01-09-09

Vermaak na Arbeid

Wortel 28 augustus 2009.

Een vrijdagavond.

Landlopersjogging.

 

 

Wortel, die schone.

Landlopersjogging, prachtig parcours.

10 Engelse mijl. 

Dat is normaal gesproken 16 km en 90 meter, maar in Wortel wordt dat een forse 16 km en 165 meter.

U zal nu zeggen: ocharme sukkelaar, dat is toch maar 75 meter verder, zaag eens niet zo.

NIET ZAGEN ?

NIET ZAGEN ?

NIET ZAGEN ?

Zal ik u eens met uw bloot gat 75 meter over asfalt voorttrekken? 

Dan weet u meteen hoe ver 75 meter is. 

Zien wie er dan zaagt.

 

 

Jaja, ik weet het. 

75 meter is voor de geoefende loper nauwelijks het vermelden waard, maar deze 75 extra meters kwamen helemaal op het einde, en dan lijken die meters eindeloos.  Moesten die extra meters helemaal in het begin liggen, dan was dat  inderdaad een lachertje.   Denk daar maar eens goed over na.

 

*****

 

Er stond daarnaast ook nog eens een rekening open.

En dan heb ik het niet over onbetaalde trappisten of zo, maar over een mentale rekening.

Vorig jaar heb ik hier een belabberde wedstrijd afgewerkt.  Wegens te weinig (wedstrijd)kilometers in de benen werd ik toen 15de op 1u 9min en 47 sec.  Dat was erg teleurstellend.

Vendetta!

 

*****

 

Inschrijven in het gezellig gonzend parochiecentrum.

Waar generaties kempenzonen donkerbruine nicotinelagen op het plafond hebben achtergelaten, relieken van weleer, toen roken stoer, verplicht én nog gezond was.  Waar zovele memorabele zatsels hun beslag kregen, schol en santé nog aan toe.  En dat we er nog veel meugen meugen.

Hoeveel keer heeft Peter Maffay hier 'Du' gekweeld?  Hoeveel keer heeft de discjockey vervolgens microgewijs 'halve' over de slowende, verhitte hoofden geroepen.  Om naadloos 'Nights in white satin' van The Moody Blues te laten aansluiten. 

Het kermisbal.  Bal populaire met Los Camarados.

Wie kan inschatten hoeveel Maria's hier hun Jos hebben leren kennen? 

Wortel Kermis.  Kusjes stelen in de rups.  Steelse blikken in de botsauto's.

Johnny Haliday en Tom Jones
the Beatles en the Rolling Stones
Paul Anka en Brigitte Bardot
Roy Orbison en Adamo

op het zeildoek
op het zeildoek van de botsauto's

Wie zong dit ook weer?

Een wielrenner dacht ik.  Kaal.  En flaporen. 

Panini?

Of neen, Pantani.

Zong die eigenlijk wel ?

 

Inschrijven dus in de parochiezaal in de schaduw van de kerktoren...

 

*****

 

Omkleden in de kleedkamers van voetbalclub VNA Wortel (stamnummer 3811).  Blauw-wit, dat zijn de kleuren!  Forza Wortel !

VNA staat voor 'Vermaak na Arbeid'. 

Daar kunnen wij ons nu eens volledig in vinden, zie. 

Toch vooral het onderdeel 'Vermaak'. 

Van het onderdeel 'Arbeid' kennen wij dan weer niet bijster veel, het weinige dat we ervan weten is eerder theoretisch van aard.

 

Opwarmen.

Vele bekende gezichten.  Looplegende Jan H. komt aan de start met de ambitie zijn titel van vorig jaar te verlengen (en dat lukt).  Veel bekenden van AVN (Atletiek Vereniging Noorderkempen), een ruime delegatie van de Kasteellopers, lopers van ACR (Atletiek Club Rijkevorsel).

De startzone loopt vol.  Een 300-tal starters, gelijkmatig verdeeld over de drie afstanden.

De Bolero van Ravel weergalmt plots door de muziekinstallatie. 

Ze krijgen hier  verdorie de kuren van de 20 Km door Brussel. 

Straks het bombastisch militante volkslied van Wortel en dan een oorverdovend kanonschot? 

Neen, helaas is het allemaal wat prozaïscher. 

Startschot en de trein zet zich in beweging.  Eerst wat zenuwachtig gekronkel door Wortel en dan de lange klinkerweg naar de Kolonie.  Hier vallen de posities al min of meer in vaste plooien.  Ik loop tot en voorbij een loper met rood shirt.

Links de dreef in. 

Bevoorrading.

Ik word bijgehaald door twee lopers.  Eén van hen wordt begeleid door zijn zoontje op de fiets.  Zijn zoontje maakt geregeld melding van de gelopen snelheid.  We lopen constant tussen de 16,2 en 16,5 km/uur.  Als dat klopt, dan ga ik hier duizend doden sterven.

"Wat is je beoogde tijd ?" vraagt hij me.

"Tussen 1u 4min en 1u 6min", zeg ik. 

"Dan ga je veel te rap".

"Dat weet ik, maar ik moet nog drie keer sterven, dus dat komt wel goed", antwoord ik.

De 6 km gaat rechtdoor, de 9 km en de 10 mijl draaien rechts af, richting Bootjesven. 

Dit is heilige grond voor mij, dit is mijn trainingsparcours, hier weet ik elke wortel  van Wortel liggen. Elke week kom ik hier in volstrekte eenzaamheid mijn kilometers malen.  Nu gonst het van de activiteit.

We lossen mekaar aan de kop constant af.  Alleen loper 3 doet geen meter kop.  Iets later merken we waarom, loper drie moet er af.

Toen waren we nog met 2 en het kilometrerende zoontje op de fiets.

Links de lange dreef in, terug richting Wortel.  Maar nu zit de wind knal op kop.  Tot aan de finish.  Ik wil absoluut in het zog van mijn loopgezel blijven, maar hij blijft maar harder dan 16 per uur lopen.  Dat kan ik niet bolwerken.  Zeker niet op deze geaccidenteerde ondergrond.

Ik moet hem laten gaan.

Iets verderop komen we op een zware zandstrook.  Mul zand.  En botsen we meteen op de staart van de 6km wedstrijd.

Zigzaggen.

Doortocht finish na de grote ronde van 9km 380 meter: 36 minuten en een handvol seconden.  Vlotjes boven de 15 km per uur.  Op schema.

 

Kleine ronde. 

Ik zie op de lange klinkerweg een loper in knalgeel shirt (ACR).  Hij heeft een hondertal meter voorsprong.  Dat goedmaken is utopisch, denk ik.

Links de dreef in.  Bevoorrading.  Ik word bijgebeend door een loper  met een waanzinnige foulée.  Hij heeft benen die wel 1m40 lang lijken en een paslengte waar Bolt  een punt aan kan zuigen.  Ik sluit me bij hem aan in de hoop dat hij me op sleeptouw kan nemen naar de gele loper voor mij.  De lange dreef in, en in de loszandzone  moet ik langbeen laten gaan.  Ik zit nu wel vlakbij de gele loper.

Eerst er helemaal bij geraken. Dat is windop geen sinecure.

Ik sluit aan en blijf een honderdtal meter in zijn rug zitten.  Even op adem komen.  Ik weet dat wanneer ik voorbij ga, ik weer volop de wind moet trotseren.  Maar  als ik ga, moet  ik ook direct fors wegschuiven, zodat hij niet in mijn spoor de luwte kan opzoeken. 

Nog twee kilometer.  Veel tijd rest er me niet meer.

Het wordt een gevecht voor elke meter.  Het is dan ook nog eens een jonge kerel.  Ik vrees dat hij nog iets explosiefs in huis heeft voor de laatste honderden meters.  Dus gooi ik in de ultieme kilometer alle kaarten op tafel en begin progressief te versnellen (of wat er op een lege brandstoftank voor moet doorgaan). 

Hij kraakt. 

Ik ook.

Finish na 1 uur 4 minuten en 8 seconden.  15,12 km per uur. 3 min 58 sec per kilometer.  Een zevende plaats op 100 deelnemers.

Geslaagde vendetta.  De ondergrond, het losse zand, de wind, de afstand die niet correct was.  Mijn besttijd op 10 mijl is 1 uur 2 minuten en 56 seconden.  Ik ben nu amper 1 minuut en 12 seconden trager.

 

Landlopersjogging.

Zandlopersjogging.

Windlopersjogging.

 

Een appel, een blikje aquarius, een flesje water, staaltje massagezalf, een doosje sportvitaminen en een ervaring rijker.

Op de fiets naar huis. 

Wortel, gegroet !

 

 

Op weg naar huis kom ik een man tegen. 

Een weelderige haardos.

En een acoustische gitaar.

In een flits herken ik hem.

Guido Belcanto. 

Op het zeildoek van de botsauto's.

Waar zat ik met mijn verstand?

 

 

 

28-08-09

97

97

Ne grote met stoofvleessaus, ne curryworst spécial met tomatteketchup en een viandel. 

Het mag niet.

Geen voer voor de loper.

Pasta en rijst. 

Dat mag wel. 

Gekookte vis.

Smakeloze dingen dus.

Is het u trouwens al opgevallen dat alles wat écht lekker is, ergens slecht voor is?  Voor de lever, de lijn. 

Chocolade.  Niet goed. 

Koffie, dehydrateert.  Thee ook. 

Rood vlees, niet goed. 

Boters en sauzen.  Slecht. 

Cholesterol.

Alcohol. 

Allemaal slecht.

Trekken we ons allemaal geen barst van aan.

 

*****

 

Frieten eten we heel weinig.

Maar een paar keer per jaar rijden we een scheve schaats, frituurtechnisch gesproken dan.  We trekken fier en spoorslags naar de frituur, voelen ons gelukkig als een klein kind.

De geur van de frituur! 

Als je honger hebt als een beest, dan ruikt de frituur hemels.  Heb je pas copieus gegeten, dan ruikt het walgelijk. 

Raar is dat.

 

*****

 

Het is altijd monsterlijk druk in onze frituur.  Tijdens het lange wachten krijg ik uitgebreid de kans om de klanten te bestuderen. 

En hun tics.

Ooit stond een jongeman zijn frieten te eten, geleund op het beige houten plankje aan de zijkant van de frituur, een soort tafeltje voor rechtstaand frietmisbruik.

In een apart kartonnen bakje zat een loempia met warme curry.  Hij was gezellig dronken en zat met een plastic mes en vork driftig de weerbarstige loempia aan te snijden.  Gelukzalig bracht  hij een stuk loempia naar de mond, trok de plastic vork al kauwend terug uit de mond, om dan te constateren dat er één tandje van de vork ontbrak. 

Hij slikte moedig door.

Hij bleef met de moed der wanhoop met het te botte en meeverende plastic mes de loempia te lijf gaan.

Na verloop van tijd was de loempia op.  Hij neemt het bakje van de beige plank.  Ik zie hem vol ongeloof kijken naar het kartonnen serveerbakje van de loempia.  Wanneer hij het bakje op ooghoogte houdt, zie ik wat hij eerst zag.  De bodem van het bakje was verdwenen.

Mee opgegeten!

Vandaar dat het zo moeilijk snijden en weerbarstig kauwen was.

Absorbeert waarschijnlijk wel een pint of drie.

 

*****

 

Een andere keer staan we weer als sardines in de frituur opeengepakt onze beurt af te wachten.  Het duurt nog een half lichtjaar voor ik aan de beurt ben, en u kan er donder op zeggen dat in de wachtrij voor mij een moeder met dreinend kind staat.

Het kind ventileert luidop wat wij allemaal denken.

Namelijk:

GAAT DAT HIER GODVERDOMME NOG LANG DUREN?????  IK STERF VAN DE HONGER EN IK WIL MIJN FRIETEN NU !!!!!

 

Maar wij hebben inmiddels al lang genoeg op deze aardkloot doorgebracht om te weten dat niet alles exact loopt zoals je het wil.

Aan de okselvijvers te zien, had mama het erg lastig met het in bedwang houden van haar zoontje. 

Wij hadden het op onze beurt dan weer erg lastig met de pedagogisch overdreven verantwoorde manier waarop zij hem probeerde tot stilte aan te manen.

Ik bedoel maar, wij zijn opgevoed in een periode dat zulk gedrag werd bijgestuurd door middel van een dreun waarbij je tanden door je lip werden geramd. 

Hier niet.

Mama bleef moedig proberen de aandacht van het kind af te leiden met spelletjes, woordspelletjes, raadseltjes en dies meer. 

Wij werden er in elk geval collectief onnozel van. 

Ook wel omdat we het antwoord op de helft van haar vragen zélf ook niet  wisten.  Onze matig sucesvolle schoolse periode situeert zich dan ook in een vorig millenium.

WANNEER KOMEN DIE KLOTEFRIETEN ?  WIJ STAAN HIER AL KWEENI HOE LANG!!!

Rake observatie van zoonlief.

Mama vond echter dat het kind zich toch niet op die manier mocht uitdrukken.  Dat het niet mooi was om zo'n woorden te gebruiken.  En si en la.

Terwijl het kind, ons insziens, perfect onder woorden bracht wat wij allemaal dachten.  Ok, toegegeven, enigszins krachtig, dat wel.

Plots gooide mama een nieuw spelletje in de groep.  Ze vroeg het zoontje om tot honderd te tellen.  Tegen dan zouden de frieten wel klaar zijn.

Wij waren erg verheugd met deze evolutie.  Eindelijk een opdracht waar we ook een beperkte kans van slagen hadden.

Moedig begon het kind: "een, twee, drie".

Ik ga nu niet de volledige getallenreeks tikken.  Ik neem gemakshalve maar even aan dat u de volgorde kent.

Het zoontje kweet zich van de taak. 

Hij verloor dikwijls het ritme en soms bijna de draad van het boeiende verhaal.  Je hoorde het publiek de adem inhouden wanneer het weer eens stokte (ik dacht dat de overgang 49 naar 50 behoorlijk stresserend was voor ons allemaal).

En toen kwamen we in de regionen van de negentig. 

Het zweet parelde inmiddels al op mijn bovenlip. 

Zouden we het halen? 

Falen is geen optie.

Het kind stopte op 96.

OP 96.

De frieten waren al lang klaar en lagen, ingepakt en wel, wak te worden.

Ik kon de spanning niet meer houden en brulde keihard:

97 !!!

 

Alle gesprekken vielen stil.

We hebben de honderd niet gehaald.

 

 

 

________________________________________

Nawoord:

Jaja, het is al lang goed.

Ik weet het wel.

Een lichtjaar is geen eenheid van tijd, maar van afstand, meer bepaald:

De afstand die een foton zou afleggen in vrije ruimte, oneindig ver weg van elk zwaartekrachtsveld en magnetisch veld in één Juliaans jaar (365,25 dagen van elk 86.400 seconden). Omdat de lichtsnelheid in vacuüm per definitie exact gelijk is aan 299.792.458 m/s is een lichtjaar exact gelijk aan 9.460.730.472.580.800 m.

Nu goed?

Maar het bekte wel lekker.

 

 

25-08-09

Wimperkrultang

Wimperkrultang

 

Vrijdag 21 augustus.

Er cirkelt al geruime tijd een helikopter boven mijn thuisstad. 

Meestal wil dat zeggen dat er eentje op de loop is. 

Een gevangene. 

En dat de zoekactie vanuit de lucht wordt gecoördineerd.

Hoewel je tegenwoordig van niets meer zeker kunt zijn.  Een helikopter kan ook de vluchtwagen zijn van het uitbrekende geboefte.  U weet wel.

Waar is de tijd dat de obligate vijl per brood werd binnengesmokkeld?  Dat er toch nog een artisanale component was bij de uitbraak?

De Hubo-factor, zeg maar.

Romantisch doorvijlen van de tralies, waarna hagelwitte lakens aan mekaar geknoopt werden, eenzaam wapperend op weg naar de vrijheid. 

Of tunnels graven met een soeplepel. 

Een soeplepel die telkens ombuigt.

In het zweet des aanschijns. 

Met het geduld van Job. 

Gestreepte boevenplunje en ketting met ijzeren bol.

Daltons.

 

Neen, tegenwoordig moet minstens de mama met een vluchtwagen quasi toevallig klaar staan, of wordt er een hefschroefvliegtuig gekaapt. En de zucht naar vrijheid wordt in goede banen geleid per gsm.  Technologie is verworden tot gemakzucht.

 

*****

 

Vrijdag 21 augustus en ik zit in de wagen richting Lichtaart, waar de volgende uitdaging van het seizoen op me ligt te wachten. 

De Hollewegjogging.  We gaan er 15 kilometer lopen.  Start om 19u.

In Wortel staat een karretje langs de kant van de weg, dat de gereden snelheid weergeeft.  En daaraan een lachend of een huilend gezichtje koppelt, naargelang uw graad van zware voet. 

Ik rem fors af tot 47 km/uur. 

Ze glimlacht.

Weer iemand gelukkig gemaakt.

 

Naar Lichtaart.  Deze wedstrijd stond normaal niet ingeschreven op mijn planning, maar kreeg ik in de schoot geworpen na de welwillende medewerking van kind en gezin. 

Kris A., wiens suprematie ik al node mocht ondergaan in Booischot en Duffel, had aangekondigd deze wedstrijd te gaan lopen.  Vandaar dat ik spoorslags naar Lichtaart trek, om er met hem de degens te kunnen kruisen.

 

*****

 

Tijdens de opwarming voel je dat het, hoewel al veel koeler, toch nog plakkerig warm is.  Onmiddellijk breekt het zweet je uit. 

Klam zweet.

We staan met een 600-tal lopers aan de start.  Een gemengd publiek qua afstand.  De wedstrijd over 5 km en 10 km start samen met ons.  De kleur van de borstnummer verraadt welke afstand je aflegt.  Het is dus zaak goed rond te kijken wie welke kleur draagt.  En in te schatten wie je wel of niet moet volgen.

De vorige wedstrijden die ik tegen/met Kris liep, moest ik er halfweg telkens af.  Mijn plan voor Lichtaart had Zoetemelkiaanse trekken.  De eerste ronde wieltje  zuigen bij Kris en vooral mijn ongebreidelde aanvalsdrift trachten te beheersen, tweede ronde proberen volgen en zo lang mogelijk aanklampen.

Kris gaf te kennen de eerste ronde behoudend te gaan lopen.

Behoudend.

Onthou dat woord.

Start.  De meute schiet weg.  Vrij direct haaks rechts en al meteen vals plat bergop, daarna bergaf, dan opnieuw meer dan haaks rechts een zandweg op.  Ik loop, zoals gepland, vlak achter Kris.  In de bocht struikelt de loper voor Kris, ik spring opzij naar links, maar Kris struikelt over de vallende loper.  Sterker nog, in zijn poging om recht te blijven duwt Kris de rechtkrabbelende loper terug tegen de grond.

Uit balans, uit het ritme.

Kilometer drie is de eerste kilometeraanduiding die ik in alle hectiek opmerk.  We komen er door op 11 minuten.  We lopen dus tegen 16,3 km per uur, bergop en bergaf met variërende ondergrond. 

Dit is allesbehalve behoudend. 

Het straffe is dat ik me constant moet intomen om Kris niet voorbij te lopen.

Iets verder een nijdig klimmetje, zandweg in het bos. 

Het tempo gaat er compleet uit. 

Hartslag vliegt omhoog.

Grindweg omhoog, weinig kans op recuperatie, rechts een verkaveling in, terug het bos in en stijl naar beneden. Daarna weer klimmen, paar keer draaien en rechts naar de aankomstzone.

5 km in 19 minuten en 8 seconden. 

Snel. 

Heel snel.

Ronde twee.  Kris vraagt of alles ok is.  We lopen nu nog met ons tweeën en rapen stervende zielen van de 10 km en onbesuisden van de 15 km bij bosjes op.

Ik kan het niet meer over mijn hart krijgen om Kris met al het werk op te zadelen.  Ik  besluit niet langer een zweetdief te zijn en neem nu de kop geregeld over.  Hij vraagt om het tempo strak en gelijkmatig te houden en de lopers voor ons te viseren en te remonteren.

We werken goed samen en grijpen geregeld lopers bij de lurven.  Dat is niet evident, want de kerels voor ons zijn zeker geen postkaarten.

De klim in het bos neem ik, op kop van ons duo, voor mijn rekening.

Einde ronde 2, doortocht op km 10. 

Verbluffende chrono: 38m 40s. 

Barbaars snel.

 

Maar begin ronde drie moet ik een gaatje laten vallen.

Enkele meters maar. 

Dat is dodelijk.

En langzaam wordt het gaatje groter.

De derde ronde wordt een lastige overlevingstocht. 

Ik voel de verzuring opkomen en merk dat ik op de voorvoet begin te landen.  En uit mijn ooghoek merk ik dat een rood nummer op mij begint in te lopen. 

Dit mag ik niet laten gebeuren.

Dit wordt een gevecht op het scherp van de snee.

Voor het eerst in al die jaren kan ik de focus verleggen en me concentreren op de kwaliteit van afwikkeling.  Grotere paslengte, ritme hoog houden.

De loper achter me probeert met een ultieme inspanning aan te sluiten. 

Al moet ik dood vallen.

Ik weet dat hij diep in de reserves heeft moeten tasten om tot in mijn spoor te geraken. 

Nu komt de wraak. 

Ik versnel achter elke hoek en na een tweede versnelling merk ik dat de loper achter mij het opgeeft.  Hij heeft zich opgeblazen in de achtervolging.

Voor mij duiken druppelsgewijs lopers op die op het punt staan door mij gedubbeld te worden.  Dat werkt motiverend.

Laatste kilometer.  Ik hoor snelle voeten achter mij.  Tussen de gedubbelden door had ik niet gemerkt dat iemand fors aan het terug komen was. 

In de aankomstzone zijn er in totaal 4 haakse bochten, waarvan de laatste twee in de ultieme 50 meter.

Bocht 4 voor de finish heb ik slechts een paar meter  voorsprong op mijn achtervolger.  Maar ik weet dat ik met mijn kleine gestalte veel sneller door haakse bochten kan dan iemand die een kleine 20 cm groter is.  Zwaartepunt.

Ik versnel vlak voor bocht 3.

Hij moet er af. 

Godzijdank.

Bocht 2 volle snelheid er door.

Laatste bocht.

Geen probleem.

 

*****

 

Finish als 19de in 58 minuten en 42 seconden over 15 km.  15,33 km per uur.

Ijskoud water, lotje voor de tombola (een rugzak).

Ik ben erg diep geweest.  Kris is uiteindelijk 1m 15 seconden voor mij.  Ter vergelijking: vorige week in Duffel had hij over eenzelfde afstand 2m 32 seconden voorsprong bijeen gesprokkeld. 

Straffe kerel.

Alles doet pijn.

 

*****

 

Kent u een wimperkrultang?

Inderdaad. 

Een krultang voor wimpers.

Op weg naar huis vanuit Lichtaart.  Ik sta voor een rood licht.  Links van mij stopt een enorme terreinwagen, zich voorsorterend.  Mijnheer aan het stuur,  naast hem een Oosterse vrouw.  Ze zit haar wimpers te krullen met zo'n krultang.

Stel dat ze een aanrijding krijgen. 

Airbags knalllen open. 

Waar stopt de wimperkrultang? 

Halfweg haar hersenen, vermoedelijk.

 

*****

 

Zaterdagochtend. 

Ik ben nog moe.  De benen zijn compleet stuk.  Voorkant kuiten zijn erg pijnlijk.  Ik kraak in al mijn geledingen.

Zondag herstelloop van 1 uur 20 minuten, in gezelschap van oude rot Guido E.

Dinsdag duurloop.

Vrijdag wedstrijd over 10 mijl.  16km en 90 meter.  Waar wij te vuur en te zwaard strijdend zullen ondergaan.

Lopen tot alle systemen uitvallen.

Ik kan het u enkel van harte aanbevelen.

 

21-08-09

Kruiwagen

Kruiwagen

 

Ik ben lichtjes van mijn melk.

De dag begon nochtans perfect. 

Een lange trage duurloop afgewerkt, waarbij ik het gevoel kreeg dat ik het tempo tot in de eeuwigheid amen kon aanhouden.  Dan voel je de sappen vloeien, dan voel je dat  je leeft.

Ach, beste ingewijde, laat de onwetende maar in de waan. 

Wij weten wel beter.

Lopen is het nec plus ultra.

 

*****

 

Maar lichtjes van mijn melk dus.

Kind 2 heeft daarnet aangekondigd dat hij later burgemeester wil worden van onze thuisstad.

Kind 2 aast op de burgemeestersjerp.  Onze thuisstad wacht nog roerige politieke tijden. Want wat kind 2 wil, is wet.

En daarmee is het nu helaas officieel: de totale verloedering heeft finaal toegeslagen in onze familie. 

Nu moet ik toegeven dat er al wat zwarte schapen in de familie rondliepen, ikzelf om maar meteen het belangrijkste zwarte schaap te noemen, maar politiek begot, dat is wel een heel zware slag onder de gordel.

Ik weet het, de zoon van mijn zus heeft onze familie ook al in het verderf gestort door nota bene te gaan studeren voor advocaat. 

Een zware slag was dat. 

Met als specialisatie vennootschapsbelasting en successieplanning, of was het successieontduiking en vennootschapsoplichting, wie zal het zeggen?

Voor advocaat studeren...

Dat is ook uiterst rampzalig voor je reputatie.

Advocaat: de kans dat hij voor een jaar of dertig de bak gaat indraaien grenst  aan 100 % en is slechts een kwestie van tijd. 

En als hij nu volgens de familietraditie ook nog eens elk academiejaar feestelijk gebuisd zou zijn, dan zouden we er nog mee kunnen leven.  Maar neen, meneer rijgt de onderscheidingen aan mekaar alsof het niets is. 

Waarlijk geen enkele schande blijft onze familie bespaard!

 

Nochtans was zijn jeugd o zo veelbelovend gestart. 

Hij toonde ondernemingszin door met een plastieken kruiwagentje in de tuin in de weer te zijn. 

Dat vonden wij prima.

In de wetenschap dat men met een kruiwagen in België doorgaans ver komt.

Het enige bezwaar dat we in de marge konden aantekenen was dat hij met de blote hand hondendrollen verzamelde in die kruiwagen, maar soit, alle begin is moeilijk. 

Maar nu, advocaat, laat ons wel wezen, dat is op de ladder van criminaliteit slechts één sport onder politicus. 

We berusten in ons bittere lot. 

En mijmeren over vervlogen tijden.

 

*****

 

Waar is de tijd dat kind 2 nog klein en onschuldig was?

Dat zijn enige tijdverdrijf bestond uit het sjieken op een fopspeen, naar zijn grote voorbeeld Maggie Simpson.

De fopspeen uit de mond trekken van kind 2 was onmogelijk.  De vasthoudendheid van kind 2 deed denken aan de exploten van John Massis in zijn betere dagen.

Die fopspeen was quasi vergroeid met kind 2.  Straffe gast die de fopspeen van kind 2 kon bemachtigen zonder inzet van een grote friet met mayonaise.  Enkel daarvoor ging de fopspeen tijdelijk opzij.  Op eigen risico kon je  vervolgens proberen de fopspeen aan te raken.  Je riskeerde dan wel dat kind 2 een vork in je pols plantte.

In bepaalde streken van het oude continent moet een jongeman, als overgangsritueel en als bewijs van zijn mannelijkheid, met blote handen een wolf doden en naar het dorpsplein brengen. 

De wolven zijn inmiddels een beschermde diersoort. 

Moest men op zoek zijn naar een minstens even moeilijke opdracht:  die wolf doden is 'kat in bakkie' vergeleken met het ontfutselen van de fopspeen van kind 2.  Daarvoor deinzen mannen van het niveau van Freddy De Kerpel terug. 

Toch is het ons gelukt een einde te stellen aan de gehechtheid van kind 2 aan de fopspeen.  Niet zonder slag of stoot, dat spreekt vanzelf. 

Hoe hebben we dat gedaan?

Eerst hebben we overwogen een geweer met verdovend pijltje in te zetten, maar dat leek ons toch wat barbaars.  We hebben voor alle zekerheid het verdovingsgeweer toch maar in de hoek gezet, voor het geval dat.

Neen, we hebben een touw bevestigd aan de fopspeen van kind 2 en de andere kant bevestigd aan de trekhaak van onze vorige Peugeot.  Daarna een grote friet met mayonaise voor de neus van kind 2 gezet.  Kind 2 legt de fopspeen ter zijde, waarop ik per GSM mijn vrouw het volgende signaal doorgeef:

GO   GO   GO  !!!!!

Ze spuit weg met de Peugeot, waarbij ze de postbode omver knalt.  Kind 1 komt in de algehele verwarring met het verdovingsgeweer achterna en schiet per ongeluk de politieagent, die de straat verkeersvrij moest houden, voor de rest van de dag in slaap. 

We konden tevreden terugblikken op een perfecte operatie, dat wel. 

Enkele kleine tegenslagen niet te na gesproken en wat blikschade (collateral dammage heet zoiets, dacht ik), maar waar hebben we anders een rechtsbijstandsverzekering voor?

 

*****

 

Kind 2 heeft zijn eerste levensjaren lange tijd weinig gesproken. 

Naar die specifieke periode hebben wij nu erg veel heimwee, vooral nu kind 2 in diverse Europese talen meent te moeten spreken.

