02-09-11

A l'aise...

 

A l'aise...

 

 

Dames en heren, vrienden lopers, mea culpa en meer van die obscure Latijnse dingen, ik weet het, het bleef hier onheilspellend lang stil. 

 

Was uw dienaar geëmigreerd naar een ridicuul tropisch eiland vol wulpse, in strooien rokjes gehulde, blinkende chocoladekleurige schoonheden met traag wiegende tieten, op vlucht voor deze, volgens Frank Deboosere, Belgische topzomer?

 

Had hij stoemelings Euromillions gewonnen en was hij richting Las Vegas getrokken om zich daar te buiten te gaan aan Wein, Weib und Gesang? 

 

Was hij van het wankele trapladderke gedonderd, los op zijn schedel en leed hij aan retrograde amnesie ?

 

Of, God verhoede, was uw scribent het slachtoffer geworden van een achillesblessure, een beet van een scheelkijkende hondsdolle Duitse herder, of erger nog, was hij gestoken door een hoornaar, Europa's grootste en gevaarlijkste wesp?

 

Niets van dat alles.

 

Lui, dat is het. 

 

Geef mij het oorkussen van de duivel, en ik vlij me neer... 

 

En meteen snurken, dat ook natuurlijk...

 

 

*****

 

 

Augustus was in elk geval een maand van weinig looptrainingen en veel miserie.

 

Mag ik u meenemen naar 8 augustus 2011. 

 

Een maandag. 

 

Niet zomaar een maandag. 

 

Mogelijk regende het die dag. 

 

Het was in elk geval een maandag.

 

 

De maandag waarop ik een kleine ingreep moest ondergaan.

 

Welke ingreep?

 

Curiosity killed the cat, meen ik ooit eens ergens gelezen te hebben, maar goed, waar is de zure appel, dat ik er op de wijze van Eva meteen een fikse hap uitneem.

 

Wat trouwens ook is gebeurd op 8 augustus. 

 

Een fikse hap uit uw dienaar.

 

 

Enfin, ik heb een circumcisie moeten ondergaan.  De voorhuid van het edelste der edele delen werd verwijderd.

 

Onder epidurale verdoving. 

 

760 draadjes (ja, het orgaan mag er dan ook wezen).

 

Neen, 21 draadjes.

 

 

*****

 

Ik krijg een operatiehemdje aan.  U weet wel, een soort mini-jurkje, met vanachter een touwtje, waarbij de ganse harige achterbouw ook eens het daglicht mag zien.

 

Vlak voor ik de operatiezaal in word gerold, vraagt de chirurg me of ik nog vragen had. 

 

 

Normaal stelt een gezonde man volgende vraag:

 

"Chirurgijn, wanneer kan ik terug de liefde bedrijven?"

 

 

Dat vroeg ik niet.

 

 

Ik vroeg:

 

"Chirurgijn, wanneer mag ik terug lopen?"

 

 

Prioriteiten, meneer, prioriteiten.

 

 

*****

 

 

Enfin, in de operatiezaal wordt mijn erg flaterende operatiehemdje naar boven geslagen, waarbij de kroonjuwelen worden ontbloot. 

 

De ene verpleegster valt in zwijm,  de andere slaakt een gil en barst vervolgens uit in spontaan applaus. 

 

De chirurg kijkt een beetje beduusd naar zijn kleine scalpel en gaat op zoek naar wat zwaarder materiaal. 

 

Nadat de beenhouwerij zijn beslag heeft gekregen, de voorhuid verdwenen is (zal worden tentoongesteld in het Vleeshuis - nomen est omen - te Antwerpen), wordt uw dienaar de recovery ingerold.

 

 

***** 

 

 

 

Aan mijn vinger een hartslagmeterding.  Aan mijn linkerarm een volautomatische bloeddrukmeter.

 

Ik lig na te denken over het leven in het algemeen, en mijn miserabel bestaan in het bijzonder...

 

 

Plots gaat er een alarm af op mijn monitor.

 

 

PIEP!

 

 

De verpleger komt kijken en gaat weer weg.

 

 

Even later: weer van dat:

 

 

PIEP!

 

 

De verpleger komt kijken en gaat weer weg.

 

 

Even later:

 

 

PIEP!

 

 

Nieuwsgierig geworden, buig ik licht voorover en stel vast dat mijn hartslag gezakt is onder 45.  Wat het alarm dus deed afgaan. 

 

 

*****

 

 

 

Ik val in slaap.

 

Om iets later gewekt te worden door de verpleger die me bruusk bij mijn arm vastpakt. 

 

 

Hij stelt me volgende vraag:

 

"Doe jij aan een of andere duursport?"

 

 

Ik antwoord:

 

"Ja, mijn beste, raar dat u mij niet herkent, voor u ligt het imposante, edoch licht gebruuskeerde lichaam van het loopwonder, in brede kringen gerespecteerd als middelmatig afstandsloper.  Hij die het lopen van de 20 Km door Brussel tot kunstvorm heeft verheven, hij die de Tervurenlaan, die mythische berg, al meermaals met wisselend succes heeft bedwongen, hij die meer blessures heeft verzameld als Kim Clijsters."

 

 

Hij antwoordt (lichtjes verward):

 

"Goed, ok, want je hartslag was onder de 40 gezakt.  Moest je een ouder persoon zijn, dan was ik je nu aan het reanimeren."

 

 

Ik zeg (op mijn beurt lichtjes verward):

 

"Watblieft er u?  Hebben ze net een geweldig stuk van mijn hoogstpersoonlijke piet gesneden, wil ik eindelijk eens een welverdiend dutje doen en dan staan jullie al meteen klaar om elentriek door mijn lijf te jagen? 

 

Schaamtegevoel is u wellicht vreemd?!?"

 

 

 

*****

 

 

U weet dat wij lopers van geen kleintje vervaard zijn.  Dat wij gemaakt zijn uit een houtsoort waar wellicht een kapverbod op bestaat.

 

Maar gejankt dat ik heb toen mijn vrouw het verband er 's anderendaags af heeft gehaald! 

 

 

Mijn trouwe vriend, waarmee ik de ganse wereld heb bepist en erger, zag er uit als een bloederig, lillend stuk vlees. 

 

Alsof ik er mee in een gehaktmolen had gezeten; en zo voelde ie trouwens ook aan. 

 

Bont en blauw en gezwollen als Jean Pierre Coopman na diens kamp tegen Mohammed Ali.

 

 

*****

 

 

Tot mijn verbijstering werd plassen plots een heel aparte ervaring.

 

Ik kon namelijk zowaar in een hoek van 90 graden plassen!

 

Mikken op de pot, maar landen op je schoenen. 

 

Ik vermoed dat ik ongeveer 26 keer op mijn rechterschoen heb geplast. 

 

U zal nu zeggen, wie wordt hier en nu beter van dit soort informatie?

 

Niemand, dat was ook mijn eerste idee, maar ik moet wel opmerken dat Guusje, de hond van mijn vriend Erik, nu plots een verdacht overdreven voorliefde voor mijn rechterschoen begon te krijgen. 

 

Of het één verband houdt met het ander, laat ik hier graag in het midden.

 

 

*****

 

 

De eerste dagen waren pijnlijk. 

 

Hoofdpijnen waarbij je je spontaan afvraagt waar het pistool is gebleven. 

 

Vestimentair stelde zich ook een probleem; een spannende jeansbroek dragen was geen optie, en een loszittend exemplaar had ik niet echt. 

 

Mijn vrouw, die baken in de branding, wist een perfecte oplossing. 

 

Ze nam me mee naar boven en met een verdachte twinkeling in haar ogen hield ze een rokje in de hoogte. 

 

Tot een stuk boven de knie. 

 

Mocht ik dragen. 

 

Op voorwaarde dat ze de rest van mijn outfit ook mocht bepalen...

 

Even getwijfeld, maar dan toch maar voor de jeansbroek gekozen.

 

  

*****

 

 

Enkele dagen gingen voorbij.   En gaandeweg moest ik vaststellen dat mijn schildknaap een eigen geheim leven leidt. 

 

's Nachts kwam hij in opstand, en begon aan zijn boeien (de draadjes) te rammelen. 

 

Leuk is anders. 

 

 

En alles op tv is verdomme seks!  Zelfs in een reclame voor aambeienzalf weten ze een stel blote tieten te duwen.

 

Ik moet mijn vader gelijk geven, al die acteurs, dat zijn ontaarde perverten, dat kruipt allemaal op mekaar. 

 

En als je dan eens de nieuwssite deredactie.be opent, toch een bastion van deugdelijkheid dat niet te koop loopt met vunzigheden, op zoek naar saai politiek nieuws, dan kan zelfs dat problemen opleveren.

 

Ik klik een item aan over de burgemeester van Aalst, om meteen een youtube-filmpje in de strot gesplitst te krijgen van deze burgermoeder die ergens op vakantie op een toren openbare zedenschennis bedrijft. 

 

Moet dat nu allemaal echt?!?!?

 

 

*****

 

 

Normaal mag je na dit soort ingreep twee weken niet sporten, maar volgens mijn bescheiden mening gaat dit enkel op voor volleyballers, tennissers en andere lapzwansen. 

 

Voor ons, lopers, gelden de normale natuurwetten niet.  

 

Zes dagen na de ingreep gingen de loopschoenen aan, om meteen weer anderhalf uur te gaan lopen.

 

Dat was geen onverdeeld succes.  Schokken en bewegen wou het beestje nog niet, maar het moest. 

 

Erger was dat ik daags nadien twee pijnlijke achillespezen, pijnlijke rug en polsen had.  Alsof mijn lichaam even een overzichtje wou geven wat er allemaal gecumuleerd was aan blessureleed.

 

 

Enfin, de maand augustus wens ik bij deze te schrappen uit mijn geheugen.

 

De teller stokte op 4 armtierige duurloopjes, schuifelend, met vele malen stoppen.  Qua kilometers haalde ik amper 50 km, normaal mijn wekelijkse portie. 

 

 

En dan werd het zondag 28 augustus.  De dag van de Descente de la Lesse.

 

Zij die deze wedstrijd kennen, weten dat ze loodzwaar is.

 

Met zo'n manke voorbereiding aan dit soort onderneming beginnen, is niet zonder risico.

 

 

*****

 

 

Zondag 28 augustus.

 

5u45. 

 

Een onchristelijk uur.

 

De ochtend heeft nog wat prut in de ogen.

 

Het huis slaapt. 

 

Ik nog half. 

 

Voor mij staat een bord pasta te dampen.

 

Ik zit er naar te staren.

 

 

De looprugzak staat vol ongeduld te trappelen. 

 

Ik voel een golf van zenuwen door mijn maag gieren.  En maak me zorgen over te weinig kilometers, over gevaarlijke afdalingen, over tere achillespezen, over ademafsnijdende beklimmingen, modderzones, verzwikte enkels, valpartijen,...

 

6u30.  Ik parkeer mijn wagen voor het huis van mijn vriend Frank.  Hij die me klopte in Seraing, u kon dit smadelijk voorval op eerdere pagina's lezen.

 

6u40.  We pikken Chris op. 

 

Met zijn drieën op pad.  We zetten koers naar Dinant.  Radio 1 discreet op de achtergrond, zoemen de kilometers voorbij.  Chris valt meteen als een blok in slaap.  Ik hou Frank wakker met mijn gelul.  Ik heb deze nacht amper een drietal uurtjes geslapen. 

 

Dan moet de rest ook maar wakker blijven.

 

DESCENTE DE LA LESSE 858.jpg

 

We zijn veel te vroeg in Dinant.

Dat heeft dan weer als voordeel dat we relatief vlakbij het Casino kunnen parkeren. 

 

We worden in de zaal begroet door deze twee heerschappen. 

 

02.jpg

 

Een evocatie aan de verscheurende keuze die ons vandaag te beurt zal vallen.

 

Links een man in berguitrusting, rechts zijn kompaan in zwemvliezen. 

 

Afhankelijk of het debiet van de Lesse minder dan 4 m³ per seconde is, kunnen we de klim van Walzin, de tweede klim van de dag, vermijden.  We halen dan wel natte voeten omdat we door de rivier moeten (tot een kleine 50 cm diep).

 

Klimmen of zwemmen dus.

 

De rivieroptie is dan ook nog eens een kilometer korter, en wie eerst aan de finish is, wint.

 

Een verscheurende keuze.

 

 

 *****

 

 

Borstnummer en chip ophalen, omkleden in de tent/kleedkamer aan de boorden van de Maas, nog wat rondhangen in de grote zaal onder het Casino, en dan wordt het tijd om ons, middels een bus, naar de start in Houyet te laten brengen. 

 

Op de bus maken we kennis met een kinesist, hoofd van het team kiné's dat aan de finish de vermoeide atleten proberen op te lappen. 

 

 

***** 

 

 

Houyet.

 

De organisatie weet te melden dat er toestemming is gegeven voor een lopende passage door de Lesse.  Walzin vermijden in ruil voor kilometerslang natte voeten, een aanlokkelijk vooruitzicht.

 

06.jpg

 

 

We gaan liggen op een brugje over een zijriviertje van de Lesse en genieten van een waterig zonnetje.  Ward komt ons gezelschap vervoegen.  We zijn nu met vieren.

 

Frank en ik gaan samen wat opwarmen.

 

Nog een paar maal plassen (de jongeheer heeft in zijn nieuwe gedaante daar iets meer behoefte aan), en dan stellen we ons op aan de start.

 

naamloos.png

 

Dit is het wachtvak, zo meteen gaan we in groep naar de daadwerkelijke startlijn.   Hier weet men te melden dat de passage door de Lesse niet meer toegestaan is, wegens te hoog debiet.  De regen van de laatste dagen is hier de boosdoener.

 

Startlijn.

 

De seconden tikken weg.  Ik wens Frank en Chris het allerbeste, we kruisen de vingers, blikken nog één keer naar boven in het besef dat het nu menens is.

 

Startschot.

 

DESCENTE DE LA LESSE 084.jpg

 

De meute vliegt weg.

 

Eerst een aantal honderden meters door Houyet, vervolgens de brug over de Lesse over, en dan links het bos in, naast het riviertje. 

 

Vorig jaar lag deze zone er modderig bij, dit jaar héééél modderig.

 

Als een bende wilde buffels denderen we door plassen en modder.  De stampede gooit de modder hoog op.  Op enkele honderden meters krijgen we een laag modder over ons heen.  Voeten droog houden lukt ook al niet.  Sommige plassen overspannen de ganse weg; je moet erdoor.

 

De jacht naar de voet van de klim naar Clinchamps is geopend.  Omdat daar ongeveer 46% dient geklommen worden tegen een gladde schuivende bergwand, valt de wedstrijd daar helemaal stil.  Zit je niet vooraan, dan is het zelfs lang aanschuiven geblazen.

 

Het houten bruggetje over het beekje, vlak aan de voet van de klim.

 

IMG_5613.JPG

 

Uw dienaar aan het eind van het rijtje vooraan.

 

En dan volgt de glibberige klim van Clinchamps.  Grijpen naar struiken, hijgen van vermoeidheid, hartslag laten zakken, voeten die wegschuiven, handjes plaatsen, rechtblijven, aanschuiven...

 

08.jpg

 

De klim is zwaar en lang. Meer dan 90 meter hoogteverschil wordt hier overwonnen.

 

12.jpg

Maar iets later zijn we het bos uit en kunnen we toch weer beginnen lopen. 

 

Ploerterig bergop, op een bosweg die overgaat in een krakkemikkelig boerenwegeltje.

 

Chris komt me voorbij.  Ik groet hem en probeer aan te pikken, maar hij pakt toch snel enkele meters.  Verdomme toch, ik mag me niet laten verleiden om mee te gaan en mezelf op te blazen.

 

A l' aise, à l'aise.

 

Over blazen gesproken.  Enkele heren met jachthoorns blazen galmende klanken die weergalmen tegen de bergflanken.

 

Even bergaf.  We lopen Gendron binnen.  En verstoren de verstilde rust van dit ingeslapen Ardeens dorpje.  Natuurstenen huizen langsheen smalle asfaltwegen.  De tijd gaat hier trager.

 

 

We klimmen Gendron uit, we zijn iets meer dan 3 kilometer onderweg.

 

Ik merk dat Chris niet ver voor mij uitloopt. 

 

Ik loop merkbaar in op Chris.  Ik groet hem en schuif redelijk vlot van hem weg.  Maar dan voel ik aandrang om te plassen (ja, de jongeheer new style speelde me alweer parten), dus zet ik me opzij. 

 

 

Ach, de roep van de natuur!

 

 

Chris schuift tergend snel van mij weg.

 

Alle voorsprong weeral weg, en opnieuw een forse achterstand opgelopen.  Dju toch, dat soort gejojo is nefast.

 

Wanneer we boven aan de klim zijn, heb ik Chris opnieuw te pakken.  Ik vrees dat ik iets te furieus tekeer ben gegaan, en dat er van à l' aise niet veel in huis is gekomen.

 

De afdaling van de Chapelle du Comte

 

In razende vaart schieten we naar beneden.  Het is springen, schuiven, controleren, bidden, overleven, met de billen dicht, afremmen, hopen en vrezen, maar toch de gas helemaal open.  Los grind, stukken steen, wortels, modder, door regen uitgevreten ondergrond, redde wie zich redden kan.

 

Timber!

 

We vallen als rotsblokken naar beneden, Chris neemt duidelijk iets meer risico tijdens de afdaling en hij schuift, inmiddels voor de vierde keer vandaag, van mij weg.  Ik probeer de snelheid nog wat op te drijven, met een bang hartje.  Eén enkele misstap en de wedstrijd is over.

 

Veilig beneden gekomen.  Oef, een opluchting, dit was een héél gevaarlijk stuk.  Maar het gevaar zit hier in zovele kleine hoekjes, dus focus is belangrijk. 

 

De Lesse links van ons.  Een aantal kajaks op de rivier.  Lachende stemmen klateren op. 

 

Hier gaat het op en neer, kleine korte knikjes op en neer.  In de laagste zone trappen we telkens de modder in.

 

Iets verder de trappen. 

 

Geen regelmatige trap, de traptreden zijn afwisselend van hoogte.  Stappen is de boodschap; verder in de wedstrijd is het hier ook weer aanschuiven geblazen.

 

17.jpg

 

Na de trappen nog een klein stukje en dan komen we, na 8 kilometer wedstrijd aan de Pont de Gendron Gare, meteen ook het vertrekpunt van de Lesse 13, het kleinere broertje van de Top Lesse, de échte Descente de la Lesse.

 

18.jpg

 

Wanneer ik de brug afloop, merk ik dat Chris net bij de brug aankomt.  Ik heb een beetje voorsprong.  Maar niet veel.  Die kat heeft duidelijk negen levens.  Nu ja, ik ook, tot hier toch al...

 

De wedstrijd loopt nu even over licht glooiende asfaltwegen in de vallei van de Lesse. 

 

Rechts van ons ligt het Parc National de Furfooz en de Aiguilles de Chaleux.  Wonderlijk kader.  Ik neem toch even de tijd om wat om me heen te kijken.

 

En ik begin mensen in te halen, terwijl ik zelf ingehaald word.  Ik pik aan.  Moet weer lossen.  Dit is misschien wel het moeilijkste aan deze wedstrijd.  Je ritme vinden.  Een juiste indeling vinden.  Maar dat is niet eenvoudig; de aard van het parcours en de verzopen ondergrond maakt dat je constant uit je tempo wordt gehaald.

 

Nog elf kilometer te gaan, de klok staat op iets boven de 45 minuten. 

 

DESCENTE DE LA LESSE 227.jpg

 

Verder gaat het. 

 

Tussen kilometer 9 en kilometer 8 moeten we andermaal de Lesse weer over.  Deze keer via de spoorwegbrug.  Nijdige trapjes bergop, de brug over...

 

 

20.jpg

 

.... en via grote trappen naar beneden, met rechts van je een touw om je evenwicht te bewaren.

 

 

Opnieuw lopen.

 

Enkele dames van de organisatie waarschuwen ons voor een erg modderige passage.

 

Ik zou dit de understatement van de eeuw willen noemen.

 

Ik loop de zone in.  Mijn rechtervoet schuift zijwaarts weg en ik kan met moeite mijn evenwicht bewaren.  De andere voet schuift naar de andere kant gevaarlijk ver weg.  Ik sta stil.

 

23.jpg

 

Schuiven van hot naar her.  Geen grip te vinden met mijn trouwe loopschoenen Brooks.  De weinig geribbelde zolen zitten volgekoekt met klei.  Het is wandelen, schuiven, glibberen in kleverige blubber, waterige boetseerklei.

 

Mijn schoenen wegen twee keer zo zwaar.  Modderklompen zijn het geworden.  Het is vloeken en schuiven, opnieuw aanzetten en wegglijden.  Glij- en valpartijen.

 

En dan verandert de ondergrond van klei  in modder met bolle stenen in.  Ik verzwik mijn rechtervoet, zonder erg gelukkig, maar ik heb er wel de smoor in. 

 

Deze zone heeft veel krachten en nog veel meer tijd gekost.  En ik voel dat ik door mijn beste krachten heen ben.  

Te weinig trainingskilometers beginnen zich te wreken.

 

En dat besef vlak aan de voet van de moordende klim naar Walzin, stemt me somber.

 

Dit zou wel eens heel zwaar kunnen worden.  Mijn voeten doen pijn, ik voel dat er blaren op mijn dikke tenen komen, mijn kousen schuren.

 

De klim naar Walzin.  Eerst loop ik nog, daarna is het veredeld joggen, dan stapvoets joggen, tenslotte wandel ik.  Ik probeer krampachtig het wandeltempo hoog te houden.  De echt krachtige lopers lopen hier snel van me weg, de tragere lopers kan ik ongeveer al wandelend bijbenen.

 

Bospaden, onwaarschijnlijk steil.  Op een paar honderd meters klimmen we helemaal uit het dal van de Lesse naar de top van de heuvel, 115 hoogtemeters overwinnen we hier, tot aan de ruïne van Cavrenne.

 

De laatste stroken bos. 

 

IMG_5816.JPG

 

En dan verlaten we het Domaine de Walzin, om weer geruststellende asfaltwegen voorgeschoteld te krijgen. 

 

Ah, de afdaling!  Nu knallen we een kilometer lang naar beneden.  Doldwaze afdaling op asfalt, wisselende percentages, de schokken die lijf en leden hier te verduren krijgen, zijn slopend.

 

Ik blik achterom en zie dat Chris niet ver achter me is. 

 

In vliegende vaart gaat het naar beneden.  Hier verspeel ik mijn laatste restjes energie. 

 

Hoe bitter is het wanneer de weg terug vlak en bijwijlen licht bergop gaat.  En er blijven nog een forse 6 kilometer te gaan.  Het is op.  Ik ben kapot, ik loop op automatische piloot.

 

Rare klanken stuwen ons voort.

 

_DE73182.jpg

 

Een doedelzakspeler en een percussionist langs de kant van de weg.

 

Elke oplopende strook is genoeg om mij volledig te doen parkeren.  Ik kan niet meer.  Mijn blaren spelen me parten, ik heb geen flinter energie meer over, alles doet pijn, maar ik heb geen keuze, verder moet het.

 

_DE73319.jpg

 

Krampachtige grijns.

 

292834_2337276196982_1402190894_32738467_1839316_n.jpg

 

Chris zit me op de hielen.

 

300724_2337276596992_1402190894_32738468_6883302_n.jpg

 

Frank, ook nog een paar kilometers van de finish. 

 

 

*****

 

 

Anseremme in het vizier.

 

Nog een drietal kilometers te gaan.

 

Waterbevoorrading.  Kraantjeswater, smaakt anders...

 

_DSC4474.jpg

 

Chris komt me voorbij gestoomd.  Voor de zoveelste én, zo zal blijken, laatste keer die dag.

 

Hij moedigt me aan.  Ik zeg hem dat het helemaal op is.  Tot overmaat van ramp steken krampen de kop op.  Mijn arme, getormenteerde kuiten, weigeren dienst.  Mijn enkels voelen aan alsof ze vermorzeld zijn. 

 

Chris schuift verbazingwekkend snel van me weg.

 

Ik loop en loop, zonder ook maar te beseffen dat ik loop.

 

Verder, altijd maar verder.  Het tempo is al lang helemaal zoek.

 

Muziek.

 

_DSC4476.jpg

 

 

Wat ik doe, kan onmogelijk als lopen worden bestempeld.  Het is meer iets tussen hobbelen en strompelen.  En ik zie de zinloosheid in van alles en nog wat.

 

Het is over en uit.  Ik besluit even te stappen, even de krampen te verjagen uit mijn kuiten,  even te bekomen, even mijn rug te strekken, even adem te vinden.

 

Ik trek me nogmaals op gang, ginds is de Pont Saint Jean, waar de Lesse in de Maas uitmondt.  Zo afschuwelijk ver kan het toch niet meer zijn?

 

Het is nog afschuwelijk ver...

 

_DE38183.jpg

 

De dames cheerleaders zijn ook weer van de partij.  Verderop de Viaduc Charlemagne

 

_DE38252.jpg

 

Rocher Bayard.  Wandelen, alweer, god wat ben ik hondsmoe, elke vezel in mijn lijf schreeuwt dat ik moet stoppen.

 

DESCENTE DE LA LESSE 1070.jpg

 

 Casino en finish binnen handbereik.  Wat kunnen enkele honderden meters onoverkomelijk lijken. 

 

_DSC4795.jpg

 

Het jaagpad naast de Maas brengt eindelijk verlossing. 

 

Finish na 1 uur 49 minuten en 33 seconden.  Een kloeke 7 minuten trager dan vorig jaar. 

 

Ik zwijmel wat rond in de finishzone, op zoek naar water en suikers.  Ik eet verschillende stukken banaan, sinaasappel en drink een sportdrankje en een halve liter Vittel.  En begin er aan nog eentje. 

 

De laatste drie kilometers heb ik maar liefst 4 minuten mogen inleveren op Chris, die na 1u 45m en 26 sec de finish bereikte.

 

Frank finishte in 1u 51m en 45 sec, maar bleek op kilometer 5 gebeten door een hoornaar, een grote wesp die afschuwelijk pijnlijk steekt.  Achteraf bleken meer dan 20 lopers gestoken door zo'n wesp. 

 

Rugzak recupereren, en richting douchetent strompelen.

 

Men is druk doende met een tuinslang de loopschoenen te kuisen.  Mijn Brooks schoenen zien er lief uit.  Eén grote klomp aangekoekte modder. 

 

Ik weet een tuinslang te bemachtigen en kan zo het meeste vuil van de schoenen spuiten.  Terwijl ik buk, voel ik spieren in mijn kuiten en in mijn rug in kramp gaan. 

 

God, wat is dit een loodzware beproeving geweest.

 

Het ijskoude water spat tegen mijn benen en lichaam omhoog en doet me naar adem happen.  Het is koud naast de Maas, ik sta te trillen,  van kou én vermoeidheid.

 

Douchetent.  Ik sukkel uit mijn kleren.  Alleen al mijn compressiekousen uittrekken is bijna onbegonnen werk.  Krampen, geen kracht meer.

 

Aanschuiven om een plaatsje onder een douchekop te bemachtigen.  De wind waait door de tent.  Hoe warm zou het zijn?  Een graad of zestien misschien.

 

Eindelijk onder het lekker warme douchewater.  Ik sluit de ogen en voel de weldadige warmte van het water over mijn rug spoelen, langs mijn billen en kuiten.

 

Omkleden en op zoek naar voedsel.

 

Een forse spie rijsttaart voor amper 2 euro.  En een broodje, zeg maar brood, met een kloeke braadworst die verzuipt in de ketchup, hier met dat ding!

 

En sultana koeken, appel, een paar cola's, een donkere Leffe.

 

En het meeste leed is alweer geleden.

 

We kaarten na, de vier heren van stand, over hoe we deze onwerkelijke wedstrijd hebben ervaren.  En we zijn unaniem: dit is een geweldige race, in een uniek kader, telkens anders.

 

 

*****

 

 

De wagen opgezocht en naar huis.

 

A l'aise.

 

Chris slaapt op de achterbank.

 

A l'aise.

 

Ik hou Frank wakker, omdat hij mij zou wakker houden.

 

Mijn kompanen afgeleverd aan hun voordeuren.

 

En de laatste kilometers mijmer ik over de afgelegde kilometers vandaag.

 

Over de afgelegde kilometers tot op heden.

 

En de nog af te leggen kilometers.

 

A l'aise.

 

 

15:42 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

03-08-11

Galileo Galilei

 

 

Galileo Galilei

 

 

 

Morzine, Haute Savoie, Avoriaz, Chamonix, Evian, Yvoire, Annecy, Lac Leman, Joux Plane, Colombier. 

 

Voilà, dat is de staalkaart van onze vakantie. 

 

Mondaine skioorden, ingeslapen alpendorpjes, cols buiten categorie van de Tour.

 

 

Ons hoofdkwartier hadden we opgeslagen in Morzine.  Van daaruit werden de vijandelijkheden geopend. 

 

 

Morzine ligt op ongeveer duizend meter hoogte en geniet van een microklimaat. 

 

In ons geval was dat regen. 

Kwestie van geen heimwee te krijgen....

 

 

 

Over het hotel kunnen we kort zijn: perfect. 

 

 

Er was echter een probleem met de kerkklok van Morzine. 

 

Overdag stond die op een honderdtal meter van onze kamer, maar ik heb een donkerbruin vermoeden dat de kerktoren 's nachts pal onder het raam van onze hotelkamer werd gezet.

 

 

De klokkenluider van Morzine is iemand die van duidelijkheid houdt. 

 

 

Is het 11 uur des avonds, dan zal hij de kerkklok 11 keer laten galmen. 

 

 

BOING, BOING, BOING, BOING, BOING, BOING, BOING, BOING, BOING, BOING, BOING

 

 

En de gehoorgestoorden onder ons moesten zich geen zorgen maken, het gegalm gaat DOOR ELKE MUUR HEEN. 

 

 

U bent van het vergeetachtige type?

 

Geen nood! 

 

Treur niet langer!

 

Want 2 minuten na het uur wordt het aantal klokslagen nog eens herhaald, een soort bisnummer; inderdaad: opnieuw 11 galmende klokslagen.

 

 

BOING, BOING, BOING, BOING, BOING, BOING, BOING, BOING, BOING, BOING, BOING 

 

 

 

Nu weet ik dat er mensen zijn die graag ook weten wanneer er alweer een half uur voorbij is. 

 

 

Morzine heeft dat euvel op volgende manier opgevangen: op het half uur worden er twéé klokslagen gegeven. 

 

 

Boing, Boing. 

 

 

Dan weet u meteen dat u alwéér een halfuur hebt wakker gelegen.

 

 

*****

 

 

De eerste nacht heb ik alle klokslagen gehoord.

 

 

Alle 3489.

 

  

De tweede nacht was het al wat beter, ik viel na amper 245 klokslagen als een blok in slaap.  Weliswaar als gevolg van een forse dosis Kir en rode wijn, maar toch...

 

Ik val als een blok in slaap om op een onbestemd moment ergens midden in de nacht wakker te schieten.

 

Even later galmen er twee klokslagen door de lucht. 

 

 

Boing, Boing.

 

 

En toen wist ik het even niet meer.

 

Is het nu twee uur  's nachts? 

 

Of twee minuten na twee?   

 

Of was dit het sein van het halve uur? 

 

En zo ja, van welk half uur? 

 

 

Als autistische psychopaat zat er dan écht niets anders op om wakker te blijven tot de volgende reeks klokslagen, om definitief te kunnen uitsluiten hoe laat het was.

 

 

Ja, ik voel u al aankomen. 

 

Steek dan toch gewoon het licht aan en kijk op je horloge hoe laat het is. 

 

Had gekund, ware het niet dat ons hotel niet geloofde in discrete nachtlampjes, maar eerder had gekozen voor ledspots waarmee je desnoods de halve bergwand kon verlichten. 

 

En wanneer mijn vrouw slaapt, is het niet aangeraden om plots lampen van een paar megawatt  aan te steken voor zoiets triviaals als de consultatie van een polshorloge. 

Mijn vrouw 's nachts wekken doe je enkel in geval van een uitslaande brand en/of Kind 2 die zijn bed onderkotst en/of een inbraak door een Roemeense rondtrekkende zigeunerbende.  

Het wekken van mijn vrouw dient u op eigen risico te doen (u kan in deze geen beroep doen op uw familiale polis en indien u langs start komt, ontvangt u geen 500 frank).

 

 

*****

 

 

En dan was er het grote ultieme raadsel. 

 

 

De klokslagen waren allemaal wel afgewogen: twee slagen was twee uur (of twee na twee, of half weet ik wat), vijf slagen was 5 uur, of 2 na vijf. 

 

U begrijpt dat mits wat goede wil dit in een tabel te gieten valt, te printen, te plastificeren en in de achterzak van de jeansbroek kan meegenomen worden. 

 

Noem het voor mijn part De ultieme verklarende klokslagenlijst van de klok van de kerk van Morzine.   

 

Op eenvoudig verzoek kan ik u een exemplaar per post, fax of mail bezorgen.

 

Allemaal zeer goed te behappen, behalve het grote mysterie om half acht 's morgens.

 

Elk weldenkend mens die beschikt over De Ultieme verklarende klokslagenlijst van de klok van de kerk van Morzine  verwacht om half acht 's ochtends twee slagen.

 

Wie schetst mijn verbazing?

 

 

Boing, boing, boing.

 

Gevolgd door:

 

Boing, boing, boing.

 

Gevolgd door:

 

Boing, boing, boing.

 

 

9 klokslagen in drie groepen van drie!!!!

 

Ik ben er nog altijd niet goed van.

 

 

*****

 

 

De Mont Blanc, verschillende meren en bergpassen, skigebieden, wandel-, fiets-  en mountainbikeroutes, de Haute Savoie heeft het allemaal. 

 

Kijkt u naar volgende foto's en googelt u de rest even bij mekaar?

 

HPIM0017.JPG

Lac de Montriond.

HPIM0107.JPG

Lac Leman - Meer van Genève.

 

HPIM0116.JPG

Yvoire.

 

HPIM0173.JPG

Mont Blanc - Chamonix

 

HPIM0286.JPG

De Tervurenlaan is steiler...

 

HPIM0315.JPG

Annecy.

 

Fraai en ook goed van eten. 

 

Maar, tussen alle toeristische beslommeringen door, had ik het plan opgevat om toch minstens één keer de loopschoenen aan te binden voor een loopje op Fransche grond.

 

En mijn oog was gevallen op een lieflijk bergwegeltje, de D 388, die Morzine kronkelend verbindt met Avoriaz. 

 

Volgens de hotelbaas was het waanzin om daar tegenaan te gaan lopen. 

 

En niet ongevaarlijk, wegens het drukke verkeer en smalle zijstroken.

 

 

Waanzin, dus.....

 

 

..... we gingen.

 

 

***** 

 

 

 

Hotel uit, linksaf richting rond punt, tot aan de voet van de beklimming. 

 

De Col de la Joux Verte, maar dan langs de kant van Morzine (met dank aan Navidad, die de col wist te benoemen).

 

Ik neem me voor om een half uurtje bergop te lopen, zo hard als mogelijk, en dan naar beneden te lopen aan een behaaglijk tempo.

 

 

Het is miezerig weer. Veel zuurstof in de lucht. Ik zal het nodig hebben. 

 

De eerste vijfhonderd meter tot aan de voet van de klim stijgen al behoorlijk hard.  Nog voor ik aan het rond punt kom, moet ik al een eerste keer temporiseren. 

 

Te snel gestart, dat belooft!

 

Rond punt, linksaf en dan meteen de beuk er vol in.   Aanvangshoogte: 980 meter.   

 

De eerste kilometer krijg ik gemiddeld 3 % te verwerken.   Ik vlieg als een gek de bergwand op.

 

En trap daarmee  al serieus op de adem. 

 

Maar dan wordt het iets minder steil (1,9 %), in.  Bijna vlak te noemen.   Nu lijkt het niet meer alsof ik een rugzak van 50 kg met me mee moet zeulen.  Lichtvoetig trippel ik het asfalt op.  

 

Op adem komen zit er toch niet echt in.

 

Haarspeldbocht.

 

Het begint te regenen.  Welgekome verkoeling.

 

Morzine wordt alsmaar kleiner in het dal. 

 

Boven mij de kabels van de skilift.  Rechts een klein watervalletje.

 

Haarspeldbocht.

 

De berg neemt wraak.  Het hellingspercentage loopt op naar een forse 4%.   Zwoegen, zweten.

 

De haarspeldbochten zijn relatief vlak, om dan meteen weer zwaar te stijgen.

 

Ik loop met de tanden opeen geklemd verder de berg op. 

 

Het hart raast als bezeten.

 

Ik nader een volgende haarspeldbocht.

 

Wanneer ik rechts omhoog kijk, zie ik het wegdek meters boven me uit torenen.  Tussen km 3 en 4 is het maar liefst 8 % klimmen!

 

Ik sterf hier op de berg.  Alle kracht wordt uit mijn lijf gezogen.

 

Morzine is een verzameling speelgoedhuisjes, ver weg onder mij.  Auto's rijden me voorbij; een enkeling groet me.  Mistroostige mistslierten stijgen op uit de bomen.

 

Verder, verder, tempo houden, knokken.

 

Nog een watervalletje.  Eventjes overweeg ik te stoppen en mijn hoofd af te koelen.  Eventjes maar.  Verder gaat het, langzaam win ik hoogte.

 

Haarspeldbocht.

 

Maar dan grijpt de berg me naar de strot. Een zone  van ongeveer een kilometer boven de 11 %!

 

Moordend.

 

Ik voel mijn hartslag verder de hoogte inschieten (tot 3 keer per seconde). Het zweet barst me uit. Het tempo is nu in vrije val.

Hoe kunnen mensen hier tegen omhoog fietsen?  Ik krijg diep respect voor de Schlecks, de Contadors en de Vanenderts van deze wereld. 

 

Beelden schieten door mijn geest: beelden van de Tervurenlaan tijdens de 20 km door Brussel, beelden van de beklimmingen tijdens de Descente de la Lesse... 

 

Moeizaam schuiven de meters onder me door.  Van haarspeldbocht naar haarspeldbocht. 

 

Hier en daar verweerde graffiti's op het wegdek.

 

Het begint te stortregenen.

 

Ik bevind me boven de 1200 hoogtemeters.

 

De negende haarspeldbocht ligt al een heel eind achter me.

 

Ik verlaat de boomzone en bevind me nu tussen weilanden.  Daardoor wordt het decor wat minder dreigend en wordt het meteen een stuk klaarder.

 

Het is gestopt met regenen. 

 

Het begint te hagelen.  Hard te hagelen. Pijnlijk hard te hagelen.   De hagelbollen ricocheren om mij heen.  Het wordt weer een fors stuk kouder.

 

 

Hoogte 1330 meter.  Ik adem grote wolkpluimen uit.

 

Weer wat minder steil.  Wat heet.  4,5% klimt het.  De klok is al ver voorbij het half uur, maar ik beslis om nog wat langer bergop te lopen.  Bergaf moet straks het tempo dan maar wat hoger.

 

Maar het is hier zo godsgruwelijk bergop dat ik op enkele honderden meters compleet de vernieling in ga.

 

Ik voel dat het helemaal op is. 

 

Ik zoek een herkenningspunt, zodat ik later kan bijeen internetten waar ik ben gestrand. 

 

Op ongeveer 1350 meter hoogte. Na 38 minuten en 42 seconden. 6700 meter gelopen, ongeveer 400 meter vertikaal geklommen.

 

morzine.jpg

 

 

Haarspeldbocht 12. 

 

Ik sta stil.

 

Zwaar te hijgen.

 

Stikkapot. 

 

Zo leeg als wat. 

 

Heel mijn lijf dampt van het zweet. 

 

Ik kijk om me heen.

 

Naar de grillige Alpentoppen die me omringen. 

 

 

Godverdomme, wat een belevenis! 

 

Dit is leven! 

 

Zwaar afzien en beseffen dat je dit kan,

 

dit moet,

 

dit mag.

 

 

Ik sta vlakbij restaurant La Combe.  Mijn herkenningspunt.  En ik besef dat het zaak is om snel te vertrekken vooraleer ik verkramp van de kou.

 

Als een sneltrein dender ik de Col de la Joux Verte af.

 

Bergaf lopen doet ook pijn.  Ik moet constant afremmen om niet halsoverkop de berg af te kukelen. 

 

Ik kom terug een beetje op mijn à propos.  Gecontroleerd daal ik, ik schat dat ik rond de 15 km per uur bergaf loop.

 

De haarspeldbochten volgen mekaar nu in sneltreinvaart op.  Morzine wordt per bocht een stukje groter. 

 

 

***** 

 

 

 

Ik kom terug in de bewoonde wereld.  Wanneer ik een boerderij voorbij loop, vlak voor een haarspeldbocht, hoor ik het geblaf van een hond.

 

 

De Sint-Bernard met het tonnetje cognac?

 

Helaas, neen.

 

 

Er komt er een hond met blikkerende tanden het erf af geschoten, vervaarlijk blaffend.

 

Ik druk mijn Polar op stop.  En stop vervolgens zelf ook (typisch een loper: ik word nog liever gebeten door een hond dan dat mijn loopgegevens verloren zouden gaan of vervormd worden omdat ik vergeten ben op stop te drukken).

 

 

De hond komt grommend de weg op. 

 

Enkele meters scheiden ons nog. 

 

 

Oef, de hond stopt. 

 

 

Voor hetzelfde geld was hij mij aangevlogen en had hij mijn halsslagader nu al over gebeten.

 

 

 

Wat nu gevogeld?

 

 

Doorlopen is solliciteren voor een kuitbeet.

 

 

Ik moet de hond overbluffen. 

 

Ik kan zowat alle werkwoorden in alle tijden vervoegen in het Frans, uitzonderingen inbegrepen.  Ik ken de poëzie van Baudelaire en Rimbaud uit het blote hoofd, ik kan alle klassieke Franse romans vlekkeloos voor u declameren, maar hoe maak je een klassieke Franse vuilbakhond duidelijk dat ie weg moet?

 

 

Ik probeer het met een paar kreten: 

 

 

Allez, retour à Liège! 

 

 

Merde!

 

 

Maingain! 

 

 

Je suis venu te dire que je m'en vais...

 

 

Ca plane pour moi.

 

 

 

Niets hielp.

 

 

En toen kwam er als een Deus ex Machina een bus de helling af. 

 

Ik stond aan de binnenkant van de weg en de bus zou vlak naast me passeren. 

 

Indien de hond zou blijven staan, dan zou hij door de bus worden herleid tot hondenpulp. 

 

De hond gaat wat achteruit. 

 

Vermits de bus de haarspeldbocht stapvoets moet nemen, kan ik langs de binnenkant meeglippen. 

 

 

A cunning plan, als ik de heer Baldrick in deze mag citeren.

 

Over de schouder blikken, neen, vuilbakhond heeft mijn list niet doorzien.

 

Nu even de gas helemaal open naast de bus, en we zijn ontsnapt!

 

 

*****

 

 

Morzine. 

 

 

De laatste honderden meters van deze bizarre tocht. 

 

 

Ik loop de inrit van het hotel binnen.....

 

 

.... en sta oog in oog met een hond. 

 

 

Neen, het was niet de vuilbakhond van daarnet die met de Vespa de Joux Verte is afgestoven om wraak te nemen, neen, het was de hond van het hotel. 

 

Normaal een kwispelend hondje, maar geschrokken van mijn lopende aankomst, begint hij zowaar te blaffen. 

 

Ik krab hem wat achter de oren, waarop de hond het zweetzout van mijn benen begint af te likken.  

 

 

Best een lekker gevoel.  Ik kan het u enkel aanraden.

 

U kan het misschien raar vinden, maar ik vond dat ik dat verdiend had. 

 

Een likkende hond.

 

 

En nu ik er zo eens over nadenk.  

 

Het zout op mijn benen haal ik uit het eten van het hotel.

De baas van het hotel is de baas van de hond.

De hond likt het zout van mijn benen.

 

 

Als dit geen bewijs is dat de wereld rond is, wat dan wel?!?

 

 

Dat Galileo Galilei daar niet aan gedacht heeft.

 

 

Hij liep waarschijnlijk niet.

 

 

Tja, het blijft een ketter....

 

 

______________________________

Ik weet het, Galileo Galilei heeft niet bewezen dat de aarde rond was, maar dat we rond de zon draaien. 

 

Maar de titel bekt lekker, niet?  Ook erg Suske & Wiske, trouwens.

 

Weinig zon gezien in de Haute Savoie overigens, maar dat terzijde. 

 

Wist u trouwens dat mijn grootvader nog een geocentrist was (iemand die denkt dat alles rond de aarde draait)? 

18:14 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

22-07-11

Regering van lopende zaken

 

 

Regering van lopende zaken

 

 

220px-Flag_of_Belgium_(1830)_svg.png 

 

 

Sire,

 

mag ik u feliciteren? 

 

Er is er eentje jarig, hoera, hoera!

 

Hartelijk gefeliciteerd met de verjaardag van uw land.  21 juli.  En om dat feit te vieren, Sire, heb ik de Belgische driekleur bovenaan dit stukje gezet.

 

Neen Sire, u moet niet aan de slag met Windows viewer om de driekleur een kwartslag naar rechts te doen kantelen. 

 

Neen, Sire, zo zag de eerste vlag van België er namelijk uit. 

 

Ze werd bijeen genaaid door Marie Abts-Ermens (oplage: 2 exemplaren) in opdracht van Edouard Ducpétiaux en Lucien Jottrand.  Beide heren waren advocaat.  Om maar te zeggen dat in tijden van ambras en rottigheid zulke heerschappen nooit ver af zijn. 

 

U zegt?

 

Inderdaad Sire, veel is er niet veranderd.

 

 

En ik weet het Sire, de dingen lopen niet altijd zoals we het wensen, denk maar aan alle Verduidelijkers, Formateurs en Ontmijners die bij u hun ontslag al zijn komen aanbieden. 

 

Elke keer weer die vuile voeten in de hall, en wie mag er nadien de hall wéér maar eens met nat doen?

