04-06-10

Magnus Opus

Magnus Opus

 

Inmiddels zijn we al enkele dagen na de 20 Km door Brussel 2010, mijn Magnus Opus, mijn meesterwerk.

Het stof is weer gaan liggen.

En nu is er een heleboel stress weg.  Opdracht geslaagd, maar wat nu?  Werk genoeg aan de (loop)winkel, maar het is moeilijk om opnieuw op te starten, de oude motor terug aan te zwengelen.

Everest bedwongen, waarom zou ik de Kemmelberg op willen?

 

*****

 

Maar goed, nog 360 dagen en editie 32 van de 20 Km door Brussel is daar!

We tellen af.

Over wat hebben we het dan?

Hoogstens nog 125 duurlopen, drie blessures, 68 beurten kinesist, een stuk of 8 bij de osteopaat, 12 keer op de bank bij de psychiater, nog 3 paar nieuwe loopschoenen, nog 4 keer de deur toesmijten voor de getuigen van Jehova, nog 1 belastingaangifte,  nog 44 keer naar de Colruyt, een wedstrijd of 30, een autokeuring, een paar minder fraaie schoolrapporten van Kind 2 en we kunnen onze tanden weer eens stuk bijten op de Tervurenlaan.

Heerlijk, ik kan bijna niet wachten.

 

U heeft zich ook weer van uw beste kant laten zien, beste lezer.  Uw storm aan reacties na de vorige kroniek was, naast terecht, ook hartverwarmend. 

Moest ik niet zo ijdel zijn, dan zou ik er nederig van worden. 

Iets klopt er niet in vorige zin, maar laat maar...

 

Sommigen hebben gezegd dat ze, na het lezen van vorige kroniek, de onweerstaanbare drang voelen om volgend jaar ook aan de start van de 20 Km door Brussel te verschijnen.

LAAT DAT!

 

Ik smeek u, laat dat.

 

Ten eerste was er, voor zover ik dat kon inschatten, al redelijk wat volk.  Daar kan ik mee leven, zolang ze achter mij blijven.  Helaas waren er een 1889 lopers die de arrogantie hadden om sneller te lopen dan ik.  En als er nog meer volk komt meelopen, dan zullen er statistisch meer mensen voor mij eindigen.

DAAR KAN IK NIET MEE LACHEN.

Dat moeten we toch eens dringend anders regelen.

Een tweede argument om niet deel te nemen aan de 20 Km is dat je er compleet kierewiet van wordt.

Enfin, ik toch.

 

Volgt u even mee.

10 weken geleden zat ik te janken dat ik een lange periode niet mocht lopen, mogelijk zelfs Brussel zou missen.

Gejank.

Een paar weken voor Brussel mag ik terug lopen.

Gejank, want meneer vindt dat hij dan niet genoeg trainingstijd meer heeft.

Verrekking in die laatste weken.

Gejank, want meneer kan weer niet lopen.

Terug lopen.

Gejank, want het ging niet goed.

Rugprobleem laatste week.

Gejank, want het doet pijn, en hij kan niet lopen.

Toch de 20 Km lopen  op zondag.

Euforie!  Want goed resultaat.

Zondagavond.

En daar was het al.  Het knagend gevoel dat er meer in had gezeten.

 

Het is dus ook nooit goed.

Wenst u zo door het leven te gaan?  Ik wens het mijn ergste vijand niet eens toe.

 

*****

 

Zaterdag 22 mei staat mijn vriend Tom, omstreeks het middaguur, op uit zijn bed (fuifje gehad).  Suf van het slaapgebrek en enkel gehuld in een boxershort van Mega Mindy stapt hij zijn living binnen.

Net op tijd om een kind langs zijn raam te zien vliegen.

Nu zal u zeggen: er komen hier óók wel eens kinderen voorbij het raam.

Dat wil ik gerust geloven, maar u verliest hierbij één minuscuul detail uit het oog.  Mijn vriend Tom woont namelijk op de 1ste verdieping.

Heeft u ooit al een kind voorbij uw raam op de 1ste verdieping zien vliegen?

Aha!


Dus kan u zijn verbazing wel begrijpen wanneer er plots een kind voorbij zijn raam komt gezoefd.

