21-05-10

Roodkapje

Roodkapje

 

Woensdag 19 mei.

 

Deze ochtend de stoute schoenen aangetrokken, in casu de loopschoenen, voor mijn derde training deze week (zaterdag, maandag, woensdag).  Dat begint er al op te trekken.

Kiplekker voelt deze jongen zich.

En daarom, waarde lezer, groeide in het achterhoofd het plan om vandaag reeds de duurloop op te trekken tot maximale omvang. 

 

Hoort u die ijselijke gil op de achtergrond?

Dat is Tom, mijn kinesist, die zich nu de haren uit het hoofd zit te rukken, omdat zijn poulain zich weer maar eens bezondigt aan het fors negeren van alle basisregels van het lopen. 

Opbouwen moet een traag, gestaag proces zijn, niet in wilde snokken naar boven. 

Die theorie is mij niet geheel vreemd, maar ik heb mijn ganse leven lang al vierkant mijn voeten gevaagd aan goede raad, dus waarom zou het nu anders zijn?

Waar dient goede raad immers voor?

 

*****

 

Het is een koele ochtend.  Van een dag vol belofte.  De zon is een beetje aan de luie kant.

 

Het asfalt van de Lindendreef ruil ik voor de verharde zanddreef naast de gevangenis.

De uitgestrekte velden, met verse ploegsporen, in kaarsrechte patronen, afgewisseld met weiden, groen dat bijna pijn doet aan de ogen.

Een scheefgezakte badkuip als drinkbak.

Enkele koeien schrikken op en lopen vervolgens met me mee, tot vlak tegen de volgende prikkeldraad.

Het draait vlot. 

Wat is het heerlijk als je onbezorgd kan lopen.

Oppassen hier.  Hier werden onlangs enkele putten met nieuw steenpuin gedempt.  Een voet verzwikken zou een drama zijn.

Via het kasteelvoetpad (een trage buurtweg) loop ik richting Wortel.  De weg over en nu kom ik via asfalt en langs een loonwerker in de Torendreef. 

Hier heeft men de dreef voorzien van een vers laagje dolomiet (die hopen lagen hier al van voor de lange winter te wachten).  De dolomiet is nog niet vastgekoekt, dus is het zaak er naast te lopen. 

Voorbij het kerkhof van de landlopers.

En iets verder moet ik de knoop doorhakken.  Rechtdoor is de langste duurloop, linksaf de iets kortere (ongeveer 2,5 km korter).

Rechtdoor wordt het.

Recht door zee.

Nu ja, een ven.

Het Bootjesven. 

Ik ben inmiddels ongeveer een half uur onderweg.

 

Dan linksaf en enkele honderden meters verder weer links het bos in, via een poortje en een kronkelend boswegeltje.

Tweede poortje en de lange dreef, richting Wortel.

Dit is trouwens het parcours van de Landlopersjogging van Wortel.

Veel putten in deze dreef.  Maar dat geeft een fartlek-gevoel.  Je moet al eens dribbelen en uitwijken.

Rechts het bos uit over het wildrooster.

 

Spectaculair uitzicht. 

Hier kan je eindeloos ver kijken.

Lange zanddreef rechtdoor tot aan de Rode Weg.

Oversteken en weer mul zand.  Dit is ploegen, maar daar wordt een mens sterk van.  Sterk genoeg om de Tervurenlaan te bestormen.

Linksweg aan het bos en honderd meter verder opnieuw links.  Zanddreef met afwisselend rechts en links een ven. 

Vooral het grote ven links is mooi.  Vaak bevolkt door blauwe reigers.  Enkele eenzame dennen worden weerspiegeld in het licht rimpelende wateroppervlak van het ven.

Verder.

Altijd maar verder.

Tot aan de Rode Weg.

Opnieuw.

Ik klok hier 57 minuten.

 

Zandweg in.

Eerste schuine dreef links.

Kruispunt dreven over, rechtdoor tot aan de T-splitsing.

Rechts.

En dan rechtdoor naar het asfalt en aansluitend het kruispunt.  Oversteken en de 's Boschstraat in.  Volgen tot aan de Gustaaf Segersstraat. Rechts tot op de Vrijheid.

Links het pittoreske Begijnhof in.

Het wandelweggetje dat in de Gelmelstraat uitkomt.

Gelmelstraat, Antoon de Lalaingstraat en zo naar huis.

1 uur 21 minuten en 47 seconden.

En weet u wat?

Ik ben moe, maar niet uitgeput.

Niet kapot.

Hoe dat komt?

Weet ik niet.

En dat is in tegenspraak met de volgende zin.

 

*****

 

Ik weet alles.

En wat ik niet weet, is niet waard geweten.

 

Mensen vragen mij wel eens hoe het komt dat ik zo ongenadig intelligent ben.  Hoe dat het in hemelsnaam mogelijk is dat iemand zoveel parate kennis weet te combineren met  een stortvloed aan zinloze weetjes. 

Encyclopedisch als het ware. 

En dat allemaal met zo'n klein hoofd. 

 

Zelfs op die vraag weet ik het antwoord.

 

Studie, ontberingen, zelfkastijding en oog voor detail...

...enerzijds....

....maar anderzijds,

vooral spieken en bluffen.

 

Ik heb mijn middelbaar diploma gehaald met spieken.

Ik hoop dat Kind 2 niet meeleest.  Rolmodel rolt donderend van zijn sokkel.

 

Spieken dus.

Daaraan werd ik vorig jaar, in de startzone van Dwars door Kasterlee, herinnerd.  Naast mij stond een loper die me ergens vaag bekend voorkwam. 

"Dju, ik ken die mens, maar wie is het?", spookte het door mijn hoofd.

 

Zoals altijd kende hij mij nog. 

Wist zelfs mijn naam. 

 

Ja, wat zal ik zeggen.  De meeste mensen zijn zo onder de indruk van mijn sprankelende persoonlijkheid, mijn joie de vivre, mijn charisma, mijn inzichten en communicatieve bekwaamheid, dat ze mij nog steeds herinneren, al duurde de oorspronkelijke ontmoeting slechts een paar seconden, en was die ontmoeting desnoods een paar decennia geleden.

 

Ik kende zijn naam niet.

Al heb ik u vijf minuten geleden ontmoet of heb ik 10 jaar met u lief en leed gedeeld, ik zou begot niet weten wie u bent.  Zo kan gelijk welk kind aan mijn voordeur komen beweren dat ik zijn of haar pa ben.  Best mogelijk, toch als het welbespraakte, geestige en mooie kinderen zijn...

 

Vrouwen.

Nog zoiets. 

De meeste vrouwen die mij gekend hebben (in alle betekenissen van het woord) zijn daarna nooit meer dezelfde.   De helft treedt in een of andere strenge kloosterorde, sommigen cijferen zich geheel weg in ontwikkelingshulp, de overschot wordt gek (van verlangen, wanhoop, gevoel van verlies,....). 

Enkel om die redenen mijd ik recepties en andere publieke optredens.  Er is namelijk altijd iemand aanwezig, die ik vaag ergens van ken.  Meestal hebben we in het verleden iets samen gedaan. 

Dat kan variëren van pakweg een bankoverval tot desnoods een folieke in de amoureuze sfeer. 

Dat is mij meestal niet bijgebleven, maar blijkt dan wel het absolute hoogtepunt in het leven te zijn van die andere persoon, waarna alles resoluut bergaf is gegaan. 

Tja, wat zal ik zeggen. 

Ik heb helaas dat effect op mensen.

 

Die kroniek schiet hier helemaal niet op vandaag, wat is dat toch?

 

Dus in de startzone spreekt een manspersoon mij aan.  Hij kent mijn naam, en voornaam, maar ik zou absoluut niet weten wie hij is. 

Ik vrees even dat ik hem nog geld moet, maar dat blijkt ook niet het geval te zijn. 

"Ken je mij niet meer?", vraagt hij me.

Natuurlijk niet. 

Maar dat zeg ik niet, toch niet botweg.  Ik kwets niet graag mensen. 

"Tuurlijk wel", zeg ik. 

"Dingske".

"Jos", zegt hij.

"Ja, dat weet ik, maar ik zit uw familienaam te zoeken", zeg ik dan weer.

Truukje dat ik van wijlen mijn vader heb geleerd.  Tijd winnen.

"Jos X.", zegt hij.

Jos X.

Zegt me niks.

Gelukkig werd verdere blamage me bespaard door het startschot. 

Saved by the gun, zeg maar.

 

*****

 

Jos X.

Ja, zo heet hij niet echt.  Inmiddels ben ik zijn naam alweer vergeten, maar het was iets in die aard. 

Achteraf is mijn frank gevallen. 

Ik heb de drie laatste schooljaren van het middelbaar onderwijs naast hem op de schoolbanken doorgebracht. 

Zonder Jos had ik daar waarschijnlijk nu nog gezeten. 

Ongeveer alles heb ik van hem gespiekt.

Ik was goed in, even kijken, godsdienst en lichamelijke opvoeding. 

Jos was goed in de rest.

Tijdens examens en toetsen moesten wij een boekentas in het midden op de bank  tussen de twee leerlingen plaatsen, zodat afkijken bemoeilijkt werd.

Dit euvel hebben wij, Jos en ik, op volgende manier uit de weg geruimd.

Ik schafte mij een Samsonite koffer als boekentas aan. 

Het voordeel is dat daar pootjes onder staan.  Zo werd een perfecte brievenbus tussen de twee bankhelften gecreëerd.  De papieren schoven er vlotjes onderdoor. 

Het was een win-winsituatie. 

Ik slaagde voor de toetsen en Jos kon op zijn conto zetten dat hij mijn vriend was.

 

*****

 

Ik heb ook hogere studies afgewerkt.

Er moet hier ergens nog een diploma rondslingeren ten bewijze. 

Daar heb ik iets langer over gedaan dan strikt noodzakelijk.  Omwille van studentikoze verplichtingen gekoppeld aan een milde verslaving aan Hoegaarden en Jägermeister.

Dit diploma had ik nooit gehaald zonder de hulp van een paar mensen.   Mijn huidige vrouw zorgde er voor dat ik niet altijd in de kroeg zat.  Een  medestudent leende me haar cursus, want zelf heb ik nooit ook maar één blad cursus bezeten.

Er was echter een bijkomend probleem. 

We blokten met twee personen dezelfde cursus.  Omdat ik het minst naar de les was geweest, kreeg mijn studiegenoot voorrang om vooraan in de cursus te beginnen.  Ik begon dan maar te blokken ergens halfweg de cursus.

Dat viel tegen. 

De helft van de tijd had ik geen flauw idee wat ik aan het blokken was.  Vergelijk het met een boek: lees eerst de achterste helft, dan pas het begin. 

Moest u Roodkapje halfweg beginnen lezen, dan had u ook geen flauw idee waar die wolf vandaan kwam en wat hij allemaal van plan was.   Nu ja, grootmoeder opeten, dat weet ik ook wel, maar kan u enigszins meewerken?  Er moet ooit een eind aan deze kroniek komen....

Maar wanneer ik nadien dan het eerste stuk blokte, vielen de puzzelstukken in mekaar.  

Soms ook niet natuurlijk.

 

Maar goed, er was geen weg naast, het moest zo.

 

En dan nu de gouden tip van Mark voor het afleggen van examens.  Opnieuw hoop ik dat Kind 2 dit niet meeleest.

 

Hoe leg je een perfect mondeling examen af?

Zorg ervoor dat je de cursus redelijk goed kent (ja, wat dacht je, wonderen bestaan niet).  Op die manier kan je de vragen die op de vragenfiche staan beantwoorden. 

Maar....de adders onder het gras zijn de bijvragen. 

Die zijn uiterst belangrijk om zo je cijfer op te krikken. 

Maar die vragen ken je niet, die heb je niet onder controle.

Daar had ik een oplossing voor.  Ik probeerde namelijk vat te krijgen op de bijvragen.

Ik bereidde mijn fichevragen schriftelijk tot in de puntjes voor.  Maar wanneer ik deze mondeling ging afleggen, dan liet ik cruciale informatie weg uit mijn antwoord.  Info die ik zelf aanduidde met uitroeptekens.  De prof merkt dat ik het wel ken, maar dat er toch bepaalde zaken ontbreken.  Hij kan de verleiding niet weerstaan om daar op door te vragen om mij de kans te geven om ofwel te scoren of om vast te stellen dat ik het niet voldoende ken.

Maar ik scoor en hoe!

Met veel flair vul ik de zogezegde hiaten op.  Het lijkt geïmproviseerd, maar het was perfect voorbereid.  Een beetje acteren.... zo lijkt het alsof je speelt met de leerstof.

Er zijn natuurlijk altijd klootzakken van profs die niet doorvragen en meteen denken dat je het oppervlakkig gestudeerd hebt.  

Dan moet je het heft in handen nemen!

Je denkt toch niet dat ik de kaas van mijn brood laat eten.

Wanneer hij zegt over te gaan naar de volgende vraag, dan moet je het lef hebben om hem te onderbreken en te zeggen dat je nog een paar kleine aanvullingen hebt.  En dan komt het er alweer uitgerold alsof het niks is. 

Zo maak je indruk.  Maar zo vul je ook gecontroleerd de examentijd.  Een prof heeft uiteindelijk ook een strikt tijdschema te halen.

Ik moet ook een strikte deadline halen met deze kroniek, maar dat gaat hier maar door en door en door....

 

 

Nu we toch bezig zijn. 

 

Probeer je vragen te bemachtigen!

Is me ooit gelukt.

Ontwikkelingspsychologie.  Een buisvak.

De prof gebruikte een set van een twintigtal fiches met telkens 4 vragen.  Die waren genummerd en werden in strikte volgorde gebruikt.  We wisten de vragen te bemachtigen door ze te gaan noteren bij het buitenkomen van de studenten van een parallel jaar, die veertien dagen voor ons dat examen afwerkten. 

We hadden op die manier alle fiches gereconstrueerd, behalve één.

We blokten de fiches, in de hoop dat de prof dezelfde set fiches zou gebruiken voor onze examens.

De examens beginnen. 

Ontwikkelingspsychologie liep over 2 dagen. 

Dag 1.  Opluchting; de prof gebruikt dezelfde set.  Maar we hadden één fiche nog altijd niet weten te bemachtigen.  Weer kamperen aan de deur tot we de fiche hadden.

Dag 2.  Onze examendag.  Nog steeds dezelfde set vragen.  En nu kunnen we beginnen rekenen.  Zoveel studenten staan voor mij op de lijst, nu is fiche nummer zoveel, ik zal dus met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid fiche nr zoveel hebben. De laatste uren voor mijn examen zette ik alles op die ene fiche.  Klopte als een bus.  Alhoewel het bibberen was omdat één student pas heel laat kwam opdagen voor het examen.  En die moest er zijn om de volgorde der fiches te respecteren...

 

Ik denk dat de kroniek hier stopt, ik krijg namelijk honger.  Een broodje zou er wel ingaan.

 

Over broodjes gesproken....

Kent u een broodje-aapverhaal?

Een urban legend.  Een fictief verhaal dat voor waar wordt verkocht.  U heeft ze wellicht ook al wel gehoord.  Dat ze in Disneyland een kind uit het oog verliezen.  Een paar uur later zit het versuft op een bank.  Blijkt dat het kind werd ontvoerd om een nier te stelen.  Bijvoorbeeld.  Niks van aan.

Ik denk dat volgend verhaal een broodje-aapverhaal is.  Maar wie weet.

 

Een student meldt zich op het examen bij de prof die een immense stapel fiches met vragen voor zich heeft liggen.  De student trekt een fiche en gaat het auditorium in om zich voor te bereiden. 

Daar merkt hij dat hij per ongeluk twee fiches heeft genomen. 

Een luxueuze situatie, want zo kan hij de fiche nemen die hem het best uitkomt. 

Hij legt een mooi examen af en neemt de extra fiche mee naar zijn kot.  Hij geeft de fiche door aan een collega, die nu de luxe heeft dat hij de examenvragen heeft.  Die blokt die grondig. 

Op het examen trekt hij een fiche, maar bergt die op.  Hij legt examen af met zijn eerste fiche.  De andere fiche wordt weer doorgegeven enzoverder...

 

Enzoverder.  Niet eens een slecht woord om een kroniek mee te beëindigen, maar we zijn nog maar pas begonnen...

 

*****

Tenslotte (ha, dan toch een einde aan deze kroniek in het zicht) wil ik u volgend verhaal niet onthouden.

Een collega-student, die helaas ook een gans jaar de lessen niet had bijgewoond, wou op het examen op het sentiment van de prof spelen.

Op de vraag waarom het examen zo moeizaam was verlopen, antwoordde de student:

"Professor, uw les was telkens op dinsdag.  Omdat ik elke dinsdag moet werken om mijn studies te betalen, kon ik helaas uw les niet bijwonen.  Vandaar dit mager resultaat."

Een krokodillentraan werd uit de ooghoek geperst.

Oscarmateriaal.

Waarop de prof zei: "Mijn les was op donderdag...."

Foutje.

 

*****

 

 

Ja, een kroniek vol zoete, bitterzoete mijmeringen.

Eerder een korte kroniek, me dunkt.

En het is vandaag, vrijdag, van dat loom weer.

Waardoor ik maar niet op gang kom.

En daarom is deze kroniek erg beknopt gebleven, waarvoor mijn welgemeende excuses.

En ik lijk maar niet te beseffen dat het nog maar amper een week is tot de 20 Km door Brussel.

En hij leefde nog lang en gelukkig.

De commentaren zijn gesloten.