28-08-12

Twee koffies en een Chimay

 

 

Twee koffies en een Chimay

 

 

Zaterdag 18 augustus 2012

 

 

Het zomert ongenadig hard in de Kempen. 

 

 

Toen ik daarstraks de auto startte, moest ik onwillekeurig denken aan die ene verkeerstip van de pechverhelper.  Tijdens de zomer krijgen ze namelijk redelijk frequent af te rekenen met platte batterijen omwille van de airco in de wagen die teveel energie vreet bij het opstarten van de wagen.  Hun tip was om de airco niet meteen volle bak te zetten, maar hoogstens 6 graden minder dan de buitentemperatuur.

 

 

Ik kijk op het display van mijn boordcomputer.

 

 

Buitentemperatuur: 36 graden.

 

 

Moet ik nu mijn verwarming op 30° zetten??????

 

  

 

*****

 

 

Donderdag 23 augustus.

 

 

Een tweedaagse vakantie in de Ardennen.

 

We brengen een bezoek aan de grotten van Remouchamps

 

 

Het is even wachten op de gids; Wallonië, u weet wel.... 

 

 

Dan maar wat mensen kijken. 

 

 

Altijd leuk. 

 

 

 

Een blondine vraagt hormonaal onze aandacht. 

 

Leeftijd: moeilijk in te schatten, maar toch behoorlijk wat kilometers op de teller. 

 

Ze heeft een topje aan dat wanhopig probeert de konijnen in het hok te houden. 

 

Ellenlange benen eindigen in een jeans shortje. 

 

Een shortje waar weinig stof aan verloren is gegaan. 

 

Ik bedoel maar: sommige van mijn zakdoeken zijn groter. 

 

Een shortje dat in bepaalde kontreien vraagt om een arrestatie voor openbare zedenschennis. 

 

 

 

Het is 10 graden in de grot.

 

 

Ze heeft het koud.  Dat wordt aanschouwelijk gemaakt in het topje.

 

 

Plots, en dit is ongelogen, laat ze haar jeansbroekje langs haar benen naar beneden glijden.  Een hele lange afdaling, dat moet gezegd.

 

 

Zeggen dat ik overvallen werd door een lichte vorm van consternatie is vermoedelijk dé understatement van de week.

 

 

Onder het shortje bevindt zich een zwart broekje.

 

 

Geen Sloggi (100 % Katoen, kookwas) waar alles grondig in kan opgeborgen worden, neen, eerder een zwart frivool ding dat uiterst geschikt is om de French Cancan mee te dansen.

 

 

Omdat ik vanuit mijn standpunt niet goed kon inschatten of het synthetische niemendalletje een string was, schuifel ik wat weg van mijn vrouw om enerzijds de nodige vaststellingen daaromtrent te doen en om anderzijds de derrière van deze deerne ten gronde te kunnen bewonderen. 

 

Een kuchje van vrouwlief maakt een voortijdig einde aan dit vermetel plan. 

 

Ook mijn fototoestel mag dit tafereel niet vastleggen, meen ik uit de ontradende blik van mijn vrouw te kunnen opmaken.

 

 

De vriend van de blondine reikt haar een grijze legging aan.  Twee seconden later is ze er in geglipt en stapt ze terug in haar short. 

 

 

Of het een string was? 

 

 

Ik vermoed van wel. 

 

 

Er stond een heerschap beter opgesteld om daarover uitsluitsel te geven en uit diens glazige blik en het feit dat hij vlak daarna met zijn kop tegen een stalactiet aanliep, durf ik te concluderen dat het inderdaad een string was. 

 

 

Of was het een stalagmiet?

 

Tiet is tomber, niet?

 

Miet, monter.

 

Dus tiet.

 

 

*****

 

 

 

Hoewel de gids ons in Di Rupiaans Nederlands vertelt dat de Rubicon deze grot uit de bergwand heeft uitgesleten, heb ik toch de indruk dat de grot eerder uitgesleten werd door de duizenden voeten van verveelde scholieren en luidruchtige Hollanders.

 

HPIM1095.JPG

 

 

De rondleiding eindigt met een traject per bootje.  We dobberen door donkere, smalle gangen.  De doorgang is bijwijlen zo laag dat we diep voorover moeten buigen in onze sloep. 

 

 

De gids merkt op dat begin 20ste eeuw de doorgang breder werd gemaakt met behulp van explosieven. 