 

Wat bleek het geval?

 

's Ochtends, net nadat Tom van de fuif thuis was gekomen, had men een kermisattractie onder zijn raam gezet: een trampoline.  En dus zat Tom een ganse dag met op en neer vliegende kinderen voor het raam.

 

Ja, inderdaad, de kermis is neergestreken in mijn thuisstad.

En dat betekent ook dat de jaarlijkse Corrida betwist wordt.  Een stratenloop over een kleine 10 km, 9km 700 ongeveer.

 

Na de zondaagse miraculeuze, maar o zo slopende tocht in Brussel, was het uiteraard uitgesloten dat ik de vermoeide benen en de uitgeleefde rug zou belasten met een nieuwe loopwedstrijd.

Ik zou wel gek zijn!

Dat zou de goden verzoeken zijn. 

Diezelfde goden die me zondag op een roze wolk naar de eindmeet droegen op de 20 Km door Brussel waren ook toe aan een welverdiend weekje vakantie, dat had ik ook wel begrepen.

Ik ben niet compleet achterlijk, wat men ook moge beweren...

En dus had ik mijn startnummer 14 grootmoedig aan een andere loper beloofd.

Deze bovenstaande dingen had ik maandagmiddag gezegd tegen mijn vrouw.  Iets in haar blik vertelde me dat ze me bijna geloofde.

 

*****

 

Maandagnamiddag krijg ik een foto van mezelf in volle inspanning op de 20 Km per mail doorgestuurd. 

Van Hild.

Ik maak een bedankmailtje op, met nog wat bedenkingen en met de mededeling dat ik op woensdag misschien toch deelneem aan de Stratenloop. 

En nu ik er nog eens over nadenk, zou het wel eens kunnen dat ik het woord  'misschien' wel vervangen heb door het woord 'zeker'.

En ik verstuur mijn bericht via 'Reply'.

En dan pas merk ik dat Hild de mail eerst naar mijn thuismailadres heeft gestuurd.  En mijn vrouw dan vervolgens naar mij. 

Dus de Reply gaat naar mijn vrouw!

Mijn vrouw krijgt dus te lezen dat ik toch ga lopen, amper enkele uren nadat ik het tegendeel heb beweerd.

Het moet niet eenvoudig zijn om met mij getrouwd te zijn.

Schrap dat en vervang door het volgende: het moet niet eenvoudig zijn om met een loper getrouwd te zijn.

 

Wat is dat toch met dat lopen?

Ik bedoel maar.

Kijk naar mij.

Een volstrekt normaal persoon.  Rationeel.  Niet écht achterlijk.

Maar zet een loopschoen voor mijn neus en ik begin ongemakkelijk op mijn stoel heen en weer te schuiven.

En het is geen allergie.

Dat heb ik dan weer wel met stofzuigers.  Hemelse schrik van, maar we wijken af.

Want terwijl ik in de startzone rondbazuin dat ik deze wedstrijd wil gebruiken als een veredelde recuperatieloop en dus zeker niet ga doorlopen, dan mag u eens drie keer raden wat er gebeurde toen er plots een startschot klonk.

Inderdaad.

Lopers.

Het zijn maniakken, meneer...

 

*****

 

Woensdag 2 juni.

 

In de voormiddag al een parcoursverkenning gedaan per fiets. 

Dat klinkt nu wel érg overdreven professioneel, maar daar moet u zich niets speciaals bij voorstellen.

Hoogstens wat inschatten waar de kilometeraanduidingen staan, of waar bochten kunnen afgesneden worden.

Afstappen van de fiets en bochten inschatten. Hellingsgraad, hoek, meetlatje ernaast.  Notitieboekje.

Ik heb ook altijd een borstel bij, om verdwaalde kiezelsteentjes en glasstukjes in bochten weg te vegen.  Straks moeten mijn loopschoenen grip hebben!

Hoe ligt de gazon in deze bocht?  Toch geen verraderlijke putten in?

Maar zie dit nu toch eens af!

Hoe is dit mogelijk?

Een binnenbocht die zowaar overwoekerd is door onkruid.  Aangebeld bij de bewoners om ze de mantel eens grondig uit te vegen (ik had toch een borstel bij) en hen op hun verantwoordelijkheden te wijzen, maar natuurlijk niemand thuis. 

Gaan werken, zeker?

Uitvluchten, altijd maar uitvluchten!!

Gauw even thuis de zeis gaan halen en bijwerken, want hier wil ik straks drie meter winnen.

Ja, ik ben nogal slordig in die zaken.

 

*****

 

Halfweg de namiddag al de chip gaan halen.

 

En voor je het weet is het 17u. 

En dwaal ik met mijn rugzak tussen de kermiskramen, doorheen een kakofonie van geluiden en boenkende muziek, op weg naar mijn privé-kleedkamer, mijn eigen winkel.

De start is om 18u30, maar ik wil toch goed op tijd zijn.  De stramme spieren kunnen een lange, gedegen opwarming goed gebruiken. 

Zodra ik ga zitten om mijn loopkousen aan te trekken, voel ik weer hoe stram de hamstrings zijn.

Ik beloof mezelf plechtig dat ik geen onnozele dingen ga doen.

Opwarmen.

Ik loop richting kleedkamer en daar bevind ik me plots in het gezelschap van Dré B. en Marc B., getaande lopers.  Vorig jaar heb ik hen op de Corrida op achterstand gelopen.  Dat zit er dit jaar niet in.

Tijdens het verdere opwarmen is het een warm weerzien met zovele oorlogsveteranen en bloedbroeders van de 20 Km door Brussel.  Allemaal met zure benen, maar weer van de partij.  Het schept een band, samen de 20 Km lopen.

En ik maak me de bedenking: goed, lopen zal pijn doen vandaag.  Maar aan de kant staan kijken naar mijn collega's zou me méér pijn doen.

 

*****

 

Warme dag, behoorlijk veel wind.  Heel andere omstandigheden vergeleken met zondag.

Een gewriemel in de startzone!

En ook nog eens veel volk aan de kant.

En de geur van frieten, wafels, pita...

De beats van verschillende liedjes...

 

 

18u30 en we starten.

Ik sta weer maar eens slecht opgesteld.  De eerste honderden meters is er geen doorkomen aan.  Dat resulteert in een trage eerste kilometer.  Maar dat mag, want mijn rug laat zich lichtjes voelen.

Eens de hectiek van de start wegebt, is het zaak rond te kijken wie waar zit.  Ik zie Guido E. een vijftigtal meters voor me; en nog iets verder Marc B. en Dré B. 

Ik krijg een déjà vu.

Vorig jaar was het krek hetzelfde.

Toen liep ik soepel naar iedereen toe en liet hen ter plaatse.

Maar nu merk ik wat er allemaal weg is qua conditie.  Het gat dichten op Guido E. lukt me nog, zij het dat het wat langer duurde dan vorig jaar...

Het kost heel wat energie om tot bij hem te lopen.  En na een kilometer of twee merk ik dat de rug helemaal ok is.

 

Is dit trouwens dezelfde man die beweerde rustig te gaan lopen?

Neen, als een dolleman weer proberen vliegen.

Heerlijk!

 

Eens bij Guido gekomen, ga ik op kop, want Marc B. loopt niet gek ver voor ons.  En op kilometerpunt 3 merk ik het al.  Ik loop geen millimeter in.  Sterker nog, de heren die in mijn groepje zitten, komen me terug voorbij.  Als signaal dat ik niet snel genoeg loop, kan dat tellen.

En iets later moet ik het groepje ook nog eens laten gaan.

Doortocht na ronde 1 (kleine 5 kilometer): 20 minuten 20 seconden, volle 2 minuten trager vergeleken met vorig jaar.

Maar ja, wat wil je?

Ronde 2 en nu is het feest compleet.  Ik word voorbij gelopen door zowat iedereen.  Langs alle kanten komen ze voorbij.  Ik parkeer compleet.  En mijn linker hamstring heeft er meer dan genoeg van.

Telkens iemand me passeert, probeer ik aan te pikken. 

Vruchteloos.

Duizend keer roept men mijn naam als aanmoediging, maar het stuwt me niet eens voort.

En weet u wat?

Het is genieten.  Om voorbij gelopen te worden, moet je lopen.  En ik loop.

