29-06-10

Pappie loop toch niet zo snel

Pappie loop toch niet zo snel

 

Zomer!

Hittegolf!

Vakantie!

Kind 2 is geslaagd!

Tot ieders verbijstering!

Barbaarse bacchanalen barsten los...

Mojito

 

Heeft u een secondje?

Ik moet namelijk even corrigerend optreden.

 

 

HOU DAAR ONMIDDELLIJK MEE OP!!!!

 

 

Kind 2 heeft namelijk mijn vuvuzela wéér maar eens gepikt en hangt uit het dakraam de buurt te terroriseren met zijn getoeter.

Ja, ik geef het toe.  Ik heb me een vuvuzela aangeschaft.

Eerst was ik er nog wat tegen.  Tegen de vuvuzela, maar nu ben ik overstag gegaan.

 

Ik heb inderdaad helaas moeten vaststellen dat voetbal kijken op TV een marteling is geworden door het constante gezoem van duizenden vuvuzela's.

MAAR het wordt wél draaglijk als je zélf keihard mee zit te toeten in de zetel. 

If you can't beat them, join them.

 

En vermits mijn vrouw niet zo voetbalminded is, vul ik de zetels van mijn modeste living met slechte vrienden. 

Vrienden met een eigen vuvuzela. 

En omdat mijn vriendenkring enkel uit lopers bestaat, is er aan longinhoud geen gebrek. 

Van vuvuzela spelen krijgt een mens dorst.

En, ja het is zo,  na een Jupiler of 12 per kop, kan het geoefende oor  in het gevuvuzela zelfs onvermoede harmonieën herkennen.

Bij momenten een vleugje Sergej Rachmaninov en zelfs een snifje Armand Preud'homme.

 

Oefening baart kunst!

Een waarheid als een, heu...

Heum...

Godver, ik kan er niet opkomen.

Een waarheid als een ....

 

Enfin.

Oefening baart dus kunst.

Vandaar dat we elke voetbalmatch van het WK uitzitten, zelfs Ghana tegen weet ik veel.  En we zijn er al héél sterk in geworden, in de vuvuzela.

 

Mijn vrouw 'begs to differ'. 

 

Zij vindt dat elke liedje dat we vuvuzelen hetzelfde klinkt, namelijk als een mug die op het punt staat plat gemept te worden, maar dan VEEL TE LUID.

 

Maar we laten ons niet ontmoedigen door die eenzame criticaster en overwegen zelfs een cd op te nemen met vuvuzela-versies van de allergrootste  klassiekers der lage landen, dingen zoals:

'k Heb hele grote bloemkolen (Van Duin),

Hij was maar een clown (Ben Cramer),

Met de vlam in de pijp (Henk Wijngaard),

Mexico, Mexiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiiicooooooooooooo (Zangeres Zonder Naam)

Pappie, loop toch niet zo snel (Herman Van Keken).

 

Vooral dit laatste lied bespeelt de gevoelige snaar. Zij het op een erg hardhandige manier.

Eens we dit nummer hadden ingezet, raakten we in die mate in vervoering dat we niet eens hadden gemerkt dat Engeland serieus bestolen werd door het  scheidsrechtelijk trio. 

En, op de keper beschouwd (keper doelman), in feite valt een niet toegekend doelpunt compleet in het niet bij de stortvloed aan dramatische voorvallen die in dit levenslied worden bezongen.

 

 

 

Lees, zing, vuvuzela en huil!!!!!

 

De liefde tussen haar en mij leek over
't Was voor beiden beter dat ik weg zou gaan
Ik keek nog even om halverwege het station
'k Zag m'n dochtertje ze vloog achter me aan, ze snikte


Refrein:

Pappie loop toch niet zo snel
Pappie loop toch niet zo snel
Loop wat zachter, toe
Want ik ben al zo moe
Pappie loop toch niet zo snel

 

Geef maar toe dat u zat te huilen. 

Mijn gemoed schoot in elk geval ook weer vol. 

Snik.

Hoe is het in godsnaam mogelijk dat een loper door nota bene zijn bloedeigen dochter  (ik heb het schuldige mormel trouwens in vetjes geschreven en onderlijnd) wordt aangemaand om niet zo snel te lopen. 

Emotionele chantage noemen we dat. 

Als Pappie wil lopen, laat hem dan!

Het gaat hier wel over de meest edele der sporten en dan komt er een of ander verwend nest van een dochter wat zeuren dat Pappie niet zo snel mag lopen!

Het lef!

 

Werkelijk een schrijnend lied.  Ik ben er helemaal slecht van.

 

Waarschuwing tussendoor: waarde supporters van het loopwonder: laat het refrein u vooral niet inspireren voor de opmaak van één of andere denigrerende spandoek, vooral niet!

 

Wat is dat afgrijselijk zeurend lawaai op de achtergrond?

 

........

........

 

Godver, Kind 2 is weer met mijn vuvuzela aan de haal.

 

HELABA,  DAT HEEFT GELD GEKOST !!!

 

Nu moet ik toegeven dat  ik vroeger al wijd en zijd bekend stond voor mijn muzikale kwaliteiten.  Toch wijd en zijd in en rond onze garage.

In onze garage repeteerde namelijk mijn rockbandje.  Merkwaardig veel lawaai geproduceerd (we spreken hier van de tijd toen gehoorbeschadiging nog een onbekend fenomeen was).

 

*****

 

Enfin, afgelopen weekend hebben we geen wedstrijd gelopen.  En gezien de temperaturen die werden opgetekend, was dat niet onverstandig.

Zaterdag een lange, verstikkende duurloop afgewerkt op mijn vaste parcours.

Het zweet gutste van mijn lijf.  En de beestjes lustten er wel pap van.  Dus werd het een ware martelgang. 

En meteen werd dit ook mijn eerste snelheidstraining.  Bepaalde stukken door het bos was het insectenfestijn in die mate hinderlijk dat ik van miserie het tempo fors heb opgetrokken, puur om er sneller doorheen te geraken.

Eens in de open vlakte was de insectenvloed nog net te dulden. 

Er stond een beetje wind, maar ook die was warm.

 

*****

 

Maar het gaat goed met mij, fijn dat u belangstelling toont.

Even schetsen.

De rugperikelen die me wekenlang aan de kant hebben gehouden, zijn weg (hout vasthouden!).

Maar ik werk dan ook plichtsbewust mijn reeksen oefeningen af, zodat het opgebouwde spierkorset behouden blijft. 

Core stability!

Zaterdag heb ik in die optiek mijn eigen Redcord-touwenstelsel gebouwd.

 

Hubo!

Kostprijs: € 12,50.

Een touw van 10 meter, belastbaar tot 90 kg. Daarin twee lussen gecreëerd met twee staalkabelklemmen.  Twee werkloze knalgele draagriemen van fietstassen in de lussen gehaakt met behulp van twee musketons.

Het touw via de paaltjes van de trapleuning overloop naar beneden gehangen, wat passen en meten en mijn Yellowcord zag het levenslicht!

 

Lukt perfect!

En elke looploze dag hang ik in de touwen.

Core Stability!

Als het fototoestel nog eens ergens opduikt in huis, dan zal ik hier eens een foto plaatsen van mijn constructie.

Ik had me voorgenomen de touwenconstructie in de hall te laten hangen, maar dat voorstel stuitte op een veto van mijn vrouw.

Maar ik kan keihard onderhandelen. 

De touwen moeten weliswaar elke keer weg na geleverde arbeid, maar ik heb wél een tweede vuvuzela uit de brand kunnen slepen...

 

 

Het rugprobleem in de week voorafgaand aan de 20 Km door Brussel was een accident de parcours.  Een vervelend iets, dat toch een paar weken heeft aangezeurd, maar dat niet rechtstreeks toe te schrijven was aan een gebrek aan core stability. 

Sinds de Kapellekensloop in Minderhout is dat ongemak geheel weg.  Ik kan met mijn duim nog wel de pijnlijke plaats lokaliseren, maar ik ondervind er geen hinder meer mee tijdens het lopen.  En dat is het enige dat telt.

Wat vraagt u?

Of ik er last van heb tijdens het werken?

Geen idee, het is namelijk van 1989 geleden dat ik nog eens gewerkt heb.

 

*****

 

Maandag nog maar eens bloedhete training afgewerkt.  En dat zal morgen niet anders zijn, vrees ik.

Zaterdag, tussen de verschillende vuvuzela-sessies door met het VQOF (Vuvuzela Quintet of Flanders, waarvan ik tevens de dirigent ben), staat uw dienaar aan de start van de 11 Km loopwedstrijd te Rijkevorsel, een organisatie van 'Rijkevorsel Leeft'.

Bij deze nodig ik u allen uit om het loopwonder te komen aanmoedigen, bij voorkeur gebruik makend van een vuvuzela.

 

*****

 

Nu weet ik het weer...

EEN KOE!

En als u me nu wilt excuseren, ik ben de Brabançonne aan het instuderen op mijn vuvuzela.

25-06-10

Borlée

Borlée

 

Enkele jaren geleden hebben we onze vakantie doorgebracht aan de Turkse Rivièra.  In een hypercomplex waar we als vadsige koningen op onze slome wenken werden bediend. 

Van zonnebril tot zonnecrème. 

Onze dagen waren gevuld met absoluut niks. 

Eten en drinken. 

Strings kijken. 

Langpotige Russische vrouwen in string, met aan hun arm een harige bulldozer, in de vorm van een Rus met een strafblad dat moet volstaan voor 500 jaar bak.  

Ik had de tijd van mijn leven.

 

*****

 

Mijn vrouw houdt wel van een vleugje cultuur. 

Ik vind dat ook allemaal prima.

Ik bedoel: ik vind het prima dat mijn vrouw een vleugje cultuur wil. 

Maar ik vind anderzijds ook dat we al een TV hebben thuis en dat dat qua cultuur ruimschoots kan volstaan.  Ik bedoel maar, toerisme, daar hebben we tenslotte toch 'Vlaanderen Vakantieland' voor, dacht ik zo.

Mijn vrouw wou graag op excursie naar Romeinse ruïnes of iets van die saaie strekking. 

Zijn die Romeinen niet al lang dood? 

Soit.

Ik heb dat waanzinnige plan met succes uit het hoofd van mijn vrouw kunnen praten. 

Lukt niet te dikwijls, moet ik toegeven,  want als mijn vrouw iets in haar hoofd heeft, dan...

Maar mijn beste argument om niet uit de ligstoel te kruipen, was dat het zo heet was. 

Heet...

Bloedheet...

 

 

Uiteraard is het nooit te heet voor een looptochtje, dat spreekt voor zich.

 

Op mijn dagelijkse loopsessie had ik in de buurt van het hotel een vervallen ruïne opgemerkt . 

Vervallen ruïne, zijn er andere? 

Een kasteel, of een fort. 

Zo kon er toch nog een ruïne in het fotoalbum komen. 

Iedereen blij.

 

Op een dag dan toch de moed gevonden om tijdelijk afscheid te nemen van mijn wodka-lemon en tot daar te slenteren. Zowaar een culturele insteek van de vakantie. 

Ik op van die onmogelijke teensletsen de dikke Duitse toerist gaan uithangen met een kodakske. 

Behalve dat ik niet dik en geen Duitser ben.

Het is het beeld dat ik wil schetsen. Het bééld.  U hoeft niet alles letterlijk te nemen.

 

Naast het weggetje dat naar het fort leidt, staat een kleine loods waar enkele Turken aan het werken waren.  Iets in de artisanale sfeer, manden vlechten of zo,  daarvoor verwijs ik u ook graag naar 'Vlaanderen Vakantieland'.

Ik achtte het raadzaam daar even te gaan melden dat ik foto's wou trekken van het fort.  Vooraleer je het weet ben je de hoofdschotel van het all-in avondmaal van een of andere schurftige waakhond. 

 

Ik steek mijn hoofd binnen. 

"Hello, bonjour, guten tag, hallo."

 

Ze kijken me aan alsof ik een idioot ben.

Ja, dan spreek je een taal of zestig, maar je koopt er je niets voor...

 

Niemand spreekt Engels, Frans of Duits, laat staan Vlaams.

Godgeklaagd is dat.

 

Daarom schakel ik over op internationale gebarentaal (wijzen, fototoestel). 

 

Geknik, ik mag!!

 

*****

 

Ik ploeg hevig zwetend door droog gras.

De zon brandt door mijn beschermfactor 70 heen.  Als noorderling heb ik een wit vel te beschermen. 

Ik heb in omgekeerde volgorde heimwee naar regen, sneeuw, en mijn wodka-lemon.

 

Maar ik bijt door.

Kwijt mij van mijn taak.  Zoekend naar de perfecte cadrage, belichting, focus.  De fotograaf in mij komt boven.  Hij heeft een stuitend gebrek aan talent.

 

Plots komt achter mij uit de loods een jongeman naar mij toe gelopen. 

Stofwolken. 

Sneller dan Borlée, ik zweer het u, naar schatting 21.08 sec op die slordige 200 meter. 

Knap, echt !

 

Hij ratelt een hoop Turkse volzinnen, waarvan ik geen jota begrijp.

Hij schakelt over op internationale gebarentaal en geluiden.

 

 

 

SLANGEN ?!?!?

 

 

Ik spuit weg als een razende.  Ik heb de jonge Turk er compleet afgelopen, op mijn teensletsen nota bene !

Minstens onder de 19 seconden gebleven op die 200 meter terug.  Vlotjes de WK-limiet gehaald...

Op de achtergrond wordt de jonge Turk door een slang of drie gebeten en stort theatraal ter aarde.

 

Aansteller!,  roep ik nog...

 

Meestal heb ik geen fototoestel bij als er iets leuks gebeurt.  Maar nu heb ik wél een fototoestel bij om dit vast te leggen voor het nageslacht. 

 

HAHA ! 

Buitenkans !