 

Ik bedoel maar.  

 

 

 

****

 

 

  

Dus, Sire, en ook madame Sire, mijn beste wensen. 

 

Kan u ook mijn beste wensen overmaken aan al uw officiële en minder officiële dochter(s) en zonen en al hun nakomelingen?

 

Onder ons gezegd en gezwegen, Sire, kan u zélf de tel nog bijhouden?

 

Ikzelf heb het opgegeven na de geboorte van Gabriël, maar  moest u ooit door de bomen het bos niet meer zien in die hannekesnest van kleinkinderen, mag ik u dan mijn vrouw aanbevelen?

 

U moet weten, Sire, dat mijn vrouw een encyclopedische kennis heeft van uw Koningshuis. 

 

Elk huwelijk kampeert ze voor de televisie, ze heeft iedereen mee begraven en ze kan zelfs de joeng van Filip en Mathilde opsommen, in chronologische volgorde zelfs, wat ons op plaatselijke quizzen geen windeieren legt, Sire.

 

Ze kent zelfs de geboortegewichten van alle prinselijke wichten. 

 

Dat noemt men beroepsernst, Sire, mijn vrouw is tenslotte vroedvrouw. 

 

Ja, Sire, wij werken voor de kost.

 

En helpen mee de staatsschuld te torsen.

 

En hoort u ons klagen? 

 

 Kan u dat eens aankaarten bij Milquet?

 

 

*****

 

 

Daarnaast is mijn vrouw ook gespecialiseerd in de vestimentaire eigenaardigheden van het Koningshuis.

 

Claire moet niet proberen twee keer met hetzelfde deux-pièceke van Natan over één of andere rode loper lopen struinen, Sire, of mijn vrouw zal meewarig 'Tsst, tsst, tssst' zeggen, met van ongeloof opgetrokken linkerwenkbrauw.

 

Hoeden, kapsels en sacochen, waarlijk niets ontsnapt aan de adelaarsblik van mijn vrouw, Sire.

 

Mijn vrouw doet die vergevorderde kennis over gekroonde hoofden op bij haar kapster.  Daar liggen namelijk de beduimelde boekskes.  Ik neem aan dat Paola ook wel eens naar de kapper gaat, dus weet u als geen ander dat er in het kapsalon véél studietijd te rapen valt.   Onder de droogkap.

 

 

Pas op, niet dat mijn vrouw ongezond gefixeerd is op uw familie, Sire, dat nu ook weer niet.  

 

Zo kan mijn vrouw ook perfect de stand bijhouden van wat mijn en haar familie allemaal uitvreet. Ze kent alle neven en nichtjes, wie met wie getrouwd is en waarom én vooral hoe lang nog.

 

Straf hé, Sire.

 

Ze heeft ook een mentale inventaris in het hoofd met daarin het aantal aangeschafte kinderen, het geslacht, de namen, de schoolse carrières ervan en al die gekke dingen.

 

Ik ben al blij dat ik mijn eigen kinderen ken. 

 

Nu ja, Sire, voor mij is dat wel iets gemakkelijker dan voor u, meen ik begrepen te hebben uit de populaire pers. Knipogen

 

Dat geel ventje is een emoticon, Sire, voor het geval u zich zou afvragen of er een geel vlekje op uw monitor was verschenen.   Dat wordt gebruikt om harde taal wat te verzachten; dat het allemaal maar voor het lachen is, of satire, of een kwinkslag, of een slag in het water...

 

Tja, Sire, een mens moet mee met zijn tijd, hé.

 

Vermoeiend allemaal

 

 

*****

 

 

Sire, ik heb lang getwijfeld of ik naar het defilé zou komen. 

 

Maar ik wil Brussel in mijn hoofd bewaren als het decor voor de 20 Km door Brussel, en niet voor het kaki van onze strijdkrachten. 

 

Hola, Sire, ik heb uw broer nog gediend tijdens mijn militaire dienstplicht, dus ik heb al gegeven.

 

Daarom, Sire, zal ik de verjaardag van de kreupele kar, genaamd België, vieren met een loopwedstrijdje. 

 

Wat dacht u van Dwars door Kasterlee?

 

16 km door Kempense bossen, over zandduinen, door holle wegen. 

 

Moest u onder uw verplichtingen in Brussel kunnen uitkomen, dan mag u altijd afkomen, incognito.

 

Ik zal u volgaarne trakteren op een Trappist Westmalle, of een amberkleurig Kastel-Bier, u mag kiezen....

 

 

*****

 

 

21 juli: vaste prik: Dwars door Kasterlee.  16km200 dit jaar, met (alweer) een licht gewijzigd parcours.  Nu komt de doortocht op de (te) Hoge Mouw iets verderop in het parcours.

 

De afgelopen twee jaar heb ik hier slecht gepresteerd, met als dieptepunt vorig jaar: 1 uur en 13 minuten.  Als kers op de taart stond ik vorig jaar ook nog eens voor de gesloten slagbomen van de spoorweg op 1 km voor de finish.

 

 

*****

 

 

Het is warm, zonder heet te zijn, drukkend, zonder laf te zijn. 

 

Veel bekenden zijn afgezakt naar Tielen.  Vrienden van AVN: Jan, Eddy en Guy H., Danielle, Lut, Hilde, Benny en tutti quanti.  Huisfotograaf Leo kan wegens een blessure niet meelopen.  Leo heeft zijn camouflagekleren aan, om helemaal op te gaan in het landschap en vanuit verborgen hoeken en sloten ons te belagen met zijn fototoestel.  Leo kan beter een breedhoeklens opschroeven, want vanaf kilometer 13 zal ik enkel nog met mijn breedste glimlach lopen (om schandelijke foto's te vermijden).

 

 

Omkleden in het luxueuze sportcomplex van Tielen en dan per bus naar startplaats Lichtaart.  Naast mij op de bank, Kris A., snelle man uit Hemiksem.  We hebben mekaar sinds vorig jaar niet meer gezien, dus is het oorlogsverhalen uitwisselen, tijden vergelijken en snoeven over overwonnen blessures.

 

Opwarmen, een paar sanitaire druppelstops, nog wat drinken, babbelen met bekenden. 

 

Wat een bonte bende!  Er zullen 370 finishers opgetekend worden.

 

Startzone.  Vlak voor mij: Kris A., Maria V. en Tine D. 

 

Het plan is: rustig vertrekken en na de heuvelzone kijken waar we staan.

 

 

IMG_7405.JPG

 

Startzone.   Kris A. (1222), Guy H. (1041), Jan H. (1214).

 

De start is voorzien om 14u, maar dat lijkt maar niet te lukken.  De minuten tikken weg, terwijl de meute ongeduldig staat te trappelen, stijf van de adrenaline.

 

En dan, eindelijk, gaat het licht op groen en zijn we weg, voor meer dan 16 slopende kilometers.

 

De jacht begint in de straten van Lichtaart, de kop van de wedstrijd schiet als bezeten weg, en ik moet aan de verleiding weerstaan om mee te gaan met te snelle lopers.  Ik laat Maria V. vertrekken. 

 

IMG_7416.JPG

 

 

Plots merk ik dat ik in het gezelschap loop van Kris. 

 

Niet goed, want Kris is stukken beter als ik, niet goed, niet goed... 

 

Of zou Kris rustig gestart zijn?

 

En dan knallen we vol de natuur van de Lichtaartse bossen in.  Smalle bospaden, die toch wel wat te lijden hebben gehad van de aanhoudende regenval van de laatste dagen. 

 

Ik blijf Kris volgen, tegen beter weten in.

IMG_7457.JPG

De eerste kilometers gaan vrij vlot.  Ik heb constant het gevoel dat ik harder kan, maar blijf toch maar wijselijk in het spoor van Kris (lange witte gestalte centraal, uw dienaar vlak achter hem).

 

Maar dan voel ik dat Kris langzaam begint te versnellen.  Ik twijfel even, maar besluit dat het kamikaze is om Kris te volgen.  Hij is weg, we zullen mekaar pas aan de finish weer zien.

 

Nu vertoef ik in het gezelschap van een loper, wiens naam ik niet ken, maar die met mij een groot stuk van de 10 mijl van Malle heeft gelopen (en er mij na een kilometer of 8 genadeloos af heeft gelopen).

 

We bundelen onze krachten en lopen in op een jongedame met erg snelle benen, Nina L.  Op haar rug staat te lezen Volharding, club uit Beveren.  Dat maakt ze waar.

 

De eerste duinen.  We hebben de juffrouw te pakken.  En bergop moet ze telkens een paar meters laten, maar bergaf gooit ze zich met doodsverachting naar beneden om ons zo terug bij te benen.  De afdaling van de duinen is bepaald niet zonder risico; overal steken boomwortels tussen het losse zand naar boven.

 

Het is zwaar ploegwerk in de verraderlijke duinenzone van de Hoge Rielen, met als orgelpunt de gevreesde Hoge Mouw.

 

De Mouw maakt zijn reputatie als scherprechter weer waar.  Het is loodzwaar.  Mijn hart bonkt in mijn slapen.  Ik word helemaal gesloopt op de Mouw.  Het zweet loopt in beken van me af.  Ik krijg hier een ferme tik.

 

En nadien volgen de duinen mekaar in razend tempo op.  Het losse zand zuigt de kracht uit mijn benen.

 

IMG_7564.JPG

 

 

En dan moet ik pissen (pardon my french!).

 

Eerst probeer je het nog uit je hoofd te zetten, maar dat gaat niet.

 

Nijpen, helpt ook al niet.

 

En als er nu nog iemand van die sisgeluiden maakt, dan wring ik die de nek om.

 

PISSEN!   En het wordt dringend.

 

 

 

Goed, wat nu? 

 

 

Ik heb twee opties. 

 

 

Optie 1: ik stop en ga een boom uitkiezen (keuze genoeg). 

 

Maar dan verliezen we kostbare tijd én posities.

 

Optie twee: al lopend pissen.  Ook niet echt een aanlokkelijk vooruitzicht, vooral niet omdat er vlak achter mij een jongedame loopt.   Lichaamssappen laten vloeien terwijl een bevallige jonge deerne in mijn nek aan het hijgen is, in sommige dromen dolgraag, maar niet al lopend tijdens Dwars door Kasterlee.

 

 

Ik kies voor optie 2.   

 

Dat is, ik probéér voor optie 2 te kiezen.

 

Bizar, maar het lukt niet. 

 

U heeft geen idee hoe moeilijk het is om in uw broek te zeiken. 

 

Werkelijk ondoenbaar. 

 

Probeert u het nu voor de aardigheid eens even zelf. 

 

Ik wacht wel even...

 

Ik wacht...

 

Ik heb tijd...

 

 

 

 

PROBEREN, ZEG IK !!!!

 

 

 

Ok, u kunt het dus wél, maar ik kon het echt niet. 

 

Misschien heeft het er ook wel mee te maken dat we aan het hardlopen zijn. 

 

 

 

*****

 

 

 

Ik moet nog steeds piiiiiiisssssseeeeeeen. 

 

 

En probeer dat met de moed der wanhoop al lopende te doen.

 

Ik zou verdomme geld geven opdat er nu iemand sisgeluiden zou willen maken. 

 

Ik overweeg even om de juffrouw die achter me loopt te vragen of ze even PSSSSSJJJJJ wil zeggen, maar besef dan dat ik daarvoor het lef niet heb.

 

 

 

Er zit niets anders op dan stoppen.

 

 

Ik spring naar de eerste de beste boom, hijs de koninklijke fluit en...

 

 

OOOOOOOHHHHHH

 

....  zoete verlossing. 

 

 

Pissen wanneer het écht moet,  is bijna zo lekker als, ...heum..., laat maar....

 

 

*****

 

 

Een hele kolonne lopers passeert me, terwijl ik krampachtig de druk op de brandslang probeer op te drijven. 

 

En het blijft maar komen!

 

En dan is het vat af.

 

 

Naschudden hoeft deze keer niet, laat staan de handen wassen, neen, we proppen alles waar het hoort en knallen meteen terug het parcours op. 

 

 

 

*****

 

 

Omdat ik toch een tijdje heb stilgestaan, is mijn hartslag relatief tot bedaren gekomen.

 

En dan maak ik een cruciale inschattingsfout. 

 

Ik voel me lekker en begin aan een doldwaze inhaalrace. 

 

Ik storm naar voren, haal verschillende lopers in (kerels die best wel hard lopen), ga als een gek tekeer bergop, in een poging om zo de verloren plaatsen in te halen.

 

En plots zie ik in de verte opnieuw de jongedame waar ik mee samen liep.  Ik schat dat mijn achterstand een vijftigtal meter bedraagt. 

 

Ik begin met hernieuwde moed te beuken om haar bij te benen.  Een dikke kilometer verder, ben ik genaderd tot op 20 meter ongeveer, wanneer ik voel dat ik zwaar over mijn toeren ben gegaan.  Ik moet noodgedwongen het tempo laten zakken en begin om te kijken, op zoek naar steun.

 

Ik stuik op een paar honderd meters in mekaar.  Tempoverval.

 

En dan begint de lijdensweg.  Iedereen die ik voorbij was gegaan, komt me nu op de nek gevallen.  Telkens sluit ik aan, telkens moet ik er uit.

 

Het is weer van dat. 

Dwars door Kasterlee. 

Elk jaar opnieuw blaas ik hier mijn motor op.

 

 

En de kilometers lijken nu schier eindeloos.  Ik kijk meer achterom dan naar voren.  De boswegen blijven maar komen, terwijl  de kilometeraanduidingen maar wegblijven...

 

252530_2257323037608_1384336119_2575149_2538494_n.jpg

 

En dan, eindelijk, verlaten we de boszone en krijgen we weer asfalt onder de voeten geschoven. 

 

De laatste 2 kilometers sleep ik me voort.

 

In de verte de spoorwegovergang. 

 

Ik ben zo kapot dat ik bid voor gesloten slagbomen, zodat ik toch even kan gaan liggen, op adem komen, kotsen, weet ik veel...

 

Geen trein natuurlijk.

 

En dan, eindelijk, de aankomstzone. 

 

Finish na 1 uur 11 minuten en 4 seconden.  Plaats : 81.  Vergeleken met vorig jaar ben ik 2 minuten sneller, maar dat is slechts een magere troost.

 

Gemengde gevoelens. 

 

Het was loodzwaar, alweer. 

 

Ik heb me serieus vergaloppeert, alweer. 

 

Ik besluit hier niet meer aan de start te verschijnen, alweer.

 

 

*****

 

 

In de aankomstzone drink ik me misselijk met water.  Iemand spreekt me aan; ik maak kennis met Koen, een blogbezoeker.

 

Ik ruil mijn borstnummer voor een plastic zakje vol lekkers.  Folders, koekjes en twee flesjes bier:  Kastel en een Witte Dame.

 

Naar de kleedkamer.  Zeg maar sauna.  Het is er bloedheet en de hete dampen van de douche zorgen voor een klamme warmte.

 

Ik posteer me in de gang.  Ga van daaruit douchen.

 

Aangekleed en wel, koekje en appel gegeten.  Ik voel me al bij al niet zo slecht.  De benen voelen prima aan.

 

De tent gonst van het volk. 

 

Ik schuif mee aan de tafel bij de vrienden van AVN. 

 

En een Tirolerbandje blaast vanop het podium iets te enthousiast een rits enerverende deuntjes de tent in. 

 

En dan is het tijd om huiswaarts te keren.

 

Inspirerend gezelschap.

 

Buurman in de cd-speler.

 

Mijn GPS doet ons stranden op wegenwerken.

 

Wegenwerken?

 

Zijn er mogelijk verkiezingen op komst?

 

 

*****

 

 

Sire,  u kon zich blijkbaar niet vrijmaken voor Kasterlee.

 

Jammer, maar het is niet anders.  Het Tirolerbandje had u wel kunnen smaken, vermoed ik.

 

Sire, als u Leterme nog eens ziet, kan u dan vragen of ik lid kan worden van zijn Regering van Lopende Zaken?

 

Hoewel het vandaag de schijn tegen had, loop ik nog altijd graag...

 

 

 

 

 

19:51 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

19-07-11

Mag ik even uw aandACHT?

 

 

Edelachtbare, mag ik even uw aandACHT?

 

 

Vandaag wil ik het met u hebben over het getal acht

 

8.

 

 

Acht!

 

Inderdaad!

 

Acht.

 

 

Wanneer versloeg Tiberius Claudius Nero de Sagrumbi?

 

 In het jaar acht na Christus !

 

 

Acht! 

Magisch getal! 

Een getal uit de rij van Fibonacci!

 

 

Acht is trouwens het atoomgetal van zuurstof. 

 

En hebben wij lopers daar geen behoefte aan? 

 

 

Acht is in het Oekraïens trouwens bicim, wat toch parate kennis is, niet?

 

 

En ik acht u allen zeer hoog, beste lezer, maar wist u dat het getal acht voor de Oude Grieken staat voor de rechtvaardigheid, en is lopen niet de meest rechtvaardige der sporten? 

 

Je oogst wat je zaait. 

 

Figuurlijk dan, want letterlijk is dat altijd waar; het zou redelijk belachelijk zijn moest je boontjes zaaien en pompoenen oogsten, bijvoorbeeld.  

 

 

Oogsten, augustus = oogstmaand.  Augustus = de achtste maand van het jaar...

 

 

En als je een 8 laat vallen, wat krijg je dan?

 

oneindigheid.gif

Oneindigheid.

 

 

Oneindigheid....

 

De opstanding van Jezus? 

 

Wordt beschouwd als de achtste dag van de schepping.

 

 

En moest Beethoven niet aan dyscalculie hebben geleden, dan was zijn Negende Symfonie misschien wel zijn Achtste geweest; en dan zouden we elk jaar op de 20 Km door Brussel zeer terecht starten op de klanken van de Achtste Symfonie van mijnheer von B.

 

 

Acht staat trouwens ook voor overvloed; en als 30.000 lopers aan de start van de 20 Km door Brussel geen overvloed is, wat dan wel? 

 

De Tervurenlaan, kilometer 17, en hoeveel was 1 plus 7 ook alweer?

 

Werd het Jubelpark trouwens niet gebouwd in 1880? 

 

Boven op de triomfboog in het Jubelpark staat een strijdwagen, die de provincie Brabant belichaamt. 

 

Hoeveel beelden staan er onderaan de triomfboog?

 

Acht. 

 

Als zinnebeelden van de acht andere provincies (toen hadden we er nog 9 in totaal, nu tien, volgend jaar misschien wel een stuk of twaalf, wanneer de inboedel wordt verdeeld tussen PS en NVA....).

 

Trouwens, die strijdwagen werd ontworpen door Thomas Vinçotte.  Deze kunstenaar had een leerling, met de naam Octave Rotsaert

 

Octave? 

 

Octaaf, afgeleid van het Latijnse octo: acht

 

 

Octaaf De Bolle, van Samson en Gert, hoeveel bollen heeft het Atomium

 

Dju, negen, eentje teveel... 

  

Tussen haakjes, Atomium, gebouwd voor Expo 58 ...

 

 

Een octaaf, toonladder, acht noten.

 

 

De acht van Chaam!

 

 

Hoeveel keer verscheen de maagd Maria te Banneux?  Op de kop af acht.

 

 

Hoeveel toetsen telt een piano? 

 

88.

 

 

Een schaakbord? 

 

Acht  rijen en acht  kolommen.

 

 

Hoeveel bits in één byte? 

 

Acht.

 

 

 Hoe roept een officier soldaten ter orde?

 

Geef acht!

 

 

Hoeveel poten heeft een spin?

 

Een stuk of acht.

 

 

Hoeveel engelen dragen de troon van Allah?

 

Doe maar acht.

 

 

De openingsceremonie van de Olympische Spelen in Peking?

 

Wanneer?  8-8-2008.

Hoe laat?  8 seconden en 8 minuten na 8 uur 's avonds.

 

 

Hoeveel hechtingen kreeg Laurens Ten Dam in het aangezicht na zijn val in de Tour 2011. 

 

Inderdaad, acht.

 

 

Hoeveel Europese banken slaagden niet in de stresstest? 

 

Jep, acht.

 

 

Hoeveel maanden cel kregen de kopers van Baby J? 

 

U weet het al, het aantal bevindt zich pal tussen de 7 en de 9.

 

 

Wat rijmt er zowel op zacht, kracht, overdracht, aandacht, geslacht, yacht, spankracht, klacht, verdacht, toedracht, vannacht, ambacht, pracht als macht?  Geef toe, een opdracht met wilskracht volbracht.

 

 

88 = HH = Heil Diemetdatkleinsnorretje!

 

 

Op 7 augustus 1888 wordt Martha Taber vermoord door Jack The Ripper. 

Wanneer lezen we daarover in onze gazet? 

Acht augustus 1888.  Zijnde  8-8-1888

 

 

Hoe lang is de langste worst ter wereld? 

 

203,8 meter.

 

 

Wat was het meest succesrijke TV-programma van Mies Bouwman?

 

Eén van de acht!

 

 

 

 

En dat durft u allemaal toeval noemen?!?!?

 

 

 

*****

 

 

 

Ik weet het, er zijn maar zeven wereldwonderen, zeven deugden en zeven hoofdzonden, zeven wereldzeeën, Rome gebouwd op zeven heuvels, de zeven dwergen, Windows 7, zeven weekdagen, u zal nu zeggen: waar zit je nu met je acht?

 

Wel, ik zou daar niet teveel acht op slaan, imperfectie is namelijk des mens. 

 

De imperfectie. 

 

Altijd net iets tekort schieten. 

 

Net niet.

 

De imperfectie, de gebrekkigheid, de fout.

 

 

Laat ik daar nu toevallig een foto van hebben...

 

 

 

nk11st_0489_jpg.jpg

 

Foto van uw scribent op de loop voor zichzelf, zijn schaduw en de bikkelharde concurrentie op Neervenkermis.

Ja, diepe zucht, ik weet het, ijdelheid en van die dingen, een schande en zo.

En we weten allemaal wat ijdelheid met een mens kan doen, zeker sinds die spiegelaffaire met Sneeuwwitje en de heks.

  

Maar, kijkt u nog eens goed naar de foto.

 

 

Hoeveel vingers steek ik in de hoogte?

 

 

Inderdaad...

 

 

Hoogachtend,

Mark (borstnummer 861).

18:27 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

13-07-11

Steamfull crash

 

Steamfull crash

 

 

 

9 juli 2011

 

Wedstrijddag.

 

Kriebels in de buik, want opnieuw staan we straks aan de start van een loopwedstijd.   En wat voor een!  Een klassieker van formaat.

 

 De loopwedstrijd in het kader van Neervenkermis te Loenhout.  

 

Dat is Vlaamsche Folklore pur sang. 

 

Om het alcoholmisbruik toch een sportief kader te geven, wordt er eer betoond aan het triumviraat van oeroude Vlaamsche sporten.  Een wielerwedstrijd, voetbal (penaltywedstrijd 'Pinanti is pinanti') en de enige sport die er écht toe doet: het lopen.

Tegenover al dat sportieve geweld staan natuurlijk de andere sportieve bezigheden van de Vlaam, zijnde Bal populaire voor de jeugd met discobar (zuipen), een kaartprijskamp voor de oude agrariërs, met de pet schuin op het door een gevaarlijk hoge bloeddruk roodaangelopen hoofd (zuipen). 

Ook het culinaire wordt niet verwaarloosd, er is een keur aan vettige hamburgers, hotdogs und jawohl braadworsten. 

Die hamburgers zijn er om het bier te absorberen, zodat er toch wat fond kan gegeven worden aan het braaksel. 

 

Maar dat geheel terzijde.

 

 

*****

 

 

Ik kom hier graag.

 

Ook wel omdat het me terug slingert naar taferelen uit mijn jeugd. 

 

Hoe ik als jongeling mijn eerste kermissen meemaakte, waar discobar Steamfull Crash de soundtrack van mijn jeugd speelde. 

 

Herman Brood en Saturday Night

 

En ik mijn eerste schuchtere stappen zette in het verkennen van dat andere, erg mysterieuze geslacht.    

 

Geknoei, neem het van mij aan. 

 

De meisjes eind jaren zeventig van vorige eeuw waren van een oerdegelijke soort, burchten van deugdelijkheid, bewakers van de maagdelijkheid, gepokt en gemazeld door de Chiro en doordrongen van een katholiek schuldbesef. 

 

 

En dat alles was nog te behappen. 

 

Erger was het feit dat ze meestal ook verpakt zaten in een beha en ik had geen flauw benul hoe die dingen open moesten.

 

En dat gedoe met die La Bamba !?!?  De kuskesdans!  Hoe je daar in een kring tegen de zweterige oksels van je buurman stond aan te schurken, terwijl die blonde godin alweer aan je neus voorbij ging om iemand anders te gaan kussen. 

 

En daarna kwamen de slows!  Nights in white satin, om er meteen maar de grootste draak uit te halen.  Wat een gedoe allemaal!  Wat een gepruts, ook...

 

Rare paringsrituelen kent de mens, toch?

 

Geknoei, ik herhaal het.

 

Ach, de bals van weleer. 

 

Tijd, wo bist du bleben? 

 

 

*****

 

 

Maar de belangrijkste reden dat ik aan de start wil staan van de loopwedstrijd te Loenhout, is de kleedkamer!

 

Indien we het spectrum der kleedkamers beschouwen, dan vind je aan de ene kant de douches van het Koning Boudewijnstadion te Brussel, waar uw dienaar na de Brussels City Run het voorrecht heeft  mogen smaken te douchen waar alle (andere) grootheden van deze planeet hun rug hebben ingeschuimd.

 

Aan de andere kant van het universum vinden we de kleedkamer van Neervenkermis, waar de infrastructuur iets minder ingewikkeld was: een emmer koud water in een stal met levend vee.  De intieme momenten die ik daar heb mogen beleven met Bella, de koe met de lange wulpse tong, een bescheten achterste en maar liefst 4 tepels, behoren tot mijn dierbaarste herinneringen en spoken doorheen mijn warmste dromen.

 

Maar alles wat goed is, is gedoemd te verdwijnen. 

 

Dit jaar bleek de kleedruimte zowaar een tent te zijn! 

 

Ongehoorde luxe! 

 

Een stuk charme gaat alweer verloren.

 

 

 

*****

 

 

Wat staat er op het programma?  9 km over asfalt, beton en over grind- en zandwegen.  Verdeeld over drie ronden.

 

Een meer dan forse delegatie van AVN: de razendsnelle Jan en Guy H. (lopen is daar een familiekwaal), Frank T. (de man die me in Seraing heeft geklopt), Leo, Benny, Hild, Lut, Chris, Els, Danielle et j' en passe.  Dan Dré B. en Tim V. van het Wezels Omslagpunt, heren van het Fast Action Team, van Team 185, van GAV,...

 

Goed gestoffeerd dus, deze ouwe diesel zal serieus uit de pijp moeten komen om top 20 te lopen.

 

Opwarmen in het gezelschap van Tim V., de onklopbare en Dré B., de overtreffende trap van onklopbaar. 

 

Een flauw lichtpuntje is dat beide heren klagen over kwaaltjes allerhande, moedwillige enkels en pijnlijke hielen. 

 

Als dit geen bewijs is dat God bestaat, wat dan wel?

 

En anderzijds moeten we ook vaststellen dat zij die proberen sneller te zijn dan ondergetekende, hij die  in erg discutabele kringen bekend staat als loopwonder Mark, meestal een ticketje hebben op de snelweg naar een blessure! 

 

Zeg niet dat ik u niet gewaarschuwd heb!

 

 

*****

 

 

Enfin, sta me toe te zeggen dat de start een beetje chaotisch was. 

 

 Ik sta met de rug naar de looprichting nog wat te lullen met iemand, wanneer plots iedereen rond mij wegschiet. 

 

Oeps, start gemist!

 

De kop van de wedstrijd schiet met een rotgang weg. 

 

Vlak daarachter zie ik Dré lopen, en pakweg een 20-tal meters voor mij: Tim V.  In de wetenschap dat Tim me vorige week anderhalve minuut aan de broek smeerde op de 10 km door Rijkevorsel, is het van de bok zijn kloten indien ik zou proberen Tim te volgen.

 

Wat doe ik? 

 

Ik spurt het gat dicht op Tim V.  Windop.  Voilà, hebben we de eerste stommiteit toch al gehad.

 

Ik nestel me in zijn zog.  Ik merk dat Dré in de buurt van Jan H. hangt, samen met Paul Van Riel.  Die heren lopen in een andere kwaliteitscategorie, eentje die ik nooit zal bereiken.  Toch zitten we niet verschrikkelijk ver achter. 

 

Ik spoor Tim aan tot hogere snelheid:

 

 "Komaan Tim, loop dat gat dicht op Dré."

 

Dat was bedoeld als grap, maar helaas versnelt Tim prompt.  Ik moet alles geven om bij hem te blijven.  En een tweetal heren die bij ons waren, moeten meteen de rol lossen.

 

Om het razende tempo van Tim wat te milderen, zet ik me op kop.  Niet dat het nu traag joggen is, dat nu ook weer niet.  We komen bij een voorligger en ik pik ons treintje aan. 

 

Drankpost.  Ik gris een bekertje mee.  Beetje drinken, de rest verkoeling.

 

Met al dat geweld zijn we exact nul meters dichter bij Dré gekomen.  Tofjes!  We beseffen dat het niet zal lukken. 

 

De wind beukt ook hard op ons in. 

 

Wanneer we terug het asfalt opdraaien, merk ik dat Tim een gaatje moet laten.  Dit is niet normaal.  Ik denk dat zijn enkel hem parten speelt.  Ik besluit om naar de kop te gaan, zodat het gaatje meteen een metertje groter wordt.  En ik investeer heel wat energie in een lange, verschroeiende kopbeurt.  Tim kraakt en het gat wordt een stuk groter.

 

Ja, ik weet het.  Het is niet bepaald grootmoedig van mij.  Achterbaks, slecht, onsportief, wreed, roept u maar!  Een collega in pijn, geblesseerd, afmaken op zo'n lafhartige manier.

 

 

HEERLIJK!

 

 

Denkt u dat ze op mij wachten, telkens ik stuk zit? 

 

Denkt u dat iemand ooit al gezegd heeft:

 

 

"Mark, het gaat precies niet meer zo goed, zullen we je wat uit de wind zetten?"

 

Neen!  Vergeet het! 

 

 

Tijdens de wedstrijd zit het mes tussen de tanden.  Na de wedstrijd hoogstens een tandenstoker.

 

 

 

*****

 

 

Tim gelost.

 

Doortocht aan de finish na een stomende eerste ronde na 10 minuten en 56 seconden.  Dit ga ik zwaar bekopen in de rest van de race, zoveel is zeker.

 

We draaien met twee de zware betonstrook windop in.  Ik sterf een duizend doden in het zog van deze, mij onbekende loper.  Maar ik wil toch niet de ondankbare hond uithangen, en halfweg pak ik de kop over om mijn deel van het werk te doen.  Het zal mijn laatste kopbeurt zijn, want ik voel me helemaal opbranden.

 

Haaks links het zandpad op, de wind komt nu van rechts.  Ik kruip links van mijn kompaan en kan zo nog een eind mee, maar moet hem dan laten gaan.

 

Ik blik achterom.  Tim is inmiddels ook voorbij gelopen door andere lopers.  Ik beslis om het tempo wat comfortabeler te maken en dan maar af te wachten wat er staat te gebeuren.

 

Drankpost.  Twee bekertjes.  Eén voor de dorst en één voor over het hoofd. 

 

Even later word ik alweer geremonteerd.  Ik pik aan.  Eventjes.  Dan er alweer uit.

 

 

*****

 

 

Einde Ronde 2.  Ik loop al een tijdje alleen.  De chrono rond de 22 minuten en 40 seconden. 

 

Ronde 3.  Betonbaan met de orkaan recht op de snuit.  Ik word bijgehaald door de eerste vrouw.  Een opstoot van misplaatste mannelijke trots zorgt ervoor dat ik haar een groot stuk van die strook windop uit de wind zet.  Edel gebaar dat ik iets verderop bekoop.  Ze laat me ter plaatse.

 

De instorting wordt redelijk groot.  Een Steamfull Crash, zeg maar.  Ik besef dat ik de eerste ronde teveel energie heb gestoken in het afschudden van Tim V.  Maar ik had geen keuze; moest ik maar enkele meters voorgift genomen hebben, dan bestond het risico dat Tim me terug op de nek zou vallen.

 

Drankpost laatste doortocht.  Omkijkend zie ik voorlopig niemand meer.  Tim in de verte, nu in het gezelschap van Marc K., mijn loopschoenenoppergod.  Top Running Wuustwezel, de tempel voor de loper!  Tot zover deze commerciële mededeling.

 

Een doffe pijn begint voelbaar te worden in mijn rechterkuit.  Ik moet het tempo iets laten zakken, puur om de gemoedsrust te bewaren.  Liever niets kapot lopen.

 

De laatste rechte lijn. 

 

261612_2189786994350_1537368275_32433577_2561143_n.jpg

 

Marc K. is nog behoorlijk dicht gekomen. 

 

Finish!  Op de 16de plaats na 34 min en 54 seconden.   1 minuut en 48 seconden sneller dan verleden jaar.  34 seconden trager vergeleken met mijn wonderjaar 2009.

 

 

*****

 

 

Borstnummer inleveren in ruil voor een ice-tea.  Collega's polsen.  Tijden vergelijken.  En om het lichaam terug wat in de plooi te krijgen, loop ik nog een rondje van 3 km op mijn  dooie gemak, keuvelend met Jan H., looplegende.

 

 

Kleedkamer.

 

Er staat loeiharde muziek te spelen in de kleedkamertent.  Steely Dan, recenter werk, meen ik te weten. 

 

Emmertje water gaan tanken.  Met weemoed denk ik terug aan vroegere tijden.  Aan kleedkamers vol levend vee. 

 

Aan Bella. 

 

Bella met haar lange, druipende tong. 

 

 

Gelukkig bleek de vernieuwde kleedkamer naar aloude traditie nog steeds gemengd, zodat we doorheen het gaas van onze wimpers nog konden staren naar andere Bella's, maar dan met een pak minder tepels, we moeten daar eerlijk in zijn...

 

Nog wat bijpraten met de collega's, de cérémonie protocollaire waarin AVN ruim bedeeld werd in het prijzengeld, en dan is het tijd om de avond af te ronden.

 

 

*****

 

 

 

Ik slenter naar mijn wagen.

 

Kijk nog even om mij heen.

 

De Kempen.

 

Far West.

 

Mijn geboortegrond.

 

 

En de auto neuriet terwijl ik door Loenhout rij. 

 

Via het Oud Dorp. 

 

Café Far West.

 

En alsof de duivel er mee gemoeid is, zingt Daan:

 

 

Exes I've got no acces to my exes

I'm sure by now they've moved to Texas

or took a one way trip to Naxos

Exes I've lost the battle of the sexes

Like making love inside of taxis

They liked the sting but not the cactus

 

I know that exes reflect my youth

I know that exes are my male proof

I know they're guilty of being the past

But you've killed the cupid

You're over them

 

Exes I've got no problem with my exes

They loved me driving in my Lexus

A road's as good as all its exits

Exes so out of date like sending faxes

I was the tree they were the axes

They liked the pray but not the mantis

 

17:17 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

05-07-11

De ondraaglijke lichtheid van het bestaan

 

 

De ondraaglijke lichtheid van het bestaan

 

 

Zaterdag 2 juli 2011

 

Vakantie! 

 

Kind 1 en 2 slepen oorlogsbuit het huis binnen. 

 

Goede schoolse resultaten worden aan de voeten gelegd van de heerser van het gezin, mijn vrouw. 

 

Kind 1 en Kind 2 passeren langs de kassa om financiële compensatie op te vorderen voor dagen en nachten studeren, met de moed der wanhoop en de handen in het haar, tot een A-attest er op volgt. 

 

Zij passeren langs de kassa van het gezin, en de kassa, dat ben ik!

 

Jolijt alom, lawijt eveneens, de kinderen kunnen terug onbekommerd nachtdieren worden.  De wekker krijgt voor onbepaalde tijd verlof, inspanningen zullen ver te zoeken zijn,  laat het zwoegen maar aan de ouders over (in het zweet des aanschijns zult gij uw brood verdienen).  

 

Studieboeken vergaren stof, alle naamvallen komen te vervallen, integralen mogen integraal vertikaal geklasseerd worden, de rekening is toch al lang gemaakt, genoeg gesuft boven boeken vol honderdjarige oorlogen en duffe dynastieke keizers, de gotiek zal moeten wachten op een nieuwe renaissance, geen gejammer meer over damoclesiaanse deadlines voor taken, geen gezeur meer over hoeveel plagen Egypte te verduren kreeg, alle stromingen in de schilderkunst worden met het badwater weggegooid, de kattige schoolbel wordt de bel aangebonden, opbergen die agenda,  de punten zijn vergooid en uitgedeeld, alle kemels zijn geschoten, het is tijd voor leute, festivals, veel misbaar en het bedrijven van alle zonden Israëls. 

Het is tijd om in vele grachten tegelijk te lopen en te belanden, thuishaven van de oude koeien, om er de teen andermaal te stoten aan diezelfde vervloekte steen des aanstoots, en dan was er nog iets met een ezel, maar het ezelsbruggetje ontschiet me helaas even. 

 

 

Vakantie en jeugd, een combinatie gemaakt in de hemel, hemeltergend, dat wel, maar toch hemels.

 

 

 

*****

 

 

 

Juli, aan de kant jullie!

 

 

Mannen maken plannen!

 

 

Plannen in de vorm van de stratenloop over 10 km te Rijkevorsel, buurgemeente van mijn thuisstad.

 

U moet weten dat er een soort broedertwist, een soort rivaliteit heerst tussen Rijkevorsel en Hoogstraten.  Was het in de Middeleeuwen nog iets wat met leenrecht en kruisboog werd uitgevochten, dan is er nu enkel nog wat folkloristisch gekrakeel langsheen voetbalvelden en op pensenkermissen. 

 

Maar toch, als Hoogstratenaar aan de start verschijnen van een loopwedstrijd in Rijkevorsel, is toch een beetje jezelf wagen in het hol van de leeuw. 

 

Zwarte Leeuw zelfs, naar de legendarische voetbalclub.

 

 

 

*****

 

 

Ik fiets naar Rijkevorsel.  

 

Aan mijn zijde mijn vriend Tom.   Tom heeft op Trojaanse wijze zijn Achilles opgeofferd; niet aan Helena, maar aan de loopsport. 

 

Hij mag niet meer lopen, nooit meer, en dat snijdt. 

 

Een mes dat aan twee kanten snijdt, want zo ben ik mijn loopgezel, mijn bloedbroeder van zovele oorlogen kwijt.  Maar vandaag is hij van de partij, als mental coach en vriend. 

 

 

U zal nu zeggen: kat in bakkie, hoe moeilijk kan dat zijn?   Tom kan wat op een terrasje hangen, wat naar de wijven kijken, terwijl die ouwe zich het apezuur loopt.

 

 

Mag ik u tussen haakjes vragen een béétje op uw woorden te letten...

 

 

 

Aan de ene kant hebt u gelijk (terras, wijven kijken, ouwe apezuur loopt); úw woorden, niet de mijne!.

 

 

Aan de andere kant dan ook weer niet. 

 

 

Want ooit finisht de ouwe. 

 

 

En dan zijn er twee mogelijkheden:

 

1. de ouwe heeft slecht gepresteerd, en dan is hij in het beste geval neerslachtig en zwijgzaam.  In het slechtste geval zaagt en zeurt hij de rest van de avond als een geconstipeerde gorilla. 

Donkere gedachten zoals: het leven is kut, lopen stelt niets voor,  schoenen aan de haak, Walen buiten, gestoffeerd met de nodige 'godvermiljaars' en 'kust mijn klotens'.

 

 

2.de ouwe heeft goed gepresteerd, en dan is hij in het beste geval relatief aangenaam in de omgang.  In het slechtste geval is hij de rest van de avond  irritant jolig en opgewekt als een geconstipeerde gorilla die net het doosje laxeermiddelen heeft gevonden.

Onuitstaanbaar qua narcisme: het leven is fantastisch  en ik ook, lopen is voor de goden en voor mij, alles haaks met de loopschoenen, de Walen binnen, helaas gestoffeerd met de nodige 'godvermiljaars' en 'kust mijn klotens'.

 

 

En gezien den ouwe al jaren loopt, is de kans op een goed resultaat in de loop der jaren behoorlijk klein geworden.

 

 

 

*****

 

 

 

Enfin, Tom en uw dienaar per fiets naar Rijkevorsel.  Rijkevorsel leeft!  Met kinderlopen, 5 Km, 10 Km, halve marathon, estafettemarathon en marathon. 

 

We zijn wat vroeger afgezakt naar Rijkevorsel, zodat we de marathon en de estafetters op de marathon nog zien starten. 

 

AVN is er met maar liefst 3 ploegen op de estafette: de dames en twee herenploegen.  Er wordt wat bijgepraat, succes gewenst en dan begeeft ieder zich naar zijn of haar startpositie.

 

Een hapering van het startpistool, dan toch  pang  en de heren en dames beginnen aan hun avontuur over een dikke 42 km of een deel ervan.  De halve marathon vertrekt elders.

 

 

*****

 

 

Inschrijven en naar sportcentrum De Valk, waar de kleedkamers zijn.

 

Eens omgekleed, terug richting startzone.  Ik bevind me in gezelschap van Eddy O., een zeer goed loper. We warmen een kilometertje samen op (14 km/uur, sneller moest écht niet).

In de startzone ontmoet ik Tim V. van het Wezels Omslagpunt, ook al een sneller heerschap dan ondergetekende.  Samen nog wat opwarmen, sanitaire stop en dan is het zover: opstellen voor de start.

 

 

Het plan is eenvoudig.  Ronde 1 de gashendel niet helemaal open.  Ronde twee: alles moet weg!

 

Het startpistool wil nu helemaal niet meer meewerken, dus ziet men zich genoodzaakt de boel op gang te blazen op artisanale manier, met behulp van een fluitje.

 

  

*****

  

We zijn weg!

 

Redelijk wat trage lopers houden me op.  Ik zie me verplicht het voetpad op te springen en zo de tragere voorwacht voorbij te schieten.  Toeschouwers springen verschrikt achteruit.

 

 

Maak plaats, maak plaats, maak plaats.  Ik heb ongelofelijke haast!

 

 

Eerste doortocht aan de finish na een paar honderd meter:

rijkevorsel2011.jpg

Gele nummers: 10 km, witte: 5 km.  Tim V. (815) en uw dienaar (697).

 

 

Het tempo ligt gecontroleerd hoog; het is rondkijken wie waar zit.

 

 

rijkevorsel20112.jpg

 

We draaien het Prinsenpad in, een lange rechte weg, waar de wind vol op kop blaast.  Ik knok me tot bij een groepje om er beschutting te vinden tegen de wind.  Daarvoor moet ik iets dieper in het krachtenarsenaal tasten dan me lief is, maar goed, we zien wel.

 

Rechts via een smal paadje een verkaveling in, wat keren en draaien en dan naar de bevoorrading aan het voetbalveld van KFC Zwarte Leeuw, rechts een onverharde weg in, links de Oude Baan, links de Helhoekweg. 

 

Al die tijd doe ik geen meter kop.  Ik ben nog steeds op zoek naar mijn adem na de startfase.  De Helhoekweg is wind vol in de rug.  Vermits ik achteraan het groepje blijf bengelen, kan ik het voordeel van de wind mee pikken.  En ik voel dat ik langzaam weer wat op mijn positieven kom.

 

De groep, vier man sterk,  blijft goed samen.  We draaien het Lozenhof in en dan links de Oostmalsesteenweg richting start- en aankomstzone.

 

Mijn kompanen doen zonder verpinken al het kopwerk, dat is flink!  Maar op het einde van ronde 1 kan ik me weer maar eens niet beheersen en bij het ingaan van ronde 2  zet ik me op kop van het groepje en schiet een serieuze fusée af.

 

rijkevorsel20113.jpg

Doortocht na 5 km en een paar honderd meter: 19 minuten en nog wat seconden (ik had op een verkeerd knopje van mijn Polar gedrukt en had dus geen idee wat ik aan het doen was - dat laatste is volgens mijn vrouw een constante in mijn leven).

 

 

We lopen doorheen de startzone. 

rijkevorsel20114.jpg

De speaker maakt zich erg populair met volgende opmerking:

 

 

"En dan hier de doortocht van een aantal wat oudere deelnemers..."

 

 

Dank u voor deze mentale opkikker!

 

  

*****

  

 

Prinsenpad indraaien.  Wind volop op de snoet en nogmaals geef ik er een ferme snok aan. 

 

Het groepje zal me nu wel hartsgrondig haten.  De volledige eerste ronde profiteren als de eerste de beste Zoetemelk en dan nu, net wanneer de wind op kop zit, de groep uit mekaar ranselen, SYMPATHIEK!

 

 

Twee man kwijt, ééntje blijft volgen. 

 

 

Halfweg het Prinsenpad maak ik hem duidelijk dat hij mag overnemen.  Wat hij fluks doet.  In die mate fluks dat ik sterretjes zie om hem te blijven volgen.   Het is harken om bij te blijven.  Maar het lukt me.  Recupereren zit er niet echt in.  Dit wordt een zware klus.

 

Ik zoek beschutting tegen de beukende wind door schuin achter mijn roerganger te lopen.

 

Pas nu valt het me op.  Deze loper heeft een soort tic nerveux.  Hij spuugt om de paar tientallen meters wat spuug tussen de tanden door. 

 

 

Ik zeg wel: die spugende tic valt me op, maar u dient hier te lezen: ik kreeg zijn spuug in mijn gelaat. Qua verfrissende douche kan dat tellen!

 

 

Maar, zoals Cruyff al wist: elk nadeel heb zijn voordeel!  Via de spuug weet ik altijd uit welke hoek de wind waait, én mits een geopende mond mag ik al eens een drankpost missen!

 

 

Zijn naam ken ik niet, zullen we het op Frank Rijkaard houden?  Voor de voetballeken onder de lezers: WK 1990: Frank Rijkaard spuwde Rudi Völler tot tweemaal toe in de nek... 

