29-10-10

Congé payé

Congé payé

 

 

Deze ochtend, ongebreidelde dadendrang ! 

 

Jeukende handen, schoon schip maken.

 

De auto omgetoverd tot een muilezel, tot de nok gevuld met gerief dat we liever kwijt dan rijk waren, een waterval van afvallig afval.

 

De tonnenmaat van het maximum laadvermogen wordt zwaar overschreden, ik zie niks via mijn spiegels; mijn buitenspiegels weerkaatsen asfalt, mijn binnenspiegel kijkt uit op de decadente afvalberg. 

 

Sturen kan desnoods met de pink, mijn voorwielen zetten nauwelijks voet aan de grond.

 

De auto zit bakkesvol.  Geen millimeter ruimte blijft onbenut, tussen mijn buik en het stuur zit  zelfs nog een hele stapel oude, stenen bloempotten geklemd.  Het is kwestie van de buik constant in te trekken, zoniet claxonneer ik de ganse tijd.

 

Naar het containerpark (wekelijkse sluitingsdag is uitgesloten) via sluipwegen, liever niet geflikt worden door een overijverige flik.

 

 

 *****

 

 

De poort is dicht !

 

DE POORT IS DICHT !

 

DE POORT IS DICHT !

 

DE POORT IS DICHT !

 

De poort is dicht dus ! 

 

Dat de poort dicht is. 

 

Dicht is de poort. 

 

Wat is de poort?

 

Dicht.

 

Hoe dicht is de poort?

 

Potdicht.

 

Ik ontspan mijn buikspieren; ik claxonneer.

 

*****

 

 

Er hangt een papiertje aan de poort. 

 

Had ik trouwens al vermeld dat die poort dicht is?

 

Op het papiertje aan de (gesloten) poort staat het volgende te lezen:

 

'Heden is het containerpark uitzonderlijk gesloten wegens sportdag van het gemeentepersoneel.'

 

Wat hebben ze trouwens toch met het gebruik van het archaïsche woord 'heden', daar kan ik met mijn beperkt verstand niet bij. 

 

Ik herlees met één opgetrokken wenkbrauw:

 

'Heden is het containerpark uitzonderlijk gesloten wegens sportdag van het gemeentepersoneel.'

 

 

Ik heb me bepist van het lachen. 

 

Sportdag van het personeel. 

 

Congé payé, zal je bedoelen...

 

Heb je de heren containerparkers al eens goed bekeken? 

 

Met het gemiddeld BMI vul je al gauw een PMD-zak.

 

Of twee.

 

Heb je ze al zien rondsleffen?

 

Laat die mensen met rust !  Qua fysieke training hebben ze meer baat bij het openhouden van het containerpark...

 

 

*****

 

 

Plots dringt het bittere besef tot me door dat ik ook meer baat zou hebben bij een geopend containerpark.

 

Ik duw mistroostig tegen de tralies van de poort.  Geen beweging in te krijgen. 

 

Zou ik proberen de tralies door te bijten? 

 

Of zal ik alle troep maar over de poort slingeren?

 

 

Achter mij staat de trouwe muilezel stationair te draaien. 

 

Uren heb ik gewikt en gewogen voor de juiste stapelvolgorde, voor het optimaal rendement van ruimte schuine streep volume.

 

Terug naar af.

 

Ik wurm me terug in de auto, waarbij ik (alweer) onbedoeld claxonneer.

 

En rij naar huis om de garage te vullen met rommel.

 

Waarna ik maar een eigen sportdag inlas.

 

Loopschoenen aan !

 

Nog 14 dagen tot de halve marathon in Kasterlee...

18:28 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

26-10-10

Booreiland

Booreiland

 

 

En, hoe is het met de kinderen?

 

Mwa, a hoa o-al...

 

En wat denk jij van de slaagkansen van Koninklijk bemiddelaar Vande Lanotte?

 

Ahem di Wupo oe één ijn an wrijgen me We Wever, ie weet?

 

Weet jij wat dit is: Foef, foef!!

 

Een wond wep een wawenwip?

 

 

 

BZZZiiiiieeiiiieieBZZZiiieeeiieieiiee

 

 

Is het u al opgevallen dat de tandarts altijd vragen begint te stellen, NADAT hij het speekselafzuigtoestel in uw mond heeft gestoken, en nadat hij een prop watten tussen wang en kaaksbeen heeft gepropt?

 

Verschrikkelijk is dat.

 

Ik moet in feite "zij" schrijven, want ik heb een vrouwelijke tandarts.  In wiens ogen het overigens nooit lente is...

 

 

De BZZZ is de zoemende boor.

 

Die boor heeft trouwens nog een broertje, van het iets ruigere type, met zeemanstatoeages en een liefje in elke zeehaven...  

Die boor klinkt dan weer zo.

 

 

BWRRRRRBWRRRRRRRBWRRRRRRR

 

 

Die zware boor doet je hele schedel mee daveren, terwijl er een penetrante geur van verbrand materiaal opkrinkelt. 

 

 

" 't Is precies nog wat gevoelig.  Ik zal nog wat extra verdoven... ", zegt mijn tandarts.

 

Waarop zij, die in bepaalde streken bekend staat als Ilsa de Wolvin van de SS, de verdovende spuit in mijn verhemelte ramt.  De tranen springen me in de ogen. 

 

Even later boort zij weer lustig verder.  Ik voel stukken ivoor in mijn mond rondketsen.  Ik ben op mijn qui-vive voor loeiende zenuwpijnen...

 

 

"Je mag nu even spoelen", zegt de kampbeul...   ... heum, de tandarts.

 

Water klatert frivool in een plastic bekertje.

Ik pak het bekertje en zet het aan mijn bek die inmiddels compleet gevoelloos is. 

Ik spoel en produceer daarbij speekselslierten waarmee wellicht goed te behangen valt.

 

 

KRAKKK, 


KR.. KRRR.. KRAAKKK,


KR.. KRR.. KRRR.. KR...  KRRAK.


Dat is dat metalen haakje, waarmee aan je tanden wordt geschraapt.  Je ligt gelaten te wachten op het onvermijdelijke:

 

PIJN!

 

Op een bepaald moment zit de tandarts met een viertal in latex handschoenen gestoken vingers in mijn mond.  Hoewel het speekselafzuigapparaat als een gek ligt te slurpen in mijn bek, vecht ik constant tegen een slikreflex. Een verloren gevecht.

 

En telkens ik slik, lik ik onbedoeld aan haar vingers. 

 

Wat moet zij wel van mij denken? 

 

Jij, ondeugende puppy!

 

Nu ja, ze moet niet veel zeggen, want wie zit er constant met haar linkertiet over mijn schouder te wrijven?

 

Boudewijn de Groot had zo'n tante Julia, maar daar kunnen we het bij een volgende gelegenheid nog wel eens over hebben.

 

 

En wanneer het apparaat met het lampje ingezet wordt, weet ik dat het leed bijna geleden is.

 

Nu nog een half maandloon neertellen en ik mag beschikken.

 

Driekwart van mijn gezicht is gevoelloos. 

 

Ik stap op mijn fiets.

 

Aan de overkant van de straat loopt een bloedmooie vrouw.  Ik voel de bouwvakker in mij opwellen en wil een bewonderend en tevens machozwijnerig fluitsignaal ten beste geven, maar produceer enkel lucht...

 

Thuisgekomen drink ik een koffietje.  Of denk toch dat ik er een drink, want in feite loopt de koffie rechts uit mijn bek, zonder dat ik het besef. 

 

 

******

 

 

De ochtendstond had dus tandpijn in de mond.

 

Neen, niet helemaal.

 

Veertien dagen geleden had mijn tandarts bij de halfjaarlijkse controle een gaatje gevonden, een gaatje dat diende gedicht te worden.

 

Daarom moest de ochtendlijke duurloop wat vroeger ingezet worden, want ik werd ter boring verwacht om 10u10. 

Dus iets na achten trek ik de voordeur achter me dicht en vertrek, slalommend tussen de slome scholieren die schoolwaarts fietsen.

 

Het is verdorie koud. 

 

Streng is de juiste term in deze. 

 

Een zonnetje, maar toch nog koud.

 

Eens de lange dreef naast de gevangenis in, valt alle ochtendlijke druk(te) van me af en kan ik lekker ontspannen lopen. 

 

De rivier de Mark dampt.  Je kan het slingerend verloop van het riviertje aflezen aan de mistslierten. 

 

Koeien staan troosteloos voor zich uit te staren in de bedauwde wei, rookpluimen uit de neusgaten blazend.

 

Het is stil. 

Geen jagende auto's meer. 

 

Een haan kraait. 

Een hond slaat aan. 

 

In de verte hoor ik wel het monotone geronk van tractoren.  De laatste maïs wordt van het veld gehaald.  De tractoren hebben de zanddreven tot modderstroken vermalen.  Mijn omloop wordt daardoor erg zwaar.  Veel ontwijkend springen.

Het begint zachtjes te regenen.  Een plaatselijke bui, want de zon blijft dapper schijnen.

 

 

*****

 

 

Tandpijn.

 

Altijd op een vrijdagavond. 

En de tandarts van wacht woont in Azerbeidzjan. 

Typisch.

Stomende tandpijn.  Je kent dat wel.

 

Er moet al heel wat gebeuren, vooraleer ik beslis om niet te gaan lopen.

 

Maar tandpijn of koorts, dan lopen we niet.

 

En om tandpijn te vermijden heb ik me de discipline eigen gemaakt om effectief halfjaarlijks mijn gebit te laten controleren. 

 

Hoeven we ons daar alvast nooit meer zorgen om te maken. 

 

Kunnen we lekker lopen. 

 

Laat de anderen maar aanklooien met tandpijn, ik niet.

 

 

*****

 

Wortel Kolonie. 

 

Mijn vertrouwd domein. 

 

Hoeveel kilometers heb ik hier al gelopen? 

 

Ik loop nu bijna 20 jaar.  Goed voor ongeveer 30 000 km, vermoed ik. 

Maar het is pas sinds 2003 dat ik constant dezelfde trainingsronde loop.  Dus een jaar of 7.  Dat moeten dan ongeveer 15 000 km zijn die ik hier heb gelopen, want de 13 voorgaande jaren heb ik minder kilometers gemaakt en niet altijd op Wortel kolonie.

 

Maar ik vermoed dat de teller nu op ongeveer 30 000 km moet staan. 

 

Streefdoel, vandaag geboren, de omtrek van de aarde: 40 075 km.  Nog een jaar of vijf.

 

 

*****

 

Het zonnetje verdwijnt achter het wolkendek.  En eens in de Torendreef, begint het gestaag te regenen.  Dikke, ijskoude druppels.  Het staccato getik der druppels op het verkleurende bladerdek.

 

In de verte zie ik een hert.  Eens het elegante dier mijn aanwezigheid gewaar wordt, schiet het schichtig de bossen in. 

 

Mijn lange broek kleurt langzaam donker door de regen.  Het is verdorie koud.  Ik ben blij dat ik handschoenen aan heb getrokken.

 

Na de boszone kom ik weer volop tussen de weiden en velden.  Hier hebben de landbouwvoertuigen lelijk huis gehouden in de zanddreven.  Mijn relatief nieuwe Brooks schoenen worden besmeurd.

 

En de koude wind, uit Noordelijke hoek, geselt mijn arme lijf.

 

Terug de beschutting van het bos in. 

 

Even maar, dan weer het asfalt op.  De laatste kilometers van alweer een duurloop in de aanloop naar de halve marathon van Kasterlee.  Nog een dikke twee weken kilometers vreten.

 

We klokken af op enkele seconden boven de 1 uur en twintig minuten.

 

Woensdag opnieuw.

 

 

*****

 

Een paar jaar geleden heb ik een soort van groot onderhoud laten uitvoeren aan mijn gebit.  Alles in één keer. 

 

Orde op zaken stellen!

 

Dat was bij mijn vorige tandarts, een man.  U komt zo meteen te weten waarom ik overgestapt ben naar een andere tandarts.

 

De tandarts stelde me toen namelijk voor om als proefkonijn te dienen voor een nieuwe methode van tandbehandeling. 

Zonder verdoving met de traditionele inspuiting, maar met een apparaat dat impulsen stuurt naar de tand, waarbij de zenuw als het ware buitenspel wordt gezet. 

 

Hij koppelt iets op zijn boor dat impulsen krijgt van het apparaat. 

 

De patiënt, ik dus, heeft een regelknop in de hand.  Ik kan de intensiteit regelen.  Voel ik pijn, dan verhoog ik de dosis, op een schaal van 20. 

 

Of ik dat wou?

 

Ik wist het nog zo niet.

 

Het voordeel was dat er geen pijnlijke inspuiting aan te pas kwam en dat hij achtereenvolgens aan verschillende zones in de mond kon werken. 

 

Of ik dat wou?

 

Kweenie.

 

 

De maandag daarop staat de man van het apparaat daar. 

 

Behandeling gehad. 

 

Twee tanden gevuld met de hele santenkraam...

 

Boren met grote boor

(geluid, zie hoger)

en boren met de kleine boor

(geluid, zie hoger).

 

En tot mijn verbazing heb ik inderdaad de ganse tijd niets gevoeld.

 

Wel enorme zweetplekken onder mijn oksels van pure, onversneden schrik.  Je zit toch de hele tijd te denken, zo meteen knal ik door het dak van de pijn.  Je zit te wachten op helse pijnscheuten en die komen niet.

 

 

*****

 

 

De week er op zit ik boordevol vertrouwen in de wachtzaal. 

 

Mij kan niets meer overkomen.  Ik en het apparaat, één strijd!

 

Binnengeroepen. 

 

In de stoel. 

 

Achterover getakeld. 

 

Lamp op de open bek.

 

Ik vraag waar het wondertoestel is.

 

Toestel weg, was er enkel op proef.

 

En bleek nogal duur.

 

Pijnlijke inspuiting.

 

Tandarts begint te boren.....

 

 

BZZZZZZZiiiiiieeeeiiiieieeeiieieiiee

 

 

Ik brul het ganse kabinet bijeen van de pijn.

 

 

 

"Oké", zegt de tandarts. 

 

Ik zeg: "Hoe bedoelt u, oké!"

 

"Ik heb je daarnet een nepinspuiting gegeven.  Nu ga ik je écht verdoven", antwoordt hij.

 

Ik zeg: "Wat zegt u nú?"

 

"Wel, ik wou zeker zijn dat het apparaat werkt.  Stel dat jij een ongelooflijk hoge pijngrens hebt, of totaal geen pijn aanvoelt, dan kon ik niet met zekerheid zeggen dat de machine werkt.  Nu wel."

 

 

 

Bij het afrekenen heb ik hem keihard in de ballen getrapt.

