24-10-11

Herfst

 

 

Herfst.

 

 

Inmiddels is de zomer van 2011 een vage herinnering.  Die zomer van 2011 zal vooral in ons geheugen blijven kamperen als de zomer die er geen wou worden. 

 

Eikels vallen. 

 

Bladeren dwarrelen statig wiegend naar beneden. 

 

De herfst is een ode aan de zwaartekracht. 

 

De prelude van het verval.

 

De herfst is het seizoen bij uitstek voor sombere gedachten, Russische schrijvers, warme chocomelk, Bach, wollen sokken en Niels Albert. 

 

Eindelijk terug veldrijden. 

 

Is het internationale wegwielrennen onoverzichtelijk geworden en verziekt wegens elk jaar weer nieuwe ladingen Zuid-Europese wielrenners die schuimbekkend van de doping alles aan flarden rijden, dan is het veldrijden geruststellend in rustige standvastigheid. 

 

Ofwel wint Sven Nys, ofwel valt zijn ketting er af.  Simpel.  En zo hoort het ook.

 

 

*****

 

 

Herfst.

 

De maïs verdwijnt van de akkers en laat een stoppelbaard achter.

 

Geploegde donkere aarde.

 

Lage zon.

 

Herfst.

 

De geur van vergankelijkheid.

 

De cirkelgang der seizoenen.

 

Heksenkring.

 

 

*****

 

Er zijn geen zekerheden meer.

 

Banken vallen over de eigen voeten. 

 

En nu zou er zelfs zowaar een regering komen. 

 

En willen we een Grieks scenario vermijden en uit de klauwen van de bloedhonden van de Ratingbureaus blijven, dan zou er toch op redelijk korte termijn een sluitende begroting aan Europa voorgelegd moeten worden.  Met draconische besparingen.

 

Hopen maar dat Di Rupo Het Beginsel van Verhulst kent, wanneer hij begint met de opmaak van de begroting.

 

Ja, u kent allicht de Maddens-doctrine, on n'est demandeur de rien, wat met wat goede wil als een vorm van pesterij der francophone medemens te beschouwen valt, maar véél nijpender voor onze formateur is Het Beginsel van Verhulst voor micro- en macro-economie.

 

Kent u dat?

 

Het Beginsel van Verhulst?

 

Ik bespaar u eindeloos gegoogel. 

 

Het Beginsel van Verhulst gaat als volgt:

 

 

Hé, waar is de chocolade?

 

Op, op, alles is op.

 

En waar is de limonade?

 

Op, op, alles is op.

 

Maar waar zijn de koekjes dan?

 

Op, op, alles is op.

 

Geen pannenkoek meer in de pan?

 

Op, op, alles is op.

 

 

Dat, heren onderhandelaars, is Het Beginsel van Verhulst.  Gert Verhulst.  En van Samson natuurlijk.

 

 

*****

 

 

 

Bwa, ik weet het allemaal niet zo goed meer. 

 

De hectiek van het leven van alledag interfereert zwaar met mijn loopagenda.  En daar word ik kriegel van.  Omdat ik niet hou van druk en stress. 

 

 

En al helemaal niet van te abrupte veranderingen.

 

 

Normaal is het lopen een goede remedie tegen dit soort zaken.  

 

Lopen als mijn perfecte gevoelsbarometer.   

 

Maar laat het nét daar nu ook spaak lopen. 

 

En dan blokkeert de rest ook. 

 

In die mate dat het toetsenbord alle aantrekkingskracht verliest.  En geen enkele alinea nog mijn goedkeuring meekrijgt.  Mijn donkere geest fungeert als onverbiddelijke censor.

 

 

*****

  

 

Na de Descente de la Lesse voelde ik lichte pijn in beide achillespezen. 

 

desc06092011_079.jpg

Doortocht te Gendron, in tempore iets minder suspecto.

 

 

Waar staan we nu?

 

Linker achilles opnieuw op de plaats die begin dit jaar al roet in het eten heeft gegooid, rechts valt de pijn wat hoger te situeren, aan de overgang met de kuit.

 

Ik besloot om de Jogging ville de Namur en de Bollekesloop te Berchem, beide wedstrijden op zondag 11 september, nog af te werken en dan eens rustig de tijd te nemen om alles te laten helen.

 

 

*****

 

 

Namen.

 

Namen, waar Samber en Maas elkaar in de armen vallen.  

 

Namen, hoofdstad van onze tegenvoeters in dit wrange land. 

 

Namen.

 

Een aantal beelden flitsen door mijn hoofd.  Hoe ik op een zomernacht tegen beter weten in de citadel van Namen opreed, op zoek naar beelden van mijn jeugd.  Beelden die ik niet meer vond.

 

Onder mij de twinkelende stad.   De geluiden komen gefilterd de bergwand op.  Namen, een zoemend wespennest.  De autolichten in de aders van de stad.  De Maas weerspiegelt statig rimpelend het fletse maanlicht.

 

Vervagende graffiti, troosteloze tags van verloren generaties. 

 

 

De citadel bij nacht. 

 

 

Een aantal hangjongeren van onbestemde allochtone origine met opgefokte bromfietsen scheuren knetterend voorbij. 

 

Dit is hun territorium. 

 

Overdag is de citadel van de toeristen, bij nacht en ontij maken zij hier de drugsdienst uit.  Er gaat een nerveuze dreiging van hen uit. 

 

Ze taxeren iedereen, flitsende ogen, testosteron, zwarte leren jekkers.

 

Namen.

 

Namur.

 

 

*****

 

 

11 september 2011.

 

Jogging ville de Namur.

 

Ik sta met mijn vriend Frank in de ondergrondse parkeergarage onder het stadhuis van Namen.  We kleden ons om in de geopende achterklep van mijn wagen.  De gesprekken hebben een plagerige ondertoon, wat aangeeft dat er toch een gezonde nervositeit heerst.

 

Inschrijven in de hall van het stadhuis en dan even de sfeer gaan opsnuiven in de startzone in de Rue de Fer.  De jeugdlopen zijn volop aan de gang. 

 

Er hangt een kunstmatige ambiance, hels dreunende muziek, een begeesterde omroeper, vlaggen, wimpels, ballonnen, luchtbogen, boodschappen van de sponsors, promostands.

 

Het lawaai van de startzone vervaagt achter ons wanneer we  ons warmlopen in de wirwar aan steegjes in de binnenstad van Namen.  Vitrines kijken. 

 

De Rue de Fer geeft de grote internationale ketens onderdak; in de kleine zijsteegjes vind je alternatieve en knullige winkeltjes, hippe restaurantjes, stoffige vitrines vol snuisterijen, tweedehandszaakjes, antiek en prullaria.  En de onvermijdelijke pitabars en nachtwinkels, vaste prik in steden.

 

Scholen met strenge gevels, verweerde kerken, protserige standbeelden van vergeten helden, à nos héros van oorlogen van het laatste millennium.

 

 

*****

 

 

Links van ons torent de citadel dreigend boven ons uit.

 

Nog een plaspauze.  We belanden in de staart van de wedstrijd van 5 km.  We keuvelen wat, kijken onze ogen uit. 

 

Twee kempenzonen in den vreemde.

 

Mijn achillespezen zeuren.   Kopzorgen, want de Jogging ville de Namur is geen lachertje.  De klim naar de citadel is zware kost, de afdaling is dan weer moordend voor de achillespezen. 

 

Ik weet niet of dit zo'n goed idee is. 

 

Dit is geen goed idee.

 

 

*****

 

 

Startzone. 

 

Frank staat vlak bij mij.

 

Frank heeft gisteren al een wedstrijd gelopen, 14 km te Evrehailles.  Au fil du Bocq, wedstrijd van de Challenge Delhalle.

 

We worden opeen geperst in de startzone.  Nu is het nog maar een kwestie van seconden vooraleer de woeste meute de citadel mag bestormen.

 

JogNamur11.jpg

 

De speaker telt af en dan wordt de wedstrijd op gang geschoten.

 

De eerste meters moet ik me breder maken door met de armen de lopers van me weg te houden.  Kwestie van valpartijen te vermijden.

 

JogNamur12.jpg

 

Rue de Fer uit, linksaf, voorbij de studio's van de RTBF, waar ik tot verbijstering van een aantal verdwaalde toeschouwers het voetpad kies en zo meteen een stuk of twintig lopers voorbij weet te schieten.

 

Beheers je nu toch eens Mark, er is nog tijd genoeg om voorbij te gaan!!!

 

Niet te snel, niet te snel.

 

We bereiken de brug over de Samber en draaien rechts richting voet van de citadel.  Het gaat hier vals plat omhoog.  De Rue Bord de l' Eau.

 

En nog steeds vlieg ik tientallen lopers voorbij.

 

Linksaf!  De Avenue Jean 1er.  Nu wordt de adem abrupt afgesneden.  Het gaat hier steil bergop.  Snelle starters worden de benen afgesneden.  Het peloton kreunt en wordt op een lint getrokken.  Ik moet me beheersen om niet als een bezetene de berg op te knallen.  Rustig blijven, er staan ons nog bangelijke stukken te wachten.

 

Kasseitjes.  Dit moet de Route Merveilleuse zijn.  Wanneer ik naar links blik, merk ik dat de stad al diep onder ons is weggezonken.

 

Tunnel door.

 

JogNamur15.jpg

 

We komen in het hart van het oudste deel van de citadel.  Het Kasteel van de Graven van Namen. 

 

Nog steeds is het pijnlijk klimmen.  Geen seconde rust word je hier gegund.  De adem jaagt.  Over een hoge brug, voorbij Parfumerie Guy Delgorge.

 

En gestaag klimmen we.  Ik heb al serieus op mijn adem getrapt en moet even recupereren.  Daardoor word ik op mijn beurt door een aantal lopers voorbij gelopen.   Niet goed voor het hanige ego.

 

Vlakke ondergrond.  Eindelijk vlak!  Eventjes toch.  De longen volpompen en terug een ritme vinden.

 

We lopen inmiddels op Terra Nova, het toeristische hart van de site. 

 

Nu is het niet ver meer naar de Stade des Jeux op de Esplanade. 

 

Maar die laatste zone is de zwaarste van allemaal.  Een stijgingspercentage dat in de dubbele cijfers loopt.  Het is moordend zwaar en je voelt de benen vollopen, compleet verzuren.  Het zweet stroomt, de hartslag piekt.

 

De tunnel door.

JogNamur17.jpg

 

 

De esplanade.  Stade des Jeux.  Immense vlakte waar een strakke wind blaast.   Decor van zovele concerten en sportmanifestaties.  We kruisen de esplanade diagonaal.

 

Drankpost.  Dorst lessen en verkoeling zoeken.

 

Voor velen is de esplanade de top van de citadel, maar niets is minder waar.  Er moet nog een serieus stuk geklommen worden, zo herinner ik me nog van vorig jaar.

 

Bij het verlaten van de esplanade, gaat het eerst een stukje bergaf.  We draaien de gaskraan nu helemaal open en lopen weer een aantal lopers voorbij.

 

Kapelletje.

 

Nu loopt de weg weer fors omhoog.  Forser dan ik me kan herinneren.  Ik parkeer.  En moet tot mijn wanhoop vaststellen dat ik weer door hele volksstammen word geremonteerd.  Ik kraak.

 

 

Stukje bergaf. 

 

 

En weer omhoog.

 

 

Help!

 

 

En opnieuw.

 

 

Tot driemaal toe dalen om daarna opnieuw met een forse snok weer te klimmen. 

 

 

Gek hoe ik dat uit mijn geheugen had verbannen.

 

 

Hotel Château de Namur. 

 

Nu zijn we helemaal boven.  Vanaf nu krijgen we geen noemenswaardig klimwerk meer voorgeschoteld.

 

De Avenue Marie d' Artois.  We vliegen als losgeslagen gekken naar beneden.  Ik bouw toch enige reserve in, kwestie van de achillespezen niet helemaal af te doen scheuren.  We slingeren naar beneden, richting Esplanade, waar we de staart van de wedstrijd naar boven zien zwoegen.

 

De Esplanade.  Drankpost opnieuw.  We nemen de korte zijde van de rechthoek van de vlakte, snijden de eerste bocht af van de afdaling langs de Maaskant van de citadel, de Route Merveilleuse.

 

We dalen gemiddeld 6 %.  Geen genade voor de achillespezen, nu gaan we voluit. 

 

De afdaling loopt zigzaggend langsheen de helling, met haarspeldbochten die telkens het tempo er uit halen. 

 

Beneden. 

 

Voorbij het Casino.  Het jaagpad naast de Maas.  Een ellenlang stuk.  Naast mij een loper met het grijze shirt van de Descente de la Lesse 2011.  We wisselen een paar woorden, over hoe ellendig zwaar het wel is.

 

Samenvloeiing Samber en Maas.  Een korte knik bergop sloopt me helemaal.  De laatste splinters energie worden uit me gezogen. 

 

Brug over de Samber.

 

Het parcours loopt nu de oude binnenstad van Namen in.  Ik klamp aan bij een dame.  Ze is zo mager als een rietstengel. 

 

Lossen, dat nooit.

 

Er komt geen eind aan het gekronkel door steegjes en straatjes. 

 

Mijn koninkrijk voor een finishlijn!

 

En dan draaien we eindelijk de Rue de Fer in.  Rietstengel beslist dat ik er af moet en versnelt nog wat.  Ik gooi de handdoek in de ring.

 

Finish!!!

 

Net over de finish gelopen, word ik staande gehouden door een cameraploeg.  Camera loopt, microfoon in aanslag, er wordt mij een vraag gesteld.

 

Hoe ik de wedstrijd had ervaren?

 

Ik hijg als een renpaard (lees: ouwe knol) en brabbel een halfslachtig antwoord in een variant van het Frans bij mekaar. 

 

Over hoe zwaar, maar ook mooi deze wedstrijd wel is.

 

Enfin, voor hetzelfde geld heb ik iets gezegd waardoor Di Rupo nu écht plan B begint te overwegen....

 

 

Ik hoop dat ze het niet hebben uitgezonden. 

 

Vermoedelijk ben ik nu een hit op de Waalse YouTube. 

 

Dat ergens in de banlieues van Luik een kenau van een Waalse huisvrouw haar morsige kinderen afranselt, een Marlboro in de mondhoek geklemd, terwijl ze brult:

  

 

Als je je bordje niet leegeet, dan word je zoals die lelijke meneer!!!

 

En als je niet goed je best doet op school, dan praat je later zoals die vieze, kalende meneer!!!

 

 

*****

 

 

11,7 km werden volbracht na 50 minuten en 7 seconden.   Gemiddeld iets harder dan 14 km per uur.  Plaats: 134. 

 

Bij de veteranen B ben ik 10de.

 

Vergeleken met vorig jaar ben ik 1 minuut en 45 seconden trager.

 

Frank finisht 1 minuut en 7 seconden later.  Puik gelopen, zeker in de wetenschap dat hij gisteren al een zware wedstrijd heeft betwist.

 

 

*****

 

 

We zitten broederlijk naast mekaar in de kofferbak van mijn wagen.  Na te puffen van de inspanning.

 

Ik eet wat, Frank eet ook wat.

 

Ik drink wat, Frank drinkt ook wat.

 

Ik heb relatieve vrede met mezelf en met mijn tijd, maar wanneer ik buk om eens stiekem in mijn achillespezen te knijpen, weet ik dat de schade niet miniem is. 

 

En ik besef dat de pijn in de achilles nog gemaskeerd wordt door het feit dat ze warm is; straks (én morgen) zal dat een héél ander verhaal zijn...

 

 

*****

 

 

Zij die deze geschriften frequenteren, weten dat ik in 2010 de waanzinnige stunt heb uitgehaald om enkele uren na de Jogging ville de Namur aan de start te verschijnen van de Bollekesloop te Berchem.  Omdat ik toen na Namen het knagende gevoel had dat ik die dag nog niet genoeg kilometers had gelopen.

 

Nu voelde dat wel eventjes anders aan.

 

Maar goed, noblesse oblige, we wilden dat huzarenstukje nog wel eens dunnetjes overdoen.  Wat voor Frank dan meteen de 3de wedstrijd binnen een tijdsbestek van 24 uur zou zijn. 

 

 

Wie doet beter?

 

 

Spoorslags naar Berchem.

 

Berchem, waar het Bolleke Koninck thuis is.

 

Berchem, waar nergens parkeerplaats te vinden is....

 

En toch.  Ergens op een straathoek kon ik de wagen er tussen millimeteren en na een fikse wandeling staan we, met zure benen, in alweer een startzone van alweer een loopwedstrijd.

 

Ik heb een blauwe heliumballon aan mijn rugzak gehangen, zo kan Frank mij altijd terugvinden in de massa. 

 

Handig!

 

Aan de inschrijftafel gekomen, merk ik dat mijn portefeuille niet in mijn jas zit.

 

Ik voel mijn bloed in mijn aders bevriezen.  Ligt die nog in de auto?  Ik hoop het. 

 

Frank gaat de inschrijvingen regelen, terwijl ik in gestrekte draf naar de auto terugloop.  Ik voel nu al van alles kraken, scheuren en schuren aan mijn lijf. 

 

Wat gaat dat straks zijn?

 

 

Auto.

 

Oef.  Mijn portefeuille ligt los in de kofferbak.

 

Terug naar de startzone, in alweer gestrekte draf. 

 

Kraak, scheur en schuur.

 

Frank gevonden dank zij de blauwe ballon.  Administratie geregeld, omkleden (in het hagelnieuwe shirt van de Jogging ville de Namur 2011!)  en dan is het meteen tijd om de startzone op te zoeken.

 

De Kempense kemphanen aan de start van wedstrijd nummer 2 van de dag: de Bollekesloop te Berchem: goed voor alweer 10 km.

 

id309911-468x470.jpg

 

 

En we zijn weg!

 

De eerste kilometer doet alles pijn, alle adrenaline ten spijt.

 

Tandjes bijten.

 

En we schuiven goed mee. 

 

We draaien een grote rechthoek omheen de site van Brouwerij De Koninck, om dan via de ellenlange Belgiëlei te lopen, richting stadspark en tunnel 1.

 

Na een kilometer of 4 weet ik het al.  Dit was absoluut geen goed idee.  De achillespezen doen akelig veel pijn, ik heb een zware doffe pijngordel in de onderrug en kuiten die leeg zijn. 

 

 

Enfin, dit wordt ouderwets afzien.

 

 

De tunnel in.  Zelfs bergaf lopen brengt geen soelaas.  Ik blik achterom en merk dat Frank op komst is. 

 

Tunnel uit.  Hier scheuren alle spieren.  Ik zit er helemaal doorheen. 

 

Britselei.

 

Frank komt bij mij.

 

Dat rijmt.

 

Ik pik aan.  Samen lopen we de Kasteelpleinstraat in.  Ik voel al snel dat ik niet mee kan met Frank.  Nog wat bijten, maar net voor we het Vleminckveld indraaien, moet ik mijn kompaan laten gaan. 

 

Mijn tempoverval is bangelijk.  Het ritme is er helemaal uit. 

 

Oudaan, de flikkentoren.

 

Ik trek het tempo met de moed der wanhoop weer wat hoger.  Ergens hoop ik dat Frank ook een moeilijk moment zal krijgen en dat ik terug zal kunnen aanpikken.

 

Tweede tunnel van de dag, onder de leien door, richting Van Eycklei.  Ik meen Frank voor mij uit te zien lopen. 

 

Ik versnel.  Of ik dénk dat ik versnel. 

 

En ik loop in op Frank.

 

Tot ik merk dat het helemaal Frank niet is.

 

 

Godvermiljaarde.

 

 

En nu is de geest helemaal uit de fles.

 

Ik strompel wat verder, terwijl een paar duizend lopers me voorbij vliegen.  Ze zijn allemaal zo fris als een hoentje, ik ben helemaal opgebrand.

 

Het enige wat niet pijn doet aan mijn lijf is mijn neus (wat volgens mijn vrouw nog een groot geluk is, gezien het formaat).

 

 

Ik wil stoppen!  

 

 

Ik wil rust! 

 

 

Ik wil een finishlijn! 

 

 

Ik wil een dame blanche. 

 

 

Ik wil nooit meer lopen! 

 

 

AAAAARRRRGGHHFHGHGJGDHJTEYIKTYFZQEkht8!!!!!!!

 

 

 

Ik wil hier en nu gaan liggen en een potje bleiten.

 

 

 

Er komt geen eind aan de miserie, noch aan de Belgiëlei.  Die lei is langer dan België, daar durf ik een kapotte achilles op verwedden...

 

 

Maar eindelijk, eindelijk, eindelijk is daar de finish.

 

10 km op 45 minuten en 11 seconden.  Plaats 134.   

 

Geef me een touw, dan hang ik me op!

 

Frank was minuuuuuuuuuuuten sneller (43m 04s).  Drie wedstrijden op 24 uur, il faut le faire!

 

 

 

Bolleksloop.jpg

 

Aankomst.

 

Zoete verlossing...

 

Frank vangt me op.  Samen bagage ophalen en naar de kleedkamer.

 

We baren wat opzien met hét verhaal van de dag, hoe we 2 à 3 wedstrijden hebben afgehaspeld op een etmaal of minder. 

 

Frank trakteert op een bolleke Koninck.  Het aan de lippen zetten van het bolleke maakt al heel wat goed. 

 

Maar niet alles.

 

 

*****

 

 

Dames, heren, vrienden, de dubbele aanval op de achillespezen heeft me nog eens met de neus op de naakte feiten gedrukt. 

 

De achillespezen zijn kwetsbaar.

 

Maar ik moet ook eerlijk zijn.  Mijn kiné heeft me dit voorjaar gezegd dat hij mij (en mijn achilles) zou helpen om de 20 Km door Brussel te lopen, maar dat er daarna dringend schoon schip moest gemaakt worden.

 

Rust, behandeling en zorgen dat alles compleet heelt.

 

Wat ik heb verzuimd.

 

Lopen, dat was wat ik wou.

 

Daardoor ben ik blijven sukkelen met de achillespezen, zelfs trainingen bleken té belastend.

 

Er zat maar één ding op.

 

Een tabula rasa.

 

Drie weken in strikte quarantaine.

 

 

*****

 

 

Zaterdag 22 oktober heb ik voor het eerst weer de schoenen aangebonden.

 

Alles was ok.

 

En herfst natuurlijk.

 

Herfst.

 

De prelude van het verval.

   

 

 

 

17:45 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

Commentaren

Op voorwaarde dat je alle hersencellen gebruikt die je van Onze-Lieve-Heer hebt gekregen, zal jij nog làng kunnen genieten van het lopen en wij van jouw verhalen. Maar dan moet je af en toe het verstand laten spreken en jezelf niet in de prak lopen. Het verval is nog lang niet in gezet!

Gepost door: Sandy | 26-10-11

Reageren op dit commentaar

6 weken om verminkte achillespezen weer loopklaar te hebben: ja dat moet zoiets zijn. Naar het schijnt zou je die dingen ook met enige omzichtigheid kunnen behandelen? Maar zo zitten lopers (én fietsers) niet in mekaar, hé! Let's go for it! :)) Take it easy, man!

Gepost door: navidad | 28-10-11

Reageren op dit commentaar

Hier lijkt de dubbelslag goed verteerd.
Laat nu alles maar eerst eens goed genezen. Je kan altijd eens een rustig duurloopje met ons doen op zondagochtend. Zéér goed voor het herstel én de conditie! Grtjs!

Gepost door: Hild Hillen | 02-11-11

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.