20-09-12

Open brief aan Ingmar Kamprad

Open brief aan Ingmar Kamprad

 

 

Is het inmiddels al 14 dagen geleden?

 

Die schrikwekkende gebeurtenis in Wortel?

 

De ondergang op de Landlopersjogging?

 

 

 

Waar uw dienaar zich blesseerde en als een geknakte adelaar vleugellam ten gronde ging?

 

 

Inmiddels bekend als het drama van de gevallen engel.

 

 

*****

 

 

De afgelopen twee weken stonden in het teken van furieuze revalidatie en alternatieve training.

 

 

Furieuze revalidatie met mijn hoogstpersoonlijke wonderdoktoor en loopgoeroe Tom B.

 

 

Zijn oordeel, waar ik blindelings op vertrouw, was dat er van een scheurtje in de hamstring geen sprake was. 

 

 

Zo ken ik mijn Tom weer!

 

 

Een verrekking dus. 

 

En dat het wellicht slechts een kwestie van een paar weken zou zijn. 

 

 

Tom B., mijn Messias!  Kom hier, dat ik u aan mijn jagende hart druk. 

 

 

  

*****

 

 

Alternatieve training met de racefiets. 

 

 

Iets wat we de laatste maanden al combineerden met de looptrainingen.

 

 

 

In de afgelopen twee blessureweken heb ik een slordige 500 km gefietst, met wisselend gevoel. 

 

 

Misschien was het niet bepaald een bijster goed idee om binnen de 48 uur na het oplopen van de blessure al te gaan fietsen, maar ik moest en zou het proberen. 

 

 

Kwestie van mijn rust te behouden.

 

En mijn broze mentale evenwicht.

 

Mijn magere conditie.

 

Mijn iets minder mager lichaamsgewicht.

 

 

 

De eerste fietstraining was een hel. 

 

  

De linkerbil was dusdanig verzwakt dat ik tijdens de eerste fietstocht onbewust de inspanning vooral via het rechterbeen leverde, waardoor ik na een kilometer of twintig al een verkrampt gevoel kreeg rechts.  Nadien begon de linkerhamstring ook nog eens te protesteren, te verkrampen.  

 

 

Dat ik niet gelukkig was op mijn fiets, dat spreekt voor zich.

 

Lopen lukt niet, fietsen ook maar half...

 

 

De hamstring registreerde daarnaast ook nog eens elk vermaledijd bultje in het wegdek (en God, én bij uitbreiding zijn sidekick op Openbare Werken Hilde Crevits, weten dat er behoorlijk veel bultjes in het wegdek zijn).

 

 

En nu pas kon ik aan den lijve ondervinden dat er zoveel verschillende soorten wegdek zijn. 

 

 

Zo kent bijvoorbeeld asfalt vele verschijningsvormen:

 

  • asfalt op de wijze van Francorchamps, zijnde zo strak als de kont van Pippa Middleton,

  • opgelapt asfalt, met links en rechts vlakken die dieper of hoger liggen (kunnen ze dat echt niet op hetzelfde niveau leggen???); asfalt zijnde zo strak als de bilpartij van Miss België anno 1950,

  • asfalt met grove kiezel in verwerkt, zijnde zo strak als het aangezicht van Herman Brusselmans.

 

 

Betonplaten met van die opstaande richels pek tussen.

 

 

Wiens idee was dat?

 

 

Betonklinkers met duizenden voegjes tussen, voegen die je banden en kader trillend doen meezoemen, betonmedeklinkers, als u het mij vraagt.

 

 

En de hamstring registreerde het allemaal.

 

 

Het liep voor geen meter.

 

 

Rampzalig.

 

 

Maar per fietstraining liep het telkens een stukje beter, tot ik eind deze week alweer vlotjes op het jaagpad naast het schuimbekkende Albertkanaal vloog, windaf de snelheidsmeter trillend tussen de 37 en 47 kilometer per uur, pedalerend op de grote plateau, onderwijl een schalks lied fluitend, terwijl heelder horden wielertoeristen stierven in mijn wiel, er vervolgens en danseuse uit gekletst werden, terwijl ze zich wanhopig afvroegen wie dat schriel manneke was op die oogverblindend mooie witte Cannondale met die schone, nieuwe thermische drinkbus in zijn tweede drinkbushouder.  Wie was deze elegant bezonnebrilde en mooi gebronzeerde wielerhalfgod met gestaalde kuiten, flitsend ritmisch pompend en beukend als pistons van een oceaanstomer het grote mes rondduwend, met een ietwat iele schouderpartij oogstrelend luchtlagen doorklievend  als een herrezen adelaar van Toledo, het hoofd vrank en vrij gestoken in een matzwarte helm van het merk Giro?

 

 

Zou hij daar El Bandido kunnen zijn?

 

 

Neen, gij onverlaat, het was ik.

 

 

Ik bedoel maar, het fietsen liep terug lekker.

 

 

***** 

 

 

 

De revalidatie inmiddels ook.

 

Tom B., de magiër, kneedde de spieren en pezen terug in het gelid. 

 

De tijd, die grote heelmeester, bracht raad en wederopstanding.

 

 

 

*****

 

 

De afgelopen twee weken zijn toch sneller voorbij geschoten dan ik dacht. 

 

 

Ook wel omdat ik inmiddels officieel benoemd ben tot Grootmeester der inbussleutel.

 

Wij hebben de IKEA namelijk leeggeroofd, want de kinderen moesten weer maar eens van alle soorten meubelen hebben op kot. 

 

Meubelen die we volgend jaar alweer naar het containerpark zullen moeten zeulen (waar er "we" staat in deze zin, dient u eigenlijk het, toegegeven, egocentrische "ik" te lezen).

 

 

Ik heb inmiddels 300 inbussleutels.  Allemaal dezelfde maat.

 

 

En pijnlijke polsen van het geschroef ! 

 

 

 

*****

 

 

Kind 1 heeft een nieuw kot (kot = studentenkamer voor de beschaafden onder ons). 

 

 

Met een mezzanine als slaapgedeelte. 

 

Ik stel voor dat u nu even het liedje Mijn Mansarde van Wannes van de Velde op de achtergrond afspeelt, dat vat het geheel een beetje beeldend samen.

 

 

De middeleeuwse houten balken zijn mooi verwerkt in de mezzanine. 

 

 

Het hagelnieuwe IKEA-bed van Kind 1 is een tweepersoonsbed.  Geweldig interessant om al die pakketten via zo'n klein, gammel trapje de mezzanine op te sleuren.

 

 

We scheuren alle pakketten van het bed open en een waterval aan schroeven en montagegerief regent om ons heen.

 

 

  Leuk is dat.

 

 

Na het bijeen scharrelen van al die rommel sta ik terug recht en stoot genadeloos hard mijn hoofd tegen de laagste middeleeuwse balk. 

 

 

Dat Kind 1 daarbij in een lachkramp schiet is geheel toe te schrijven aan een opvoedingsplan dat jammerlijk gefaald heeft, zoveel is duidelijk.   Bij Kind 2 is het, tussen haakjes, niet veel beter verlopen, vrees ik, integendeel zelfs....

 

 

Nadat we een klein uur geruzied hebben wie het plan mag lezen en vooral waarom niet, begint het moeizame geassembleer (terwijl buiten de parkeermeter geld zit te vreten à rato van 1 euro per half uur).

 

 

Het bedkader in mekaar schroeven levert verrassend genoeg geen noemenswaardige problemen op.   Twee schaafwonden en een blauwe duim, maar verder niks.

 

 

Maar dan moet uw dienaar twee lattoflexen ineen steken.

 

 

Ik monteer de eerste lattoflex, daarbij nauwgezet alle 88 stappen van de handleiding volgend.

 

 

Na 735 ridicule vijsjes is de eerste lattoflex een feit.  En, gek genoeg, het ziet er ook uit als een lattoflex.

 

 

De handleiding is inmiddels één natte dweil van mijn zweetdruppels (heet dat het was op die mezzanine, heet!).

 

 

Tussen haakjes: mijn zweetdruppels zijn zeldzamer dan uranium.  Duurder dan de duurste vloeistof op aarde.  Wat trouwens printerinkt is (duurder dan kerosine per liter, tel het maar eens uit).

 

 

 

De eerste lattoflex is af. 

 

 

Er wacht me een tweede, identieke exemplaar.

 

 

Heren, u herkent dit scenario waarschijnlijk wel.

 

 

Wanneer je een tweede exemplaar van iets in mekaar moet steken, dan sluipt er dat typisch mannelijk trekje in.

 

 

Zo van:

 

 

Pfoeh!  Die handleiding heb ik niet meer nodig.

 

 

Ik heb namelijk technisch inzicht.

 

 

En ervaring.

 

 

 

En de herkenbare razernij wanneer Kind 1 plots opmerkt:

 

 

"Pa, je bent vergeten dit spanlint mee

 

in te werken in de lattoflex."

 

 

En daarbij in een lachkramp schiet.

 

 

Er schiet me van alles door het hoofd.

 

 

 

Respect voor de ouderling?

 

 

Vergeet het!

 

 

 

Respect voor hij die hem verwekt heeft?

 

 

Nog niet bijna !

 

 

 

Never bite the hand that feeds?

 

 

Bijten zal hij !

 

 

 

 

Waarom moest mijn vrouw zonodig kinderen kopen ?????

 

 

 

Waarna je alles terug mag losvijzen.  735 van die klotevijzen. 

 

 

Meneer Ingmar Kamprad, u die IKEA op de wereld heeft losgelaten, heeft u enig besef hoeveel relaties er spaak zijn gelopen omwille van uw producten?  

 

 

Hoeveel mannen hun laatste restje mannelijkheid verloren hebben, enkel door naar een quasi onontcijferbare handleiding te staan staren?

 

 

Hoeveel godverdoemmes u op uw geweten hebt?

 

 

En ik had dit jaar weer maar eens  één schroef teveel.  

 

 

En dat ik daar, mijnheer Kamprad,  bijna niet van kan slapen?

 

 

Kan u nog wel slapen, Kamprad?

 

 

 

 

*****

 

 Zaterdag 15 september.

 

 

Enfin, vandaag mocht ik dus gaan testen. 

 

 

Een testloopje. 

 

 

Niet te zot, niet te geweldig.

 

 

Ach, mijmer ik nu zomaar wat voor mij uit,  was mijn lichaam maar een bouwpakket van IKEA, dan kon ik bij een defect de inbussleutel bovenhalen en het defecte onderdeel er uit schroeven.

 

 

Maar zo werkt het helaas niet.

 

 

U, beste lezer, die hier al eens eerder een bezoek bracht, weet dat ik niet bepaald vies ben van wat dramatiek.  In de wandelgangen hoor ik soms wel eens koortsachtig fluisteren dat ik durf te overdrijven. 

 

 

Niets is minder waar.

 

 

Maar vandaag had ik me voorgenomen om het lot wat te tarten en exact dezelfde outfit aan te trekken waarin ik liep op de fatale dag 14 dagen geleden.

 

 

En dat ik naar het Bootjesven zou lopen, de plaats waar het fout liep, om God, klein Pierke, alle bomen en struiken, eenden en ganzen (Frank T. kan u op eenvoudig verzoek het verschil tussen beide soorten uitleggen) een neus te zetten.

 

 

Mark 4 weken aan de kant?

 

 

4 weken?

 

 

Belachelijk.

 

 

Ik ben namelijk the Come Back Kid!

 

 

*****

 

 

Aangekleed.

 

 

Nieuwe compressiekousen aangeklungeld.

 

 

Brooks Ravenna 3 aan de voetjes.

 

 

Nog wat tijd winnen, want hoe langer ik thuis blijf, hoe langer ik niet opnieuw gekwetst ben.

 

 

Hoe is het in Godsnaam zo ver kunnen komen?

 

 

*****

 

 

Wel, de eerste testloop is een mager beestje geworden.

 

 

Ik heb een uurtje gelopen.

 

 

Neen, dat klopt niet.

 

 

Ik heb een uurtje rondgeschuifeld tegen 9 à 10 per uur.  Geen pijn gevoeld, dat is het goede nieuws.  Het iets minder goede nieuws is dat er nog steeds iets niet goed zit in die hamstring. 

 

 

Er trekt iets, er zit iets in de weg, er wringt iets.

 

 

Mijn gemiddelde hartslag is hilarisch: 110.

 

 

Ik ben er van overtuigd dat ik een hogere hartslag heb wanneer ik een boterham met choco smeer. 

 

 

 

Maar goed, stap 1 is gezet.

 

 

Donderdag training met de atletiekclub. 

 

 

Ik mag van Tom B. meelopen, maar moet explosieve inspanningen mijden. 

 

 

Iemand zal mijn temperament moeten temperen, vrees ik.

 

 

 

 

18:18 Gepost door Mark | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

04-09-12

Lucifer

 

Lucifer

 

 

"Je hebt toch een back-up gemaakt?"

 

"Heeeuum, neen", antwoordde ik, geheel naar waarheid.

 

 

"Dus al je mails, al je worddocumenten, al je foto's en God mag weten wat nog allemaal staat enkel op de harde schijf van deze computer?"

 

 "Heeeeuum, ja".

 

 

 

"Ik zie daar toch een externe harde schijf staan van 2 terra.  Waarvoor gebruik je die dan?"

 

 

"Heeeeuum, voor mijn kop koffie op te zetten."

 

 

 

"Hè?"

 

 

"Ja, dat ding is mooi vlak bovenaan.  En de rest van mijn bureau is één grote vuilnisbelt.  En wist ik veel waar dat voor diende."

 

 

 

 

Ja, als mijn computermannetje op mijn bureau komt, dan voel ik me weer die kleine, bange schooljongen van 12 jaar. 

 

Doe alles verkeerd en heb ook nog eens een héél slecht schoolrapport gekregen. 

 

 

"Mark kan veel beter", stond er meestal te lezen.  

 

En dat klopte.

 

 

Binnen de vijf minuten heeft mijn computerman mij een schuldgevoel aangepraat, terwijl ik hem godverdomme nota bene ook nog eens betaal.

 

 

 

*****

 

 

 

Vorige zondag was mijn computer uitgevallen.  Toen ik hem opnieuw wou opstarten, lukte dat niet.  Bleek dat de zekering van de stopcontacten was gesprongen. 

 

 

 

Zekering terug ingeschakeld, computer opgezet en toen ging alles grondig fout.

 

 

 

PRRRRTTTTTTTJJJKLKLRLLLLLRLLRLMS

 

 

klonk het.

 

 

En er kwam

 

WITTE ROOK

 

 

 

uit (neen, we hebben geen nieuwe paus).

 

 

 

 En heel de kamer rook naar

 

 

DE STANK VAN OPGEBRANDE

 

ELEKTRONISCHE COMPONENTEN.

 

 

 

En dat was niet lekker.

 

 

 

 

Mijn computer staat op de kamer waar mijn vrouw strijkt. 

 

 

Mijn vrouw hoort mijn panische hulpkreten en komt als een kloeke heraut de kamer binnengestormd.

 

 

 

Wat ziet mijn vrouw?

 

 

Haar echtgenoot op de knieën naast een fel rokende PC.  Hij is als een waanzinnige snoeren uit die PC aan het rukken.  En dat zijn er dus wel een paar: printer, geluid, muis, toetsenbord, externe harde schijf (ook wel legplank koffiekop genoemd), beeldscherm, internetkabel, stroomkabel...

 

 

 

Wat doet mijn vrouw?

 

Mij ter hulp schieten?

 

Neen.  Zij begint als een bezetene het wasgoed buiten te slepen, omdat ze wil vermijden dat ze alles opnieuw moet wassen omwille van de brandlucht.

 

 

 

Dat ik ongeveer zélf in brand sta, is voor haar van ondergeschikt belang, hoogstens een bagatel.

 

 

Neen, het wasgoed dient gered.

 

 

*****

 

 

Nu ja, ik had ook niet anders verwacht van mijn vrouw. 

 

 

Ten slotte kan ze haar afkomst niet verloochenen. 

 

 

U moet weten dat haar moeder, de mémé, ook een ongezonde fascinatie heeft voor brandende computers.

 

 

 

Ooit had de mémé een computer, een afdankertje, in huis.  Gewoon gestockeerd, nooit gebruikt (de mémé vindt dat een telefoontoestel qua decadent modernisme al bijna over het randje is).

 

 

Op een dag neemt de mémé het eenzijdig besluit dat die computer weg mag.

 

 

Tegenwoordig recycleren ze die dingen tot in het waanzinnige.  Zelfs de laatste drupjes edele metalen worden in één of andere bananenrepubliek er uit gepuurd.  Ik, om maar iemand te noemen, recycleer zelfs de koffie uit gebruikte senseopads.

 

 

 

Zo niet de mémé.

 

 

Recycleren?

 

 

Dat is voor coiffeurs en janetten.

 

 

Neen, de mémé hult zich in haar lange lederen jas (type Gestapo), draait een sigaretje met een kwart pagina van de Gouden Gids, rochelt een groene fluim op, doet haar ook al groene gummi botten aan en begeeft zich naar de tuin, terwijl ze het volgende stichtende liedje scandeert:

 

 

I'm the God of Hellfire, and I bring you FIRE....

 

 

Oehoehoe (of iets van die strekking)

 

 

I'll take you to burn.

 

 

 

Computer, beeldscherm en printer in een kuil in de tuin. 

 

Een litertje afgedraaide olie en een oude autoband er overheen. 

 

 

Een lucifer er bij flikkeren en alles de hens in.

 

 

 

Zwarte rookwolken. 

 

 

Imploderend beeldscherm.

 

 

 

Dekking zoeken.

 

 

Recyclage mémé style!

 

 

*****

 

 

 

Enfin. 

 

Mijn computermannetje zegt dat de voeding wellicht opgesmoord is na een kortsluiting en dat in het slechtste geval alles kapot is: videokaart, processor, moederbord, geheugenlatjes, harde schijf en wat nog voor zooi er allemaal in een PC steekt.  En dat het goed mogelijk is dat ik ook alle gegevens zal moeten laten recoveren van die harde schijf.

 

 

Was die harde schijf opgedeeld in partities?  vraagt hij nog.

 

 

Weet ik veel.

 

 

En of ik de doos nog had van die voeding.

 

 

"Doos?", vraag ik beduusd.

 

 

"Ja, doos."

 

 

"Hoe doos?", ik opnieuw.

 

 

"Doos, karton, inpakding, verpakking."

 

 

"Waarom?", vraag ik.

 

 

"Ja, als die voeding jonger is dan drie jaar, dan zit die nog in garantie", zegt computerman.

 

 

"Dus, je wil zeggen dat ik van alle apparaten in huis de doos moet bijhouden?"

 

 

"Ja, natuurlijk", zegt de IT-nerd.

 

 

"Dus als ik het goed begrijp, dan moet ik van de 4 GSM's, de 2 laptops, de 2 PC's, de scanners, de printers, de beeldschermen, de 4 TV's, de föhn, de grasmaaier, de koffiezetapparaten, elektrische tandenborstel, de microgolfovens, de Blu-Ray spelers, de DVD's, de Playstations, de MP3's, wafelijzer, de surroundsystemen, vaatwasser, antwoordapparaten, naaimachine, faxmachines, graskantmaaiers, auto's, GPS, strijkmachines, airco's, ijskasten, diepvriezers, combi-ovens, broodroosters, friteuses, elektrische fietsen, hartslagmeters, mixers, radio's, CD-spelers, digicorders, krultangen, bladblazers, eierkoker, hakselaars, slijpschijven, wasmachine, boormachines, de groentenhakker van Piet Huysentruyt, decoupeerzagen, stofzuigers, vlakschuurmachines, stereo-installaties, snoeischaren, droogkast,  de doos bijhouden?

 

 

"Ja", zegt hij laconiek.

 

 

Ja, mijn oor.

 

 

******

 

 

Vrijdag 31 augustus 2012

 

Vandaag staat de Landlopersjogging te Wortel op het programma. 

 

Er zijn een aantal goede redenen om NIET te starten:

  • mijn hamstring rechts is nog lichtjes pijnlijk (restschade van de Descente),
  • mijn linker heupkam zeurt ook nog wat (van mijn valpartij, mijn hoogstpersoonlijke Descente dans la boue, zeg maar),
  • mijn nieuwe schoenen.

 

 

Dat laatste punt vraagt enige duiding, merk ik. 

 

Ik zie u wel vragend de wenkbrauwen fronsen, ja u daar, aan uw PC.

 

 

Mijn Sauconys waren allebei gescheurd na de Descente.  Dus zag ik mij genoodzaakt nieuwe loopschoenen te kopen.

 

En omdat ik nooit écht een goed gevoel had bij die Sauconys, wou ik absoluut terug naar mijn ouwe, vertrouwde Brooks.

 

 

Het zijn Brooks Ravenna's 3 geworden.

 

 

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder mijn nieuwe Brooks.

 

 

imagesCA7DB23O.jpg

 

Wreed schoon schoenen. 

 

Sterker nog, ik heb er zo twee; voor elke voet eentje. 

 

 

Jaaaaaa, we hebben op geen euro gekeken, het mocht wat kosten!

 

 

Maar omdat ik afgelopen week exact nul meter heb gelopen, werd de Landlopersjogging de vuurdoop voor mijn nieuwe schoenen. 

 

Je sais, volgens de bijbel van het afstandslopen mag je niet met gloednieuwe schoenen meteen een wedstrijd lopen, maar nood breekt wet.

 

Dus er waren redenen genoeg om niet te starten.

 

 

En er waren natuurlijk ook 3 goede redenen om wél te starten:

 

  • de Landlopersjogging is een fantastisch mooie wedstrijd, zeg dat Benny G. het gezegd heeft,
  • ik ben daar graag,
  • ik doe dit graag.

 

 

*****

 

Wortel bruist.

 

Een gezellige drukte.

 

Loopwedstrijdjes voor de kinderen, een omroeper die alle plichtplegingen enthousiast voor zijn rekening neemt, nadarafsluitingen, plastic afspanlinten van een of andere grootbank, spandoeken, muziek, fluovestjes, jolijt, zang en drank.

 

 

Hamburgers met gebakken uienringen strelen het reukorgaan.

 

 

Inschrijven. 

 

Landlopers_jogging_2012__1_.jpg

 Eigenbak wafels, is me dat lang geleden!  Met warme chocomelk!

 

 

Enfin, toch behoorlijk lang getwijfeld of ik wel voor de langste afstand, de 10 mijl, zou kiezen.  Maar ik besef als geen ander dat ik het me niet zou vergeven als ik niet de langste afstand zou lopen.

 

 

Omkleden.

 

 

Opwarmen.

 

 

Geen centje pijn aan de hamstrings of aan de heupkam. 

 

 

En hoe goed voelt het aan om Brooks aan de voeten te dragen, u kunt dat niet geloven.

 

 

 

***** 

 

 

Het startvak staat proppensvol.  We staan opeengepakt als sardientjes in een doosje.  In eigen nat, trouwens.

 

Volk, een massa.

 

Landlopers_jogging_2012__116_.jpg

 

En dan wordt er afgeteld tot het startschot.

 

 

We zijn weg. 

 

 

De eerste honderd meters zit ik vast tussen trage lopers en wijven met een dik gat. 

 

 

Maar ik zoek de linkerkant op (aan die kant ben ik wel meer te vinden) en kan ik beginnen aan een lekker ouderwetse inhaalrace.

 

 

 

God, wat is dit heerlijk.

 

 

Zoeven doorheen bosjes tragere lopers.

 

 

En overal bekende lopers, bekende shirts.

 

 

Kasteellopers.

 

Atletiekclub Rijkevorsel.

 

Fast Action Team.

 

Wezels Omslagpunt.

 

Afstandslopers Vosselaar.

 

GAV.

 

 

En het shirt der shirten van de club der clubs, het zwarte shirt van AVN.

 

 

En verdomme, nu zie ik het pas, het zwarte shirt met witte letters AVN van Frank T., descenteganger, minstens 30 meter voor mij.

 

 

Een rode lap op een stier.

 

 

*****

 

 

We lopen richting Kolonie, bekend terrein. 

 

 

Wortel Kolonie, dit is mijn grond, dit is mijn tempel, waar ik quasi al mijn trainingskilometers afmaal.

 

Dit is Heilige Grond.

 

 

Er beginnen gaten te vallen in de lange sliert lopers.  Het is moeilijk in te schatten op welke positie je loopt; de verschillende afstanden lopen door mekaar (6 km, 9 km en 10 mijl).

 

 

De lange klinkerweg richting Kolonie.  Tijd om wat rond te kijken en inschattingen te maken.

 

 

In de verte nog een zwart shirt; looplegende Jan H., onbereikbaar als altijd.

 

 

Maar verdorie, wat bezielt Frank toch om zo'n moordend tempo te lopen.  Ik zit echt alles te geven en ik kom nauwelijks iets dichterbij (Frank loopt de 6 km, dus in feite hoef ik niet tot bij hem te lopen, maar alles is prestige,....).

 

 

Het groepje rond mij valt uit mekaar.  Jammer, want er staat wel wat wind. 

 

 

Een tiental meter voor mij uit loopt Paul V.R., ijzersterke duatleet uit Wuustwezel.  Ik begin me te realiseren dat ik hier niet op mijn plaats zit.  Paul volgen is waanzin.

 

 

Ik merk dat ik het gat op Paul niet alleen kan dichten en kijk om, op zoek naar hulp. Het uitgedund groepje loopt achter mij; ik besluit om ze bij mij te laten komen zodat ik wat kan schuilen voor de wind.

 

 

En ik denk vertwijfeld: Frank, hou nu toch eens op met dat geknal!

 

 

Wanneer het groepje eindelijk aansluit, merk ik dat Roland S. in dit groepje zit.

 

 

Dat kan ik dan weer niet verdragen.  Sympathieke gast, daar niet van, maar die moet er af.

 

 

Opnieuw leg ik de pees er op, enkele volgen, anderen lossen.

 

 

Bocht om, waterbevoorrading.

 

 

En plots staat Frank stil.  Hij pakt een bekertje water.

 

 

Beduusd loop ik verder.

 

Dit had ik niet verwacht.

 

 

 

***** 

 

 

 

Via de onverharde dreef komen we aan het punt waar de 6 km rechtdoor gaat en de langere afstanden rechtsaf moeten, richting Bootjesven.

 

 

Ik blik om en zie dat Roland S. (die de 9 km loopt) heeft moeten afhaken.

 

 

Ik knor tevreden.

 

 

Lekker hoe de wedstrijd verloopt.  Het voelt aan alsof ik er controle over heb.

 

 

De eerste kilometers heb ik de gashendel serieus opengegooid, maar zonder het gevoel te hebben dat ik me voorbij heb gelopen, ik heb niet het gevoel dat ik het tempo moet ondergaan.  En ik voel me prima, met nog wel een paar truukjes in de mouw en nog wat reserves in de tank.

 

 

En nu de machinerie écht goed op bedrijfstemperatuur is, merk ik van pijntjes of restschade niets meer.

 

 

*****

 

 

Bootjesven links van mij.

 

Dit is mijn speeltuin.

 

 

Ik besluit mijn metgezellen achter te laten en proberen aan te sluiten bij Paul, die nog altijd een meter of 15 voor mij uitloopt.

 

 

*****

 

 

Ik kijk nog eens achterom, zien wie waar zit .....

 

 

..... en toen gebeurde het.

 

 

 

Een verschroeiende pijnscheut in mijn linker hamstring.

 

 

Ik grijp in een reflex naar mijn bil, zet nog twee pijnlijke stappen en kom tot stilstand.

 

 

In een flits besef ik: game over.

 

 

 

God, neen.

 

 

 

NEEN !!!!

 

 

Niet opnieuw!!!

 

 

 

 

 

Lopers schieten me voorbij.

 

 

Roepen me iets toe, woorden die niet eens tot me doordringen...

 

 

Er is iets geknapt, iets gescheurd in mijn bil. 

 

 

De rechterbil was pijnlijk voor de start, maar o bitterzoete ironie, het is mijn linker die het begeeft.

 

 

 

Ik sta licht voorover gebogen de schade op te nemen. 

 

 

Ik krijg mijn linkerbeen niet meer gestrekt. 

 

 

De pijn is overweldigend, maar het hartzeer is mogelijk nog erger.

 

 

Het besef dat het weer kapot is, begint binnen te sijpelen.

 

 

Nog één keer probeer ik lichtjes te joggen, maar ik moet het hoofd buigen.

 

 

Het zweet loopt van mijn lijf, terwijl mijn ademhaling terug een normaal ritme vindt. 

 

 

 

Het maalt in mijn hoofd. 

 

 

Het snijdt.

 

 

Clubgenoten zien me vertwijfeld langs de kant staan. 

 

 

Bezorgde blikken, een aanmoedigend woord.

 

 

De ontgoocheling verbijten.

 

De pijn verbijten.

 

De tranen verbijten.

 

 

 

Nog steeds trekt de karavaan lopers aan mij voorbij, terwijl ik mankend, sakkerend en innerlijk jankend aan de kant sta. 

 

 

Het geluid van het knarsende grind onder zovele loopschoenen.

 

 

 

En na wat een eeuwigheid lijkt, is de laatste loper voorbij.

 

 

 

***** 

 

 

 

Ik sta moederziel alleen in de bossen van Wortel. 

 

 

Geen levende ziel te bespeuren. 

 

 

Gek dat hier daarnet nog een wedstrijd voorbij trok. 

 

 

Nu ben ik hier, alleen. 

 

 

Omgeven door monumentale stilte.

 

 

Niets meer te bespeuren van de hectiek.

 

 

 

En ik ben kilometers weg van de startplaats. 

 

 

In de verte zie ik seingevers.

 

 

Ik mank in hun richting.

 

 

Ze zeggen me dat ik kan wachten tot de wedstrijd voorbij is, en dan daarna met hen mee kan rijden.

 

 

 

Ik heb geen zin om te wachten. 

 

 

Ik koel ook behoorlijk snel af. 

 

 

En eigenlijk wil ik niemand zien, niemand horen. 

 

 

Eigenlijk wil ik hier niet zijn.

 

 

Ik wil desnoods mijn ziel verkopen aan de duivel, in ruil voor een intacte hamstring.

 

 

 

Ik mank verder. 

 

 

Een misstap stuurt nog eens een verzengende pijnscheut door de linkerbil.

 

 

 

Eindeloze dreef.

 

 

Vogels fluiten.

 

 

Bomen ruisen.

 

 

Een wandelaar met een hond.

 

 

 

Sombere gedachten.

 

 

Schrijnend.

 

 

Ik ben dit zo hartsgrondig beu.

 

 

Ik geef het op.

 

 

Ik stop ermee. 

 

 

Het is me het allemaal niet meer waard. 

 

 

 

***** 

 

 

 

Ik mank verder door de dreef. 

 

 

Parallel aan deze dreef loopt de wedstrijd. 

 

 

Ik kan ze goddank niet zien lopen. 

 

 

Maar in mijn hoofd lopen ze daar wél. 

 

 

Ze hijgen, zweten, lopen!

 

 

Ik adem, ril, mank!

 

 

 

Het begint lichtjes te motregenen.

 

 

Onder het bladerdek van de statige bomen heerst relatieve duisternis. 

 

 

In harmonie met mijn gedachten. 

 

 

Een blad wordt opgejaagd door een windstoot. 

 

 

Hoe eenzaam kan een mens zich voelen?

 

 

Door God verlaten.

 

 

Ik strompel eindelijk het bos uit.

 

 

Ik kijk om mij heen. 

 

 

En blijf even stilstaan.

 

 

Achter mij schilderen de laatste zonnestralen een majestueuze regenboog tegen de horizon.

 

 

 

Nog enkele honderden meters manken en dan beland ik weer op het parcours.

 

 

En ik zie in de verte de winnaar op de 10 mijl lopen. 

 

 

En de tweede.

 

 

En de derde.

 

 

 

 

 

Ik ben moe. 

 

 

Leeg.

 

 

Maar vooral ontgoocheld.

 

 

In mezelf.

 

 

In mijn lichaam.

 

 

 

*****

 

 

Maandag 3 september 2012

 

Jezus, wat is mijn dokter een eigenwijs man.

 

Is voor geen rede vatbaar.

 

Wil niet luisteren naar wat ik wil.

 

En zit maar te zeuren over rust.

 

Dat ik minstens 4 weken niet mag lopen.

 

En dat het volgende week al een héél stuk beter zal zijn, maar dat ik dan absoluut niet de fout mag maken om te proberen te gaan lopen.  Want dat ik dan binnen het uur terug bij hem in zijn kabinet zal staan.

 

 

4 weken niet lopen.

 

4 weken.

 

4.

 

 

Dat is niet wat ik wil horen.

 

 

12:52 Gepost door Mark | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |