemaakt van staal.  Roestvrij.

 

Maar dorst dat ik heb. 

 

Ik geef mijn linkerpink voor een ijskoude cola.

 

 

Doorrijden.

 

Want anders geraken we nooit thuis.

 

En het tempo is compleet weg.  Met moeite 23 km per uur. 

 

Neen, dit is afzien.

 

De dorpjes volgen mekaar op.  Afschuwelijke trein der traagheid.

 

 

Brug over de autostrade. 

 

Net voor Wechelderzande. 

 

De brug lijkt hoger dan de Galibier.  Ik kruip er tegen aan als een mier. 

 

 

Als ik het water niet meer kan drinken, dan kieper ik het maar over mijn hoofd.

 

De douche is heet en laat het zout van mijn zweet in mijn ogen lopen. 

 

 

*****

 

Vlimmeren.

 

Het tempo zakt schrikbarend.  Ik zit helemaal stuk. 

 

Rijkevorsel.

 

Dorst.  Honger.  Misselijk.  Duizelig.  Fringale.

 

 

*****

 

 

Thuis.

 

Ben blij als een kind dat ik thuis ben geraakt.

 

Geraak met moeite uit mijn pedalen geklikt.

 

Handschoenen uit, schoenen uit, helm af, zonnebril weg.

 

Stort neer op mijn gazon.

 

 

Onder een boom.

 

Waaraan blaadjes hangen.

 

 

_______________________________________

Voor de titel ben ik schatplichtig aan mijn kompaan Navidad, wiens blog ik u van harte kan aanbevelen; klik: de Mieren van de Galibier

 

 

16:18 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

09-07-12

Brothers in arms

 

Brothers in arms

 

 

 

 Zaterdag 7 juli.

 

De ochtend houdt een onvervulde belofte in.  

 

Een onvervulde belofte van zomer.

 

Het is koel, het is stil. 

 

De stilte wordt enkel verstoord door het statige geluid van de kerkklokken. 

 

Het is zaterdag, het leven komt iets langzamer op gang.

 

 

*****

 

 

Naarmate de voormiddag verder kabbelt, raapt de wereld de draad weer op.

 

 

Auto's rijden af en aan, fietsbellen rinkelen, knoestige buurmannen zijn in de weer met verwarde verlengsnoeren, zeurende snoeischaren en gonzende grasmaaiers, een haan kraait te laat victorie, een radio blèrt popdeuntjes, het truweel van de bouwvakker tikt aritmisch, een hond snuffelt en heft een poot en nijvere bekrulspelde huisvrouwen spelden wapperend witter dan wit wasgoed aan waslijnen, een tastbare ode aan de vluchtige schaapjeswolken in het azuurblauwe zwerk.

 

 

Ik sta erbij en ik kijk er naar.

 

 

*****

 

 

Rijkevorsel is het brandpunt vandaag. 

 

Hier brandt de lamp!

 

Rijkevorsel leeft. 

 

 

Vandaag staat er een belangrijke confrontatie op de agenda.  De marathon der Noorderkempen (individueel of in estafette), halve marathon en stratenloop.

 

 

Uw dienaar loopt vandaag de estafettemarathon, als roestig onderdeeltje in het grote raderwerk van atletiekclub AVN. 

 

 

Onze club vaardigt maar liefst 4 teams af, met wisselende ambities.

 

 

In een vlaag van roekeloosheid had ik toegezegd om mee te lopen in een team van AVN.  Blijkt nu dat ik slotloper ben van het snelste team.  

 

De verantwoordelijkheid weegt zwaar, ik voel me als die kerel op dat briefje van 1000 frank, maar dan met een groter vijgenblad...

 

 

1000_Mercator_achter2.jpg

 

Ik draag het gewicht van de wereld. 

 

 

Was het Atlas? 

 

Ik dacht het wel.

 

 

1000 doemscenario's spoken door mijn hoofd. 

 

 

Hoe ik er als slotloper in slaag om het voor het team feestelijk te verbrodden. 

 

Denk maar aan verrekkingen, spierletsels, of voorbij gelopen worden door een ploeg of 20...

 

 

Verloren lopen kan niet; ik heb het traject dat ik moet lopen (gemeenteschool Sint-Lenaarts naar de finish in Rijkevorsel) minstens een keer of 7 met de racefiets verkend. 

 

Elk bochtje waar ik meters kan winnen staat op mijn netvlies gebrand, het jaagpad naast het Kempens Kanaal heeft geen geheimen meer voor mij.

 

 

Google maps, map my run, enfin, het hele internet heb ik kaalgeplukt op zoek naar randinfo. 

 

De wind blaast zwak tot matig uit het zuiden tot zuidwesten, dus voornamelijk zijwind licht in het voordeel en de laatste twee kilometer volle bak in de rug, jihaaa!

 

 

 

*****

 

 

 

Vroeg verzamelen. 

 

15u45.  

 

Nodige administratieve afwikkelingen en ploegfoto's. 

 

Zenuwachtig gegiechel en gekakel.

 

 

Mag ik u de galerij der atleten voorstellen:

 

563556_4303045819994_1459488481_n.jpg

 

De AVN Ladies

 

482087_4303041499886_347253681_n.jpg

 

AVN - Iets rustiger.  Gert R. ontbreekt op de foto.

 

582691_4303040379858_1899105854_n.jpg

 

AVN Tempo

 

488067_4303042259905_1036937845_n.jpg

 

AVN Speedy

 

 

Ik bespaar u de grafieken wie waar op welk moment welke kleur bus moest nemen om tijdig op welk wisselpunt te geraken. 

 

Ik heb de papieren met die schema's vastgehad en op welke manier ik ze ook draaide, ik snapte er de ballen van. Had ik de lopers naar de diverse wisselpunten moeten sturen, dan hadden we nu ongetwijfeld al een opsporingsbericht of 6 op TV gehad (wel gemakkelijk natuurlijk: de vermiste is atletisch gebouwd, draagt een zwart singlet met witte letters AVN en heeft dringend medicatie nodig).

 

Het feit dat iedereen er geraakt is, mag beschouwd worden als het meest verbluffende mirakel sinds iemand te Lourdes dacht een flauw schijnsel gezien te hebben, waarna er water in plastieken Mariaflessen verkocht werd.

 

 

 

*****

 

 

 

17u. 

 

Start van de individuele marathon, de estafetteloop (aflossing atletiekclubs) en bedrijvenloop (aflossing bedrijven). 

 

 

Het spel zit op de wagen.

 

 

We moedigen onze vier startlopers aan.

 

 

Pat (308- Speedy) en Koen (333 - Tempo) zitten vlak bij mekaar.

563312_421094647942067_85388571_n.jpg

 

De eerste lopers brengen de stick (het rode borstnummer) van Rijkevorsel naar Hoogstraten.

 

HB610355-L.jpg

 

Eens de groep uit het zicht is verdwenen, valt er een onwerkelijke stilte over de startzone.  De aflossers in Hoogstraten zijn al ter plaatse, de aflossers in Merksplas en Beerse zijn onderweg met de bus.

 

 

Enkel de aflossers voor Malle en Sint-Lenaarts zijn nog in Rijkevorsel; onze bussen vertrekken nog later.

 

 

 

*****

 

 

 

Het wordt donker boven Rijkevorsel.  Er dreigt onweer in de lucht.  Donkergrijze wolken, zwanger van regenbuien pakken samen. 

 

 

En enkele tellen later is het zover.  Het begint te regenen.  Eerst malse regen, dan regent het zachtjes, dan blaasjes, dan oude wijven, pijpestelen, vervolgens met bakken en ten slotte stortregent het.  Iedereen slaat op de vlucht, op zoek naar beschutting.

 

 

We zijn in gedachten bij onze lopers van de vier teams, die gegeseld worden door de elementen.  Ergens ver weg van hier, knokkend in alle anonimiteit voor hun plaats in de wedstrijd, terwijl de wind beukt en de regen striemt. 

 

 

We zijn nu nog met vier musketiers. 

 

 

Slotlopers Frank (Tempo), Hild (Iets rustiger), Liesbeth (Ladies) en uw dienaar (Speedy). 

 

 

 

*****

 

 

 

18u.

 

De stratenloop (5 km en 10 km) start.  We moedigen bekenden aan, en merken dat Jef S. (1148) als een vuurpijl start.  Hij dirigeert de kop van de wedstrijd. 

HB610674-XL.jpg

 

 

18u10. 

 

We gaan nog een laatste keer naar de kleedkamer voor de laatste schikkingen, want om 18u30 start onze bus richting Sint-Lenaarts, waar we slotlopers zijn voor onze 4 teams.

 

 

De spanning begint op te lopen.

 

 

Op de bus zijn we getuige van de 2de doortocht van Jef, die vlot naar de overwinning loopt op de 10 km.  In een indrukwekkende 33 minuten en 54 seconden!!!!!

HB610891-L.jpg

 

 

18u35. 

 

Onze bus vertrekt. 

 

 

Er is geen weg terug. 

 

 

Al die tijd zijn we in het ongewisse gebleven van wat er zich in de wedstrijd afspeelt. 

 

 

Wie zit waar? 

 

 

 

*****

 

 

18u55. 

 

Sint-Lenaarts.

 

 

Ik verga van de stress.  Ik heb het niet meer. 

 

 

Een karavaan marathonlopers en halve marathonlopers trekt aan ons voorbij. 

 

 

Geen spoor van estafettelopers of bedrijvenlopers (beiden doen een aflossingsmarathon, estafette is voor atletiekclubs, bedrijvenloop is voor, jawel, bedrijven).

 

 

Plots vang ik een gerucht op.  De twee eerste plaatsen in de wedstrijd zijn bedrijvenlopers (Reyns advocaten en SD Worx), daarna volgt er een atletiekclub.

 

 

Maar welke?

 

 

Ik vraag met een bang hart of het AVN is. 

 

Hij dacht het wel. 

 

En voegt er onmiddellijk aan toe dat het een oranje shirt is.

 

 

GAV!

 

Gooreind atletiek vereniging.

 

 

Ik ben bijna gelukkig. 

 

Stel dat we eerst lopen, dan wordt de druk wel héél groot om die plaats vast te houden.  Nu we niet eerst lopen bij de atletiekclubs, voel ik iets minder druk.  Anderzijds, stel dat we op de tweede stek lopen, dan moet er alles aan gedaan worden om je naar de eerste plaats te knokken.  Ik heb het gevoel dat ik enkel kan verliezen.

 

 

Maar mijn bron zegt wel dat het bericht behoorlijk oud is, en dat er misschien wel al wat veranderd is.

 

 

En ik besef maar al te goed dat de twee lopers die voor mij de fakkel dragen van AVN Speedy, Jan en Guy H., bloedsnelle lopers zijn.

 

 

Voor alle zekerheid ga ik de concurrentie monsteren.  Ik sla een praatje met de jongeman van GAV. 

 

19 jaar, blakend van zelfvertrouwen. 

19 jaar, één brok dynamiet. 

19 jaar, explosief als de pest.

19 jaar, ik kon zijn (erg oude) vader zijn.

 

 

De moed zinkt me nog dieper in de loopschoenen.

 

 

 

*****

 

 

19u10.

 

Ik sla door.  Begin finaal te flippen.

 

 

Frank probeert me te kalmeren.  Ik ijsbeer rond, probeer vervolgens wat op te warmen. 

 

 

Ik heb er geen zin in.  Moest ik nu stiekem kunnen verdwijnen, ik deed het.

 

 

Frank stelt voor om een 100 meter terug te wandelen op het parcours.  Daar kunnen we in de verte de lopers zien aankomen.

 

 

Ik zeur de oren van Frank zijn kop. 

 

 

Dat ik dit niet kan,

dat ik het ga verknallen,

dat hij in mijn plaats moet lopen,

dat ik naar huis wil,

dat ik de Lotto wil winnen,

dat ik de dag vervloek dat ik geboren ben,

dat ik meer zou moeten trainen,

dat mijn hiel pijn doet,

dat het te warm is,

dat ik evenveel kilo's had moeten afvallen als Bart De Wever,

dat er wind is,

dat ik nog naar het toilet moet,

dat ik honger heb,

moe ben,

dat Guy niet zo hard mag lopen,

dat we niet op de eerste plaats mogen lopen,

dat ik liefst zou hebben dat we zestiende zouden zijn,

dat de wereld nu, en wel nu, mag vergaan.

 

 

Het is een wonder dat Frank mij daar niet ter plekke de schedel heeft ingeklopt. 

 

 

Hoewel ik hem een keer of twaalf op mijn blote knieën gesmeekt heb om het te doen.

 

 

Frank is de kalmte zelf.  En dat maakt mij nog zo mogelijk nog zenuwachtiger. 

 

 

Ik bedoel maar, Frank bestond het om in Rijkevorsel nog een smoske Martino binnen te spelen.  

 

 

Smoske Martino, dat is toch rauwe gemalen baviaan met pikante saus en wat verslenste rauwkost! 

 

 

Dat opeten vlak voor een wedstrijd is vragen naar scheefspuitende schijterij, als je het mij vraagt....

 

 

 

*****

 

 

De eerste aflossingsploeg komt aan gelopen.  Het zijn de advocaten.  Telt niet voor ons klassement.

 

De tweede aflossingsploeg: SD Worx.  Ook niet van tel.

 

 

Nu kan elk moment, nu moet elk moment.....

 

 

......neeeeeeen, ik wil er niet aan denken. 

 

 

 

Ik laat Frank mijn hartslag meten.  Schrikbarend hoog, en ik sta verdorie gewoon stil.

 

 

Eric B., marathonloper, plaats drie in de wedstrijd, komt er aan.

 

 

En dan, o rampspoed, komt Guy H. in de verte aangevlogen.  Die soepele loopstijl herken ik uit duizend.

 

 

Ik vloek en jammer.  We hangen op plaats 1 van de estafette voor clubs.

 

 

 

Godvermiljaardenondedju!!!!

 

 

 

Frank begeleidt me naar het wisselpunt, maant me tevergeefs aan tot kalmte, raadt me aan niet als een speer te vertrekken, maar in te delen. 

 

 

En roept me toe dat ik het kan.

 

 

Ik hoor het, maar registreer het niet.

 

 

Guy stuift de bocht om, reikt me het heilige borstnummer 308 aan en roept me na: 

 

 

 

 En nu alles geven!

 

 

 

Ik vertrek als een zot. 

 

Ik vlieg weg, terwijl ik het borstnummer omgesp.  Ik knal los door de geluidsmuur.  Moest Jonathon Borlée naast me lopen, hij zou niet kunnen volgen.  Kevin ook niet.

 

Ik vlieg als een gek door de straatjes van Sint-Lenaarts.  En haal de stervende zwanen van de halve marathon op volle snelheid in.  Remonteer marathonlopers.

 

 

En kijk geregeld om, op zoek naar het oranje shirt van GAV.

 

 

Na enkele honderden meters kom ik aan het bord km 36 van de marathon.  Ik moet nog meer dan 6 km. 

 

 

Ik voel dat ik al serieus op het gaspedaal heb gestaan.

 

 

Mijn ademhaling jaagt.

 

 

Vaartkant Links, het jaagpad naast het Kanaal Dessel-Schoten. 

 

Kilometers lang kaarsrecht eenzaam asfalt.  Je kan eindeloos ver voor je uit kijken.  Nog steeds vlieg ik lopers en loopsters voorbij. 

 

 

Ik mag hier niet vertragen. 

 

 

Omkijken.

 

Oranje shirt?

 

Neen.

 

Voortjakkeren.

 

 

Komaan, komaan.

 

De ploeg rekent op jou.

 

Breng dat nummer thuis!

 

Koste wat het kost.

 

 

Mijn ademhaling schrijnt.

 

In de verte zie ik het felgele shirt van Eric B.  Ik loop op hem in.  En een soort van geruststelling komt over me heen.  Ik loop in op Eric.  Straffe gast die op zijn beurt dan ook nog eens op mij inloopt.

 

 

Ik voel dat ik dit waanzinnige tempo niet kan aanhouden en besluit wat gas terug te nemen en wat te doseren. 

 

Alles wat achter me ligt, heb ik de voorbije kilometers ingehaald. 

 

Voorlopig nog geen kapers op de kust.

 

 

Maar toch, blijven strak houden dat tempo. 

 

 

Het moet pijn doen.

 

Geen comfort.

 

Sneller.

 

Sneller.

 

 

*****

 

 

Eindelijk draaien we weg van het jaagpad, linksaf Meerblok.

 

Oef, nu ben ik uit het blikveld voor eventuele concurrentie.

 

 

Nog een dikke twee kilometer.

 

Breng dat nummer thuis!

 

Meters lijken kilometers.

 

Seconden lijken minuten.

 

 

Ik haal Eric B. in.  We kennen mekaar van zovele stratenlopen.  Hij zegt dat hij even gaat aanpikken om zijn tempo weer wat op te schroeven.  Hazen voor Eric.  Wie had dit ooit gedacht?

 

 

Enkele honderden meters later moet hij me laten gaan. 

 

 

Helhoekweg.  Hoe traag gaan de kilometers.

 

 

Mijn rechterhiel begint serieus pijn te doen.  Waar ik voor vreesde, is dus bittere realiteit. 

 

 

Het hielspoor spookt weer!

 

 

Tanden bijten, nu. 

 

Die hiel mag aan flarden. 

 

Moet aan flarden.

 

Niet aan toegeven. 

 

 

Pijn is tijdelijk, nederlagen eeuwig.

 

Breng dat nummer thuis!

 

 

Ik loop in een soort van trance. 

 

Tunnelvisie. 

 

Vooruit. 

 

En verbijt de pijn. 

 

De pijn van de inspanning. 

 

De pijn van de hiel. 

 

De heerlijke pijn van het lopen.

 

 

Breng dat nummer thuis!

 

Loop, Mark, loop.

 

 

Maak het werk van Pat, Katleen, Chris, Jan en Guy af.

 

Breng dat nummer thuis!

 

 

De laatste honderden meters.

 

Jef staat langs de kant en moedigt me aan.

 

 

En finish.

 

 

Het nummer is thuis.

 

 

De klok stopt na 2 uur 46 minuten en 37 seconden. 

 

 

Ik liep het laatste stukje, 6 km 770 meter, net onder de 26 minuten. 

 

 

HB611311-L.jpg

 

Maar voor dat laatste stukje hebben 5 andere lopers het beste van zichzelf gegeven, ver weg van de finish, ver weg van het applaus aan de finish.

 

Vooral zij brachten het nummer thuis.

 

Nogmaals bedankt allemaal voor de geleverde prestatie, en bedankt AVN dat ik mocht finishen; het was een eer en een genoegen! 

 

 

Nu ik toch bezig ben. 

 

Heum, Frank, sorry dat ik je dag grondig verpest heb met mijn gezeur, gestress en gejammer. 

 

Ik zal het nooit meer doen. 

 

Toch deze week niet meer...

 

 

*****

 

 

Sinds 2009 wordt de estafette gelopen.  Nooit eerder won AVN. 

 

Het is ook de scherpste tijd die AVN hier ooit liep:

 

2009: 2u 50m 51s

2010: 2u 49m 14s

2011: 2u 51m 25s

2012: 2u 46m 37s

 

 

 

*****

 

 

HB611387-L.jpg

 

Frank bracht het nummer van AVN (Tempo) thuis in een scherpe 3u 9m 53s, goed voor positie 4.

 

HB611434-XL.jpg

 

Hild bracht het nummer van AVN (Iets rustiger) thuis in 3u 29m 10s (pos.: 9). 

Hild, hier goed omringd door Gert en Jos.

 

HB611568-L.jpg

Liesbeth bracht het nummer van AVN (Ladies) thuis in 3u 51m en 11s, pos.: 14.

 
 
 
 
En het feestje was compleet. 
 
 
Jos Van Bavel liep te Rijkevorsel zijn 80ste marathon in 4u 14m 18s!

HB611724-L.jpg

 

 

 *****

 

De avond valt.

  

Tafels en stoelen hamsteren. 

 

We zitten met een man of twintig te babbelen over de wedstrijd. 

 

En het begint te regenen.

 

Opnieuw slaan we op de vlucht.

 

 

 

*****

 

 

We zoeken een bruine kroeg op.

 

 

Waar de gesprekken rustig verder kabbelen.

 

Waar de Tripel Westmalle koud geschonken en warm onthaald wordt.

 

Waar chips een rare vervaldatum heeft.

 

Waar heroïsche verhalen de ronde doen.

 

Waar wilde plannen gesmeed worden.

 

Waar nagekaart wordt.

 

Wonden gelikt.

 

 

Bloedbroeders in de strijd.

 

 

Brothers in arms.

 

Sisters in arms.

 

428889_4303039259830_731510732_n.jpg

 

18:43 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

01-07-12

Van Fifi, Brutus, de 90% van Georges Leekens, Cicero, een occasionele Schweinhund, De Bello Gallico en het maken van een omelet...

 

Van Fifi, Brutus, de 90% van Georges Leekens, Cicero, een occasionele Schweinhund, De Bello Gallico en het maken van een omelet...

 

 

Vrienden, Romeinen, lopers, amici, zoals u kon lezen in een vorige bijdrage, ben ik toegetreden tot de cohorten van atletiekclub AVN, de Atletiekvereniging Noorderkempen.

 

 

Vanaf heden verdedig ik de kleuren van AVN, te weten, heum...    .... stemmig zwart.

 

 

Mijn eerste loopopdracht voor de club wordt een marathon.

 

Ja, ik wou nog enkele seconden achterover leunen en nog wat nagenieten van de vorige zin, maar helaas betreft het hier enkel de estafettemarathon in Rijkevorsel.  Zes lopers die mekaar aflossen en zo de afstand van een marathon overbruggen.

 

Marathon-2012-Affiche.jpg

 

 

Men heeft me gevraagd mee te lopen met de snelste ploeg van AVN.

 

 

Ik kreeg al meteen een paniekaanval.

 

 

Even de ploegsamenstelling overlopen:

 

  • looplegende Jan H.: Jan heeft het lopen uitgevonden, staat jaarlijks in de elitebox op de 20 Km door Brussel,

 

  • zijn broer Guy H.: wint aan de lopende band stratenlopen, loopt sneller dan zijn schaduw,

 

  • Chris B.:  versloeg me met een vinger in de neus op de Descente de la Lesse van 2011,

 

  • Pat M.: heeft me op de Stratenloop van Hoogstraten 7 kilometer laten beulen om terug in zijn spoor te  komen,

 

  • Katleen B.: de ranke gazelle, heeft me al ontelbare keren in de vernieling gelopen en grossiert in eerste plaatsen bij de dames. 

 

 

En, ja dus, nummer 6 in de pikorde ben ik, uw halfkreupele dienaar, die ongeveer drie keer per week een nieuwe blessure probeert te verzinnen. 

 

 

 

Wat zijn mijn grootste sportieve exploten? 

 

 

Even vréselijk diep nadenken. 

 

 

Ach ja, op de 10 mijl van Merksem ben ik er ooit in geslaagd om            verloren  te lopen. 

 

 

En tijdens de Valentijnjogging ben ik ooit eens relatief sierlijk      gevallen

 

 

 

Of wacht eens even, God, neen, ik zou het bijna vergeten.

 

 

 

Ik ben ooit    wél eens als eerste  aangekomen.....

 

 

 

....... in de Rode Kruistent, met gescheurde gewrichtsbanden, ook al op de stratenloop van Rijkevorsel. 

 

 

 

 

Onze ploeg in een paar woorden samengevat: 5 afgetrainde atleten en één lapzwans.

 

 

 

***** 

 

 

 

Goed, dan maar andere capaciteiten in de strijd gegooid. 

 

 

Volgens wijlen mijn vader beschik ik over een aantal talenten, helaas allemaal even nutteloos in het echte leven. 

 

 

Toen ik mijn vrouw vroeg wat mijn talenten zijn, antwoordde ze:

 

 

"Onnozel doen, zeveren, in de weg lopen, overdrijven en mensen beledigen." 

 

 

 

En dat kwam er verdacht vlotjes uit, moet ik zeggen.

 

 

Ach, de zegeningen van het huwelijk.....

 

 

 

 

*****

 

 

En dan nu, de hamvraag!

 

 

Hoe presteren we maximaal op de aflossingsmarathon te Rijkevorsel?

 

 

Hoe gaan we de andere ploegen van de Noorderkempen in de pan hakken? 

 

 

Uiteindelijk is dit de ultieme clash tussen de atletiek- en loopclubs van de Kempen, met enige zin voor overdrijving zou je dit de Bello Gallico kunnen noemen, de Gallische oorlogen.

 

 

Hoe pakken we dit aan?