 

 

De sloep wordt aangedreven door mankracht; de gids gebruikt een houten stok waarmee hij zich telkens afzet tegen de rotswand.  Op een bepaald moment duwt hij zich krachtig af tegen de wand, waarop een stukje van de wand het begeeft en in het water stort.  Ik verzeker u dat ik het boeltje toen niet helemaal meer vertrouwde....

 

 

HPIM1136.JPG

 

Ninglinspo, nog zo'n klassieker.

 

 

HPIM1103.JPG

 

En wanneer we het pad bewandelen van de toeristische archeologie, dan mag Coo zeker niet ontbreken...

 

HPIM1146.JPG

 

 

*****

 

 

Zaterdag 25 augustus 2012.

 

 

De tweedaagse reis heeft deze week onthoofd qua sportieve inspanningen.  Nauwelijks gelopen, nauwelijks gefietst.

 

 

De laatste keer dat ik liep was zondag 19 augustus.  Om de tropische hitte te vermijden heb ik mijn duurloopje in alle vroegte afgewerkt.

 

Ik trok de voordeur achter me dicht om 6u50 en was dik anderhalf uur later terug thuis. Het was koel, hoogstens 22°, nog een geluk dat ik een dikke trui had aangetrokken, en een muts.

 

 

Dinsdag heb ik gefietst, 88 kilometer aan 30,2 km/u gemiddeld.

 

 

En verder niets, behalve ijsjes, sorbet, viergangenmenu, café au lait, vin blanc sec et patati et patata...

 

 

Morgen is het de Descente de la Lesse.

 

 

Niet per kajak.

 

 

Per loopschoen.

 

 

En dus dacht ik vandaag een snipperdag te nemen.  Niet lopen, rusten.  Ik zou kunnen gaan fietsen, maar stel dat ik val en een paar m² schaafwonden oploop? 

 

 

Dat zou ik me niet kunnen vergeven.

 

 

Want de Descente de la Lesse is, naast de 20 Km door Brussel, één van de belangrijkste afspraken van het jaar.  

 

 

 

 *****

 

 

Zondag 26 augustus 2012.

 

 

Op de tast vind ik mijn Polarhorloge.

 

3u30 geeft die groen oplichtend aan.

 

Ik lig wakker. 

 

 Al een tijdje.

 

En het regent. 

 

Ook al een tijdje.

 

Taakspanning.

 

 

5u30.

 

Opnieuw wakker.

 

Nu trekt een onweer in de verte voorbij.  Enkele bliksemschichten en wat vaag gerommel. 

 

De regendruppels roffelen ritmisch op het dak.

 

 

6u15.

 

Ik schiet wakker van het alarm van mijn Polar. 

 

De opeenvolgende hazenslaapjes hebben me gesloopt.  Ik voel me belabberder dan om 3u30. 

 

Naar beneden sluipen, rugzak meesmokkelen.

 

Aankleden, GSM, geld, boterhammen voor straks in de auto smeren, waterflesje uit de koelkast halen. 

 

 

Pasta opwarmen.

 

Om het hele huis niet wakker te pingen met de microgolf, warm ik de tagliatelle (met minimale saus) op in een steelpannetje. 

 

Tagliatelle brandt meteen aan. 

 

 

Water bijkieperen.

 

Brandt weer meteen aan...

 

 

Fuck it. 

 

 

Dan eet ik het zo maar op. 

 

Lauw.

 

 

 

 

 

De rugzak nog eens minutieus doorlopen. 

 

Ik heb alles bij.

 

 Nog een allerlaatste sanitaire stop.

 

*****

 

 

7 uur.

 

Een auto stopt.

 

Frank en Hild, mijn  compagnons de route vandaag.

 

 

 

We zetten koers naar Dinant, waar de Copères wonen. 

 

Dinant, stad van Leffe, zoete koek, Flamiche en glanzend koperen Dinanderie

 

Dinant, stad van Adolphe Sax en Dominique Pire. 

 

Dinant, stad van de Collégiale, Roche Bayard en de Citadel. 

 

Dinant, stoffig lint aan de oever van de wispelturige Maas.

 

Dinant, waar de Lesse zich verzoent met de Maas.

 

 

 

***** 

 

images.jpg

 

De reis verloopt voorspoedig; we worden niet geflitst, we rijden niet verkeerd en alle onderwerpen worden tot algemene tevredenheid besproken. 

 

 

Kinderen en hoe ze op te voeden.  En dat het vechten tegen bierkaaien is.

 

Echtgenoten en hoe ze bij te sturen.  Ook bierkaaien.

 

Lopen en blessures.  Bierkaai en bierkaai.

 

 

*****

 

 

Dinant slaapt nog half.

 

Het leven in Dinant komt stilletjes op gang.

 

Inboorlingen kopen brood.

 

 

 

Maar aan het Casino is het een en al bedrijvigheid. 

 

Overal lopers, overal auto's tevergeefs op zoek naar een parkeerplaats. 

 

 

Frank draait een steegje in dat op het eerste zicht te smal is om een auto doorheen te jagen.  Dat steegje komt uit in een straatje, Rue de la Grèle, waar zelfs het wagentje van Google Streetview het bestaan niet eens van wist.  Daar parkeert Frank zich in een gaatje dat eigenlijk een halve meter te klein is voor zijn wagen.  Een waar mirakel.  We klappen de zijspiegels in, zodat er toch nog een voetganger (met beperkt BMI) voorbij kan.

 

 

We staan geparkeerd.  Wegslepen zullen ze ons niet, de straat is te smal voor een sleepwagen.

 

 

*****

 

 

Casino Dinant.  De aankomstzone.

IMG_3483.JPG

 

 

Salle La Balnéaire is het zenuwcentrum van de Descente. 

 

IMG_3440.JPG

 

We begeven ons naar de inschrijfstand.  Ik ben vooringeschreven, dus moet ik enkel de enveloppe met borstnummer en chip ophalen. 

 

 

Aan de balie kan ik me met geen mogelijkheid mijn borstnummer herinneren. 

 

 

"Kelet votere nummero?" vraagt de inschrijfmadame.

 

Ik dacht 1477. 

 

"Mil katsent swasente disset", zeg ik dus.

 

Zit er niet tussen.

 

Merde, dus.

 

 

1377 bleek bij nadere controle.

 

 

Scheelde niet eens overdreven veel.

 

 

*****

 

 

Omkleden, tepels afkleven, mensen observeren, Frank wat pesten, tenen invetten met antiwrijvingscrème, wauwelen, Frank de voorkant van mijn shirt laten zien (die kant kende hij nog niet goed, de achterkant wel), WC-inspectie, twijfelen over de garderobe, wat druivensuiker afschooien van Frank, een plastic zakje afluizen van Frank (om de druivensuiker in te steken), enfin het betere voorbereidende ritueel, quoi?

 

Ik heb een enorme grijze plastic vuilzak voorzien van drie extra gaten; voor hoofd en armen.  Zal nodig zijn om warm en droog te blijven.  Het regent nog steeds en er staat ook redelijk wat wind.

 

 

*****

 

 

De lopers worden per bus naar de start in Houyet gebracht. 

 

Rond half tien (laatste bus om tien uur) stappen we met zijn vieren op de bus.  Frank, Hild, Rudy (bevriende mogendheid uit Loenhout) en uw scribent.

 

Zitplaatsen, dat spreekt voor zich.

 

Houyet is per bus véél minder ver van Dinant dan per loopschoen.

 

 

*****

 

 

Houyet.

 

Troosteloos dorpje. 

 

Ook wel omdat het een grijze, miezerige dag is. 

 

 

We zoeken beschutting onder een piepklein afdakje. 

 

Kijken mekaar aan. 

 

Doen we dit eigenlijk wel graag?

 

 

Nog een laatste sanitaire stop, wat opwarmen, en dan maken we ons klaar om van start te gaan.

 

 

Dit staat ons te wachten.

profil2008.jpg

Grijs: asfalt.

Groen: bos, modder, rotsblokken, krokodillen,...

 

 

De kilometers tellen af naar de finish.

 

*****

 

 

We wensen mekaar succes en een behouden vaart en dan wordt de wilde meute los gelaten.

 

ATH_5724.jpg

 

 De eerste honderden meters lopen doorheen Houyet, lekker asfalt.

 

ATH_5743.jpg

 

De brug over de Lesse en dan linksaf, de natuur in.

 

 

De modder in.

 

Plassen over de ganse breedte van de weg. 

 

 

Lopers springen naar de zijkant, een enkeling dendert er doorheen en spettert ons nat.  Het is constant zoeken naar droge plaatsen, uitwijkmogelijkheden voor modder of rotsen, en vechten voor je positie. 

 

Tot de klim van Clinchamps is het zaak vooraan in de wedstrijd te zitten, zoniet wordt het aanschuiven op de eerste klim van de dag.

 

 

De eerste twee kilometer leg ik af op 7 minuten en 26 seconden.  Redelijk snel, maar we voelen ons prima.

 

 

Een paar houten platen doen dienst als brugje over een klaterend zijriviertje: dit is de voet van de klim naar Clinchamps.

 

 

Alle hens aan dek. 

 

Dit is de eerste zware opdracht van de dag.

 

 

Wandelen tegen een glibberige bergwand.  Jezelf optrekken aan takken en boompjes.  Een waanzinnige kilometer klimwerk brengt ons een kleine honderd meter hoger.  Zelfs stappen valt zwaar, je voelt je kuiten verzuren en verkrampen tegen deze kuitenvreter met een hellingsgraad tot 46%.

 

Deze slopende klim van 1 kilometer kost me maar liefst 6 minuten en 50 seconden.  Het leek wel een eeuwigheid.

 

Het laatste stuk bergop is terug relatief beloopbaar en brengt ons naar Gendron, waar een eerste bevoorradingspost verkoeling brengt...

 

 

De lange sliert lopers slingert doorheen het ingeslapen dorpje. 

 

 

Asfalt onder de voeten, afwisselend klimmen en dalen. 

 

 

We lopen het dorpje uit, en krijgen nog meer godsgruwelijk klimwerk voor de voeten geworpen.  Het dak van de wedstrijd ligt ongeveer 1 kilometer verder, een kilometer die ik afleg in 4 minuten en 35 seconden, wat toch iets té voortvarend was.

 

 

Ik loop weg van iedereen.

 

 

Dan volgt, vanaf kilometer 17, de afdaling van de Chapelle du Comte, twee dolle kilometers bergaf. 

 

 

Het is razend gevaarlijk.  De ondergrond is wisselend, geaccidenteerd, onvoorspelbaar.  Rotsen, grind, zand, uitgesleten bochten, bochten die verkeerd hellen, geulen uitgevreten door regenwater.  Het is springen en ontwijken en hypergeconcentreerd de ondergrond inschatten.  Focus!

 

 

De vorige edities vloog ik hier als een losgeslagen gek naar beneden, maar nu ben ik verplicht om met de handrem op te lopen.  Mijn Saucony schoenen bieden erg weinig grip, en op de echt steile stukken voel ik me verschillende keren licht doorschuiven.  Niet goed voor het vertrouwen. 

 

 

Iedereen loopt, of beter, vliegt me voorbij. 

 

 

De eerste kilometer haal ik na 4m 11s, de tweede na 4m 40s.  U merkt het, daarstraks klom ik ongeveer even snel. 

 

 

Ik durfde niet sneller naar beneden.  Het heeft geen zin om enkele seconden goed te maken en in ruil zwaar onderuit te gaan.

 

 

Van kilometer 15 tot kilometer 13 lopen we in de vallei, in de winterbedding van de Lesse.  Het is relatief vlak, maar de verschillende modderzones maken het lastig om in het ritme te komen.  Sommige doorgangen zijn smal en lopen langs witgekalkte obstakels in de vorm van boomwortels en rotsblokken.  De ongelijkmatige trappen op kilometer 14, gemaakt uit blokken natuursteen, zorgen weer voor een opstopping, waar je stapvoets verder moet.

 

 

*****

 

 

Dan bereiken we de brug van Gendron Gare, waar de 13 km start en waar er bevoorrading is.  Ik grijp een tablet druivensuiker, probeer het al lopend en zwaar ademend op te kauwen, pak een beker water, giet die over mijn hoofd, neem een tweede beker en spoel de druivensuiker uit mijn mond door.

 

 

Nu volgen er een paar relatief makkelijke kilometers.  Asfalt en met licht glooiend karakter. 

 

 

Al degenen die me in de afdaling achterlieten, moeten er aan geloven.

 

 

Ik haal ze allemaal bij en draai kilometers van 4m 11s en 4m 19s.  Ik voel me prima. 

 

 

We passeren het Nationaal Park van Furfooz en de Aiguilles de Chaleux

 

De benzinetank is bijlange nog niet leeg!

 

Halfweg wedstrijd kom ik door op 49 minuten en 59 seconden.

 

 

*****

 

 

De spoorwegbrug!

 

Weer zo'n herkenbaar punt in de wedstrijd.  Langs de ene kant de talud op via ongelijke trappen, die ik per twee probeer op te stappen.  Brug over en langs de andere kant via een glibberig pad naar beneden.

 

 

Net als vorig jaar worden we gewaarschuwd voor een modderige zone.

 

 

Ik loop vlotjes de modder in.

 

En voel meteen mijn rechtervoet bij landing wegschuiven.

 

 

Finaal wegschuiven.

 

 

Wanneer ik mijn linkervoet neerplant om het evenwicht te bewaren, schuift ook deze razendsnel onder me weg.

 

 

Een milliseconde én één adrenalinestoot later knal ik op mijn linkerflank languit in de modder.

 

 

Gelukkig raak ik geen stenen.  Toch voelt mijn heupkam behoorlijk pijnlijk aan.

 

 

 

Vreemd is dat.

 

Daarnet vloog ik nog over Ardeense wegen, nu ben ik geland en lig ik stil in de modder.

 

 

Ik klauter beduusd recht, schud kluiten modder van me af en probeer terug te vertrekken.

 

 

En schuif nogmaals uit.

 

 

Er zit niets anders op dan behoedzaam te stappen door de enkeldiepe vermalen leemachtige waterige modder, die gladder is dan ijs.

 

 

Het is schuiven van links naar rechts, terwijl mijn loopschoenen verworden zijn tot dikke, zware slijkklompen. 

 

 

Ik vloek als een ketter.

 

 

Ik zweet als een beest, maar vermits mijn handen vol modder hangen, kan ik het niet eens afvegen.

 

 

Ik ben niet de enige die onderuit gaat.  Vlak voor mij gaat nog iemand feestelijk op zijn bek.  Overal gesakker en gevloek in diverse talen.

 

 

Lopers met betere grip (en met meer vertrouwen) lopen me bij bosjes voorbij.  Tientallen.  Al diegenen die ik de afgelopen kilometers achter mij heb gelaten, komen me nu opnieuw voorbij.

 

 

Het is om gestoord van te worden.

 

 

Ik ploeter verder.

 

 

300 meter duurt deze beproeving en die zone zorgt voor een verschrikkelijk trage kilometer (9m 47s). 

 

 

Eens de modderzone achter me, probeer ik zoveel als mogelijk de modder van mijn schoenen te lopen.  Ik zoek elke plas op en probeer wat in het hogere gras te lopen.

 

 

*****

 

 

Maar veel tijd is er niet om te bekomen van de emoties.

 

 

Ik pak mijn laatste tablet druivensuiker (nu met gratis knarsende moddersmaak) en prevel een schietgebed...

 

 

....want nu komt de tweede klim van de dag. 

 

 

 

De klim naar Walzin. 

 

 

125 hoogtemeters overwinnen op 1 kilometer.  De aanvangsmeters zijn nog best te belopen, maar nadien volgen een paar lussen omhoog die érg nijdig klimmen.

 

 

De vorige twee jaar stond ik hier telkens te voet.  

 

 

Maar de ergernis  omwille van mijn valpartij en de opgewekte adrenaline drijven me verder. 

 

 

Mark zal dit jaar niet plooien op de klim naar Walzin! 

 

 

Een keer of drie sta ik op het punt toch te gaan wandelen, maar ik bijt door en loop helemaal tot boven.  Ik loop weer in op zovele lopers die noodgedwongen moeten wandelen.

 

 

Die zware kilometer kost me 7 minuten en 16 seconden.

 

 

***** 

 

 

De ruïne van Cavrenne betekent dat de top is bereikt.

 

 

Ik ben boven!

 

Doodop.

 

Stikkapot.

 

Helemaal op.

 

 

*****

 

 

Eventjes nog wat vlakke meters in het bos en dan is het loeihard over het asfalt naar beneden.

 

 

De eerste meters voel ik meteen een zeurende pijn in de rechterhiel; het op de voorvoet lopen tijdens de klim heeft de voetpees toch parten gespeeld.

 

Ik neem het zekere voor het onzekere en besluit ook deze afdaling niet voluit naar beneden te knallen.  De kilometer bergaf doe ik rustig aan (4m 9s).  Elke landing doet pijn aan de hiel.

 

Opnieuw komt iedereen me voorbij gesneld.  Dat moet ongeveer de vierde keer zijn deze dag.

 

 

*****

 

 

De razende afdaling is voorbij.  De beproeving nog niet.

 

_DE34430.JPG

De linkerflank besmeurd, modderschoenen.

 

Nu volgen nog 6 lange kilometers die afwisselend lichtjes klimmen en dalen. 

 

 

En tot mijn verbazing is het bobijntje nog niet af. 

 

 

Ik begin opnieuw aan een inhaalrace.  En merk dat ik nu pas terug in het gezelschap kom van de heren die bij mij zaten toen ik onderuit ging in de modderzone.  Ik loop kilometers van om en bij de 4m30s.

 

_DE34483.JPG

Frank.

 

_DE77055.JPG

Hild.

 

 

 

*****

 

 

En dan bereiken we eindelijk het punt waar de Lesse zich in de Maas stort.

 

We lopen op het jaagpad naast de Maas. 

 

In de verte wacht le Viaduc Charlemagne.

 

 

De laatste kilometers zijn eenzaam. 

 

De pijn is je enige metgezel.

 

Roche Bayard.

 

De vier heemskinderen.

 

Nog even.

 

Even nog.

 

En dan eindelijk de verlossing.

 

Finish.

 

IMG_1680.JPG

120ste positie,  1u 44m 18s, 19de veteraan 2.

 

IMG_1714.JPG

Frank: 156ste, 1u 46m 57s, 57ste veteraan 1

 

 

Hild werd 706de, na 2u 29m 25s en werd 47ste in haar leeftijdscategorie.

 

 

*****

Aankomstzone.

 

 

Ik grijp naar alles wat eten is.  Stukjes banaan en sinaasappel.

 

Ik grijp alles wat de dorst lest.  Water, sportdrank.

 

 

De chip voor tijdsregistratie moet van mijn schoen gehaald worden. 

 

Iemand ziet me tevergeefs worstelen met mijn veters en komt me helpen.  Ik sta te daveren van uitputting en van de kou.

 

 

Frank komt binnen en we wisselen indrukken uit.

 

Nu pas stel ik vast dat mijn Polarhorloge onder de modder zit.  Mijn schoenen zijn onherkenbaar.

 

Ik krijg gevoelloze vingers van de kou en besluit mijn rugzak op te halen en te gaan douchen.

 

 

*****

 

 

Vlak aan de douchetent zijn er tuinslangen om de schoenen af te spuiten.  Ik spuit de hardnekkige modder van mijn schoenen en merk dan dat van beide schoenen de bovenbekleding gescheurd is.  Links een paar centimeter, rechts een centimeter. 

 

Niet goed.

 

 

 

Ik voel me verkrampen van de kou.

 

Snel de tent binnen. 

 

Het is er nog niet hels druk.

 

 

***** 

 

 

 

Strippen.

 

Douchen.

 

 

Ik sluit mijn ogen en laat het heerlijk warme water over mijn beurs gebeukte lijf stromen. 

 

Ik zou er een eeuwigheid kunnen onder blijven staan.

 

Het warme water spoelt de modder van me af.

 

Spoelt de ellende van me af.

 

 

En het besef druppelt binnen.

 

Het besef dat het alweer achter ons ligt.

 

 

Ik kleed me aan.

 

De warmte doet deugd.

 

En met de warmte voel ik een zalige vermoeidheid bezit van me nemen.

 

 

Ik slenter naar de tent van het Rode Kruis.

 

En laat mijn hiel verzorgen.

 

Flexium gel.

 

 

*****

 

 

Een terrasje langs de Maas.

 

Onder vrienden.

 

Belevenissen, indrukken.

 

Tevredenheid.

 

 

Een terrasje langs de Maas.

 

Bloedbroeders.

 

Twee koffies en een Chimay.

 

En wilde plannen.

 

 

 

 

_DE76864.JPG

 

 

 

19:25 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

Je verwoordt het altijd zo mooi, ik heb glimlachend en dromend zitten meelezen, het was alsof ik er bij was. En die voldoening achteraf, het lome gevoel, wetende dat je een ferme prestatie hebt geleverd, dat is al een beloning op zich!! Heel knap gelopen, en verzorg je hiel!

Gepost door: Sandy | 28-08-12

Reageren op dit commentaar

Je schildert het weer zo mooi dat ik al bijna overtuigd ben in 2013 zelf mee te doen! En proficiat met de prestatie!

Gepost door: Geertje | 29-08-12

Reageren op dit commentaar

Post een commentaar