29-10-10

Congé payé

Congé payé

 

 

Deze ochtend, ongebreidelde dadendrang ! 

 

Jeukende handen, schoon schip maken.

 

De auto omgetoverd tot een muilezel, tot de nok gevuld met gerief dat we liever kwijt dan rijk waren, een waterval van afvallig afval.

 

De tonnenmaat van het maximum laadvermogen wordt zwaar overschreden, ik zie niks via mijn spiegels; mijn buitenspiegels weerkaatsen asfalt, mijn binnenspiegel kijkt uit op de decadente afvalberg. 

 

Sturen kan desnoods met de pink, mijn voorwielen zetten nauwelijks voet aan de grond.

 

De auto zit bakkesvol.  Geen millimeter ruimte blijft onbenut, tussen mijn buik en het stuur zit  zelfs nog een hele stapel oude, stenen bloempotten geklemd.  Het is kwestie van de buik constant in te trekken, zoniet claxonneer ik de ganse tijd.

 

Naar het containerpark (wekelijkse sluitingsdag is uitgesloten) via sluipwegen, liever niet geflikt worden door een overijverige flik.

 

 

 *****

 

 

De poort is dicht !

 

DE POORT IS DICHT !

 

DE POORT IS DICHT !

 

DE POORT IS DICHT !

 

De poort is dicht dus ! 

 

Dat de poort dicht is. 

 

Dicht is de poort. 

 

Wat is de poort?

 

Dicht.

 

Hoe dicht is de poort?

 

Potdicht.

 

Ik ontspan mijn buikspieren; ik claxonneer.

 

*****

 

 

Er hangt een papiertje aan de poort. 

 

Had ik trouwens al vermeld dat die poort dicht is?

 

Op het papiertje aan de (gesloten) poort staat het volgende te lezen:

 

'Heden is het containerpark uitzonderlijk gesloten wegens sportdag van het gemeentepersoneel.'

 

Wat hebben ze trouwens toch met het gebruik van het archaïsche woord 'heden', daar kan ik met mijn beperkt verstand niet bij. 

 

Ik herlees met één opgetrokken wenkbrauw:

 

'Heden is het containerpark uitzonderlijk gesloten wegens sportdag van het gemeentepersoneel.'

 

 

Ik heb me bepist van het lachen. 

 

Sportdag van het personeel. 

 

Congé payé, zal je bedoelen...

 

Heb je de heren containerparkers al eens goed bekeken? 

 

Met het gemiddeld BMI vul je al gauw een PMD-zak.

 

Of twee.

 

Heb je ze al zien rondsleffen?

 

Laat die mensen met rust !  Qua fysieke training hebben ze meer baat bij het openhouden van het containerpark...

 

 

*****

 

 

Plots dringt het bittere besef tot me door dat ik ook meer baat zou hebben bij een geopend containerpark.

 

Ik duw mistroostig tegen de tralies van de poort.  Geen beweging in te krijgen. 

 

Zou ik proberen de tralies door te bijten? 

 

Of zal ik alle troep maar over de poort slingeren?

 

 

Achter mij staat de trouwe muilezel stationair te draaien. 

 

Uren heb ik gewikt en gewogen voor de juiste stapelvolgorde, voor het optimaal rendement van ruimte schuine streep volume.

 

Terug naar af.

 

Ik wurm me terug in de auto, waarbij ik (alweer) onbedoeld claxonneer.

 

En rij naar huis om de garage te vullen met rommel.

 

Waarna ik maar een eigen sportdag inlas.

 

Loopschoenen aan !

 

Nog 14 dagen tot de halve marathon in Kasterlee...

18:28 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-10-10

Booreiland

Booreiland

 

 

En, hoe is het met de kinderen?

 

Mwa, a hoa o-al...

 

En wat denk jij van de slaagkansen van Koninklijk bemiddelaar Vande Lanotte?

 

Ahem di Wupo oe één ijn an wrijgen me We Wever, ie weet?

 

Weet jij wat dit is: Foef, foef!!

 

Een wond wep een wawenwip?

 

 

 

BZZZiiiiieeiiiieieBZZZiiieeeiieieiiee

 

 

Is het u al opgevallen dat de tandarts altijd vragen begint te stellen, NADAT hij het speekselafzuigtoestel in uw mond heeft gestoken, en nadat hij een prop watten tussen wang en kaaksbeen heeft gepropt?

 

Verschrikkelijk is dat.

 

Ik moet in feite "zij" schrijven, want ik heb een vrouwelijke tandarts.  In wiens ogen het overigens nooit lente is...

 

 

De BZZZ is de zoemende boor.

 

Die boor heeft trouwens nog een broertje, van het iets ruigere type, met zeemanstatoeages en een liefje in elke zeehaven...  

Die boor klinkt dan weer zo.

 

 

BWRRRRRBWRRRRRRRBWRRRRRRR

 

 

Die zware boor doet je hele schedel mee daveren, terwijl er een penetrante geur van verbrand materiaal opkrinkelt. 

 

 

" 't Is precies nog wat gevoelig.  Ik zal nog wat extra verdoven... ", zegt mijn tandarts.

 

Waarop zij, die in bepaalde streken bekend staat als Ilsa de Wolvin van de SS, de verdovende spuit in mijn verhemelte ramt.  De tranen springen me in de ogen. 

 

Even later boort zij weer lustig verder.  Ik voel stukken ivoor in mijn mond rondketsen.  Ik ben op mijn qui-vive voor loeiende zenuwpijnen...

 

 

"Je mag nu even spoelen", zegt de kampbeul...   ... heum, de tandarts.

 

Water klatert frivool in een plastic bekertje.

Ik pak het bekertje en zet het aan mijn bek die inmiddels compleet gevoelloos is. 

Ik spoel en produceer daarbij speekselslierten waarmee wellicht goed te behangen valt.

 

 

KRAKKK, 


KR.. KRRR.. KRAAKKK,


KR.. KRR.. KRRR.. KR...  KRRAK.


Dat is dat metalen haakje, waarmee aan je tanden wordt geschraapt.  Je ligt gelaten te wachten op het onvermijdelijke:

 

PIJN!

 

Op een bepaald moment zit de tandarts met een viertal in latex handschoenen gestoken vingers in mijn mond.  Hoewel het speekselafzuigapparaat als een gek ligt te slurpen in mijn bek, vecht ik constant tegen een slikreflex. Een verloren gevecht.

 

En telkens ik slik, lik ik onbedoeld aan haar vingers. 

 

Wat moet zij wel van mij denken? 

 

Jij, ondeugende puppy!

 

Nu ja, ze moet niet veel zeggen, want wie zit er constant met haar linkertiet over mijn schouder te wrijven?

 

Boudewijn de Groot had zo'n tante Julia, maar daar kunnen we het bij een volgende gelegenheid nog wel eens over hebben.

 

 

En wanneer het apparaat met het lampje ingezet wordt, weet ik dat het leed bijna geleden is.

 

Nu nog een half maandloon neertellen en ik mag beschikken.

 

Driekwart van mijn gezicht is gevoelloos. 

 

Ik stap op mijn fiets.

 

Aan de overkant van de straat loopt een bloedmooie vrouw.  Ik voel de bouwvakker in mij opwellen en wil een bewonderend en tevens machozwijnerig fluitsignaal ten beste geven, maar produceer enkel lucht...

 

Thuisgekomen drink ik een koffietje.  Of denk toch dat ik er een drink, want in feite loopt de koffie rechts uit mijn bek, zonder dat ik het besef. 

 

 

******

 

 

De ochtendstond had dus tandpijn in de mond.

 

Neen, niet helemaal.

 

Veertien dagen geleden had mijn tandarts bij de halfjaarlijkse controle een gaatje gevonden, een gaatje dat diende gedicht te worden.

 

Daarom moest de ochtendlijke duurloop wat vroeger ingezet worden, want ik werd ter boring verwacht om 10u10. 

Dus iets na achten trek ik de voordeur achter me dicht en vertrek, slalommend tussen de slome scholieren die schoolwaarts fietsen.

 

Het is verdorie koud. 

 

Streng is de juiste term in deze. 

 

Een zonnetje, maar toch nog koud.

 

Eens de lange dreef naast de gevangenis in, valt alle ochtendlijke druk(te) van me af en kan ik lekker ontspannen lopen. 

 

De rivier de Mark dampt.  Je kan het slingerend verloop van het riviertje aflezen aan de mistslierten. 

 

Koeien staan troosteloos voor zich uit te staren in de bedauwde wei, rookpluimen uit de neusgaten blazend.

 

Het is stil. 

Geen jagende auto's meer. 

 

Een haan kraait. 

Een hond slaat aan. 

 

In de verte hoor ik wel het monotone geronk van tractoren.  De laatste maïs wordt van het veld gehaald.  De tractoren hebben de zanddreven tot modderstroken vermalen.  Mijn omloop wordt daardoor erg zwaar.  Veel ontwijkend springen.

Het begint zachtjes te regenen.  Een plaatselijke bui, want de zon blijft dapper schijnen.

 

 

*****

 

 

Tandpijn.

 

Altijd op een vrijdagavond. 

En de tandarts van wacht woont in Azerbeidzjan. 

Typisch.

Stomende tandpijn.  Je kent dat wel.

 

Er moet al heel wat gebeuren, vooraleer ik beslis om niet te gaan lopen.

 

Maar tandpijn of koorts, dan lopen we niet.

 

En om tandpijn te vermijden heb ik me de discipline eigen gemaakt om effectief halfjaarlijks mijn gebit te laten controleren. 

 

Hoeven we ons daar alvast nooit meer zorgen om te maken. 

 

Kunnen we lekker lopen. 

 

Laat de anderen maar aanklooien met tandpijn, ik niet.

 

 

*****

 

Wortel Kolonie. 

 

Mijn vertrouwd domein. 

 

Hoeveel kilometers heb ik hier al gelopen? 

 

Ik loop nu bijna 20 jaar.  Goed voor ongeveer 30 000 km, vermoed ik. 

Maar het is pas sinds 2003 dat ik constant dezelfde trainingsronde loop.  Dus een jaar of 7.  Dat moeten dan ongeveer 15 000 km zijn die ik hier heb gelopen, want de 13 voorgaande jaren heb ik minder kilometers gemaakt en niet altijd op Wortel kolonie.

 

Maar ik vermoed dat de teller nu op ongeveer 30 000 km moet staan. 

 

Streefdoel, vandaag geboren, de omtrek van de aarde: 40 075 km.  Nog een jaar of vijf.

 

 

*****

 

Het zonnetje verdwijnt achter het wolkendek.  En eens in de Torendreef, begint het gestaag te regenen.  Dikke, ijskoude druppels.  Het staccato getik der druppels op het verkleurende bladerdek.

 

In de verte zie ik een hert.  Eens het elegante dier mijn aanwezigheid gewaar wordt, schiet het schichtig de bossen in. 

 

Mijn lange broek kleurt langzaam donker door de regen.  Het is verdorie koud.  Ik ben blij dat ik handschoenen aan heb getrokken.

 

Na de boszone kom ik weer volop tussen de weiden en velden.  Hier hebben de landbouwvoertuigen lelijk huis gehouden in de zanddreven.  Mijn relatief nieuwe Brooks schoenen worden besmeurd.

 

En de koude wind, uit Noordelijke hoek, geselt mijn arme lijf.

 

Terug de beschutting van het bos in. 

 

Even maar, dan weer het asfalt op.  De laatste kilometers van alweer een duurloop in de aanloop naar de halve marathon van Kasterlee.  Nog een dikke twee weken kilometers vreten.

 

We klokken af op enkele seconden boven de 1 uur en twintig minuten.

 

Woensdag opnieuw.

 

 

*****

 

Een paar jaar geleden heb ik een soort van groot onderhoud laten uitvoeren aan mijn gebit.  Alles in één keer. 

 

Orde op zaken stellen!

 

Dat was bij mijn vorige tandarts, een man.  U komt zo meteen te weten waarom ik overgestapt ben naar een andere tandarts.

 

De tandarts stelde me toen namelijk voor om als proefkonijn te dienen voor een nieuwe methode van tandbehandeling. 

Zonder verdoving met de traditionele inspuiting, maar met een apparaat dat impulsen stuurt naar de tand, waarbij de zenuw als het ware buitenspel wordt gezet. 

 

Hij koppelt iets op zijn boor dat impulsen krijgt van het apparaat. 

 

De patiënt, ik dus, heeft een regelknop in de hand.  Ik kan de intensiteit regelen.  Voel ik pijn, dan verhoog ik de dosis, op een schaal van 20. 

 

Of ik dat wou?

 

Ik wist het nog zo niet.

 

Het voordeel was dat er geen pijnlijke inspuiting aan te pas kwam en dat hij achtereenvolgens aan verschillende zones in de mond kon werken. 

 

Of ik dat wou?

 

Kweenie.

 

 

De maandag daarop staat de man van het apparaat daar. 

 

Behandeling gehad. 

 

Twee tanden gevuld met de hele santenkraam...

 

Boren met grote boor

(geluid, zie hoger)

en boren met de kleine boor

(geluid, zie hoger).

 

En tot mijn verbazing heb ik inderdaad de ganse tijd niets gevoeld.

 

Wel enorme zweetplekken onder mijn oksels van pure, onversneden schrik.  Je zit toch de hele tijd te denken, zo meteen knal ik door het dak van de pijn.  Je zit te wachten op helse pijnscheuten en die komen niet.

 

 

*****

 

 

De week er op zit ik boordevol vertrouwen in de wachtzaal. 

 

Mij kan niets meer overkomen.  Ik en het apparaat, één strijd!

 

Binnengeroepen. 

 

In de stoel. 

 

Achterover getakeld. 

 

Lamp op de open bek.

 

Ik vraag waar het wondertoestel is.

 

Toestel weg, was er enkel op proef.

 

En bleek nogal duur.

 

Pijnlijke inspuiting.

 

Tandarts begint te boren.....

 

 

BZZZZZZZiiiiiieeeeiiiieieeeiieieiiee

 

 

Ik brul het ganse kabinet bijeen van de pijn.

 

 

 

"Oké", zegt de tandarts. 

 

Ik zeg: "Hoe bedoelt u, oké!"

 

"Ik heb je daarnet een nepinspuiting gegeven.  Nu ga ik je écht verdoven", antwoordt hij.

 

Ik zeg: "Wat zegt u nú?"

 

"Wel, ik wou zeker zijn dat het apparaat werkt.  Stel dat jij een ongelooflijk hoge pijngrens hebt, of totaal geen pijn aanvoelt, dan kon ik niet met zekerheid zeggen dat de machine werkt.  Nu wel."

 

 

 

Bij het afrekenen heb ik hem keihard in de ballen getrapt.

 

Gewoon om te testen of mijn loopschoen Brooks nog altijd goed werkt.

 

De schoen werkte prima!

 

Ik had niets anders verwacht...

 

 

*****

 

 

Even de beginconversatie verduidelijken...

 

 

En, hoe is het met de kinderen?

 

Mwa, a hoa o-al... 


Bwa, dat gaat nogal....

 

 

En wat denk jij van de slaagkansen van Koninklijk bemiddelaar Vande Lanotte?

 

Ahem di Wupo oe één ijn an wrijgen me We Wever, ie weet?


Als hij Di Rupo op één lijn kan krijgen met De Wever, wie weet?

 

 

Weet jij wat dit is: Foef, foef!!

 

Een wond wep een wawenwip?


Een hond met een hazenlip?

 

 

18:41 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-10-10

Luitenant Jean Coppens

Luitenant Jean Coppens

 

Dat was de naam van de kazerne waar ik mijn legerdienst heb volbracht.   Bij de 18de Rijdende Artillerie.

 

Kanonnen.

 

Lawaaierig spul, daar wordt een mens hardhorig van.

 

Wablieft?

 

HARDHORIG!

 

 

Kanonnenvlees, dus...

 

 

*****

 

 

Alle vooroordelen over het Belgisch Leger zijn waar.  Daarvan ben ik een bevoorrecht getuige geweest.  10 maanden lang.

 

Opleiding in Turnhout, dan naar Brasschaat.

 

 

abl1.jpg

 

In stemmig kaki, vooraan links, uw dienaar (maar toen dienaar van Boudewijn 1, Koning der Belgen).  Inderdaad, met sigaret, maar dat was enkel om de foto een toets David Lynch mee te geven....

 

 

*****

 

 

Omdat ik met enige vorm van vrucht studies had weten af te ronden, dachten ze dat het een goed idee was om mij op het schootsbureel te plaatsen.  Om uit te rekenen waar de kanonnen moesten vuren, en vooral ....

 

.....waar niet.

 

Nu was ik al een jaar of 24, en de tijd dat ik soldaatje wou spelen lag al geruime tijd achter mij.  Ik liet dat dan ook blijken. 

 

Dikwijls corvee keuken voor gehad. 

 

Patatten jassen. 

 

Patatten jassen verliep weliswaar al in enige mate gemechaniseerd.  De patatten werden in een groot apparaat gekieperd, waar ze werden afgeschuurd, nadien moest je dan nog enkel de ogen manueel pitten. 

 

Vooraleer je de patatten in het apparaat deed, moest je wel keihard met je soldatenlaars tegen het apparaat stampen.  Dan hoorde je inwendig een geluid alsof er honderden stukjes grind vielen. 

 

Dat, beste vrienden, waren de neerstortende kakkerlakken.

 

Dan was het zaak om bliksemsnel het apparaat op te zetten en zo kreeg je eerst een overheerlijke 'mousse de kakkerlak'. 

 

Vervolgens het apparaat uitspoelen, patatten erin en aan het werk. 

 

Hygiëne blijft belangrijk.

 

Toch?

 

 

*****

 

Soldaatje spelen.

 

Ik gooide op manoeuvre ooit het klokhuis van een appel uit de vrachtwagen in de heide.  Ik kreeg van een luitenant een uitbrander dat ik de natuur vervuilde. 

 

Waarop ik vragend om mij heen keek en de luitenant een veertigtal rook en roet uitbrakende vrachtwagens aanwees en zei:

 

"Dat, luitenant, is vervuiling...

 

....een klokhuis, luitenant, is de natuur." 

 

Corvee keuken.

 

Assertief zijn is niet altijd een goed idee...

 

*****

 

 

Soldaatje spelen.

 

Tijdens manoeuvres moesten wij ten alle tijde paraat zijn. 

 

De vijand kon ons wel eens onverhoeds overvallen.

 

De stouterikken!

 

Omdat de Rus niet in de buurt was, den Duits het beu was, moest de vijand gespeeld worden door eigen personeel, voor de gelegenheid en ter visueel onderscheid gestoken in blauwe overalls.  We gaan mekaar toch niet per ongeluk overhoop schieten zeker.

 

Om één en ander toch wat veilig te laten verlopen, en het gemiddelde intellect van de soldaat-milicien indachtig, werd er geschoten met losse flodders. 

 

Enerzijds jammer, maar goed.

 

Ik deelde mijn losse flodders altijd met gulle hand uit.  Neen, niet aan onschuldige kinderen in de dorpen, maar aan mijn collega-soldaatjes met een iets hoger Rambo-gehalte. 

 

Ik stopte daarop een stuk doek in de loop van mijn geweer, dat onaangeroerd bleef en uiteraard bleef blinken als een spiegel.  De andere Rambo's knalden er een paar duizend patronen door tijdens de diverse aanvallen. 

Eens in de kazerne, haalde ik het vodje uit de loop, blies eens door de loop en kon op mijn bed neerploffen,  vakbladen lezend, terwijl de diverse Rambo's urenlang zaten te poetsen en schrobben. 

 

Oorlog, het moet gezegd, dat valt allemaal niet mee!

 

Toch één keer een probleem gehad met het feit dat ik mijn ammo uitgedeeld had.  Het manoeuvre was nauwelijks een uurtje oud, of de vijand was er al. 

 

Dat is ook weer zo typisch!

 

Dan ben je nog niet helemaal georganiseerd, of ze zijn er al. 

 

Vervelende mensen, die vijand.

 

Ik stond er zonder munitie.  Reeds uitgedeeld. 

 

Vlak bij mij een ijzervreter van een majoor. 

 

"Vuren, soldaat !" snauwde hij me toe.

 

"Ik heb geen munitie meer, majoor !" antwoordde ik.

 

"Roep dan PANG", repliceerde hij.

 

Daarvoor voelde ik me toch net iets te oud, maar 'befehl ist befehl', zeker als hij je strak blijft aankijken.

 

Ik wist dat de enige manier om de rest van mijn militaire carrière niet als risee te worden beschouwd, in een spectaculair optreden van mijn kant zat.

 

Ik vloog uit de dekking, als een idioot "PANG, PANG" en "RETTEKETET" brullend, inmiddels ook virtuele handgranaten wegslingerend.

 

BANG, KABOEM, FWIIEEEET.

 

 

De vijand werd er zelf stil van.

 

Van zoveel gedrevenheid, bedoel ik.

 

Maar zoals altijd liet ik mij te veel meeslepen.

 

Ik haal mijn aansteker boven (ik rookte toen nog), steek hem aan en brul:

 

 

"VLAMMENWERPER !"

 

 

Waarop de vijand collectief in de lach schiet.

 

De majoor niet. 

 

Corvee keuken.

 

 

*****

 

 

abl2.jpg

 

 

Jong, onbezorgd.  Een oorlog winnen met deze heerschappen is een utopische gedachte.  Uw dienaar centraal vooraan, de pet weer maar eens verloren gelegd.

 

 

*****

 

 

Het schootsbureel dus. 

 

Daar moesten wij berekenen hoe de kanonnen moesten ingesteld worden en met welke lading ze moesten vuren om het doel te raken. 

 

Of toch in de buurt er van. 

Bijna. 

Ongeveer. 

Bij benadering.

 

 

Afrondingen waren uit den boze. 

 

Het moest correct zijn. 

 

Of toch in de buurt er van. 

Bijna. 

Ongeveer.

Bij benadering.

 

U ziet maar.

 

 

Ik was doorgaans Recce.  Verkenner.

Ik was dus meestal al op weg om de volgende stelling te verkennen. 

 

Met pak en zak; moest ik op een landmijn stappen, dan regende het drie dagen lang materiaal.

 

Ik beschrijf even wat ik allemaal mee moest zeulen qua materiaal. 

 

Ten eerste mijn lichaam. 

In stemmig kaki.  

Daarop een helm. 

En een gasmasker in foedraal.

 

Aan mijn riem: een schop, een poncho (regenjas), twee munitiehouders, een grondzeil (soort deken in een koker - god weet waarom), een kompas, een zaklamp.

Een verrekijker.

Dan had ik een houten kist onder mijn rechterarm, met daarin een parallax (soort meetinstrument).  Die kist was ongeveer 7 cm dik en 60 op 60 cm.  Onhandig als de pest qua formaat. 

Dan een houten lat van 2 meter. 

En tenslotte mijn wapen, een FAL, 4,3 kg zwaar en lomp.

De FAL hing op de schouder, de parallax onder de rechterarm en in de linkerhand de houten stok van 2 m.

 

En zo moest ik achterop een motor meerijden. 

 

Telt u even met mij mee hoeveel vrije handen ik had om me vast te klampen aan de motard?

Inderdaad.

Nul.

 

*****

 

 

Nu was de motard in het leger geselecteerd op basis van twee capaciteiten:

 

  1. motorcrosser zijn van enig niveau,
  2. hartstikke gestoord zijn.

 

Mijn vaste motard scoorde vooral op punt 2   uitzonderlijk  goed.

Hij had een soort grijns op de bek, waarbij een mens zich afvroeg wat er zich zoal onder zijn hersenpan afspeelde. 

 

Niet veel, zo bleek. 

 

Hoogstens wat gegalm van spijsvertering.

 

 

Hij had tevens een merkwaardige voorliefde voor plassen. 

Dat had een reden: hij had een plastic beschermpak aan, ik niet. 

Een geslaagde dag voor hem was, wanneer ik kletsnat was en/of onder de modder zat,  dat we minimum een bijna-aanrijding of vier, een bijna-doodervaring of zes en een paar slippers hadden gehad en een keer of 6 met beide wielen van de grond waren geweest.

 

Een keer vlogen we volle snelheid door een weide vol halfhoog gras.  Eens we gestopt waren (en ik mijn ingewanden had uitgekotst), vroeg ik hem wat hem in godsnaam bezielde.

 

"Hoe kun je nu weten of er nergens een greppel in het gras zit ?", vroeg ik hem.

 

"Dat kun je niet weten, cool hé", was zijn antwoord.

 

Ik kijk hem aan, met een niet-begrijpende blik in de ogen.

 

"Als je het weet, dan is het te laat, dan vlieg je al overkop, cool hé", vervolgde hij laconiek.

 

Mijn engelbewaarder dacht er ook het zijne van.

Toch zijn we nooit gevallen...

 

 

En nu wil u natuurlijk weten waarom ik al die bazaar mee moest slepen.

 

Ik schets het even.  Ik ga op het centrale punt staan van de stelling, waar het centrale kanon komt te staan.  Elk kanon staat op een afstand van het centrale stuk.  Die afstand moeten wij weten, opdat elk kanon zijn gegevens aangepast worden ten opzichte van dat centrale kanon om zo vanop hun specifieke positie ook op het doel te kunnen schieten. 

Elk kanon stuurt een mannetje naar mij, ik geef de stok van 2 meter aan het mannetje, die sjokt terug naar zijn kanon.  Ik kijk door mijn verrekijker (met schaalverdeling) naar de opgestoken stok en kan zo de afstand meten.  Op mijn parallax (ronde schijf) kan ik zien welke hoek een kanon staat t.o.v. het centrale kanon, hoek en afstand, snapt u.

 

Nu gooiden we daar altijd feestelijk met de klak naar. 

 

We vuurden toch in 99% van de gevallen virtueel, dus het kon me werkelijk aan mijn reet roesten waar die kanonnen stonden. 

Dus ik gaf mijn stok nooit af. 

Stel dat ze die niet terug brengen. 

Ik zei dat ze de armen moesten spreiden, het scheelde nauwelijks een koe.

 

 

En in het donker, vraagt u?  Hoe deed je het dan?

Wel in theorie moest ik mijn zaklamp meegeven voor aan de ene kant van de stok, terwijl de soldaat van dienst van het op te meten kanon zijn zaklamp aan de andere kant hing. 

 

Lukte nooit! 

Maar dan ook nooit! 

Geen batterijen! 

 

Ook wel geen goesting.

Vooral geen goesting. 

Te complex, we gokken er wel naar.

 

 

Hoe verliep de communicatie met de kanonnen?

 

Er werd vanuit het schootsbureel een telefoondraad getrokken naar het centrale stuk (shit, ik gebruik al de legerterminologie, kanon dus).  De andere kanonnen trokken een draad naar dat centrale kanon.  Zo was de communicatie verzekerd.

 

Ja, mijn oor.

 

Dat centrale kanon stond soms op meer dan tweehonderd meter.  Je bent een draad aan het trekken en plots wordt met een snok de draad uit je handen gerukt.  Meestal is er dan een pantservoertuig over de draad gereden en heeft die de draad meegepakt tussen de rupsbanden.  Dan kan je terug naar het schootsbureel, waar ze meestal al met een bijl de draad hebben gekapt, want anders gaat onze volledige spoel mee.

 

En opnieuw beginnen.

 

Ooit zei een majoor me dat ik de draad moest ingraven in de zandweg die ik moest kruisen.  Maar dan ingraven  VOORALEER ik verder liep.

 

Ik dacht nog: die vent is met mijn kloten aan het spelen.

 

Ik zei: "Hoe geraak ik dan verder met de draad".

 

Hij begreep me niet.

 

"Als ik hier de draad ingraaf, hoe kan ik die draad daarna dan verder trekken?"

 

Hij begreep me.

 

Oen.

 

*****

 

 

Onze communicatie verliep ook via radio's.  Met de waarnemers.  Zij riepen doelen door en correcties op het vuur.

Als de luitenant weg was, amuseerden wij ons wel eens met die radio's, met het doorgeven van rare boodschappen in onbestaande code, waar geen hond ook maar iets van begreep. 

 

Leuk!

 

Ook een succesnummer was spreken door de micro, terwijl je met een plastic zak over de microfoon wrijft.  Aan de andere kant kun je geen blaas verstaan van wat er gezegd wordt door het knetteren van de zak, wat érg doet denken aan storingen...

 

 

*****

 

 

Toch vuurden wij op gezette tijden ook wel eens echt.  En omdat we ons dan geen flaters konden permitteren, werd alles nauwgezet volgens het boekje gedaan.

Gevolg: het duurde en bleef duren vooraleer we vuurklaar waren. 

De vijand werd er zelf ongeduldig van. 

Bij wijze van spreken dan.

 

 

*****

 

 

Elsenborn!

 

We stonden met ons schootsbureel op een 80-tal meter van de kanonnen.  Bij echt vuur stonden ze op één rij.  In vredestijd werd als schootsbureel een vrachtwagen met shelter gebruikt, in oorlogstijd is dat een zwaar pantservoertuig. 

 

Zomerweer, raampjes open van de shelter.

 

Papieren met berekeningen overal om ons heen, ook op een rek boven onze hoofden.

 

Eerste salvo met een 16-tal houwitsers M109-A2, 155 mm en de luchtverplaatsing doet alle papieren om ons heen feestelijk naar beneden dwarrelen. 

 

Chaos!

 

Op de radio's moest strikte discipline heersen.  Op een dag waren wij aan het vuren (écht vuur), toen plots de hel losbarstte op de radio's.

 

"Godvermiljaar, wij krijgen vuur op ons." 

 

Een gehuil en getier dat het niet mooi meer was.

 

Wij kijken bleekjes naar Van De Casteele.  Hebben we een regiment para's gedecimeerd?

 

"Niks aan de hand, heren", antwoordde hij, "moest het van ons zijn, dan konden ze het niet navertellen." 

 

Het bleken mortieren te zijn.

 

 

*****

 

 

In de verveling tussen de verschillende salvo's door, vroeg ik aan luitenant Van de Casteele waarom onze kazerne de naam luitenant Jean Coppens droeg.

 

Ontroerd door zoveel interesse begon hij bevlogen het verhaal van Coppens te vertellen.  Coppens was voorwaartse waarnemer ten tijde van de oorlog van Korea, waar de Belgen ook met artillerie aanwezig waren.  Coppens zat dus vlak bij de vijand en gaf per radio doelen door die moesten beschoten worden.

 

Op een bepaald moment wordt de post van Coppens bestormd door Chinezen en heeft hij opdracht gegeven zijn eigen post te beschieten. 

 

Een held dus.

 

Ik heb een slecht karakter (mijn vrouw staat heftig te knikken op de achtergrond). 

 

Ik geloofde geen bal van dit verhaal.  En ik had daar een paar goede argumenten voor:

 

Als we Coppens willen wegblazen met onze artillerie is de kans dat hij het overleeft ongeveer gelijk aan 100 %. 

 

We raken die nooit ! 

 

Toch niet het eerste half uur, en ik vrees dat de Chinezen niet het geduld zouden kunnen opbrengen om te wachten tot we eindelijk iets zouden raken.

 

Wat er volgens mij is gebeurd, is het volgende.

 

Coppens zit gewoon zijn werk te doen. 

 

Wij ook. 

 

Maar plots dwarrelt er een papiertje met coördinaten op ons bureautje. 

 

VUUR!

 

En dan wordt het plots héél stil bij Coppens.

 

Oeps, foutje.

 

We pakken het in als een mooi verhaal en onze blunder levert een held op.  Iedereen blij.

 

Luitenant Van De Casteele keek me daarop met een rare blik aan.

 

 

*****

 

 

Dat mijn versie niet waar is, dat kan ik met gemak getuigen. 

 

Ik heb ze uiteindelijk zelf verzonnen. 

 

Maar ook de versie van Van De Casteele klopt niet.

 

Internet is toch handig.

 

Ja, Coppens is gesneuveld als een held in Korea in gevecht met Chinezen.  Zijn stelling werd overrompeld, de Chinezen zaten, volgens het laatste contact, in de loopgraven.  's Anderendaags werd het dode lichaam van Coppens gevonden, de infanterieschop in de hand.  Niets artillerie.

 

 

Nu ja, godzijdank heb ik nooit met dat stelletje ongeregeld ten strijde moeten trekken, of toch, één keer, in de kantine van Elsenborn.

Onze eenheid, 18 RA, was na dagen manoeuver eindelijk in de vertrouwde habitat beland, meer bepaald de kantine.  En omdat er zo weinig geslapen was de laatste dagen, kreeg de alcohol snel vat op de gelederen.

Even later kwam er een hoop Ardeense Jagers binnen, Walen dus.  Met op hun baret het bekende insigne: het everzwijn.

Iedereen keek naar iedereen, want we wisten dat het hoogstens een kwestie van tijd was vooraleer iemand het geluid van een knorrend varken zou imiteren, wat het startsein was voor een hoop heibel, gezwaai met vuisten en vliegende pinten.

 

En écht waar, ik zweer het, ik was verkouden en heb enkel mijn neus gesnoten....

 

 

Maar genoeg memoires in stemmig kaki. 

 

'Credit where credit is due': het leger heeft me wél leren lopen. 

 

Meestal weglopen van werk, toegegeven, maar toch...

 

 

******

 

 

Bij deze kan ik u melden, beste loopvrienden, dat ik me ingeschreven heb voor deelname aan de halve marathon van Kasterlee op 14 november. 

U was allemaal zo vriendelijk om me te waarschuwen voor het zware parcours, waarvan akte. 

Nu heb ik al een paar keer het hooggebergte van Kasterlee getrotseerd, meestal vloekend van ellende, dus geheel onbekend is het me niet.

 

We stellen de verwachtingen in die zin bij.

1 seconde beter dan Breda zal ruim volstaan...

 

De halve van Kasterlee hypothekeert wel de 10 mijl van Essen, 1 week later. 

Stel dat Kasterlee schade oplevert, dan kan het zijn dat het wedstrijdseizoen er meteen opzit.

 

We zullen wel zien.

18:54 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

19-10-10

You stupid woman!

You stupid woman!

 

Zaterdag 16 oktober

 

Zeer wisselvallig weer.  De voormiddag belooft nog wel wat te worden, met een najaarszonnetje dat schuchter tussen de dreigende wolken komt piepen, maar er staat een strakke, schrale wind, die de aanval opent op de herfstbladeren.  Het is officieel nu, de grauwe dagen komen er aan, tijd om de kachel op te poken, de sjaal te zoeken en de warmwaterkruik nieuw leven in te blazen.

 

Maar!  Het regent niet.

 

Want dan zou het pas echt een zure, bittere dag worden.  Zo'n troosteloze regendag, waar wij Belgen een patent op hebben.   Het durft hier namelijk wel eens te regenen. 

 

In België hebben we twee regenseizoenen:

 

Eerst het najaarsregenseizoen.  Dat loopt van half augustus, met regen en stortregen en onweer, tot half december.

 

Dan gaat het vriezen.  Of iets harder regenen.

Dit loopt dan tot eind januari. 

 

Dan is het weer hoog tijd voor het voorjaarsregenseizoen.  Dat begint begin februari, met regen en stortregen en onweer en stopt met wat geluk half juli. 

 

Dan begint de Belgische zomer; meestal wisselvallig weer met zware bewolking, afgewisseld met buien (als het een topzomer is), anders regent het gewoon tot half augustus.

 

Om dan naadloos over te gaan in het najaarsregenseizoen.

 

 

*****

 

 

Maar het regende (nog) niet.  Maar waaien des te meer.  Dat, gecombineerd met de eerste najaarskou, zou het kader worden van de Herfstjogging te Rumst.  Naargelang de geraadpleegde bronnen zou de afstand 15,9 km, 15,7 km, 15,5 km of 15,3 km bedragen.

 

Ik weet wel wat mijn prestaties in het verleden hier waard waren: in 2005 liep ik hier 1u 4m en 20s, in 2008: 1u 4m 45s. 

 

Op de autoroute de la pluie, de E19 richting Antwerpen, is er van zon al helemaal geen sprake meer.  Donkere wolken dreigen aan de einder, voortgejaagd door helse wind.  En de eerste regen valt, weliswaar motregen, zelfs te weinig voor de intervalstand van de ruitenwissers.

 

Rumst.

 

Normaal valt deze jogging samen met de jaarmarkt, maar dat is dit jaar niet het geval.  Geen kermis om doorheen te lopen, wat jammer is, want zo waren er toch nog een paar verdwaalde toeschouwers langsheen de omloop.  Anderzijds kan je nu met de wagen tot vlak bij de startlocatie geraken én vlot parkeren.  Ja, we lopen graag, maar parkeren toch minstens zo graag nét naast de kleedkamer...

 

Geen grote opkomst hier, ook wel omwille van concurrentie van andere wedstrijden in de omgeving, maar toch vooral omdat er weinig ruchtbaarheid wordt gegeven aan deze wedstrijd.  Nochtans een mooie omloop, dat via het jaagpad op de rechteroever naast de Rupel loopt en ons via wat asfaltwegen terug naar centrum Rumst brengt.  En dat 3 maal.

 

Peter F. uit Niel en Kris A. uit Hemiksem zijn ook op het appel.  Ik had niet anders verwacht.  Peter heeft zondag laatstleden de marathon van Eindhoven gelopen (3 uur 25 minuten; rustig aan volgens hem!) en Kris heeft me vorige week nog maar eens verslagen....

 

Koud dus en ik twijfelde over alles:

 

  • singlet?
  • shirt met korte mouwen?
  • handschoenen?
  • 2/3 de tight of korte?
  • heeft Contador nu clenbuterol gebruikt of niet?
  • de boutades van aartsbisschop Léonard?
  • wat spookt er door het hoofd van de 'clarificateur royal'?

 

Enfin, ik was in dubio...

 

Maar ik had een donkerbruin vermoeden dat we vandaag alle registers zouden opentrekken, dus was het zaak om koel te blijven en dus viel de keuze op een singlet, korte tight en geen handschoenen. 

 

Ik warm op in het gezelschap van Peter F.  Wanneer we de dijk naast de Rupel oplopen, is het alsof we een vuistslag krijgen.  IJskoude wind blaast ongenadig hard in het nadeel.  Omdat de Rupel tussen bossen doorloopt, is het hier een tunnel waarin de wind wordt gekanaliseerd, waardoor die nog eens aan kracht lijkt te winnen. 

 

Dit wordt knokken, een kilometer of twee pal in de windtunnel.

 

Grondig opgewarmd staan we in de startzone wat op en neer te springen om warm te blijven.  Omdat we samen starten met de 5 km en 10 km, staat er toch een aardig peloton lopers aan de start.  Op de 15 km zijn er amper 24 starters.

 

En we zijn weg.  Eerst een paar bochten door het plaatselijke park.  Dan middels een beestig steile knik de dijk op en de windtunnel in naast de Rupel.  Ik nestel me vlak achter Kris A.  Het plan is om hem zo lang mogelijk te volgen en dan maar zien te overleven.

 

Het jaagpad slingert traag in flauwe bochten; ik moet constant de juiste kant van Kris zoeken om uit de wind te blijven.  Peter zit ook bij ons, samen met wat lopers die de 5 km betwisten.

 

Km 2: Onder de autoweg door, dan linksweg.  Nu zou de wind in het voordeel moeten blazen, maar helaas zitten we nu tussen de huizen en bossen te slingeren, zodat de wind gebroken wordt.

De groep is inmiddels uit mekaar geranseld.  Peter heeft de rol moeten lossen, en de heren van de 5 km zijn er ook al uit gelopen.  We zijn nog met z'n drieën en het gaat toch behoorlijk hard.

 

Opnieuw onder de autoweg door, op weg naar Rumst.  Ik heb het lastig om aan te klampen. 

 

Rumst, km 4 ongeveer.  Ik moet een gaatje laten vallen op Kris en zijn kompaan.  Ik ben alleen.  Achter mij zie ik Peter in het gezelschap van Luc V.L.

 

Doortocht na de eerste ronde (5 km en 100 meter of meer, wie zal het zeggen): 20 minuten en 32 seconden. 

 

Vlotjes.

 

Ronde 2. 

 

Ik kom nu alleen de dijk op en krijg frontaal de mokerslag van de wind te verwerken.  De wind geselt het riet, langs de oever.  

 

Het riet buigt, maar breekt niet. 

 

Ik buig ook, maar breek toch al een beetje.

 

Het is beestig hard knokken maar toch overleef ik de stormende wind en bereik het keerpunt.   Nog steeds alleen, maar ik zie nu dat Peter en Luc een behoorlijk stuk op mij zijn ingelopen. 

 

Weer twijfel ik wat te doen.  Iets vertragen, recupereren en me laten inlopen om zo met die twee heren de wedstrijd af te handelen of knokken tot het bittere eind? 

 

Ik besluit om iets te vertragen, te recupereren en mijn wagonnetje aan te pikken bij Peter en Luc. 

 

Ze komen bij mij en Peter vraagt om samen te werken.  Korte aflosbeurten op kop om zo de wind te overleven, het tempo op te schroeven en vast te houden. 

 

Maar zodra ik me op kop zet, moet Peter al een gaatje laten vallen (hij had de zwaarste inspanning geleverd om mij bij te benen, Luc zat tegen zijn plafond toen).  Ik vertraag opnieuw een beetje.

 

De molen begint te draaien. 

Korte beurten. 

Tempo strak.

 

Veel wordt er niet gezegd.  We trappen alledrie op de adem.  Omdat we zo dicht op mekaar lopen, maken we af en toe contact.  Voet tegen hiel, armen die tegen mekaar tikken.

 

Doortocht 10 km 200: 41 min 48 seconden. 

 

De derde maal de nijdige knik van de dijk oplopen.  Dit doet pijn en geeft een knak in het tempo.  Boven gekomen opnieuw de wind in.  Kris heeft nog een comfortabele voorsprong op ons, maar blijft een mikpunt.

 

Beulen tegen de wind in.  Ik merk dat de aflossingen niet meer zo vlot gebeuren.  Iedereen loopt op de limiet.  Ik denk dat we alledrie even sterk zijn.  Toch laat Luc al eens een beurt voorbij gaan, zodat ik direct opnieuw de wind in moet. 

 

Keerpunt voorbij.  En het begint te wegen.  Even overweeg ik zelfs om mijn kompanen te laten gaan (achteraf blijkt dat we alledrie in de derde ronde hebben overwogen om de andere twee te laten gaan), maar ik blijf braafjes mijn beurten op kop afwerken.

 

Gek is dat.  Vorige ronde zat ik nog de ideale plaats te zoeken waar ik mijn versnelling zou plaatsen in de laatste ronde (en had gekozen voor een stukje vals plat).  Nu zit ik met schrik dat stukje af te wachten, bang dat ik daar zal moeten  afhaken.