 

Gewoon om te testen of mijn loopschoen Brooks nog altijd goed werkt.

 

De schoen werkte prima!

 

Ik had niets anders verwacht...

 

 

*****

 

 

Even de beginconversatie verduidelijken...

 

 

En, hoe is het met de kinderen?

 

Mwa, a hoa o-al... 


Bwa, dat gaat nogal....

 

 

En wat denk jij van de slaagkansen van Koninklijk bemiddelaar Vande Lanotte?

 

Ahem di Wupo oe één ijn an wrijgen me We Wever, ie weet?


Als hij Di Rupo op één lijn kan krijgen met De Wever, wie weet?

 

 

Weet jij wat dit is: Foef, foef!!

 

Een wond wep een wawenwip?


Een hond met een hazenlip?

 

 

18:41 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

22-10-10

Luitenant Jean Coppens

Luitenant Jean Coppens

 

Dat was de naam van de kazerne waar ik mijn legerdienst heb volbracht.   Bij de 18de Rijdende Artillerie.

 

Kanonnen.

 

Lawaaierig spul, daar wordt een mens hardhorig van.

 

Wablieft?

 

HARDHORIG!

 

 

Kanonnenvlees, dus...

 

 

*****

 

 

Alle vooroordelen over het Belgisch Leger zijn waar.  Daarvan ben ik een bevoorrecht getuige geweest.  10 maanden lang.

 

Opleiding in Turnhout, dan naar Brasschaat.

 

 

abl1.jpg

 

In stemmig kaki, vooraan links, uw dienaar (maar toen dienaar van Boudewijn 1, Koning der Belgen).  Inderdaad, met sigaret, maar dat was enkel om de foto een toets David Lynch mee te geven....

 

 

*****

 

 

Omdat ik met enige vorm van vrucht studies had weten af te ronden, dachten ze dat het een goed idee was om mij op het schootsbureel te plaatsen.  Om uit te rekenen waar de kanonnen moesten vuren, en vooral ....

 

.....waar niet.

 

Nu was ik al een jaar of 24, en de tijd dat ik soldaatje wou spelen lag al geruime tijd achter mij.  Ik liet dat dan ook blijken. 

 

Dikwijls corvee keuken voor gehad. 

 

Patatten jassen. 

 

Patatten jassen verliep weliswaar al in enige mate gemechaniseerd.  De patatten werden in een groot apparaat gekieperd, waar ze werden afgeschuurd, nadien moest je dan nog enkel de ogen manueel pitten. 

 

Vooraleer je de patatten in het apparaat deed, moest je wel keihard met je soldatenlaars tegen het apparaat stampen.  Dan hoorde je inwendig een geluid alsof er honderden stukjes grind vielen. 

 

Dat, beste vrienden, waren de neerstortende kakkerlakken.

 

Dan was het zaak om bliksemsnel het apparaat op te zetten en zo kreeg je eerst een overheerlijke 'mousse de kakkerlak'. 

 

Vervolgens het apparaat uitspoelen, patatten erin en aan het werk. 

 

Hygiëne blijft belangrijk.

 

Toch?

 

 

*****

 

Soldaatje spelen.

 

Ik gooide op manoeuvre ooit het klokhuis van een appel uit de vrachtwagen in de heide.  Ik kreeg van een luitenant een uitbrander dat ik de natuur vervuilde. 

 

Waarop ik vragend om mij heen keek en de luitenant een veertigtal rook en roet uitbrakende vrachtwagens aanwees en zei:

 

"Dat, luitenant, is vervuiling...

 

....een klokhuis, luitenant, is de natuur." 

 

Corvee keuken.

 

Assertief zijn is niet altijd een goed idee...

 

*****

 

 

Soldaatje spelen.

 

Tijdens manoeuvres moesten wij ten alle tijde paraat zijn. 

 

De vijand kon ons wel eens onverhoeds overvallen.

 

De stouterikken!

 

Omdat de Rus niet in de buurt was, den Duits het beu was, moest de vijand gespeeld worden door eigen personeel, voor de gelegenheid en ter visueel onderscheid gestoken in blauwe overalls.  We gaan mekaar toch niet per ongeluk overhoop schieten zeker.

 

Om één en ander toch wat veilig te laten verlopen, en het gemiddelde intellect van de soldaat-milicien indachtig, werd er geschoten met losse flodders. 

 

Enerzijds jammer, maar goed.

 

Ik deelde mijn losse flodders altijd met gulle hand uit.  Neen, niet aan onschuldige kinderen in de dorpen, maar aan mijn collega-soldaatjes met een iets hoger Rambo-gehalte. 

 

Ik stopte daarop een stuk doek in de loop van mijn geweer, dat onaangeroerd bleef en uiteraard bleef blinken als een spiegel.  De andere Rambo's knalden er een paar duizend patronen door tijdens de diverse aanvallen. 

Eens in de kazerne, haalde ik het vodje uit de loop, blies eens door de loop en kon op mijn bed neerploffen,  vakbladen lezend, terwijl de diverse Rambo's urenlang zaten te poetsen en schrobben. 

 

Oorlog, het moet gezegd, dat valt allemaal niet mee!

 

Toch één keer een probleem gehad met het feit dat ik mijn ammo uitgedeeld had.  Het manoeuvre was nauwelijks een uurtje oud, of de vijand was er al. 

 

Dat is ook weer zo typisch!

 

Dan ben je nog niet helemaal georganiseerd, of ze zijn er al. 

 

Vervelende mensen, die vijand.

 

Ik stond er zonder munitie.  Reeds uitgedeeld. 

 

Vlak bij mij een ijzervreter van een majoor. 

 

"Vuren, soldaat !" snauwde hij me toe.

 

"Ik heb geen munitie meer, majoor !" antwoordde ik.

 

"Roep dan PANG", repliceerde hij.

 

Daarvoor voelde ik me toch net iets te oud, maar 'befehl ist befehl', zeker als hij je strak blijft aankijken.

 

Ik wist dat de enige manier om de rest van mijn militaire carrière niet als risee te worden beschouwd, in een spectaculair optreden van mijn kant zat.

 

Ik vloog uit de dekking, als een idioot "PANG, PANG" en "RETTEKETET" brullend, inmiddels ook virtuele handgranaten wegslingerend.

 

BANG, KABOEM, FWIIEEEET.

 

 

De vijand werd er zelf stil van.

 

Van zoveel gedrevenheid, bedoel ik.

 

Maar zoals altijd liet ik mij te veel meeslepen.

 

Ik haal mijn aansteker boven (ik rookte toen nog), steek hem aan en brul:

 

 

"VLAMMENWERPER !"

 

 

Waarop de vijand collectief in de lach schiet.

 

De majoor niet. 

 

Corvee keuken.

 

 

*****

 

 

abl2.jpg

 

 

Jong, onbezorgd.  Een oorlog winnen met deze heerschappen is een utopische gedachte.  Uw dienaar centraal vooraan, de pet weer maar eens verloren gelegd.

 

 

*****

 

 

Het schootsbureel dus. 

 

Daar moesten wij berekenen hoe de kanonnen moesten ingesteld worden en met welke lading ze moesten vuren om het doel te raken. 

 

Of toch in de buurt er van. 

Bijna. 

Ongeveer. 

Bij benadering.

 

 

Afrondingen waren uit den boze. 

 

Het moest correct zijn. 

 

Of toch in de buurt er van. 

Bijna. 

Ongeveer.

Bij benadering.

 

U ziet maar.

 

 

Ik was doorgaans Recce.  Verkenner.

Ik was dus meestal al op weg om de volgende stelling te verkennen. 

 

Met pak en zak; moest ik op een landmijn stappen, dan regende het drie dagen lang materiaal.

 

Ik beschrijf even wat ik allemaal mee moest zeulen qua materiaal. 

 

Ten eerste mijn lichaam. 

In stemmig kaki.  

Daarop een helm. 

En een gasmasker in foedraal.

 

Aan mijn riem: een schop, een poncho (regenjas), twee munitiehouders, een grondzeil (soort deken in een koker - god weet waarom), een kompas, een zaklamp.

Een verrekijker.

Dan had ik een houten kist onder mijn rechterarm, met daarin een parallax (soort meetinstrument).  Die kist was ongeveer 7 cm dik en 60 op 60 cm.  Onhandig als de pest qua formaat. 

Dan een houten lat van 2 meter. 

En tenslotte mijn wapen, een FAL, 4,3 kg zwaar en lomp.

De FAL hing op de schouder, de parallax onder de rechterarm en in de linkerhand de houten stok van 2 m.

 

En zo moest ik achterop een motor meerijden. 

 

Telt u even met mij mee hoeveel vrije handen ik had om me vast te klampen aan de motard?

Inderdaad.

Nul.

 

*****

 

 

Nu was de motard in het leger geselecteerd op basis van twee capaciteiten:

 

  1. motorcrosser zijn van enig niveau,
  2. hartstikke gestoord zijn.

 

Mijn vaste motard scoorde vooral op punt 2   uitzonderlijk  goed.

Hij had een soort grijns op de bek, waarbij een mens zich afvroeg wat er zich zoal onder zijn hersenpan afspeelde. 

 

Niet veel, zo bleek. 

 

Hoogstens wat gegalm van spijsvertering.

 

 

Hij had tevens een merkwaardige voorliefde voor plassen. 

Dat had een reden: hij had een plastic beschermpak aan, ik niet. 

Een geslaagde dag voor hem was, wanneer ik kletsnat was en/of onder de modder zat,  dat we minimum een bijna-aanrijding of vier, een bijna-doodervaring of zes en een paar slippers hadden gehad en een keer of 6 met beide wielen van de grond waren geweest.

 

Een keer vlogen we volle snelheid door een weide vol halfhoog gras.  Eens we gestopt waren (en ik mijn ingewanden had uitgekotst), vroeg ik hem wat hem in godsnaam bezielde.

 

"Hoe kun je nu weten of er nergens een greppel in het gras zit ?", vroeg ik hem.

 

"Dat kun je niet weten, cool hé", was zijn antwoord.

 

Ik kijk hem aan, met een niet-begrijpende blik in de ogen.

 

"Als je het weet, dan is het te laat, dan vlieg je al overkop, cool hé", vervolgde hij laconiek.

 

Mijn engelbewaarder dacht er ook het zijne van.

Toch zijn we nooit gevallen...

 

 

En nu wil u natuurlijk weten waarom ik al die bazaar mee moest slepen.

 

Ik schets het even.  Ik ga op het centrale punt staan van de stelling, waar het centrale kanon komt te staan.  Elk kanon staat op een afstand van het centrale stuk.  Die afstand moeten wij weten, opdat elk kanon zijn gegevens aangepast worden ten opzichte van dat centrale kanon om zo vanop hun specifieke positie ook op het doel te kunnen schieten. 

Elk kanon stuurt een mannetje naar mij, ik geef de stok van 2 meter aan het mannetje, die sjokt terug naar zijn kanon.  Ik kijk door mijn verrekijker (met schaalverdeling) naar de opgestoken stok en kan zo de afstand meten.  Op mijn parallax (ronde schijf) kan ik zien welke hoek een kanon staat t.o.v. het centrale kanon, hoek en afstand, snapt u.

 

Nu gooiden we daar altijd feestelijk met de klak naar. 

 

We vuurden toch in 99% van de gevallen virtueel, dus het kon me werkelijk aan mijn reet roesten waar die kanonnen stonden. 

Dus ik gaf mijn stok nooit af. 

Stel dat ze die niet terug brengen. 

Ik zei dat ze de armen moesten spreiden, het scheelde nauwelijks een koe.

 

 

En in het donker, vraagt u?  Hoe deed je het dan?

Wel in theorie moest ik mijn zaklamp meegeven voor aan de ene kant van de stok, terwijl de soldaat van dienst van het op te meten kanon zijn zaklamp aan de andere kant hing. 

 

Lukte nooit! 

Maar dan ook nooit! 

Geen batterijen! 

 

Ook wel geen goesting.

Vooral geen goesting. 

Te complex, we gokken er wel naar.

 

 

Hoe verliep de communicatie met de kanonnen?

 

Er werd vanuit het schootsbureel een telefoondraad getrokken naar het centrale stuk (shit, ik gebruik al de legerterminologie, kanon dus).  De andere kanonnen trokken een draad naar dat centrale kanon.  Zo was de communicatie verzekerd.

 

Ja, mijn oor.

 

Dat centrale kanon stond soms op meer dan tweehonderd meter.  Je bent een draad aan het trekken en plots wordt met een snok de draad uit je handen gerukt.  Meestal is er dan een pantservoertuig over de draad gereden en heeft die de draad meegepakt tussen de rupsbanden.  Dan kan je terug naar het schootsbureel, waar ze meestal al met een bijl de draad hebben gekapt, want anders gaat onze volledige spoel mee.

 

En opnieuw beginnen.

 

Ooit zei een majoor me dat ik de draad moest ingraven in de zandweg die ik moest kruisen.  Maar dan ingraven  VOORALEER ik verder liep.

 

Ik dacht nog: die vent is met mijn kloten aan het spelen.

 

Ik zei: "Hoe geraak ik dan verder met de draad".

 

Hij begreep me niet.

 

"Als ik hier de draad ingraaf, hoe kan ik die draad daarna dan verder trekken?"

 

Hij begreep me.

 

Oen.

 

*****

 

 

Onze communicatie verliep ook via radio's.  Met de waarnemers.  Zij riepen doelen door en correcties op het vuur.

Als de luitenant weg was, amuseerden wij ons wel eens met die radio's, met het doorgeven van rare boodschappen in onbestaande code, waar geen hond ook maar iets van begreep. 

 

Leuk!

 

Ook een succesnummer was spreken door de micro, terwijl je met een plastic zak over de microfoon wrijft.  Aan de andere kant kun je geen blaas verstaan van wat er gezegd wordt door het knetteren van de zak, wat érg doet denken aan storingen...

 

 

*****

 

 

Toch vuurden wij op gezette tijden ook wel eens echt.  En omdat we ons dan geen flaters konden permitteren, werd alles nauwgezet volgens het boekje gedaan.

Gevolg: het duurde en bleef duren vooraleer we vuurklaar waren. 

De vijand werd er zelf ongeduldig van. 

Bij wijze van spreken dan.

 

 

*****

 

 

Elsenborn!

 

We stonden met ons schootsbureel op een 80-tal meter van de kanonnen.  Bij echt vuur stonden ze op één rij.  In vredestijd werd als schootsbureel een vrachtwagen met shelter gebruikt, in oorlogstijd is dat een zwaar pantservoertuig. 

 

Zomerweer, raampjes open van de shelter.

 

Papieren met berekeningen overal om ons heen, ook op een rek boven onze hoofden.

