23-11-10

Met de helm geboren...

Met de helm geboren...

 

 

Zondag 21 november

 

 

Een sombere, grauwe zondag. 

Het grijze wolkendek zorgt ervoor dat het de ganse dag blijft schemeren.  Het is zo'n lamlendige zondag. 

 

Alles kan, niets moet. 

 

We zouden een fikse boswandeling kunnen maken, gelaarsd en wel, om de herfstbladeren baldadig uiteen te trappen en een frisse neus te halen.  En dat daarna aftoppen met een warme chocomelk  in de zetel, terwijl de veldrijders zich uitsloven op televisie.  Fleecedekentje tot aan de nek, gordijnen dicht om de boze buitenwereld buiten te sluiten, de verwarming stomend.  

En straks kabbelt de zondagavond lusteloos voorbij...

 

Maar neen. 

 

Mijnheer wou van geen laars weten, laat staan een chocomelk, warm noch koud....

 

Mijnheer gaat lopen!

 

 

*****

 

 

De auto gestart, een paar cd's om het juiste klankdecor te creëren, volume op stand belachelijk en we snorren door een paternoster van troosteloze Kempense dorpen. 

Het is één langgerekte ode aan de lintbebouwing, gedateerde bouwstijlen, duivenkoten, golfplaten, fermettes, deprimerende sociale woonwijken en arbeiderswoningen.  Erfelijke armoede.

 

De beukenbomen zoeven ritmisch voorbij.

 

Loenhout, Wuustwezel, Sterbos, Nieuwmoer, Essen. 

 

Dit is het decor van mijn jeugd. 

 

 

*****

 

 

Vandaag op het menu: 10 mijl van Essen, deelgemeente Horendonk. 

 

Ik parkeer me ergens in een verkaveling.  De straatnaam onthouden, want het is een doolhof. 

 

Het is koud, 4°.  Ik huiver even wanneer ik de warme cocon van de auto verlaat. 

 

Op zoek naar de start- en inschrijfzone. 

 

Huizen kijken! 

 

Woonkamers binnengluren waar beeldbuizen flikkeren.  Sanseveria's staan in witte plastic  bloempotten voor de ramen uit te drogen.  Kruisbeelden aan de muur met een lauriertakje achter geklemd.  TL-verlichting in de keuken, lichtgroene vierkante tegeltjes boven het inox aanrecht.   Ramen die smeken om een likje verf, stopverf.   Spinnenwebben aan de voordeur.

 

Een voortuintje met een verweerde kabouter met kruiwagen.

 

Een schurftige hond, gekooid achter tralies, kijkt dol uit de ogen en draait zenuwzieke rondjes. 

 

De geur van verschaald bier wanneer ik voorbij een volks café loop.  

 

Vogelpik, spaarkasje, Tura op de jukebox.  Bifi worst.

 

Je kan bijna het tikken van de biljartballen horen...

 

Keu, pomerans, biljartkrijt...

 

 

*****

 

 

Een nadar verraadt dat ik mijn doel nader.  Flarden muziek, of eerder muzak, afgewisseld met een commentaarstem, weergalmen in de verte. 

 

Ik ga op het geluid af en beland zo aan de kerk en het obligate parochiecentrum, waar ingeschreven moet worden.

 

Binnen is het druk en lawaaierig.  En drukkend warm.  De geur van hotdogs is letterlijk adembenemend.  De inschrijfbalie is in volle bedrijf.  Invullen formulier, betalen, borstnummer en chip (jawel) in ontvangst nemen.

 

De geïmproviseerde kleedkamer in het parochiecentrum is onwaarschijnlijk klein.  Ik schat 10 m².  Het is er drummen en over mekaars bagage struikelen.  Het is een kleedkamer zonder douchevoorziening.  Er zou ook een kleedruimte mét douche zijn, zo staat er geafficheerd.  Op 5 minuten van het parochiecentrum en met directieven via wegwijzers.  Eens omgekleed, ga ik gezwind op pad om die kleedkamer te inspecteren.

 

De eerste wegwijzer wijst naar links. 

 

Het kan aan mij liggen. 

 

Maar een tweede wegwijzer is er niet.

 

Ik krijg een ingeving, ga terug naar de beginpositie en ga niet naar links, maar links naast het gebouw (dus rechtdoor). 

 

En net wanneer ik mijn zoektocht wil afblazen, vind ik een tweede wegwijzer.  5 minuten was gezegd, dus het kan niet schandalig ver meer zijn.

 

Wanneer ik schandalig ver ben, staat er weer een wegwijzer.  Inmiddels was ik al een 12-tal minuten onderweg.

 

Wat bedoelden ze met vijf minuten?

 

Vijf minuten slenteren, vijf minuten hardlopen of vijf minuten scheuren met de auto?

 

Ik ga met mijn rugzak terug naar het parochiecentrum en besluit daar mijn bagage te droppen en het straks zonder douche te doen.

 

 

*****

 

 

Nog een half uurtje tot de start.  Ik besluit me op te warmen en beland zo midden in ronde 2 van de 10 km wedstrijd. 

 

Ik haal een dame bij net op het moment dat de ijskoude noordoostenwind frontaal op de neus komt.   Ik vertraag wat en besluit eventjes windscherm voor deze dame te spelen.  Niet dat ik zo'n brede karkas heb, laat me vooral niet lachen, maar alle beetjes helpen.

 

Omdat de wind al even hard blaast als de dame achter mij hijgt, besluit ik haar te hazen tot aan een keerpunt,  waar de wind wegvalt.  Dat is ongeveer twee kilometer verder.  Daar laat ik haar aan haar lot over, draai me om en loop iets sneller terug richting startzone.

 

 

*****

 

 

We staan klaar voor 10 mijl.

 

En volgens de organisatie zou de afstand correct zijn.  

 

Dar zou wel eens kunnen kloppen, want er was eerst een aanloopstrook van zegge en schrijve 70 meter, dan een kleine ronde van ongeveer 1 kilometer en dan 3 grote rondes van 5 kilometer. 

 

Ik babbel wat met bevriende lopers:  Eric B., voormalig winnaar van de marathon der Noorderkempen, en  Kris A. uit Hemiksem.   

 

Een startpistool schiet de meute in gang en we draven doorheen de startzone, haaks rechts achter de kerk, wind op kop.  Niet lang echter, want we maken eerst een kleine lus om opnieuw door de startzone te denderen en dan finaal de eerste van drie lange rondes af te werken.

 

Er wordt positie gezocht, groepjes gevormd naargelang tempo.  We vormen een groepje van vier man, ik kijk op de rug van een loper van AC Dal.  Maar het tempo is verschroeiend.  De eerste kilometer bereikten we na 3 minuten 38 seconden.  De volgende was al niet veel trager en ik voel dat ik me aan het opblazen ben.  Ik besluit het duo te laten gaan, en bundel mijn krachten met nummer 4 van dat groepje, Koen, voor wie het ook iets te hard ging. We doen om beurten de kop.  Zo kun je even bekomen in de slipstream van de ander.

 

Na 2 kilometer gaat het rechts af.  Vermits we tussen bossen lopen, valt de wind hier weg. 

 

Weer haaks rechts en dan twee kilometer naar de finish (met beperkt windvoordeel).  Qua saaiheid kan dit tellen.  Vorige week liepen we een wedstrijd waar van alles te beleven viel, vandaag is het zo saai, dat je al eens blij bent wanneer je struikelt.  En dan moet je dat doen over je eigen voeten, want er is hier niks, maar dan ook niks te beleven.

 

Kilometer vijf wordt bereikt na 19 minuten en 25 seconden.  Gemiddeld: 3 minuten 53 seconden per kilometer.  Snel.

 

Ik merk dat mijn kompaan sterker is dan ik.  Telkens Koen de kop overneemt, moet ik harken om bij te blijven. 

 

 

*****

 

 

Ronde 2.

 

We komen weer in die zware zone windop.  Ik blik achterom.  En merk dat we op de hielen worden gezeten door Kris A.  Zij die deze kronieken lezen, weten dat Kris A. een veel beter loper is dan uw dienaar; toch probeer ik elke keer opnieuw om via een snelle start Kris te verrassen.

 

Lijkt weer niet te lukken.

 

Maar ik besef dat Kris nu toch al kilometerslang de aansluiting niet kan maken (normaal is hij binnen de eerste kilometer terug bij mij, nu zaten we toch al rond km 6). Hoewel ik voel dat ik tegen mijn limiet aan het lopen ben, probeer ik toch het tempo op te schroeven, om  Kris het zo moeilijk mogelijk te maken.

 

Desondanks komt hij even later toch bij ons, gaat resoluut naar de kop en zegt: "Aanpikken!"

 

Makkelijker gezegd dan gedaan.  Kris gaat fors door en Koen, mijn compagnon de route, blikt achterom.  Zodra hij merkt dat ik moet lossen, wil hij vertragen om mij mee te nemen.

 

Ik zeg: "Meegaan!  Dit is je kans!"

 

Hij zegt: "Ik neem je mee tot aan het bos, dan ben je uit de wind."

 

Ik antwoord: "Neen, volg Kris!"

 

 

Nu zal u zeggen (en laat u vooral maar eens goed gaan):

 

 

Mark, hoe onzelfzuchtig ben jij!


Ja, dat klopt.

 

Mark, hoe edelmoedig!


Fijn dat u het opmerkt.

 

Zo altruïstisch!

 

 

 Ik denk dat u gelijk heeft.

 

 

 

Maar neen, naïevelingen, natuurlijk niet!   Zo zit ik niet in mekaar!  Ik ben een zwijn!

 

Neen, u bent hier bevoorrecht getuige van een staaltje keiharde tactiek! 

 

Ik weet namelijk dat Kris nu pas op kruissnelheid komt en dat mijn kompaan zich totaal zal stuk lopen in een poging Kris te volgen.   En ik hoop stiekem dat hij zich daardoor opblaast en dat ik straks een lijk kan oprapen.

 

Ja, een zwijn, dat ben ik...

Ik besef het.

 

Iets later komt een loper bij mij.  Ideaal!  Ik pik aan en gebruik hem als locomotief om de jacht in te zetten op mijn voormalige loopgezel, die nu een duizend doden aan het sterven is in het zog van Kris.

 

En inderdaad, binnen de kilometer moet hij Kris lossen.  En we lopen zienderogen in op hem.  Koen kijkt verschillende keren om, wat ook al geen goed teken is...

 

We naderen met rasse schreden.  Ik ben in mijn nopjes.  Vermoeide nopjes inmiddels, want mijn  locomotief stoomt keihard door.  Maar dan vindt mijn metgezel het welletjes dat ik zweetdief speel en met een fikse versnelling laat hij mij ter plaatse en loopt tot bij Koen. 

 

Koen pikt bij hem aan.  Ik was genaderd tot op een handvol meters en moet nu met lede ogen toekijken hoe ze samen opnieuw van me wegschuiven.

 

Tot zover het strakke plan.  Het briljante tactische plaatje stuikt in mekaar.  Ik ook bijna.

 

 

*****

 

 

Ronde 3. 

 

En er pikt weer iemand bij me aan. 

 

Samen twee kilometer de wind trotseren, waarbij ik het leeuwendeel van de kop voor mijn rekening neem.  Ik vrees dat mijn nieuwe gezel me op het einde ter plaatse zal laten, dus is het zaak hem er af te lopen.

 

We dubbelen de staart van de wedstrijd.  Ik versnel een eerste keer.  Ik krijg een voorgift van enkele meters.  Normaal is het dan over en uit, maar hij knokt zich terug tot bij mij.  Sterk!

 

Met de moed der wanhoop plaats ik in de laatste honderd meters een laatste versnelling en nu buigt hij definitief het hoofd.

 

Ik finish als 23ste na 1 uur 6 minuten en 20 seconden, 14,556 km/u, 4 minuten en  7 seconden per kilometer.

 

Nog wat uitlopen brengt de dagteller op 22 kilometer...

 

 

*****

 

 

En dan nu het straffe. 

 

Ik probeer nu al een paar jaar Kris A. te verslaan.  Dat wil maar niet lukken.  Nu ook weer niet, hoewel er deze zondag reden was tot optimisme. 

 

Kris had namelijk een fietshelm gekocht.

 

Ik verklaar me even nader.

 

Eind oktober is Kris over de kop gegaan met zijn koersfiets, na een wild remmanoeuvre.  Over de kop, zonder helm, resulteert in een paar ijzeren plaatjes in de pols, een gekneusde rib, een spier geraakt in de nek, schaafwonden en....

 

 

....hou u nu vooral vast....

 

....een schedelbreuk en breuk aan de linker oogkas.

 

 

Enfin, amper twee weken na het ongeval hervat Kris de looptrainingen (!!!) en vier weken later loopt hij zijn eerste wedstrijd (!!!!!!).

 

Ik vraag hem: "Heb jij toelating van de arts om dit te doen?"

 

Hij antwoordt: "Weet ik niet.  Heb ik niet gevraagd."

 

 

Als er al geen hoek af was van deze kerel, dan nu wel....

 

 

Dus ja, het is officieel; ik kan niet eens winnen van een kerel met een schedelbreuk.

 

 

 

 

 

 

18:52 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) | Tags: 10 mijl van essen |  Facebook |

Commentaren

'k Zou die schedelbreuk precies met een korrel zout nemen. In het andere geval is die knaap misschien wel snel, maar zeker niet slim.

Gepost door: Sandy | 25-11-10

Reageren op dit commentaar

Hij die een lichaamsvocht dat hem niet toebehoort, bedrieglijk wegneemt, is schuldig aan zweetdiefstal (art. 461quinquies Belgisch Strafwetboek).
Foei!

Gepost door: rencapy | 01-12-10

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.