31-08-10

Un poco loco

Un poco loco

 

 

Zondag 29 augustus 2010.

 

Het pikte deze ochtend.

 

Ik moest namelijk om 6 uur opstaan.

 

Om 6 uur!

ZES UUR!

 

Op een zondagochtend.

 

Dat doe ik normaal enkel wanneer het huis in brand staat.  En dan moeten de vlammen minstens al aan mijn donsdeken likken!

 

Het was nog maar weifelend licht geworden, entre chien et loup, tussen hond en wolf dus.

 

Hondsvroeg.

 

Maar om 7 uur werd er vertrokken naar Dinant, om er deel te nemen aan de 'Descente de la Lesse', een organisatie van de ARCH, 'Athlétic Running Ciney Haute Meuse'.  Deze wedstrijd maakt deel uit van het regelmatigheidscriterium 'Challenge Delhalle'.   Je hebt de keuze tussen 'Top Lesse' (21km900) en 'La Lesse 13' (13km100).

 

We gaan voor de 'Top Lesse'. 

Zware opdracht dus.

 

Niet bijster goed geslapen, wegens taakspanning ben ik een paar keer wakker geworden.   Kwart na vijf was ik definitief wakker en lag vanaf dan maar wat te woelen. 

 

Het schoolreisgevoel!

 

Het gevoel van zilverpapier en boterhammen met gebakken ei, en mama die je uitwuift aan de bus.

 

 

*****

 

 

Ontbijten om twintig na zes op een zondagochtend, ook iets wat ik niet te dikwijls doe.  Het was vreemd stil in huis.

 

Vrienden van AVN hebben me een zitje aangeboden naar Dinant, waarvoor nogmaals dank en een hoofse buiging. 

Om 6u40 word ik aan huis opgehaald door Frank, Hild en Benny. 

 

Naar het verzamelpunt, waar nog een paar wagens aanpikken en colonne vormen. 

 

Lopers van dienst zijn: Jos VB en diens pijlsnelle zoon Gertjan VB, Benny, Gert, Inge, Frank, Hild, Viv en uw dienaar. 

Nog wat supporters maken onze delegatie vol.

 

We zetten koers naar Dinant, 175 km.  Op zoek naar nieuwe avonturen....

 

*****

 

Onderweg in de wagen nog wat eten, drinken en info uitwisselen.

 

Dinant.

 

De nodige parkeerperikelen.

 

Inschrijven in de ruime zaal 'La Balnéaire' onder het Casino van Dinant.  In ruil voor 11 euro krijg je de chip, een borstnummer en een handig rugzakje.

Omkleden in de zaal en dan naar de bushalte.

 

We worden per bus naar Houyet gebracht, startplaats van de 'Descente de la Lesse' (waar ook de kajakkers starten). 

 

We rijden Dinant uit, richting Anseremme.  Daar gaat het links richting Celles (un des plus beaux villages de la Wallonie) en Neufchateau.

 

Degenen die deze wedstrijd al eerder liepen, waarschuwen voor een overmoedige start.  Toch mag je ook weer niet té traag starten, want dan loop je het risico hopeloos lang aan te moeten schuiven aan de eerste beklimming. 

 

En dat het een loodzware wedstrijd is en dat doseren hier de boodschap is.

 

Inge, die naast me zit, beweert dat deze wedstrijd zwaarder is dan een marathon.

 

Nu krijg ik toch echt schrik.

 

En om haar woorden kracht bij te zetten, geeft ze me een pandoering met haar paardenstaart. 

Even ter verduidelijking: Inge heeft haar lange haren in een paardenstaart gebonden.  Telkens ze naar Hild kijkt, die links van haar zit, krijg ik een mep van die paardenstaart.  Omdat vrouwen wel wat te bespreken hebben, krijg ik tijdens de busrit ruw geschat een 25-tal keer haar paardenstaart in mijn gelaat gesmakt.

 

Nota aan mezelf: de volgende wedstrijd waar Inge ook meeloopt, schaar meenemen!

 

 

*****

 

We worden gedropt in het centrum van Houyet en wandelen nog een paar honderd meter naar de startzone.

 

Daar krijg je de mogelijkheid om overtollige kledij terug naar de startplaats te laten vervoeren, een schitterend initiatief.

 

De laatste tientallen minuten voor de start worden zoek gemaakt met zenuwachtig gebabbel.

 

Plots worden we opgeroepen om ons naar de start te begeven.  Gertjan, Frank en ik stellen ons redelijk vooraan op.

 

Het startschot klinkt en we wringen ons door de flessenhals.  Ik merk dat Gertjan uiterst links weggedrumd wordt.

 

Even later schiet hij al van mij weg.

 

Hoewel ik me voorgenomen had niet te snel te starten, laat ik me toch meedrijven op het pittige ritme van de groep. 

 

De brug over de Lesse, en dan links een slijkerig pad in.

 

Ik zie het bord van de 21 km en huiver even: het is nog héél ver.

 

De modder spat op en binnen enkele minuten hangen de benen vol.  Het is uitwijken voor plassen, wegglijden op modderige zones, springen om takken en wortels te ontwijken. 

 

Je moet heel alert zijn.

 

En dan komt na iets meer dan twee kilometer, op km 19, de eerste beklimming waarvoor zo gewaarschuwd werd.

 

 

*****

 

 

Wel, ik heb er geen woorden voor.

 

Lopen is hier totaal onmogelijk.  Het is mooi op een rijtje naar boven klauteren tegen een steile bergwand. 

 

Stapvoets!

 

Het is schuiven en glijden op de ondergrond van klei, bladeren, wortels en losse stenen.  Jezelf optrekken aan bomen en takken.

 

De loper voor mij presteert het om drie keer op rij met dezelfde voet uit te schuiven. 

 

 

SP_A0704-225x300.jpg

 

 

Het is wachten op mekaar.  Voordeel is wel dat je hartslag weer tot rust kan komen. 

Iets verder kunnen we weer beginnen lopen, maar het is loeiend steil.  Ik voel mijn kuiten branden, het zweet gutst van mijn hoofd, de ademhaling jaagt en ik sterf al een eerste keer.  En inderdaad, achter mij krijg je het gevreesde file-effect.

 

Het hoogteverschil?

 

We klimmen op 1 kilometer tijd van 120 meter hoogte naar 210 meter. Veel van het hoogteverschil wordt in het bos op die vervloekte heuvel overwonnen. 

Het doet pijn en haalt je ritme helemaal onderuit.  Deze trage kilometer is nefast voor je gemiddelde snelheid, terwijl je hartslag de hoogte wordt ingecatapulteerd!

 

De volgende kilometer, tussen kilometer 18 en 17, dalen we heel eventjes een klein knikje, om dan weer fors te klimmen tot het dak van de wedstrijd, op 240 hoogtemeters. 

 

Dit tweede stuk van de eerste beklimming loopt  voornamelijk over veld- en asfaltwegen, waar je constant kan blijven lopen.  Maar het is héél zwaar.   De motor wordt in het rood gejaagd.   Ik zoek brede ruggen om uit de wind te blijven.  Maar groepjes blijven geen lang leven beschoren; ze vallen constant uit mekaar bergop of bergaf.

 

Geschal van jachthoorns weerklinkt!  Ik voel me opgejaagd wild....

 

We bevinden ons inmiddels in Gendron, een slaperig dorpje in het hart van de Ardennen.   Hier is de eerste bevoorrading.  Ik kieper snel wat water over mijn verhitte kop en drink een paar slokken.

 

En dan doet de wedstrijd haar naam alle eer aan.  Vanaf kilometer 17 tot kilometer 15 volgen er twee razende kilometers.

 

Bergaf.

Descente!

En hoe!

 

Van 240 meter naar 110 hoogtemeters op amper 2 kilometer.  En niet op asfalt, maar over  door wind en regen geërodeerde boswegels, met alle obstakels die een mens kan bedenken.  Wortels, putten, losse stenen, verraderlijke stukken rots, bochten met de helling naar de verkeerde kant!

 

En er werd gevlamd!

 

Ik vloog naar beneden, de ogen vlak voor mij op de grond gericht, tegen maximum snelheid.  De snelheid  flirtte zelfs met de absolute limiet...

 

Waanzin!  Je moet een volslagen mafkees zijn om hier vol door te lopen.  En iedereen doet het.  Vliegen als een gek.  Een paar keer vrees ik dat ik op hol sla en dat mijn benen de vrije val niet meer kunnen opvangen.

 

Wat is me dit allemaal!

 

Eén foute inschatting, één uitschuiver, een voet verzwikken, ik mag er niet aan denken wat dan de gevolgen zijn.  Een valpartij tegen deze snelheid resulteert zonder twijfel in breuken.

De klappen die lijf en leden hier krijgen zijn onbarmhartig.  Wat rug en achilles hier te verduren krijgen, onwaarschijnlijk!

 

Iedereen vliegt als een volleerde kamikaze naar beneden.

 

De natuurpracht is hier overweldigend.  Enfin, dat vermoed ik toch.  Ik heb helaas niets gezien van dit alles, want even opzij kijken zat er echt niet in.

 

En het gekke is dat je toch ook nog een beetje kan recupereren tijdens de lange, dolle vlucht naar beneden.

 

 

*****

 

 

Beneden aangekomen.  Ik prijs me gelukkig dat ik nog heel ben. 

 

Geen blessures, geen valpartij. 

Opluchting. 

 

En nu kom ik op mijn parcours.  Vlak en licht glooiende stukken.  Hier kan ik, als flyer, mijn ding doen en alle registers open trekken.

 

Van kilometerpunt 15 tot 9 is het, volgens de organisatie toch, relatief vlak. 

 

Wel, vergeet het. 

 

De hindernissen volgen mekaar in snelvaart op.  Ongelijkmatige trappen naar boven, modderige loopstrookjes, grillige trappen naar beneden, springen op  en over beton- of rotsblokken, stukken vals plat,  single track-paadjes, steile knikjes, alles krijg je voor de voeten geworpen tussen kilometerpunt 15 en kilometerpunt 13.

 

We lopen vlak naast de oever van de lustig klaterende Lesse.  Kajakkers roepen ons na.  Hun stemmen weergalmen tussen de bergwanden van de vallei.  De geuren van barbecue en houtvuren prikkelen de neus.

 

Applaus van toeschouwers.

 

 

*****

 

 

Op de brug van Gendron kruisen we de Lesse.  Gek hoe een brug oplopen langs de zijkant zo verschrikkelijk pijn kan doen. 

Hier is de tweede bevoorrading. 

Water, kwartjes sinaasappel en stukjes banaan.  Op dit punt was trouwens de start van de 'Lesse 13' (13 kilometer).

Ik grijp een stukje banaan, eet een beetje, maar spuw de rest terug uit.  Een bekertje water  meegrissen, wat drinken en de rest over het hoofd voor verkoeling .

Wij hebben inmiddels al bijna 9 kilometer op de teller.  Nog 13 te gaan! 

 

En je voelt de tank langzaam leeglopen.

 

Nu lopen we over grillige asfaltstroken.  Lopers voor mij worden mikpunten.  Ik schuif langzaam op in de wedstrijd, terwijl mijn hartslag zich stabiliseert. 

 

Nog 12 kilometer.  Het 'Parc National de Furfooz'.  Hier grijp ik toch de kans om even rondom mij te kijken.  Schitterende rotsformaties torenen hoog boven de Lesse uit.  De bergwand herbergt een aantal prehistorische grotten.

 

Op kilometer 10 opnieuw bevoorrading, ter hoogte van de 'Aiguilles de Chaleux', de naalden van Chaleux.  Deze spitse rotsformaties doen denken aan naalden, vandaar de naam, en zijn in alpinistenkringen berucht.

 

Nog een kilometer over relatief vlakke veldwegen om dan, op kilometerpunt 8,5  te beginnen aan de tweede col van de dag. 

 

De klim naar het domein van Walzin. 

 

Hoogteverschil: van 100 hoogtemeter naar 225 meter op 1 kilometer.  Over relatief goed beloopbare boswegen.

 

 

Een ramp!

 

Het licht ging finaal uit.  Boeken dicht!  Op enkele honderden meters ging ik helemaal stuk.  Kuiten opgeblazen, mezelf opgeblazen.

 

En rondom mij zie ik dezelfde taferelen.  Hijgende, strompelende, wandelende, joggende, kotsende heren. 

 

Doffe blikken alom. 

Doffe ellende alom. 

De wanhoop nabij...

 

Telkens laat ik fiks wandelend de hartslag wat zakken om dan weer enkele tientallen meters te lopen.  Om vervolgens weer ineen te stuiken.  En zo ging dat maar door en door.  Er kwam geen einde aan de martelgang. Moordend zwaar.  Het is het zwaarste wat ik ooit heb meegemaakt.

Tijdens het wandelen verloor ik nauwelijks terrein op diegenen die toch probeerden te lopen. 

 

Een passant moedigt me aan: "Courage!"

Ik had geen puf om te antwoorden, ik kreeg hoogstens een flauwe 'merci' over de lippen.

 

Vlakbij de top lopen we vlak naast de imposante ruïne van Cavrenne.  De donjon is het enige wat rest van deze 13de eeuwse burcht.

 

Nog iets meer dan 7 kilometer naar de finish, en vanaf nu, allemaal asfalt of stenen.

 

Maar opnieuw gaat het eerst loodrecht naar beneden.  Op iets meer dan 1 kilometer knallen we weer meer dan 120 meter naar beneden.  De snelheid die hier ontwikkeld wordt is opnieuw hallucinant. 

 

Ik heb me laten vallen als een rotsblok. 

 

Gevaarlijk?

 

Zal wel.

 

Maar het kon me helemaal niets meer schelen. 

 

In doldwaze, vliegende vaart naar beneden.  We vliegen als gekken.  Wandelaars kijken raar naar de voorbij stormende meute.

Even verder een tiental paarden op een rij, in lichte draf. 

 

We lopen stukken sneller!

 

En de benzinetank wordt helemaal leeg gemaakt tijdens de afdaling.  Maar aan de voet van de col wachten ons nog 6 lange, lange, lange, lange kilometers.

 

Vlakke kilometers?

 

Neen, constant glooiend, met af en toe een venijnig brugje over de Lesse.  En telkens het bergop gaat, val ik compleet stil. 

 

Ik kraak in alle geledingen.  Het is helemaal op.

 

Kilometers aftellen.  We komen langzaam in de bewoonde wereld.  

Een bandje speelt ons moed in.

 

 

_DE39282.jpg

 

 

Plots een bordje bebouwde kom. 

Er staat iets cryptisch te lezen:  

      n er m e

 

Er ontbreken een paar letters.

 

Wat puzzelen levert Anseremme op.

 

Eindelijk. 

Anseremme.  Waar de Lesse de Maas induikt.

 

Nog 2 kilometer. 

 

We sluipen langzaam naar de finish. 

 

 

_DE39338.jpg

Bonkende muziek en cheerleaders drijven me voort.

 

 

*****

 

 

80 meter boven mijn tollende hoofd torent de 'Viaduc Charlemagne'. 

Ik ruik het vuile water van de Maas.

 

De Rocher Bayard wacht,

getekend door de hoefslag van het paard.

 

Ginds Dinant,

pronkzuchtige dochter van de Maas.

Citadel, de Collégiale,

Adolphe Sax.

 

In de verte de boog van de finish. 

Minuscuul klein.

 

Nu is het enkel nog karakter wat me voortdrijft. 

De systemen vallen uit.

Alles doet pijn.

 

 

 

 

_DE39528.jpg

 

Uw dienaar (6412) tussen de nadars, met pijnlijke grimas.

 

En dan eindelijk de verlossing.

 

 

_DE39529.jpg

 

 

 

Finish na 1u 43 minuten en 29 seconden.  Positie: 147.

 

Stukjes banaan, kwartjes sinaasappel, water, sportdrank.  Op adem komen.  Wat rondstrompelen.  De benen terug op gang brengen.

Ik haal mijn rugzak op bij de bagagebewaarplaats en sukkel binnen in de zaal.  Op zoek naar warmte.  En iets eetbaars.  Een spie rijstvla voor twee euro.

En ik koop een T-shirt van de 'Descente', om aan de kleinkinderen te kunnen bewijzen dat grootvader er bij was.  Oudstrijder van de 30ste editie van deze wedstrijd.

 

Inmiddels druppelen bekenden binnen. 

Gertjan was al enkele minuten voor mij gearriveerd en de snelste van onze groep.

 

 

_DE39475.jpg

 

Finish Gertjan: 1u 39m 5 s, pos.: 95.

 

_DE39578.jpg

 

Finish Frank T.: 1u 46m 45s, pos.: 196.

 

_DE39750.jpg

 

Finish Viv.: 1u 59m 6s, pos.: 379.

 

_DE39840.jpg

 

Finish Jos: 2u 7m 47 s, pos.: 516.

 

Van de anderen heb ik, jammer genoeg, geen foto's gevonden.

 

Inge: 2u 2m 34 s, pos.: 427.

Hild: 2u 20m 57s, pos.: 674.

Gert: 2u 20m 56s, pos.: 675.

Benny: 2u 21m 33s, pos.: 679.

 

*****

 

 

Ieder zoekt zijn bagage, sommigen maken gebruik van de gratis massage, douchen, eten, drank, verhalen uitwisselen.

Ik bel het thuisfront.  Blijkt dat het thuis stortregent.  En net op dat moment vallen de eerste schuchtere regendruppels in Dinant.

Inge en Gertjan werden niet opgenomen in de uitslag.  Mogelijk heeft Gertjan in het gedrum de startmat gemist met zijn chip.  Waarom Inge niet werd opgenomen, is een raadsel.  De organisatie wordt ingelicht en de uitslag werd later aangepast.

 

En dan wordt het langzaamaan tijd om naar huis te gaan.  Waarop het ook te Dinant begint te stortregenen.  Godzijdank nu en niet tijdens de wedstrijd. 

 

 

*****

 

 

Ik beweerde na de wedstrijd bij hoog en laag dat ik hier nooit meer terug kom, wegens té zwaar, té waanzinnig, té gevaarlijk. 

 

Maar ik besef nu, daags nadien, dat dit een unieke loop is in een schitterend kader.  

 

Een avontuur als geen ander.

 

Een avontuur dat nu toch al twee dagen nazindert.

 

Ik kan het u alleen maar aanraden. 

 

Maar alleen als u 'un poco loco' bent.

 

Un poco loco.

 

Een beetje gek.

 

 

*****

 

 

Dank u wel, vrienden van AVN, voor de lift, het boeiende gezelschap en vooral ....

 

..... de bloedstollende ervaring.

 

Volgend jaar opnieuw?

 

27-08-10

When the shit hits the fan...

When the shit hits the fan...

 

We hebben een tijdje met een Mercedes 240 D gereden.   Lang geleden, de euro bestond niet eens en sommige dieren spraken nog.

 

De auto was 13 jaar oud en had 160 000 km op de teller. 

 

Telkens je die auto startte, kwam er een donkere rookpluim uit, waarvan op de Noordpool de ijsberen een rokershoestje krijgen en de gletsjers in Zwitserland versneld afsmelten. 

Niks fijne stofdeeltjes, heelder sloefen sigaretten kwamen er uit. 

 

Sloef = schoon Vlaams voor pantoffel, maar ook de dialectische uitspraak van 'slof', wat dan weer staat voor grootverpakking, zoals bij sigaretten, een farde sigaretten, een slof sigaretten wordt dus een sloef sigaretten. 

 

Ha, de potente geur van diesel!

 

Lekker.

 

Zo kan ik tussen haakjes bijvoorbeeld ook enorm genieten van de geur van uitlaatgassen van crossmotoren.  Bij ieder die geboren en getogen is in Wuustwezel, dat motorcrossgek dorp, stroomt er naft door de aderen.

 

Naft = schoon Vlaams voor benzine.

 

 

*****

 

 

Waar waren we?

 

Ach ja, de Mercedes 240 D.

 

De wagen woog ongeveer 2 ton, de carrosserie was van gietijzer.  Als je frontaal op onze auto zou rijden, dan was uw auto onze airbag.

 

Een tank was het.

 

Met die auto hebben we één reis naar Frankrijk gemaakt.

 

 

*****

 

 

Wanneer wij met het ganse gezin op vakantie vertrekken, dan mag je gerust stellen dat het hier een volksverhuizing betreft.  Koffer bomvol, en dan nog een dakkoffer propvol.  Kind 1 en Kind 2 , toen nog érg jong, op de achterbank en 'en route'.

 

We vertrokken om half vier in de ochtend, kwestie van toch tegen het ochtendlijke spitsuur op de ring rond Parijs te zitten.

 

Onze kinderen hadden de dwingende instructie gekregen vooral niet na tien minuten al te beginnen zeuren:

 

"Zijn we er al bijna?"

 

Twintig minuten later bevinden we ons ter hoogte van het Sportpaleis, we snorren tegen 120 per uur, toen plots....

 

 

KNAL BOENK PATAAT!!!!

 

 

Klapband achteraan.  We slingeren van links naar rechts.

 

Een vrachtwagen knippert met de lichten dat we kunnen uitwijken naar de pechstrook.

 

 

*****

 

 

Taferelen op de pechstrook.

 

Ik ga moedig op zoek naar het reservewiel, de krik en de wielsleutel.  Dat zit  allemaal onderaan in de koffer, verstopt onder, ruwe schatting, 2 ton bagage.

 

Ik begin moedig bagage te verwijderen.  Daarbij komt zelfs een basketbal uit de koffer tevoorschijn. 

 

Een basketbal!

 

Als u ooit de opdracht zou krijgen om zoveel mogelijk kofferruimte te verspillen aan één zinloos voorwerp, mag ik u dan deze suggestie doen: neem een basketbal !

 

Ik kan me nog net inhouden om die basketbal over de Ring rond Antwerpen te keilen.

 

Vervolgens stuit ik op een volledig karton blikjes cola. 

 

Een volledig karton!

 

Hebben ze geen cola in Frankrijk? 

Zien wij er uit als Hollanders?

 

Ik vind ten lange leste een krik, het reservewiel en de wielsleutel.

 

De wielsleutel is een kruissleutel, met 4 verschillende maten.  Ik pas ze één voor één. 

 

Geen enkele past. 

 

Ik denk: ik zal wel te zenuwachtig zijn geweest, dus proberen we het nog eens, in alle kalmte.

 

Past niet. 

Geen enkele.

 

Wat doet die sleutel in mijn koffer?

 

Ik kan me nog net bedwingen om die kruissleutel boomerangsgewijs weg te slingeren.

 

Weer gaan graven in de kofferbak.  Dan vind ik een enkelvoudige wielsleutel.  Die past godzijdank wel.

 

Oef.

 

Wiel los. Opkrikken.  Wiel af.  Nieuw wiel, vijzen.  Neerkrikken.  Vastzetten.

 

Lekke band en beschadigde velg in auto.  Ik zwier alle bagage in de kofferbak (inbegrepen: duizend blikjes cola en één basketbal, één). 

 

Koffer gaat niet dicht. 

Alles opnieuw uitladen.

 

Met het nodige engelengeduld de kofferbak weer optimaal schikken en puzzelen.  

 

Koffer dicht.

 

We zijn weg.

Kind 2 haalt de fopspeen uit zijn mond en declameert:

 

"Ik wil naar huis."

 

Ik in mijn binnenste ook wel.

 

We vertrekken weer.  Met een beschadigd vertrouwen in mechanische details.

 

 

*****

 

 

Snor snor, doet de motor.

 

Gent voorbij.  We zijn terug verzoend met de Mercedes 240 D.  Hebben de vredespijp gerookt.

 

Ik zeg tegen mijn vrouw:

 

"Statistisch gezien is de kans op nog een lekke band zo klein, dat is bijna te verwaarlozen."

 

 

*****

 

 

Deinze.

 

Ik voel de wagen lichtjes naar links trekken. 

 

Ik stuur bij naar rechts. 

 

De auto slingert vervolgens hard naar rechts. 

 

Dan naar links.

 

Lekke band achteraan. 

Nummer 2 ! 

De statistisch quasi onmogelijke!

 

 

*****

 

 

Aan de kant.

 

Nu moet u weten dat wij de auto net in bruikleen hadden gekregen van mijn vader.  Onze nummerplaat er op gemonteerd en de pechverhelper verwittigd dat er een andere nummerplaat hoorde bij het lopende contract.  Zou volgens de juffrouw van de administratie géén enkel probleem zijn.

 

Ik spurtend als een sneltrein over de pechstrook naar een praatpaal.  Pechverhelper opgevorderd.

 

Een uur later stopt de pechverhelper.  Blijkt nummerplaat wél een probleem te zijn.  Ik verwijs naar mijn gesprek daaromtrent met de administratie; hij wil dat wel geloven, maar wil dat checken.  Bureau is uiteraard nog niet open.

 

 

*****

 

 

Op zoek naar 2 nieuwe banden.

 

Meerijden naar bandencentrale.

 

Is nog niet open.

 

Wachten tot open is.

 

Zou die bandenmaat (uit de kluiten gewassen tankbanden) in stock zijn? 

 

Oef, toch wel.

 

Zou die velg nog wel herstelbaar zijn?

 

Oef, toch wel.

 

Twee stuks.  12 000 Belgische franken.

 

Geen betaalterminal, enkel cash.

 

Helemaal leeggeschud qua cash, er restte me nog 30 frank.  En een bom Frans geld.

 

Terug autostrade op, kind en gezin staan nog altijd achter de vangrail.

 

Wielen er op.

 

Op pad.

 

 

******

 

 

We zijn onze natuurlijke voorsprong op ons schema totaal kwijt.  Nu belanden we achtereenvolgens in monsterfiles rond Parijs, aan elke grote en middelgrote stad en aan elke Péage...

 

En dan was er ook dat ene moment in de file waarop Kind 2 de fopspeen uit de snuit haalt en declameert:

 

 

Ik moet kaka doen!

 

 

En we staan in een licht vorderende harmonicafile!

Kaka behoort niet tot de mogelijkheden.

En zijn we nét niet een Air gepasseerd?

Qua stress kan dat tellen!

Want het signaal dat Kind 2 geeft, valt niet te negeren!

 

 

*****

 

 

In dit tranendal zijn er slechts twee ijzeren wetten.

 

Ten eerste: de wet van de zwaartekracht.

 

Ten tweede:  Kind 2 met fopspeen die aangeeft dat hij kaka moet doen.

 

Een bom die op barsten staat, zeg maar!

When the shit hits the fan...

 

 

*****

 

 

Maar wanneer de nood het hoogst is, blijkt de redding toch min of meer nabij.

 

Want in de verte, doemt zowaar een parking op.

 

Een parking waar wij het bakbeest stil leggen en Kind 2 spoorslags naar een toilet escorteren, waar hij, zegge en spreke, één forse wind laat, de fopspeen uit de snuit haalt en declameert:

 

Kaka voorbij!

 

Waarna wij terug in de staart van diezelfde file mochten aanschuiven.

 

 

*****

 

En de file gaat maar door en door, want iedereen moet naar het zuiden.

Het is bloedheet.

Het asfalt smelt.

 

We hebben geen airco in de wagen van mijn vader.

 

Mijn vader had een behoorlijk Spartaanse houding ten overstaan van auto's.  Dat was een vervoermiddel, punt aan de lijn. 

 

Niks comfort, geen autoradio, niks.

 

Om Kind 1 en 2 toch in enige mate te entertainen hadden we een grote radio-cd-speler meegenomen op batterijen.

 

We hebben uit pure wraak voor al die Fransozen en Hollanders die de file veroorzaakten, constant "Bij Heidi in Tirol" van Samson en Gert loeihard door die gettoblaster gejaagd. 

 

Ziet u het beeld voor zich: een ouwe Mercedes, 'Heidi in Tirol' met de volumeknop op 12, twee stroblonde jongens op de achterbank. 

 

Iedereen hield ons voor moffen en vervloekte ons hartsgrondig.

 

Ach, lang geleden allemaal.

 

Erg lang geleden, want inmiddels studeert Kind 1 voor het theoretisch rijexamen; de verzekeringsmaatschappijen wrijven zich al in de handen....

 

 

________________________________________________

 

Dienstmededeling: Vanavond geen 'Landlopersjogging' voor uw dienaar.  We sparen de oude knoken om zondag ten volle te kunnen genieten van de 'Descente de la Lesse'.  Descente = afdaling.  Maar geen afdaling zonder voorafgaandelijke klim, het blijft een ijzeren wet.  Dat moet dan de vergeten derde ijzeren wet zijn...

 

18:54 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

24-08-10

De nieuwe Copernicus

De nieuwe Copernicus

 

Een mens is toch een raar beest.

 

Dat ploegt, dat zwoegt, dat legt laminaat en dat schildert, terwijl we allen beseffen dat dat allemaal zinloos is.  Want  onze melkweg (en dus ook onze aarde) zal binnen 5 miljard jaar door de Andromedanevel worden gezandstraald.

 

Alles kaputt!

 

Zeg maar dag met het handje naar de mensheid.

 

Maar toch moet er laminaat gelegd worden en het gras gemaaid...

 

5 miljard jaar is natuurlijk nog niet voor morgen, dat is ook weer waar.  Tegen dat het zo ver is, zal de zon trouwens ook al uitgedoofd zijn, dus wordt het hier eerder aan de frisse kant.  Wat zal het weer een geklaag  en gezaag zijn over slechte zomers!

 

Dikke jas klaarleggen.

Niet vergeten...

 

En het is toch bizar dat wij druk druk druk bezig zijn met de downloadlimiet van ons internetabonnement, het tikken van zinloze kroniekjes, de sanering van de overheidsfinanciën, het bijwerken van Facebook of  de roetfilter op onze wagen, terwijl aan de andere kant van de planeet bosjesmensen met een peniskoker wormen uit een boomstam kloppen om die vervolgens leeg te slurpen.

 

Ik krijg plots goesting in van die kleine paaseitjes met vanillevulling...

 

 

*****

 

En die onstuitbare drang naar verstrooiing!

 

Het lijkt wel alsof we ons geen moment mogen vervelen.

 

Is er vanavond iets op TV?

Wat gaan we doen?

 

Een kruiswoordraadsel, quiz, sudoku, een sauna, filmpje meepikken, vakantie, boek lezen, hobby, verzameling, muziek beluisteren, theater.

 

Kurt Cobain wist het al: Here we are now, entertain us...

 

Zo'n dingen schieten wel eens door mijn hoofd...

Bij Cobain schoot er ook iets door het hoofd; was het een jachtgeweer?

 

 

*****

 

Onze kinderen zijn ook van de razende entertainment-impuls-generatie.

Altijd moet er breedbandinternet zijn binnen een straal van enkele meters of het koude zweet breekt hen uit.  Bij alles wat ze doen moet er een TV zinloos staan te toeteren op de achtergrond.

 

Vroeger, toen wij met onze ouders naar de zee mochten (eens in de 300 jaar), dan waren wij dol van extase bij het zien van die deinende watermassa.

 

Onze kinderen stonden aan de zee te kijken en vroegen vervolgens: "Wat gaan we doen?"

 

Vroeger, hadden wij 5 dingen om mee te spelen.  En als we onze linkerkous uitdeden, dan hadden we er tien.  En als we daarover zaagden, kregen we een pedagogische dreun.  Of tien.

 

Onze kinderen sloopten 5 stuks speelgoed per dag.

 

Ach, de tijden, ze veranderen, mijnheer...

 

*****

 

Een mens is een raar beest.

 

Waarom moeten wij ons zonodig bewijzen?

 

Andere beesten hebben dat niet.

 

Een jachtluipaard (van 0 naar 100 km per uur in circa 4 seconden!) voelt de behoefte niet om op de laatste zondag van mei een borstnummer op te spelden en mee te lopen in de 20 Km door Brussel.

Neen, een jachtluipaard doet zijn kunstje alleen maar om eten te pakken te krijgen.

 

Wij pakken de auto en rijden naar de frituur.

 

De mens is het enige wezen dat zich ei zo na dood loopt voor een medaille aan een lintje, waarde: 45 eurocent.  En daar nog emotionele voldoening uit haalt ook.

 

Bizar!

 

Trouwens: een of ander bioloog beweerde ook dat de mens in groepsverband het meest gevaarlijke wezen op de planeet is.  Wij hebben een uithoudingsvermogen dat ons uren voortdrijft.  Je zal maar een arme buffel zijn, achterna gezeten door een bende hongerige, vastberaden mensen!

 

*****

 

Die dingen spookten allemaal door mijn hoofd toen ik voor het rode licht stond met de wagen.

 

Hoeveel tijd van ons leven brengen wij door met wachten tot het groen wordt?

Of met wachten tout court?  Wachten op je beurt bij de kapper, wachten bij de bakker, wachten op de terugbetaling van de belastingen, wachten op het nieuws, wachten op een telefoontje, wachten op het startschot, wachten op Godot...

 

Dat spookte ook al door mijn hoofd terwijl ik voor het rode licht stond.

 

Nog een geluk dat het licht op rood was gesprongen, zoniet zou ik deze gedachte niet eens hebben gehad.

 

Zonder de rode lichten zou ik minder van die dwaze gedachten hebben, valt me nu plots binnen.  Wellicht daarom dat er zoveel ronde punten worden gelegd.

 

*****

 

Laatst bekroop me toch wel een akelig gevoel toen ik voor het rode licht stond.  Naast mij stond een auto voorgesorteerd om links af te draaien.  Ik kijk onnadenkend in die wagen en daar zit iemand.

 

De chauffeur, uiteraard, wat dacht u?

 

Maar plots schiet er die dwaze gedachte door mijn hoofd.

Namelijk: wat zou het geheim zijn van deze man?

 

Het is perfect mogelijk dat u aan het rode licht oogcontact maakt met iemand die als enige weet waar het lijk begraven ligt van de persoon die gisteren in 'Opsporing Verzocht'....

 

Luguber, ik besef het.

 

 

****

 

Zo'n dingen schieten me wel eens door het hoofd.

 

Zo kreeg ik de eerste editie van de 20 Km door Brussel na de aanslagen van 11 september in het startvak plots het opwellende dwangidee:

 

Stel dat er hier iemand een bomgordel draagt en vijf minuten voor het startschot aan het touwtje trekt?

 

De ravage zou enorm zijn!

 

En de helft van de atleten schiet natuurlijk vol uit de startblokken, want ze denken natuurlijk dat die knal het startschot was.

 

Valse start!

Dat is niet eerlijk!

 

 

U begrijpt het al: ik stond weer voor een rood licht.

Het gaat hier niets vooruit!  En ik moet naar Antwerpen!

Door de ochtendspits.

 

Dat duurt ongeveer vier uur tegenwoordig.

Mijn grootvader reed vroeger met paard en kar naar de markt in Antwerpen.

Duurde ook vier uur.

 

Yep, weer rood licht.

 

 

Wist u trouwens wat de oorzaak was van het eerste auto-ongeval in Antwerpen?  Beide auto's hadden geen remmen.  Ongelogen.

 

Dat is toch onvoorstelbaar.

 

Huhuh, ik sta voor rood.

 

 

Mijn vader is nog met klompen naar school geweest.

 

Ik heb de cassetterecorder nog weten komen.

Twix was Raider.

Briefjes van 20 frank.

'Eén van de Acht' met Mies Bouwman.

Johan en de Alverman.

'Crazy Horses' van 'The Osmonds'.

De Schat van het Kasteel zonder Naam.

Nonkel Bob en Tante Terry.

De Commodore 64.

De Katholieke Kerk.

Avro's Toppop met Ad Visser en Penney De Jager.

De elektrische schrijfmachine met correctietoets.

Legerdienst.

Er was slechts één soort Coca-Cola.

Zaterdag in bad.

Sneeuw in de winter.

 

 

Jaja, het is al goed met dat getoeter, ik zie ook wel dat het groen is!

 

 

*****

 

Terug thuis.

 

Een gouden tip voor het geval de verveling weer maar eens toeslaat.

 

Het internet!

De zoekmachine Google!

 

Tik er je eigen naam en voornaam eens in.

 

Na amper 0,24 seconden heb ik 1.430.000 hits.

1.4 miljoen hits die over mij gaan.

 

En die ga ik nu eerst allemaal eens lezen.

Kan u zich inmiddels even in stilte bezig houden?

Dank u.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Stilte, had ik wel gevraagd.

Nu ben ik de draad kwijt.

Moet ik helemaal opnieuw beginnen.

Bedankt daarvoor.

 

 

 

Gek is dat.

 

Ik loop al een kleine twintig jaar wedstrijden.  En een zinnig mens mag dan toch verwachten dat het halve internet in katzwijm zou vallen voor zoveel gedrevenheid en zovele glansprestaties.  Dat ze heelder epistels zouden wijden aan loopwonder Mark.  Niets van dit alles.

 

Ja, links en rechts op pagina 38 een verdwaalde uitslag uit 2004.

 

Ocharme.

Is dat alles?

 

En je mag je nog een tenniselleboog schrijven aan een of andere duffe kroniek over het leven in het algemeen en het lopen in het bijzonder, maar daar is geen spoor van te vinden op dat internet.

 

Tot overmaat van desillusie blijkt ook dat er bekendere versies van mezelf als eerste verschijnen bij een zoekopdracht van Google.  Dat er dus meer koeien zijn die Bella heten, bij wijze van spreken.

 

En natuurlijk is er altijd iemand met mijn naam die in de bovenkamer een paar vijzen mist.

 

Untitled-5.jpg

 

Eerste hit bij Google, de Wikipedia: "Mark Peeters is een zonderling figuur uit Vlaanderen."

 

MARK PEETERS IS EEN ZONDERLING FIGUUR UIT VLAANDEREN.

 

Niets blijft me bespaard...

 

 

 

 

 

18:39 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

20-08-10

Over laminaat, emancipatie en vrijheid van meningsuiting...

Over laminaat, emancipatie en vrijheid van meningsuiting...

 

Vrijdag 20 augustus.

 

Dit weekend staat er geen wedstrijd op het programma.  Vorig weekend het looponderdeel van de estafettetriatlon (1/8ste triatlon, dient u hier te lezen) voor mijn rekening genomen, wat erg magertjes is qua aantal loopkilometers.

 

Dat besef ik maar al te goed.

 

De intensiteit was daarentegen wél hoog.  In feite liep ik een tijdrit van 5 km.  In een wedstrijd durf ik, zodra de posities vastliggen, wel eens het tempo iets te laten zakken, om lichamelijke schade te vermijden.

Zaterdag was dat zeker het geval niet.  Het mocht ook niet.  De totaaltijd was belangrijk voor de ploeg en dus werd de motor in het hoogste toerental gejaagd, op nauwelijks een fractie van opblazen.

 

Maar goed, daar wordt een mens sterker van, en sneller.

 

Deze week een paar lange, rustige duurlopen afgewerkt, meer bepaald op maandag en woensdag.

 

Want het volgende doel doemt op aan de horizon, de 'Descente de la Lesse', 21,9 km van Houyet naar Dinant.  Naar deze wedstrijd kijk ik reikhalzend uit.  Niet zozeer om er een goede tijd te lopen (het geaccidenteerde profiel zal dat onmogelijk maken), maar wel omwille van het kader.

Proef volgende namen: Houyet, Gendron, Hulsonniaux, Furfooz (en het Parc National), Walzin, Pont à Lesse, Anseremme en Dinant.  Kronkelend langs de oevers van de Lesse, meer moet dat niet zijn...

 

*****

 

Duurlopen dus op het menu.

 

Het drukke menu.

Want we zijn aan het renoveren.  In de geest van al die verbouwprogramma's op TV, genre: "Help!,  mijn man is een  absolute sukkel en een vervelende, luie klier", kregen we zin om te renoveren.

 

We zijn aan het schilderen.

We, dat is, mijn vrouw.

 

Ik doe enkel de voorbereidingen.

Opgepast, niet gelachen, de voorbereidingen zijn uiterst belangrijk.  Plus dat moet minutieus gebeuren, want anders kan je geen goed werk leveren.

 

De voorbereidingen dus.

 

Dat bestaat uit volgende zaken:

 

Jupiler koud leggen.

Jupiler halen.

Jupiler ontkurken.

Jupiler leegdrinken.

 

En tenslotte:

Het leeggoed naar de garage brengen.

 

Allemaal héél vermoeiend.

 

*****

 

Hallo.

Ik hoor u wel!

U denkt namelijk hardop.

Dat het een schande is dat ik mijn vrouw met al het werk opzadel, terwijl ik me in ledigheid wentel.

 

*****

 

Neen, beste vrienden, er zit een filosofie achter.

 

Twee, nu ik er over nadenk.

 

Drie zelfs.

 

Ten eerste:


Ik laat mijn vrouw in haar waardigheid.

Ik ben niet zo'n macho zwijn dat zonodig de vlakschuurmachine uit de handen van zijn vrouw rukt, omdat hij denkt dat werken alleen maar iets voor mannen is.  Dat vrouwen dat niet kunnen.

 

Bah!

 

Neen, zo zit ik niet in mekaar.

 

Ik moedig mijn vrouw aan om alles te proberen.

 

Ervaring opdoen.

Emancipatie!

 

 

Ten tweede:


Werken is gevaarlijk.

Arbeidsongeval, ooit al van gehoord?

 

Ah, voilà.

 

Maar van een 'TV-kijk-ongeval' heb ik nog nooit gehoord, u wel?  Die ene keer dat mijn Trappist Westmalle   is omgevallen op het salontafeltje is de enige uitzondering die ik me kan herinneren....

 

Neen, voor je het weet maak je een misstap en kukel je van een wankel trapladdertje.  Zes weken aan de kant, fysieke conditie naar de filistijnen en nadien alles terug moeten opbouwen.

Dat soort risico's schuw ik.

Ik ben gemaakt voor het lopen, de rest is ondergeschikt aan dat streven....

 

 

Ten derde:


Ik ken mijn beperkingen.  Wat ik niet kan, daar blijf ik af.

Nu zal u zeggen: en wat je kan, dat doe je.

 

Neen, dat nu ook weer niet.  Wat ik kan, doe ik niet meer.  Ik hoef toch niet telkens opnieuw te bewijzen dat ik iets kan?  Want zoiets wordt behoorlijk saai.

 

Naast lopen kan ik in feite niks.  Ik ben absoluut niet handig.  Zolang ik tussen de rekken van de Hubo ronddwaal wel, ik kan namelijk érg goed materiaal kopen.  Eens buiten de Hubo wordt het allemaal iets minder.

 

*****

 

Nood breekt echter wet.

Er dient vloer gelegd te worden in een kamer of drie in de noordoostelijke vleugel van onze woning.

 

Ik heb me dan toch aan het leggen van laminaat gewaagd.  Nu ja, het was 'zwevende kurkvloer met een kliksysteem', maar zullen we afspreken dat we het vanaf nu laminaat noemen, wegens te lang?

 

Wel, wat zal ik zeggen.

 

Eerst was er de fase der overschatting.

Dat varkentje was ik wel eens even.


Dan was er een kort moment van realisme.

Shit, dat valt tegen.


En dan volgde alras de ellenlange fase der razernij.

 

 

*****

 

Een kleine bloemlezing:

 

Ik meet hoeveel cm ik van een plank moet zagen om ze passend te maken.

Ik onthou dat en ga naar beneden om te zagen.

 

Beneden weet ik het niet meer.

 

Ga terug naar boven om opnieuw te meten.

Boven gekomen: ik heb mijn meter niet bij.

 

Haal beneden de meter.

Naar boven en meet.

Schrijf op papiertje.

 

Kom beneden zonder papiertje.

 

Naar boven voor papiertje.

 

Terug naar beneden met papiertje, diverse mogelijkheden:

- kan getal niet meer lezen, is dit een 3 of een 5?
- welk van de opgeschreven cijfertjes zijn degene die ik nodig heb?

 

Zaag de plank en ga naar boven.

 

Boven gekomen, diverse mogelijkheden:

- verkeerde stuk van de plank mee naar boven gebracht,
- het stuk past niet, twee mogelijkheden: te groot of te klein,
- past wel, maar bij het vasttikken, zal bij de laatste tik een stukje van de plank afsplitsen.

 

En omgekeerd, natuurlijk.  Meer combinaties dan de Lotto!

 

Maar, opgepast!  Een mens leert bij.

 

Op een bepaald moment had ik twee meters in de running, maar ik slaagde er telkens in om ze alletwee te laten liggen op de plaats waar ik op dat moment niet ben, en nogmaals omgekeerd natuurlijk.

 

En uiteraard, in mijn vingers snijden, zagen, een stuk uit het beschermende laken mee kapot zagen.  Allemaal leuk en een goede herhalingscursus 'vloeken voor gevorderden'.

 

*****

 

Mijn vrouw was niet thuis toen ik mijn eerste wankele stapjes zette in de laminaterij.

 

Ze was naar de Colruyt, want de ijskast was één grote, lege vlakte.  Er werd gewag gemaakt van een kaalslag in de ijskast.

 

Toen ze terugkwam had ze genoeg bij om Pakistan van voedsel te voorzien voor de komende 2 jaar.

 

Nu is er in de Colruyt niets meer, behalve een eenzaam winkelwagentje, vrees ik.

 

*****

 

Ze kwam mijn vorderingen in de laminaatkunde even met een kritisch oog beschouwen.

 

"Is dat al wat jij gelegd hebt op die paar uur?", vroeg ze.

 

Aan vrank en vrij mening uiten geen gebrek in Casa Mark.  Hij die beweert dat vrijheid van meningsuiting een basisrecht der democratie is, wel, hij dwaalt...

 

"Is dat al wat jij gelegd hebt op die paar uur?", vroeg ze dus.

 

Toegegeven, ik had inmiddels meer bloedende vingers dan gelegde planken, maar moet dat er nog eens extra ingewreven worden?

 

*****

 

De dag sleept zich verder, ik sleep me door de dag, onderwijl planken slepend.  En na drie rijen had ik begrepen dat ik niet bepaald meer recht bezig was, terwijl onder plank twee toch een rare welving zat (dat bleek een blokje te zijn dat je opzij moet steken om de afstand tot de muur te behouden).

 

En toen keek ik plots tegen de verwarming aan.  En twee buizen die uit de vloer oprezen.  Waar ik geen plank naartoe kon plooien.

 

Enfin, het kwam er op neer dat ik alles terug moest slopen en helemaal opnieuw beginnen.

 

Een man weet wanneer hij verslagen is.

18:51 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

17-08-10

Clash der titanen

Clash der titanen

 

Zaterdag 14 augustus 2010.

Ik heb vandaag mijn eerste triatlon afgewerkt.

De Sterke Peertriatlon in Wuustwezel.

 

Nu ja, triatlon, even nuanceren, 1/8 ste triatlon.

 

Dat is goed voor 375 meter zwemmen, 20 km fietsen en 5 km lopen.

 

Nu ja, even nuanceren; ik heb enkel het looponderdeel van de 1/8 triatlon afgewerkt.

 

*****

 

Mijn bloedbroeders van het 'Wezels Omslagpunt' zaten voor de aflossingstriatlon nog verlegen om een loper.

Ze contacteerden uw dienaar om de derde schakel te worden in de ketting.

 

Weliswaar van het B-team; een kleine les in bescheidenheid...

 

Ik had er wel zin in.

Hoewel 5 km vér beneden mijn waardigheid als loper is....

 

*****

 

Ja, ik had er wel zin in.

Maar eens ik had toegezegd om lid te worden van het estafetteteam van het 'Wezels Omslagpunt', sloeg de schrik mij toch om het hart.

 

Stel dat ik keihard faal, dat ik de zwakste schakel in de ketting ben,  dan gaat het ganse team mee de dieperik in.  In teamverband sporten, het is mij totaal vreemd.

 

En hoe loop je trouwens een 5 km?

In mijn ganse carrière als middelmatige langeafstandsloper heb ik nog nooit 5 km gelopen.

 

Nu zal u zeggen: keimakkelijk!  Als je 10 mijl of meer gewoon bent, dan moet 5 km een makkie zijn!  Vingers in de neus!

 

Nope!

 

Stel dat je er 20 minuten over doet: 15km/uur is dat.  Normaal is dat respectabel.  Maar dat tempo is magertjes op de korte afstand.

 

En vooral in de ogen van duatleten en triatleten.

 

U moet namelijk weten dat de heren en dames die deze sporttakken beoefenen allemaal matig tot zwaar gestoord zijn in de bovenkamer.

Ze willen namelijk maar één ding: PIJN.

PIJN.

En liefst héél veel en als het even kan ook nog eens zo lang mogelijk.

 

Neen, ik was er niet helemaal gerust in.

 

*****

Plaats van afspraak: Wuustwezel, die schone...

 

 

(9 van 68).jpg

 

Een gedoe!

 

Overal luchtbogen, tenten, muziek, spandoeken, reclame, standjes sponsors, eet- en drankgelegenheid, shelters.  Met andere woorden: een kloeke organisatie.

 

(41 van 68).jpg

 

 

Waar je ook keek, zag je blinkend fietsmateriaal, het carbon vloog je om de oren.  De gesprekken gingen over tandwielen, prijs van de wielen, gewicht kader, Shimano nog aan toe!

 

Overal sportievelingen in flitsende uitrustingen, en in meer of mindere mate afgetraind.

 

Voor de estafettetriatlon waren maar liefst 181 ploegen afgezakt naar Wuustwezel.

En daar was schoon volk bij: het winnende team bestond bijvoorbeeld uit zwemmer Tom Van Geneugden (EK, WK, en een resem Belgische records op zwemnummers,....), fietser: triatleet Bart Aernouts (winnaar van diverse Iron man-wedstrijden) en loper: Tom Van Hooste (pluist u zelf het paginalange palmares uit van deze atleet?).

 

En ook nog wat sportjournaille, BV's, acteurs en actrices.

 

En pluimvee.

 

 

(12 van 68).jpg

 

Achterna  gezeten door mensen die ze wel de nek wilden omdraaien....

(62 van 68).jpg

 

Maar zelfs per fiets kregen ze de kip (hier met helm) niet te pakken...

 

(91 van 192)(2).jpg

 

 

Over rare vogels gesproken...

 

(113 van 118).jpg

 

Enfin, er was voor elk wat wils.

Maar de meerderheid bestond toch uit bloedserieuze atleten, bloednerveus.  De verschillende duatlon- en triatlonclubs die onze contreien rijk is, hadden hun beste delegaties afgevaardigd.

 

*****

 

 

 

Een massa sporters en supporters, een gewriemel waarin een kat haar jongen niet meer vindt.

 

Zo vond ik bijvoorbeeld niemand van mijn team.

 

Rond 13u50 komt Marc B. dan toch ter plaatse, in gezelschap van Guy VDB.  Guy zwemt, Marc zal fietsen, en ik zal de kers op de taart zetten met de loopopdracht.

Om het teamgevoel extra in de verf te zetten heeft Marc voor mij een outfit van het 'Wezels Omslagpunt' bij...

 

We verkennen de wisselzone fietsen-lopen, waar de fietser met de fiets aan de hand tot aan het wisselpunt (geordend op racenummer) moet lopen om er de chip door te geven aan de loper.  Het is belangrijk te weten welke gang je moet hebben en waar exact de loper je staat op te wachten.

 

De start is om 14u30, dus iets later begeven we ons (Marc fietsend en ik  warmlopend) naar de wisselzone zwemmer/fietser, waar ook een soortgelijke wissel moet gebeuren.   Ik neem er afscheid van fietser Marc en ga naar de waterplas, kijken hoe zwemmer Guy de start zal nemen.

 

*****

 

Een luchtclaxon weerklinkt en de bonte bende knalt het water in.

 

 

 

(4 van 192).jpg

 

Een gevecht in regel barst los in het water.  En een zestal minuten later komen de eerste zwemmers reeds de wisselzone binnengelopen.

 

Ons A-team komt als 38ste uit het water, ons B-team als 71ste.

 

 

(41 van 192).jpg

Michele (Team A) op het einde van de zwemproef.

 

 

Het fietsgeweld barst los.

 

Onwaarschijnlijk hoe snel er gereden wordt.  De renners suizen ons voorbij.

 

Inmiddels bevind ik me in gezelschap van Tim V., slotloper van het A-team van het 'Wezels Omslagpunt'.  We besluiten dat het stilaan tijd wordt om ons naar de wisselzone fietser/loper te begeven.

We warmen ons grondig op, want straks is het vanaf seconde één de gashendel helemaal open.

 

We babbelen wat zenuwachtig, in het besef dat de wedstrijd op dit moment niet in onze handen ligt, dat de wedstrijd zelfs ver van ons weg wordt gestreden.

 

We moedigen onze renners bij elke doortocht aan.  Het A-team zit mooi vooraan, het B-team schuift ook vlot naar voren en heeft al heel wat plaatsen weten goed te maken.

 

*****

 

De wisselzone.  IJzeren stellingen waaraan de fietsen gehangen worden.  Per compartiment is er ruimte voor drie lopers/fietsen.  Tot mijn verbazing sta ik in één box met acteur Marc Van Eeghem (Katarakt/De Parelvissers) en actrice Marleen Merckx (Simonneke van Thuis).

 

Wat babbelen, enkele raadgevingen uitwisselen en mekaar succes wensen. Sympathieke mensen.

 

De spanning stijgt.  Bart Aernouts komt de wisselzone ingevlogen en Tom Van Hooste schiet als een raket uit de startblokken.

 

De fietsers komen nu vlak na mekaar binnengestoven.  Chaos alom, geroep en getier, peperdure fietsen worden achteloos weggesmeten, hectische toestanden.

 

Het A-team komt op plaats 27 binnen, Marc B. loodst het B-team naar plaats 32.  Dat zegt niet alles natuurlijk, veel belangrijker zijn de tijdsverschillen.

 

 

 

(108 van 192).jpg

Tim V. (Team A) schiet als een gek weg uit de loopbox.

 

 

Ik moet nog een even wachten vooraleer ik uit de startblokken mag.

 

Eindelijk, daar is Marc B.

Hij ziet mij niet meteen, ik zwaai en hij komt naar me toe gelopen.

 

Marc rukt het velcrobandje met de chip van zijn enkel.  Omwille van de zenuwen duurt het verdomd lang vooraleer ik dat rotding rond mijn enkel krijg.

 

*****

 

Loop, Mark, nu is het aan jou.

 

Ik spurt de box uit en via een bruggetje de grinddreef in.

 

Op datzelfde moment komt een loper in gifgroen shirt mij voorbij.

Even twijfel ik om aan te pikken, maar ik besef meteen dat zijn tempo té hoog ligt, hem volgen zou zelfmoord zijn.

Ik vlieg enkele honderden meters, maar besef dat ik zal moeten doseren om te vermijden dat ik mij finaal opblaas op enkele kilometers.

Ik besluit de loper met gifgroene shirt als ijkpunt te gebruiken.  Door hem gecontroleerd van mij te laten wegglijden, heb ik een idee van mijn eigen tempo, en vooral van mijn verval.  En nu maar hopen dat de gifgroene loper verstand heeft van indelen....

 

Shit, ik heb mijn chrono niet ingedrukt.  Vergeten, de hectiek was te groot.

Dan nu maar.

 

De eerste ronde van 2,5 kilometer kan ik nog een zevental plaatsen opschuiven, maar het is knokken voor elke millimeter, terwijl alles aan mijn lichaam op ontploffen staat.

Pijn, het lijkt wel alsof alles aan het scheuren is.  Dit is jezelf opjagen, tot vér over de limiet.

 

Op het einde van ronde 1 komt Tom Van Hooste mij voorbij.

 

Doortocht finish.  Er wordt mij een haarbandje aangereikt.

 

Heb ik op die 2,5 kilometer plots een bos haar gekweekt die verlegen zit om een haarbandje?

 

Neen, zo blijkt, maar even later besef ik dat dit bandje dient om de lopers van mekaar te kunnen onderscheiden; zij die geen bandje dragen, moeten nog een ronde lopen.

 

Slim!

 

*****

 

Ronde 2.

Uit de wisselbox komen nog steeds lopers.  Die hebben al een flinke achterstand op mij.

Niemand komt me voorbij, niemand komt écht dichterbij.  Dat is al niet slecht.  En de loper met het gifgroene shirt is nog altijd binnen bereik.

 

De tragere lopers worden nu mikpunten om naar toe te stormen.  Telkens speur ik naar de polsbandjes om te controleren of het lopers in ronde 2 zijn.

 

Ah, hier zie, Marc Van Eeghem en Marleen Merckx, bezig met ronde 1.  Ik ga hen voorbij en groet hen.

 

Tempo houden, tempo houden, geen comfort zoeken, neen, pijn zoeken!  De eer van het team rust op mijn frêle schouders.  Niet vertragen!  Het tempo strak!  Pijn!

Ik heb geen flauw idee wat mijn hartstlag is, maar ik vrees vlot boven de 170.  Bijna drie keer per seconde.

 

Waar blijft die vervloekte luchtboog van Red Bull?

 

 

(11 van 192).jpg

 

Finish na 17 minuten 44 seconden.

16,9 km/uur.  Fraai.  Maar ik betwijfel of het effectief 5 km was (hou het vooral stil!).

 

Waar ik wel zeker van ben is dat ik helemaal leeg ben.

En Marc B., voorzitter van het 'Wezels Omslagpunt', vangt me op.  Ik ben helemaal kapot.

 

 

(13 van 192).jpg

 

Het A-team eindigt op plaats 12, wij op plaats 26.

 

(15 van 192).jpg

 

Groepsfoto der gladiatoren.

Gehurkt van links naar rechts: Tim V., Marc B. en uw scribent.

Staand van links naar rechts: Guy VDB, Michele D. en Luc V.

 

*****

 

En dan nu: de hamvraag.

Tom Van Hooste liep de afsluitende 5 kilometer op 13 minuten 44 seconden.  In de uitslag zijn er zowaar een paar ploegen die dat sneller hebben gedaan.

Nu zal u zeggen: dat kan toch.

 

Ja, misschien.

 

Maar hun tijden zijn: 9 minuten 21 seconden en 10 minuten 52 seconden.  Dat kan dan weer niet.

Het wereldrecord op de 5000 meter staat, dacht ik, op 12 minuten 37 seconden en 35 honderdsten.

 

Moet Bekele schrik krijgen?

 

En als ik die twee ploegen (met die onwaarschijnlijke looptijd) erg genereus dezelfde looptijd aanreken als  winnaar Tom Van Hooste, dan belanden ze wel netjes achter ons in de uitslag.

 

AHA!

I rest my case.



En nu ga ik laminaat leggen.

Ook daarvoor heb ik geen talent, zo zal blijken....

 

_________________________________________________________________________

 

De schitterende foto's zijn het werk van fotograaf Luc Poppelaars, één der fotografen van "Wezel op de Foto",  zie ook www.wezelopdefoto.be.

 

 

 

 

 

 

 

13-08-10

Jippikajee motherfucker

Jippikajee motherfucker

 

Sommige mensen vinden lopen maar niks.

Ik vind sommige mensen maar niks.

 

*****

 

En ja, ik weet het, er zijn belangrijker dingen in het leven dan lopen, zoals bijvoorbeeld

......heum   ..........

................ja heum ......................

tja, ik heu...............

 

 

................wacht even, heu..............

neen, ik kom er nog wel op, ik heum...............

 

................of misschien, heu, ..............

 

......neen, toch niet.

 

 

Pijnlijke stilte.

 

Neen, bij nader inzien is er toch niets belangrijker dan lopen in het leven.

 

*****

 

En toch zijn er mensen die me zeggen, wanneer ik bijvoorbeeld kamp met een blessure, dat ik beter zou stoppen met lopen.

 

Pijnlijke stilte 2.

 

Kijk, ik ben een beminnelijk man, je krijgt me écht niet snel kwaad.  Ik kan een en ander hebben, vooraleer ik uit mijn vel spring.  Ik ben eerder iemand van het Belgische compromis, soep die niet zo heet wordt gegeten, sussen, koelen zonder blazen.

 

Maar je hoeft maar in mijn gehoorbereik te suggereren dat lopen een domme sport is, en dat ik er beter mee zou stoppen, om me helemaal over de rooie te krijgen.

 

En vooral dat kapot relativeren kan ik niet verdragen.

  • Lopen, dat is toch enkel de ene voet voor de andere zetten....
  • Je komt aan waar je begonnen bent, waarom blijf je niet gewoon thuis...

 

 

Of deze: "Waarom loop je?  Heb je geen fiets of auto?"

 

Ik heb alles !

Ik ben multimiljonair !

In Euro's!

 

Bij wijze van overdrijven dan.  Ik heb een rekening die soms niet in het rood staat.

Telefoon van de bank: nog een jaar of veertig en alles is afbetaald.

Ik heb het gevoel dat ik helemaal alleen voor de economische crisis opdraai.

 

*****

 

Of wanneer mijn dokter me zegt bij een blessure: "Ach, dat lopen, je moet er de kost niet mee verdienen."

 

Ja dat klopt, doc.

Maar als ik alles laat waarmee ik mijn kost niet verdien, dan vrees ik dat de planeet stopt met draaien.  Of dat toch al minstens de GFT-bak niet meer op straat geraakt.

 

Doe zo maar verder, doc !

Ge zijt goe bezig, doc !

De wereld verzuipt in cynisme, doc !

 

*****

 

Tot mijn vrouw me vroeg: "heb je ooit al voordeel gehaald uit het lopen? "

 

Pijnlijke stilte 3.

 

 

Dat zette me toch wel even aan het denken.  Even maar, en toen kwam er een zondvloed, zeg maar gerust een tsunami aan voordelen:

 

Ik: Ik heb een prachtig lichaam, als het ware geschapen voor de zonde.  Een lichaam gesculptuurd door het lopen, vorm gegeven.  Ik kan vreten en zuipen wat ik wil, dat lichaam staat altijd klaar voor de start.  Trouw als een hond.  Hijgt ook een beetje.

 

Bedenking vrouw: "dat lichaam staat inderdaad altijd klaar voor de start, ten minste waar het de zonde betreft.  Schilderen tuinhuis, daarvoor staat het lichaam iets minder paraat."

 

Ik herhaal: de wereld verzuipt in cynisme.

 

*****

 

Ik: Tijdens het lopen los ik theoretisch alle problemen op die mijn pad kruisen.

 

Bedenking vrouw: "theoretisch ja, maar de praktische kant valt dan weer geheel onder mijn verantwoordelijkheid.  Daarnaast was je meestal de oorzaak van de problemen of creëer je ook weer ontelbare bijkomende problemen."

 

Ik herhaal: de wereld verzuipt in cynisme.

 

*****

 

Ik: Ik kan mijn geest leegmaken tijdens het lopen.

 

Bedenking vrouw: "dat klopt."

 

Nu schrik ik toch wel even, mijn vrouw is het zowaar eens met mij.

Zo cynisch is die wereld nu ook weer niet.

 

Ach er komt nog een vervolg...

 

 

...."dat klopt, zegt mijn vrouw, helaas blijft die geest daarna leeg."

 

Ik herhaal: de wereld verzuipt in cynisme.

 

*****

 

En toch heb ik een keer mijn voordeel gehaald uit het lopen.

 

We waren op vakantie in een decadent luxueus hotel op Gran Canaria.

 

Vadsig worstelden wij ons doorheen All-In formules, wodka en sorbet van aardbei van middernacht tot middernacht.

 

Zoiets.

 

Omdat het er zo heet was, leek lopen geen optie.  Ik kwam per dag een slordige 4 kg bij.

 

Op 14 dagen zou ik mijn gewicht

 

....burps....

 

verdubbeld hebben,

moest ik

 

....burps ....

 

niet zo'n ijzersterk karakter hebben.

 

Wodka, ober, nu!

 

SNELLER !

 

*****

 

Enfin, ik begeef me naar het zwemparadijs.  Op zeesletsen, met pak en zak en opblaasbaar plastic om in te dobberen terwijl de wodka lemon

 

...burps...

 

weer in beken

 

....burps ....

 

zou vloeien.

 

*****

 

Plots roep er iemand:

 

"Stop that thief !"

 

Normaal gesproken kijk ik de andere kant uit bij zo'n voorvallen; er zijn wel iets breder in de schouders gestoken heerschappen die voor zulke zaken in de wieg zijn gelegd.  Die daarvoor ook nog eens de nodige technieken in huis hebben.

 

Ja, ik ben laf, ja!

 

Maar plots merk ik, tot mijn eigen ontzetting,  dat ik een sprint inzet achter een jongeman met getaande huid.  Mager als een panlat.  Met  voetbaleske tatoeages vol Chinese tekens.

 

Ik ken geen Chinees, dus voor mijn part stond er 'Chop Choy met kip' op zijn onderarm getatoeëerd.

Zulke dingen leiden me af, vreemd is dat toch.

 

Enfin, hij vloog als een jonge windhond, met peper in de reet, doorheen het zwembadcomplex.

 

*****

 

Eens je gestart bent, kun je niet meer terug.

Ik dus ook niet.  Mijn (twijfelachtige) eer stond op het spel.

 

En het feit dat ik mijn zeesletsen had verloren onderweg, waardoor ik mijn voetzolen compleet aan het verbranden was op de donkere terrastegels, maakte stoppen ook al onmogelijk.

 

 

De jongen was snel.

 

Wat zal ik zeggen?

Ik was sneller.

 

Ik wist meteen dat deze kerel mij de eerste 25 km niet zou kunnen lossen.  Gelukkig was het zwembadcomplex niet zo erg groot.

 

Op een bepaald punt werd de doorgang voor hem geblokkeerd door een hele resem kris kras geplaatste ligzetels.

 

Een zee van lichtroze strings (op Gran Canaria woedde er toen een soort van epidemie van strings; toch een badpaksoort dat weggelegd is voor een strikt omlijnd en uiterst beperkt publiek.  Dat publiek lag hier niet.).

 

Hij dook het water in.

 

Fatale beslissing.

 

Zwemmend had hij helemaal geen schijn van kans tegen mij, laat ons wel wezen: hij zou hier zwemmen tegen de 2de snelste zwemmer van het bataljon 18de Rijdende Artillerie van het roemruchte Belgische Leger, met basis in de kazerne Luitenant Jean Coppens te Brasschaat, Maria-ter-Heide.  Weliswaar lichting 1986, maar toch.

 

Maar ik bleef wijselijk aan de kant  in de wetenschap dat ik lopend, weliswaar gehinderd door de zondvloed aan strings (vooral ook mentaal en visueel gehinderd), sowieso sneller zou zijn dan de zwemmende delinquent.

 

Hadden we een fiets gehad, dan kon dit ook nog een triatlon worden...

 

Ik was sneller aan de andere kant van het zwembad dan hij en toen zat hij als een rat in de val.  Hij wou uit het zwembad klimmen, maar wat stond daar aan de waterkant?

 

Ik!  De Hercuul van de Noorderkempen!  De Wraakengel!

Ik torende aan de waterkant boven hem uit.

 

Met mijn imposante lichaam.

 

Toch vanuit kikvorsperspectief gezien.

Enkel vanuit kikvorsperspectief gezien.

 

Ik meen toen gezegd te hebben:

"If you try to get out, I'll kick you in the face."

 

Geef toe: stoer toch!

 

Maar toch jammer dat ik toen niet de tegenwoordigheid van geest heb gehad om nog stoerder dingen te zeggen, zoals:

  • Make my day!!!
  • Today it's payday!!!
  • Here comes pain!!!!
  • Jippikajee motherfucker!!!

(copyright: Pacino, Willis, Schwarzenegger en Stallone).

 

Maar zoals altijd, de beste invallen krijg je als het te laat is.

 

*****

 

De betrapte dief gooide toen een soort van zakje, vol juwelen, voor mijn voeten.  Hij werd weggevoerd.  Juwelen terug aan Britse mevrouw bezorgd.

 

Ik was een held.

Iedereen wou mij drankjes aanbieden, maar in een All-In formule is dat wat lullig.

 

Moraal van het verhaal: deze held bleek de enige verliezer te zijn; mijn zeesletsen waren nadien spoorloos verdwenen...

 

*****

 

Nawoord: Trouwens, de triomf was minder groot dan gedacht.

De dieven waren met twee.

Binnengedrongen in het hotel, dwaalden ze door de hotelgangen.  Een open deur, waar het Brits echtpaar doende was met inpakken.  Ze gristen een tasje mee, met daarin alle belangrijke zaken van de mensen: juwelen, paspoorten, geld, vliegtickets,...

Mijnheer en mevrouw in de achtervolging op de twee.

De dieven splitsten zich op.

Mijnheer achter de kerel met nauwelijks materiaal.  Dat bleek een afleidingsmanoeuvre te zijn, de andere kerel schudde mevrouw af en verdween.

Wij pakten degene die het meeste herrie maakte en bewust in het hotelcomplex bleef.  Godzijdank waren er buiten een paar Britten die, op aangeven van mevrouw, de kompaan hebben gepakt.

 

Eind goed, al goed.

 

 

18:42 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

10-08-10

Band of Brothers

Band of Brothers

 

 

Home, sweet home.

We zijn terug uit vakantie.

En dus dringend aan rust toe.

 

Want het gejakker op de Franse autowegen kruipt niet in de kouwe kleren.  Véél te groot, dat land.  Maar goed, we hebben de jaarlijkse ratrace naar het zuiden weer achter de rug, zonder noemenswaardige schade.  Eén keer geflitst, dat wel, maar dat wordt stilaan traditie.

 

Normandië.

De pispot van Frankrijk.  Als het niet regent, dan smost het.  Goed weer in Normandië = zwaar bewolkt.

 

Eens in het diepe binnenland, merk je dat de tijd hier stil is blijven staan.  Ingeslapen dorpjes langs smalle wegen.  Natuurstenen hoevetjes met rieten daken.   Veel armoedige huisjes, scheef tegen mekaar geleund.  Stoffig.

De charme van lieflijk verval.

 

Normandië is de fruitstreek bij uitstek.  Appels en peren.  Dames en Heren.  Cider en calvados.  En Camembert natuurlijk.

 

Gezellige marktjes, glimmende groenten en fruit, fel geurende kazen en worsten.  De braadkippen worden hier nog boven een echt houtvuur afgebakken.  Pittoreske haventjes, zeevruchten.

 

Normandië is ook bekend voor de landingsstranden van D-Day: Omaha, Utah, Sword en dinges, juist Juno.

Véél gewapend beton gezien.

 

HPIM0244.JPG

 

 

Het gekke was dat er vorige week méér Duitsers in Normandië zaten dan in juni 1944.

 

*****

 

We verbleven in een residentie, pal gelegen op Omaha Beach.

Raar is dat om te staan pootjebaden op het strand dat ooit rood kleurde van het bloed.

The Big Red One, de 1ste Amerikaanse infanteriedivisie, bestormde hier op 6 juni 1944 het zwaar verdedigde strand van Colville.  Daarbij viel het eerste uur maar liefst 30 % van de Amerikanen onder het vijandelijk vuur.

 

 

De ganse kustlijn is één versterkte betonnen burcht geweest, de Atlantikwall bleek een harde noot om kraken.

Getuige daarvan de vele begraafplaatsen: Amerikaanse, Britse, Canadese en Duitse.

 

Boven op de heuvel van Omaha Beach ligt de Amerikaanse Militaire Begraafplaats van Colville-sur-Mer.  9 387  kruisjes in wit marmer, broederlijk verenigd in de dood.  Duizenden jonge mannen, duizenden namen.

Een aantal kruisjes dragen deze inscriptie:


 

 

HPIM0290.JPG

 

Soldaten zonder naam, ongeïdentificeerd.

En de immense begraafplaats kijkt uit op het landingsstrand, waar velen afspraak hadden met het noodlot.

 

HPIM0293.JPG

 

 

 

Beslist de moeite.

Ook de vuurbatterijen van Longues sur Mer,

 

HPIM0079.JPG

 

de Duitse begraafplaats van La Cambe (meer dan 21 000 gesneuvelde soldaten),

 

 

HPIM0004.JPG

 

de resten van de kunstmatige haven van Arromanches

 

HPIM0115.JPG

 

 

en de stelling van Pointe Du Hoc (Rangers Rock) zijn een bezoek waard.

 

En, onvermijdelijk, Mont St Michel natuurlijk...

 

HPIM0267.JPG

 

....waar ik, zeer terecht overigens, heilig werd verklaard...

 

HPIM0256.JPG

 

 

*****

 

Er was één geweldig nadeel aan de residentie op Omaha Beach, waar wij verbleven.

Ze hadden daar namelijk een kolossaal goed restaurant.  In buffetvorm.  Voor een schamel handvol euro's mocht een mens à volonté toetasten.

 

En helaas was de drank ook al inbegrepen.

 

Driewerf helaas.

Rosé of rood van het vat.

Bodemloos vat.

 

En vermits ik nooit kon kiezen wat ik zou eten, heb ik dat dan maar opgelost door elke dag alles te proeven wat er aangeboden werd, om nadien van de allerlekkerste dingen nog een extra portie bij te halen.  Of twee.  Een zware opoffering, het moet gezegd.

 

Alles hebben we gegeten.   Alle mogelijke voor- en hoofdgerechten.  Vis, vlees, paella, pasta's, aardappelen op duizend manieren, groenten gestoofd, gekookt, gebakken, rauw.  Alles.

 

Maar zij die mij kennen, weten dat ik een voorliefde heb voor desserts.

De crème brûlée, tiramisu, chocoladetaart, warm appelgebak met ijs, chocomousse, rijstpap.  Ze moesten er allemaal aan geloven.  Overal zette ik kordaat het mes in, of de lepel.

Een heldendaad, ik weet het.

 

Het resultaat is er dan ook naar.  Broeken die voorheen aan mijn achterste slobberden, zitten nu als gegoten.  Broeken die voordien als gegoten zaten, zitten nog steeds als gegoten, toch zolang ik mijn rits en knoop buiten dienst zet.

Er is nu twee kilogram meer Mark op de planeet.  Voor dezelfde prijs!  Een koopje.  Komt dat zien!

 

Die strijd met de kilocalorieën gingen we reeds aan op Omaha Beach.

 

Daarvoor zijn de loopschoenen mee op reis!  Om te stormen!

 

*****

 

Ik loop op het strand van Omaha Beach.

 

Rechts van mij de zee, links de Duitse stellingen.  In mijn hoofd galmen duizend stemmen; stemmen die me voorwaarts roepen.

 

Ik vlieg het zandpad op, door de duinenrijen, los zand, naast en door de betonnen bunkers.  Het is bijna loodrecht naar boven.

 

Ik voel mijn ademhaling versnellen, mijn hart pompt als razend.

 

Hoger, hoger, hoger, volgende rij bunkers, volhouden, volhouden, volhouden, voorbij de herdenkingszuil van het 1ste Infanterieregiment.

 

Blijf lopen!

 

Vals plat op een smalle grindweg.  Mijn hart bonkt in mijn slapen.  Zuurstofschuld.

 

Op het asfalt.

 

Nog steeds klimmen.

Verzuring in de kuiten.

Het zweet breekt me uit.

 

Voorbij de Amerikaanse begraafplaats.  Lichtjes bergaf: recuperatie.  Dan een licht glooiende asfaltweg naar een rond punt.  Linksaf naar Colville.  Voorbij het Assault Museum.

 

Colville.  Een dorpje, amper een zakdoek groot, 177 inwoners.   Het gemeentehuis doet tevens dienst als  lagere school.

Op de kerkhofmuur lees ik in de vlucht de tekst op een gedenksteen: hier werd in 1942 een jonge partizaan gefusilleerd.  Leeftijd: 24 jaar.  Mijn oudste zoon is net 21 geworden, ik mag er niet aan denken.

 

Honderd meter voorbij de kerk, draai ik linksaf, opnieuw richting Omaha.  Nu voornamelijk bergaf.  En ook dat hakt er flink in.  Sommige stukken zijn erg stijl en is het zaak af te remmen.

 

Ik klok het venijnige rondje af op 23 minuten. Véél te weinig.   Dus dit doen we nog een keer of twee, tot verbijstering van groepjes wandelaars en toeristen.

 

*****

 

Douche.

Ik ben kapot.

 

De klimmetjes hebben me de nek omgedraaid.  Ronde 3 was puur overleven.   Ik glimlach even wanneer ik terugdenk aan het Franse gezin dat zat te picknicken langsheen mijn parcours.

Hoe ze verbouwereerd opkeken telkens die gek om de 23 minuten voorbij kwam gestoomd, terwijl ze stukjes afscheurden van het stokbrood.

 

*****

 

Toch een paar keer de loopschoenen aangetrokken en in dit wonderlijke decor mijn trainingskilometers afgewerkt.  Jammer genoeg strekte onze vakantie niet ver genoeg om dit ook nog mee te pikken.

 

omaha1.jpg

 

Op de achterkant van de folder staat te lezen dat je enkel mag deelnemen mits voorlegging van een doktersattest medische geschiktheid, met aanvaardbare vervaldatum van maximum 1 jaar.  Minderjarigen moeten ouderlijke toestemming hebben.

 

*****

 

 

De avond valt over ons terras dat uitkijkt over Omaha Beach.

Op de achtergrond weerklinkt het geruststellende, monotone ruisen van de branding.

Een meeuw balanceert elegant op de koele, zilte bries.

 

Ik overschouw deze dramatische omgeving, de grillige kustlijn, verzonken in gedachten over wat zich hier afspeelde enkele tientallen jaren geleden.

 

Links zie ik de herdenkingszuil voor de gesneuvelden van The Big Red One.

 

HPIM0252.JPG

 

 

Ik zucht en zoek verstrooiing in een boek.

'De Welwillenden' van Jonathan Littell, een ontluisterend boek over de perversie en ondergang van het Derde Rijk.

Ik lees over Stalingrad, dat andere keerpunt in die grote wereldbrand, toen Teutoonse horden het avondland overspoelden.

 

 

De zon zoekt haar bloedrode ondergang.

En licht een laatste keer mijn glaasje rosé op.

 

HPIM0138.JPG

 

 

 

17:42 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |