26-02-10

Rocky komt altijd terug

Rocky komt altijd terug.

 

Mijn vriend Tom heeft gelijk.

Ik moet het schoorvoetend toegeven.

Ik ben een manisch-depressieve loper.

Als alles goed gaat, en helaas is dat slechts een paar keer per jaar, dan ben ik euforisch.

Een goede wedstrijd gelopen?  Dan gaan alle registers van zelfoverschatting open, en schreeuw ik het van de daken. 

Bewonder mij, dit is een bevel!

Wanneer het iets minder is, of erger nog, een blessure gooit roet in het eten, dan zakt de moed me in mijn loopschoenen.

Dan zaag ik iedereen de oren van de kop, me wentelend in zelfbeklag.  Zit te tobben met de vraag of het nog wel goed komt, of ik hier wel mee verder moet of kan, of ik beter niet stop, of ik niet te oud aan het worden ben voor dit gejakker...

Laat me met rust, dit is een bevel!

 

Tom drukte het weliswaar iets kernachtiger uit:

  • wanneer je goed gelopen hebt, dan ben je onuitstaanbaar blij,
  • wanneer je slecht gelopen hebt, dan ben je onuitstaanbaar nors,
  • maar wanneer je gekwetst bent geraakt tijdens een wedstrijd, dan ben je onuitstaanbaar down.

 

 

*****

 

Maar ach, lieve mensen, genoeg gezeurd, kom hier, dat ik u aan mijn weelderige borstkast druk. 

Leg uw hoofd te rusten tegen mijn boezem.

Aanhoor die gestage, trage, krachtige hartslag.  Laat mij u in slaap wiegen met die hartslag.

Ga nu in trance, dit is een bevel!

Heb ik al gezegd dat ik u allemaal graag zie?

Neen?

Wel, ik zie u allemaal graag.

Jullie zijn ook allemaal mooi (nu ja, u daar rechts achteraan nu ook weer niet overdreven, maar ik weet wat gedaan, kom hier, we bedekken dat met de mantel der liefde ...

..... shit, de mantel is te klein...).

 

En wanneer zou het nog eens sneeuwen?

Tralalalaaa.

En kent u die mop van dat blondje?

Van je hela hola.

Drinkt nog iets van mij.

Dit is een bevel!

 

*****

 

 

Ja, het ging goed deze woensdag. 

Ik vertrok thuis en na enkele meters wist ik het al: dit zit goed!

Business as usual.

Ter hoogte van de gevangenis, denk ik nog even terug aan enkele dagen geleden, toen ik hier noodgedwongen moest stoppen.

Nu stomen we door.

Vlot in het tempo.

Anderhalve week verloren, dat wel, maar geen ongemakken meer.  En gelukkig blijft oud zeer, zoals de heup, ook achterwege.

Modderige ondergrond, wind en af en toe druppels, het raakte mijn kouwe kleren niet eens.

En de kilometers schoven onder me door.  Zonder dat ik het merk.

 

Mijn langste duurloop werd zonder enige vorm van pijn afgewerkt in 1u 21m en 9 seconden.

ZONDER ENIGE VORM VAN PIJN!

De opluchting!

Dat moet geleden zijn van, heum, pakweg halfweg de jaren tachtig.

 

Een zware last valt van mijn schouders.  Ik torste als een volleerde Atlas het gewicht van de wereld met me mee; niet moeilijk dat ik amper vooruit geraakte!

Nu ik zo eens terugblader, valt het me pas op: ongelooflijk hoe ik de laatste kronieken een zaag heb gespannen over zoiets futiels als een hamstringetje.

We hebben de vredespijp gerookt, ik en mijn hamstrings.

We stomen volle bak voorwaarts op de rails richting 20 Km door Brussel.

Rocky komt altijd terug.

Zoals Buurman het al wist....

 

*****

 

En ja, de opluchting ging vlotjes over in ongebreidelde euforie. 

Manisch dus.

Deze woensdag kon niet meer stuk.  Mocht niet meer stuk.

Ik voelde dadendrang.

De auto werd volgestouwd met gerief dat verlegen zat om een lift naar het containerpark.  Ik flaneer met mijn wagen door mijn thuisstad, zonnebril op de snuit en als een volleerde Johnny het armpje uit het geopende raam, statig wuivend naar  andere automobilisten, met een hoffelijk gebaar voetgangers hun zebra-moment gunnen, vrolijk toeterend en schalks knipogen naar schoon vrouwvolk, met mijn parkeerschijf zwaaien naar de parkeerwachters en ja, ik heb zelfs één keer voorrang van rechts gegeven!

Wat ben je toch een watje (ook weer zo'n uitspraak van mijn vriend Tom).

 

Het containerpark!

Ik had een groene zak...

.....(stop onmiddellijk met dat kinderachtig gelach en laat een mens uitspreken)...

....dus, ik had een groene zak .... of zes met huishoudelijk plastic te dumpen. 

En u moet het gezien hebben om het te kunnen geloven! 

Met een achterwaartse zwaai en een ferme dunk werden de zakken één voor één de container ingeflikkerd, terwijl ik een flukse flikflak flatteus combineerde met een driedubbele schroef.

Een tanende staande lamp, TL-buizen op rust, een oude computer bezweken aan een virale infectie (nu hebben we er nog maar vijf), leeg glas, vol papier, oud frietvet, lekgeslagen batterijen, het vond allemaal zijn weg.

Weg ermee!

En het was nog maar nauwelijks half elf.  Deze dag kent enkel maar wonderen!

Naar de bakker! 

Daar zag ik het licht, in de vorm van een éclairke!

En de Carrefour! 

Carré confituur! Salami met look!  Aanschuiven met een olijke glimlach!

En naar de bank!  

Die arme bankdirecteur had weer geld van mij nodig.  Hier, sukkelaar, pak aan!  Een bonus.  Een nieuwe dag, nieuw geld!

De Post!

Ik zwaai de deur open en roep: "Ik heb pakjes bij voor de brave kindjes!"

 

Had ik al gezegd dat ik in een goede bui was?

 

*****

 

Mijn vriend Tom kwam vandaag bij mij binnengewaaid.

Huissleutels vergeten.  Voor zo'n toevalligheden (wekelijks vaste kost) heb ik een set reservesleutels van het appartement van Tom bij mij liggen.

U moet weten dat mijn vriend Tom een competitiebeest is.  Hij durft alles aan.  Alleen het gevecht met zijn horloge en huissleutels is op voorhand verloren.

Ook in onze zinloze discussies over het lopen zit er een soort competitiedrift in mijn vriend Tom. 

Noem het liefdevol pesten.

Nu ja, volgens mijn vrouw laat ik me ook niet onbetuigd...

 

Een paar scenario's...

 

Voor de start van een wedstrijd, zal Tom telkens langs zijn neus weg zeggen:

"Kijk maar uit dat ik niet op je schouder tik tijdens de wedstrijd." 

Daarmee bedoelend dat hij mij, na een té snelle start, wel eens zal komen oprapen.

Waarop ik meestal zeg:

"De kans is groter dat ik je op de schouder tik .....

.......wanneer ik je dubbel."

Dat soort machoïstisch gedrag.

 

Ik moet Tom jaarlijks inschrijven voor de 20 Km door Brussel.  Daar zijn een paar erg gegronde redenen voor:

  • alles wat een vooropgestelde deadline heeft, gaat compleet in de mist als je het overlaat aan Tom,
  • Tom heeft geen Visa-kaart,
  • Tom heeft enkel bankkaarten die niet meer werken,
  • Tom is zijn bankkaart kwijt,
  • Tom is zijn inschrijfnummer voor de 20 Km kwijt,
  • Tom is de mail met info van de organisatie kwijt,
  • Tom zijn computer is gecrasht,
  • Tom heeft de factuur van het internet niet betaald/verkeerd geklasseerd/ergens weggelegd waar hij die zo meteen niet kan vinden,
  • Tom is zijn huissleutel kwijt en kan niet binnen,
  • Tom zijn muis doet raar (nu ja, moest ik de muis zijn van Tom, dan zou ik er een erezaak van maken raar te doen).

De laatste twee jaar heb ik Tom telkens met succes ingeschreven voor de 20 Km door Brussel, maar wegens een achillesblessure heeft hij zijn borstnummer de afgelopen twee edities nillens willens doorgegeven aan een loper die er geen had weten te bemachtigen.  Omdat die stand-ins geen bijster goede tijden liepen, heeft Tom een aantal startvakken moeten inleveren.

Daarom kon ik, toen hij me deze week vroeg hem in te schrijven, niet nalaten op te merken:

"Tom, als je dit jaar niet mee kan lopen, dan zal ik je chip wel aan mijn andere voet meedragen.  De voordelen zijn legio:

  • je loopt eindelijk eens een fatsoenlijke tijd,
  • excuus, je loopt ook eens een droomtijd,
  • je wint een aantal startvakken.

Anderzijds is het wel spijtig dat je dan een tijd achter je naam krijg, die je nooit zult kunnen verbeteren, laat staan evenaren.  Neen, ik zou je chip met een slechtere loper meegeven, iemand van jouw niveau...."

Waarna hij nog maar eens dacht te moeten opmerken dat hij voor mij is geëindigd in de Valentijnjogging van dit jaar.  

Ik protesteerde met, geheel naar waarheid, te zeggen dat dat niet waar is, maar dat ik om een of andere mysterieuze reden niet in de uitslag werd opgenomen.

Tom repliceerde:

"Waarschijnlijk werd je gediskwalificeerd, wegens het nemen van een binnenweg of zo.  Alles doe je om mij voor te kunnen blijven."

 

En zo kabbelt het gesprek verder...

 

*****

Nu ik er nog eens over nadenk.

Stel dat mijn vriend Tom aan me vraagt of ik  tijdens de 20 Km door Brussel 2010 zijn chip voor tijdsregistratie aan mijn andere voet wil hangen, dan vrees ik dat ik moet weigeren. 

Ik ga namelijk keihard vallen!

Even schetsen.

Aan mijn rechtervoet hangt mijn chip, aan mijn linkervoet die van Tom.  Dan moet ik er voor zorgen dat ik aan de finishlijn eerst met mijn rechtervoet over de tijdregistratiemat loop, want één ding mag wel duidelijk zijn: nooit ofte nimmer zal ik Tom een plaats voor mij gunnen in de uitslag.

En ik denk al te weten wat er zal gebeuren.  Aan de finish ben ik zo kapot dat ik me niet meer kan herinneren aan welke voet welke chip hangt. De kans is dan ook groot dat ik in pure, onversneden paniek over mijn eigen voeten zal struikelen.

Dus dat gaan we niet riskeren.

Dacht het niet.

 

*****

 

Maandag inschrijven; eerst mezelf, dan mijn vriend Tom; de hiërarchie moet uiteraard gerespecteerd blijven.

 

 

Nog 92 dagen, 20 uren en counting....

 

 

Commentaren

Ook wij zijn ingeschreven! Alle gegevens meegegeven met iemand van onze club die elk jaar om 9.00 u stipt aan de loketten in Brussel inschrijft. Géén stress achter de computer:op een kwartiertje heeft hij 17 personen ingeschreven. Enveloppen met borstnrs en chip worden direct meegegeven! Kost wel 5,00€ meer, maar geen stress dus. Ter informatie: Frank nr 106, ik nr 10009. Tot dan en blijven trainen,hé.

Gepost door: Hild Hillen | 07-03-10

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.