28-05-10

Perpetuum mobile

Perpetuum mobile

 

De eeuwigdurende beweging.

Of is het hier eerder: perpetuum immobile.

 

Woensdag 26 mei.

Plots zijn we weer een jaar verder.

Staan aan de vooravond van dé wedstrijd van het jaar.

Was editie 2009 van de 20 Km door Brussel, alweer 52 weken geleden? 

Ja, zo blijkt.

 

En vorig jaar had ik een dure eed gezworen.  Tegen editie 2010 zou ik nog scherper staan, zo scherp als een knipmes meer bepaald, en zouden er nog veel meer trainingskilometers op de teller staan.

Ik zou naar de wedstrijd toeleven als een pater.  Kuisheid geestelijk (enkel studie en contemplatie) én lichamelijk (geen seks, noch zelfbevlekking, maar Spartaanse training).

 

Eén doel had ik voor ogen:  de ultieme wedstrijd lopen.  En en passant mijn wedstrijdrecord aanscherpen en u allemaal met verstomming slaan.  Ik zou uw loopgod worden, minstens.  Met minder zou ik niet tevreden zijn.

 

En waar staan we nu?

Een jaar verder.

En dat is het enige wat klopt van al het vorige.

De rest is als los zand tussen mijn vingers weggeglipt.

Ik weeg een kilo of 3 zwaarder dan vorig jaar (en heb nu vooral niet de gore moed te beweren dat dit een gevolg zou zijn van de toegenomen spierbundels van het spierkorset dat opgebouwd werd door eindeloze Redcord-oefeningen).

Neen, dames en heren van de jury, dat is een gevolg van vreet- en zuippartijen gecombineerd met niet-lopen omwille van eindeloze blessurelast.

Mijn BMI is dus ook helemaal om zeep. 

Om nog wat zout in de wonde te strooien heb ik even de volgende berekening voor u gemaakt.  Om mijn BMI terug op het niveau van vóór mijn blessure te brengen, zou ik 5 cm lichaamslengte moeten winnen.

 

Iemand een suggestie?

 

U zegt?

Me ophangen?

Verleidelijk, maar neen (strikte vertaling van: Tempting, but no).

 

Leven als een pater?

Véél trappist gedronken, dat wel. 

Kuisheid? 

Foute interpretatie aan gegeven; ik heb vooral het kuisen gemeden als de pest: geen stofzuiger aangeraakt, wat ben ik toch een dweil....

 

Over trainingskilometers kunnen we kort zijn.

Dat slaat helemaal nergens op.  Valt uit te drukken in centimeters.

 

Het is allemaal zo zinloos.

 

Zal ik het dan maar opbiechten?

Dinsdag ben ik er in geslaagd om mijn rug weer helemaal om zeep te helpen door stomweg een houten kist in een auto te laden. 

Ik kon de moed niet opbrengen om het dinsdag al hier te melden.

Woensdag van pure miserie hulp gezocht bij Wouter, assistent van mijn vaste kiné, Tom, die op dit eigenste moment golfballetjes slaat in Spanje. 

Hier stond eerst iets denigrerends over golf, maar ik kon me nog net bedwingen...

Bleek dat mijn bekken, heiligbeen, heup, kortom de ganse santenkraam weer compleet uit  balans stond.

Alles weer recht gezet, maar de pijn is nog bijlange niet weg.  Sterker nog, woensdagnamiddag doet het nog een stuk meer pijn dan deze ochtend.

 

*****

 

Intermezzo.

Een vriend van mij, Scandinaviër, heeft ook een rugprobleem.  Hernia.  Heeft ie opgelopen toen hij plat op de rug op het voordek van een speedboot lag, die tegen ongeveer Mach 3 over een biljartlakenvlakke zee aan het snellen was, en toen was er dat ene, kleine golfje...

SMAK!!!

Ik loop een rugprobleem op door me helemaal klem te lopen en één domme houten kist op te tillen....

Verschil moet er zijn.

 

Doet me trouwens denken aan het triatlondebuut van een vriend/loper.  Na jaren saai en eentonig lopen, ging Wim een nieuwe, frisse uitdaging aan.  Hij ging zich wagen aan triatlon.

Trainen is dan zinvol.

De eerste training werd een zwemtraining.  Wim komt fluks vanuit de kleedkamer het zwembad binnen, waar hij (nog voordat hij ook maar één druppel water heeft gezien) feestelijk onderuit schuift en keihard op zijn bebadmutste achterhoofd knalt.  Letterlijk knock-out. 

Ziekenhuis in met een zware hersenschudding.

Exit triatlon.

Nog maanden hoofdpijn gehad, telkens hij ging lopen.

 

Trouwens mijn vriend Tom heeft, in het pré-achillestijdperk, ook een opstoot van triatlonitis gekend.  Voor een sloddervos is dat de ultieme sport.  Je hebt van alles nodig qua gerief (helm, fiets, sleutels, diverse schoeiselsoorten) en dat gerief moet perfect in orde zijn. 

Tom zijn gerief is altijd in staat van verval, als het al niet zoek is. 

Zijn eerste kwarttriatlon heeft hij nog compleet kunnen afwerken, de tweede was het al van dat.  Lekke band bij het begin van het fietsen (en 's avonds nog eentje, op weg naar huis).

 

*****

 

Donderdag 27 mei

 

Al wat beter, maar de twijfel blijft.

Was het al een huzarenstuk om aan de start te verschijnen van 's werelds mooiste, dan is het nu wel hééééééél precair geworden.

Nu ja, starten zal wel lukken.

Joggen ook nog wel.

Maar hoe ver zal ik joggend geraken?

Zal ik het Jubelpark ooit terug zien?

En vooral, wat zal de schade zijn?

Ik heb het gevoel dat het allemaal nutteloos is geweest, een begoocheling.  En sterker nog, als dit mijn (loop)toekomst is, met steeds een zwaard van Damocles boven het hoofd, dan moet ik me dringend gaan bezinnen...

Zal ik het Jubelpark überhaupt ooit terug zien?

 

En ja, mirakels bestaan niet.

 

*****

 

Vrijdag 28 mei.

 

Een mens heeft af en toe een relativerende toets nodig. 

Maar ik kan die maar niet vinden op mijn toetsenbord.

Even proberen, toch...

¥  ß  £  ‡  ₧  ∞  ∂  ∑  №  TM  Ω  ₪  א 

 

Neen, ik vind de relativerende toets niet.

 

 

Even wat relativerends op een rij:

Ik had dit rugprobleem ook vandaag kunnen oplopen, en dan was het finaal een streep door de wedstrijd.

Dat klopt.

Voelen we ons vandaag trouwens niet een stuk beter?

Dat klopt ook al.

Hebben we onze kiné Tom niet opgevorderd vanuit Spaanse oorden, om het loopwonder vanavond bij te staan?

Alweer klopt dat als een zwerende vinger.

Is het dan zo erg om één keer traag de 20 Km door Brussel te lopen.

Wij willen de vraagsteller waarschuwen dat ie zich bij deze op erg glad ijs begint te begeven.

Zijn er geen ergere dingen in het leven dan één keertje de 20 Km door Brussel te missen?

Vraagsteller is bij deze bewusteloos geslagen....

 

*****

 

Vanavond komt mijn kiné Tom terug thuis van zijn solo-reisje/golfstage in Spanje.  Ik ben op mijn knieën gaan zitten voor zijn vrouw en heb haar gesmeekt opdat zij hem zou willen overtuigen zijn sombrero aan de kant te leggen en mijn rug tot de orde te roepen.

In de hoop dat hij mij zal zeggen:

"Mark je bent een kleinzerig watje.  Die rug is gemaakt voor de 20 Km.  Ga heen en vermenigvuldig u..."

 

Er bestaat natuurlijk altijd de mogelijkheid dat hij zegt:

"Veto! Thuisblijven!"

 

Dan ga ik toch.

Après dimanche, le déluge....

 

*****

 

 

Ik draag deze doornenkroon

op mijn leugentroon.

Vol gebroken gedachten

die me versmachten.

Onder de vlekken der ouderdom

worden gevoelens doofstom.

 

(Hurt, Johnny Cash, erg vrije vertaling)

 

 

Vrienden lopers (M/V):

 

Succes allemaal zondag.

Behouden vaart.

Hvelreki.

 

25-05-10

De Daltons

De Daltons

 

Dinsdag 25 mei.

Nog maar enkele dagen en dan is het zover.  De 20 Km door Brussel 2010.

Elke dag is nu de laatste dag. 

Vandaag is het de laatste dinsdag voor de wedstrijd, morgen de laatste woensdag.

 

Maar elke dag kan ook letterlijk de laatste zijn. 

Morgen mijn laatste duurloop. 

Als er dan iets fout loopt, dan is het meteen een dik kruis over de wedstrijd.

 

*****

 

Gisteren stond ik bij de bakker aan te schuiven.  Er komt een mevrouw binnen en die begint me daar een scheurende hoestbui ten beste te geven. 

Het leek wel Doc Holliday. Om u gegoogel te besparen: Doc Holliday was een pistoolheld in het Wilde Westen (Gunfight at the O.K. Corral), die leed aan tuberculose en dus kuchend door het schietgrage leven ging.

Enfin, mevrouw was haar longblaasjes aan het uithoesten.

Heelder stammen kwaadaardige bacillen kozen het vrije luchtruim, richting mijn neus.

En ik ben wel een loper, maar ik wens wel geen loopneus....

Dus twaalf minuten de adem ingehouden.

Of toch bij benadering.

 

*****

 

Zaterdagvoormiddag opnieuw een lange duurloop afgewerkt. 

Maar vergeleken met woensdag was het nu erg warm. 

Het zweet gutste en ik moet toegeven dat ik zware benen en kuiten kreeg tijdens de lange duurloop.

Met 1 uur en een kleine 21 minuten toch 1 minuutje sneller gelopen dan afgelopen woensdag, hoewel dat niet de onderliggende gedachte was.

Maandag, Pinkstermaandag, voorlopig de warmste dag van het jaar, vurige tongen nog aan toe, was goed voor 1 uur en 8 minuten, weliswaar op de korte versie van de langste duurloop.  Bij momenten heb ik getracht het tempo wat op te trekken, maar dat was toch niet evident.

 

*****

 

Ik ken iemand die Heins heet. 

Heins als achternaam. 

Het aantal rottige opmerkingen die die persoon te verwerken krijgt in de ketchup-sfeer zijn waarschijnlijk ook niet te tellen.  En je hoort het niet dat het met een s is.

