23-04-13

De Gruunplots, de Meir, de Kaiserlai...

De Gruunplots, de Meir, de Kaiserlai...

 

 

 

Zondag 21 april 2013

 

 

Dedeng, dedeng, dedeng, dedeng,....

 

 

De wielen van de tram ratelen monotoon.  Ze zingen.

 

 

We zijn op weg naar Linkeroever, naar metrostation Frederik van Eden.  

 

 

We worden zachtjes heen en weer gewiegd, alsof de Wattman ons ritmisch in slaap wil wiegen; slaap die we vannacht toch moeilijk hebben kunnen vatten, gespannen als we waren voor de helse opdracht die ons wacht.

 

 

Vandaag staat immers de Antwerp 10 Miles op het programma.

 

 

Een afspraak die al geruime tijd met rood omcirkeld staat op onze agenda.

 

 

 

download.jpg

 

 

*****

 

 

Linkeroever.

 

 

Aan de overkant de riante skyline van Aaantwaarpe.  

 

 

De kathedraal zoekt de hemel op.  

 

 

De Schelde trekt een grijs lint.

 

 

Het belooft een aangename lentedag te worden.

 

 

 

***** 

 

 

 

 

Linkeroever.

 

 

De Stalinesk ogende kant van Antwerpen.

 

 

Flatgebouwen torenen hoog boven ons uit, een trieste lofzang op gedateerde ruimtelijke ordening en het misplaatste geloof in beton. 

 

 

Betonrot.

 

 

Linkeroever, het zenuwcentrum van de Antwerp 10 Miles.

 

 

Het bonte circus van de DVV Running Tour is hier neergestreken.

 

 

Een heus lopersdorp.  Schreeuwlelijke reclamebanners, vrolijk wapperende vlaggen, protserige luchtbogen en promostands van sponsors steken fel af tegen de bunkerbouw op Linkeroever...

 

  

We besluiten onze startnummers op te halen en ons weer als de bliksem naar het stadscentrum te haasten, zodat we de finish kunnen meebeleven van enkele bevriende mogendheden.

 

 

Raar is dat; iedereen komt ons tegemoet; we lopen tegen een niet te stelpen stroom lopers in, terug naar rechteroever.

 

 

 

*****

 

 

 

 

De Grote Markt.

 

 

De gladiatoren van de marathon druppelen binnen.  

 

 

Een bonte stoet uitgeputte mannen en vrouwen, die hun eeuwige roem verdienen op de kasseien van de Grote Markt.

 

 

Sommigen ogen nog fris, begroeten het publiek, zijn in volle euforie van hun spektakelstuk.  

 

 

Anderen hebben dan weer die doffe blik, met uitgebluste ogen van totale uitputting.  Ze slepen het krakende karkas verder, een pijnlijke grimas op het gelaat, op zoek naar verlossing... 

 

 

We kijken uit naar Katleen en Gert.  

 

 

298002_10201063638898773_452178923_n.jpg

 

 

Katleen debuteert vandaag (3u 26m), Gert loopt zijn 10de marathon (3u 58m).

 

528354_10201063638578765_884130573_n.jpg

 

We vangen Katleen en Gert op in de uitloopzone na de aankomst.

 

 

Indrukken wisselen, handen schudden.

 

 

We nemen afscheid van onze marathoniens, en gaan opnieuw op pad naar Linkeroever, deze keer te voet.

 

317343_10201063639258782_1810087587_n.jpg

 

 

Via de voetgangerstunnel lopen we vrolijk zenuwachtig kwebbelend naar de andere kant van de stroom.  Nu laten we ons weer meedrijven met de stroom mensen.

 

 

*****

 

Het lopersdorp puilt inmiddels uit.  Overal lawaai.  Dreunende beats en een galmende commentaarstem.  En een onwaarschijnlijke mierenhoop aan lopers.

 

 

We maken afspraken waar we mekaar terug zullen vinden na het omkleden; in die wriemelende drukte hier geraakt zelfs een kat haar jongen kwijt.

 

 

De spanning begint inmiddels wat op te bouwen.  Dit is de dag waar we zo lang naar hebben uit gekeken.  

 

 

Ik voel me rusteloos worden.  

 

 

Omkleden in een inmiddels behoorlijk volgelopen legertent.  Daarna de sporttas in bewaring geven.  Toegegeven; dat loopt hier als de gesmeerde bliksem.  Geen wachtrijen, het schiet waanzinnig goed op.

 

 

 

Nog een laatste sanitaire stop in wat plaatselijke flora.

 

 

 

Tijd voor een groepsfoto.

 

 

541425_10201063640258807_1413367681_n.jpg

 

De zenuwen gieren inmiddels door mijn lijf.

 

 

 

Even de startgrid bestuderen leert me dat ik, met mijn lage borstnummer 910, recht heb op een startpositie vlak achter de toplopers.

 

 

De eerste box is tot borstnummer 200.  

 

 

Dan is het mijn box: borstnummers 201 tot 1500.  

 

 

De daaropvolgende boxen zijn opgedeeld volgens verwachte eindtijd; je kan er dus vrij in gaan.  In die boxen staan de lopers dan ook als sardientjes bijeen geperst.

 

 

Het voordeel van onze box is dat er nog volop ruimte is voor wat zenuwachtig rondjes loslopen, wat springen en dies meer.

 

13042104ATL239.jpg.h600.jpg

 

*****

 

 

Inmiddels is de startprocedure volop aan de gang.  

 

 

Dreunende beats, een opzwepende ceremoniemeester, de obligate politici in loopkledij die door de regionale TV worden geïnterviewd.

 

 

Dan verschijnt plots Bart De Wever op het startpodium.