 

Ik  zoom in op de onfortuinlijke jongeman die gillend een bij voorbaat verloren strijd voert met een paar slangen, en wat zie ik door de lens, in beeld van mijn camera:

 

 

 

BATTERY LOW !

 

Ik blijf het zeggen, oplaadbare batterijen, ik geloof daar niet meer in.

22-06-10

Duif is dood

Duif is dood

 

Ik weet niet wat dat is met die paarden van tegenwoordig.  Die beesten bepalen klaarblijkelijk de politieke agenda.

Eerst Kris Peeters en nu Alexander De Croo.

Al een geluk dat Bart De Wever niet op een paard wenst te klimmen, of het was meteen een dikke streep door de coalitiegesprekken.

Of een trauma én een hernia voor het paard, dat kan ook...

 

****

 

Zaterdag 19 juni was er de confrontatie met confraters uit Wuustwezel. 

De Top Run, wedstrijd over 10 km, in het kader van dorpsfestiviteiten. 

Straattheater en kraampjes vol kleurstofsnoepgoed.  Paella, ijsjes, hamburgers, frieten...  Podium met rockband, kuif en leren jekker.  Infostandjes van politie, Rode Kruis, plaatselijke middenstand, verenigingen en neringdoeners allerhande...

 

*****

 

Het was een druilerige zaterdag.  Koud ook, met als kers op de taart een forse wind, die mogelijk een spelbreker zou kunnen worden.

Ik begeef me naar Wuustwezel, mijn thuisbasis van weleer, waar ik kusten allerhande onveilig heb gemaakt, lang geleden, toen mijn haardos nog uitsluitend bestond uit wilde haren.

De bruggen met mijn verleden zijn verbrand, en er is inmiddels ook al veel water naar de zee gevloeid.  Geen kapers meer op de kust.

Ik parkeer me ver van het feestgedruis om er rustig naar toe te wandelen,  als observator, de trouwe rugzak geschouderd.

Ik herken gezichten, kan ze niet thuisbrengen en merk soms eenzelfde aarzeling bij anderen.

Inschrijven in het cultureel centrum, een rugzakje als aandenken.  Ik slenter naar het voormalige sportcomplex van KFC Wuustwezel.  Tijdens vorige edities van deze loopwedstrijd werd er gebruik gemaakt van de daar aanwezige douches en kleedkamers.

Tot mijn verbazing is het complex in verval.   Totaal verloederd.

Een spookachtige locatie, waar vandalisme en graffitispuiters vrij spel hebben gekregen.  Ramen ingegooid, deuren gesloopt, doorgezakte plafonds.

Een eenzame voetbaltrofee, achtergelaten op een vensterbank. 

Ik lees de inscriptie: 

'3de plaats Paastornooi Miniemen 2003, K. Merksplas SK'.

In een scheefgezakte grijze metalen kast nog meer trofeeën, allemaal in gruzelementen.

 

Ik trek een deur open en bevind me plots in de kantine. 

Of wat er van over is. 

Een wirwar aan stoelen, kapotte tafels, gesloopte kasten.  Glasscherven knarsen onder mijn schoenen, een brandblusser werd achteloos op de grond gegooid.  Loshangende elektriciteitsdraden bewegen zachtjes in de wind.

Ik voel me een Urban Explorer.  Maar dan zonder fototoestel.

Plots schrik ik op van een deur die keihard dichtknalt.

Griezelig.

De adrenaline giert door mijn lijf.

De wind heeft de deur achter mij dicht gesmakt.

 

Nu ja, mezelf insluiten is onmogelijk.  Zo ongeveer alle ramen van de kantine zijn gesneuveld onder het  jeugdig geweld.

 

Ik loop nog wat verder......

 

 

Plots stoot ik op een lijk!

 

Van een duif.

Waarschijnlijk te grazen genomen door een kat...

De duif is dood, Toon Hermans...

 

Ik loop verder, alert voor elk geluid dat zou wijzen op menselijke aanwezigheid.  De wind draagt flarden muziek van het marktplein tot hier.

Onwezenlijk.

 

Ik meen te weten dat  je aan de toiletten naar rechts de gang met kleedkamers in kan lopen.

De toiletten staan er nog, en ik hoor water lopen.  Als dat hier dag en nacht staat te spuiten, dan vrees ik dat de rekening Pidpa de spuigaten zal uitlopen. 

 

Ha, zie je wel, hier is de gang met kleedkamers.

Geen licht.

Behoedzaam sluip ik verder.

Overal puin.

Verschillende deuren zijn ingetrapt.  En in het schemerdonker merk ik dat er niets over is van douches en kleedkamers.  Alles is gesloopt.

 

De penetrante geur van verval, nat hout,  rotting.

Ik besluit op mijn stappen terug te keren.

 

*****

 

Goed, geen kleedkamer dus, wat nu?

Het is inmiddels vijf voor zes, en de start is om half zeven.  Ik moet me nog omkleden en had graag toch een paar kilometertjes warm gelopen.

 

Dan maar naar de auto. 

Achterklep open et voilà: mijn knusse kleedkamer. 

Enig nadeel is dat het koud is en winderig.  En misschien is mijn locatie ook niet erg slim gekozen.  Een druk plein, vlak naast een drukke weg.  En daar sta ik dan, in bloot bovenlijf terwijl de eerste regendruppels vallen.

Het heeft wel wat.

 

Loslopen doe ik in combinatie met me naar de startzone te begeven.  En daar loop ik de confraters tegen het lijf: Rik B., Marc B., Dré B.  Handjes en wat flauwigheden uitwisselen.

 

Warm lopen.

Het parcours blijkt drastisch veranderd.  Niet meer met een lus over het Militair Domein, maar nu een aaneenschakeling van lussen door het dorpscentrum.

En neem die lussen maar érg letterlijk. 

400 meter Dorpsstraat, 180 graden draaien rond een nadar, 400 meter terug, haaks De Biest in, 400 meter, 180 graden rond een nadar, 400 meter terug. 

Dan rechts een dreef in, voor een lange cirkel dolomiet rond een grasplein om vervolgens via de dreef en nog twee haakse bochten naar de finish te lopen.

 

Deelnemers aan de 5 km moeten dit tweemaal afhaspelen, wij zijn gedoemd om dit 4 keer af te leggen. 

Dat betekent maar liefst 8 bochten van 180°, waar je elke keer quasi tot stilstand komt.

Dat zal er flink inhakken, omdat je telkens opnieuw je tempo moet vinden.

Anderzijds is er natuurlijk ook een miniem voordeel.  Door telkens terug te lopen, kan je goed inschatten hoe de achtervolgers zich gedragen.  Schuiven ze dichter of verachteren ze? 

Wat ook weer een nadeel kan zijn, wanneer het minder goed gaat. 

Niet te veel nadenken, Mark, dat is meer iets voor paarden....

 

*****

 

De start.

De meute stormt als een bende losgeslagen gekken naar de eerste haakse bocht.  En na de volgende haakse bevinden we ons in de eerste arm van lus 1. 

Even koppen tellen en ik merk dat ik in het gezelschap zit van Dré B.  Hij gaat er fors tegenaan en zo kunnen we aansluiten bij Rik B.  Rik heeft me vorig jaar hier verslagen en is normaal gesproken een stuk sneller (hoewel ik hem versloeg te Hoogstraten in 2009).

Keerpunt 180°. 

Ik merk dat Marc B. niet ver achter is, en in het gezelschap van Walter D.

 

Tweede arm lus 1.

Verdorie wat gaat het hier hard.  Dit kan ik onmogelijk volhouden.

IMG_9676

 

Rechts Dré B. (245) en achter nummer 198 zitten links Rik B. en rechts uw scribent (221) verscholen.

Daarna draaien we de Biest in, voor alweer een lus.

180° en terug.

De dreef in, rond het plein.

 

Snoeihard gaat het.

En ik besef dat ik me totaal zal opblazen indien ik probeer dit tempo vast te houden.

Ik laat me uitzakken.  En de fotograaf was getuige.

IMG_9694

 

Nu doe ik wel alsof het een weloverwogen beslissing was, maar niets is minder waar.  Ik werd er simpelweg uit gelopen.

 

Doortocht 1 aan de finish: 9 min 20 seconden.

Ronde 2.

Af en toe word ik geremonteerd door 5 km-lopers.  Door aan te pikken, loop  ik terug in op Dré B.  Hij heeft Rik moeten laten gaan en is nu een prima mikpunt voor mij.  Ik merk dat ik nog een relatief comfortabele voorsprong heb op Walter en Marc B. 

Ik haal Dré bij en hoop dat ik even wat op adem kan komen achter zijn rug.  Een windscherm is geen overbodige luxe hier. 

Dré tolereert het even, maar dringt me dan de kop op.  Ik trek de tweede lus de kop windop.  Ik gebaar met de arm dat Dré terug moet overpakken, maar dan merk ik dat hij niet meer bij mij is.

Verdomme, ik sta er alleen voor.

En Marc B en Walter D. sluipen dichterbij.

 

Doortocht 2 Finish: 19 min 23 s. (goed voor stek 7 op de 5 km).

Ronde 3.

We krijgen een fikse plensbui over ons heen.  Heerlijk. De 180° bochten worden hierdoor plots wel erg glibberig.

Op de terugweg van lus 1 merk ik dat Dré inmiddels ook al voorbij is gelopen door Marc en Walter.  De instorting van Dré is dus totaal.

Ik loop moederziel alleen en de twee achtervolgers lossen mekaar goed af.  Het zal zeer moeilijk worden om hen voor te blijven. 

 

Wat is nu wijsheid? 

Blijven doorgaan of wat recupereren en wachten op het duo?

Ik besluit om mijn tempo strak te houden en het hen zo moeilijk mogelijk te maken om bij mij te geraken.  In de spurt ben ik toch een vogel voor de kat.  Beide heren zijn duatleten en redelijk explosief.

 

Doortocht 3 Finish: 29 min 36 sec.

Laatste ronde.

Het verval valt al bij al nogal mee.  Maar de tank is zo goed als leeg.  En de achtervolgers sluipen tergend langzaam, meter per meter dichterbij.

En op het eind van arm 1 van lus 2 sluiten ze bij mij aan.  En blijven even treiterig in mijn rug zitten.

Wanneer we de dreef indraaien schuiven mijn kompanen mij voorbij.  Ik pik aan, maar dit doet pijn. 

Ik kan niet meer, maar ik moet.

 

Dorpsstraat terug in, nu belanden we in de laatste honderden meters.

Marc B. op kop, Walter D. twee, ik drie (en deze duif is dood, morsdood).

Nu is het wachten op het nekschot, in de vorm van de ultieme jump van Marc.  Maar tot mijn verbijstering schiet Walter als een raket voorbij Marc en kiest het hazenpad.

Marc B. versnelt ook, ik beperk me tot aanklampen.

Walter is weg.

Marc B. heeft een paar meters op mij, maar vertrouwt het zaakje niet.  Hij kijkt geregeld om.  Ik blijf aandringen, maar moet in de laatste bocht nog wat extra meters toegeven.

Walter valt stil en we naderen alletwee opnieuw op hem. 

Maar hij controleert enkel.

Finish als 18de in 39 min 48 sec, 6 seconden na Marc B., 9 na Walter D.  Dré komt 2 minuten en 6 seconden later, totaal opgebrand, binnen.

 

Volgens medelopers met imposante loop- en meetapparatuur  aan de pols zou de totale afstand 10 km 100 meter bedragen. 

Hoe dan ook,  toch vlotjes boven de 15 km per uur. 

Stiekem gehoopt, maar toch onverwacht.

Dat doet het beste verhopen voor de toekomst.

 

*****

 

Ik recupereer mijn T-shirt dat ik bij een kameraad van Marc B. in bewaring had gegeven.  Het is nu zaak niet af te koelen en een verkoudheid te vermijden. 

Ik sta te dampen.

En ja, ik weet het,  het is geen gezicht.  Een erg lang wit T-shirt dat voorbij mijn loopbroekje valt  met daaronder de opgetrokken, lange zwarte compressiekousen.

Maar het kan me niets schelen.

Geen bal.

Temperatuur is nu belangrijk.

Niet afkoelen!

En water drinken natuurlijk.

Nog wat nalullen, en zweren dat we in Rijkevorsel wraak en geen gevangenen zullen nemen!

Folders weigeren.

Dan in lichte looppas naar de auto.  Warm blijven in combinatie met cooling-down.

 

En het spektakel ontvouwt zich voor een tweede keer die dag.  

Komt dat zien, komt dat zien!  

Bij een geopende achterklep sta ik nogmaals te strippen in volle dorpskern.

Warme kleding.  Pet.

 

Honger.

Ik eet een appel en slenter over het marktplein. 

En voel hoe de vermoeidheid toeslaat. 

Ik ben wel erg diep gegaan.

Volgend weekend eens zonder wedstrijd.

Denk ik.

18-06-10

Top Gun

Top Gun

 

De vakantie staat voor de deur. 

En dan moeten wij weer zonodig op reis. 

Terwijl ik al genoeg reis in mijn hoofd, telkens ik ga lopen.  De bossen van Wortel, perfect!

Om alvast mijn vrouw, die telkens enthousiast vakantieplannen maakt, te ontmoedigen, wil ik haar volgende vakantiebelevenissen in herinnering brengen. Uit de grote doos der pijnlijke familieverhalen, een doos waarvan de bodem nog lang niet in zicht is.

En uiteraard ook tot vermaak van 't algemeen.

Een verhaal met een loopkantje trouwens, of wat dacht u?

 

Want laat ons wel wezen, op vakantie gaan  trekt een vieze streep door mijn trainingen en wedstrijden.

Daarom blijf ik hameren op de nadelen van reizen: rugbrekende bedden en matrassen, ongedierte dat kostbaar bloed wil komen zuigen, luidruchtige buren, bloedhete temperaturen en irritant zoemende airco's, vreemd eten dat de darmen irriteert, jengelende kinderen, naar pis ruikende zwembaden, naar zwembad ruikende restaurants,  Franse WC's vol vliegen,...