En na acht kilometer (in de buurt van het kerkhof, hoe toepasselijk) was het bobijntje helemaal af. 

Nog twee kilometer lijden (wat is die Gelmelstraat steil naar boven!), via het Peperstraatje weer de Vrijheid op, om aan te zetten in de laatste rechte lijn tot aan de finish.

En mits een laatste krachtinspanning, zwemmend op mijn tandvlees, haal ik nog ene Joeri in en strand op plaats 111, met een beschamende 42m 04s achter mijn naam.  Vorig jaar was ik hier 49ste, 37m 12s.

Ik kom over de mat, helemaal stuk.  Zwijmelend van vermoeidheid.  Een hartslag om schrik van te krijgen. 

Bekenden groeten in de aankomstzone.  Er worden wat indrukken gewisseld.  Aquarius.  Foldertjes.  Koekjes.  Zweetdruppels.

 

*****

 

Terug met de voetjes op de grond. 

Een snellere wedstrijd lopen zit er helemaal niet in.  Er is nog veel werk aan de winkel.

Misschien is het toch raadzaam om het lopen wat anders aan te pakken.  Eerst  eens zorgen dat er wat meer basis is, alvorens wedstrijden proberen af te haspelen.  En als ik dan toch die brandende drang zou voelen om wedstrijden te lopen,  moet ik me inprenten dat ik minder als een jonge hond de eigen staart moet najagen en vrede moet nemen met het resultaat, hoe teleurstellend dan ook.

 

Maar hoor dat gezeur nu weer eens aan!

Hou daar onmiddellijk mee op!

Ik loop, dus ik ben.

Tevreden, bijvoorbeeld.

En de après-ski moest nog beginnen!

 

*****

 

Woensdagavond.

Mijn vriend Tom, wegens achilles aan de kant, was niet komen kijken naar de wedstrijd.  Kwestie van zich niet te kwellen.

Heb ik alle begrip voor.

En hij had een stroeve nek van naar de op en neer deinende kinderen voor zijn livingraam te kijken....

We bellen mekaar en spreken af aan de Gulden Coppe.  Waar ik klaagmuur speel voor zijn achilles en hij voor mijn recent aangekweekte gewoonte om slechte wedstrijden te lopen.

Langzaam komen meer bekenden aan onze tafel hangen.

En het gezelschap was boeiend (en god zij dank trager dan ik op de corrida).   Zo had Bart bijvoorbeeld geen onderbroek aan (info waar we niet eens om gevraagd hadden). 

En vermits hij ook geen broeksriem bij had, was het toch spannend afwachten op verdere gebeurtenissen.

Ja, Bart is een pervert.

Of neen, hij had mee gelopen en had geen reserve onderbroek in de sporttas gestoken, vandaar.

En zo kabbelde de avond verder zonder incidenten, tot Bart moest niezen.  Hij had inderdaad geen onderbr....

Later op de avond, loop ik nog bekenden van AVN tegen het lijf.  En opnieuw gaan de gesprekken over de volgende 3 onderwerpen:

 

  • lopen,
  • lopen,
  • lopen.

 

Daarna hebben we het natuurlijk nog over andere zaken gehad:

de 20 Km door Brussel bijvoorbeeld..

 

*****

 

Donderdag 3 juni.

Moe!

Maar de hamstrings voelen prima aan.  Dus toch nuttig dat ik gisteren gelopen heb.

Straks naar de kiné; voor een allerlaatste controle en een massage van de verzuurde benen.

Zaterdag duurloop.

Zaterdag 12 juni staan we, als de loopgoden het willen, aan de start van de wedstrijd in Minderhout. 

Afstand: nog niet beslist.

We gaan het rustig aan doen, zoals altijd.

Ik ben toch geen maniak!

 

Commentaren

maniak Ja,slechts lopers kunnen je begrijpen .

Gepost door: roadrunnerke | 04-06-10

Reageren op dit commentaar

net zoals roadrunnerke schreef: herkenbaar. Zeer herkenbaar. Een niet-loper zal eens zijn wenkbrauwen fronsen, maar wij begrijpen perfect wat je bedoelt!

Gepost door: Sandy | 05-06-10

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.