 

 

13042104ATL236.jpg.h600.jpg

 

 

Ik roep keihard:

 

 

ZET DIE PLOAT AF!!!!

 

 

 

Wat iedereen binnen gehoorsafstand een lachkramp bezorgt.

 

Ja, wat zal ik zeggen: het is gewoon sterker dan mezelf....

 

 

 

*****

 

 

Dan volgt er een sereen moment.  

 

 

 

Er wordt verzocht een minuut stilte in acht te nemen voor de slachtoffers van de aanslagen tijdens de Boston marathon.

 

 

 

Gek hoe een meute van duizenden zo muisstil kan zijn.  

 

 

 

Ik kreeg er kippenvel van.

 

 

 

De omroeper jut de massa op.  Armen de hoogte in, applaudisseren!  Zo tellen de minuten af naar de start.

 

 

 

De handbikers zijn inmiddels al op weg.

 

 

 

Nu is het kwestie van seconden.

 

 

 

Ik wens de collega's om mij heen het allerbeste, en neem me voor een rustige start te nemen.  De eerste 5 kilometer van de Ten Miles zijn namelijk best zwaar.  Enige marge inbouwen lijkt verstandig.

 

 

 

Het startschot knalt oorverdovend en rook en confetti schieten door de lucht.  

 

 

Als er dan een minpuntje moet vermeld worden, dan de muziekkeuze: Gangnam Style, serieus?  Moet dat?

 

 

We passeren de startmat en ik duw de chrono in.  Nu is het alle registers open.

 

id554879-hul-1887-jpg-468x470.jpg

 

De Thonetlaan, vervolgens rechtsaf de ellenlange Blanceflourlaan.

 

 

Ik zoek de linkerkant van de weg op.  Uit principe, u kent mij, maar ook wel omdat daar nog een beetje schaduw te rapen valt.  De temperatuur is namelijk behoorlijk opgelopen.

 

Tot mijn verbazing zie ik vlak voor mij een bekend silhouet lopen.  Het is Tom Van Hooste (een keer of 5 Belgisch kampioen veldlopen, gewezen Belgisch Kampioen 10.000 m en goed voor 2u 11m op de marathon).  Ik wissel een paar woorden met hem (hij kent mij helemaal niet), en loop vervolgens van hem weg.

 

Ja, als ik straks als grootvader mijn pijp stop en de verzamelde kleinkinderen streng zal toespreken over het leven in het algemeen en de loopsport in het bijzonder, reken er dan maar op dat ik vorige zin eindelooooooooos veel keren zal herhalen.

 

Staat behoorlijk goed op mijn CV, niet?

 

Net voor kilometerpunt 1 merk ik dat ik mijn chrono NIET heb ingedrukt.  Ik doe het alsnog, bereik kilometerpunt  1 na 33 seconden, vraag daar een loper naast mij wat zijn tijd is en weet vervolgens dat ik 3 minuten en 12 seconden moet bijtellen bij al mijn volgende tussenmetingen.  Ja, het wordt een opdracht.  straks weet ik niet eens mijn naam meer van vermoeidheid, maar ik moet er wel 3 minuten (en hoeveel seconden was het alweer?) er bij tellen....

 

 

Tussen kilometerpunt 1 en 2 komt Dré B. me voorbij gelopen, die kurkdroog opmerkt:

 

 

Mark, je bent wéér maar eens té hard vertrokken.

 

 

 

Ik pleit schuldig....

 

 

Kilometerpunt 2: 7 minuten 51 seconden.

 

 

 

De zon wordt een bepalende factor.

 

 

We klimmen inmiddels richting Ring, rechts van ons bevinden zich de burelen van de Gazet van Antwerpen.

 

 

id555277-hul-2119-jpg-468x470.jpg

 

 

 

En dan eindelijk, geen seconde te vroeg, begint de afdaling naar de Kennedytunnel.  Nu is het zaak om lange benen te maken, maar toch vooral uit te kijken dat je je hier niet voorbij loopt; vorig jaar heb ik hier tot mijn scha en schande moeten ondervinden dat de klim uit de Kennedytunnel en de op/afrit naar het Justitiepaleis tergend lang en wreed zwaar is.  

 Colver10Miles03.jpg

 

Niet te geweldig.  Maar toch.

 

 

Ik loop de derde kilometer in 3 minuten 44.

 

 

Kennedytunnel.

 

 

Ik loop als in trance.  Zweet parelt op.  Hijgend.  Zwoegend.  Rondom mij het hortend ademhalen van medestanders/tegenstanders.

 

 

Het geroffel van duizenden loopschoenen op het asfalt weerkaatst tegen de tunnelwand.  

 

 

Het monotone geluid van traag rijdende begeleidende motoren van pers en organisatie.  

 

 

Naamloos.jpg

 

 

 

 

Af en toe een onverlaat die een kreet slaakt.

 

 

Plots fluit iemand keihard op de vingers, en roept vervolgens keihard:

 

 

HELA, KAN DAT VOORAAN

 

EEN BEETJE RAPPER???????

 

 

 

Dat die daar adem voor heeft, is mij een raadsel....

 

 

 

Inmiddels lopen we alweer vlak.  Meteen voel je dat het opnieuw een stuk lastiger wordt.  Ik zweet trouwens ook als een rund. 

 

 

 

God, een slokje water zou hier niet misstaan.

 

 

 

Kilometerpunt 4 bevindt zich pal onder de Schelde; niet gezien.

 

 

id555300-hul-2198-jpg-468x470.jpg

En dan begint het op te lopen.  Eerst nog licht stijgend de Kennedytunnel uit.  Knal de zon weer op je kop en dan behoorlijk bergop de afrit naar het Justitiepaleis.  Halfweg de afrit passeren we het 5-kilometerpunt; over kilometer 3 tot 5 heb ik 8 minuten 20 gelopen, wat me nog net binnen de 20 minuten houdt op 5 kilometer.  

 

 

Ha, die magische kaap van de 15 km per uur!

 

 

En er passeert me nog iets.  

 

 

Tom Van Hooste komt me voorbij gestoomd.  Vorige zinsnede zal ik  NIET, ik herhaal, NIET aan mijn kleinkinderen doorgeven; een mens kan uiteindelijk niet alles onthouden, toch?

 

 

En het blijft maar klimmen, en ik blijf maar sterven.  

 

 

Godverdomme, wat is dit een lastig stuk.  

 

id555436-hul-2009-jpg-468x470.jpg

 

Boven gekomen, krijg je meteen het volgende pijnpunt voor de voeten.  

 

 

No rest for the wicked!

 

 

De Bolivartunnel, die korte, maar o zo nijdige knik onder het nieuwe Justitiepaleis.

 

id555319-hul-2283-jpg-468x470.jpg

 

Ik parkeer totaal bij het uitkomen van de Bolivartunnel.

 

 

Mijn Koninkrijk voor een flesje SPA Blauw.

 

id555314-hul-2254-jpg-468x470.jpg

 

De Amerikalei, een kort stukje, waar we een bocht van 180° maken, is meteen kilometerpunt 6.  Ik heb een minder goede kilometer achter de rug: 4 minuten 11.

 

 

Voor het Justitiepaleis rechtsaf, via de Jan Van Gentstraat naar de Namenstraat.

 

 

WATER!!!!!!

 

 

Ik grijp een bekertje en klok het binnen.  Een tweede beker gaat over de verhitte kop en armen.  Nummer 3 ook over het lijf en een laatste beker voor enkele slokjes.  

 

 

Tijdens deze tankbeurt vertraag ik fors, om te vermijden dat ik me verslik.  

 

 

De verfrissing doet enorm deugd en ik trek het tempo weer fors naar boven.

 

 

De Gerlachekaai, kilometer 7.  Ik heb 4 minuten rond gelopen op de laatste kilometer, vertraging drankstop inbegrepen.  Iets te voortvarend, vrees ik.

 

 

De Cockerillkaai.

 

 

 

We lopen langsheen de Schelde.  De langgerekte kaaien waar we zo meteen half wedstrijd zijn.

 

 

Ik krijg een eerste dreun.  Met een trage kilometer tot gevolg: 4 min 33s.  Kilometer 8, quasi halfweg dus, wordt gehaald na 32 minuten en 41 seconden.

 

 

Verder langs de kaaien, waar het publiek rijen dik staat.  Je loopt als het ware door een tunnel van mensen, een tunnel van lawaai en aanmoedigingen.  

 

 

Bandjes spelen langs de kant, het is één groot feest.  Antwerpen maakt van de Ten Miles een onvergetelijk feest.  De mensenmassa stuwt je verder.  De doortocht door het historische hart van Antwerpen is het mooiste stuk van de omloop.

 

 

Ik maal een sterke kilometer af, 4 minuten en 2 seconden.

 

id555344-hul-2406-jpg-468x470.jpg

 

 

Op kilometer 9, bevoorrading.  Opnieuw zoek ik verkoeling met het nodige water.

 

 

We draaien rechts, naar de Sint-Pietersvliet.  Kasseien vermijden door rechts de goot op te zoeken.  We lopen op een lang gerekt lint.  Af en toe maken lopers de oversteek naar de andere kant.  Iedereen volgt slaafs.

 

 

Verder naar de Sint-Katelijnevest (kilometerpunt 10 na 41 minuten en 1 seconde) en dan knallen we de Meir op.

 

id555375-hul-2532-jpg-230x230.jpg

 

 

Vreemd genoeg vind ik hier een tweede adem.  De kilometer tussen Meir en Italiêlei overbrug ik, gedragen door de aanmoedigingen van bekenden tussen het publiek, op amper 3 minuten en 46 seconden.  

 

 

 

Italiëlei naar de Paardenmarkt, opnieuw bevoorrading.

 

 

Hessenplein, kilometer 12 reeds (4m10s).  Het schiet goed op.  Ik begin het toch behoorlijk lastig te krijgen.

 

 

Mijn pees in de linkervoet, die tijdens de aanvangskilometers toch wat zeurde, schreeuwt inmiddels om genade.  

 

 

Ik ben een woord vergeten in vorige zin, waarvoor mijn excuus.

 

 

Mijn pees schreeuwt inmiddels VRUCHTELOOS om genade.

 

 

 

Nog maar 4 kilometer.  

 

 

We gaan nu toch niet beginnen plooien?  

 

 

Dat dacht ik niet!

 

 

Via de Ankerrui draaien we 180° naar de ultieme confrontatie van de dag: de vlijmscherpe scherprechter van de Antwerp 10 Miles: de Waaslandtunnel aka de Konijnenpijp.

 

id555377-hul-2547-jpg-468x470.jpg

 

 

Hier begint het feestje pas echt.

 

Eerst voorzichtig bergaf, niet te zot, hou die paarden in bedwang, maar vervolgens gaan we helemaal loos bergaf, gooien alle troeven op tafel.

 

 

Eindeloos diep gaan we de tunnel in.  Dan valt het met een klap stil.  We lopen vlak.

 

id555412-hul-2614-jpg-468x470.jpg

 

Maar dan begint pas de ultieme marteling.  

 

 

 

Het wegdek begint opnieuw op te lopen.  