 

 

 

Beste lezers, beste vrienden van AVN, ik heb wat denkwerk verricht en kom daarbij tot volgende dwingende conclusies.

 

 

 

Ten eerste is er de fysieke voorbereiding. 

  

 

Het strekt tot aanbeveling dat we een beetje trainen op dat lopen. 

 

Daar heb ik niet zoveel kaas van gegeten en een mens wordt van dat eindeloos geloop ook nog eens zo verschrikkelijk moe, dus dat deel van de opdracht laat ik met plezier over aan de vijf eerder vermelde atleten. 

 

 

Trainen is 90 % van de opdracht, en als we iéts van Georges Leekens hebben geleerd, dan is het wel....

 

 

 

Ten tweede is er de psychologische oorlogsvoering. 

 

 

Goed voor, even kijken, de resterende 60 %, hoewel wiskunde nooit mijn sterk punt is geweest...

 

 

De psychologische oorlogsvoering.

 

Nu heb ik in een ver verleden naar het schijnt een paar twijfelachtige diploma's behaald; 100 meter schoolslag, dactylo én zelfs iets in de psychologische sfeer, dus stel ik voor dat ik me op de psychologische oorlogsvoering zal storten.

 

 

Het is de bedoeling dat de andere ploegen geïntimideerd worden door onze verschijning. 

 

 

Dat ze meteen inzien dat er met ons niet te sollen valt.

 

 

Dat wij, en alleen wij, de krijgers van de weg zijn.

 

 

Dat ze er letterlijk bijlopen voor spek en bonen.

 

 

 

*****

 

 

 

Ik geef een voorbeeld, dan wordt alles meteen duidelijk.

 

 

Stel, u bent aan het lopen.

 

 

Plots keft  er iets achter u.

 

 

Meer bepaald  FIFI .

 

 

imagesCAF6OULW.jpg

 

Geef toe.

 

 

Eerst krijgt u een lachkramp....

 

 

....vervolgens geeft u één  snoeiharde penalty....

 

 

.....gevolgd door wat  gekajieeet   van FIFI tijdens een parabolische vlucht...

 

 

...en u kan meteen uw duurloopje welgezind verder zetten tegen een hartslag van, pakweg, 135.

 

 

 

 

 

Maar wat zou u doen als dit uw pad zou kruisen?

 

 

hond.png

 

 

Braaf, zit, lig, pootje, koppie krauw. 

 

Helpt waarschijnlijk niet.

 

 

En de kans dat u  BRUTUS uitschakelt met een penalty is ook eerder beperkt (en daarvoor hoeft u niet eens Robben te heten).

 

 

Weglopen is al minstens zo zinloos.  

 

 

Vluchten kan niet meer.  Ik zou niet weten hoe...

Vluchten kan niet meer.  Ik zou niet weten waar naartoe...

 

 

U valt ten prooi aan verlamming, waarna u wordt opgepeuzeld, met huid en haar, inclusief loopschoenen Saucony, fraai shirt, drankgordeltje, Polar hartslagmeter, Garmin GPS en huissleutel.

 

 

Wel, het is dàt effect dat ik wil scoren op de tegenstand tijdens de aflossingsmarathon te Rijkevorsel.

 

 

 

*****

 

 

 

Goed.

 

 

Wat hebben we allemaal nodig?

 

 

Naar mijn gevoel vergt een aanpak ten gronde drie dingen:

 

 

Eerst en vooral een pakkende en begeesterende strijdkreet.

 

 

Wat denken jullie hiervan?

 

 

 

Hup, hup, hup,

 

AVN pakt de cup!

 

 

 

Mja, bwa,  ik vind het niet slecht.

 

 

Er blijkt ambitie uit, een rake en kernachtige boodschap,  het heeft een bezwerend ritme, zelfs een rijmvorm waar Herman Van Rompuy enkel van kan dromen, maar....

 

 

Dit is overduidelijk een geval van  FIFI.

 

 

 

En wat zoeken we?

 

 

We zoeken een  BRUTUS.

 

  

 

Daarom stel ik volgende strijdkreet voor:

 

 

 

 

Sie verrückte Schweinhunden,

 

sie gehen allen sterben!!!

 

 

 

 

Voilà, dat noem ik pas brandende ambitie, geen doekjes er om, man én paard noemen, gewoon zeggen waar het op staat, eerlijk duurt het langst.

 

 

Ik zou dat zelfs achteraan op onze shirts durven zetten; het bekt toch net dat tikje beter dan die eenzame drie letters AVN, vindt u ook niet?

 

 

Qua gallische sfeer kan het alleszins al tellen.  Heeft toch dat snuifje Vergincetorix, neen??

 

 

Ok, de strijdkreet is er, maar het kan nog altijd een tikje beter. 

 

 

We moeten dat extra stapje durven zetten.

 

 

 

***** 

 

Ten tweede:  de outfit!

 

 

Hoe ziet de gemiddelde AVN-loper er uit?

 

 

HPIM0869.JPG

 

 

Zo dus.

 

 

Let u even niet op het gestommel dat u op de achtergrond hoort, dat is het geluid van in katzwijm vallende dames....       .... een volstrekt normaal fenomeen...

 

 

Nu ik die foto nog eens goed bekijk, komt er spontaan een citaat van Cicero opwellen:

 

 

Simia quam similis, turpissimus bestia, nobis! 

 

 

Ongetwijfeld heel leerzaam allemaal, maar ik heb geen flauw idéé wat dat citaat wil zeggen....

 

 

 

Waar waren we gebleven?

 

 

Ach ja,  hoe ziet de gemiddelde AVN-loper er uit.

 

 

 

 

HPIM0870.JPG

 

 

Zo dus.

 

Laat u nu even niet afleiden door die intelligente blik, door dat gespierde edoch gestroomlijnde lichaam dat gemaakt is voor een doodzonde of twaalf, een borstkas als gehouwen uit het zuiverste marmer van Carrara, spieren als kabels waaraan men een oceaanstomer kan afmeren. 

 

 

Dit lichaam leunt zo dicht aan bij perfectie, dat het zelfs een juten zak met stijl weet te dragen. 

 

 

Ik bedoel maar, moest Michelangelo een breedband internetaansluiting hebben gehad, dan zou de David er hélemàààààl anders uit gezien hebben en zou het beeld ongetwijfeld de naam Mark meegekregen hebben. 

 

 

 

Ik stel het maar vast.

 

 

Het is wat het is, ik kan er verder ook niets aan doen.

 

 

Maar daar gaat het nu even niet om.

 

 

Kunnen we asjeblieft een beetje focus behouden? 

 

 

 

Dames, kom....

 

 

 

De outfit, daar gaat het om.

 

 

Is dit de outfit van een FIFI?

 

 

Neen, dat nu ook weer niet. 

 

 

Maar het is toch ook geen Brutus. 

 

 

 

Daarom dacht ik het als volgt aan te pakken:

 

 

HPIM0903.jpg

 

 

Dit, dames en heren,  is een BRUTUS  pur sang

 

 

I rest my case. 

 

 

Als we zo aan de start verschijnen, dan slaat blinde paniek toe in de rangen van de tegenstanders, zullen ze sidderen en beven, ja dan loopt het bij de concurrenten dunnetjes door de broek, zoveel is zeker.

 

  

 

En dan gaan we lopen.

 

 

Een startschot is voor FIFIS.

 

 

Ons startschot is iets virieler: namelijk iemand van AVN die door een megafoon brult:

 

 

At my signal,

 

unleash hell.

 

 

 

Ja, alle troeven moeten gebruikt worden, tenslotte was het beleg van Alesia ook niet bepaald een picknick....

 

 

 

*****

 

 

 

En dan komt de derde pijler van onze psychologische oorlogsvoering: de wedstrijdtactiek.

 

 

Hiervoor heb ik niets aan het toeval overgelaten. 

 

Ik heb speciaal voor u, beste lezer en/of teamgenoot, een brainstormsessie op poten gezet met drie van mijn beste vrienden, om de te volgen wedstrijdtactiek eens nauwgezet en tot in het allerkleinste detail op papier te zetten.

 

 

Waarlijk niets werd aan het toeval over gelaten.

 

 

Helaas had iemand het iets minder briljante idee opgevat om die brainstormsessie in Café De Gelmel te houden, enfin, om het in drie woorden samen te vatten:

 

 

Schijtezat, koppijn, bierkaartje.

 

 

 

 

M en het danseresje (S).jpg

 

Op dit bierkaartje staan wellicht briljante plannen uitgetekend over hoe we de aflossingsmarathon in Rijkevorsel tactisch succesvol én winnend gaan afronden, maar als u het kan ontcijferen, dan hoor ik dat graag van u.  Het enige dat ik er uit op kan maken is: drie Duvels en een Trappist Westmalle...

 

 

 

Dan maar de saaie manier.

 

 

In 1993 heb ik een handboek over lopen cadeau gekregen, ik haal het er even bij. 

 

 

Secondje, even de plastic verpakking er af halen...

 

 

Godverdomme, dat boek staat bomvol lettertjes.

 

 

Saai, saai, saai.

 

 

Hola, hier staat dan toch iets interessant.

 

 

Vergeef me, want nu wordt het zwaar academisch....

 

 

 

Om te winnen, moet je als eerste over de finishlijn lopen.

 

 

 

Ja, ik pluk er meteen het moeilijkste hoofdstuk uit.

 

 

Dus eerst aan de finish.

 

 

Dat lukt enkel, zo staat te lezen op pagina 256 van dat boek, als niemand ons voorbij steekt. 

 

 

Volgt u nog?

 

 

Nu moet ik tot mijn scha en schande toegeven, dat ik dàt niet eens wist.  Dat je dus als eerste over de finish moet komen om te winnen. 

 

 

Niemand vertelt mij ook iets. 

 

 

Had ik dat geweten, dan hadden ze op de 20 Km door Brussel een héél andere erelijst gehad.

 

 

 

Enfin, dus we moeten als eerste over de finishlijn komen.

 

 

Ja, dan zit er volgens mijn bescheiden mening maar één ding op!

 

 

 

Ik stel voor dat we niet toestaan dat iemand ons voorbij steekt.

 

 

We kunnen bijvoorbeeld de tegenstand lichtelijk ontmoedigen door, telkens iemand ons voorbij wil steken, een lichaamsdeel van die loper af te hakken.

 

 

 

Dat vind ik nu wel niet meteen terug in dat boek over lopen, maar het blijft wél een strak plan.

 

 

 

 

Om lichaamsdelen af te hakken, hebben we iets scherps nodig.

 

 

Een mes of zo.

 

 

HPIM0904.jpg

 

 

Neen, een mes.

 

 

 

 

HPIM0883.JPG

 

 

Néén, ik bedoel een écht mes.

 

 

HPIM0906.jpg

 

 

Dat trekt er al wat beter op.

 

 

 

Goed, maar wat hakken we af? 

 

 

Wel, wel, wel, dat is nu eens een intelligente vraag.

 

 

Onthoofden, bwa,  ik ben door zo niet voor, dat maakt vervelende vlekken die er niet uitgaan op 60 graden, zelfs niet met Vanish Gel

 

 

Neen, onthoofden vind ik er misschien een beetje over...

 

 

Wat denkt u van een hand?  

 

 

HPIM0888.JPG

 

Symbolisch voor diefstal. 

 

Ze pakken ons een plaats af, dat is diefstal. 

 

Af die hand.

 

Wat voor Leopold II werkte in Congo, kan voor ons werken in Rijkevorsel, dacht ik zo....

 

 En die Polar RS 300 die nog aan de pols hangt, is puur winst....

 

 

 

 

Wat zegt u?

 

God, ja, inderdaad.  

 

U heeft overschot van gelijk. 

 

Met een afgehakt hand kan een tegenstander, mits voldoende motivatie, nog altijd doorlopen.

 

 

 

Wel, wel wel, opnieuw overtreft u zich met uw intelligente opmerking.

 

  

Dan doen we het zo.

 

 

HPIM0930.jpg

 

 

Een been, dat is véél beter.  Echt, véél beter....

 

 

 

En als we ons goed hart nu eens tonen, en ons beperken tot maximum één afgehakt been per loper, dan kan het nog spannend huppelen worden voor de tweede plaats, toch?

 

 

Je moet ook een beetje denken aan de spankracht van de wedstrijd....

 

 

  

Barbaars zegt u?

 

Wel, je kan geen omelet maken zonder eieren te breken.

 

 

 

Signati:

Marcus "Idéfix" Peetrix

Anno MMXII

 

 

HPIM0901.jpg

 

 

___________________________

Voor deze column werden geen dieren mishandeld, uitgezonderd FIFI.

11:10 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

25-06-12

Paaldansen

 

Paaldansen

 

 

Ja, ik heb meteen uw onverdeelde aandacht, merk ik. 

 

 

Vunzige geesten!

 

 

 

Eerst wat loopgedoe. 

 

Nu het stof is nedergedaald over het klassieke voorjaar; te weten de 20 km door Brussel, de Hoogstraatse Corrida en de Kapellekesloop te Minderhout, is het iets moeilijker om de krakende kar aan de gang te houden.

 

Na de Kapellekesloop op zaterdag 9 juni heeft het rechterhielbeen alle aandacht opgeëist.  De daaropvolgende training op donderdag 14 juni met AVN, en vooral de forse versnellingen van maar liefst 7 minuten, heeft de rechterhiel helemaal gesloopt.  Het was in die mate erg, dat ik de laatste honderden meters naar huis al wandelend (én hinkepotend) heb af moeten leggen. 

 

Een bikkelharde conclusie drong zich op.  Het was tijd om de loopschoenen een tijdje op te bergen en de hiel wat broodnodige rust te gunnen. 

 

 

Ik doe dat niet graag, want als ik niet loop, dan zak ik weg in lethargie en donkere, moordlustige gedachten. 

 

 

Zie ik iemand voorbij joggen, dan vervloek ik die mens.  En wens hem/haar een chronische tendinose van de achilles toe, liefst in combinatie met hielspoor en vliegende schijterij.

 

 

Erg, ik weet het. 

 

 

 

*****

 

 

 

En ik kan het ook niet loslaten.

 

Ik zit bijvoorbeeld in de zetel naar de stemmig aankabbelende kostuumfilm Becoming Jane te kijken, met in de hoofdrol de ravissante Anne Hathaway

 

Vrouwlief is geheel ondergedompeld in de romantische sfeer, en zit met een zakdoek in de hand een op voorhand verloren strijd tegen de tranen uit te vechten.  

 

 

Wat ziet mijn vrouw? 

 

 

Hoffelijke liefde, smeulende romance, verdrongen verlangens, onbeantwoorde gevoelens, stomende blikken, smachtende geliefden, aangesnoerde corsetten en Shakespeariaanse sonetten.

 

 

Wat zie ik? 

 

 

Wel, ik zie dat Anne Hathaway duidelijk zichtbaar overproneert. 

 

Godsgruwelijk zelfs. 

 

Moest Anne Hathaway ooit loopambities koesteren, dan moet ze zich steunzolen van Top Running aanschaffen, zoniet worden dat gegarandeerd problemen.

 

 

 

*****

 

 

 

Ik heb me dus voorgenomen om een paar weken niet te lopen en de conditie op peil te houden met mijn racefiets. 

 

 

Nood breekt wet.

 

 

Sinds de halve marathon van Minderhout, een dag of 15 geleden, heb ik dus geen enkele keer meer gelopen. 

 

 

Of neen, de training van AVN, die nog wel.

 

 

Sinds die training heb ik dus geen enkele keer meer gelopen. 

 

 

Of neen....

 

 

...vorige donderdag heb ik, na een weekje niet lopen, een klein looptestje gedaan.  Enfin, de bedoeling was 10 minuten testen, om te zien hoe de hiel aanvoelt. 

 

 

Het liep ietsjes uit, een uurtje of zo.  Kan ook nog iets meer geweest zijn.

 

 

Toch nog een beetje reactie van de hiel, maar behapbaar.

 

 

*****

 

 

Dus nauwelijks gelopen, maar wel in totaal ongeveer 300 kilometer gefietst, in 4 beurten.

 

 

Naast een valpartij in stilstand (voet vast in klikpedaal) heb ik wel een close encounter of 10 gehad. 

 

 

Waar je bijna valt of botst en je hart een tel overslaat.

 

 

Een klein overzicht.

 

 

*****

 

 

Centrum Rijkevorsel. 

 

Een auto rijdt hinderlijk traag, omdat hij rechtsaf wil afslaan.  Maar een richtingaanwijzer gebruiken, ho maar! 

 

Ik wil mijn gemiddelde snelheid niet verknoeien en maak de arrogante keuze de auto langs links voorbij te gaan, mits een verkeersovertreding of zes.  

 

Net op het moment dat ik de rechts afslaande auto voor mij passeer, komt uit die bewuste zijstraat een auto vlotjes de weg op gereden. 

 

Ik loop en danseuse op de trappers en knal bijna op de koffer van een Nissan.  Hartstilstand. 

 

 

Een Nissan!

 

Moest het nog een dikke, vette Audi zijn, tot daar aan toe, maar een Nissan!

 

Stel je voor dat ik mijn Cannondale in de prak rijd op een Nissan!

 

Mijn Shimano Tiagra groep, of hoe heet die troep, is duurder dan die Nissan!

 

Crashen op een Nissan!

 

De schande!

 

 

*****

 

 

Brecht, naast het kanaal.

 

Een papa op de fiets. 

 

Naast papa een wiebelend fietsend kindje dat absoluut een L-sticker op het fietsje zou moeten kleven. 

 

Ik rij 11 per uur (daar gaat mijn gemiddelde weer!), want ik durf deze trage fietsers niet zomaar voorbij te knallen.

 

Op het moment dat er dan toch ruimte is om traag voorbij te rijden, kijkt het kindje vol bewondering naar de stoere wielrenner die voorbij steekt......

 

 

..... en valt pardoes omver, vlak voor mijn voorwiel. 

 

 

Ik trek bijna mijn remkabel over tot complete stilstand, en besef meteen dat ik dringend moet uitklikken, kwestie van niet naast het, inmiddels hartverscheurend blèrende, kindje neer te storten.

 

 

Alweer hartstilstand.

 

 

***** 

 

 

St-Lenaerts.

 

Een merel schrikt op en vliegt   ei  zo na in mijn voorwiel. 

 

Kijk, ik begrijp dat we kippen nodig hebben, voor eiersalade, omelet, kip curry en kipfilets en van die dingen...

 

 

MAAR KAN IEMAND MIJ BIJ HOOGDRINGENDHEID

 

EENS HET NUT VAN EEN MEREL UITLEGGEN, ALSTUBLIEFT?

 

 

 

*****

 

 

Sint-Job-in-'t-Goor.  Jezus, wat een hoop streepjes ----.

 

 

Een bocht foutief ingeschat, ik ga er véél te snel in en voel mijn voorwiel lichtjes wegtrillen op wat grind.

 

 

Adrenaline!

 

 

 

*****

 

 

Maria-Ter-Heide.

 

 

Ik kan dit beter niet vertellen, want dit gaat me mijn ganse verdere leven blijven achtervolgen. 

 

Zullen we afspreken dat ik het énkel vertel, op voorwaarde dat jullie het nooit ofte nimmer verder vertellen én er mij nadien nooit ofte nimmer mee gaan uitlachen?

 

 

Ja, maar, ik meen het.

 

 

Vooruit dan maar.

 

 

Mark fietst.  In de verte heeft een verkeerslicht de euvele moed op rood te springen. 

 

 

Ik vertraag en neem me voor om erg sierlijk een verkeerspaal te omarmen en steun te zoeken.  Zo hoef ik niet uit de klikpedalen te klikken. 

 

 

Ik schat mijn snelheid echter foutief in, en stuur misschien net iets té ver weg van de paal.

 

 

Ik grijp naar de paal, pak de paal beet, maar omdat ik relatief snel ga, voel ik dat ik het met één arm niet ga redden.  Ik maak de cruciale fout om met twéé armen de paal vast te grijpen. 

 

 

En in een flits besef ik dat ik hierdoor helemaal niet meer kan remmen. 

 

 

Twee armen aan de paal, de fiets iets té ver weg van de paal, beide voeten ingeklikt.  Goed bezig.

 

 

Ik hang scheef aan de paal in een soort spreidstand voor gevorderden, en voel tot overmaat van ramp dat ik langs de paal naar beneden begin te glijden (bedankt daarvoor, lange mouwen van mijn synthetisch fietsshirt) omdat mijn fiets te ver van mij wegstaat. 

 

 

Paaldansen, fijn dat u het opmerkt.

 

 

Er zit niets anders op dan mijn linkervoet uit te klikken.  Oef, eindelijk een vast steunpunt, en zo kan ik mijn fiets terug naar me toe trekken én mezelf terug opkrikken. 

 

 

Qua Comedy Capers kon dit weeral tellen. 

 

 

Je hoopt dat niemand het gezien heeft, maar ik vrees dat diverse chauffeurs aan het rode licht van Maria-Ter-Heide in hun broek hebben gepist van het lachen.  

 

 

Maar goed, wat hadden we afgesproken?

 

 

Mondje dicht.

 

 

*****

 

 

Over mondje dicht gesproken.

 

 

Insecten!

 

 

Insecten in de bek! 

 

 

Heb je bij het lopen ook wel eens voor, maar bij het fietsen komen die insecten tegen serieuze snelheid de mond in geknald.  Je voelt ze als het ware afketsen op je huig. 

 

 

Van die dikke, met véél te veel pootjes, die ook nog eens tegenstribbelen in je bek.

 

 

Zzzzoooeemmmmemm!

 

 

 

*****

 

 

En ja, het is al zover.

 

 

Ik heb een fietsblessure opgelopen.

 

 

Op de achtergrond hoort u nu hysterisch hoongelach.  Laat u echter niet van de wijs brengen.

 

 

Tja, een fietsblessure.

 

 

En meteen ook de meest belachelijke blessure die ik ooit heb opgelopen (en de frequente bezoeker van deze geschriften weet dat de concurrentie op dit vlak bikkelhard is).

 

 

Ik, de minst geslaagde wielrenner van het westelijk halfrond, heb nu al een fietsblessure opgelopen ....

 

  

 

Ik verduidelijk even.

 

 

Ik ben aan het fietsen en neem mijn drinkbus uit de beugel. 

 

 

Trek het dopje van de bus open met de tanden. 

 

 

Drink.

 

 

Ik wil mijn drinkbus terug sluiten, want anders dokkert er water uit.

 

 

 

Ik duw het dopje dicht met de lippen en.....

 

 

 

...... WOW......

 

 

 

..... ik zit er godverdoeme toch wel met mijn onderlip tussen zeker!!!

 

 

 

Fietsen met een bloedende onderlip. 

 

 

Mijn eerste fietsblessure.

 

 

*****

 

 

Neen, dat fietsen, het is nog niet écht mijn meug

 

 

Hoe schoon kan streektaal zijn! 

 

 

Maar de beginprobleempjes, spierpijnen, zadelpijn, slapende kloten (pardon my french), slapende handen en voeten, pijnlijke rug en nek, beginnen te minderen of zijn al verdwenen.

 

 

En ja, ik geef het schoorvoetend toe, wanneer ik de garage binnen stap en ik zie er mijn fietsje staan, dan krijg ik écht goesting om er op te springen en te gaan rijden.

 

 

 

Ik beschouw die fiets zowat als mijn hond. 

 

 

 

Moet geregeld uitgelaten worden...

 

 

 

***** 

 

 

 

Is het lopen nu geheel op de achtergrond verdwenen?

 

 

Maar neen, gij ongelovige.

 

 

Deze week opnieuw testen, en ik voel nu al aan mijn water dat het fantastisch gaat lukken. 

 

 

Inmiddels zijn we ook al via google maps het parcours van de estafettemarathon van Rijkevorsel (7 juli) aan het memoriseren en via map my run per kilometer aan het indelen.

 

 

Trouwens, een kleine waarschuwing: het volgende stukje op deze blog zal helaas helemaal gewijd worden aan de saaie, kurkdroge analyse van de wedstrijd, de te volgen wedstrijdtactiek, de teambuilding en meer van die zaken.

 

 

Een oeverloos saai, gortdroog stukje gaat het worden, je houdt het niet voor mogelijk. 

 

 

Het is weliswaar nog niet geschreven, maar had ik in de jaren tachtig geweten dat ik zo bloedserieus kon zijn, ik had misschien wel een deftig diploma kunnen behalen...

12:12 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

12-06-12

Dansen op de rand van de vulkaan

 

Dansen op de rand van de vulkaan

 

 

 

 

Vrienden, Romeinen, lopers, ja ik beken het, ik ben overstag gegaan.

 

 

Ik heb een koersfiets gekocht, een heeumm.......

 

 

.................moment, heeft u een secondje.............

 

 

(inmiddels teruggekomen van de garage)

 

 

......... een Cannondale.

 

 

Met een stuur en zo.  En een massa blinkende tandwielen.

 

 

En klikpedalen.

 

 

En dan komt het onvermijdelijke moment dat je voor het eerst op die fiets kruipt.

 

 

Ik ga op dat pijnlijk harde zadeltje zitten en om al niet meteen omver te kukelen, sta ik met één schouder geleund tegen het huis.

 

 

Mijn vrouw staat verwachtingsvol toe te kijken hoe ik ongetwijfeld ongenadig op mijn zak zal gaan.

 

 

Na wat gehannes zit ik in eindelijk in de pedalen ingeklikt. Maar ik geraak niet weg van de muur, ook wel omdat mijn fiets blijkbaar op een zware versnelling staat.

 

 

Enfin, mijn vrouw is het geklungel beu, geeft me een duw, ik dokker de oprit af en de weg op, waar een auto me nog nét kan ontwijken.

 

 

Het zou meteen een wereldrecord zijn, 7 meter op de teller en al op intensieve...

 

 

 

We rijden.

 

 

En hoe werkt dat schakelen?

 

 

Geen flauw idee.

 

 

Nooit op gelet tijdens de Ronde van Vlaanderen.

 

 

 

Neen, dat is de rem.

 

 

Aha!

 

 

Er hangt een schakelaartje aan beide rembeugels. Even proberen aan de rechterbeugel. Ik klik het naar links en ik schakel zwaarder.

 

 

Ok, maar hoe geraak ik terug????

 

 

Het ding wil niet naar rechts.

 

 

Met mijn gepruts rij ik nog 4,6 km per uur en let ik niet goed op. Even de kant in.

 

 

Terug de weg op: hoe gaat dat ding terug????

 

 

En plots merk ik dat je met die GANSE rembeugel ook naar links kunt schakelen. En dat je zo een kleinere versnelling opzoekt.

 

 

De wonderen der techniek.

 

 

Linkerbeugel schakelt een pak zwaarder: dat is voor de tandwielen vooraan, zo blijkt.

 

 

En de hele tijd schakel ik verkeerd: zwaarder als het lichter moet en omgekeerd.

 

 

Moet dit een automatisme worden?????

 

 

Omdat ik bang ben van kruispunten, uitritten van woningen, overstekende bejaarden, kinderen met fluovestjes op wiebelende kleine fietsjes met een vlag, rode lichten, traag rijdende tractoren, kortom, alles wat zich op de openbare weg bevindt dat mij noodzaakt te stoppen en uit de pedalen te klikken, doe ik aan creatief rondjes rijden.

 

 

Een kruispunt in de verte?

 

 

Nu al vertragen, zien of ik een U-turn kan maken zonder verkeershinder en terug weg.

 

 

Ja, er is geen Tom Boonen aan mij verloren gegaan...

 

 

Ik denk dat er in de hele wielergeschiedenis nooit een grotere klungelaar op een racefiets heeft gezeten.

 

 

 

In het begin heb ik me vooral onledig gehouden met stoppen, losklikken, voet aan de grond, weer weg, inklikken en zo verder.

 

 

Maar dan komt toch het competitiebeestje in mij boven en wil ik als de eerste de beste Cancellara ook wel eens keihard doorfietsen.

 

 

U kent dat wel, gestroomlijnd de beugels in, alles geven met de neus op het stuur.

 

 

Ik vlieg als een zot over de Vlaamse wegen. In mijn hoofd flitsen beelden voorbij van de Bosberg, de Muur, de Berendries, de Oude Kwaremont, de Patersberg, de Koppenberg.

 

 

Ik zit op kop, met in mijn wiel Eddy Merckx, in zijn iconische bruine Molteni-trui.

En Roger De Vlaeminck in zijn rood-witgestreepte Brooklyn Chewing Gum trui.

Rik Van Steenbergen.

De zwartwit geblokte Peugeottrui van Thevenet.

Van Impe.

Vanderaerden.

De Flandria renners Maertens, Demeyer en Pollentier.

De keizer van Herentals, Van Looy.

De zwarte van Brakel.

Monseré in de trui van wereldkampioen.

Fausto Coppi en de Witte Dame.

Luis Ocaña.

 

Briek Schotte en Lomme Driessens in de volgwagens.

 

Het regent.

 

Fred De Bruyne geeft commentaar.

 

Zoetemelk lek.

 

Ik win.

 

Rodania.

 

 

*****

 

 

Ik kijk op mijn kilometriekske, in de verwachting dat er rook uit zal komen...

 

 

Hoe teleurstellend is dit?!?!?!?

 

 

Met moeite haal ik 24 per uur.

 

 

Stoempen en stampen, niks helpt.

 

 

Ja, dan denk je dat je een beetje fysieke conditie hebt, valt dat allemaal dik tegen.

 

 

Ik kom na dat tochtje thuis, klik uit de pedaal links, hel helaas over naar rechts waar de voet nog in de klikpedaal zit, ik voel een stoot adrenaline door mijn lijf gaan omdat ik voel dat ik ga omvallen in stilstand, maar gelukkig klik ik net op tijd de rechtervoet uit het pedaal.

 

 

Ik ontcijfer de statistieken van mijn tocht. 19 km gereden, 14 km/u gemiddeld (wel veel gestopt voor het klikken te leren, maar toch....).

 

 

Dat kan toch niet!

 

 

Ik lóóp sneller.

 

 

 

Ik haal mijn leesbrilletje. En dan merk ik het.

 

 

Dat tellertje staat godvermiljaardenondedju ingesteld op mijl per uur!

 

 

Dat varkentje gaan we even wassen!

 

 

Zoals het een échte vent betaamt, denk ik het metertje te kunnen instellen zonder het boekje te raadplegen.

 

 

7 minuten later.

 

 

Het hele ding is ontregeld.

 

 

Ik heb het zelfs voor mekaar gekregen om de wieldiameter te veranderen.

 

 

Boekje bovengehaald.

 

 

1 uur later.

 

 

De hele zwik terug ingesteld.

 

 

 

*****

 

 

 

Vorige woensdag werd de Stratenloop van Hoogstraten betwist.

 

 

De inzet was hoog, net als de verzuringsgraad. 

 

 

En toen de nacht viel, waren er teveel slechte vrienden (heb ik er andere?) met veel dorst en een onuitputtelijke voorraad drankbonnen...

 

 

De après-ski was zwaar.

 

 

 

*****

 

 

 

Donderdag.

 

 

Ik heb de Stratenloopblues.

 

 

Ik prul wat rond in huis, heb geen puf.

 

 

Het motregent in mijn hoofd.

 

 

Hoogtepunt voorbij, enkel nog treurnis.  

 

 

En tot overmaat van ramp een pijnlijk hielbeen rechts.

 

 

Ja, de opeenvolging van sotternijen begint zijn tol te eisen.

 

 

Haas is moe.

 

 

IJs leggen.

 

 

*****

 

 

Hopen dat de hiel tegen zaterdag terug in orde is, want ik wil op de Kapellekesloop te Minderhout opnieuw onder 1 uur 30 minuten duiken op de halve marathon.

 

Enfin, ik beslis enkel mee te lopen op voorwaarde dat de hiel donderdagavond pijnvrij is.

 

 

 

Vrijdag.

 

De hiel doet nog steeds pijn.

 

Ik beslis enkel mee te lopen op voorwaarde dat de hiel vrijdagavond pijnvrij is.

 

 

 

Zaterdag.

 

Aha, de hiel is pijnvrij. 

 

Of toch zo goed als. 

 

Ik moet al moeite doen om pijn te vinden. 

 

Volgens de ijzeren wet der loopblessures, kan men pas terug beginnen lopen na 3 dagen volledig pijnvrij te zijn.

 

 

Wel het scheelt niet veel (hoogstens een dag of twee, heum ...   ... drie).

 

 

Dus we lopen.

 

 

We zouden natuurlijk ook de 10,500 km of de 5,250 km kunnen doen....

 

 

 

IK DACHT HET NIET !!!!

 

 

 

Zie ik er uit als een voorprogramma?

 

 

Neen, wij zijn de hoofdact.

 

 

De gladiatoren van de weg bekampen mekaar op de halve marathon, bij Toutatis!

 

 

*****

 

 

Fietsen naar Minderhout.

 

Inschrijven.

 

Veel bekenden.  Dré B. van het Omslagpunt, Peter F. uit Niel, snelle mannen, verdomme toch. 

 

En dan is er Axel A., die de Stratenloop van woensdag aan zich voorbij heeft laten gaan om hier vandaag een topprestatie neer te zetten.  En die laatst een prima halve marathon van Renesse liep.

 

 

De stress steekt al meteen de kop op. 

 

 

 

En uiteraard zullen we het ook moeten opnemen tegen de bloedbroeders van AVN: Pat M. Chris B., Koen V.D.: allemaal rechtstreekse concurrenten.  En wie weet welk wit konijn er nog uit de hoge hoed komt...

 

 

Katleen loopt vandaag een relatief rustige wedstrijd, niet met het mes tussen de tanden. 

 

 

Haas krijgt een snipperdag.  De hiel knort tevreden.

 

 

*****

 

 

Opwarmen.  Plaspauze.

 

 

Wat leuteren met bekenden.   Ik zeur over mijn hiel.  Iemand merkt op dat ik, in geval van nood, altijd kan opgeven.

 

 

 

IK DACHT HET NIET !!!!

 

 

 

Opgeven?

 

 

Neen, ik heb het daarnet nog even opgezocht in mijn woordenboek. 

 

 

Staat er niet in...

 

 

10 minuten voor de start los ik twee bruistabletten Dafalgan op in het laatste restje water van mijn flesje.  Hopen dat ik hiermee toch wat tijd win of een stuk pijn wegneem.  Ik vrees dat ik er me enkel een beetje mentale rust mee koop.

 

 

Als je er goed over nadenkt: zottekesspel.

 

 

Rondom mij allemaal prachtig afgetrainde atleten.  Wat doe ik hier?  Halfkreupele gek.

 

 

Iemand tikt me aan en wenst me succes.  Het geeft mijn vertrouwen een boost.

 

 

Kapellekensloop 2012 deel 1 336.JPG

 

 

Ik taxeer een laatste maal alle bekenden en onbekenden, richt de blik nog een keer naar boven en adem diep in en uit om de hartslag wat onder controle te brengen.

 

 

Focus.

 

 

Het startschot.

 

  

Er wordt meteen fors vertrokken.  Ik kijk om me heen waar iedereen is. 

 

 

Kapellekensloop 2012 deel 1 341.JPG

 

Luc (883), Axel (802), Koen (847).

En rechts van (848) komt heel wat AVN-geweld:

4 op een rij: Pat, Chris, ik en Koen.

 

 

Axel heeft wat voorsprong genomen, maar de rest is vlakbij.

 

Kapellekensloop 2012 deel 1 343 (1).JPG

Pat (807), Peter (852), Koen (850) met achter hem in blauwe shirt Chris. 

En 862, uw verslaggever.

Allemaal lachende gezichten.

 

Kapellekensloop 2012 deel 1 346.JPG

Sandy (856), Gert (817) en tussen hen in met zwart AVN-shirt: Jos.

 

Kapellekensloop 2012 deel 1 348.JPG

 

Pat M. neemt direct enkele meters voorsprong.  De druk meteen op de schouders.

 

De wind gaat een rol spelen.  Ik moét in een groepje schuilen.

 

 

Een geel ARAC-shirt schuift voorbij, ik pik mijn wagentje aan.

 

We snellen voort en remonteren Pat en een andere loper.  Ze pikken allebei aan. 

 

 

We lopen windaf.  Een verstikkende kilometer snijdt de benen compleet af.

 

We draaien de Lage Weg uit, Beemden en dan de Hoge Weg in.  De wind schuin in het nadeel.  Ons viertal draait goed rond, ieder doet zijn deel van het kopwerk.

 

 

*****

 

 

Kilometer 2 na 7 minuten 48 seconden.  We zitten boven de 15 km per uur.  Maar de tweede kilometer was al iets minder versmachtend, waardoor ik toch wat heb kunnen recupereren.

 

 

Castelréweg.

 

 

Voor ons een sneller groepje.  Axel zit achteraan te bengelen.  Hij blikt af en toe achteruit, wat me doet vermoeden dat hij het lastig heeft met het tempo.

 

 

Het groepje wordt languit gerokken en staat volgens mij op springen. 

 

 

Ik ben er zeker van dat we ze kunnen pakken, maar besluit niet te hard van stapel te lopen en ze nog wat te laten sterven vooraan.  Om ze nog wat eenzaam te laten zwemmen in de wind.

 

 

Zandpaadje richting watermolen.  Op een rijtje lopen, ik pak de kop, zodat ik het tempo iets kan drukken.  Ik merk dat Pat de rol aan het lossen is, samen met loper nummer 4. 

 

 

Wat is wijsheid?

 

Ze laten meeschuiven, of doorgaan?

 

 

Hoe zit het met de loper van ARAC?  Ik concentreer me even op zijn ademhalingsritme en merk dat hij nog heel comfortabel zit. 

 

 

Hij is duidelijk mijn meerdere.

 

 

Ik besluit met Arac door te gaan (en hem vooral de stukken windop in de schoenen te schuiven).  Hij blijkt een zeer betrouwbaar piloot, die met kleine gebaren aanduidt waar ik moet zitten achter hem, waar er gevaar is, waar we kunnen afsnijden.  Prima kerel.

 

 

 

Waterbevoorrading watermolen.

 

Spons pakken, waterbeker grijpen. 

 

Ik verslik me zwaar bij het drinken. 

 

Kuchen, hoesten en bassen.

 

 

Arac wacht even om te zien of hij me eventueel moet reanimeren. 

 

 

Uitgerocheld.  We maken terug tempo.

 

 

Weet u, ik voel me kiplekker.  In mijn sas.   De wedstrijd kantelt elke paar honderd meter.   De hiel zeurt lichtjes, maar ik negeer het. 

 

 

Ik loop, ik geniet. 

 

 

's Boschstraat.  Windop.  De gashendel mag nu even helemaal open.  ARAC en ikzelf gaan om beurten aan kop sleuren.  We blijven net boven de 15 per uur knallen.  De verstandhouding is optimaal.

 

 

Axel en zijn kompaan worden ingehaald.  Axel kruipt achter ons weg.  De kompaan moet er al heel snel weer uit.

 

 

Ik had stiekem gehoopt dat Axel ons meteen zou laten gaan, maar Axel is taai, die loop je er zomaar niet uit.

 

 

Hij blijft in het wiel zitten, terwijl Arac en ik de kopbeurten doen.  Dat is zorgelijk, want zo kan Axel recupereren. 

 

 

Dat mag ik niet zomaar laten gebeuren.

 

 

Tijd voor actie.

 

 

5 km op 19 minuten en circa 35 seconden.  En ik voel me nog heel lucide.

 

 

 

*****

 

 

 

Ronde 2.

 

Axel moet geregeld een gaatje laten.  Vooral wanneer Arac aan de kop zit en ik in tweede positie loop.  Maar Axel kan telkens het gaatje weer dichten. 

 

Harmonica. 

 

Maar dat gaat niet eeuwig lukken.

 

 

Ik besluit het smeerlapke uit te hangen.  Arac op kop, ik tweede, Axel drie.  Wanneer Axel een gaatje laat, pak ik fors over van Arac, zodat het gaatje groter wordt en Axel volop wind pakt. 

 

 

Maar telkens keert Axel terug. 

 

Wat is ie sterk.

 

 

Ik besluit nog het groter smeerlapke uit te hangen.  Arac op kop, ik tweede, Axel drie.  Axel laat een gaatje op mij, ik eentje op Arac en dan versnel ik naar de kop. 

 

 

Een keer of twee en Axel moet passen. 

 

Ik hoor langzaam zijn voetstappen verachteren. 

 

 

Hier moet ik toch ook even een prijsje voor betalen; dit heeft mij ook naft gekost.  Goed mogelijk dat dit spelletje me straks ook nog eens héél zuur gaat opbreken. 

 

 

Maar het was sterker dan mezelf! 

 

 

Lage Weg, Hoge Weg, watermolen, 's Boschstraat.  Arac laat er geen gras over groeien en sleept me genadeloos verder over de omloop.  Ik zou maar wat graag met hem mee blijven lopen, maar dit tempo ligt een tikje te hoog voor mij (het zou betekenen dat ik mijn record op de halve marathon ga verpulveren).

 

 

Leemstraat.  Aanmoedigingen langs alle kanten.

 

 

Witherenweg, lichtjes vals plat omhoog. 

 

 

Ik moet een gaatje laten op Arac. 

 

 

Hij spoort me aan, noemt me zelfs bij mijn voornaam (opgevangen van supporters, neem ik aan).

 

 

10 km in 39 minuten en een vijftigtal seconden.  Niet eens zo verschrikkelijk veel trager dan de stratenloop van woensdag.

 

 

Ik kan niet meer aansluiten.  Arac kijkt nog een keer om en stoomt dan door.

 

 

En ik besef dat mijn gids nu afscheid van mij genomen heeft.  En dat er nog 11 bittere kilometers voor me liggen, beuken tegen de wind.

 

Kapellekensloop 2012 deel 1 438.JPG

Kapellekensloop 2012 deel 1 439.JPG

Axel.

Kapellekensloop 2012 deel 1 443.JPG

Koen in het gezelschap van Peter F. uit Niel.

  Kapellekensloop 2012 deel 1 473.JPG

Pat en Axel.

 

Kapellekensloop 2012 deel 1 456.JPG

Lu (links) en Gert (817).

 

 

Aankomstzone, nog 2 rondes.

 

 

Er zit niemand in mijn buurt.  Arac snelt steeds verder van me weg.  Achter mij niet direct iemand waarmee ik front kan vormen.

 

  

Alleen dan maar.  De hiel begint ook wat prominenter om aandacht te zeuren.  Ik doe alsof ik het niet merk.

 

 

De Hoge Weg.  Voor mij uit loopt een jongeman van triatlonclub Meetria.

 

 

Hij wordt mijn mikpunt.  Ik ga proberen naar hem toe te lopen vooraleer we weer vol de wind in moeten.

 

 

Ik blik nog iets verder vooruit.  Daar loopt Luc, een loper van AC Rijkevorsel.  Hij die me versloeg op de Antwerp Ten Miles en op de wedstrijd te Wechelderzande, de 10 mijl van Malle en woensdag nog op de stratenloop.

 

 

Dat noem ik pas een rode lap op een stier. 

 

Mijn hiel doet meteen al een stuk minder pijn...

 

 

Op het einde van de Hoge Weg heb ik Meetria al te pakken.  Ik hoop even achter zijn brede schouders te kunnen schuilen, maar merk dat hij niet inloopt op Luc.  Dus zit er maar één ding op, er voorbij.  Hij pikt aan, maar niet overtuigend genoeg.  Hij moet me laten gaan. 

 

Pas op het einde van de Lage Weg kom ik naast Luc.  Qua mentale tik kan dat wellicht wel tellen.  Ik had me voorgenomen om bij hem te blijven, maar ik voel dat hij op zijn limiet zit.

 

 

Zo'n kans kan ik niet laten liggen.

 

 

Ik laat ook Luc achter. 

 

 

Nooit een betere hiel gehad dan vandaag!

 

 

Aan het begin van de Castelréweg staan de mensen van Top Running de lopers aan te moedigen.  Ik groet hen, kan nog wat babbelen en gekscheren.  Het lijkt wel alsof het niet stuk kan.

 

 

De wind doet het zand opwaaien in het zandpaadje naar de molen. 

 

 

Water, en alsof de duivel er mee gemoeid is, verslik ik me weer grondig.

 

 

Klungelaar!

 

 

 

Leemstraat.

 

We komen aan het 15 kilometerpunt.  1 uur en 53 seconden.  Te traag voor mijn record, snel genoeg voor een scherpe tijd.

 

Ik groet Marc T., wissel in de vlucht nog wat woorden met Benny de seingever, krijg van atletieklegende Guido E. te horen dat het er technisch nog allemaal goed uitziet, en snel verder.

 

 

Laatste ronde.

 

 

Ik voel me nog relatief goed.   Maar uit bittere ervaring weet ik als geen ander dat dit gevoel snel kan omslaan.  Eens de energietank leeg is, volgt de instorting vrij snel.

 

Ritme houden, let op je voetstand, trek op je armen. 

 

 

De hiel vindt het onderhand wel welletjes.  Ik smeek de Goden om mij nu niet in de steek te laten.   Uitvallen nu, zou verschrikkelijk pijnlijk zijn.

 

 

 

Lage Weg, Hoge Weg.

 

 

Labeur. Beulenwerk.

 

  

Verder, verder, verder, verder.

 

 

Ik loop als in een roes.

 

Verdoofd.

 

Zonder het te beseffen.

 

Eén met mijn ritme. 

 

Op het ritme van mijn ademhaling.

 

Het ritme van mijn polsslag.

 

 

 

Laatste keer Castelréweg.

 

 

En het flitst weer door mijn hoofd.

 

 

Hier woonde Roel.

 

 

Mijn vriend Roel.

 

 

27 jaar.

 

 

Stapte uit het leven.

 

 

Een afscheid dat er nooit een was.

 

 

*****

 

 

De bomen van de  's Boschstraat.

 

 

Het wordt stil om me heen.

 

 

Ik registreer niets meer.

 

 

Het begint loodzwaar te wegen. 

 

 

De wind kent geen genade. 

 

 

Het vat is af. 

 

 

Nog enkele eenzame kilometers. 

 

 

Ik dubbel volop mensen.

 

 

*****

 

 

Op het einde van de 's Boschstraat zie ik een zwart AVN-shirt.  Het is Hild.  Ze moedigt me aan om vol te houden.  Omdat ik toch de schijn wil ophouden, probeer ik een soort van tempo te ontwikkelen. 

 

Kapellekensloop 2012 deel 1 466.JPG

 Hild.

  

Kapellekensloop 2012 deel 1 474.JPG

 Chris.

 

 

 

Ik ben kapot.

 

Leemstraat.  Eindeloos asfalt.

 

Waar staat dat vervloekte bord van de 20 km? 

 

Ha, hier.  Een jachtige blik op mijn horloge: 1 uur 21 minuten en seconden.  Mijn besttijd 1 uur 25 minuten en 56 seconden is weg, maar de tijd van vorig jaar 1u27m27s is te pakken.

 

 

Witherenweg, lichtjes hellend, het licht gaat helemaal uit.  Maar afgeven, neen.

 

 

Betonplaat, asfaltstrookje, betonplaat, asfaltstrookje.

 

 

Nie pleuje, nie neute!

 

 

En verder jagen, alles er uit persen.

 

 

En dat levert angstaanjagende beelden op.

 

  

 

Kapellekensloop 2012 deel 1 469.JPG

 

 

En dan is er de finish, 1 uur 27 minuten en 6 seconden.  Positie 18.  21 seconden sneller dan verleden jaar. 

 

 

Ik ben een tevreden man.  En kapot.

 

 

Tevreden over mijn race, mijn indeling, de galerij der geklopten.

 

 

Iets minder tevreden over mijn hiel. 

 

 

Een halve marathon lopen op een pijnlijke rechterhiel, is in feite dansen op de rand van een vulkaan.

 

 

Ik neem een drankje aan en meld me bij het Rode Kruis. 

 

 

Schoen uit, alweer een nieuwe bloedblaar, en een icepack op de hiel (adem happen!). 

 

 

Een paar minuten later sta ik terug buiten. 

 

 

Inmiddels zijn Pat, Peter, Koen en Axel al hun verhaal aan het doen en druppelen er nog meer bekenden binnen.

 

 

We wisselen indrukken en tijden uit.

 

 

Een extract van de uitslag, focus op lopers van AVN en de bevriende mogendheden...

 

 

1      1:11:49            17,63         0:03:24            CALUWAERTS ERIK

3      1:14:31            16,99         0:03:32            BARTHOLOMEEUSEN ERIC

8      1:18:41            16,09         0:03:44            HENDRICKX GUIDO

11     1:22:09            15,41         0:03:54            BILLET DRE

15     1:23:57            15,08         0:03:59            FRANSEN KOEN

16     1:24:29            14,99         0:04:00            VRANCKX MARIA

18     1:27:06            14,54         0:04:08            PEETERS MARK

21     1:28:37            14,29         0:04:12            VAN LAENEN LUC

24     1:30:03            14,06         0:04:16            MERTENS PAT

25     1:30:04            14,06         0:04:16            VAN DONINCK KOEN

28     1:30:54            13,93         0:04:18            FRANCK PETER

30     1:31:03            13,9           0:04:19            AERTS AXEL

31     1:31:16            13,87         0:04:20            MOSTMANS MAARTEN

32     1:31:43            13,8           0:04:21            BOONEN CHRIS

36     1:34:22            13,42         0:04:28            BROSENS KATLEEN

46     1:37:39            12,96         0:04:38            BASTIJNS KATRIEN

58     1:42:08            12,4           0:04:50            VOETEN GERT

59     1:42:29            12,35         0:04:51            VAN BAVEL JOS

61     1:43:12            12,27         0:04:53            ADAMS LU

62     1:43:23            12,25         0:04:54            VERHOEVEN JOS

68     1:48:09            11,71         0:05:08            HENDRICKX EDDY

73     1:49:07            11,6           0:05:10            ROMBOUTS GERT

74     1:51:07            11,39         0:05:16            BRASPENNING ED

77     1:53:17            11,18         0:05:22            BREUGELMANS SANDY  (NIEUW PR!!!!)

83     1:59:55            10,56         0:05:41            HILLEN HILD

 

 

Excuus, moest ik iemand gemist hebben...

 

 

*****

 

 

 

Nakaarten met AVN aan een lange tafel.

 

De glazen gevuld.

 

Ik kijk naar de mensen.

 

Iedereen lacht en praat, het gonst en golft op en neer.

 

 

AVN, vanaf deze week ook mijn club, ik moet er nog een beetje aan wennen...

 

 

***** 

 

 

En dan is het tijd om op te krassen.

 

 

Ik ben op weg naar huis.

 

Met de fiets.

 

En mijmer nog wat na.

 

 

Over de wedstrijd.

 

Over dansen op de rand van de vulkaan.

 

 

Het is goed geweest.

 

Welletjes geweest.

 

 

In mijn hoofd spookt er een liedje.

 

Buurman: In Godsnaam 

 

 

Schrijf over mij een lied over liefde,
met een refrein dat van Cohen had kunnen zijn
en met strofes die mij in Cupido doen geloven.

Dus ik schrijf. Ik overdrijf.
Ik spreek alleen nog in clichés.

En hoe meer ik schrijf, hoe meer ik afdrijf,
van wat ik eigenlijk wil zeggen tegen jou.

En dan denk ik bij mezelf : Wie doet ons dit na?
In godsnaam: Wie doet ons dit na?

 

 

 

 

__________________________

Foto's: Martine van Rijckevorsel.

 

18:30 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

07-06-12

De parabel van de ranke gazelle en de stoute haas...

 

De parabel van de ranke gazelle en de stoute haas...

 

 

Vorige week was een lange, zware loopweek. 

 

Zondag de 20 km door Brussel gelopen, mijn 5de beste tijd van 19 gelopen edities, mijn 4de beste positie op 19 edities.

 

Normaal gezien ben ik daags na de 20 Km een wrak. 

 

Helemaal stuk. 

 

Spierpijnen van kop tot teen.

 

Rug, billen, kuiten voor- en achteraan, voeten.

 

Zelfs ademen doet pijn.

 

Geraak nauwelijks van de trap.

 

 

En lopen is dan compleet onmogelijk omdat ik vrees dat alles kapot zal scheuren.  En ook geen bal goesting om ooit nog een meter te lopen.  Ik pak zelfs de fiets om naar het toilet te gaan.

 

 

Dit jaar was het helemaal anders.

 

Ik sta op, voel wel wat vermoeidheid, maar geen centje pijn. 

 

Het voelde aan alsof ik een gezapig duurloopje had gelopen (degene die nu het gore lef heeft om te zeggen dat 1 uur en 28 minuten op de 20 km door Brussel een duurloopje is, krijgt een naar zweetvoeten stinkende loopsloef naar het hoofd geslingerd!!!  En een tweede desnoods ook!!!!).

 

 

 

En goesting om te lopen!

 

 

Niet normaal.

 

 

Dus sta ik daags na Brussel te Merksplas voor..      .... een wedstrijdje over 16,8 km. 

 

 

 

*****

 

 

 

Ik beweer tegen iedereen die twee oren heeft dat ik enkel wat kom loslopen, een rustig duurloopje, quoi?

 

 

Want het is minstens zo heet als gisteren.

 

 

AVN is ook weer van de partij. 

 

 

Guy, Lut, Hild, Viv, Katrien en Katleen (die ik daags voordien tot halfweg de 20 Km door Brussel gidste). 

 

Katleen vraagt me of ik zin heb om nog een keer met haar samen te lopen.

 

Ik zeg haar dat ik louter kom loslopen, want dat er toch wat vermoeidheid is van gisteren en ook wel wat kleine schade, in de vorm van blaren op voeten en tenen (gevolg van véél water kappen, weke voeten krijgen in combinatie met blokkerende kousen).

 

 

 

*****

 

 

Tijd voor de start.

 

Ik posteer me relatief ver naar achteren, om niet in de verleiding te komen als een speer te starten.

 

En toen klonk er een startschot.

 

Ik trek me op gang. 

 

Eventjes dacht ik nog: 

 

 

Mark, loslopen!

 

 

Eventjes.

 

 

Twee komma vier milliseconden, ruw geschat.

 

 

Toen was er geen sprake meer van:

 

 

Mark, loslopen!

 

 

maar was het:

 

 

 

Mark, lopen!

 

 

 

En toen liepen we weer vrolijk tegen 15 per uur tot bij Katleen en waren we opnieuw vertrokken voor wat snelle kilometers.

 

 

Ik hoor het startpistool;

 

ik ben de kogel!

 

 

 

Het is bloedheet en we vlammen weer als een gek over zandwegen en dreven met toch wel wat zure benen.  Meteen weer tegenstanders taxeren, gaatjes laten vallen en terug dichten, positie kiezen voor de wind, bochten afsnijden, rondkijken, jagen, knallen, aan kop sleuren, verzuren, pompende ademhaling, zweten, hartslag ferm in het rood, kortom:  

 

 

W E D S T R I J D.

 

 

Heerlijk.

 

 

 

Na een twaalftal kilometers voel ik dat het beste er helemaal af is en moet ik Katleen laten gaan.  Ze loopt fluks naar winst.

 

Ik maal nog een rondje af op, jawel, duurlooptempo en kan me nu ook de trotse eigenaar noemen van een bloedblaar op de rechter dikke teen. 

 

 

De rest van de blaren ligt nu vlotjes open. 

 

 

Lopersvoeten en -tenen zijn meestal geen mooi gezicht.

 

 

 

*****

 

 

 

En nu zal u wel denken: dan was meneer op dinsdag toch wel helemaal geradbraakt?

 

 

Neen, bijlange niet.

 

 

Kiplekker.

 

 

Op woensdag 18 kilometer getraind, met versnellingen.

 

Op vrijdag doen we dat nog eens over.

 

Goed voor een weektotaal van 74 kilometer.

 

 

*****

 

 

Ik weet niet wat het is. 

 

Zijn het de nieuwe steunzolen, in combinatie met de Saucony Hurricane's? 

 

Als dat zo is, dan bouw ik een bedevaartsoord, waarbij Lourdes zal verbleken tot een gammele kermiskraam, ter ere van de mensen van Top Running Wuustwezel.

 

 

Vroeger heb ik altijd beweerd dat ik op een week tijd een blessure bij mekaar kan lopen; wel, nu begin ik er zowaar aan te twijfelen.

 

 

Help, ik krijg het niet meer kapot!!!!

 

 

 Ja, hang vooral maar de arrogante zot uit.....

 

 

 

*****

 

 

Vrijdagavond 1 juni.

 

Het bobijntje was een beetje af.

 

Hard getraind, het lichaam is moe,  ik snor als een tevreden kat.

 

We plannen een rustig kabbelend avondje voor televisie. 

 

Filmpje kijken (vrouw kijkt, ik val in slaap als een engeltje en snurk), Trappist Westmalle, fleecedekentje, koekje, meer bepaald een KitKat (omdat ik dat lekkerder vind dan Leo).  Het is trouwens de laatste KitKat die we in huis hebben; deze Kitkat heb ik aan de vraatzucht van Kind 2 kunnen onttrekken door de KitKat te verstoppen in de fruitlade van de ijskast (Kind 2 is namelijk allergisch voor gezonde etenswaren).

 

k_1398709c.jpg

 

 

 

Net wanneer de DVD-speler het schijfje opslokt, gaat mijn GSM.

 

 

 

Op het display verschijnt: Tom.

 

 

Tom wordt in casa Mark Kind 3 genoemd. 

 

Via de normale kanalen hebben mijn vrouw en ik twee kinderen ter wereld gebracht, meer bepaald Kind 1 en Kind 2, toen (en nu) vonden we het méér dan welletjes, maar op een of andere vreemde manier hebben we in de loop der jaren een derde Kind toegewezen gekregen, Tom dus.

 

 

Ik neem op.

 

 

Aan de afwezigheid van plagend beledigende woorden, kan ik meteen opmaken dat Tom met een ernstig probleem kampt.

 

 

 

Wat bleek?

 

 

Tom had zijn sleutel in het slot van de voordeur van zijn appartement gestoken en vervolgens was de sleutel afgebroken.

 

Had hij op dat moment meteen gebeld, dan was de schade nog beperkt gebleven.

 

Neen, Tom dacht het even zelf op te lossen, vraagt aan een buurman een ladder, waarmee hij op zijn achterterras kan klimmen (6 meter hoog). 

 

De buurman vertrekt, mét ladder.

 

Tom wringt zijn rolluik naar boven, sloopt zijn vliegenraam en kan via het raam (dat open is) op zijn appartement binnen dringen.

 

 

Leuk.

 

 

Maar wat heeft hij bij deze actie gewonnen?

 

De deur zit op slot, met een stuk sleutel er in.  En Tom zit aan de verkeerde kant van de deur!!!!

 

 

Tom beseft dat hij moet handelen.  Hij heeft nog een voedselvoorraad voor een dag of twee, stromend water, anderhalve rol WC-papier, een GSM en internet.

 

 

Hoog tijd om een hulplijn in te roepen.

 

 

*****

 

 

Op Facebook heeft Tom 2 miljard vrienden.

 

Ik bedoel maar, Tom heeft zelfs een vriendschapsverzoek van Mark Zuckerberg geweigerd....

 

 

Wie belt hij om hem uit zijn penibele situatie te komen redden?

 

 

Een slotenmaker?

 

 

Zijn natuurlijke vader?

 

 

Een technische vriend?

 

 

Iemand met verstand?

 

 

Iemand met een strafblad?

 

 

 

 

Neen, hij belt mij!

 

 

 

 

Iemand met twee linkerhanden.

 

 

Die in zijn ganse leven nog nooit één dag heeft gewerkt.

 

 

Die, wanneer hij de Gamma binnenkomt, wordt uitgelachen door het personeel.  Zelfs door de vrouwen.

 

 

Hij die de pot confituur aan zijn vrouw moet geven om open te wringen.

 

 

Op wiens schoolrapporten vroeger stond te lezen: "Dit wordt helemaal niks!  Nu niet, volgend schooljaar niet, in de volgende 25 jaar niet!"

 

 

 

 

Iemand die tevens op het punt staat om samen met de vrouw een filmpje te gaan kijken, een trappist Westmalle aan de lippen te zetten en als een engeltje in slaap te vallen en te snurken op de zetel, mét een fleecedeken.  Na het nuttigen van een koekje, meer bepaald de laatst aanwezige KitKat (omdat ik dat lekkerder vind dan een Leo; tiens, had ik dat al niet gezegd?).

 

 

Mijn vrouw kijkt me aan en zegt berustend: Ga maar!

 

 

Ik trek mijn Supermancape aan en vertrek met de fiets, gewapend met, oh zoete zelfoverschatting, een tournevis, een schroevendraaier, dus.

 

 

 

*****

 

 

Ik bel aan en Tom zoemt me binnen. 

 

Eerste verdieping.

 

De communicatie verloopt door de deur heen.

 

 

Wat is het plan?

 

Omdat de sleutel afgebroken in het slot zit, maar niet helemaal tot achteraan, is het mijn plan om het stuk sleutel verder in het slot te rammen, en dan maar hopen dat we het cilinderslot met de schroevendraaier kunnen laten draaien.

 

 

Ik ben een mens op leeftijd. 

 

 

Voor fijn werk heb ik een leesbrilletje nodig.

 

 

Waar ligt dat leesbrilletje?

 

 

Dat ligt thuis.

 

 

Naast de Trappist Westmalle en de allerlaatste KitKat (waarvan ik persoonlijk vind dat dat lekkerder is dan een Leo; doe me er aan denken dat ik daar straks nog wat uitleg bij geef).

 

 

Ik merk ook dat mijn schroevendraaier iets te breed is om het stuk sleutel verder te duwen.

 

 

Toch gaan we het proberen, onder het motto:

 

 

"Als je enkel een hamer hebt, ziet alles er uit als een nagel..."

 

 

Ik zet mijn schroevendraaier op het stuk sleutel en wil er met de rechterhand een knallende dreun op geven.

 

 

Net op dat moment valt het licht uit in de gang.

 

 

Verrast door de duisternis, schamp ik keihard met mijn hand naast de schroevendraaier (aaauuuuw) af en beuk met mijn hand tegen de deur (aaaaauuwwer).

 

 

We maken hierbij zoveel kabaal dat andere bewoners denken dat er een inbraak aan de gang is; in mijn verbeelding wordt de politie al gebeld....

 

 

Ik besluit terug naar huis te gaan, u weet wel, de plaats waar een eenzame en tevens allerlaatste KitKat (waarvan in bepaalde kringen beweerd wordt dat die lekkerder zou zijn dan een Leo), wacht op het baasje.

 

 

Doel van deze missie: een leesbril en mijn koffer met technisch materiaal (al 20 jaar onaangeroerd in de garage).

 

 

Welgebrild en gewapend met gerief waar ik niet eens van weet waarvoor het dient, terug naar de deur van Tom.

 

Middels een fijnere schroevendraaier ram ik met  een hamertjeu de sleutel op zijn plaats.  Schroevendraaier in het cilinderslot gestoken en, jawel, ik draai het slot open.

 

Ik bevrijd de gevangenen.

 

 

Viktorie!

 

 

Na 50 jaar in dit leven heb ik iets technisch voor mekaar gekregen, met relatief beperkte randschade. 

 

 

Toen ik thuiskwam lag er op de salontafel een lege wikkel van een KitKat (ik zou verdorie geld geven voor een Leo).

 

 

 

*****

 

 

Zondag 3 juni:  ik ben met de vrienden van AVN op weg naar Châtelet, grauw stadje in de buurt van Charleroi, om er de Châtelettaine te lopen, een wedstrijd over 14 km en 54 meter, wedstrijd in het kader van de Challenge Delhalle.

 

Jos, Hild, Katrien, Chris, Frank en uw dienaar. 

 

Chris en Frank zullen er vandaag een bits duel uitvechten om hun plaats in het criterium te verbeteren (in de auto werd dat duel al verbaal uitgevochten).

 

Aanschouw dit profiel.

 

Chatelet.jpg

 

7 kilometer stijgen (een aaneenschakeling van een Terurenlaan of 7) en 7 kilometer dalen. 

 

 

Over veld- en boswegen, met verraderlijke modderpartijen, boomstronken.... 

 

 

 

*****

 

 

De start.

 

2012-06-03 Chatelettaine 001.jpg

 

Ik voel meteen dat het bergop gaat en loop behoudend.  Frank volgt niet meteen en Chris laat ook een gaatje.  Vreemd is dat.

 

 

Na een kilometer of twee besluit ik fors door te gaan.  Ik loop tegen mijn maximale bovengrens aan, haal lopers in en voel het vertrouwen komen.

 

 

Straffe Frank of Chris die mij kan volgen.

 

 

Tussen kilometer 4 en 5 is er een bocht van 180 graden.

 

Ik blik achteruit en zie dat Chris op een 20-tal meter loopt. 

 

 

Hij zwaait met de hand.

 

 

Tot zover het vertrouwen.

 

 

 

Ik voel me opgejaagd wild, en besef dat het moeilijk zal zijn om Chris voor te blijven.

 

 

Maar neen, godverdomme, hij moet eerst die meters maar eens proberen goedmaken!

 

 

En ik zal eens zien of ik nog wat over heb!

 

 

Verder gaat het.

 

 

Klimmen over boswegels, eindeloos lang.  Het sloopt me helemaal.  Maar ik merk dat ik niet ingehaald word door concurrenten, waardoor ik vermoed dat Chris me ook niet meteen te grazen zal nemen.

 

 

En op kilometer zeven bereiken we de top van de wedstrijd.

 

 

Dan in vrije val naar beneden.  De eerste kilometer doorheen het bos van Châtelet, levensgevaarlijk schuiven, modderzones, draaien om bomen, witgekalkte wortels ontwijken.  Ik verzwik maar liefst 4 keer mijn voeten, zonder erg godzijdank.

 

 

Asfaltweg.  Rue de la Sarte. 

 

 

Keihard naar beneden.  Ik ontwikkel duizelingwekkende snelheden. 

 

 

Vlak achter mij: Chris.

 

 

Vlak achter Chris: Frank,  een fantastisch goed daler. 

 

 

Blijven knallen, blijven vliegen, lopen voor wat je waard bent.

 

 

 

Ik sluit aan bij een jongeman, wiens linkerveter los is.

 

 

We zitten op een single track.  Hij is trager, een tikje slechts, maar telkens ik hem probeer in te halen, versnelt hij.

 

 

Om een groot filosoof te citeren:

 

 

 

Blote kloten!

 

 

Ik moet keihard de verleiding weerstaan om op zijn loshangende veter te trappen om  hem zo het decor in te laten kukelen, werkelijk alle wilskracht had ik nodig om het niet te doen....   Gelukkig ontdubbelt de single track zich even later en kan ik hem voorbij.

 

 

Straat over.

 

 

Een klein klimmetje doet me compleet parkeren.  Ik weet niet welk percentage het was, maar ik stond gewoon stil.

 

 

Bovenaan gekomen.

 

 

Ik sta te blaasbalgen als een astmatische aap.

 

 

De veterjongen komt me opnieuw voorbij.

 

 

Om een groot filosoof te citeren:

 

 

 

Blote kloten!

 

 

 

Maar hier is er plaats genoeg en iets later kan ik weer van hem weglopen.

 

 

Nog twee kilometer. 

 

 

Als de heren me nu niet remonteren, dan bestaat er een waterkans dat ik het kan vasthouden.

 

 

De minuten en meters schuiven tergend langzaam voorbij, ik vecht een eenzaam gevecht tegen de pijngrens.

 

 

Ik kom aan de voet van de slotklim, de muur van Châtelet.  Een paar honderd meter godsgruwelijk klimmen, maar dan is er de finish.

 

2012-06-03 Chatelettaine 121.jpg

 

Ik loop binnen na 1 uur 1 minuut en 8 seconden, op plaats 70, 14de in mijn leeftijdscategorie.

 

 

2012-06-03 Chatelettaine 125.jpg

Ik hou nog 13 seconden over op Chris en 30 op Frank. 

 

2012-06-03 Chatelettaine 128.jpg

 

Katrien loopt een scherpe 1u 8m 23s, Jos 1u 11m 04s, Hild 1u 21m 19s. 

 

Op deze zware, geaccidenteerd omloop is dat een meer dan puike prestatie van iedereen.

 

 

 

*****

 

 

 

Het is inmiddels woensdag 6 juni.

 

Dag van de Corrida.

 

De Stratenloop van Hoogstraten, 9,9 km doorheen mijn thuisstad.

 

Een jaarlijkse afspraak.

 

 

Kan ik u verblijden met een verslag?

 

Of bent u me al kotsbeu?

 

U hoeft niet per se eerlijk te antwoorden, hoor...

 

Weet u, ik stel voor dat ik nu eerst de stratenloop ga lopen, ik ben zo bij u terug.....

 

 

*****

 

 

Het is 18 uur.

 

Lopers verzamelen aan het stadhuis van Hoogstraten.  Tijdsregistratiechip ophalen en aan de schoen veteren, vestjes in bewaring geven, mekaar nog wat zenuwachtiger maken, vragen naar besttijden en verwachtingen.

 

 

Iedereen praat, niemand luistert.

 

 

Ik hang wat rond bij de mensen van AVN, maar ik hou het niet meer van de stress en besluit er onderuit te muizen en desnoods maar wat op te warmen in de straatjes rond de startzone.

 

De benen voelen wel ok, maar niet meer dan dat.

 

 

Terug naar de startzone.

 

En voor je het weet begint het peloton lopers zich te vormen, een wespennest dat aan mekaar klit. 

 

Handjes schudden van bekenden; iedereen is op de afspraak.

 

 

Wat een gedoe!

 

 

Het hele pak moet tot driemaal toe achteruit, en nog staat er een massa lopers voor ons. 

 

En wanneer de official zijn rug draait, schuiven we wéér met z'n allen naar voren.

 

 

Chris staat vlak bij mij.  Ook hem zal ik in het oog moeten houden.

 

 

Katleen, die bleekjes ziet van de stress, wordt gek van mijn zenuwachtig gekakel.

 

 

En plots is er een startschot, verwarring alom, langs alle kanten schieten lopers weg, wat een chaos! 

 

 

Ik schiet als een pijl uit een boog weg en vlieg een pak joggers in een rotgang voorbij.

 

Na enkele tientallen meters is het veilig genoeg om snel een blik achteruit te werpen. 

 

Verdomme, in de commotie van de start is Katleen niet mee.  Ik zie haar op korte afstand achter mij en vertrouw er op dat ze dit wel snel kan overbruggen.

 

535793_4140012063657_48811593_n.jpg

Net gestart, Pat (502), Koen (40), als u goed kijkt,

 dan ziet u rechts van Greet (roze shirt 752) uw verslaggever,

en links achter Greet, voor de bezitter van een arendsblik: Katleen.

 

 

 

*****

 

 

Buizelstraat in, licht bergaf.  Vol doorgaan.

 

Halfweg de straat vertraag ik even  en wijk uit naar de linkerkant van de weg om te kijken waar Katleen zit. 

 

Ze zit nog altijd een stuk achter.

 

 

Wat moet ik doen?

 

 

Wachten?

 

 

Een twintigtal meter voor mij loopt nog een zwart shirt met witte letters AVN.  Pat M., die een kanonstart heeft genomen.  Pat wil ik niet van me weg laten lopen zonder slag of stoot.

 

 

Ik zit tussen hamer en aambeeld.

 

 

Ik besluit door te gaan.  Rond Katleen zit nog volk genoeg, en als ze bij mij komt, kunnen we samen verder (als ze me er niet uitloopt).

 

 

Jan Van Cuyckstraat, Salm Salmstraat, Achtelsestraat. 

 

576763_3661119020135_1812067163_n.jpg

 

 

Jagen en jagen op Maria V., eerste vrouw in koers, en op Pat M., die verdorie nog verder van me wegschuift.

 

 

Ik vertraag en wijk nog één keer uit naar de buitenkant, om te kijken waar Katleen zit.  Ze komt niet dichter.

 

Ik besluit door te gaan.  We zien wel wat er gebeurt...

 

 

 

Heidries, Elsbroeken.

 

Aanmoedigingen van aan de kant stuwen me voort.   Dag Els!

 

481333_4100380878003_1896232513_n.jpg

 

Salm Salmstraat, Steenbakkersstraat, Groenewoud.

 

Het bordje van de 3 km staat niet erg juist denk ik, want als dat zou kloppen, dan ben ik tegen 18 km per uur aan het lopen....

 

 

Voorbij mijn eigen huis, vrouwlief weet mee te geven dat ik in 69ste positie loop...

 

 

 

Kerkhofpad, Lindendreef.

  

De lichtjes oplopende Gelmelstraat en de Peperstraat brengen ons terug in de startzone. 

 

De aanmoedigingen vliegen me om de oren.

 

Na een eerste ronde van een kleine 5 kilometer kom ik door op 18m en 45 seconden (7 seconden trager dan vorig jaar), Pat loopt 11 seconden voor mij uit (in gezelschap van Maria V., eerste vrouw).  Katleen volgt 13 seconden na mij en is tweede vrouw in wedstrijd.

 

 

Ik begin te vrezen dat ik Pat niet meer zal kunnen bijbenen. 

 

 

*****

 

 

Ronde twee.

 

 

We verlaten de drukte en de kermissfeer op de Vrijheid en knallen terug volop de verkavelingen rond Hoogstraten in. 

