31-05-11

Marce, Marce, Tervurenlaan non amas, sed tamen in Tervurenlaan ire debes...

 

 

Marce, Marce, Tervurenlaan non ames, sed tamem in Tervurenlaan ire debes...*

  

* Markje, Markje, je houdt niet van de Tervurenlaan,

maar toch moet je naar de Tervurenlaan gaan...

 

 

 

 

Maandag 30 mei 2010

 

Er is een vrachttrein over mij heen gereden. 

 

Gedenderd, moet dat zijn. 

 

Ik ben geradbraakt. 

 

Compleet gesloopt.

 

En toch ook weer niet.

 

Ik heb zelfs geen spierpijnen.

 

Maar moe!

 

Hondsmoe.

 

 

Maar dit verhaal begint op zondagochtend.

 

 

*****

 

 

 

Zondag 29 mei 2011.

 

De dag der dagen.  

 

 De 20 km door Brussel. 

 

De moeder aller loopwedstrijden! 

 

 

 

Voor de twaalfendertigste keer kijk ik mijn rugzak na.

 

Schoenen?

Check.

Geluks-looponderbroek?

Check.

Loopbroekje?

Check.

Loopshirt?

Check.

Kousen?

Check.

Compressiekousen?

Check.

Inschrijfformulier?

Check.

Appel, fles water, losse euro's voor desnoods een kakka of drie?

Check, check en nog eens check.

 

Ik word gek!

 

 

***** 

 

 

 

Ben ik er klaar voor?

 

Hierop kan ik enkel hysterisch lachen. 

 

Hahahahahahahah.  Enzoverder.

 

 

Zullen we even de kans op een geslaagde 20 Km door Brussel op een apothekersweegschaaltje afwegen?

 

De argumenten contra:

  • een manke voorbereiding, bijna zo mank als het baasje zelf,
  • een pijnlijke rechterwreef,
  • anderhalve achilles die ik maar matig vertrouw,
  • geen snelle kilometers gemaakt, alleen slaapverwekkend trage,
  • geen wedstrijden gelopen sinds begin maart, behalve vorig weekend ééntje en dat was matig, zééééér matig,
  • de warmte,
  • de wind,
  • de eerste 5 kilometers met de verdomde tunnels,
  • de volgende 6 kilometers stijgen belachelijk,
  • de volgende 2 kilometers dalen (maar véél te kort),
  • de volgende 4 kilometers zijn vals plat,
  • de volgende 1,5 kilometer: de Tervurenlaan,
  • de laatste 1,5 kilometer dalen, maar dan érg teleurstellend.

 

 

Gelukkig zijn er ook  argumenten pro, ik som ze even voor u op:

 

 

  • ik heb een borstnummer.

 

 

Goed.

 

Bon.

 

We zijn er dus helemaal klaar voor.

 

Want als we iets geleerd hebben in dit leven, dan is het dat trainen voor niets goed is.  Je krijgt er alleen maar vervelende blessures van.

 

Hoe minder ik loop, hoe beter ik word. 

 

2012 kom ik mijn bed niet meer uit.

 

 

*****

 

 

11 uur

 

Ik zit voor mijn bord pasta. 

 

Ook hier blijven de moeilijke beslissingen mekaar in razende vaart opvolgen. 

 

Hoeveel moet je eten? 

Hoeveel saus?

Met of zonder kaas op?

Veel water drinken, of niet?

 

 

Als je teveel vreet, dan is de kans niet onbestaande dat je maag straks opspeelt.  Eet je te weinig, dan kan je honger krijgen.

 

Ik eet te veel.

 

Tijdens het eten kijk ik 12 keer op mijn horloge.  Telkens is het acht over elf.  Cool!  De tijd staat stil.  Wie weet zit er op die manier straks nog wel een matig goede tijd in.

 

 

Ik laat de afwas staan voor zij die achter mij komen.  Après moi le déluge, en de afwas natuurlijk....

 

 

*****

 

 

 De fiets op en op pad naar de eerste halte van de dag.  Bushalte.

 

IMG_3592.JPG

 

Alle usual suspects zijn er weer.  Elk jaar dezelfde gezichten.  Gespannen gezichten.  Want de opdracht die ons wacht, is niet van de poes.

 

 

Mag ik even?

 

Bij een wedstrijd zijn er een paar factoren belangrijk om een goede prestatie neer te zetten:

1.  een goede conditie

2. een juiste wedstrijdindeling

3. klimaat

4. het vormpeil van de dag

5. varia (juiste kleding, schoenen, veters, voldoende gegeten, drinken onderweg, ...)

6. parcours

 

Als 1 ding tegenzit, dan kan je het al schudden. 

 

Het wordt dramatisch als meerdere dingen tegen zitten. 

 

Als alles tegenzit, dan is het waarschijnlijk de laatste zondag van mei.

 

 

Bij de meeste wedstrijden is het parcours elk jaar hetzelfde.  Dat is in Brussel niet anders.  En toch lijken de tunnels soms langer en steiler en die ploert van een Tervurenlaan verdenk ik ervan om zich jaarlijks een paar procenten op te krikken (misschien is dat een minder bekend gevolg van de opwarming van de planeet...  wie zal het zeggen?).

 

 

*****

 

 

Op de bus zit de sfeer er al meteen in. 

 

Er wordt gelachen, gezongen, gedichten gedeclameerd en sporadisch werd er een wind gelaten, wat toch een extra pigment geeft bij het eten van een spie rijstvla, we moeten daar niet onnozel om doen.

  

 

Brussel lag nog op dezelfde plaats als vorig jaar, dat viel dus niet tegen.

 

 

Met de bus beklimmen we de Tervurenlaan, stijgingspercentage gemiddeld rond de 37 %, met pieken die met de gemiddelde Westerse apparatuur niet te meten vallen, maar ruw geschat ongeveer 88% benaderen.  Een eitje voor de getrainde loper, maar op de bus hadden we er zo maar eentje: looplegende Jan H.

 

 

Enfin.

 

 

De bus geparkeerd.  Ik moest pissen als een rund, dus het eerste het beste beschermde gebouw moest er aan geloven.

 

Dan richting tent waar de borstnummers opgehaald moesten worden; nummer 624 lag er voor mij gereserveerd. 

 

Dit borstnummer geeft recht tot start vanuit de elitebox, de box der Spartanen, de Snakepit, de box der Gladiatoren, de box der Titanen, de box der Hoogvliegende Laagvliegers,...

 

 

Nu zal u zeggen: elitebox, elitebox. 

 

Zal het een beetje gaan met uw gestoef? 

 

Staan de echte absolute toppers niet geposteerd voor de elitebox? 

 

Ja, dat klopt. 

 

Maar dat heet niet de elitebox. 

 

Dat is de box van de negers en looplegende Jan H.

 

 

*****

 

 

Na het ophalen van mijn borstnummer slenter ik richting kleedkamer, al kraampjes kijkend.   

 

De startzone ligt er nog verlaten bij.

 

IMG_3621.JPG

 

Dat is geruststellend.  Dan weet je dat je nog een zee van tijd hebt, zodat de mentale opbouw naar het startschot in alle rust kan gebeuren.

 

Mijn kleedkamer: het luchtvaartmuseum.  Na de reorganisatie is er veel minder plaats, zodat het al redelijk zoeken is naar een vrije stoel. 

 

In de loop der jaren is ons vaste groepje lopers dat zich in het museum gaat omkleden behoorlijk uitgedund.  Waren we in den beginne nog met een handvol lopers hier, dan resten nu enkel nog uw dienaar en Eddy K.

 

Velen zijn afgevallen omwille van chronisch blessureleed.  Gevallen op het veld van eer...

 

 

Ik kleed me om. 

 

Daarbij worden schijnbaar futiele details van levensbelang. 

 

De voeten nauwgezet ontdoen van elk korreltje zand, de kousen zorgvuldig aantrekken zodat er zeker geen plooien kunnen ontstaan.  De schoenen een keer of twaalf strikken en herstrikken, om de juiste druk op de wreef te krijgen.

 

De chip bevestigen zodat die perfect vastzit. 

 

Borstnummer perfect hangen. 

 

Edele delen een aantal keren grondig herschikken in de geluks-looponderbroek...

 

 

*****

 

 

 

Drankbusje bij de hand, begeef ik me, in gezelschap van Eddy K., naar buiten.

 

 

Nogmaals plassen.

 

 

We wandelen nog eens over de esplanade, waar het inmiddels een drukte van belang is.

 

Naar het park aan de zijkant.  Omdat het nog meer dan een uur wachten is, besluiten we in de zon te gaan liggen.

 

Opwarmen heeft weinig zin, er rest ons nog teveel tijd tot aan de start.  Maar toch wil ik testen hoe mijn rechterwreef aanvoelt.  Er zit namelijk een pijnlijke plaats bovenaan mijn wreef.  Mijn veters heb ik een paar gaatjes laten overslaan, om zo die zone wat te ontlasten.  Ik vrees dat het niet zal volstaan en dat mijn schoen nu niet vast genoeg aan mijn rechtervoet zal zitten.

 

Lopen lukt aardig, maar ja, ik loop hier hoogstens enkele honderden meters, en dan nog eens kalmpjes aan.

 

En dan durf ik niet eens te denken aan mijn achillespezen; hoe zouden die reageren op de grote afdalingen, waar hoge snelheden (en dito impacten) moesten worden doorstaan? 

 

Ja, stress was er weer genoeg.

 

En dan is het plots vijf voor half drie en kan ik het niet meer houden en vertrek naar de kleine box, vooraan Wave 1.

 

 

 

***** 

 

 

 

Wanneer ik in het kleine boxje vooraan Wave 1 binnenstap, bots ik op Frank T. en Axel A.  Snelle heren zijn dat. 

 

Ik merk dat ze gespannen zijn, en meteen komt de bezorgde huisvader in mij boven.

 

Ik steek ze een hart onder de riem, met volgende troostende woorden:

 

 

 

 

Sidder en beef, lopershorden uit alle windstreken van het oude continent!

Gij zult het hoofd nederig buigen, gij zult een Weesgegroetje bidden, gij zult de goden tevergeefs om bijstand smeken, gij zult deemoedig op de knieën zinken en prevelen om gespaard te blijven van leed aan de verloederde achilles, gij zult een opstoot van spuitende schijterij vrezen.

 

 

 

 

Neen, het is nog niet gedaan.

 

 

 

 

Gij hoopt gespaard te blijven van spetterende broekhoest, kinkhoest, haperende longblaasbalgen en korte asem, gij zult janken van ellende in de donkere tunnels in de zompige moederbuik van de Brusselse Louisalaan, gij zult met schrik in het pompend hart het duistere Terkamerenbos betreden, gij zult uw moeder aanroepen in de woeste afdalingen, gij zult bleekgroen wegtrekken bij het aanschouwen van de Tervurenlaan, de wulpse vuige hoer der asfaltbeklimmingen...

Zij zal u in uw knoesels bijten, uw pezen doen knappen, uw spieren doen scheuren...

 

 

 

 

Neen, ik herhaal het,  het is nog niet gedaan....

 

 

 

 

Maar vreest niet, gewone stervelingen, want ik, het Godenkind,  sta aan uw zijde...

 

Vlij u aan mijn borst, zondaars!

 

Laat mij uw gids zijn, door troebel water (Spa).

 

 

 

 

Nu is het bijna gedaan...

 

 

 

 

Volg mij, ik weet hier namelijk de weg,

 

schuil achter mijn brede schouderpartij,

 

zoek de luwte op, volg mij.

 

 

 Maar durft me godverdomme niet voorbij te steken!

 

 

Samen zullen we, schouder aan schouder, op zoek gaan naar eeuwige roem en tijdloze glorie, want straks wacht ons de zoete, hemelse wederopstanding op de Esplanade van het Jubelpark, een medaille, een reep Mars, een crême-glace, een banaan, cola en een Leffe (of drie, daar mag ik van af zijn)...

 

 

 

 

 

Daarmee waren Frank T. en Axel A. al meteen in de juiste stemming gekomen, wat compleet begrijpelijk is.

 

 

Trouwens, nu ik er aan denk, ik had toch een sollicitatiebrief gestuurd naar de organisatie met de vraag of ik na mijn loopbaan als loper eventueel de kans zou kunnen krijgen om tijdens de startprocedure van de 20 Km door Brussel achter de micro te mogen staan. 

 

 

Wat plaatjes draaien voor 30.000 man, keigezellig!

 

 

En dan zou ik bijvoorbeeld het bovenstaande tekstje kunnen aflezen in een taal of 10. 

 

Wedden dat er hoogstens nog een man of 30 start?

 

Trouwens 2: geen reactie gekregen op die sollicitatie; dat begrijpt een mens toch niet....

 

 

 

******

 

 

 

En toen was het tijd voor de Bolero. 

 

De klok tikt verder. 

 

Mijn hart klopt sneller dan de seconden wegtikken. 

 

Stress, dus.

 

IMG_3622.JPG

 De Wetstraat vlak voor de start.

 

 

De Brabançonne galmt over de 30.000 hoofden.

 

 

Nu is het een kwestie van seconden. 

 

Het wordt bittere ernst. 

 

En ik denk nog even aan alle bekenden die, verspreid over de drie waves, nu ook gespannen staan te wachten op het startschot. 

 

Juriaan, Jo (en gezin), Geertje, Hild, Lut, Inge, Els, Jos, Leo, Jan, Gunther, Benny, Johan, Koen, Danielle, Gert, Ineke, Chris, Paul, Joke.  Ik vergeet er wellicht een aantal...   ... ook jullie waren in mijn gedachten.

 

 

We (Frank, Axel en uw scribent)  wensen mekaar geluk toe.

 

 

En dan valt het startschot, meteen gevolgd door een loeihard kanonschot.  Vorig jaar was er geen, nu weer wel.

 

En de race is van start gegaan.  Duizenden voeten roffelen over de dolomietpaden achter de triomfboog, werpen stof op.

 

 

Op de tijdsregistratiemat start ik mijn chrono.  Nu is het voor echt.

 

In het strijdgewoel ben ik zowel Frank als Axel kwijt gespeeld.  Ik ben vrij zeker dat Frank achter me zit, maar waar zit Axel?

 

 

IMG_3626.JPG

 

Wetstraat.

 

 

 

Goed, we staan er alleen voor. 

 

Het plan is om een verstandige wedstrijd te lopen. Het is warm, dus voorzichtigheid is geboden. 

 

Een ijzeren wet van de 20 Km door Brussel is: Wie woekert met zijn krachten, krijgt de rekening gepresenteerd.  Tot kilometer 11 heeft de wedstrijd een verborgen agenda.  Een sluipmoordenaar is het, je kan je op die 11 kilometer al makkelijk twee keer opblazen.  De luttele seconden die je hier kan winnen door over je toeren te gaan, zul je op de Tervurenlaan in tienvoud inboeten.

 

 

 De eerste kilometers voel ik me prima.  Het tempo ligt hoog, maar beheerst hoog.

 

 

Via het koninklijk paleis, bevoorrading 1.

 

 

Kilometer 3, Place Poelaert,  na 12 minuten en een paar seconden.

 

 

Maar dan komen we in de eerste tunnel.  Er hangt een benauwde sfeer in de tunnel, die meteen de adem en de benen afsnijdt. 

 

Happend naar adem klim ik de tunnel uit, om meteen een volgende oplawaai te krijgen.  De zon die ongenadig brandt. 

 

 Het asfalt gloeit.

 

Tweede tunnel.  Ik kraak, nu al.  Ik loop tragere kilometers.  Dit mag niet gebeuren, want dan wordt het een lange lijdensweg.

 

Derde tunnel.  De kortste tunnel.  Niet zo benauwend, maar doordat de klim meteen op de afdaling volgt, is het moeilijk temporiseren.

 

 

Kilometer 5 haal ik op 20 minuten 43.  Toch al serieus moeten inleveren.

 

De lange, brede lanen schuiven traag onder me door.  Het zweet gutst van mijn kop.  Ik probeer mijn ademhaling onder controle te krijgen, tevergeefs.  En de zon, die koperen ploert, blijft op me inbranden.  Ik zoek schaduw, uiterst rechts van de brede weg.

 

 

Ik kom een beetje terug in mijn ritme.  Maar dan draaien we richting Terkamerenbos. 

 

 

Schaduw!

 

 

Het blijft klimmen, afgewisseld met vals plat.  Hier is het zaak niet stil te vallen.  Maar bergop lopen ze me met bosjes voorbij.

 

 

Neen, Mark, verdomme toch, je bent je wedstrijd aan het verkloten.

 

 

Ik vecht en knok me omhoog. 

 

 

Bevoorrading 2: Dianalaan in  Terkameren. 

 

 Water, water, water.

 

 

Over mijn oververhitte kop, mijn armen, nek.

 

 

En drinken natuurlijk, in kleine slokjes.

 

 

 

*****

 

De warmte snijdt de adem af.  Mijn kuiten branden, mijn zwarte compressiekousen staan in vuur en vlam.  Dit gaat fout.

 

Rechtsweg een dolomietpad.  Naar beneden.

 

Ik weet dat zo meteen de controlemat van de 10 km volgt.  41 minuten klok ik af.  Maar het echte 10 km-punt ligt een honderdtal meter verder, op de Franklin Rooseveltlaan. 

 

 

10 km in, pakweg, 41 minuten en half.

 

 

Niet slecht, met wat goede wil zelfs op schema, maar de vraag is hoe diep ben ik hiervoor al moeten gaan?  En, vooral, wat kan ik nog?

 

 

De Terhulpsesteenweg, kilometer 11.

 

 

De brede lanen lopen treiterend bergop, onder een loden zon.   Er is wind, maar die koelt niet, en blaast naar mijn gevoel altijd in het nadeel.

 

Ik moet mijn groepje lossen.  Ik kijk achterom, op zoek naar een nieuw windscherm.  Een loper komt me voorbij, ik pik aan, maar hij schiet meteen een dikke meter opzij.  Hij gunt me niet om in zijn zog uit de wind te blijven. 

  

 

Mijn tong plakt aan mijn verhemelte.

 

 

Stond hier normaal geen waterpost? 

 

 

Ik bak, kook, heb dorst, voel me misselijk, maar bijt op de tanden, want zo meteen volgt een relatief makkelijk stuk, de stomende afdaling van de Avenue Delleur.

 

 

Avenue Delleur...

 

 

Alle remmen los!  We smijten ons als een kamikaze naar beneden en remonteren tientallen lopers.  Bergop lopen kan ik niet goed, maar bergaf vlieg ik.  Ik passeer in vliegende vaart de loper die geen windscherm wou zijn voor mij.  Immanente gerechtigheid.

 

 

Dat is de tweede ijzeren wet van de 20 Km door Brussel: Hij die rust in de afdalingen, verliest zijn tijd.

 

 

Maar helaas komt er een eind aan de Avenue Delleur.  De Vorstlaan zet ons terug vlak, tot lichtjes bergop.   In elk geval met beide voetjes op de grond.

 

 

 

*****

 

 

 

 

De drankpost Isostar.

 

Normaal pas ik hiervoor, maar de dorst is zo groot dat ik toch Isostar vastgrijp en kleine slokjes drink.  Het publiek moedigt ons aan met vogelgeluiden producerende gadgets.

 

Vreemd.

 

 

En voor de tweede maal krijg ik het heel moeilijk.  Ik word voorbij gegaan door God en klein pierke.  Ik probeer aan te klampen, maar moet telkens lossen.

 

 

Dit doet pijn, weegt zwaar.

Mijn hele lijf is beurs gebeukt.   Mijn voeten staan in brand.

Alles doet pijn.

 

Die vervloekte Vorstlaan blijft maar duren, en duren, en duren.  Het bladerdek houdt de zon van ons lijf weg, dat scheelt een slok op de borrel.

 

 

*****

 

 

 

Kilometer 15.  Het werd verdorie tijd!

 

1 uur 4 minuten en nog wat.

 

De fanfare links.

 

Waterbevoorrading.

 

 

Krijgsraad.

 

Om mijn record te pakken, 1u 26 m 32s, zal ik de resterende 5 km moeten lopen op 22 minuten en half.  Normaal gesproken een makkie, maar ik zit al stikkapot, met opgebrande kuiten, en dan moeten we de Tervurenlaan nog op, waar we sowieso een belachelijk trage kilometer gaan lopen.

 

 

En ik laat het los.

 

 

Ik besef dat het record er niet meer in zit, nogal logisch gezien het weer, de wind en mijn halfbakken voorbereiding.  Maar onder 1 uur 30 lopen, dat moet kunnen, mits de totale instorting wegblijft.

 

 

En avant la musique!

 

 

We lopen verder.  Ik voel me iets minder slecht dankzij het verkoelende bladerdek van daarnet.  Ik beslis om toch wat gas te geven tot aan de voet van de Tervurenlaan en dan maar te zien waar het schip strandt.

 

 

Ik haal weer wat lopers bij.

 

 

Kilometer 17, klimmen op de Tervurenlaan.  1 uur 12 minuten en heel wat seconden...

 

 

In de verte de bogen van het Jubelpark.  Het asfalt zindert van de hitte.  Lopers zwijmelen van links naar rechts, er wordt gewandeld.

 

 

Ik blijf mooi in mijn ritme en haal ze bij bosjes in.

 

Bevoorrading Tervurenlaan.  Ik kap een volledige fles Spa over het hoofd.  Ik ben nat tot in de loopschoenen.  Een tweede fles voor de dorst en nog een derde voor over de rug en nek.  Ik ben zeiknat.

 

Maar omhoog gaat het.

 

Overal sirenes.  Er wordt iemand met een brancard afgevoerd. 

 

 

******

 

 

Square Léopold.  De obelisk!  Dan zijn we helemaal boven.

 

Verder jagen!  Op naar Montgomery.

 

19 km: 1u 22m 48s.

 

Blijkt dat ik toch nog behoorlijk dicht bij mijn recordtijd aan het lopen ben.

 

Maar het vat is wel zo goed als leeg.

 

 

tervuren2.jpg

 

 Uw dienaar op de Tervurenlaan (weliswaar het stuk bergaf).

 

 

 

De kelk is bijna tot op de bodem geledigd.

 

Ik laat me meedrijven met de massa en bereik het Jubelpark.  Die vervloekte laatste bocht op kasseitjes, vlak voor de aankomst!

 

In die bewuste bocht ligt er alweer een loper tegen de grond.   Beangstigend tafereel.

 

 

En dan finish!

 

Zalig!

 

Tot stilstand komen...

 

1 uur 27 minuten en 16 seconden,  44 seconden boven mijn persoonlijke besttijd en mijn tweede beste chrono op achttien deelnames.  Mijn tiende onder de 1 uur 30.

 

Ik strand op plaats 1035, mijn beste positie ooit.

 

  • Editie    Tijd                  Positie
  1. 1994     1u 41m 59s       9384
  2. 1995     1u 34m 59s       5977
  3. 1996     1u 27m 42s       3005
  4. 1997     1u 28m 14s       3125
  5. 1998     1u 29m 30s       2605
  6. 1999     1u 32m 36s       1464
  7. 2000     1u 19m 54s       2397    Ingekorte versie stormweer
  8. 2001     1u 35m 45s       2343
  9. 2002     1u 30m 17s       1797
  10. 2003     1u 27m 57s       1400
  11. 2004     1u 26m 32s       1050
  12. 2005     1u 31m 03s       1442
  13. 2006     1u 27m 44s       1542
  14. 2007     1u 47m 20s       8888    hamstring
  15. 2008     1u 31m 42s        856
  16. 2009     1u 28m 55s       1354
  17. 2010     1u 28m 44s       1890
  18. 2011     1u 27m 16s      1035

 

 

De aankomstzone.

 

Hier hijgt een tevreden man.  Moe, kapot, maar blij, content.

 

Mars, water...

 

Axel komt binnen.  Vlak achter mij (33 seconden).

 

Ik neem mijn medaille in ontvangst. 

 

Hé, maar, ik ken die gast!

 

Blijkt het toch wel Quentin te zijn!  De man die mij een borstnummer heeft bezorgd in het kleine vak vooraan Wave 1, voorbehouden voor de eerste 1500 van het jaar voordien.

 

Hij wou een performance.

 

Quentin, voilà, dit was er eentje!

 

Mijn plaats in de eerste box vooraan Wave 1 is veilig gesteld.

 

 

*****

 

 

Omkleden en naar de bus, waar mondjesmaat de andere lopers komen aangeland.  Het is wachten tot de ganse delegatie de finish heeft gehaald.

 

Er wordt duchtig nagekaart.

 

gladiatoren.jpg

Uw dienaar biedt een luisterend oor aan looplegende Jan H. 

 Samen goed voor veertig (!) deelnames aan de 20 Km door Brussel.

 

 

 

 Met de bus naar huis.

 

De vermoeidheid laat zich gevoelen, vele oogjes vallen dicht.

 

 

 

*****

 

 

 

Thuisstad.

 

Nog wat nakaarten op een terras,

terwijl de zon het voor bekeken houdt,

 met in de knuist een welverdiende Leffe,

Trappist Westmalle, Duvel

of zelfs een Mojito...

 

 

Afspraak volgend jaar?

 

Natuurlijk!

 

 

 

Fotografen: Leo Gabriëls en Guy Hendrickx. 

Merci!

 

*****

 

 

Het was een beenharde editie.

 

Brussel is sowieso al geen sinecure.

 

De krant meldt: 540 interventies van het Rode Kruis, 13 mensen afgevoerd naar het hospitaal, een 26-jarige loper na oververhitting in kunstmatige coma gehouden en een andere 26-jarige loper sterft na een hartaderbreuk.

 

Een erg zware tol.

 

19:04 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

Commentaren

Well done! Wat mij opvalt is dat je over zo'n lange tijdsspanne (in jaren) zo'n analoge tijden kan lopen. Neem je tijden van 96-97-98 en die van de laatste 3 jaren: no difference. En dan zijn het nog de scherpste prestaties ook. Opnieuw: well done!

Gepost door: navidad | 31-05-11

Reageren op dit commentaar

Ik treed navidad bij: moest je een beginnende loper zijn zou ik zeggen: er ligt nog een mooie toekomst voor jou weggelegd, maar gezien je reeds puike prestaties in het verleden zou dat wat belachelijk zijn. In elk geval staat het vast dat je nog lang, lang niet versleten bent. Integendeel, hoe kwakkeler (bestaat dat woord?) de voorbereiding, hoe beter het resultaat! Je hoeft dus nooit meer te wanhopen bij een blessure :-) Je bent in topvorm!

Trouwens, heb weer ontzettend genoten van je verslag. Bedankt! En hou vol!

Gepost door: Sandy | 31-05-11

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.