23-07-10

I'm a train

I'm a train

 

Look at me, I'm a train, I'm a track, I'm a train, I'm a train

I'm a ticket-train, yeah...

Look at me, got a load on my back, I'm a train, I'm a train,

I'm a ticket-train, yeah...

Look at me, I'm goin' somewhere, I'm a train, I'm a train,

I'm a ticket-train yeah...

 

 

Albert Hammond, ook al lang geleden.

 

21 juli, Nationale Feestdag, dus waren we in blijde verwachting van de klassieke 'drache nationale',  de vaderlandse plensbui om de nodige verfrissing te brengen aan stad en land, urbi et orbi, bloemen, planten en de sukkelaars die deelnemen aan de al even klassieke 'Dwars door Kasterlee', wedstrijd over 10 beenharde mijlen.

Slingerend doorheen de Kempense pijnboombossen, klimmen en klauteren over kuitenbijtende duinen, afdalingen vol verraderlijke boomwortels, over lange mulle zandwegen en kleine venijnige knikjes, draaien en keren.

Geen sinecure.

En de hitte zindert nog na tussen de bomen en boven de zandgronden.

 

*****

 

Plaats van afspraak: voetbal- en sportcomplex Tielen.

Het mooie sportcomplex biedt onderdak voor inschrijvingen, kleedruimtes, douches en bewaarplaats bagage.  Blij weerzien met de mensen van AVN: Hild, Els, Benny, Lut.

En dat deze wedstrijd een hoog aanzien geniet, merk je aan de opkomst.  Veel lopers en veel goeie lopers.  Vorig jaar, toch niet bepaald een slecht loopjaar voor ondergetekende, wist ik hier met moeite een 40ste plaats uit de brand te slepen.  Dan weet je het al.  IJzersterke bezetting.

Guido H., snelle loper van AVN, is er ook, maar loopt niet mee.  Blessure.

Frank B. komt aangeland.  Ook iemand die net onder of rond het uur waard is.

Er wordt steen en been geklaagd over de hitte, het gebrek aan zuurstof, de heuvelzone in het begin, over Di Rupo en Contador, over ouder worden, goede voornemens en slechte gewoontes, met of zonder pet.

Zure oprispingen over verzuring in het verschiet.

 

*****

 

We slenteren in groep naar de bushalte.  We worden per bus naar de start gebracht en moeten daarna terug naar hier lopen (andersom was makkelijker geweest).

Frank B. komt vandaag trainen en beweert niet te zullen doorlopen.

 

Nu moet u een aantal dingen weten van Frank B.

Frank B. is huisarts en dus een man met een degelijke opvoeding, diploma's en achtergrond.

Neem dat van mij aan, iemand die dat allemaal niet heeft.

Frank B. is een minzaam man, respectvol, bescheiden.

Neem dat van mij aan, iemand die dat allemaal niet is.

 

MAAR.

Er is altijd een maar.

Zodra je Frank B. een borstnummer op de borst speldt met behulp van 4 veiligheidsspelden, dan krijgt Frank B.  een rare blik in de ogen.

De blik van de waanzinnige.

Frank wordt dan een wild beest.

Gooit het hoofd in de nek en begint te huilen als een wolf.

Straffe gast die een bekertje water voor Frank B. zijn neus weggrist tijdens een wedstrijd.  Die kerel mag zeker zijn van een pakske slaag, al lopend, tegen 3m 38 sec per kilometer.

Echt voorgevallen.

Al lopend in gevecht.

 

U vraagt: Is Frank B. dan een kleerkast van een vent?

Ik antwoord: Bwa neen, 54 kg hoogstens.  Vetpercentage -3%.  Geen kleerkast dus, hoogstens een bijzettafeltje.

 

Maar eens een borstnummer en 4 veiligheidsspelden op de iele borst, dan wordt Frank een vuurspuwend beest.  Zet er een boom voor en hij loopt er brullend door, in een wolk van houtsplinters.

Dat stopt eens hij ergens het woord FINISH heeft gezien.

 

Zonder borstnummer en 4 veiligheidsspelden wordt Frank terug een minzaam man.  Zo heb ik woensdag na de wedstrijd zeker 4 keer zijn Trappist Westmalle afgepakt en opgedronken, geen enkel probleem.  Dan gaat Frank er gewoon een nieuwe halen.

Voor mij.

Straf is dat.

 

*****

 

Op de bus.

Zenuwachtig gelach en gebabbel.  Eerste tussenstop waar de deelnemers aan de 10 km worden gedropt.  Wij moeten nog een etappe verder.

 

Startzone.  Veel bekend volk.  Wat bijpraten met mensen die ik al lang niet meer heb gezien.  Blessures blijken dikwijls boosdoeners van dienst.

Toch wat inlopen.  Ik voel me prima, hoewel, het is nog steeds drukkend heet.

En dan vallen de eerste minuscule regendrupjes.

 

Minuten aftellen en dan is het zover.  Een soort van pistoolschot en we zijn op weg.

Rechts van mij: Frank B.

 

We lopen eerst enkele honderden meter door het centrum van Kasterlee.  We worden in onze opmars gestuit door tragere lopers en Frank B. schiet links het voetpad op.  Ik twijfel iets te lang om mee te gaan.

 

En maar goed ook, want Frank B. moet los door het terras van een taverne lopen.  Moest er net op dat moment een ober buiten stappen met de nodige coupes ijskreem, dan had Frank crème fraiche gehad.

En Frank had niet eens het fatsoen om iets fris van een tafel mee te grissen.  Er stond daar toch een perfect parelende Duvel te blinken...

 

De Geelsebaan op om dan iets verder rechts af te draaien, richting de hel van Kasterlee: de Kastelse Bergen op het Provinciaal Domein  Hoge Mouw.  Ideaal natuurgebied om rustig te wandelen, te slenteren en te flaneren.  Als een  mafketel hardlopen, ligt net iets moeilijker.

 

De eerste duin zegt Frank B. dat hij een plaspauze in wil lassen en roept me na: "Ga maar door!"

Dat doe ik.

 

De duinen blijven mekaar opvolgen.

De ademhaling en hartslag gaan telkens met een snok naar omhoog.  Het tempo met eenzelfde snok naar beneden.  Trapjes oplopen, gevuld met los zand.  Dit is interval op het scherp van de snee.

 

Beulenwerk.

Beestenwerk.

 

Over een beest gesproken.  Frank B. heeft in een mum van tijd zijn achterstand op mij terug goed gemaakt.  Onwaarschijnlijk.

En dan maak ik de fout om met hem mee te schuiven.  Op amper een kilometer tijd brand ik mij helemaal op in het spoor van Frank.

Qua stommiteit kan dat tellen.

Maar dan krijgt Frank die rode waas voor de ogen en zet hij er nog een tand bij  op een volgende beklimming.  Hij spurt naar boven, stofwolken opgooiend, en remonteert daarbij vlotjes een zevental lopers.  Ik zal hem pas aan de finish terugzien.

 

Even kijken en koppen tellen.

Waar zitten we?

Niet ver achter Luc S. en Tine D., zo blijkt.

En dat is slecht nieuws.

Want enkel in absolute topconditie kan ik dit duo volgen.  En ik vrees dat ik nu niet bepaald op mijn top zit en me mijn voortvarende start ga beklagen.

Toch wil ik proberen de aansluiting te maken en me te laten meedrijven.

 

Niet ver achter.  Een meter of twintig.

Wat is twintig meter?

Een lachertje.

Maar wat ik ook probeer, ik krijg ze niet dichtgelopen.  Ik nader verschillende keren tot op een 10-tal meter, om ze daarna weer prompt in te leveren.

 

*****

 

Ik sterf duizend maal duizend keer.  Elke heuvel zuigt het laatste restje energie uit mijn brandende kuiten.  En de steile duinen blijven mekaar maar opvolgen.

Dwars door Kasterlee 240.jpg

 

 

 

Er komt geen eind aan de lijdensweg.

Ik ben zo kapot dat ik zelfs geen tussentijden kan memoriseren.  En dat is een teken aan de wand.  Teken dat ik me finaal opgeblazen heb.

Het enige dat nog doordringt is dat kilometer acht bereikt werd na dik 34 minuten.

Alles in acht genomen, heuvels en hitte, nog niet eens zo gek.

Nu de tweede adem vinden.

 

 

 

*****

 

Niets gevonden.

En alles doet pijn.  Ik stoot mijn linkervoet tegen een stronk.  Ik trap met mijn rechter dikke teen op een scherp stukje steen.

 

En op kilometer 10 gaat de geest helemaal uit de fles.  Luc S. en Tine schuiven van me weg.  En loper na loper komt me voorbij.  Even aanpikken om binnen enkele meters er genadeloos weer af te moeten.

Ik voel me misselijk en heb honger tegelijkertijd.

Bizar.

 

Die vervloekte compressiekousen zijn gloeiend heet.  Kuiten helemaal opgepompt.  Ademhaling schrijnt.  Ik heb altijd dorst, zelfs als ik drink.

En elke knikje in het parcours doet nu beestig pijn.

Ik verzwik lichtjes mijn rechtervoet.  Dat kan er ook nog bij.  Ik registreer het nauwelijks.

 

Het tempo gaat er nu helemaal uit.  Telkens ik omkijk, melden zich nieuwe achtervolgers.

Een zwarte dag.

Zoveel is nu wel duidelijk.

 

En de martelgang blijft duren.  Ellenlange zandstroken mul zand, waarin alle energie verdwijnt.  En de kilometerbordjes blijven weg.

Brugje over.

Zanddreef na zanddreef.

 

Waarom doe ik me dit aan?

 

En dan eindelijk, bevinden we ons in de laatste kilometer.

Nu nog even het spoor over, en dan koers zetten naar het sportcomplex van Tielen.

Even het spoor over.

Ja hoor.

 

De trein.

Licht op rood en slagbomen naar beneden.

Ik stop omdat de seingever me daartoe verplicht.  Twee lopers achter mij flitsen tussen de gesloten slagbomen door en zetten hun wedstrijd verder.

Mijn goesting is nu helemaal over.

Ik verlies hier kostbare seconden/minuten.  En een pak achtervolgers maken hun achterstand op mij goed, dank zij de tussenkomst van de trein.

Uithijgen aan de spoorwegovergang.

En dat duurt en blijft duren.

Deze brave jongen wacht tot de lichtjes weer maanwit oplichten alvorens te vertrekken.  Anderen schieten vlak achter de trein weer weg.  Makkelijk 10 plaatsen kwijtgespeeld op die manier.

Leuk is anders.

 

 

Ik sleep mijn beursgebeukte lijf naar de finish.

 

IMG_2871.jpg

 

 

Plaats 75.  1 uur 13 minuten 39 seconden.

Schandelijk.

Bijna 4 minuten trager, vergeleken met 2009.

De tweede helft van het parcours, de minst zware helft, heb ik maar liefst 39 minuten gedaan over 8 kilometer.  Wat een debacle!

Ok, de trein heeft tijd gekost, maar zeker geen 4 minuten.  En vorig jaar was het ook al heet, dus weeral geen geldige uitvlucht.

 

Ik ben kapot.  Helemaal leeg.  En stel me vragen over wat me overkomen is.

Een totale instorting.  Slechte dag.  Slechte indeling.  Gemis aan basis.  Lange afstand kan nog niet tegen hogere snelheid.  Zeker niet op deze ondergrond en met die opeenvolging van tergend zware heuvels.

Een lesje in bescheidenheid.

Maar, we waren er bij!

 

*****

 

De finishzone.  Wat nahijgen en napraten met Frank B., inmiddels zonder borstnummer.  Frank liep 1 uur 2 minuten.  Knap dus.

Douchen met heel heet water zorgt ervoor dat we nadien blijven zweten.  Leuk!

 

In ruil voor het borstnummer krijg je een aandenken.  Keuze tussen een T-shirt of een fles 75 cl Trappist Westmalle.

En omdat een fles trappist niet gestreken moet worden, hebben we dat maar gekozen.

 

Verrassing!  Indien er een 9 in je borstnummer voorkwam, kreeg je nog een extra prijs: een fles Cava.

Exact.

Ik had nummer 168.

Een mens zou er van onder de trein springen.

 

*****

 

En terwijl de brassband een deuntje koper galmt, de geur van hamburgers en hotdogs het reukorgaan prikkelen,  zijn wij getuige van de cérémonie protocolaire, waarbij de speaker van dienst bijna elke naam van elke gehuldigde weet te versjteren in combinatie met een bedenkelijk soort humor....

De dames aan onze tafel laten zich ook goed gaan in het becommentariëren van seksegenoten:

"Zie wat een stekkebeentjes."

"Die heeft geen schap."

Voor onze noorderburen: Schap = plank om iets op te zetten.  Maar in ons dialect wordt daarmee ook de boezem bedoeld.

 

*****

 

Dames en heren.

Deze blog gaat voor een paar weken op vakantie.

Wij zoeken andere oorden op.


Ik ga nu inpakken.


Wat gaat er eerst in de valies?


De loopschoenen Brooks Adrenaline GTS.


Op weg naar Fransche grond....

 

_______________________________________________________

Foto's van de webstek van de organisatie: lage resolutie, helaas.

18:54 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

20-07-10

Eddy Merckx

Eddy Merckx

 

Ach, de vakantie kabbelt gezapig verder.

De dagen in luiheid rijgen zich als een paternoster aan mekaar.

En in de verte ruik ik al de geur van nieuwe boekentassen.

De geur van verschaalde koffie in eindeloze, sombere gangen.

En hoor ik niet het scherpslijpen van een potlood?

Het kriegel krassen van het krijt?

 

Maar voorlopig geuren de barbecues nog geruststellend en doet de ijskoude witte wijn de glazen tranen.

Een zuchtje wind brengt nauwelijks verkoeling.

 

De slaven van de weg beulen in het hooggebergte.

De Aspin, de Tourmalet, Aubisque.

Rodania.

Witgekalkte namen op smeltend asfalt.

Flitsende spaken lopen spaak.

Haarspeldbocht.

 

 

Beelden spoken door mijn hoofd.

Hoe we in vervlogen tijden de Ronde naspeelden met knikkers in het zand.

Merckx won altijd.

En Herman Beysens kreeg een ereplaats.

De bruine truitjes van Molteni.

Fred De Bruyne gaf commentaar.

Jan Wauters op de radio.

De melancholie regeert.

 

Herman_BEYSENS1ja.jpg

 

1972.

Herman Beysens wordt derde in de rit naar St.-Jean-de-Monts.

De soundtrack van mijn jeugd.

How do you do? van Mouth & MacNeal teistert de radio.  Maar ook School's Out van Alice Cooper.  Layla van Derek and the Dominos.  Morning has Broken van Cat Stevens.  Thumbling Dive van The Rolling Stones.  Song Sung Blue van Neil Diamond.  A Horse with no Name van America.  Heart of Gold van Neil Young.  Mother and Child Reunion van Paul Simon.

Nog namen?

Presley, Moody Blues, Michael Jackson, The Temptations, Chuck Berry, Bill Withers, Jim Croce, Carpenters, The Hollies, Elton John, Sammy Davis Jr, Al Green, Dr Hook, Jackson Browne, Carole King, The Osmonds, Albert Hammond, Melanie.

Allemaal 1972.

 

*****

 

Ik sta in mijn straat bekend als een loper.

Mensen weten dat ik die rare gewoonte heb.  Zij zien uiteraard ook dat die doorgedreven toewijding aan de loopsport vruchten afwerpt.

Zij benijden mij mijn goddelijk lichaam.

Ik weet het, het klinkt hautain, maar de waarheid, hoe bitter ook, heeft haar rechten.

Mijn lichaam, gemaakt voor het lopen en de zonde (willekeurige volgorde).

Mensen zijn daar jaloers op, we moeten daar niet kinderachtig over doen.  En zo komt af en toe eens iemand polsen hoe hij/zij moet starten met lopen.   Om uiteindelijk ook over zo'n prachtig uitgebalanceerd lichaam te kunnen beschikken.

En die adelaarsblik, natuurlijk.  Waarmee ik het gekrassel rondom mij hoofdschuddend bekijk.

 

*****

 

Stel mij een vraag over lopen en we zijn vertrokken voor een paar uur.  Tabellen en grafieken, besttijden en blessures, het passeert allemaal de revue, bevattelijk uitgelegd met een milde dosis humor hier en een vrolijke anekdote daar, dit alles geïllustreerd met de nodige powerpoint-presentaties.

Ja, het is zo.

Zo vroeg een aantal jaren geleden een bevriend loper, die voor het eerst ging deelnemen aan de 20 Km door Brussel, wat hij van voeding en drank moest meenemen.

We hebben ons toen wel héél erg laten meeslepen in onze uiteenzetting over hydratatie en koolhydraten, isotone drankjes en dies meer.  Ik meen me te herinneren dat hij zich aan de bus naar Brussel aanmeldde met een sporttas, ter grootte van een kleine aanhangwagen.

Hij liep gebukt onder het enorme gewicht van zijn sporttas.

Liters en liters kleurrijke sportdrank, broodjes met alle soorten beleg, pasta's in alle geuren en kleuren.  De helft van de bus heeft zich een beroerte gegeten en gedronken om de arme man van zijn stock af te helpen.

Nu ja, meelopen kon hij uiteindelijk toch niet; hij had zich een hernia getild aan de sporttas.

Gelukkig was mijn vriend Tom aanwezig, qua afvalverwerking blijft hij toch een baken in moeilijke tijden.

 

*****

 

Mijn buurman Herman kwam zo op een blauwe maandag bij mij aanbellen met de melding dat hij ook wou beginnen lopen.   Herman is iemand die een liederlijk leven leidt.

Wijntje, trijntje, als u begrijpt wat ik bedoel.

 

*****

 

Ik ga altijd voor de korte pijn.

Ik monster de hangbuik, grijp naar de love-handles, en breng de dubbele kinnen schematisch in kaart.

Vervolgens laat ik de scherprechter aanrukken.

De weegschaal.

Na wat onheilspellend gekraak gaat de weegschaal vlotjes in het rood.

We fronsen onze wenkbrauwen, wrijven wat over onze kin en komen dan met de ijskoude douche, het verdict.

 

Ik zeg hem dat het onmogelijk is om dat lichaam aan het lopen te krijgen.

Dat de verzekering dat niet dekt.

Dat het ook nog eens schadelijk is voor het wegdek.

Dat hij eerst gewicht moet verliezen.

Dat hij op zijn voeding moet letten.

Dat hij eerst beter wat gaat fietsen of zwemmen of een andere non-sport moet beoefenen, vooraleer hij tot de galerij der halfgoden van het lopen kan toetreden.

 

*****

 

Een beteuterde buurman is het gevolg.

Mijn hart breekt.

Ik ben ook maar een mens.

Met een gevoelige kant.

 

Ik zeg dat ik hem zal begeleiden.

Dat ik zijn persoonlijke  Johan Bruyneel zal worden.

Dat we samen de sportman uit dit dikke omhulsel zullen sleuren.

 

Ik laat me soms nogal meeslepen in mijn betoog.

Ook aan de toog trouwens.

 

*****

 

Een week later meldt mijn buurman zich bij mij.  Met een hagelnieuwe koersfiets uit de Eddy Merckx-stal.

Carbon en hoge velgen.

Duurste Shimano.

Banden: drie millimeter, gewicht fiets: circa 42 gram.

Kostprijs: het bruto nationaal product van een of andere bananenrepubliek.

 

Buurman zit ook perfect in het pak.

Een outfit van Quick-Step.

Weliswaar zo opgespannen rond zijn pens dat het eerder

 

Quuuuiiiiiick Steeeeeeeeep

 

geworden is.

 

Zijn donkerblauwe broek wordt doorschijnend lichtblauw door de spanning op de bilpartij.

 

Flitsend witte benen met bosjes zwart haar.

Een mens zou zowaar hopen op een valpartij.

 

Ik snor snel een mountainbike op uit de garage die al door 2 kinderen mismeesterd werd.  Banden 12 centimeter breed, met een profiel dat niet zou misstaan op de maanlander.  Gietijzeren frame.  Geschat gewicht fiets: circa één Renault Clio.

Banden aan de slappe kant, en nergens een pomp te vinden; ooit wurg ik die kinderen!

 

*****

 

Wij gaan samen op pad.

Buurman zwoegt en zweet in mijn wiel dat horen en zien vergaat.  Mijn hartslag ligt rond de 62, de zijne schat ik een slordige 200-tal slagen hoger.

We rijden verschroeiend hard.......

.......ongeveer 24 km per uur.

Met een forse rugwind.

Ik spurt sneller.

Lopend, bedoel ik dan.

 

Na een uurtje de denigrerende opmerkingen van een aantal terrasjes te hebben doorstaan, besluiten we dat de eerste trainingssessie een doorslaand succes is geweest en keren we moe en tevreden huiswaarts.

 

Buurman moe,

ik tevreden (dat het voorbij is).

 

*****

 

Mijn buurman vraagt of ik even binnenkom om iets fris te drinken.

Ik verwacht een isotone sportdrank, maar Herman had, erg vooruitziend, een bakje Palm ijskoud gelegd.

En wat cava.

En een koppel flesjes wijn.

En voor de vrouwen ook nog iets zoets.

 

In één zwierige beweging worden kroonkurken ontmanteld, schieten kurken in het zwerk, en wordt de  barbecue in de fik gestoken.

De diepvries braakt lamskoteletten, gemarineerde scampi's, spek, ribbetjes, biefstukken gedrenkt in porto, appeltjes met kaneel, liters en liters roomijs.

 

Een wild feest barst los.

Ik dacht een driedaagse.

Die op rollen liep.

 

Op de fietstocht had ik 12 calorieën verbrand.

De driedaagse heeft onze twee gezinnen in totaal 12 kg extra gewicht opgeleverd, waarvan Herman er moedig zes voor zijn rekening nam.

Alles voor de sport...

 

*****

 

Dames en Heren,

mag ik u bij deze vriendelijk verzoeken recht te staan en de rechterhand op het hart te leggen en mee te zingen met de Brabançonne (tekst hieronder):

 

Oh dierbaar België,

onze ezel kan niet schijten,

want zijn hol,

is dichtgeplakt met col...

 

Oh shit, dit is niet correct.

 

Enfin, morgen 21 juli, de laatste loopafspraak op Belgische bodem, te Kasterlee.  Dwars door Kasterlee, een bloedmooie en loodzware wedstrijd door de Kempense bossen en duinen.

Goed voor 16 km.

Het zal ons alle kracht en bloed van onze ad'ren kosten.

Laat wapperen die tricolore!

 

 

Ieper2009 098.jpg

 

 

O dierbaar België

O heilig land der Vaad'ren

Onze ziel en ons hart zijn u gewijd.

Aanvaard ons kracht en het bloed van onze ad'ren,

Wees ons doel in arbeid en in strijd.

Bloei, o land, in eendracht niet te breken;

Wees immer u zelf en ongeknecht,

Het woord getrouw, dat g' onbevreesd moogt spreken:

Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.

Het woord getrouw, dat g' onbevreesd moogt spreken:

Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.

Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.

Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.

TSJING BOEM!

 

 

18:47 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

16-07-10

Markies De Sade

Markies De Sade

 

Belofte maakt schuld.

Ik ging u verblijden met foto's van mijn Yellowcord-installatie.  Vernuftig systeem om de (zijwaartse) buik- en rugspieren te trainen (core stability!) dat door uw dienaar al doe-het-zelvend in mekaar werd geflanst.

Geniaal!

Minstens!

Voor de gemiddelde SM-meesteres is dit kinderspel, het setje voor beginners als het ware, maar alle begin is moeilijk, wist ook meesteres Juno.

Enfin, let the games begin....

 

HPIM0212.JPG

 

De touwen hangen dus vanop de bovenverdieping naar beneden.  Je kan ze hoger hangen  (en de oefeningen zwaarder maken) door de touwen meerdere malen rond de spijlen van de balustrade te wikkelen.

Het zwarte rek op de voorgrond is ons schoenenrek.

Ons?

Ons?

Neen, eerder dat van mijn vrouw.

Ik heb twee paar schoenen.  Eén paar loopschoenen Brooks voor het beoefenen der edele loopsport (en nog een tiental andere als geruststellende reserve in de garage) en één paar deftige schoenen (voor huwelijken, begrafenissen, kerst en nieuwjaar).

Mijn vrouw heeft (en ik haal even diep adem): 62 paar platte schoenen, 48 paar open schoenen,  dezelfde hoeveelheden maar dan mét hakje, enkele dozijnen lage laarzen, idem halfhoge,  idem hoge laarzen, sandalen, en ook nog een paar sloefen.

En dan staan de winterversies nog ergens boven (netjes verdeeld over de bovenverdieping, kwestie dat ons huis niet zou wegzakken naar één kant).

Imelda Marcos is een zielige klaploopster, vergeleken met mijn vrouw.

 

Speciaal voor de foto  heb ik het rek leeggemaakt.

Ik?

Ik?

Kind 2, Kind 1 en uw dienaar zijn er een uurtje mee zoet geweest.  Met rieken en kruiwagens.

 

En daarna de gang stofzuigen natuurlijk.

Want we willen toch een goede indruk op u maken.

U verdient dat, waarde lezer.

Enkel het allerbeste is bijna goed genoeg voor u.

 

HPIM0211.JPG

 

 

Detail van de voetbeugels.  In feite draagriemen van fietstassen.  Fietstassen ontworpen door Walter Van Beirendonck tussen haakjes.  Ja, als we iets doen, dan liefst in stijl....

 

Links nog restanten van een verdwaalde jas.

Wat voor de schoenen opgaat (zie hoger), is ook van toepassing op de jassen.

We hebben de zone waar de touwen hangen vrij gemaakt van jassen, maar hebben de handdoek in de ring gegooid nadat het volume de twee ton had overschreden.

 

Trouwens, aan de kapstok hing ook nog een bonte verzameling handtassen.  Bij een laatste periodieke controle blijkt dat mijn vrouw, geheel in lijn met onze verwachtingen, over twee handen beschikt.

Daaraan verbonden de benodigde armen.  Waaraan dus tassen kunnen gehangen worden.

Indien nodig, in extreme omstandigheden dus, kan men desgewillend twee handtassen aan mijn vrouw bevestigen.

De vraag waarom ze dan 36 handtassen moet bezitten, valt in te delen in de categorie: grote mysteries der mensheid.

Ofwel heeft mijn vrouw de verantwoordelijkheid op zich genomen de economie in het algemeen en de handtassenindustrie in het bijzonder te steunen.

Dat is dan weer erg nobel van haar, dat wel...

 

HPIM0208.JPG

 

 

 

Detail van de tepelklemmen.

Geef maar toe dat u schrok!

Ja, bij de les blijven....

Neen, grapje, detail van de bevestigingshaak.  Lus gemaakt met behulp van kabelklem.

Artisanaal.  Dat wel.

 

Zo'n musketons, dat vind ik lekker stoer gerief.  Daar begint mijn borsthaar spontaan van te krullen.

Maten, makkers, Maes.

En dan komt meteen de 'goesting' boven om te gaan bergbeklimmen.  Maar mijn vrouw oppert dat iemand die in juli nog steeds een donsdeken nodig heeft wegens koukleum, niets te zoeken heeft op de flanken van Everest.

Daar zit ook weer iets in.

 

*****

 

Enkele voorbeelden van oefeningen.

Denkt u het gekreun, gekerm, gejank en het parelende zweet er even zelf bij?

Dank u voor uw bereidwillige medewerking.

 

HPIM0210.JPG

 

Schouders op de grond, handen op de buik, één been in de lus, het andere been vrij, bekken omhoog.

God, nu valt het me pas op.  Bruine bovenbenen en melkwitte kuiten.

Dat is één van de belachelijke gevolgen van het lopen met compressiekousen, naast het feit dat er altijd wel een leukerd is die je naroept: "Heb je daar ook jarretelles voor?"

Compressiekousen zorgen voor een sneller herstel en voor een verminderd risico op kuitblessures.  Zo staat het in de "geeuw" saaie brochure.

U zegt?

Of ik aan den lijve heb ondervonden of die compressiekousen enig nut hebben?

 

GEEN FLAUW IDEE!

Neen, ik weet het niet.

Maar nu durf ik er ook niet meer mee stoppen.  Bang dat mijn compressiekousen wraak zullen nemen en me zullen opzadelen met eindeloze reeksen contracturen.

Alles voor de sport.

 

 

HPIM0215.JPG

 

 

Steunen op de onderarmen, bekken omhoog, benen spreiden en terug sluiten(10x), dan pas terug met de buik landen op het kussen.

 

HPIM0216.JPG

 

 

 

Steunen op de onderarmen, bekken eerst recht (plank vormen in de beugels).  Bekken omhoog brengen (zie foto) en terug naar rechte stand (zonder helemaal door te zakken naar het kussen).  Daarna idem, eerst knieën samen onder de buik brengen, daarna afwisselend (alsof je fietst).

Dat telkens tien maal en je bent je eigen voornaam vergeten.

Dan nog zijwaartse varianten.

De volledige reeks afwerken duurt ongeveer 40 minuten en dan ben je helemaal pampus.

 

Ja, inderdaad, het zijn muggenbeten op mijn linkerbeen.

Iedereen wil wel wat van mij.

Zo zijn bijvoorbeeld de muggen zwaar verslaafd aan mijn bloed.  Als wraak zorg ik af en toe voor een strafbaar promille in mijn bloed, zodat de muggen de dag nadien wellicht een kater van jewelste hebben...

 

*****

 

Tot slot: mijn juridische adviseurs hebben me aangeraden toch een woord van waarschuwing aan u te richten (met bijhorende strenge blik).

Kijk, we kunnen niet allemaal even briljant zijn.

Dat besef ik als geen ander.

Bezint eer ge begint.

Indien u, ja u daar met die twee linkerhanden, zelf een touwenconstructie bouwt voor trainingen geschoeid op de principes van Markies De Sade,  en één van de touwen knapt tijdens bovenstaande oefening, dan kan het volgende uw deel zijn: een verbrijzelde knieschijf, tanden door bovenlip, gebroken jukbeen én een beschadigd ego.

Ik wijs elke verantwoordelijkheid in deze van de hand.

18:33 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

14-07-10

Riders on the storm

Riders on the storm

 

Maandag 12 juli 2010

 

Warm, nog steeds warm.

En in alle vroegte gorren we de loopschoenen aan voor een gezapige duurloop.

Het is laf, maar er hangt elektriciteit in de lucht.

 

Ik loop door de straten van mijn thuisstad.

 

En overpeins een weekend vol spannende belevenissen.

 

 

*****

 

Zaterdag 10 juli 2010

 

Wanneer ik in mijn wagen stap, meldt de boordcomputer 41 graden Celsius.  Daar zal de stralingswarmte van het metaal niet vreemd aan zijn.

Eens we aan het rijden zijn, zakt de temperatuur naar 36°.

 

Het is bloedheet.

De Kempen kreunt onder een hittegolf.

 

Vanavond sta ik aan de start te Loenhout, voor een wedstrijd over 9 km.  Gekkenwerk.

Ik bel mijn vriend en loopmakker Tom om af te spreken voor vanavond.  Maar Tom geeft forfait, een lange slopende tennismatch in de brandende zon heeft hem helemaal gesloopt.  En hij geeft te kennen dat enkel complete idioten lopen in deze omstandigheden.

Goed, dat is dan bij deze genoteerd.

 

Op de website van de organisatie staat te lezen dat de wedstrijd start om 18u.

Het is amper 11,6 km naar de startplek, dus we zadelen de fiets en geven de sporen rond kwart voor vijf.

Het is in die mate warm, dat het zweet me zelfs uitbreekt bij traag fietsen.  Even voorbij de brug over de autoweg, beslis ik even halt te houden om wat te drinken.

 

Ik stop.

En binnen de seconde breekt het zweet me helemaal uit.

Ik besluit verder te rijden en wil op mijn fiets stappen.

 

 

SCHEUR.

 

Mijn broek scheurt.

En in een cruciale zone.  Vooraan, net onder de gulp en zo verder naar beneden.

Leuk!

En sexy!

En de scheur onthult een hagelwitte onderbroek (godzijdank was het de tweede zaterdag van een oneven maand, zodat deze onderbroek amper 8 weken oud was, oef!, wat een opluchting).

 

Jaja, het is al goed, ik hoor het u allemaal wel denken: Mark, het loopwonder, is in die mate zwaar geschapen dat broeken spontaan uit hun naden barsten.

Dat klopt inderdaad.

 

Neen, de ware reden van de scheurbroek is te vinden in de extreme warmte.  Omdat mijn bovenbeen zwaar bezweet is, glijdt mijn korte broek niet mee in de opstapbeweging wat een scheur veroorzaakte.

 

Memo aan mezelf: zou ik naald en draad moeten opnemen in de standaarduitrusting in mijn looprugzak?

Memo 2: Ter overweging ook: hoe te naaien, zonder het risico op zelfverminking?  Een Prins Albert piercing staat niet erg hoog genoteerd op mijn verlanglijstje.

 

Nu ja, zo’n gescheurde broek staat wel stoer.  Vooral al fietsend.  Elke keer ik trap gaat de opening open vooraan, en komt er tussen het blauw van mijn  short een witte flits tevoorschijn.

 

En koele ballen, dat ook!

Heerlijk.

Neen, ik vind het prima zo.

 

*****

 

Al fietsend dwalen mijn gedachten af.

En probeer ik het grootste priemgetal te vinden.  Helaas was het slechts 11,6 km ver, en kwam ik niet verder dan dit, mijn excuses…

 

4 8565078965 7397829309

8418946942 8613770744 2087351357 9240196520 7366869851 3401047237

4469687974 3992611751 0973777701 0274475280 4905883138 4037549709

9879096539 5522701171 2157025974 6669932402 2683459661 9606034851

7424977358 4685188556 7457025712 5474999648 2194184655 7100841190

8625971694 7970799152 0048667099 7592359606 1320725973 7979936188

6063169144 7358830024 5336972781 8139147979 5551339994 9394882899

8469178361 0018259789 0103160196 1835034344 8956870538 4520853804

5842415654 8248893338 0474758711 2833959896 8522325446 0840897111

9771276941 2079586244 0547161321 0050064598 2017696177 1809478113

6220027234 4827224932 3259547234 6880029277 7649790614 8129840428

3457201463 4896854716 9082354737 8356619721 8622496943 1622716663

9390554302 4156473292 4855248991 2257394665 4862714048 2117138124

3882177176 0298412552 4464744505 5834628144 8833563190 2725319590

4392838737 6407391689 1257924055 0156208897 8716337599 9107887084

9081590975 4801928576 8451988596 3053238234 9055809203 2999603234

4711407760 1984716353 1161713078 5760848622 3637028357 0104961259

5681846785 9653331007 7017991614 6744725492 7283348691 6000647585

9174627812 1269007351 8309241530 1063028932 9566584366 2000800476

7789679843 8209079761 9859493646 3093805863 3672146969 5975027968

7712057249 9666698056 1453382074 1203159337 7030994915 2746918356

5937621022 2006812679 8273445760 9380203044 7912277498 0917955938

3871210005 8876668925 8448700470 7725524970 6044465212 7130404321

1826101035 9118647666 2963858495 0874484973 7347686142 0880529443

 

Net bij het binnenrijden van Loenhout vond ik nog dit palindroompriemgetal, een priemgetal dat je zowel van rechts naar links als omgekeerd kunt lezen (zoals het woord lepel).

 

123456789098765432123456789098765432123456789098765

4321234567890987654321234567890987654321

 

En het is warm.  Zo warm dat de lucht dik lijkt.  Moeilijk inademen.  Een mens zou verlangen naar mes en vork om de lucht in verteerbare stukjes te hakken.

 

We zijn ter plekke aangekomen.  De inschrijving is nog niet actief.

Het legioen lopers van AVN, de atletiekclub van mijn thuisstad, arriveert quasi gelijktijdig met uw dienaar.

Plots sijpelt het bericht binnen dat de jeugdreeksen om 18u starten, en de volwassenen om 19u.

 

Lap!

 

Het is kwart na vijf.  We moeten 1 uur en drie kwartier zoek maken.

Wat gekeuvel met de collega’s van AVN.  Ik laat de dames op eenvoudig verzoek mijn onderbroek zien.  Wat op gekir wordt onthaald.  En ik beweer uiteraard dat mijn broek gescheurd is omwille van het achterliggend geweld (noem mij desnoods de witte neger van de Kempen, of neen, bij nader inzien, laat maar).

 

We kunnen inschrijven! Voor drie euro verwerven we het recht op deelname.

 

Nadat ik nog een kwartiertje de exhibitionist heb uitgehangen met mijn gescheurde broek (waarbij ik diverse dames gillend laat wegstuiven), beslis ik de kleedkamer op te zoeken en me in mijn loopuitrusting te hijsen.

 

De omkleedruimte is te vinden bij Bella, een vriendin van mij voor het leven.  Bella is een zeer merkwaardige vrouw.  Ze heeft namelijk VIER tepels.

Schijnt redelijk normaal te zijn voor een koe….

 

Op een bord staat met krijt doodnuchter geschreven: WASPLAATS.

Tijdens het omkleden sijpelen de lopers de “wasplaats” binnen.  Waaronder mijn vrienden/concurrenten van het Omslagpunt: Marc B. en Dré B.  We maken ons op voor alweer een duel op het scherp van de snee.

 

Eens de jeugdreeksen gestart zijn, is er genoeg afleiding om de klok wat sneller te laten gaan.

 

Toch nog een behoorlijke opkomst, gezien de bakoven.  Een honderdtal deelnemers over de drie afstanden (3, 6 ,9 km).

We figureren op de 9 km, of wat dacht u, en daar zijn we met 32 lopers (M/V).

 

*****

 

 

De start.  Ik nestel me achter de brede rug van Marc B.   Vlak voor hem loopt Dré B.  Een behouden start, want kilometer 1 bereiken we na 3 min 48 sec.  Dré heeft een immens technologisch monster aan zijn pols hangen, een Garmin waarmee je alles, maar dan ook alles kan berekenen.  Zo bevonden we ons bijvoorbeeld 384 000 kilometer van de maan.  En het horloge gaf van die piepsignalen, waarbij je toch onbewust naar je broekzak grijpt, op zoek naar een GSM.

Enfin, de eerste kilometer was het nog voorzichtig aftasten.  Er schoten snellere lopers voorbij, de overschatters werden er uit gelopen.

Uiteindelijk bleven we met vier lopers bij mekaar.  En even kreeg ik de indruk dat Dré en Marc hadden afgesproken om beurtelings het gat te laten vallen, om mij te dwingen dat toe te lopen.

Wat we met alle mogelijke vormen van plezier deden.

 

Doortocht aan de finish na 3 kilometer: 11 minuten 38 seconden.

Vlotjes.

Maar het ademen valt zwaar, het is dikke lucht.  En het zweet loopt tappelings.  Aan de bevoorrading wordt ijskoud water uitgereikt.  Het contrast met het verhitte lichaam is groot en doet naar adem happen.

 

Ronde 2.

Eerst een stuk windop.

Dré neemt de kop, en we volgen netjes op een rij.  Ik heb het gevoel dat ik sneller kan, maar ik durf niet, wegens de vrees om een serieuze optater te krijgen van de warmte.

Ik bedwing mijn aanvalslust en blijf netjes in het rijtje zitten, een volleerde zweetdief.  Zoetemelkiaans.

De laatste kilometer van ronde 2 merk ik dat Marc B. en loper nr 4 een paar meter hebben moeten toegeven.  Dat is het signaal om even de kop te nemen en Dré B. op sleeptouw te nemen.  We halen de zes kilometer op 24 minuten en enkele seconden.

 

Ronde 3.

Ik neem nu het kopwerk voor mijn rekening windop.  Eigenlijk is het mijn bedoeling tweeërlei: ten eerste de voorsprong op Marc B. uitdiepen en ten tweede proberen om Dré te doen kraken, maar ik merk dat hij vlot meegaat.  Van Marc B. is inmiddels geen spoor meer.

Zone zand.

Op kilometer 7 (weer een riedeltje op de Garmin van Dré) komt hij me voorbij en begint op zijn beurt aan de kop te sleuren.

Ik voel dat ik vér boven mijn mogelijkheden moet lopen en zie Dré meter per meter van me wegschuiven (Dré liep een stomende kilometer in 3 minuten 50 seconden).

 

Ik moet passen.

 

Nu is het zaak om niet totaal in te storten.  Maar een blik over de schouder leert dat loper 4 de rol helemaal heeft moeten lossen.

Ik probeer het tempo er in te houden.  Dat is niet gemakkelijk, gelukkig is het niet zo ver meer.  En na 36 minuten 42 seconden loop ik als veertiende over de finish.

 

Ter vergelijking: vorig jaar liep ik hier een zesde plaats, met 34 min 20 sec.  Maar toen stond de thermometer een slordige 15 graden lager.  En ik was in die periode op mijn eigen bescheiden absolute top.

Marc B. staat aan de kant, met een pijnlijke achilles.  Hij gaf op na 2 ronden.

Guido Hendrickx, loper van AVN, behaalt de zege in 31 min. 18 sec, een onwaarschijnlijk snelle tijd, zeker gezien de omstandigheden.

Op de andere afstanden behaalt AVN nog een aantal ereplaatsen.

 

En na een kattenwasje met emmer en koud water, verzamelen we in de feesttent.  De diverse duatlon- en triatlonclubs verbroederen bij ijskoud schuimend en parelend gerstenat.

 

*****

 

Buiten kleurt de horizon onheilspellend donker.

En de zinderende hitte ruimt langzaam plaats voor donkere wolken.  Onheilspellend gerommel van onweer weergalmt in de verte.

Stormachtige wind als sinistere voorbode.

 

De windstoten worden feller en de feesttent begint vervaarlijk op en neer te deinen.  Teveel zijkanten staan open en de wind heeft vrij spel.

Op een bepaald moment worden een aantal korte palen aan de zijkant weggeslagen.

Onrust onder de aanwezigen.

Ik ben er ook niet helemaal gerust in.

 

Ik zie de krantenkop in de Gazet van Antwerpen al voor mij:

 

Zomers onweer maakt einde aan feestvreugde.

Van onze redacteur ter plaatse.

Omstreeks 20u35 werd een feesttent te Loenhout, deelgemeente van Wuustwezel, door een felle windstoot weggeblazen.  Veertien mensen moesten voor verzorging afgevoerd worden.  Eén van hen, de heer Marc P. (49), die eerst nog met gescheurde broek veertien maagden van een gewisse dood wist te redden, werd getroffen door een ijzeren paal en diende in kritieke toestand afgevoerd te worden.

 

Marc wordt dus afgevoerd, niet de ijzeren paal.

 

Typisch dat ze mijn leeftijd verkeerd hebben genoteerd.

48!

En nu merk ik het pas op: ze hebben mijn voornaam ook verkeerd weten te schrijven.  Uiteraard schrijven ze Marc met een c, en niet met een K.

The story of my life!

Het is MARK.

MARK.

MARK.

Met een K.

 

Ik heb duizend diploma’s waarop mijn voornaam fout geschreven staat.

Nu ja, duizend is licht overdreven, even nakijken, heum …. één.

100 meter schoolslag.

 

*****

 

De zijkanten van de tent worden met man en macht dicht geknoopt.  Niets te vroeg want nu begint het ook nog eens te stortregenen.

Een zwaar zomeronweer geselt de tent.  Gedonder en gebliksem, windvlagen en stortbuien.

 

En ik ben hier per fiets.

Met gescheurde broek.

 

Dus ben ik wel verplicht om te wachten tot het onweer voorbij trekt.

 

*****

 

Het is 10 uur.

Ik pak mijn fiets en rij door de stortregen naar huis.

 

Eenzame fietser.

Krom gebogen over het stuur.

Gejaagd door de wind.

Gegeseld door striemende regenvlagen.

Tegen de achtergrond van een episch decor.

Bliksemschichten flitsen.

Trekken grillige lichtsporen door het nachtelijke uitspansel.

De donder rommelt.

De regen roffelt gestaag neer.

Vermoeden van vrijheid.

 

14:23 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-07-10

De Fanfare van Honger en Dorst

De Fanfare van Honger en Dorst

 

Sinds de wedstrijd in Rijkevorsel heb ik twee lange duurlopen afgewerkt.  Als voorbereiding op de volgende wedstrijd.

En die staat zaterdag 10 juli reeds op het menu.

De Jogging ter gelegenheid van Neervenkermis te Loenhout.

En de weersvoorspellingen liegen er niet om: 35° of meer in de Kempen.  Het onderhemdje blijft thuis!

 

*****

 

Wat smijten ze nu binnen?!?!?

Een broodje smos!

Met kaas.

 

En er hangt nog iemand aan vast.

Meer bepaald mijn vriend Tom.

Hij verveelt zich en komt mij wat van mijn werk houden.  Nu ja, werk..., ik zit hier maar wat voor me uit te tikken, terwijl het zweet van mijn rug loopt.

Het is dan ook bloedheet vandaag.

 

Tom zet enthousiast zijn tanden in het broodje smos kaas.

Zoals verwacht valt er een schijfje tomaat uit het broodje smos  en op mijn smetteloos geboende vloer.

Omdat Tom zijn mond volgepropt heeft met broodje, kan ik uitgebreid  filosoferen zonder door hem gestoord te worden.  Zo kan ik mijn eigen lof bezingen, zonder het risico te lopen de mond gesnoerd te worden door neerbuigende opmerkingen.

Een ode aan het loopwonder volgt, met overdrijvingen op gebied van snelheid, wedstrijdtactiek en gelopen tijden.

 

Broodje is op.

Véél te vroeg.

Tom meldt dat zijn achilles  de loopsessie in Rijkevorsel niet bijster goed heeft verteerd.  De achilles is erg pijnlijk.

 

In die mate zelfs dat Tom beweert, en ik citeer:

 

IEDEREEN DIE AAN MIJN ACHILLES KOMT,

OF ER NOG MAAR NAAR ADEMT,

ZAL IK OP ZIJN BAKKES SLAAN !

 

Einde citaat.

 

Bakkes is, tussen haakjes, zuidnederlands voor gelaat, onderkaak, aangezicht.

Een woord dat toch nog courant wordt gebruikt, en dat een lange etymologische weg heeft afgelegd.

De grootste literaire talenten hebben het in hun werken gebruikt.

Als voorbeeld dit  kinderlied.

Op de melodie trouwens van het kozakkenlied ter ere van de opstandeling Stepan (Sten'ka) Timofejevitsj Razin.  Neen, ik verzin het niet.

 

Aan de oever van de Dijle
diep verscholen in het riet
zat ne kleine dikke kikker
bij zijn moeder in de vliet

"Ziet ge daar", zo sprak die moeder
"Ziet ge daar, dien ooievaar
't Is de moordnaar van uw vader
hij vrat 'm op met huid en haar!"

"Is da waar", zo sprak die kleine
"Heeft die smeerlap da gedaan
als ik groot en sterk zal wezen
zal 'k hem op z'n bakkes slaan!"

Vele jaren zijn verstreken
en dien kikker leeft nie meer,
maar dien ooivaar, die leeft nog
en zijn bakkes doet nog zeer!

 

Goed, dat is weer ten gronde afgehandeld.

Waar waren we?

Ach ja, dus de achilles van Tom doet zo'n afgrijselijke pijn dat hij elke willekeurige kozak die de plotse aandrang zou voelen om de achilles aan te raken, op zijn bakkes zal slaan.

Maar desondanks zal Tom zaterdag aan de start staan van de loopwedstrijd te Loenhout.

Juist.

Exact.

 

 

*****

 

Wat smijten ze nu weer binnen?!?!?!

Nog enkele verdwaalde foto's van de après-ski van het loopfestijn te Rijkevorsel.

 

Rijkevorsel1

Rijkevorsel2

 

 

 

Links (beter zichtbaar op de eerste foto): mijn vriend Tom.

Ook al links, maar dan vooraan, met handdoek in de nek: Marc B., voorzitter van het Wezels Omslagpunt, die net een aflossingsmarathon (met drie lopers) heeft afgewerkt.

In wit shirt:  uw scribent.

Rechts, Els, één van de dames van AVN, lid van het dames-estafette-team op de marathon.

 

Ok, er is wat geknoeid aan de foto's.

Dat geef ik grif toe.

Maar toch is er nog iets érg merkwaardigs aan de foto's.

Nu geef ik u vijf minuten tijd om uit te vogelen wat exact.

Ik ga inmiddels iets kleurrijks drinken.  Bruisend, bubbelend en polair van temperatuur.

 

......

U wil een tip?

Zoek een ongerijmdheid.

......

 

Het staat op beide foto's.

 

......

 

Inderdaad, de zwevende Jupiler tussen Marc B en mezelf.

Prima observatie van u.

 

Kijk nog eens goed.

Wie heeft het bekertje vast?

 

NIEMAND!

 

Inderdaad.

En dat bekertje staat op de bolle bovenkant van een nadarafsluiting.

Zonder dat het valt!

 

In Lourdes zouden ze er wel weg mee weten, met dat soort mirakels!

06-07-10

De vier ruiters van de Apocalyps

De vier ruiters van de Apocalyps

 

Zaterdag 3 juli 2010

 

Stratenloop te Rijkevorsel, de laatste grote afspraak van het voorseizoen.

En alles begon onder een gelukkig gesternte.  Mijn vriend Tom, al maaaaaanden aan de kant met een achillesblessure, was weer van de partij.

Niet dat de achilles helemaal ok is, neen, dat nu ook weer niet.

Tom had een bordje rond zijn nek hangen, met daarop de tekst:

Gelieve niet, ik herhaal, NIET in mijn achilles te knijpen.

Maar van de sportdokter mag Tom lopen, in afwachting van inspuitingen, zolang het niet pijn doet.  En natuurlijk niet te zot, en niet te lang.

 

*****

 

We peddelen per fiets naar Rijkevorsel, een kilometer of 6 fietsen.  Vergeleken met de barbaarse temperaturen vrijdag (35°), is het vandaag erg koeltjes.

Nauwelijks 27 graden!

Ik overweeg om in lange broek te lopen en heb voor alle zekerheid mijn skibril en twee paar handschoenen in de looptas gestoken.

 

*****

 

Terwijl we naar Rijkevorsel fietsen, overlopen we de esbattementen van de vorige edities.  Hoe we mekaar een paar keer de duvel hebben aangedaan en de das om.  We verheugen ons ook op de confrontatie met bevriende lopers. Strijdplannen worden opgemaakt en opgeborgen.

En onze fietstocht loopt via het parcours van de marathon der Noorderkempen, de hoofdschotel van dit loopfeest.  Rijkevorsel leeft!

 

*****

 

Aangekomen bij de inschrijvingen vlakbij de startzone.

Het gonst hier van de bedrijvigheid.

We spreken enkele marathonlopers nog wat moed in.

De vrienden van AVN zijn goed vertegenwoordigd in de verschillende disciplines: een mannen- en vrouwenploeg op de aflossingsmarathon, individueel op halve en volledige marathon.

Jammer dat het Wezels Omslagpunt ook estafette loopt, dat betekent minder animo op de 10 Km, waar ik ze graag had bekampt...

Nieuw dit jaar: het is niet meer 11 km over drie rondes, maar 10 km over  2 rondes.

 

*****

 

17u: De marathonkaravaan trekt zich in beweging en wij begeven ons naar de inschrijfbalie voor administratieve afwikkeling.

Tom twijfelt welke afstand hij gaat lopen: de 5 km of de 10 km.

Realisme dicteert: 5 Km.

Tom vult in: 10 Km.

Zonder looptraining sinds februari, met een pijnlijke achilles.

Ik had niet anders verwacht.

Ik had niet anders gedaan.

 

*****

 

Omkleden in sportcentrum De Valk en al joggend richting startzone.

Ik draai vierkant.

Het opwarmen gaat me niet af.

Ik heb zelfs pijnlijke voeten.

Een kwartiertje nog tot de start.  Stilte voor de storm.  Nog één keer de haag induiken voor een laatste sanitaire druppelstop.

Nog wat dollen met concurrenten en dan mijn plaats innemen in de startzone.  Schuin voor mij staat Guido E.  Tom heeft wijselijk besloten halfweg het pak te gaan staan, om de verleiding om pijlsnel weg te schieten in te dijken.

Het is niet bloedheet, maar toch ademt het asfalt warmte uit.  Ik voel mijn zwarte compressiekousen de stralingshitte opnemen.

 

****

 

De wedstrijd wordt op gang geschoten.  Enkele tientallen meters zit ik vast in het gedrum, maar dan kan ik de gashendel helemaal opendraaien.  Ik vlieg voorbij Guido.

Heeft iemand nog iets gehoord van mijn voornemen om rustig te starten?

En de voeten voelen prima.

Vierkant draaien?  Ik dacht het niet.

Er wordt gevlogen!  De heren van de 5 Km jagen het tempo tot ongekende hoogte.  Het is moeilijk om de verleiding te weerstaan om mee te gaan.

Na enkele honderden meters: eerste doortocht zone finish:

 

HB617226

Uw dienaar met nummer 277 op de zwoegende borst.

 

Eens we de dorpskern uitdraaien, besluit ik de eerste ronde wat reserve in te bouwen, om de volledige instorting in ronde 2 te vermijden.

En te schuilen achter brede ruggen wanneer de wind in het nadeel blaast.

Op de lange weg (Prinsenpad) is het uitkijken waar iedereen zich bevindt.  Dan draaien we via een verkaveling het Kruispad in, waar we een bekertje water meegrissen en over het hoofd kieperen.

Zandweg in richting Oude Baan en dan volgt de lange Helhoekweg.

Doortocht zone finish na iets meer dan 5 km op 20 minuten en enkele seconden.  De deelnemers aan de 5 Km-loop finishen.

We gaan ronde twee in.

Moederziel alleen, nu de lopers van de 5 Km er uit gefilterd worden.

In de verte zie ik een loper met een blauw shirt lopen, maar dat gat toelopen is onbegonnen werk.

Ik blik over mijn schouder en zie dat ik niet veel voorgift heb op twee lopers.  Maar ze zullen bloeden om tot bij mij te geraken.

Dit is ronde 2.  Nu mag de tank helemaal leeg.

 

Het duurt tot net voorbij de bevoorrading vooraleer de twee lopers, jongelingen, bij mij komen aansluiten.  Ik merk aan hun ademhaling dat ze daarvoor erg diep zijn gegaan.  Ze nestelen zich in mijn zog en rusten wat uit.

Ik voel me zelf ook niet meer kiplekker.

 

En dan openen de vijandelijkheden.

Op het asfalt komen de twee jongens me voorbij.  Ik pik aan.  Dat zint hen niet en ze proberen me er beurtelings af te lopen.  Telkens blikken ze achterom om te zien wat de schade is.

Een keer of drie pakken ze een paar meter en telkens denk ik dat het finaal is, maar ik kan ze elke keer terug pakken.

Buigen of barsten.

Ik merk dat we inlopen op de loper met het blauwe shirt.  Tegen het gebeuk van dit jonge geweld ben ik niet lang meer bestand, en ik besluit mee te gaan tot bij de loper met blauw shirt en ze dan definitief te laten gaan.  Dan heb ik aan de loper in het blauwe shirt een andere 'compagnon de route'.

We maken de aansluiting.

Maar het tempo wordt een beetje gedrukt.  Ik nestel me in het zog van de twee jonge lopers en besluit af te wachten wat er staat te gebeuren.

 

We bevinden ons inmiddels op iets meer dan 1 km van de finish.

We stomen door de hel van de Helhoekweg.

Het groepje van vier.

De vier ruiters van de Apocalyps.

 

 

Ik recupereer een beetje en begin de eindfase te visualiseren.  Wanneer we de Lozenhofstraat indraaien, schuif ik naar de kop van het groepje.

Wat is het plan?

Ik weet dat er, net wanneer we de Oostmalsesteenweg opdraaien, een klein smal paadje aan de binnenkant van de bocht is.  Daar wil ik eerst lopen, om dan  een versnelling te plaatsen zodra we de grote weg opdraaien.  Stel dat nummer 2 dood zit, dan pak ik een paar meters.  Nummer drie moet die dan weer dichtlopen en één ding is zeker: hij zal het niet cadeau krijgen.

 

Ik versnel.

En ik pak inderdaad enkele meters.

Nummer drie reageert en na een bits duel brengt hij de rest terug in mijn spoor.

Cartouche verschoten.

 

Ter hoogte van de startzone, dus enkele honderden meters voor de finish, besluit ik hoog spel te spelen en nog een laatste keer te versnellen.

 

En nu alles uit de kast.

Laatste kaarten op tafel.

Het wordt zwart voor mijn ogen.

Weer sprokkel ik luttele meters voorsprong.  De blauwe loper kraakt definitief en lost de rol, maar de twee jonge gasten zijn bijtertjes en komen weer aansluiten.

 

Gegokt en verloren.

En de tank is compleet leeg.

Ik ben helemaal gesloopt.

 

De twee jonge snaken vechten nog een bloedstollend sprintduel uit, waarvoor deze versleten diesel geen energie meer over heeft.

 

HB617432

 

Finish!

Als veertiende in 39 minuten en 9 seconden over 10 km.

Rijkevorsel leeft!  En deze loper is zo dood als een pier.

 

De afstand zou iets minder dan 10 km zijn,  ongeveer 9 km 800 meter.

Maar dan flirten we nog steeds met de magische kaap van 15 km/uur.  Gezien de warmte en de ware slijtageslag onderweg kunnen we daar héél goed mee leven.

Mijn vriend Tom komt 8 minuten later binnen.  Na een snelle eerste ronde, vond hij genoeg wijsheid om ronde twee niet te hard te gaan.

 

*****

 

Er wordt nagekaart, verkoeling gezocht, water en sportdrank gedronken, banaan en stukjes appel gegeten.

Schouderklopjes.

De trofee, een handdoek, rond de nek.

En terwijl de lopers binnenstromen, komen de kemphanen van de marathon binnen.  Tom Van Driessche wint voor het tweede jaar op rij, voor Jan Daems en Jan Hendrickx.

De heren van AVN lopen naar een derde plaats op de estafette marathon, de dames eindigen op een 16de plaats.  Het Wezels Omslagpunt (met drie lopers) wordt zesde.

En zo stroomt de aankomstzone vol.

 

*****

 

Marc Terreur finishte op zaterdag 3 juli 2010  zijn 68ste marathon.

Dat is op zich al respectabel.

Maar de 67 voorafgaande marathons waren klein bier met het andere gevecht dat Marc heeft moeten leveren.  Het gevecht met het veelkoppige monster: kanker. Het werd een lang, slopend en eenzaam gevecht.

Op mijn lange duurlopen kwam ik hem wel eens tegen; hij wandelde als onderdeel van zijn revalidatie.

Lopen zou nooit meer kunnen, had men hem gezegd.

En eerlijk gezegd, Marc was een schim van wat hij ooit was geweest.

En natuurlijk moedigde ik hem aan om te blijven vechten.

Maar ik had makkelijk praten; van aan de zijlijn.

 

Marc vocht terug.  Met al zijn bagage als afstands- en marathonloper én zijn koppig karakter.

Op een dag kwam ik Marc opnieuw tegen.

In loopuitrusting!

Ik had weer even terug vrede met de mensheid.

 

Verdorie, licht op groen!

En er gloeiden lichtjes in zijn ogen...

Hij sprak over een droom.

Nog één keer de marathon.

 

Die marathon was vorige zaterdag.

Door eigen streek.

Nummer 68.

 

 

Kanker zou niet beslissen wanneer Marc zijn laatste marathon zou lopen.

Dat wou Marc zélf beslissen.

 

 

Maar Marc stopt niet met lopen.

Wedstrijden 10 mijl tot een halve marathon moeten nog steeds kunnen.

Marc stopt niet met lopen.

Marc stopt nooit met lopen.

 

_____________________________________

Foto's: Bart Huysmans, waarvoor dank.

02-07-10

Einstein brain

Einstein brain.

 

 

Woensdagochtend gaan lopen.

Derde duurloop op rij in helse weersomstandigheden. 

Heet. 

En de stralingswarmte komt uit de grond.

Zware benen en de ademhaling verliep moeizaam.  Het was een gevecht vanaf de eerste meter.

En het vochtverlies was immens.

Mijn tong voelde aan als een uitgedroogde schoenzool en was totaal verkleefd met mijn mondholte. 

En terwijl ik door het losse zand ploegde, zag ik in de verte, aan de horizon die trilde van de warmte, een flikkerende neonreclame. 

 

TROPICAL BAR

 

Miljaar, een bar!

Een bar met ijsgekoelde bruisende drankjes vol doorschijnende ijsblokjes,  en frivole parmantig rondhuppelende serveuses met al even doorschijnende bloesjes...

Allen daarheen!

Naar de drankjes, welteverstaan...

Maar hoewel ik me de pleuris liep, bleef de bar ver buiten mijn bereik.

Fata Morgana.

En hier en daar een kameel.

Het zand staat in brand!

 

*****

 

In de beschutting van het bladerdek gaat het nog een beetje, maar eens in de greep van de zon, die hete koperen ploert, loopt de temperatuur nog extra op.

Mijn shirt kleeft aan mijn lijf.  Zweetdruppels vallen van mijn neus.  En wanneer  ik een brokkenpiloot-vliegje uit mijn oog wil verwijderen, veeg ik het zout van mijn zweet in mijn oog.

Dat prikt.

 

Pijn.

Fijn.

Pijn hangt onlosmakelijk samen met het afstandslopen, denk ik.

Nu, volgens de vakpers, mag je als loper pijnsignalen niet negeren. 

Als dat al zo is, dan had ik sinds 1996 geen meter meer gelopen.

Ofwel heb ik een lage pijndrempel, dat kan ook.

 

*****

 

Volgens mijn vrouw toch.

Nu ja, mijn vrouw is op dat gebied wel een expert en een ervaringsdeskundige. 

Zodra iemand zich kwetst in een straal van 50 meter van mijn vrouw, dan is ze op een paar seconden ter plekke om bijstand te verlenen.

Daarbij laat ze zich niet snel van haar stuk brengen.

Zo heb ik ooit eens een stuk van mijn arm gezaagd, waarbij ik bloedend als een rund en bleek als een blad papier het huis kwam binnen zwijmelen, net niet flauw vallend van het bloedverlies.

 

Ten minste, dat is mijn versie van de feiten.

 

Mijn vrouw zag hoogstens een relatief potige snee in één van mijn vingers.  Ontsmetten, plakkerke, klaar.

Ze gaf geen kik.

Als Richard Gere een probleempje heeft in een film, dan rollen de tranen over haar wangen.

Als ik bijna lig dood te bloeden, ben ik een kleinzerige aansteller.

 

*****

 

Ja, als vent maak je geen schijn van een kans.  Zodra je over pijn begint op te scheppen, loop je met je neus tegen de bevallingsmuur aan.

"Jij weet niet wat pijn is tot je een kind ter wereld hebt gebracht!"

 

Pas op, toen mijn vrouw van Kind 1 is bevallen, behield ze haar cool.  En Kind 1 ter wereld brengen was geen sinecure.

Ik voel het soms nog!

 

En ik werd ook helemaal uit het lood geslagen door wat er zich in de arbeidskamer naast de onze afspeelde.

In de arbeidskamer naast de onze lag me daar een aanstaande moeder te BRULLEN in barensweeën! 

De ene oerkreet nog vervaarlijker dan de andere! 

Ik werd er groen rond de neus van.

En zenuwachtig.

En die mevrouw was ook nog eens razend op God en klein pierke. 

Op de gynaecoloog die dat vervloekte kind er niet uit wou rukken én op haar man, die het kind, en dat is technisch gesproken correct, er in had gestoken.  En dan volgden er nog wat koosnaampjes, zoals:

 

KLOOTZAK!

HUFTER!

 

Heel gezellig allemaal.

 

Mijn vrouw knipoogde relaxt naar mij en informeerde, terwijl ze verveeld de Flair aan het uitpluizen was, nog eens nonchalant naar het aantal centimeters opening.

Ik had geen vouwmeter bij.

Ik wou me ook nuttig maken en assisteren bij het bevallen.  Mijn vrouw had daar niet écht behoefte aan, maar stond dan toch toe dat ik haar schouders tijdens het persen zou ondersteunen.

Na de eerste persbeurt heeft ze me die hulp alsnog verboden.  Omdat ik zo fors tekeer ging, vreesde ze dat ik haar los de tafel zou afduwen...

Verdere details bespaar ik u, maar nadat ik een keer of drie was flauwgevallen, en twee keer had overgegeven in de nek van de gynaecoloog, bleek ik de trotse vader van Kind 1 te zijn.

 

Kind 1 was een kloeke baby. 

Zo kloek dat we Kind 1  amper in dat kleine ziekenhuisbedje kregen.  Ik meen me te herinneren dat we Kind 1 dubbelgeplooid er in hebben gelegd en dan met dat glazen deksel maar wat hebben aangedrukt om alles er in te krijgen.

 

Kind 2 was een ander paar mouwen (nu nog altijd, in feite). 

De geboorte verliep zo mogelijk nog vlotter.  Ik ben hoogstens 2 keer flauwgevallen en er stond nu een speciaal bakje waarin ik kon overgeven.

 

 

Het blijft toch iets barbaars, neen?

We hebben designmeubelen en muziekinstallaties van B&O, allemaal stijlvol, maar bevallen heeft toch iets weg van de betere beenhouwerij, neen?

 

Kind 2 was ook een kloeke baby, maar had dan weer een érg groot hoofd.

Het hoofd van Kind 2 was zelfs zo groot dat het buiten de  statistieken en tabellen van de folders van  'Kind en Gezin' viel.

Ik zo trots als wat, want in een groot hoofd is plaats voor grote hersenen. 

Ik zag het al voor mij. 

De Nobelprijzen zouden zich opstapelen.

Einstein brain!

Inmiddels is alles in de plooi der juiste verhoudingen gevallen.

En Nobelprijzen, neen, voorlopig nog niet.

 

*****

 

Pijn is natuurlijk relatief.

En soms enkel tussen de oren.

Ik geloof dat graag.

Maar niet als het over MIJN pijn gaat.

Want die is echt.

 

Zo heb ik ooit een niersteen uitgepist.  Geen kassei, neen, iets minuscuuls wellicht, maar het leek toch wel alsof ze een roodgloeiende pook in mijn lid inbrachten. 

De hel is hoogstens een uit de hand gelopen barbecue, vergeleken met die pijn.

 

Ik was 's avonds gaan lopen.

Ik had een douche gepakt.

Na de douche voel ik de aandrang om te gaan plassen.

Toilet.

En wanneer ik begin te plassen, voel ik iets in mijn buik verschuiven, gevolgd door een HELSE pijn.

De straal stopt.

 

Wat ben ik hier in 's hemelsnaam allemaal aan het neertikken????  Kom er bij zitten, doe alsof u thuis bent.  Er ligt nog wel een trappistje koud.  Neen, pak maar.  Koekje, iemand?

 

Enfin, de straal stopt.

Helse pijn.

En wanneer ik onderweg ben naar mijn vrouw, val ik neer op de keukenvloer.

Theatraal.

 

Hoe zal ik het beschrijven?

Heeft u ooit de film Platoon gezien?  Die eindscène waarin Dafoe wordt neergeschoten en theatraal.....

 

.................weet u, ik zal even een afbeelding invoegen.

 

platoon

 

Zo stort ik dus ter aarde in mijn keuken.

Nu ja, niet letterlijk ter  aarde , er liggen wel vloertegels.

Dus, zo stort ik ter vloertegels in mijn keuken.

 

En ik roep met de laatste adem die ik kan vinden, mijn vrouw.

 

*****

 

Mijn vrouw zit op dat moment TV te kijken.  Iets in de trant van CSI. 

Ze hoort me roepen:

 

"Schat, kom eens!"

Ze denkt:

 

"Godver, hij is weer maar eens een handdoek vergeten.  Dat hij zijn plan trekt!"

 

Ik roep opnieuw, overtuigd dat mijn laatste seconden op deze aardkloot  aangebroken zijn.

 

"Schat, ik sterf!"


Denkt u de vibrato in de stem er even zelf bij?

 

Ze roept:

"Kan je dat sterven uitstellen tot de volgende reclameblok?"

 

*****

 

Neen, tegen barensweeën kunnen wij mannen niets inbrengen.

 

Trouwens, we ledigen de kelk maar helemaal.

Dus ik lig te sterven op de keukenvloer.  Mijn vrouw komt binnen en ziet dat het toch wel iets ernstiger is dan een vergeten handdoek.

 

Dokter gekomen, injectie gekregen.

En ik moest voor het slapengaan  nog 4 liter water drinken.

Vier.

VIER!

Op ongeveer twee uur tijd.

Twee.

TWEE!

 

Met pinten bier lukt dat, met water is het alsof je verzuipt.

En tijdens de nacht een slordige zevenentwintig keer opgestaan om te gaan pissen.  Telkens met de hemelse schrik dat er nog zoiets zou gebeuren.

 

Ik moest nadien voor verder onderzoek mijn urine van 24 uur verzamelen in een gigantische plastic fles.  Geweldig interessant om met zo'n immense, klotsende kuip geel vocht je beurt te zitten afwachten in de wachtzaal van het ziekenhuis.

 

En dan was er nog dat spijtige incident toen die kuip uit mijn handen glipte, maar dat verhaal vertel ik u bij gelegenheid nog wel eens.

Qua schandelijke familieverhalen kan dit volstaan, dacht ik zo.

 

*****

 

En wat schaft de pot dit weekend?

Ach ja, de stratenloop in Rijkevorsel, om en bij de 11 km (hoewel op de website te lezen staat dat het nu écht 10 km is, op een nieuwe omloop).

De messen worden gewet!

We gaan de strijd aan met zovele bekenden, die weer maar eens het fatsoen niet zullen kunnen opbrengen om mij te laten winnen.

Lafaards!

En de weerman voorspelt een helse bakoven.  Zij die de marathon/halve marathon lopen, wens ik bij deze veel sterkte.

Nu ja, op de 10 kilometer zullen we ook niet bepaald lange mouwen nodig hebben.

Hoe het me vorig jaar verging in Rijkevorsel, dat leest u hier.

Hoe het me dit jaar vergaat in Rijkevorsel, dat leest u ook hier, maar dan iets later.