 

Ik begin de inspanningen te voelen.  Het vat is nog niet af, maar er is al wel veel uit.

 

560342_3661099379644_1163957485_n.jpg

 

 

En de gaten tussen de lopers worden groter.  Nu begint de wind ook een cruciale rol te spelen. 

 

 

 

Ik blijf Pat in het vizier houden. 

 

 

Verzwak dan toch eens even, man!

 

 

Elk stukje bocht dat ik kan afsnijden, snij ik ook af.  Na elke bocht terug het tempo strak leggen. 

 

Door mijn hoofd flitst de raadgeving van Frank: "Let op je houding als je het moeilijk krijgt."

 

Ik heb het moeilijk, mijn houding trekt op niks.

 

 

 

Ik sluip meter per meter dichter bij Pat.

 

Maar het kost enorm veel moeite.

 

 

En achter mij begint Katleen ook op me in te lopen.

 

Dit kan nog een spannend slotduel worden. 

 

De ranke gazelle tegen de oude krijger.

 

 

Ik heb nog anderhalve kilometer om Pat bij te benen.  Maar omdat ik spurt als een strijkijzer, moet ik ook nog eens van hem af zien te geraken.

 

 

Djeezes!!!!

 

 

Nog één keer aanzetten en de laatste meters op Pat worden gedicht.

 

 

Zonder dat Pat het merkt, sluit ik bij hem aan. 

 

 

Niet omkijken, kerel! 

 

 

 

Ik besluit even op adem te komen in zijn spoor, en dan er op en er over te gaan.

 

Een blik achterom leert me dat ik niet te lang op adem mag komen, want Katleen is op komst.

 

 

Ik ga voorbij Pat, we groeten mekaar, en speel alles of niets. 

 

Als hij nu kan aanklampen, dan vrees ik dat ik hem er niet af zal krijgen.

 

 

Voorbij mijn woning, vrouw meldt dat ik op plaats 59 loop.

 

 

Groenewoud. 

 

Pat moet lossen.

 

 

Maar alles doet pijn aan mijn lijf.  Moest Pat weten hoe zwaar ik nu aan het afzien ben, hij zou terug aansluiten.

 

 

Achter de kerk staat looplegende Jan H. langs de kant.

 

Hij roept me toe dat ik zeker niet mag vertragen, want dat Pat en Katleen me op de hielen zitten. 

 

Juist.

 

 

 

 

Lindendreef.

 

Ik pers er het laatste uit. 

 

550534_4140054304713_623522375_n.jpg

 

 

In de Lindendreef heeft Katleen Pat bijna bijgehaald.

 

545714_4140054984730_818874801_n.jpg

 

Gelmelstraat.

 

Ik pers er het allerallerlaatste uit.

 

Vrijheid.

 

Nog een laatste keer de snelheid er in proberen krijgen en dan......    

 

      ......finish.

 

 

38 minuten en 23 seconden, 4 seconden trager dan vorig jaar, tweede ronde toch drie seconden sneller dan vorig jaar.  Positie 55, 5de master 50.

 

Acht seconden later finisht Katleen, positie 56, 2de vrouw in wedstrijd, 1ste vrouw senior.  Dik onder de beoogde 40 minuten, en alweer op het podium.

 

Pat finisht 4 seconden na Katleen, op positie 59, 7de master 40.

 

 

*****

 

 

We schudden mekaar de hand, nahijgend, schouderklopjes en speldenprikjes worden uitgedeeld, nadruppend van het zweet.  

 

Iedereen komt binnengelopen, elk met zijn of haar eigen verhaal van de wedstrijd. 

 

 

 

581069_4140087545544_785788084_n.jpg

 

 

Een wedstrijd waar de zwarte AVN-shirts als een rode draad door het deelnemersveld liep.

 

523386_4140066905028_442218365_n.jpg

 

538660_4140037744299_1163881515_n.jpg

282907_4140039904353_886196657_n.jpg

 

599152_4140051864652_27830393_n.jpg

282774_4140028864077_899837488_n.jpg

 

223827_4140050984630_629024154_n.jpg

 

533263_4140031664147_1906553632_n.jpg

182763_3661098219615_1639484030_2829059_972789347_n.jpg

181130_3661080619175_1233672427_n.jpg

389757_3661114220015_1957693467_n.jpg

 

Nog meer foto's zijn te vinden op Facebook....

 

 

*****

 

 

God, wat ben ik diep moeten gaan.

 

 

Vandaag ben ik voluit voor eigen rekening gegaan. 

 

 

Het wringt wel een beetje dat ik Katleen aan haar lot heb overgelaten... 

 

 

 ...maar ze zat er helemaal niet mee. 

 

 

 

De haas zien lopen binnen schootsafstand bleek ook behoorlijk motiverend...

 

 

Ja, het is een stoute haas...

  

 

 

 

 *****

 

 

 

De avond valt.

 

De stad is in een roes.

 

Door mijn hoofd razen de wedstrijdbeelden.

 

Moe, ik ben moe.

 

 

 

De avond valt.

 

Ik sta met een vriend te filosoferen.

 

Over lopen. 

 

Over heroïsche wedstrijden in lang vervlogen tijden.

 

Over onbezonnenheid.

 

Over rusteloosheid.

 

Over waarheden.

 

Over wat was.

 

En niet meer.

 

 

 

 

 

De avond valt.

 

Rust voor het beurse lichaam.

 

Rust voor de geest.

 

Moe, ik ben moe...

 

 

_________________________

 

Foto's, gepikt zonder permissie van Els VDK, Koen VD, Leo G. 

 

18:11 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

29-05-12

20 Km door Brussel 2012

20 Km door Brussel 2012

 

 

 

 

Zondag 27 mei 2012.

 

 

Het is pikkedonker.

 

Ik ben wakker.  Een blik op mijn Polar polshorloge leert me dat het tien na vier is.

 

Verdomme.

 

Nog wat rusteloos woelen.

 

 

 

5u30.

 

Hondsvroeg.

 

Ik kan niet meer slapen.

 

Op mijn tenen sluip ik de slaapkamer uit.

 

 

Het huis is stil.

 

De wereld is stil.

 

Het is stil in mijn hoofd.

 

Oorverdovend stil.

 

 

6u. 

 

Voor mij staat een bord pasta te dampen.

 

Ik eet met lange tanden.

 

Wat lusteloos prikken met een vork.

 

 

Vandaag is de dag der dagen.

 

De wedstrijd der wedstrijden.

 

De 20 Km door Brussel.

 

 

 

Mijn 19de keer.

 

En het maalt door mijn hoofd.

 

 

Ik ga er staan, 'k ga niet ontgoochelen,

 

 ik  ga er staan, 'k ga niet ontgoochelen...

 

Uit: Ploegsteert, Zesde Metaal.

 

 

*****

 

 

De voorgeschiedenis is genoegzaam bekend. 

 

Oktober: hielspoor, december: nieuwe steunzolen Borginsole. 

 

Januari tot april: wankele opbouw, matige Ten Miles Antwerpen.

 

Eind april: snelheidsopbouw, pijn.

 

Begin mei: steunzolen Borginsole weggegooid, opnieuw ganganalyse Top Running, nogmaals nieuwe steunzolen.

 

Meteen twee matige wedstrijden.

 

Ach, je moet wat.

 

 

Maar ik loop. 

 

Slecht, dat wel, maar ik loop.

 

Als ik dan denk aan alle bloedbroeders die forfait moeten geven vandaag, dan, ja, dan....

 

 

 

*****

 

6u20.

 

Ik wrijf door mijn ogen.

 

Rechts van mij: mijn rugzak. 

 

Loopplunje, Saucony loopschoenen, borstnummer box 1, drank, eten, geld.

 

Voor mij: een lange weg.

 

De zenuwen gieren door mijn keel, golven door mijn maag.

 

 

 

*****

 

6u30.

 

Ik stap op mijn fiets.

 

Het is een koele ochtend.

 

Ik peddel rustig door de ingeslapen straten van mijn thuisstad.  Hier en daar is er al wat beweging. 

 

Een man laat zijn hond uit. 

 

Een eenzaam beeld.

 

 

En ik peins over wat ik kan verwachten vandaag.

 

De vorige twee edities heb ik telkens op miraculeuze wijze een prima tijd neergezet.  Achillesproblemen of een geblokkeerde rug, wekenlang niet lopen en toch relatief goed presteren.  Ik besef nu pas dat ik telkens teerde op mijn brede basis, een basis die er nu niet meer is (daarvan werd ik me pijnlijk bewust tijdens de luttele wedstrijden die ik recent heb verknald).

 

Dus, er staat me maar één ding te doen vandaag: overleven.

 

Knokken.

 

En hopen op een superdag...

 

 

*****

 

 

Mag ik u een aantal tips geven?

 

Stel dat u op zondag de 20 km door Brussel zou meelopen.

 

Wat mag u dan vooral niet doen, de dag voordien?

 

 

Een koersfiets kopen en al wat beginnen oefenen met klikpedalen.

 

Jep, ik ben ei zo na op mijn kloten gegaan en moest die auto niet vol in de remmen gegaan zijn, dan lag ik nu nog op intensieve.

 

 

Barbecue aansteken de avond voordien.

 

Jep, van alle vettige zaken gefret, waardoor ik spuitende diaree zal hebben vanaf kilometerpunt 12 tot einde.

 

Jep, dan toch een fles goedkope rosé opgezopen (en een heel stuk uit de tweede), waardoor ik spuitende diaree zal hebben vanaf begin wedstrijd tot kilometerpunt 12.

 

Jep, na die flessen rosé denken dat er aan deze jongen een voetbaltalent verloren is gegaan en dan maar wat balletjes getrapt met Kind 1 in de tuin.  Toen ik een Zidaneke wou doen, heb ik mijn linkervoet drastisch verzwikt. 

 

 

De voorbereiding was dus perfect!

 

 

   

*****

 

 

6u45.

 

 

De lopers verzamelen.

 

560247_4036946412181_1075373078_n.jpg

 

We vertrekken om 7 uur.

 

Met de bus.

 

De bus die maar niet komt opdagen.

 

Dan maar een groepsfoto gemaakt.

 

149699_4036948132224_930654115_n.jpg

 

Centraal vooraan, uw dienaar.  Vlak achter mij, Frank T., de man die mij versloeg, en nu moet ik even mijn hartslag terug onder controle proberen  krijgen  (207 !),  te Seraing, Berchem en Antwerpen.

 

Hild, vrouw van, vond dat Frank iets lager op de foto moest. 

 

Deze wens werd door haar kracht bijgezet met de inmiddels legendarische woorden:

 

 

DIEPER, FRANK!

 

 

 

Algemeen gegrinnik, een running gag (pun intended) is geboren. 

 

De ganse dag klinkt te pas en te onpas: 

 

 

Dieper, Frank!

 

 

 

*****

 

 

Het is inmiddels 7 uur.

 

Heum, ging er normaal geen bus komen tegen 7 uur?

 

 

7u10.

 

Nog steeds geen bus.

 

Telefoneren met de busmaatschappij.

 

Weten van niks.

 

 

Er wordt al zenuwachtig naar autosleutels getast in broekzakken.

 

Verontruste blikken.  Hartslag (208 !).

 

521304_4036948892243_1382123774_n.jpg

 

Frank is met de auto.  Plan B krijgt mentaal al gestalte.  De zitjes in de auto zullen duur verkocht worden, zoveel is zeker.

 

 

8 uur.

 

Een bus!!!!

 

Bon, even een round-up maken.  We zullen ten vroegste rond 9 uur Brussel binnen denderen.  Nog wat geknoei op de Tervurenlaan om een parkeerplaats te vinden, het zal nipt worden.

 

En dan mogen er geen files, ongevallen, lekke banden, join de culasse of....

 

 

 

AAARRRGGGHHH!!!!!

 

 

STRESSSSSSSS!!!!!!

 

 

 

Er wordt besloten om alvast in de bus de wedstrijdplunje aan te trekken, kwestie van daar al geen tijd aan te verspillen.

 

546498_4036950332279_1537368275_33417215_966887708_n.jpg

 

 

Er zitten altijd nieuwelingen op de bus. 

 

Debutanten. 

 

Deze mensen hebben nood aan geruststelling, aan een bemoedigend woord, aan wat relativerende goede raad, aan wat vaderlijke steun en aandacht. 

 

Bij voorkeur geleverd door iemand die ervaring heeft, die het allemaal al eens meegemaakt heeft, welbespraakt, doordacht, doorleefd...

 

 

Wat zegt u?

 

Dat ik daarvoor uiterst geschikt zou zijn?

 

 

HAHAHAHAHAHAHAHAHAHA.

 

 

Zo zit ik niet in mekaar.

 

Op de 20 Km door Brussel is iedereen een concurrent!  Een concurrent die ik op voorhand al bleekjes wil laten wegtrekken, groen rond de neus wil laten worden, wiens wil ik zal breken met mijn selectie horrorverhalen over wat hen allemaal te wachten staat deze dag.

 

Een kleine bloemlezing:

   

  • valpartijen en blessures,
  • teloorgang en totale instorting,
  • tijdelijke inzinking,
  • bloedblaren en afvallende teennagels,
  • dorst langs boven en dringende pis langs onderen,
  • losse schoenveters,
  • zeurende achilles en scheurende hamstrings,
  • hernia en lage rugpijn,
  • met je smikkel tegen straatmeubilair,
  • te weinig asem langs boven en teveel wind langs onderen,
  • maagproblemen en koppijn,
  • de hik en brandend maagzuur,
  • braakneigingen en projectielbraken,
  • opengeschuurde tepels,
  • steentje in uw schoen(en),
  • struikelen over een medeloper (naar keuze),
  • voet verzwikt over een dopje van een flesje Spa,
  • op het verkeerde knopje van de chrono gedrukt,
  • verslikken in Isostar (en het komt er via de neus weer uit),
  • de klop van de hamer en fringale,
  • bloedsuikerspiegelval,
  • blaren en bloedende tenen,
  • struikelpertes en ingegroeide teennagels,
  • op je bakkes vallen nadat je over een betonnen rand bent gestruikeld,
  • lopende neus en een valling,
  • darmgerommel en scheefspuitend spetterschijt,
  • voet vast in tramsporen,
  • een overstekende bejaarde vrouw en een hapgrage herdershond,
  • tegen een plakkaat "Verboden te parkeren" lopen.

 

 

*****

 

 

Brussel, Tervurenlaan.

 

 

De bus schakelt naar een kleine versnelling, braakt roetwolken uit  om de verschrikkelijk hellingsgraad van de K2 te trotseren...

 

 

Plots een luide knal.

 

Ik was even in de waan dat het startschot al was gegeven en wou al vol uit de startblokken schieten. 

 

Bleek niet nodig, de bus had een betonnen borduur geraakt. 

 

Even later een tweede knal.

 

(ik zette een tweede maal een spurt in  -  nope, weer een betonnen rand).

 

 

 

*****

 

 

Op de Tervurenlaan hebben we de bus achter ons gelaten (we zien straks wel waar die geparkeerd staat) om ons naar de start te begeven. 

 

IMG_0833_JPG_h600.jpg

 

We hadden nog wel tijd voor wildplassen in het Jubelpark.  Katleen moet niet plassen.

 

 

Het triumviraat van de Antwerp Ten Miles, Frank, Katleen en uw dienaar, smeedt opnieuw wilde plannen.  Doel is zo lang mogelijk samen te blijven en onder de magische kaap van 1 uur 30 minuten te blijven.  Ik voorspel dat Katleen tussen 1u22m en 1 u25m zal lopen.

 

We begeven ons naar box 1. 

 

 

 

Plots zegt Katleen dat ze dan toch moet plassen.

 

 

Ik krijg een rode waas voor mijn ogen en mijn hartslagmeter begint te roken....

 

 

 

HET IS MET DIE WIJVEN

 

OOK ALTIJD IETS...

 

 

flitst er nog even door mijn hoofd.

 

 

Maar een Spartaanse opvoeding heeft bij momenten zijn voordelen, en we behouden onze cool.

 

 

Katleen hurkt zich tussen twee auto's, aan beide kanten aan het zicht onttrokken door haar twee beschermheren (die allebei het geluid van stromend water imiteren, kwestie van het proces wat te versnellen). 

 

Ik was gelukkig zo slim aan de hoogste kant te gaan staan, Frank ging, heum, stroomafwaarts staan, als u begrijpt wat ik bedoel.

 

 

Hoe, u begrijpt het niet?

 

 

Pis loopt bergaf.

 

 

Begrepen?

 

 

****

 

 

 

Het is nu twintig voor tien, het slavenkoor klinkt inmiddels al uit de geluidsinstallatie.  We gaan startbox 1 binnen, een flesje Spa in de hand.

 

 

Een soort van zenkalmte komt over me heen. 

 

Zeer merkwaardig.

 

Het lijkt wel alsof ik plots de dwingende noodzaak er niet meer van inzie.

 

Vreemd.

 

 

 

De Bolero van Ravel raast inmiddels over de hoofden.

 

Gevolgd door de Brabançonne, waarvan wij toch een regel of drie kunnen meebrullen.

 

 

10 uur.

 

Het uur nul.

 

Het uur van de waarheid.

 

 

belga-35488106_jpg_h600.jpg

 

 

 

 

 

Startschot Wave 1, 6000 man.

 

 

De massa trekt zich op gang.  Armen breed houden, wringen  om je plaats te houden.  Overal voeten, overal lijven.

 

Opzij, opzij, opzij!!!!

 

En we staan weer stil.

 

En we bewegen weer.  Mondjesmaat.

 

Ik start mijn chrono op de mat.

 

We versnellen.  Ik kijk om me heen.

 

Frank is vlak bij mij.

 

Katleen iets verder.

 

575255_4036954532384_518275364_n.jpg

 

 

 

Het is warm.

 

De warmte snijdt de adem af.  Het zweet begint al na een kilometer of twee te lopen.  Het zigzaggen tussen heelder legioenen lopers kost energie.  Het is constant zoeken naar mekaar.

 

Aan het Koninklijk Paleis smakt een loper brutaal over een betonnen varkensrug.  Plat op de buik, zijn flesje Spa schiet weg.  T-shirt kapot, schaafwonden.

 

Louisalaan.  3 km en inmiddels 12 minuten 40 onderweg. 

 

 

 

Waar is Frank?

 

Frank is niet meer bij ons.

 

 

Stefaniatunnel.

 

Ik spring in de rechterkoker, waar minder volk loopt.

 

Lange benen bergaf. 

 

Een enorme optater van het zuurstofgebrek in de tunnel. 

 

Nog een grotere optater bergop uit de tunnel.

 

Ik kraak een eerste keer.

 

 

IMG_0771_JPG_h600.jpg

 

Baljuwtunnel.

 

Mijn compagnon de route geeft aan dat het meer dan snel genoeg gaat.  We nemen wat gas terug, het is immers nog ver.

 

 

Vleurgattunnel.

 

Verdomme, wat doet dit pijn. 

 

Ik heb nog steeds het flesje Spa bij mij van in de startbox.  Ik drink kleine slokjes, tussen de jagende ademhalingen door.  Wat water over het hoofd en de armen gieten, wanhopig op zoek naar afkoeling.

 

Plots krijgen we looplegende Jan H. in het vizier.  Jan is gestart in de elitebox van 200 toplopers vooraan, maar loopt wegens een blessure tegen een (voor zijn doen) gezapig tempo.

 

We pikken aan.  Katleen tikt hem op de schouder.

 

Jan start een vlotte babbel, moedigt ons aan en zegt dat hij ons nog tot aan de bevoorrading op de Dianalaan zal begeleiden en er waterdrager zal spelen.

 

Qua luxe kan dat tellen.

 

 

*****

 

 

Terkamerenbos, en nu begint de ellende pas volop. 

 

Vals plat, brutaal bergop, onder een loden zon, kanten afsnijden, niet stilvallen, niet stilvallen, doorgaan, doorgaan....

 

Bevoorrading Spa.

 

Jan H. bezorgt me een tweetal flessen water, wenst ons moed en succes en wuift ons uit.

 

De stijgende kilometers op het brandende asfalt hakken er zwaar in. 

 

 

Lopers stappen, lopers stoppen. 

 

Maar we gaan door.  Door.  Door. 

 

 

Isostar.  Nauwelijks open te schroeven.   Niet te zuipen.

 

 

Luchtboog met douchekoppen.  Stinkend water, wel koel.  Een aanslag op de kokende spieren, een schok voor het lijf.

 

Rechtsaf de Viktorialaan in.

 

 

We passeren de controlemat van de tien kilometer na iets meer dan 41 en 52 seconden (zijnde 52 seconden trager vergeleken met vorig jaar); het echte punt van 10 km ligt weliswaar nog iets verder.

 

 

 

***** 

 

 

 

De Franklin Rooseveltlaan.

 

 

De zon.

 

Brandt.

 

Ongenadig.

 

Het asfalt gloeit en straalt, mijn benen branden, mijn voeten zijn beurs gebeukt.

 

 

Ik voel dat ik me aan het opblazen ben.  Ik gooi de handdoek in de ring.

 

 

Katleen schuift van me weg. 

 

 

 

Ze staat er vanaf nu alleen voor.

 

Ik ook.

 

 

 

De drankpost van de Terhulpsesteenweg is nog een kilometer weg.  Ik buig het verhitte hoofd, zweetdruppels prikken in mijn ogen. 

 

 

Ik voel me barslecht. 

 

Dit is afzien, pur sang.

 

 

Ik sleep me verder tot aan de Spa-post.

 

Ik grijp naar een bus water.  Ze valt.

 

 

De volgende heb ik beet en die gaat helemaal over mijn lijf.

 

 

Nog een.

 

 

Het water sopt in mijn schoenen.  Dat worden blaren.

 

 

Het kan me niks meer schelen.

 

 

Op het einde van de drankpost grijp ik nog een laatste bus water, ik drink kleine slokjes.

 

 

Het einde van de klim.

 

Het is hard geweest.  Beenhard.

 

 

 

En nu naar beneden.

 

Ik ben een beetje bij mijn positieven gekomen door het koude water op mijn bast.

 

 

Opnieuw tempo maken.

 

Lopers remonteren.

 

Ademhaling.

 

Pompend.

 

Dreunende impacten bergaf. 

 

Mijn shirt bolt op van de wind.

 

Ik vlieg naar beneden.

 

 

*****

 

 

Leopold Wiener.  We zijn beneden. 

 

 

De Vorstlaan.  Terug schaduw van het bladerdek.

 

Ik zoek een groepje waarin ik kan verdwijnen, maar alles en iedereen gaat te hard.  Enkele dames komen me voorbij, ik pik aan.

 

 

Ik loop van pancarte tot pancarte, telkens biddend dat er een kilometeraanduiding op staat.

 

 

Ze lopen me opnieuw er uit, ik probeer aan te pikken, terwijl alles begint pijn te doen. 

 

 

Km 15. 

 

1 uur 5 minuten en een handvol seconden.

 

Spa.

 

Drie flessen kieper ik over mijn brandende lijf. 

 

Verder moet het, verder.  Ik loop op automatische piloot. 

 

 

 

Km 17

 

 

 

17

 

 

De hel.

 

 

Ik sta aan de voet van de Tervurenlaan, de K2, mijn zwarte beest.

 

De scherprechter.

 

 

Heb meelij.

 

 

Deze mens is op. 

 

 

En ik moet nog naar boven.

 

 

Het ganse peloton valt kreunend stil. 

 

 

 

Afgrijselijk zwaar is dit stuk.

 

Zon, ga weg.

 

Mijn kuiten verzuren,

 

ik plooi,

 

ik hap naar adem die er niet meer is,

 

zoek energie die weg is.

 

 

Mijn hartslag raast in mijn slapen,

 

alle geluiden vallen weg,

 

zon, ga weg.

 

 

De eenzaamheid van de pijn,

 

het schrijnende gevoel van totale uitputting.

 

 

Zon, ga weg.

 

Water.

 

Spa.

 

 Drumgeluiden.

 

 

Het lichaam geeft zich over.

 

De geest neemt het over.

 

 

Dit is niet mooi meer.

 

De lege blik.

 

Met holle ogen.

 

Door de muur.

 

Met slechts één doel.

 

Een einde maken aan deze marteling.

 

De scherpe pijn.

 

Het uitvallen van de systemen.

 

Een verloren gevecht.

 

 

Maar stoppen,

 

neen,

 

dat nooit.

 

 

 

 

De meters schuiven tergend langzaam onder me door.  Ik voel dat mijn voeten kapot zijn, blaren.

 

 

En dan zijn we eindelijk boven.

 

Nog een keer de moed bijeenschrapen, en binnen hobbelen.

 

Nog een laatste keer aanzetten.

 

 

481351_4036961732564_1537368275_33417244_246604630_n.jpg

 

Passage aan de bus.

 

 

****

 

 

De esplanade van het Jubelpark. 

 

De laatste tientallen meters parkeer ik helemaal.

 

Maar ik heb het gehaald.

 

 

Finish.

 

1 uur 28 minuten en 7 seconden.  51 seconden trager dan verleden jaar (op 10 km was ik 52 seconden trager dan vorig jaar, dus heb ik de tweede wedstrijdhelft  exact 1 seconde sneller gelopen dan vorig jaar).

 

Plaats: 1269, vorig jaar: 1035.

 

Gemiddelde snelheid: 13,89 km/uur.

 

 

Medaille, Mars, banaan, drank.

 

Ik word opgewacht door Katleen.  Ze finishte na 1 uur 23 minuten en 37 seconden, als 18de vrouw, 11de in haar leeftijdscategorie.  Topprestatie!

 

Iemand spreekt me aan met mijn voornaam.  Hij bemerkt mijn verbazing en stelt zich voor als bloggenoot Navidad, Noël VDD, wielerfanaat die ook een aardig stukje kan lopen (zeg maar verschrikkelijk hard kan lopen).  Wat woorden gewisseld, maar ik vrees dat ik te moe was om iets samenhangends te zeggen.

 

Wat verderop lopen we Frank tegen het lijf (1u30m15s), en Koen VD (1u31m14s)). 

 

We hebben allemaal ons verhaal te vertellen.

 

Naar de bus.

 

538236_4036963652612_1537368275_33417249_882687561_n.jpg

Van links naar rechts: Katleen B., Jan H., Frank T. (met rendierhoedje), uw scribent en een halve Eddy K.

 

Alle lopers op de bus hebben de wedstrijd in stijl en goede gezondheid afgewerkt, waarvoor een oprechte proficiat.

 

 

En hebben wij een ijsje verdient?

 

Jazeker hebben wij een ijsje verdiend...

 

 

246500_3997709383454_1302592382_65102662_100716025_n.jpg

 

 

We slenteren terug naar de bus.  Tevreden likkend aan een ijsje.  Geluk bestaat soms uit een horentje met twee bollen (bij Els vier, bij Benny nul wegens dieet).

 

 

*****

 

 

Aan onze bus stuikt een loper in mekaar.  Hij verkeert in een soort shock en slaat wild om zich heen.  Dan verliest hij weer het bewustzijn om iets later weer bij te komen en te roepen, te tieren en te slaan.  Geen prettig gezicht.  Wanneer medewerkers van het Rode Kruis arriveren, valt er een meter of 50 verder wéér iemand neer.

 

 

Allemaal heel confronterend en beangstigend.

 

 

 

Moest deze wedstrijd in de namiddaghitte doorgegaan zijn, je mag er niet aan denken.

 

 

En nog altijd trekt er een trage karavaan uitgebluste lopers voorbij, één langgerekte ode aan de overpronatie en het onaangepast schoeisel.

 

 

*****

 

 

Ik zit op de fiets naar huis.

 

Mijn lijf zindert na van de zware beproeving.

 

Niets is mooier dan dit.

 

Een gevoel van voldoening.

 

Innerlijke rust.

 

 

 

Het was een chaotische dag.

 

Een dag vol emoties.

 

Mijn 19de is binnen.

 

Op naar de 20ste!

 

 

Fronton.png

 

 

_________________________________________________

 

Foto's: Els en Benny, en nog wel wat links en rechts gepikt.

 

19:21 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (8) |  Facebook |

14-05-12

Van de Stefania-, Baljuw- en Vleurgattunnel, verlos ons Heer!

 

Van de Stefania-, Baljuw- en Vleurgattunnel, verlos ons Heer!

 

 

 

Dames en Heren lopers, vrienden, Romeinen, slechts luttele dagen scheiden ons nog van de 33ste editie van de 20 Km door Brussel, de hoogmis van het vaderlandse stratenlopen.

 

 

Waar we onze duivels weer zullen ontbinden.

 

 

Dit jaar zullen we met ongeveer 35.000 zijn.

 

 

Deze week kreeg ik een mail van de organisatie waarin ik vriendelijk verzocht werd om u allen vaderlijk toe te spreken,  om u streng te waarschuwen voor overmoed en aan te manen tot voorzichtigheid, want de 20 Km door Brussel is, als u mij deze uitdrukking permitteert, voorwaar geen kattenpis.

 

De uitdrukking "zachte heelmeesters maken stinkende wonden" indachtig, zal ik bij mijn uiteenzetting de roede niet sparen,  zal ik de onbesuisden onder u bij het handje nemen en met u enkele knelpunten van het parcours onder de loupe te nemen, zodat u toch niet geheel onbeslagen op het ijs van één nacht zult komen.

 

 

Een gewaarschuwd man (M/V), moeders van porseleinkasten, bezinnen en beginnen, er staat een paard in de gang, kinderen en badwaters en meer van die obscure dingen...

 

 

Neofiet, debutant, dilettant, routinier of oudstrijder, luister naar de wijze woorden van een man die het allemaal al eens heeft meegemaakt en die kan putten uit een rijk arsenaal aan ijzingwekkende nederlagen en, jazeker, zelfs een eenzame triomf.

 

Deze oude krijger schreef reeds 18 edities van de 20 km door Brussel onvervaard op zijn naam, edities die hun beslag kregen in helse stormen en stortregens, zinderende tropische voorjaarshitte of barbaarse koude aprilse grillen eind mei... 

 

 

Om maar even aan te geven uit welk robuust hout uw dienaar gesneden is:

 

 

Ik heb zelfs edities meegelopen waar Prins Filip het startschot gaf !  

 

 

Prins Filip een pistool in handen geven, als dat geen doodsverachting is !

 

 

 

U merkt het, van niks heeft deze jongen schrik.

 

 

 

*****

 

 

 

Maar goed, opdat u de koers al eens rustig zou kunnen visualiseren, loop ik losjes met u door het parcours.

 

Helaba, niet te snel, hier spreekt een mens op jaren...

 

 

 

*****

 

 

 

De start is in het Jubelpark. 

 

 

Tussen haakjes, u kan nu nog altijd terug. 

 

Maak gewoon de speldjes van uw borstnummer los, en ga in het gras liggen. 

 

Geniet van het voorjaarszonnetje. 

 

Sluit uw ogen.

 

Droom een droom.

 

Lik aan een ijsje. 

 

Drink iets. 

 

Kuier wat rond. 

 

Eet een vettige hamburger. 

 

Een Brusselse wafel.

 

Flaneren. 

 

Kraampjes kijken.

 

 

Ik zweer het u. 

 

Bijna even bevredigend en véél minder vermoeiend.

 

 

 

Wat zegt u?

 

U wil toch lopen?

 

 

Welaan dan, gesp aan die loopschoen,  on y va !

 

 

 

*****

 

 

 

Ik stel voor dat we gewoon de rest van de massa volgen.  

 

Niemand weet de weg, en toch komen we elk jaar waar we moeten zijn, vreemd is dat.

 

Bxl.JPG

 

We vertrekken in het Jubelpark, waar meteen drankpost 1 is (zie bon aan uw borstnummer); de eerste bevoorradingspost is dus niet, ik herhaal  NIET,  in de Regentschapsstraat.  Volgens de organisatie komt die drankpost te vervallen; de eerste echte bevoorrading bevindt zich dan ook pas op de Dianalaan (km 6) in het Terkamerenbos.  

 

 

Terkamerenbos, tja, als we daar al geraken...

 

 

Maar daar zijn we vooralsnog niet. 

 

IMG_2276_raw.jpg

 

Via het Schumanplein....

 

VI7M4686_raw.jpg

 

.....de Wetstraat, Hertogstraat, Warandepark, het Koninklijk Paleis en de  Regentschapsstraat kom je op het Poelaertplein (Km3), waar je aan het Justitiepaleis linksaf de Louizalaan (klinkt een stuk duurder in het Frans: Avenue Louise) indraait.

 

Poelaert.png

 

 

Meestal ben ik hier al helemaaaaaaaaaaal kapot.

 

 

Die eerste drie kilometers vliegen namelijk voorbij als in een roes.  Je wordt als het ware meegezogen door de massa, zwevend op adrenaline, tegen elke loperslogica en alle goede voornemens in, gedreven door zelfoverschatting en gedragen door pure, onversneden loopgoesting. 

 

Ik kan u niet genoeg waarschuwen:  zorg dat je je hier niet vergaloppeert, want nu begint de miserie pas echt.

 

 

 

 

 

Tunnels!

 

 

 

Je krijgt drie stuks te verteren.

 

 

Eerst heb je de Stefaniatunnel.

 

tunnelstephani.jpg

 

Lieflijke naam voor een verschrikking.

 

 

Even een observatie:

 

 

Bergaf in de tunnel loopt iedereen in de weg.

 

Bergop uit de tunnel loop ik in de weg van iedereen.

 

 

 

Dat is nadat je ongeveer gestikt bent in die benauwde tunnel.

 

 

 

tunnel.jpg

 

 

Als het warm is, dan heerst er een nijpend zuurstofgebrek in de tunnel.  En bij het buitenkomen bergop krijg je er gratis een zonneklop bovenop.

 

 

 

Heerlijk!

 

 

 

Dan komt de Baljuwtunnel.

 

tunnelbailli2.jpg

 

 

Zelfde scenario.

 

 

Even ben je blij dat je aan de zon ontsnapt, maar eens in de tunnel breekt het koude angstzweet je helemaal uit.

 

 

En de laatste tunnel is niet echt een tunnel die naam waardig, maar eerder een kuil onder een kruispunt door, de Vleurgattunnel.  Korte knik naar beneden en meteen weer naar boven.

 

 

Als je na de doortocht van de drie tunnels al zwaar op de adem hebt getrapt, dan kan ik je maar één goede raad geven:

 

 

 

 

STOP NU!

 

 

DRAAI TERUG! 

 

 

 

NU KAN HET NOG!

 

 

 

 

Dan komt er een saai stuk Louisalaan tot kilometer 5, waar we centrum Brussel verlaten en via de Dianalaan het Terkamerenbos induiken.

 

Google maps:

Diana.png

 

Dit kruispunt dus, maar dan wel met een man of vijfduizend.  Volg het rode autootje.

 

Hier begint de klim naar het dak van de wedstrijd. 

 

 

*****

 

 

Even een intermezzo. 

 

De 20 km door Brussel heeft haar status van loodzware wedstrijd te danken aan de mythische klim op de Tervurenlaan, vanaf pakweg kilometer 17. 

 

En, inderdaad, daar sterf je een duizend doden, we moeten daar niet onnozel over doen. 

 

Je zal er het laatste restje spagetti, vermengd met gal, uit je maag via je slokdarm kokhalzend op het kolkende, zinderende asfalt kotsen, dat staat als het spreekwoordelijke, heum...  paard in de gang, of iets van die strekking. 

 

 

Dat is normaal....

 

.....traditie zelfs, folkore.

 

 

Maar het nekschot van de Tervurenlaan, de K2, is maar zo schrijnend omdat je voordien reeds de nodige sluipmoordenaars hebt moeten verteren.  De eerste elf kilometers stijgen en dalen constant en dit in combinatie met de drie korte, nijdige tunnels kost heel erg veel energie. 

 

Te diep gaan hier, betaal je straks cash.

 

 

 

*****

 

 

De klim naar het dak van de wedstrijd duurt en blijft duren: Dianalaan, Panoramalaan, Groenendaellaan, Bosvoordelaan, Denneboslaan, Viktorialaan, Franklin Rooseveltlaan tot aan de Terhulpensesteenweg: van kilometer 6 tot kilometer 11 stijgt het en daalt het in een verwoestende en slopende afwisseling. 

 

Dat het zwaar is, wordt bewezen door het aantal bevoorradingsposten: Dianalaan -  Spa, Bosvoordelaan -  Isostar en Terhulpensesteenweg opnieuw Spa (ten minste: dit meen ik te kunnen ontrafelen uit de info op de website).

 

Tekameren.png

Hierboven: Terkamerenbos, met zijkanten in dolomiet.

 

Het kader is prachtig, een vorm van schrale troost.

 

Hieronder: doorsteek van de Avenue de la Sapinière (Denneboslaan) naar de Viktorialaan.

 

Viktoria.png

 

De Viktorialaan is even bergaf.   Sleutelwoord in voorgaande zin: even.

 

 

Je ruikt de mat van de 10 km. 

 

Theoretisch gezien ben je nu quasi halfweg wedstrijd. 

 

Praktisch gezien ligt dat toch nét iets anders. 

 

De eerste helft was je namelijk nog fris, nu begint helft twee, en je bent al gesloopt.

 

 

In het besef dat het nog een kilometer klimmen is op de Franklin Rooseveltlaan, is het nu tijd om een eerste inschatting te maken. 

 

 

 

Hoe voel je je hier?

 

 

Ben je door het beste van je krachten heen, dan moet je beseffen dat de rest van de race een zware martelgang gaat worden en dat de totale instorting om de hoek loert.

 

Als je hier nog goed zit, dan moet je beseffen dat de rest van de race een zware martelgang gaat worden en dat de totale instorting om de hoek loert.

 

Ben je hier nog zo fris als een hoentje, dan moet je beseffen dat de rest van de race een zware ....

 

 

10 km.png

 

Maar dan komt eindelijk de drankpost rond kilometer 11, op de Terhulpensesteenweg (ik dacht in de buurt van de Hippodroom van Bosvoorde), wat het sein is voor de aanval van de zware cavalerie!  Hier mag het paard dus letterlijk van de gang...

 

Bereid je voor op een waanzinnige kilometer bergaf, in gestrekte draf, via de Delleurlaan tot op het Leopold Wienerplein. 

 

 

Intermezzo 2.

 

Er zijn twee manieren om de afdaling van de Delleurlaan aan te pakken.

 

 

In casu: de slechte en de vréselijk slechte.

 

 

De vréselijk slechte is dat je vertraagt om wat op adem te komen. 

 

Dat mag niet !!!

 

Je verknalt je chrono !!!

 

 

De slechte manier is meteen ook de enige goede manier: zet je verstand op nul (in mijn geval -10), prevel een schietgebedje, hou de polis van je hospitalisatieverzekering bij de hand, denk nog een laatste keer aan vrouw en kroost en laat je vervolgens naar beneden storten alsof je op de hielen wordt gezeten door een roedel kwijlende wolven.

 

Auteur dezes, ten prooi gevallen aan een nooit eerder geziene vlaag van nederigheid, erkent dat hij te beperkt is in zijn literair vermogen om dit in een sprekend beeld te vatten. 

Wolven en hoe er mee om te gaan? 

Ik verwijs u hiervoor graag naar het magistrale Dodenrit van Drs. P.

 

 

Neen, het opgeroepen beeld bevredigt niet helemaal, ik probeer het nog een keer...

 

 

Stort je naar beneden als een lawine op zoek naar een skiër die zich buiten de zwarte piste heeft gewaagd (bijna had ik hier een bevriende mogendheid beledigd), stort je naar beneden als een losgeslagen liftkooi.

 

Denk niet na over verleden, heden of toekomst, denk vooral niet na over je armzalige pezen, spieren of gewrichten.

 

Deze razende kilometer tot aan het Leopold Wienerplein ransel je alle pezen en peesaanhechtingen aan flarden.

 

 

*****

 

 

Intermezzo 3.

 

U, trouwe lezer van deze geschifte geschriften, weet dat ik ongeveer altijd geblesseerd ben. 

 

Op mijn linker wenkbrauw na, is ongeveer alles wel eens stuk geweest. 

 

Letterlijk alles. 

 

Noem het, en ik liep het al eens kapot: rug, hamstrings, knieën, enkels, kuiten, tenen, bekken, achillespezen, teennagels, vingers, nek, schouders, hielen, voetbogen.  Sommige onderdelen liep ik al een keer of 6 aan flarden. 

 

Ooit heb ik zelfs een pees in de voet kapot gelopen waarvan mijn kinesist, een geniaal man met 25 jaar ervaring, me zei dat het slechts de 2de keer in zijn ganse carrière was dat iemand die kapot had gekregen.

 

Daar ben ik op een vreemde manier zelfs fier op.

 

 

Ik spendeer meer uren op de tafel van mijn kinesist dan in mijn loopschoenen.

 

 

Mijn kinesist is dan ook inmiddels een vriend des huizes geworden. 

 

Dat mag ook wel, vermits ik zowel zijn huis, zijn wagenpark, zijn golfhandicap én studerende kinderen financier met mijn zuurverdiende centen.

 

 

Wel, mijn kinesist heeft in zijn behandelkamer twee ingelijste foto's hangen:

 

  • eentje van mij

 

  • én eentje van Leopold Wiener.

 

 

Dus.

 

Maar om te zeggen dat de afdaling van de Avenue Delleur naar het Leopold Wienerplein licht gevaarlijk is. 

 

Ik scheurde er ooit mijn linker hamstring (niet geheel, maar toch gedeeltelijk). 

 

 

 

*****

 

 

Leopold Wiener is voorbij, dan belanden we nu in de Vorstlaan. 

 

De stampede van de waanzinnige afdaling (wolven, Drs. P., lawine, liftkooi, weet u nog?)  is tot stilstand gekomen.

 

 Het stof kan opnieuw gaan liggen.

 

 

We zitten nu iets voorbij kilometer 12, en ja ik weet het, stop met dat gezeur, het is nog héél ver.

 

De Vorstlaan is de majestueuze 4-km lange laan, omzoomd met statige bomen en een verkoelend bladerdek. 

 

 

Tegelijkertijd is het misschien wel het minst aangename stuk van de omloop.  Donker, mysterieus.

 

Relatief vlak ook.  Nu is het vooral zaak om niet stil te vallen.  De adrenaline van de start is weg, de afdaling heeft je krachtenarsenaal verder leeg gezogen, en nu moet je zelf de sputterende machine aandrijven.

 

 

Hier stilvallen kost je andermaal je chrono.

 

 

Wanneer je aan de bevoorrading op kilometer 15 komt, met iets verder de doortocht onder de brug van de Waversesteenweg, besef dan dat alles wat achter je ligt slechts kinderspel was. 

 

15km.png

 

Nu wordt het namelijk pas écht menens. 

 

 

Opnieuw moet je jezelf de vraag stellen hoe je ervoor staat.

 

 

Als je kapot zit, en dat zal je, dan kan ik je slechts één goede raad geven....

 

 

.....heum neen, drie:

 

 

 

1. Draai vooral niet terug!

 

 

2. Begin te janken!

 

 

3. Steel een fiets bromfiets!

 

 

 

En dan, na Hertoginnedal, verlaat je eindelijk de Vorstlaan en draai je links onder de voetgangersbrug (over de Tervurenlaan) en mag u beginnen aan de pièce de résistance, de beklimming van de Tervurenlaan.

 

 

Ha, de Tervurenlaan, waar de mannen van de jongetjes worden gescheiden...

 

 

 

Tervuren.png

 

 

En dan begint het.

 

Het huzarenstuk.

 

 

Ici commence l'enfer.

 

Hier begint de hel.

 

Sterker nog: hier wordt het vuur van de hel aangejaagd.

 

 

De klim der klimmen.

 

De Tervurenlaan.

 

Killer Mountain!

 

K2.

 

De Tervurenlaan!

 

Savoureer die naam!

 

 

George Mallory, Andrew Irvine, Edmund Hillary. 

 

Deze namen doen wellicht een belletje rinkelen?

 

Inderdaad. 

 

Zij beklommen ooit de Mount Everest.

 

 

Waar kwamen deze heren trainen?

 

Inderdaad.

 

Op de Tervurenlaan.

 

 

Aan de voet is het asfalt nog warm. 

 

Er stromen riviertjes ijswater van hoger gelegen zones naar beneden. 

 

Riviertjes Spa Reine.

 

Tervurenlaan.png

 

Overal afval van hoger gelegen kampen en van de bevoorradingspost Spa.

 

 

Opgepast voor zwalpende lopers.

 

Het gepiep van hartslagmeters die in het rood gaan.  Het einde van het Latijn.   Hier wordt op moeders geroepen!

 

 

De lucht wordt langzaam ijler, terwijl je het ultieme gevecht met de draak aangaat.  Het gevecht met je eigen demonen...

 

Je loopt, half kreupel, kreunend van ellende, als een aangeschoten beest, met benen die alle dienst weigeren, alles verkrampt en verzuurd, alles scheurt aan je lijf.  

 

 

Je hebt pijn. 

 

Je ademt pijn. 

 

Je bént pijn. 

 

 

De koortsige blik enkel maar naar voren gericht, wanhopig op zoek naar verlossing, naar een triomfboog.

 

 

Een triomfboog, een triomfboog, mijn koninkrijk voor een triomfboog.

 

 

De laatste bevoorradingspost van de dag. 

 

Hier loopt het Spa-water tappelings de helling af. 

 

 

 

En na die moordende kilometer kom je aan het ronde punt van Montgomery. 

 

Daar moet je rond. 

 

En je wil niet. 

 

Je kan niet. 

 

Je moet.

 

 

 

Dan wordt het vlak.

 

Maar dat voelt zo niet aan. 

 

En ik zal ten alle tijde publiekelijk ontkennen dat ik beweerd heb dat de laatste kilometer van de 20 km door Brussel vlak is..  

 

Zelfs oog in oog met de vierschaar van de inquisitie zal ik ontkennen dat deze zone vlak is...  

 

 ... behalve in het geval er een roodgloeiende gietijzeren pook in een niet nader beschreven lichaamsopening wordt gewurmd...

 

...heum....   

 

 ....dus...   

 

....ja....

 

....vergeet dat beeld...

 

 

Die verdomde triomfboog blijft een klein onding aan de horizon, geflankeerd door onheilspellende onweerswolken.

 

4675322111_0277bbdc07_b.jpg

 

Kijk, de triomfboog in de verte, 3 millimeter !

 

Die triomfboog is nochtans méér dan 40 meter hoog. 

 

 

En terwijl je de gebeden der stervenden prevelt, jezelf afvraagt waarom je dit allemaal doet, je wanhopig probeert je eigen naam te herinneren, je plechtig een dure eed zweert nooit meer aan de 20 Km door Brussel te zullen deelnemen, dan, ja pas dan komt de verlossing...

 

 

 

 

 

De finish.

 

 

De Esplanade van het Jubelpark.

 

 

 

Oh bitterzoete triomf !

 

 

 

Het moment van wederopstanding.

 

 

 

Het moment van glorie.

 

 

Eeuwige roem.

 

 

En...       

 

 

..... een medaille van twintig eurocent.

 

 

  

 

Je bent er.

 

 

Je bent er.

 

 

Je bent er.

 

 

 

 

Alles is op.

 

 

 

En je bent tevreden.

 

 

 

Je maakt deel uit van de legende.

 

 

 

 

En volgend jaar opnieuw, natuurlijk.

 

 

 

 

IMG_2391_raw.jpg

 

05_20km_brussel_jpge2hveg.jpg

aankomst.jpg

aankomst2.jpg

IMG_2338_raw.jpg

index_html_q=files%252Fimagecache%252Fnode-page%252F08_9.jpg

 

 Voilà.

 

Nu weet u waar u aan begint.  Of niet natuurlijk.

 

 

 

Enfin, ik zie u allen op zondag 27 mei.

 

tunnelfile.jpg

18:28 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

24-04-12

De Konijnenpijp zien en sterven !

 

 

De Konijnenpijp zien en sterven !

 

 

 

Zondag 22 april 2012.

 

De Antwerp 10 miles.

 

De grootste Vlaamse stratenloop, zo wil de legende, in de mooiste stad van de wereld, toch als je de mening van de Sinjoor voor waarheid moet nemen.

  

 

Ik liep hier ooit één keer eerder, in 1998 meer bepaald, en dat was geen onverdeeld succes. 

 

Mijn tijd was ronduit beschamend, 1 uur 14 minuten en 4 seconden. 

 

 

1 uur 14 minuten; om zo'n tijd te verantwoorden aan mijn vriend de kinesist, moet ik minstens uitpakken met een excuus in de vorm van een complexe open scheenbeenbreuk ter hoogte van de Kennedytunnel.

 

Of had ik de 10 mijl gelopen met de toekomstige burgemeester van Antwerpen op mijn rug (nu hij een slordig zakje cement is afgevallen, zou dat desnoods wel moeten kunnen)...

 

 

Nu ja, 1998 was een bijzonder moeilijke editie voor ondergetekende.  U moet weten dat ik de avond voordien een klein, maar o zo fijn feestje moest opluisteren met mijn sprankelende persoonlijkheid. 

 

Enfin, om een lang verhaal kort te maken, ik was de avond voordien na ongeveer een kwartiertje alle goede voornemens omtrent plat water vergeten, waarna het bacchanaal in volle hevigheid uitbarstte, met op zondag een kreunende kater tot gevolg, een opstandige maag die weigerachtig stond tegenover alles wat nat en droog was, en darmen die rommelden als een gemiddeld zomers warmteonweer.

 

 

Maar zoals mijn schoonmoeder altijd placht te zeggen:

 

 

Een kermesse is een geselinck weird.

 

 

Geen idee wat het wil zeggen, want mijn schoonfamilie is van over 't water (Parking Zuid, volgens Axl Peleman).

 

Volgens mijn vrouw gaat het over iets wat met Dafalgan Forte op te lossen valt.

 

 

Enfin, in 1998 stond ik met een joekel van een kater aan de start van de Ten Miles, nadat ik de auto ergens aan de kant had weggesmeten, omdat ik wat aan de late kant was.  Mijn  auto had namelijk uitgerekend die zondag uitgekozen om een lekkende radiator te krijgen en tegen oververhitting aan te staan hikken, waardoor ik me onderweg verplicht zag mijn noodrantsoen plat water, voor de rehydratatie van de sporter, geheel op te offeren aan de radiator.

 

Hectisch qua opbouw naar de wedstrijd, is het minste wat u kan zeggen. 

 

De wedstrijd liep toen nog enkel in en rond het centrum van Antwerpen, met vlak voor de finish de beklimming van de ijzeren brug aan de Franklin Rooseveltplaats, u weet wel, de tijdelijke brug die er uiteindelijk, naar goede Belgische gewoonte, 34 jaar zou blijven staan.

 

In de afdaling van die brug ben ik trouwens nog ferm uitgeschoven over een plas braaksel, om maar te zeggen dat wijlen die brug er ferm in kon hakken.

 

 

Ik meen me te herinneren dat het hier halfverteerde pasta carbonara betrof, toch voor zover ik de brokken kon identificeren...

 

 

Maar dat was dus in 1998. 

 

Ik finishte er als 1057ste, maar kan u dat alstublieft voor uzelf houden?

 

 

*****

 

 

 

Ik keek erg uit naar deze wedstrijd, kwestie van ook eens een keertje door de Kennedytunnel te kunnen razen zonder het risico geflitst te worden, te sterven in de Konijnenpijp (Waaslandtunnel) en algemeen, een trip down memory lane doorheen Antwerpen te maken, de stad waar ik ooit student was. 

Ik was vooral benieuwd hoe de stad er bij daglicht uit zou zien (en hier hoort een smiley, maar ik vind er zo meteen geen, of ja, toch Knipogen).

 

 

 

Ach, u steekt een vinger op.

 

 

U heeft een vraag?

 

 

Wat zegt u?

 

 

Hoe ik er conditioneel voorsta?

 

 

Fijn dat u het vraagt.

 

 

 

Wel, de laatste weken begon het allemaal wat beter te vlotten (de dreiging van de naderende 20 Km door Brussel aan de horizon doet meestal wonderen voor mijn blessures), zodat ik nu driemaal per week 1 uur 25 minuten aan het lopen was. 

 

 

Duurlooptempo, maar ja, een mens moet ergens beginnen.

 

 

En de achillespezen houden het relatief goed (met minieme pijntjes), de hielspoor gedraagt zich beschaafd, dus waarom zouden we zeuren?

 

 

 

 

Wel, ik zal u zeggen waarom.

 

 

 

Dinsdag liep ik een vlotte duurloop, toen ik plots in de bossen een blonde nimf zag lopen. 

 

 

Peroxideblond. 

 

 

 Zodra ik ze inhaal en naast haar kom, trek ik mijn buikje wat in.  

 

 

Ja, ook ik heb mijn trots.

 

 

Ze ontplugt haar oren van muziekoortjes en we geraken aan de babbel. 

 

 

Over lopen, natuurlijk, blessures, records,...

 

 

Op een bepaald punt scheiden onze wegen zich, waarop ik, haar priemende ogen op mijn rug voelend, als het eerste het beste haantje, een forse versnelling uitvoer, waarbij de wind fluitend mijn wijkende haarlijn bespeelde. 

 

Overmoed wordt altijd bestraft, haantjesgedrag met vertraging (vraag maar aan Pol VDD), enfin, iets verder knapte er iets in de rechtervoet.

 

 

Een vlijmscherpe pijn net onder de rechterknoesel, buitenkant rechter enkel.

 

Zodra ik zeker was dat de blonde nimf uit het gezichtsveld verdwenen was, ben ik gestopt om te bleiten, te jammeren en te vloeken.

 

 

Thuisgeraakt, maar toch.

 

 

En alle ijs en flexium ten spijt, op zaterdagmiddag is de pijn nog niet helemaal weg.

 

 

Dus, kortom, samengevat: ik ben niet geweldig goed in conditie, ik ben licht geblesseerd en ik sta aan de start van de Antwerp 10 miles.

 

 

Een persoonlijk record zit er in vandaag!

 

 

Of compleet kreupel, dat kan ook!

 

 

*****

 

 

Zondag 22 april 2012.

 

Nu is het menens.

 

Na 4 maanden niet gelopen te hebben wegens hielspoor, en na 2 maand schoorvoetend opbouwen, nu een eerste test, de Antwerp 10 miles.

 

Met een grote delegatie van de Kempen, in het woordenboek van de wereldberoemde Axl Peleman is dat Parking Noord, zijn we afgezakt naar de koekenstad, om er 10 Engelse mijl te lopen.

 

antwerp 10 miles 2012

Frank rechts, uw dienaar centraal en links Benny.

 

Mobiliteitsproblemen kennen we niet.  Met de auto naar Merksem, trammetje naar Antwerpen en afstappen in de buurt van de Groenplaats om op de Grote Markt van Antwerpen de gladiatoren van de marathon te zien finishen.  We zien er Koen een puike 3u23 neerzetten.  Waarvoor een welgemeende proficiat!

 

antwerp 10 miles 2012

Koen en een banaan.

antwerp 10 miles 2012

 Iedereen.

 

 

Rond 12 uur de boterhammen opgegeten, waarna we te voet vertrekken naar Linkeroever.  Via de Hoogstraat naar de Voetgangerstunnel (eindeloze roltrappen) en zo belanden we na een fikse wandeling op Linkeroever.  Elke stap voel ik lichte pijn in mijn rechtervoet....

 

 

*****

 

 

Linkeroever ademt een sfeertje  uit dat vaag doet denken aan Oost-Berlijn. 

 

Strenge Stalinistische flatgebouwen, strak gewapend beton, staal en glas.

 

Troosteloze brede kaarsrechte lanen, verlepte parkjes.

 

Moest een of andere Noord-Koreaanse Kim nog een plek zoeken voor een militair defilé,    jep, Linkeroever!

 

 

 

*****

 

 

Het lopersdorp en de startzone van de Antwerp 10 miles. 

 

Het contrast kan niet groter zijn: een kakofonie van beats, schreeuwlelijke vlaggen en wimpels, hekken, nadars, promostands, kortgerokte hostessen, tenten van sponsors en een  kleurrijke mierenhoop aan toeschouwers, atleten en loopadepten.

 

antwerp 10 miles 2012

 

Onze groep lopers bij mekaar houden in deze wriemelende massa is erger dan met een kleuterklasje hyperkineten mét ADHD op stap gaan in Bobbejaanland, dus het vergt wat ge-SMS en ge-GSM om mekaar telkens opnieuw te vinden.

 

Wanneer we in de expo-tent zijn, geselt een hagel- en regenbui de massa. 

 

 

Een voorproefje voor straks?

 

 

*****

 

 

Drukte in de kleedkamer/legertent. 

 

Om afkoeling in de startbox te vermijden, trek ik over mijn loopplunje een wegwerp-T-shirt en daarover een vuilniszak-jurk aan (érg van Beirendonck).  Het is geen gezicht, maar nu vriezen in elk geval mijn ballen er niet meer af.

 

 

We lassen nog een laatste sanitaire stop in. 

 

Op een DIXI-pot. 

 

antwerp 10 miles 2012

 

Smetvrees is hierbij niet gewenst.

 

 

*****

 

 

Ik twijfel wat me te doen staat vandaag. 

 

Een pijnlijke voet rechts en geen wedstrijdritme, dat baart me zorgen. 

 

 Frank is in goede vorm, dus hem volgen is waanzin.

 

Katleen wil vandaag 1 uur 10 minuten lopen (een forse 4 minuten sneller dan haar PR). 

 

Wanneer ik zeg dat dat doenbaar moet zijn, wordt er een plan gesmeed om met z'n drieën bij mekaar te blijven. 

 

En dan nadert het startuur en besluiten we ons te gaan opstellen in het startvak met beoogde eindtijd tussen 1u10 en 1u25 (om in dat vak te geraken, zien we ons verplicht een stukje afsluiting open te breken...).

 

antwerp 10 miles 2012

 

*****

 

 

Startprocedure.

 

Muziek, een man met een microfoon, Kris Peeters, Geert Hoste, enfin, the usual suspects.

 

En dan eindelijk: het verlossende startschot, gevolgd door de klassieker: Zie ik de lichtjes van de Schelde, het Aaantwaarpse volkslied bij uitstek...

 

Na wat gedrum zijn we quasi meteen weg. 

 

Ik blik constant over de schouder of Katleen en Frank er nog zijn.  De wind zit hier op de kop, het is kwestie van brede schouders te vinden die snel genoeg gaan.

  

Ik heb een beetje moeite om het tempo juist te krijgen; ik heb geen idee hoe snel ik loop.  En ik loop met een bang hartje, want zal de rechtervoet het houden?

 

 

Aan kilometer 1 blijkt dat we fors gestart zijn: 3m50s.

 

We spreken af het tempo iets te laten zakken.  Op kilometer 2 staat de chrono op 8 minuten. 

 

 

antwerp 10 miles 2012

De drie musketiers op pad, volg de pijlen, van rechts naar links: Frank, Katleen en uw scribent.

  

 

We verlaten de Blancefloerlaan en draaien linksaf richting Ring en Kennedytunnel.  Het gaat hier meteen drastisch omhoog, en ik voel dat ik al een eerste keer op mijn adem trap.  Toch malen we nog een kilometer aan 4m07s.

 

 

Frank krijgt het even lastig. 

 

We vertragen wat.

 

 

Bergaf de Kennedytunnel.  Beheerst naar beneden, wat herstel inbouwen.

 

Vervolgens omhoog de tunnel uit. 

 

 

Godverdomme, wat is me dat hier? 

 

Dit doet pijn!

 

En het einde van de tunnel bergop gaat naadloos over in een moordend steil oplopende afrit Amman, richting Antwerpen-Centrum.  Je ziet de lange sliert lopers boven je wegdraaien in een eindeloze lus.  We zijn 5 kilometer onderweg.

 

antwerp 10 miles 2012

 

 

En alsof de duivel er mee gemoeid is, krijg je meteen de Bolivartunnel onder het Justitiepaleis voor de voeten geworpen. 

 

Weer een knik naar beneden en een opdoffer naar boven.

 

antwerp 10 miles 2012

Tunnel uit, Amerikalei, 180° draaien, fraaie blik op het Justitiepaleis, dan rechtsaf richting eerste bevoorrading. 

 

 

Ik heb dorst, ik wil afkoeling!

 

 

Ik merk dat Katleen nog érg goed zit, ze kan nog vlot babbelen en loopt erg soepel.  Frank is ook helemaal hersteld van zijn dipje van daarnet. 

 

Maar ik voel dat ik al zwaar in het rood ben geweest; gebrek aan basisconditie begint zich te wreken.  Nu is het mijn beurt om een dip te krijgen.

 

 

Zeg maar  DIP !

 

 

Ik drink een volledige beker water, kieper er eentje over mijn hoofd, en merk dat ik hierdoor een tiental meters achterstand heb opgelopen op Katleen en Frank. 

 

antwerp 10 miles 2012

 

Versnellen en terug aansluiten.  Het enige goede nieuws is dat de rechtervoet geen kik geeft.

 

 

Via de Namenstraat belanden we op de kaaien naast de Schelde.  Een ellenlang stuk kasseitjes (3 kilometer).  Een massa toeschouwers maakt de loopstrook erg eng.  Je loopt als het ware in een smalle tunnel tussen twee hagen mensen.  Een gevoel alsof je op Alpe d'Huez zit tijdens de Tour.

 

antwerp 10 miles 2012

 

 

Ik voel dat ik dit tempo niet langer kan aanhouden.  Wil ik een fatsoenlijke tweede wedstrijdhelft lopen zonder de complete instorting, dan moet ik nu uit puur lijfsbehoud mijn kompanen laten gaan.

 

 

Het doet pijn, maar ik moet machteloos toekijken hoe Katleen en Frank meter per meter van me wegschuiven.

 

antwerp 10 miles 2012

 

Wanneer we halfweg wedstrijd zijn (tijd: 33 minuten en nog wat), ongeveer ter hoogte van Het Steen, weet de omroeper te melden dat op dat eigenste moment de laatste lopers vertrokken zijn op Linkeroever.  Redelijk waanzinnig!

 

 

 *****

 

 

antwerp 10 miles 2012

Kaaien voorbij, rechtsaf de Sint-Paulusstraat.  Dit is de rand van het Red Light District van Antwerpen. 

 

 

Schipperskwartier!

 

 

Ik zie Frank nog steeds voor mij uit lopen.  Ook hij heeft Katleen moeten lossen, merk ik.  En wanneer hij vertraagt voor een drankbeker, kom ik zelfs terug tot op een vijftal meter.

 

Maar wanneer hij opnieuw in zijn ritme komt, merk ik dat ik opnieuw moet lossen. 

 

 

Frustrerend!

 

 

*****

 

 

De Meir.

 

Ik loop inmiddels op automatische piloot en laat de chrono voor wat ie is.

 

Registreer niet echt veel meer. 

 

Linksaf, Jezusstraat, km 11. 

 

Linksaf, Italiëlei.

 

Linksaf Paardenmarkt.

 

Via het Hessenplein, de Oude Leeuwenrui en een bocht van 180° aan het Falconplein en het MAS, waar ik zowel Katleen als Frank aan de andere kant zie lopen, karren we richting de hel, richting Waaslandtunnel, aka de Konijnenpijp.

 

Een bocht van 180° en on y va!

 

 

 

antwerp 10 miles 2012

 

Volgens Gazet Van Antwerpen is er licht aan het einde van de tunnel.

 

 

Dat klopt.

 

 

Het was uit... 

 

 

*****

 

 

In den beginne is de Konijnenpijp nog een lieflijk tunneltje. 

 

Mooie wandtegeltjes, goed afwasbaar, de betere badkamer, quoi?

 

Het gaat vlotjes bergaf en bergaf en bergaf. 

 

Jaja, wat is de Schelde diep.

 

Dan eventjes vlak.

 

antwerp 10 miles 2012

 

 

Maar dan begint de verschrikkelijke marteling bergop. 

 

 

En bergop. 

 

En bergop. 

 

 

Had ik al gezegd dat het bergop was?

 

Wel, het was bergop....

 

 

Ik zal het even schematisch voorstellen:

 

 

 

                                    p

                                             o

                                        g

                                    r

                              e

               b

 

 

Ongeveer zo bergop, dus.

 

 

En miljaardedju, wat is die Schelde diep!

 

 

Ik aanroep alle Goden,

 

 

Tevergeefs !

 

 

Vervloek alle Goden.

 

 

Nog tevergeefser.

 

 

Mijn benen verzuren, mijn kuiten staan op ontploffen, mijn hart raast als bezeten, het zweet loopt langs mijn zwoegende bast, dit is beulenwerk, dit is afzien als een beest.

 

 

Ook wel lekker, natuurlijk.

 

 

2 kilometer duurt de volledige marteling.  Ik klok 1 uur af op de chrono wanneer het einde van de tunnel zichtbaar wordt.

 

 

Halfweg de Konijnenpijp begon ik me al af te vragen wat dat afgrijselijk gejank wel kon zijn? 

 

 

Wat bleek?

 

 

Aan de uitgang van de Konijnenpijp stond een stel doedelzakspelers hun, heum..... .

 

 

........  zak op te blazen.  

 

 

Doedelzak, dus.

 

 

De weerkaatsing in de tunnel van het doedelzakspel klonk als het geluid van twee katten die levend gevild en vervolgens in brand gestoken werden, maar paste wonderwel bij het gevoel van totale uitputting en ontreddering die ik op dat moment voelde, en ook wel doffe ellende toen bleek dat de klim- en klauterpartij nog niet voorbij was.

 

antwerp 10 miles 2012

 

 

De uitloper van de tunnel bleek eindeloos en zwaar.

 

antwerp 10 miles 2012

 

 

Dan 180° rechtsaf de Charles De Costerlaan. 

 

 

Ok, ik weet het. 

 

 

Charles de Coster heeft Tijl Uilenspiegel geschreven, een wereldvermaard werk.

 

 

Maar moeten ze die mens daarvoor zo'n   godverdomse   ellenlange laan geven?

 

 

Kon het écht niet een klein beetje korter, neen ?

 

 

 

*****

 

 

In de verte staat de boog van de finish.

 

Ik ben op sterven na dood.

 

En bereik de finish na 1 uur 8 minuten en 59 seconden (Chronorace corrigeert nadien naar 1u09m00s), plaats 820.

 

antwerp 10 miles 2012

 

 

Gezien de voorgeschiedenis, kan ik er mee leven.

 

 

Drank, koekjes, medaille.

 

 

Een loper spreekt me aan en vraagt me of ik zonder pijn heb kunnen lopen.

 

Wanneer hij mijn verbaasde blik opmerkt, lacht hij even en zegt:

 

 

Ja, ik volg je blog, vandaar dat ik wist dat je een blessure hebt gehad.

 

 

 Niet enkel een goed loper, die man, hij heeft tevens excellente smaak....

 

 

***** 

 

 

Frank finishte na 1 uur 7 minuten en 6 seconden (pos.: 575) en Katleen na 1 uur 6 minuten en 8 seconden (plaats 489, 8ste in haar leeftijdscategorie)!!!!

 

Andere tijden: Hild: 1.28.53, Gert: 1.19.12, Els: 1.37.06, Katrien: 1.16.38 , Ed: 1.30.24, Ingrid: 1.26.50, Benny: 1.33.17 en Wouter 1.16.56.

 

 

We wisselen wat indrukken uit, maar de snijdende wind zorgt ervoor dat we razendsnel afkoelen.  Ik voel mijn hele lijf verkrampen van de kou.

 

Klappertanden en daveren van kou en uitputting.

 

 

Weg hier!

 

Snel de rugzak ophalen en de kleedruimte opzoeken.

 

Daar is het lekker warm.

 

 

****

 

 

De troepen verzamelen zich. 

 

Gepakt en gezakt. 

 

Iedereen heeft een verhaal te vertellen. 

 

Van lijden en afzien.

 

Van klimmen en dalen.

 

Van zwoegen en zweten.

 

Van Meir en Italiëlei.

 

Van lopen en genieten.

 

 

antwerp 10 miles 2012

 

antwerp 10 miles 2012

 

Er wordt gepronkt met edelmetaal.

 

*****

 

 

We besluiten huiswaarts te keren.

 

Blijkt dat we niet de enigen zijn die naar huis willen.

 

Mijnheer De Wever, er is wel degelijk een mobiliteitsprobleem in Antwerpen. 

 

Het tramstation Van Eeden-Linkeroever stroomt over van het vermoeide volk.

 

Hier een tram bemachtigen met zitplaats voor het vermoeide lijf, is onmogelijk.

 

 

Maar de mensen van de atletiekclub AVN hebben daarvoor een sublieme oplossing gevonden.

 

Ik mocht het niet wereldkundig maken van Frank, maar doe het toch...

 

 

We pakken een tram richting Zwijndrecht, weg van de drukte, en stappen twee haltes verder terug af.

 

Dan draaien we om en nemen de eerstvolgende tram richting Antwerpen.

 

Die is quasi leeg, zodat we allemaal een zitplaats hebben.

 

 

Twee haltes verder knallen we het station Van Eeden opnieuw binnen en wordt de boot volgestouwd met mensen.  De ganse rit tot Merksem kunnen we lekker zitten.

 

 

Zwangere vrouwen moeten nu niet rekenen op enige vorm van clementie. 

 

Ik ben moe, ik blijf zitten...

 

 

 

*****

 

Het was een wonderlijke dag, vol emoties.

 

 

Wat van Rome gezegd wordt, klopt ook voor de Antwerp Ten Miles.

 

 

Of heum...       

 

 

...was het Milaan?

 

 

 

Of neen, Napels.

 

 

 

Napels !

 

 

 

Napels zien en sterven!

 

 

 

De konijnenpijp zien en sterven!

 

  

 

 

 ___________________________________________

  

Foto's: Hild Hillen en de fotografen van DVV Running Tour en Gazet van Antwerpen (gepikt, waarvoor excuus).

    

08-04-12

Pasen

Paaszondag 8 april 2012

 

 

De dag van de verrijzenis. 

 

De zoon van. 

 

U weet wel.

 

 

Ik ben ook verrezen. 

 

Uit mijn warme bedstee. 

 

Vandaag kondigde deze Paaszondag zich zo overladen vol aan, dat ik in extremis heb beslist om mijn duurloop 's ochtends af te werken.

 

 

Het is 6 uur wanneer ik de loopschoenen aanbind.

 

De wereld slaapt nog.

 

Ik trek de voordeur stilletjes achter me dicht.

 

 

Brrrrrrrr...

 

 

Het is behoorlijk koud.  Er wordt geflirt met het vriespunt.

 

 

Ik adem diep in en uit, rek mijn rug en druk op de startknop van mijn Polar.

 

 

We vertrekken voor een uur en een kwartiertje. 

 

 

Minstens.

 

 

Gewapend met handschoenen, pet, looptrui en windstopper bodywarmer, lange broek, compressiekousen.

 

 

*****

 

 

Groenewoud. 

 

Lindendreef.

 

Geen kat op straat.

 

Mijn voetstappen verstoren de stilte.

 

Hoewel, stilte. 

 

De vogels zijn al wakker en tsjilpen.

 

Een eenzame zwarte handschoen, midden van de weg.

 

 

De straatlantaarns branden.

 

Telkens ik een straatlantaarn voorbij loop, komt even later mijn schaduw voorbij mij gelopen.

 

 

 

Een jongedame op de fiets, met oortjes in haar oren, steekt me voorbij. 

 

Iets verder is de weg opgebroken. 

 

Fietsers en voetgangers moeten over een smalle geaccidenteerde zijstrook.  De juffrouw stapt naast haar fiets waardoor ik haar opnieuw inhaal.

 

Net wanneer ik bij haar ben, schrikt ze van de zwarte, lopende schaduw en slaakt een gil.

 

 

Op mijn beurt schrik ik van haar schrikreactie.

 

 

*****

 

 

Dreef naast de gevangenis.

 

De gevangenis slaapt. 

 

Enkele ramen lichten op.

 

 

Dreef in, dreef uit.

 

Het loopt lekker, de aanvangsstroefheid van de linker achilles is weg.

 

De pijntjes van dit versleten, mismeesterde lichaam vragen tijd, zeuren om aandacht, moeten gekoesterd...

 

 

****

 

 

Torendreef. 

 

 

De lucht begint te kleuren. 

 

De dageraad kondigt zich aan. 

 

Het is het uur tussen hond en wolf. 

 

Nog geen zonlicht, maar wel reflectie; strepen beige.

 

 

 

Torendreef. 

 

Het gekraai van een haan.

 

Het knarsende grind.

 

 

Links in het bos, schieten drie herten verschrikt weg.

 

 

Voorbij het kerkhof van de landlopers.

 

 

Hartslag amper 130.

 

 

Rookpluimen ademen.

 

 

De zonsopgang is nakend. 

 

 

De wolken krijgen een roze rand, indigo, paars.

 

 

*****

 

 

Bootjesven, een half uur onderweg.

 

Drie eenden op het water.

 

Statig.

 

Ze trekken V-patronen in het verder rimpeloze water. 

 

Het ven dampt.

 

 

Ik damp.

 

Verder.

 

 

Ik loop tussen twee rijen bomen, als pilaren van het schip van een kathedraal.

 

En plots priemen de eerste zonnestralen boven de horizon.

 

Een grote, koperen bol.

 

 

 

Twee hazen.

 

 

Linksaf.

 

 

De zon rechts van me.

 

Ze wint langzaam aan kracht.

 

Lange dreef terug.

 

Zon in de rug.

 

 

 

*****

 

 

 

En wanneer ik aan het kruispunt sta van dreven, is de twijfel weg; ik verdien  een extra lusje.

 

Rechts de velden in.

 

Zon rechts van mij.

 

Links volgt mijn schaduw.

 

Lange schaduw.

 

Minstens 10 meter.

 

Vennen.

 

Riet.

 

Enkele ganzen vliegen toeterend in V-formatie laag voorbij.

 

 

Asfaltweg.

 

De zon in de rug.

 

Nu niet meer bloedrood, maar geel.

 

Mijn zwarte kledij absorbeert de weldadige warmte.

 

 

 

****

 

 

Boszone.

 

Laatste boszone.

 

1 uur onderweg.

 

Hartslag 139.

 

Los zand.

 

Bosweg is verlaten.

 

Ik verlaat de bosweg.

 

Asfalt opnieuw.

 

Ik versnel een beetje.

 

Hartslag 145.

 

 

**** 

 

 

Tussen de boerderijen en de velden, zie ik in de verte mijn thuisstad.

 

 

Stad en land.

 

 

Stad en wereld.

 

 

Urbi et orbi.

 

 

*****

 

 

Over de rivier de Mark.

 

Door het begijnhof.

 

Thuis.

 

1 uur 25 minuten.

 

 

*****

 

 

Ik tel het even na op mijn behandschoende vingers.

 

Nog exact 7 weken tot de 20 Km door Brussel 2012.

 

En het loopt nog altijd niet zoals het moet.

 

De ambities zullen bijgesteld moeten worden.

 

 

Zalig Pasen.

 

 

 

 

 

 

 

 

20:12 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

27-03-12

558

558

 

Raar is dat.

 

Nu was ik het wel gewoon dat de organisatoren van de 20 km door Brussel al eens sleutelden aan de formule van 's werelds mooiste loopwedstrijd, maar nu maken ze het wel écht te bont, want ze gooien ongeveer alles overboord.

 

Opgelet, beste adept van de 20 km door Brussel, hier volgt een overzicht:

 

 

*****

 

 

De chip.

 

Exit voetchip.

 

Dit jaar verloopt de tijdregistratie via een chip die verwerkt zit in het borstnummer. 

 

Deze oldtimer heeft de 20 km door Brussel nog gelopen met een soort van creditcard in een plastic hoesje dat vastgekleefd zat op het borstnummer.  Aan de finish moest je dat ding er uit frunniken, vervolgens overhandigen aan iemand met een barcodelezer, en die piepte je dan de uitslag in.   Meestal was je zo kapot dat je amper die kaart uit dat hoesje kreeg geprutst.

 

Dat inpiepen verliep ook nog eens redelijk moeizaam, waardoor er aan de aankomstbalies files ontstonden die vergelijkbaar zijn met die op de Ring rond Brussel, nadat 6 vrachtwagens er hun lading hadden verloren en 24 auto's een kop-staartbotsing hebben gekregen.

 

 

Dan maakte de gehuurde chip haar intrede. Deze werd bevestigd aan de schoen.  Na de wedstrijd moest je die inleveren en dan kreeg je je 50 frank waarborg terug, ter plaatse.  De organisatie moest een slordige 20.000 briefjes van 50 frank hebben klaarliggen, ook geen sinecure.

 

 

Briefjes van 50 frank, waar is de tijd????

 

 

Vervolgens kwam de wegwerpchip.  De laatste drie edities, als ik me niet vergis.

 

 

En vanaf dit jaar is de chip geïntegreerd in het borstnummer.  

 

De chip verliezen zit er vanaf dit jaar niet meer in, of je moest je borstnummer kwijtspelen.  Jammer dat mijn vriend Tom dit niet meer mag meemaken; als er iemand is die in staat moet zijn om zijn borstnummer te verliezen enkele uren voor de start, dan is hij het wel...

 

 

Door de chip weegt het borstnummer nu ongeveer evenveel als een lichte grasmaaier.

 

Dat wordt tepelschuren.  Omdat het shirt constant naar beneden wordt getrokken door het zware borstnummer, staat de stof van het loopshirt gespannen op de zwoegende torso.  Mits wat pech worden je tepels  dan opengeschuurd, tot bloedens toe. 

 

Dat kan je vermijden door ofwel een sportbeha te dragen, maar ik heb daarvoor te weinig tietvorming,  of door met pleisters je tepels af te kleven, of door een goed loopshirt te dragen.

 

De eerste keer dat ik aan de start stond van de 20 door Brussel suggereerde een collega-loper me in de kleedkamer dat het raadzaam was mijn tepels af te kleven.  Helaas had ik enkel van die witte brede voetballerstape bij, van het merk Strappal. 

 

U weet wel, die tape kleeft perfect. 

 

Vooral in mijn borsthaar. 

 

Ja, ik weet het, ik heb nauwelijks haar op de schedel, maar borsthaar als een gorilla.

 

Na de wedstrijd had ik de moed niet kunnen vinden om die tepelklevers uit mijn borsthaar te rukken. 

 

 

Gelukkig was er 's avonds iemand wél overdreven enthousiast om dat klusje te klaren.

 

 

Mijn vrouw, of wat dacht u.

 

 

Enfin, mijn vrouw pulkte een stukje van de klever weg, keek me vervolgens met een sardonische glimlach recht in de ogen, en rukte vervolgens  met één soepele polsbeweging een tiental cm² borsthaar weg (met het geluid van een velcro-sluiting die geopend wordt).

 

 

Ik gilde als een speenvarken dat gekeeld wordt.

 

 

En toen moest klever nummer 2 nog worden weggescheurd.

 

 

Maar omdat ik nu wist wat een hel dit was, jammerde ik in anticipatie de sterren van de hemel:

 

 

Waarom heeft een man tepels? 

 

 

Zogen wij nageslacht? 

 

 

Laat maar hangen, die klever, die zal er uiteindelijk wel afrotten...

 

 

 

Maar mijn vrouw bleek onvermurwbaar en epileerde een tweede strook borsthaar.

 

 

 

***** 

 

 

 

Positie startboxen.

 

Dit jaar staan de startboxen aan de andere kant (de kant Schuman) van de triomfboog. Ik neem aan dat de drie blokken van 10.000 lopers niet ordentelijk te stallen waren; de derde box stond aan het ronde punt op straat aan te schuiven.

Dit is niet de eerste keer dat dit gebeurt; enkele jaren geleden stonden we met ongeveer de helft van het deelnemersveld ook al eens aan die kant.  Het is er een stuk breder, en je kan er ook nog eens snel wegvluchten voor een laatste plasbeurt. 

 

En, niet onbelangrijk, hierdoor wordt meteen ook de flessenhals aan de triomfboog vermeden.

 

En vermits er 6 boxen zijn, die telkens met een klein tijdsverschil worden gelanceerd, zal het gedrum aan de traditionele vertragende obstakels tijdens de eerste kilometers minder tijdrovend zijn.

 

 

lot belgië B.jpg

 

 

 

*****

 

 

Startuur.

 

 

We starten om 10 uur 's ochtends.

 

Dat zal een stuk koeler zijn, zeker wanneer het weer zo'n subtropische voorjaarsdag is.

 

Het feit dat het Rode Kruis vorig jaar, een warme versie maar toch verre van heet, ongeveer 600 lopers heeft moeten verzorgen en er een dodelijk slachtoffer te betreuren viel, zal daar niet vreemd aan zijn.

 

Het verschil met vroeger (ik meen te weten dat er in de loop der 32 jaren al een handvol dodelijke slachtoffers te betreuren viel) is dat nu alles zichtbaarder is geworden, via foto en film.  Iedereen krijgt een gezicht, en de opinies vinden hun weg via forums en sociale media.  De druk op een organisatie wordt hierdoor opgevoerd.

 

 

10 uur starten. 

 

 

Dat betekent dat we rond 7 uur 's ochtends de bus opstappen in Hoogstraten en dat ik bijgevolg rond 6 uur 's ochtends pasta zit te kauwen.

 

Twee jaar geleden zat ik zo op zondagochtend om 5u30  's ochtends pasta te eten omdat ik zonodig die voormiddag de Descente de la Lesse in Dinant wou meelopen, wanneer ik plots gerommel aan de voordeur hoor:

 

 

Inbrekers, dacht ik......

 

 

Neen.

 

 

Het was Kind 1.

 

 

Hij kwam thuis van een nachtje stappen.

 

 

Het vroege startuur zorgt er ook voor dat we op tijd in de kroeg, heum, thuis zullen zijn.  Even kijken: start om 10 uur, rond 20 na 11 finish (whoehahaha), dan kunnen we toch rond 15u in de kroeg zijn.

 

 

Daar volgt de zwaarste opdracht van de dag.

 

 

Leffe heffen.

 

 

En dan naar huis. 

 

 

Ik vermoed dat ik weer rond 21 uur thuis zal zijn.

 

 

Gek is dat. 

 

 

De wedstrijd start 5 uur vroeger en ik zal nog even laat thuis zijn.

 

 

 

*****

 

 

 

Aantal deelnemers.

 

 

En dan tenslotte, aantal deelnemers.

 

35.000.

 

Ooit waren het er 30.000.

 

20.000.

 

 

Vroeger was het niet eens uitverkocht. 

 

 

Dan kon je op zondagmiddag nog een borstnummer kopen en meelopen.

 

 

Nu 35.000.

 

 

 

Waar gaat dat eindigen?

 

 

Ja, ik weet het, op de Tervurenlaan...

 

 

Beginnen doen we alleszins met het Slavenkoor, de Bolero, de Brabançonne en een kanonschot.

 

 

Enfin, als ze dat ook niet overboord hebben gekieperd.

 

 

Ik zie u allen, wanneer de achillespezen het toelaten, op 27 mei 2012.

 

 

Ik draag borstnummer 558.

 

 

13:11 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

17-03-12

It ain't over till the fat lady sings....

It ain't over till the fat lady sings...

 

Vrienden, Romeinen, lopers, uitschot, fans en fanatici, geprivilegieerden en geperverteerden, gezellen van de loopsloef, minderbedeelden en meerwaardezoekers, gajes, schorem, rapaille, canaille en journaille, tooghangers en frituristen, hoog- en laagwaardigheidsbekleders, aandeelhouders van Belfius, advocaten en politici (en nu schrapen we over de bodem van de beerput), veel te lang zijt gij verstoken gebleven van wetenswaardigheden en abjecte achterklap, roddels, smaad en eerroof; uw zucht naar nieuws bleef o zo lang onbevredigd, uw honger smaakte naar meer, welaan, leen mij uw luisterend oor, zwijg stil als de ouwe vos de passie preekt, zet uw kippen op stok, wees gezeteld en gezegend, laat alles uit uw handen vallen, verdrijf de dagdagelijkse slome beslommeringen uit het warhoofd, laat u in deze maar eens goed gaan, laat ons bidden...

 

 

Schreven we nog 2011 wanneer ik u aan uw wreed eenzame en twijfelachtige lot overliet? 

 

 

Jazeker.

 

 

Schaam en schande daalt neder over de familie.  Komaan, een Weesgegroet of drie, een paternosterbolleke of zes en de absolute absolutie volgt.

 

 

Waar waren we gebleven? 

 

 

Ach ja, Kind 2 die een voorlopig schrikbewind heeft ingesteld met zijn voorlopig rijbewijs. 

 

Kind 2 heeft inmiddels ook al een licht frictiemoment met een ongetemd paaltje achter de rug. 

 

 

A fraction too much friction...

 

 

De Mitsubishi Colt heeft er een litteken aan over gehouden,  maar de deuk in het ego was iets dieper. 

 

 

Ach, uiteindelijk bleek ook de gekwetste trots van Kind 2 een kort leven beschoren...

 

 

 

***** 

 

 

 

Maar hoe staat het inmiddels met de blessurelast van uw loopse, excuus, lopende dienaar? 

 

 

U, trouwe bezoeker van deze decadente geschriften van bedenkelijk allooi, weet dat ik aan de rechterhiel af te rekenen had met hielspoor.  En dat kosten nog moeite werden gespaard om oplossingen te zoeken.

 

 

Via de sportarts had ik me nieuwe steunzolen (Borginsole) laten aanmeten, die de nodige ondersteuning en correctie moesten bieden.  Dit, in combinatie met een licht opbouwend loopschema, zou soelaas brengen.   Indien de pijn zou aanhouden, werd een injectie met cortisone in de peesplaat overwogen. 

 

 

O, gruwel!

 

 

 

*****

 

 

Begin januari. 

 

Van licht opbouwen is geen sprake. 

 

 

De hiel doet pijn. 

 

 

Lopen is een hel. 

 

 

Telkens reageert de hiel met zeurende, knagende pijn. 

 

Het is om moedeloos van te worden. 

 

 

Al maanden gesukkel, geen zicht op beterschap, onzekerheid. 

 

Ik ben ongelukkig.

 

 

*****

 

 

 

Met hangende schouders opnieuw naar de sportarts.

 

Sam onderzoekt mijn hiel.

 

Het goede nieuws is dat de pees té goed is om te injecteren.  Ze is soepel.

 

 

Sam schrijft me een kuur ontstekingsremmers voor, maar liefst 1 maand lang. 

 

 

En een opbouwschema waarbij de processie van Echternach verbleekt:

 

 

3 loopsessies per week.  Elke sessie bestaat uit 5 blokken van 10 minuten.

 

 

Week 1 bestaat elke blok uit 1 minuut lopen en 9 minuten stappen (circa 7 km/uur).  Tussen elke blok enkele minuten wandelen.

 

 

Week 2: 2 minuten lopen, 8 minuten stappen.

 

 

Enzovoort.

 

De step-up theorie. 

 

Wanneer het goed gaat, mag je een stapje hoger zetten.

 

Wanneer je echter pijn voelt, dan moet je een step-down zetten.

 

 

En voor ik zijn praktijk werd uitgeflikkerd,  volgde er nog een strenge vingerwijzing:

 

 

Hou je aan dit schema

 

 

Ga niet de held uit hangen, loopwonder of niet, nu is het helemaal van onder nul beginnen.  Niet blasé doen over wat je in het verleden allemaal hebt gepresteerd, neen, dit is de enige manier om langzaam de belasting verantwoord op te bouwen. 

 

En het moet definitief gedaan zijn met knipperlichtsporten (de ene week wel, de volgende week niet wegens pijn, dan weer wel, dan weer niet). 

 

Je moet constant bezig zijn; actief herstel is de boodschap!

 

Volgens Sam moet dit lukken.

 

 

En, hij besloot met iets dat toch een weekje bleef nazinderen:

 

 

Als het niet  lukt met dit schema, dan moeten we ons neerleggen bij de feiten.  Je materiaal, schoeisel en orthopedische steunzolen zijn optimaal en de belastingsopbouw is perfect en stelselmatig gedoseerd. 

 

Lukt dit niet, dan lukt het wellicht ook niet met inspuitingen, of met andere ingrepen. 

 

 

Dan houdt het op en lijkt het me raadzaam om sportief andere horizonten te gaan verkennen.

 

 

Ik moet toegeven dat ik daar niet helemaal goed van was.

 

 

 

*****

 

 

 

De eerste week bloklopen. 

 

Na één minuut lopen, ik ben amper van mijn oprit weg, moet ik al wandelen.  Nu ja, wandelen is het niet.  Het is marcheren, doormarcheren.  Een redelijk belachelijk zicht.  En ik merk ook meteen dat ik vestimentair niet gerekend heb op dit soort cooling-down.  Want 1 minuutje lopen in winterse omstandigheden warmt niet op, 9 minuten doorstappen doet me zelfs nog verder afkoelen.

 

Ik begeef me naar de atletiekpiste van mijn thuisstad.  Ook wel omdat ik bekende loopcircuits wil vermijden; de verleiding om dan te blijven doorlopen is reëel.

 

 

*****

 

 

Wandelen en lopen op de piste. 

 

 

De piste waar het meer dan 20 jaar geleden begon. 

 

 

Symbolischer kan het bijna niet. 

 

 

Hier begon het, hier begint het opnieuw.

 

 

Of eindigt het hier?

 

 

 

*****

 

 

 

De eerste sessie verloopt zonder noemenswaardige problemen. 

 

Dat was namelijk mijn grootste schrik; dat ik zelfs die 1 minuut-sessie niet pijnloos zou verteren. 

 

 

Want hoe step je down van niets?

 

 

De tweede loop/wandelsessie van de week.  En tot mijn verbijstering komt iemand me vervoegen op de piste, die ook wat loopt en wandelt.  Blijkt een ander slachtoffer te zijn van sportarts Sam.  Ook hij loopt en wandelt.  Maar hij zit al wat verder in het schema (4 lopen / 6 wandelen).

 

 

Dat snijdt. 

 

Hij staat al verder dan ik.

 

Dat kan ik niet verdragen...

 

 

Dus de derde loopsessie van de week, doe ik al een step-up: 2 lopen / 8 wandelen.

 

 

JA, IK WEET HET... 

 

 

HET ZOU NIET MOGEN... 

 

 

KLETSEN OP DE BLOTE POEP, MINSTENS...

 

 

MAAR HET IS GEBEURD... 

 

 

DUS ZULLEN WE DIT MAAR STIL HOUDEN?!?

 

 

 

*****

 

 

 

Week 2: 2de sessie 2 lopen / 8 wandelen.  En tijdens de 2de blok begint mijn hiel serieus pijn te doen.

 

 

Te voet terug naar huis.

 

 

Met sores.

 

Met pijn.

 

 

Wat moet ik nu?

 

Step-down?

 

Sta me toe schamper te lachen.

 

Want als dit al niet lukt, tja, dan zie ik het somber in.

 

Van de weeromstuit besluit ik alles op non-actief te zetten.  Ik blijf inmiddels wel de ontstekingsremmers slikken.

 

En de maand januari schuift weg. 

 

En ik besef dat ik sinds half oktober niet meer fatsoenlijk heb kunnen lopen.  

 

De cross van Wortel komt en gaat.  Ik ga niet kijken.

 

 

Donderdag 9 februari informeert iemand per mail of ik nog leef, looptechnisch gesproken.

 

En 5 minuten later heb ik mijn loopschoenen aan.  Niks bloklopen meer, kust allemaal mijn edele delen, hort en de baan op.

 

Wat is het plan?

 

Er is geen plan.  Gewoon lopen, een half uurtje, en zien wat er gebeurt.

 

38 minuten later ben ik thuis.  Geen pijn gevoeld.

 

Twee dagen later.  Opnieuw, maar dan 40 minuten.  Ook dat loopt prima.

 

En opnieuw.

 

Ik besluit een step-up te doen. 

 

Naar 50 minuten.

 

Dat mislukt grandioos.  Neen, geen pijn, maar wegens een foute inschatting kom ik pas na een uurtje thuis aangeland.

 

Ja, op deze manier heb ik het stappenplan van sportarts Sam weer ingehaald en het nakijken gegeven.

 

Loopwonder strikes again!

 

 

Maar ik voel iets aan mijn linkerachilles...

 

 

*****

 

 

De Valentijnjogging komt en gaat.

 

Uw dienaar trekt weer op pad.  En na een uurtje is het officieel.  Rechts, de hielspoor, houdt het goed.  Maar links zeurt de achilles op het einde van mijn uurtje veredeld joggen.

 

Een paar dagen rust.

 

We starten opnieuw voor een uurtje.

 

Na 75 meter stop ik.  De pijn aan de linkerachilles voorspelt weinig goeds.  Ik kan er door lopen, maar dat is enkel het probleem verleggen en verergeren.

 

Een weekje rust.

 

Weer vertrokken.  Beetje pijn tijdens de eerste kilometer.  Maar nadien vlot.  En nauwelijks reactie.  Wel ijs leggen.

 

En nu, zaterdag 17 maart, heb ik 5 loopsessies op rij afgewerkt, telkens een uurtje.  Telkens opstartpijn, maar nadien vlekkeloos.

 

Maar diep van binnen weet ik dat de linkerachilles een tikkende tijdbom is. 

 

Dit weekend is het de Kloosterrun in Meer.

 

Waar ik vorig jaar redelijk goed gelopen heb (en de linkerachilles om zeep liep, zelfs in die mate dat Brussel in gevaar kwam).

 

Dat kan dit jaar ook, als ik dat wil.

 

Maar ik ga braaf aan de kant blijven.

 

Volgende zaterdag is het D-day voor de inschrijving van de 20 Km door Brussel.

 

Wat ook gebeure; ik schrijf me in.

 

Tegen beter weten in.

 

Want het ziet er écht niet goed uit.

 

Een najaar naar de kloten.

 

Een voorjaar dat niet wil starten.

 

Ik vrees dat de machine stuk is.

 

En ik vrees dat er niets aan te doen is.

 

Dat het nu echt definitief is.

 

De grootmeester van de comeback weet wanneer hij verslagen is.

 

Een derde keer op rij door het oog van de naald kruipen?

 

Ik hoop het, maar zo slecht heb ik er nog nooit voorgestaan.

 

 

Toch spookt er door het achterhoofd:

 

 

It ain't over till the fat lady sings...

 

 

*****

 

 

Maar ach, de gebeurtenissen van afgelopen week in acht genomen, wat stelt een zeurende achilles dan nog voor?

 

 

 

 

 

 

 

 

 

09:51 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

30-12-11

Wie zijn kind benzine voert...

 

Wie zijn kind benzine voert....

 

 

Vrienden, lopers, Romeinen, mag ik u vragen om vanaf heden CONSTANT in uw achteruitkijkspiegel of over uw schouder te blikken, want.......

 

 

........ Kind 2 heeft zijn voorlopig rijbewijs op zak.

 

 

 

Ik geef u enkele seconden de tijd om, naar keuze:

  • te gillen,
  • de haren uit uw schedel te trekken,
  • binnensmonds te vloeken,
  • buitensmonds te vloeken,
  • de Heer te aanroepen,
  • uw verzekeringsmakelaar te bellen voor een offerte voor een superomnium,
  • te verhuizen naar de Seychellen,
  • alle bovenstaande,
  • geen mening.

 

 

Kind 2 loopt de ganse dag met een blauwe sticker met witte  L  op de rug.

 

De Vlaamse wegen zijn bij deze vogelvrij verklaard.  

 

De vogels ook.

 

Oh, rampspoed!

 

 

*****

 

 

 

Was het niet gisteren nog dat Kind 2  gagagoegoe  lag te brabbelen in een sneeuwwitte wieg?

 

 

Was het niet gisteren nog dat Kind 2 over de vloer lag te kruipen (toegegeven, toen ook al ferm in de weg)?

 

 

Was het niet gisteren nog dat Kind 2 pampers vulde met érg revolterende inhoud? Met een verbazingwekkende variëteit aan bruine tinten, in consistentie bijwijlen een ode aan de koeienvlaai, en met een weerzinwekkend geurenpalet waarbij braakneigingen nooit ver weg waren?

 

 

 

Wel, gedaan met dat alles, vanaf heden is Kind 2 aan de slag met embrayage (koppeling), frein (rem) en gaspedaal.

 

 

 

Dju, waar is de tijd dat Kind 2 nog te paaien was met een fopspeen, royaal gesopt in jenever van Filliers? 

 

 

Of dat hij hoogstens een auto bestuurde op de paardenmolen?

 

 

 

Waar is de tijd dat Kind 2 met zijn rode fietsje over de straatstenen dokkerde? 

 

 

Ach, dat rode fietsje van Kind 2.  Weemoedig word ik, als ik er nog maar aan terug denk. 

 

Het rode fietsje was het enige fietsje waarop Kind 2 wou fietsen. 

 

 

 

Dat fietsje is trouwens de legende ingegaan.

 

Het fietsje was van een schrijnende eenvoud.  Het had een stuur, een zadel en één rem. 

 

Van verplichte reflectoren voor- en achteraan én in de banden, een bel, lichten, diverse remstructuren en spatborden was geen sprake. 

Er waren wél geluidseffecten aangebracht, in de vorm van wasknijpers en speelkaarten; u kent het principe.

 

Bij een politiecontrole van de fietsen op school werd er voor elke inbreuk tegen de wegcode in de controlekaart een gaatje geknipt. 

 

Wel, ze  hebben de flik die het rode fietsje van Kind 2 moest controleren met het schuim op de bek moeten afvoeren omdat hij een tenniselleboog én een hele zak confetti bij mekaar had geknipt in de kaart van Kind 2.

 

 

Neen, geen rood fietsje meer voor Kind 2.

 

 

Nu moet het zo nodig een Mitsubishi zijn. 

 

 

Op ware grootte. 

 

 

Werkelijk niets blijft me bespaard. 

 

 

***