12-01-10

Blikschade

Blikschade

 

Ik ben afkomstig uit de Kempen, de trouwe bezoeker weet dat.  Meer bepaald de Noorderkempen.

Dit deel van Vlaanderen staat bekend voor zijn knoestige inwoners. 

We lopen niet te koop met onze emoties, behalve misschien wanneer we keihard met een hamer op onze duim slaan. 

We praten ook wat moeilijk.  Sta me toe een vergelijking te maken met Kevin Pauwels, de veldrijder van Fidea.  Vergeleken met de gemiddelde Kempenaar is Pauwels een onstuitbare praatvaar, het orakel van de Kempen, die lijdt aan een milde vorm van verbale diarree.

De Kempenaar is in bepaalde mate contactgestoord.

Stug.

Het is niet anders.

 

Anderzijds zijn het harde werkers. 

Met veel gemiljaar.

 

En wat schaft de pot qua ontspanning?

Duursporten.

Triatlon, lopen, veldrijden, motorcross en pinten pakken.

Het is niet anders.

 

*****

 

Even de draad weer oppakken.

2 januari duurloop.

5 januari, uitzonderlijk op een dinsdag, nogmaals duurloop (1u16min).

Uitzonderlijk op een dinsdag, omdat ik woensdag opnieuw een afspraak had met de osteopaat.

En debiteer nu geen dooddoener in de geest van: "Jaaaaaaaaaaaaa, sport is gezond."

Want anders draai ik u de nek om.  En zal u moeten vaststellen dat zo'n opmerking geven pas écht slecht voor de gezondheid is.

 

Steven V., de osteopaat in kwestie, heeft zo'n soort charismatische manier van (be)handelen, waarbij je bijna gelooft in wonderbaarlijke genezingen. 

En hij begint ook niet zo 'zenachtig' rond te huppelen, druk in de weer met wierook en gongen, want daar krijg ik het van op mijn heupen.  En mijn heupstand is al om zeep, dus laten we vooral daar niet mee beginnen.

Ooit heb ik trouwens een behandeling bij zo'n soort gebedsgenezer gevolgd (wat een mens al niet doet om te kunnen blijven lopen).  De brave mens zat met viltkloppers op de wijze van Ingeborg ('door de wind, door de reeeeegen') van die gongen en klankschalen te timmeren, dat deze nuchtere Kempenaar er bijna de slappe lach van kreeg. Het verband met mijn toenmalige getormenteerde achilles ontging me volkomen.

Schoot niet op. 

Bracht niets op.

Goed gelachen, dat wel.

 

*****

 

Wat heeft de Kempen met duursporten in het algemeen en het veldrijden in het bijzonder?

Wat stelt u vandaag toch intelligente vragen. 

Opmerkelijk.

De Kempense sporter is van het type dat met het blote hoofd en met de grijnslach door een muur wil/kan lopen.  Een eigenschap die van nut is bij pijnsporten, en enkel bij pijnsporten. 

Pijnsporten zijn sporten waar je nog een tand bijsteekt op het moment dat het licht uit gaat.

Denksporten zijn niet zo aan ons besteed.  Sudoko is in de Kempen iets dat wellicht met warme curry wordt gegeten.

 

En ja, het veldrijden heeft een speciale plaats in het Kempense supportershart.

En in de supportersmaag, gezien het aantal hamburgerkramen op de omlopen.

Je hebt de bijna-aanraakbaarheid van de sporters, die allemaal ook nog eens om de hoek wonen, maar het gaat vooral toch om de ambiance. 

De ambiance in de jenever- en dranktenten, dat spreekt.

Moest u ooit de Azencross in Loenhout bezoeken, dan nodig ik u uit om na de wedstrijd de festiviteiten in de publiekstent te gaan bekijken.

Opgepast, dit wordt niet gedekt door uw familiale polis.

In de dranktent hangt de halve Kempen met een stuk in zijn kraag aan de toog te leuteren.  De helft van de aanwezigen heeft geen half fietswiel gezien, wegens goed op tijd de tent in gedoken en er nadien niet meer uit geraakt te zijn.

Nadat de nodige drank in de man en de wijsheid in de kan is, komen de heren in hun element.  Discussies worden hoogoplopend en even later lijkt de tent wel herschapen tot een scène uit een album van Asterix, waar het eens zo vredige dorpje op zijn kop staat.

Iemand beschuldigt iemand van het verkopen van niet bijster verse vis.

Vis vliegt vervolgens in het rond.

Raakt onderweg een of meer onschuldigen.

Die nemen gretig de handschoen op.

En we zijn vertrokken.

Velen hebben 's anderendaags geen idee wie de veldrit gewonnen heeft.  Maar ze hebben wel een blauw oog.

En een kater.

Het is niet anders.

 

*****

 

Mijn empathische, charismatische osteopaat wist me te melden dat ik weer in beperkte mate scheef sta. 

Ik bekeek hem daarop even scheef.

Ik wou nog in discussie gaan dat zijn vloer misschien niet geheel waterpas lag, maar daar trapte hij niet in. 

Eerst heeft hij mijn darmen gedeblokkeerd. 

Dit klinkt bij nadere lezing als iets waarbij roze latex handschoenen en glijmiddel moet gebruikt worden (ik ben inmiddels al vertrouwd met uw perverse inborst), maar neen,  niets is minder waar.

Mijn osteopaat beweert dat mijn darmen mede oorzaak zijn van mijn lage rugpijn en het feit dat mijn heup steeds wegzakt en blokkeert.

Pas op, ik kan zijn redenering volgen.  We kijken bij blessures naar de buitenkant, de carrosserie zeg maar, maar vergeten daarbij dat ook alles wat van binnen zit, impact heeft op bewegen en op de ganse samenhang van spieren en beenderconstructie.

Hij begint dus in mijn buik te porren en te duwen met de vingertoppen alsof hij zijn autosleutels kwijt is gespeeld ergens in mijn darmen.  Ik durf er wat op te verwedden dat hij zelfs doorheen mijn lijf de oneffenheden van de tafel kan voelen.

Zijn herschikking van mijn darmen brengt zijn handen nogal ver naar beneden.  In die mate zelfs dat hij mijn onderbroek induikt.

Ik sper mijn ogen in paniek open.

Gelukkig gaat de afdaling niet verder.

Wij Kempenaars pikken zulk gedrag namelijk niet (of het moest een bevallige deerne zijn....).

 

Nadien volgen de kraaksessies.

Op mijn zij gelegen, drukt hij mijn schouder naar achter en mijn heup naar voor.   U begrijpt dat dat eindig is.   Plots laat hij zowat zijn ganse lichaamsgewicht gecombineerd met zijn spierkracht op mijn heup neervallen. 

KRAK.

Verschrikkelijk geluid. 

Alsof men iemand de nek breekt.

Maar dan moet de andere kant ook nog eens gebeuren.  En vermits ik weet wat er gaat komen, blijf ik me onbewust opspannen. 

Tot driemaal toe lukt het niet.

 

De vierde keer.

KRAK.

Gelukt.

Binnen drie weken opnieuw.

 

*****

 

Maar de duursport bij uitstek voor de Kempenaar is toch wel: pinten pakken.

Een anekdote.

Op Nieuwjaarsdag kregen we thuis altijd de nodige mensen over de vloer die mijn vader kwamen bedanken voor de samenwerking van het afgelopen jaar.  Eén van die aannemers wist ons toen een keer te melden dat hij zich niet echt lekker voelde.

Mijn vader vroeg hem: "Iets verkeerd gegeten of gedronken, Jef?"

"Neen", was het antwoord.

"Hoogstens een drietal trappistjes daarnet in Café De Zandberg"(Nieuwjaarsdag, 11 uur 's ochtends!!!!).

"Allé Jef, dat kan voor u toch geen probleem zijn.  Voor de rest  echt niets gedronken?", vroeg mijn vader.

"Neije, of ja, een pintje of twaalf, maar voor de rest niks."

 

En pas op, dit was een bloedserieus gesprek. 

 

 

*****

 

Zaterdag 9 januari, lange duurloop in de voormiddag.

Wanneer houdt die dekselse winter op?

Ik begin het langzaam beu te worden altijd over sneeuw en ijs te moeten lopen/schuifelen.

Het is spekglad in de dreef naar het Bootjesven.  Wellicht omdat veel schaatsliefhebbers zich per auto naar het bevroren ven hebben begeven.  De sneeuwlaag is verworden tot een spiegel.

Bootjesven.

Er staat zowaar zelfs een hamburgerkraam. 

De middenstand regeert het land!, wist Luc De Vos al.

Net daarvoor grijp ik een viertal lopers van AVN bij de kraag.  We wisselen wat algemene witzen uit, kafferen wat op Frank Deboosere, kloppen ons op de borst dat we zelfs in deze winterse periode de loopschoenen niet op stal laten.

Ze lopen een iets trager tempo. 

Ik groet hen en neem mijn eigen tempo weer op.

Uiteindelijk pijnloos de lange duurloop afgewerkt; 1 uur 26 minuten.

Ik twijfel of ik met deze zwakke winterbasis in staat zal zijn om binnen een paar weken al een razendsnelle cross af te werken.  En vooral, hoe zou het gestel reageren op zo'n opdracht?

Tijd brengt raad.

 

*****

 

 

Maar er is toch wel heel wat ten goede veranderd. 

De vele BOB-campagnes hebben de excessen uit het verkeer gehaald.  En dat is maar goed ook.

 

*****

 

Nu moet ik u deelgenoot maken van een BOB-verhaal met toch wel een vervelend staartje.

Een kennis van mij, Marc V. was met zijn makker Danny B. op stap.  Marc  hield zich aan de promilleregels, Danny iets minder.  Beide heren reden op dat moment met gloednieuwe BMW's, de 7-reeks.

Enfin, na de nodige uren vermaak, werd besloten huiswaarts te keren.

Marc was bloednuchter, Danny niet.

Er werd wijselijk een BOB ingeschakeld om Danny en zijn auto veilig thuis te brengen.  Marc volgde hen met zijn wagen, om nadien de BOB thuis te brengen.

Alles verliep schitterend. 

Verantwoordelijkheidszin om trots op te zijn.

Erg onkempens.

 

*****

 

Nu heeft Danny een vrouw waar eigenlijk niemand mee getrouwd wil zijn. 

Hoe moet ik het zeggen?

Nog een geluk dat Danny met zijn vrouw getrouwd is, anders zouden er vier mensen ongelukkig zijn.

Danny, goed beseffend dat zijn vrouw met de deegrol op de uitkijk lag, wou niet dat ze zou zien dat er een BOB uit zijn auto stapt op de oprit.

Kwestie van niet te veel vervelende vragen te moeten beantwoorden in de trant van:

"Wette gij wel hoe laat het is?"

"En hoeveel pinten dacht meneer weer te moeten zuipen?"

 

Dus Danny zegt tegen de BOB: "Stop 100 meter voor mijn huis.  Dan pak ik het stuur wel over".

Prima plan.

Waterdicht.

Feilloos, zeg maar.

Kunnen we alleen maar respect voor opbrengen.

 

Er liep echter iets gruwelijks fout.

Namelijk het volgende.

De BOB-chauffeur stopt inderdaad 100 meter voor het huis van Danny. 

Maar Marc, die vlak achter hen rijdt, verwacht dit maneuver niet en was een fractie van een seconde verstrooid.

 

VLAM.

 

Marc, bloednuchter, rijdt knal achter in de auto van Danny.

Twee BMW's met blikschade.

Het is feest als BOB in je gat rijdt.

Commentaren

lol Dat is pas echt kempens zie! :)

groetjes

Gepost door: maike | 12-01-10

Reageren op dit commentaar

haha, ik heb toch weer gelachen met je schrijfsels. Dat van die osteopaat, dat heb ik ook gehad, ik moest er mee lachen hoe je dat dan beschrijft.:)

Gepost door: Wopi | 14-01-10

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.