Nu ja, er komt bij mij iemand in de winkel die Winkler-Prins heet.  Zoals de encyclopedie. Surft veel naar Wikipedia.

En Asbreuk. 

Dan vraag je je af wat er in het verleden misgegaan is.

Schön. 

Met de achternaam.  En lelijk als de nacht.

En iemand die Van Der Kloot heet. 

Ook geen cadeau.

Een vroegere kennis van mij moest met de naam Henri Van Der Kloot door het leven. 

Wij noemden hem Honoré de Balzac. 

Wij hadden teveel tijd, denk ik.

 

*****

 

In het loopwereldje heb ik me een paar jaar de tanden stuk gebeten op een loper, een wat oudere meneer, die een erg eigenaardige achternaam droeg:

'Scmzonciek'. 

Ik kan er een paar medeklinkers naast zitten, maar het zat in die richting.  De mens had een robuuste Slavische kop, donkere woeste ogen en een ijzeren karakter. 

Toen ik hem na diverse pogingen op een zondag eindelijk klop op een wedstrijd over 10 mijl, hoorde ik hem in de kleedkamer achteraf zeggen (met een zwaar accent van het voormalige Oostblok) dat die marathon van de dag ervoor toch nog wat in de benen zat.

Daar wordt een mens dus nederig van.

Nu ja, zoals in het voormalig Oostblok maken ze ze niet meer.

 

*****

 

Mijn vrouw en ik hadden, in onze arme periode, een Lada als auto. 

 

Jonge mensen, surf maar eens op de golven van het internet  en ontdek wat voor een wagen dat was. 

 

Hoe kan ik dit uitleggen?

Op de evolutionaire ladder van de auto's staat de Ferrari F40 helemaal bovenaan, en helemaal onderaan de DAF.  Dan nog enkele verdiepingen onder de Trabant,  daar staat de Lada.

De Lada was robuust als een tank, met ongeveer hetzelfde comfort.  Vering was decadentie van het Westen, airbag was voor verwijfde venten.  In een Lada was je zélf de kreukzone. 

Je had twee versies van de Lada.  De gewone, zoals wij, en de Sport (die had een tennisbal op de trekhaak).

Onze Lada was strontkleurig.  Ik weet het, ik heb me in het verleden al wel eens verfijnder uitgedrukt, maar ik ken geen enkele beschrijving die exacter is. 

Stront.

Hoe dikwijls hebben vrachtwagens zwiepend moeten uitwijken op de E19 voor ons autootje dat weer maar eens niet in 4de wou?

Romantisch!

De verwarming bij een Lada had twee standen:  AAN (bloedheet) ofwel UIT (vrieskou).  Klimaatregeling: wij regelden het klimaat met onze uitlaatgassen.

 

*****

 

Toen mijn vrouw een firmawagen kreeg (het begin van onze rijke periode), bleef de Lada lange tijd verweesd achter op de bedrijfsparking.  Na verloop van maanden vond de directie dat het zakencijfer leed onder de aanwezigheid van onze auto, en werden we gesommeerd het vehikel te verwijderen.

Ik met een technische vriend ter plaatse.

Lada start niet. 

Platte batterij.

We kunnen de voorkant van de auto niet bereiken, wegens een bedrijfsmuur.  Links en rechts van de Lada staan auto's geparkeerd.

We moeten de auto achteruit duwen.  We zetten de handrem af, maar krijgen er geen beweging in.  Handrem blijft hangen (souveniertje van de lange winter).

Techneut zegt: Opkrikken, achterwiel er af en met hamer timmeren, dan zal de handrem wel lossen.

Getimmerd als een gek. 

Lost niet. 

Oostblokgerief. 

Geeft geen krimp.

 

Plots komt er een man naar ons toe.  Hij vraagt wie we zijn en of hij onze namen kan hebben. 

Wij vragen waarom. 

Hij zegt: "Om te controleren of jullie geen auto aan het stelen zijn."

 

Ik rol over de grond van het lachen.

Letterlijk.

De slappe lach, een half uur gehinnikt.

We bevinden ons in een oceaan van BMW's, Mercedessen, Audi's en dergelijke, waarvan de optie 'lederen interieur' alleen al duurder is dan de Lada die we niet aan de praat krijgen. 

Zien wij er uit als de Daltons onder de autodieven?

 

*****

 

Na lang getimmer geven we er de brui aan. 

Het lukt niet. 

Wiel er terug op, neerkrikken. 

En dan horen we "Trjak"

Toegegeven, het is niet goed beschreven, maar lees dat als het geluid van een handrem die loslaat.

 

We kraaien victorie.

 

De wagen wordt achteruit geduwd en neus tegen neus gezet met onze auto.  Ik vraag mijn kameraad waar de startkabels zijn.

Niet bij. 

Thuis.

Van pure miserie een tweede keer de slappe lach.

 

We besluiten de auto in het centrum van Brussel bumper tegen bumper in gang te duwen.

Mits een gigantische verkeersopstopping, wat blikschade en een vermelding op de Verkeersinformatie van Radio 1 lukte dat.

 

Bij gebrek aan spanning op de batterij heb ik weliswaar los door Brussel  gereden zonder richtingaanwijzers. 

Leuk.

 

In Antwerpen aangekomen trek in de handrem op. 

Opnieuw geblokkeerd. 

Nice!

 

*****

 

De Lada is al lang weg.  Het enige dat ik nog heb van de Lada is de volledige gereedschapskist, bestaande uit zegge en schrijve één schroevendraaier (alles in een Lada ziet er dan ook uit als een schroef). 

Dat is pas robuust gereedschap. 

Die schroevendraaier heb ik zelfs ooit al als beitel gebruikt. 

Geeft geen krimp. 

Is waarschijnlijk nucleair gehard.

 

*****

 

Maar goed, het ging dus over die loper met die Slavische naam, zo'n naam die je automatisch linkt aan het Joegoslavië-tribunaal, enfin ik doe nog eens een poging 'Szmzonciekitsch', of iets van die strekking. 

Op de Boerkesjogging in Olen heeft hij ooit een merkwaardige stunt uitgehaald.  We waren volop aan het dubbelen.  U kent dat wel, mannen die zich iets té serieus nemen als lopers dubbelen vrouwen die gezellig aan het keuvelen zijn. 

De dames versperden compleet de weg. 

Onze Slavische loper komt vlak achter de dames en geeft een oerkreet ten beste (te vergelijken met de kreet die Tarzan zou slaken wanneer hij Cheetah met Jane betrapt terwijl ze vieze manieren doen). 

Nooit eerder gezien: dames van middelbare leeftijd die twee sporten combineren: lopen en hoogspringen...

 

*****

 

Mijn kiné heeft al zijn geld ingezet op een eindtijd op de 20 Km van circa 1 uur 40 minuten.

Vooropgesteld dat ik onderweg niet uitval met een blessure.

Ik durf niet eens te gokken.

Eén zekerheid hebben we.

Zondag wordt een erg zware opdracht.

Dat besef ik.

Weersvoorspelling: 16° en 95 % kans op neerslag.

Toch een lichtpuntje...

21-05-10

Roodkapje

Roodkapje

 

Woensdag 19 mei.

 

Deze ochtend de stoute schoenen aangetrokken, in casu de loopschoenen, voor mijn derde training deze week (zaterdag, maandag, woensdag).  Dat begint er al op te trekken.

Kiplekker voelt deze jongen zich.

En daarom, waarde lezer, groeide in het achterhoofd het plan om vandaag reeds de duurloop op te trekken tot maximale omvang. 

 

Hoort u die ijselijke gil op de achtergrond?

Dat is Tom, mijn kinesist, die zich nu de haren uit het hoofd zit te rukken, omdat zijn poulain zich weer maar eens bezondigt aan het fors negeren van alle basisregels van het lopen. 

Opbouwen moet een traag, gestaag proces zijn, niet in wilde snokken naar boven. 

Die theorie is mij niet geheel vreemd, maar ik heb mijn ganse leven lang al vierkant mijn voeten gevaagd aan goede raad, dus waarom zou het nu anders zijn?

Waar dient goede raad immers voor?

 

*****

 

Het is een koele ochtend.  Van een dag vol belofte.  De zon is een beetje aan de luie kant.

 

Het asfalt van de Lindendreef ruil ik voor de verharde zanddreef naast de gevangenis.

De uitgestrekte velden, met verse ploegsporen, in kaarsrechte patronen, afgewisseld met weiden, groen dat bijna pijn doet aan de ogen.

Een scheefgezakte badkuip als drinkbak.

Enkele koeien schrikken op en lopen vervolgens met me mee, tot vlak tegen de volgende prikkeldraad.

Het draait vlot. 

Wat is het heerlijk als je onbezorgd kan lopen.

Oppassen hier.  Hier werden onlangs enkele putten met nieuw steenpuin gedempt.  Een voet verzwikken zou een drama zijn.

Via het kasteelvoetpad (een trage buurtweg) loop ik richting Wortel.  De weg over en nu kom ik via asfalt en langs een loonwerker in de Torendreef. 

Hier heeft men de dreef voorzien van een vers laagje dolomiet (die hopen lagen hier al van voor de lange winter te wachten).  De dolomiet is nog niet vastgekoekt, dus is het zaak er naast te lopen. 

Voorbij het kerkhof van de landlopers.

En iets verder moet ik de knoop doorhakken.  Rechtdoor is de langste duurloop, linksaf de iets kortere (ongeveer 2,5 km korter).

Rechtdoor wordt het.

Recht door zee.

Nu ja, een ven.

Het Bootjesven. 

Ik ben inmiddels ongeveer een half uur onderweg.

 

Dan linksaf en enkele honderden meters verder weer links het bos in, via een poortje en een kronkelend boswegeltje.

Tweede poortje en de lange dreef, richting Wortel.

Dit is trouwens het parcours van de Landlopersjogging van Wortel.

Veel putten in deze dreef.  Maar dat geeft een fartlek-gevoel.  Je moet al eens dribbelen en uitwijken.

Rechts het bos uit over het wildrooster.

 

Spectaculair uitzicht. 

Hier kan je eindeloos ver kijken.

Lange zanddreef rechtdoor tot aan de Rode Weg.

Oversteken en weer mul zand.  Dit is ploegen, maar daar wordt een mens sterk van.  Sterk genoeg om de Tervurenlaan te bestormen.

Linksweg aan het bos en honderd meter verder opnieuw links.  Zanddreef met afwisselend rechts en links een ven. 

Vooral het grote ven links is mooi.  Vaak bevolkt door blauwe reigers.  Enkele eenzame dennen worden weerspiegeld in het licht rimpelende wateroppervlak van het ven.

Verder.

Altijd maar verder.

Tot aan de Rode Weg.

Opnieuw.

Ik klok hier 57 minuten.

 

Zandweg in.

Eerste schuine dreef links.

Kruispunt dreven over, rechtdoor tot aan de T-splitsing.

Rechts.

En dan rechtdoor naar het asfalt en aansluitend het kruispunt.  Oversteken en de 's Boschstraat in.  Volgen tot aan de Gustaaf Segersstraat. Rechts tot op de Vrijheid.

Links het pittoreske Begijnhof in.

Het wandelweggetje dat in de Gelmelstraat uitkomt.

Gelmelstraat, Antoon de Lalaingstraat en zo naar huis.

1 uur 21 minuten en 47 seconden.

En weet u wat?

Ik ben moe, maar niet uitgeput.

Niet kapot.

Hoe dat komt?

Weet ik niet.

En dat is in tegenspraak met de volgende zin.

 

*****

 

Ik weet alles.

En wat ik niet weet, is niet waard geweten.

 

Mensen vragen mij wel eens hoe het komt dat ik zo ongenadig intelligent ben.  Hoe dat het in hemelsnaam mogelijk is dat iemand zoveel parate kennis weet te combineren met  een stortvloed aan zinloze weetjes. 

Encyclopedisch als het ware. 

En dat allemaal met zo'n klein hoofd. 

 

Zelfs op die vraag weet ik het antwoord.

 

Studie, ontberingen, zelfkastijding en oog voor detail...

...enerzijds....

....maar anderzijds,

vooral spieken en bluffen.

 

Ik heb mijn middelbaar diploma gehaald met spieken.

Ik hoop dat Kind 2 niet meeleest.  Rolmodel rolt donderend van zijn sokkel.

 

Spieken dus.

Daaraan werd ik vorig jaar, in de startzone van Dwars door Kasterlee, herinnerd.  Naast mij stond een loper die me ergens vaag bekend voorkwam. 

"Dju, ik ken die mens, maar wie is het?", spookte het door mijn hoofd.

 

Zoals altijd kende hij mij nog. 

Wist zelfs mijn naam. 

 

Ja, wat zal ik zeggen.  De meeste mensen zijn zo onder de indruk van mijn sprankelende persoonlijkheid, mijn joie de vivre, mijn charisma, mijn inzichten en communicatieve bekwaamheid, dat ze mij nog steeds herinneren, al duurde de oorspronkelijke ontmoeting slechts een paar seconden, en was die ontmoeting desnoods een paar decennia geleden.

 

Ik kende zijn naam niet.

Al heb ik u vijf minuten geleden ontmoet of heb ik 10 jaar met u lief en leed gedeeld, ik zou begot niet weten wie u bent.  Zo kan gelijk welk kind aan mijn voordeur komen beweren dat ik zijn of haar pa ben.  Best mogelijk, toch als het welbespraakte, geestige en mooie kinderen zijn...

 

Vrouwen.

Nog zoiets. 

De meeste vrouwen die mij gekend hebben (in alle betekenissen van het woord) zijn daarna nooit meer dezelfde.   De helft treedt in een of andere strenge kloosterorde, sommigen cijferen zich geheel weg in ontwikkelingshulp, de overschot wordt gek (van verlangen, wanhoop, gevoel van verlies,....). 

Enkel om die redenen mijd ik recepties en andere publieke optredens.  Er is namelijk altijd iemand aanwezig, die ik vaag ergens van ken.  Meestal hebben we in het verleden iets samen gedaan. 

Dat kan variëren van pakweg een bankoverval tot desnoods een folieke in de amoureuze sfeer. 

Dat is mij meestal niet bijgebleven, maar blijkt dan wel het absolute hoogtepunt in het leven te zijn van die andere persoon, waarna alles resoluut bergaf is gegaan. 

Tja, wat zal ik zeggen. 

Ik heb helaas dat effect op mensen.

 

Die kroniek schiet hier helemaal niet op vandaag, wat is dat toch?

 

Dus in de startzone spreekt een manspersoon mij aan.  Hij kent mijn naam, en voornaam, maar ik zou absoluut niet weten wie hij is. 

Ik vrees even dat ik hem nog geld moet, maar dat blijkt ook niet het geval te zijn. 

"Ken je mij niet meer?", vraagt hij me.

Natuurlijk niet. 

Maar dat zeg ik niet, toch niet botweg.  Ik kwets niet graag mensen. 

"Tuurlijk wel", zeg ik. 

"Dingske".

"Jos", zegt hij.

"Ja, dat weet ik, maar ik zit uw familienaam te zoeken", zeg ik dan weer.

Truukje dat ik van wijlen mijn vader heb geleerd.  Tijd winnen.

"Jos X.", zegt hij.

Jos X.

Zegt me niks.

Gelukkig werd verdere blamage me bespaard door het startschot. 

Saved by the gun, zeg maar.

 

*****

 

Jos X.

Ja, zo heet hij niet echt.  Inmiddels ben ik zijn naam alweer vergeten, maar het was iets in die aard. 

Achteraf is mijn frank gevallen. 

Ik heb de drie laatste schooljaren van het middelbaar onderwijs naast hem op de schoolbanken doorgebracht. 

Zonder Jos had ik daar waarschijnlijk nu nog gezeten. 

Ongeveer alles heb ik van hem gespiekt.

Ik was goed in, even kijken, godsdienst en lichamelijke opvoeding. 

Jos was goed in de rest.

Tijdens examens en toetsen moesten wij een boekentas in het midden op de bank  tussen de twee leerlingen plaatsen, zodat afkijken bemoeilijkt werd.

Dit euvel hebben wij, Jos en ik, op volgende manier uit de weg geruimd.

Ik schafte mij een Samsonite koffer als boekentas aan. 

Het voordeel is dat daar pootjes onder staan.  Zo werd een perfecte brievenbus tussen de twee bankhelften gecreëerd.  De papieren schoven er vlotjes onderdoor. 

Het was een win-winsituatie. 

Ik slaagde voor de toetsen en Jos kon op zijn conto zetten dat hij mijn vriend was.

 

*****

 

Ik heb ook hogere studies afgewerkt.

Er moet hier ergens nog een diploma rondslingeren ten bewijze. 

Daar heb ik iets langer over gedaan dan strikt noodzakelijk.  Omwille van studentikoze verplichtingen gekoppeld aan een milde verslaving aan Hoegaarden en Jägermeister.

Dit diploma had ik nooit gehaald zonder de hulp van een paar mensen.   Mijn huidige vrouw zorgde er voor dat ik niet altijd in de kroeg zat.  Een  medestudent leende me haar cursus, want zelf heb ik nooit ook maar één blad cursus bezeten.

Er was echter een bijkomend probleem. 

We blokten met twee personen dezelfde cursus.  Omdat ik het minst naar de les was geweest, kreeg mijn studiegenoot voorrang om vooraan in de cursus te beginnen.  Ik begon dan maar te blokken ergens halfweg de cursus.

Dat viel tegen. 

De helft van de tijd had ik geen flauw idee wat ik aan het blokken was.  Vergelijk het met een boek: lees eerst de achterste helft, dan pas het begin. 

Moest u Roodkapje halfweg beginnen lezen, dan had u ook geen flauw idee waar die wolf vandaan kwam en wat hij allemaal van plan was.   Nu ja, grootmoeder opeten, dat weet ik ook wel, maar kan u enigszins meewerken?  Er moet ooit een eind aan deze kroniek komen....

Maar wanneer ik nadien dan het eerste stuk blokte, vielen de puzzelstukken in mekaar.  

Soms ook niet natuurlijk.

 

Maar goed, er was geen weg naast, het moest zo.

 

En dan nu de gouden tip van Mark voor het afleggen van examens.  Opnieuw hoop ik dat Kind 2 dit niet meeleest.

 

Hoe leg je een perfect mondeling examen af?

Zorg ervoor dat je de cursus redelijk goed kent (ja, wat dacht je, wonderen bestaan niet).  Op die manier kan je de vragen die op de vragenfiche staan beantwoorden. 

Maar....de adders onder het gras zijn de bijvragen. 

Die zijn uiterst belangrijk om zo je cijfer op te krikken. 

Maar die vragen ken je niet, die heb je niet onder controle.

Daar had ik een oplossing voor.  Ik probeerde namelijk vat te krijgen op de bijvragen.

Ik bereidde mijn fichevragen schriftelijk tot in de puntjes voor.  Maar wanneer ik deze mondeling ging afleggen, dan liet ik cruciale informatie weg uit mijn antwoord.  Info die ik zelf aanduidde met uitroeptekens.  De prof merkt dat ik het wel ken, maar dat er toch bepaalde zaken ontbreken.  Hij kan de verleiding niet weerstaan om daar op door te vragen om mij de kans te geven om ofwel te scoren of om vast te stellen dat ik het niet voldoende ken.

Maar ik scoor en hoe!

Met veel flair vul ik de zogezegde hiaten op.  Het lijkt geïmproviseerd, maar het was perfect voorbereid.  Een beetje acteren.... zo lijkt het alsof je speelt met de leerstof.

Er zijn natuurlijk altijd klootzakken van profs die niet doorvragen en meteen denken dat je het oppervlakkig gestudeerd hebt.  

Dan moet je het heft in handen nemen!

Je denkt toch niet dat ik de kaas van mijn brood laat eten.

Wanneer hij zegt over te gaan naar de volgende vraag, dan moet je het lef hebben om hem te onderbreken en te zeggen dat je nog een paar kleine aanvullingen hebt.  En dan komt het er alweer uitgerold alsof het niks is. 

Zo maak je indruk.  Maar zo vul je ook gecontroleerd de examentijd.  Een prof heeft uiteindelijk ook een strikt tijdschema te halen.

Ik moet ook een strikte deadline halen met deze kroniek, maar dat gaat hier maar door en door en door....

 

 

Nu we toch bezig zijn. 

 

Probeer je vragen te bemachtigen!

Is me ooit gelukt.

Ontwikkelingspsychologie.  Een buisvak.

De prof gebruikte een set van een twintigtal fiches met telkens 4 vragen.  Die waren genummerd en werden in strikte volgorde gebruikt.  We wisten de vragen te bemachtigen door ze te gaan noteren bij het buitenkomen van de studenten van een parallel jaar, die veertien dagen voor ons dat examen afwerkten. 

We hadden op die manier alle fiches gereconstrueerd, behalve één.

We blokten de fiches, in de hoop dat de prof dezelfde set fiches zou gebruiken voor onze examens.

De examens beginnen. 

Ontwikkelingspsychologie liep over 2 dagen. 

Dag 1.  Opluchting; de prof gebruikt dezelfde set.  Maar we hadden één fiche nog altijd niet weten te bemachtigen.  Weer kamperen aan de deur tot we de fiche hadden.

Dag 2.  Onze examendag.  Nog steeds dezelfde set vragen.  En nu kunnen we beginnen rekenen.  Zoveel studenten staan voor mij op de lijst, nu is fiche nummer zoveel, ik zal dus met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid fiche nr zoveel hebben. De laatste uren voor mijn examen zette ik alles op die ene fiche.  Klopte als een bus.  Alhoewel het bibberen was omdat één student pas heel laat kwam opdagen voor het examen.  En die moest er zijn om de volgorde der fiches te respecteren...

 

Ik denk dat de kroniek hier stopt, ik krijg namelijk honger.  Een broodje zou er wel ingaan.

 

Over broodjes gesproken....

Kent u een broodje-aapverhaal?

Een urban legend.  Een fictief verhaal dat voor waar wordt verkocht.  U heeft ze wellicht ook al wel gehoord.  Dat ze in Disneyland een kind uit het oog verliezen.  Een paar uur later zit het versuft op een bank.  Blijkt dat het kind werd ontvoerd om een nier te stelen.  Bijvoorbeeld.  Niks van aan.

Ik denk dat volgend verhaal een broodje-aapverhaal is.  Maar wie weet.

 

Een student meldt zich op het examen bij de prof die een immense stapel fiches met vragen voor zich heeft liggen.  De student trekt een fiche en gaat het auditorium in om zich voor te bereiden. 

Daar merkt hij dat hij per ongeluk twee fiches heeft genomen. 

Een luxueuze situatie, want zo kan hij de fiche nemen die hem het best uitkomt. 

Hij legt een mooi examen af en neemt de extra fiche mee naar zijn kot.  Hij geeft de fiche door aan een collega, die nu de luxe heeft dat hij de examenvragen heeft.  Die blokt die grondig. 

Op het examen trekt hij een fiche, maar bergt die op.  Hij legt examen af met zijn eerste fiche.  De andere fiche wordt weer doorgegeven enzoverder...

 

Enzoverder.  Niet eens een slecht woord om een kroniek mee te beëindigen, maar we zijn nog maar pas begonnen...

 

*****

Tenslotte (ha, dan toch een einde aan deze kroniek in het zicht) wil ik u volgend verhaal niet onthouden.

Een collega-student, die helaas ook een gans jaar de lessen niet had bijgewoond, wou op het examen op het sentiment van de prof spelen.

Op de vraag waarom het examen zo moeizaam was verlopen, antwoordde de student:

"Professor, uw les was telkens op dinsdag.  Omdat ik elke dinsdag moet werken om mijn studies te betalen, kon ik helaas uw les niet bijwonen.  Vandaar dit mager resultaat."

Een krokodillentraan werd uit de ooghoek geperst.

Oscarmateriaal.

Waarop de prof zei: "Mijn les was op donderdag...."

Foutje.

 

*****

 

 

Ja, een kroniek vol zoete, bitterzoete mijmeringen.

Eerder een korte kroniek, me dunkt.

En het is vandaag, vrijdag, van dat loom weer.

Waardoor ik maar niet op gang kom.

En daarom is deze kroniek erg beknopt gebleven, waarvoor mijn welgemeende excuses.

En ik lijk maar niet te beseffen dat het nog maar amper een week is tot de 20 Km door Brussel.

En hij leefde nog lang en gelukkig.

18-05-10

Johan Cruijff

Johan Cruijff

 

Dinsdag 18 mei

 

Kijkt u even mee?

telklok2

 

 

Nog 12 dagen.

Help!

 

Nu we weten dat deze editie voor uw dienaar louter een stijloefening wordt, voelt het toch anders aan dan vorige jaren.

Er hangt niet zo veel van af.

De stress is anders.

Niet meer op leven en dood.

Het naar de wedstrijd toeleven is van een andere orde.

 

*****

 

Maandagochtend een tweede duurloop afgehandeld sinds mijn vrijdagse kroniek; dat is ook al eventjes geleden dat ik dat hier mocht melden, merk ik plots.

Zaterdag 1 uur 10 minuten gelopen; zonder last van de contractuur.  Dat stemt gelukkig.

En zondag?

Geen reactie, zelfs geen spoor van spierpijnen.

En maandag 17 mei alweer diezelfde duurloop (1 uur 10 minuten en luttele seconden), zonder noemenswaardige problemen.

Het enige probleem is dat ik nu pas besef hoe zwaar deze sport is.  Wat allemaal vanzelfsprekend was geworden, blijkt nu geen sinecure. 

Het is verdorie loodzwaar labeur.

Terugblikkend op een snoeihard loopjaar 2009 met o zovele (relatieve) triomfen, besef ik nu pas tot wat ik toen in staat was.

En vooral wat ik nu niet meer kan. 

U dient hier te lezen: nog niet kan. 

Dat hoop ik toch, dat u dat hier dient te lezen.

 

Ik richt me nu even tot de lopers onder de lezers.

Dames en heren, ik heb een diep respect voor wat u allemaal presteert, op welk niveau dan ook.  Uw gevecht met uzelf, uw limieten, uw geest, uw lichaam, de chrono, de afstand en de ouderdom siert u.

 

*****

 

Maar nu ik een tweede duurloop op relatief korte tijd vlekkeloos afwerk, is het baasje welgezind.

Joechei!

Mijn humeur is in elk geval in die mate zenit dat ik de ganse voormiddag mijn vrouw op haar systeem heb gewerkt door telkens uit te barsten in burlesk gezang:

 

Dos Cervezas por favor!

De nieuwe hit die een weerhaak in het gehoor heeft.

 

Elke Spanjaard heeft een snor!

Jammerlijk, is dat.

 

*****

 

En wat zijn de plannen?

Maandagavond naar mijn kiné, voor Redcord en controle.

Woensdag duurloop, zelfde als maandag.

Zaterdag trekken we de afstand op en gaan we naar een duurloop van circa 1 uur 25 minuten.

 

Dan hebben we nog een week, ocharme.

Opbouwen?

Ja, een beetje.

Maar toch vooral uitkijken dat ik niets kapot loop en absolute prioriteit .... gezond blijven.

Niet een of andere onnozele ziekte oplopen. 

Dat zou pas het toppunt zijn.

 

*****

 

Nu heb ik toch ook wel een beetje aanleg voor smetvrees. 

U zal me niet snel een kauwgum van het voetpad zien afschrapen om die vervolgens te herkauwen.

Een vreemde substantie in een potje?  Kind 2 mag er aan likken, dat is namelijk goed voor de weerstand.  Mij niet gezien.

 

Deurklinken zal ik niet met mijn blote handen aanraken. 

Laat staan WC-brillen.

Liftknoppen!

Waterkranen!

Lichtschakelaars!

Muizen (ook die van computers)!

Klavieren (ook die van computers)!

Ik mijd de duwstangen van winkelwagentjes.

Het is toch al minstens van mijn studententijd geleden dat ik nog op een gebruikt geurblokje van het urinoir heb gesabbeld. 

Citroensmaak! 

Mmmmmm, lekker....

 

Ik kus ook geen vreemde vrouwen.

U lacht?

Neen, ik kus geen vreemde vrouwen. 

Bekende ook niet, voor wat het waard is.

Wist u dat in de mond van de mens méér bacteriën huizen dan in de anus?

 

Ha!

 

 

Opgelet!  Niet té snel conclusies trekken.  Laat deze nieuw verworven wetenschap uw liefdesspel niet drastisch beïnvloeden.  Mag ik dat met aandrang verzoeken?

Enfin, u doet maar wat u niet laten kan.

Maar kom achteraf niet klagen.

 

*****

 

En dat eeuwige gekus bij begroetingen.

Moet dat nu écht?

 

Wanneer op een feestje een vrouw op me afkomt voor de obligate drie begroetingskussen, dan vraag ik altijd eerst of ze een hond heeft.

Je hebt namelijk van die vrouwen die een érg hechte band hebben met hun schoothondje.

 

De hond geeft hen likjes.

Vol op de mond.

 

AMPER VIJF MINUTEN DAARVOOR HEEFT DIE HOND AAN ZIJN EIGEN GAT GELIKT, beseffen die mensen dat dan niet?

En dan willen ze mij driemaal kussen bij een begroeting.

Kunnen we het misschien allemaal wat simpeler maken en zal ik dan maar rechtstreeks aan het hol van uw hond gaan likken?

Dan schiet het ten minste wat op!

Een win-winsituatie!

Toch voor de hond.

 

*****

 

Trouwens, wat is dat ook tegenwoordig met dat gekus tussen mannen? 

Dat nichten dat doen, alla, maar dat gedoe bij een occasionele begroeting tussen vrienden. 

Ik word daar niet goed van.

 

Hoe begroeten échte mannen, lopers bijvoorbeeld, mekaar?

Met een por op de schouder, desnoods vergezeld van de kreet: "Dos Cervezas por favor!"

Of met een belediging: "He klootzak, hoe is't?"

 

Neen, mannen moeten tegenwoordig mekaar kussen.

 

Wat is er fout aan een hand geven?

Pas op, een hand geven, dat is ook vies.

U wil namelijk niet weten waar die hand de laatste 24 uur heeft gezeten.  Wat die allemaal heeft uitgespookt. 

Welke lichaamssappen....

JAKKES!!!

 

*****

 

Zo stond ik in de startzone van een wedstrijd te wachten op het startschot.  Het was een bloedhete dag.  In Duffel, meen ik me te herinneren.

Ik heb een flesje Evian in de hand, waar ik af en toe van drink.  Naast mij staat een mevrouw te vergaan van de dorst.

Eigen schuld, dikke bult.

Ze vraagt of ze even mag drinken van mijn flesje.

Ik ben geen beest.

Ik laat haar drinken.

Solidarnosc.

 

Even overweeg ik nog te zeggen: "Hoofd achterover, ik giet het er wel even in", maar dat is toch meer planten gieten, neen?

En nadat ze gedronken heeft, kan je toch moeilijk als een bezetene de teut van het flesje beginnen boenen, dat komt ook slecht over.

Ok, ik heb het halfvolle flesje ook niet meteen vol walging weg geflikkerd, zoveel inlevingsvermogen heb ik ook nog wel, maar dan sta je daar te draaien met een besmet flesje, waar ik onmogelijk van kan drinken.

En dorst natuurlijk.

Meteen heb je hevige dorst.

En enkel en alleen ten gevolge daarvan moest ik op het eind van de wedstrijd lossen.

 

Dus ja, gezond blijven is nu een topprioriteit.

 

*****

 

Sfeerbeeldje van de 20 Km door Brussel.

Dat decor van wazige bolletjes, dat zijn allemaal hoofden, waarin volgende vragen opborrelen:

"Waar ben ik in godsnaam mee bezig?"

en

"Dat gaat hier ook altijd bergop!"

en

"Waar kan ik hier pissen?"

 

17

 

 

Het is dat ik mijn leesbril niet bij de hand heb, maar ik meen dat ik op de 86ste rij loop.

Inderdaad, wat u zegt, die oogverblindende stijl.

 

 

med_58

Een stuk van de startzone.

Om u een idee te geven wat voor heksenketel het is.

Mits een degelijk vergrootglas kan u op de vierhonderdste rij, de 62ste persoon van links vinden.

Ik wacht wel even...

Gevonden?

Ja?

Weet u wie het is?

Hé?

Ik weet het in elk geval niet, u mag het me altijd melden.

 

******

 

De laatste sessie gisteren bij mijn kinesist, mijn mentor, Tom B. 

En ik denk dat meteen de zwaarste sessie Redcord van de ganse reeks werd neergezet. 

Veel zweet en pijn, maar de conclusie is hoopvol.

Een zware opdracht ligt achter ons, nu is het kwestie van het opgebouwde spierkorset te handhaven en, natuurlijk, kilometers te gaan vreten.

Brussel komt in die optiek een paar maanden te vroeg, maar het zij zo. 

Tom vroeg me mijn gelopen tijd en een impressie van mijn fysieke beleving door te sms'en vlak na de wedstrijd.  Hij voelt al aan zijn water dat dit beestje er toch gaat proberen door te lopen.

Daags na Brussel lig ik 's avonds op zijn tafel om de schade op te meten, de verzuring er uit te masseren en me, waar nodig, op te lappen.

Want, ja ik besef dat het van de bok zijn kloten is, ik heb me vandaag ingeschreven voor de Corrida door mijn thuisstad. 

Op woensdag 2 juni, een dikke 72 uur na de 20 Km. 

Race over een kleine 10 km.

Ik zal er startnummer 14 dragen.

Johan Cruijff.

14-05-10

Handrem

Handrem

 

Libië.

Neen, het is nu officieel.

Ik vlieg niet meer.

Met vliegtuigen bedoel ik dan.  Want vliegen met loopschoenen, dat uiteraard wel (én dat, beste vrienden van de lange adem,  is slechts een kwestie van tijd).

Neen, ik vlieg niet meer.

 

En ik zal u in enkele woorden uitleggen waarom.

 

Ten eerste: Kind 2.

U moet weten dat we enige tijd geleden dachten op reis te moeten gaan naar Turkije. 

Kind 2 kreeg, nadat we amper opgestegen waren, een drankje aangeboden.  Hij koos een cola.

En ik zweer u, er was geen turbulentie.

Maar Kind 2 zag kans om die cola over zijn hemd, broek én de zetel te kieperen.

Tot grote vreugde van mijn vrouw.

 

Mijn vrouw, de vooruitziendheid zelve, had in de handbagage reservekledij voor Kind 2.  Omdat Kind 2 nogal veel morst tijdens het eten.  Nogal veel = altijd.

 

Kind 2 heeft een lief snoetje.  Een snoetje waarvoor elke stewardess smelt.  Dus Kind 2 mocht een nieuw drankje kiezen.

Ice Tea deze keer.

En ik zweer u, er was geen turbulentie.

Maar Kind 2 heeft ook die Ice-Tea over zijn reservehemd, reservebroek én de  nog van cola natte zetel weten te kieperen.  Kind 2 kleefde aan ongeveer alles vast.

 

En nog gaven de stewardessen het niet op.

Hardleers.

Een derde bekertje drank werd gegeven.

En ik zweer u, er was geen turbulentie.

Maar, ja hoor...

 

Ten tweede: het vliegtuig

De onderhoudsfirma voor de vliegtuigen is uiteraard degene met de goedkoopste offerte. 

Peppie en Kokkie dus.

En ik neem aan, beste lezer, dat u allemaal met de wagen rijdt.  Wie durft beweren dat zijn auto altijd perfect in orde is?  Technisch gesproken dan. 

Er rammelt altijd wel iets.  De cruise-control geeft een foutmelding.  De remmen piepen.  De ruitenwisser schraapt.

Zo vond ik een tijdje geregeld mysterieuze schroeven op mijn oprit.  Die bleken  bij navraag in de garage uit mijn autodeuren te komen.  Drie deuren zaten al behoorlijk los, wist mijn garagist te melden.

 

Ten derde: de verzekeringsmaatschappij

Beseft u dat het voor de verzekeringsmaatschappij goedkoper is om de nabestaanden uit te betalen dan, bijvoorbeeld, een ganse vloot vliegtuigen aan de grond te houden voor bepaalde broodnodige en dure technische aanpassingen.

Kansberekening.

U bent hoogstens een statistiek!  In het slechtste geval van het gemiddeld aantal slachtoffers per crash.

 

Ten vierde: de piloot.

Ik ben zelf student geweest. 

Ik weet dus dat er mensen afstuderen die het diploma écht verdienen en bijvoorbeeld 90 % van de leerstof beheersen.

Ik weet dat er daarnaast ook mensen zijn die een diploma hebben gehaald door slechts maximum 19 % van de leerstof te beheersen.  En die 19% ook nog eens tijdelijk beheersen.

Uiteindelijk ben ik zelf zo iemand.

 

Er zullen piloten zijn die mijn techniek hebben aangewend om hun diploma te halen.

En die hun vliegtuigcockpit bedienen zoals ik een microgolfoven of een DVD-recorder.  Meer bepaald: van de helft van de knoppen heb ik geen idéé waarvoor ze dienen.  En een handleiding lezen, dat dacht ik niet....

 

Ten vijfde: de offday van de piloot

Iedereen heeft wel eens een offday.   

1993 was trouwens mijn offyear.

Stel dat u een piloot treft die maniakaal met zijn vak bezig is.  Die in feite onfeilbaar is, zoals de paus.

Nu ja.

Maar ook de paus heeft wel eens een offday.

 

Over offday piloot gesproken.

Doet me trouwens denken aan een vriend van mij, een piloot.  Iranese nationaliteit, dus geraakt als piloot niet aan de bak. 

11 september, weet u wel?

 

Zijn vriendin is ook piloot.

Zij is Nederlandse en vliegt voor Air France.

Ze reed met de wagen naar Charles De Gaule en moest onderweg nog tanken.

Ze tankt de wagen vol, en gaat de shop binnen om te betalen.

Toen ze buiten kwam, was haar auto weg.

 

WEG!

Gestolen?

Neen.

 

Mevrouw de piloot was vergeten de handrem op te trekken! 

De wagen was zachtjes beginnen bollen en uiteindelijk een vijftigtal meter verder tot stilstand gekomen tegen een hek.  Een mooi stel krassen over de ganse zijkant.

 

Ik vraag het u: wanneer u dit weet, zou u zich dan gerust voelen als zij aan de stuurknuppel zit van het vliegtuig, en er door de intercom klinkt:

"Hallo, ik ben uw pilote.  Welkom in mijn vliegtuig, buiten is het zeventien graden  (shit neen, dat is de oliedruk), we vliegen naar Turkije (hé, stond dit knopje er vorige keer ook al?) en waar staat hier godver de handrem?"

Ik bedoel maar: hoeveel knopjes heeft het dashboard van een gemiddelde Audi?  Vergeleken met een Airbus?

Of dat u net uw gordel vastklikt wanneer door de intercom klinkt:

"Hallo, ik ben uw pilote.  Welkom in mijn vliegtuig.  Ik heb pijnlijke maandstonden en dat gaat u GODVERDOMME allemaal keihard moeten uitzweten!".

 

Ten zesde: de bagage

Je mag maximum 20-30 kg bagage en nog wat handbagage meenemen.  Wil ik twintig kilogram bagage bij mekaar halen, dan heb ik zelfs skimateriaal, handschoenen en een grasmaaier mee naar Turkije.

Mijn vrouw is bij 20 kg amper voorbij het ondergoed.

 

Een vriend van mij heeft zo een veertiendaagse rondreis door Amerika gemaakt in één en dezelfde onderbroek.  Zijn bagage was verloren en zou nagestuurd worden. 

U kent het. 

Telkens de bagage ergens aankwam, was hij weer verder getrokken. 

En in de bagage zat ook een ring. 

Meer bepaald, dé ring.

DE RING.

Hij wou zijn vriendin romantisch ten huwelijk vragen in de Grand Canyon.

Ze kregen hun bagage op de luchthaven, klaar om terug naar België te vliegen.

Ze heeft  "ja"  gezegd, op voorwaarde dat hij een propere onderbroek zou aandoen.

 

Ten slotte: het milieu en varia

Aswolk, klapband, vogels in de motoren, kapers, Bermuda-driehoek, Kind 2 die aan de noodrem trekt, het kan allemaal....

En uuuuuren zitten wachten op de luchthaven, de check-in, de bagage. 

En beenruimte?

Ja, als je een dwerg bent wiens beide benen geamputeerd zijn.

Eten?

Breek me de bek niet open, ik vrees dat de verpakking voedzamer is.

En dat applaus wanneer de piloot landt?

Dat kleuterklasje mag ophouden, hier en nu.

 

 

Dus neen, ik vlieg niet meer.

Morgen loop ik.

Duurloop.

En ik verzoek de verzamelde goden om bijstand aan deze loper in nood.

11-05-10

King Kong

King Kong

 

Zaterdag 8 mei

 

Zaterdag wou ik een duurloop afwerken.  Kwestie van toch wat kilometers te maken in de aanloop naar het grote wereldomvattende fiasco dat er aan zit te komen op 30 mei.

En hoewel de benen relatief goed aanvoelden, zolang ik aan de keukentafel zat toch, kon ik nauwelijks bevroeden wat er mij te wachten stond.

 

*****

 

Het was koud, maar toch korte mouwen.

Koud?

Hoogstens een probleem van tijdelijke aard.

En vol goede moed ging uw held op weg naar de einder.