Ook héél opvallend: het buitenland stikt dan ook nog eens van de buitenlanders.

 

En wat zijn de voordelen?

Een paar mooie foto's.  Maar sinds we internet hebben, blijkt dat zowat iedereen mooiere foto's maakt van vakantiebestemmingen. 

Is er trouwens iemand geïnteresseerd in foto's van Barcelona in de stortregen of Venetië dat overspoeld is door spleetogen met camera's?  Want dat soort foto's heb ik wél.

 

*****

 

Neen, als we een opstoot voelen van vakantiedrang, dan kijken we naar het TV-programma 'Vlaanderen Vakantieland'.  Dan combineren we de reis ook meteen met het kijken naar de bevallige contouren van Erica Van Tielen.  Twee vliegen in één klap!

Wat zijn we weer efficiënt bezig.

Vanuit de luie zetel heb ik zo al de ganse planeet afgereisd, zonder de irritaties van verloren koffers, gestolen portefeuilles, bijtgrage insecten, tegenvallende hotels, zoemende airco's en slecht weer (ja, het is ons al één keer gelukt om op een exotische bestemming slechter weer te hebben dan in België; zo'n slecht weer hadden ze daar sinds mensenheugenis nog nooooooooooit meegemaakt; maar wij waren er bij!).

Niks gegoogel op voorhand om uit te zoeken wat je moet gezien hebben.  Niks uitpluizen van reisgidsen.

Zo bezoeken wij op een veertigtal TV-minuten alle bezienswaardigheden van een land zonder een druppel zweet te laten of aan te moeten schuiven in barbaarse temperaturen.

Neen, vind ik prima zo.

Ik dacht dat ik met deze manier van reizen alle records gebroken had qua luiheid.

 

Maar altijd is er iemand straffer.

Mijn vriend Peter V. heeft de gewoonte exotische reizen te maken.  Eens op de kleurrijke bestemming, kruipt hij in de ligzetel om er aan de rand van het zwembad cocktails te hijsen.

Peter beseft ook wel dat het zonde zou zijn om zo ver te reizen en dan niets te zien van het land.

Peter heeft daarvoor de perfecte oplossing gevonden.

Daarvoor zoekt hij telkens een bejaard koppel, dat er iet of wat betrouwbaar  en kwiek uit ziet. 

Bij voorkeur Duitsers, die hebben namelijk doorzettingsvermogen...

Peter geeft dan zijn peperdure camera mee met deze mensen en vraagt of ze de nodige foto's kunnen maken op de ongetwijfeld interessante uitstappen die ze gaan maken.

Zo heeft hij ook een rijk gestoffeerd foto-album, zonder een centje pijn...

RESPECT!

 

Enfin.

Genoeg geleuterd.

Gaat dit nog ergens naartoe?

Ach ja, nu weet ik het weer....

.....het beschamende vakantieverhaal.

We gingen, beste lezers, lang geleden, op reis naar de Ardennen, u weet wel, dat stukje net over de taalgrens.

 

*****

 

Ardennen.

 

We hadden er een rustieke chalet gehuurd.   Rustiek wil zeggen: een  stoffige jachttrofee aan de muur, een asbak van Chimay en een simili-leren bankstel.  We werden terug geslingerd naar de jaren zestig.

Onze chalet lag op de heuvelrug.  In het dal lag Marche-en-Famenne.  Aan onze voeten, zo u wil.

Op tafel vonden we een document met instructies.  Hoe het water op te zetten, gasboiler aan te steken en dies meer.

Ik heb me suf gezocht naar de hoofdkraan van het water. 

De eigenaars gebeld.  De kraan bevond zich in een put in de tuin, met het plakkaatje "Eau" gemarkeerd. 

Een soort van logica, dat valt niet te betwisten.

Maar het plakkaatje was omgevallen in het hoge gras.  Vandaar onvindbaar.

Kraan open. 

We hebben water. 

Eau potable. 

Koud water.

 

Lucifer aan gasboiler.

Boiler lust geen lucifers.

Ik durf de eigenaars niet te bellen voor instructies; ik wil nu ook niet altijd en overal overkomen als een absolute nul (laat staan op technisch gebied).

Plots zie ik een grote gaston (neen, niet die van gaston en leo, maar een ton gas) in de tuin staan.  Onder het hoedje staat een kraan wel érg uitnodigend naar mij te knipogen.

 

"Als je het maar laat", zegt mijn vrouw met gefronste werkbrauwen.

Jaren huwelijk hebben haar een gefundeerd beeld gegeven van mijn technisch vernuft.  Of mijn stuitend gebrek aan...

Ze draait zich om en gaat richting chalet.

 

Eens ze uit het zicht verdwenen is,  schroef ik als de gesmeerde bliksem de kraan open.

Jaren huwelijk hebben mij geleerd dat eigenzinnigheid soms vruchten afwerpt. Noteer het belangrijkste woord in voorgaande zin: soms.

 

Maar toch.

 

Triomfantelijk steek ik de boiler aan. 

We hebben warm water.

Pijs en vree.

 

****

 

De volgende ochtend moet er zonodig ontbeten worden.

Ik ben Chinese vrijwilliger om de plaatselijke bakker te gaan beroven van brood. 

Broodroof. 

Loopschoenen aan, want links ligt er een slaperig dorpje op nauwelijks 2 kilometer.  In tussentijd kan er een fluitketel het vuur aan de schenen worden gelegd om theewater aan de kook te brengen, tafeltjes dekken en ezeltjes strekken.

 

Ik loop in gestrekte draf de 2 km naar het dorpje. 

Een kerk, een café en een paar scheefhangende huizen.  Geen bakker.  Zelfs geen frituur. 

Als een speer terug, zonder brood.

Mijn vrouw, met de handen in de zij op het terras, ziet mij broodloos aan komen lopen.  Ik roep dat ik naar de andere kant loop, naar het volgende dorp; over wat hebben we het dan, ocharme 3 kilometer?

"Pakt den auto, dan hebben we vandaag misschien nog iets te eten", roept ze me na.

Je moet het haar nageven, ze kan die enkele woorden toch nog net dat randje sarcasme meegeven.

 

Tja, wat zal ik zeggen, dit dorpje had een kerk, een café, en een paar scheefhangende huizen.  Geen bakker.  Zelfs geen frituur.

Ik kom terug gelopen, zonder brood.

Om te vermijden dat mijn kinderen de hongerdood moeten sterven heb ik de auto gepakt en ben naar Marche-en-Famenne gereden. 

 

Wat ze zeggen over luie Walen klopt dus (De Wever knikt instemmend op de achtergrond,  maar zwijgt voor de lieve vrede).

Er staan een paar mensen voor mij aan te schuiven, maar het schiet dus totaaaaaal niet op.  Er wordt geleuterd over voetbal, politiek, kinderen, het weer. 

Ik word met een scheef oog bekeken, wat doet een volwassen man in een kort zwart spannend lycra broekje in onze bakkerij?

 

Broodnodig brood onder de arm kom ik halfweg de voormiddag terug aan de chalet. 

Kind 2 had inmiddels de pot choco al leeggelepeld en en passant zichzelf vol gesmeerd. 

Kind 1 zat met verhit hoofd en razernij in de ogen te Gameboyen. 

Je rijdt honderden kilometers naar een attractief en exotisch landschap, wat doen de kinderen daar? 

Inderdaad, exact hetzelfde als thuis.

 

*****

 

Het was heet in de Ardennen.

Mijn vrouw ordonneerde dat er een zwembad moest zijn. 

En wel nu.

Of neen, liever nog: daarnet!

Opblaasbaar spul gaan kopen, maar te gierig om een pomp te kopen.  Ik beschik als atleet toch over een longcapaciteit van jewelste.

Pompen zijn voor watjes.

VO2-max nog aan toe!

 

Ben drie keer flauw gevallen en heb zes keer gehyperventileerd bij het opblazen van dat immense zwembad.

Zwembad gevuld met koud water, daarna opwarmen met emmers warm water. 

 

Bij het vullen van de laatste emmer merk ik dat de gasboiler blijft branden, zonder dat er warm water wordt afgetapt. 

De boiler brandt en de kraan staat dicht!

Dit noemen ze in vaktermen een explosieve situatie, dacht ik!

 

GAS AF!

 

Ik hoor water spuiten ergens onder de chalet. 

Ik voel me meteen één van de hoofdrolspelers in 'Das Boot', die beklemmende film over onderzeeërs.

Hoofdwaterkraan dicht.

 

WATER DICHT!

 

*****

 

We zitten terug in het stenen tijdperk.

Inmiddels plonzen de kinderen in het zwembad. 

Gejoel. 

 

Taferelen van een gelukkig gezinnetje.

 

Tot plots het Belgisch Leger besluit in actie te komen.  Dat was ook al sinds mensenheugenis niet meer voorgevallen, maar wij waren er bij!  Boven de heuvelrug, waarop onze chalet ligt, komen de F-16 vliegtuigen draaien.  Met een geraas waarbij horen en zien vergaat. 

Ze vliegen zo laag over, dat  je het wit van de ogen van de piloot kan zien. 

We hoefden geen warm water meer bij het zwembadje te doen, de afterburn van de jet deed het halve werk.

De kinderen in razende paniek de bloedhete chalet in gevlucht, om in die bakoven in het smeltende simili-lederen bankstel plaats te nemen.  Tegen dat we ze weer naar buiten hadden gelokt met kleurig speelgoed, kwam Top Gun opnieuw voorbij geraasd. 

De ganse dag door, nu begrepen we waarom die chalet zo goedkoop was.

 

*****

 

Omdat we over gas noch water beschikten, toch maar weer de eigenaars opgebeld. 

Ze herstelden alles naar genoegdoening.

 

Ik vertelde hen over mijn vruchteloze broodtochten.  Ze keken me meewarig glimlachend aan en vertelden dat er een succulente bakker was,  voorbij het rechtse dorpje, amper 2 kilometer verder.

De volgende ochtend loopschoenen aan, naar de bakker, wat is het, ocharme 5 kilometer. 

Opwarming noem ik dat. 

Ik, de afgetrainde loper.

De theepot fluit een olijk melodietje, mijn vrouw staat met de armen in de zij op het terras, Kind 2 is zich vol aan het smeren met choco, Kind 1 verliest van de Gameboy, en ik ben vijf kilometer verder aangekomen aan de bakkerij in kwestie.

 

Wat denkt u?

 

................

................

................

 

 

WEKELIJKSE RUSTDAG.

 

Vijf kilometer terug lopen.

Opnieuw de auto in.

Marche-en-Famenne. 

Daar heb je die gek weer in zijn zwart lycra spannend broekje.

 

*****

 

U denkt dat dit verhaal al voorbij is.

 

Think again!

 

's Nachts liggen de kinderen te slapen.  Wij kunnen niet slapen wegens de hitte.  We woelen en woelen.

De matras heeft ook betere tijden gekend en is overduidelijk getuige geweest van vele oorlogen, schermutselingen en lijf-aan-lijfgevechten. 

Moest deze matras kunnen spreken, dan zou ik ze het zwijgen opleggen....

Omdat het bed een soort centrale kuil heeft, rollen mijn vrouw en ik steeds naar mekaar toe.  Dat is in bepaalde omstandigheden leuk, maar niet als je wil slapen.

Wanneer we uiteindelijk bijna de slaap vatten, breekt er een hels onweer los. We zijn opnieuw klaarwakker.

De elektriciteit valt uit. 

Nu hebben we opnieuw gas en water, valt verdorie de elektriciteit uit!

We horen het vlees voor de barbecue ontdooien in het diepvriesvakje.  De kinderen slapen ongestoord verder.

Tegen half vijf is het getempeest buiten voorbij en is het ganse zaakje in die mate afgekoeld dat we de slaap zouden kunnen vatten. 

 

Zouden kunnen.

 

Zouden kunnen, want net op dat moment brult Kind 1 de ganse chalet bij mekaar; het blijkt de zoveelste oorontsteking te zijn.

 

Leuke vakantie.

 

*****

 

 

Dienstmededeling: zaterdag 19 juni staat uw dienaar, in brede kringen bekend als 'het loopwonder', aan de start van de loopwedstrijd te Wuustwezel, Top Run.  We kruisen er de degens over iets meer dan 10 kilometer. 

Vorig jaar 39 minuten en 9 seconden. 

Dat zal morgen niet lukken, valt te vrezen.

Maar we gaan er alles aan doen om de concurrenten de daver op het lijf te jagen...

 

15-06-10

Nil Volentibus Arduum

Nil Volentibus Arduum

 

Zaterdag 12 juni.

Vandaag krijgt deel drie van het drieluik van het klassieke voorseizoen zijn beslag: het drieluik BHM. 

B= 20 Km door Brussel,

H = De Corrida door Hoogstraten 

M = Kapellekensloop te Minderhout.

BHM dus.

 

Slopend drieluik. 

Kan je in Brussel nog anoniem in de massa je wedstrijd afwerken en desnoods ten onder gaan, dan is dat in Hoogstraten en zeker in Minderhout onmogelijk. 

Ongeveer iedereen kent je, zowel deelnemers als toeschouwers.  En van de toeschouwers zijn er ook altijd wel een paar die met de pint in de hand een of andere denigrerende rotopmerking in huis hebben.

"Mark, je hangt eerste, of neen, toch niet,  je staat op het punt gedubbeld te worden...."

Leuk!

Daar komt dan nog bij dat er een drietal bevriende fotografen over het parcours verspreid staan, zodat elke pijnlijke afgang op de gevoelige plaat zal worden vastgelegd, als bewijslast voor het nageslacht.

Zit je de eerste ronde nog te dollen met de camera, dan is ronde twee al een rood hoofd en ronde drie doffe ellende.

 

Zoals gezegd moest er een keuze gemaakt worden.

Neen, niet tussen een wit konijn, een klauwende leeuw, een salonsocialist met een strikje of een of andere tsjeef.

 

De keuze tussen, in mijn geval dan toch, de 15km750m of de halve marathon.

 

Meteo: het was rond de 20°. 

Dat is niet bepaald warm als je monokini in de zon wil gaan liggen.

Dat is warm met jeans en T-shirt en een frisse, parelende pint in de rechterhand.

Dat is heet als je vol wil doorlopen.

 

Meteo 2: er stond een strakke wind. 

Dat geeft plaatselijke tepelstijfheid als je monokini in de zon wil gaan liggen.

Dat is prima met jeans en T-shirt; het koelt ook lichtjes je frisse, parelende pint in de rechterhand.

Dat koelt een beetje tijdens het vol doorlopen, maar is fnuikend voor je loopritme en -tempo wanneer je de wind vol op de snuit hebt.

 

En de sadistische weergoden hadden als saillant detail er voor gezorgd dat de wind op kop zat op de licht hellende stukken van het parcours.

 

 

OK, OK, OK, OK, ik weet het. 

Minderhout is geen pittoresk dorpje in de Atlantische Pyreneeën, waar wilde 'pottocks' grazen op de steile flanken van de  heilige Baskische berg 'La Rhune' als buffer in de baai van Gascogne....

Neen, dat nu ook weer niet.

En het hoogteverschil dat in Minderhout dient overbrugd te worden is inderdaad verwaarloosbaar.  Dat zal elke topograaf u onder ede kunnen bevestigen.

Maar toch.  Zijn die licht hellende wegen tijdens Ronde 1 nog een makkie, nadien worden die flauwe hoogteverschillen pijnlijker en pijnlijker per ronde.

 

******

 

Ik fiets op mijn dooie gemak naar Minderhout.  Ik doe het kalm aan, want wil absoluut geen energie steken in het fietstochtje.

Inschrijven in het plaatselijke parochiecentrum.  Ik twijfel, treuzel, klamp bekenden aan met de vraag welke afstand zij gaan lopen. 

Frank B. gaat voor de 5km250.

Dat is me véél te weinig.  Me aankleden en opwarmen duurt langer dan het lopen.

Marc B., Dré B. en Rik B. (heeft hier iemand een achternaam die niet met een B. begint?) gaan voor de 10,5 km.

Dat vind ik nog altijd te weinig.  Dan ben je namelijk verplicht héél hard te lopen, wil je kans maken om moe te worden. 

Eddy K., Els VDK gaan voor de 15km750.

Zou ik niet beter deze afstand lopen?  De hoogconjunctuur conditie is nog ver weg en het gebrek aan kilometers zou me wel eens érg zuur kunnen opbreken tijdens de halve marathon.  Zeker in deze omstandigheden.

Zowat iedereen van AVN gaat voor de halve marathon.  Ook Axel A. en Peter F., twee hardlopers van formaat, gaan voor deze afstand.   Maar ik acht me nog niet in staat om hen te volgen, laat staan hen het vuur aan de schenen te leggen.

In een niet eens zo ver verleden zou ik onnadenkend en met de nodige zelfoverschatting vlotjes de halve marathon hebben gelopen, maar nederig geworden...

...heeft u een secondje, want ik moet even mijn vrouw gaan oprapen; ze is in een soort katzwijm gevallen; ze wist niet eens dat ik het woord nederig kende, of foutloos kon schrijven, laat staan dat ik ook maar enige notie van de betekenis zou hebben...

Dus waar waren we?

Ach ja, nederig geworden door blessureleed doet me beseffen dat het beter is te wachten tot er genoeg kilometers op de teller staan om dit soort avonturen aan te vatten.

De 15km 750 dus, maar zelfs op weg naar de kleedkamer sta ik nog een drietal keren op het punt om mijn inschrijving te gaan wijzigen naar de halve marathon.

Blij weerzien met zovele loopbroeders in de kleedkamer...

 

*****

 

Tijdens het opwarmen voel ik dat mijn rug zelfs niet meer opspeelt.  Dat is alvast een opsteker.

En dan is het wachten op de start.  Nog wat zenuwachtig gebabbel met omstanders en plots zet een scherp fluitsignaal de groep in beweging, een 90-tal lopers op de halve marathon en een 30-tal voor 15km750m.

 

We're on a road to nowhere
Come on inside
Takin' that ride to nowhere
We'll take that ride

Feelin' okay this mornin'
And you know,
We're on the road to paradise
Here we go, here we go

 

Zoals Talking Heads al wisten.

 

De Hoge Weg loopt lichtjes op en de wind blaast er genadeloos in het nadeel.  Ik zoek brede schouders om achter te schuilen, maar ze schuiven allemaal vlot van me weg. 

Plots bevind ik me in het gezelschap van Maria V., begenadigd langeafstandsloopster, maar een kop kleiner dan ikzelf en een absoluut smal lichtgewicht.

Qua windscherm stelt dat niet bijster veel voor, dus verhoog ik het tempo en laat haar ter plaatse. 

Noem het gerust blunder 1 in het grote blunderboek.

Kilometerpunt 1: 3 minuten 23 seconden.

Jep, schrijf maar op: blunder 2.

Qua versmachtende start kan dat tellen.

Kapellekesloop Minderhout juni 2010 vervolg 174

Bouwwerk met op de voorgrond kunstwerk.

Of is het eerder: ruwbouw met op de voorgrond ruïne?

 

 

Maar dan valt het tempo terug op iets minder waanzinnig, en kilometer drie wordt bereikt na 11 minuten en een handvol seconden.

Waar ik voor vreesde, is nu al bittere realiteit.  Ik ben alleen gevallen, nu al.  En ik voel dat ik al ernstig op mijn adem heb getrapt.

En dan draaien we de Leemstraat in en krijgen we weer de wind vol op kop; een paar honderd meter verder is het op de koop toe ook nog eens licht bergop de Witherenweg in.

Het hakt er allemaal goed in.

Vijf kilometer op 20 minuten.  Ik heb me duidelijk verslikt in de eerste snelle kilometers, maar zit nu op mijn klassieke tempo.

 

Doortocht 1 aan de finish nog een minuutje later. 

 

En wanneer ik in de Markwijk loop, hoor ik de omroeper galmend aankondigen:

"Doortocht eerste vrouw op de halve marathon, Maria V."

Ik heb hoogstens een luizige  honderd meter voorsprong en moet nu weer vol de wind trotseren op de lichtjes oplopende Hoge Weg.

Maria V. schuift langzaam naar me toe.  Ik vecht voor wat ik waard ben en het duurt toch een kilometer of twee vooraleer ze kan aanpikken.  We bevinden ons inmiddels in de buurt van de watermolen.

 

Ze schuift me voorbij en dan maak ik blunder 3: ik pik aan en sterf een drietal keer in haar zog.

Maar dan is ze weg.  En ze laat een zwalpend wrak achter, dat al flink in de reserves heeft getast.

Kilometer 10 op 41 minuten en half  en doortocht 2 aan de finish op een kleine 43 minuten.

Het verval begint in te treden.

Kapellekesloop Minderhout juni 2010 vervolg 235

 

De bek wijd open, happen naar schaarse zuurstof.

En de lijdensweg is nu compleet.

Ik word opgejaagd als aangeschoten wild.  Ik word geremonteerd door verschillende lopers.  Telkens pik ik mijn wagonnetje aan, maar telkens moet ik het hoofd buigen. 

Dit is hard, beenhard.

De systemen beginnen uit te vallen.

In de zandweg naar de watermolen nadert een groepje halve marathoniers, onder aanvoering van Peter F. uit Niel.  Hij maant me aan om door te gaan, wat ik ook prompt doe.

Ik trek het groepje op een langgerekt lint.

IMG_0913

Watermolen.

Bevoorrading.

IMG_0914

Ik grijp naar een spons en knijp ze leeg over mijn verhitte kop en armen.  Wat nippen aan een drinkbeker, en de rest over het hoofd leeggieten.

En omdat ik even temporiseer, valt het groepje halve marathoniers me helemaal in de nek.

Maar het heeft benzine gekost.

DSCN0755

Schouwing der troepen kruispunt Molenstraat -  's Boschstraat.

Verdomme, Axel A. zit in dit groepje!  Sympathieke jongeman met naar mijn smaak iets te snelle benen.  Axel is ook een Brusselganger.

We wisselen enkele woorden.

Ik besluit me stevig in dit groepje te nestelen en me met hen mee te laten drijven naar de finish.  Zij moeten dan nog wel een ronde afwerken.

Twee lopers voor mij als windbuffer, Axel en Peter flankeren me.

Even de hartslag enkele slagen laten zakken en afwachten wat er nog volgt.

We draaien de Leemstraat in.  Nog circa 1,5 kilometer naar de finish.

 

Maar wie zit er allemaal in dit groepje?

Concurrenten op mijn afstand? 

Of enkel lopers van de halve marathon?

Ik kijk vertwijfeld rond op zoek naar borstnummers, maar kan niet iedereen zien.

En dan voel ik dat de loper voor mij iets verzwakt windop. 

 

En ik besluit in een flits om alles of niets te spelen.

Kaarten op tafel.

Ik versnel (noem het voor mijn part blunder 4).

Het groepje kreunt en kraakt.

Iemand klampt aan.  Ik hoor zijn voetstappen vlak achter me.

DSCN0764

De tweede demarrage in de Leemstraat.

 

Ik versnel nog een beetje (denk ik toch).

En het groepje spat finaal uit mekaar.  Daar zullen ze me niet echt dankbaar voor zijn.

 

De Witherenweg.  Licht glooiend bergop, wind op kop. 

Dit is sterven als een beest.

Buigen of barsten.

Alles uit de kast.

Alles kraakt.

 

Nil Volentibus Arduum.

Niets is onmogelijk voor hen die willen. 

Schatplichtig aan de Wever...

 

Enkele meters worden een tiental meters.

Ik ben weg.

Nu mag niemand meer aansluiten, niemand mag me remonteren.  En tussen de gedubbelden door is het moeilijk in te schatten of er nog gevaar dreigt van snelle finishers die opduiken uit de achtergrond...

 

Maar het lukt.

Finish in 1 uur 6 minuten en 16 seconden. 

Plaats acht.

 

7 seconden later komt de eerste vrouw over de finish.  Ze zat inderdaad verscholen in het groepje...

Toch een wijs besluit geweest om te versnellen.

 

*****

Nahijgen aan de finish.

Nadruppen.

Kleedkamer.

Mijn vriend Tom komt me nog wat met mijn slechte tijd uitlachen.  En me plagen dat ik het voorprogramma heb gelopen, in plaats van de halve marathon.

Daar heeft een mens vrienden voor.

En er wordt flink nagetafeld in het zonnetje op het terras.

 

*****

 

Vandaag, maandag, is er absoluut geen schade.  Geen spierpijnen, geen zware benen, geen stramme kuiten, geen gehavende rug. 

De keuze voor de iets kortere afstand heeft op dat vlak gerendeerd.

Mark is een flinke jongen!

En deze ochtend zweet ik een lange, lome duurloop uit, in de immense, gewijde stilte van de kolonie.

Ik en de insecten.

 

En ik beraam nieuwe plannen, nieuwe blunders.

Nil Volentibus Arduum.

 

_____________________________________________________________

Foto's: Martine Van Rijckevorsel, Leo Gabriëls en Tom Van Loock.

11-06-10

Mit Gott für König und Vaterland

Mitt Gott für König und Vaterland

 

Dit weekend is het erop of er onder.

 

U beseft toch wel wat er dit weekend op het spel staat?  U mag uw democratisch recht uitoefenen.

Want, inderdaad, dit weekend kan u kiezen ....

Aan u de keuze.....

.....om deel te nemen aan de Kapellekensloop te Minderhout.

 

......

 

Ach, ik begrijp uw verwarring...  U dacht dat ik het over de verkiezingen had.

Hoe futiel!

Neen, het enige bolleke dat er écht toe doet dit weekend (buiten het bolleke Koninck), wordt zaterdag ingevuld op het inschrijfformulier van de Kapellekensloop: namelijk het bolleke voor de 15km750 of dat voor de halve marathon. 

De afstand die ik er betwist staat nog niet vast, de thermometerhut zal de doorslag geven in de uiteindelijke keuze.

 

Neen, de verkiezingen, dat heeft toch geen enkel belang.

Ok, ik besef ook wel dat de volgende kleine puntjes in België nog niet helemaal in orde zijn: werkgelegenheid, begrotingstekort, vergrijzing, sociale zekerheid, splitsing kieskringen, justitie en veiligheid, energie,... 

MAAR, andere zaken zijn dan weer wél perfect geregeld.

Wat wij bijvoorbeeld wél voor hebben op het buitenland, tot spijt van wie het benijdt, is onze pérfécte wetgeving omtrent de plastic zakjes die je bij je moet hebben om de drol van je hond op te rapen, op straffe van boete. 

Dat ze daar in het buitenland eens een puntje aan zuigen (niet aan dat zakje, versta me nu niet verkeerd).

Dat criminelen wegens procedurefouten vrij op straat rondlopen, dat is aanvaardbaar, maar een hondendrol op straat, dat ligt toch nét iets moeilijker!

Maar ik wil niet de rechtse zeur uithangen...

 

*****

 

Woensdag 9 juni.

 

We hebben iets te vieren vandaag!

We mogen namelijk vanaf vandaag terug beginnen lopen. 

Hipperdepipperdepip!

Hoera!

De champagne staat al koud.  De hapjes warm.  Hijs een vlag!  Doe maar twee!

 

Ten minste, als we de raadgevingen van de sportdokter hadden opgevolgd, dan zou nu de loopquarantaine van 12 weken voorbij zijn.

En zaterdag staan we als een briesende leeuw aan de startlijn van de Kapellekensloop in Minderhout, met de laatste twee weken een fraaie 51 trainingskilometers en 30 wedstrijdkilometers op de teller. 

Niet onaardig. 

 

*****

 

Ik ga moederziel alleen naar Minderhout.  Mijn vriend Tom is niet van de partij.  Achilles nog steeds.  Hij zit in de fase van scans, bezoek podoloog, maken speciale zooltjes, mogelijk inspuitingen.

Luguber, allemaal.

En tijdverslindend.

 

STOP DE PERSEN!

Het ene mirakel volgt het andere hier op!

Mijn vriend Tom heeft van de sportdokter het licht op groen gekregen.  Hij mag terug lopen!  Met zooltjes, dat wel, maar is dat niet het lot van elke loper die ijzerenheinig blijft doorgaan en doorgaan en doorgaan.

Want uiteindelijk is lopen de eeuwige zoektocht  naar de volgende zwakke plek, die weer opvangen en dan weer in gestrekte draf op naar de einder, naar de volgende bloedmooie blessure.

Mogelijk start Tom op de 5 Km.

 

 

STOP DE PERSEN OPNIEUW!

De reeks mirakels is bij deze afgebroken.

Mijn vriend Tom heeft net zijn auto total loss gereden.  Gelukkig valt de lichamelijke schade mee.  Een wat pijnlijke borstkas; hopelijk blijft het daarbij.

Mogelijk start Tom dus niet op de 5 Km.

 

*****

 

Ik heb uw advies nodig, beste lezer.

U heeft hier in de vorige kronieken al een aantal foto's de revue zien passeren.  Waarbij u de fraaie loopstijl van uw dienaar kon bewonderen, alsook het lichaam dat in perfecte balans is. 

Die oogverblindende stijl, die glooiende afwikkeling, die bezwerende kadans, die sierlijke soepelheid,....

.....veertien ronkende volzinnen werden geschrapt omwille van eigen lof dat stinkt.

 

Samenvattend: een lichaam gesculpteerd naar een blauwdruk van de David van Michelangelo, zeg maar.

 

Tot hier bent u nog altijd mee?

 

Maar er is wel een probleem.

Mijn hoofd is het probleem.

Dat ziet er niet uit.

Een aanfluiting!

 

En dat het niet gaat beteren, zoveel realiteitszin hebben we nu zelf ook nog wel.

Een eerder omvangrijke Hollandse kennis van mij vindt dat ik té mager ben (nu ja, vergeleken met hem lijdt elke Sumoworstelaar aan anorexia voor gevorderden).

Hij drukt het zo uit:

"Nou, jij hebt precies een vogelkoppie.  Zo van een plat, pasgeboren vogeltje."

 

En omdat er nu al genoeg schandelijke foto's van dit heerschap in volle loopinspanning circuleren op het internet, noem het gerust het 'Circus van de Wansmaak', zit ik al een tijdje te tobben hoe we dat kunnen oplossen.

 

Ik denk persoonlijk dat we de aandacht van de kijker van mijn gezicht moeten afleiden.

Strak plan.

Want soms kan een detail op een foto uw aandacht helemaal afleiden.

Ik maak een en ander aanschouwelijk met een voorbeeld.

 

Ziehier een foto van de 20 Km door Brussel, vol met mensen die in volle inspanning zijn op de Tervurenlaan.

Heroïek alom!

Ok, geen blauwdrukken van David van Michelangelo, maar toch...

IMG_0781

Maar geef maar toe dat uw oog werd afgeleid naar de homo sapiens rechts, die fier  en zonder gêne zijn blote, harige reet toont aan de wereld.

Wordt de wereld daar beter van?

Dat durf ik te betwijfelen.

Maar het leidt wel af.

 

In die optiek ben ik dus aan het overwegen iets op of rond mijn hoofd te gaan dragen tijdens het lopen, met als doel:

  • een nieuwe look, een nieuw elan,
  • afleiden van de aandacht.

 

Maar ik zit nu wat te tobben hoe 'le nouveau moi' er uit moet zien.  En vermits ook een aantal vrouwen deze kronieken frequenteren, ben ik zo vrij  u te vragen uw modebewuste kennis en gevoel voor esthetiek in de strijd te gooien.

Voor het goede doel.

 

HPIM0178

 

Dit is optie 1: Rode bandana en de bewegingen van Usain Bolt / Frutos.  Kid Coco meets Pantani, Il Elefantino.

Of is dit er over?

 

HPIM0187

 

Optie 2: Paasei met zwarte strik.

Of kiwi.

God neen, nu zie ik het. 

Dit heeft wel wat weg van Carl Douglas, dat zenuwlopende liedje: "Everybody was Kung Fu Fighting"...

ALLEMAAL!

Everybody was kung-fu fighting             WHOE!!!!
Those cats were fast as lightning           WHA!!!!
In fact it was a little bit frightning           WHOE!!!!
But they fought with expert timing          WHOEHA!!!!

 

 

HPIM0184

 

Optie 3:

ALLEMAAL!

Kunnen jullie door een waterkraan?
Wij kunnen door een waterkraan!
En ook door een sleutelgat?
Ja, ook door een sleutelgat!
Kunnen jullie op een blokfluit spelen!
Ja, daar kunnen wij ook op spelen!
Vinden smurfen dansen fijn?
Ja, maar alleen op dit refrein!

La, la, lalalala, la,...

 

HPIM0180

Optie 4:

Kweet het niet.  Mijn vrouw belt net.  Dat ze niet meer met mij in het openbaar wenst gezien te worden.  En dat ik moet ophouden met die onnozelheid en dringend eens iets nuttig moet gaan doen.  Iets wat geld opbrengt, bijvoorbeeld.

 

HPIM0185

 

Optie 5:

Hé, dit lijkt wel Bono van U2, maar dan mét talent.   Had die ook geen rugprobleem?

Neen,  verdorie, ik ben er nog niet uit.

ALLEMAAL!!!

I still haven't found what I'm looking for...

 

HPIM0181

 

Optie 6: Richard Leeuwenhart!  We gaan op kruistocht.  Jeruzalem op het verlanglijstje.  Ik heb altijd al een klaagmuur willen hebben.

Oei, ik kan beter uitkijken wat ik hier zeg.  Na het oranjelegioen wil ik niet ook nog eens de Joodse gemeenschap tegen de haren instrijken.

 

Richard Leeuwenhart, dus.

Wat denkt u?

Iets klassieker van stijl, dat wel, maar voordeel is wel dat er véél van het aangezicht verdwijnt; puur winst dus.

Nadeel is dan weer dat dit eerder aan de zware kant is, en ik heb daarnaast ook nog eens proefondervindelijk mogen vaststellen dat het vizier zich tijdens het lopen  automatisch sluit, met als gevolg dat het blikveld eerder beperkt wordt. 

De botsing met het boompje werd dan weer goed verteerd, dank u voor uw bezorgdheid.  Toch bleef de klap lang nagalmen in de ijzeren helm. 

Noot aan mezelf: Enkel te gebruiken op een rechtlijnig parcours.

 

HPIM0189

 

Optie 7: De Rode Baron.

Ook al in de martiale sfeer. 

En met een stoere spreuk op het wapenschild:

"Mitt Gott für König und Vaterland."

 

Kunnen we mee leven.

Pruisisch regiment, voel ik me erg door gesteund, zeker nu het oranjelegioen een fatwa heeft afgeroepen over mij, na mijn kroniek over het WK voetbal. 

Betreffende die helm, even een dienstmededeling tussendoor:

Beste familie Brockmüller,

U hoeft niet langer te wachten op uw overgrootvader.  Hij komt niet meer naar huis. Zijn helm heeft het wél overleefd en is na omzwervingen via diverse desolate slagvelden in de Westhoek (omgeving Ieper) in bezit gekomen van uw dienaar.  Mijn medeleven alsnog.

 

Wat denkt u? 

Voor welke 'look' zou ik gaan?

U kan sms'en met het nummer van de optie van uw voorkeur.

U kan niets winnen.

08-06-10

No rest for the wicked

No rest for the wicked

 

Na de glorieuze helletocht door Brussel op 30 mei  en het debacle in Hoogstraten hebben we wat denkwerk verricht.

Jaaaaaa, klinkt gewichtig.

Neen, denkwerk hoe we de rest van het seizoen zien. 

Feit is dat ik een zwakke basis heb omwille van de verloren winter en de gedwongen rust de laatste weken.

Feit is dat ik ook niks snelheid meer heb.

Feit is dat ik geen wedstrijdritme heb.

En we zijn tot het besluit gekomen dat we ons daar geen bal van gaan aantrekken en gewoon gaan lopen en zien waar we uitkomen.

Want wat er niet is, zal ook niet direct komen, maar de wedstrijden zijn er NU, dus zal het gaan zoals het zal gaan.

 

*****

 

En ik heb me ook voorgenomen om een aantal wedstrijden, die al lang op mijn verlanglijstje staan, effectief te gaan lopen.  Op 12 september de 'Jogging Ville de Namur' bijvoorbeeld, 11 km op en over de citadel.  Deze wedstrijd staat met rode stip op de agenda.  En op 29 augustus zou ik graag eens de 'Descente de la Lesse' willen lopen, met aankomst in Dinant, de statige oude dame aan de Maas.

Van waar deze verzuchting?

Wel, uit bittere ervaring.  De laatste weken is het besef gegroeid dat ik waarschijnlijk toch niet eeuwig zal kunnen blijven lopen, dus is het zaak om toch zoveel mogelijk dingen van mijn verlanglijstje af te kruisen.  Zodat ik geen verbitterde oude vent wordt, maar gewoon een oude vent.

Ooit.

 

IMG_0815 (2)

 

 

*****

 

Zaterdag was het drukkend warm, maar dat heeft ons niet weerhouden om een lange duurloop af te werken.  Met nog steeds stramme spieren, dat wel, en badend in het zweet, ook dat, maar toch lekker.

De laatste twee loopinspanningen kregen hun beslag in een heksenketel van lawaai, flitsende kleuren, omringd door honderden tot duizenden lopers, muziek, vlaggengewapper, het geroffel van duizenden voeten en het geblaasbalg van longen in overdrive.

Het contrast met  de uitgestrekte bossen van de kolonie kan niet groter zijn.  Hier heerst een oorverdovende stilte.  Enkel het geritsel van de wind in het loof van de bomen, het gezang van ontelbare vogels en het ritselen van een eekhoorn die een boom invlucht.

Het golvende graan. 

De trillende lucht.

De eenzaamheid van de lange afstandsloper.

Alleen op de wereld.

Alleen met  je gedachten.

Alleen met de pijn.

 

En een klein zwart vliegje dat zich zonodig in mijn oog moet boren. 

DAT PIKT!

En al lopend probeer je het vliegje te verwijderen, maar dat lukt niet.  Wrijven als een bezetene, maar ik krijg het vliegje niet te pakken.

Dus loop ik verder met een lijk van een vlieg in mijn oog.

Pas voor de spiegel thuis zie ik kans om het vliegje uit mijn rood oog te vissen.

Als wraak op het insectenbestand ga ik straks nog een uurtje autorijden om er zoveel mogelijk af te maken...  duizenden zullen sneuvelen op mijn bumper en voorruit!

 

 

En maandag opnieuw gelopen. 

No rest for the wicked!

 

*****

 

No rest for the wicked!

 

Rust is nochtans belangrijk voor de loper. 

Vandaar dat ik tussen mijn trainingen en wedstrijden probeer zoveel mogelijk te rusten.  Ik probeer dan, met wisselend succes overigens,  ook elk karwei in en rond het huis in de nek van mijn vrouw te schuiven. 

Sport kan hard zijn.

Om toch het gevoel te hebben dat we, tijdens onze rustpauzes, nog sportief bezig zijn, proberen we zoveel mogelijk te sporten. 

 

Passief dan.

Daarbij is geen enkele opoffering ons te zwaar, en durven we ook wel eens voetbal kijken.  Het WK staat trouwens voor de deur!

Een loper, beoefenaar van een échte sport, die toegeeft dat hij voetbal kijkt...

Qua publieke bekentenis kan dit tellen.

Vermits de Rode Duivels voor zowat elk tornooi voortijdig uitgeschakeld worden, zijn we supporter geworden van een andere nationaal elftal. 

Meer bepaald elk elftal dat speelt tégen Oranje.

 

*****

 

Speelt Oranje tegen Marokko, dan pluizen wij het hele internet leeg om info te verzamelen rond de 'Atlas Leeuwen'. 

Zo kunnen wij nog steeds de opstelling van Egypte opdreunen die op het WK 1990 1-1 speelde tegen Oranje. 

Doelpunt van Abdel-Ghani Magd ! 

Abdel is een boezemvriend voor het leven !

Heilig verklaren die vent, nu ! 

Wat heeft Pater Damiaen tenslotte voor het voetbal betekend? 

Niks, dachten wij.

Zo is maar net.

 

*****

 

WK voetbal 1998 in Frankrijk. 

De eindfase van het WK viel samen met onze vakantie in Zuid-Frankrijk.

Op onze camping was de Oranje vloedgolf onstuitbaar.  Oranje leeuwtjes overal.   Unox oranje mutsen.  Toeters, bellen en vlaggen en de fraaiste exemplaren  noorderburen in blote torso en op klompen.  Waar je ook keek, oranje!

WK 1998: een erg vermoeiende campagne voor ons. 

De Belgen matig gepresteerd en eruit in de groepsfase, maar wel GELIJK GESPEELD TEGEN ORANJE. 

Noteer dat!

GELIJK GESPEELD TEGEN ORANJE.

Nadien moesten we achtereenvolgens supporteren voor Joegoslavië en Argentinië (telkens verloren we met 2-1 van Oranje in respectievelijk achtste en kwartfinale). 

Dan met Brazilië in de halve finale en, ja hoor,  na strafschoppen  spelen we  (heu, de Brazilianen) Oranje naar huis. 

En in de troosting winnen we ook nog eens van Oranje met Joegoslavië. 

Een geslaagde campagne voor de Belgen, noem ik zoiets.

 

*****

 

Maar dat God een Belg is wordt bewezen door het EK voetbal 2000, organisatie in co-ouderschap van België en Nederland.

Dat België als gastland de dubieuze eer mocht smaken uitgeschakeld te worden in de groepsfase, werd ruimschoots goedgemaakt door de halve finale tussen Italië en Oranje. 

Normaal moeten wij niet veel weten van de spaghettis, maar nu kon het niet op.

Na 34 minuten tweede keer geel voor Zambrotta, Italië met tien man. Nederland kreeg twee strafschoppen in de reguliere speeltijd (gemist door Frank de Boer  en Kluivert op de paal).

Daarvoor zijn we later nog te voet op bedevaart naar Scherpenheuvel moeten gaan. 

Doen we met plezier nog eens als het moet. 

De trappist van 't vat in Café 'Oep de Gemainte' bij Peggy, bleek achteraf toch wel het zwaarste onderdeel van de tocht.  Dagen last van gehad....

 

Ook na verlengingen bleef het 0-0.

Inmiddels had ik geen vingernagel meer over van de spanning.

De strafschoppenreeks werd met 3-1 gewonnen door Italië: doelman Toldo mag op onze kosten nu nog in alle kroegen van mijn thuisstad komen doorzakken. 

We zijn daarvoor later NOG eens op bedevaart naar Scherpenheuvel gegaan, maar als ik me dat goed kan herinneren hebben we gekozen voor de korte pijn: we zijn  namelijk gewoon met de auto rechtstreeks naar Café 'Oep de Gemainte', bij Peggy, gereden. 

Wat kunnen we soms verbazingwekkend efficiënt zijn...

 

Enfin, wat ik wou zeggen is het volgende: die halve finale bewijst dat GOD EEN BELG IS.

Dat Frankrijk Europees Kampioen voetbal 2000 is geworden, blijft uiteraard een belachelijk fait divers en een verwaarloosbare voetnoot in de voetbalgeschiedenis.

 

*****

 

WK 2002, wat een domper. 

Oranje plaatst zich niet.

België wel (en we worden geflikt: Prendergast godverdomme, kieken, het was wél goal van Wilmots tegen Brazilië!).

Oranje plaatst zich niet.

Shit.

Hoe gaan we dit oplossen? 

 

En dan komt Dirk O., een vriend van uw dienaar, aandraven met de perfecte oplossing. 

Ik meen dat we met die actie zelfs het VRT-journaal nog hebben gehaald. 

Op de eerste brug over de autoweg E-19 na de grensovergang van Nederland naar België, in onze deelgemeente Meer, hebben we richting Antwerpen een spandoek gehangen met daarop de tekst:

 

HIER BEGINT HET WK.

 

Dirk O. is een man die niet gelooft in half werk.  Koeien van letters: minimum 2 meter groot. 

Een man naar ons hart.

Aan de andere kant van de brug, op het rijvak richting Nederland hebben we een spandoek gehangen met de tekst:

 

HIER EINDIGT HET WK.

 

In de schilderkunst noemen ze dat een pendant, dacht ik...

 

 

Allemaal heel vermoeiend,

maar ja,

no rest for the wicked....

05-06-10

De Vliegende Belg

De Vliegende Hollander Belg

 

Marc peeters Hoogstraten

Uw dienaar op de Corrida door Hoogstraten, laag vliegende gestaalde perfectie, adelaarsblik op oneindig, een lichaam gemaakt voor de zonde (maar vooral voor het lopen), in het hoofd galmt iets van Wagner, resoluut op zoek naar de ondergang.  En die werd iets verder gevonden. 

 

*****

Foto: Leo Gabriëls

04-06-10

Magnus Opus

Magnus Opus

 

Inmiddels zijn we al enkele dagen na de 20 Km door Brussel 2010, mijn Magnus Opus, mijn meesterwerk.

Het stof is weer gaan liggen.

En nu is er een heleboel stress weg.  Opdracht geslaagd, maar wat nu?  Werk genoeg aan de (loop)winkel, maar het is moeilijk om opnieuw op te starten, de oude motor terug aan te zwengelen.

Everest bedwongen, waarom zou ik de Kemmelberg op willen?

 

*****

 

Maar goed, nog 360 dagen en editie 32 van de 20 Km door Brussel is daar!

We tellen af.

Over wat hebben we het dan?

Hoogstens nog 125 duurlopen, drie blessures, 68 beurten kinesist, een stuk of 8 bij de osteopaat, 12 keer op de bank bij de psychiater, nog 3 paar nieuwe loopschoenen, nog 4 keer de deur toesmijten voor de getuigen van Jehova, nog 1 belastingaangifte,  nog 44 keer naar de Colruyt, een wedstrijd of 30, een autokeuring, een paar minder fraaie schoolrapporten van Kind 2 en we kunnen onze tanden weer eens stuk bijten op de Tervurenlaan.

Heerlijk, ik kan bijna niet wachten.

 

U heeft zich ook weer van uw beste kant laten zien, beste lezer.  Uw storm aan reacties na de vorige kroniek was, naast terecht, ook hartverwarmend. 

Moest ik niet zo ijdel zijn, dan zou ik er nederig van worden. 

Iets klopt er niet in vorige zin, maar laat maar...

 

Sommigen hebben gezegd dat ze, na het lezen van vorige kroniek, de onweerstaanbare drang voelen om volgend jaar ook aan de start van de 20 Km door Brussel te verschijnen.

LAAT DAT!

 

Ik smeek u, laat dat.

 

Ten eerste was er, voor zover ik dat kon inschatten, al redelijk wat volk.  Daar kan ik mee leven, zolang ze achter mij blijven.  Helaas waren er een 1889 lopers die de arrogantie hadden om sneller te lopen dan ik.  En als er nog meer volk komt meelopen, dan zullen er statistisch meer mensen voor mij eindigen.

DAAR KAN IK NIET MEE LACHEN.

Dat moeten we toch eens dringend anders regelen.

Een tweede argument om niet deel te nemen aan de 20 Km is dat je er compleet kierewiet van wordt.

Enfin, ik toch.

 

Volgt u even mee.

10 weken geleden zat ik te janken dat ik een lange periode niet mocht lopen, mogelijk zelfs Brussel zou missen.

Gejank.

Een paar weken voor Brussel mag ik terug lopen.

Gejank, want meneer vindt dat hij dan niet genoeg trainingstijd meer heeft.

Verrekking in die laatste weken.

Gejank, want meneer kan weer niet lopen.

Terug lopen.

Gejank, want het ging niet goed.

Rugprobleem laatste week.

Gejank, want het doet pijn, en hij kan niet lopen.

Toch de 20 Km lopen  op zondag.

Euforie!  Want goed resultaat.

Zondagavond.

En daar was het al.  Het knagend gevoel dat er meer in had gezeten.

 

Het is dus ook nooit goed.

Wenst u zo door het leven te gaan?  Ik wens het mijn ergste vijand niet eens toe.

 

*****

 

Zaterdag 22 mei staat mijn vriend Tom, omstreeks het middaguur, op uit zijn bed (fuifje gehad).  Suf van het slaapgebrek en enkel gehuld in een boxershort van Mega Mindy stapt hij zijn living binnen.

Net op tijd om een kind langs zijn raam te zien vliegen.

Nu zal u zeggen: er komen hier óók wel eens kinderen voorbij het raam.

Dat wil ik gerust geloven, maar u verliest hierbij één minuscuul detail uit het oog.  Mijn vriend Tom woont namelijk op de 1ste verdieping.

Heeft u ooit al een kind voorbij uw raam op de 1ste verdieping zien vliegen?

Aha!


Dus kan u zijn verbazing wel begrijpen wanneer er plots een kind voorbij zijn raam komt gezoefd.

 

Wat bleek het geval?

 

's Ochtends, net nadat Tom van de fuif thuis was gekomen, had men een kermisattractie onder zijn raam gezet: een trampoline.  En dus zat Tom een ganse dag met op en neer vliegende kinderen voor het raam.

 

Ja, inderdaad, de kermis is neergestreken in mijn thuisstad.

En dat betekent ook dat de jaarlijkse Corrida betwist wordt.  Een stratenloop over een kleine 10 km, 9km 700 ongeveer.

 

Na de zondaagse miraculeuze, maar o zo slopende tocht in Brussel, was het uiteraard uitgesloten dat ik de vermoeide benen en de uitgeleefde rug zou belasten met een nieuwe loopwedstrijd.

Ik zou wel gek zijn!

Dat zou de goden verzoeken zijn. 

Diezelfde goden die me zondag op een roze wolk naar de eindmeet droegen op de 20 Km door Brussel waren ook toe aan een welverdiend weekje vakantie, dat had ik ook wel begrepen.

Ik ben niet compleet achterlijk, wat men ook moge beweren...

En dus had ik mijn startnummer 14 grootmoedig aan een andere loper beloofd.

Deze bovenstaande dingen had ik maandagmiddag gezegd tegen mijn vrouw.  Iets in haar blik vertelde me dat ze me bijna geloofde.

 

*****

 

Maandagnamiddag krijg ik een foto van mezelf in volle inspanning op de 20 Km per mail doorgestuurd. 

Van Hild.

Ik maak een bedankmailtje op, met nog wat bedenkingen en met de mededeling dat ik op woensdag misschien toch deelneem aan de Stratenloop. 

En nu ik er nog eens over nadenk, zou het wel eens kunnen dat ik het woord  'misschien' wel vervangen heb door het woord 'zeker'.

En ik verstuur mijn bericht via 'Reply'.

En dan pas merk ik dat Hild de mail eerst naar mijn thuismailadres heeft gestuurd.  En mijn vrouw dan vervolgens naar mij. 

Dus de Reply gaat naar mijn vrouw!

Mijn vrouw krijgt dus te lezen dat ik toch ga lopen, amper enkele uren nadat ik het tegendeel heb beweerd.

Het moet niet eenvoudig zijn om met mij getrouwd te zijn.

Schrap dat en vervang door het volgende: het moet niet eenvoudig zijn om met een loper getrouwd te zijn.

 

Wat is dat toch met dat lopen?

Ik bedoel maar.

Kijk naar mij.

Een volstrekt normaal persoon.  Rationeel.  Niet écht achterlijk.

Maar zet een loopschoen voor mijn neus en ik begin ongemakkelijk op mijn stoel heen en weer te schuiven.

En het is geen allergie.

Dat heb ik dan weer wel met stofzuigers.  Hemelse schrik van, maar we wijken af.

Want terwijl ik in de startzone rondbazuin dat ik deze wedstrijd wil gebruiken als een veredelde recuperatieloop en dus zeker niet ga doorlopen, dan mag u eens drie keer raden wat er gebeurde toen er plots een startschot klonk.

Inderdaad.

Lopers.

Het zijn maniakken, meneer...

 

*****

 

Woensdag 2 juni.

 

In de voormiddag al een parcoursverkenning gedaan per fiets. 

Dat klinkt nu wel érg overdreven professioneel, maar daar moet u zich niets speciaals bij voorstellen.

Hoogstens wat inschatten waar de kilometeraanduidingen staan, of waar bochten kunnen afgesneden worden.

Afstappen van de fiets en bochten inschatten. Hellingsgraad, hoek, meetlatje ernaast.  Notitieboekje.

Ik heb ook altijd een borstel bij, om verdwaalde kiezelsteentjes en glasstukjes in bochten weg te vegen.  Straks moeten mijn loopschoenen grip hebben!

Hoe ligt de gazon in deze bocht?  Toch geen verraderlijke putten in?

Maar zie dit nu toch eens af!

Hoe is dit mogelijk?

Een binnenbocht die zowaar overwoekerd is door onkruid.  Aangebeld bij de bewoners om ze de mantel eens grondig uit te vegen (ik had toch een borstel bij) en hen op hun verantwoordelijkheden te wijzen, maar natuurlijk niemand thuis. 

Gaan werken, zeker?

Uitvluchten, altijd maar uitvluchten!!

Gauw even thuis de zeis gaan halen en bijwerken, want hier wil ik straks drie meter winnen.

Ja, ik ben nogal slordig in die zaken.

 

*****

 

Halfweg de namiddag al de chip gaan halen.

 

En voor je het weet is het 17u. 

En dwaal ik met mijn rugzak tussen de kermiskramen, doorheen een kakofonie van geluiden en boenkende muziek, op weg naar mijn privé-kleedkamer, mijn eigen winkel.

De start is om 18u30, maar ik wil toch goed op tijd zijn.  De stramme spieren kunnen een lange, gedegen opwarming goed gebruiken. 

Zodra ik ga zitten om mijn loopkousen aan te trekken, voel ik weer hoe stram de hamstrings zijn.

Ik beloof mezelf plechtig dat ik geen onnozele dingen ga doen.

Opwarmen.

Ik loop richting kleedkamer en daar bevind ik me plots in het gezelschap van Dré B. en Marc B., getaande lopers.  Vorig jaar heb ik hen op de Corrida op achterstand gelopen.  Dat zit er dit jaar niet in.

Tijdens het verdere opwarmen is het een warm weerzien met zovele oorlogsveteranen en bloedbroeders van de 20 Km door Brussel.  Allemaal met zure benen, maar weer van de partij.  Het schept een band, samen de 20 Km lopen.

En ik maak me de bedenking: goed, lopen zal pijn doen vandaag.  Maar aan de kant staan kijken naar mijn collega's zou me méér pijn doen.

 

*****

 

Warme dag, behoorlijk veel wind.  Heel andere omstandigheden vergeleken met zondag.

Een gewriemel in de startzone!

En ook nog eens veel volk aan de kant.

En de geur van frieten, wafels, pita...

De beats van verschillende liedjes...

 

 

18u30 en we starten.

Ik sta weer maar eens slecht opgesteld.  De eerste honderden meters is er geen doorkomen aan.  Dat resulteert in een trage eerste kilometer.  Maar dat mag, want mijn rug laat zich lichtjes voelen.

Eens de hectiek van de start wegebt, is het zaak rond te kijken wie waar zit.  Ik zie Guido E. een vijftigtal meters voor me; en nog iets verder Marc B. en Dré B. 

Ik krijg een déjà vu.

Vorig jaar was het krek hetzelfde.

Toen liep ik soepel naar iedereen toe en liet hen ter plaatse.

Maar nu merk ik wat er allemaal weg is qua conditie.  Het gat dichten op Guido E. lukt me nog, zij het dat het wat langer duurde dan vorig jaar...

Het kost heel wat energie om tot bij hem te lopen.  En na een kilometer of twee merk ik dat de rug helemaal ok is.

 

Is dit trouwens dezelfde man die beweerde rustig te gaan lopen?

Neen, als een dolleman weer proberen vliegen.

Heerlijk!

 

Eens bij Guido gekomen, ga ik op kop, want Marc B. loopt niet gek ver voor ons.  En op kilometerpunt 3 merk ik het al.  Ik loop geen millimeter in.  Sterker nog, de heren die in mijn groepje zitten, komen me terug voorbij.  Als signaal dat ik niet snel genoeg loop, kan dat tellen.

En iets later moet ik het groepje ook nog eens laten gaan.

Doortocht na ronde 1 (kleine 5 kilometer): 20 minuten 20 seconden, volle 2 minuten trager vergeleken met vorig jaar.

Maar ja, wat wil je?

Ronde 2 en nu is het feest compleet.  Ik word voorbij gelopen door zowat iedereen.  Langs alle kanten komen ze voorbij.  Ik parkeer compleet.  En mijn linker hamstring heeft er meer dan genoeg van.

Telkens iemand me passeert, probeer ik aan te pikken. 

Vruchteloos.

Duizend keer roept men mijn naam als aanmoediging, maar het stuwt me niet eens voort.

En weet u wat?

Het is genieten.  Om voorbij gelopen te worden, moet je lopen.  En ik loop.

En na acht kilometer (in de buurt van het kerkhof, hoe toepasselijk) was het bobijntje helemaal af. 

Nog twee kilometer lijden (wat is die Gelmelstraat steil naar boven!), via het Peperstraatje weer de Vrijheid op, om aan te zetten in de laatste rechte lijn tot aan de finish.

En mits een laatste krachtinspanning, zwemmend op mijn tandvlees, haal ik nog ene Joeri in en strand op plaats 111, met een beschamende 42m 04s achter mijn naam.  Vorig jaar was ik hier 49ste, 37m 12s.

Ik kom over de mat, helemaal stuk.  Zwijmelend van vermoeidheid.  Een hartslag om schrik van te krijgen. 

Bekenden groeten in de aankomstzone.  Er worden wat indrukken gewisseld.  Aquarius.  Foldertjes.  Koekjes.  Zweetdruppels.

 

*****

 

Terug met de voetjes op de grond. 

Een snellere wedstrijd lopen zit er helemaal niet in.  Er is nog veel werk aan de winkel.

Misschien is het toch raadzaam om het lopen wat anders aan te pakken.  Eerst  eens zorgen dat er wat meer basis is, alvorens wedstrijden proberen af te haspelen.  En als ik dan toch die brandende drang zou voelen om wedstrijden te lopen,  moet ik me inprenten dat ik minder als een jonge hond de eigen staart moet najagen en vrede moet nemen met het resultaat, hoe teleurstellend dan ook.

 

Maar hoor dat gezeur nu weer eens aan!

Hou daar onmiddellijk mee op!

Ik loop, dus ik ben.

Tevreden, bijvoorbeeld.

En de après-ski moest nog beginnen!

 

*****

 

Woensdagavond.

Mijn vriend Tom, wegens achilles aan de kant, was niet komen kijken naar de wedstrijd.  Kwestie van zich niet te kwellen.

Heb ik alle begrip voor.

En hij had een stroeve nek van naar de op en neer deinende kinderen voor zijn livingraam te kijken....

We bellen mekaar en spreken af aan de Gulden Coppe.  Waar ik klaagmuur speel voor zijn achilles en hij voor mijn recent aangekweekte gewoonte om slechte wedstrijden te lopen.

Langzaam komen meer bekenden aan onze tafel hangen.

En het gezelschap was boeiend (en god zij dank trager dan ik op de corrida).   Zo had Bart bijvoorbeeld geen onderbroek aan (info waar we niet eens om gevraagd hadden). 

En vermits hij ook geen broeksriem bij had, was het toch spannend afwachten op verdere gebeurtenissen.

Ja, Bart is een pervert.

Of neen, hij had mee gelopen en had geen reserve onderbroek in de sporttas gestoken, vandaar.

En zo kabbelde de avond verder zonder incidenten, tot Bart moest niezen.  Hij had inderdaad geen onderbr....

Later op de avond, loop ik nog bekenden van AVN tegen het lijf.  En opnieuw gaan de gesprekken over de volgende 3 onderwerpen:

 

  • lopen,
  • lopen,
  • lopen.

 

Daarna hebben we het natuurlijk nog over andere zaken gehad:

de 20 Km door Brussel bijvoorbeeld..

 

*****

 

Donderdag 3 juni.

Moe!

Maar de hamstrings voelen prima aan.  Dus toch nuttig dat ik gisteren gelopen heb.

Straks naar de kiné; voor een allerlaatste controle en een massage van de verzuurde benen.

Zaterdag duurloop.

Zaterdag 12 juni staan we, als de loopgoden het willen, aan de start van de wedstrijd in Minderhout. 

Afstand: nog niet beslist.

We gaan het rustig aan doen, zoals altijd.

Ik ben toch geen maniak!

 

01-06-10

De Einzelgänger

De Einzelgänger

 

20 Km door Brussel 2010

 

Voorwoord: neem een kop koffie, thee, cava, cola of wat dan ook ter hand en zet u.

Sta mij toe nog één keer uw gids te zijn....

Waar zal ik beginnen?

Ik stel voor de draad terug op te nemen waar ik hem had achtergelaten: vorige week vrijdag...

 

*****

 

 

Vrijdag 28 mei 2010

 

18u30. Mijn smeekbede voor een afspraak met Tom B, mijn kiné, heeft vruchten afgeworpen.  Ik lig op zijn behandeltafel. 

Doel: geruststelling. 

Dat de rug het zondag zal houden.

Tom probeert mijn bekken te mobiliseren; elke keer hij er druk op uitoefent, schiet er een elektrische schok door mijn rug.

Dit is niet goed.

Ik bijt op mijn tanden, en wil vooral niet toegeven dat het pijn doet.  Want wie weet zegt Tom dan dat het over is wat betreft mijn deelname aan de 20 Km.

Maar hij merkt het en zegt dat ik hem wel moet helpen en eerlijk moet zijn over de pijn.

Toch krijg ik van Tom B. groen licht, met de wijze raad het kalm aan te doen en te zien wat mogelijk is.

Tot besluit nog wat Redcord, maar het gaat me niet goed af.  Ik ben er met mijn gedachten niet bij...

 

*****

 

Zaterdag 29 mei.

 

8u30. Ik sta op met een pijnlijke rug.  Daar word ik niet vrolijk van.

Ik twijfel of het haalbaar wordt. 

 

16u.  Ik kan de twijfel niet meer verdragen en besluit een looptestje te doen. 

400 meter = 400 pijnscheuten in de onderrug.

Ik buig het hoofd.

Dit is ondoenbaar.

Als elke landing pijn doet, zelfs tegen 10/uur, dan betekent dat morgen 2 uur lang pijn, 20.000 pijnscheuten.  En dan gaan we uit van het feit dat de pijn niet verergert.

 

18u.  Ik bel mijn vriend Tom.  Hij hoort mijn mentale noodkreet en snelt ter hulp.  Hij geeft me een flesje bronwater uit Lourdes.  Maar vermits ik me in het verleden al teveel bezondigd heb aan blasfemie, vrees ik dat ik op niet veel goodwill hoef te rekenen hierboven, bij degene Wiens Naam ik al te veel ijdel heb gebruikt, vooral in combinatie met 'verdomme' en 'miljaar'.

 

21u.  Vijf keer heb ik mijn GSM al in de hand gehad om een bevriend loper, nummerloos, te bellen en hem mijn borstnummer te verkopen.  Vijf keer druk ik op het rode knopje.

22u.  Ik overweeg om te frauderen.  Hoe kan ik er voor zorgen dat mijn chip over de drie registratiematten (start, 10 km, finish) gaat, zonder mijn pijnlijke rug? 

Een andere loper inschakelen?

Of openbaar vervoer?

Dat kan ik niet met mijn, doorgaans erg speelse, geweten in overeenstemming brengen.

Wanneer ik later in het bejaardentehuis zit, zal je zien dat ik alles Alzheimergewijs vergeten ben, BEHALVE dat ik tijdens editie 2010 van de 20 door Brussel heb gefraudeerd. 

Dat wil ik mijn kleinkinderen niet aandoen. 

Dat grootvader met zijn 70 medailles van de 20 Km door Brussel rond zijn nek zit en altijd over de medaille van 2010 zit te wrijven en kwijlend zit te mompelen:

"Dedju toch, lafaard, dedju toch!"

 

*****

 

Zondag 30 mei.

 

De dag des oordeels.

 

Tijdens de nacht ben ik een paar keer wakker geworden.  Telkens grijp ik naar die éne plaats op mijn onderrug.  Telkens is de pijn er nog.

 

8u30.  De rug voelt miniem beter.  Of beeld ik me dat in?

 

10u.  Ik vertel mijn vrouw dat ik forfait geef voor de 20 Km door Brussel.  48 jaar en ik zou wel kunnen janken.

 

10u en enkele seconden.  Mijn vrouw neemt een kordaat besluit. 

 

*****

 

Intermezzo.

 

Mijn vrouw is een kordate vrouw.  Die van aanpakken weet. 

Ik geef een voorbeeld.

Ooit kocht ze in de IKEA een keukentafel.  De autokoffer bleek iets te klein voor de tafel.

En natuurlijk geen touw bij om de koffer toe te binden.

Mijn vrouw heeft een medische achtergrond.  De koffer werd dus toegebonden met behulp van een reep medische kleefpleister. 

Op de ring van Antwerpen, ter hoogte van het Sportpaleis (waar die vervelende stootranden liggen), lost de kleefpleister en wipt de tafel uit de koffer, knal de autoweg op.

Mijn vrouw stopt ijskoud op de pechstrook en gaat doodgemoedereerd de tafel oprapen. 

Gierende banden, geclaxonneer, file tot in Barcelona, maar de tafel werd (op gevaar van eigen leven) gerecupereerd.  Er stond zelfs een afdruk van een autoband op de kartonnen verpakking.

Zo kordaat dus.

 

*****

 

10u en enkele seconden.  Mijn vrouw neemt een kordaat besluit. 

"Jij gaat lopen, anders vergeef je jezelf het nooit."

"Jog, wandel, wat dan ook, maar je gaat."

En ze trok haar medische kaart. 

"Ik zal je pijnstillers meegeven.  Genoeg om een olifant plat te leggen."

"Als het kaboem van het kanon klinkt, dan volg je gewoon de rest.  Als er veel lopers in jouw richting komen, dan moet je naar de andere kant."

"Capice?"

 

*****

 

10u30.  Pasta.

11u. Per fiets door de regen naar het verzamelpunt voor de busreis naar Brussel.  Mijn jeans is zeiknat.

De lopers druppelen binnen.  Wat zien ze er allemaal afgetraind uit.  Ik kan het bijna niet verdragen.  Ik sta hier met 70 trainingskilometers in de benen de laatste 4 weken.  En de 6 weken daarvoor niets, nada, niente.

En met een pijnlijke onderrug na een verkeerd maneuver dinsdag laatstleden.

Het is om te huilen.

 

11u30.  De bus vertrekt.

Ik zeur iedereen, die niet snel genoeg is om me te ontlopen, de oren van de kop.

Mijn voornemen is om in Brussel te beslissen of ik al dan niet zal starten.  Ik schuif het beslissingsmoment telkens verder voor mij uit.

IMG_0682

 

 

 

 

11u50. File op de E-19.  Ik hoop dat we niet op tijd in Brussel geraken.  Dan heb ik toch een uitvlucht.  Het was overmacht, mijnheer de juge!

 

12u00.  De file + de uitvlucht is weg.

 

13u07.  Brussel.  De bus heeft een parkeerplaats gevonden naast de Tervurenlaan.  Tervurenlaan, dat doet een belletje rinkelen, maar ik kan het niet thuisbrengen.

 

13u10.  Ophalen borstnummer en chip.  1382.

 

IMG_0692

IMG_0695

 

 

 

 

 

13u20.  Vestiaire: luchtvaartmuseum.  Wat krijgen we nu? Mijn vliegtuig staat niet meer op de vaste standplaats.  Dat brengt me uit evenwicht.  Weer een stukje traditie weg. 

Is dit een voorteken?

Ik kleed me om.  En besluit om een T-shirt en een blauwe PMD-zak over mijn loopkleding aan te trekken als bescherming tegen wind en regen.  Ik troggel nog een KBC-pet af van een of ander promomeisje.

Ik ontmoet de ploeg van de Erasmushogeschool.  En moet hen bekennen dat ik dit jaar niet meer onder hun vlag loop.  Maar ik voeg er aan toe dat dat voor hen een goede zaak is, want ik zou het gemiddelde resultaat alleen maar verknallen.

In het minuscule binnenzakje van mijn loopbroekje steek ik veiligheidshalve het groene armbandje dat recht geeft op gratis openbaar vervoer.  Zo geraak ik desnoods bij uitval terug in het Jubelpark. 

Medisch plan: twee bruistabletten Dafalgan een kwartier voor de start oplossen in een half flesje Evian.  In mijn loopbroekje nog een tube met zuigtabletten Dafalgan.  Desnoods per 5 km een zuigtablet.

Bij het buitengaan uit de kleedkamer staat iemand van de organisatie met twee chips in de hand te zwaaien.  Qua paniek kan dat tellen als je je chip nergens meer kan vinden. 

Ik kijk nog even naar mijn chip aan mijn rechtervoet. 

Zit er nog.

 

Ik durf niet op te warmen. 

Bang om nu al nodeloos pijn te moeten lijden.

Waar ben ik in godsnaam mee bezig?

IMG_0744

 

 

 

 

 

 

14u20.  Ik ga naar de kleine box vooraan Wave 1, waar de 1500 eersten van vorig jaar staan.  Achter ons Wave 1, 10.000 briesende lopers, als stuwraket.   Het is een drietrapsraket, met nog twee Waves van 10.000 moedigen.

De kleine box: hier sta ik volgend jaar sowieso niet.

 

Wat is het plan?

Er is geen plan, hoogstens het 'plan van de wanhoop'.

Elke kilometer evalueren.  Van Rode Kruispost naar Rode Kruispost.  We hebben alles en niks te verliezen.  Het is nu, of nooit.   Vandaag is het Brussel.   Desnoods wandelen, maar die 17de medaille moet mee naar huis. 

Peptalk.

Afgang, ja.

Opgave, nee.

Het is bibberen onder de bogen van het Jubelpark.  Mijn PMD-zak flappert, terwijl ik sta te rillen van de kou, mijn pinken zijn gevoelloos.  Verkleumde lopers zoeken warmte bij elkaar.

Er worden rondjes gelopen om warm te blijven.  Ik durf nog steeds de looptest niet aan.

Plots komt Joelle Milquet, u weet wel,  "Madame Non", door onze box gestapt.

"Vous ne courez pas?", vraag ik haar in de vlucht.

"Non."

Typisch.

 

Stilte voor de storm

IMG_0702

 

 

 

 

*****

 

Slavenkoor van Nabucco.  En dan is de Bolero van Ravel aan de beurt. 

Traaalalalalalalalalalalaaaaaa, tralalalalalalalalalalaaaaa, tralalalalaaalaaaa, enzoverder.

En ergens halfweg de Bolero neem ik mijn flesje Evian en doe er twee bruistabletten Dafalgan in. 

Een Franstalige loper spreekt me aan.

"Dopage?"

Ik lach groentjes.  En vertel hem in grote lijnen wat er aan de hand is.  En ik snoef over mijn 17de opeenvolgende deelname.

Blijkt dat hij zijn 29ste opeenvolgende keer meeloopt. 

Ook dat nog. 

Afgetroefd in het snoeven; dat dit de grootmeester der snoeverij ook nog moet overkomen...

 

Ik gooi mijn blauwe plastic zak weg.

En dan jaagt de nijdige wind de slagregen onder de bogen van het Jubelpark door en geselt de lopers; een kreun gaat door de gelederen.

 

Zo meteen is er de start.

Nog maar enkele seconden.

20 uitzichtloze, barre kilometers voor mij.

 

****

 

15u. En plots bewegen we.

Geen kanonschot!  Wellicht omdat de drie Waves verschillende starttijden krijgen.

We bewegen!

En de eerste 500 meter, tot aan de startmat, is het vertwijfeld registreren wat de rug doet. 

Pijn, ja, maar te harden.

Op de startmat druk ik mijn chrono op.

En besluit om tegen de pijngrens aan te lopen.

 

 

Sfeerfoto's van bekenden...

IMG_0706

IMG_0722

 

IMG_0728

IMG_0705

IMG_0709

 

 

 

 

Wetstraat.

Kilometer 1 niet gezien.

Koninklijk Paleis.

Kilometer 2 niet gezien.

En ik voel elke landing, maar het is doenbaar.

Ik kan harder, maar ik durf niet.  Langs alle kanten schieten lopers me voorbij.  Ik bedwing me om mee te gaan.  Vroeger reageerde ik altijd, nu is de focus op mijn gevoel.

 

Drankpost 1.

Ik gooi mijn T-shirt weg.  Een beetje drinken.  Mijn KBC-pet bevochtigen en verder.

Kilometer 3.  12 minuten 24 seconden.  4 minuten 8 seconden per kilometer.  Dit kan niet.  Dit is onmogelijk.  Dit kan ik nooit volhouden.

 

De tunnels in de Louisalaan.

Bergaf maakt mijn rug me meteen duidelijk dat ik niet moet proberen te versnellen.  Bergop mag het.  Ik loop gecontroleerd. 

Derde tunnel uit.  Ik ben zo fris als een hoentje.

 

Kilometer 5 rond de 21 minuten.  4 minuten 12 seconden per kilometer.  Alles onder controle.  Ik mag vooral niet teveel op en af voetpaden springen, dicteert de rug.

Nu begint de eerste beproeving.  De klim naar het dak van de wedstrijd.  Van de Louisalaan, via de Dianalaan naar de Panoramalaan.  Van pakweg 50 hoogtemeters naar ongeveer 115 meter.  Een groot gedeelte daarvan door de groene long van Brussel, het Terkamerenbos.

We klimmen verder door het  Terkamerenbos.  En voor ik het weet zijn we aan kilometer 7.  Weer Spa en nog een andere traktatie in de vorm van Afrikaanse beats. Nog meer fijn nieuws: de rug wordt niet slechter, neen, eerder beter.  Maar ik durf de gashendel toch niet verder open te draaien.

En dank zij  de vele deelnames weet ik perfect wat er me nog te wachten staat.  Afwisselend klimmen en dalen.

 

Kilometer 10.  Volgens Spa op 42 minuten 23 seconden, maar de mat ligt een honderdtal meter voor het 10 Km-punt.  Dus pakweg 43 minuten.  Hier neem ik een zuigtablet Dafalgan, om me te wapenen voor de rest van de tocht.  Een zuigtablet hijgend opzuigen is een moeilijke discipline (hier stond eerst iets vulgairs, vorm zelf een zin met de volgende sleutelwoorden: hijgen, zuigen, Zweedse blondine).

Nu blijft het klimmen tot kilometer 11, de Terhulpsesteenweg, de tweede hoogste piek in de wedstrijd.  Maar dan is het zwaarste stuk van het eerste deel achter de pijnlijke rug.  En ik moet toegeven dat de pijn in de rug quasi weg is.

Dalende kilometers tot kilometer 14.  Hier kan ik enkele snelle kilometers maken, maar om mijn rug te sparen loop ik ook hier met de handrem lichtjes op.  Dit heeft als voordeel dat ik wat kan recupereren om zo iets frisser de finale aan te vatten. 

 

Kilometer 14, Boulevard de Souverain op  1 uur 0 minuten en 28 seconden.  Ik verwacht elk moment dat het licht definitief zal uitgaan.

 

Kilometer 15. Spa.  Onder de 1 uur 5 minuten.  Om de kaap van anderhalf uur te halen, heb ik nog 25 minuten voor de 5 laatste kilometers.

Dat zou verdorie wel eens kunnen lukken.

Als het licht niet uit gaat.

Hallucinant.

Dit gaat niemand geloven.

Ik al in de eerste plaats niet.

Een drumband maakt een zeer opzwepend kabaal!

 

16 km op 1 uur 9 minuten.  Schandalig vergeleken met mijn tijden op de 10 mijl.  Maar dit is wel Brussel.  Quasi ongetraind, met een kaduke rug.

 

De Tervurenlaan.  Kilometer 17.  Deze derde klim, iets meer dan 1 nijdige kilometer, is de scherprechter van de wedstrijd.  Hier ben ik al dikwijls ten onder gegaan.  Vorig jaar verknoeide ik hier mijn wedstrijd.  Normaal maak ik hier minstens één knieval.  Dit wordt normaal gesproken de traagste kilometer, maar tot mijn verbijstering blijf ik relatief mooi in mijn tempo en haal zelfs een hoop stervende zwanen in.  Nog nooit was ik zo lucide op de Tervurenlaan.

Jongens, jongens, wat is dit allemaal?

Veel publiek langs de kant.

IMG_0756

 

 

 

 

 

 

Na het vagevuur van de Tervurenlaan, door de pijngrens, op weg naar de staat van genade:  triomferen op de heilige grond van de Esplanade van het Jubelpark.

 

Kilometer 18: 1 uur 20 minuten.  Nu kan het enkel nog fout gaan als ik getroffen word door een meteoriet.

Ik kijk toch geregeld even naar boven...

Nog 10 minuten voor twee relatief makkelijke kilometers.

Via de obelisk en Montgomery.

En ik haal die twee kilometer op 8 minuten 44 seconden.

 

 

Finish!

Wat een triomftocht! 

Wat een onwaarschijnlijk verhaal!

 

1 uur 28 minuten 44 seconden.

1 uur 28 minuten 44 seconden.

1 uur 28 minuten 44 seconden.

 

De omroeper wordt gek. 

"Et voilà le finish de Mark Peeters, Monsieur 20 Km de Bruxelles!!!!"

Cameraploegen vallen over mekaar heen, maar helaas, ik heb een exclusiviteitscontract met Sporza, dus wijs ik interviews van VTM, RTL, RTB en TV Brussel van de hand.

 

*****

 

De aankomstzone.

Normaal strompel ik hier, op zoek naar mezelf, adem, drank, eten, suikers, verkoeling...

En nu ben ik zo euforisch dat ik met de armen in de lucht al Yes-roepend door de aankomstzone wandel. 

Pathetisch, ik besef het.

Ik smokkel een aantal repen Mars. 

Ik steek ze vooraan in mijn loopbroekje, waar de repen een erg suggestieve bult vormen.  Eén van de Marsmeisjes kan haar ogen niet van mijn heum ..... repen Mars houden...

Ze keek raar op toen ik feestelijk in mijn loopbroekje greep en er een reep Mars uit toverde.

Suikers!

Ik worstel met een weerbarstige fles Spa.  Heb hulp moeten inroepen van een omstaander om de fles open te krijgen.

 

Medaille 17 in ontvangst genomen.

Nog twee sinaasappels gesmokkeld en deodorant.

 

*****

 

Legermuseum.

Omkleden.

Ik kom binnen en roep:

"Who's the man?"

Uit een slordige 1800 kelen (de andere kelen lopen nog) klinkt het:

"Mark is the man!"

 

Een wilde polonaise breekt los. 

Ik word op de schouders gehesen en de ganse zaal in triomf rond gedragen. 

Confetti daalt neder. 

Iedereen wil me de hand schudden, vrouwen vragen of ik hen wil bezwangeren en een kind wil schenken, maar ik moet beleefd weigeren (mijn rug, ik mag er niet aan denken!?!).

 

*****

 

Mark is toch ook wel een beetje moe.

Maar de endorfines razen door het lijf.

Ik bel mijn vrouw, mijn zus, mijn kiné, mijn vriend Tom, Herman Van Rompuy, de ganse wereld!

Iedereen is flabbergasted. 

Bij het omkleden blijk ik mijn trui en T-shirt kwijt te zijn.  Moet ik enkel met een dun regenjasje rond de stoere bast naar buiten?

Trui gevonden. 

Drie stoelen verder. 

Waar zat ik met mijn gedachten daarstraks?

 

*****

 

Richting bus.

Ik kan het nog altijd niet geloven.

Ik moet proberen de andere kant van het parcours te bereiken.  Maar omdat Wave 2 en Wave 3 respectievelijk 6 en 12 minuten later gestart zijn dan Wave 1, is het nog een drukte van jewelste op het parcours. 

IMG_0765

IMG_0764

 

 

 

Oversteken kan niet wegens de drukte.

De enige mogelijkheid is een eindje mee te joggen met de lopers (in jeans en met rugzak!) en zo het parcours te kruisen.

 

IMG_0775

 

 

 

 

*****

 

De bus.

Ik neem een cola.

Geen light.

Neen, een echte.

Suikers.

 

IMG_0785

 

 

 

 

 

 

 

De lopers verzamelen terug aan de bus.

Het gonst indianenverhalen.

Maar het strafste indianenverhaal heb ik te vertellen.

Ik sta op te scheppen tegen iedereen die niet snel genoeg is om mij te ontlopen.

En omdat iedereen moe is, ontsnapt niemand.

 

 

 

*****

 

Zaterdag dacht ik definitief de schoenen aan de haak te hangen. 

En dan haal ik zondag zo'n stunt uit.

Ik denk dat de ingehouden eerste wedstrijdhelft gezorgd heeft voor een frisse tweede wedstrijdhelft (nauwelijks 2 minuten 44 seconden trager).

De mentale boost die ik kreeg omdat de rug het hield, gevolgd door een tweede toen bleek dat ik zowaar een goede tijd kon laten optekenen, heeft me tot dit resultaat gebracht.

 

*****

 

Ik zit in Café De Gelmel.

En voor mijn neus staat een donkere Leffe te parelen.

De Leffe knipoogt naar mij.

1 uur 28 minuten 44 seconden.

11 seconden sneller dan vorig jaar.

Plaats: 1888.

En van de 17 deelnames is dit nummer 9 onder 1 uur 30 minuten.

En zo mijmer ik over de laatste weken en dagen, waar stress en blessures me tot aan de rand van de mentale ondergang brachten.

In gedachten verzonken roept mijn geest wedstrijdbeelden op, terwijl mijn lichaam nazindert van de zware beproevingen.

 

Café De Gelmel.

Rondom mij mensen die niet weten hoe bitterzoet de pijn is na de wedstrijd. 

Ik ben alleen.

Een Einzelgänger.

 

 

En nu heb ik de enige, échte reden gevonden voor dit eclatante succes.

Deze wonderlijke editie heb ik vooral te danken aan mijn vrouw.

Zij heeft mij aan de start gebracht.

De rest was kinderspel.

 

medailles

 

 

 

Foto's: Leo Gabriëls, waarvoor mijn oprechte dank.