03-05-10

D-Day

Jaag me zo eens niet op.

 

D-Day

 

Vrijdag 30 april

Nu nog maar enkele uren vooraleer we terug kunnen lopen.  Puur technisch gesproken kan ik 1 seconde na middernacht al de baan op, want dan is het al zaterdag 1 mei. 

Maar we hebben ons voorgenomen omstreeks 9 uur te vertrekken.

Om 11 uur het bed in, oogjes dicht, want dan is het rapper zaterdag.

Ik lig op mijn hoofdkussen te mijmeren en kijk naar waar ik het meest van hou, waar ik na al die jaren van lief en leed nog steeds razend verliefd op ben.

 

Mijn loopschoenen van het merk Brooks.

Ik heb mijn loopschoenen tussen mijn hoofdkussen en dat van mijn vrouw geplaatst.  Als je goed kijkt, zie je zelfs nog wat zandkorrels, minstens 6 weken oud.

Mijn vrouw komt heupwiegend van de badkamer, in een weinig verhullend frivool nachtgewaad, maar mijn ogen kleven aan mijn loopschoenen, Brooks Adrenaline GTS.

"Hé, die lakens zijn pas gewassen, weg met die stinkschoenen."

Vrouwen en loopschoenen, zelden een geslaagd huwelijk.

 

*****

 

Zaterdag 1 mei

Toch niet bijster goed geslapen vannacht; het schoolreisgevoel, zeg maar.

Gebakken eieren tussen de boterham in zilverpapier, dat gevoel, weet u?

 

*****

 

Het verslag van mijn eerste looptocht na zes weken gedwongen rust zou op verschillende manieren kunnen beginnen.

Een voorbeeld van een openingszin zou kunnen zijn:

Het was druk op de spoedafdeling van het AlZ St.-Jozef.  Het leek wel Wave 1 van de 20 Km door Brussel.

Of

Wie had kunnen denken dat Mark uitgerekend op 1 mei verstrooid van de trap zou kukelen en daarbij een dislocatie van 6 ruggewervels zou oplopen?  Brussel komt wellicht in het gedrang.

Of

Alles ging goed, tot aan het eerste kruispunt.  Euforisch omdat hij nog steeds niet geblesseerd was na zowaar 75 meter, merkte Mark de BMW Z3 met blondine én te grote zonnebril niet op.  Een salto later: een open beenbreuk en gekneusde ribben.  Brussel halen zal een tikkeltje moeilijker worden.

Of

Bij het aanrijgen van de schoenveters schoot er iets in de rug.  En helaas, er niet meer uit.  Duurt het lang vooraleer een mens een handbike onder de knie krijgt?

 

*****

 

Een licht ontbijt en dan blijkt dat de routine compleet weg is.  Als een kieken zonder kop moet ik op zoek naar van alles en nog wat (compressiekousen, hartslagmeter, witte tape). 

Ik lijk mijn vriend Tom wel.

En ja, u heeft zich weer van uw beste kant laten zien.  De sms-jes stroomden binnen, met ludieke boodschappen, zoals:

"Als je niet vertrekt, dan ben je nog altijd thuis!"

Een filosofische, van een kameraad.

"Een groot, lang grof." 

Van mijn vrouw, ik moet straks nog langs de bakker.

"Je kan desnoods nog altijd postzegels beginnen verzamelen."

 Zéér bemoedigend.

"De gazon moet dringend geverticuteerd worden."

Vrouwlief.

 

En in mijn mailbox ook nog een haiku, van een zekere H. Van Rompuy; wie is dat nu weer?  Heeft die niets beters te doen?

 

"De oude loper

op zijn zoektocht  naar Brussel

hij vond slechts zichzelf."

 

En ja hoor, juiste schema, vijf lettergrepen, 7 lettergrepen, vijf lettergrepen. 

 

*****

 

Geen motregen, maar wel wat wind.

En met nog een laatste groet aan vrouw

(wees voorzichtig!)

en Kind 2

(laat me met rust, ouwe!),

opende ik mijn voordeur.

 

En ik dacht het vannacht al gehoord te hebben. 

Er was wat geklingel en geklangel te horen geweest en nu begreep ik waarom.  Men had een tribune geplaatst recht tegenover mijn huis.  Daar zat het volledige stadsbestuur en een honderdtal genodigden, die prompt uitbarstten in een daverend applaus. 

Staande ovatie.

Waarna onze burgervader de microfoon ter hand nam, er twee keer in blies naar aloude Vlaamsche gewoonte en vervolgens een bevlogen speech gaf, waarin mijn lof bezongen werd.  Het is dat ik van nature nogal bescheiden ben, daarom zal ik die speech hier niet herhalen, maar ik meen me toch sleutelwoorden te herinneren zoals: de grootste, beste, knapste, snelste, meest vasthoudende, gedreven, intelligente en ik vergeet er nu nog wel een dozijn.

Staande ovatie nummer 2.

 

Men kwam rond met champagne en hapjes.

Ik weigerde beleefd.

Men bood mij de sleutels van mijn thuisstad aan.

Héél vriendelijk, maar die ga ik nu niet meeslepen, leg ze desnoods maar in het tuinhuis.

Het ereburgerschap, de penning van verdienste,  het Burgerlijk Kruis voor Moed en Zelfopoffering (1ste klas), nog een schoon tinnen bordje met het stadswapen, bloemen, pralines, allemaal in het tuinhuis ermee, leg ze maar op de hoop bij de eredoctoraten.

Toen kwam fanfare St.-Lucia de hoek om en feepte een verlepte versie van de Brabançonne, waarna Alexander De Croo zeer terecht opmerkte dat de deadline van 9 uur nu toch wel dichtbij kwam en dat het tijd was om te vertrekken.

Het was Leterme die het startlint doorknipte.  Dat lukte niet, gelukkig kwam Joëlle Milquet ter hulp (vandaar L'Union fait la force).

Ik kreeg zowaar de Olympische fakkel en een gouden plak in mijn handen gedrukt (merci Frederik 'Fredje' Deburghgraeve) en terwijl de eerste motoren van Sporza warm draaiden, begon ik te lopen.

 

*****

 

Lopen dus.

Aarzelend.

De ene voet voor de andere.  En met gemengde gevoelens.  Een cocktail van voorzichtigheid, euforie en achterdocht.

Het eerste kruispunt, na ongeveer 75 meter.

Er komt een BMW Z3 voorbij gezoefd.  Met daarin een blondine met  een waanzinnig grote zonnebril.

Mis, poes.

 

De Lindendreef in.  Richting gevangenis.

Ik loop ongeveer 12 km/uur, mijn tempo voor een trage duurloop. 

 

En dan plots een pijnscheut....

....neen, toch niet.

Ja, we mogen toch eens lachen!

 

Het gaat merkwaardig goed.  Van het vierkant draaien, waar mijn kiné me voor had gewaarschuwd, merk ik niets.  Het kan natuurlijk zijn dat ik heel mijn leven al vierkant draai, en dus het verschil niet eens merk.

De bossen in.  Ik kijk mijn ogen uit.  Wat is het lang geleden.  Ik herken niets meer.  Ik zou hier kunnen verdwalen, bij wijze van spreken.  En de voetjes trippelen verder.

En mijn rug geeft geen kik. 

Ik heb zelfs het gevoel dat ik sterker ben dan ooit. 

Wat loopt dit luxueus.  Ik begrijp nu dat ik maanden heb gevochten tegen iets waar ik niet van kon winnen.  Ik liep als een kreupel manneke, sterker nog: ik was kreupel.

En nu niet meer.

En ja, ik weet het.  Tom, mijn kiné, had gezegd 10 minuten lopen, twee wandelen, enz....

Maar na tien minuten was ik niet eens opgewarmd, dus liep ik maar door.

Een specht tokkelde, duizenden vogels zongen hun lied, in de verte het eenzame geblaf van een hond.

Tien minuten later, nu dan maar wandelen?

Neen, ik loop door.

En het bos is prachtig fris groen.

En het zweet begint te stromen.

Ik merk dat het lang, véél te lang geleden is dat ik nog eens gelopen heb.

En dan plots, na 40 minuten,....

De commentaren zijn gesloten.