15-10-10

Airpower

Airpower

 

Een groot filosoof, wiens naam me nu even ontglipt, zei ooit: 

 

Een mens kan niet zonder vrienden.

 

En ja, dat klopt als de spreekwoordelijke zwerende vinger. 

Een iets minder groot filosoof, meer bepaald ik, voegt daar graag volgende bedenking aan toe:

 

Want met wie zou je anders ruzie maken? 

 

 

Met wildvreemden is dat toch moeilijker.

 

Daarstraks was het van dat.  Een vriend van mij, die resideert in het onderwijs, klaagde over de zware werklast  en de onmenselijke druk.  En de afgrijselijke uren die hij moest kloppen.  In een tot mislukken gedoemde poging kennis over te dragen aan het zootje ongeregeld dat in zijn klas ligt te suffen en te sms'en.

 

Hij hoopte natuurlijk dat ik enige vorm van medeleven zou betonen, maar hij merkte mijn aarzeling op...

 

In de frons op mijn voorhoofd meende hij te kunnen lezen dat het lot van de gemiddelde Chileense mijnwerker toch nét dat tikkeltje zwaarder was. 

 

Op zijn gelaat verscheen vervolgens ook een frons.

 

En toen debiteerde hij:

 

"Ja, hoe zou jij daar iets van weten.  Jij hebt verdorie nog nooit één dag gewerkt in je leven."

 

 

Wel, dat heb ik dus altijd voor. 

 

Dat mensen denken dat ik nooit een klap uitvoer (bericht aan mijn vrouw: hou u inmiddels in stilte bezig!).

 

Mensen denken dat ik niets doe, en dat is onrechtvaardig.

 

Want ik heb wél gewerkt in mijn leven.

 

Een secondje, ik zoek het even op.

 

Hier heb ik het bewijs: ik heb gewerkt van begin september 1987 tot begin december 1987.    Toen was ik namelijk semi-actief op de personeelsdienst van een bedrijf dat gespecialiseerd is in hogedrukreinigers.

 

Of vliegtuigen, dat kan ook, daar ben ik nooit achtergekomen. 

 

Ja wat wil je, met een naam als Atlas Copco Airpower.  Dan denk je toch meteen aan de luchtmacht, neen?

 

Mijn carrière was van korte duur, want in december werd ik opgeroepen voor de landmacht; ik werd ingelijfd in het Belgische Leger (waarover ik u graag een volgende keer zal onderhouden...).

 

Van die drie maanden noeste arbeid, hebben we toch redelijk wat uren geen klop uitgevoerd.  U moet weten dat mijn superieuren pas omstreeks half negen ter bureau verschenen, terwijl het lager werkvee (waaronder uw dienaar) reeds om 7 uur inklokte.  Zo konden we ook rond half vier in de namiddag vertrekken (glijdende werkuren).

 

Tussen 7 uur en half negen deden we de helft van de tijd niks. 

De andere helft van de tijd minder dan niets.

 

Koffie slurpen, de krant bepotelen, onnozel doen.  Allemaal dingen waar ik een meester in ben.  Sommige dingen heb ik zelfs zélf uitgevonden...  Noem mij gerust de opperninja der luiheid.

 

En natuurlijk plannen beramen om de managers een idioot figuur te doen slaan.

 

U moet weten dat wij alle meetings van de managers moesten voorbereiden.  Zodat zij met ons werk konden scoren.  Wij maakten er een sport van om die rapporten op te frissen met onbestaande zelfverzonnen terminologie, rare tongbrekers en indrukwekkende, maar nietszeggende diagrammen.

 

Zo was er op een bepaald moment een vergadering met zowat alles wat er aan managers en hoger kader rondliep op het bedrijf. 

 

Onderwerp: vergelijkende studie van het carrièreverloop binnen het bedrijf. 

 

Met een enorm scherm en een projector en slides.

 

 

En het was spannend.

 

Want ik had me helemaaaaal laten gaan en had verschillende nieuwe termen uitgevonden: 

 

'Skip and jump' was bijvoorbeeld de term voor een carrière die een stap had overgeslagen. 

 

Maar is dus ook gewoon Engels voor hinkstapspringen. 

 

Twee stappen in de carrière overgeslagen: Triple Jump.

 

Maar is dus ook gewoon Engels voor hinkstapspringen. 

 

Een carrière die bleef hangen kreeg de afkorting R.C. met een verwijzend sterretje naast. 

 

Onderaan stond dan te lezen: Retarded career.  Wat je kan vertalen als "Achterlijke carrière".

 

En de nodige combinaties: Retarded skip and jump career. 

 

Vooraan de aula stond de manager peentjes te zweten op zijn rapport, terwijl wij ons achteraan in de zaal lagen te bescheuren van het lachen, een occasionele high five uitwisselend.  Weddenschappen werden afgesloten of iemand het zou opmerken, maar het ging er in als zoete koek.

 

 

*****

 

 

Het was het pré-computer-tijdperk.

 

Op de personeelsdienst hing een insteekbord met daarop het volledige organigram van het bedrijf.  Elke afdeling met alle mensen in afdalende belangrijkheid stond op dat groot insteekbord. 

 

Elke werknemer was gereduceerd tot een kartonnetje op dat bord.

 

Dat bord hing boven twee lage dossierkasten (ongeveer 1 m 20 hoog) die in een hoek van 90° tegen mekaar geschoven stonden.  Daardoor ontstond er in de hoek een kleine vierkante ruimte tussen de twee kasten.

 

Daar waren in de loop der tijden behoorlijk wat kaartjes in gedonderd.  

 

En je kon die niet oprapen, want als je in die ruimte ging staan, kon je niet door de knieën zakken, want dan blokkeerde je. Voorwaarts bukken ging ook al niet.

 

Die ruimte was dus de Bermuda driehoek voor de kaartjes.  Maar dan een vierkant.

 

 

*****

 

 

Als je aan mij vraagt om iets te doen, dan is het antwoord meestal:

 

NEEN.

 

Als je mij zegt: wil je iets nutteloos en onwaarschijnlijk zinloos doen, iets wat niemand wil of kan doen, iets dat te belachelijk is voor woorden dan zeg ik altijd:

 

JAAAAAAAAA. 

 

 

Vraag mij om een stofzuiger doorheen het huis te slingeren en ik loop gillend weg.

 

Vraag mij om een papieren vliegtuigje te vouwen van een rol behangpapier en ik loop gillend weg om nog wat extra papier te gaan halen.

 

 

Enfin, terug naar het verhaal van de kasten en de verdwenen kaartjes.

 

Een collega zei:

 

"Wedden dat jij die kaartjes er niet kan uithalen..."

 

Ik zei:

 

"Ik ben uw man!"

 

Temeer omdat de inzet van de weddenschap 250 gram marsepein was.  Voor marsepein verkoop ik desnoods mijn moeder.

 

Na proefondervindelijk vastgesteld te hebben dat ik niet tot op de vloer geraakte, om de twee redenen die ik daarnet beschreef, broedde ik op een slim plan om die kaartjes te recupereren (en de marsepein...).

 

Niet dat de toekomst van het bedrijf afhing van het welslagen van mijn missie, dat zeker niet, want de gevallen kaartjes werden gewoon vervangen door nieuwe. 

 

Het ging hier enkel om het principe. 

 

Ik kan een principieel man zijn, vooral als het nergens op slaat.

 

De enige bruikbare methode was: op mijn buik op de kast gaan liggen, me dan met het hoofd voorwaarts naar beneden laten zakken en op mijn gestrekte armen landen. 

 

En dan de kaartjes oprapen, in handenstand.

 

Strak plan, dat meteen moest beproefd worden.  Het was toch nog altijd geen half negen, geen manager in de buurt.

 

Ik laat me zakken in de ruimte tussen de kasten.  En land keurig op mijn handen.  Rondom mij: tientallen kaartjes.  Noem het gerust: de verloren schat van Atlas Copco Airpower!   De Schat van de Tempeliers  verdween in het niet bij wat daar te vinden was.

 

Tot hier ging alles goed.

 

Maar dan besef ik dat ik op mijn twee handen steun,  handenstand in een érg beperkte ruimte. 

 

En dat er inmiddels een miniem probleem is opgedoken, meer bepaald: als ik de kaartjes wil nemen, dan zal ik één hand van de grond moeten losmaken. 

 

En laat ik nu net op die twee handen steunen...

 

Ik kon wel even vliegensvlug op één hand balanceren, en met de andere een paar kaartjes vastgrijpen.....

 

Stel dat me dat lukt zonder keihard op mijn gezicht te vallen, dan stelt zich nog altijd de prangende vraag: Waar laat ik dan de kaartjes?

 

Oplossing: IN MIJN MOND STEKEN!

 

Briljant!

 

Ik balanceer op één hand en veeg met mijn vrije hand een aantal kaartjes bijeen en prop ze vliegensvlug in mijn mond....

 

Wat een succes!

 

Heum, en heum....  wat een raar smaakje ook.

 

Samen met de kaartjes had ik ook onder andere 200 gram stof, 0,5 m² spinnenwebben, drie verschaalde Duyvisnootjes, vier dode vliegen en nog wat schaamhaar bijeen gegrist.

 

Maar dan besef ik dat ik een tweede probleem heb.

 

Namelijk.  Ik sta hier nu al een tijdje op mijn handen tussen de twee kasten.  Mijn kop staat op ontploffen.  Ik heb een mond vol kaartjes, 200 gram stof, 0,5 m² spinnenwebben, drie verschaalde Duyvisnootjes, vier dode vliegen en nog wat schaamhaar.

 

Hoe geraak ik terug aan wal?

 

Plus, ok, ik weeg niet overdreven veel, maar ik kan natuurlijk ook niet eeuwig op mijn handen blijven staan; ik ben tenslotte geen lid van het Russisch Staatscircus!

 

En met mijn mond vol kaartjes (en andere inhoud) is het moeilijk communiceren met mijn collega's op het kantoor. Temeer omdat die inmiddels allemaal lichtjes aan het stikken zijn in woeste lachbuien. 

 

Plots houden die lachbuien op.

 

Wat ik op dat moment niet kan zien, wegens met mijn rood hoofd naar beneden gericht op mijn handen staand tussen twee kasten, de mond vol, is dat inmiddels iemand op de werkvloer is aangekomen.

 

Niet zomaar iemand.

 

Een manager.

 

Niet zomaar een manager.

 

Neen, de hoogste in rang. 

 

Het opperhoofd. 

 

En die staat in opperste verbijstering te kijken naar dit redelijk waanzinnige tafereel.

 

Het opperhoofd ziet dus twee melkwitte, behaarde benen tussen de kasten uit omhoog steken.  Mijn broekspijpen waren, als gevolg van de inspanningen en gehoorzaam aan de zwaartekracht, naar boven gegleden.

 

En hoort vanuit de diepte de volgende boodschap opwellen:

 

"Mummme, mummie mij miew mwuipmwekken?"

 

Wat dient te verstaan worden als:

 

Kunde gullie mij hier uittrekken?

 

maar dan met een mond vol kaartjes, 200 gram stof, 0,5 m² spinnenwebben, drie verschaalde Duyvisnootjes, vier dode vliegen en nog wat schaamhaar.

 

Ik denk dat drie maanden op die personeelsdienst ook wel het hoogst haalbare was, maar zoals gezegd, het Vaderland riep mij onder de wapens. 

 

Ook daar zou ik mijn talenten van creatieve nietsnut tot ongekende hoogte stuwen!

 

 

*****

 

Enfin, wat schaft dit weekend?

 

Ah, de Jaarmarktjogging te Rumst, 15,7 km, onderdeel van het KWB-regelmatigheidscriterium.

 

Langs de boorden van de Rupel!  Het water loopt me nu al in de bek....

 

*****

 

Mag ik u allen uitnodigen? 

 

Ja natuurlijk, u mag in Rumst lopen, maar dat bedoel ik in feite niet.  Neen, op zondag 5 december is er de Pannenkoekenjogging en natuurloop te Wuustwezel (vrij vertrek tussen 9u en 10u30, afstand naar keuze: 5, 10 of 15km).

 

Mijn doel ligt echter in de namiddag; dan is er de winterduatlon (4 km lopen,  22 km mountainbiken, 2 km lopen).  Ik zou er graag in duo aan deelnemen: ik loop, iemand fietst.

 

U kan uw kandidatuur als fietser stellen; winst in een manche van de Wereldbeker Mountainbike of in de Wereldbeker, GVA of Superprestige veldrijden, strekt tot aanbeveling.

18:53 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Voorzover luid glimlachen mogelijk is, heb ik dat zojuist gedaan.
Toevallig besprak ik vandaag met iemand de gedachte om de bureaucratie meer aanzien te geven door een soort Olympiade voor kantoormensen in te voeren, de Bureaucratics. Het handstandelijk verzamelen van insteekkaarten zou op die spelen zeker een discipline kunnen zijn.

Gepost door: rencapy | 18-10-10

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.