22-12-09

Operatie Barbarossa

Operatie Barbarossa

 

Zaterdag 19 december.

Het jaar sleept zich naar het vuurwerk en knallende champagnekurken.  En met rasse schreden nadert de 20 Km door Brussel, editie 31. 

Eind mei knalt daar het kanon.

Nog amper 5 maanden, en amper een twintigtal weken scheiden ons van zondag 30 mei. 

En we zijn nog helemaal nergens. 

De basisconditie is er nog wel, maar snelheid en wedstrijdritme, laat staan de mogelijkheid om met het kantelend bekken keihard te gaan zwoegen om er straks te staan, ho maar....

Nog een geluk dat mijn ego nog niets aan grootte heeft ingeboet, zodat het misplaatste zelfvertrouwen in elk geval wel doorvoed blijft.

 

*****

 

Zaterdag 19 december dus.

We gingen 's ochtends lopen.

Wat vertelde de thermometer ons?

-11° C.

En een dik sneeuwtapijt!

Dat was geleden van de slag om Stalingrad, meen ik mij te herinneren.

Koud.

De sneeuw knarst onder de voeten. 

Ik heb koude tenen!

En vingers.

En een koud gelaat.

 

*****

 

De eerste kilometer is op asfalt.  Waar de sneeuw tot één ijskoek is gereden door de auto's. 

Het schuift. 

Op je qui-vive blijven is de boodschap en goed kijken waar de voeten moeten geplaatst worden.

Dan de dreef in.

Hier loopt een enkel autospoor.  Ik loop ernaast.  Daar kan je wel grip vinden.  Maar de sneeuwlaag is dik.  Ik zak telkens vrij diep, en het is zwoegen om in het ritme te blijven. 

Het is eigenlijk niet overdreven slim om te gaan lopen.  Onder de sneeuwlaag kunnen namelijk verraderlijke dingen schuilgaan.  Stenen of onstabiele bevroren zandranden.

Dju, het is koud.

Mijn vingers zijn inmiddels gevoelloos.  Ik trek mijn trui en jas over mijn handschoenen in de hoop zo wat warmte op te bouwen.

Een andere dreef in, en de zon komt er door.  Ik heb speciaal veel zwart aan, dat absorbeert de (beperkte) warmte van de zonnestralen.

Het zonlicht twinkelt in miljoenen ijskristallen. 

Ik ben helemaal alleen op pad (de rest van het loopgild was zo zot niet om deze extreme weersomstandigheden te trotseren).

Het valt me op dat mijn schoenen niet zo soepel zijn.  Ergens heb ik eens gelezen dat de zolen van loopschoenen vanaf een bepaalde lage temperatuur aan soepelheid en buigzaamheid inboeten. 

Blijkt te kloppen.

 

*****

 

Eenmaal in het bos valt de wind weg, maar ook de zon.

Hier heeft men in een dreef met een soort schaaf de sneeuwlaag weggeduwd, maar ook platgewalst.  Het blijkt het traject van een wandeling te zijn, met als thema Kempense kerststallen.

De sneeuwlaag is veel dunner geworden.

Dat loopt gemakkelijker. 

Je zakt niet meer in de diepere sneeuw.

Maar het blijkt hier en daar ook spekglad te zijn. 

Dat mag ik aan den lijve ondervinden.  Een sierlijke zwieper à la Kevin Van der Perren, een scheut adrenaline, een pijnscheut doorheen de lage rug en als kers op de ijstaart een onvervalste Vlaamse krachtterm, u kon het allemaal meemaken in de bossen van Wortel.  Maar u was er niet.

Dju, wat is het koud.

En mijn vingers en tenen zijn nog steeds gevoelloos.

Een maagdelijke dreef.  Hier ging me enkel een fietser voor.  Zijn bandenspoor is te dun om mijn schoenen in te plaatsen.  Het is dus weer ploegen door hoge sneeuw.  Ik schep losse sneeuw op.

 

*****

De open vlakte.

Ik haast me naar de zon.

Het gekke is dat er een zweetdruppel onder mijn muts uit komt gelopen, terwijl mijn vingers en tenen nu wel afgestorven lijken.

Een immense sneeuwvlakte. 

Ik kan wel een kilometer ver kijken. 

Overal wit.

Het zou verdorie Siberië kunnen zijn.

Mits enig gevoel voor drama voelt het aan alsof ik deel uitmaak van het 6de leger van veldmaarschalk Paulus, dat door de Russen in Stalingrad omsingeld werd.  Mijn tenen en vingers voelen alleszins al erg Stalingradesk aan.

Vervolgens dwalen mijn gedachten af naar een niet eens zo ver verleden.  De loopwedstrijd in Duffel.  De bakoven van Duffel, waar de thermometer 30° Celsius aanwees.

Nu zitten we een slordige 40° lager!

Dju, wat is het koud.

Plots kraakt het vervaarlijk wanneer ik mijn linkervoet plaats.  De sneeuwlaag verbergt een ijsplaat met daaronder de onvermijdelijke plas.  Een nat voetje, dat ontbrak er nog aan.

Koud.

Dju, wat is het koud.

Hoor ik daar in de verte niet het gehuil van een roedel wolven?

Doet me denken aan 'Dodenrit' van Drs P, de Nederlandse woordengoochelaar.

 

We rijden met de trojka door het eindeloze woud
Het vriest een graad of dertig, het is winter en vrij koud
De paardenhoeven knersen door de pas gevallen sneeuw
't Is avond in Siberië en nergens is een leeuw

Trojka hier, trojka daar
Ja, je ziet er veel dit jaar


*****

 

Thuis gekomen.

Toch een dikke zeven minuten trager over mijn vaste loopronde.  En ook een paar minuutjes boven de bovengrens van de hartslag gelopen, maar dat mag van het baasje.  Gemiddelde hartslag: 143.

De douche!

De zaligheid!

En mijn vingers en tenen tintelen dat het een lieve lust is!

 

*****

Zondag is er nog een pak bijgevallen.

Maandag is de slag om Stalingrad pas in volle hevigheid losgebarsten.

Kind 2 heeft het huis omsingeld en een geweldig arsenaal aan sneeuwballen klaargelegd.

Iedereen is de vijand.

Ni sjagoe nazad!

Geen stap terug!

 

De sneeuwballen vliegen in het rond alsof er een Stalinorgel mee gemoeid is.  Wanneer Kind 2 zijn duivels ontbindt, is niemand meer veilig. 

 

De postbode heeft in elk geval zijn helm goed kunnen gebruiken.

Toch mijn excuses, beste postbode, voor die sneeuwbal op volle kracht in uw ballen. 

Daar zat geen helm, zo bleek.

Vandaag, dinsdag, geen post meer gehad.

Tiens.

*****

 

Dinsdag.

Ik was bezig met het ruimen van de immense sneeuwophoping op onze oprit.   

Kind 2 was het beu om met behulp van sneeuwballen:

  • onschuldige voetgangers een volle dag koppijn te bezorgen,
  •  bejaarden met wandelstokken aan een nieuwe heup te helpen,
  •  fietsers met evenwichtsproblemen te torpederen.

Maar Kind 2 vond toch nog wel de motivatie om vanuit zijn dakraam geregeld een sneeuwbal naar mijn hoofd te keilen. 

Teruggooien was geen optie, want dan zouden de sneeuwballen ongetwijfeld het huis binnen vliegen. 

Drie seconden later zou mijn vrouw dan in de deuropening verschijnen met de handen in de zij en een donderwolk op het gezicht, waarna het volgende zou galmen over de weidse sneeuwvlakten:

AWEL ?!?!?!?

 

En dat willen we niet.

 

Kind 2 werd het na verloop zelfs beu om sneeuwballen naar mijn hoofd te gooien.

 

Plots schrok ik op van een keiharde knal, waarna een geweldig gerommel weerklonk.  Een milliseconde later werd ik bedolven door drie ton sneeuw.

Kind 2 had een Pirat-bommetje op het dak gegooid, wat een lawine veroorzaakte.

Alle sneeuw was meteen van het dak.

 

*****

 

Maar nu is de rust eindelijk teruggekeerd.

Iedereen haalt opgelucht adem.

Kind 2 is namelijk gevallen met zijn fiets.  Rechtopstaand op de trappers, is hij met beide voeten tegelijk van de pedalen geschoten en met zijn staartbeen recht op zijn keiharde zadelpunt geknald.

Jodelaiti!

En nu waggelt Kind 2 als een eend door het huis, vloekend van de pijn.  Kind 2 lijkt nu wel een zwangere chimpansee met aambeien en een verschrikkelijk slecht humeur. 

Wij vinden het prima.

De postbode waarschijnlijk ook.

 



Trojka hier, trojka daar
Is dat nu niet wonderbaar

Trojka hier, trojka daar
Twee halfom en één tartaar

Trojka hier, trojka daar
Een liefdadigheidsbazaar

Trojka hier, trojka daar
Hulde aan het gouden paar

Trojka hier, trojka daar
Foei hoe suffend staat gij daar

Trojka hier, trojka daar
Moeder is de koffie klaar

Trojka hier, trojka daar
Kijk daar loopt een adelaar

Trojka hier, trojka daar
Is hier ook een abattoir

Trojka hier, trojka daar
Basgitaar en klapsigaar

Trojka hier, trojka daar
Flinkgebouwde weduwnaar

Trojka hier, trojka daar
Leve onze goede tsaar!


De commentaren zijn gesloten.