 

Eerste salvo met een 16-tal houwitsers M109-A2, 155 mm en de luchtverplaatsing doet alle papieren om ons heen feestelijk naar beneden dwarrelen. 

 

Chaos!

 

Op de radio's moest strikte discipline heersen.  Op een dag waren wij aan het vuren (écht vuur), toen plots de hel losbarstte op de radio's.

 

"Godvermiljaar, wij krijgen vuur op ons." 

 

Een gehuil en getier dat het niet mooi meer was.

 

Wij kijken bleekjes naar Van De Casteele.  Hebben we een regiment para's gedecimeerd?

 

"Niks aan de hand, heren", antwoordde hij, "moest het van ons zijn, dan konden ze het niet navertellen." 

 

Het bleken mortieren te zijn.

 

 

*****

 

 

In de verveling tussen de verschillende salvo's door, vroeg ik aan luitenant Van de Casteele waarom onze kazerne de naam luitenant Jean Coppens droeg.

 

Ontroerd door zoveel interesse begon hij bevlogen het verhaal van Coppens te vertellen.  Coppens was voorwaartse waarnemer ten tijde van de oorlog van Korea, waar de Belgen ook met artillerie aanwezig waren.  Coppens zat dus vlak bij de vijand en gaf per radio doelen door die moesten beschoten worden.

 

Op een bepaald moment wordt de post van Coppens bestormd door Chinezen en heeft hij opdracht gegeven zijn eigen post te beschieten. 

 

Een held dus.

 

Ik heb een slecht karakter (mijn vrouw staat heftig te knikken op de achtergrond). 

 

Ik geloofde geen bal van dit verhaal.  En ik had daar een paar goede argumenten voor:

 

Als we Coppens willen wegblazen met onze artillerie is de kans dat hij het overleeft ongeveer gelijk aan 100 %. 

 

We raken die nooit ! 

 

Toch niet het eerste half uur, en ik vrees dat de Chinezen niet het geduld zouden kunnen opbrengen om te wachten tot we eindelijk iets zouden raken.

 

Wat er volgens mij is gebeurd, is het volgende.

 

Coppens zit gewoon zijn werk te doen. 

 

Wij ook. 

 

Maar plots dwarrelt er een papiertje met coördinaten op ons bureautje. 

 

VUUR!

 

En dan wordt het plots héél stil bij Coppens.

 

Oeps, foutje.

 

We pakken het in als een mooi verhaal en onze blunder levert een held op.  Iedereen blij.

 

Luitenant Van De Casteele keek me daarop met een rare blik aan.

 

 

*****

 

 

Dat mijn versie niet waar is, dat kan ik met gemak getuigen. 

 

Ik heb ze uiteindelijk zelf verzonnen. 

 

Maar ook de versie van Van De Casteele klopt niet.

 

Internet is toch handig.

 

Ja, Coppens is gesneuveld als een held in Korea in gevecht met Chinezen.  Zijn stelling werd overrompeld, de Chinezen zaten, volgens het laatste contact, in de loopgraven.  's Anderendaags werd het dode lichaam van Coppens gevonden, de infanterieschop in de hand.  Niets artillerie.

 

 

Nu ja, godzijdank heb ik nooit met dat stelletje ongeregeld ten strijde moeten trekken, of toch, één keer, in de kantine van Elsenborn.

Onze eenheid, 18 RA, was na dagen manoeuver eindelijk in de vertrouwde habitat beland, meer bepaald de kantine.  En omdat er zo weinig geslapen was de laatste dagen, kreeg de alcohol snel vat op de gelederen.

Even later kwam er een hoop Ardeense Jagers binnen, Walen dus.  Met op hun baret het bekende insigne: het everzwijn.

Iedereen keek naar iedereen, want we wisten dat het hoogstens een kwestie van tijd was vooraleer iemand het geluid van een knorrend varken zou imiteren, wat het startsein was voor een hoop heibel, gezwaai met vuisten en vliegende pinten.

 

En écht waar, ik zweer het, ik was verkouden en heb enkel mijn neus gesnoten....

 

 

Maar genoeg memoires in stemmig kaki. 

 

'Credit where credit is due': het leger heeft me wél leren lopen. 

 

Meestal weglopen van werk, toegegeven, maar toch...

 

 

******

 

 

Bij deze kan ik u melden, beste loopvrienden, dat ik me ingeschreven heb voor deelname aan de halve marathon van Kasterlee op 14 november. 

U was allemaal zo vriendelijk om me te waarschuwen voor het zware parcours, waarvan akte. 

Nu heb ik al een paar keer het hooggebergte van Kasterlee getrotseerd, meestal vloekend van ellende, dus geheel onbekend is het me niet.

 

We stellen de verwachtingen in die zin bij.

1 seconde beter dan Breda zal ruim volstaan...

 

De halve van Kasterlee hypothekeert wel de 10 mijl van Essen, 1 week later. 

Stel dat Kasterlee schade oplevert, dan kan het zijn dat het wedstrijdseizoen er meteen opzit.

 

We zullen wel zien.

18:54 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

19-10-10

You stupid woman!

You stupid woman!

 

Zaterdag 16 oktober

 

Zeer wisselvallig weer.  De voormiddag belooft nog wel wat te worden, met een najaarszonnetje dat schuchter tussen de dreigende wolken komt piepen, maar er staat een strakke, schrale wind, die de aanval opent op de herfstbladeren.  Het is officieel nu, de grauwe dagen komen er aan, tijd om de kachel op te poken, de sjaal te zoeken en de warmwaterkruik nieuw leven in te blazen.

 

Maar!  Het regent niet.

 

Want dan zou het pas echt een zure, bittere dag worden.  Zo'n troosteloze regendag, waar wij Belgen een patent op hebben.   Het durft hier namelijk wel eens te regenen. 

 

In België hebben we twee regenseizoenen:

 

Eerst het najaarsregenseizoen.  Dat loopt van half augustus, met regen en stortregen en onweer, tot half december.

 

Dan gaat het vriezen.  Of iets harder regenen.

Dit loopt dan tot eind januari. 

 

Dan is het weer hoog tijd voor het voorjaarsregenseizoen.  Dat begint begin februari, met regen en stortregen en onweer en stopt met wat geluk half juli. 

 

Dan begint de Belgische zomer; meestal wisselvallig weer met zware bewolking, afgewisseld met buien (als het een topzomer is), anders regent het gewoon tot half augustus.

 

Om dan naadloos over te gaan in het najaarsregenseizoen.

 

 

*****

 

 

Maar het regende (nog) niet.  Maar waaien des te meer.  Dat, gecombineerd met de eerste najaarskou, zou het kader worden van de Herfstjogging te Rumst.  Naargelang de geraadpleegde bronnen zou de afstand 15,9 km, 15,7 km, 15,5 km of 15,3 km bedragen.

 

Ik weet wel wat mijn prestaties in het verleden hier waard waren: in 2005 liep ik hier 1u 4m en 20s, in 2008: 1u 4m 45s. 

 

Op de autoroute de la pluie, de E19 richting Antwerpen, is er van zon al helemaal geen sprake meer.  Donkere wolken dreigen aan de einder, voortgejaagd door helse wind.  En de eerste regen valt, weliswaar motregen, zelfs te weinig voor de intervalstand van de ruitenwissers.

 

Rumst.

 

Normaal valt deze jogging samen met de jaarmarkt, maar dat is dit jaar niet het geval.  Geen kermis om doorheen te lopen, wat jammer is, want zo waren er toch nog een paar verdwaalde toeschouwers langsheen de omloop.  Anderzijds kan je nu met de wagen tot vlak bij de startlocatie geraken én vlot parkeren.  Ja, we lopen graag, maar parkeren toch minstens zo graag nét naast de kleedkamer...

 

Geen grote opkomst hier, ook wel omwille van concurrentie van andere wedstrijden in de omgeving, maar toch vooral omdat er weinig ruchtbaarheid wordt gegeven aan deze wedstrijd.  Nochtans een mooie omloop, dat via het jaagpad op de rechteroever naast de Rupel loopt en ons via wat asfaltwegen terug naar centrum Rumst brengt.  En dat 3 maal.

 

Peter F. uit Niel en Kris A. uit Hemiksem zijn ook op het appel.  Ik had niet anders verwacht.  Peter heeft zondag laatstleden de marathon van Eindhoven gelopen (3 uur 25 minuten; rustig aan volgens hem!) en Kris heeft me vorige week nog maar eens verslagen....

 

Koud dus en ik twijfelde over alles:

 

  • singlet?
  • shirt met korte mouwen?
  • handschoenen?
  • 2/3 de tight of korte?
  • heeft Contador nu clenbuterol gebruikt of niet?
  • de boutades van aartsbisschop Léonard?
  • wat spookt er door het hoofd van de 'clarificateur royal'?

 

Enfin, ik was in dubio...

 

Maar ik had een donkerbruin vermoeden dat we vandaag alle registers zouden opentrekken, dus was het zaak om koel te blijven en dus viel de keuze op een singlet, korte tight en geen handschoenen. 

 

Ik warm op in het gezelschap van Peter F.  Wanneer we de dijk naast de Rupel oplopen, is het alsof we een vuistslag krijgen.  IJskoude wind blaast ongenadig hard in het nadeel.  Omdat de Rupel tussen bossen doorloopt, is het hier een tunnel waarin de wind wordt gekanaliseerd, waardoor die nog eens aan kracht lijkt te winnen. 

 

Dit wordt knokken, een kilometer of twee pal in de windtunnel.

 

Grondig opgewarmd staan we in de startzone wat op en neer te springen om warm te blijven.  Omdat we samen starten met de 5 km en 10 km, staat er toch een aardig peloton lopers aan de start.  Op de 15 km zijn er amper 24 starters.

 

En we zijn weg.  Eerst een paar bochten door het plaatselijke park.  Dan middels een beestig steile knik de dijk op en de windtunnel in naast de Rupel.  Ik nestel me vlak achter Kris A.  Het plan is om hem zo lang mogelijk te volgen en dan maar zien te overleven.

 

Het jaagpad slingert traag in flauwe bochten; ik moet constant de juiste kant van Kris zoeken om uit de wind te blijven.  Peter zit ook bij ons, samen met wat lopers die de 5 km betwisten.

 

Km 2: Onder de autoweg door, dan linksweg.  Nu zou de wind in het voordeel moeten blazen, maar helaas zitten we nu tussen de huizen en bossen te slingeren, zodat de wind gebroken wordt.

De groep is inmiddels uit mekaar geranseld.  Peter heeft de rol moeten lossen, en de heren van de 5 km zijn er ook al uit gelopen.  We zijn nog met z'n drieën en het gaat toch behoorlijk hard.

 

Opnieuw onder de autoweg door, op weg naar Rumst.  Ik heb het lastig om aan te klampen. 

 

Rumst, km 4 ongeveer.  Ik moet een gaatje laten vallen op Kris en zijn kompaan.  Ik ben alleen.  Achter mij zie ik Peter in het gezelschap van Luc V.L.

 

Doortocht na de eerste ronde (5 km en 100 meter of meer, wie zal het zeggen): 20 minuten en 32 seconden. 

 

Vlotjes.

 

Ronde 2. 

 

Ik kom nu alleen de dijk op en krijg frontaal de mokerslag van de wind te verwerken.  De wind geselt het riet, langs de oever.  

 

Het riet buigt, maar breekt niet. 

 

Ik buig ook, maar breek toch al een beetje.

 

Het is beestig hard knokken maar toch overleef ik de stormende wind en bereik het keerpunt.   Nog steeds alleen, maar ik zie nu dat Peter en Luc een behoorlijk stuk op mij zijn ingelopen. 

 

Weer twijfel ik wat te doen.  Iets vertragen, recupereren en me laten inlopen om zo met die twee heren de wedstrijd af te handelen of knokken tot het bittere eind? 

 

Ik besluit om iets te vertragen, te recupereren en mijn wagonnetje aan te pikken bij Peter en Luc. 

 

Ze komen bij mij en Peter vraagt om samen te werken.  Korte aflosbeurten op kop om zo de wind te overleven, het tempo op te schroeven en vast te houden. 

 

Maar zodra ik me op kop zet, moet Peter al een gaatje laten vallen (hij had de zwaarste inspanning geleverd om mij bij te benen, Luc zat tegen zijn plafond toen).  Ik vertraag opnieuw een beetje.

 

De molen begint te draaien. 

Korte beurten. 

Tempo strak.

 

Veel wordt er niet gezegd.  We trappen alledrie op de adem.  Omdat we zo dicht op mekaar lopen, maken we af en toe contact.  Voet tegen hiel, armen die tegen mekaar tikken.

 

Doortocht 10 km 200: 41 min 48 seconden. 

 

De derde maal de nijdige knik van de dijk oplopen.  Dit doet pijn en geeft een knak in het tempo.  Boven gekomen opnieuw de wind in.  Kris heeft nog een comfortabele voorsprong op ons, maar blijft een mikpunt.

 

Beulen tegen de wind in.  Ik merk dat de aflossingen niet meer zo vlot gebeuren.  Iedereen loopt op de limiet.  Ik denk dat we alledrie even sterk zijn.  Toch laat Luc al eens een beurt voorbij gaan, zodat ik direct opnieuw de wind in moet. 

 

Keerpunt voorbij.  En het begint te wegen.  Even overweeg ik zelfs om mijn kompanen te laten gaan (achteraf blijkt dat we alledrie in de derde ronde hebben overwogen om de andere twee te laten gaan), maar ik blijf braafjes mijn beurten op kop afwerken.

 

Gek is dat.  Vorige ronde zat ik nog de ideale plaats te zoeken waar ik mijn versnelling zou plaatsen in de laatste ronde (en had gekozen voor een stukje vals plat).  Nu zit ik met schrik dat stukje af te wachten, bang dat ik daar zal moeten  afhaken.

 

Ik overleef het stukje vals plat.  We beginnen mensen te dubbelen.  En Kris A. heeft een stuk van zijn voorsprong moeten inleveren.  De samenwerking werpt vruchten af.  Maar hem bijhalen is een utopie.

 

En dan zijn we plots in het centrum van Rumst.  En in de laatste kilometer.  Nu valt af te wachten wat er van de verstandhouding zal overblijven. 

 

Want de finish lonkt.

 

Ik weet dat er een aantal haakse bochten zijn in de laatste honderd meter en wil daar zeker op kop zitten.  Ik besluit gradueel te versnellen, in de hoop dat ik mijn metgezellen kan versmachten.  Maar dan moet er nog wel iets in de tank zitten. 

 

Ik begin te versnellen.  Peter laat zich niet pramen en volgt vlot.  Luc kraakt, maar hangt er nog aan. 

 

Plots versnelt Peter fors, echt een snok.   Hij komt me voorbij.

 

Ik versnel ook nog wat. 

 

Luc lost.

 

Peter is eerst in de eerste haakse bocht.  Voorbij gaan zal moeilijk worden, ook al omdat hij niet bepaald vertraagt.

 

Ik moet mijn meester erkennen.

 

Peter finisht op 1u 2min en 5 sec, ik op 1u 2min en 9 sec (positie: 8), Luc nog eens 4 seconden later.  Kris had 1 uur rond.  Zowaar mijn snelste editie in Rumst, in minder goede omstandigheden.

 

Snel naar binnen.  Warmte zoeken.  Mijn handen zijn verkleumd en weerbarstig.

 

Wanneer we uitgaan van 15,3 km, dan had ik een gemiddelde van 14,77 km/uur.  Gezien de forse wind, kan ik daar heel goed mee leven.  Volgens lopers met afstandsmeting aan boord, is het toch 15,5 km.

 

In de kantine van de plaatselijke basketbalclub is het een gezellige drukte.  De drie musketiers van de dag praten nog wat bij over de beleving van de wedstrijd.  We zijn unaniem: we hebben mekaar op sleeptouw genomen, zijn alledrie boven onszelf uitgestegen en hebben daardoor dit prima resultaat behaald.

 

Er is een ad random tombola, waar ik een DVD-box van "Allo Allo" win. 

 

De rest van de avond wordt gevuld met de escapades van René Artois, zodat geregeld te horen valt:

 

"You stupid woman!".

 

 

*****

 

 

En dan nu een dienstmededeling: wegens conflictueuze agenda's en dubbele boeking, zal uw scribent helaas niet aan de start verschijnen van de halve marathon van Etten-Leur.

 

Balen!

 

Maar we gaan op zoek naar een alternatief op de kalender; de halve marathons zijn echter erg dun gezaaid deze tijd van het jaar.

 

Iemand een suggestie?

 

18:23 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

15-10-10

Airpower

Airpower

 

Een groot filosoof, wiens naam me nu even ontglipt, zei ooit: 

 

Een mens kan niet zonder vrienden.

 

En ja, dat klopt als de spreekwoordelijke zwerende vinger. 

Een iets minder groot filosoof, meer bepaald ik, voegt daar graag volgende bedenking aan toe:

 

Want met wie zou je anders ruzie maken? 

 

 

Met wildvreemden is dat toch moeilijker.

 

Daarstraks was het van dat.  Een vriend van mij, die resideert in het onderwijs, klaagde over de zware werklast  en de onmenselijke druk.  En de afgrijselijke uren die hij moest kloppen.  In een tot mislukken gedoemde poging kennis over te dragen aan het zootje ongeregeld dat in zijn klas ligt te suffen en te sms'en.

 

Hij hoopte natuurlijk dat ik enige vorm van medeleven zou betonen, maar hij merkte mijn aarzeling op...

 

In de frons op mijn voorhoofd meende hij te kunnen lezen dat het lot van de gemiddelde Chileense mijnwerker toch nét dat tikkeltje zwaarder was. 

 

Op zijn gelaat verscheen vervolgens ook een frons.

 

En toen debiteerde hij:

 

"Ja, hoe zou jij daar iets van weten.  Jij hebt verdorie nog nooit één dag gewerkt in je leven."

 

 

Wel, dat heb ik dus altijd voor. 

 

Dat mensen denken dat ik nooit een klap uitvoer (bericht aan mijn vrouw: hou u inmiddels in stilte bezig!).

 

Mensen denken dat ik niets doe, en dat is onrechtvaardig.

 

Want ik heb wél gewerkt in mijn leven.

 

Een secondje, ik zoek het even op.

 

Hier heb ik het bewijs: ik heb gewerkt van begin september 1987 tot begin december 1987.    Toen was ik namelijk semi-actief op de personeelsdienst van een bedrijf dat gespecialiseerd is in hogedrukreinigers.

 

Of vliegtuigen, dat kan ook, daar ben ik nooit achtergekomen. 

 

Ja wat wil je, met een naam als Atlas Copco Airpower.  Dan denk je toch meteen aan de luchtmacht, neen?

 

Mijn carrière was van korte duur, want in december werd ik opgeroepen voor de landmacht; ik werd ingelijfd in het Belgische Leger (waarover ik u graag een volgende keer zal onderhouden...).

 

Van die drie maanden noeste arbeid, hebben we toch redelijk wat uren geen klop uitgevoerd.  U moet weten dat mijn superieuren pas omstreeks half negen ter bureau verschenen, terwijl het lager werkvee (waaronder uw dienaar) reeds om 7 uur inklokte.  Zo konden we ook rond half vier in de namiddag vertrekken (glijdende werkuren).

 

Tussen 7 uur en half negen deden we de helft van de tijd niks. 

De andere helft van de tijd minder dan niets.

 

Koffie slurpen, de krant bepotelen, onnozel doen.  Allemaal dingen waar ik een meester in ben.  Sommige dingen heb ik zelfs zélf uitgevonden...  Noem mij gerust de opperninja der luiheid.

 

En natuurlijk plannen beramen om de managers een idioot figuur te doen slaan.

 

U moet weten dat wij alle meetings van de managers moesten voorbereiden.  Zodat zij met ons werk konden scoren.  Wij maakten er een sport van om die rapporten op te frissen met onbestaande zelfverzonnen terminologie, rare tongbrekers en indrukwekkende, maar nietszeggende diagrammen.

 

Zo was er op een bepaald moment een vergadering met zowat alles wat er aan managers en hoger kader rondliep op het bedrijf. 

 

Onderwerp: vergelijkende studie van het carrièreverloop binnen het bedrijf. 

 

Met een enorm scherm en een projector en slides.

 

 

En het was spannend.

 

Want ik had me helemaaaaal laten gaan en had verschillende nieuwe termen uitgevonden: 

 

'Skip and jump' was bijvoorbeeld de term voor een carrière die een stap had overgeslagen. 

 

Maar is dus ook gewoon Engels voor hinkstapspringen. 

 

Twee stappen in de carrière overgeslagen: Triple Jump.

 

Maar is dus ook gewoon Engels voor hinkstapspringen. 

 

Een carrière die bleef hangen kreeg de afkorting R.C. met een verwijzend sterretje naast. 

 

Onderaan stond dan te lezen: Retarded career.  Wat je kan vertalen als "Achterlijke carrière".

 

En de nodige combinaties: Retarded skip and jump career. 

 

Vooraan de aula stond de manager peentjes te zweten op zijn rapport, terwijl wij ons achteraan in de zaal lagen te bescheuren van het lachen, een occasionele high five uitwisselend.  Weddenschappen werden afgesloten of iemand het zou opmerken, maar het ging er in als zoete koek.

 

 

*****

 

 

Het was het pré-computer-tijdperk.

 

Op de personeelsdienst hing een insteekbord met daarop het volledige organigram van het bedrijf.  Elke afdeling met alle mensen in afdalende belangrijkheid stond op dat groot insteekbord. 

 

Elke werknemer was gereduceerd tot een kartonnetje op dat bord.

 

Dat bord hing boven twee lage dossierkasten (ongeveer 1 m 20 hoog) die in een hoek van 90° tegen mekaar geschoven stonden.  Daardoor ontstond er in de hoek een kleine vierkante ruimte tussen de twee kasten.

 

Daar waren in de loop der tijden behoorlijk wat kaartjes in gedonderd.  

 

En je kon die niet oprapen, want als je in die ruimte ging staan, kon je niet door de knieën zakken, want dan blokkeerde je. Voorwaarts bukken ging ook al niet.

 

Die ruimte was dus de Bermuda driehoek voor de kaartjes.  Maar dan een vierkant.

 

 

*****

 

 

Als je aan mij vraagt om iets te doen, dan is het antwoord meestal:

 

NEEN.

 

Als je mij zegt: wil je iets nutteloos en onwaarschijnlijk zinloos doen, iets wat niemand wil of kan doen, iets dat te belachelijk is voor woorden dan zeg ik altijd:

 

JAAAAAAAAA. 

 

 

Vraag mij om een stofzuiger doorheen het huis te slingeren en ik loop gillend weg.

 

Vraag mij om een papieren vliegtuigje te vouwen van een rol behangpapier en ik loop gillend weg om nog wat extra papier te gaan halen.

 

 

Enfin, terug naar het verhaal van de kasten en de verdwenen kaartjes.

 

Een collega zei:

 

"Wedden dat jij die kaartjes er niet kan uithalen..."

 

Ik zei:

 

"Ik ben uw man!"

 

Temeer omdat de inzet van de weddenschap 250 gram marsepein was.  Voor marsepein verkoop ik desnoods mijn moeder.

 

Na proefondervindelijk vastgesteld te hebben dat ik niet tot op de vloer geraakte, om de twee redenen die ik daarnet beschreef, broedde ik op een slim plan om die kaartjes te recupereren (en de marsepein...).

 

Niet dat de toekomst van het bedrijf afhing van het welslagen van mijn missie, dat zeker niet, want de gevallen kaartjes werden gewoon vervangen door nieuwe. 

 

Het ging hier enkel om het principe. 

 

Ik kan een principieel man zijn, vooral als het nergens op slaat.

 

De enige bruikbare methode was: op mijn buik op de kast gaan liggen, me dan met het hoofd voorwaarts naar beneden laten zakken en op mijn gestrekte armen landen. 

 

En dan de kaartjes oprapen, in handenstand.

 

Strak plan, dat meteen moest beproefd worden.  Het was toch nog altijd geen half negen, geen manager in de buurt.

 

Ik laat me zakken in de ruimte tussen de kasten.  En land keurig op mijn handen.  Rondom mij: tientallen kaartjes.  Noem het gerust: de verloren schat van Atlas Copco Airpower!   De Schat van de Tempeliers  verdween in het niet bij wat daar te vinden was.

 

Tot hier ging alles goed.

 

Maar dan besef ik dat ik op mijn twee handen steun,  handenstand in een érg beperkte ruimte. 

 

En dat er inmiddels een miniem probleem is opgedoken, meer bepaald: als ik de kaartjes wil nemen, dan zal ik één hand van de grond moeten losmaken. 

 

En laat ik nu net op die twee handen steunen...

 

Ik kon wel even vliegensvlug op één hand balanceren, en met de andere een paar kaartjes vastgrijpen.....

 

Stel dat me dat lukt zonder keihard op mijn gezicht te vallen, dan stelt zich nog altijd de prangende vraag: Waar laat ik dan de kaartjes?

 

Oplossing: IN MIJN MOND STEKEN!

 

Briljant!

 

Ik balanceer op één hand en veeg met mijn vrije hand een aantal kaartjes bijeen en prop ze vliegensvlug in mijn mond....

 

Wat een succes!

 

Heum, en heum....  wat een raar smaakje ook.

 

Samen met de kaartjes had ik ook onder andere 200 gram stof, 0,5 m² spinnenwebben, drie verschaalde Duyvisnootjes, vier dode vliegen en nog wat schaamhaar bijeen gegrist.

 

Maar dan besef ik dat ik een tweede probleem heb.

 

Namelijk.  Ik sta hier nu al een tijdje op mijn handen tussen de twee kasten.  Mijn kop staat op ontploffen.  Ik heb een mond vol kaartjes, 200 gram stof, 0,5 m² spinnenwebben, drie verschaalde Duyvisnootjes, vier dode vliegen en nog wat schaamhaar.

 

Hoe geraak ik terug aan wal?

 

Plus, ok, ik weeg niet overdreven veel, maar ik kan natuurlijk ook niet eeuwig op mijn handen blijven staan; ik ben tenslotte geen lid van het Russisch Staatscircus!

 

En met mijn mond vol kaartjes (en andere inhoud) is het moeilijk communiceren met mijn collega's op het kantoor. Temeer omdat die inmiddels allemaal lichtjes aan het stikken zijn in woeste lachbuien. 

 

Plots houden die lachbuien op.

 

Wat ik op dat moment niet kan zien, wegens met mijn rood hoofd naar beneden gericht op mijn handen staand tussen twee kasten, de mond vol, is dat inmiddels iemand op de werkvloer is aangekomen.

 

Niet zomaar iemand.

 

Een manager.

 

Niet zomaar een manager.

 

Neen, de hoogste in rang. 

 

Het opperhoofd. 

 

En die staat in opperste verbijstering te kijken naar dit redelijk waanzinnige tafereel.

 

Het opperhoofd ziet dus twee melkwitte, behaarde benen tussen de kasten uit omhoog steken.  Mijn broekspijpen waren, als gevolg van de inspanningen en gehoorzaam aan de zwaartekracht, naar boven gegleden.

 

En hoort vanuit de diepte de volgende boodschap opwellen:

 

"Mummme, mummie mij miew mwuipmwekken?"

 

Wat dient te verstaan worden als:

 

Kunde gullie mij hier uittrekken?

 

maar dan met een mond vol kaartjes, 200 gram stof, 0,5 m² spinnenwebben, drie verschaalde Duyvisnootjes, vier dode vliegen en nog wat schaamhaar.

 

Ik denk dat drie maanden op die personeelsdienst ook wel het hoogst haalbare was, maar zoals gezegd, het Vaderland riep mij onder de wapens. 

 

Ook daar zou ik mijn talenten van creatieve nietsnut tot ongekende hoogte stuwen!

 

 

*****

 

Enfin, wat schaft dit weekend?

 

Ah, de Jaarmarktjogging te Rumst, 15,7 km, onderdeel van het KWB-regelmatigheidscriterium.

 

Langs de boorden van de Rupel!  Het water loopt me nu al in de bek....

 

*****

 

Mag ik u allen uitnodigen? 

 

Ja natuurlijk, u mag in Rumst lopen, maar dat bedoel ik in feite niet.  Neen, op zondag 5 december is er de Pannenkoekenjogging en natuurloop te Wuustwezel (vrij vertrek tussen 9u en 10u30, afstand naar keuze: 5, 10 of 15km).

 

Mijn doel ligt echter in de namiddag; dan is er de winterduatlon (4 km lopen,  22 km mountainbiken, 2 km lopen).  Ik zou er graag in duo aan deelnemen: ik loop, iemand fietst.

 

U kan uw kandidatuur als fietser stellen; winst in een manche van de Wereldbeker Mountainbike of in de Wereldbeker, GVA of Superprestige veldrijden, strekt tot aanbeveling.

18:53 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

12-10-10

Catharsis in Kasterlee

Catharsis in Kasterlee

 

Zaterdag 9 oktober 2010

 

Ik moet toegeven dat er wat twijfel was gerezen na het grote fiasco in Breda.  Nog steeds knaagt het ongenoegen lustig verder.  Wat er me is overkomen op de Singelloop is me nog steeds niet helemaal duidelijk;  u was ook niet bepaald een toonbeeld van eensgezindheid in uw commentaren, beste loopcollega's en lezers. 

 

Was het een enkel een rotslechte dag? 

Een totale instorting na een té drieste start?

Warmtestuwing? 

Of moest een en ander toegeschreven worden aan de onbezonnenheid van uw dienaar om op gloednieuw loopschoeisel deze toch wel zware opdracht aan te vatten.

 

Of was het een combinatie van factoren?  Of nog iets anders?

 

Revanchegevoelens smeulden in mijn binnenste.  Ik heb dagenlang liggen wikken en wegen om eventueel op zondag 10 oktober de Brussels Half Marathon te lopen. 

 

Mijn hart riep: DOEN!

Mijn verstand fluisterde: Twee halve marathons op 1 week?  Zot!


Mijn hart riep: JE HEBT ENKELE WEKEN GELEDEN TWEE WEDSTRIJDEN OP 5 UUR TIJD GELOPEN!

Mijn verstand fluisterde: Wil je echt een tweede keer op je bek gaan?


Hart: GAAN, GODVERDOMME!  EEUWIGE ROEM EN GLORIE NAJAGEN!

Verstand: Je weet toch hoe zwaar dat parcours is: Tervurenlaan, doet dat geen belletje rinkelen?

 

 

Dus op vrijdag heb ik dan maar definitief de knoop doorgehakt en heb ik gekozen om in Kasterlee 12 km te gaan doorjagen. 

 

Met een dubbel doel: enerzijds de twijfels omtrent de nieuwe schoenen weg te nemen en anderzijds het vertrouwen een duwtje in de rug te geven: kan Mark het nog wel?

 

Uiteindelijk kon ik vrede nemen met volgende filosofie: nu 12 km, weekend daarop 15 km en twee weken later de herkansing op de halve marathon in Etten-Leur.  Wat in eerste instantie ook het plan was.

 

Nu lijkt het wel alsof er over nagedacht is.  Alsof ik een beredeneerd mens ben.   Dat nu ook weer niet.  Nadenken is niet bepaald mijn sterkste kant. 

 

Zeker niet wanneer er een loopschoen mee gemoeid is. 

 

Dan verlies ik elke vorm van nuchterheid.

 

 

*****

 

Nuchterheid en lopen, niet bepaald een gelukkig huwelijk.

 

Een loper is altijd een loper.  Altijd en overal.  In goede en kwade dagen.

 

Enige verduidelijking is hier op zijn plaats.  Zodat u meer inzicht krijgt in de drijfveren en denkpatronen van de loper (M/V).

 

Zo is voeding voor de loper niet bedoeld om lekker te zijn.  Neen, voeding moet enkel energie opleveren.  Het is onze diesel.  Met een iets hoger octaangehalte.

 

Eten bestaat uit calorieën, snelle suikers, koolhydraten,...

 

Versheidsdata zijn dan ook erg belangrijk voor de loper.  Een turista is te mijden als de pest: je schijt als het ware de energie uit je lijf (je vermagert dan weer wel, dit is duidelijk een geval van Cruijff: elk nadeel heb zijn voordeel).

 

 

Drank is geen drank.  Dat is hydratatie.

 

Enige uitzondering: Trappist Westmalle, dat is dan weer een ander soort afwijking.

 

 

Klimaat bestaat ook niet voor lopers.  Wat de weerman ook uitkraamt, het raakt onze kouwe loopkleren niet!

 

Regen is geen regen, maar weldoende afkoeling die zorgt voor extra zuurstof in de lucht. 

Wind is een duwtje in de rug, of een koppige uitdaging.

Hagel is een grappige massage of een ritme.

Sneeuw is extra demping.

IJzel is een evenwichtsoefening.

Bloedheet?  Lekkere zweetkuur.

 

Het is altijd goed weer.

 

 

Ziek zijn is voor de niet-loper: een doktersbriefje,  lekker niet gaan werken en uitzieken op de bank.  Voor de loper is ziek zijn een streep door het trainingsprogramma en een hypotheek op de volgende wedstrijd. 

 

Een gebroken vinger is voor een gewone mens een ramp.  De loper zal hoogstens zeggen: die vinger heb ik niet nodig tijdens het lopen.

 

 

Lopers kijken ook met heel andere ogen naar de omgeving of het landschap.

 

Mijn vrouw droomt bijvoorbeeld weg bij weidse landschappen in Toscane, de lokroep van het zalig nietsdoen en het genietend leven.  Zittend op een terras, onder de cipressen, dat loom uitkijkt over het glooiende landschap waar druivenranken de belofte van een goed wijnjaar in zich dragen.  Het uitspansel slooft zich uit in een kleurenpalet rode tinten van de ondergaande zon, die lange schaduwen werpt op het dolomieten pad dat nagloeit van de zinderende namiddaghitte.  Een salamander schiet schichtig weg.  Een monotone symfonie van krekels, het klokken van de fles wijn.

 

Ik zie hier enkel een glooiende weg waar ik doodgraag eens tegenaan wil knallen,  en passant de hartslag eventjes vlot voorbij de 160 jagend. 

Ja, dat klokken van de wijn, dat mag ook nog.  Straks.

 

Of een mistroostige mistige herfstochtend in de Ardennen, het jaagpad naast de Maas ligt er verlaten bij.  Aan de oever liggen oude boten langzaam weg te kwijnen.

Sommigen mensen worden stil van zo'n mystiek kader.  Voelen poëzie opwellen.

 

Ik niet, ik zie mij hier al door de mist klieven, de wimpers nat van de vallende mist, rookpluimen uitademend.

 

Ik bedoel maar.  Lopers zijn een aparte diersoort.

 

 

*****

 

 

Maar genoeg geleuterd.  Over naar de orde van de dag.

 

Wedstrijddag op zaterdag 9 oktober.

 

12 km in Kasterlee.  De Terlo-jogging, kaderend in een weekend vol fijne oervlaamsche kermisfestiviteiten.  Er is op vrijdag een kwis, zaterdag jogging en bal populaire, zondag dag voor jan en alleman en op maandag wordt de laatste kater de nek omgewrongen met een grootoudersfeest en een grote zettersprijskamp (troef, troef en nog eens troef!).

 

De terreinen van FC De Witte Molen vormen het decor voor al dit lekkers.

 

Ik liep hier ook al in 2007 (48 min en 5 seconden) en in 2008 (48 minuten 41 seconden).  In 2009 hield de rug me hier weg.  Doel vandaag: vliegen en nog geen klein beetje ook!

 

Het is weer een warme dag, met alweer een zwoele, drieste wind.  Dit doet erg denken aan Breda, vorige week.

 

Bij aankomst is er zowaar nog plaats op de erg krap bemeten parking.  Achterklep open, materiaal verzamelen en richting inschrijving.  De formaliteiten achter de rug, begeef ik me opnieuw naar de wagen, want ik heb geen zin om de muffe kleedkamer op te zoeken.  De geuren van zweetvoeten van voetballers en schimmelend hout is niet bepaald attractief.

 

Plots een bekend gezicht.  Kris A. draait de parking op.  Kris is een beter loper dan uw dienaar.  Traint ook bijna dagelijks (lopen, zwemmen of fietsen).

 

Normaal gesproken kan ik hem ongeveer 1 km voor blijven (ik start meestal sneller), waarna hij zonder pardon van mij wegloopt. 

Stel dat ik de discipline kan opbrengen om rustiger te starten, dan kan ik hem misschien een paar kilometer volgen.  Vorig jaar, toen ik mijn beste wedstrijden liep, heb ik hem op een 15 km wedstrijd eens bijna 10 km kunnen volgen (eindtijd 15 km: 58 min 42 seconden).

 

Dit wordt dus een goede waardemeter.

 

Ik kleed me om, Kris gaat zich inschrijven.  Even later zoeken we mekaar op en beginnen samen op te warmen, al keuvelend over hoe onze winters zijn geweest, welke blessures we rijker zijn, welke wedstrijden we hebben gelopen/verknald, triomfen en desillusies, twijfels en verwachtingen, en dat het straf is dat we mekaar zo weinig tegen het lijf zijn gelopen dit jaar.

 

Met Kris opwarmen is niet simpel.  Voor sommigen is dit al gerust wedstrijdtempo.  En dan trekt hij nog een paar nijdige versnellingen, waar ik graag voor pas.  Ik hoor de pezen nu al knappen.

 

 

*****

 

Startzone. 

 

Kris blijft maar naar voren kruipen om zich te verzekeren van een goede startpositie.  Het is een redelijk omvangrijke bende, gevolg van het feit dat de drie afstanden (4, 8, 12 km) samen starten.  Het wordt weer goed rondspeuren naar de kleur van de borstnummer, om uit te maken of mijn gezellen van dat moment wel dezelfde afstand lopen.

 

Nog wat info van de organisatie en plots trekt de bonte bende zich op gang.

 

Na enkele tientallen meters is het scherp links, en dan krijgen we al meteen de wind vol op kop.  Het is naarstig zoeken naar brede schouders die snel genoeg zijn. 

 

Er ontstaat een groepje van een man of zes, drie paren van twee achter mekaar.  Ik zit in het midden.  Ik kijk om me heen, maar Kris is niet bij mij.

 

Hier zit muziek in. 

 

Maar dan ook weer niet.  Want het is niet bepaald een stabiel groepje.  Eerder zenuwachtig.  De tempo's die men wil lopen, liggen niet synchroon.  En ja, ik ben zeker één van de stokebranden die het groepje wil opblazen of toch minstens wil aanzetten om sneller te lopen...

 

Het kopduo gaat me iets te traag. 

En achter mij valt er iemand weg. 

Dit is niet goed. 

 

Er komt iemand met groen shirt bij ons aansluiten en die gaat resoluut naar de kop.  Ik hoop dat hij ons op sleeptouw naar een hoger tempo gaat nemen, maar het kopduo laat het gat vallen.  Ik schuif naar voren en pik aan bij het groene shirt.  Hopen maar dat ik kan volgen.

 

Km 1: 3 minuten 39 seconden. 

Oei, dat is wreed rap. 

 

De groene loper wil me kwijt en ik moet echt alles uit de kast halen om in zijn spoor te blijven.  Maar ik vermoed dat ik dit niet kan blijven belopen.  Ik blik om.  Het groepje is uit mekaar gespat.  Daar is ook geen soelaas te vinden.

 

En Kris is inmiddels voorbij de restanten van mijn groepje gegaan.

 

Ik klamp aan.  Uit de achtergrond komt een loper onweerstaanbaar snel bij ons aanpikken.  Neen, het is Kris niet.  Waar komt die gast vandaan?

 

En hop, hij gaat ook nog eens van ons weg.

Straf!

 

Kilometer 3 en Kris is er nog altijd niet bij.  Ik sterf inmiddels een duizendtal doden in het spoor van de loper met groen shirt.  We klokken na 3 kilometer af op 11 minuten en 16 seconden. 

 

Té rap!

 

De man die ons voorbij kwam stomen, loopt nu niet echt meer weg van ons.  Maar ja, doe het maar, alleen tegen de wind inbeuken.  Neen, deze jongen is slimmer.  Ik loop in de slipstream achter de man met het groene shirt.

 

Het is constant nét over de limiet lopen.  Ronde 1 voorbij, 4 kilometer op de teller.  Kris is nog steeds niet bij ons.  Maar ik heb al wel een paar pijlen verschoten.

 

Kilometer 5: 18 minuten en 54 seconden.  Pittig snel.  En ik voel ook dat ik de groene loper moet laten gaan.  Jammer, want het was een goed windscherm.

 

Ik laat het tempo wat zakken.  En besef dat ik nu een vogel voor de kat ben.  Voor Kris dus.  Hij schuift tot bij mij, groet me en binnen de honderd meter heeft hij mij er uit gelopen.  Nu is het alleen knokken in de wind, nog een kilometer of zeven afzien.

 

Het is de bedoeling door niet teveel mensen meer geremonteerd te worden, en het tempo strak te houden, zij het iets trager.

 

Ik zoek wat meer comfort, laat het jagende hart wat tot rust komen.

 

De 10 kilometer wordt gehaald op 39 minuten en 6 seconden.  Ik realiseer me dat een goede tijd nog steeds mogelijk is en bijt me vast in mijn tempo.  Een loper haalt me bij.  We wisselen wat algemeenheden over hoe warm het wel is, hoe strak de wind, en dat het godzijdank niet zo ver meer is.

 

Het is ook een beer van een vent (achteraf bleek het een duatleet te zijn, top 10 in de Hel van Kasterlee, dus iemand met karakter). 

 

Km 11: 43 minuten 19 seconden, trage kilometer toch. 

 

De laatste kilometer loop ik gecontroleerd uit: 47 minuten en 39 seconden is mijn eindtijd.  Blijkt achteraf uit mijn archieven dat dit verdorie mijn beste prestatie hier ooit is, wat een opsteker!

 

Wat ook  geruststellend is: binnen de paar minuten ben ik helemaal gerecupereerd, hartslag terug lekker traag.

 

Kris liep 45 minuten en 51 seconden, maar verloor een plaats en kostbare seconden door een misverstand in de laatste bocht.

 

Geen idee van de uitslag, daar heb ik niet op gewacht, maar ik vermoed ergens in de top 15.

 

 

De belangrijkste conclusies van de dag zijn: de schoenen zijn perfect, Mark kan het nog steeds... 

 

En het was alweer een hele tijd geleden dat ik 15 km/uur wist te halen op een wedstrijd boven de 10 km. 

Volgende week in Rumst wil ik proberen dat tempo door te trekken tot de 15 km, of toch bij benadering...

 

 

Breda was niet meer dan een uitschuiver. 

Een kwade angstdroom.

Kasterlee heeft dat weggezuiverd.

Catharsis in Kasterlee.

 

18:48 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

08-10-10

A la recherche du temps perdu

A la recherche du temps perdu

 

Vrienden, Romeinen, amice,

 

deze ochtend stond ik, in gedachten verzonken, te staren naar de microgolfoven.  Er stonden twee koppen water in.  Rond te draaien.  Op te warmen.  3 minuten en 40 seconden duurt het.  Dan kookt het water en zal er een theezakje in gedropt worden.

 

De timer telt de seconden af.

 

En plots krijg ik het akelige gevoel dat elke seconde die wegtikt, er ook weer eentje minder is in mijn aardse bestaan. 

 

En dat elke seconde beter goed gevuld kan worden.  Met lopen bijvoorbeeld.

 

Zo durf ik ook wel eens mijmerend terugdenken aan mijn studentikoze jaren.  Hoe we toen bij het krieken van de dag van de kroeg naar het kot wandelden/wankelden/zwijmelden (afhankelijk van de graad van voorbije gezelligheid en de daaraan gekoppelde promilles).

 

Ik heb het even nagerekend: moest ik toen elke dag een half uurtje langer in de kroeg zijn blijven hangen, dan had ik in totaal ongeveer 30 dagen langer op de tafels gedanst, op de wijze van de woeste Viking, strijdliederen zingend en bier drinkend uit de schedels van verslagen vijanden.

 

Heb ik nu spijt van.  Dat ik die halfuurtjes niet meegepikt heb.

 

Nu ja, het zou natuurlijk ook kunnen dat ik dan na dat half uurtje extra bacchanaal van die tafel af zou geflikkerd zijn, met een paar schedelfracturen tot gevolg (die van mezelf + die van de verslagen vijanden).

 

Zijn we maar mooi aan ontsnapt!

 

En wat hebben we vandaag geleerd?

 

Dat elke seconde telt.

 

*****

 

 

Onlangs struikelde ik op zolder over een fotoalbum, waarin enkele verdwaalde jeugdfoto's van uw dienaar kleefden, met Pritt ongetwijfeld. 

 

Een soort historisch overzicht van mijn verzamelde jeugdtrauma's ...

 

Mijn gezin heeft zich enorm geamuseerd met die foto's.  Hikkend van het lachen!

 

De commentaren waren niet van de lucht:

 

Pa, jij bent dus in feite altijd al lelijk geweest! 

Kind 2.

 

Is dat jouw neus of een blikopener?

Vrouw.

 

Is dat uw haar of hadden jullie een rat als huisdier?

Kind 1.

 

Ging jij vroeger wel eens in bad?

Vrouw.

 

 

 

Omdat ik weet hoe uitzichtloos saai uw bestaan is, beste vrienden, volgt hier, tot vermaak van 't algemeen, een selectie schandelijke foto's. 

 

Opdat de werkdag wat sneller zou opschieten. 

 

Ja, betrapt! 

 

Ontkennen heeft geen enkele zin!

 

U zou op dit eigenste moment eigenlijk moeten werken, maar u zit wéér maar eens op het internet.

 

Ik kan in de statistieken van mijn blog namelijk opzoeken op welke uren van de dag de meeste hits vallen.  Wel, ik heb er maar één woord voor: het is een schande hoe u de werktijd van uw baas opoffert aan het lezen van deze kronieken!

 

Waarvoor anderzijds toch dank.

 

 

 

*****

 

Laat mij u meenemen naar het jaar 1961.

 

1961. 

 

Een jaar waarin niets noemenswaardig gebeurde.

De mof is nauwelijks 16 jaar eerder over de kling gejaagd en er wordt ter herinnering een gezellig muurtje in Berlijn gebouwd (aan de ene kant de BMW's, aan de andere kant de Trabant).  De koude oorlog woedt en in Nederland wordt het 1.000.000ste televisietoestel verkocht.

De Russen brengen 'Tsar Bomba', een waterstofbom van 50 megaton, tot ontploffing (wat voelbaar is tot in Finland), Adolf Eichman wordt ter dood veroordeeld,  Kennedy wordt president van Amerika en kondigt het Apollo-programma aan, Yuri Gagarin is de eerste mens in de ruimte met de Vostok I, Jacques Anquetil wint de Tour, de aap Ham is de eerste ...  heum aap in de ruimte, de Amerikanen boycotten Cuba en mislukken tijdens de invasie op Varkensbaai en Radio Veronica begint uit te zenden... 

 

Dingen zoals:

 

Elvis Presley: Are you lonesome tonight, The Shadows: Apache, Roy Orbison: Only the lonely, The Drifters: Save the last dance for me, Bobbejaan Schoepen: Grijze haren, Piaf: Non, je ne regrette rien, Johnny Hoes: Ach was ik maar.

 

Ach was ik maar.... ..... blijven leven:

 

Ernest Hemingway, Kardinaal Van Roey, Carl Gustav Jung, Lumumba, Frans Van Cauwelaert en Leonard 'Chico' Marx verruilen het tijdelijke met het eeuwige.

 

Ze maken plaats voor:

 

volgende wolken van baby's: Eddy Murphy, Frank De Winne, George Clooney, Melissa Etheridge, Boy George, Michael J. Fox, Allison Moyet, Greg Lemond, Prinses Diana, Stef Bos, Danny Blind, Meg Ryan, Barack Obama, The Edge, Natasja Kinski, Nadia Comaneci, Erwin Koeman en Ben Johnson.

 

Maar dat valt allemaal in het niet bij de geboorte van:

 

Loopwonder Mark, uw scribent.

 

 

Negen maand eerder was er de conceptie, en daar hebben we volgende foto van gevonden...

 

 

Neen, gelukkig hebben we daar niets van (kan inmiddels iemand mijn zus oprapen, alstublieft?).

 

 

De eerste foto's zien er als volgt uit...

 

j1.jpg

 

Uw scribent in de kakstoel.  Op het terras.  Ja, toen waren zomers nog zomers en hongerwinters nog hongerwinters.

 

Het waren de beginjaren van de fotografie.  Het waren de beginjaren van ongeveer alles.

 

 

j3.jpg

 

Ook altijd meer slaag dan eten gekregen, en als u de bolle wangen bekijkt, dan wil dat wat zeggen... 

 

Linoleum op de vloer. 

 

Arm Vlaanderen... 

 

Kijk naar die beentjes! 

 

Materiaal om minstens 30 keer de 20 Km door Brussel mee te lopen... 

 

Ik weet niet of er kannibalen onder de lezers zijn, maar als dat zo is, dan zitten die nu wellicht likkebaardend naar die billetjes te kijken.  En ja, ik moet het toegeven, aanbakken in wat arachideolie met een paar teentjes look, blussen met wat droge witte wijn en serveren met pasta, die nog al dente is.  Succulent!

 

Kijk ook naar die paniekerige blik in de ogen.  Spaans benauwd!  En Spanje wordt een soort rode draad in dit verhaal.

 

 

j2.jpg

 

Kinderarbeid mid jaren zestig van de vorige eeuw.  Maar met de glimlach, want wij wisten niet beter. 

 

Van zonsopgang tot zonsondergang patatten rooien, turf steken, aardbeien plukken, moerassen droogleggen, koeien vangen en krokodillen melken. 

 

Uw dienaar met de kruiwagen (toen al)...

 

Om de kinderen te harden, werd destijds het wieltje uit de kruiwagen gehaald (zie foto). Daar werden ze sterk van (een techniek die Marc Herremans heeft verfijnd in zijn trainingen voor de Iron Man in Hawai).

 

 

j4.jpg

 

Uw dienaar in zijn Bauhaus-periode.  De paniek in de ogen leert ons dat inmiddels het onderwijs de klauwen heeft gezet in dit arme kind.  Ik introduceer hier ook het vlinderdasje, wat later school heeft gemaakt in politieke middens, raar genoeg zowél in NVA als PS.

 

 

j7.jpg

En de beproevingen blijven zich opvolgen!

 

Na het onderwijs, de katholieke kerk! 

 

Hoe devoot blikt deze jongeling in de troebele lens...  Ach, de katholieke kerk, toen nog een bastion van deugdelijkheid en schijnbare heiligheid.

 

Jezus kon er mee door als rolmodel, maar Mark had toch meer iets met....

 

 

 

j8.jpg

 

Zorro! 

 

Inderdaad.  Weer een Spaanse connectie...

 

Bij dit pak hoorden ook een soort plastic zakjes (zijnde de laarzen van Zorro). 

Die waren spekglad en daardoor is uw Zorro op een blauwe maandag keihard met zijn kop op de natuurstenen trap  aan de voordeur gevallen. 

Bloeden als een rund en brullen als een speenvarken dat levend gevild wordt. 

Eerst nog wat slaag gekregen omdat ik zo lomp was en de trap had vuil gemaakt met mijn bloed, nadien een plakkerke er op. 

Resultaat: onder mijn linkeroog een litteken van een paar centimeter.

 

 

j9.jpg

 

Uw dienaar op het platte dak, met Stéphanie Marie Elisabeth Grimaldi, u misschien beter bekend als Stéphanie van Monaco.

 

De Grimaldi's waren gebrand op een huwelijk tussen ons twee, om zo een verbond te krijgen tussen deze twee aristocratische families.  Mijn vader heeft er een stokje voor gestoken; in de familie doet het  hardnekkige gerucht de ronde dat een financiële doorlichting van de Grimaldi's nogal magertjes uitviel, vandaar....

Pijnlijkste detail op de foto: de verzamelde kousen...

 

 

j10.jpg

 

De Volkswagen Kever! 

 

Ja, ik geef toe dat  Adolf H. een paar minder geslaagde beslissingen heeft genomen in de dertiger en veertiger jaren van de vorige eeuw, maar dit is iets waarvoor hij toch een pluim verdient. 

 

Dierbare herinneringen aan deze wagen. 

 

Mijn zus klapte op een keer de deur dicht, maar helaas zat ik er tussen met een vinger of vijf.  Omdat mijn vingers er tussen zaten, sloot de deur niet écht goed, toch volgens de bevindingen van mijn kritische zus, waarop ze onmiddellijk een tweede keer de deur érg kordaat dichtdreunde.

 

En u gaat het niet geloven, maar opnieuw zat ik er tussen.

 

Gelukkig waren het dezelfde vingers...

 

j11.jpg

 

 

Op audiëntie bij de Paus Paulus VI. 

 

Op de achtergrond Fabiola Fernanda María de las Victorias Antonia Adelaida, gravin de Mora y Aragón, u wel bekend als Koningin Fabiola, Spaanse connectie.

 

 

j12.jpg

 

Wat doet die foto van Heintje hier?

 

Mama, je bent de liefste van de hele wereld
Mama, de allerliefste van de hele wereld
Later, wanneer ik ga trouwen
Zal ik een huisje gaan bouwen
Als je dan soms alleen zult zijn
Kom dan bij mij in mijn huis
Mama, de liefste van de hele wereld ben jij
Oh, lieve mama, je bent en blijft altijd een voorbeeld voor mij

 

Ja, dat is mijn slechte inborst. 

 

Ik probeer toch minstens wekelijks één of ander rotnummer in uw hoofd te steken.

 

Ach neen, nu pas zie ik het. 

 

Begin jaren zeventig, ben ik even een kindsterretje geweest.  Weliswaar in Duitsland.  Waar ik duetten zong met Dennie Christian en Rex Gildo (die noemden wij altijd Sex Dildo, láchen!).

 

We verwelkomen trouwens langzaamaan de intrede van de kleurenfotografie, maar er moet wel niet overdreven worden met kleur, zoals bijvoorbeeld hier...

 

 

j13.jpg

 

Picasso had ooit een blauwe periode.  Ik had een oranje periode.  En een zeldzame allergie voor kappers.

 

 

j14.jpg

 

 

De kapperallergie blijft...

Als jongeling tijdens een archeologische opgravingscampagne.  In mijn hand een Romeinse fibula.  Helaas moeten teruggeven.  Het zorro-litteken is trouwens redelijk goed zichtbaar hier.  Wiens idee was dat  in feite om een oranje trainingspak te kopen?  Ach ja, oranje periode!

 

 

j15.jpg

 

 

Middelbare schooltijd op internaat, net nadat we ons bureau hadden opgeruimd.  

 

Links uw dienaar. 

 

Op de voorgrond een aantal dingen waar onze fantasie door werd geprikkeld: muziek, chips, drank en vrouwen. 

 

Nu merk ik het pas: de mevrouw op de foto heeft een weelderige bos haar, en nu ik het eens ten gronde bestudeer met mijn leesbril op, heeft ze zowaar twéé weelderige bossen haar; zéér merkwaardig!

 

 

j16.jpg

 

Ik ben vroeger ook een tijdje neger geweest, ik kwam toen van, roept u maar: Spanje!!!!

 

Ergens begin december.

 

j17.jpg

 

Verdwaald in Parijs met enkele medestudenten die geduldig wachten tot het genie de weg weer zal vinden.

 

Die hebben we niet gevonden, maar we vonden wel de weg naar een kroeg met reclamebord Jupiler.

 

 

j20.jpg

 

 

Dan hoeft de weg zo niet meer...

 

 

j21.jpg

 

Wat een slopend leven had ik vroeger toch. 

 

Hier als grote ster op de vrije radio. 

 

Naast mij een iets minder grote ster: Samantha.  U kent haar wellicht van de vermoeiende meezinger: Eviva Espana.  En ja hoor, weer Spanje...

 

Ik hou van dansen en muziek
Eviva Espana
Van oude trots en romantiek
Eviva Espana
Een serenade aan 't balkon
Eviva Espana
Geef mij maar alle dagen zon
Espana por favor

 

 

En zo kan ik nog wel een tijdje doorgaan, vrees ik. 

 

Helaas kan ik de foto's van mijn maanlanding,  mijn Oscar voor beste mannelijke hoofdrol, mijn derde plaats op het Songfestival 1985, die waarop ik het sein geef voor het neerhalen van de Berlijnse Muur, mijn twee Nobelprijzen (maar voor wat waren die ook alweer?),  mijn intocht met de Olympische Vlam in het Vogelneststadion in Peking, mijn drie summits zonder zuurstofflessen op Everest niet zo meteen vinden (er slingert hier ook zoveel rommel rond).

 

Ach kijk, wat vind ik hier?

 

Het loopprogramma voor de volgende weken:

 

  • zaterdag 9 oktober: Terlo Jogging Kasterlee, 12 Km, 14u30.
  • zaterdag 16 oktober: Jaarmarktjogging Rumst, 15 km, 15u.
  • zondag 31 oktober: Etten Leur, halve marathon, 13u40.
  • zaterdag 21 november: Essen, 10 mijl, 14u30.

 

En, ik zweer het op het Plechtig Communiezieltje van hierboven, als Etten Leur een even grote Griekse tragedie wordt als Breda, dan zet ik geen beloopschoende voet meer in Nederland!

 

Begrepen?!?

 

18:42 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

05-10-10

Vanitas vanitatum et omnia vanitas

Vanitas vanitatum et omnia vanitas

 

IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid.

 

 

Zondag 3 oktober 2010

 

Plots is het weer volop zomer!  De Kempen wentelt zich als een krolse kat in het overjaarse zonnetje.  En de temperatuur wordt aangejaagd door een zuiderse zwoele bries, de föhn.

 

Dat zijn niet bepaald favorabele loopomstandigheden, maar goed: het is oorlog voor iedereen.

 

We wenden de steven naar Breda, charmant Noord-Brabants bastion van Nassau, om er alle zeilen bij te zetten op de Singelloop 2010.  En we willen ons nog eens uitleven op de langste afstand, de halve marathon.

 

Lopen in het buitenland. 

 

In den vreemde. 

 

Toch maar snel het internet afgeschuimd, op zoek naar info over Nederland. 

 

En om een goed contact te kunnen leggen met de inboorlingen (Fear not, I come in peace!!!) heb ik een aantal spiegeltjes, wat kralen, schelpjes en zilverpapier in mijn rugzak gestoken.

 

Dat heeft ons destijds in Congo goed geholpen, dus waarom hier niet?

 

Maar mijn vrouw weet me gerust te stellen.  Net zoals in de rest van Europa wordt er in Nederland betaald met de Belgische munt: de €uro!

 

 

*****

 

 

Het internet leert me veel interessante dingen over Nederland.

 

Nederland is dat gekke landje ten noorden van ons.   Het komt net boven de zeespiegel uitpiepen.

 

Ze spreken er een variant van onze taal. 

 

Je kan het een beetje vergelijken met Engels en Amerikaans.  De Nederlanders spreken de Amerikaanse variant van onze taal.  Slordig dus, zonder rollende R.  Nonchalant ook, een beetje onverzorgd (zie hiervoor ook: Johan Cruyff).

 

Veel nietszeggende tussenzinnen en turbotaal. 

 

Ja, Hollanders zijn de Amerikanen van Europa.

 

Denken ook dat ze het voetbal hebben uitgevonden. 

 

Hebben wél het caravantoerisme tot een kunstvorm verheven.

 

Qua carnaval zou het Aalst kunnen zijn.

 

Sage: hebben naar het schijnt ooit een dijk die op springen stond, met één vinger weten te repareren. 

 

In het verleden was er wel een probleem met kindermishandeling: zie hiervoor Danny De Munck (Ik voel me zo verdomd alleen) en Heintje (die zowaar gedwongen werd in de taal van de Teutoon te zingen: Ich bau' dir ein Schloss, bijvoorbeeld).

 

Grootste bijdrage aan het planetaire erfgoed: Vader Abraham en de smurfen en Sjef Van Oekel.

 

Schaatsen is er een volkssport, hockey is voor de 'stiff upper lip'.

 

Lijden aan een soort collectieve zinsverbijstering zodra het twee weken streng durft vriezen. 

 

Hebben iets met de kleur oranje.

 

Hebben een gouden koets.

 

De mannelijke exemplaren dragen rare voornamen als: Joop, Henk, André, Jurre of Ties.

De vrouwelijke dragen namen als: Loes, Jet, Kee, Pien, Mies.

 

 

Nationale drank: prik of melk.

En afgrijselijk bier.  Dat niet eens bier is.  Eerder een surrogaat.

Op Hollands bier is volgende zegswijze van toepassing:

 

Dutch beer is like making love in a canoe.

 

....

 

It's fucking close to water!

 

 

Grootste culturele ambassadeurs: Van Gogh en de Zangeres zonder Naam.

 

Culinaire hoogstandjes: bal gehakt, lekkers van Mora en pindakaas.

 

Auto: DAF.

 

Fietsen.

 

Nederwiet.

 

 

Tot zover de feiten.

 

Er bestaan over Nederlanders ook een aantal vooroordelen.  Zo zouden ze gierig en arrogant zijn. 

 

Laat me vooral niet lachen.  Dat is helemáál niet correct.

 

Correcter is:

 

ze zijn héél gierig en verschrikkelijk arrogant. 

 

Voor het begrip arrogantie scoren ze, op een schaal van 1 tot 10, vlotjes 65 of meer.

 

 

Neen, alle gekheid op een stokje. 

 

Vooroordelen zijn wat ze zijn.  Vooringenomenheid, zonder basis van waarheid.

 

Zo wil bijvoorbeeld een ander hardnekkig vooroordeel dat blondjes dom zouden zijn.

 

Dat is niet waar.

Zo zijn er ook slimme blondjes.

 

Die noemen we dan weer  'Golden Retrievers'.

 

Neen, genoeg gezwets.

 

 

Zijn er dan geen intelligente, welbespraakte, bescheiden, sympathieke Nederlanders?

 

Natuurlijk wel.

 

 

 

En het toeval wil dat ik ze allebei ken!

 

 

 

Rencapy  en Geertje

 

 

Het bewijs krijgt u als u op hun namen klikt.

 

 

Neen, echt waar, ik hou van Holland.

 

Ik hou van Holland, landje aan de Zuiderzee
Een stukje Holland draag ik in m'n hart steeds mee
Daar waar die molens draaien in hun forse kracht
En waar de bollen bloeien in hun schoonste pracht
Ik hou van Holland, met je bossen en je hei
Jouw blonde duinen in een bonte rij
Op heel dees grote aard, al ben 'k van huis en haard
Is het kleine Holland mij 't meeste waard

 

 

Ook weer Heintje. 

 

Voilà, dat krijgt  u de rest van de dag ook weer niet meer uit uw hoofd...

 

 

*****

 

 

In een vlaag van zelfoverschatting rij ik zonder de GPS in te schakelen naar Breda.  En mijn oriënteringsvermogen brengt me vlotjes op de singel.  Even verder zie ik onmiskenbaar tekenen van een sportieve manifestatie: een luchtboog.

 

We zullen ons eens parkeren.

 

Wel, neen dus.  Ik heb hopeloos rondjes zitten draaien in de hoop ook maar ergens een parkeerplaats te vinden. 

 

IJdele hoop!  Vanitas!

 

Zowat iedereen stond verkeerd geparkeerd, auto's stonden overal schots en scheef weggezwierd.  Ik wist niet eens dat ze in Holland zoveel auto's hadden!   En ik had ook niet verwacht dat ze allemaal hier zouden geparkeerd staan...

 

Uiteindelijk vind ik een parkeerplaats, nogal ver van mijn doel. 

 

Ergens in de buurt van Minsk.

 

De rugzak opgezadeld en op het gevoel ga ik naar waar ik de start vermoed...

 

Fout gevoel.

 

Een fietser aangesproken, die me weer op het rechte pad hielp.

 

En na nog enkele honderden meters hoor ik in de verte het geruststellende gedreun van muziek en een speaker die een nieuwe dimensie geeft aan het begrip ADHD.

 

Er stromen me ook atleten tegemoet die net de 10 km hebben gelopen.  Ik vang flarden van conversaties op:

 

"Rond de 50 minuten kreeg ik me daar toch een dreun"...

"En toen begaf mijn rug het"...

 

 

*****

 

 

Een en al bedrijvigheid in de startzone.

 

Vlaggen en wimpels, luchtbogen, promotiestands van Brooks en Runner's World, springkastelen,....  Een mierennest vol lopers.

 

Ik schrijf me in en krijg een keurige omslag met daarin borstnummer met ingewerkte tijdsregistratiechip en 4 veiligheidsspeldjes.

 

De kleedkamer is ver weg.  En ook nog eens in de andere richting ten opzichte van mijn in de buitenwijken van Minsk geparkeerde wagen.  Omdat ik verwacht straks kapot te zitten, lijkt het me zinvol me in mijn wagen om te kleden en alles er ter plekke te laten...

 

 

*****

 

 

Ik slenter terug naar mijn wagen en ontmoet onderweg Guido E. en Bram E.  Ze lopen hier vandaag ook de halve marathon.  We spreken af mekaar te vinden straks.

 

De auto.  

 

Minsk is een erg mooie streek.  Zonnig ook.  Warme winden en zo.

 

De achterklep open.  Omkleden op het gemakje en wat om mij heen kijken.

 

Dan terug slenteren naar de startzone (zo kom ik wel aan mijn kilometers!), waar de wedstrijd over 15 km inmiddels al vertrokken is.  Een aantal collega's van AVN lopen vandaag de 15 km.

 

Na wat rondsnuffelen en nog een sanitaire stop, merk ik dat in de verte de wedstrijd voorbij slingert!  Even gaan kijken hoe de vrienden het er van af brengen.

 

De eerste die ik zie is Eddy K.  Ik merk dat Eddy het zwaar heeft.  Ik moedig hem aan en hij roept me na dat het verschrikkelijk zwaar én warm is.

 

Even later komt Johan voorbij.  En daarna Hild, die me enthousiast begroet.  Het kan zijn dat ik me vergis, maar ik heb de indruk dat ze nog erg goed zit.

 

Benny passeert en gebaart ook dat het loodzwaar is.

 

En dan komt Els de bocht om.  Oei, ik merk dat ze het moeilijk heeft.  Ik reik haar mijn fles Spa aan en besluit een stukje mee te joggen.  Ze heeft het lastig.  Een moeilijke nacht achter de rug, hoofdpijn en nog van die miserie; dingen die een mens kan missen als tandpijn, zeker als je 15 km wil lopen.

 

Na een paar honderden meter wens ik haar succes en begeef me richting start.  Daar kom ik Guido en Bram tegen, die volop aan het opwarmen zijn.  Ik pik mijn wagentje aan.

 

Plannen worden gemaakt.  Mijn plan is onder de 1 uur 30 minuten te proberen lopen.  Daarvoor moet ik op 10 km maximaal tussen 40 en 41 minuten zitten en op 15 km rond 1 uur 1 -3 minuten.  Maar de beelden van de lopers die zwoegen op de 15 km hebben me wel doen inzien dat de omstandigheden er wel eens anders  over zouden kunnen beslissen.

Bram en Guido mikken op 1 uur 35 minuten.

 

 

*****

 

 

Het is 14u.  Ik begeef me naar de startbox.  Ik kies de linkse, in de schaduw.

 

14u15.  Startschot en de karavaan zet zich in beweging.  Deze wedstrijd is tevens het Nederlands kampioenschap halve marathon.  En dat het menens is, wordt meteen duidelijk.  Ik word in de eerste bocht bruusk de weg afgesneden en kom ei zo na ten val.

 

We lopen tussen dikke hagen mensen.  Muziek, drumbands, gejoel, applaus en aanmoedigingen.  De toeschouwers stuwen ons vooruit. 

 

Een gezellige kakofonie! 

Breda laat zich van haar beste kant zien.

 

Ik voel me niet echt lekker; het gaat hier zo snel.  Het groepje waar ik in beland ben, legt er serieus de pees op en ik voel dat ik boven mijn niveau aan het lopen ben.

 

Ik mis alle kilometeraanduidingen.  De eerste die ik zie is die van de 3 km.  Tijd: 11 minuten 46 seconden.

 

Snel, maar toch niet abnormaal voor mij.  Maar het heeft zoveel moeite al gekost, niet normaal.  Ik  laat het groepje gaan in de hoop aan te kunnen pikken bij een iets trager groepje.  En zo wat op mijn positieven te komen.

 

De tijd op de 5 km is nog aanvaardbaar, iets boven de 20 minuten, maar ik heb niet het gevoel dat de iets tragere kilometers me goed bekomen.

 

En het is warm!  Het zweet loopt in beken van me af.  En zelfs de wind op kop, strakke wind op kop is dat, brengt niet echt verkoeling.

 

Ik voel me niet lekker.  Mijn maag speelt op, ik voel me misselijk. 

 

En dorst!  Ik drink twee volle bekers leeg bij een bevoorrading en heb binnen de 100 meter alweer verschrikkelijke dorst. 

 

Ik vertraag nog wat.  In de hoop dat ik wat kan recupereren om daarna een tempo te zoeken dat me ligt en zo nog wat halve meubelen te redden.

 

Dit is toch wel lichte paniek.

 

*****

 

 

10 km: 42 minuten en een dikke 40 seconden. 

 

Pffff.  Boeken dicht.  De Singelloop is bij deze officieel verknald!

 

Record is al lang weg, 1 uur 30 zal, behoudens goddelijke interventie, erg moeilijk worden.

 

Maar het ergste moest nog komen.

 

Tussen kilometer 10 en 15 kom ik mezelf helemaal tegen.  Misselijk en tegelijkertijd honger, duizelig, dorst.  En mijn ganse lichaam protesteert: mijn kuiten staan op springen, mijn rechter achilles doet pijn.  Maar wat me vooral zorgen baart is mijn rug.   Die zeurt en wringt.  Net als mijn heupkammen.  

 

Het wordt stilaan dramatisch.   Ik schud met mijn kop om het duizelig gevoel weg te krijgen.  Zoeken naar adem, zuurstof, verkoeling...

 

Een vlaag van realisme overvalt me. 

 

Het is vandaag de dag niet. 

Niet de dag om records te lopen. 

Niet de dag om goede tijden te lopen. 

Niet de dag om te lopen. 

Niet de dag om hier te sterven...

 

Een doldwaze gedachte schiet door mijn hoofd: Stel dat ik hier sterf, hoe zal mijn vrouw de auto ooit terug vinden?

 

Ik word door iedereen ingehaald en voorbij gelopen.  Ik kan nooit aanpikken.

 

 

En dorst!

 

Ik grijp naar alles wat drank is.  Twee bekers per post.  En elke spons die me aangereikt wordt, knijp ik over mijn oververhitte hoofd leeg.  Ik ben zo leeg dat ik zelfs bekers uit mijn handen voel glippen.

 

 

Ik heb geen idee waar ik ben.  Ik heb geen idee wat ik doe. Ik registreer niets meer, behalve pijn.  Overal pijn.  Ik kook en heb tegelijkertijd gevoelloze pinken.

 

Ik blijf verkoeling zoeken.

 

En al dat water loopt richting schoenen.  Ik sop in mijn gloednieuwe Brooks.  Daardoor beginnen mijn sokken te schuren.  Ik registreer vaagjes dat er blaren opkomen.  En mijn voetzolen worden gloeiendheet geschuurd.  De witte tape (die mijn voetbogen beschermen tegen mijn inlegzooltjes) wordt losgeweekt en begint te hinderen.  Dat kan er nog maar bij.

 

Ik overweeg  op te geven.

 

De eerste pacers komen me voorbij.  Ze mikken op een eindtijd van 1 uur 35 minuten.  De kelk moet tot op de bodem leeg.  Ik loop erbij en kijk ernaar.  Helemaal murw.

 

Kilometer 17: ik ben gestopt met lopen.  Maar vanitas vanitatum, ik kan de nederlaag niet verdragen, na enkele stappen trek ik me terug op gang. 

 

Ik moet verder. 

Maar ik kan niet meer. 

Maar ik moet. 

Ik vervloek mezelf. 

 

Kilometer 19: opnieuw sta ik stil.  Opkomende krampen in de kuiten.  Dit heeft niets menselijk meer.

 

Omstanders roepen me toe dat ik niet mag opgeven.  Ik zou wel kunnen janken.  Maar opnieuw begin ik te lopen, maar het is hoogstens veredeld zwijmelen.

 

Kilometer 20: 1 uur 32 minuten 44 seconden.  Deze info heb ik uit de uitslag, want ik had geen idee waar ik mee bezig was.  50 minuten over de laatste 10 kilometer! 

 

Waar ben ik in godsnaam mee bezig?

 

En van kilometer 20 tot aan de finish is mijnheer het loopwonder er in geslaagd ook nog eens meer dan 6 minuten te verkwanselen.

 

Ik zie het bordje: nog 500 meter tot de finish. 

 

Awel, ik dacht op dat moment: ik stop. 

Nu is het wel genoeg geweest. 

Ik wil niet meer.

 

En na nog eens een kleine eeuwigheid stond er het bordje: nog 250 meter tot de finish. 

 

En opnieuw dacht ik: ik stop.

 

Links staan de vrienden van AVN me op te wachten (bedankt voor het geduld, want ik bleef maar weg!). Ze roepen en schreeuwen me vooruit, maar het gaat écht niet meer. 

 

breda.jpg

 

 

 

 

Ik sukkel voorbij. 

Wat een fiasco! 

 

Eindelijk!  De finish.  Water!  Bekertjes Brabants water!  Ik drink me misselijk.  Ik kan enkel nog strompelen.  Ik ben leeg.  Mijn rechterachilles is zo pijnlijk dat ik zelfs lichtjes mank.  Dit is niet goed.

 

For the record: 68ste plaats op 672 recreanten; er waren ook nog eens 141 wedstrijdlopers op 213 voor mij. 

 

Inkaderen, onmiddellijk. 

Met daaronder de spreuk: Vanitas vanitatum et omnia vanitas.

Een ervaring en een illusie rijker.

 

Iets verder krijgen we een medaille.  En een verpakking Mentos snoepjes.  En sportdrank, waarvan ik er ook nog eens twee naar binnen kieper.

 

Ik ben op.  Wil enkel in een hoekje kruipen.  En ik bevind me nu een dikke 500 meter van de plaats waar de start was.  Mijn auto staat daar nog eens meer dan een kilometer daar vandaan. 

 

Nu lijkt het écht wel Minsk!

Daar geraak ik nooit! 

Ik wil hier een putje graven en er in kruipen.

 

Ik sukkel verder.  Probeer mijn rug wat te ontlasten, wat te strekken.  En vreet inmiddels een halve verpakking Mentos op. 

Ik ga zitten waar ik kan.  Het enige wat ik wil is liggen.

 

En dan eindelijk!  De auto.  Schoon uitvinding! 

 

De achterklep open.  Schoenen uit, kousen uit, tape weg.  Banaan, Sultana koek, appel, water.  En ik denk na over wat me overkomen is, terwijl fietsers me voorbij peddelen. 

 

 

En volgend jaar loop ik ze godverdomme allemaal naar huis!  Of niet natuurlijk.

 

 

*****

 

 

Maandag 4 oktober.

 

De wedstrijd van gisteren is nog niet uit mijn lijf gebannen. 

 

Het was misschien niet zo'n goed idee om meteen de nieuwe loopschoenen in te zetten in de wedstrijd (daarin heb je overschot van gelijk, Hild), maar ik denk niet dat dat de enige verklaring is voor mijn wedervaren.

 

Geertje suggereerde een vorm van oververhitting, zeg maar warmtestuwing. Goed mogelijk, maar dan in een milde vorm.  Als ik de symptomen lees: dramatisch verval van tempo, misselijk, duizelig, verwardheid, tja, klopt inderdaad allemaal.

 

En wat is de lichamelijke schade vandaag?

 

Valt goed mee.

 

Achilles rechts voelt vreemd genoeg redelijk goed aan. 

Rug en heupkammen prima. 

Kuiten ok. 

 

De voetzolen en twee beblaarde tenen branden nog wel na.  Maar dat is lekkere pijn.  Woensdag gaan we dat verder kapot lopen, lekker.

 

Spierpijnen: nauwelijks, wellicht een gevolg van de erg trage kilometers, die als herstelloop dienden.

 

Minder lekker is dat het zweet me constant blijft uitbreken.  En in de late namiddag slaat het om in verschrikkelijke kou.  Ik sta te rillen van de kou (hoewel het een aangenaam dagje is).  IJskoude vingers, beven van de kou.  Het is belachelijk, maar ik heb mijn jas aangedaan (terwijl ik dit zit te tikken).

 

Maar ook dat ging voorbij.

 

En pas in de loop van de namiddag zakt mijn hartslag terug naar normaal.

 

 

 

 

Het enige wat gebleven is, is schade aan het ego.

 

Vanitas vanitatum et omnia vanitas.

 

IJdelheid der ijdelheden, alles is ijdelheid.

 

 

_________________________________________

 

Foto van de totale instorting: Els V.

18:43 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

01-10-10

Count Dracula, I presume?

Count Dracula, I presume?

 

 

Donderdag 30 september

 

Mijn eerste looptest, gisteren, met mijn nieuwe loopschoenen is een doorslaand succes geworden.  De vuurdoop werd met glans doorstaan.  Mijn knieën en achillessen knorren vergenoegd; eindelijk opnieuw volop demping, dankzij mijn nieuwe loopschoenen.

 

Hoe durf ik?

 

Loopschoenen zeggen tegen mijn weledele Brooks Adrenaline GTS 10.

 

Loopexcellenties; dat is véél beter.

 

De handboeken van het lopen zijn unaniem.  Nieuwe schoenen moeten eerst ingelopen worden.  Dat is logisch. 

Wel dat geldt misschien voor ordinaire loopschoenen, maar niet voor Brooks Adrenaline GTS 10, de loopexcellenties.  Dat heb ik woensdag nog maar eens bewezen.

 

Nieuwe schoenen aanbinden en hopla, een duurloopje van een 18-tal kilometer.  Geen centje pijn!

 

Schoenen inlopen, da's voor coiffeurs en jannetten!

 

Echte venten dragen Brooks en die plooien zich naar de ijzeren wil van het baasje.

 

 

 

*****

 

Vrijdag 1 oktober

 

Nu ja, vandaag is het baasje helemaal geradbraakt.

 

Gisterenavond, een saaie TV-avond vol razendsnel zapwerk.  Dan, ter elfder ure, begeven wij ons naar de bedstee, om nog urenlang te lezen.

 

Nu ja, mijn vrouw zal nog urenlang lezen,  ik haal ongeveer 2 bladzijden om dan ongenadig in slaap te vallen.

 

 

*****

 

 

Ik ben net aan het indoezelen, wanneer Kind 1 onze slaapkamer binnen komt gedenderd.

 

Kloppen was geen optie, de paniek was behoorlijk groot.

 

 

ER ZIT EEN VLEERMUIS OP MIJN KAMER!!!!, roept Kind 1.

 

 

Mijn vrouw geeft mij een por. 

Dat is lichaamstaal voor:

 

"Los dat eens op".

 

Ik begeef me naar de kamer van Kind 1.  Ik ben de locomotief.  Achter mij volgt het treintje: Kind 1, mijn vrouw en Kind 2 (met in de ene hand een tennisracket en in de andere een zwaard).

 

 

Ik ben van geen kleintje vervaard.

 

Muggen plet ik, sardonisch lachend,  tussen duim en wijsvinger. 

Ik beschik over een Clijsteriaanse backhand met de vliegenmepper. 

Duizenden spinnen heb ik opgestofzuigd. 

Ik heb ooit een hond geaaid. 

Beren lust ik rauw (liefst van die zure beertjes).

Enfin, ik ben een beest (of ruik soms toch als een beest)...

 

 

Ik open voorzichtig de deur van de slaapkamer van Kind 1 en....

 

 

....inderdaad....

 

.....er vliegt een vleermuis in paniek rondjes in de fel verlichte kamer.

 

 

Ik smak de deur terug dicht.

 

 

Topoverleg met de troepen.

 

We moeten de ramen hélemaal open zetten, zodat het beestje weg kan.

 

Iedereen is het eens met dat plan, op één pietluttig detail na.

 

Het woord 'we' wordt vervangen door het iets minder algemene 'Mark'.

 

Ik open opnieuw behoedzaam de slaapkamerdeur en merk nu dat de vleermuis niet meer rondvliegt. 

 

Leuk, maar waar is ze dan wel? 

 

Ik sluip voorzichtig richting ramen, om die helemaal open te...

 

 

WOOOOOOOOOW !!!!!


Plots vliegt ze weer als een razende doorheen de kamer.


 

Alle troepen gillen, lopen als een kip zonder kop rond om vervolgens  in complete wanorde de aftocht te blazen. 

In de algehele sfeer van paniek sloopt Kind 2 een paar vazen met zijn tennisracket. 

 

Iedereen was buiten geraakt, behalve ik. 

 

Mijn vrouw had de deur érg empathisch achter zich dicht gesmakt, terwijl ik nog binnen zit.

 

Merci daarvoor.

 

Beelden van een vleermuis die haar slagtanden in mijn halsslagader zet spookten door mijn hoofd...

 

 

Ik pleeg even later ook vaandelvlucht.

 

Daar staan we weer met het ganse gezin op de overloop.

 

Overal voelen we beesten kriebelen op ons lijf.

 

 

 

Allemaal goed en wel,  maar we hebben geen alternatieven: dat beest moet buiten!

 

Ik open opnieuw de deur.

 

Weer niks te zien.

 

Of toch, ginds bovenop de airco zit de vleermuis.

 

Ik kan het beest in het vizier houden terwijl ik voorzichtig beide ramen helemaal open zet.

 

So far, so good!

 

Hoe kunnen we het dier motiveren om buiten te vliegen?

 

Kind 2 stelt voor om er een zwaard naartoe te flikkeren, maar gezien de schilderwerken iets té recent zijn, lijkt ons dat niet écht een optie.

 

 

En nu rendeert het feit dat de kinderkamers bij ons een vuilnisbelt zijn.  Er liggen redelijk wat projectielen zonder waarde, in de vorm van lege petflessen.

 

Ik gooi lege flesjes cola light richting vleermuis. 

 

De eerste zes er feestelijk naast natuurlijk. 

 

Maar dan tref ik bijna doel.  Het dier schrikt  op en na wat paniekerig rondklapwieken (zowel van de vleermuis als van uw dienaar), kiest de vleermuis eieren voor haar geld en vliegt buiten.

 

Kind 2 komt daarop  "BANZAI"  brullend binnen gestormd met zijn zwaard en timmert nog wat verdwaald meubilair aan spaanders.

 

Maar de vleermuis is weg!

 

Hoera en joechei!

 

Pa is een held!

 

 

*****

 

 

De rust keert weer.

 

Ieder zoekt zijn bedje op. 

 

Geeuw!

 

Morgen is het vroeg dag.

 

Geeuwer!

 

1000 verantwoordelijkheden.

 

Geeuwst!

 

 

*****

 

 

2 uur 's nachts.

 

Iedereen is onder zeil.

 

Tot plots Kind 1 opnieuw de ouderlijke slaapkamer binnen komt gestormd.

 

 

Er zit  nog een vleermuis op mijn kamer!

 

 

Mijn vrouw geeft mij een por.

Dat is lichaamstaal voor....             .....u weet inmiddels ook al waarvoor.

 

En opnieuw staan we aan de slaapkamerdeur van Kind 1.

 

Overleg te plegen.

Op blote voeten.

In ons ondergoed.

 

 

"Ben je zeker dat er een vleermuis is binnengekomen; de ramen stonden hoogstens op een kier", zegt mijn vrouw.

 

Kind 1 antwoordt: "Ik hoorde geritsel in de buurt van mijn bureau."

 

 

Vervolgens wordt er een Chinese vrijwilliger aangeduid om de kamer binnen te gaan.

 

Ik.

 

Ik open voorzichtig de deur.  En dwaal rond in de kamer.  Op mijn hoede.

 

Sluip op mijn tenen naar het bureau van Kind 1.

 

Niets te zien.  Dan kijk ik in zijn boekenkast.

 

Verdorie daar zit ze, tussen een paar boeken.

 

Count Dracula, I presume?

 

 

Ik ben ijzig kalm.

 

Dat is niet helemaal waar.  Razende hartslag!

 

Mijn vrouw geeft me een grote handdoek.

 

Wat is het plan?

Ik ga de vleermuis met boeken en al inpakken en dan beneden op straat loslaten.

 

Strak plan!

 

De eerste handdoek gaat over het stapeltje boeken én de vleermuis.  Ik pak ze langs alle kanten in, maar mis nog wat om de achterkant in te pakken.

 

Een tweede handdoek brengt redding.

 

En net op het moment dat ik.....

 

Vreselijk spannend, vindt u ook niet?

Staat het zweet ook in uw handpalmen?

Rustig blijven ademen...

Als het té spannend voor u is, dan zegt u het maar.

Neen, want als de spanning ondraaglijk wordt, dat zou ik niet op mijn geweten willen hebben.

Stel dat u bang wordt!

Of een hartlijder bent...

Of dat er jonge kinderen meelezen.

Een mens kan uiteindelijk niet voorzichtig genoeg zijn.

 

 

En net op het moment dat ik de tweede handdoek er omheen wikkel.....

 

 

....schiet de vleermuis met een rotgang de kamer in.

 

En begint als een razende rond te vliegen.

 

Er is geen uitweg. 

De ramen staan op een minieme kier. 

 

De troepen stormen met een verwilderde blik in de ogen opnieuw de slaapkamer uit. 

 

Een ware stampede.

 

De deur wordt nogmaals dicht gesmakt.

 

Saillant detail: hoewel er een hoop herrie werd gemaakt, gegil, geroep en getier in combinatie met slaande deuren, blijft Kind 2 rustig doorsnurken...

 

Opnieuw binnen geslopen.

 

Nergens een spoor te bekennen van de vleermuis.

 

 

 

We aanvaarden de nederlaag.

 

 

De ramen worden helemaal open gezet. 

 

 

Beddengoed en al hetgeen Kind 1 nodig heeft voor zijn schooldag morgen wordt gerecupereerd.

 

 

Licht uit.

 

De donkerte zal rust brengen en zo zal de vleermuis wel verdwijnen.

 

Kind 1 brengt de nacht door in de living.

 

Inmiddels is het half drie. 

We hebben het ijskoud en de adrenaline jaagt door ons lichaam.

Inslapen lukt moeizaam. 

Na een lange tijd val ik terug in slaap.

Enkele seconden later, zo lijkt het toch, loopt de wekker af.

 

Ik ben geradbraakt.

 

 

Vanochtend de slaapkamer van Kind 1 helemaal uitgekamd met de fijne borstel.  Niets meer gevonden.  Count Dracula is weg!

 

 

****

 

 

Zondag sta ik aan de start van de halve marathon in Breda.  Lopen in het buitenland!

Het is meteen ook het Nederlands Kampioenschap halve marathon.  De bezetting zal dus prima zijn.

Het belooft een relatief warme dag te worden.

 

Ik heb er zin in!

 

Ik ga er vliegen alsof ik op de hielen word gezeten door een vleermuis...

 

Met mijn nieuwe, spierwitte Brooks Adrenaline GTS 10.

 

 

19:16 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |