29-06-11

Babylonische spraakverwarring

 

 

Babylonische spraakverwarring.

 

 

 

Triiiiing!

 

De telefoon gaat.

 

 

Nu ja, in feite doet onze telefoon niet triiiing, maar eerder ploeroeroeloeroeloe.

Vroeger deden telefoons triiiiing, nu moet dat zonodig iets elektronisch zijn.  Vroeger waren dingen nog logisch.  Nu hoeft dat niet meer.  Het is onomkeerbaar fout gegaan op het moment dat we telefoons een eigen persoonlijkheid hebben gegund.  

 

Soms betrap ik me op de verontrustende gedachte dat Osama gelijk had... 

 

Bij de GSM van Kind 2 kan je je aan alles verwachten qua ringtone, variërend van het geblaf van een hond die hij nooit kreeg van zijn ontaarde ouders,  of het geluid van een met doodsverachting gelaten scheet tot een speech van Adolf H., maar dan in de versie van Cartman, dat irritant figuurtje van het zo mogelijk nog irritantere South Park

 

Razend wordt een weldenkend mens daarvan. 

 

En ik ook.

 

 

Ik herbegin.

 

 

Ploeroeroeloeroeloe!

 

Dat is de telefoon die triiiing doet, maar dan heu...

 

 

Ploeroeroeloeroeloe!

 

"Kan jij even oppakken," brult mijn strijkijzerende vrouw stijlvol.

 

 

Ploeroeroeloeroeloe!

 

Ik pak op.

 

 

Het is Maria, onze buurvrouw van respectabele, edoch onbestemde leeftijd.

 

Bellen met Maria is een oefening in engelengeduld. 

 

Daar zijn een paar redenen voor. 

 

Ten eerste draagt Maria een hoorapparaat.  Normaal helpt dat ding om beter te horen, bij Maria dient het tot niets, waardoor het aangewezen is het spreekvolume lichtjes op te drijven.  Dat is eufemistisch taalgebruik voor keihard brullen in de hoorn.

 

Ten tweede noemt Maria mij altijd Frank.  Dat doet ze nu al een paar jaren.  Mijn naam is Mark, u weet dat, maar Maria heeft ergens mid jaren negentig eenzijdig beslist me Frank te noemen.  En ongeacht hoeveel keer ik haar corrigeerde, ze bleef me halsstarrig Frank noemen.  Op een bepaald moment heb ik het opgegeven haar te corrigeren, sterker nog, ik schik mij gedwee in de rol van Frank, de buurman.  Soms kan Maria ook mijn tweede naam niet meer voor de geest halen, en dan noemt ze mij Heum, waarbij ik haar volgaarne ter hulp schiet en haar eraan herinner dat ik Frank heet.   Kwestie van de spraakverwarring binnen Babylonische perken te houden.

 

Trouwens, mijn vrouw K. wordt door Maria meestal Paula genoemd.   Dichter bij bigamie zal ik nooit komen.  Twee vrouwen.  Het idee alleen...

 

Nog een geluk dat ik mijn kinderen genummerd heb, meer bepaald Kind 1 en Kind 2, anders was de verwarring niet meer te overzien. 

 

Schizofrenie is niet ver af bij ons, vrees ik. 

 

  

*****

 

 

 

Ploeroeroeloeroeloe!   Of neen, excuus, ik had al opgepakt.

 

 

"Ha, Frank, 't is Maria hier."

 

 

HA, DAG MARIA! 

 

Ja, ik tik het hier in hoofdletters, omdat ik volume misthoorn gebruik.  Plaaster komt van de zoldering gedwarreld, kopjes rinkelen in de keukenkast, de kat geraakt van pure schrik aan den dunne...

 

 

 

"Seg Frank, proficiat hé."

 

 

HEUM, PROFICIAT WAARMEE MARIA?

 

 

 

"Ja, Frank, ik heb het gezien in de Gazet, dat ge gewonnen hebt."

 

 

Plots besef ik waar Maria op doelt.  Vorige vrijdag stond er een foto in de Gazet van Antwerpen, waarop uw dienaar stond afgebeeld in aktie op de Stratenloop door Hoogstraten.  Maria denkt verkeerdelijk dat ik gewonnen heb...

 

 

IK HEB NIET GEWONNEN, MARIA!

 

 

 

"Jaja, Frank, ik weet het, dat ge gewonnen hebt, proficiat."

 

 

Neen, niet gewonnen Maria, Frank was vijftigste!

 

 

 

 

"Goh Frank, ja gewonnen en dat op uw vijftigste, Frank!"

 

 

Neen, Maria,....

 

 

 

 

"Och Frank, nu dacht ik echt dat gij al vijftig waart?"

 

 

Maria spreekt de taal der illustere Vlaamsche voorvaderen, oprichters van het tijdschrift Van Nu en Straks, meer bepaald op de wijze van Prosper Van Langendonck, ook al een notoir schizofreen...

 

 

Neen, Maria...

 

 

 

"Allé, Frank, nog eens nen dikke proficiat, enneu....   ....is Paula thuis?"

 

 

Wie?

 

 

 

"Paula."

 

 

Op de achtergrond staat mijn vrouw heftig neen te knikken, maar met een grijnslach geef ik de hoorn aan mijn vrouw K., zij die in bepaalde kringen Paula wordt genoemd.  Mijn vrouw legt het strijkijzer neer en drukt de hoorn tegen haar oor (alhoewel andersom voor het verhaal misschien wel grappiger was geweest).

 

 

 

*****

 

 

Zaterdag 2 juli.

 

De winnaar van de Stratenloop van Hoogstraten, Frank, godverdoemme, Mark, ik, moi dus, maakt zich klaar om een lange, trage duurloop te gaan afmalen. 

 

Mijn gsm rookt nog een beetje na, want zowat iedereen heeft me per SMS uitgelachen met mijn foto in de Gazet van Antwerpen.  Ook mijn mailbox is gecrasht en Facebook staat helemaal volgeschreven.

 

De lange duurloop begint veelbelovend.  Lekker loopweertje, het smost en het is lekker fris.  Halfweg de Lindendreef bots ik figuurlijk op Koen V.D.  Ook hij heeft de krant gezien.   We groeten mekaar, oude krijgers, en zetten onze weg verder.

 

 

Duurlopen vragen om een geschikte omgeving.  We durven daar kieskeurig in te zijn.

 

Geen betere plaats om duurlopen af te werken dan de bossen van Wortel Kolonie.

 

Zij die deze kronieken frequenteren weten dat ik kind aan huis ben in de Wortelse bossen. Diep in mijn binnenste beschouw ik de bossen van Wortel als mijn hoogstpersoonlijke eigendom. Tegen o zovele bomen heb ik er de poot geheven om mijn territorium af te bakenen.

 

Daar loop ik!

 

Snuif op die potente geur van haag en den!

 

Wortel Kolonie!

 

Mijn loopjachtdomein...

 

 

Hier bereid ik me voor op de 20 Km door Brussel.   In opperste afzondering.

 

Wat Sergej (Serhiy) Lebid heeft met Kislovodsk in de Kaukasus, wel dat heb ik met de bossen van Wortel, zij het met iets minder wolven.

 

 

Nu ik er zo eens over nadenk, er zijn wel meer parallellen te trekken tussen mij en Sergej Lebid, naast het feit dat we allebei twee benen hebben.

 

Lebid loopt sinds 1994 de European Cross Country Championships.

 

Ik loop sinds 1994 de 20 Km door Brussel.

 

Lebid won al 9 keer de European Cross Country Championships.

 

Ik won nog helemaal niets.

 

 

Voelt u de overeenkomsten?  Onmiskenbaar, toch?  Ach, grote kampioenen onder mekaar, hoe gaat zoiets?

 

 

Wortel Kolonie maakt alle hooggespannen verwachtingen weer waar.  Uitgestrekte dreven, een plas, een konijn, graanvelden, een vogel, wind, boom, regen, wolk.

 

En de kilometers tikken voorbij, gestaag, net als de regendruppels. De rust is compleet. De hectiek van afgelopen woensdag wordt helemaal uit het hoofd gebannen.   Hier kan een mens zich verliezen in schier eindeloze gedachten, alleen met zichzelf.

 

 

En was het zaterdag nog koel, dan is het zondag écht zondag. 

 

De dag wordt zoek gebracht met kuieren over de kermis met Kind 2  en met het laks rondhangen op een terrasje met Erik, mijn onderkoelde Noorse vriend. 

 

De oude Viking becommentarieert het vrouwelijk schoon dat aan ons goedkeurend kennersoog voorbij flaneert. Das ewige Weib in diverse gradaties van ontkleding.

 

Als onthecht loper wijs ik mijn Noorse gezel op het feit dat 'blond' en 'bruin' voor mij louter varianten zijn van Leffe

 

Waarop mijn vriend de wijsheid der jaren laat spreken: "Blond of bruin, in het donker zijn alle katten grijs."

 

 

En dat alles vergankelijk is, behalve ware schoonheid.

 

En de cantates van Bach natuurlijk.

 

En de cantussen van Bacchus. 

 

 

En  zo dobbert de dag verder.

 

De ober doet wat moet.

 

De zon gaat sloom onder.

 

 

 

*****

 

 

 

Maandag 27 juni ontpopt zich tot een bloedhete dag. 

 

Om de drukkende namiddaghitte te mijden ga ik tijdens de voormiddag reeds op pad om broodnodige trage kilometers te maken. 

 

En nog is het erg duf, laf en drukkend warm zodat het zweet tappelings van de bast loopt.  De hartslag ligt een stuk hoger vergeleken met zaterdag. 

 

Maar plichtsbewust worden de kilometers afgewerkt, want zaterdag is er de laatste wedstrijd van het voorjaar, de stratenloop te Rijkevorsel. 

 

Ik start er op de 10 km. 

 

Moeilijk te voorspellen welke concurrenten er aan de start van de 10 km zullen verschijnen, gezien het erg grote aanbod aan afstanden (5km, 10 km, halve en volledige marathon, estafette-marathon).

 

 Ik zie u allen daar.

  

15:04 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

24-06-11

Tu quoque, Axel, fili mi!

Tu quoque, Axel, fili mi!

 

 

Woensdag 22 juni 2011.

 

De Corrida door Hoogstraten!

 

Dames en Heren, welkom op de Stratenloop door Hoogstraten, de 32ste editie.

 

Tja, ik probeer me op te peppen voor deze jaarlijkse klassieker, maar het lukt me niet zo goed.  Ik baal enorm.  Na de halve marathon van Minderhout, geslaagd volgens sommigen, gefaald volgens velen (waaronder ondergetekende), is de fut er wat uit. 

 

 

De geest is uit de fles. 

 

 

De rechterkuit

 

 

Neen, ik stop hier en nu.   Ik ben het spuugzat om altijd blessurerapporten te moeten neertikken. 

 

Hij heeft wéér wat, hoor ik u denken, terwijl u de wenkbrauwen in ongeloof fronst en betekenisvol diep zucht.

 

 

Juist. 

 

 

Naast die blessures, ben ik dat eeuwige gezeur over die blessures beu. 

 

Ben trouwens ook nog eens verkouden.   Kan er ook nog maar bij!  Luchtwegen zijn niet luchtverkeersvrij. 

 

 

MAAR!

 

 

Was het niet mijn kinesist die me ooit zei: Investeer geen energie in negatieve gedachten!

 

 

Voilà.

 

 

Dus de Corrida zal, zoals vanouds, gelopen worden met  de gas helemaal open.  Oh, gelukzaligheid! 

 

Gooit men mij een uitdagende handschoen voor de in loopschoenen gestoken voeten, dan buigen wij sierlijk (en relatief rugtechnisch verantwoord) door de knieën en nemen die handschoen met een duivelse grijnslach op.

 

 

Willen de heren mijn warme robijnrode bloed drinken?

 

 

Hier ben ik, steek die dolk in mijn rug! 

 

Ik, de oude, kreupele keizer van het asfalt. 

 

Tu quoque, Brute, fili mi!

 

 

Die bittere kelk zal tot op de bodem geledigd worden. 

 

Vrienden lopers, de corrida door Hoogstraten wordt een schok!  Sommigen azen op revanche, anderen willen mijn scalp (wat wel eens tegen kan vallen), wel hier ben ik!  Neemt en eet hiervan gij allen, want dit is het lichaam (dit ken ik van ergens).

 

 

Axel wil me kloppen, Frank wil me kloppen, Tom, Dré, Koen, Paul,  Johan wil me kloppen en ik wil hen allemaal kloppen. 

 

En de rest ook. 

 

 

Enfin, het was weer zo'n dag. 

 

Een dag vol belofte. 

 

Een dag vol plannen. 

 

Wedstrijddag!

 

Er hangt elektriciteit in de lucht.

 

******

 

 

Hoogstraten verkeert in een soort vakantieroes.  De jaarmarkt en de kermis kleuren het straatbeeld.  Een massa mensen verdringt zich rond de kramen en attracties.   Een gewriemel van mensen, een smeltkroes van geluiden en geuren...

 

 

Hoogstraten gonst en bruist!

 

Een heksenketel!

 

 

263802_2145489680691_1349732640_2543957_726598_n.jpg

Forse AVN delegatie.

 

En te midden van deze gezellige ambiance stellen de gladiatoren van de weg zich aan de startlijn op.  Twee rondjes, goed voor (een naar beneden af te ronden) 10 kilometer.

 

 

Zenuwen en pezen staan strak gespannen!

 

 

Om mij heen veel bekende gezichten, er wordt nog wat gebabbeld en zenuwachtig gefriemeld aan sporthorloges.  Al bij al een stresserende bedoening. 

 

10 km is ver en toch weer niet.  Ver genoeg om jezelf finaal op te blazen en niet ver genoeg om een tweede adem te vinden en zo een scheefgelopen situatie recht te zetten.

 

stratenloop.jpg

Enkele seconden voor de start.

 

 

Wat is het plan?

 

We gaan vol door, en zien dan wel of de kuit moeilijk wil doen.  No guts, no glory!

 

stratenloop2.jpg

De start!

 

En we zijn weg!

 

Worden we de eerste honderden meters op de Vrijheid nog opgehouden door tragere lopers, eens de Buizelstraat in gaat de gas vol open!  We zien wel waar het schip strandt!

 

 

Verschroeiend hard gaat het. 

 

 

En dan tikt er zowaar iemand op mijn schouder.  Het is Axel.  Jongeman met snelle benen, die gezworen had me vandaag te verslaan.  Hij legt meteen de druk heel hoog...

 

 

Tu quoque, Axel, fili mi!

 

 

Jij ook, Axel, mijn zoon!

 

 

Plant ook jij een dolk in het pompende hart van deze oude krijger?

 

 

 

*****

 

 

Kilometer 1 klokken we af na 3 minuten en 28 seconden.   Snoeihard!   En Axel kleeft aan mij als was hij mijn schaduw.  Een paar gedachten flitsen door mijn hoofd: met deze jongeman naar de streep gaan is geen optie; hij zal ongetwijfeld sneller sprinten.  Dus zit er maar één ding op: hij moet er zo snel mogelijk afgelopen worden.

 

Inmiddels schuiven snellere dames en heren ons voorbij, mondjesmaat weliswaar.  Niet zo ver voor ons loopt looplegende Jan H.!  Jan was iets trager dan gewoonlijk gestart, maar zal nog ver wegschuiven van ons...

 

269920_2145516321357_1349732640_2544023_2864491_n.jpg

Looplegende Jan H.

 

 

Telkens ik omkijk, zie ik het groene shirt van Axel.  Verdorie, dat zou wel eens een harde noot om kraken kunnen worden.

 

We lopen een thuiswedstrijd; langsheen het parcours moedigen bekenden ons aan.  Maar het tempo ligt zo hoog dat reageren onmogelijk is, laat staan rond te kijken...

 

De wind speelt ook hoog spel; het is constant positie kiezen.

 

 

 

*****

 

 

De jacht gaat ongenadig verder!

 

Kilometer 2: net boven de 7 minuten.  Dit is gekkenwerk.  Ik blik even om en merk dat Axel een gaatje heeft moeten laten.  Ik verdapper nog even.  Dit wordt buigen of barsten... 

 

 

Hij buigt.

 

 

Maar nu is de vraag of ik deze drieste start niet zwaar ga moeten bekopen in de tweede wedstrijdhelft.  

 

Zorgen voor later.

 

Ik passeer mijn thuisbasis, vind nog wat kracht om mijn vrouw te groeten en stoom verder.  Achter de kerk door en de Lindendreef in.

 

stratenloop2011.jpg

 

Lindendreef indraaiend krijg ik de fotografe in het vizier en blijk ik nog lucide genoeg om haar te groeten. 

 

In mijn zog loopt een jongeman (226), aan de aanmoedigingen te horen een zekere Daan.  We bundelen de krachten.

 

axel.jpg

Axel blikt vertwijfeld in de camera. 

De degens kruisen met het loopwonder doet een mens niet ongestraft...

 

 

Lindendreef uit, Gelmelstraat in.  Hier zit alles tegen.  Wind pal op de kop en dan ook nog eens lichtjes bergop. 

 

Ik grijp een bekertje bij de bevoorrading en kieper het over mijn kop.  Verder gaat het!

 

Ik zou iets sneller kunnen, maar besluit dat het zinnig is om bij Daan te blijven.  Daan is zo vriendelijk ook zijn deel van het kopwerk windop te doen. 

 

Bij het indraaien van de Peperstraat kijk ik over de rechterschouder en speur de Gelmelstraat af, op zoek naar het groene shirt van Axel.   Ginds in de verte meen ik hem te zien.

 

Terug de Vrijheid op.  Tussen de doldwaze kakofonie van kermiskramen en tussen een dubbele haag toeschouwers die ons vooruit schreeuwen, lopen we ronde twee in. 

 

Tussentijd na 5 km: 18 minuten en 38 seconden.  Iets boven de 16 km per uur.  Dit moet fataal aflopen...

 

Samen met Daan stoom ik verder.  We worden voorbij gelopen door de onvermijdelijke Maria V.  Maar de vaart zit er nog steeds in.  Ik probeer Maria V. te volgen, moet al snel inzien dat dat onbegonnen werk is en besluit haar als wegglijdend mikpunt te behouden.

 

Die versnelling wordt Daan fataal, hij kraakt en moet de rol lossen.   Jammer, ik kon zijn steun nog wel wat gebruiken.  Hoeveel deelnemers er ook zijn op de Corrida, ik sta er nu alleen voor.  

 

 

De kilometers beginnen te wegen. 

 

Ik vrees stil te vallen.  Ik vrees de ondergang.  Ik vrees.

 

 

stratenloop20112.jpg

 Tweede passage Lindendreef, niets luciditeit meer over.

     

 

Nu begint de verzuring keihard toe te slaan.

 

Dit is het punt waar de geest het lichaam voorbij de eigen grenzen dwingt.  Wanneer het hoofd ijl wordt, het denken wegvalt en je enkel nog meedrijft op het ritme van je hartslag, in een soort van mentale tunnel, zwevend op de bitterzoete pijn.  Alles staat op knappen en het lijf schreeuwt het uit. 

 

Tanden opeen geklemd, doffe blik. 

 

Badend in het zweet, je ademt pijn, het schrijnt de ziel.  De staat van genade.

 

  

*****

 

 

De Lindendreef. 

 

Niet zo ver voor mij loopt iemand van het FAT (het Fast Action Team).  Het blijkt Evert T. te zijn, de man die me op de Kloosterrun in Meer op het einde nog wist bij te benen.

 

Met de moed der wanhoop probeer ik mijn ritme nog een beetje op te trekken.  Ik merk dat ik begin in te lopen op Evert.

 

De ganse Gelmelstraat wind- en bergop heb ik nodig om Evert bij te benen.   In de Peperstraat merkt Evert dat ik kom aansluiten en probeert hij me opnieuw af te schudden.

 

Maar eens we de laatste rechte lijn indraaien, en we allebei onze laatste krachten aanspreken voor een spurt van stervende zwanen, merk ik dat aan het kortste eind trek.  Evert haalt het met twee seconden.

 

Finish op plaats 50 na 38 minuten en 13 seconden, een gemiddelde van 15,7 km/uur.  De afstand is weliswaar niet helemaal correct, maar goed.  16de master algemeen, 6de master categorie 45-50.

 

Folders weigeren, sportdrank binnenklokken, handjes schudden, tijden vergelijken, ervaringen uitwisselen.  De aankomstzone stroomt inmiddels vol.   

 

Concurrenten worden terug vrienden, Axel is terug mijn verloren zoon...

 

Binnen de paar minuten ben ik helemaal terug op positieven, het zit dus wel goed.  Maar de belangrijkste conclusie is dat de kuit deze beproeving wonderbaarlijk heeft doorstaan en dat ik ook geen noemenswaardige hinder heb ondervonden van de restanten van de verkoudheid. 

 

De ouwe zeurt graag, denk ik (instemmend geknik op de achtergrond).

 

Ik ben wel één minuut trager dan mijn allerbeste prestatie op het vernieuwde parcours, maar ja 2009 was een wonderbaarlijke editie, eentje die ingekaderd mag worden.

 

De chip wordt ingeleverd.

 

En dan begint mijn tweede jacht van de dag.  De jacht op mijn loopvest.  Ik had die in bewaring gegeven bij een juffrouw, vriendin van Tom V.  Helaas waren er geen duidelijke afspraken gemaakt waar en hoe ik mijn vest zou terugkrijgen.

 

In de aankomstzone zie ik de juffrouw in kwestie, ZONDER MIJN JASJE.

 

Op mijn vraag waar mijn vest is, zegt ze: "Die ligt nog in de Peperstraat."

 

Om het gewriemel doorheen de toeschouwers te vermijden, spring ik in de Gelmelstraat het parcours weer op en loop zo  naar de Peperstraat.  Daar vertelt men mij dat mijn vest mee is met alweer een andere juffrouw.

 

De kortste weg naar de aankomst is via het parcours, zo schiet het toch een beetje op.  Tussen een hoop stervende lopers, spurt ik, fris als een hoentje, wéér maar eens de laatste rechte lijn in (had ik daarstraks die snelheid maar gehaald!)

 

En ik finish voor de tweede keer.

 

De tweede juffrouw gevonden, maar ook zij had mijn vest niet.  Die bleek nu nog steeds in de Peperstraat te liggen.  En opnieuw loop ik via het parcours naar de Peperstraat, recupereer er mijn vest en loop nogmaals de Vrijheid op om andermaal een lange spurt te trekken tot de finish. 

 

En zo finish ik voor de derde keer.

 

Winnen zal hij nooit, maar finishen kan hij als de beste...

 

  

***** 

 

 

Dames en heren, ik moet het deemoedig toegeven, ik ben moeders mooiste niet (instemmend geknik op de achtergrond).

 

 Dat betwist ik niet. 

 

Volgens mijn vrouw, en wie ben ik om haar tegen te spreken, stond ik vooraan in de rij toen ze de lelijke neuzen uitdeelden.  En ook toen men de doos met rare oren opentrok, was ik de eerste die mocht kiezen.

 

En had ik vroeger een welvende haardos, dan resten er me nu nog enkele zielige pluimpjes dons, waarbij een open vlam te mijden valt. 

 

Hoe zal ik het zeggen, een kiwi heeft meer haar...

 

Ik stop hier nu, in het volle besef dat er nog wel wat anatomische details zijn die niet helemaal juist zitten, en dan druk ik me nog voorzichtig uit.

 

 

Ga je met zo'n kop sport bedrijven, dan krijg je al snel volgende beelden. 

 

Ik hoop dat de kinderen slapen. 

 

Moest er een koe meekijken, dan was ze meteen van haar melk.

 

 

blaas.jpg

blaas2.jpgblaas3.jpgblaas4.jpgblaas5.jpg

 

 

 

 

 

 

 

Ja, fraai is anders!

 

Wij overwegen trouwens om deurplaatjes te laten maken met de derde foto er op afgedrukt, en met als begeleidende tekst:

 

 

HIER WAAK IK! 

 BETREDEN OP EIGEN RISICO!

 

 

Ik weet het, uw maag heeft al heel wat te verduren gekregen met bovenstaande galerij der wansmaak, maar het kan klaarblijkelijk nog altijd een stukje erger!

 

stratenloop2011.jpg

 

Wat kunnen we zeggen?  Mooi T-shirt!  Een prima kop, alleen een trompet ontbreekt.  

 

  

*****

 

 

En via Facebook zorgen mijn vrienden fotografen ervoor dat deze foto ook nooit meer uit de annalen van het internet valt te branden.

 

Tu quoque, Leo, fili mi!

Tu quoque, Martine, filia mi!

 

 

Mijn vrienden fotografen houden niet van half werk.  

 

Om er zeker van te zijn dat iedere aap met een hoed op deze foto heeft gezien, hebben ze die bewuste foto voor alle zekerheid ook nog eens laten verschijnen op de internetkrant van de Gazet van Antwerpen, regio Kempen.  

 

Mijn naam erbij, een cynisch onderschrift erbij, leuk dus. 

 

Zoals u kan merken hebben ze het zekere voor het onzekere genomen en gekozen voor een formaat waarbij de foto niets moet inboeten aan walgelijke details.  Wat jammer te noemen valt.

 

gva.jpg

Dat mijn vrienden fotografen niet van half werk houden, bleek eens te meer vandaag, vrijdag 24 juni.

 

De Gazet van Antwerpen. 

 

Pagina 8: Bart De Wever.

Pagina 13: Geert Wilders.

Pagina 38 van de Gazet Van Antwerpen.  Inderdaad, Mark Peeters, maar helaas ook weer die foto...

 

 

Jaren loop ik, zeven wereldzeeën heb ik bevaren, diverse maagden heb ik gered van onkuise zaken, oorlogen en stammentwisten heb ik bezworen, vuurspuwende draken heb ik een tabletje Motilium gegeven, levensbedreigende ziektes heb ik overwonnen (waaronder een valling of twee), ik heb een grondwet of drie én een wereldhit geschreven, ik heb de Eiffeltoren herschilderd in drie kleuren bruin, ik meen zelfs dat ik ooit de 20 Km door Brussel heb gelopen (een keer of 18), ja, ik heb zélfs een hogedrukreiniger, maar denkt u dat ik hiermee ooit de krant heb gehaald? 

 

 

Niets ook niet.

 

 

En net wanneer ik mij opmaak voor een vendetta van ongezien formaat, waarbij de werken van ene Tony Soprano zouden verbleken, net wanneer ik het internet tot aan de grond wil afbranden volgens de tactiek der verschroeide aarde, net op dat moment zegt de relativerende tendens (in de gedaante van mijn vrouw):

 

 

Ach ventje, de gazet van vandaag is het oude papier van morgen...

 

 

 ________________________________________

Foto's (ja, ook die ene): Martine van Rijckevorsel, waarvoor dank

14:44 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

16-06-11

Als er nu nog iemand één keer Seraing zegt, dan sta ik niet in voor de gevolgen...

 

 

Als er nu nog iemand één keer Seraing zegt, dan sta ik niet in voor de gevolgen...

 

 

 

Kapellekensloop te Minderhout, 11 juni 2011

 

 

 

Minderhout, toegegeven het klinkt net iets minder exotisch als Venetië of Bora Bora, maar u zou schrikken hoeveel toeristische troeven Minderhout kan voorleggen... 

 

Zo is er de Costa Dorado Minderhout, de bekende gouden zandstranden aan de rivier de Mark, de wereldberoemde kapel Sagrada Familia in de Kapeldreef, de internationale luchthaven Charles de Gaulle vlakbij de grootste wolkenkrabber ter wereld, de Burj Kalifa.  In het plaatselijk voetbalstadion van Minderhout, Nou Campina, spelen afwisselend Minderhout City en Minderhout United hun thuiswedstrijden (voorlopig werden de TV-rechten nog niet verkocht) en dan is er ook nog het hardnekkige gerucht dat de Ronde van Frankrijk 2012 de Alpen links laat liggen en dat de koninginnerit haar beslag gaat krijgen op de ijzingwekkend steile flanken van de Hoge Weg te Minderhout.  Contador is bij deze een gewaarschuwd man (en twee waard) en zal best een stukske vlees extra inslaan van het type zero, zero zero zero, zero zero zero, zero zero zero, zero zero zero, zero zero zero, zero zero zero, zero cinco gramos, want vergeleken met de Hoge Weg is de Alpe d'Huez een slap niemendalletje (een zero, zeg maar).  Neen, de Hoge Weg heeft wel wat weg van de Tervurenlaan van de 20 Km door Brusssel, maar dan zonder de eeuwige sneeuw.

 

Jaarlijks is er het Minderhoutse festival, Lesswoodstock, waar de grootste acts de revue passeren: van de Spilzakken tot U3. 

 

 

Maar waar staat Minderhout vooral om bekend, wereldwijd en zelfs een stuk daarbuiten?

 

 

Voor de Kapellekensloop natuurlijk. 

 

Dé confrontatie van de Kempen. 

 

Waar de Kempenzonen elkaar het wit uit de ogen lopen. 

 

 

Daar moeten we bij zijn!

 

 

Het parcours is van een ondraaglijke schoonheid, te weten: asfalt, beton, klinkers, een verhard paadje, en dat in een afwisselend patroon waarvan de meest getaande loper spontaan de tranen in de ogen krijgt. 

 

En goesting natuurlijk, goesting om te lopen!

 

 

*****

 

 

De Kapellekensloop.  Dit jaar was er enkel keuze tussen 5km en nog wat, 10 km en nog wat meer of de halve marathon; de 15 km was afgevoerd van het programma.

 

Omdat het me de laatste weken niet zo slecht afging, had ik beslist de halve marathon te lopen. Tenminste, als het weer gunstig was.

 

De voorspellingen waren veelbelovend; niet te warm en wind net onder orkaankracht.

 

 

*****

 

 

Iedereen tekende present.  U mag dat letterlijk nemen.  Alle toppers uit de vier windstreken waren aanwezig. 

 

Veel bekenden van AVN, het Wezels Omslagpunt, de Atletiekclub van Rijkevorsel! 

 

Dat brengt extra stress met zich mee.  Vele priemende, taxerende ogen in startzone en tijdens de wedstrijd.  En ook veel bekenden aan de kant die je naam scanderen en getuige kunnen zijn van triomf of striemende nederlaag. 

 

En dan nu de saaie statistieken:  maar toch verplichte leerstof:

  

Hier te Minderhout heb ik in 2001 mijn debuut op de halve marathon gemaakt (1u32m18s).  Sindsdien liep ik er in 2002, 2003, 2004 en 2005 telkens onder de 1 uur 30 minuten, moest ik in 2006 ziek opgeven, in 2007 opgeven op de 15 km met een aanslepende hamstringblessure, in 2008 liep ik er een sterke 15 km, in 2009 1u31m40s op de halve, en vorig jaar een matige 15 km.

 

 

Het plan was een aanval te doen op mijn persoonlijke besttijd op de halve marathon; die chrono staat al een paar jaren vastgeroest op 1u 25m en 56s. 

 

 

Ach, nu lijkt het wel alsof ik doelbewust te werk ga tijdens wedstrijden.  Dat ik minutieus toewerk naar een piek en dan bewust een aanval plan op mijn persoonlijke besttijd. 

 

 

VERGEET HET!

 

 

Ik ben zo'n idioot die ELKE wedstrijd aan de start sta met maar één doel: mijn persoonlijk record op die afstand verpulveren.  Of ik nu net terug uit blessure kom en quasi ongetraind ben, of ik afgetraind ben als een bronstige Afghaanse windhond, dat maakt allemaal geen blaas uit; in mijn hoofd telt maar één ding: lopen, nondemiljaar.

 

 

Geef hier dat startpistool, dat ik schiet en vertrek, op zoek naar een persoonlijk record.  Of de totale afgang.

 

 

Hij die voor mij staat in de uitslag, wel, die mens was beter.

 

Nadenken is mijn fort niet, wordt hier wel eens meewarig gefluisterd in de wandelgangen. 

 

 

 

*****

 

 

 

De startzone. 

 

Frank T. staat vlak bij mij. 

 

 Frank heeft me geklopt in Seraing vorige week.

 

Het doet me niks.

 

 

Arrrgh, neen, dat is gelogen, het doet nog altijd pijn. 

 

 

Pas op, Frank is een fantastisch atleet, een toffe mens, aangenaam in de omgang, man van de wereld, stoer, kordaat, welbespraakt, voorzien van de nodige oren en poten, neen, echt waar, ongelogen, proper op zijn eigen en zo, ik bedoel maar, iedereen zou een Frank of twee in huis moeten hebben, maar (en er is altijd een maar) Frank heeft wél een geweldig nadeel:

 

 

HIJ HEEFT MIJ GEKLOPT IN SERAING! 

 

 

U zou nu mijn hartslag moeten kunnen voelen: 286, minstens.

 

 

Frank heeft mij geklopt in Seraing!

 

 

Best mogelijk dat ik vandaag mijn persoonlijke besttijd ga verpulveren, maar feit blijft wel dat Frank mij heeft geklopt in Seraing. 

 

 

Dat vergeet ik de eerste driehonderdtwintig jaar niet meer.

 

 

Dat Frank mij geklopt heeft in Seraing.

 

 

In Seraing dus.

 

 

Frank.

 

 

Geklopt.

 

 

 

*****

 

 

 

Hij die mij in Seraing klopte, staat naast mij in de startzone.  We praten wat, over een onbeduidend voorval in Seraing meen ik mij te herinneren (draai het mes nog maar eens rond in de wonde, doe maar, Frank) tot plots het magische moment is aangebroken.

 

 

Een pistool, meer is er echt niet voor nodig, en we zijn weg.

 

 

19de Kapellekensloop 2011 374.JPG

 

 

Eerst enkele bochten en dan is er de ongenadige klim op de Hoge weg.  Ik heb het spoor gekozen van Maria V., die hier ongeveer elk jaar de 1ste plaats bij de vrouwen behaalt.  Normaal gezien loop ik haar er in het begin van de wedstrijd af, om nadien weer geremonteerd en achtergelaten te worden.

 

 

Plots heb ik zowaar een plan! 

 

 

Ik ga bij Maria blijven en zien hoe lang ik mee kan. 

 

Peter F. uit Niel komt ook aansluiten, nu zijn we met drie.  Iets later met vijf.  Vlak voor ons schuift de kopgroep van ons weg.  Die kerels lopen dan ook dik boven de 17 km per uur.

 

We haspelen de eerste kilometer af op 3m 48s.  Dat is snel.

Ik kijk even om, gewoon maar om te checken of Frank, u weet wel, de man die mij klopte in Seraing, in de buurt is.  Seraing is niet in de buurt.

 

Vlak voor ons loopt Dré B.  Hij laat zich door ons groepje opslokken.  We zijn met zes.  En iets later met zevenen. 

 

Maar nog voor de tweede bevoorrading aan de molen, gaat de achterdeur van ons groepje al open. 

 

19de Kapellekensloop 2011 423.JPG

 Peter F.                                   Moi              Maria V.                                 

 

 

Twee man er af (u ziet ze nog in de bocht) en zo blijven we met vijf over: Maria, Dré, Peter, Tom en ikzelf.  Hoe hard het ook gaat (alleszins boven de 15 km/uur), er wordt zelfs nog wat gesproken.  Het zweet begint inmiddels al te stromen.

 

Doortocht 5 kilometer op 19 minuten en een paar seconden. 

 

Ik hoop minstens 3 ronden in dit groepje te kunnen blijven.  Omdat deze lopers stuk voor stuk beter zijn dan uw dienaar, hoop ik dat ze me op sleeptouw nemen naar een goede tijd.

 

Ronde 1 zit erop; nog 3 te gaan.  Ik zit op recordschema...

 

 

 

 ******

 

 

 

Ronde 2.  De olijke vijf zijn nog steeds bij mekaar.  Achteruit blikken is geruststellend.  Niemand die in staat lijkt om binnen afzienbare tijd aan te sluiten. 

 

 

Ook geen Frank te zien. 

 

Had ik u al verteld dat Frank mij in Seraing....?

 

 

Bevoorrading 1.  Ik moet een klein gaatje laten vallen.  Lopen en drinken, het lukt me niet goed.  Ik been de achterstand bij, wat toch wat krachten kost.

 

Bevoorrading 2: zelfde scenario, maar nu krijg ik het gaatje niet meteen dicht.  Ik heb de ganse Molenstraat en ganse 's Boschstraat nodig om terug aansluiting te vinden.  En daarvoor ben ik zwaar in het rood moeten gaan.  Ik merk dat ik onmogelijk dit groepje kan blijven volgen.

 

Wanneer we de Leemstraat indraaien, moet ik er weer af, en iets verder tekent de licht oplopende Witherenweg mijn doodvonnis.  Ik ben eruit gelopen en moet met lede ogen vaststellen dat mijn groepje wegschuift.  Op de Witherenweg zie ik dat Peter ook moet lossen.

 

Hij wordt mijn mikpunt.  10 kilometer trouwens in 39 minuten en een handvol seconden.

 

Maar ik sta er alleen voor.  En de wind begint ook zwaar te wegen.  Nog meer dan 10 kilometer alleen lopen.  Ik vrees dat een record er niet in zal zitten vandaag.

 

 

 

*****

 

 

 

Ronde drie.

 

Het lange lijden begint. 

 

Het tempo zit er nog wel in. 

 

Peter F. loopt niet zo ver voor mij uit.  Kon ik nu maar eens even versnellen, dan was ik zo bij hem.  Maar dat gaat niet.   Hoe frustrerend is dat: hoogstens een meter of tien achterstand, en met geen mogelijkheid het gat dicht kunnen lopen.

 

Ik zit à bloc. 

 

En toch ga ik door, en door, en door, en door.

 

Kilometer 15: 1 uur en enkele seconden.  Dat is slechts enkele seconden boven mijn tussentijd op de 15 km toen ik mijn besttijd liep op de halve marathon.  Ik heb nog meer dan 25 minuten voor iets meer dan 6 kilometers.  4 minuten 10 per kilometer.  Normaal gesproken lukt dat zonder probleem, maar na 15 snoeiharde kilometers is dat niet min.  Ik weet dat het over is, maar ga toch proberen zo dicht mogelijk te komen.

 

Verder gaat het.

 

Maar ik voel dat ik begin te kraken.  De systemen beginnen uit te vallen.  De adem jaagt, alles verzuurt, alles verkrampt. 

 

 

 

*****

 

 

 

Laatste ronde.  Er komt iemand aansluiten.  Ik probeer aan te pikken.  Lukt niet. 

 

Alles begint pijn te doen.  Mijn voeten staan in brand, mijn kuiten op het punt te ontploffen.  Alles aan mijn lijf schreeuwt het uit, alles lijkt te scheuren, willekeurige spieren op de rug gaan in kramp.

 

En opnieuw word ik bijgehaald.  Het is verdorie iemand die in het begin uit ons groepje is weggevallen.  Blijkt dat hij beter ingedeeld heeft.  Ook hier moet ik het hoofd buigen.  Ik kan niet mee.

 

En nog eentje, ja het kan niet op.

 

De Leemstraat.  Waar in godsnaam blijft dat bordje van de 20 Km? 

 

Ach, daar, eindelijk.  De chrono liegt niet.  1 uur 22 minuten en 28 seconden.  Record is weg.  Maar het wordt wel een goede tijd.

 

 

 

mark2.jpg

 

De laatste kilometer en nog wat meters wegen loodzwaar, ik ben leeg wanneer ik eindelijk de laatste rechte lijn indraai. 

 

En ik druk mijn chrono af op 1 uur 27 minuten en 27 seconden, op plaats 17 van 99 deelnemers. 

 

 

En ja, beste lezer, u bent natuurlijk razend nieuwsgierig hoe het Frank is vergaan. 

 

Frank, ook wel bekend als  "the Seraing Killer", zat nogal in de knoop met zichzelf.

 

frank.jpg

 

 

 

 Aankomstzone: sportdrank tanken, wat keuvelen met zij die sneller waren.  Uitblazen, op positieven komen. 

 

 

*****

 

 

 

Dit is mijn derde beste tijd van inmiddels 19 halve marathons.

 

Niet slecht voor deze oldtimer, maar ik zou Mark niet zijn als er niets zou knagen. 

 

Record gemist, maar het is ook duidelijk dat ik in feite de afstand nog niet helemaal in de benen heb.  Tot 15 km loopt het ok, nadien is het allemaal wat minder comfortabel.

 

Ik wandel (wankel) op pijnlijke lege benen richting kleedkamer.  De schoenen uit. 

 

Oei, er is toch wat randschade. 

 

De teen naast mijn dikke teen, de digitus secundus, heeft redelijk te lijden gehad.  Twee bloedblaren maar liefst...  Tijdens de wedstrijd deed alles in die mate pijn dat ik dat niet eens geregistreerd heb.

 

En ik vrees dat mijn rechterkuit ook gehavend uit de strijd is gekomen (een vrees die inmiddels bewaarheid werd; een lichte verrekking, helaas).

 

De douche buiten vergt ook wat van een mens.  Twee opstapjes van ruim 40 cm zijn bijna onoverkomelijk.  Douche is gelukkig lekker warm.

 

En dan volgt nog een ruime nabeschouwing, waarbij het rijkelijk vloeiend gerstenat  de tongen losser maakt, en waarbij de nachtmerrie te Seraing een vage herinnering wordt.

 

 

2011_06_11_2047.JPG

 

 

*****

 

 

 

 

Ik wens de bevriende fotografen hartelijk te danken voor het erg genereus ter beschikking stellen van hun foto's,

uitzondering gemaakt voor volgende foto:

 

 

 

 

mark.jpg

 

 

Hiermee is meteen het definitieve bewijs geleverd dat de mens inderdaad rechtstreeks afstamt van de aap, in mijn geval: de chimpansee. 

 

Darwin heeft dus gelijk...

 

Zoek de 0 verschillen:

 

imagesCAUK69P1.jpg

 

 

Dat de heren en dames van AVN nu vooral maar niet denken dat ze me keihard moeten uitlachen, want ik beschik over een behoorlijke oorlogskas schandelijk fotomateriaal van jullie allemaal...

 

 

 

***** 

 

 

Trouwens, met bepaalde foto's is het ook aangenaam algebra bedrijven:

 

Bijvoorbeeld:

 

 

 

2011_06_11_2033.JPG

 

 

We maken de som:                  één atleet + 4 tripels Westmalle, is gelijk aan:

 

 

2011_06_11_2049.JPG

 

Enfin, de nabespreking was mogelijk nog moeilijker, harder en vooral langduriger dan de wedstrijd zelf.

 

Wordt, helaas, vervolgd... 

 

 

_____________________

Foto's: Martine Van Rijckevorsel, Leo Gabriëls.

 

16:13 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

08-06-11

Lettre à Henri Storck

Lettre à Henri Storck

 

 

Zondag 5 juni 2011

 

De wedstrijden op zondag volgen mekaar in razend tempo op.   10 mijl te Malle, 20 Km door Brussel en vandaag de 10 mijl van Seraing.

 

Seraing, grauwe industriestad van staal, steenkool en ijzer, gevangen in een trage kronkel van de Maas.  Seraing is de vergeten en verpauperde dochter van het vurige, naburige Luik. 

 

Seraing, waar de hoogovens van John Cockeril een langzame reuteldood stierven en verworden zijn tot littekens in het groene landschap. 

 

Van industriële revolutie naar industriële archeologie.

 

Sporen van troosteloze arbeiderswijken, vervallen en ingeslapen industrie, vergane glorie van vakbonden, het hol van de leeuw van de PS.  

 

De gevels zwart van vroegere industriewalmen, een zee van scheefgetrokken schouwen. 

 

Verweerde reclameschilderingen op bakstenen muren, roestige prikkeldraad bovenop fabrieksmuren. 

 

Défense d'afficher.

 

Déviation.

 

 

De charme van lieflijk verval.

 

Een eenzame bak Jupiler in een dakgoot, desolate dakkapellen vol spinnenrag, oude dakpannen, een lofzang aan de uitzichtloze, stilzwijgende, bittere armoede en erfelijke werkloosheid. 

 

Een eenzaam café, gewurgd tussen de scheefgezakte huisjes. 

 

Jupiler, Chez Louis.

 

 

 

Dit doet denken aan de Borinage, het land van Henry Storck.

 

Les Enfants du Borinage.

 

 

Dit is het land van de gebroeders Dardenne, hun speeltuin.

 

Le Silence de Lorna.

 

L' enfant.

 

 

Elk moment verwacht je dat Jérémie Renier voorbij komt op een gammele bromfiets. 

 

Op de vlucht voor zichzelf, zijn schaduw.

 

 

*****

 

 

 

De 10 mijl van Seraing is onderdeel van het regelmatigheidscriterium Challenge Delhalle.

 

Plaats van afspraak: het 'Complexe Sportif du Bois de l'Abbaye', een hele mondvol.  Op de beboste heuvelrug, hoog boven Seraing, torenen een paar hoge flatgebouwen, vergane glorie uit de zeventiger jaren van vorige eeuw, boven de atletiekpiste uit.

 

Ik bevind me in het gezelschap van Frank en Hild, vaste gasten op deze Challenge, en neofiet Katrien. Ze verdedigen de zwarte kleuren van AVN.

 

Terwijl de lucht drukkend warm de belofte van een hels warmteonweer inhoudt, slenteren we naar de sporthal. 

 

De Seraingrunners weten hoe ze de innerlijke mens moeten verzorgen.  Er staat een barbecue te knetteren en een Luikse wafel is hier nooit ver weg.

 

Het taaltje dat hier gesproken wordt is een soort patois, waar je met je schoolse standaardfrans niet echt ver springt. 

 

 

*****

 

 

 

De Sporthal heeft betere tijden gekend, maar ik hou wel van gebouwen die geleefd en geleden hebben. 

 

Aankleden en opwarmen op de piste.  Frank, een habitué van de Challenge, wordt begroet door vele bekenden.

 

Ik ontfutsel Frank wat details van het parcours, want dat is voor mij een blinde vlek.  Parcourskennis is altijd een pluspunt; zo weet je wat je waar te wachten staat.

 

Het is drukkend warm, waarbij het zweet je uitbreekt zonder dat je daarvoor een inspanning hoeft te leveren.   Het traagjes opwarmen maakt me al drijfnat van het zweet.

 

Geen al te beste omstandigheden voor een 10 mijl.

 

 

*****

 

 

Frank maakt me attent op een dame.  Hij raadt me aan haar te viseren, omdat ze net een tikkeltje sneller is dan hem.

 

En dan begeven we ons naar de startlijn.  We moeten driekwart van de piste lopen, vervolgens een paar stroken asfalt verteren om dan de klim in het bos voor de voeten geworpen te krijgen.

 

 

De start.

 

Ik schiet vlotjes weg.  De piste loopt soepel en ik nestel me in het zog van de dame waarvan sprake.  De eerste asfaltstrook is nog bergaf en ik maak snelle benen.  Ik schuif vlotjes voorbij de dame en verder naar voor in het peloton.

 

Maar dan begint het klimwerk.  Vanaf kilometer 1 tot 3 is het zwaar beukwerk tegen de heuvelrug.  Ik schuif door tot bij de eerste dame in de wedstrijd, neem haar op sleeptouw tot ook zij moet afhaken.

 

Kilometer 3 haal ik op twaalf minuten. 

 

Goed bezig! 

 

We zijn dus als een gek tekeer gegaan; bergop lopen tegen 15 per uur? 

 

FAUT LE FAIRE!

 

FOUT!

 

We draaien het bos in en, helaas, ook hier gaat het bergop.  Niet zo steil, maar toch genoeg om héél véél pijn te doen.  Het is duidelijk.  Ik bekoop nu al mijn erg voortvarende start.  De eerste dame komt bij mij en laat mij op mijn beurt genadeloos achter.

 

Ik bijt op mijn tanden.

 

Het ritme wordt hervonden.  En eens helemaal boven, wisselen de klim- en daalzones mekaar af.  Klimmend verlies ik plaatsen die ik dalend weer inloop.  Maar dit soort harmonicagedoe kan ik niet eeuwig blijven volhouden. 

 

Laf en warm.  Er weerklinkt wat onweersgerommel, het begint wat te druppelen.  Een beetje welgekome verkoeling voor de slaven van de weg. 

 

Een adembenemend parcours, slingerend door de bossen boven Seraing.  

 

Ik zoek wanhopig naar een tweede adem.  Zonder succes overigens. 

 

Toch weet ik mijn plaats in de wedstrijd nog redelijk vast te houden.  Ik bedoel hiermee dat ze nu niet meer per tien voorbij komen geschoten, maar af en toe eentje.

 

Kilometers bospaden.  Af en toe toch een moment grijpen om rond te kijken naar de overweldigende natuurpracht. 

 

Km 10.  Dame twee, in gezelschap van een ganse roedel mannelijke beschermheren, komt me weer bijgebeend.  Had ik maar het verstand gehad om in de eerste kilometers bij haar te blijven, mogelijk kon ik dan nu ook nog mee.  Ze komen voorbij gestoomd en ik kan het hogere ritme niet aan.

 

Omdat ik weet dat Frank zich meestal in de buurt van deze dame ophoudt, blik ik af en toe over de schouder op zoek naar het zwarte AVN-shirt.

 

Voorlopig nog niks te zien.  Maar ik voel me opgejaagd wild in het Bois de la Vecquée...

 

Ik herinner me dat het parcours de vorm van een, weliswaar verwilderde, lekstok heeft.  Aanloopstrook, grote ronde in het bos en dan terug naar de finish over het stokje van de lekstok.

 

Wanneer ik eindelijk aan het einde van de lus ben (en dus aan het stokje van de lekstok richting finish mag beginnen), merk ik pas hou steil de aanloopstrook van 4 km was.  Het is keihard naar beneden.

 

Normaal ben ik een goede daler, maar de hamstrings en de kuiten doen zo'n pijn, dat ik niet durf door te lopen.

 

Ik kijk nogmaals achter me, en merk dat iemand met beide armen naar me zwaait.

 

 

FRANK!

 

 

Verdomme!

 

 

VERDOMME!

 

 

 

Ik kijk nogmaals om, in de hoop dat ik me vergist heb.

 

Ik heb me niet vergist.

 

Het is Frank, die me in het vizier heeft.

 

De hamstrings en kuiten mogen dan wel pijn doen, maar nu laat ik me als een rotsblok van de helling af denderen.  Het bos uit, het asfalt op.  Nog meer beenhard dalen.  Ben ik hier daarstraks tegen 15 km per uur tegenop geknald?

 

 

GOE ZOT GEWEEST!

 

 

Niet te verwonderen dat ik me opgeblazen heb.

 

 

En ik dacht dat het onmogelijk was om harder te lopen dan ik op die dalende stroken.  Vergeet het.  Op een mum van tijd is Frank bij mij.  We bevinden ons in de laatste wedstrijdkilometer...

 

En net wanneer het vlak wordt (shit, dit is pas stilvallen), trekt Frank nog eens door.  Ik gooi de handdoek meteen, vooral wanneer er een korte, maar nijdige knik in het parcours komt, vlak voor het binnenlopen aan de atletiekpiste.

 

Ik laat me in die laatste meters zelfs nog een paar plaatsen afsnoepen; ik kon gewoon niet meer reageren.

 

Knap gelopen van Frank (pos. 79, 1u8m41s), en wellicht een heel stuk verstandiger dan uw dienaar (pos. 82, 1u9m12s). 

 

Katrien loopt zich naar pos. 166, in een zeer knappe tijd: 1u15m43s en Hild strandt op pos. 398 met 1u32m31s.

 

Iedereen is tevreden, ik met wat gemengde gevoelens. 

 

Maar wat zeuren we? 

 

We lopen! 

 

Pijnvrij bovendien!

 

 

*****

 

 

Iedereen krijgt nog een goodiebag, met pasta, vitaminen, een reep lekkers en een fles plaatselijk Witbier.

 

 

HAHA!

 

 

GRATIS BIER!

 

 

Niks gemengde gevoelens meer, nu ben ik ook tevreden!

 

Of toch niet: de vervaldatum van het witbier was al enkele maanden overschreden.

 

Dat merkten we op nadat Frank een akkefietje had met zijn fles Witbier.  Die ontplofte namelijk  in zijn rugzak (de ijzerdraad die de kurk op de fles moest houden was gelost). 

 

 

Ik ben overtuigd dat dit een signaal was.

 

 

Het loopwonder kloppen op een loopwedstrijd?????

 

 

  God straft onmiddellijk!!!!

 

 

 

*****

 

 

 

 Volgende week: de halve marathon te Minderhout!

  

16:02 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |