30-11-11

King of pain...

King of pain...

 

 

Even kort situeren:

 

De laatste weken had ik daags na mijn duurlopen een pijnlijke rechterhiel.  Onderkant.  En toen de pijn ook tijdens de duurlopen de kop begon op te steken, wisten we dat we moesten handelen om brutale schade te vermijden.

 

 

Ik durfde mijn kiné echter niet onder ogen komen.  Hij verwacht minstens een stalen set buik- en rugspieren. 

 

 

Rompstabiliteit is het nieuwe modewoord!   Codewoord!

 

 

Mijn strenge leermeester zou niet tolereren dat ik op dat vlak sporen van luiheid zou vertonen.  Helaas had ik mijn oefeningen al maanden verwaarloosd.   Van een stalen spierenset was geen sprake.  Teveel trappist.  Te speels karakter. 

 

Redden wat er te redden valt!   Ik ben dus weer als een losgeslagen gek mijn spierkorset beginnen trainen.  

 

 

Redcord! 

 

Spierpijnen!

 

 

Vrijdag 18/11: Kiné Tom B.  verklaart mijn rechterhiel tot oorlogszone annex rampgebied; gevreesd wordt voor (beginnend) hielspoor en/of fasciitis plantaris.  Het boeltje was ook behoorlijk gezwollen. 

 

 

Even tussendoor: hielspoor is een motherfucker van een blessure.  Volgens de legende krijg je het van met je hielen op het salontafeltje te liggen, terwijl je met je luie krent in de zetel voor TV hangt te zappen, maar dat klopt niet.  Neen, langdurige overstrekking van de pees die de dikke teen met het hielbeen verbindt, zorgt voor irritatie en kalkvorming op het aanhechtpunt.  Kort samengevat.

 

 

En ja hoor, in éénzelfde vlotte beweging controleerde Tom mijn spierkorset (fronsen van rechter én linker wenkbrauw) en mijn bekkenstand (lichtjes scheef, wat mij een extra scheve blik opleverde).

 

Omdat er dit voor- en najaar ook al achillesproblemen waren, kwamen we tot de conclusie dat mijn steunzolen vermoedelijk niet meer de juiste ondersteuning geven voor mijn voetbogen.  Met een hele keten aan daaraan gekoppelde problemen.

 

 

Mark heeft het weer helemaal kapot gekregen...

 

 

Alles om zeep...

 

 

2011 heeft wel een erg zure bijsmaak gekregen...

 

 

 

*****

 

 

Actieplan!

 

 

Donderdag 1/12: Afspraak sportarts Sam V. om uitsluitsel te krijgen wat er nu juist allemaal kapot is, en om de revalidatie alvast op te starten zodat er liefst al wat beterschap is tegen volgende datum, zijnde:

 

Donderdag 15/12: Afspraak Borginsole te Rotselaar: nieuwe steunzolen. 

 

 

Check likkebaardend de website!

 

 

*****

 

 

Voilà, het is dus weer van dat. 

 

 

Berusting, scepticisme, rebellie.

 

 

Ik heb de dure eed gezworen om nog één keer, maar dan ook écht de allerallerlaatste keer, te proberen om de boel terug op de rails te krijgen. 

 

 

Nog één keer terug van nul beginnen, nog één keer doorheen de mallemolen van loopanalyse, zooltjes, blessure bestrijden, inlopen zolen, opbouwen van alles en nog wat.

 

 

Pfffffffffffffffffff....

 

 

En als het nu niet ten goede keert, dan hang ik de loopschoenen definitief aan de haak, koop ik een koersfiets en verdwijn ik in de grijze anonimiteit van de zondagsrijders / wielertoeristen.  Of iets anders akeligs.

 

 

Met heimwee naar roemruchte tijden...

 

 

De opstandigheid raast door mijn lijf. 

 

 

Ik wil dit helemaal niet. 

 

 

Ik wil mijn goesting kunnen doen.

 

 

Lopen hoe en wanneer ik dat wil.

 

 

Zo hard ik dat wil.

 

 

Zo dikwijls ik dat wil. 

 

 

Ik mis het zo erg. 

 

 

Lopen.

 

 

De geur van het bos. 

 

 

De stilte. 

 

 

Het ritme.

 

 

De inspanning. 

 

 

Het heilzame gevoel. 

 

 

Het herbronnen. 

 

 

De eenzaamheid. 

 

 

27 mei 2012.

 

 

 

*****

 

 

 

Om mijn vrouw niet teveel op haar zenuwen te werken, ben ik deze ochtend maar wat met mijn bladzuiger gaan rondhuppelen in de tuin. 

 

 

Een frisse neus halen....

 

 

Ik blaas graag met mijn bladblazer. 

 

 

Omdat ik dan mijn gsm niet hoor. 

 

 

Maar ook wel omdat ik dat geblaas een mooi symbool vind van eeuwigdurende beweging, ja zelfs van behoud van energie. 

 

 

Ik verklaar me nader: windmolens gebruiken wind om elektriciteit te maken, ik betaal teveel voor die elektriciteit om die vervolgens weer in wind om te zetten. 

 

 

Mooie cirkelredenering, niet?

 

 

 

*****

 

 

 

Mijn bladblazer heeft ook een functie zuigen, maar dat is me allemaal véél te vermoeiend. 

 

 

Je moet dan om de haverklap die zak leegmaken, wat volgens mijn woordenboek werken is. 

 

 

Daarnaast moet je ook uitkijken wat je allemaal mee opzuigt, want bijvoorbeeld Playmobil durft wel eens flink tegenvallen.

 

 

Ook het zwembadje leegzuigen is niet aan te raden.

 

 

Neen, normaal gebruik ik de bladzuiger alleen in de stand  blazen,  en wel op twee momenten van het jaar.

 

 

 

*****

 

 

Ten eerste tijdens de herfst, meer bepaald wanneer de bladeren vallen en naar de buren moeten geblazen worden. 

 

 

Mijn buren bezitten geen bladzuiger/blazer, dus die worstelen niet met het dilemma wat wél en wat niet mag opgezogen worden.

 

 

U zal nu zeggen: Luierik! 

 

Mogelijk zelfs: Burenpester!

 

 

Helaba, niets is minder waar.

 

 

Ik denk aan mijn buren! 

 

 

Ik voed ze op! 

 

 

Ze  hebben namelijk allemaal een stuitend gebrek aan fysieke conditie, en ik motiveer ze om een rijf (hark) ter hand te nemen en zo te werken aan hun algeheel welzijn, hun hart en bloedvaten én hun tuin. 

 

 

Dat ik daarvoor mijn bladeren moet opofferen, het zij zo,  dat heb ik er graag voor over.

 

 

Sommigen vinden me een altruïst. 

 

 

Zo ver wil ik het nu ook weer niet drijven.

 

 

Naastenliefde, dacht ik zo.

 

 

 

*****

 

 

 

Ten tweede gebruik ik mijn bladblazer in de zomer, tijdens onze roemruchte barbecues. 

 

 

Ik gebruik namelijk mijn bladblazer om een onwillige barbecue wat aan te wakkeren. 

 

 

Jullie mogen voor mijn part gerust blijven aankloten met nepmiddelen zoals jezelf het apezuur blazen op die moedwillig traag smeulende houtskool, of door wat pathetisch te staan wapperen met een krant of door met een haardroger wat bij te föhnen....

 

 

Een haardroger is een bladblazer voor mietjes!

 

 

Neen, échte venten, zoals uw kreupele dienaar, barbecuen met in de linkerknuist een halflauwe Jupiler.  Over de rechterschouder hangt keistoer de bladblazer om het houtskool het likkende vuur aan de schenen te leggen.

 

 

OPGELET!

 

 

Hou een beetje afstand ten opzichte van de barbecue!

 

 

De bladblazer heeft ongekende krachten!

 

 

Ik moet toegeven dat ik het de eerste keer ook wel wat verkeerd had ingeschat.  De bladblazer joeg de gloeiende brokken houtskool tot in de tuin van Maria. 

 

 

Maria, mijn kranige buurvrouw van onbestemde leeftijd, heeft lang gedacht dat er dat weekend een meteoriet in haar gazon was neergestort, maar dat terzijde. 

 

 

Eveneens terzijde, heb ik u het verhaal al verteld dat Maria mij steeds Frank noemt? 

 

 

Neen?

 

 

Ik stel voor dat ik dat bewaar voor een volgende gelegenheid...

 

 

 

*****

 

 

Morgen naar meneer doktoor. 

 

Hopen op een sprankeltje goed nieuws. 

16:58 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

12-11-11

It's Pythagoras, stupid!

 

It' s Pythagoras, stupid!

 

 

 

Wat is de kortste afstand tussen twee punten?

 

Volgens aanhangers van het luiheidsprincipe (Kind 1 tot 2) moet dat het vliegtuig zijn.

 

Mja, daar valt wel wat voor te zeggen, maar het gaat hier niet over tijd, maar over afstand.

 

 

Wat is de kortste afstand tussen twee punten?

 

Aan mijn vrouw moet ik dat ook niet meer vragen sinds het incident op de 'Lesse'.

 

Een zonnige zomerdag. 

We bevonden ons in de Ardennen, meer bepaald in een kajak op de Lesse.  Dat leek ons op dàt moment namelijk een goed idee. 

Ik zat vooraan, om enerzijds de krokodillen neer te meppen en anderzijds het overzicht te bewaren, mijn vrouw zat achteraan in de kajak, om te roeien.

  

Wat we ook proberen, rechtdoor varen lukt ons niet! 

 

De hele rivier zit nokvol mensen in kajaks die dat wél kunnen, mensen die er nochtans niet noemenswaardig slimmer of handiger uitzien dan wij, maar wij bakken er wéér niets van.

 

 

Typisch!

 

 

We zigzaggen als het ware over de rivier.  Ik probeer bij te sturen door driftig aan één bepaalde zijde van de kajak te roeien.  Dat helpt eventjes, om vervolgens weer hopeloos fors de andere kant uit te gaan.

 

 

Ik blijf geduldig. 

 

 

Engelengeduld heb ik.

 

 

Toch minstens voor een minuut of vier....

 

 

Je kan tenslotte niet beginnen roepen en tieren, terwijl rondom ons tweehonderd andere kajaks (die wél perfect recht door het water gaan) genietend zitten mee te luisteren terwijl ze worden opgehouden door ons krampachtige gezigzag...

 

 

Dan meent mijn vrouw te moeten zeggen:

 

 

"Ik denk dat jij iets fout doet."

 

 

 

Tot zover het engelengeduld...

 

Stoom komt uit mijn oren....

 

 

Twee seconden later is het vlammende ruzie. 

 

La grande bagarre! 

 

 

Tussen de heuvelflanken vliegen (en weergalmen) de verwijten heen en weer. 

 

Vogels schrikken op... 

 

De Ardeense fauna in paniek...

 

Tweehonderd kajaks en 400 kajakkers houden verschrikt de adem in.

 

 

Vierhonderd kajakkers krijgen van mijn vrouw  vervolgens een érg gedetailleerde opsomming van al mijn tekortkomingen als mens, man, echtgenoot, vader, zoon én kajakker. 

 

 

Minstens 120 decibel haalt ze (nog een geluk dat Schauvliege niet ergens in een kajak zat of we hadden een boete vast voor geluidsoverlast!)

 

 

Want, heren, wij weten het allemaal, het is merkwaardig hoeveel argumenten een vrouw in het heetst van de strijd kan herinneren en desnoods verzinnen, met alle smeuïge details van verleden, heden en toekomst.

 

 

Enfin, we lieten ons weer van onze beste en meest geciviliseerde kant zien...

 

 

Zeg nooit tegen een vrouw in het algemeen, en de mijne in het bijzonder, dat ze niet overweg kan met een roeispaan.

 

 

Dat kan ze namelijk wél: ik was meteen drijfnat.

 

 

 

 

Zodra de storm min of meer was gaan liggen hebben we,  om een en ander uit te klaren, een test gedaan:

 

 

Ik zeg:

 

"Schatje,

 

 (in mijn binnenste werd er weliswaar gehéél andere terminologie gebezigd),

 

zal ik even roeien, hou jij je roeispaan boven het hoofd."

 

 

De kajak kliefde kaarsrecht door het water.  Moest er ooit een schoonheidsprijs uitgedeeld worden voor rechtdoor klievend kajakken, dan kwam dit in aanmerking voor edelmetaal.

 

Wanneer we de rollen omkeren, zij roeien en ik de roeispaan omhoog, was er van een schoonheidsprijs alvast geen sprake meer, laat staan edelmetaal; de kajak zwalpte als een dronkeman van links naar rechts over de rivier .

 

 

Sindsdien is er, ook wel om het huwelijksbootje niet nodeloos onder druk te zetten, nooit meer gekajakt in familiaal verband.

 

 

*****

 

 

 

Dus, ik herhaal even, de kortste afstand tussen twee punten (die niet op een rivier liggen)  is ?

 

Iemand?

 

Iemand? 

 

 

Een rechte. 

 

Inderdaad. 

 

U heeft opgelet in het klaslokaal, ooit.  Niet dat het veel verschil heeft uitgemaakt, maar toch.

 

 

 

Een rechte dus.

 

 

En dat klopt niet.  Gooi die cursus maar meteen weg, het klopt niet.

 

 

De kortste afstand tussen twee punten is namelijk een opeenvolging van schuine lijnen.

 

Bekijken we het profiel van de 20 Km door Brussel:

 

 

images.jpg

 

 

Afstand Jubelpark - Jubelpark  is 20 km en 100 meter, over berg en dal.

 

 

De hamvraag: moest de ganse race vlak zijn, hoe lang zou de wedstrijd dan écht zijn? 

 

 

Daarvoor moeten we de stelling van dingske inroepen, waarbij het kwadraat van de schuine geeuw gelijk is aan de som van de kwadraten van de rechthoeksgeeuwen....

 

 

Dus telt u het maar na, aan de hand van bovenstaande grafische voorstelling van het profiel van de wedstrijd; moest het parcours van de 20 km door Brussel effectief vlak zijn, dan was ze...

 

 

.... exact 20 km lang.

 

 

Op enkele centimeters na.

 

Of meters.

 

Desnoods een kleine kilometer...

 

 

Dus al die gekken die al jaren zitten lachen dat de 20 km door Brussel niet effectief 20 km is, hebben in feite ongelijk.  Virtueel ongelijk weliswaar, want in wérkelijkheid is de wedstrijd 20 km en 100 meter lang.

 

Neen, dat klopt ook weer niet.  Ze is 20 km en 600 meter lang; van start tot finish.  Maar de tijdsregistratie begint op 500 meter na de start, waardoor de wedstrijd 20 km en 100 meter lang is.

 

 

Waarom leggen ze die mat dan niet 100 meter verder?

 

Fijn dat u het opmerkt!

 

Dat is een mysterie dat ik ooit nog eens probeer te ontrafelen.  Ik vermoed dat de Loge er voor iets tussen zit, maar harde bewijzen daarvoor heb ik vooralsnog niet...

 

 

*****

 

 

Nu ja, mysteries genoeg omtrent de afstand.

 

Ik loop mee sinds 1994: in de periode '94 tot '98 was de wedstrijd 19 km en enkele honderden meters.  Uw chrono werd opgestart samen met het startschot en u werd afgeklokt op de finishlijn.

 

Ik begrijp wel dat de wedstrijd toen ook de naam 20 Km door Brussel meekreeg, want zou u meelopen in een wedstrijd met als benaming:

 

De 19 Km en enkele honderden meters (helaas, maar we hebben nog niet de gelegenheid gehad de afstand eens rustig op te meten) door Brussel.

 

Les 19 Km et quelques centaines de mètres (dommage, mais on n' a pas encore eu l'occasion pour mésurer la distance en toute tranquilité) de Bruxelles.

 

 

Neen, dat zou u niet doen.  En waarom zou u ook?

 

 

In 1999, ter gelegenheid van de 20ste editie, wil men de afstand effectief 20 km maken en wordt het huidige parcours in gebruik genomen (lusje erbij rond kilometer 10). 

 

 

Dat noemen wij nog eens een strak plan!

 

 

De afstand wordt meteen fors (en onbegrijpelijk) opgetrokken: namelijk tot 20 km 600m (want start aan de bogen en finish aan de huidige finishlijn).  Dus je chrono werd in gang gezet op het kanonschot en afgetikt aan de finish.  De gelopen tijden van 1999 tot 2005 staan dus voor 20 km 600, met nog eens het startverlies door het gedrum in de start er bovenop.

 

In 2006 begint men dan met tijdchips, met de startmat 500 meter verderop in het park en zo wordt de totale afstand teruggebracht tot 20 km 100m. 

 

 

Dus tijden vergelijken van verschillende edities door de jaren heen, is niet helemaal zinvol, omdat afstanden durven verschillen.

 

 

In feite ben ik hier weer aan het opscheppen: namelijk dat ik nu, bijna 50 jaar oud, sneller loop over zelfs een langere afstand van de 20 Km door Brussel dan in de vroege negentiger jaren.

 

 

Neen, godverdorie, ik ben een oen, nu snap ik het pas: je moet het allemaal als een gemiddelde zien!

 

 

Elke loper moet een aantal verschillende edities lopen om zo tot een gemiddelde 20 Km door Brussel te komen.

 

De ijzeren statistische wet der mekaar opheffende toleranties!  De toleranties in afstand heffen mekaar op. 

 

Trouwens, tussen haakjes, de ijzeren wet der mekaar opheffende toleranties is NIET van toepassing op Ikea-meubelen, daar werken de toleranties mekaar geheid tegen.  Het past nooit én er is een vijs te kort (vijs = schroef).

 

 

Ik vermoed dat op 18 edities de gemiddelde afstand inderdaad quasi 20 km moet zijn.  Dat ga ik nu eens rustig uitrekenen.

 

Heeft u een momentje?

 

Of twee?

 

Doe maar drie.

 

 

 

Shit.

 

Ik heb het voor u nagerekend: neen dus, de gemiddelde afstand is 19 km en 880 m over al mijn wedstrijden, maar dat komt omdat de 20 Km door Brussel van het jaar 2000 slechts 17,3 km telde wegens ingekort omwille van een voorjaarsstorm (Terkamerenbos gesloten).

 

Moest de editie van 2000 ook 20,6 km tellen, dan was mijn gemiddelde: 20 km, 72 meter, 22 centimeter  en 2 millimeter, dus net boven de 20 km. 

 

 

Ik mag dus in feite stoppen en op mijn zuurverdiende lauweren gaan rusten.

 

 

Doe ik niet.

 

Trouwens, ik gooi het maar even in de groep, wat zou de invloed zijn van de warmte op de lengte van het parcours?  We weten allemaal dat asfalt en beton behoorlijk kunnen uitzetten onder invloed van de zon.  Dus bij warme edities win je toch al gauw enkele meters.  Ook dat zouden we in de berekeningen moeten verwerken.

 

Nog een geluk dat we lui van inborst zijn, anders zouden we nogal werken...  Ik word al moe van het idee alleen.

 

 

*****

 

 

 

De kortste afstand tussen twee punten is dus in pejoratieve en zuiver academisch-filosofische zin onweerlegbaar een relatieve onregelmatige kromme zigzaglijn met elkaar tolererende opheffende hoogteverschillen in een mediaan genomen klimaatmodel.  Toch als u de binnenkant van de bochten neemt.

 

 

Deze ochtend heb ik daar trouwens nog maar eens bijkomend bewijs van geleverd. 

 

 

Ik heb namelijk mijn beukenhaag gesnoeid.  Het originele plan was: een rechte lijn creëren.

 

Nu ben ik niet in de wieg gelegd voor het snoeien van hagen, dus ik doe maar wat bovenop mijn laddertje.  Het is altijd min of meer recht. 

 

En de fouten van elk jaar groeien toch weer weg...

 

Helaas is er ook een stuk haag die mijn riante eigendom scheidt van de tuin van mijn buurvrouw, de kranige weduwe Maria.  Maria noemt mij de laatste jaren altijd Frank.  Mijn naam is Mark, maar om een of andere reden noemt ze me Frank.  In den beginne corrigeerde ik haar nog, maar ik heb het uiteindelijk opgegeven.  Ik ben Frank (ik krijg plots het gevoel dat ik dit hier al eens eerder heb geschreven).

 

 

Om de haag tot perfectie af te kunnen werken, mag ik haar tuin betreden.

 

Dat is altijd feest voor Maria; bezoek!

 

Dan komt Maria een babbeltje slaan, waarbij herinneringen aan een paar wereldoorlogen (schrikkelijke dingen voorgevallen!), wat beschouwingen over het weer, de verloedering van de jeugd (schrikkelijke dingen!) en de stand der patatten en de coloradokever nooit veraf zijn.  Reageren hoeft ook niet.

 

Ik snoei de haag.

 

De vermoeidheid heeft inmiddels al toegeslagen, en mijn ontbijt is hoogstens nog een vage herinnering.

 

Tot Maria zegt:

 

 

 " Frank, ik zal eens iets te drinken halen!"

 

 

Frank (heum, Mark) vindt dat wel ok.

 

 

Maria komt buiten met een flesje Westmalle Tripel, lauw van temperatuur overigens.

 

 

10 uur in de ochtend.  Ik giet een forse gulp Westmalle Tripel in het dorstige keelgat.  Amper vijf minuten later sta ik vrolijk zingend bovenop de ladder te balanceren en de haag te snoeien.  Er wordt nu niet bepaald meer op een half metertje gekeken.

 

Omdat ik volgens mijn buurvrouw niet op één been kan staan (hoewel ik dat toch uitgebreid sta te bewijzen bovenop mijn laddertje), haalt ze nog een flesje Tripel Westmalle. 

 

 

Lauw trouwens, of was het louw trauwens...

 

 

De leute kan niet op! 

 

 

Bij mijn vrouw wel, want haar computer was plots uitgevallen. 

 

 

De stroom overigens ook. 

 

 

Misschien was dit wel een gevolg van het feit dat ik mijn elektriciteitssnoer enigszins had bijgesnoeid, dat zou wel eens héél goed kunnen.

 

 

Ik herstel de elektriciteitsdraad (die nu een metertje of 8 korter is geworden), krijg nog een Maria van Tripel (heum, andersom) en snoei de haag, het tuinhuis, een bronzen beeldje en alles wat min of meer snoeibaar lijkt.

 

 

Moest u toevallig langs mijn huis passeren, de haag naast Maria is het sluitende bewijs dat de kortste afstand tussen twee punten...         

              

 

  ... drie Tripels is.

 

  

18:01 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |