02-07-10

Einstein brain

Einstein brain.

 

 

Woensdagochtend gaan lopen.

Derde duurloop op rij in helse weersomstandigheden. 

Heet. 

En de stralingswarmte komt uit de grond.

Zware benen en de ademhaling verliep moeizaam.  Het was een gevecht vanaf de eerste meter.

En het vochtverlies was immens.

Mijn tong voelde aan als een uitgedroogde schoenzool en was totaal verkleefd met mijn mondholte. 

En terwijl ik door het losse zand ploegde, zag ik in de verte, aan de horizon die trilde van de warmte, een flikkerende neonreclame. 

 

TROPICAL BAR

 

Miljaar, een bar!

Een bar met ijsgekoelde bruisende drankjes vol doorschijnende ijsblokjes,  en frivole parmantig rondhuppelende serveuses met al even doorschijnende bloesjes...

Allen daarheen!

Naar de drankjes, welteverstaan...

Maar hoewel ik me de pleuris liep, bleef de bar ver buiten mijn bereik.

Fata Morgana.

En hier en daar een kameel.

Het zand staat in brand!

 

*****

 

In de beschutting van het bladerdek gaat het nog een beetje, maar eens in de greep van de zon, die hete koperen ploert, loopt de temperatuur nog extra op.

Mijn shirt kleeft aan mijn lijf.  Zweetdruppels vallen van mijn neus.  En wanneer  ik een brokkenpiloot-vliegje uit mijn oog wil verwijderen, veeg ik het zout van mijn zweet in mijn oog.

Dat prikt.

 

Pijn.

Fijn.

Pijn hangt onlosmakelijk samen met het afstandslopen, denk ik.

Nu, volgens de vakpers, mag je als loper pijnsignalen niet negeren. 

Als dat al zo is, dan had ik sinds 1996 geen meter meer gelopen.

Ofwel heb ik een lage pijndrempel, dat kan ook.

 

*****

 

Volgens mijn vrouw toch.

Nu ja, mijn vrouw is op dat gebied wel een expert en een ervaringsdeskundige. 

Zodra iemand zich kwetst in een straal van 50 meter van mijn vrouw, dan is ze op een paar seconden ter plekke om bijstand te verlenen.

Daarbij laat ze zich niet snel van haar stuk brengen.

Zo heb ik ooit eens een stuk van mijn arm gezaagd, waarbij ik bloedend als een rund en bleek als een blad papier het huis kwam binnen zwijmelen, net niet flauw vallend van het bloedverlies.

 

Ten minste, dat is mijn versie van de feiten.

 

Mijn vrouw zag hoogstens een relatief potige snee in één van mijn vingers.  Ontsmetten, plakkerke, klaar.

Ze gaf geen kik.

Als Richard Gere een probleempje heeft in een film, dan rollen de tranen over haar wangen.

Als ik bijna lig dood te bloeden, ben ik een kleinzerige aansteller.

 

*****

 

Ja, als vent maak je geen schijn van een kans.  Zodra je over pijn begint op te scheppen, loop je met je neus tegen de bevallingsmuur aan.

"Jij weet niet wat pijn is tot je een kind ter wereld hebt gebracht!"

 

Pas op, toen mijn vrouw van Kind 1 is bevallen, behield ze haar cool.  En Kind 1 ter wereld brengen was geen sinecure.

Ik voel het soms nog!

 

En ik werd ook helemaal uit het lood geslagen door wat er zich in de arbeidskamer naast de onze afspeelde.

In de arbeidskamer naast de onze lag me daar een aanstaande moeder te BRULLEN in barensweeën! 

De ene oerkreet nog vervaarlijker dan de andere! 

Ik werd er groen rond de neus van.

En zenuwachtig.

En die mevrouw was ook nog eens razend op God en klein pierke. 

Op de gynaecoloog die dat vervloekte kind er niet uit wou rukken én op haar man, die het kind, en dat is technisch gesproken correct, er in had gestoken.  En dan volgden er nog wat koosnaampjes, zoals:

 

KLOOTZAK!

HUFTER!

 

Heel gezellig allemaal.

 

Mijn vrouw knipoogde relaxt naar mij en informeerde, terwijl ze verveeld de Flair aan het uitpluizen was, nog eens nonchalant naar het aantal centimeters opening.

Ik had geen vouwmeter bij.

Ik wou me ook nuttig maken en assisteren bij het bevallen.  Mijn vrouw had daar niet écht behoefte aan, maar stond dan toch toe dat ik haar schouders tijdens het persen zou ondersteunen.

Na de eerste persbeurt heeft ze me die hulp alsnog verboden.  Omdat ik zo fors tekeer ging, vreesde ze dat ik haar los de tafel zou afduwen...

Verdere details bespaar ik u, maar nadat ik een keer of drie was flauwgevallen, en twee keer had overgegeven in de nek van de gynaecoloog, bleek ik de trotse vader van Kind 1 te zijn.

 

Kind 1 was een kloeke baby. 

Zo kloek dat we Kind 1  amper in dat kleine ziekenhuisbedje kregen.  Ik meen me te herinneren dat we Kind 1 dubbelgeplooid er in hebben gelegd en dan met dat glazen deksel maar wat hebben aangedrukt om alles er in te krijgen.

 

Kind 2 was een ander paar mouwen (nu nog altijd, in feite). 

De geboorte verliep zo mogelijk nog vlotter.  Ik ben hoogstens 2 keer flauwgevallen en er stond nu een speciaal bakje waarin ik kon overgeven.

 

 

Het blijft toch iets barbaars, neen?

We hebben designmeubelen en muziekinstallaties van B&O, allemaal stijlvol, maar bevallen heeft toch iets weg van de betere beenhouwerij, neen?

 

Kind 2 was ook een kloeke baby, maar had dan weer een érg groot hoofd.

Het hoofd van Kind 2 was zelfs zo groot dat het buiten de  statistieken en tabellen van de folders van  'Kind en Gezin' viel.

Ik zo trots als wat, want in een groot hoofd is plaats voor grote hersenen. 

Ik zag het al voor mij. 

De Nobelprijzen zouden zich opstapelen.

Einstein brain!

Inmiddels is alles in de plooi der juiste verhoudingen gevallen.

En Nobelprijzen, neen, voorlopig nog niet.

 

*****

 

Pijn is natuurlijk relatief.

En soms enkel tussen de oren.

Ik geloof dat graag.

Maar niet als het over MIJN pijn gaat.

Want die is echt.

 

Zo heb ik ooit een niersteen uitgepist.  Geen kassei, neen, iets minuscuuls wellicht, maar het leek toch wel alsof ze een roodgloeiende pook in mijn lid inbrachten. 

De hel is hoogstens een uit de hand gelopen barbecue, vergeleken met die pijn.

 

Ik was 's avonds gaan lopen.

Ik had een douche gepakt.

Na de douche voel ik de aandrang om te gaan plassen.

Toilet.

En wanneer ik begin te plassen, voel ik iets in mijn buik verschuiven, gevolgd door een HELSE pijn.

De straal stopt.

 

Wat ben ik hier in 's hemelsnaam allemaal aan het neertikken????  Kom er bij zitten, doe alsof u thuis bent.  Er ligt nog wel een trappistje koud.  Neen, pak maar.  Koekje, iemand?

 

Enfin, de straal stopt.

Helse pijn.

En wanneer ik onderweg ben naar mijn vrouw, val ik neer op de keukenvloer.

Theatraal.

 

Hoe zal ik het beschrijven?

Heeft u ooit de film Platoon gezien?  Die eindscène waarin Dafoe wordt neergeschoten en theatraal.....

 

.................weet u, ik zal even een afbeelding invoegen.

 

platoon

 

Zo stort ik dus ter aarde in mijn keuken.

Nu ja, niet letterlijk ter  aarde , er liggen wel vloertegels.

Dus, zo stort ik ter vloertegels in mijn keuken.

 

En ik roep met de laatste adem die ik kan vinden, mijn vrouw.

 

*****

 

Mijn vrouw zit op dat moment TV te kijken.  Iets in de trant van CSI. 

Ze hoort me roepen:

 

"Schat, kom eens!"

Ze denkt:

 

"Godver, hij is weer maar eens een handdoek vergeten.  Dat hij zijn plan trekt!"

 

Ik roep opnieuw, overtuigd dat mijn laatste seconden op deze aardkloot  aangebroken zijn.

 

"Schat, ik sterf!"


Denkt u de vibrato in de stem er even zelf bij?

 

Ze roept:

"Kan je dat sterven uitstellen tot de volgende reclameblok?"

 

*****

 

Neen, tegen barensweeën kunnen wij mannen niets inbrengen.

 

Trouwens, we ledigen de kelk maar helemaal.

Dus ik lig te sterven op de keukenvloer.  Mijn vrouw komt binnen en ziet dat het toch wel iets ernstiger is dan een vergeten handdoek.

 

Dokter gekomen, injectie gekregen.

En ik moest voor het slapengaan  nog 4 liter water drinken.

Vier.

VIER!

Op ongeveer twee uur tijd.

Twee.

TWEE!

 

Met pinten bier lukt dat, met water is het alsof je verzuipt.

En tijdens de nacht een slordige zevenentwintig keer opgestaan om te gaan pissen.  Telkens met de hemelse schrik dat er nog zoiets zou gebeuren.

 

Ik moest nadien voor verder onderzoek mijn urine van 24 uur verzamelen in een gigantische plastic fles.  Geweldig interessant om met zo'n immense, klotsende kuip geel vocht je beurt te zitten afwachten in de wachtzaal van het ziekenhuis.

 

En dan was er nog dat spijtige incident toen die kuip uit mijn handen glipte, maar dat verhaal vertel ik u bij gelegenheid nog wel eens.

Qua schandelijke familieverhalen kan dit volstaan, dacht ik zo.

 

*****

 

En wat schaft de pot dit weekend?

Ach ja, de stratenloop in Rijkevorsel, om en bij de 11 km (hoewel op de website te lezen staat dat het nu écht 10 km is, op een nieuwe omloop).

De messen worden gewet!

We gaan de strijd aan met zovele bekenden, die weer maar eens het fatsoen niet zullen kunnen opbrengen om mij te laten winnen.

Lafaards!

En de weerman voorspelt een helse bakoven.  Zij die de marathon/halve marathon lopen, wens ik bij deze veel sterkte.

Nu ja, op de 10 kilometer zullen we ook niet bepaald lange mouwen nodig hebben.

Hoe het me vorig jaar verging in Rijkevorsel, dat leest u hier.

Hoe het me dit jaar vergaat in Rijkevorsel, dat leest u ook hier, maar dan iets later.

29-06-10

Pappie loop toch niet zo snel

Pappie loop toch niet zo snel

 

Zomer!

Hittegolf!

Vakantie!

Kind 2 is geslaagd!

Tot ieders verbijstering!

Barbaarse bacchanalen barsten los...

Mojito

 

Heeft u een secondje?

Ik moet namelijk even corrigerend optreden.

 

 

HOU DAAR ONMIDDELLIJK MEE OP!!!!

 

 

Kind 2 heeft namelijk mijn vuvuzela wéér maar eens gepikt en hangt uit het dakraam de buurt te terroriseren met zijn getoeter.

Ja, ik geef het toe.  Ik heb me een vuvuzela aangeschaft.

Eerst was ik er nog wat tegen.  Tegen de vuvuzela, maar nu ben ik overstag gegaan.

 

Ik heb inderdaad helaas moeten vaststellen dat voetbal kijken op TV een marteling is geworden door het constante gezoem van duizenden vuvuzela's.

MAAR het wordt wél draaglijk als je zélf keihard mee zit te toeten in de zetel. 

If you can't beat them, join them.

 

En vermits mijn vrouw niet zo voetbalminded is, vul ik de zetels van mijn modeste living met slechte vrienden. 

Vrienden met een eigen vuvuzela. 

En omdat mijn vriendenkring enkel uit lopers bestaat, is er aan longinhoud geen gebrek. 

Van vuvuzela spelen krijgt een mens dorst.

En, ja het is zo,  na een Jupiler of 12 per kop, kan het geoefende oor  in het gevuvuzela zelfs onvermoede harmonieën herkennen.

Bij momenten een vleugje Sergej Rachmaninov en zelfs een snifje Armand Preud'homme.

 

Oefening baart kunst!

Een waarheid als een, heu...

Heum...

Godver, ik kan er niet opkomen.

Een waarheid als een ....

 

Enfin.

Oefening baart dus kunst.

Vandaar dat we elke voetbalmatch van het WK uitzitten, zelfs Ghana tegen weet ik veel.  En we zijn er al héél sterk in geworden, in de vuvuzela.

 

Mijn vrouw 'begs to differ'. 

 

Zij vindt dat elke liedje dat we vuvuzelen hetzelfde klinkt, namelijk als een mug die op het punt staat plat gemept te worden, maar dan VEEL TE LUID.

 

Maar we laten ons niet ontmoedigen door die eenzame criticaster en overwegen zelfs een cd op te nemen met vuvuzela-versies van de allergrootste  klassiekers der lage landen, dingen zoals:

'k Heb hele grote bloemkolen (Van Duin),

Hij was maar een clown (Ben Cramer),

Met de vlam in de pijp (Henk Wijngaard),

Mexico, Mexiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiicooooooooooooo (Zangeres Zonder Naam)

Pappie, loop toch niet zo snel (Herman Van Keken).

 

Vooral dit laatste lied bespeelt de gevoelige snaar. Zij het op een erg hardhandige manier.

Eens we dit nummer hadden ingezet, raakten we in die mate in vervoering dat we niet eens hadden gemerkt dat Engeland serieus bestolen werd door het  scheidsrechtelijk trio. 

En, op de keper beschouwd (keper doelman), in feite valt een niet toegekend doelpunt compleet in het niet bij de stortvloed aan dramatische voorvallen die in dit levenslied worden bezongen.

 

 

 

Lees, zing, vuvuzela en huil!!!!!

 

De liefde tussen haar en mij leek over
't Was voor beiden beter dat ik weg zou gaan
Ik keek nog even om halverwege het station
'k Zag m'n dochtertje ze vloog achter me aan, ze snikte


Refrein:

Pappie loop toch niet zo snel
Pappie loop toch niet zo snel
Loop wat zachter, toe
Want ik ben al zo moe
Pappie loop toch niet zo snel

 

Geef maar toe dat u zat te huilen. 

Mijn gemoed schoot in elk geval ook weer vol. 

Snik.

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat een loper door nota bene zijn bloedeigen dochter  (ik heb het schuldige mormel trouwens in vetjes geschreven en onderlijnd) wordt aangemaand om niet zo snel te lopen. 

Emotionele chantage noemen we dat. 

Als Pappie wil lopen, laat hem dan!

Het gaat hier wel over de meest edele der sporten en dan komt er een of ander verwend nest van een dochter wat zeuren dat Pappie niet zo snel mag lopen!

Het lef!

 

Werkelijk een schrijnend lied.  Ik ben er helemaal slecht van.

 

Waarschuwing tussendoor: waarde supporters van het loopwonder: laat het refrein u vooral niet inspireren voor de opmaak van één of andere denigrerende spandoek, vooral niet!

 

Wat is dat afgrijselijk zeurend lawaai op de achtergrond?

 

........

........

 

Godver, Kind 2 is weer met mijn vuvuzela aan de haal.

 

HELABA,  DAT HEEFT GELD GEKOST !!!

 

Nu moet ik toegeven dat  ik vroeger al wijd en zijd bekend stond voor mijn muzikale kwaliteiten.  Toch wijd en zijd in en rond onze garage.

In onze garage repeteerde namelijk mijn rockbandje.  Merkwaardig veel lawaai geproduceerd (we spreken hier van de tijd toen gehoorbeschadiging nog een onbekend fenomeen was).

 

*****

 

Enfin, afgelopen weekend hebben we geen wedstrijd gelopen.  En gezien de temperaturen die werden opgetekend, was dat niet onverstandig.

Zaterdag een lange, verstikkende duurloop afgewerkt op mijn vaste parcours.

Het zweet gutste van mijn lijf.  En de beestjes lustten er wel pap van.  Dus werd het een ware martelgang. 

En meteen werd dit ook mijn eerste snelheidstraining.  Bepaalde stukken door het bos was het insectenfestijn in die mate hinderlijk dat ik van miserie het tempo fors heb opgetrokken, puur om er sneller doorheen te geraken.

Eens in de open vlakte was de insectenvloed nog net te dulden. 

Er stond een beetje wind, maar ook die was warm.

 

*****

 

Maar het gaat goed met mij, fijn dat u belangstelling toont.

Even schetsen.

De rugperikelen die me wekenlang aan de kant hebben gehouden, zijn weg (hout vasthouden!).

Maar ik werk dan ook plichtsbewust mijn reeksen oefeningen af, zodat het opgebouwde spierkorset behouden blijft. 

Core stability!

Zaterdag heb ik in die optiek mijn eigen Redcord-touwenstelsel gebouwd.

 

Hubo!

Kostprijs: € 12,50.

Een touw van 10 meter, belastbaar tot 90 kg. Daarin twee lussen gecreëerd met twee staalkabelklemmen.  Twee werkloze knalgele draagriemen van fietstassen in de lussen gehaakt met behulp van twee musketons.

Het touw via de paaltjes van de trapleuning overloop naar beneden gehangen, wat passen en meten en mijn Yellowcord zag het levenslicht!

 

Lukt perfect!

En elke looploze dag hang ik in de touwen.

Core Stability!

Als het fototoestel nog eens ergens opduikt in huis, dan zal ik hier eens een foto plaatsen van mijn constructie.

Ik had me voorgenomen de touwenconstructie in de hall te laten hangen, maar dat voorstel stuitte op een veto van mijn vrouw.

Maar ik kan keihard onderhandelen. 

De touwen moeten weliswaar elke keer weg na geleverde arbeid, maar ik heb wél een tweede vuvuzela uit de brand kunnen slepen...

 

 

Het rugprobleem in de week voorafgaand aan de 20 Km door Brussel was een accident de parcours.  Een vervelend iets, dat toch een paar weken heeft aangezeurd, maar dat niet rechtstreeks toe te schrijven was aan een gebrek aan core stability. 

Sinds de Kapellekensloop in Minderhout is dat ongemak geheel weg.  Ik kan met mijn duim nog wel de pijnlijke plaats lokaliseren, maar ik ondervind er geen hinder meer mee tijdens het lopen.  En dat is het enige dat telt.

Wat vraagt u?

Of ik er last van heb tijdens het werken?

Geen idee, het is namelijk van 1989 geleden dat ik nog eens gewerkt heb.

 

*****

 

Maandag nog maar eens bloedhete training afgewerkt.  En dat zal morgen niet anders zijn, vrees ik.

Zaterdag, tussen de verschillende vuvuzela-sessies door met het VQOF (Vuvuzela Quintet of Flanders, waarvan ik tevens de dirigent ben), staat uw dienaar aan de start van de 11 Km loopwedstrijd te Rijkevorsel, een organisatie van 'Rijkevorsel Leeft'.

Bij deze nodig ik u allen uit om het loopwonder te komen aanmoedigen, bij voorkeur gebruik makend van een vuvuzela.

 

*****

 

Nu weet ik het weer...

EEN KOE!

En als u me nu wilt excuseren, ik ben de Brabançonne aan het instuderen op mijn vuvuzela.

25-06-10

Borlée

Borlée

 

Enkele jaren geleden hebben we onze vakantie doorgebracht aan de Turkse Rivièra.  In een hypercomplex waar we als vadsige koningen op onze slome wenken werden bediend. 

Van zonnebril tot zonnecrème. 

Onze dagen waren gevuld met absoluut niks. 

Eten en drinken. 

Strings kijken. 

Langpotige Russische vrouwen in string, met aan hun arm een harige bulldozer, in de vorm van een Rus met een strafblad dat moet volstaan voor 500 jaar bak.  

Ik had de tijd van mijn leven.

 

*****

 

Mijn vrouw houdt wel van een vleugje cultuur. 

Ik vind dat ook allemaal prima.

Ik bedoel: ik vind het prima dat mijn vrouw een vleugje cultuur wil. 

Maar ik vind anderzijds ook dat we al een TV hebben thuis en dat dat qua cultuur ruimschoots kan volstaan.  Ik bedoel maar, toerisme, daar hebben we tenslotte toch 'Vlaanderen Vakantieland' voor, dacht ik zo.

Mijn vrouw wou graag op excursie naar Romeinse ruïnes of iets van die saaie strekking. 

Zijn die Romeinen niet al lang dood? 

Soit.

Ik heb dat waanzinnige plan met succes uit het hoofd van mijn vrouw kunnen praten. 

Lukt niet te dikwijls, moet ik toegeven,  want als mijn vrouw iets in haar hoofd heeft, dan...

Maar mijn beste argument om niet uit de ligstoel te kruipen, was dat het zo heet was. 

Heet...

Bloedheet...

 

 

Uiteraard is het nooit te heet voor een looptochtje, dat spreekt voor zich.

 

Op mijn dagelijkse loopsessie had ik in de buurt van het hotel een vervallen ruïne opgemerkt . 

Vervallen ruïne, zijn er andere? 

Een kasteel, of een fort. 

Zo kon er toch nog een ruïne in het fotoalbum komen. 

Iedereen blij.

 

Op een dag dan toch de moed gevonden om tijdelijk afscheid te nemen van mijn wodka-lemon en tot daar te slenteren. Zowaar een culturele insteek van de vakantie. 

Ik op van die onmogelijke teensletsen de dikke Duitse toerist gaan uithangen met een kodakske. 

Behalve dat ik niet dik en geen Duitser ben.

Het is het beeld dat ik wil schetsen. Het bééld.  U hoeft niet alles letterlijk te nemen.

 

Naast het weggetje dat naar het fort leidt, staat een kleine loods waar enkele Turken aan het werken waren.  Iets in de artisanale sfeer, manden vlechten of zo,  daarvoor verwijs ik u ook graag naar 'Vlaanderen Vakantieland'.

Ik achtte het raadzaam daar even te gaan melden dat ik foto's wou trekken van het fort.  Vooraleer je het weet ben je de hoofdschotel van het all-in avondmaal van een of andere schurftige waakhond. 

 

Ik steek mijn hoofd binnen. 

"Hello, bonjour, guten tag, hallo."

 

Ze kijken me aan alsof ik een idioot ben.

Ja, dan spreek je een taal of zestig, maar je koopt er je niets voor...

 

Niemand spreekt Engels, Frans of Duits, laat staan Vlaams.

Godgeklaagd is dat.

 

Daarom schakel ik over op internationale gebarentaal (wijzen, fototoestel). 

 

Geknik, ik mag!!

 

*****

 

Ik ploeg hevig zwetend door droog gras.

De zon brandt door mijn beschermfactor 70 heen.  Als noorderling heb ik een wit vel te beschermen. 

Ik heb in omgekeerde volgorde heimwee naar regen, sneeuw, en mijn wodka-lemon.

 

Maar ik bijt door.

Kwijt mij van mijn taak.  Zoekend naar de perfecte cadrage, belichting, focus.  De fotograaf in mij komt boven.  Hij heeft een stuitend gebrek aan talent.

 

Plots komt achter mij uit de loods een jongeman naar mij toe gelopen. 

Stofwolken. 

Sneller dan Borlée, ik zweer het u, naar schatting 21.08 sec op die slordige 200 meter. 

Knap, echt !

 

Hij ratelt een hoop Turkse volzinnen, waarvan ik geen jota begrijp.

Hij schakelt over op internationale gebarentaal en geluiden.

 

 

 

SLANGEN ?!?!?

 

 

Ik spuit weg als een razende.  Ik heb de jonge Turk er compleet afgelopen, op mijn teensletsen nota bene !

Minstens onder de 19 seconden gebleven op die 200 meter terug.  Vlotjes de WK-limiet gehaald...

Op de achtergrond wordt de jonge Turk door een slang of drie gebeten en stort theatraal ter aarde.

 

Aansteller!,  roep ik nog...

 

Meestal heb ik geen fototoestel bij als er iets leuks gebeurt.  Maar nu heb ik wél een fototoestel bij om dit vast te leggen voor het nageslacht. 

 

HAHA ! 

Buitenkans !

 

Ik  zoom in op de onfortuinlijke jongeman die gillend een bij voorbaat verloren strijd voert met een paar slangen, en wat zie ik door de lens, in beeld van mijn camera:

 

 

 

BATTERY LOW !

 

Ik blijf het zeggen, oplaadbare batterijen, ik geloof daar niet meer in.

22-06-10

Duif is dood

Duif is dood

 

Ik weet niet wat dat is met die paarden van tegenwoordig.  Die beesten bepalen klaarblijkelijk de politieke agenda.

Eerst Kris Peeters en nu Alexander De Croo.

Al een geluk dat Bart De Wever niet op een paard wenst te klimmen, of het was meteen een dikke streep door de coalitiegesprekken.

Of een trauma én een hernia voor het paard, dat kan ook...

 

****

 

Zaterdag 19 juni was er de confrontatie met confraters uit Wuustwezel. 

De Top Run, wedstrijd over 10 km, in het kader van dorpsfestiviteiten. 

Straattheater en kraampjes vol kleurstofsnoepgoed.  Paella, ijsjes, hamburgers, frieten...  Podium met rockband, kuif en leren jekker.  Infostandjes van politie, Rode Kruis, plaatselijke middenstand, verenigingen en neringdoeners allerhande...

 

*****

 

Het was een druilerige zaterdag.  Koud ook, met als kers op de taart een forse wind, die mogelijk een spelbreker zou kunnen worden.

Ik begeef me naar Wuustwezel, mijn thuisbasis van weleer, waar ik kusten allerhande onveilig heb gemaakt, lang geleden, toen mijn haardos nog uitsluitend bestond uit wilde haren.

De bruggen met mijn verleden zijn verbrand, en er is inmiddels ook al veel water naar de zee gevloeid.  Geen kapers meer op de kust.

Ik parkeer me ver van het feestgedruis om er rustig naar toe te wandelen,  als observator, de trouwe rugzak geschouderd.

Ik herken gezichten, kan ze niet thuisbrengen en merk soms eenzelfde aarzeling bij anderen.

Inschrijven in het cultureel centrum, een rugzakje als aandenken.  Ik slenter naar het voormalige sportcomplex van KFC Wuustwezel.  Tijdens vorige edities van deze loopwedstrijd werd er gebruik gemaakt van de daar aanwezige douches en kleedkamers.

Tot mijn verbazing is het complex in verval.   Totaal verloederd.

Een spookachtige locatie, waar vandalisme en graffitispuiters vrij spel hebben gekregen.  Ramen ingegooid, deuren gesloopt, doorgezakte plafonds.

Een eenzame voetbaltrofee, achtergelaten op een vensterbank. 

Ik lees de inscriptie: 

'3de plaats Paastornooi Miniemen 2003, K. Merksplas SK'.

In een scheefgezakte grijze metalen kast nog meer trofeeën, allemaal in gruzelementen.

 

Ik trek een deur open en bevind me plots in de kantine. 

Of wat er van over is. 

Een wirwar aan stoelen, kapotte tafels, gesloopte kasten.  Glasscherven knarsen onder mijn schoenen, een brandblusser werd achteloos op de grond gegooid.  Loshangende elektriciteitsdraden bewegen zachtjes in de wind.

Ik voel me een Urban Explorer.  Maar dan zonder fototoestel.

Plots schrik ik op van een deur die keihard dichtknalt.

Griezelig.

De adrenaline giert door mijn lijf.

De wind heeft de deur achter mij dicht gesmakt.

 

Nu ja, mezelf insluiten is onmogelijk.  Zo ongeveer alle ramen van de kantine zijn gesneuveld onder het  jeugdig geweld.

 

Ik loop nog wat verder......

 

 

Plots stoot ik op een lijk!

 

Van een duif.

Waarschijnlijk te grazen genomen door een kat...

De duif is dood, Toon Hermans...

 

Ik loop verder, alert voor elk geluid dat zou wijzen op menselijke aanwezigheid.  De wind draagt flarden muziek van het marktplein tot hier.

Onwezenlijk.

 

Ik meen te weten dat  je aan de toiletten naar rechts de gang met kleedkamers in kan lopen.

De toiletten staan er nog, en ik hoor water lopen.  Als dat hier dag en nacht staat te spuiten, dan vrees ik dat de rekening Pidpa de spuigaten zal uitlopen. 

 

Ha, zie je wel, hier is de gang met kleedkamers.

Geen licht.

Behoedzaam sluip ik verder.

Overal puin.

Verschillende deuren zijn ingetrapt.  En in het schemerdonker merk ik dat er niets over is van douches en kleedkamers.  Alles is gesloopt.

 

De penetrante geur van verval, nat hout,  rotting.

Ik besluit op mijn stappen terug te keren.

 

*****

 

Goed, geen kleedkamer dus, wat nu?

Het is inmiddels vijf voor zes, en de start is om half zeven.  Ik moet me nog omkleden en had graag toch een paar kilometertjes warm gelopen.

 

Dan maar naar de auto. 

Achterklep open et voilà: mijn knusse kleedkamer. 

Enig nadeel is dat het koud is en winderig.  En misschien is mijn locatie ook niet erg slim gekozen.  Een druk plein, vlak naast een drukke weg.  En daar sta ik dan, in bloot bovenlijf terwijl de eerste regendruppels vallen.

Het heeft wel wat.

 

Loslopen doe ik in combinatie met me naar de startzone te begeven.  En daar loop ik de confraters tegen het lijf: Rik B., Marc B., Dré B.  Handjes en wat flauwigheden uitwisselen.

 

Warm lopen.

Het parcours blijkt drastisch veranderd.  Niet meer met een lus over het Militair Domein, maar nu een aaneenschakeling van lussen door het dorpscentrum.

En neem die lussen maar érg letterlijk. 

400 meter Dorpsstraat, 180 graden draaien rond een nadar, 400 meter terug, haaks De Biest in, 400 meter, 180 graden rond een nadar, 400 meter terug. 

Dan rechts een dreef in, voor een lange cirkel dolomiet rond een grasplein om vervolgens via de dreef en nog twee haakse bochten naar de finish te lopen.

 

Deelnemers aan de 5 km moeten dit tweemaal afhaspelen, wij zijn gedoemd om dit 4 keer af te leggen. 

Dat betekent maar liefst 8 bochten van 180°, waar je elke keer quasi tot stilstand komt.

Dat zal er flink inhakken, omdat je telkens opnieuw je tempo moet vinden.

Anderzijds is er natuurlijk ook een miniem voordeel.  Door telkens terug te lopen, kan je goed inschatten hoe de achtervolgers zich gedragen.  Schuiven ze dichter of verachteren ze? 

Wat ook weer een nadeel kan zijn, wanneer het minder goed gaat. 

Niet te veel nadenken, Mark, dat is meer iets voor paarden....

 

*****

 

De start.

De meute stormt als een bende losgeslagen gekken naar de eerste haakse bocht.  En na de volgende haakse bevinden we ons in de eerste arm van lus 1. 

Even koppen tellen en ik merk dat ik in het gezelschap zit van Dré B.  Hij gaat er fors tegenaan en zo kunnen we aansluiten bij Rik B.  Rik heeft me vorig jaar hier verslagen en is normaal gesproken een stuk sneller (hoewel ik hem versloeg te Hoogstraten in 2009).

Keerpunt 180°. 

Ik merk dat Marc B. niet ver achter is, en in het gezelschap van Walter D.

 

Tweede arm lus 1.

Verdorie wat gaat het hier hard.  Dit kan ik onmogelijk volhouden.

IMG_9676

 

Rechts Dré B. (245) en achter nummer 198 zitten links Rik B. en rechts uw scribent (221) verscholen.

Daarna draaien we de Biest in, voor alweer een lus.

180° en terug.

De dreef in, rond het plein.

 

Snoeihard gaat het.

En ik besef dat ik me totaal zal opblazen indien ik probeer dit tempo vast te houden.

Ik laat me uitzakken.  En de fotograaf was getuige.

IMG_9694

 

Nu doe ik wel alsof het een weloverwogen beslissing was, maar niets is minder waar.  Ik werd er simpelweg uit gelopen.

 

Doortocht 1 aan de finish: 9 min 20 seconden.

Ronde 2.

Af en toe word ik geremonteerd door 5 km-lopers.  Door aan te pikken, loop  ik terug in op Dré B.  Hij heeft Rik moeten laten gaan en is nu een prima mikpunt voor mij.  Ik merk dat ik nog een relatief comfortabele voorsprong heb op Walter en Marc B. 

Ik haal Dré bij en hoop dat ik even wat op adem kan komen achter zijn rug.  Een windscherm is geen overbodige luxe hier. 

Dré tolereert het even, maar dringt me dan de kop op.  Ik trek de tweede lus de kop windop.  Ik gebaar met de arm dat Dré terug moet overpakken, maar dan merk ik dat hij niet meer bij mij is.

Verdomme, ik sta er alleen voor.

En Marc B en Walter D. sluipen dichterbij.

 

Doortocht 2 Finish: 19 min 23 s. (goed voor stek 7 op de 5 km).

Ronde 3.

We krijgen een fikse plensbui over ons heen.  Heerlijk. De 180° bochten worden hierdoor plots wel erg glibberig.

Op de terugweg van lus 1 merk ik dat Dré inmiddels ook al voorbij is gelopen door Marc en Walter.  De instorting van Dré is dus totaal.

Ik loop moederziel alleen en de twee achtervolgers lossen mekaar goed af.  Het zal zeer moeilijk worden om hen voor te blijven. 

 

Wat is nu wijsheid? 

Blijven doorgaan of wat recupereren en wachten op het duo?

Ik besluit om mijn tempo strak te houden en het hen zo moeilijk mogelijk te maken om bij mij te geraken.  In de spurt ben ik toch een vogel voor de kat.  Beide heren zijn duatleten en redelijk explosief.

 

Doortocht 3 Finish: 29 min 36 sec.

Laatste ronde.

Het verval valt al bij al nogal mee.  Maar de tank is zo goed als leeg.  En de achtervolgers sluipen tergend langzaam, meter per meter dichterbij.

En op het eind van arm 1 van lus 2 sluiten ze bij mij aan.  En blijven even treiterig in mijn rug zitten.

Wanneer we de dreef indraaien schuiven mijn kompanen mij voorbij.  Ik pik aan, maar dit doet pijn. 

Ik kan niet meer, maar ik moet.

 

Dorpsstraat terug in, nu belanden we in de laatste honderden meters.

Marc B. op kop, Walter D. twee, ik drie (en deze duif is dood, morsdood).

Nu is het wachten op het nekschot, in de vorm van de ultieme jump van Marc.  Maar tot mijn verbijstering schiet Walter als een raket voorbij Marc en kiest het hazenpad.

Marc B. versnelt ook, ik beperk me tot aanklampen.

Walter is weg.

Marc B. heeft een paar meters op mij, maar vertrouwt het zaakje niet.  Hij kijkt geregeld om.  Ik blijf aandringen, maar moet in de laatste bocht nog wat extra meters toegeven.

Walter valt stil en we naderen alletwee opnieuw op hem. 

Maar hij controleert enkel.

Finish als 18de in 39 min 48 sec, 6 seconden na Marc B., 9 na Walter D.  Dré komt 2 minuten en 6 seconden later, totaal opgebrand, binnen.

 

Volgens medelopers met imposante loop- en meetapparatuur  aan de pols zou de totale afstand 10 km 100 meter bedragen. 

Hoe dan ook,  toch vlotjes boven de 15 km per uur. 

Stiekem gehoopt, maar toch onverwacht.

Dat doet het beste verhopen voor de toekomst.

 

*****

 

Ik recupereer mijn T-shirt dat ik bij een kameraad van Marc B. in bewaring had gegeven.  Het is nu zaak niet af te koelen en een verkoudheid te vermijden. 

Ik sta te dampen.

En ja, ik weet het,  het is geen gezicht.  Een erg lang wit T-shirt dat voorbij mijn loopbroekje valt  met daaronder de opgetrokken, lange zwarte compressiekousen.

Maar het kan me niets schelen.

Geen bal.

Temperatuur is nu belangrijk.

Niet afkoelen!

En water drinken natuurlijk.

Nog wat nalullen, en zweren dat we in Rijkevorsel wraak en geen gevangenen zullen nemen!

Folders weigeren.

Dan in lichte looppas naar de auto.  Warm blijven in combinatie met cooling-down.

 

En het spektakel ontvouwt zich voor een tweede keer die dag.  

Komt dat zien, komt dat zien!  

Bij een geopende achterklep sta ik nogmaals te strippen in volle dorpskern.

Warme kleding.  Pet.

 

Honger.

Ik eet een appel en slenter over het marktplein. 

En voel hoe de vermoeidheid toeslaat. 

Ik ben wel erg diep gegaan.

Volgend weekend eens zonder wedstrijd.

Denk ik.

18-06-10

Top Gun

Top Gun

 

De vakantie staat voor de deur. 

En dan moeten wij weer zonodig op reis. 

Terwijl ik al genoeg reis in mijn hoofd, telkens ik ga lopen.  De bossen van Wortel, perfect!

Om alvast mijn vrouw, die telkens enthousiast vakantieplannen maakt, te ontmoedigen, wil ik haar volgende vakantiebelevenissen in herinnering brengen. Uit de grote doos der pijnlijke familieverhalen, een doos waarvan de bodem nog lang niet in zicht is.

En uiteraard ook tot vermaak van 't algemeen.

Een verhaal met een loopkantje trouwens, of wat dacht u?

 

Want laat ons wel wezen, op vakantie gaan  trekt een vieze streep door mijn trainingen en wedstrijden.

Daarom blijf ik hameren op de nadelen van reizen: rugbrekende bedden en matrassen, ongedierte dat kostbaar bloed wil komen zuigen, luidruchtige buren, bloedhete temperaturen en irritant zoemende airco's, vreemd eten dat de darmen irriteert, jengelende kinderen, naar pis ruikende zwembaden, naar zwembad ruikende restaurants,  Franse WC's vol vliegen,...

Ook héél opvallend: het buitenland stikt dan ook nog eens van de buitenlanders.

 

En wat zijn de voordelen?

Een paar mooie foto's.  Maar sinds we internet hebben, blijkt dat zowat iedereen mooiere foto's maakt van vakantiebestemmingen. 

Is er trouwens iemand geïnteresseerd in foto's van Barcelona in de stortregen of Venetië dat overspoeld is door spleetogen met camera's?  Want dat soort foto's heb ik wél.

 

*****

 

Neen, als we een opstoot voelen van vakantiedrang, dan kijken we naar het TV-programma 'Vlaanderen Vakantieland'.  Dan combineren we de reis ook meteen met het kijken naar de bevallige contouren van Erica Van Tielen.  Twee vliegen in één klap!

Wat zijn we weer efficiënt bezig.

Vanuit de luie zetel heb ik zo al de ganse planeet afgereisd, zonder de irritaties van verloren koffers, gestolen portefeuilles, bijtgrage insecten, tegenvallende hotels, zoemende airco's en slecht weer (ja, het is ons al één keer gelukt om op een exotische bestemming slechter weer te hebben dan in België; zo'n slecht weer hadden ze daar sinds mensenheugenis nog nooooooooooit meegemaakt; maar wij waren er bij!).

Niks gegoogel op voorhand om uit te zoeken wat je moet gezien hebben.  Niks uitpluizen van reisgidsen.

Zo bezoeken wij op een veertigtal TV-minuten alle bezienswaardigheden van een land zonder een druppel zweet te laten of aan te moeten schuiven in barbaarse temperaturen.

Neen, vind ik prima zo.

Ik dacht dat ik met deze manier van reizen alle records gebroken had qua luiheid.

 

Maar altijd is er iemand straffer.

Mijn vriend Peter V. heeft de gewoonte exotische reizen te maken.  Eens op de kleurrijke bestemming, kruipt hij in de ligzetel om er aan de rand van het zwembad cocktails te hijsen.

Peter beseft ook wel dat het zonde zou zijn om zo ver te reizen en dan niets te zien van het land.

Peter heeft daarvoor de perfecte oplossing gevonden.

Daarvoor zoekt hij telkens een bejaard koppel, dat er iet of wat betrouwbaar  en kwiek uit ziet. 

Bij voorkeur Duitsers, die hebben namelijk doorzettingsvermogen...

Peter geeft dan zijn peperdure camera mee met deze mensen en vraagt of ze de nodige foto's kunnen maken op de ongetwijfeld interessante uitstappen die ze gaan maken.

Zo heeft hij ook een rijk gestoffeerd foto-album, zonder een centje pijn...

RESPECT!

 

Enfin.

Genoeg geleuterd.

Gaat dit nog ergens naartoe?

Ach ja, nu weet ik het weer....

.....het beschamende vakantieverhaal.

We gingen, beste lezers, lang geleden, op reis naar de Ardennen, u weet wel, dat stukje net over de taalgrens.

 

*****

 

Ardennen.

 

We hadden er een rustieke chalet gehuurd.   Rustiek wil zeggen: een  stoffige jachttrofee aan de muur, een asbak van Chimay en een simili-leren bankstel.  We werden terug geslingerd naar de jaren zestig.

Onze chalet lag op de heuvelrug.  In het dal lag Marche-en-Famenne.  Aan onze voeten, zo u wil.

Op tafel vonden we een document met instructies.  Hoe het water op te zetten, gasboiler aan te steken en dies meer.

Ik heb me suf gezocht naar de hoofdkraan van het water. 

De eigenaars gebeld.  De kraan bevond zich in een put in de tuin, met het plakkaatje "Eau" gemarkeerd. 

Een soort van logica, dat valt niet te betwisten.

Maar het plakkaatje was omgevallen in het hoge gras.  Vandaar onvindbaar.

Kraan open. 

We hebben water. 

Eau potable. 

Koud water.

 

Lucifer aan gasboiler.

Boiler lust geen lucifers.

Ik durf de eigenaars niet te bellen voor instructies; ik wil nu ook niet altijd en overal overkomen als een absolute nul (laat staan op technisch gebied).

Plots zie ik een grote gaston (neen, niet die van gaston en leo, maar een ton gas) in de tuin staan.  Onder het hoedje staat een kraan wel érg uitnodigend naar mij te knipogen.

 

"Als je het maar laat", zegt mijn vrouw met gefronste werkbrauwen.

Jaren huwelijk hebben haar een gefundeerd beeld gegeven van mijn technisch vernuft.  Of mijn stuitend gebrek aan...

Ze draait zich om en gaat richting chalet.

 

Eens ze uit het zicht verdwenen is,  schroef ik als de gesmeerde bliksem de kraan open.

Jaren huwelijk hebben mij geleerd dat eigenzinnigheid soms vruchten afwerpt. Noteer het belangrijkste woord in voorgaande zin: soms.

 

Maar toch.

 

Triomfantelijk steek ik de boiler aan. 

We hebben warm water.

Pijs en vree.

 

****

 

De volgende ochtend moet er zonodig ontbeten worden.

Ik ben Chinese vrijwilliger om de plaatselijke bakker te gaan beroven van brood. 

Broodroof. 

Loopschoenen aan, want links ligt er een slaperig dorpje op nauwelijks 2 kilometer.  In tussentijd kan er een fluitketel het vuur aan de schenen worden gelegd om theewater aan de kook te brengen, tafeltjes dekken en ezeltjes strekken.

 

Ik loop in gestrekte draf de 2 km naar het dorpje. 

Een kerk, een café en een paar scheefhangende huizen.  Geen bakker.  Zelfs geen frituur. 

Als een speer terug, zonder brood.

Mijn vrouw, met de handen in de zij op het terras, ziet mij broodloos aan komen lopen.  Ik roep dat ik naar de andere kant loop, naar het volgende dorp; over wat hebben we het dan, ocharme 3 kilometer?

"Pakt den auto, dan hebben we vandaag misschien nog iets te eten", roept ze me na.

Je moet het haar nageven, ze kan die enkele woorden toch nog net dat randje sarcasme meegeven.

 

Tja, wat zal ik zeggen, dit dorpje had een kerk, een café, en een paar scheefhangende huizen.  Geen bakker.  Zelfs geen frituur.

Ik kom terug gelopen, zonder brood.

Om te vermijden dat mijn kinderen de hongerdood moeten sterven heb ik de auto gepakt en ben naar Marche-en-Famenne gereden. 

 

Wat ze zeggen over luie Walen klopt dus (De Wever knikt instemmend op de achtergrond,  maar zwijgt voor de lieve vrede).

Er staan een paar mensen voor mij aan te schuiven, maar het schiet dus totaaaaaal niet op.  Er wordt geleuterd over voetbal, politiek, kinderen, het weer. 

Ik word met een scheef oog bekeken, wat doet een volwassen man in een kort zwart spannend lycra broekje in onze bakkerij?

 

Broodnodig brood onder de arm kom ik halfweg de voormiddag terug aan de chalet. 

Kind 2 had inmiddels de pot choco al leeggelepeld en en passant zichzelf vol gesmeerd. 

Kind 1 zat met verhit hoofd en razernij in de ogen te Gameboyen. 

Je rijdt honderden kilometers naar een attractief en exotisch landschap, wat doen de kinderen daar? 

Inderdaad, exact hetzelfde als thuis.

 

*****

 

Het was heet in de Ardennen.

Mijn vrouw ordonneerde dat er een zwembad moest zijn. 

En wel nu.

Of neen, liever nog: daarnet!

Opblaasbaar spul gaan kopen, maar te gierig om een pomp te kopen.  Ik beschik als atleet toch over een longcapaciteit van jewelste.

Pompen zijn voor watjes.

VO2-max nog aan toe!

 

Ben drie keer flauw gevallen en heb zes keer gehyperventileerd bij het opblazen van dat immense zwembad.

Zwembad gevuld met koud water, daarna opwarmen met emmers warm water. 

 

Bij het vullen van de laatste emmer merk ik dat de gasboiler blijft branden, zonder dat er warm water wordt afgetapt. 

De boiler brandt en de kraan staat dicht!

Dit noemen ze in vaktermen een explosieve situatie, dacht ik!

 

GAS AF!

 

Ik hoor water spuiten ergens onder de chalet. 

Ik voel me meteen één van de hoofdrolspelers in 'Das Boot', die beklemmende film over onderzeeërs.

Hoofdwaterkraan dicht.

 

WATER DICHT!

 

*****

 

We zitten terug in het stenen tijdperk.

Inmiddels plonzen de kinderen in het zwembad. 

Gejoel. 

 

Taferelen van een gelukkig gezinnetje.

 

Tot plots het Belgisch Leger besluit in actie te komen.  Dat was ook al sinds mensenheugenis niet meer voorgevallen, maar wij waren er bij!  Boven de heuvelrug, waarop onze chalet ligt, komen de F-16 vliegtuigen draaien.  Met een geraas waarbij horen en zien vergaat. 

Ze vliegen zo laag over, dat  je het wit van de ogen van de piloot kan zien. 

We hoefden geen warm water meer bij het zwembadje te doen, de afterburn van de jet deed het halve werk.

De kinderen in razende paniek de bloedhete chalet in gevlucht, om in die bakoven in het smeltende simili-lederen bankstel plaats te nemen.  Tegen dat we ze weer naar buiten hadden gelokt met kleurig speelgoed, kwam Top Gun opnieuw voorbij geraasd. 

De ganse dag door, nu begrepen we waarom die chalet zo goedkoop was.

 

*****

 

Omdat we over gas noch water beschikten, toch maar weer de eigenaars opgebeld. 

Ze herstelden alles naar genoegdoening.

 

Ik vertelde hen over mijn vruchteloze broodtochten.  Ze keken me meewarig glimlachend aan en vertelden dat er een succulente bakker was,  voorbij het rechtse dorpje, amper 2 kilometer verder.

De volgende ochtend loopschoenen aan, naar de bakker, wat is het, ocharme 5 kilometer. 

Opwarming noem ik dat. 

Ik, de afgetrainde loper.

De theepot fluit een olijk melodietje, mijn vrouw staat met de armen in de zij op het terras, Kind 2 is zich vol aan het smeren met choco, Kind 1 verliest van de Gameboy, en ik ben vijf kilometer verder aangekomen aan de bakkerij in kwestie.

 

Wat denkt u?

 

................

................

................

 

 

WEKELIJKSE RUSTDAG.

 

Vijf kilometer terug lopen.

Opnieuw de auto in.

Marche-en-Famenne. 

Daar heb je die gek weer in zijn zwart lycra spannend broekje.

 

*****

 

U denkt dat dit verhaal al voorbij is.

 

Think again!

 

's Nachts liggen de kinderen te slapen.  Wij kunnen niet slapen wegens de hitte.  We woelen en woelen.

De matras heeft ook betere tijden gekend en is overduidelijk getuige geweest van vele oorlogen, schermutselingen en lijf-aan-lijfgevechten. 

Moest deze matras kunnen spreken, dan zou ik ze het zwijgen opleggen....

Omdat het bed een soort centrale kuil heeft, rollen mijn vrouw en ik steeds naar mekaar toe.  Dat is in bepaalde omstandigheden leuk, maar niet als je wil slapen.

Wanneer we uiteindelijk bijna de slaap vatten, breekt er een hels onweer los. We zijn opnieuw klaarwakker.

De elektriciteit valt uit. 

Nu hebben we opnieuw gas en water, valt verdorie de elektriciteit uit!

We horen het vlees voor de barbecue ontdooien in het diepvriesvakje.  De kinderen slapen ongestoord verder.

Tegen half vijf is het getempeest buiten voorbij en is het ganse zaakje in die mate afgekoeld dat we de slaap zouden kunnen vatten. 

 

Zouden kunnen.

 

Zouden kunnen, want net op dat moment brult Kind 1 de ganse chalet bij mekaar; het blijkt de zoveelste oorontsteking te zijn.

 

Leuke vakantie.

 

*****

 

 

Dienstmededeling: zaterdag 19 juni staat uw dienaar, in brede kringen bekend als 'het loopwonder', aan de start van de loopwedstrijd te Wuustwezel, Top Run.  We kruisen er de degens over iets meer dan 10 kilometer. 

Vorig jaar 39 minuten en 9 seconden. 

Dat zal morgen niet lukken, valt te vrezen.

Maar we gaan er alles aan doen om de concurrenten de daver op het lijf te jagen...

 

15-06-10

Nil Volentibus Arduum

Nil Volentibus Arduum

 

Zaterdag 12 juni.

Vandaag krijgt deel drie van het drieluik van het klassieke voorseizoen zijn beslag: het drieluik BHM. 

B= 20 Km door Brussel,

H = De Corrida door Hoogstraten 

M = Kapellekensloop te Minderhout.

BHM dus.

 

Slopend drieluik. 

Kan je in Brussel nog anoniem in de massa je wedstrijd afwerken en desnoods ten onder gaan, dan is dat in Hoogstraten en zeker in Minderhout onmogelijk. 

Ongeveer iedereen kent je, zowel deelnemers als toeschouwers.  En van de toeschouwers zijn er ook altijd wel een paar die met de pint in de hand een of andere denigrerende rotopmerking in huis hebben.

"Mark, je hangt eerste, of neen, toch niet,  je staat op het punt gedubbeld te worden...."

Leuk!

Daar komt dan nog bij dat er een drietal bevriende fotografen over het parcours verspreid staan, zodat elke pijnlijke afgang op de gevoelige plaat zal worden vastgelegd, als bewijslast voor het nageslacht.

Zit je de eerste ronde nog te dollen met de camera, dan is ronde twee al een rood hoofd en ronde drie doffe ellende.

 

Zoals gezegd moest er een keuze gemaakt worden.

Neen, niet tussen een wit konijn, een klauwende leeuw, een salonsocialist met een strikje of een of andere tsjeef.

 

De keuze tussen, in mijn geval dan toch, de 15km750m of de halve marathon.

 

Meteo: het was rond de 20°. 

Dat is niet bepaald warm als je monokini in de zon wil gaan liggen.

Dat is warm met jeans en T-shirt en een frisse, parelende pint in de rechterhand.

Dat is heet als je vol wil doorlopen.

 

Meteo 2: er stond een strakke wind. 

Dat geeft plaatselijke tepelstijfheid als je monokini in de zon wil gaan liggen.

Dat is prima met jeans en T-shirt; het koelt ook lichtjes je frisse, parelende pint in de rechterhand.

Dat koelt een beetje tijdens het vol doorlopen, maar is fnuikend voor je loopritme en -tempo wanneer je de wind vol op de snuit hebt.

 

En de sadistische weergoden hadden als saillant detail er voor gezorgd dat de wind op kop zat op de licht hellende stukken van het parcours.

 

 

OK, OK, OK, OK, ik weet het. 

Minderhout is geen pittoresk dorpje in de Atlantische Pyreneeën, waar wilde 'pottocks' grazen op de steile flanken van de  heilige Baskische berg 'La Rhune' als buffer in de baai van Gascogne....

Neen, dat nu ook weer niet.

En het hoogteverschil dat in Minderhout dient overbrugd te worden is inderdaad verwaarloosbaar.  Dat zal elke topograaf u onder ede kunnen bevestigen.

Maar toch.  Zijn die licht hellende wegen tijdens Ronde 1 nog een makkie, nadien worden die flauwe hoogteverschillen pijnlijker en pijnlijker per ronde.

 

******

 

Ik fiets op mijn dooie gemak naar Minderhout.  Ik doe het kalm aan, want wil absoluut geen energie steken in het fietstochtje.

Inschrijven in het plaatselijke parochiecentrum.  Ik twijfel, treuzel, klamp bekenden aan met de vraag welke afstand zij gaan lopen. 

Frank B. gaat voor de 5km250.

Dat is me véél te weinig.  Me aankleden en opwarmen duurt langer dan het lopen.

Marc B., Dré B. en Rik B. (heeft hier iemand een achternaam die niet met een B. begint?) gaan voor de 10,5 km.

Dat vind ik nog altijd te weinig.  Dan ben je namelijk verplicht héél hard te lopen, wil je kans maken om moe te worden. 

Eddy K., Els VDK gaan voor de 15km750.

Zou ik niet beter deze afstand lopen?  De hoogconjunctuur conditie is nog ver weg en het gebrek aan kilometers zou me wel eens érg zuur kunnen opbreken tijdens de halve marathon.  Zeker in deze omstandigheden.

Zowat iedereen van AVN gaat voor de halve marathon.  Ook Axel A. en Peter F., twee hardlopers van formaat, gaan voor deze afstand.   Maar ik acht me nog niet in staat om hen te volgen, laat staan hen het vuur aan de schenen te leggen.

In een niet eens zo ver verleden zou ik onnadenkend en met de nodige zelfoverschatting vlotjes de halve marathon hebben gelopen, maar nederig geworden...

...heeft u een secondje, want ik moet even mijn vrouw gaan oprapen; ze is in een soort katzwijm gevallen; ze wist niet eens dat ik het woord nederig kende, of foutloos kon schrijven, laat staan dat ik ook maar enige notie van de betekenis zou hebben...

Dus waar waren we?

Ach ja, nederig geworden door blessureleed doet me beseffen dat het beter is te wachten tot er genoeg kilometers op de teller staan om dit soort avonturen aan te vatten.

De 15km 750 dus, maar zelfs op weg naar de kleedkamer sta ik nog een drietal keren op het punt om mijn inschrijving te gaan wijzigen naar de halve marathon.

Blij weerzien met zovele loopbroeders in de kleedkamer...

 

*****

 

Tijdens het opwarmen voel ik dat mijn rug zelfs niet meer opspeelt.  Dat is alvast een opsteker.

En dan is het wachten op de start.  Nog wat zenuwachtig gebabbel met omstanders en plots zet een scherp fluitsignaal de groep in beweging, een 90-tal lopers op de halve marathon en een 30-tal voor 15km750m.

 

We're on a road to nowhere
Come on inside
Takin' that ride to nowhere
We'll take that ride

Feelin' okay this mornin'
And you know,
We're on the road to paradise
Here we go, here we go

 

Zoals Talking Heads al wisten.

 

De Hoge Weg loopt lichtjes op en de wind blaast er genadeloos in het nadeel.  Ik zoek brede schouders om achter te schuilen, maar ze schuiven allemaal vlot van me weg. 

Plots bevind ik me in het gezelschap van Maria V., begenadigd langeafstandsloopster, maar een kop kleiner dan ikzelf en een absoluut smal lichtgewicht.

Qua windscherm stelt dat niet bijster veel voor, dus verhoog ik het tempo en laat haar ter plaatse. 

Noem het gerust blunder 1 in het grote blunderboek.

Kilometerpunt 1: 3 minuten 23 seconden.

Jep, schrijf maar op: blunder 2.

Qua versmachtende start kan dat tellen.

Kapellekesloop Minderhout juni 2010 vervolg 174

Bouwwerk met op de voorgrond kunstwerk.

Of is het eerder: ruwbouw met op de voorgrond ruïne?

 

 

Maar dan valt het tempo terug op iets minder waanzinnig, en kilometer drie wordt bereikt na 11 minuten en een handvol seconden.

Waar ik voor vreesde, is nu al bittere realiteit.  Ik ben alleen gevallen, nu al.  En ik voel dat ik al ernstig op mijn adem heb getrapt.

En dan draaien we de Leemstraat in en krijgen we weer de wind vol op kop; een paar honderd meter verder is het op de koop toe ook nog eens licht bergop de Witherenweg in.

Het hakt er allemaal goed in.

Vijf kilometer op 20 minuten.  Ik heb me duidelijk verslikt in de eerste snelle kilometers, maar zit nu op mijn klassieke tempo.

 

Doortocht 1 aan de finish nog een minuutje later. 

 

En wanneer ik in de Markwijk loop, hoor ik de omroeper galmend aankondigen:

"Doortocht eerste vrouw op de halve marathon, Maria V."

Ik heb hoogstens een luizige  honderd meter voorsprong en moet nu weer vol de wind trotseren op de lichtjes oplopende Hoge Weg.

Maria V. schuift langzaam naar me toe.  Ik vecht voor wat ik waard ben en het duurt toch een kilometer of twee vooraleer ze kan aanpikken.  We bevinden ons inmiddels in de buurt van de watermolen.

 

Ze schuift me voorbij en dan maak ik blunder 3: ik pik aan en sterf een drietal keer in haar zog.

Maar dan is ze weg.  En ze laat een zwalpend wrak achter, dat al flink in de reserves heeft getast.

Kilometer 10 op 41 minuten en half  en doortocht 2 aan de finish op een kleine 43 minuten.

Het verval begint in te treden.

Kapellekesloop Minderhout juni 2010 vervolg 235

 

De bek wijd open, happen naar schaarse zuurstof.

En de lijdensweg is nu compleet.

Ik word opgejaagd als aangeschoten wild.  Ik word geremonteerd door verschillende lopers.  Telkens pik ik mijn wagonnetje aan, maar telkens moet ik het hoofd buigen. 

Dit is hard, beenhard.

De systemen beginnen uit te vallen.

In de zandweg naar de watermolen nadert een groepje halve marathoniers, onder aanvoering van Peter F. uit Niel.  Hij maant me aan om door te gaan, wat ik ook prompt doe.

Ik trek het groepje op een langgerekt lint.

IMG_0913

Watermolen.

Bevoorrading.

IMG_0914

Ik grijp naar een spons en knijp ze leeg over mijn verhitte kop en armen.  Wat nippen aan een drinkbeker, en de rest over het hoofd leeggieten.

En omdat ik even temporiseer, valt het groepje halve marathoniers me helemaal in de nek.

Maar het heeft benzine gekost.

DSCN0755

Schouwing der troepen kruispunt Molenstraat -  's Boschstraat.

Verdomme, Axel A. zit in dit groepje!  Sympathieke jongeman met naar mijn smaak iets te snelle benen.  Axel is ook een Brusselganger.

We wisselen enkele woorden.

Ik besluit me stevig in dit groepje te nestelen en me met hen mee te laten drijven naar de finish.  Zij moeten dan nog wel een ronde afwerken.

Twee lopers voor mij als windbuffer, Axel en Peter flankeren me.

Even de hartslag enkele slagen laten zakken en afwachten wat er nog volgt.

We draaien de Leemstraat in.  Nog circa 1,5 kilometer naar de finish.

 

Maar wie zit er allemaal in dit groepje?

Concurrenten op mijn afstand? 

Of enkel lopers van de halve marathon?

Ik kijk vertwijfeld rond op zoek naar borstnummers, maar kan niet iedereen zien.

En dan voel ik dat de loper voor mij iets verzwakt windop. 

 

En ik besluit in een flits om alles of niets te spelen.

Kaarten op tafel.

Ik versnel (noem het voor mijn part blunder 4).

Het groepje kreunt en kraakt.

Iemand klampt aan.  Ik hoor zijn voetstappen vlak achter me.

DSCN0764

De tweede demarrage in de Leemstraat.

 

Ik versnel nog een beetje (denk ik toch).

En het groepje spat finaal uit mekaar.  Daar zullen ze me niet echt dankbaar voor zijn.

 

De Witherenweg.  Licht glooiend bergop, wind op kop. 

Dit is sterven als een beest.

Buigen of barsten.

Alles uit de kast.

Alles kraakt.

 

Nil Volentibus Arduum.

Niets is onmogelijk voor hen die willen. 

Schatplichtig aan de Wever...

 

Enkele meters worden een tiental meters.

Ik ben weg.

Nu mag niemand meer aansluiten, niemand mag me remonteren.  En tussen de gedubbelden door is het moeilijk in te schatten of er nog gevaar dreigt van snelle finishers die opduiken uit de achtergrond...

 

Maar het lukt.

Finish in 1 uur 6 minuten en 16 seconden. 

Plaats acht.

 

7 seconden later komt de eerste vrouw over de finish.  Ze zat inderdaad verscholen in het groepje...

Toch een wijs besluit geweest om te versnellen.

 

*****

Nahijgen aan de finish.

Nadruppen.

Kleedkamer.

Mijn vriend Tom komt me nog wat met mijn slechte tijd uitlachen.  En me plagen dat ik het voorprogramma heb gelopen, in plaats van de halve marathon.

Daar heeft een mens vrienden voor.

En er wordt flink nagetafeld in het zonnetje op het terras.

 

*****

 

Vandaag, maandag, is er absoluut geen schade.  Geen spierpijnen, geen zware benen, geen stramme kuiten, geen gehavende rug. 

De keuze voor de iets kortere afstand heeft op dat vlak gerendeerd.

Mark is een flinke jongen!

En deze ochtend zweet ik een lange, lome duurloop uit, in de immense, gewijde stilte van de kolonie.

Ik en de insecten.

 

En ik beraam nieuwe plannen, nieuwe blunders.

Nil Volentibus Arduum.

 

_____________________________________________________________

Foto's: Martine Van Rijckevorsel, Leo Gabriëls en Tom Van Loock.

11-06-10

Mit Gott für König und Vaterland

Mitt Gott für König und Vaterland

 

Dit weekend is het erop of er onder.

 

U beseft toch wel wat er dit weekend op het spel staat?  U mag uw democratisch recht uitoefenen.

Want, inderdaad, dit weekend kan u kiezen ....

Aan u de keuze.....

.....om deel te nemen aan de Kapellekensloop te Minderhout.

 

......

 

Ach, ik begrijp uw verwarring...  U dacht dat ik het over de verkiezingen had.

Hoe futiel!

Neen, het enige bolleke dat er écht toe doet dit weekend (buiten het bolleke Koninck), wordt zaterdag ingevuld op het inschrijfformulier van de Kapellekensloop: namelijk het bolleke voor de 15km750 of dat voor de halve marathon. 

De afstand die ik er betwist staat nog niet vast, de thermometerhut zal de doorslag geven in de uiteindelijke keuze.

 

Neen, de verkiezingen, dat heeft toch geen enkel belang.

Ok, ik besef ook wel dat de volgende kleine puntjes in België nog niet helemaal in orde zijn: werkgelegenheid, begrotingstekort, vergrijzing, sociale zekerheid, splitsing kieskringen, justitie en veiligheid, energie,... 

MAAR, andere zaken zijn dan weer wél perfect geregeld.

Wat wij bijvoorbeeld wél voor hebben op het buitenland, tot spijt van wie het benijdt, is onze pérfécte wetgeving omtrent de plastic zakjes die je bij je moet hebben om de drol van je hond op te rapen, op straffe van boete. 

Dat ze daar in het buitenland eens een puntje aan zuigen (niet aan dat zakje, versta me nu niet verkeerd).

Dat criminelen wegens procedurefouten vrij op straat rondlopen, dat is aanvaardbaar, maar een hondendrol op straat, dat ligt toch nét iets moeilijker!

Maar ik wil niet de rechtse zeur uithangen...

 

*****

 

Woensdag 9 juni.

 

We hebben iets te vieren vandaag!

We mogen namelijk vanaf vandaag terug beginnen lopen. 

Hipperdepipperdepip!

Hoera!

De champagne staat al koud.  De hapjes warm.  Hijs een vlag!  Doe maar twee!

 

Ten minste, als we de raadgevingen van de sportdokter hadden opgevolgd, dan zou nu de loopquarantaine van 12 weken voorbij zijn.

En zaterdag staan we als een briesende leeuw aan de startlijn van de Kapellekensloop in Minderhout, met de laatste twee weken een fraaie 51 trainingskilometers en 30 wedstrijdkilometers op de teller. 

Niet onaardig. 

 

*****

 

Ik ga moederziel alleen naar Minderhout.  Mijn vriend Tom is niet van de partij.  Achilles nog steeds.  Hij zit in de fase van scans, bezoek podoloog, maken speciale zooltjes, mogelijk inspuitingen.

Luguber, allemaal.

En tijdverslindend.

 

STOP DE PERSEN!

Het ene mirakel volgt het andere hier op!

Mijn vriend Tom heeft van de sportdokter het licht op groen gekregen.  Hij mag terug lopen!  Met zooltjes, dat wel, maar is dat niet het lot van elke loper die ijzerenheinig blijft doorgaan en doorgaan en doorgaan.

Want uiteindelijk is lopen de eeuwige zoektocht  naar de volgende zwakke plek, die weer opvangen en dan weer in gestrekte draf op naar de einder, naar de volgende bloedmooie blessure.

Mogelijk start Tom op de 5 Km.

 

 

STOP DE PERSEN OPNIEUW!

De reeks mirakels is bij deze afgebroken.

Mijn vriend Tom heeft net zijn auto total loss gereden.  Gelukkig valt de lichamelijke schade mee.  Een wat pijnlijke borstkas; hopelijk blijft het daarbij.

Mogelijk start Tom dus niet op de 5 Km.

 

*****

 

Ik heb uw advies nodig, beste lezer.

U heeft hier in de vorige kronieken al een aantal foto's de revue zien passeren.  Waarbij u de fraaie loopstijl van uw dienaar kon bewonderen, alsook het lichaam dat in perfecte balans is. 

Die oogverblindende stijl, die glooiende afwikkeling, die bezwerende kadans, die sierlijke soepelheid,....

.....veertien ronkende volzinnen werden geschrapt omwille van eigen lof dat stinkt.

 

Samenvattend: een lichaam gesculpteerd naar een blauwdruk van de David van Michelangelo, zeg maar.

 

Tot hier bent u nog altijd mee?

 

Maar er is wel een probleem.

Mijn hoofd is het probleem.

Dat ziet er niet uit.

Een aanfluiting!

 

En dat het niet gaat beteren, zoveel realiteitszin hebben we nu zelf ook nog wel.

Een eerder omvangrijke Hollandse kennis van mij vindt dat ik té mager ben (nu ja, vergeleken met hem lijdt elke Sumoworstelaar aan anorexia voor gevorderden).

Hij drukt het zo uit:

"Nou, jij hebt precies een vogelkoppie.  Zo van een plat, pasgeboren vogeltje."

 

En omdat er nu al genoeg schandelijke foto's van dit heerschap in volle loopinspanning circuleren op het internet, noem het gerust het 'Circus van de Wansmaak', zit ik al een tijdje te tobben hoe we dat kunnen oplossen.

 

Ik denk persoonlijk dat we de aandacht van de kijker van mijn gezicht moeten afleiden.

Strak plan.

Want soms kan een detail op een foto uw aandacht helemaal afleiden.

Ik maak een en ander aanschouwelijk met een voorbeeld.

 

Ziehier een foto van de 20 Km door Brussel, vol met mensen die in volle inspanning zijn op de Tervurenlaan.

Heroïek alom!

Ok, geen blauwdrukken van David van Michelangelo, maar toch...

IMG_0781

Maar geef maar toe dat uw oog werd afgeleid naar de homo sapiens rechts, die fier  en zonder gêne zijn blote, harige reet toont aan de wereld.

Wordt de wereld daar beter van?

Dat durf ik te betwijfelen.

Maar het leidt wel af.

 

In die optiek ben ik dus aan het overwegen iets op of rond mijn hoofd te gaan dragen tijdens het lopen, met als doel:

  • een nieuwe look, een nieuw elan,
  • afleiden van de aandacht.

 

Maar ik zit nu wat te tobben hoe 'le nouveau moi' er uit moet zien.  En vermits ook een aantal vrouwen deze kronieken frequenteren, ben ik zo vrij  u te vragen uw modebewuste kennis en gevoel voor esthetiek in de strijd te gooien.

Voor het goede doel.

 

HPIM0178

 

Dit is optie 1: Rode bandana en de bewegingen van Usain Bolt / Frutos.  Kid Coco meets Pantani, Il Elefantino.

Of is dit er over?

 

HPIM0187

 

Optie 2: Paasei met zwarte strik.

Of kiwi.

God neen, nu zie ik het. 

Dit heeft wel wat weg van Carl Douglas, dat zenuwlopende liedje: "Everybody was Kung Fu Fighting"...

ALLEMAAL!

Everybody was kung-fu fighting             WHOE!!!!
Those cats were fast as lightning           WHA!!!!
In fact it was a little bit frightning           WHOE!!!!
But they fought with expert timing          WHOEHA!!!!

 

 

HPIM0184

 

Optie 3:

ALLEMAAL!

Kunnen jullie door een waterkraan?
Wij kunnen door een waterkraan!
En ook door een sleutelgat?
Ja, ook door een sleutelgat!
Kunnen jullie op een blokfluit spelen!
Ja, daar kunnen wij ook op spelen!
Vinden smurfen dansen fijn?
Ja, maar alleen op dit refrein!

La, la, lalalala, la,...

 

HPIM0180

Optie 4:

Kweet het niet.  Mijn vrouw belt net.  Dat ze niet meer met mij in het openbaar wenst gezien te worden.  En dat ik moet ophouden met die onnozelheid en dringend eens iets nuttig moet gaan doen.  Iets wat geld opbrengt, bijvoorbeeld.

 

HPIM0185

 

Optie 5:

Hé, dit lijkt wel Bono van U2, maar dan mét talent.   Had die ook geen rugprobleem?

Neen,  verdorie, ik ben er nog niet uit.

ALLEMAAL!!!

I still haven't found what I'm looking for...

 

HPIM0181

 

Optie 6: Richard Leeuwenhart!  We gaan op kruistocht.  Jeruzalem op het verlanglijstje.  Ik heb altijd al een klaagmuur willen hebben.

Oei, ik kan beter uitkijken wat ik hier zeg.  Na het oranjelegioen wil ik niet ook nog eens de Joodse gemeenschap tegen de haren instrijken.

 

Richard Leeuwenhart, dus.

Wat denkt u?

Iets klassieker van stijl, dat wel, maar voordeel is wel dat er véél van het aangezicht verdwijnt; puur winst dus.

Nadeel is dan weer dat dit eerder aan de zware kant is, en ik heb daarnaast ook nog eens proefondervindelijk mogen vaststellen dat het vizier zich tijdens het lopen  automatisch sluit, met als gevolg dat het blikveld eerder beperkt wordt. 

De botsing met het boompje werd dan weer goed verteerd, dank u voor uw bezorgdheid.  Toch bleef de klap lang nagalmen in de ijzeren helm. 

Noot aan mezelf: Enkel te gebruiken op een rechtlijnig parcours.

 

HPIM0189

 

Optie 7: De Rode Baron.

Ook al in de martiale sfeer. 

En met een stoere spreuk op het wapenschild:

"Mitt Gott für König und Vaterland."

 

Kunnen we mee leven.

Pruisisch regiment, voel ik me erg door gesteund, zeker nu het oranjelegioen een fatwa heeft afgeroepen over mij, na mijn kroniek over het WK voetbal. 

Betreffende die helm, even een dienstmededeling tussendoor:

Beste familie Brockmüller,

U hoeft niet langer te wachten op uw overgrootvader.  Hij komt niet meer naar huis. Zijn helm heeft het wél overleefd en is na omzwervingen via diverse desolate slagvelden in de Westhoek (omgeving Ieper) in bezit gekomen van uw dienaar.  Mijn medeleven alsnog.

 

Wat denkt u? 

Voor welke 'look' zou ik gaan?

U kan sms'en met het nummer van de optie van uw voorkeur.

U kan niets winnen.

08-06-10

No rest for the wicked

No rest for the wicked

 

Na de glorieuze helletocht door Brussel op 30 mei  en het debacle in Hoogstraten hebben we wat denkwerk verricht.

Jaaaaaa, klinkt gewichtig.

Neen, denkwerk hoe we de rest van het seizoen zien. 

Feit is dat ik een zwakke basis heb omwille van de verloren winter en de gedwongen rust de laatste weken.

Feit is dat ik ook niks snelheid meer heb.

Feit is dat ik geen wedstrijdritme heb.

En we zijn tot het besluit gekomen dat we ons daar geen bal van gaan aantrekken en gewoon gaan lopen en zien waar we uitkomen.

Want wat er niet is, zal ook niet direct komen, maar de wedstrijden zijn er NU, dus zal het gaan zoals het zal gaan.

 

*****

 

En ik heb me ook voorgenomen om een aantal wedstrijden, die al lang op mijn verlanglijstje staan, effectief te gaan lopen.  Op 12 september de 'Jogging Ville de Namur' bijvoorbeeld, 11 km op en over de citadel.  Deze wedstrijd staat met rode stip op de agenda.  En op 29 augustus zou ik graag eens de 'Descente de la Lesse' willen lopen, met aankomst in Dinant, de statige oude dame aan de Maas.

Van waar deze verzuchting?

Wel, uit bittere ervaring.  De laatste weken is het besef gegroeid dat ik waarschijnlijk toch niet eeuwig zal kunnen blijven lopen, dus is het zaak om toch zoveel mogelijk dingen van mijn verlanglijstje af te kruisen.  Zodat ik geen verbitterde oude vent wordt, maar gewoon een oude vent.

Ooit.

 

IMG_0815 (2)

 

 

*****

 

Zaterdag was het drukkend warm, maar dat heeft ons niet weerhouden om een lange duurloop af te werken.  Met nog steeds stramme spieren, dat wel, en badend in het zweet, ook dat, maar toch lekker.

De laatste twee loopinspanningen kregen hun beslag in een heksenketel van lawaai, flitsende kleuren, omringd door honderden tot duizenden lopers, muziek, vlaggengewapper, het geroffel van duizenden voeten en het geblaasbalg van longen in overdrive.

Het contrast met  de uitgestrekte bossen van de kolonie kan niet groter zijn.  Hier heerst een oorverdovende stilte.  Enkel het geritsel van de wind in het loof van de bomen, het gezang van ontelbare vogels en het ritselen van een eekhoorn die een boom invlucht.

Het golvende graan. 

De trillende lucht.

De eenzaamheid van de lange afstandsloper.

Alleen op de wereld.

Alleen met  je gedachten.

Alleen met de pijn.

 

En een klein zwart vliegje dat zich zonodig in mijn oog moet boren. 

DAT PIKT!

En al lopend probeer je het vliegje te verwijderen, maar dat lukt niet.  Wrijven als een bezetene, maar ik krijg het vliegje niet te pakken.

Dus loop ik verder met een lijk van een vlieg in mijn oog.

Pas voor de spiegel thuis zie ik kans om het vliegje uit mijn rood oog te vissen.

Als wraak op het insectenbestand ga ik straks nog een uurtje autorijden om er zoveel mogelijk af te maken...  duizenden zullen sneuvelen op mijn bumper en voorruit!

 

 

En maandag opnieuw gelopen. 

No rest for the wicked!

 

*****

 

No rest for the wicked!

 

Rust is nochtans belangrijk voor de loper. 

Vandaar dat ik tussen mijn trainingen en wedstrijden probeer zoveel mogelijk te rusten.  Ik probeer dan, met wisselend succes overigens,  ook elk karwei in en rond het huis in de nek van mijn vrouw te schuiven. 

Sport kan hard zijn.

Om toch het gevoel te hebben dat we, tijdens onze rustpauzes, nog sportief bezig zijn, proberen we zoveel mogelijk te sporten. 

 

Passief dan.

Daarbij is geen enkele opoffering ons te zwaar, en durven we ook wel eens voetbal kijken.  Het WK staat trouwens voor de deur!

Een loper, beoefenaar van een échte sport, die toegeeft dat hij voetbal kijkt...

Qua publieke bekentenis kan dit tellen.

Vermits de Rode Duivels voor zowat elk tornooi voortijdig uitgeschakeld worden, zijn we supporter geworden van een andere nationaal elftal. 

Meer bepaald elk elftal dat speelt tégen Oranje.

 

*****

 

Speelt Oranje tegen Marokko, dan pluizen wij het hele internet leeg om info te verzamelen rond de 'Atlas Leeuwen'. 

Zo kunnen wij nog steeds de opstelling van Egypte opdreunen die op het WK 1990 1-1 speelde tegen Oranje. 

Doelpunt van Abdel-Ghani Magd ! 

Abdel is een boezemvriend voor het leven !

Heilig verklaren die vent, nu ! 

Wat heeft Pater Damiaen tenslotte voor het voetbal betekend? 

Niks, dachten wij.

Zo is maar net.

 

*****

 

WK voetbal 1998 in Frankrijk. 

De eindfase van het WK viel samen met onze vakantie in Zuid-Frankrijk.

Op onze camping was de Oranje vloedgolf onstuitbaar.  Oranje leeuwtjes overal.   Unox oranje mutsen.  Toeters, bellen en vlaggen en de fraaiste exemplaren  noorderburen in blote torso en op klompen.  Waar je ook keek, oranje!

WK 1998: een erg vermoeiende campagne voor ons. 

De Belgen matig gepresteerd en eruit in de groepsfase, maar wel GELIJK GESPEELD TEGEN ORANJE. 

Noteer dat!

GELIJK GESPEELD TEGEN ORANJE.

Nadien moesten we achtereenvolgens supporteren voor Joegoslavië en Argentinië (telkens verloren we met 2-1 van Oranje in respectievelijk achtste en kwartfinale). 

Dan met Brazilië in de halve finale en, ja hoor,  na strafschoppen  spelen we  (heu, de Brazilianen) Oranje naar huis. 

En in de troosting winnen we ook nog eens van Oranje met Joegoslavië. 

Een geslaagde campagne voor de Belgen, noem ik zoiets.

 

*****

 

Maar dat God een Belg is wordt bewezen door het EK voetbal 2000, organisatie in co-ouderschap van België en Nederland.

Dat België als gastland de dubieuze eer mocht smaken uitgeschakeld te worden in de groepsfase, werd ruimschoots goedgemaakt door de halve finale tussen Italië en Oranje. 

Normaal moeten wij niet veel weten van de spaghettis, maar nu kon het niet op.

Na 34 minuten tweede keer geel voor Zambrotta, Italië met tien man. Nederland kreeg twee strafschoppen in de reguliere speeltijd (gemist door Frank de Boer  en Kluivert op de paal).

Daarvoor zijn we later nog te voet op bedevaart naar Scherpenheuvel moeten gaan. 

Doen we met plezier nog eens als het moet. 

De trappist van 't vat in Café 'Oep de Gemainte' bij Peggy, bleek achteraf toch wel het zwaarste onderdeel van de tocht.  Dagen last van gehad....

 

Ook na verlengingen bleef het 0-0.

Inmiddels had ik geen vingernagel meer over van de spanning.

De strafschoppenreeks werd met 3-1 gewonnen door Italië: doelman Toldo mag op onze kosten nu nog in alle kroegen van mijn thuisstad komen doorzakken. 

We zijn daarvoor later NOG eens op bedevaart naar Scherpenheuvel gegaan, maar als ik me dat goed kan herinneren hebben we gekozen voor de korte pijn: we zijn  namelijk gewoon met de auto rechtstreeks naar Café 'Oep de Gemainte', bij Peggy, gereden. 

Wat kunnen we soms verbazingwekkend efficiënt zijn...

 

Enfin, wat ik wou zeggen is het volgende: die halve finale bewijst dat GOD EEN BELG IS.

Dat Frankrijk Europees Kampioen voetbal 2000 is geworden, blijft uiteraard een belachelijk fait divers en een verwaarloosbare voetnoot in de voetbalgeschiedenis.

 

*****

 

WK 2002, wat een domper. 

Oranje plaatst zich niet.

België wel (en we worden geflikt: Prendergast godverdomme, kieken, het was wél goal van Wilmots tegen Brazilië!).

Oranje plaatst zich niet.

Shit.

Hoe gaan we dit oplossen? 

 

En dan komt Dirk O., een vriend van uw dienaar, aandraven met de perfecte oplossing. 

Ik meen dat we met die actie zelfs het VRT-journaal nog hebben gehaald. 

Op de eerste brug over de autoweg E-19 na de grensovergang van Nederland naar België, in onze deelgemeente Meer, hebben we richting Antwerpen een spandoek gehangen met daarop de tekst:

 

HIER BEGINT HET WK.

 

Dirk O. is een man die niet gelooft in half werk.  Koeien van letters: minimum 2 meter groot. 

Een man naar ons hart.

Aan de andere kant van de brug, op het rijvak richting Nederland hebben we een spandoek gehangen met de tekst:

 

HIER EINDIGT HET WK.

 

In de schilderkunst noemen ze dat een pendant, dacht ik...

 

 

Allemaal heel vermoeiend,

maar ja,

no rest for the wicked....

05-06-10

De Vliegende Belg

De Vliegende Hollander Belg

 

Marc peeters Hoogstraten

Uw dienaar op de Corrida door Hoogstraten, laag vliegende gestaalde perfectie, adelaarsblik op oneindig, een lichaam gemaakt voor de zonde (maar vooral voor het lopen), in het hoofd galmt iets van Wagner, resoluut op zoek naar de ondergang.  En die werd iets verder gevonden. 

 

*****

Foto: Leo Gabriëls

04-06-10

Magnus Opus

Magnus Opus

 

Inmiddels zijn we al enkele dagen na de 20 Km door Brussel 2010, mijn Magnus Opus, mijn meesterwerk.

Het stof is weer gaan liggen.

En nu is er een heleboel stress weg.  Opdracht geslaagd, maar wat nu?  Werk genoeg aan de (loop)winkel, maar het is moeilijk om opnieuw op te starten, de oude motor terug aan te zwengelen.

Everest bedwongen, waarom zou ik de Kemmelberg op willen?

 

*****

 

Maar goed, nog 360 dagen en editie 32 van de 20 Km door Brussel is daar!

We tellen af.

Over wat hebben we het dan?

Hoogstens nog 125 duurlopen, drie blessures, 68 beurten kinesist, een stuk of 8 bij de osteopaat, 12 keer op de bank bij de psychiater, nog 3 paar nieuwe loopschoenen, nog 4 keer de deur toesmijten voor de getuigen van Jehova, nog 1 belastingaangifte,  nog 44 keer naar de Colruyt, een wedstrijd of 30, een autokeuring, een paar minder fraaie schoolrapporten van Kind 2 en we kunnen onze tanden weer eens stuk bijten op de Tervurenlaan.

Heerlijk, ik kan bijna niet wachten.

 

U heeft zich ook weer van uw beste kant laten zien, beste lezer.  Uw storm aan reacties na de vorige kroniek was, naast terecht, ook hartverwarmend. 

Moest ik niet zo ijdel zijn, dan zou ik er nederig van worden. 

Iets klopt er niet in vorige zin, maar laat maar...

 

Sommigen hebben gezegd dat ze, na het lezen van vorige kroniek, de onweerstaanbare drang voelen om volgend jaar ook aan de start van de 20 Km door Brussel te verschijnen.

LAAT DAT!

 

Ik smeek u, laat dat.

 

Ten eerste was er, voor zover ik dat kon inschatten, al redelijk wat volk.  Daar kan ik mee leven, zolang ze achter mij blijven.  Helaas waren er een 1889 lopers die de arrogantie hadden om sneller te lopen dan ik.  En als er nog meer volk komt meelopen, dan zullen er statistisch meer mensen voor mij eindigen.

DAAR KAN IK NIET MEE LACHEN.

Dat moeten we toch eens dringend anders regelen.

Een tweede argument om niet deel te nemen aan de 20 Km is dat je er compleet kierewiet van wordt.

Enfin, ik toch.

 

Volgt u even mee.

10 weken geleden zat ik te janken dat ik een lange periode niet mocht lopen, mogelijk zelfs Brussel zou missen.

Gejank.

Een paar weken voor Brussel mag ik terug lopen.

Gejank, want meneer vindt dat hij dan niet genoeg trainingstijd meer heeft.

Verrekking in die laatste weken.

Gejank, want meneer kan weer niet lopen.

Terug lopen.

Gejank, want het ging niet goed.

Rugprobleem laatste week.

Gejank, want het doet pijn, en hij kan niet lopen.

Toch de 20 Km lopen  op zondag.

Euforie!  Want goed resultaat.

Zondagavond.

En daar was het al.  Het knagend gevoel dat er meer in had gezeten.

 

Het is dus ook nooit goed.

Wenst u zo door het leven te gaan?  Ik wens het mijn ergste vijand niet eens toe.

 

*****

 

Zaterdag 22 mei staat mijn vriend Tom, omstreeks het middaguur, op uit zijn bed (fuifje gehad).  Suf van het slaapgebrek en enkel gehuld in een boxershort van Mega Mindy stapt hij zijn living binnen.

Net op tijd om een kind langs zijn raam te zien vliegen.

Nu zal u zeggen: er komen hier óók wel eens kinderen voorbij het raam.

Dat wil ik gerust geloven, maar u verliest hierbij één minuscuul detail uit het oog.  Mijn vriend Tom woont namelijk op de 1ste verdieping.

Heeft u ooit al een kind voorbij uw raam op de 1ste verdieping zien vliegen?

Aha!


Dus kan u zijn verbazing wel begrijpen wanneer er plots een kind voorbij zijn raam komt gezoefd.

 

Wat bleek het geval?

 

's Ochtends, net nadat Tom van de fuif thuis was gekomen, had men een kermisattractie onder zijn raam gezet: een trampoline.  En dus zat Tom een ganse dag met op en neer vliegende kinderen voor het raam.

 

Ja, inderdaad, de kermis is neergestreken in mijn thuisstad.

En dat betekent ook dat de jaarlijkse Corrida betwist wordt.  Een stratenloop over een kleine 10 km, 9km 700 ongeveer.

 

Na de zondaagse miraculeuze, maar o zo slopende tocht in Brussel, was het uiteraard uitgesloten dat ik de vermoeide benen en de uitgeleefde rug zou belasten met een nieuwe loopwedstrijd.

Ik zou wel gek zijn!

Dat zou de goden verzoeken zijn. 

Diezelfde goden die me zondag op een roze wolk naar de eindmeet droegen op de 20 Km door Brussel waren ook toe aan een welverdiend weekje vakantie, dat had ik ook wel begrepen.

Ik ben niet compleet achterlijk, wat men ook moge beweren...

En dus had ik mijn startnummer 14 grootmoedig aan een andere loper beloofd.

Deze bovenstaande dingen had ik maandagmiddag gezegd tegen mijn vrouw.  Iets in haar blik vertelde me dat ze me bijna geloofde.

 

*****

 

Maandagnamiddag krijg ik een foto van mezelf in volle inspanning op de 20 Km per mail doorgestuurd. 

Van Hild.

Ik maak een bedankmailtje op, met nog wat bedenkingen en met de mededeling dat ik op woensdag misschien toch deelneem aan de Stratenloop. 

En nu ik er nog eens over nadenk, zou het wel eens kunnen dat ik het woord  'misschien' wel vervangen heb door het woord 'zeker'.

En ik verstuur mijn bericht via 'Reply'.

En dan pas merk ik dat Hild de mail eerst naar mijn thuismailadres heeft gestuurd.  En mijn vrouw dan vervolgens naar mij. 

Dus de Reply gaat naar mijn vrouw!

Mijn vrouw krijgt dus te lezen dat ik toch ga lopen, amper enkele uren nadat ik het tegendeel heb beweerd.

Het moet niet eenvoudig zijn om met mij getrouwd te zijn.

Schrap dat en vervang door het volgende: het moet niet eenvoudig zijn om met een loper getrouwd te zijn.

 

Wat is dat toch met dat lopen?

Ik bedoel maar.

Kijk naar mij.

Een volstrekt normaal persoon.  Rationeel.  Niet écht achterlijk.

Maar zet een loopschoen voor mijn neus en ik begin ongemakkelijk op mijn stoel heen en weer te schuiven.

En het is geen allergie.

Dat heb ik dan weer wel met stofzuigers.  Hemelse schrik van, maar we wijken af.

Want terwijl ik in de startzone rondbazuin dat ik deze wedstrijd wil gebruiken als een veredelde recuperatieloop en dus zeker niet ga doorlopen, dan mag u eens drie keer raden wat er gebeurde toen er plots een startschot klonk.

Inderdaad.

Lopers.

Het zijn maniakken, meneer...

 

*****

 

Woensdag 2 juni.

 

In de voormiddag al een parcoursverkenning gedaan per fiets. 

Dat klinkt nu wel érg overdreven professioneel, maar daar moet u zich niets speciaals bij voorstellen.

Hoogstens wat inschatten waar de kilometeraanduidingen staan, of waar bochten kunnen afgesneden worden.

Afstappen van de fiets en bochten inschatten. Hellingsgraad, hoek, meetlatje ernaast.  Notitieboekje.

Ik heb ook altijd een borstel bij, om verdwaalde kiezelsteentjes en glasstukjes in bochten weg te vegen.  Straks moeten mijn loopschoenen grip hebben!

Hoe ligt de gazon in deze bocht?  Toch geen verraderlijke putten in?

Maar zie dit nu toch eens af!

Hoe is dit mogelijk?

Een binnenbocht die zowaar overwoekerd is door onkruid.  Aangebeld bij de bewoners om ze de mantel eens grondig uit te vegen (ik had toch een borstel bij) en hen op hun verantwoordelijkheden te wijzen, maar natuurlijk niemand thuis. 

Gaan werken, zeker?

Uitvluchten, altijd maar uitvluchten!!

Gauw even thuis de zeis gaan halen en bijwerken, want hier wil ik straks drie meter winnen.

Ja, ik ben nogal slordig in die zaken.

 

*****

 

Halfweg de namiddag al de chip gaan halen.

 

En voor je het weet is het 17u. 

En dwaal ik met mijn rugzak tussen de kermiskramen, doorheen een kakofonie van geluiden en boenkende muziek, op weg naar mijn privé-kleedkamer, mijn eigen winkel.

De start is om 18u30, maar ik wil toch goed op tijd zijn.  De stramme spieren kunnen een lange, gedegen opwarming goed gebruiken. 

Zodra ik ga zitten om mijn loopkousen aan te trekken, voel ik weer hoe stram de hamstrings zijn.

Ik beloof mezelf plechtig dat ik geen onnozele dingen ga doen.

Opwarmen.

Ik loop richting kleedkamer en daar bevind ik me plots in het gezelschap van Dré B. en Marc B., getaande lopers.  Vorig jaar heb ik hen op de Corrida op achterstand gelopen.  Dat zit er dit jaar niet in.

Tijdens het verdere opwarmen is het een warm weerzien met zovele oorlogsveteranen en bloedbroeders van de 20 Km door Brussel.  Allemaal met zure benen, maar weer van de partij.  Het schept een band, samen de 20 Km lopen.

En ik maak me de bedenking: goed, lopen zal pijn doen vandaag.  Maar aan de kant staan kijken naar mijn collega's zou me méér pijn doen.

 

*****

 

Warme dag, behoorlijk veel wind.  Heel andere omstandigheden vergeleken met zondag.

Een gewriemel in de startzone!

En ook nog eens veel volk aan de kant.

En de geur van frieten, wafels, pita...

De beats van verschillende liedjes...

 

 

18u30 en we starten.

Ik sta weer maar eens slecht opgesteld.  De eerste honderden meters is er geen doorkomen aan.  Dat resulteert in een trage eerste kilometer.  Maar dat mag, want mijn rug laat zich lichtjes voelen.

Eens de hectiek van de start wegebt, is het zaak rond te kijken wie waar zit.  Ik zie Guido E. een vijftigtal meters voor me; en nog iets verder Marc B. en Dré B. 

Ik krijg een déjà vu.

Vorig jaar was het krek hetzelfde.

Toen liep ik soepel naar iedereen toe en liet hen ter plaatse.

Maar nu merk ik wat er allemaal weg is qua conditie.  Het gat dichten op Guido E. lukt me nog, zij het dat het wat langer duurde dan vorig jaar...

Het kost heel wat energie om tot bij hem te lopen.  En na een kilometer of twee merk ik dat de rug helemaal ok is.

 

Is dit trouwens dezelfde man die beweerde rustig te gaan lopen?

Neen, als een dolleman weer proberen vliegen.

Heerlijk!

 

Eens bij Guido gekomen, ga ik op kop, want Marc B. loopt niet gek ver voor ons.  En op kilometerpunt 3 merk ik het al.  Ik loop geen millimeter in.  Sterker nog, de heren die in mijn groepje zitten, komen me terug voorbij.  Als signaal dat ik niet snel genoeg loop, kan dat tellen.

En iets later moet ik het groepje ook nog eens laten gaan.

Doortocht na ronde 1 (kleine 5 kilometer): 20 minuten 20 seconden, volle 2 minuten trager vergeleken met vorig jaar.

Maar ja, wat wil je?

Ronde 2 en nu is het feest compleet.  Ik word voorbij gelopen door zowat iedereen.  Langs alle kanten komen ze voorbij.  Ik parkeer compleet.  En mijn linker hamstring heeft er meer dan genoeg van.

Telkens iemand me passeert, probeer ik aan te pikken. 

Vruchteloos.

Duizend keer roept men mijn naam als aanmoediging, maar het stuwt me niet eens voort.

En weet u wat?

Het is genieten.  Om voorbij gelopen te worden, moet je lopen.  En ik loop.

En na acht kilometer (in de buurt van het kerkhof, hoe toepasselijk) was het bobijntje helemaal af. 

Nog twee kilometer lijden (wat is die Gelmelstraat steil naar boven!), via het Peperstraatje weer de Vrijheid op, om aan te zetten in de laatste rechte lijn tot aan de finish.

En mits een laatste krachtinspanning, zwemmend op mijn tandvlees, haal ik nog ene Joeri in en strand op plaats 111, met een beschamende 42m 04s achter mijn naam.  Vorig jaar was ik hier 49ste, 37m 12s.

Ik kom over de mat, helemaal stuk.  Zwijmelend van vermoeidheid.  Een hartslag om schrik van te krijgen. 

Bekenden groeten in de aankomstzone.  Er worden wat indrukken gewisseld.  Aquarius.  Foldertjes.  Koekjes.  Zweetdruppels.

 

*****

 

Terug met de voetjes op de grond. 

Een snellere wedstrijd lopen zit er helemaal niet in.  Er is nog veel werk aan de winkel.

Misschien is het toch raadzaam om het lopen wat anders aan te pakken.  Eerst  eens zorgen dat er wat meer basis is, alvorens wedstrijden proberen af te haspelen.  En als ik dan toch die brandende drang zou voelen om wedstrijden te lopen,  moet ik me inprenten dat ik minder als een jonge hond de eigen staart moet najagen en vrede moet nemen met het resultaat, hoe teleurstellend dan ook.

 

Maar hoor dat gezeur nu weer eens aan!

Hou daar onmiddellijk mee op!

Ik loop, dus ik ben.

Tevreden, bijvoorbeeld.

En de après-ski moest nog beginnen!

 

*****

 

Woensdagavond.

Mijn vriend Tom, wegens achilles aan de kant, was niet komen kijken naar de wedstrijd.  Kwestie van zich niet te kwellen.

Heb ik alle begrip voor.

En hij had een stroeve nek van naar de op en neer deinende kinderen voor zijn livingraam te kijken....

We bellen mekaar en spreken af aan de Gulden Coppe.  Waar ik klaagmuur speel voor zijn achilles en hij voor mijn recent aangekweekte gewoonte om slechte wedstrijden te lopen.

Langzaam komen meer bekenden aan onze tafel hangen.

En het gezelschap was boeiend (en god zij dank trager dan ik op de corrida).   Zo had Bart bijvoorbeeld geen onderbroek aan (info waar we niet eens om gevraagd hadden). 

En vermits hij ook geen broeksriem bij had, was het toch spannend afwachten op verdere gebeurtenissen.

Ja, Bart is een pervert.

Of neen, hij had mee gelopen en had geen reserve onderbroek in de sporttas gestoken, vandaar.

En zo kabbelde de avond verder zonder incidenten, tot Bart moest niezen.  Hij had inderdaad geen onderbr....

Later op de avond, loop ik nog bekenden van AVN tegen het lijf.  En opnieuw gaan de gesprekken over de volgende 3 onderwerpen:

 

  • lopen,
  • lopen,
  • lopen.

 

Daarna hebben we het natuurlijk nog over andere zaken gehad:

de 20 Km door Brussel bijvoorbeeld..

 

*****

 

Donderdag 3 juni.

Moe!

Maar de hamstrings voelen prima aan.  Dus toch nuttig dat ik gisteren gelopen heb.

Straks naar de kiné; voor een allerlaatste controle en een massage van de verzuurde benen.

Zaterdag duurloop.

Zaterdag 12 juni staan we, als de loopgoden het willen, aan de start van de wedstrijd in Minderhout. 

Afstand: nog niet beslist.

We gaan het rustig aan doen, zoals altijd.

Ik ben toch geen maniak!

 

01-06-10

De Einzelgänger

De Einzelgänger

 

20 Km door Brussel 2010

 

Voorwoord: neem een kop koffie, thee, cava, cola of wat dan ook ter hand en zet u.

Sta mij toe nog één keer uw gids te zijn....

Waar zal ik beginnen?

Ik stel voor de draad terug op te nemen waar ik hem had achtergelaten: vorige week vrijdag...

 

*****

 

 

Vrijdag 28 mei 2010

 

18u30. Mijn smeekbede voor een afspraak met Tom B, mijn kiné, heeft vruchten afgeworpen.  Ik lig op zijn behandeltafel. 

Doel: geruststelling. 

Dat de rug het zondag zal houden.

Tom probeert mijn bekken te mobiliseren; elke keer hij er druk op uitoefent, schiet er een elektrische schok door mijn rug.

Dit is niet goed.

Ik bijt op mijn tanden, en wil vooral niet toegeven dat het pijn doet.  Want wie weet zegt Tom dan dat het over is wat betreft mijn deelname aan de 20 Km.

Maar hij merkt het en zegt dat ik hem wel moet helpen en eerlijk moet zijn over de pijn.

Toch krijg ik van Tom B. groen licht, met de wijze raad het kalm aan te doen en te zien wat mogelijk is.

Tot besluit nog wat Redcord, maar het gaat me niet goed af.  Ik ben er met mijn gedachten niet bij...

 

*****

 

Zaterdag 29 mei.

 

8u30. Ik sta op met een pijnlijke rug.  Daar word ik niet vrolijk van.

Ik twijfel of het haalbaar wordt. 

 

16u.  Ik kan de twijfel niet meer verdragen en besluit een looptestje te doen. 

400 meter = 400 pijnscheuten in de onderrug.

Ik buig het hoofd.

Dit is ondoenbaar.

Als elke landing pijn doet, zelfs tegen 10/uur, dan betekent dat morgen 2 uur lang pijn, 20.000 pijnscheuten.  En dan gaan we uit van het feit dat de pijn niet verergert.

 

18u.  Ik bel mijn vriend Tom.  Hij hoort mijn mentale noodkreet en snelt ter hulp.  Hij geeft me een flesje bronwater uit Lourdes.  Maar vermits ik me in het verleden al teveel bezondigd heb aan blasfemie, vrees ik dat ik op niet veel goodwill hoef te rekenen hierboven, bij degene Wiens Naam ik al te veel ijdel heb gebruikt, vooral in combinatie met 'verdomme' en 'miljaar'.

 

21u.  Vijf keer heb ik mijn GSM al in de hand gehad om een bevriend loper, nummerloos, te bellen en hem mijn borstnummer te verkopen.  Vijf keer druk ik op het rode knopje.

22u.  Ik overweeg om te frauderen.  Hoe kan ik er voor zorgen dat mijn chip over de drie registratiematten (start, 10 km, finish) gaat, zonder mijn pijnlijke rug? 

Een andere loper inschakelen?

Of openbaar vervoer?

Dat kan ik niet met mijn, doorgaans erg speelse, geweten in overeenstemming brengen.

Wanneer ik later in het bejaardentehuis zit, zal je zien dat ik alles Alzheimergewijs vergeten ben, BEHALVE dat ik tijdens editie 2010 van de 20 door Brussel heb gefraudeerd. 

Dat wil ik mijn kleinkinderen niet aandoen. 

Dat grootvader met zijn 70 medailles van de 20 Km door Brussel rond zijn nek zit en altijd over de medaille van 2010 zit te wrijven en kwijlend zit te mompelen:

"Dedju toch, lafaard, dedju toch!"

 

*****

 

Zondag 30 mei.

 

De dag des oordeels.

 

Tijdens de nacht ben ik een paar keer wakker geworden.  Telkens grijp ik naar die éne plaats op mijn onderrug.  Telkens is de pijn er nog.

 

8u30.  De rug voelt miniem beter.  Of beeld ik me dat in?

 

10u.  Ik vertel mijn vrouw dat ik forfait geef voor de 20 Km door Brussel.  48 jaar en ik zou wel kunnen janken.

 

10u en enkele seconden.  Mijn vrouw neemt een kordaat besluit. 

 

*****

 

Intermezzo.

 

Mijn vrouw is een kordate vrouw.  Die van aanpakken weet. 

Ik geef een voorbeeld.

Ooit kocht ze in de IKEA een keukentafel.  De autokoffer bleek iets te klein voor de tafel.

En natuurlijk geen touw bij om de koffer toe te binden.

Mijn vrouw heeft een medische achtergrond.  De koffer werd dus toegebonden met behulp van een reep medische kleefpleister. 

Op de ring van Antwerpen, ter hoogte van het Sportpaleis (waar die vervelende stootranden liggen), lost de kleefpleister en wipt de tafel uit de koffer, knal de autoweg op.

Mijn vrouw stopt ijskoud op de pechstrook en gaat doodgemoedereerd de tafel oprapen. 

Gierende banden, geclaxonneer, file tot in Barcelona, maar de tafel werd (op gevaar van eigen leven) gerecupereerd.  Er stond zelfs een afdruk van een autoband op de kartonnen verpakking.

Zo kordaat dus.

 

*****

 

10u en enkele seconden.  Mijn vrouw neemt een kordaat besluit. 

"Jij gaat lopen, anders vergeef je jezelf het nooit."

"Jog, wandel, wat dan ook, maar je gaat."

En ze trok haar medische kaart. 

"Ik zal je pijnstillers meegeven.  Genoeg om een olifant plat te leggen."

"Als het kaboem van het kanon klinkt, dan volg je gewoon de rest.  Als er veel lopers in jouw richting komen, dan moet je naar de andere kant."

"Capice?"

 

*****

 

10u30.  Pasta.

11u. Per fiets door de regen naar het verzamelpunt voor de busreis naar Brussel.  Mijn jeans is zeiknat.

De lopers druppelen binnen.  Wat zien ze er allemaal afgetraind uit.  Ik kan het bijna niet verdragen.  Ik sta hier met 70 trainingskilometers in de benen de laatste 4 weken.  En de 6 weken daarvoor niets, nada, niente.

En met een pijnlijke onderrug na een verkeerd maneuver dinsdag laatstleden.

Het is om te huilen.

 

11u30.  De bus vertrekt.

Ik zeur iedereen, die niet snel genoeg is om me te ontlopen, de oren van de kop.

Mijn voornemen is om in Brussel te beslissen of ik al dan niet zal starten.  Ik schuif het beslissingsmoment telkens verder voor mij uit.

IMG_0682

 

 

 

 

11u50. File op de E-19.  Ik hoop dat we niet op tijd in Brussel geraken.  Dan heb ik toch een uitvlucht.  Het was overmacht, mijnheer de juge!

 

12u00.  De file + de uitvlucht is weg.

 

13u07.  Brussel.  De bus heeft een parkeerplaats gevonden naast de Tervurenlaan.  Tervurenlaan, dat doet een belletje rinkelen, maar ik kan het niet thuisbrengen.

 

13u10.  Ophalen borstnummer en chip.  1382.

 

IMG_0692

IMG_0695

 

 

 

 

 

13u20.  Vestiaire: luchtvaartmuseum.  Wat krijgen we nu? Mijn vliegtuig staat niet meer op de vaste standplaats.  Dat brengt me uit evenwicht.  Weer een stukje traditie weg. 

Is dit een voorteken?

Ik kleed me om.  En besluit om een T-shirt en een blauwe PMD-zak over mijn loopkleding aan te trekken als bescherming tegen wind en regen.  Ik troggel nog een KBC-pet af van een of ander promomeisje.

Ik ontmoet de ploeg van de Erasmushogeschool.  En moet hen bekennen dat ik dit jaar niet meer onder hun vlag loop.  Maar ik voeg er aan toe dat dat voor hen een goede zaak is, want ik zou het gemiddelde resultaat alleen maar verknallen.

In het minuscule binnenzakje van mijn loopbroekje steek ik veiligheidshalve het groene armbandje dat recht geeft op gratis openbaar vervoer.  Zo geraak ik desnoods bij uitval terug in het Jubelpark. 

Medisch plan: twee bruistabletten Dafalgan een kwartier voor de start oplossen in een half flesje Evian.  In mijn loopbroekje nog een tube met zuigtabletten Dafalgan.  Desnoods per 5 km een zuigtablet.

Bij het buitengaan uit de kleedkamer staat iemand van de organisatie met twee chips in de hand te zwaaien.  Qua paniek kan dat tellen als je je chip nergens meer kan vinden. 

Ik kijk nog even naar mijn chip aan mijn rechtervoet. 

Zit er nog.

 

Ik durf niet op te warmen. 

Bang om nu al nodeloos pijn te moeten lijden.

Waar ben ik in godsnaam mee bezig?

IMG_0744

 

 

 

 

 

 

14u20.  Ik ga naar de kleine box vooraan Wave 1, waar de 1500 eersten van vorig jaar staan.  Achter ons Wave 1, 10.000 briesende lopers, als stuwraket.   Het is een drietrapsraket, met nog twee Waves van 10.000 moedigen.

De kleine box: hier sta ik volgend jaar sowieso niet.

 

Wat is het plan?

Er is geen plan, hoogstens het 'plan van de wanhoop'.

Elke kilometer evalueren.  Van Rode Kruispost naar Rode Kruispost.  We hebben alles en niks te verliezen.  Het is nu, of nooit.   Vandaag is het Brussel.   Desnoods wandelen, maar die 17de medaille moet mee naar huis. 

Peptalk.

Afgang, ja.

Opgave, nee.

Het is bibberen onder de bogen van het Jubelpark.  Mijn PMD-zak flappert, terwijl ik sta te rillen van de kou, mijn pinken zijn gevoelloos.  Verkleumde lopers zoeken warmte bij elkaar.

Er worden rondjes gelopen om warm te blijven.  Ik durf nog steeds de looptest niet aan.

Plots komt Joelle Milquet, u weet wel,  "Madame Non", door onze box gestapt.

"Vous ne courez pas?", vraag ik haar in de vlucht.

"Non."

Typisch.

 

Stilte voor de storm

IMG_0702

 

 

 

 

*****

 

Slavenkoor van Nabucco.  En dan is de Bolero van Ravel aan de beurt. 

Traaalalalalalalalalalalaaaaaa, tralalalalalalalalalalaaaaa, tralalalalaaalaaaa, enzoverder.

En ergens halfweg de Bolero neem ik mijn flesje Evian en doe er twee bruistabletten Dafalgan in. 

Een Franstalige loper spreekt me aan.

"Dopage?"

Ik lach groentjes.  En vertel hem in grote lijnen wat er aan de hand is.  En ik snoef over mijn 17de opeenvolgende deelname.

Blijkt dat hij zijn 29ste opeenvolgende keer meeloopt. 

Ook dat nog. 

Afgetroefd in het snoeven; dat dit de grootmeester der snoeverij ook nog moet overkomen...

 

Ik gooi mijn blauwe plastic zak weg.

En dan jaagt de nijdige wind de slagregen onder de bogen van het Jubelpark door en geselt de lopers; een kreun gaat door de gelederen.

 

Zo meteen is er de start.

Nog maar enkele seconden.

20 uitzichtloze, barre kilometers voor mij.

 

****

 

15u. En plots bewegen we.

Geen kanonschot!  Wellicht omdat de drie Waves verschillende starttijden krijgen.

We bewegen!

En de eerste 500 meter, tot aan de startmat, is het vertwijfeld registreren wat de rug doet. 

Pijn, ja, maar te harden.

Op de startmat druk ik mijn chrono op.

En besluit om tegen de pijngrens aan te lopen.

 

 

Sfeerfoto's van bekenden...

IMG_0706

IMG_0722

 

IMG_0728

IMG_0705

IMG_0709

 

 

 

 

Wetstraat.

Kilometer 1 niet gezien.

Koninklijk Paleis.

Kilometer 2 niet gezien.

En ik voel elke landing, maar het is doenbaar.

Ik kan harder, maar ik durf niet.  Langs alle kanten schieten lopers me voorbij.  Ik bedwing me om mee te gaan.  Vroeger reageerde ik altijd, nu is de focus op mijn gevoel.

 

Drankpost 1.

Ik gooi mijn T-shirt weg.  Een beetje drinken.  Mijn KBC-pet bevochtigen en verder.

Kilometer 3.  12 minuten 24 seconden.  4 minuten 8 seconden per kilometer.  Dit kan niet.  Dit is onmogelijk.  Dit kan ik nooit volhouden.

 

De tunnels in de Louisalaan.

Bergaf maakt mijn rug me meteen duidelijk dat ik niet moet proberen te versnellen.  Bergop mag het.  Ik loop gecontroleerd. 

Derde tunnel uit.  Ik ben zo fris als een hoentje.

 

Kilometer 5 rond de 21 minuten.  4 minuten 12 seconden per kilometer.  Alles onder controle.  Ik mag vooral niet teveel op en af voetpaden springen, dicteert de rug.

Nu begint de eerste beproeving.  De klim naar het dak van de wedstrijd.  Van de Louisalaan, via de Dianalaan naar de Panoramalaan.  Van pakweg 50 hoogtemeters naar ongeveer 115 meter.  Een groot gedeelte daarvan door de groene long van Brussel, het Terkamerenbos.

We klimmen verder door het  Terkamerenbos.  En voor ik het weet zijn we aan kilometer 7.  Weer Spa en nog een andere traktatie in de vorm van Afrikaanse beats. Nog meer fijn nieuws: de rug wordt niet slechter, neen, eerder beter.  Maar ik durf de gashendel toch niet verder open te draaien.

En dank zij  de vele deelnames weet ik perfect wat er me nog te wachten staat.  Afwisselend klimmen en dalen.

 

Kilometer 10.  Volgens Spa op 42 minuten 23 seconden, maar de mat ligt een honderdtal meter voor het 10 Km-punt.  Dus pakweg 43 minuten.  Hier neem ik een zuigtablet Dafalgan, om me te wapenen voor de rest van de tocht.  Een zuigtablet hijgend opzuigen is een moeilijke discipline (hier stond eerst iets vulgairs, vorm zelf een zin met de volgende sleutelwoorden: hijgen, zuigen, Zweedse blondine).

Nu blijft het klimmen tot kilometer 11, de Terhulpsesteenweg, de tweede hoogste piek in de wedstrijd.  Maar dan is het zwaarste stuk van het eerste deel achter de pijnlijke rug.  En ik moet toegeven dat de pijn in de rug quasi weg is.

Dalende kilometers tot kilometer 14.  Hier kan ik enkele snelle kilometers maken, maar om mijn rug te sparen loop ik ook hier met de handrem lichtjes op.  Dit heeft als voordeel dat ik wat kan recupereren om zo iets frisser de finale aan te vatten. 

 

Kilometer 14, Boulevard de Souverain op  1 uur 0 minuten en 28 seconden.  Ik verwacht elk moment dat het licht definitief zal uitgaan.

 

Kilometer 15. Spa.  Onder de 1 uur 5 minuten.  Om de kaap van anderhalf uur te halen, heb ik nog 25 minuten voor de 5 laatste kilometers.

Dat zou verdorie wel eens kunnen lukken.

Als het licht niet uit gaat.

Hallucinant.

Dit gaat niemand geloven.

Ik al in de eerste plaats niet.

Een drumband maakt een zeer opzwepend kabaal!

 

16 km op 1 uur 9 minuten.  Schandalig vergeleken met mijn tijden op de 10 mijl.  Maar dit is wel Brussel.  Quasi ongetraind, met een kaduke rug.

 

De Tervurenlaan.  Kilometer 17.  Deze derde klim, iets meer dan 1 nijdige kilometer, is de scherprechter van de wedstrijd.  Hier ben ik al dikwijls ten onder gegaan.  Vorig jaar verknoeide ik hier mijn wedstrijd.  Normaal maak ik hier minstens één knieval.  Dit wordt normaal gesproken de traagste kilometer, maar tot mijn verbijstering blijf ik relatief mooi in mijn tempo en haal zelfs een hoop stervende zwanen in.  Nog nooit was ik zo lucide op de Tervurenlaan.

Jongens, jongens, wat is dit allemaal?

Veel publiek langs de kant.

IMG_0756

 

 

 

 

 

 

Na het vagevuur van de Tervurenlaan, door de pijngrens, op weg naar de staat van genade:  triomferen op de heilige grond van de Esplanade van het Jubelpark.

 

Kilometer 18: 1 uur 20 minuten.  Nu kan het enkel nog fout gaan als ik getroffen word door een meteoriet.

Ik kijk toch geregeld even naar boven...

Nog 10 minuten voor twee relatief makkelijke kilometers.

Via de obelisk en Montgomery.

En ik haal die twee kilometer op 8 minuten 44 seconden.

 

 

Finish!

Wat een triomftocht! 

Wat een onwaarschijnlijk verhaal!

 

1 uur 28 minuten 44 seconden.

1 uur 28 minuten 44 seconden.

1 uur 28 minuten 44 seconden.

 

De omroeper wordt gek. 

"Et voilà le finish de Mark Peeters, Monsieur 20 Km de Bruxelles!!!!"

Cameraploegen vallen over mekaar heen, maar helaas, ik heb een exclusiviteitscontract met Sporza, dus wijs ik interviews van VTM, RTL, RTB en TV Brussel van de hand.

 

*****

 

De aankomstzone.

Normaal strompel ik hier, op zoek naar mezelf, adem, drank, eten, suikers, verkoeling...

En nu ben ik zo euforisch dat ik met de armen in de lucht al Yes-roepend door de aankomstzone wandel. 

Pathetisch, ik besef het.

Ik smokkel een aantal repen Mars. 

Ik steek ze vooraan in mijn loopbroekje, waar de repen een erg suggestieve bult vormen.  Eén van de Marsmeisjes kan haar ogen niet van mijn heum ..... repen Mars houden...

Ze keek raar op toen ik feestelijk in mijn loopbroekje greep en er een reep Mars uit toverde.

Suikers!

Ik worstel met een weerbarstige fles Spa.  Heb hulp moeten inroepen van een omstaander om de fles open te krijgen.

 

Medaille 17 in ontvangst genomen.

Nog twee sinaasappels gesmokkeld en deodorant.

 

*****

 

Legermuseum.

Omkleden.

Ik kom binnen en roep:

"Who's the man?"

Uit een slordige 1800 kelen (de andere kelen lopen nog) klinkt het:

"Mark is the man!"

 

Een wilde polonaise breekt los. 

Ik word op de schouders gehesen en de ganse zaal in triomf rond gedragen. 

Confetti daalt neder. 

Iedereen wil me de hand schudden, vrouwen vragen of ik hen wil bezwangeren en een kind wil schenken, maar ik moet beleefd weigeren (mijn rug, ik mag er niet aan denken!?!).

 

*****

 

Mark is toch ook wel een beetje moe.

Maar de endorfines razen door het lijf.

Ik bel mijn vrouw, mijn zus, mijn kiné, mijn vriend Tom, Herman Van Rompuy, de ganse wereld!

Iedereen is flabbergasted. 

Bij het omkleden blijk ik mijn trui en T-shirt kwijt te zijn.  Moet ik enkel met een dun regenjasje rond de stoere bast naar buiten?

Trui gevonden. 

Drie stoelen verder. 

Waar zat ik met mijn gedachten daarstraks?

 

*****

 

Richting bus.

Ik kan het nog altijd niet geloven.

Ik moet proberen de andere kant van het parcours te bereiken.  Maar omdat Wave 2 en Wave 3 respectievelijk 6 en 12 minuten later gestart zijn dan Wave 1, is het nog een drukte van jewelste op het parcours. 

IMG_0765

IMG_0764

 

 

 

Oversteken kan niet wegens de drukte.

De enige mogelijkheid is een eindje mee te joggen met de lopers (in jeans en met rugzak!) en zo het parcours te kruisen.

 

IMG_0775

 

 

 

 

*****

 

De bus.

Ik neem een cola.

Geen light.

Neen, een echte.

Suikers.

 

IMG_0785

 

 

 

 

 

 

 

De lopers verzamelen terug aan de bus.

Het gonst indianenverhalen.

Maar het strafste indianenverhaal heb ik te vertellen.

Ik sta op te scheppen tegen iedereen die niet snel genoeg is om mij te ontlopen.

En omdat iedereen moe is, ontsnapt niemand.

 

 

 

*****

 

Zaterdag dacht ik definitief de schoenen aan de haak te hangen. 

En dan haal ik zondag zo'n stunt uit.

Ik denk dat de ingehouden eerste wedstrijdhelft gezorgd heeft voor een frisse tweede wedstrijdhelft (nauwelijks 2 minuten 44 seconden trager).

De mentale boost die ik kreeg omdat de rug het hield, gevolgd door een tweede toen bleek dat ik zowaar een goede tijd kon laten optekenen, heeft me tot dit resultaat gebracht.

 

*****

 

Ik zit in Café De Gelmel.

En voor mijn neus staat een donkere Leffe te parelen.

De Leffe knipoogt naar mij.

1 uur 28 minuten 44 seconden.

11 seconden sneller dan vorig jaar.

Plaats: 1888.

En van de 17 deelnames is dit nummer 9 onder 1 uur 30 minuten.

En zo mijmer ik over de laatste weken en dagen, waar stress en blessures me tot aan de rand van de mentale ondergang brachten.

In gedachten verzonken roept mijn geest wedstrijdbeelden op, terwijl mijn lichaam nazindert van de zware beproevingen.

 

Café De Gelmel.

Rondom mij mensen die niet weten hoe bitterzoet de pijn is na de wedstrijd. 

Ik ben alleen.

Een Einzelgänger.

 

 

En nu heb ik de enige, échte reden gevonden voor dit eclatante succes.

Deze wonderlijke editie heb ik vooral te danken aan mijn vrouw.

Zij heeft mij aan de start gebracht.

De rest was kinderspel.

 

medailles

 

 

 

Foto's: Leo Gabriëls, waarvoor mijn oprechte dank.

28-05-10

Perpetuum mobile

Perpetuum mobile

 

De eeuwigdurende beweging.

Of is het hier eerder: perpetuum immobile.

 

Woensdag 26 mei.

Plots zijn we weer een jaar verder.

Staan aan de vooravond van dé wedstrijd van het jaar.

Was editie 2009 van de 20 Km door Brussel, alweer 52 weken geleden? 

Ja, zo blijkt.

 

En vorig jaar had ik een dure eed gezworen.  Tegen editie 2010 zou ik nog scherper staan, zo scherp als een knipmes meer bepaald, en zouden er nog veel meer trainingskilometers op de teller staan.

Ik zou naar de wedstrijd toeleven als een pater.  Kuisheid geestelijk (enkel studie en contemplatie) én lichamelijk (geen seks, noch zelfbevlekking, maar Spartaanse training).

 

Eén doel had ik voor ogen:  de ultieme wedstrijd lopen.  En en passant mijn wedstrijdrecord aanscherpen en u allemaal met verstomming slaan.  Ik zou uw loopgod worden, minstens.  Met minder zou ik niet tevreden zijn.

 

En waar staan we nu?

Een jaar verder.

En dat is het enige wat klopt van al het vorige.

De rest is als los zand tussen mijn vingers weggeglipt.

Ik weeg een kilo of 3 zwaarder dan vorig jaar (en heb nu vooral niet de gore moed te beweren dat dit een gevolg zou zijn van de toegenomen spierbundels van het spierkorset dat opgebouwd werd door eindeloze Redcord-oefeningen).

Neen, dames en heren van de jury, dat is een gevolg van vreet- en zuippartijen gecombineerd met niet-lopen omwille van eindeloze blessurelast.

Mijn BMI is dus ook helemaal om zeep. 

Om nog wat zout in de wonde te strooien heb ik even de volgende berekening voor u gemaakt.  Om mijn BMI terug op het niveau van vóór mijn blessure te brengen, zou ik 5 cm lichaamslengte moeten winnen.

 

Iemand een suggestie?

 

U zegt?

Me ophangen?

Verleidelijk, maar neen (strikte vertaling van: Tempting, but no).

 

Leven als een pater?

Véél trappist gedronken, dat wel. 

Kuisheid? 

Foute interpretatie aan gegeven; ik heb vooral het kuisen gemeden als de pest: geen stofzuiger aangeraakt, wat ben ik toch een dweil....

 

Over trainingskilometers kunnen we kort zijn.

Dat slaat helemaal nergens op.  Valt uit te drukken in centimeters.

 

Het is allemaal zo zinloos.

 

Zal ik het dan maar opbiechten?

Dinsdag ben ik er in geslaagd om mijn rug weer helemaal om zeep te helpen door stomweg een houten kist in een auto te laden. 

Ik kon de moed niet opbrengen om het dinsdag al hier te melden.

Woensdag van pure miserie hulp gezocht bij Wouter, assistent van mijn vaste kiné, Tom, die op dit eigenste moment golfballetjes slaat in Spanje. 

Hier stond eerst iets denigrerends over golf, maar ik kon me nog net bedwingen...

Bleek dat mijn bekken, heiligbeen, heup, kortom de ganse santenkraam weer compleet uit  balans stond.

Alles weer recht gezet, maar de pijn is nog bijlange niet weg.  Sterker nog, woensdagnamiddag doet het nog een stuk meer pijn dan deze ochtend.

 

*****

 

Intermezzo.

Een vriend van mij, Scandinaviër, heeft ook een rugprobleem.  Hernia.  Heeft ie opgelopen toen hij plat op de rug op het voordek van een speedboot lag, die tegen ongeveer Mach 3 over een biljartlakenvlakke zee aan het snellen was, en toen was er dat ene, kleine golfje...

SMAK!!!

Ik loop een rugprobleem op door me helemaal klem te lopen en één domme houten kist op te tillen....

Verschil moet er zijn.

 

Doet me trouwens denken aan het triatlondebuut van een vriend/loper.  Na jaren saai en eentonig lopen, ging Wim een nieuwe, frisse uitdaging aan.  Hij ging zich wagen aan triatlon.

Trainen is dan zinvol.

De eerste training werd een zwemtraining.  Wim komt fluks vanuit de kleedkamer het zwembad binnen, waar hij (nog voordat hij ook maar één druppel water heeft gezien) feestelijk onderuit schuift en keihard op zijn bebadmutste achterhoofd knalt.  Letterlijk knock-out. 

Ziekenhuis in met een zware hersenschudding.

Exit triatlon.

Nog maanden hoofdpijn gehad, telkens hij ging lopen.

 

Trouwens mijn vriend Tom heeft, in het pré-achillestijdperk, ook een opstoot van triatlonitis gekend.  Voor een sloddervos is dat de ultieme sport.  Je hebt van alles nodig qua gerief (helm, fiets, sleutels, diverse schoeiselsoorten) en dat gerief moet perfect in orde zijn. 

Tom zijn gerief is altijd in staat van verval, als het al niet zoek is. 

Zijn eerste kwarttriatlon heeft hij nog compleet kunnen afwerken, de tweede was het al van dat.  Lekke band bij het begin van het fietsen (en 's avonds nog eentje, op weg naar huis).

 

*****

 

Donderdag 27 mei

 

Al wat beter, maar de twijfel blijft.

Was het al een huzarenstuk om aan de start te verschijnen van 's werelds mooiste, dan is het nu wel hééééééél precair geworden.

Nu ja, starten zal wel lukken.

Joggen ook nog wel.

Maar hoe ver zal ik joggend geraken?

Zal ik het Jubelpark ooit terug zien?

En vooral, wat zal de schade zijn?

Ik heb het gevoel dat het allemaal nutteloos is geweest, een begoocheling.  En sterker nog, als dit mijn (loop)toekomst is, met steeds een zwaard van Damocles boven het hoofd, dan moet ik me dringend gaan bezinnen...

Zal ik het Jubelpark überhaupt ooit terug zien?

 

En ja, mirakels bestaan niet.

 

*****

 

Vrijdag 28 mei.

 

Een mens heeft af en toe een relativerende toets nodig. 

Maar ik kan die maar niet vinden op mijn toetsenbord.

Even proberen, toch...

¥  ß  £  ‡  ₧  ∞  ∂  ∑  №  TM  Ω  ₪  א 

 

Neen, ik vind de relativerende toets niet.

 

 

Even wat relativerends op een rij:

Ik had dit rugprobleem ook vandaag kunnen oplopen, en dan was het finaal een streep door de wedstrijd.

Dat klopt.

Voelen we ons vandaag trouwens niet een stuk beter?

Dat klopt ook al.

Hebben we onze kiné Tom niet opgevorderd vanuit Spaanse oorden, om het loopwonder vanavond bij te staan?

Alweer klopt dat als een zwerende vinger.

Is het dan zo erg om één keer traag de 20 Km door Brussel te lopen.

Wij willen de vraagsteller waarschuwen dat ie zich bij deze op erg glad ijs begint te begeven.

Zijn er geen ergere dingen in het leven dan één keertje de 20 Km door Brussel te missen?

Vraagsteller is bij deze bewusteloos geslagen....

 

*****

 

Vanavond komt mijn kiné Tom terug thuis van zijn solo-reisje/golfstage in Spanje.  Ik ben op mijn knieën gaan zitten voor zijn vrouw en heb haar gesmeekt opdat zij hem zou willen overtuigen zijn sombrero aan de kant te leggen en mijn rug tot de orde te roepen.

In de hoop dat hij mij zal zeggen:

"Mark je bent een kleinzerig watje.  Die rug is gemaakt voor de 20 Km.  Ga heen en vermenigvuldig u..."

 

Er bestaat natuurlijk altijd de mogelijkheid dat hij zegt:

"Veto! Thuisblijven!"

 

Dan ga ik toch.

Après dimanche, le déluge....

 

*****

 

 

Ik draag deze doornenkroon

op mijn leugentroon.

Vol gebroken gedachten

die me versmachten.

Onder de vlekken der ouderdom

worden gevoelens doofstom.

 

(Hurt, Johnny Cash, erg vrije vertaling)

 

 

Vrienden lopers (M/V):

 

Succes allemaal zondag.

Behouden vaart.

Hvelreki.

 

25-05-10

De Daltons

De Daltons

 

Dinsdag 25 mei.

Nog maar enkele dagen en dan is het zover.  De 20 Km door Brussel 2010.

Elke dag is nu de laatste dag. 

Vandaag is het de laatste dinsdag voor de wedstrijd, morgen de laatste woensdag.

 

Maar elke dag kan ook letterlijk de laatste zijn. 

Morgen mijn laatste duurloop. 

Als er dan iets fout loopt, dan is het meteen een dik kruis over de wedstrijd.

 

*****

 

Gisteren stond ik bij de bakker aan te schuiven.  Er komt een mevrouw binnen en die begint me daar een scheurende hoestbui ten beste te geven. 

Het leek wel Doc Holliday. Om u gegoogel te besparen: Doc Holliday was een pistoolheld in het Wilde Westen (Gunfight at the O.K. Corral), die leed aan tuberculose en dus kuchend door het schietgrage leven ging.

Enfin, mevrouw was haar longblaasjes aan het uithoesten.

Heelder stammen kwaadaardige bacillen kozen het vrije luchtruim, richting mijn neus.

En ik ben wel een loper, maar ik wens wel geen loopneus....

Dus twaalf minuten de adem ingehouden.

Of toch bij benadering.

 

*****

 

Zaterdagvoormiddag opnieuw een lange duurloop afgewerkt. 

Maar vergeleken met woensdag was het nu erg warm. 

Het zweet gutste en ik moet toegeven dat ik zware benen en kuiten kreeg tijdens de lange duurloop.

Met 1 uur en een kleine 21 minuten toch 1 minuutje sneller gelopen dan afgelopen woensdag, hoewel dat niet de onderliggende gedachte was.

Maandag, Pinkstermaandag, voorlopig de warmste dag van het jaar, vurige tongen nog aan toe, was goed voor 1 uur en 8 minuten, weliswaar op de korte versie van de langste duurloop.  Bij momenten heb ik getracht het tempo wat op te trekken, maar dat was toch niet evident.

 

*****

 

Ik ken iemand die Heins heet. 

Heins als achternaam. 

Het aantal rottige opmerkingen die die persoon te verwerken krijgt in de ketchup-sfeer zijn waarschijnlijk ook niet te tellen.  En je hoort het niet dat het met een s is.

Nu ja, er komt bij mij iemand in de winkel die Winkler-Prins heet.  Zoals de encyclopedie. Surft veel naar Wikipedia.

En Asbreuk. 

Dan vraag je je af wat er in het verleden misgegaan is.

Schön. 

Met de achternaam.  En lelijk als de nacht.

En iemand die Van Der Kloot heet. 

Ook geen cadeau.

Een vroegere kennis van mij moest met de naam Henri Van Der Kloot door het leven. 

Wij noemden hem Honoré de Balzac. 

Wij hadden teveel tijd, denk ik.

 

*****

 

In het loopwereldje heb ik me een paar jaar de tanden stuk gebeten op een loper, een wat oudere meneer, die een erg eigenaardige achternaam droeg:

'Scmzonciek'. 

Ik kan er een paar medeklinkers naast zitten, maar het zat in die richting.  De mens had een robuuste Slavische kop, donkere woeste ogen en een ijzeren karakter. 

Toen ik hem na diverse pogingen op een zondag eindelijk klop op een wedstrijd over 10 mijl, hoorde ik hem in de kleedkamer achteraf zeggen (met een zwaar accent van het voormalige Oostblok) dat die marathon van de dag ervoor toch nog wat in de benen zat.

Daar wordt een mens dus nederig van.

Nu ja, zoals in het voormalig Oostblok maken ze ze niet meer.

 

*****

 

Mijn vrouw en ik hadden, in onze arme periode, een Lada als auto. 

 

Jonge mensen, surf maar eens op de golven van het internet  en ontdek wat voor een wagen dat was. 

 

Hoe kan ik dit uitleggen?

Op de evolutionaire ladder van de auto's staat de Ferrari F40 helemaal bovenaan, en helemaal onderaan de DAF.  Dan nog enkele verdiepingen onder de Trabant,  daar staat de Lada.

De Lada was robuust als een tank, met ongeveer hetzelfde comfort.  Vering was decadentie van het Westen, airbag was voor verwijfde venten.  In een Lada was je zélf de kreukzone. 

Je had twee versies van de Lada.  De gewone, zoals wij, en de Sport (die had een tennisbal op de trekhaak).

Onze Lada was strontkleurig.  Ik weet het, ik heb me in het verleden al wel eens verfijnder uitgedrukt, maar ik ken geen enkele beschrijving die exacter is. 

Stront.

Hoe dikwijls hebben vrachtwagens zwiepend moeten uitwijken op de E19 voor ons autootje dat weer maar eens niet in 4de wou?

Romantisch!

De verwarming bij een Lada had twee standen:  AAN (bloedheet) ofwel UIT (vrieskou).  Klimaatregeling: wij regelden het klimaat met onze uitlaatgassen.

 

*****

 

Toen mijn vrouw een firmawagen kreeg (het begin van onze rijke periode), bleef de Lada lange tijd verweesd achter op de bedrijfsparking.  Na verloop van maanden vond de directie dat het zakencijfer leed onder de aanwezigheid van onze auto, en werden we gesommeerd het vehikel te verwijderen.

Ik met een technische vriend ter plaatse.

Lada start niet. 

Platte batterij.

We kunnen de voorkant van de auto niet bereiken, wegens een bedrijfsmuur.  Links en rechts van de Lada staan auto's geparkeerd.

We moeten de auto achteruit duwen.  We zetten de handrem af, maar krijgen er geen beweging in.  Handrem blijft hangen (souveniertje van de lange winter).

Techneut zegt: Opkrikken, achterwiel er af en met hamer timmeren, dan zal de handrem wel lossen.

Getimmerd als een gek. 

Lost niet. 

Oostblokgerief. 

Geeft geen krimp.

 

Plots komt er een man naar ons toe.  Hij vraagt wie we zijn en of hij onze namen kan hebben. 

Wij vragen waarom. 

Hij zegt: "Om te controleren of jullie geen auto aan het stelen zijn."

 

Ik rol over de grond van het lachen.

Letterlijk.

De slappe lach, een half uur gehinnikt.

We bevinden ons in een oceaan van BMW's, Mercedessen, Audi's en dergelijke, waarvan de optie 'lederen interieur' alleen al duurder is dan de Lada die we niet aan de praat krijgen. 

Zien wij er uit als de Daltons onder de autodieven?

 

*****

 

Na lang getimmer geven we er de brui aan. 

Het lukt niet. 

Wiel er terug op, neerkrikken. 

En dan horen we "Trjak"

Toegegeven, het is niet goed beschreven, maar lees dat als het geluid van een handrem die loslaat.

 

We kraaien victorie.

 

De wagen wordt achteruit geduwd en neus tegen neus gezet met onze auto.  Ik vraag mijn kameraad waar de startkabels zijn.

Niet bij. 

Thuis.

Van pure miserie een tweede keer de slappe lach.

 

We besluiten de auto in het centrum van Brussel bumper tegen bumper in gang te duwen.

Mits een gigantische verkeersopstopping, wat blikschade en een vermelding op de Verkeersinformatie van Radio 1 lukte dat.

 

Bij gebrek aan spanning op de batterij heb ik weliswaar los door Brussel  gereden zonder richtingaanwijzers. 

Leuk.

 

In Antwerpen aangekomen trek in de handrem op. 

Opnieuw geblokkeerd. 

Nice!

 

*****

 

De Lada is al lang weg.  Het enige dat ik nog heb van de Lada is de volledige gereedschapskist, bestaande uit zegge en schrijve één schroevendraaier (alles in een Lada ziet er dan ook uit als een schroef). 

Dat is pas robuust gereedschap. 

Die schroevendraaier heb ik zelfs ooit al als beitel gebruikt. 

Geeft geen krimp. 

Is waarschijnlijk nucleair gehard.

 

*****

 

Maar goed, het ging dus over die loper met die Slavische naam, zo'n naam die je automatisch linkt aan het Joegoslavië-tribunaal, enfin ik doe nog eens een poging 'Szmzonciekitsch', of iets van die strekking. 

Op de Boerkesjogging in Olen heeft hij ooit een merkwaardige stunt uitgehaald.  We waren volop aan het dubbelen.  U kent dat wel, mannen die zich iets té serieus nemen als lopers dubbelen vrouwen die gezellig aan het keuvelen zijn. 

De dames versperden compleet de weg. 

Onze Slavische loper komt vlak achter de dames en geeft een oerkreet ten beste (te vergelijken met de kreet die Tarzan zou slaken wanneer hij Cheetah met Jane betrapt terwijl ze vieze manieren doen). 

Nooit eerder gezien: dames van middelbare leeftijd die twee sporten combineren: lopen en hoogspringen...

 

*****

 

Mijn kiné heeft al zijn geld ingezet op een eindtijd op de 20 Km van circa 1 uur 40 minuten.

Vooropgesteld dat ik onderweg niet uitval met een blessure.

Ik durf niet eens te gokken.

Eén zekerheid hebben we.

Zondag wordt een erg zware opdracht.

Dat besef ik.

Weersvoorspelling: 16° en 95 % kans op neerslag.

Toch een lichtpuntje...

21-05-10

Roodkapje

Roodkapje

 

Woensdag 19 mei.

 

Deze ochtend de stoute schoenen aangetrokken, in casu de loopschoenen, voor mijn derde training deze week (zaterdag, maandag, woensdag).  Dat begint er al op te trekken.

Kiplekker voelt deze jongen zich.

En daarom, waarde lezer, groeide in het achterhoofd het plan om vandaag reeds de duurloop op te trekken tot maximale omvang. 

 

Hoort u die ijselijke gil op de achtergrond?

Dat is Tom, mijn kinesist, die zich nu de haren uit het hoofd zit te rukken, omdat zijn poulain zich weer maar eens bezondigt aan het fors negeren van alle basisregels van het lopen. 

Opbouwen moet een traag, gestaag proces zijn, niet in wilde snokken naar boven. 

Die theorie is mij niet geheel vreemd, maar ik heb mijn ganse leven lang al vierkant mijn voeten gevaagd aan goede raad, dus waarom zou het nu anders zijn?

Waar dient goede raad immers voor?

 

*****

 

Het is een koele ochtend.  Van een dag vol belofte.  De zon is een beetje aan de luie kant.

 

Het asfalt van de Lindendreef ruil ik voor de verharde zanddreef naast de gevangenis.

De uitgestrekte velden, met verse ploegsporen, in kaarsrechte patronen, afgewisseld met weiden, groen dat bijna pijn doet aan de ogen.

Een scheefgezakte badkuip als drinkbak.

Enkele koeien schrikken op en lopen vervolgens met me mee, tot vlak tegen de volgende prikkeldraad.

Het draait vlot. 

Wat is het heerlijk als je onbezorgd kan lopen.

Oppassen hier.  Hier werden onlangs enkele putten met nieuw steenpuin gedempt.  Een voet verzwikken zou een drama zijn.

Via het kasteelvoetpad (een trage buurtweg) loop ik richting Wortel.  De weg over en nu kom ik via asfalt en langs een loonwerker in de Torendreef. 

Hier heeft men de dreef voorzien van een vers laagje dolomiet (die hopen lagen hier al van voor de lange winter te wachten).  De dolomiet is nog niet vastgekoekt, dus is het zaak er naast te lopen. 

Voorbij het kerkhof van de landlopers.

En iets verder moet ik de knoop doorhakken.  Rechtdoor is de langste duurloop, linksaf de iets kortere (ongeveer 2,5 km korter).

Rechtdoor wordt het.

Recht door zee.

Nu ja, een ven.

Het Bootjesven. 

Ik ben inmiddels ongeveer een half uur onderweg.

 

Dan linksaf en enkele honderden meters verder weer links het bos in, via een poortje en een kronkelend boswegeltje.

Tweede poortje en de lange dreef, richting Wortel.

Dit is trouwens het parcours van de Landlopersjogging van Wortel.

Veel putten in deze dreef.  Maar dat geeft een fartlek-gevoel.  Je moet al eens dribbelen en uitwijken.

Rechts het bos uit over het wildrooster.

 

Spectaculair uitzicht. 

Hier kan je eindeloos ver kijken.

Lange zanddreef rechtdoor tot aan de Rode Weg.

Oversteken en weer mul zand.  Dit is ploegen, maar daar wordt een mens sterk van.  Sterk genoeg om de Tervurenlaan te bestormen.

Linksweg aan het bos en honderd meter verder opnieuw links.  Zanddreef met afwisselend rechts en links een ven. 

Vooral het grote ven links is mooi.  Vaak bevolkt door blauwe reigers.  Enkele eenzame dennen worden weerspiegeld in het licht rimpelende wateroppervlak van het ven.

Verder.

Altijd maar verder.

Tot aan de Rode Weg.

Opnieuw.

Ik klok hier 57 minuten.

 

Zandweg in.

Eerste schuine dreef links.

Kruispunt dreven over, rechtdoor tot aan de T-splitsing.

Rechts.

En dan rechtdoor naar het asfalt en aansluitend het kruispunt.  Oversteken en de 's Boschstraat in.  Volgen tot aan de Gustaaf Segersstraat. Rechts tot op de Vrijheid.

Links het pittoreske Begijnhof in.

Het wandelweggetje dat in de Gelmelstraat uitkomt.

Gelmelstraat, Antoon de Lalaingstraat en zo naar huis.

1 uur 21 minuten en 47 seconden.

En weet u wat?

Ik ben moe, maar niet uitgeput.

Niet kapot.

Hoe dat komt?

Weet ik niet.

En dat is in tegenspraak met de volgende zin.

 

*****

 

Ik weet alles.

En wat ik niet weet, is niet waard geweten.

 

Mensen vragen mij wel eens hoe het komt dat ik zo ongenadig intelligent ben.  Hoe dat het in hemelsnaam mogelijk is dat iemand zoveel parate kennis weet te combineren met  een stortvloed aan zinloze weetjes. 

Encyclopedisch als het ware. 

En dat allemaal met zo'n klein hoofd. 

 

Zelfs op die vraag weet ik het antwoord.

 

Studie, ontberingen, zelfkastijding en oog voor detail...

...enerzijds....

....maar anderzijds,

vooral spieken en bluffen.

 

Ik heb mijn middelbaar diploma gehaald met spieken.

Ik hoop dat Kind 2 niet meeleest.  Rolmodel rolt donderend van zijn sokkel.

 

Spieken dus.

Daaraan werd ik vorig jaar, in de startzone van Dwars door Kasterlee, herinnerd.  Naast mij stond een loper die me ergens vaag bekend voorkwam. 

"Dju, ik ken die mens, maar wie is het?", spookte het door mijn hoofd.

 

Zoals altijd kende hij mij nog. 

Wist zelfs mijn naam. 

 

Ja, wat zal ik zeggen.  De meeste mensen zijn zo onder de indruk van mijn sprankelende persoonlijkheid, mijn joie de vivre, mijn charisma, mijn inzichten en communicatieve bekwaamheid, dat ze mij nog steeds herinneren, al duurde de oorspronkelijke ontmoeting slechts een paar seconden, en was die ontmoeting desnoods een paar decennia geleden.

 

Ik kende zijn naam niet.

Al heb ik u vijf minuten geleden ontmoet of heb ik 10 jaar met u lief en leed gedeeld, ik zou begot niet weten wie u bent.  Zo kan gelijk welk kind aan mijn voordeur komen beweren dat ik zijn of haar pa ben.  Best mogelijk, toch als het welbespraakte, geestige en mooie kinderen zijn...

 

Vrouwen.

Nog zoiets. 

De meeste vrouwen die mij gekend hebben (in alle betekenissen van het woord) zijn daarna nooit meer dezelfde.   De helft treedt in een of andere strenge kloosterorde, sommigen cijferen zich geheel weg in ontwikkelingshulp, de overschot wordt gek (van verlangen, wanhoop, gevoel van verlies,....). 

Enkel om die redenen mijd ik recepties en andere publieke optredens.  Er is namelijk altijd iemand aanwezig, die ik vaag ergens van ken.  Meestal hebben we in het verleden iets samen gedaan. 

Dat kan variëren van pakweg een bankoverval tot desnoods een folieke in de amoureuze sfeer. 

Dat is mij meestal niet bijgebleven, maar blijkt dan wel het absolute hoogtepunt in het leven te zijn van die andere persoon, waarna alles resoluut bergaf is gegaan. 

Tja, wat zal ik zeggen. 

Ik heb helaas dat effect op mensen.

 

Die kroniek schiet hier helemaal niet op vandaag, wat is dat toch?

 

Dus in de startzone spreekt een manspersoon mij aan.  Hij kent mijn naam, en voornaam, maar ik zou absoluut niet weten wie hij is. 

Ik vrees even dat ik hem nog geld moet, maar dat blijkt ook niet het geval te zijn. 

"Ken je mij niet meer?", vraagt hij me.

Natuurlijk niet. 

Maar dat zeg ik niet, toch niet botweg.  Ik kwets niet graag mensen. 

"Tuurlijk wel", zeg ik. 

"Dingske".

"Jos", zegt hij.

"Ja, dat weet ik, maar ik zit uw familienaam te zoeken", zeg ik dan weer.

Truukje dat ik van wijlen mijn vader heb geleerd.  Tijd winnen.

"Jos X.", zegt hij.

Jos X.

Zegt me niks.

Gelukkig werd verdere blamage me bespaard door het startschot. 

Saved by the gun, zeg maar.

 

*****

 

Jos X.

Ja, zo heet hij niet echt.  Inmiddels ben ik zijn naam alweer vergeten, maar het was iets in die aard. 

Achteraf is mijn frank gevallen. 

Ik heb de drie laatste schooljaren van het middelbaar onderwijs naast hem op de schoolbanken doorgebracht. 

Zonder Jos had ik daar waarschijnlijk nu nog gezeten. 

Ongeveer alles heb ik van hem gespiekt.

Ik was goed in, even kijken, godsdienst en lichamelijke opvoeding. 

Jos was goed in de rest.

Tijdens examens en toetsen moesten wij een boekentas in het midden op de bank  tussen de twee leerlingen plaatsen, zodat afkijken bemoeilijkt werd.

Dit euvel hebben wij, Jos en ik, op volgende manier uit de weg geruimd.

Ik schafte mij een Samsonite koffer als boekentas aan. 

Het voordeel is dat daar pootjes onder staan.  Zo werd een perfecte brievenbus tussen de twee bankhelften gecreëerd.  De papieren schoven er vlotjes onderdoor. 

Het was een win-winsituatie. 

Ik slaagde voor de toetsen en Jos kon op zijn conto zetten dat hij mijn vriend was.

 

*****

 

Ik heb ook hogere studies afgewerkt.

Er moet hier ergens nog een diploma rondslingeren ten bewijze. 

Daar heb ik iets langer over gedaan dan strikt noodzakelijk.  Omwille van studentikoze verplichtingen gekoppeld aan een milde verslaving aan Hoegaarden en Jägermeister.

Dit diploma had ik nooit gehaald zonder de hulp van een paar mensen.   Mijn huidige vrouw zorgde er voor dat ik niet altijd in de kroeg zat.  Een  medestudent leende me haar cursus, want zelf heb ik nooit ook maar één blad cursus bezeten.

Er was echter een bijkomend probleem. 

We blokten met twee personen dezelfde cursus.  Omdat ik het minst naar de les was geweest, kreeg mijn studiegenoot voorrang om vooraan in de cursus te beginnen.  Ik begon dan maar te blokken ergens halfweg de cursus.

Dat viel tegen. 

De helft van de tijd had ik geen flauw idee wat ik aan het blokken was.  Vergelijk het met een boek: lees eerst de achterste helft, dan pas het begin. 

Moest u Roodkapje halfweg beginnen lezen, dan had u ook geen flauw idee waar die wolf vandaan kwam en wat hij allemaal van plan was.   Nu ja, grootmoeder opeten, dat weet ik ook wel, maar kan u enigszins meewerken?  Er moet ooit een eind aan deze kroniek komen....

Maar wanneer ik nadien dan het eerste stuk blokte, vielen de puzzelstukken in mekaar.  

Soms ook niet natuurlijk.

 

Maar goed, er was geen weg naast, het moest zo.

 

En dan nu de gouden tip van Mark voor het afleggen van examens.  Opnieuw hoop ik dat Kind 2 dit niet meeleest.

 

Hoe leg je een perfect mondeling examen af?

Zorg ervoor dat je de cursus redelijk goed kent (ja, wat dacht je, wonderen bestaan niet).  Op die manier kan je de vragen die op de vragenfiche staan beantwoorden. 

Maar....de adders onder het gras zijn de bijvragen. 

Die zijn uiterst belangrijk om zo je cijfer op te krikken. 

Maar die vragen ken je niet, die heb je niet onder controle.

Daar had ik een oplossing voor.  Ik probeerde namelijk vat te krijgen op de bijvragen.

Ik bereidde mijn fichevragen schriftelijk tot in de puntjes voor.  Maar wanneer ik deze mondeling ging afleggen, dan liet ik cruciale informatie weg uit mijn antwoord.  Info die ik zelf aanduidde met uitroeptekens.  De prof merkt dat ik het wel ken, maar dat er toch bepaalde zaken ontbreken.  Hij kan de verleiding niet weerstaan om daar op door te vragen om mij de kans te geven om ofwel te scoren of om vast te stellen dat ik het niet voldoende ken.

Maar ik scoor en hoe!

Met veel flair vul ik de zogezegde hiaten op.  Het lijkt geïmproviseerd, maar het was perfect voorbereid.  Een beetje acteren.... zo lijkt het alsof je speelt met de leerstof.

Er zijn natuurlijk altijd klootzakken van profs die niet doorvragen en meteen denken dat je het oppervlakkig gestudeerd hebt.  

Dan moet je het heft in handen nemen!

Je denkt toch niet dat ik de kaas van mijn brood laat eten.

Wanneer hij zegt over te gaan naar de volgende vraag, dan moet je het lef hebben om hem te onderbreken en te zeggen dat je nog een paar kleine aanvullingen hebt.  En dan komt het er alweer uitgerold alsof het niks is. 

Zo maak je indruk.  Maar zo vul je ook gecontroleerd de examentijd.  Een prof heeft uiteindelijk ook een strikt tijdschema te halen.

Ik moet ook een strikte deadline halen met deze kroniek, maar dat gaat hier maar door en door en door....

 

 

Nu we toch bezig zijn. 

 

Probeer je vragen te bemachtigen!

Is me ooit gelukt.

Ontwikkelingspsychologie.  Een buisvak.

De prof gebruikte een set van een twintigtal fiches met telkens 4 vragen.  Die waren genummerd en werden in strikte volgorde gebruikt.  We wisten de vragen te bemachtigen door ze te gaan noteren bij het buitenkomen van de studenten van een parallel jaar, die veertien dagen voor ons dat examen afwerkten. 

We hadden op die manier alle fiches gereconstrueerd, behalve één.

We blokten de fiches, in de hoop dat de prof dezelfde set fiches zou gebruiken voor onze examens.

De examens beginnen. 

Ontwikkelingspsychologie liep over 2 dagen. 

Dag 1.  Opluchting; de prof gebruikt dezelfde set.  Maar we hadden één fiche nog altijd niet weten te bemachtigen.  Weer kamperen aan de deur tot we de fiche hadden.

Dag 2.  Onze examendag.  Nog steeds dezelfde set vragen.  En nu kunnen we beginnen rekenen.  Zoveel studenten staan voor mij op de lijst, nu is fiche nummer zoveel, ik zal dus met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid fiche nr zoveel hebben. De laatste uren voor mijn examen zette ik alles op die ene fiche.  Klopte als een bus.  Alhoewel het bibberen was omdat één student pas heel laat kwam opdagen voor het examen.  En die moest er zijn om de volgorde der fiches te respecteren...

 

Ik denk dat de kroniek hier stopt, ik krijg namelijk honger.  Een broodje zou er wel ingaan.

 

Over broodjes gesproken....

Kent u een broodje-aapverhaal?

Een urban legend.  Een fictief verhaal dat voor waar wordt verkocht.  U heeft ze wellicht ook al wel gehoord.  Dat ze in Disneyland een kind uit het oog verliezen.  Een paar uur later zit het versuft op een bank.  Blijkt dat het kind werd ontvoerd om een nier te stelen.  Bijvoorbeeld.  Niks van aan.

Ik denk dat volgend verhaal een broodje-aapverhaal is.  Maar wie weet.

 

Een student meldt zich op het examen bij de prof die een immense stapel fiches met vragen voor zich heeft liggen.  De student trekt een fiche en gaat het auditorium in om zich voor te bereiden. 

Daar merkt hij dat hij per ongeluk twee fiches heeft genomen. 

Een luxueuze situatie, want zo kan hij de fiche nemen die hem het best uitkomt. 

Hij legt een mooi examen af en neemt de extra fiche mee naar zijn kot.  Hij geeft de fiche door aan een collega, die nu de luxe heeft dat hij de examenvragen heeft.  Die blokt die grondig. 

Op het examen trekt hij een fiche, maar bergt die op.  Hij legt examen af met zijn eerste fiche.  De andere fiche wordt weer doorgegeven enzoverder...

 

Enzoverder.  Niet eens een slecht woord om een kroniek mee te beëindigen, maar we zijn nog maar pas begonnen...

 

*****

Tenslotte (ha, dan toch een einde aan deze kroniek in het zicht) wil ik u volgend verhaal niet onthouden.

Een collega-student, die helaas ook een gans jaar de lessen niet had bijgewoond, wou op het examen op het sentiment van de prof spelen.

Op de vraag waarom het examen zo moeizaam was verlopen, antwoordde de student:

"Professor, uw les was telkens op dinsdag.  Omdat ik elke dinsdag moet werken om mijn studies te betalen, kon ik helaas uw les niet bijwonen.  Vandaar dit mager resultaat."

Een krokodillentraan werd uit de ooghoek geperst.

Oscarmateriaal.

Waarop de prof zei: "Mijn les was op donderdag...."

Foutje.

 

*****

 

 

Ja, een kroniek vol zoete, bitterzoete mijmeringen.

Eerder een korte kroniek, me dunkt.

En het is vandaag, vrijdag, van dat loom weer.

Waardoor ik maar niet op gang kom.

En daarom is deze kroniek erg beknopt gebleven, waarvoor mijn welgemeende excuses.

En ik lijk maar niet te beseffen dat het nog maar amper een week is tot de 20 Km door Brussel.

En hij leefde nog lang en gelukkig.

18-05-10

Johan Cruijff

Johan Cruijff

 

Dinsdag 18 mei

 

Kijkt u even mee?

telklok2

 

 

Nog 12 dagen.

Help!

 

Nu we weten dat deze editie voor uw dienaar louter een stijloefening wordt, voelt het toch anders aan dan vorige jaren.

Er hangt niet zo veel van af.

De stress is anders.

Niet meer op leven en dood.

Het naar de wedstrijd toeleven is van een andere orde.

 

*****

 

Maandagochtend een tweede duurloop afgehandeld sinds mijn vrijdagse kroniek; dat is ook al eventjes geleden dat ik dat hier mocht melden, merk ik plots.

Zaterdag 1 uur 10 minuten gelopen; zonder last van de contractuur.  Dat stemt gelukkig.

En zondag?

Geen reactie, zelfs geen spoor van spierpijnen.

En maandag 17 mei alweer diezelfde duurloop (1 uur 10 minuten en luttele seconden), zonder noemenswaardige problemen.

Het enige probleem is dat ik nu pas besef hoe zwaar deze sport is.  Wat allemaal vanzelfsprekend was geworden, blijkt nu geen sinecure. 

Het is verdorie loodzwaar labeur.

Terugblikkend op een snoeihard loopjaar 2009 met o zovele (relatieve) triomfen, besef ik nu pas tot wat ik toen in staat was.

En vooral wat ik nu niet meer kan. 

U dient hier te lezen: nog niet kan. 

Dat hoop ik toch, dat u dat hier dient te lezen.

 

Ik richt me nu even tot de lopers onder de lezers.

Dames en heren, ik heb een diep respect voor wat u allemaal presteert, op welk niveau dan ook.  Uw gevecht met uzelf, uw limieten, uw geest, uw lichaam, de chrono, de afstand en de ouderdom siert u.

 

*****

 

Maar nu ik een tweede duurloop op relatief korte tijd vlekkeloos afwerk, is het baasje welgezind.

Joechei!

Mijn humeur is in elk geval in die mate zenit dat ik de ganse voormiddag mijn vrouw op haar systeem heb gewerkt door telkens uit te barsten in burlesk gezang:

 

Dos Cervezas por favor!

De nieuwe hit die een weerhaak in het gehoor heeft.

 

Elke Spanjaard heeft een snor!

Jammerlijk, is dat.

 

*****

 

En wat zijn de plannen?

Maandagavond naar mijn kiné, voor Redcord en controle.

Woensdag duurloop, zelfde als maandag.

Zaterdag trekken we de afstand op en gaan we naar een duurloop van circa 1 uur 25 minuten.

 

Dan hebben we nog een week, ocharme.

Opbouwen?

Ja, een beetje.

Maar toch vooral uitkijken dat ik niets kapot loop en absolute prioriteit .... gezond blijven.

Niet een of andere onnozele ziekte oplopen. 

Dat zou pas het toppunt zijn.

 

*****

 

Nu heb ik toch ook wel een beetje aanleg voor smetvrees. 

U zal me niet snel een kauwgum van het voetpad zien afschrapen om die vervolgens te herkauwen.

Een vreemde substantie in een potje?  Kind 2 mag er aan likken, dat is namelijk goed voor de weerstand.  Mij niet gezien.

 

Deurklinken zal ik niet met mijn blote handen aanraken. 

Laat staan WC-brillen.

Liftknoppen!

Waterkranen!

Lichtschakelaars!

Muizen (ook die van computers)!

Klavieren (ook die van computers)!

Ik mijd de duwstangen van winkelwagentjes.

Het is toch al minstens van mijn studententijd geleden dat ik nog op een gebruikt geurblokje van het urinoir heb gesabbeld. 

Citroensmaak! 

Mmmmmm, lekker....

 

Ik kus ook geen vreemde vrouwen.

U lacht?

Neen, ik kus geen vreemde vrouwen. 

Bekende ook niet, voor wat het waard is.

Wist u dat in de mond van de mens méér bacteriën huizen dan in de anus?

 

Ha!

 

 

Opgelet!  Niet té snel conclusies trekken.  Laat deze nieuw verworven wetenschap uw liefdesspel niet drastisch beïnvloeden.  Mag ik dat met aandrang verzoeken?

Enfin, u doet maar wat u niet laten kan.

Maar kom achteraf niet klagen.

 

*****

 

En dat eeuwige gekus bij begroetingen.

Moet dat nu écht?

 

Wanneer op een feestje een vrouw op me afkomt voor de obligate drie begroetingskussen, dan vraag ik altijd eerst of ze een hond heeft.

Je hebt namelijk van die vrouwen die een érg hechte band hebben met hun schoothondje.

 

De hond geeft hen likjes.

Vol op de mond.

 

AMPER VIJF MINUTEN DAARVOOR HEEFT DIE HOND AAN ZIJN EIGEN GAT GELIKT, beseffen die mensen dat dan niet?

En dan willen ze mij driemaal kussen bij een begroeting.

Kunnen we het misschien allemaal wat simpeler maken en zal ik dan maar rechtstreeks aan het hol van uw hond gaan likken?

Dan schiet het ten minste wat op!

Een win-winsituatie!

Toch voor de hond.

 

*****

 

Trouwens, wat is dat ook tegenwoordig met dat gekus tussen mannen? 

Dat nichten dat doen, alla, maar dat gedoe bij een occasionele begroeting tussen vrienden. 

Ik word daar niet goed van.

 

Hoe begroeten échte mannen, lopers bijvoorbeeld, mekaar?

Met een por op de schouder, desnoods vergezeld van de kreet: "Dos Cervezas por favor!"

Of met een belediging: "He klootzak, hoe is't?"

 

Neen, mannen moeten tegenwoordig mekaar kussen.

 

Wat is er fout aan een hand geven?

Pas op, een hand geven, dat is ook vies.

U wil namelijk niet weten waar die hand de laatste 24 uur heeft gezeten.  Wat die allemaal heeft uitgespookt. 

Welke lichaamssappen....

JAKKES!!!

 

*****

 

Zo stond ik in de startzone van een wedstrijd te wachten op het startschot.  Het was een bloedhete dag.  In Duffel, meen ik me te herinneren.

Ik heb een flesje Evian in de hand, waar ik af en toe van drink.  Naast mij staat een mevrouw te vergaan van de dorst.

Eigen schuld, dikke bult.

Ze vraagt of ze even mag drinken van mijn flesje.

Ik ben geen beest.

Ik laat haar drinken.

Solidarnosc.

 

Even overweeg ik nog te zeggen: "Hoofd achterover, ik giet het er wel even in", maar dat is toch meer planten gieten, neen?

En nadat ze gedronken heeft, kan je toch moeilijk als een bezetene de teut van het flesje beginnen boenen, dat komt ook slecht over.

Ok, ik heb het halfvolle flesje ook niet meteen vol walging weg geflikkerd, zoveel inlevingsvermogen heb ik ook nog wel, maar dan sta je daar te draaien met een besmet flesje, waar ik onmogelijk van kan drinken.

En dorst natuurlijk.

Meteen heb je hevige dorst.

En enkel en alleen ten gevolge daarvan moest ik op het eind van de wedstrijd lossen.

 

Dus ja, gezond blijven is nu een topprioriteit.

 

*****

 

Sfeerbeeldje van de 20 Km door Brussel.

Dat decor van wazige bolletjes, dat zijn allemaal hoofden, waarin volgende vragen opborrelen:

"Waar ben ik in godsnaam mee bezig?"

en

"Dat gaat hier ook altijd bergop!"

en

"Waar kan ik hier pissen?"

 

17

 

 

Het is dat ik mijn leesbril niet bij de hand heb, maar ik meen dat ik op de 86ste rij loop.

Inderdaad, wat u zegt, die oogverblindende stijl.

 

 

med_58

Een stuk van de startzone.

Om u een idee te geven wat voor heksenketel het is.

Mits een degelijk vergrootglas kan u op de vierhonderdste rij, de 62ste persoon van links vinden.

Ik wacht wel even...

Gevonden?

Ja?

Weet u wie het is?

Hé?

Ik weet het in elk geval niet, u mag het me altijd melden.

 

******

 

De laatste sessie gisteren bij mijn kinesist, mijn mentor, Tom B. 

En ik denk dat meteen de zwaarste sessie Redcord van de ganse reeks werd neergezet. 

Veel zweet en pijn, maar de conclusie is hoopvol.

Een zware opdracht ligt achter ons, nu is het kwestie van het opgebouwde spierkorset te handhaven en, natuurlijk, kilometers te gaan vreten.

Brussel komt in die optiek een paar maanden te vroeg, maar het zij zo. 

Tom vroeg me mijn gelopen tijd en een impressie van mijn fysieke beleving door te sms'en vlak na de wedstrijd.  Hij voelt al aan zijn water dat dit beestje er toch gaat proberen door te lopen.

Daags na Brussel lig ik 's avonds op zijn tafel om de schade op te meten, de verzuring er uit te masseren en me, waar nodig, op te lappen.

Want, ja ik besef dat het van de bok zijn kloten is, ik heb me vandaag ingeschreven voor de Corrida door mijn thuisstad. 

Op woensdag 2 juni, een dikke 72 uur na de 20 Km. 

Race over een kleine 10 km.

Ik zal er startnummer 14 dragen.

Johan Cruijff.

14-05-10

Handrem

Handrem

 

Libië.

Neen, het is nu officieel.

Ik vlieg niet meer.

Met vliegtuigen bedoel ik dan.  Want vliegen met loopschoenen, dat uiteraard wel (én dat, beste vrienden van de lange adem,  is slechts een kwestie van tijd).

Neen, ik vlieg niet meer.

 

En ik zal u in enkele woorden uitleggen waarom.

 

Ten eerste: Kind 2.

U moet weten dat we enige tijd geleden dachten op reis te moeten gaan naar Turkije. 

Kind 2 kreeg, nadat we amper opgestegen waren, een drankje aangeboden.  Hij koos een cola.

En ik zweer u, er was geen turbulentie.

Maar Kind 2 zag kans om die cola over zijn hemd, broek én de zetel te kieperen.

Tot grote vreugde van mijn vrouw.

 

Mijn vrouw, de vooruitziendheid zelve, had in de handbagage reservekledij voor Kind 2.  Omdat Kind 2 nogal veel morst tijdens het eten.  Nogal veel = altijd.

 

Kind 2 heeft een lief snoetje.  Een snoetje waarvoor elke stewardess smelt.  Dus Kind 2 mocht een nieuw drankje kiezen.

Ice Tea deze keer.

En ik zweer u, er was geen turbulentie.

Maar Kind 2 heeft ook die Ice-Tea over zijn reservehemd, reservebroek én de  nog van cola natte zetel weten te kieperen.  Kind 2 kleefde aan ongeveer alles vast.

 

En nog gaven de stewardessen het niet op.

Hardleers.

Een derde bekertje drank werd gegeven.

En ik zweer u, er was geen turbulentie.

Maar, ja hoor...

 

Ten tweede: het vliegtuig

De onderhoudsfirma voor de vliegtuigen is uiteraard degene met de goedkoopste offerte. 

Peppie en Kokkie dus.

En ik neem aan, beste lezer, dat u allemaal met de wagen rijdt.  Wie durft beweren dat zijn auto altijd perfect in orde is?  Technisch gesproken dan. 

Er rammelt altijd wel iets.  De cruise-control geeft een foutmelding.  De remmen piepen.  De ruitenwisser schraapt.

Zo vond ik een tijdje geregeld mysterieuze schroeven op mijn oprit.  Die bleken  bij navraag in de garage uit mijn autodeuren te komen.  Drie deuren zaten al behoorlijk los, wist mijn garagist te melden.

 

Ten derde: de verzekeringsmaatschappij

Beseft u dat het voor de verzekeringsmaatschappij goedkoper is om de nabestaanden uit te betalen dan, bijvoorbeeld, een ganse vloot vliegtuigen aan de grond te houden voor bepaalde broodnodige en dure technische aanpassingen.

Kansberekening.

U bent hoogstens een statistiek!  In het slechtste geval van het gemiddeld aantal slachtoffers per crash.

 

Ten vierde: de piloot.

Ik ben zelf student geweest. 

Ik weet dus dat er mensen afstuderen die het diploma écht verdienen en bijvoorbeeld 90 % van de leerstof beheersen.

Ik weet dat er daarnaast ook mensen zijn die een diploma hebben gehaald door slechts maximum 19 % van de leerstof te beheersen.  En die 19% ook nog eens tijdelijk beheersen.

Uiteindelijk ben ik zelf zo iemand.

 

Er zullen piloten zijn die mijn techniek hebben aangewend om hun diploma te halen.

En die hun vliegtuigcockpit bedienen zoals ik een microgolfoven of een DVD-recorder.  Meer bepaald: van de helft van de knoppen heb ik geen idéé waarvoor ze dienen.  En een handleiding lezen, dat dacht ik niet....

 

Ten vijfde: de offday van de piloot

Iedereen heeft wel eens een offday.   

1993 was trouwens mijn offyear.

Stel dat u een piloot treft die maniakaal met zijn vak bezig is.  Die in feite onfeilbaar is, zoals de paus.

Nu ja.

Maar ook de paus heeft wel eens een offday.

 

Over offday piloot gesproken.

Doet me trouwens denken aan een vriend van mij, een piloot.  Iranese nationaliteit, dus geraakt als piloot niet aan de bak. 

11 september, weet u wel?

 

Zijn vriendin is ook piloot.

Zij is Nederlandse en vliegt voor Air France.

Ze reed met de wagen naar Charles De Gaule en moest onderweg nog tanken.

Ze tankt de wagen vol, en gaat de shop binnen om te betalen.

Toen ze buiten kwam, was haar auto weg.

 

WEG!

Gestolen?

Neen.

 

Mevrouw de piloot was vergeten de handrem op te trekken! 

De wagen was zachtjes beginnen bollen en uiteindelijk een vijftigtal meter verder tot stilstand gekomen tegen een hek.  Een mooi stel krassen over de ganse zijkant.

 

Ik vraag het u: wanneer u dit weet, zou u zich dan gerust voelen als zij aan de stuurknuppel zit van het vliegtuig, en er door de intercom klinkt:

"Hallo, ik ben uw pilote.  Welkom in mijn vliegtuig, buiten is het zeventien graden  (shit neen, dat is de oliedruk), we vliegen naar Turkije (hé, stond dit knopje er vorige keer ook al?) en waar staat hier godver de handrem?"

Ik bedoel maar: hoeveel knopjes heeft het dashboard van een gemiddelde Audi?  Vergeleken met een Airbus?

Of dat u net uw gordel vastklikt wanneer door de intercom klinkt:

"Hallo, ik ben uw pilote.  Welkom in mijn vliegtuig.  Ik heb pijnlijke maandstonden en dat gaat u GODVERDOMME allemaal keihard moeten uitzweten!".

 

Ten zesde: de bagage

Je mag maximum 20-30 kg bagage en nog wat handbagage meenemen.  Wil ik twintig kilogram bagage bij mekaar halen, dan heb ik zelfs skimateriaal, handschoenen en een grasmaaier mee naar Turkije.

Mijn vrouw is bij 20 kg amper voorbij het ondergoed.

 

Een vriend van mij heeft zo een veertiendaagse rondreis door Amerika gemaakt in één en dezelfde onderbroek.  Zijn bagage was verloren en zou nagestuurd worden. 

U kent het. 

Telkens de bagage ergens aankwam, was hij weer verder getrokken. 

En in de bagage zat ook een ring. 

Meer bepaald, dé ring.

DE RING.

Hij wou zijn vriendin romantisch ten huwelijk vragen in de Grand Canyon.

Ze kregen hun bagage op de luchthaven, klaar om terug naar België te vliegen.

Ze heeft  "ja"  gezegd, op voorwaarde dat hij een propere onderbroek zou aandoen.

 

Ten slotte: het milieu en varia

Aswolk, klapband, vogels in de motoren, kapers, Bermuda-driehoek, Kind 2 die aan de noodrem trekt, het kan allemaal....

En uuuuuren zitten wachten op de luchthaven, de check-in, de bagage. 

En beenruimte?

Ja, als je een dwerg bent wiens beide benen geamputeerd zijn.

Eten?

Breek me de bek niet open, ik vrees dat de verpakking voedzamer is.

En dat applaus wanneer de piloot landt?

Dat kleuterklasje mag ophouden, hier en nu.

 

 

Dus neen, ik vlieg niet meer.

Morgen loop ik.

Duurloop.

En ik verzoek de verzamelde goden om bijstand aan deze loper in nood.

11-05-10

King Kong

King Kong

 

Zaterdag 8 mei

 

Zaterdag wou ik een duurloop afwerken.  Kwestie van toch wat kilometers te maken in de aanloop naar het grote wereldomvattende fiasco dat er aan zit te komen op 30 mei.

En hoewel de benen relatief goed aanvoelden, zolang ik aan de keukentafel zat toch, kon ik nauwelijks bevroeden wat er mij te wachten stond.

 

*****

 

Het was koud, maar toch korte mouwen.

Koud?

Hoogstens een probleem van tijdelijke aard.

En vol goede moed ging uw held op weg naar de einder.

 

*****

 

Was de afgelopen week één vol spierpijnen, blokkerende kuiten en bijhorend geknor en geblaas van het baasje, dan hoopte ik dat zaterdag ommekeer zou brengen. 

De eerste duurloop zonder problemen of reactie achteraf.

Voor minder deden we het niet.

Zal ik maar meteen bekennen dat ik hoopte dat ik nog een drietal weken onbezorgd zou kunnen opbouwen om dan vriend en vijand te verrassen met een niet eens zo onaardige prestatie op de 20 Km?

Met in het achterhoofd dat ik een jaar of drie geleden ook al zo'n stunt heb uitgehaald:  1u31m gelopen op de 20 Km, terwijl ik de laatste 5 weken voorafgaand aan Brussel exact nul millimeter had gelopen.

En ik dacht dat nog eens dunnetjes over te gaan doen.

 

*****

 

Wel, dat laatste sprankeltje hoop is bij deze finaal de kop ingedrukt.

Want zaterdag was ik amper tien minuten traagjes aan het lopen toen plots....

....knets.

 

Een doffe pijn schiet in mijn rechterkuit.  Bovenaan rechts buitenkant.

Een gevoel dat ik uit ervaring al ken.

Een verrekking.

Ik sta aan de kant en buig het hoofd.

Verraden door mijn lichaam...

....een mes in mijn rug.

*****

 

Maandag 10 mei

 

Een weekend vol zelfbeklag, kopzorgen en ingehouden woede ligt achter me.  En ook veel ijspacks en massages met Flexium gel.

En deze ochtend werd ik heen en weer geslingerd tussen wel en niet gaan lopen. 

Niet gaan lopen = niet werken aan de opbouw = schuldgevoel.

Wel gaan lopen = mogelijk verergering blessure.

 

Mijn vrouw heeft de knoop doorgehakt en heeft me aangeraden niet te gaan lopen. 

Ik denk dat ze gelijk heeft...

Vanavond naar mijn kiné voor Redcord en wijsheid.

Mijn humeur ligt vér onder het vriespunt.

 

*****

 

"Bing Bong."

 

Onze deurbel rijmt qua geluid op King Kong.

Maar dat doet nu even niet terzake.

Dus King Kong....

....heum Bing Bong.

De deurbel dus.

 

*****

 

Wanneer ik de deur open, sta ik oog in oog met een jongeman van Telenet.

Hij merkt aan mijn vragende blik dat hij niet bij ons moet zijn.

Volgens zijn papieren moest hij op nummer 22 zijn.

Wij hebben 33, maar dan van een andere straat.  Ons huis staat op de hoek van de straat waar hij nummer 22 moest hebben.

En door een of andere bizarre speling van het lot is nummer 20 links in die straat (én het huis voor het onze) en is nummer 22 rechts in die straat (maar aan de overkant).

Dat is niet logisch, dus is de fout van deze jongeman compleet begrijpbaar.

 

*****

 

Al een jaar of 15 komen mensen op zoek naar nummer 22, bij ons terecht.  En wij helpen hen met de glimlach.  Inmiddels geforceerde glimlach.

 

Ik verwijs hem naar de andere kant, maar hij gelooft mij niet.

 

En toen liep het fout.

Ik kan niet lopen, heb een contractuur, en meneer wordt eigenwijs?

Ik schoot uit mijn sloffen.

 

"NU NOG STRAFFER.

U komt aan mijn deur info vragen, ik geef die en meneer gelooft mij niet?

WEET JIJ HET SOMS BETER?

Als ik godverdoemme zeg dat 22 daar is, dan zal dat toch wel kloppen zeker! En dat je vindt dat het niet logisch is, awel ik ook niet, maar dat verandert niets aan de zaak dat de man die je zoekt, daar woont."

 

"Ja, maar....", probeert de Teleman.

 

"Niets te ja maren, als jij het beter weet, waarom vraag je het dan aan mij?

Weet je wat?

Ik ben nummer 22.  En begin er maar aan, aan mijn kabeltelevisie.

NU!

Of bel jij altijd bij mensen aan om aan hun woorden te twijfelen. 

Eet jij graag een maand of drie yoghurt via een rietje?

Sop jij graag je boterhammetjes in je koffie?

Ze wonen daar. 

DAAR. 

DAAAAAAR."

 

*****

 

Mijn vrouw kwam kijken wat er aan de hand was. 

Ze is net op tijd om een beduusde jongeman van Telenet te zien afdruipen, en zegt:

"Ja, het wordt hoog tijd dat je kan gaan lopen, want je bent wel behoorlijk kort in de kar."

 

Ik erupteer zoals een gemiddelde IJslandse Eyjafjallajökull-vulkaan:

 

"KORT IN DE KAR?"

"IK?"

"DE KALMTE ZELF?"

 

 

"Overdrijf je nu niet een beetje?", zegt mijn vrouw.

 

"IK, OVERDRIJVEN?

"IK HEB JE AL TIEN MILJOEN KEER GEZEGD DAT IK NOOIT OVERDRIJF...."

 

"Ben je nu kwaad?", vraagt ze.

Olie op het vuur, noemen ze zoiets.

 

"NEEEEEEEEEEN, IK BEN NIET KWAAD!!!!!!!!!!"

 

 

*****

 

Tom, mijn kiné, weet hoeveel de 20 Km betekent voor mij.  Hij zal dus niet snel een schampere opmerking maken over mijn loopdwanggedachten.

Mijn dwangmatig loopgedrag.

Mijn loopwaangedachten.

Meestal voegt hij een relativerende toets toe en zegt hij dingen als:

Investeer geen energie in negatieve gedachten.

Zet je er overheen, het is nog niet voorbij.

Dit is hoogstens een terugval van enkele dagen, laat je kop niet hangen. 

Je hebt voor hetere vuren gestaan.

 

KNAL, RINKELDERINKEL!!!!

Wat nu weer.

Ik ben inmiddels in mijn winkel en ben voor u deze kroniek aan het tikken, wanneer ik opgeschrikt wordt door een hels lawaai aan mijn deur.

Nieuwsgierig ga ik kijken en zodra ik de deur open, ruik ik spaghettisaus.

 

En ja hoor, het is weer van dat.

Mijn vriend Tom heeft inkopen gedaan en heeft een kartonnen doosje met glazen bokalen spaghettisaus uit zijn poten laten flikkeren.  Zal hij dan nooit leren dat het onmogelijk is een deur te openen, onderwijl een kartonnen doos op één hand balancerend?

Neen, blijkt.

Een viertal potten hebben het niet overleefd.  Spatten spaghettisaus tot tegen mijn uitstalraam.

Nu krijg ik honger. 

Ik kan me nog net bedwingen om mijn uitstalraam af te likken, terwijl Tom spaghettisaus zit te dweilen, vermengd met glassplinters ....

 

*****

 

Maandagavond 21u10.

Kiné.

Tom B. stelt vast dat het inderdaad een contractuur is, een verrekking dus. 

Pech onderweg.

Wat we absoluut niet konden gebruiken (en ook vreesden), is nu rauwe realiteit.

Geen koningsdrama, dat nu ook weer niet, maar we zijn weer maar eens een week kwijt.  Want woensdag lopen is wel héél riskant.  Dan maar fietsen en zaterdag opnieuw starten met lopen. 

Dan is het 15 mei.

Nog maar een paar weken...

En ik wil hier niet de onheilsprofeet uithangen, maar een paar jaar geleden heb ik drie zaterdagen op rij een verrekking opgelopen, telkens op een andere plaats. 

Dus er is in elk geval nog ruimte voor nog meer doemscenario's.

Ik herlees een stuk van deze kroniek en merk dat ik refereer naar een editie waar ik nog een redelijke tijd liep na 5 weken inactiviteit.  Dat klopt, maar wat deze jongen vergeet er bij te vertellen, is dat ik nét voor die 5 weken gedwongen inactiviteit in absolute topvorm stak. En tijdens die weken ook nog eens veel gefietst heb om de hart- en longfuncties intact te houden.

En dat is nu zeker niet zo.

Maar het besef dat deelnemen op zich al een half mirakel is geworden, begint te dagen.  Alleen moet ik er mentaal nog aan wennen...

 

*****

 

En na de intensieve kuitbehandeling, hebben we nog eens een vlotte demonstratie Redcorden voor gevorderden gegeven.

Tom B. liet me mijn ding doen, terwijl hij op de PC zat te werken.  Hij liet de deur van de behandelingskamer open staan, zodat hij me, en ik citeer:

Toch minstens kon horen kreunen van ellende.

 

07-05-10

De Bastaard

De Bastaard

 

Maandag gaan lopen met kuiten die erg pijnlijk aanvoelden.  Het werd uiteindelijk een erg moeizame sessie, waarbij ik de pijn constant moest verbijten.  Ik vreesde enerzijds verdere schade, maar koesterde anderzijds ook de hoop dat deze trage duurloop herstel zou brengen.

IJdele hoop.

Woensdag nog steeds pijnlijke kuiten.  En het liep voor geen meter.  Nu begrijp ik wat mijn kiné bedoelde met vierkant draaien.

De spierpijnen zijn uiteraard toe te schrijven aan de lange periode zonder loopbelasting, maar ook aan het feit dat er nu nieuwe spiergroepen meewerken.  Dat vraagt een aanpassingsperiode.  Mogelijk is mijn loophouding ook iets anders geworden, wat resulteert in een iets andere belastingswijze van bestaande spiergroepen.

Jaja, klinkt allemaal héél intelligent.

Maar het zijn uiteindelijk maar spierpijnen.  De rug, bekken en heup werken prima mee.  Daar trekken we ons aan op.

 

*****

 

En daarstraks bleek dat niet enkel blessures roet in het eten kunnen gooien.  Wil ik aan de start verschijnen van de 20 Km, dan zal ik ook in het dagdagelijkse leven de nodige valkuilen, schietgeweren en wolfsklemmen moeten vermijden.

Daarstraks was het al bijna van dat.  Ik werd op een haar na overreden door een bejaarde meneer, veteraan van minstens twee wereldoorlogen, in een oude Mercedes.  Ik begrijp dat het niet gemakkelijk is om een hoed, een sigaar, een vals gebit, een joekel van een bril en twee hoorapparaten te combineren met een zebrapad, maar toch. 

Ik heb moeten lopen voor mijn leven.

Het zou het toppunt van cynisme zijn, moest ik begin mei overreden worden.

Eind mei ook trouwens.

September ook.

Mijn vader heeft trouwens ook jarenlang met zo'n Mercedessen rond gereden.  Ook hij was niet bepaald een aanhanger van het concept richtingsaanwijzers, laat staan voorrang van rechts.  Ook stoppen voor het rode licht was optioneel; qua verstrooidheid kende mijn vader zijn gelijke niet.  En mijn vader geloofde al helemaal niet in Rijkswachters.

 

Mijn vader reed al auto in de jaren vijftig van vorige eeuw.  Hij had  bijgevolg een nummerplaat waaruit bleek dat men op de dienst inschrijvingen de illusie koesterde dat er hoogstens een paar duizend auto's in België zouden rond gaan rijden.

Zijn plaat was: C 5371.

Inderdaad, vijf digits.

En nog specialer: een letter, gevolgd door 4 cijfers. 

Mijn moeder heeft nog een aantal jaren met die nummerplaat de wegen onveilig gemaakt en nu zij definitief de auto geparkeerd heeft, zou ik die plaat graag op mijn wagen hangen.

Dat moet niet moeilijk zijn, dacht ik.

Naïviteit!

Een telefoontje of twee en klaar, dacht de zinnige mens in mij.

Niet dus.

Niet in dit land.

 

*****

 

Ik bel mijn verzekeringsmannetje.

U moet weten dat in mijn GSM een lijst met mannetjes zit.  Een mannetje dat iets van computers kent, eentje die elektriciteit kent, eentje die vloertegels kan leggen, een loodgieter, roept u maar. 

Zo'n lijst is geld waard.

En allemaal in het zwart.

Schrap deze laatste zin; wie weet leest de fiscus mee.

 

*****

 

Ik bel dus mijn verzekeringsmannetje.  Hij die ons heeft verzekerd tegen alle plagen van Egypte, hij die ons altijd bang maakt voor rampen en ons bezweert dat er constant onheil boven ons hoofd hangt.

 

En daar heeft hij de uitgelezen remedie voor....

.....namelijk facturen sturen.

 

Snap ik niets van, maar ik betaal...

.....en, wat blijkt: het werkt. 

Ik betaal de facturen en er gebeurt nooit wat....

 

*****

 

Ik schets hem mijn plan.

Mijn verzekeringsman heeft me eerst een half uur uitgelachen.

 

"Heb jij niets beter te doen?", vroeg hij me.

"Neen", was mijn eerlijke antwoord.

"Zoveel werk voor zoiets onnozel!"

"Mijn leven draait enkel en alleen rond onnozele dingen", antwoordde ik geheel naar waarheid.

"Mag ik je een goede raad geven?", vroeg hij me.

"Ken jij geen mannetje bij de Dienst Inschrijvingen die je wat kan toeschuiven, dan komt het misschien in orde.  Als je het probeert via officiële weg, vrees ik dat we vertrokken zijn voor een lijdensweg van minstens maanden".

 

Het is verdorie ver gekomen. 

We leven dus in het Sicilië aan de Noordzee, zoveel is duidelijk.  En het Griekenland aan de Noordzee. 

Maar dan wel met slecht weer.

 

*****

 

Ik hield voet bij stuk.

Morrend wist hij me te melden dat ik de nummerplaat van mijn moeder alleen kan overnemen op volgende voorwaarden:  ten eerste moest ze een document tekenen dat ze afstand doet van de nummerplaat ten voordele van mij.

Maar, en nu komt het, ik moet ook nog eens bewijzen dat ik de natuurlijke zoon ben van mijn moeder.  Niet via een onnozel krabbeltje op papier, neen, ik moet op het stadhuis een bewijs van afstamming halen.

Dan moet ik kopies van zowat alles maken en de originele stukken, samen met mijn inschrijvingsbewijs van mijn wagen, aangetekend versturen naar de bevoegde dienst voor inschrijving voertuigen.

Dat ik in tussentijd niet meer over een inschrijvingsbewijs beschik voor mijn wagen is een detail. 

Een strafbaar detail, weliswaar.

Aangetekend, omdat de bevoegde diensten wel eens papieren verloren leggen.

 

*****

 

Ik moet bewijzen dat ik de zoon ben van mijn moeder.

Qua identiteitscrisis kan dat tellen.

Ben ik wel de zoon van mijn moeder?

Hadden we dat geweten, dan hadden we desnoods de navelstreng bijgehouden.

'Mater semper certa est, pater nunquam', wisten die dekselse Romeinen al, wat zoveel wil zeggen als: 'Van de moeder zijn we zeker, van de vader nooit.'

Maar toch.

Ben ik wel de zoon van mijn ouders?

Daar is in het verleden al wel eens meer aan getwijfeld...

 

*****

 

Dat was niet het enige.

Nu blijkt dat onze huidige wagen op de naam van mijn vrouw staat.  En mijn vrouw kan geen nummerplaat overnemen van mijn moeder, dus moet eerst onze wagen op mijn naam komen te staan.

 

Fluitje van een cent, denkt een zinnig mens.

Niet dus.

 

Ten eerste moet ik dezelfde documenten eerst weer eens aangetekend versturen, met daarbij ook een verklaring van de burgerlijke stand van mijn thuisstad dat ik inderdaad gehuwd ben, en nog steeds ben, met mijn eigen vrouw.

 

Dus eerst moet ik bewijzen dat ik de zoon van mijn moeder ben, vervolgens ook nog eens aantonen dat ik de man ben van mijn vrouw.

Ben ik wel getrouwd?

Hoe bewijs je dat?

Heb ik eigenlijk wel een rijbewijs?

 

*****

 

Maar toen was de aap nog niet uit de mouw.

Want mijn verzekeringsmannetje wist te melden dat die twee zaken niet in één beweging konden afgehandeld worden.  Het risico bestond dat mijn warboel aan aanvragen de bevoegde diensten tilt zou doen slaan.

Stel je voor: een arme ambtenaar die twee dingen zou moeten combineren.  God verhoede!

Dit zou kunnen resulteren in het feit dat ik geen auto meer mag rijden wegens :

  • geen nummerplaten meer,
  • geen inschrijvingsbewijs.

Of dat er administratief iets in de soep draait, met als gevolg:

  • dat mijn vrouw getrouwd is met onze auto,
  • dat ik getrouwd ben met mijn eigen moeder,
  • dat ik de zoon ben geworden van mijn eigen vrouw.

Het kan natuurlijk ook dat er vanaf morgen een nummerplaat aan mijn vrouw zal hangen.

En ik de bak invliegen natuurlijk.

Als een ongehuwde bastaardzoon zonder rijbewijs.

 

*****

 

Ik twijfel dus.

Want mijn verzekeringsmannetje stelde voor om dan meteen de nummerplaat te laten vervangen door een nieuw exemplaar, weliswaar ook weer in een aparte stap, om complicaties van bureaucratische aard te vermijden.

De nummerplaat heeft inmiddels 60 jaar slopingswerk van weer en wind te verduren gekregen.  En een paar keer de planeet rond gereden.

Hij vertelde me ook dat de kans groot is dat de Europese nummerplaat ingevoerd is in België vooraleer mijn nummerplaataffaire afgehandeld is.

Ik denk gewoon dat mijn verzekeringsman te lui is om het in orde te brengen.

Zou ik mij daar niet tegen kunnen verzekeren?

 

*****

 

Ik besef dat het een zinloze operatie zal zijn.  Dat gaat namelijk nooit lukken als ik via de normale kanalen werk.

Corruptie dan maar.

We gaan het op zijn Italiaans Belgisch proberen.

 

Moest er een lezer zijn die toevallig op Cantersteen een lange arm heeft, dan mag die mij altijd contacteren...

Capice?

 

*****

 

En morgen, zaterdag, opnieuw duurloop.  De ambitie is om dezelfde afstand als vorige zaterdag af te werken.  Nu hopelijk zonder zware represailles van de kuiten.  En volgende week wil ik maandag en woensdag die duurloop ook weer lopen, om dan zaterdag 15 mei de duurloop op te trekken naar 1 uur 20 minuten.

Maar eerst morgen aan de bak.

Dan schrijven we 8 mei. 

Nog 22 dagen.

Vervloekt nog aan toe.

04-05-10

D-Day, het vervolg

 

 

Waarde lezer, dit is het vervolg van de kroniek die gisteren hier verscheen, getiteld D-Day (klik op het paarse woord en u wordt er via een teletijdsmachine naar toe geslingerd).

Welk paars woord?

D-Day. Het deze dus.  Of een regel of drie hoger.

Of u kan natuurlijk altijd in de rechterkolom, rubriek 'Laatste berichten' klikken op D-Day.

Of klik op dit woord. D-Day

Of hier  D-Day

Ik herhaal: D-Day

Pas nadat u die kroniek, deze dus: D-Day (met gratis cliffhanger) gelezen hebt, wil ik u hier terug zien. 

En niet eerder.

U moest al weg zijn, meer bepaald naar D-Day

Vort!

 

 

*****

 

 

D-Day  (hier niet klikken; het kan wel, maar het moet niet), het vervolg...

 

En dan plots, na 40 minuten, ....

 

...het zal toch niet waar zijn zeker....

 

 

....komt Fanfare St.-Lucia uit de slootkant gekropen.  Ze zetten de Bolero van Ravel in, weliswaar in een erg valse versie; de heupflessen jenever zijn daar wellicht niet vreemd aan. 

De Bolero van Ravel, ach en wee, zoete herinneringen oproepend aan zovele edities van de 20 Km door Brussel.

Zovele edities waar ik, groen achter de oren en soms rond de neus, onbezonnen aan heb deelgenomen, zonder te beseffen dat het ook wel eens een keer kantje boordje zou kunnen zijn om er aan de start te kunnen verschijnen.

 

*****

 

Ik loop nog steeds. 

En heb er nu wel vertrouwen in. 

Dit zit goed.

DIT ZIT GOED!

Ik zou wel kunnen janken van geluk.

 

De wind maakt het echter lastiger dan verwacht.

En het begint langzaam wel wat zwaar te wegen.  Een eerste dipje na drie kwartier, maar ik pep mezelf op om vol te houden.

No pain, no gain.

Rocky komt altijd terug.

In de verte zie ik het ranke silhouet van looplegende Jan H.   Jan was tussen haakjes 17de op de Antwerp marathon 2010.

Ik ga op de knieën zitten, buig het hoofd en kruip door het stof voor zijne excellentie Jan H.

 

Merkwaardig toeval.

Zes weken geleden kwam ik Jan H. ook al tegen op die fatale laatste duurloop.  En nu opnieuw.  Jan H. is bevoorrecht getuige van de herrijzenis van loopwonder Mark.

We keuvelen wat.

Over zijn exploten op de Antwerp Marathon, over mijn exploten kunnen we dan weer heel kort zijn: niets.

Nu ik er eens over nadenk: mijn ontmoeting met Jan H. is niet toevallig.  Dat is niet meer of minder dan een signaal van de goden...

Ik trek me terug op gang, we ronden de kaap van het uur.

 

*****

 

Na 1 uur en 10 minuten gooien we het anker weer uit. 

Ik kom thuis.

Moe.

Tevreden.

En we schrijven met gouden balpen in het grootboek der halve mirakelen een historische duurloop bij.  De eerste van, hopelijk, een lange reeks.

 

De volgende barrière is bij deze genomen.  De eerste duurloop werd een succes.  Alle systemen werkten.

En nu maar hopen dat we de volgende weken goed doorkomen, niet hervallen of een ander ongemak oplopen tijdens de opbouw.

Relatieve opbouw, dient u hier te lezen.

 

 

*****

 

Zondag 2 mei.

Nu besef ik pas hoe lang het geleden was dat ik een loopinspanning had geleverd. 

Mijn kuitspieren zijn total loss. 

Spierpijnen na een lange duurloop, we wisten niet eens dat het bestond.

Maar het bestaat.

En hoe!

Het voelt aan alsof ik gisteren een halve marathon tegen absolute topsnelheid heb gelopen.

Helemaal stuk.

Dat belooft voor de volgende weken.

 

*****

 

Maandag 3 mei.

Ik bijt door de zure appel en de verzuurde kuitspieren en besluit een rustig herstelloopje in te lassen.

Een herstelloop voor opgelopen schade van de eerste lange, trage duurloop.

 

Goed voor een uurtje joggen en bij momenten drentelen.

En de kuitspieren protesteren luidkeels, maar dat verdwijnt na een kwartiertje.

Eind voormiddag mijn laatste afspraak met de osteopaat.  Ook van hem krijg ik groen licht om mijn ding te doen.

 

Vanavond kiné.

Redcord wellicht. 

Het is de bedoeling dat ik nog tot voorbij de 20 Km door Brussel wekelijks 1 tot 2 keer bij Tom op de behandelingstafel lig, om de opstart van het lopen en de opbouw wat te ondersteunen en desnoods waar nodig bij te sturen.

 

Mijn editie 2010 van de 20 Km door Brussel heeft slechts één doel: uitlopen zonder miserie. 

Simpelweg de 17de medaille op rij pakken. 

Later stellen we andere doelen.

 

 

03-05-10

D-Day

Jaag me zo eens niet op.

 

D-Day

 

Vrijdag 30 april

Nu nog maar enkele uren vooraleer we terug kunnen lopen.  Puur technisch gesproken kan ik 1 seconde na middernacht al de baan op, want dan is het al zaterdag 1 mei. 

Maar we hebben ons voorgenomen omstreeks 9 uur te vertrekken.

Om 11 uur het bed in, oogjes dicht, want dan is het rapper zaterdag.

Ik lig op mijn hoofdkussen te mijmeren en kijk naar waar ik het meest van hou, waar ik na al die jaren van lief en leed nog steeds razend verliefd op ben.

 

Mijn loopschoenen van het merk Brooks.

Ik heb mijn loopschoenen tussen mijn hoofdkussen en dat van mijn vrouw geplaatst.  Als je goed kijkt, zie je zelfs nog wat zandkorrels, minstens 6 weken oud.

Mijn vrouw komt heupwiegend van de badkamer, in een weinig verhullend frivool nachtgewaad, maar mijn ogen kleven aan mijn loopschoenen, Brooks Adrenaline GTS.

"Hé, die lakens zijn pas gewassen, weg met die stinkschoenen."

Vrouwen en loopschoenen, zelden een geslaagd huwelijk.

 

*****

 

Zaterdag 1 mei

Toch niet bijster goed geslapen vannacht; het schoolreisgevoel, zeg maar.

Gebakken eieren tussen de boterham in zilverpapier, dat gevoel, weet u?

 

*****

 

Het verslag van mijn eerste looptocht na zes weken gedwongen rust zou op verschillende manieren kunnen beginnen.

Een voorbeeld van een openingszin zou kunnen zijn:

Het was druk op de spoedafdeling van het AlZ St.-Jozef.  Het leek wel Wave 1 van de 20 Km door Brussel.

Of

Wie had kunnen denken dat Mark uitgerekend op 1 mei verstrooid van de trap zou kukelen en daarbij een dislocatie van 6 ruggewervels zou oplopen?  Brussel komt wellicht in het gedrang.

Of

Alles ging goed, tot aan het eerste kruispunt.  Euforisch omdat hij nog steeds niet geblesseerd was na zowaar 75 meter, merkte Mark de BMW Z3 met blondine én te grote zonnebril niet op.  Een salto later: een open beenbreuk en gekneusde ribben.  Brussel halen zal een tikkeltje moeilijker worden.

Of

Bij het aanrijgen van de schoenveters schoot er iets in de rug.  En helaas, er niet meer uit.  Duurt het lang vooraleer een mens een handbike onder de knie krijgt?

 

*****

 

Een licht ontbijt en dan blijkt dat de routine compleet weg is.  Als een kieken zonder kop moet ik op zoek naar van alles en nog wat (compressiekousen, hartslagmeter, witte tape). 

Ik lijk mijn vriend Tom wel.

En ja, u heeft zich weer van uw beste kant laten zien.  De sms-jes stroomden binnen, met ludieke boodschappen, zoals:

"Als je niet vertrekt, dan ben je nog altijd thuis!"

Een filosofische, van een kameraad.

"Een groot, lang grof." 

Van mijn vrouw, ik moet straks nog langs de bakker.

"Je kan desnoods nog altijd postzegels beginnen verzamelen."

 Zéér bemoedigend.

"De gazon moet dringend geverticuteerd worden."

Vrouwlief.

 

En in mijn mailbox ook nog een haiku, van een zekere H. Van Rompuy; wie is dat nu weer?  Heeft die niets beters te doen?

 

"De oude loper

op zijn zoektocht  naar Brussel

hij vond slechts zichzelf."

 

En ja hoor, juiste schema, vijf lettergrepen, 7 lettergrepen, vijf lettergrepen. 

 

*****

 

Geen motregen, maar wel wat wind.

En met nog een laatste groet aan vrouw

(wees voorzichtig!)

en Kind 2

(laat me met rust, ouwe!),

opende ik mijn voordeur.

 

En ik dacht het vannacht al gehoord te hebben. 

Er was wat geklingel en geklangel te horen geweest en nu begreep ik waarom.  Men had een tribune geplaatst recht tegenover mijn huis.  Daar zat het volledige stadsbestuur en een honderdtal genodigden, die prompt uitbarstten in een daverend applaus. 

Staande ovatie.

Waarna onze burgervader de microfoon ter hand nam, er twee keer in blies naar aloude Vlaamsche gewoonte en vervolgens een bevlogen speech gaf, waarin mijn lof bezongen werd.  Het is dat ik van nature nogal bescheiden ben, daarom zal ik die speech hier niet herhalen, maar ik meen me toch sleutelwoorden te herinneren zoals: de grootste, beste, knapste, snelste, meest vasthoudende, gedreven, intelligente en ik vergeet er nu nog wel een dozijn.

Staande ovatie nummer 2.

 

Men kwam rond met champagne en hapjes.

Ik weigerde beleefd.

Men bood mij de sleutels van mijn thuisstad aan.

Héél vriendelijk, maar die ga ik nu niet meeslepen, leg ze desnoods maar in het tuinhuis.

Het ereburgerschap, de penning van verdienste,  het Burgerlijk Kruis voor Moed en Zelfopoffering (1ste klas), nog een schoon tinnen bordje met het stadswapen, bloemen, pralines, allemaal in het tuinhuis ermee, leg ze maar op de hoop bij de eredoctoraten.

Toen kwam fanfare St.-Lucia de hoek om en feepte een verlepte versie van de Brabançonne, waarna Alexander De Croo zeer terecht opmerkte dat de deadline van 9 uur nu toch wel dichtbij kwam en dat het tijd was om te vertrekken.

Het was Leterme die het startlint doorknipte.  Dat lukte niet, gelukkig kwam Joëlle Milquet ter hulp (vandaar L'Union fait la force).

Ik kreeg zowaar de Olympische fakkel en een gouden plak in mijn handen gedrukt (merci Frederik 'Fredje' Deburghgraeve) en terwijl de eerste motoren van Sporza warm draaiden, begon ik te lopen.

 

*****

 

Lopen dus.

Aarzelend.

De ene voet voor de andere.  En met gemengde gevoelens.  Een cocktail van voorzichtigheid, euforie en achterdocht.

Het eerste kruispunt, na ongeveer 75 meter.

Er komt een BMW Z3 voorbij gezoefd.  Met daarin een blondine met  een waanzinnig grote zonnebril.

Mis, poes.

 

De Lindendreef in.  Richting gevangenis.

Ik loop ongeveer 12 km/uur, mijn tempo voor een trage duurloop. 

 

En dan plots een pijnscheut....

....neen, toch niet.

Ja, we mogen toch eens lachen!

 

Het gaat merkwaardig goed.  Van het vierkant draaien, waar mijn kiné me voor had gewaarschuwd, merk ik niets.  Het kan natuurlijk zijn dat ik heel mijn leven al vierkant draai, en dus het verschil niet eens merk.

De bossen in.  Ik kijk mijn ogen uit.  Wat is het lang geleden.  Ik herken niets meer.  Ik zou hier kunnen verdwalen, bij wijze van spreken.  En de voetjes trippelen verder.

En mijn rug geeft geen kik. 

Ik heb zelfs het gevoel dat ik sterker ben dan ooit. 

Wat loopt dit luxueus.  Ik begrijp nu dat ik maanden heb gevochten tegen iets waar ik niet van kon winnen.  Ik liep als een kreupel manneke, sterker nog: ik was kreupel.

En nu niet meer.

En ja, ik weet het.  Tom, mijn kiné, had gezegd 10 minuten lopen, twee wandelen, enz....

Maar na tien minuten was ik niet eens opgewarmd, dus liep ik maar door.

Een specht tokkelde, duizenden vogels zongen hun lied, in de verte het eenzame geblaf van een hond.

Tien minuten later, nu dan maar wandelen?

Neen, ik loop door.

En het bos is prachtig fris groen.

En het zweet begint te stromen.

Ik merk dat het lang, véél te lang geleden is dat ik nog eens gelopen heb.

En dan plots, na 40 minuten,....

30-04-10

GOOOOAAAAL DE BELGICA!!!!

Gooooaaaal de Belgica!!!!

 

Dat het nooit veel soeps is geworden met mijn studies is enkel en alleen toe te schrijven aan de Rode Duivels. 

Daarmee bedoel ik het volgende:  de Duivels hebben nooit beter gevoetbald dan op de WK-campagnes 1982 en 1986.  En laat dat nu net de jaren zijn waarin ik student was. 

Vandaar, beste mensen, is uw dienaar een underachiever.

 

*****

 

1982.

WK voetbal.  België zat in groep 3.

WABLIEFT? 

België op een WK voetbal?  Ja, beste kindjes, ooit heeft België zich kunnen plaatsen voor de eindronde van een WK voetbal.  En we moesten het daarvoor niet eens zélf organiseren...

 

België zat in groep 3 met Argentinië, El Savador en Hongarije.  Als we dat nu meemaken, dan liggen we er uit.  Toen niet, toen gingen we door.  We speelden gelijk ( tegen Hongarije), wonnen (van El Salvador) en .... 

...we wonnen van Argentinië met 1-0 (Vandenbergh).

VAN ARGENTINIE BEGOT.

Erwin begot. 

Maradona stond erbij en keer ernaar.

 

Volgende ronde was het feestje al voorbij; we verloren van iedereen (Polen en Sovjet-Unie).

 

Ik was toen student aan de KUL. 

Maar in examentijd kan zelfs voetbal mij boeien.  Alles is beter dan te zitten staren op een cursus,   dus hebben we alle matchen gezien. 

Desnoods keken we naar Botswana-Luxemburg; zo lang er maar bewegende mannekes waren op een groene achtergrond waren wij al lang tevreden.

 

Op ons kot hadden wij geen TV, maar in de nood kent mijn zijn vrienden (met een TV-toestel) en bijgevolg was er een behoorlijke samenscholing op het kot van mijn vriend Wim L.

Om van die vervelende examens en de daarbij horende stress af te zijn had Wim voor alle zekerheid toch maar de enige juiste beslissing genomen: namelijk stoppen met dat uitzichtloze en zinloze studeren. 

Hij had zijn mamma die ochtend verwittigd van het feit dat hij niet meer studeerde en om er dat extra vleugje dramatiek aan te geven had hij gezegd dat hij die ochtend érg ziek was geworden.

De enige keren dat wij Wim ziek hadden gezien, was tegen de ochtend, nadat hij alle kroegen op de Oude Markt had gesloten.  We kunnen het weten, we waren er immers bij om hem recht te houden.

Wij zaten, getooid in volle oorlogskleuren, voor het TV-toestel, op een tribune die bestond uit bakken Jupiler, gewapend met toeters en bellen, een of andere onbelangrijke match te bekijken, toen plots de deurbel ging. 

Driiiing.

Wij ergerden ons dat er weer een laatkomer naar de match kwam kijken (je kent dat soort onderkruipers wel; eerst studeren, dan voetbal...bah!). 

 

Wim ging met een gek hoedje op het hoofd, een koebel in de linkerhand en een ijsgekoeld flesje Jupiler in de rechterhand, de deur openen, en stond er plots oog in oog met.....

.....zijn moeder. 

Bezorgd en gewapend met alle mogelijke vitaminen en walgelijk gezonde dingen zoals fruit, was zij vierklauwens naar Leuven getrokken om de doodzieke student te ondersteunen.

Nobel, daar wil ik niets op afdingen, maar ze ging wel feestelijk pal voor het TV-scherm staan.

Ik heb haar met hoogdringendheid gevraagd opzij te gaan.

Lichtgeraakt mens, trouwens.

 

*****

 

1986.

Anno 1986, weeral een WK. 

Ik ben nog steeds student. 

Nu denkt u wellicht met een erudiet man te maken te hebben.

Zoooo lang studeren. 

Wel, inderdaad, ik heb lang gestudeerd, zij het met wisselend succes. Soms met onderscheiding, maar meestal met zelfvoldoening...

 

1986 was de campagne van de Rode Duivels, waarbij ik voor het eerst zélf een merkwaardige sportieve inspanning heb geleverd. 

In de kwalificatiewedstrijd tegen Oranje, de terugwedstrijd in de Kuip, 20 november 1985 (ik heb zelfs overwogen om die datum op mijn rug te laten tatoeëren) scoorde Georges Grun de goal die ons plaatste voor het WK 1986. 

Oranje thuis, wij naar het WK.

Toen Grun scoorde ben ik over het salontafeltje gesprongen, zonder de lamp te raken, om de aan de muur hangende claxon (koperen hoorn met zwarte blaasbalg) van de muur te rukken om daarna een kleine drie kwartier lang met die hoorn te staan claxonneren totdat half Antwerpen er horendol van werd. 

Nu moet u weten dat ik bij de bevestiging aan de muur van die hoorn ongeveer 3 uur zoet ben geweest om de juiste schroefjes te vinden om het antieke stuk duurzaam te kunnen bevestigen. 

Nu had ik minder dan een milliseconde nodig om het kostbare ding met schroeven en al uit de muur te rukken, daarbij in dezelfde beweging een geweldig stuk van de muur mee slopend. 

De hoorn , een antiek erfstuk waarmee de 80-jarige oorlog in gang was geblazen in 1585, plooide dubbel, maar getoet dat ik heb!

Getoet, dat had gene naam! 

Zowat alle schepen in de Antwerpse haven begonnen mee te toeten.

 

Pas drie dagen later heb ik vernomen wie de goal had gemaakt. 

We verloren met 2-1, maar waren geplaatst. 

Oranje niet.

 

En u kent de rest van het saaie verhaal. 

Lees de tabel van beneden naar boven.

Lees, huiver en huil.

28-06-1986

3de/4de pl

 

België - Frankrijk

2-4*

25-06-1986

1/2 finale

 

België - Argentinië

0-2

22-06-1986

1/4 finale

 

België - Spanje

1-1**

15-06-1986

1/8 finale

 

België - U.S.S.R.

4-3*

11-06-1986

1st ronde

 

België - Paraguay

2-2

08-06-1986

1st ronde

 

België - Irak

2-1

03-06-1986

1st ronde

 

België - Mexico

1-2

* na verlengingen
** na verlengingen en strafschoppen (5-4)

 

 

Tegen de Russen! 

4-3 winst na verlengingen!

Heel de nacht gefeest.   Examen economie om zeep.  Russische economie ging later om zeep. 

Gerechtigheid !

Spanje 1-1 en 5-4 na strafschoppen! 

Merci Swat !

(François 'Swat' Van Der Elst scoorde de beslissende penalty).

De tranen lopen alweer tappelings over mijn gezicht.

 

Ja, en die laatste twee matchen doen er nu even niet toe.

 

En Pfaff was goed, en De Saedeleer was op het toppunt van zijn kunnen. 

GOOOOOOOOOAAAAAAAAALLL   DE   BELGICAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAAA !

 

Maar lopen blijft natuurlijk de enige échte sport. 

Voetbal blijft een zielig spelletje.

 

 

Mijn kinesist, Tom B., knikte instemmend.

Pas op, wat ik hier boven heb neergeschreven is hoogstens een zeer summiere samenvatting van mijn betoog dat ik gisteren heb gehouden terwijl ik een paar duizend spierversterkende oefeningen afwerkte in de Redcordtouwen.

Ja, was Redcord in den beginne een ware calvarie, dan heb ik nu energie te over tijdens het Redcorden. 

Zo heb ik gisteren bijvoorbeeld tijdens de oefeningen in buiklig ook nog een prachtig schilderijtje afgewerkt al mondschilderend.  Ah ja, de handen waren druk bezig, dus het was wat behelpen...

Ik zou het durven indelen bij het synthetisch kubisme, stroming Franz Marc. 

En het werk werd nog een stuk beter toen ik er met mijn gezicht vol in ging.  Toen werd het plots surrealistisch dadaïsme, of een veeg, het is maar hoe u het bekijkt.

 

*****

 

Tom B. was in een plagerige bui.  Dat hij wel eens een pakketje oefeningen ging verzinnen zodat ik zaterdag niet zou kunnen lopen van de spierpijnen.

"Bring it on", hoorde ik mezelf zeggen.

Overschatting, een typisch trekje in de mannelijke erflijn van onze familie.

 

Maar, toegegeven, ik voel me ook een ander mens.  De rug is in die mate steviger geworden dat ik ook in mijn dagdagelijkse leven van bukken en tillen de vruchten pluk van de opgebouwde spiergordel.

 

*****

 

En morgenvroeg, beste lezer, zal ik mijn trouwe loopschoenen Brooks diep in de ogen kijken (waarbij we alledrie een traantje zullen wegpinken) en dan de hort op. 

Lopen, na zes weken inactiviteit.

Hindernis 1 van plan B is genomen.

Redcord.

Hindernis 2 van plan B staat me morgen te wachten.

Terug beginnen/kunnen lopen.

 

Ik hoop dat het lichtjes zal motregenen.  En dat een speels windje me een beetje zal ruggensteunen of desgevallend wat intomen.

 

 

Zaterdag 1 mei

9 uur 's voornoens

mijn afspraak met mijn loopschoenen

 

Zondag 30 mei

15 uur

mijn afspraak met de geschiedenis....

 

27-04-10

Je maintiendrai

Je maintiendrai

 

 

Week 6 revalidatie. 

En onze held, die we inmiddels allemaal al goed kennen, voelt de vlinders in de buik.  Want zaterdag is nu echt niet ver meer af.  Nog vijf nachtjes slapen...

1 mei.

Dan beginnen de looptrainingen weer.

Zondag nog met bloedend hart de verschillende reportages van de 'Antwerp Ten Miles' en 'Antwerp marathon' bekeken.

Wat zag u er allemaal weer erg afgetraind uit.

Of afgebrand.

 

Jaloers was ik, stikjaloers.  Zelfs op de wandelende lijken.

Wat had ik graag daar bij u geweest, om u bij te staan toen u duizend doden stierf, als slaven van de weg, jankend kilometers aftellend...

Maar goed, nu is het slechts kwestie van een paar dagen, ik kan het zelfs al in uren uitdrukken.

 

*****

 

Nu moet ik toegeven dat ik zondag waarschijnlijk geen al te beste tijd had gelopen, want zaterdag heb ik met mijn sprankelende persoonlijkheid een saai feestje opgeluisterd. 

In Laken. 

Een vriend van mij, Filip van B. is vijftig geworden.  We zijn ongeveer leeftijdsgenoten en kennen mekaar van op de 20 Km door Brussel.  Ik loop ze, hij geeft er meestal het startschot.

 

En feestjes, ik haat het.

Mijn vrouw moet alles uit de kast halen om mij er naar toe te slepen.  Ik zaag en klaag steen en been dat ik naar dat feestje moet.  En dat ik dat niet graag doe.

Tot ik er ben.

Dan staat er weer geen rem op en ben ik degene die zich schandelijk misdraagt  en de deur als laatste achter zich dicht trekt om vervolgens te roepen:

"We gaan er nog ene pakken!"

 

Grellig laat geworden, dat wel. 

 

En hoewel mijn vrouw had gezegd ze thuis te laten, had ik ze toch meegesmokkeld in de koffer van onze wagen.

Mijn luchtgitaar!

Het feestje bleek een uitgelezen moment om mijn nagelnieuwe luchtgitaar officieel in gebruik te nemen.  Een Gibson Les Paul, gesigneerd door Jimi Hendrix.

Lang voor gespaard, maar nu heb ik hem.

 

Die intro van 'Start me up' van The Stones speelde ik, al zeg ik het zelf, meesterlijk. 

En ik vrees dat  Mathilde zich de solo van 'Beat It' van Michael Jackson nog lang zal herinneren, want ze liep knal tegen mijn gitaarhals aan.  Dat werd een ferm blauw oog, dat mooi afkleurde tegen haar mantelpakje van Natan.

 

En op een bepaald moment ben ik nog achter de discobar gevlogen, want de jongen die ze daarvoor hadden ingehuurd, voelde de zaal toch niet goed aan. 

Vlam in de pan! 

Maxima ging me daar een gang met die rosse van Holland!  Headbangen en crowdsurfen!

 

Summer of 69!

Sultans of swing!

'More than a feeling' van Boston!

'I want You to want me' van Cheap Trick!

'Born in the USA' van The Boss.

'Whole Lotta Rosie' van ACDC deed het glas van de Koninklijke Serres serieus daveren.

 

En toen ik 'Roll over, lay down' van Status Quo startte, heb ik Filip (ik kan maar niet wennen aan zijn baard) mijn oude luchtgitaar, een Fender Stratocaster, uitgeleend.

Dat had ik beter niet gedaan.

DRIE SNAREN KAPOT. 

En een jaap van een kras op de body.

BEGOT.

Daar kan ik dus niet mee lachen!

 

En toen kregen we ook nog een klein hongerke.  U kent dat soort feestjes.  Er is altijd meer drank dan eten...  En ne mens moet een serieuze fond leggen en dan komen we er niet met een paar wak geworden toastjes.

Met Laurent de auto in en frieten en curryworsten voor een man of twintig gaan halen en ik denk dat we op de Koninklijke Parklaan ook nog eens geflitst zijn.  Van Yperseele regelt dat wel...

 

****

 

"Halve!", brulde Albert in de micro, nadat Peter Maffay Dü had gekweeld.  Naadloos volgden The Babys met 'Everytime I think of You'.

Volle dansvloer.

Schuifelende voetjes.

Zo wordt dat gedaan...

 

*****

 

En het eindigde zoals alle feestjes, de stropdas rond het hoofd gebonden, blote borstkast, op de knieën op de dansvloer 'Paradise by the Dashboard Light' brullend, terwijl mijn vrouw zich in gezelschap excuseerde voor mijn iets té sprankelende persoonlijkheid. 

Sommige planten in de Serres van Laken hebben het helaas niet overleefd, en wist u trouwens dat die serres enkel glas hadden? 

Is érg breekbaar.

Zo bleek.

 

*****

 

Maandag.

 

Redcord.

Het begint écht wel serieus goed te marcheren.  Volgens mijn kiné ligt er een andere  persoon op de behandelingstafel.

Niet meer dat kreupele mannetje van weleer, maar een beer van een vent.

Een teddybeer, moet dat zijn.

Er hangt een relaxte sfeer in de behandelingskamer. Het lijkt zowaar wel lente. Er wordt tijdens de oefeningen flink wat afgeluld.

Beseft u wel hoe moeilijk het is om buikspieroefeningen uit te voeren terwijl je lacht?

Toch een behoorlijk trainingseffect gescoord tijdens de lange, keiharde sessies.  Hier zaaien we, op 30 mei oogsten we een eerste keer....

 

 

Donderdag nog een keer Redcorden en dan gaat het licht op groen voor zaterdag.

De eerste looptraining na 6 weken gedwongen rust en spieropbouw.

Nu ik zo eens terugblik, moet ik vaststellen dat de tijd voorbij is gevlogen. 

Hoogstens een zucht. 

Zes weken geleden zat ik in de auto, op terugweg nadat de sportdokter me loopverbod had opgelegd, moederziel alleen met mijn sombere gedachten...  En nu staan we op de vooravond van de herrijzenis, na een diep dal.

Tom B. luistert naar mij en ik merk dat hij daarbij een beetje in gedachten verzonken is.  Ik ruik mijn kans:

"Dus, Tom, ik kan woensdag mijn eerste looptest afwerken?"

Trapt hij er in?

 

Njet dus.

Hij glimlacht en zegt:

"Zaterdag, zoals afgesproken". 

"En denk er aan: je gaat compleet vierkant draaien.  Jaag je daar niet in op, want alles komt vanzelf terug."

Ik antwoord:

"Tom, ik wil hier en nu tekenen voor enkel wat vierkant draaien; als dat het enige probleem zal zijn, dan met plezier."

En vervolgens krijg ik volgende instructies mee:

"1 uur lopen en wel als volgt:

10 minuten lopen, twee wandelen.  Dit drie keer.  En dan het uur volmaken al lopend.  Maximum tempo: 12 km per uur.

Nadien nog een kwartier uitwandelen."

 

Goed, dat is Start to Run, naar ik meen. 

Neen, Start to Run for dummies.

Of liever: Start to try to think about start to jog before you run for dummies.

Hoe meer ik nadenk over de maand mei, het aantal trainingen dat ik nog kan afhaspelen, hoe dommer het plan lijkt om op 30 mei de 20 Km door Brussel te willen lopen.

Maar, er is geen weg terug.

 

En terwijl de reeksen Redcord mekaar opvolgen, denk ik na over verleden en toekomst. 

Het diepe dal

dat achter me ligt

de berg die me wacht

genadeloos.

 

Je maintiendrai,

zoals die rosse van Holland me in het oor fluisterde....

 

 

 

 

 

 

 

23-04-10

pSyChO KiLLeR

pSyChO KiLLeR

 

Er is belangrijk nieuws.

Roept u maar.

U zegt?

Dick Advocaat?

Ken ik niet.  Wie is dat?

Wil ik niet kennen.

Aswolk?

Pfffff.

Is vluchtig nieuws.

Regering gevallen?

Déjà vu-gevoel.

Hallo, ik zei: BELANGRIJK NIEUWS.

Focus!

 

Niemand?

Bon, bukken, want de kogel is door de kerk.

Mijn vriend Tom heeft gisteren zijn borstnummer voor de 20 Km door Brussel verkocht aan een nummerloze vriend.  Tom zal er dit jaar niet bij zijn. 

Tendinose achilles. 

Dit is de derde opeenvolgende editie die hij daardoor noodgedwongen moet schrappen.

Ik leef met hem mee.  Voor Tom is het boeken toe.

Dat betekent dat ik zonder mijn luitenant naar Brussel moet; dat is niet goed voor de mentale opbouw...

 

En daarnet kreeg ik nog een mail van Eddy K.  De inschrijving op 1 maart was niet gelukt, hij kampeert nu op de wachtlijst voor een borstnummer voor de 20 Km, zonder succes echter, dus is hij op bedeltocht voor een borstnummer.

En hij had opgevangen dat ik geblesseerd ben en dat mijn nummer dus misschien wel eens vrij zou....

OVER MIJN DOOD LIJK


¡No pasarán!

 

Moest iemand een borstnummer kwijt willen aan Eddy K., dan mag u het melden...

 

Geen Tom, voorlopig nog geen Eddy.

Het schiet lekker op.

Ik vrees dat het eenzaam gaat worden daar onder de vleugels van het vliegtuig in de kleedkamer van de 20 Km.

Nu ga ik er vlotjes van uit dat ik er wél ga zijn, op 30 mei.

Ach,  de overmoed.

 

*****

 

Vanavond Redcord 2 van week 5 van de revalidatie.  We tellen af.  Normaal gesproken werd 1 mei vooropgesteld als D-day. 

D-day.

De dag dat ik terug begin te lopen. 

Zes weken na de dag dat het zonlicht niet meer scheen.

 

Maar ik hoop écht dat Tom B., mijn kiné, vanavond het licht zal zien, op de knieën zal neerzinken en zal declameren (terwijl zilte tranen over zijn wangen lopen):

 

Loopwonder Mark, Excellentie van de lange duurloop, Keizer van Wortel, Ambassadeur van de 20 Km door Brussel, Président-Fondateur van het Mean Machine Running Team, het is bij deze officieel:

LOOP!

Ja, loop!

Sing Allelujah, Sing Hallelujah!
Sing it
Sing Hallelujah!
Sing it, yeah!
Sing Hallelujah ...!

LOOP, waarde vriend, loop tot aan de einder, tot aan de regenboog.

Loop, tot je niet meer kan lopen.

Moge uw vijanden sidderen en beven, ken geen genade!

Ontwaakt, verworpenen der aarde!

Ontwaakt, verdoemde in hongers sfeer!

Verscheur, vertrappel!

Vermorzel!

De Tervurenlaan wacht u op.

Loop Brussel onder de voet.

Triomfeer in het Jubelpark.

Jubel aan de triomfboog.

Psycho killer, qu'est-ce que c'est?

fa fa fa fa fa fa fa fa fa fa  better

Run run run run  run run run away

 

Tel maar na, exact juist, het aantal fa's en het aantal run's.  Ja, als we iets doen, dan doen we het goed. 

Neen, tel maar na. 

TEL, zeg ik u.

 

 

Enfin, dus, heu, ik zou graag willen lopen, Tom. 

Asjeblief???

Tom???

TOM????

TOM????

 

Straks weet ik meer....

.....hoop ik.

 

*****

 

Vrijdag inmiddels.

 

Gisteren Redcord, en het was business as usual. 

Zweten en trillen, maar het gaat toch allemaal al veel vlotter.

Ook Tom zag dat er opmerkelijke progressie is gemaakt.

En toen kwam het. 

Tom zei: "De 20 Km door Brussel zie ik helemaal zitten."

Ik was compleet in de wolken!  Ziedaar beste vrienden, mijn kiné kent zowaar een opstoot van ongebreideld optimisme, maar toen snapte ik het.

Het addertje onder het gras.

Bedoelde hij misschien dat hij de 20 Km wel zag zitten, door bijvoorbeeld in mijn plaats te gaan lopen met mijn nummer?

OVER MIJN DOOD LIJK

 

Tu quoque, Tom fili mi!

Verraad jij mij nu ook al, Tom, zoon van mij ! (vrij naar Julius Caesar).

Tom B. mist dit weekend noodgedwongen de Antwerp Ten Miles en wil dan doodleuk met mijn borstnummer de 20 Km door Brussel, mijn wedstrijd, lopen.

 

Het bleek een misverstand.

Tom bedoelde dat hij mij wel aan de start zag komen van de 20 Km.

Ha, zeg dat dan!

 

Heb ik u al gezegd wat een heerlijke man mijn kiné is?

Neen?

Wel, mijn kiné is een heerlijke man.

 

In die sfeer van verzoenend optimisme, ruik ik mijn kans en vraag onmiddellijk of het dan niet zinvol zou zijn om al eens een looptest in te lassen.

Zaterdag bijvoorbeeld.

Neen, te vroeg, was het antwoord.

Dju.

 

Heb ik u al gezegd dat mijn kiné een iets minder heerlijke man is?

Neen?

Wel, mijn kiné is een iets minder heerlijke man.

 

Nog minstens een week wachten.  Maar dan is wat mij betreft de ultieme deadline bereikt. 

1 mei.  Dag van de arbeid. 

Dan gaan wij aan de arbeid.

Duurloop.

Minstens een uur.

 

Tom vertelde me ook dat het lopen de eerste keren zeer raar zou aanvoelen, wegens andere spiergroepen die zich zouden manifesteren.  De coördinatie zou moeten geleerd worden.

En dat de mogelijkheid van nieuwe rugpijnen niet uit te sluiten valt.

Dat zijn zaken die me niet echt opbeuren.  Dat geeft de burger niet bepaald moed.

Maar door die zure appel moeten we heen.

 

Had ik u al verteld dat mijn kiné terug een gewone man is?

Neen?

Wel, ja dus.

 

*****

 

Tom B. liet me op het eind van de behandeling de vrije keuze.  Ik mocht naar eigen goedvinden nog wat verder Redcorden.

"Wanneer je er genoeg van hebt, licht uit en trek de deur maar achter je dicht, want er komt toch niemand meer in deze behandelkamer", zei hij.

Dat laat ik me geen twee keer zeggen.  En ik heb de laatste 5 reeksen oefeningen er nog eens een keer doorgejaagd.  En sommige eindreeksen tot 20 tellen i.p.v. tot 10. 

Zwaar.

Loodzwaar. 

Maar vandaag niks gevoeld.  Geen spierpijnen zelfs.  Ik zie er misschien wel uit als een iel mannetje, maar ik ben één brok staal.

Of staalwol, dat kan ook.

 

*****

 

Ik had me voorgenomen zeker niets over politiek zeggen, maar het is sterker dan mezelf.

Herinnert u zich nog dat Karel De Gucht ooit meewarig deed over de leiders van Congo en Rwanda: hij had er geen enkele staatsman die naam waardig ontmoet.  In 2004 verklaarde hij ook dat Congolese leiders de corruptie niet wisten aan te pakken en er geen democratie konden installeren.

Moest ik nu Kabila zijn, dan zou ik wel een persberichtje weten op te stellen over onze grote Belgische staatsmannen en hun rol in de val van deze regering over BHV.

20-04-10

Satelliet Suzy

Dit verhaal dateert van enige tijd geleden, toen uw dienaar nog onder de lopenden was....

En mijn vriend Tom ook trouwens, want wat horen wij in de wandelgangen? 

Het venijnige gerucht doet de ronde dat mijn vriend Tom een achillesprobleem heeft. 

Zal Tom, mijn compagnon de route, voor het derde jaar op rij forfait moeten geven voor de 20 Km door Brussel?

Vanavond volgt er nieuws.

 

*****

 

Satelliet Suzy

 

 

Ja, ik had beter moeten weten.

Neen, het is mijn eigen, stomme fout. 

Ik ben een rund. 

Een stom rund.

Ik had mijn vriend Tom opdracht gegeven een lange duurloop uit te stippelen.  Ik verkeerde in de mening dat hij zo'n opdracht serieus ter harte zou nemen. 

Wat ben ik soms toch een kieken.

 

*****

 

Tom een parcours laten uitstippelen.  Hij die niet van de ene kant van zijn keuken naar de andere kant kan geraken, zonder daarbij verloren te lopen. 

Nu ja, dat is met de rommel die er staat inderdaad geen sinecure, dat is dan ook weer waar.  De afwas alleen al heeft een variëteit aan kleurrijke schimmels, wonderbaarlijk is dat  (iets voor het Tropisch Instituut of de Plantentuin in Meise).  Hoe kan ik het vergelijken...

 

Bij mij thuis kun je van de vloer eten, zo proper is het.

Bij Tom kun je van de vloer eten, er ligt genoeg.

 

Zo iets dus.

 

In de keuken van Tom zou een bordje met het volgende opschrift niet misstaan:

'It's not always that dirty in here......

.....sometimes it's worse'.

Tja, zoiets.

 

*****

 

Zijne welgeoriënteerdheid, Tom dus, nam me op sleeptouw richting Meerle, rurale deelgemeente van mijn thuisstad, de Parel der Kempen, epicentrum van de Aardbei, u weet wel.

Het was inmiddels donker geworden en er kwam een soort mist opzetten.  Het leek wel een tweederangs scenario van Stephen King. 

Hoor ik in de verte niet het gehuil van wolven? 

Ach nee, het is Kind 2 dat, vuurspuwend, in blinde woede de computer aan het slopen is, online gaming weet u wel.

 

*****

 

Na vele, lange kilometers waren we volgens Tom nog prima op de uiterst zorgvuldig geplande route.

Volgens mij waren we enorm verdwaald.

 

Waar bevonden we ons?

We bevonden ons in het gat van Pluto. 

In het donkere, mistige gat van Pluto.

En nergens een herkenningspunt, dank zij de mist.  Normaal gesproken kan je vanuit elke hoek van elke deelgemeente de majestueuze kerktoren van mijn thuisstad, gevangen in spots, in vol ornaat bewonderen. 

Nu zagen we niks.

 

En laten we toevallig vandaag geen kompas bijhebben.

Wat heb je trouwens aan een kompas? 

Dan weet je waar het noorden ligt. 

Zinloos als je niet eens weet waar je bent, of waar je naartoe moet.

 

*****

 

En natuurlijk geen gsm bij.

Normaal is de rechterduim van mijn vriend Tom vergroeid aan dat ding, maar nu had hij zijn gsm niet bij. 

Ik ook niet.

Mijn gsm lag thuis (geen extra gewicht bij het lopen), die van mijn vriend Tom zat vermoedelijk rondjes te draaien in zijn wasmachine.  Tom molt per jaar een gsm of drie.

En wat zouden we kunnen aanvangen met een gsm, als we niet eens wisten waar we waren? 

Naar mijn vrouw bellen en HELP roepen?

Dat zou hoogstens op smakelijk gelach onthaald worden.  En uiteraard zouden we de volgende 15 jaar herinnerd worden aan ons geweldig gebrekkig oriëntatievermogen.  In elk soort gezelschap.

Ook al geen optie dus.

U gaat me weer maar eens een zielige fantast noemen (wat ik in se ook wel ben), maar welke weg we ook indraaiden, telkens staarden wij vol ongeloof naar het straatnaambordje waar telkens hetzelfde stond te lezen: ofwel Groot Eyssel, ofwel Klein Eyssel. 

We dachten dat we gek werden.  Of in vierkanten aan het lopen waren.  Of een combinatie van de twee.

Wat we ook deden, overal dezelfde straatnaam.

Groot Eyssel, hoek om, opnieuw Groot Eyssel, andere straat, zelfde naam, hoek om, opnieuw, weer andere straat Kleyn Eyssel en dan weer een keer of zes. 

En dan weer helemaal opnieuw. 

Eerlijk gezegd zat ik de hele tijd rond te kijken of we niet in een of ander verborgen-camera-programma waren beland.  Je kan die van VT4 nooit vertrouwen.

Niet dus.  Helaas geen camera te bespeuren.  Of het moest zijn dat die ook verdwaald waren.  Goed mogelijk in dit doolhof van straatjes.

Kortom, we waren in de aap gelogeerd.  In het hol van Pluto.

 

*****

 

Achteraf heb ik er het stratenplan bijgehaald. Kijkt u even mee.  Want u gelooft bijna alles, maar dit is zo onwaarschijnlijk.

 

eyssel

 

En ik zweer u, niets is bijgewerkt met Photoshop.  Zou ik trouwens ook niet kunnen.  Het handboek van Photoshop al eens bekeken?  Daar word ik pas razend van.

Enfin, blijkt dat er zo maar even 11 (elf!) straten de naam Groot Eyssel en 7 (zeven!) straten de naam Kleyn Eyssel hebben meegekregen.  En allemaal in één kluwen van doodlopende straten. Een mierennest.

 

Je kan het stadsbestuur van mijn stad niet echt beschuldigen van een overdaad aan inspiratie. 

Een nieuwe straat, hoe zullen we die noemen?

Iemand een idee?

Niet allemaal tegelijk, mensen...

Zullen we eens een gedurfde straatnaamkeuze doen? 

Groot Eyssel, iemand? 

Prima idee!

 

En terwijl er zoveel briljant mooie straatnamen te verzinnen vallen:

  • de Tervurenlaan,
  • de MarklooptsnellerdanTomstraat,
  • de Tomisoptijdsteeg (fictief uiteraard),
  •  de Markiseenloopwonderdreef,

Ik noem maar wat.

Perfecte namen en nooit meer verwarring.

Je zal maar een hartaanval krijgen en de ziekenwagen is op zoek naar Groot Eyssel.

 

*****

 

Daar kochten wij ons geen brood voor tijdens onze lange duurloop, die nu langzaam het karakter van de voettocht naar 'Santiago de Groot Eyssel' begon te krijgen. 

We hadden al onze noodpijlen verschoten, op onze SOS-signalen in morse kwam ook al geen reactie, het spoor met broodkruimels dat ik had gestrooid bleek na een 'klein hongerke' van mijn vriend Tom helaas helemaal verdwenen. 

En zag ik daar in de verte trouwens geen ijsberg?

We keken elkaar in de ogen en wisten allebei dat we daar zouden sterven. 

Véél te jong, maar toch een vol leven geleefd.  Een paar edities van de 20 Km door Brussel te weinig op de teller, dat wel, maar goed...

Eerst was er nog een hoogoplopende discussie: zouden we in mekaars armen sterven (zoals de gebroeders Van Raemdonck), of gedisciplineerd naast mekaar, of in alfabetische volgorde.

We kwamen er niet uit.

Maar we gingen sterven, zoveel was duidelijk.  Ik dacht in een straat, genaamd Groot Eyssel, maar het kan ook Klein Eyssel geweest zijn, pin me daar nu niet op vast.

 

*****

 

We zijn er uitgeraakt, niemand weet hoe, Tom nog het minst van al, maar plots was de voorraad straten Groot Eyssel uitgeput, die van Klein Eyssel ook, en na nog een viertal trieste gemeenten in de Kempen doorzworven te hebben, kwamen we thuis. 

Een marathon op de teller, durf ik te wedden.

 

*****

 

Of moeder de vrouw ongerust was? 

Bijlange niet.

"Ben je al thuis?", vroeg ze droogweg.

Ik was een kilo of 6 afgevallen, 2 van het lopen, 4 van miserie.

 

*****

 

Je moet voor de aardigheid eens Groot Eyssel intikken op Google Maps.  Toen ik het deed, zijn er drie oude Russische navigatiesatellieten in mijn tuin neergestort. 

BLIEP BLIEP

Heeft nog een flinke duit aan oud ijzer opgebracht. 

Het gras was ook meteen af.

 

 

16-04-10

Four Weddings and a Funeral

Four Weddings and a Funeral

 

Onze held zit in week 5 van gedwongen looprust. 

Gisteren, Redcordtraining 2 van deze week.

Een forse training, dat wel, maar ik moet toegeven dat het wat begint te vlotten.  Het spierkorset is sterker geworden en daardoor kost het me allemaal wat minder moeite. 

Het is nog steeds afzien, dat wel.

Van de maandagse marteling had ik in de rechterkuit toch nog wat schade; ik dacht zelfs een lichte verrekking.  Maar Tom stelde me gerust.  Het was niets alarmerends.

We vlogen de touwen in, voor reeksen spierverstevigende oefeningen.

In den beginne kon ik nog wel wat meebabbelen tijdens de reeksen, maar na een tiental minuten was het toch weer kiezen op mekaar klemmen, en concentreren op de  uitvoering, de balans, de pijn en de verzuring. 

Een lange trainingssessie werd het, ik stapte er pas rond 9 uur buiten.

 

*****

 

Kind 2, u inmiddels niet geheel onbekend, heeft deze middag wel een erg vreemde vraag gesteld.

Eentje die de eetlust bederft.

Misschien wel opzettelijk.  Op het menu stond  spaghetti, en wie weet wou Kind 2  op die manier wel een grotere portie veilig stellen...

 

Nu heeft hij dat wel eens meer gedaan, vreemde vragen gesteld. 

En telkens Kind 2 een vreemde vraag stelt, wijs ik met gestrekte arm naar mijn vrouw.

Zo kwam Kind 2 ooit met een vraag over de voortplanting. 

Ik wijs met gestrekte arm naar mijn vrouw, macht der gewoonte, omdat zij van dit onderwerp alle technische details beheerst.

Vroedvrouw, namelijk.

Ze kent de 'ins en outs', als ik mij deze uitdrukking in deze optiek mag permitteren.

 

Kind 2 wou ook het 'hoe' en 'waarom' van de voortplanting weten.

Van het 'hoe' heb ik geen kaas gegeten.

Ik was namelijk ziek tijdens de enige les seksuele voorlichting, lang geleden, bij de tirannieke meester Van Gils. 

En dat gemis is, volgens mijn vrouw toch, nooit meer goed gekomen.

Van het 'waarom' van de voortplanting hebben wij beiden inmiddels, na gedane zaken,  ook geen enkel idee meer.

Trouwens, seks was mid jaren zeventig van vorige eeuw ook iets louter functioneels, meen ik me te herinneren.  De paus, u weet wel.  Ook iets van een steen en zaad, en verspilling, maar dat zoek ik bij gelegenheid nog wel eens voor u op.

 

*****

 

Enfin, Kind 2 heeft ons deze middag de hamvraag gesteld, namelijk:

"Waarom zijn jullie nog niet gescheiden?"

Vooral dat woordje 'nog', bleef lang op mijn maag liggen.

 

Ja, wij zijn nog altijd samen. 

Al sinds 1986.

Dank u.

 

Van mijn bloedbroeders van weleer, de bende van zes vrienden, ben ik trouwens de enige die nog bij zijn originele vrouw is.  De vijf anderen zijn inmiddels al goed voor 8 echtscheidingen, en neen, dat is geen tikfout.

Pas op, ik begrijp het wel.  Als het écht niet meer gaat, dan moet je uit mekaar gaan. 

Punt.

Want het kan niet dat één van de partners zich rot voelt in het huwelijk.  We weten immers allemaal dat het huwelijk gemaakt is opdat allebei de partners zich rot zouden voelen.

Laat ons wel wezen.

 

*****

 

Dus ja, ik ben nog altijd bij mijn vrouw.

Maar het omgekeerde is ook waar.

Zelfs méér waar.

Mijn vrouw is tot op heden nog niet gillend van me weg gelopen.  Hoewel er meer dan genoeg redenen voor te vinden zijn....

Jarenlang gezeur over blessures en besttijden en opofferingen omdat meneer zonodig denkt dat hij moet lopen, het vreet aan een mens, ik besef dat.

Dat verdient respect!

Toen ik mijn boekhouder  vertelde dat mijn vrouw omwille van het feit dat ze met mij getrouwd wil blijven af en toe toch wel een complimentje mocht krijgen, reageerde die als volgt:

"Complimentje, complimentje?"

"Sukkelaar toch."

"Een standbeeld, zal je bedoelen.  Een standbeeld voor al die jaren van moed en zelfopoffering..."

 

 

*****

 

Dus Kind 2 vroeg waarom we nog bij mekaar waren.

Het viel me op dat mijn vrouw niet direct antwoordde.  Normaal gesproken volgt er stante pede een repliek, maar nu was er toch een seconde aarzeling.

Ik, van mijn kant,  kon niet antwoorden, wegens een mondvol pasta.

Mijn vrouw antwoordde even later met iets meligs dat uit de kalender van de Bond Zonder Naam was ontsnapt.

 

Daar trapt Kind 2 al lang niet meer in.

Toen zette mijn vrouw haar blik op waarmee ze wil zeggen: onderwerp afgesloten.

Ik ken die blik.

 

Kind 2 nog niet helemaal, want er volgde nog een (fatale) vraag.

Die vraag was:

"Stel dat jullie uit mekaar gaan.  Bij wie mag ik dan wonen?"

 

Ik wijs met gestrekte arm naar mijn vrouw, in de mening dat zij op haar beurt naar mij zou wijzen.

Maar dat deed ze niet.

Zij wou Kind 2 voor zichzelf.

AHA!

GAAN WE ZO BEGINNEN!

Dan ken ik ook nog wel een paar truukjes.

 

Ik zei daarop langs mijn neus weg:

"Als ik dan alleen ben, dan kan ik eindelijk een hond kopen."

Perfide, nietwaar?

Maar ja, All is Fair in Love and War...

Kind 2 draaide onmiddellijk zijn kazak en riep uit:

"Ik ga terug naar Pappa!"

Triomfantelijk keek ik mijn vrouw aan.

 

Mijn vrouw is van alle markten thuis.

Ze keek me met een scheef oog aan, en zei:

"Bij mamma is het zakgeld hoger."

Kind 2 verklaarde daarop weer tot Team Mamma te behoren.

 

Nu zijn we zeker; Kind 2 MOET de politiek in.

Moest Kind 2 burgemeester van Antwerpen worden,

moge God ons en alle sinjoren bijstaan,

dan lagen er nu al een brug of vier én een tunnel of zes en droeg Dewinter een hoofddoek....

 

*****

 

Ik wou nog uitpakken met meer toegevingen, maar mijn vrouw keek me aan met een ontradende blik.

 

Diezelfde ontradende blik heeft er trouwens voor gezorgd dat de buren hun overschot aan voertuigen niet meer kriskras parkeren rondom onze riante woning. 

Toch even situeren. 

De parkeerzone rondom mijn woning is omringd door kasseien, voldoende om een kleine helleklassieker op te rijden. 

De buren denken dat ze daar mogen op parkeren.  En beseffen niet dat ze daarmee het complete architecturale concept van rurale urbanisatie verknoeien.  Vooral omdat ze met blikken dozen menen te moeten rijden die, ja het bestaat, Nissan heten. 

Helaas, driewerf helaas.

Mijn vrouw gebruikt nu met succes haar ontradende blik om de parkerende buren tot nieuwe inzichten te brengen.

 

*****

 

"Waarom zijn jullie nog altijd getrouwd?"

Dat noemen ze een vraag van het kaliber:

V.G.M.G.N.T.D.I.D.R.

Deze afkorting staat voor:

Vinde Gij Mijn Gat Niet Te Dik In Deze Rok.

 

Heren, jullie weten allemaal wat ik bedoel.

 

Uw vrouw komt met een verwachtingsvolle blik uit het pashokje gestapt. 

U bent van zuivere uitputting gaan zitten op een te laag stoeltje, uw voeten helemaaaaaaaal stuk van met uw vrouw doorheen de winkelwandelstraat te flaneren.  Een halve marathon is kinderspel vergeleken met de Antwerpse Meir.

 

En uw vrouw stelt die vraag, terwijl ze voor een spiegel staat te draaien.

Vinde Gij Mijn Gat Niet Te Dik In Deze Rok?

 

WEES VOORBEREID!

WEES ALERT!

Indien u één milliseconde te laat antwoordt, dan bent u de sigaar.  Want vrouwen detecteren die aarzeling meteen en koppelen daaraan dat u een leugentje voor bestwil aan het verzinnen bent.

 

OPLETTEN!

Té snel antwoorden = liegen.

Té enthousiast antwoorden = liegen.

 

OPGEPAST!

Ook botweg de harde waarheid zeggen, strekt niet tot aanbeveling.

Vinde Gij Mijn Gat Niet Te Dik In Deze Rok.

Laat volgende reacties daarop vooral achterwege, ik smeek u:

  • amai, ja
  • dat ligt niet aan de rok,
  • wat denk je zelf?
  • ik weet het niet, het is nogal een smalle spiegel,
  • dik is niet helemaal correct, immens dekt de lading beter,
  • zo lang je niet bukt, valt het reuze mee,
  • niet alleen in deze rok, schat,
  • gaat die onnozelheid hier nog lang duren?
  • interplanetair gezien?
  • en dan zeggen ze dat zwart afslankt!

 

Vrouwen aller landen, mag ik u dit advies geven.  Zodra u de aandrang voelt om een vraag aan uw echtgenoot te stellen, hou dan voor ogen dat mannen enkel vragen begrijpen waarop het antwoord

2-0

zinvol is.

 

*****

 

Ja, verdorie, deze kroniek heeft als titel 'Four Weddings and a Funeral' meegekregen, en het moet wel kloppen.

Weddings genoeg, maar nog geen Funeral, merk ik.

 

Tom B. is ingeschreven voor de Antwerp Ten Miles, eind deze maand.

Maar gisteren gaf hij te kennen dat hij dat plan wellicht moet begraven (oef: dan toch een Funeral gevonden) wegens fysieke ongemakken.

Ik wil gerust in zijn plaats lopen, maar dat vond hij niet echt een goed plan.

Nu ja, uiteindelijk is mijn deadline binnen 43 dagen en 20 uren.

De 20 Km door Brussel 2010.

De Heilige Graal!

13-04-10

Perte totale

Perte totale

 

Tom B., mijn kine, is ongehavend van het avontuur op de skilatten terug thuis.

Oef!

De opluchting!

Nu kunnen we verder bouwen aan de wederopstanding....

 

Inmiddels zijn we week 5 van de gedwongen rust ingegaan.

Het begint toch wel ernstig te kriebelen...

Misschien toch maar eens  een proper onderbroek aandoen ...  of neen, waar zit ik met mijn verstand, het is geen schrikkeljaar, of toch?

 

Normaal mag ik begin mei terug beginnen lopen. 

En mei blijft maar weg.  Toch in die optiek. Op de aftelklok van Brussel komt mei dan weer met een noodgang dichterbij...

Weer Redcorden straks. 

 

Mijn buikspieren zijn inmiddels van staal. 

Zie je die blauwe plek hier op mijn buik?

Hier, dat kleintje...

Wel, dat is van een tractor.

Die tractor is daarstraks tegen mijn buikspieren gereden.

Perte totale!

De tractor dus.

 

Voor de Hollandse medemens.  Perte totale is Schoon Vlaamsch voor 'total loss'.  Vlaams lijkt dikwijls Fransch.  En toch niet door één BHV-deur kunnen.  Straf is dat.

 

*****

 

De vervangende kracht van Tom B. heeft me geleerd hoe je rugbesparend door het leven moet walsen.  Hoe je zware lasten moet tillen en hoe je dingen van de grond moet oprapen zonder je rug daarbij extra te belasten.

Dat van de zware lasten komt er op neer dat je als een gorilla je reet naar achteren moet steken, knieën plooien, armen lang maken en zo het gewicht oprapen.

Het helpt als je inmiddels HUHUHUHUHU roept, op de wijze van een aap die indruk wil maken op de wijfjes.

Er bestaat natuurlijk nog een oplossing voor rugbesparend tillen; ik roep mijn vrouw en zeg:" Til op!"

 

Hoe moet je kleine dingen van de vloer oprapen? 

Recht je rug, zwaai je linkerbeen gestrekt naar achteren, buig in de heup (met rechte rug), raap op met je rechterarm.

Maar dat mag ik niet meer van mijn vrouw.

Mijn vrouw is het inmiddels beu om over mijn gestrekt been te struikelen. 

 

En ja, ik moet het toegeven, ik ben er nog niet helemaal mee weg. 

Daarstraks raapte ik wel uiterst sierlijk een rolletje plakband op, maar mijn zwaaiende been maaide wel de halve ontbijttafel leeg...

Waarop ik riep: "Vrouw, ruim op!"

Ja, ik mag dat niet, opruimen bedoel ik dan, van mijn kiné.

 

*****

 

Afgelopen zaterdagavond kreeg ik telefoon.

Een vriend van mij.

Jan D.

Hij had via deze kronieken vernomen dat ik wegens blessure voorlopig niet mag lopen en wou mij (en zichzelf) opmonteren met een avondje uit.

Voetbal.

Onze plaatselijke ploeg. 

3de klasse.

In lang vervlogen tijden was ik een begeesterd supporter van de plaatselijke ploeg, vooral in de kantine dan.

Memorabele tijden waren dat. 

'For old time's sake' wou Jan D. nog eens de bloemetjes buiten zetten.

 

Ik heb geweigerd.

En wel hierom.

OMDAT JAN D. NOOIT WEET VAN OPHOUDEN.

Voor de match begint, hebben we al een pint of 4 binnengekieperd, kwestie van tijdens de eerste speelhelft zeker geen dorst te krijgen.

De dorstigen laven is het enige werk van barmhartigheid dat Jan D. kent...

Tien minuten voor het affluiten van de eerste helft spurten we naar de kantine.  Dit doen we, om de grote drukte aan de toog te vermijden.  Tegen dat de grote massa supporters binnenkomt, hebben we weeral een paar pinten voor onze neus staan.

 

De tweede helft begint.

En dan krijg je altijd dit scenario.

Ik wil de match gaan bekijken, maar Jan D. denkt daar anders over.

"Ja, we gaan zo meteen terug buiten supporteren", zegt Jan D. 

"Eerst nog iets drinken."

Het komt er meestal op neer dat we geen bal van de tweede helft zien.  En dat we moeten spurten om rond 23 uur thuis te geraken, hoewel de match rond 22 uur afgelopen is.  Het is nochtans maar 5 minuten met de fiets.

Soms was het in die mate gezellig in de kantine, dat ik thuis op teletekst moest checken wat de uitslag ook al weer was!

Begrijpt u?

En dat is niet combineerbaar met huiselijk geluk, looptrainingen en het leven als een monnik in de aanloop naar de 20 Km door Brussel.

 

*****

 

Kind 2 ging vroeger wel eens mee naar de match kijken.

Niet uit interesse voor de sport, neen, Kind 2 ging resoluut voor de hotdog!

Ja, als er een hond in het spel is, dan is Kind 2 niet ver af.

 

En zo heeft Kind 2 ooit ei zo na gezorgd  voor supportersrellen.

Kind 2 had weer met succes gezeurd voor een hotdog (met dubbele laag ketchup!).

Ik sta op de staanplaatsen onder de tribune, waar de harde kern van de club de nodige oerwoudgeluiden ten beste geeft, afgewisseld met het uitschelden van de scheids- en lijnrechter en het maken van obscene gebaren naar de spionkop van de tegenstander.

Kind 2 wil het overzicht bewaren en gaat met zijn hotdog op de tribune zitten en bungelt er tussen de afsluiting.  Boven onze hoofden.

Ik kijk naar boven, Kind 2 heeft ten alle tijde een superviserend oog nodig.

Net op dat moment bijt Kind 2 met volle goesting en overgave én met inzet van gans zijn gezicht in het broodje.

De worst van de hotdog, door de ketchup van glijmiddel voorzien, schiet als een raket voorwaarts uit het broodje van Kind 2. 

De worst landt elegant op de brede schouder van, u raadt het al, de voetbalsupporter met leren jek en een ijzerwinkel van minstens twaalf piercings in het gelaat. 

Een bakkes om matrakken op te roderen, zo wil de volksmond. 

Een smoel om stront op te sorteren, ook al volgens diezelfde volksmond.

Mag ik mij, in naam van de volksmond, excuseren voor het onaangepaste taalgebruik?

Dank u.

 

Zeggen dat deze persoon 'not amused' was, kan je gerust onderbrengen in de categorie: understatement van de week.

De hooligan, 120 kg droog aan de haak, keek woedend in het rond, stoom afblazend uit de neusgaten!

Kind 2 keek onschuldig fluitend in het rond, onderwijl een leeg broodje wegmoffelend.  Ik koos eieren voor mijn geld en wees vaag naar de supportershoek van de tegenpartij. 

Even later vlogen sjaals in het rond, vuisten ook,  ach, een beetje lichaamsbeweging kan nooit kwaad....

 

Ik kon nog net Kind 2 bij de kraag grijpen, want hij had in alle verwarring toch nog de kans gezien om de weggevlogen worst te recupereren.... (de hongerigen spijzen, ook al een werk van barmhartigheid).

Ach, een beetje zand, dat schuurt de maag.

Toch volgens de volksmond.

 

 

*****

 

Enfin, gisteren een loodzware Redcordtraining afgewerkt.

Tom B had er duidelijk zin in. 

Skiën had de batterijen opgeladen, en ik moest het bezuren!

Het ganse repertorium aan oefeningen werd er doorgejaagd.  Ik stierf een slordige duizend doden.

Ik lag al helemaal voor pampus uitgeteld na een reeks zware buikspieroefeningen in de touwen, de witte vlag gehesen, sudderend in eigen nat.

Toen gaf Tom er nog dat extra tikje bij.

Hij zei:

"En nu de laatste vijf reeksen oefeningen helemaal opnieuw.  Als je daarna nog weet welke dag het is, dan mag je ze nog eens doen."

 

Ik riep preventief: "donderdag!"

 

Maar dat hielp niet.

"Klopt", zei hij, "donderdag is je volgende afspraak".

"En nu, avant la musique."

 

Na de eerste reeks oefeningen, stak Tom zijn hoofd de behandelingskamer binnen, en vroeg:

"Welke dag is het?"

 

Ik ijlde: "September."

 

Tom repliceerde:

"Ok, prima, dan nu nog eens alle oefeningen herhalen, en dan mag je proberen om zelfstandig van de tafel af te komen."

 

 

De oefeningen heb ik gehaald.

Ook van de behandelingstafel kruipen, is me gelukt.

Ik heb me  gewoonweg van één meter hoog van de behandelingstafel op de tegelvloer laten vallen.... 

De koele vloertegels brachten me even later terug bij bewustzijn.

Een tand kwijt.

Perte totale.

Alsof er een tractor over me heen was gereden.

 

Toen ik buitenging riep Tom me nog achterna:

"Donderdag gaan we een tandje bijsteken, ok?"

Ik heb alvast een tand klaarliggen.

09-04-10

Nuts!

Nuts!

 

Koppijn!

Hoofdpijn dus.

Ik niet, neen, mijn vrouw.

Deze voormiddag komen we thuis met de wagen.  Ik druk op het knopje om de garagepoort afstandsbediend te openen, en meteen daarna op het knopje van mijn vrouw.

Ter verduidelijking.

Wanneer de garagepoort opent, dan begint intra muros het alarmsysteem in vooralarm te gaan; we hebben dan nog ongeveer 30 seconden om de code in te drukken, zoniet....

Wioehwieoehwieoeh! Enzoverder!

Maar dan keihard:

 

Wioehwieoehwieoeh! Enzoverder!

 

We hebben dan nog 30 seconden om naar binnen te spurten, u dient hier te lezen: mijn vrouw heeft dan nog 30 seconden, want ik mag van mijn osteopaat, sportdokter en kinesist niet lopen.

Dus druk ik ook op het knopje van mijn vrouw, waarop ze een nijdig spurtje naar binnen trekt. 

Daarbij duikt ze sierlijk als een zwaan onder de inmiddels halfopen garagepoort door, allemaal heel fraai.

U dient ook te weten dat mijn vrouw ooit absolute wereldtop is geweest als balletdanseres.  Open doekjes wereldwijd, Scala Milaan, Russisch Staatsballet, roept u maar...

Of neen, dat heb ik eens gedroomd....

 

*****

 

Vandaag was het allemaal net iets minder fraai.

Mijn vrouw duikt sierlijk als een zwaan onder de zich langzaam openende garagepoort, maar nét iets te weinig...

Een zwanenzang!

 

Ze knalt dus keihard met haar hoofd tegen de garagepoort.

 

LOMP!

 

Het kan natuurlijk ook het gevolg zijn van het feit dat ze schrok omdat ik, net op het moment ze onder de garagepoort dook, keihard claxonneerde. 

Ja, ik blijf een klein kind.

Gelachen dat wij hebben!

Vooral ik!

 

Enfin, een dreun om u tegen te zeggen. 

De garagepoort daverde in haar hengsels. 

En terwijl mijn vrouw zo knock-out als een gemiddelde Sugar Jackson haar hoofd staat te masseren, ik de garagepoort inspecteer op beschadigingen, weerklinkt op Paasmaandag doorheen mijn thuisstad:

 

Wioehwieoehwieoeh! Enzoverder!

 

U zal nu zeggen:

"Barbaarse barbaar!",

gevolgd door:

"Uw vrouw zo laten afzien en de garagepoort voorrang geven in revalidatie."

Ik zal zeggen:

"Ja, kan allemaal goed zijn, maar de garagepoort hebben we nog maar een dik jaar geleden gerenoveerd, dus wil ik er toch wat zuinig op zijn."

Trouwens, dat stuk uit mijn vrouw haar hoofd groeit vanzelf terug aan, maar een garagepoort niet, meen ik te weten...

En nu u weer...

 

*****

 

Ja, het was een rare voormiddag.

Sugar Jackson ligt met een milde hersenschudding op de bank, terwijl ik mij naar de bakker sleep.

Daar stond véél te veel volk aan te schuiven.

Het leek wel Polen.

Ik observeer het cliënteel.

Plots vallen alle mannenbekken simultaan open want een blonde godin komt binnengeschreden.

Groot, blond dus, voorzien van alle oorlogskleuren, bruine laarzen en met een jeans zo spannend als de laatste van Stephen King. De jeans leek wel op haar billen geschilderd.  Je hoorde de naden zuchten en kraken.

Een geweldig fraai plaatje.

En ze wist maar al te goed dat ze hormonaal één en ander op gang bracht. 

Ze wentelde zich in de aandacht, zeg maar.

Maar toen ze nonchalant haar jas opende, viel mijn oog (ja, ik kan het ook niet helpen) op de gulp van haar jeans.

Die rits stond helemaaaal open.

En je kunt haar daar moeilijk attent op maken.  

Je kan toch niet met een vingertje suggestief  zitten wijzen richting Bermudadriehoek, om het zo maar eens uit te drukken.

Neen, dat kan niet.

De godin viel van haar sokkel....

 

****

Maandag.

 

Ik verveel mij stierlijk.

 

Werk genoeg, daar niet van.

Maar ik kan daar goed afblijven, van dat werk.

Wat niet gezegd kan worden van al die paaseieren die hier rondslingeren!

Melkchocolade en ook van die witte!

Fondant!

En kleintjes, gevuld met praliné!!!!

 

*****

 

Dinsdag.

 

Ik verveel mij tweestierlijk.

 

En dat komt omdat ik niet mag lopen.  Zowat iedereen in mijn omgeving die een medisch diploma heeft, zegt dat ik niet mag...

En dat steekt.

Mijn rug is nu eindelijk officieel pijnvrij.  De laatste drie ochtenden sta ik op, en voel geen pijn meer.

U begrijpt dat het heel wat karaktersterkte vraagt om nu niet snel de loopschoenen aan te binden en de boswegen stormenderhand te gaan veroveren!

Vooral karaktersterkte van mijn vrouw, welteverstaan.

Waar zou ik in godsnaam een sterk karakter vandaan halen?

Maar omdat mijn vrouw nu op de zetel de fragmenten van haar hersenpan  met Velpon bijeen ligt te lijmen, zou ik eventueel wel in een onbewaakt moment kunnen ontsnappen om te gaan lopen....

Toch maar niet.

 

*****

 

Woensdag.

 

Ik verveel mij driestierlijk.

 

Iemand zei: "Ga dan vissen."

Vissen?

Urenlang zitten wachten tot de allerdomste der vissen aan de haak wil.

Qua saaiheid kan dat tellen!

En trouwens, twee keer per week staat er een viskraam in mijn thuisstad...

Dus.....

*****

 

Donderdag.

 

Ik verveel mij vierstierlijk.

 

Lees dan een boek!

 

Begint dat gezeur nu opnieuw?

Ik heb in 1977 al een boek gelezen, omdat het moest van een uitsloverige leraar Nederlands, dus waarom zou ik?

Neen, dat is niet helemaal waar.

Ik lees elke avond in bed.

Ongeveer 10 minuten, want dan val ik in slaap.

De slaap der matig rechtvaardigen, is dat.

10 minuten lezen, dus.

De eerste 5 minuten probeer ik te ontdekken waarover het boek alweer gaat en de laatste 5 minuten lees ik op slaapdronken automatische piloot (dus zonder dat ik weet waarover het gaat).

Afhankelijk van de vermoeidheidsgraad doen volgende fenomenen zich dan voor:

  1. het boek valt dicht, terwijl ik aan het indutten was achter het boek.  Gevolg: geen idee waar ik was.  Waar ik ook naartoe blader, nergens vind ik een aanknopingspunt + je voelt je onnozel.
  2. het boek valt op mijn kop, terwijl ik aan het indutten was.  Gevolg: omdat mijn neus de functie van bladwijzer vervult, weet ik nog wel waar ik was in het boek, maar ben ik helemaal van mijn propos + je voelt je onnozel.
  3. ik dut in, het boek valt uit mijn handen en knalt keihard op de grond.  Gevolg: zowel ik als mijn vrouw vliegen een meter omhoog van het opschrikken... +  je voelt je onnozel.

Vroeger las ik gemakkelijk een boek of twee per week. 

Nu lees ik een boek per half jaar. 

Tegen dat ik het einde van een boek haal, is de spelling vooraan in het boek al verouderd!

 

*****

 

Vrijdag.

 

Ik verveel mij en ik ben de tel kwijt hoeveel stieren daar mee gemoeid zijn.  Minstens een kudde.

 

En deze ochtend heb ik me niet meer kunnen inhouden....

.....en heb ik een voorbij lopende  jogger met een vliegende schaar onderuit gehaald.

Neen, ik kan er niet meer tegen!

Moet iedereen nu voorbij mijn deur lopen?

Is er nergens anders plaats?

 

Vandaag Redcord training.

Tom B., mijn kine, is gaan skiën.

Het lef!

Skiën, daar vind ik persoonlijk geen bal aan.

Moest God het absoluut nodig vinden dat de mens zou kunnen skiën, dan zou hij ons wel voorzien hebben van voeten met de lengte van ski's.

Nu heeft Tom B. wel een serieus voetje (maat 47), dus ...

En nu maar vingers kruisen en hopen dat hij niks breekt, of toch hoogstens iets wat hij niet nodig heeft om mijn revalidatie te begeleiden. 

Een nek, tot daar aan toe, maar God spaar vooral zijn vingers!

Maandag is Tom B. terug. 

Tot dan slaap ik toch onrustig.

 

De assistente die het fort van Tom B. tijdelijk bemand, heeft me vandaag bijgestaan bij de Redcord training.

Buikspieren was het credo vandaag.

Hels karwei!

 

Ze liet me enige tijd alleen verder oefenen, met de dwingende boodschap:

"Kijk uit dat je genoeg rust neemt tussen de oefeningen, zodat je jezelf niet helemaal opbrandt."

 

Ze bleef toch lange tijd weg.

Dus gingen we ervoor. 

Reeksen van 10. 

Daarna reeksen van 5. 

Helemaal stuk.

Ik lag te zwemmen in het zweet toen ze terugkwam.

Tijdens de daaropvolgende balanceeroefeningen stond ik gewoon te trillen van vermoeidheid.

Raar dat een mens zich op tien minuten helemaal de soep kan indraaien. 

 

******

 

Even de website van de 20 Km geopend.

Dat heet in vaktermen: de beker tot op de bodem ledigen...

En wat ziet mijn lodderig oog?

De aftelklok naar de 20 Km zit er een uur naast.  Ze hebben de overschakeling naar het zomeruur niet ingecalculeerd.

En dat ene extra uur wil ik!

Daar sta ik op!

Dat uur is pure winst om mijn revalidatie te finaliseren...

 

 

Dit stond er trouwens ook te lezen:

Bent u reeds ingeschreven en kan u om welke reden ook toch niet deelnemen, wij kopen uw nummer graag over, aan 10€ zodat wij andere deelnemers eveneens gelukkig kunnen maken.

 

Nooit!

NUTS! 

Zoals McAuliffe niet heeft gezegd in Bastogne.

Ik vreet nog liever mijn nummer op.

06-04-10

Léon

 

 

Dienstmededeling:

Dit verhaal werd gepubliceerd in het decembernummer van Runner's world.

Uit redactionele noodzaak werd ik toen verzocht het in te korten tot een beperkt aantal lettertekens.

Mijn hart bloedde.

Waarna de redactie er ook nog eens de schaar inzette.

Neen, niet in mijn hart, maar in het verhaal...

Schande!

Vandaar hier het volledige verhaal, in volle glorie....

 

*****

 

Léon

 

Een onooglijk dorp in de Landes, Zuid-Frankrijk.

Ooit kampeerden we er, op camping Lou Puntaou.  Gelegen aan het Lac de Léon.

Pijnbomen.

De geur van hars.

 

De dag van aankomst was het bloedheet.

We dompelden ons onder in een koel zwembad, de kinderen hadden de tijd van hun leven.  Wij, de jonge ouders, waren blij dat we de 1 100 kilometer in een auto zonder airco hadden overleefd.

 

Ons verblijf: een tent.

Die nacht onweerde het.  Een getempeest, gekraak en gedonder, lichtflitsen projecteerden grillige, griezelige schaduwen op het canvas van onze tent.

 

De volgende dag was het koel, aangenaam koel.

De vakantie kon nu echt uit de startblokken.

We maakten kennis met de camping en leerden met vallen en opstaan de hurkzit op de Franse Wc's.

We verkenden de streek en krabten in het borsthaar van de lokale neringdoeners op de wekelijkse marktdag.

We leverden heroïsche gevechten in de robuuste golven van de Atlantische Oceaan.

We bouwden forten, zand- en luchtkastelen waarvoor je normaliter een bouwvergunning nodig hebt.

Een uiterst verzorgd restaurantje kon zich dagelijks verheugen in onze klandizie.  Lekkere, eerlijke, landelijke keuken.

 

Kind 1 was toen een jaar of 9.

Van de spijskaart lustte hij enkel kip met friet.

Kind 1 heeft 14 dagen lang kip met friet gegeten.

 

Kind 2 zat nog in de nadagen van zijn fopspeenbestaan.

Van de spijskaart lustte hij enkel kip met friet, maar dan zonder de kip.

Kind 2 heeft 14 dagen lang friet met mayonaise gegeten.

Daar kon Kind 2 perfect mee leven,  hoewel een occasionele pizza  ter afwisseling als ontbijt werd getolereerd.

 

*****

 

Op mijn broodrooftocht elke ochtend, kwam ik voorbij een bord waarop de 'Animations' werden geafficheerd.

U kent dat wel.

Aerobic in het zwembad, kinderclub, zang, dans en plaatselijke folklore.  Tennis en voetbal.  Plots zie ik dat er twee maal per week georganiseerd wordt gelopen.

Echte sport nondedju.

Weliswaar op een hondsvroeg uur, half tien 's ochtends, maar toch, LOPEN.

 

Nu barst de vakantie pas echt in volle glorie los!!!

De volgende loopsessie sta ik geschoeid klaar aan het bord 'Animations'.  De gladiatoren uit diverse Europese windstreken druppelen langzaam binnen.

De loop wordt in goede banen geleid door twee monitoren.

Eén van hen blijft bij de achterblijvers, de snelste van hen probeert de competitiedrift van de koplopers te temperen.

 

We liepen een rondje van een kilometer of 11.  Dwars doorheen pijnbossen, door stoffige straatjes in het diepe hart van de Landes.

 

De bedoeling was in groep te genieten van de edele loopsport; actief bezig zijn, samen genieten in een unieke verstandhouding, symbiose van mens, sport en natuur.

 

Awel, dat kon me allemaal geen kloten schelen!

Ik wou winnen.

IK MOEST EN ZOU DE BESTE VAN DE CAMPING ZIJN.

Ik zou de Gebrselassie van Lou Puntaou worden.

 

De eerste keer moest ik mijn loopdrift nog bedwingen, kwestie van niet hopeloos te verdwalen in de bossen van de Landes.

Maar de tweede sessie zat het er direct bovenarms op.  Na enkele honderden opwarmmeters zette ik er vol de beuk in.  Een Fransman en een Duitser lieten zich niet pramen en gingen vlot mee.  De snelle monitor kon blazen op zijn fluitje tot hij turkoois zag, wij waren onstopbaar.

In de spurt werd ik geklopt door de Fransman.

Tegen dat de ziedende monitor met de rest van de verdwaalde kudde was aangekomen, hing het klassement (met nieuwe recordtijden), geklasseerd op naam, leeftijdscategorie, nationaliteit enzovoort, reeds prominent aan het bord 'Animations', dat in één moeite herdoopt werd tot het 'Ad Valvas Loopberichtenbord Camping Lou Puntaou'.

Zo werd dat schimmige bord ook eens nuttig.

 

*****

 

De week daarop stond de groep opnieuw klaar voor de rustige zenloop.

Ieder beloofde op zijn communiezieltje dat de groep als één man de looptocht zou afwerken.  Het was uiteindelijk een vreselijke schande dat dit tot een vulgaire competitie was verworden, dat begreep iedereen.

Zo kon het niet verder.

Nu was er een belangrijke delegatie Hollanders bij gekomen en een paar graatmagere Portugezen.  Vooral die laatste heerschappen zorgden voor enige ongerustheid bij de ongekroonde loopkoningen.

De monitoren gaven het startsein en een luttele drie seconden later was de kopgroep gevormd en werden ademhalingen en hartslagen getaxeerd.  De Hollanders maakten een solide indruk, de Portugezen gaven geen krimp, mijn Duitse vriend sterk als een Teutoon, en ikzelf, uw dienaar, het loopwonder.

Hoorden wij in de achtergrond geen krampachtig gefluit van de monitor die op solidariteit aanstuurde?

Ja.

Hielden wij daar rekening mee?

Neen.

Wie was de aanstoker?

Raad eens.

 

Eén van de weinige capaciteiten die ik bezit, is dat ik op een paar seconden tijd verschillende nationaliteiten met mekaar in de clinch kan laten gaan.  Nu is dat niet extreem moeilijk als je Hollanders bij Duitsers zet, maar toch.

Een paar keer de naam Jürgen Klinsmann of Rudi Völler laten vallen, volstaat meestal wel...

De Hollanders moeten er al snel af.

De ganse nacht

'van je hela hola, zet er de beuk maar in'

in de bar van de camping, dat betaal je hier en nu cash.

Ze vallen terug in het groepje achter hen, waar een monitor nog steeds keihard op het fluitje zit te blazen (donkerpaars inmiddels).

Ben ik blij dat ik daar niet loop, zo'n kloteherrie (nu ja, had ik daar gelopen, dan moest hij niet fluiten, dat besef ik ook wel, maar goed, gedane zaken nemen geen keer).

Op een bepaald moment laten de Portugezen een gaatje vallen.  Ik haal mijn beste Duits boven en spoor de Duitser aan tot een hoger tempo.

God, wat kan het vervloekt heet zijn in de Landes, zelfs 's morgens.

De Duitsers, u weet dat, hebben geen probleem met een bepaalde bevelstructuur.

 

'Befehl ist befehl', weet u nog?

 

We spelen de Portugezen kwijt in de draaiende wegen in de donkere pijnbossen.

In de spurt klop ik de Duitser.

IK WIN.

Ik kopieer onmiddellijk nieuwe ranglijsten om op te hangen aan het 'Ad Valvas Loopberichtenbord Lou Puntaou' (ook wel bekend als het voormalige bord Animations) met mijn naam in een iets groter lettertype dan de rest van het klassement.

 

'Ordnüng muss sein', nietwaar.

 

Inmiddels druppelen de verslagenen binnen.  Een lichtjes overspannen monitor komt onze richting uit.  Hij is moe en boos.

Moe ?

Hoe kan dat ?

Hij lag minuuuuuuten achter.

Trainen kan hier soelaas bieden.

Boos ?

Waarom ?

 

Of wij die twee Portugezen hadden gezien.

 

Ik begin erg bloemrijk te beschrijven hoe wij tactisch vernuft hadden weten te koppelen aan stalen uithoudingsvermogen en zo de Portugese armada een lesje in bescheidenheid hadden gegeven.

De monitor wordt bleekjes.  Hij beseft dat de Portugezen nu feestelijk aan het verdwalen zijn in de schier eindeloze bossen van de Landes.

Hij vraagt of wij mee gaan, op zoek naar de verloren schapen.

Helaas moeten wij weigeren.

Overmorgen is er namelijk de volgende editie van het loopkampioenschap van de camping, waar wij ons persoonlijk record willen scherper stellen.

Cooling down en stretchen, dat wel...

 

Een mens moet zijn focus behouden.

Dat is prioritair.

Logisch.

Toch ?

04-04-10

Matthäuspassion

Matthäuspassion

 

Donderdagavond.

Het is voorbij half negen.

De duisternis is ingevallen.

De wachtzaal bij kinesist Tom B. is leeg gelopen.

De kreupelen zijn weg.

Hebben hun bed opgenomen en zijn beginnen wandelen.

Nu ben ik nog de enige.

En Tom natuurlijk.

Mijn bloedbroeder in deze moeilijke tijden.

Brothers in arms.

 

Hoeveel keren heb ik mijn lot niet aan hem verbonden?  Een paternoster aan verrekkingen, peesaandoeningen, ingescheurde gewrichtsbanden.

En telkens wist hij mijn twijfels weg te nemen.  Legde de vinger op de wonde.   Tom lapte me op, klaar voor de strijd.

 

*****

 

Deze keer is het anders.

Voelt het anders.

Nu wacht ons een heidense opdracht.

Nu hebben we de lat heel hoog gelegd.  Dit grenst aan onmogelijk.

Schier ondoenbaar.

En de uitkomst is twijfelachtig.

Twijfel.

Mentaal erg moeilijk te dragen.

Moeilijk te aanvaarden.

 

*****

 

Maar we hebben een plan, en daar houden we ons aan.

Rücksichtlos.

Niet meer omkijken, alleen maar vooruit.  De dagen aan mekaar rijgen, werken aan morgen, bouwen aan de toekomst met amper een sprankeltje hoop.

Enkel de 20 Km telt nog.

 

*****

 

Veel wordt er niet meer gezegd. 

Na al die jaren, kennen we mekaar erg goed.

Stilzwijgend.

Een gevoel van verbondenheid. 

Wat instructies hoe de oefeningen moeten, het aftellen van seconden, een bijsturing links of rechts.

De deur van de behandelingskamer blijft open staan.  Tom dwaalt tussen de reeksen oefeningen wat rond. 

Telt verder vanop afstand.

Nog een reeks oefeningen.

En nog een.

Naar zijn computer.

Tom zet een stemmig muziekje op, om de Redcord training wat te veraangenamen.

Iets toepasselijks ter verstrooiing.

De Matthäuspassion van J.S. Bach. 

Over het lijden en sterven van Christus.

 

 

De oefeningen beginnen me inmiddels zwaar te wegen.

De buikspieren verbranden, kramp in de kuiten, druppels zweet spatten uiteen op de tafel. 

De ademhaling jaagt.

Mijn spieren staan op knappen, trillende koorden, het zweet vloeit.

En nog eens tot tien.

Bach telt met ons mee.

Bach stuwt ons verder.

Trance.

Dit is loodzwaar.

 

We lijden allebei, ik en Christus.

Eli, Eli, lama asabthani.

Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?

 

Mark

Pasen 2010

02-04-10

Big yellow taxi

Big yellow taxi

 

Listen, late last night, I heard the screen door swing,
And a big yellow taxi took my girl away
Now don't it always seem to go
That you don't know what you got till it's gone
They paved paradise and put up a parking lot

 

Wie van jullie rijdt er met een paarse Volkswagen kever?

Wie?

Want die persoon wordt dringend verzocht om zijn of haar voertuig te verplaatsen, want ik kan niet weg.

U heeft me vastgeparkeerd.

Ik heb de flikken trouwens al gebeld.

En wat heeft de chauffeur van die lange camion bezield om de boel zo vast te zetten?

Daar kan ik met mijn beperkt verstand al HELEMAAAAAAL niet bij.

 

Ik zit vast.

Meer bepaald op level 46.

 

parkeer2

 

Mijn gele autootje moet buiten, en iedereen staat in de weg.  Chaos!

Zéér verslavend spelleke.

Google maar eens 'Valet Parking Game', goed voor uren ergernis.

 

Een vriend heeft me de link doorgemaild. 

Wist daarbij doodleuk te vertellen: nu je toch niet kan lopen, kan je misschien wat tijd steken in iets nuttigs...

Desnoods kan je er een doodse zondag eind mei mee vullen...

 

*****

 

Nu, wat parkeren betreft, heb ik het mooiste staaltje gezien in Barcelona.

We hadden een verblijf geboekt in een hotel op de Ramblas. 

Ja, wat zal ik zeggen, het mocht wat kosten. 

Het hotel had geen eigen parking voor de hondstrouwe Peugeot.  Ze verwezen ons naar de parkeergarage naast het hotel.

Die was ons eerlijk gezegd niet opgevallen.

De parkeergarage bleek een omgebouwd herenhuis te zijn.  Ik schat een gevelbreedte van maximum 5 meter.  Ik begrijp dat de prijs per m² op de Ramblas in Barcelona de pan kan uitswingen, dus hier werd gewoekerd met de beschikbare ruimte.

Mijn vrouw werd verzocht de auto naar verdieping 1 te rijden.  Een waar huzarenstukje, want aan elke kant bleven hoogstens een paar luttele centimers ruimte over tot aan onze zijspiegels. 

1ste verdieping. 

Deze stond propvol auto's. 

Wij vroegen ons eerlijk gezegd af waar onze wagen ging geplaatst worden.  We werden verzocht alles wat we nodig hadden uit de auto te nemen.  Vervolgens klapte de bediende de spiegels in en reed onze wagen vlotjes tussen twee geparkeerde vehikels.  Tenslotte reed hij terug achteruit, stapte uit, deed de deur dicht en duwde de auto manueel terug in de parkeerplaats.  Langs elke kant een centimetertje of twee. 

Onwaarschijnlijk. 

Auto op slot. 

Houten blokje achter het achterwiel.

Mijn vrouw zei:

"Die kloot mag, wanneer we vertrekken, de auto zelf naar beneden rijden.  Dit is ziek."

 

Hotel in.

Twee kamers geboekt. 

Eén voor de ouders en één voor de kinderen.

Dit was een foute inschatting.

Vijf minuten later bleek Kind 2 de code van het brandkastje op de kamer reeds de verdoemenis in geprogrammeerd te hebben.

Tien minuten later kwam reeds het volgende schaderapport: Kind 2 had inmiddels ook al de TV gemold.

Ik kon nog net de minibar van plundering vrijwaren.

De familie was op reis. 

Alles verliep volgens schema.

 

*****

 

We hadden maar twee dagen uitgetrokken voor Barcelona, dus moest alles in looppas en met militaire precisie afgewerkt worden.

Kadaverdiscipline!

Na wat perikelen in de metro, waarbij we er toch weer in slaagden de verkeerde kant uit te rijden, sightseeing in Barcelona. 

De Ramblas !

De commerciële muizenval van Barcelona.  Waar het de moord stikt van schimmige winkeltjes met namaak voetbaltruitjes van matig getalenteerde voetballers. 

De Ramblas is het paradijs voor pickpockets en levende standbeelden.

En dan was er het spijtige incident met Christoffel Columbus.  Een levend standbeeld van de beroemde zeevaarder stond majestueus zijn roerloze ding te doen op de Ramblas.

Dit was duidelijk een professional, gehard door confrontaties met busladingen dronken Britse hooligans, of ander voetbalplebs. 

Maar hij moest de ultieme test nog ondergaan. 

Met name de oogopslag van en de confrontatie met Kind 2.

Kind 2 had met zijn hypnotiserende blik reeds verschillende levende standbeelden, en naar ik meen zelfs 3 échte bronzen beelden, in tranen doen uitbarsten.

 

Maar Columbus, knappe grime van geaderd marmer, bleef roerloos staan, af en toe een galante beweging makend wanneer het slijk der aarde in het mandje belandde.

Kind 2 had geen effect op deze man.  Welke gekke bekken er werden getrokken, welke rare aria's kind 2 vocaal ook de nek omwrong, Columbus gaf geen krimp.

Respect !

Kind 2 heeft een sterk karakter.  Dit wordt weliswaar alleen ingezet voor  niet-rendabele zaken, maar toch.

 

Waarna de situatie echt gênant werd. 

Kind 2 zette de joker in.  De legende van 'het ei van Columbus' indachtig, gaf Kind 2 een knallende dreun in 'de eieren van deze Columbus'. 

Nu kwam er wél reactie.

Een welgemeende kreun én een reeks expressieve bewegingen werden ontlokt.  In het handgemeen dat daarop ontstond, wisten we weg te glippen.

Van wie heeft die kleine dat toch....

 

*****

 

Dag twee en we trokken, nadat we weer eens met de metro de verkeerde kant waren uitgesneld, naar de 'Sagrada Familia'.  De kerk in eeuwige opbouw van het genie Gaudi. 

Nu ja genie, als je wordt overreden door een trage tram, dan ben je volgens mij een stomme oen, maar dit geheel terzijde.

 

 

Gaudi en de Sagrada Familia.

Schoon kerkje. 

Groot ook. 

Veel trappen zonder leuning. 

Eigenlijk levensgevaarlijke wankele ruwbouw. 

We liepen zo'n kleine 80 meter boven de grond over een dunne stenen boog, die twee van die waanzinnige asymetrische torens met mekaar verbindt. 

Plots dringt het besef tot me door dat Gaudi deze kerk als een kerk heeft ontworpen en niet als een toeristische attractie.  Dat de stenen luchtboog bedoeld is om de twee torens steun te bieden en niet als luchtbrug voor tientallen Duitse toeristen met torenhoog overgewicht. 

Ik krijg een wiskundige paniekaanval. 

We moeten hier weg!

Dat gaat hier elk moment instorten.

Een oneindig aantal stenen draaitrappen naar beneden zonder zijwaartse steun later, staan we terug op de begane grond.

 

Er staan erg mooie gebouwen in Barcelona. 

Ik heb er thuis een boek van.

 

*****

 

De dag dat we vertrekken uit Barcelona, melden we ons in de parkeergarage.  De prijs voor een paar dagen te wagen te parkeren, komt ongeveer overeen met de nieuwwaarde van onze auto.  We hadden bij wijze van spreken de auto beter laten stelen, dat was goedkoper geweest.

Na betaling zeggen we dat de auto door één van hen naar beneden mag gebracht worden. 

In vlekkeloos Spaans is dat.

Dat is dus Italiaans met haar op, waarbij ik elke V door een B vervang en omgekeerd.

Engels dus.

 

En de uitbater roept er een hulpje bij.

En ik zweer het u, die persoon leek als twee druppels water op Peter Sellers, de acteur die gestalte heeft gegeven aan Inspector Clouseau.

De geur van angstzweet was penetrant....

 

*****

 

Nu, wat parkeren betreft, heb ik het mooiste staaltje gezien in Barcelona.

Wanneer ik die zin nog  eens herlees, moet ik toegeven dat die wel héél gewichtig klinkt.

Stel dat je op een of andere saaie receptie verzeild bent in degoutant gezelschap, dan kan je wraak nemen door zo'n dingen achteloos te debiteren.

Ik heb er nog wel een paar voor u:

"Dat ideetje voor kleurencombinatie heb ik opgepikt in Nigeria, bij de Ibibio.  De wormen die ze daar eten hadden exact die kleurcombinatie.  Smaakte trouwens naar niks, maar wel veel proteïne. "

 

"Koud?  Je weet pas wat kou is wanneer je door een sneeuwstorm gedwongen wordt te overnachten tegen de noordwand van de Eiger."

 

"Muzikaal gezien vind ik dit een combinatie van eclectische jazz en etherische ambient, misschien zelfs een cross-over van de Noorse saxofonist Gabarek en de Italiaanse act Oöphoi."

 

"Pijn?     PIJN?     PIJN?

De 20 Km door Brussel, dat is pas pijn.  Je weet pas wat pijn is als je de Tervurenlaan op hebt gelopen."

 

Meestal heeft u na een paar van deze zinnen de borrelhapjes helemaal voor u alleen.

 

*****

 

Gisteren Redcord-training 4. 

En de heupstand was prima en er zat ook nog eens genoeg beweging in. 

Voor wat het waard is.

Een slopende training, dank u.

Volgens Tom B. een efficiënte training.

En vandaag toch wel wat spierpijnen.

Maar dat hoort er bij.

We strepen de dagen af.

De eenzaamheid van de blessure...