29-05-09

Pavlov

Pavlov

Brusselse wafels!!!! En een ijskoude cola!!!

Wanneer je de aankomstzone van de 20 Km door Brussel uitstrompelt (die is zo groot dat je dan inmiddels al een halve marathon op de teller hebt), dan kom je op je calvarietocht naar de kleedkamer voorbij een VW-busje dat omgebouwd is tot een wafelkraam.   Je volgt gedwee je neus.

De geur van Brusselse wafels!

 Aaaaargh! 

Het water loopt je dan in de bek (nu ook trouwens). 

Je hebt net een monsterlijke inspanning geleverd, waarbij je het uiterste hebt gevergd van elke vezel van  je lichaam en dan kom je voorbij die kraam.

Pavlov!

Je geld zit in je rugzak enkele honderden meters verder.  In het normale leven is dat vlakbij, maar nu lijkt dat een onoverkomelijke afstand. 

De woestijn en de oase, zoiets.  Waar zijn die kamelen als je ze nodig hebt?

Krakend in alle geledingen hobbel je verder richting kleedkamer (je voelt het vocht in je blaren heen en weer schuiven).  Je bent drijfnat van de flesjes Spa die je over je kop hebt gegoten. 

En toch, als je met de tong over je bovenlip gaat, dan proef je zout.  Van het zweet.  In feite hang je helemaal vol zoutkristallen, over je hele lijf.  Moesten er koeien in de buurt zijn, ze zouden je komen aflikken. Kinky!

 

*****

 

Wanneer je binnenkomt in de hangar van het luchtvaartmuseum, is het er nog heel rustig (ha, het privilege van bij de eerste 2000 aankomers te zijn). 

De toppers worden in Vip-omstandigheden opgevangen en vermits niet iedereen zich omkleedt in de hangar is het dan nog erg rustig in de kleedkamer.

Het is er zelfs onwezenlijk rustig.  Iedereen die er is, zit kapot.  En zit zwijgend zijn tenen te tellen, of de blaren.

Alles doet pijn.  Je bent pijn.  Je ademt pijn.

Wat een verschil met anderhalf uur geleden. Toen stond je zo scherp als wat, boordevol energie, je kon wel door een muur lopen.  Nu voelt het alsof je dat ook effectief hebt gedaan.

Ik hou wel van dat moment van relatieve stilte in het leger/luchtvaartmuseum.  Daarstraks zat het er stampvol en werd er zenuwachtig gelachen en gepraat; één deinende, kakelende massa.

Nu is het stil.

Ik kleed me om.  Dat gaat erg traag.  Alles gaat in slow motion.

Natte loopkledij in speciaal daarvoor bestemd zakje.  Schoenen, medaille, ...

Dan terug naar buiten, pijnlijke kuiten. Je bent helemaal leeg. 

Als ik tegenwind heb, ga ik trager dan de processie van Echternach.

Maar we hebben een nieuw doel in ons leven gevonden..............de wafelkraam!!!  Mijn hele aardse bestaan cirkelt maar om één ding: een glimmende, vettige wafel.

Een Brusselse wafel en een ijskoude cola.  Geluk kan o zo simpel zijn.

 

Ik strompel verder op zoek naar onze bus.  Wat staat die klotebus toch ver.

En dan moeten we ook nog ergens het parcours oversteken, richting parkeerplaats  van de bus. 

Over een nadar. 

Dat lijkt niet hoog, maar als ongeveer elke spierspanning omslaat in krampen, is een nadar een verschrikkelijk beest.  Kwijlend, alsof er een Brusselse wafel in het spel is.

Als je rond 17u het parcours opkomt, dan krijg je medelijden voor alles wat daar nog richting finish zwijmelt. Doffe ogen overal. 

Ha de bus!

Sinds vorig jaar heeft de bus een ijskast met koele drank.  Nog meer cola.  Spijtig dat er nu geen wafels meer zijn,...  Instappen doet ook al pijn.

 

*****

The day after is een hel.

Ik slaap de nacht na de 20 Km door Brussel steevast heel slecht. 

Te vermoeid, te veel afvalstoffen in het lichaam, adrenaline.  En 's nachts loop ik nog een keer of drie de wedstrijd.  Al snurkend, volgens mijn vrouw. 

En spierpijnen the day after!  Alles is kapot.

The day after is ook een dag van eten. 

Al wat je ziet, eet je op.  Alles wordt ook eetbaar.

Ik ben een rat.

Ik kijk zelfs met een schuin oog naar mijn vrouw.  Als ik daar nu eens in zou bijten?

Ik ploeg me als een losgeslagen wilde buffel door de ijskast (het valt me plots op: veel dieren in deze kroniek).

En alles lijkt ook combineerbaar.

Pekelharing met warme chocoladesaus. 

Aardbeien met warme currysaus. 

Chocolademousse met mayonaise. 

Succulent! 

Ik lijk wel zwanger!

Ik blijft die dag ook angstvallig uit de buurt van de GFT-bak, omdat ik vrees dat daar wel eens iets eetbaars in zou kunnen beland zijn. 

En dat ik dat dan gelukzalig glimlachend, smakkend zou opvreten.

Dit doet me trouwens denken aan een verhaal met mijn schoonvader in de hoofdrol.

Mijn schoonvader kweekt konijnen.  Hij is van het type dat niets verloren laat gaan (hij heeft den Duits nog meegemaakt, hé meneer). 

Mijn schoonzus had voor de receptie van een communiefeest een aantal hapjes in de vorm van rauwe groenten.  Met dipsausjes.

Pépé vraagt haar waar ze de schillen en bladeren van die groenten heeft gelaten.

"In de GFT-bak", zegt mijn schoonzus.

Pépé vindt zoiets onwaarschijnlijke verspilling, want het is perfect konijnevoer.

Om een lang verhaal kort te maken: een gegeven moment kijken we door het raam naar buiten en wat zien we tot onze verbazing?

De GFT-bak komt langzaam voorbij het raam rollen, de Pépé met het hoofd naar beneden in de GFT-bak. 

In zijn zondagse kostuum!

Enkel zijn benen waren nog zichtbaar. 

Zijn broekspijpen zakten naar boven (ja, ik weet het, het lijkt een tegenstelling, maar het klopt wél).

Pépé heeft witte benen, erg witte benen, quasi fluorescerend wit.

 

Zelfs daar zou ik in willen bijten, the day after.

 

 

 

 

13:45 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

28-05-09

Arseen Goedertier

Arseen Goedertier.

Het kan misschien belachelijk klinken, maar toen we bij mijn schoonouders in 1999 het schuurke aan het opruimen waren, ben ik me daar toch lelijk gestruikeld over een plank. 

Mensen toch, en pijn dat dat deed. 

Ik heb nog ne goeie stamp tegen die plank gegeven.  Alsof die plank dat zou voelen, maar soit, het luchtte toch op.

Toen ik die plank omdraaide, je gaat het niet geloven, bleek dat het verdwenen paneel "De Rechtvaardige Rechters" te zijn, het paneel dat in 1934 uit de triptiek Lam Gods werd gestolen uit de St-Baafs te Gent en nooit teruggevonden werd.  De kunstroof van de eeuw!  

En dat lag al een eeuwigheid bij mijn schoonouders in het klein schuurke!   Gekregen van grootnonkel Arseen Goedertier!

Komt dat tegen!

Van boven is er wat slijtage, omdat de pépé die plank altijd gebruikte om de konijnekoten mee uit te kuisen.  Dat was juist van breedte.

En ik dacht toen, awel, ter gelegenheid van de editie 2000 van de 20 Km door Brussel zal ik eens een specialleke doen!

Het viel wel tegen, want het begon op den duur wel te wegen. 

En het weer zat ook al niet mee.

 

 

RR

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Daarna heeft het een tijd bij ons in het tuinhuis gestaan, maar  mijn vrouw is er ne keer over gestruikeld en toen zei ze: "Wanneer gade da ouw krel hier wegdoen?"

Op het containerpark kreeg ik te horen dat het "Restafval" was en dat ik 20 euro moest betalen.  Da ziede van hier!!!  Milieu, mijn kloten!

Ik heb het dan maar  terug aan mijn schoonvader gegeven en die heeft er de zijkant van zijn konijnekot mee verstevigd.

Een schoon stukske eik moogt ge niet verloren laten gaan!

Gelukkig hebben we de foto nog!

 

 

 

16:23 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

La Flandre Profonde

La Flandre Profonde

 

Wat drijft ons als loper?  Wat doet onze motor draaien?

Simpel.

Bier en chocolade.

De ultieme combinatie en erg Belgisch.

 

De Chocoladejogging in Moorsel was een wedstrijd die we altijd met vet aanstipten op de kalender.  We, dat zijn mijn loopmakker Tom en ikzelf, uw trouwe dienaar.

Deze wedstrijd viel in het kader van de Volksfeesten van Moorsel. 

Ach, la Flandre Profonde. 

Op het podium (een tribune) zat de lokale fanfare in Tirolerkledij muziek te maken en de plaatselijke vedette (een zekere Johan) ging daar  naar onze smaak iets té enthousiast in mee.  We zijn pas echt op de loop gegaan toen hij de draak Anton aus Tirol vakkundig de nek omwrong op het podium.

In zijn versie werd het dan ook nog eens Johan aus Tirol (je krijgt dat liedje de eerstvolgende weken niet meer uit je hoofd,  gruwelijk). 

Verder alle ingrediënten die een plaatselijke wedstrijd kleuren; barbecue, friettent, kinderspelen, kermis, volksspelen,... 

Een kakofonie van geluid en geuren.  Folklore.

 

*****

 

Helaas werd de wedstrijd opgedoekt, wegens te veel succes.  Ja, klinkt raar, maar organisatorisch was het allemaal wat uit de voegen gebarsten.  Jammer, want het was een erg mooie omloop, heel zwaar ook, en in een erg mooi kader. 

Het Vlaams Brabantse heuvelland.  Zandwegen, boswegen, holle wegen tussen akkers met wuivende graanhalmen, smalle voetwegen tussen velden.  Schitterend!

En altijd klimmen en dalen.  Steile stukken, onwaarschijnlijk!

Mijn eerste deelname herinner ik me nog glashelder.  Start genomen, rond km 2 zie ik aan een boom een waarschuwingsbordje hangen, maar ik ben te snel (kuch) om tot mij door te laten dringen wat er op staat. 

Ik ondervind het meteen aan den lijve. 

Vlak voor mijn neus gaat het parcours plots via een 10-tal traptreden naar beneden.  Ik trappel in de lucht, raak trap 5 (vermoedelijk) en met mijn volgende stap stond ik beneden. Behoorlijk schrikken en te oordelen aan de geluiden achter mij, waren  een aantal lopers iets minder fortuinlijk.  Een kluwen van een man of veertig gaat vloekend neer (het kunnen er ook een stuk of vier geweest zijn,  daar wil ik vanaf zijn, maar het gevloek was in elk geval impressionant).

De wedstrijd was altijd eind juni en onveranderlijk was het dan heet tot bloedheet (wie beweert dat we geen zomers hebben, heeft gelijk; de Belgische zomer is een stukje hittegolf in mei , beetje in juni en dan nog iets onbestemds in september).

Het peloton lopers zorgde voor stofwolken op de droge zandwegen.  Je voelde letterlijk het zand tussen de tanden knarsen.  Mijn loopmakker Tom had door het stof ook last van zijn lenzen (ik heb een keer of vier LINKS geroepen wanneer we rechts moesten, zo bleef ik hem toch ruim voor; sport kan hard zijn). 

Bij momenten volgde het parcours een single track.  Voorbijsteken kon dan enkel als je het smalle paadje (ongeveer een fietsspoor breed)  verliet.  Je moest dan wel door kniehoog gras, en je had geen enkel idee of er putten, stenen of ander onzichtbaar ongemak onder je voeten opdook.

De Vervecken-truuk!  Als je een single track nadert, dan spurt je tot aan de kop van het groepje waarin je zit en zet je je op kop.  Je bepaalt dan zelf het tempo, zodat je eventueel wat kunt rusten.  Als ze voorbij willen, moeten ze door het gras baggeren. Je kan dan ook nog altijd treiterig versnellen telkens ze het proberen. 

Goh, wat ben ik slecht. 

Probeer ook te fluiten als je op kop loopt.  Werkt zéér demotiverend.

 

*****

 

We hebben deze wedstrijd gekozen omdat het klimmen en dalen is; iets wat we in onze contreien nooit vinden.

Maar de klim naar de tunnel in de Chocoladejogging is geen heuvel, maar een muur!

Ik doe een wilde gok; 25 %.  Maar het kan ook 90° zijn.

Het klimmetje komt na een kilometer of 6.  Je hebt al behoorlijk op de adem getrapt en dan serveren ze de klim. 

Hou in gedachten dat het dan ook nog eens bloedheet is.

Je begint aan de muur van Moorsel.  Na een 50-tal meter haal je wandelende lopers in.  Inhalen is hier een eufemisme.  Je loopt wel, zelfs je bewegingen suggereren dat je loopt,  maar je tempo ligt miniem hoger dan dat van de wandelaar. 

En de top van de muur ligt een eind voorbij de tunnel.

De tunnel!  Het gapende zwarte gat!

De tunnel op de muur van Moorsel, de Moorselse Muur, is een ronde ijzeren pijp door de berg (breedte: 2 wagens). 

Je zit steendood en je loopt de tunnel in.  Gradueel wordt het donker. 

Op een bepaald punt is het zo donker dat ik me afvroeg of ik de geest niet had gegeven (het licht was letterlijk en figuurlijk helemaal uitgegaan). 

Maar ik bleek nog te bewegen, zij het erg traag.

Na de tunnel ging het, ik citeer, godvermiljaardegodvernondedju nog altijd bergop (of was ik achteruit gebold?).

Opgepast met de tong die uit de bek hangt.  De weg loopt zo stijl op dat het risico niet ondenkbaar is dat je op je tong trapt.

Er komt geen eind aan de klim, het voelt alsof het kilometers lang is.

Eindelijk boven, hartslag een slordige 367.  Klinisch dood.

Vergeleken met dit is de Tervurenlaan aan het eind van de 20 Km door Brussel een mierenhoop (maar ik zal publiekelijk altijd ontkennen dat ik dit gezegd heb).

Bocht naar rechts, oef, vals plat naar boven.  Dat is bijna bergaf.  Waterbevoorrading. Geen overbodige luxe.

De Muur van Moorsel is een martelgang.

 

Waarom deden we het?

Voor de chocolade en het bier.

Na aankomst kreeg elke deelnemer 1 kg chocolade van Cote d'Or en 1 fles van 75 cl plaatselijk bier (lekker en even straf als Duvel).

Dat was de enige echte reden waarom wij naar Moorsel gingen. 

Ik heb meegelopen editie 2003, 2004, 2005 en 2006.  Na editie 2006 stopt men met de organisatie. 

Als je vijf opeenvolgende keren de wedstrijd uitliep, kreeg je een extra fles bier en 1 kg extra chocolade.  Tel maar na, ik heb 4 keer opeenvolgend deelgenomen. 

Zoeken ze mij, of wa?

 

*****

 

De chocolade werd elk jaar thuis enthousiast onthaald. 

Omdat ik met Tom meereed naar de wedstrijd had ik geen huissleutel mee. Ik moest dus aan mijn eigen huis aanbellen.

Kind nummer 2 opent de voordeur, grist de chocolade uit mijn handen en smijt de voordeur terug dicht. 

Verbouwereerd blijf ik achter en bel opnieuw aan.

Kind nummer 1 opent de voordeur , grist de fles  bier uit mijn handen en smakt de voordeur weer dicht. 

Twintig  minuten later komt mijn vrouw kijken waarom ik niet binnenkom.

 

 

 

 

 

08:51 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

27-05-09

Rodenbach

Rodenbach

 

U neemt dit jaar voor het eerst deel aan de 20 Km door Brussel?

Ik ga er dan gemakshalve maar even van uit dat u gestoord bent.

Verkoop uw borstnummer, nu het nog kan!  Op eBay desnoods.

U heeft toch niet voldoende getraind.  U kan dat niet aan. 

Bij mijn eerste deelname wist een loper me op de bus naar Brussel te vertellen dat het onverantwoord was dat ik met zo weinig basiskilometers ging deelnemen aan de zwaarste wedstrijd in het universum. 

Qua motivatie kon dat tellen.  En het strafste is dat hij compleet gelijk had.

Weet u wel wat dat is, 20 Km? 

Stap nu in je auto en zet de dagteller kilometerstand op nul.  Rij 20 km.  Zo ver is dat.  Maar dan te voet.

Kom tot dat besef! Het is dringend!

Elk been moet 10 000 keer landen. 

Weet u wel wat dat is 10 000? 

Open op uw computer Netbanking en stort 10 000 euro op mijn rekening. 

Zoveel is dat.

 

Lopen moet je mijden als de pest.  Wat zeg ik, het is de pest.

Op een dag beslis je dat je gaat lopen. 

Iedereen lacht je uit. En terecht.

Ze drukken je met de neus op de zielige feiten.  Het stelt niks voor, je geraakt niet vooruit.

Na enkele jaren gebagger begint het zowaar wat beter te gaan. 

Je wordt niet meer elke dag door bejaarden met looprekjes voorbijgelopen.  Je begint zowaar een loper te worden.  Er zijn besttijden en verwachtingen.  Je vindt lopen noodzakelijk en een deel van je bestaan.  Je perst er nog meer uit.

En dan volgt automatisch de eerste blessure.  Waarna er nog een kleine honderd volgen.

Daarna gaat het bergaf met de prestaties.  En kom je tot het besef dat de beste jaren voorbij zijn.  De blessures blijven wel.  De tijden verglijden en je verliest het gevecht met jezelf.  Tegen de chrono is winnen onmogelijk.

 

Dus verkopen dat borstnummer en ga iets nuttigs doen. 

Moet de wereld trouwens niet gered worden? 

Of desnoods het gras gemaaid?

 

En stel dat je je de pleuris loopt op de 20 Km door Brussel, wat koop je je daarvoor? 

Niks. Helemaal niks!

Een luizige medaille die je op de hoop kan gooien bij de rest van de rare prijzenkast die je bijeen hebt gelopen. 

Ooit kreeg ik een eigenaardig zakje in buidelvorm van het biermerk Rodenbach als prijs bij een plaatselijke jogging. 

Ik heb een en ander aanschouwelijk gemaakt.

 

zakje2

 

 

 

 

 

 

 

 

De vaktermen vliegen u om de oren, daarom hebben we een verklarende woordenlijst ingevoegd.

Verklaring der termen:

  • zakje = zakje
  • rits = rits
  • broekbevestiging = broekbevestiging.

 

Dat het volkomen nutteloos was, konden we afleiden uit het feit dat we absoluut geen idee hadden waarvoor dit zou kunnen dienen.  Het had een ritssluiting en een ring (in het schema: broekbevestiging) om ergens aan te hangen. 

Veel succes mee gehad in diverse kroegen, veel weddenschappen mee gewonnen.  De meest succesvolle poging tot bestemmingsgok voor het zakje is dat je er een flesje Rodenbach in kunt opbergen en dat dan aan je jeansbroek kunt bevestigen door middel van die ring.

Die gok kwam van mijn jongste zoon, die het demonstreerde met een leeg flesje Leffe (bij ons thuis zijn die flesjes altijd leeg; hoe komt zoiets?).  Hij keek me daarbij aan met die blik, die normaal gereserveerd is voor het moment dat hij me weer eens moet uitleggen hoe ik muziek van die klote Windows Media Player naar de nog klotere MP3-speler moet rippen, of rappen, ik wil er vanaf zijn.

Het Rodenbachzakje, inhoud één flesje.

Het kan. 

Maar de vraag is niet "kan het?", maar "moet het?".  Ik spreek nu wellicht geheel voor eigen rekening, maar ik heb in al die jaren nog nooit de aandrang gevoeld om een flesje Rodenbach, bij middel van een zakje, aan mijn broek te bevestigen.  Ik, die toch in diverse discutabele kringen bekend sta voor aandrangen allerhande, de ene al wat vunziger dan de andere, voel tot op heden nog steeds niet de aandrang om een flesje Rodenbach aan de broek te bevestigen. 

Nu moet ik toegeven dat ik het ook nog niet gedaan heb, daarmee bedoel ik een flesje Rodenbach aan de broek hangen.  Het is best mogelijk dat het een lekker gevoel is of een vrouwenmagneet, wie weet. 

Maar dan beginnen de vragen op te borrelen.  Hang ik het zakje links of rechts?  Moet het flesje koel zijn of warm, open of dicht?  Dat zijn zo van die knagende vragen,  daar  kan ik me mee in de problemen denken.  Daar lig ik 's nachts mee in mijn bed te woelen tot de vrouw wakker is.

Misschien ligt de reden dat ik nog nooit een zakje met daarin een flesje Rodenbach aan mijn jeansbroek heb gehangen wel in het feit dat ik voorheen nog nooit zo'n zakje heb gehad.  Dan kan ook.

Pas op, zo'n zakje kan een nieuwe trend worden, daar niet van, maar ik heb er nog niemand mee betrapt.  Niet dat ik me aan Rodenbach-racisme wil bezondigen.  Hela, hola, zo gaan we niet beginnen.

Stel nu dat ik dat volkomen verkeerd heb geïnterpreteerd, dat zakje dus.  Stel dat je daarmee iets geweldigs vernieuwend, revolutionair als het ware, kunt doen.  Ik kan niet direct iets bedenken, maar stel dat ik te dom ben om dat in te zien.  Het zou toch een geweldig gemis kunnen zijn, ook.  In het verleden ben ik al dikwijls genoeg te dom gebleken voor ontelbaar veel zaken, dus te vroeg conclusies trekken kan in dit geval wel eens nefast blijken.

Dus het kan wel. 

Daarom gooi ik dat nutteloze zakje ook niet weg.  Je weet namelijk nooit. Stel dat je het weg gooit, en plots voel je die onstuitbare drang om een flesje Rodenbach bij middel van dat zakje aan de jeansbroek te hangen, wat dan?  Ik vraag u.  Neen, dat wil ik niet op mijn geweten hebben, dat is toch zo?  Neen, dat nutteloze zakje gooi ik niet weg.

Nutteloos, nutteloos, nu ben ik toch weer iets te hard in mijn oordeel over het Rodenbachzakje.  Op een of andere manier ben ik er toch aan gehecht geraakt.  De juiste terminologie moet zijn: "het zakje met betwistbare nuttigheid". 

Dat is toch politiek correcter, neen?  Of neen, "het zakje waarvan tot op heden het nut nog niet afdoend kon worden vastgesteld, maar dat duidelijk een potentieel in zich heeft".  Dit is beter qua formulering.  Neutraal en toch met een positieve noot, nee?

Zou ik zakje met een hoofdletter zetten, uit respect of als  een soort van aanmoedigingspremie om zich te herpakken, nu het nog kan? 

Zakje, Zakje, Zakje.  Hmm, niet slecht.  Ik vind het niet slecht.

Rodenbach wordt sinds 1821 gebrouwen.  Ja, ik dacht, als eerbetoon aan het Zakje surf ik even naar de website van Rodenbach.  Eerlijk, ik moet toegeven dat ik hoopte dat er iets over het zakje, pardon Zakje, zou staan op de website.  Niet dus.

Raar Zakje.

Neen, ik ben voorstander voor meer duidelijke prijzen. 

Een appel bijvoorbeeld. 

Dat snap ik. 

Of een blikje drank, ook altijd goed. 

Maar als ik dan zo'n blikje drank krijg, dan denk ik wel eens: zo'n zakje om een blikje in te steken en op te hangen aan mijn broek, dat zou handig zijn. 

Maar dat bestaat dan weer niet. 

 

 

Ik heb net het weerbericht voor zondag 31 mei 2009 bekeken. 

Het gaat warm zijn die dag. 

Ook dat nog.

Verkopen dat borstnummer!

 

18:40 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

Mean Machine

Mean Machine

Het Mean Machine Running Team is de loopclub waarvan ik de voorzitter, de président fondateur, ben.  Een prestigieuze titel voor een loopgroep met het riante aantal van 3 lopers: Tom, Jan J. en uw dienaar.  Godver, ik merk plots dat ik Jan J. vergeten ben bij de kroniek over de Jannen.  Excuus Jan J.

Het Mean Machine Running Team, vanaf nu in deze kroniek afgekort als MMRT, is enkele jaren geleden ontstaan, toen ik op een jogging verscheen met een T-shirt met opdruk Mean Machine (naar de film met Vinnie Jones).  F.Y.G.I.  (fuck you, google it).

Sindsdien proberen we op de inschrijvingsformulieren van alle plaatselijke joggings onze clubnaam op de uitslagbladen te krijgen.  Lukt maar matig.

Dat doen we niet bij de 20 Km door Brussel. 

Teveel respect voor de organisatie (maar omgekeerd, niks dus; als je ter gelegenheid van je 15de deelname per mail eens hengelt naar een goed borstnummer, vergeet het!  Honden zijn het!).

Neen, tijdens de 20 Km lopen we onder de vlag van de Erasmushogeschool. 

Noch Tom, noch ik hebben ooit een voet binnen gezet in de Erasmushogeschool.

Ik weet de Erasmushogeschool niet eens liggen.  Ben ik wel naar school geweest?  Goeie vraag.  Persoonlijk herinner ik me niks (toch zeker niet van de periode 1976-1986).

Hoe we dan deel uit kunnen maken van deze club? 

Geen idee. 

Of toch.  Ooit had Ben, een vriend van Tom, nog een paar mensen nodig om aan de vereiste 5 lopers voor de ploeg van de Erasmushogeschool te komen.  Hij heeft ons dan maar ingelijfd. 

Niet dat hij dat gevraagd heeft. 

En zo komt het dat we nu nog altijd deel uit maken van de selectie.  En ik denk dat we de kleuren van de school héél hoog houden.  In al die jaren ben ik maar 1 keer niet de beste loper van de school geweest.  Zegt vooral veel over het niveau van de ploeg.  Maar toch, met plezier gedaan...

 

*****

 

Het MMRT heeft jaarlijks een clubkampioenschap, waarbij we uitmaken wie de beste loper is van onze loopgroep.  Tom, Jan J. of ikzelf. Vermits we maar met 3 lopers zijn, is het podium altijd een zekerheid.

Jan J. is té snel als loper, dus wordt hij op voorhand (en enkel om die reden) gediskwalificeerd.  En ik ben meestal sneller dan Tom en zo ben ik telkens de nr 1 van het MMRT, de clubkampioen.  Sport, het blijft keihard.

Ja, een podium halen, het is niet gemakkelijk.

Toch wil ik u nog deelgenoot maken van een tandenknarsend verhaal. 

Ik nam deel aan een wedstrijd over 15km750 m.   Een wedstrijd waar ze zelfs een podium hebben met drie trapjes, met fotograaf, beker met marmeren voet, bloemenkransen, kusjes van de plaatselijke miss Piggy. 

Ik had de uitslagen van alle voorbije edities uitgepluisd en wist dat ik, in geval ik goed zou lopen, zowaar een kans zou hebben om het podium te halen. Ik was al aan het oefenen om gracieus de armen in de hoogte te gooien, het nonchalante doorbuigen voor het ontvangen van de medaille,...  Ik had zelfs mijn vrouw gevraagd welke kant van mij de meest fotogenieke was; de linker of de rechter (achterkant, dacht ze).

Voor het eerst op een podium, ik werd al nerveus ("De eerste keer ben je altijd een beetje zenuwachtig" - citaat van Anna Boleyn, toen ze het schavot opstapte om onthoofd te worden).

Ik liep 1u 3 minuten en nog wat seconden.  Alle vorige edities zou ik 3de of 2de zijn geweest (een 6-tal keer podiumrijp).  Nu was ik....tiende. 

Tiende, wraakroepend is dat toch. 

Niks podium, niks kussen van de miss.

Maar anderzijds ben ik toch ook weer blij dat ik het podium niet heb gehaald. 

Ik zie het zo al voor me.  De plaatselijke miss wil me drie kussen geven, en ik steek mijn neus wellicht knal in haar oog.

 

Toch heb ik ergens al op een podium gestaan. 

Tweede veteranenduo Run-Bike Wuustwezel. 

Hoor ik daar gelach?  Honend gelach zelfs?

Run-Bike is met twee lopers een parcours afleggen en je moet ook nog een fiets mee over de lijn brengen (een volledige, niet in onderdelen). 

Terwijl de ene loopt, fietst de andere er naast.  Als je moe bent, kan je wisselen. 

Ik stond op het podium dank zij Dré Billet, die een geweldige prestatie neerzette (ik hobbelde er maar wat achteraan, mijn bijdrage was vooral zeuren). 

Op het podium, moet op elke trede dus een duo staan.  

Voor de bronzen plak was er voor de ceremonie protocolaire nog  maar één loper aanwezig.  Voor zilver en goud staan beide duo's op het podium. 

Ik met pet links.  En kijk nu naar de foto.  Ik geef toe, het is schaamteloos.

 

podium

 

Straffe mens die mijn looppartner kan vinden zonder die pijl. 

U merkt dat ik héél professioneel mijn looppartner van het podium afduw, met een welgemikte trap op de tenen en een elleboogje in de nieren. Opzij, opzij, opzij!!!

 

 

Ik ben van nature een bescheiden mens.  Niemand weet dat ik een slordige tien wereldtalen vlekkeloos spreek (het aantal dialecten daarvan tel ik niet eens mee).  Hoort u mij uitpakken met het feit dat ik een bleitende Maurice Lippens beurstips geef, gratis?  Ik schep niet op met het feit dat ik aanwezig was bij de drie laatste regeringsonderhandelingen, dat ik de boeken van Leterme en Verhofstadt heb gedicteerd.  Niemand hoeft te weten dat ik de speeches van Obama schrijf (ik ben die "change" beu, dat kan je je niet voorstellen).  Weinig mensen weten dat ik Vandereycken nog zo had gewaarschuwd vooral dié opstelling tegen Bosnië niet te hanteren. 

Keith Richards aan de telefoon, ik laat u meeluisteren met mijn kant van het gesprek:

  • Say it is, Keith.
  • You forgot the intro of Start me up?
  • Tadada, tadada, tadada dadadada, remember?
  • How it is with me?
  • Good, he Keith, You know me hé, running.  Yes, de twenty through Brussel, hé.  The 31st, of May.  Neije, not Brian May, the guitarist of Queen.  The month of May.  Drugs, you should leave that to persons who can handle that hé, cyclists for instance...

Hup, alweer een SMS-je van het Vaticaan en hup Bill Gates die mailt dat zijn computer weer vastzit.  Ik hang zoiets niet aan de grote klok.  Daar ben ik allemaal veel te bescheiden voor.   Hoor je mij snoeven met mijn sportieve exploten (1u 2min 56sec  over de 10 mijl, 1u 25m 56s over de halve marathon).  Dat dacht ik niet.  Al die mensen die netwerken, namedroppen, facebooken, jongens toch, zielig.

Maar plaats een podium in mijn gezichtsveld en ik onderga een metamorfose!!! 

Een podium en ik krijg een rode waas voor de ogen. Ik sta niet meer in voor mijn daden, ben absoluut niet meer toerekeningsvatbaar.

Ik wil op die foto!!!!!!!!!  Prominent!!!

Je gaat toch niet denken dat hij met de pluimen gaat lopen zeker.  En waarom steekt die zijn hoofd zo hinderlijk naast mij? Hij gaat die foto verbrodden!  De flash gaat van dat bleke hoofd een wazige lichtvlek maken dat  totaal gaat misstaan tegen mijn jasje.  Dat ze daar eens iets aan doen!

 

******

 

Het Mean Machine Running Team heeft inmiddels ook al een afdeling Cycling, MMCT, en een kwisploeg: Mean Machine Quiz Team. 

Bij het Quiz Team heeft iedereen zo zijn specialiteiten. 

De mijne is de catering. 

Ik weet meestal perfect het antwoord op de vraag: "Wa drinkte gij nog?". 

En als ik zelfs daarop het antwoord niet meer weet, dan mag ik naar huis.

 

 

08:41 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

26-05-09

Scheefspuitend spetterschijt

Scheefspuitend spetterschijt

Eerder hebben we al onze bekommernissen met u gedeeld omtrent de sanitaire voorzieningen tijdens de 20 Km door Brussel. 

Voor mannen is het, in geval van hoog water, geen probleem. 

Zoek een boom, hijs de fluit, et voilà. 

Voor vrouwen is dat wat minder evident.  Er zijn WC's (betalend), maar daar staan meestal lange rijen aan te schuiven.  Je hebt wél altijd een warme bril.

In de startbox plassen kan.  Je zoekt de zijkant op en plast in een meegenomen leeg flesje Spa.  Opgepast met mikken, de opening is beperkt...

Tijdens de wedstrijd zijn er genoeg momenten waar je opzij kan om te plassen (slimmerikken doen het nog voor ze de startmatten tijdregistratie overschrijden, zodat het geen invloed heeft op de chrono).

Kakken (excusez le mot)  is een ander paar mouwen.  Je hebt in een perfecte lopersrugzak uiteraard WC-papier zitten (want op sommige mobiele installaties durft er wel eens een schrijnend gebrek aan te zijn).

En dan nu een gouden raad van tante Kaat.  Als je als man moet kakken, dan moet je aanschuiven aan de rij waar de meeste vrouwen in staan.  Waarom? 

Statistisch gezien schuiven er ook vrouwen aan die enkel moeten plassen, en dat gaat sneller.  De mannen in de rij moeten ALLEMAAL kakken.

En mobiele installaties hebben zo hun eigenaardigheden.

In het echte leven ga je daar nooit op. Nooit!

Alleen al het idee wat uw voorgangers daar uitgespookt of achtergelaten hebben.  Je hoeft niet bepaald smetvrees te hebben om daar weg te blijven.

En je hoort ook alles wat iedereen doet in je omgeving.  Het is gehorig.

Het is een gespetter en geproest, een ware symfonie van bassen en sopranen. 

De ene veest is al wat vochtiger dan de andere. 

De spetterpoep! 

Het scheefspuitend spetterschijt!

De rollende donder die in het moeras eindigt!

De billenkletser!

De korte nijdige of de lange pieper!

Het scheetje smos!

Er wordt aan het ganse repertoire lucht gegeven.

En dan de geuren! 

Het pallet aan aroma's! 

Een waar totaalpakket aan beleving! 

Maar in de laatste uren voor de 20 Km is het à la guerre comme à la guerre. 

We dienen hier tenslotte een hoger doel.  Dus op de pot laat iedereen ongegeneerd de winden ruisen, het  geproest en gespetter van halfverteerde pasta's is niet van de lucht, en op de keper beschouwd, het zal me worst wezen (ik geef toe, een ongelukkige woordkeuze in deze...).

STOP

Ok, ik heb lang getwijfeld over de publiceerbaarheid van wat hierna volgt, maar we ledigen de kelk tot op de bodem.  Gevoelige magen en zielen gelieve zich te onthouden en beschouwen het einde van deze kroniek waar ik het woord STOP heb getikt. Doe uzelf een plezier en stop hier. 

Ik wacht wel even.

Neeeeee, ik heb tijd.

Wat nu volgt is gewoon goor.  Het is normaal niet mijn stijl, maar als reporter heb je ook een maatschappelijke taak en plicht, hoe droevig die ook is.

En ja, ik ken u, u leest allemaal verder. 

Zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd heb.

Ik geef u nog één kans.

Tja, dan moet u het zelf maar weten.

Dit is een authentieke anekdote, ik zweer het, geen woord van gelogen.  Ik weet het, ik heb de schijn wel eens tegen, maar dit is wis en waarachtig gebeurd.

Om de betrokkene te beschermen, heb ik geen naam bijgevoegd.

Tijdens een niet nader te noemen wedstrijd in het Brusselse, heeft een mij bekende loper, een wel speciale manier van toiletbezoek zonder tijdverlies gerealiseerd (ik wik mijn woorden).

De aandrang was erg groot, het tempo lag hoog. 

Hij perst en produceert al lopende, ik citeer 's mans woorden: "een perfecte worst", erg stabiel van vorm, in zijn rechterhand die hij in de loopbroek heeft gestoken.  Daarna heeft hij het kleinood met een sierlijke zwaai over de hoofden van het publiek de vrijheid gegund. 

Je moet er niet aan denken, moest er wat schorten aan de coherentie van de productie.

Had ik nooit verwacht van XXXX.

Moest u aan tafel zitten, smakelijk eten.

 

 

 

16:26 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

L' enfer c'est les autres

L' enfer c'est les autres

 

Eerder kon u op deze bladzijden al getuige zijn van mijn afwijkingen.

Ik heb als loper nog wel wat afwijkingen.  Als mens ook (wordt vanuit de coulissen geroepen).

Zo loop ik altijd krek hetzelfde trainingsparcours.  Altijd.  Wijk ik geen millimeter van af.

Over dat parcours loop ik tussen 1u 16min en 1u 25 min, naargelang het opgelegde tempo.

Als mijn kinesist me zegt na een blessure, je mag eens een keer rustig gaan testen, dan loop ik prompt dat rondje (tot zijn afgrijzen).  Kan ik niet laten.  Is sterker dan mezelf.

Wanneer je tegen me zegt dat ik 5 km mag gaan lopen, dan krijg je als antwoord: 'Daar trek ik mijn schoenen niet voor aan'.

Mijn vrouw zegt dat ik autistische neigingen heb.

Ik haat verandering.

Als Rani De Coninck plots op TV een andere haarkleur heeft, dan is mijn week al om zeep.  Kan ik niet tegen. 

Als Frank Deboosere op het eind van zijn weerpraatje vergeet te zeggen: Morgen ben ik er weer, met meer weer, dan ben ik de rest van de avond ambetant.

Alles moet hetzelfde blijven.  Ik loop met loopschoenen van het merk Brooks.  Dat zijn goede schoenen.  Daar moeten ze met hun fikken afblijven.  Doen ze dus niet.  Elk jaar wijzigen ze wel iets aan die schoenen.  Dan heb ik een week maagpijn.  Een nieuwe reflector op de hiel.  Er af!  Kan ik niet verdragen.

Nu zijn ze tegenover mijn woning een oprit aan het leggen. 

Kan ik niet tegen. Dat stoort het ritme.

Om half zeven 's morgens lossen ze er kasseien. 

Om half zeven! 

Dat is in het holst van de nacht.  Ik rust dan.  De loper rust.  Hier rust de loper.  Rust roest niet, ijzer wel.

En vanaf half zeven begint het lawaai met bobcat, getik, MNM, boertig gelach. 

En wat gebeurt er om half acht?  Op het moment dat ik moet opstaan?

Dan gaan ze schaften!  Kunnen ze godver thuis niet eerst schaften en dan pas de onschuldige burger lastig vallen?  Mottig wordt ik ervan.

Pas op!  Als ze dan die regelmaat aanhouden, dan kan het me niets schelen.  Maar vandaag waren ze er niet om half zeven.  Het bleef ijzig stil.  Daar kan ik dan ook weer niet tegen.  Dan ligt een mens in zijn bed toch weer te denken: "Waar zijn ze?  Er zal toch niets gebeurd zijn?"   Dan heb ik mijn GSM al vast.

Ik ben een gewoontedier.  's Morgens 2 boterhammen, 1 met zelfgemaakte aardbeienconfituur en 1 met honing van de plaatselijke imker.  Thee en 1 glas fruitsap, multivitaminenpil en 3 vitamine C, soms magnesium.  Zo en niet anders.  Ook de volgorde is belangrijk en staat vast.  Wijken we geen duimbreed van af.

Mijn polshorloge/hartslagmeter van Polar is al makkelijk 12 jaar oud.  Is compleet versleten, het litske (ja, ik had geen zin om uit te vogelen hoe dat heet) aan het bandje is vervangen door een elastiekje.  Ik koop geen ander horloge, want ik weiger verandering.

Een andere afwijking is dat ik niet kan verdragen dat er iemand aan mijn linkerzijde loopt.  Mijn loopmakker Tom weet dat, en zal automatisch rechts van mij beginnen lopen als we op pad gaan (wat hij niet weet is dat ik dat doe omdat hij dan eerst door de tegemoet komende auto wordt omver gereden...ja, sport kan hard zijn).

Neen, het is iets raars, maar links duld ik niemand.

Ook tijdens wedstrijden betrap ik me erop dat ik zodanig manoeuvreer dat er niemand links van mij loopt.

 

Tijdens de 20 Km door Brussel ligt dat toch nét iets ingewikkelder. 

Er lopen altijd mensen langs alle kanten (in de start bevinden er zich zelfs lopers onder ons; de exacte technische term is vertrappelen, denk ik).

Alsof er niet genoeg plaats is... 

Elk jaar heb ik tijdens de 20 Km door Brussel minstens een keer of tien slaande ruzie omdat er persé iemand links van mij wil lopen.  Moeten ze niet doen.  Dan word ik erg giftig.

Dat is ook weer iets typisch mannelijk zeker.

Die competitiedrift. 

Vrouwen hebben dat niet.  Vrouwen die de 20 Km meelopen, maken daar geen staatszaak van.  Verzamelen de medailles niet.  Zitten niet de chrono's te vergelijken.  Neen, die hebben andere prioriteiten: de berg strijk die er nog ligt, kinderen wiens neus dient geveegd te worden, mannen opvoeden,...

Mannen blijven jongetjes.

Maar vrouwen kunnen ook keihard zijn. 

Zo liep ik laatst voorbij een hele klas puberale meisjes op wandelexcursie; een hormonaal bompakket als het ware. 

De opmerkingen waren niet van de lucht:

"Allez meneer, wat rapper hé!" en " Hup, hup, hup,... " en "Schoon broekske".

Gegiechel alom.  Een hel!

 

Maar de meest snijdende opmerking kreeg ik toegeslingerd vanuit een traag rijdende Belgacom-wagen (hallo!, hebben die niks dringends te doen?). 

Ik liep behoorlijk hard, vond ik, en toch vond hij het nodig me het volgende toe te roepen:

"Loopt een beetje, dan moet je zo snel niet wandelen...."

Daar zakt uw 'schoon broekske' van af.

 

L'enfer, c'est les autres.

 

 

 

 

 

 

 

13:03 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

25-05-09

Edelweiss

Edelweiss

 

Ik ben voorzitter van de VBBB.

Voluit staat het voor de Vereniging ter Bevordering van de Busrit naar Brussel, een vzw.

U kon eerder al lezen dat we elk jaar vanuit onze thuisbasis een bus lopers afvaardigen naar de moeder aller loopwedstrijden, de 20 Km door Brussel.

Zo'n rit duurt toch al gauw een dik uur, en met een Bulgaarse chauffeur dikwijls nog wat langer, en daarom hebben we met een paar heren de koppen bijeen gestoken om de busrit wat te veraangenamen.

U bent allemaal jong geweest, of in de jeugdbeweging, u zal dus wel bekend zijn met het fenomeen liedjes zingen op de bus.

Omdat we het toch graag een beetje gestructureerd hebben, zetten we de vrouwen links van het gangpad, de heren rechts.

Zodra we de E19 oprijden, deel ik de fotokopies rond met het programma en barsten we los.

Vrouwen             Gangpad of allemaal           Mannen

Zeven anjers,                                              zeven rooooozen
                         Een bruidsboeket voor jou
Zeven anjers,                                             zeven rozen
                        Heb ik heel speciaal gekozen
                         Ik die zoveel van je hou

of

Wij zijn twee vrienden,                                  jij en ik
Twee dikke vrienden,                                   jij en ik
                        Wij blijven altijd bij elkaar
                        Al worden we meer dan honderd jaar
                        Wij blijven vrienden tot onze laatste snik


Hoebahoebahoeba                                      hophophop
Hoebahoebahoeba                                      hophophop


                        Wij zijn twee vrienden met een gouden hart


Ja, u zou het moeten zien met de bewegingen erbij, dan is het toch een fraai geheel. Heel veel X-factor ook, en zo....

Daarna volgt het thema van de Fabeltjeskrant:

Hallo meneer de Uil waar brengt u ons naar toe?
Naar Fabeltjesland? 
Eh, ja, naar Fabeltjesland
En leest u ons dan voor uit de Fabeltjeskrant? 
Ja, ja, uit de Fabeltjeskrant (tralalalalaaaa)
Want daarin staat precies vermeld hoe het met de dieren is gesteld

Echt waar?
Echt waar
Echt waar meneer de Uil?
Mmm

Inmiddels rijden we de ring rond Antwerpen op.  

Daar brengt Jan H. solo via de micro van de bus een zeer doorleefde versie van: O Lievevrouwetoren, hoewel we misschien dit jaar gaan kiezen voor Zie ik de lichtjes van de Schelde in de versie van Wannes Van De Velde, als een eerbetoon. 

Elk jaar vergaderen we een viertal keer om het programma te bepalen.  Na vele verhitte discussies komen we dan tot een eenparige beslissing: vorige jaren was dat: Beatles (Help, Yesterday en Yellow Submarine), Songfestival (Save all your kisses for me, Congratulations, Aba ni bi, Ding a dong, alles van Johnny Logan,...) of Abba (Fernando, Does your mother know, ...), Luv (Waldolala, Trojan Horse, You're the greatest lover).

Sing me, sing me a chanson
Sing me, sing me a sweet love song
Sing me, sing me a chanson
That is the only thing I want.

Kiss me, kiss me, kiss me, please
(Kiss me, kiss me, kiss me, please)
Kiss me, like it's for the first time
(Kiss me, like it's for the first time)
Kiss me, kiss me, kiss me, please
(Kiss me, kiss me, kiss me, please)
Honey you're wonderful to me

Sha, na, na, na, na, na, na, na
Sha, na, na, na, na, na, na, na
Sha, na, na, na, na, na, na, na
Sha, na, na, na, na, na, na, na

Hey, hello, so you're the greatest lover
Hey, hello, you're such a sexy thing
Come let's sing and let us dance all night
you make me feel, yeah, feel alright

Toegegeven, het is niet bepaald Shakespeare, maar het waren wel geil wijven.

 

We verlaten de Antwerpse Ring en dan gaan we door de Craeybeckxtunnel. 

Bij het uitrijden daarvan barsten we los in onze pièce de résistance: the Sound of Music!!!!!

Net wanneer bij het uitrijden van de tunnel het zonlicht onze bus weer raakt, klinkt uit een vijftigtal kelen:

                      The hills are alive with the sound of music

 laaaaa, lala, laaaa (érg schril door de vrouwen links)


                      With songs they have sung for a 1000 years

                      The hills fill my heart with the sound of music

 reprise laaaaaa, lala, laaaaa (vrouwen, dafalganeske koppijn!!)       

                     My heart wants to sing every song it hears

 

Gevolgd door het onverslijtbare do re mi, gebracht in de middengang door 7 lopers.  Ik ben de kleinste, sta dus vooraan en zet in (telkens komt het hoofd van de volgende loper grappig te voorschijn gewipt).

                        do- a deer, a female deer
                        re- a drop of golden sun
                        mi- a name i call myself
                        fa- a long long way to run
                        so- a needle pulling thread
                        la- a note to follow so
                        te- a drink with jam and bread
                       which will bring us back to do oh oh oh

Dit jaar is na veel gepalaver en de nodige slaande ruzies  het verdict gevallen: Eddy K is de re, Frank T de mi, Wendy de fa, Jan H. de so, Inge de la, Dominique de te en Tom zal weer geen toon kunnen houden op de hoogste do, maar ja, als hij niet mee mag doen, zit het er weer tegen.

 

Als de Bulgaarse chauffeur op dat moment nog niet besloten heeft met de bus frontaal tegen een brugpijler te knallen om van dat gezeik van af te zijn, hebben we nog wel wat klassiekers uit de Sound of Music: Sixteen going on seventeen, The lonely goaterd (met dat zalige tussenstukje "Lay ee odl lay ee odl lay hee hoo"), A few of my favourite things, enzovoort.

We doen dat nu al enkele jaren en we verkiezen dan ook telkens een Maria.  In tegenstelling tot de VTM moet dat bij ons geen weken duren, tegen afrit Mechelen Zuid zijn we er meestal wel uit.

*****

Wanneer we Brussel binnenrijden, dan moeten we naar onze voorbehouden parkeerplaats.  Daarvoor rijden we een stukje op de Tervurenlaan, de K2, de laatste beklimming van de 20 Km door Brussel.

Dan wordt het ijzig stil.  Geen gezangen meer.  De fotokopies verdwijnen.

Respectvol kijken we naar de helling. 

Bleke gezichten overal, er gaat als het ware een siddering door de bus.  We beseffen allemaal welke drama's zich hier straks gaan afspelen.  We buigen deemoedig het hoofd, keren helemaal terug in onszelf.  We worden geconfronteerd met onze angsten, voelen ons heel klein.

En dan komt mijn moment de gloire, ik neem de microfoon ter hand en zing:

                         Edelweiss, Edelweiss
                         Every morning you greet me

 

De Bulgaarse chauffeur schakelt naar een kleinere versnelling, de motor kucht en proest, de chauffeur vloekt krachtig, gans de bus doet: SSSSSST.

                         Small and white, clean and bright
                         You look happy to meet me

De Bulgaarse chauffeur kijkt lachend om (hij herkent het lied).  Nu blijkt dat hij slechts één tand frontaal in de bek heeft, die rond 1964 voor de laatste keer een tandenborstel heeft gezien.  We rammen inmiddels een paar geparkeerde auto's.


                         Blossom of snow may you bloom and grow
                         Bloom and grow forever

De bus komt, donkere rookwolken uitbrakend, tot stilstand tegen de bogen van het Jubelpark.


                        Edelweiss, Edelweiss
                        Bless my homeland forever

 

Ik vind dat stemmig.  En er blijft geen oog droog.

 

***** 

Gezocht: enkele handige vrouwen die met naald en draad overweg kunnen.  We zouden graag kostuums laten maken voor de ganse familie Von Trapp.

 

18:46 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

Busje komt zo

Busje komt zo

Een 50-tal lopers en sympathisanten, onder aanvoering van plaatselijke looplegende Jan H., rijden jaarlijks samen met een bus (buspoolen zo u wil) naar de 20 km door Brussel. Je hoeft niet zelf te rijden, geen parkeerplaats zoeken.  

Niks stress, denk je dan.

NIKS STRESS?

't Zal nog niet zijn!

Buiten het feit dat ik slecht slaap omdat ik de bus niet wil missen en het feit dat ik mijn loopmakker Tom op tijd op die bus moet krijgen (heeft me tot op heden al ongeveer 13 jaar van mijn leven gekost), zit ik in de bus constant met één oor te luisteren of er niets technisch fout gaat. Join de culasse en van die dingen.

Stel je voor dat je op de ring rond Antwerpen in panne valt.  Het is te ver om te lopen naar Brussel, dus op dat punt moeten we liftend naar de wedstrijd.  En omdat ik het uiterlijk heb van een Kosovaarse gangster, zal ik niet de eerste zijn die ze meenemen bij het liften.

Vanaf een bepaald punt in het Brusselse komt de eerste opluchting; vanaf hier haal ik de start van de 20 Km desnoods lopend met de rugzak.

Mijn vrouw noemt mij een stresskonijn.

De bus dus.

Hoe men er in slaagt om telkens weer uitgerekend die bus uit te kiezen die de autokeuring nog nét met de hakken over de sloot heeft gehaald, blijft een raadsel.  De ene keer regent het binnen, de andere keer hangt er een geurtje alsof er in de bagageruimte een lijk ligt (als Kosovaarse gangster ken ik zulke zaken).

Steevast hebben we een chauffeur die enkel Bulgaars spreekt (met een zwaar accent dat doet denken aan de streek rond Dobroedzja) en die geen flauw idee heeft waar Brussel ligt. 

Die ook niet inziet dat er hier hogere belangen op het spel staan. 

Die daarnaast ook nog eens vindt dat GPS iets voor coiffeurs en janetten is.  Die een tronie heeft waar op te lezen staat dat hij geen vragen, noch tegenspraak duldt. Met een stel vervaagde tatouages waar wij uren naar zitten te kijken (is het een vogel? een vliegtuig? neen, het is Mega Mindy).

Hij heeft zijn rijbewijs wellicht gehaald in het Russisch Leger en hanteert zijn bus ook als een verboden wapen, wat op goedkeurend geknor wordt onthaald door de lopers op de bus, stijf van de testosteron.  Verkeersagressie is een levensstijl.

Maar het kan nog erger. 

Bij de aftocht met de bus enkele jaren geleden hebben we een geparkeerde auto geraakt (het was een roestbak, nu zou dit vallen onder de categorie slooppremie), een andere keer zijn we zelfs stoemelings op het parcours beland (waarbij we enkele tientallen verbouwereerde zieltogende lopers hebben plat gereden en/of opgehouden).

Ach, voor ik het vergeet.  Onze bus vertrekt in Brussel om 18 uur, kwestie van op tijd in de kroeg, heu thuis, te zijn.  Wie niet op 3 uur tijd de wedstrijd kan lopen, naar de kleedkamers sukkelen en omkleden en naar de bus kan geraken, mag niet mee.  Dat zijn de regels.  En regels zijn er om gerespecteerd te worden.

De traditie wil ook dat we bij de uittocht uit Brussel ook nog eens een keer of vijf verkeerd rijden.  Daarbij lukt het om telkens weer bij het vertrekpunt aan te komen via een andere lus.  Faut le faire!  Als je dat met opzet zou proberen, dat lukt je nooit!

Maar vorig jaar spande wel de kroon.  Toen we bij de bus aankwamen stond de airco lekker te draaien (dat levert een knoert van een verkoudheid op bij lopers die een dipje in hun weerstand hebben na de wedstrijd, jep, ik heb het ook weer geweten). 

Maar de motor draaide niet.

En ja hoor, platte batterij.  Dan denk je, startkabels en wegwezen. 

Juist. 

Maar waar zitten de batterijen van een bus? 

Niemand wist het...  En de Bulgaar van dienst al helemaaaaaaal niet. 

En aan mij moeten ze zoiets ook niet vragen.  Zij die mij kennen, weten dat mijn technische bagage beperkt blijft tot destructieve zaken.

Ik had inmiddels het thuisfront van de vertraging op de hoogte gesteld (later op de avond nog een keer, maar dan vanuit de kroeg, waar op dat moment ook hogere belangen gediend werden).

Na een uurtje klooien was er van de bus nog enkel een onoverzichtelijke chaos vijzen en bouten over en uit Ikea-ervaring weten we dat zoiets niet ongestraft blijft.

We zijn thuis geraakt.  Half juni.

 

 

 

13:26 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

24-05-09

Tricheur

Homo Ludens

De spelende mens.

Niet iedereen neemt de uitdagende handschoen van de 20 Km door Brussel even bloedserieus op. 

Terwijl een groot gedeelte der deelnemers middels gesofisticeerd materiaal hun verzuringsgraad/overslagpols probeert in balans te brengen met een efficiënt calorieverbruik/dehydratatie-niveau, zijn er lapzwanzen die de 20 Km persé willen uitlopen in een roze tutu.  Tja, moet kunnen.

In de beginjaren negentig van de 20 Km was er elk jaar een gek die, gekleed als ober, de 20 Km liep. 

Met dienplateau!  Met daarop glazen! Gevuld! Hij liep de wedstrijd dan ook nog eens uit rond 1u50.  Chapeau, plateau!

20 Km door Brussel 2004,  2 deelnemers lopen mee, verkleed als neanderthalers (oermensen), met pruiken en baarden(!?!), leeuwenvellen als kledij, met plastic knotsen.  Ze torsen ook nog een stok met daaraan een prooidier gebonden (weliswaar pluche), zodat ze ook nog eens relatief synchroon moesten lopen. 

Ik vraag u, wat bezielt zo'n mensen?   Retorische vraag, laat ons wel wezen.

Je ziet dat ook bij de grote stadsmarathons, waar mensen zich in de meest rare kleding hijsen om toch maar in beeld te komen.  Ooit zag ik twee heren met een ladder de marathon lopen.  Met een ladder!

Er komen langzaam regels voor dit gedoe.  Je moet minimum een bepaald decorum respecteren in de wedstrijden; halfnaakt of té suggestieve zaken moeten achterwege blijven.  Materialen die gevaarlijk kunnen zijn voor omstaanders of andere deelnemers, mogen niet meer meegezeuld worden.  Terecht.

Mij niet gezien.  Ik vind het al lastig genoeg om mijn lijf naar de aankomst te slepen.  Maar  ja, het is dan ook een kathedraal van een lichaam (schampere opmerking uit de coulissen: Maar wel aan restauratie toe).  Mag ik de coulissen vragen om hun opmerkingen achterwege te laten!

En dat slepen mag u letterlijk nemen. 

Ik moet toegeven dat de ziekte van grapdwang onder het lopersgild niet écht aanwezig is bij de 20 Km door Brussel.  Je ziet wel eens wat in de startboxen gebeuren.  Vorig jaar liep er een groep kerels rond in huidkleurige tights, waarbij je vanop een afstand de indruk kreeg dat ze in hun blootje liepen.  Leuk.

 

 

******

 

 

Tricheur

20 Km door Brussel.  We zijn rond kilometer 7.  Ik ben al één keer gestorven.  Interludium: je sterft 3 keer tijdens de 20 Km: de Tunnels, de klim naar Terkameren, de Tervuren, de drie T's dus.

Ik passeer een loper die al zes keer gestorven is en hijgt en blaast dat horen en zien vergaat.  Zijn kop is bordeaux-paars.  Hij is ongeveer mijn lengte, maar ik denk dat ik er 2 keer inkan qua volume. 

Een tooggezwel, niet normaal.  Dit bereik je ook maar enkel door jaren stug volgehouden training in de Duvel-Moortgat liga.  Zijn borstnummer is al een even groot raadsel.  Hij is minstens een box of 3 achter mij gestart en ik haal die nu pas in?

Ok, ik ben Kenenisa Bekele niet, maar we gaan mekaar toch geen slechte chauffeur noemen, dit kan niet.

Vermoedelijk was het Dhr Tricheur.

In de uitslag dat jaar stonden heel wat borstnummers, gekoppeld met de naam Tricheur (bedrieger).  We nemen aan dat met de invoering van de chipmatten een hoop lopers, die wat creatiever met het parcours omgingen, tegen de lamp zijn gelopen.

Je kon vroeger doodeenvoudig op elk punt van het parcours inspringen (trui uit, rennen maar). 

Maar wie hou je dan voor de gek? 

De legende wil, maar het kan ook een broodje-aap verhaal zijn, dat sommigen een deel van de wedstrijd met het openbaar vervoer aflegden. 

Tja.  Je bent pas geslaagd als evenement als er broodje-aap verhalen over verschijnen (of als een of andere imbeciel de beslissing neemt om dagelijks een kroniek te schrijven over.... oh shit).

 

Spreiding familienamen?  Als je op www.familienaam.be de naam Tricheur intikt, krijg je nul treffers.

Tot slot, ik vond nog een prima, duidelijke foto van het achterste deel van het startvak van de 20 Km door Brussel, beter gekend als de snakepit.

U kan uw dienaar vinden op de 368ste rij, de 178ste van rechts aan de rechtkant. 

Inderdaad, met dat witte shirt.

 

 

lopers2

 

21:43 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

Annus Horribilis

Annus Horribilis

 

U heeft in eerdere kronieken al kennis mogen nemen van mijn mindere momenten als loper (die zijn er dan ook veel meer dan momenten van absolute triomf).

Maar 2005 was het absolute dieptepunt der dieptepunten. 

2003 en 2004 waren jaren van records en stijgende curves. 

Hieruit ontstonden hooggespannen verwachtingen voor 2005 dat vervolgens een, hoe zal ik het stellen, een absoluut klotejaar is geworden.

Ik had me in een lange wintervoorbereiding gestort.  Niets werd aan het toeval overgelaten.  Ik was toegetreden tot een kloosterorde om mij in volle afzondering te kunnen concentreren op mijn sport, zonder afgeleid te worden door huiselijke bekommernissen en trivia zoals: Schat, de vuilzak moet dringend buiten, of Wat zou je denken van nog een kindje?

Neen dus, de opperste concentratie.  Ik was scherp als een mes, getraind tot op het absurde af.  De wind floot rond mijn dunne armen.  Ik liep niet, ik zweefde.

De 20 Km door Brussel 2005 zou de bekroning worden van hard werken en afzien.  Daar zou ik nog eens de puntjes op de i zetten.  Sidder en beef!  Schild en vriend!

De voorbereidingswedstrijden zouden amper een formaliteit worden waar enkel bevestigd zou worden wat ik in mijn allesomvattende arrogantie al wist: dju, wat is em goe!

De Valentijnjogging in Lichtaart zou de eerste afspraak van het seizoen zijn waar ik de tegenstand zou ridiculiseren.  Het startpistool schoot een losse flodder en ik vloog de startblokken uit, zelfbewust, op pure adrenaline.   In mijn hoofd speelt het lied: Fly like an eagle....(Steve Miller).

2 km verder, ik vlieg nog steeds als een losgeslagen Focke Wulf door de Lichtaartse bossen, plots een overstekende boomwortel.  Ik verzwik mijn voet, hoor een krak en val plat op de buik. 

The eagle has landed. 

Ik brul van de pijn, krabbel na verloop van tijd recht, mank wat en begin terug lichtjes te joggen.  Ik loop nog 6 kilometer, maar kan de pijn niet meer harden en begeef me naar de Rode Kruispost.  Mijn linkervoet is gezwollen tot een grote klomp.  Ik had, dixit de Rode Kruismedewerker, nooit mogen doorlopen.

Honderden trainingskilometers, 2 wedstrijdkilometers en exit.............

Een week gips, weken kinesist en terug van nul beginnen.  Onmiddellijk problemen met de kuit, die de verzwakte enkel probeert bij te sturen.  Contracturen en overbelastingen à volonté.

Het voorjaar is weg.  Ik sukkel me door de voorbereiding naar de 20 Km door Brussel en zet een bescheiden wedstrijd neer.  Medio juni ben ik verlost van alle miserie en kan ik terug voluit trainen.  En avant la musique!

Tijd voor wraak!!!! We nemen geen gevangenen!

Mijn 20 Km door Brussel afpakken?  Wat denken ze wel?

Mijn eerste échte wedstrijd wordt de stratenloop van Rijkevorsel begin juli, over 11 km.  Tijdens ronde 1, na een kilometer of 3, snij ik een bocht af en.......verzwik mijn voet op een bandenspoor in het zand. 

Nu mijn rechter. 

Ik ga tegen de grond en begin weer maar eens te brullen van de pijn. Ik word daar inmiddels goed in.

De val van de adelaar gebeurde net aan de voordeur van een kinesist, die onmiddellijk ter hulp schiet met een ijspack (merci trouwens, nogmaals; deze ondankbare hond was toen zo met zichzelf bezig, dat hij u wellicht niet bedankt heeft). 

Ik weet onmiddellijk wat dit betekent, weer alles om zeep. 

Ik zit wat verloren en misnoegd rondom mij te kijken, naar de lopers die me passeren.  Ik voel me heel eenzaam.

Plots komt er een juffrouw van het Rode Kruis op de fiets aangepeddeld.  Ze heeft een groot moeder-kloek-gehalte en een gezellige omvang. 

Ze voelt een soort dadendrang opwellen, hoe zal ik het zeggen, een soort opstoot van Florence Nightingale aandrang. 

Ik kan me dat wel voorstellen.  Jarenlang zitten ze te niksen in dat tentje, in de hoop dat er ooit eens iets zal gebeuren. 

Er gebeurt nooit wat.  Tot plots vanop het parcours een hulpkreet weerklinkt. 

Voor haar is het duidelijk: Ik moet en zal verzorgd worden.  Of ik dit nu wil of niet.  Ik ben haar patiënt en ik ZAL VERZORGD WORDEN. 

Tot de dood er eventueel op volgt.

Het enige wat ik wil is naar huis gaan om overleg te plegen met de medische staf, in casu mijn kinesist Tom B. 

Ik zou verdorie nog wensen dat ik eenzaam was.  Maar ze is behoorlijk kordaat en dwingt me ter plekke te blijven. 

Ze grijpt naar een walkie-talkie en doet een mysterieuze oproep.  Ik wil rechtstaan om me discreet te verwijderen, maar één "o soto gari" later heeft ze me in een houdgreep, terwijl ze me in het oor sist: "Waar denken we naartoe te gaan?  Hè, gaan we moeilijk doen, of wa?" 

Ze heeft erg kwistig met een parfum gewerkt, op basis van patchouli, zéér bedwelmend. 

Hier lig ik dan.  In innige omhelzing met een Rode Kruismedewerkster die niet eens al haar gewicht in de schaal hoeft te gooien om dit pluimgewicht tegen de grond te pinnen.   Ik ben haar gijzelaar (geen Stockholmsyndroom voor mij evenwel).  Nu vooral niet het bewustzijn verliezen (waanbeelden van mond-op-mondbeademing schieten me door het hoofd).

Even later komt de ambulance voorgereden.  Ik wil met zo weinig mogelijk misbaar hier weg, maar uit de ambulance springen twee collega's van Ulla Werbrouck tevoorschijn.  Ik wil instappen, maar dat is buiten de waard gerekend.

Een brancard wordt met veel bombarie uitgehaald, plus een opblaasbaar ding voor rond mijn been.  Mijn been wordt opgeblazen (heu, dat ding rond mijn been wordt opgeblazen).  Ik word op de brancard gelegd en op aanraden van de kenau vastgegespt (ze blijft me vanuit haar ooghoeken steels in het oog houden; zou hij nog eens wagen te ontsnappen?).

Alsof de duivel er mee gemoeid is  komt net op dat moment mijn loopmakker Tom voorbij gelopen (bezig aan de tweede ronde).  Ik probeer me onzichtbaar te maken.  Lukt niet met een blauw zwaailicht.

"Gij doet ook alles om op te vallen, hé."   "Konde weer ni volgen?". 

Lachen!!!

Onbegrijpelijk, maar voor zoiets heeft hij nog wél adem over. Wat zou een mens zijn zonder vrienden?

De ambulance rijdt weg. 

Vermits ik hoop dat dit de enige keer in mijn aards bestaan is dat ik me in een ambulance zal bevinden, vraag ik in een kinderlijke opwelling of de sirene opmag.  Men kijkt me meewarig aan. 

Het mag niet.

 

Nawoord:

Je gaat het niet geloven, maar dit voorval was op een zaterdag.  Maandagavond, de vrouw is gaan werken, en ik denk: ik ga de uitgebroken terrastegels achter het tuinhuis stapelen (ze is nu toch niet thuis om me te berispen dat ik dat beter niet doe met een verzwikte voet).  Ik pak twee tegels arduin van 40x40x5 in de handen en begin te manken. 

Vlak voor het tuinhuis verzwik ik mijn verzwikte voet nog eens. 

Whoehaaah

zo klonk het ongeveer.

 

09:53 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

23-05-09

VIP

VIP

Op de website van de 20 Km door Brussel vindt u links een keuzemenu, met onderaan de thumb VIP.  Als je daarop klikt krijgt u een pagina met koppen van misdadigers, het lijkt wel een opsporingsaffiche van de Baader-Meinhof-Groep. Of de Bende van Nijvel. 

Goh, de Bende van Nijvel.  Hoe zou het daarmee zijn?  Met het onderzoek bedoel ik.  Dat is toch onwaarschijnlijk dat dat niet opgelost geraakt.

Anderzijds mag het geen verbazing wekken dat ze die niet vinden, want ooit heeft de politie van Antwerpen (uw vriend) het gepresteerd om de elektronische identiteitskaart (die mijn oudste zoon op de bus was kwijtgespeeld) aan de verkeerde persoon terug te bezorgen!!  Ongelogen!

Ze hadden de naam, het adres, foto, rijksregisternummer, geboortedatum, enfin alle gegevens die je kan dromen, en ze vinden mijn zoon niet!!!

Maar je moet maar eens geflitst worden aan 32 per uur in zone 30.  Dan vinden ze je wel.

Daar wordt ik dus razend van.  Ik reed volgens hun toestel 38 km per uur , misdadig snel (Usain Bolt spurt sneller), ik weet het.  Correctie apparatuur 6 km, dus reed ik nog 32 per uur.  50 Euro boete.  50 lappen!

En de verzuurde purist zal zeggen: je reed 38.  Neen, 32.  Als zij hun apparatuur niet vertrouwen, daar kan ik niks aan doen.  50 lappen!

Waar waren we trouwens.

Ach ja, dus de thumb Vip op de website van de 20 Km door Brussel.

Het zijn de VIPs van de 20 Km door Brussel. 

Zij hebben alle edities meegelopen. 

2009 wordt de 30ste editie, dus echt jongelingen staan er niet bij.  Enkele zien er zelfs overdreven oud uit.  Met alle respect natuurlijk.

De Vips krijgen voordelen die voor de modale loper niet zijn weggelegd. 

Zo  kregen ze  een paar edities geleden allemaal een T-shirt met opdruk VIP en mochten ze mee helemaal vooraan starten. 

Ze werden quasi allemaal onder de voet gelopen.  Wellicht een poging van de organisatie om van die lastige Vips af te komen.

OK, ok, ok, het is al goed, ik geef het toe, ik ben stikjaloers op hun statuut van VIP.  Ik ben geen VIP en zal nooit alle edities op mijn naam kunnen schrijven.  Stikjaloers!

Daarom broedde ik enkele jaren geleden op een snood plan.

Ik zou VIP worden van de in 2003 nieuw in het leven geroepen Brussels City Run, een halve marathon door Brussel. Met start en aankomst op de Heizel.

Ik was er editie 2003, ik was er editie 2004.  Ik was goed op weg om een VIP te worden.  Hell, ik was een VIP.

De wedstrijd werd opgedoekt na editie 2004.  Het tweede Heizeldrama als het ware.

16:51 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

Erfelijk belast

Erfelijk belast.

 

Of ik uit een sportief nest kom?  Ben ik erfelijk belast?

 

Een familiekroniek.

Louis, mijn grootvader langs moeders kant, was doelwachter bij de Nationale Selectie (de toenmalige Rode Duivels) die een gouden medaille haalde op de Olympische Spelen van Antwerpen 1920.  Hij wist een Tsjechische verdediger zo het bloed onder de nagels uit te pesten, dat de man een rode kaart pakte.  De Tsjechische ploeg verliet uit protest het veld en België werd tot winnaar uitgeroepen.

vavavoetbal

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De anekdote is correct, mijn grootvader had er helemaal niets mee te maken.

Mijn grootvader Louis (die eigenlijk Jan heette) langs moeders kant heeft ooit op een blauwe maandag het doel verdedigd van Gooreind V.V. (bovenste rij, 3de van links met de armen in de zij). 

Als doelman pakte hij alles....in de kantine. 

Hij had trouwens ook een wonderfiets.  Die fiets stopte aan elk café.

 

Dit is mijn vader tijdens de Ronde van Frankrijk 1947 (de eerste na W.O.II).  Hij won de legendarische 19de etappe van Vannes naar Saint-Brieuc.  De helft van de deelnemers reed verloren.  Mijn vader reed 12 keer lek.  De Tour '47 werd gewonnen door Jean Robic en Briek Schotte won de 21ste etappe.

 

pawildert

 

 

Helaas klopt dit ook niet.  Het was Raymond Impanis die de rit won.

Mijn vader trots op zijn nieuwe fiets te Wildert.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit is mijn vader die op de Olympische Spelen 1948 in Londen een gouden medaille  pakt op de 5000 meter.  Links van hem de Fin Nykänen, bijgenaamd de Stier van de Kaukasus.

 

paatletiek

 

Neen, niet helemaal correct.  Gaston Reiff was de Belg die de medaille haalde in Londen.  En wat heeft Finland met de Kaukasus te maken?

Mijn vader heeft gevoetbald en een beetje atletiek gedaan (zie foto links).   Zijn sportieve exploten zijn me verder onbekend.  Wat me wél bekend is, is het feit dat mijn vader eerder een kantinetijger was.  Dat blijkt dan weer wél erfelijk.

 

 

 

 

 

De enige keer dat mijn zus in contact is gekomen met sport, was toen veldrijder Geert Wellens bij herstellingswerken aan haar dak een stuk blauwe hardsteen kapot heeft laten vallen.

Ikzelf heb vroeger judo beoefend en omwille van mijn klein postuur was ik toen uitermate geschikt als wegwerpmateriaal.  Zoals mijn voorouders heb ik gevoetbald, maar omdat ik toen nog niets snapte van buitenspel, was ik totaal niet inzetbaar, noch in de aanval, noch in de verdediging. 

Gelukkig was het maar FC Sterbos.  Op het voetbalveld hebben ze later Café Barrabas gebouwd. Een zeer wijze beslissing.  Vanaf toen was ik wél inzetbaar, en ben er dan ook dikwijls buiten(spel) gezet.

Dus neen, voorbeschikt was ik niet.

 

De echte familiekroniek dan.

Ziehier Louis (Jan), die bij het uitbreken van W.O.I op het lumineuze idee kwam om de sluizen in de West-Vlaamse polders open te zetten, waardoor de Duitse opmars werd gestuit en een jarenlange, uitzichtloze stellingenoorlog in de IJzervlakte begon.

vavatroep2

Niet dus.  Hij was 10 bij het uitbreken van de oorlog en mocht niet meedoen.  Zijn grootste bijdrage aan de geschiedenis is het uitbaten van Café Den Bonte Os te Gooreind. 

 

Hier wel in een ondefinieerbaar uniform.  Hij was trompettist in het leger, omdat hij koper bespeelde bij fanfare Concordia.  Hij mocht het instrument van de fanfare na verloop van tijd niet meer mee naar huis nemen.  De wonderbaarlijke fiets (die stopte aan elke kroeg) had ook altijd de neiging om mijn grootvader ten val te brengen van zattigheid.  Daarbij werd het instrument telkens geplet.

 

 

 

Dit is mijn vader.  Tijdens W.O. II was hij de contactpersoon van Leopold Trepper,  een belangrijke spion voor de Duitse contraspionage Het Rode Orkest (Die Rote Kapelle).  In de aktentas 20 miljard Reichsmark, vals uiteraard, om de Duitse economie te ontwrichten.

paoorlog1

 

 

Bijna waar.  Het is mijn vader en het is W.O.II.  Mijn vader te Antwerpen, met aktentas. Inhoud onbekend.  Hij was 17 in 1940.  Als smokkelaar tussen Nederland en België heeft hij zijn deel conflicten met de bezetter wel gehad.

Wijlen mijn vader heeft als succesvol architect  duizenden huizen getekend.

 

En dan valt nu het definitieve verdict: Voorbestemd voor sport was ik niet. 

Waarom loop ik dan de 20 Km door Brussel?

Omdat ik een gouden leefregel heb (een gevolg van mijn slecht karakter):

Wat ik kan, doe ik niet.  Wat ik niet kan, probeer ik.

Vanuit de coulissen komt de goede raad: "probeer eens andersom, véél minder werk....".

 

11:49 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

22-05-09

Staccato

Staccato

Wat is de aantrekkingskracht van de 20 Km door Brussel?  Wat maakt deze wedstrijd zo speciaal?

Dat is erg moeilijk in woorden te vatten.  Het is een massa-evenement en dat heeft zo zijn weerslag. 

Je bent nooit alleen.  Als je je trainingsarbeid in de Kempense bossen afwerkt in alle eenzaamheid, dan kan het contrast niet groter zijn.

Je bent nooit alleen terwijl je eenzaam lijdt. 

Maar nooit alleen lopen heeft ook een voordeel.  Je trekt je op aan de anderen en wordt als het ware meegezogen. 

Daar schuilt dan ook weer een gevaar in: je vergaloppeert je nogal gemakkelijk. 

Het parcours is lastig, zeker voor kempenzonen die het gewend zijn om  op omlopen zo vlak als een biljartlaken te lopen. 

En Brussel dat is afzien bij de beesten af.  Je loopt tot alle systemen uitvallen.  Door een pijngrens of drie.  Het schaderapport the day after is ook van een andere orde.  Spierpijnen in billen en voorkant onderbenen, blauwe teennagels (ik heb er tot tweemaal toe een teennagel bij ingeschoten).  Ook spierpijnen in zones waar je het helemaal niet verwacht.  Pijn aan de borstspieren van het blaasbalgend inademen.

Ach, de grandeur van Brussel. 

Het megalomane Jubelpark en de Esplanade als dramatische setting voor de start, en finish, de pompeuze lanen, het frisse groen van het Terkamerenbos,... een hele reeks indrukken die je te verwerken krijgt.

Anderhalf uur stilte en monotoon lawaai tegelijk.

De stilte zit ook vervat in het rare beeld; normaal razen hier constant auto's over de weg.  Nu is het op een vreemde manier stil en lawaaierig tegelijk.  De gevels weerkaatsen het applaus, niet de normale geluiden van het verkeer. 

Zeer bevreemdend.

Maar vooral het staccato geroffel van lopende voeten, het quasi stationair draaien van de motoren van de pers, af en toe (gelukkig maar af en toe) de sirene van de hulpdiensten.

De bevoorradingsposten, waar de flesjes Spa torenhoog gestapeld zijn, overal doppen en halflege flessen, het Spawater loopt letterlijk van de straat af. 

Rond kilometer 15 staat er altijd een bevoorradingspost met één of andere sportdrank.  Zoiets als Isostar.  Het wegdek kleeft daar van de neergekwakte , verspilde sportdrank.

Het applaus van de omstaanders, muzikale aanmoedigingen langs de kant: een eenzame drummer, een aantal medemensen op djembés, jazzband met New Orleans repertoire, de onvermijdelijke fanfare.  En je hoort dat van ver aankomen en terug uitsterven (Dopplereffect, maar dan héél langzaam).

Het meest indrukwekkende blijft uiteindelijk toch het grote peloton, dat zich onweerstaanbaar, onstuitbaar als een statige, veelkleurige, veelkoppige draak door Brussel slingert.

Brussel is één lange roes.

 

18:31 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

Wadist, goaget ni?

Wadist, goaget ni?

Misschien is het u al opgevallen.  Deze blog gaat over de 20 km door Brussel en vooral over mijn belevenissen en beleving ervan. 

U wil nieuws over de bankencrisis (bent u dat nog altijd niet beu, vooral de kop van Paul D'hoore)?  Over nieuwe ingewikkelde spitstechnologie?  Over de perfecte relatie?  Over politieke actualiteit (bent u dat nog altijd niet beu, vooral de kop van  Leterme)?  De situering van de G-plek (dat worden we dan weer totaal niet beu, vooral niet de kop van Goedele Wachters)?  De invloed van het post-modernisme op de interpretatie van Gregoriaanse gezangen in Klerikale kringen?  Ken ik allemaal geen snars van. 

Waar ken ik wel iets van? 

In de coulissen roept iemand, in de volksmond staat ze te boek als mijn vrouw: "NIETS!"

En dat is niet ver naast de waarheid.  Maar zoals een oud-leraar van mij ooit placht te zeggen: niet geschoten is altijd mis.  Dus schieten we, en het zal er sowieso grondig naast zijn. En daar verheugen wij ons dan weer op.  Want schitterend missen is mooier dan saai raak.  Denk ik.

De ervaring leert me dat succes vele vaders kent, terwijl de nederlaag een wees is.  Dat wil zeggen dat je in het verlies alleen staat, terwijl als je wint er veel mensen zijn die aanspraak maken op een bijdrage daartoe.

In het lopen ken ik een variant. 

Als je goed loopt, heeft geen kat het gezien; ben je aan het sterven dan gaan ze je allemaal met de glimlach voorbij, onderwijl nog opmerkingen makend zoals: wadist, goaget ni?  Of nog sarcastischer: aanpikken, komaan...ge kunnet!

Pas op, dat zijn geen aanmoedigingen, ze menen dat  namelijk niet.  Ze zeggen dat omdat ze zeker willen zijn dat jij hebt gezien dat ze je passeren.  Sterker nog, het zijn meedogenloze sadisten, want ze denken in zichzelf: "hèhèhè, hij kan niet volgen, hèhèhè, ik ben beter, ik ga hem verpulveren, hèhèhèhè."

 

De kans dat een collega-loper je ziet schitteren tijdens de 20 km door Brussel is, gezien de overrompeling aan lopers, grenzend aan nihil.

 

Je bent subliem aan het lopen, als een zwitsers horloge, en niemand ziet het. 

Ja, enkele duizenden toeschouwers, maar dat telt niet. 

Het moet iemand zijn die achteraf in de kroegen de boodschap gaat rondbazuinen:  "Ik heb het licht gezien.  Hij liep de Tervurenlaan op alsof het bergaf was, met stalen tred, met de vingers in de neusgaten, met de veters van beide schoenen aan mekaar gebonden, achterwaarts, onderwijl teksten declamerend uit de Decamerone, zichzelf begeleidend op dwarsfluit, zieltogende lopers een hand reikend.  Hij is de verlosser, hij temde de wilde merrie, genaamd de Tervurenlaan, als een viriele oppergod, wuivende haarlokken, getaand gelaat, spieren als scheepskabels.  De maagden wierpen zich aan zijn voeten, met wellustige blik in de ogen." 

Enfin, iets in die trant.  Desnoods met een ietsiepietsie meer gevoel voor drama, soit.

Maar neen, geen kat die het ziet.

En je denkt dan, als je weer eens té overmoedig van start bent gegaan, en je in wanhoop rond kilometerpunt 15 begint af te vragen waarom je dit allemaal weer aan het doen bent, dat niemand het zal gezien hebben dat je aan een slechte editie van de 20 km bezig bent.

Niets is minder waar.

Je houdt het niet voor mogelijk, maar toen ik weer eens aan het zwalpen was rond kilometer 15, werd ik door maar liefst 3, zegge en schrijve 3, mensen letterlijk op de schouder getikt om te zeggen dat ik vol moest houden. 

Drie mensen die me bij mijn voornaam, die ik me op dat moment  met de beste wil van de wereld zélf niet meer kon herinneren, aanspraken.  Ze zegden door merg en been gaande dingen als: "Niet opgeven, probeer aan te pikken, komaan hé kerel, ...".  Dan weet je het wel; je bent geen loper, hoogstens een wandelend lijk.  Waarom doe ik ook altijd een opvallend schreeuwerig shirt aan, waarom niet iets anoniems wit?

 

Pijnlijk dat je tussen 25 000 mensen, op 2 kilometer tijd, maar liefst door 3 mensen wordt herkend én voorbijgesneld.

En je weet hoe dat gaat.

Je bent allesbehalve subliem aan het lopen, als een gepikt Pakistaans horloge, en iedereen ziet het. 

Zelfs de duizenden toeschouwers zien het, en dat telt. 

En er zijn er minstens 3 die 's avonds in de kroegen de boodschap gaan rondbazuinen: "het licht ging totaal uit.  Hij liep de Tervurenlaan op alsof het loodrecht was.  Met loden benen, met de neus op de tenen, zelfs zijn veters waren los, ik dacht zelfs achteruit, hij stamelde iets uit het Parochieblad, met fluitende adem, zieltogend de handen uitstekend naar andere lopers.  Verlos hem uit zijn lijden,  hij werd verscheurd door de wilde hengst, de Tervurenlaan, hij leek wel in opperste verwarring, kalend ook, bleek rond de neus, spieren als slappe touwtjes.  Vrouwen liepen hem langs alle kanten voorbij, met medelijden in de ogen."

Zoiets dus.  Maar dan iets minder dramatisch.

 

banner

13:39 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

21-05-09

Jeezes!

Jezus runs with me

Nu niet beginnen panikeren.  Niks godsdienstig in deze bijdrage.

Ik weet niet meer welke editie het was van de 20 km door Brussel.  Ik stond om half drie in het startvak te wachten op wat komen zou, u weet wel: de Bolero, de Brabançonne en het kanonschot.  Je kijkt op je klok, het is half drie.  Je staat dan wat zenuwachtig rond te dribbelen, kijkt op je klok (half drie),  nog eens de veters te herstrikken, je kijkt nog eens op je klok (nog altijd half drie), shirtje nog eens in je broek steken, klok (half drie), kousen ajusteren, je kijkt nog eens op je klok (nog altijd half drie), je tracht nog maar eens je borstnummer recht te hangen.

Dat is nog zoiets.  Hoe hang je  met behulp van 4 veiligheidsspelden een borstnummer perfect recht, en dat  zonder bloedvergieten? 

Zonder behulp van een lasertoestel?  Niet evident. 

Het is me in al die jaren exact 1 keer gelukt tijdens de 20 Km.

Ik leg mijn loopshirt op de stoel, ik schik mijn borstnummer na wat gevloek en gemiljaar waterpas t.o.v. het Ice-Tea-logo.  Ik speld vast en MIRAKEL, het nummer hangt zowaar op de juiste plaats en perfect recht! 

PERFECT RECHT!  Tranen van opperste ontroering schieten me in de ogen.  Ik roep en brul de hele luchtvaarthall bijeen.  Na enkele minuten staan er 12 436 lopers in opperste extase te kijken naar mijn shirt, op de stoel, met het borstnummer perfect opgespeld.  Ik loop rond, felicitaties in ontvangst nemend, schouderklopjes incasserend.  12 463 lopers, waar de tranen over het gezicht lopen (hoe weet ik dat het 12 463 lopers waren; eenvoudig: ik telde het aantal benen en deelde de uitkomst door 2).

Ik werd bewonderd alsof ik de nieuwe messias was.  Het nieuws verspreidde zich als een lopend vuurtje.

Aanschouw het mirakel! 

Straks loop ik trouwens ook nog over water (meer bepaald Spa-water dat van de Tervurenlaan naar beneden loopt).

Ik neem mijn loopshirt van de stoel, wat blijkt?  Ik heb de speldjes ook door de achterzijde van het loopshirt geprikt!  Herbeginnen en, uiteraard, het zal scheef hangen, opbollen, hinderen tijdens het lopen, een speld lossen tijdens de inspanning, en zo kan ik nog wel even doorgaan. 

Het blijft een ijzeren wet.

Maar over wat ging het hier ook alweer?  Ach ja, Jezus runs with me...

Nu moet ik wel toegeven dat de borstnummers van de 20 km van prima kwaliteit zijn.  Een soort waterbestendig papier.  Je mag nog zoveel water over je kop kieperen, het zal niet scheuren.  In lokale wedstrijden krijg je dikwijls papieren nummers die er na 2 bekertjes water afvallen.  Ik heb dan de gewoonte het papieren vod in mijn loopbroekje te steken.  In de buurt van de kritieke zone, waar de kroonjuwelen zich bevinden.  De blik van de borstnummerverantwoordelijke als ik het nummer uit mijn broek vis...onbetaalbaar.

Maar over wat ging het hier ook alweer?  Ach ja, Jezus runs with me...

Trouwens, vroeger waren de borstnummers van de 20 km van een soort dik plastic, waar je amper met een speld doorheen geraakte.  Garanti prikongevallen.  Het nummer woog ongeveer 250 gram, wat toch gauw een 23 seconden tijdverlies gaf omwille van het extra gewicht. 

Maar over wat ging het hier ook alweer?  Ach ja, Jezus runs with me...

Ik stond dus rond half drie (het kan iets later geweest zijn) in de startbox met een kerel te lullen over onze beider passie: het lopen. Ik keek op mijn klok (het was half drie).   Als je ooit lopers over lopen bezig hoort, dat is van een saaiheid waarbij gras zien groeien spannender is.  En er wordt nooit naar mekaar geluisterd. We putten ons uit in gemeenplaatsen.  Soit.

Toen merkte ik (het moet rond half drie geweest zijn) dat die kerel een T-shirt droeg met op de rug de tekst: Jezus runs with me!

Ik dacht exact hetzelfde als u nu, namelijk: Jeezes!

Ik zal hier toch niet (om half drie) opgescheept zitten met een getuige van Jehovah, zeker.

En ik durf er een aardige duit op te verwedden dat zo'n kerel, met op de rug van zijn T-shirt de tekst "Jezus runs with me"  tijdens de 20 km van Brussel geregeld te horen krijgt:

Wacht efkes!  Niet zo rap!  Hij kan niet volgen!

 

 

17:00 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

Het verschil met mijn vriend Haile

Het verschil met mijn vriend Haile Gebrselassie.

Weinig mensen weten dit, maar Haile is een goede vriend van mij. 

Hij weet het zelf niet eens.  Wat jammer kan genoemd worden. 

Moest hij mijn vriend zijn, dan zouden we samen frieten met stoofvlees gaan eten in frituur "Den Deugniet" in Antwerpen, mét een curryworst spécial.  Hij wil altijd tomagrec op zijn curryworst spécial, dat is toch een onbegrijpelijk kantje van Haile, maar soit...

Mensen doen wel eens meewarig over mijn prestaties als loper.  En ja, als je die vergelijkt met de groten der aarde, dan is het inderdaad peanuts.

Haile loopt de marathon (42km195 meter) op 2u 3min en 58 sec.  Dat is aan 20,42 km per uur. 

Zelfs als je een team van 42 betere vrijetijdslopers bij mekaar zoekt en elk van die 42 leggen een kilometer af, dan halen we dat wereldrecord nog niet.  Méér dan 20 per uur, onmenselijk.

Haile loopt de 20 km door Brussel makkelijk onder het uur.  Daar heb ik een fiets voor nodig.

Haile is sneller dan de meeste wereldtoppers.  De Belgische top kan niet mee met de wereldtop.  Rik Ceulemans is stukken beter dan de beste man op onze bus met lopers die naar Brussel rijdt.  Ik ben niet de beste man op de bus.  Ik loop sneller dan de gemiddelde Belg.  De gemiddelde tooghanger in café De Volksvriend heeft een fiets nodig om mij te volgen.  Ik bedoel maar, je kan moeilijk dingen vergelijken.

En toch is mijn prestatie straffer dan die van Haile.  Hij is binnen onder het uur.  We lopen wellicht aan ongeveer dezelfde hartslag, dus afzien doen we allebei. 

Hij iets gracieuzer dan ik, dat is dan weer wél een zekerheid. 

Maar ik  loop véél langer dan hij.  Ik ben dus een straffer atleet dan Haile. 

Denk ik.  In een bepaald opzicht dan.

En tenslotte, Haile heeft niet het verleden dat ik heb.  Hij is geen student geweest die 7 op 7 de kroegen afschuimde, die een eredoctoraat Duvel heeft.  Met mijn verleden zou Haile nooit een olympische titel, een resem wereldrecords en -titels hebben behaald en recordhouder marathon zijn. 

Maar anderzijds;  ik al helemaal  niet.

Want wat zeggen tempo's de gemiddelde medemens?

Als ik zeg 20 km aan 5 minuten de kilometer, of 4 minuten, dat zegt weinig.  De loper kent het verschil, 12 per uur of 15 per uur.

12 per uur is een redelijk makkelijk te bereiken tempo.  Een beetje trainen en je kan dat halen. 

Maar 15 per uur, dat is een ander verhaal!  Toch voor de minder getalenteerde, zoals uw dienaar.

Je kan het vergelijken met op dieet gaan.  Je weegt 100 kg en streefdoel is 70.  Van 100 naar 90 is enkel de slechte gewoontes eruit, van 90 naar 80 is letten op hoeveelheid en de laatste 10 zijn een marteling. 

Zo is dat ook met lopen.  Voor 12 per uur heb je enkel schoenen nodig, 13,5 vraagt training, vanaf 15 per uur heb je het telefoonnummer van je kinesist voorgeprogrammeerd in je GSM. 

En dan heb ik het niet eens over nog hogere tempo's.  Dat is enkel weggelegd voor de goden van het panthenon.

In bepaalde kringen, ik zeg maar wat, de klinkerleggers met roepnaam Polle of Jokke, staat 15 per uur waarschijnlijk voor 15 pinten per uur. 

Dat is op zich dan ook weer een verbazingwekkende prestatie, enkel te bereiken na jaaaaaaaaaren training.

 

Nu ja, met statistieken en gemiddeldes kun je alles bewijzen: 

De gemiddelde Belg heeft ook minder dan 2 benen, denk daar maar eens lang over na.

10:15 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

20-05-09

Bob Marley

Bob Marley

 

Woensdag 20 mei, nog 11 dagen tot de 20 Km door Brussel

Ik kom net terug van een lange duurloop, douche ...  We tellen ook het aantal resterende trainingen af.  Nog drie, om precies te zijn.

Het viel me op vandaag, het is plots lente.  Alles is fris groen, de natuur is één explosie van groentinten.  Je kijkt je de ogen uit!

Nog niet zo lang geleden vroor het stenen uit de grond, weet je nog? En sneeuw!

En ach, de 20 Km door Brussel leken nog ver weg, je kon zelfs nog niet inschrijven.  Gelukkige tijden waren dat, je kon jezelf nog wijsmaken dat je een fantastische voorbereiding ging maken om daarna de perfecte wedstrijd af te leveren.

Nu is die tijd van zelfbegoocheling weg.  11 dagen.  Nu is niets meer mogelijk.  Alleen verliezen. Akelig. 

Telefoon, tot seffens...

..........................

Een tele-verkoopster.  Dat ze handelden in luxe Italiaanse onderbroeken voor Heren.  Als ik inschrijf, kreeg ik een onderbroek gratis.

Ik heb gezegd dat ik al een onderbroek had.  Het werd erg stil aan de telefoon.

Lente dus.

En nu komen ook weer de vliegen en de dazerikken rond je kop cirkelen.

.........................

Ja ik was even weg, dazerik gaan googelen, want ik was niet zeker of dat correct Nederlands was (blinddaas was ook goed).  Dazerikken zijn smeerlappen. 

Even een kopje koffie zetten, ja het is een kroniek met horten en stoten.  Ik zit in zo'n reggae-stemming, iets te ontspannen... Jamaica, man.  Senseo, man.

Ik ga iets van Bob Marley opzetten.  En iets met een kiwi doen.

........................

Ik heb vanmorgen tijdens de duurloop een vlieg ingeslikt. 

Ja, lacht u maar.  Het gerochel had geen enkele zin meer, de vlieg was voorbij het point of no return.  Slikken dan maar zeker.  Ik krijg dan altijd van die beelden van een vlieg die levend in mijn maagzuur omkomt.  Tja, dat is de natuur zeker?

Ik vind vooral die kleine groene vliegjes lekker, die zo van die lange smalle vleugels hebben. 

Neen, serieus, die hebben een soort muntsmaak.  Echt lekker.  Nu ga ik niet speciaal liggen happen naar die vliegjes, maar toch.

Efkes zien of er iets op TV is vanavond.

.........................

Niks dus.

En dan nu, geeuw, de tip van de ervaren loper.

Als je een koeievlaai of een paardestront nadert, gelieve dan de mond te sluiten.  Je schrikt namelijk de vliegen op, en de kans bestaat dat er een vlieg in je mond belandt.  Een vlieg die net met haar poten feestelijk op die drol heeft liggen rondlopen.  En de rest van je duurloop zit je er toch mee in je maag.  Ik bedoel dan met de idee -fixe: wat hing er aan die poten?

Ja, tijdens lange duurlopen heb je ruim de tijd om de wereld te overschouwen en jezelf te verliezen in bepeinzingen.  De meeste onderwerpen van deze blog zijn trouwens ontstaan tijdens die lange duurlopen.

Ik kom dan thuis, sta te druppen van het zweet, maar neem dan voor de douche toch nog even de tijd om wat losse krabbels of wat codewoorden neer te schrijven op een kladbladje.

Dat heb ik me ook eigen moeten maken.  Dikwijls had ik briljante invallen tijdens het lopen, en weet ik daar nadien geen bal meer van af. 

Hoeveel meesterwerken zijn verloren gegaan voor de mensheid?  Geen, denk ik, pina colada iemand?

Sindsdien schrijf ik snel wat losse steekwoorden op, die ik nadien verwerk tot alweer een briljante bijdrage, of toch tot een bijna leesbare.

Zoals dit papiertje bijvoorbeeld, wat staat daar op, even ontcijferen: leeuw, valscherm, Keyserlei.

Tja, heu,.....

....ik kan met de beste wil ter wereld niet meer zeggen waar dit voor staat, het zal wellicht iets héél grappigs geweest zijn, misschien kom ik er nog op later in deze rubriek.

Of dit papiertje bijvoorbeeld: wasverzachter met het beertje, 300 gram jonge kaas, 1 krop sla. Shiiiiiiiiiiiiit, ik moet nog naar de Carrefour.  Tot seffens.

...........................

Terug.  Met belgerinkel naar de winkel.

Lente dus.

Vlak na de 20 Km door Brussel is er de jaarlijke stratenloop in mijn thuisstad.  10 km, niet echt de moeite qua afstand, maar wel plezant qua ambiance.

Nu zie je plots overal gelegenheidslopers verschijnen die denken dat ze op 3 weken nog even iets gaan bijeen trainen. Hahahaha.

Ook dames.  Met oorbellen en iPod.  Ik durf wedden met Evy Gruyaert  en Start to Run.  Evy Gruyaert met strooien rokje, jaaaaaaaaaaaaaaa.

Die lopende dames binden ook allemaal een trui rond de heupen. Heb ik nooit begrepen.

Officiële mededeling: Dames, dat gat is té dik, dat weten we, u hoeft dat niet weg te steken met die trui, we zien het toch, het accentueert zelfs.  En met dat tempo zal dat gat dik blijven.

 

Lente dus.  En nog maar 11 dagen.

Ach, nu weet ik het weer: leeuw, valscherm, Keyserlei.

De kans dat je door een leeuw, die met een valscherm landt op de Keyserlei, wordt verscheurd is 1 op 200 miljard. 

Maar ja, één keer is dan ook genoeg.

 

15:59 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

Het verschil met mijn vriend Jan

Het verschil met mijn vriend Jan.

Eerst en vooral een verduidelijking.  In mijn vriendenkring krioelt het van de Jannen (in de Kempen was er een dikke veertig jaar geleden de tendens bij zwangere koppels: "we moeten niet gek doen: we noemen hem Jan").  "Geen Giovanni Janssens, of een Luka Brosens, neen het moet niet gekker worden, we noemen hem Jan".

En als het een meisje is? 

Het zal een jongen zijn! Basta!  Waarna huiselijk geweld losbarstte (toen mocht dat nog).

Zo ging dat vroeger. Geen aanstellerij! 

We noemen hem Jan, dat wordt later dan "de Jakke".  Gemakkelijk.  Of Jos natuurlijk.  Of Maria (indien dan toch...).

Ik ken drie Jannen van belang voor deze kroniek.

 

Jan H.

Jan H. is een looplegende in mijn thuisstad.  Jan H. is een looplegende tout court.  Hij heeft me doen kennismaken met deze sport.  Bedankt voor deze nieuwe verslaving!  Verlost van het roken, en nu dit weer...

Jan H. is de drijvende kracht achter de delegatie lopers die wordt afgevaardigd naar de 20 Km door Brussel.  Jan kent de kop van de wedstrijd van er in mee te lopen.  Ik ken de kop van de wedstrijd van op TV.

Als je Jan H. ziet lopen, dan ben je geneigd te denken: dat kan ik ook!  Die soepelheid, dat spreekwoordelijk gemak, die oogstrelende stijl.  Volgens mijn vrouw is mijn stijl lichtjes anders: een Chaplineske voetplaatsing, gecombineerd met een lawaaierige landing.  Mijn stijl is dan ook meer een ode aan het zwoegen, het afzien.

Het verschil met mijn vriend Jan H.  Hij heeft de bescheidenheid die eerder bij mijn prestaties horen.  Zijn prestaties verdienen mijn soort snoeverij.

 

Jan M.

Jan M. is een jan van ander formaat.  Hij is een triatleet met een magnetische aantrekkingskracht voor tegenslag.  Jan M. heeft zelfs méér blessures gehad dan ik.  Ik weet het, het is ongeloofwaardig, maar er is bijna niks van gelogen.  Jan M. heeft dan ook nog eens het rare idee opgevat triathlon te gaan doen.  Kijk, als Jan M. niest, dan schiet zijn schouder uit de kom (authentiek).  Dan moet je vooral gaan fietsen én vallen.  Zelfs zwemmen is problematisch, dan schiet die schouder ook uit de kom. 

Als we met een stel vrienden naar een triathlon gaan kijken waar Jan M. deelneemt, dan nemen wij altijd een barbecue mee.  De kans is namelijk groot dat de schouder van Jan M. tijdens het zwemmen al uit de kom schiet. Omdat hij dan slechts over één arm  kan beschikken, zwemt  hij vanaf dat moment enkel nog rondjes. Hij trappelt als het ware ter plaatse, een soort perpetuum mobile.

Dat is kostelijk om te zien.  Daar kunnen wij uuuuuuuren naar kijken, onderwijl de worstjes op de barbecue nog eens omdraaiend.   Af en toe roepen we naar Jan M.: "Goe bezig Jan!". 

Cocktailsaus, en gambaspiesjes met ananas, met op de achtergrond de ploegende Jan M.  Heerlijk!  En daarbij een ijsgekoelde Pouilly Fumé.  Succulent! 

Nadat we gegeten hebben, tegen valavond, halen we Jan M. uit het water (we zijn tenslotte geen beesten).

Laatst schoot zijn schouder zelfs uit de kom bij het aantrekken van een jas!

Die schouder zit niet in de kom Jan, leer daar nu eens mee leven!

Jan M. stapte ooit uit de auto, maar was een minuscuul detail vergeten: de auto stond nog niet stil.  Sterker nog, de auto reed aan 40 km per uur.  Viel behoorlijk tegen.  Hij had toen wel iets te veel gedronken, maar toch. 

Jan M. loopt nooit de 20 Km van Brussel; de enige keer dat hij in de startbox stond, heeft de luchtverplaatsing van het kanonschot bij de start zijn schouder uit de.... u begrijpt waar ik naar toe wil.

Jan M. is een vriend van mij, omdat in tijden wanneer alles tegen zit, het een troost is iemand te kennen die nog meer miserie heeft.

 

Jan A.

Jan A. is een loper pur sang.  Qua nonchalance is het bijna mijn vriend Tom.  Presteert het om zonder uitrusting op de bus te stappen richting 20 Km door Brussel.  Leent van alles bij elkaar en loopt dan een denderende wedstrijd. 

Hij had toen een loopshirt van een kerel geleend die bij De Post werkt.  Het shirt droeg het embleem van De Post.  Tijdens de wedstrijd zag hij dat de lopers van De Post hem bepaald vijandig aankeken telkens hij er eentje inhaalde.  Achteraf werd duidelijk waarom: de 20 Km door Brussel was vroeger ook het Belgisch Kampioenschap van De Post.  Jan A. was toen zéér goed, maar wisten zij veel dat hij niet meedeed.

Jan A. presteert het om de dag voor de 20 Km door Brussel een bruiloftsfeest op te luisteren met zijn aanwezigheid.  Hij drinkt zich daarbij helemaal klem en komt met een beest van een kater, zonder ontbijt, met een restant promille dat neigt naar procent, toch naar de bus gewaggeld om mee te gaan naar Brussel.  Is heel de busreis naar Brussel ziek (zag effectief groen rond de neus) , maar loopt 1u 18 min en voelt zich daarna kiplekker.  Zeer deprimerend.

Dat soort mensen behoort tot mijn kennissenkring.  Nu pas besef ik dat.  En het daagt me nu ook dat deze dingen absoluut niet in de openbaarheid mogen komen.  Voorbeeldfunctie voor de jeugd, u kent dat allemaal wel vanuit de krant.

 

*****

 

De drie musketiers en waren die niet met z'n vieren?

En dan is er nog één Jan, die niet thuishoort in deze kroniek, maar dan toch weer wel.  Het is Jan D., die absoluut niet sport.  We voeren hem op, om aan te tonen dat er ook nog plaats is aan de andere kant van het universum.

Op een blauwe maandag ging hij spinnen en kreeg een hartslagmeter omgegespt, instellingen: minimum hartslag 80 en maximum hartslag 140 voor de opwarming.  Hij bukte zich om zijn schoenen te sluiten en....de hartslagmeter ging in alarm.  De inspanning van het bukken had zijn hartslag boven de 140 gejaagd.

RESPECT!

13:03 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

19-05-09

Het verschil met mijn vriend Tom, deel 2

Het verschil met mijn vriend Tom, deel 2

 

Heb ik u al over Tom, mijn loopmakker gesproken?

Neen?

Tiens, dat ik zoiets kan vergeten.  Dan nu maar.

Wij hebben twee totaal verschillende persoonlijkheden.  Ik de neuroot, hij de absolute chaoot.

Ik geef een aantal voorbeelden (en ik zweer het op het hoofd van de hond die we niet hebben, dat het allemaal quasi waar is, enige overdrijving niet te na gesproken).

Tom is nonchalant.  Hij presteert het om zichzelf, wanneer hij de boodschappen uit de auto neemt aan zijn appartement, buiten te sluiten van zijn appartement.  Ik baat een winkel uit onder zijn appartement en heb een sleutel van de buitendeur van het appartementsgebouw.  Tom sluit zich tijdens één en dezelfde uitlaadsessie niet één keer buiten, neen, het lukt hem maar liefst 3 keer. 

Drie keer!  Drie keer moet ik opdraven met de sleutel!

 

Een ander voorbeeld: een avondje uit.

Bij mij verloopt dat ongeveer zo.

Mijn vrouw en ik hijsen ons in de duurste gewaden, besprenkelen ons met de meest exclusieve geurtjes, schrijden naar de perfect onderhouden en smetteloze wagen, die ons GPS-gewijs naar een driesterrenrestaurant leidt, waar de chef ons met de nodige égards zal verwennen.  Wij betalen met een wuft gebaar en met één of andere Gold Card.  Daarna worden we begeleid naar onze loge, waar wij zullen neerkijken op één of ander theaterstuk, dat wij toetsen aan onze verwachtingen, gebaseerd op grondige voorstudie.  Thuisgekomen, wisselen wij ervaringen uit terwijl de cantates van Bach discreet op de achtergrond weerklinken, het kaarslicht krinkelt in de fles Château Lafite van 1787 (ooit eens gekocht bij Christie's).

 

Een avondje uit bij Tom verloopt zo.

Hij wil nog een pizza scoren en selecteert met zijn neus nog doenbare kleding.  Hij gaat naar de bankautomaat om geld te pinnen.  Saldo ontoereikend.

Het saldo (12 euro) volstaat wél om naar de bioscoop in Antwerpen te rijden.  Hij gooit genoeg rommel opzij in de auto, zodat hij achter het stuur plaats kan nemen.  Onderweg naar Antwerpen merkt hij dat de tank leeg is en dat hij in feite op benzinedampen aan het rijden is.  Afrit St-Job, saldo optanken, terug naar huis.

Kast etenswaren opentrekken.  Niks in huis.  Een muis, waarvan je de ribben kan tellen, staart Tom verontwaardigd en beschuldigend vanuit de kast aan. 

 

Tom zijn oriëntatievermogen is ook spreekwoordelijk.  Moest er niet zoveel volk zijn, dan zag ik hem zelfs in staat om zich tijdens de 20 Km door Brussel van route te vergissen.

Ooit ging hij naar een optreden in Vorst Nationaal. 

Tom vertrok wat aan de late kant.  Tom had geen idee waar Vorst Nationaal was, maar zou het wel vinden (gebrek aan zelfvertrouwen kan je hem niet verwijten).  Hij heeft uiteindelijk de auto ergens aan de kant gesmakt in Brussel, in de mening dat hij vlak bij Vorst Nationaal was.  Dat was niet zo.  Hij heeft kilometers gelopen, maar plots stond daar op mirakuleuze wijze eindelijk Vorst Nationaal voor zijn neus. 

Hij stormt binnen, net op tijd.....

....om de zanger van de groep te horen roepen: "Thank you, good night!"

Tom naar buiten.  Hij had geen flauw idee waar hij zijn auto moest zoeken.

 

En met zo'n mensen ga ik om.

Sterker nog, ik moedig zo'n mensen aan om de 20 Km door Brussel mee te lopen. 

Wat bezielt mij toch?  Wat is er fout gelopen in mijn opvoeding (in de coulissen wordt de keel geschraapt: men maakt zich op voor een ellenlange en pijnlijk juiste opsomming).

 

 

 

 

 

 

13:03 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

18-05-09

Het verschil met mijn vriend Tom

Het verschil met mijn vriend Tom

Denk bij de titel aan het lied: "Het verschil met mijn vriend Jan" van Raymond van het Groenewoud.  Of niet.  U moet dat zelf weten.

Ik loop.  Tom loopt ook.  Naast lopen speelt hij tennis, voetbalt hij en speelt hij beachvolley.  We beoefenen allebei dus slechts 1 sport, dezelfde.... inderdaad.

Laat dat duidelijk zijn. 

Neen, ik wil hier geen discussie. 

Tennis en voetbal zijn spelletjes in de orde van Scrabble. 

Noem het voor mijn part Scrabble met een fysieke component.  Een geluksspelletje  terwijl je matig beweegt.  En beachvolley is uitgevonden nadat de strakke pakjes voor de vrouwelijke beoefenaars ontworpen waren en men zich afvroeg: wat zullen we hiermee aanvangen?  Ik herhaal: ik wil hier geen discussie over.

Tennis is een spelletje, waarbij het fysieke aspect te verwaarlozen is; ik bedoel; ik stop met lopen omdat ik moe ben. 

Stoppen met tennis doe je omdat het te donker wordt om verder te spelen.

Ik herhaal: zonder discussie.

Lopen is eerlijk.  Je bent zo goed als je bent, niks geluk, onterechte winst bestaat niet.

Maar goed: het verschil met mijn vriend Tom. 

Waar zal ik beginnen?  Nu ik de omvang van deze taak voor mij zie, kan ik enkel nederig het hoofd buigen en verdwaasd op de knieën neerzinken. 

Ben ik wel opgewassen tegen deze taak?  God sta me bij!

Tom is in beperkte mate nonchalant.

Ik verbloem zaken. 

Als u in het woordenboek nonchalant opzoekt, dan staat daar als eerste betekenis: Tom.

Tom is nooit op tijd.  Tijd is een erg rekbaar begrip voor Tom.  Maar altijd in het nadeel.  Hij is nog nooit ergens te vroeg geweest.  Op tijd ook niet, wat dat betreft.

Tom is ook altijd iets kwijt.  Dat varieert van zijn GSM, sleutels, de weg, de kluts, besef van tijd.

Tom is erg groot.  In een grote auto valt dat niet zo op, maar hij kwam me ooit oppikken met een Ford (de kleinste in het gamma) en dan leek het wel of hij op de achterbank zat én toch het stuur in handen had.  Zéér vreemd.  Bij het uitstappen zag ik hoe dit optisch effect bereikt wordt.  De zetel staat helemaal naar achter en Tom heeft zich als een slangenmens in het autotje gewurmd (u kent dat nog wel van vroeger; dat er een volwassen man in een glazen kubusje kruipt en het deurtje sluit, zoiets). 

Zijn auto is ook een bizarre habitat.  Stofzuigen is onmogelijk.  Daarvoor moet je eerst met de grove borstel doorheen de auto.  Lege flessen, sportuitrustingen in verschillende stadia van ontbinding, verpakkingen van hamburgers, laptops, lege deo, pluimvee,....  Ik vermoed dat er zelfs nog verdwenen beschavingen te vinden zijn in zijn kofferbak.  Niemand durft de koffer te openen.

Zijn auto valt op het containerpark onder de categorie Restafval.

Tom heeft Latijnse gestudeerd, en is bijgevolg wereldvreemd én onhandig.

Tom is iemand die, wanneer de wedstrijd start om 15u, zich rond 15u15 begint af te vragen wat die bewegende mensen beneden op straat allemaal bezielt.  Tom vergeet speldjes voor zijn borstnummer, vergeet zijn borstnummer, vergeet zijn loopuitrusting, vergeet zijn loopschoenen.

 

Twee keer per jaar schaf ik mij loopschoenen aan. 

Daarbij wordt niets aan het toeval overgelaten.

's Lands grootste specialisten buigen zich over mijn voeten, mijn ellenlange lijst blessures, om dan tot een standpunt te komen: loopschoenen van het merk Brooks zullen het worden.  Demping, afwikkeling, pronatie en dies meer.  De nodige aanpassingen gebeuren,  footscan, gipsmodellen en speciale zooltjes worden gecreëerd, gefreesd op basis van computermodellen waar niemand nog iets van begrijpt... 

Allemaal om het hoogste doel te dienen.  Iemand die niet gemaakt is voor het lopen, te laten lopen.

Bij Tom mag je al blij zijn dat hij niet met twee linkerschoenen aan de start staat.  Schoenen waarmee ik niet eens achter een grasmaaier zou willen betrapt worden.  Schoenen waar niet nader te benoemen viezigheid aan kleeft. 

Mijn wedstrijdschoenen staan in de woonkamer centraal opgesteld op een marmeren zuil, met een spotje op gericht, een spotje dat je kan dimmen. 

De schoenen staan onder een glazen stolp.  In die  stolp heerst een constante temperatuur en de ideale vochtigheidsgraad.

Tom zijn schoenen hebben ook een bepaalde vochtigheidsgraad.  Met bijpassende geur.  Insecten en kleine knaagdieren voelen zich er thuis.  Zoogdieren niet.

 

En toch staat Tom elk jaar aan de start van de 20 km door Brussel. 

Weliswaar is dat meestal een gevolg van een reeks toevalligheden: ik schrijf hem in via de website (anders had hij de laatste 3 edities nooit ofte nimmer een  borstnummer gehad), ik reserveer zijn plaats op de bus, ik bel hem de dag zelf een aantal keren zenuwachtig op om te melden hoeveel tijd hij nog heeft om uitrusting van divers pluimage bijeen te scharrelen, ik geef hem spagetti te eten en ik sleep hem tenslotte naar de bus. 

U begrijpt dat dit voor mij een bijkomende bron van stress is, maar goed, naastenliefde, mijn hemel verdienen, u kent de hele afkoopprocedure voor het katholieke schuldgevoel.

Laat ons wel wezen.  Tom kan lopen. 

En dat is nu godverdomme zo unfair.  Terwijl ik het hele jaar door mijn oude knoken martel met duizenden trainingskilometers, bestaat Tom zijn voorbereiding voor de 20 km van Brussel uit het volgende scenario.

De woensdag voor de 20 km beseft Tom plotseling dat hij nog geen enkele meter getraind heeft.  Hij loopt die dag 17 km en is vervolgens een paar dagen totaal van de kaart, geplaagd door helse spierpijnen. 

De laatste zondag van mei zorg ik ervoor dat hij aan de start verschijnt, met minstens één loopschoen aan, en als ik een mindere dag heb, moet ik over mijn schouder kijken of hij er toevallig niet aan komt stormen.  Hij vertrekt meestal ook nog een paar boxen achter mij...

 

Talent is een raar beestje. 

Tom ook.

 

 

 

 

 

 

13:59 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

17-05-09

Belgische Vlag

Belgische Vlag

 

"Il y a seulement un drapeau, fils de la Meuse et de l' Escaut..."

 

De moderne tijden. 

 

Ze hebben ook het aanschijn van de 20 Km door Brussel grondig veranderd.

 

Vroeger liep je de wedstrijd, je kreeg een medaille en dan ging je op dinsdag de krant La Dernière Heure halen voor de uitslag. 

 

In de loop van het jaar kreeg je dan ook nog een diploma thuis gestuurd. 

 

Dat was het. 

 

Maar inmiddels is er het een en ander veranderd. 

 

Eerst kwamen er foto's.  Die kreeg je ongevraagd thuis gestuurd met een uitnodiging tot betalen.  Nooit betaald, alle foto's gehouden.  Zo zijn we dan ook weer.  Dreigementen tot betaling naast me neergelegd.

 

 

Die foto's!  Ik met zowaar nog een ravissante haartooi.

 

Nu beantwoord ik van nature al niet bepaald aan het schoonheidsideaal, maar als ze dan een foto maken wanneer je  helemaal stuk zit, 't is niet bepaald proper.

 

Nadien ging het van kwaad naar erger. 

 

Inmiddels kun je op het net filmpjes zien van je persoonlijke doortocht op tussenpunten en aan de aankomst.  Je krijgt via Nike plus ook zeer ontnuchterende statistieken over het verval van je tempo,...  Foto's via weer andere websites en alle uitslagen per naam, postcode, club,...

 

En als je jezelf dan in die filmpjes ziet, dan is er maar één conclusie, en die is vrij hard: het trekt op niks, het gaat totaal niet vooruit.  Je ziet het ook op onderstaande foto.  Ze staan gewoon stil!! 

 

 

Oeps, men vertelt mij dat dat altijd zo is bij foto's.

 

2003

 

Ik heb enkele jaren een vaste wedstrijdoutfit gehad.  Een zwart broekje en daarop een knalgeel shirt (zie hierboven).

 

 

Mijn vrouw zag ooit een foto van mij in volle inspanning in die outfit. 

 

 

Ze zei: "Kijk, dat is precies de Belgische vlag.  Zwarte broek, gele shirt en uwe rooie kop".

 

 

Ik heb iets anders gekocht.

10:13 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

16-05-09

Freud en Co

Freud en Co

Mijn onhebbelijkheden.

Ik vroeg mijn vrouw om info over mijn onhebbelijkheden.  Ikzelf kon niet meteen enige vorm van onhebbelijkheid in mijn karakter ontwaren. 

Dat was er volgens mijn vrouw al één. 

Ze kon er nog wél een paar bedenken.  Ze vroeg me of ik de lijst alfabetisch, dan wel chronologisch wou.  Ze heeft een bizar gevoel voor humor...

Ze wist me verder te vertellen dat ik gewoon onuitstaanbaar ben ....

(en toen was ik blij dat er nog iets volgde)

...wanneer ik gekwetst ben en dus niet kan lopen.

Tja, wat zal ik zeggen. 

Wanneer ik gekwetst ben, dan wil ik dat de ganse loopgemeenschap gekwetst is.  Voor de Nederlanders is gekwetst een raar begrip: ze zien dat als iets in de emotionele sfeer; zij hebben het in geval van sportblessure over geblesseerd.  Nederlanders zijn raar.

Als ik een blessure heb (nu goed?) dan sluit ik de gordijnen van de woonkamer.  Dat helpt niks, maar dan zie ik ten minste die gelukzalige koppen niet voorbij mijn huis joggen.  Dat kan ik dan namelijk niet hebben.  Dat is namelijk zout in de wonde.  Alsof ik al niet genoeg miserie heb.

Maar tot op heden, en dit is de Goden verzoeken, heb ik nog geen enkele editie gemist van de 20 km door Brussel sinds mijn debuut in 1994. 

Sinds 1994.  Ik laat het groteske van deze boodschap even tot u doordringen.

Nog geen enkele keer heeft een blessure me noodgedwongen de 20 km doen missen.  Het heeft een paar keer niet veel gescheeld, dat mocht u hier eerder al lezen.

 

 


 

Angstdromen

Maar jaarlijks heb ik toch wel de nodige angstdromen rond het missen van de 20 km.  De scenario's zijn verschillend en kunnen wellicht Freudiaans verklaard worden.

Ik ben mijn loopbroekje vergeten.  En bizar genoeg heeft er niemand in die ganse luchtvaartmuseumomkleedhall een reservebroekje voor mij. Sterker nog, ze willen me er geen lenen.  Ze zijn bang van mij en van de onwaarschijnlijk scherpe tijd die ik kan neerzetten, moest ik een broekje hebben.  Maar ik heb geen broekje.  KLOOTZAKKEN!

Ik zit op het toilet te kakken (pardon my french) en het kanonschot van de start klinkt op de achtergrond.

Variant: ik zit opgesloten in zo'n mobiel toilet van Toi Toi.  Ik lig op de deur te bonken, maar niemand hoort me.  Op de achtergrond hoor ik de omroeper : "Laatste oproep.  Begeef u onmiddellijk naar uw startbox".

In dezelfde scatologische sfeer: ik ben aan het pissen en het blijft maar komen.

Ik heb me van zondag vergist.  Ik sta helemaal alleen in Brussel te koekeloeren.  De wind jaagt een eenzaam foldertje van Nike voor me uit.

Ik heb de bus gemist die naar Brussel rijdt.  Ik zie de bus zelfs nog in de verte.  De achterbank wuift naar mij (zie ik daar ook geen grijnzende gezichten?).

Ik zit vast in de aanschuifstrook naast de startvakken tussen allemaal niet-lopers en geraak daardoor niet in mijn box. 

Even tussendoor: wat bezielt niet-lopers om in die aanschuifstrook te gaan rondhangen?  Daar kan ik met mijn beperkt verstand dus niet bij.  Er zijn zelfs moeders met kleine kinderen in van die buggy's die dan op je achilles inbeuken en dan nog verongelijkt durven kijken als je boos omkijkt.  Blijf thuis!  Er is niks te zien!

 

Angstdromen dus.

Ik loop tussen duizenden mensen die niet vooruit geraken (bij nader inzien is dat in realiteit ook zo), maar nu komt het: ik begin in de lucht te zwemmen, crawl.  Dat gaat ook al niet goed vooruit.  Ik hoef geen verklaringen, dank u wel.  Het leven kent zo al genoeg beproevingen.

Ik kom zelfbewust aan in de kleedkamer en ik open met een schalkse knipoog mijn lopersrugzak. 

En dan blijkt dat ik mijn schoenen ben vergeten. 

Een droom die ik eerder aan mijn vriend Tom zou toeschrijven, maar helaas moet ik tot mijn scha en schande bekennen dat het mij al een keer in realiteit is overkomen.  Niet tijdens de 20 km door Brussel, gelukkig maar, neen het was tijdens een regionale wedstrijd. 

Mijn vriend Tom kon zijn geluk niet op toen hij kennis nam van het voorval.  Hij is de ultieme sloddervos,  maar het overkomt nota bene zijn vriend de neuroot. 

Dat verhaal blijft hij maar oprakelen, te pas en vooral te onpas. 

Ik heb die wedstrijd wel gelopen, op niet aangepast schoeisel, zonder speciale lasertechnologisch aangepaste inlegzolen. 

Een paar dagen kreupel geweest.  Maakte dus in feite geen enkel verschil.  Het eindresultaat was hetzelfde.

Mijn vrouw heeft in de loop der jaren een afscheidsritueel in het leven geroepen. 

In den beginne zei ze, als ik op het punt stond te vertrekken: Goe lopen!

Na de eerste blessures zei ze: Goe lopen!  Geen blessures!

Nu is het al geworden: Schoenen bij?  Goe lopen!  Geen blessures!

Freud zou er het zijne van denken.

 

 

 

 

 

 

10:20 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

15-05-09

Te paard!

Te paard!

 

Kent u een BV persoonlijk?  Een Bekende Vlaming?

Ik som even op: Koen Wouters, Goedele Liekens, Rik Torfs, Eddy Merckx, Eric Van Looy, Roel Vanderstukken, dingeske van de Kampioenen (allez, ik zou z'n naam duizend keer kunnen zeggen), Bart Wellens, Bart Peeters,...

Die ken ik allemaal niet.

Ik ken wel Koen Fillet.  Van Radio 1.  Jongens en Wetenschap.  En van dat programma van 0 naar 42 Km.  Hoe ze niet-lopers op 1 jaar tijd klaarstomen voor de marathon. 

Heb je dat programma gezien? 

Wat was me dat!  Het leek wel een lopend hospitaal.  En slechts een paar halen uiteindelijk de marathon (en lopen die dan uit aan een tempo dat veredeld wandelen is; zoals een kalkoen in feite een kip met pretentie is). 

Ze hadden nochtans de perfecte begeleiding. 

Maar ze hebben één cruciale fout gemaakt. 

Ze beschouwden de 20 km door Brussel als oefening tussendoor.  U zou nu de uitdrukking op mijn gelaat moeten kunnen zien; de ene wenkbrauw sceptisch opgetrokken, een rare monkellach rond de lippen.

Zo'n hoogmoed betaal je cash!

De 20 Km door Brussel moet benaderd worden met het nodige respect!  Brussel is een doel op zich. 

Brussel zien en sterven!

In feite ken ik Koen Fillet niet.  Ik ken wel zijn broer,  Joost Fillet.

Hij is samen met mij onder de wapens geweest.

Dat klinkt veel stoerder dan het was.

 

18 RA.  De 18de Rijdende Artillerie van het Belgisch Leger.  Te paard!  Whoeha!  Ter verduidelijking: bij het verbreken der rangen na het appel (niet de vrucht) scandeerden we whoehah!  Redelijk belachelijk.

Voordat Leo Delcroix het afschafte, heb ik (met tegenzin) het vaderland gediend te Brasschaat.  Bij een actieve gevechtseenheid.  Kampen te Elsenborn, wacht lopen kazerne, wacht munitiedepots, wacht Koninklijk Paleis, wacht kerncentrale Doel, de nodige 3-daagse oefeningen, overlevingsweek in de Ardennen, de hele reutemeteut.

En elke vrijdag was het bataljonscross, waarbij er een klassement werd opgemaakt per batterij.  En dan komt het competitiebeestje in mij boven!

Zet mij aan een spelletje Risk (u kan mij herkennen aan het feit dat ik opdaag in volledig legertenue, inclusief pinhelm van W.O.I), en binnen het half uur heeft iedereen ambras met elkaar (ik lijk in dat opzicht wel Karel De Gucht op missie in Afrika).  Slaande ruzie!  Pionnetjes vliegen in het rond!

Een competitiebeest pur sang dus.

Tijdens loopwedstrijden kamp ik met hetzelfde probleem.  Zelfs als ik zeg dat ik de wedstrijd als een rustige training ga afwerken, heb ik slechts het geluid van een startpistool nodig om als een ongeleid projectiel de start te nemen en weg te schieten op weg naar nieuwe triomfen.  Mijn vrouw overweegt trouwens de aanschaf van een startpistool om de ochtend op gang te schieten.

Dus ik heb leren lopen tijdens mijn legerdienst.  Ze waren wel perfide.  De bataljonscross was telkens op vrijdag om 16u (om 17u mochten we de normale wereld weer in).  Als je nog warm water wou in de douches, niet te lang wou aanschuiven aan de douche, en op tijd wou zijn om terug burger te worden om 17u, dan was je wel verplicht door te lopen.  Maar geen probleem voor een competitiebeest als deze jongen.

En elke week gingen we zwemmen in Brasschaat.  Wij liepen dan eerst van Maria-ter-Heide naar Brasschaat.  Daar zwemmen, maar dat was niet liggen plonzen in dat bad, maar baantje zwemmen, uit het bad, lopen tot aan de andere kant, pompen, valschermspringen, een kuil graven van 2 op 3 en 1m diep, put terug toe, weer pompen, twintig maal optrekken, 100 sit-ups, een oorlog in Korea gaan winnen, terug per vliegtuig, opnieuw baantje trekken en zo de ganse voormiddag.  Dan kwamen de vrachtwagens en gingen we terug naar de kazerne.  De rest van de dag was het dan zaak om te proberen niet in de weg te lopen of op te vallen of je mocht weer iets anders zinloos gaan doen.  Schone tijd.

De jongere lezer kent het fenomeen legerdienst niet.  Bij het woord kazerne sla je best een fotoboek van het fort van Eben-Emael open.

Anekdote legerdienst:

Tijdens een maaltijd (sla datzelfde fotoboek open) vroeg een luitenant algemeen aan onze tafel: "Smaakt het?"

Ik reageer (competitiebeestje!):

"Ik heb al slechter gegeten, maar dat was ook hier..."

Hij kon er niet mee lachen, wij wel, ik daarna ook niet meer.

Dus ja, leren lopen in het leger.

 

En na jaren vadsig niks doen, merkte mijn vrouw op: "Waarom begin je niet te lopen, je deed dat toch graag in het leger."

En zo geschiedde.

 

Trouwens, ik ken wél een BV.  Tanja Dexters.  U weet wel, van de boekskes.  Op een dag stond ze bij mij in de winkel.  Zonder schmink.  Was me dat schrikken!

13:58 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

14-05-09

Catch 22

Catch 22

Kent u dat?  Een catch 22?

Ik geef een voorbeeld:

Om uit militaire dienst te blijven om psychische redenen, dan moet je kunnen bewijzen dat je gek bent.
Hij die kan bewijzen dat hij gek is, is niet gek.  En moet militaire dienst doen. 

Catch 22.

In die situatie zitten we nu.  Nog maar enkele weken scheiden ons van de 20 Km door Brussel.  Je kan het gras al ruiken van de Esplanade van het Jubelpark. 

Ruik, nu!

En nu wordt het bloedlink. 

Een blessure is nu dodelijk.  Stel dat je nu een spierscheur of een peesaandoening oploopt, dan is het "game over".  Dat kan niet meer rechtgezet worden. 

Dus zou je denken: stop met lopen.  Maar dat kan niet.

Je moet blijven lopen om de conditie op peil te houden of nog aan te scherpen.

En dat is riskant, omdat je bijna op je top zit en dus vatbaar voor kwaaltjes allerhande. 

 

Een Catch 22, lopen is riskant, en niet-lopen geen optie. 

Dat, mijne heren van de jury, is langzaam gek worden.

 

Sinds vorige week beginnen de kleine ongemakjes; lichte verrekkingen.  Linkerkuit. Storend, enerverend, niet goed voor "de moral".  Stel dat het erger wordt?

Je loopt ook niet meer met vertrouwen.  Je bent constant op je hoede voor pijnscheuten, je bent je bewust van hoe je de voeten plaatst, eigenlijk trap je op de ziel van het lopen.

De ziel van het lopen.

Dat is het zonder nadenken lopen, het onbewuste lopen.  Wanneer je door bos en dreef loopt en plots zonder reden opschrikt en beseft: ben ik al hier.  Onnadenkend: het zenlopen.  Automobilisten herkennen dat ook wel: als je lang op de autosnelweg zit en in gedachten verzonken je afrit mist. 

Een soort van automatische piloot.

Geheel bevrijd lopen in wijdse omgeving.  Je ziet een hert, blauwe reigers, eekhoorns.  Je maalt kilometers, je zweet de problemen uit je lijf, je overdenkt je besognes en stelt prioriteiten, maakt plannen.  De complete lichaamskuur.  Je bent anderhalf uur zonder telefoon, gsm, lawaai, helemaal op jezelf aangewezen. 

En het decor verandert elke week op het ritme van de seizoenen, herfst, sneeuw, zon, regen,...

Ik ben niet alleen verslaafd aan het lopen.  Ik ben ook verslaafd aan het bewegen, aan het herbronnen, aan die totale overgave, de lange leegte, aan het zoeken naar evenwicht.....

 

 

.....en dan trap je natuurlijk in die hondestront. 

Daar krijg ik dus het absolute schijt van!!

En wat te zeggen van die mensen die in de bossen wandelen, de hond NIET aan de leiband. De hond komt aangelopen, grommend en blaffend.  Je stopt met lopen.

"Dat doet em normaal nooit, meneer!"

Je lacht groen, bent al blij dat je niet gebeten bent en in je binnenste wil je maar één ding: een vliegenmepper, om zowel de hond als het baasje....

Je hebt ook van die gadgets waarmee je een toon kunt uitzenden die  voor de mens niet hoorbaar zijn, maar voor de hond wel (en het geluid zou de hond doen ineen krimpen van angst).  Maar hoe weet je wanneer de batterij leeg is?  Je zal maar een Duitse herder met slecht humeur achter je hebben.  Vertrouw jij dan op een gadget van bij Blokker voor 1 euro?  Ik niet.

Ik heb ooit op de fiets een Duitse herder achter mij gekregen.  Ik was met de mountainbike, de herder te voet.  Ik heb dus een hele tijd knoerhard moeten rijden om die kloot van een hond af te schudden.  Hij blafte niet, gromde niet, maar was alles aan het geven in de achtervolging.  Tot mijn grote geluk kwam er van de andere kant een oudere dame op een gewone fiets.  De herder heeft eieren voor zijn geld gekozen en heeft dan maar de oude dame verscheurd.  Ik heb er nog een tijdje al nahijgend naar staan kijken, het gegil was wel indrukwekkend. 

Ik had écht spijt dat ik geen GSM met fotofunctie bijhad, écht jammer...

 

Een andere keer was ik bij valavond aan het fietsen met diezelfde mountainbike toen ik links van de weg een oude man zag wandelen, en rechts van de weg een hond (van het type dat een strikje in het haar heeft).  Ik denk: ik fiets snel in het midden, maar vlak voor m'n neus zie ik dat er wél een leiband tussen man en hond zit. 

Het heeft lang geduurd voor ik met de hogedrukreiniger het laatste stukje Fifi uit mijn tandwielen had gespoten.

 

Was dit een kroniek omtrent lopen?  Stop met dat gefiets!

 

 

 

 

13:08 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

13-05-09

De bevalling van de zwarte kat

De bevalling van de zwarte kat

In de voorbereiding op de 20 Km door Brussel laat je niets aan het toeval over. 

We laten ons door niets afleiden. 

Is het op 31 mei de 20 Km door Brussel, dan bespaart u zich best de moeite om mij op 30 mei uit te nodigen op een feestje, ik kom niet.  Ook niet op de 29ste trouwens.  Om correct te zijn: vanaf 23 mei ben ik niet beschikbaar. 

Mensen die bij ons op bezoek willen komen, krijgen aan de  voordeur eerst een koortsthermometer in de bek. 37 graden of minder! 

U denkt toch niet dat ik mijn wedstrijd laat verknallen door een verkoudheid. 

Dat dacht ik niet.

Die regel geldt ook voor communiefeesten.  De vrouw weet dat; geen gedoe.

Die regel geldt ook voor bevallingen.  De vrouw weet dat; geen gedoe. 

In deze optiek heb ik trouwens in 1989 mijn vrouw verboden te bevallen tijdens de slottijdrit van de Ronde van Frankrijk.  U weet wel.  Het duel Fignon - Lemond (was het 8 seconden?).  Een bevalling dat kan elk jaar.  Technisch zelfs frequenter.  Dat duel niet. 

Ze begreep dat, denk ik.

Ik raak de dagen vlak voor de wedstrijd ook geen voedsel aan dat door vreemden is klaargemaakt/gemanipuleerd.  Voor je het weet heb je een salmonella en zit je de nacht voordien met een klank- en lichtspel op de pot. 

Doen we dus ook niet. 

Mijn vriend Jan M. heeft zoiets meegemaakt.  Daags voor een belangrijke wedstrijd haalt hij ergens een pasta.  Moet iets fout mee gezeten hebben.  Ganse nacht uit de twee belangrijkste lichaamsopeningen pasta retour gekregen.  De geur benaderde, volgens de bloemrijke beschrijving van Jan M., die van een volle GFT-container tijdens een hittegolf.

Ik werk ook niet met elektrisch aangedreven apparaten in de week voordien. Geen stofzuigers, slijpschijven of heggescharen voor mij.  Ik beperk me tot de afstandsbediening van de TV.

Bij nader inzien probeer ik werken in het algemeen tot een minimum te beperken.  Het is zo vulgair, iedereen doet het.

Ik kruip ook niet op laddertjes en ik loop niet onder ladders door, geen zwarte katten voor mij.

En loop ik door dit alles ook maar een ietsiepietsie beter?

Neen.

 

 

13:30 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

12-05-09

De wet van Murphy

De wet van Murphy

 

Ik ben een gebroken man.

En dat is nu eens letterlijk.  Vorige week maandag een klein ongemakje binnenkant rechterkuit, woensdag werd dat een iets groter ongemak tijdens een langere duurloop.

Een contractuurtje.  Het kon niet uitblijven. 

Nog luttele dagen en dan loop ik de 20 Km door Brussel, en wat leert de wet van Murphy ons? 

Inderdaad.  En dan moet ik er aan toevoegen dat Murphy in principe een optimist was.

Maar zoals altijd wanneer een ongemak de kop opsteekt is er de enige echte Superman Tom B., mijn kinesist, mijn gids doorheen moeilijk vaarwater...

Ik moet nooit vertellen wat er fout zit aan mijn lichaam (looptechnisch gesproken dan, psychisch wil zelfs Tom B. er niet aan beginnen), hij voelt dat.  Zijn handen zoeken de blessure en grijpen die dan bij de gluiperige kraag.  Magic!

Hij is niet enkel een wonderman met grote duimen, maar weet hoe een loper mentaal in mekaar zit (in mijn geval eerder simpel, vrees ik).  Hij kent onze wanen en driften, onze twijfels en mantra's.  Hij loopt zelf ook, dat scheelt.

Tom toog aan de arbeid.

Na de nodige kuitmanipulaties (ben ik blij dat ik de eerste i van het woord niet ben vergeten; a dirty mind is a joy for ever) en geruststellende woorden dat de machinerie weliswaar licht gehavend, maar nog altijd op ramkoers was met de 20 Km, zei Tom B. langs zijn neus weg: Ik zal eens naar de stand van uw heupen kijken.

Ik ben naïef.

Ik zei ja.

Hij stelde een verschil in stand van een tweetal cm vast.

Twee centimeters is, in termen van de kosmos, een pietluttigheid.  In termen van manuele therapie komt het echter neer op het volgende:

Hij plooide mijn been naar boven, vér naar boven, héél ver naar boven. Ik kon aan mijn eigen tenen likken.  Vervolgens deed hij een aantal bewegingen waarbij ik het gevoel had dat hij een rib of tien brak, live mijn ruggewervels uitrukte, die afspoelde onder het kraantje (hygiëne is belangrijk), om tenslotte mijn twaalvingerige darm in een driedubbele Nelson te knopen aan mijn sleutelbeen.

Hij plooide mij in drieën origamigewijs. 

Ik hoorde mezelf gillen: Tom, stop daar onmiddellijk mee, mijn been kan niet verder!

Tom schroefde lustig verder onderwijl het thema van het Slavenkoor fluitend.

Ik hoorde mezelf gillen: Tom, ziet ge mij niet meer graag?

Hij vees nog een poot uit, onderwijl sardonisch schaterlachend (denk daarbij aan de lach van Gargamel die eindelijk de loopsmurf te grazen heeft).

Maar dat was slechts het voorbereidende werk.  Tom gooide vervolgens al zijn troefkaarten op tafel en plooide mijn heup terug op zijn plaats.  Alles werd zwart voor mijn ogen.

We weten allemaal: pijn is relatief.

Maar ik baar nog liever een drieling mét waterhoofd, pis nog liever een tiental nierstenen ter grootte van een kassei uit.  Mijn vrouw zegt dat ik kleinzerig ben.

Het viel dus echt wel mee.

"Gaat het?"  vroeg hij een paar keer (dat begeleidende grijnslachje was er over, Tom).

Ik was niet bij bewustzijn, denk ik.

"Dat is al beter", zei hij na één keer.  Ik dacht: ok wij zijn er vanaf.

Toen kwam de sinistere mededeling dat hij deze behandeling nog een keer of vijf ging herhalen.

Ik zag dat de deur van de behandelingskamer op een kier stond.  Ik greep mijn kans en wist te ontsnappen van de behandelingstafel.  Ik vlucht de gang in, onderwijl fluks apparatuur omver trekkend, om  de inmiddels briesende kinesist af te remmen in zijn wilde achtervolging.  Ik weet met een bus massagezalf zijn ogen te raken. Ik gooi in wanhoop dat raar machientje dat op het eind van de behandeling altijd piep zegt naar zijn hoofd.  Niks kan hem stoppen! 

Drie behandelingskamers verder word ik door een wilde tackle onderuit gehaald. Normaal altijd rood!  Astemblieft arbiter!!!!!  Tom sleept me aan de enkels terug naar de behandelingstafel.  Hij gaat stoïcijns verder met de manuele therapie.

Zoals beloofd herhaalde hij de behandeling nog een keer of vijf.  Links.  Daarna rechts. 

De eerste keer was ik nog macho genoeg geweest om de stilte te bewaren.  De volgende keren heb ik geluiden geproduceerd die thuishoren in een stripverhaal: Oink, kraaieek, aiaiaiaiai, whoehah, mamma mia,...

De film van mijn leven kwam een viertal keer voorbij.  Notitie aan mezelf: Ik moet dringend iets aan mijn leven doen; saai, die film, een ware verschrikking...

Op dat moment was ik drijfnat van het zweet en zo van de kaart dat ik dacht dat mijn naam Jos was en dat ik een frituur uitbaatte aan het station van Berchem.

Maar ik ben nu de trotse bezitter van heupen die zo waterpas staan, dat kun je niet geloven!  Automobilisten stoppen spontaan om mij te feliciteren met die heupstand, tot tranen toe bewogen, wulpse vrouwen knipogen veelbetekenend naar mijn heupen.

Ik kan het iedereen aanraden. 

En ach ja, de contractuur.  Zo goed als weg.

Dank u Tom.

 

 

13:40 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

11-05-09

Kuifje en het Marsmysterie

Kuifje en het Marsmysterie

De aankomstzone van de 20 Km door Brussel is één grote heksenketel. 

Overal uitgeputte mensen, strompelend op zoek naar zichzelf.  Een oververhitte omroeper die boodschappen rondbazuint waar niemand wat aan heeft/naar luistert.  Rare muziekkeuze ook.  Het is een smeltkroes van geluiden.

Eenmaal je de aankomstmat gepasseerd bent, moet je je lichaam afzetten.  Het heeft anderhalf uur lang voorwaarts gestormd en nu sta je stil.  Dat is een raar gevoel. 

Tegelijkertijd heb je een hoop zaken in het oog te houden. Administratief ook.

Je krijgt een medaille in een klein plastic zakje in de handen gestopt, je neemt een flesje van een halve liter Spa aan, dan nog een (ja, zo zijn we dan ook weer, als het gratis is,....). 

Dan zie je plots een promomeisje van Mars, één van de hoofdsponsors van het evenement.  Die promomeisjes zijn geselecteerd opdat ze er minimum even smakelijk uitzien als de Mars die ze uitdelen.  Blond en op hoge poten, als ik even het male chauvinist pig mag uithangen. Maar alle bloed stroomt nog naar je benen, het libido staat op non-actief.  Suikers heb ik nodig, geen seks.

Ik krijg een verpakking Mars in de handen gestoken, met daarin twee repen Mars.  De chip wordt van mijn schoen geknipt, en ik krijg de chip in mijn handen gestopt.

Even inventaris maken: 1 medaille, 1 chip, 2 flessen Spa, 1 verpakking Mars met twee repen.  In mijn loopbroekje is geen zak voorzien (buiten de anatomische).

Je hebt je handen vol, alle vezels in je lijf doen pijn en je bent kapot, uitgeput.  Eten wil ik, nu, en hoewel ik Mars niet lekker vind, prop ik een volledige Mars in mijn halfdroge bek.  Ik begin te kauwen en binnen de minuut verzuren mijn kauwspieren.  De ganse boel plakt aan mekaar. Iemand vraagt me hoe mijn wedstrijd was, ik antwoord: Mjajenn ghingqgkd jjlmzakk!

Mijn gebit hangt aaneen en mijn tong is één geworden met mijn verhemelte. Bevochtigen denken we dan.  Ik draai met enige moeite de dop van een fles Spa (armen verzuren onmiddellijk) en smijt het dopje in één van de talloze immense vuilzakken in de aankomstzone.  Ik strompel verder, afwisselend drinkend of het water over mijn kop gietend. 

Ik kom aan de plaats waar de chip in een grote ton moet gegooid worden.  Als je de chip niet inlevert, dan betaal je 25 euro boete.

Ik zoek mijn chip, nergens te vinden.  Je hart slaat over. 

Plots besef ik dat ik de chip, samen met het dopje van de fles Spa in een vuilzak gekieperd heb.

Heeft u enig idee hoeveel vuilzakken er staan in de aankomstzone? 


Beseft u dat die er allemaal krek hetzelfde uitzien?

De vuilzakken zijn dan ook nog eens berekend op een groot debiet.  Je kan in zo'n vuilzak een bescheiden tuinfeest houden met een man of 10.  Met barbecue.

Dit was niet zoeken naar een naald in een hooiberg.  Dit was vééééél erger.

Ik spring in de eerste de beste vuilzak en graai tussen flesjes Spa, halfgekauwde en terug uitgespuwde repen Mars, halfverteerde fermenterende bananen, en alle mogelijke niet nader te omschrijven substanties die te maken hebben met de menselijke spijsvertering.  Onderwijl klem ik manmoedig mijn materiaal tegen me aan.

Meewarig kijkende mensen in mijn omgeving.  Een volwassen man in een vuilzak.  Een man die normaal gesproken niet uit de vuilbak hoeft te eten om te overleven.  Hoe is het mogelijk? Tsss, tsss.

En je gelooft het nooit, maar na de 62ste vuilzak vond ik een chip, sterker nog, het was de mijne!!  Opluchting.  Niks verzuring meer en waar zijn die promomeisjes van Mars nu toch naar toe. 

Ik lust nog wel een Mars! Of een promomeisje!

Maar vermits die niet in de buurt waren, heb ik maar een halfopgegeten Mars uit de vuilzak genomen, als je de bijtsporen van de vorige eigenaar vermijdt, valt dat best mee...

Die opluchting is vergelijkbaar met de opluchting die vrienden van mij hebben meegemaakt.  Ze waren met het ganse gezin en de hond naar Spanje geweest.  Beest ginds kwijt.  Drama.  Na 21 jaar horen ze geblaf aan de voordeur.  Wat denk je?

Het was bijna dezelfde hond.

 

 

 

14:01 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

10-05-09

De queeste naar de eerste startbox

De queeste naar de eerste startbox

Een mens moet een doel hebben.  Maar als je je beperkt tot één doel, dan is de teleurstelling heel dichtbij.

Daarom stel ik mij, wat de 20 Km door Brussel betreft, elk jaar een aantal doelen: verbetering besttijd, een goede tijd, uitlopen, geen blessure (u merkt de dalende ambitie).  Ik haal elk jaar minstens 1 doel.  Zo blijf je gelukkig.

Een onderliggend doel is de jacht op box 1.

Goed.  Zoals iedereen ben ik de eerste keer dat ik deelnam aan de 20 Km door Brussel, helemaal achteraan gestart (nummer 19000 en nog wat).  Na een drietal jaren was ik in startbox 2 geraakt.  Mijn ultieme droom was ooit in box 1 te geraken (nu ja, ultieme droom op loopgebied; mijn andere ultieme droom heeft iets te maken met meisjes in de gevangenis die mekaar kusjes geven en van het een komt het ander; vanaf dit punt mag u uw fantasie de rest van het werk laten doen, maar hou het proper).

In de jaren negentig was box 1a en 1b voorbehouden voor lopers met borstnummers tot 1000.  De elitelopers stonden daar nog voor; het Keniaanse geweld en dies meer.  Daar wou ik bij zijn, box 1 dus voor alle duidelijkheid.  Dat ik nooit de ambitie moest koesteren om tot de elite gerekend te worden, is een rechtstreeks gevolg van dit lijstje: geen talent, geen karaker, geen doorzettingsvermogen.  Nu ik dit herlees, moet ik zeggen dat me dat bekend voorkomt.  Ik heb dat al ergens eerder gelezen.  Ach ja, op zowat elk rapport van de lagere school tot eind middelbaar.  Daar ken ik dat van! 

Maar er zijn nog wel een paar tekorten (nu we toch bezig zijn): blessurelast, geen voeten om mee te lopen, eet- en vooral drankpatronen, studentikoos verleden, en de oplopende leeftijd.

Genoeg gejammerd, de queeste voor startbox 1.

In de jaren negentig was box 1a en 1b voorbehouden voor lopers met borstnummers tot 1000.  Nadat ik in 1997 een redelijk straffe tijd liep, kreeg ik zowaar startnummer 912 toegewezen!  Iedereen opzij, Mark maakt zijn entrée bij de grote mensen.  Ik zou starten in box 1 en de Keniaantjes in de nek hijgen (toch tijdens het wachten in het startvak en misschien na de start nog een drietal meters).  Mijn pretentie kon niet op, ik denk dat God en klein Pierke mijn nummer heeft gezien, mocht betasten, aan ruiken zelfs.  Een relikwie was het.

Stond ik in box 1?

Neen, ik stond niet in box 1.  Kijk, u gaat het niet geloven, maar 1998, nieuwe indeling boxen.  Het waren nu de eerste 500 die in box 1 stonden.

Het is toch om dood te vallen. 

En sinds vorig jaar hebben ze weeral nieuwe criteria om in die vermaledijde eerste box te mogen.  Ter gelegenheid van mijn 15de editie heb ik weer maar eens geprobeerd om een borstnummer te krijgen voor box 1.  Ik geef toe, omdat het niet lukt op sportieve gronden, probeer ik maar via slijmen, smeken, dreigen en telefonische stalking.

Een mevrouw van de organisatie wist me te vertellen dat je, om in box 1 te mogen, onder de 1u20 moet lopen.  Ik denk dat ik eerder de droom van de meisjes in de gevangenis zal realiseren... 

Toch heb ik al eens één keer zo dicht bij de elitelopers gestaan dat ik aan het oorlelletje van een Keniaan kon sabbelen, moest ik daarvoor de aandrang gevoeld hebben. Chocolade mannekes, mmmmm...lekker.  Editie 2004 dacht ik.

Dat was toen er uiteindelijk maar 500 lopers (+ de enkele tientallen elite-lopers) voor mij stonden.  Ik stond in box 2 helemaal vooraan.  Vlak voor de start wordt het scheidingstouw tussen de boxen weggetrokken  en ik spurt tot in de nek van de lopers in de eerste.  Ik schat dat ik op rij 5 stond.  Ik zag het wit van de ogen van toenmalig starter, de burgemeester Freddy Thielemans.  De camera's van La Deux stonden op mij gericht (zo voelde het toch, maar het zal hen wel voor die eerste rijen te doen geweest zijn).  Ik kom in beeld: tja wat zal ik zeggen: TV flatteert niet en iemand moet mij eens dringend vertellen dat ik niet moet trachten een interessant gezicht op te zetten; het helpt écht niet. 

Box 1, het blijft een queeste, mijn heilige graal.

Ik denk dat ik in dit leven gestraft wordt.  Waarschijnlijk heb ik in een vorig leven op zo'n grote schaal losbandigheden bedreven,  dat ik daarvoor in dit leven gestraft moet worden.  En dat ik me van die losbandigheden godver niks kan herinneren!  Dat vind ik uiteindelijk nog het ergste.

 

11:28 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

09-05-09

De 50% regel

De 50% regel.

Editie 1994 ben ik helemaal achteraan gestart; ik had dan ook borstnummer 19000 en nog wat random getalletjes, en ik ben van het principe: de box is de box, en niets dan de box, zo helpe mij God.

Nadat het startschot was gevallen, begonnen we, na wat een klein uur leek, lichtjes te wandelen.  De speaker riep op een bepaald moment het volgende cynische bericht om: "de eersten hebben kilometerpunt 1 reeds bereikt".  Ik stond nog steeds op de keien voor de bogen van het Jubelpark, met een onoverzichtelijk kluwen mensenvlees voor mij.

We begonnen iets sneller te wandelen en zowaar zelfs even traag te joggen.  Trechter eind Jubelpark, weer alles dicht, en zo ging dat maar door, tunnel 1 alles dicht.  Vanaf kilometer 5 kon je, met wat goede wil, voluit gaan.  Maar voluit gaan als super getrainde superatleet met een waanzinnig gestroomlijnd en gesculptuurd lichaam is niet evident wanneer zowat half Europa voor je wandelt/drentelt/jogt/sterft/braakt (schrappen wat niet past).  De zigzag lijnen die ik daar heb moeten lopen heeft er voor gezorgd dat ik minstens 62 km heb afgelegd. 

Respect , dat verdien ik, maar krijgen?

Je kan van alles meemaken onderweg.  Een bloemlezing.

Kris C. is ter hoogte van het Koninklijk Paleis vol over een van die arduinen blokken (hoogte en breedte 25 cm, langere lengte) gegaan, knal plat op de buik.  Schaafwonden en je bent, wat is het, amper 2 km weg.  Een andere onfortuinlijke ziel trapt bij een Spa bevoorradingspost op een flesje Spa dat er ligt.  Het was geen leeg flesje, maar een vol en dan nog wel gesloten.  Dat deukt niet in, voet omgezwikt.  Lekker.

Een andere loper heeft hetzelfde gepresteerd, maar dan over een dopje van een fles Spa.  Een dopje!  En God weet dat er bij de bevoorradingen een paar dopjes worden afgedraaid en rondslingeren, want God heeft vorig jaar de 20 Km gelopen op 1u 37 min en 22 seconden, niet slecht, maar hij is dan ook al een veteraan.

Het kan nog stommer.  Iemand stapt in Brussel van de bus (nog voor de wedstrijd) en mistrapt zich.  Voet omgezwikt, de krak van die gewrichtsbanden hoor ik nu soms nog (in angstdroom nummer 12).

Maar misschien wel de mooiste ervaring is die van een vriendin van mij. 

Ze vertrok behoorlijk achteraan in het lot, maar voelde na een kilometer of 6 dat het niet lekker zat, en besloot terug te keren.  Indachtig de gouden regel van 50 %: als je voorbij de helft bent, is het niet zinvol om terug te keren om kilometers te besparen. 

Dat heeft te maken met de ronding van de aardbol.  Als je halfweg bent, is het in theorie nog even ver naar het eindpunt.  Keer je terug is het ook nog even ver.  Waar ben je dan?  In een soort nulpunt, zeker, de meridiaan.  Weet ik veel.  Ja maar, is het de bedoeling dat ik hier alles moet weten?  U heeft toch ook internet?

Waar waren we.

Ze keert terug en na korte tijd is ze verlost van alle lopers en vooral van de opmerkingen: ge loopt ner de verkierde kaant!!!  En ook wel opmerkingen van het soort: hey poepke, wat ist? Weg kwaait? Denk hierbij aan de tongval van Axl Peleman.

Dan merkt ze dat de organisatie vlak achter de laatste lopers de pancartes  met  wegaanduidingen begint op te ruimen. 

Ze denkt: geen probleem, ik vind de weg wel op eigen houtje. 

Niet dus, ze is Limburgse én blond. Een dodelijke combinatie.

Om een lang verhaal kort te maken: ze heeft méér dan 20 km door Brussel gedwaald op zoek naar een Jubelpark. En laat ons wel wezen, het Jubelpark, dat mis je zo, het is maar een paar hectare groot en in heel Brussel staan er slechts 6298 bordjes die het Jubelpark situeren, maar goed...

De laatste keer dat ze opgemerkt werd, was op 15 juni, in de buurt van Orléans.

14:59 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |