27-07-12

De mier en de Galibier

 

De mier en de Galibier

 

 

Vrijdag 27 juli.

 

 

Het is smoorheet in de Kempen.

 

Het zindert.

 

De hitte doet de lucht trillen boven de zwarte daken.

 

De mussen vallen dood uit de goot.

 

 

Ik lig op mijn rug in de tuin.

 

Onder mijn boom.

 

Te niksen.

 

En tel de blaadjes.  Zodat ik straks, in de herfst, kan controleren of ik ze allemaal heb bijeen geharkt.

 

 

Naast mij ligt mijn vrouw.

 

Op een ligzetel.

 

Ik lig op een handdoek.

 

Er moet verschil zijn.

 

 

*****

 

 

Mijn vrouw heeft deze ochtend een kop hete thee over haar linkerbeen laten vallen, godzijdank had ze een broek aan. 

 

Nu ik vorige zin even herlees, wek ik de indruk dat mijn vrouw altijd in haar ondergoed door het huis dartelt. Helaas, waarde lezer, zoveel geluk valt mij niet dikwijls te beurt.

 

 

Enfin, dus een kop hete thee over haar bil.

 

 

Met toch wat brandwonden tot gevolg. 

 

 

Omdat mijn vrouw een medische opleiding heeft genoten, moest daar flamazine en een verband rond gedrapeerd worden. 

 

 

Ze verbeet de pijn.  Manmoedig.  En merkte op dat vrouwen toch beter getraind zijn om pijn te verdragen.  Waarop ik niet kon nalaten op te merken dat het toch maar een kleine brandwond was, en dat ze in deze een voorbeeld moest nemen aan Jeanne d' Arc.

 

IJskoude blik. 

 

Erg verkoelend.

 

 

 *****

 

 

Ik lig dus onder mijn boom, op mijn rug, blaadjes te tellen.

 

En te mijmeren.

 

 

Kind 2 heeft inmiddels officieel zijn rijbewijs gehaald.  Dus weg met het voorlopig rijbewijs.  Nu is het voor echt.  En dus raast Kind 2 over Vlaamse asfaltwegen met een volle tank, betaald met de creditcard van de man die op zijn rug in de tuin ligt, onder de boom, blaadjes tellend.

 

 

*****

 

 

Deze ochtend zat er een schrijven van de Politie in onze bus.

 

 

Eerste reactie vroeger was dan: Shit, de vrouw heeft weer maar eens een té zware voet gehad.

 

Eerste reactie nu is: Shit, Kind 2 of de vrouw heeft weer maar eens een té zware voet gehad.

 

Ja, met de verkeersboetes die wij al hebben gescoord, hebben ze een nieuwe asfaltlaag kunnen leggen op de E-19 tussen Meer en Merksem.

 

 

Enfin, dus een schrijven van de politie.

 

We rukken gefrustreerd de enveloppe open en tot onze verbazing dwarrelt het rijbewijs van Kind 2 op de tafel.  Was klaarblijkelijk door de politie gevonden in Malle.  We wisten niet eens dat Kind 2 zijn rijbewijs verloren was.

 

 

De brief heeft ons bereikt op vrijdag 27 juli.

 

Nu mag u eens raden hoe lang Kind 2 dat rijbewijs op zak had.

 

 

Neen, fout.

 

Denk vooral niet in weken.

 

 

Neen, ook fout.

 

Denk ook niet in dagen.

 

 

Nope, weer eens fout.

 

 

Inderdaad, binnen de 24 uur.

 

 

Dinsdag 24 juli heeft Kind 2 zijn rijbewijs afgehaald op het stadhuis, op woensdag was hij het kleinood al kwijt.

 

Daar moet ergens een wereldrecord in zitten.

 

Ja, een wereldrecord, papa is zo fier als een pauw, of neen, doe maar een gieter (met die warmte).

 

 

Maar zoals gezegd, Kind 2 is mobieler dan ooit, en dus quasi nooit thuis. 

 

Wat soms een verademing kan genoemd worden  (zeker bij dit soort weer).

 

 

*****

 

 

Kind 1 is ook niet thuis.  Is bij een vriend bamboe gaan snoeien.  Gratis. 

 

Ja, zijn kamer ziet er uit alsof er een bom ontploft is, maar opruimen, ho maar.  Liever nog op een ander gaan werken, gratis bovendien. 

 

Wanneer wij Kind 1 vragen om een handje toe te steken, bijvoorbeeld blaadjes van een bepaalde boom in de tuin bijeen scharrelen, dan verschijnen er €urotekens in zijn ogen.  En dient de overvolle agenda geraadpleegd te worden, op zoek naar wat schaarse vrije tijd.

 

Maar goed, er zijn verzachtende omstandigheden: de bamboevriend heeft een zwembad in de tuin.  En het argument ten gronde is wel dat er deze namiddag twee deernes in bikini (of erger) wafels kwamen bakken voor de bamboetijgers.

 

 

 

*****

 

 

Het is heet in de Kempen.  De kaap van de 30° werd gehaald.

 

En omdat het toch té heet ging worden om iets zinvols te doen, zoals bijvoorbeeld goten uitkuisen, ben ik woensdag gaan fietsen.

 

 

De racefiets op!

 

 

Natuurlijk is het op de fiets ook heet.  Maar dan trap je maar wat harder, dan maak je vanzelf wind.

 

 

 

***** 

 

 

Het plan is ambitieus.  In St-Jozef Rijkevorsel het Kanaal Dessel-Schoten volgen (Rijkevorsel, Sint-Lenaarts, Brecht, Sint-Job tot het eindpunt Schoten), vervolgens het Alberkanaal volgen tot in Grobbendonk en dan via een rits Kempense dorpjes (Vorselaar, Poederlee, Lille, Wechelderzande, Vlimmeren, opnieuw St-Jozef, Achtel) terug thuis aan te landen.

 

 

Ik vul mijn drinkbus met 1 liter Pidpa-water en vertrek.

 

 

Mijn bandjes zoemen speels over het asfalt.  7 à 8 bar in de tubes.   Ik rij ongeveer 30 km per uur, met een erg bevredigende 123 tellen op de hartslagmeter. 

 

 

De zomer kleurt nog zomerser door de donkere glazen van mijn zonnebril.

 

 

Het asfalt vertoont hier en daar zweetplekken, wat doet denken aan Zuid-Franse wegeltjes.  Een krekel zou hier niet misstaan. 

 

En zonnebloemen. 

 

Tournesols.

 

 

Gek hoe de hitte toch weer aparte geuren opwekt.  Een windvlaag draagt de geur van warm gras met zich mee.  Zelfs zand heeft een geur.

 

In de berm felblauwe korenbloemen, karmijnrode klaprozen en statige berenklauwen.

 

 

Kanaal.  Ik draai het jaagpad op. 

 

Nu is het van bruggetje naar bruggetje fietsen.  Elk bruggetje wordt omsingeld door een paar bunkers, betongrijze relicten van grauwe wereldse conflicten.

 

 

Het jaagpad is geliefd onder fietsers.  Van trage bompa tot pezige wielerfanaat.

 

 

*****

 

 

Sinds kort heb ik een bel op mijn racefiets.  Ja, de investeringen in de fietssport gaan maar door: 4,95 euro!

 

 

Moest ik voordien hardhorige bejaarden uit de weg roepen, dan kan ik nu pingen dat het een lieve lust is.

 

 

Niet dat het ook maar iets helpt.

 

 

Situatieschets.

 

Voor mij twee oude heren op een fiets.

 

Ik heb geleerd dat je niet moet bellen op 50 meter afstand.  Horen ze toch niet.  Maar omdat ik 30 km per uur rij, en zij ongeveer 12 km per uur, nader ik als een sneltrein op een stilgevallen auto midden op een onbewaakte overweg.

 

Wanneer ik denk binnen gehoorsafstand te zijn voor het betere hoorapparaat, geef ik een keiharde PING.  Een PING waarmee je een bende hardhorige waterbuffels mee op de vlucht kan jagen, ik zweer het u.

 

 

De heren reageren niet eens.

 

Om de ziekenkas niet op te zadelen met hospitalisatiekosten voor een gebroken heup of twee, zit er niets anders op dan de remmen dicht te knijpen en nogmaals keihard te PINGEN.

 

 

Nu horen ze het wél.

 

 

Het zou verdorie nog moeten mankeren.

 

Zelfs de fietsers 30 meter voor hen hebben die PING  gehoord en rijden al gedisciplineerd achter mekaar.

 

 

Maar vooraleer opzij te gaan, moet de linkse heer toch eerst nog eens erg traagjes omkijken om te zien wat er aan de hand is.  In plaats van gewoon opzij te gaan.

 

 

Ik bedoel maar.

 

 

Wat Pingt er zoal in de wilde natuur op een fietspad.

 

Een eend op een driewieler?

 

Ik dacht het niet.

 

Enfin, ik rij dus 12 per uur, moet een tandwiel of veertig terugschakelen om vervolgens en danseuse de snelheid weer op te trekken tot bij het volgende koppel halfdove....

 

 

*****

 

 

Enkele witte eenden waggelen tussen de oever en het fietspad.  Wanneer ik ze voorbij rij, blazen ze naar mij.

 

Ik blaas terug.

 

Wat denken ze wel!

 

 

*****

 

 

Het is lekker peddelen op het vernieuwde asfalt naast het kanaal. En de nabijheid van het water geeft toch de illusie van verkoeling.

 

Traag dobberen de bootjes op het kanaal.  Exotische namen op boten, verweerde vlaggen wapperen verveeld op het lome briesje.

 

Traag is mooi.

 

Licht hellende bakstenen schoorstenen zijn de stille getuigen van teloorgegane steenbakkerijen, de kleiputten en hun kleipikkers.

 

Het bladerdek levert ook wel wat schaduw.

 

 

Een visser zit voor zich uit te staren, ze bijten niet...

 

 

*****

 

 

Kruispuntje aan een brug.

 

Vlak achter mij schiet een wielrenner het jaagpad op. 

 

Ik rij nog steeds iets boven de 30 km per uur.  Af en toe zip ik van mijn drinkbus, waarin het water inmiddels lauw is geworden.  Getver, dat smaakt naar thee zonder zakje.

 

 

De wielrenner komt knal in mijn wiel hangen. 

 

 

In mijn hoofd spreekt een duiveltje.  Hij maant me aan om sneller te gaan rijden.  Ja, alles is competitie, vrees ik.

 

 

Na een dikke kilometer pakt hij de kop over. 

 

In sappig antwerps dialect zegt hij:

 

 

'kzal woek is wa kop doeng!'

 

 

Fiets van Merckx.  Supergebronseerde kuiten, waar de spierbundels heel wat kilometers verraden.  Het tempo schuift omhoog naar 35 per uur.  Maar als je in het wiel mag hangen, dan is dat met de vingers in de neus.

 

 

Mijn compagnon de route is een speelvogel.  Af en toe zwaar doortrekken, waardoor ik een gaatje moet laten vallen (het duiveltje in mijn hoofd kan zijn enthousiasme niet op), knokken om het gat terug te dichten, waarbij de teller vlot de 40 per uur haalt.

 

 

Sint-Job-in't-Goor.  Het jaagpad is daar even onderbroken en in erg slechte staat.  Maar mijn gezel weet een kleine alternatieve route die ons via het volgende brugje weer op het jaagpad zal brengen.  We rijden naast mekaar, keuvelen wat, het tempo is opnieuw wat gezakt, terug rond de dertig km per uur..

 

 

Wanneer we aan het brugje komen, is de brug net open om een boot door te laten. 

 

En ik voel dat er iets niet klopt.

 

Lekke achterband. 

 

Alweer!

 

Het toeval wil dat ik de eerste keer ook in gezelschap reed toen ik lek reed. 

 

Ik denk dat mijn Cannondale een jaloers vrouwtje is.  Zodra ik aandacht besteed aan andere renners of fietsen, dan wordt ze bokkig en neemt ze wraak met een lekke tube.

 

Stilstaan.  Rem open.  Wiel los.  Wiel er uit.  Band er af.  Kapotte tube er uit.  Buitenband controleren op scherpe voorwerpen.  Nieuwe tube lichtjes oppompen (met zijn pomp) en tussen band en velg steken.  Band er op wrikken.  CO2-bom aansluiten op ventiel.  Indrukken.  Band keihard.  Wiel er in frullen.  Vastzetten.  Controleren op vlot draaien.  Rem terug dicht. 

 

Handen afkuisen aan graskant.

 

En weer op weg.

 

Tussen haakjes, wat is lopen een leuke sport, vergeleken met dit gedoe....

 

 

*****

 

 

Omdat we nu wat op adem zijn gekomen, worden alle registers weer opengetrokken.  Ik doe een aantal kilometers kop aan 35 km per uur (en voel me beetje bij beetje sterven), waarna hij overpakt en we vlotjes weer de 38 km per uur halen.

 

Ik had me voorgenomen om kalm aan te doen, maar mijn gemiddelde zit boven de 30 km per uur.

 

Maar helaas, mijn gezel van de hoge vlucht volgt een andere route; onze wegen scheiden zich.

 

 

*****

 

Schoten.

 

 

Ik zweet als een beest.  En het water in mijn drinkbus heeft de omgevingstemperatuur (31 graden) aangenomen.

 

Onbezonnen jongelui springen joelend in het kanaal.

 

Een zomers tafereel waar ik jaloers op ben. 

 

 

***** 

 

 

Schoten.

 

Wat zoeken naar het jaagpad naast het Albertkanaal.

 

Ha, gevonden.

 

Het beetje wind dat er staat blaast zwak in het voordeel.  Maar het is hete wind, haize hego.

 

En geen sprake meer van schaduw.  Allemaal open ruimte.

 

Het Albertkanaal is een transportweg.  Scheepsladingen zand en grind varen af en aan.

 

De kilometerteller blijft mooi rond de 32 km per uur, de hartslag is wel wat gestegen, maar gezien de weinige zuurstof en de ozon in de lucht, lag dat wel in de lijn der verwachtingen.

 

Breed jaagpad, erg luxueus om hier te rijden.  Plaats zat.

 

De jeugd klit samen op handdoeken en parasols naast het kanaal.  Drinken wat, luisteren naar teringherrie, enfin, zijn druk bezig met jong en verliefd zijn.

 

 

*****

 

Wijnegem, Oelegem.

 

Iets voorbij de brug onder de E34, is er een draaikom in het kanaal. 

 

Jetski's razen over het water.

 

Ik heb dorst.

 

 

*****

 

 

Vierselheide.

 

Grobbendonk.

 

Hier neem ik afscheid van het kanaal.

 

Ik verga van de dorst.  En kook zowat onder mijn zwarte helm.

 

Ik drink van het hete water uit mijn drinkbus.

 

Jekkes.

 

 

Op weg naar Vorselaar voel ik me misselijk worden.  Mijn maag protesteert.

 

Ik besluit even halt te houden.

 

Tot tweemaal toe sta ik te kokhalzen langs de kant van de weg.

 

En ik ben nog een roteind van huis.

 

Overal zoutringen van het zweet op mijn trui en broek.

 

En natuurlijk genoeg gerief mee om de fiets te herstellen, maar drank, suikers, kleingeld voor drank of een GSM voor hulp in te roepen, dat niet natuurlijk.

 

Ik ben namelijk een loper, weet u wel, gemaakt van staal.  Roestvrij.

 

Maar dorst dat ik heb. 

 

Ik geef mijn linkerpink voor een ijskoude cola.

 

 

Doorrijden.

 

Want anders geraken we nooit thuis.

 

En het tempo is compleet weg.  Met moeite 23 km per uur. 

 

Neen, dit is afzien.

 

De dorpjes volgen mekaar op.  Afschuwelijke trein der traagheid.

 

 

Brug over de autostrade. 

 

Net voor Wechelderzande. 

 

De brug lijkt hoger dan de Galibier.  Ik kruip er tegen aan als een mier. 

 

 

Als ik het water niet meer kan drinken, dan kieper ik het maar over mijn hoofd.

 

De douche is heet en laat het zout van mijn zweet in mijn ogen lopen. 

 

 

*****

 

Vlimmeren.

 

Het tempo zakt schrikbarend.  Ik zit helemaal stuk. 

 

Rijkevorsel.

 

Dorst.  Honger.  Misselijk.  Duizelig.  Fringale.

 

 

*****

 

 

Thuis.

 

Ben blij als een kind dat ik thuis ben geraakt.

 

Geraak met moeite uit mijn pedalen geklikt.

 

Handschoenen uit, schoenen uit, helm af, zonnebril weg.

 

Stort neer op mijn gazon.

 

 

Onder een boom.

 

Waaraan blaadjes hangen.

 

 

_______________________________________

Voor de titel ben ik schatplichtig aan mijn kompaan Navidad, wiens blog ik u van harte kan aanbevelen; klik: de Mieren van de Galibier

 

 

16:18 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

Commentaren

Terwijl ik bij hoge temperaturen mijn snelheid matig, dat mag dan zowel 'en France' zijn als 'sul Lago di Como', terwijl begin jij in diezelfde warmte snelheden te ontwikkelen boven de 35 per uur. Je hebt ergens toch nog een fietsles gemist, zit ik zo te denken. Of ze nu net gekregen... :))
Met plezier dit stuk gelezen, Mark. Zoals steeds. Amai, dat belooft nog wat te worden met die fiets.
Dank voor de link.

navidad

Gepost door: navidad | 27-07-12

Reageren op dit commentaar

Er volgt NOG een investering: een 2e drinkenbushouder, en logischerwijze ook nog een drinkenbus. Heb ooit exact hetzelfde meegemaakt, gelukkig zat ik toen in een groep waarbij ik bij iedereen ging schooien om wat te mogen drinken. Een harde maar waardevolle les: vanaf toen neem ik ALTIJD 2 drinkenbussen mee vanaf dat we boven de 50 km komen (afstand, hé, niet per uur ;-)).

Zeer mooi geschreven, trouwens!

Gepost door: Sandy | 27-07-12

Reageren op dit commentaar

Hoi Mark,

weer een mooie blog.
Ik heb wel een kleine opmerking: eenden die blazen, dat zijn meestal "ganzen".
Ook af en toe nog eens looptrainingen doen hé, "La Descente de la Lesse" is niet met de
fiets of per kajak, maar al lopend. Mocht je nog zin hebben (durven), 2 weken eerder is er ook nog "Seraing". Moest er nog even bij vermeld worden, sorry.

Groeten Frank.

Gepost door: Frank T | 29-07-12

Reageren op dit commentaar

Seraing! Seraing! Seraing! Seraing! Kan iemand een dwangbuis gaan halen, alstublieft? Ik krijg het schuim al op de bek. Seraing was mijn Waterloo, mijn Stalingrad, de moeder aller nederlagen. En die Descente is ook niet bergaf, God (en bij uitbreiding Frank) heb meelij met deze arme zondaar, heb meelij met dit kieken dat een te beperkte kennis van pluimvee heeft ...

Gepost door: Mark | 02-08-12

De commentaren zijn gesloten.