Hij was zwijgzaam en sprak enkel met de fopspeen in de mond.  Onverstaanbaar dus, vooral omdat de R een L werd en de S een SCHJ. 

Enkel mijn vrouw wist wat kind 2 bedoelde. 

En iedereen wist dat het goed was.

 

*****

 

Op een dag sterft de hond van mijn schoonouders.

Een drama.

Hoe zal ik het situeren.  Ik lag in de bovenste schuif bij mijn schoonouders.  Enkele schuiven hoger lag Pukkie, de hond.  Kwestie van situering.

Maar Pukkie was naar de eeuwige jachtvelden getrokken, om daar verder aan zijn ballen te kunnen likken, hoe zou u zelf zijn.

We gingen op bezoek bij mijn schoonouders en wisten dat vooral de Pépé erg had geleden onder de dood van Pukkie.

We hadden kind 1 in de wagen een keer of 64 op het hart gedrukt om vooral het onderwerp hond niet ter sprake te brengen, laat staan de dood ervan.

'Don't mention the dog', u begrijpt wat ik bedoel.

Met kind 2 hadden we geen rekening gehouden.  Hij sprak bijna nooit, sprak hoogstens met een fopspeen en onverstaanbaar (zie hoger: de R werd L, de S een SCHJ).

Aangekomen bij mijn schoonouders.

We stappen uit de wagen.  Een ongemakkelijke stilte valt.  Kind 1 kwijt zich perfect van zijn taak en zegt niets over Pukkie.

Kind 2 komt bij de Pépé staan, haalt de fopspeen uit zijn mond en zegt de enige twee woorden, waarin geen R of S voorkomen, namelijk:

PUKKIE DOOD ?

 

En dat wordt binnen enkele jaren onze burgervader.

 

 

 

 

18-08-09

Caramba

Caramba

 

Antilliaanse feesten in mijn thuisstad. 

Caraïbische muziek het ganse weekend door.  Exotische schonen met zenuwachtige tailles in het straatbeeld.  Een drukte van jewelste. Kleurrijk gewriemel.

Vrijdagavond voerde de wind flarden Sambadeuntjes tot op ons terras.

Zaterdagochtend worden we dan weer onthaald op motorengeronk.  Blijkt dat mijn thuisstad ook nog eens het decor is van een motorcrosswedstrijd.  Gans het weekend het zeurend geluid van jankende motoren op de achtergrond.

En dan mogen we ons nog gelukkig prijzen dat de Rimpelrocken en Marktrocken van deze wereld elders hun beslag krijgen.

 

En dan nu de hamvraag.  Welke onverlaat heeft het kind van de overburen een mondharmonica gegeven? 

WIE ? 

WIE ?

Ik wacht...

Een mondharmonica godbetert.   En het kind gaat als bezeten te keer op het instrument.  Men kan gewag maken van een doorgedreven enthousiasme en volharding waar een mens enkel jaloers kan op zijn.  Een getoet en gefwiep waarbij horen en zien vergaat.  Compositie in dissonanten.

Bericht aan de overburen: het kind heeft geen, ik herhaal, het kind heeft geen aanleg voor muziek, neen, er zit geen Toots Thielemans verscholen in het kind.  Nu niet, straks niet, nooit.  Het wordt eerder een motorcrosser, denken we.

 

*****

 

Zaterdag. 

Wedstrijd in Duffel.

Duffel.  De geboorteplaats van de 'Duffelcoat'.  Zo leerde me internet.  'Cinema plaza' in restauratie, u kent het misschien nog van de tv-reeks 'Monumentenstrijd'.

KWB wedstrijd over 15 km.

Duffelwaarts getrokken.

Werken op de E19, maar de impact daarvan was eerder beperkt.

In Duffel vonden ze dat er nog altijd een schepje bij kon qua omleiding.  En dat deden ze ook al met de zuiderse slag.  Eén enkele eenzame wegwijzer met daarop 'omleiding', daarna was het ieder voor zich.  Trekt uwe plan.

De temperatuur buiten bedroeg volgens mijn dashboard een frisse 30 graden.  De temperatuur in de wagen steeg inmiddels ook.  Want zodra ik afwijk van de route die mijn juffrouw van de GPS in haar koppige kopje heeft, breekt de hel los.

"Maak een U-turn, indien mogelijk", zegt ze ijskoud.

"Terug naar Rumst, ik dacht het niet, lompe doos", was mijn flegmatische antwoord. 

Een vrouw smalend tegenspreken, ik had beter moeten weten.

"Herberekenen, ...,  over 50 meter, linksaf slaan", meldt ze.

Daar aangekomen, zie ik dat deze weg ook afgesloten is.

"Lap, hier mag ik niet in.  Zijde gij blind of wa ? Stomme koe.  Kunde gij geen kaart lezen?"

Ik rij ijzerenheinig door, wild slalommend doorheen verkavelingen, waarbij de juffrouw van de GPS het noorden en haar geduld helemaal verliest.  Er komt rook uit de GPS.

"Herberekenen, herberekenen, herberekenen,..."

Elke oplossing komt te laat, want telkens ben ik alweer ergens afgedraaid.

"Hoe moeilijk kan dat zijn, achterlijk stuk technologie, om mij van punt A naar B te brengen", gil ik.

Ze geeft het op en trekt misnoegd de laffe trukendoos open:

"Herberekenen, wachten op minder miswijzing, zoek satellieten, 85 %"

Ik leg haar definitief het zwijgen op en viseer de kerk van Duffel.  Oude boerenwijsheid heeft me geleerd dat de kerk meestal centraal gelegen is, samen met de frituur en het volkse café.

Daar zie ik een man in loopuitrusting een sporttas uit de auto nemen.  De goden zijn me gunstig gezind.  Zomaar op de wilde boef ben ik op de juiste plaats aangekomen.   Eureka.

Ja, Eureka mijn gat.

De loper in kwestie had zijn GPS ook een doodschop verkocht en had mijn redenering gevolgd qua oriëntatie.  Wat navraag en overleg leerde ons dat we niet eens zo gek ver uit de buurt waren.  Hoogstens een dikke kilometer in de fout.

En wat is een kilometer voor het superieure ras, de loper ?  

Een peulschil.

 

*****

 

30 graden onder thermometerhut. 

Ernaast ook vrees ik.

Inschrijven en omkleden in een plaatselijke school.  Dan naar de startzone.  Daar staan de helden van de 5 Km uit te druppen en uit te hijgen.  Ze waarschuwen voor een kokende hel, waar niemand levend uit terug keert. 

Parcours: een lus.  Eerst rechts flauw naar beneden op een rode gravel weg.  Deze weg loopt in een soort afgeschermde natuurlijke kom: links de dijk van de Nete, rechts een bosrand.  Geen millimeter schaduw, geen zuchtje wind.  De temperatuur loopt hier nog een paar graden extra op.

Op het eind lichtjes bergop, dan links en weer links over de dijk naast de Nete richting start/aankomst.  Hier krijg je als extraatje de wind pal op de kop.  Hoera !

Een paar bekenden aan de start.  Er zijn 32 starters op de 15 km, 42 op de 10 km.

 

*****

 

Startschot.

Het aanvangstempo ligt bijzonder laag.  De eerste kilometer wordt op 4 minuten afgelegd.  We lopen in een gesloten groep van een man of 15.  De staart van deze komeet brokkelt af, in de vorm van mensen die het tempo niet aankunnen. 

Bizar trage eerste kilometer. 

Normaal schieten er enkele helden als windhonden weg, nu bleef het een compacte groep.  Ik weersta aan de verleiding om er van onder te muizen.  Gelukkig maar, want de tweede kilometer wordt fors sneller afgelegd: 3 minuten 40 seconden. De groep spat verder uiteen.

Ik koppel mijn wagonnetje aan bij Kris A.  We liepen ook samen in Booischot. 

Plots komt Stefan Van den Broek (AC Lierse, Belgisch Kampioen 10 000 meter alle categorieën) ons met blote bast voorbij gestormd.  Blijkbaar werd  er op hem gewacht.  Hij neemt niet deel, maar gaat naar de kop van de wedstrijd om te hazen.  Voor hem is dit hoogstens een veredelde training.

De dijk op.  Kris en ik remonteren een zekere Jelle.  Ver voor ons loopt een duo.  We lopen nu windop.  Ik spoor Kris en Jelle aan om rond te draaien en zo het gat te dichten op de 2 lopers voor ons.  Ik merk aan zijn ademhaling dat Jelle boven zijn limiet aan het lopen is.  Daardoor schuif ik telkens te snel weer naar de kop van ons groepje en investeer veel energie in de achtervolging.  Maar het loont wel.

Ronde 2.  We duiken op het rode gravelpad en de bakoven in.   Jelle moet lossen. Het duo voor ons valt uit mekaar.   Kris en ik halen één van hen bij, de rode loper,  heu, een loper met een rood shirt.

We lopen hem er ook af, maar ik voel dat de inspanningen beginnen te wegen.  De dijk op en ik moet Kris laten gaan.  Ik besluit even op adem te komen.  De rode loper en Jelle hebben de krachten windop gebundeld en naderen op mij.  Het feit dat ze succesvol inlopen zorgt er voor dat ze weer energie investeren om mij bij te kunnen halen. 

Laatste ronde.  Kris is weg.  Op het moment dat Jelle en de rode loper bij mij komen, begin ik weer te versnellen. 

Taktiek! 

Ze zullen cash betalen om mee te kunnen.  Jelle lost de rol opnieuw en nu definitief, maar de rode loper is taai en bijt zich vast in mijn zog.  Samen doorstaan we de rode hel en een groot stuk van de dijk.

De laatste honderden meters zijn er teveel aan.  De rode loper schuift tergend langzaam van me weg. 

Teveel met mijn krachten gewoekerd.

1 uur 3 minuten en 44 seconden over 15 km en 300 meter in helse omstandigheden.  Zware ondergrond, loden temperatuur, wind tegen.  Het was geen lachertje.

Een badhanddoek is mijn zuurverdiende prijs.  Geen prijs  gewonnen bij de ad random tombola.  Maar wel eeuwige roem in het Duffelse.

 

Kattewasje in een plastic teiltje water in een bloedheet klaslokaal. 

En één Ice Tea  later ga ik de auto opzoeken.  Wat kan een kilometer ver zijn te voet, zelfs voor het superieure ras, de loper. 

Ze was eerst nog wat nukkig, maar de juffrouw in mijn GPS heeft me toch weer naar de E19 geloodst, zodat ik fluks huiswaarts kon keren.

Het was een zware dag.  Toch wat randschade.  Een pijnlijke hiel links, lichte pijn buitenkant linkerknie, een blaar zowaar aan de dikke teen rechts.

 

*****

 

Gezocht:  een Chinese vrijwilliger die de mondharmonica van de kleine van hierover in beslag kan nemen. Dan zijn we er helemaal.

 

*****

 

De salsa en merengue weerklinken in de Blauwbossen, en de Mochito vloeit er rijkelijk. 

Maar het is goed zoals het is op ons terras. 

De zon verdrinkt in bloed en kleurt de kim,

terwijl Chet Baker op het gemoed speelt.

De nacht valt.

Stan Getz.

Misty.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

14-08-09

Yeti

Yeti

 

Koele ochtend.

Lange duurloop.

De lange duurloop is het summum van genieten. 

Laag toerental, lichtjes bezweet, mooi ritme, ademhaling onder controle.  Lopen wordt dan een bezwerende kadans, een roffelend ritme, een pure beleving. 

1 uur 20 minuten met een gemiddelde hartslag van 146, amper een dertigtal seconden boven limiet 155 geweest. 

Zweven.

Zalig.

Weinig dazerikken vandaag.  Paardenvliegen blijkt de correcte term te zijn.

Zolang ik loop, word ik nooit gestoken door een dazerik.  Enkel wanneer ik stilsta, pakken ze me te grazen.  Maar als je constant het gezoem en de frontale botsingen op het hoofd, in oorschelp of in je half geopende handen moet ondergaan, dan krijg je toch het gevoel dat je opgejaagd wild bent. 

Je kan nergens naartoe vluchten.

Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten waar naartoe.  Wie zong dit ook weer?

En automatisch begin je te versnellen. 

Maar vandaag was ik alleen in het bos.  Nauwelijks insecten.

Nu was het de complete vrede.

Alles was zen.

 

En ter afronding van deze sublieme loopbeleving, is vanmorgen eindelijk één van de laatste grote mysteries van de 21ste eeuw opgelost geraakt.  Dit mysterie hield de mensheid al een half jaar in de ban.  Grotere geesten hadden er zich vruchteloos over gebogen.

 

*****

 

U kent ze wel.

De grote mysteries van de mensheid.

 

De maya's, een bloeiende beschaving, kenden het wiel niet.

Hebben professoren zich jaren druk over gemaakt.  Ik niet.  Ik wist meteen hoe dat kwam.  Heeft u het landschap daar al eens bekeken? Je zou wel zot zijn, moest je tegen die bergen beginnen fietsen.  Neen, de maya's waren wel slimmer, zij gebruikten de téléferique.  Simpel, opgelost.

Loch Ness? 

Nessie, een monster?  Laat me niet lachen.  Dat was hoogstens een garnaal met een dieetprobleem.

Lady Di een complot? 

Bijlange niet.  Als je tegen 160 per uur tegen een betonnen brugpijler knalt, dan mag je blij zijn dat je in een bakbeest van een Mercedes zit.  Zo was er nog een minieme overlevingskans.  Ik heb trouwens horen zeggen dat het ongeval een gevolg was van het feit dat de chauffeur omkeek, nadat er iemand op de achterbank een enorme scheet had gelaten.  Van horen zeggen, hé, pas op.

Albert 1 en Marche-les-Dames? 

Grootnonkel Stan via moederskant was op 17 februari 1934 toevallig aan het klimmen in Marche-les-Dames.  Hij zag een ander touw hangen en heeft per vergissing dat touw ook losgemaakt, waarna er een merkwaardig gegil volgde.  De rest is geschiedenis.  Geen complot, neen, nonkel Stan.

De piramides van Egypte? 

Hoe konden ze zulke bouwwerken maken zonder kranen en takels?  Sukkelaars die dat niet weten.  Ze kapten een piramide uit in de grond.  Wanneer die klaar was, draaiden ze die simpelweg om.  Niks kraan, geen getakel.  Simple comme bonjour.

De Bermudadriehoek. 

Dat was origineel een vierkant.  Lees je ook niets meer over. 

Ufo's. 

Larie en apekool.  In de lucht geslingerde diepe borden in combinatie met een camera.

De verschrikkelijke sneeuwman, de Yeti. 

Een zielige poging van de toeristische dienst van de Himalaya om Lourdes als bedevaartsoord naar de kroon te steken.

En Freek de Jonge mag beweren wat hij wil, er is geen leven na de dood.

De rechtvaardige rechters? 

Staat bij onze pepe in het konijnekot.  Kom maar halen.

De moord op Kennedy? 

Nog zoiets.  Zitten ze jarenlang Lee Harvey Oswald zwart te maken.  Maar bekijk de beelden van de film van Zapruder eens opnieuw, en let nu vooral op Jackie Kennedy.  Ze zit te rommelen in het handschoenkastje van de auto, waarschijnlijk op zoek naar mascara of lippenstift, u weet hoe dat gaat. Plots stoot ze op een geladen pistool in het handschoenkastje, standaardprocedure in presidentiële wagens.  Ze rommelt nog wat verder en plots een luide knal.  Tja, het komt in de beste families voor.

 

*****

 

Maar één mysterie bleef halsstarrig overeind.  Het enige grote onopgeloste mysterie van de mensheid. Het mysterie der mysteries...

...namelijk: Waar is mijn pet?

WAAR IS MIJN PET ?

 

Ik neem u mee naar januari 2009.

Ik vertrek voor een lange duurloop.  Ik twijfel tussen een pet of geen pet ter verwarming van mijn schedel.  Mijn schedel, waar vroeger een wuivende helmbos stond en waar nu een kapsel, type coupe Kiwi, resideert.

De buitentemperatuur zit in de twijfelzone.

Na enkele kilometers merk ik dat het warmer is dan verwacht en besluit mijn pet te verstoppen, zodat ik ze op de terugweg kan recupereren.  Ik ben nogal gehecht aan die pet.  Grijs, met achteraan een bordeauxkleurig bandje.  Reclame vooraan van Stone & Style, een leverancier van betonklinkers.  Eenvoudig, stoer en efficiënt.

Ik maal mijn kilometers en verheug me op mijn weerzien met mijn pet.

Pet weg.

Pet verdwenen.

Janken. 

Een stuk van mij is verdwenen.  Mijn pet is weg.  Mijn compagnon op zovele duurlopen.  Mijn bloedbroeder in zovele oorlogen.  De pet met de zoutrand van het zweet. Samen trotseerden wij weer en wind.  En nu...

Verschwunden.

En ik had ze perfect verstopt.  Niemand kon die pet toevallig vinden, dat was uitgesloten.  Aan de achterkant van een betonnen paal, geklemd achter zo'n ijzeren spanband. 

Vele advertenties in plaatselijke krantjes leverden niets op.   Pet focus zelfs ingeschakeld.  Hielp geen bal. 

De wonde werd een litteken.  Ik berustte me in mijn petloos lot.

Langzaamaan begon het besef tot me door te dringen dat mijn pet wel eens door buitenaardse wezens zou kunnen meegenomen zijn.  Dat van die ufo's van daarnet neem ik bij deze terug. 

Ufo's bestaan wel. 

Ze hebben zelfs mijn pet gejat.  De deugnieten !

En geef toe.  Ze konden het slechter treffen.  Als ze dan toch DNA wensen van de menselijke soort, dan liefst toch van iemand met enig niveau. Iemand die het beste en het slechtste van de mensheid met stijl weet te combineren.

Een loper dus.

Ik dus.

Moi.

Straks gaan ze cloonen. 

Lijkt me wel wat.

 

*****

 

Vanmorgen de duurloop.  Alles was zoals beschreven in het begin van deze kroniek.  Ik kom voorbij de plaats waar ik ooit mijn pet verstopte.  Dat is nu voor mij toch een soort bedevaartsoord, waar ik even melancholisch stilsta bij de mysterieuze tenhemelopneming van mijn pet.

Iets verder staat een boerderij.

De boer is doende zijn houten balken te carbolinen (of iets anders milieubelastend).

Met mijn pet op.

MET MIJN PET OP!!!!

Ufo's bestaan niet.

Stomme aliens.

Weten belangrijke dingen niet op prijs te stellen.

 

*****

 

Het enige mysterie dat nu nog overeind blijft is: Waarom plaatsen de Rode Duivels zich nooit voor een belangrijk tornooi?

 

 

 

 

 

 

11-08-09

Coldplay

Coldplay

 

Ik zit al een ganse dag met hetzelfde liedje in mijn hoofd.  En ik geraak er niet van af. 

Iets van Coldplay. Yellow.

Ik weet het, het kan erger. 

Ooit heb ik een kleine week met 'Zo mooi, zo blond en zo alleen' van Jimmy Frey in mijn kop gezeten. Terreur.  Om zot van te worden.

En als er een liedje in mijn kop zit, dan barst ik te pas en te onpas uit in dat liedje. 

Mijn gezin heeft toen erg geleden onder Jimmy Frey.

Ik meen me te herinneren dat mijn vrouw dat liedje met behulp van de wok uit mijn hoofd heeft geklopt.  Een week in een donkere ruimte en het leed was weer geleden.

De wok, het blijft een onderschat hulpmiddel. 

In bepaalde studentikoze milieus wordt de wok dan weer aangewend als opvangreservoir in geval van braakneigingen, in combinatie met het feit dat het toilet al bezet wordt door een andere, spetterende lichaamsopening.  Indien u aan tafel zit, smakelijk eten.

 

*****

 

Coldplay en Yellow dus.

En dat is de schuld van een bevriend loper.  Hij heeft een blessure opgelopen.  Een hernia of iets van die aard in de rugzone, wat uitstraalt naar  zijn been.  Dat been werd daardoor gevoelloos. 

Foute boel.

Ik heb begrip voor iedere loper die een blessure oploopt. Dan komt de moeder Theresa in mij boven.

U mag altijd een schouder bij mij reserveren waar u op uit komt huilen.  Een matig uurtarief zal uw deel zijn.  U bent welkom om uw blessure te komen beschrijven in geur en kleur.  Ik zal u psychisch bijstand verlenen en op eenvoudig verzoek nuttige tips verstrekken voor bestrijding en voorkoming. 

Lopers voor lopers.

Ik kan oeverloos gezaag van elk niveau aan.  Stalen zenuwen.  Zenuwen gestaald door een week lang 'Zo mooi, zo blond en zo alleen', zeg maar.

Ik ontferm me over de geblesseerden.

 

MAAR DE BLESSURE MOET WEL EEN GEVOLG ZIJN VAN HET LOPEN!!!

 

U moet hier niet komen aanzeiken met een blessure als gevolg van, bijvoorbeeld, aanstellerij op latten (ski), aanstellerij met een bal (tennis, voetbal,...),...

Als u komt janken met een blessure omdat meneer op een barbecue zonodig moest beginnen badmintonnen nadat hij weer maar eens teveel  cava had gezopen, dan wordt u onthaald op hysterisch hoongelach. 

Eigen schuld, dikke bult.

Hoogmoed komt voor de val.

De laatsten zullen de eersten zijn.

Geen omelet zonder spaanders.

Berouw komt voor de porseleinkast.

Zo mooi, zo blond en zo alleen.

Heu.

 

U bent een loper en u dient zich te gedragen als loper.  

Verantwoordelijkheidszin!

Respect !

Inzicht !

 

Lopers eten en drinken verantwoord en ademen de juiste substanties in (een sporadische uitschuiver daar gelaten).

Om rugletsels te vermijden doen lopers aan niet-acrobatische seks (een iets minder sporadisch voorkomende uitschuiver daar gelaten).

 

*****

 

Coldplay dus en Yellow.

De bevriende loper, waarvan sprake, is een man met een gedegen opleiding en de diploma's om dat te staven.

Neem dat van mij aan. 

Ik ben tenslotte een man die prat kan gaan op diverse diploma's,  gaande van 50 meter vrije slag tot dactylo Frans en nog wat obscure opleidingen.  De meeste documenten zijn verloren gegaan in de grote brand van 1670 en diverse latere verhuissessies. 

We hebben de diploma's opnieuw aangevraagd om daarna, wanneer de duplicaten arriveren, typisch, ook nog eens alle originele diploma's terug te vinden.  Wij beschikken thuis dus over een stapel diploma's waar een middelgrote dwerg achter verdwijnt.  Toegegeven, de meest indrukwekkende diploma's zijn van mijn vrouw.

 

*****

 

Coldplay en Yellow dus.

Zullen we de bevriende loper een schuilnaam geven? 

Wat dacht u van Stef?

Stef ging naar Werchter om er Coldplay te zien.  Anticiperend op de drukte had hij de auto én fietsen bij.  Auto geparkeerd kilometers van de festivalweide, dan per fiets ter plaatse gegaan. 

Georganiseerd zijn is een voordeel.

Stef heeft de fietsen vastgemaakt aan een nadar  met een ketting en slot waarmee je een olifant met succes kan vastketenen.

 

Stef en gezelschap naar Coldplay. 

Een gesmaakt concert. 

Stef, die in zijn stoffige werkomgeving altijd een das en pak draagt, gaat in Werchter compleet door het lint op het concert van Coldplay.  De werkgever van Stef kan nauwelijks bevroeden dat er dit soort energie in Stef verborgen zit.  Zowaar een volbloed tijger in de tank.  Stef, the king of Pogo !

Headbangen en crowdsurfen dat het een lieve lust is. 

In die mate zelfs dat hij er in slaagt om zijn sleutels kwijt te spelen.  De sleutels van de auto én het fietsslot.

De dienst verloren voorwerpen wist van toeten noch blazen.

Een reservesleutel was niet bereikbaar in een straal van 150 km.

Wat nu gevogeld?

Stef beslist om naar de auto te lopen.  Op zijn zondagse schoentjes. 6-tal kilometer.

 

Ik wil begrip opbrengen voor de paniek, maar dit is onbegrijpelijk. 

De loper met gezond verstand zal nooit een loopinspanning leveren op onaangepast schoeisel.  De loper loopt op loopschoenen, bij voorkeur van het merk Brooks, Adrenaline GTS, serie 9 inmiddels.

Daar is Stef compleet de fout ingegaan.  Je mag niet lopen op zondagse schoentjes. 

De loper doet zoiets niet.

Stoemerik.

 

Stuur dan toch je vrouw naar de auto !

Dat zij zich een hernia loopt !

Daar heb je als loper erg weinig last van. 

Van de hernia van je vrouw, bedoel ik.

Logica, dacht ik zo.

 

Om een lang verhaal kort te maken: Europ Assistance heeft de auto opengebroken en gedepaneerd, de sleutels daagden later nog op, dus eind goed, al goed.  Maar de blessure zeurt nu toch al een maand aan.

 

*****

 

Bij mij zou de kous hiermee niet af zijn.

Koppen moesten rollen.

De heren van Coldplay zou ik, in overleg met mijn juridische adviseurs, tot op hun onderbroek uitkleden.  De royalties van de volgende drie platen zouden integraal op mijn rekening terecht komen, dat staat als een paal.

Tevens zou ik via mijn advocaten eisen dat Coldplay een versie van 'Zo mooi, zo blond en zo alleen' zou opnemen.  Dat zou ze leren een oerdegelijk mens aan te zetten tot baldadig gedrag waarbij autosleutels verloren gaan.

En als mijnheer de juge een loper is, dan zou uit zijn vonnis blijken dat het feit dat hier een loper getroffen werd, een verzwarende omstandigheid is.

Tien jaar de doos in.

Minstens.

 

 

 

 

 

 

06-08-09

Hoegaarden en paardenworsten

Hoegaarden en paardenworsten

 

Ik verwijs u graag naar het einde van de vorige bijdrage, waar Wim De Craene zong:

Dat we de jenever proefden bij die oude, gekke Gust
Al wisten we dat alcohol de pijn laait maar niet blust.

Dat klopt. 

Denk ik. 

Ik probeer deze loodzware week te reconstrueren. Zodanig dat u kan inschatten wat wij allemaal moeten doorstaan.

Mag ik hartpatiënten en zwangere vrouwen vragen zich te onthouden van dit verhaal wegens te schokkend. Mensen met een zwakke spijsvertering raad ik aan de motilium of immodium binnen handbereik te houden.

 

*****

 

Dinsdag 4 augustus was mijn vrouw jarig. 

Wij vieren dat altijd in beperkte familiale kring. 

Dat is ten minste altijd de bedoeling, maar op een of andere manier zit tegen valavond het ganse huis en terras vol met gasten, waarvan wij de helft niet eens (willen) kennen. 

Instuif.

Je moet als gastheer ook altijd uitkijken wie je naast wie laat plaatsnemen.

Zo vonden wij het raadzaam Caroline Gennez niet naast Frank Vandenbroucke te laten zitten, er was een soort kilte merkbaar tussen die twee, God weet waarom.  Ik kon het hem niet vragen, God bedoel ik dan, want Hij kon die avond niet komen.

En eerlijk gezegd probeerde ik Frank Vandenbroucke ook te mijden, de ganse avond over het onderwijs dikke bomen doorzagen, neen bedankt.

En wie hadden we nog: Freya. 

Die kon haar ogen niet van mijn benen houden.  Pas op, ik snap dat, ik heb kuiten waar vrouwen spontaan naar fluiten.  Soms kan ik zelf tot tranen toe bewogen zitten kijken naar mijn kuiten, zo onaards mooi gespierd.  

Loopkuiten, niets is mooier. 

Maar het was toch een beetje raar, op de verjaardag van mijn vrouw, dat Freya constant over mijn benen wou wrijven. 

Wie nog?

Leterme natuurlijk, en Kris Peeters en Bart De Wever. 

Bart is echt een gezellige mens.  Je moet wel een zakje chips extra inslaan, maar hij kan toch een gezelschap animeren, dat moet je hem nageven.  Heel de tijd ging het van: "Trek eens aan mijn vinger." 

U kent dat wel, vrees ik.

En kardinaal Danneels bleef maar aan De Wever zijn vinger trekken...  Danneels heeft toch een raar kantje: Duvel drinken als kardinaal kan tellen qua statement.

 

Tot vier keer toe hebben we Koen Wauters moeten vragen of hij asjeblief wou ophouden met zingen, uiteindelijk hebben we noodgedwongen gekozen voor de Asterix-oplossing, waarbij we Koen als Kakafonix hebben gekneveld en achter het tuinhuis hebben gezet.

En toen was Bart Peeters er nog niet.  En moest  Axl Peleman ook nog komen.

Sarkozy en Bruni, wreed schoon wijf.  Ze had iets doorschijnend aan. De foto's zijn helaas onderbelicht, maar als screensaver kan het nog net.

De Gucht konden we uiteraard niet naast Dedecker zetten, maar ik moet zeggen dat zelfs 25 meter afstand tussen de heren niet voldoende was. Dedecker kan ver gooien met borrelnootjes, niet normaal. Vooral omdat hij het ganse bakje tegelijk gooide, met bakje en al.

Het was een erg zwoele avond.  Dus het gezelschap ploegde zich vastberaden door de wijn- en biervoorraad.  Hectoliters...

En dan krijg je van die rare momenten. 

Barack Obama (wij mogen Backie zeggen), kwam in het laat ook nog langs. 

Dikke sjans dat die mens geen Vlaams verstaat.  Nadat De Gucht hem als Mobutu had begroet (Karel had zijn bril voor dichtbij in de auto laten liggen), had Dewinter ook nog wel een paar opmerkingen in petto die ik hier uit kiesheid liever onvermeld laat.

Als de wijn is in de man, dan was er nog iets met een kan, maar ik kan me nu even niet voor de geest halen wat.

Rond half twee 's nachts hebben we Koen Wauters dan toch maar een gitaar gegeven.  Toegegeven, dat was een foute inschatting.

Er brak een zangstonde uit. 

Een mij onbekende persoon, Joseph Alois Ratzinger, ging daarbij helemaal uit de bocht. Waar kwam die megafoon trouwens vandaan?

Van Tsjoelala en tralala. 

Ik begreep plotseling waar de uitdrukking 'bier na wijn geeft venijn' op sloeg.  Ratzinger (kent iemand die mens?), zingt zo vals als een kat, die levend gevild wordt.  En tot overmaat van ramp bleek hij ook nog een Duitser te zijn. 

Daar kon onze burgemeester dan weer niet mee lachen.

U weet het misschien niet, het heeft nochtans de pers gehaald.  De toren van de St-Catharina kerk in mijn thuisstad staat scheef.  Niet zo erg als die van Pisa, maar de toren begint toch zwaar te hellen.  De Duitsers hebben die toren gedynamiteerd op het einde van WO II. 

Iets wat onze burgemeester nog niet verteerd heeft. 

In de jaren vijftig werd de toren terug opgebouwd, maar de verankering en de gebruikte materialen deugden niet.

Wel ik moet zeggen dat onze zangstonde gezorgd heeft voor een resem nieuwe grote scheuren in de toren (dat wist Monumentenzorg deze ochtend toch aangetekend te melden). 

Kris Peeters lost dat wel op.

 

De buren hadden we niet uitgenodigd.  We hadden aan Maria gevraagd haar hoorapparaat af te zetten, zodat we politioneel optreden voor lawaai-overlast konden vermijden.  Ik heb vanmorgen wel een uur op haar deur staan rammen om haar aandacht te trekken en haar te kunnen melden dat haar hoorapparaat weer op mocht.

DAT HET HOORAPPARAAT WEER OP MAG!

DAT HET OP MAG !!

OP !!

JA !!!!  OP !!!!

 

Maar terug naar de nacht van 4 op 5 augustus.  Mijn vrouw haalde de taart boven.  Na een zangmoment volgen dan de obligate, afgezaagde mopjes. 

Bart De Wever krijgt een groot stuk taart met slagroom en vraagt aan Dedecker:

"Jean-Marie, ruik eens, ik denk dat die crème fraiche zuur is."

Dedecker trapt in de val en ruikt.  Op dat moment duwt De Wever het stuk taart tegen de neus van Jean-Marie Dedecker. 

Lachen!

En het onvermijdelijke gebeurde.  Twee seconden later vlogen de stukken taart heen en weer.  Taartoorlog!  Ratzinger gaf zich totaal.

En nu mag iedereen beweren dat Frank Vandenbroucke een serieuze mens is, maar dat viel lelijk tegen.

Nadat hij eerst een stuk taart in de decolleté van Caroline had gemikt, in basketbaltermen noemen ze het een dunk dacht ik,  heeft hij nadien het ganse  gezelschap afkoeling gegeven met de tuinslang. 

En diverse dames hadden een wit topje gekozen, u begrijpt waar ik naartoe wil. 

En Bruni en ondergoed blijft  klaarblijkelijk een moeilijke combinatie...

 

*****

 

De avond (maar vooral de alcohol) had inmiddels de meeste aanwezigen geveld.  Mijn vrouw en ik legden dekentjes over ingeslapenen.  Schattig als de kindjes slapen...

 

****

 

Maar toen werd het onvermijdelijk 5 augustus en hadden wij geen dure eed gezworen om met het ganse gezelschap van de vorige avond naar de Lokerse Feesten te gaan?  Een dronkemanseed?

Ja, dus.

Een milde kater van de festiviteiten werd te lijf gegaan met een lange duurloop.   Een keiharde, maar efficiënte remedie.   Lopers zijn keihard.

Zo zijn wij.  Ik toch.

Want hoewel alle aanwezigen op het feestje plechtig hadden beloofd mee te gaan lopen, was alleen Kris Peeters van de partij.  En we kunnen streng zijn als het moet, want zij die niet mee gingen lopen, mochten niet mee naar de Lokerse Feesten.

Kris Peeters zag er wat pips uit.  Hij had zijn loopschoenen verkeerd aan, de linkse schoen aan de rechtervoet en omgekeerd.

Bij het bukken ten einde zijn veters te kunnen knopen, is hij dan ook nog eens vol op zijn gezicht gevallen. 

Resultaat: een gebroken bril. 

En Kris Peeters ziet geen bal zonder bril.

Ik zweer het u, Kris is nog een keer of vier frontaal op een boom geknald tijdens de lange duurloop. 

Dat was ook weer lachen. 

Voor mij toch.

 

Anderhalf uur later.  Douche.  Het gezelschap, de ene al wat groener rond de neus dan de andere, druppelde langzaam binnen.  En nog een geluk dat we een badkamer of vijf hebben in mijn modeste stulp, zodat de dames ruim de tijd konden spenderen om te proberen redden wat niet meer te redden viel.

 

*****

 

Naar Lokeren.  De Lokerse feesten.

Daar stond A Brand, Starsailor en Ozark Henry op het programma.

Parkeren?

Is een makkie.  Op amper 5 kilometer van de festivalweide. 

Lawaai?

Bijna geen  lawaai te horen.  Vanaf 2 kilometer is het hoogstens 164 decibel.  Valt goed mee.  Is te vergelijken met een laagvliegende Boeing 747.

De troepen worden geschouwd: mijn vrouw en ik, mijn schoonzus en Eric, en de laatste der Mohikanen, Kris Peeters, brilloos. 

We sturen Kris Peeters achter drankbonnen en die komt me daar terug met een zak jetons.  Zonder zijn bril had hij een biljet van 500 euro verkeerdelijk aanzien voor eentje van 50 en daardoor had hij genoeg jetons voor een paar vaten drank en een halve zeecontainer paardenworsten.

Maar wij laten ons door zo'n kleine tegenslag niet van ons stuk brengen.  Wij niet.

Terwijl 'Four to the floor' van Starsailor over de hoofden raasde, begonnen wij moedig Hoegaarden te combineren met paardenworsten.  Een mengsel dat vooral de dag nadien explosief blijkt te zijn.

Ozark Henry begon aan zijn gesmaakte set. Sweet Instigator nog aan toe.

Waren we Kris Peeters weeral kwijt.  Je stuurt de mens achter drank en hij slaagt er telkens in te verdwalen.  En wij maar dorst lijden. Het onrecht is de wereld bijlange nog niet uit.

Even later zit Kris mee te doen met een spelletje dat JimTV zonodig tot vermaak van 't algemeen had opgesteld.  Het was een soort schapenrace, u kent dat wel van de kamelenrace op de kermis, waarbij u balletjes in gaten  moet mikken ten einde de kamelen voort te bewegen.  Nu moesten de deelnemers met suggestieve heupbewegingen aan de achterzijde van een schaap de schapen voortbewegen.

Kris Peeters is een sportman, dat is algemeen geweten.  Hij won dit spelletje met ruime voorsprong.  En won meteen ook een ferme hernia.  Dat ook nog.

De laatste keer dat we hem hebben gezien, was toen hij wanhopig op zoek naar het toilet was.  Hoegaarden en paardenworst blijft een explosieve combinatie.  Kris werd geveld door een draagkarton voor zes pils dat door een festivalganger frisbeegewijs het publiek in werd gekeild. 

Kwam behoorlijk hard aan, moesten we vaststellen.

Gelukkig had ik de drankjetons al geconfisceerd.

Verder herinneren we ons weinig van de nacht.

Maar het zal wel plezant geweest zijn.

Daar twijfel ik niet aan.

Toch moet ik vandaag proefondervindelijk vaststellen, alle immodium ten spijt, dat Hoegaarden en paardenworst een explosieve combinatie blijft.

 

________________________________

 

Nawoord: Elke gelijkenis met bestaande personen of persoonsnamen is een gevolg van onwaarschijnlijk toeval.

 

 

 

 

04-08-09

Blue Note

Dinsdag 4 augustus.

Daarnet telefoon gekregen van Barack Obama.

Hij vroeg naar mijn vrouw.  Bleek dat hij belde om haar een gelukkige verjaardag te wensen.  Barack, wij mogen Backie zeggen, kan de verjaardag van mijn vrouw goed onthouden, omdat ze allebei op dezelfde dag jarig zijn.  Ze zijn nota bene ook nog eens van hetzelfde geboortejaar. 1961.

 

*****

 

Zaterdag 1 augustus heb ik dan toch maar het lot getart en ben naar Booischot afgezakt, voor deelname aan een loopwedstrijd over 13km480m.  Deze wedstrijd maakt deel uit van het KWB-criterium.

Ik weet het, het getuigt van weinig intelligentie om, nauwelijks hersteld van een lichte verrekking, weer voluit te gaan in een wedstrijd, maar het was sterker dan mezelf.  Ik pleit schuldig, edelachtbare.  Over de ganse lijn.

Booischot ligt in de buurt van Heist-op-den-Berg.  Redelijk ver dus, en mijn GPS  had zin in een tochtje via secundaire wegen.  U kent het wel, de zones 30, 50 en 70 volgen elkaar op in de trein der traagheid.

Wat doet iedereen met de auto op de openbare weg? 

In de weg rijden, me dunkt.  Je kan nergens meer doorrijden.

Ik heb ook een probleem met voorliggers.  Ik kan absoluut niet verdragen dat er iemand voor me rijdt.  En al helemaal niet als die chauffeur ook nog eens reglementair wil rijden. 

Gruwelijk irritant vind ik dat. 

Iemand die 70 rijdt in zone 70, die moet ik voorbij steken. 

MOET IK VOORBIJ. 

Eens voorbij, dan rijd ik ook direct weer reglementair 70.  Laat me vervolgens niet opjagen door achterliggers, neen...

 

*****

 

Plaats van afspraak, de heilige voetbaltempel van KVC Booischot, het Real Madrid van 4de provinciale.

Een loden zon is ook weer van de partij.  Blijkbaar krijgen alle wedstrijden boven de 10 km dit jaar hun beslag onder subtropische omstandigheden.

Toch weer bekenden aan de start. 

Peter F. uit Niel, die dit jaar al twee keer mijn hielen mocht zien, een delegatie uit Rijkevorsel en enkele moedigen uit Gooreind.  In de startzone polst de nummer 3 van vorig jaar omstaanders rond vooropgezette tempo's.  Hij beweert minder goed te zijn dan vorig jaar (toen hij gemiddeld 16km/uur liep).  Nu is hij tevreden met 15 km/uur. 

Hij wordt mijn mikpunt, alleen weet hij dat nog niet. 

Dat zou extreem lastig worden, alleen wist ik dat toen nog niet.

 

Start om 15u40.  We worden verzocht naar de startlijn te gaan. 

Iedereen is nog volop aan het lullen, ik sta zelfs met mijn rug naar de start, wanneer plots het startschot weerklinkt. 

Hilariteit alom, maar de start is een feit, we zijn weg. 

Meteen afscheiding: een drietal gaat er vandoor als een komeet, podium ligt al meteen vast  (als er geen accidenten gebeuren).  Ik nestel me in het zog van Kris A., de nummer 3 van vorig jaar, op de hielen gezeten door Peter en de rest van het deelnemersveld.

Maar zoals altijd overschat ik me.  Ik merk dat het drietal vooraan uiteen valt.  Stiekem hoop ik dat minimum één van de twee voor mij een klap zal krijgen.  Ik trek het tempo op, en loop alleen op de vierde plaats. 

Ik kom iets dichter, maar merk ook dat op het lange stuk de wind frontaal  op de neus zit.  Hier moeten we vier keer de wind trotseren.  Omkijken en ik zie dat Kris A. niet ver zit.  Ik besluit te temporiseren en samen te gaan werken met hem.  Wie weet valt er nog iets van de kar.

Het is heet.

En het parcours is van een ongekende saaiheid.  Rond het voetbalveld, stukje door de dorpskern, lang recht stuk, lus door de verkaveling en terug. 

En dat 4 keer. 

Spons en drank aan start/finish en in de verkaveling en nog een spons-post op het lange rechte stuk, waar je 2 keer passeert per ronde.  Ik neem telkens een spons in de nek mee tot de volgende post.

Ronde 3 en de wedstrijd ligt in een definitieve plooi. 

Eenzame leider, groot gat,  positie 2 en 3 vlak bij elkaar, groot gat, positie 4 en  5 (ik) bij elkaar.  Wij liggen op onze beurt een volledige ronde rond het voetbalveld voor op nummer 6, een oranje hemd.  Dat loopt hij niet meer dicht.

Drankpost halweg ronde 3 en ik moet een gaatje laten.  Drinken en lopen tegelijk, het blijft me moeilijk vallen. 

Eind ronde 3 verzwik ik lichtjes mijn rechtervoet.  Op het vlakke beton trouwens.  Geen idee hoe het mogelijk is. Ritme gebroken, eventjes toch en Kris A. pakt nog wat extra meters voorsprong.

Ronde 4 gecontroleerd gelopen.  Oranje hemd komt niet dichter.

Finish als vijfde in 54 min en 40 sec.  Dat is 4 min en 3 sec per kilometer.  Gezien de warmte is dat niet al te slecht.

Vlak achter me, tot mijn verbazing, niet oranje hemd, maar de eerste vrouw.  Er valt geen greintje vermoeidheid af te lezen van haar gezicht.  De top 5 is kletsnat van het verkoeling zoeken met bekers water en sponzen, zij is kurkdroog.  Sterk!

Een handdoek als presentje, altijd nuttig.

 

Kleedkamer.  Tot mijn verbazing tref ik daar de sponsman aan.  Bleek dat hij deelgenomen had aan een voorafgaande wedstrijd (kortere afstand).  Hij had gemerkt dat twee verkoelingsposten te weinig was en had vrijwillig een sponzenstand op een strategische plaats bemand.  Respect voor deze barmhartige Samaritaan.

 

*****

 

De kleedkamer bestaat uit twee segmenten, verbonden door het doucheblok.  Het andere segment van de kleedkamer wordt bevolkt door de voetballers van KVC Booischot.  Zij spelen op 1 augustus om 18 u een oefenmatch tegen de Netezonen.

Aan de trainer heeft het in elk geval niet gelegen.  Peptalk, tactische voorbeschouwingen, afgewisseld met donderpreken.  Geen enkele psychologische marteltechniek werd geschuwd.  Spelen op het sentiment, dreigen met verbanning naar Siberië, dreigen met levenslang Willy Sommers op  de Ipod, straftraining,  koud water in de douche, Guantanamo.   Ik kon enkele sterspelers van de kern van Booischot recht in de ogen kijken.  De mix van ongeloof, verveling en ingehouden slappe lach was onweerstaanbaar.

Maar de trainer had nog een laatste troefkaart in de mouw: hij dreigde ermee dat, indien de heren voetballers de wedstrijd niet zouden winnen, ze als straf een duurloop van 15 km moesten lopen. 

Nu werd er hoog spel gespeeld.

De gezichten werden grauw, er werden schietgebedjes gepreveld, sommigen barsten uit in snikken, de ruwste verdedigers (type houthakker met specialiteit breken kuitbenen via een vliegende schaar) vielen flauw. 

Als de KBVB ooit een nieuwe selectieheer zoekt voor de Rode Duivels, zoek niet verder, de trainer van KVC Booischot is de man voor de job.

KVC Booischot verloor met 4-5.

 

*****

De avond valt. 

Op een slome manier.

Op ons terras.

Ik zit mijn dag te beschouwen.

 

Kaarslicht fonkelt in witte wijn.

 

Op de achtergrond Miles Davis, Cantaloupe Island. 

Blue Note label.

 

Daarna de soundtrack van Farinelli,

il castrato.

 

De avond wordt nacht, wanneer Wim De Craene zingt:

Weet je nog die nacht, Rozane, dat we samen op de stoep
Dat we lachten omdat huilen zoveel meer pijn doet dan geroep
Dat we de jenever proefden bij die oude, gekke Gust
Al wisten we dat alcohol de pijn laait maar niet blust.

 

 

 

31-07-09

God save the Queen

God save the Queen

 

Dinsdag kom ik met de fiets thuis.

Behandeling kinesist, weet u nog?

Hoor ik me daar een patat van een knal.

Een doffe knal.

Ik schrok me kapot en viel bijna van de fiets.

Een knal, gevolgd door een gele flits, een soort gele schicht.  Een voorwerp vliegt met een rotgang de tuin uit en breekt naar schatting door de geluidsmuur. 

Mach 2, denk ik.

Op ooghoogte.

WOW!

 

Ik dacht: voilà, het is zover, de aliens zijn geland.  In mijne hof, nota bene!

Zucht.

Dat kon ik nu echt niet gebruiken.

Ik heb al een contractuur op mijn rechterkuit, nu nog vervelende aliens in den hof.

En straks staat de VTM hier.

En ik weet nu al wat mijn vrouw dan gaat zeggen, namelijk dat ze niets fatsoenlijks heeft voor aan te doen, net nu ze op televisie gaat komen.

Pfffffffffffffff.

 

Kind 2 kwam, gewapend met een tennisraket, uit de tuin gestapt.

"Pa, heb jij een tennisballetje voorbij zien komen?"

Kind 2 met een tennisraket.

Kind 2 met iets, wat met sport te maken heeft, in de hand?!?!?

Een koortsthermometer, snel!

Temperatuur ok.

 

Hier moet iets achter zitten.

Wat heeft hij afgebroken?

Totale crash internet?

Muis de geest gegeven?

Hebben alle spelers op World of Warcraft eindelijk ingezien dat er tegen Kind 2, onze kleine despoot, geen kruid gewassen is?

 

Maar dan komt de (waardeloze) opvoeder in mij boven.  Volgens Kind 2 moet dat zijn: de zagevent.

"Stel dat ik die bal in mijn oog had gekregen, wat dan, Kind 2?" begin ik.

"Seg pa, je hebt 2 ogen, gebruik dan efkes dat andere oog", was de repliek van Kind 2.

 

Kind 2 was tegen de muur aan het tennissen, waar zich maar liefst 4 breekbare ramen en 2 airco-componenten bevonden, die dan ook zonet aan zware schade ontsnapt waren.

In gedachten overliep ik de uitzonderingsclausules van mijn familiale verzekeringspolis.

Ik durf er wat op te verwedden dat Kind 2 een uitzondering is in de polis.

 

En wat te denken van randschade?

Stel dat één van de ongeleide gele projectielen van Kind 2 de spoiler van een of andere protserige wagen van de plaatselijke Johnny afknalt?

God, bespaar ons vooral dat.

 

*****

 

Kind 2 naar binnen gestuurd, waar hij verongelijkt een appel prepareert voor consumptie.

Dat resulteert in een keuken die aan herschilderen toe is.

Een mes, de schillen, het gevierendeelde klokhuis, het blijft allemaal liggen.

Fruitvliegen en Kind 2, één front.

Opvoeder komt in me boven.

 

*****

 

Maar waar is Kind 2?

 

Kind 2 opsporen doorheen het huis is niet moeilijk.  Dat is, als u niet doof bent, ten minste.

U volgt het spoor van opengebleven deuren, zinloos brandende lampen (kyoto?) en gaat vervolgens naar de plaats waar het meeste lawaai is.

 

Dat lawaai varieert van de soundtrack van het ondergang van de beschaving (computergeluiden), over ofwel iets van Clouseau ('Afscheid van een vriend' - heeft die Koen nog wel vrienden?), tot tijdens schoolperiodes: 'I don't like Mondays' van The Boomtown Rats. 

 

We hebben met Kind 2 qua muziek ook een moeilijke fascistisch/militaristische periode gekend.  Er schalden toen constant nationale hymnen door het huis op geluidsniveau drilboor.  Het Russische volkslied ken ik van voor naar achter, Deutschland über alles, ook dat, God Save the Queen, roept u maar.

 

Ik gooi de deur open van de computerkamer, zeg maar het hol van de leeuw.

Kind 2 resideert in een laboratorium van gesofisticeerde computers, waarbij het communicatiecentrum van de NASA klein bier is.  Ik hoop dat Iran niet meeleest, maar ik denk dat Kind 2 over de nodige software beschikt om een complete nucleaire oorlog te ontketenen.

Kind 2 zit er, omringd door zijn dampende technologie, een bijdrage te leveren aan deze multimedia-tijden.  Hij combineert het afspelen van crap op You-tube, met online oorlogszuchtige spelletjes spelen en chatten met al even bleekgroene leeftijdsgenoten (getuige de webcam). 

 

Geef me vijf minuten zijn gecombineerde takenpakket, en ik word razend.

Je kan me afvoeren in een dwangbuis.

Moest Kind 2 dit soort inzet betonen voor schoolse taken, dan doceerde hij nu al een jaar of 12 als buitengewoon hoogleraar aan de KUL. 

 

Kind 2 aanspreken wanneer hij doende is met zijn technologie is geen sinecure.  Dat doe je enkel op eigen risico (zo staat te lezen onder punt 12 van onze familiale verzekeringspolis).

 

Ik spreek Kind 2 voorzichtig aan.

Kind 2 blaast als een kat.

 

Ik maak me onverrichterzake uit de voeten.

 

*****

 

U zou eens moeten weten hoe moeilijk het voor mij is om deze blog te schrijven.

De downloadlimiet van Belgacom is ten huize van Kind 2 meestal na luttele uren opgesoupeerd.  Waarna internet zo verschrikkelijk traag wordt, dat de dames op wufte websites hun ding eerder schokkerig doen.  Zo is er geen bal meer aan.

Skynet blogs is de helft van de tijd offline.

De andere helft van de tijd moet ik uitzichtloze gevechten leveren met Kind 2 om een computer te kunnen bemachtigen.  Kind 2 heeft een monopolie op de computer boven en beneden waakt mijn vrouw over onze (excuus, haar) computer als een leeuwin over haar pasgeboren welp.

 

Mijn vrouw heeft namelijk een nieuw doel gevonden in haar leven (nadat ze ontmoedigd gestopt is mij op te voeden).

Ze wil de ganse wereld geld aftroggelen via eBay.

Lukt nog ook.

 

Ik herlees bovenstaande zinnen en moet mij onmiddellijk corrigeren.

Mijn vrouw heeft twee doelen gevonden in haar leven.

Het eerste kent u al, het tweede doel is dat ze begonnen is met de opvoeding van Frank Deboosere.

Ze heeft namelijk de website www.buienradar.nl ontdekt en houdt nu uiterst secuur het weer bij en vergelijkt dat met wat Deboosere allemaal uitkraamt.  Ze doet dat dermate grondig, met een apothekersweegschaaltje als het ware.  Ik voorspel u, met een grotere accuraatheid dan Frank Deboosere, dat Frank glorieus het onderspit zal moeten delven in de vergelijkende test met mijn vrouw.

 

*****

 

Waar was ik?

 

Dinsdag kom ik met de fiets thuis.

Behandeling kinesist, weet u nog?

 

Wouter heeft de verrekking in mijn kuit eens goed de levieten gelezen.

Met de traditionele machientjes.  Die piep zeggen.

 

Maar ook met de nieuwe machine.  Een knoert van een machine.  Met buizen en slangen.  Lijkt weggelopen uit Aliens.

Met opzetstukjes. 

Een soort stofzuiger.  

Iets dat zuigt en trilt tegelijk (kan u wel uw vunzige gedachten voor uzelf houden, alstublieft?).

Deze machine wordt ook gebruikt om cellulitis te lijf te gaan.

Je moet daarvoor een soort kous aantrekken over de kuit, en dan probeert hij je met huid en haar in dat machien te zuigen.

Pijnlijk.  En raar tegelijk.

Een paar behandelingen geleden (u weet dat ik ongeveer altijd geblesseerd ben), heeft Wouter mij een keer zo'n behandeling gegeven, maar dan zonder de beschermende kous.

Het leek alsof ik levend gevild werd.

 

En tenslotte heeft hij mijn kuit goed los gemasseerd.

Pijnlijk.

Dezelfde avond was de pijn harder dan daarvoor, maar dat is niet abnormaal, weet ik uit ervaring.

 

Deze ochtend voelde ik al veel beterschap, maar ik denk niet dat ik morgen ga deelnemen aan de wedstrijd.

Ik twijfel zelfs of ik morgen een trainingsloop zal afhaspelen.

Mogelijk wacht ik hiermee zelfs tot maandag.

 

De drang om te lopen is wel bijna niet meer te harden, maar de angst voor herval in de oude blessure, mogelijk zelfs in zwaardere vorm, haalt nog altijd de bovenhand.

Voorlopig toch.

Erg voorlopig.

Zou ik morgen?

 

28-07-09

Air Zimbabwe

Air Zimbabwe

 

Nondemiljaardegodvernondedju, ik kan wel brullen, want het is weer van dat.

Blessure.

Rechterkuit.

Contractuur, verrekte verrekking.

Vorige week dinsdag wedstrijd gelopen, woensdag lange duurloop, zaterdag ook, en maandag voelen we op het einde van de duurloop een doffe pijn binnenkant rechterkuit.

Eerst negeer je dat nog.  Is er niet !

Dan word je opstandig.  Kan  toch niet !

En dan de aanvaarding zeker.  Het is van dat !

Ik ben dus geïrriteerd.  Op elke vraag die mijn omgeving me stelt, is het antwoord steevast NEEN.  En dat antwoord komt al halfweg de vraag.  NEEN, dus.

Ik heb een probleem? 

Iedereen heeft een probleem!

Geen probleem.

 

En ik weet het, het is maar een gewone verrekking.  Een paar dagen rust, wat uitmasseren en zaterdag lopen we weer.  Maar toch, het is falen. En falen, beste vrienden is geen optie.  Toch niet bij het lopen, voor de rest faal ik met alle plezier voor zowat alles.  Dat is in het verleden al meermaals gebleken.

Mijn rechterkuit heeft niet dezelfde drive als het baasje. 

Vreemd stuk been.

En het is een 4-tal centimeter die me aan de kant houdt. 

Wraakroepend.

Ja, ik besef het, ik ben hier een enorme zaag aan het spannen, maar zoals gezegd; iedereen mag meegenieten. 

En ik ga nog harder zagen.

Vannacht wakker geworden rond half vier.  Het eerste wat ik doe is naar mijn kuit grijpen, om te controleren of de contractuur niet op een of andere mirakuleuze manier genezen was.

Niks Lourdes dus.

Miljaar. 

En het gekke is dat ik me prompt ook geen loper meer voel.  Er valt een training weg uit het schema (ten minste, ik hoop dat het bij één training blijft), en de twijfel steekt alweer de kop op.  Kan ik het nog wel?  Wat verlies ik?

Fraai kantje van de sport.  Neen, meneer, het is geen verslaving.  Neen.  Op elke vraag.  NEEN.

 

*****

 

Vroeger was ik nog iets moedwilliger.

Had ik een lichte blessure, dan kon ik dat HELEMAAL niet verdragen en ging ik, geblesseerd als ik was, toch lopen.  En nog een stuk harder dan normaal.  Puur om het helemaal om zeep te krijgen. 

Verrekking ? 

OK, gaan we het zo spelen...

Lopen tot het een scheurtje werd.  Voilà, dat zal mijn lichaam leren zich tegen het baasje te verzetten.

Konden we pas écht misnoegd in de zetel zitten bokken.

 

Nadien toch moeten inzien dat dit niet écht de juiste manier was.  Lichaam trok zich niks aan van de strafexpedities die het baasje oplegde. 

 

De laatste jaren hebben we met succes zowat elke pees vanaf de bovenbenen tot de toppen van de tenen al wel eens in overbelasting gejaagd; ik kan u verzekeren dat een mens daar nederig van wordt.

 

En nu heb ik me nolens volens neergelegd bij het verdict.

Ik ben verslagen.

GSM en wonderman Tom B., medicijnman pur sang, opbellen.

De telefoon wordt opgenomen door een mij onbekende stem.  Een stem als een lentebries, een fris klaterend riviertje.  Fraai allemaal, maar het is niet de bas van Tom B.

Tom B. is met vakantie. 

OP VERLOF!

Nu is mijn humeur helemaal om zeep.

 

Jaja, het zal wel, een kinesist heeft ook recht op vakantie. 

Maar waarom nu? 

Is daar een goede reden voor? 

Er zijn toch periodes genoeg te vinden dat ik niet geblesseerd ben (hoewel).  Kan hij dan niet gaan?

En nog wel tijdens het hoogseizoen op verlof gaan.  Dat is pokkeduur.  Het kan weer niet op, zeker?  Crisis, mijn gat.

Dju, ik ben net vergeten te vragen, waar Tom B. op vakantie is.  Stel dat hij op camping Keienven in Gooreind staat, dan kan hij toch even naar huis komen om het loopwonder te komen helpen met de broodnodige revalidatie.

Ik zou dat voor hem doen, echt waar.

Een beetje overleg zou ook al niet kwaad kunnen. 

Dat hij mij eerst belt en zegt:

"Mark, ik ga van dan tot dan op vakantie, wees voorzichtig."

En vooral dat hij er dan aan toevoegt:

"Maar als er iets is, bel maar, dan kom ik onmiddellijk teruggevlogen van die luizige vakantie op Cyprus (of waar hij ook maar uithangt) om u ter hulp te snellen, mijn beste loopwonder Mark."

Maar neen, dat is weer teveel gevraagd.

Ik hoop echt dat het keihard regent waar hij nu op vakantie zit.  Dat hij het nutteloze van die onderneming nu eens eindelijk gaat beseffen.  Dat hij nu eindelijk gaat inzien dat kinesist van het loopwonder niet zomaar een akkefietje is, maar eerder een grootse missie, zijn enige doel in het leven.  Een mens moet uiteindelijk toch het onderscheid kunnen maken tussen wat écht telt en de triviale dingen, zoals vakantie voor kinesisten.

Vakantie voor kinesisten, zwaar overschat vind ik dat. 

Weet u hoeveel mensen er ziek worden op vakantie?  Dat is zo gevaarlijk.  Voor je het weet heb je een salmonella en een spuitende turista.  Of een hernia van dat slechte bed. 

Ik mag er niet aan denken dat mijn kinesist ziek zou worden tijdens mijn blessure.  Tussen twee blessures in mag hij doen wat hij wil, dan kan het me eerlijk gezegd geen bal schelen. 

Maar nu? 

Serieus blijven, hé. 

Een kat een kat noemen, hé.

Ha ja!

HIJ ZAL TOCH NIET MET EEN VLIEGTUIG WEG ZIJN? 

Met een Tupolev van Air Zimbabwe, of zo.  God sta ons bij.  Mijn kuit doet ineens een stuk harder pijn.  Fantoompijn.

 

*****

 

Toch nog maar eens terug gebeld.

Een vertrouwde stem deze keer.  Wouter.  De rechterhand van Tom B. Figuurlijk dan.  De echte rechterhand van Tom B. hangt aan zijn rechterarm.

En vermits Tom B. onterecht op vakantie is gegaan (zonder mijn schriftelijke toestemming overigens), muiterij als het ware, verzuipt Wouter in het werk.

Dat begrijp ik.  Een beetje.

Maar daar kan ik geen rekening mee houden. Het leven kent zo al genoeg beproevingen.  Iedereen moet roeien met de riemen die men heeft, vrouwen en kinderen eerst.  Redde wie zich redde kan.

Ik moet en zal geholpen worden. 

Vandaag.

Nu.

Ik heb een afspraak om 20u45.

Daar kan ik nog net mee leven.

Zaterdag loop ik normaal gesproken een wedstrijd. 

Een kleine 14 km. 

Met of zonder rechterkuit.

En het antwoord is trouwens NEEN.

 

 

 

 

 

 

22-07-09

Tricolore

Maandag hadden we een avondje cultuur op het programma. 

In Brussel.

Brussel, de hoofdstad van dit land waar de tektonische platen van Wallonië en Vlaanderen frontaal botsen, geniet vooral internationaal enige faam omwille van het feit dat de stad het fraaie decor is van de enige loopwedstrijd die er écht toe doet: de 20 Km door Brussel. 

Daarnaast is Brussel ook nog het wazige toneel voor enig politiek gekrakeel, een pissend standbeeldje, een paar grote ijzeren bollen en wat cultureel gerommel in de marge.  Naar dat laatste mochten wij maandag 20 juli gaan kijken.

Op uitnodiging van een bank. 

Zij hebben namelijk het rare idee opgevat dat ik over geld zou beschikken.  Dat is dus niet zo, maar ik laat ze in de waan, zo komen we nog eens ergens. 

 

***** 

 

Zo zat ik maandag dus in de Muntschouwburg in Brussel, voor de opvoering van.....

......een secondje, ik zoek even het foldertje....

......hier zie, La Muette de Portici.

Nu van cultuur kennen we de ballen, dus vreesden we dat het een oeverloos saaie avond zou worden. 

Dat was ook zo.

Voor de opvoering begon, hadden we al een Vip-arrangement in een sterrenrestaurant achter de kiezen. 

Met alles er op en er aan. 

Niet te zuinig met de Champagne, wit, rood, en cognac toe. 

Er was ook eten bij.

Dat eten sprak een behoorlijk mondje Frans, zo leerde me de menukaart. 

En ik zou de chef willen suggereren de geserveerde beestjes de volgende keer eerst te laten uitgroeien tot volwassenheid, want nu was het eerder karig wat er op het bord lag. 

Het kan ook zijn dat die beestjes niet groter worden, dat kan ook. 

Wat het was, weet ik niet, maar ik ben er zeker van dat ik dat beestje, wanneer ik het levend en wel in mijn tuin tegenkom, onmiddellijk plattrap. 

Beikes.

Een soort schelpdier, iets dat kon kruipen, misschien wel zwemmen.

En weinig...

Als loper ben ik gewend belachelijke hoeveelheden pasta te eten, nu was het miserabel weinig.  Het kan ook optisch bedrog geweest zijn, want de 'talloren' waren fenomenaal groot. 

Van de 17 gangen heb ik niets kunnen herkennen. 

Sommige dingen zagen eruit alsof ze al eens opgegeten waren geweest.  Een dag of zes geleden.

En nergens mayonaise te bespeuren.

Eén gang had wel iets herkenbaars in de marge; er lag een kwart ei op de rand van het bord.  En toen heb ik me in het selecte gezelschap onsterfelijk populair gemaakt door iedereen er attent op te maken dat een ei in feite de menstruatie van een kip is. 

Er bleven behoorlijk veel eieren op het bord liggen.

Het dessert.

Je verwacht een dame blanche.  7 bollen en warme chocoladesaus.

Wat kregen we? 

Een aantal kleurige lijnen op een bord getrokken. 

Schoon patroon, dat wel.

Ik bleef wachten.  Ik dacht namelijk dat ze zo meteen de crème glace zouden brengen die bij die sausen hoorde.

Bleek dat de sausen het dessert waren.  Mousse van dit en dat.

 

Omwille van de gulheid van de bank werd er niet op een glas gekeken.  Alsof de bankencrisis nog moest uitgevonden worden.

Het stroomde met beken, zowaar.  In mijn glorieuze dagen als student kon ik zulke hoeveelheden met de glimlach aan, nu moest ik af en toe toch één oog dichtknijpen om te kunnen bepalen waar exact mijn glas zich bevond.

En Vips, overal waar je keek zag je gezichten die je kent, maar niet thuis kunt brengen.  Het bleek een meute politici te zijn.

Van politiek ken ik ook al geen bal.

 

 *****

 

La Muette de Portici.

In de Muntschouwburg.

Raad eens naast wie ik zat?

Mijn vrouw, ja dat klopt.

AAN DE ANDERE KANT!, bedoel ik.

Je raadt het nooit.

Bart De Wever.

Ja, Bart De Wever, die van de slimste mens.  En van de NVA.

Nu, over La Muette de Portici, de stomme van Portici, kunnen we kort zijn.  De dame in kwestie is doofstom, dat schiet niet echt op in een gezongen stuk.  En van dat koeterfrans, jongens toch, daar versta ik ook al niks van.

Wat ken ik in het Frans ?

'Je t'aime...moi non plus' van Serge Gainsbourg.  En pizza quattro staggioni.  En dat laatste zou wel eens iets Italiaans kunnen zijn, wordt hier over mijn schouder gesuggereerd.

Goed mogelijk.

Die dingen kwamen in elk geval niet voor in La Muette.

Een mens zou er zowaar 'opstandig' van worden.

Ergens tussen het 54ste en 55ste bedrijf, waarbij een aantal Fransosen breed gesticulerend ambras aan het maken waren (of ze waren gewoon aan het lullen; wie ziet het verschil), zag ik kans om even buiten te glippen.

En wat staat er recht tegenover de Muntschouwburg?

Een frituur. 

Frituur La Bruxelloise, chez Paulette.

Ik had wel trek in een boulette.

En wie staat daar een frietje te steken?

Bart De Wever.

Frietje, frietje, zeg maar friet.  Voor die portie frieten had men toch een half hectare patatten moeten rooien, dachten wij zo.  Een gezinscontainer friet, als het ware.  Met een verzameling sausen die aan een paarse coalitie deed denken. 

En daarbij nog een stuk of 15 stukken vlees, gaande van een bereklauw, sitostick, curryworst (spéciale), loempia met warme curry, cervela (koud), bitterballen met mosterd, vleeskroket, viandell, taco, bamischijf, een satéke met extra kruiden, een potje mosselen in het zuur, om enkel de voornaamste maar te noemen.

"Hier zie, daar zie, De Wever begot", zei ik. 

"Klein hongerke, of wa?" 

Ik dacht dat een Vlaamse begroeting hier wel op zijn plaats was. 

Hij knikte met de mond vol, onderwijl enthousiast in een bereklauw bijtend.

Op dat moment kwam er een derde man bijstaan.  Hij bleek een houten been te hebben.  Hij stelde zich voor als Jean-Joseph Charlier.  Naast hem een schurftige hond, die ons loenzend en grommend aankeek.

"Eh bien, messieurs, La Muette, hein?",  zei de houten poot.

Hij tikte op zijn houten poot, en zei:

"Jao, hieren, de gallieerden in Waterloo, da hei ma une jambe gekost! Wellington merde !   Vive l'Empereur !"

Ik keek naar De Wever en tikte met mijn wijsvinger veelbetekenend tegen mijn voorhoofd.  De hond bleef gebiologeerd naar De Wever kijken, in de hoop dat er een stukje vlees zijn richting zou uitkomen.

"Misschiengs wullen de hieren den Belgiek dezen avond separeren, le 21 juillet, da koemt goe uit, wa peisde, non ? Cinq minutes de courage, hein ?"

Ik had geen flauw idee waar deze vreemde man het over had, Dewever klaarblijkelijk wel, want hij verslikte zich lelijk in zijn vierde curryworst.  Tot overmaat van ramp plantte de hond zijn snuit pal in het kruis van De Wever.

"Ah oui, révolution Belge 1830, deij onnoezel Ollandaises, deij heumme ma ook une jambe afgeschowten, mais dikke chance, het was menne houten puut, les connards !"  Hij barstte uit in demonisch gelach.

Inmiddels liep Bart De Wever paarsblauw aan (een coalitie die hem ook al niet aanstond). 

Hierop schroefde Jean Joseph Charlier zijn houten poot los en gaf daarmee een ferme mep op de rug van De Wever, waarbij het stuk verdwaalde curryworst de strijd opgaf.  De hond wist met een sierlijke sprong het stuk curryworst uit de lucht te happen en schrokte, met een gulzigheid De Wever waardig, het stuk vlees binnen.

"Straf hein, menne houten puut hè het belgiekske gemokt, en na begot hemmek nen separatist terug oasem gegeive, un séparatiste, parbleu !", riep hij en verdween schaterlachend met zijn hond in de nacht.

Piepend kwam De Wever terug op adem.

"Bart, nog een curryworstje?", vroeg ik hem.

"Bwa jot, doe maar", antwoordde De Wever....

 

 

*****

 

Driekleur.

Belgische onafhankelijkheid, revolutie 21 juli 1830. 

21 juli 2009.  Dwars door Kasterlee.  16 Km door Kempens natuurschoon.

Ik liep hier ooit al eens. 

Een secondje.

Het stof in mijn archief gaat langzaam liggen. 

In 2004.

Ik was er 42ste na 1u4m57s. 

Dat moet beter kunnen. 

Misschien....  Misschien ook niet.

5 jaar ouder.

******

 

Wat was me dat allemaal. 

De weergoden hadden hun dagje niet. 

Warm en laf weer.  De overmoedige gaat dit cash betalen.

Een behoorlijke opkomst.  330 finishers op de 16 km werden via bussen naar de startplaats gekanaliseerd. 

Veel bekend volk, straffe bezetting.

In de startzone gepolst bij bekenden wat hun streefdoel was.  Enkelen gingen trachten de magische grens van 1 uur te slechten.  Anderen gingen kalm aan doen.

Blakerende zon, startschot en met de lokale TV op kop, stormde de meute dolle honden de Kempense bossen in.  Op zoek naar eeuwige roem.

De eerste twee kilometer zat ik mooi op tempo; net onder de 4 minuten per kilometer.  Ik was apetrots dat ik zo kon doseren, maar later zou blijken dat ik me deerlijk had overschat.

Bloedheet in de bossen rond  Kasterlee en Lichtaart.  De ademhaling stokt, je voelt dat je lichaam langzaam begint te overhitten.  En dazerikken die constant rond en tegen je hoofd razen.

De Kabouterberg en de Hoge Mouw zijn scherprechters in deze wedstrijd.  De kop van de wedstrijd maakt daar het verschil.  Voor de anonieme lopers in het pak wordt daar ook het verschil gemaakt.  Je sterft er namelijk, samen met je ambities.

Trappen omhoog in los zand.  Je tempo stuikt in mekaar.  Je stuikt bijna zélf in elkaar.  De top van de duin wordt bereikt, tempo: veredeld wandelen.  Vervolgens quasi loodrecht naar beneden.  Levensgevaarlijk met de ontelbare boomwortels die boven het mulle zand uitsteken.

De steilste bergen zitten in het begin van de wedstrijd.  Aanvangstempo té hoog en dan blaas je jezelf op bij de steile beklimmingen.  Vervolgens loop je kilometers lang, wanhopig op zoek naar adem en een geschikt tempo.

De kolonie dazerikken in de Lichtaartse bossen heeft ook een vermoeiend dagje achter de rug.  Zoveel lichamen, badend in het zweet, zoveel geurtjes. 

Op een bepaald moment komen 2 lopers bij mij.   Ik sluit me bij hen aan, in de hoop dat ze me op sleeptouw kunnen nemen naar een iets hoger tempo.  Maar ik loop pal in de wolk dazerikken die aan hen kleeft.  Ik zag me gedwongen een gaatje te laten vallen om toch dazerikkenvrij te kunnen ademen.

Dorst en afkoeling. 

Toch misschien een drankpost te weinig.

Pas rond kilometer 11 kom ik enigszins terug in mijn ritme.  Ik remonteer nog wat stervende zwanen, zelfs heren waarin ik in het verleden mijn meerdere moest erkennen.

De laatste kilometer is puur sadisme.  Je komt aan de finish, maar  je moet nog een lus van 1 kilometer maken op een slingerpaadje door het bos.

Finish na 1u 8m 53 s en op plaats 43.

Drank.

Er staat een neveldouche.  Ijskoud.  Lang onder gestaan. 

Slechts 7 man onder het uur, het zijn dan ook the usual suspects.  Normale stervelingen zitten minuten boven de streeftijd.

Loeihete douche.  Hete damp in de kleedkamer zorgt er voor dat je nooit opdroogt.

En dan begint het te regenen.  Cynisme van de weergoden.

Prijzentafel: een ijsje en keuze tussen een fles trappist Westmalle of een T-shirt.  Vermits ik meer T-shirts heb dan dorst, ligt de keuze voor de hand.

Het ijsje is een tricolore: aardbei, vanille en chocolade.

Gemengde gevoelens.

Helemaal kapot ben ik niet.  Mijn tempo werd bepaald door mijn hart- en longfunctie, niet door mijn benen.

Ik merk dat wanneer ik aan 4m15 per kilometer moet lopen, de schade achteraf heel goed meevalt. 

 

*****

 

's Avonds zitten we op het terras van een plaatselijk restaurant.  Naast ons een paar werkelijk onuitstaanbare Hollanders, die met veel bombarie beslag leggen op het personeel en verbaal het ganse terras terroriseren.

"Nou, wat vieren jullie Belgen op de Nationale Feestdag?", vroeg één van hen aan de ober.

De ober mompelde iets over feest van de Koning.

"Oh, Koningsdag, bedoel je".

Mijn vrouw kent me. 

Ze weet dat ik dan op overkoken sta. Ik bedoel: je mag dom zijn, maar kan dat asjeblieft in stilte?

Ik heb dan de grootste moeite om niet uit te brullen:

"Belgische Revolutie 1830, onafhankelijkheid van de Hollanders!  Van jullie soort dus.  En we zijn zo bescheiden dat we daarvoor slechts één dag feesten, holhoofdigen!  Kop dicht en opgerot met jullie pindasaus!".

 

 

 

 

16-07-09

Leo Leeeeejoooo

Leo Leeeeejoooo, iedereen komt als je Leo roept...

 

Passief sporten.

 

De godsganse zondag in de zetel logeren en kamperen op Sporza. 

Lekker !

De zaalsporten is altijd een bittere pil, maar dan komt het hele feest, crosscup, motorcross, soms triatlon.  Kan ik uren voor wegzinken en over me heen laten rollen.

Veldrijden natuurlijk... 

En de opperste glorie is wanneer we al in afwachtende stelling liggen tijdens de 7de dag op Eén en er op BBC ook nog eens een marathon wordt uitgezonden. 

Dan kunnen we zappen.

Zappen.

Als het té spannend wordt tijdens de marathon, dan kunnen we naar Eén zappen voor een portie door mekaar gillende politici.  Met een wanhopige ringmeester De Vadder die vruchteloos probeert uit de armklem van Dedecker te komen.

Mijn directe omgeving snapt niet dat ik naar een TV-reportage van een marathon kan kijken. 

Ze vinden dat saai. 

Ik niet. 

Ik kan genieten van de beweging op het scherm, dat kabbelende...

Ik heb wel eens de neiging in slaap te vallen voor het TV-scherm.  Mijn vrouw, die ogen op haar rug heeft én zelfs ergens opzij, zal dan altijd een klein vermanend kuchje produceren, zodat ik weer bij de les ben...  even toch...

Passief sporten doen we ook graag.

 

Dat hebben we geleerd van de grootmeester der luiheid, Leo.

Tijdens onze studententijd was elke reden goed genoeg om niet met een cursus in de weer te zijn.  We gingen desnoods zelfs interesse voorwenden voor  rare sporten zoals tennis, Roland Garros en Wimbledon.

Dan gingen we naar Leo, die een TV-toestel had en illegaal de kabel aftapte.

15-Love!  En Jupiler natuurlijk.

15 All!      En Ringelings. Of Paprika chips.

 

Leo had een kot in een oud herenhuis, 4de verdieping.  De rest van het pand stond leeg, was verzeild geraakt in een eeuwigdurende verbouwing.

Het aantal diploma's dat daar verloren is gegaan voor de mensheid, valt niet te becijferen.  Elke dag zat het tot de nok vol met studenten die wel wat beters te doen hadden.  En begin juni werd het klimaat beter en verhuisde het hele zootje ongeregeld naar de al even verwilderde tuin, de TV onder de arm.

Maar aan alles komt een eind, want het vaderland had het eigenaardige en  tevens misplaatste idee opgevat dat Leo een bijdrage aan het militaire apparaat kon leveren. 

Wij wisten wel beter....

 

Leo, de grootmeester der luiheid, besloot een kotfuif te organiseren als ritueel afscheid van zijn onbekommerde studententijd.

Wat een feest ! Spreekt de buurt nu nog van !  Schande dan toch !

Iemand had een muziekinstallatie op de kop kunnen tikken waarmee je gemakkelijk de Antwerpse binnenstad in een straal van 6 km rond Leo's residentie op haar grondvesten kon doen daveren.  Wat, naarmate het drankdebiet vorderde, ook werd bewezen.  Dat sommige stukken van de O.L.Vrouwetoren nu nog steeds wat wankel zijn, kan best wel eens een rechtstreeks gevolg van dat feestje zijn.

Naar het schijnt is het Antwerpse politiekorps een keer of 10 aan de deur geweest, maar hoe zouden wij in godsnaam die bel kunnen gehoord hebben. 

En trouwens, wij zaten op het 4de verdiep, dat zijn 8 trappen maar liefst, u denkt toch niet dat wij ook maar de moed konden opbrengen om 8 trappen over en weer te lopen zonder een gegronde reden, zoals bijvoorbeeld een nijpend gebrek aan Jupiler.  En laten wij ons tegen dit onheil nu eens grondig hebben ingedekt.

Naast het pand van Leo bevond zich een optieker. 

De arme man heeft een bewogen avond achter de rug, wij beseffen dat nu pas.  Vanaf 10 uur 's avonds heeft hij diverse malen geprobeerd om het volume wat te doen temperen, maar 10 uur, laat ons wel wezen, het moest nog allemaal beginnen.  De avond was jong, het was zaterdag, zondag kon voor ons part gestolen worden, dus...

Ik meen mij te herinneren dat de man een drietal keren, in diverse stadia van vermoeidheid en opwinding, ter plekke is afgestapt met de dwingende smeekbede de muziek tot onder het niveau van gehoorbeschadiging te brengen. 

Wij bevonden ons qua jeugd ergens in de overgang van Black Sabbath naar Metallica, dus daar was relatief weinig kans op.

Enfin, rond half zes in de ochtend had de zeurende opticien het opgegeven om ons op andere gedachten te brengen.  Het feestje was ook al redelijk goed opgeschoten, wij allemaal goed aangeschoten, sommige van ons hingen gedrapeerd over leeggoed, dat overal rondslingerde.  Verdiepingen vol. 

Alleen de diehards, waaronder uw verslaggever, wisten van geen opgeven. 

Opgeven, nooit.

Leo besloot op een bepaald punt op de zondagmorgen dat het tijd was om te gaan slapen. 

Hij begon zijn lenzen uit te doen. 

Dat is al geen gemakkelijke klus als je nuchter bent, dronken als een tempelier bleek dat helemaal onmogelijk geworden.

We moesten Leo tegenhouden, want in zijn volgehouden enthousiasme om de lenzen uit te doen, had hij al een paar keer een oogbal uitgerukt.  En de voorraad oogballen was niet oneindig, beseften we.

Plots kreeg ik een geniale inval.  Dat gebeurt.  Zij het zelden.

Naast ons woont toch een opticien, waarom vragen we hem niet ter hulp.  Ik neem aan dat hij fris uitgeslapen en nauwelijks dronken is, dus waarom niet.  En zondag, geen volk in de winkel.  Ideaal !

Na een half uurtje op de huisbel van de buurman opticien te hebben gedrukt, kwam een lichtjes geagiteerde opticien, met verfrommeld gezicht, de deur openen.

Voor zich zag hij de fanfare van honger en dorst.  Nu ja, van dorst was voorlopig geen sprake meer.

Of hij Leo even wou helpen met het uitdoen van zijn lenzen.  Gelieve ook in dezelfde vloeiende beweging de verzamelde bierkegels even te negeren.

Leo in een stoel gehesen.  Lamp op ogen.

De opticien sprak toen de legendarische woorden: "Leo heeft geen lenzen in."

Waarop Leo zegt: "Ja, dasch waar ook, ik doecht ik doen zal uit, want schtraks zijnek te zat veu ze uit te doen." 

Prima denkwerk, héél vooruitziend ook.  Daar konden we enkel respect voor opbrengen.

Waarna Leo zijn laatste bijdrage van de dag leverde door prompt naar schatting anderhalve bak Hoegaarden, een halve fles wodka, 6 trappisten met grenadine, een halve sloot pisang ambon, een emmer Palm, anderhalve hectoliter Jägermeister, gemengd met een frietje oorlog, een cervela en een bereklauw over te geven op het hoogpolige vasttapijt van de opticien.

John Mc Enroe won Wimbledon.

 

 

 

13-07-09

Ciao Bella

Ciao Bella

 

11 juli 2009.  Vlaanderen feest!

Guldensporen.  1302.  Waar de koene Vlamingen het kruim van het Franse leger versloegen in de zompige akkers van Kortrijk. 

Vlaanderen de Leeuw! 

Hoera en veel vijven en zessen !

De heren van Brabant, waartoe onze streken behoorden, waren van de partij op de Guldensporenslag.  Helaas streden we aan Franse zijde.  En hebben we dus verloren. 

Dat staat niet goed op ons CV.  En daarom hebben we dat wapenfeit in de plooien van de geschiedenis doen verdwijnen. 

Feestdag dan maar.

Op zoek naar Gulden Sporen, of ontsporing tout court, in Loenhout. 

Neervenkermis.

Neerven, een gehucht van Loenhout, deelgemeente van Wuustwezel. 

Jogging over 9 km.

 

 *****

 

Ik was bang.  Jongens toch, wat was ik bang !

Loenhout is namelijk de gemeente van ORDE - TUCHT en VERANTWOORDELIJKHEID.

Laat dat nu toevallig eigenschappen zijn die ik niet bezit.

U zou moeten weten hoe lang het geduurd heeft vooraleer ik aan deze zin ben begonnen. 

Ik wou tikken: ik word dan weer wel geroemd om volgende zaken .....

...... en dan zou er een schier eindeloze lijst fantastische eigenschappen volgen, maar ik kon niets bedenken zonder zwaar te liegen. 

Straf is dat !

Wijlen mijn vader wist het al perfect te duiden. 

"Jongen", zei hij, "je hebt veel talenten, maar spijtig genoeg kun je met geen enkel van die talenten uwe kost verdienen."

Een ziener, mijn vader.

Opvoeding vroeger is kindermishandeling nu.

 

*****

 

Neervenkermis. 

Inzet van het bouwverlof, dus dat wordt in de tent alert bukken voor laag overvliegende pinten.  Let the beast vooral go...

Nu moet er in het verleden op de jogging ter gelegenheid van Neervenkermis iets monsterlijks fout zijn gelopen.  Ik weet niet wat, ik ga dat nog proberen uit te vogelen (ik heb inmiddels gans het internet afgeprint om dat eens goed op mijn gemak te kunnen lezen, maar tot nog toe heb ik nog niets gevonden). 

Maar het moet van een enorme magnitude geweest zijn, dat de nood ontstond een reglement op te stellen om uitwassen van die orde in de toekomst uit te sluiten.  Een reglement dat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat.

Je kan uiteindelijk niet voorzichtig genoeg zijn.

 

*****

 

Er staan begrijpelijke dingen in het reglement.

Punt 3 bis bijvoorbeeld: het is verboden benzine af te tappen van de geparkeerde wagens ten einde Molotov-cocktails te fabriceren om tijdens het afsluitende bal de boel wat op te vrolijken. Behalve als de barbecue niet wil aangaan

Voilà, daar kan ik me iets bij voorstellen.  Logisch.

Of deze (punt 5 quater): Het is verboden te wateren tegen de tentzeilen en togen tussen 22u30 en 22u47. Daarna enkel toegestaan in zone B. 

Duidelijk in alle eenvoud.  Prima leefbaar. Niks op aan te merken.

Punt 4 tertio: gelieve niet nodeloos te slalommen tijdens de jogging (in geval van overmacht, vanaf promille 12, dient een doktersattest voorgelegd te worden). 

Omslachtig, dat wel, maar correct.

 

Ze zijn duidelijk niet over het ijs van één nacht gegaan.

Maar dat zijn hoogstens vingeroefeningen, het serieuze werk volgt in latere punten, meer bepaald de ijzingwekkende punten 9 en 10.

 

ORDE - TUCHT en VERANTWOORDELIJKHEID,  punt 9 en 10 in het reglement.

Lees en beef.  Ik citeer letterlijk. 

Tussen de lijnen staat de originele tekst  (copy en paste heet zoiets, dacht ik).

 

_________________________________________________________

9. Orde - Tucht                                                                                                                                 
-  Al de deelnemers, zowel kinderen als groten, dienen zich strikt te houden                                       
   aan de richtlijnen gegeven door de inrichters. 

_________________________________________________________

 

Mja, hier kan ik me deels toch in vinden: ik ben klein van postuur, maar zeker geen kind.  Ik word hier bijgevolg beschouwd als 'een grote'. 

Eén van de groten.

Dit ligt me wonderwel.  De groten der aarde, dat ik dat nog mag meemaken.  Ik pink zowaar  een traan weg.

 

Ik, een grote.  Snik.

Maar wie zijn de inrichters?  Aan hun schrijfstijl te merken, mensen die houden van discipline zonder franjes.

 

_________________________________________________________

-  Zij zullen zich sportief gedragen en kunnen uitgesloten worden ingeval van                                 
   niet naleven van het reglement of van de gegeven richtlijnen.   

_________________________________________________________

 

Wij dienen ons te houden aan de gegeven richtlijnen. 

Nu worden we wel erg nieuwsgierig. 

Wat kan dat allemaal zijn? 

Worden wij de speelbal van tomeloze fantasie van de inrichters ?  Van hot naar her gestuurd.  Op straffe van uitsluiting.  Marionetten, dat zijn wij.

Sportief gedragen, reglement naleven, richtlijnen inrichters opvolgen.  Ik word nu al moe.  Ik heb het gevoel dat ik constant over mijn schouder ga kijken of er geen inrichter staat te kijken met gefronste wenkbrauwen of een vermanend vingertje, inbreuken noterend in een schriftje.

 

_________________________________________________________

-  De beslissingen van de inrichters zijn en blijven onherroepelijk.

_________________________________________________________

 

Daarnaast zijn de beslissingen maar liefst onherroepelijk en blijven dat ook. 

Is de definitie van een onherroepelijke beslissing nu juist niet dat die onherroepelijk is?  Waarom ons dan zorgen maken over de blijvendheid van die beslissing ? 

Stel dat ik mijn vinger af snij.  Qua onherroepelijke beslissing kan dat tellen.  Blijft die onherroepelijk?  Dacht ik wel... 

Ja, ik kan me daar suf in denken, in zulke zaken...

....ach neen, nu snap ik het.  Het is een hint naar de identiteit van de inrichters.  Bijna was ik er ingetrapt.

Nu zijn  we er. 

De inrichters: de paus. 

Dan kan niet anders. 

Wie is er onfeilbaar?  Nu en tot in de eeuwigheid, amen. 

De paus toch zeker.

En ik heb het al zo moeilijk met definitieve dingen of onherroepelijke dingen.

   

  

Maar wat te denken van punt 10 ?  Nu komt de filosofische aap uit de mouw !

 

_________________________________________________________

10. Verantwoordelijkheid.                                                                                                     
-  Elke deelnemer is verantwoordelijk voor zijn daden.                                                                                                             
-  De inrichters zijn niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen.  

_________________________________________________________       

 

Elke deelnemer is verantwoordelijk voor zijn daden. 

Beseft u dat wel?

ELKE DEELNEMER IS VERANTWOORDELIJK VOOR ZIJN DADEN.

En nog seksistisch ook.  Ik zie nergens zijn/haar. 

Nee, wij weer.

Elke deelnemer is verantwoordelijk voor zijn daden.

Zo had ik het nog nooit bekeken.

Ik word ook sito presto overmand door stress. 

Ik ben heel mijn leven nog nooit verantwoordelijk geweest voor iets, laat staan voor mijn daden. 

Als we daar mee gaan beginnen, nu nog, op mijn leeftijd, ik bedoel, dat kan ik mentaal niet aan.

En om het ons nog eens goed in te wrijven, schudden de inrichters wél alle verantwoordelijkheid van de rug.

 

Ik voel het, ik ga mijn voet verzwikken, puur van de stress.

 

*****

 

In een bui van overmoed had ik mij voorgenomen per fiets naar Loenhout te rijden; uiteindelijk was het hoogstens een kilometer of 9. 

Ik gaf mijn ros de gulden sporen.

9 kilometer is een lachertje.

Maar het was windop.

En de brug over de E-19 is een kuitenbijtertje.

En toen begon het ook nog te regenen.

Motregen.

Dan slagregen.

Slagregen die, gedreven door de wind, me zeiknat maakte.  En omdat ik niet wou forceren op de fiets, heb ik lang mogen genieten van deze douche. 

Een betere douche zou ik niet meer krijgen, zo zou later blijken.

Aan de inschrijfbalie heerste een gezellige chaos.  De plaatselijke logica zorgde voor inschrijfformulieren die per drie op een blad gebundeld waren, zodat je moest wachten op de vorige deelnemer om ook in te schrijven.  Dat had waarschijnlijk nut, maar daarvoor waren wij niet lang genoeg naar school geweest (of toch wel lang genoeg, maar niet goed genoeg opgelet, dat kan ook).

Ik vroeg waar een mens zich kan omkleden. 

Men verwees me naar een schuur, waar een groot, veelbelovend bord, aankondigde: WASPLAATS.

Laat me zeggen dat ik me al in zéér bescheiden kleedruimtes heb omgekleed. Ooit heb ik de twijfelachtige eer gehad een douche te mogen nemen in de kleedkamers van FC The Willies, waar de douchevloer in feite de afvoerpijp was, zodat je enkelhoog in het waswater van de andere atleten stond, terwijl de ratten verveeld in een hoek zaten te geeuwen en hun nagels te vijlen...

Dit was toch nog van een andere orde. 

Stoelen en tafels in een stal. 

Vlak achter me, levend vee, koeien meer bepaald. 

Bukken op eigen risico.  Ik bedoel hiermee dat een koe een lange tong heeft. 

Vult u zelf maar aan. 

Bella kijkt wel érg verliefd naar mij, met haar grote donkere ogen, haar lange wimpers en vochtige lippen.  Bericht aan mijn vrouw: Bella is dus een koe.

En een geurtje... adembenemend (Bella is ook daarvoor mede verantwoordelijk).

Ik vind dat iets hebben.  Nu heb ik het niet over Bella, laat dat duidelijk zijn.

En het was een gezellig weerzien met oude bekenden: Frank T. en Hilde H., Benny G., in feite de ganse bende van AVN, Marc B. en Guy V. van 't Omslagpunt, Rob L., een dosis Fatters (Fast action Team) en Run like Hellers, Eddy K.  

Gestoffeerd deelnemersveld.

Schoenen toch opnieuw ingewisseld. 

Dit zou normaal de vuurdoop worden voor mijn hagelnieuwe en maagdelijk propere Brooks, serie 9, maar er dienden zich een paar modderige stroken aan, ik kon het echt niet over mijn hart krijgen. 

Oude schoenen terug opgewaardeerd tot wedstrijdschoenen.

 

*****

 

Aftellen naar de start, klaar voor 3 ronden.

Wilde start, de Franse cavalerie zit me op de hielen, onder leiding van Robert II van Artois (neen, niet van de Stella).

Eerste kilometer meteen al een gat geslagen op Marc B.  Dat zorgt voor mentale rust. 

Doorkomst na 3 km op 11 min 12 sec. 

Vlotjes. 

Dat is voor een deel te danken aan snelle gangmakers van de 3 of 6 km.  Windop kruip ik achter brede ruggen.

Tweede ronde blijf ik mooi in het ritme. 

Aan de drankpost onderweg worden bekers aangereikt door jonge kinderen.  De techniek van op het juiste moment de beker los te laten zijn ze nog niet machtig.  Ik mis een beker, of liever, krijg de beker niet uit de ijzeren greep van de jongeling losgewrikt. 

Geen drinken noch verkoeling, maar godzijdank is het niet warm. 

Prima loopcondities, dat merk ik ook aan het mindere verval in tempo.  Na 6 km staat de chrono op 22 min 48 sec.  Iets tragere 2de ronde.

Laatste ronde zit in in het spoor van Paul Van R., begenadigd loper van 't Omslagpunt.  Ken ik vooral van foto's van wedstrijdverslagen.  Kom ik normaal nooit in de buurt van, maar hij heeft vrijdag een wielerwedstrijd meegereden en is daarbij zwaar ten val gekomen.  Pleisterwerk en verband, waarschijnlijk ook nog spierpijnen van inspanning en valpartij. 

Hij kijkt elke haakse bocht om. 

Plezant dat ik druk kan zetten op een plaatselijke topper.

In de laatste honderden meters verlies ik mijn borstnummer.  En dan neem ik een domme beslissing waardoor ik een handvol seconden verlies.  Ik stop, loop terug, raap mijn nummer op en spurt naar een 6de plaats in een tijd van 34 min 20 sec.  3m49 sec per kilometer. 

In mijn wildste dromen (neen Bella, niet die droom), had ik gehoopt op 34min 30 sec binnen te komen. 

Uitlopen met bloedbroeders.  Ik voel dat ik toch behoorlijk diep ben gegaan.

 

*****

 

Terug naar het vee, de wasplaats. 

Terug naar mijn boezemvriendin, Bella.

Er staan emmers en er is een kraan.  De kraan sputtert en proest een soort lichtbruin vocht (en het was helaas geen Palm).  Na wat aftappen wordt het water doorzichtig. 

Frisjes.

Iemand geeft me een emmer met een bodem warm water.  Daarmee links en rechts een veeg modder verwijderd. 

Kattewasje.  Wanneer ik, quasi in mijn blootje, omkijk, trakteert Bella me op een vette knipoog ...

Emmer doorgegeven aan Marc B. 

We wassen onszelf met elkaars zweet.  Dat vindt Bella allemaal zeer opwindend.

Naar de tent, waar straks een jeugdbal voor geluidsoverlast zal zorgen. 

De Palm had de kleur van het waswater. 

Smaakte toch net iets anders. 

Prijsuitreiking. 

Ik win zowaar harde valuta.

Een briefomslag met daarin 9 euro.  Zijnde 1 euro per kilometer.  1 frank per 25 meter, dat is dus mijn marktwaarde. 

Tot afscheid nog even Bella gaan aaien, ze kijkt een beetje triest. 

Bella zou toch eens dringend haar achterste moeten wassen, maar dat geheel terzijde...

Volgend jaar zelfde plaats, zelfde tijd?

Ciao Bella !

 

                      

 

                                                                                

09-07-09

Mark groet 's morgens de dingen

 

Mark, Frank groet 's morgens de dingen

Ik ben net naar mijn brievenbus gaan kijken.  Dat is misschien geen wereldschokkend nieuws, maar toch.

De postbode was nog niet geweest.

De planeet gaat om zeep, denk ik. 

De postbode kwam vroeger rond 8 uur. 

Zo hadden wij onze post bij het ontbijt.  Was de factuurlast al half verteerd halfweg de voormiddag. 

Maar dank zij het nieuwe georoute-systeem bij De Post, hebben wij geen flauw idee wanneer de postbode bij ons de bus vult.

De ene keer is het om 11 uur, de andere keer rond 13u30.  En als er dan een dag is dat er geen post is, weten wij niet of hij nu wél of niet is geweest. 

Verscheurende twijfel!

Dat is onverteerbaar voor mij. 

Dat brengt mij uit mijn evenwicht.

Het gevolg is dat ik nu ongeveer een keer of 12 per voormiddag naar mijn brievenbus ga kijken of ie al geweest is. 

Meestal vruchteloos. 

En dat ik de hele voormiddag lig te luisteren of ik dat vervloekte brommertje van de postbode niet hoor aan komen snorren.

Dat is nog zoiets.  De planeet komt om in de CO2-uitstoot, maar De Post gooit de fietsen er uit en gaat nu per bromfiets.  En laat nu postbode een beroepscategorie zijn waar elke vorm van lichaamsbeweging welkom is, ter compensatie van het occasionele neutje. 

Dachten wij zo.

*****

De brievenbus dus.

Mijn buurvrouw, Maria, is een kranige vrouw die een leeftijd heeft bereikt waarvan je geen idee hebt.  Ze stond ook een beetje verweesd aan haar lege brievenbus rond te draaien.

Een praatje gemaakt.

"Hoe is het Frank?"

Mijn buurvrouw noemt mij Frank, de laatste jaren.   Voor een goede orde, mijn naam is Mark.  

Ik heb nog een paar jaar tegengesparteld, maar ze bleef me halsstarrig Frank noemen.

Ik heb het opgegeven haar te corrigeren. 

Ik schik me in de rol van Frank. 

Zo erg zelfs dat ik, wanneer ze niet op mijn (foute) naam kan komen, haar  daarbij een handje help.  

Dat gaat dan zo:

"Hoe is het, heeum...." zegt ze dan.

Waarop ik zeg: "Frank".

"God ja, Frank, hoe is het".

 

Iedereen blij.

Waarna koetjes en kalfjes de revue passeren, evolutie kinderen, toestand buxushaag, of er nog regen zal komen en zo ja, waarom niet.

"Loop je nog, Frank?" vraagt ze soms ook wel eens.

Frank beaamt dat vervolgens.

Dag Frank.

Dag Maria.

Waarop Maria in haar peignoir en gekrulspeld weer naar binnen schrijdt.

 

 

 

 

 

07-07-09

Aha-erlebnis

Aha-erlebnis

 

Maandag 6 juli.  Vakantie.

We worden ruw gewekt door bouwvakkers aan de overkant van de straat. 

Radio met de knop op elf !

ARRIVEDERCI HANS!
Dat was de mooiste dans!
Laat mij nu zo maar niet gaan,
Maar kus me, komaan,
Ja, dit is je laatste kans!

'Arrivederci Hans' van Laura Lynn blijkt dan ook nog eens de minst ergerlijke plaat te zijn die de piratenzender op de playlist heeft staan.  Blijft helaas wel erbarmelijk lang in het hoofd hangen. 

Ook nog iets van Rocco Granata, maar dan in een tenenkrullende Hollandse versie:

 

Zomersproetjes
Door de zomerzon bijeen gespaard
Zomersproetjes
Ieder sproetje is een kusje waard


 

 

Een wilde polonaise barst los in onze slaapkamer, via de trap de voordeur uit,  langs de brievenbus en via de achterdeur tot aan de vaatwasser.

Allez roulez, et changez!!!!

 

Heel de voormiddag blijft de terreur maar verder gaan:

Amaliaatje,

je hoeft niet knap te zijn,

je hoeft niet mooi te zijn,

als we maar samen zijn,

een liedje

en een beetje zonneschijn.

Ik vermoed dat Amaliaatje gatlelijk is, en dat hier onvermijdelijk op een breuk wordt aangestuurd.  Ik denk trouwens dat het straks gaat regenen. 

Als Amaliaatje ook maar ergens een greintje zelfrespect heeft, dan timmert ze haar aanbidder, die rammelende rijmelaar, genadeloos de hersens in. 

Nu, Amaliaatje, nu, doe het nu. 

En pak, en passant, die radio af van de bouwvakkers. 

NU AMALIAATJE, NU !!! 

Maak een eind aan het schlagerfestival op geluidsniveau Ramstein.

En het mag gaan onweren. Ook al nu !

Ik ben de zomer 2009 al kotsbeu.  Nu al.

 

*****

 

Zaterdag 4 juli.  Wedstrijddag.

De laatste afspraak van het klassieke voorseizoen.

Rijkevorsel leeft ! 

Rijkevorsel zindert onder 27°.

rijkevorsel20096

 

 

 

 

 

 

Ok,  28° dan.  Details !

 

Ik peddel tijdig richting Rijkevorsel.  In alle eenzaamheid.  De voorgaande jaren was mijn loopmakker Tom telkens van de partij, vandaag niet. 

Werchter !  En ook nog achillesangst. 

Achillesangst. 

Je wordt genezen verklaard, maar durft niet voluit te gaan lopen, uit angst te hervallen.  Je vertrouwt je achilles niet.  Vertrouwenscrisis.  Je voeten neerzetten is geen automatisme meer, maar is eerder een aandachtspunt geworden.

 

*****

 

Alleen op weg. 

Tussen de velden, langs landelijke wegen. 

Asfalt. Mac Adam, macadam, Mc Adam.

Ik fiets een stuk op het parcours van de marathon en zie de kilometeraanduidingen.

Voortuintjes kijken.  Buxus, taxus en lavendel. 

Lavendel en de mistral, hoeveel Provençe zit er in Rijkevorsel?

Mijmeren over verleden, heden en toekomst.  Over het verglijden der tijd, de  nietszeggende blik van koeien, het aantal magen. 

 

Een koe hoest. 

Ik wist niet eens dat een koe dat kon. 

Het doet me onwillekeurig aan mijn schoonmoeder denken, die heeft ook zo'n zenuwkuchje.

 

*****

 

Stratenloop in Rijkevorsel, 11 km en 200 m, zo wil de legende.  Start om 18u, samen met de 5 km. 

De marathon en estafettemarathon starten om 17u. 

Raar sfeertje in de startzone. 

Marathonlopers  dribbelen gespannen rond. 

Je kan de angst proeven.  De angst voor de afstand, de angst voor de warmte.  Begeleiders op fietsen, geronk van blinkende motoren van de organisatie.  Overal fluo-hesjes.

Ik ben een toeschouwer ! 

Ook al een rare gewaarwording.

Looplegende Jan H. staat in trance voor zich uit te staren.  Eric B., winnaar van vorig jaar, staat te stretchen.

Startritueel en plots zet de karavaan zich in beweging. Voor een paar uur.  Petje af.

Het parcoursrecord  van Eric B., dit jaar tweede plaats, zal overeind blijven.  Looplegende  Jan H. wordt knap vijfde. Winst is er voor Tom Vandendriessche uit Zele.

 

*****

 

Genoeg geleuterd over het voorprogramma.  Nu wordt het menens.  Het echte werk: de 11 km en 200 meter stratenloop.

Het is 27° en er waait een strakke mistral.

Marc B. is van de partij, maar ook Guido E., Jan L., Eddy K. zijn mijn ijkpunten deze dag.

Ik sta helemaal vooraan in de startbox.  Vroeger kon ik in een opstoot van  bescheidenheid (mijn vrouw rolt op dit eigenste moment over de grond, gevangen in een lachkramp) wel eens midden in het pak gaan staan, nu sta ik op de 2de rij.

 

PANG dus. 

Weg. 

Meteen volle bak.  Nummer 1301 op de zwoegende borst.

Rijkevorsel20091

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na enkele honderden meter eerste doortocht finish. Tot hier ging het prima !

 

De mistral blaast hete lucht, schuilen dus achter mekaar.  Ik pik aan bij een kerel in blauwe tenue.  We wisselen de koppositie af, maar worden ingehaald door een loper met oranje shirt.

De blauwbloes bijt me toe: "Kom op, we gaan er naar toe."

Naar mijn gevoel was dat een onbereikbaar doel.

Mijn gevoel bleek juist.  Oranje hemd weg, en rond de vierde  kilometer val ik alleen, de blauwbloes heeft afgehaakt. 

Dit was niet het juiste scenario.

Rijkevorsel20093

 

 

Doortocht 5 km: 19 min en 6 seconden, 3 min 49 seconden per kilometer. 

Dat is naar mijn normen weer maar eens diep in het rood (zie ook hoofd).

 

Rijkevorsel20094

 

 

 

 

Eenzame doortocht 8,1 km: 32 min en een klets.  Hoofd is nu overrijpe tomaat.

 

Bekijk die wonderlijke stijl.

Bewonder die lucide blik. 

Bewonder vooral de onverschilligheid van het publiek.

 

Ik zweef !

Ik weet het, het lijkt alsof ik de grond niet eens raak.  Nu ik de foto goed bekijk, dan moet ik vaststellen dat ik inderdaad de grond niet raak.

Die woeste blik in de ogen, het hoofd een beetje schuin, de blik ergens ver weg.  Pijn is prominent aanwezig.

 

*****

 

Heet, en ik mis een drankpost. 

De loper voor mij vaagt de helft van de bekers van de tafel. 

Tactiek of lompigheid? 

Wie weet, maar geen verkoeling of drank voor mij.  Er wordt gewandeld. 

We zijn volop aan het dubbelen. 

Ook weer een paar uitvallers met blessures.  Grijpen naar de kuit, opgave...

 

*****

 

Op diverse plaatsen op de omloop zorgen omwoners voor een verfrissende neveldouche met de tuinslang.

Ik loop links van de weg. 

Dat doe ik altijd. 

Rechts van de weg staat een klein meisje met een nevelende tuinslang.  Ze kan me niet bereiken en ik zal, tot haar frustratie,  zeker geen meter extra doen om haar nevel te bereiken. 

Ik zag op haar gezicht een peinzende uitdrukking (een vleugje Rodin als het ware), gevolgd door een aha-erlebnis.  Ze draaide de tuinslang op brandweerstand en kegelde de volle straal op mijn oververhitte torso. 

Qua schrikreactie was dit 12 op de schaal van Richter. 

Koud, écht een klap. 

Ze bleef me ook voluit volgen met de koude straal. 

Kind van Satan, vermoed ik.

 

*****

 

Laatste ronde is een lijdensweg.

Wat voor mij loopt is onbereikbaar geworden. 

En ik vrees dat er nog wat in mijn nek kunnen vallen als ik stilval. 

Uit de achtergrond komt een loper onweerstaanbaar  aangesneld. 

Ik kan zelfs niet aanpikken.   Blauwbloes komt ook nog terug.  Van positie 10 naar positie 12.

Rijkevorsel20095

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Finish: 12de plaats, 44min 22s., ik lijk wel 20 jaar ouder geworden.  Hoofd is ontplofte tomaat, of tomaat crevette...

 

*****

 

Finishrituelen. 

Napraten.  Nadruppen.  Nahijgen.

Guido E op meer dan 2 minuten, Marc B op 1m45s. 

Zwarte beesten bijten in het stof.

Succes went.

Drinken: 5-tal sportdrankjes. 

Eten: 3 halve bananen, zes kwartjes appel.

Handdoek rond de nek.  Zweet gutst.

 

Anderhalve kilometer uitlopen naar de kleedkamer. 

Douche.

In de kleedkamer zit een kerel met het hoofd in de handen:

 

Een man in zak en as. 

Opgave na km 19 van de marathon.

Maanden training, leven als een pater, kilometers malen, voor die ene dag in Rijkevorsel.  De marathon der Noorderkempen.

Een man met zijn gsm.

Naar huis bellen. 

Opgave melden.

Geen pretje.

 

Zaterdag Loenhout 9 km.  En opnieuw zullen ze vallen als vliegen.  En wij vliegen tot we vallen.

___________________________

Dank aan Bart Huysmans voor het vriendelijk verlenen van toestemming voor publicatie van zijn foto's.

 

01-07-09

Crise cardiaque

Crise cardiaque

 

Een aantal jaren geleden hebben we onze zomervakantie doorgebracht in Moliets et Maa in de Landes, Zuid Frankrijk.  De Atlantische Kust...

Omdat ik net daarvoor via voorkennis (merci Karel) mijn Lernhout en Hauspie aandelen nog aan een smerig hoge koers had kunnen verkopen vooraleer de spraaktechnologieluchtbel implodeerde, hadden we  een vakantiehuisje geboekt in het golfresort te Moliets. 

Normaal gezien is dat enkel betaalbaar voor mensen die zich minimum per helicopter verplaatsen.  Op de parking van het resort bleek dat zelfs de kuisvrouw (in feite moet ik zeggen de Manager Housekeeping) zich minstens een BMW van de 12-klasse kon permitteren.

Laat ons zeggen dat onze Peugeot er een statement was.  Desnoods van bescheidenheid.

Het golf resort van Moliets.  Mooi, luxueus, dat wel.  Veel kouwe kak.  En omdat het zo afgrijselijk duur was, waren er ook geen Hollanders, wat pas een onbetaalbare luxe is.  Duitsers dan weer wel, geluk kent altijd beperkingen.

 

*****

 

Ook op vakantie moet ik lopen.  Zelfs al is het 30 graden. Vooral als het 30 graden is.

Nu is het op onze vakanties meestal slecht tot bedroevend slecht weer, behalve wanneer we onderweg zijn naar de vakantiebestemming.  Dan is het doorgaans de heetste dag van het jaar.  Zo werkt dat toch meestal bij ons.

Maar nu was het dik 30 graden. 

Ik ging dus lopen.  

De Landes kreunde onder de hitte, je hoorde de dennenschors knappen.  Zelfs jezelf in sportuitrusting hijsen zorgde ervoor dat het zweet bij beken van je rug liep. 

Mijn gezonnebrilde vrouw suggereerde dat het ongezond was om in dit weer te gaan lopen.

Zoiets moet je juist zeggen. 

Dan zegt de kassa meteen djing djing en verdubbel ik meteen de geplande kilometers.  Een moedwillig baasje, koppig als een steenezel. 

Van het golf resort loop je op een paar minuutjes naar de hoofdbaan richting kust.  Deze weg loopt over een viertal duinrijen, nijdige klimmetjes zijn dat.  Telkens met een afdaling, of wat dacht u?

Ik begeef me, getooid in de uitrusting van de KBAB, de Koninklijke Belgische Atletiek Bond, op pad.  Op vakantie hang ik namelijk graag de Belg uit, of het zwijn, en liefst nog een combinatie van de twee.

 

*****

 

In de beklimming van de eerste duin haal ik een Frans gezinnetje bij, dat per fiets richting kust rijdt.  Tot hun verbazing loop ik sneller dan zij bergop kunnen fietsen.  Zij hebben dan ook volop kroost geladen en zijn voorzien van pak en zak.

In de afdaling vliegen ze me uiteraard voorbij.  Zwaartekracht en wielen.

De volgende duinrug zie ik dat het tempo van de fietsers weer in mekaar stort, dus trek ik mijn tempo fors op en kan ze daardoor halfweg de klim remonteren.  Tot hun verbijstering.  En ik negeer hierbij even mijn hartslag.

De afdaling gaan ze me weer voorbij.  De volgende duinrug is wat verder weg, en op het relatief vlakke tussenstuk heb ik niet veel kans om iets goed te maken van het opgelopen verlies van de afdaling.

Maar dan komt de parcoursbouwer me ter hulp. 

Tussen duinrug 2 en 3 heeft hij een verkeerslicht geplaatst, en 'la famille bicyclette' blijft braafjes voor het rood staan.  Ik maak een groot stuk van mijn achterstand goed. Dit is plezant!

Groen en ze vertrekken weer. 

Wanneer ik aan het verkeerslicht kom, is het net weer op rood gesprongen (typisch), maar hier loopt een man met een missie.

Oren plat in de nek, het rode licht straal negerend  ...  en terwijl achter mij de Europese aanrijdingsformulieren worden ingevuld, zet ik de jacht op de fietsers in.

Klim 3 en ik heb ze weer te pakken.

"Mais, c'est pas possible !", zegt mevrouw.

"Maar begot ja, dat is wel possible, madame.  Training, jaren doorgedreven training, miljarden kilometers lopen en beulen in de kempense bossen vergt het om hier als een absoluut dolgedraaide idioot in ondraaglijke temperaturen een belachelijke race aan te gaan met als enig nut ......... niks.  Wat is er heerlijker dan dat?  Riens du tout."

Tenminste, dat zou ik gezegd hebben, ware het niet dat ze inmiddels boven waren en de afdaling ingezet hadden naar de laatste klim, de klim naar de top van de laatste duin. 

Daar lag het einddoel. 

Daar was een parking en van daar af moest je te voet de duin af en het strand op.

En opnieuw spurt ik me helemaal ergens tussen een appelflauwte en een crise cardiaque, maar wie staat er als eerste op de top van de duin, een verbouwereerd gezin achter zich latend?

Moi !

En ja, ik was nog kilometers van het resort, waar mijn vrouw literatuur tot zich zat te nemen aan de koelte van een azuurblauw zwembad,  felkleurige cocktails slurpend, waar kind 1 de eerste stappen zet bij de verkenning van het andere geslacht en kind 2 nog in volle onschuld met schepjes in de weer is. 

En moi ? 

Helemaal 'perte totale', nog kilometers ploegen door het mulle strandzand voor de boeg, terwijl de zon, die koperen ploert, de vellen van mijn rug schroeit...

Vakantie, dat is pas écht genieten...

 

*****

 

Nawoord:

Mijn vriend Tom, op fietsvakantie in de Alpen, prijkt op een redelijke  mooie plaats op de lijst van snelste beklimmingen Alpe d'Huez van het plaatselijke hotel. 

Een niet te verwaarlozen detail daarbij is dat hij de Alpe al lopende heeft bestormd. 

Lopen, dat is een échte sport.  Al de rest is aanstellerij.

 

29-06-09

Close encounters

Close encounters.

 

Weekend zonder wedstrijd. 

De (voet)boog kan niet altijd gespannen staan.

 

Zaterdag lange duurloop. HEET !

Natuurlijk werden de loopschoenen om 14u30 aangegord, om zo op het heetst van de dag te gaan sterven als een beer in de taiga. 

De lucht zinderde van de hitte boven de droge Kempense zandgronden. 

Weinig zuurstof, lastig ademhalen. 

Het zweet gutste van mijn lijf.

Opgehitste hitsige insecten kwamen er zich massaal aan laven.  Slurpen !

De horzels en dazerikken waren erg agressief en vielen me echt in duikvlucht aan, als volleerde kamikazes.   Pearl Harbor.

Hartslag aan de hoge kant, zuurstoftransport verliep klaarblijkelijk wat moeilijker.

Thuis aangekomen, druppelend van het zweet.  Ik buk me om de schoenveters los te maken en het zweet loopt in de ogen.  Prikt ! 

Zweten. En het stopt niet. 

Douchen heeft geen enkele zin, want daarna barst je opnieuw in zweten uit.  Je moet innerlijk afkoelen, opdrogen, daarna pas douchen.  En drinken, water, ijskoud water, maar de dorst blijft.

 

*****

 

Maandag.

Wat een verschil deze morgen, zowaar een koele ochtend. 

Mist.

Opnieuw duurloop. 

De mist pakt mijn stadje in.  Nergens een glimp te zien van Katrien, de St-Catharinakerk, baken in Kempense baksteen in mijn bakermat.

Na enkele honderden meters voelt mijn ganse lijf koud en klammig aan.

De mist valt. 

Bomen schudden een druppelgordijn. Festijn.

Zalig is dit.

Kierewietende vogels.  In mist klinken de geluiden anders, wolliger, of maak ik mezelf dat wijs? 

Het kerkhof van de landlopers in de mist !  Ode aan de eenzaamheid, de vergankelijkheid.  De tijd, de grote scherprechter, verglijdt.

Mist gevangen in spinnenwebben.

 

*****

 

De eerste 12 kilometers loop ik vooral door lange statige dreven of bossen. 

Voorbij het Bootjesven. 

Een stukje natuurgebied, kronkelend smal weggetje, over een omgevallen boom. 

Dan verlaat ik het bos, over het wildrooster, en  kom vol tussen de velden. Wiegende weiden.  Wuivend graan.  Met de juiste lichtinval kleurt het graan blauw.

Weidse vergezichten, brem en heide, een paar vennen, wat losse vegetatie. 

Meanderende zandwegen. Kabbelend.

Kievit. 

Kiekendief.

De mist wordt langzaam verdrongen door de doorbrekende zon.  Aan de zoom van het bos blijven nog wat witte wijven hangen.

Mul zand.

De warmte van de laatste dagen heeft  het zand op de zandwegen tot poeder verpulverd.  Ploegen en stoeberen.

 

*****

 

Stoeberen is een woord uit ons lokaal dialect.  Maar ik vind dat het perfect weergeeft wat ik wil zeggen: het zand stuift op, het zand stoebert.  En het opgeworpen zand wordt stoeber genoemd.  Eigenlijk wordt het nog anders uitgesproken schtoeber.  Met een sch-klank dus.

 

*****

Na de velden weer terug het bos in.

 

*****

 

Rare ontmoeting op die plaats deze morgen.  Plots sta ik oog in oog met Musti, u weet wel het alter ego van Rachel Frederix. 

Musti, hier in de vorm van een ballon, zo eentje in een soort zilverpapier.  Ten hemel gestegen en hier neergedaald. 

Hoeveel kindertranen zitten achter deze ballon ?

Ten hemel schreien.

Iets verder weer een rare ontmoeting. 

Sluikstorten. 

Ik zie in de struiken iets groots liggen.  Een blauwe bak met daarboven een traliewerk.  Het was een kooi, waarin hamsters tot waanzin worden gedreven.  De tredmolen van het leven. 

Ik stop en bekijk de kooi wat aandachtiger.

Een dwergkonijntje. 

Gedumpt met kooi, voedselbakje en al. 

Gedumpt op een zandweg door het bos. 

Reisplannen waren waarschijnlijk niet verzoenbaar met het huisdier. 

Hoeveel kindertranen zitten achter deze kooi?

De mallemolen.

Dood konijntje. 

Het lief klein konijntje had meer dan één vliegje op de neus.

 

*****

 

Ik kruis tweemaal een asfalten verbindingsweg.  Een paar maanden geleden vond ik op zo'n oversteek een dode uil.  De kop was verbrijzeld.  Waarschijnlijk aangereden in volle vlucht.  Indrukwekkende klauwen heeft zo'n beest. 

Uilen zie ik vrij dikwijls.  Dan vliegen ze traag en statig voor mij uit in de dreven.  Majestueus.

Een paar jaar geleden zag ik in een dreef plots op een hoge stapel hout een uil zitten.  Ik vertraag en wijk uit naar de andere kant van de weg.  De uil, ik schat een 45 cm hoog, blijft hooghartig zitten op de houtstapel.  Kijkt me aan, heft zijn linkervleugel langzaam een beetje op.  Maar vliegt niet weg.

 

Herten zie ik héél zelden.  Op al die jaren maar een keer of vier.  Ze zijn behoorlijk schichtig en schieten pijlsnel weg.  Eén keer kwam ik een haakse bocht uit en stond ik op nauwelijks 10 meter van twee jonge herten.  Hun schrikbeweging was zo heftig dat ik zelf op mijn beurt schrok.  Zo kunnen wegspurten moet heerlijk zijn.

 

Eekhoorns per kilo.  Konijnen ook.

 

Mijn vriend Jan, die zowaar een lopende ornitologische encyclopedie is, kan alle vogels benoemen.  Mijn kennis beperkt zicht tot groot, klein, zwart of niet-zwart. 

Jan heeft ooit een vos gezien in die bossen.  Ik nog nooit, hoewel ik twijfel.  Ooit zag ik in de verte een dier de weg oversteken met toch wel een prominente staart, maar ik steek er mijn hand niet voor in het vuur. 

Voor niets trouwens. 

Doet pijn, namelijk.

 

*****

 

Nawoord: Enkele jaren geleden was ik nog getuige van een onverwachte ontmoeting. 

In de straten op het parcours  van een plaatselijke jogging stonden tijdelijke verkeersborden (in een zwarte plastic rechthoekige voet) met parkeerverbod. 

De start werd gegeven en plots zie ik, vanuit mijn ooghoek, links van mij een loper frontaal vol op zo'n bord knallen.  Met het geluid van een gong. 

 

Booooiiinng !

Dat noemen ze pas een close encounter.

 

 

 

 

24-06-09

De zingende zaag

De zingende zaag

 

Ik heb absoluut geen geduld.

Geef me iets met 1000 onderdelen dat aaneen moet gelijmd worden en binnen de kortste keren heb ik 2000 onderdelen en kleven mijn vingers aan mekaar.

Geduld is een schone zaak.

U denkt een geduldig mens te zijn.  Een Job. 

Ik heb voor u de perfecte test, zeg maar de lakmoesproef, om te testen of u geduldig bent. 

Kind 2 leert zijn les, bijvoorbeeld Frans. 

Ik daag u uit om kind 2 te overhoren. 

Als het u lukt om méér dan 13 seconden kalm te blijven, dan heeft u een frustratietolerantie die grenst aan het absurde. 

Kind 2 kan namelijk de meest kalme mens in 13 seconden omvormen tot een brullende gek, die met groen schuim op de bek kind 2 door het hele huis met de kaft Frans achternazit. 

U heeft dan nog maar één doel voor ogen: een eind te maken aan het armtierige bestaan van kind 2.  Hem de hersenpan inslaan is uw enige doel in het leven.

En ik ben er van overtuigd dat u er mee wegkomt zonder noemenswaardige straf.

Ik hou het een zestal seconden uit.  Soms 4.  Soms 2.

 

*****

 

Ik ben daarnaast ook nog eens absoluut geen technische mens. 

Laat dat duidelijk zijn. 

Geef me iets in handen dat klein is, veel schroefjes heeft of een handleiding in het chinees, en ik begin binnen het kwartier helemaal te flippen. Door het lint, totaal.

Het eindigt meestal met een hamer. 

Waarna onderdelen door het huis vliegen, papiersnippers van wijlen een handleiding dwarrelen feeëriek rondom mijn hoofd naar beneden, Kerstsfeer als het ware.

Ik ben ook veel te zenuwachtig om kleine zaken te hanteren.  Wanneer mijn vrouw op mijn vingers staat te kijken als ik iets kleins ineen moet schroeven, dan loopt ze binnen de minuut de tuin in om te gaan kressen.

Een halve minuut later sta ik naast haar  ...  ook te kressen.

Waarna ik een hamer ga zoeken om dat ding helemaal tot gort te herleiden.  Neen, niet mijn vrouw, dat technische ding.

Ik ben erg goed met een hamer.  Dat dan weer wel.

 

*****

 

Ik loop al enkele jaren. 

Trouwe lezers van deze kronieken weten dat ik dat erg serieus neem.

Belachelijk serieus, zelfs.

Huisgenoten willen me dan, ter gelegenheid van vaderdag of verjaardag wel eens een cadeautje geven dat iets met lopen te maken heeft.  Of het lopen veraangenaamt.

Zo kreeg ik een aantal jaren geleden een MP3-speler.  Om muziek te kunnen beluisteren tijdens de lange, eenzame duurlopen. 

Leek me zelfs een goed idee.

Leek.

Niets is wat het lijkt.

 

*****

 

Muziek van de computer op de MP3-speler laden bleek ook iets wat we pas na veel gemiljaar onder de knie kregen. Ze sturen raketten naar de maan, maar een begrijpbaar computerprogramma bouwen, ho maar!

Batterijen, nooit in huis. 

Of leeg. 

Oplaadbare batterijen zijn nooit opgeladen. 

Of verdwenen.

Kind 2 is altijd met alles weg.  Kind 2 geeft cadeautjes die het eigenlijk zelf wil.  Slaat de cadeautjes nadien doodleuk aan.

 

*****

 

Maar goed, ik op pad met een MP3-speler.

Ik heb de neiging mee te zingen met wat ik op mijn hoofd hoor.  Ik ga daar behoorlijk in op.  Ik laat me meeslepen.  Ik vind persoonlijk ook dat ik dat beter kan dan de originele zanger.  Mijn omgeving denkt daar anders over.  Ze doen maar.

 

Zet Bohemian Rhapsody op mijn oortjes en aanschouw vervolgens wat er dan gebeurt.

Ik zing niet alleen de kopstem en baspartij, maar slaag er ook in gitaarsolo's en drumpartijen mee te zingen. Tegelijkertijd en tot in het absurde.  En omdat ik  dan ook nog eens probeer het volume van de MP3 -speler te overtreffen, kan je gerust stellen dat ik meebrul, niet gestoord door enige vorm van toonvastheid:

I see a little silhouetto of a man,
Scaramouche, scaramouche will you do the fandango
Thunderbolt and lightning-very very frightening me
Galileo, galileo,
Galileo, galileo
Galileo figaro-magnifico
But Im just a poor boy and nobody loves me
He' s just a poor boy from a poor family
Spare him his life from this monstrosity
Easy come easy go,will you let me go
Bismillah! no, we will not let you go, let him go
Bismillah! we will not let you go, let him go
Bismillah! we will not let you go, let me go
Will not let you go, let me go
Will not let you go, let me go
No, no, no, no, no, no, no                                             
Mama mia, mama mia, mama mia, let me go              
Beelzebub has a devil put aside for me, for me, for meeeeeeeeeeeeee

Pas op, hierboven staat de tekst zoals die is (dank u wel, internet), maar ik maak daar mijn eigen fonetische versie van (ik vind trouwens dat die beter klinkt én bekt dan de originele versie.  Mijn omgeving denkt daar anders over.  Ze doen maar).

 

Dus ik brul alle zangpartijen en alle instrumenten mee, en tegelijk.

Dat heeft gevolgen voor mijn omgeving.

Geregeld breken koeien uit de weide, in panische angst, hun melk zuur.  Dolle koeien! 

Stoere waakhonden krimpen in mekaar van angst, kruipen kajietend weg en worden schoothondjes die liefst aangesproken worden met de naam 'Fifi', en graag een roze bodywarmer dragen.

Wolven huilen mee in het bos. 

Bomen vallen spontaan om. 

Oogsten mislukken. 

Ramen barsten. 

Auto's crashen. 

Piloten plegen kamikaze met de glimlach.

 

*****

 

Helaas kan ik, zoals elke echte vent, niet multitasken.

Dus als ik sta mee te brullen met pakweg Queen, dan loop ik niet meer verder. 

U kan dus een man van middelbare leeftijd in sportuitrusting in het midden van een kruispunt zien stilstaan, circa 125 decibel producerend, vals zingend (vergelijk het met het geluid dat een kat maakt wanneer ze wordt platgereden door een vrachtwagen), luchtgitaar spelend, headbangend (weliswaar met een schrijnend tekort aan haar).

Al menigmaal het verkeer mee in een knoop geholpen.

 

*****

 

Als het me dan al eens lukt om te blijven lopen terwijl de muziek in mijn oortjes speelt, dan merk ik dat ik automatisch het tempo aanneem van de beat van het nummer. 

Een traag nummer heeft als gevolg dat ik tegen 5 km per uur verder sukkel tot ik zo ongeveer omval en in een sloot beland.

Een nummer met wisselend tempo zorgt ervoor dat ik over mijn eigen poten struikel en in een sloot beland.

Een snel nummer zorgt ervoor dat ik na een kilometer enthousiast mijn ontbijt sta uit te kotsen van vermoeidheid en alsnog in een sloot beland.

 

*****

 

Maar MP3's, en bij uitbreiding alle technisch gerief, zijn een kort leven beschoren ten huize van kind 2. 

Het talent voor het destructieve bleek erfelijk...

 

22-06-09

Schralen tsjip

Schralen tsjip

 

Hier kende ik mijn eerste lief
mijn eerste droom
eerste verdriet
hier kerfde ik haar naam nog
in jouw bomen
hier had ik vrienden
liep ik school
en raakte ook nog op de dool
hier voelde ik me vaak verloren

 

Herken je het?

"Brussel"  van Johan Verminnen.

Maar gaat vooral over nostalgie, meen ik te weten.

 

*****

 

Zaterdag 20 juni, Top Run Wuustwezel.  10 km en een honderdtal meters.  Voor zo'n beperkte afstand gaan we zeker de Peugeot niet te ver laten rijden, maar Wuustwezel is vlakbij én geboortegrond, dus sta mij toe uw gids te zijn op mijn  'trip on memory lane'.

 

Mag ik u voorstellen: Wuustwezel.

Ruraal dorp in de Kempen.  Het dorp wordt in twee gesneden door de Bredabaan, links is er niks te zien, rechts evenveel.

Landbouw en weekendongevallen, zo zou ik Wuustwezel kernachtig omschrijven.

 

*****

Napoleon sliep er ooit (maar als Napoleon overal zou geslapen hebben waar men het beweert, dan heeft de keizer niet veel andere zaken gedaan; de geschiedenis denkt daar anders over).

*****

Sterke Peer!

peer2

 

Dikke Peer als u het mij vraagt.

Trok een kar vol kasseien voort!  De Hercuul van de Kempen!  De John Massis van zijn tijd.  Wat een heerlijke snor.

Jaarlijks wordt de Sterke Peer triathlon georganiseerd in Wuustwezel.

 

*****

 

Marc Herremans!

U welbekend, hij blijft de Iron Man, voor altijd!

 

*****

 

Schralen Tsjip en de Mussenschrik !

Van de onvergetelijke hit: 'Godverdomme'.

"Godverdomme, ik voel m'n eigen rot, heel de wereld schijt op mijne kop, er bestaat geen rechtvaardigheid niet meer, en waar zit Onze Lieve Heer!"

 

m_85f406fde7cfb5317696579eb03d58c6

 

Geef toe: bevattelijke tekst, goed rijmschema, sociale bewogenheid, huichelachtige heilige huisjes slopend, kempense tongval én met ballen (ik groet bij deze ook Dirk Van Der Jonckheyd, hij waakt over ons, ergens...).

U denkt dat ik dit uit mijn duim zuig ?

www.schralentsjip.com en overtuig uzelf (mijn duim is trouwens véél te klein voor dat soort zuigerij).

 

*****

 

Edwig van Hooydonck!

De tranen over de Ronde Van Vlaanderen,  het verdriet van België, de rosse van 't Gooreind.  Gooreind is een deelgemeente van Wuustwezel.  Die van Wezel kunnen die van Gooreind niet luchten en omgekeerd.  Behalve als er derden bij betrokken zijn, dan trekken we weer aan hetzelfde zeel.

 

*****

 

Kevin Strijbos !

Motorengeronk.

 

*****

 

Ik zocht nog iets in de culturele sector, maar dat valt, op Aloïs Blommaert na, wat magertjes uit.  Waarom verbaast dit  me niet...

 

*****

 

Hier sta ik weer.  Hier liggen mijn wortels...

 

...Hier had ik vrienden, liep ik school...

 

Ik passeer zelfs de lagere school.  Ik voel me terug een jaar of 10. Met een te grote boekentas.

Bij de strenge meester Van Gils.  Hij die met ijzeren hand regeerde over zijn klaslokaal.  Het lijdend voorwerp werd er letterlijk in geklopt.

Nagelbijten?

Tik met de houten regel!

Muziekles met melodica. ...'t Ros Beyaert doet zijn ronde...

Wanneer de Vlamingen wonnen in 1302, dan juichten wij in de geschiedenisles (ach, De Wever, hoeveel kinderstemmetjes zijn er verloren gegaan sindsdien...).

De tafels werden er in geramd, maar wij kunnen ten minste rekenen zonder zakjapanner.

Ach, de tijd, waar is ze gebleven...

 

*****

 

En bouwwoede alom.  Alles is volgebouwd.  Zijn wij echt met zo velen?

...een braakland
in ruïne ken ik jou niet
ach je bent wreed veranderd
al ben je als een lelijk huis
toch voel ik me hier veilig thuis...

 

*****

 

Ik kom Achter d'hoven.  Een pleintje in het centrum aan feestzaal St-Godelieve.  De zaterdagse fuiven met discobar Steamfull Crash of later Power Convention.  Saturday Night van Herman Brood, Locomotive Breath van Jethro Tull.

...Hier kende ik mijn eerste lief
mijn eerste droom
eerste verdriet
hier kerfde ik haar naam nog
in jouw bomen...

 

Kerfde ik haar naam nog in jouw bomen, dat nu ook weer niet.  Ik kreeg geen zakmes van mijn ouders, weer een jeugdtrauma.

 

Wuustwezel dat is Disco De Kempen, disco The Love, zaal Wesalia (bij Stroop), het Posthuis, de Zodiac, de Jeuzel.  Weekendongevallen, weet u nog?

Was, moet ik zeggen, want hoeveel van deze kroegen of fuifzalen bestaan er nog?  Een stuk of twee, denk ik.

 

*****

 

Ik schrijf me in voor de loopwedstrijd.  Een gezellig marktje op het plein Achter d'hoven.

Omkleden in het voormalig sportcomplex van KFC Wuustwezel (ooit 2de nationale beste sportliefhebbers, zij het een erg korte doortocht), nu in verval (het stadion én de ploeg).  Wuustwezel speelt terug op het Kattegat, zo hoort het!

Opwarmen in gezelschap van bloedbroeders van het Wezels Omslagpunt: Dré B., Marc B., Rik B.  Uit een vorig verslag weet u dat deze heren de nederlaag mochten proeven tijdens de corrida van Hoogstraten.

Ik voel dat ze mijn bloed kunnen drinken.  Eerst verdienen...

 

*****

 

Chaotische start!

 

IMG_4750

 

 

Na een dikke honderdvijftig meter, haakse bocht links, bloedlink links is dat, want de kop van de wedstrijd gaat als bezeten tekeer.

Honderd meter verder weer links, de weg over met verkeergeleiders als  onverwachte obstakels, dan de lange dreef in.  Het stof gaat liggen en de rust keert weer in het peloton, relatieve rust, welteverstaan.

Ik nestel me in het zog van Marc B., en zie Rik en Dré een tiental meters voor me uit lopen.  Ik kan sneller, maar het moet niet.  Controleren.

Rik en Dré lopen iets verder weg; dit mag ik niet laten gebeuren.  Ik ga naar de kop van het groepje en Marc B. sluipt mee in mijn spoor.  De wind zit hier pal op kop.  Ik loop tot bij Rik B., maar Dre is al weer verder weg geschoven.

Dat is vervelend, maar ik durf toch niet doorlopen tot bij Dré, bang om mij nu al op te blazen.

Mijn horloge geeft alarm!  Hartslag 236!

Nu valt u waarschijnlijk van uw stoel van de schrik, maar geen paniek.  Dit signaal kan niet van mijn hart zijn, want ik draag mijn borstriem niet.  Ik heb een signaal opgepikt van iemand anders zijn hartslagmeter, en mijn horloge interpreteert  die info fout.  Iedereen in het groepje hoort mijn hartslagmeter in het rood gaan.  Ik moet handelen.

Hoewel we serieus aan het doorlopen zijn, hang ik de clown uit:

Ik zeg: "Oei, hartslag 133!"

U moet weten dat iedereen vermoedelijk met hartslagen rond de 150-175 aan het lopen is (3min30s per kilometer, dat is dus vlammen).

Zure gezichten rondom mij.

Niemand zegt iets, want spaart de adem!

Ik zeg vervolgens: "Ach neen, verkeerd gekeken, 233!

Ik vind dat humor, de rest weeral niet.

Anderzijds is het ook wat blufpoker.  Kilometers aan het lopen tegen dat tempo en dan nog doodleuk kunnen lullen.

U begrijpt dat het goed ging.  Toen nog wel.

We draven het militair domein op, naast de put van de E19 (watervlakte ontstaan door uitgraven zand voor ophoging berm E19).

Dit is klote om te lopen.  De putten in de zandwegen heeft men gevuld met steenslag, maar dan erg grote, robuuste stenen.  Goed kijken waar je de voeten zet.

Marc B. waait er af.

Ik blijf over met Rik, een jongeman die Niels blijkt te heten (uit de aanmoedigingen op te maken) en een kerel van triatlonteam Run Like Hell.  Doet ie ook.

 

Dré loopt nog voor ons uit.  Toch een beer van een vent.

We schuiven meter per meter dichter bij den Dré.  Uit zijn lichaamstaal kunnen we opmaken dat hij het lastig heeft (kijkt teveel om).  Maar om het gat te dichten moeten wij ook diep in het arsenaal krachten tasten.

We komen bij en gaan hem meteen voorbij. Erop en erover.

 

Ronde twee, meteen ook de laatste ronde.

IMG_4798

 

De dreef door, rechtsaf, wind weer maar eens pal op de neus.

De jonge Niels, vierde in ons groepje, laat een klein gaatje vallen.  Ik loop vlak voor hem en reageer onmiddellijk.  Ik ga naar de kop en daardoor wordt het gaatje meteen een gat.  Het werkt ook psychologisch.  Hij voelt dat het iets minder goed gaat en ziet dat we weg zijn.  En daarnaast krijgt hij ook nog eens onmiddellijk de wind vol van voren.  Een cartouche verschoten, maar het was een nuttige.

Toen waren we nog met 3 kleine negers.

Elke waterbevoorrading moet ik een klein gaatje laten vallen.  Drinken en lopen combineren valt me moeilijk, multitasken lukt me niet.  Telkens dat gaatje dichtlopen kost ook weer energie.

Zanddreven en terug over de steentjes.  Rik B. merkt dat ik daar telkens moeite heb om de aansluiting te behouden, en drukt dan telkens het gaspedaal in.  De laatste 2 kilometer kan ik het gaatje niet meer dichten.

De vogels zijn gevlogen.  En nog een vogeltje remonteert me de laatste honderden meters, Niels heeft een tweede adem gevonden en nog een explosieve sprint in de benen.

....en raakte ook nog op de dool
hier voelde ik me vaak verloren...

Finish in 39 min en 9 seconden, positie 12 op een hondertal deelnemers.  Ik liep nooit sneller op een 10 km wedstrijd, met die wind en zo'n variabele ondergrond als extra factoren.

Aan de aankomstlijn de traditionele taferelen, haantjesgedrag, stretchen, water drinken, de veldslag bespreken.  Ik voel me Napoleon (en ben zo moe dat ik best ergens zou willen slapen...).  Ik zou trouwens ook wel een napoleonbol lusten.

Douchen en nadien flaneren over het marktje.  De avond valt en het wordt kouder (schaapscheerderskou volgens Frank Deboosere).

...en loop je straatjes op en neer
ze zijn jouw duizend armen
hoe vaak liep ik hier toen
niks om handen niks te doen
gewoon mijn tijd wat te verdromen...

 

 

16:34 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: lopen |  Facebook |

17-06-09

Rataplan

Rataplan

 

Een hond als looppartner. 

Dat vind ik knap.

Samen uit, samen thuis.

Je laat de hond uit en de hond laat jou uit. 

Ik moet het qua looppartner stellen met mijn vriend Tom. 

Niet echt hetzelfde. 

Tom heeft ook wel eens een natte neus, maar dan is hij waarschijnlijk verkouden.

Weet u trouwens wat de overeenkomst is tussen een gezonde hond en een bijziende gynaecoloog?

Neen?

Ze hebben allebei een natte neus...

 

Niveau, asjeblief...

 

*****

 

Lopen met een hond.  Met een kater ooit al wel eens gedaan, maar met een hond nog nooit. 

 

Vanmorgen op mijn lange duurloop kwam ik weer een loper met hond tegen.  Die harmonie tussen mens en hond, mooi is dat.  Wel geen plastic zakje gezien. 

En je ziet dat dat beest echt geniet van het lopen. 

En de hond ook.

 

Dan denk ik wel eens: zou ik een hond kopen om met mij te gaan lopen?

 

Maar ik weet al hoe dat gaat.

Mijn hond zal wellicht een onwaarschijnlijk lui beest zijn.  Die, wanneer je voorstelt te gaan lopen, zijn middelvinger naar je opsteekt.  Om vervolgens de TV aan te zetten en een pakje paprika chips open te trekken.  En dan vraagt of er nog pintjes koud liggen.

 

Ofwel zal mijn hond, als ik met hem ga lopen, zowat iedereen aanvallen, mij inbegrepen. 

Ik ken dat, ik moet het allemaal niet weten.

 

Of stel dat die hond halfweg de duurloop niet meer verder wil.  Sta je daar met 20 kg hond te schilderen.  En dan begint het te regenen.  Zul je net zien.

 

Of mogelijk zal mijn hond na een paar weken training mij er genadeloos af lopen, me compleet afbeulen en mij constant uitlachen omdat ik zo traag ben. 

 

Of dat ik tijdens het lopen, in een onoplettend moment over die hond val.  Blessure!  Dan wurg ik die hond daar ter plekke, dat geef ik u op een papierke.  Man wurgt hond.

 

Of dat die hond plots de rimboe inschiet achter waarschijnlijk een met uitsterven bedreigde diersoort en dat ik vervolgens door de bosopzichter een proces-verbaal aangesmeerd krijg voor het illegaal stropen van bedreigde dieren.  50 euro!

 

Of dat die hond als een speer de bosjes invliegt om daar  dolenthousiast in de blote, harige reet van een of andere kleerkast te bijten die net de liefde aan het bedrijven is met zijn liefje.  En die kan daar natuurlijk niet mee lachen.  De kleerkast bedoel ik.

 

Neen, laat al maar.

Ik heb er nu al de buik van vol.

KLOTEHOND!

En nooit willen luisteren!

Pootje geven? 

Ik dacht het niet. 

Voelt meneer zich veel te goed voor.

Moest ik een hond hebben, dan kreeg hij nu een stamp!

Voilà.

 

Nu door dat vrijend koppeltje van daarnet denk ik plots aan een ander verhaal:

Een vriend van mij was op weg naar huis van de kroeg toen hij plots een geparkeerde wagen zag die ritmisch aan het bewegen was.  De raampjes waren ook wat aangedampt.  U weet wel wat ik bedoel.

Hij denkt: ik zal dat vrijend koppeltje eens laten schrikken, en sluipt op de wagen af om op het zijraampje te kunnen kloppen.

Net op het moment dat hij door het raampje kijkt....

....vliegt er een monsterlijk grote hond tegen de andere kant van het raampje, blaffend als een gek.

 

Achterwaartse salto gemaakt.

Met mislukte landing.

 

 

 

 

15-06-09

Waterloo

Waterloo

 

Kraak, piep.

Zo klinkt het ongeveer als ik van de trap kom.

En het ligt niet aan de trap.

Zaterdag het laatste deel van het drieluik BHM, Brussel-Hoogstraten-Minderhout afgewerkt.  En mijn vriend Tom, u inmiddels welbekend, was weer van de partij !  De achillesblessure behoort definitief tot het verleden (of toch voor eventjes).  Onze magische kinesist Tom B. had gezegd dat mijn vriend Tom vanaf begin vorige week al eens rustig mocht beginnen opbouwen, te beginnen met één kilometer.  Dat is 1000 meter, 100.000 centimeter.

Goed, ik ben normaal geen klikspaan, maar mijn loopmakker heeft daarop maar liefst aan twee loopwedstrijden deelgenomen, 10 km en 10 km 500 m. 

Stoute jongen!  En dat onze wonderbaarlijke medicijnman dat via deze blog moet vernemen!  Volgende keer kletsen!  Op de blote poep!

We gingen samen naar de wedstrijd in Minderhout peddelen.  Daarvoor moest een uur afgesproken worden.  We zouden onze stalen rossen bestijgen om 15u45!

Rond 15u50 bel ik Tom al een eerste keer. 

Hij is te laat. 

Hoe kan dat nu?

Dat is nog nooit gebeurd. 

Voice-mail.  Typisch.

Maar mirakel, rond 16u verschijnt ten tonele: één Tom, één.

 

****

 

Ik moet eerlijk zeggen, ik had mijn twijfels over deze dag. 

Woensdag wonderbaarlijk gepresteerd op de Corrida door Hoogstraten, waar ik hamersgewijs de tegenstand had verpulverd.  Daar heb ik donderdag en vrijdag toch wel een prijsje voor betaald.  Pijnlijke kuiten en een rug die mij duidelijk maakt dat de jaren beginnen te wegen.

En dan de Deboosere-component. 

De zomer 2009 was plotseling weer daar. 

Hoera! Het was warm. Duf en weinig zuurstof. 

Een scenario vergelijkbaar met de 20 Km door Brussel lijkt in de maak.

Al deze factoren in acht genomen, zou een zinnig mens besluiten niet deel te nemen aan de wedstrijd en thuis te blijven. 

Ik ben geen zinnig mens.

En hoe zouden de duizenden fans reageren op mijn afmelden?  Die ongetwijfeld met spandoeken, toeters en bellen zouden afzakken naar Minderhout.  Als atleet heb je verantwoordelijkheden, je kan die duizendkoppige massa niet teleurstellen. 

Tevens was er de uitgelezen kans om weer andere atleten aan een mentaal dipje te helpen door ze weer maar eens met de neus op de feiten te duwen dat ze me niet kunnen volgen. 

Naar Minderhout dus, in gestrekte draf.  Laat de klaroenen schallen!

 

Inschrijfbalie.  Twijfel.  Welke afstand nemen?

De 5km, de 10 km, de 15 km of het nummer der gladiatoren, de halve marathon.  Terwijl ik stond te twijfelen boven mijn, op de afstand na, volledig ingevulde inschrijfformulier, werd de knoop door mijn vriend Tom doorgehakt.

Met een sierlijke zwaai van zijn Bic kruiste hij de halve marathon aan op mijn formulier.  Zo zou geschieden....

Ik haat het trouwens om als een soort veredeld voorprogramma op te treden op een wedstrijd.

Hijzelf duidde de 10 km aan, lafaard!

Nadien zou blijken dat heel wat atleten, die ik op de Corrida een lesje in bescheidenheid had geleerd, uitgeweken waren naar kortere afstanden. 

WATJES!  Leef verder in mijn schaduw.

Gelukkig waren er nog altijd Frank T. en Axel A. om te kloppen te Minderhout.  Beide heren hadden het aangedurfd om voor mij te eindigen op mijn wedstrijd, de 20 Km door Brussel. 

Dat schreeuwde om wraak. 

Frank T. had woensdag niet gelopen, dus dat zou wel eens een harde noot kunnen worden om te kraken.

Ook Peter F. was uit het verre Niel afgezakt naar Minderhout.  Peter mag van zijn medicijnman niet lopen, wegens inspuitingen in een bepaalde pees in de heupzone, dus loopt hij vandaag de halve marathon. 

De loperslogica blijft gerespecteerd; alles moet kapot!

Is het u ook al opgevallen dat gek zijn een voordeel is in het lopen?

 

*****

 

Startpistool en weg waren we.

Ik in het spoor van Axel A.  Frank T. start rustig. Peter F. volgt nog in het begin.

De psychologische oorlogsvoering begint al bij het kilometerpunt 1, 3min45 trouwens, waar ik Axel zeg dat het véél te snel is.  Wat het ook is.

Net na km 2 moet hij al lossen. 

 

Ja seg, zo is er niets meer aan. 

Een beetje tegenstribbelen, is dat teveel gevraagd?  Als ik jullie wil aftroeven, mag het een klein beetje grandeur hebben?  Ik bedoel, als je al meteen begint te plooien, neen godver, je mag pas de handdoek in de ring gooien na een verbeten tweestrijd, waarbij ik, dat spreekt voor zich, als triomfator het strijdtoneel verlaat.  Maar neen, al direct beginnen afhaken, mij mijn gloriemoment afpakken.  Zo gaan we er niet komen. 

Maar ja, ik kan moeilijk stoppen omdat de rest niet mee wil, ik heb geen keuze, doorlopen dus.

De eerste ronde is een schoonheidswandeling, ik kom mooi op schema door op de 5 km in 19m20s, vééééél te snel, maar we voelen ons goed.

Het is zeer warm, ik grijp naar alles wat nat is.  Sponzen, bekertjes water, tuinslangen, dame blanche, Leffe blond,...

Ronde 2 nog altijd op schema, tien kilometer zitten we nog net onder de 40 minuten. 

Nog altijd vééééél te snel.  Ik passeer een woning waar  men in de voortuin net de ijsjes serveert, in van die grote glazen coupes.

Horror!

In ronde 3 val ik alleen.  Mijn loopgezel van het moment, laat me in de steek.  En dan begint de lange lijdensweg.  Derde ronde is zwemmen.  Hitte, dorst, brandende voetzolen, kuiten doen pijn.  En het is nog ver, nog héél ver.

Doortocht finish laatste ronde, ik ben op km 15,760, tijd: 1u6m.  Dat wil zeggen dat de instorting redelijk groot is. 

Maar onder 1u30 kan nog.  Dat zou heel mooi zijn, gezien de hitte en de slijtage van woensdag laatstleden.

En het wordt niet mooi.  De laatste ronde is niet zwemmen, maar watertrappelen. Een spons in de nek en de tanden opeen klemmen. Aan niets meer denken. Straat in, straat uit.  Omkijken wie er aan komt.  Frank? Neen.  Axel?  Neen. Peter?  Neen, of toch in de verte.  Ik sleep me verder.

Opgeven?  Waterloo?

La garde meurt, mais ne se rend pas!

Terwijl iedereen van de kortere afstanden al Leffe zit te hijsen op het terras (toch slim van hen om voor een korte afstand te kiezen, merci Tom), loop ik over kokend beton en smeltend asfalt te zwalpen naar 1u31m en nog wat frustrerende seconden.  Een 15de plaats op een 90-tal deelnemers.

Maar de heren die ik wou kloppen, werden geklopt.  Of zij waren slimmer en deden het rustig aan.

Maar vooral, geen schade gelopen.  Een paar blaren niet te na gesproken.

Het drieluik is slopend geweest. 

Karakter gekweekt.

Harde sport.

 

*****

 

's Avonds wil ik, vrouw en kind 2 een ijsje van de mobiele crèmekar  eten.  Ijsboerke, Ijsmanneke of Ijsventje, het kon ons niets schelen, de eerste de beste kar zouden we arresteren om 3 ijsjes op te vorderen.  Met 3 bollen!

Het wordt dringend tijd dat ze bij ons in de straat een flitspaal zetten, want die crèmekarren trekken efkes aan hun bel aan mijn voordeur om vervolgens tegen 160 per uur weg te spuiten.

Drie keer een spurt getrokken, waarbij ongeveer alle pezen afscheurden, maar nooit op tijd.  In de verte zag ik meestal nog een crèmekar zich op de verkeersdrempel lanceren om een slordige 50 meter verder te landen, onderwijl de geluidsmuur doorbrekend.  Klootzakken! SMERIGE KLOOTZAKKEN!

 

12-06-09

If I had a hammer

BHV

Brussel Halle Vilvoorde.  Kent u wel van de onverwijlde splitsing.

Tot zover onze politieke insteek voor deze bijdrage.

In loperskringen bestaat er ook iets als BHV, maar dan BHM.

Brussel, Hoogstraten, Minderhout.

Het heilige drieluik.

Drie wedstrijden die altijd tegen mekaar aanschurken op de loopkalender.

Dit jaar valt B op 31 mei, H op 10 juni en M op 13 juni.  Tegen Hoogstraten ben je  helemaal gerecupereerd van Brussel, maar tussen Hoogstraten (10 km) en Minderhout (halve marathon) zitten amper 78 uren. 

Te doen, maar wel focus behouden.  Gezond blijven is de dwingende boodschap.

Als je woensdag de corrida van Hoogstraten hebt gelopen en je kan tevens de discipline opbrengen om niet als een zwijn deel te nemen aan de festiviteiten, maar tijdig en braafjes naar huis, vrouw en bedstee terug te keren, dan is de Kapellekensloop in Minderhout de volgende scalp aan de loopgordel.

Mijn wedervaren op de 20 Km door Brussel kon u eerder al smaken, inmiddels werd de Stratenloop van Hoogstraten beslecht en staat de halve marathon van Minderhout ook alweer vol ongeduld te trappelen.

 

Hoogstraten, de corrida!


U zou de glimlach op mijn gelaat moeten kunnen zien.  Die glimlach lijkt wel in mijn tronie gestanst. 

Glorieus!  Meesterlijk! En zoekt u zelf nog maar een paar synoniemen.

10 km in 37 min 12 seconden.  Dat is tegen 16,12 km/uur.

Ok, dan nu even het ongebreidelde enthousiasme temperen; er is twijfel over de correctheid van de afstand.  Er wordt gefluisterd dat het vernieuwde parcours maar 9660 meter telt (dan is het nog altijd tegen 15,58 km/uur!).

AWEL, HET KAN ME GEEN KLOTEN SCHELEN!!!! 

NIKS OOK NIET!!!

 

Enscenering. 

U weet dat het jaarmarkt en kermis is tijdens de onvolprezen corrida.

Gezellige drukte, kleurrijk kader.  Maar de weergoden trekken zich niks aan van de verzuchtingen van de neringdoeners en gooien de hemelsluizen wijd open.

Een uitgeregende corrida, u mag gerust gewag maken van 'drache nationale'.  Regenbuien, pijpestelen en oude wijven, afgewisseld met stortregen, gemiezer en motregen.

Ideaal loopweer; koud, veel zuurstof. Zo hebben we het graag.

Een lappendeken van paraplu's.  Toch nog een behoorlijke en vooral moedige opkomst van supporterslegioenen allerhande.

Mijn positie in de startzone was ronduit slecht; op het laatste moment daagden er nog hele volksstammen lopers vooraan in de startbox op.  En dat niet iedereen het hoge starttempo aankon werd meteen pijnlijk duidelijk; ik ben een aantal keren quasi gestruikeld over joggers die het kalmpjes aan deden.  Gevolg, een eerder trage aanvangskilometer (3min 58) en 10 % van de wedstrijd is al foetsie.

Eens vrij baan schoot het tempo los door het dak; tweede kilometer in 3min 30sec.  Ik raap vermoeide helden per dozijn op.

Sturm und drang, heet zoiets.  Ik voel me goed.

Plots voor mij, één van mijn zwarte beesten, Guido E.  Normaliter loop ik die er in ronde 1 af, om mij die overmoed in ronde 2 te beklagen wanneer hij me weer komt oprapen. 

Ik loop Guido er af. Maar ik vrees dat ik hem straks terug zal zien.

Voor mij, zwart beest nr 2 Marc B., sympathieke loper uit Wuustwezel, mijn geboortegrond. 

Er op en erover. Grijns!

Dan Tom V. en Roland S. voorbijstomen (ze zijn weer maar eens te snel vertrokken), Kristof R. (dag met het handje) en wat ziet mijn lodderig oog vervolgens?

50 meter voor mij, Dré B., iemand die ik nog niet eens in mijn dromen zou kunnen kloppen. 

Inhalen en achterlaten. Grijns!

Rik B., Toon K., kerels die ik nooit eerder klopte, bijhalen en ter plaatse laten.

Ik vlieg!  Laag, maar toch.

 

Hoe dikwijls heb ik dit wrede lot zelf moeten ondergaan?

Ingehaald worden, proberen mee te gaan, en vervolgens ongenadig moeten lossen. Meter per meter.  Seconde per seconde.

Pijn doet dat. 

En nu doe ik iedereen pijn. 

Ik loop kilometers aan 3m45s. 

Zottekesspel!

 

5 kilometer na 18 min 22 seconden.

Véél te snel.  Hoogmoed komt voor de val!

Ronde 2 en dan volgt normaal gesproken de totale instorting.  Ik sta in loopkringen bekend voor mijn onbesuisd snelle start om daarna roemrijk ten onder te gaan na een legendarische klop van de hamer. 

Maar vandaag geen klop van de hamer. 

Deze jongen tikt zelf met het hamertje. 

Tik!  Tik!  En dan nog eens TIK!

Kom hier, dat ik u met het hamerke tik!

Sta stil, zeg ik!

Mijn lijflied: If I had a hammer, I hammer in the morning.

 

Ik kan het tempo hoog houden en de tweede ronde afleggen in 18 min en 50 seconden.  Amper 28 seconden trager dan ronde 1 (hoewel er in ronde 1 een kleine aanloopstrook extra viel af te leggen). 

Toch veel achterom gekeken in ongeloof.  Ze komen niet terug!

 

Finish als 49ste. Bobijntje af, dat wel.

Niet meewarig doen over een 49ste positie, de corrida kent altijd een ijzersterke bezetting (de geldprijzen zullen daar niet vreemd aan zijn). 

Beste positie ooit, tijd ook uiteraard.  Als ik het extrapoleer naar 10 km, dan moeten we 1m 20sec bijtellen, en komen we op 38 min 32 sec.  Daar had ik vooraf voor willen tekenen.  Vorig record 39 min 12 sec.

Vlak na de finishlijn prominent wijdbeens in beeld blijven staan, zodat de verslagenen aan de voeten van de veldheer kunnen neervallen. 

Ik voel me minstens Willem de Veroveraar.  Neen, Atilla De Hun!

Knielen zullen ze! 

Ik aai over bezwete hoofden, veeg in erbarmen een sporadische traan weg, troost de wanhopigen, een zalvend woord hier, een helend gebaar daar. Gejammer en geweeklaag overal rondom mij.  Ik heers souverein...

Hier liggen hun lijken als zaden in het zand, hoop op den oogst,  O Vlaanderland!

 

Eindconclusie en we gaan vooral niet te bescheiden zijn: ronduit fantastisch, ik heb koppen gesneld dat het niet mooi meer was, de maat genomen van zowat iedereen. 

De perfecte race, eindelijk de juiste indeling, maar ik vermoed ook wel een topdag in hypercompensatie na de 20 Km door Brussel.

Morgen wacht de laatste opdracht van het heilige drieluik.  Ik twijfel tussen de 15km750 of de halve marathon.  De temperatuur voorspelt niet veel goeds en ik vrees dat ik de inspanning van woensdag nog niet helemaal zal verteerd hebben. 

Héél slim zou zijn een gewone training in te lassen.

Slim zou zijn om de 15km750 te lopen, maar ik ken mezelf, ik loop wellicht mijn volgend Waterloo tegemoet op de halve marathon. 

En er staat bij diverse lopers een rekening open, besef ik.

Maar tot zaterdag blijf ik vrolijk neuriën:

If I had a hammer, I hammer in the morning...

 

 

 

09-06-09

Pita en Dafalgan

Pita en Dafalgan

 

Woensdag 10 juni is de grote dag! 

De wedstrijd van het jaar!

Alweer.

Dan staan wij aan de start van de Corrida door mijn thuisstad, de Parel der Kempen, het epicentrum van de Aardbei, het stadje met smaak, wereldcentrum der bakstenen kerktorens, thuishaven van de ghesellen der Aardbei,  Erbizzeme van hoochstraote!, om maar iets te zeggen.

10 Kilometer.

Goed, niet echt ver, eerder een nijdig spurtje.  Merkte hij blasé op.

Hoe zal ik zeggen. 

Na een halve marathon voel je je de eerstvolgende dagen alsof je een keer of drie overreden bent door een tientonner.

Na een wedstrijd over 10 km moet je drie keer diep in- en uitademen en dan is het meeste leed al geleden.

 

De corrida door mijn thuisstad. 

De ambiance maakt het tekort aan kilometers goed.

De start, doortocht en aankomst zijn gesitueerd op de hoofdader door het centrum van mijn thuisstad, de Parel der Kempen, het epi....  zie hoger.

Het is dan kermis en jaarmarkt, en tussen de kramen door kronkelt de stratenloop.  Telkens kom je vanuit de verkavelingen terug op de hoofdstraat en volop in de kermissfeer.

Het getoet en gebel, de dreunende muziek, doldwaze geluidseffecten,...

        It's number one, allez roulez, hopahopa, oelalaaaah,                 chihuahua

En de geur van frieten, pita, smoutebollen en zoetigheid vermengen zich tot iets onuitstaanbaars.  Zeker als je aan het lopen bent.

 

En, het juiste bolletje gekleurd afgelopen zondag?

 

Ik heb bewust gewacht met dit verhaal tot na de verkiezingen, want ik wou de stemming niet beïnvloeden. 

Moest u wat volgt weten, dan hadden de tsjeven niet zo'n riante uitslag gehaald.  Bijlange niet, nog ni bekan!

 

Op de stratenloop door mijn thuisstad, editie 2007, werd de start maar liefst 5 minuten uitgesteld omdat huidig Minister-President Kris Peeters nog niet in het startvak was gearriveerd.

Ja, ik begrijp uw onbegrip. 

Laat u maar volledig gaan.

Die opgekropte agressie moet er uit, ik begrijp u compleet.

Uw woede en ontsteltenis is niet meer dan terecht. 

Het lef!

 

Het is ook altijd hetzelfde met die politici.  Doen dan alsof ze een sport beoefenen om zo campagne te kunnen voeren.  De ene kruipt op een koersfiets, de andere trekt loopschoenen aan.  Laat dat!  Het ziet er niet uit!

Wij staan daar met z'n allen 5 minuten te schilderen in het startvak omdat meneer niet op tijd is. 

En pas op, moest Kris Peeters nu een podiumkandidaat geweest, tot daaraan toen, maar Kris werd door zowat iedereen gedubbeld, dus wat voor zin had het om te wachten? 

Die 5 minuten extra had ook geen verschil meer gemaakt, dacht ik zo.

 

Ik heb die editie niet bijster goed gelopen. 

De eerste ronde ging het nog, 5 km op 20 minuten en een handvol seconden, maar de tweede ronde speelde de hamstringblessure, die ik een tiental dagen voordien opgelopen had tijdens de 20 Km door Brussel, opnieuw serieus op. 

Eindtijd 42 minuten en half. 

Pover.  Erg pover.

 

Ik was dus slecht gezind. 

Ik was op het oorlogspad. 

Nukkig.

Iemand zou moeten bloeden voor mijn slechte tijd. 

En dat ik het niet was, dat mocht duidelijk zijn. 

En vermits vrouw en kind 2 niet in de buurt én iets te assertief zijn, was ik op zoek naar iemand waartegen ik eens duchtig mijn beklag kon doen.

 

En plots staat daar een fris gewassen, in fel oranje T-shirt gestoken, Kris Peeters voor mijn neus.  Toen nog geen minister-president als ik me dat goed herinner, maar toch, als slachtoffer kon het er mee door.  Wat zeg ik, een gedroomd slachtoffer.

Hij drukte me een verkiezingsfoldertje in de hand. 

Dat was een fout. 

Ik gooide het met een achteloos gebaar ostentatief op de keien van de hoofdstraat.

Ik geef toe, ik had uit balorigheid een pint of drie gedronken, op nuchtere maag, om na het lopen te rehydrateren en een en ander had invloed op mijn inschattingsvermogen.

Ik ging helemaal loos.  Tirade heet zoiets, dacht ik.

"Awel, wat dacht meneer wel, dat hij wat meer was dan de gewone man, dat hij zomaar wat kan neerkijken op ons, dat hij  denkt ons  te kunnen laten wachten in het startvak van de Corrida, terwijl onze perfect opgewarmde spieren aan het afkoelen waren.  Wat voor manieren zijn dat ?" 

Ik voel dat mijn vriend Tom mijn aandacht probeert te trekken door op mijn Achilles in te beuken.

Tevergeefs. 

Tom fluistert vanuit zijn mondhoek dat ik beter mijn grote bek kan houden.  

Maar ik kan beenhard zijn, als het moet.  Genadeloos.

"Vijf minuten!  Vijf minuten!"

"Weet meneer wel wat dat is?  Vijf minuten? "

"Neen zeker. Vraag dat maar eens aan uw vriendje Leterme, ja, die van die vijf minuten politieke moed."

Kris Peeters kromp ineen.  Ik was giftig als een slang.  En op dreef.

"Wat denk je nu zelf, Kris, dat ik zoiets vergeet als ik straks in het stemhokje sta?"

Ijzige stilte.

"Het antwoord is neen, Kris, dat vergeet ik niet." 

Een beteuterde Kris Peeters buigt het hoofd.

"Dat Brussel, Halle Vilvoorde niet gesplitst geraakt, dat kan me aan mijn reet roesten.  Dat Reynders niet mee wil in een grote vis van een staatshervorming, dat interesseert me geen blaas!  Goed bestuur begint bij op tijd komen op de Corrida door mijn thuisstad, de Parel der Kempen."

Mijn vriend Tom staat wat schaapachtig verontschuldigingen te stamelen.

Ik, daarentegen, boor nieuwe bronnen energie aan.

"Enfin, goed, ik zal het één keer door de vingers zien, maar zie dat het niet meer voorvalt.  Zullen we dat afspreken?  En als morele schadevergoeding moogde gij mij op een pintje trakteren, de clubkas is toch nog niet leeg, durf ik te hopen."

En zo zijn Kris Peeters en uw dienaar in café De Gelmel beland. 

Tournée générale! 

En nog 5!  Gas geven! 

Doe ze nog eens vol!  Twaalf pintjes alstemblieft en geef die rosse iets van ons!  Hoegaarden, Palm, Corsendonk, Westmalle. 

Het kon niet op.  En het moest op!

 

Vuurwerk?

            Niets gezien, niets gehoord.

Ballenregen van de toren?

            Waren we niet bij.

Optreden openlucht?

            Wel geweest, weten we helemaaaaaal niks meer van!

 

 

Daarna zijn we in de Duvel gevlogen in café 't Verschil. 

Gas geven.  En niet te zuinig ook.  We hebben een gat in de staatskas gezopen, en in ons geheugen.

Het meest memorabele moment van de avond was toen Kris Peeters op de toog stond, met zijn broek op de enkels, met een halfvolle Duvel in de hand boven het roodaangelopen hoofd, woest zingend:

" 's Nachts na tweeën, dan komt het dak hier altijd naar beneden.... ", waarna het verder ging van lalalalala.

Ook op het repertoire:

"We gaan De Gucht zijn broek afdoen, tsjoelala!"

en

"Dewinter jannet, Dewinter jannet".

en

"We want Vervotte for nen striptease on the floor!!"

 

Enfin, u voelt dat het definitief de foute kant opging.  En dan laat ik de meest genante scenes nog achterwege (50 euro per tet, zoiets kan écht niet door de beugel).

 

Tijd voor plan B, het noodplan.

Pita gaan halen. 

Is het u trouwens ook al opgevallen dat Pita alleen maar smaakt als je een stuk in je kraag hebt.  Nuchter is zoiets compleet oneetbaar.

 

Pita gaan halen dus.  Met looksaus. In de pitabar.

En daar vond Kris Peeters het ook nog eens absoluut nodig om niet bepaald fijnbesnaard uit te halen naar de uitbater van de pitabar; ik meen zelfs iets opgevangen te hebben van "In de pocket van Mohammed", maar ik kan me vergissen, uiteindelijk was ik zelf ook niet meer zo fris als een hoentje. 

Politie erbij, maar dat werkte als een rode lap op een stier.  Kepies vlogen in het rond, parlementaire onschendbaarheid, vuil flikken en veel vijven en zessen.

Getrek en geduw, slagen en verwondingen en we mogen uiteindelijk blij zijn dat ik de helft van het plaatselijke politiekorps tot mijn vriendenkring kan rekenen, of het had nog een venijnig staartje kunnen krijgen. 

Soit, het zij zo.

Ja, die pita.  

's Anderendaags grellig veel last van gehad.

 

Maar bij Kris Peeters viel die pita wel érg slecht. 

Ik herinner me vaag nog iets van braakgeluiden in de koffer van een auto met P-nummerplaat. 

Ja, berouw komt na de zonde.

's Avonds grote man, 's morgens Dafalgan.

 

*****

 

Nawoord: U begrijpt dat bovenstaande niet écht gebeurd is.  Toch niet alles.  Kris Peeters was op onze stratenloop, ja hij was te laat, ja de start werd uitgesteld ten behoeve van hem en ja, ik vrees toch wel dat ik hem 's avonds op de avondmarkt heb gezegd dat dat helemaal niet werd geapprecieerd (en Tom stond zich inderdaad kapot te schamen over mijn schaamteloos gedrag).  Ja, drie pinten en het is van dat. 

Beminnelijk man, trouwens.

 

 

 

 

 

 

 

02-06-09

Memoires van een oude krijger

Memoires van een oude krijger

 

Dinsdag 2 juni 2009.

 

Dag twee na de 20 Km door Brussel 2009.

 

Schaderapport: pijnlijke borstspieren (ademhaling), pijnlijke kuit- en bilspieren, nagel middelste teen linkervoet zal blauw worden, rechtervoet enkele blaren van een schurende kous.  Al bij al valt het erg goed mee.  Geen peesproblemen, geen spierscheuren of contracturen.  Maar wel moe, heel moe.  Twee nachten comateus geslapen.  Recuperatie loopt met de jaren moeizamer.  Je wordt ouder papa.

Mentale toestand: tja, decompressie.  Versuft en mijn harde schijf heeft een tabula rasa ondergaan.

Gisteren waren mijn zintuigen overgevoelig aan prikkels.  Bij de bakker kreeg ik de zenuwen van het gekraak van de papieren zakken en dan was er natuurlijk het obligate hyperkinetische jengelende kind (ik had bijna zélf de corrigerende tik gegeven).

Ik heb ook moeite om op gang te geraken. 

Ik rol de bal wat voor me uit. 

Dit verslag kent een drietal voorgangers in kladversie, de ene nog beroerder dan de andere.  En tikfouten!  U zou ze eens moeten kunnen optekltjn (= optellen).

Lopen zegt me ook weinig op dit moment. 

Hoewel we morgen de eerste training gaan afhaspelen, want volgende week woensdag, dames en heren lezers, is er de wedstrijd van het jaar, de moeder der loopwedstrijden, onze afspraak met de geschiedenis, de corrida in mijn thuisstad.  Een wedstrijd over 10 km, waarbij ik tweemaal passeer aan mijn eigen voordeur.  Mijn vrouw en kind 2 zullen uiteraard weer alles in het werk stellen om een of andere streek uit te halen.  Geruchten over een spandoek doen de ronde. 

Mogelijke boodschappen op de spandoek zijn:

  • Hé, ouwe kale, kan da ni wa rapper?
  • Er zijn nog 3 bejaarden achter u!
  • Breng straks 14 smoutebollen mee.
  • Als het aanvoelt zoals het er uitziet, dan zou ik stoppen.
  • Tijd voor een andere hobby
  • Blessure in de maak
  • Ist bijna gedaan met die onnozelheid?

Als u volgende week iets leest over een familiedrama, dan weet u meteen met welke verzachtende omstandigheden de rechter rekening zal moeten houden.

 

*****

 

Maar keren wij dan nu terug naar die wonderbaarlijke zondag 31 mei 2009, de 30ste editie van de 20 Km door Brussel, mijn 16de opeenvolgende deelname aan deze wedstrijd.  Mijn wedstrijd.

 

8u30: Ik klop de klok (voor het laatst deze dag).  Na een onrustige nacht, volgen het ochtendritueel en ontbijt.

9u: Vrouw vertrekt (Nordic Walking), Kind 2 verdwijnt achter zijn technologie (is bijlange nog niet Milowgewijs Ayo, tired of technology).  Ik verdwijn op regelmatige basis richting toilet.

10u30: Middagmaal.  Pasta Bolognese.

11u20: Met de fiets naar het rendez-vous punt voor de bus naar Brussel.  Ik moet me intomen om niet in één langgerekte Mc Ewensprint naar daar te vlammen. 

Doet me trouwens denken aan het moment dat mijn vrouw moest bevallen van kind 1.  Ze kent mijn zenuwachtige natuur en sloeg pas perswee-alarm wanneer het écht menens was.  Ik spring in de auto en merk na een behoorlijk snelle kilometer dat ik vrouw en buik thuis vergeten ben.  U-turn.  Vrouw en buik in auto.  Ik vertrek met spuitende turbo's.  Mijn vrouw zegt doodgemoedereerd: "Als je elke bocht op 2 wielen gaat blijven nemen, dan beval ik hier ter plekke, ofwel sterven we hier met z'n drieën."

Met de geboorte van kind 2 begon de gewenning al op te treden.  Ik meen toen gezegd te hebben:" Bel maar als kind 2 er is."

Kinderen opvoeden is geen sinecure;  Op kind 1 ga je zo beschermend te werk, terwijl kind 2 meer aan zijn lot wordt overgelaten.  Onder het motto van: het voedt zichzelf wel op.  Dat klopt inderdaad: het groeit op voor galg en rad.

11u24: ik kom ter plaatse.  Er is al één ander stresskieken.  De rest van de lopers druppelt langzaam binnen.  En onze sportievelingen maken alle verwachtingen waar, ze komen allemaal met de auto (de ecologische voetafdruk hoort nog altijd thuis op het gaspedaal).

 

20kmbrussel2009 002

11u40: Appèl.  De troepen worden gekeurd.

11u45: Bus vertrekt, het ruime sop tegemoet.  Nu is er geen terugkeer mogelijk.  Aan de horizon ligt Brussel.  Onze grenzen liggen klaar om verlegd, geëvenaard of benaderd te worden.  Of de totale afgang...

20kmbrussel2009 004

 

 

13u: De makkelijkste klim van de dag; met de bus op de Tervurenlaan.  De geur  van angstzweet is penetrant!

13u15: Bus op parking, ik als een pijl uit een boog richting tent ophalen borstnummer/chip. 

20kmbrussel2009 015

 

 

 

20kmbrussel2009 024

 

Uw ervaren gids in troebele tijden.

Aanschouw de Esplanade van het Jubelpark.  Zing, Godenkinderen, zing!

We komen thuis! 

Dit is heilige grond. 

Hier ligt eeuwige roem op ons te wachten.  En een reep Mars.

 

 

20kmbrussel2009 030

 

 

De startboxen liggen er nog verlaten bij.  Stilte voor de storm.

 

20kmbrussel2009 035

 

Rechts de toiletten, rechtdoor richting kleedkamer.

 

20kmbrussel2009 036

 

Ingang kleedkamer, zonder borstnummer kom je er niet in.

 

 

20kmbrussel2009 038

 

 

Ons vliegmasjien.  Het is een Saab.  Vrienden van mij hebben ooit een Saab gehad, een cabrio.  Deze is dicht van boven. 

Waarom zitten we elk jaar hier?

Omdat dit vliegtuig een punt heeft die op strategische hoogte staat (circa 1m70).  Elk jaar lopen er wel een paar idioten met de kop tegen. 

Dat vinden wij grappig.  Ach, leedvermaak blijft de mooiste vorm van vermaak. 

Ja, we zijn klein kinderen, ja.

 

 

20kmbrussel2009 044

 

 

Man met een plan.  Panische angstblik.

 

 

20kmbrussel2009 039

 

De chip.  En de schoen.  Ik heb er nog zo een.  Een schoen, bedoel ik.

 

Daarna geen foto's meer tot na de helse tocht.  Het was al een behoorlijke zenuwenoorlog, om dan nog altijd met een fototoestel in de weer te zijn, dat was teveel gevraagd.

 

***********

 

Open brief aan Albert 2, Koning der Belgen.

 

Sire,

ik heb op zondag 31 mei uw hoofdstad bezocht. 

U weet het misschien niet, maar die dag was het de 30ste editie van de 20 Km door Brussel.  Dat is een loopwedstrijd.  Lopen, Sire, is zo snel mogelijk van punt A naar punt B bewegen, door middel van uw voeten voor mekaar te zetten.

Dat valt tegen Sire, na verloop van tijd. 

Neem dat van mij, een ervaringsdeskundige, aan.

De start was in het Jubelpark, het Parc du Cinquentenaire (ik meen te weten dat u eerder franstalig bent), een megalomaan project van een van uw voorvaderen, Sire, Leopold II.  De aankomst is ook daar.  Moest u aanleg voor cynisme hebben, Sire, dan zou u kunnen zeggen dat we beter daar waar gebleven.  Daar valt achteraf zeker iets voor te zeggen.

Het elitekorps van uw strijdkrachten, Sire, de para's, hebben er de nationale driekleur uitgerold.  In elke boog van van de triomfboog (1904) één kleur.  Gelukkig bestaat onze vlag uit drie kleuren, Sire, anders hadden we nog een boog moeten bijbouwen.

De muziekkeuze was erg voorspelbaar, Sire.

We are the champions van het Britse combo Queen, daarna Stijn Meuris met "Ik hou van U", dan het thema van het Slavenkoor (hoe toepasselijk voor de slaven van de weg)  van Verdi uit Nabucco, u als Bourgondiër wellicht beter bekend in de versie van Freddy Breck (Uberall auf der Welt), de Bolero van Ravel, en tenslotte uw liedje, de Brabançonne.

Het startschot werd gegeven door één van uw zonen.  Als ik aanleg voor cynisme zou hebben, zou ik zeggen de minst getalenteerde, maar dan weet u waarschijnlijk niet eens wie ik bedoel, waarna de massa, waaronder ik, Sire, het Jubelpark uitstormde.  We werden op de eerste schreden van onze helse tocht begeleid door het Europese Volkslied (het thema van de 9de van Beethoven). 

Neen Sire, niet tatatadaaaa.  Maar de Ode An die Freude. Alle Menschen werden Brüder, maar persoonlijk vond ik dat er nogal veel Brüder in de weg liepen vlak nadat het startschot viel.  Beschouw het als detailkritiek.

Deze versie van de 9de van Beethoven zette er meteen de beuk in, geen flauw voorstukje, Sire, het was er lap op, maar dan ook lap erop. Met lap erop, bedoel ik dan ook LAP erop.  Het was de eerste keer dat ik met kippevel het Jubelpark uitliep.

Ik ben aan uw woonst voorbij gekomen, Sire, het Koninklijk Paleis.  Ik heb u wel gezien hoor, u stond een beetje voorover gebogen, verborgen te kijken aan het 3de venster van links op het 2de verdiep.  U wuifde naar mij, zoals afgesproken.  Dat geeft de burger toch wat moed, Sire.  Ik vond het ook jammer dat er weer maar eens een loper tegen uw hek heeft gepist, Sire.  De mens, het blijft een raar beestje.

Uw onderdanen hadden het even moeilijk als mijn onderdanen...

 

***********


14u20: Ik hou het niet meer uit.  Ik besef dat ik geen aangenaam gezelschap ben voor Eddy K, die bij mij in de kleedkamer aanwezig is. 

Ik moet en zal in mijn startbox staan.  Behoorlijk veel  gedrum in de aanloopzone.

20kmbrussel2009 018

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Indeling der startboxen

20kmbrussel2009 019

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Wat is het plan?

Ten eerste gaan we proberen niet te sterven tijdens de opdracht (u lacht?). 

Ten tweede gaan we proberen uit te lopen, vervolgens geen blessures, dan  streeftijd onder 1u30, tenslotte een aanval op mijn beste tijd (1u26m32s). 

We proberen de rode balonnen 1u20m zo lang mogelijk te volgen (idealiter tot 10 km).

 

14u30: Zenuwachtig lullen met omstaanders, we komen inmiddels in een soort van mentale trance .  We kijken en luisteren naar de afwikkeling van de startprocedure.  Para's ontrollen de driekleur (één kleur per boog van de triomfboog).  De voorspelbare hits van vroeger en nu.  Slavenkoor van Verdi, en Stijn Meuris, een gewaagde combinatie, maar héél begeesterend. 

Bolero. Het touw dat onze startbox scheidt van de eerste box wordt weggenomen.  Nu wordt het menens.  De hartslag schiet al door het dak.  We staan opeengestapeld als sardientjes in tomatensaus.

Dan gaat het allemaal als in een roes, de Brabançonne en...

KABOEM

...het startschot.  We schieten weg langs de weinige gaten en gaatjes die vallen. 

Achter mij Beethoven, neen, hij liep niet mee,  daar is hij veel te doof voor, maar zijn muziek weerklonk achter mij.  De negende symfonie. 

Briljant! 

Kippenvel! 

En keihard!

Ik loop de eerste honderden meters op reserve tot aan de tijdsregistratiemat uitgang Jubelpark, waar ik een 2de chrono start. 

Nu is de start.  Gaan! GAAN!  Lopen bedoel ik.

En we gaan! 

Achter mij nog één rode ballon, honderd meter voor mij de rest van de rode balonnen.  Ik probeer de kloof te dichten op de temporunners van Spa. 

1u20min, optimisme troef, overschatting, wat bezielt me?

Het is warm. 

Het asfalt ademt warmte. 

Stralingswarmte.

Het asfalt smelt.

We passeren het Koninklijk Paleis. 

Wuiven naar Sire. 

Linksaf en bergop richting eerste drankpost Spa. 

Dorst!  Water over het hoofd, armen, rug. 

We hebben weer maar eens het bordje van Km1 en Km2 gemist.  Ze zijn maar een paar vierkante meter groot...

Linksaf.

Tunnels Louizalaan hakken er in.  Bergop voel ik dat de benen niet goed mee willen.

De 5 km in 20 min 8 sec. 

Schema perfect, hoewel ik graag iets sneller had gelopen.  Geen reserve opgebouwd, maar het is warm. 

Schrijnende ademhaling.  Het ademen valt moelijk.

Tot Terkameren is het veel klimmen.

Ik weet dus dat ik een goede dag moet hebben om 10 km in dit weer rond 40 min door te komen. 

Het lukt dus niet. 

Ik laat de rode balonnen gaan en kom op 41m30 sec aan de 10 km.  Maar dat is nog altijd prima op schema.  Bergop is wel loodzwaar.  Ik voel dat ik zeker geen topdag heb.  Mogelijk heb ik hier al mijn beste pijlen verschoten. 

Vastklampen en met de moed der wanhoop blijven gaan, kilometer per kilometer.  Eén probleem per keer aanpakken.

Elke drankpost minimum 2 bussen Spa.  1 voor drank, 1 voor verkoeling.  Het water loopt tot in de schoenen.  Het is moordend.

Km 12 bergaf.  Dit ligt me beter.  Het tempo zit er weer in. Maar het doet pijn.  Ik zie verschillende lopers uitvallen.  Manken, vloeken, ik ken het...

Mijn voetzolen branden. 

Rechts schuurt de natte kous tergend  tegen de zijkant voet. 

Bij een drankpost glipt de bus tussen mijn vingers door.  Ik mis de kracht om ze vast te grijpen.

Km 15 op 1u3m12s. 

Ik heb dus nog 23 minuten om de laatste 5 km af te leggen wil ik het record verbeteren.  Dat is niet simpel, want dit komt nog.

20kmbrussel2009 013

Km 16 in 1u7min28s. 

Tervurenlaan.

En dan komt de Tervurenlaan en ik parkeer. 

Het is over en uit. 

Ik word duizelig. 

Een suikerklop.

Ik blokkeer.

Het is een verschrikkelijk gevoel. 

Je ziet enorm af, zweet als een gek, en bent daarbij ook nog eens duizelig. 

Mijn zwarte beest. 

De reputatie van de Tervurenlaan blijft overeind.  Ik nog nauwelijks. 

Dit is zwemmen, zwijmelen.

Water, nu.

Ik zet door.

Ik moet door.

Onder 1u30 kan nog altijd, het zit er in.  De magische barrière van 1u30m.

Ze vallen als vliegen. 

Ik zie tussen km 17 en km 19 een viertal lopers langs de kant van de weg liggen, terwijl ze medische zorgen krijgen.  Werkt niet bemoedigend, moet ik zeggen.

Boven, terug bergaf, ik herpak me. Laatste loodjes.

Ik kom terug in een soort ritme, maar de duizelingen blijven aanhouden. 

Dit is niet gezond meer.

Eindelijk.

Jubelpark. 

Over de mat.

1u28m55s.

Zo diep ben ik nooit geweest.

Medaille.

Spa.

Mars.

Liggen op de grond.

Een vrouw merkt op:  "Meneer, u laat uw water lopen."

Ik dacht eerst dat ik de controle over mijn kringspieren verloren had, maar het bleek mijn fles Spa te zijn die naast me aan het leeglopen was.

Ik hamster nog 4 repen Mars, een paar flessen Spa en haal mijn diploma op

20kmbrussel2009 054

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik sukkel terug naar de kleedkamer.  Ben uitgeblust.

Zo ziet een doodvermoeide held er uit.  Ik ben dan ook nog met mijn stomme kop tegen die pin van dat vliegmasjien gelopen.  Ja, lach maar...

20kmbrussel2009 050

 

Omkleden, en op zoek naar eten.  Brusselse wafel, appel, een ijsje met twee bollen (vanille-chocolade), cola en cola light.  Mijn maag kan er niet mee lachen.  Ik word mottig.

20kmbrussel2009 056

 

Inmiddels al wat bekomen, nu ons moeizaam een weg banen door de massa, buswaarts.

Het parcours kruisen valt niet mee. 

De lopers komen nog steeds in dichte drommen richting Jubelpark.

De bus heeft meer dan 50 minuten nodig gehad om van het parcours weg te geraken; dit jaar in drie lussen telkens terug naar Montgomery.  Je zou toch denken dat het ooit eens zou lukken om met de bus rechtstreeks naar huis te rijden.  Niet dus!

 

Wat te denken van het eindresultaat?

Zoals gezegd, positie 1354, mijn 2de beste ooit. Dat stemt tevreden. 

Tijd is de 7de beste ooit.

Het zegt  vooral veel over de omstandigheden. Als je met je 7de beste tijd je 2de beste positie behaalt, wil dat zeggen dat de wedstrijdomstandigheden zwaar waren.

Andere weersomstandigheden hadden wellicht een iets betere tijd opgeleverd, het suikertekort zal ook wel wat tijd gekost hebben.

En daar kunnen we mee leven.  Wat zeuren we?  Dit is een triomf.  Absolute triomf.

 

Afspraak op 30 mei 2010, dan staan we weer aan de start van de 20 Km door Brussel en zijn we weer maar eens vergeten hoe hard deze wedstrijd is.

 

***********

Open brief aan Siska Schoeters, Studio Brussel

Siska, proficiat, je hebt het uitgelopen. 

Maar zeg nu zelf. 

Drie u en een kwartier.

Als je ooit met mijn vrouw gaat shoppen in Wijnegem Shopping Center, dan vrees ik dat je er ongenadig wordt uitgewandeld. 

Toch respect voor je deelname...

 

***********

 

Waarde lezer,

sinds 28 april delen wij hier lief en leed.

Hier stopt ons avontuur. 

U was een merkwaardig fijn publiek.

Select, dat spreekt.

 

17:53 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

31-05-09

De oude krijger

De oude krijger

Whoeha!!!

We zijn thuis.  We bewegen ons als een ivalide oude man van rond de negentig.  Voelen ons ook zo.  Geradbraakt.

Het was een helse tocht.  Tot km 16 alles volgens schema en dan wel serieus moeten inleveren op de K2, de Tervurenlaan.  Dood gaan...

Eindtijd: 1 uur, 28 min en 55 seconden.  Vergeleken met het palmares van 2 berichten geleden geen slechte prestatie.  Vooral het warme weer was moordend en spelbreker.

Dat kun je ook zien aan mijn positie; 1354. 

Dat is mijn 2de beste plaats ooit op de 20 Km door Brussel. 

Een groep van 25000 lopers is statistisch significant genoeg om posities  met elkaar te vergelijken (op een plaatselijke jogging hangt het van de kwaliteit van de bezetting af; Brussel is altijd kwalitatief goed bezet). 

Positie zegt dus ook iets in deze.

Voorlopige conclusie: redelijke tijd, prima positie.

Een tevreden, oude krijger, die behoorlijk kapot zit.

En nu trappist.

 

Een uitgebreid verslag van de helse tocht, volgt later deze week. 

20:59 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

Morituri te salutant

Morituri te salutant

 

Vrienden, Romeinen,

Morituri te salutant. 

Zij die (een keer of drie) sterven gaan, groeten u.

De dag des oordeels. 

Het is 31 mei.

Straks, om 15 u start in het Jubelpark

de 30ste editie van de 20 Km door Brussel.

Het wordt mijn 16de opeenvolgende deelname.

Jubelpark,

Wetstraat,

Paleizenplein,

Louizalaan, tunnels,

Terkamerenbos,

Bosvoordelaan,

Rooseveltlaan,

Vorstlaan,

Tervurenlaan (K2),

Montgomery,

Jubelpark.

 

De enkele moedigen die deze blog hebben gevolgd,

groet ik bij deze.

Het werk is bijna af.

Nu enkel nog oogsten. 

Triomfen wachten ons,

of diepe dalen.

Maar morgen is het

gewoon weer maandag. 

En beginnen we af te tellen,

nog 52 weken...

Aan allen die meelopen........

Godspeed

 Behouden reis

Succes

Geniet

Droom

 

 

...with every new dream an old one dies...

"Godspeed"

(Ozark Henry)

medailles2

 

 

09:34 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

30-05-09

O Heer, d' avond is neergekomen

O Heer, d'avond is neergekomen,
de zonne zonk, het duister klom.
De winden doorruisen de bomen
en verre sterren staan alom...
...
Wij vragen, Heer, verlaat ons niet!

 

Zaterdag 30 mei 2009.

Avond.

Nu spreken we in termen van uren. 

Editie 30 van de 20 Km door Brussel. 

Terwijl ik het tik, voel ik de vlinders in mijn buik.

De rugzak staat klaar, vol ongeduld te wachten in de gang. 

Morgen lopen we nog één keer losjes door de inhoud. 

Alles moet kloppen.

Papier bevestiging inschrijving/borstnummer.  Loopuitrusting, kousen, witte tape, fles water, appel, speldjes, handdoeken,...

 *****

De loopschoenen staan klaar, maar we moeten mekaar nog spreken.

Eerst haal ik met een fijn borsteltje nog wat zandkorrels van de schoenen, relicten van mijn laatste trainingstocht. 

De zool naar boven draaien.  Kijken of alles ok is, ik neem een mesje en begin de kleine steentjes tussen de zoolplooien uit te prutsen. 

Mijn schoenen spinnen als een kat.

De op maat gemaakte inlegzooltjes eruit.  Afkuisen.  Schudden met de schoenen om nog wat verdwaald zand te verwijderen.  Zooltjes erin.

 

Als een schoenenfluisteraar ga ik te werk. 

Rond de schoenen draaien, onderwijl goedkeurende geluidjes maken, instemmend knikken, strelen,...

Wij samen, wij gaan het doen. 

Het hoofd koel houden, ik let wel op de ademhaling, jij zoekt het spoor...

Ik zorg ervoor dat we links van de weg lopen, laat het tempo maar aan mij over, ik controleer chrono en bereken tussentijden...

Jij moet enkel voor de afwikkeling zorgen. 

Neen, we gaan geen stukken maken, de maximum belasting, dat wel, maar er niet over. 

De eerste vijf kilometers gaan we streven naar een marge, we blijven een beetje onder het schema; net onder de 20 minuten. Dat doen we graag.  Een beetje rust inbouwen, mentaal dan. Dat er marge is, die we langzaam kunnen loslaten. Reserve.  Daar kunnen we dan op verder bouwen.

 

Dan, tussen km 5 en 10 het tempo zo lang mogelijk strak vasthouden.  De 10 km rond de 40, 41 minuten.  Sneller als het kan, trager als het moet.  42 minuten max.

 

Tussen km 10 en 15 gooien we alles open, veel bergaf. Dat scheelt.  Niet ongevaarlijk, maar ça passe ou ça casse.

Daar moet de basis gelegd worden, daar en alleen daar.  Daar moeten we in de zone zitten.  Lopen, gewoon lopen.

 

15km in 1u 2min zou verdorie ideaal zijn. Maar hoger mag.

Onder de 1u 4min moet.

 *****

En je weet het, boven het uur worden de jongetjes van de mannen gescheiden. 

Boven het uur wordt de wedstrijd gelopen.

Daar pas.

De rest is opwarming.

Dan en alleen dan.

 

De laatste vijf kilometers heeft niks meer met lopen te maken. 

Alles kraakt in zijn voegen. 

Er komt niets meer in je op. Gedaan met rekenen.  Gedaan met tellen.  Niks marge, alleen pijn.

Dan is het vertwijfeld staren in de lange leegte.

Hologig hopen op verlossing.

Het is proberen te overleven, het allerlaatste uit je gegeselde lichaam persen. 

 

De Tervurenlaan, de ultieme scheidsrechter; de plaats waar we monsterlijk veel tijd kunnen verkwanselen.  Afspraak met de geschiedenis.

Op de Tervurenlaan kijken we de vierschaar in de ogen.

Als we daar niet in mekaar storten, dan komt de bevrijding van Montgomery snel. 

Niet bang zijn van een trage kilometer, je weet dat die er zullen zijn.

 

 *****

Weet je nog, deze winter.  Hoe koud het was. 

Glad ook, maar toch gaan lopen. 

Toen hebben we de brede basis gelegd voor morgen. 

Allemaal voor morgen.

Enkel morgen.

Morgen.

Nooit panikeren, don't forget your second wind, we gaan die tweede adem vinden.  En we houden wat over voor de Tervurenlaan.

Twijfelen heeft geen zin, nu niet, morgen niet.

Hé, we zijn tenslotte goed voorbereid, we hebben de kilometers op de teller. 

Hier hebben we het allemaal voor gedaan. 

En we kennen het parcours, we hebben de ervaring mee, de leeftijd ook.

Ik denk dat we nooit beter waren.

Maar zelfs als het fout loopt, mislukken we niet. 

Mislukken bestaat niet.

Je loopt  enkel tegen jezelf. 

Voor jezelf. 

De chrono is toch maar iets abstracts. 

Virtueel.

Vluchtig.

Neen, verliezen bestaat niet. 

Jezelf verliezen wel. 

Doen we niet. 

Genieten wel.

 

Straks slapen, straks gaan we slapen....

  •     Editie        Tijd            Positie
  1. 1994      1u41m59s   9384
  2. 1995      1u34m59s   5977
  3. 1996      1u27m42s   3005
  4. 1997      1u28m14s   3125
  5. 1998      1u29m30s   2605
  6. 1999      1u32m36s   1464
  7. 2000      1u19m54s   2397    ingekorte versie stormweer
  8. 2001      1u35m45s   2343
  9. 2002      1u30m17s   1797
  10. 2003      1u27m57s   1400
  11. 2004      1u26m32s   1050
  12. 2005      1u31m03s   1442
  13. 2006      1u27m44s   1542
  14. 2007      1u47m20s   8888    hamstring
  15. 2008      1u31m42s   1856   

 

*****

 

 

 

20:35 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

Belleke trek

Zaterdag 30 mei 2009.

 

Dit is een klotedag.

Wat doe je de dag voor de 20 Km door Brussel? 

Niks. 

Je moet rusten.  En je bent rusteloos.   24 uur voor de start...

Je wil gaan lopen (ik loop altijd op zaterdag, altijd). 

Nu kan ik niet gaan lopen, ik mag niet.  Ik moet rusten. 

 

Wat doet de mensheid op een zaterdag?

Aan het lawaai te horen buiten, moet iedereen het gras weer maaien.  Waar is het fout gegaan met de menselijke soort, dat wij ons moeten straffen met die steeds weerkerende corvee gras afdoen?  De haag trimmen? Schrobben en schuren.

Vroeger, toen we nog in grotten leefden, heeft er toen iemand gezegd: "ik denk dat ik het gras eens ga afdoen, het regent nu even niet".  Ik dacht het niet.

De auto wassen.  Ja, dat zou ik eens kunnen doen.  Zou eens moeten gebeuren.  Eens.   Ooit.   Nu.  Nee.   Niet.   Nu niet.  Nè.

 

Verveling. 

En nog duizend dingen te doen, maar mijn hoofd staat er niet naar.

Ik denk dat ik mijn jongste zoon wat ga pesten.  Dat is nuttig, dan wordt hij wat weerbaarder.  Want het levenspad loopt niet over rozen, naar het schijnt (de rozen zouden ook eens dringend gesnoeid moeten worden, maar mijn vrouw wil niet).

 

.....

 

Heb net slaag gekregen van mijn jongste zoon; hij wil niet gestoord worden als hij World of Warcraft aan het spelen is.  Online gaming, en pas op, ik betaal daar dan ook nog eens voor.

 

Verveling.  Zucht.

En nog een klein miljard dingen te doen, maar ik heb geen bal goesting.

Ik denk dat ik mijn vrouw wat ga plagen.  Dat is niet nuttig, maar dat breekt de dag een beetje.

 

......

 

Heb net van de vrouw te verstaan gekregen dat ik, indien ik morgen in Brussel nog over twee benen wil beschikken, haar beter met rust laat.  En dat een strijkijzer behoorlijk kan aankomen.  Dat klopt dus.  Het strijkijzer.

 

Ik verveel me.............. vvvvveeerrrrrvvvveeeelllliiiiinnnnggg!

Zucht.

 

Ik ga belleke trek doen bij de buurvrouw van 78 jaar, een beetje beweging kan nooit kwaad op die leeftijd.

 

......

 

Amai, de buurvrouw is nog behoorlijk rap voor haar leeftijd.  En ze babbelt graag.  Over den oorlog.  Saai.   Ik verveel me nog liever.

Zucht.

Loopt er hier nergens een huisdier rond dat ik wat kan embêteren?

 

.....

 

Ben gebeten door de hond van de buren.  Niks ernstigs, 12 draadjes, meer niet.

Of zou ik iets schrijven voor mijn blog?  Neije.

Ik kan natuurlijk altijd de telefoon nemen en willekeurige nummers toetsen en zien waar we uitkomen.  Dat is altijd lachen.

 

.....

 

Per ongeluk het noodnummer gebeld.  Politie was niet geamuseerd.  Nu ja, ik heb al véél bijgedragen aan de staatskas in de vorm van parkeer- en andere boetes, nu moeten de flikken niet lichtgeraakt beginnen reageren, vind ik.

 

Verveling.

Zucht.

Ik denk dat ik het plafond van de garage eens ga schilderen.  Of toch alleszins eens naar dat plafond ga kijken.  Of laat kijken.  Of het laat.  Hoe laat is het?

Hebben de andere buren geen kat?

 

.....

 

Kat in brand gestoken.  WOEF!

Spectaculair, dat wel.

Moet het gras nu niet meer afdoen, brandweer is bezig met het blussen van het tuinhuis.  Die gasten kunnen geweldig zuipen.

Zie je wel dat ik het noodnummer nog nodig zou hebben!  En ik kan 'tuinhuis opruimen' van mijn lijstje te doen schrappen.  Handig. 

 Het schiet lekker op.

Zo is het toch nog een nuttig dagje geworden, en ik heb mezelf geen seconde verveeld!

 

 

 

14:32 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

29-05-09

Is da preuthaar?

Is da preuthaar?

 

Dienstmededeling: voetnoten onderaan bereik je door op de onderstreepte tekst "voetnoot; zie onderaan" te klikken.  Terugkeren naar waar je was in de tekst doe je door op het nummer van de bewuste voetnoot te klikken.  Trek uw plan!

 

Is da preuthaar[1 voetnoot; zie onderaan]

Ja, ik weet het, een 'snedige' titel trekt de aandacht.

Er zijn geen douches in de monsterkleedkamer die het luchtvaartmuseum is.  Dat wil zeggen dat een mens zich na de 20 km door Brussel niet echt kan verfrissen.  Toch worden er manmoedige pogingen ondernomen om de hygiëne enigszins te verzorgen. 

Je hebt er die met de nodige schroom achter een handdoek aan de slag gaan met een washandje, anderen spuiten enkel wat deo (de mix van geuren van diverse deo's, Reflex Spray en spierzalven is bedwelmend en is tevens uiterst geschikt voor het verwijderen van oude verflagen van blaffeturen[2 voetnoot; zie onderaan]).

Je hebt er die, vrijheid blijheid, in vol ornaat hun naaktheid etaleren.  Alle wiebelende aanhangsels ten spijt.

Anderen wassen zich niet, kleden zich om en wachten tot de avonddouche. 

Wij behoren tot die laatste strekking. 

We stinken wel vrolijk tot we thuis zijn. 

Mannen en hygiëne, het zal nooit wat worden (zo vervangen wij onze onderbroek pas vanaf het moment dat ze begint te blaffen en/of  janken bij het aantrekken).

Maar sommigen overdrijven qua wassen.

Zo waren we een aantal edities geleden getuige van een scène in de kleedkamer na de wedstrijd, waar we met stijgende verbazing naar bleven kijken.

Het betrof hier een dame. 

Ze ontdeed zich van haar sportkleding tot ze spiernaakt en rechtopstaand voor haar stoel stond. 

We hadden inmiddels al koppijn van het  stiekem gluren (hadden we vroeger ook na intens spieken).

Ze stond daar spiernaakt en nam rustig haar tijd. 

Wij ook,  in de wetenschap dat je op andere plaatsen voor  zo'n vertoning moet betalen (heb ik van horen zeggen); dit was gratis. 

De meeste vrouwen zijn in een glimp omgekleed en hebben in de Chiro genoeg truukjes geleerd om zich volledig om te kleden zonder dat je ook maar een vierkante centimeter naakte huid te zien krijgt.

Deze dame had overduidelijk geen chiro-verleden en deed tevens aan grondige intieme coiffure (ik dacht dat de juiste term Brazilian Wax is[3 voetnoot; zie onderaan]).

Niets werd aan de verbeelding overgelaten.  Moest ook niet, we waren uiterst tevreden met de situatie. 

We herschikten onze stoelen zodanig dat er een tribune ontstond.  We hadden de bordjes al op de knieën voor de  jurering; punten voor uitvoering en moeilijkheidsgraad.  En nooit heb je een fototoestel bij...

Enfin, ze nam een washandje, een bidon water en een of andere zeepemulsie (vraag me niet dewelke, daar ging op dat moment onze aandacht niet naar uit). 

Wablief?

Dash, nu goed?!?

Toen begon ze zich compleet te wassen, en ik zweer het, qua compleetheid kon dat tellen.  Aangekomen in de schaamstreek, leek deze wasbeurt eerder een gynaecologisch onderzoek te zijn; zelden iemand zo tekeer zien gaan!   Het washandje was bijwijlen in geen velden of wegen te bespeuren!

Een spontaan applaus brak los op de tribune.  Zeven keer 10 en een enkele negen!

Er zijn geen foto's van, zoals gezegd, maar deze taferelen kan u thuis rustig bekijken. Huur daarvoor in de betere videotheek DVD's met ronkende titels als "Ins Dreckloch abgerotzt" en "Fick meine Fetten Möpse".

 

 


 

 

 

 

 


[1] Preuthaar: Schaamhaar, meer bepaald rond de vrouwelijke schaamdelen (de preute; zie ook: die seute met de natte preute. Ik laat de rest aan uw, wellicht, wilde verbeelding over).

Verder verwijzen we graag naar: Is da preuthaar in mijn kaviaar, een volks theaterstuk van het NTGent en het standaardwerk van Prof. Dr P. Wilms: De Grens tussen Preuthaar en Reethaar, een vage lijn. Uitgeverij Manteau, 1976; 345p.

De legendarische vraag : "Is da preuthaar" werd door wielrenner Wim Vansevenant gesteld aan Nico Mattan tijdens de laatste Ronde van Frankrijk.  Mattan was begonnen met de aangroei van een soortement van snor.  Deze riep bij de seksgedepriveerde wielrenner connotaties op aan bovenbeschreven vrouwelijk lichaamsdeel en de daar gesitueerde beharing.  De verwarring die deze vraag teweeg bracht bij de Nederlandse wielercommentator Mart Smeets, 's avonds te gast bij Karl Vannieuwkerke in diens programma, was even legendarisch.  Het behoort nu tot ons collectief geheugen en nationaal erfgoed.

 

[2] Blaffeturen: zuidnederlands, luiken voor de ramen.  Onterecht wordt een rolluik aanzien als blaffetuur.  In feite gaat het om luiken die voor de ramen gedraaid worden.  Maar als u er op staat mag u blaffetuur zeggen tegen uw rolluik.  U mag er voor mijn part zelfs tegen blaffen, het zal mij worst wezen.  U doet maar wat u niet laten kan.  Zullen we dat afspreken?

 

[3] Brazilian Wax.  Dames, u bent nu bijvoorbeeld 20 jaar oud.  U heeft een tribal tattoo net boven het achterwerk.  Piercings op de meest ondenkbare plaatsen.  U heeft uw doos laten ontharen (Permanent laser hair removal).  Denkt u ook wel eens aan het moment dat u een bomma van 80 jaar zult zijn?   Hoe smakelijk dat allemaal nog gaat zijn?   In combinatie met een gevulde pamper?  Ik voorspel u dat Bejaardenverzorger M/V dan sowieso een knelpuntenberoep wordt.

 

 

17:12 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |