12-10-10

Catharsis in Kasterlee

Catharsis in Kasterlee

 

Zaterdag 9 oktober 2010

 

Ik moet toegeven dat er wat twijfel was gerezen na het grote fiasco in Breda.  Nog steeds knaagt het ongenoegen lustig verder.  Wat er me is overkomen op de Singelloop is me nog steeds niet helemaal duidelijk;  u was ook niet bepaald een toonbeeld van eensgezindheid in uw commentaren, beste loopcollega's en lezers. 

 

Was het een enkel een rotslechte dag? 

Een totale instorting na een té drieste start?

Warmtestuwing? 

Of moest een en ander toegeschreven worden aan de onbezonnenheid van uw dienaar om op gloednieuw loopschoeisel deze toch wel zware opdracht aan te vatten.

 

Of was het een combinatie van factoren?  Of nog iets anders?

 

Revanchegevoelens smeulden in mijn binnenste.  Ik heb dagenlang liggen wikken en wegen om eventueel op zondag 10 oktober de Brussels Half Marathon te lopen. 

 

Mijn hart riep: DOEN!

Mijn verstand fluisterde: Twee halve marathons op 1 week?  Zot!


Mijn hart riep: JE HEBT ENKELE WEKEN GELEDEN TWEE WEDSTRIJDEN OP 5 UUR TIJD GELOPEN!

Mijn verstand fluisterde: Wil je echt een tweede keer op je bek gaan?


Hart: GAAN, GODVERDOMME!  EEUWIGE ROEM EN GLORIE NAJAGEN!

Verstand: Je weet toch hoe zwaar dat parcours is: Tervurenlaan, doet dat geen belletje rinkelen?

 

 

Dus op vrijdag heb ik dan maar definitief de knoop doorgehakt en heb ik gekozen om in Kasterlee 12 km te gaan doorjagen. 

 

Met een dubbel doel: enerzijds de twijfels omtrent de nieuwe schoenen weg te nemen en anderzijds het vertrouwen een duwtje in de rug te geven: kan Mark het nog wel?

 

Uiteindelijk kon ik vrede nemen met volgende filosofie: nu 12 km, weekend daarop 15 km en twee weken later de herkansing op de halve marathon in Etten-Leur.  Wat in eerste instantie ook het plan was.

 

Nu lijkt het wel alsof er over nagedacht is.  Alsof ik een beredeneerd mens ben.   Dat nu ook weer niet.  Nadenken is niet bepaald mijn sterkste kant. 

 

Zeker niet wanneer er een loopschoen mee gemoeid is. 

 

Dan verlies ik elke vorm van nuchterheid.

 

 

*****

 

Nuchterheid en lopen, niet bepaald een gelukkig huwelijk.

 

Een loper is altijd een loper.  Altijd en overal.  In goede en kwade dagen.

 

Enige verduidelijking is hier op zijn plaats.  Zodat u meer inzicht krijgt in de drijfveren en denkpatronen van de loper (M/V).

 

Zo is voeding voor de loper niet bedoeld om lekker te zijn.  Neen, voeding moet enkel energie opleveren.  Het is onze diesel.  Met een iets hoger octaangehalte.

 

Eten bestaat uit calorieën, snelle suikers, koolhydraten,...

 

Versheidsdata zijn dan ook erg belangrijk voor de loper.  Een turista is te mijden als de pest: je schijt als het ware de energie uit je lijf (je vermagert dan weer wel, dit is duidelijk een geval van Cruijff: elk nadeel heb zijn voordeel).

 

 

Drank is geen drank.  Dat is hydratatie.

 

Enige uitzondering: Trappist Westmalle, dat is dan weer een ander soort afwijking.

 

 

Klimaat bestaat ook niet voor lopers.  Wat de weerman ook uitkraamt, het raakt onze kouwe loopkleren niet!

 

Regen is geen regen, maar weldoende afkoeling die zorgt voor extra zuurstof in de lucht. 

Wind is een duwtje in de rug, of een koppige uitdaging.

Hagel is een grappige massage of een ritme.

Sneeuw is extra demping.

IJzel is een evenwichtsoefening.

Bloedheet?  Lekkere zweetkuur.

 

Het is altijd goed weer.

 

 

Ziek zijn is voor de niet-loper: een doktersbriefje,  lekker niet gaan werken en uitzieken op de bank.  Voor de loper is ziek zijn een streep door het trainingsprogramma en een hypotheek op de volgende wedstrijd. 

 

Een gebroken vinger is voor een gewone mens een ramp.  De loper zal hoogstens zeggen: die vinger heb ik niet nodig tijdens het lopen.

 

 

Lopers kijken ook met heel andere ogen naar de omgeving of het landschap.

 

Mijn vrouw droomt bijvoorbeeld weg bij weidse landschappen in Toscane, de lokroep van het zalig nietsdoen en het genietend leven.  Zittend op een terras, onder de cipressen, dat loom uitkijkt over het glooiende landschap waar druivenranken de belofte van een goed wijnjaar in zich dragen.  Het uitspansel slooft zich uit in een kleurenpalet rode tinten van de ondergaande zon, die lange schaduwen werpt op het dolomieten pad dat nagloeit van de zinderende namiddaghitte.  Een salamander schiet schichtig weg.  Een monotone symfonie van krekels, het klokken van de fles wijn.

 

Ik zie hier enkel een glooiende weg waar ik doodgraag eens tegenaan wil knallen,  en passant de hartslag eventjes vlot voorbij de 160 jagend. 

Ja, dat klokken van de wijn, dat mag ook nog.  Straks.

 

Of een mistroostige mistige herfstochtend in de Ardennen, het jaagpad naast de Maas ligt er verlaten bij.  Aan de oever liggen oude boten langzaam weg te kwijnen.

Sommigen mensen worden stil van zo'n mystiek kader.  Voelen poëzie opwellen.

 

Ik niet, ik zie mij hier al door de mist klieven, de wimpers nat van de vallende mist, rookpluimen uitademend.

 

Ik bedoel maar.  Lopers zijn een aparte diersoort.

 

 

*****

 

 

Maar genoeg geleuterd.  Over naar de orde van de dag.

 

Wedstrijddag op zaterdag 9 oktober.

 

12 km in Kasterlee.  De Terlo-jogging, kaderend in een weekend vol fijne oervlaamsche kermisfestiviteiten.  Er is op vrijdag een kwis, zaterdag jogging en bal populaire, zondag dag voor jan en alleman en op maandag wordt de laatste kater de nek omgewrongen met een grootoudersfeest en een grote zettersprijskamp (troef, troef en nog eens troef!).

 

De terreinen van FC De Witte Molen vormen het decor voor al dit lekkers.

 

Ik liep hier ook al in 2007 (48 min en 5 seconden) en in 2008 (48 minuten 41 seconden).  In 2009 hield de rug me hier weg.  Doel vandaag: vliegen en nog geen klein beetje ook!

 

Het is weer een warme dag, met alweer een zwoele, drieste wind.  Dit doet erg denken aan Breda, vorige week.

 

Bij aankomst is er zowaar nog plaats op de erg krap bemeten parking.  Achterklep open, materiaal verzamelen en richting inschrijving.  De formaliteiten achter de rug, begeef ik me opnieuw naar de wagen, want ik heb geen zin om de muffe kleedkamer op te zoeken.  De geuren van zweetvoeten van voetballers en schimmelend hout is niet bepaald attractief.

 

Plots een bekend gezicht.  Kris A. draait de parking op.  Kris is een beter loper dan uw dienaar.  Traint ook bijna dagelijks (lopen, zwemmen of fietsen).

 

Normaal gesproken kan ik hem ongeveer 1 km voor blijven (ik start meestal sneller), waarna hij zonder pardon van mij wegloopt. 

Stel dat ik de discipline kan opbrengen om rustiger te starten, dan kan ik hem misschien een paar kilometer volgen.  Vorig jaar, toen ik mijn beste wedstrijden liep, heb ik hem op een 15 km wedstrijd eens bijna 10 km kunnen volgen (eindtijd 15 km: 58 min 42 seconden).

 

Dit wordt dus een goede waardemeter.

 

Ik kleed me om, Kris gaat zich inschrijven.  Even later zoeken we mekaar op en beginnen samen op te warmen, al keuvelend over hoe onze winters zijn geweest, welke blessures we rijker zijn, welke wedstrijden we hebben gelopen/verknald, triomfen en desillusies, twijfels en verwachtingen, en dat het straf is dat we mekaar zo weinig tegen het lijf zijn gelopen dit jaar.

 

Met Kris opwarmen is niet simpel.  Voor sommigen is dit al gerust wedstrijdtempo.  En dan trekt hij nog een paar nijdige versnellingen, waar ik graag voor pas.  Ik hoor de pezen nu al knappen.

 

 

*****

 

Startzone. 

 

Kris blijft maar naar voren kruipen om zich te verzekeren van een goede startpositie.  Het is een redelijk omvangrijke bende, gevolg van het feit dat de drie afstanden (4, 8, 12 km) samen starten.  Het wordt weer goed rondspeuren naar de kleur van de borstnummer, om uit te maken of mijn gezellen van dat moment wel dezelfde afstand lopen.

 

Nog wat info van de organisatie en plots trekt de bonte bende zich op gang.

 

Na enkele tientallen meters is het scherp links, en dan krijgen we al meteen de wind vol op kop.  Het is naarstig zoeken naar brede schouders die snel genoeg zijn. 

 

Er ontstaat een groepje van een man of zes, drie paren van twee achter mekaar.  Ik zit in het midden.  Ik kijk om me heen, maar Kris is niet bij mij.

 

Hier zit muziek in. 

 

Maar dan ook weer niet.  Want het is niet bepaald een stabiel groepje.  Eerder zenuwachtig.  De tempo's die men wil lopen, liggen niet synchroon.  En ja, ik ben zeker één van de stokebranden die het groepje wil opblazen of toch minstens wil aanzetten om sneller te lopen...

 

Het kopduo gaat me iets te traag. 

En achter mij valt er iemand weg. 

Dit is niet goed. 

 

Er komt iemand met groen shirt bij ons aansluiten en die gaat resoluut naar de kop.  Ik hoop dat hij ons op sleeptouw naar een hoger tempo gaat nemen, maar het kopduo laat het gat vallen.  Ik schuif naar voren en pik aan bij het groene shirt.  Hopen maar dat ik kan volgen.

 

Km 1: 3 minuten 39 seconden. 

Oei, dat is wreed rap. 

 

De groene loper wil me kwijt en ik moet echt alles uit de kast halen om in zijn spoor te blijven.  Maar ik vermoed dat ik dit niet kan blijven belopen.  Ik blik om.  Het groepje is uit mekaar gespat.  Daar is ook geen soelaas te vinden.

 

En Kris is inmiddels voorbij de restanten van mijn groepje gegaan.

 

Ik klamp aan.  Uit de achtergrond komt een loper onweerstaanbaar snel bij ons aanpikken.  Neen, het is Kris niet.  Waar komt die gast vandaan?

 

En hop, hij gaat ook nog eens van ons weg.

Straf!

 

Kilometer 3 en Kris is er nog altijd niet bij.  Ik sterf inmiddels een duizendtal doden in het spoor van de loper met groen shirt.  We klokken na 3 kilometer af op 11 minuten en 16 seconden. 

 

Té rap!

 

De man die ons voorbij kwam stomen, loopt nu niet echt meer weg van ons.  Maar ja, doe het maar, alleen tegen de wind inbeuken.  Neen, deze jongen is slimmer.  Ik loop in de slipstream achter de man met het groene shirt.

 

Het is constant nét over de limiet lopen.  Ronde 1 voorbij, 4 kilometer op de teller.  Kris is nog steeds niet bij ons.  Maar ik heb al wel een paar pijlen verschoten.

 

Kilometer 5: 18 minuten en 54 seconden.  Pittig snel.  En ik voel ook dat ik de groene loper moet laten gaan.  Jammer, want het was een goed windscherm.

 

Ik laat het tempo wat zakken.  En besef dat ik nu een vogel voor de kat ben.  Voor Kris dus.  Hij schuift tot bij mij, groet me en binnen de honderd meter heeft hij mij er uit gelopen.  Nu is het alleen knokken in de wind, nog een kilometer of zeven afzien.

 

Het is de bedoeling door niet teveel mensen meer geremonteerd te worden, en het tempo strak te houden, zij het iets trager.

 

Ik zoek wat meer comfort, laat het jagende hart wat tot rust komen.

 

De 10 kilometer wordt gehaald op 39 minuten en 6 seconden.  Ik realiseer me dat een goede tijd nog steeds mogelijk is en bijt me vast in mijn tempo.  Een loper haalt me bij.  We wisselen wat algemeenheden over hoe warm het wel is, hoe strak de wind, en dat het godzijdank niet zo ver meer is.

 

Het is ook een beer van een vent (achteraf bleek het een duatleet te zijn, top 10 in de Hel van Kasterlee, dus iemand met karakter). 

 

Km 11: 43 minuten 19 seconden, trage kilometer toch. 

 

De laatste kilometer loop ik gecontroleerd uit: 47 minuten en 39 seconden is mijn eindtijd.  Blijkt achteraf uit mijn archieven dat dit verdorie mijn beste prestatie hier ooit is, wat een opsteker!

 

Wat ook  geruststellend is: binnen de paar minuten ben ik helemaal gerecupereerd, hartslag terug lekker traag.

 

Kris liep 45 minuten en 51 seconden, maar verloor een plaats en kostbare seconden door een misverstand in de laatste bocht.

 

Geen idee van de uitslag, daar heb ik niet op gewacht, maar ik vermoed ergens in de top 15.

 

 

De belangrijkste conclusies van de dag zijn: de schoenen zijn perfect, Mark kan het nog steeds... 

 

En het was alweer een hele tijd geleden dat ik 15 km/uur wist te halen op een wedstrijd boven de 10 km. 

Volgende week in Rumst wil ik proberen dat tempo door te trekken tot de 15 km, of toch bij benadering...

 

 

Breda was niet meer dan een uitschuiver. 

Een kwade angstdroom.

Kasterlee heeft dat weggezuiverd.

Catharsis in Kasterlee.

 

18:48 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Grappig, dat van die gebroken vinger. Zo redeneren wij, lopers, inderdaad.
Zolang we nog kunnen lopen, is elke lichamelijke schade slechts een kleine hindernis. Maar als er iets mis is met onze onderste ledematen...uit de weg, dan.
Ben content voor jou dat Kasterlee het vertrouwen heeft teruggebracht. Alhoewel, ik ben er zeker van dat je nooit echt getwijfeld hebt. Eén velsdslag verloren wil nog niet zeggen dat de oorlog verloren is.

Gepost door: Sandy | 13-10-10

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.