26-10-10

Booreiland

Booreiland

 

 

En, hoe is het met de kinderen?

 

Mwa, a hoa o-al...

 

En wat denk jij van de slaagkansen van Koninklijk bemiddelaar Vande Lanotte?

 

Ahem di Wupo oe één ijn an wrijgen me We Wever, ie weet?

 

Weet jij wat dit is: Foef, foef!!

 

Een wond wep een wawenwip?

 

 

 

BZZZiiiiieeiiiieieBZZZiiieeeiieieiiee

 

 

Is het u al opgevallen dat de tandarts altijd vragen begint te stellen, NADAT hij het speekselafzuigtoestel in uw mond heeft gestoken, en nadat hij een prop watten tussen wang en kaaksbeen heeft gepropt?

 

Verschrikkelijk is dat.

 

Ik moet in feite "zij" schrijven, want ik heb een vrouwelijke tandarts.  In wiens ogen het overigens nooit lente is...

 

 

De BZZZ is de zoemende boor.

 

Die boor heeft trouwens nog een broertje, van het iets ruigere type, met zeemanstatoeages en een liefje in elke zeehaven...  

Die boor klinkt dan weer zo.

 

 

BWRRRRRBWRRRRRRRBWRRRRRRR

 

 

Die zware boor doet je hele schedel mee daveren, terwijl er een penetrante geur van verbrand materiaal opkrinkelt. 

 

 

" 't Is precies nog wat gevoelig.  Ik zal nog wat extra verdoven... ", zegt mijn tandarts.

 

Waarop zij, die in bepaalde streken bekend staat als Ilsa de Wolvin van de SS, de verdovende spuit in mijn verhemelte ramt.  De tranen springen me in de ogen. 

 

Even later boort zij weer lustig verder.  Ik voel stukken ivoor in mijn mond rondketsen.  Ik ben op mijn qui-vive voor loeiende zenuwpijnen...

 

 

"Je mag nu even spoelen", zegt de kampbeul...   ... heum, de tandarts.

 

Water klatert frivool in een plastic bekertje.

Ik pak het bekertje en zet het aan mijn bek die inmiddels compleet gevoelloos is. 

Ik spoel en produceer daarbij speekselslierten waarmee wellicht goed te behangen valt.

 

 

KRAKKK, 


KR.. KRRR.. KRAAKKK,


KR.. KRR.. KRRR.. KR...  KRRAK.


Dat is dat metalen haakje, waarmee aan je tanden wordt geschraapt.  Je ligt gelaten te wachten op het onvermijdelijke:

 

PIJN!

 

Op een bepaald moment zit de tandarts met een viertal in latex handschoenen gestoken vingers in mijn mond.  Hoewel het speekselafzuigapparaat als een gek ligt te slurpen in mijn bek, vecht ik constant tegen een slikreflex. Een verloren gevecht.

 

En telkens ik slik, lik ik onbedoeld aan haar vingers. 

 

Wat moet zij wel van mij denken? 

 

Jij, ondeugende puppy!

 

Nu ja, ze moet niet veel zeggen, want wie zit er constant met haar linkertiet over mijn schouder te wrijven?

 

Boudewijn de Groot had zo'n tante Julia, maar daar kunnen we het bij een volgende gelegenheid nog wel eens over hebben.

 

 

En wanneer het apparaat met het lampje ingezet wordt, weet ik dat het leed bijna geleden is.

 

Nu nog een half maandloon neertellen en ik mag beschikken.

 

Driekwart van mijn gezicht is gevoelloos. 

 

Ik stap op mijn fiets.

 

Aan de overkant van de straat loopt een bloedmooie vrouw.  Ik voel de bouwvakker in mij opwellen en wil een bewonderend en tevens machozwijnerig fluitsignaal ten beste geven, maar produceer enkel lucht...

 

Thuisgekomen drink ik een koffietje.  Of denk toch dat ik er een drink, want in feite loopt de koffie rechts uit mijn bek, zonder dat ik het besef. 

 

 

******

 

 

De ochtendstond had dus tandpijn in de mond.

 

Neen, niet helemaal.

 

Veertien dagen geleden had mijn tandarts bij de halfjaarlijkse controle een gaatje gevonden, een gaatje dat diende gedicht te worden.

 

Daarom moest de ochtendlijke duurloop wat vroeger ingezet worden, want ik werd ter boring verwacht om 10u10. 

Dus iets na achten trek ik de voordeur achter me dicht en vertrek, slalommend tussen de slome scholieren die schoolwaarts fietsen.

 

Het is verdorie koud. 

 

Streng is de juiste term in deze. 

 

Een zonnetje, maar toch nog koud.

 

Eens de lange dreef naast de gevangenis in, valt alle ochtendlijke druk(te) van me af en kan ik lekker ontspannen lopen. 

 

De rivier de Mark dampt.  Je kan het slingerend verloop van het riviertje aflezen aan de mistslierten. 

 

Koeien staan troosteloos voor zich uit te staren in de bedauwde wei, rookpluimen uit de neusgaten blazend.

 

Het is stil. 

Geen jagende auto's meer. 

 

Een haan kraait. 

Een hond slaat aan. 

 

In de verte hoor ik wel het monotone geronk van tractoren.  De laatste maïs wordt van het veld gehaald.  De tractoren hebben de zanddreven tot modderstroken vermalen.  Mijn omloop wordt daardoor erg zwaar.  Veel ontwijkend springen.

Het begint zachtjes te regenen.  Een plaatselijke bui, want de zon blijft dapper schijnen.

 

 

*****

 

 

Tandpijn.

 

Altijd op een vrijdagavond. 

En de tandarts van wacht woont in Azerbeidzjan. 

Typisch.

Stomende tandpijn.  Je kent dat wel.

 

Er moet al heel wat gebeuren, vooraleer ik beslis om niet te gaan lopen.

 

Maar tandpijn of koorts, dan lopen we niet.

 

En om tandpijn te vermijden heb ik me de discipline eigen gemaakt om effectief halfjaarlijks mijn gebit te laten controleren. 

 

Hoeven we ons daar alvast nooit meer zorgen om te maken. 

 

Kunnen we lekker lopen. 

 

Laat de anderen maar aanklooien met tandpijn, ik niet.

 

 

*****

 

Wortel Kolonie. 

 

Mijn vertrouwd domein. 

 

Hoeveel kilometers heb ik hier al gelopen? 

 

Ik loop nu bijna 20 jaar.  Goed voor ongeveer 30 000 km, vermoed ik. 

Maar het is pas sinds 2003 dat ik constant dezelfde trainingsronde loop.  Dus een jaar of 7.  Dat moeten dan ongeveer 15 000 km zijn die ik hier heb gelopen, want de 13 voorgaande jaren heb ik minder kilometers gemaakt en niet altijd op Wortel kolonie.

 

Maar ik vermoed dat de teller nu op ongeveer 30 000 km moet staan. 

 

Streefdoel, vandaag geboren, de omtrek van de aarde: 40 075 km.  Nog een jaar of vijf.

 

 

*****

 

Het zonnetje verdwijnt achter het wolkendek.  En eens in de Torendreef, begint het gestaag te regenen.  Dikke, ijskoude druppels.  Het staccato getik der druppels op het verkleurende bladerdek.

 

In de verte zie ik een hert.  Eens het elegante dier mijn aanwezigheid gewaar wordt, schiet het schichtig de bossen in. 

 

Mijn lange broek kleurt langzaam donker door de regen.  Het is verdorie koud.  Ik ben blij dat ik handschoenen aan heb getrokken.

 

Na de boszone kom ik weer volop tussen de weiden en velden.  Hier hebben de landbouwvoertuigen lelijk huis gehouden in de zanddreven.  Mijn relatief nieuwe Brooks schoenen worden besmeurd.

 

En de koude wind, uit Noordelijke hoek, geselt mijn arme lijf.

 

Terug de beschutting van het bos in. 

 

Even maar, dan weer het asfalt op.  De laatste kilometers van alweer een duurloop in de aanloop naar de halve marathon van Kasterlee.  Nog een dikke twee weken kilometers vreten.

 

We klokken af op enkele seconden boven de 1 uur en twintig minuten.

 

Woensdag opnieuw.

 

 

*****

 

Een paar jaar geleden heb ik een soort van groot onderhoud laten uitvoeren aan mijn gebit.  Alles in één keer. 

 

Orde op zaken stellen!

 

Dat was bij mijn vorige tandarts, een man.  U komt zo meteen te weten waarom ik overgestapt ben naar een andere tandarts.

 

De tandarts stelde me toen namelijk voor om als proefkonijn te dienen voor een nieuwe methode van tandbehandeling. 

Zonder verdoving met de traditionele inspuiting, maar met een apparaat dat impulsen stuurt naar de tand, waarbij de zenuw als het ware buitenspel wordt gezet. 

 

Hij koppelt iets op zijn boor dat impulsen krijgt van het apparaat. 

 

De patiënt, ik dus, heeft een regelknop in de hand.  Ik kan de intensiteit regelen.  Voel ik pijn, dan verhoog ik de dosis, op een schaal van 20. 

 

Of ik dat wou?

 

Ik wist het nog zo niet.

 

Het voordeel was dat er geen pijnlijke inspuiting aan te pas kwam en dat hij achtereenvolgens aan verschillende zones in de mond kon werken. 

 

Of ik dat wou?

 

Kweenie.

 

 

De maandag daarop staat de man van het apparaat daar. 

 

Behandeling gehad. 

 

Twee tanden gevuld met de hele santenkraam...

 

Boren met grote boor

(geluid, zie hoger)

en boren met de kleine boor

(geluid, zie hoger).

 

En tot mijn verbazing heb ik inderdaad de ganse tijd niets gevoeld.

 

Wel enorme zweetplekken onder mijn oksels van pure, onversneden schrik.  Je zit toch de hele tijd te denken, zo meteen knal ik door het dak van de pijn.  Je zit te wachten op helse pijnscheuten en die komen niet.

 

 

*****

 

 

De week er op zit ik boordevol vertrouwen in de wachtzaal. 

 

Mij kan niets meer overkomen.  Ik en het apparaat, één strijd!

 

Binnengeroepen. 

 

In de stoel. 

 

Achterover getakeld. 

 

Lamp op de open bek.

 

Ik vraag waar het wondertoestel is.

 

Toestel weg, was er enkel op proef.

 

En bleek nogal duur.

 

Pijnlijke inspuiting.

 

Tandarts begint te boren.....

 

 

BZZZZZZZiiiiiieeeeiiiieieeeiieieiiee

 

 

Ik brul het ganse kabinet bijeen van de pijn.

 

 

 

"Oké", zegt de tandarts. 

 

Ik zeg: "Hoe bedoelt u, oké!"

 

"Ik heb je daarnet een nepinspuiting gegeven.  Nu ga ik je écht verdoven", antwoordt hij.

 

Ik zeg: "Wat zegt u nú?"

 

"Wel, ik wou zeker zijn dat het apparaat werkt.  Stel dat jij een ongelooflijk hoge pijngrens hebt, of totaal geen pijn aanvoelt, dan kon ik niet met zekerheid zeggen dat de machine werkt.  Nu wel."

 

 

 

Bij het afrekenen heb ik hem keihard in de ballen getrapt.

 

Gewoon om te testen of mijn loopschoen Brooks nog altijd goed werkt.

 

De schoen werkte prima!

 

Ik had niets anders verwacht...

 

 

*****

 

 

Even de beginconversatie verduidelijken...

 

 

En, hoe is het met de kinderen?

 

Mwa, a hoa o-al... 


Bwa, dat gaat nogal....

 

 

En wat denk jij van de slaagkansen van Koninklijk bemiddelaar Vande Lanotte?

 

Ahem di Wupo oe één ijn an wrijgen me We Wever, ie weet?


Als hij Di Rupo op één lijn kan krijgen met De Wever, wie weet?

 

 

Weet jij wat dit is: Foef, foef!!

 

Een wond wep een wawenwip?


Een hond met een hazenlip?

 

 

18:41 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.