11-12-09

Cosa Nostra

Cosa Nostra

 

Woensdag en zaterdag.

Mijn vaste loopdagen.

Nu ja. 

In tempore non suspecto, of als u wil, tempore non blessure, was dat woensdag, zaterdag en maandag. 

Toch proberen we de laatste weken opnieuw af en toe een derde loopsessie in te bouwen, met wisselend succes overigens.

Deze week geen maandagse loopsessie. 

Teveel aan mijn hoofd maandagochtend, wat resulteerde in het voornemen om 's avonds te gaan lopen.  Maar 's avonds om half negen was de fut er helemaal uit. De geest was uit de fles.

Dus niet gelopen. 

Dan maar wat  lamlendig in de zetel gehangen.  Geeuw.  En er was weer geen bal op TV. 

Ja, Top Gear. 

Maar moest ik ooit de dwingende behoefte voelen om een selectie exclusieve superwagens te bekijken, dan schiet ik mijn sloefen aan en slef ik wel naar mijn eigen garage.

 

*****

 

Woensdag.

Duurloop!

Motregen!

Maar dan de stuifvariant.

Stuifregen. 

Neen, geen neologisme, stuifregen blijkt als woord reeds te bestaan.

Je wordt door- en doornat van stuifregen.

Koud ook deze ochtend.  Ik was blij dat ik handschoenen bij me had.  Windaf moesten ze telkens uit, maar wanneer de wind op kop zat, kon ik ze goed gebruiken. 

De aanhoudende regen van de laatste weken heeft mijn vaste looprondje drastisch van uitzicht doen veranderen.  De zanddreven zijn nu één groot dansend tapijt geworden.  De traditioneel nattere zones van het rondje zijn nu totaal verzopen en zompig.  Het is zoeken naar droge passages, springen over plassen.

En nogmaals heb ik op het einde van mijn duurloop wat baldadige versnellingen ingebouwd.  Regelrechte spurtjes van een paar honderd meter, de hartslag ging door het dak.  Dan weer even terugschakelen naar een gewone tempoloop om het hart te laten bedaren, om dan meteen weer het hogere toerental op te zoeken.  Plezant en slopend tegelijk.

Geen last van gehad.

 

*****

 

Deze middag, toen ik net wat brieven postte, botste ik op Jan H., de looplegende van mijn thuisstad. 

Jan was aan de wandel met een kind in een buggy. 

Jan H. is altijd loper, ook al is hij aan de wandel met klein grut.  Hij droeg een trainingspak en loopschoenen.  Moest ik Jan H. ter plekke uitnodigen voor een duurloopje, dan durf ik er wat op te verwedden dat de buggy (met inhoud) in het postkantoor van mijn thuisstad zou binnengerold worden en dat Jan H. vervolgens schallend door het postkantoor zou roepen:

"We zijn binnen een dik uurke terug. 

Letten jullie wat op de kleine?

Mercikes!"

Dan doen die postbodes ook eens iets terug voor het eindeloze geduld dat wij moeten opbrengen in de rij voor het loket.

 

*****

 

Jan vraagt hoe het met me gaat.

Wanneer lopers mekaar ontmoeten, dan volgt voor buitenstaanders een onbegrijpelijk gesprek over hartslagfrequenties, trainen in aerobe of anaerobe zone, contracturen of peesletsels, chiropractors versus osteopaten, kinesisten of sportmassages, compressiekousen, pronatie en verzuring, recuperatie en stretching, cooling down, de Concap van Bruylandts en meer van die zaken.

Dat is code. 

Maak u geen zorgen.

Zoals bruine beren geruststellende bromgeluiden maken om mekaar duidelijk te maken dat alles in orde is.

Zoals honden mekaar besnuffelen.

Het doet deugd om als wapenbroeders mekaars wonden te likken. 

Wanneer je met een buitenstaander over lopen praat, dan verschijnt  binnen de tien seconden de wazige blik van desinteresse in de ogen van uw gesprekspartner.

 

Die glazige blik krijg ik persoonlijk ook telkens Kind 2 zijn relaas doet over zijn belevenissen tijdens het spelen van spelletjes op internet, het online gaming.

Kind 2 is de laatste weken helemaal verslingerd aan 'Omicidio', een online game waarbij je een gangster bent die carrière moet maken binnen de maffia.

Ik keur dat helemaal goed. 

En Kind 2 heeft uiteraard een blitzcarrière gemaakt in de Camorra, of hoe zijn maffiagroepering ook mag heten.

Neen, dit spelletje vind ik prima.

Uiteindelijk is dit de perfecte voorbereiding op de loopbaan die Kind 2 ambieert. 

Kind 2 wil namelijk de politiek in. 

En liefst op enig niveau. 

U begrijpt dat kennis en het aanwenden van afpersing, vriendjespolitiek, het figuurlijk 'kaltstellen' van tegenstanders, omkoperij en bloedwraak nu eenmaal tot aanbeveling strekken wanneer je het ver wil schoppen in politieke middens.  Toch in de slangenkuil van dit rare landje.

Uit de badkamer horen wij geregeld volgende zinnen galmen:

  • You talkin' to me?
  • You talkin' to me?
  • Then who the hell else are you talkin' to...

Kind 2 is dus in feite nu al aan de poten van de stoel van Kris Peeters aan het zagen.

En aan onze kop over Omicidio, maar dat geheel tussen haakjes.

 

Kind 2 heeft het inmiddels geschopt tot 'consigliere'.  Dat is een raadsman van de Don, de maffiabaas.

Hoe slim. 

De maffiabaas krijgt alle aandacht (en straks de kogel der afrekening), de consiglieri gaat met de kassa op de loop.

Ik had ook niets anders verwacht van Kind 2.

En het is erfelijk.  Uiteindelijk heeft de moeder van Kind 2 op haar gsm niet voor niets de ringtone van 'The Godfather'.

 

*****

 

Nu ik er eens goed over nadenk.

Er is wel enige overeenkomst tussen ons gezin en dat van Tony Soprano.  U weet wel, de TV-serie van HBO die handelt over leven en werk van mafiosi in het moderne Amerika.

Tony Soprano is de grote baas van het netwerk, zijn vrouw is de grote baas thuis en zijn kinderen doen maar wat.

Perfecte samenvatting van de gang van zaken bij ons thuis.

 

Om een en ander voor u aanschouwelijk te maken, heb ik het organigram van ons gezin even gemaakt. 

The chain of command, zeg maar.

 

Capo

Misschien toch enige bijkomende verduidelijking.

Bovenaan de voedselpiramide staat de hoogste in rang,  Don Mamma.

Vervolgens de tweede in rang, de Capo Famiglia, zijnde Kind 1.  Op een evenwaardig niveau staat de Consiglieri, zoals eerder aangehaald, Kind 2.

En onderaan de pikorde, in werkelijkheid nog een paar verdiepingen lager dan de riolering en het stinkend putje, daar sta ik te bllinken.

Ik ben de Capo di GFT. 

Inderdaad, de baas over de GFT-bak. 

Ik mag die namelijk buiten zetten. 

Dat is mijn versie van de bloemetjes buiten zetten. 

En ik ben er helaas nog fier op ook.

 

*****

 

Aan tafel hebben we ook Italiaans ogende discussies. 

Met veel gegesticuleer en pasta. 

Ok, bij ons gaat het niet over contracten op het hoofd van een pentito  of een spijtoptant.  Bij ons gaat de discussie meestal over wat we de volgende maaltijd gaan eten.  Maar het gaat er wel even hard aan toe.

En uiteraard wordt er heel wat afgelachen. 

Mijn vrouw heeft zich daarbij al ontelbare malen verslikt in haar koffie.  We houden de score bij én houden ook bij wie de oorzaak is van het verslikken.

Scorebord:

Naam

Aantal keren dat Don Mamma   zich heeft verslikt in koffie.

Aantal keren dat de koffie via de neus terug uit Don Mamma kwam.

Kind 2

Consiglieri

 

168

 

36

Mark

Capo di GFT

 

152

 

14

 

Of wenst u het meer schematisch?

grafiek

Ik heb hier ergens ook nog een taartdiagram rondslingeren.

 

Shit, er staat schimmel op.

 

*****

 

Bericht aan het lerarenkorps van Kind 2.

Kind 2, onze consiglieri, zit volop in de examens.

Dat loopt niet altijd even vlot.

Dat eeuwige gestudeer hypothikeert de internet-gangstercarrière van Kind 2.

Daarom deze waarschuwing...

 

Wanneer Kind 2 u benadert en volgende woorden met hese stem debiteert, onderwijl met het rechterhandje een los polsgebaar makend:

"I'm gonna make you an offer you can't refuse...."

 

Als ik u was, dan zou ik luisteren.

Kind 2 weet u namelijk wonen.

08-12-09

Remsporen

Remsporen

 

Zaterdag: weer kerstbomen uitsteken bij de schoonouders.  Alle hens aan dek.  En regenen natuurlijk.  Wat dacht u.

Maar de troepensterkte was van dien aard dat de bomen zich quasi zonder slag of stoot vrijwillig overgaven en de witte vlag hesen. 

En wanneer we eindelijk de strijdbijl begroeven, was de zon van de partij.  Zonnetje van niks, maar toch.

We keerden huiswaarts, met een geurende pijnboom achterin de auto.  Deze boom zal binnenkort de last van duizenden lampjes torsen en een decadente weelde aan cadeautjes aan de geamputeerde wortels tentoongespreid zien.

 

*****

 

Normaal zou ik mijn duurloop dit weekend op zondag afwerken, maar omdat het kerstboomoffensief voortijdig werd afgeblazen, kon het zowaar nog op zaterdag!  Dat laten wij ons geen twee keer zeggen.  Schoenen aangegord en hopen op pijnloos lopen.  Het traditionele rondje door de bossen van Wortel lag naar ons te lonken.

Mirakels?

Neen.

Na een dikke twintig minuten was de pijn er.  En nu terug de gewone stekende pijn.  Vertrouwd gevoel inmiddels, maar ook een belabberd gevoel.

En na 40 minuten was er de tweede opstoot van enkele minuten.  Ik ben zelfs even gestopt om wat te stretchen. Midden in de bossen sta ik te dampen van het zweet, terwijl het weer zachtjes begint te regenen.  De hemel huilt.

Maar het einde van mijn duurloop was dan weer hoopgevend. 

Op een bepaald punt heb ik het alarm van de hartslagmeter afgezet en ben ik gewoon op mijn gevoel doorgelopen.  Even de gashendel onbezonnen wat verder open om zo het hart in een hoger ritme te dwingen.  De hartslag liep geleidelijk op van 155 naar 160 om tenslotte een behoorlijk tijdje op 168 slagen per minuut af te klokken. 

Het kon me niets schelen dat de bil zou protesteren. 

Ik ben de baas.

Even zot doen, de schade zullen we nadien wel opmeten. 

Après moi le déluge.

En, gek genoeg, geen noemenswaardig protest. 

Raar.

 

*****

 

De feestdagen in het verschiet. 

Wat gaat een jaar toch snel.

Het schiet voorbij.

Dit is trouwens de honderdste kroniek op deze blog, waarde lezer.

Mijn respect voor uw uithoudingsvermogen....

Ja, de tijd gaat snel.

 

Tijd is een relatief begrip. 

Vijf minuten is niks.

Toch niet op café.

Op vijf minuten krijg je hoogstens twee Duvels binnengekapt.  En één potje vieze nootjes.

Vijf minuten je adem inhouden daarentegen, dat valt tegen.

 

Over nootjes en Kind 2. 

Ooit gingen we met het ganse gezin eten in de betere bistro van onze thuisstad.  In afwachting van het voorgerecht dronken we al iets.

Kind 2, toen nog erg klein, had een cola voor zich. 

Ik had een potje nootjes gekregen bij mijn ijskoude Duvel. 

Kind 2 had de nootjes in beslag genomen en was die in een verbijsterend tempo aan het opeten. 

Plots bijt Kind 2 op zo'n smal, gifgroen exemplaar. 

Zo'n héél pikant nootje.

Kind 2 trekt héél grote ogen waarin pure paniek te lezen staat.

BRANDALARM!!!

Er komt rook uit de oren van Kind 2.

Kind 2 roept keihard: "BEIKES".

Het wordt ijzig stil in de bistro en alle hoofden draaien naar onze tafel.

Kind 2 spuwt daarop de volledige inhoud van zijn mond over onze tafel.  Zo'n kleine driehonderd gram halfvermalen nootjes.  Tot vermaak van iedereen.

Kind 2 begint vervolgens met beide handen zijn tong proper te wrijven.  Tot nog groter jolijt van iedereen.

 

*****

 

Ja, alles is relatief.

Hoeveelheid is trouwens ook relatief. 

Eén haar in je soep is véél te veel. 

Eén haar op je kop is,.... ach breek me de bek niet open.

 

Doet me trouwens denken aan een voorval met Kind 1 en de plaatselijke pizzaboer.

U moet weten dat onze pizzaboer volledig kaal is.  Maar dan ook compleet kaal.  Hij is zo kaal dat, hoe zal ik het zeggen, wel hij is zo kaal dat, vergeleken met zijn kop, zelfs een biljartbal ongeschoren lijkt.

Enfin, ik ga samen met Kind 1, die diezelfde dag naar de kapper is geweest, een bestelling ophalen bij onze pizzaboer.  Het is de eerste keer dat Kind 1 de kaalhoofdige pizzaman zal ontmoeten.

U voelt ongetwijfeld al waar dit naartoe gaat.

En ja hoor, normaal is Kind 1 een bedeesd kind, maar nu roept ie door de volle zaak:

"Ook naar de kapper geweest?"

Ik heb een nieuwe definitie gegeven aan het begrip 'groen lachen'. 

De pizzaman trouwens ook.

 

*****

 

Alles is relatief dus.

Dat was zaterdagavond niet bepaald mijn eerste gedachte toen ik ei zo na Zwarte Piet plat had gereden met de wagen.

Het was valavond. 

En in het schemerdonker stak een onbezonnen Zwarte Piet de straat over tussen twee geparkeerde auto's.  Zwarte Piet in het donker valt niet écht op.  Glimlach dan toch!  Een reflecterend vestje was klaarblijkelijk ook teveel gevraagd.  Door volop in de remmen te gaan kon ik een platte Zwarte Piet vermijden.

Ja, u denkt nu waarschijnlijk, hoe grappig...

Maar mijn hart sloeg over.

Ik dacht aan al die arme kindjes die verweesd naar een lege schoen zouden zitten kijken de volgende ochtend.  Omdat ik Zwarte Piet aan flarden had gereden,  drie zwarte strepen achterlatend op het wegdek, twee  remsporen van mijn banden en één van wijlen Zwarte Piet, nu uitgesmeerd over het wegdek.

En IK zat op de voorrangsweg. 

Dat heb ik hem nog even duidelijk gemaakt, door middel van mijn middelvinger.  Als een echt stout kindje.

En wat bezielt hem om over te steken tussen geparkeerde auto's terwijl er amper twintig meter verder een zebrapad is. 

Een zebrapad. 

Je zou toch denken dat  een ZEBRApad iets herkenbaars is voor de gemiddelde zwarte medemens.

 

En ja, hoe vul je zoiets in op je Europees aanrijdingsformulier?

Maar goed, godzijdank heb ik Zwarte Piet niet geraakt.

Al een geluk.

 

*****

 

Dienstmededeling:

U kan in het decembernummer van Runner's World, het onvolprezen maandblad voor de loper, een loopverhaal van de hand van uw dienaar lezen.  De redactie had een wedstrijd uitgeschreven voor loopverhalen en de zes beste inzendingen werden in het blad opgenomen.  Uw dienaar was één van de zes.

04-12-09

Yevgueni

Yevgueni

 

Medical update.

Dinsdag heeft de osteopaat mijn bekken- en heupstand gecorrigeerd.  Met veel gekraak en het nodige gekrakeel werden krakkemikkige kadulle knoken tot de orde geroepen.

En woensdag was er de eerste duurloop.

Laat ons zeggen dat ik sceptisch was.  Ik weet uit bittere ervaring inmiddels dat mirakuleuze oplossingen niet bestaan en dat Lourdes niet weggelegd is voor deze heidense ketter.

U weet uit vorige kroniekjes dat een duurloop bij mij ingedeeld wordt in drie pijnsessies.  De eerste na circa 20 minuten, de tweede na 40 minuten en de derde sessie begint op het uur en blijft duren tot ik tot stilstand kom.

En woensdag?

Wel, de eerste kaap van 20 minuten werd pijnloos gerond.  Eureka!

Na veertig minuten was er nog steeds niets te voelen.  Ik begon al te denken dat alles inbeelding was geweest en dat ik vanaf heden de eretitel 'meester der hypochondrie' mocht dragen.

Rond de 50 minuten begon de vertwijfeling toe te slaan. 

Als ik nu stop, dan ben ik officieel pijnvrij geweest.

Geweest.

Doorlopen was dan weer riskant: als de pijn alsnog komt, dan was ik weer de sigaar. 

Maar ja, ik stond ergens op Nederlands grondgebied, ik kon moeilijk ter plekke een huis beginnen bouwen.

Doorgelopen en na 55 minuten en 17 seconden: pijn.

Dus tot 55 minuten en 16 seconden was mijn geloof in de mensheid en de geneeskunde grenzeloos geweest.  1 tik later kreeg ik een mentaal tikje.

 

Maar het was een ander soort pijn.

Niet de stekende pijn die ik al een paar maanden heb ter hoogte van het zitbeen, maar nu de doffere variant. 

Ik troost me maar met de hoop dat het enkel een signaal was van de al maanden getormenteerde pees.  De pees die al maanden door scheefstand belegerd wordt en nu uiteraard ook nog mee moet gaan lopen met het baasje.  De pees die wat verzwakt is en signaal geeft wanneer het genoeg is.

 

Ik merk het.

U gelooft het ook al niet.

Dan zijn we al met twee.

Maar zondag probeer ik opnieuw.

 

*****

 

 

Bij deze wil ik mij officieel excuseren bij Klaas Delrue, de zanger van Yevgueni.  En bij de rest van de groep, uiteraard.

Ik had mijn vrouw niet mogen meebrengen naar uw optreden in De Warande in Turnhout. 

Ik besef dat nu.

Wist ik veel dat mijn vrouw het onderdeel ritmisch klappen niet onder de knie zou krijgen. 

Was het trouwens ook absoluut nodig om ons zo'n moeilijk klappatroon op te leggen? 

Serieus.

  • klapklap  pauze  klap,
  • klapklap  pauze  klap,
  • klapklap  pauze  klap,

Niet evident.

En ja, mijn vrouw heeft van de 291 klapjes er 294 verkeerd gedaan, ik weet het. 

Maar ik had van uw drummer toch iets meer professionaliteit verwacht.  Dat hij uit het ritme geraakte was verschrikkelijk, toegegeven, maar ik vind het klein van hem om dat op mijn vrouw te steken.

Tot drie maal toe heeft u het optreden stil gelegd omdat er iets fout liep met het ritmisch klappen van het publiek.  Tot drie maal toe was het mijn vrouw die de ganse zaal uit het ritme bracht. 

Dat besef ik.

Stop gewoon met dat oproepen tot geklap en speel uw hitje: 'Als ze lacht'.

Iedereen tevreden.

 

Maar toen maakte u pas echt een cruciale fout.

Zaallichten aan en toen heeft u mijn vrouw aangesproken en gezegd: "Mevrouw, u MOET stoppen met meeklappen".

 

Beste vriend, bent u uw leven beu?

Hè?

De laatste keer dat iemand met matig succes tegen mijn vrouw heeft gezegd: "Mevrouw, u moet", gevolgd door een bevel, was mid jaren zeventig van de vorige eeuw.

Zijn graf kan u vinden op het oude kerkhof van Lokeren. 

Naast de oudstrijders.

 

Heelder generaties tele-verkopers, gsm-operatoren en computerherstellers zitten nu met een joekel van een identiteitscrisis nadat ze mijn vrouw hebben geprobeerd iets aan te smeren/wijs te maken.

Lukt niet.

Laat dat.

 

Deze ochtend telefoon.

Iemand van een of andere organisatie die cursussen organiseert.  Mijn vrouw had zich ingeschreven via mijn mailadres.  De mevrouw aan de andere kant van de lijn bekloeg zich over het feit dat mijn vrouw zich had ingeschreven via mijn mailadres en dat ze een eigen mailadres MOET aanmaken.

MOET.

MOET.

Foutje.

 

Die mevrouw weet nu naar wie ze moet bellen wanneer ze een lesgever zoekt voor de cursus: 'Assertief uitkafferen per telefoon voor gevorderden'.

 

Ooit heeft een politieagent het nodig gevonden om mijn vrouw aan te spreken en haar te wijzen op een of andere tekortkoming in haar rij- of parkeergedrag.  Die mens zit nu, in een pamper, bellekes te blazen, parkeerschijven te versnipperen  en 'gloegloegloegloegloegloe' op de wijze van een kalkoen te broebelen. 

Naast hem zit de agent die het ooit heeft aangedurfd mijn vrouw te flitsen.  Die mens ziet nog altijd gele flitsen en denkt dat hij een roze olifant is die

foweeeeeeeeep

zegt.

 

 

Is dit uw ambitie, mijnheer Yevgueni?

Ik dacht het niet.

Ha.

Maar voor de rest een prima optreden, dat wel.

01-12-09

Sarkozy

Sarkozy

 

Dit weekend niet gelopen. 

Dat was zo ingecalculeerd. 

Mijn traditionele zaterdagse loopsessie had ik speciaal verplaatst naar vrijdag.

 

Zaterdag werd ik namelijk opgevorderd voor het rooien van kerstbomen bij mijn schoonouders. 

Ik neem aan dat u zich nog herinnert wat voor een hondenweer het zaterdag was.  Terwijl u met uw voetjes knus tegen de snorrende kachel lag te ronken als een krolse kat, gehuld in een fleece dekentje, kopje citroenthee, boekje, koekje, stond ik in weer en wind bomen uit te spitten met  Kind 1 en mijn schoonbroer, bloedbroeders van het terpentijnen genootschap.

Op de beste momenten van de dag regende het.  Wanneer het iets minder was, viel de regen bij heelder bakken neer, opgejaagd door helse windvlagen.

En tussendoor nog wat malse buien. 

Goed voor den hof, en zo.

Mijn schoonbroer had een soort plastic overall aan, speciaal ontworpen om gedragen  te worden bij regenweer op de motor.  Mijn schoonbroer was even winderig als het weer, maar vermits de overall erg goed aansloot, moest hij vaststellen dat hij pas enige tijd later een appreciatie kon geven aan het geproduceerde geurpalet. 

Savoureren in uitgesteld relais heet zoiets, dacht ik.

Telefoon.

Of ik het voorgaande iets minder omslachtig kan uitdrukken?

Natuurlijk....

Uw wens is mijn bevel...

 

Dat mijn schoonbroer de ganse tijd scheten liet. 

Scheten. 

Van die straffe. 

Waar je het behang mee van de muren krijgt. 

En dat het lang duurde vooraleer hij zijn eigen gore scheten kon ruiken wegens een te strak aanpassende plastic overall.  En de enige uitweg was via zijn nek.

Begrijpt u het nu?

 

Nu ja, nog een geluk dat de scheten via de nekopening konden ontsnappen.  Stel dat al dat gas zich zou blijven opstapelen in het pak, dan zou hij wel eens ballonsgewijs ten hemel kunnen opstijgen. 

 

Of stel dat er iemand een sigaret opsteekt? 

Wat dan? 

Methaangas in combinatie met een open vlam?

WOOOOOEEEEEESSSSSSJJJJJJJJJ.....

 

*****

 

Dat probleem schijnt trouwens ook in de SM-wereld te bestaan.  Dat bepaalde luchtjes nogal lang in de glimmende pakjes blijven rondzwerven.  Waar het betere latexpak dan ook nog eens voor extra klapperende geluidseffecten zorgt. 

Heb ik van horen .....

..... zeggen.

 

*****

 

Omdat ik zaterdag bomen aan het rooien was, kon ik niet naar het veldrijden kijken. 

Veldrijden is heilig. 

Deze sport is de tweede belangrijkste sport op de grote internationaal geldende vergelijkende sportschaalranglijst van Mark.  Eerst komt het lopen, dan gaapt er een gat ter grootte van de Sahara, en dan zie je in de verte een piepklein stipje: dat is het veldrijden.

Dus we konden niet rechtstreeks kijken naar de wedstrijd.

Maar daarvoor hebben wij een goede oplossing gevonden.  Wij, dat zijn uw dienaar en de vrouw van uw dienaar.  We nemen het veldrijden op via onze dvd-recorder en kijken dan in uitgesteld relais (een beetje zoals de scheten van mijn schoonbroer....).

Het is dan wel van het hoogste belang dat ik nergens per ongeluk een TV-scherm zie, of  in de auto de radio opzet en zo het radionieuws onderschep. 

 

Maar ook daarin herkent men de hand van de meester. 

Ik had namelijk de auto van mijn moeder genomen.  Dat is een Spartaanse auto. 

Een auto zonder autoradio. 

Enkel bedoeld voor transport.  Een Mercedes 300 D.  Zuipt meer dan Michel Dardenne.  Elke keer je de auto start sterven er een stuk of drie ijsberen op het poolijs.  De auto heeft geen roetfilter.  U bent onze roetfilter.

Enfin.

Na gedane arbeid, en nadat mijn schoonbroer zich uit zijn scheetballon had gehesen, rij ik huiswaarts.  Kind 1 ligt vredig te slapen naast mij, uitgeteld  na een ganse dag bomen te hebben uitgestoken in combinatie met de voortdurende chemische oorlogsvoering  van mijn flatulente schoonbroer.

 

Ik kom thuis. 

Wij weten helemaal niet wie de veldrit in Koksijde gewonnen heeft.  We verlekkeren ons op een uurtje Vlaamse topsport.  Dampend kopje thee.  En we gingen ons eens goed laten gaan en hadden ook een sappige Pink Lady (een appel) klaarliggen. 

Terwijl de voorbeschouwende interviews met Nys en andere Alberten hun beslag krijgen, horen we de rollende donder.  Dat is Kind 2 die de trap af komt.

Kind 2 gooit de deur van de woonkamer open.  Michel Wuyts verliest zich inmiddels in ronkende volzinnen in de voorbeschouwing van de cross.

Kind 2 zegt:

"Veldrijden?  Sarkozy heeft gewonnen."

Wij schieten in een lachkramp.  Sarkozy, dat Franse onderdeurtje.....

Kind 2 toch, hahahahaha.

Plots beseffen we dat Kind 2 zoiets niet verzint, maar dat hij

...............

GODVERMILJAARDEGODVERNONDEDJU!!!!!!!

 

Sarkozy, Sarkozy, Kind 2 wist dat het een exotische naam was en dan blijft natuurlijk enkel Stybar over.

Alles om zeep.

Spankracht weg.

 

*****

 

Vandaag naar de osteopaat van Sarkozy geweest. 

Heu, Stybar bedoel ik.

Hij heeft mijn ingewanden terug op hun plaats gelegd.  Blijkt dat mijn darmen uit positie waren en dat daardoor druk was ontstaan op rug, heup en bekken.  Waardoor alles in de soep draaide en blokkages ontstonden.  Een soort van kettingreactie.

Hij liet behoorlijk aanschouwelijk zien dat mijn ganse rechterzijde van het lichaam minder flexibel was, vergeleken met links. En dat heeft bij het lopen zo zijn consequenties.

Eerst heeft hij een tijdje behoorlijk druk uitgeoefend op de inwendige ik, wat relatief pijnlijk was.

Dan kwam het betere beuk- en kraakwerk.  Ik kraakte in elk geval in al mijn geledingen.

Maar straf was wel dat ik nadien ook rechts behoorlijk plooibaar bleek te zijn.

Volgens zijn expertise zou ik nu terug klaar zijn voor dienst en dien ik me pas terug te melden januari 2010. 

Zo heb ik het graag. 

Niks twijfel, niks gemaar of gemor, maar gaan met die banaan en binnen een maand nieuwe olie er op.  En vooral, lopen, morgen al.

 

*****

 

Darmen, begot...

Moet ik dringend mijn schoonbroer vertellen....

 

*****

 

Nawoord:

Heum, tja, heum, ik weet niet of ik wat volgt wel wereldkundig moet maken, heum.... ach, vooruit dan maar.

Toen ik buiten ging, zag ik iets in de ogen van de osteopaat.

Het leek wel alsof hij iets wou zeggen.

Weet je wat ik denk dat hij WOU zeggen op het eind van de behandeling?  Pas op, hij heeft het niet gezegd, maar ik zag het hem bijna denken. 

Weet je wat hij, volgens mij, dacht?

Wel, ik zou durven zweren dat hij dacht:

"Moest Stybar dit lichaam hebben, dan reed de rest elk weekend voor plaats twee."

Denk ik, hé.

27-11-09

De Barbier van Sevilla

De Barbier van Sevilla.

 

Vanmorgen heb ik mijn haar verkocht.

Het mag duidelijk zijn: het is crisis. 

Ik moest verdorie 11 euro betalen. 

En u moet weten dat het bewuste haar uit dit briljante hoofd is gegroeid.  Dat zou toch reden genoeg moeten zijn om er een fiks bedrag voor te krijgen.  Een bijkomend argument is dat mijn haar in de loop der jaren een bijzonder schaars produkt is geworden. 

Zeldzamer dan uranium. 

Reden te meer om er véél geld voor te krijgen.

Maar neen, mijn barbaarse barbier rekende me 11 euro aan voor het terug aerodynamisch maken van mijn schedel.

Als loper scheelt dat toch weer wat in luchtweerstand.  Ik klief door luchtlagen...

 

*****

Vanmorgen vierde duurloop van de week: zaterdag, maandag, woensdag en vrijdag.  Telkens goed voor 1uur en 10 minuten, dus toch een kloeke 4u40 minuten op de teller.  Maandag een dip, want reactie van de bil ter hoogte van het zitbeen.  Ganse dag pijn.  Maar woensdag en deze morgen geen reactie achteraf, wel de traditionele lichte pijnopstoten tijdens het lopen.

 

*****

 

De naam van mijn kapper is Ad.  Zijn bijnaam Turbo-Ad.

Deze barbier scheert en knipt sneller dan zijn schaduw. 

Om 10 na acht ben ik thuis per fiets vertrokken en om negen uur was uw dienaar reeds begonnen aan zijn duurloop.

U zal zeggen, vijftig minuten later, zo snel is dat ook weer niet.

Ja, maar wat was er inmiddels allemaal gebeurd?

  • fietsen naar Ad,
  • er was één klant voor mij,
  • ikzelf onder de schaar,
  • afrekenen,
  • 524 gram Schelvishaas gekocht aan de viskraam (omega 1 tot 36 indachtig),
  • fietsen naar huis,
  • onderweg nog wat staan babbelen met een héél mooie vrouw (de mijne),
  • thuiskomen, alarm af,
  • loopkledij aan,
  • alarm op.

50 minuten.  Asjeblief.

Daarvan neemt Turbo Ad, de kapper, er hoogstens 4 voor zijn rekening.  In die vier minuten worden alle mannelijke gespreksonderwerpen afgehandeld:

  • Veronique De Cock,
  • de nieuwe BMW,
  • lachen met Anderlecht,
  • lachen met Leterme,
  • de bijdrage van bouwmeester Everaert Spoorwater en de dynastie Keldermans aan de flamboyante gotiek in het hertogdom Brabant.

 

Ad vraagt ook altijd hoe ik mijn haar wens. 

Ik wijs dan altijd met een op de wijze van E.T. gekromde wijsvinger naar een verkleurde foto aan de muur, waar een of andere machofiguur op ons neerkijkt, met een onwaarschijnlijke bos haar.   Zo'n bos haar had ik ook, eind jaren zeventig van het vorige millenium.

 

Turbo-Ad kijkt naar de foto aan de muur, vervolgens naar mijn hoofd, zucht dan meestal eens heel diep en zegt dan:

"Goed, kort dus, tondeuse 3 mm en daarna opblinken?"

Ik knik, berustend.

Meestal zegt hij dan nog iets beledigends, zoals bijvoorbeeld:

"Zou je beter niet 6 mm nemen, want met 3 mm lijken je oren ineens weer zo groot.  Zo Kai-Mook."

 

Nu ik er over nadenk. 

Telkens mijn vrouw naar de kapper gaat, zit ik te zagen dat dat een half maandloon kost en dat het  ook nog eens een halve werkdag duurt.  En dat Turbo-Ad  mijn wuivende haardos in een luttele 4 minuten tot de orde weet te roepen.

Maar als je dat begint uit te tellen, dan kom ik op bijna 3 euro per minuut. 

Mijn vrouw is twee uur naar de kapper, dat zou dan komen op een slordige 360 euro.  En ze betaalt hoogstens een euro of zestig!

En wat ze allemaal doen voor die zestig euro: knippen, bedwingen, bepotelen, opblazen, inkleuren, roosteren, croque monsieuniseren.

Elke keer ze naar de kapper gaat, bespaart ze een dikke 300 euro. 

Puur winst.

Waarom gaat ze niet elke dag?

En ze krijgt nog een kop koffie ook.  Bij Ad mag je al blij zijn dat er een druppel zweet per ongeluk in je bek valt.

 

*****

Maar de pijn tijdens het lopen blijft. 

Op de achtergrond, maar toch.

Te behappen, maar luxueus is het niet.  En wat gaat dat geven wanneer ik wat meer snelheid ga inbouwen? 

Een hoop miserie, sowieso.

Ik heb dan maar een knoopje doorgehakt en beslist om me volgende week dinsdag door een osteopaat onder handen te laten nemen. 

Mijn medicijnman, kinesist Tom, had al aangegeven dat de pijn een gevolg was van een blokkerende heup, of beter  een blokkage van de spieren ten gevolge van scheefstand.  Dat zullen we dinsdag eens voorleggen aan een osteopaat. 

Zo krijgen we een tweede mening, een andere aanpak en wie weet, een oplossing.  Zoals eerder gemeld, is deze meneer de toeverlaat van Zdenek Stybar, dus ik bevind me in select gezelschap. 

Niet meer dan terecht.

24-11-09

Le Bon Bonbon

Le Bon Bonbon

 

Sssst.

Hoort u het?

Sssssst.

Hoort u dat vage gerommel?

Wel, dat is Kind 2 die bezig is een tunnel onder ons huis te graven.

Kind 2 is namelijk op zoek naar onze geheime bergplaats.  Dat is de plaats waar wij onze koekjes, chocolade en snoepjes verstoppen.

 

U moet weten dat Kind 2 wel een koekje lust. 

Met als gevolg dat alles wat zoet is in een mum van tijd uit de snoep- en koekenkast verdween. 

Tot grote ergernis van uw dienaar, die na een lange duurloop 's avonds wel eens overvallen werd door een klein hongerke. 

Om dan teleurgesteld in een lege snoepkast te staan staren.  Met op de achtergrond het woest grommen van mijn maag.

 

Kind 2 vreet alles wat los en vast zit.

Daarom verstoppen wij al het snoep en de koeken. 

Maar het heeft een bizar neveneffect.  Kind 2 vindt dit pas een leuk spelletje.  De speurtocht naar de snoepdoos van Pandora!

Geen middel wordt hierbij geschuwd.  Springstof wordt desnoods ingezet voor het slopen van valse wanden.  Zo gaat Kind 2, voorzien van helm en houweel, fluitend op speurtocht.  Ergens wacht hem de heilige graal: de geheime voorraad snoep van casa Mark.

 

Inmiddels hebben we al een schuilplaats of twintig versleten.  Kind 2 vindt het allemaal prachtig.  En hij slaagt er telkens in de schuilplaats te vinden.  Een koekjesdrughond, lijkt het wel.

 

Nu ben ik ook wel een beetje vergeetachtig.  In die mate dat ik wel eens een schuilplaats durf te vergeten.  Zo is het me onlangs overkomen dat ik in een schuif een verdwaald pak Prince-koeken (met melkcholade vulling!!!!) heb gevonden.  Bijna zo goed als sex.

 

*****

 

En nu heb ik er meer dan genoeg van.

Ik weet het, het is mijn stomme fout. 

Had ik enkele weken geleden de dure eed gezworen enkel op zaterdag en woensdag te gaan lopen en pas de kilometers en het aantal loopmomenten per week op te drijven vanaf het moment dat ik compleet pijnvrij en onbezorgd zou kunnen lopen, maar wat bleek deze ochtend?

Inderdaad.

Zaterdag een relatief vlotte duurloop afgewerkt, met nauwelijks pijn en hier gaan we weer.  Meneerke dacht in zijn dwaze zelfoverschatting op maandag al een tweede sessie in te lassen, om op woensdag het aantal trainingen per week meteen op drie te zetten.

Gegokt en verloren.

De ganse dag zeurt mijn bil. 

Op mijn zitbeen rechts.

Zitten doet pijn, staan ook.  Niet monsterlijk, maar toch ambetant genoeg om een ganse dag geïrriteerd rond te lopen.

 

*****

 

Hoe kwam ik op dit onzalige idee??

Wel, bij het aanhalen van mijn broeksriem maandagochtend blijkt dat ik aan het verdikken ben.  Ik zit met de riem nog wel in hetzelfde gaatje, maar het gaat niet meer van harte. 

Dikker geworden dus.

Alarm!

Want kilo's kunnen we niet gebruiken.  Die moeten we meeslepen en wegen extra door op pezen, spieren, gewrichten....

Dikker geworden.

Niet onlogisch, gezien het feit dat ik de laatste weken 2 uur 20 minuten loop in plaats van de normale 4 uur per week.  En dat er dus een pak minder energie wordt verbruikt.

Maar deze jongen blijft wel schransen als vanouds.  Schep op die patatten, hier met die pasta. 

En af en toe iets zoets.

 

Leeeeeeeeeeeeeooooooooooooooooo.

Dat lust ik goed.

En Tuc-koekjes.

Chocolade met nootjes.

En elke avond een trappist Westmalle of twee.

Engelse drop. 

Cent wafers. 

Marsepein.

Of van die spekken, rood-wit....

 

*****

 

Een bijkomend probleem is dat ik quasi alles lust.  Zoet, zuur, hartelijk, laat maar komen. Als het maar veel is!   En eens een pak koeken open is, moet je het gewoon afpakken of ik buffel het helemaal op.

 

Altijd hetzelfde scenario.

Ik lig languit in de zetel met de afstandsbediening in de hand.  Me rot te ergeren aan al die imbeciele programma's op TV.

Ik kijk naar iets onnozels, bijvoorbeeld Expeditie Robinson.  Van al dat gezaag over een nijpend gebrek aan eten, krijgt een mens een klein hongerke.

Ik sluip naar onze geheime bergplaats om er een pak koeken te halen. Hiervoor volg ik een omslachtige route, via zolder en tuinhuis, om Kind 2, onze koekspeurhond, op een dwaalspoor te brengen.

Ik kijk slinks over mijn schouder of Kind 2 toevallig niet met zijn infraroodkijker op de loer ligt.

De kust is veilig.

 

Ik plof opnieuw in de zetel, terwijl op het scherm een deelnemer aan Expeditie Robinson zijn tanden zet in een rauw, lillend varkensoog.

Smakelijk!

Ik open het pak koeken.

Ik haal er vijf uit, sluit het pak en leg het pak vér buiten handbereik.

Ik eet de vijf koeken op.

Ik drink eens van mijn Trappist.

 

Ik sta op en ga het pak koeken weer halen.

Ik haal er vijf uit (en beloof dat het hierbij blijft), sluit het pak en breng het naar de geheime bergplaats.  Omweg maken, op mijn hoede voor een hinderlaag van Kind 2, in camouflagekleren gehuld.

 

Ik eet de vijf koeken op.

Ik drink nog eens van mijn trappist.

 

Even later....

 

Ik zeg 'fuck it' en sluip op mijn tenen weer naar de geheime bergplaats, pak het  ganse pak koeken terug mee en pak en passant een nieuwe trappist mee.  Ik vreet vervolgens het ganse pak koeken met huid en haar op.

 

Ik zap nog wat rond.  En in die reclameblokken zit er naast maandverband ook altijd eten, dus even later ben ik alweer op weg naar de ijskast om te checken of daar nog iets te eten valt.

 

*****

 

Neen, een halfvol pak koeken kan ik niet laten staan.

En dat heb ik ook met chips.  Ik lust dan ook nog eens alle smaakvarianten: zout, paprika, peper en zout, pickels, doritos nacho cheese, roept u maar!

Ik heb dat ook met M & M-ekes.

Of zoute nootjes.

Pralines van Leonidas!  Die witte!

Ik heb dat zelfs met Nutella.  Na een volledig avondmaal boterhammen mag ik absoluut niet een laatste boterham besmeren met Nutella.  Doe ik dat wel, dan ben ik vertrokken voor een boterham of 12.

 

*****

 

Duurloop dus deze ochtend.

De duurloop der zelfoverschatting.

Mijn immense pens deint op en neer.

En niet willen regenen!

Neen.

Stortregenen.

Blaaskes regent het, pijpestelen,...

Qua pijnbeleving was het zowat hetzelfde als gewoonlijk de laatste weken. 

Maar regenen! 

En waaien!

Het water sopte in mijn loopschoenen.  Mijn zwarte tight glansde van het nat.  Kliedernat was ik.

En het regende ook nog.

Water.

Zijknat kom ik thuis.  Vooraleer ik mag douchen, eerst het materiaal verzorgen.  Schoenen vol krantenpapier, zo drogen ze pijlsnel, zonder krimpgevaar..

Maar zoals gezegd, ganse dag pijnlijk zitbeen gehad.  Het baart me zorgen, maar woensdag testen we opnieuw.

Ik hoop dat het regent.

*****

 

Over snoep gesproken.

Toen mijn vrouw zwanger was van Kind 1, had ze drie verslavingen:

  • ribbekes van de Chinees,
  • Napoleonbollen,
  • overgeven.

 

Aan die verslavingen heb ik enthousiast mijn medewerking verleend, dat overgeven niet natuurlijk.

 

Ribbekes van de Chinees!

Hoeveel keer ik naar de Chinees heb gebeld voor 'nummelke deltien': libbekes.  Ontelbaar. 

Van die heel vettige ribbekes, heel pikant ook.

 

En Napoleonbollen dus.

images

 

U kent ze wel.

Le bon bonbon Napoleon.  Enkel de originele, de gele.

Overal waar mijn bolbuikige vrouw zich neerzette, moest er een familiezak  Napoleonbollen binnen handbereik liggen.  Wij haalden die per container in de Makro.

Omdat ik ook al eens meegeweest was naar de prenatale oefeningen,

....puf, puf, puf, puf, PERSEN GODMILJAAR !!!!,  u weet wel...,

vond ik dat ik het recht had evenveel Napoleonbollen te vreten als mijn vrouw.

 

Mijn gehemelte lag constant open.

Maar u weet dat ik mij enorm kan vastbijten in iets.  Als een pitbull met tandpijn en een slecht karakter.  

Dus kapot gehemelte of niet, hier met die bollen.

HIER ZEG IK!!!!

 

*****

 

Naargelang mijn vrouw zwangerder werd, werd ik inmiddels een volleerd, ervaren Napoleonboller.

Uit de cursus eten van Napoleonbollen voor gevorderden:

U neemt de bol uit de wikkel. 

Steek de wikkel in uw mond.

Geintje.

Steek de bol in uw mond.

Laat het genietend sabbelen een aanvang nemen.

Na enige tijd (de bol is inmiddels zo glad als gepolijst marmer), ontstaat er een piepklein gaatje in de Napoleonbol.  Door dat gaatje kan je, als je de bol weet te klemmen tussen tong en bovenstuk gehemelte vlak achter boventanden, lucht zuigen. 

Daardoor spuit de zure vulling van de bol op je tong.

Zalig.

Nadien bijt je de bol in twee. 

En vermaal je de rest tot splinters.

Succulent.

 

*****

 

En toen was er die fatale dag.

De dag dat het zonlicht bijna niet meer scheen.

Ik stond in mijn winkel.

Mijn hoogzwangere vrouw en uw dienaar zitten als twee verslaafde gekken Napoleonbollen te vreten. 

Ik achter de toog, zij in de privé-ruimte achteraan.

Het aantal lege wikkels achter de toog was immens.  Ik had al een Napoleonbol of twintig op.

Ik zuig door het gaatje het zuur binnen.  Plots schiet de bol los en in mijn keel.  Daar blokkeert de bol mijn luchtpijp.

Ik kan enkel nog ademen door het piepkleine gaatje in de bal. 

Nu ja, ademen...

 

Ik maak me echter nog geen zorgen.

Ben ik tenslotte geen échte vent?  10 maanden militair geweest in het roemruchte Belgische Leger.  In het bezit van een slijpschijf.  En een découpeerzaag.  Tek 7 ?

 

Ik probeer wanhopig de bal op te hoesten.

Rochel, rochel, rochel....

Lukt niet.

ROCHEL, ROCHEL, ROCHEL....

Lukt nog altijd niet.

Maar ik adem nog altijd, zij het erg moeizaam, door het kleine gaatje in de bal.

Plots draait de bal zich.

Weg is het gaatje.

 

Het is nu formeel: ik ben aan het stikken!

En de klokt tikt....

 

Mijn vrouw komt kijken wat dat walgelijke gerochel in godsnaam mag betekenen.

Eerst denkt ze nog dat ik een grap uithaal. 

Alsof ik zoiets zou durven....

 

Ik wijs eerst naar de zak Napoleonbollen en vervolgens naar mijn keel.

Ik word lichtblauw.

In noodgevallen sta ik meestal te gillen als een kip zonder kop, terwijl mijn vrouw altijd ijzig kalm blijft. 

Ik word donkerblauw.

Mijn vrouw heeft toen het Heimlich maneuver op mij toegepast en zo wellicht mijn leven gered. 

 

Nooit heb ik nog een Napoleonbol aangeraakt.

Napoleon is een vies manneke.

Vooral zijn ballen,....

.... heu, bollen.

20-11-09

Pantoffelheld

Pantoffelheld

 

Er stond een nota in de schoolagenda van Kind 2.

Dat is niet bepaald de eerste keer.

En ik begrijp dat. 

Het is genoegzaam bekend dat het onderwijzend personeel in het algemeen en de leraars van Kind 2 in het bijzonder een behoorlijk stresserende job hebben.  Wij hebben dan ook alle begrip voor het feit dat zij hun frustraties afreageren in de agenda van Kind 2. 

Spuw uw gal, het zal u bevrijden!  Dat Kind 2 u een uitlaatklep biedt voor uw opgekropte ergernis is gewoon de compensatie voor het feit dat Kind 2 meestal aan de grondslag ligt  van uw ongenoegen. 

Ja maar, u zoekt het ook zelf.  Geef Kind 2 wat Kind 2 wil en u heeft sereniteit binnen luttele seconden. Proefondervindelijk vastgesteld.

Anderzijds had u ook een écht beroep kunnen kiezen, maar dat geheel terzijde.

 

Volgende nota stond dus ter ondertekening in de agenda van Kind 2:

'Spreken is zilver, zwijgen is goud.'

 

Tja, Kind 2 heeft inderdaad problemen om zijn klep te houden.

Dat heeft hij geërfd van mijn vrouw.

 

Ogenblikje.

Ik duik even weg voor een voorbij zoevende pantoffel.

En een aardappelmesje.

Een snijplank.

Een soepbord.

250 gram gemengd gehakt.

 

Niks meer.

 

Ik neem aan dat de projectielen binnen handbereik van mijn vrouw uitgeput zijn.

 

Ik kan vervolgens niet nalaten luidop op te merken dat de trefzekerheid van mijn vrouw, sinds haar nieuwe bril, er niet op vooruit is gegaan. 

Luidop, dus, helaas.

 

Ogenblikje.

Andere pantoffel.

Nu wel raak.

 

Goed.

Goed raak.

 

Goed, er stond dus:

'Spreken is zilver, zwijgen is goud.'

En dan moet ik me beheersen om er niet onmiddellijk een reactie onder te schrijven. 

Een reactie in de trant van:

'En zonder chauffage, is het koud.'

Of

'Op vijfduizend kilometer, klein onderhoud.'

 

Maar ik vrees dat dit vanuit opvoedkundig oogpunt voor Kind 2 een verkeerd signaal zou zijn.

Dat ik ooit nog opvoedkundig en Kind 2 in één en dezelfde zin zou schrijven... de wonderen zijn de wereld nog niet uit.

 

*****

 

Eerder stond volgende nota al eens in de agenda van Kind 2:

'Kind 2 moet niet altijd het laatste woord hebben.'

 

Vermits mijn vrouw haar pantoffels terug in haar bezit heeft, kan ik u helaas niet melden van welke kant van de familie Kind 2 dat trekje heeft.

 

'Kind 2 moet niet altijd het laatste woord hebben'.

Ik herinner me nog dat ik en mijn vrouw toen over de grond hebben liggen rollen.  Niet van het lachen, neen,  we waren aan het vechten.  Inzet van het gevecht was de balpen én het recht om een reactie onder die nota te kunnen schrijven. 

'Familietrekje', heeft mijn vrouw toen onder de nota geschreven.

 

Nadien hebben we nog ruzie gemaakt om uit te maken van waar dit familietrekje kwam.  Omdat mijn vrouw altijd het laatste woord wil, heeft het nog een uurtje geduurd.

 

PANTOFFEL!

DEKKING!

 

*****

 

Woensdag laatstleden, opnieuw lange duurloop.

Begin deze week had ik een hartig woordje gesproken met God, dat het maar eens uit moest zijn met dat geregen tijdens mijn lange duurlopen.  U kan dat nalezen in een vorige kroniek.

Wel, het heeft geholpen.

Geen drup regen.

Maar waaien!

Een paar Beaufort. 

Vooral fort, weinig beau.

 

*****

 

Toch nog even terugkomen op schoolagenda's.

Tijdens mijn amechtige schoolse loopbaan heb ik ook mijn deel van nota's in de agenda of opmerkingen op schoolrapporten gekregen.

Meestal dat spreken zilver is en zwijgen goud en dat ik vooral niet altijd het laatste woord moet hebben, dat ik vééél beter kan, moet opletten, niet de clown mag uithangen,  ad infinitum...

 

Wanneer ik een tekst schrijf, dan durf ik wel eens tussenzinnen gebruiken zonder werkwoord.

Dat mag technisch gesproken niet.

In de marge van een of ander schooltaak had de leerkracht naast zo'n werkwoordloze zin in rode balpen geschreven:

'Geen zinnen zonder werkwoord.'

Begrijpt u dat ik de onstuitbare drang voelde om daaronder te schrijven:

Waar uw werkwoord?

De leerkracht dat niet grappig.

 

*****

 

Een paar Beaufort dus.

Ik vertrek met de wind in de rug.  Ik zet mijn zeilen naar de wind.

Vliegt de blauwvoet, storm op zee. 

Bij gebrek aan zee, dient u hier te lezen: Storm op het Bootjesven.

Het gaat goed vooruit.  Raar is dat rugwind niet gevoeld wordt.  De afkoeling is minimaal.

De wind heeft er zin in en jaagt de herfstbladeren voor me uit. 

Het bladertapijt mag dan wel magnifiek zijn, maar verbergt verraderlijke zaken.  Plassen, stenen met een slecht karakter,...  Het is uitkijken want een ongeluk zit in een klein hoekje.  De blik op scherp een paar meter voor me uit, speurend naar onregelmatigheden.

Het loopt lekker. 

 

*****

Kind 2 heeft het trouwens gepresteerd om een nota in de agenda van de leerkracht te schrijven.

Van de omgekeerde wereld gesproken.

De leerkracht was zélf zijn handboek vergeten.

Waarop Kind 2 op strenge toon zei: "Agenda bovenhalen!"

Er kwam een nota in over 'slordigheid en dat luiheid des duivels oorkussen is', te ondertekenen door de mamma (de leerkracht was een vrijgezel die nog thuis woonde).

Mamma heeft getekend.

Sportief...

 

*****

 

De lange dreef richting Bootjesven. 

Zand en kiezel wisselen elkaar af.  Tussen de bomen tempeest de wind vrolijk verder.  Linksweg weer een dreef in en dan kom ik via het wildrooster in open terrein. 

De wind heeft hier vrij spel en komt nu zijdelings op me ingebeukt.  Een tiental meter rechts van mij zeilt een blauwe reiger statig van me weg, gedragen door de wind.

De Rode weg over en nog meer ploegen door het zand.   De zandweg draait zodat ik nu de wind driekwart op de neus krijg. 

Mijn bil speelt een tweede keer op. 

Ik negeer de pijn, omdat ik inmiddels weet dat het maar voor eventjes is.

 

Terug de luwte van het bos in. 

Heerlijk zweten, hartslag 142.

De dreef uit, parallel langs de zoom van het bos.  Het hoofd staat weer richting huis.  De wind zit nu pal op de kop.  Dit wordt een heerlijk gevecht.  Nog een kilometer of vier knokken.

En zoals de traditie inmiddels wil, speelt de bil een derde keer op.  Je kan er bijna je horloge op gelijk zetten.

 

Thuis.

1 uur , 10 minuten en nog wat seconden later.

De kilometers zitten er alweer op.

Het hoofd helder.

De blik vastberaden.

Maar het blijft knagen.

Het gevoel dat we wel lopen, maar toch niet helemaal zoals het hoort.

We zien wel.

 

*****

 

Vandaag had Kind 2 nog een leuke verrassing in petto.

Kind 2 heeft namelijk de promotie van deze blog op zich genomen. 

Dat komt op het volgende neer. 

Kind 2 dwingt iedereen manu militari om de verhalen te lezen waarin Kind 2 de hoofdrol speelt.

Vandaag had zijn leraar Nederlands zo'n verhaal uitgeprint.

Een kroniek van een 6-tal pagina's.

En de fouten MET RODE BALPEN aangestreept.

Wat denkt u?

Dik geflest.

10 fouten.

Een dikke nul op tien.

 

RODE BALPEN.

DAT IS DUS ALS DE SPREEKWOORDELIJKE RODE LAP OP EEN STIER.

Wanneer is er een oudercontact?

Mijn wraak zal zoet zijn....

Ik breng mijn pantoffels mee...

 

17-11-09

Gdorik

Gdorik

 

We moeten eens klappen.

We, daarmee bedoel ik, God en ik.

Is het nu absoluut noodzakelijk dat het elke keer regent wanneer ik ga lopen? 

Wat heb ik U misdaan?

Hola, niet zo snel, dat was een retorische vraag.

 

Heeft U echt niks beters te doen? 

Zijn er geen varianten op het griepvirus meer te verzinnen waarmee U de mensheid in het algemeen, en griepcommisaris Van Ranst in het bijzonder mee kunt pesten?

Zijn er geen plagen meer?

Ik bedoel....

Heeft U echt niets meer over van de plagen voor Egypte?

U had toch keuze te over.  

Water wordt bloed (Uw zoon was ten minste nog iets spiritueler; die maakte er wijn van), kikkers, luizen, hagel, zweren en wat weet ik nog allemaal meer....

Een fijn tsunamike?

Desnoods iets met een vulkaan?

 

Is de verveling in het hiernamaals zo immens, dat U mij moet viseren? 

Mag ik U in die optiek het spel 'Mens erger je niet' sterk aanbevelen?  Misschien moeten we het spel speciaal voor U een nieuwe naam geven?  Wat denkt u bijvoorbeeld van: 'Almachtige, gooi nu godverdoemme een zes zodat U eindelijk een pionneke op het spelbord mag zetten.'

En moest het nu blijven bij motregen, dan zou ik het nog met de mantel der liefde bedekken, maar neen, het was weer pittig, zaterdagvoormiddag.  Het was weer geen weer om een hond door te sturen. 

Maar U stuurde me wél op pad.

Dank U daarvoor.

Was U misschien jaloers op mijn nieuwe loopschoenen? Kon U het niet verdragen dat ze nog niet vuil waren?  En stuurde U mij daarom door wind en regen de modderstroken op, om ze in te wijden? 

 

*****

Net op de radio gehoord dat er weer een aantal Belgen in de adelstand werden verheven. 

U mag drie keer raden wie er niet bij was. 

Hoeveel keer moet een mens de 20 Km door Brussel lopen vooraleer ie baron wordt?

 

*****

Vorige week nieuw schoeisel gekocht. 

U weet dat ik zweer bij loopschoenen van het merk Brooks.

Voor de aanschaf begeef ik mij naar de tempel der loopschoenen. 

Top Running in Wuustwezel. 

Zij zijn de enigen die mijn voeten mogen aanraken en mijn lichaam mogen verafgoden.

Ik had ze per mail verwittigd dat het loopwonder zijn opwachting zou maken voor het perfect aanmeten van nieuwe loopschoenen.

Het gesidder en gebeef had dus een aanvang genomen. 

Het personeel van Top Running kreeg meteen af te rekenen met paniekaanvallen, hyperventilatie en wild om zich heen spuitende diarree.

 

*****

 

Ik parkeer de limousine.

De rode loper lag al uitgerold.

Ik schreed naar binnen. 

De zaak was, zoals afgesproken, geheel voor mij gereserveerd.  Geen gewone stervelingen, niks proletariaat.  Muzak op de achtergrond.

Ik sprak het personeel bemoedigend toe:

"Brave mensen, kom kom, sta recht, u hoeft voor mij niet neder te knielen.  Ik ben Sinterklaas niet. Ik ben ook maar een gewone mens, zoals jullie allemaal.  Alleen beter, sneller, mooier, maar goed ....  verschil moet er zijn."

Onderwijl had ik mijn witte handschoentjes aangetrokken en streek met de wijsvinger over de bovenkant van een kast.

Zoals te verwachten viel....

.....vlekkeloos.

 

*****

 

Een man in driedelig pak kwam onderdanig naar me toe geschuifeld.  Hij stelde zich voor als de Chief Executive Officer van Brooks.  Hij begon een zenuwachtig betoog over CO2-neutrale productie en dat ze nog 5 jaar verwijderd zijn van hun 100-jarig bestaan.

Ik voorvoelde rottigheid.

En toen kwam het er uit. 

Met horten en stoten moest hij handenwringend toegeven dat ze het model van mijn type schoen Brooks, de  Adrenaline GTS, hadden veranderd. 

Zonder mij te verwittigen.

De gil die ik toen slaakte heeft men in Ukkel foutief geïnterpreteerd als een lichte aardbeving.

En ja, ik weet het, ik had de arme man niet mogen slaan (volgens Ukkel goed voor een bescheiden zesje op de schaal van Richter).

Maar met God als mijn getuige (u weet wel, Hij die het altijd doet regenen), dit is onaanvaardbaar.

Onaanvaardbaar.

ONAANVAARDBAAR.

 

Inmiddels was al het personeel van Top Running gaan schuilen in hoeken, in en achter kasten voor de blinde woede van het loopwonder.  Als een razende las ik links en rechts de levieten.

Ik ben afgelopen als een wekker.  Dat het van 'den hond zijn kloten' was dat ze, zonder overleg met mij te plegen, het model veranderen.  Alsof ik nog niet genoeg miserie heb.

Het luchtte me wel op.

 

*****

 

Ik keek om mij heen en stelde vast dat bijna iedereen in tranen was.  Dat speelde op mijn gemoed en ik zei vol mededogen:

"Ik sta open voor ideeën.  Verras me."

 

Er werd mij met de nodige schroom een paar Asics aangeboden. 

Daarmee heb ik het wereldrecord hamerslingeren gebroken.

Saucony. 

Een minachtende njet.

Nike, Reebok of Mizuno.

Ik keek met opgetrokken neus en wenkbrauwen hautain de andere kant uit.

 

Brooks moeten het zijn.

B - R - O - O - K - S.

 

Dan komt iemand aanzetten met een paar loopschoenen van Brooks.  Deze zijn grijs/oranje van kleur. 

Grijs, mijn lievelingskleur...

Ha, grijs, hoe rustgevend....

De schoenen kijken me aan met van die grote puppy-ogen.  Ik smelt een beetje, maar laat dat niet meteen merken.

Het blijken schoenen te zijn die quasi hetzelfde zijn als mijn vorige paar.  Alleen hebben deze schoenen 'tsjoepkes' onder de zool, voor meer grip.

Speciaal ontworpen voor geaccidenteerde ondergrond en winterse omstandigheden, voor modder en schuifpartijen. 

SPECIAAL VOOR WORTEL KOLONIE. 

Het mekka voor de natuurloper.

SPECIAAL VOOR MIJ.

Met tsjoepkes.

 

 

Ik kijk de CEO van Brooks aan.

Ik glimlach hem bemoedigend toe.

"Je hebt het hem weer geflikt, jongen", zeg ik.

Hij valt me huilend in de armen.

 

*****

 

Wanneer ik het pand verlaat, strijk ik met een wit gehandschoend vingertje over de bovenkant van de deurstijl. 

Mijn ultieme truuk.

En ja hoor, vuil.

Zonder er verder woorden aan vuil te maken, steek ik het vuile vingertje in de lucht en schud theatraal 'neen' met mijn hoofd.

We mogen uiteindelijk niet té soft worden.

 

*****

 

Mijn nieuwe schoenen.

Met deze schoenen heb ik inmiddels twee lange duurlopen afgewerkt.  Ze zitten prima.  Ik heb ze niet eens ingelopen.  Gewoon aantrekken en lopen. 

Brooks. 

Hun beursnotering zal zich straks, na deze kroniek, wel terug herstellen...

Maar zoals gezegd.  Twee duurlopen in de regen.  En bij momenten behoorlijke plensbuien. 

Hoe staat het met de heupstand?

Wel, ik loop nog niet geheel pijnvrij, maar ik maak me sterk (of wijs) dat er beterschap is.  Maar langzaam, zeeeeeeeeeeeeer langzaam.

 

Mijn kinesist heeft me een reeks oefeningen opgelegd, waarbij ik mijn houdingsspieren zou kunnen trainen. 

Maar het is ook altijd hetzelfde. 

Als ik me neerzet om die oefeningen te beginnen, dan gaat de telefoon... 

Populair zijn is niet altijd een voordeel.

En ik heb nog altijd een geheime troefkaart in de mouw.  Ik heb het telefoonnummer van de osteopaat die Zdenek Stybar behandeld.  Wanneer mijn rug/heup/bekken een algemene blokkage of verder ongemak zou veroorzaken, dan kan ik nog altijd die noodrem gebruiken.

 

*****

 

Vanmorgen weer maar eens een geboortekaartje in onze brievenbus.  De planeet is al overvol, maar dat belet niet dat mensen denken zich te moeten voortplanten.

 

Ik zal u besparen welke naam de ouders hun boorling hebben gegeven.

 

Wat bezielt de mensen tegenwoordig?

Wat is er fout aan een voornaam zoals de mijne: Mark.

Niks, dacht ik zo.

Een perfecte naam.  Voor Jan Modaal, maar ook voor helden van allerlei slag.

Waarom noemt u uw kind dan 'Gdorik'? 

Omwille van privacyredenen heb ik een paar medeklinkers en klinkers ingewisseld. 

Het betert er niet echt op.

Nu ja, slechter werd het ook niet.

 

Gdorik, dus.

Wat is dat?

Een jongen?

Een meisje?

Een monster?

Een Hobbit?

 

Gdorik lijkt wel de merknaam van een totale onkruidverdelger van Bayer.

Of een auto, de Lada Gdorik.  Zonder turbo.

Of een of andere Deathmetal band uit een obscuur Scandinavisch gat, als voorprogramma van Rammstein.

Of een geslachtsziekte.

 

En moest u nu een Tsjechisch gezin zijn, dan zou ik het nog begrijpen.  

Gdorik Stybar, ja dat heeft wel wat. 

Broer van.... 

Maar uw achternaam is zo oervlaams als maar kan zijn.

Denk toch eens na.

 

Gdorik.

Hoe is het toch mogelijk?

Dat kind moet ooit zijn eigen naam leren schrijven.  Heeft u daar al eens aan gedacht?

En wanneer u straks aan de achterdeur staat te brullen: "Gdorik, komen eten!!!!", moet u niet verbaasd opkijken wanneer plots de hond van de buren voor uw neus staat te kwijlen.

En bij een alcoholcontrole moet u met zo'n naam niet raar opkijken dat u niet eens hoeft te blazen, maar onmiddellijk de boeien invliegt.

Diploma's.  Nog zoiets.  Op geen enkel diploma zal de voornaam Gdorik correct staan. 

Neem dat gerust van mij aan. 

Minstens op de helft van mijn universitaire diploma's en doctoraten staat mijn voornaam foutief.  Marc in plaats van Mark.  Wat gaat dat geven met Gdorik?

 

Er is wel een voordeel aan die voornaam Gdorik.  Ja, eerlijk is eerlijk.  Je kan die naam erg goed combineren met een vloek. 'Godverdomme Gdorik' combineert krachtdadigheid met een soort alliteratie die erg goed bekt.   Iets dat niet zou misstaan als titel op een strip van Suske en Wiske.  Dat dan weer wel.

 

Wie weet betekent Gdorik wel iets vies in een of andere rare taal.

 

Ik heb even, voor de aardigheid, Gdorik gegoogeld. 

Slechts 23 hits. Dat is erg weinig.

Blijkt onder andere een Ierse achternaam te zijn.

En een personage in een of ander spel, Warhammer...

En ook iets in de medische sfeer, zo blijkt....

generic elimite wrnvoz order green tea wnaqrw abana pbpnzr avandamet ixwctc buy imuran online bzanuy artane izdsyo buy breast augmentation gdorik ..

 

Zat ik er toch niet zo ver naast met die geslachtsziekte....

13-11-09

Bruce Lee

Bruce Lee

 

Het fenomeen Tom R.

Ik probeer al jaren Tom R. tot de loopsport te bekeren.  Omdat ik vind dat hij slecht genoeg van karakter is om het ver te schoppen in deze sport. 

Maar Tom R. vindt dat in een witte short in de tenniskantine pinten zitten hijsen al ruim kan volstaan qua sportieve inspanning.

En dat is jammer.

 

*****

 

Toch heeft Tom ooit een periode geworsteld met een  bizarre fascinatie voor Oosterse gevechtsporten. 

In één of andere flutfilm met Jean-Claude Van Damme was er een scène waarin JCVD een zwaar trainingsschema afwerkt ten einde later hele busladingen slechterikken te kunnen afslachten.

Dat is nu eens echt iets voor Tom. 

David tegen Goliath. 

Ook op de Playstation kende Tom geen genade. 

Dus dit lag hem wel, dacht hij.

Tom ging de ultieme vechtmachine worden.  Stalen spieren.  Eiken balken zou hij met de blote vuist tot spaanders herleiden, dakpannen zou hij met zijn hoofd tot stof doen verkruimelen.

Of omgekeerd, dat viel nog te bezien....

 

 

*****

 

Een goede voorbereiding is het halve werk.

Tom heeft eerst alle films van Karate Kid gezien.

Didactisch materiaal.  

Een mens kan tenslotte niet goed genoeg voorbereid zijn als je je aan gevechtssporten gaat wagen.

 

Uit de films leerde Tom dat het lichaam van de ware Oosterse gevechtsmachine eerst en vooral een periode van harding moet ondergaan. 

Blootvoets door de sneeuw. 

Dat lag wat moeilijk, het was tenslotte augustus.

Met je vuisten hameren op een telefoonboek tot alle bladzijden er uit waren. 

Nergens een telefoonboek te vinden, dankuwel internet.

 

Maar dan is er plots toch uitzicht op een gepaste training. 

Jezelf geselen met takken, om zo je lichaam te harden.  Tegen pijn.

Dat leek Tom wel doenbaar. 

Uiteindelijk waren er heel wat flexibele boompjes te vinden bij hem in de tuin.

 

Hoe ging Tom hierbij te werk?

Hij plooide een tak van een jonge denneboom in een cirkel rond de stam en liet deze vervolgens schieten tot tegen zijn ontblote borstkast.

 

Zwiep en pets !

AAAGRH! 

AAAGRH!

Striemende pijn, als van een zweep, maar Ninja worden vraagt iets van een mens, dus de tanden op mekaar en verbijten die pijn. 

 

Jean-Claude lacht tenslotte met zulke uitdagingen. 

No pain, no gain, zoals Stallone zich ooit in een filosofische bui liet ontvallen.

 

Op één been kan een mens niet staan (een flamingo wel, maar dat terzijde).

Dus.....

 

Zwiep en pets !

AAAGRH! 

AAAGRH!

 

Enzoverder.....

Een twintigtal zwiepen en evenveel petsen later was zijn borstkas één ode aan de volharding, en ook wel één rood gestriemde zone.

 

*****

 

Tijd om de training naar de volgende stap te brengen.

De onthechting van de ware gevechtsmonnik vroeg om dat ietsiepietsie meer.

De ultieme uitdaging op weg naar de eeuwige glorie, zeg maar.

 

Tom ging een tak voluit in zijn gelaat laten zwiepen. Het gelaat moest ook gehard worden, was de redenering.

Tom besefte gelukkig dat enige bescherming hier geen overbodige luxe zou zijn. 

Met een eind kleefband bevestigde hij een beschermende hoes rondom de tak, zodat het geweld van de klap niet op één smalle streep zou komen.

Goed mikken (we willen tenslotte geen oog verliezen) en Tom laat de tak los.

In dezelfde fractie van een seconde ziet Tom het volgende vanuit zijn ooghoek:

  • een tak die als een razende op zijn gelaat afstormt,
  • een beschermhoes die al even razend van de tak wordt weggekatapulteerd,
  • een blote tak die hem voluit op de wang treft, een bloedrode striem nalatend.

De training was bij deze een doorslaand succes én  ....    ook wel afgelopen.

 

*****

Tijd voor de technische fase van de training.

Om dozijnen spleetogige tegenstanders uit te schakelen zou een wapen wel eens van nut kunnen zijn.

Werpsterren!

Mja, leuk.

Maar eens weggegooid, moet je er zelf toch weer achteraan sjokken om ze weer op te pikken. Dat is toch wel vermoeiend.

Neen, Tom zocht iets spectaculairders.

Iets visueel spectaculairder.

 

*****

 

Tom ging aan de slag met zelfgebouwde nunchaku (twee houten stokken, verbonden met een stukje ketting). 

Het eerste stuk hout is het handvat, het tweede is het rondslingerende wapen.

Je zwaait met het tweede stuk hout, maar je kan het bijvoorbeeld ook afklemmen onder de arm. 

Na ontelbare blauwe plekken kon Tom uiteindelijk als een waanzinnige tekeer gaan met die nunchakus. 

Niet normaal.  

Hij zou op warme dagen desnoods als ventilator aan de slag kunnen. 

 

*****

 

Maar u weet hoe dat gaat. 

Met het besef dat je iets goed kan, sluipen ook de nonchalance en de arrogantie binnen.  Eén seconde van onoplettendheid en Tom kreeg het slaghout keihard tegen het hoofd.  Hij sloeg zichzelf erg grondig knock-out met zijn eigen nunchakus. 

Héél erg grondig. 

De duisternis begon in te vallen vooraleer Tom terug bij bewustzijn kwam. 

 

*****

 

U begrijpt dat wanneer iemand met zulke inzet, zo'n verbetenheid, zo'n leergierigheid zich totaal zou geven voor de loopsport, we het einde nog niet gezien hadden.   Dit was materiaal waar medaillewinnaars uit gemaakt worden.

 

Helaas situeert Tom zich op dit eigenste moment nog altijd op een barkruk aan de toog van de tenniskantine. 

Hij draagt een witte short. 

Hij hijst.

 

10-11-09

Se non è vero

è ben trovato.

 

De trouwe lezer van deze kronieken weet dat ik een man ben, waarop u een huis kunt bouwen. 

Een kleintje toch. 

Zonder garage.

Een kerk misschien ook wel, hoewel ik in die richting geen enkele ambitie koester.  Voor je het weet ben je een icoon en hang je aan, pakweg, een kruis genageld in elke woonkamer.  En ik heb ooit als eens een duimspijker in mijn vinger gehad,  en dat viel al behoorlijk tegen, dus neen, bedankt.

 

Huis bouwen dus.

Ik ben als het ware uw rots in de branding.

U kan mij vertrouwen.  In de buurt van uw dochters en uw geld.  Hoewel de combinatie al wel erg verleidelijk wordt.

 

Ik haat te laat komen.  Wanneer ik, bij wijze van voorbeeld, in Antwerpen-Centraal de trein van 19u24 moet halen, dan hoef ik mij niet te haasten om die van 17u24 te halen. 

Taakspanning, noemt men dat in de psychologie. 

Ongezonde taakspanning, noemt men het in de psychiatrie. 

Aanstellerij, noemt mijn vrouw het.

 

Mijn vriend Tom, u kon hier al eerder iets over zijn stuitend gebrek aan tijdsbesef lezen, heeft absoluut geen last van taakspanning.  Stel dat Tom in Antwerpen-Centraal de trein van 19u24 moet halen, dan is de kans groot dat hij rond 19u55 het verkeerde perron opstormt en teleurgesteld in de verkeerde richting staat te kijken.  Met enig geluk staat hij ook nog in het verkeerde station, in de verkeerde stad of land.

Dat is Tom ten voeten uit. 

Wij hebben onze tanden stuk gebeten op hem.

We hebben het opgegeven. 

We weten wanneer we verslagen zijn. 

Ach, de zoete smaak van de nederlaag....

 

*****

 

Zo zal ik ook altijd ruim op voorhand vertrekken om ergens ten lande aan een of andere jogging deel te nemen. 

Marge inbouwen. 

Basisregel is dan:  Tom thuis laten, voor je eigen gemoedsrust.

Niets is zo vervelend voor de man met het startpistool met de vinger aan de trekker, dan dat er net op dat moment een loper op zijn schouder komt tikken met de vraag of hij nog een kwartiertje wil wachten, want Tom was wat aan de late kant. 

Ik moet ook niet op prins Filip afstappen net op het moment dat hij het startpistool ter hemel richt op de 20 Km door Brussel en hem zeggen:

"Excellentie (of is het Monseigneur), un instant svp, Tom est en retard. 

Oui, c'est toujours la même chose avec lui.

Je sais, c'est dégoutant. 

Mais, que peut on faire?

Quinze minutes, ça va?"

Pakt niet.

 

*****

 

Neen, ik ben altijd ruim op tijd ter plaatse.

Geen parkeerperikelen, ruim de tijd voor verkenning omloop, opwarming, enfin, ik acclimatiseer graag.

De lokale fauna bestuderen, quoi.

 

Enkele jaren geleden heeft me dit toch wel in een lastig parket gebracht op de Jaarmarktjogging in het landelijke R.

Ik durf me er nu nog altijd niet te vertonen.

 

Ik was ruim op tijd ter plekke.  De plaatselijke vrijwilliger met fluo-vestje was nog de prut uit de ogen aan het wrijven en uit de neus aan het eten alvorens de eerste nadar te gaan plaatsen, toen ik er met ronkende motoren de nog lege parking opspoot. 

Ploegen door grind.

Uit de weg iedereen, één getrainde atleet is in da house! 

IN DA HOUSE!

SAY YO! 

En nu jullie allemaal: YOHO! 

En ik dan weer YO!

 

Soit.

 

*****

 

De kantine in, op zoek naar de inschrijfbalie. 

Die was nog niet in bedrijf.

Een man met ringbaardje, 1m62 hoog, was driftig doende met alles en niets speciaals.  Delegeren heet dat, geloof ik.

Intermezzo: mannen met ringbaardje, ik dacht dat zulks bij wet verboden was nadat de Volksunie heeft opgehouden te bestaan.

 

Ik was duidelijk een indringer in zijn overdreven drukke leefwereld.  Hij stevent met zijn korte beentjes op me af.

"Kan ik u helpen?" 

Ik durf er inmiddels een vat op te verwedden dat dit een inspecteur van het Katholiek Onderwijs is, op rust.  Een man die geen tegenspraak duldt.

Ik zeg dat dit afgetrainde lichaam zich ter plekke heeft begeven om zich in te schrijven voor deelname aan de plaatselijke jogging.

Hij liep rood aan. 

Ik was duidelijk iets te vroeg.

Toen ik ook nog een deel van zijn papieren van de tafel afstootte (ik zweer het, het was bijna per ongeluk), ging het van rood naar bordeaux.

Interessant. 

Ik keek gebiologeerd naar een kloppende ader op zijn voorhoofd.

Bloeddruk ging door het dak. 

Dit was niet gezond.

 

Hij schreef me in, als eerste deelnemer aan de jogging.

 

Volgens de handboeken geneeskunde was het niet raadzaam de mens nog eens te bezwaren met een vraag, maar een duiveltje in mijn hoofd dacht er anders over, dus ik vroeg hem waar de kleedkamers zich bevonden. 

Hij keek me aan alsof ik een lastig insect was, dat hoognodig diende plat gemept worden.  Ter bescherming van de menselijke soort.

Ik begon het stiekem plezant te vinden deze mens te jennen. 

Ja, ik ook heb mijn kleine kantjes (in de coulissen weerklinkt: "ge hebt er geen grote").

 

Hij riep een jongeman bij zich. 

Flaporen. 

Niet normaal. 

Hoe beschrijf ik dat? 

Het leek wel een VW-kever met de deuren open.

 

Deze jongeman kreeg van kabouter Ringbaard de opdracht mij te begeleiden naar de kleedkamer.  Tevens kreeg hij de instructie de linkse kleedkamer voor de Heren te reserveren, de rechtse voor Dames en op de deuren een papier te hangen met daarop de overduidelijke mededelingen: Heren / Dames.

 

*****

 

De kleedkamer. 

Omkleedritueel begint. 

Het ordenen der spullen. 

Schoenen kleding, tape, nummer, speldjes. 

Het complete gamma.

Ik sta net in mijn onderbroek en voel een enorme jeuk opkomen.  Ik ben helemaal alleen en hoef me dus voor niets of niemand te generen. 

Krabben waar het jeukt.

Ik sta dus feestelijk mijn ballen te krabben, wanneer plots de deur open gaat en een dame me eerst pal in de ogen kijkt en vervolgens naar mijn rechterhand die, op de wijze van mijn grote voorbeeld Al Bundy, in mijn onderbroek zit. 

Zij trekt haar (verkeerde) conclusies.

Ik besef dat het haastig terugtrekken van de hand ook behoorlijk suggestief is, dus beperk ik me tot schaapachtig grijnzen, onderwijl op mijn beurt pioenrood wordend.

Ze sluit de deur en verdwijnt.

 

*****

 

Ik overdenk de situatie.

In films lopen deze zaken altijd anders.

In ondeugende films zou deze dame, die een Zweedse blonde stoot genaamd Inga zou zijn,  heel suggestief en in slow motion haar haren naar achter hebben gegooid, een ondeugend wijsvingertje aan de knalrode glossy lippen hebben gebracht en lispelend hebben gezegd:

"Wat heb je daar in je hand, baby?" 

"Is dat voor mij?"

En dies meer, waarna wufte kledingsstukken de kamer doorzweven, en op de achtergrond afgrijselijke muziek weerklinkt. 

Vervolgens komen haar vier Zweedse blonde vriendinnen binnen....

....(wilt u wel bij de les blijven; dit is nog steeds de film!!!)....

....die zich met inzet van al hun respectieve lichaamsdelen overgeven aan de orgie. 

Sappen vloeien rijkelijk.

Daarna komen er nog twaalf blonde stoten... (enfin, we korten een en ander wat in).

 

*****

 

Maar dit was de kleedkamer van de jogging in het dorpje R. 

Niet Emmanuelle 12.

Wat een vreselijk toeval dat deze dame zich van kleedkamer vergist, uitgerekend op het moment dat ik feestelijk aan mijn ballen zit te krabben.  Hoe groot is de kans? 

Groot genoeg, zo bleek.

 

*****

 

De deur gaat opnieuw open. 

Geen blonde stoten echter.

Een Bordeaux stoot. 

Het is Ringbaard.

"Awel, wat doet mijnheer in de kleedkamer van de Dames?" 

Ik ben er nu héél zeker van dat hij een gewezen inspecteur is.  Hij ruikt bloed.  En een schandaal.  Of beiden.

Een worstvormig vingertje tikt op het blad papier 'Kleedkamer Dames' op de deur.

Ik sta even perplex, maar herpak me snel en repliceer:

"Dat kereltje met die flaporen heeft het verkeerde blad op de deur gehangen nadat ik hier binnen was gegaan.  Die sufferd moet dringend het verschil tussen links en rechts leren!" was mijn reactie. 

Ik vond dat goed gezegd. 

Duidelijk, welbespraakt, de vinger op de wonde, man en flapoor bij naam noemend.

Ringbaard wordt opnieuw bordeauxkleurig. 

Ik herhaal,  niet gezond.

 

"Ik zal mijn zoon er even bijroepen", zegt hij.

Dit ging definitief de verkeerde kant uit. 

Flapoor sufferd was zijn zoon. 

Ik denk dat mijn krediet op is.

 

Om een lang verhaal kort te maken.

Ik kon een doortastend optreden van de politie van het landelijke R. nog net vermijden, maar ben wel onder begeleiding van Ringbaard en Flapoor naar de kleedkamer Heren gebracht en sta te R. wellicht definitief  te boek als de pervert!

 

*****

 

Ik ben me nadien bij de bewuste dame gaan excuseren (het rare was dat ze me geen hand wou geven)....

 

*****

 

Nawoord: U gelooft ook werkelijk alles. 

Uw goedgelovigheid gaat u ooit nog wel eens zuur opbreken.  Neen, u moet daar wreed mee oppassen.  Als ik u was, dan zou ik niet op de beurs gaan, geen tapijten aan de deur kopen, tweedehandsauto's kopen van Hollanders of ingaan op zakelijke voorstellen van Lernout en of Hauspie.

Wat is er van dit verhaal waar? 

Laat ons zeggen dat ik het verhaal lichtjes bijgekruid heb. 

Maar feit was wel dat ik een kleedkamer heren kreeg toegewezen, waar nadien dames werd opgehangen.  Voor ik tot krabben en dergelijke kon overgaan, was men zo vriendelijk om mij van de wijziging op de hoogte te brengen en me te begeleiden met pak en zak naar de juiste kleedkamer. 

De rest valt onder de categorie:  'se non è vero, è ben trovato'.

06-11-09

Genesis

Genesis

 

Woensdag.

 

November, een sombere maand.

Ik hijs me uit bed, schoolvakanties permitteren een soepel ochtendritueel.  De wekker wordt wel eens de mond gesnoerd, om zo een extra half uurtje in de nestwarmte van de donsdekens te vertoeven.

Maar, zoals altijd, roept de plicht.

De loopschoenen staan het baasje op te wachten, met grote, vragende ogen.  Ze hebben de leiband in de muil.

 

Eerst een licht ontbijt. 

De thee rookt.

De regen tikt tegen het keukenraam. 

Een bezorgde blik naar buiten.

De hemelsluizen staan helemaal open, het is een mistroostige dag.  Het lijkt wel alsof het vandaag niet licht wil worden.

 

*****

 

Zou ik niet beter een paar containers hout bestellen?

Om een ark te bouwen.

De Ark van Noach. 

Genesis, u weet wel......

......met Phil Collins op de drums.

 

De Ark van Mark.

Dat rijmt.

Klinkt zelfs beter dan Ark van Noach.

Ik had ook al parket besteld, maar dat blijft maar achterwege.  Even de bestelbon opsnorren. 

Wie was de leverancier ook al weer?  

De Planckaerts, tja...

 

*****

 

Schoenen

Check

Hartslagmeter

Check

Huissleutel

Check

 

*****

 

Zeg, wat heb ik nu vernomen?

Gaat de wereld vergaan in 2012 ?

Volgens bepaalde bronnen zou de Maya-kalender ophouden in 2012 en dus de wereld ophouden te bestaan.

Kunnen ze dat godver niet wat eerder zeggen. 

Mijn lening op mijn huis loopt namelijk af in 2011.  Zeg nu niet dat ik 20 jaar krom heb gelegen om amper 1 jaar schuldenvrij op de aardkloot rond te lopen en vervolgens tot stof en as te vergaan. 

Voor alle zekerheid snoei ik de haag niet meer tot begin 2013.

 

*****

 

En terwijl het matig regent, vertrek ik richting Kolonie.  Voor deugddoende kilometers.

Het is zigzaggen en springen rond en over de plassen in de dreven.  Zompige ondergrond zuigt aan de schoenen.

Schuiven op afgevallen herfstbladeren.

Het begint iets forser te regenen. 

De wind trekt aan.

Maakt niks uit, we zijn opgewarmd.

De zandwegen zijn herschapen in modderwegen.  Doorweekte voeten, het water dat door de ene voet wordt opgeworpen, schep je met de andere voet mee.

Het begint nog wat harder te regenen.  Mijn grijze lange tight kleurt donker van de regen.  Alles begint aan mijn lijf te kleven.  Ik krijg koude handen.  Ik trek mijn doorweekte regenvest over mijn handen.

Puur genieten.

 

*****

 

Daarnet een forse discussie gehad met de kapitein van de Ark van Mark.  De kapitein had het waanzinnige idee opgevat om van elke diersoort een mannelijk en vrouwelijk exemplaar in te schepen.

De onnozelaar.

Waar haalt ie het?

Dat schijt alles onder en dat vreet de oren van uwe kop.

Niks van!

Die kooien voor de beesten allemaal buiten en we bouwen  op de vrijgekomen ruimte een trendy loungebar.  LOOOOOUUUUNNNNGGGE.

Mojito.

Lijkt me een  veel zinniger plan.

*****

 

De regendruppels lopen van de klep van mijn pet.

Een wolkbreuk.  Stortbuien.  Rukwinden.

De zondvloed is bijna totaal.

Die ark moet dringend afgewerkt worden.

Dit is niet meer lopen, maar soppen.  Of aquajoggen.

Mijn kledij kleeft aan mijn ribben.  Ik ben koud tot op het bot.  Maar ik voel dat ik leef!  En dat mijn bil pijn doet, dat voel ik ook natuurlijk.

 

*****

 

In de krant:

De 'theorie' dat in 2012 de wereld vergaat, omdat dan de Maya-kalender zou aflopen, is gebaseerd op een simpele rekenfout. De hype, waarvan zelfs een bioscoopfilm is gemaakt, is onterecht: als de wereld al vergaat, dan is dat pas in 2208.

 

Seg, hoe zit het nu?

Moeten wij nu alle belangrijke data in de geschiedenis missen?

 

Toen Diana crashte lag ik nog in bed. 

Toen Boudewijn stierf ook. 

Niks geweten van de val van de Berlijnse Muur.  We zaten toen in de kroeg.  Toen we tegen een muur liepen 's nachts, wou die van geen wijken weten.

Dat België Rusland versloeg op het WK van 1986 (met 4-3, na verlengingen) hebben we niet meegemaakt.  Na de 1ste helft zijn we gaan slapen, België stond achter en was wéér maar eens grenzeloos aan het klungelen.

Tijdens de aanslagen op de Twin Towers waren wij keihard Gran Turismo op de Playstation aan het spelen en wisten we van toeten noch blazen. 

Toen de Bende van Nijvel haar eerste overval deed, lagen wij in het golfslagbad van Center Parcs. 

 

En nu zouden we eens een keer op de eerste rij kunnen staan wanneer de wereld vergaat. Eindelijk!

En wat doen ze? 

Uitstellen tot 2208. 

Lafaards!

En wij moeten het weer doen met een film, zeker.

 

*****

 

Het einde van de wereld is nabij.

Beloven, ja. 

 

 

Wat hebben de onheilsprofeten ons allemaal al voorgespiegeld?

 

Nucleaire winter na wereldomvattend nucleair conflict. 

Is niks geworden. 

De Rus wou niet meer.

Gat in de ozonlaag. 

Is alweer dicht.

Zure regen?

Allemaal op.

Een meteoriet zou de beschaving vernietigen?

Niks van in huis gekomen.

Ja, een flutfilm met Bruce Willis.

Opwarming planeet?

Het wordt heet? 

Vandaag toch alweer een ferme gasrekening in de bus gekregen.

Door het afsmelten der ijskappen zou de warmtestroom in de oceanen stilvallen en zou het hier ijskoud worden.

Ja maar, wat is het nu? 

Warmt het op, of koelt het af?

 

*****

 

Afkoelen, denk ik.

Want ik heb inmiddels blauwe handjes.

In de verte staat een hete douche me op te wachten.

Een uur en een tiental minuten rustige duurloop in de regen.  De bil protesteerde, zoals altijd, maar het blijft bij licht zeuren.  Dat kunnen we nog hebben.

Zaterdag opnieuw.

 

Als de wereld tegen dan nog niet vergaan is.

03-11-09

Bultenaar

Bultenaar

 

Zaterdag.

 

Voormiddag.

Duizend dingen te doen.

En dan sla ik tilt. 

Ik heb het namelijk lastig met een lange lijst verplichtingen.  Dan blokkeer ik. 

Ik besluit de lange duurloop te schrappen en te verplaatsen naar zondag.

Maar een tweetal uurtjes later is de lijst 'te doen' verdwenen als sneeuw voor de zon, en blijkt dat de lange duurloop toch nog kan voor de noen, dus ....

lange duurloop.

 

*****

De jacht is open.

Paniek onder het fazantenbestand. 

Ik draai een veldweg in te Wortel en zie aan de andere kant van de aanpalende weide, in de rand met struikgewas, een drietal jagers en honden.

Plots vliegt een fazant op. 

Saignant detail: de fazant vliegt in mijn richting.  De drie openen het vuur en een zestal schoten hagel blijken nodig te zijn om de fazant uit de lucht te halen.

Op hetzelfde moment loop ik voorbij een boerderij.  Ik hoor de hagel op het dak en in de dakgoot neervallen. 

Toffe kerels, die jagers.

 

Lopen is dus een gevaarlijke sport.

Laat daar geen twijfel over bestaan.

 

En hoe gaat het met mij?

Fijn dat u het vraagt.

Wel, we lopen, nog niet geheel pijnvrij, maar nu duurt het toch al een zestal kilometer vooraleer ik iets voel, en dan nog...

We ploegen verder.

 

*****

 

Lopen is gevaarlijk, ik heb het daarnet al even aangehaald.  Ten bewijze daarvan, volgend verhaal.

 

Op een dag ben ik aan het lopen door de straten van mijn thuisstad. 

Ik loop op het voetpad.  Ik ben dan altijd beducht voor openslaande portieren, wagens die tussen huizen uit komen rijden, laagvliegende ufo's.

Daar hoor je ook niets meer van hé, van de vliegende schotels.  Zouden de marsmannekes ons beu zijn?

Enfin, ik loop dus op het voetpad. 

Plots komt een fietser de hoek om en die knalt BOENK op mij. 

We vallen alletwee de grond op. 

Ik was te beduusd om de jongeman eens duchtig uit te schelden.  Hij krabbelde overeind en maakte dat hij wegkwam.

Wat blauwe plekken 's anderendaags, maar...

...toen begon het.

 

Ik was frontaal met mijn kop tegen die jongeman aangebotst.  Ik had toendertijd tussen de ogen een onderhuidse kalkafzetting.  Door de botsing was er een wondje ontstaan en dat begon nu te ontsteken.

Het voelde aan als een zweer, maar werd alras groter en groter en GROTER.  Onderhuids dus.

 

GROTER EN GROTER EN GROTER.

 

Nu is de rekbaarheid van de huid eindig. 

De huid rond mijn ogen stond zo dramatisch hard aangespannen dat ik zowaar spleetogen kreeg. 

Ik zag er uit als, hoe zal ik het beschrijven, een mix tussen een Chinees en de Bultenaar van de Notre-Dame. 

Maar dan lelijker.

Mijn vrouw vond het prachtig!

 

*****

 

Naar de dokter geweest.  Die heeft het gepresteerd om zonder verdoving met een scalpel een inkeping in die puist  te maken.  Ik zie die scalpel nog steeds naderen naar de zone tussen mijn spleetogen; die scalpel werd in navolging van de puist ook almaar groter en GROTER!

Maar de puist wilde van geen wijken weten.

Moest nog verder uitrijpen.

 

*****

 

Tot overmaat van ramp moesten wij het daarop volgende weekend naar een trouwfeest.  Nu zag ik er  die avond uit als een mix tussen een Chinees en de Bultenaar van de Notre-Dame die net een serieus pak slaag had gekregen van Mohammed Ali.  En met die smoel moest ik het  trouwfeest van onze vrienden opluisteren. 

 

Mijn vrouw zei nog: "Zou je niet beter thuisblijven, zodat het voor iedereen smakelijk blijft?"

Neen, de Chineesogende bultenaar die net slaag had gekregen van Cassius Clay moest en zou ieders eetlust gaan bederven met zijn puist.

Mijn vrouw zei nog: "Blijf thuis, want  door de antibiotica mag je niet drinken, en dat lukt je hoogstens tien minuten."

Neen, de goed van bult en spleetoog voorziene boksbal moest en zou meegaan, en beloofde plechtig dat hij niet zou drinken.

Mijn vrouw en uw dienaar, de spleetbult, togen naar het huwelijksfeest.

 

*****

 

Het (toen nog niet gescheiden en toen nog gelukkige) koppel was internationaal.  Hij een Brit, zij een Vlaamse deerne.

Toen de bruidegom ons (mijn vrouw en ik) de allereerste keer ontmoette, had hij het koosnaampje dat mijn vrouw voor mij had misbegrepen. 

Mijn vrouw noemde mij toentertijd "bolleke". 

Toen was nog alles liefde.

Nu noemt ze mij: "hé, jij daar".

 

Enfin, zij noemde mij dus "bolleke".

Hij begreep dat als "bollocks", inderdaad "kloten". 

Een ferm koosnaampje. 

Vonden wij wel behoorlijk stoer.

 

*****

 

Toen wij onze entree maakten op het huwelijksfeest, stelde hij mij aan zijn familie voor als Mr Bollocks.  Erg luidkeels.

Ik moet het toegeven, het vatte het plaatje behoorlijk samen.

Ik had een tronie die merkwaardig goed paste bij Mijnheer Kloten.

Ze keken me aan alsof ik net uit een vuilbak was gekropen.

 

*****

 

Mijn vrouw had middels een immens kleefverband zowat de helft van mijn gezicht afgekleefd,  onder het motto: alles wat we kunnen wegsteken, is puur winst.

Die klever wekte  natuurlijk enkel maar de nieuwsgierigheid op van iedereen, terwijl ik dan weer scheel van de koppijn zag omdat die klever de ganse tijd in mijn gezichtsveld hing.

Ik moest ook nog eens antibiotica slikken en mocht dus niets alcoholisch drinken. 

Dat is me gelukt. 

Zoals mijn vrouw dacht.

Ongeveer tien minuten. 

Daarna konden ze allemaal mijn "bollocks" kussen en ben ik zwaar in de drank gevlogen.

Ik (en mijn puist) hadden vééééél plaats op de dansvloer.

 

*****

 

's Nachts was ik baldadig genoeg om de confrontatie met de puist, die inmiddels ook behoorlijk aangeschoten was, aan te gaan.

Hoe zal ik het beschrijven?

Het leek wel een scène uit een té goedkope zombiefilm.

Ik bespaar u de details. 

U moet namelijk straks nog eten.

30-10-09

Bwana Kitoko

Bwana Kitoko

 

Loopvrienden, dames, heren,

zomeruur werd winteruur. 

En ontregelde mijn systeem en alle klokken bij ons huis.

 

Maandag.

Vanmorgen naar de Hubo.  Ik heb zo van die dagen dat ik troost zoek in aankopen van doe-het-zelfgerief.  Vrouwen hebben dat met schoenen, ik heb dat met schuurpapier. 

Ieder zijn kick.

Onderweg naar de Hubo merk ik dat het klokje op de boordcomputer van de wagen nog niet aangepast is aan de nieuwe tijd.

En natuurlijk gaan we dit al rijdende aanpassen, want  dat varkentje wassen wij wel eens even, nietwaar? 

Inderdaad, niet waar.

En het mislukt keer op keer.  Ik pas de tijd aan, maar die nieuwe tijd opslaan lukt niet.

Tot drie keer toe!

En terwijl ik met één oog de weg in het oog hou, met het andere het configuratiescherm van de boordcomputer probeer te ontcijferen, gaat mijn gsm!  Die knel ik dus ook nog tussen schouder en oor (mijn versie van handsfree!). 

En dan moet ik ook zonodig nog eens claxonneren naar roekeloze fietsers, de vinger tonen aan iets te assertieve bestuurders, roklengtes inschatten en waarderen, punten geven van 1 tot tien voor gelaarsde katten en dames, enzovoort. 

Erg vermoeiend allemaal.

Bijna drie keer een aanrijding veroorzaakt. 

Wat rijden er toch veel lompe boeren rond.

Enfin, ik was op het kookpunt gekomen en helemaal klaar voor een rondje shoppen in de Hubo.

*****

 

Schuurpapier gekocht. 

Verschillende soorten, van extra fijn tot ultra grof. 

Mmmm, lekker.

 

*****

Woensdag.

 

Halflange duurloop.

De zon staat laag.  Ik werp een lange schaduw.

Het regent bladeren.

Thuis na 1 uur en 7 minuten.  Het ging redelijk.  Pijn, uiteraard, maar te behappen.  En geen reactie achteraf.

 

Maar toen nam de dag een onverwachte wending.

 

*****

 

Ik denk dat het zover is.  Het geluk lacht me toe. Nog enkele kleine formaliteiten en deze jongen kan op zijn lauweren gaan rusten, zwemmend in het geld. Deze woorden worden getikt door de nieuwe Onassis.

Geld stinkt, zegt de cynicus in u?  

Wel, ik ken nog dingen die stinken, maar daar koop ik geen auto mee.  Nè!

 

Euromillions kan mijn rug op.

De Lotto trouwens ook.

Ik heb jaren meegespeeld met de Lotto.  Altijd met dezelfde cijfers.  Het waren waarschijnlijk de allerbelabberdste cijfers ooit door een mens op een formulier geplaatst, want ik heb er nooit een noemenswaardig bedrag mee gewonnen. De Lotto was een verliespost.  Ik sponsorde een wielerploeg, zeg maar.

Het viel zelfs de uitbater van het Lotto-valideerpunt op:

"Gij hebt precies ook nooit chance, hé", was zijn erg pertinente en niet erg bemoedigende opmerking.

Dat was meteen ook het sein voor mij om te stoppen met de Lotto.  Ik bedoel, als het de uitbater van het winkeltje al opgevallen is dat je er niets van bakt, dan is er slechts één conclusie: stoppen.  Die mens ziet bijna altijd verliezers, als je in die zee van verliezers opvalt, dan kan dat tellen.

Nu ja, ik wist heel zeker dat ik de zes winnende cijfers op mijn formulier had staan, mijn enige probleem was dat ik niet wist bij welke week ze hoorden.  Goed mogelijk dat ik de winnende combinatie van zaterdag 24 september 3156 heb.  Maar wat koop ik me daarvoor?  Aha!

Tja, veel geluk hebben we nog niet gehad met kansspelen.  Van mijn cursus statistiek herinner ik me nog twee dingen:

  1. ten eerste: dat ik met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid op het eind van het academiejaar gebuisd was voor het vak statistiek,
  2. ten tweede: de kans dat je de Lotto wint is kleiner dan de kans dat je een meteoriet op je kop krijgt.

 

Ik draag trouwens om die laatste reden altijd een pet.

Kind 2 heeft nog geen statistiek gehad in zijn onbezorgde jonge leventje.  Bij schooltombola's denkt hij dan ook altijd minimum de hoofdprijs te winnen.  Meestal is het een lelijke vaas, waarmee ik word uitgelachen in de Kringwinkel.

 

*****

 

Maar nu zijn we er los uit.

Want ik kreeg onderstaande mail van een erg vriendelijke jongeman, genaamd Paul Axel Bakassa. 

Paul Axel Bakassa.  Klinkt als een rebellenleider, vindt u ook niet? 

 

En de heer Bakassa is goed bij kassa.  Ja, flauw, ik weet het, maar ik kon het niet laten.

Ik ken deze mecenas niet, maar ongetwijfeld is het een intelligente jongeling, die als enige bekommernis heeft: hoe maak ik Mark rijk? 

Ik pink een traan weg.

 

Wat gaat Paul Axel Bakassa doen? 

Paul klinkt  overigens erg Vlaams.  

Axel klinkt  als een nieuw parfum voor échte mannen. 

Bakassa klinkt dan weer als de nieuwe spits van Anderlecht, die de verwachtingen wéér niet zal inlossen.

 

Maar goed, wat gaat Paul Axel Bakassa doen?

Hij gaat mij 3 miljoen dollar schenken.

"Hallo, kroket",  om de grote wijsgeer Sam Goris even te citeren.

3 miljoen dollar!

Pas op, daar moet ik normaal toch bijna een jaar of twee voor werken!

 

En zou u me er aan willen herinneren dat ik straks eens bel met Barack Obama, ik mag Backie zeggen, dat hij nu maar eens werk begint te maken van de economie, dan stijgt die dollar nog wat.

Maar als ik de mail verder lees, dan merk ik dat Paul Axel maar liefst 11 miljoen dollar in Zwitserland op een rekening heeft staan.  Daarvan wil hij slechts 3 miljoen aan mij geven. Dat is ocharme iets meer dan een luizige 2 miljoen euro!

 

 

DE GIERIGE AAP!

8 miljoen voor zijn eigen houden!

Daar heb ik maar één woord voor: egoïst!

 

*****

 

Enfin, dit was de mail...

 

Ik heb wat X-jes op cruciale info zoals mailadressen en telefoonnummers gezet; zodat u niet in de verleiding komt om in de zak te worden gezet.

 

-----Oorspronkelijk bericht-----

Van: bakpa25XXXXX11@XXXXX.com

Verzonden: dinsdag 27 oktober 2009 22:14

Aan: XXXXXXXXX@skynet.be

Onderwerp: Cher Correspondant

 

Bonsoir, 

 

Je ne vous connais pas personnellement mais ma situation m'oblige à vous contacter de toute urgence. J'ai obtenu votre contact à la chambre de commerce d'Abidjan et je pense que je peux vous faire confiance. Je me nomme Paul Axel Bakassa, j'ai 25 ans. Je suis le fils du Colonel-Major Désiré Bakassa Traoré, qui fut le conseiller spécial du Président Robert Guei de 2000 à 2002, attaché de défense de Cote d'Ivoire en Suisse puis directeur de l'Office National de la Protection Civil. Mon père a été assassiné le 03 juillet 2005, victime d'un complot politique compte tenu des circonstances de sa mort.

 

(comme vous pouvez le lire dans ces articles publiés par la presse)

  1- http://rfi.fr/XXXXXX/articles/067/article_37266.asp

  2- http://www.XXXXXXXX/article.php3?id_article=180   

 

Je sollicite en ce moment votre aide afin de pouvoir sortir du pays pour me rendre en Suisse où mon père avait déposé dans un compte de l'Union bancaire Privée (UBP), domiciliée au 96-98 Rue du Rhône, 1204 Genève, 11 millions de dollars et pour des raisons de sécurité, mon père m'avait également fait enregistré comme mandataire de ce compte afin que je puisse y accéder facilement au cas ou il lui arriverait un malheur. Mais après son décès, je suis resté bloqué en cote d'ivoire par les autorités militaires.

 

Je veux à présent quitter le pays par tous les moyens possibles et me rendre Suisse, raison pour laquelle je sollicite votre aide. J'attends que vous puissiez me contacter pour mieux vous expliquer mais je vous informe que nous devons ensemble nous rendre en Suisse car pour votre aide, je m'engage à vous verser immédiatement la somme de 3 millions de dollars. Contactez moi directement à cette adresse: pabakassa@XXXXXX ou à ce numéro de téléphone: 002XXX467XXX7

 

Paul Axel Bakassa

27-10-09

Rubik's kubus

Rubik's kubus

 

Vrienden, Romeinen, gegroet.

 

Situatierapport: het loopwonder is voorzichtig aan het trainen.

Woensdag een uurtje gelopen en zaterdag heb ik zowaar mijn kleinste grote trainingsronde gelopen.  Of grootste kleine, het is maar hoe je het bekijkt (en voor mij nen grote met mayonaise). 

Enfin, een uur en 10 minuten gelopen, met relatief weinig pijn.  Maar toch nog af en toe wat doffe pijn. 

Maar, en vooral dat is bemoedigend, ik voel de rest van de dag en de daaropvolgende dag absoluut geen pijn.   Dat geeft de burger moed.

Dus, we vermoeden dat we langzaam uit het dal aan het kruipen zijn.

 

Maar omdat ik zo weinig loop, en ook al geen wedstrijden afhaspel, komt er een zee van tijd vrij. 

En een zee van ergernis.

 

Dit weekend was er de marathon van Etten-Leur.  Daar ging ik normaal gesproken deelnemen aan de halve marathon, als sluitstuk van mijn loopjaar.  En meteen een aanval plegen op mijn snelste tijd op de halve marathon. 

Niet dus.

In feite ben ik blij dat mijn loopkalender eindelijk leeg is, dan hoef ik me niet meer slecht te voelen dat ik niet mee kan doen. 

 

*****

 

Maar zoals gezegd komt er een zee van tijd vrij.

Ik verveel me.

Dat was lang geleden.

Ik ben uiteindelijk van pure miserie richting zolder getrokken.  Het plan was die eens grondig op te ruimen.  Een overduidelijk geval van overmoed.

 

*****

 

Ik trek het zolderluik naar beneden, waarop een lawine van rommel  naar beneden dondert. 

Het stof gaat langzaam liggen. 

Ik kruip langzaam recht.

HATSCHIE!!!      

Ja, hoe schrijf je een niesgeluid?

 

Ik schuif het trapje uit, beklim de trap en heb dan ongeveer een half uur in ongeloof naar de verzamelde puinen op de zolder zitten staren.  Het is verbijsterend wat een mens verzamelt in de loop der jaren.  En nog onwaarschijnlijker is hoeveel troep je net rond de ingang van de zolder kunt stapelen, onder het motto: het is weg, want ik zie het niet meer.

 

Wat was ook alweer het plan?

Het plan was grondig op te ruimen. 

Wel, vergeet het.

Dit is teveel gevraagd van een mens.  Hier moeten de grote middelen worden ingezet.  Minstens een bobcat en puinslurf.

En de hulp van een man of twintig, die ik naar hartelust kan rondcommanderen.

Dit is speleologie.

Op onze zolder vindt een kat haar jongen niet meer. 

 

Wat staat hier allemaal?  En vooral, waarom?

Dju, wat zijn wij rijk geweest, ooit.  Als je ziet wat hier allemaal in spinnewebben tot stof en as ligt te vergaan.

Over stof gesproken.

HATSCHIE!!!

 

Een paar ton Playmobil. 

Hoeveel kinderen hadden wij ook alweer? 

Nadat kind 2 dat ontgroeid was, zijn er bij Playmobil toch een aantal mensen technisch werkloos geworden, denk ik.

Een racebaan, een sjotterbak, Knex, Lego, Duplo, puzzels, stripverhalen.  We hebben die kinderen afgejakkert qua creatieve impulsen, besef ik nu, ocharme.  Je zou voor minder hyperkineet worden.

Tenten, slaapzakken, luchtmatrassen, foto's, videobanden, rugzakken, opblaasbare zaken voor zwembad, kadukke zwembaden, dakpannen, reserve tegeltjes, overschot vloer, wieg, dakbeugels voor een auto of drie geleden, onderwijspaperassen,

HATSCHIE!!! (excuus, oude allergie voor schoolse zaken steekt de kop op),

een zadel en paardrijbotten (het paard zou hier ook nog ergens kunnen rondslingeren), de volledige uitzet van kind 2 (series potten en pannen, serviesgoed, handdoeken, slazwierder), grasmaaier, hogedrukreiniger,

HATSCHIE!!! (excuus, oude allergie voor arbeid steekt de kop op),

microgolf, ijskastje voor op kot, mijn oude mountainbike,

HATSCHIE!!! (excuus, oude allergie voor semi-sporten die absoluut ondergeschikt zijn aan de enige echte sport der sporten, de loopsport, steekt de kop op),

archief wijlen mijn vader, verfpotten allerlei van de laatste zes kleurfasen in ons leven (de vorige was blauw, de huidige is grijs), een hele stapel elpees (Simon & Garfunkel !, Steely Dan !, Joe Jackson !).

 

Kind 2 kijkt naar een elpee zoals een koe naar een trein kijkt. 

De jeugd van tegenwoordig kent geen langspeelplaten meer, dat is iets van de Flintstones.  CD's vinden ze trouwens ook al achterhaald, ze hebben externe data-opslagsystemen.  Nu blijkt dat kind 2 met een memorystick van 64 gigabyte rondzeult.  Mijn eerste computer had een harde schijf van 39 megabyte, en was trouwens al zwaarder dan de computer waarmee Nasa vluchten naar de maan begeleidde. 

Tja....,      ha,      ha,                   ha,                   ha

 

HATSCHIE!!!

Gesundheit!

 

*****

 

Ik neem een toorts en dwaal verder over onze zolder.

Tèteèrètè, tètèrè. 

Tèteèrètè, tètèrètètèeeee.

U herkent ongetwijfeld het thema van Indiana Jones.

 

Plots val ik over een beeldhouwwerk. 

Een mislukt beeldhouwwerk. 

Ik heb ooit in een opwelling een cursus beeldhouwen besteld bij Teleac en meteen ook een halve vrachtwagen speksteen, Franse marmer en dies meer. 

Ik wist namelijk dat ik talent had.

Dat klopte ook.

Ik had talent.

Alleen niet voor beeldhouwen.

 

Je werkt met een houten hamer (die doen ook pijn, ik heb nieuwe vloeken geleerd tijdens het beeldhouwen) en een kleine beitel.

En dat blijft maar duren. 

En ik heb al helemaal geen geduld. 

Als er na een tiental minuten al geen schitterend beeldhouwwerk tevoorschijn kwam uit de steen, dan werd ik al razend.  Uiteindelijk bleek dat ik met mijn klopboormachine meer succes had dan met de hamer. Nu ja, meer succes, ik had dat idee, maar de werkelijkheid was anders.

Ik ben wellicht de enige beeldhouwer die er in geslaagd is om uit een grillig stuk steen iets nog lelijker te maken. 

Nu ik gestruikeld ben over het beeldhouwwerk, is het op de koop toe ook nog eens gebroken. 

Ik ben nu de trotse bezitter van maar liefst twee lelijke beeldhouwwerken. 

Het gaat vooruit dat opruimen; ik verdubbel de rommel.

 

*****

 

En wat staat hier nog allemaal lelijk in de weg?

Een paar etsen van Rembrand, een grisaille van de school van Brueghel, wat onnozel werkjes van Emile Claus en Ensor, Hebbelinck, De Saedeleer, Baksteen en Timmermans, brol!!!!

 

*****

Een metaaldetector.

Ja, alles hebben we.

Hiermee ging ik goud vinden. 

Massa's. 

Ik zou de schat van Toutanchamon vinden. 

 

Wat zegt U?

Die hebben ze al gevonden?

Ah bon.

Dat verklaart meteen waarom ik niks gevonden heb met dat ding.

Het verslond batterijen en het enige dat ik er mee gevonden heb is oud ijzer en platgetrapte, opgeroeste blikjes cola.

En die liggen hier ook nog ergens...

 

*****

 

Hier, zowaar een Rubik's kubus!

Godverdekke!

En ja hoor, ik kan het nog altijd. 

Met mijn rechterhand in 12 seconden. 

Links iets langer. 

Schoenen uit, met mijn twee voeten duurt het toch al vlug een vol minuutje.

 

Neen, ik lieg.

Die klotekubus heb ik nooit kunnen oplossen zonder schroevendraaier.

 

*****

 

De belangrijkste les die ik vandaag op zolder heb geleerd is de volgende: draag op zolder altijd een fietshelm. 

Laagvliegende balken!

23-10-09

Apporte!

Apporte!

 

Huisdieren.

Kijk daar vooral mee uit.

Ze zijn niet te vertrouwen, meneer.

Zo heeft een tante van mij een poedel als huisdier gehad, die een overdreven gevoel voor hygiëne had.  Bijna een fixatie.  Obsessief.

U gelooft me niet? 

Kent u misschien nog honden die hun gat afvegen nadat ze buiten een grote boodschap, zeg maar drol, hebben gedraaid?

Ha, nu wordt het stil.

Het enige minpuntje in het verhaal was dat de poedel zijn gat afveegde aan het tapijt in de woonkamer, daarbij huppelend op zijn gat als een kangoeroe, fijne bruine lijntjes smerend op het lichtbeige tapijt.

Smakelijk eten, trouwens.

De lijnenstructuur deed overigens denken aan modernistische lineaire kunst (waarbij het lineaire het picturale overstijgt, of iets van die strekking). 

Alleen had het een ander geurtje.

 

Het beestje is wel op een zeer vreemde manier aan zijn eind gekomen. 

Mijn oom, een verwoed tuinier, had last van een konijn dat iets té enthousiast zijn salade aanviel. 

Remedie: het jachtgeweer. 

Er was echter een probleem.  Mijn oom ziet niet goed.  Om de korrel van het vizier duidelijk te kunnen zien, heeft hij zijn bril voor dichtbij nodig, maar dan ziet hij  weer niet in de verte.  En omgekeerd natuurlijk.

Enfin, een zwarte schaduw in de tuin, mijn oom had de verkeerde bril op zijn neus, en luttele seconden later was de poedel naar de eeuwige jachtvelden. En omdat er met hagel geschoten werd, was de serre ook aan flarden.

Nu ja, de zwarte vlek had ook de buurman kunnen zijn, dus in die optiek was het al bij al nog een meevaller.

 

*****

 

Een schoonbroer van mij kan ook getuigen van het feit dat een hond niet persé 'de beste vriend van de mens' is.

Situatieschets. 

Mijn schoonbroer staat in de badkamer.  Hij heeft net een douche genomen en staat zich poedelnaakt (tiens, alweer een hond) te scheren.  Daarbij beweegt hij en, bij uitbreiding, de loshangende wiebelende aanhangsels aan zijn lichaam.

Wat mijn schoonbroer niet ziet, is dat zijn hond inmiddels als gebiologeerd naar dat eigenaardig bewegend vogeltje, de eenogige slang zeg maar, aan het gluren is.

Instincten, ge kunt dat niet stoppen, meneer.

Enfin, de hond ziet het licht en besluit het vogeltje te vangen.

Het laatste waar mijn schoonbroer nog enigszins besef van had, was dat de hond in beweging schoot.

Bijna hadden we een schoonzus extra, als u begrijpt wat ik bedoel.

 

*****

 

Al deze argumenten had ik opgediept om Kind 2 er van te overtuigen dat een hond niet echt een must was in ons al redelijk dolgedraaide huisgezin.

Kind 2 wil een hond.

Wat een drama.

Werkelijk niets blijft ons bespaard.

En als Kind 2 begint te zagen voor iets, dan is een nederlaag nooit ver weg. 

Kind 2 kan harder zagen dan een geconstipeerde chimpansee, en neem van mij aan dat een geconstipeerde chimpansee niet bepaald aangenaam gezelschap is.

 

*****

 

In het verleden heeft Kind 2 al eens huisdieren gehad.

Goudvissen.

Gekregen van vrienden, die enkel en alleen om die reden nu onze vrienden niet meer zijn.

Drie goudvissen in een rechthoekig bakje.

En de enige bijdrage van Kind 2 in de verzorging van de goudvissen, was eten geven.

Wat we trouwens ook glashelder hadden voorspeld.  

Dat de bokaal na verloop van tijd zo groen zag als gras, ontsnapte totaal aan de aandacht van Kind 2. 

Dat mocht deze jongen hier oplossen.

 

En iemand had ons troost gebracht door te beweren dat goudvissen niet lang leven.

Dat klopte voor vis 1 en vis 2 (toilet tweemaal doorgespoeld als begrafenis en posthuum eresaluut), maar vis 3 had het besluit genomen lang te leven.  Zilverfonds en goudvis, één front.

Wel, vis 3 maakte er werk van en bleef maar leven, jaaaaarenlang...

Het kan ook zijn dat vis 3, telkens we op reis gingen, doodviel en dat onze huiszittende buurvrouw telkenmale een nieuw exemplaar in de bokaal keilde, wie zal het zeggen?

Maar op een dag had ik er genoeg van. 

Een mixer bleek de perfecte oplossing...

 

*****

 

Ooit op een verdwaalde zaterdag, kwamen Kind 1 en Kind 2 dolenthousiast thuis met, naar zij meenden, een draak. 

Een draak! 

Het was een salamander, die mistroostig voor zich uit zat te staren.

Ze noemden hem 'Salami'. 

Geef toe, aan fantasie heeft het hen nooit ontbroken.

 

Een bak gecreëerd, en salami werd benoemd tot onze officiële huisdraak.

Maar er was een probleem.

 

Onze draak bleek geen vuurspuwende draak te zijn.

Zelfs wanneer we er heel hard in knepen, nope, niks, geen vuur.

Wat een dumper! 

Wat een watje van een draak!

Dat hebben wij nu ook altijd voor.  Als we dan eindelijk een draak vangen, blijkt het eentje te zijn waarbij vuurspuwen een optie is die er niet opzit.  Goedkope brol, dus.  Het is ook altijd wat.

 

Geen vuurspuwende draak.

Dat was toch een serieuze tegenvaller.  En ik denk dat het Kind 1 was die daarvoor de perfecte oplossing vond, zij het een eenmalige.  Ik dacht met zo'n navulbus voor aanstekers en een paar lucifers.

Ik herhaal, aan fantasie en technisch vernuft geen gebrek. 

Het had tussen haakjes de geur van zalm op de barbecue. 

Aangebrand, dat wel.

 

*****

 

En Kind 2 zette zijn kruistocht verder.  De jacht op een hond was open.

Hij had zelfs al een naam voor de hond in gedachten, namelijk 'Klootzak'.  Enkel en alleen omdat Kind 2 dan 's avonds keihard door de ganse straat zou kunnen roepen: "Klootzak, komen eten!".

 

Ik wendde nog snel een allergie voor honden en katten voor.  Dat lukte eventjes,  maar in afwachting van een hond, kregen de zwerfkatten buiten toch al de nodige schoteltjes melk voorgeschoteld.

Want, laat ons eerlijk zijn, wie is er nu allergisch voor katten die niet binnen zitten?

Binnen de kortste keren hadden we een onbekend aantal katten rond ons huis zwerven. 

En miaauwen! 

Vooral als ze krols waren, maakten ze 's nachts geluiden die deden denken aan babys die gewurgd worden. 

Hemeltergend!

 

*****

 

Beknopte handleiding: hoe krijg ik een kat paranoia?

Wanneer Kind 2 schoolwaarts trok, vloog ik met emmers kokend water achter de katten aan. Om ze duidelijk te maken dat ze niet welkom waren.

Zo kreeg je rare situaties. 

Telkens Kind 2 de straat in kwam draaien, kwam er een hele kolonne katten achter hem aan (de kattenvanger van Hamelen).  Liet ik mijn kop zien, dan wisten de beesten niet hoe snel ze zich uit de voeten moesten maken (en ik hoor u wel, daar in de coulissen, dat het met mijn gezicht te maken had, ik hoor u wel...)...  Paranoia!

 

*****

Wij houden onze poot stijf.  Er komt geen hond.

Maar Kind 2 heeft al teveel naar Villa Politica gekeken en weet dus hoe je via het Belgische compromis de boel helemaal kunt verzieken.

Na veel gepalaver is Kind 2 desnoods bereid tot een compromis: Kind 2 wil een dwergkonijn. 

Als een hond dan toch niet kan, dan maar een dwergkonijn, of een cavia.

 

*****

 

En ik weet al wat er staat te gebeuren. 

Kind 2 gaat dat dwergkonijn africhten als een hond.  Eerst leren wandelen aan een leiband, vervolgens leren een stok te apporteren en als pièce de résistance  ....

... ZAL DAT DWERGKONIJN BLAFFEN. 

HET KONIJN ZAL BLAFFEN!

En als er nu iemand is die een konijn kan laten blaffen, dan is het Kind 2 wel. 

 

Ik meen me trouwens te herinneren dat er een periode was, dat er geregeld fishsticks uit de diepvries verdwenen.  Het gerucht gaat de ronde dat Kind 2 die gebruikte bij het africhten van de goudvis.

 

APPORTE FISHSTICK!

21-10-09

Laster en eerroof

Laster en eerroof.

 

Alvorens u deze kroniek leest, dien ik u te melden dat het absoluut noodzakelijk is de kroniek, getiteld 'Paard van Troje' te lezen. 

Absoluut noodzakelijk.

 

 

De hel is dus losgebarsten.

Armageddon.

Het kon ook niet uitblijven.

Al enkele maanden hangt mijn advocaat bijna wekelijks aan de telefoon te zeiken dat ik stante pede moet ophouden met het wild om mij heen schoppen op deze blog. 

Maar vorige week vrijdag, na publicatie van 'Paard van Troje', heeft hij écht een appelflauwte gekregen.  Dure woorden zoals laster, eerroof, smaad en broodroof vlogen me om de oren.

Ik citeer:

"Gij onnozel kalf, gij achterlijke imbeciel, loempe mongool (ingekorte versie, volledige versie per mail verkrijgbaar), wat bezielt u om zomaar foto's op uw blog te zetten van mensen van aanzien, zonder hun toestemming nota bene.  Ge beseft toch dat dat afgrijselijke gevolgen kan hebben.  Straks een batterij advocaten achter uw gat.  Nooit gehoord van smaad of laster?  Dat zijn machtige mensen, die pluimen u helemaal als ze dat willen."

Ik had toch een bedenking.  Het is verdorie ver gekomen dat ik uitgescholden word door iemand die daarna een factuur stuurt voor het feit dat ik iemand zou beledigd hebben.  Ik zou hém voor de rechtbank moeten slepen, maar goed.

 

Ik citeer mijn advocaat, de brulboei, verder:

"Ge weet toch wat er boven uwe stomme kop hangt, gij kieken?".

 

Dit kieken wist dat niet.

 

En mijn advocaat brulde artikel 262 van het Wetboek van Strafrecht door de telefoon:

"Hij die het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt, wetende dat het te last gelegde feit in strijd met de waarheid is, wordt, als schuldig aan laster, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie."

 

Ik probeerde nog de grapjas uit te hangen en zei: "wablief, een geldboete van ocharme vierde categorie?  Ik wil een boete van eerste categorie, noblesse oblige, dacht ik zo..."

 

Dat had niet echt het gewenste effect.

Een schuimbekkende advocaat aan de andere kant van de lijn ging toen pas helemaal door het lint.  Wat hij toen brulde valt zonder twijfel onder geldboete van eerste categorie of zelfs buiten categorie en valt buiten het publiceerbare.

 

Hij kwam uiteindelijk met volgende oplossing.

"Bon, schadecontrole dan maar.

Ik eis dat je in je blog een rechtzetting opneemt, waarbij je op de foto met een witte balk, ik herhaal een WITTE BALK, de betrokkenen onherkenbaar maakt.  En doe het nu eens één keer goed, alstublieft...."

 

De hoorn werd neergesmakt.

Allé vooruit dan maar.

 

 

Zo goed?

 

 

paard2

20-10-09

Feniks

Feniks

 

Tralalaaaaaa. 

En van die dingen.

Maandag.

Normaal een dag die niet echt op gang wil komen, maar mag ik even uw onverdeelde aandacht?

Hallo, u daar, helemaal achteraan, ja, ik heb het tegen u, mag ik even uw aandacht????

Dank u!

 

Geacht publiek,

U weet dat er in het verleden iemand gekruisigd werd, en zo van die zaken, en nadien herrees die mens zowaar uit het graf (enfin, straffe toebak, het was iets mirakuleus, of was het nu ongeloofwaardig, heum.... daar wil ik van af zijn).

Awel, het is mij ook overkomen.

Toch ten minste het gedeelte van de herrijzenis, dat kruisigen daar ben ik zo niet voor.

 

IK BEN HERREZEN!

Als een feniks uit zijn as!

Sla het vat aan, gooi een varken op de barbecue!  En sla nog een vat aan.

Het loopwonder loopt weer.

Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats....

We lopen.

Krakkemikkelig, dat wel, maar we lopen.

 

*****

 

Ga met mij mee naar zaterdag laatstleden.

Een ochtend zoals er duizend zijn geweest in casa Mark.  Kind 2 doet zijn  eigenzinnige ding, mijn vrouw al het werk en ik lanterfant. 

 

Het is D-day + 1 week.

Ik maak me op voor een voorzichtige test.

To loop or not to loop, dat zal de kwestie zijn.

Nadat deze week mijn kwikzilveren kinesist, mijn halfgod Tom, mijn scheefstand van mijn heup wéér maar eens had gecorrigeerd (voor de 3de week op rij), gingen we nogmaals testen. 

Blijft mijn heup/bekken in positie?

Kunnen we pijnvrij lopen?

Ik maak me zorgen.  Het is nu al een paar weken dat hetzelfde probleem me telkens aan de kant zet.  

Zou dit de ultieme blessure zijn? 

Ja, ik weet het, maar op gebied van blessures ben ik een doemdenker.  Stel dat ik ... neen, ik durf er niet aan te denken.

Stoute schoenen aangebonden.  Hartslagmeter aangegespt, pet op en ...  en avant la musique!

Vingers gekruist!

 

*****

 

Voorzichtig starten.  De bedoeling is een uurtje tegen matige hartslag.  Bij pijn onmiddellijk stoppen.  De schrik zit er goed in.

Het is frisjes, de kou bijt in de vingertoppen, maar er is een waterig, laagstaand zonnetje.  De geur van platgereden eikels en natte herfstbladeren prikkelt het reukorgaan. 

Tempo zit snor, de kadans van het hart is matig.  De spieren zingen hun gespannen lied, op het roffelend ritme van de schoenen, in balans met de ademhaling.  Drie passen tijdens inademen, drie tijdens uitademen.  We ademen rookpluimen uit.

Koud, maar dat duurt hoogstens een kilometer.

 

*****

 

En meteen voel ik dat het anders is.

De pijn is afwezig, ik voel enkel wat trekken, maar dat mag, dat is niet eens abnormaal.  Maar we blijven alert voor signalen van pijn.

Ik kom voorbij het punt waar ik vorige week stilstond.  Een zuinige glimlach van triomf en verder gaat het, richting de bossen van de kolonie. 

Ik durf te wedden dat de kolonie mij gemist heeft.  En vice versa, dat staat als een paal.

Kolonie in!

Wat een verademing.  Ik geniet van elke meter.  En meteen begint er in mijn hoofd het plannetje op te spelen om meteen maar naar 1 uur 20 minuten of zelfs anderhalf uur te gaan.  Het gaat nu toch goed.

Maar ik beheers me en sla af waar er afgeslagen dient te worden.  Ik kraai innerlijk van geluk.  Dit is het.

Een dik uur op de teller.  Tegen hartslag 147.

Een tevreden man.

Voorzichtig tevreden.  En woensdag zoeken we bevestiging.  Zou de tijd van dubben achter ons liggen?

 

Maar, het is alvast een eerste geslaagde test!

Ik loop.

Ik ben weer onder de lopenden.

En de wereld ziet er meteen totaal anders uit.

Iedereen is mooi. 

Nu ja, iedereen, dat is wel wat overdreven, zo goed liep ik nu ook weer niet....

Alles is liefde. 

Zelfde restrictie als daarnet.

U bent allemaal mijn vriend.

Idem restrictie.

Kom, drinkt iets van mij. 

Vooral idem restrictie.

 

*****

 

En de zaterdag was nog maar pas begonnen!

Hoe beloftevol!

En er kwam nog een zondag!

 

Zondag op bezoek bij mijn schoonouders.

Daar tikt de tijd toch net iets trager dan bij ons, en daar bekomt een mens van.  Er heerst daar ook een lekker ouderwetse afspraak:  de vrouwen doen alles, terwijl de mannen in de zetel hangen.  Erg oldschool.

De Pépé, de patriarch van de familie, heerst als een zilverrug gorilla over de stam.

We verzamelen rond de snorrende houtkachel.

Pépé luistert, tandenloos.

Hij heeft een gebit, maar dat is enkel dienstig op  hoog- en feestdagen, de rest van de tijd ligt het in de kast.  Zo slijt dat niet.  De Pépé kan een biefstuk eten zonder zijn gebit!!!! 

Respect!!!!! 

 

De gespreksonderwerpen van de mannelijke clan worden in volgorde van belangrijkheid afgehandeld.

Eerst wordt het weer behandeld, dan de stand van de pompoenen, het kweekgedrag van de konijnen (ziekte bij de konijnen wordt door de Pépé trouwens behandeld met een half aspirientje), de drukte op de E17, Belgische suprematie in het veldrijden, de slag om Stalingrad, het komen te gaan van Frank Vandenbroucke, en ten slotte, wanneer alle inspiratie op is, trivia zoals een brug of niet, de beursmalaise,  het mailverkeer bij de socialisten,....

Dan voelen wij een ongekende solidariteit onder de mannen.  We knorren instemmend, bulderlachen waar nodig, krabben waar het jeukt en debiteren dooddoeners zoals: "jaja, 't is allemaal wa", en meer van die zaken.

Slurpen halfkoude koffie.

Moesten we roken, we zouden elkaars pijp in brand houden.  Nu beperken we ons tot in mekaars borsthaar krauwen.

 

*****

 

En wanneer de gesprekken stokken, komen de kranten boven.  Kranten van de ganse week.  En plukken we de kranten uiteen.  Nieuws van een week oud lezen, dan merk je pas dat driekwart van de berichtgeving er niet toe doet...

Plots valt uit een oude krant een dun glossy magazine. 

Nina heet het. 

Vol mode, designprullaria en andere onzin.

Ik lees het diagonaal tot plots mijn oog valt op een lezersrubriek.  Waar mensen een probleem kunnen voorleggen aan een zelfverklaarde specialist.

 

En hier wordt het ultieme bewijs geleverd dat de gazetten die lezersrubrieken zelf volpennen, puur omdat ze een oplossing hebben voor een probleem dat niemand heeft.

Een man had in een mail volgende probleemstelling gestuurd:

"Mijn vrouw heeft te kennen gegeven dat ze door mij sexueel verrast wil worden.  Wat moet ik doen?".

 

En nu gij.

Qua ongeloofwaardigheid kan dat tellen.

 

Ik had bijna niet verder gelezen.  De geloofwaardigheid van dit ingezonden vraagstuk lag niet bepaald erg hoog.

Maar toch was ik benieuwd naar de goede raad die er gegeven zou worden. De voyeur in mij kwam boven en een mens is nooit te oud om te leren.

 

En ja hoor, ik moet toegeven dat ik drie keer over de grond heb liggen rollen van het lachen.  Je denkt een antwoord te krijgen in de sfeer van felrode lingerie, of over het betere zorrokostuum tot handboeien met pluche, maar neen, het antwoord was:

'Gebruik je teenkussen'.

Teenkussen.

Ja, ik laat het even tot u doordringen.

Je zou dus met je dikke teen...

Massage, penetratie, enzoverder....

 

Daar lag ik al voor de eerste keer te rollen van het lachen.

Ik zag het beeld (helaas) al helemaal voor mij. 

En vermits ik altijd zo'n verschrikkelijk ijskoude voeten heb, zou mijn vrouw wellicht gillend tegen het plafond aan knallen!

 

Ik lees verder.

Toen stond er, en toen ging ik voor de tweede keer neer met een lachkramp:

Vergeet niet je teennagel te knippen!

Whoehahahahah....

Ja, vooral een goed idee! 

En was 'en passant' meteen je voeten eens.  En volg daarna desnoods een stage bij Cirque du Soleil!

Een mens zou 's avonds bij de televisie al niet meer op zijn gemak zijn teennagels durven knippen zonder volgende opmerking van moeder de vrouw te krijgen:

En, wat denkt meneer van plan te zijn????

 

Ik lees verder.

Er stond dan ook nog iets over de onvermijdelijke Kama Sutra, waarin een man maar liefst zes vrouwen tegelijk het hof kon maken.  

Zes!  

Ja, nu u weet dat er twee dikke tenen in het spel zijn, kan u wellicht het totaalplaatje wel maken.

Kijk, ik ben van geen kleintje vervaard.

  • wie heeft er ooit gevochten met wolven in de Siberische hoogvlakte?
  • wie heeft ooit tegen Freddy de Kerpel gezegd dat hij een watje is?
  • wie heeft er ooit een grizzlybeer een poot uitgevezen?
  • wie heeft John Massis ooit een tand uitgeslagen?
  • wie heeft er ooit een alligator pootjes leren geven?
  • wie flost zijn tanden met prikkeldraad?

Wie, vraag ik u?

Geen idee. 

Ik in elk geval niet.

Maar ik krijg het toch al Spaans benauwd, te denken dat je zes vrouwen tegelijk, pffffffff, ik voel mijn rug al opspelen.  Ik loop nog liever een halve marathon, ongetraind.  Nu ja, dat nu ook weer niet.

En als laatste (bescheur)tip werd er gesuggereerd om een en ander al eens even uit te testen tijdens een intiem diner op restaurant.  Dat je als man je schoen en kous uit trekt en op exploratie trekt. 

 

Stel je voor...

Ten eerste ben ik amper 1m70.  Ik denk dat het redelijk zou opvallen moest ik helemaal wegzakken op mijn stoel.

Ten tweede zijn de tafelkleedjes in die trendy zaken zo miniem dat zowat iedereen  mee zou kunnen genieten van het ongetwijfeld unieke en leerrijke schouwspel.

En ten derde zou mijn vrouw zo'n schrikreactie vertonen dat ik durf wedden dat alle glazen omver zullen gaan.

Neen, dacht ik dus.

 

En och ja, da's waar ook, in geval van nood .....

.... u kan altijd aan de ober een nagelknipper vragen....

16-10-09

Paard van Troje

Paard van Troje.

 

Rijk zijn is niet gemakkelijk.

Ik verklaar me nader.

Stel, je bent een 'door huidskleur uitgedaagde medemens' in een of andere bananenrepubliek. 

Ik had eerst 'neger' getikt, maar dat blijkt niet politiek correct te zijn, vandaar: 'door huidskleur uitgedaagde medemens'. 

Zo noem ik Nederlanders ook altijd 'door nationaliteit uitgedaagde medemens', maar dat geheel terzijde.

 

Stel dus, je bent een 'door huidskleur uitgedaagde medemens' in een of andere bananenrepubliek.

Je hebt niks. 

Behalve honger.

Wat heb je dan te verliezen?

Niks.

Terwijl wij constant op zoek zijn naar dingen die we verloren zijn:

  • huissleutels,
  • GSM,
  • onschuld,
  • een paraplu (het regent hier dan ook altijd; zij zitten altijd lekker in de zon).

Dat noem ik stress.

 

Zij hebben de big five zo binnen handbereik (leeuw, olifant, neushoorn, buffel, luipaard).

Wij moeten daarvoor naar de Zoo van Antwerpen.

Heeft u ooit al eens op de bus naar Antwerpen gezeten? 

Recht gestaan, moet dat zijn, aan een paal hangen zwieren (neen, niet paaldansen), geplet tussen duizend boekentassen met een blèrende iPod.

Dat is ook niet bepaald een pretje.

In het spitsuur?

Aha!

 

 

Files?

Hebben zij allemaal geen last van.

Fijn stof?

Kennen ze niet.

Lange Wapper?  Brug of tunnel?

Zo'n verscheurende keuzes moeten ze niet maken.

Migranten of werkloosheid?

Geen last van.

Caroline Gennez of de Rode Duivels?

Blijft hen allemaal bespaard.

 

 

Wat eten we vanavond?

Zij hebben de keuze tussen, heum, ... weinig of niets.

Wij daarentegen moeten ons doorheen sushi of wok, patatten of pasta, rijst of risotto, soep of niet, varkens of runds, enz...  worstelen.  Of worst.

L' embarras du choix.

 

Wat eten we?

Dat blijft bij ons een enorme bron van stress.  Ga maar eens naar de Carrefour op een vrijdagavond.

Je trekt een nummerke aan de charcuterie, nummer 24 en..... 

..... ze zijn nr 68 aan het bedienen! 

En altijd zit er een halfdementerende bejaarde met dat karreke tegen je achilles aan te beuken.  En ik heb al een blessure, dus kan het even?????

 

En omdat wij zoveel tijd investeren in shoppen (economie aanzwengelen!) en rondrijden in onze 4x4 (naft moet op!), hebben we te weinig tijd om onze looptrainingen af te werken. 

Zij daarentegen hebben de tijd om tweemaal daags naar de dichtsbijzijnde waterpomp, 20 km verder, te lopen.  Gelukzakken!

En omdat wij er maar niet in slagen 0,7 % van ons BNP aan ontwikkelingssamenwerking te besteden, blijven zij alle medailles wegkapen op de fondnummers op de Olympische Spelen. 

Merci, Charles Michel. 

Maar dat geheel terzijde.

 

*****

 

Neen, rijk zijn is niet gemakkelijk.

Gelukkig heb ik daar persoonlijk weinig last van.  Wij zetten dubbel zoveel oud papier buiten vergeleken met een modaal gezin.  Dat heeft te maken met het aantal betalingsherinneringen dat we krijgen.

Vrienden van mij zijn helaas rijker dan goed voor hen is.

Omdat ze zo rijk zijn, zijn ze ook nog eens hopeloos onhandig.  En daardoor komen ze wel eens in de problemen. 'Wel eens'  dient hier gelezen te worden als 'constant'.

Dan bellen ze mij.

Omdat over mij algemeen bekend is dat:

  1. hij alles weet,
  2. hij alles kan.

Dus bellen ze mij.  Alsof ik al niet genoeg gedoe aan mijn kop heb.

 

Zo kreeg ik zaterdag telefoon van mijn vriend, we zullen hem omwille van het nog hangende onderzoek nu maar even met de initialen benoemen, P.W.

Hij belde me op mijn GSM met volgende mededeling:

"Mark, kan jij even naar adres XXXX komen, ik zit namelijk vast."

 

Omdat de Hummer in onderhoud was, en iemand (ik noem geen namen) vergeten was te gaan tanken met de Mercedes SLR Roadster, was ik wel verplicht om met mijn ordinaire auto, mijn Audi R8, te rijden (en pas nadat mijn vrouw haar Carrera GT even uit de weg had gezet).  Ja, ik geef het toe, ik heb een zonnebril opgezet, want wie wil nu in zo'n banaal wagentje als een Audi R8 gezien worden?

Ter plaatse aangekomen was ik getuige van toch wel een erg raar beeld:  mijn vriend zat met één been door een deur.

Even schetsen.

 

 

Flashback.

 

P.W. was thuis, niks aan het doen (toevallig zijn specialiteit), toen hij op zijn GSM werd gebeld door een wildvreemde met de mededeling:

"Mijnheer, u kent mij niet, maar uw vrouw zit vast in de XXXXstraat."

Voor u in paniek schiet, het was geen ontvoering.

De vrouw van P.W.  was naar hun ruwbouw in de bewuste straat gaan kijken, GSM thuisgelaten, en had op de 1ste verdieping een raam geopend.  Door de windstroom (het geopende raam) klapt achter haar de deur dicht. 

Een deur zonder klink. 

Ze zat in de val en had geen GSM bij.

 

Mevrouw had wel de tegenwoordigheid van geest om via het raam een voorbijganger te sommeren haar man, mijn vriend, te bellen.

 

P.W. komt heldhaftig ter plaatse.

Als een koene ridder in blinkend harnas op een wit paard (onthou het sleutelwoord: paard).

 

Eerste verdieping.

Na eerst zijn vrouw wat uitgelachen te hebben (hoe zou u zelf zijn?), beslist P.W. de deur even doodleuk in te trappen. 

Erg Schwarzeneggeriaans, zeg maar. 

In plaats van net naast het slot te trappen, trapt hij centraal tegen de deur. Godzijdank is het geen eiken deur, maar een dunne schilderdeur.  P.W. knalt met zijn been los door de deur en ziet kans om daarbij niet enkel zijn edele delen te pletten, maar ook zichzelf vast te manoeuvreren (daarbij een behoorlijk stuk vlees van de bil klemmend tussen opspannende platen - u mag hier gerust even plaatsvervangend jodelen, ga vooral uw gang).

Hij heeft  wel een GSM bij, ..... gelukkig voor hem.

Hij belt mij,  ..... ongelukkig voor mij.

Ik verplaats me naar het plaats delict om zowel mijn vriend als zijn vrouw respectievelijk uit  te lachen en uit hun netelige posities te bevrijden.

Moest het slapstick zijn, dan zou ik mij bij deze actie ook laten opsluiten, maar dat was niet het geval.  Dat zou ook niet kunnen, want het is wereldwijd bekend dat (en nu allemaal in koor):

  1. hij alles weet,
  2. hij alles kan.

T-shirts met deze boodschap zijn verkrijgbaar (maten S-XXL).

 

Enfin, ieder gaat zijns weegs, zijn/haar schade opmetend.  Het was vooral schade aan het ego.

 

****

 

Ik had u gevraagd het sleutelwoord paard te onthouden.  En wel hierom.

 

P.W. vond dat de dag nog een nuttige apotheose mocht krijgen.  Hij ging paardrijden. 

Ik loop. 

P.W. rijdt paard.

Wie is hier de luierik?

 

*****

 

Maar goed.

P.W. zadelt zijn paard op.

Het is een winderige dag, waardoor zijn paard niet weinig nerveus is.

In een onbewaakt moment schrikt zijn paard op en kiest het  ... heum ... hazenpad en loopt pardoes achter zijn woning. 

Daar bedekt een groenzwart zeil.....

.... het zwembad.

DSC00228

 

Het paard had ruw geschat ongeveer een milliseconde nodig om het zwembad in  te kukelen. 

Dat ging als het spreekwoordelijke fluitje van een cent.

Er uit komen had iets meer voeten in de aarde ('poten in het water' kan hier ook als alternatieve uitdrukking).

DSC00249

En een paard kan best een edel dier zijn, maar het drong toch niet bepaald tot het dier door dat er een trapje was om het zwembad te verlaten.

Met inzet van een 14-tal érg dorstige brandweerlui, hoogrendementspompen,  hoogtewerker, verdovende substanties (voor man en paard), werd de eerste zwemles van het paard een doorslaand succes.

De opmerkingen waren niet van de lucht:

'Er staat een paard in de gang'

'Seven horses in the sky'

'Twisting by the pool'

Erg bevredigend allemaal.

Kostprijs van dit akkefietje: circa 0,7% van het Bruto Nationaal Product van Botswana.

 

Welke lessen trekken we hieruit:

  • altijd een GSM op zak,
  • altijd een klink (universeel model) op zak,
  • de Mercedes SLR Roadster altijd voltanken,
  • investeer nooit in iets dat eet (behalve kinderen, en dan nog),
  • keuzes maken: een paard of een zwembad,
  • indien paard, teugels in de hand houden,
  • 14 brandweermannen drinken qua volume ongeveer een half olympisch zwembad,
  • lopen blijft de enige ware sport,
  • rijk zijn is niet gemakkelijk.

 

 

13-10-09

De ritssluiting

De ritssluiting

 

Zaterdag.

D-Day.

Hoe zou mijn bil reageren op een eerste looptraining na twee weken inactiviteit?  Dat was de grote vraag.

Ik sta lang te treuzelen vooraleer te vertrekken.  Wat prutsen aan de kledij, de veters nog eens minutieus opstrikken, de borstband van de hartslagmeter nog wat strakker aanspannen.  Het weer monsteren, windrichting inschatten...

Een slecht voorteken.

Ik rol de bal wat voor mij uit.  Puur in het besef dat ik me, zolang ik thuis blijf, nog de illusie kan maken dat er niets aan de hand is.  Zolang ik niet vertrek, ben ik niet gekwetst. 

Eens de hort op, is er geen weg terug. 

Op naar de opperste gelukzaligheid in het besef dat alles ok is, dat het terug 'business as usual' is, of ....  de doodlopende weg van de pijn en de ontgoocheling.

 

Ik stap buiten.

 

De hartslagmeter piept.

Diep ademhalen.

Start de chrono.

Ik vertrek voorzichtig.

 

Ik voel niets, maar daar gingen we van uit.  Het zou verdorie nog moeten mankeren!

Rechts de Lindendreef in, richting gevangenis (indien u via start komt, krijgt u geen 200 frank).

De dreef naast de gevangenis. Steenslag, plassen.

Herfstkleurenexplosie.  Duizend variaties op bruin.

De wind speelt speels met de bladeren.

De geur van natte bladeren.

God, wat heb ik dit gemist!

Dreigende luchten, zwanger van regenbuien. 

Wolken, gejaagd door de wind.

Links via het Stipstappevoetpad, ik loop nu tussen de velden.  De wind links in de flank.  Traag tempo.  Hartslag 134. 

Maar ik ben er niet gerust in.  Het is genieten, maar toch met een weerhaakje.  Je bent alert, op je qui-vive voor elk signaal, elke pijnprikkel.

Leven, of liever lopen tussen hoop en vrees.

Asfalt.  De 's Boschstraat.  Enkele bochten verder, rechts een zandweg in.  Tussen weiden, aan de achterkant van de gevangenis.

En ik kan me wijsmaken wat ik wil, maar daar is de pijn weer.  Rechterbil, zone zitbeen, uitstraling naar rug en lies zelfs.

En ik loop niet eens door. 

Gewoon een gezapig sukkeldrafje.

 

*****

 

Eerst proberen te negeren.  Inbeelding!

Maar de ontnuchtering volgt meteen.

De pijn is zéér aanwezig.

 

Links richting Wortel.

Dan weer links een zandweg in.

Ik kruis een asfaltweg.

Weer een oude, trage weg in.

 

Maar de pijn blijft, wordt zelfs erger.

 

Wat nu?

Doorlopen en hopen dat de pijn alsnog verdwijnt? 

Er doorheen lopen?

En meteen voor het uur of anderhalf uur gaan? 

Klinkt het niet, dan botst het maar.

Moedwillig worden en alles kapot lopen? 

Versnellen tot het scheurt?

Of stoppen, stretchen en terug proberen?

Of naar huis?

Wikken en wegen.

Twijfel.

 

 

Ik stop.

Ik wandel.

Ik kan wel janken.

Ik kijk moedeloos naar boven.

Op zoek naar hulp.

Die is er niet.

Nooit.

 

En tot overmaat van ramp begint het uitgerekend nu te regenen.

Hier sta ik dan.

Te dampen van het zweet.

In twijfel gevangen.

In de regen.

 

Ik keer terug naar huis.

Een illusie armer.

Alweer.

 

Herfstkleurenexplosie.

Is nu de minste van mijn bekommernissen. 

Duizend variaties op bruin. 

Bruin blijft een schijtkleur.

De wind speelt speels met de bladeren. 

En dan?

De geur van natte bladeren. 

Dat stinkt, dus.

God, wat heb ik dit gemist! 

En ik kan het godverdomme missen als kiespijn.

 

*****

 

Mijn huisgenoten weten meteen hoe laat het is.

"Ben jij nu al terug?", vraagt mijn vrouw.

En in een flits beseft ze wat er aan de hand is.  Moest het niet duidelijk genoeg zijn, dan is er nog altijd de donderwolk op mijn gezicht die boekdelen spreekt.

 

40 minuten.

Meer was me niet gegund.

 

Ik was niet te genieten.

Hadden er zaterdagmiddag getuigen van Jehova het aangedurfd om een poot tussen de deur te steken, dan hadden ze vrij snel hun Schepper ontmoet.

 

En op zondag wordt meteen duidelijk dat het leed nog niet geleden is.  De ganse bil straalt pijn uit.  Het is om cynisch en moedeloos van te worden.

En een absolute giller is dat ik spierpijnen in mijn kuiten heb.

Hilarisch!

Van 40 minuten veredeld joggen.

Spierpijnen!

Wat zijn we diep gezakt.

En de moed nog wat dieper in de schoenen.

De loopschoenen staan weer aan de kant.

 

*****

 

Pijn is relatief.

Stomme uitspraak.

Domme uitspraken over pijn zijn relatief.

 

Ik kan beter stoppen met mijn geklaag, want aangenaam gezelschap ben ik niet voor u, vrees ik.

 

*****

 

Mag ik u dan toch even verblijden met dit waar gebeurd verhaal.

Dat aantoont dat pijn inderdaad relatief is.

 

Eind jaren zeventig moest Paul S., een vriend van mij, zich op maandag melden op 'het Klein Kasteeltje' voor keuring voor zijn legerdienst.

Dat moest gevierd worden!

Vooral omdat wij wisten dat Paul S. geen enkele nuttige bijdrage kon leveren aan landsverdediging, of het moest in de kantine zijn.

 

Paul S. onder de wapens!

Dat we dat nog mogen meemaken!  Dat ze het aandurven om die nitwit een wapen in de hand te stoppen!

 

Dat vroeg om een grondig fuifje.  Kwestie van de onbezorgde jeugdjaren op een waardige manier af te sluiten.  Dat daarbij véél moest gedronken worden, was een zekerheid.  Fuifwaarts getrokken met de bende van zes vrienden.

Op een bepaald ogenblik is er wat getrek en geduw (fuiven in de Kempen zijn pas geslaagd als er geslagen is) en zien we Paul S., onze soldaat-milicien in spe, op de vlucht gaan richting uitgang, op de hielen gezeten door een paar gasten die overduidelijk zijn vel lusten. 

Dramatische aftocht, misschien was het Belgisch Leger toch wel iets voor hem.

De reservetroepen, in casu wij, zijn vijf kameraden, zetten de achtervolging in.  Net op tijd om onze vriend op volle snelheid door een glazen deur te zien lopen.

Een luide knal, glasgerinkel en overal bloed.

 

De bloeddorst van de belagers was bij deze gelest.

 

Wij met ons slachtoffer naar de dokter van wacht.

Die was erg blij met de klandizie van 6 benevelde jongeren, waarvan één exemplaar dringend wat hechtingen in het gelaat kon gebruiken.

Wegens behoorlijk wat alcohol in de bloedstroom, was verdoving niet aangewezen.  Dus werd onze soldaat genaaid zonder verdoving.

Dat werkte ontnuchterend.

Bij hem toch.

 

*****

 

Nadat iedereen genaaid was die genaaid moest worden, besloten we  terug naar de fuif te gaan.  Er stond immers nog een rekening open, en er brandden nog consumptiebons in mijn broekzak.

 

Per fiets terug.

Paul S. in helse pijnen.

Wij, vrolijk in alle nevels, voelden niets.

De nacht was nog jong en beloftevol.

 

Maar wat gebeurt er als je met zijn zessen vlakbij mekaar fietst?  Rekening houdend met de verzamelde promilles en het feit dat iemand had gezegd: "Om ter eerste bij de fuifzaal?"

 

Juist.

We haken in mekaar in volle sprint.

De gevolgen waren niet te overzien.

Toen het stof was gaan liggen, overschouwde ik het slagveld.

Overal fietsen en schaafwonden.

 

Maar het ergst er aan toe was Paul S.

De genaaide wonde was helemaal terug opengescheurd (voelt u het ook?).

 

Terug naar de dokter van wacht.

Die kon zijn lol niet op.

Andere stukken huid gevonden om terug dicht te naaien.

Vandaar het rare patroon van een ritssluiting op het gelaat van Paul S.

 

*****

 

Gisteren VRT-journaal.

Een pas binnengekomen bericht. 

Frank Vandenbroucke is overleden.

Ik neem aan dat het hart van Caroline Gennez ook een milliseconde oversloeg.

 

 

09-10-09

Filistijnen

Filistijnen

 

Fotografen aller landen, aanhoor deze smeekbede!

Flitsende fotografen, ik begrijp dat u aartsmoeilijke opdrachten krijgt te verwerken.

Wellicht heeft u ooit foto's moeten maken van baby's die zo monsterlijk lelijk waren dat er absoluut geen beginnen aan was, alle lenzen ten spijt.  Baby's met een diabolische grijnslach waarvan u 's nachts, badend in angstzweet, gillend wakker schiet.  Baby's die  levende reclame waren voor anticonceptie.

Dat tekent een mens voor het leven, daar hebben wij alle begrip voor.

Ik heb medelijden met u.

U heeft misschien ook al eens een huwelijksreportage moeten fotograferen waarbij de bruid en bruidegom zo gatlelijk waren dat u vooral op de bloemstukken hebt ingezoomd, terwijl u opnieuw dacht: anticonceptie, nu!

Waarschijnlijk heeft u pasfoto's moeten nemen van mannen waarbij u spontaan dacht: 'en nu maar hopen dat het niet besmettelijk is.'

U heeft dames op de gevoelige plaat vastgelegd waarbij de verplichting op het dragen van een boerka plots wel een érg goed idee leek.

Dat kennen we.

We hebben er dan ook alle begrip voor.

Fotoshop heeft ook zo zijn beperkingen.  De grootste beperking is fotoshop zelf, nu ik er zo eens over nadenk.

We weten het.

Maar zeg nu zelf, moet dit nu echt?

 

 

carousel3

 

Ik bedoel.

Kijk naar de foto.

Wat is uw onderwerp?

Inderdaad.

Zowat het mooiste mannelijke exemplaar dat het menselijke ras, na jaren  doorgedreven selectie, heeft weten voort te brengen.  Een atleet, in volle glorie, op  het toppunt van zijn kunnen.

Pezig gespierd, afgetraind, de perfectie op twee loopschoenen.

 

Bibliotheken zijn vol geschreven over dit exemplaar.  In talloze liedjes werd zijn lof bezongen.  En niet meer dan terecht.

Een man, die alles in zich heeft.  Die ruw talent en opperste schoonheid met zwier weet te combineren. Die tere balans tussen kracht en elegantie, intelligentie en onversneden mannelijkheid.  Eén brok lillende potentie, in de meest fraaie verpakking die deze aardkloot het laatste millennium heeft mogen aanschouwen.

En dan druk ik me nog bescheiden uit, wat trouwens mijn aard is.

 

*****

 

Pas op, dat is een zware last om dragen.

Het zijn sterke schouders die deze last kunnen dragen.

Mensen zijn jaloerse beesten.

Maar ik trek mijn plan, beste fotograaf.

 

Nu u nog.

 

Dus, toch nog enkele opmerkingen, in 't belang van 't algemeen.

Om u te dienen. 

Zo zijn wij.

 

U drukt uw foto af op het moment dat ik mijn schitterende ogen half gesloten heb?  

Waar zat u in godsnaam met uw gedachten?

Had u een dipje?

Mijn blik, o zo ruim, waar ganse volksstammen vrouwen week van in de knieën werden?  De oorzaak van vlinders in ontelbare buiken?  Mijn ogen, spiegels van een edele ziel, nu door uw troebele lens helemaal verknoeid.

WAAROM?

Was u misschien zo van uw melk door mijn imposante verschijning?

 

Tot daar aan toe.

Maar moet u dan zo nodig een foto maken net op het moment dat ik mijn tong tussen de lippen heb.  Edele tong tussen nobele lippen, waar nog nooit een leugen passeerde (nu ja, een paar duizend voor bestwil even buiten beschouwing gelaten, gemakshalve).  Wat mijn tong met ganse volksstammen vrouwen heeft uitgehaald, daar kan u zich wellicht wel een en ander bij voorstellen.  Maar wees gerust,  zelfs met uw ruimdenkende perverse geest komt u nog niet halfweg.

Tot daar aan toe.

 

MAAR DAT LINKERHANDJE!

DAT LINKERHANDJE!

Wenst u mijn reputatie van vrouwenmagneet helemaal naar de filistijnen te helpen?  U maakt van mijn linkerhand een wapperend handje dat in bepaalde milieus erg veel opgang maakt. 

Roze milieus. 

Nichten!

Village people!

George Michael!

Bart Kaëll nog aan toe!

Straks krijg ik half homosexueel Europa hijgend achter me aan, terwijl ik nog worstel met ganse volksstammen vrouwen.  En begin nu vooral niet over wat mijn linkerhand met ganse volksstammen....

 

 

Tot daar aan toe.

Laten we dit als een eenmalige uitschuiver beschouwen, en dat het niet meer voorvalt!

carousel2

 

Niet dus.

Hier gaan we weer!

Ook de tweede foto weet u vakkundig de nek om te wringen.  Met een ontroerend enthousiasme.

Fotografie, het blijft een heikel vak. 

Bent u zeker dat u talent heeft? 

Heeft u de handleiding van uw fototoestel al eens gelezen?

Ergens is er iets grondig fout gelopen.  En dat het niet bij mij is, lijkt me evident.

 

Moest u nu écht inzoomen op die kloppende ader aan mijn linkerslaap?  Moet dat nu echt?

En wat is dat met dat misprijzend mondje?  U weet een mens op zijn minst fraaie moment wel te kadreren.  Wat dat misprijzend mondje met hele volksstammen,..... ach daarover wil ik niet eens beginnen.  Het zou u enkel mateloos frustreren.

 

Talent en schoonheid.

Het is niet eerlijk verdeeld in de wereld.

Ik heb alles, u heeft niets.

Jammer.

 

Zou u beter geen andere hobby zoeken?

Iets met postzegels.

Het is maar een suggestie.

06-10-09

Belgacomkoe

Belgacomkoe.

 

Maandag.

Baaldag

Pfffffffffffffffff.

 

Maandag.

Ik heb nergens goesting in. 

Baaldag.

 

Donderdag, de slachtbank van kinesist Tom.

 

Vrijdag baaldag.

Zaterdag normaal een wedstrijd te Rumst.  Peesprobleem is nog steeds zéér prominent aanwezig.  Dus niks Rumst.  De uitslag bekeken, top 10 had sowieso geen probleem geweest. 

 

Zaterdag baaldag.

Uiteindelijk zelfs geen millimeter gelopen.

Zondag baaldag.

Godzijdank een hoop afleiding op TV: Motorcross der Naties, veldrijden.  Maar dan wordt de baaldag compleet: ze zenden een beknopt verslag uit van de marathon van Brussel (de laatste van Rik Ceulemans). 

Dat snijdt door de ziel. 

Start in het Jubelpark, het Mekka van het hardlopen, doortocht Wetstraat, Terkameren, passage Jubelpark en zo naar de finish. 

Hier stond ik eind mei ook.  Afgetraind als een beest, en met de arrogantie van de niet-geblesseerde loper.

Nu niks dus.

Inmiddels heb ik al meer dan een week niet meer gelopen.  Een week is geen drama op gebied van conditieverlies, maar vanaf twee weken gaat het stijl bergaf, de dieperik in. 

Een week niet meer gelopen. 

Er komt een zee van tijd vrij, zelfs in die mate dat ik de dampkap heb gekuist.  De dampkap.

Maar vertel het vooral niet verder.  De wereld moet niet weten dat ik de ultieme kuisvrouw ben.

Baaldag.

Maandag.  Weer niet gelopen.  Ja, vijfentwintig meter op de parking van de GB, en meteen voel ik pijn, de pees zet er de rem op. 

 

25 meter. 

Ik kan verder rochelen. 

Als ik net chocolade heb gegeten toch.

Ik ben geen loper meer.

Ik voel me geen loper meer. 

Gek is dat.

Zaterdag loop ik, wat er ook gebeurt.  En je zal zien dat het weer van dat is.  Maar ik zal lopen.

 

HELABA!

Wat is dit nu?

Ik ben verdorie een paar bladzijden tekst kwijt.

Wat krijgen we nu?

 

Ik zat lekker loos te gaan, in de zone, een soort weldoende trance, de welluidende volzinnen vlogen van mijn klavier richting scherm, tegen een ratelend tempo waar elke mitrailleur jaloers op zou zijn. 

Allemaal voor u, waarde lezer.

Enkel voor u.

Geen moeite was me teveel.  Hier zette ik zonder nadenken een gedachtenstreepje, daar een weloverwogen zwierige puntkomma.  Van de koele meren des doods, bij wijze van spreken.

Ik zette mijn beste beentje voor.  Dat is mijn linker tegenwoordig, die vervloekte rechterbil, breek me de bek niet open.

Volzinnen, gespekt met een resem bijzinnen, warse vergelijkingen, gelardeerd met milde spot, eigenzinnige humor en kwajongensachtige strapatsen (een woord dat de tekstverwerker weer maar eens niet kent, lomperik, en neen ik wil dit niet vervangen via autocorrectie door straatsteen of trapassen).

 

Ik zat hier met tranen in de ogen te kijken naar wat er op mijn scherm verscheen.

Ontroering langs de ene kant, maar langs de andere kant bolden de tranen over mijn wangen van het lachen.

Jongens toch, briljant, was het, niet meer, niet minder.

 

En toen verdween dat onnozel schermpje van de skynetblogs waar ik teksten in tik, en verscheen het startscherm.

 

ALLES WEG!

 

Alles weg.

 

Het is godverdomme toch ook altijd iets met dat internet.  Vandaag lag Belgacom Skynet er een paar uur uit.  En dan blijkt pas hoe afhankelijk een mens is van dat internet.

 

Ik wil iemand bellen.  Telefoonnummer opzoeken. Dat doen we via  Infobel.be

Miljaar, internet ligt er uit.

Waar is het telefoonboek?

En hoe werkt zo'n telefoonboek nu ook weer? 

Hoe staat dat hier geordend?

Per gemeente, djeezes.

Hoe achterlijk.

Hoe werkt een alfabet?

Waar is Kind 2 als je hem nodig hebt?

En is het menselijkerwijs mogelijk dat ze die namen nog wat kleiner afdrukken?

Waar is mijn leesbril?

 

Levensles 12: ga nooit zitten wanneer je leesbril kwijt is.

 

*****

 

Dat doet me trouwens denken aan mijn eerste stappen op het internet.  Via Belgacom de nodige rommel gekregen, paswoorden, modem, splitters, enfin u kent dat wel, maar ik beschikte blijkbaar over een gloednieuwe versie van Windows, waar de software in het starterspakket van Belgacom nog niet voor aangepast was.

 

Ik bel naar Skynet.

Wat was ik toen nog jong en onbezonnen. 

Een skynetmaagd.

Ik bel naar Skynet.

Dat is een beproeving.

Dat is de ultieme test in geduld oefenen.

Wachtmelodietje.

Een klein uurtje blijf je aan de lijn hangen.  Je wordt aan het lijntje gehouden via een stompzinnig wachtmelodietje.  Ik leg de hoorn weg en zet de speaker aan, zodat ik inmiddels nog wat nuttige dingen kan doen, zoals bijvoorbeeld teennagels knippen.

Elke keer je een klik hoort, vlieg je recht.  Tevergeefs, want je hoort vervolgens een andere computermadam volgende boodschap zeggen:

"Al onze medewerkers zijn momenteel in gesprek, wij danken u voor uw geduld.  Er zijn nog 35 wachtenden voor u."

En dat blijft maar duuuuuuuuuuuuuuuuuren.

Daar wordt een mens razend van.

Als mijn factuur van Belgacom in de bus valt, dan moet je niet riskeren ze niet te betalen, zelfs niet met de mededeling:

'Er zijn nog 35 wachtende facturen voor u.'

 

Juffrouw weg, weer dat vervloekte melodietje.  Ik zit dat melodietje inmiddels als een waanzinnige mee te brullen.  En mijn teennagels zijn ook al op.  Maar ze kunnen nog iets korter, denk ik, en dat ga ik nu bewijzen.

 

Plots weer een kraakje, ik val bijna van mijn bureaustoel van het opschrikken.  Ik zal ook door het leven moeten met één teen minder.  Tant pis.  Details.

 

Weer dat juffrouwtje dat me nogmaals bedankt voor mijn GEDULD, en dan volgt de volgende mededeling: ik zweer het u, ongelogen:

"Voor de meeste problemen kan u ook terecht op onze website, www en nog wat."

 

JIIIHAARRGHHH!!!!

 

IK GERAAK NIET OP HET INTERNET.  Hoe kan ik dan in godsnaam mijn probleem oplossen via jullie website?

 

Na een kleine halve dag kamperen bij de telefoon (ik beschik inmiddels nog maar over een teen of vier en krijg ook al een baard), eindelijk een juffrouw aan de lijn.

Ik kan me nog net inhouden om die juffrouw niet uit te schelden voor  het vuil van de straat.  Ik meld mijn probleem; namelijk dat ik niet op het internet geraak omdat de software van Belgacom niet aangepast is voor de nieuwste versie van Windows.

Ik krijg als antwoord:

"Geen probleem, we hebben een update van de software, u kan deze downloaden via onze webstite.  Dan zal het probleem opgelost moeten zijn."

 

Dit is toch niet te geloven.

DIT GELOOF JE TOCH NIET.

Hoort zij zelf wel wat ze zegt?

Zou dit kind blond zijn?

 

Mijn voornemen om beleefd te blijven verdwijnt als sneeuw voor de zon.

"IK GERAAK NIET OP HET NET OMDAT DE SOFTWARE NIET AANGEPAST IS!  Ik denk niet dat ik die update binnen kan halen, WANT IK KAN NIET OP INTERNET. NIET OP HET INTERNET.  Welk woord begrijpt u niet?

Wakker worden!!!!!

Zijn er nog koeien in uw familie? 

En zijn die dan nog dommer?"

 

Na enige tijd begreep ze dat ze me een schijf met software moest opsturen.

 

*****

 

Maar dat was niet het enige voorval.

 

Een behoorlijke tijd later, totale crash van mijn computer.  Het ding deed niks meer, harde schijf totaal in de soep.

De computer wordt hersteld, maar alles moet opnieuw geïnstalleerd worden, ook de inloggegevens, de gegevens voor mailbox,...

 

Toegegeven, ik was mijn boekje kwijt met paswoorden. 

Stom van mij.

Dan bellen we toch naar Skynet.

 

*****

 

Ik bel naar Skynet.

Wachtmelodietje.

Ik blijf wijselijk van het restant tenen af.

Een seizoen of drie later krijg ik iemand aan de lijn.

Ze willen me niet zomaar mijn login en paswoord geven.  Dat begrijp ik.  Elke halvegare kan uiteindelijk beweren dat hij dit briljante heerschap is.

Ze willen dat ik een kopie van mijn identiteitskaart doormail.

 

MAILEN?

MAILEN?

 

Ik begin te bleiten van agitatie. 

Hoe kan ik mailen? 

Ik geraak niet op het internet zonder paswoorden.

Faxen dan maar.  Ik rij naar mijn zaak, waar ik een fax heb.  Ik fax een kopie van mijn identiteitskaart.

 

*****

 

Ik bel opnieuw naar Skynet.

Wachtmelodietje.

Tijdens het wachten op de juffrouw waren inmiddels minstens drie federale regeringen gevallen.

Eindelijk contact.

Ze hadden zowaar mijn fax gekregen.

Aha, dat viel niet tegen.

Maar er rees een probleem.

 

Alles klopte, behalve mijn adres.

In hun bestand stond nog steeds mijn vorig adres.  We waren nog maar 2 jaar verhuisd.  Raar maar waar, de facturen kwamen wel op het juiste adres.  Typisch.

 

De juffrouw weigerde mij mijn paswoord en login te geven.  Ten minste, ik zou ze wél krijgen nadat ik het formulier van adreswijziging had ingevuld, ondertekend en teruggemaild.

 

MAILEN?

MAILEN?

 

Faxen dan maar.

Terug naar mijn zaak.

Faxen.

 

*****

 

Ik bel opnieuwer naar Skynet.

Wachtmelodietje.

Mijn vrouw was inmiddels bevallen van een nieuw kind.

Terwijl de juffrouw van Skynet mijn gegevens opzoekt, kijk ik het bureau rond en wat zie ik liggen? 

Juist.

Het boekje met paswoorden.

 

God heeft een bizar gevoel voor humor.

02-10-09

Ramses Shaffy

Ramses Shaffy

 

Mijn gat doet zeer.

MIJN GAT DOET ZEER !

ZEER !

Raar woord, zeer. 

Zeer raar woord.

 

Mijn gat doet dus zeer.

Een aantal van mijn leraars, o zo getormenteerde zielen, draaien zich nu wellicht om in hun graf, of, indien nog in leven, herschikken hun gevulde pamper.  Jaren hebben ze geijverd voor en gehamerd op degelijk taalgebruik en het vermijden van vulgariteiten.  Dat lukte me toen niet (vandaar de getormenteerdheid) en dat lukt me na al die jaren blijkbaar nog altijd niet. 

Dat mijn gat zeer doet.

Ze waren wel visionair, mijn leraars.  Ze voorspelden, met een accuraatheid waar de deelnemers van het Zesde Zintuig een punt van jewelste aan kunnen zuigen, dat er van mij helemaal niets zou terecht komen. 

Dat klopt.

Als een zwerende vinger. 

En als de peesontsteking in mijn gat.

Heb ik al gezegd dat mijn gat zeer doet?

 

Mijn leraars hebben gelijk gekregen.  Er is niks van mij terecht gekomen.  Laatst, toen ik als voorzitter van de vereniging van 100 rijkste Belgen moest speechen, heb ik die voorspelling van mijn leraars nog even aangehaald.  Een succesnummer dat ik, ik geef het schoorvoetend toe, ook al eens in het Europese halfrond en op de 34ste conferentie van de G8 heb opgevoerd.

Echt visionair.

Maar mijn gat deed toen nog niet zeer.

Nu wel.

 

 

*****

 

Mijn achterwerk doet pijn.

 

Alle optimisme van vorige week ten spijt, blijkt dat de pijnlijke bil me nog steeds parten speelt.  Zoals gezegd was ik deze week woensdag zinnens een lange duurloop af te werken. 

Noppes dus. 

Quel bordel.

De pijn was van dien aard dat ik op voorhand wist dat het een stommiteit zou zijn om te gaan lopen.

En MIRAKEL, ik heb de ijzeren discipline kunnen opbrengen om niet te gaan lopen.  En op donderdag, gisteren dus, heb ik me weer met hangende pootjes gemeld bij mijn wondere medicijnman, Tom B.

 

*****

 

Tom B., wondere medicijnman, mijn amicale oppergod, mijn opperhoofd. 

Ik vreesde voor mijn scalp. 

Ach hoe geestig van u, mijn scalp is inderdaad een mager beestje, fijn dat u het nog even opmerkt.

 

*****

 

Vorige week had de weledele wondergod Tom reeds mijn heupstand via manuele therapie gecorrigeerd (gejodeld en drie dagen spierpijnen van gehad), dus ik dacht deze keer daaraan te ontsnappen.

Niet dus.

Quel bordel.

 

Ik stond blijkbaar weer uit de haak. Dit lichaam, dat in bepaalde kringen zeer terecht wordt bezongen als ware het een kathedraal, blijkt een wankel ontwerp van Gaudi te zijn.  Er klopt van alles niet, tart de wetten der logica en zou in feite ineen moeten stuiken.  Zo voelt het ook aan.

 

En Tom B. hij ploegde verder.

Daar gingen we weer op de pijnbank.  De duimschroeven werden aangehaald.

Tom plooide mijn rechterbeen voorbij het point of no return.  U ziet zoiets wel eens op TV, van die lenige meisjes van het Chinees staatscircus.  Die  meisjes zijn zo flexibel dat ze aan hun eigen gat kunnen likken.

Gat naar keuze, trouwens. 

Enfin....

Deze kroniek heeft wel iets met gaten, me dunkt.

Bon, die meisjes bereiken dat soort flexibiliteit pas na jaren mishandeling annex training. 

 

Tom B. eist dat soort rubberen gestel van mij in een fractie van een paar luttele seconden.  En daarvoor mag wat hem betreft een beetje zweet en pijn worden geïnvesteerd.  Toch van mijn kant.  Hij plooit mijn rechterbeen omhoog tot het zwart wordt voor mijn ogen.  De lucht wordt uit mijn longen geperst en ik voel mijn ribbenkast indeuken.  Ruggewervels knappen, sleutelbenen nemen de benen, zwevende ribben landen, mijn fontanellen schuiven weer over mekaar.

 

*****

 

Plooi, wring, plooi, wring.

Tom zegt me:

"Ik plooi tot ik een bepaald kraakje hoor, dan ben ik pas tevreden..."

Zeer geruststellend, zo'n info.

 

*****

 

Plooi, wring, plooi, wring.

Uit miserie probeer ik in pure wanhoop het geluid van zo'n kraakje te imiteren.

Krak!

Maar daar trapt de montere medicijnman niet in.  Hij lacht me zelfs vierkant uit.  Moest ik in reïncarnatie geloven, dan durf ik er wat op te verwedden dat Tom in een vorig leven een mooie positie bij de Spaanse Inquisitie heeft bekleed.  Beul, zonder twijfel.

Quel bordel.

 

*****

 

Plooi, wring, plooi, wring.

Ik hoor een KRAK!

Hoera, een krak! 

Laat een wilde polonaise losbarsten.  En wel nu.

Krak alhier, krak aldaar, ja je hoort er veel dit jaar... (vrij naar Drs P.).

Tom merkt kurkdroog op:

"Dat was de tafel."

Een geval van wankel meubilair. 

Ik voel een soort verwantschap met het oude meubel.

Quel bordel.

*****

 

Plooi, wring, plooi, wring.

NU HOOR IK DUIDELIJK EEN KRAK!

MIJN KRAK!

HIER MET DIE KRAK!

DIT IS MIJN KRAK!

Waarop we een halfuurtje ruzie hebben gemaakt.  Ik was er rotsvast van overtuigd dat ik een krak gehoord had, maar Tom bleef bij hoog en laag beweren dat ik een scheet had gelaten. 

Moi? 

Een scheet?

Serieus blijven hé.

Ik ruik niks!

Of toch niet in de mate dat....

Quel bordel.

*****

 

Plooi, wring, plooi, wring.

Plots hoor ik een krak. 

HAHA!

Een echte, mooi afgeronde, duidelijk waarneembare, niet aan lichaamsgassen gebonden, geen tafelkrak, geen onder valse voorwendselen geïmiteerde KRAK, maar een krak van een gewricht dat in de plooi valt.

Ik roep: "HOERA, DE KRAK IS DAAR!!

MEER NOG, IK BEN EEN KRAK!

EINDELIJK, DE MARTELING IS VOORBIJ!!"

 

Ik barst uit in extatisch gezang:

Zing, vecht, huil, bid, lach, KRAK en bewonder (15x).

Zoals Ramses Shaffy het zo sprekend wist te brengen.  Hier in een sobere a capella versie van uw dienaar, wondermooi.  Gedreven, dat wel, en in opperste vervoering...

 

Tom B.  merkt kurkdroog op:

"Dat was mijn elleboog."

 

Waarop hij op zijn beurt uitbarst in extatisch gezang:

We zullen doorgaan, met het zweet op ons gezicht.

Om alleen door te gaan, in een loopgraaf zonder licht.

We zullen doorgaan, we zullen doorgaan (helaas ook 15x).

Zoals die vervloekte Ramses Shaffy het zo sprekend wist te brengen.  Hier wel in een erg valse versie van mijn maniacale medicijnman Tom. 

Quel bordel.

 

*****

 

Plooi, wring, plooi, wring, ad infinitum.

 

Ik kraak in al mijn geledingen, maar niet het krakje dat Tom wil.

Eist.

Ik had al lang de witte vlag gehesen, was in een soort lethargie verzonken, toen  er plots dan toch een krak was, die voldeed aan de noden van mijn kritische kinesist.   De rust keert  weer.

 

*****

 

Massage.

U dient te weten waar het euvel zich bevindt.  Het is de plaats waar de hamstring aan het zitbeen hecht.  Hoogstens een paar centimeter naast het, ...heum..., hol van de leeuw, als u begrijpt wat ik bedoel.

Een zwembroek uit een vergeten la opgedoken. Het is een V-model. Vriend of geen vriend, ik lig toch niet graag in mijn blote viool op een behandelingstafel.

 

*****

 

Tom en de duimen.

Tom, de wonderbaarlijke medicijnman/kinesist, heeft handen als kolenschoppen.  Handen met schoenmaat 47, zeg maar. 

En sterk. 

Zijn duimen zijn immens.  Je kan er zonder probleem mee pingpongen.

Ik heb dus een V-model zwembroek aan.  Tom ajusteert één kant stringgewijs, zodat hij het zitbeen kan bepotelen.

Onwaarschijnlijk hoe hij meteen de nagel op de kop slaat en de pijnplaats weet te vinden.

Een massage, manuele manipulatie, fricties, whatever.

Pijn, dat wel, maar je voelt de spanning en de pijn afnemen.

Toch voel ik me wat vreemd, zo met halfblote reet, massagezalf vlakbij het, ...heum..., hol van de leeuw.

Een slipper op glad wegdek is snel gemaakt, en zo'n duim?

Ik mag er niet aan denken.

 

Quel bordel.

 

29-09-09

Tolstoj

Tolstoj

 

Ik heb u al een aantal keren onderhouden over Kind 2.

In die mate zelfs dat Kind 2 een grote schare fans op het internet heeft gekregen, een eer die onze familie nooit eerder te beurt viel. 

Nu ja, mijn vader is in de jaren vijftig van de vorige eeuw wel eens een tijdje populair geweest, berucht is eerder een meer accurate woordkeuze, nadat hij, na een weddenschap, met zijn auto over de trappen van het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen had proberen rijden. 

Dat lukte niet.

Of toch niet helemaal. 

De auto bleef steken op de trappen.

Dat het toen andere tijden waren, mag blijken uit het feit dat mijn vader uit zijn benarde situatie werd gered door ..... een paar flikken, die bereidwillig zijn auto van de trappen duwden.

 

Kind 2 dus.

 

Wanneer wij iets kwijt zijn in huis, roept u maar: een afstandsbediening, een schaar, sleutels, schroevendraaiers, dan zoeken wij ons niet meer te pletter, neen, wij weten inmiddels al wat ons te doen staat. 

Namelijk: Kind 2 opvorderen, omdraaien en goed schudden. 

Meestal vinden we het verloren gewaande object, soms vinden we nog meer dingen die we kwijt waren zonder het te beseffen. 

Schattenjacht!

Al het kleingeld dat uit Kind 2 valt wordt dan ook meteen geconfisceerd.  Dat valt onder de rubriek: recuperatie zakgeld.

Probleem is dat wij moeilijk contact kunnen leggen met Kind 2.  Kind 2 zit namelijk altijd boven, in zijn dampende epicentrum van technologie, terwijl wij beneden noest aan het arbeiden zijn.  Kind 2 heeft een computerinstallatie van zo'n magnitude, waarvan ene Kyoto wanhopig wordt.  Telkens Kind 2 zijn computers opstart, horen wij het geluid van rollende donders, dat is naar het schijnt het geluid van de extra staven uranium die in de kerncentrale van Doel worden neergelaten.

In ons huis, en bij uitbreiding in de halve straat, hoor je dan ook wat Kind 2 aan het uitvreten is en helaas ook hoe het hem daarbij vergaat. 

Kind 2 zit meestal ultra-agressieve spelletjes te spelen, en o wee als iemand hem daarbij een strobreed in de weg legt.  In de virtuele wereld van het internet, maar ook in de echte wereld (waar Kind 2 net iets minder mee vertrouwd is).

Eén van de slagzinnen van Kind 2 bij zijn online gaming is, en ik citeer:

Victory or defeat, it all means nothing in the end.

Overwinning of nederlaag, het betekent uiteindelijk allemaal niets.

 

Amai, mijn oor.

U zou Kind 2 eens moeten horen vloeken elke keer iemand het gore lef heeft zijn plannen te dwarsbomen. En dank zij het onderwijs (en het internet) lukt dat inmiddels in diverse Europese talen en Vlaamse dialecten.

 

Nu goed, contact leggen met de 1ste verdieping is dus moeilijk.

 

In den beginne, toen we nog een stuk naïever waren dan nu, stonden wij beneden aan de trap te roepen.  Zaken zoals: 'komen eeeeten', of iets minder beleefd: 'kan die klote teringherrie wat stiller?'.

 

Het ging echter van kwaad naar erger.

Op een bepaald punt hielp roepen niet meer.  Zelfs nadat wij ons hees hadden gebruld onderaan de trap, Kind 2 reageerde niet.  Er was niet op te brullen tegen de decibels uit subwoofers en surround-systemen.  De bassen die Kind 2 creëert doet walvissen totaal kierewiet aanspoelen op Noordzeestranden.

 

*****

 

De deurbel!!!! 

De deurbel bracht soelaas.

We wisten dat Kind 2 over een perfect, maar helaas ook erg selectief gehoor beschikt.  Zo heeft hij bijvoorbeeld volgende zinsnede nooit gehoord, al zou die met een megafoon in zijn oor worden gebruld:

"Moet jij niet leren voor school?"

Maar hoort hij de volgende zinsnede wel, op fluistertoon tot zelfs in een straal van 3 km:

"Lust jij een ijsje?"

 

En laat nu de deurbel één van de weinige dingen zijn die Kind 2 altijd hoorde, in de hoop dat er amusement voor de deur zou staan.  Amusement in de vorm van speelkameraden, Sinterklaas, buren met onblusbare barbecuedrang,....

 

Maar na verloop van tijd hielp ook dat niet meer.  Kind 2 trapte niet meer in de deurbelval.

 

*****

 

Maar wij hebben karakter.  Soms.

Daarop hebben wij een fluitje gekocht.  Zo eentje dat scheidsrechters gebruiken.  Als je hard blaast, dan komt de kalk van het plafond.  Gebruik ten stelligste af te raden in geval van een kater.

Dat had impact.

 

Maar nu drong zich een systeem voor fluitgebruik op.

Vermits we over twee kinderen beschikken (ter info: kinderen is zoals Duvel drinken: één is te weinig, twee is teveel), drong een sluitend systeem zich op.  We legden een fluitsignalenlijst aan.

 

Legende fluitsignalenlijst, versie 3.1 -  2009,

compatibel met Windows XP Professional:


  • 1x fluiten: kind 1 attentie,
  • 2x fluiten: kind 2 attentie,
  • 3x fluiten: algemeen kinderalarm,
  • 4x fluiten: komen eten,
  • 5x fluiten: kind 1 telefoon,
  • 6x fluiten: kind 2 telef....
  • enfin een lijst met 346 fluitsignalen...

 

346x fluiten betekende trouwens:

'Regering gevallen, BHV ja dus, alle stemgerechtigde inwoners van dit huis, verzamelen mét identiteitskaart in zone garage'....

.... of neen, foutje:

346x fluiten was: 'en moet er nu godverdomme ook nog eens crème fraîche op die banana split of hoe zit dat hier eigenlijk?'

 

Maar u weet hoe zo'n zaken gaan: ofwel was de lijst verdwenen bij minstens één  van de drie partijen, ofwel raakte het fluitcommando (mijn vrouw) onderweg de tel kwijt. 

 

Of nog erger: waar is het fluitje?

 

*****

 

Toen hebben we onze hoop voor communicatie met Kind 2 helemaal op technologie gestoeld.  We contacteerden Kind 2 per SMS.

Maar je weet hoe dat gaat.  Kinderen zeuren je de oren van je kop voor de nieuwste GSM, om hem dan vervolgens:

  • nooit op te hebben staan,
  • nooit te beantwoorden,
  • kwijt te spelen,
  • in de wasmachine te laten verzeilen,
  • of die GSM ergens in huis te laten slingeren.  's Nachts in bed lig je dan te luisteren naar dat onnozelmakend signaaltje van de GSM, dat wil zeggen: 'ik moet opgeladen worden, asjeblief...'

 

En die teksten van zijn voice-mail!

Daarmee heeft Kind 2 al half Europa tot aan de rand van de waanzin gedreven.

U kent dat wel: een voice-mail tekst waarbij je denkt dat de persoon gewoon heeft opgepakt:

Stem Kind 2: "Hallo"              

Dramatische pauze waarin ik zeg: "Ah kind 2".

Stem Kind 2: "Ja"

Dramatische pauze waarin ik mijn ongetwijfeld belangrijke boodschap debiteer.

Stem Kind 2: "Ja, 't is de voice-mail, belt straks maar eens terug."

Dramatisch pauze waarin ik van pure woede ontplof.

 

*****

 

Interludium.

Ik wil mij bij deze ook nog eens verontschuldigen bij de leraar Wiskunde van Kind  2,  de heer V.  En meteen ook veel beterschap wensen. 

De heer V., heeft de neiging om leerlingen die niet opletten, tot de orde te roepen door een krijtje naar de leerling in kwestie te keilen.

En Kind 2 blijkt met de kaft van wiskunde een behoorlijk goeide backhand te hebben, dus dat krijtje kwam terug met een snelheid van 168 mijl per uur.  En misschien kan de heer V. zijn eigen goede raad eens ter harte nemen en ZIJN MOND DICHTHOUDEN, vooral als er een krijtje met een rotgang aankomt, dank u.

 

*****

 

Dit weekend hebben we in gezinsverband 'Oorlog en Vrede' gekeken (Tolstoj).  Een kleine zes uur.  Het ging over, heu oorlog en ook wel vrede, maar ook liefde, doodgaan, chantage, onmogelijke liefde, kuiperijen, overspel, listen, bedrog en geslachtsziekten. Het leven zoals het is, tiens.

En over Napoleon. 

Omdat ik in de voormiddag een lange duurloop had afgewerkt en in de namiddag de haag had gesnoeid, ben ik slechts een keer of 14 in slaap gevallen tijdens de film.  Elke keer ik wakker werd, was er weer een verse batterij Russen aan het kussen of met zwaarden aan het zwaaien of beide zaken tegelijk.  Ik snapte er de ballen van.

Ik kreeg het wel zwaar op mijn heupen van Andrej.  Die bleef maar zwaargewond leven, een sterfscène van een klein uur.  Ik was bijna zelf naar Moskou gegaan om hem te wurgen om er maar van af te zijn.

 

 

MEDICAL UPDATE

 

Afgelopen weekend was een weekend zonder wedstrijd. 

Dat heeft het beestje niet graag.  Dat heet namelijk falen en is normaal gereserveerd voor mindere goden, zoals daar zijn, voetballers en andere speelvogels.

Vorige donderdag even getest hoe mijn hamstring/bil zou reageren op een inspanning. 

Niet goed dus. 

Een 20-tal minuten gelopen, steeds met pijn.

Zaterdag opnieuw gelopen.  Nu iets meer dan een uur, weer constant met pijn.

Iets mindere pijn, dat wel. 

En op zondag was het niet erger geworden, dus ik kreeg geen bijkomende reactie.  Dat stemde tevreden.  We trekken ons aan elke strohalm op.

Woensdag testen we opnieuw een dik uur, in de hoop dat alles ok is.  Volgend weekend staat er normaal een wedstrijd op het programma, maar mogelijk wordt die ook al geschrapt.

Dat doet het beestje niet graag.

Maar toch deze oproep voor realisme.

Het was uiteindelijk een lang en slopend loopseizoen.  De machinerie begint uiteen te vallen.  We moeten vermijden dat ongemakjes slepende blessures worden.  En nog meer van die goeie voornemens.

Jak.

 

25-09-09

Chappi

Chappi

 

Heb ik al eens iets geschreven over de 20 Km door Brussel ? 

Nu betrap ik me er op dat ik weer met een vraag begin.

Ja, blijkt.

Dan weet u dat de 20 Km door Brussel die mythische status voor een groot stuk ontleent aan de slotklim, de Tervurenlaan.  Tervurenlaan komt trouwens van 'Te vuur en te zwaard', het heeft geen bal uitstaans met Tervuren,

of zo,

denk ik,

of zo zou het toch moeten zijn.

 

De Tervurenlaan.

De Tervurenlaan, waar op adems allerhande wordt getrapt, op tandvlees wordt gezeten, vaten af zijn, het schaap de preut af is, lichten allerhande uitgaan, kloppen van mannen met hamers worden ontvangen. 

Ik hoop dat u begrijpt waar ik heen wil.

Nadat ik een aantal edities van de 20 Km het bovenstaande tot mijn scha en schande aan den lijve moest ondervinden op de Tervurenlaan, kreeg ik de briljante ingeving om te gaan oefenen op het bergop en bergaf lopen. 

Probleem: mijn thuisstad staat voor veel dingen bekend, maar vooral niet om niveauverschillen (qua hoogte dan toch). 

Zo plat als iets. 

Biljartlaken. 

Waterpas.

De enige bultvorming is te vinden in de vorm van de brug over de autostrada E 19, l' Autoroute de la pluie, zeg maar.  Daar togen wij naartoe. 

Het vertrouwen was groot.

Het vertrouwen was misplaatst.

De Tervurenlaan kon zich aan een bolwassing van formaat verwachten.  Korte metten, en wel nu. 

 

*****

 

Met de auto naar deelgemeente Meer.  Parkeren aan de kerk.  Lopen tot aan de brug, een exemplaar zonder op- of afritten.

En dan begon onze Everest-training. 

Van aan de voet van de brug tot het middelpunt is het ongeveer 300 meter.

Hoe gingen we te werk?

De eerste beklimming liepen we tegen een vlot tempo naar boven, en al even fluks naar beneden.  Beneden terugdraaien en opnieuw.

De vijfde beklimming liepen we snel naar boven, dribbelend naar beneden, daarna terug gewone tempo.

De tiende keer moest sneller zijn dan de vijfde.

De vijftiende keer sneller dan de tiende.

De twintigste keer moest de allersnelste zijn.  Ik meen me te herinneren dat  mijn loopmakker Tom nummer 20 op een 50-tal seconden naar boven spurtte.

Redelijk waanzinnige training. 

Grenst aan masochisme.

In totaal klim je 6 km en daal je 6 km, en de aanloopstrook naar de brug was 2 km heen en terug.  Training van 16 km.

Het basiskamp van Everest ligt op ongeveer 5100 meter. 

Klommen wij los voorbij. 

Zonder zuurstofflessen, zonder touwen, niks sherpa's,...

 

*****

 

Waarom liepen we de ganse brug niet over, vraagt de aandachtige lezer (ik zie die triomfantelijke grijns wel op uw betweterig gelaat).

Aha !

Goeie vraag!

Wel, dat hebben we ook eens gedaan, maar dat zijn we héél snel afgeleerd.

 

Aan de andere kant van de brug staat namelijk een boerderij.  En daar hebben ze twee waakhonden rondlopen van het type, heu ..... Gestapo.

Tom en uw dienaar liepen de brug af en de twee honden komen blaffend het erf af.  We waren de mening toegedaan dat de honden niet over de zijweg naast de brug zouden komen, laat staan de talud van de brug op, laat staan achter ons aan, dus begonnen wij ons volledig uit te leven in het arrogant uitdagen van de honden.

Vermits Tom denkt te moeten voetballen én ook nog eens supporter is van Anderlecht  (u merkt het, een ramp komt nooit alleen), kent hij alle truuks van het moderne hooliganisme om tegenstanders te kleineren en uit te dagen. 

We trokken alle registers open, ik bespaar u de details, maar op een gegeven  moment stonden we met onze loopbroekjes naar beneden, voorover gebogen onze blote reet te tonen, onderwijl met de handen de Radetzkymars op de bips roffelend. 

Klonk wel goed, al zeg ik het zelf.

U ziet het beeld wellicht voor u (dat beeld blijft wel hangen, niet?).

Smakelijk is anders.

 

Was het de harige reet van Tom, of die van mij, of het totaalplaatje, ik weet het niet, maar de honden begonnen prompt te huilen als wolven om daarna gezwind de talud van de brug op te stormen.  Achteraf gezien denk ik dat de maankleur van onze reten iets wolfsachtig heeft losgeweekt bij die beesten.

Wilde paniek brak uit in loperskringen.

We hebben het wereldrecord broek optrekken gebroken.  Tom schoot vervolgens weg in een spurt waar een matig gedopeerde Ben Johnson  jaloers op zou zijn (de geur van verbrand rubber van loopschoenen was vaag waarneembaar), mij als een oude diesel aan mijn lot overlatend. 

Zo ken ik hem, nooit een spurt bergop gewonnen, maar mij wel  ijskoud opofferen,  als een soort zoenoffer. 

Ik voelde me hondenvoer. 

Hij liet me achter als was ik een blik Chappi.

 

De honden, genaamd, ik doe een gok Adolf en Heinrich, zagen een oude loper in ademnood de brug opspurten.  Of eerder spartelen.  Tom was inmiddels in geen velden of wegen meer te bespeuren.

Vluchten kon niet meer.

 

*****

 

De twee honden sluipen om me heen, taxerend, grommend, de haren recht in de nek.

Beelden schieten door mijn hoofd. 

Een uitgestrekte vlakte in Centraal-Europa. Roma-zigeuners, de klagende viool van gitane Roby Lakatos, knetterende kampvuren.

Ik draai me om en kijk in woeste, amandelvormige, gele ogen.

Speekselslierten kwijlend van voorpret.

Ik probeer nog snel een afleidingsmanoeuvre:

"Waar is de poes?" 

"Pakt de poes!".

 

Helpt niet.

 

Een verbeten strijd barst los. 

Overal vacht (zij),

scheurend textiel (ik),

blikkerende tanden en gegrom (zij),

gejank (ik),

gekajiet (zij en ik),...

 

Heeft u ooit al eens in een hond gebeten? 

Ik raad het u ten stelligste af. 

Er blijft van alles tussen uw tanden zitten.

 

*****

 

Nawoord: Ooit heb ik een collega-loper kennis laten maken met deze aparte vorm van mishandeling/looptraining.  Nadien werd hij trainer van een voetbalploeg, type: érg veel gezelligheid in de kantine.  Als voorbereiding op het komende voetbalseizoen kreeg hij het briljante idee deze heuveltraining op te nemen in zijn voorbereiding.  Na drie zulke trainingen was de helft van de ploeg in transfer, gestopt of geblesseerd.  De andere helft heeft het hem nooit vergeven.

Voetballers, het blijven watjes...

 

22-09-09

Nazareth

Zondag 20 september, hoofdstuk 1.

 

Vandaag wou ik een gat boren in de muur.  In de lucht zou belachelijk zijn, besef ik nu.

Een gat boren in de muur.  Ik heb zo'n rare aanvallen wel eens meer op een zondag.

Ik probeer de stekker van mijn boormachine in het stopcontact te steken.  Zo'n stopcontact met twee plastic veiligheidsplaatjes in, u kent dat wel.  Om te vermijden dat kinderen iets in het stopcontact kunnen steken, moeten allebei de plaatjes op hetzelfde moment ingedrukt worden, anders gaat de stekker er niet in.

 

De stekker gaat er niet in. 

De stekker gaat er miljaarde niet in.

De kinderen krijgen er niets in, maar ik godverdoemme ook niet.

 

Normale mensen gaan dan met het nodige engelengeduld te werk, behoedzaam, met kennis van zaken.

Ik niet.

Ik word stante pede razend van kolere.

Sta te wrikken en te vloeken.

Plots een ingeving.

Ik ram met mijn hand keihard op de stekker.

 

Stekker gaat er nog altijd niet in. 

Hand doet pijn.

 

Ik heb nu een bloeduitstorting van jewelste op de muis van mijn rechterhand.

Ach, de wonderen der techniek.

 

Kinderbeveiligingen.

Nog zoiets.

Kan ik ook razend van worden.  Van die bussen met chemische brol die met een kinderbeveiliging zijn afgesloten.  Hermetisch.  Je moet tegelijkertijd de dop indrukken en draaien. 

Maar dan met overleg. En een mate van verstand dat ik niet bezit.

Ik druk te hard met als gevolg dat de hals van de bus indeukt.  Nadien lukt het absoluut niet meer om die kadulle bus open te krijgen zoals het hoort. 

Van pure armoede een zaag gebruikt. 

Lukt wel. 

Met het nodige gemors.  Adembenemend gemors.

Toch ook nog de kans gezien om in mijn vingers te zagen. 

Kinderbeveiliging, mijn oor.

 

Toen ik een klein kindje was, een loopwondertje in spe zeg maar,  dan werd er heel anders gedacht over kinderen en veiligheid. Eigenlijk niet gedacht, moet dat zijn.

En wij konden trouwens tegen een stootje.

White Spirit vonden wij lekker, vooral in combinatie met loodhoudende verfresten.

Wanneer bij ons thuis  de elektriciteit uitviel, dan werd er geroepen: "Mark, stop met aan de 'plombs' te likken", waarna enkele onvervalste krachttermen volgden.  En ik met rokende haardos kwam aangekropen.

Plombs, dat zijn trouwens zekeringen, voor zij die nog geen cursus zuidnederlands voor gevorderden hebben doorlopen.

 

*****

 

Zondag 20 september, hoofdstuk twee.

Mist.

Met de fiets richting bakker.  Scheve Katrien, onze hellende kerktoren, laat zich horen.  De beiaard klingelt, maar de toren blijft onzichtbaar, gehuld in een dik mistdeken. 

De mist valt. 

Wanneer ik met mijn ogen knipper, voel ik dat de mist op mijn wimpers is neergeslagen.

 

*****

 

Zondag 20 september, hoofdstuk drie.

De bakker.

Er staat me daar een rij mensen aan te schuiven!

En moest nu iedereen de beleefdheid hebben simpelweg één brood te kopen en het dan af te bollen, maar neen, ze moeten allemaal minstens een lang grof,  een prokorn, een Toscanebrood, een fruitvlaai voor 6 personen zonder crème fraîche, 4 croissants, een mokkabiscuit voor 6 personen, 6 sandwichen, 2 groffe pistolets, 4 kaiserbroodjes, twee broodjes met maanzaad, 4 koffiekoeken met chocolade en pudding, 2 ronde met rozijnen, en zo gaat dat maar door en door en door en door, terwijl het Afrikaanse continent ligt te verhongeren.

Ik moet me dan bedwingen om niet te gillen:

"Is da hier bekan gedaan met die onnozelheid?"

"Kijkt godver eens naar uw gat, is da nog niet dik genoeg misschien?"

Het gat in kwestie kan bronstige mannelijke nijlpaarden op verkeerde ideeën brengen, zeg maar.

 

Maar ik zwijg, want ik heb namelijk een opvoeding genoten.  Een gebrekkige, dat wel, maar toch.

 

En wanneer je denkt dat ze ten lange leste alles hebben, dan volgt meestal:

"En dan nog 250 gram jonge kaas, alstublieft."

 

Daar zakt mijn broek dus helemaal van af. 

Dat zijn van die ontaarde moeders die gedurende de week het verdommen om op een georganiseerde manier  boodschappen te doen, en daar zijn wij nu allemaal het slachtoffer van.

 

*****

Zondag 20 september, hoofdstuk vier.

 

Twijfel was deze week mijn deel. 

Na de puike Monumentenloop van zaterdag 12 september reageerde mijn rechterbil  misnoegd op de geleverde inspanningen.

Behoorlijk pijnlijk. 

Pas op dinsdag kunnen trainen.  Traag lopen, met een zeurende bil.  Donderdag lange duurloop, met alweer een zeurende bil.

Dit is balen. 

Je weet dat de lappenmand niet ver af is.

Zaterdag koppig een kilometer getest, plus een paar nijdige sprintjes van telkens een hondertal meter, om te controleren hoe de bil op dit soort belasting reageert.

Redelijk, was het verdict.

 

Zondag. 

De pijn is weg.

Maar hoe weg is weg.

Want wij lopers weten het allemaal. 

Mirakels bestaan niet. 

De eerste die broden kan vermenigvuldigen, mag het hier eens komen voordoen, dan moet ik tenminste niet meer eindeloos staan aanschuiven bij de bakker op zondag.

 

Zondag.

De vrienden van het Wezels Omslagpunt organiseren hun eerste Natuurloop.  Keuze uit 8 km of 10 Engelse Mijl.  Ik was zedelijk verplicht om hier mijn opwachting te maken.

Met toch wat schrik in het hart, vertrokken richting Wuustwezel.

De zon was inmiddels doorgebroken, de start van een mooie herfstdag.

 

Inschrijven, omkleden, opwarmen.

De opkomst is bedroevend.  Voor beide afstanden samen, hoogstens een vijftigtal deelnemers. Jammer, want de organisatie en locatie zijn perfect.

Start.

We schieten weg, over weiland en dreven.  De eerste kilometer is onverhard, geaccidenteerd parcours.  Een klein groepje deelnemers van de 8 km, en Bart M, de latere winnaar van de 10 Mijl, lopen meteen een kleine voorsprong bijeen.  Ik nestel me voorzichtig in een volgende groepje. 

Tussen kilometer 1 en 2 is het voornamelijk asfalt, tussen de weilanden.  Het is hier van belang positie te kiezen, want er is toch wat wind. 

Vanaf kilometer twee gooit de omloop alle troefkaarten op tafel.  We lopen door de 'konijnepijp', een stukje motorcrossparcours met twee springbergen, korte stijle bergjes in los zand.  Daarna slingeren we door het bos, waarbij bochtjes van 300° niet geschuwd worden.  In het bos nog een loodzware strook.  Kort draaien en vervolgens een nijdige helling op, en opnieuw naar beneden.  Dit doet pijn.

Dan links een onverharde dreef in, vervolgens links het asfalt op en zo naar de startzone.

We moeten 4 ronden afleggen, in totaal 6 km asfalt en 10 km zand, dreven en bosgrond.  Geaccidenteerd parcours, wat resulteerde in toch enkele valpartijen, zonder veel erg gelukkig.

Wat erger is, is dat ik vanaf kilometer 3 mijn bil voel opspelen. 

Alarm.

De mentale last is groot.  Je zit jezelf constant af te vragen of het erger wordt of niet.  Je vreest ook dat er iets definitief zal knappen.  Dit soort besognes kan je missen als kiespijn.  Je beseft ook dat je nu schade aan het oplopen bent.

Inmiddels loop ik op positie 4 op de tien mijl, zo wordt me gemeld.

Na twee ronden speel ik met het idee om op te geven.  Maar zo'n mooie positie opgeven, is niet gemakkelijk.  Ik besluit nog een ronde door te bijten.

De derde ronde wordt ik bijgehaald door een loper, ik loop nu vijfde.  Het tempo zit er nog altijd in.

En ook tijdens de laatste ronde komt er nog iemand over.

Zesde plaats dus algemeen, in mijn leeftijdscategorie ben ik tweede (veteranen). De tijd is bedroevend, 1u6min en een paar seconden.  De laatste kilometers heb ik het tempo serieus laten zakken, realisme voor de hamstring, maar ook omdat er geen achtervolgers meer dichtbij zaten.

Tweede veteraan.

En laat er nu een apart podium annex huldiging zijn voor de veteranen.  Met bijbehorende blonde podiummiss. 

Drie kussen.

Mijn hamstring doet al helemaal geen pijn meer.

Of toch wel.

 

Maandag.

Slecht geslapen deze nacht.  Een paar keer wakker geweest en bij het rondwoelen voelde ik al dat alarmfase 2 moest afgekondigd worden voor mijn bil.  Stappen is moeilijk, trap af gaat wel, trap op is pijnlijk. 

Mirakels bestaan niet.

Eens op gang, gaat het wel iets beter, maar ik heb toch maar de wijze beslissing genomen om mijn medicijnman, wonderdoktoor Tom B., op te vorderen.  Vanavond om 18 u zal mijn fraaie bilpartij door Tom worden bepoteld.  Nieuwe avonturen in het verschiet.  Nog net een zwembroek opgedoken, ja zo hoog zit de pijnlijke spot.

 

Maandag

Ik ben net terug van Tom B.

Ik denk dat hij dit weekend de film 'De SM-rechter' heeft gezien.

Miljaar.

Ik moest eerst bukken voor mijn vriend de fysiotherapeutische kinesist.  En ja hoor, de oorzaak van mijn probleem zat in een geblokkeerde rechterheup.  Die draaide niet mee, waardoor de hamstring van de rechterbil extra druk/spanning moest verwerken.

Ik heb u eerder al eens deelgenoot gemaakt hoe pijnlijk die manuele therapie is.  Nu wist ik wat me te wachten stond en kon ik heel stoer als een echte vent....

.....neen, dat is gelogen....

ik heb gejankt als een speenvarken dat levend werd gevild.  Alles bijeen gebruld.  Alle goden aangeroepen.  De wachtkamer liep op 20 seconden helemaal leeg.

 

Na de behandeling merk je meteen het verschil.  De spanning is een stuk minder. Volgens mijn medicijnman en parttime halfgod Tom mag ik dra de training hervatten.  De verdere wedstrijdplanning komt geeneens in het gedrang.  Volgend weekend is wedstrijdloos, maar in oktober staan er nog een drietal op de kalender, alvorens ik in een lange winterslaap van duurlopen ga.

 

Dinsdag 22 september.

Een geradbraakt, maar herboren man.  De pijn is quasi weg.  Nog ietwat gevoelige hamstring, dat wel, maar peanuts vergeleken met gisteren.

Ik vlieg mijn ladderke op, want de garage zit om een opruimbeurt verlegen.

 

De bel gaat.

Typisch.

Elk jaar, op het moment dat ik ga werken, gaat exact op dat moment de bel.

Jeezes.

Ladderke af.

 


*****

 

Er staat een verwaaid figuur voor de deur.

Hij vraagt me of ik geloof.

Ik zeg: "Ja, ik geloof.  Ik geloof namelijk ..... dat ik nu een kop koffie ga drinken.  Goesting in een koffieke?"

Alles is beter dan werken, me dunkt.

Ik vraag wie hij is en waar hij vandaan komt.

"Jezus, van Nazareth", antwoordt hij.

"Ach, Nazareth, dat ligt toch vlak bij Deinze", zeg ik, "ik heb daar ooit eens een platte band gereden."

Plots merk ik dat mijn rare gast een wonde in de handen heeft.

Ik zeg: "Wat ist, ook een gat proberen boren?"

Hij kijkt me raar aan.

"Ja, ik zeg altijd, beter een gat in uw hand, dan een hand in uw gat."

Hij kijkt me nog raarder aan.

Het is behoorlijk moeilijk de conversatie gaande te houden.

Ik vraag wat hij doet voor de kost.

"Mirakels", antwoordt hij.

Ja, zo zijn ze wel, de mirakelmakers.  Net wanneer mijn heupstand terug ok is, dan staan ze voor de deur.

"En wat voor mirakels?", vraag ik hem. 

Ik dacht het zal wel iets met een goedkoop abonnement voor een GSM te maken hebben, of zo.

"Over water lopen, en zo van die dingen", antwoordt hij.

Ik kijk naar zijn voeten.

"Dat zal niet makkelijk zijn, want ik zie dat er een paar gaten in uw voeten staan.  Gij kunt echt niet met een boor overweg, hé."

18-09-09

Richard Gere

Richard Gere

 

Ik loop.  Dus ik ben.

Vrij naar Descartes.

 

Weekdagen loop ik op voormiddagen, zaterdag in de namiddag.

In de zwoele zomermaanden, durf ik mijn lange duurloop wel eens na 20 uur afwerken, profiterend van het feit dat de duisternis later invalt. 

Dat geeft toch een heel andere beleving. 

De duisternis valt langzaam in, de kleuren vervagen en het wordt koeler.

 

Duurloop na 20 uur. 

Dat geeft wel eens wrijvingen in de diverse planningen. 

 

Zo durft mijn vrouw op zwoele avonden wel eens opperen dat er andere activiteiten dienen ontplooid te worden.  Ik ken inmiddels uw vunzige inborst, vandaar enige verduidelijking: ik bedoel hiermee bijvoorbeeld het in gezinsverband bekijken van een film. 

Genre: een 'bleitfilm'. 

Mijn vrouw is iemand die niet te koop loopt met haar emoties, maar dan gaan alle sluizen open.  Dijkbreuk.

Een bleitfilm dus.

 

Sta me toe vast te stellen dat ik samen met Richard Gere oud ben geworden.  Waren we allebei nog jong en dartel ten tijde van 'An Officer and a Gentleman', dan is het mij opgevallen dat Richard toch wel oud is geworden in 'Nights in Rodanthe'. 

En grijs. 

En moet ik tevens vaststellen dat ik er nog altijd heel patent uit zie.  Moest Richard Gere lopen, dan zou hij wellicht ook nog altijd, zoals ondergetekende, een mooie,  jonge oppergod zijn. 

Eigen schuld, dikke bult.

 

*****

 

Samen op de bank een film bekijken.  Een soort verplicht nummer.

Collega-lopers vertellen me dat zulke Flairachtige verzuchtingen wel eens vaker een wrange streep door de loopplanning hebben getrokken.

 

Ik ben er om u te dienen, ik ben een barmhartige Samaritaan, dus heb ik een oplossing voor u uitgedokterd, perfide dat wel, maar uiterst efficiënt.

 

*****

 

Ga als volgt te werk.

U start de film met Richard Gere om half negen.

Neem het aan van deze professional, maar omstreeks half tien is Richard Gere aan het kussen (of erger) met de blonde stoot van dienst. 

Garanti op factuur. 

Daar kun je je klok op gelijk zetten. 

En dan doorprik ik dat magische moment met volgende opmerking:

"Lap, half tien, en het is weer van dat.  Grad op de muile!"

Zijn ze daar al aan toe rond kwart na negen, dan zeg ik:

"Amai, ze zijn er vroeg bij vandaag!"

 

Werkt altijd. 

En dan mag ik meestal beschikken.

Uw dienaar mag gaan lopen.

 

*****

 

Mijn vrouw kijkt ook naar CSI in al zijn varianten. 

Ze heeft een macabere voorkeur voor alle facetten van moorden.  Soit, het zij zo (toch maar uitkijken bij het volgende dispuut).

Om daar onderuit te geraken, heb ik me de gewoonte aangekweekt telkens er een politiewagen in beeld komt, het geluid van een sirene te imiteren. 

Hard en schel.

Of als het spannend wordt in donkere bossen, het geluid van een uil na te bootsen.

OEHOEH, OEHOEH!!!

Nu ja, u weet wel wat ik bedoel.

 

Die series stoppen ook altijd met een zwart beeld, waarop bijvoorbeeld de volgende tekst verschijnt:

 

Executive Producer

Jerry Bruckheimer

 

Ik probeer dat moment te voorspellen.

Elke keer er een zwart beeld verschijnt (en die zwarte breaks zijn veelvuldig omdat de Amerikaanse TV-markt véél meer reclameblokken inlast), brul ik:

"Executive"

en vervolgens

"Jerryyyyyyyyyyyyyyyy."

 

Wordt ze compleet gestoord van. 

En dan kan ik beschikken. 

Uw dienaar mag gaan lopen.

 

*****

Baantjer?

Ik fluit alle solo's van Toots Thielemans mee. 

Tot desnoods het servies barst.

 

*****

 

Helaas werkte dat laatste aanstekelijk.

Kind 2 zag wel wat in de muzikale inspanningen die ik leverde.  En wou dolgraag zijn steentje bijdragen.

Wanneer Kind 2 een steentje wil bijdragen, vooral in zaken die zich zo ver mogelijk buiten de schoolse sfeer situeren, dan gaat hij daar erg ver in. 

Dan mag je gerust gewag maken van een lawine aan bijgedragen steentjes.

 

 

Kind 2 had een kazou geïmproviseerd met een kam en zilverpapier en begon enthousiast mee te fepen met alles wat bewoog op TV. 

Maar dan ook werkelijk met alles. 

Zelfs het weerbericht werd van een erg schrille soundtrack voorzien.

 

Daar hadden we niet op gerekend.  We werden hier gewoon van het podium gespeeld.

 

*****

 

Mijn vrouw is kordaat.  

In woord en daad. 

 

Hoe zal ik het beschrijven?

Stel dat mijn vrouw de plaats van Barack Obama zou innemen. 

Stel.

Een maand later, wat zeg ik, een half uurtje later zouden ze in het Midden-Oosten wel anders piepen.

De naft hoogstens nog 1 eurocent per liter. 

Schurkenstaten zouden pootjes komen geven. 

"Aai, hij is braaf, ja hij is braaf..."

 

Bart De Wever mag altijd bellen als hij de Walen in het gareel wil krijgen.  Binnen de maand hebben ze allemaal werk en spreken ze vlekkeloos Nederlands.

Dan moet hij zich niet meer belachelijk zitten maken in 'De Slimste Mens'.

Zelfs de Koninklijke Familie zou een verstaanbare variant van het Nederlands spreken.  Zo zou het klinken:

"Het Spaanse graan van tante Fabiola heeft de orkaan doorstaan."

 

Als mijn vrouw selectieheer van de Rode Duivels zou worden, dan zouden we ons alsnog plaatsen voor het WK, zelfs wanneer we al met mathematische zekerheid uitgeschakeld zouden zijn.  Sterker nog, binnen de maand zou Cristiano Ronaldo op eigen verzoek tot Belg genaturaliseerd zijn (een tiental andere namen volgen nog). 

We zouden een keer of zes op rij wereldkampioen worden en telkens Oranje verpletteren.

 

Stel dat mijn vrouw zou voetballen.  En dat Witsel een tackle zou overwegen. 

't Zou zijn beste dag niet zijn. 

Kletsen op de blote poep!  En in den hoek!  En geen zakgeld!

 

En het begrotingstekort, vraagt u?

U bent er me toch eentje.

Binnen de 10 minuten lost mijn vrouw dat op; daar draait ze haar hand niet eens voor om.  En niet halfslachtig zoals Mathot:

"Wel het is vanzelf gekomen, het zal vanzelf wel weggaan."

 

 

 

Erg kordaat dus.

Kam en zilverpapier verdwenen. 

Kind 2 blies verongelijkt de aftocht.

Geluidloos.

 

Uw dienaar MOEST gaan lopen...

15-09-09

De platte kat

Zaterdag 12 september

 

Vorselaar, de Monumentenloop.

Ook een vaste afspraak op onze loopagenda. 

Vorselaar.  De benaming Monumentenloop is goed gekozen.  De loop doet zijn naam alle eer aan.  Op de website van de Kasteellopers kan u het allemaal haarfijn uitpluizen.  De wedstrijd loopt langs een ganse lijst geklasseerde gebouwen, watermolens, kapellekes, een kasteel.    Indrukwekkend !

Nooit iets van gezien, echter.

Dat is logisch, want als je een wedstrijd aan het lopen bent, dan heb je voor weinig andere zaken aandacht. 

De eerste kilometers vlieg je als een raket, voortgestuwd op pure adrenaline.  Enkel het tempo, samenstelling der groepjes, hartslag en tactische positionering verdienen aandacht. 

Eens je op kruissnelheid zit, is het chrono bewaken, kijken wie hoe ver voor of achter je zit, nadert of ineenstort. 

Tegen het einde van de wedstrijd ben je kapot en sleep je je voort als een zombie.  Zintuiglijke prikkels komen niet meer op bestemming, laat staan dat ze betekenisvol zouden zijn of enige reactie zouden kunnen uitlokken. 

Ik durf er mijn kop op te verwedden dat ik, wanneer ik compleet stuk zit op het einde van een zware wedstrijd, niet eens zou merken dat Paris Hilton in haar  fraaie blote reet langs de kant van de weg zou staan, uitnodigende hand- en spandiensten aanbiedend. 

Nu ja, ik weet niet. 

Misschien zou ik dat wel zien.

Hoe langer ik er over nadenk, hoe meer ik ...

Neen, ik ....

 

Ik kom er niet uit. 

Daarom stel ik bij deze voor dat we dit dilemma nu eens en voorgoed uit de wereld helpen. 

Proefondervindelijk. 

Dus dames, u krijgt van mij officieel de toelating om bij een volgende wedstrijd naakt in de berm te gaan staan en dan kunnen we dit punt van discussie tot ieders genoegdoening uitklaren.

 

Nu ja, ik weet niet.

Bezint eer ge begint.

 

We moeten wel vermijden dat de eerste de beste kamerolifant naakt in de berm van de volgende loopwedstrijd gaat staan.  Het moet uiteindelijk voor iedereen smakelijk blijven en het originele uitgangspunt van het experiment  was de fraaie reet van Paris Hilton.  We gaan niet zomaar beginnen afzwakken.  Kwaliteitscontrole blijft een belangrijk aandachtspunt.

Dus denk ik dat we beter een soort voorronde à la X-Factor gaan houden waarin dames een beknopt CV insturen, met begeleidende handgeschreven motiverende brief (probeer thema's als 'wereldvrede', 'honger' en 'later iets doen in de media' te vermijden), uiteraard een foto in bikini ingesloten. 

Ik vrees dat we ons door een lading blondines zullen moeten werken,  dus vandaar enige verduidelijking: 'foto in bikini' wil niet zeggen dat de foto in een bikini moet gewurmd worden, maar dat HET MODEL OP DE FOTO EEN BIKINI MOET DRAGEN. 

Bij nader inzien: laat dat CV en die brief maar zitten, de foto kan hier ruimschoots volstaan. 

Met de snelheid dat ik voorbij schiet, zit een interessant gesprek er toch niet in.  En het ging om visuele prikkeling, dus.

 

Nu ja, ik weet niet.

Bezint eer ge begint, ad secundum.

 

Ik denk ineens aan iets.  Moeten we geen kritische bovengrens qua aantal naakte vrouwen in de berm van de loopwedstrijd overwegen?  Ik wil maar zeggen, overdaad heeft ook zo zijn nadelen.

 

Vergelijk het met een kat.

 

Een kat wordt overreden door een auto.

Resultaat: een platte kat.

Hoe meer auto's er over de kat rijden, hoe platter ze wordt.

 

Overdaad schaadt.

Dus aantal is belangrijk. 

 

Stel dat er één naakte vrouw in de berm staat.  Goed mogelijk dat je dat moment mist. 

Dat kan. 

Je kijkt even op je horloge en 'whoopie' (zoals Wickmayer zou zeggen), het moment is weg. 

Maar als je er 5000 in de kant zet, tja dan moet je al wel héél veel keren op je horloge kijken om ze allemaal te missen.

Die platte kat van daarnet doet me trouwens denken aan een ander verhaal.  Ik was met twee vrienden een pint aan het pakken in café Huppeldepup.  Plots merk ik dat mijn twee vrienden absoluut geen aandacht meer hebben voor mijn nochtans onwaarschijnlijk geestig verhaal en dat ze als gebiologeerd naar een dame, gezeten op een barkruk, bleven staren.  De dame in kwestie had bij het bestijgen van de barkruk, hoe druk ik dit beleefd uit, de benen à la Sharon Stone in Basic Instinct geopend, daarbij een volle inkijk gunnend op haar sliploze doos.  Ik had niks gezien, mijn maten natuurlijk weer wel.  Nadien hebben we nog uuuuuren als 3 idioten zitten staren, niks meer gezien.

Waar waren we? 

Ach ja, aantal is dus belangrijk.

Anderzijds is 5000 ongetwijfeld overdreven veel, dan krijg je toch een soort gewenning en is je experiment compleet om zeep.  Daarnaast moet je incalculeren: hoeveel meisjes gaan er een verkoudheid oplopen? 

Maar dat terzijde.

Want ja, 5000, komaan zeg.

Neen, wat denken we van 15? En dat in  verspreide slagorde in de laatste vijf kilometer? 

Dan kan de atleet er al eens eentje missen omwille van raadpleging hartslagmeter/horloge. 

Dan kan er desgewenst ook al eens eentje op de manier van de kat worden plat gereden, geen probleem.

U kan uw kandidatuur kwijt in een simpele mail, of neen, laat maar.  Ik zie al op tegen het werk.  Maar als u spontaan de aandrang zou voelen om u, in al uw puurheid, op te stellen in de berm, laat u door mij vooral niet ontmoedigen.

 

*****

 

Ik heb dat wel meer tegenwoordig.  Dat ik wilde plannen maak en net op het moment dat ik er aan wil beginnen, écht kordaat wil invliegen, tja, dan overvalt me zo'n soort moedeloosheid, waarop ik prompt mijn boor weer opberg.

Of mijn slijpschijf.

Of mijn vlakschuurmachine.

Hola, dat heeft dan ook weer zijn voordelen.

Ten eerste slijp ik niet in mijn vingers, wat een geweldige besparing aan medische kosten met zich meebrengt.  Plus natuurlijk dat je al je vingers nog hebt.  Een oog kwijtspelen kun je ook maar twee keer, dan is het op.

Ten tweede gaan die apparaten niet kapot.  Want een apparaat dat af staat, gaat per definitie niet kapot.  Of misschien wel, maar hoe zou je het in godsnaam te weten komen; zolang je er maar met je fikken afblijft, gaat niets kapot.

Verder blijf je plannen hebben, want wat is een man zonder plan?  Als je ze realiseert, dan ben je ze kwijt. 

Zo had u het wellicht nog niet bekeken. 

Ik ben er om u te helpen....

 

Allemaal voordelen die voortkomen uit luiheid. 

Ik vind dat echt een onderschatte eigenschap, luiheid. 

Je moet dat kunnen cultiveren.  Ik ben daar erg goed in. 

Dat heeft bittere opofferingen gekost, ik geef dat grif toe, maar ik heb het wél gedaan. 

Mijn vrouw kan erg goed werken met een vlakschuurmachine, trouwens.  En wie ben ik om te proberen dat beter te doen.  Ik ben niet die onbeschofte macho die zijn vrouw zit te corrigeren, neen ik laat haar alles zelf ontdekken. 

Je moet een mens wel wat krediet geven, ze in hun waardigheid erkennen, iedereen heeft uiteindelijk toch behoefte aan erkenning, toch?

 

*****

 

Ik wil toch nog even terugkomen op die platgereden kat van daarstraks.  Ze zeggen toch dat een kat altijd op zijn pootjes landt. 

Daar klopt dus niks van. 

Vlak voor mijn deur werd een kat plat gereden, enkele weken geleden.  Ruim de tijd genomen om een en ander eens grondig te bestuderen.  De pootjes van die platgereden kat lagen op dezelfde hoogte als haar platte kop, zo'n 4 millimeter boven het asfalt, samen met de prut, darmen en ingewanden. 

Zélf gezien.

 

*****

 

God ja, ik heb een wedstrijd gelopen dit weekend, dat was ik al bijna vergeten.

 

Vorselaar.

De Monumentenloop.

14 km op een uitdagende omloop.  Afwisselende ondergrond, veel kort bochtenwerk en de wind was ook weer present.

De start, samen met de deelnemers van de 28 km, was gecontroleerd snel.  De groep werd snel op een lint getrokken, het was zoeken naar brede schouders om de wind te ontlopen.  Kilometer 1 na 3min 30 sec., dat is de laatste tijd gewoonte geworden.  Ik loop constant vlak in de rug van een zekere Gaston D.  Overnemen zou kunnen, maar ik vond het raadzaam dat niet te doen, in de hoop zo lang mogelijk mee te kunnen met deze loper. Een derde man volgt in mijn spoor.

Even degoutant doen.  U moet weten dat op het niveau waar uw dienaar loopt, de spoeling al wat dunnetjes wordt.  Zoveel lopers zijn er niet meer om bij aan te pikken, als je ze überhaupt al kan volgen.

Vandaar deze tactiek.  Zo lang mogelijk aanklampen, in feite zo lang mogelijk boven mijn niveau lopen, daar wordt een mens taai van. 

En moe.

Kilometer 3 na 11 minuten, 3min 40 per kilometer. We hebben de heren die aan 15 km/uur lopen al op 1 minuut gelopen.  Nu gaan we verder proberen uitdiepen. 

Makkelijker gezegd dan gedaan.

Kilometer 4 en ik haal bekenden in.  De marathon doet drie ronden op ditzelfde parcours.  Een handvol lopers van AVN lopen hier een verstandige race.  We groeten hen, ik krijg aanmoedigingen, en we vliegen ze voorbij.

De derde loper moet langzaam lossen.

En dan spreekt dat duiveltje weer in mijn kop.  Ik weet dat wanneer ik nu naar de kop schuif, de derde loper de doodsteek krijgt.  Ik begin mee te werken.  Dat zal ik me nog beklagen.

Kilometer 5: 18 min 50 seconden.  1min 10 voorsprong op het schema.

Kilometer 6: ik moet mijn haas laten gaan.  Een kleine inzinking.

Kilometer 7: onder de 27 minuten.  Ik heb nog steeds een dikke minuut op schema.  Loper drie komt terug bij mij en laat me ter plaatse.

Kilometer 8: ik voel dat mijn kuiten opgepompt zijn.  Ik kijk naar beneden en merk dat ik mijn compressiekousen van Herzog vergeten ben op te trekken in de startzone.  Stom!  Ik beslis na lang wikken en wegen te stoppen en het euvel te verhelpen.  Dit vergt een handvol kostbare seconden.

Kilometer 10: 39min 12 seconden.  De stop heeft me wat seconden gekost, maar de kuiten zijn terug relatief ok.  Ik beweer niet dat de kousen het verschil maken, maar toch...

De laatste 4 kilometer herpak ik me een beetje, en verlies relatief weinig seconden op het ideale schema.

Finish: 55 minuten en 35 seconden.  Ik hou 25 seconden over op schema. 

Weer zitten we boven 15 km/uur.

Goed voor een 10de plaats op 176 deelnemers.  Ter vergelijk: vorig jaar was ik hier 30ste en 2 min 25 seconden trager.

Koeken en een handdoek/washandje als beloning.

Mark is moe.

 

En op zondag is het schaderapport toch redelijk groot: linkerhiel nog maar eens pijnlijk, een dof zeurende pijn in de onderrug, geblokkeerde kuiten en wat me nog het meest zorgen baart: rechterbeen binnenkant bil helemaal bovenaan doffe pijn.  Ik stap moeilijk en kan bijvoorbeeld geen trapbeweging maken (been naar voor zwaaien).

Dinsdagochtend duurloop van een uurtje, traag, zeer traag.  Pijnlijke kuiten, maar toch een klein lichtpuntje: de bil werd niet erger. 

Donderdag opnieuw lopen. 

Dan beslissen we hoe het weekend er zal uitzien, misschien moeten we noodgedwongen wel een wedstrijd schrappen. 

Dju.

On verra.

11-09-09

Blücher godverdomme

Blücher godverdomme.

 

Ik heb het thuis nogal mogen uitleggen. 

Moeder de vrouw was niet goed gezind. 

En of de tuin ooit nog helemaal in orde komt, blijft ook een open vraag.  En de buren konden er ook al niet mee lachen.  Het glasbedrijf dan weer wel, want er zijn door de luchtverplaatsing nogal wat ruiten gesneuveld.  Ik moet zeggen dat mijn mannetje van de verzekering toch ook wat bleekjes wegtrok, toen hij zag wat ik bedoelde met een beetje randschade.

 

Waar zal ik eens beginnen?

Zaterdagochtend kreeg ik telefoon.  Iemand zei me dat Napoleon in mijn thuisstad langskwam.

Ik antwoordde met een kwinkslag: "Doet em nen goeie dag van mij, en als hij bij ons in de buurt is, mag hij altijd een pint komen drinken". 

En ik legde de hoorn glimlachend in.  Ten minste, ik duwde op dat rode knopje van de GSM, want de hoorn, dat klinkt nu toch wat raar.  Kaap Hoorn, ja dat klinkt wel.  Maar de hoorn van de telefoon, dat klinkt alsof er koeien mee gemoeid zijn. 

We wijken af.

 

Napoleon dus.

Een uurtje later horen we een fanfare.  Bij ons in de straat.  Je denkt dan spontaan: "ha, er is een jubilée".  Een echtpaar haalt 60 jaar huwelijk.  Dat is redelijk uitzonderlijk, vooral met dezelfde partner. 

We wijken af.

 

Een rare fanfare, in behoorlijk gekke kledij.  En ze stoppen pal voor onze deur.  Ik kan nog net Kind 2 bij de lurven grijpen, want hij was al op weg met de oude trompet van wijlen mijn grootvader langs moeders kant, om een bijzonder valse bijdrage te gaan leveren in de muzikale uitspattingen aan de voordeur. 

 

Tussen haakjes, die trompet gebruiken wij trouwens voor 2 dingen. 

Ten eerste om Kind 2 te roepen voor het eten als hij 'extra muros' is. 

"Koooomen eeeeeteeeeen", maar dan in trompetgeluid.  Onze buren kennen dat ook al.  Als de trompet weerklinkt, krijgen de buren het water al in de mond, Pavlov zeg maar.

En ten tweede gebruiken we die trompet om bizarre olifantengeluiden te produceren telkens de Rode Duivels een goal scoren in een belangrijk tornooi.  Dat is inmiddels ook alweer een paar decennia geleden.  Onze buren kennen die functie niet.

We wijken af.

 

De fanfaremeester sprak ons aan in ratelend Frans.  Omdat de buren er inmiddels bij stonden, deden we alsof we dat verstonden.

 

slaghoogstraten 024

 

"Eh oui, bien sûr et patati et patata, soyez le bienvenue.  Merci et join de culasse", wist ik te antwoorden, onderwijl de buren aankijkend in de hoop een bewonderende blik te krijgen voor zoveel talenkennis.  Noppes.

Wat ik had uitgekraamd bleek in elk geval voor de fanfare wel het teken om prompt onze tuin binnen te marcheren.

Ik kijk in de verblufte ogen van mijn vrouw. 

"Weette gij hier iets van?", vraag ik haar in paniek.

"Bwa, neen", antwoordt ze.

 

*****

 

Even later weer volk aan de deur. 

En elke keer moet ik van mijn ladderke komen.  U moet weten dat we het halleke aan het schilderen zijn. 

Ten minste, mijn vrouw. 

Neen, we schilderen mijn vrouw niet. 

Mijn vrouw schildert het halleke. 

En ik moet het voorbereidende schuur- en afplakwerk doen.  Dat kan ik qua technisch vernuft, mits enige bijsturing, nog net aan. 

We wijken af.

Wéér van dat ladderke.

 

*****

 

Nu staat er zowaar een heel leger voor de deur.

slaghoogstraten 050

 

Fransen.  Infanterie.  Een man of 50. 8ste linie, dacht ik.  Gesalueer. 

En hopla, den hof in. 

Waar inmiddels een zoemende bedrijvigheid aan de gang is. Kampvuurtjes worden aangelegd, de geur van verse koffie prikkelt de neusgaten. 

Tentharingen worden in de grond geklopt.  Wat heeft een haring met een tent te maken? 

We wijken af.

Ladderke op. 

 

*****

 

Paardenhoeven op de straat.  Ik weet al hoe laat het is. 

Ladderke af. 

Cavalerie.  Dragonders of kurassiers, ik wil er van af zijn. 

Tuinslang gegeven, want die beesten hadden dorst.  De paarden ook.  Het gehinnik is niet van de lucht. 

Inmiddels merk ik dat er ook Pruisen zijn aangeland en een paar verdwaalde kozakken.  En die hadden al serieus aan de wodka gezeten. 

slaghoogstraten 027

 

Ladderke op. 

 

*****

 

Een geratel van jewelste op straat. 

Ladderke af. 

De vrouw zucht eens diep, trekt de voordeur open en daar staat 'la Grande Batterie' zowaar op de stoep.  Artillerie.  Een kanon of tien, dat kan nog net naast het tuinhuis.

bivakrenesse 004

 

En zo kabbelde de dag verder, terwijl de legers van de Napoleontische oorlogen onze tuin inpalmden.

 

U moet weten dat wij in een residentiële wijk van onze thuisstad wonen. 

U moet zich daar niets speciaals bij voorstellen, een bescheiden optrekje van een paar duizend m² bewoonbare oppervlakte, hoogstens.  Maar toch, als mijn kadastraal inkomen wordt aangepast, dan heerst er direct onrust op de beurs. 

We hebben een eerder kleine tuin (je moet dat uiteindelijk ook allemaal proper houden) van, ruwweg geschat, een 34 hectare, waterpartijen, vennen en schorren niet meegeteld.  Ooit heeft men overwogen om een editie van Parijs-Dakar in onze tuin te organiseren, maar er was een klein probleempje met de bouwvergunning van de replica op ware grootte van de Eifeltoren. 

Dus niet overdreven groot, onze tuin. 

Van de landmeter die ik in 1993 heb ingehuurd om een en ander eens in kaart te brengen, heeft niemand nog iets vernomen, een sporadische rookpluim in de verte niet te na gesproken.

We wijken af.

 

*****

 

Enfin, de verzamelde legers leefden allemaal vreedzaam samen in onze tuin.  Het was een gelach, een getetter en een wapengekletter...  Kinderen liepen kriskras doorheen het kamp.  Het was schoon om te zien.

De WC zat inmiddels al wel verstopt, maar dat kon de pret niet drukken.

 

*****

 

Maar zoals altijd komt er ergens een kink in de kabel. 

Een kink in de vorm van Kind 2. 

We hadden geen rekening gehouden met de factor kind 2.

Kind 2 had zich bij de Generale Staf binnengesmoesd en had daar de harten gestolen van de verzamelde ijzervreters.  Hij had de hoed van Napoleon in bruikleen gekregen en de vest van Blucher, de sabel van Wellington. 

Dat hadden ze beter gelaten. 

Kind 2 heeft namelijk een ongebreidelde fantasie (dat heeft hij geërfd van mijn vrouw).

Waterloocavalerie 068

 

Op eBay heb ik een paar jaar geleden een steenoude kaart gekocht met daarop de opstellingen van de legers aan de vooravond van de Slag van Waterloo.

Dat de kleine Keizer (nu heb ik het niet over Kind 2 maar wel over Napoleon), die slag had verloren was iets wat Kind 2 nog niet had verteerd.  In zijn ogen zag ik iets wat er op wees dat vandaag dé dag van de revanche was.

 

Kind 2 besteeg een paard (nu bleek tot mijn vreugde dat die dure paardrijlessen nog gingen renderen ook), en had nauwelijks 10 minuten nodig om de licht benevelde Pruisen richting Wortel te laten afmarcheren. 

Wellington en de zijnen zaten bij buurvrouw Maria achter de GFT-bak verscholen.

Kind 2 had met de Generale Staf, de Keizerlijke Garde en de Artillerie  erg strategisch de zone achter onze composthoop ingenomen.  Van daaruit stuurde hij 'la Grande Armée'. 

Wij wisten al hoe laat het was.  Hier kwam hommeles van.  Wellington, the Iron Duke,  had geen schijn van kans. Saillant detail: de kanonnen, waarvan wij dachten dat die niet meededen, stonden met de loop in de richting van het huis van de notaris.

 

*****

 

Schuin tegenover ons, in een bescheiden optrekje vergeleken met het onze, woont mijnheer de notaris.  Zijn huis wordt bewaakt door een alarmsysteem.  Wij vermoeden dat dit alarmsysteem een superkoopje was bij den Aldi.  Bij nacht en ontij gaat het af.  Daar worden wij razend van.  Vooral bij Kind 2, dat zijn nachtrust nodig heeft, ten minste als hij niet bezig is met online gaming, stond nog een rekening open.  Maar niet lang meer, zo zou blijken.

We wijken af.

 

*****

 

De vijandelijkheden werden geopend. 

Jérôme vanop de linkerflank richting tuinhuis, maar dat werd zwaar verdedigd door de Schotten, the Royal Scots Greys.  Ik hoor mij nog roepen dat ze met hun fikken van mijn hakselaar moeten blijven, maar dat ging verloren in het eerste salvo van 'la Grande Batterie'.  En dan denk je dat dubbel glas iets kan hebben.  Neen dus.

En dat van die Schotten, dat klopt.  Ze hebben niks aan onder die kilts.

waterloo4 015

 

Inmiddels had de Jonge Garde centraal de aanval ingezet, maar de Britse Cavalerie had ze terug gedrongen.  De Franse Cavalerie deed een tegenstoot, wat meteen het einde betekende voor mijn zorgvuldig gemillimetreerde gazon. 

Maarschalk Ney had inmiddels de zone rond mijn fontein veroverd.  4 buxussen om zeep, maar liefst. Fransozen!  Ney heeft niet lang van zijn moment de gloire kunnen genieten.  Omdat hij in zijn enthousiasme een paar lavendelstruiken had vertrappeld, heeft mijn vrouw Ney nog persoonlijk van zijn paard en aan zijn oren getrokken.

Enfin, nog ontelbare salvo's later, kwam de Oude Garde eindelijk in beweging.  Niets te vroeg, want mijn vrouw en ik wilden eigenlijk gaan slapen.  Studio 1 was inmiddels al enige tijd gedaan en naar die herhalingen van het Nieuws blijft een mens ook niet kijken.

De Garde liep zich vast en stelde zich op in een laatste carré.  'Le garde meurt', u weet wel, 'mais ne se rend pas'.  Generaal Cambronne voelde de bui al hangen.  Ze gingen weer verliezen.

Aan de kim van Wortel verschenen tot overmaat van ramp de Pruisen. 

"Blücher godverdomme", hoor ik Kind 2 zeggen. 

Maar hij roept naar de troepen: "Grouchy is daar, Grouchy is daar". 

De Keizerlijke Garde herpakt zich even. 

Maar toch lijkt de nederlaag onafwendbaar. 

Maar dan blijkt het onmiskenbare genie van Kind 2, want hij trekt zijn laatste troefkaart en belt de flikken.  Blücher en zijn Pruisische reserves worden nog in Wortel klem gereden.  Promilles à volonté.

 

Mijn vrouw en uw dienaar hingen uit de velux te kijken naar de warboel, tot tranen toe bewogen omdat Kind 2 dit alles in goede banen had weten te leiden.  We waren weer liefdevol ruzie aan het maken van welke kant van de familie Kind 2 dit soort genialiteit geërfd had, toen we plots van de sokken werden geblazen door een oorverdovende explosie.

Kind 2 had de reserve voorraad zwart kruit aangewend om onze composthoop op te blazen.  Een tsunami van verrot fruit, gistende gazon, fermenterende groenten, wormen en rottend vlees vloog in een vloedgolf over de troepen van Wellington, maar helaas ook tot in de voortuin en op de dikke Mercedes van mijnheer de Notaris.  De luchtverplaatsing had ook alle ramen in een straal van 4 kilometer rond onze woonst doen sneuvelen en, uiteraard, het alarm van mijnheer de notaris doen afgaan.

Volgens mijn vrouw heeft Kind 2 deze talenten geërfd van mijn familie.

 

*****

 

Deze ochtend, ik sta net terug op mijn ladderke, gaat de deurbel.

Ladderke af.

Deur open.

Staat er een verwilderd figuur voor mijn neus.  Robinson Crusoe.  Een baard van een paar jaar, lompen als kleding. Brabbelde wartaal over kannibalenstammen.

Iemand een landmeter nodig?

 

08-09-09

Allelujah

Allelujah

 

Zondag 6 september

ACB jogging te Beerse.  AC staat voor Atletiek Club, maar waar zou die B in godsnaam voor staan?  Iemand een idee?

September wordt een zware maand qua wedstrijden.  Elk weekend valt er wel een mooie wedstrijd te betwisten. 

Normaal gesproken zou ik zaterdag aan de start staan van de Pierenloop te Ravels, maar dat strookte niet met de planning van huisgenoten, dus uitgeweken naar zondag en naar Beerse, voor een wedstrijd over 12 km.  Ravels is een wedstrijd over 10 mijl, nu dus 4 km minder, misschien niet eens zo'n slechte zaak, gezien de drukke wedstrijdkalender in het verschiet.

 

Zo klonk de optimistische opening van de kroniek.  Had ik vorige week al geschreven.

Nu de rauwe realiteit.  Niet panikeren, geen blessure, maar moe, doodmoe, helemaal uitgewoond, helemaal stuk, ik ben op.  Moe.

Vorige week was loodzwaar: meer dan 16 km aan wedstrijdtempo, gas helemaal open.  En dan nog eens in totaal 54 trainingskilometers.  Om het af te toppen met een wedstrijd op zondag.

En nu op maandag zijn de benen leeg, zwaar.  Mijn rug speelt ook op, stramme bilspieren, zelfs mijn voetzolen doen pijn.  De hiel van mijn linkervoet  is ook weer  een pijnpunt.  Dat heb ik de laatste weken elke keer na een wedstrijd, ik vrees dat dit me één van de volgende weken parten gaat spelen.

Deze week gaan we het rustig aan doen, woensdag een lange duurloop en voor de rest niks, noppes.  Zaterdag zal alles wel geheeld zijn en de batterijen weer op zenith.

En hoe verging het me te Beerse?

Goeie vraag.

Weinig volk voor de 12 km, 22 finishers.  Marc B. uit Wuustwezel was er, maar hij ging aan duurlooptempo lopen.  Dré B. ging voluit gaan op de 6 km (34 deelnemers).  En ik ging voor een snelle 12 km.  Nog eens proberen om onder de  kaap van 4 minuten per kilometer te lopen.

 

*****

 

Start en meteen worden alle registers open getrokken.   Er ontstaat een kopgroep van een man of zes.  De rest valt als vliegen.  Niet verwonderlijk als je weet dat km 1 wordt afgelegd op 3 min 20 sec, dat is tegen 18 km per uur.  Ik besef dat dit tempo me zuur gaat opbreken en ik laat me uitzakken tot een volgend groepje, waar voornamelijk lopers zitten die de 6 km (2 ronden) lopen.

Kilometer 2 is aanzienlijk trager, 3m 50s, maar dat is nog altijd vlot boven de 15 km/uur. Even op adem komen in dit groepje.   Ik merk dat Dré B. uit de kopgroep valt.  Ik zet me op kop van de achtervolgende groep en loop tot bij Dré.  Dat ik meteen een paar van zijn concurrenten meebreng, zal hem wel niet echt plezieren.

De wind is spelbreker.  En dan wordt er tactisch gelopen.  Ik draai een straathoek om en krijg de wind pal op kop.  Ik ga naar links en vertraag wat, als signaal dat iemand anders de kop moet pakken, maar het treintje gaat mooi mee naar links, waarop ik nogmaals naar links ga en ostentatief vertraag.  Dré pakt met een grimas de kop over. 

Kilometer 3, we zijn 11 minuten onderweg, gemiddeld dus 3 min 40 sec per kilometer. Wat heeft me in godsnaam weer maar eens bezield?  Waarom loop ik als een kip zonder kop het gat op Dré dicht, om daarna weer maar eens aan de kop te liggen sleuren.  Nog 3 ronden te gaan.

Ronde 2, bekertje water over het hoofd, een tweede om wat te drinken.  Het lange stuk windop, ik blijf over met een loper van ACRijkevorsel, ook een Marc B.  We bundelen de krachten en wisselen het labeur op kop af.  Zo houden we Dré B. en een jongeman in blauw shirt achter ons.  Maar dit begint (nu al) pijn te doen.  Ik piloteer Marc B. naar een derde plaats op de 6 km.  Doortocht op 6 km,  net onder de 23 minuten.  Er zit duidelijk al wat slijtage op.

Ronde 3 val ik alleen.  En de wind blaast ongenadig je tempo stuk.  Ik begin de achterste regionen van de wedstrijd te dubbelen.  Toch iets om naar uit te kijken.  Ronde 3 gaat behoorlijk goed.  Ik kom door rond 34 min 50. Dré staat langs de kant en roept me toe dat ik in derde positie loop.

Kilometer 10 op 38 min 47 sec, dat weet ik nog perfect, want dat verbaasde me toch.  Uiteindelijk finish ik op 47 min en 27 sec., derde plaats, 3 min 57 per kilometer, 15,174 km/uur.

 

Nog wat uitlopen.

 

*****

 

PODIUM,  joechei !!! 

The bronze medal goes to het loopwonder.

Luc Van de Sande uit Muizen won, hij kreeg een trofee en een biermand. 

En wat hebben we gewonnen, Pierre?

Voor de rest van het podium/deelnemersveld was er het lotje van de tombola.  Ik had nr 277, wat goed was voor een paar witte tennissokken, een vijftal maten te groot. 

EINDELIJK !

Dat is toch wat een mens absoluut nodig heeft.  Een paar witte tennissokken, 5 maten te groot.

Hoe heb ik al die tijd kunnen leven zonder een paar witte tennissokken, 5 maten te groot?

Mijn leven was tot op heden niet compleet.  Ik miste iets.  Er was een soort knagend ongenoegen, dat onderhuids woedde.  Ik kon er de vinger niet op leggen, ik kon het niet benoemen, maar ik was geen volwaardig mens.  Er ontbrak iets.  Iets fundamenteels.

En zondag te Beerse heb ik het licht gezien.  Wat ik miste was een paar witte tennissokken, 5 maten te groot.  Allelujah!

ALLELUJAH, NONDEDJU !

En mijn collega's hebben me gesmeekt of ze hun prijs konden ruilen voor mijn paar witte tennissokken, 5 maten te groot.  Maar ik wist wel beter.  U denkt toch niet dat ik mijn paar witte tennissokken, 5 maten te groot, zou inruilen voor prullaria allerlei. 

Ik fier als een gieter naar huis.

Als een kat die een dode muis voor de voeten van het baasje komt leggen, pronk ik met mijn paar witte tennissokken, 5 maten te groot.  Mijn vrouw kijkt me aan, een blik die ik op eenvoudig verzoek zou beschrijven als 'boordevol medelijden'.

In de kromming van haar opgetrokken rechterwenkbrauw lees ik: "Dat is dus wat een volwassen man meebrengt als vergoeding wanneer hij zichzelf helemaal uit de naad heeft gelopen."

Ze zegt langs haar neus weg: "Wat denk je daar mee te gaan doen?"

Ik zeg: "Aandoen, mét sandalen."

Het gegil was vijf straten verder te horen.  Waarna een preek volgde over welk schoeisel wél en not done was, met scherpe kritiek op mijn paar witte tennissokken, vijf maten te groot, kritiek die me als een mes in het hart trof. 

Ik probeer opnieuw: "Als tombolaprijs weggeven."

Ze bekeek me met een schuin oog: "Wie wil nu zo ne brol?"

Ik besef dat mijn nederlaag totaal is, dat mijn witte tennissokken, vijf maten te groot, geen genade kennen in de alziende ogen van mijn vrouw.

"Steekt ze maar in de zak van de te recycleren kleding", zegt mijn vrouw, in al haar wijsheid en ervaring.

"Ja, schat", bleek het enige  juiste antwoord.

Ik neem afscheid van mijn witte tennissokken, vijf maten te groot. 

In de gang kijken mijn sandalen me verwijtend aan.  Lafaard, lijken ze me toe te roepen.

Ik keer op mijn schreden terug, sluip naar de zak van spullenhulp en smokkel mijn witte tennissokken, vijf maten te groot, terug het huis binnen.  Een snode daad van verzet.

We zien wel.

 

_________________________

Mag ik trouwens uw aandacht vragen voor het volgende woord: tennissokken.  Nu ik bovenstaande kroniek herlees, is het blijkbaar niet de eerste keer dat ik dit woord tik, misschien is het u ook opgevallen.  Tennissokken, meer bepaald witte, desnoods 5 maten te groot, dat is nu even onbelangrijk in dit bijkomende betoog, maar tennissokken, u moet dat eens op uw klavier van uw PC tikken. 

Is het u opgevallen? 

Ja?  Ja?  Ja?

Ritme? Kadans?

Medeklinker, klinker, dubbele medeklinker, klinker,

dubbele medeklinker, klinker, dubbele medeklinker,

klinker, en ten slotte medeklinker. 

Of als u wil:  M K M M K M M K M M K M

HAHA !

Perfecte symmetrie!

Het geoefend oog en oor ziet en hoort overeenkomsten met  'De Do Do Do De Da Da Da' van The Police, maar er was een do en helaas ook een da te veel. 

Neen, de échte betekenis van dit raadsel moest dieper gezocht worden. 

Denk, Mark, denk.

Ritme, ritme, ritme. 

Baslijnen. 

Zet de puntjes op de i. 

Lijnen en punten.

Het begon me te dagen.

Ik heb er me toch nog een dik uur over moeten buigen, maar toen kwam de aap uit de mouw, of uit de witte tennissokken, zo u wil,  desnoods vijf maten te groot.  Als je bovenstaande reeks omzet in Morse-code door gebruik te maken van de dichotomische tabel, dan krijg je een boodschap in het Moldaafs, die zo onwaarschijnlijk vettig is, dat ik ze hier helaas niet kan publiceren.

Toeval bestaat niet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

04-09-09

James Bond

James Bond

 

September. 

De scholen openen de deuren. 

Eindelijk. 

Wat een verademing! 

Kind 2 is een vakantiekind. 

Kind 2 is nu dus op het oorlogspad.  En hij neemt geen gevangenen.

Kind 2 vindt school niet echt iets voor hem.  Dat is ook wel zo, maar wij hebben ook graag af en toe een beetje vakantie.

Geen gemaar dus, boekentas op de rug en per fiets naar school. 

Om een volgende generatie leraars versneld aan een burn-out te helpen. 

Wij hebben een vakantie lang gezwoegd aan de opvoeding van Kind 2, met erg matig succes overigens, nu mogen anderen er de tanden op stuk bijten.

Wij zullen desnoods als zoenoffer inmiddels de kamer  van Kind 2 opruimen.  Met explosieven zullen wij ons toegang tot zijn kamer verschaffen, waarna we gewapend met helmen en houwelen de klus zullen klaren.  Voor afvoer puin werden containers en bobcat al besteld.

 

Bericht aan het lerarenkorps van Kind 2.

Veel succes gewenst, beste lerarenkorps, de strijd met Kind 2 zal u nieuwe inzichten opleveren.  Qua bloed onder de nagels uit pesten kent Kind 2 namelijk zijn gelijke niet.  Verwacht u aan een hele resem nieuwe practical jokes (kijk goed uit vooraleer u gaat zitten, controleer krijt en bord op deugdelijkheid, deurklinken kunnen vreemde substanties bevatten). Wij voelen met u mee.

Ga vooral niet, ik herhaal, ga vooral niet in discussie met Kind 2, u verliest het op alle fronten.  U kan zich enkel 'en plein public' belachelijk maken. 

Een gouden stelregel bij ons thuis is: Kind 2 heeft altijd gelijk, mijn vrouw trouwens ook.  Ik, tja, heu .... soms.

 

Beste leraars, Kind 2 zal u wegwijs maken hoe en wanneer er wat moet gebeuren. 

Beschouw Kind 2 als 'The Godfather' van uw school, kniel en kus de ring aan zijn pink.  Zo maakt u een waterkans om te overleven, zij het een geringe.

Of heeft u liever een afgesneden paardenkop in uw bed, of  wenst u dat uw auto in een pakje van 50cm op 50 cm geperst aan uw garagedeur wordt afgeleverd?

Als ik u één tip mag geven, beste lerarenkorps, dan is het wel deze: kies de weg van de minste weerstand en geef Kind 2 alles wat het vraagt.  U zal merken dat de dag minder lang zal duren.  Dat hebben wij zelf proefondervindelijk kunnen vaststellen.

 

*****

 

Deze week moest ik ergens mijn identiteitskaart voorleggen.  De juffrouw achter het loket had de fijngevoeligheid om bij het bekijken van mijn pasfoto spontaan in lachen uit te barsten. 

Vrij ontnuchterend was dat.

Temeer omdat ze nu zelf ook niet bepaald, hoe zal ik het zeggen, badpakkenspecialmateriaal was.

Maar goed.

Oordeelt u zelf.

 

ik

......

JA, ALS JULLIE NU OOK NOG ZO NODIG IN EEN LACHKRAMP MOETEN SCHIETEN, DAN HOU IK ER HIER EN NU MEE OP....

Hoor ik nog besmuikt gegniffel?

Hou daar onmiddellijk mee op, .....,  ja maar, hoe is dat in godsnaam mogelijk.

Hoor ik u nog?

 

Ik moet toegeven dat de foto op mijn identiteitskaart mij niet bepaald flatteert.   En voor die pasfoto heb ik nog betaald ook.  Mijn advocaat zag er in elk geval een vette kluif in en is een procedure ten gronde begonnen om een forse schadevergoeding te krijgen.

Een zwartwitfoto geeft toch altijd het effect van een goed gestoffeerd strafblad.  Geef toe, met die foto kan je succesvol solliciteren bij  misdaadkartels.

 

*****

 

Was ik vroeger een mooie, blonde oppergod, dan heeft de tand des tijds inmiddels al behoorlijk aan mij geknaagd.

Walvorming onder de ogen.  En rimpels aan de ogen.  Bij sommige heren geeft dat een zekere vorm van sérieux, een air van ervaring en wijsheid. 

Bij mij is het helaas enkel slijtage.

 

Dan mijn haren.

Eerst begon mijn haarlijn te wijken.  Dat is een eufemisme voor het bij bosjes deserteren van de blonde lokken.  Daarna begon de overschot grijs te worden.  Werkelijk alle mogelijkheden tot sabotage werden uitgeput.

 

Nu ja, een doorschijnende haarcoupe heeft ook z'n voordelen. 

Ik heb bijvoorbeeld nooit een föhn nodig, zelfs nauwelijks een handdoek.

En als het regent op mijn kop, dan hoor ik dat zelfs!

Tot zover de luttele voordelen.

 

*****

 

Schoonheid is erg relatief. 

Dat weten we allemaal.

En laat u vooral niets wijs maken: als iemand tegen u zegt dat échte schoonheid vooral van binnen zit, dan wil dat gewoon zeggen dat u lelijk bent. 

Een karakterkop = lelijk.

Hij heeft iets = lelijk.

Wijlen mijn vader wist het zo uit te drukken: alles wat een vent qua schoonheid beter scoort dan een aap, is puur winst.  Voilà.

Nu ja, ik heb inmiddels al genoeg met collega-lopers onder de douche gestaan om in te kunnen schatten dat er weinig aantrekkelijks is aan een blote man.  Er wiebelt van alles.  En in de wiebelende aanhangsels bestaat werkelijk een ongekende diversiteit. 

Ik merk plots dat ik nu de aandacht van de dames wel heb. 

Groot, klein, dik, dun, krom, érg krom, besneden, in de natuur komt het allemaal voor.  

Er wiebelt dus van alles en overal groeit er haar. En overal waar er haar groeit, wordt er gezweet.  En dat moet zonodig ook nog eens een geurtje hebben. 

Nu ik bovenstaande herlees, vraag ik me plots af waar ik in godsnaam over bezig ben.  Dat ik ooit nog een lofzang op het mannelijk geslachtsdeel zou schrijven kon ik niet bevroeden, hoe diep kan een mens zakken?

 

Weet u trouwens hoe u kunt inschatten of een/uw man overgewicht heeft?

Laat hem naakt op en neer springen.  Er mag maar één zone van zijn lichaam apart op en neer wippen.  Vanaf twee of meer zit het fout.

 

Mannen worden mooier naarmate ze meer kleding dragen, bij vrouwen is dat niet noodzakelijk zo.

Doet me trouwens denken aan een andere anecdote.  Als sponsor van een evenement mocht ik een protserige receptie bijwonen.  Mijn vrouw wist me uit mijn loopschoenen en jeans te praten én in een degelijk paar schoenen en een volledig stijlvol driedelig kostuum.  Stijlvol, toch zolang het op de kapstok hing.

Ik zag er uit als James Bond. 

Bond, James Bond.

Licence to kill.

Ik bewoog me tussen de (zelfverklaarde) jetset van mijn thuisstad.  Industriëlen, Captains of Industry, Chief Executive Officers, politici en andere omhoog gevallen visitekaartjes.

En ik dus, James Bond. 

De gewichtige gesprekken gingen over van alles en nog wat,  maar vooral over mijn hoofd heen.  Tot plots burgemeester Van Aperen het woord tot me richt.

 

Hij zei:

 

"Ober, kan jij hier nog iets te drinken brengen?"

 

Shaken, not stirred.

*****

 

Mannen en schoonheid. 

Neen dus.

Maar laat ons wel wezen: zo lang je als man méér haar op je borst hebt dan je vrouw, zit alles nog snor.  Over snorren zullen we het bij gelegenheid ook nog eens hebben.

 

IMG_1001

 

Ik hoop dat u niet te erg geschrokken bent.

Had ik u moeten waarschuwen?

.....

IS DAT NU GODVER BIJNA GEDAAN MET DAT GELACH!!!!

MAAR ENFIN, FIJNGEVOELIGHEID IS UW STERKSTE KANT NIET, BLIJKBAAR !!!

Hoor ik nog besmuikt gegniffel?

Hou daar onmiddellijk mee op, .....,  ja maar, hoe is dat in godsnaam mogelijk.

Hoor ik u nog?

.....

 

Ik weet het, fraai is anders.

Dit lijkt wel Frankenstein, the return.

In werkelijkheid ziet u hier uw dienaar, nadat de beste pijlen allang verschoten zijn.  Een vermoeide atleet, net na de finish. 

Zoeken naar adem. 

10 mijl op de dagteller, Landlopersjogging te Wortel.

De fotografe heeft veel talent, maar zelfs fotoshop kon de meubelen niet meer redden. 

 

*****

 

Als u nu denkt dat de tijd op u geen noemenswaardige vat heeft gehad, dan suggereer ik dat u even uw rijbewijs opdiept uit uw portefeuille.

Kijk naar de foto.

I rest my case.

 

rijbewijs