08-06-11

Lettre à Henri Storck

Lettre à Henri Storck

 

 

Zondag 5 juni 2011

 

De wedstrijden op zondag volgen mekaar in razend tempo op.   10 mijl te Malle, 20 Km door Brussel en vandaag de 10 mijl van Seraing.

 

Seraing, grauwe industriestad van staal, steenkool en ijzer, gevangen in een trage kronkel van de Maas.  Seraing is de vergeten en verpauperde dochter van het vurige, naburige Luik. 

 

Seraing, waar de hoogovens van John Cockeril een langzame reuteldood stierven en verworden zijn tot littekens in het groene landschap. 

 

Van industriële revolutie naar industriële archeologie.

 

Sporen van troosteloze arbeiderswijken, vervallen en ingeslapen industrie, vergane glorie van vakbonden, het hol van de leeuw van de PS.  

 

De gevels zwart van vroegere industriewalmen, een zee van scheefgetrokken schouwen. 

 

Verweerde reclameschilderingen op bakstenen muren, roestige prikkeldraad bovenop fabrieksmuren. 

 

Défense d'afficher.

 

Déviation.

 

 

De charme van lieflijk verval.

 

Een eenzame bak Jupiler in een dakgoot, desolate dakkapellen vol spinnenrag, oude dakpannen, een lofzang aan de uitzichtloze, stilzwijgende, bittere armoede en erfelijke werkloosheid. 

 

Een eenzaam café, gewurgd tussen de scheefgezakte huisjes. 

 

Jupiler, Chez Louis.

 

 

 

Dit doet denken aan de Borinage, het land van Henry Storck.

 

Les Enfants du Borinage.

 

 

Dit is het land van de gebroeders Dardenne, hun speeltuin.

 

Le Silence de Lorna.

 

L' enfant.

 

 

Elk moment verwacht je dat Jérémie Renier voorbij komt op een gammele bromfiets. 

 

Op de vlucht voor zichzelf, zijn schaduw.

 

 

*****

 

 

 

De 10 mijl van Seraing is onderdeel van het regelmatigheidscriterium Challenge Delhalle.

 

Plaats van afspraak: het 'Complexe Sportif du Bois de l'Abbaye', een hele mondvol.  Op de beboste heuvelrug, hoog boven Seraing, torenen een paar hoge flatgebouwen, vergane glorie uit de zeventiger jaren van vorige eeuw, boven de atletiekpiste uit.

 

Ik bevind me in het gezelschap van Frank en Hild, vaste gasten op deze Challenge, en neofiet Katrien. Ze verdedigen de zwarte kleuren van AVN.

 

Terwijl de lucht drukkend warm de belofte van een hels warmteonweer inhoudt, slenteren we naar de sporthal. 

 

De Seraingrunners weten hoe ze de innerlijke mens moeten verzorgen.  Er staat een barbecue te knetteren en een Luikse wafel is hier nooit ver weg.

 

Het taaltje dat hier gesproken wordt is een soort patois, waar je met je schoolse standaardfrans niet echt ver springt. 

 

 

*****

 

 

 

De Sporthal heeft betere tijden gekend, maar ik hou wel van gebouwen die geleefd en geleden hebben. 

 

Aankleden en opwarmen op de piste.  Frank, een habitué van de Challenge, wordt begroet door vele bekenden.

 

Ik ontfutsel Frank wat details van het parcours, want dat is voor mij een blinde vlek.  Parcourskennis is altijd een pluspunt; zo weet je wat je waar te wachten staat.

 

Het is drukkend warm, waarbij het zweet je uitbreekt zonder dat je daarvoor een inspanning hoeft te leveren.   Het traagjes opwarmen maakt me al drijfnat van het zweet.

 

Geen al te beste omstandigheden voor een 10 mijl.

 

 

*****

 

 

Frank maakt me attent op een dame.  Hij raadt me aan haar te viseren, omdat ze net een tikkeltje sneller is dan hem.

 

En dan begeven we ons naar de startlijn.  We moeten driekwart van de piste lopen, vervolgens een paar stroken asfalt verteren om dan de klim in het bos voor de voeten geworpen te krijgen.

 

 

De start.

 

Ik schiet vlotjes weg.  De piste loopt soepel en ik nestel me in het zog van de dame waarvan sprake.  De eerste asfaltstrook is nog bergaf en ik maak snelle benen.  Ik schuif vlotjes voorbij de dame en verder naar voor in het peloton.

 

Maar dan begint het klimwerk.  Vanaf kilometer 1 tot 3 is het zwaar beukwerk tegen de heuvelrug.  Ik schuif door tot bij de eerste dame in de wedstrijd, neem haar op sleeptouw tot ook zij moet afhaken.

 

Kilometer 3 haal ik op twaalf minuten. 

 

Goed bezig! 

 

We zijn dus als een gek tekeer gegaan; bergop lopen tegen 15 per uur? 

 

FAUT LE FAIRE!

 

FOUT!

 

We draaien het bos in en, helaas, ook hier gaat het bergop.  Niet zo steil, maar toch genoeg om héél véél pijn te doen.  Het is duidelijk.  Ik bekoop nu al mijn erg voortvarende start.  De eerste dame komt bij mij en laat mij op mijn beurt genadeloos achter.

 

Ik bijt op mijn tanden.

 

Het ritme wordt hervonden.  En eens helemaal boven, wisselen de klim- en daalzones mekaar af.  Klimmend verlies ik plaatsen die ik dalend weer inloop.  Maar dit soort harmonicagedoe kan ik niet eeuwig blijven volhouden. 

 

Laf en warm.  Er weerklinkt wat onweersgerommel, het begint wat te druppelen.  Een beetje welgekome verkoeling voor de slaven van de weg. 

 

Een adembenemend parcours, slingerend door de bossen boven Seraing.  

 

Ik zoek wanhopig naar een tweede adem.  Zonder succes overigens. 

 

Toch weet ik mijn plaats in de wedstrijd nog redelijk vast te houden.  Ik bedoel hiermee dat ze nu niet meer per tien voorbij komen geschoten, maar af en toe eentje.

 

Kilometers bospaden.  Af en toe toch een moment grijpen om rond te kijken naar de overweldigende natuurpracht. 

 

Km 10.  Dame twee, in gezelschap van een ganse roedel mannelijke beschermheren, komt me weer bijgebeend.  Had ik maar het verstand gehad om in de eerste kilometers bij haar te blijven, mogelijk kon ik dan nu ook nog mee.  Ze komen voorbij gestoomd en ik kan het hogere ritme niet aan.

 

Omdat ik weet dat Frank zich meestal in de buurt van deze dame ophoudt, blik ik af en toe over de schouder op zoek naar het zwarte AVN-shirt.

 

Voorlopig nog niks te zien.  Maar ik voel me opgejaagd wild in het Bois de la Vecquée...

 

Ik herinner me dat het parcours de vorm van een, weliswaar verwilderde, lekstok heeft.  Aanloopstrook, grote ronde in het bos en dan terug naar de finish over het stokje van de lekstok.

 

Wanneer ik eindelijk aan het einde van de lus ben (en dus aan het stokje van de lekstok richting finish mag beginnen), merk ik pas hou steil de aanloopstrook van 4 km was.  Het is keihard naar beneden.

 

Normaal ben ik een goede daler, maar de hamstrings en de kuiten doen zo'n pijn, dat ik niet durf door te lopen.

 

Ik kijk nogmaals achter me, en merk dat iemand met beide armen naar me zwaait.

 

 

FRANK!

 

 

Verdomme!

 

 

VERDOMME!

 

 

 

Ik kijk nogmaals om, in de hoop dat ik me vergist heb.

 

Ik heb me niet vergist.

 

Het is Frank, die me in het vizier heeft.

 

De hamstrings en kuiten mogen dan wel pijn doen, maar nu laat ik me als een rotsblok van de helling af denderen.  Het bos uit, het asfalt op.  Nog meer beenhard dalen.  Ben ik hier daarstraks tegen 15 km per uur tegenop geknald?

 

 

GOE ZOT GEWEEST!

 

 

Niet te verwonderen dat ik me opgeblazen heb.

 

 

En ik dacht dat het onmogelijk was om harder te lopen dan ik op die dalende stroken.  Vergeet het.  Op een mum van tijd is Frank bij mij.  We bevinden ons in de laatste wedstrijdkilometer...

 

En net wanneer het vlak wordt (shit, dit is pas stilvallen), trekt Frank nog eens door.  Ik gooi de handdoek meteen, vooral wanneer er een korte, maar nijdige knik in het parcours komt, vlak voor het binnenlopen aan de atletiekpiste.

 

Ik laat me in die laatste meters zelfs nog een paar plaatsen afsnoepen; ik kon gewoon niet meer reageren.

 

Knap gelopen van Frank (pos. 79, 1u8m41s), en wellicht een heel stuk verstandiger dan uw dienaar (pos. 82, 1u9m12s). 

 

Katrien loopt zich naar pos. 166, in een zeer knappe tijd: 1u15m43s en Hild strandt op pos. 398 met 1u32m31s.

 

Iedereen is tevreden, ik met wat gemengde gevoelens. 

 

Maar wat zeuren we? 

 

We lopen! 

 

Pijnvrij bovendien!

 

 

*****

 

 

Iedereen krijgt nog een goodiebag, met pasta, vitaminen, een reep lekkers en een fles plaatselijk Witbier.

 

 

HAHA!

 

 

GRATIS BIER!

 

 

Niks gemengde gevoelens meer, nu ben ik ook tevreden!

 

Of toch niet: de vervaldatum van het witbier was al enkele maanden overschreden.

 

Dat merkten we op nadat Frank een akkefietje had met zijn fles Witbier.  Die ontplofte namelijk  in zijn rugzak (de ijzerdraad die de kurk op de fles moest houden was gelost). 

 

 

Ik ben overtuigd dat dit een signaal was.

 

 

Het loopwonder kloppen op een loopwedstrijd?????

 

 

  God straft onmiddellijk!!!!

 

 

 

*****

 

 

 

 Volgende week: de halve marathon te Minderhout!

  

16:02 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

Mark,

die onmiddelijke straf van GOD was nog maar het begin. Heel de week pijnlijke benen gehad omdat ik mij durfde te meten met een halfGOD. Zelfs onder mijn voet, waardoor de discussie over schoenen met demping weer begint met mijn vrouw. Hoop op de kapellekensloop er toch weer te staan.
Conclusie: was het de pijn allemaal wel waard? Tuurlijk!!!!!!

Groetjes,

Frank.

Gepost door: Frank | 10-06-11

Reageren op dit commentaar

Je bent er weer! (Dat wil zeggen: waarschijnlijk was je er al die tijd, maar als lettertekenopmijnbeeldschermbouwer was je er niet) Dat verheugt mij, net als dat je hebt aangetoond dat het wel degelijk mogelijk is om plezier te hebben in Seraing, al moet men er dan eerst een Calvarieberg voor beklimmen.

Gepost door: rencapy | 16-06-11

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.