 

Ik overleef het stukje vals plat.  We beginnen mensen te dubbelen.  En Kris A. heeft een stuk van zijn voorsprong moeten inleveren.  De samenwerking werpt vruchten af.  Maar hem bijhalen is een utopie.

 

En dan zijn we plots in het centrum van Rumst.  En in de laatste kilometer.  Nu valt af te wachten wat er van de verstandhouding zal overblijven. 

 

Want de finish lonkt.

 

Ik weet dat er een aantal haakse bochten zijn in de laatste honderd meter en wil daar zeker op kop zitten.  Ik besluit gradueel te versnellen, in de hoop dat ik mijn metgezellen kan versmachten.  Maar dan moet er nog wel iets in de tank zitten. 

 

Ik begin te versnellen.  Peter laat zich niet pramen en volgt vlot.  Luc kraakt, maar hangt er nog aan. 

 

Plots versnelt Peter fors, echt een snok.   Hij komt me voorbij.

 

Ik versnel ook nog wat. 

 

Luc lost.

 

Peter is eerst in de eerste haakse bocht.  Voorbij gaan zal moeilijk worden, ook al omdat hij niet bepaald vertraagt.

 

Ik moet mijn meester erkennen.

 

Peter finisht op 1u 2min en 5 sec, ik op 1u 2min en 9 sec (positie: 8), Luc nog eens 4 seconden later.  Kris had 1 uur rond.  Zowaar mijn snelste editie in Rumst, in minder goede omstandigheden.

 

Snel naar binnen.  Warmte zoeken.  Mijn handen zijn verkleumd en weerbarstig.

 

Wanneer we uitgaan van 15,3 km, dan had ik een gemiddelde van 14,77 km/uur.  Gezien de forse wind, kan ik daar heel goed mee leven.  Volgens lopers met afstandsmeting aan boord, is het toch 15,5 km.

 

In de kantine van de plaatselijke basketbalclub is het een gezellige drukte.  De drie musketiers van de dag praten nog wat bij over de beleving van de wedstrijd.  We zijn unaniem: we hebben mekaar op sleeptouw genomen, zijn alledrie boven onszelf uitgestegen en hebben daardoor dit prima resultaat behaald.

 

Er is een ad random tombola, waar ik een DVD-box van "Allo Allo" win. 

 

De rest van de avond wordt gevuld met de escapades van René Artois, zodat geregeld te horen valt:

 

"You stupid woman!".

 

 

*****

 

 

En dan nu een dienstmededeling: wegens conflictueuze agenda's en dubbele boeking, zal uw scribent helaas niet aan de start verschijnen van de halve marathon van Etten-Leur.

 

Balen!

 

Maar we gaan op zoek naar een alternatief op de kalender; de halve marathons zijn echter erg dun gezaaid deze tijd van het jaar.

 

Iemand een suggestie?

 

18:23 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

15-10-10

Airpower

Airpower

 

Een groot filosoof, wiens naam me nu even ontglipt, zei ooit: 

 

Een mens kan niet zonder vrienden.

 

En ja, dat klopt als de spreekwoordelijke zwerende vinger. 

Een iets minder groot filosoof, meer bepaald ik, voegt daar graag volgende bedenking aan toe:

 

Want met wie zou je anders ruzie maken? 

 

 

Met wildvreemden is dat toch moeilijker.

 

Daarstraks was het van dat.  Een vriend van mij, die resideert in het onderwijs, klaagde over de zware werklast  en de onmenselijke druk.  En de afgrijselijke uren die hij moest kloppen.  In een tot mislukken gedoemde poging kennis over te dragen aan het zootje ongeregeld dat in zijn klas ligt te suffen en te sms'en.

 

Hij hoopte natuurlijk dat ik enige vorm van medeleven zou betonen, maar hij merkte mijn aarzeling op...

 

In de frons op mijn voorhoofd meende hij te kunnen lezen dat het lot van de gemiddelde Chileense mijnwerker toch nét dat tikkeltje zwaarder was. 

 

Op zijn gelaat verscheen vervolgens ook een frons.

 

En toen debiteerde hij:

 

"Ja, hoe zou jij daar iets van weten.  Jij hebt verdorie nog nooit één dag gewerkt in je leven."

 

 

Wel, dat heb ik dus altijd voor. 

 

Dat mensen denken dat ik nooit een klap uitvoer (bericht aan mijn vrouw: hou u inmiddels in stilte bezig!).

 

Mensen denken dat ik niets doe, en dat is onrechtvaardig.

 

Want ik heb wél gewerkt in mijn leven.

 

Een secondje, ik zoek het even op.

 

Hier heb ik het bewijs: ik heb gewerkt van begin september 1987 tot begin december 1987.    Toen was ik namelijk semi-actief op de personeelsdienst van een bedrijf dat gespecialiseerd is in hogedrukreinigers.

 

Of vliegtuigen, dat kan ook, daar ben ik nooit achtergekomen. 

 

Ja wat wil je, met een naam als Atlas Copco Airpower.  Dan denk je toch meteen aan de luchtmacht, neen?

 

Mijn carrière was van korte duur, want in december werd ik opgeroepen voor de landmacht; ik werd ingelijfd in het Belgische Leger (waarover ik u graag een volgende keer zal onderhouden...).

 

Van die drie maanden noeste arbeid, hebben we toch redelijk wat uren geen klop uitgevoerd.  U moet weten dat mijn superieuren pas omstreeks half negen ter bureau verschenen, terwijl het lager werkvee (waaronder uw dienaar) reeds om 7 uur inklokte.  Zo konden we ook rond half vier in de namiddag vertrekken (glijdende werkuren).

 

Tussen 7 uur en half negen deden we de helft van de tijd niks. 

De andere helft van de tijd minder dan niets.

 

Koffie slurpen, de krant bepotelen, onnozel doen.  Allemaal dingen waar ik een meester in ben.  Sommige dingen heb ik zelfs zélf uitgevonden...  Noem mij gerust de opperninja der luiheid.

 

En natuurlijk plannen beramen om de managers een idioot figuur te doen slaan.

 

U moet weten dat wij alle meetings van de managers moesten voorbereiden.  Zodat zij met ons werk konden scoren.  Wij maakten er een sport van om die rapporten op te frissen met onbestaande zelfverzonnen terminologie, rare tongbrekers en indrukwekkende, maar nietszeggende diagrammen.

 

Zo was er op een bepaald moment een vergadering met zowat alles wat er aan managers en hoger kader rondliep op het bedrijf. 

 

Onderwerp: vergelijkende studie van het carrièreverloop binnen het bedrijf. 

 

Met een enorm scherm en een projector en slides.

 

 

En het was spannend.

 

Want ik had me helemaaaaal laten gaan en had verschillende nieuwe termen uitgevonden: 

 

'Skip and jump' was bijvoorbeeld de term voor een carrière die een stap had overgeslagen. 

 

Maar is dus ook gewoon Engels voor hinkstapspringen. 

 

Twee stappen in de carrière overgeslagen: Triple Jump.

 

Maar is dus ook gewoon Engels voor hinkstapspringen. 

 

Een carrière die bleef hangen kreeg de afkorting R.C. met een verwijzend sterretje naast. 

 

Onderaan stond dan te lezen: Retarded career.  Wat je kan vertalen als "Achterlijke carrière".

 

En de nodige combinaties: Retarded skip and jump career. 

 

Vooraan de aula stond de manager peentjes te zweten op zijn rapport, terwijl wij ons achteraan in de zaal lagen te bescheuren van het lachen, een occasionele high five uitwisselend.  Weddenschappen werden afgesloten of iemand het zou opmerken, maar het ging er in als zoete koek.

 

 

*****

 

 

Het was het pré-computer-tijdperk.

 

Op de personeelsdienst hing een insteekbord met daarop het volledige organigram van het bedrijf.  Elke afdeling met alle mensen in afdalende belangrijkheid stond op dat groot insteekbord. 

 

Elke werknemer was gereduceerd tot een kartonnetje op dat bord.

 

Dat bord hing boven twee lage dossierkasten (ongeveer 1 m 20 hoog) die in een hoek van 90° tegen mekaar geschoven stonden.  Daardoor ontstond er in de hoek een kleine vierkante ruimte tussen de twee kasten.

 

Daar waren in de loop der tijden behoorlijk wat kaartjes in gedonderd.  

 

En je kon die niet oprapen, want als je in die ruimte ging staan, kon je niet door de knieën zakken, want dan blokkeerde je. Voorwaarts bukken ging ook al niet.

 

Die ruimte was dus de Bermuda driehoek voor de kaartjes.  Maar dan een vierkant.

 

 

*****

 

 

Als je aan mij vraagt om iets te doen, dan is het antwoord meestal:

 

NEEN.

 

Als je mij zegt: wil je iets nutteloos en onwaarschijnlijk zinloos doen, iets wat niemand wil of kan doen, iets dat te belachelijk is voor woorden dan zeg ik altijd:

 

JAAAAAAAAA. 

 

 

Vraag mij om een stofzuiger doorheen het huis te slingeren en ik loop gillend weg.

 

Vraag mij om een papieren vliegtuigje te vouwen van een rol behangpapier en ik loop gillend weg om nog wat extra papier te gaan halen.

 

 

Enfin, terug naar het verhaal van de kasten en de verdwenen kaartjes.

 

Een collega zei:

 

"Wedden dat jij die kaartjes er niet kan uithalen..."

 

Ik zei:

 

"Ik ben uw man!"

 

Temeer omdat de inzet van de weddenschap 250 gram marsepein was.  Voor marsepein verkoop ik desnoods mijn moeder.

 

Na proefondervindelijk vastgesteld te hebben dat ik niet tot op de vloer geraakte, om de twee redenen die ik daarnet beschreef, broedde ik op een slim plan om die kaartjes te recupereren (en de marsepein...).

 

Niet dat de toekomst van het bedrijf afhing van het welslagen van mijn missie, dat zeker niet, want de gevallen kaartjes werden gewoon vervangen door nieuwe. 

 

Het ging hier enkel om het principe. 

 

Ik kan een principieel man zijn, vooral als het nergens op slaat.

 

De enige bruikbare methode was: op mijn buik op de kast gaan liggen, me dan met het hoofd voorwaarts naar beneden laten zakken en op mijn gestrekte armen landen. 

 

En dan de kaartjes oprapen, in handenstand.

 

Strak plan, dat meteen moest beproefd worden.  Het was toch nog altijd geen half negen, geen manager in de buurt.

 

Ik laat me zakken in de ruimte tussen de kasten.  En land keurig op mijn handen.  Rondom mij: tientallen kaartjes.  Noem het gerust: de verloren schat van Atlas Copco Airpower!   De Schat van de Tempeliers  verdween in het niet bij wat daar te vinden was.

 

Tot hier ging alles goed.

 

Maar dan besef ik dat ik op mijn twee handen steun,  handenstand in een érg beperkte ruimte. 

 

En dat er inmiddels een miniem probleem is opgedoken, meer bepaald: als ik de kaartjes wil nemen, dan zal ik één hand van de grond moeten losmaken. 

 

En laat ik nu net op die twee handen steunen...

 

Ik kon wel even vliegensvlug op één hand balanceren, en met de andere een paar kaartjes vastgrijpen.....

 

Stel dat me dat lukt zonder keihard op mijn gezicht te vallen, dan stelt zich nog altijd de prangende vraag: Waar laat ik dan de kaartjes?

 

Oplossing: IN MIJN MOND STEKEN!

 

Briljant!

 

Ik balanceer op één hand en veeg met mijn vrije hand een aantal kaartjes bijeen en prop ze vliegensvlug in mijn mond....

 

Wat een succes!

 

Heum, en heum....  wat een raar smaakje ook.

 

Samen met de kaartjes had ik ook onder andere 200 gram stof, 0,5 m² spinnenwebben, drie verschaalde Duyvisnootjes, vier dode vliegen en nog wat schaamhaar bijeen gegrist.

 

Maar dan besef ik dat ik een tweede probleem heb.

 

Namelijk.  Ik sta hier nu al een tijdje op mijn handen tussen de twee kasten.  Mijn kop staat op ontploffen.  Ik heb een mond vol kaartjes, 200 gram stof, 0,5 m² spinnenwebben, drie verschaalde Duyvisnootjes, vier dode vliegen en nog wat schaamhaar.

 

Hoe geraak ik terug aan wal?

 

Plus, ok, ik weeg niet overdreven veel, maar ik kan natuurlijk ook niet eeuwig op mijn handen blijven staan; ik ben tenslotte geen lid van het Russisch Staatscircus!

 

En met mijn mond vol kaartjes (en andere inhoud) is het moeilijk communiceren met mijn collega's op het kantoor. Temeer omdat die inmiddels allemaal lichtjes aan het stikken zijn in woeste lachbuien. 

 

Plots houden die lachbuien op.

 

Wat ik op dat moment niet kan zien, wegens met mijn rood hoofd naar beneden gericht op mijn handen staand tussen twee kasten, de mond vol, is dat inmiddels iemand op de werkvloer is aangekomen.

 

Niet zomaar iemand.

 

Een manager.

 

Niet zomaar een manager.

 

Neen, de hoogste in rang. 

 

Het opperhoofd. 

 

En die staat in opperste verbijstering te kijken naar dit redelijk waanzinnige tafereel.

 

Het opperhoofd ziet dus twee melkwitte, behaarde benen tussen de kasten uit omhoog steken.  Mijn broekspijpen waren, als gevolg van de inspanningen en gehoorzaam aan de zwaartekracht, naar boven gegleden.

 

En hoort vanuit de diepte de volgende boodschap opwellen:

 

"Mummme, mummie mij miew mwuipmwekken?"

 

Wat dient te verstaan worden als:

 

Kunde gullie mij hier uittrekken?

 

maar dan met een mond vol kaartjes, 200 gram stof, 0,5 m² spinnenwebben, drie verschaalde Duyvisnootjes, vier dode vliegen en nog wat schaamhaar.

 

Ik denk dat drie maanden op die personeelsdienst ook wel het hoogst haalbare was, maar zoals gezegd, het Vaderland riep mij onder de wapens. 

 

Ook daar zou ik mijn talenten van creatieve nietsnut tot ongekende hoogte stuwen!

 

 

*****

 

Enfin, wat schaft dit weekend?

 

Ah, de Jaarmarktjogging te Rumst, 15,7 km, onderdeel van het KWB-regelmatigheidscriterium.

 

Langs de boorden van de Rupel!  Het water loopt me nu al in de bek....

 

*****

 

Mag ik u allen uitnodigen? 

 

Ja natuurlijk, u mag in Rumst lopen, maar dat bedoel ik in feite niet.  Neen, op zondag 5 december is er de Pannenkoekenjogging en natuurloop te Wuustwezel (vrij vertrek tussen 9u en 10u30, afstand naar keuze: 5, 10 of 15km).

 

Mijn doel ligt echter in de namiddag; dan is er de winterduatlon (4 km lopen,  22 km mountainbiken, 2 km lopen).  Ik zou er graag in duo aan deelnemen: ik loop, iemand fietst.

 

U kan uw kandidatuur als fietser stellen; winst in een manche van de Wereldbeker Mountainbike of in de Wereldbeker, GVA of Superprestige veldrijden, strekt tot aanbeveling.

18:53 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

12-10-10

Catharsis in Kasterlee

Catharsis in Kasterlee

 

Zaterdag 9 oktober 2010

 

Ik moet toegeven dat er wat twijfel was gerezen na het grote fiasco in Breda.  Nog steeds knaagt het ongenoegen lustig verder.  Wat er me is overkomen op de Singelloop is me nog steeds niet helemaal duidelijk;  u was ook niet bepaald een toonbeeld van eensgezindheid in uw commentaren, beste loopcollega's en lezers. 

 

Was het een enkel een rotslechte dag? 

Een totale instorting na een té drieste start?

Warmtestuwing? 

Of moest een en ander toegeschreven worden aan de onbezonnenheid van uw dienaar om op gloednieuw loopschoeisel deze toch wel zware opdracht aan te vatten.

 

Of was het een combinatie van factoren?  Of nog iets anders?

 

Revanchegevoelens smeulden in mijn binnenste.  Ik heb dagenlang liggen wikken en wegen om eventueel op zondag 10 oktober de Brussels Half Marathon te lopen. 

 

Mijn hart riep: DOEN!

Mijn verstand fluisterde: Twee halve marathons op 1 week?  Zot!


Mijn hart riep: JE HEBT ENKELE WEKEN GELEDEN TWEE WEDSTRIJDEN OP 5 UUR TIJD GELOPEN!

Mijn verstand fluisterde: Wil je echt een tweede keer op je bek gaan?


Hart: GAAN, GODVERDOMME!  EEUWIGE ROEM EN GLORIE NAJAGEN!

Verstand: Je weet toch hoe zwaar dat parcours is: Tervurenlaan, doet dat geen belletje rinkelen?

 

 

Dus op vrijdag heb ik dan maar definitief de knoop doorgehakt en heb ik gekozen om in Kasterlee 12 km te gaan doorjagen. 

 

Met een dubbel doel: enerzijds de twijfels omtrent de nieuwe schoenen weg te nemen en anderzijds het vertrouwen een duwtje in de rug te geven: kan Mark het nog wel?

 

Uiteindelijk kon ik vrede nemen met volgende filosofie: nu 12 km, weekend daarop 15 km en twee weken later de herkansing op de halve marathon in Etten-Leur.  Wat in eerste instantie ook het plan was.

 

Nu lijkt het wel alsof er over nagedacht is.  Alsof ik een beredeneerd mens ben.   Dat nu ook weer niet.  Nadenken is niet bepaald mijn sterkste kant. 

 

Zeker niet wanneer er een loopschoen mee gemoeid is. 

 

Dan verlies ik elke vorm van nuchterheid.

 

 

*****

 

Nuchterheid en lopen, niet bepaald een gelukkig huwelijk.

 

Een loper is altijd een loper.  Altijd en overal.  In goede en kwade dagen.

 

Enige verduidelijking is hier op zijn plaats.  Zodat u meer inzicht krijgt in de drijfveren en denkpatronen van de loper (M/V).

 

Zo is voeding voor de loper niet bedoeld om lekker te zijn.  Neen, voeding moet enkel energie opleveren.  Het is onze diesel.  Met een iets hoger octaangehalte.

 

Eten bestaat uit calorieën, snelle suikers, koolhydraten,...

 

Versheidsdata zijn dan ook erg belangrijk voor de loper.  Een turista is te mijden als de pest: je schijt als het ware de energie uit je lijf (je vermagert dan weer wel, dit is duidelijk een geval van Cruijff: elk nadeel heb zijn voordeel).

 

 

Drank is geen drank.  Dat is hydratatie.

 

Enige uitzondering: Trappist Westmalle, dat is dan weer een ander soort afwijking.

 

 

Klimaat bestaat ook niet voor lopers.  Wat de weerman ook uitkraamt, het raakt onze kouwe loopkleren niet!

 

Regen is geen regen, maar weldoende afkoeling die zorgt voor extra zuurstof in de lucht. 

Wind is een duwtje in de rug, of een koppige uitdaging.

Hagel is een grappige massage of een ritme.

Sneeuw is extra demping.

IJzel is een evenwichtsoefening.

Bloedheet?  Lekkere zweetkuur.

 

Het is altijd goed weer.

 

 

Ziek zijn is voor de niet-loper: een doktersbriefje,  lekker niet gaan werken en uitzieken op de bank.  Voor de loper is ziek zijn een streep door het trainingsprogramma en een hypotheek op de volgende wedstrijd. 

 

Een gebroken vinger is voor een gewone mens een ramp.  De loper zal hoogstens zeggen: die vinger heb ik niet nodig tijdens het lopen.

 

 

Lopers kijken ook met heel andere ogen naar de omgeving of het landschap.

 

Mijn vrouw droomt bijvoorbeeld weg bij weidse landschappen in Toscane, de lokroep van het zalig nietsdoen en het genietend leven.  Zittend op een terras, onder de cipressen, dat loom uitkijkt over het glooiende landschap waar druivenranken de belofte van een goed wijnjaar in zich dragen.  Het uitspansel slooft zich uit in een kleurenpalet rode tinten van de ondergaande zon, die lange schaduwen werpt op het dolomieten pad dat nagloeit van de zinderende namiddaghitte.  Een salamander schiet schichtig weg.  Een monotone symfonie van krekels, het klokken van de fles wijn.

 

Ik zie hier enkel een glooiende weg waar ik doodgraag eens tegenaan wil knallen,  en passant de hartslag eventjes vlot voorbij de 160 jagend. 

Ja, dat klokken van de wijn, dat mag ook nog.  Straks.

 

Of een mistroostige mistige herfstochtend in de Ardennen, het jaagpad naast de Maas ligt er verlaten bij.  Aan de oever liggen oude boten langzaam weg te kwijnen.

Sommigen mensen worden stil van zo'n mystiek kader.  Voelen poëzie opwellen.

 

Ik niet, ik zie mij hier al door de mist klieven, de wimpers nat van de vallende mist, rookpluimen uitademend.

 

Ik bedoel maar.  Lopers zijn een aparte diersoort.

 

 

*****

 

 

Maar genoeg geleuterd.  Over naar de orde van de dag.

 

Wedstrijddag op zaterdag 9 oktober.

 

12 km in Kasterlee.  De Terlo-jogging, kaderend in een weekend vol fijne oervlaamsche kermisfestiviteiten.  Er is op vrijdag een kwis, zaterdag jogging en bal populaire, zondag dag voor jan en alleman en op maandag wordt de laatste kater de nek omgewrongen met een grootoudersfeest en een grote zettersprijskamp (troef, troef en nog eens troef!).

 

De terreinen van FC De Witte Molen vormen het decor voor al dit lekkers.

 

Ik liep hier ook al in 2007 (48 min en 5 seconden) en in 2008 (48 minuten 41 seconden).  In 2009 hield de rug me hier weg.  Doel vandaag: vliegen en nog geen klein beetje ook!

 

Het is weer een warme dag, met alweer een zwoele, drieste wind.  Dit doet erg denken aan Breda, vorige week.

 

Bij aankomst is er zowaar nog plaats op de erg krap bemeten parking.  Achterklep open, materiaal verzamelen en richting inschrijving.  De formaliteiten achter de rug, begeef ik me opnieuw naar de wagen, want ik heb geen zin om de muffe kleedkamer op te zoeken.  De geuren van zweetvoeten van voetballers en schimmelend hout is niet bepaald attractief.

 

Plots een bekend gezicht.  Kris A. draait de parking op.  Kris is een beter loper dan uw dienaar.  Traint ook bijna dagelijks (lopen, zwemmen of fietsen).

 

Normaal gesproken kan ik hem ongeveer 1 km voor blijven (ik start meestal sneller), waarna hij zonder pardon van mij wegloopt. 

Stel dat ik de discipline kan opbrengen om rustiger te starten, dan kan ik hem misschien een paar kilometer volgen.  Vorig jaar, toen ik mijn beste wedstrijden liep, heb ik hem op een 15 km wedstrijd eens bijna 10 km kunnen volgen (eindtijd 15 km: 58 min 42 seconden).

 

Dit wordt dus een goede waardemeter.

 

Ik kleed me om, Kris gaat zich inschrijven.  Even later zoeken we mekaar op en beginnen samen op te warmen, al keuvelend over hoe onze winters zijn geweest, welke blessures we rijker zijn, welke wedstrijden we hebben gelopen/verknald, triomfen en desillusies, twijfels en verwachtingen, en dat het straf is dat we mekaar zo weinig tegen het lijf zijn gelopen dit jaar.

 

Met Kris opwarmen is niet simpel.  Voor sommigen is dit al gerust wedstrijdtempo.  En dan trekt hij nog een paar nijdige versnellingen, waar ik graag voor pas.  Ik hoor de pezen nu al knappen.

 

 

*****

 

Startzone. 

 

Kris blijft maar naar voren kruipen om zich te verzekeren van een goede startpositie.  Het is een redelijk omvangrijke bende, gevolg van het feit dat de drie afstanden (4, 8, 12 km) samen starten.  Het wordt weer goed rondspeuren naar de kleur van de borstnummer, om uit te maken of mijn gezellen van dat moment wel dezelfde afstand lopen.

 

Nog wat info van de organisatie en plots trekt de bonte bende zich op gang.

 

Na enkele tientallen meters is het scherp links, en dan krijgen we al meteen de wind vol op kop.  Het is naarstig zoeken naar brede schouders die snel genoeg zijn. 

 

Er ontstaat een groepje van een man of zes, drie paren van twee achter mekaar.  Ik zit in het midden.  Ik kijk om me heen, maar Kris is niet bij mij.

 

Hier zit muziek in. 

 

Maar dan ook weer niet.  Want het is niet bepaald een stabiel groepje.  Eerder zenuwachtig.  De tempo's die men wil lopen, liggen niet synchroon.  En ja, ik ben zeker één van de stokebranden die het groepje wil opblazen of toch minstens wil aanzetten om sneller te lopen...

 

Het kopduo gaat me iets te traag. 

En achter mij valt er iemand weg. 

Dit is niet goed. 

 

Er komt iemand met groen shirt bij ons aansluiten en die gaat resoluut naar de kop.  Ik hoop dat hij ons op sleeptouw naar een hoger tempo gaat nemen, maar het kopduo laat het gat vallen.  Ik schuif naar voren en pik aan bij het groene shirt.  Hopen maar dat ik kan volgen.

 

Km 1: 3 minuten 39 seconden. 

Oei, dat is wreed rap. 

 

De groene loper wil me kwijt en ik moet echt alles uit de kast halen om in zijn spoor te blijven.  Maar ik vermoed dat ik dit niet kan blijven belopen.  Ik blik om.  Het groepje is uit mekaar gespat.  Daar is ook geen soelaas te vinden.

 

En Kris is inmiddels voorbij de restanten van mijn groepje gegaan.

 

Ik klamp aan.  Uit de achtergrond komt een loper onweerstaanbaar snel bij ons aanpikken.  Neen, het is Kris niet.  Waar komt die gast vandaan?

 

En hop, hij gaat ook nog eens van ons weg.

Straf!

 

Kilometer 3 en Kris is er nog altijd niet bij.  Ik sterf inmiddels een duizendtal doden in het spoor van de loper met groen shirt.  We klokken na 3 kilometer af op 11 minuten en 16 seconden. 

 

Té rap!

 

De man die ons voorbij kwam stomen, loopt nu niet echt meer weg van ons.  Maar ja, doe het maar, alleen tegen de wind inbeuken.  Neen, deze jongen is slimmer.  Ik loop in de slipstream achter de man met het groene shirt.

 

Het is constant nét over de limiet lopen.  Ronde 1 voorbij, 4 kilometer op de teller.  Kris is nog steeds niet bij ons.  Maar ik heb al wel een paar pijlen verschoten.

 

Kilometer 5: 18 minuten en 54 seconden.  Pittig snel.  En ik voel ook dat ik de groene loper moet laten gaan.  Jammer, want het was een goed windscherm.

 

Ik laat het tempo wat zakken.  En besef dat ik nu een vogel voor de kat ben.  Voor Kris dus.  Hij schuift tot bij mij, groet me en binnen de honderd meter heeft hij mij er uit gelopen.  Nu is het alleen knokken in de wind, nog een kilometer of zeven afzien.

 

Het is de bedoeling door niet teveel mensen meer geremonteerd te worden, en het tempo strak te houden, zij het iets trager.

 

Ik zoek wat meer comfort, laat het jagende hart wat tot rust komen.

 

De 10 kilometer wordt gehaald op 39 minuten en 6 seconden.  Ik realiseer me dat een goede tijd nog steeds mogelijk is en bijt me vast in mijn tempo.  Een loper haalt me bij.  We wisselen wat algemeenheden over hoe warm het wel is, hoe strak de wind, en dat het godzijdank niet zo ver meer is.

 

Het is ook een beer van een vent (achteraf bleek het een duatleet te zijn, top 10 in de Hel van Kasterlee, dus iemand met karakter). 

 

Km 11: 43 minuten 19 seconden, trage kilometer toch. 

 

De laatste kilometer loop ik gecontroleerd uit: 47 minuten en 39 seconden is mijn eindtijd.  Blijkt achteraf uit mijn archieven dat dit verdorie mijn beste prestatie hier ooit is, wat een opsteker!

 

Wat ook  geruststellend is: binnen de paar minuten ben ik helemaal gerecupereerd, hartslag terug lekker traag.

 

Kris liep 45 minuten en 51 seconden, maar verloor een plaats en kostbare seconden door een misverstand in de laatste bocht.

 

Geen idee van de uitslag, daar heb ik niet op gewacht, maar ik vermoed ergens in de top 15.

 

 

De belangrijkste conclusies van de dag zijn: de schoenen zijn perfect, Mark kan het nog steeds... 

 

En het was alweer een hele tijd geleden dat ik 15 km/uur wist te halen op een wedstrijd boven de 10 km. 

Volgende week in Rumst wil ik proberen dat tempo door te trekken tot de 15 km, of toch bij benadering...

 

 

Breda was niet meer dan een uitschuiver. 

Een kwade angstdroom.

Kasterlee heeft dat weggezuiverd.

Catharsis in Kasterlee.

 

18:48 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

08-10-10

A la recherche du temps perdu

A la recherche du temps perdu

 

Vrienden, Romeinen, amice,

 

deze ochtend stond ik, in gedachten verzonken, te staren naar de microgolfoven.  Er stonden twee koppen water in.  Rond te draaien.  Op te warmen.  3 minuten en 40 seconden duurt het.  Dan kookt het water en zal er een theezakje in gedropt worden.

 

De timer telt de seconden af.

 

En plots krijg ik het akelige gevoel dat elke seconde die wegtikt, er ook weer eentje minder is in mijn aardse bestaan. 

 

En dat elke seconde beter goed gevuld kan worden.  Met lopen bijvoorbeeld.

 

Zo durf ik ook wel eens mijmerend terugdenken aan mijn studentikoze jaren.  Hoe we toen bij het krieken van de dag van de kroeg naar het kot wandelden/wankelden/zwijmelden (afhankelijk van de graad van voorbije gezelligheid en de daaraan gekoppelde promilles).

 

Ik heb het even nagerekend: moest ik toen elke dag een half uurtje langer in de kroeg zijn blijven hangen, dan had ik in totaal ongeveer 30 dagen langer op de tafels gedanst, op de wijze van de woeste Viking, strijdliederen zingend en bier drinkend uit de schedels van verslagen vijanden.

 

Heb ik nu spijt van.  Dat ik die halfuurtjes niet meegepikt heb.

 

Nu ja, het zou natuurlijk ook kunnen dat ik dan na dat half uurtje extra bacchanaal van die tafel af zou geflikkerd zijn, met een paar schedelfracturen tot gevolg (die van mezelf + die van de verslagen vijanden).

 

Zijn we maar mooi aan ontsnapt!

 

En wat hebben we vandaag geleerd?

 

Dat elke seconde telt.

 

*****

 

 

Onlangs struikelde ik op zolder over een fotoalbum, waarin enkele verdwaalde jeugdfoto's van uw dienaar kleefden, met Pritt ongetwijfeld. 

 

Een soort historisch overzicht van mijn verzamelde jeugdtrauma's ...

 

Mijn gezin heeft zich enorm geamuseerd met die foto's.  Hikkend van het lachen!

 

De commentaren waren niet van de lucht:

 

Pa, jij bent dus in feite altijd al lelijk geweest! 

Kind 2.

 

Is dat jouw neus of een blikopener?

Vrouw.

 

Is dat uw haar of hadden jullie een rat als huisdier?

Kind 1.

 

Ging jij vroeger wel eens in bad?

Vrouw.

 

 

 

Omdat ik weet hoe uitzichtloos saai uw bestaan is, beste vrienden, volgt hier, tot vermaak van 't algemeen, een selectie schandelijke foto's. 

 

Opdat de werkdag wat sneller zou opschieten. 

 

Ja, betrapt! 

 

Ontkennen heeft geen enkele zin!

 

U zou op dit eigenste moment eigenlijk moeten werken, maar u zit wéér maar eens op het internet.

 

Ik kan in de statistieken van mijn blog namelijk opzoeken op welke uren van de dag de meeste hits vallen.  Wel, ik heb er maar één woord voor: het is een schande hoe u de werktijd van uw baas opoffert aan het lezen van deze kronieken!

 

Waarvoor anderzijds toch dank.

 

 

 

*****

 

Laat mij u meenemen naar het jaar 1961.

 

1961. 

 

Een jaar waarin niets noemenswaardig gebeurde.

De mof is nauwelijks 16 jaar eerder over de kling gejaagd en er wordt ter herinnering een gezellig muurtje in Berlijn gebouwd (aan de ene kant de BMW's, aan de andere kant de Trabant).  De koude oorlog woedt en in Nederland wordt het 1.000.000ste televisietoestel verkocht.

De Russen brengen 'Tsar Bomba', een waterstofbom van 50 megaton, tot ontploffing (wat voelbaar is tot in Finland), Adolf Eichman wordt ter dood veroordeeld,  Kennedy wordt president van Amerika en kondigt het Apollo-programma aan, Yuri Gagarin is de eerste mens in de ruimte met de Vostok I, Jacques Anquetil wint de Tour, de aap Ham is de eerste ...  heum aap in de ruimte, de Amerikanen boycotten Cuba en mislukken tijdens de invasie op Varkensbaai en Radio Veronica begint uit te zenden... 

 

Dingen zoals:

 

Elvis Presley: Are you lonesome tonight, The Shadows: Apache, Roy Orbison: Only the lonely, The Drifters: Save the last dance for me, Bobbejaan Schoepen: Grijze haren, Piaf: Non, je ne regrette rien, Johnny Hoes: Ach was ik maar.

 

Ach was ik maar.... ..... blijven leven:

 

Ernest Hemingway, Kardinaal Van Roey, Carl Gustav Jung, Lumumba, Frans Van Cauwelaert en Leonard 'Chico' Marx verruilen het tijdelijke met het eeuwige.

 

Ze maken plaats voor:

 

volgende wolken van baby's: Eddy Murphy, Frank De Winne, George Clooney, Melissa Etheridge, Boy George, Michael J. Fox, Allison Moyet, Greg Lemond, Prinses Diana, Stef Bos, Danny Blind, Meg Ryan, Barack Obama, The Edge, Natasja Kinski, Nadia Comaneci, Erwin Koeman en Ben Johnson.

 

Maar dat valt allemaal in het niet bij de geboorte van:

 

Loopwonder Mark, uw scribent.

 

 

Negen maand eerder was er de conceptie, en daar hebben we volgende foto van gevonden...

 

 

Neen, gelukkig hebben we daar niets van (kan inmiddels iemand mijn zus oprapen, alstublieft?).

 

 

De eerste foto's zien er als volgt uit...

 

j1.jpg

 

Uw scribent in de kakstoel.  Op het terras.  Ja, toen waren zomers nog zomers en hongerwinters nog hongerwinters.

 

Het waren de beginjaren van de fotografie.  Het waren de beginjaren van ongeveer alles.

 

 

j3.jpg

 

Ook altijd meer slaag dan eten gekregen, en als u de bolle wangen bekijkt, dan wil dat wat zeggen... 

 

Linoleum op de vloer. 

 

Arm Vlaanderen... 

 

Kijk naar die beentjes! 

 

Materiaal om minstens 30 keer de 20 Km door Brussel mee te lopen... 

 

Ik weet niet of er kannibalen onder de lezers zijn, maar als dat zo is, dan zitten die nu wellicht likkebaardend naar die billetjes te kijken.  En ja, ik moet het toegeven, aanbakken in wat arachideolie met een paar teentjes look, blussen met wat droge witte wijn en serveren met pasta, die nog al dente is.  Succulent!

 

Kijk ook naar die paniekerige blik in de ogen.  Spaans benauwd!  En Spanje wordt een soort rode draad in dit verhaal.

 

 

j2.jpg

 

Kinderarbeid mid jaren zestig van de vorige eeuw.  Maar met de glimlach, want wij wisten niet beter. 

 

Van zonsopgang tot zonsondergang patatten rooien, turf steken, aardbeien plukken, moerassen droogleggen, koeien vangen en krokodillen melken. 

 

Uw dienaar met de kruiwagen (toen al)...

 

Om de kinderen te harden, werd destijds het wieltje uit de kruiwagen gehaald (zie foto). Daar werden ze sterk van (een techniek die Marc Herremans heeft verfijnd in zijn trainingen voor de Iron Man in Hawai).

 

 

j4.jpg

 

Uw dienaar in zijn Bauhaus-periode.  De paniek in de ogen leert ons dat inmiddels het onderwijs de klauwen heeft gezet in dit arme kind.  Ik introduceer hier ook het vlinderdasje, wat later school heeft gemaakt in politieke middens, raar genoeg zowél in NVA als PS.

 

 

j7.jpg

En de beproevingen blijven zich opvolgen!

 

Na het onderwijs, de katholieke kerk! 

 

Hoe devoot blikt deze jongeling in de troebele lens...  Ach, de katholieke kerk, toen nog een bastion van deugdelijkheid en schijnbare heiligheid.

 

Jezus kon er mee door als rolmodel, maar Mark had toch meer iets met....

 

 

 

j8.jpg

 

Zorro! 

 

Inderdaad.  Weer een Spaanse connectie...

 

Bij dit pak hoorden ook een soort plastic zakjes (zijnde de laarzen van Zorro). 

Die waren spekglad en daardoor is uw Zorro op een blauwe maandag keihard met zijn kop op de natuurstenen trap  aan de voordeur gevallen. 

Bloeden als een rund en brullen als een speenvarken dat levend gevild wordt. 

Eerst nog wat slaag gekregen omdat ik zo lomp was en de trap had vuil gemaakt met mijn bloed, nadien een plakkerke er op. 

Resultaat: onder mijn linkeroog een litteken van een paar centimeter.

 

 

j9.jpg

 

Uw dienaar op het platte dak, met Stéphanie Marie Elisabeth Grimaldi, u misschien beter bekend als Stéphanie van Monaco.

 

De Grimaldi's waren gebrand op een huwelijk tussen ons twee, om zo een verbond te krijgen tussen deze twee aristocratische families.  Mijn vader heeft er een stokje voor gestoken; in de familie doet het  hardnekkige gerucht de ronde dat een financiële doorlichting van de Grimaldi's nogal magertjes uitviel, vandaar....

Pijnlijkste detail op de foto: de verzamelde kousen...

 

 

j10.jpg

 

De Volkswagen Kever! 

 

Ja, ik geef toe dat  Adolf H. een paar minder geslaagde beslissingen heeft genomen in de dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw, maar dit is iets waarvoor hij toch een pluim verdient. 

 

Dierbare herinneringen aan deze wagen. 

 

Mijn zus klapte op een keer de deur dicht, maar helaas zat ik er tussen met een vinger of vijf.  Omdat mijn vingers er tussen zaten, sloot de deur niet écht goed, toch volgens de bevindingen van mijn kritische zus, waarop ze onmiddellijk een tweede keer de deur érg kordaat dichtdreunde.

 

En u gaat het niet geloven, maar opnieuw zat ik er tussen.

 

Gelukkig waren het dezelfde vingers...

 

j11.jpg

 

 

Op audiëntie bij de Paus Paulus VI. 

 

Op de achtergrond Fabiola Fernanda María de las Victorias Antonia Adelaida, gravin de Mora y Aragón, u wel bekend als Koningin Fabiola, Spaanse connectie.

 

 

j12.jpg

 

Wat doet die foto van Heintje hier?

 

Mama, je bent de liefste van de hele wereld
Mama, de allerliefste van de hele wereld
Later, wanneer ik ga trouwen
Zal ik een huisje gaan bouwen
Als je dan soms alleen zult zijn
Kom dan bij mij in mijn huis
Mama, de liefste van de hele wereld ben jij
Oh, lieve mama, je bent en blijft altijd een voorbeeld voor mij

 

Ja, dat is mijn slechte inborst. 

 

Ik probeer toch minstens wekelijks één of ander rotnummer in uw hoofd te steken.

 

Ach neen, nu pas zie ik het. 

 

Begin jaren zeventig, ben ik even een kindsterretje geweest.  Weliswaar in Duitsland.  Waar ik duetten zong met Dennie Christian en Rex Gildo (die noemden wij altijd Sex Dildo, láchen!).

 

We verwelkomen trouwens langzaamaan de intrede van de kleurenfotografie, maar er moet wel niet overdreven worden met kleur, zoals bijvoorbeeld hier...

 

 

j13.jpg

 

Picasso had ooit een blauwe periode.  Ik had een oranje periode.  En een zeldzame allergie voor kappers.

 

 

j14.jpg

 

 

De kapperallergie blijft...

Als jongeling tijdens een archeologische opgravingscampagne.  In mijn hand een Romeinse fibula.  Helaas moeten teruggeven.  Het zorro-litteken is trouwens redelijk goed zichtbaar hier.  Wiens idee was dat  in feite om een oranje trainingspak te kopen?  Ach ja, oranje periode!

 

 

j15.jpg

 

 

Middelbare schooltijd op internaat, net nadat we ons bureau hadden opgeruimd.  

 

Links uw dienaar. 

 

Op de voorgrond een aantal dingen waar onze fantasie door werd geprikkeld: muziek, chips, drank en vrouwen. 

 

Nu merk ik het pas: de mevrouw op de foto heeft een weelderige bos haar, en nu ik het eens ten gronde bestudeer met mijn leesbril op, heeft ze zowaar twéé weelderige bossen haar; zéér merkwaardig!

 

 

j16.jpg

 

Ik ben vroeger ook een tijdje neger geweest, ik kwam toen van, roept u maar: Spanje!!!!

 

Ergens begin december.

 

j17.jpg

 

Verdwaald in Parijs met enkele medestudenten die geduldig wachten tot het genie de weg weer zal vinden.

 

Die hebben we niet gevonden, maar we vonden wel de weg naar een kroeg met reclamebord Jupiler.

 

 

j20.jpg

 

 

Dan hoeft de weg zo niet meer...

 

 

j21.jpg

 

Wat een slopend leven had ik vroeger toch. 

 

Hier als grote ster op de vrije radio. 

 

Naast mij een iets minder grote ster: Samantha.  U kent haar wellicht van de vermoeiende meezinger: Eviva Espana.  En ja hoor, weer Spanje...

 

Ik hou van dansen en muziek
Eviva Espana
Van oude trots en romantiek
Eviva Espana
Een serenade aan 't balkon
Eviva Espana
Geef mij maar alle dagen zon
Espana por favor

 

 

En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, vrees ik. 

 

Helaas kan ik de foto's van mijn maanlanding,  mijn Oscar voor beste mannelijke hoofdrol, mijn derde plaats op het Songfestival 1985, die waarop ik het sein geef voor het neerhalen van de Berlijnse Muur, mijn twee Nobelprijzen (maar voor wat waren die ook alweer?),  mijn intocht met de Olympische Vlam in het Vogelneststadion in Peking, mijn drie summits zonder zuurstofflessen op Everest niet zo meteen vinden (er slingert hier ook zoveel rommel rond).

 

Ach kijk, wat vind ik hier?

 

Het loopprogramma voor de volgende weken:

 

  • zaterdag 9 oktober: Terlo Jogging Kasterlee, 12 Km, 14u30.
  • zaterdag 16 oktober: Jaarmarktjogging Rumst, 15 km, 15u.
  • zondag 31 oktober: Etten Leur, halve marathon, 13u40.
  • zaterdag 21 november: Essen, 10 mijl, 14u30.

 

En, ik zweer het op het Plechtig Communiezieltje van hierboven, als Etten Leur een even grote Griekse tragedie wordt als Breda, dan zet ik geen beloopschoende voet meer in Nederland!

 

Begrepen?!?

 

18:42 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

05-10-10

Vanitas vanitatum et omnia vanitas

Vanitas vanitatum et omnia vanitas

 

IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid.

 

 

Zondag 3 oktober 2010

 

Plots is het weer volop zomer!  De Kempen wentelt zich als een krolse kat in het overjaarse zonnetje.  En de temperatuur wordt aangejaagd door een zuiderse zwoele bries, de föhn.

 

Dat zijn niet bepaald favorabele loopomstandigheden, maar goed: het is oorlog voor iedereen.

 

We wenden de steven naar Breda, charmant Noord-Brabants bastion van Nassau, om er alle zeilen bij te zetten op de Singelloop 2010.  En we willen ons nog eens uitleven op de langste afstand, de halve marathon.

 

Lopen in het buitenland. 

 

In den vreemde. 

 

Toch maar snel het internet afgeschuimd, op zoek naar info over Nederland. 

 

En om een goed contact te kunnen leggen met de inboorlingen (Fear not, I come in peace!!!) heb ik een aantal spiegeltjes, wat kralen, schelpjes en zilverpapier in mijn rugzak gestoken.

 

Dat heeft ons destijds in Congo goed geholpen, dus waarom hier niet?

 

Maar mijn vrouw weet me gerust te stellen.  Net zoals in de rest van Europa wordt er in Nederland betaald met de Belgische munt: de €uro!

 

 

*****

 

 

Het internet leert me veel interessante dingen over Nederland.

 

Nederland is dat gekke landje ten noorden van ons.   Het komt net boven de zeespiegel uitpiepen.

 

Ze spreken er een variant van onze taal. 

 

Je kan het een beetje vergelijken met Engels en Amerikaans.  De Nederlanders spreken de Amerikaanse variant van onze taal.  Slordig dus, zonder rollende R.  Nonchalant ook, een beetje onverzorgd (zie hiervoor ook: Johan Cruyff).

 

Veel nietszeggende tussenzinnen en turbotaal. 

 

Ja, Hollanders zijn de Amerikanen van Europa.

 

Denken ook dat ze het voetbal hebben uitgevonden. 

 

Hebben wél het caravantoerisme tot een kunstvorm verheven.

 

Qua carnaval zou het Aalst kunnen zijn.

 

Sage: hebben naar het schijnt ooit een dijk die op springen stond, met één vinger weten te repareren. 

 

In het verleden was er wel een probleem met kindermishandeling: zie hiervoor Danny De Munck (Ik voel me zo verdomd alleen) en Heintje (die zowaar gedwongen werd in de taal van de Teutoon te zingen: Ich bau' dir ein Schloss, bijvoorbeeld).

 

Grootste bijdrage aan het planetaire erfgoed: Vader Abraham en de smurfen en Sjef Van Oekel.

 

Schaatsen is er een volkssport, hockey is voor de 'stiff upper lip'.

 

Lijden aan een soort collectieve zinsverbijstering zodra het twee weken streng durft vriezen. 

 

Hebben iets met de kleur oranje.

 

Hebben een gouden koets.

 

De mannelijke exemplaren dragen rare voornamen als: Joop, Henk, André, Jurre of Ties.

De vrouwelijke dragen namen als: Loes, Jet, Kee, Pien, Mies.

 

 

Nationale drank: prik of melk.

En afgrijselijk bier.  Dat niet eens bier is.  Eerder een surrogaat.

Op Hollands bier is volgende zegswijze van toepassing:

 

Dutch beer is like making love in a canoe.

 

....

 

It's fucking close to water!

 

 

Grootste culturele ambassadeurs: Van Gogh en de Zangeres zonder Naam.

 

Culinaire hoogstandjes: bal gehakt, lekkers van Mora en pindakaas.

 

Auto: DAF.

 

Fietsen.

 

Nederwiet.

 

 

Tot zover de feiten.

 

Er bestaan over Nederlanders ook een aantal vooroordelen.  Zo zouden ze gierig en arrogant zijn. 

 

Laat me vooral niet lachen.  Dat is helemáál niet correct.

 

Correcter is:

 

ze zijn héél gierig en verschrikkelijk arrogant. 

 

Voor het begrip arrogantie scoren ze, op een schaal van 1 tot 10, vlotjes 65 of meer.

 

 

Neen, alle gekheid op een stokje. 

 

Vooroordelen zijn wat ze zijn.  Vooringenomenheid, zonder basis van waarheid.

 

Zo wil bijvoorbeeld een ander hardnekkig vooroordeel dat blondjes dom zouden zijn.

 

Dat is niet waar.

Zo zijn er ook slimme blondjes.

 

Die noemen we dan weer  'Golden Retrievers'.

 

Neen, genoeg gezwets.

 

 

Zijn er dan geen intelligente, welbespraakte, bescheiden, sympathieke Nederlanders?

 

Natuurlijk wel.

 

 

 

En het toeval wil dat ik ze allebei ken!

 

 

 

Rencapy  en Geertje

 

 

Het bewijs krijgt u als u op hun namen klikt.

 

 

Neen, echt waar, ik hou van Holland.

 

Ik hou van Holland, landje aan de Zuiderzee
Een stukje Holland draag ik in m'n hart steeds mee
Daar waar die molens draaien in hun forse kracht
En waar de bollen bloeien in hun schoonste pracht
Ik hou van Holland, met je bossen en je hei
Jouw blonde duinen in een bonte rij
Op heel dees grote aard, al ben 'k van huis en haard
Is het kleine Holland mij 't meeste waard

 

 

Ook weer Heintje. 

 

Voilà, dat krijgt  u de rest van de dag ook weer niet meer uit uw hoofd...

 

 

*****

 

 

In een vlaag van zelfoverschatting rij ik zonder de GPS in te schakelen naar Breda.  En mijn oriënteringsvermogen brengt me vlotjes op de singel.  Even verder zie ik onmiskenbaar tekenen van een sportieve manifestatie: een luchtboog.

 

We zullen ons eens parkeren.

 

Wel, neen dus.  Ik heb hopeloos rondjes zitten draaien in de hoop ook maar ergens een parkeerplaats te vinden. 

 

IJdele hoop!  Vanitas!

 

Zowat iedereen stond verkeerd geparkeerd, auto's stonden overal schots en scheef weggezwierd.  Ik wist niet eens dat ze in Holland zoveel auto's hadden!   En ik had ook niet verwacht dat ze allemaal hier zouden geparkeerd staan...

 

Uiteindelijk vind ik een parkeerplaats, nogal ver van mijn doel. 

 

Ergens in de buurt van Minsk.

 

De rugzak opgezadeld en op het gevoel ga ik naar waar ik de start vermoed...

 

Fout gevoel.

 

Een fietser aangesproken, die me weer op het rechte pad hielp.

 

En na nog enkele honderden meters hoor ik in de verte het geruststellende gedreun van muziek en een speaker die een nieuwe dimensie geeft aan het begrip ADHD.

 

Er stromen me ook atleten tegemoet die net de 10 km hebben gelopen.  Ik vang flarden van conversaties op:

 

"Rond de 50 minuten kreeg ik me daar toch een dreun"...

"En toen begaf mijn rug het"...

 

 

*****

 

 

Een en al bedrijvigheid in de startzone.

 

Vlaggen en wimpels, luchtbogen, promotiestands van Brooks en Runner's World, springkastelen,....  Een mierennest vol lopers.

 

Ik schrijf me in en krijg een keurige omslag met daarin borstnummer met ingewerkte tijdsregistratiechip en 4 veiligheidsspeldjes.

 

De kleedkamer is ver weg.  En ook nog eens in de andere richting ten opzichte van mijn in de buitenwijken van Minsk geparkeerde wagen.  Omdat ik verwacht straks kapot te zitten, lijkt het me zinvol me in mijn wagen om te kleden en alles er ter plekke te laten...

 

 

*****

 

 

Ik slenter terug naar mijn wagen en ontmoet onderweg Guido E. en Bram E.  Ze lopen hier vandaag ook de halve marathon.  We spreken af mekaar te vinden straks.

 

De auto.  

 

Minsk is een erg mooie streek.  Zonnig ook.  Warme winden en zo.

 

De achterklep open.  Omkleden op het gemakje en wat om mij heen kijken.

 

Dan terug slenteren naar de startzone (zo kom ik wel aan mijn kilometers!), waar de wedstrijd over 15 km inmiddels al vertrokken is.  Een aantal collega's van AVN lopen vandaag de 15 km.

 

Na wat rondsnuffelen en nog een sanitaire stop, merk ik dat in de verte de wedstrijd voorbij slingert!  Even gaan kijken hoe de vrienden het er van af brengen.

 

De eerste die ik zie is Eddy K.  Ik merk dat Eddy het zwaar heeft.  Ik moedig hem aan en hij roept me na dat het verschrikkelijk zwaar én warm is.

 

Even later komt Johan voorbij.  En daarna Hild, die me enthousiast begroet.  Het kan zijn dat ik me vergis, maar ik heb de indruk dat ze nog erg goed zit.

 

Benny passeert en gebaart ook dat het loodzwaar is.

 

En dan komt Els de bocht om.  Oei, ik merk dat ze het moeilijk heeft.  Ik reik haar mijn fles Spa aan en besluit een stukje mee te joggen.  Ze heeft het lastig.  Een moeilijke nacht achter de rug, hoofdpijn en nog van die miserie; dingen die een mens kan missen als tandpijn, zeker als je 15 km wil lopen.

 

Na een paar honderden meter wens ik haar succes en begeef me richting start.  Daar kom ik Guido en Bram tegen, die volop aan het opwarmen zijn.  Ik pik mijn wagentje aan.

 

Plannen worden gemaakt.  Mijn plan is onder de 1 uur 30 minuten te proberen lopen.  Daarvoor moet ik op 10 km maximaal tussen 40 en 41 minuten zitten en op 15 km rond 1 uur 1 -3 minuten.  Maar de beelden van de lopers die zwoegen op de 15 km hebben me wel doen inzien dat de omstandigheden er wel eens anders  over zouden kunnen beslissen.

Bram en Guido mikken op 1 uur 35 minuten.

 

 

*****

 

 

Het is 14u.  Ik begeef me naar de startbox.  Ik kies de linkse, in de schaduw.

 

14u15.  Startschot en de karavaan zet zich in beweging.  Deze wedstrijd is tevens het Nederlands kampioenschap halve marathon.  En dat het menens is, wordt meteen duidelijk.  Ik word in de eerste bocht bruusk de weg afgesneden en kom ei zo na ten val.

 

We lopen tussen dikke hagen mensen.  Muziek, drumbands, gejoel, applaus en aanmoedigingen.  De toeschouwers stuwen ons vooruit. 

 

Een gezellige kakofonie! 

Breda laat zich van haar beste kant zien.

 

Ik voel me niet echt lekker; het gaat hier zo snel.  Het groepje waar ik in beland ben, legt er serieus de pees op en ik voel dat ik boven mijn niveau aan het lopen ben.

 

Ik mis alle kilometeraanduidingen.  De eerste die ik zie is die van de 3 km.  Tijd: 11 minuten 46 seconden.

 

Snel, maar toch niet abnormaal voor mij.  Maar het heeft zoveel moeite al gekost, niet normaal.  Ik  laat het groepje gaan in de hoop aan te kunnen pikken bij een iets trager groepje.  En zo wat op mijn positieven te komen.

 

De tijd op de 5 km is nog aanvaardbaar, iets boven de 20 minuten, maar ik heb niet het gevoel dat de iets tragere kilometers me goed bekomen.

 

En het is warm!  Het zweet loopt in beken van me af.  En zelfs de wind op kop, strakke wind op kop is dat, brengt niet echt verkoeling.

 

Ik voel me niet lekker.  Mijn maag speelt op, ik voel me misselijk. 

 

En dorst!  Ik drink twee volle bekers leeg bij een bevoorrading en heb binnen de 100 meter alweer verschrikkelijke dorst. 

 

Ik vertraag nog wat.  In de hoop dat ik wat kan recupereren om daarna een tempo te zoeken dat me ligt en zo nog wat halve meubelen te redden.

 

Dit is toch wel lichte paniek.

 

*****

 

 

10 km: 42 minuten en een dikke 40 seconden. 

 

Pffff.  Boeken dicht.  De Singelloop is bij deze officieel verknald!

 

Record is al lang weg, 1 uur 30 zal, behoudens goddelijke interventie, erg moeilijk worden.

 

Maar het ergste moest nog komen.

 

Tussen kilometer 10 en 15 kom ik mezelf helemaal tegen.  Misselijk en tegelijkertijd honger, duizelig, dorst.  En mijn ganse lichaam protesteert: mijn kuiten staan op springen, mijn rechter achilles doet pijn.  Maar wat me vooral zorgen baart is mijn rug.   Die zeurt en wringt.  Net als mijn heupkammen.  

 

Het wordt stilaan dramatisch.   Ik schud met mijn kop om het duizelig gevoel weg te krijgen.  Zoeken naar adem, zuurstof, verkoeling...

 

Een vlaag van realisme overvalt me. 

 

Het is vandaag de dag niet. 

Niet de dag om records te lopen. 

Niet de dag om goede tijden te lopen. 

Niet de dag om te lopen. 

Niet de dag om hier te sterven...

 

Een doldwaze gedachte schiet door mijn hoofd: Stel dat ik hier sterf, hoe zal mijn vrouw de auto ooit terug vinden?

 

Ik word door iedereen ingehaald en voorbij gelopen.  Ik kan nooit aanpikken.

 

 

En dorst!

 

Ik grijp naar alles wat drank is.  Twee bekers per post.  En elke spons die me aangereikt wordt, knijp ik over mijn oververhitte hoofd leeg.  Ik ben zo leeg dat ik zelfs bekers uit mijn handen voel glippen.

 

 

Ik heb geen idee waar ik ben.  Ik heb geen idee wat ik doe. Ik registreer niets meer, behalve pijn.  Overal pijn.  Ik kook en heb tegelijkertijd gevoelloze pinken.

 

Ik blijf verkoeling zoeken.

 

En al dat water loopt richting schoenen.  Ik sop in mijn gloednieuwe Brooks.  Daardoor beginnen mijn sokken te schuren.  Ik registreer vaagjes dat er blaren opkomen.  En mijn voetzolen worden gloeiendheet geschuurd.  De witte tape (die mijn voetbogen beschermen tegen mijn inlegzooltjes) wordt losgeweekt en begint te hinderen.  Dat kan er nog maar bij.

 

Ik overweeg  op te geven.

 

De eerste pacers komen me voorbij.  Ze mikken op een eindtijd van 1 uur 35 minuten.  De kelk moet tot op de bodem leeg.  Ik loop erbij en kijk ernaar.  Helemaal murw.

 

Kilometer 17: ik ben gestopt met lopen.  Maar vanitas vanitatum, ik kan de nederlaag niet verdragen, na enkele stappen trek ik me terug op gang. 

 

Ik moet verder. 

Maar ik kan niet meer. 

Maar ik moet. 

Ik vervloek mezelf. 

 

Kilometer 19: opnieuw sta ik stil.  Opkomende krampen in de kuiten.  Dit heeft niets menselijk meer.

 

Omstanders roepen me toe dat ik niet mag opgeven.  Ik zou wel kunnen janken.  Maar opnieuw begin ik te lopen, maar het is hoogstens veredeld zwijmelen.

 

Kilometer 20: 1 uur 32 minuten 44 seconden.  Deze info heb ik uit de uitslag, want ik had geen idee waar ik mee bezig was.  50 minuten over de laatste 10 kilometer! 

 

Waar ben ik in godsnaam mee bezig?

 

En van kilometer 20 tot aan de finish is mijnheer het loopwonder er in geslaagd ook nog eens meer dan 6 minuten te verkwanselen.

 

Ik zie het bordje: nog 500 meter tot de finish. 

 

Awel, ik dacht op dat moment: ik stop. 

Nu is het wel genoeg geweest. 

Ik wil niet meer.

 

En na nog eens een kleine eeuwigheid stond er het bordje: nog 250 meter tot de finish. 

 

En opnieuw dacht ik: ik stop.

 

Links staan de vrienden van AVN me op te wachten (bedankt voor het geduld, want ik bleef maar weg!). Ze roepen en schreeuwen me vooruit, maar het gaat écht niet meer. 

 

breda.jpg

 

 

 

 

Ik sukkel voorbij. 

Wat een fiasco! 

 

Eindelijk!  De finish.  Water!  Bekertjes Brabants water!  Ik drink me misselijk.  Ik kan enkel nog strompelen.  Ik ben leeg.  Mijn rechterachilles is zo pijnlijk dat ik zelfs lichtjes mank.  Dit is niet goed.

 

For the record: 68ste plaats op 672 recreanten; er waren ook nog eens 141 wedstrijdlopers op 213 voor mij. 

 

Inkaderen, onmiddellijk. 

Met daaronder de spreuk: Vanitas vanitatum et omnia vanitas.

Een ervaring en een illusie rijker.

 

Iets verder krijgen we een medaille.  En een verpakking Mentos snoepjes.  En sportdrank, waarvan ik er ook nog eens twee naar binnen kieper.

 

Ik ben op.  Wil enkel in een hoekje kruipen.  En ik bevind me nu een dikke 500 meter van de plaats waar de start was.  Mijn auto staat daar nog eens meer dan een kilometer daar vandaan. 

 

Nu lijkt het écht wel Minsk!

Daar geraak ik nooit! 

Ik wil hier een putje graven en er in kruipen.

 

Ik sukkel verder.  Probeer mijn rug wat te ontlasten, wat te strekken.  En vreet inmiddels een halve verpakking Mentos op. 

Ik ga zitten waar ik kan.  Het enige wat ik wil is liggen.

 

En dan eindelijk!  De auto.  Schoon uitvinding! 

 

De achterklep open.  Schoenen uit, kousen uit, tape weg.  Banaan, Sultana koek, appel, water.  En ik denk na over wat me overkomen is, terwijl fietsers me voorbij peddelen. 

 

 

En volgend jaar loop ik ze godverdomme allemaal naar huis!  Of niet natuurlijk.

 

 

*****

 

 

Maandag 4 oktober.

 

De wedstrijd van gisteren is nog niet uit mijn lijf gebannen. 

 

Het was misschien niet zo'n goed idee om meteen de nieuwe loopschoenen in te zetten in de wedstrijd (daarin heb je overschot van gelijk, Hild), maar ik denk niet dat dat de enige verklaring is voor mijn wedervaren.

 

Geertje suggereerde een vorm van oververhitting, zeg maar warmtestuwing. Goed mogelijk, maar dan in een milde vorm.  Als ik de symptomen lees: dramatisch verval van tempo, misselijk, duizelig, verwardheid, tja, klopt inderdaad allemaal.

 

En wat is de lichamelijke schade vandaag?

 

Valt goed mee.

 

Achilles rechts voelt vreemd genoeg redelijk goed aan. 

Rug en heupkammen prima. 

Kuiten ok. 

 

De voetzolen en twee beblaarde tenen branden nog wel na.  Maar dat is lekkere pijn.  Woensdag gaan we dat verder kapot lopen, lekker.

 

Spierpijnen: nauwelijks, wellicht een gevolg van de erg trage kilometers, die als herstelloop dienden.

 

Minder lekker is dat het zweet me constant blijft uitbreken.  En in de late namiddag slaat het om in verschrikkelijke kou.  Ik sta te rillen van de kou (hoewel het een aangenaam dagje is).  IJskoude vingers, beven van de kou.  Het is belachelijk, maar ik heb mijn jas aangedaan (terwijl ik dit zit te tikken).

 

Maar ook dat ging voorbij.

 

En pas in de loop van de namiddag zakt mijn hartslag terug naar normaal.

 

 

 

 

Het enige wat gebleven is, is schade aan het ego.

 

Vanitas vanitatum et omnia vanitas.

 

IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid.

 

 

_________________________________________

 

Foto van de totale instorting: Els V.

18:43 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

01-10-10

Count Dracula, I presume?

Count Dracula, I presume?

 

 

Donderdag 30 september

 

Mijn eerste looptest, gisteren, met mijn nieuwe loopschoenen is een doorslaand succes geworden.  De vuurdoop werd met glans doorstaan.  Mijn knieën en achillessen knorren vergenoegd; eindelijk opnieuw volop demping, dankzij mijn nieuwe loopschoenen.

 

Hoe durf ik?

 

Loopschoenen zeggen tegen mijn weledele Brooks Adrenaline GTS 10.

 

Loopexcellenties; dat is véél beter.

 

De handboeken van het lopen zijn unaniem.  Nieuwe schoenen moeten eerst ingelopen worden.  Dat is logisch. 

Wel dat geldt misschien voor ordinaire loopschoenen, maar niet voor Brooks Adrenaline GTS 10, de loopexcellenties.  Dat heb ik woensdag nog maar eens bewezen.

 

Nieuwe schoenen aanbinden en hopla, een duurloopje van een 18-tal kilometer.  Geen centje pijn!

 

Schoenen inlopen, da's voor coiffeurs en jannetten!

 

Echte venten dragen Brooks en die plooien zich naar de ijzeren wil van het baasje.

 

 

 

*****

 

Vrijdag 1 oktober

 

Nu ja, vandaag is het baasje helemaal geradbraakt.

 

Gisterenavond, een saaie TV-avond vol razendsnel zapwerk.  Dan, ter elfder ure, begeven wij ons naar de bedstee, om nog urenlang te lezen.

 

Nu ja, mijn vrouw zal nog urenlang lezen,  ik haal ongeveer 2 bladzijden om dan ongenadig in slaap te vallen.

 

 

*****

 

 

Ik ben net aan het indoezelen, wanneer Kind 1 onze slaapkamer binnen komt gedenderd.

 

Kloppen was geen optie, de paniek was behoorlijk groot.

 

 

ER ZIT EEN VLEERMUIS OP MIJN KAMER!!!!, roept Kind 1.

 

 

Mijn vrouw geeft mij een por. 

Dat is lichaamstaal voor:

 

"Los dat eens op".

 

Ik begeef me naar de kamer van Kind 1.  Ik ben de locomotief.  Achter mij volgt het treintje: Kind 1, mijn vrouw en Kind 2 (met in de ene hand een tennisracket en in de andere een zwaard).

 

 

Ik ben van geen kleintje vervaard.

 

Muggen plet ik, sardonisch lachend,  tussen duim en wijsvinger. 

Ik beschik over een Clijsteriaanse backhand met de vliegenmepper. 

Duizenden spinnen heb ik opgestofzuigd. 

Ik heb ooit een hond geaaid. 

Beren lust ik rauw (liefst van die zure beertjes).

Enfin, ik ben een beest (of ruik soms toch als een beest)...

 

 

Ik open voorzichtig de deur van de slaapkamer van Kind 1 en....

 

 

....inderdaad....

 

.....er vliegt een vleermuis in paniek rondjes in de fel verlichte kamer.

 

 

Ik smak de deur terug dicht.

 

 

Topoverleg met de troepen.

 

We moeten de ramen hélemaal open zetten, zodat het beestje weg kan.

 

Iedereen is het eens met dat plan, op één pietluttig detail na.

 

Het woord 'we' wordt vervangen door het iets minder algemene 'Mark'.

 

Ik open opnieuw behoedzaam de slaapkamerdeur en merk nu dat de vleermuis niet meer rondvliegt. 

 

Leuk, maar waar is ze dan wel? 

 

Ik sluip voorzichtig richting ramen, om die helemaal open te...

 

 

WOOOOOOOOOW !!!!!


Plots vliegt ze weer als een razende doorheen de kamer.


 

Alle troepen gillen, lopen als een kip zonder kop rond om vervolgens  in complete wanorde de aftocht te blazen. 

In de algehele sfeer van paniek sloopt Kind 2 een paar vazen met zijn tennisracket. 

 

Iedereen was buiten geraakt, behalve ik. 

 

Mijn vrouw had de deur érg empathisch achter zich dicht gesmakt, terwijl ik nog binnen zit.

 

Merci daarvoor.

 

Beelden van een vleermuis die haar slagtanden in mijn halsslagader zet spookten door mijn hoofd...

 

 

Ik pleeg even later ook vaandelvlucht.

 

Daar staan we weer met het ganse gezin op de overloop.

 

Overal voelen we beesten kriebelen op ons lijf.

 

 

 

Allemaal goed en wel,  maar we hebben geen alternatieven: dat beest moet buiten!

 

Ik open opnieuw de deur.

 

Weer niks te zien.

 

Of toch, ginds bovenop de airco zit de vleermuis.

 

Ik kan het beest in het vizier houden terwijl ik voorzichtig beide ramen helemaal open zet.

 

So far, so good!

 

Hoe kunnen we het dier motiveren om buiten te vliegen?

 

Kind 2 stelt voor om er een zwaard naartoe te flikkeren, maar gezien de schilderwerken iets té recent zijn, lijkt ons dat niet écht een optie.

 

 

En nu rendeert het feit dat de kinderkamers bij ons een vuilnisbelt zijn.  Er liggen redelijk wat projectielen zonder waarde, in de vorm van lege petflessen.

 

Ik gooi lege flesjes cola light richting vleermuis. 

 

De eerste zes er feestelijk naast natuurlijk. 

 

Maar dan tref ik bijna doel.  Het dier schrikt  op en na wat paniekerig rondklapwieken (zowel van de vleermuis als van uw dienaar), kiest de vleermuis eieren voor haar geld en vliegt buiten.

 

Kind 2 komt daarop  "BANZAI"  brullend binnen gestormd met zijn zwaard en timmert nog wat verdwaald meubilair aan spaanders.

 

Maar de vleermuis is weg!

 

Hoera en joechei!

 

Pa is een held!

 

 

*****

 

 

De rust keert weer.

 

Ieder zoekt zijn bedje op. 

 

Geeuw!

 

Morgen is het vroeg dag.

 

Geeuwer!

 

1000 verantwoordelijkheden.

 

Geeuwst!

 

 

*****

 

 

2 uur 's nachts.

 

Iedereen is onder zeil.

 

Tot plots Kind 1 opnieuw de ouderlijke slaapkamer binnen komt gestormd.

 

 

Er zit  nog een vleermuis op mijn kamer!

 

 

Mijn vrouw geeft mij een por.

Dat is lichaamstaal voor....             .....u weet inmiddels ook al waarvoor.

 

En opnieuw staan we aan de slaapkamerdeur van Kind 1.

 

Overleg te plegen.

Op blote voeten.

In ons ondergoed.

 

 

"Ben je zeker dat er een vleermuis is binnengekomen; de ramen stonden hoogstens op een kier", zegt mijn vrouw.

 

Kind 1 antwoordt: "Ik hoorde geritsel in de buurt van mijn bureau."

 

 

Vervolgens wordt er een Chinese vrijwilliger aangeduid om de kamer binnen te gaan.

 

Ik.

 

Ik open voorzichtig de deur.  En dwaal rond in de kamer.  Op mijn hoede.

 

Sluip op mijn tenen naar het bureau van Kind 1.

 

Niets te zien.  Dan kijk ik in zijn boekenkast.

 

Verdorie daar zit ze, tussen een paar boeken.

 

Count Dracula, I presume?

 

 

Ik ben ijzig kalm.

 

Dat is niet helemaal waar.  Razende hartslag!

 

Mijn vrouw geeft me een grote handdoek.

 

Wat is het plan?

Ik ga de vleermuis met boeken en al inpakken en dan beneden op straat loslaten.

 

Strak plan!

 

De eerste handdoek gaat over het stapeltje boeken én de vleermuis.  Ik pak ze langs alle kanten in, maar mis nog wat om de achterkant in te pakken.

 

Een tweede handdoek brengt redding.

 

En net op het moment dat ik.....

 

Vreselijk spannend, vindt u ook niet?

Staat het zweet ook in uw handpalmen?

Rustig blijven ademen...

Als het té spannend voor u is, dan zegt u het maar.

Neen, want als de spanning ondraaglijk wordt, dat zou ik niet op mijn geweten willen hebben.

Stel dat u bang wordt!

Of een hartlijder bent...

Of dat er jonge kinderen meelezen.

Een mens kan uiteindelijk niet voorzichtig genoeg zijn.

 

 

En net op het moment dat ik de tweede handdoek er omheen wikkel.....

 

 

....schiet de vleermuis met een rotgang de kamer in.

 

En begint als een razende rond te vliegen.

 

Er is geen uitweg. 

De ramen staan op een minieme kier. 

 

De troepen stormen met een verwilderde blik in de ogen opnieuw de slaapkamer uit. 

 

Een ware stampede.

 

De deur wordt nogmaals dicht gesmakt.

 

Saillant detail: hoewel er een hoop herrie werd gemaakt, gegil, geroep en getier in combinatie met slaande deuren, blijft Kind 2 rustig doorsnurken...

 

Opnieuw binnen geslopen.

 

Nergens een spoor te bekennen van de vleermuis.

 

 

 

We aanvaarden de nederlaag.

 

 

De ramen worden helemaal open gezet. 

 

 

Beddengoed en al hetgeen Kind 1 nodig heeft voor zijn schooldag morgen wordt gerecupereerd.

 

 

Licht uit.

 

De donkerte zal rust brengen en zo zal de vleermuis wel verdwijnen.

 

Kind 1 brengt de nacht door in de living.

 

Inmiddels is het half drie. 

We hebben het ijskoud en de adrenaline jaagt door ons lichaam.

Inslapen lukt moeizaam. 

Na een lange tijd val ik terug in slaap.

Enkele seconden later, zo lijkt het toch, loopt de wekker af.

 

Ik ben geradbraakt.

 

 

Vanochtend de slaapkamer van Kind 1 helemaal uitgekamd met de fijne borstel.  Niets meer gevonden.  Count Dracula is weg!

 

 

****

 

 

Zondag sta ik aan de start van de halve marathon in Breda.  Lopen in het buitenland!

Het is meteen ook het Nederlands Kampioenschap halve marathon.  De bezetting zal dus prima zijn.

Het belooft een relatief warme dag te worden.

 

Ik heb er zin in!

 

Ik ga er vliegen alsof ik op de hielen word gezeten door een vleermuis...

 

Met mijn nieuwe, spierwitte Brooks Adrenaline GTS 10.

 

 

19:16 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

28-09-10

I have a dream

I have a dream

 

 

Zaterdag 25 september

 

Nog een week en dan is er de halve marathon te Breda, de Singelloop.  Waar we zullen trachten een mooi resultaat neer te zetten. 

Op mijn erelijst prijken er inmiddels 14 halve marathons: 12 onder de 1 uur  32 minuten, waarvan 7 onder de 1 uur 30 minuten.  Streefdoel Breda:  nét onder de 1 uur 30 minuten. 

 

Deze ochtend de traditionele zaterdagse duurloop gelopen.  En ik was er niet helemaal gerust in.

 

Want donderdag laatstleden kraakte mijn linkerknie bij het oplopen van de trap.

 

Nu is er altijd de mogelijkheid dat ik een speciale trap heb, waarbij toevallig de treden die ik met mijn linkerbeen oploop, kraken.   De treden met een even nummer (2, 4, 6, 8 tot 18).

 

Proefondervindelijk heb ik dat kunnen uitsluiten; bij een volgende beklimming heb ik die treden met mijn rechter beklommen; ze kraakten niet.  Nu kraakten de oneven treden (1, 3, 5,...), dus is het mijn linkerknie.

 

 

Keiharde conclusie na deductie: Nope, het is niet de trap, c' est moi!

Elementary, my dear Watson!

 

U moet zich bij dat kraken natuurlijk niet bepaald iets oorverdovends voorstellen;  geen afgezaagde boom die krakend neerploft, neen, het kraken waarvan sprake is meer een intern tikken. 

Dat tikken heb ik in het verleden al eens eerder meegemaakt, maar dan met mijn achilles.  Wanneer je dan de achilles tussen duim en wijsvinger vastgrijpt, en je tilt je voet omhoog (opspannen achilles), dan tikt die.  Dat tikken kon je zelfs voelen.

 

Een soort tikkende tijdbom, inderdaad.

 

Nu mag niet iedereen mijn edel lichaam beroeren (en al zeker niet in de buurt van mijn achilles), maar mijn vriend Tom heeft dat voorrecht al eens mogen smaken.  Hij vond het vooral vies.

 

Dus krakende knie.

 

Vrijdag was de knie lichtjes pijnlijk aan de binnenkant.  Waarop ik weer verwoed aan de slag ging met Flexium Gel en koude gelpacks. 

 

In de loop van de nacht van vrijdag op zaterdag ben ik wakker geworden na een zware loopdroom (waarover straks helaas meer).  Meteen naar de knie getast om vast te stellen dat het al een stuk beter was.  Goed genoeg in elk geval om op zaterdagvoormiddag te gaan lopen. 

 

Zo dacht ik toch...

 

 

*****

 

 

Een koele ochtend.   Ik adem rookpluimen uit.

 

Zon en regen!

 

Kermis in de hel! 

 

Een regenboog belooft een pot vol goud aan de einder, maar zo ver wil ik het vandaag niet drijven; zo ver ga ik vandaag niet lopen.

 

Ik hoopte vooral dat mijn knie het zou houden. 

 

En na enkele kilometers zijn de spiergroepen in die mate opgewarmd, dat ik niet meer vrees voor een acuut uitvallen. 

 

Lopend genieten.

Genietend lopen. 

 

Een malse regenbui overvalt me, maar het deert me niets.  Ik loop de sores van een werkweek van me af.

 

De eerste signalen van de intredende herfst zijn daar!  De loofbomen krijgen een kleurtje.  En de eerste bladeren dwarrelen.   Er hangt ook die onbestemde geur van herfst in de lucht.

 

Maar toch nog veel groen, voorlopig nog.

 

De kadans is bezwerend, de ademhaling kloek.  Ik voel me prima.  Het loopt lekker.  De trein der lange duurlopen, afgewisseld met de diepgang in de wedstrijden, hebben me een niveau hoger getild.  Dat is geruststellend, een mentale opsteker.

 

Nu de knie nog.

 

Ik denk dat ik volgende week maar eens nieuw schoeisel ga aanschaffen; de knieën zijn bij uw dienaar meestal graadmeters dat het beste er af is. 

 

Van de schoenen, snoodaards!

 

Druk in de bossen van Wortel!  In totaal 4 lopers (M/V) ontmoet.  En dan nog wat wandelaars, soms in gezelschap van een hijgende viervoeter.

 

De duurloop wordt afgeklokt op 1 uur 21 minuten en 8 seconden.  Die pakken ze ons niet meer af.  Als de knie het wil, dan graag nog twee loopjes voordat ik zondag mijn duivels ontbind in Breda.

 

Als de knie protesteert, dan enkel woensdag nog.

 

 

*****

 

 

En nu, in de namiddag, is de pijn aan de linkerknie uiteraard minstens twee keer zo erg. 

Opdracht volbracht.

Lopen blijft leuk. 

Flexium en koude ijspacks!

 

*****

 

De loopdroom van vorige nacht was verschrikkelijk. 

 

Ik liep de Jogging ville de Namur, ben bovenop de citadel aangekomen en het schaep es de preut af

 

Het ging niet meer.  Ik was helemaal aan het eind van mijn krachten.  En toen kreeg ik de geniale inval om de rest van de wedstrijd achteruit te gaan lopen.  Dat ging minstens even moeizaam, maar er was bovendien ook nog eens een bijkomende tegenwerkende kracht; een soort magnetische tegenkanting die ik alleen maar met een uiterste krachtinspanning wist te overwinnen.  Alsof ik tegen een elastiek in moest lopen.  Zéér zwaar.  Zéér raar.

 

Blij dat ik wakker werd, neem dat van mij aan.

 

 

*****

 

 

Zo droom ik, zelfs nu ik de gezegende leeftijd van 48 lentes heb bereikt, nog geregeld angstdromen over het afleggen van examens. 

 

Een bloemlezing:

 

Dat ik het blad met examenvragen krijg, en dat er helemaal niets opstaat. 

 

Begin er maar eens aan.

 

Of dat er wel vragen opstaan, maar dat ik geen flauw idee heb over wat het gaat.  Ik begrijp de vragen niet eens.

 

Nu is dat in het verleden wel eens effectief het geval geweest, maar toch...

 

Of dat ik in de mening verkeer dat ik het examen af heb en dan maar wat verveeld om me heen zit te staren.  Vervolgens draai ik achteloos het vragenblad om.  Verdomme, op de achterkant van het blad staan ook nog eens twee miljoen vragen!!!

 

En ik heb nog maar vijf minuten!

 

Of dat ik binnenkom in het examenlokaal en dan constateer dat ik het verkeerde vak heb gestudeerd. 

 

Ook één keer écht voorgevallen, zij het wel in de lagere school.

 

 

Je zou zowaar schrik krijgen om te gaan slapen!

 

 

Het is toch verdorie godgeklaagd dat ze een mens blijven achtervolgen met die dingen, terwijl er zoveel mooie scenario's zijn voor leuke en/of opwindende dromen.

 

Ik die bijvoorbeeld samen met de dames van Baywatch over het strand loop met  zo'n stoere reddingsboei onder mijn arm geklemd. 

Ik met weelderige bossen borst- en hoofdhaar, de blonde Baywatchdames met zo'n minuscuul oranje badpak waarbij de inhoud ei zo na uit het badpak floept tijdens het lopen.  Allemaal erg goed vast te stellen in slow motion...

 

Maar ja, ik ken mezelf. 

 

Eens we aan het lopen zijn,  zou ik weer niet kunnen verdragen dat David Hasselhoff in mijn buurt zou lopen en zou ik toch weer alles in het werk stellen om David er genadeloos af te lopen.   De kleine stipjes in de verte zijn de dames, waarbij van alles uit het oranje badpak floept, maar ik zie het niet, want ik jaag al weer op een zinloos persoonlijk record...

 

En regenen natuurlijk! 

 

Godganse dagen!

 

 

Neen, het is allemaal dat niet. Het is een zware last om dragen.

 

En ja, ik moet het toegeven,  zo eens in de vijftien jaar heb ik wél eens een leuke droom, met de blonde Inga uit Zweden in een wulpse hoofdrol. 

 

Ach, de krolse Zweedse Inga! 

Goed voorzien van oren en poten!

En ze wil van alles!

 

Inga heeft een kleedje aan, maar het kon voor hetzelfde geld niets zijn, want...

 

JE ZIET ER ALLES LOS DOORHEEN!  

 

Welvingen,

zowel links als rechts,

met telkens een zoete kers op de taart!

 

 

En dat kleedje is minuscuul klein!  Sommige van mijn zakdoeken zijn groter!

 

U kent dat soort kleedjes wel, zo een synthetisch niemendalletje dat je niet té dicht bij een open vlam mag houden, want anders....

 

WOEF!!!

 

 

Redelijk gevaarlijk, want op dit moment van mijn droom ben ik quasi een open vlam!

 

 

Maar......

 

...... ik word ALTIJD wakker net op het moment dat we kunnen overgaan tot de vieze manieren. 

 

Het is dan meestal ongeveer half drie 's nachts, en ik moet dringend pissen. 

 

Terug in bed, probeer ik snel terug in te slapen om een bevredigend vervolg te breien aan die droom, maar Inga is al weg, naar een droom in het hoofd van iemand anders. 

 

Die dan consumeert waar ik in feite recht op had. 

 

Inga weg! 

Met al haar oren en poten!

Exit Inga!

 

In haar plaats komt dan die licht loenzende leraar wiskunde weer, met een trits onbegrijpelijke vraagstukken.  Integralen en meer van die rottigheid die je de rest van je leven nooit meer nodig zal hebben...

 

Miserie!

 

 

******

 

 

Maandag 27 september

 

Hoewel de knie volledig pijnvrij is, vond ik het vandaag toch maar raadzaam niet te gaan lopen.   Een paar dagen extra rust inbouwen om zeker te zijn dat de knie niet meer opspeelt. 

 

We bouwen een kalme loopweek in, met enkel op woensdag nog een lange duurloop.  Als de knie het woensdag houdt, dan heb ik juist gegokt.

De extra dagen rust en de kalme loopweek zorgen er ook voor dat ik zondag heel fris aan de start in Breda verschijn, klaar om de stenen uit de grond te stampen van pure, onversneden loopgoesting.

 

En dinsdag ga ik nieuwe loopschoenen kopen.  In de tempel der loopschoenen.  Top Running in Wuustwezel.  Dat u het aandurft om uw loopschoenen elders te kopen, het blijft een raadsel!

 

Brooks Adrenaline GTS, reeks 10 inmiddels denk ik.

 

Morgen meer.

 

 

*****

 

 

Dinsdag 28 september

 

 

brooks-adrenaline-gts-10.jpg

 

Op strooptocht geweest.  Top Running in Wuustwezel, home of the brave...

Aanschouw de nieuwe loopschoenen!  Laat het zwijmelend verafgoden van het nieuwe schoeisel ongeremd een aanvang nemen.

 

De OOOOOHHHH's en de  AAAAAAAAAAAHHHHH's zijn weer niet van de lucht, hoor ik, en zo hoort het.

 

Kan u zich de combinatie al voorstellen?  Mijn poezelige voetjes, gemaakt voor het lopen, in deze robuuste knapen? 

 

A match made in heaven!

 

De persoonlijke records gaan allemaal voor de bijl!

 

Bijltjesdag begint al zondag in Breda!

 

18:27 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

24-09-10

De Boobytraptheorie

De Boobytraptheorie

 

Vrijdag 24 september 2010

 

 

Heeft er iemand de CD van Abba gezien?

 

HEEFT ER IEMAND DE CD VAN ABBA GEZIEN ?

 

Ja, het gekke is dat je bij ons thuis alles minstens twee keer moet vragen, vooraleer iemand zich verwaardigt om te antwoorden.

En dat antwoord helpt je meestal geen millimeter vooruit.

 

Omdat het antwoord meestal slingert tussen  NEEN  of  WEET IK VEEL.

 

Ja, en zonder de CD van Abba geraakt de auto niet gekuist. 

 

Abba is namelijk de perfecte autowasmuziek, met de Bee Gees als goede tweede.  Maar Abba heeft toch dat  ietsje meer.  Dan blinkt de auto toch nét wat harder, na Abba.  Vooral de velgen.

 

En Abba heeft zoveel gênante meebrulnummers, dat is redelijk absurd.

 

If you change your mind, I’m the first in line
Honey I’m still free
Take a chance on me
If you need me, let me know, gonna be around
If you’ve got no place to go, if you’re feeling down
If you’re all alone when the pretty birds have flown
Honey I’m still free
Take a chance on me
Gonna do my very best and it ain’t no lie
If you put me to the test, if you let me try

Take a chance on me
(that’s all I ask of you honey)
Take a chance on me

 

En dan kan ik zo heerlijk dyslectisch meebrullen met  het achtergrondkoortje: take a chance, take a chance, take a chachachachance ...

 

 

Ik heb, al zeg ik het zelf, een mooie stem.

Neen, dat is niet helemaal waar.

Ik heb een onwaarschijnlijk fantastische mooie stem.

 

En ik kan daarnaast ook nog eens erg goed zingen, en bovendien toonvast. 

 

Wat van bepaalde leden van ons gezin, in casu van het vrouwelijk geslacht, niet kan gezegd worden.

 

Urbanus zong ooit:

 

Als moeder zong was heel het huis in vreugde
Als moeder zong was iedereen vol jolijt

Daar staat zij naarstig al bij haar kookfornuis
Want straks komt vader stomdronken thuis
Dan stinkt zijn adem naar alkohol en look
En krijgt ze slagen van de kachelpook

Als moeder zong was heel het huis in vreugde
Als moeder zong was iedereen vol jolijt

Haar oudste jongen moet morgen naar het leger
En haar dochter werd ook zwanger van een Chinees
En terwijl vader hevig loopt te vloeken
Wast zij gedwee al zijn gele onderbroeken

 

Wel, de geel gearceerde zinnen zijn niet van toepassing op ons gezin (waarmee ik geenszins bedoel dat de niet-geel-gearceerde zinnen wél van toepassing zouden zijn op ons gezin; dat zijn conclusies die ik geheel voor uw rekening laat). 

 

Neen, het geel gearceerde vraagt onze aandacht en is niet van toepassing op de zangkwaliteiten van bepaalde leden van ons gezin, in casu die van het vrouwelijke geslacht. 

 

Als bij ons moeder zingt, dan scheurt bij wijze van miniem overdrijven het plafond en verhangen de katten zich collectief aan de trapleuning.  Met een elektriciteitsdraad, dat nijpt goed af.

 

 

Maar goed, ik kan vandaag geen auto wassen, wegens een stuitend gebrek aan de CD van Abba. 

 

Pas op, het doosje van de CD van Abba is er nog wél, maar daarin zit  een schijfje van Rob De Nijs...  

 

Waar het doosje van Rob De Nijs is?   Joost mag het weten.  En laat toevallig geen enkel lid van ons gezin de naam Joost dragen, wat jammer te noemen is in deze optiek.

 

Rob de Nijs is dan weer ideaal als achtergrondmuziek voor het schilderen van binnendeuren, maar in de diepere geheimen daarvan zal ik u bij een volgende gelegenheid graag inwijden.

 

Zo is Stacey Kent trouwens goed voor het uitsuffen van een kater. 

 

Superkater? 

 

Chet Baker!

 

Ramen wassen? 

 

Clouseau!

 

Handmatig snoeiwerk in de tuin?

 

Twijfel tussen The Police en Eurythmics, lichte voorkeur voor Police.

 

Uitkuisen frigo? 

 

Dire Straits.   Ik heb in mijn leven al een frigo of drie gehad.  De fruitbak onderaan is het eerste wat kapot gaat, altijd opnieuw.  Kunnen ze daar eens iets aan doen?  In plaats van te blijven zeiken over de Maddens-doctrine als hefboom voor de staatshervorming of hoe hoog de tol moet zijn in een tunnel?  Pas op, versta me niet verkeerd: Mark Knopfler moet niet verantwoordelijk gesteld worden voor de scheur in onze fruitbak, dat is dan weer een stap té ver.

 

En Frans Bauer is nergens goed voor.  Of toch wel , op de achtergrond bij het stofzuigen, dan hoor je enkel de stofzuiger...

 

 

Maar de auto wassen zit er dus voorlopig niet in.

 

 

Nu heb ik zo mijn eigen, al zeg ik het zelf, briljante  tactiek om iets dat kwijt is terug te vinden. Gebaseerd op pure, ijskoude kansberekening, statistische bevindingen, jarenlange ervaring en de wetmatigheden van het heelal.

Zes stappen; volgorde volgens oplopende wanhoop:

 

  • Ten eerste: Kind 2 omdraaien.  31 % kans dat Kind 2 het gejat heeft,
  • Ten tweede: kamer Kind 2 doorzoeken.  De kans dat het object zich daar bevindt: 28 %.  Helaas heb je in de verzamelde rommel amper 2,3 % kans dat je het object vindt.  Tijdens de speurtocht vind je wel eens andere zaken, maar die zoek je niet, want je was ze niet kwijt.  Toch niet bewust.
  • Ten derde: zoeken op het bureau van mijn vrouw (indien u ooit een aanschouwelijke definitie wenst van het begrip 'Chaostheorie', dan kan ik u op eenvoudig verzoek een foto doormailen van het bureau van mijn vrouw).  Kans: 18%,
  • Ten vierde: zoeken op de meest onlogische plaats, kans: 11%,
  • Ten vijfde: zoeken op de laatste plaats waar je het zou zoeken (het oude gezegde indachtig...), kans 9 %,
  • Ten zesde: de noodrem: opnieuw kopen.  Kans: ja, wat denkt u?  100% slaagkans natuurlijk.  De kans op terugvinden was na stap 5 opgelopen tot 97 %; de ontbrekende 3 % is toe te schrijven aan : verloren gegaan voor de mensheid en dient in de boekhouding afgeschreven te worden als verloren gegaan, diefstal,.....

 

Ik begin tegenwoordig altijd met punt 5: zoeken op de laatste plaats waar je het zou zoeken.

 

De filosofen onder u hebben al meteen door dat ik hier zwaar in de fout ga.  Want als je als eerste plaats gaat zoeken op de laatste plaats waar je het zou zoeken, dan is dat per definitie niet meer de laatste plaats.

 

 

GAAN WE ZO BEGINNEN?


 

Wel, ook daar heb ik iets op gevonden. 

 

Namelijk de schijnbeweging. 

 

Noem het voor mijn part: de schijnzoekbeweging.  Ik doe alsof ik ergens ga zoeken (de eerste plaats), draai daar wat doelloos rond (terwijl de laatste plaats al in het vuistje lacht) en draai  dan meteen onverwacht af naar de laatste plaats, of wat ik meen wat de laatste plaats is.

 

Nu goed?

 

De filosofen van daarnet vragen zich af hoe ik zoveel wijsheid heb vergaard.

 

Wel, de schijnzoekbeweging is een afgeleide van de boobytraptheorie

 

Ik ben fier op het feit dat zodra je boobytraptheorie intikt in Google er exact NUL hits komen.   En dat, nadat dit stukje tekst op het net verschijnt, er wél een hit zal zijn op Boobytraptheorie.  Beschouw het als mijn bescheiden bijdrage aan de algehele zinloze vervuiling van het internet.

 

De boobytraptheorie gaat als volgt.

 

Oorlog in Vietnam.  Amerikaanse soldaten sluipen door de jungle.  De Vietcong wil boobytraps leggen (geïmproviseerde mijnen om de agressor uit te schakelen).

 

Ze moeten zuinig zijn met hun boobytraps.

Waar leg je de mijnen?

 

Waar de eerste mijn wordt gelegd, maakt niet veel uit.  Doe maar wat.

 

Maar waar leg je de tweede?

 

Stel dat een soldaat op de eerste mijn trapt.  Dan zullen zijn collega's nadien erg alert  zijn voor mijnen. 

Het zou een verspilling zijn om dan meteen een nieuwe mijn te leggen, want de kans op ontdekking is té groot.

 

Maar is dat wel zo?

 

Want de Amerikanen kennen de boobytraptheorie ook.  Dus letten ze maar half op nadien (want er ligt er toch geen), dus is het  misschien wél zinvol om meteen een nieuwe mijn te leggen.

 

Maar is dat wel zo?

 

Want de Amerikanen kennen die variante in de redenering ook.  Dus letten ze héél hard op, vlak na de eerste mijn.

Dus niet leggen.

 

 

Maar waar dan wel?

 

Iets verder.

 

 

Maar is dat wel zo?

 

 

Want,......

 

 

Begrijpt u?

 

 

En dat is dan in de veronderstelling dat de eerste mijn ontploft.  Want anders wordt de tweede misschien wel de eerste, en dan begint de redenering pas vanaf mijn twee en begint de ellende helemaal opnieuw...

 

Ik vrees dat ik gek word van dit soort redeneringen...

 

 

Maar goed, de auto is nog altijd vuil.

 

De CD van Abba is er nog altijd niet. 

 

Ik denk dat ik die gewoon opnieuw ga kopen. 

 

Dan ben ik ten minste zeker dat binnen de twee dagen de originele CD opduikt.

 

 

*****

 

 

Zij die dit weekend in Berlijn de marathon lopen, wens ik bij deze veel succes en een behouden vaart.  Wie weet een PR voor de ene, en hopelijk geen hielspoor zoals na New York 2008 voor de andere.

 

Diplomatisch genoeg?

 

19:10 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

21-09-10

Hold me now

Hold me now

 

Dinsdag 21 september

 

En de duurlopen volgen elkaar op.  

In een geruststellend ritme. 

En een kabbelend tempo.

 

De lage herfstzon verblindt.   Trekt lange schaduwen. 

Deze rare lichtinval geeft een apart kleurenpalet; ik voel een geut 'Emile Claus' in me opwellen.  Waar zijn de koeien?  Dat ik ze schilder!  Niet de koeien zélf, maar het totaalbeeld.

 

Nog een laatste zomerse stuiptrekking en september zit er quasi weer op. 

 

Wat vliegt een jaar toch pijlsnel voorbij.

 

Zie ginds komt alweer een stoomboot kuchend op gang, met aan boord een oude man met baard en mijter en een roetzwarte medewerker.

 

Hoort wie klopt daar kinderen?

Hoort wie klopt daar kinderen?

't Is de buurman met zijn boor.

 

En de kerstboom mag ook al beginnen aftellen, want straks gaat een vlijmscherpe spade een abrupt einde maken aan diens diepgewortelde gehechtheid aan de Kempense zandgronden.

 

Ach, wat is een jaar?

 

Niets.

 

Doet me ineens denken aan Johnny Logan.   De Ierse bard die een paar keer het Eurovisie songfestival won toen het nog geen onderonsje was van voormalige Oostblokstaatjes.

 

'What's another year?'

Weet u nog?

 

I've been waitin' such a long time, lookin' out for you
But you're not here - what's another year

I've been wakin' such a long time, reachin' out for you
But you aren't near - what's another year

What's another year
For someone who's lost everything that he owns
What's another year
For someone who's gettin' used to bein' alone

 

 

En wat was de titel van dat andere hitje van Logan? 

 

Weet u het?

 

Een aantal jaren geleden waren we op reis in Frankrijk.  Mooie avond na een bloedhete dag.  We gloeien na van een dagje bakken aan het strand en zaten op het terras van de bar iets  verdovends te drinken.  De tafel naast ons werd bevolkt door een paar Ieren.

 

U moet weten dat Ieren twee basiskenmerken hebben:

  • ze hebben allemaal ros haar in combinatie met een witte huid,
  • ze kunnen onwaarschijnlijk veel zuipen.

 

De verklaring voor beide kenmerken: de regen. 

  • hun haar begint er van te roesten,
  • om het grauwe, deprimerende weer uit hun hoofd te verdrijven, zetten ze het op een ongelimiteerd zuipen.

 

Nu ik er zo eens over nadenk: op het rosse haar na, zouden het Vlamingen kunnen zijn.

 

Enfin, mijn vrouw en ik zitten dus op het terras, gedistingeerd iets te drinken.  En op een bepaald moment komt Johnny Logan ter sprake.  Vraag me niet waarom, het komt in de beste families voor.

 

En na 'What's another year' zitten we ons hoofd te breken wat dat andere liedje ook weer was.

 

Weet u het trouwens?

 

Stoute schoenen aangetrokken en aan de Ieren naast ons gevraagd of zij zich de titels van de hitjes van Johnny Logan herinnerden.  De verzamelde rosse Ierse brigade kreeg een peinzende uitdrukking op het bleke gelaat.

 

'What's another year' kwam al vrij snel opborrelen, maar wat was het andere? 

Ook de Ieren zaten met de handen in het haar.

Het rosse haar.

 

Weet u het?

 

Ik kan er verdorie weer niet opkomen...

 

 

*****

 

Ach, de tijd gaat snel.

 

Waar is de tijd dat de kinderen verslaafd waren aan de fopspeen? Of aan Fristi?

 

Fristi. Van dat bijna fluorescerend rooskleurig spul.

 

Kind 1 was zwaar verslaafd aan de kleurstoffen in de Aldi-variant van Fristi.  In die mate zelfs dat hij 's avonds in zijn bedje de plastic drinkfles ratelend heen en weer wreef over de houten spijlen van het kinderbed, al brullend:

 

 

IK WIL PAP!


IK WIL PAAAAAAAAAAP!!!

 

 

En niet een paar keer, maar ontelbare keren, tot wij, moegetergd, de eis inwilligden. 

 

Er kwam een eind aan de verslaving nadat Kind 1, op bezoek bij mijn zus, ter plekke het lederen bankstel onderkotste met een klein emmerke halfverteerde Aldi-variant van Fristi. 

 

Grondig onderkotste, moet dat zijn.

 

Het voorheen groene bankstel werd nadien lichtgroen van kleur en verspreidde ook nog eens een geurtje alsof er ergens een camembert aan het fermenteren was, op een bedje van overjaarse zalm.

 

Ja, we hebben ons door een 'Aldi-variant van Fristi-Cold Turkey' moeten worstelen.

 

Maar ook aan de 'Aldi-variant van Fristi-verslaving' kwam een einde.

 

Andere verslavingen maakten hun intrede, kwamen en gingen....

 

Internet en Jupiler.

 

 

 

*****

 

 

En langzaam loopt het wedstrijdseizoen op zijn laatste, verzuurde benen.  Nu ja, september en oktober zijn nog wel redelijk gestoffeerd qua mooie loopwedstrijden, maar de spoeling wordt toch al wat dunner.

 

Ik weet niet eens wat er nog op de agenda staat.  Enkele suffe loopjes in de min of meer nabije omgeving.

 

Een halve marathon, dat is de enige echte zekerheid. 

 

Maar waar? 

 

Singelloop Breda (3 oktober) of de Brussels Half Marathon (10 oktober) of die van Etten-Leur (31 oktober) of die van Kasterlee (14 november)?

 

Of, in het kader van 'het lof der zotheid': waarom ze niet allemaal lopen? 

 

Zo zie ik mijn kinesist misschien ook nog eens. 

 

Kunnen we nog eens wat bijpraten...

 

Of twee halve marathons op één dag?  Is dat niet te doen?  Indachtig de waanzinnige dubbelslag Namen-Antwerpen van een paar weken geleden.

 

 

*****

 

 

Als afsluiter van het rare loopseizoen 2010 zou ik graag een relatief snelle halve marathon lopen.  Liefst onder het anderhalf uur. 

 

Zelfs 1 uur 28 minuten wordt er bout gefluisterd in de wandelgangen.

 

En helemaal achteraan in de wandelgangen, links afslaan en vraagt u het daar nog eens, hangt een licht vergeeld papiertje met daarop geschreven: 1 uur 25 minuten 56 seconden, mijn persoonlijke besttijd op de halve marathon, daterend alweer van 2008.  St-Jozef Olen!  Mijn beste van 7 halve marathons onder 1 uur 30 minuten... 

 

Maar dat is misschien wel hardop dagdromen.

 

De Singelloop lijkt me, voor de wilde plannen van hierboven, aangewezen. 

  • omloop zo vlak als een biljart,
  • prima bezetting, dus altijd volk om je heen om aan te pikken,
  • oktober, dus koel.

 

En op de webstek van de Singelloop stond te lezen dat er pacers meelopen. 

 

Hoera! 

 

Maar dan toch weer niet, want bij nader uitpluizen blijkt dat de snelste pacer u begeleidt naar een eindtijd van 1 uur 35 minuten.  Dan telkens pacers per marge van 5 minuten tot eindtijd 2 uur.

 

Die pacers mag ik dus absoluut niet zien.  Indien wel, dan zal de emmer der vernedering weer vol zijn...

 

En de vorm van de dag, de juiste indeling, correcte starttempo, energie-efficiëntie,... spelen ook allemaal mee.

 

Wie durft te beweren dat lopen een gemakkelijke sport is?  Niets is minder waar.

 

 

Maar 3 oktober is wel al onrustwekkend dicht bij.  Later op de kalender staan Brussel en Kasterlee, maar die mogen al opgeborgen worden wegens té selectief parcours voor een snelle tijd, laat staan een recordpoging.  Etten-Leur is misschien een uitwijkmogelijkheid.

 

We zien wel.

 

En eens november, dan kondigt zich de grote, lange winterslaap aan van enkel maar trainen, trainen, trainen. 

Kilometers draaien en een stevige fond bouwen om in 2011 de triomfen als vanouds aan mekaar te rijgen.

Of, wie weet, het seizoen 2011 volledig in het teken van de Challenge Delhalle? 

Met de 20 Km door Brussel uiteraard als absolute mikpunt.

Daar gaan we tijdens de lange winteravonden nog eens goed over peinzen.

 

 

*****

 

 

De tijd snelt verder.

 

Het is alweer bijna mei.

Dan is het weer 20 Km door Brussel. 

18:47 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

17-09-10

Jailhouse Rock

Jailhouse rock

 

Dit zou wel eens het allerlaatste verhaal op de blog kunnen zijn.  Ik vrees dat onze wegen binnenkort zullen scheiden.  Kijkt u vanavond maar naar het Journaal op TV, ik ben er zeker van dat het één van de hoofdpunten zal zijn. 

 

Dju toch!

 

Waar zal ik beginnen?

 

Vanmorgen liep ik mijn lange duurloop.  Ik was één met moeder natuur.  Eekhoorns kruisten mijn pad, schichtig klommen ze de bomen in.   Een vlucht ganzen toeterde hoog in het zwerk.

 

Kastanjes vielen uit hun stekelige bolster en .....   

 

 ....   sta mij toe dat ik het melige gedeelte even oversla.

 

 

Samengevat: alles was harmonie, of fanfare, daar wil ik vanaf zijn.

 

 

En dan maak ik een eerste cruciale fout.

 

Ik wijk af van mijn parcours.

 

Ik herhaal: ik wijk af van mijn parcours.

 

Nu doe ik dat normaal gesproken nooit, maar ik was in een iets te frivole bui, het liep goed, ik was kilometers aan het malen, puur genot.  Dus een lusje erbij. 

 

De lus van de dood.

 

 

Want, toen gebeurde het volgende....

 

Plots zie ik in de berm van de weg een aantal blinkende schijfjes liggen. 

 

CD's.


Haha! 

 

Het geluk lacht me toe. 

 

Dit zullen wellicht de gloednieuwe CD's van Deus, Tom Helsen, Ozark Henry, ...  zijn.  Of desnoods K3. 

 

Niet dus.

 

Het waren data-CD's, 700 Mb.  U welbekend van het illegaal downloaden en daarna branden van muziek.  U moest zich kapot schamen.

 

Ik draai alle CD's om, maar nadat ik vastgesteld heb dat het  inderdaad allemaal data-CD's zijn, laat ik ze uiteindelijk liggen. 

 

Ik werk de resterende kilometers af, verzonken in overpeinzingen.

 

 

*****

 

 

Wanneer ik thuis onder de douche sta, dringt langzaam het besef tot me door dat ik een tweede cruciale fout heb gemaakt, zeg maar gerust een blunder van wereldformaat.

 

Mijn vingerafdrukken staan op 7 data-CD's!

 

Mijn vingerafdrukken!

 

En wat staat er in godsnaam op die CD's?

 

 

De agenda van terroristische aanslagen van Al Qaida, slapende cel, afdeling Turnhout? 

 

Wie weet...

 

Bouwplannen voor doe-het-zelf nucleaire wapens voor schurkenstaten? 

 

Goed mogelijk...

 

Oneliners en flauwe woordspelingen van Herman De Croo? 

 

Neen, dan zouden het meer CD's zijn...

 

Iets over steekpenningen? 

De Lange Wapper: brug, of tunnel? 

KB-Lux? 

De ledenlijst van de  Bende van Nijvel? 

Thesis van Freya? 

Welke kardinalen iets met misdienaars hadden? 

De verdamping van België: een practische handleiding. 

Splitsen van BHV voor dummies? 

De G-plek: mythe of mythe?

 

 

Wat staat er op die CD's????

 

 

En ik zal wellicht worden beschouwd als het brein achter de ganse opzet,...

 

 

Blinde paniek!

 

Ik stap in mijn auto en vlieg via een fraaie reeks verkeersovertredingen richting plaats délict.  Op enkele honderden meters van mijn bestemming, coup de frein!  Ik besef dat ik op het punt sta weer maar eens een cruciale fout te maken.

 

Ik keer namelijk terug naar de plaats van de misdaad.

 

Klassieke fout.

 

Waar ben ik in godsnaam mee bezig?

 

Zie ik daar in de verte geen anonieme wagen van de BOB?  Bestaat de BOB trouwens nog?

 

Ik spuit terug naar huis en licht mijn vrouw in.  De sceptische blik in haar ogen voorspelt weinig goeds.  Ze vindt dat ik ongezond veel fantasie heb en dat de haag wel eens gesnoeid mag worden.  Dat laatste klopt, dat voorlaatste weet ik zo nog niet.

 

Maar de twijfel knaagt.

 

Dus als u straks uw TV-toestel opzet.....

 

 

GODVERDOMME, HIER VLAK VOOR MIJN NEUS EEN VERBORGEN CAMERA, ZIE JE WEL DAT INTERPOL ME AL OP HET SPOOR IS!!!!!!!!!!!

 

 

Kind 2 heeft me zonet het principe van een webcam uitgelegd. 

 

Oef!

 

Ik voel me niet veilig in mijn eigen huis.  Gordijnen dicht, telefoon van de haak, GSM uit (mij gaan ze niet traceren!).  Ik heb genoeg afleveringen CSI gezien, ik ken het klappen van de zweep.  Niet met deze jongen. 

 

Niets van!

 

Zag ik daarnet die gast van televisie niet voorbij komen, allez hoe heet hij nu ook alweer, heum.....  JA,  De Cock, met C- O- C-  K ...

 

Af en toe spiek ik onder de gordijnen door, om te controleren of er geen zwarte, geblindeerde auto voor de deur staat. 

 

Paranoia!                En twijfels, en vooral veel dorst!

 

Paranoia; het voordeel is dan weer dat  je nooit meer eenzaam bent.

 

 

*****

 

 

Dus als u straks uw TV-toestel opzet, die geboeide man die met de jas over het hoofd gedrapeerd het justitiepaleis wordt binnengeleid, dat ben ik.

 

Eindelijk beroemd!

 

Als u mij komt opzoeken in Leuven Centraal, ik lust graag witte druiven, pitloos.

 

18:44 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

14-09-10

Ludus pro Patria

Ludus pro Patria

 

12 september 2010.

 

De 'Jogging Ville de Namur'.   Het tweede luik van mijn hoogstpersoonlijke Ardennenoffensief.

 

Onderdeel van de 'Carrefour Running Tour', wat dan weer thuishoort in de stal van 'Golazo', het geesteskind van Bob Verbeeck.

 

Vroeg uit de veren, snel wat boterhammen bijeen gescharreld en een appel en een banaan gearresteerd.  Een fles water en een paar cd's voor onderweg.

 

De GPS op Rue de Fer, Namur et on y va!

Het is half acht.

 

Het regent zachtjes.

 

 

*****

 

Weinig verkeer op de E-19.  Cruise control op 126 km/uur (de flitsmachines in België hebben een tolerantie van 6 km/uur).

Expected time of arrival: 9 uur.  Dan hebben we nog twee uur voor de plichtplegingen en voor het obligate fout rijden omwille van omleidingen en ruzie met de madam in mijn GPS.

En nieuwe madam trouwens, want ik heb mijn GPS geüpdatet (verschrikkelijk woord, niet?).  Nu spreekt ze nog een afgrijselijker soort Hollands, met een arrogant bijklankje waarvan ik spontaan opstandig word. 

 

Alles loopt op wieltjes.  Ik eet een boterham, een halve banaan.  Drink wat en brul mee met een cd van Tom Helsen.

 

De kilometers schuiven vlotjes onder me door op het bezwerende ritme van de ruitenwissers...

 

Het wordt donkerder en donkerder.  En het begint harder en harder te regenen.  Stortregenen in feite.  Ik zie me genoodzaakt de mistlampen te ontsteken en trager te rijden.

 

Ik verlaat de E-411 en vorder via landelijke wegen.  Het doel is, volgens mijn Hollandse madam, binnen een handvol minuten bereikt.

Maar dan is de weg afgesloten wegens een zondagse markt.   Gelukkig staat er een bord van de 'Carrefour Running Tour' dat me naar links stuurt, dus volgen maar.

 

Mijn Hollandse madam is het daar niet mee eens.

 

En ik kan ze geen ongelijk geven.  Ik word een straat ingejaagd die opgebroken is.  Mijn schokbrekers kreunen onder de putten.  Stapvoets rijden.

 

Helaas volgt er geen enkele richtingaanwijzer meer van Carrefour Running.

 

Wat nu gevogeld?

 

GPS volgen!

 

De GPS brengt me via kronkelwegen tot aan het station van Namen.  Hier staan er weer borden.  Die dirigeren me naar de gratis ondergrondse parking onder het stadhuis van Namen, waar de inschrijving en de startzone is.

 

Inschrijven, functioneel T-shirt gekocht. 

 

De omkleedruimte bevindt zich op 2 kilometer van de startzone.  En het regent.  Ik besluit me om te kleden in de achterklep van mijn limousine, een voorbeeld dat door velen wordt gevolgd.

Inmiddels zijn de kinderlopen afgehandeld en vertrekt de 5 Km, wedstrijd in het kader van Start to Run.

 

*****

 

Ik warm op in de Naamse binnenstad.  Namen, Capitale de la Wallonie, is een kleurrijk, levendig universiteitsstadje.  Maar in de regen wordt het een grauwe, troosteloze stad. 

De Rue de Fer is de commerciële hartslagader van de stad, waar de winkelketens heersen. 

 

Kijk omhoog!

 

Boven de winkels kan je meestal de majestueuze oude gevels zien, uit de 18de en 19de eeuw.  Veel leegstand boven de etalages en charmante, verweerde zandstenen gevelornamenten.

 

De Marché aux légumes!

 

Normaal een gezellig, bruisend pleintje vol bont gekleurde parasols, toebehorend aan de talloze eethuisjes en cafés. Nu staan de stoelen desolaat opeengestapeld, druipend van de regen. 

Ik meander door kleine straatjes en nauwe steegjes.  Pittoreske natuurstenen geveltjes met  gevelankers die roestig tranen, eenzame graffiti, uitpuilende vuilnisbakken.  

 

De cafés verjagen hun kater. 

Inboorlingen bij de bakker.

 

Namen ontwaakt.  Voor de inwoners van Namen, de 'Escargots', wordt het een lome, herfstige septemberzondag. 

 

De laatste lopers van de 5 km druppelen inmiddels binnen.

 

Het regent zachtjes.

 

De startzone is een heksenketel van dreunende muziek, flashy luchtbogen, promostands van sponsors.

Het is inmiddels kwart voor elf.  Nog een laatste sanitaire stop en ik begeef me naar de startbox.

 

 

*****

 

11 uur.

 

Het regent.

 

Zenuwachtige laatste minuten.

Het startschot weerklinkt en de meute trekt zich langzaam op gang.

 

 

jognamur010_10_sized.jpg

 

En plots gaat alles snel.  Een kluwen van lopers slingert door de Naamse binnenstad: Rue de Fer, dan links voorbij de gebouwen van de RTBF, vervolgens rechts de brug over de Samber, via de achterkant van het Waalse Parlement, rechts langs de oever van de Samber.

 

Aan onze linkerzijde doemt dreigend de Citadel van Namen op. 

 

De eerste kilometer zit ik iets onder de 4 minuten.  Vermits ik de eerste paar honderd meters niet kon doorlopen wegens de drukte, vrees ik dat ik daarna de gashendel serieus heb opengedraaid om toch de kaap van 15 km  per uur te ronden.

Links omhoog, aan de voet van de citadel.  En meteen kreunt het peloton onder de eerste stijgende meters, nu nog op asfalt.

 

En dan draait het opnieuw links.  Maar nu nog een stuk steiler en op ongelijkmatige, bol liggende kasseitjes. 

 

 

jognamur012_12_sized.jpg

 

De groep wordt uit mekaar geranseld.

De regen en mijn zweet vermengen zich... 

Enkele vlakkere zones door tunnels, maar de stijgende kasseiwegen blijven mekaar opvolgen. 

Kilometer drie is een bittere, zware kilometer, waar het tempo in mekaar stuikt naar ongeveer 12 km/uur.

 

Doortocht zone 'Château des Comtes', nog meer verbrokkeling....

 

jognamur013_13_sized.jpg

 

We lopen op de 'Route Merveilleuse' en langs de befaamde Parfumerie van Guy Delforge.

 

Kronkelend en verduiveld zwaar klimmen naar 'Terra Nova', het  toeristische hart van de site van de Citadel.

 

Even kunnen we een honderdtal meter recupereren op een relatief vlak stuk, maar dan worden we weer slopend bergop gejaagd naar het hoogste punt van de Citadel, de esplanade aan de achterkant van het 'Théatre de Verdure', indrukwekkend bouwwerk waarop prominent de slogan 'Ludus pro Patria' prijkt (Spelen voor het Vaderland).

 

namur2009 186.jpg

 

 

 

We lopen diagonaal over de immense parking.  Zuurverdiende waterbevoorrading.  Ik gris een bekertje mee.

 

Schaderapport: ik ben al behoorlijk diep moeten gaan tijdens de eerste klimmende kilometers.  Maar de tank is nog niet leeg.   Al een troefkaartje gespeeld, maar nog een paar in de mouw!

 

Even een stukje vlotjes bergaf, waarbij ik wat snellere klimmers terug bijbeen.

 

Verdomme, nu moet er wéér geklommen worden.  En niet mals ook.  We klimmen naar het 'Château de Namur', een prestigieus hotel. 

 

Afwisselend klimmen en dalen, waarbij ik jojo speel met voor- en achterliggers.

 

Aan de andere kant van de nadar komen tragere lopers ons tegemoet.

 

Tweede passage op de 'Esplanade', opnieuw bevoorrading.

 

 

jognamur024_24_sized.jpg

 

 

En dan begint de riskante afdaling van de Citadelle de Namur, maar aan de Maaskant.  Als een razende storten we ons op de natte, gladde kasseien naar beneden.  De weg kronkelt langs de bergwand naar beneden via een viertal haarspeldbochten, waar het tempo er telkens helemaal uit moet.

 

 

 

jognamur025_25_sized.jpg

 

 

In sneltreinvaart naar beneden.  Loeihard!  Ik durf niet sneller.  Rondom mij wordt er bikkelhard geknokt voor het derde plekje op het podium bij de dames.  De nummer vier, luidruchtig kreunend bij elke landing,  zit me op de hielen en nummer drie zit niet écht ver voor ons.  Maar loop maar eens 30 meter dicht, niet evident!

 

En dan zijn we op begane grond, vlak achter het Casino van Namen.  We duiken de kade naast de Maas op.

 

jognamur027_27_sized.jpg

 

Langs de boorden van de Maas lopen we tot aan de 'Quai des Chasseurs Ardennais' en zo tot aan de samenvloeiing van Maas en Samber.  Terug de brug op en over en zo duiken we de 'Grongon' in, één van de oudste wijken van Namen.  Via een wirwar aan vlakke straatjes komen we in de laatste rechte lijn: de Rue de Fer.

 

De pijngrens overschreden, ik voel elke bult in het wegdek. 

 

11 km 700 meter bereikt na 48 minuten en 22 seconden, gemiddeld 4 min 8 sec per kilometer of 14,52 km/uur.  Gezien het lastige karakter van de wedstrijd kan ik daar mee leven. 

 

Positie: 104 op 882 finishers.

 

Omdat het nog steeds regent, laat ik snel de chip van mijn schoen knippen, drink een flesje sportdrank en zoek vervolgens de warmte op in het Naamse stadhuis.

 

De douches zijn nog steeds 2 kilometer hier vandaan, maar na die 11,7 km lijkt die 2 kilometer nu plots een héél stuk verder.

 

Dus besluit ik me, zonder douche, om te kleden in de parkeergarage.  Daarna eet ik achter het stuur van mijn wagen de rest van mijn banaan en een appel.  Wegspoelen met water.

 

Nog één keer ga ik naar de startzone, maar het blijft maar regenen, dus flaneren in Namen zit er niet in. 

 

Ik besluit dan maar terug naar huis te keren. 

 

De GPS brengt me feilloos naar de E-411.

 

Op de E-411 word ik ingehaald door twee Harleys.  Op hun stoere rug staat te lezen: Brother Eagles, Dinant.  Dinant, 14 dagen geleden: de Descente! 

 

2010 is een raar loopjaar, flitst er nog even door mijn hoofd.

 

Honger drijft me naar een wegrestaurant.  Ik eet er een kop soep en een broodje.  En mijmer over de wedstrijd.  Hoe zwaar het was, hoe mooi het kader.  Weer kan ik een mooie wedstrijd afvinken op mijn verlanglijstje, mijn 'Bucket List'.

 

En toch knaagt er iets.

 

Een gevoel van ontevredenheid.

 

Ik start opnieuw de wagen en rij richting Brussel.  Het regent bijwijlen heel hard.  Via de  Brusselse ring kom ik op de E-19 richting Antwerpen.

 

Beste lezer, normaal eindigt hier mijn verslag.  U weet wel, meestal met nog een onnozele kwinkslag of een flauwe woordspeling.

 

Maar deze keer niet, want zondag 12 september gaat de annalen in als een absurde loopzondag...

 

 

*****

 

 

Ik heb lang getwijfeld over mijn deelname aan de Jogging Ville de Namur.  Zo ver rijden voor amper 12 km te lopen.  Er waren immers toch genoeg mooie wedstrijden dichterbij.

 

Zaterdag de Ganzenvenloop of de Monumentenloop.

 

En op zondag eventueel ook nog de Bollekesloop in Antwerpen, Berchem.

 

Daar had ik ook kunnen deelnemen.

 

 

Het is kwart na 1.  En voor ik het besef heb ik mijn GSM in de hand (ik wéét het, het mag niet) en bel mijn vriend Tom. 

 

En ik vraag hem of hij thuis voor het internet zit. 

 

Dat is niet zo.

 

Of hij weet waar de brouwerij 'De Koninck' staat in Berchem.

 

Hij weet dat niet, maar zijn broer die naast hem zit, weet dat wel.

 

En net op het moment dat ik de Craeybeckxtunnel nader, weet Jef, broer van Tom, me Berchem in te dirigeren. 

 

 

*****

 

 

Een wild plan is geboren!!!

 

We lopen mee in de Bollekesloop in Antwerpen!  De dubbelslag: Namen en Antwerpen binnen een tijdsbestek van, ocharme, 4 uur! 

 

De vraag is niet: hoe?

De vraag is: waarom?

 

Maar na het aanvankelijke optimisme, duiken toch meteen al de eerste vraagtekens op....

 

Probleem 1: waar is het?

Na wat rondcruisen zien we in de verte een luchtboog van de Gazet van Antwerpen, dus opgelost.

 

Probleem 2: het is nu kwart voor twee, hoe laat is de start?

Plots bespeur ik iemand met een borstnummer.  Ik stop de wagen, bzzz mijn raampje omlaag en vraag hem hoe laat de wedstrijd start.

Hij antwoordt: "De vaaif killemeiters oem twej uur, de tien killemeiters oem draai uur." 

Tijd zat dus.

 

Probleem 3: Parkeerplaats.

Na drie keer rondrijden en wat gevloek,  vind ik op een forse kilometer van de start zowaar parkeerplaats.  Hallelujah!

 

Probleem 4: Veel voeding heb ik de laatste uren niet binnengekregen.

Het zij zo.

 

Ik schrijf me in, krijg een functioneel loopshirt en begeef me naar de kleedruimte.  Dat is in een oud bedrijfsgebouw met een indrukwekkende verzameling spinnenwebben.

 

Probleem 5: Mijn loopkleding  en -kousen zijn zeiknat.

Het zij zo. 

 

 

Ik trek bibberend mijn natte uitrusting opnieuw aan.  Op mijn shirt prijkt het borstnummer van Namen.  Nu de Antwerpse versie er opspelden.

 

En het zonnetje is inmiddels ook van de partij.  Ik voel mijn loopkleding langzaam aan mijn lijf opdrogen.

 

Even opwarmen.  Ik voel meteen dat de benen al iets hebben meegemaakt vandaag.  Maar toch ook binnenpretjes: ik durf er wat op te verwedden dat niemand kan bevroeden wat ik al uitgevreten heb vandaag.

 

Vier uur na de start in Namen: de start in Antwerpen!

 

id125857-468x470.jpg

 

 

En we zijn nogmaals weg!

 

En ik voel me niet eens zo slecht.  De eerste kilometer schuif ik vlot voorbij tientallen lopers.   We lopen eerst  via een paar straten in een vierkant omheen de site van 'Brouwerij De Koninck' en lopen dan de Mechelsesteenweg op.  Vervolgens rechts ellenlang de Belgiëlei, de wind vol op kop.  Ik kruip laf in de rug van een loper met blauw shirt. 

Links Mercatorstraat en vervolgens via de Plantin Moretuslei langsheen het Stadspark.  Bevoorrading.  Er staat een bordje dat het 5 km punt aankondigt. 

 

18 minuten en 49 seconden. 

 

Ik geloof niet dat dit bord exact staat.

 

Eerste tunnel aan de Van Eycklei, onder de leien door.  Het doet pijn om bergaf te lopen.  Bergop gaat al niet veel beter.  Britse Lei, Amerikalei, het begint zwaar te wegen.  Nu al.

 

Wiens idiote idee was dit eigenlijk?

 

Via de Kasteelpleinstraat en Vleminckveld komen we aan de Oudaan, de flikkentoren, Lange Gasthuisstraat, tunnel twee.

 

id125785-468x470.jpg

 

Hier wordt de rekening gemaakt.

 

Wiens idiote idee was dit eigenlijk?

 

Het roept beelden op van de 20 Km door Brussel.

 

Weer via het stadpark en dan helemaal terug naar de finish.  En de laatste kilometers wegen erg zwaar.  Iedereen komt me weer voorbij.  Enfin, toch een paar lopers.

 

 Wiens idiote idee was dit eigenlijk?

 

Finish na 41 minuten en 46 seconden, op plaats 40 van 615 deelnemers. 

 

Geen bijster goede tijd voor 10 kilometer, maar we hadden een geldig excuus.

 

Schoon volk ook in Antwerpen: Stefan Van Den Broeck, Veerle Dejaeghere, Xenia Luxem, Sugar Jackson,...

 

 

*****

 

 

In de kleedkamer, opnieuw zonder douche, spreekt een man me in sappig Antwerps dialect aan.  Hij heeft net de 10 km gelopen op iets meer dan 50 minuten.  Een nieuw persoonlijk record.

 

Hij vraagt mijn tijd.  Ik zeg:  41 m en 46 seconden.

 

Waarop hij zegt: "Amai, da's gene krot! "

Dit is schoon Aantwaarps voor: "Potverdikkie, dat is een fijne prestatie!"

 

Ik kan het niet nalaten te zeggen dat ik een paar uur eerder 11,7 km heb gelopen in Namen, op 48 minuten en 22 seconden. 

 

*****

 

Wanneer ik mijn bolleke De Koninck aan de lippen zet (dat kreeg je in ruil voor je borstnummer), hoor ik achter mij een bekende stem, sappig Aantwaarps sprekend.

 

Het is die kerel van daarnet in de kleedkamer.

 

Hij zegt tegen het gezelschap dat hij daarnet iets raars voorhad.  Dat hij in de kleedkamer stond op te scheppen over zijn tijd op de 10 km tegen een collega-loper.

 

En dat die collega maar liefst 9 minuten rapper was.

 

"Mor dees gade ni gelove!", zei hij toen.

 "Maar dit ga je niet geloven!", zei hij toen

 

Het gezelschap houdt hoorbaar de adem in (en ik, als luistervink, ook).

 

"Neije, dees gade ni gelove.  Dieje gast had deize morregent al gon loape in Noamen, twelf killemeiters.  En wulde na is iet weite?  Dieje gast was op die twelf killemeiters oak al rapper gelak kikke op maijn tien killemeiters tejust.  En dan loapt em ier 10 killemeiters, oek nog es rapper gelak kikke. Is da ni bangelek?"

 

Schoon Antwaarps voor: Nee, dit ga je niet geloven.  Die kerel had deze ochtend al gelopen te Namen, 11,7 kilometer.  En ter informatie: die man was op die 11,7 kilometer sneller als ik op die 10 km van daarnet.  En nadien loopt hij hier de 10 km, eveneens sneller als ik.  Boezemen deze gegevens u allen, hier rondom mij verzameld, geen schrik in?

 

Waarop iemand in het gezelschap droogweg verzuchtte:

 

"Dan zeide godverdoemme wel ni goe zjust, a get maai vroagt!"

 

En dat laatste mag u zelf vertalen.

 

 

Maar het klopt wel, als u het mij vraagt.

 

 

****

 

 

De 'ni goe zjuste' wandelt naar zijn auto.

 

Mijn benen schreeuwen om hulp.

 

Tevergeefs.

 

Ik pak mijn GSM om mijn vriend Tom te bellen. 

 

Of hij even het internet wil checken. 

 

Of er misschien nog een wedstrijd was vanavond, pakweg rond 19u.

 

10-09-10

Franz Ferdinand

Franz Ferdinand

 

 

Ontbijt.

 

U kon hier eerder al lezen dat ik van een vaste routine hou.

 

Bloemkool met chipolata en béchamelsaus, bijvoorbeeld.  De enige juiste combinatie, waar verder niet aan geprutst dient te worden.  Dat klopt namelijk. 

 

Fikken af! 

 

Niks nouvelle cuisine, niks 'Hobbykok van Vlaanderen', Sergio Herman,  poten af!

 

Zo verloopt mijn ontbijt ook volgens een vast stramien. 

 

Twee boterhammen (niet één, niet drie, twee). 

Eén met aardbeienconfituur en één met honing.

 

En in die volgorde. 

Niet andersom.

 

Na de eerste boterham drink ik de helft op van mijn glas sinaasappelsap.  Tegelijk met een multivitaminepil (voor 50-plussers, hoewel ik daar nog een paar jaar van verwijderd ben).

 

Dan eet ik mijn tweede boterham. 

 

Waarna ik de rest van het glas fruitsap opdrink.

 

Vervolgens neem ik drie pillen vitamine C.

 

En roer gedecideerd in mijn thee (variatie op zondag: met rechterpink fier geheven).

 

Van mijn thee drink ik nu nog niet.  Die laat ik namelijk afkoelen om die op te drinken ergens halfweg de voormiddag.

 

Zo.

En niet anders.

 

 

*****

 

 

Vanmorgen liep ALLES FOUT.

 

En nog geen klein beetje.

 

Bij het robotmatig uitladen van de vaatwasser was er die vraag van Kind 2.

 

Kind 2 vroeg namelijk:

 

"Mamma, waarom ben jij in de tijd gevallen voor pappa?"

 

OP NUCHTERE MAAG!

 

Zo'n vraag kan de aanzet zijn van een wekenlang bitter conflict. 

 

Is uiteindelijk Wereldoorlog 1 ook niet begonnen omdat Dhr Princip zonodig de Oostenrijkse kroonprins Frans Ferdinand dacht neer te moeten schieten? 

Daar is, naar ik meen, ook niemand beter van geworden, zeker de naar schatting 17 miljoen doden niet.  Franz Ferdinand is tevens ook bekend van het liedje "Take me out", maar dat terzijde. 

De moord gebeurde trouwens met een wapen van Belgische makelij.  Als er ergens rottigheid in de wereld is, dan zijn we nooit veraf...

 

 

Waar waren we?

 

Ah ja, de vraag van Kind 2.

 

"Mamma, waarom ben jij in de tijd gevallen voor pappa?"

 

 

Er viel een pijnlijke stilte.  Meer nog.  Dit was de moeder der pijnlijke stiltes....  Een geoefend oor kan op de achtergrond het wetten der messen horen....

 

Van de pijnlijke stilte maakte ik dankbaar gebruik om koortsachtig een relatief spontaan antwoord klaar te stomen, want het lag in de lijn der hooggespannen verwachtingen dat straks Kind 2 de priemende blik op mij zou richten en de vraag in omgekeerde zin zou formuleren...

 

Mijn vrouw twijfelde iets te lang naar mijn zin.

 

Dan kwam er iets in de trant van ...

  • (geschrapt op verzoek van mijn vrouw),

 

Opvallend: ze drukte zich uit in de verleden tijd.

 

gevolgd door een hele litanie wat er inmiddels ten nadele veranderd was:

  • (geschrapt op mijn verzoek),
  • (geschrapt op mijn verzoek),
  • (geschrapt op mijn verzoek),
  • (geschrapt op mijn verzoek),
  • (geschrapt op mijn verzoek),
  • (geschrapt op mijn verzoek),
  • (geschrapt op mijn verzoek),
  • (geschrapt op mijn verzoek).

 

Opvallend : deze opsomming was in de tegenwoordige tijd.

 

En toen kwam de vraag in omgekeerde zin.

 

Vluchten kon niet meer...

 

 

*****

 

Inmiddels had ik de broodzak genomen, om enerzijds mijn strikt georchestreerde ontbijt te beginnen en om  anderzijds nog wat tijd te winnen, al was het slechts uitstel van executie...

 

 

MAAR...

 

De broodzak was leeg!

 

DE BROODZAK WAS LEEG!

 

U moet weten dat Kind 1 een eetlust heeft, omgekeerd evenredig met de inspanningen die hij dagelijks levert.  En gisterenavond was Kind 1 gaan zaalvoetballen met vrienden van het jeugdhuis, met aansluitend de sportieve evaluatie in de kroeg.  Thuisgekomen: een klein hongerke en mijnheer had alle brood opgevreten!

 

Ik had geen brood!

 

Nu kan u wel zeggen: ga dan even naar de bakker.

 

Bent u gek?  Het regent oude wijven!

 

Ik keek verwachtingsvol naar mijn vrouw, maar die gebaarde van krommenaas.  En dan moet u weten dat ze een gloednieuwe paraplu heeft!  Mag die niet nat worden, misschien?

 

Ik had natuurlijk Kind 1 uit zijn nest kunnen zetten, maar dat is redelijk gevaarlijk.  Kind 1 houdt, in afwachting van verdere studies, een zomerse winterslaap, waarbij het opstaan voor de noen geen optie is.

Wij moesten vroeger de patatten met de blote hand uit de grond sleuren, maar onze kinderen staan op tegen het middageten, en kijken dan geeuwend naar de dampende aardappels op tafel. 

De natuur kennen ze enkel van 'Google Maps'.

 

Neen, geen optie dus. 

 

 

Plus hoe vroeger wij Kind 1 wekken, hoe vroeger hij begint te plingelen op zijn gitaar.

 

Elektrische gitaar!

 

MET EEN VERSTERKER MET DE VOLUMEKNOP OP TWAALF, WAARDOOR HET HOORAPPARAAT VAN DE BUURVROUW BEGINT MEE TE TRILLEN.

 

Maria, de 85-jarige buurvrouw, neuriet nu ganse dagen intro's van Pearl Jam...

 

 

*****

 

 

Mijn vrouw stelde dan maar een SMS-ontbijt voor.  Dat is een ontbijt voor mensen die begrijpen wat volgende boodschap wil zeggen:

 

Thx, d8 idd mssch 1s ff nx t dn.

 

Jeugd dus.

 

Pas op, zoiets tik ik ook wel eens op mijn GSM, vooral wanneer ik mijn leesbril nergens kan vinden.

 

Neen, een SMS-ontbijt is zoiets modern: ontbijtgranen en melk.

 

Dus heb ik met lange tanden 'Honey Loops' met melk gegeten, waarbij het ganse pillenritueel in het water viel.

 

Zéér ontregelend.

 

 

*****

 

 

De omgekeerde vraag van Kind 2 volgde alras.

 

"Pappa, waarom ben jij in de tijd gevallen voor mamma?"

 

Ik heb een slecht geheugen.

Mijn vrouw kucht betekenisvol op de achtergrond, vandaar deze correctie: Ik heb onder andere een slecht geheugen.

 

 

Maar om op de brandende vraag terug te komen...

 

Ach, het is allemaal al zo lang geleden, ouwe koeien uit de gracht en zo....

 

.....edoch ....

 

.....er stonden nog wel bepaalde beelden op mijn netvlies gebrand, namelijk:

 

  • (geschrapt op verzoek van mijn vrouw),
  • (geschrapt op verzoek van mijn vrouw),
  • (geschrapt op verzoek van mijn vrouw),
  • (geschrapt op verzoek van mijn vrouw),
  • (geschrapt op verzoek van mijn vrouw),
  • (geschrapt op verzoek van mijn vrouw),
  • (geschrapt op verzoek van mijn vrouw),
  • (geschrapt op verzoek van mijn vrouw),

 

Waarna ik tactisch besloot met volgende gevleugelde woorden:

 

Ik ben verliefd op jou
Mijn hart draait ondersteboven
Kon je het toch maar geloven
Mijn hoofd draait als een tol
En m'n hart is op hol
Zeg maar niet nee
'k wil jou alleen en voor altijd

 

Maar ze had me verdorie door. 

 

"Dat heb je gepikt van Paul Severs", riep ze. 

 

Waarna een woordenwisseling volgde, waarbij Wereldoorlog 1 een potje uit de hand gelopen 'Risk' leek.  Moest Princip getuige geweest zijn van dit dispuut, dan had hij de revolver tegen de eigen slaap gezet....

Vervang revolver door pistool in de vorige zin, want volgens het woeste wereldwijde web is de FN model 1910 een pistool ...  waarvan akte.

 

 

*****

 

Ontbijt, of wat er voor moest doorgaan, voorbij.

 

Mijn vrouw maakt zich klaar om noest te gaan werken. 

 

Ha, ja! 

 

Er moet wel brood op de plank komen (want ik weiger om nog van die Loops te eten).

 

Dus vrouw gaan werken.

 

Ik niet.

 

Zot!

 

Ik ga lopen!

 

Ja, het regent, dat weet ik ook wel, maar ik ben toch niet van suiker!

 

 

*****

 

De voordeur opengezwaaid...

 

....enne....

 

....beikes....

 

......het regent toch wel heel hard.

 

Maar, om te oogsten moet er eerst wél gezaaid worden.

 

Willen we zondag 12 september de Citadel van Namen fluitenderwijs oplopen, dan moet er geïnvesteerd worden: in trainingsarbeid, bijvoorbeeld.

 

En dus vertrekken we voor een lange, natte duurloop.

 

 

*****

 

 

De dreven en zandwegen staan quasi blank.  Plassen, drassige zones, zompig gras. 

 

Ik streel met mijn schoenen de lange grashalmen.  Telkens voel ik koele druppels mijn schoenen binnendringen.

 

Het regent fors.

 

De druppels maken mooie concentrische cirkels in de plassen.

En blaasjes.

 

Dit lijkt wel aquajogging.

 

De buien roffelen op het bladerdek van de loofbomen.   Even later loop ik tussen de mais.  Hier roffelt de regen  in een andere toonaard.

 

De natuur schuilt.  Vogels zwijgen.  Kop tussen de schouders.

 

En na een paar kilometers ben ik zeik- en zeiknat.  Tot voorbij mijn ondergoed.  Maar gelukkig genoeg blijf ik warm.  Het ritme zit goed, we stomen door.

 

Een konijn schiet verschrikt weg voor mijn voeten.

 

Het is zigzaggen tussen plassen en modderzones.

 

 

Plots verzwik ik mijn rechtervoet.  Redelijk drastisch. 

 

Een pijnscheut giert door mijn been.  Gelukkig heb ik geen krak gehoord.  Want dan is het alarm. 

 

Ik vertraag, maar stop niet.  Blijven lopen, hopen dat ik het er uit kan lopen.

 

Het doet godverdomme wel pijn.

 

De regenval mindert. 

 

Nu smost het nog een beetje. 

 

 

*****

 

 

Thuis.

 

Mijn achilles doet pijn. 

 

Rechts. 

 

Gevolg van de verzwikking?

 

Wie weet.

 

Dit is pijnlijk.

 

In alle opzichten.

 

Zondag Namen?

 

Sais pas!

 

Merde!

 

07-09-10

Crime passionel

Crime passionel.

 

Afgelopen weekend geen wedstrijd op het menu. 

 

Wel laminaat leggen in de laatste kamer. 

 

Waarbij ik een nieuw hoogtepunt in mijn toch reeds rijkelijk gestoffeerde carrière als doe-het-zelfkluns heb laten optekenen; namelijk als rechtshandige toch keihard op je rechterwijsvinger rammen met een hamer.

Ik dacht namelijk dat ik dat laatste tikje ook wel met mijn linkerhand kon geven: en ja hoor, knal op mijn rechterwijsvinger, meer bepaald op het gewricht.  Bloeden als een rund en nu scheurt het wondje elke keer opnieuw open telkens ik mijn vinger plooi.

 

Lekker!

 

Nu besef ik pas wat ik allemaal doe met de rechter wijsvinger.

 

Krabben waar het jeukt, bijvoorbeeld.

 

Omdat zaterdag gereserveerd was voor het leggen van een vloer, heb ik op vrijdagavond mijn lange duurloop afgewerkt.  Vertrokken naar de bossen van Wortel om 20u30.

 

Een magisch moment.  De zon zocht haar ondergang en de bosrand en de vennen werden ingepakt door nevelslierten. 

 

Betoverend.

 

Er restte me niet veel daglicht meer.  Eens de zon onder, heb je nog wel dat beetje weerkaatsend licht, toch zolang je in een open vlakte loopt, maar eens het bos in, werd het pikdonker.

 

Ik loop nooit in complete duisternis. 

 

Bang om een voet te verzwikken, of opgevreten te worden door spoken.  De laatste zone bos was het erg moeilijk om het pad te vinden.  En af en toe ritselde er iets  onheilspellend tussen de struiken, wat me aanspoorde om het tempo wat op te drijven.

 

Als een zombie mij wil opeten, dan zal ie dat moeten verdienen en héél snel moeten lopen.

 

 

*****

 

 

Zaterdag een klassieker op de loopkalender gemist: de Pierenloop in Ravels.

 

De Pierenloop in Ravels is een wedstrijd over 10 mijl.  Deze wedstrijd springt er uit omdat de start en aankomst niet op dezelfde plaats zijn.  Je wordt met een bus van aankomst naar de startplaats gebracht en loopt dan terug (comme la descente, dus).

 

Over 10 mijl. 

Exact 10 mijl.

 

Ik heb al een aantal edities meegelopen, en moet zeggen dat ik een soort haat-liefdeverhouding heb met de Pierenloop.  September zegt de kalender en we weten allemaal dat dan meestal de Belgische 'Indian Summer' woedt.

 

Doorgaans heet dus. 

 

Loopheet.

 

En ik loop er meestal niet naar tevredenheid omdat de afstand exact is.

 

"Qué",  zegt u nu. 

 

En ik begrijp uw vraag.

 

Wel laat mij u inwijden in een publiek geheim van het stratenlopen.  Slimme organisatoren zorgen ervoor dat de afstand niet correct is.  Ze zorgen er met andere woorden voor dat hun wedstrijd van, bijvoorbeeld, 15 km slechts 14 km 653 m  lang is.  Iedereen loopt een goede tijd en komt het jaar daarop met graagte terug.  Om nog scherpere chrono's te lopen. 

 

Waar je minder goed loopt, kom je liever niet meer terug. 

 

Psychologie meneer...

 

Ik vrees dat mijn persoonlijke records ook een gevolg zijn van de klantenbinding van bewust of onbewust malafide organisatoren.  Maar ik blijf er toch trots mee uitpakken.

 

Nu zowat elke charlatan van een loper minimum een ingebouwd GPS-systeem en afstandsmeting heeft in zijn polshorloge/hartslagmeter, zou je denken dat het gepruts aan de afstanden verleden tijd zou zijn. 

 

Niks is minder waar. 

 

Nu heb je ongeveer 43 verschillende meningen over en metingen van de afstand van de wedstrijd.  En zo blijven we nadien in de kantine verwoed bezig, verhitte gemoederen in combinatie met vlot vloeiende tapkranen, wat de organisator en de penningmeester uiteraard ook weer pleziert.

 

 

****

 

 

De Pierenloop dus.

 

Wat ik daar een paar jaar geleden heb meegemaakt, was ook wel behoorlijk bizar.

 

Na de start valt het peloton al snel in de definitieve plooi. 

 

Vooraan de broodlopers die voor de overwinning gaan, dan de kruimeldieven die hopen dat de eerste groep vandaag forfait zou geven, dan de betere vrijetijdsloper, dan de sukkels en uiteindelijk de krasselaars die beter thuis waren gebleven, gevolgd door degene die binnen afzienbare tijd een andere hobby zullen beoefenen.

 

Ik situeer me voorlopig nog ergens in de 3de groep.

 

De verbrokkeling was van dien aard dat ik me uiteindelijk nog omringd zag door twee lopers.  We werkten goed samen.  Wisten wij veel wat er stond te gebeuren..... 

 

Op een bepaald moment komt er een vrouw met een fiets naast ons groepje rijden.  Wij waren in eerste instantie gecharmeerd door de vrouwelijke belangstelling (waarbij ik mijn laatste haarpijlen op het hoofd herschikte), ongegrond, want het bleek de vrouw te zijn van een van mijn metgezellen.

 

Zij kreeg onmiddellijk te horen, behoorlijk kortaf zelfs, dat ze aan de andere kant moest rijden.  Daarbij sneed ze ons een eerste keer af.

 

Meneer zei daarop:

 

"Kijkt godverdomme uit !"

 

Ik wisselde een blik van verstandhouding uit met loper nummer drie. 

 

Zijn we tenslotte niet allemaal getrouwd?

 

Het was vrij duidelijk wat mij betreft.  Dit was ongetwijfeld een geval van: "Een geluk dat deze twee mensen met elkaar getrouwd waren, anders waren er 4 mensen ongelukkig." 

 

U begrijpt wat ik bedoel.

 

 

Even verderop zei meneer:

 

"Dorst, rij een stukje voorop, stop daar en hou het drinken klaar."

 

We waren onder de indruk van zoveel professionaliteit en welgeorganiseerdheid.  Met zulke voorstellen voor samenwerking moeten wij thuis niet afkomen, vooral de bevelfunctie zou niet goed vallen...

 

"Trekt uwe plan", zou bij ons thuis het gevatte antwoord zijn.

Misschien zelfs nog opgeluisterd met de term 'onnozelaar', maar daar ben ik niet helemaal zeker van.

 

Enfin, mevrouw reed van ons weg, stopte, parkeerde de fiets, wou een busje drank uit de fietstas nemen, maar had een foute inschatting gemaakt qua afstand en snelheid, waardoor wij al bij haar waren, vooraleer ze het flesje kon pakken.

 

Tot overmaat van ramp werd ze hierbij in die mate zenuwachtig, dat haar fiets omviel. 

 

Wij konden maar ternauwernood de fiets ontwijken. 

 

Zeggen dat we niet geamuseerd waren, is een understatement.  Maar goed, iedereen maakt wel eens een fout in het leven, hoewel ik voor mezelf nu niet zo meteen een voorbeeld kan vinden. 

 

Ik wou het incident met de mantel der liefde bedekken, maar dat was buiten de waard, haar echtgenoot, gerekend.  Hij begon me daar aan een ademverslindende scheldpartij, waarbij alle registers open mochten...

 

"Godverdomme, stomme koe, kunde gij nu niks?"

"Godvermiljaarde.  Rij door en probeer ginder nog eens."

 

 

Wij kropen van plaatsvervangende schaamte in de grond, en durfden de stomme koe, heuu.... excuus de mevrouw, niet meer in de ogen kijken. 

 

Moesten wij 'die van ons' zo behandelen, dan stond er een hele batterij kwijlende advocaten op de stoep,  driftig in de weer met rekenmachines om erelonen te berekenen, zoveel was zeker.

 

 

" 't Is godverdomme toch waar ook zeker", zei de man tegen ons. 

 

We durfden een man met zo'n kort lontje niet flagrant tegenspreken, maar  durfden ook niet echt voluit meegaan in het afkatten van zijn vrouw.  We zijn tenslotte heren die een opvoeding hebben genoten.  Weliswaar een gebrekkige, maar toch.

 

Iets verder probeerde mevrouw de bevoorrading al fietsende te doen.  Dat ze daarbij bijna tussen haar eigen voorwiel sukkelde, schrijf ik nog toe aan agitatie, maar dat ze het busje drank daarbij ook nog liet vallen, was de druppel die het spreekwoordelijke drinkbusje deed overlopen.

 

 

Ik heb in mijn leven al mensen lekker horen vloeken, zaterdag laatstleden nog bijvoorbeeld, toen iemand het presteerde om met zijn linkerhand op zijn rechterwijsvinger te timmeren, maar dit was werkelijk van absoluut wereldniveau:

 

 

"Godvermiljaardenondedju, blote kloten, loempe mongool, imbeciele trut,  achterlijk kalf!!!

 

 

Pas op, ik geef hier slechts een beknopte samenvatting; de meest erge zaken heb ik weggelaten omdat ze eerder in de combinatie van de sectoren 'Kinderen Niet Toegelaten' en 'Fijne Vleeswaren' thuishoren.

 

 

Hij sleurde haar al lopend van de fiets en begon haar ter plekke te wurgen. 

 

 

Daarbij liet hij het tempo uiteraard zakken, waarop wij onmiddellijk ....

 

 

.....vlijmscherp demarreerden. 

 

 

Zo'n uitgelezen kans om een concurrent uit te schakelen, konden we écht niet laten liggen. 

 

Serieus blijven!

 

Ah, ja!

 

Laat ons wel wezen.

 

Even twijfelde ik nog om de man een handje te gaan helpen om de doodsstrijd van mevrouw, die inmiddels fraai paars aanliep, wat te bekorten, want een derde loper in het groepje was, gezien de wind op kop zat, geen overbodige luxe. 

 

 

Maar hoeveel jaar krijg je voor medeplichtigheid aan moord? 

 

Weet ik niet, daar zou ik Jef Vermassen eens voor moeten bellen...

19:00 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

03-09-10

De floche

De floche

 

Woensdag 1 september

 

De schoolpoorten slokken huilende kindjes op.

Mama's pinken een traantje weg.

 

Kindjes met grote boekentassen fietsen mij voorbij. 

Ik heb mijn loopschoenen aangebonden en vertrek voor een lange, trage duurloop, kwestie van de laatste naweeën van de 'Descente de la Lesse' uit mijn lichaam te bannen.

 

Hoewel ik zondag een ernstige aanslag heb gepleegd op mijn lichaam, is er nauwelijks schade.  Een beetje spierpijnen, maar verwaarloosbaar. 

Normaal heb ik na een zware wedstrijd last van mijn hamstrings, maar deze keer helemaal niet.  De rug en de achilles, allemaal klaar voor de dienst.  Er is wel een stuk huid verdwenen van een teen, maar dat is hoogstens een kleine opoffering....

 

Tja...

 

En een lichte verkoudheid.  Ik snotter een beetje, maar zonder veel erg.

 

 

*****

 

 

Ik heb een shirt met lange mouwen aangetrokken en een 3/4 tight, want ik wil de vuiligheid en de verkoudheid uit het lijf zweten.

 

De eerste looppassen zijn toch wat zuur.  Mijn voetbogen protesteren, en de wreef van beide voeten voelen ook wat pijnlijk aan (waarschijnlijk beurs gebeukt tegen de bovenkant van de schoenen tijdens het afremmen bergaf).

 

Maar na een paar kilometer zijn al deze muizenissen verdwenen.

 

Het is koud deze ochtend. 

 

Gelukkig tekent de zon present en trekt schuine lichtbanen in de licht nevelende bossen van Wortel.

 

De dauw werd in duizenden spinnenwebben gevangen.

 

 

 

En ik overpeins voor de zoveelste keer de wedstrijd van zondag.

 

Ok, ik was niet écht tevreden van mijn prestatie.  Mijn gemiddelde snelheid was niet om over naar huis te schrijven.  En ik vond het parcours niet passend voor een loopwedstrijd (aan staan schuiven om vierklauwens heuvels te beklimmen is naar mijn gevoel onaanvaardbaar).  En de gevaarlijke afzink in het begin droeg ook niet bij tot de feestvreugde.

 

Pas naderhand is het besef beginnen dagen dat je deze wedstrijd niet mag vergelijken met een doordeweekse halve marathon.

 

En in mijn lichte wrevel was ik voorbij gegaan aan zovele andere charmante zaken: het adembenemende decor (ook letterlijk adembenemend), de afwisseling van ondergrond, het feit dat je geen 6 rondes moet draaien, de prima bevoorrading, de quasi vlekkeloze organisatie (massage, bewaar- en transportdienst bagage,...).

 

 

*****

 

 

Trouwens.  Nu ik er zo eens wat over nadenk.  Er zijn nogal wat parallellen met de 20 Km door Brussel.

 

De eerste keer dat ik de 20 liep, stierf ik ook duizend doden.  En ook toen heb ik de dure eed gezworen NOOIT meer deel te nemen. 

 

En zie wat daar van in huis is gekomen. 

Inmiddels al 17 deelnames.

 

Niet dat ik nu 17 keer de Descente ga lopen, maar volgend jaar, op 28 augustus, bij leven en welzijn, wie weet ...

 

 

 

 

 

*****

 

 

Op mijn speurtocht naar foto's voor het wedstrijdverslag van dinsdag,  dacht ik leentjebuur te gaan spelen over de taalgrens. 

In de mening dat de wedstrijd daar wel eens meer zou kunnen leven dan hier bij ons, in het vlakke land. 

En zo belandde ik stommelings op een Franstalig forum voor lopers (de Waalse tegenhanger van het forum van joggings.be, zeg maar).  Daarop 14 pagina's met berichten over de Descente.  Allemaal gelezen.  Veel gezwets, maar toch af en toe iets opmerkelijks.

 

Daarin stond trouwens te lezen dat de 'natte route' ruim 1 kilometer korter is dan de droge.

 

Even ter verduidelijking: de organisatie voorzag dit jaar de mogelijkheid om de 2de klim (die van Walzin) te omzeilen.  Je moest er dan wel een nat voetje voor over hebben.  Want je was dan genoodzaakt om door de Lesse lopen.  En op die manier zou je, volgens het forum, maar liefst iets meer dan 1 kilometer besparen.

 

De organisatie besloot de mededeling over de natte route op haar website  eerder flegmatisch met volgende woorden: "Wie eerst in Dinant is, die wint!"

 

Vrijdag voor de wedstrijd hebben de organisatoren echter de beslissing genomen dat deze alternatieve (natte) route niet mocht genomen worden, wegens een té groot waterdebiet (43 m³/seconde) van de Lesse.

 

Voor aanvang van de wedstrijd zou ik nooit  overwegen een stuk af te snijden van het parcours, zelfs als het officieel mogelijk was.

 

Dat is namelijk voor watjes.

 

Maar hadden ze me zondag de kans geboden de klim van Walzin te vermijden, dan had ik die met beide handen gegrepen.

 

Murw gebeukt, was ik.

 

Alleen weet ik niet wat er zou gebeuren, wanneer ik daarna nog een 7-tal kilometer met natte schoenen en sokken zou moeten lopen.  Wellicht schuur je dan alles open.  En wat is de impact van het lekkere koele water op de warme voet- en beenspieren?

 

Op dat Waalse forum was er wel een grapjas die een overzet-service aanbood aan de lopers.

 

Hij zou u dan op de rug nemen en u droog naar de overkant van de Lesse brengen.

 

Prijs: 2 euro.

Maximum gewicht loper: 80 kg.

 

Valt te overwegen. 

 

In 2011 is er weer de mogelijkheid om de natte route te nemen.  Kan AVN dan iemand aan die oversteek posteren?

 

*****

 

En zo vond ik, al surfend op de magische golven van het internet, ook nog een verslag (een Compte Rendu) van een Waalse tegenvoeter, ene Olivier. 

 

En zelfs voor de routiniers zijn de beklimmingen in de Descente ware beproevingen. 

 

Leest u mee?

 

Ik heb het verslag naar goeddunken ingekort en de meest prangende zaken geel laten oplichten.

 

 

Le départ est donné et on descend la rue principale de Houyet avant d'emprunter le pont et de bifurquer à gauche dans un sous-bois déjà boueux par temps sec et que les intempéries de ces derniers jours n'ont pas arrangé. Après 3 kilomètres et un passage à gué, c'est déjà la terrible montée de Clinchamps. 845 coureurs se retrouvent à quatre pattes entre les ronces et la caillasse, la pente est par endroit de plus de 45% et si le chemin était sec pour les premiers, les suivants s'accrochent comme ils peuvent .. Arrivés au sommet, on sort du bois mais le répit n'est que de courte durée vu qu'une nouvelle ascension se profile déjà et si elle est moins longue que Clinchamps, elle fait vachement plus mal. Un coup d'oeil au chrono et je suis vachement dans les temps, je devrais ralentir mais c'est impossible, une looooooooooooooongue descente est à présent au menu et même si je devais mettre le frein à main, je suis irrémédiablement emporté par mon élan... 

 

On revient sur le plat et les kilomètres s'égrènent à une allure trop rapide pour quelqu'un qui prépare un marathon. J'essaie de réguler mon tempo mais rien n'y fait .. Dès que je ralentis, j'ai l'impression de ne plus avancer...

 

Autre particularité de la Lesse, les escaliers ! Alors qu'on aborde le 7 ième kilomètre, on arrive au pied d'une série d'escaliers dont les marches inégales ne doivent être empruntées qu'une fois par an. On ne sait passer qu'à un à la fois et une file indienne se forme où chacun attend son tour.. Dans la file, je repère un coureur de la Ligue Braille et je me dis que ce n'est quand même pas une course pour un malvoyant  . 

 

Voilà Gendron gare et je reviens sur Paul, un membre de Fleu qui tourne vachement plus vite que moi d'habitude.. Il ne doit vraiment pas être bien pour que je sois sur ses talons ...   Les kilomètres défilent et je pense à m'économiser en vue de Walzin... Dans mon souvenir, c'est dur et c'est long .. ( no comment please). On repasse sur la Lesse via une nouvelle série d'escaliers et on y est, la terrible ascension de Walzin peut commencer. Je repense au truc de Mumu, de petites foulées en levant bien les genoux ... Ca marche bien mais Dieu que c'est long, plus d'un kilomètre de montée à un pourcentage crapuleux ... Ca y est, je suis au dessus sans avoir marché mais j'ai couru ce kilomètre en 8' alors que d'habitude, je tourne en 4'30... 

Désormais, c'est roulant et je m'attache à adopter mon tempo marathon comme je me l'étais fixé. la tâche s'avère ardue non seulement parce que ca descend mais aussi parce que je paie les efforts déjà consentis plus tôt dans la course ... 

La fin se profile le long du halage et cette dernière partie me paraît bien longue... je termine 214 ième sur 845 en 1H47'54" mais le classement n'a guère d'importance ...

 

 

U merkt het.  Een calvarietocht voor iedereen.

 

En nadat ik een bericht op de blog van Olivier had geplaatst, en Français extrêmement rouillé, kreeg ik zowaar een reactie op mijn eigen verslag, in een charmante variant van het Nederlands.

 

Di Rupo en De Wever; het kan dus wel!

 

 

*****

 

Ach, de Descente...

 

Maar het zijn net deze wedstrijden die het langst aan de ribben blijven kleven. 

Van de meer dan honderdvijfig wedstrijden die ik al beslecht heb in mijn leven, kan ik de memorabele op de vingers van één hand tellen.   De rest is één grote blur geworden.

 

Neen, de beklijvende wedstrijden zijn te tellen op de vingers van één hand (van een verstrooide schrijnwerker).

 

De Descente 2010 is er daar één van.

 

Ook wel omdat het de eerste deelname was.

 

De eerste keer vergeet je namelijk nooit.

 

 

*****

 

De eerste keer.

 

Bestaat er trouwens geen prachtig levenslied over dit onderwerp? 

 

Natuurlijk wel, Rita Deneve!

 

 

images.jpg

 

 

ALLEMAAL!

 

 

Dit is de allereerste keer
Dat ik de liefde tegenkwam
Jij kuste mij en 'k was verloren
Nu staat mijn hart in vuur en vlam

Dit is de allereerste keer
Dat ik ontdek hoe liefde smaakt
'k Ben in jouw strikken nu gevangen
Voor ik het wist was het te laat

Jij kwam in m'n leven
Zo onverwacht
Jij wachte maar even
Ik had nooit gedacht dat jouw tovermacht
Mij zo een schok had kunnen geeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeeven

 

 

Zeg Rita, heum, niet voor het een of het ander, maar die 'wachte' in 'jij wachte maar even', moet dat niet met twee t's zijn?

 

 

Enfin dus, terzake, de eerste keer vergeet je nooit.

 

De eerste kus, de eerste ....

 

Zo heb ik nog altijd warme herinneringen aan de eerste keer dat ik de 'floche' te pakken kon krijgen op de paardenmolen...

 

 

Omdat we ook in Nederland (en sinds kort zélfs in Wallonië) worden gelezen, even deze verduidelijking:

 

 

Floche = verbastering van flos, vlos = pluizig, uitlopend in draden

een kwast van wollen draden, bevestigd aan een bal, die opgetrokken en neergelaten wordt boven de hoofden van de kinderen die op de paardenmolen zitten.

zie flosj, struffel

Wie de floche kan grijpen, mag een beurt gratis op de paardenmolen.

Regio Antwerpen.

 

 

Mijn vrouw is afkomstig van Oost-Vlaanderen.  Qua dialect ligt dat nét iets anders. 

 

Hoe zal ik het beschrijven? 

 

Toen mijn ouders (Kempen - Antwerpen) op bezoek kwamen bij mijn toekomstige schoonouders (Oost-Vlaanderen) om het huwelijk te bespreken, verstond niemand mekaar. 

 

Het mag een half mirakel heten dat ik uiteindelijk niet met Pukkie, de hond, getrouwd ben.......

 

 

Maar waarom dit intermezzo over mijn Oost-Vlaamse wederhelft?

 

 

Wel de betekenis van een 'floche' in Oost-Vlaanderen is totaal iets anders.   En dat wist ik niet...

Lees en huiver....

 

Floche = penis

Ik mag ne keer veurniet want ik heb ne peerdefloche.

Regio Oost-Vlaanderen.

 

 

U denkt natuurlijk weer dat ik dit ter plekke verzin, ja u daar met uw zieke geest, maar niets is minder waar. 

Mag ik de rechtbank het volgende bewijsstuk voorleggen:

 

http://www.vlaamswoordenboek.be/definities/term/floche

 

 

Deze recent verworven kennis werpt natuurlijk een volledig nieuw licht op de bekentenissen van mijn vrouw vanmorgen aan het ontbijt. 

 

Dat ze namelijk vroeger érg goed was in het grijpen naar de floche...   

 

Dan denk je iemand te kennen na 25 jaar huwelijk....

 

Niet dus....

 

18:43 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

31-08-10

Un poco loco

Un poco loco

 

 

Zondag 29 augustus 2010.

 

Het pikte deze ochtend.

 

Ik moest namelijk om 6 uur opstaan.

 

Om 6 uur!

ZES UUR!

 

Op een zondagochtend.

 

Dat doe ik normaal enkel wanneer het huis in brand staat.  En dan moeten de vlammen minstens al aan mijn donsdeken likken!

 

Het was nog maar weifelend licht geworden, entre chien et loup, tussen hond en wolf dus.

 

Hondsvroeg.

 

Maar om 7 uur werd er vertrokken naar Dinant, om er deel te nemen aan de 'Descente de la Lesse', een organisatie van de ARCH, 'Athlétic Running Ciney Haute Meuse'.  Deze wedstrijd maakt deel uit van het regelmatigheidscriterium 'Challenge Delhalle'.   Je hebt de keuze tussen 'Top Lesse' (21km900) en 'La Lesse 13' (13km100).

 

We gaan voor de 'Top Lesse'. 

Zware opdracht dus.

 

Niet bijster goed geslapen, wegens taakspanning ben ik een paar keer wakker geworden.   Kwart na vijf was ik definitief wakker en lag vanaf dan maar wat te woelen. 

 

Het schoolreisgevoel!

 

Het gevoel van zilverpapier en boterhammen met gebakken ei, en mama die je uitwuift aan de bus.

 

 

*****

 

 

Ontbijten om twintig na zes op een zondagochtend, ook iets wat ik niet te dikwijls doe.  Het was vreemd stil in huis.

 

Vrienden van AVN hebben me een zitje aangeboden naar Dinant, waarvoor nogmaals dank en een hoofse buiging. 

Om 6u40 word ik aan huis opgehaald door Frank, Hild en Benny. 

 

Naar het verzamelpunt, waar nog een paar wagens aanpikken en colonne vormen. 

 

Lopers van dienst zijn: Jos VB en diens pijlsnelle zoon Gertjan VB, Benny, Gert, Inge, Frank, Hild, Viv en uw dienaar. 

Nog wat supporters maken onze delegatie vol.

 

We zetten koers naar Dinant, 175 km.  Op zoek naar nieuwe avonturen....

 

*****

 

Onderweg in de wagen nog wat eten, drinken en info uitwisselen.

 

Dinant.

 

De nodige parkeerperikelen.

 

Inschrijven in de ruime zaal 'La Balnéaire' onder het Casino van Dinant.  In ruil voor 11 euro krijg je de chip, een borstnummer en een handig rugzakje.

Omkleden in de zaal en dan naar de bushalte.

 

We worden per bus naar Houyet gebracht, startplaats van de 'Descente de la Lesse' (waar ook de kajakkers starten). 

 

We rijden Dinant uit, richting Anseremme.  Daar gaat het links richting Celles (un des plus beaux villages de la Wallonie) en Neufchateau.

 

Degenen die deze wedstrijd al eerder liepen, waarschuwen voor een overmoedige start.  Toch mag je ook weer niet té traag starten, want dan loop je het risico hopeloos lang aan te moeten schuiven aan de eerste beklimming. 

 

En dat het een loodzware wedstrijd is en dat doseren hier de boodschap is.

 

Inge, die naast me zit, beweert dat deze wedstrijd zwaarder is dan een marathon.

 

Nu krijg ik toch echt schrik.

 

En om haar woorden kracht bij te zetten, geeft ze me een pandoering met haar paardenstaart. 

Even ter verduidelijking: Inge heeft haar lange haren in een paardenstaart gebonden.  Telkens ze naar Hild kijkt, die links van haar zit, krijg ik een mep van die paardenstaart.  Omdat vrouwen wel wat te bespreken hebben, krijg ik tijdens de busrit ruw geschat een 25-tal keer haar paardenstaart in mijn gelaat gesmakt.

 

Nota aan mezelf: de volgende wedstrijd waar Inge ook meeloopt, schaar meenemen!

 

 

*****

 

We worden gedropt in het centrum van Houyet en wandelen nog een paar honderd meter naar de startzone.

 

Daar krijg je de mogelijkheid om overtollige kledij terug naar de startplaats te laten vervoeren, een schitterend initiatief.

 

De laatste tientallen minuten voor de start worden zoek gemaakt met zenuwachtig gebabbel.

 

Plots worden we opgeroepen om ons naar de start te begeven.  Gertjan, Frank en ik stellen ons redelijk vooraan op.

 

Het startschot klinkt en we wringen ons door de flessenhals.  Ik merk dat Gertjan uiterst links weggedrumd wordt.

 

Even later schiet hij al van mij weg.

 

Hoewel ik me voorgenomen had niet te snel te starten, laat ik me toch meedrijven op het pittige ritme van de groep. 

 

De brug over de Lesse, en dan links een slijkerig pad in.

 

Ik zie het bord van de 21 km en huiver even: het is nog héél ver.

 

De modder spat op en binnen enkele minuten hangen de benen vol.  Het is uitwijken voor plassen, wegglijden op modderige zones, springen om takken en wortels te ontwijken. 

 

Je moet heel alert zijn.

 

En dan komt na iets meer dan twee kilometer, op km 19, de eerste beklimming waarvoor zo gewaarschuwd werd.

 

 

*****

 

 

Wel, ik heb er geen woorden voor.

 

Lopen is hier totaal onmogelijk.  Het is mooi op een rijtje naar boven klauteren tegen een steile bergwand. 

 

Stapvoets!

 

Het is schuiven en glijden op de ondergrond van klei, bladeren, wortels en losse stenen.  Jezelf optrekken aan bomen en takken.

 

De loper voor mij presteert het om drie keer op rij met dezelfde voet uit te schuiven. 

 

 

SP_A0704-225x300.jpg

 

 

Het is wachten op mekaar.  Voordeel is wel dat je hartslag weer tot rust kan komen. 

Iets verder kunnen we weer beginnen lopen, maar het is loeiend steil.  Ik voel mijn kuiten branden, het zweet gutst van mijn hoofd, de ademhaling jaagt en ik sterf al een eerste keer.  En inderdaad, achter mij krijg je het gevreesde file-effect.

 

Het hoogteverschil?

 

We klimmen op 1 kilometer tijd van 120 meter hoogte naar 210 meter. Veel van het hoogteverschil wordt in het bos op die vervloekte heuvel overwonnen. 

Het doet pijn en haalt je ritme helemaal onderuit.  Deze trage kilometer is nefast voor je gemiddelde snelheid, terwijl je hartslag de hoogte wordt ingecatapulteerd!

 

De volgende kilometer, tussen kilometer 18 en 17, dalen we heel eventjes een klein knikje, om dan weer fors te klimmen tot het dak van de wedstrijd, op 240 hoogtemeters. 

 

Dit tweede stuk van de eerste beklimming loopt  voornamelijk over veld- en asfaltwegen, waar je constant kan blijven lopen.  Maar het is héél zwaar.   De motor wordt in het rood gejaagd.   Ik zoek brede ruggen om uit de wind te blijven.  Maar groepjes blijven geen lang leven beschoren; ze vallen constant uit mekaar bergop of bergaf.

 

Geschal van jachthoorns weerklinkt!  Ik voel me opgejaagd wild....

 

We bevinden ons inmiddels in Gendron, een slaperig dorpje in het hart van de Ardennen.   Hier is de eerste bevoorrading.  Ik kieper snel wat water over mijn verhitte kop en drink een paar slokken.

 

En dan doet de wedstrijd haar naam alle eer aan.  Vanaf kilometer 17 tot kilometer 15 volgen er twee razende kilometers.

 

Bergaf.

Descente!

En hoe!

 

Van 240 meter naar 110 hoogtemeters op amper 2 kilometer.  En niet op asfalt, maar over  door wind en regen geërodeerde boswegels, met alle obstakels die een mens kan bedenken.  Wortels, putten, losse stenen, verraderlijke stukken rots, bochten met de helling naar de verkeerde kant!

 

En er werd gevlamd!

 

Ik vloog naar beneden, de ogen vlak voor mij op de grond gericht, tegen maximum snelheid.  De snelheid  flirtte zelfs met de absolute limiet...

 

Waanzin!  Je moet een volslagen mafkees zijn om hier vol door te lopen.  En iedereen doet het.  Vliegen als een gek.  Een paar keer vrees ik dat ik op hol sla en dat mijn benen de vrije val niet meer kunnen opvangen.

 

Wat is me dit allemaal!

 

Eén foute inschatting, één uitschuiver, een voet verzwikken, ik mag er niet aan denken wat dan de gevolgen zijn.  Een valpartij tegen deze snelheid resulteert zonder twijfel in breuken.

De klappen die lijf en leden hier krijgen zijn onbarmhartig.  Wat rug en achilles hier te verduren krijgen, onwaarschijnlijk!

 

Iedereen vliegt als een volleerde kamikaze naar beneden.

 

De natuurpracht is hier overweldigend.  Enfin, dat vermoed ik toch.  Ik heb helaas niets gezien van dit alles, want even opzij kijken zat er echt niet in.

 

En het gekke is dat je toch ook nog een beetje kan recupereren tijdens de lange, dolle vlucht naar beneden.

 

 

*****

 

 

Beneden aangekomen.  Ik prijs me gelukkig dat ik nog heel ben. 

 

Geen blessures, geen valpartij. 

Opluchting. 

 

En nu kom ik op mijn parcours.  Vlak en licht glooiende stukken.  Hier kan ik, als flyer, mijn ding doen en alle registers open trekken.

 

Van kilometerpunt 15 tot 9 is het, volgens de organisatie toch, relatief vlak. 

 

Wel, vergeet het. 

 

De hindernissen volgen mekaar in snelvaart op.  Ongelijkmatige trappen naar boven, modderige loopstrookjes, grillige trappen naar beneden, springen op  en over beton- of rotsblokken, stukken vals plat,  single track-paadjes, steile knikjes, alles krijg je voor de voeten geworpen tussen kilometerpunt 15 en kilometerpunt 13.

 

We lopen vlak naast de oever van de lustig klaterende Lesse.  Kajakkers roepen ons na.  Hun stemmen weergalmen tussen de bergwanden van de vallei.  De geuren van barbecue en houtvuren prikkelen de neus.

 

Applaus van toeschouwers.

 

 

*****

 

 

Op de brug van Gendron kruisen we de Lesse.  Gek hoe een brug oplopen langs de zijkant zo verschrikkelijk pijn kan doen. 

Hier is de tweede bevoorrading. 

Water, kwartjes sinaasappel en stukjes banaan.  Op dit punt was trouwens de start van de 'Lesse 13' (13 kilometer).

Ik grijp een stukje banaan, eet een beetje, maar spuw de rest terug uit.  Een bekertje water  meegrissen, wat drinken en de rest over het hoofd voor verkoeling .

Wij hebben inmiddels al bijna 9 kilometer op de teller.  Nog 13 te gaan! 

 

En je voelt de tank langzaam leeglopen.

 

Nu lopen we over grillige asfaltstroken.  Lopers voor mij worden mikpunten.  Ik schuif langzaam op in de wedstrijd, terwijl mijn hartslag zich stabiliseert. 

 

Nog 12 kilometer.  Het 'Parc National de Furfooz'.  Hier grijp ik toch de kans om even rondom mij te kijken.  Schitterende rotsformaties torenen hoog boven de Lesse uit.  De bergwand herbergt een aantal prehistorische grotten.

 

Op kilometer 10 opnieuw bevoorrading, ter hoogte van de 'Aiguilles de Chaleux', de naalden van Chaleux.  Deze spitse rotsformaties doen denken aan naalden, vandaar de naam, en zijn in alpinistenkringen berucht.

 

Nog een kilometer over relatief vlakke veldwegen om dan, op kilometerpunt 8,5  te beginnen aan de tweede col van de dag. 

 

De klim naar het domein van Walzin. 

 

Hoogteverschil: van 100 hoogtemeter naar 225 meter op 1 kilometer.  Over relatief goed beloopbare boswegen.

 

 

Een ramp!

 

Het licht ging finaal uit.  Boeken dicht!  Op enkele honderden meters ging ik helemaal stuk.  Kuiten opgeblazen, mezelf opgeblazen.

 

En rondom mij zie ik dezelfde taferelen.  Hijgende, strompelende, wandelende, joggende, kotsende heren. 

 

Doffe blikken alom. 

Doffe ellende alom. 

De wanhoop nabij...

 

Telkens laat ik fiks wandelend de hartslag wat zakken om dan weer enkele tientallen meters te lopen.  Om vervolgens weer ineen te stuiken.  En zo ging dat maar door en door.  Er kwam geen einde aan de martelgang. Moordend zwaar.  Het is het zwaarste wat ik ooit heb meegemaakt.

Tijdens het wandelen verloor ik nauwelijks terrein op diegenen die toch probeerden te lopen. 

 

Een passant moedigt me aan: "Courage!"

Ik had geen puf om te antwoorden, ik kreeg hoogstens een flauwe 'merci' over de lippen.

 

Vlakbij de top lopen we vlak naast de imposante ruïne van Cavrenne.  De donjon is het enige wat rest van deze 13de eeuwse burcht.

 

Nog iets meer dan 7 kilometer naar de finish, en vanaf nu, allemaal asfalt of stenen.

 

Maar opnieuw gaat het eerst loodrecht naar beneden.  Op iets meer dan 1 kilometer knallen we weer meer dan 120 meter naar beneden.  De snelheid die hier ontwikkeld wordt is opnieuw hallucinant. 

 

Ik heb me laten vallen als een rotsblok. 

 

Gevaarlijk?

 

Zal wel.

 

Maar het kon me helemaal niets meer schelen. 

 

In doldwaze, vliegende vaart naar beneden.  We vliegen als gekken.  Wandelaars kijken raar naar de voorbij stormende meute.

Even verder een tiental paarden op een rij, in lichte draf. 

 

We lopen stukken sneller!

 

En de benzinetank wordt helemaal leeg gemaakt tijdens de afdaling.  Maar aan de voet van de col wachten ons nog 6 lange, lange, lange, lange kilometers.

 

Vlakke kilometers?

 

Neen, constant glooiend, met af en toe een venijnig brugje over de Lesse.  En telkens het bergop gaat, val ik compleet stil. 

 

Ik kraak in alle geledingen.  Het is helemaal op.

 

Kilometers aftellen.  We komen langzaam in de bewoonde wereld.  

Een bandje speelt ons moed in.

 

 

_DE39282.jpg

 

 

Plots een bordje bebouwde kom. 

Er staat iets cryptisch te lezen:  

      n er m e

 

Er ontbreken een paar letters.

 

Wat puzzelen levert Anseremme op.

 

Eindelijk. 

Anseremme.  Waar de Lesse de Maas induikt.

 

Nog 2 kilometer. 

 

We sluipen langzaam naar de finish. 

 

 

_DE39338.jpg

Bonkende muziek en cheerleaders drijven me voort.

 

 

*****

 

 

80 meter boven mijn tollende hoofd torent de 'Viaduc Charlemagne'. 

Ik ruik het vuile water van de Maas.

 

De Rocher Bayard wacht,

getekend door de hoefslag van het paard.

 

Ginds Dinant,

pronkzuchtige dochter van de Maas.

Citadel, de Collégiale,

Adolphe Sax.

 

In de verte de boog van de finish. 

Minuscuul klein.

 

Nu is het enkel nog karakter wat me voortdrijft. 

De systemen vallen uit.

Alles doet pijn.

 

 

 

 

_DE39528.jpg

 

Uw dienaar (6412) tussen de nadars, met pijnlijke grimas.

 

En dan eindelijk de verlossing.

 

 

_DE39529.jpg

 

 

 

Finish na 1u 43 minuten en 29 seconden.  Positie: 147.

 

Stukjes banaan, kwartjes sinaasappel, water, sportdrank.  Op adem komen.  Wat rondstrompelen.  De benen terug op gang brengen.

Ik haal mijn rugzak op bij de bagagebewaarplaats en sukkel binnen in de zaal.  Op zoek naar warmte.  En iets eetbaars.  Een spie rijstvla voor twee euro.

En ik koop een T-shirt van de 'Descente', om aan de kleinkinderen te kunnen bewijzen dat grootvader er bij was.  Oudstrijder van de 30ste editie van deze wedstrijd.

 

Inmiddels druppelen bekenden binnen. 

Gertjan was al enkele minuten voor mij gearriveerd en de snelste van onze groep.

 

 

_DE39475.jpg

 

Finish Gertjan: 1u 39m 5 s, pos.: 95.

 

_DE39578.jpg

 

Finish Frank T.: 1u 46m 45s, pos.: 196.

 

_DE39750.jpg

 

Finish Viv.: 1u 59m 6s, pos.: 379.

 

_DE39840.jpg

 

Finish Jos: 2u 7m 47 s, pos.: 516.

 

Van de anderen heb ik, jammer genoeg, geen foto's gevonden.

 

Inge: 2u 2m 34 s, pos.: 427.

Hild: 2u 20m 57s, pos.: 674.

Gert: 2u 20m 56s, pos.: 675.

Benny: 2u 21m 33s, pos.: 679.

 

*****

 

 

Ieder zoekt zijn bagage, sommigen maken gebruik van de gratis massage, douchen, eten, drank, verhalen uitwisselen.

Ik bel het thuisfront.  Blijkt dat het thuis stortregent.  En net op dat moment vallen de eerste schuchtere regendruppels in Dinant.

Inge en Gertjan werden niet opgenomen in de uitslag.  Mogelijk heeft Gertjan in het gedrum de startmat gemist met zijn chip.  Waarom Inge niet werd opgenomen, is een raadsel.  De organisatie wordt ingelicht en de uitslag werd later aangepast.

 

En dan wordt het langzaamaan tijd om naar huis te gaan.  Waarop het ook te Dinant begint te stortregenen.  Godzijdank nu en niet tijdens de wedstrijd. 

 

 

*****

 

 

Ik beweerde na de wedstrijd bij hoog en laag dat ik hier nooit meer terug kom, wegens té zwaar, té waanzinnig, té gevaarlijk. 

 

Maar ik besef nu, daags nadien, dat dit een unieke loop is in een schitterend kader.  

 

Een avontuur als geen ander.

 

Een avontuur dat nu toch al twee dagen nazindert.

 

Ik kan het u alleen maar aanraden. 

 

Maar alleen als u 'un poco loco' bent.

 

Un poco loco.

 

Een beetje gek.

 

 

*****

 

 

Dank u wel, vrienden van AVN, voor de lift, het boeiende gezelschap en vooral ....

 

..... de bloedstollende ervaring.

 

Volgend jaar opnieuw?

 

27-08-10

When the shit hits the fan...

When the shit hits the fan...

 

We hebben een tijdje met een Mercedes 240 D gereden.   Lang geleden, de euro bestond niet eens en sommige dieren spraken nog.

 

De auto was 13 jaar oud en had 160 000 km op de teller. 

 

Telkens je die auto startte, kwam er een donkere rookpluim uit, waarvan op de Noordpool de ijsberen een rokershoestje krijgen en de gletsjers in Zwitserland versneld afsmelten. 

Niks fijne stofdeeltjes, heelder sloefen sigaretten kwamen er uit. 

 

Sloef = schoon Vlaams voor pantoffel, maar ook de dialectische uitspraak van 'slof', wat dan weer staat voor grootverpakking, zoals bij sigaretten, een farde sigaretten, een slof sigaretten wordt dus een sloef sigaretten. 

 

Ha, de potente geur van diesel!

 

Lekker.

 

Zo kan ik tussen haakjes bijvoorbeeld ook enorm genieten van de geur van uitlaatgassen van crossmotoren.  Bij ieder die geboren en getogen is in Wuustwezel, dat motorcrossgek dorp, stroomt er naft door de aderen.

 

Naft = schoon Vlaams voor benzine.

 

 

*****

 

 

Waar waren we?

 

Ach ja, de Mercedes 240 D.

 

De wagen woog ongeveer 2 ton, de carrosserie was van gietijzer.  Als je frontaal op onze auto zou rijden, dan was uw auto onze airbag.

 

Een tank was het.

 

Met die auto hebben we één reis naar Frankrijk gemaakt.

 

 

*****

 

 

Wanneer wij met het ganse gezin op vakantie vertrekken, dan mag je gerust stellen dat het hier een volksverhuizing betreft.  Koffer bomvol, en dan nog een dakkoffer propvol.  Kind 1 en Kind 2 , toen nog érg jong, op de achterbank en 'en route'.

 

We vertrokken om half vier in de ochtend, kwestie van toch tegen het ochtendlijke spitsuur op de ring rond Parijs te zitten.

 

Onze kinderen hadden de dwingende instructie gekregen vooral niet na tien minuten al te beginnen zeuren:

 

"Zijn we er al bijna?"

 

Twintig minuten later bevinden we ons ter hoogte van het Sportpaleis, we snorren tegen 120 per uur, toen plots....

 

 

KNAL BOENK PATAAT!!!!

 

 

Klapband achteraan.  We slingeren van links naar rechts.

 

Een vrachtwagen knippert met de lichten dat we kunnen uitwijken naar de pechstrook.

 

 

*****

 

 

Taferelen op de pechstrook.

 

Ik ga moedig op zoek naar het reservewiel, de krik en de wielsleutel.  Dat zit  allemaal onderaan in de koffer, verstopt onder, ruwe schatting, 2 ton bagage.

 

Ik begin moedig bagage te verwijderen.  Daarbij komt zelfs een basketbal uit de koffer tevoorschijn. 

 

Een basketbal!

 

Als u ooit de opdracht zou krijgen om zoveel mogelijk kofferruimte te verspillen aan één zinloos voorwerp, mag ik u dan deze suggestie doen: neem een basketbal !

 

Ik kan me nog net inhouden om die basketbal over de Ring rond Antwerpen te keilen.

 

Vervolgens stuit ik op een volledig karton blikjes cola. 

 

Een volledig karton!

 

Hebben ze geen cola in Frankrijk? 

Zien wij er uit als Hollanders?

 

Ik vind ten lange leste een krik, het reservewiel en de wielsleutel.

 

De wielsleutel is een kruissleutel, met 4 verschillende maten.  Ik pas ze één voor één. 

 

Geen enkele past. 

 

Ik denk: ik zal wel te zenuwachtig zijn geweest, dus proberen we het nog eens, in alle kalmte.

 

Past niet. 

Geen enkele.

 

Wat doet die sleutel in mijn koffer?

 

Ik kan me nog net bedwingen om die kruissleutel boomerangsgewijs weg te slingeren.

 

Weer gaan graven in de kofferbak.  Dan vind ik een enkelvoudige wielsleutel.  Die past godzijdank wel.

 

Oef.

 

Wiel los. Opkrikken.  Wiel af.  Nieuw wiel, vijzen.  Neerkrikken.  Vastzetten.

 

Lekke band en beschadigde velg in auto.  Ik zwier alle bagage in de kofferbak (inbegrepen: duizend blikjes cola en één basketbal, één). 

 

Koffer gaat niet dicht. 

Alles opnieuw uitladen.

 

Met het nodige engelengeduld de kofferbak weer optimaal schikken en puzzelen.  

 

Koffer dicht.

 

We zijn weg.

Kind 2 haalt de fopspeen uit zijn mond en declameert:

 

"Ik wil naar huis."

 

Ik in mijn binnenste ook wel.

 

We vertrekken weer.  Met een beschadigd vertrouwen in mechanische details.

 

 

*****

 

 

Snor snor, doet de motor.

 

Gent voorbij.  We zijn terug verzoend met de Mercedes 240 D.  Hebben de vredespijp gerookt.

 

Ik zeg tegen mijn vrouw:

 

"Statistisch gezien is de kans op nog een lekke band zo klein, dat is bijna te verwaarlozen."

 

 

*****

 

 

Deinze.

 

Ik voel de wagen lichtjes naar links trekken. 

 

Ik stuur bij naar rechts. 

 

De auto slingert vervolgens hard naar rechts. 

 

Dan naar links.

 

Lekke band achteraan. 

Nummer 2 ! 

De statistisch quasi onmogelijke!

 

 

*****

 

 

Aan de kant.

 

Nu moet u weten dat wij de auto net in bruikleen hadden gekregen van mijn vader.  Onze nummerplaat er op gemonteerd en de pechverhelper verwittigd dat er een andere nummerplaat hoorde bij het lopende contract.  Zou volgens de juffrouw van de administratie géén enkel probleem zijn.

 

Ik spurtend als een sneltrein over de pechstrook naar een praatpaal.  Pechverhelper opgevorderd.

 

Een uur later stopt de pechverhelper.  Blijkt nummerplaat wél een probleem te zijn.  Ik verwijs naar mijn gesprek daaromtrent met de administratie; hij wil dat wel geloven, maar wil dat checken.  Bureau is uiteraard nog niet open.

 

 

*****

 

 

Op zoek naar 2 nieuwe banden.

 

Meerijden naar bandencentrale.

 

Is nog niet open.

 

Wachten tot open is.

 

Zou die bandenmaat (uit de kluiten gewassen tankbanden) in stock zijn? 

 

Oef, toch wel.

 

Zou die velg nog wel herstelbaar zijn?

 

Oef, toch wel.

 

Twee stuks.  12 000 Belgische franken.

 

Geen betaalterminal, enkel cash.

 

Helemaal leeggeschud qua cash, er restte me nog 30 frank.  En een bom Frans geld.

 

Terug autostrade op, kind en gezin staan nog altijd achter de vangrail.

 

Wielen er op.

 

Op pad.

 

 

******

 

 

We zijn onze natuurlijke voorsprong op ons schema totaal kwijt.  Nu belanden we achtereenvolgens in monsterfiles rond Parijs, aan elke grote en middelgrote stad en aan elke Péage...

 

En dan was er ook dat ene moment in de file waarop Kind 2 de fopspeen uit de snuit haalt en declameert:

 

 

Ik moet kaka doen!

 

 

En we staan in een licht vorderende harmonicafile!

Kaka behoort niet tot de mogelijkheden.

En zijn we nét niet een Air gepasseerd?

Qua stress kan dat tellen!

Want het signaal dat Kind 2 geeft, valt niet te negeren!

 

 

*****

 

 

In dit tranendal zijn er slechts twee ijzeren wetten.

 

Ten eerste: de wet van de zwaartekracht.

 

Ten tweede:  Kind 2 met fopspeen die aangeeft dat hij kaka moet doen.

 

Een bom die op barsten staat, zeg maar!

When the shit hits the fan...

 

 

*****

 

 

Maar wanneer de nood het hoogst is, blijkt de redding toch min of meer nabij.

 

Want in de verte, doemt zowaar een parking op.

 

Een parking waar wij het bakbeest stil leggen en Kind 2 spoorslags naar een toilet escorteren, waar hij, zegge en spreke, één forse wind laat, de fopspeen uit de snuit haalt en declameert:

 

Kaka voorbij!

 

Waarna wij terug in de staart van diezelfde file mochten aanschuiven.

 

 

*****

 

En de file gaat maar door en door, want iedereen moet naar het zuiden.

Het is bloedheet.

Het asfalt smelt.

 

We hebben geen airco in de wagen van mijn vader.

 

Mijn vader had een behoorlijk Spartaanse houding ten overstaan van auto's.  Dat was een vervoermiddel, punt aan de lijn. 

 

Niks comfort, geen autoradio, niks.

 

Om Kind 1 en 2 toch in enige mate te entertainen hadden we een grote radio-cd-speler meegenomen op batterijen.

 

We hebben uit pure wraak voor al die Fransozen en Hollanders die de file veroorzaakten, constant "Bij Heidi in Tirol" van Samson en Gert loeihard door die gettoblaster gejaagd. 

 

Ziet u het beeld voor zich: een ouwe Mercedes, 'Heidi in Tirol' met de volumeknop op 12, twee stroblonde jongens op de achterbank. 

 

Iedereen hield ons voor moffen en vervloekte ons hartsgrondig.

 

Ach, lang geleden allemaal.

 

Erg lang geleden, want inmiddels studeert Kind 1 voor het theoretisch rijexamen; de verzekeringsmaatschappijen wrijven zich al in de handen....

 

 

________________________________________________

 

Dienstmededeling: Vanavond geen 'Landlopersjogging' voor uw dienaar.  We sparen de oude knoken om zondag ten volle te kunnen genieten van de 'Descente de la Lesse'.  Descente = afdaling.  Maar geen afdaling zonder voorafgaandelijke klim, het blijft een ijzeren wet.  Dat moet dan de vergeten derde ijzeren wet zijn...

 

18:54 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

24-08-10

De nieuwe Copernicus

De nieuwe Copernicus

 

Een mens is toch een raar beest.

 

Dat ploegt, dat zwoegt, dat legt laminaat en dat schildert, terwijl we allen beseffen dat dat allemaal zinloos is.  Want  onze melkweg (en dus ook onze aarde) zal binnen 5 miljard jaar door de Andromedanevel worden gezandstraald.

 

Alles kaputt!

 

Zeg maar dag met het handje naar de mensheid.

 

Maar toch moet er laminaat gelegd worden en het gras gemaaid...

 

5 miljard jaar is natuurlijk nog niet voor morgen, dat is ook weer waar.  Tegen dat het zo ver is, zal de zon trouwens ook al uitgedoofd zijn, dus wordt het hier eerder aan de frisse kant.  Wat zal het weer een geklaag  en gezaag zijn over slechte zomers!

 

Dikke jas klaarleggen.

Niet vergeten...

 

En het is toch bizar dat wij druk druk druk bezig zijn met de downloadlimiet van ons internetabonnement, het tikken van zinloze kroniekjes, de sanering van de overheidsfinanciën, het bijwerken van Facebook of  de roetfilter op onze wagen, terwijl aan de andere kant van de planeet bosjesmensen met een peniskoker wormen uit een boomstam kloppen om die vervolgens leeg te slurpen.

 

Ik krijg plots goesting in van die kleine paaseitjes met vanillevulling...

 

 

*****

 

En die onstuitbare drang naar verstrooiing!

 

Het lijkt wel alsof we ons geen moment mogen vervelen.

 

Is er vanavond iets op TV?

Wat gaan we doen?

 

Een kruiswoordraadsel, quiz, sudoku, een sauna, filmpje meepikken, vakantie, boek lezen, hobby, verzameling, muziek beluisteren, theater.

 

Kurt Cobain wist het al: Here we are now, entertain us...

 

Zo'n dingen schieten wel eens door mijn hoofd...

Bij Cobain schoot er ook iets door het hoofd; was het een jachtgeweer?

 

 

*****

 

Onze kinderen zijn ook van de razende entertainment-impuls-generatie.

Altijd moet er breedbandinternet zijn binnen een straal van enkele meters of het koude zweet breekt hen uit.  Bij alles wat ze doen moet er een TV zinloos staan te toeteren op de achtergrond.

 

Vroeger, toen wij met onze ouders naar de zee mochten (eens in de 300 jaar), dan waren wij dol van extase bij het zien van die deinende watermassa.

 

Onze kinderen stonden aan de zee te kijken en vroegen vervolgens: "Wat gaan we doen?"

 

Vroeger, hadden wij 5 dingen om mee te spelen.  En als we onze linkerkous uitdeden, dan hadden we er tien.  En als we daarover zaagden, kregen we een pedagogische dreun.  Of tien.

 

Onze kinderen sloopten 5 stuks speelgoed per dag.

 

Ach, de tijden, ze veranderen, mijnheer...

 

*****

 

Een mens is een raar beest.

 

Waarom moeten wij ons zonodig bewijzen?

 

Andere beesten hebben dat niet.

 

Een jachtluipaard (van 0 naar 100 km per uur in circa 4 seconden!) voelt de behoefte niet om op de laatste zondag van mei een borstnummer op te spelden en mee te lopen in de 20 Km door Brussel.

Neen, een jachtluipaard doet zijn kunstje alleen maar om eten te pakken te krijgen.

 

Wij pakken de auto en rijden naar de frituur.

 

De mens is het enige wezen dat zich ei zo na dood loopt voor een medaille aan een lintje, waarde: 45 eurocent.  En daar nog emotionele voldoening uit haalt ook.

 

Bizar!

 

Trouwens: een of ander bioloog beweerde ook dat de mens in groepsverband het meest gevaarlijke wezen op de planeet is.  Wij hebben een uithoudingsvermogen dat ons uren voortdrijft.  Je zal maar een arme buffel zijn, achterna gezeten door een bende hongerige, vastberaden mensen!

 

*****

 

Die dingen spookten allemaal door mijn hoofd toen ik voor het rode licht stond met de wagen.

 

Hoeveel tijd van ons leven brengen wij door met wachten tot het groen wordt?

Of met wachten tout court?  Wachten op je beurt bij de kapper, wachten bij de bakker, wachten op de terugbetaling van de belastingen, wachten op het nieuws, wachten op een telefoontje, wachten op het startschot, wachten op Godot...

 

Dat spookte ook al door mijn hoofd terwijl ik voor het rode licht stond.

 

Nog een geluk dat het licht op rood was gesprongen, zoniet zou ik deze gedachte niet eens hebben gehad.

 

Zonder de rode lichten zou ik minder van die dwaze gedachten hebben, valt me nu plots binnen.  Wellicht daarom dat er zoveel ronde punten worden gelegd.

 

*****

 

Laatst bekroop me toch wel een akelig gevoel toen ik voor het rode licht stond.  Naast mij stond een auto voorgesorteerd om links af te draaien.  Ik kijk onnadenkend in die wagen en daar zit iemand.

 

De chauffeur, uiteraard, wat dacht u?

 

Maar plots schiet er die dwaze gedachte door mijn hoofd.

Namelijk: wat zou het geheim zijn van deze man?

 

Het is perfect mogelijk dat u aan het rode licht oogcontact maakt met iemand die als enige weet waar het lijk begraven ligt van de persoon die gisteren in 'Opsporing Verzocht'....

 

Luguber, ik besef het.

 

 

****

 

Zo'n dingen schieten me wel eens door het hoofd.

 

Zo kreeg ik de eerste editie van de 20 Km door Brussel na de aanslagen van 11 september in het startvak plots het opwellende dwangidee:

 

Stel dat er hier iemand een bomgordel draagt en vijf minuten voor het startschot aan het touwtje trekt?

 

De ravage zou enorm zijn!

 

En de helft van de atleten schiet natuurlijk vol uit de startblokken, want ze denken natuurlijk dat die knal het startschot was.

 

Valse start!

Dat is niet eerlijk!

 

 

U begrijpt het al: ik stond weer voor een rood licht.

Het gaat hier niets vooruit!  En ik moet naar Antwerpen!

Door de ochtendspits.

 

Dat duurt ongeveer vier uur tegenwoordig.

Mijn grootvader reed vroeger met paard en kar naar de markt in Antwerpen.

Duurde ook vier uur.

 

Yep, weer rood licht.

 

 

Wist u trouwens wat de oorzaak was van het eerste auto-ongeval in Antwerpen?  Beide auto's hadden geen remmen.  Ongelogen.

 

Dat is toch onvoorstelbaar.

 

Huhuh, ik sta voor rood.

 

 

Mijn vader is nog met klompen naar school geweest.

 

Ik heb de cassetterecorder nog weten komen.

Twix was Raider.

Briefjes van 20 frank.

'Eén van de Acht' met Mies Bouwman.

Johan en de Alverman.

'Crazy Horses' van 'The Osmonds'.

De Schat van het Kasteel zonder Naam.

Nonkel Bob en Tante Terry.

De Commodore 64.

De Katholieke Kerk.

Avro's Toppop met Ad Visser en Penney De Jager.

De elektrische schrijfmachine met correctietoets.

Legerdienst.

Er was slechts één soort Coca-Cola.

Zaterdag in bad.

Sneeuw in de winter.

 

 

Jaja, het is al goed met dat getoeter, ik zie ook wel dat het groen is!

 

 

*****

 

Terug thuis.

 

Een gouden tip voor het geval de verveling weer maar eens toeslaat.

 

Het internet!

De zoekmachine Google!

 

Tik er je eigen naam en voornaam eens in.

 

Na amper 0,24 seconden heb ik 1.430.000 hits.

1.4 miljoen hits die over mij gaan.

 

En die ga ik nu eerst allemaal eens lezen.

Kan u zich inmiddels even in stilte bezig houden?

Dank u.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stilte, had ik wel gevraagd.

Nu ben ik de draad kwijt.

Moet ik helemaal opnieuw beginnen.

Bedankt daarvoor.

 

 

 

Gek is dat.

 

Ik loop al een kleine twintig jaar wedstrijden.  En een zinnig mens mag dan toch verwachten dat het halve internet in katzwijm zou vallen voor zoveel gedrevenheid en zovele glansprestaties.  Dat ze heelder epistels zouden wijden aan loopwonder Mark.  Niets van dit alles.

 

Ja, links en rechts op pagina 38 een verdwaalde uitslag uit 2004.

 

Ocharme.

Is dat alles?

 

En je mag je nog een tenniselleboog schrijven aan een of andere duffe kroniek over het leven in het algemeen en het lopen in het bijzonder, maar daar is geen spoor van te vinden op dat internet.

 

Tot overmaat van desillusie blijkt ook dat er bekendere versies van mezelf als eerste verschijnen bij een zoekopdracht van Google.  Dat er dus meer koeien zijn die Bella heten, bij wijze van spreken.

 

En natuurlijk is er altijd iemand met mijn naam die in de bovenkamer een paar vijzen mist.

 

Untitled-5.jpg

 

Eerste hit bij Google, de Wikipedia: "Mark Peeters is een zonderling figuur uit Vlaanderen."

 

MARK PEETERS IS EEN ZONDERLING FIGUUR UIT VLAANDEREN.

 

Niets blijft me bespaard...

 

 

 

 

 

18:39 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

20-08-10

Over laminaat, emancipatie en vrijheid van meningsuiting...

Over laminaat, emancipatie en vrijheid van meningsuiting...

 

Vrijdag 20 augustus.

 

Dit weekend staat er geen wedstrijd op het programma.  Vorig weekend het looponderdeel van de estafettetriatlon (1/8ste triatlon, dient u hier te lezen) voor mijn rekening genomen, wat erg magertjes is qua aantal loopkilometers.

 

Dat besef ik maar al te goed.

 

De intensiteit was daarentegen wél hoog.  In feite liep ik een tijdrit van 5 km.  In een wedstrijd durf ik, zodra de posities vastliggen, wel eens het tempo iets te laten zakken, om lichamelijke schade te vermijden.

Zaterdag was dat zeker het geval niet.  Het mocht ook niet.  De totaaltijd was belangrijk voor de ploeg en dus werd de motor in het hoogste toerental gejaagd, op nauwelijks een fractie van opblazen.

 

Maar goed, daar wordt een mens sterker van, en sneller.

 

Deze week een paar lange, rustige duurlopen afgewerkt, meer bepaald op maandag en woensdag.

 

Want het volgende doel doemt op aan de horizon, de 'Descente de la Lesse', 21,9 km van Houyet naar Dinant.  Naar deze wedstrijd kijk ik reikhalzend uit.  Niet zozeer om er een goede tijd te lopen (het geaccidenteerde profiel zal dat onmogelijk maken), maar wel omwille van het kader.

Proef volgende namen: Houyet, Gendron, Hulsonniaux, Furfooz (en het Parc National), Walzin, Pont à Lesse, Anseremme en Dinant.  Kronkelend langs de oevers van de Lesse, meer moet dat niet zijn...

 

*****

 

Duurlopen dus op het menu.

 

Het drukke menu.

Want we zijn aan het renoveren.  In de geest van al die verbouwprogramma's op TV, genre: "Help!,  mijn man is een  absolute sukkel en een vervelende, luie klier", kregen we zin om te renoveren.

 

We zijn aan het schilderen.

We, dat is, mijn vrouw.

 

Ik doe enkel de voorbereidingen.

Opgepast, niet gelachen, de voorbereidingen zijn uiterst belangrijk.  Plus dat moet minutieus gebeuren, want anders kan je geen goed werk leveren.

 

De voorbereidingen dus.

 

Dat bestaat uit volgende zaken:

 

Jupiler koud leggen.

Jupiler halen.

Jupiler ontkurken.

Jupiler leegdrinken.

 

En tenslotte:

Het leeggoed naar de garage brengen.

 

Allemaal héél vermoeiend.

 

*****

 

Hallo.

Ik hoor u wel!

U denkt namelijk hardop.

Dat het een schande is dat ik mijn vrouw met al het werk opzadel, terwijl ik me in ledigheid wentel.

 

*****

 

Neen, beste vrienden, er zit een filosofie achter.

 

Twee, nu ik er over nadenk.

 

Drie zelfs.

 

Ten eerste:


Ik laat mijn vrouw in haar waardigheid.

Ik ben niet zo'n macho zwijn dat zonodig de vlakschuurmachine uit de handen van zijn vrouw rukt, omdat hij denkt dat werken alleen maar iets voor mannen is.  Dat vrouwen dat niet kunnen.

 

Bah!

 

Neen, zo zit ik niet in mekaar.

 

Ik moedig mijn vrouw aan om alles te proberen.

 

Ervaring opdoen.

Emancipatie!

 

 

Ten tweede:


Werken is gevaarlijk.

Arbeidsongeval, ooit al van gehoord?

 

Ah, voilà.

 

Maar van een 'TV-kijk-ongeval' heb ik nog nooit gehoord, u wel?  Die ene keer dat mijn Trappist Westmalle   is omgevallen op het salontafeltje is de enige uitzondering die ik me kan herinneren....

 

Neen, voor je het weet maak je een misstap en kukel je van een wankel trapladdertje.  Zes weken aan de kant, fysieke conditie naar de filistijnen en nadien alles terug moeten opbouwen.

Dat soort risico's schuw ik.

Ik ben gemaakt voor het lopen, de rest is ondergeschikt aan dat streven....

 

 

Ten derde:


Ik ken mijn beperkingen.  Wat ik niet kan, daar blijf ik af.

Nu zal u zeggen: en wat je kan, dat doe je.

 

Neen, dat nu ook weer niet.  Wat ik kan, doe ik niet meer.  Ik hoef toch niet telkens opnieuw te bewijzen dat ik iets kan?  Want zoiets wordt behoorlijk saai.

 

Naast lopen kan ik in feite niks.  Ik ben absoluut niet handig.  Zolang ik tussen de rekken van de Hubo ronddwaal wel, ik kan namelijk érg goed materiaal kopen.  Eens buiten de Hubo wordt het allemaal iets minder.

 

*****

 

Nood breekt echter wet.

Er dient vloer gelegd te worden in een kamer of drie in de noordoostelijke vleugel van onze woning.

 

Ik heb me dan toch aan het leggen van laminaat gewaagd.  Nu ja, het was 'zwevende kurkvloer met een kliksysteem', maar zullen we afspreken dat we het vanaf nu laminaat noemen, wegens te lang?

 

Wel, wat zal ik zeggen.

 

Eerst was er de fase der overschatting.

Dat varkentje was ik wel eens even.


Dan was er een kort moment van realisme.

Shit, dat valt tegen.


En dan volgde alras de ellenlange fase der razernij.

 

 

*****

 

Een kleine bloemlezing:

 

Ik meet hoeveel cm ik van een plank moet zagen om ze passend te maken.

Ik onthou dat en ga naar beneden om te zagen.

 

Beneden weet ik het niet meer.

 

Ga terug naar boven om opnieuw te meten.

Boven gekomen: ik heb mijn meter niet bij.

 

Haal beneden de meter.

Naar boven en meet.

Schrijf op papiertje.

 

Kom beneden zonder papiertje.

 

Naar boven voor papiertje.

 

Terug naar beneden met papiertje, diverse mogelijkheden:

- kan getal niet meer lezen, is dit een 3 of een 5?
- welk van de opgeschreven cijfertjes zijn degene die ik nodig heb?

 

Zaag de plank en ga naar boven.

 

Boven gekomen, diverse mogelijkheden:

- verkeerde stuk van de plank mee naar boven gebracht,
- het stuk past niet, twee mogelijkheden: te groot of te klein,
- past wel, maar bij het vasttikken, zal bij de laatste tik een stukje van de plank afsplitsen.

 

En omgekeerd, natuurlijk.  Meer combinaties dan de Lotto!

 

Maar, opgepast!  Een mens leert bij.

 

Op een bepaald moment had ik twee meters in de running, maar ik slaagde er telkens in om ze alletwee te laten liggen op de plaats waar ik op dat moment niet ben, en nogmaals omgekeerd natuurlijk.

 

En uiteraard, in mijn vingers snijden, zagen, een stuk uit het beschermende laken mee kapot zagen.  Allemaal leuk en een goede herhalingscursus 'vloeken voor gevorderden'.

 

*****

 

Mijn vrouw was niet thuis toen ik mijn eerste wankele stapjes zette in de laminaterij.

 

Ze was naar de Colruyt, want de ijskast was één grote, lege vlakte.  Er werd gewag gemaakt van een kaalslag in de ijskast.

 

Toen ze terugkwam had ze genoeg bij om Pakistan van voedsel te voorzien voor de komende 2 jaar.

 

Nu is er in de Colruyt niets meer, behalve een eenzaam winkelwagentje, vrees ik.

 

*****

 

Ze kwam mijn vorderingen in de laminaatkunde even met een kritisch oog beschouwen.

 

"Is dat al wat jij gelegd hebt op die paar uur?", vroeg ze.

 

Aan vrank en vrij mening uiten geen gebrek in Casa Mark.  Hij die beweert dat vrijheid van meningsuiting een basisrecht der democratie is, wel, hij dwaalt...

 

"Is dat al wat jij gelegd hebt op die paar uur?", vroeg ze dus.

 

Toegegeven, ik had inmiddels meer bloedende vingers dan gelegde planken, maar moet dat er nog eens extra ingewreven worden?

 

*****

 

De dag sleept zich verder, ik sleep me door de dag, onderwijl planken slepend.  En na drie rijen had ik begrepen dat ik niet bepaald meer recht bezig was, terwijl onder plank twee toch een rare welving zat (dat bleek een blokje te zijn dat je opzij moet steken om de afstand tot de muur te behouden).

 

En toen keek ik plots tegen de verwarming aan.  En twee buizen die uit de vloer oprezen.  Waar ik geen plank naartoe kon plooien.

 

Enfin, het kwam er op neer dat ik alles terug moest slopen en helemaal opnieuw beginnen.

 

Een man weet wanneer hij verslagen is.

18:51 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

17-08-10

Clash der titanen

Clash der titanen

 

Zaterdag 14 augustus 2010.

Ik heb vandaag mijn eerste triatlon afgewerkt.

De Sterke Peertriatlon in Wuustwezel.

 

Nu ja, triatlon, even nuanceren, 1/8 ste triatlon.

 

Dat is goed voor 375 meter zwemmen, 20 km fietsen en 5 km lopen.

 

Nu ja, even nuanceren; ik heb enkel het looponderdeel van de 1/8 triatlon afgewerkt.

 

*****

 

Mijn bloedbroeders van het 'Wezels Omslagpunt' zaten voor de aflossingstriatlon nog verlegen om een loper.

Ze contacteerden uw dienaar om de derde schakel te worden in de ketting.

 

Weliswaar van het B-team; een kleine les in bescheidenheid...

 

Ik had er wel zin in.

Hoewel 5 km vér beneden mijn waardigheid als loper is....

 

*****

 

Ja, ik had er wel zin in.

Maar eens ik had toegezegd om lid te worden van het estafetteteam van het 'Wezels Omslagpunt', sloeg de schrik mij toch om het hart.

 

Stel dat ik keihard faal, dat ik de zwakste schakel in de ketting ben,  dan gaat het ganse team mee de dieperik in.  In teamverband sporten, het is mij totaal vreemd.

 

En hoe loop je trouwens een 5 km?

In mijn ganse carrière als middelmatige langeafstandsloper heb ik nog nooit 5 km gelopen.

 

Nu zal u zeggen: keimakkelijk!  Als je 10 mijl of meer gewoon bent, dan moet 5 km een makkie zijn!  Vingers in de neus!

 

Nope!

 

Stel dat je er 20 minuten over doet: 15km/uur is dat.  Normaal is dat respectabel.  Maar dat tempo is magertjes op de korte afstand.

 

En vooral in de ogen van duatleten en triatleten.

 

U moet namelijk weten dat de heren en dames die deze sporttakken beoefenen allemaal matig tot zwaar gestoord zijn in de bovenkamer.

Ze willen namelijk maar één ding: PIJN.

PIJN.

En liefst héél veel en als het even kan ook nog eens zo lang mogelijk.

 

Neen, ik was er niet helemaal gerust in.

 

*****

Plaats van afspraak: Wuustwezel, die schone...

 

 

(9 van 68).jpg

 

Een gedoe!

 

Overal luchtbogen, tenten, muziek, spandoeken, reclame, standjes sponsors, eet- en drankgelegenheid, shelters.  Met andere woorden: een kloeke organisatie.

 

(41 van 68).jpg

 

 

Waar je ook keek, zag je blinkend fietsmateriaal, het carbon vloog je om de oren.  De gesprekken gingen over tandwielen, prijs van de wielen, gewicht kader, Shimano nog aan toe!

 

Overal sportievelingen in flitsende uitrustingen, en in meer of mindere mate afgetraind.

 

Voor de estafettetriatlon waren maar liefst 181 ploegen afgezakt naar Wuustwezel.

En daar was schoon volk bij: het winnende team bestond bijvoorbeeld uit zwemmer Tom Van Geneugden (EK, WK, en een resem Belgische records op zwemnummers,....), fietser: triatleet Bart Aernouts (winnaar van diverse Iron man-wedstrijden) en loper: Tom Van Hooste (pluist u zelf het paginalange palmares uit van deze atleet?).

 

En ook nog wat sportjournaille, BV's, acteurs en actrices.

 

En pluimvee.

 

 

(12 van 68).jpg

 

Achterna  gezeten door mensen die ze wel de nek wilden omdraaien....

(62 van 68).jpg

 

Maar zelfs per fiets kregen ze de kip (hier met helm) niet te pakken...

 

(91 van 192)(2).jpg

 

 

Over rare vogels gesproken...

 

(113 van 118).jpg

 

Enfin, er was voor elk wat wils.

Maar de meerderheid bestond toch uit bloedserieuze atleten, bloednerveus.  De verschillende duatlon- en triatlonclubs die onze contreien rijk is, hadden hun beste delegaties afgevaardigd.

 

*****

 

 

 

Een massa sporters en supporters, een gewriemel waarin een kat haar jongen niet meer vindt.

 

Zo vond ik bijvoorbeeld niemand van mijn team.

 

Rond 13u50 komt Marc B. dan toch ter plaatse, in gezelschap van Guy VDB.  Guy zwemt, Marc zal fietsen, en ik zal de kers op de taart zetten met de loopopdracht.

Om het teamgevoel extra in de verf te zetten heeft Marc voor mij een outfit van het 'Wezels Omslagpunt' bij...

 

We verkennen de wisselzone fietsen-lopen, waar de fietser met de fiets aan de hand tot aan het wisselpunt (geordend op racenummer) moet lopen om er de chip door te geven aan de loper.  Het is belangrijk te weten welke gang je moet hebben en waar exact de loper je staat op te wachten.

 

De start is om 14u30, dus iets later begeven we ons (Marc fietsend en ik  warmlopend) naar de wisselzone zwemmer/fietser, waar ook een soortgelijke wissel moet gebeuren.   Ik neem er afscheid van fietser Marc en ga naar de waterplas, kijken hoe zwemmer Guy de start zal nemen.

 

*****

 

Een luchtclaxon weerklinkt en de bonte bende knalt het water in.

 

 

 

(4 van 192).jpg

 

Een gevecht in regel barst los in het water.  En een zestal minuten later komen de eerste zwemmers reeds de wisselzone binnengelopen.

 

Ons A-team komt als 38ste uit het water, ons B-team als 71ste.

 

 

(41 van 192).jpg

Michele (Team A) op het einde van de zwemproef.

 

 

Het fietsgeweld barst los.

 

Onwaarschijnlijk hoe snel er gereden wordt.  De renners suizen ons voorbij.

 

Inmiddels bevind ik me in gezelschap van Tim V., slotloper van het A-team van het 'Wezels Omslagpunt'.  We besluiten dat het stilaan tijd wordt om ons naar de wisselzone fietser/loper te begeven.

We warmen ons grondig op, want straks is het vanaf seconde één de gashendel helemaal open.

 

We babbelen wat zenuwachtig, in het besef dat de wedstrijd op dit moment niet in onze handen ligt, dat de wedstrijd zelfs ver van ons weg wordt gestreden.

 

We moedigen onze renners bij elke doortocht aan.  Het A-team zit mooi vooraan, het B-team schuift ook vlot naar voren en heeft al heel wat plaatsen weten goed te maken.

 

*****

 

De wisselzone.  IJzeren stellingen waaraan de fietsen gehangen worden.  Per compartiment is er ruimte voor drie lopers/fietsen.  Tot mijn verbazing sta ik in één box met acteur Marc Van Eeghem (Katarakt/De Parelvissers) en actrice Marleen Merckx (Simonneke van Thuis).

 

Wat babbelen, enkele raadgevingen uitwisselen en mekaar succes wensen. Sympathieke mensen.

 

De spanning stijgt.  Bart Aernouts komt de wisselzone ingevlogen en Tom Van Hooste schiet als een raket uit de startblokken.

 

De fietsers komen nu vlak na mekaar binnengestoven.  Chaos alom, geroep en getier, peperdure fietsen worden achteloos weggesmeten, hectische toestanden.

 

Het A-team komt op plaats 27 binnen, Marc B. loodst het B-team naar plaats 32.  Dat zegt niet alles natuurlijk, veel belangrijker zijn de tijdsverschillen.

 

 

 

(108 van 192).jpg

Tim V. (Team A) schiet als een gek weg uit de loopbox.

 

 

Ik moet nog een even wachten vooraleer ik uit de startblokken mag.

 

Eindelijk, daar is Marc B.

Hij ziet mij niet meteen, ik zwaai en hij komt naar me toe gelopen.

 

Marc rukt het velcrobandje met de chip van zijn enkel.  Omwille van de zenuwen duurt het verdomd lang vooraleer ik dat rotding rond mijn enkel krijg.

 

*****

 

Loop, Mark, nu is het aan jou.

 

Ik spurt de box uit en via een bruggetje de grinddreef in.

 

Op datzelfde moment komt een loper in gifgroen shirt mij voorbij.

Even twijfel ik om aan te pikken, maar ik besef meteen dat zijn tempo té hoog ligt, hem volgen zou zelfmoord zijn.

Ik vlieg enkele honderden meters, maar besef dat ik zal moeten doseren om te vermijden dat ik mij finaal opblaas op enkele kilometers.

Ik besluit de loper met gifgroene shirt als ijkpunt te gebruiken.  Door hem gecontroleerd van mij te laten wegglijden, heb ik een idee van mijn eigen tempo, en vooral van mijn verval.  En nu maar hopen dat de gifgroene loper verstand heeft van indelen....

 

Shit, ik heb mijn chrono niet ingedrukt.  Vergeten, de hectiek was te groot.

Dan nu maar.

 

De eerste ronde van 2,5 kilometer kan ik nog een zevental plaatsen opschuiven, maar het is knokken voor elke millimeter, terwijl alles aan mijn lichaam op ontploffen staat.

Pijn, het lijkt wel alsof alles aan het scheuren is.  Dit is jezelf opjagen, tot vér over de limiet.

 

Op het einde van ronde 1 komt Tom Van Hooste mij voorbij.

 

Doortocht finish.  Er wordt mij een haarbandje aangereikt.

 

Heb ik op die 2,5 kilometer plots een bos haar gekweekt die verlegen zit om een haarbandje?

 

Neen, zo blijkt, maar even later besef ik dat dit bandje dient om de lopers van mekaar te kunnen onderscheiden; zij die geen bandje dragen, moeten nog een ronde lopen.

 

Slim!

 

*****

 

Ronde 2.

Uit de wisselbox komen nog steeds lopers.  Die hebben al een flinke achterstand op mij.

Niemand komt me voorbij, niemand komt écht dichterbij.  Dat is al niet slecht.  En de loper met het gifgroene shirt is nog altijd binnen bereik.

 

De tragere lopers worden nu mikpunten om naar toe te stormen.  Telkens speur ik naar de polsbandjes om te controleren of het lopers in ronde 2 zijn.

 

Ah, hier zie, Marc Van Eeghem en Marleen Merckx, bezig met ronde 1.  Ik ga hen voorbij en groet hen.

 

Tempo houden, tempo houden, geen comfort zoeken, neen, pijn zoeken!  De eer van het team rust op mijn frêle schouders.  Niet vertragen!  Het tempo strak!  Pijn!

Ik heb geen flauw idee wat mijn hartstlag is, maar ik vrees vlot boven de 170.  Bijna drie keer per seconde.

 

Waar blijft die vervloekte luchtboog van Red Bull?

 

 

(11 van 192).jpg

 

Finish na 17 minuten 44 seconden.

16,9 km/uur.  Fraai.  Maar ik betwijfel of het effectief 5 km was (hou het vooral stil!).

 

Waar ik wel zeker van ben is dat ik helemaal leeg ben.

En Marc B., voorzitter van het 'Wezels Omslagpunt', vangt me op.  Ik ben helemaal kapot.

 

 

(13 van 192).jpg

 

Het A-team eindigt op plaats 12, wij op plaats 26.

 

(15 van 192).jpg

 

Groepsfoto der gladiatoren.

Gehurkt van links naar rechts: Tim V., Marc B. en uw scribent.

Staand van links naar rechts: Guy VDB, Michele D. en Luc V.

 

*****

 

En dan nu: de hamvraag.

Tom Van Hooste liep de afsluitende 5 kilometer op 13 minuten 44 seconden.  In de uitslag zijn er zowaar een paar ploegen die dat sneller hebben gedaan.

Nu zal u zeggen: dat kan toch.

 

Ja, misschien.

 

Maar hun tijden zijn: 9 minuten 21 seconden en 10 minuten 52 seconden.  Dat kan dan weer niet.

Het wereldrecord op de 5000 meter staat, dacht ik, op 12 minuten 37 seconden en 35 honderdsten.

 

Moet Bekele schrik krijgen?

 

En als ik die twee ploegen (met die onwaarschijnlijke looptijd) erg genereus dezelfde looptijd aanreken als  winnaar Tom Van Hooste, dan belanden ze wel netjes achter ons in de uitslag.

 

AHA!

I rest my case.



En nu ga ik laminaat leggen.

Ook daarvoor heb ik geen talent, zo zal blijken....

 

_________________________________________________________________________

 

De schitterende foto's zijn het werk van fotograaf Luc Poppelaars, één der fotografen van "Wezel op de Foto",  zie ook www.wezelopdefoto.be.

 

 

 

 

 

 

 

13-08-10

Jippikajee motherfucker

Jippikajee motherfucker

 

Sommige mensen vinden lopen maar niks.

Ik vind sommige mensen maar niks.

 

*****

 

En ja, ik weet het, er zijn belangrijker dingen in het leven dan lopen, zoals bijvoorbeeld

......heum   ..........

................ja heum ......................

tja, ik heu...............

 

 

................wacht even, heu..............

neen, ik kom er nog wel op, ik heum...............

 

................of misschien, heu, ..............

 

......neen, toch niet.

 

 

Pijnlijke stilte.

 

Neen, bij nader inzien is er toch niets belangrijker dan lopen in het leven.

 

*****

 

En toch zijn er mensen die me zeggen, wanneer ik bijvoorbeeld kamp met een blessure, dat ik beter zou stoppen met lopen.

 

Pijnlijke stilte 2.

 

Kijk, ik ben een beminnelijk man, je krijgt me écht niet snel kwaad.  Ik kan een en ander hebben, vooraleer ik uit mijn vel spring.  Ik ben eerder iemand van het Belgische compromis, soep die niet zo heet wordt gegeten, sussen, koelen zonder blazen.

 

Maar je hoeft maar in mijn gehoorbereik te suggereren dat lopen een domme sport is, en dat ik er beter mee zou stoppen, om me helemaal over de rooie te krijgen.

 

En vooral dat kapot relativeren kan ik niet verdragen.

  • Lopen, dat is toch enkel de ene voet voor de andere zetten....
  • Je komt aan waar je begonnen bent, waarom blijf je niet gewoon thuis...

 

 

Of deze: "Waarom loop je?  Heb je geen fiets of auto?"

 

Ik heb alles !

Ik ben multimiljonair !

In Euro's!

 

Bij wijze van overdrijven dan.  Ik heb een rekening die soms niet in het rood staat.

Telefoon van de bank: nog een jaar of veertig en alles is afbetaald.

Ik heb het gevoel dat ik helemaal alleen voor de economische crisis opdraai.

 

*****

 

Of wanneer mijn dokter me zegt bij een blessure: "Ach, dat lopen, je moet er de kost niet mee verdienen."

 

Ja dat klopt, doc.

Maar als ik alles laat waarmee ik mijn kost niet verdien, dan vrees ik dat de planeet stopt met draaien.  Of dat toch al minstens de GFT-bak niet meer op straat geraakt.

 

Doe zo maar verder, doc !

Ge zijt goe bezig, doc !

De wereld verzuipt in cynisme, doc !

 

*****

 

Tot mijn vrouw me vroeg: "heb je ooit al voordeel gehaald uit het lopen? "

 

Pijnlijke stilte 3.

 

 

Dat zette me toch wel even aan het denken.  Even maar, en toen kwam er een zondvloed, zeg maar gerust een tsunami aan voordelen:

 

Ik: Ik heb een prachtig lichaam, als het ware geschapen voor de zonde.  Een lichaam gesculptuurd door het lopen, vorm gegeven.  Ik kan vreten en zuipen wat ik wil, dat lichaam staat altijd klaar voor de start.  Trouw als een hond.  Hijgt ook een beetje.

 

Bedenking vrouw: "dat lichaam staat inderdaad altijd klaar voor de start, ten minste waar het de zonde betreft.  Schilderen tuinhuis, daarvoor staat het lichaam iets minder paraat."

 

Ik herhaal: de wereld verzuipt in cynisme.

 

*****

 

Ik: Tijdens het lopen los ik theoretisch alle problemen op die mijn pad kruisen.

 

Bedenking vrouw: "theoretisch ja, maar de praktische kant valt dan weer geheel onder mijn verantwoordelijkheid.  Daarnaast was je meestal de oorzaak van de problemen of creëer je ook weer ontelbare bijkomende problemen."

 

Ik herhaal: de wereld verzuipt in cynisme.

 

*****

 

Ik: Ik kan mijn geest leegmaken tijdens het lopen.

 

Bedenking vrouw: "dat klopt."

 

Nu schrik ik toch wel even, mijn vrouw is het zowaar eens met mij.

Zo cynisch is die wereld nu ook weer niet.

 

Ach er komt nog een vervolg...

 

 

...."dat klopt, zegt mijn vrouw, helaas blijft die geest daarna leeg."

 

Ik herhaal: de wereld verzuipt in cynisme.

 

*****

 

En toch heb ik een keer mijn voordeel gehaald uit het lopen.

 

We waren op vakantie in een decadent luxueus hotel op Gran Canaria.

 

Vadsig worstelden wij ons doorheen All-In formules, wodka en sorbet van aardbei van middernacht tot middernacht.

 

Zoiets.

 

Omdat het er zo heet was, leek lopen geen optie.  Ik kwam per dag een slordige 4 kg bij.

 

Op 14 dagen zou ik mijn gewicht

 

....burps....

 

verdubbeld hebben,

moest ik

 

....burps ....

 

niet zo'n ijzersterk karakter hebben.

 

Wodka, ober, nu!

 

SNELLER !

 

*****

 

Enfin, ik begeef me naar het zwemparadijs.  Op zeesletsen, met pak en zak en opblaasbaar plastic om in te dobberen terwijl de wodka lemon

 

...burps...

 

weer in beken

 

....burps ....

 

zou vloeien.

 

*****

 

Plots roep er iemand:

 

"Stop that thief !"

 

Normaal gesproken kijk ik de andere kant uit bij zo'n voorvallen; er zijn wel iets breder in de schouders gestoken heerschappen die voor zulke zaken in de wieg zijn gelegd.  Die daarvoor ook nog eens de nodige technieken in huis hebben.

 

Ja, ik ben laf, ja!

 

Maar plots merk ik, tot mijn eigen ontzetting,  dat ik een sprint inzet achter een jongeman met getaande huid.  Mager als een panlat.  Met  voetbaleske tatoeages vol Chinese tekens.

 

Ik ken geen Chinees, dus voor mijn part stond er 'Chop Choy met kip' op zijn onderarm getatoeëerd.

Zulke dingen leiden me af, vreemd is dat toch.

 

Enfin, hij vloog als een jonge windhond, met peper in de reet, doorheen het zwembadcomplex.

 

*****

 

Eens je gestart bent, kun je niet meer terug.

Ik dus ook niet.  Mijn (twijfelachtige) eer stond op het spel.

 

En het feit dat ik mijn zeesletsen had verloren onderweg, waardoor ik mijn voetzolen compleet aan het verbranden was op de donkere terrastegels, maakte stoppen ook al onmogelijk.

 

 

De jongen was snel.

 

Wat zal ik zeggen?

Ik was sneller.

 

Ik wist meteen dat deze kerel mij de eerste 25 km niet zou kunnen lossen.  Gelukkig was het zwembadcomplex niet zo erg groot.

 

Op een bepaald punt werd de doorgang voor hem geblokkeerd door een hele resem kris kras geplaatste ligzetels.

 

Een zee van lichtroze strings (op Gran Canaria woedde er toen een soort van epidemie van strings; toch een badpaksoort dat weggelegd is voor een strikt omlijnd en uiterst beperkt publiek.  Dat publiek lag hier niet.).

 

Hij dook het water in.

 

Fatale beslissing.

 

Zwemmend had hij helemaal geen schijn van kans tegen mij, laat ons wel wezen: hij zou hier zwemmen tegen de 2de snelste zwemmer van het bataljon 18de Rijdende Artillerie van het roemruchte Belgische Leger, met basis in de kazerne Luitenant Jean Coppens te Brasschaat, Maria-ter-Heide.  Weliswaar lichting 1986, maar toch.

 

Maar ik bleef wijselijk aan de kant  in de wetenschap dat ik lopend, weliswaar gehinderd door de zondvloed aan strings (vooral ook mentaal en visueel gehinderd), sowieso sneller zou zijn dan de zwemmende delinquent.

 

Hadden we een fiets gehad, dan kon dit ook nog een triatlon worden...

 

Ik was sneller aan de andere kant van het zwembad dan hij en toen zat hij als een rat in de val.  Hij wou uit het zwembad klimmen, maar wat stond daar aan de waterkant?

 

Ik!  De Hercuul van de Noorderkempen!  De Wraakengel!

Ik torende aan de waterkant boven hem uit.

 

Met mijn imposante lichaam.

 

Toch vanuit kikvorsperspectief gezien.

Enkel vanuit kikvorsperspectief gezien.

 

Ik meen toen gezegd te hebben:

"If you try to get out, I'll kick you in the face."

 

Geef toe: stoer toch!

 

Maar toch jammer dat ik toen niet de tegenwoordigheid van geest heb gehad om nog stoerder dingen te zeggen, zoals:

  • Make my day!!!
  • Today it's payday!!!
  • Here comes pain!!!!
  • Jippikajee motherfucker!!!

(copyright: Pacino, Willis, Schwarzenegger en Stallone).

 

Maar zoals altijd, de beste invallen krijg je als het te laat is.

 

*****

 

De betrapte dief gooide toen een soort van zakje, vol juwelen, voor mijn voeten.  Hij werd weggevoerd.  Juwelen terug aan Britse mevrouw bezorgd.

 

Ik was een held.

Iedereen wou mij drankjes aanbieden, maar in een All-In formule is dat wat lullig.

 

Moraal van het verhaal: deze held bleek de enige verliezer te zijn; mijn zeesletsen waren nadien spoorloos verdwenen...

 

*****

 

Nawoord: Trouwens, de triomf was minder groot dan gedacht.

De dieven waren met twee.

Binnengedrongen in het hotel, dwaalden ze door de hotelgangen.  Een open deur, waar het Brits echtpaar doende was met inpakken.  Ze gristen een tasje mee, met daarin alle belangrijke zaken van de mensen: juwelen, paspoorten, geld, vliegtickets,...

Mijnheer en mevrouw in de achtervolging op de twee.

De dieven splitsten zich op.

Mijnheer achter de kerel met nauwelijks materiaal.  Dat bleek een afleidingsmanoeuvre te zijn, de andere kerel schudde mevrouw af en verdween.

Wij pakten degene die het meeste herrie maakte en bewust in het hotelcomplex bleef.  Godzijdank waren er buiten een paar Britten die, op aangeven van mevrouw, de kompaan hebben gepakt.

 

Eind goed, al goed.

 

 

18:42 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-08-10

Band of Brothers

Band of Brothers

 

 

Home, sweet home.

We zijn terug uit vakantie.

En dus dringend aan rust toe.

 

Want het gejakker op de Franse autowegen kruipt niet in de kouwe kleren.  Véél te groot, dat land.  Maar goed, we hebben de jaarlijkse ratrace naar het zuiden weer achter de rug, zonder noemenswaardige schade.  Eén keer geflitst, dat wel, maar dat wordt stilaan traditie.

 

Normandië.

De pispot van Frankrijk.  Als het niet regent, dan smost het.  Goed weer in Normandië = zwaar bewolkt.

 

Eens in het diepe binnenland, merk je dat de tijd hier stil is blijven staan.  Ingeslapen dorpjes langs smalle wegen.  Natuurstenen hoevetjes met rieten daken.   Veel armoedige huisjes, scheef tegen mekaar geleund.  Stoffig.

De charme van lieflijk verval.

 

Normandië is de fruitstreek bij uitstek.  Appels en peren.  Dames en Heren.  Cider en calvados.  En Camembert natuurlijk.

 

Gezellige marktjes, glimmende groenten en fruit, fel geurende kazen en worsten.  De braadkippen worden hier nog boven een echt houtvuur afgebakken.  Pittoreske haventjes, zeevruchten.

 

Normandië is ook bekend voor de landingsstranden van D-Day: Omaha, Utah, Sword en dinges, juist Juno.

Véél gewapend beton gezien.

 

HPIM0244.JPG

 

 

Het gekke was dat er vorige week méér Duitsers in Normandië zaten dan in juni 1944.

 

*****

 

We verbleven in een residentie, pal gelegen op Omaha Beach.

Raar is dat om te staan pootjebaden op het strand dat ooit rood kleurde van het bloed.

The Big Red One, de 1ste Amerikaanse infanteriedivisie, bestormde hier op 6 juni 1944 het zwaar verdedigde strand van Colville.  Daarbij viel het eerste uur maar liefst 30 % van de Amerikanen onder het vijandelijk vuur.

 

 

De ganse kustlijn is één versterkte betonnen burcht geweest, de Atlantikwall bleek een harde noot om kraken.

Getuige daarvan de vele begraafplaatsen: Amerikaanse, Britse, Canadese en Duitse.

 

Boven op de heuvel van Omaha Beach ligt de Amerikaanse Militaire Begraafplaats van Colville-sur-Mer.  9 387  kruisjes in wit marmer, broederlijk verenigd in de dood.  Duizenden jonge mannen, duizenden namen.

Een aantal kruisjes dragen deze inscriptie:


 

 

HPIM0290.JPG

 

Soldaten zonder naam, ongeïdentificeerd.

En de immense begraafplaats kijkt uit op het landingsstrand, waar velen afspraak hadden met het noodlot.

 

HPIM0293.JPG

 

 

 

Beslist de moeite.

Ook de vuurbatterijen van Longues sur Mer,

 

HPIM0079.JPG

 

de Duitse begraafplaats van La Cambe (meer dan 21 000 gesneuvelde soldaten),

 

 

HPIM0004.JPG

 

de resten van de kunstmatige haven van Arromanches

 

HPIM0115.JPG

 

 

en de stelling van Pointe Du Hoc (Rangers Rock) zijn een bezoek waard.

 

En, onvermijdelijk, Mont St Michel natuurlijk...

 

HPIM0267.JPG

 

....waar ik, zeer terecht overigens, heilig werd verklaard...

 

HPIM0256.JPG

 

 

*****

 

Er was één geweldig nadeel aan de residentie op Omaha Beach, waar wij verbleven.

Ze hadden daar namelijk een kolossaal goed restaurant.  In buffetvorm.  Voor een schamel handvol euro's mocht een mens à volonté toetasten.

 

En helaas was de drank ook al inbegrepen.

 

Driewerf helaas.

Rosé of rood van het vat.

Bodemloos vat.

 

En vermits ik nooit kon kiezen wat ik zou eten, heb ik dat dan maar opgelost door elke dag alles te proeven wat er aangeboden werd, om nadien van de allerlekkerste dingen nog een extra portie bij te halen.  Of twee.  Een zware opoffering, het moet gezegd.

 

Alles hebben we gegeten.   Alle mogelijke voor- en hoofdgerechten.  Vis, vlees, paella, pasta's, aardappelen op duizend manieren, groenten gestoofd, gekookt, gebakken, rauw.  Alles.

 

Maar zij die mij kennen, weten dat ik een voorliefde heb voor desserts.

De crème brûlée, tiramisu, chocoladetaart, warm appelgebak met ijs, chocomousse, rijstpap.  Ze moesten er allemaal aan geloven.  Overal zette ik kordaat het mes in, of de lepel.

Een heldendaad, ik weet het.

 

Het resultaat is er dan ook naar.  Broeken die voorheen aan mijn achterste slobberden, zitten nu als gegoten.  Broeken die voordien als gegoten zaten, zitten nog steeds als gegoten, toch zolang ik mijn rits en knoop buiten dienst zet.

Er is nu twee kilogram meer Mark op de planeet.  Voor dezelfde prijs!  Een koopje.  Komt dat zien!

 

Die strijd met de kilocalorieën gingen we reeds aan op Omaha Beach.

 

Daarvoor zijn de loopschoenen mee op reis!  Om te stormen!

 

*****

 

Ik loop op het strand van Omaha Beach.

 

Rechts van mij de zee, links de Duitse stellingen.  In mijn hoofd galmen duizend stemmen; stemmen die me voorwaarts roepen.

 

Ik vlieg het zandpad op, door de duinenrijen, los zand, naast en door de betonnen bunkers.  Het is bijna loodrecht naar boven.

 

Ik voel mijn ademhaling versnellen, mijn hart pompt als razend.

 

Hoger, hoger, hoger, volgende rij bunkers, volhouden, volhouden, volhouden, voorbij de herdenkingszuil van het 1ste Infanterieregiment.

 

Blijf lopen!

 

Vals plat op een smalle grindweg.  Mijn hart bonkt in mijn slapen.  Zuurstofschuld.

 

Op het asfalt.

 

Nog steeds klimmen.

Verzuring in de kuiten.

Het zweet breekt me uit.

 

Voorbij de Amerikaanse begraafplaats.  Lichtjes bergaf: recuperatie.  Dan een licht glooiende asfaltweg naar een rond punt.  Linksaf naar Colville.  Voorbij het Assault Museum.

 

Colville.  Een dorpje, amper een zakdoek groot, 177 inwoners.   Het gemeentehuis doet tevens dienst als  lagere school.

Op de kerkhofmuur lees ik in de vlucht de tekst op een gedenksteen: hier werd in 1942 een jonge partizaan gefusilleerd.  Leeftijd: 24 jaar.  Mijn oudste zoon is net 21 geworden, ik mag er niet aan denken.

 

Honderd meter voorbij de kerk, draai ik linksaf, opnieuw richting Omaha.  Nu voornamelijk bergaf.  En ook dat hakt er flink in.  Sommige stukken zijn erg stijl en is het zaak af te remmen.

 

Ik klok het venijnige rondje af op 23 minuten. Véél te weinig.   Dus dit doen we nog een keer of twee, tot verbijstering van groepjes wandelaars en toeristen.

 

*****

 

Douche.

Ik ben kapot.

 

De klimmetjes hebben me de nek omgedraaid.  Ronde 3 was puur overleven.   Ik glimlach even wanneer ik terugdenk aan het Franse gezin dat zat te picknicken langsheen mijn parcours.

Hoe ze verbouwereerd opkeken telkens die gek om de 23 minuten voorbij kwam gestoomd, terwijl ze stukjes afscheurden van het stokbrood.

 

*****

 

Toch een paar keer de loopschoenen aangetrokken en in dit wonderlijke decor mijn trainingskilometers afgewerkt.  Jammer genoeg strekte onze vakantie niet ver genoeg om dit ook nog mee te pikken.

 

omaha1.jpg

 

Op de achterkant van de folder staat te lezen dat je enkel mag deelnemen mits voorlegging van een doktersattest medische geschiktheid, met aanvaardbare vervaldatum van maximum 1 jaar.  Minderjarigen moeten ouderlijke toestemming hebben.

 

*****

 

 

De avond valt over ons terras dat uitkijkt over Omaha Beach.

Op de achtergrond weerklinkt het geruststellende, monotone ruisen van de branding.

Een meeuw balanceert elegant op de koele, zilte bries.

 

Ik overschouw deze dramatische omgeving, de grillige kustlijn, verzonken in gedachten over wat zich hier afspeelde enkele tientallen jaren geleden.

 

Links zie ik de herdenkingszuil voor de gesneuvelden van The Big Red One.

 

HPIM0252.JPG

 

 

Ik zucht en zoek verstrooiing in een boek.

'De Welwillenden' van Jonathan Littell, een ontluisterend boek over de perversie en ondergang van het Derde Rijk.

Ik lees over Stalingrad, dat andere keerpunt in die grote wereldbrand, toen Teutoonse horden het avondland overspoelden.

 

 

De zon zoekt haar bloedrode ondergang.

En licht een laatste keer mijn glaasje rosé op.

 

HPIM0138.JPG

 

 

 

17:42 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

23-07-10

I'm a train

I'm a train

 

Look at me, I'm a train, I'm a track, I'm a train, I'm a train

I'm a ticket-train, yeah...

Look at me, got a load on my back, I'm a train, I'm a train,

I'm a ticket-train, yeah...

Look at me, I'm goin' somewhere, I'm a train, I'm a train,

I'm a ticket-train yeah...

 

 

Albert Hammond, ook al lang geleden.

 

21 juli, Nationale Feestdag, dus waren we in blijde verwachting van de klassieke 'drache nationale',  de vaderlandse plensbui om de nodige verfrissing te brengen aan stad en land, urbi et orbi, bloemen, planten en de sukkelaars die deelnemen aan de al even klassieke 'Dwars door Kasterlee', wedstrijd over 10 beenharde mijlen.

Slingerend doorheen de Kempense pijnboombossen, klimmen en klauteren over kuitenbijtende duinen, afdalingen vol verraderlijke boomwortels, over lange mulle zandwegen en kleine venijnige knikjes, draaien en keren.

Geen sinecure.

En de hitte zindert nog na tussen de bomen en boven de zandgronden.

 

*****

 

Plaats van afspraak: voetbal- en sportcomplex Tielen.

Het mooie sportcomplex biedt onderdak voor inschrijvingen, kleedruimtes, douches en bewaarplaats bagage.  Blij weerzien met de mensen van AVN: Hild, Els, Benny, Lut.

En dat deze wedstrijd een hoog aanzien geniet, merk je aan de opkomst.  Veel lopers en veel goeie lopers.  Vorig jaar, toch niet bepaald een slecht loopjaar voor ondergetekende, wist ik hier met moeite een 40ste plaats uit de brand te slepen.  Dan weet je het al.  IJzersterke bezetting.

Guido H., snelle loper van AVN, is er ook, maar loopt niet mee.  Blessure.

Frank B. komt aangeland.  Ook iemand die net onder of rond het uur waard is.

Er wordt steen en been geklaagd over de hitte, het gebrek aan zuurstof, de heuvelzone in het begin, over Di Rupo en Contador, over ouder worden, goede voornemens en slechte gewoontes, met of zonder pet.

Zure oprispingen over verzuring in het verschiet.

 

*****

 

We slenteren in groep naar de bushalte.  We worden per bus naar de start gebracht en moeten daarna terug naar hier lopen (andersom was makkelijker geweest).

Frank B. komt vandaag trainen en beweert niet te zullen doorlopen.

 

Nu moet u een aantal dingen weten van Frank B.

Frank B. is huisarts en dus een man met een degelijke opvoeding, diploma's en achtergrond.

Neem dat van mij aan, iemand die dat allemaal niet heeft.

Frank B. is een minzaam man, respectvol, bescheiden.

Neem dat van mij aan, iemand die dat allemaal niet is.

 

MAAR.

Er is altijd een maar.

Zodra je Frank B. een borstnummer op de borst speldt met behulp van 4 veiligheidsspelden, dan krijgt Frank B.  een rare blik in de ogen.

De blik van de waanzinnige.

Frank wordt dan een wild beest.

Gooit het hoofd in de nek en begint te huilen als een wolf.

Straffe gast die een bekertje water voor Frank B. zijn neus weggrist tijdens een wedstrijd.  Die kerel mag zeker zijn van een pakske slaag, al lopend, tegen 3m 38 sec per kilometer.

Echt voorgevallen.

Al lopend in gevecht.

 

U vraagt: Is Frank B. dan een kleerkast van een vent?

Ik antwoord: Bwa neen, 54 kg hoogstens.  Vetpercentage -3%.  Geen kleerkast dus, hoogstens een bijzettafeltje.

 

Maar eens een borstnummer en 4 veiligheidsspelden op de iele borst, dan wordt Frank een vuurspuwend beest.  Zet er een boom voor en hij loopt er brullend door, in een wolk van houtsplinters.

Dat stopt eens hij ergens het woord FINISH heeft gezien.

 

Zonder borstnummer en 4 veiligheidsspelden wordt Frank terug een minzaam man.  Zo heb ik woensdag na de wedstrijd zeker 4 keer zijn Trappist Westmalle afgepakt en opgedronken, geen enkel probleem.  Dan gaat Frank er gewoon een nieuwe halen.

Voor mij.

Straf is dat.

 

*****

 

Op de bus.

Zenuwachtig gelach en gebabbel.  Eerste tussenstop waar de deelnemers aan de 10 km worden gedropt.  Wij moeten nog een etappe verder.

 

Startzone.  Veel bekend volk.  Wat bijpraten met mensen die ik al lang niet meer heb gezien.  Blessures blijken dikwijls boosdoeners van dienst.

Toch wat inlopen.  Ik voel me prima, hoewel, het is nog steeds drukkend heet.

En dan vallen de eerste minuscule regendrupjes.

 

Minuten aftellen en dan is het zover.  Een soort van pistoolschot en we zijn op weg.

Rechts van mij: Frank B.

 

We lopen eerst enkele honderden meter door het centrum van Kasterlee.  We worden in onze opmars gestuit door tragere lopers en Frank B. schiet links het voetpad op.  Ik twijfel iets te lang om mee te gaan.

 

En maar goed ook, want Frank B. moet los door het terras van een taverne lopen.  Moest er net op dat moment een ober buiten stappen met de nodige coupes ijskreem, dan had Frank crème fraiche gehad.

En Frank had niet eens het fatsoen om iets fris van een tafel mee te grissen.  Er stond daar toch een perfect parelende Duvel te blinken...

 

De Geelsebaan op om dan iets verder rechts af te draaien, richting de hel van Kasterlee: de Kastelse Bergen op het Provinciaal Domein  Hoge Mouw.  Ideaal natuurgebied om rustig te wandelen, te slenteren en te flaneren.  Als een  mafketel hardlopen, ligt net iets moeilijker.

 

De eerste duin zegt Frank B. dat hij een plaspauze in wil lassen en roept me na: "Ga maar door!"

Dat doe ik.

 

De duinen blijven mekaar opvolgen.

De ademhaling en hartslag gaan telkens met een snok naar omhoog.  Het tempo met eenzelfde snok naar beneden.  Trapjes oplopen, gevuld met los zand.  Dit is interval op het scherp van de snee.

 

Beulenwerk.

Beestenwerk.

 

Over een beest gesproken.  Frank B. heeft in een mum van tijd zijn achterstand op mij terug goed gemaakt.  Onwaarschijnlijk.

En dan maak ik de fout om met hem mee te schuiven.  Op amper een kilometer tijd brand ik mij helemaal op in het spoor van Frank.

Qua stommiteit kan dat tellen.

Maar dan krijgt Frank die rode waas voor de ogen en zet hij er nog een tand bij  op een volgende beklimming.  Hij spurt naar boven, stofwolken opgooiend, en remonteert daarbij vlotjes een zevental lopers.  Ik zal hem pas aan de finish terugzien.

 

Even kijken en koppen tellen.

Waar zitten we?

Niet ver achter Luc S. en Tine D., zo blijkt.

En dat is slecht nieuws.

Want enkel in absolute topconditie kan ik dit duo volgen.  En ik vrees dat ik nu niet bepaald op mijn top zit en me mijn voortvarende start ga beklagen.

Toch wil ik proberen de aansluiting te maken en me te laten meedrijven.

 

Niet ver achter.  Een meter of twintig.

Wat is twintig meter?

Een lachertje.

Maar wat ik ook probeer, ik krijg ze niet dichtgelopen.  Ik nader verschillende keren tot op een 10-tal meter, om ze daarna weer prompt in te leveren.

 

*****

 

Ik sterf duizend maal duizend keer.  Elke heuvel zuigt het laatste restje energie uit mijn brandende kuiten.  En de steile duinen blijven mekaar maar opvolgen.

Dwars door Kasterlee 240.jpg

 

 

 

Er komt geen eind aan de lijdensweg.

Ik ben zo kapot dat ik zelfs geen tussentijden kan memoriseren.  En dat is een teken aan de wand.  Teken dat ik me finaal opgeblazen heb.

Het enige dat nog doordringt is dat kilometer acht bereikt werd na dik 34 minuten.

Alles in acht genomen, heuvels en hitte, nog niet eens zo gek.

Nu de tweede adem vinden.

 

 

 

*****

 

Niets gevonden.

En alles doet pijn.  Ik stoot mijn linkervoet tegen een stronk.  Ik trap met mijn rechter dikke teen op een scherp stukje steen.

 

En op kilometer 10 gaat de geest helemaal uit de fles.  Luc S. en Tine schuiven van me weg.  En loper na loper komt me voorbij.  Even aanpikken om binnen enkele meters er genadeloos weer af te moeten.

Ik voel me misselijk en heb honger tegelijkertijd.

Bizar.

 

Die vervloekte compressiekousen zijn gloeiend heet.  Kuiten helemaal opgepompt.  Ademhaling schrijnt.  Ik heb altijd dorst, zelfs als ik drink.

En elke knikje in het parcours doet nu beestig pijn.

Ik verzwik lichtjes mijn rechtervoet.  Dat kan er ook nog bij.  Ik registreer het nauwelijks.

 

Het tempo gaat er nu helemaal uit.  Telkens ik omkijk, melden zich nieuwe achtervolgers.

Een zwarte dag.

Zoveel is nu wel duidelijk.

 

En de martelgang blijft duren.  Ellenlange zandstroken mul zand, waarin alle energie verdwijnt.  En de kilometerbordjes blijven weg.

Brugje over.

Zanddreef na zanddreef.

 

Waarom doe ik me dit aan?

 

En dan eindelijk, bevinden we ons in de laatste kilometer.

Nu nog even het spoor over, en dan koers zetten naar het sportcomplex van Tielen.

Even het spoor over.

Ja hoor.

 

De trein.

Licht op rood en slagbomen naar beneden.

Ik stop omdat de seingever me daartoe verplicht.  Twee lopers achter mij flitsen tussen de gesloten slagbomen door en zetten hun wedstrijd verder.

Mijn goesting is nu helemaal over.

Ik verlies hier kostbare seconden/minuten.  En een pak achtervolgers maken hun achterstand op mij goed, dank zij de tussenkomst van de trein.

Uithijgen aan de spoorwegovergang.

En dat duurt en blijft duren.

Deze brave jongen wacht tot de lichtjes weer maanwit oplichten alvorens te vertrekken.  Anderen schieten vlak achter de trein weer weg.  Makkelijk 10 plaatsen kwijtgespeeld op die manier.

Leuk is anders.

 

 

Ik sleep mijn beursgebeukte lijf naar de finish.

 

IMG_2871.jpg

 

 

Plaats 75.  1 uur 13 minuten 39 seconden.

Schandelijk.

Bijna 4 minuten trager, vergeleken met 2009.

De tweede helft van het parcours, de minst zware helft, heb ik maar liefst 39 minuten gedaan over 8 kilometer.  Wat een debacle!

Ok, de trein heeft tijd gekost, maar zeker geen 4 minuten.  En vorig jaar was het ook al heet, dus weeral geen geldige uitvlucht.

 

Ik ben kapot.  Helemaal leeg.  En stel me vragen over wat me overkomen is.

Een totale instorting.  Slechte dag.  Slechte indeling.  Gemis aan basis.  Lange afstand kan nog niet tegen hogere snelheid.  Zeker niet op deze ondergrond en met die opeenvolging van tergend zware heuvels.

Een lesje in bescheidenheid.

Maar, we waren er bij!

 

*****

 

De finishzone.  Wat nahijgen en napraten met Frank B., inmiddels zonder borstnummer.  Frank liep 1 uur 2 minuten.  Knap dus.

Douchen met heel heet water zorgt ervoor dat we nadien blijven zweten.  Leuk!

 

In ruil voor het borstnummer krijg je een aandenken.  Keuze tussen een T-shirt of een fles 75 cl Trappist Westmalle.

En omdat een fles trappist niet gestreken moet worden, hebben we dat maar gekozen.

 

Verrassing!  Indien er een 9 in je borstnummer voorkwam, kreeg je nog een extra prijs: een fles Cava.

Exact.

Ik had nummer 168.

Een mens zou er van onder de trein springen.

 

*****

 

En terwijl de brassband een deuntje koper galmt, de geur van hamburgers en hotdogs het reukorgaan prikkelen,  zijn wij getuige van de cérémonie protocolaire, waarbij de speaker van dienst bijna elke naam van elke gehuldigde weet te versjteren in combinatie met een bedenkelijk soort humor....

De dames aan onze tafel laten zich ook goed gaan in het becommentariëren van seksegenoten:

"Zie wat een stekkebeentjes."

"Die heeft geen schap."

Voor onze noorderburen: Schap = plank om iets op te zetten.  Maar in ons dialect wordt daarmee ook de boezem bedoeld.

 

*****

 

Dames en heren.

Deze blog gaat voor een paar weken op vakantie.

Wij zoeken andere oorden op.


Ik ga nu inpakken.


Wat gaat er eerst in de valies?


De loopschoenen Brooks Adrenaline GTS.


Op weg naar Fransche grond....

 

_______________________________________________________

Foto's van de webstek van de organisatie: lage resolutie, helaas.

18:54 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

20-07-10

Eddy Merckx

Eddy Merckx

 

Ach, de vakantie kabbelt gezapig verder.

De dagen in luiheid rijgen zich als een paternoster aan mekaar.

En in de verte ruik ik al de geur van nieuwe boekentassen.

De geur van verschaalde koffie in eindeloze, sombere gangen.

En hoor ik niet het scherpslijpen van een potlood?

Het kriegel krassen van het krijt?

 

Maar voorlopig geuren de barbecues nog geruststellend en doet de ijskoude witte wijn de glazen tranen.

Een zuchtje wind brengt nauwelijks verkoeling.

 

De slaven van de weg beulen in het hooggebergte.

De Aspin, de Tourmalet, Aubisque.

Rodania.

Witgekalkte namen op smeltend asfalt.

Flitsende spaken lopen spaak.

Haarspeldbocht.

 

 

Beelden spoken door mijn hoofd.

Hoe we in vervlogen tijden de Ronde naspeelden met knikkers in het zand.

Merckx won altijd.

En Herman Beysens kreeg een ereplaats.

De bruine truitjes van Molteni.

Fred De Bruyne gaf commentaar.

Jan Wauters op de radio.

De melancholie regeert.

 

Herman_BEYSENS1ja.jpg

 

1972.

Herman Beysens wordt derde in de rit naar St.-Jean-de-Monts.

De soundtrack van mijn jeugd.

How do you do? van Mouth & MacNeal teistert de radio.  Maar ook School's Out van Alice Cooper.  Layla van Derek and the Dominos.  Morning has Broken van Cat Stevens.  Thumbling Dive van The Rolling Stones.  Song Sung Blue van Neil Diamond.  A Horse with no Name van America.  Heart of Gold van Neil Young.  Mother and Child Reunion van Paul Simon.

Nog namen?

Presley, Moody Blues, Michael Jackson, The Temptations, Chuck Berry, Bill Withers, Jim Croce, Carpenters, The Hollies, Elton John, Sammy Davis Jr, Al Green, Dr Hook, Jackson Browne, Carole King, The Osmonds, Albert Hammond, Melanie.

Allemaal 1972.

 

*****

 

Ik sta in mijn straat bekend als een loper.

Mensen weten dat ik die rare gewoonte heb.  Zij zien uiteraard ook dat die doorgedreven toewijding aan de loopsport vruchten afwerpt.

Zij benijden mij mijn goddelijk lichaam.

Ik weet het, het klinkt hautain, maar de waarheid, hoe bitter ook, heeft haar rechten.

Mijn lichaam, gemaakt voor het lopen en de zonde (willekeurige volgorde).

Mensen zijn daar jaloers op, we moeten daar niet kinderachtig over doen.  En zo komt af en toe eens iemand polsen hoe hij/zij moet starten met lopen.   Om uiteindelijk ook over zo'n prachtig uitgebalanceerd lichaam te kunnen beschikken.

En die adelaarsblik, natuurlijk.  Waarmee ik het gekrassel rondom mij hoofdschuddend bekijk.

 

*****

 

Stel mij een vraag over lopen en we zijn vertrokken voor een paar uur.  Tabellen en grafieken, besttijden en blessures, het passeert allemaal de revue, bevattelijk uitgelegd met een milde dosis humor hier en een vrolijke anekdote daar, dit alles geïllustreerd met de nodige powerpoint-presentaties.

Ja, het is zo.

Zo vroeg een aantal jaren geleden een bevriend loper, die voor het eerst ging deelnemen aan de 20 Km door Brussel, wat hij van voeding en drank moest meenemen.

We hebben ons toen wel héél erg laten meeslepen in onze uiteenzetting over hydratatie en koolhydraten, isotone drankjes en dies meer.  Ik meen me te herinneren dat hij zich aan de bus naar Brussel aanmeldde met een sporttas, ter grootte van een kleine aanhangwagen.

Hij liep gebukt onder het enorme gewicht van zijn sporttas.

Liters en liters kleurrijke sportdrank, broodjes met alle soorten beleg, pasta's in alle geuren en kleuren.  De helft van de bus heeft zich een beroerte gegeten en gedronken om de arme man van zijn stock af te helpen.

Nu ja, meelopen kon hij uiteindelijk toch niet; hij had zich een hernia getild aan de sporttas.

Gelukkig was mijn vriend Tom aanwezig, qua afvalverwerking blijft hij toch een baken in moeilijke tijden.

 

*****

 

Mijn buurman Herman kwam zo op een blauwe maandag bij mij aanbellen met de melding dat hij ook wou beginnen lopen.   Herman is iemand die een liederlijk leven leidt.

Wijntje, trijntje, als u begrijpt wat ik bedoel.

 

*****

 

Ik ga altijd voor de korte pijn.

Ik monster de hangbuik, grijp naar de love-handles, en breng de dubbele kinnen schematisch in kaart.

Vervolgens laat ik de scherprechter aanrukken.

De weegschaal.

Na wat onheilspellend gekraak gaat de weegschaal vlotjes in het rood.

We fronsen onze wenkbrauwen, wrijven wat over onze kin en komen dan met de ijskoude douche, het verdict.

 

Ik zeg hem dat het onmogelijk is om dat lichaam aan het lopen te krijgen.

Dat de verzekering dat niet dekt.

Dat het ook nog eens schadelijk is voor het wegdek.

Dat hij eerst gewicht moet verliezen.

Dat hij op zijn voeding moet letten.

Dat hij eerst beter wat gaat fietsen of zwemmen of een andere non-sport moet beoefenen, vooraleer hij tot de galerij der halfgoden van het lopen kan toetreden.

 

*****

 

Een beteuterde buurman is het gevolg.

Mijn hart breekt.

Ik ben ook maar een mens.

Met een gevoelige kant.

 

Ik zeg dat ik hem zal begeleiden.

Dat ik zijn persoonlijke  Johan Bruyneel zal worden.

Dat we samen de sportman uit dit dikke omhulsel zullen sleuren.

 

Ik laat me soms nogal meeslepen in mijn betoog.

Ook aan de toog trouwens.

 

*****

 

Een week later meldt mijn buurman zich bij mij.  Met een hagelnieuwe koersfiets uit de Eddy Merckx-stal.

Carbon en hoge velgen.

Duurste Shimano.

Banden: drie millimeter, gewicht fiets: circa 42 gram.

Kostprijs: het bruto nationaal product van een of andere bananenrepubliek.

 

Buurman zit ook perfect in het pak.

Een outfit van Quick-Step.

Weliswaar zo opgespannen rond zijn pens dat het eerder

 

Quuuuiiiiiick Steeeeeeeeep

 

geworden is.

 

Zijn donkerblauwe broek wordt doorschijnend lichtblauw door de spanning op de bilpartij.

 

Flitsend witte benen met bosjes zwart haar.

Een mens zou zowaar hopen op een valpartij.

 

Ik snor snel een mountainbike op uit de garage die al door 2 kinderen mismeesterd werd.  Banden 12 centimeter breed, met een profiel dat niet zou misstaan op de maanlander.  Gietijzeren frame.  Geschat gewicht fiets: circa één Renault Clio.

Banden aan de slappe kant, en nergens een pomp te vinden; ooit wurg ik die kinderen!

 

*****

 

Wij gaan samen op pad.

Buurman zwoegt en zweet in mijn wiel dat horen en zien vergaat.  Mijn hartslag ligt rond de 62, de zijne schat ik een slordige 200-tal slagen hoger.

We rijden verschroeiend hard.......

.......ongeveer 24 km per uur.

Met een forse rugwind.

Ik spurt sneller.

Lopend, bedoel ik dan.

 

Na een uurtje de denigrerende opmerkingen van een aantal terrasjes te hebben doorstaan, besluiten we dat de eerste trainingssessie een doorslaand succes is geweest en keren we moe en tevreden huiswaarts.

 

Buurman moe,

ik tevreden (dat het voorbij is).

 

*****

 

Mijn buurman vraagt of ik even binnenkom om iets fris te drinken.

Ik verwacht een isotone sportdrank, maar Herman had, erg vooruitziend, een bakje Palm ijskoud gelegd.

En wat cava.

En een koppel flesjes wijn.

En voor de vrouwen ook nog iets zoets.

 

In één zwierige beweging worden kroonkurken ontmanteld, schieten kurken in het zwerk, en wordt de  barbecue in de fik gestoken.

De diepvries braakt lamskoteletten, gemarineerde scampi's, spek, ribbetjes, biefstukken gedrenkt in porto, appeltjes met kaneel, liters en liters roomijs.

 

Een wild feest barst los.

Ik dacht een driedaagse.

Die op rollen liep.

 

Op de fietstocht had ik 12 calorieën verbrand.

De driedaagse heeft onze twee gezinnen in totaal 12 kg extra gewicht opgeleverd, waarvan Herman er moedig zes voor zijn rekening nam.

Alles voor de sport...

 

*****

 

Dames en Heren,

mag ik u bij deze vriendelijk verzoeken recht te staan en de rechterhand op het hart te leggen en mee te zingen met de Brabançonne (tekst hieronder):

 

Oh dierbaar België,

onze ezel kan niet schijten,

want zijn hol,

is dichtgeplakt met col...

 

Oh shit, dit is niet correct.

 

Enfin, morgen 21 juli, de laatste loopafspraak op Belgische bodem, te Kasterlee.  Dwars door Kasterlee, een bloedmooie en loodzware wedstrijd door de Kempense bossen en duinen.

Goed voor 16 km.

Het zal ons alle kracht en bloed van onze ad'ren kosten.

Laat wapperen die tricolore!

 

 

Ieper2009 098.jpg

 

 

O dierbaar België

O heilig land der Vaad'ren

Onze ziel en ons hart zijn u gewijd.

Aanvaard ons kracht en het bloed van onze ad'ren,

Wees ons doel in arbeid en in strijd.

Bloei, o land, in eendracht niet te breken;

Wees immer u zelf en ongeknecht,

Het woord getrouw, dat g' onbevreesd moogt spreken:

Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.

Het woord getrouw, dat g' onbevreesd moogt spreken:

Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.

Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.

Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.

TSJING BOEM!

 

 

18:47 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-07-10

Markies De Sade

Markies De Sade

 

Belofte maakt schuld.

Ik ging u verblijden met foto's van mijn Yellowcord-installatie.  Vernuftig systeem om de (zijwaartse) buik- en rugspieren te trainen (core stability!) dat door uw dienaar al doe-het-zelvend in mekaar werd geflanst.

Geniaal!

Minstens!

Voor de gemiddelde SM-meesteres is dit kinderspel, het setje voor beginners als het ware, maar alle begin is moeilijk, wist ook meesteres Juno.

Enfin, let the games begin....

 

HPIM0212.JPG

 

De touwen hangen dus vanop de bovenverdieping naar beneden.  Je kan ze hoger hangen  (en de oefeningen zwaarder maken) door de touwen meerdere malen rond de spijlen van de balustrade te wikkelen.

Het zwarte rek op de voorgrond is ons schoenenrek.

Ons?

Ons?

Neen, eerder dat van mijn vrouw.

Ik heb twee paar schoenen.  Eén paar loopschoenen Brooks voor het beoefenen der edele loopsport (en nog een tiental andere als geruststellende reserve in de garage) en één paar deftige schoenen (voor huwelijken, begrafenissen, kerst en nieuwjaar).

Mijn vrouw heeft (en ik haal even diep adem): 62 paar platte schoenen, 48 paar open schoenen,  dezelfde hoeveelheden maar dan mét hakje, enkele dozijnen lage laarzen, idem halfhoge,  idem hoge laarzen, sandalen, en ook nog een paar sloefen.

En dan staan de winterversies nog ergens boven (netjes verdeeld over de bovenverdieping, kwestie dat ons huis niet zou wegzakken naar één kant).

Imelda Marcos is een zielige klaploopster, vergeleken met mijn vrouw.

 

Speciaal voor de foto  heb ik het rek leeggemaakt.

Ik?

Ik?

Kind 2, Kind 1 en uw dienaar zijn er een uurtje mee zoet geweest.  Met rieken en kruiwagens.

 

En daarna de gang stofzuigen natuurlijk.

Want we willen toch een goede indruk op u maken.

U verdient dat, waarde lezer.

Enkel het allerbeste is bijna goed genoeg voor u.

 

HPIM0211.JPG

 

 

Detail van de voetbeugels.  In feite draagriemen van fietstassen.  Fietstassen ontworpen door Walter Van Beirendonck tussen haakjes.  Ja, als we iets doen, dan liefst in stijl....

 

Links nog restanten van een verdwaalde jas.

Wat voor de schoenen opgaat (zie hoger), is ook van toepassing op de jassen.

We hebben de zone waar de touwen hangen vrij gemaakt van jassen, maar hebben de handdoek in de ring gegooid nadat het volume de twee ton had overschreden.

 

Trouwens, aan de kapstok hing ook nog een bonte verzameling handtassen.  Bij een laatste periodieke controle blijkt dat mijn vrouw, geheel in lijn met onze verwachtingen, over twee handen beschikt.

Daaraan verbonden de benodigde armen.  Waaraan dus tassen kunnen gehangen worden.

Indien nodig, in extreme omstandigheden dus, kan men desgewillend twee handtassen aan mijn vrouw bevestigen.

De vraag waarom ze dan 36 handtassen moet bezitten, valt in te delen in de categorie: grote mysteries der mensheid.

Ofwel heeft mijn vrouw de verantwoordelijkheid op zich genomen de economie in het algemeen en de handtassenindustrie in het bijzonder te steunen.

Dat is dan weer erg nobel van haar, dat wel...

 

HPIM0208.JPG

 

 

 

Detail van de tepelklemmen.

Geef maar toe dat u schrok!

Ja, bij de les blijven....

Neen, grapje, detail van de bevestigingshaak.  Lus gemaakt met behulp van kabelklem.

Artisanaal.  Dat wel.

 

Zo'n musketons, dat vind ik lekker stoer gerief.  Daar begint mijn borsthaar spontaan van te krullen.

Maten, makkers, Maes.

En dan komt meteen de 'goesting' boven om te gaan bergbeklimmen.  Maar mijn vrouw oppert dat iemand die in juli nog steeds een donsdeken nodig heeft wegens koukleum, niets te zoeken heeft op de flanken van Everest.

Daar zit ook weer iets in.

 

*****

 

Enkele voorbeelden van oefeningen.

Denkt u het gekreun, gekerm, gejank en het parelende zweet er even zelf bij?

Dank u voor uw bereidwillige medewerking.

 

HPIM0210.JPG

 

Schouders op de grond, handen op de buik, één been in de lus, het andere been vrij, bekken omhoog.

God, nu valt het me pas op.  Bruine bovenbenen en melkwitte kuiten.

Dat is één van de belachelijke gevolgen van het lopen met compressiekousen, naast het feit dat er altijd wel een leukerd is die je naroept: "Heb je daar ook jarretelles voor?"

Compressiekousen zorgen voor een sneller herstel en voor een verminderd risico op kuitblessures.  Zo staat het in de "geeuw" saaie brochure.

U zegt?

Of ik aan den lijve heb ondervonden of die compressiekousen enig nut hebben?

 

GEEN FLAUW IDEE!

Neen, ik weet het niet.

Maar nu durf ik er ook niet meer mee stoppen.  Bang dat mijn compressiekousen wraak zullen nemen en me zullen opzadelen met eindeloze reeksen contracturen.

Alles voor de sport.

 

 

HPIM0215.JPG

 

 

Steunen op de onderarmen, bekken omhoog, benen spreiden en terug sluiten(10x), dan pas terug met de buik landen op het kussen.

 

HPIM0216.JPG

 

 

 

Steunen op de onderarmen, bekken eerst recht (plank vormen in de beugels).  Bekken omhoog brengen (zie foto) en terug naar rechte stand (zonder helemaal door te zakken naar het kussen).  Daarna idem, eerst knieën samen onder de buik brengen, daarna afwisselend (alsof je fietst).

Dat telkens tien maal en je bent je eigen voornaam vergeten.

Dan nog zijwaartse varianten.

De volledige reeks afwerken duurt ongeveer 40 minuten en dan ben je helemaal pampus.

 

Ja, inderdaad, het zijn muggenbeten op mijn linkerbeen.

Iedereen wil wel wat van mij.

Zo zijn bijvoorbeeld de muggen zwaar verslaafd aan mijn bloed.  Als wraak zorg ik af en toe voor een strafbaar promille in mijn bloed, zodat de muggen de dag nadien wellicht een kater van jewelste hebben...

 

*****

 

Tot slot: mijn juridische adviseurs hebben me aangeraden toch een woord van waarschuwing aan u te richten (met bijhorende strenge blik).

Kijk, we kunnen niet allemaal even briljant zijn.

Dat besef ik als geen ander.

Bezint eer ge begint.

Indien u, ja u daar met die twee linkerhanden, zelf een touwenconstructie bouwt voor trainingen geschoeid op de principes van Markies De Sade,  en één van de touwen knapt tijdens bovenstaande oefening, dan kan het volgende uw deel zijn: een verbrijzelde knieschijf, tanden door bovenlip, gebroken jukbeen én een beschadigd ego.

Ik wijs elke verantwoordelijkheid in deze van de hand.

18:33 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

14-07-10

Riders on the storm

Riders on the storm

 

Maandag 12 juli 2010

 

Warm, nog steeds warm.

En in alle vroegte gorren we de loopschoenen aan voor een gezapige duurloop.

Het is laf, maar er hangt elektriciteit in de lucht.

 

Ik loop door de straten van mijn thuisstad.

 

En overpeins een weekend vol spannende belevenissen.

 

 

*****

 

Zaterdag 10 juli 2010

 

Wanneer ik in mijn wagen stap, meldt de boordcomputer 41 graden Celsius.  Daar zal de stralingswarmte van het metaal niet vreemd aan zijn.

Eens we aan het rijden zijn, zakt de temperatuur naar 36°.

 

Het is bloedheet.

De Kempen kreunt onder een hittegolf.

 

Vanavond sta ik aan de start te Loenhout, voor een wedstrijd over 9 km.  Gekkenwerk.

Ik bel mijn vriend en loopmakker Tom om af te spreken voor vanavond.  Maar Tom geeft forfait, een lange slopende tennismatch in de brandende zon heeft hem helemaal gesloopt.  En hij geeft te kennen dat enkel complete idioten lopen in deze omstandigheden.

Goed, dat is dan bij deze genoteerd.

 

Op de website van de organisatie staat te lezen dat de wedstrijd start om 18u.

Het is amper 11,6 km naar de startplek, dus we zadelen de fiets en geven de sporen rond kwart voor vijf.

Het is in die mate warm, dat het zweet me zelfs uitbreekt bij traag fietsen.  Even voorbij de brug over de autoweg, beslis ik even halt te houden om wat te drinken.

 

Ik stop.

En binnen de seconde breekt het zweet me helemaal uit.

Ik besluit verder te rijden en wil op mijn fiets stappen.

 

 

SCHEUR.

 

Mijn broek scheurt.

En in een cruciale zone.  Vooraan, net onder de gulp en zo verder naar beneden.

Leuk!

En sexy!

En de scheur onthult een hagelwitte onderbroek (godzijdank was het de tweede zaterdag van een oneven maand, zodat deze onderbroek amper 8 weken oud was, oef!, wat een opluchting).

 

Jaja, het is al goed, ik hoor het u allemaal wel denken: Mark, het loopwonder, is in die mate zwaar geschapen dat broeken spontaan uit hun naden barsten.

Dat klopt inderdaad.

 

Neen, de ware reden van de scheurbroek is te vinden in de extreme warmte.  Omdat mijn bovenbeen zwaar bezweet is, glijdt mijn korte broek niet mee in de opstapbeweging wat een scheur veroorzaakte.

 

Memo aan mezelf: zou ik naald en draad moeten opnemen in de standaarduitrusting in mijn looprugzak?

Memo 2: Ter overweging ook: hoe te naaien, zonder het risico op zelfverminking?  Een Prins Albert piercing staat niet erg hoog genoteerd op mijn verlanglijstje.

 

Nu ja, zo’n gescheurde broek staat wel stoer.  Vooral al fietsend.  Elke keer ik trap gaat de opening open vooraan, en komt er tussen het blauw van mijn  short een witte flits tevoorschijn.

 

En koele ballen, dat ook!

Heerlijk.

Neen, ik vind het prima zo.

 

*****

 

Al fietsend dwalen mijn gedachten af.

En probeer ik het grootste priemgetal te vinden.  Helaas was het slechts 11,6 km ver, en kwam ik niet verder dan dit, mijn excuses…

 

4 8565078965 7397829309

8418946942 8613770744 2087351357 9240196520 7366869851 3401047237

4469687974 3992611751 0973777701 0274475280 4905883138 4037549709

9879096539 5522701171 2157025974 6669932402 2683459661 9606034851

7424977358 4685188556 7457025712 5474999648 2194184655 7100841190

8625971694 7970799152 0048667099 7592359606 1320725973 7979936188

6063169144 7358830024 5336972781 8139147979 5551339994 9394882899

8469178361 0018259789 0103160196 1835034344 8956870538 4520853804

5842415654 8248893338 0474758711 2833959896 8522325446 0840897111

9771276941 2079586244 0547161321 0050064598 2017696177 1809478113

6220027234 4827224932 3259547234 6880029277 7649790614 8129840428

3457201463 4896854716 9082354737 8356619721 8622496943 1622716663

9390554302 4156473292 4855248991 2257394665 4862714048 2117138124

3882177176 0298412552 4464744505 5834628144 8833563190 2725319590

4392838737 6407391689 1257924055 0156208897 8716337599 9107887084

9081590975 4801928576 8451988596 3053238234 9055809203 2999603234

4711407760 1984716353 1161713078 5760848622 3637028357 0104961259

5681846785 9653331007 7017991614 6744725492 7283348691 6000647585

9174627812 1269007351 8309241530 1063028932 9566584366 2000800476

7789679843 8209079761 9859493646 3093805863 3672146969 5975027968

7712057249 9666698056 1453382074 1203159337 7030994915 2746918356

5937621022 2006812679 8273445760 9380203044 7912277498 0917955938

3871210005 8876668925 8448700470 7725524970 6044465212 7130404321

1826101035 9118647666 2963858495 0874484973 7347686142 0880529443

 

Net bij het binnenrijden van Loenhout vond ik nog dit palindroompriemgetal, een priemgetal dat je zowel van rechts naar links als omgekeerd kunt lezen (zoals het woord lepel).

 

123456789098765432123456789098765432123456789098765

4321234567890987654321234567890987654321

 

En het is warm.  Zo warm dat de lucht dik lijkt.  Moeilijk inademen.  Een mens zou verlangen naar mes en vork om de lucht in verteerbare stukjes te hakken.

 

We zijn ter plekke aangekomen.  De inschrijving is nog niet actief.

Het legioen lopers van AVN, de atletiekclub van mijn thuisstad, arriveert quasi gelijktijdig met uw dienaar.

Plots sijpelt het bericht binnen dat de jeugdreeksen om 18u starten, en de volwassenen om 19u.

 

Lap!

 

Het is kwart na vijf.  We moeten 1 uur en drie kwartier zoek maken.

Wat gekeuvel met de collega’s van AVN.  Ik laat de dames op eenvoudig verzoek mijn onderbroek zien.  Wat op gekir wordt onthaald.  En ik beweer uiteraard dat mijn broek gescheurd is omwille van het achterliggend geweld (noem mij desnoods de witte neger van de Kempen, of neen, bij nader inzien, laat maar).

 

We kunnen inschrijven! Voor drie euro verwerven we het recht op deelname.

 

Nadat ik nog een kwartiertje de exhibitionist heb uitgehangen met mijn gescheurde broek (waarbij ik diverse dames gillend laat wegstuiven), beslis ik de kleedkamer op te zoeken en me in mijn loopuitrusting te hijsen.

 

De omkleedruimte is te vinden bij Bella, een vriendin van mij voor het leven.  Bella is een zeer merkwaardige vrouw.  Ze heeft namelijk VIER tepels.

Schijnt redelijk normaal te zijn voor een koe….

 

Op een bord staat met krijt doodnuchter geschreven: WASPLAATS.

Tijdens het omkleden sijpelen de lopers de “wasplaats” binnen.  Waaronder mijn vrienden/concurrenten van het Omslagpunt: Marc B. en Dré B.  We maken ons op voor alweer een duel op het scherp van de snee.

 

Eens de jeugdreeksen gestart zijn, is er genoeg afleiding om de klok wat sneller te laten gaan.

 

Toch nog een behoorlijke opkomst, gezien de bakoven.  Een honderdtal deelnemers over de drie afstanden (3, 6 ,9 km).

We figureren op de 9 km, of wat dacht u, en daar zijn we met 32 lopers (M/V).

 

*****

 

 

De start.  Ik nestel me achter de brede rug van Marc B.   Vlak voor hem loopt Dré B.  Een behouden start, want kilometer 1 bereiken we na 3 min 48 sec.  Dré heeft een immens technologisch monster aan zijn pols hangen, een Garmin waarmee je alles, maar dan ook alles kan berekenen.  Zo bevonden we ons bijvoorbeeld 384 000 kilometer van de maan.  En het horloge gaf van die piepsignalen, waarbij je toch onbewust naar je broekzak grijpt, op zoek naar een GSM.

Enfin, de eerste kilometer was het nog voorzichtig aftasten.  Er schoten snellere lopers voorbij, de overschatters werden er uit gelopen.

Uiteindelijk bleven we met vier lopers bij mekaar.  En even kreeg ik de indruk dat Dré en Marc hadden afgesproken om beurtelings het gat te laten vallen, om mij te dwingen dat toe te lopen.

Wat we met alle mogelijke vormen van plezier deden.

 

Doortocht aan de finish na 3 kilometer: 11 minuten 38 seconden.

Vlotjes.

Maar het ademen valt zwaar, het is dikke lucht.  En het zweet loopt tappelings.  Aan de bevoorrading wordt ijskoud water uitgereikt.  Het contrast met het verhitte lichaam is groot en doet naar adem happen.

 

Ronde 2.

Eerst een stuk windop.

Dré neemt de kop, en we volgen netjes op een rij.  Ik heb het gevoel dat ik sneller kan, maar ik durf niet, wegens de vrees om een serieuze optater te krijgen van de warmte.

Ik bedwing mijn aanvalslust en blijf netjes in het rijtje zitten, een volleerde zweetdief.  Zoetemelkiaans.

De laatste kilometer van ronde 2 merk ik dat Marc B. en loper nr 4 een paar meter hebben moeten toegeven.  Dat is het signaal om even de kop te nemen en Dré B. op sleeptouw te nemen.  We halen de zes kilometer op 24 minuten en enkele seconden.

 

Ronde 3.

Ik neem nu het kopwerk voor mijn rekening windop.  Eigenlijk is het mijn bedoeling tweeërlei: ten eerste de voorsprong op Marc B. uitdiepen en ten tweede proberen om Dré te doen kraken, maar ik merk dat hij vlot meegaat.  Van Marc B. is inmiddels geen spoor meer.

Zone zand.

Op kilometer 7 (weer een riedeltje op de Garmin van Dré) komt hij me voorbij en begint op zijn beurt aan de kop te sleuren.

Ik voel dat ik vér boven mijn mogelijkheden moet lopen en zie Dré meter per meter van me wegschuiven (Dré liep een stomende kilometer in 3 minuten 50 seconden).

 

Ik moet passen.

 

Nu is het zaak om niet totaal in te storten.  Maar een blik over de schouder leert dat loper 4 de rol helemaal heeft moeten lossen.

Ik probeer het tempo er in te houden.  Dat is niet gemakkelijk, gelukkig is het niet zo ver meer.  En na 36 minuten 42 seconden loop ik als veertiende over de finish.

 

Ter vergelijking: vorig jaar liep ik hier een zesde plaats, met 34 min 20 sec.  Maar toen stond de thermometer een slordige 15 graden lager.  En ik was in die periode op mijn eigen bescheiden absolute top.

Marc B. staat aan de kant, met een pijnlijke achilles.  Hij gaf op na 2 ronden.

Guido Hendrickx, loper van AVN, behaalt de zege in 31 min. 18 sec, een onwaarschijnlijk snelle tijd, zeker gezien de omstandigheden.

Op de andere afstanden behaalt AVN nog een aantal ereplaatsen.

 

En na een kattenwasje met emmer en koud water, verzamelen we in de feesttent.  De diverse duatlon- en triatlonclubs verbroederen bij ijskoud schuimend en parelend gerstenat.

 

*****

 

Buiten kleurt de horizon onheilspellend donker.

En de zinderende hitte ruimt langzaam plaats voor donkere wolken.  Onheilspellend gerommel van onweer weergalmt in de verte.

Stormachtige wind als sinistere voorbode.

 

De windstoten worden feller en de feesttent begint vervaarlijk op en neer te deinen.  Teveel zijkanten staan open en de wind heeft vrij spel.

Op een bepaald moment worden een aantal korte palen aan de zijkant weggeslagen.

Onrust onder de aanwezigen.

Ik ben er ook niet helemaal gerust in.

 

Ik zie de krantenkop in de Gazet van Antwerpen al voor mij:

 

Zomers onweer maakt einde aan feestvreugde.

Van onze redacteur ter plaatse.

Omstreeks 20u35 werd een feesttent te Loenhout, deelgemeente van Wuustwezel, door een felle windstoot weggeblazen.  Veertien mensen moesten voor verzorging afgevoerd worden.  Eén van hen, de heer Marc P. (49), die eerst nog met gescheurde broek veertien maagden van een gewisse dood wist te redden, werd getroffen door een ijzeren paal en diende in kritieke toestand afgevoerd te worden.

 

Marc wordt dus afgevoerd, niet de ijzeren paal.

 

Typisch dat ze mijn leeftijd verkeerd hebben genoteerd.

48!

En nu merk ik het pas op: ze hebben mijn voornaam ook verkeerd weten te schrijven.  Uiteraard schrijven ze Marc met een c, en niet met een K.

The story of my life!

Het is MARK.

MARK.

MARK.

Met een K.

 

Ik heb duizend diploma’s waarop mijn voornaam fout geschreven staat.

Nu ja, duizend is licht overdreven, even nakijken, heum …. één.

100 meter schoolslag.

 

*****

 

De zijkanten van de tent worden met man en macht dicht geknoopt.  Niets te vroeg want nu begint het ook nog eens te stortregenen.

Een zwaar zomeronweer geselt de tent.  Gedonder en gebliksem, windvlagen en stortbuien.

 

En ik ben hier per fiets.

Met gescheurde broek.

 

Dus ben ik wel verplicht om te wachten tot het onweer voorbij trekt.

 

*****

 

Het is 10 uur.

Ik pak mijn fiets en rij door de stortregen naar huis.

 

Eenzame fietser.

Krom gebogen over het stuur.

Gejaagd door de wind.

Gegeseld door striemende regenvlagen.

Tegen de achtergrond van een episch decor.

Bliksemschichten flitsen.

Trekken grillige lichtsporen door het nachtelijke uitspansel.

De donder rommelt.

De regen roffelt gestaag neer.

Vermoeden van vrijheid.

 

14:23 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-07-10

De Fanfare van Honger en Dorst

De Fanfare van Honger en Dorst

 

Sinds de wedstrijd in Rijkevorsel heb ik twee lange duurlopen afgewerkt.  Als voorbereiding op de volgende wedstrijd.

En die staat zaterdag 10 juli reeds op het menu.

De Jogging ter gelegenheid van Neervenkermis te Loenhout.

En de weersvoorspellingen liegen er niet om: 35° of meer in de Kempen.  Het onderhemdje blijft thuis!

 

*****

 

Wat smijten ze nu binnen?!?!?

Een broodje smos!

Met kaas.

 

En er hangt nog iemand aan vast.

Meer bepaald mijn vriend Tom.

Hij verveelt zich en komt mij wat van mijn werk houden.  Nu ja, werk..., ik zit hier maar wat voor me uit te tikken, terwijl het zweet van mijn rug loopt.

Het is dan ook bloedheet vandaag.

 

Tom zet enthousiast zijn tanden in het broodje smos kaas.

Zoals verwacht valt er een schijfje tomaat uit het broodje smos  en op mijn smetteloos geboende vloer.

Omdat Tom zijn mond volgepropt heeft met broodje, kan ik uitgebreid  filosoferen zonder door hem gestoord te worden.  Zo kan ik mijn eigen lof bezingen, zonder het risico te lopen de mond gesnoerd te worden door neerbuigende opmerkingen.

Een ode aan het loopwonder volgt, met overdrijvingen op gebied van snelheid, wedstrijdtactiek en gelopen tijden.

 

Broodje is op.

Véél te vroeg.

Tom meldt dat zijn achilles  de loopsessie in Rijkevorsel niet bijster goed heeft verteerd.  De achilles is erg pijnlijk.

 

In die mate zelfs dat Tom beweert, en ik citeer:

 

IEDEREEN DIE AAN MIJN ACHILLES KOMT,

OF ER NOG MAAR NAAR ADEMT,

ZAL IK OP ZIJN BAKKES SLAAN !

 

Einde citaat.

 

Bakkes is, tussen haakjes, zuidnederlands voor gelaat, onderkaak, aangezicht.

Een woord dat toch nog courant wordt gebruikt, en dat een lange etymologische weg heeft afgelegd.

De grootste literaire talenten hebben het in hun werken gebruikt.

Als voorbeeld dit  kinderlied.

Op de melodie trouwens van het kozakkenlied ter ere van de opstandeling Stepan (Sten'ka) Timofejevitsj Razin.  Neen, ik verzin het niet.

 

Aan de oever van de Dijle
diep verscholen in het riet
zat ne kleine dikke kikker
bij zijn moeder in de vliet

"Ziet ge daar", zo sprak die moeder
"Ziet ge daar, dien ooievaar
't Is de moordnaar van uw vader
hij vrat 'm op met huid en haar!"

"Is da waar", zo sprak die kleine
"Heeft die smeerlap da gedaan
als ik groot en sterk zal wezen
zal 'k hem op z'n bakkes slaan!"

Vele jaren zijn verstreken
en dien kikker leeft nie meer,
maar dien ooivaar, die leeft nog
en zijn bakkes doet nog zeer!

 

Goed, dat is weer ten gronde afgehandeld.

Waar waren we?

Ach ja, dus de achilles van Tom doet zo'n afgrijselijke pijn dat hij elke willekeurige kozak die de plotse aandrang zou voelen om de achilles aan te raken, op zijn bakkes zal slaan.

Maar desondanks zal Tom zaterdag aan de start staan van de loopwedstrijd te Loenhout.

Juist.

Exact.

 

 

*****

 

Wat smijten ze nu weer binnen?!?!?!

Nog enkele verdwaalde foto's van de après-ski van het loopfestijn te Rijkevorsel.

 

Rijkevorsel1

Rijkevorsel2

 

 

 

Links (beter zichtbaar op de eerste foto): mijn vriend Tom.

Ook al links, maar dan vooraan, met handdoek in de nek: Marc B., voorzitter van het Wezels Omslagpunt, die net een aflossingsmarathon (met drie lopers) heeft afgewerkt.

In wit shirt:  uw scribent.

Rechts, Els, één van de dames van AVN, lid van het dames-estafette-team op de marathon.

 

Ok, er is wat geknoeid aan de foto's.

Dat geef ik grif toe.

Maar toch is er nog iets érg merkwaardigs aan de foto's.

Nu geef ik u vijf minuten tijd om uit te vogelen wat exact.

Ik ga inmiddels iets kleurrijks drinken.  Bruisend, bubbelend en polair van temperatuur.

 

......

U wil een tip?

Zoek een ongerijmdheid.

......

 

Het staat op beide foto's.

 

......

 

Inderdaad, de zwevende Jupiler tussen Marc B en mezelf.

Prima observatie van u.

 

Kijk nog eens goed.

Wie heeft het bekertje vast?

 

NIEMAND!

 

Inderdaad.

En dat bekertje staat op de bolle bovenkant van een nadarafsluiting.

Zonder dat het valt!

 

In Lourdes zouden ze er wel weg mee weten, met dat soort mirakels!

06-07-10

De vier ruiters van de Apocalyps

De vier ruiters van de Apocalyps

 

Zaterdag 3 juli 2010

 

Stratenloop te Rijkevorsel, de laatste grote afspraak van het voorseizoen.

En alles begon onder een gelukkig gesternte.  Mijn vriend Tom, al maaaaaanden aan de kant met een achillesblessure, was weer van de partij.

Niet dat de achilles helemaal ok is, neen, dat nu ook weer niet.

Tom had een bordje rond zijn nek hangen, met daarop de tekst:

Gelieve niet, ik herhaal, NIET in mijn achilles te knijpen.

Maar van de sportdokter mag Tom lopen, in afwachting van inspuitingen, zolang het niet pijn doet.  En natuurlijk niet te zot, en niet te lang.

 

*****

 

We peddelen per fiets naar Rijkevorsel, een kilometer of 6 fietsen.  Vergeleken met de barbaarse temperaturen vrijdag (35°), is het vandaag erg koeltjes.

Nauwelijks 27 graden!

Ik overweeg om in lange broek te lopen en heb voor alle zekerheid mijn skibril en twee paar handschoenen in de looptas gestoken.

 

*****

 

Terwijl we naar Rijkevorsel fietsen, overlopen we de esbattementen van de vorige edities.  Hoe we mekaar een paar keer de duvel hebben aangedaan en de das om.  We verheugen ons ook op de confrontatie met bevriende lopers. Strijdplannen worden opgemaakt en opgeborgen.

En onze fietstocht loopt via het parcours van de marathon der Noorderkempen, de hoofdschotel van dit loopfeest.  Rijkevorsel leeft!

 

*****

 

Aangekomen bij de inschrijvingen vlakbij de startzone.

Het gonst hier van de bedrijvigheid.

We spreken enkele marathonlopers nog wat moed in.

De vrienden van AVN zijn goed vertegenwoordigd in de verschillende disciplines: een mannen- en vrouwenploeg op de aflossingsmarathon, individueel op halve en volledige marathon.

Jammer dat het Wezels Omslagpunt ook estafette loopt, dat betekent minder animo op de 10 Km, waar ik ze graag had bekampt...

Nieuw dit jaar: het is niet meer 11 km over drie rondes, maar 10 km over  2 rondes.

 

*****

 

17u: De marathonkaravaan trekt zich in beweging en wij begeven ons naar de inschrijfbalie voor administratieve afwikkeling.

Tom twijfelt welke afstand hij gaat lopen: de 5 km of de 10 km.

Realisme dicteert: 5 Km.

Tom vult in: 10 Km.

Zonder looptraining sinds februari, met een pijnlijke achilles.

Ik had niet anders verwacht.

Ik had niet anders gedaan.

 

*****

 

Omkleden in sportcentrum De Valk en al joggend richting startzone.

Ik draai vierkant.

Het opwarmen gaat me niet af.

Ik heb zelfs pijnlijke voeten.

Een kwartiertje nog tot de start.  Stilte voor de storm.  Nog één keer de haag induiken voor een laatste sanitaire druppelstop.

Nog wat dollen met concurrenten en dan mijn plaats innemen in de startzone.  Schuin voor mij staat Guido E.  Tom heeft wijselijk besloten halfweg het pak te gaan staan, om de verleiding om pijlsnel weg te schieten in te dijken.

Het is niet bloedheet, maar toch ademt het asfalt warmte uit.  Ik voel mijn zwarte compressiekousen de stralingshitte opnemen.

 

****

 

De wedstrijd wordt op gang geschoten.  Enkele tientallen meters zit ik vast in het gedrum, maar dan kan ik de gashendel helemaal opendraaien.  Ik vlieg voorbij Guido.

Heeft iemand nog iets gehoord van mijn voornemen om rustig te starten?

En de voeten voelen prima.

Vierkant draaien?  Ik dacht het niet.

Er wordt gevlogen!  De heren van de 5 Km jagen het tempo tot ongekende hoogte.  Het is moeilijk om de verleiding te weerstaan om mee te gaan.

Na enkele honderden meters: eerste doortocht zone finish:

 

HB617226

Uw dienaar met nummer 277 op de zwoegende borst.

 

Eens we de dorpskern uitdraaien, besluit ik de eerste ronde wat reserve in te bouwen, om de volledige instorting in ronde 2 te vermijden.

En te schuilen achter brede ruggen wanneer de wind in het nadeel blaast.

Op de lange weg (Prinsenpad) is het uitkijken waar iedereen zich bevindt.  Dan draaien we via een verkaveling het Kruispad in, waar we een bekertje water meegrissen en over het hoofd kieperen.

Zandweg in richting Oude Baan en dan volgt de lange Helhoekweg.

Doortocht zone finish na iets meer dan 5 km op 20 minuten en enkele seconden.  De deelnemers aan de 5 Km-loop finishen.

We gaan ronde twee in.

Moederziel alleen, nu de lopers van de 5 Km er uit gefilterd worden.

In de verte zie ik een loper met een blauw shirt lopen, maar dat gat toelopen is onbegonnen werk.

Ik blik over mijn schouder en zie dat ik niet veel voorgift heb op twee lopers.  Maar ze zullen bloeden om tot bij mij te geraken.

Dit is ronde 2.  Nu mag de tank helemaal leeg.

 

Het duurt tot net voorbij de bevoorrading vooraleer de twee lopers, jongelingen, bij mij komen aansluiten.  Ik merk aan hun ademhaling dat ze daarvoor erg diep zijn gegaan.  Ze nestelen zich in mijn zog en rusten wat uit.

Ik voel me zelf ook niet meer kiplekker.

 

En dan openen de vijandelijkheden.

Op het asfalt komen de twee jongens me voorbij.  Ik pik aan.  Dat zint hen niet en ze proberen me er beurtelings af te lopen.  Telkens blikken ze achterom om te zien wat de schade is.

Een keer of drie pakken ze een paar meter en telkens denk ik dat het finaal is, maar ik kan ze elke keer terug pakken.

Buigen of barsten.

Ik merk dat we inlopen op de loper met het blauwe shirt.  Tegen het gebeuk van dit jonge geweld ben ik niet lang meer bestand, en ik besluit mee te gaan tot bij de loper met blauw shirt en ze dan definitief te laten gaan.  Dan heb ik aan de loper in het blauwe shirt een andere 'compagnon de route'.

We maken de aansluiting.

Maar het tempo wordt een beetje gedrukt.  Ik nestel me in het zog van de twee jonge lopers en besluit af te wachten wat er staat te gebeuren.

 

We bevinden ons inmiddels op iets meer dan 1 km van de finish.

We stomen door de hel van de Helhoekweg.

Het groepje van vier.

De vier ruiters van de Apocalyps.

 

 

Ik recupereer een beetje en begin de eindfase te visualiseren.  Wanneer we de Lozenhofstraat indraaien, schuif ik naar de kop van het groepje.

Wat is het plan?

Ik weet dat er, net wanneer we de Oostmalsesteenweg opdraaien, een klein smal paadje aan de binnenkant van de bocht is.  Daar wil ik eerst lopen, om dan  een versnelling te plaatsen zodra we de grote weg opdraaien.  Stel dat nummer 2 dood zit, dan pak ik een paar meters.  Nummer drie moet die dan weer dichtlopen en één ding is zeker: hij zal het niet cadeau krijgen.

 

Ik versnel.

En ik pak inderdaad enkele meters.

Nummer drie reageert en na een bits duel brengt hij de rest terug in mijn spoor.

Cartouche verschoten.

 

Ter hoogte van de startzone, dus enkele honderden meters voor de finish, besluit ik hoog spel te spelen en nog een laatste keer te versnellen.

 

En nu alles uit de kast.

Laatste kaarten op tafel.

Het wordt zwart voor mijn ogen.

Weer sprokkel ik luttele meters voorsprong.  De blauwe loper kraakt definitief en lost de rol, maar de twee jonge gasten zijn bijtertjes en komen weer aansluiten.

 

Gegokt en verloren.

En de tank is compleet leeg.

Ik ben helemaal gesloopt.

 

De twee jonge snaken vechten nog een bloedstollend sprintduel uit, waarvoor deze versleten diesel geen energie meer over heeft.

 

HB617432

 

Finish!

Als veertiende in 39 minuten en 9 seconden over 10 km.

Rijkevorsel leeft!  En deze loper is zo dood als een pier.

 

De afstand zou iets minder dan 10 km zijn,  ongeveer 9 km 800 meter.

Maar dan flirten we nog steeds met de magische kaap van 15 km/uur.  Gezien de warmte en de ware slijtageslag onderweg kunnen we daar héél goed mee leven.

Mijn vriend Tom komt 8 minuten later binnen.  Na een snelle eerste ronde, vond hij genoeg wijsheid om ronde twee niet te hard te gaan.

 

*****

 

Er wordt nagekaart, verkoeling gezocht, water en sportdrank gedronken, banaan en stukjes appel gegeten.

Schouderklopjes.

De trofee, een handdoek, rond de nek.

En terwijl de lopers binnenstromen, komen de kemphanen van de marathon binnen.  Tom Van Driessche wint voor het tweede jaar op rij, voor Jan Daems en Jan Hendrickx.

De heren van AVN lopen naar een derde plaats op de estafette marathon, de dames eindigen op een 16de plaats.  Het Wezels Omslagpunt (met drie lopers) wordt zesde.

En zo stroomt de aankomstzone vol.

 

*****

 

Marc Terreur finishte op zaterdag 3 juli 2010  zijn 68ste marathon.

Dat is op zich al respectabel.

Maar de 67 voorafgaande marathons waren klein bier met het andere gevecht dat Marc heeft moeten leveren.  Het gevecht met het veelkoppige monster: kanker. Het werd een lang, slopend en eenzaam gevecht.

Op mijn lange duurlopen kwam ik hem wel eens tegen; hij wandelde als onderdeel van zijn revalidatie.

Lopen zou nooit meer kunnen, had men hem gezegd.

En eerlijk gezegd, Marc was een schim van wat hij ooit was geweest.

En natuurlijk moedigde ik hem aan om te blijven vechten.

Maar ik had makkelijk praten; van aan de zijlijn.

 

Marc vocht terug.  Met al zijn bagage als afstands- en marathonloper én zijn koppig karakter.

Op een dag kwam ik Marc opnieuw tegen.

In loopuitrusting!

Ik had weer even terug vrede met de mensheid.

 

Verdorie, licht op groen!

En er gloeiden lichtjes in zijn ogen...

Hij sprak over een droom.

Nog één keer de marathon.

 

Die marathon was vorige zaterdag.

Door eigen streek.

Nummer 68.

 

 

Kanker zou niet beslissen wanneer Marc zijn laatste marathon zou lopen.

Dat wou Marc zélf beslissen.

 

 

Maar Marc stopt niet met lopen.

Wedstrijden 10 mijl tot een halve marathon moeten nog steeds kunnen.

Marc stopt niet met lopen.

Marc stopt nooit met lopen.

 

_____________________________________

Foto's: Bart Huysmans, waarvoor dank.