 

*****

 

Was de afgelopen week één vol spierpijnen, blokkerende kuiten en bijhorend geknor en geblaas van het baasje, dan hoopte ik dat zaterdag ommekeer zou brengen. 

De eerste duurloop zonder problemen of reactie achteraf.

Voor minder deden we het niet.

Zal ik maar meteen bekennen dat ik hoopte dat ik nog een drietal weken onbezorgd zou kunnen opbouwen om dan vriend en vijand te verrassen met een niet eens zo onaardige prestatie op de 20 Km?

Met in het achterhoofd dat ik een jaar of drie geleden ook al zo'n stunt heb uitgehaald:  1u31m gelopen op de 20 Km, terwijl ik de laatste 5 weken voorafgaand aan Brussel exact nul millimeter had gelopen.

En ik dacht dat nog eens dunnetjes over te gaan doen.

 

*****

 

Wel, dat laatste sprankeltje hoop is bij deze finaal de kop ingedrukt.

Want zaterdag was ik amper tien minuten traagjes aan het lopen toen plots....

....knets.

 

Een doffe pijn schiet in mijn rechterkuit.  Bovenaan rechts buitenkant.

Een gevoel dat ik uit ervaring al ken.

Een verrekking.

Ik sta aan de kant en buig het hoofd.

Verraden door mijn lichaam...

....een mes in mijn rug.

*****

 

Maandag 10 mei

 

Een weekend vol zelfbeklag, kopzorgen en ingehouden woede ligt achter me.  En ook veel ijspacks en massages met Flexium gel.

En deze ochtend werd ik heen en weer geslingerd tussen wel en niet gaan lopen. 

Niet gaan lopen = niet werken aan de opbouw = schuldgevoel.

Wel gaan lopen = mogelijk verergering blessure.

 

Mijn vrouw heeft de knoop doorgehakt en heeft me aangeraden niet te gaan lopen. 

Ik denk dat ze gelijk heeft...

Vanavond naar mijn kiné voor Redcord en wijsheid.

Mijn humeur ligt vér onder het vriespunt.

 

*****

 

"Bing Bong."

 

Onze deurbel rijmt qua geluid op King Kong.

Maar dat doet nu even niet terzake.

Dus King Kong....

....heum Bing Bong.

De deurbel dus.

 

*****

 

Wanneer ik de deur open, sta ik oog in oog met een jongeman van Telenet.

Hij merkt aan mijn vragende blik dat hij niet bij ons moet zijn.

Volgens zijn papieren moest hij op nummer 22 zijn.

Wij hebben 33, maar dan van een andere straat.  Ons huis staat op de hoek van de straat waar hij nummer 22 moest hebben.

En door een of andere bizarre speling van het lot is nummer 20 links in die straat (én het huis voor het onze) en is nummer 22 rechts in die straat (maar aan de overkant).

Dat is niet logisch, dus is de fout van deze jongeman compleet begrijpbaar.

 

*****

 

Al een jaar of 15 komen mensen op zoek naar nummer 22, bij ons terecht.  En wij helpen hen met de glimlach.  Inmiddels geforceerde glimlach.

 

Ik verwijs hem naar de andere kant, maar hij gelooft mij niet.

 

En toen liep het fout.

Ik kan niet lopen, heb een contractuur, en meneer wordt eigenwijs?

Ik schoot uit mijn sloffen.

 

"NU NOG STRAFFER.

U komt aan mijn deur info vragen, ik geef die en meneer gelooft mij niet?

WEET JIJ HET SOMS BETER?

Als ik godverdoemme zeg dat 22 daar is, dan zal dat toch wel kloppen zeker! En dat je vindt dat het niet logisch is, awel ik ook niet, maar dat verandert niets aan de zaak dat de man die je zoekt, daar woont."

 

"Ja, maar....", probeert de Teleman.

 

"Niets te ja maren, als jij het beter weet, waarom vraag je het dan aan mij?

Weet je wat?

Ik ben nummer 22.  En begin er maar aan, aan mijn kabeltelevisie.

NU!

Of bel jij altijd bij mensen aan om aan hun woorden te twijfelen. 

Eet jij graag een maand of drie yoghurt via een rietje?

Sop jij graag je boterhammetjes in je koffie?

Ze wonen daar. 

DAAR. 

DAAAAAAR."

 

*****

 

Mijn vrouw kwam kijken wat er aan de hand was. 

Ze is net op tijd om een beduusde jongeman van Telenet te zien afdruipen, en zegt:

"Ja, het wordt hoog tijd dat je kan gaan lopen, want je bent wel behoorlijk kort in de kar."

 

Ik erupteer zoals een gemiddelde IJslandse Eyjafjallajökull-vulkaan:

 

"KORT IN DE KAR?"

"IK?"

"DE KALMTE ZELF?"

 

 

"Overdrijf je nu niet een beetje?", zegt mijn vrouw.

 

"IK, OVERDRIJVEN?

"IK HEB JE AL TIEN MILJOEN KEER GEZEGD DAT IK NOOIT OVERDRIJF...."

 

"Ben je nu kwaad?", vraagt ze.

Olie op het vuur, noemen ze zoiets.

 

"NEEEEEEEEEEN, IK BEN NIET KWAAD!!!!!!!!!!"

 

 

*****

 

Tom, mijn kiné, weet hoeveel de 20 Km betekent voor mij.  Hij zal dus niet snel een schampere opmerking maken over mijn loopdwanggedachten.

Mijn dwangmatig loopgedrag.

Mijn loopwaangedachten.

Meestal voegt hij een relativerende toets toe en zegt hij dingen als:

Investeer geen energie in negatieve gedachten.

Zet je er overheen, het is nog niet voorbij.

Dit is hoogstens een terugval van enkele dagen, laat je kop niet hangen. 

Je hebt voor hetere vuren gestaan.

 

KNAL, RINKELDERINKEL!!!!

Wat nu weer.

Ik ben inmiddels in mijn winkel en ben voor u deze kroniek aan het tikken, wanneer ik opgeschrikt wordt door een hels lawaai aan mijn deur.

Nieuwsgierig ga ik kijken en zodra ik de deur open, ruik ik spaghettisaus.

 

En ja hoor, het is weer van dat.

Mijn vriend Tom heeft inkopen gedaan en heeft een kartonnen doosje met glazen bokalen spaghettisaus uit zijn poten laten flikkeren.  Zal hij dan nooit leren dat het onmogelijk is een deur te openen, onderwijl een kartonnen doos op één hand balancerend?

Neen, blijkt.

Een viertal potten hebben het niet overleefd.  Spatten spaghettisaus tot tegen mijn uitstalraam.

Nu krijg ik honger. 

Ik kan me nog net bedwingen om mijn uitstalraam af te likken, terwijl Tom spaghettisaus zit te dweilen, vermengd met glassplinters ....

 

*****

 

Maandagavond 21u10.

Kiné.

Tom B. stelt vast dat het inderdaad een contractuur is, een verrekking dus. 

Pech onderweg.

Wat we absoluut niet konden gebruiken (en ook vreesden), is nu rauwe realiteit.

Geen koningsdrama, dat nu ook weer niet, maar we zijn weer maar eens een week kwijt.  Want woensdag lopen is wel héél riskant.  Dan maar fietsen en zaterdag opnieuw starten met lopen. 

Dan is het 15 mei.

Nog maar een paar weken...

En ik wil hier niet de onheilsprofeet uithangen, maar een paar jaar geleden heb ik drie zaterdagen op rij een verrekking opgelopen, telkens op een andere plaats. 

Dus er is in elk geval nog ruimte voor nog meer doemscenario's.

Ik herlees een stuk van deze kroniek en merk dat ik refereer naar een editie waar ik nog een redelijke tijd liep na 5 weken inactiviteit.  Dat klopt, maar wat deze jongen vergeet er bij te vertellen, is dat ik nét voor die 5 weken gedwongen inactiviteit in absolute topvorm stak. En tijdens die weken ook nog eens veel gefietst heb om de hart- en longfuncties intact te houden.

En dat is nu zeker niet zo.

Maar het besef dat deelnemen op zich al een half mirakel is geworden, begint te dagen.  Alleen moet ik er mentaal nog aan wennen...

 

*****

 

En na de intensieve kuitbehandeling, hebben we nog eens een vlotte demonstratie Redcorden voor gevorderden gegeven.

Tom B. liet me mijn ding doen, terwijl hij op de PC zat te werken.  Hij liet de deur van de behandelingskamer open staan, zodat hij me, en ik citeer:

Toch minstens kon horen kreunen van ellende.

 

07-05-10

De Bastaard

De Bastaard

 

Maandag gaan lopen met kuiten die erg pijnlijk aanvoelden.  Het werd uiteindelijk een erg moeizame sessie, waarbij ik de pijn constant moest verbijten.  Ik vreesde enerzijds verdere schade, maar koesterde anderzijds ook de hoop dat deze trage duurloop herstel zou brengen.

IJdele hoop.

Woensdag nog steeds pijnlijke kuiten.  En het liep voor geen meter.  Nu begrijp ik wat mijn kiné bedoelde met vierkant draaien.

De spierpijnen zijn uiteraard toe te schrijven aan de lange periode zonder loopbelasting, maar ook aan het feit dat er nu nieuwe spiergroepen meewerken.  Dat vraagt een aanpassingsperiode.  Mogelijk is mijn loophouding ook iets anders geworden, wat resulteert in een iets andere belastingswijze van bestaande spiergroepen.

Jaja, klinkt allemaal héél intelligent.

Maar het zijn uiteindelijk maar spierpijnen.  De rug, bekken en heup werken prima mee.  Daar trekken we ons aan op.

 

*****

 

En daarstraks bleek dat niet enkel blessures roet in het eten kunnen gooien.  Wil ik aan de start verschijnen van de 20 Km, dan zal ik ook in het dagdagelijkse leven de nodige valkuilen, schietgeweren en wolfsklemmen moeten vermijden.

Daarstraks was het al bijna van dat.  Ik werd op een haar na overreden door een bejaarde meneer, veteraan van minstens twee wereldoorlogen, in een oude Mercedes.  Ik begrijp dat het niet gemakkelijk is om een hoed, een sigaar, een vals gebit, een joekel van een bril en twee hoorapparaten te combineren met een zebrapad, maar toch. 

Ik heb moeten lopen voor mijn leven.

Het zou het toppunt van cynisme zijn, moest ik begin mei overreden worden.

Eind mei ook trouwens.

September ook.

Mijn vader heeft trouwens ook jarenlang met zo'n Mercedessen rond gereden.  Ook hij was niet bepaald een aanhanger van het concept richtingsaanwijzers, laat staan voorrang van rechts.  Ook stoppen voor het rode licht was optioneel; qua verstrooidheid kende mijn vader zijn gelijke niet.  En mijn vader geloofde al helemaal niet in Rijkswachters.

 

Mijn vader reed al auto in de jaren vijftig van vorige eeuw.  Hij had  bijgevolg een nummerplaat waaruit bleek dat men op de dienst inschrijvingen de illusie koesterde dat er hoogstens een paar duizend auto's in België zouden rond gaan rijden.

Zijn plaat was: C 5371.

Inderdaad, vijf digits.

En nog specialer: een letter, gevolgd door 4 cijfers. 

Mijn moeder heeft nog een aantal jaren met die nummerplaat de wegen onveilig gemaakt en nu zij definitief de auto geparkeerd heeft, zou ik die plaat graag op mijn wagen hangen.

Dat moet niet moeilijk zijn, dacht ik.

Naïviteit!

Een telefoontje of twee en klaar, dacht de zinnige mens in mij.

Niet dus.

Niet in dit land.

 

*****

 

Ik bel mijn verzekeringsmannetje.

U moet weten dat in mijn GSM een lijst met mannetjes zit.  Een mannetje dat iets van computers kent, eentje die elektriciteit kent, eentje die vloertegels kan leggen, een loodgieter, roept u maar. 

Zo'n lijst is geld waard.

En allemaal in het zwart.

Schrap deze laatste zin; wie weet leest de fiscus mee.

 

*****

 

Ik bel dus mijn verzekeringsmannetje.  Hij die ons heeft verzekerd tegen alle plagen van Egypte, hij die ons altijd bang maakt voor rampen en ons bezweert dat er constant onheil boven ons hoofd hangt.

 

En daar heeft hij de uitgelezen remedie voor....

.....namelijk facturen sturen.

 

Snap ik niets van, maar ik betaal...

.....en, wat blijkt: het werkt. 

Ik betaal de facturen en er gebeurt nooit wat....

 

*****

 

Ik schets hem mijn plan.

Mijn verzekeringsman heeft me eerst een half uur uitgelachen.

 

"Heb jij niets beter te doen?", vroeg hij me.

"Neen", was mijn eerlijke antwoord.

"Zoveel werk voor zoiets onnozel!"

"Mijn leven draait enkel en alleen rond onnozele dingen", antwoordde ik geheel naar waarheid.

"Mag ik je een goede raad geven?", vroeg hij me.

"Ken jij geen mannetje bij de Dienst Inschrijvingen die je wat kan toeschuiven, dan komt het misschien in orde.  Als je het probeert via officiële weg, vrees ik dat we vertrokken zijn voor een lijdensweg van minstens maanden".

 

Het is verdorie ver gekomen. 

We leven dus in het Sicilië aan de Noordzee, zoveel is duidelijk.  En het Griekenland aan de Noordzee. 

Maar dan wel met slecht weer.

 

*****

 

Ik hield voet bij stuk.

Morrend wist hij me te melden dat ik de nummerplaat van mijn moeder alleen kan overnemen op volgende voorwaarden:  ten eerste moest ze een document tekenen dat ze afstand doet van de nummerplaat ten voordele van mij.

Maar, en nu komt het, ik moet ook nog eens bewijzen dat ik de natuurlijke zoon ben van mijn moeder.  Niet via een onnozel krabbeltje op papier, neen, ik moet op het stadhuis een bewijs van afstamming halen.

Dan moet ik kopies van zowat alles maken en de originele stukken, samen met mijn inschrijvingsbewijs van mijn wagen, aangetekend versturen naar de bevoegde dienst voor inschrijving voertuigen.

Dat ik in tussentijd niet meer over een inschrijvingsbewijs beschik voor mijn wagen is een detail. 

Een strafbaar detail, weliswaar.

Aangetekend, omdat de bevoegde diensten wel eens papieren verloren leggen.

 

*****

 

Ik moet bewijzen dat ik de zoon ben van mijn moeder.

Qua identiteitscrisis kan dat tellen.

Ben ik wel de zoon van mijn moeder?

Hadden we dat geweten, dan hadden we desnoods de navelstreng bijgehouden.

'Mater semper certa est, pater nunquam', wisten die dekselse Romeinen al, wat zoveel wil zeggen als: 'Van de moeder zijn we zeker, van de vader nooit.'

Maar toch.

Ben ik wel de zoon van mijn ouders?

Daar is in het verleden al wel eens meer aan getwijfeld...

 

*****

 

Dat was niet het enige.

Nu blijkt dat onze huidige wagen op de naam van mijn vrouw staat.  En mijn vrouw kan geen nummerplaat overnemen van mijn moeder, dus moet eerst onze wagen op mijn naam komen te staan.

 

Fluitje van een cent, denkt een zinnig mens.

Niet dus.

 

Ten eerste moet ik dezelfde documenten eerst weer eens aangetekend versturen, met daarbij ook een verklaring van de burgerlijke stand van mijn thuisstad dat ik inderdaad gehuwd ben, en nog steeds ben, met mijn eigen vrouw.

 

Dus eerst moet ik bewijzen dat ik de zoon van mijn moeder ben, vervolgens ook nog eens aantonen dat ik de man ben van mijn vrouw.

Ben ik wel getrouwd?

Hoe bewijs je dat?

Heb ik eigenlijk wel een rijbewijs?

 

*****

 

Maar toen was de aap nog niet uit de mouw.

Want mijn verzekeringsmannetje wist te melden dat die twee zaken niet in één beweging konden afgehandeld worden.  Het risico bestond dat mijn warboel aan aanvragen de bevoegde diensten tilt zou doen slaan.

Stel je voor: een arme ambtenaar die twee dingen zou moeten combineren.  God verhoede!

Dit zou kunnen resulteren in het feit dat ik geen auto meer mag rijden wegens :

  • geen nummerplaten meer,
  • geen inschrijvingsbewijs.

Of dat er administratief iets in de soep draait, met als gevolg:

  • dat mijn vrouw getrouwd is met onze auto,
  • dat ik getrouwd ben met mijn eigen moeder,
  • dat ik de zoon ben geworden van mijn eigen vrouw.

Het kan natuurlijk ook dat er vanaf morgen een nummerplaat aan mijn vrouw zal hangen.

En ik de bak invliegen natuurlijk.

Als een ongehuwde bastaardzoon zonder rijbewijs.

 

*****

 

Ik twijfel dus.

Want mijn verzekeringsmannetje stelde voor om dan meteen de nummerplaat te laten vervangen door een nieuw exemplaar, weliswaar ook weer in een aparte stap, om complicaties van bureaucratische aard te vermijden.

De nummerplaat heeft inmiddels 60 jaar slopingswerk van weer en wind te verduren gekregen.  En een paar keer de planeet rond gereden.

Hij vertelde me ook dat de kans groot is dat de Europese nummerplaat ingevoerd is in België vooraleer mijn nummerplaataffaire afgehandeld is.

Ik denk gewoon dat mijn verzekeringsman te lui is om het in orde te brengen.

Zou ik mij daar niet tegen kunnen verzekeren?

 

*****

 

Ik besef dat het een zinloze operatie zal zijn.  Dat gaat namelijk nooit lukken als ik via de normale kanalen werk.

Corruptie dan maar.

We gaan het op zijn Italiaans Belgisch proberen.

 

Moest er een lezer zijn die toevallig op Cantersteen een lange arm heeft, dan mag die mij altijd contacteren...

Capice?

 

*****

 

En morgen, zaterdag, opnieuw duurloop.  De ambitie is om dezelfde afstand als vorige zaterdag af te werken.  Nu hopelijk zonder zware represailles van de kuiten.  En volgende week wil ik maandag en woensdag die duurloop ook weer lopen, om dan zaterdag 15 mei de duurloop op te trekken naar 1 uur 20 minuten.

Maar eerst morgen aan de bak.

Dan schrijven we 8 mei. 

Nog 22 dagen.

Vervloekt nog aan toe.

04-05-10

D-Day, het vervolg

 

 

Waarde lezer, dit is het vervolg van de kroniek die gisteren hier verscheen, getiteld D-Day (klik op het paarse woord en u wordt er via een teletijdsmachine naar toe geslingerd).

Welk paars woord?

D-Day. Het deze dus.  Of een regel of drie hoger.

Of u kan natuurlijk altijd in de rechterkolom, rubriek 'Laatste berichten' klikken op D-Day.

Of klik op dit woord. D-Day

Of hier  D-Day

Ik herhaal: D-Day

Pas nadat u die kroniek, deze dus: D-Day (met gratis cliffhanger) gelezen hebt, wil ik u hier terug zien. 

En niet eerder.

U moest al weg zijn, meer bepaald naar D-Day

Vort!

 

 

*****

 

 

D-Day  (hier niet klikken; het kan wel, maar het moet niet), het vervolg...

 

En dan plots, na 40 minuten, ....

 

...het zal toch niet waar zijn zeker....

 

 

....komt Fanfare St.-Lucia uit de slootkant gekropen.  Ze zetten de Bolero van Ravel in, weliswaar in een erg valse versie; de heupflessen jenever zijn daar wellicht niet vreemd aan. 

De Bolero van Ravel, ach en wee, zoete herinneringen oproepend aan zovele edities van de 20 Km door Brussel.

Zovele edities waar ik, groen achter de oren en soms rond de neus, onbezonnen aan heb deelgenomen, zonder te beseffen dat het ook wel eens een keer kantje boordje zou kunnen zijn om er aan de start te kunnen verschijnen.

 

*****

 

Ik loop nog steeds. 

En heb er nu wel vertrouwen in. 

Dit zit goed.

DIT ZIT GOED!

Ik zou wel kunnen janken van geluk.

 

De wind maakt het echter lastiger dan verwacht.

En het begint langzaam wel wat zwaar te wegen.  Een eerste dipje na drie kwartier, maar ik pep mezelf op om vol te houden.

No pain, no gain.

Rocky komt altijd terug.

In de verte zie ik het ranke silhouet van looplegende Jan H.   Jan was tussen haakjes 17de op de Antwerp marathon 2010.

Ik ga op de knieën zitten, buig het hoofd en kruip door het stof voor zijne excellentie Jan H.

 

Merkwaardig toeval.

Zes weken geleden kwam ik Jan H. ook al tegen op die fatale laatste duurloop.  En nu opnieuw.  Jan H. is bevoorrecht getuige van de herrijzenis van loopwonder Mark.

We keuvelen wat.

Over zijn exploten op de Antwerp Marathon, over mijn exploten kunnen we dan weer heel kort zijn: niets.

Nu ik er eens over nadenk: mijn ontmoeting met Jan H. is niet toevallig.  Dat is niet meer of minder dan een signaal van de goden...

Ik trek me terug op gang, we ronden de kaap van het uur.

 

*****

 

Na 1 uur en 10 minuten gooien we het anker weer uit. 

Ik kom thuis.

Moe.

Tevreden.

En we schrijven met gouden balpen in het grootboek der halve mirakelen een historische duurloop bij.  De eerste van, hopelijk, een lange reeks.

 

De volgende barrière is bij deze genomen.  De eerste duurloop werd een succes.  Alle systemen werkten.

En nu maar hopen dat we de volgende weken goed doorkomen, niet hervallen of een ander ongemak oplopen tijdens de opbouw.

Relatieve opbouw, dient u hier te lezen.

 

 

*****

 

Zondag 2 mei.

Nu besef ik pas hoe lang het geleden was dat ik een loopinspanning had geleverd. 

Mijn kuitspieren zijn total loss. 

Spierpijnen na een lange duurloop, we wisten niet eens dat het bestond.

Maar het bestaat.

En hoe!

Het voelt aan alsof ik gisteren een halve marathon tegen absolute topsnelheid heb gelopen.

Helemaal stuk.

Dat belooft voor de volgende weken.

 

*****

 

Maandag 3 mei.

Ik bijt door de zure appel en de verzuurde kuitspieren en besluit een rustig herstelloopje in te lassen.

Een herstelloop voor opgelopen schade van de eerste lange, trage duurloop.

 

Goed voor een uurtje joggen en bij momenten drentelen.

En de kuitspieren protesteren luidkeels, maar dat verdwijnt na een kwartiertje.

Eind voormiddag mijn laatste afspraak met de osteopaat.  Ook van hem krijg ik groen licht om mijn ding te doen.

 

Vanavond kiné.

Redcord wellicht. 

Het is de bedoeling dat ik nog tot voorbij de 20 Km door Brussel wekelijks 1 tot 2 keer bij Tom op de behandelingstafel lig, om de opstart van het lopen en de opbouw wat te ondersteunen en desnoods waar nodig bij te sturen.

 

Mijn editie 2010 van de 20 Km door Brussel heeft slechts één doel: uitlopen zonder miserie. 

Simpelweg de 17de medaille op rij pakken. 

Later stellen we andere doelen.

 

 

03-05-10

D-Day

Jaag me zo eens niet op.

 

D-Day

 

Vrijdag 30 april

Nu nog maar enkele uren vooraleer we terug kunnen lopen.  Puur technisch gesproken kan ik 1 seconde na middernacht al de baan op, want dan is het al zaterdag 1 mei. 

Maar we hebben ons voorgenomen omstreeks 9 uur te vertrekken.

Om 11 uur het bed in, oogjes dicht, want dan is het rapper zaterdag.

Ik lig op mijn hoofdkussen te mijmeren en kijk naar waar ik het meest van hou, waar ik na al die jaren van lief en leed nog steeds razend verliefd op ben.

 

Mijn loopschoenen van het merk Brooks.

Ik heb mijn loopschoenen tussen mijn hoofdkussen en dat van mijn vrouw geplaatst.  Als je goed kijkt, zie je zelfs nog wat zandkorrels, minstens 6 weken oud.

Mijn vrouw komt heupwiegend van de badkamer, in een weinig verhullend frivool nachtgewaad, maar mijn ogen kleven aan mijn loopschoenen, Brooks Adrenaline GTS.

"Hé, die lakens zijn pas gewassen, weg met die stinkschoenen."

Vrouwen en loopschoenen, zelden een geslaagd huwelijk.

 

*****

 

Zaterdag 1 mei

Toch niet bijster goed geslapen vannacht; het schoolreisgevoel, zeg maar.

Gebakken eieren tussen de boterham in zilverpapier, dat gevoel, weet u?

 

*****

 

Het verslag van mijn eerste looptocht na zes weken gedwongen rust zou op verschillende manieren kunnen beginnen.

Een voorbeeld van een openingszin zou kunnen zijn:

Het was druk op de spoedafdeling van het AlZ St.-Jozef.  Het leek wel Wave 1 van de 20 Km door Brussel.

Of

Wie had kunnen denken dat Mark uitgerekend op 1 mei verstrooid van de trap zou kukelen en daarbij een dislocatie van 6 ruggewervels zou oplopen?  Brussel komt wellicht in het gedrang.

Of

Alles ging goed, tot aan het eerste kruispunt.  Euforisch omdat hij nog steeds niet geblesseerd was na zowaar 75 meter, merkte Mark de BMW Z3 met blondine én te grote zonnebril niet op.  Een salto later: een open beenbreuk en gekneusde ribben.  Brussel halen zal een tikkeltje moeilijker worden.

Of

Bij het aanrijgen van de schoenveters schoot er iets in de rug.  En helaas, er niet meer uit.  Duurt het lang vooraleer een mens een handbike onder de knie krijgt?

 

*****

 

Een licht ontbijt en dan blijkt dat de routine compleet weg is.  Als een kieken zonder kop moet ik op zoek naar van alles en nog wat (compressiekousen, hartslagmeter, witte tape). 

Ik lijk mijn vriend Tom wel.

En ja, u heeft zich weer van uw beste kant laten zien.  De sms-jes stroomden binnen, met ludieke boodschappen, zoals:

"Als je niet vertrekt, dan ben je nog altijd thuis!"

Een filosofische, van een kameraad.

"Een groot, lang grof." 

Van mijn vrouw, ik moet straks nog langs de bakker.

"Je kan desnoods nog altijd postzegels beginnen verzamelen."

 Zéér bemoedigend.

"De gazon moet dringend geverticuteerd worden."

Vrouwlief.

 

En in mijn mailbox ook nog een haiku, van een zekere H. Van Rompuy; wie is dat nu weer?  Heeft die niets beters te doen?

 

"De oude loper

op zijn zoektocht  naar Brussel

hij vond slechts zichzelf."

 

En ja hoor, juiste schema, vijf lettergrepen, 7 lettergrepen, vijf lettergrepen. 

 

*****

 

Geen motregen, maar wel wat wind.

En met nog een laatste groet aan vrouw

(wees voorzichtig!)

en Kind 2

(laat me met rust, ouwe!),

opende ik mijn voordeur.

 

En ik dacht het vannacht al gehoord te hebben. 

Er was wat geklingel en geklangel te horen geweest en nu begreep ik waarom.  Men had een tribune geplaatst recht tegenover mijn huis.  Daar zat het volledige stadsbestuur en een honderdtal genodigden, die prompt uitbarstten in een daverend applaus. 

Staande ovatie.

Waarna onze burgervader de microfoon ter hand nam, er twee keer in blies naar aloude Vlaamsche gewoonte en vervolgens een bevlogen speech gaf, waarin mijn lof bezongen werd.  Het is dat ik van nature nogal bescheiden ben, daarom zal ik die speech hier niet herhalen, maar ik meen me toch sleutelwoorden te herinneren zoals: de grootste, beste, knapste, snelste, meest vasthoudende, gedreven, intelligente en ik vergeet er nu nog wel een dozijn.

Staande ovatie nummer 2.

 

Men kwam rond met champagne en hapjes.

Ik weigerde beleefd.

Men bood mij de sleutels van mijn thuisstad aan.

Héél vriendelijk, maar die ga ik nu niet meeslepen, leg ze desnoods maar in het tuinhuis.

Het ereburgerschap, de penning van verdienste,  het Burgerlijk Kruis voor Moed en Zelfopoffering (1ste klas), nog een schoon tinnen bordje met het stadswapen, bloemen, pralines, allemaal in het tuinhuis ermee, leg ze maar op de hoop bij de eredoctoraten.

Toen kwam fanfare St.-Lucia de hoek om en feepte een verlepte versie van de Brabançonne, waarna Alexander De Croo zeer terecht opmerkte dat de deadline van 9 uur nu toch wel dichtbij kwam en dat het tijd was om te vertrekken.

Het was Leterme die het startlint doorknipte.  Dat lukte niet, gelukkig kwam Joëlle Milquet ter hulp (vandaar L'Union fait la force).

Ik kreeg zowaar de Olympische fakkel en een gouden plak in mijn handen gedrukt (merci Frederik 'Fredje' Deburghgraeve) en terwijl de eerste motoren van Sporza warm draaiden, begon ik te lopen.

 

*****

 

Lopen dus.

Aarzelend.

De ene voet voor de andere.  En met gemengde gevoelens.  Een cocktail van voorzichtigheid, euforie en achterdocht.

Het eerste kruispunt, na ongeveer 75 meter.

Er komt een BMW Z3 voorbij gezoefd.  Met daarin een blondine met  een waanzinnig grote zonnebril.

Mis, poes.

 

De Lindendreef in.  Richting gevangenis.

Ik loop ongeveer 12 km/uur, mijn tempo voor een trage duurloop. 

 

En dan plots een pijnscheut....

....neen, toch niet.

Ja, we mogen toch eens lachen!

 

Het gaat merkwaardig goed.  Van het vierkant draaien, waar mijn kiné me voor had gewaarschuwd, merk ik niets.  Het kan natuurlijk zijn dat ik heel mijn leven al vierkant draai, en dus het verschil niet eens merk.

De bossen in.  Ik kijk mijn ogen uit.  Wat is het lang geleden.  Ik herken niets meer.  Ik zou hier kunnen verdwalen, bij wijze van spreken.  En de voetjes trippelen verder.

En mijn rug geeft geen kik. 

Ik heb zelfs het gevoel dat ik sterker ben dan ooit. 

Wat loopt dit luxueus.  Ik begrijp nu dat ik maanden heb gevochten tegen iets waar ik niet van kon winnen.  Ik liep als een kreupel manneke, sterker nog: ik was kreupel.

En nu niet meer.

En ja, ik weet het.  Tom, mijn kiné, had gezegd 10 minuten lopen, twee wandelen, enz....

Maar na tien minuten was ik niet eens opgewarmd, dus liep ik maar door.

Een specht tokkelde, duizenden vogels zongen hun lied, in de verte het eenzame geblaf van een hond.

Tien minuten later, nu dan maar wandelen?

Neen, ik loop door.

En het bos is prachtig fris groen.

En het zweet begint te stromen.

Ik merk dat het lang, véél te lang geleden is dat ik nog eens gelopen heb.

En dan plots, na 40 minuten,....