 

 

*****

 

 

 

Verkaveling.  Ik neem terug over.  Ik mis de spuug nu al.  Drankpost: ik gris een bekertje mee.  Wat over het hoofd, wat drinken. 

 

Ik moet mijn vriend, aka Frank Rijkaard, laten gaan.  Hij merkt dat en vertraagt even, zodat ik terug kan aanpikken.

 

Heilig verklaren die vent.  Wachten op een lijdende loper: dit moet het minder bekende achtste werk van barmhartigheid zijn!

 

Nu ik er zo eens over nadenk: ook het tweede werk van barmhartigheid beoefent hij, meer bepaald:  de dorstigen laven (weliswaar met spuug, maar een gegeven Rijkaard mag je niet in de bek kijken).

 

 

 

*****

 

 

 

Op de onverharde strook laten de inspanningen zich voelen.  Ik laat een gaatje vallen.  Nu is het kwestie van niet stil te vallen en te proberen het tempo er in te houden.

 

 

De Helhoekweg is vervloekt lang, zelfs met de wind in het voordeel.

 

 

De Oostmalsesteenweg betekent dat de zoete marteling bijna voorbij is.   Nog een keer de laatste restjes energie bijeen schrapen en proberen te versnellen...

 

 

Ik storm de aankomstzone in en finish op plaats 21, na 37 minuten en 47 seconden.  1 minuut en 22 seconden sneller dan vorig jaar.

 

Handdoek, uithijgen, zweetdruppels, handjes schudden, kwartjes appel eten, sportdrankjes drinken, water drinken, ervaringen uitwisselen.

 

De benen volledig kapot.  Misschien had ik langer moeten wachten in Ronde 2 om de troeven op tafel te gooien, wie zal het zeggen? 

 

De weg naar de kleedkamer is lang, héél lang. 

 

Douche, welverdiend. 

 

 

*****

 

 

De aankomstzone is omgetoverd tot een bruisende feestzone. 

 

Lopers verbroederen.

 

Er worden nu meer rondjes gegeven dan daarstraks gelopen.

 

En hoewel ik gesloopt ben, kan ik terugblikken op een mooie wedstrijd.

 

Met iets van tevredenheid.

 

Een vleugje rust.

 

Goed, ik besef het, het is allemaal futiel.

 

Het stelt allemaal niets voor.

 

Het is hoogstens de waan van de dag.

 

De ondraaglijke lichtheid van het bestaan.

 

  

 

15:02 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

29-06-11

Babylonische spraakverwarring

 

 

Babylonische spraakverwarring.

 

 

 

Triiiiing!

 

De telefoon gaat.

 

 

Nu ja, in feite doet onze telefoon niet triiiing, maar eerder ploeroeroeloeroeloe.

Vroeger deden telefoons triiiiing, nu moet dat zonodig iets elektronisch zijn.  Vroeger waren dingen nog logisch.  Nu hoeft dat niet meer.  Het is onomkeerbaar fout gegaan op het moment dat we telefoons een eigen persoonlijkheid hebben gegund.  

 

Soms betrap ik me op de verontrustende gedachte dat Osama gelijk had... 

 

Bij de GSM van Kind 2 kan je je aan alles verwachten qua ringtone, variërend van het geblaf van een hond die hij nooit kreeg van zijn ontaarde ouders,  of het geluid van een met doodsverachting gelaten scheet tot een speech van Adolf H., maar dan in de versie van Cartman, dat irritant figuurtje van het zo mogelijk nog irritantere South Park

 

Razend wordt een weldenkend mens daarvan. 

 

En ik ook.

 

 

Ik herbegin.

 

 

Ploeroeroeloeroeloe!

 

Dat is de telefoon die triiiing doet, maar dan heu...

 

 

Ploeroeroeloeroeloe!

 

"Kan jij even oppakken," brult mijn strijkijzerende vrouw stijlvol.

 

 

Ploeroeroeloeroeloe!

 

Ik pak op.

 

 

Het is Maria, onze buurvrouw van respectabele, edoch onbestemde leeftijd.

 

Bellen met Maria is een oefening in engelengeduld. 

 

Daar zijn een paar redenen voor. 

 

Ten eerste draagt Maria een hoorapparaat.  Normaal helpt dat ding om beter te horen, bij Maria dient het tot niets, waardoor het aangewezen is het spreekvolume lichtjes op te drijven.  Dat is eufemistisch taalgebruik voor keihard brullen in de hoorn.

 

Ten tweede noemt Maria mij altijd Frank.  Dat doet ze nu al een paar jaren.  Mijn naam is Mark, u weet dat, maar Maria heeft ergens mid jaren negentig eenzijdig beslist me Frank te noemen.  En ongeacht hoeveel keer ik haar corrigeerde, ze bleef me halsstarrig Frank noemen.  Op een bepaald moment heb ik het opgegeven haar te corrigeren, sterker nog, ik schik mij gedwee in de rol van Frank, de buurman.  Soms kan Maria ook mijn tweede naam niet meer voor de geest halen, en dan noemt ze mij Heum, waarbij ik haar volgaarne ter hulp schiet en haar eraan herinner dat ik Frank heet.   Kwestie van de spraakverwarring binnen Babylonische perken te houden.

 

Trouwens, mijn vrouw K. wordt door Maria meestal Paula genoemd.   Dichter bij bigamie zal ik nooit komen.  Twee vrouwen.  Het idee alleen...

 

Nog een geluk dat ik mijn kinderen genummerd heb, meer bepaald Kind 1 en Kind 2, anders was de verwarring niet meer te overzien. 

 

Schizofrenie is niet ver af bij ons, vrees ik. 

 

  

*****

 

 

 

Ploeroeroeloeroeloe!   Of neen, excuus, ik had al opgepakt.

 

 

"Ha, Frank, 't is Maria hier."

 

 

HA, DAG MARIA! 

 

Ja, ik tik het hier in hoofdletters, omdat ik volume misthoorn gebruik.  Plaaster komt van de zoldering gedwarreld, kopjes rinkelen in de keukenkast, de kat geraakt van pure schrik aan den dunne...

 

 

 

"Seg Frank, proficiat hé."

 

 

HEUM, PROFICIAT WAARMEE MARIA?

 

 

 

"Ja, Frank, ik heb het gezien in de Gazet, dat ge gewonnen hebt."

 

 

Plots besef ik waar Maria op doelt.  Vorige vrijdag stond er een foto in de Gazet van Antwerpen, waarop uw dienaar stond afgebeeld in aktie op de Stratenloop door Hoogstraten.  Maria denkt verkeerdelijk dat ik gewonnen heb...

 

 

IK HEB NIET GEWONNEN, MARIA!

 

 

 

"Jaja, Frank, ik weet het, dat ge gewonnen hebt, proficiat."

 

 

Neen, niet gewonnen Maria, Frank was vijftigste!

 

 

 

 

"Goh Frank, ja gewonnen en dat op uw vijftigste, Frank!"

 

 

Neen, Maria,....

 

 

 

 

"Och Frank, nu dacht ik echt dat gij al vijftig waart?"

 

 

Maria spreekt de taal der illustere Vlaamsche voorvaderen, oprichters van het tijdschrift Van Nu en Straks, meer bepaald op de wijze van Prosper Van Langendonck, ook al een notoir schizofreen...

 

 

Neen, Maria...

 

 

 

"Allé, Frank, nog eens nen dikke proficiat, enneu....   ....is Paula thuis?"

 

 

Wie?

 

 

 

"Paula."

 

 

Op de achtergrond staat mijn vrouw heftig neen te knikken, maar met een grijnslach geef ik de hoorn aan mijn vrouw K., zij die in bepaalde kringen Paula wordt genoemd.  Mijn vrouw legt het strijkijzer neer en drukt de hoorn tegen haar oor (alhoewel andersom voor het verhaal misschien wel grappiger was geweest).

 

 

 

*****

 

 

Zaterdag 2 juli.

 

De winnaar van de Stratenloop van Hoogstraten, Frank, godverdoemme, Mark, ik, moi dus, maakt zich klaar om een lange, trage duurloop te gaan afmalen. 

 

Mijn gsm rookt nog een beetje na, want zowat iedereen heeft me per SMS uitgelachen met mijn foto in de Gazet van Antwerpen.  Ook mijn mailbox is gecrasht en Facebook staat helemaal volgeschreven.

 

De lange duurloop begint veelbelovend.  Lekker loopweertje, het smost en het is lekker fris.  Halfweg de Lindendreef bots ik figuurlijk op Koen V.D.  Ook hij heeft de krant gezien.   We groeten mekaar, oude krijgers, en zetten onze weg verder.

 

 

Duurlopen vragen om een geschikte omgeving.  We durven daar kieskeurig in te zijn.

 

Geen betere plaats om duurlopen af te werken dan de bossen van Wortel Kolonie.

 

Zij die deze kronieken frequenteren weten dat ik kind aan huis ben in de Wortelse bossen. Diep in mijn binnenste beschouw ik de bossen van Wortel als mijn hoogstpersoonlijke eigendom. Tegen o zovele bomen heb ik er de poot geheven om mijn territorium af te bakenen.

 

Daar loop ik!

 

Snuif op die potente geur van haag en den!

 

Wortel Kolonie!

 

Mijn loopjachtdomein...

 

 

Hier bereid ik me voor op de 20 Km door Brussel.   In opperste afzondering.

 

Wat Sergej (Serhiy) Lebid heeft met Kislovodsk in de Kaukasus, wel dat heb ik met de bossen van Wortel, zij het met iets minder wolven.

 

 

Nu ik er zo eens over nadenk, er zijn wel meer parallellen te trekken tussen mij en Sergej Lebid, naast het feit dat we allebei twee benen hebben.

 

Lebid loopt sinds 1994 de European Cross Country Championships.

 

Ik loop sinds 1994 de 20 Km door Brussel.

 

Lebid won al 9 keer de European Cross Country Championships.

 

Ik won nog helemaal niets.

 

 

Voelt u de overeenkomsten?  Onmiskenbaar, toch?  Ach, grote kampioenen onder mekaar, hoe gaat zoiets?

 

 

Wortel Kolonie maakt alle hooggespannen verwachtingen weer waar.  Uitgestrekte dreven, een plas, een konijn, graanvelden, een vogel, wind, boom, regen, wolk.

 

En de kilometers tikken voorbij, gestaag, net als de regendruppels. De rust is compleet. De hectiek van afgelopen woensdag wordt helemaal uit het hoofd gebannen.   Hier kan een mens zich verliezen in schier eindeloze gedachten, alleen met zichzelf.

 

 

En was het zaterdag nog koel, dan is het zondag écht zondag. 

 

De dag wordt zoek gebracht met kuieren over de kermis met Kind 2  en met het laks rondhangen op een terrasje met Erik, mijn onderkoelde Noorse vriend. 

 

De oude Viking becommentarieert het vrouwelijk schoon dat aan ons goedkeurend kennersoog voorbij flaneert. Das ewige Weib in diverse gradaties van ontkleding.

 

Als onthecht loper wijs ik mijn Noorse gezel op het feit dat 'blond' en 'bruin' voor mij louter varianten zijn van Leffe

 

Waarop mijn vriend de wijsheid der jaren laat spreken: "Blond of bruin, in het donker zijn alle katten grijs."

 

 

En dat alles vergankelijk is, behalve ware schoonheid.

 

En de cantates van Bach natuurlijk.

 

En de cantussen van Bacchus. 

 

 

En  zo dobbert de dag verder.

 

De ober doet wat moet.

 

De zon gaat sloom onder.

 

 

 

*****

 

 

 

Maandag 27 juni ontpopt zich tot een bloedhete dag. 

 

Om de drukkende namiddaghitte te mijden ga ik tijdens de voormiddag reeds op pad om broodnodige trage kilometers te maken. 

 

En nog is het erg duf, laf en drukkend warm zodat het zweet tappelings van de bast loopt.  De hartslag ligt een stuk hoger vergeleken met zaterdag. 

 

Maar plichtsbewust worden de kilometers afgewerkt, want zaterdag is er de laatste wedstrijd van het voorjaar, de stratenloop te Rijkevorsel. 

 

Ik start er op de 10 km. 

 

Moeilijk te voorspellen welke concurrenten er aan de start van de 10 km zullen verschijnen, gezien het erg grote aanbod aan afstanden (5km, 10 km, halve en volledige marathon, estafette-marathon).

 

 Ik zie u allen daar.

  

15:04 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

24-06-11

Tu quoque, Axel, fili mi!

Tu quoque, Axel, fili mi!

 

 

Woensdag 22 juni 2011.

 

De Corrida door Hoogstraten!

 

Dames en Heren, welkom op de Stratenloop door Hoogstraten, de 32ste editie.

 

Tja, ik probeer me op te peppen voor deze jaarlijkse klassieker, maar het lukt me niet zo goed.  Ik baal enorm.  Na de halve marathon van Minderhout, geslaagd volgens sommigen, gefaald volgens velen (waaronder ondergetekende), is de fut er wat uit. 

 

 

De geest is uit de fles. 

 

 

De rechterkuit

 

 

Neen, ik stop hier en nu.   Ik ben het spuugzat om altijd blessurerapporten te moeten neertikken. 

 

Hij heeft wéér wat, hoor ik u denken, terwijl u de wenkbrauwen in ongeloof fronst en betekenisvol diep zucht.

 

 

Juist. 

 

 

Naast die blessures, ben ik dat eeuwige gezeur over die blessures beu. 

 

Ben trouwens ook nog eens verkouden.   Kan er ook nog maar bij!  Luchtwegen zijn niet luchtverkeersvrij. 

 

 

MAAR!

 

 

Was het niet mijn kinesist die me ooit zei: Investeer geen energie in negatieve gedachten!

 

 

Voilà.

 

 

Dus de Corrida zal, zoals vanouds, gelopen worden met  de gas helemaal open.  Oh, gelukzaligheid! 

 

Gooit men mij een uitdagende handschoen voor de in loopschoenen gestoken voeten, dan buigen wij sierlijk (en relatief rugtechnisch verantwoord) door de knieën en nemen die handschoen met een duivelse grijnslach op.

 

 

Willen de heren mijn warme robijnrode bloed drinken?

 

 

Hier ben ik, steek die dolk in mijn rug! 

 

Ik, de oude, kreupele keizer van het asfalt. 

 

Tu quoque, Brute, fili mi!

 

 

Die bittere kelk zal tot op de bodem geledigd worden. 

 

Vrienden lopers, de corrida door Hoogstraten wordt een schok!  Sommigen azen op revanche, anderen willen mijn scalp (wat wel eens tegen kan vallen), wel hier ben ik!  Neemt en eet hiervan gij allen, want dit is het lichaam (dit ken ik van ergens).

 

 

Axel wil me kloppen, Frank wil me kloppen, Tom, Dré, Koen, Paul,  Johan wil me kloppen en ik wil hen allemaal kloppen. 

 

En de rest ook. 

 

 

Enfin, het was weer zo'n dag. 

 

Een dag vol belofte. 

 

Een dag vol plannen. 

 

Wedstrijddag!

 

Er hangt elektriciteit in de lucht.

 

******

 

 

Hoogstraten verkeert in een soort vakantieroes.  De jaarmarkt en de kermis kleuren het straatbeeld.  Een massa mensen verdringt zich rond de kramen en attracties.   Een gewriemel van mensen, een smeltkroes van geluiden en geuren...

 

 

Hoogstraten gonst en bruist!

 

Een heksenketel!

 

 

263802_2145489680691_1349732640_2543957_726598_n.jpg

Forse AVN delegatie.

 

En te midden van deze gezellige ambiance stellen de gladiatoren van de weg zich aan de startlijn op.  Twee rondjes, goed voor (een naar beneden af te ronden) 10 kilometer.

 

 

Zenuwen en pezen staan strak gespannen!

 

 

Om mij heen veel bekende gezichten, er wordt nog wat gebabbeld en zenuwachtig gefriemeld aan sporthorloges.  Al bij al een stresserende bedoening. 

 

10 km is ver en toch weer niet.  Ver genoeg om jezelf finaal op te blazen en niet ver genoeg om een tweede adem te vinden en zo een scheefgelopen situatie recht te zetten.

 

stratenloop.jpg

Enkele seconden voor de start.

 

 

Wat is het plan?

 

We gaan vol door, en zien dan wel of de kuit moeilijk wil doen.  No guts, no glory!

 

stratenloop2.jpg

De start!

 

En we zijn weg!

 

Worden we de eerste honderden meters op de Vrijheid nog opgehouden door tragere lopers, eens de Buizelstraat in gaat de gas vol open!  We zien wel waar het schip strandt!

 

 

Verschroeiend hard gaat het. 

 

 

En dan tikt er zowaar iemand op mijn schouder.  Het is Axel.  Jongeman met snelle benen, die gezworen had me vandaag te verslaan.  Hij legt meteen de druk heel hoog...

 

 

Tu quoque, Axel, fili mi!

 

 

Jij ook, Axel, mijn zoon!

 

 

Plant ook jij een dolk in het pompende hart van deze oude krijger?

 

 

 

*****

 

 

Kilometer 1 klokken we af na 3 minuten en 28 seconden.   Snoeihard!   En Axel kleeft aan mij als was hij mijn schaduw.  Een paar gedachten flitsen door mijn hoofd: met deze jongeman naar de streep gaan is geen optie; hij zal ongetwijfeld sneller sprinten.  Dus zit er maar één ding op: hij moet er zo snel mogelijk afgelopen worden.

 

Inmiddels schuiven snellere dames en heren ons voorbij, mondjesmaat weliswaar.  Niet zo ver voor ons loopt looplegende Jan H.!  Jan was iets trager dan gewoonlijk gestart, maar zal nog ver wegschuiven van ons...

 

269920_2145516321357_1349732640_2544023_2864491_n.jpg

Looplegende Jan H.

 

 

Telkens ik omkijk, zie ik het groene shirt van Axel.  Verdorie, dat zou wel eens een harde noot om kraken kunnen worden.

 

We lopen een thuiswedstrijd; langsheen het parcours moedigen bekenden ons aan.  Maar het tempo ligt zo hoog dat reageren onmogelijk is, laat staan rond te kijken...

 

De wind speelt ook hoog spel; het is constant positie kiezen.

 

 

 

*****

 

 

De jacht gaat ongenadig verder!

 

Kilometer 2: net boven de 7 minuten.  Dit is gekkenwerk.  Ik blik even om en merk dat Axel een gaatje heeft moeten laten.  Ik verdapper nog even.  Dit wordt buigen of barsten... 

 

 

Hij buigt.

 

 

Maar nu is de vraag of ik deze drieste start niet zwaar ga moeten bekopen in de tweede wedstrijdhelft.  

 

Zorgen voor later.

 

Ik passeer mijn thuisbasis, vind nog wat kracht om mijn vrouw te groeten en stoom verder.  Achter de kerk door en de Lindendreef in.

 

stratenloop2011.jpg

 

Lindendreef indraaiend krijg ik de fotografe in het vizier en blijk ik nog lucide genoeg om haar te groeten. 

 

In mijn zog loopt een jongeman (226), aan de aanmoedigingen te horen een zekere Daan.  We bundelen de krachten.

 

axel.jpg

Axel blikt vertwijfeld in de camera. 

De degens kruisen met het loopwonder doet een mens niet ongestraft...

 

 

Lindendreef uit, Gelmelstraat in.  Hier zit alles tegen.  Wind pal op de kop en dan ook nog eens lichtjes bergop. 

 

Ik grijp een bekertje bij de bevoorrading en kieper het over mijn kop.  Verder gaat het!

 

Ik zou iets sneller kunnen, maar besluit dat het zinnig is om bij Daan te blijven.  Daan is zo vriendelijk ook zijn deel van het kopwerk windop te doen. 

 

Bij het indraaien van de Peperstraat kijk ik over de rechterschouder en speur de Gelmelstraat af, op zoek naar het groene shirt van Axel.   Ginds in de verte meen ik hem te zien.

 

Terug de Vrijheid op.  Tussen de doldwaze kakofonie van kermiskramen en tussen een dubbele haag toeschouwers die ons vooruit schreeuwen, lopen we ronde twee in. 

 

Tussentijd na 5 km: 18 minuten en 38 seconden.  Iets boven de 16 km per uur.  Dit moet fataal aflopen...

 

Samen met Daan stoom ik verder.  We worden voorbij gelopen door de onvermijdelijke Maria V.  Maar de vaart zit er nog steeds in.  Ik probeer Maria V. te volgen, moet al snel inzien dat dat onbegonnen werk is en besluit haar als wegglijdend mikpunt te behouden.

 

Die versnelling wordt Daan fataal, hij kraakt en moet de rol lossen.   Jammer, ik kon zijn steun nog wel wat gebruiken.  Hoeveel deelnemers er ook zijn op de Corrida, ik sta er nu alleen voor.  

 

 

De kilometers beginnen te wegen. 

 

Ik vrees stil te vallen.  Ik vrees de ondergang.  Ik vrees.

 

 

stratenloop20112.jpg

 Tweede passage Lindendreef, niets luciditeit meer over.

     

 

Nu begint de verzuring keihard toe te slaan.

 

Dit is het punt waar de geest het lichaam voorbij de eigen grenzen dwingt.  Wanneer het hoofd ijl wordt, het denken wegvalt en je enkel nog meedrijft op het ritme van je hartslag, in een soort van mentale tunnel, zwevend op de bitterzoete pijn.  Alles staat op knappen en het lijf schreeuwt het uit. 

 

Tanden opeen geklemd, doffe blik. 

 

Badend in het zweet, je ademt pijn, het schrijnt de ziel.  De staat van genade.

 

  

*****

 

 

De Lindendreef. 

 

Niet zo ver voor mij loopt iemand van het FAT (het Fast Action Team).  Het blijkt Evert T. te zijn, de man die me op de Kloosterrun in Meer op het einde nog wist bij te benen.

 

Met de moed der wanhoop probeer ik mijn ritme nog een beetje op te trekken.  Ik merk dat ik begin in te lopen op Evert.

 

De ganse Gelmelstraat wind- en bergop heb ik nodig om Evert bij te benen.   In de Peperstraat merkt Evert dat ik kom aansluiten en probeert hij me opnieuw af te schudden.

 

Maar eens we de laatste rechte lijn indraaien, en we allebei onze laatste krachten aanspreken voor een spurt van stervende zwanen, merk ik dat aan het kortste eind trek.  Evert haalt het met twee seconden.

 

Finish op plaats 50 na 38 minuten en 13 seconden, een gemiddelde van 15,7 km/uur.  De afstand is weliswaar niet helemaal correct, maar goed.  16de master algemeen, 6de master categorie 45-50.

 

Folders weigeren, sportdrank binnenklokken, handjes schudden, tijden vergelijken, ervaringen uitwisselen.  De aankomstzone stroomt inmiddels vol.   

 

Concurrenten worden terug vrienden, Axel is terug mijn verloren zoon...

 

Binnen de paar minuten ben ik helemaal terug op positieven, het zit dus wel goed.  Maar de belangrijkste conclusie is dat de kuit deze beproeving wonderbaarlijk heeft doorstaan en dat ik ook geen noemenswaardige hinder heb ondervonden van de restanten van de verkoudheid. 

 

De ouwe zeurt graag, denk ik (instemmend geknik op de achtergrond).

 

Ik ben wel één minuut trager dan mijn allerbeste prestatie op het vernieuwde parcours, maar ja 2009 was een wonderbaarlijke editie, eentje die ingekaderd mag worden.

 

De chip wordt ingeleverd.

 

En dan begint mijn tweede jacht van de dag.  De jacht op mijn loopvest.  Ik had die in bewaring gegeven bij een juffrouw, vriendin van Tom V.  Helaas waren er geen duidelijke afspraken gemaakt waar en hoe ik mijn vest zou terugkrijgen.

 

In de aankomstzone zie ik de juffrouw in kwestie, ZONDER MIJN JASJE.

 

Op mijn vraag waar mijn vest is, zegt ze: "Die ligt nog in de Peperstraat."

 

Om het gewriemel doorheen de toeschouwers te vermijden, spring ik in de Gelmelstraat het parcours weer op en loop zo  naar de Peperstraat.  Daar vertelt men mij dat mijn vest mee is met alweer een andere juffrouw.

 

De kortste weg naar de aankomst is via het parcours, zo schiet het toch een beetje op.  Tussen een hoop stervende lopers, spurt ik, fris als een hoentje, wéér maar eens de laatste rechte lijn in (had ik daarstraks die snelheid maar gehaald!)

 

En ik finish voor de tweede keer.

 

De tweede juffrouw gevonden, maar ook zij had mijn vest niet.  Die bleek nu nog steeds in de Peperstraat te liggen.  En opnieuw loop ik via het parcours naar de Peperstraat, recupereer er mijn vest en loop nogmaals de Vrijheid op om andermaal een lange spurt te trekken tot de finish. 

 

En zo finish ik voor de derde keer.

 

Winnen zal hij nooit, maar finishen kan hij als de beste...

 

  

***** 

 

 

Dames en heren, ik moet het deemoedig toegeven, ik ben moeders mooiste niet (instemmend geknik op de achtergrond).

 

 Dat betwist ik niet. 

 

Volgens mijn vrouw, en wie ben ik om haar tegen te spreken, stond ik vooraan in de rij toen ze de lelijke neuzen uitdeelden.  En ook toen men de doos met rare oren opentrok, was ik de eerste die mocht kiezen.

 

En had ik vroeger een welvende haardos, dan resten er me nu nog enkele zielige pluimpjes dons, waarbij een open vlam te mijden valt. 

 

Hoe zal ik het zeggen, een kiwi heeft meer haar...

 

Ik stop hier nu, in het volle besef dat er nog wel wat anatomische details zijn die niet helemaal juist zitten, en dan druk ik me nog voorzichtig uit.

 

 

Ga je met zo'n kop sport bedrijven, dan krijg je al snel volgende beelden. 

 

Ik hoop dat de kinderen slapen. 

 

Moest er een koe meekijken, dan was ze meteen van haar melk.

 

 

blaas.jpg

blaas2.jpgblaas3.jpgblaas4.jpgblaas5.jpg

 

 

 

 

 

 

 

Ja, fraai is anders!

 

Wij overwegen trouwens om deurplaatjes te laten maken met de derde foto er op afgedrukt, en met als begeleidende tekst:

 

 

HIER WAAK IK! 

 BETREDEN OP EIGEN RISICO!

 

 

Ik weet het, uw maag heeft al heel wat te verduren gekregen met bovenstaande galerij der wansmaak, maar het kan klaarblijkelijk nog altijd een stukje erger!

 

stratenloop2011.jpg

 

Wat kunnen we zeggen?  Mooi T-shirt!  Een prima kop, alleen een trompet ontbreekt.  

 

  

*****

 

 

En via Facebook zorgen mijn vrienden fotografen ervoor dat deze foto ook nooit meer uit de annalen van het internet valt te branden.

 

Tu quoque, Leo, fili mi!

Tu quoque, Martine, filia mi!

 

 

Mijn vrienden fotografen houden niet van half werk.  

 

Om er zeker van te zijn dat iedere aap met een hoed op deze foto heeft gezien, hebben ze die bewuste foto voor alle zekerheid ook nog eens laten verschijnen op de internetkrant van de Gazet van Antwerpen, regio Kempen.  

 

Mijn naam erbij, een cynisch onderschrift erbij, leuk dus. 

 

Zoals u kan merken hebben ze het zekere voor het onzekere genomen en gekozen voor een formaat waarbij de foto niets moet inboeten aan walgelijke details.  Wat jammer te noemen valt.

 

gva.jpg

Dat mijn vrienden fotografen niet van half werk houden, bleek eens te meer vandaag, vrijdag 24 juni.

 

De Gazet van Antwerpen. 

 

Pagina 8: Bart De Wever.

Pagina 13: Geert Wilders.

Pagina 38 van de Gazet Van Antwerpen.  Inderdaad, Mark Peeters, maar helaas ook weer die foto...

 

 

Jaren loop ik, zeven wereldzeeën heb ik bevaren, diverse maagden heb ik gered van onkuise zaken, oorlogen en stammentwisten heb ik bezworen, vuurspuwende draken heb ik een tabletje Motilium gegeven, levensbedreigende ziektes heb ik overwonnen (waaronder een valling of twee), ik heb een grondwet of drie én een wereldhit geschreven, ik heb de Eiffeltoren herschilderd in drie kleuren bruin, ik meen zelfs dat ik ooit de 20 Km door Brussel heb gelopen (een keer of 18), ja, ik heb zélfs een hogedrukreiniger, maar denkt u dat ik hiermee ooit de krant heb gehaald? 

 

 

Niets ook niet.

 

 

En net wanneer ik mij opmaak voor een vendetta van ongezien formaat, waarbij de werken van ene Tony Soprano zouden verbleken, net wanneer ik het internet tot aan de grond wil afbranden volgens de tactiek der verschroeide aarde, net op dat moment zegt de relativerende tendens (in de gedaante van mijn vrouw):

 

 

Ach ventje, de gazet van vandaag is het oude papier van morgen...

 

 

 ________________________________________

Foto's (ja, ook die ene): Martine van Rijckevorsel, waarvoor dank

14:44 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

16-06-11

Als er nu nog iemand één keer Seraing zegt, dan sta ik niet in voor de gevolgen...

 

 

Als er nu nog iemand één keer Seraing zegt, dan sta ik niet in voor de gevolgen...

 

 

 

Kapellekensloop te Minderhout, 11 juni 2011

 

 

 

Minderhout, toegegeven het klinkt net iets minder exotisch als Venetië of Bora Bora, maar u zou schrikken hoeveel toeristische troeven Minderhout kan voorleggen... 

 

Zo is er de Costa Dorado Minderhout, de bekende gouden zandstranden aan de rivier de Mark, de wereldberoemde kapel Sagrada Familia in de Kapeldreef, de internationale luchthaven Charles de Gaulle vlakbij de grootste wolkenkrabber ter wereld, de Burj Kalifa.  In het plaatselijk voetbalstadion van Minderhout, Nou Campina, spelen afwisselend Minderhout City en Minderhout United hun thuiswedstrijden (voorlopig werden de TV-rechten nog niet verkocht) en dan is er ook nog het hardnekkige gerucht dat de Ronde van Frankrijk 2012 de Alpen links laat liggen en dat de koninginnerit haar beslag gaat krijgen op de ijzingwekkend steile flanken van de Hoge Weg te Minderhout.  Contador is bij deze een gewaarschuwd man (en twee waard) en zal best een stukske vlees extra inslaan van het type zero, zero zero zero, zero zero zero, zero zero zero, zero zero zero, zero zero zero, zero zero zero, zero cinco gramos, want vergeleken met de Hoge Weg is de Alpe d'Huez een slap niemendalletje (een zero, zeg maar).  Neen, de Hoge Weg heeft wel wat weg van de Tervurenlaan van de 20 Km door Brusssel, maar dan zonder de eeuwige sneeuw.

 

Jaarlijks is er het Minderhoutse festival, Lesswoodstock, waar de grootste acts de revue passeren: van de Spilzakken tot U3. 

 

 

Maar waar staat Minderhout vooral om bekend, wereldwijd en zelfs een stuk daarbuiten?

 

 

Voor de Kapellekensloop natuurlijk. 

 

Dé confrontatie van de Kempen. 

 

Waar de Kempenzonen elkaar het wit uit de ogen lopen. 

 

 

Daar moeten we bij zijn!

 

 

Het parcours is van een ondraaglijke schoonheid, te weten: asfalt, beton, klinkers, een verhard paadje, en dat in een afwisselend patroon waarvan de meest getaande loper spontaan de tranen in de ogen krijgt. 

 

En goesting natuurlijk, goesting om te lopen!

 

 

*****

 

 

De Kapellekensloop.  Dit jaar was er enkel keuze tussen 5km en nog wat, 10 km en nog wat meer of de halve marathon; de 15 km was afgevoerd van het programma.

 

Omdat het me de laatste weken niet zo slecht afging, had ik beslist de halve marathon te lopen. Tenminste, als het weer gunstig was.

 

De voorspellingen waren veelbelovend; niet te warm en wind net onder orkaankracht.

 

 

*****

 

 

Iedereen tekende present.  U mag dat letterlijk nemen.  Alle toppers uit de vier windstreken waren aanwezig. 

 

Veel bekenden van AVN, het Wezels Omslagpunt, de Atletiekclub van Rijkevorsel! 

 

Dat brengt extra stress met zich mee.  Vele priemende, taxerende ogen in startzone en tijdens de wedstrijd.  En ook veel bekenden aan de kant die je naam scanderen en getuige kunnen zijn van triomf of striemende nederlaag. 

 

En dan nu de saaie statistieken:  maar toch verplichte leerstof:

  

Hier te Minderhout heb ik in 2001 mijn debuut op de halve marathon gemaakt (1u32m18s).  Sindsdien liep ik er in 2002, 2003, 2004 en 2005 telkens onder de 1 uur 30 minuten, moest ik in 2006 ziek opgeven, in 2007 opgeven op de 15 km met een aanslepende hamstringblessure, in 2008 liep ik er een sterke 15 km, in 2009 1u31m40s op de halve, en vorig jaar een matige 15 km.

 

 

Het plan was een aanval te doen op mijn persoonlijke besttijd op de halve marathon; die chrono staat al een paar jaren vastgeroest op 1u 25m en 56s. 

 

 

Ach, nu lijkt het wel alsof ik doelbewust te werk ga tijdens wedstrijden.  Dat ik minutieus toewerk naar een piek en dan bewust een aanval plan op mijn persoonlijke besttijd. 

 

 

VERGEET HET!

 

 

Ik ben zo'n idioot die ELKE wedstrijd aan de start sta met maar één doel: mijn persoonlijk record op die afstand verpulveren.  Of ik nu net terug uit blessure kom en quasi ongetraind ben, of ik afgetraind ben als een bronstige Afghaanse windhond, dat maakt allemaal geen blaas uit; in mijn hoofd telt maar één ding: lopen, nondemiljaar.

 

 

Geef hier dat startpistool, dat ik schiet en vertrek, op zoek naar een persoonlijk record.  Of de totale afgang.

 

 

Hij die voor mij staat in de uitslag, wel, die mens was beter.

 

Nadenken is mijn fort niet, wordt hier wel eens meewarig gefluisterd in de wandelgangen. 

 

 

 

*****

 

 

 

De startzone. 

 

Frank T. staat vlak bij mij. 

 

 Frank heeft me geklopt in Seraing vorige week.

 

Het doet me niks.

 

 

Arrrgh, neen, dat is gelogen, het doet nog altijd pijn. 

 

 

Pas op, Frank is een fantastisch atleet, een toffe mens, aangenaam in de omgang, man van de wereld, stoer, kordaat, welbespraakt, voorzien van de nodige oren en poten, neen, echt waar, ongelogen, proper op zijn eigen en zo, ik bedoel maar, iedereen zou een Frank of twee in huis moeten hebben, maar (en er is altijd een maar) Frank heeft wél een geweldig nadeel:

 

 

HIJ HEEFT MIJ GEKLOPT IN SERAING! 

 

 

U zou nu mijn hartslag moeten kunnen voelen: 286, minstens.

 

 

Frank heeft mij geklopt in Seraing!

 

 

Best mogelijk dat ik vandaag mijn persoonlijke besttijd ga verpulveren, maar feit blijft wel dat Frank mij heeft geklopt in Seraing. 

 

 

Dat vergeet ik de eerste driehonderdtwintig jaar niet meer.

 

 

Dat Frank mij geklopt heeft in Seraing.

 

 

In Seraing dus.

 

 

Frank.

 

 

Geklopt.

 

 

 

*****

 

 

 

Hij die mij in Seraing klopte, staat naast mij in de startzone.  We praten wat, over een onbeduidend voorval in Seraing meen ik mij te herinneren (draai het mes nog maar eens rond in de wonde, doe maar, Frank) tot plots het magische moment is aangebroken.

 

 

Een pistool, meer is er echt niet voor nodig, en we zijn weg.

 

 

19de Kapellekensloop 2011 374.JPG

 

 

Eerst enkele bochten en dan is er de ongenadige klim op de Hoge weg.  Ik heb het spoor gekozen van Maria V., die hier ongeveer elk jaar de 1ste plaats bij de vrouwen behaalt.  Normaal gezien loop ik haar er in het begin van de wedstrijd af, om nadien weer geremonteerd en achtergelaten te worden.

 

 

Plots heb ik zowaar een plan! 

 

 

Ik ga bij Maria blijven en zien hoe lang ik mee kan. 

 

Peter F. uit Niel komt ook aansluiten, nu zijn we met drie.  Iets later met vijf.  Vlak voor ons schuift de kopgroep van ons weg.  Die kerels lopen dan ook dik boven de 17 km per uur.

 

We haspelen de eerste kilometer af op 3m 48s.  Dat is snel.

Ik kijk even om, gewoon maar om te checken of Frank, u weet wel, de man die mij klopte in Seraing, in de buurt is.  Seraing is niet in de buurt.

 

Vlak voor ons loopt Dré B.  Hij laat zich door ons groepje opslokken.  We zijn met zes.  En iets later met zevenen. 

 

Maar nog voor de tweede bevoorrading aan de molen, gaat de achterdeur van ons groepje al open. 

 

19de Kapellekensloop 2011 423.JPG

 Peter F.                                   Moi              Maria V.                                 

 

 

Twee man er af (u ziet ze nog in de bocht) en zo blijven we met vijf over: Maria, Dré, Peter, Tom en ikzelf.  Hoe hard het ook gaat (alleszins boven de 15 km/uur), er wordt zelfs nog wat gesproken.  Het zweet begint inmiddels al te stromen.

 

Doortocht 5 kilometer op 19 minuten en een paar seconden. 

 

Ik hoop minstens 3 ronden in dit groepje te kunnen blijven.  Omdat deze lopers stuk voor stuk beter zijn dan uw dienaar, hoop ik dat ze me op sleeptouw nemen naar een goede tijd.

 

Ronde 1 zit erop; nog 3 te gaan.  Ik zit op recordschema...

 

 

 

 ******

 

 

 

Ronde 2.  De olijke vijf zijn nog steeds bij mekaar.  Achteruit blikken is geruststellend.  Niemand die in staat lijkt om binnen afzienbare tijd aan te sluiten. 

 

 

Ook geen Frank te zien. 

 

Had ik u al verteld dat Frank mij in Seraing....?

 

 

Bevoorrading 1.  Ik moet een klein gaatje laten vallen.  Lopen en drinken, het lukt me niet goed.  Ik been de achterstand bij, wat toch wat krachten kost.

 

Bevoorrading 2: zelfde scenario, maar nu krijg ik het gaatje niet meteen dicht.  Ik heb de ganse Molenstraat en ganse 's Boschstraat nodig om terug aansluiting te vinden.  En daarvoor ben ik zwaar in het rood moeten gaan.  Ik merk dat ik onmogelijk dit groepje kan blijven volgen.

 

Wanneer we de Leemstraat indraaien, moet ik er weer af, en iets verder tekent de licht oplopende Witherenweg mijn doodvonnis.  Ik ben eruit gelopen en moet met lede ogen vaststellen dat mijn groepje wegschuift.  Op de Witherenweg zie ik dat Peter ook moet lossen.

 

Hij wordt mijn mikpunt.  10 kilometer trouwens in 39 minuten en een handvol seconden.

 

Maar ik sta er alleen voor.  En de wind begint ook zwaar te wegen.  Nog meer dan 10 kilometer alleen lopen.  Ik vrees dat een record er niet in zal zitten vandaag.

 

 

 

*****

 

 

 

Ronde drie.

 

Het lange lijden begint. 

 

Het tempo zit er nog wel in. 

 

Peter F. loopt niet zo ver voor mij uit.  Kon ik nu maar eens even versnellen, dan was ik zo bij hem.  Maar dat gaat niet.   Hoe frustrerend is dat: hoogstens een meter of tien achterstand, en met geen mogelijkheid het gat dicht kunnen lopen.

 

Ik zit à bloc. 

 

En toch ga ik door, en door, en door, en door.

 

Kilometer 15: 1 uur en enkele seconden.  Dat is slechts enkele seconden boven mijn tussentijd op de 15 km toen ik mijn besttijd liep op de halve marathon.  Ik heb nog meer dan 25 minuten voor iets meer dan 6 kilometers.  4 minuten 10 per kilometer.  Normaal gesproken lukt dat zonder probleem, maar na 15 snoeiharde kilometers is dat niet min.  Ik weet dat het over is, maar ga toch proberen zo dicht mogelijk te komen.

 

Verder gaat het.

 

Maar ik voel dat ik begin te kraken.  De systemen beginnen uit te vallen.  De adem jaagt, alles verzuurt, alles verkrampt. 

 

 

 

*****

 

 

 

Laatste ronde.  Er komt iemand aansluiten.  Ik probeer aan te pikken.  Lukt niet. 

 

Alles begint pijn te doen.  Mijn voeten staan in brand, mijn kuiten op het punt te ontploffen.  Alles aan mijn lijf schreeuwt het uit, alles lijkt te scheuren, willekeurige spieren op de rug gaan in kramp.

 

En opnieuw word ik bijgehaald.  Het is verdorie iemand die in het begin uit ons groepje is weggevallen.  Blijkt dat hij beter ingedeeld heeft.  Ook hier moet ik het hoofd buigen.  Ik kan niet mee.

 

En nog eentje, ja het kan niet op.

 

De Leemstraat.  Waar in godsnaam blijft dat bordje van de 20 Km? 

 

Ach, daar, eindelijk.  De chrono liegt niet.  1 uur 22 minuten en 28 seconden.  Record is weg.  Maar het wordt wel een goede tijd.

 

 

 

mark2.jpg

 

De laatste kilometer en nog wat meters wegen loodzwaar, ik ben leeg wanneer ik eindelijk de laatste rechte lijn indraai. 

 

En ik druk mijn chrono af op 1 uur 27 minuten en 27 seconden, op plaats 17 van 99 deelnemers. 

 

 

En ja, beste lezer, u bent natuurlijk razend nieuwsgierig hoe het Frank is vergaan. 

 

Frank, ook wel bekend als  "the Seraing Killer", zat nogal in de knoop met zichzelf.

 

frank.jpg

 

 

 

 Aankomstzone: sportdrank tanken, wat keuvelen met zij die sneller waren.  Uitblazen, op positieven komen. 

 

 

*****

 

 

 

Dit is mijn derde beste tijd van inmiddels 19 halve marathons.

 

Niet slecht voor deze oldtimer, maar ik zou Mark niet zijn als er niets zou knagen. 

 

Record gemist, maar het is ook duidelijk dat ik in feite de afstand nog niet helemaal in de benen heb.  Tot 15 km loopt het ok, nadien is het allemaal wat minder comfortabel.

 

Ik wandel (wankel) op pijnlijke lege benen richting kleedkamer.  De schoenen uit. 

 

Oei, er is toch wat randschade. 

 

De teen naast mijn dikke teen, de digitus secundus, heeft redelijk te lijden gehad.  Twee bloedblaren maar liefst...  Tijdens de wedstrijd deed alles in die mate pijn dat ik dat niet eens geregistreerd heb.

 

En ik vrees dat mijn rechterkuit ook gehavend uit de strijd is gekomen (een vrees die inmiddels bewaarheid werd; een lichte verrekking, helaas).

 

De douche buiten vergt ook wat van een mens.  Twee opstapjes van ruim 40 cm zijn bijna onoverkomelijk.  Douche is gelukkig lekker warm.

 

En dan volgt nog een ruime nabeschouwing, waarbij het rijkelijk vloeiend gerstenat  de tongen losser maakt, en waarbij de nachtmerrie te Seraing een vage herinnering wordt.

 

 

2011_06_11_2047.JPG

 

 

*****

 

 

 

 

Ik wens de bevriende fotografen hartelijk te danken voor het erg genereus ter beschikking stellen van hun foto's,

uitzondering gemaakt voor volgende foto:

 

 

 

 

mark.jpg

 

 

Hiermee is meteen het definitieve bewijs geleverd dat de mens inderdaad rechtstreeks afstamt van de aap, in mijn geval: de chimpansee. 

 

Darwin heeft dus gelijk...

 

Zoek de 0 verschillen:

 

imagesCAUK69P1.jpg

 

 

Dat de heren en dames van AVN nu vooral maar niet denken dat ze me keihard moeten uitlachen, want ik beschik over een behoorlijke oorlogskas schandelijk fotomateriaal van jullie allemaal...

 

 

 

***** 

 

 

Trouwens, met bepaalde foto's is het ook aangenaam algebra bedrijven:

 

Bijvoorbeeld:

 

 

 

2011_06_11_2033.JPG

 

 

We maken de som:                  één atleet + 4 tripels Westmalle, is gelijk aan:

 

 

2011_06_11_2049.JPG

 

Enfin, de nabespreking was mogelijk nog moeilijker, harder en vooral langduriger dan de wedstrijd zelf.

 

Wordt, helaas, vervolgd... 

 

 

_____________________

Foto's: Martine Van Rijckevorsel, Leo Gabriëls.

 

16:13 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

08-06-11

Lettre à Henri Storck

Lettre à Henri Storck

 

 

Zondag 5 juni 2011

 

De wedstrijden op zondag volgen mekaar in razend tempo op.   10 mijl te Malle, 20 Km door Brussel en vandaag de 10 mijl van Seraing.

 

Seraing, grauwe industriestad van staal, steenkool en ijzer, gevangen in een trage kronkel van de Maas.  Seraing is de vergeten en verpauperde dochter van het vurige, naburige Luik. 

 

Seraing, waar de hoogovens van John Cockeril een langzame reuteldood stierven en verworden zijn tot littekens in het groene landschap. 

 

Van industriële revolutie naar industriële archeologie.

 

Sporen van troosteloze arbeiderswijken, vervallen en ingeslapen industrie, vergane glorie van vakbonden, het hol van de leeuw van de PS.  

 

De gevels zwart van vroegere industriewalmen, een zee van scheefgetrokken schouwen. 

 

Verweerde reclameschilderingen op bakstenen muren, roestige prikkeldraad bovenop fabrieksmuren. 

 

Défense d'afficher.

 

Déviation.

 

 

De charme van lieflijk verval.

 

Een eenzame bak Jupiler in een dakgoot, desolate dakkapellen vol spinnenrag, oude dakpannen, een lofzang aan de uitzichtloze, stilzwijgende, bittere armoede en erfelijke werkloosheid. 

 

Een eenzaam café, gewurgd tussen de scheefgezakte huisjes. 

 

Jupiler, Chez Louis.

 

 

 

Dit doet denken aan de Borinage, het land van Henry Storck.

 

Les Enfants du Borinage.

 

 

Dit is het land van de gebroeders Dardenne, hun speeltuin.

 

Le Silence de Lorna.

 

L' enfant.

 

 

Elk moment verwacht je dat Jérémie Renier voorbij komt op een gammele bromfiets. 

 

Op de vlucht voor zichzelf, zijn schaduw.

 

 

*****

 

 

 

De 10 mijl van Seraing is onderdeel van het regelmatigheidscriterium Challenge Delhalle.

 

Plaats van afspraak: het 'Complexe Sportif du Bois de l'Abbaye', een hele mondvol.  Op de beboste heuvelrug, hoog boven Seraing, torenen een paar hoge flatgebouwen, vergane glorie uit de zeventiger jaren van vorige eeuw, boven de atletiekpiste uit.

 

Ik bevind me in het gezelschap van Frank en Hild, vaste gasten op deze Challenge, en neofiet Katrien. Ze verdedigen de zwarte kleuren van AVN.

 

Terwijl de lucht drukkend warm de belofte van een hels warmteonweer inhoudt, slenteren we naar de sporthal. 

 

De Seraingrunners weten hoe ze de innerlijke mens moeten verzorgen.  Er staat een barbecue te knetteren en een Luikse wafel is hier nooit ver weg.

 

Het taaltje dat hier gesproken wordt is een soort patois, waar je met je schoolse standaardfrans niet echt ver springt. 

 

 

*****

 

 

 

De Sporthal heeft betere tijden gekend, maar ik hou wel van gebouwen die geleefd en geleden hebben. 

 

Aankleden en opwarmen op de piste.  Frank, een habitué van de Challenge, wordt begroet door vele bekenden.

 

Ik ontfutsel Frank wat details van het parcours, want dat is voor mij een blinde vlek.  Parcourskennis is altijd een pluspunt; zo weet je wat je waar te wachten staat.

 

Het is drukkend warm, waarbij het zweet je uitbreekt zonder dat je daarvoor een inspanning hoeft te leveren.   Het traagjes opwarmen maakt me al drijfnat van het zweet.

 

Geen al te beste omstandigheden voor een 10 mijl.

 

 

*****

 

 

Frank maakt me attent op een dame.  Hij raadt me aan haar te viseren, omdat ze net een tikkeltje sneller is dan hem.

 

En dan begeven we ons naar de startlijn.  We moeten driekwart van de piste lopen, vervolgens een paar stroken asfalt verteren om dan de klim in het bos voor de voeten geworpen te krijgen.

 

 

De start.

 

Ik schiet vlotjes weg.  De piste loopt soepel en ik nestel me in het zog van de dame waarvan sprake.  De eerste asfaltstrook is nog bergaf en ik maak snelle benen.  Ik schuif vlotjes voorbij de dame en verder naar voor in het peloton.

 

Maar dan begint het klimwerk.  Vanaf kilometer 1 tot 3 is het zwaar beukwerk tegen de heuvelrug.  Ik schuif door tot bij de eerste dame in de wedstrijd, neem haar op sleeptouw tot ook zij moet afhaken.

 

Kilometer 3 haal ik op twaalf minuten. 

 

Goed bezig! 

 

We zijn dus als een gek tekeer gegaan; bergop lopen tegen 15 per uur? 

 

FAUT LE FAIRE!

 

FOUT!

 

We draaien het bos in en, helaas, ook hier gaat het bergop.  Niet zo steil, maar toch genoeg om héél véél pijn te doen.  Het is duidelijk.  Ik bekoop nu al mijn erg voortvarende start.  De eerste dame komt bij mij en laat mij op mijn beurt genadeloos achter.

 

Ik bijt op mijn tanden.

 

Het ritme wordt hervonden.  En eens helemaal boven, wisselen de klim- en daalzones mekaar af.  Klimmend verlies ik plaatsen die ik dalend weer inloop.  Maar dit soort harmonicagedoe kan ik niet eeuwig blijven volhouden. 

 

Laf en warm.  Er weerklinkt wat onweersgerommel, het begint wat te druppelen.  Een beetje welgekome verkoeling voor de slaven van de weg. 

 

Een adembenemend parcours, slingerend door de bossen boven Seraing.  

 

Ik zoek wanhopig naar een tweede adem.  Zonder succes overigens. 

 

Toch weet ik mijn plaats in de wedstrijd nog redelijk vast te houden.  Ik bedoel hiermee dat ze nu niet meer per tien voorbij komen geschoten, maar af en toe eentje.

 

Kilometers bospaden.  Af en toe toch een moment grijpen om rond te kijken naar de overweldigende natuurpracht. 

 

Km 10.  Dame twee, in gezelschap van een ganse roedel mannelijke beschermheren, komt me weer bijgebeend.  Had ik maar het verstand gehad om in de eerste kilometers bij haar te blijven, mogelijk kon ik dan nu ook nog mee.  Ze komen voorbij gestoomd en ik kan het hogere ritme niet aan.

 

Omdat ik weet dat Frank zich meestal in de buurt van deze dame ophoudt, blik ik af en toe over de schouder op zoek naar het zwarte AVN-shirt.

 

Voorlopig nog niks te zien.  Maar ik voel me opgejaagd wild in het Bois de la Vecquée...

 

Ik herinner me dat het parcours de vorm van een, weliswaar verwilderde, lekstok heeft.  Aanloopstrook, grote ronde in het bos en dan terug naar de finish over het stokje van de lekstok.

 

Wanneer ik eindelijk aan het einde van de lus ben (en dus aan het stokje van de lekstok richting finish mag beginnen), merk ik pas hou steil de aanloopstrook van 4 km was.  Het is keihard naar beneden.

 

Normaal ben ik een goede daler, maar de hamstrings en de kuiten doen zo'n pijn, dat ik niet durf door te lopen.

 

Ik kijk nogmaals achter me, en merk dat iemand met beide armen naar me zwaait.

 

 

FRANK!

 

 

Verdomme!

 

 

VERDOMME!

 

 

 

Ik kijk nogmaals om, in de hoop dat ik me vergist heb.

 

Ik heb me niet vergist.

 

Het is Frank, die me in het vizier heeft.

 

De hamstrings en kuiten mogen dan wel pijn doen, maar nu laat ik me als een rotsblok van de helling af denderen.  Het bos uit, het asfalt op.  Nog meer beenhard dalen.  Ben ik hier daarstraks tegen 15 km per uur tegenop geknald?

 

 

GOE ZOT GEWEEST!

 

 

Niet te verwonderen dat ik me opgeblazen heb.

 

 

En ik dacht dat het onmogelijk was om harder te lopen dan ik op die dalende stroken.  Vergeet het.  Op een mum van tijd is Frank bij mij.  We bevinden ons in de laatste wedstrijdkilometer...

 

En net wanneer het vlak wordt (shit, dit is pas stilvallen), trekt Frank nog eens door.  Ik gooi de handdoek meteen, vooral wanneer er een korte, maar nijdige knik in het parcours komt, vlak voor het binnenlopen aan de atletiekpiste.

 

Ik laat me in die laatste meters zelfs nog een paar plaatsen afsnoepen; ik kon gewoon niet meer reageren.

 

Knap gelopen van Frank (pos. 79, 1u8m41s), en wellicht een heel stuk verstandiger dan uw dienaar (pos. 82, 1u9m12s). 

 

Katrien loopt zich naar pos. 166, in een zeer knappe tijd: 1u15m43s en Hild strandt op pos. 398 met 1u32m31s.

 

Iedereen is tevreden, ik met wat gemengde gevoelens. 

 

Maar wat zeuren we? 

 

We lopen! 

 

Pijnvrij bovendien!

 

 

*****

 

 

Iedereen krijgt nog een goodiebag, met pasta, vitaminen, een reep lekkers en een fles plaatselijk Witbier.

 

 

HAHA!

 

 

GRATIS BIER!

 

 

Niks gemengde gevoelens meer, nu ben ik ook tevreden!

 

Of toch niet: de vervaldatum van het witbier was al enkele maanden overschreden.

 

Dat merkten we op nadat Frank een akkefietje had met zijn fles Witbier.  Die ontplofte namelijk  in zijn rugzak (de ijzerdraad die de kurk op de fles moest houden was gelost). 

 

 

Ik ben overtuigd dat dit een signaal was.

 

 

Het loopwonder kloppen op een loopwedstrijd?????

 

 

  God straft onmiddellijk!!!!

 

 

 

*****

 

 

 

 Volgende week: de halve marathon te Minderhout!

  

16:02 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

31-05-11

Marce, Marce, Tervurenlaan non amas, sed tamen in Tervurenlaan ire debes...

 

 

Marce, Marce, Tervurenlaan non ames, sed tamem in Tervurenlaan ire debes...*

  

* Markje, Markje, je houdt niet van de Tervurenlaan,

maar toch moet je naar de Tervurenlaan gaan...

 

 

 

 

Maandag 30 mei 2010

 

Er is een vrachttrein over mij heen gereden. 

 

Gedenderd, moet dat zijn. 

 

Ik ben geradbraakt. 

 

Compleet gesloopt.

 

En toch ook weer niet.

 

Ik heb zelfs geen spierpijnen.

 

Maar moe!

 

Hondsmoe.

 

 

Maar dit verhaal begint op zondagochtend.

 

 

*****

 

 

 

Zondag 29 mei 2011.

 

De dag der dagen.  

 

 De 20 km door Brussel. 

 

De moeder aller loopwedstrijden! 

 

 

 

Voor de twaalfendertigste keer kijk ik mijn rugzak na.

 

Schoenen?

Check.

Geluks-looponderbroek?

Check.

Loopbroekje?

Check.

Loopshirt?

Check.

Kousen?

Check.

Compressiekousen?

Check.

Inschrijfformulier?

Check.

Appel, fles water, losse euro's voor desnoods een kakka of drie?

Check, check en nog eens check.

 

Ik word gek!

 

 

***** 

 

 

 

Ben ik er klaar voor?

 

Hierop kan ik enkel hysterisch lachen. 

 

Hahahahahahahah.  Enzoverder.

 

 

Zullen we even de kans op een geslaagde 20 Km door Brussel op een apothekersweegschaaltje afwegen?

 

De argumenten contra:

  • een manke voorbereiding, bijna zo mank als het baasje zelf,
  • een pijnlijke rechterwreef,
  • anderhalve achilles die ik maar matig vertrouw,
  • geen snelle kilometers gemaakt, alleen slaapverwekkend trage,
  • geen wedstrijden gelopen sinds begin maart, behalve vorig weekend ééntje en dat was matig, zééééér matig,
  • de warmte,
  • de wind,
  • de eerste 5 kilometers met de verdomde tunnels,
  • de volgende 6 kilometers stijgen belachelijk,
  • de volgende 2 kilometers dalen (maar véél te kort),
  • de volgende 4 kilometers zijn vals plat,
  • de volgende 1,5 kilometer: de Tervurenlaan,
  • de laatste 1,5 kilometer dalen, maar dan érg teleurstellend.

 

 

Gelukkig zijn er ook  argumenten pro, ik som ze even voor u op:

 

 

  • ik heb een borstnummer.

 

 

Goed.

 

Bon.

 

We zijn er dus helemaal klaar voor.

 

Want als we iets geleerd hebben in dit leven, dan is het dat trainen voor niets goed is.  Je krijgt er alleen maar vervelende blessures van.

 

Hoe minder ik loop, hoe beter ik word. 

 

2012 kom ik mijn bed niet meer uit.

 

 

*****

 

 

11 uur

 

Ik zit voor mijn bord pasta. 

 

Ook hier blijven de moeilijke beslissingen mekaar in razende vaart opvolgen. 

 

Hoeveel moet je eten? 

Hoeveel saus?

Met of zonder kaas op?

Veel water drinken, of niet?

 

 

Als je teveel vreet, dan is de kans niet onbestaande dat je maag straks opspeelt.  Eet je te weinig, dan kan je honger krijgen.

 

Ik eet te veel.

 

Tijdens het eten kijk ik 12 keer op mijn horloge.  Telkens is het acht over elf.  Cool!  De tijd staat stil.  Wie weet zit er op die manier straks nog wel een matig goede tijd in.

 

 

Ik laat de afwas staan voor zij die achter mij komen.  Après moi le déluge, en de afwas natuurlijk....

 

 

*****

 

 

 De fiets op en op pad naar de eerste halte van de dag.  Bushalte.

 

IMG_3592.JPG

 

Alle usual suspects zijn er weer.  Elk jaar dezelfde gezichten.  Gespannen gezichten.  Want de opdracht die ons wacht, is niet van de poes.

 

 

Mag ik even?

 

Bij een wedstrijd zijn er een paar factoren belangrijk om een goede prestatie neer te zetten:

1.  een goede conditie

2. een juiste wedstrijdindeling

3. klimaat

4. het vormpeil van de dag

5. varia (juiste kleding, schoenen, veters, voldoende gegeten, drinken onderweg, ...)

6. parcours

 

Als 1 ding tegenzit, dan kan je het al schudden. 

 

Het wordt dramatisch als meerdere dingen tegen zitten. 

 

Als alles tegenzit, dan is het waarschijnlijk de laatste zondag van mei.

 

 

Bij de meeste wedstrijden is het parcours elk jaar hetzelfde.  Dat is in Brussel niet anders.  En toch lijken de tunnels soms langer en steiler en die ploert van een Tervurenlaan verdenk ik ervan om zich jaarlijks een paar procenten op te krikken (misschien is dat een minder bekend gevolg van de opwarming van de planeet...  wie zal het zeggen?).

 

 

*****

 

 

Op de bus zit de sfeer er al meteen in. 

 

Er wordt gelachen, gezongen, gedichten gedeclameerd en sporadisch werd er een wind gelaten, wat toch een extra pigment geeft bij het eten van een spie rijstvla, we moeten daar niet onnozel om doen.

  

 

Brussel lag nog op dezelfde plaats als vorig jaar, dat viel dus niet tegen.

 

 

Met de bus beklimmen we de Tervurenlaan, stijgingspercentage gemiddeld rond de 37 %, met pieken die met de gemiddelde Westerse apparatuur niet te meten vallen, maar ruw geschat ongeveer 88% benaderen.  Een eitje voor de getrainde loper, maar op de bus hadden we er zo maar eentje: looplegende Jan H.

 

 

Enfin.

 

 

De bus geparkeerd.  Ik moest pissen als een rund, dus het eerste het beste beschermde gebouw moest er aan geloven.

 

Dan richting tent waar de borstnummers opgehaald moesten worden; nummer 624 lag er voor mij gereserveerd. 

 

Dit borstnummer geeft recht tot start vanuit de elitebox, de box der Spartanen, de Snakepit, de box der Gladiatoren, de box der Titanen, de box der Hoogvliegende Laagvliegers,...

 

 

Nu zal u zeggen: elitebox, elitebox. 

 

Zal het een beetje gaan met uw gestoef? 

 

Staan de echte absolute toppers niet geposteerd voor de elitebox? 

 

Ja, dat klopt. 

 

Maar dat heet niet de elitebox. 

 

Dat is de box van de negers en looplegende Jan H.

 

 

*****

 

 

Na het ophalen van mijn borstnummer slenter ik richting kleedkamer, al kraampjes kijkend.   

 

De startzone ligt er nog verlaten bij.

 

IMG_3621.JPG

 

Dat is geruststellend.  Dan weet je dat je nog een zee van tijd hebt, zodat de mentale opbouw naar het startschot in alle rust kan gebeuren.

 

Mijn kleedkamer: het luchtvaartmuseum.  Na de reorganisatie is er veel minder plaats, zodat het al redelijk zoeken is naar een vrije stoel. 

 

In de loop der jaren is ons vaste groepje lopers dat zich in het museum gaat omkleden behoorlijk uitgedund.  Waren we in den beginne nog met een handvol lopers hier, dan resten nu enkel nog uw dienaar en Eddy K.

 

Velen zijn afgevallen omwille van chronisch blessureleed.  Gevallen op het veld van eer...

 

 

Ik kleed me om. 

 

Daarbij worden schijnbaar futiele details van levensbelang. 

 

De voeten nauwgezet ontdoen van elk korreltje zand, de kousen zorgvuldig aantrekken zodat er zeker geen plooien kunnen ontstaan.  De schoenen een keer of twaalf strikken en herstrikken, om de juiste druk op de wreef te krijgen.

 

De chip bevestigen zodat die perfect vastzit. 

 

Borstnummer perfect hangen. 

 

Edele delen een aantal keren grondig herschikken in de geluks-looponderbroek...

 

 

*****

 

 

 

Drankbusje bij de hand, begeef ik me, in gezelschap van Eddy K., naar buiten.

 

 

Nogmaals plassen.

 

 

We wandelen nog eens over de esplanade, waar het inmiddels een drukte van belang is.

 

Naar het park aan de zijkant.  Omdat het nog meer dan een uur wachten is, besluiten we in de zon te gaan liggen.

 

Opwarmen heeft weinig zin, er rest ons nog teveel tijd tot aan de start.  Maar toch wil ik testen hoe mijn rechterwreef aanvoelt.  Er zit namelijk een pijnlijke plaats bovenaan mijn wreef.  Mijn veters heb ik een paar gaatjes laten overslaan, om zo die zone wat te ontlasten.  Ik vrees dat het niet zal volstaan en dat mijn schoen nu niet vast genoeg aan mijn rechtervoet zal zitten.

 

Lopen lukt aardig, maar ja, ik loop hier hoogstens enkele honderden meters, en dan nog eens kalmpjes aan.

 

En dan durf ik niet eens te denken aan mijn achillespezen; hoe zouden die reageren op de grote afdalingen, waar hoge snelheden (en dito impacten) moesten worden doorstaan? 

 

Ja, stress was er weer genoeg.

 

En dan is het plots vijf voor half drie en kan ik het niet meer houden en vertrek naar de kleine box, vooraan Wave 1.

 

 

 

***** 

 

 

 

Wanneer ik in het kleine boxje vooraan Wave 1 binnenstap, bots ik op Frank T. en Axel A.  Snelle heren zijn dat. 

 

Ik merk dat ze gespannen zijn, en meteen komt de bezorgde huisvader in mij boven.

 

Ik steek ze een hart onder de riem, met volgende troostende woorden:

 

 

 

 

Sidder en beef, lopershorden uit alle windstreken van het oude continent!

Gij zult het hoofd nederig buigen, gij zult een Weesgegroetje bidden, gij zult de goden tevergeefs om bijstand smeken, gij zult deemoedig op de knieën zinken en prevelen om gespaard te blijven van leed aan de verloederde achilles, gij zult een opstoot van spuitende schijterij vrezen.

 

 

 

 

Neen, het is nog niet gedaan.

 

 

 

 

Gij hoopt gespaard te blijven van spetterende broekhoest, kinkhoest, haperende longblaasbalgen en korte asem, gij zult janken van ellende in de donkere tunnels in de zompige moederbuik van de Brusselse Louisalaan, gij zult met schrik in het pompend hart het duistere Terkamerenbos betreden, gij zult uw moeder aanroepen in de woeste afdalingen, gij zult bleekgroen wegtrekken bij het aanschouwen van de Tervurenlaan, de wulpse vuige hoer der asfaltbeklimmingen...

Zij zal u in uw knoesels bijten, uw pezen doen knappen, uw spieren doen scheuren...

 

 

 

 

Neen, ik herhaal het,  het is nog niet gedaan....

 

 

 

 

Maar vreest niet, gewone stervelingen, want ik, het Godenkind,  sta aan uw zijde...

 

Vlij u aan mijn borst, zondaars!

 

Laat mij uw gids zijn, door troebel water (Spa).

 

 

 

 

Nu is het bijna gedaan...

 

 

 

 

Volg mij, ik weet hier namelijk de weg,

 

schuil achter mijn brede schouderpartij,

 

zoek de luwte op, volg mij.

 

 

 Maar durft me godverdomme niet voorbij te steken!

 

 

Samen zullen we, schouder aan schouder, op zoek gaan naar eeuwige roem en tijdloze glorie, want straks wacht ons de zoete, hemelse wederopstanding op de Esplanade van het Jubelpark, een medaille, een reep Mars, een crême-glace, een banaan, cola en een Leffe (of drie, daar mag ik van af zijn)...

 

 

 

 

 

Daarmee waren Frank T. en Axel A. al meteen in de juiste stemming gekomen, wat compleet begrijpelijk is.

 

 

Trouwens, nu ik er aan denk, ik had toch een sollicitatiebrief gestuurd naar de organisatie met de vraag of ik na mijn loopbaan als loper eventueel de kans zou kunnen krijgen om tijdens de startprocedure van de 20 Km door Brussel achter de micro te mogen staan. 

 

 

Wat plaatjes draaien voor 30.000 man, keigezellig!

 

 

En dan zou ik bijvoorbeeld het bovenstaande tekstje kunnen aflezen in een taal of 10. 

 

Wedden dat er hoogstens nog een man of 30 start?

 

Trouwens 2: geen reactie gekregen op die sollicitatie; dat begrijpt een mens toch niet....

 

 

 

******

 

 

 

En toen was het tijd voor de Bolero. 

 

De klok tikt verder. 

 

Mijn hart klopt sneller dan de seconden wegtikken. 

 

Stress, dus.

 

IMG_3622.JPG

 De Wetstraat vlak voor de start.

 

 

De Brabançonne galmt over de 30.000 hoofden.

 

 

Nu is het een kwestie van seconden. 

 

Het wordt bittere ernst. 

 

En ik denk nog even aan alle bekenden die, verspreid over de drie waves, nu ook gespannen staan te wachten op het startschot. 

 

Juriaan, Jo (en gezin), Geertje, Hild, Lut, Inge, Els, Jos, Leo, Jan, Gunther, Benny, Johan, Koen, Danielle, Gert, Ineke, Chris, Paul, Joke.  Ik vergeet er wellicht een aantal...   ... ook jullie waren in mijn gedachten.

 

 

We (Frank, Axel en uw scribent)  wensen mekaar geluk toe.

 

 

En dan valt het startschot, meteen gevolgd door een loeihard kanonschot.  Vorig jaar was er geen, nu weer wel.

 

En de race is van start gegaan.  Duizenden voeten roffelen over de dolomietpaden achter de triomfboog, werpen stof op.

 

 

Op de tijdsregistratiemat start ik mijn chrono.  Nu is het voor echt.

 

In het strijdgewoel ben ik zowel Frank als Axel kwijt gespeeld.  Ik ben vrij zeker dat Frank achter me zit, maar waar zit Axel?

 

 

IMG_3626.JPG

 

Wetstraat.

 

 

 

Goed, we staan er alleen voor. 

 

Het plan is om een verstandige wedstrijd te lopen. Het is warm, dus voorzichtigheid is geboden. 

 

Een ijzeren wet van de 20 Km door Brussel is: Wie woekert met zijn krachten, krijgt de rekening gepresenteerd.  Tot kilometer 11 heeft de wedstrijd een verborgen agenda.  Een sluipmoordenaar is het, je kan je op die 11 kilometer al makkelijk twee keer opblazen.  De luttele seconden die je hier kan winnen door over je toeren te gaan, zul je op de Tervurenlaan in tienvoud inboeten.

 

 

 De eerste kilometers voel ik me prima.  Het tempo ligt hoog, maar beheerst hoog.

 

 

Via het koninklijk paleis, bevoorrading 1.

 

 

Kilometer 3, Place Poelaert,  na 12 minuten en een paar seconden.

 

 

Maar dan komen we in de eerste tunnel.  Er hangt een benauwde sfeer in de tunnel, die meteen de adem en de benen afsnijdt. 

 

Happend naar adem klim ik de tunnel uit, om meteen een volgende oplawaai te krijgen.  De zon die ongenadig brandt. 

 

 Het asfalt gloeit.

 

Tweede tunnel.  Ik kraak, nu al.  Ik loop tragere kilometers.  Dit mag niet gebeuren, want dan wordt het een lange lijdensweg.

 

Derde tunnel.  De kortste tunnel.  Niet zo benauwend, maar doordat de klim meteen op de afdaling volgt, is het moeilijk temporiseren.

 

 

Kilometer 5 haal ik op 20 minuten 43.  Toch al serieus moeten inleveren.

 

De lange, brede lanen schuiven traag onder me door.  Het zweet gutst van mijn kop.  Ik probeer mijn ademhaling onder controle te krijgen, tevergeefs.  En de zon, die koperen ploert, blijft op me inbranden.  Ik zoek schaduw, uiterst rechts van de brede weg.

 

 

Ik kom een beetje terug in mijn ritme.  Maar dan draaien we richting Terkamerenbos. 

 

 

Schaduw!

 

 

Het blijft klimmen, afgewisseld met vals plat.  Hier is het zaak niet stil te vallen.  Maar bergop lopen ze me met bosjes voorbij.

 

 

Neen, Mark, verdomme toch, je bent je wedstrijd aan het verkloten.

 

 

Ik vecht en knok me omhoog. 

 

 

Bevoorrading 2: Dianalaan in  Terkameren. 

 

 Water, water, water.

 

 

Over mijn oververhitte kop, mijn armen, nek.

 

 

En drinken natuurlijk, in kleine slokjes.

 

 

 

*****

 

De warmte snijdt de adem af.  Mijn kuiten branden, mijn zwarte compressiekousen staan in vuur en vlam.  Dit gaat fout.

 

Rechtsweg een dolomietpad.  Naar beneden.

 

Ik weet dat zo meteen de controlemat van de 10 km volgt.  41 minuten klok ik af.  Maar het echte 10 km-punt ligt een honderdtal meter verder, op de Franklin Rooseveltlaan. 

 

 

10 km in, pakweg, 41 minuten en half.

 

 

Niet slecht, met wat goede wil zelfs op schema, maar de vraag is hoe diep ben ik hiervoor al moeten gaan?  En, vooral, wat kan ik nog?

 

 

De Terhulpsesteenweg, kilometer 11.

 

 

De brede lanen lopen treiterend bergop, onder een loden zon.   Er is wind, maar die koelt niet, en blaast naar mijn gevoel altijd in het nadeel.

 

Ik moet mijn groepje lossen.  Ik kijk achterom, op zoek naar een nieuw windscherm.  Een loper komt me voorbij, ik pik aan, maar hij schiet meteen een dikke meter opzij.  Hij gunt me niet om in zijn zog uit de wind te blijven. 

  

 

Mijn tong plakt aan mijn verhemelte.

 

 

Stond hier normaal geen waterpost? 

 

 

Ik bak, kook, heb dorst, voel me misselijk, maar bijt op de tanden, want zo meteen volgt een relatief makkelijk stuk, de stomende afdaling van de Avenue Delleur.

 

 

Avenue Delleur...

 

 

Alle remmen los!  We smijten ons als een kamikaze naar beneden en remonteren tientallen lopers.  Bergop lopen kan ik niet goed, maar bergaf vlieg ik.  Ik passeer in vliegende vaart de loper die geen windscherm wou zijn voor mij.  Immanente gerechtigheid.

 

 

Dat is de tweede ijzeren wet van de 20 Km door Brussel: Hij die rust in de afdalingen, verliest zijn tijd.

 

 

Maar helaas komt er een eind aan de Avenue Delleur.  De Vorstlaan zet ons terug vlak, tot lichtjes bergop.   In elk geval met beide voetjes op de grond.

 

 

 

*****

 

 

 

 

De drankpost Isostar.

 

Normaal pas ik hiervoor, maar de dorst is zo groot dat ik toch Isostar vastgrijp en kleine slokjes drink.  Het publiek moedigt ons aan met vogelgeluiden producerende gadgets.

 

Vreemd.

 

 

En voor de tweede maal krijg ik het heel moeilijk.  Ik word voorbij gegaan door God en klein pierke.  Ik probeer aan te klampen, maar moet telkens lossen.

 

 

Dit doet pijn, weegt zwaar.

Mijn hele lijf is beurs gebeukt.   Mijn voeten staan in brand.

Alles doet pijn.

 

Die vervloekte Vorstlaan blijft maar duren, en duren, en duren.  Het bladerdek houdt de zon van ons lijf weg, dat scheelt een slok op de borrel.

 

 

*****

 

 

 

Kilometer 15.  Het werd verdorie tijd!

 

1 uur 4 minuten en nog wat.

 

De fanfare links.

 

Waterbevoorrading.

 

 

Krijgsraad.

 

Om mijn record te pakken, 1u 26 m 32s, zal ik de resterende 5 km moeten lopen op 22 minuten en half.  Normaal gesproken een makkie, maar ik zit al stikkapot, met opgebrande kuiten, en dan moeten we de Tervurenlaan nog op, waar we sowieso een belachelijk trage kilometer gaan lopen.

 

 

En ik laat het los.

 

 

Ik besef dat het record er niet meer in zit, nogal logisch gezien het weer, de wind en mijn halfbakken voorbereiding.  Maar onder 1 uur 30 lopen, dat moet kunnen, mits de totale instorting wegblijft.

 

 

En avant la musique!

 

 

We lopen verder.  Ik voel me iets minder slecht dankzij het verkoelende bladerdek van daarnet.  Ik beslis om toch wat gas te geven tot aan de voet van de Tervurenlaan en dan maar te zien waar het schip strandt.

 

 

Ik haal weer wat lopers bij.

 

 

Kilometer 17, klimmen op de Tervurenlaan.  1 uur 12 minuten en heel wat seconden...

 

 

In de verte de bogen van het Jubelpark.  Het asfalt zindert van de hitte.  Lopers zwijmelen van links naar rechts, er wordt gewandeld.

 

 

Ik blijf mooi in mijn ritme en haal ze bij bosjes in.

 

Bevoorrading Tervurenlaan.  Ik kap een volledige fles Spa over het hoofd.  Ik ben nat tot in de loopschoenen.  Een tweede fles voor de dorst en nog een derde voor over de rug en nek.  Ik ben zeiknat.

 

Maar omhoog gaat het.

 

Overal sirenes.  Er wordt iemand met een brancard afgevoerd. 

 

 

******

 

 

Square Léopold.  De obelisk!  Dan zijn we helemaal boven.

 

Verder jagen!  Op naar Montgomery.

 

19 km: 1u 22m 48s.

 

Blijkt dat ik toch nog behoorlijk dicht bij mijn recordtijd aan het lopen ben.

 

Maar het vat is wel zo goed als leeg.

 

 

tervuren2.jpg

 

 Uw dienaar op de Tervurenlaan (weliswaar het stuk bergaf).

 

 

 

De kelk is bijna tot op de bodem geledigd.

 

Ik laat me meedrijven met de massa en bereik het Jubelpark.  Die vervloekte laatste bocht op kasseitjes, vlak voor de aankomst!

 

In die bewuste bocht ligt er alweer een loper tegen de grond.   Beangstigend tafereel.

 

 

En dan finish!

 

Zalig!

 

Tot stilstand komen...

 

1 uur 27 minuten en 16 seconden,  44 seconden boven mijn persoonlijke besttijd en mijn tweede beste chrono op achttien deelnames.  Mijn tiende onder de 1 uur 30.

 

Ik strand op plaats 1035, mijn beste positie ooit.

 

  • Editie    Tijd                  Positie
  1. 1994     1u 41m 59s       9384
  2. 1995     1u 34m 59s       5977
  3. 1996     1u 27m 42s       3005
  4. 1997     1u 28m 14s       3125
  5. 1998     1u 29m 30s       2605
  6. 1999     1u 32m 36s       1464
  7. 2000     1u 19m 54s       2397    Ingekorte versie stormweer
  8. 2001     1u 35m 45s       2343
  9. 2002     1u 30m 17s       1797
  10. 2003     1u 27m 57s       1400
  11. 2004     1u 26m 32s       1050
  12. 2005     1u 31m 03s       1442
  13. 2006     1u 27m 44s       1542
  14. 2007     1u 47m 20s       8888    hamstring
  15. 2008     1u 31m 42s        856
  16. 2009     1u 28m 55s       1354
  17. 2010     1u 28m 44s       1890
  18. 2011     1u 27m 16s      1035

 

 

De aankomstzone.

 

Hier hijgt een tevreden man.  Moe, kapot, maar blij, content.

 

Mars, water...

 

Axel komt binnen.  Vlak achter mij (33 seconden).

 

Ik neem mijn medaille in ontvangst. 

 

Hé, maar, ik ken die gast!

 

Blijkt het toch wel Quentin te zijn!  De man die mij een borstnummer heeft bezorgd in het kleine vak vooraan Wave 1, voorbehouden voor de eerste 1500 van het jaar voordien.

 

Hij wou een performance.

 

Quentin, voilà, dit was er eentje!

 

Mijn plaats in de eerste box vooraan Wave 1 is veilig gesteld.

 

 

*****

 

 

Omkleden en naar de bus, waar mondjesmaat de andere lopers komen aangeland.  Het is wachten tot de ganse delegatie de finish heeft gehaald.

 

Er wordt duchtig nagekaart.

 

gladiatoren.jpg

Uw dienaar biedt een luisterend oor aan looplegende Jan H. 

 Samen goed voor veertig (!) deelnames aan de 20 Km door Brussel.

 

 

 

 Met de bus naar huis.

 

De vermoeidheid laat zich gevoelen, vele oogjes vallen dicht.

 

 

 

*****

 

 

 

Thuisstad.

 

Nog wat nakaarten op een terras,

terwijl de zon het voor bekeken houdt,

 met in de knuist een welverdiende Leffe,

Trappist Westmalle, Duvel

of zelfs een Mojito...

 

 

Afspraak volgend jaar?

 

Natuurlijk!

 

 

 

Fotografen: Leo Gabriëls en Guy Hendrickx. 

Merci!

 

*****

 

 

Het was een beenharde editie.

 

Brussel is sowieso al geen sinecure.

 

De krant meldt: 540 interventies van het Rode Kruis, 13 mensen afgevoerd naar het hospitaal, een 26-jarige loper na oververhitting in kunstmatige coma gehouden en een andere 26-jarige loper sterft na een hartaderbreuk.

 

Een erg zware tol.

 

19:04 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

28-05-11

Va Banque!

Va Banque!

 

 

Dienstmededeling: dit is een eenmalige oprisping. 

Op de vooravond van editie 2011 van de 20 Km door Brussel.

Noblesse oblige....

 

 

Va Banque!

 

Miserie, miserie, miserie!

 

Waar zal ik eens beginnen?

 

Januari 2011: na een reeks lichte contracturen kan uw dienaar eindelijk weer zorgeloos lopen.  Doel is via een oneindig aantal lange, trage duurlopen het door ouderdom geteisterde lichaam te stalen voor een wonderjaar.  Kruppstaal, minstens.

 

2011 moest de annalen in als het jaar van de verrijzenis. 

 

En sneeuw noch ijsberen waren bij machte om mij van dit voornemen weg te houden.

 

Eind januari liep ik, als eerste test (en laatste nieuwjaarsreceptie), een cross in mijn thuisbasis.  In winterse omstandigheden.   6400 meter op 29 min en 10 sec ( 15de master +40), maar als dat 6400 meter was, dan ben ik Elvis.  Noem mij desnoods in deze een 'suspicious mind'.

168420_1839780239299_1384336119_2025110_1429640_n.jpg

 

Februari was er, oh macht der gewoonte, de Valentijnjogging te Lichtaart.   12 km door bos en hei op 50 min en 2 seconden.

 

Dat was goed voor plaats 30. 

U dient hier te lezen: dat was slecht voor plaats 30.

 

voer sleutelwoorden in

 

Ooit was ik hier twee minuten sneller! 

 Nu zal u zeggen, ach wat is twee minuten in het teken van de kosmos. 

 

 Een peulschil, dat klopt als een zwerende vinger!

 

Maar ik meen mij te herinneren dat ik ooit héél plezante dingen heb gedaan op amper twee minuten. 

 

Heel onplezierige ook, dat dan ook weer wel.

 

Neen, ik was niet goed bezig...

 

 

*****

 

 

En tussen die enkele wedstrijden en het strenge regime van duurlopen door, begon de linkerachilles lichtjes te zeuren.  Tijdens het lopen voelde ik niets, maar in de pees knijpen was uit den boze.

 

Dat noemt men een oranje knipperlicht.

Maar toch blijven doorgaan. 

20 jaar blessures, een mens zou toch verwachten dat je daar iets van bijleert.

 

 

*****

 

13 maart was er dan de Kloosterrun te Meer. 

 

 9 Km. 

 

In dat beperkte brein van mij was het onzalige idee ontstaan dat de pijnlijke achilles deze wedstrijd nog wel vlotjes zou kunnen verteren. 

 

Sterker nog, via een bepaalde hersenkronkel dacht ik zelfs dat de achilles er baat bij zou hebben...

 

 

Indien u ooit het begrip "naïeve kloot" ten gronde wenst te definiëren, dan mag u mij altijd mailen...

 

Voelt u ook een soort dramatiek in de lucht hangen? 

Leest u ook iets dreigends tussen de regels?

 

Tijdens de opwarming voelde ik al dat de achilles lastig deed. 

 

Slim zou zijn om aan de kant te blijven en de collega's aan te moedigen. 

Middelmatig slim zou zijn om de wedstrijd rustig aan uit te lopen.

 

Ik koos de ronduit domme optie.

 

Pijnlijke achilles, maar eens het startschot knalde, was er genoeg adrenaline om die pijn naar de achtergrond te verdrijven.

 

foto13.jpg

9 km op 34 min en 55 sec, de eigen klok strandde op 34 min en 35 seconden.  6de plaats. 

 

Uiteraard was dat 9 kilometer! 

 

Zelfs Elvis weet dat! 

 

Gevlogen als een jonge windhond, met knarsende tanden de laatste ronde nog één plaatsje moeten inleveren. 

 

Maar dat is puur omdat de achilles inmiddels niet meer zeurde, maar GILDE VAN ELLENDE!

 

's Anderendaags was ik kreupel. 

De linkerachilles lag lillend in mijn loopschoen. 

Helemaal kapot. 

 

 

*****

 

 

Daar gaan we weer! 

 

Mijn huisdokter bezocht.

Wat is die vent trouwens oud geworden! 

Het was inderdaad geleden van 2008 dat ik bij hem was geweest. 

 

De reden van mijn bezoek toen....

 

....de linkerachilles.

 

En meteen daarop volgde het heuglijk weerzien met mijn kine, Tom.  Hij die mirakels aan de lopende band verricht, waarbij de prestaties van ene Jezus (Golgotha, 33), verbleken als sneeuw voor de porseleinkast (iets klopt er niet, maar zoekt u het zelf even uit?  Ik heb namelijk nog wat tikwerk te doen).

 

 

*****

 

 

Zaterdag 19 maart.  Inschrijven voor de 20 Km door Brussel.

 

Alleluja! 

 

Het aftellen is bij deze officieel begonnen!

 

Plots besef ik dat het  de tweede opeenvolgende jaar is dat ik met een blessure kamp op het moment dat er ingeschreven kan worden.

 

Ingeschreven kan worden is veel gezegd.  Ik heb een uur voor mijn computer zitten sakkeren en vloeken. 

 

Telkens blokkeerde het hele zootje.

 

De internetchaos was alweer ronduit hallucinant.  Anderhalf uur na opening inschrijvingen, ging de boel op slot.

 

Maar goed, om 10 uur was ik (naast een jaar of 10 ouder) ingeschreven en kon ik terug over tot de orde van de dag.  Zijnde: lopen met pijn aan de achilles.

 

 

*****

 

 

Volgens de bevindingen van de medische staf zou ik kunnen blijven lopen tijdens mijn revalidatie. 

 

Die medische staf toch! 

 

Dat hebben we uiteraard proefondervindelijk willen testen, maar dat bleek geen bijster goed idee. Enkele honderden meters volstonden om het optimisme te laten omslaan in wanhoop, zware bewolking met links en rechts een bui.

 

Kine Tom wou daarop de 9 beurten spreiden en na anderhalve week (5 beurten) het licht nogmaals op groen zetten voor rustig lopen, gecombineerd met verdere behandelingen. 

 

Noem het desnoods een soort van warme doorstart.

 

Ook dat plan liep na amper 75 loopmeters jammerlijk op de klippen.  

Mijn humeur was inmiddels in die mate verknald, dat huisgenoten me begonnen mijden, en huisdieren spontaan verhuisden.

 

Uiteindelijk heeft de weerbarstige achilles me tot eind eerste week april aan de kant gehouden.  Dan met schrik in het hart  opnieuw de schoenen aangebonden voor voorzichtig trainingswerk, de achilles nog steeds gevoelig.

Een duurloopje van 1 uur en 10 minuten, waarvan de eerste 40 minuten de achilles zich toch wel liet voelen.  Niet écht pijn, maar een soort stroefheid, stramheid. 

 

En de dag nadien meteen een alarmerende reactie: méér pijn.  Mits ijspacks en flexium gel kon ik dat weer wat temperen en zo bleef ik verder knoeien. 

 

 

*****

 

 

Tussendoor een weekje Berlijn, om batterijen terug op te laden.

 

Berlijn... wat zal ik er van vertellen.

 

Véél Duitsers, dat was heel opvallend. 

 

En het moet iets genetisch zijn, maar Audi, BMW en Mercedes zijn niet gemaakt om traag te rijden op de autosnelwegen.

 

Berlijn. 

 

Bekend voor zijn curryworsten.

 

En voor een of andere muur. 

 

Niet gevonden. 

 

Weg.

 

En ze hebben er de triomfboog van het Jubelpark willen nabouwen, maar dat is toch niet echt goed gelukt.

 

Sukkelaars!

 

voer sleutelwoorden in

 

Berlijn, tja.

 

Berlijn had ook iets met de tweede wereldoorlog te maken, meen ik ergens gelezen te hebben, maar ik kan niet juist zeggen wat... 

 

 

*****

 

 

Na enkele weken liep ik terug 3 maal per week, telkens 1 uur 25 minuten.

 

Inmiddels was de aanvangsstroefheid (wat een woord!) teruggedrongen tot een kilometertje of twee.

 

 

*****

 

 

Maar de 20 Km door Brussel sloop dichterbij.

 

Zij die mijn escapades in de aanloop van editie 2010 van de 20 Km door Brussel hebben gevolgd, weten dat ik toen op miraculeuze wijze ben opgestaan uit het lopersgraf; ook al naar het voorbeeld van ene Jezus (Golgotha, 33).

 

Was ik gedoemd om nogmaals alle wetten van het lopen te tarten en quasi ongetraind aan de start te verschijnen van de moeder aller loopwedstrijden?

 

Dat zat er weer aan te komen...

 

Mijn rugprobleem en de daaraan gekoppelde manke voorbereiding voor de editie 2010 lieten zich ook gevoelen in het mij toegewezen borstnummer.  

 

Om editie 2011 in de kleine box vooraan Wave 1 (101-1500) te mogen starten, had de organisatie een tijdslimiet van 1 uur 27 minuten vooropgesteld. 

 

Met mijn kaduke rug had ik 1 uur 28 minuten en 43 seconden laten opmeten, dus viel ik nipt naast de boot.

 

8552, Wave 1 dus.

 

Daar konden wij niet mee leven. 

 

 Ah, neen!

 

De halve planeet ligt op diverse internetfora te janken en te bedelen om alsnog een borstnummer te kunnen bemachtigen, maar deze jongen begint de organisatie te bestoken met jankende mails dat ik, in het bezit van een borstnummer voor Wave 1, een nummer wil in die kleine box vooraan en wel nu.

 

 

Was het mijn stalkerige ondertoon?

 

Was het het feit dat ik me met handboeien aan de voordeur van hun kantoor had vastgeketend? 

Bericht aan mijn vrouw: die handboeien komen terug in het nachtkastje, geduld is een schone zaak.

 

Was het mijn dreiging dat ik minstens één keer per week in hun burelen op de grond zou liggen stampvoeten als een misnoegde peuter die in de supermarkt zijn favoriete snoepje niet krijgt?

 

Was het toe te schrijven aan het feit dat ik dreigde dat ik mijn contacten bij de NVA zou inschakelen om ervoor te zorgen dat de bijkomende financiering van Brussel zou verdampen?

 

Je ne sais pas.

 

Neen, tot mijn eigen verbijstering kreeg ik op mijn smeekbede meteen een positief antwoord, in een charmant soort Nederlands (leest u mee, Vic Van Aelst) wat iets wegheeft van het Afrikaans:

 

 

Geachte Mark,
Ik heb uw nummer goed veranderen.
Nieuwe borstnummer Peeters Mark 624.
Nu, moet u een echte performance doen.
Mvg,

Quentin

 

 

Een echte performance!

 

Laat me vooral niet groen lachen! 

 

Dacht ik nog misnoegd te kunnen zijn omdat ik geen borstnummer kreeg voor het kleine boxje vooraan Wave 1, kreeg ik verdorie toch zo'n laag nummer toegewezen. 

 

Help!

 

 

Men verwacht een performance van mij!

Met twee achillespezen die opspelen.

 

Ja, u leest het goed.  Inmiddels had ik ook pijn aan de rechterachilles.

 

Lachen!

 

 

*****

 

 

In de wintermaanden had uw dienaar een forse lijst gemaakt met wedstrijden waar ik mijn opwachting zou maken.  Waar men alvast het podium (en de kusblondine die de atleten mag bepotelen) mocht voorverwarmen. 

Van deze planning qua wedstrijden was helemaal niets meer in huis gekomen, dat spreekt.  Het dichtste dat ik bij een wedstrijd kwam, was wanneer ik er weer eentje doorstreepte op mijn kalender. 

Kalenderblaadjes vallen in filmische razende vaart in de aanloop naar de 20 Km door Brussel. 

 

29 mei komt onheilspellend dichtbij.  Mijn conditie is beneden alle peil, mijn gewicht er een eind boven...

 

 

*****

 

 

De linkerachilles is een ramp.  De rechter een beheersbare ramp.

Tot overmaat van ramp waren mijn beurten kine opgebruikt. 

 

Wat nu?

 

Het lopen verliep nog altijd volgens hetzelfde scenario: eerst een aantal kilometers doorheen de pijn/starheid lopen, nadien was alles min of meer ok.  De dag nadien was er altijd een pijnreactie.  Ik besefte maar al te goed dat het niet bepaald koosjer was wat ik aan het doen was.  Hoog spel spelen.  Een mentaal zwaard van Damocles boven het hoofd, als u begrijpt wat ik bedoel.

 

Elke duurloop was een (on)berekend risico.

 

En hoe zou de achilles reageren op snel lopen (lees: zwaardere impacten)?

 

 

*****

 

 

Nu moet ik u ook nog deelgenoot maken van iets heel raars dat ik voorheb, inmiddels al een paar weken.  Tijdens het lopen beginnen mijn rechterhand en drie vingers van mijn linkerhand (duim, wijs- en middenvinger) te tintelen (slapen). 

 

En 's nachts word ik een paar keer wakker met slapende rechter- en linkerarm, telkens ik in buiklig lig.

 

Omdat mijn lopen er niet echt onder leed, wou ik niet naar de dokter, hoewel mijn vrouw er wel op aandrong.

 

Maar omdat mijn achilles nog altijd niet ok was, ben ik gezwicht en zat ik weer in het kabinet van de dokter.  Niet zozeer voor de slapende armen, maar wel in de hoop om de dokter een voorschrift kine te ontfutselen...

 

Ik heb opnieuw 9 beurten kine!  Die gaan we opmorsen aan de linkerachilles.  De rechter hou ik zelf wel aan het lijntje.

 

 

*****

 

 

Inmiddels is het woensdag 11 mei, de 20 Km door Brussel is vlakbij.  De achilles links is nog steeds pijnlijk, de rechtse ook, mijn slapende armen en handen zijn er ook nog altijd.

 

En deze ochtend ben ik OPNIEUW naar de dokter gegaan: de 3de keer in evenveel weken (we overwegen om samen op reis te gaan deze zomer). 

 

Want tijdens mijn maandagse duurloop had ik behoorlijk wat pijn aan mijn rechter dikke teen.

 

Dinsdag was die teen erg gezwollen en rood.

 

De dokter heeft er een naald in gepleurd.  De teen bleek ontstoken te zijn.  De etter borrelde op.  Smakelijk eten, trouwens.

 

Weer een paar dagen aan de kant blijven.

 

Om dan opnieuw te beginnen trainen, met een pijnlijke achilles of twee.

 

Binnen 18 dagen staan we aan de start van de 20 km door Brussel.

 

Ik geloof het zelf bijna.

 

*****

 

Vrijdag 13 mei.

 

Ben naar het hospitaal geweest voor een EMG.  Om na te gaan wat de oorzaak is van de slapende handen/armen.

 

Het onderzoek was erg Guantanamo.

 

Via elektrische schokken kon nagegaan worden welke vertraging er zat op de zenuwverbinding. 

 

Nu werden die schokken gradueel sterker. 

 

Eerst tikte het een beetje, maar de laatste schokken leek het wel alsof ik aan het stopcontact zat te likken.

 

Trouwens, mijn vrouw heeft als kind effectief met de tong aan iets elektrisch gelikt. 

 

Waarna de elektriciteit uiteraard uitviel en zij met licht rokende haardos de kamer kwam ingejankt.

 

Ze heeft er niet veel aan overgehouden, behalve wanneer het bliksemt.  Dan hangt ze als een mentaal gestoorde kat in de gordijnen, maar daar heb ik het bij gelegenheid nog wel eens over.

 

En oh ja, dat is waar ook, ze heeft er nog iets anders aan overgehouden. 

 

Een gevorkte tong, want nadien is er een stukje tong afgestorven.  Mits een slecht karakter, zou ik kunnen beweren dat de tong van mijn vrouw veel weg heeft van die van een slang.  Maar zo ver wil het het niet drijven... 

 

 

Enfin, elektrische schokken dus.  Zowel links als rechts.  Nadien joeg de dokter, wiens naam me nu ontschiet (Mengele?), een naald in de muis van mijn duim, om er vervolgens nogmaals elektrische schokken doorheen te jagen.

 

Moest ik op dat moment een gloeilamp vastpakken, dan zou die gaan branden, zonder twijfel.

 

Blijkt dat ik in beide polsen het Carpale tunnelsyndroom heb. 

 

Een soort van beklemde zenuwbaan; de Nervus medialis.

 

De behandeling die hij voorstelde was een injectie met cortisones in elke pols.

 

Na den elektriek nog twee ferme prikken in de polsen.  Ik kan me nu iets beter inleven in de belevenissen van ene Jezus (Golgotha, 33).

 

 

*****

 

 

Zaterdag 14 mei.

 

Duurloop van 1u 25m afgewerkt.  Aanvangsstramheid linkerachilles is verwaarloosbaar. 

 

MAAR, de rechter achilles is pijnvrij.

 

En, het goede nieuws kan niet op.  Na de duurloop reageert de linker achilles niet met nukkige pijnscheuten, neen, niks meer.  Geen reactie.

 

Ik fluit plots een toontje hoger.

 

En wanneer ik op maandag 16 mei opnieuw het ruime sop kies voor een lange duurloop in de bossen van de kolonie, is er zelfs geen aanvangsstroefheid meer in de linker achilles.

 

Haha!

 

En hoho ook natuurlijk.

 

Een sporadische héhé, dat wellicht ook.

 

En had ik de hihi al vermeld?

 

Voilà.  Genezen.

 

Op woensdag doen we dat eens dunnetjes pijnvrij over.  Na de douche begeef ik me Tomwaarts voor een beurt kiné. 

 

Tom merkt aan mijn brede glimlach, die fiere schouderpartij, die rechte rug, dat absolute gebrek aan gezaag, die overdaad aan misplaatst zelfbewustzijn,  dat de achilles ten goede is veranderd.

 

Is dit niet het moment voor wilde plannen?

 

Uiteraard!

 

 

*****

 

 

Zondag 22 mei.

 

Ik sta aan de start van de Parel der Kempen, wedstrijd over 10 mijl in Malle.  Yep, een paar maanden geklooi met een achilles (en nog wat randverschijnselen), woensdag laatste beurt kiné en op zondag:

 

WEDSTRIJD!

 

10 mijl op 1 uur 7 minuten en 44 seconden.  Dat is niet bijster goed, maar de belangrijkste conclusie van de dag is: de achilles gedroeg zich ook beschaafd bij iets hogere stress en zwaarder geweld qua impact, dus er is reden tot voorzichtig optimisme.

 

 

Optimisme dat meteen getemperd wordt door...

 

... een pijnlijke rechterwreef. 

 

 

Geknoopte veters voelen erg pijnlijk aan.  Ze drukken op een pijnlijke, rood gezwollen bult bovenop de wreef.

 

Hoera!

 

Een blessure! 

 

 Een nieuwe bovendien. 

 

Had ik nog niet in mijn verzameling!

 

 

Ik probeer de pijnlijke plaats wat bij te werken met ijs en flexium.  En via creatief vermijdende omleidingswerken voor veters voor gevorderden probeer ik de druk van de pijnplaats weg te nemen.

 

 

 *****

 

Zondag is er de 32ste editie van de 20 Km door Brussel. 

Mijn  18de opeenvolgende deelname.

Met te weinig trainings- en wedstrijdkilometers in de benen...

Dus we verwachten geen al te goede prestatie.

Maar één ding is zeker.

We zetten alles in.

 

Va banque!

 

 

 

Bolero, Brabançonne!

Geniet!

 

Jubelpark, Wetstraat!

Doseren! Niet galopperen!

 

Avenue Louise,  tunnels! 

Niet forceren, onderga!

 

Dianalaan! Terkamerenbos!

Adem, vind je ritme!

 

Klimmen naar de Chaussée de la Hulpe!

Dak van de wedstrijd, start van de wedstrijd met jezelf.

 

Afdaling, Boulevard du Souverain!

De gashendel open, troeven op tafel!

 

Tervurenlaan!

De opperste beproeving!

Bittere pil!

 

Tervurenlaan!

De scherprechter!

Het hellegat!

De zevenkoppige, vuurspuwende draak!

Het inferno!

Flank der verdoemden!

Rijk van Satan, Beëlzebub, Lucifer!

Kerberos, hoeder der Hellepoort!

Wagneriaanse Apocalyps!

Armageddon! 

Huis van cyclopen en demonen!

 

Tervurenlaan!

Lopen op de Tervurenlaan is een tantaluskwelling!

Een sisyfusarbeid!

Een les in nederigheid...

 

Tervurenlaan!

Sterven...

Zeven maal zeventig maal...

 

 

Square Léopold, Montgomery, Jubelpark!

De wederopstanding, de ultieme bekroning...

 

De cirkel is rond.

 

 

Aan alle bloedbroeders en lotgenoten, behouden vaart!

 

Mark, 28 mei 2011, 20u.

 

 

19:52 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

01-01-11

Een Griekse tragedie

Een Griekse tragedie

 

 

Waar uw held, met aan de horizon een nieuw jaar, andermaal een looptest waagt met helaas alweer faliekante uitkomst.   En vervolgens op de koop toe af te rekenen krijgt met besognes van een heel andere orde....

 

 

Woensdag 29 december.

 

Breek me de bek niet open.  Met goede moed de loopsessie aangevat, maar opnieuw laat de rechterkuit me in de steek. Het ging ongeveer een uurtje goed.  En dan was het weer van dat.

 

Contracturen, iemand? 

 

Inderdaad meervoud, nu is er schade op twee plaatsen: centraal in de kuit én buitenkant rechts.  Het is om moedeloos van te worden.  Wou ik de winter gebruiken om een brede basis te leggen, blijkt nu dat ik maar blijf verder knoeien... 

 

Ter plaatse trappelen.

Sukkelstraatje, lijdensweg.

 

 

Maar dat was niet eens alles...

 

Hoewel ik over een gloednieuwe hartslagmeter beschik, blijf ik halsstarrig mijn oude omgespen. 

 

Daar zijn een paar goeie redenen voor.  

 

Ten eerste ben ik een neurotische autist die absoluut de pest heeft aan verandering.  Bloedhekel!

 

Ten tweede heeft die nieuwe hartslagmeter een handleiding waarbij de gouden gids van de Provincie Antwerpen een belachelijk dun prutsboekje is.  Trouwens heb ik volgens aloude Vlaamsche gewoonte de neiging om eerst het ding te gebruiken en pas nadien de handleiding te gaan lezen.  Natuurlijk is de kans groot dat tegen dan de handleiding verdwenen is in de grote maalstroom van het leven (meer bepaald de administratieve puinhoop van mijn bureau).

 

Ten derde omdat ik op die nieuwe hartslagmeter de kleine lettertjes en cijfertjes niet kan lezen zonder leesbril.  En een leesbril neem ik niet mee op mijn duurlopen.

 

Ja, ik weet het, er komt serieus wat sleet op den ouwe...

 

Ten vierde maakt het horloge van die nieuwe hartslagmeter tijdens het lopen ook de meest bizarre piepgeluiden.  Je ontwaakt  verstoord uit je zenlopen, kijkt op dat ding om dan met moeite een of andere mysterieuze boodschap te ontcijferen.  De laatste keer stond er bijvoorbeeld: Lights off.

 

Lights off?!?!?

Lights off?!?!?

 

Het is godverdomme klaarlichte dag!  Dat licht moest niet eens aan, jij batterijenvretend stuk ongeluk!

 

Bleek, bij nadere studie dat er stond: Limits off.

 

Wat ik ook al niet begreep, wegens de aloude Vlaamsche gewoonte (zie hoger)....

 

 

En ten vijfde, terwijl ik die wellicht overbodige boodschap op mijn horloge probeer te lezen,  let ik niet meer op en loop ik prompt in een diepe plas. 

 

En hierbij wil ik mijn rekwisitoor afronden, mijnheer de juge, omtrent de drijfveren die me hebben  doen teruggrijpen naar mijn oude kreng van een hartslagmeter...

 

 

*****

 

 

Maar deze ochtend gaf mijn oude hartslagmeter tijdens die duurloop eerst hartslag 143 aan (mooi in tempo), plots werd dat hartslag 47 (????), vervolgens 23 (whatthefuck????), dan nul en tenslotte twee streepjes.

 

Het is nu dus officieel, ik ben dood.

 

Dat is redelijk vervelend.

 

Neen, eerlijk gezegd: dat valt lelijk tegen.

 

Ik had nog zoveel plannen.  Ik wou toch nog een editie of 40 van de '20 km door Brussel' op mijn naam schrijven, maar dat zal niet gaan.

 

Jammer.

 

Ik ben dood.

 

Morsdood.

 

Geweeklaag alom, zilte tranen worden geplengd.

 

De vlaggen halfstok, het land drie dagen in diepe rouw.

 

 

Maar goed, ik had graag toch enkele praktische zaken met u allen afgesproken.

 

De organisatoren van de '20 Km door Brussel' zullen u allemaal contacteren met het verzoek het rouwregister te komen tekenen eind mei 2011. 

Het is dan de 31ste editie van de 20 Km door Brussel (geneutraliseerd omwille van de omstandigheden) en meteen ook de laatste, want vanaf 2012 wordt de wedstrijd herdoopt tot de '20 Km van Mark' slash 'Eerste Grote Herdenkingsprijs Mark Loopwonder'. 

De Tervurenlaan zal vanaf dan ook officieel een nieuwe naam krijgen; namelijk  de 'Markloopwonderlaan', ten minste als de Brusselse deelregering niet dwars gaat liggen.  Desnoods koppelen we de bijkomende financiering van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest aan die naamsverandering (kan iemand inmiddels al Bart De Wever en Johan Vande Lanotte even bellen?).

 

 

*****

 

 

Ik wil gecremeerd worden. 

 

Enkel familie en een paar vrienden en bekenden worden uitgenodigd op de plechtigheid nadien.

 

Niks speciaals.

 

Klein zaaltje. 

 

Het Sportpaleis van Antwerpen kan volstaan, bijvoorbeeld.

 

Kunnen we het aantal speeches op mijn begrafenisplechtigheid tot een minimum beperken?  Zoveel ruchtbaarheid wil ik er tenslotte ook niet aan geven....

 

En kunnen we vooral bevlogen sprekers uitnodigen?

 

Ik wil geen hakkelende Bekele of een semi-dyslectische Goedele Wachters in tranen de serene sfeer zien verpesten aan de micro in het Sportpaleis van Antwerpen. 

 

Enfin, zoals gezegd worden de genodigden verwacht in het Sportpaleis, andere belangstellenden kunnen de uiterst sobere plechtigheid volgen in de Lotto Arena en uiteraard op grote videoschermen op alle grote markten van de provinciehoofdsteden én boven op de Esplanade van de Citadel van Namen én aan de voet van het casino van Dinant.

 

Speech dus.

 

Ik heb het!!

 

We vragen Barack Obama (wij mogen Backie zeggen).  Die heeft een mooie stem en de nodige flair om een speech te geven.  Desnoods schrijf ik de tekst wel zelf...

 

Moest Minister-president Kris Peeters toevallig niet op een of andere berg liggen zieltogen, dan mag die eventueel een korte schets van mijn indrukwekkende loopcarrière maken.  Kort, Kris, hou het vooral kort!

 

Foto's plechtigheid: agentschap Magnum.

Foto's herdenkingsboek: Stephan Vanvleteren en Michiel Hendryckx. 

 

Teksten in het boek: Hugo Camps, Salman Rushdie, Mohammed Mourhit, Louis Van Dievel, Koen Meulenaere, Ivan Sonck, Miel Puttemans, Jan Mulder, Gaston Roelants, Paul Tergat, Frank Raes, Gebre, Usain Bolt, Jacques Rogge, Herman Brusselmans, Michel Wuyts, Juriaan Simonis, Kim Gevaert, Rik Ceulemans, Vincent Rousseau et j'en passe....

 

Spijtig dat Hugo Claus en Johan Anthierens niet meer onder ons zijn, maar een mens kan niet alles hebben (waar zou je het trouwens allemaal zetten?).

 

Koffietafel: tja, alles wat een Michelinster heeft in België mag de koffiekoeken komen maken, aangevuld met Sergio 'de smaken zitten wel goed' Herman (voor de gezellig exotische tongval).

 

TV-rechten: Sporza op Canvas natuurlijk.

 

Muziek!

 

Ik wil vooral geen pensenkermis op mijn begrafenis. 

 

Dus: Geen 'AFSCHEID VAN EEN VRIEND' van Clouseau.

 

Ik vind Koen een toffe peer, soms toch, en vooral op een ander, maar bespaar me dat liedje.  En vooral niet in het Sportpaleis.  We gaan de kat niet bij de melk zetten...

 

Neen, Ozark Henry speelt een semi-akoestische set, vocaal bijgestaan door Joost Zweegers en Geert Verdickt van Buurman.

 

Godspeed uiteraard,

To walk again,

Sweet Instigator...

Rocky komt altijd terug.

 

De filmrechten van mijn levensverhaal zijn helaas reeds geruime rijd geleden verkocht aan 'Amblin Entertainment'; ik neem aan dat Spielberg er voor mij nog wel een postume Oscar weet uit te persen.  De saga zal uit 4 delen bestaan, ook verkrijgbaar op Blu-Ray...

 

 

*****

 

 

Van het Sportpaleis rijden we in colonne naar Brussel, om er in groep én te voet  én in gewijde stilte de laatste vier kilometers van het parcours van de '20 Km  door Brussel' af te leggen.  Om het een beetje in de hand te houden, wordt er een maximum van 30.000 mensen op het parcours toegelaten, in drie golven van 10.000 trouwens.  Zij die vorig jaar meeliepen, krijgen binnenkort een mail, waarin u een persoonlijke code toegewezen krijgt voor online voorinschrijving. 

 

Dat wordt weer een internetchaos van jewelste...

 

 

De stoet houdt halt aan kilometerpunt 17, het legendarische kilometerpunt 17 op de Tervurenlaan.   Kan iemand Minister-president Kris Peeters inmiddels ondersteunen, want de lucht wordt hier toch wat ijl.  Dit is tenslotte de K2.

 

Op de Tervurenlaan wordt een gedeelte van mijn as verstrooid (ongeveer 25 %, want er moet ook nog wat naar Furfooz en naar de Atlantische kust; ik weet het, het zijn kilometers,....).

 

De asverstrooiing wordt gedaan door mijn vrouw (stemmig zwart), Kind 1 en Kind 2 natuurlijk. 

 

De President van de Europese Unie Van Rompuy staat mijn vrouw bij.

 

De Koninklijke Familie staat aan de zijkant, een traan weg te pinken... 

 

Ze hoeven niet te salueren.

Neen, doe maar normaal.

 

Prins Filip, een gebroken man, ondersteund door Mathilde (gekleed door Natan), draagt het scharlaken fluwelen kussen waarop al mijn medailles van de '20 Km door Brussel' gespeld zitten.  De medailles zullen daarna permanent tentoongesteld worden in de speciaal daarvoor ontworpen expositiekast in het Luchtvaartmuseum, de kleedkamer van de '20 Km door Brussel'.  Shit, ik moet er zelf nog aan wennen: de '20 Km van Mark'.

 

In die kast worden ook mijn wedstrijdshirts gehangen (ter info van de toekomstige weduwe: dat gele van Ice Tea en dat rode van Asics, neen dat niet, dat ander!) en 3 paar loopschoenen van het gekende merk:  Brooks Adrenaline GTS.

 

Daarna zetten we koers naar het Jubelpark waar  de driekleur gehesen kan worden in de drie bogen.  Na de 101 ceremoniële kanonschoten, afgeschoten door 18 RA (18de Rijdende Artillerie, mijn ter ziele gegane eenheid) volgen, oh zoete symboliek,  de Bolero en de Brabançonne.

 

En moest Pieter de Crem nog een paar gevechtsvliegtuigen in stock hebben die nog niet helemaal uit elkaar zijn gevallen, dan mogen er op dat eigenste moment een drietal overvliegen. 

 

Samen schilderen ze de driekleur in het azuurblauwe zwerk.

 

Dan klinkt uit de luidsprekers 'Adagio for Strings' van Samuel Barber, live gezongen door het inderhaast overgevlogen koor van het Trinity College van Cambridge, begeleidt door het Wiener Philharmoniker.

 

Daarna een openluchtfuif op de Esplanade van het Jubelpark.

 

U heeft de keuze uit diverse groepen: Steely Dan, Coldplay en U2.  Hun GSM-nummers staan in mijn Nokia voorgeprogrammeerd, meer bepaald in de map: 'Mannen van de muziek'.  Nota:  Bono mag niet speechen...

 

Zang en dans.

 

Hapjes.

 

Maar voor de rest wil ik geen gedoe rond mijn vroegtijdig overlijden.

 

Ik wil een begrafenis die perfect weerspiegelt wie ik ben: een bescheiden man.

 

 

*****

 

 

Ach ja, het valt misschien te overwegen om ergens in het Jubelpark een herdenkingsplaat op te hangen, want we moeten  toch zorgen dat de loopwereld een vaste plaats heeft om moed te gaan zoeken, te herbronnen en troost te vinden, waar bedevaarten naartoe kunnen en waar mijn schare fans mij jaarlijks op de grote zonnewende kan komen verafgoden, timmerend op tamboerijnen en gongschalen.

 

Op die plaat staat als epitaaf te lezen:

 

 

Mark

Loopwonder

(1961-2010)

17 keer Brussel

33 keer te weinig

Minstens

Dju toch!

 

 

GT8N0992.JPG

 

 

 

Maar voorlopig leef ik nog, weliswaar met een aantal nieuwe contracturen.

 

En die oude hartslagmeter mag nu écht de vuilbak in.

 

Zal ik die nieuwe hartslagmeter Polar SX 300, waar ik de ballen van snap, dan toch maar in gebruik nemen?

 

 

*****

 

 

Vrienden, Romeinen, lopers, lezers, hier zijn we dan.

 

Het kan bijna niet symbolischer.

 

Wat begon als een loopdagboek van 1 maand in de aanloop van de 20 Km door Brussel, editie 2009, is uitgegroeid tot een blog met  in totaal 209 kronieken, goed voor  963 pagina's A4, goed voor 248.885 woorden,  1.202.100 letters.

 

En een egocentrisch ventje die auteur, niet normaal; hij heeft maar liefst 7.873 keer het woord 'ik' gebruikt. 

 

Schandalig!

 

 

De teller staat nu voorbij de 42.500 hits. 

 

Meer dan het aantal lopers aan de start van de 20 Km door Brussel. 

 

Het aantal lezers groeide; in den beginne een tiental per kroniek, nadien groeide het aantal hits tot enkele honderden per kroniek. 

 

 

Dat is redelijk angstwekkend...

 

.... ik ken niet eens zoveel mensen.

 

 

*****

 

 

U leefde met me mee, ik dank u allen voor uw reacties.

Ik heb er in elk geval een paar loopgekke vrienden aan over gehouden.

Een lezer bezorgde me zelfs een borstnummer voor de editie 2010 van de 20 Km.

 

Toch mijn vrouw en kinderen speciaal vermelden; zij moesten ook verdragen dat delen van ons leven een stukje publieker werden.  Hoewel veel van wat hier te lezen viel met een forse korrel zout moet genomen worden.  Doe desnoods maar het ganse zoutvat.

 

Mijn respect gaat ook naar mijn vriend Tom en mijn kinesist Tom B., voor het oplapwerk, fysiek en mentaal. 

 

Ach, nog een los eindje oprapen.  Iemand vroeg me waar de benaming klisoor op slaat. 

Wijlen mijn vader noemde me wel eens gekscherend klisoor wanneer ik iets stoms had uitgestoken (de term heb ik dus ontelbare keren gehoord).

Een klisoor is een half baksteentje.  Wanneer een metselaar in het halfsteens verband een fout maakt waardoor het verband verloren dreigt te gaan, dan gebruikt hij een half baksteentje, een klisoor, om zijn fout te herstellen.

 

Dat ben ik dus. 

 

Niet volwaardig, maar wel noodzakelijk om het verband te behouden.  Om de stabiliteit en de samenhang te bewaren.

 

 

*****

 

 

Beste lezer,

 

U was sinds april 2009 mijn trouwe metgezel. 

 

U liep met me mee, in gedachten of  in werkelijkheid.  Door weer en wind, sneeuw en hitte.  Naar zovele triomfen, fel bevochten, maar ook door diepe dalen van wanhoop, vertwijfeling en pijn.

 

Maar geen hoge toppen, zonder dalen.  Dat is wellicht een levensles die het lopen in het algemeen en editie 2010 van de 20 km door Brussel in het bijzonder mij geleerd heeft.

 

 

***** 

 

 

Het is oudjaar.

 

Zo'n dag die net iets te veel om aandacht zeurt.  

Een dag waar een mens in verloren loopt.

 

We hebben Bourgondisch getafeld, copieus gegeten, decadent veel gedronken. 

 

Alsof er geen morgen meer komt. 

Alsof morgen de zondvloed komt...

 

Overal liggen uitgepakte cadeautjes rond te slingeren.

 

 

We besluiten een wandeling te maken, om een frisse neus te halen.  

 

Even uitwaaien.  

 

Kind 2 tatert er vrolijk op los. 

Kind 1 is zijn zwijgzame zelf. 

Mijn vrouw en ikzelf zijn in gedachten verzonken. 

 

Het hoofd leeg.

 

Woorden hoeven niet meer.

 

We verzoenen ons met de koude.  

Het chaotische ritme van onze voetstappen weerkaatst tegen de gevels.

De duisternis is intens.  

De stad houdt verbaasd de adem in. 

Straks barst het zinloze geweld van de jaarwisseling los.

 

Woorden hoeven niet meer.

 

Katrien, de kerk van mijn thuisstad, staat te pronken,

haar flirtzieke toren gevangen in spots.  

De gebrandschilderde ramen weerkaatsen trillend de straatlantaarns en de kerstverlichting. 

 

Een sacraal beeld. 

 

Wanneer we het paadje naast de kerk inlopen, hoor ik het koor zingen. 

Of beeld ik me dat in?  

 

We houden halt.

 

Ik heb een fles champagne en enkele glazen meegesmokkeld. 

Om te klinken op wat achter ons ligt en wat ons straks nog te wachten staat. 

 

 

De champagne parelt in het glas. 

We kijken mekaar in de ogen.

En klinken.

Op verleden, heden en toekomst.

Zwijgend.

 

Woorden hoeven niet meer.

 

 

En in mijn hoofd groeit plots het besef....

 

Het is goed geweest.

 

Het werk is af.

 

De cirkel is rond.

 

En dus neem ik nu afscheid van u,

terwijl ik sierlijk buig en mijn hoed voor u afneem

en herhaal:

 

Hier stopt ons avontuur. 

U was een merkwaardig fijn publiek.

Select, dat spreekt.

 

Woorden hoeven niet meer.

 

 

 

Het ga jullie goed!

Loop ze!

 

 

 

Mark,

Jaarwende 2010

1 januari 2011

00.09u

 

*****

 

 

We are such stuff as dreams are made on

and our little life is rounded with a sleep...

 

 

20km15.JPG

 

28-12-10

Camera obscura

Camera obscura

 

 

Het aftellen is begonnen.

 

Naar het nieuwe jaar.

 

En naar zondag 29 mei 2011, 15 uur.

 

De 20 Km door Brussel.

 

Inschrijven: 19 maart vanaf 9 uur.

 

 

*****

 

 

Als aperitiefje,


de 20 Km door Brussel,


gezien door het oog van vele meesters...

 

 

20km4.jpg

 

 

20km6.jpg

 

 

20km34.JPG

 

kleedkamer 20kmbrussel.jpg

 

 

 

20km38.JPG

 

 

 

20km32.JPG

 

 

 

20km11.jpg

 

 

 

20km23.JPG

 

 

 

20km26.JPG

 

 

 

20km25.JPG

 

 

 

 

20km8.jpg

 

 

 

20km7.jpg

 

 

20km41.JPG

 

 

 

20km21.JPG

 

 

 

20km5.jpg

 

 

 

 

20km37.JPG

 

 

 

20km10.jpg

 

 

20km31.JPG

 

 

20 km.jpg

 

 

 

20km45.JPG

 

 

 

IMG_3238.JPG

 

 

 

20km52.JPG

 

 

20km30.JPG

 

 

20km2.jpg

 

 

20km12.JPG

 

 

20km19.JPG

 

 

20km16.JPG

 

 

20km20.JPG

 

 

20km42.JPG

 

 

 

20km18.JPG

 

 

20km14.JPG

 

 

20km13.JPG

 

 

20km29.JPG

 

 

20km39.JPG

 

 

IMG_3235.JPG

 

 

20km50.JPG

 

 

 

20km3.jpg

 

20km27.JPG

 

 

20km28.JPG

 

20km22.JPG

 

20km33.JPG

 

20km35.JPG

 

20km36.JPG

 

 

20km40.JPG

 

 

20km9.jpg

 

 

Yesterday is but today's memory,

tomorrow is today's dream...

 

 

 

 

_________________________

 

Foto's: ik vrees een veertigtal keer de wet op de auteursrechten flagrant te hebben overtreden.  

Ik vraag u allen vergiffenis, maar weet dat hier enkel het hogere doel wordt gediend...

18:46 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

24-12-10

Zolang de leeuw zal klauwen...

Zolang de leeuw zal klauwen...

 

 

Neen, De Wever.  Zit!  Lig!  Pootje!

 

Een paar dagen geleden zat ik voor televisie mijn nagels bij te knippen.  Ja, als loper is het belangrijk dat je je vinger- en teennagels tijdig kortwiekt.

 

Dat heeft een doel, neen twee zelfs:

 

Ten eerste: gewicht.  Elke gram die je als loper extra moet meezeulen, is er eentje teveel. 

 

In die optiek laat ik ook altijd mijn trouwring thuis, zowel op wedstrijden als op trainingen.  Nu ja, die ring zit ook erg los (ik was een gezellig dikkertje toen ik trouwde; nu een pezige, afgetrainde Afghaanse windhond) en ik vrees mijn trouwring te verliezen.

 

Ten tweede: als teennagels te lang zijn, dan kunnen die blijven haken in de kousen en als dat een paar duizend keer gebeurd tijdens een wedstrijd, dan hou je daar iets onaangenaams aan over (een blauwe teennagel bijvoorbeeld).

 

Maar bij het knippen van een vingernagel, bleef er een stukje opzij zitten, dat ik manueel verder weg trok.  En je voelt het al wel komen, iets té ver getrokken.  En nu, een paar dagen later, is de zijkant van die vinger licht gezwollen wegens ontstoken. 

 

Ambetant!

 

 

*****

 

Woensdag 22 december.

 

Een mistige sneeuwdag.  En de mist valt. 

 

Ik vertrek voor een duurloop.  De eerste na twee weken vallen en opstaan met een lichte verrekking.  Hopen maar dat de rechterkuit zich beschaafd zal gedragen.

 

Tenslotte heb ik rigoureus het RICE-principe gevolgd voor revalidatie:

 

R = Rest

I = Ice

C = Compression

E = Elevation

 

Rest was de gemakkelijkste.  En dat bleek wonderwel goed combineerbaar met Elevation.  Languit in de zetel met de benen op de leuning.

 

IJs was ook niet moeilijk.  Het lag overal voor op te rapen.

 

Compressie hebben we, ja ik moet eerlijk zijn, niet toegepast.  Mijn compressiekousen lagen boven, en dat was niet te combineren met het rustprincipe.

 

 

Dus, ik vertrek voor een duurloopje.

 

Loopt u met me mee?

 

Opgepast, de oprit is glibberig.  En nu de besneeuwde straat in.  Voor mijn deur is er de laatste weken geen korrel zout gestrooid, dus is het een ijspiste.

 

Rechtsaf de Lindendreef in, die wel relatief sneeuwvrij is gemaakt, maar de aanvriezende mist zorgt voor ijzelplekken. 

 

Schuiven!

 

 

*****

 

 

 

Kind 2 heeft een hemelse schrik om zijn teennagels te laten knippen. 

 

Totaal ongegrond, want uiteindelijk hebben we in al die jaren amper een teen of twee afgeknipt, dus waar hebben we het over?

 

Neen, Kind 2 laat zijn teennagels groeien tot ongekende proporties.  Moest mijn vrouw niet zo kordaat zijn om de aanval op zijn teennagels in te zetten, dan zou het record van Louise Hollis wel eens kunnen sneuvelen (teennagels tot 23 cm!).

 

Maar nood breekt wet.  Wanneer mijn vrouw beslist dat Kind 2 nieuwe schoenen nodig heeft, dan is het van belang dat we zijn teennagels eerst knippen, kwestie van toch schoenen in de juiste maat te kunnen kopen.

 

Chloroform is meestal nodig, of een verdovingsgeweer, of brute mankracht om Kind 2 te verschalken en te  overmeesteren, opdat mijn vrouw het nodige knipwerk kan verrichten.

 

Wanneer we aan tafel de teennagelknipbeurt van Kind 2 plannen, spreken we altijd in codetaal, om te vermijden dat Kind 2 onraad ruikt.

 

U kent dat soort situaties wel.  Ouders en kroost zitten met een slaapkop aan het ontbijt en er dienen delicate dingen besproken worden; dingen zoals cadeautjes voor onder de kerstboom, knippen teennagels Kind 2 of planning seksuele activiteiten ouders.

 

Kinderen luisteren nooit, horen ook niks. 

Behalve de dingen die ze niet moeten/mogen horen. 

 

Vroeger deden we dat soort delicate communicatie in een taal die Kind 2 niet machtig was, maar één van de nadelen van het onderwijs is dat ze onze kinderen zo nodig slimmer moeten maken. 

 

Dank u daarvoor. 

 

Frans, Engels of Duits zijn inmiddels uitgesloten, dus moesten we iets anders verzinnen.

 

 

Wat is knippen van teennagels in het Maltees? 

 

Naar ik meen: dwiefer ikklippjar

 

Maar het is goed mogelijk dat ik nu iets onwaarschijnlijks vies heb getikt. 

 

 

We gebruiken dus codetaal om zulke delicate onderwerpen als teennagels knippen Kind 2  te behandelen.

 

We hebben het dan altijd over de "klauwen van de leeuw".

 

 

Neen, enkel voor nieuwe schoenen wordt Operatie Klauwen van de Leeuw in gang geblazen.

 

 

*****

 

Ok, nu rechtsaf de dreef in naast de gevangenis.

 

 

koloniewinter 007.jpg

 

 

Die ziet er nu zo uit.

 

En het is schuiven op de vastgereden en gepolijste sneeuwlaag.  Daarom verkies ik in de diepe sneeuwlaag aan de kant te lopen. 

 

Dat is het betere beulwerk.

 

De hartslag iets hoger dan normaal (flirten met de kaap van 150). 

 

De kilometers schuiven ongemerkt onder me door.  Ik kijk mijn ogen uit.  Alles ziet verblindend wit. 

 

De eenzaamheid in de bossen van de kolonie is totaal. 

 

 

koloniewinter 027b.jpg

 

 

De zon probeert krampachtig door te breken...

 

 

*****

 

 

 

Ja, ouder zijn van moderne kinderen is niet eenvoudig, zeker niet als ze Kind 1 of Kind 2 heten.

 

Mijn ouders hadden het toch een stuk gemakkelijker.

 

Vroeger was alles anders. 

 

Toen ik jong was, werd alles op de groei gekocht. 

 

Zo kreeg ik meestal schoenen die een paar maten te groot waren onder het motto: "Daar groeit hij wel in". 

 

Kleding: idem dito.

 

En schoenen of kleding vroeger  was  gemaakt om lang mee te gaan.  

 

Mode bestond niet.

Tucht wel. 

 

Tegenwoordig zijn schoenen gemaakt uit materiaal dat zo onderhevig is aan slijtage, dat je ze in feite niet durft dragen: ze mogen niet nat worden, of ze vallen al uit mekaar. 

 

Maar wel modieus, natuurlijk.

 

Schoenen vroeger zagen er uit alsof je van nature een horrelvoet had.  En een jas was gemaakt van oliedoek uit de scheepvaart.  Met de fiets windop rijden ging niet, je werd terug geblazen.

 

 

*****

 

Voorbij het Bootjesven aan uw linkerkant.  Nu dichtgevroren. 

 

 

koloniewinter 040.jpg

 

 

Centrale bomen: het eilandje in het midden van het ven.

 

We zijn al iets meer dan een half uur onderweg!  En de kuit draait vlotjes mee.  Ik ben tevreden...

 

En alsof het niet op kan, probeert de zon nogmaals door de mist te priemen...

 

 

koloniewinter 047.jpg

 

 

 

*****

 

 

En brillen!

 

Brillen waren puur functioneel, een instrument om de visueel gehandicapte te helpen.  Een soort prothese.  Een straf om dragen.

 

In deze tijden zijn brillen een personality-statement. 

 

Je ziet wel eens van die heren, meestal kunstzinnige types, omroepers op televisie en/of aanhangers van het wapperend handje, met van die monturen waarbij een mens zich afvraagt:

 

Waar hangt dat ergens aan vast? 

 

Niet op de oren, niet op de neus, maar klaarblijkelijk via een centrale beugel over het hoofd en daar ergens verankerd.

 

 

Als je vroeger een bril moest hebben, dan was dat een ziekenkasbrilleke

 

Type Boudewijn:

 

 

 

boudewijn3.JPG

 

 

 

Dat type dus.

 

Hoe intelligent je ook was, je zag er meteen uit als een imbeciele schlemiel, een oelewapper. 

 

En in de rurale streken van de Kempen, waar de beschaving begin jaren zeventig van de vorige eeuw nog maar nét erg voorzichtig om de hoek was komen kijken, stond een bril meteen gelijk aan:

 

een aansteller, betweter, verwijfd, homo, sul, en dies meer.

 

In elk geval was het reden genoeg om elke dag in mekaar geslagen te worden.

 

 

*****

 

 

Ok, ik weet het.  Twee weken nauwelijks gelopen wegens verrekking.  En mijnheer is vertrokken voor een forse duurloop. 

 

Rustig opbouwen?

Neije, niets voor mij...

 

En trouwens, is het geen godsgeschenk om in dit mooie, koude kader te mogen lopen, te kunnen lopen?

 

De veldwegen tussen de weilanden zijn in het regenseizoen compleet kapot gereden door zware traktoren; daarna steenhard gevroren en dichtgesneeuwd.

 

Behoorlijk gevaarlijk.  Ik kies eieren voor mijn geld en besluit een stukje te wandelen.  Het heeft niet veel zin om hier te vallen of finaal een voet te verzwikken.  Onder mij kraken ijsplaten!

 

Terug de boszone in. 

 

koloniewinter 051.jpg

 

 

 

*****

 

 

En het onderwijs vroeger, was ook iets wat met de vlakke hand onderwezen werd. 

 

Fijnbesnaardheid bestond niet: als je een zweem van linkshandigheid vertoonde, dan werd die arm vastgebonden aan de bank zodat je wel rechts zou  leren schrijven.

 

Zo'n technieken komen rechtstreeks uit het boek: Inleiding tot het kweken van Psychopaten, deel 1.

 

 

Nu over brillen gesproken.  Mijn vrouw heeft een erg ingenieuze bril. 

 

Eentje die kan muteren. 

En van kleur kan veranderen. 

 

Vergeleken met haar bril is een kameleon eerder een saai beest.

 

 

De kleur kan aangepast worden aan de waan van de modekleur van de dag. 

 

Ze kan de onderkant van de bril er af klikken en vervangen door een andere kleur montuur.

 

Fantastische uitvinding!

 

Die onderklikkers maken ervoor dat je telkens een andere kleur en vorm montuur aan je bril kunt bouwen. 

 

Belachelijk detail in dit verhaal is dat die onderklikkers ongeveer even duur zijn als een bril, maar soit, een kniesoor die daar over zeurt.

 

 

Er is echter meer...

 

Want, en dit is pas straf, tevens kan mijn vrouw met die bril met mij  communiceren op een hoger, non verbaal niveau, het hyperonbewuste niveau, waarbij subliminale boodschappen worden doorgegeven...

 

 

Ik heb een paar voorbeelden ter illustratie:

 

Kleur brilopsmuk

Freudiaanse betekenis

 

Zwart

 

1.    De kat werd plat gereden, rouwproces.

2.    Je bent onze huwelijksdatum vergeten (alweer!).

3.    Er zit een kras op de wagen, me know nothing!

 

 

Groen

 

1.    GFT-bak moet buitengezet worden.

2.    Grasmachine is eenzaam.

3.    Planten, water, nu!

 

 

Blauw

 

1.    Haal een glas water (+ Dafalgan), looppas.

2.    Postbode is geweest, haal bus leeg.

3.    Er zit lucht op de verwarming.

 

 

Rood

 

1.    Kind 2 heeft een buis voor aardrijkskunde.

2.    Er is geen blaas op TV.

3.    Als ik van jouw een mening wil, dan zal ik je er eerst wel  een  geven...

 

 

Tijgerprint

 

1.    Miaauwkes....

2.    De Visa is leeggeshopt.

3.    Ik ga naar de bioscoop met Annelies. 

Wat vraag je?

Wat jij dan moet eten?

Jouw eten staat...   ... in het kookboek!*

 

 

*Beter goed gejat dan slecht verzonnen...

 

 

*****

 

Mijn duurloop loopt op zijn laatste benen.

 

Ik ook, trouwens. 

 

Na 1 uur 24 minuten kom ik in de Markvallei.

 

 

koloniewinter 022.jpg

 

 

En ginds in de verte ligt mijn doel...

 

Katrien, de kerk van mijn thuisstad.

 

 

koloniewinter 017.jpg

 

 

Ik voel dat het op is. 

 

Mijn liezen doen pijn, wellicht van het constant bijsturen op de gladde ondergrond, mijn rechterkuit speelt op (maar niet op de plaats waar de verrekking zich bevond).

 

Ik besluit afwisselend te lopen en te wandelen.

 

De laatste honderden meters blijf ik lopen. 

 

Het begijnhof! 

 

 

koloniewinter 042.jpg

 

 

En dan, 1 uur 30 minuten op de teller, thuis!.

 

Moe, maar tevreden.

 

 

*****

 

 

Prettige kerstdagen!

 

Mark

Kerstavond 2010

 

 

 

17:41 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

21-12-10

Ich bin ein Berliner

Ich bin ein Berliner

 

 

Mijn vrouw is een hete.

 

Wat is dat stompzinnig gelach op de achtergrond?

 

 

Jaaaaa, mijn vrouw is een hete in bed.

 

Wat is dat gelach?

 

 

Maar enfin....

 

Heb ik iets verkeerd gezegd?

 

 

?????????????????????????????????????

 

 

Ach ja, nu begrijp ik het. 

 

U heeft het weer verkeerd begrepen. 

 

 

Het zit namelijk zo.

 

 

Mijn vrouw heeft het in bed altijd direct warm, terwijl ik het altijd koud heb.

 

 

En zo ontstaan de meeste donsdekenconflicten.

 

 

*****

 

 

Vroeger waren we verliefd op mekaar en dan kon niets tussen ons komen, laat staan een donsdeken.

 

Nu, zovele nachten later, is een donsdeken toch wel een belangrijk punt in onze relatie geworden.  Een aandachtspunt én een twistpunt.

 

 

Daar is een lange evolutie in geweest.

 

Eerst hadden we één deken voor de volledige bedbreedte, en een tweede om er bovenop te leggen, voor de extreem koude nachten.

 

Maar toen begon de ellende....

 

 

Scenario 1: De egel....

 

Mijn vrouw en ik liggen in bed.

Allebei onder hetzelfde donsdeken.

 

's Nachts word ik wakker, blauw van de kou. 

 

Wat is het geval? 

 

Mijn vrouw heeft als een soort egel het donsdeken om zich heen gewikkeld, op zoek naar warmte, MIJN WARMTE.

 

 

 

Scenario 2: De kreeft....

 

Mijn vrouw en ik liggen in bed.

 

Allebei onder hetzelfde paar donsdekens.

 

's Nachts word ik wakker, misselijk van de hitte. 

 

Wat is het geval? 

 

Mijn vrouw heeft het 's nachts té warm gekregen en haar tweede deken dubbel op mij gegooid, op zoek naar afkoeling. 

Ik word wakker,  als in een koortsdroom, zwetend als een rund, gekookt als een kreeft...

 

 

*****

 

 

Wat is hiervan de oorzaak?

 

Een verschil in opwarming.

 

Mijn vrouw kruipt met dezelfde lichaamstemperatuur als uw dienaar in de sponde, maar dan wel met afgrijselijk koude voeten, maar dat is een detail (een detail maatje 40, maar goed).  Voeten hebben we voor niets nodig in bed, dank u, noem ons desnoods klassiek in dat opzicht.

 

Maar mijn vrouw warmt sneller op dan de planeet, en bij uitbreiding uw dienaar, zodat ze 's nachts de dekens begint te verspreiden. 

 

Tegen de ochtend kan je een spiegelei bakken op haar buik.  Pas op, dat hebben we nog niet proefondervindelijk kunnen uittesten, eieren hebben we voor niets nodig in bed, we hebben ons deel  eisprongen al gehad, dank u, noem ons desnoods klassiek in dat opzicht.

 

 

*****

 

 

Oplossingen lagen niet voor de hand.

 

Een echtscheiding kon ik me, dixit mijn boekhouder (nadat hij was bijgekomen van het lachen), financieel gesproken niet veroorloven.  Dus dat was geen optie...

 

Er moest een soort afscheiding komen in het midden van het bed.

 

Ik heb even overwogen om een muur halfweg het bed te metselen.  Een soort van Berlijnse muur, met zoeklichten en al...

 

Pas op, veel voordelen, je zou bijvoorbeeld  met je rug zalig kunnen aanschurken tegen de prikkeldaad, maar toch... het was niet helemaal wat we in gedachten hadden.

 

 

Maar toen kregen we een ingeving. 

 

We kopen éénpersoonsversies van de donsdekens. 

 

Ja, de helft van de planeet heeft geen nagel om in zijn gat te krabben, maar wij gaan bij wijze van experiment nog wat extra donsdekens kopen.

 

En het werkt!  Des winters slaap ik met een flanellen pyjama onder een tweetal donsdekens, mijn vrouw in een satijnen niemendalletje onder één donsdeken.

 

Des zomers slaap ik in een satijnen niemendalletje onder één donsdeken, mijn vrouw enkel onder een lakentje.

 

Zo hebben we het donsdekenconflict naar de geschiedenisboeken verwezen...

 

 

*****

 

 

Niet dat daarmee alle bedconflicten werden opgelost. 

 

 

Zo beweert zij bijvoorbeeld dat ik snurk. 

 

Vooral na zware inspanningen.  U dient hier te lezen, loopinspanning, vermits dat de enige inspanningen zijn die ik wens te verrichten.

 

Zij  bewéért dat ik snurk, want persoonlijk heb ik mezelf nog nooit horen snurken.  

 

En de Vermassen in mij wil keihard bewijs (of neen, was Vermassen niet die man die....  enfin, laat maar); keihard bewijs dus, een bandje opnemen met gesnurk volstaat in deze niet; het gesnurk kan van gelijk wie zijn.

 

Neen, klank én beeld, dat is bewijskrachtig!  Met een gerechtsdeurwaarder die de technische installatie heeft onderzocht op deugdelijkheid en nadien verzegeld, plus een aantal experts die kunnen aantonen of er al dan niet geknoeid is met de beelden.

 

Dan zullen we nog eens klappen...

 

 

*****

 

 

Alsof zij zo stil is in bed.

 

Mijn vrouw kan zo midden in de nacht plots een raar geluid maken.  En als ik tussen slapen en waken zit, dan vlieg ik meestal verschrikt rechtop in bed.

 

Geluid zoals:

 

Mjeuuuhk! 

 

 

Maar dan met een wisselend volume.  Ik zweer het u, dan ben je meteen klaarwakker.

 

 

Nu deze nacht was het ook weer prijs.

 

 

U heeft misschien  gemerkt dat er de laatste tijd wel eens een sneeuwvlokje is gevallen.  Ik heb tussen haakjes mijn rug weer ongeveer gesloopt omdat ik absoluut de paadjes en de oprit sneeuwvrij wil houden.  Daar sta ik desnoods midden in de nacht  voor op (let wel: volgens de dikke Van Daele, versie Mark, is midden in de nacht een zeer rekbaar begrip; rekbaar tot desnoods 10 uur in de voormiddag...).

 

 

Enfin, deze nacht lig ik de slaap der onschuldigen te slapen. 

 

 

Plots weergalmt er door het huis:

 

 

Blangdelingdedeng

dingdongkriepedekletter...

 

 

Ik ben al slaapdronken op zoek naar het jachtgeweer, wanneer ik plots merk dat de slaapkamerdeur open staat.

 

 

Mijn vrouw was op de badkamer gaan kijken of het nog gesneeuwd had.

 

 

En daarbij was ze tegen een siervaas op ijzeren poten gelopen.

 

 

De siervaas maakte vervolgens het volgende geluid:

 

 

Blangdelingdedeng.

 

 

De verdere geluiden, zijnde:

 

 

dingdongkriepedekletter

 

 

werden gemaakt door mijn vrouw.  In een zielige poging om de vaas het zwijgen op te leggen, werd er nog meer lawijt gemaakt.

 

Ik zweer het. 

 

Wanneer er ooit een wedstrijd wordt uitgeschreven waarbij er met een minimum aan inspanning een maximum aan lawijt kan gegenereerd kan worden, dan weet ik wie ik inschrijf.

 

 

Mijn vrouw en de vaas.

 

 

*****

 

 

Morgen, woensdag 22 december, lange duurloop. 

 

Tenminste, we kruisen de vingers in de hoop dat de contractuur nu definitief tot het verleden behoort.

 

18:28 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

17-12-10

De doldwaze avonturen van Isaac Newton in de tobogan

De doldwaze avonturen van Isaac Newton in de tobogan

 

 

Woensdag 15 december.

 

Spekglad.  Het heeft geregend op bevroren ondergrond.  En na een weekje gedwongen inactiviteit, wegens een lichte verrekking woensdag laatstleden, bind ik andermaal de loopschoenen aan. 

 

Weifelend. 

 

Hopelijk ben ik vertrokken voor anderhalf uur genietend lopen.

 

Ik was wel wat bezorgd.  Het scenario van een verrekking is me genoegzaam bekend: een paar dagen erg pijnlijk, dan trekt de pijn weg en eens je drie dagen pijnvrij bent, kan je min of meer met een gerust gemoed terug beginnen lopen.

 

Nu had ik maandag al gemerkt dat de pijn nog niet helemaal weg was, dus de broodnodige marge van drie dagen zat er niet in.  De verrekking bleek iets halsstarriger dan verwacht. 

 

Maar we wagen een gokje.

 

De eerste kilometers is er niets aan de hand.  Alle systemen draaien vlotjes rond. 

 

Het is wel bar koud.  Dat went dit jaar klaarblijkelijk moeizaam.

 

Een vijftal kilometer verder voel ik toch opnieuw een doffe pijn telkens ik land op mijn rechtervoet.  Er is nog die waterkans dat het weg zal trekken, maar ik besef maar al te goed dat dit ijdele hoop is. Toch loop ik nog een kilometertje of twee door. 

 

Tot ik merk dat de pijn niet meer te negeren is.

Ik stop.

 

Ik sta opnieuw stil, in het midden van de Wortelse bossen.  Ik vervloek mezelf.  Ik vervloek de verrekking.  Straks verkoop ik al mijn aandelen van de Melisana-groep, producent van Flexium gel.

 

Afwisselend traag joggend en wandelend koel ik tot ver beneden het vriespunt, waar mijn humeur zich inmiddels ook al bevindt.

 

De verrekking geeft zich nog niet gewonnen.  Opnieuw aan de kant.  Indien ik maandag nog niet verlost ben van de pijn, dan zit er niets anders op dan weer maar eens hulp te zoeken. 

 

 

*****

 

 

 

 

Ik ben een boom van een vent.

 

Weliswaar kort afgezaagd.

 

En toch, ondanks die geringe hoogte, heb ik de neiging om mijn hoofd overal tegen te stoten.

 

Mijn vrouw reageerde vroeger met:

 

Ocharme ventje, gaat het?

 

Na jaren huwelijk is dat veranderd in keihard uitlachen en de reactie:

 

Lomperik

 

 

Terwijl ik eerder denk dat het een vreemd soort toeval is dat ik mijn hoofd overal stoot.

 

En het is niet dat ik een immens hoofd heb, neen, eerder een klein paasei.

 

En toch stoot ik constant mijn hoofd.

 

 

*****

 

 

 

Lang geleden verbleven we met de kinderen in Center Parcs.  Kind 2 wist nog van niks en had genoeg aan een plonsbadje en wat opblaasbaar spul om niet te verzuipen, maar Kind 1 wou de wijde wereld in. 

 

Via gevaarlijke waterbuizen, tobogans, stroomversnellingen, golfslagbaden en meer van dat fraais. 

 

Waarbij de supervisie van een volwassene met verantwoordelijkheidszin toch wel wenselijk was.

 

Nu scoor ik volgens mijn vrouw slecht op van alles en nog wat, waaronder verantwoordelijkheidszin en volwassenheid, maar ze wou het toch een kans geven.

 

 

Ik met Kind 1 helemaal naar boven om via een tobogan terug beneden te komen.  Kind 1 en zijne onvolwassenheid staan boven aan het rode licht te wachten tot we de tobogan in mogen. Kind 1 zit al in de startzone, en houdt de metalen buis vast, die dient om je af te zetten. 

 

Omdat we voor het rode licht staan, verglijd ik in gedachten (ook wel omdat er overal bikini's in beeld waren...).

 

Plots wordt het groen en Kind 1 vertrekt met een rotgang.  Ik ontwaak uit mijn lethargie en merk plots dat Kind 1, zonder reddingsvest en zonder zwemdiploma, vertrokken is.

 

 

De Tarzan in mij komt boven. 

 

Er dient een kind gered te worden van de verdrinkingsdood! 

 

En, niet onbelangrijk detail, het betreft hier Kind 1, legale eigendom van mijn vrouw (en mezelf). 

 

Stel dat ik zonder Kind 1 bij mijn vrouw aankom!  Dat krijg ik nooit uitgelegd!!!

 

En ja, er liepen genoeg kinderen rond die wel wat weg hadden van Kind 1, maar ik denk niet dat ik mijn vrouw daarmee om de tuin kon leiden.

 

 

Er zat dus maar één ding op.

 

Ik duik als een volleerde Tarzan de buis in.....

 

 

.....en bots frontaal met de schedel keihard op die ijzeren lanceerbuis. 

 

 

BOOOIIIIING

 

 

Het gaf het geluid van een gong (op de achtergrond spoedden tientallen mensen zich naar het golfslagbad, in de mening dat dat het sein was dat de golven gingen komen).

 

 

Half bewusteloos suis ik door de buis naar beneden, onderweg recupereer ik Kind 1, zich van geen kwaad bewust. 

 

Resultaat: een buil op het paasei ter grootte van een Fiat Panda.

 

 

*****

 

 

Nu we het toch over tobogans hebben. 

 

Ooit bezochten we met het ganse gezin een waterpark in het zuiden van Frankrijk. 

 

Daar beschikten ze over de Tobogan des doods

 

Ellenlang en met stukken die loodrecht naar beneden knalden, zodat  je met een rotvaart naar beneden ging.

 

Ten minste toch zolang je plat op je rug ging liggen.

 

 

Want wat was het geval?

 

Ik scheur tegen Mach 4 naar beneden wanneer ik plots een bejaarde vrouw (type Benidorm Bastard) in bloemetjesbadpak rechtop zittend tegen 2,6 km per uur naar beneden zie tuffen.

 

 

Hier hing een gecompliceerde heupbreuk in de lucht! 

 

 

HELP!!!!!

 

 

Er schieten een paar wetten van Newton door mijn hoofd, meer bepaald:

 

Een lichaam in rust, wil in rust blijven. Een lichaam in beweging, wil in beweging blijven.

De versnelling van een object is omgekeerd evenredig met zijn massa en evenredig tot het totaal van alle krachten die erop inwerken.

Voor elke kracht die wordt uitgeoefend, is er een gelijke en tegengestelde reactie.



En koortsachtig schrijf ik de de eerste wet van de thermodynamica, zijnde de wet van het behoud van energie, op een doorweekt papiertje:

 

Ek=  1/2  m v²


Waarbij we allemaal weten dat de kinetische energie van de translatie gelijk is aan de helft van het product van massa en snelheid in het kwadraat.

 

 

Waar waren we?

 

Ach ja, ik suis tegen Mach 4 door de tobogan en merk een paar seconden voor impact dat er een trage bejaarde vrouw doorheen de tobogan tuft tegen 2,6 km per uur.

 

 

Wat zegt u?

 

Ja, ik weet ook wel dat ik tevens de stelling van König in verband met de wet van behoud van energie moet toepassen, en dat niet enkel translatie, maar ook rotatie een bepalende factor is, waar de hoeksnelheid  om de rotatie-as door het massamiddelpunt en het traagheidsmoment om dezelfde as extra energie oplevert (dat is de reden waarom een wiel dat van een wagen vliegt, de wagen kan voorbijsteken, bijvoorbeeld)...

 

 

MAAR MAG DIT VERHAAL NU OOK EVEN OPSCHIETEN?????

 

 

 

Waar waren we?

 

Ach ja, ik suis tegen Mach 4 door de tobogan en merk een paar seconden voor impact dat er een trage bejaarde vrouw doorheen de tobogan tuft tegen 2,6 km per uur.

 

 

En dan zie ik het licht aan het eind van de tobogantunnel!

 

Net voor de impact, trek ik mijn benen in.  Op het moment van impact, strek ik mijn benen opnieuw.  Gevolg, ik tuf nu tegen 2,6 km per uur naar beneden, terwijl de bejaarde vrouw (met de oren plat in de nek) tegen Mach 4 verder schiet.   Behoud van energie!

 

Van de Benidorm Bastard werd enkel een nasmeulende badmuts gevonden.

 

 

*****

 

 

Hoe zat dat weer met die ezel en die steen?

 

Een paar zomers geleden waren we op vakantie in Frankrijk en het was er verwoestend heet.  In die mate zelfs dat de ramen en deuren van de bungalow niet meer dicht te krijgen waren (té erg uitgezet).  's Nachts lieten we de ramen ook al open staan, in de wanhopige zoektocht naar verkoeling.

 

Het raam van de slaapkamer draait naar binnen open en bevindt zich dus vlak boven mijn hoofd.

 

Iedereen slaapt.

 

Tot op het moment dat er een kat op de plastic tafel op het terras springt, vlak naast ons raam.  De kat belandt in de resten van het gezellige avondje, en vaagt daarbij in blinde paniek een aantal lege flessen van de tafel.

 

 

In mij schuilt een koene ridder, die zijn gezin wil beschermen tegen alle soorten onheil. 

 

In de mening dat een stelletje boeven ons wil overvallen, veer ik op uit mijn bed....

 

....om feestelijk met het hoofd (waarin ook een kater in de maak was) tegen de hoek van het raam aan te knallen.

 

 

KABANG!

 

 

De koene ridder valt kreunend terug in bed.  Bloeden natuurlijk.

 

 

......

 

 

De volgende nacht.

 

Iedereen slaapt. 

 

De kat gelukkig ook.  Ze had geen zin in een tafelbezoekje.

 

Plots doet een keiharde dreun de bungalow daveren.

 

In mij schuilt een koene ridder (met reeds een buil op het hoofd ter grootte van een Fiat Ducato), die zijn gezin wil beschermen tegen alle soorten onheil. 

 

In de mening dat een stelletje boeven ons wil overvallen, veer ik op uit mijn bed....

 

....om opnieuw feestelijk met het hoofd (waarin alweer een kater in de maak was) tegen dezelfde hoek van hetzelfde raam aan te knallen.  Zij het wel een paar centimeter verder op mijn hoofd.

 

 

KABANG!

 

 

De koene ridder valt nogmaals kreunend terug in bed.  Bloeden natuurlijk.

 

Twee Fiat Ducato's op het paasei. 

 

Bleek dat Kind 2 uit zijn bedje was gedonderd.

 

De rest van de vakantie heb ik geslapen met mijn fietshelm op het hoofd.

 

 

*****

 

 

En als u mij nu wil excuseren, ik ga mijn fietshelm zoeken.

 

Mijn contractuur, versie 2.0, is nog niet weg.

 

Daarom ga ik nu uit pure frustratie een half uurtje met mijn hoofd ritmisch tegen de muur bonken...

 

KABANG!

 

Ja, lekker...

 

KABANG!

 

Hmm, lekker...

 

KABANG!

 

Hmmm, nog...

 

KABANG!

 

Hmmmm...

 

KABANG!

 

Bruistablet?

18:41 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

14-12-10

Operatie Pamplona

Operatie Pamplona.

 

 

Zoals alle Belgen hebben we een paar jaar geleden de Turkse Rivièra bezocht.  Omdat het zo belachelijk goedkoop was, hadden we gekozen voor een hotelcomplex waar zelfs de WC-brillen in marmer waren uitgevoerd. 

 

All-In. 

Maar dan ook alles All-Inn.

 

 

*****

 

 

Wij zijn koele noorderlingen. 

 

Eind juli, begin augustus in Turkije.  Dan is het daar een beetje warm. 

 

Het is er dan zo heet dat het zwembad gekoeld moet worden om het enigszins zwembaar te houden.

 

De check-in was 's nachts en na een onrustig hazenslaapje met een furieus blazende airco  op de achtergrond (voorgrond) begaven wij ons na het copieuze ontbijt richting zwembadcomplex.

 

 

Nergens een vrije ligstoel te vinden. 

 

Maar dan ook nergens.

 

Bleek dat iedereen in het holst van de nacht al een handdoek ging leggen op de ligstoelen om die voor zich te reserveren. 

 

 

Daar doen wij dus niet aan mee. 

 

Mijn nachtrust opgeven voor zoiets onnozel? 

 

Dacht ik niet.

 

Nu werd er om 10u in de voormiddag een extra zone van het zwembadcomplex voor het publiek open gesteld. Vol ligstoelen en riante rieten parasols.   Die zone  werd tot 10u afgesloten met twee poorten, waardoor dat soort reservatie per handdoek onmogelijk was. 

 

Wie eerst komt, eerst maalt.

 

Was dit de wraak van de Turken op het Vlaams Belang? 

 

Ik vermoed het. 

 

Om 10 uur werden de 2 poorten simultaan geopend en begon een ware stormloop op de ligstoelen, waarbij vrouwen en kinderen eerst onder de voet werden gelopen. 

 

Met stijgende verbazing naar gekeken. 

 

Mensonterend. 

 

Een ware schande. 

 

Vér beneden onze waardigheid. 

 

Nooit ofte nimmer zouden wij aan zulke barbaarse taferelen deelnemen.

 

Daarvoor hadden we iets teveel beschaving. 

 

 

*****

 

 

Tot mijn vrouw zei:

 

"Ik wil morgen die ligstoel."

 

Haar op de wijze van E.T. priemende vinger wees naar de mooiste locatie in het aparte zwembadcomplex.  Waarvoor dagelijks door de verzamelde barbaren heroïsche veldslagen werden uitgevochten. 

 

Met inzet van schaafwonden, tandenverlies, builen en blauwe ogen.

 

Duitsland en Oranje, u weet uit het voetbal dat dat een explosieve cocktail is.

 

 

En daar moesten wij ons in gaan mengen.   Met mijn tenger lijf, dat enkel uit ribben en loopspieren bestaat...

 

God sta me bij.

 

Mijn vrouw haar wil is echter wet. 

 

God weet dat inmiddels ook en heeft er zich op zijn beurt bij neergelegd.

 

 

*****

 

 

Koppen bijeen gestoken. 

 

Indachtig de slogan 'Eendracht maakt macht' (kennen wij vaag ergens van, maar ik kan er nu even met de beste wil ter wereld niet op komen).

 

Kind 1 en Kind 2 werden mijn bondgenoten in deze operatie: Operatie Pamplona (de stad van de beroemde stierenrennen).

 

Doel: de centrale ligstoelen.  Indien doel 1 niet bereikbaar, stelling 2 innemen (andere stoelen).  We gaan vanuit de poort aan de ontbijtruimte, meer mogelijkheden tot afblokken.  De andere poort is qua afstand even ver.

 

Het toeval helpt ons een handje.  Ik loop de Turk tegen het lijf die de andere poort opent.  50 euro toegestoken in ruil voor anderhalve seconde voorsprong elke ochtend. 

 

Heeft altijd prima gewerkt. 

 

Merci Hassan !

 

 

*****

 

10 uur: als eerste aan de poort staan. 

 

De poort draait naar binnen open.  Kind 2 zorgt ervoor dat de linkerhelft van de poort trager open gaat dan de rechter, waardoor de helft van de deelnemers al een dodelijke vertraging oploopt. 

 

Kind 1 en ikzelf staan rechts. 

 

Kind 1 is de joker.  Hij wordt gelanceerd, ik blok de rest van de meute af.

 

Kind 1 is de speerpunt van operatie Pamplona.   Hij spurt, enkel beladen met enkele handdoeken naar de toplocatie, ik naar locatie 2 en Kind 2 naar locatie 3. 

 

Succes verzekerd. 

 

Ganse vakantie toplocatie bezet. 

 

De concurrentie werd er moedeloos van en legde zich uiteindelijk neer bij zoveel suprematie.  Zelfs de Russen kwamen de ring aan mijn linkerpink kussen; ik was de Don Corleone van Antalia.

 

Onze arrogantie kon niet meer op.   Enfin, toch de mijne niet....

 

Locatie 2 en 3 werden dagelijks grootmoedig van de hand gedaan aan bevriende koppels. 

 

Oorspronkelijk hadden we gedacht ons te laten omkopen met wodka, maar in een All-Inn formule was dat niet écht helemaal bevredigend.

 

 

*****

 

 

En dan gaat het meestal fout. 

 

Want triomfen gaan dikwijls hand in hand met zelfoverschatting....  Bij mij is dat zelfs altijd zo...

 

Aan de poort begonnen we ons schandelijk te misdragen. Mijn vrouw deed alsof ze ons niet kende.

 

Dagelijks kon je volgende dingen horen:

 

 

"Mesdames en messieurs, verzameld plebs en schorremorrie uit de vier windstreken, welkom op de dagelijkse race.  Ik hoop dat u goed opgewarmd bent, want zo meteen wordt u ALWEER feestelijk verslagen in een nijdig spurtje naar de ligstoelen."

 

 

Triomfantelijk kijk ik rond.  Ik ben inmiddels op de poort geklommen om mijn publiek te overschouwen. 

 

 

Ik zie de onvermijdelijke Duitser op zeesletsen.

 

 

"Wat zie ik daar, beste Teutoon?  U heeft zeesletsen aan."

 

 

Hahahahahaha! 


Foutje !!! "

 

 

"Kijk naar mijn voeten, beste Pruis, gestoken in  loopschoenen,  ik herhaal: LOOPSCHOENEN, Brooks, Adrenaline GTS, reeks 6, correctie voor pronatie, footscan inlegzooltjes."

 

 

 

Ik ontwaar in de massa een Oranje voetbalshirt, opdruk achterkant Kluivert.

 

 

"Kluivert ?!?!?


Effe Apeldoorn bellen...  Traag als een manke schildpad!"

 

 

 

Ik prik met een vinger in de bierpens van een omstaander. 

 

 

"En vader, feestje gehad...

 

(dramatische pauze)

 

... de laatste 10 jaar?"

 

 

 

Ik stroop mijn T-shirt op. 

 

 

"Kijk hier, tel deze ribben.  Aanschouw: 58 kg gestaalde perfectie, droog aan de haak."

 

 

 

Mijn kleding is ook aangepast aan de uitdaging.

 

 

"Lees wat er op mijn T-shirt staat.  Lees, en huil !!!  Inderdaad, Antwerp 10 miles.  10 Miles.  U heeft de eerste 10 mijl geen schijn van kans, en doe er wat mij betreft gerust nog maar 10 bij."

 

 

 

En zo gingen wij maar door en door; ik kan me echt verliezen in zoiets...

 

 

*****

 

 

De Belgen en Hollanders wisten al hoe laat het was, maar op vakantie verveel ik me toch altijd te pletter, dus had ik deze teksten ook in het Italiaans, Spaans, Duits en een tiental Russische dialecten laten vertalen, zodat ik ongeveer heel Europa en Eurazië simultaan kon beledigen. 

 

Op de plaatselijke markt had ik dan ook nog eens een koebel op de kop weten tikken, waarmee ik telkens de feestelijkheden als een belleman kon opluisteren. 

 

Ja, als wij ergens onze schouders onder zetten, dan is het meteen van dat.

 

Mensonterend?

 

Ge moogt gerust zijn!

 

Een schande?

 

Ook dat!

 

Beneden onze waardigheid?

 

Dat dan weer niet!

 

Nooit ofte nimmer zouden wij aan zulke barbaarse taferelen deelnemen?

 

Toch wel, we hebben het barbarisme zelfs  tot kunstvorm verheven...

 

Daarvoor hadden wij iets teveel beschaving?

 

Dat bleek een erg dun laagje te zijn...

 

 

 

Geweldige vakantie gehad. 

 

De race naar de ligstoelen bleek uiteindelijk zelfs het hoogtepunt van de vakantie...

18:48 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

10-12-10

Bloedwraak

Bloedwraak

 

 

Seg pa, ben je nu niet een beetje aan het overdrijven?

 

Ik krijg een rode waas voor mijn ogen, huil als een aangeschoten dier en wil luid briesend de achtervolging inzetten op Kind 2 met het vaste voornemen hem de keel toe te knijpen, maar mijn contractuur in mijn rechterkuit beslist daar helaas anders over. 

 

Kind 2 vond namelijk dat ik overdrééf met manken. 

 

Het is dat de goedheilige man al de nodige cadeautjes en chocolade ventjes heeft geschonken, de naïeve kloot, want anders zou mijn wraak minstens zo zoet zijn!

 

De maat is echter vol en ik overweeg om Kind 2 van de hand te doen. 

 

Moet toch verkoopbaar zijn, zeg nu zelf !? 

 

Aan de positieve kant van de balans: Kind 2 kan min of meer zelfstandig eten, is tandtechnisch compleet afgewerkt, is ontwormd, is relatief zindelijk, spreekt op volkomen eigenzinnige manier een paar talen, heeft kennis van computer (uitsluitend gaming), heeft quasi een diploma.

 

Negatieve kant: Kind 2 kan helaas min of meer zelfstandig eten, spreekt teveel, sloopt jaarlijks een laptop, kan een perfect opgeruimde kamer in een mum van tijd omtoveren in een piratennest.

 

 

Iets voor op eBay, denk ik zo.

 

Eens overleggen met das Oberkommando: mijn vrouw.

 

 

*****

 

 

Ja, vrienden lopers, de ochtendstond had weer maar eens een blessure in de mond.  Rechterkuit. 

 

Moest het niet om te huilen zijn, dan zou ik er mee lachen. 

Of omgekeerd natuurlijk.

 

Gladde ondergrond deze woensdagochtend.  De wegen waren prima beloopbaar, maar in het bos is de sneeuwlaag verworden tot één grote geaccidenteerde ijskoek.  Niet dat ik daardoor een contractuur heb opgelopen, neen, een verrekking is meestal gewoon pech.

 

De laatste dagen had ik een stram gevoel in de linkerkuit, en ik vreesde dat daar wel eens iets fout zou kunnen gaan deze ochtend, maar niets van dat. 

 

De linkerkuit voelde prima aan. 

 

Maar na een kilometertje of 7 kreeg ik een doffe pijn in mijn réchterkuit. 

 

De wet van Murphy.  

Moeder natuur is een kreng!

 

Ik wist al meteen hoe laat het was.  Door de compressiekousen krijg je niet die zweepslag die dikwijls samenhangt met een contractuur, maar wordt het eerder een doffe pijn.

 

En ik was nog verschrikkelijk ver van huis. 

 

Lopend stelt dat niets voor, maar wandelend is dat eindeloooooooos.  En vermits het toch wel serieus koud was deze ochtend, vond ik het aangewezen om afwisselend te lopen en te wandelen, kwestie van niet helemaal af te koelen. 

Maar dat deed dus lekker veel pijn. 

 

 

*****

 

 

Heum, even iets rechtzetten.  Dat van dat verkopen van Kind 2 was maar bij wijze van spreken. 

 

Neen, het zou wat gek zijn. 

 

Kind 2 verkopen! 

Het idee alleen al! 

 

Dat kunnen we niet maken, want nooit ofte nimmer kunnen we al het geld recupereren dat in het project 'Opvoeding Kind 2' is gekropen.  Heeft wel wat weg van een zwart gat.

 

En voor je het weet krijg je de Kinderbescherming op je dak gestuurd. 

 

 

*****

 

 

Zo'n interventie van de Kinderbescherming vreesde ik ook al na de vorige taak van Duits.  Kind 2 moest voor een spreekoefening Duits een beschrijving geven van zijn kamer,  in het Duits.

 

Nu is extreme luiheid enerzijds des duivels oorkussen, maar anderzijds vooral een familiaal trekje.

 

Ja, vrouw, ik weet het! 

 

Zit!

Af!

 

Ik weet het, deze karaktertrek is geheel toe te schrijven aan mijn kant van de familie.  Dat geef ik ruiterlijk toe.

 

Kind 2 beschreef zijn kamer als volgt op de mondelinge proef Duits:

 

In meinem Zimmer ist ein Bett.

Danke schön!

 

En dat was het dan.  Ik kan er hier en daar wel een paar naamvallen naast zitten...

 

Nu ja, de afvalbelt beschrijven waarin Kind 2 resideert, is niet evident.  Ik zou er in het Nederlands niet eens aan willen beginnen, laat staan in het Duits (ik denk niet dat er genoeg Umlauten op de planeet zijn). 

Boven de rokende vuilnisbelt van de kamer van Kind 2 cirkelen er zelfs meeuwen rond, op zoek naar iets eetbaars.  Succesvol op zoek naar eten, moet dat zijn.

 

Maar we vreesden toch even dat we de Kinderbescherming op ons dak zouden krijgen.  En dat we met de handboeien zouden afgevoerd worden omdat we Kind 2 in zulke Spartaanse omstandigheden opsloten.

 

 

*****

 

 

Dat schoolse luiheid erfelijk is, in mannelijke lijn (ja vrouw, zit!, af!), bewijst het feit dat Kind 1 er ooit in geslaagd is een boekbespreking af te geven, die bestond uit (ongelogen) welgeteld de eerste én de laatste volzin van het boek. 

 

Surrealisme, neen?

 

Nu niet alles is kommer en kwel, we waren uiteindelijk al blij dat Kind 1 zijn boekbespreking niet  simpelweg van het internet had geplagieerd, maar zich toch al de moeite had getroost om het boek ter hand te nemen, weliswaar enkel op de eerste en laatste pagina, maar toch...

 

De volgende boekbespreking was al iets langer. 

 

Kind 1 had de achterflap overgeschreven.

 

Zucht!

 

 

*****

 

 

Enfin, contractuur dus. 

 

Dat is spijtig.  Een weekje aan de kant, intensief behandelen met warmte en uitmasseren met Flexium.  U kent inmiddels de geijkte plichtplegingen.

 

Ok, ik baal dat ik zaterdag en maandag niet zal lopen, maar realisme is noodzakelijk.  Mits een goede opvolging kan ik misschien volgende woensdag terug aan de slag.   En het is niet dat ik een wedstrijd op de agenda had, of zo, dus liever nu dan in de laatste week van mei, bijvoorbeeld.

 

U duimt mee, neem ik aan?

 

 

*****

 

 

Ja, ik blijf toch een beetje herkauwen op dat idee om Kind 2 op eBay te verhandelen. 

 

Want dat is iets waar mijn vrouw haar weg wel weet, op eBay.  Noem mijn vrouw gerust de eBay-tijger (op voorwaarde dat u over een hospitalisatieverzekering beschikt).

 

Dat ebayen is ook niet meteen van in het begin gelukt, moet ik zeggen. 

 

Toen mijn vrouw voor het eerst een voorwerp op eBay wou kopen, heb ik haar volgende wijze raad meegegeven:

 

"Schatje, je moet voor ogen houden tot welk bedrag je wil gaan.  En laat je vooral niet verleiden om hoger te gaan."

 

Ze zette haar maximum bedrag in, was de hoogste bieder en vooral een gelukkige vrouw.  De redelijkheid zelve, beminnelijk, begrijpend. 

 

Niks tijger.

 

 

Tot iemand de euvele moed had om hoger dan haar maximumbod te gaan.

 

Van redelijkheid was niet bepaald meer sprake.

 

 

WABLIEFT?      klonk er van aan de computer, terwijl een muis piepend dekking zocht...

 

 

DAT ZULLEN WE NOG WEL EENS

ZIEN!!! 


 

Jep, ook het bureau.

 

 

Ik kon nog net haar vinger van het toetsenbord afhalen of ze had er het zuurverdiende familiekapitaal in één ruk doorgejaagd. 

 

Niet omdat dat object het waard was, maar gewoon om te laten voelen wie de baas is, bloedwraak!

 

Ik denk dat het gemakkelijker is om met blote hand een stuk vers vlees uit de muil van een sabeltijger te halen die al veertien dagen op droge beschuit heeft overleefd, dan te proberen iets van mijn vrouw af te pakken...

 

Ergens zit er een Siciliaanse voorvader in haar bloedlijn, daar ben ik inmiddels van overtuigd.

 

 

*****

 

 

Nu moet ik wel even iets opbiechten.

 

Toen ik, lang geleden, een bod had uitgebracht op een oude affiche op eBay, zag ik me telkens overboden door dezelfde persoon. 

 

Een vervelende mens dus.

 

Na een bits gevecht, haal ik uiteindelijk zegevierend de affiche binnen.  Iets boven mijn budget gegaan, dat wel,  zo ongeveer de prijs van een kleine gezinswagen, maar het gaat hier wel om het principe.  

 

Hebzucht, namelijk.

En eerzucht.

 

Ik ben The Godfather, en met mij wordt er niet gesold!

 

Een secondje... ik word geroepen...

 

Ja vrouw, ik kom zo meteen afdrogen, even dit aftikken.

 

 

(Twintig minuten later, de afwas is gedaan).

 

 

Waar was ik?

 

Dus ja,  ik had de affiche, genoegdoening dus, maar er knaagde iets.  Namelijk, het feit dat iemand me een strobreed in de weg had gelegd...

 

Van Don Vito Corleone hebben we geleerd: Revenge is a dish that tastes best when it is cold.

 

Allemaal best goed mogelijk, ik liet het in elk geval niet koud worden....

 

Ik had gemerkt dat die persoon ook nog op een drietal andere affiches had geboden, zonder dat er iemand een tegenbod had geplaatst.  Daar ging verandering in komen en wel meteen!

 

Ik heb alle drie de andere affiches gekocht.  Drie kleine gezinswagens verder wist mijn opponent dat het mij menens was.

 

Die affiches moest ik helemaal niet hebben, maar dat doet niet terzake.  Het gaat hem om het principe. 

 

Wraakzucht.  

 

En ook wel het principe dat  de ophaling van oud papier in mijn thuisstad vooralsnog gratis is...

19:07 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

07-12-10

Koeketiene

 

 

Koeketiene

 

 

 

Heeft u zich ooit al eens aan aquajogging gewaagd?

 

Eigenlijk vind ik een vraag als openingszin wel leuk. 

 

Behalve bij het nieuws op TV. 

 

Dan zegt Wim De Vilder als inleiding:    

 

"Hoe zou het zijn met de Bel 20?"

 

 

JA, WEET IK VEEL!!!

 

 

Waarom zou ik naar het nieuws kijken, als ik alles al wist?

De Vilder, jongen, doe uw job en vertel het ons.  Het journaal is geen quiz, dacht ik zo.

 

Dus heu... heeft u zich al eens gewaagd aan aquajogging?

 

Je krijgt dan een soort drijfband rond de borst gebonden, waardoor je rechtopstaand in het water blijft zweven.  Dan kun je de loopbeweging imiteren, het water zorgt voor weerstand, terwijl je pezen en gewrichten gespaard blijven van de dreunen en impacten van het lopen op harde ondergrond.  Wordt veel gebruikt bij revalidatie van geblesseerde sporters.  En als bijkomende krachttraining.

 

Ooit kreeg ik de suggestie om tijdens de revalidatie van een achillesblessure (godverdommese kloteblessure) te gaan aquajoggen.

 

Saai als de hel.  Gras zien groeien is spannender.

 

 

*****

 

 

Aquajoggen.

 

Je loopt in het water, je voelt je Jezus, maar dan Jezus die een minder dagje heeft...

 

 

*****

 

 

Je loopt in het water.

 

Ik herlees vorige zin: Je loopt in het water, dat klinkt  als de titel van alweer een kloteliedje van Marco Borsato.

 

Enfin, je loopt in het water. 

 

Kon ook van Clouseau zijn.  Die maken ook altijd hetzelfde liedje, maar dan telkens met een andere tekst.  Die Koen Wauters zal zich ook geen klein beetje genaaid voelen dat Kim Clijsters weer beginnen tennissen is. 

 

Afscheidsliedje gemaakt, begint ze weer opnieuw. 

 

Straks afscheid, wat dan? 

 

Zelfde tekst?

 

 

*****

 

 

Enfin, aquajoggen, je loopt in het water.

 

Het is zwaar werk.  Je zweet in een zwembad. 

 

Raar gevoel is dat. 

 

En de chloordampen die je woest inademt, komen qua longverwoestende dosis overeen met het roken van 4 pakjes Groene Michel zonder filter.  Daar wordt een mens high van.  Alhoewel een haai het laatste is wat je wil, in het water.

 

Ik krijg net telefoon van de N.D.I.F.W., de Nationale Dienst voor Inspectie op Flauwe Woordspelingen.  High en haai mogen sinds het decreet dd 12 augustus 2006 niet meer gebruikt worden in een poging grappig te zijn; boete van 125 euro volgt...

 

 

*****

 

 

Aquajoggen dus: tussen mensen die recreatief komen zwemmen, zit ik als bezeten rond te hossen. 

 

Rare blikken alom.

 

Je gaat ongeveer 0,0238547 km per uur vooruit in het water. Weten zij veel dat het niet om de voortgaande beweging gaat, maar om de inspanning...

 

Zowat alle vrouwen van middelbare leeftijd in enorme en godzijdank allesomvattende badpakken met bloemetjesmotief, zwemmen je voorbij.  Met van die badmutsen waarop opnieuw bloemen een schreeuwerige hoofdrol spelen.

 

 

Die vrouwen komen sporten.

 

KOFFIEKLETS  JA ! 

 

Roddelen !

 

 

Wat ik allemaal te verwerken krijg aan lugubere berichtgeving omtrent aanhouwerij, overspel, erectieproblemen, huwelijken onder druk, familiale drama's en schandalen, is teveel voor één mens.  Met alle lillende details die thuishoren in de afdeling fijne vleeswaren.

 

 

En gek genoeg fascineren dit soort berichten me mateloos. 

 

 

Ik kamp wel met een immens probleem.  De informatie  bereikt mij niet helemaal compleet, maar in onderdelen als het ware. 

 

 

Het is puzzelen geblazen.

 

 

De dames zwemmen sneller dan ik kan aquajoggen, ze fluisteren dan ook nog, zodat ik cruciale deeltjes informatie misloop:

 

  • wiens huwelijk loopt er spaak omdat meneer in volle  geslachtsdaad betrapt werd met zijn koeketiene,  interessant maar dju toch, de naam kon ik net niet opvangen,
  • er zit in onze straat ook iemand met een ernstig gokprobleem en bijhorende geldzorgen, maar wie het is, gaat ook weer net aan mijn neus voorbij,
  • dan krijg ik wel een naam te horen, Mr X, maar wat die precies met welke minderjarige babysit heeft uitgespookt zonder gebruik van een capote anglaise, valt ook weer net buiten mijn gehoorsveld,
  • en dat er iemand is gezien bij het verlaten van een kaberdoesjke, werd tot mijn verbazing met de mantel der liefde bedekt, maar dat zijn vrouw hem daarbij vergezelde, gaf het verhaal dat beetje extra 'je ne sais quoi', maar weer mis ik de familienaam,
  • het volgende baantje gaat het over een iets uit de klauwen gelopen imitatie van een scène uit de SM-rechter, waarbij de tepelklem iets te enthousiast werd aangedraaid, maar wie de arme vrouw was, ik had het u graag meegegeven, jammer maar helaas.

 

 

En het feit dat ik letterlijk kreun onder de inspanning om hen bij te benen, om zo alle info mee te pikken, resulteert in strenge blikken aan mijn adres. 

 

Blikken waarin staat te lezen:

 

Wat doet die kerel onder water dat kreunen als gevolg kan hebben?

 

En wat een verdacht rooie kop!

 

Alle venten zijn hetzelfde!

 

Ja, ik zeg het: aquajoggen, het blijft een frustrerend alternatief voor lopen.

 

 

*****

 

 

Ten behoeve van het Oranjelegioen:

 

Een koeketiene is een maîtresse, verbastering van concubine

 

Een capote anglaise is een antieke benaming voor een condoom.  Omdat de Britten syfilis vulgariserend 'the french disease' noemden, kregen ze lik op stuk van de Fransen, en kregen condooms de benaming 'capote anglaise' mee.  Vanaf 1876 gemaakt uit rubber, voorheen waren het gedroogde en geoliede darmen van dieren.  Smakelijk eten, trouwens !

 

Een kaberdoesjke (cabardouche) is een etablissement van lichte zeden, waar lichtekooien het oudste beroep ter wereld uitoefenen. 

 

Een hoerenkot dus. 

 

Kaberdoesjke zou een Antwerpse verbastering zijn van Cabaret douze, de Fransen kenden de huizen van  vertier een rangnummer toe; het nummer 12 werd in Napoleontische tijden voorbehouden voor bordelen.  Andere bronnen hebben het dan weer over douce (zacht) of verwijzen naar een soort dobbelspel (douze).   Men weet het dus niet en Napoleon is net iets té dood om het hem te vragen...

 

18:43 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

03-12-10

It giet oan!

It giet oan!

 

Woensdag 1 december 2010

 

Het is koud.

 

Het heeft deze nacht gevroren dat het kraakt.  En terwijl wij nog in de warme omarming van onze donsdekens liggen, horen we de wind nukkig huilen om ons huis.

 

De wekker kent geen genade.

 

Snel wat kleren aan.  De gordijnen even opzij.  Het is bar weer. 

 

De wind geselt de eenzame fietser, ingeduffeld, ineengekrompen, krom gebogen over zijn stuur. 

 

Zou het Boudewijn De Groot zijn?

 

Na het ontbijt moet mijn vrouw de vrieskou in, waar hongerige wolvenroedels jagen.  Zal ik haar ooit nog terugzien? 

 

Ik, van mijn kant,  kan lekker thuisblijven.  En in huis wat rondhangen.  De computer bepotelen.  De verwarming wat moed inspreken.  Een kopje koffie plegen.  Een melodietje fluiten.  Wat voor mij zitten uitstaren.  Een meeslepende symfonie componeren.  De aan de dakgoot vastgevroren mussen losrukken. 

 

Dat zou allemaal kunnen.  

 

Iets later ben ik echter druk in de weer om loopkleding bijeen te scharrelen. 

Het is geen weer om een hond door te jagen, maar het is altijd weer voor een duurloopje!

 

Ik ga lopen!

 

It giet oan!

 

Laagjes!  Dat is het geheim van lichaamswarmtebehoud.  Vier dunne looptruien, een windstopper bodywarmer, een lange broek met een halflange er over heen, een muts en handschoenen.  Ik zie er uit als een Michelinmanneke.

 

Het is kwart na acht wanneer ik de voordeur achter me toe smak.  De schrale noordoostenwind snijdt me  meteen de adem af.

 

De straat ligt er relatief beloopbaar bij.  De strooidiensten hebben hun job gedaan. 

 

Maar het is rillen en bibberen, de venijnige wind striemt en jaagt naalden in mijn gelaat.

 

Koude handen en voeten.



Kou-kou-kou....
Koud, hè?
Koud, hè?
Wat is 't koud, hè? (Behoorlijk) (Koud)
Koud, hè? (Berekoud)
Wat is 't koud, hè? (Koud)

(Wat is 't koud)

Als je nou nog één keer zegt "Koud, hè?, Harry
Dan doe ik je wat, man! (Koud)

Kou-kou-kou....
Koud, hè?
Koud, hè?

 

*****

 

 

De dreef naast de gevangenis.  De ondergrond is keihard bevroren. 

 

Koude voeten!  Gevoelloze klompen.

 

Dat gaat zo meteen wel beteren.  Het hameren der voeten op de harde ondergrond zal ze wel op bedrijfstemperatuur krijgen.

 

De wind knaagt aan mijn vingers.  Ik blaas verwoed in mijn handschoenen.  Straf dat de koude lucht zo snel wordt opgewarmd door de longen.  Maar het is klamme warmte, dus dat koelt nog eens lekker extra af nadien.

Ik trek de mouwen van een shirt of twee over mijn handschoenen in de hoop zo terug gevoel in de vingers te krijgen.  Vooralsnog ijdele hoop...

 

 

 

*****

 

 

Mijn aangezicht is versteven van de kou.  Gevoelloze, stramme vingers.

 

Ik voel me Toni Kurz op de Noordwand van de Eiger. 

 

Ich kann nicht mehr!

 

Na een kilometer of twee tegen de ijskoude wind te hebben gebeukt, overweeg ik de handdoek in de ring te gooien.  Mijn normale loopronde stuurt me eerst nog een paar kilometer windop, pas nadien kan ik van de relatieve luwte windaf genieten, al mag u dat laatste voor mijn part tussen aanhalingstekens zetten...

 

Ik besluit toch nog even door te bijten.  De bossen van Wortel Kolonie zullen hopelijk de wind wat breken.  En ik kan dan desnoods nog altijd beslissen om een kortere route te kiezen.  Wikken en wegen.

 

Het is kwestie van alert te blijven.  De sneeuw op de landbouwwegen is op sommige plaatsen tot een spiegel gepolijst.  Het is zaak de ongerepte sneeuw op te zoeken waar voldoende grip is te vinden.

 

Om de handen nog wat te ontzien, hou ik ze achter mijn rug, uit de greep van de plagerige wind.   Dat rendeert.  Het gevoel komt terug in de vingertoppen.  Maar het is niet gemakkelijk lopen, met de handen op de rug.

 

 

*****

 

 

De dreef in de bossen van Wortel.  De wind heeft hier geen vrij spel meer.  Het is niet meer moordend koud.  Enkel nog berekoud.

 

Ik begin er schik in te krijgen.   De kou laat me Siberisch koud.

 

Een hertje!

 

Het dier springt elegant de bosrand in.

 

Iets verder aan mijn linkerkant het Bootjesven.  Dichtgevroren, maar het ijs zal nog niet dik genoeg zijn om schaatsers te dragen. 

 

Voorlopig nog geen 'It giet oan!', laat de schaatsen maar in het vet zitten, Elfsteders!

 

Nog eventjes doorbijten, het keerpunt is niet ver meer.  Dan krijg ik de sneeuwstorm vol in de rug.

 

Eerste haakse keerpunt, nu zit de wind in de rechterflank.   

 

Iets verder moet ik weer haaks linksom, om dan alle zeilen naar de wind te zetten.

 

En net op het moment dat ik de hoek omga, sta ik op een paar meter van een volwassen hert.  Het dier schrikt op en gaat er als een speer vandoor...  De witte vlek op het achterwerk van het hert is nog een tijdje zichtbaar tussen de struiken, terwijl het dier verder van me wegdanst...

 

Een lange kaarsrechte dreef.  Ik word vooruit gestuwd door een ijzige blizzard

 

Omdat de wind nu in de rug zit, begint mijn aangezicht te ontdooien.  En mijn handen te gloeien. 

 

Lekker gevoel is het, ook wel omdat je niet hebt opgegeven.  Extreme omstandigheden, het is eens wat anders.  Het doorbreekt de sleur.

 

Normaal ga ik iets verder rechtsaf, maar ik weet dat die zone van mijn vaste omloop bezaaid ligt met plassen, erfenis van de zondvloed van de laatste weken.  Die plassen zitten nu verborgen onder een sneeuwtapijt.  In dat soort capriolen heb ik geen zin.  Ook wel omdat ik de wind dan weer vol in de flank krijg...

 

Ik besluit verder rechtdoor te lopen, gedragen door de rugwind. 

 

 

*****

 

 

Op de open plaatsen heeft de wind de sneeuw in kronkellijnen weggeblazen, als golfjes in het water.

 

Het is erg rustig op de wegen rond Wortel.  Wie niet buiten moet zijn, heeft eieren voor zijn geld gekozen en zit knus voor de kachel.  Enkel sukkelaars die moeten gaan werken én de eenzame loper trotseren de wind en de kou.

 

In de verte zie ik een loper me tegemoet komen.  Het is looplegende Jan H. die op zijn beurt tegen de poolwind knokt. 

 

We groeten mekaar.  Als getaande veteranen van de loopsloef.

Ik roep hem nog snel de weersverwachtiingen voor de volgende 10 dagen, enkele beurstips met voorkennis, wat gemakkelijke recepten op basis van aardappel, cadeautips voor de feestdagen, lekkere wijnen onder de 5 euro, filmrecensies, beknopte handleiding voor het zelf stoken van wodka en dies meer achterna. 

 

Ik nader mijn thuisstad.  Maar ik besef dat het aantal kilometers fors werd teruggeschroefd door het inkorten van de omloop.  Dat mag niet!

 

Dus via een grote lus door Minderhout om zo toch 1 uur 25 minuten bijeen te lopen.

 

 

De wind jaagt stuifsneeuw van de daken.

 

Thuis wacht een kokende douche. 

 

En nadien tintelende oorlellen.

 

Thee.

 

Hij drinkt thee, als hij tegenwoordig is.

 

 

 

18:46 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

30-11-10

Over de geplukte kip, het fluitje van een cent, de soutien gorge en, andermaal, Club Brugge...

Over de geplukte kip, het fluitje van een cent, de soutien gorge en, andermaal, Club Brugge.... 

 

Laat me u meenemen naar de duistere krochten van mijn privé-leven.

 

Nadat we twee kinderen op de planeet hadden gezet (een operatie waarbij we lusten en lasten hebben verdeeld; ik de lusten, mijn  vrouw de lasten) besloten we dat het genoeg was geweest.

 

We hadden uiteindelijk op die manier gezorgd voor volgende feiten:

 

  • dat de planeet overbevolkt blijft (en gestaag blijft opwarmen),
  • dat de personenbelastingen betaald blijven worden (zodat de spilzucht van de dames en heren ministers blijvend gesponsord zal worden - 1 minister per 200.000 inwoners, il faut le faire!),
  • dat de pensioenen ook in de toekomst verzekerd zullen kunnen worden (ja Di Rupo, ook die van onze Waalse broeders),

 

Enfin, twee kinderen, dat kon volstaan.

 

Volgens de bevindingen van de Raad van Bestuur van ons gezin, onder stringent voorzitterschap van mijn vrouw, was het zinvol dat schrijver dezes een vasectomie zou ondergaan.

 

 

U bent gaan googelen. 

 

Geef maar toe.

 

Dus ja, sterilisatie van de man.

 

Een ingreep van niets, zei mijn vrouw. 

 

Dagopname, binnen en buiten.

 

Fluitje van een cent.

 

 

*****

 

 

Mijn vrouw weet dat ik geen held ben als het op medische ingrepen aankomt.  Ik bedoel maar, als ze in Saw 3 iemand zijn poot afzagen met een roestig keukenmes, dan glimlach ik even en dip nog een TV-worstje in de cocktailsaus. 

 

Doet me niks. 

 

Maar als ze op Vitaya weer eens iets té enthousiast een openhartoperatie in beeld brengen, of een bevalling met inzet van alle denkbare lichaamssappen, dan word ik toch wat bleekjes rond de neus.

 

Vasectomie dus.

 

Fluitje van een cent.

 

 

*****

 

 

Ik binnen op de dag des oordeels.

 

Kwam er een bevallige verpleegster heupwiegend op me af. 

 

"Kleed u maar uit, operatiehemdje aan, ga maar in uw slipje op het bed liggen."

 

Nu hou ik wel van een bepaalde vorm van bevelfunctie, vooral in combinatie met een ondeugend kostuumpje, het gebruik van gelispelde verkleinwoordjes en desnoods wat burleske lingerie, maar nu stond mijn hoofd er niet écht naar.

 

Ze schudde haar lange haren los en zei, met een schalkse blik in de azuurblauwe ogen:

 

"Zo meteen kom ik u scheren."

 

En het was niet mijn kin, als u begrijpt wat ik bedoel.

 

Ik bevroor...

 

 

*****

 

 

Is  het een zeer vreemd gevoel wanneer een wildvreemde je fluitje van een cent zit te scheren?

 

Wel, heu...

 

Is de paus katholiek?

 

 

En in dit geval was het een wildvreemde blondine, tot overmaat van ramp.

 

Met zo'n hagelwit verpleegsteruniformpje aan. 

 

Een nauwelijks waarneembare vorm van suggestieve transparantie verraadde een minuscuul slipje en een niemendalletje wat dienst deed als soutien gorge, beide zaken zo wit als een vers gevallen, maagdelijk sneeuwvlokje...

 

En omdat ik krampachtig wou dat dat fluitje van een cent inderdaad een fluitje van een cent bleef (en niet zou evolueren naar een fluit van, pak hem vooral niet beet, twee euro), heb ik me krampachtig geconcentreerd op iets anders. 

 

Afleiding!

 

Zo heb ik de ganse tijd de opstelling van Club Brugge ten tijde van Gert Verheyen voor de geest proberen te halen. 

 

Met Franky Van der Elst nog en Jan Ceulemans. 

 

Schoon tijden. 

 

Prima ploeg overigens.

 

****

 

 

 

Verpleegster weg, de zone van de waarheid zag er uit als een geplukte kip.

 

Vervolgens kwam er een chirurg binnen. 

 

Eentje van het mannelijke type.

 

Nu was er geen enkel risico meer op een voorval van 2 euro.  Zeker niet toen hij de verdovende spuit toediende.

 

Heeft u ooit al een verdovende inspuiting gekregen in de zijkant van uw zak?

 

Oei, ik geef toe dat ik nu in minder verfijnd taalgebruik verval, maar het is wel de bikkelharde realiteit.

 

Een injectie in de zijkant van uw edele delen.  Niet iets waarvoor ik spontaan in enthousiaste gezangen uitbarst.

 

En die injectie moest liefst nog eens langs twee kanten.

 

Het enige gezang dat hier op zijn plaats was, was Gregoriaans gejodel.

 

Het fluitje van een cent was onderhevig aan heftige deflatie.

 

Nadien snijden, knippen, toebranden (wat trouwens een geur gaf van gebraden kip).

 

Enkele draadjes.

 

Fait accompli !

 

 

*****

 

 

U zal nu vragen: vanwaar dit rare verhaal?

 

Omdat de wereld klein is.  En rond.  Maar vooral klein.

 

Want, afgelopen weekend was ik met een paar vrienden een pint aan het pakken in de plaatselijke kroeg. 

 

Voetballers.

 

En op geregelde basis kwam er iemand het gezelschap vervoegen.

 

Op een gegeven moment kwam er een blondine bij ons zitten, vriendin van een der aanwezigen.   Een blondine van het wufte type.

 

Met azuurblauwe ogen.

 

En ik zat heel de tijd te denken: ik ken die van ergens...

 

En plots schoot het me te binnen ; zij heeft de kip geplukt!

 

Ze herkende me niet. 

 

Ah neen, ik had mijn kleren aan!!!

 

 

18:54 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

26-11-10

Een moment van zelfreflectie waarna alras het verband tussen Club Brugge, een jeansbroek en de Mona Lisa aanschouwelijk wordt gemaakt...

Een moment van zelfreflectie waarna alras het verband tussen Club Brugge, een jeansbroek en de Mona Lisa aanschouwelijk wordt gemaakt...

 

 

Welke idioot verzint die titels?

 

 

*****

 

 

Woensdag 24 november

 

En plots zit mijn loopseizoen er op.  Toch wat wedstrijden betreft. 

 

Tijd voor een moment van (zelf)reflectie.

 

 

De tabel der geleverde inspanningen. 

De illusies en desillusies.

 

Datum

Wedstrijd

Tijd

Plaats

14 febr

Valentijnjogging 12 km

51m 56s

23

30 mei

20 Km door Brussel

1u 28m 44s

1888

2 juni

Corrida Hoogstraten 9,9 km

42m 4s

111

12 juni

Kapellekesloop Minderhout 15,7 km

1u 6m 16s

8

19 juni

Top Run Wuustwezel 10 Km

39m 48s

18

3 juli

Rijkevorsel leeft 10 km

39m 9s

14

10 juli

Neervenkermis Loenhout 9 km

36m 42 s

15

21 juli

Dwars door Kasterlee 16 Km

1u 13m 39s

75

14 aug

Triotriathlon Sterke Peer WW 5 km

17m 44s

25

29 aug

Descente de la Lesse 21,9 km

1u 43m 29s

147

12 sept

Jogging ville de Namur 11,7 km

48m 22s

104

12 sept

Bollekesloop Antwerpen 10 km

41m 46s

40

3 okt

Singelloop Breda Halve marathon

1u 39m 3s

67

9 okt

Terlo jogging Kasterlee 12 km

47m 39s

14

16 okt

Stratenloop Rumst 15,3 km

1u 2m 9s

8

14 okt

Halve marathon Kasterlee

1u 28m 42s

67

23 nov

Essen Esak 10 mijl

1u 6m 20s

23

 

Toch 17 wedstrijden gelopen in 2010.  Niet onaardig.  Zeker omdat er tot 29 mei nog maar één wedstrijd op de teller stond.

 

Een raar seizoen ook. 

 

Omwille van de rugproblemen lange tijd aan de kant gestaan.  Eens het looplicht op groen, hebben we nog behoorlijk wat wedstrijden gelopen. 

En het besef dat een mens kwetsbaar is, heeft me doen inzien dat ik beter nu kan doen wat ik al lang op de verlanglijst heb staan.

 

Vandaar die rare uitspattingen op de kalender. 

 

En er waren memorabele dingen bij:

de 20 Km door Brussel 2010, waar ik als een feniks uit zijn as herrees. 

En de Descente de la Lesse, knotsgek parcours. 

De triotriatlon. 

In september was er de dubbelslag Jogging ville de Namur en de Bollekesloop te Antwerpen, twee wedstrijden op één dag. 

En de halve marathon van Kasterlee in november zal ook nog lang opgerakeld worden. 

Aan de andere kant van het spectrum, horresco referens, de majestueuze ondergang op de Singelloop te Breda.

 

Al bij al.

 

Geen potten gebroken, geen botten gebroken.

 

Geen records, buiten twee persoonlijke wedstrijd-besttijden.  Mager beestje.  Maar je kan natuurlijk na  een winter in de lappenmand en zo'n zwak voorjaar moeilijk verwachten dat deze oldtimer nog eens een boerenjaar zoals 2009 (of 2004) zou kennen.

 

En nu wordt het zaak deze winter aan de slag te blijven, duurlopen op te trekken naar een volgend (hoger) niveau, om volgend jaar weer als vanouds aan de slag te gaan. 

Een aantal wedstrijden zal ik sowieso lopen, omwille van het klassieke karakter (en ook wel omwille van mijn semi-autistisch-neurotische inborst), maar ik ga ook weer proberen nieuwe pareltjes te vinden op de kalender. 

 

 

*****

 

 

Uw dienaar aan het werk op de 10 mijl van Essen, afgelopen weekend.

 

 

2010-11-21-14h54m11 10 mijl essen.jpg

 

 

 

Niet gemakkelijk, om 10 mijl lang een bekertje vast te houden...

 

En ik die dacht dat een lijn op het loopshirt garant zou staan voor het perfect waterpas spelden van het borstnummer; vergeet het maar...

 

 

*****

 

 

Op het einde van het loopseizoen wordt de looprugzak ook nog eens deftig uitgeschud. 

 

Omdraaien, die handel.

 

Er dwarrelen verfrommelde borstnummers naar beneden, enkele veiligheidsspelden, een briefomslag met daarin een papiertje met de tekst:

 

Helaas, geen prijs.  Volgende keer meer geluk. 

 

 

Tiens, een klein groen papiertje. 

 

Ach, zoete herinnering!  Het is het armbandje  dat recht geeft op gratis openbaar vervoer op de dag van de 20 Km door Brussel (had ik in de broek gestoken voor het geval de rug het finaal zou begeven en ik gedwongen zou zijn om via tram terug het Jubelpark te bereiken...).

 

 

En zand!  Vanuit alle (wind)streken.

 

 

Lopen, een rare sport.  Maar ik ben blij dat ik ze ontdekt heb.  Stel je voor dat je een voetballer bent!  Afhankelijk van 10 anderen, en vooral van het feit hoe bezopen ze de dag voordien zijn geweest. 

 

Neen, merci.

 

Als loper moet ik uiteraard geringschattend doen over voetbal.  Voetbal is geen sport.  Hoogstens een spelletje. 

 

Trucjes met een bal. 

Vermakelijk allemaal. 

 

En toch heb je als loper, en bij uitbreiding als man, Club Brugge als een rode draad door je leven lopen.

 

Ik verduidelijk het even, want ik merk het al, u weet weer van niks...

 

 

*****

 

 

"Wat zal ik vanavond eens aantrekken?"

 

Heren, u kent allemaal die vraag.  Toch als u getrouwd/samenwonend bent.

 

Aan het woord is mijn vrouw.  Ze heeft me opgevorderd om haar bij te staan in de keuze van de garderobe voor vanavond.  We moeten namelijk naar een feestje. 

 

Ik heb daar geen goesting in. 

 

Niet in het feestje en niet in de bijstand die ik moet verlenen in de keuze van de kleding.

 

Want, ok, de vrouw stelt die vraag, maar dat is een retorische vraag.  Wat zal ik eens aandoen? 

 

Ze stelt die vraag, maar heeft in haar geest al een week lang liggen wikken en wegen om zo uiteindelijk haar garderobe samen te stellen. 

 

De vraag wordt wel publiekelijk gesteld, maar behoeft geen antwoord. 

 

Wat wil uw vrouw? 

 

Bevestiging. 

 

En niet eentje, maar een ganse reeks:

 

  • ten eerste de bevestiging dat ze met gelijk welk stuk textiel prachtig staat,
  • ten tweede dat ze in feite véél te weinig kledij heeft, het is warempel godgeklaagd dat ze zo weinig heeft.  En dat de oorzaak te zoeken is in de gierigheid van de man in het algemeen en haar echtgenoot in het bijzonder,
  • ten derde dat ze effectief gewoon moet aandoen wat ze in gedachte heeft.

 

Het gekke is dat, wat je ook suggereert qua garderobe, het allemaal fout is. 

 

Te kort, te lang, te versleten, te oud.

 

En we weten allemaal, té is nooit goed (behalve in tequila).

 

Vervolgens laat ze zien wat ze na een week lang tobben heeft samengesteld.  Wanneer dat dan uiteindelijk door de verzamelde pers op quasi geloofwaardige wijze is goedgekeurd, denk je als man: oef, we zijn er doorheen.

 

NEEN!

 

NEEN!

 

DRIEWERF NEEN!

 

 

Want ok, ze heeft nu wel kleren aan. 

 

Maar we zijn er nog niet.  Bijlange niet!

 

Het ganse concept kan om zeep geholpen worden door volgende toevallige gebeurtenissen en/of bedenkingen:

 

  • ze heeft niet de juiste kleur handtas voor bij de outfit,
  • ze trekt een ladder in het laatste paar nylons met de juiste dichtheid/kleur,
  • bij het aanbrengen van de oorlogskleuren, valt er een brokje mascara op de smetteloos witte blouse (dan is het vooral dekking zoeken),
  • de schoenen zijn wel perfect bij de outfit, maar nu is ze 2,4 cm groter dan haar echtgenoot, wat niet kan...
  • bij het finale strijkwerk van de witte blouse (indien mascara-incident overleefd werd), rochelt het stoomstrijkijzer een bruine vlek op de blouse (u verwijderen op de tippen van de tenen strekt dan tot aanbeveling)... 

 

U merkt het, men mag beweren wat men wil.  Regeringsvormingen en staatshervormingen kunnen misschien moeizaam verlopen, maar dat is klein bier, vergeleken met het hete hangijzer: wat zal ik vanavond eens aan doen? 

 

Maar wanneer dan ook juwelen en sjaaltjes en schikking handtas tot  ieders genoegdoening zijn afgewerkt, dan komen we aan de minder belangrijke vragen.

 

 

Vragen zoals:

 

"Wat ga jij aandoen?"

 

Aan het woord is, opnieuw, mijn vrouw.

 

In de loop der jaren heb ik gepoogd afdoend te antwoorden op die vraag. 

 

Spartelend. 

 

Je kan mijn manier van antwoorden grosso modo indelen in drie periodes.

 

 

1. De naïeve periode

 

Dan antwoordde ik :

 

"Wat ik nu al aan heb."

Of:

"Wat ik gisteren aanhad. "

 

Dat was telkens fout.

 

Ze glimlachte dan eens mysterieus (op de wijze van de Mona Lisa), schudde zwijgend en vol ongeloof het hoofd, zuchtte diep en legde klaar wat ik moest aandoen.

 

 

2. De rebelse periode.

 

Dan antwoordde ik:

 

"Ik heb dit klaar gelegd."

 

En dat was dan bijvoorbeeld een blauwe jeans met een zwarte trui.

 

Dat was fout.

 

Wanneer haar gegil was verstomd, was meestal volgende conversatie te horen:

 

Vrouw: "Schat, blauw combineren met zwart, dat is vloeken in de kerk.  Dat past niet samen."

 

Ik: "Blauw en zwart gaat niet samen?  Wablief?  Als dat voor Club Brugge werkt, dan voor mij ook."

 

Vrouw: "En doe je dan straks een gele broek aan met een rode trui?"

 

Ik: "Nee, natuurlijk niet."

 

Vrouw: "Dat werkt toch voor KV Mechelen."

 

Waarna ik de outfit aantrok die zij al wekenlang in gedachten had.  Meer bepaald dat hemd dat schuurt aan mijn tepels en die trui die prikt...

 

De rebelse periode is geëindigd met de alombekende 'jeansbroek-affaire'.

 

Heren, u kent dat.  Na jaren marineren is uw jeansbroek eindelijk perfect.  Dat wil zeggen dat de broek perfect de contouren van de inwoner heeft aangenomen.  Aan slijtagesporen kan je zien waar de portefeuille zit en de gsm, en kan je zelfs merken dat de eigenaar linksdragend is.

 

Wel, dat is het moment dat een jeansbroek perfect is. 

 

Meestal is dat ook het moment dat  mijn vrouw ze  weg gooit, wegens versleten...

 

 

3. De Ghandi-periode

 

De ultieme berusting.

Zeg maar gewoon wat ik moet aandoen. 

 

Die vraag is namelijk geen vraag, maar de inleiding. 

Zeg maar.

 

 

******

 

 

Club Brugge dus. 

 

De rode draad in mijn leven. 

 

Ik kom er bij gelegenheid nog eens op terug....

 

 

 

 

19:11 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

23-11-10

Met de helm geboren...

Met de helm geboren...

 

 

Zondag 21 november

 

 

Een sombere, grauwe zondag. 

Het grijze wolkendek zorgt ervoor dat het de ganse dag blijft schemeren.  Het is zo'n lamlendige zondag. 

 

Alles kan, niets moet. 

 

We zouden een fikse boswandeling kunnen maken, gelaarsd en wel, om de herfstbladeren baldadig uiteen te trappen en een frisse neus te halen.  En dat daarna aftoppen met een warme chocomelk  in de zetel, terwijl de veldrijders zich uitsloven op televisie.  Fleecedekentje tot aan de nek, gordijnen dicht om de boze buitenwereld buiten te sluiten, de verwarming stomend.  

En straks kabbelt de zondagavond lusteloos voorbij...

 

Maar neen. 

 

Mijnheer wou van geen laars weten, laat staan een chocomelk, warm noch koud....

 

Mijnheer gaat lopen!

 

 

*****

 

 

De auto gestart, een paar cd's om het juiste klankdecor te creëren, volume op stand belachelijk en we snorren door een paternoster van troosteloze Kempense dorpen. 

Het is één langgerekte ode aan de lintbebouwing, gedateerde bouwstijlen, duivenkoten, golfplaten, fermettes, deprimerende sociale woonwijken en arbeiderswoningen.  Erfelijke armoede.

 

De beukenbomen zoeven ritmisch voorbij.

 

Loenhout, Wuustwezel, Sterbos, Nieuwmoer, Essen. 

 

Dit is het decor van mijn jeugd. 

 

 

*****

 

 

Vandaag op het menu: 10 mijl van Essen, deelgemeente Horendonk. 

 

Ik parkeer me ergens in een verkaveling.  De straatnaam onthouden, want het is een doolhof. 

 

Het is koud, 4°.  Ik huiver even wanneer ik de warme cocon van de auto verlaat. 

 

Op zoek naar de start- en inschrijfzone. 

 

Huizen kijken! 

 

Woonkamers binnengluren waar beeldbuizen flikkeren.  Sanseveria's staan in witte plastic  bloempotten voor de ramen uit te drogen.  Kruisbeelden aan de muur met een lauriertakje achter geklemd.  TL-verlichting in de keuken, lichtgroene vierkante tegeltjes boven het inox aanrecht.   Ramen die smeken om een likje verf, stopverf.   Spinnenwebben aan de voordeur.

 

Een voortuintje met een verweerde kabouter met kruiwagen.

 

Een schurftige hond, gekooid achter tralies, kijkt dol uit de ogen en draait zenuwzieke rondjes. 

 

De geur van verschaald bier wanneer ik voorbij een volks café loop.  

 

Vogelpik, spaarkasje, Tura op de jukebox.  Bifi worst.

 

Je kan bijna het tikken van de biljartballen horen...

 

Keu, pomerans, biljartkrijt...

 

 

*****

 

 

Een nadar verraadt dat ik mijn doel nader.  Flarden muziek, of eerder muzak, afgewisseld met een commentaarstem, weergalmen in de verte. 

 

Ik ga op het geluid af en beland zo aan de kerk en het obligate parochiecentrum, waar ingeschreven moet worden.

 

Binnen is het druk en lawaaierig.  En drukkend warm.  De geur van hotdogs is letterlijk adembenemend.  De inschrijfbalie is in volle bedrijf.  Invullen formulier, betalen, borstnummer en chip (jawel) in ontvangst nemen.

 

De geïmproviseerde kleedkamer in het parochiecentrum is onwaarschijnlijk klein.  Ik schat 10 m².  Het is er drummen en over mekaars bagage struikelen.  Het is een kleedkamer zonder douchevoorziening.  Er zou ook een kleedruimte mét douche zijn, zo staat er geafficheerd.  Op 5 minuten van het parochiecentrum en met directieven via wegwijzers.  Eens omgekleed, ga ik gezwind op pad om die kleedkamer te inspecteren.

 

De eerste wegwijzer wijst naar links. 

 

Het kan aan mij liggen. 

 

Maar een tweede wegwijzer is er niet.

 

Ik krijg een ingeving, ga terug naar de beginpositie en ga niet naar links, maar links naast het gebouw (dus rechtdoor). 

 

En net wanneer ik mijn zoektocht wil afblazen, vind ik een tweede wegwijzer.  5 minuten was gezegd, dus het kan niet schandalig ver meer zijn.

 

Wanneer ik schandalig ver ben, staat er weer een wegwijzer.  Inmiddels was ik al een 12-tal minuten onderweg.

 

Wat bedoelden ze met vijf minuten?

 

Vijf minuten slenteren, vijf minuten hardlopen of vijf minuten scheuren met de auto?

 

Ik ga met mijn rugzak terug naar het parochiecentrum en besluit daar mijn bagage te droppen en het straks zonder douche te doen.

 

 

*****

 

 

Nog een half uurtje tot de start.  Ik besluit me op te warmen en beland zo midden in ronde 2 van de 10 km wedstrijd. 

 

Ik haal een dame bij net op het moment dat de ijskoude noordoostenwind frontaal op de neus komt.   Ik vertraag wat en besluit eventjes windscherm voor deze dame te spelen.  Niet dat ik zo'n brede karkas heb, laat me vooral niet lachen, maar alle beetjes helpen.

 

Omdat de wind al even hard blaast als de dame achter mij hijgt, besluit ik haar te hazen tot aan een keerpunt,  waar de wind wegvalt.  Dat is ongeveer twee kilometer verder.  Daar laat ik haar aan haar lot over, draai me om en loop iets sneller terug richting startzone.

 

 

*****

 

 

We staan klaar voor 10 mijl.

 

En volgens de organisatie zou de afstand correct zijn.  

 

Dar zou wel eens kunnen kloppen, want er was eerst een aanloopstrook van zegge en schrijve 70 meter, dan een kleine ronde van ongeveer 1 kilometer en dan 3 grote rondes van 5 kilometer. 

 

Ik babbel wat met bevriende lopers:  Eric B., voormalig winnaar van de marathon der Noorderkempen, en  Kris A. uit Hemiksem.   

 

Een startpistool schiet de meute in gang en we draven doorheen de startzone, haaks rechts achter de kerk, wind op kop.  Niet lang echter, want we maken eerst een kleine lus om opnieuw door de startzone te denderen en dan finaal de eerste van drie lange rondes af te werken.

 

Er wordt positie gezocht, groepjes gevormd naargelang tempo.  We vormen een groepje van vier man, ik kijk op de rug van een loper van AC Dal.  Maar het tempo is verschroeiend.  De eerste kilometer bereikten we na 3 minuten 38 seconden.  De volgende was al niet veel trager en ik voel dat ik me aan het opblazen ben.  Ik besluit het duo te laten gaan, en bundel mijn krachten met nummer 4 van dat groepje, Koen, voor wie het ook iets te hard ging. We doen om beurten de kop.  Zo kun je even bekomen in de slipstream van de ander.

 

Na 2 kilometer gaat het rechts af.  Vermits we tussen bossen lopen, valt de wind hier weg. 

 

Weer haaks rechts en dan twee kilometer naar de finish (met beperkt windvoordeel).  Qua saaiheid kan dit tellen.  Vorige week liepen we een wedstrijd waar van alles te beleven viel, vandaag is het zo saai, dat je al eens blij bent wanneer je struikelt.  En dan moet je dat doen over je eigen voeten, want er is hier niks, maar dan ook niks te beleven.

 

Kilometer vijf wordt bereikt na 19 minuten en 25 seconden.  Gemiddeld: 3 minuten 53 seconden per kilometer.  Snel.

 

Ik merk dat mijn kompaan sterker is dan ik.  Telkens Koen de kop overneemt, moet ik harken om bij te blijven. 

 

 

*****

 

 

Ronde 2.

 

We komen weer in die zware zone windop.  Ik blik achterom.  En merk dat we op de hielen worden gezeten door Kris A.  Zij die deze kronieken lezen, weten dat Kris A. een veel beter loper is dan uw dienaar; toch probeer ik elke keer opnieuw om via een snelle start Kris te verrassen.

 

Lijkt weer niet te lukken.

 

Maar ik besef dat Kris nu toch al kilometerslang de aansluiting niet kan maken (normaal is hij binnen de eerste kilometer terug bij mij, nu zaten we toch al rond km 6). Hoewel ik voel dat ik tegen mijn limiet aan het lopen ben, probeer ik toch het tempo op te schroeven, om  Kris het zo moeilijk mogelijk te maken.

 

Desondanks komt hij even later toch bij ons, gaat resoluut naar de kop en zegt: "Aanpikken!"

 

Makkelijker gezegd dan gedaan.  Kris gaat fors door en Koen, mijn compagnon de route, blikt achterom.  Zodra hij merkt dat ik moet lossen, wil hij vertragen om mij mee te nemen.

 

Ik zeg: "Meegaan!  Dit is je kans!"

 

Hij zegt: "Ik neem je mee tot aan het bos, dan ben je uit de wind."

 

Ik antwoord: "Neen, volg Kris!"

 

 

Nu zal u zeggen (en laat u vooral maar eens goed gaan):

 

 

Mark, hoe onzelfzuchtig ben jij!


Ja, dat klopt.

 

Mark, hoe edelmoedig!


Fijn dat u het opmerkt.

 

Zo altruïstisch!

 

 

 Ik denk dat u gelijk heeft.

 

 

 

Maar neen, naïevelingen, natuurlijk niet!   Zo zit ik niet in mekaar!  Ik ben een zwijn!

 

Neen, u bent hier bevoorrecht getuige van een staaltje keiharde tactiek! 

 

Ik weet namelijk dat Kris nu pas op kruissnelheid komt en dat mijn kompaan zich totaal zal stuk lopen in een poging Kris te volgen.   En ik hoop stiekem dat hij zich daardoor opblaast en dat ik straks een lijk kan oprapen.

 

Ja, een zwijn, dat ben ik...

Ik besef het.

 

Iets later komt een loper bij mij.  Ideaal!  Ik pik aan en gebruik hem als locomotief om de jacht in te zetten op mijn voormalige loopgezel, die nu een duizend doden aan het sterven is in het zog van Kris.

 

En inderdaad, binnen de kilometer moet hij Kris lossen.  En we lopen zienderogen in op hem.  Koen kijkt verschillende keren om, wat ook al geen goed teken is...

 

We naderen met rasse schreden.  Ik ben in mijn nopjes.  Vermoeide nopjes inmiddels, want mijn  locomotief stoomt keihard door.  Maar dan vindt mijn metgezel het welletjes dat ik zweetdief speel en met een fikse versnelling laat hij mij ter plaatse en loopt tot bij Koen. 

 

Koen pikt bij hem aan.  Ik was genaderd tot op een handvol meters en moet nu met lede ogen toekijken hoe ze samen opnieuw van me wegschuiven.

 

Tot zover het strakke plan.  Het briljante tactische plaatje stuikt in mekaar.  Ik ook bijna.

 

 

*****

 

 

Ronde 3. 

 

En er pikt weer iemand bij me aan. 

 

Samen twee kilometer de wind trotseren, waarbij ik het leeuwendeel van de kop voor mijn rekening neem.  Ik vrees dat mijn nieuwe gezel me op het einde ter plaatse zal laten, dus is het zaak hem er af te lopen.

 

We dubbelen de staart van de wedstrijd.  Ik versnel een eerste keer.  Ik krijg een voorgift van enkele meters.  Normaal is het dan over en uit, maar hij knokt zich terug tot bij mij.  Sterk!

 

Met de moed der wanhoop plaats ik in de laatste honderd meters een laatste versnelling en nu buigt hij definitief het hoofd.

 

Ik finish als 23ste na 1 uur 6 minuten en 20 seconden, 14,556 km/u, 4 minuten en  7 seconden per kilometer.

 

Nog wat uitlopen brengt de dagteller op 22 kilometer...

 

 

*****

 

 

En dan nu het straffe. 

 

Ik probeer nu al een paar jaar Kris A. te verslaan.  Dat wil maar niet lukken.  Nu ook weer niet, hoewel er deze zondag reden was tot optimisme. 

 

Kris had namelijk een fietshelm gekocht.

 

Ik verklaar me even nader.

 

Eind oktober is Kris over de kop gegaan met zijn koersfiets, na een wild remmanoeuvre.  Over de kop, zonder helm, resulteert in een paar ijzeren plaatjes in de pols, een gekneusde rib, een spier geraakt in de nek, schaafwonden en....

 

 

....hou u nu vooral vast....

 

....een schedelbreuk en breuk aan de linker oogkas.

 

 

Enfin, amper twee weken na het ongeval hervat Kris de looptrainingen (!!!) en vier weken later loopt hij zijn eerste wedstrijd (!!!!!!).

 

Ik vraag hem: "Heb jij toelating van de arts om dit te doen?"

 

Hij antwoordt: "Weet ik niet.  Heb ik niet gevraagd."

 

 

Als er al geen hoek af was van deze kerel, dan nu wel....

 

 

Dus ja, het is officieel; ik kan niet eens winnen van een kerel met een schedelbreuk.

 

 

 

 

 

 

18:52 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: 10 mijl van essen |  Facebook |

19-11-10

De Hoge Mouw

De Hoge Mouw

 

Its' a hill. 

Get over it!

 

 

Woensdag 17 november

 

Ik loop al een paar dagen op wolkjes. 

 

Kasterlee zindert na. 

 

Een vorm van Runner's high, denk ik. 

 

Op het gastenboek van de marathon van Kasterlee komen nogal wat zure oprispingen over het feit dat de afstand niet correct was.   

 

En daar komen dan weer andere zure reacties op. 

 

Inderdaad, voor de chrono en het grootboek der prestaties is het niet aangenaam dat de afstand niet correct is, maar ik denk, en u mag mij corrigeren in deze, dat er in de toekomst nog wel ergens een (halve) marathon wordt georganiseerd.  En de kans bestaat dat u en/of ik daar weer aan de start zullen staan.

 

Nu ja, stél dat de afstand wél correct zou zijn, in zoverre dat zoiets mogelijk is in een natuurmarathon, dan zou het onderwerp der zeurpieten wellicht zijn: de staat van het parcours. 

 

Dat de minder goede chrono te wijten zou zijn aan dat ene spatje modder dat er op het parcours lag.

 

 

DSC05678.JPG

 

Kijkt u zelf. 

 

Ok, u heeft gelijk, hier en daar was er een beetje modder, dat wel.  En ja ok, dit was misschien wel het best beloopbare stukje van het parcours...

 

En dan was er ook nog dat hardnekkige gerucht dat de ronde deed, namelijk dat het de laatste dagen een beetje geregend zou hebben.

 

 

DSC05681.JPG

 

Hoe verzinnen ze het?

 

Nauwelijks iets van gemerkt tijdens de halve marathon in Kasterlee.

 

Maar één ding staat wel als een paal boven water (pun intended).

 

De editie 2010 van de (halve) marathon van Kasterlee mag gerust het etiket 'de hel van Kasterlee' dragen, en zal de geschiedenis ingaan als de meest bizarre uitgave ooit...

 

 

*****

 

 

En hoe hebben we dit avontuur verteerd?

 

Valt allemaal wonderwel mee. 

 

De enkelgewrichten zeuren wel lichtjes, mijn borstspieren zijn ook wel wat stram, mijn benen zijn aan flarden,  heerlijk!

 

Stikkapot zijn, het heeft wel wat. 

 

Woensdag werd de eerste duurloop na de calvarietocht van Kasterlee afgewerkt. 

 

De schoenen zijn proper en opnieuw droog.  Heeft me wel een paar kranten gekost om de binnenkant droog te krijgen, maar nu zijn de schoentjes klaar voor wat het baasje ook maar wil.

 

Het gegeselde lichaam reageert net iets minder enthousiast.  De hamstrings en kuiten protesteren, maar hoogstens op fluistertoon. 

 

Al bij al is er reden tot optimisme.  Geen zware lichamelijke naweeën, redelijk goede wedstrijd gelopen, en een meeslepend avontuur rijker. 

 

Pakken ze me niet meer af. 

 

 

*****

 

 

 

En straks, binnen een jaar of dertig zal opa de kleinkinderen de oren van de kop zeuren over de halve marathon 2010 in Kasterlee.  

 

Ja, wij hebben van onze grootvaders moeten horen hoe zij bijna in hoogsteigen persoon Wereldoorlog II hadden gewonnen, straks is het mijn beurt...

 

Mijn kleinkinderen zullen, wanneer ze de Nieuwjaarsbrief komen voorlezen, elk jaar het relaas mogen (moeten) aanhoren: hoe grootvader in 2010 na Christus de halve marathon van Kasterlee heeft gelopen.

 

Hoe grootvader moest lopen door de modder, op sommige plaatsen een metertje of drie dik. 

 

En hoe grootvader door ijswater moest waden tot net aan de schouders.  Grootvader had een bijl bij om het ijs op de plassen kapot te kappen.  En diep in die plassen zaten heelder scholen hongerige piranha's !

 

En sneeuwen, jongens, verschrikkelijk was dat!  Yeti, de verschrikkelijke sneeuwman, liep daar ook nog ergens rond!  Ik zweer het, ik heb zijn voetafdrukken met mijn eigen ogen gezien!

 

art_large_156583.jpg

 

En ventje, in de bossen van Kasterlee zaten toen nog veel Duitse soldaten, die nog niet wisten dat den oorlog voorbij was.  En die hebben de Yeti, de verschrikkelijke sneeuwman, vlak voor mijn neus afgeschoten!

 

 

sneeuwman.jpg

 

En waaien!  Het waaide zo hard dat de gieren uit de lucht vielen. 

 

Twee tornado's tegelijk, én ook nog een wervelstorm; bomen vielen bij bosjes tegelijk.  De kerk van Oostmalle is diezelfde dag nog weggeblazen!

 

784px-Oostmalle_Tornado_Church_070417.jpg

 

 

Maar, weet je ventje, grootvader ging door, zonder eten, een schoen kwijt,  met een open beenbreuk (dat was toen een schrammetje), terwijl de wolven achter ons aan zaten. 

 

Ah ja!  Die roken bloed.  

 

Grootvader heeft voor grootmoeder trouwens een pelsen frak gemaakt van de pels van drie albinowolven. Toch een tweetal minuten mee verloren, maar wél nen schonen frak. 

 

En drijfzand was er ook.   En valkuilen...

 

Op kilometer 12 heeft grootvader zelfs met de blote hand een bruine beer moeten wurgen.  Daardoor heb ik een klein minuutje verspeeld, daar heb ik nu nog altijd spijt van.  Wel efkes kunnen uitrusten toen, want die klim op kilometer 11 was toch zwaar.

 

Wat zeg je, ventje?

 

Waarom ik mijn bijl niet gebruikte om de beer te vellen?

 

Awel, ik was mijn bijl kwijt!  Laten liggen bij de voetafdruk van de Yeti.  Stom, hé...

 

En in de bossen van Kasterlee zaten koppensnellers, jaja, en spoken en dwaallichten!

 

En we moesten over de Hoge Mouw lopen!  Dat was toen de derde hoogste berg ter wereld: eerst de Mount Everest, dan de Tervurenlaan in de 20 Km van Brussel (de K2) en dan kwam de Hoge Mouw! 

 

Everest4.JPG

 

Neen ventje, toen was de Hoge Mouw écht het hooggebergte, nu is het  een belachelijk lage duin geworden. 

 

Weggeblazen door de wind, hé!

 

 

Ja, jongen, toen grootvader meeliep op de halve marathon van Kasterlee 2010, stonden er bijna 1000 man aan de start, maar er zijn er maar een stuk of tien aangekomen.

 

De rest is dood! 

Of verdwaald! 

Verzopen in de moerassen! 

Gebeten door slangen!

Opgevreten door wolven, Siberische sabeltijgers, beren of mammoeten!

Of in een wolvenklem gestapt.  

Per ongeluk neergeschoten met het startpistool!

 

Er zijn er nu nog altijd 240 vermist. 

 

Jaja, dat waren andere tijden. 

 

En wij deden dat allemaal voor een potteke gel en een Leffe. 

 

Hier zie, ventje, dit is mijn borstnummer van de halve marathon van Kasterlee 2010. 

 

Neen, miljaar, ge moogt er niet aankomen. 


Kijken doe je met je oogjes. 

 

 

Als ge braaf zijt, moogde straks eens een medaille van de 20 Km door Brussel aanraken!

 

En ventje, heeft grootvader al eens verteld over de 20 Km door Brussel?

 

Ja?

 

 

Maakt niets uit, grootvader vertelt het nog eens.

 

Awel, ventje, de 20 Km door Brussel was vroeger ongeveer 300 km lang.  Door woestijnen, door het Terkamerenwoud en over de K2. 

 

Lawines! 

 

En er werd met een kanon geschoten!

 

Jongens toch!

 

........

 

...drie uur later....

 

........

 

Wat zeg je, manneke?

 

Of grootvader ooit de 20 Km door Brussel gewonnen heeft? 

 

 

NAAR BED! 

 

AMBETANTE KLEINE!!!!

 

 

***** 

 

 

Enfin, we hebben de schoentjes terug aangebonden voor de eerste duurloop na Kasterlee. 

 

Omdat het sinds zondag al niet meer wil regenen, ligt mijn omloop in de Wortelse bossen er opnieuw goed beloopbaar bij.  

 

Maar ja, vergeleken met Kasterlee zal élke omloop er bijna kurkdroog bij liggen.

 

Enkele plassen, enkele modderzones, maar al bij al alles ok.  En de kilometertjes rollen weer als vanouds onder me door, ik heb er schik in. 

 

Kasterlee goed verteerd, dus zondag staan we aan de start van de 10 mijl van Essen (te Horendonk). 

 

Essen wordt mijn laatste officiële wedstrijd voor 2010. 

 

Nog één keer knallen!

 

Zie ik u daar?


16-11-10

Kasterlee, home of the brave!

Zondag 14 november

 

 

Long as I remember, the rain been comin' down.
Clouds of myst'ry pourin', confusion on the ground.
Good men through the ages, tryin' to find the sun;
And I wonder, still I wonder, who'll stop the rain.


 

Vlaanderen kreunt onder een zondvloed.  Bijbelse taferelen.  Het wassende water staat tot aan de lippen.  Dijken staan op springen, gezwollen rivieren breken woest kolkend uit hun winterbedding.  Rampenplannen falen, het is pompen én verzuipen.

 

Vlaanderen lijkt wel Bangladesh.

 

 

*****

 

 

Het is zeven uur in de ochtend.  De regen tikt tegen het raam. 

 

Voor mij staat een immens bord pasta te dampen. 

 

Krachtvoer voor een krachttoer.

 

Kasterlee wacht ons. 

Het monster! 

Hades!

 

Het is een koude, sombere ochtend. 

 

De wind maakt het nog wat kouder. 

 

En het blijft maar regenen. 

 

 De Apocalyps lijkt nabij...    ... in vele opzichten...

 

 

*****

 

 

Ik begeef me naar Kasterlee. 

 

Er staat nog een rekening open met Kasterlee.  De editie 2010 van Dwars door Kasterlee, met doortocht op de Hoge Mouw, staat geboekstaafd als één van mijn slechtste wedstrijden van dit loopjaar.  Die schandvlek moet van het blazoen en wel snel.

 

Kasterlee.  Ik slinger met de wagen tussen nadars, passeer de startzone (waar een koortsachtige bedrijvigheid heerst!) , om zo de sporthal te bereiken, waar de inschrijvingen afgehandeld worden en waar kleedruimte voorzien is.

 

Ik parkeer, pik mijn borstnummer op en ga me omkleden in de sporthal.  Elke deelnemer krijgt een plastic draagtasje met daarin borstnummer (met bon voor gratis pasta en Leffe), chip voor tijdsregistratie, plannetje van de omloop en nog wat sponsormateriaal (fluovestje en een pot gel). 

In mijn geval een pot gel voor het creëren van het perfecte rasta-kapsel. 

Voor mij komt dit potje een jaar of 20 te laat.  De laatste keer dat ik een kam heb gebruikt, was ergens mid jaren tachtig van de vorige eeuw, dus rasta behoort niet écht tot de mogelijkheden.

 

Ik twijfel over mijn outfit.  Ik kies uiteindelijk voor een shirt met korte mouwen, korte broek, compressiekousen, geen handschoenen.

 

In afwachting van de start trek ik er nog een wegwerp-T-shirt overheen en een blauwe PMD-zak, die ik verknipt heb tot een plastic jasje... 

 

Ik zie er uit als een schooier.

 

AVN is met een forse delegatie aanwezig: Hild H., Benny G., Chris C., Inge V.G. en Gertjan V.B. op de halve marathon.  Jos V.B. loopt de marathon.  Tiens, nu valt het me pas op, het zijn bijna allemaal mensen die  eerder dit jaar de Descente de la Lesse hebben gelopen. 

 

Verder veel bekende gezichten.  Er worden handjes geschud, er wordt gepolst naar streeftijden, gespeculeerd over de staat van het parcours,  grapjes gemaakt over wind en regen...

 

 

*****

 

 

Ik begeef me naar de startbox.  Omdat ik weet dat deze wedstrijd niet geschikt is voor het scherpslijpen der besttijden, besluit ik kalm te starten, zo lang mogelijk droge voeten te houden en heelhuids de finish te halen.

 

Een bonte, koukleumende bende bevolkt de startzone.  Meer dan 1000 lopers en loopsters.  Jef Smits, wedstrijdrecordhouder op de marathon zal het startschot geven.  Middels aftelborden (10 min, 5 minuten, 1 minuut) wordt de spanning opgebouwd.

 

Enkele minuten voor de start doe ik mijn PMD-zak-jasje uit en wil dat jasje in het publiek smijten.  Dat is niet bepaald gelukt; ik kwam niet verder dan het gelaat van de loper naast mij; met dit geluid

 

FLETS

 

Zo'n stukje plastic vliegt dus niet goed.  Volgende keer zal ik er maar een baksteen insteken, kwestie van het vliegvermogen van het stuk plastic te bevorderen.

 

In de laatste seconden gooi ik ook nog eens mijn T-shirt weg.  Dat vliegt een stuk beter.  Ook met het T-shirt weet ik iemand vol in het gelaat te raken. 

 

Excuus, mevrouw!

 

En dan knalt het startschot en trekt de karavaan zich in beweging.  

 

 

IMG_1136.JPG

 

Het avontuur begint!  Hopen dat we geen modderfiguur slaan...

 

 

*****

 

 

Ik sta niet helemaal vooraan in het pak, en word de eerste honderden meters opgehouden door tragere lopers.  Even later krijg ik wel vrije doorgang, maar ik probeer het tempo wat te drukken, bang voor wat er me te wachten staat.

 

De eerste kilometer wordt bereikt na 4 minuten 37 seconden. 

 

Traag dus. 

 

We lopen nog steeds op beton- of asfaltwegen.  De wind heeft vrij spel en geselt het peloton.  Het is wegkruipen en steun zoeken bij elkaar.

 

 

marathon 2010 01.jpg

 

 

 

De volgende kilometer is al een stuk sneller: ongeveer 4 minuten.

 

Maar dan knallen we vol de verzopen landwegen in.  Modder, plassen, schuiven, opspattend modderwater.  Laveren van links naar rechts, op zoek naar grip en droge plekken.  Het is zaak toch wat afstand te bewaren ten opzichte van de voorligger, om de staat van de ondergrond te kunnen lezen.

Een jongeman in blauw shirt komt me voorbij.  Ik pik mijn karretje aan.  We schuiven weg van het groepje en viseren de lopers voor ons.  Het opspattende nat en de modder kleurt onze benen donker.

 

De eerste bevoorrading.  Ik grijp een bekertje water, drink en verslik me grondig.  Een hoestbui overvalt me.  Lopen, hoesten en ademen tegelijkertijd is moeilijk en daardoor speel ik mijn gids met het blauwe shirt kwijt.  Ik kijk om me heen en laat een volgend groepje de aansluiting maken.  Opnieuw op pad.  Het opspattende vocht maakt alles door- en doornat.  Toch heb ik nog redelijk droge voeten.

 

977114-7d2a80e391362a080fba969d07af8c06.JPG

 

 

Kilometer 5.  We hebben het startverlies al terug goedgemaakt.  We zitten iets boven de 20 minuten en half.  Dat ziet er nog altijd prima uit.

 

Maar de paden worden zompiger en soms moeten we extreem uitwijken om immense plassen te omzeilen. 

En dan is er geen omzeilen meer aan.  Een plas over de ganse breedte van het parcours.  We moeten er los doorheen en de schoenen lopen vol slijkwater. 

 

IJskoud!

 

Na een paar tientallen meters wordt dat restwater in je schoenen warm. 

 

Na kilometer zes volgt vrij snel kilometer 8.  Ik kijk op mijn chrono en stel vast dat ik net iets meer dan een half uur aan het lopen ben.  Er klopt iets niet (achteraf blijkt dat de organisatie een lus uit het parcours heeft genomen, wegens onbeloopbaar).

 

Meteen overvalt een soort ongenoegen me.  Dit wordt geen halve marathon...

 

De modderzones volgen elkaar in moordend sneltempo op.  En nu is het niet enkel meer opspattend slijk, maar enkeldiepe modder, die zuigt aan je schoenen.  Er blijft ook veel modder aan de schoenen kleven.  En het tempo wordt geremd door de modder.  Het is vloeken, zwoegen, zwaar labeur...

Omdat de voeten toch al doorweekt zijn, kijk ik niet meer zo nauw wat  modder betreft.  Maar diepe plassen verbergen soms verraderlijke zaken.  Het blijft opletten!

 

 

*****

 

 

Doortocht recreatiedomein Ark van Noë te Lichtaart.  

 

Een immense watervlakte verspert plots de doorgang.  We moeten er doorheen.  Tientallen meters door ijskoud water, tot vér boven de enkels.  Absurd geluid ook, het plonzen van de voeten van de lopers.

 

Het plan om de voeten droog te houden is nu wel definitief opgeborgen.  

 

Uit het water.  De eerste stappen met soppende voeten.  De schoenen zijn wel een stuk properder, maar uiteraard gans doorweekt.  Koud!

 

En verder gaat de dolle jacht.  We stormen doorheen plassen, schuiven weg op modderstroken in bochten,  ik verzwik lichtjes een voet.

 

 

977114-44acaccb6da1f1a53ffcb4ee392fcae9.JPG

 

 

Apocalyptische omstandigheden! 

 

Tempo maken, tempo maken. 

 

Een erg zompige zone.  Ik miskijk me op de diepte van een plas.  Mijn linkervoet gaat kopje onder in het slijkwater, ik probeer weg te springen opdat mijn rechtervoet ook niet kliedernat zou worden.  Mijn rechtervoet belandt enkeldiep in de modder.  Ik sta compleet stil!  In twee luttele stappen. 

 

Ik trek me terug op gang, soppend alweer in slijkwater. 

 

Telkens er een strook beton of asfalt komt, slaken we een zucht van opluchting.  Nu is er de mogelijkheid om een gelijkmatig tempo te ontwikkelen en even te kunnen proeven van het gevoel van gestaag vorderen.

 

Kilometer 11: de eerste zware klim van de dag.  Godzijdank op asfalt.  Maar toch is het bijten.  De klok staat op 42 minuten.  Maar dat doet niet meer terzake.

 

Een kuitenbijtertje, maar dan wacht ons weer bos.  Met relatief beloopbare stukken.  Modderig, plassen, dat wel, maar met uitwijkmogelijkheden.  Uitkijken voor boomwortels!

 

 

marathon 2010 28.jpg

 

 

Aan de aanmoedigingen hoor ik dat er een vrouw niet ver achter me zit.  Ene Christel (ze zal tweede vrouw worden).  Ik verdapper wat en diep de kloof terug uit. 

 

Maar ze knokt terug. 

 

Kilometer 15: bijna 59 minuten.

 

De kilometers vorderen.  En beginnen te wegen.  Ik voel mijn krachten afnemen.  De modder zuigt de energie uit mijn beurs gebeukte lijf.  Alle systemen beginnen langzaam uit te vallen...

 

Ik verzwik voor een tweede maal mijn rechtervoet.  Maar zonder erg...

 

En dan krijgen we de laatste zware zone van de wedstrijd voor de voeten geworpen.  De korte nijdige duinzone, met als orgelpunt de klim naar de Hoge Mouw.

 

En nogmaals wordt de hartslag genadeloos de hoogte ingejaagd. 

 

Met kleine dribbelpasjes, ondersteund door nijdig getrek op de armen, sleur ik me naar boven.

 

Ik voel dat het vet nu helemaal van de soep is.  Ik probeer met de moed der wanhoop het tempo er in te houden, maar de constante intervaltraining heeft mijn lichaam gesloopt.  Alles begint te verzuren, mijn lichaam kraakt, er zit zand in het raderwerk, alles schuurt, ik ben leeg.

 

Het verval wordt groter.  Ik word voorbij gelopen door een aantal lopers.

 

Even later tikt Dré B., vriend-collega-loper van 't Wezels Omslagpunt, me op de broek.  We wisselen een paar woorden.  Dré laat me achter en verdwijnt in de Kasterlese bossen. 

 

 

Eindelijk!  Terug vaste grond onder de voeten.  Gedaan met  schuiven en soppen in plassen en modder.  Einde van het modderballet.  We hebben de hel overleefd, de loopgraven van Kasterlee, zonder noemenswaardige schade.

 

Nog enkele verharde stroken en dan is er de verlossing: de finish...

 

Finish na 1 uur 28 minuten en 42 seconden, op plaats 67 van een 800-tal finishers. 

Chronorace houdt een aparte uitslag bij per leeftijdsgroep.  Ik klasseer me als vijfde bij de 45-50 jarige mannen.  Voor wat het waard is.

 

De afstand zou ongeveer 20 km bedragen, volgens de organisatie 19,7.  Dré had op zijn Garmin met GPS 19km980 als totale afstand.  Tja, het is niet anders.

 

Uitgeput, maar toch snel gerecupereerd.  Moe, maar tevreden.   En vooral tevreden dat ik hier geen tweede ronde moet afhaspelen.  Mijn respect voor de krijgers op de marathon...

 

 

*****

 

 

Nabespreking met andere overlevers.  Ik sleep me naar de douches.  Maar daar is het aanschuiven. 

 

Dré suggereert dat we, vermits er nog maar enkele vrouwen de finish hadden bereikt, een doucheruimte van de vrouwen moeten annexeren. 

 

Een handdoek om de lenden en op rooftocht.  Inderdaad, de tweede kleedkamer van de vrouwen is onbevrouwd.  

 

We douchen er razendsnel en spurten als kwajongens terug naar de mannenkleedkamer. 

 

Ik kleed me warmpjes aan, maar merk plots dat ik enkel mijn loopschoenen (lees hier: modderklompen) heb om aan te trekken.  Mijn andere schoenen liggen nog in de auto.

 

De ijskoude, doornatte modderklompen opnieuw aangetrokken.  Buiten staat er een kraantje.  Ik spoel mijn loopschoenen zo goed en zo kwaad als mogelijk af (ook weer lekker fris) en dribbel naar de auto. 

 

Droge kousen en schoenen, wat een zalig gevoel...

 

Ik loop de dames en heren van AVN tegen het lijf.  Ook zij hebben enthousiaste verhalen over modder en overleven.  Iedereen is terecht tevreden met de geleverde prestatie...

 

Naar de tent.

 

De gratis pasta hakte er flink in.

 

Een pluim ook voor de organisatie.  Kasterlee verzorgt haar helden goed.

 

 

 

*****

 

 

Ik heb in mijn loopbaan al vele wedstrijden gelopen.  Sommige herinner ik me nog scherp, het merendeel is echter verworden tot een vage herinnering, een soort van flou.

 

Het zijn wedstrijden van dit kaliber die blijven kleven, in je geest én aan je ribben.

 

De extreme omstandigheden hebben van deze wedstrijd een onvergetelijk en onbeschrijflijk avontuur gemaakt.   Een wedstrijd die lang zal blijven nazinderen én in het grootboek der maffe prestaties met hoofdletters zal worden bijgeschreven.

 

Het was een zwaar gevecht. 

Van begin tot einde. 

Voor elke meter. 

Een gevecht tegen de ondergrond, de elementen en mezelf...

 

 

*****

 

 

Wij hebben er gevochten,

bitter gestreden voor elke morzel grond,

gegeseld door de gure wind,

jagend door kolkend water,

stormend door zompige modder.

Wij stonden schouder aan schouder,

als bloedbroeders,

wapenbroeders,

de blik gericht op de Hoge Mouw,

vastberaden.

We hadden een doel,

een heilige missie.

En vergaarden er eeuwige roem.

Schreven er geschiedenis.

 

De meest heroïsche editie ooit. 

Goddank, ik was er bij.

 

 

Kasterlee, Home of the Brave!

Kasterlee, de Apocalyps!

 

kasterlee.JPG

 

____________________________

 

Foto's: bij mekaar gejat van verschillende blogs en websites...

12-11-10

Comedy Capers

Comedy Capers

 

 

November

 

Donkere dagen. 

Koud en mistig. 

Regen. 

Somber.

 

Maar....     ....heerlijk loopweer. 

 

 

De drie laatste duurlopen werden goed verteerd.

 

Vorige zaterdag was mijn vaste loopronde totaal verzopen, het had dan ook de ganse nacht geregend.  De  zones die normaal droog zijn, waren nu drassig en bezaaid met plassen.  En het tapijt van gevallen herfstbladeren onttrok redelijk wat plassen aan het zicht, zodat het constant vloeken was omdat de voeten ijskoud water kregen te verduren. 

 

In een mum van tijd had ik kletsnatte voeten.

 

De zanddreven tussen de velden waren barre modderstroken geworden.  Neen, daar had ik al helemaal geen zin in, dus zag ik me genoodzaakt te improviseren.  Een paar extra asfaltwegen inlassen en nog wat lusjes als bonus, om zo toch boven de 1 uur 20 minuten uit te komen.

 

En dan was er die wandelaar met zijn Duitse herder, zonder leiband.  Het beest schiet op me af, ik stop onmiddellijk in de hoop dat  de hond geen zin heeft in loperskuit.

 

"Hij wil alleen maar spelen" , roept het baasje me toe.

 

De herder streelt langsheen mijn benen en besnuffelt me grondig.  Even vreesde ik dat hij zijn territorium zou afbakenen door een poot tegen mijn been te heffen, maar gelukkig deed ie dat niet.

 

Even later kon ik ongehavend mijn looptocht verder zetten.

 

Een paar jaar geleden heb ik krek hetzelfde meegemaakt.  Ik loop ergens in Wortel.  Iets verder zie ik een man en een loslopende herdershond.

 

De hond komt als een gek op me afgespurt.  Ik stop onmiddellijk met lopen in de hoop dat de eigenaar zijn hond tot de orde zal roepen.

 

Maar de man doet helemaal niets, terwijl de herder zenuwachtig rond mij heen blijft draaien en springen.

 

Ik roep verbolgen:

 

"Kan jij godverdomme je hond eens bij je roepen?"

 

Waarop de man zegt:

 

"Dat is mijn hond niet."

 

 

Lijkt wel een of andere domme mop, maar het is helaas de waarheid. 

 

Ik had het niet bepaald begrepen op dat dier.  

 

Even later schoot hij plots weer weg van mij, tot mijn opluchting.

 

 

*****

 

 

Al enkele weken geen wedstrijd meer gelopen.  En het begint te kriebelen.  Maar gelukkig,  overmorgen is er de langverwachte confrontatie in Kasterlee. 

 

Halve marathon.

En het zal niet van de poes zijn.

 

Want de aanhoudende regen zal de natuuromloop alleen maar zwaarder en stugger maken.  Kasterlee is sowieso al niet bepaald een wedstrijd voor de pluimpjes, neen, eerder iets voor de knoestige loper, met inhoud. 

 

Ploeteren, schuiven, baggeren. 

 

En klimmen natuurlijk.  In de heuvelzone kan je jezelf grondig de das omdoen.  En als er iets is wat ik érg goed kan, dan is het mezelf de das omdoen.  Figuurlijk dan, want letterlijk bak ik er weinig van.

 

En 4 beaufort, zo voorspelt de weerman.  

 

Alles wat mogelijk kan tegen zitten, zal tegen zitten.  We bergen wilde plannen op....

 

Inmiddels bijna 1200 deelnemers, waarvan meer dan 800 de halve marathon zullen betwisten.  En onder de deelnemers redelijk wat bekenden...

 

 

 

******

 

 

Maandag 8 november was mijn vaste omloop, na een min of meer droge zondag,  terug relatief normaal beloopbaar.  Dat is alvast een geruststelling, want ik ben nogal gesteld op vaste routine.

 

Ik moet wel vaststellen dat de vele kilometers hun tol beginnen eisen.  Er steken wat minieme kwaaltjes de kop op.  Pijntjes rond de knieën, maar niets alarmerends.  Dat is meestal het signaal dat we aan het einde van de rek van belastbaarheid zitten.

 

We gaan Kasterlee strategisch lopen.  Niet te snel starten, en na een kilometer of tien bepalen hoe de zaken er voor staan, om dan te beslissen wat we gaan doen.  Is de tijd op 10 kilometer aanvaardbaar en ben ik daarvoor nog niet belachelijk diep moeten gaan, dan gooien we alle kaarten op tafel en gaan we ervoor.

 

Is het echter niet goed qua tijd of gevoel, dan maken we er een leuk duurloopje van.

 

Heeft u dit allemaal genoteerd?

 

Want ik geef het u nu al op een papiertje.  In de start zal ik nog steeds overtuigd zijn van bovenstaand plan, na tien loopmeters zijn alle goede voornemens al overboord en knallen we als vanouds als een losgeslagen gek, op zoek naar de volgende smadelijke nederlaag.

 

Heerlijk!

 

 

 

******

 

 

Woensdag 10 november heb ik mijn laatste lange duurloop in de aanloop naar Kasterlee gelopen.  En weer heeft het de ganse nacht geregend.

 

Ik sta in de deuropening te twijfelen.  Twijfelen of ik wel ga lopen.  Het regent lichtjes en de wind stoeit wat met de afgevallen bladeren.

 

Niet echt aanlokkelijk, zeker niet wanneer achter mij het warme huis en dito koffie wachten...

 

Maar, Kasterlee indachtig, verman ik me en trek het ouwe lijf op gang.

 

De eerste meters rillend van de kou en met pijntjes die een overzicht geven van de zwakke plekken van dit lichaam.  De usual supects: voetbogen, de rug (uiteraard), de rechterachilles (mag ook nooit ontbreken),  aangevuld met de kwaaltjes die komen en gaan: binnen- of buitenkant knie, binnenkant enkel, ....

De ervaring leert me dat het enkele kilometers duurt vooraleer alles weer gesmeerd zal lopen en op bedrijfstemperatuur zal zijn.  Gek is dat ik die dingen nooit voel tijdens de eerste honderden meters van een wedstrijd; vermoedelijk ligt dat aan de adrenaline...

 

Eens  het asfalt achter de rug, duik ik de dreven van de kolonie in.  Vandaag eerder het Verdronken land van Saeftinghe.  

 

Ik besluit, na een paar natte voeten in de dreven, terug asfaltwegen op te zoeken.

 

 

Mark begeeft zich hierbij op onbekend terrein.

 

 

Ik kom voorbij een boerderij gelopen en hoor dat er een hondje keffend de achtervolging inzet. 

 

Daar gaan we weer!  Afgelopen zaterdag een herdershond, vandaag een iets kleiner model.

 

Kleinere honden die de arrogantie hebben om achter me aan te komen, bezorg ik meestal de schrik van hun leven door, zodra ze bijna in mijn enkels kunnen bijten, me om te draaien en keihard brullend op het beestje af te stormen. 

 

De aanval is de beste verdediging.

 

Het mormel reageert meestal door in wilde paniek, de oren plat in de nek, de aftocht te blazen. 

 

Ik schraap reeds de keel om uit te barsten in het betere berengebrul. 

 

Net op het moment dat het keffertje zich op een metertje van mijn onwaarschijnlijk lekker ogende enkels bevindt, draai ik me om en storm, brullend als een mentaal gestoorde grizzlybeer op het hondje af.

 

Keffer schrikt, wordt bleekjes (figuurlijk gesproken dan) en blaast kajietend de aftocht, op de hielen gezeten door deze spurtende, brullende veertiger.

 

Eens de keffer op het erf is, draai ik me om en zet mijn tocht verder. 

 

Moi, de grote triomfator, hij die schoothondjes rauw lust...

 

Helaas zet de keffer met hernieuwde energie andermaal de aanval in.

 

Ik probeer het beestje te ontmoedigen door keihard weg te lopen, maar het harige schepsel keft vrolijk achter me aan.

 

En opnieuw pas ik de brultechniek toe.

 

Schrik, bleek, kajiet.

 

Keffer weg, achterna gezeten door uw brullende dienaar.

 

Ik draai me om.

 

En vertrek weer in volle galop.

 

 

Kefkefkefblafkefkefkefwoefkefkefkefgrrrrrkefkefkefblaf enzoverder

 

BRUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUL enzoverder

 

 

Kefkefkefblafkefkefkefwoefkefkefkefgrrrrrkefkefkefblaf enzoverder

 

Maar enfin, BRUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUL enzoverder

 

 

Kefkefkefblafkefkefkefwoefkefkefkefgrrrrrkefkefkefblaf enzoverder

 

Hoe is dit mogelijk!, BRUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUUL enzoverder

 

 

Heen en weer ging het. 

 

Het leek wel Comedy Capers.

 

Maar goed dat niemand getuige was van dit toch wel belachelijke tafereel.... 

 

Anderzijds heb ik nu wel een soort van intervaltraining afgewerkt... 

 

Mijn vrouw vroeg zich naderhand wel af hoe het kwam dat ik zo hees was...

 

 

*****

 

 

Ik besluit het asfalt opnieuw achter me te laten en weer voor de volle natuur van Wortel Kolonie te kiezen.

 

Daarbij loop ik op een bepaald moment door een bos, vol statige oude beuken.   

 

Het zandpad is geheel verdwenen onder een dikke laag beukenbladeren, fel gekleurd, variërend van brandend oranje tot vurig goud. 

 

Het bos staat in brand! 

 

En ik snuif de geuren op. 

 

De geur van natte honden en rottende bladeren.

 

Dit is het mooiste seizoen, een mens zou er stil van worden...

 

 

 

Het is koud, maar ik voel een warme gloed van binnen.

Het waait, maar het is windstil in mijn hoofd.

Het regent, maar het deert me niet.

De tijd tikt weg, op het ritme van mijn hart.

De weg is nog lang.

Zo is het goed.

 

 

 

18:28 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

09-11-10

Ben Vijskweidt

Ben Vijskweidt

 

 

U moet nu naar Youtube, en 20 Km door Brussel intikken.  Daar kan u een aantal filmpjes (van professionelen en amateurs) bekijken.

 

Zoek een filmpje dat de start in beeld brengt. 

 

Luister!

 

Neen, luister!

 

Hoor je het?

 

De Brabançonne...

 

Sssst!

 

Neen, sssst!

 

 

Luister!

 

 

Er ontbreekt een instrument. 

 

De 1ste trompet.

 

Inderdaad! 

 

Verbazingwekkend gehoor heeft u.  Moet u dringend iets mee doen.  Luisteren naar wat volgt, bijvoorbeeld...

 

De 1ste trompet ontbreekt en ik pleit schuldig.  Ik heb lang gezwegen, maar de wroeging was niet  langer te harden, vandaar deze publieke biecht, op de blote knietjes, als zelftuchtiging...

 

 

De 20 Km door Brussel 2010.

 

U kent de startprocedure.  Muziek random gekozen, dan de Bolero van Ravel, de Brabançonne, en dan volgt de start....

 

Plots realiseer ik me dat het best mogelijk is dat er daarna nog muziek komt, maar daar kan uw scribent helaas niet van getuigen, ik ben dan alweer op weg naar  een volgende smadelijke ondergang én einddoel Jubelpark via een dramatische omweg van 20 Km...

 

Weinig mensen weten dit, maar alle muziek van de startprocedure staat op band (of een of andere digitale drager), behalve, jawel, de Brabançonne. 

 

De Brabançonne wordt jaarlijks, zo wil de traditie, live gespeeld door de muziekkapel van het 1ste Regiment Gidsen; ze worden hierbij uiteraard pittig versterkt middels een forse PA-installatie. 

 

Anders vrees ik dat we niets zouden horen.

 

De gidsen verzamelen in het luchtvaartmuseum en gaan dan, in vol ornaat, naar hun plek boven op de triomfboog van het Jubelpark.

 

 

Dit jaar liepen de heren met hun instrumenten vlak langs ons heen. 

 

En naast mij zat Ben.   Ben is de nieuwste aanwinst van het Mean Machine Running Team.

Ben heeft als bijnaam Vijskweidt.  Wat een verbastering is van vijs kwijt

En dat is zo: Ben is een vijs kwijt.  En misschien wel meerdere.

 

Ben heeft iets met uniformen.  Dat werkt op hem als een rode lap op een  hondsdolle stier.  Dan komt de duivel in hem boven.  Dat moest de blaaskapel van de Gidsen aan den lijve ondervinden.  Helaas.

 

Ik roep nog: "Ben, af !"

 

Maar het was te laat. 

 

Een pet van één der gidsen vloog door de luchtvaarthall, en daarna nog één.  Er ontstond onmiddellijk een opstootje.

 

Roepen en tieren. 

 

Trekken en duwen.

 

Lopers kwamen ons ter hulp geschoten.

 

 

Nu zijn de gidsen ook van geen kleintje vervaard, dus binnen enkele minuten zat het spel daar helemaaaaaaal op de wagen. 

Er werd gemept dat het niet meer mooi was, en de gidsen spaarden daarbij hun instrumenten totaaaaaal niet.  Er werd martiaal getimmerd met jachthoorns en marstrommels. 

 

En mits het nodige enthousiasme kan zelfs met een bombardon een serieuze koek worden uitgedeeld. 

 

Dat werd hier tot in den treure aanschouwelijk gemaakt. 

 

Klaroenen schalden ten aanval.

 

 

Een 'grosse caisse' rolde denderend aan mijn voeten voorbij. 

 

Eenzaam beeld. 

 

Ik werd er zowaar stil van.

 

De rest had geen boodschap aan het ontroerende moment.

 

 

Nog meer lopers kwamen van alle kanten toegesneld om zich in het krijgsgewoel te storten.  Trommelstokken overal.  Zwaaiende vuisten, rondvliegende sportschoenen en het geluid van scheurende uniformmouwen ... 

 

Het was geleden van de IJzervlakte, meer bepaald in de Dodengang, dat het Belgisch Leger zich nog zo had weten te onderscheiden door slag- en daadkracht.

 

 

Ik zuchtte eens diep.

 

 

Had ik daarnet nog met redelijk succes Ben door een zee van flikken gegidst, zonder noemenswaardige incidenten, als ik me niet vergis was het:

 

  • een keer of zes smaad,

Ben: Ha, facteur, werken op een zondag?,

  • negeren rood licht,

 Ben: Groen, rood, maakt niet uit, ik ben toch kleurenblind!,

  • matrak afgepakt ,

Ben: Hier met die salami!,

  • plassen tegen de broekspijp,

Ben: En, wordt het al warm?,

  • aan de staart politiehond trekken,

 Ben: Braaf, Pukkie is braaf,....

 

Waarover spreken we dan?

 

Hoogstens een slordige 500 euro maximum, dat vegen we zo uit, maar dit is andere koek. 

 

Ambras gezocht én gevonden met een volledige militaire kapel....

 

Hola!  Bukken voor een laag overvliegende cymbaal. 

 

Shiiiiit, dat moet pijn doen!

 

Halloooooo, zo kan ik me niet concentreren!!!

 

 

Plots ontwaar ik Ben bovenop de cockpit van een of ander vliegtuig.  Triomfantelijk steekt hij zijn oorlogsbuit in de lucht: de 1ste trompet!  

 

Hij zet het instrument aan de licht bloedende lippen en geeft me daar een door merg en been dringend geluid ten beste, het klonk ongeveer zo:

 

 

Foweeeeeiiiiiiiiiaaaaap !!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!

 

 

Kai Mook spitst in de Antwerpse Zoo verschrikt  de oren, bij wijze van spreken.

 

Ben gooit vervolgens iets in mijn richting, en roept:

 

 

"Vangen !"

 

 

Ik vang het op... 

 

.....dat is gelogen, ik krijg het vol tegen mijn bek gesmeten.

 

 

Untitled-3.jpg

 

 

Ik vreesde als medeplichtige opgepakt te worden en heb dus dat voorwerp snel-snel in mijn looprugzak gestoken en me stilletjes uit de voeten gemaakt. 

 

Een arrestatie vlak voor de start van de 20 Km door Brussel was wel het laatste wat ik kon gebruiken.

 

 

Even later zie ik dat een grijnzende Ben, een voortand minder rijk, onder bewaking wordt weggeleid, de 1ste trompet dramatisch rond de nek geplooid. 

 

Hij wuift.  

 

Ik doe alsof mijn neus bloedt. 

 

De zijne bloedt écht.

 

De kapel van de gidsen telt de blauwe ogen, schikt de uniformen, assembleert nog snel wat instrumenten, recupereert wat overblijft van de 1ste trompet, en vertrekt, want hen wacht een belangrijke taak.

 

Ik kijk in mijn rugzak en zie wat Ben naar mij heeft gegooid. 

 

 

Untitled-4.jpg

 

 

Inderdaad, de partituur van de Brabançonne voor de 1ste trompet. 

 

En daarom, beste lopers, en enkel daarom heeft u de 1ste trompet niet horen meespelen met de Brabançonne dit jaar.  De partituur zat namelijk in mijn rugzak.

 

Vandaar dat de versie van de Brabançonne toch eerder wat magertjes is uitgevallen.

 

Ik excuseer me bij deze bij de 30 000 atleten, het zal niet meer gebeuren...  ten minste als God en de Gidsen   het willen.

 

En Ben Vijskweidt, natuurlijk...

 

18:52 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

05-11-10

Miaauwkes

Miaauwkes

 

Mijn vrouw is vroedvrouw, ik meen dat ik dat hier al eens eerder heb aangehaald. 

 

De interne keuken van het menselijk lichaam is haar dus niet bepaald vreemd. 

 

Letterlijk te nemen, zelfs.

 

U wil niet weten in hoeveel ....

 

..... heum ja,......

 

...............als u het goed vindt, ga ik deze zin niet afmaken, u weet wel waar ik naartoe wil.

 

 

Nu, als u ooit op de bevallingstafel terecht komt, dan moeten er een aantal dingen die tot de sfeer van lichaamsopsmuk behoren, verwijderd worden.

 

Zo dient nagellak, hoe kunstig ook, weg.  Omdat men aan de veranderende kleur van het nagelbed bepaalde dingen kan aflezen.

 

Weg dus.

 

 

Zo ook de navelpiercing.

 

 

En ja, ook de piercings die zich in nog lagere regionen bevinden.  Je zal het maar meemaken dat de gynaecoloog met de forceps (verlostang) in je clitorispiercing blijft haken...

 

 

SCHEUR!!!

 

Voelt u het nu ook samentrekken in de onderbuik?

 

 

Doet me denken aan een voorval een paar jaar geleden.  Een avondje TV.  Mijn vrouw was in de keuken een kiwi gaan plukken en ik maakte van de gelegenheid gebruik om snel-snel wat rond te zappen. 

 

 

Ik zap naar Nederland 3 en net op het moment dat ik beeld kreeg, jagen ze een ijzeren naald door de eikel van een manspersoon.

 

 

 

JAAAAAAAKKK!!!!

 

 

 

Ik voel mijn eigen jongeheer dekking zoeken in mijn onderbuik.  Ik slaak een ijselijke gil, maak een achterwaartse salto  en beland daardoor vrij elegant achter de zetel.  Ik gluur met afgrijzen boven de zetelrand uit naar het  bloederige tafereel dat zich verder ontplooide op mijn TV. 

 

Een Prince Albert piercing was het.

 

 

 

Nog voor geen miljoen euro.

 

Nu ja, bij nader inzien, een miljoen euro is wel héél veel geld...

 

 

Maar goed, het komt altijd op hetzelfde neer.  Het blijft zelfmutilatie.

 

Maar u doet natuurlijk wat u niet laten kan.

 

Kunnen we het wel esthetisch verantwoord houden, alstublieft?

 

 

 

*****

 

 

Zo belandde, eerder toevallig en zonder voorbedachte rade, een foto op mijn bureau; het bureau van de Président-Fondateur van het Mean Machine Running Team (u mag mij excellentie noemen). 

Wel, beste lezers, in die foto kunnen wij ons, vanuit onze functie én puur theoretisch, volkomen vinden (en verliezen, dat ook).

 

De foto, genomen op de Ekiden aflossingsmarathon te Brussel van oktober 2010, siert nu tot in de eeuwen der eeuwen ons bureaublad.

 

 

ekiden 2010.jpg

 

 

Het was duidelijk een frisse dag. 

 

Maar aanschouw dat lichaam. 

 

God had duidelijk een betere dag toen hij dat in mekaar boetseerde. 

 

Mijn lichaam is dan weer overduidelijk op een blauwe maandag gemaakt (na een uit de hand gelopen wilde braspartij op zondag), waarbij God gebruik heeft gemaakt van wat overschotjes van een kalende baviaan en een kreupele struisvogel.

 

Dit exemplaar is echter helemaal volgens de regels van de kunst gemaakt  en voorzien van de nodige lichaamsopsmuk.

 

Piercing centraal en aan beide zijkanten een tatoeage.  

 

Dat Wim Delvoye hier een voorbeeld aan neemt! 

 

In plaats van varkens te tatoeëren!

 

 

*****

 

 

Deze tatoeages verdienen echter een klein woordje uitleg. 

 

We mogen redelijkerwijs aannemen dat die tatoeages staan voor zaken die belangrijk zijn voor de juffrouw in kwestie.

 

Ik bedoel maar: je gaat toch geen triviale zaken op je buik laten vereeuwigen middels een tatoeage?

 

Ik heb een ruime kennissenkring, bevolkt door Gods meest eigenaardige exemplaren. 

 

Maar ik ken bijvoorbeeld niemand die als tatoe:

 

  • 200 gram salami,
  • 150 gram van 't paardje,
  • 8 schellen jonge kaas,

 

op zijn pens heeft staan.

 

 

Anderzijds ken ik dan wél weer iemand die de naam van zijn vrouw op zijn bovenarm heeft laten tatoeëren:

 

 

Manuela. 

 

 

U zal zeggen (met een kleine geëmotioneerde snik in de stem): hoe romantisch!

 

Edoch, onder Manuela staat nog een andere naam getatoeëerd, namelijk Nicole, maar dan op deze manier:

 

Nicole.

 

 

Om maar te zeggen: eeuwig kan op verschillende manieren geïnterpreteerd worden. 

Bittere ervaring leert ons trouwens dat tijdelijke zaken meestal voor de eeuwigheid zijn (bijvoorbeeld: BHV), en eeuwige zaken tijdelijk (bijvoorbeeld: contactlijm).

 

Manuela. Hoor je ook niet dikwijls.

 

Nu zit ik plots met dat liedje van Jacques Herb in mijn hoofd. 

 

Bedankt daarvoor.

 

Manueeeeela, Manueeela
Manueeeeela, Manueeela
Manuela (met een soort zucht in verwerkt, érg kunstig allemaal).

We reden door de nacht
De radio heel zacht
Het kon niet mooier zijn
't Leek een eeuwig refrein (wat ook opgaat voor het refrein van dit nummer).

Ik raakte zo verward
En reed opeens te hard
Ze lachte nog naar mij
Maar toen was het voorbij

 

 

*****

 

 

Maar we wijken af,  terug naar ernstige zaken, terug naar de studie van de foto, die ons bezorgd werd door onze juridische dienst. 

 

 

ekiden 2010.jpg

 

 

Neen, wat deze juffrouw op haar, en dat mag gezegd, érg fraaie buik heeft laten vereeuwigen, zijn uiteraard die twee zaken waar de juffrouw in kwestie belang aan hecht, ja zelfs aan verslaafd is geraakt.

 

 

We hebben wat moeten puzzelen om een en ander uit te vlooien (zelfs even de steen van Rosetta er bij gehaald),  maar we hebben ontdekt waar de tatoes uiteindelijk voor staan.

 

De linkse tatoe staat voor de loopsport, hier verzinnebeeld door het logo van Nike, de Swoosh.  Wist u trouwens dat de ontwerper voor dit logo een ereloon van, ocharme, $ 35  heeft gekregen?

 

De rechtse tatoe liet zich niet zo gemakkelijk ontcijferen.  Het  heeft ons heel wat kopbrekens bezorgd, maar u kent ons, wij gaan desnoods dwars door een muur om ons doel te bereiken.  Meestal via een deur, maar toch...

 

Neen, die tatoe staat voor de liefde, amor, de hoofse liefde en ja, toch ook wel de lust.  

 

Hier verzinnebeeld door de letter M.

 

 

De   M van .....

 

 

.....Mark.

 

 

 

Ze is niet enkel mooi, ze is nog slim ook.

 

 

God heeft deze keer duidelijk overdreven...

 

 

02-11-10

Willem

 

Willem

 

 

Zaterdag 30 oktober

 

Het is het weekend van Halloween. 

 

Uitgeholde pompoenen grijnzen ons toe. 

 

Ik heb kopzorgen.  De rechterbil doet pijn, in de lies.  Wellicht een gevolg van het noeste opruimen van de bladeren, die de tuin hebben herschapen in een overdreven evocatie van de herfst.

De wijdbeense stand die ik hanteer om de herfstbladeren bijeen te graaien, ligt aan de grondslag van dit probleempje. 

 

Een spagaat teveel....

 

Ik heb er de smoor in.  Stappen gaat nog wel, maar mijn rechterbeen met kracht naar voren zwaaien (de beweging die je maakt wanneer je een bal wegtrapt) geeft telkens een pijnscheut.

 

En hoewel ik maar al te goed besef dat lopen dan geen goed idee is, ga ik toch op pad.  Na een kilometer weet ik het al.  Dit blijft pijn doen, en het is zinloos aan te dringen.  Terug naar huis, met een donderwolk boven het hoofd.

 

Traag joggen is wél doenbaar, hartslag rond de 120, maar dan begin ik me al vlug te vervelen.  Ook wel omdat ik besef dat dit louter bezigheidstherapie is, niet meer.

 

Ja, ik wijs de tuinarbeid wel als boosdoener aan, maar diep in mijn achterhoofd besef ik ook wel dat de zware trainingsarbeid van vorige week, die bestond uit meer dan 50 loopkilometers en drie loodzware trainingen in de touwen (core stability), er wellicht ook wel schatplichtig aan was.

 

Naar huis, rust inbouwen.  Warmtetherapie en massages met Flexium gel zullen hopelijk verlichting brengen.

 

 

*****

 

 

Zondag 31 oktober

 

En op zondag is de pijnlijke bil al merkbaar beter. 

 

Wat een geluk dat ik vandaag niet start op de halve marathon in  Etten-Leur.  Het gezeur zou weer niet van de lucht zijn!

 

De reden dat ik niet kon starten in Etten-Leur: een familiale verplichting.  De Pépé viert vandaag zijn 80ste verjaardag. 

 

Pépé is van bouwjaar 1930; amper 12 jaar na het tekenen van de wapenstilstand van den grooten oorlog werd hij geboren. 

De overgrootvader van Pépé  heeft Napoleon nog gekend, zij het niet persoonlijk. 

De Pépé heeft in eigen persoon Wereldoorlog 2 nog meegemaakt!  In kleur zelfs!

De Pépé weet wat een capote anglaise is, dus kan je nagaan...

 

80 jaar.  Dat verdiende een taart.

 

En daar moest ik voor zorgen.  Niet dat ik ze zelf gebakken heb, neen, ik moest ze gaan afhalen bij de bakker.

Immense taartdoos in de koffer van de wagen en naar de Pépé, waar de ganse Oostvlaamse tak van de familie  rond de feestdis verzameld zit.

 

De feestdis. 

 

De normale gespreksonderwerpen passeren de revue:

 

  • het weer,
  • de Wever,
  • het wereldwijde web,
  • de Walen.  

 

Nu lijkt het wel alsof al onze onderwerpen met de letter W beginnen, maar dat is niet zo, want zo werd er  bijvoorbeeld ook over heum....  

 

  ..... wereldoorlog 2 gesproken (shit, toch nog een W).

 

 

Toen was het de hoogste tijd voor de plechtige onthulling van het feestgebak.

 

 

Nu heb ik een standaardmop die ik al jaaaaaaaaren uithaal met gebak dat in dozen wordt geleverd. 

 

Die gaat als volgt:

 

Ik haal het gebak in de keuken voorzichtig uit de doos en kleef de doos zorgvuldig terug dicht. 

 

Vervolgens kom ik met de lege doos de woonkamer binnen, terwijl ik triomfantelijk zeg:

 

"Hier is de taart."

 

Waarna ik doe als of ik struikel en de doos op dramatische wijze laat vallen...

 

 

Dames gillen, iemand forceert zijn rug in een vergeefse poging om de vliegende (lege) doos op te vangen.  Pépé wordt op slag een jaar of vijf ouder.

 

Iedereen kwaad op mij.

 

Succesnummer.

 

 

 

Had ik dat deze keer ook maar gedaan.

 

Want wat bleek nu?

 

De doos met de taart kwam op de tafel.  De feesttaart had voor de gelegenheid een  opdracht meegekregen, meer bepaald:

 

 

Pépé, gelukkige verjaardag.

 

 

Maar wie schetst onze verbazing wanneer blijkt dat er op de taart een andere boodschap staat, namelijk:

 

 

Willem, 9 jaar.

 

 

Ik neem aan dat er ergens ten lande nog een familie met verbijstering naar de feesttaart heeft gekeken.

 

 

Enfin, nu weet u waarom ik Etten-Leur op mijn buik moest schrijven.  Pijnlijk, maar het is niet anders.  Nu ja, ik offer af en toe wel eens een wedstrijd op voor het familiale geluk, opdat het huwelijksbootje niet in ruwe wateren zou belanden, zeg maar.

 

Het spreekt voor zich dat enkel minder belangrijke wedstrijden kunnen geschrapt worden onder druk van familiale verzuchtingen. 

 

Stel dat mijn vrouw een feestje zou plannen op de laatste zondag van mei, net wanneer de 20 Km door Brussel, hoogmis van het vaderlandse lopen, haar beslag krijgt, dan zou het huwelijksbootje in wilde wateren verzeilen en prompt herdoopt kunnen worden in Titanic II. 

 

 

Hier met die ijsberg! 


Ik ram hem! 

 

 

Pompen of verzuipen, vrouwen en kinderen eerst.

 

 

*****

 

Maandag 1 november.

 

Allerheiligen.

 

En die heb ik ook allemaal aanroepen, opdat de pijnlijke bil niet zou opspelen.

 

Looptest.  Met schrik in het hart vertrek ik voor een duurloopje.

 

Een dikke mistlaag beperkt het zicht tot een 30-tal meter.  De mist slaat neer.  Ik zie zelfs kleine waterdruppels op mijn wimpers.  Ik voel koude misttranen telkens ik met de ogen knipper.

 

Na enkele honderden meters is het al duidelijk.  Alles terug ok.  Ik zou kunnen zingen van pure contentement, maar het is jachtseizoen, en met die mist is een misrekening snel gemaakt.

 

En het gaat zelfs goed.  Geen enkel spoortje van pijn, waarop ik baldadig alle registers voorzichtig opentrek en de duurloop afklok vlot onder de 1 uur 20 minuten.

 

We blijven op schema voor Kasterlee. 

 

 

*****

 

 

 

 

*****

 

Als loper moet je inderdaad een beetje leep zijn.  Af en toe schijnbaar een wedstrijdje opofferen voor het familiale welzijn, zo kweek je goodwill.

 

Zo las ik onlangs in de vakpers, meer bepaald de Flair, dat je als man geregeld een complimentje moet geven aan je partner.

 

Dat is namelijk goed voor de relatie.

 

Nu dat interesseert me normaal allemaal geen barst want ik loop er  geen seconde sneller door, maar er stond verder ook te lezen dat je dan meer gedaan krijgt van je partner.  Je partner is gelukkig, en meer geneigd om je te steunen bij wat je doet en wil. 

 

En dat interesseert me dan weer wél een paar barsten.

 

Want vermits ik wel eens ga hardlopen, en denk dat ik wekelijks moet trainen en/of wedstrijden lopen, is het nuttig om wat goodwill te creëren.

 

Alles voor de sport, zeg maar.

 

Dat is pas écht met je sport bezig zijn....

 

 

*****

 

 

De Flair helemaal van buiten geblokt.  En er stond dat je tot 20 complimenten per dag mag geven.

 

 

TWINTIG!

 

 

Ga er godver maar eens aan staan!

 

Zij die deze kronieken van nabij volgen, weten dat ik veel gebreken heb, maar je kan me onmogelijk beschuldigen van een gebrek aan fantasie.

 

 

Maar twintig complimenten!

 

En dan liefst toch complimenten die ergens op slaan.

 

Een heidense opdracht.

 

Pas op, mijn vrouw is alles wat een man zich maar kan wensen, en zo, maar twintig complimenten!

 

Maar ik ben een doorbijter, dus zet ik me aan mijn  computer, want ik wil het graag gestructureerd.

 

 

*****

 

 

En na een weekje of drie brainstormen, wat rondbellen,  het internet leegplukken, kwam ik tot een forse lijst van 20 min of meer steekhoudende complimenten.

 

Heren lopers, mits de juiste financiële voorstellen ben ik bereid u deze lijst grootmoedig ter hand te stellen. 

 

En ja,  de betere marktkramer laat altijd de potentiële klant van zijn waren proeven, in de hoop dat de vis bijt, dus zal ik u met alle plezier een voorproefje gunnen.

 

Vandaar dat ik een tip van de sluier van de lijst der melige complimenten licht:

 

1. Schat, wat zie je er goed uit vandaag.

Lang getwijfeld over die 'vandaag', want impliceert dat dan niet dat het gisteren niet zo was? 

Eén woord, wat zeg ik, één komma fout plaatsen en alles is om zeep.

Acteursbloed vereist! 

De leugenradar des vrouws valt moeilijk te omzeilen.

 

2. Schat, ben je niet vermagerd?

Ook gevaarlijk terrein, een mijnenveld zelfs, maar toch gedaan.

 

3. Schat, heb je iets met je haar gedaan?

Met scha en schande geleerd nadat ik niet eens gemerkt had dat ze van haarkleur was veranderd.

 

4. Schat, wat een mooi bloesje.

Op plaats 7 van de lijst, op plaats 12 staat de versie met de rok/broek (afhankelijk van wat zich vestimentair voordoet). 

Opgepast! 

Zeg dit niet op het moment dat ze de Visa-kaart terug geeft, want die combinatie geeft al snel het vermoeden van een cynische ondertoon, die geheid wordt gedetecteerd.

 

5. Schat, hoe jij Kind 2 Duits leert, getuigt van Pruisische volharding.

Op het randje, vond ik zelf ook, maar het moesten er wel 20 zijn, hé!

U kan, naargelang het schoolrapport van uw kind, Duits vervangen door bijvoorbeeld Wiskunde, maar dan gaat toch een stukje van de poëzie verloren: Duits - Pruisisch, begrijpt u? 

Ja, er is over nagedacht. 

Koppijn, minstens 4 Dafalgans.

 

6. Zoals jij de auto parkeert, schat, dat zie ik niet veel vrouwen doen.

Opgepast: uw gelaatsuitdrukking moet bij deze ook aangepast zijn. 

Een zweem van een glimlach rond de mondhoeken kan van dit compliment meteen de aanzet maken van een ruzie, waarbij de Slag om Stalingrad wordt gereduceerd tot een ontspannende skivakantie inclusief jolig sneeuwballengevecht. 

Tip: uw gelaatsuitdrukking moet bedachtzaam zijn, en enige sérieux uitstralen. 

Oefen desnoods voor een spiegel.

 

 

Enfin, u krijgt een beeld van mijn lijstje.

 

En omdat ik weet hoe dat gaat, heb ik het lijstje op drie computers gesaved, op een paar USB-sticks gezet, gebrand op schijfjes, want het was een monnikenwerk om samen te stellen, dat willen we niet meer kwijt.

 

 

*****

 

 

De dagen tellen langzaam af naar zondag 14 november: Halve marathon te Kasterlee.

 

Ik kijk écht uit naar de volgende wedstrijd.

 

 

19:04 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |