22-06-10

Duif is dood

Duif is dood

 

Ik weet niet wat dat is met die paarden van tegenwoordig.  Die beesten bepalen klaarblijkelijk de politieke agenda.

Eerst Kris Peeters en nu Alexander De Croo.

Al een geluk dat Bart De Wever niet op een paard wenst te klimmen, of het was meteen een dikke streep door de coalitiegesprekken.

Of een trauma én een hernia voor het paard, dat kan ook...

 

****

 

Zaterdag 19 juni was er de confrontatie met confraters uit Wuustwezel. 

De Top Run, wedstrijd over 10 km, in het kader van dorpsfestiviteiten. 

Straattheater en kraampjes vol kleurstofsnoepgoed.  Paella, ijsjes, hamburgers, frieten...  Podium met rockband, kuif en leren jekker.  Infostandjes van politie, Rode Kruis, plaatselijke middenstand, verenigingen en neringdoeners allerhande...

 

*****

 

Het was een druilerige zaterdag.  Koud ook, met als kers op de taart een forse wind, die mogelijk een spelbreker zou kunnen worden.

Ik begeef me naar Wuustwezel, mijn thuisbasis van weleer, waar ik kusten allerhande onveilig heb gemaakt, lang geleden, toen mijn haardos nog uitsluitend bestond uit wilde haren.

De bruggen met mijn verleden zijn verbrand, en er is inmiddels ook al veel water naar de zee gevloeid.  Geen kapers meer op de kust.

Ik parkeer me ver van het feestgedruis om er rustig naar toe te wandelen,  als observator, de trouwe rugzak geschouderd.

Ik herken gezichten, kan ze niet thuisbrengen en merk soms eenzelfde aarzeling bij anderen.

Inschrijven in het cultureel centrum, een rugzakje als aandenken.  Ik slenter naar het voormalige sportcomplex van KFC Wuustwezel.  Tijdens vorige edities van deze loopwedstrijd werd er gebruik gemaakt van de daar aanwezige douches en kleedkamers.

Tot mijn verbazing is het complex in verval.   Totaal verloederd.

Een spookachtige locatie, waar vandalisme en graffitispuiters vrij spel hebben gekregen.  Ramen ingegooid, deuren gesloopt, doorgezakte plafonds.

Een eenzame voetbaltrofee, achtergelaten op een vensterbank. 

Ik lees de inscriptie: 

'3de plaats Paastornooi Miniemen 2003, K. Merksplas SK'.

In een scheefgezakte grijze metalen kast nog meer trofeeën, allemaal in gruzelementen.

 

Ik trek een deur open en bevind me plots in de kantine. 

Of wat er van over is. 

Een wirwar aan stoelen, kapotte tafels, gesloopte kasten.  Glasscherven knarsen onder mijn schoenen, een brandblusser werd achteloos op de grond gegooid.  Loshangende elektriciteitsdraden bewegen zachtjes in de wind.

Ik voel me een Urban Explorer.  Maar dan zonder fototoestel.

Plots schrik ik op van een deur die keihard dichtknalt.

Griezelig.

De adrenaline giert door mijn lijf.

De wind heeft de deur achter mij dicht gesmakt.

 

Nu ja, mezelf insluiten is onmogelijk.  Zo ongeveer alle ramen van de kantine zijn gesneuveld onder het  jeugdig geweld.

 

Ik loop nog wat verder......

 

 

Plots stoot ik op een lijk!

 

Van een duif.

Waarschijnlijk te grazen genomen door een kat...

De duif is dood, Toon Hermans...

 

Ik loop verder, alert voor elk geluid dat zou wijzen op menselijke aanwezigheid.  De wind draagt flarden muziek van het marktplein tot hier.

Onwezenlijk.

 

Ik meen te weten dat  je aan de toiletten naar rechts de gang met kleedkamers in kan lopen.

De toiletten staan er nog, en ik hoor water lopen.  Als dat hier dag en nacht staat te spuiten, dan vrees ik dat de rekening Pidpa de spuigaten zal uitlopen. 

 

Ha, zie je wel, hier is de gang met kleedkamers.

Geen licht.

Behoedzaam sluip ik verder.

Overal puin.

Verschillende deuren zijn ingetrapt.  En in het schemerdonker merk ik dat er niets over is van douches en kleedkamers.  Alles is gesloopt.

 

De penetrante geur van verval, nat hout,  rotting.

Ik besluit op mijn stappen terug te keren.

 

*****

 

Goed, geen kleedkamer dus, wat nu?

Het is inmiddels vijf voor zes, en de start is om half zeven.  Ik moet me nog omkleden en had graag toch een paar kilometertjes warm gelopen.

 

Dan maar naar de auto. 

Achterklep open et voilà: mijn knusse kleedkamer. 

Enig nadeel is dat het koud is en winderig.  En misschien is mijn locatie ook niet erg slim gekozen.  Een druk plein, vlak naast een drukke weg.  En daar sta ik dan, in bloot bovenlijf terwijl de eerste regendruppels vallen.

Het heeft wel wat.

 

Loslopen doe ik in combinatie met me naar de startzone te begeven.  En daar loop ik de confraters tegen het lijf: Rik B., Marc B., Dré B.  Handjes en wat flauwigheden uitwisselen.

 

Warm lopen.

Het parcours blijkt drastisch veranderd.  Niet meer met een lus over het Militair Domein, maar nu een aaneenschakeling van lussen door het dorpscentrum.

En neem die lussen maar érg letterlijk. 

400 meter Dorpsstraat, 180 graden draaien rond een nadar, 400 meter terug, haaks De Biest in, 400 meter, 180 graden rond een nadar, 400 meter terug. 

Dan rechts een dreef in, voor een lange cirkel dolomiet rond een grasplein om vervolgens via de dreef en nog twee haakse bochten naar de finish te lopen.

 

Deelnemers aan de 5 km moeten dit tweemaal afhaspelen, wij zijn gedoemd om dit 4 keer af te leggen. 

Dat betekent maar liefst 8 bochten van 180°, waar je elke keer quasi tot stilstand komt.

Dat zal er flink inhakken, omdat je telkens opnieuw je tempo moet vinden.

Anderzijds is er natuurlijk ook een miniem voordeel.  Door telkens terug te lopen, kan je goed inschatten hoe de achtervolgers zich gedragen.  Schuiven ze dichter of verachteren ze? 

Wat ook weer een nadeel kan zijn, wanneer het minder goed gaat. 

Niet te veel nadenken, Mark, dat is meer iets voor paarden....

 

*****

 

De start.

De meute stormt als een bende losgeslagen gekken naar de eerste haakse bocht.  En na de volgende haakse bevinden we ons in de eerste arm van lus 1. 

Even koppen tellen en ik merk dat ik in het gezelschap zit van Dré B.  Hij gaat er fors tegenaan en zo kunnen we aansluiten bij Rik B.  Rik heeft me vorig jaar hier verslagen en is normaal gesproken een stuk sneller (hoewel ik hem versloeg te Hoogstraten in 2009).

Keerpunt 180°. 

Ik merk dat Marc B. niet ver achter is, en in het gezelschap van Walter D.

 

Tweede arm lus 1.

Verdorie wat gaat het hier hard.  Dit kan ik onmogelijk volhouden.

IMG_9676

 

Rechts Dré B. (245) en achter nummer 198 zitten links Rik B. en rechts uw scribent (221) verscholen.

Daarna draaien we de Biest in, voor alweer een lus.

180° en terug.

De dreef in, rond het plein.

 

Snoeihard gaat het.

En ik besef dat ik me totaal zal opblazen indien ik probeer dit tempo vast te houden.

Ik laat me uitzakken.  En de fotograaf was getuige.

IMG_9694

 

Nu doe ik wel alsof het een weloverwogen beslissing was, maar niets is minder waar.  Ik werd er simpelweg uit gelopen.

 

Doortocht 1 aan de finish: 9 min 20 seconden.

Ronde 2.

Af en toe word ik geremonteerd door 5 km-lopers.  Door aan te pikken, loop  ik terug in op Dré B.  Hij heeft Rik moeten laten gaan en is nu een prima mikpunt voor mij.  Ik merk dat ik nog een relatief comfortabele voorsprong heb op Walter en Marc B. 

Ik haal Dré bij en hoop dat ik even wat op adem kan komen achter zijn rug.  Een windscherm is geen overbodige luxe hier. 

Dré tolereert het even, maar dringt me dan de kop op.  Ik trek de tweede lus de kop windop.  Ik gebaar met de arm dat Dré terug moet overpakken, maar dan merk ik dat hij niet meer bij mij is.

Verdomme, ik sta er alleen voor.

En Marc B en Walter D. sluipen dichterbij.

 

Doortocht 2 Finish: 19 min 23 s. (goed voor stek 7 op de 5 km).

Ronde 3.

We krijgen een fikse plensbui over ons heen.  Heerlijk. De 180° bochten worden hierdoor plots wel erg glibberig.

Op de terugweg van lus 1 merk ik dat Dré inmiddels ook al voorbij is gelopen door Marc en Walter.  De instorting van Dré is dus totaal.

Ik loop moederziel alleen en de twee achtervolgers lossen mekaar goed af.  Het zal zeer moeilijk worden om hen voor te blijven. 

 

Wat is nu wijsheid? 

Blijven doorgaan of wat recupereren en wachten op het duo?

Ik besluit om mijn tempo strak te houden en het hen zo moeilijk mogelijk te maken om bij mij te geraken.  In de spurt ben ik toch een vogel voor de kat.  Beide heren zijn duatleten en redelijk explosief.

 

Doortocht 3 Finish: 29 min 36 sec.

Laatste ronde.

Het verval valt al bij al nogal mee.  Maar de tank is zo goed als leeg.  En de achtervolgers sluipen tergend langzaam, meter per meter dichterbij.

En op het eind van arm 1 van lus 2 sluiten ze bij mij aan.  En blijven even treiterig in mijn rug zitten.

Wanneer we de dreef indraaien schuiven mijn kompanen mij voorbij.  Ik pik aan, maar dit doet pijn. 

Ik kan niet meer, maar ik moet.

 

Dorpsstraat terug in, nu belanden we in de laatste honderden meters.

Marc B. op kop, Walter D. twee, ik drie (en deze duif is dood, morsdood).

Nu is het wachten op het nekschot, in de vorm van de ultieme jump van Marc.  Maar tot mijn verbijstering schiet Walter als een raket voorbij Marc en kiest het hazenpad.

Marc B. versnelt ook, ik beperk me tot aanklampen.

Walter is weg.

Marc B. heeft een paar meters op mij, maar vertrouwt het zaakje niet.  Hij kijkt geregeld om.  Ik blijf aandringen, maar moet in de laatste bocht nog wat extra meters toegeven.

Walter valt stil en we naderen alletwee opnieuw op hem. 

Maar hij controleert enkel.

Finish als 18de in 39 min 48 sec, 6 seconden na Marc B., 9 na Walter D.  Dré komt 2 minuten en 6 seconden later, totaal opgebrand, binnen.

 

Volgens medelopers met imposante loop- en meetapparatuur  aan de pols zou de totale afstand 10 km 100 meter bedragen. 

Hoe dan ook,  toch vlotjes boven de 15 km per uur. 

Stiekem gehoopt, maar toch onverwacht.

Dat doet het beste verhopen voor de toekomst.

 

*****

 

Ik recupereer mijn T-shirt dat ik bij een kameraad van Marc B. in bewaring had gegeven.  Het is nu zaak niet af te koelen en een verkoudheid te vermijden. 

Ik sta te dampen.

En ja, ik weet het,  het is geen gezicht.  Een erg lang wit T-shirt dat voorbij mijn loopbroekje valt  met daaronder de opgetrokken, lange zwarte compressiekousen.

Maar het kan me niets schelen.

Geen bal.

Temperatuur is nu belangrijk.

Niet afkoelen!

En water drinken natuurlijk.

Nog wat nalullen, en zweren dat we in Rijkevorsel wraak en geen gevangenen zullen nemen!

Folders weigeren.

Dan in lichte looppas naar de auto.  Warm blijven in combinatie met cooling-down.

 

En het spektakel ontvouwt zich voor een tweede keer die dag.  

Komt dat zien, komt dat zien!  

Bij een geopende achterklep sta ik nogmaals te strippen in volle dorpskern.

Warme kleding.  Pet.

 

Honger.

Ik eet een appel en slenter over het marktplein. 

En voel hoe de vermoeidheid toeslaat. 

Ik ben wel erg diep gegaan.

Volgend weekend eens zonder wedstrijd.

Denk ik.

Commentaren

Navenant dat jij een paar weken geleden nog op je knieën om genade smeekte bij Onze Lieve Heer, heb je toch nog weinig last van je rug, zo te lezen. 15 km/u...jawadde!

Gepost door: Sandy | 23-06-10

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.