 

 

De eerste meters zijn nog te behappen, maar nadien gaat het crescendo.  

 

 

Er gaat een kreun door het peloton lopers om mij heen.

 

 

Klimmen, beulen, zwoegen, werken, zweten, hijgen, ....

 

 

De hartslag kleurt donkerrood.  Ik hoor mijn hart als bezeten bonken in mijn slapen.  Ik ben te kapot om ook maar een chrono in het oog te houden.

 

 

Overleven is nu het enige wat telt.

 

 

De schade beperken.

 

id555416-hul-2618-jpg-230x230.jpg

 

En naar dat vierkantje licht lopen op het einde van de tunnel, en liefst zo snel mogelijk.

 

 

Dat vierkantje fixeren, dat maar tergend langzaam groter wordt.  

 

 

 

Ik sterf niet alleen.

 

 

Rondom mij vallen lopers stil, haken af, beginnen te wandelen.

 

 

Nooit ofte nimmer.

 

 

Blijven lopen, al ontploft alles, al branden mijn kuiten helemaal af, ik geef niet af.  

 

 

Dit is beenhard.

 

 

En dan, eindelijk, de tunnel uit.

 

 

Maar de klim strekt zich nog wat treiterend verder voor mij uit.

 

 

En dan is het terug vlak.

 

 

Ik ben helemaal opgebrand.  En de klok tikt genadeloos verder.

 

 

 

Ga ik de 1 uur 9 minuten van vorig jaar überhaupt wel kunnen verbeteren?

 

 

Ik sleep me verder.

 

 

 

Dead man running.

 

 

 

180° bocht.  

 

 

 

De laatste rechte lijn.  

 

 

id556469-10m13-164404-2223039-jpg-960x700-n.jpg

 

En na 1 uur 8 minuten en 19 seconden, passeer ik, helemaal gesloopt, de finishlijn, op plaats 711.

 

 

41 seconden beter dan vorige editie, 109 posities beter dan vorig jaar. 

 

 

 

Ik sta stil, na 16 razende kilometers.  

 

 

Ik ben kapot.  

 

 

En toch gelukkig.  

 

 

Helemaal leeg.  

 

 

En propvol indrukken.

 

 

De wedstrijd raast nog na in mijn lijf, o bitterzoete pijn.  

 

 

De wedstrijd raast nog na, in mijn geest.

 

 

Mijn lijf is beurs gebeukt; ik weet niet of er schade is, alles voelt aan alsof het definitief kapot is.  

 

 

 

De pees zeurt, mijn rug klaagt, mijn voeten branden, mijn hamstrings kreunen.  

 

 

Maar ik zou het voor geen geld willen missen.

 

 

Ik grijp naar drank, verorber alles wat eetbaar is.

 

 

Groet bekenden.  Wisselen tijden en stoere verhalen uit.

 

 

Ik haal mijn tas op.  Het is nog behoorlijk rustig aan de tassenstand.  Ook in de omkleedtent is er nauwelijks volk.  

 

 

Namijmerend over de belevenissen van de dag, berg ik mijn wedstrijdschoenen op, schud de natte loopkledij van me af en trek droge, warme kledij aan.

 

 

Ik voel een zalige gloed bezit nemen van mijn lijf.  

 

 

Het feest is nog niet voorbij!  

 

 

Onderaan in mijn rugzak vind ik nog een verdwaald pakje koekjes (mijn honger was groter dan mijn bezorgdheid over de twijfelachtige houdbaarheidsdatum).

 

 

Ik vlij me neer op de grote grasvlakte aan de kleedtenten.  

 

 

Ik sluit mijn ogen en geniet van de weldadige warmte van de zon.  

 

 

Om mij heen hoor ik mensen bellen, mensen kakelen.

 

 

Ik hoor hoe de omroeper de BV's aanmoedigt die de finish halen, hoor hoe de Antwerp Marathon en 10 Miles uitgroeit tot de grootste loopwedstrijd van Antwerpen, Vlaanderen, België, en bij uitbreiding de beschaafde wereld.

 

 

Ik laat het allemaal over me heen gaan.

 

 

Ik geniet.

 

 

*****

 

 

 

En de vrienden van de atletiekclub druppelen binnen.  Met edelmetaal rond de nek.

 

 

We besluiten naar huis te gaan.

 

 

Helaas zijn er nog wel een slordige twintigduizendmiljard mensen die dat op krek hetzelfde moment willen.

 

 

Het metrostation Van Eeden zit propvol mensen.  

 

 

Die allemaal weg willen.  

 

 

We nemen met z'n vieren de tram richting Zwijndrecht.  Stappen na 2 haltes terug uit en keren dan terug naar metrostration Van Eeden.  We zitten exact met 4 man in de tram.

 

 

Op Van Eeden wordt er dan ongeveer 25 ton aan mensen bijgeladen, en naar schatting 200 kg aan medailles . 

 

 

De tram brengt ons tot aan de auto.

 

 

De auto naar Hoogstraten.

 

 

De fiets naar huis.

 

 

*****

 

 

Ach, de Antwerp 10 Miles.  

 

Het begint allemaal wat uit z'n voegen te barsten.

 

 

Maar het blijft een bloedmooie wedstrijd.

 

Met een uitdagend parcours.

 

En een puike organisatie.

 

 

 

*****

 

 

Maandag 22 april 2013.

 

The day after.

 

Wat moe, maar geen schade.

 

 

Ik ben een beetje triest.

 

Zo'n onbestemd gevoel.

 

Dat het allemaal weer voorbij is.

 

Brrrr.

 

Dat de 20 Km door Brussel nu maar snel komt!

 

 

 __________________

Foto's: Frank Tilburgs, DVV Running Tour, Het Nieuwsblad, Gazet Van Antwerpen.

 

21:12 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

02-04-13

Elementary, dear Watson.

Elementary, dear Watson. 

 

 

 

 

Paaszaterdag

 

 

Deze nacht kreeg ik, terwijl ik koortsig droomde van Goedele Wachters, een SMS.

 

Normaal stomp ik dan meteen mijn vrouw wakker, want meestal is zij het die vergeet haar GSM af te zetten.

 

 

Nu was ik het.

 

 

Het bleek een SMS te zijn van mijn vriend en loopkompaan Frank.

 

 

Sympathieke gast, daar niet van, en hij mag me altijd SMS’en, graag zelfs, maar als het even kan niet nét wanneer ik met Goedele Wachters, heum….  ….dinges….   …hoe moet ik dit uitdrukken zonder schabouwelijk taalgebruik; laat me volstaan met te zeggen dat Goedele niet in staat was om een nieuwsbericht voor te lezen, zeg maar, verre van.

 

 

 

Enfin, een SMS in het midden van de nacht.

 

Van Frank.

 

Om 10 voor acht ’s morgens.

 

 

 

In een duister verleden, toen ik nog student was, kwam ik rond dat uur meestal naar mijn kot gewaggeld, groette de vuilnisman van dienst, warmde nog wat van die onvreetbare oplosnoedels op, en viel dan vervolgens  aan mijn bureau in slaap terwijl de noedels afkoelden, zoiets.

De cafébaas van mijn stamcafé The Seven Oaks te Leuven, God hebbe zijn ziel, vroeg me ooit eens, terwijl we samen de kroegdeur achter ons sloten, of het niet zinvol was om mijn kot ’s nachts te verhuren.

 

 

"Je bent er toch nooit", zei hij.

 

 

Hij had wel een punt.

 

 

Sommigen studeren aan de universiteit.

 

 

Anderen aan de universiteit van het leven.

 

 

Ik heb gestudeerd aan de universiteit van het nachtleven.

 

 

 

*****

 

 

 

Enfin, een SMS, in het midden van de nacht.

 

Van Frank.

 

 

Trouwens, die nachtbrakerij blijkt verschrikkelijk erfelijk te zijn.  Koester je als ouder nog de ijdele hoop dat je kinderen de talenten van de moeder zouden erven, neen, blijken ze enkel de niet zo fraaie eigenschappen van hun vader in hun DNA mee te dragen.

 

 

Zo vond ik deze ochtend, na gewekt te zijn door de SMS van Frank uit een droom waarin Goedele Wachters méér dan haar handen vol had, in de keuken de resten van het klein hongerke dat Kind 1 deze nacht/ochtend (pakweg een halfuurtje voor de SMS van Frank) heeft gehad. 

 

 

Ik beschrijf de ravage in de keuken even:

 

  • de schil  van een banaan,

 

  • een leeg potje garnaalsla,

 

  • een lege bus fruitsap,

 

  • een lege fles cola light,

 

  • twee wikkels van wafels van het merk Penny (die kopen we omdat ik een onvoorwaardelijke fan ben van Penny van The Big Bang Theory, eigenlijk meer van Sheldon, maar daar bestaan geen wafeltjes van),

 

  • een leeg bordje waarop tot gisteravond een stukje gebakken chipolataworst had gelegen (uitgerekend die worst die ik met mosterd had willen opeten vandaag, maar dankzij Kind 1 pak ik godverdomme weer naast die worst  – wat niet te zeggen viel van Goedele Wachters in die droom van daarnet, u weet wel, die droom die gestoord werd door de SMS van Frank). 

 

 

 

Garnaalsla met banaan, Jeezus, hoe zwanger ben je dan?

 

 

 

Nu ja, Kind 1 heeft binnenkort een diploma, dus wat zeuren we?

 

 

Neen, zeuren, dat hoeft niet, maar ik had toch graag geweten wat Goedele nog allemaal….    …maar ja, toen kwam er die SMS van Frank.

 

 

Ja, ik begrijp dat u, beste lezer, ook wel wil weten hoe zich dat allemaal verder zou ontwikkelen, met Goedele Wachters en zo, ze had tussen haakjes de bottekes van Katleen Cools aan en iets wreed doorschijnend met luipaardprint.  Een maatje te klein ook, wat het allemaal nog wat spannender maakte.

 

 

Miaauwkes, om maar meteen een groot filosoof te citeren.

 

 

Maar ja, toen kwam die SMS.

 

Van Frank.

 

Om 7u50.

 

En daar stond het volgende in te lezen....

 

 

***** 

 

 

 

Nu ik er nog eens over nadenk; erfelijk belast; dat valt op de keper beschouwd allemaal nog relatief goed mee. 

 

 

Buiten die paar slechte kantjes die ze van mij hebben, zijn mijn kinderen goed op weg om het te maken in het leven (een eigenschap die in mijn familie vreemd genoeg telkens één generatie weet over te slaan). 

 

 

Dat ze zo goed terechtkomen, is omdat wij niet van die ouders zijn die enorme verwachtingen van hun kinderen stellen, of hun eigen dromen projecteren in hun kinderen (en nu gaat het even niet over Goedele Wachters).

 

 

Sommige ouders gaan daar overigens veel te ver in.  Zo ken ik mensen waarvan de kinderen vlekkeloos diploma’s opstapelen, die, godbetert, maar liefst onderscheidingen halen aan de universiteit (ik haalde er hoogstens zelfvoldoening), die carrière maken, ambities koesteren en zo.

 

 

Wat een afgrijselijke schande is me dat!  Kinderen die advocaat worden, of dokter, daar schaam je je toch dood voor.  Ik zou in elk geval niet meer onder de mensen durven komen.

 

 

Enkele weken geleden had ik toch zo’n schrikmoment (vergelijkbaar met het moment dat er tijdens een entente met Goedele Wachters een SMS binnenloopt) toen Kind 1 aan het middagmaal (voor Kind 1 is het ontbijt een puur theoretisch begrip) plots te kennen gaf een welomschreven ambitie te koesteren.

 

 

 

BEIKES!

 

 

 

De rest van het verhaal heeft even op zich laten wachten (mijn vrouw moest me eerst middels het Heimlichmanoeuvre weer bij bewustzijn brengen).

 

 

Bleek dat Kind 1 de brandende ambitie heeft om een boer te laten in de Grotten van Han, gewoon om eens te horen wat voor een echo je dan krijgt.

 

 

Ik hoor u al denken:

 

 

Nou, nou, nou, is dat het maar?

 

 

Dan moet ik u helaas streng tegenspreken.

 

 

De boeren die Kind 1 laat zijn légéndàrisch. 

 

 

Episch!

 

 

Wij hebben tijdens het middagmaal wel eens diepzinnige gesprekken over de brede betekenis van de libretto’s van Beethoven, het komt in de beste families voor, maar  wanneer Kind 1 uitgerekend dan een boer laat, gebeurt het wel eens dat we nadien niet eens meer weten waarover het gesprek ging, terwijl de kalk van het plafond naar beneden kringelt.

 

 

Moest God ooit eens verlegen zitten voor een soundtrack die past bij de Apocalyps (Hem kennende zou Hij aan Wagner denken, de Götterdämmerung, mwah, iets te voorspelbaar naar mijn smaak), wel dat Hij dan eens Kind 1 vraagt een paar boertjes te laten.  Het is maar een idee.

 

 

We hebben getracht een exemplaar van een boer van Kind 1 te filmen met de GSM (kwestie van het op Youtube te kunnen zetten, want u gelooft het toch weer niet), maar de geheugenkaart van 32 Gigabyte was al helemaal volgeboerd toen Kind 1 nog maar aan het voorspel was begonnen (waar Goedele Wachters tussen haakjes al vér voorbij was, toen daarstraks die SMS van Frank binnenliep). 

 

 

Boeren dat Kind 1 kan laten?

 

 

Onvoorstelbaar.  Dat moet ergens een medische afwijking zijn.

 

 

Kind 1 is actief in het plaatselijk jeugdcafé.  Zware verantwoordelijkheden zoals pinten tappen en zuipen, u bent wellicht ook jong geweest.

 

Zelfs daar, waar ze toch enige ervaring hebben met fors boeren na het nuttigen van bijvoorbeeld een Tripel Karmeliet, zijn ze van hun melk telkens Kind 1 een boertje laat.

 

 

Laatst liet er iemand een boer van het kaliber:

 

 

Geef die boer een stoel. 

 

 

Niemand reageerde, tot verbijstering van de boerlater.

 

 

De jongeman in kwestie merkte ietwat verongenoegd op dat hij te weinig appreciatie kreeg voor zijn boergeluid, waarop hij volgend laconieke antwoord kreeg van de stamgasten:

 

 

Wij zijn de boeren van Kind 1 gewoon. 

 

 

Die van u zijn belachelijk.

 

 

En u bent lelijk.

 

 

 

Enfin, Kind 1 heeft dus blijk gegeven van een gezonde vorm van ambitie, eentje waarvan ik als trotse papa toch ontroerd een traantje heb moeten wegpinken, ik ben niet te beroerd om dat toe te geven.

 

 

Dus, zodra dat rapport van het stabiliteitsonderzoek van de Grotten van Han binnen is, zijn we weg.

 

 

***** 

 

 

Goed, waar was ik?

 

 

Ach, had ik al verteld dat ik deze ochtend een SMS kreeg?  Om 7u50.  Van Frank. 

 

 

Iedereen in mijn omgeving weet dat ik pas omstreeks 10u30 aanspreekbaar word, en dan nog....

 

 

Dus  dacht ik eerst nog: dit kan onmogelijk voor mij zijn.

 

 

 

Doet me trouwens denken aan een anekdote met Kind 2.

 

 

Ik heb twee totaal verschillende kinderen. 

 

 

 

Mijn vrouw trouwens ook, hoe toevallig is dat?

 

 

Wel gemakkelijk om ze uit elkaar te houden, dat wel. 

 

 

Kind 1 is lang en smal.  Kind 2 niet.

 

 

 

Kind 1 is iemand die zijn eigen centen uitgeeft en daarover lang wikt en weegt.

 

Kind 2 niet.  Kind 2 geeft mijn geld sneller uit dan de snelheid van het licht. 

 

Kind 2 heeft een enorm gat in zijn hand (wat altijd beter is dan andersom – en u kennende verwacht u hier weer iets in de sfeer van Goedele Wachters, neem ik aan, maar tja, die SMS van Frank besliste daar nét even anders over).

 

 

Enfin, Kind 1 werkt graag voor geld. 

 

Kind 2 ontvangt graag geld zonder er iets voor te doen (hij moet de politiek in, dat moet; PS, vermoed ik).

 

 

Nu had ik een paar weken geleden, tijdens die verdwaalde week lente (na 6 maanden sneeuw, en nadien opnieuw wat kouder en nog meer sneeuw), een paar boompjes gesnoeid in de tuin. 

 

In een overdreven optimistische vlaag van opvoedkundige verstandsverbijstering dacht ik: laat ik Kind 2 de waarde van het geld eens leren kennen.

 

 

Ik roep Kind 2 en zeg hem, terwijl ik naar een hoop takken wijs:

 

 

"Als je de takken op een hoop gooit, dan kan je wat extra zakgeld verdienen…"

 

 

 

Kind 2 kijkt me aan alsof ik daarnet feestelijk in mijn broek gescheten heb en zegt:

 

 

 

Vergis jij je niet van Kind?

 

 

 

Waarop hij zich omdraait en verontwaardigd terug naar binnen beent, verwarming op, TV aan.

 

 

Moest ik dat vroeger mijn ouders hebben aangedaan, dan zaten mijn tanden al door mijn lip.

 

 

Tja, kinderen.

 

 

***** 

 

 

Goed, dus die SMS van Goedele, heum, neen, Frank.

 

 

Om 7u50. 

 

 

Pas op, en dan mag ik me nog gelukkig prijzen dat het nog nipt winteruur was!  Ah ja, stel je voor dat het een dag later was, dan was het in werkelijkheid 6u50. 

 

 

Dan had ik samen met Kind 1 bananen met garnaalsla kunnen eten.

 

 

Trouwens, Kind 1, als je dan toch zonodig ’s nachts de ijskast moet leegvreten (wij noemen Kind 1 ook wel eens “onze rat”), kan je dan de broodzak iets beter sluiten?  Het leek wel alsof de boterhammen al geroosterd waren deze ochtend. 

 

 

Want we zaten vrij vroeg aan het ontbijt, en dat was allemaal het gevolg van een SMS van Frank, mijn loopkompaan.

 

 

Ik lees de bewuste SMS even voor. 

 

 

Een secondje, ik zoek mijn leesbril.  Twee heb ik er.  En nooit is er een binnen handbereik.

 

 

Ik moet me tussen haakjes de gewoonte aankweken een leesbril mee te nemen naar de supermarkt.  Zo stond ik vorige week met een pak kalfsgehakt in de hand, vruchteloos te pieren hoeveel gram er in zit.  Breng ik het etiket op leesafstand, dan zijn de lettertjes één grote blur.  Wanneer ik het te lezen spul verder van me weg hou, dan zou ik het kunnen lezen, moesten die lettertjes zo verdomd klein niet zijn.

 

 

 

 

Tja, en wanneer de omstandigheden slecht zijn, kan een visuele vergissing snel gemaakt zijn.

 

 

Zo hebben we een paar weken geleden met atletiekclub AVN een avondtraining in de duisternis en kou afgewerkt (ik kan me nu niet voor de geest halen of het toen sneeuwde, dat zou best wel eens mogelijk kunnen zijn, want ik meen me te herinneren dat het vorige herfst, deze winter en lente sporadisch durfde te sneeuwen).

 

 

Een looptraining door de straten van mijn thuisstad, in lusjes, met versnellingen.

 

 

Iedereen is goed ingeduffeld, mutsen en handschoenen, lange broeken en dikke vesten.

 

 

Frank, mijn loopkompaan die niet kan verdragen dat ik actief droom van Goedele Wachters, is getrouwd met Hild. 

 

25 jaar inmiddels. 

 

Dat schiet goed op, zeg maar.  

 

Vroeg zelfs om een feestje....

 

 

Frank heeft de dubieuze gewoonte om Hild, telkens hij haar dubbelt op een training, een tikje op het achterwerk te geven, een soort gebaar van tederheid en diepgewortelde affectie (Goedele heeft het graag iéts ruiger, enfin, dat dénk ik toch, maar een SMS stoorde….).

 

 

Dus, Frank is bezig met het dubbelen van trage lopers M/V en ziet plots zijn vrouw voor zich uit lopen.

 

 

Bij het passeren geeft hij haar met de vlakke hand een ferm nagalmende pets op de derrière, vindt dat hij dit naar algemene tevredenheid heeft afgewerkt en loopt verder.

 

 

De exacte technische term is:

 

 

Frank slaat een gat.

 

 

En vervolgens nog een, want hij loopt van haar weg.

 

 

 

Wanneer hij echter de volgende straathoek omdraait, kijkt hij plots in het aangezicht van zijn vrouw; diezelfde die hij daarnet gedubbeld én op de bilpartij gepetst heeft.

 

 

Meteen druppelt het besef binnen dat hij daarnet een andere vrouw keihard op de billen heeft gesmakt en dat hij nu snel keuzes moet maken:

 

 

Ofwel keihard zich gaan excuseren.

 

Ofwel keihard weglopen.

 

Ofwel keihard ontkennen.

 

Ofwel keihard de schuld op iemand anders steken (ik voel de bui al hangen).

 

 

Luttele seconden later komt Els de hoek om, met één lichtroze bil (louter een deductie, beste Watson, eentje die niet visueel werd gecontroleerd)...

 

 

Hoe luidt het spreekwoord alweer?  Ach ja.  In het donker zijn alle katjes grijs.

 

 

 

*****

 

SMS dus.

 

Ik lees hem even voor.  

 

 

Waar is mijn GSM?

 

 

Ik ga eerst vragen aan mijn vrouw om naar mijn GSM te bellen, dan vind ik die misschien.

 

 

Over katten gesproken.  

 

 

We hebben een konijn in onze tuin.

 

 

Zwart-wit.  

 

 

Dus geen wild konijn.

 

 

En was iedereen eerst vertederd over het lief, klein, fluffy konijntje, en was Kind 2 al volop in de weer met wortelen hamsteren, dan is die stemming inmiddels wel vlotjes omgeslagen.

 

 

Het konijn is uitgeroepen tot publieke vijand nummer 1.  

 

 

Want het konijn graaft gaten in bloemperken (daar gaan onze overwinterende bloembollen) en graaft putten in mijn gazon dat het een lieve lust is.  

 

 

Moest Geert Bourgeois nog op zoek zijn naar een omgeploegde akker voor een realistische evocatie van de loopgravenoorlog van 14-18, dan ben ik simpelweg bereikbaar per GSM.

 

 

Troelalie.

 

 

Troelalie!!

 

 

Troelalie!!!!

 

 

 

Tiens, mijn GSM gaat af.

 

 

Ergens ten velde.

 

 

Het is niet Geert Bourgeois, maar mijn vrouw, zodat ik mijn GSM kan lokaliseren.

 

 

En alles onderschijten, gewoon niet normaal.  Neen, niet mijn vrouw, of Geert Bourgeois, neen, dat konijn, bedoel ik.

 

 

Overal van die bollekes.

 

 

 

*****

 

 

Goed, dus Frank had een SMS gestuurd.

 

 

 

Weten jullie misschien hoe je een konijn moet vangen?

 

 

Mag je nog zo snel zijn als Usain Bolt, je hebt geen schijn van kans.  Bloedsnel zijn die beesten.  En ze huppelt altijd tot nét achter de haag, zodat ik ze niet met mijn tennisracket kan afserveren....

 

 

Vroeger had ik een loodjesgeweer, zou nu nuttig zijn, maar dat heb ik verkocht aan een Duitse vriend.  

 

 

Een beer van een vent, zat in bewakingsopdrachten.  

 

 

Ik noemde hem The Germinator.  

 

 

Hij heeft een bloedhond die zwaarder weegt dan ik, om maar aan te geven dat je daarmee niet in discussie wil gaan.

 

 

Dus dat konijn.

 

 

 

Ik heb inmiddels een redelijk strak plan om dat konijn te vangen.  

 

 

Konijnen lusten wortelen.

 

 

Ik leg een verlengdraad in de tuin, met daaraan gekoppeld mijn bladzuiger, ingeschakeld op de stand zuigen.

 

 

In de zuigmond leg ik een wortel.  Ik stel me strategisch op in de garage...

 

 

Zodra het konijn het hoofdje in de zuigmond steekt om in de sappige wortel te bijten, steek ik de stekker in het stopcontact.

 

 

 

FLOEP!!!!!!

 

 

 

Moet lukken.

 

 

Het is verdorie jammer dat mijn hakselaar niet zuigt, anders zou je nog eens wat zien!!!!

 

 

 

***** 

 

 

 

Goed, waar waren we.

 

 

Ach, ja.  De SMS van Frank.

 

 

Ik heb inmiddels zowaar mijn leesbril én mijn GSM gevonden.

 

 

Wat moest Frank zonodig in het holst van de nacht op SMS zetten?

 

 

Dju, ik heb die SMS gewist.

 

 

Maar ik zal die uit het blote hoofd even reconstrueren; het was iets van volgende strekking:

 

 

Mark, gij vleesgeworden loopschoen,

gij die al 19 keer de 20 Km door Brussel liep,

oh almachtige heraut der Brusselse tunnels,

gij doorluchtige grootheid der Tervurenlaan,

op wiens zwoegende borst dit jaar

het redelijk Keniaans aandoende nummer 264 zal prijken,

ik heb een nederig verzoek.

 

Wilt gij deze gewone sterveling,

hij die het gat slaat van andermans wuf,

leren lopen, naar uw beeld en gelijkenis.

 

Want de marathon van Parijs,

doemt als een schrikbeeld aan de einder,

en ik heb kilometers vandoen.

 

 

 

Een smeekbede waaraan ik, ja ik ben een softie, niet kon weerstaan.

 

En dus trotseerden we  zaterdagnamiddag de gure, snijdende Noordooster en maalden we tot tevredenheid een duurloopje van 1 uur en 25 minuten af. 

 

 

 

Kwetterend als huismussen.

 

 

Maar helaas heb ik nu geen tijd meer, want mijn vrouw roept dat we moeten vertrekken naar een feestje (klaarblijkelijk is het dilemma: Wat doe ik aan qua schoenen, dan toch opgelost geraakt zonder slagen en verwondingen).

 

 

 

Feestje dus.

 

 

Frank en Hild zijn 25 jaar getrouwd.

 

 

Met elkaar!

 

 

*****

 

 

Pasen.

 

 

Bweuuuuk.

 

 

Ik heb gisteren toch weer nét iets teveel gedronken.

 

 

Ik ga wat in de zetel vegeteren en/of Boonen zien vallen.

 

 

Die Sagan kan ook nergens met zijn poten afblijven....

 

2009506426.jpg

 

 

Een Saganeske interpretatie van: Frank slaat een gat....

 

 

 *****

 

 

Paasmaandag.

 

Ik ben ziek.

 

Verkouden.  Keelpijn.  Hoofdpijn.  

 

Dat kan er nog maar bij.

 

 

Vorige week trouwens een compressiekous aan flarden getrokken bij het aantrekken.  

 

Leuk allemaal.

 

 

Zaterdag is er wedstrijd 4 in de Challenge Delhalle, te Wibrin.

 

aff_jo2013_jpg.jpg

 

 

 

 

Met mijn lamentabele luchtwegen en mijn ijle hoofd zal er deze week van trainen niet veel in huis komen....

 

 

Een mens wordt er filosofisch onder.

 

 

 

 

 

 

*****

 

Frank en Hild, véél succes in Parijs.

 

 

Een weekendje in de lichtstad, de stad der geliefden. 

 

 

L' amour en zo.

 

 

Als daar maar geen slechte marathontijd van komt...

 

 

 

15:33 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |