30-10-09

Bwana Kitoko

Bwana Kitoko

 

Loopvrienden, dames, heren,

zomeruur werd winteruur. 

En ontregelde mijn systeem en alle klokken bij ons huis.

 

Maandag.

Vanmorgen naar de Hubo.  Ik heb zo van die dagen dat ik troost zoek in aankopen van doe-het-zelfgerief.  Vrouwen hebben dat met schoenen, ik heb dat met schuurpapier. 

Ieder zijn kick.

Onderweg naar de Hubo merk ik dat het klokje op de boordcomputer van de wagen nog niet aangepast is aan de nieuwe tijd.

En natuurlijk gaan we dit al rijdende aanpassen, want  dat varkentje wassen wij wel eens even, nietwaar? 

Inderdaad, niet waar.

En het mislukt keer op keer.  Ik pas de tijd aan, maar die nieuwe tijd opslaan lukt niet.

Tot drie keer toe!

En terwijl ik met één oog de weg in het oog hou, met het andere het configuratiescherm van de boordcomputer probeer te ontcijferen, gaat mijn gsm!  Die knel ik dus ook nog tussen schouder en oor (mijn versie van handsfree!). 

En dan moet ik ook zonodig nog eens claxonneren naar roekeloze fietsers, de vinger tonen aan iets te assertieve bestuurders, roklengtes inschatten en waarderen, punten geven van 1 tot tien voor gelaarsde katten en dames, enzovoort. 

Erg vermoeiend allemaal.

Bijna drie keer een aanrijding veroorzaakt. 

Wat rijden er toch veel lompe boeren rond.

Enfin, ik was op het kookpunt gekomen en helemaal klaar voor een rondje shoppen in de Hubo.

*****

 

Schuurpapier gekocht. 

Verschillende soorten, van extra fijn tot ultra grof. 

Mmmm, lekker.

 

*****

Woensdag.

 

Halflange duurloop.

De zon staat laag.  Ik werp een lange schaduw.

Het regent bladeren.

Thuis na 1 uur en 7 minuten.  Het ging redelijk.  Pijn, uiteraard, maar te behappen.  En geen reactie achteraf.

 

Maar toen nam de dag een onverwachte wending.

 

*****

 

Ik denk dat het zover is.  Het geluk lacht me toe. Nog enkele kleine formaliteiten en deze jongen kan op zijn lauweren gaan rusten, zwemmend in het geld. Deze woorden worden getikt door de nieuwe Onassis.

Geld stinkt, zegt de cynicus in u?  

Wel, ik ken nog dingen die stinken, maar daar koop ik geen auto mee.  Nè!

 

Euromillions kan mijn rug op.

De Lotto trouwens ook.

Ik heb jaren meegespeeld met de Lotto.  Altijd met dezelfde cijfers.  Het waren waarschijnlijk de allerbelabberdste cijfers ooit door een mens op een formulier geplaatst, want ik heb er nooit een noemenswaardig bedrag mee gewonnen. De Lotto was een verliespost.  Ik sponsorde een wielerploeg, zeg maar.

Het viel zelfs de uitbater van het Lotto-valideerpunt op:

"Gij hebt precies ook nooit chance, hé", was zijn erg pertinente en niet erg bemoedigende opmerking.

Dat was meteen ook het sein voor mij om te stoppen met de Lotto.  Ik bedoel, als het de uitbater van het winkeltje al opgevallen is dat je er niets van bakt, dan is er slechts één conclusie: stoppen.  Die mens ziet bijna altijd verliezers, als je in die zee van verliezers opvalt, dan kan dat tellen.

Nu ja, ik wist heel zeker dat ik de zes winnende cijfers op mijn formulier had staan, mijn enige probleem was dat ik niet wist bij welke week ze hoorden.  Goed mogelijk dat ik de winnende combinatie van zaterdag 24 september 3156 heb.  Maar wat koop ik me daarvoor?  Aha!

Tja, veel geluk hebben we nog niet gehad met kansspelen.  Van mijn cursus statistiek herinner ik me nog twee dingen:

  1. ten eerste: dat ik met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid op het eind van het academiejaar gebuisd was voor het vak statistiek,
  2. ten tweede: de kans dat je de Lotto wint is kleiner dan de kans dat je een meteoriet op je kop krijgt.

 

Ik draag trouwens om die laatste reden altijd een pet.

Kind 2 heeft nog geen statistiek gehad in zijn onbezorgde jonge leventje.  Bij schooltombola's denkt hij dan ook altijd minimum de hoofdprijs te winnen.  Meestal is het een lelijke vaas, waarmee ik word uitgelachen in de Kringwinkel.

 

*****

 

Maar nu zijn we er los uit.

Want ik kreeg onderstaande mail van een erg vriendelijke jongeman, genaamd Paul Axel Bakassa. 

Paul Axel Bakassa.  Klinkt als een rebellenleider, vindt u ook niet? 

 

En de heer Bakassa is goed bij kassa.  Ja, flauw, ik weet het, maar ik kon het niet laten.

Ik ken deze mecenas niet, maar ongetwijfeld is het een intelligente jongeling, die als enige bekommernis heeft: hoe maak ik Mark rijk? 

Ik pink een traan weg.

 

Wat gaat Paul Axel Bakassa doen? 

Paul klinkt  overigens erg Vlaams.  

Axel klinkt  als een nieuw parfum voor échte mannen. 

Bakassa klinkt dan weer als de nieuwe spits van Anderlecht, die de verwachtingen wéér niet zal inlossen.

 

Maar goed, wat gaat Paul Axel Bakassa doen?

Hij gaat mij 3 miljoen dollar schenken.

"Hallo, kroket",  om de grote wijsgeer Sam Goris even te citeren.

3 miljoen dollar!

Pas op, daar moet ik normaal toch bijna een jaar of twee voor werken!

 

En zou u me er aan willen herinneren dat ik straks eens bel met Barack Obama, ik mag Backie zeggen, dat hij nu maar eens werk begint te maken van de economie, dan stijgt die dollar nog wat.

Maar als ik de mail verder lees, dan merk ik dat Paul Axel maar liefst 11 miljoen dollar in Zwitserland op een rekening heeft staan.  Daarvan wil hij slechts 3 miljoen aan mij geven. Dat is ocharme iets meer dan een luizige 2 miljoen euro!

 

 

DE GIERIGE AAP!

8 miljoen voor zijn eigen houden!

Daar heb ik maar één woord voor: egoïst!

 

*****

 

Enfin, dit was de mail...

 

Ik heb wat X-jes op cruciale info zoals mailadressen en telefoonnummers gezet; zodat u niet in de verleiding komt om in de zak te worden gezet.

 

-----Oorspronkelijk bericht-----

Van: bakpa25XXXXX11@XXXXX.com

Verzonden: dinsdag 27 oktober 2009 22:14

Aan: XXXXXXXXX@skynet.be

Onderwerp: Cher Correspondant

 

Bonsoir, 

 

Je ne vous connais pas personnellement mais ma situation m'oblige à vous contacter de toute urgence. J'ai obtenu votre contact à la chambre de commerce d'Abidjan et je pense que je peux vous faire confiance. Je me nomme Paul Axel Bakassa, j'ai 25 ans. Je suis le fils du Colonel-Major Désiré Bakassa Traoré, qui fut le conseiller spécial du Président Robert Guei de 2000 à 2002, attaché de défense de Cote d'Ivoire en Suisse puis directeur de l'Office National de la Protection Civil. Mon père a été assassiné le 03 juillet 2005, victime d'un complot politique compte tenu des circonstances de sa mort.

 

(comme vous pouvez le lire dans ces articles publiés par la presse)

  1- http://rfi.fr/XXXXXX/articles/067/article_37266.asp

  2- http://www.XXXXXXXX/article.php3?id_article=180   

 

Je sollicite en ce moment votre aide afin de pouvoir sortir du pays pour me rendre en Suisse où mon père avait déposé dans un compte de l'Union bancaire Privée (UBP), domiciliée au 96-98 Rue du Rhône, 1204 Genève, 11 millions de dollars et pour des raisons de sécurité, mon père m'avait également fait enregistré comme mandataire de ce compte afin que je puisse y accéder facilement au cas ou il lui arriverait un malheur. Mais après son décès, je suis resté bloqué en cote d'ivoire par les autorités militaires.

 

Je veux à présent quitter le pays par tous les moyens possibles et me rendre Suisse, raison pour laquelle je sollicite votre aide. J'attends que vous puissiez me contacter pour mieux vous expliquer mais je vous informe que nous devons ensemble nous rendre en Suisse car pour votre aide, je m'engage à vous verser immédiatement la somme de 3 millions de dollars. Contactez moi directement à cette adresse: pabakassa@XXXXXX ou à ce numéro de téléphone: 002XXX467XXX7

 

Paul Axel Bakassa

27-10-09

Rubik's kubus

Rubik's kubus

 

Vrienden, Romeinen, gegroet.

 

Situatierapport: het loopwonder is voorzichtig aan het trainen.

Woensdag een uurtje gelopen en zaterdag heb ik zowaar mijn kleinste grote trainingsronde gelopen.  Of grootste kleine, het is maar hoe je het bekijkt (en voor mij nen grote met mayonaise). 

Enfin, een uur en 10 minuten gelopen, met relatief weinig pijn.  Maar toch nog af en toe wat doffe pijn. 

Maar, en vooral dat is bemoedigend, ik voel de rest van de dag en de daaropvolgende dag absoluut geen pijn.   Dat geeft de burger moed.

Dus, we vermoeden dat we langzaam uit het dal aan het kruipen zijn.

 

Maar omdat ik zo weinig loop, en ook al geen wedstrijden afhaspel, komt er een zee van tijd vrij. 

En een zee van ergernis.

 

Dit weekend was er de marathon van Etten-Leur.  Daar ging ik normaal gesproken deelnemen aan de halve marathon, als sluitstuk van mijn loopjaar.  En meteen een aanval plegen op mijn snelste tijd op de halve marathon. 

Niet dus.

In feite ben ik blij dat mijn loopkalender eindelijk leeg is, dan hoef ik me niet meer slecht te voelen dat ik niet mee kan doen. 

 

*****

 

Maar zoals gezegd komt er een zee van tijd vrij.

Ik verveel me.

Dat was lang geleden.

Ik ben uiteindelijk van pure miserie richting zolder getrokken.  Het plan was die eens grondig op te ruimen.  Een overduidelijk geval van overmoed.

 

*****

 

Ik trek het zolderluik naar beneden, waarop een lawine van rommel  naar beneden dondert. 

Het stof gaat langzaam liggen. 

Ik kruip langzaam recht.

HATSCHIE!!!      

Ja, hoe schrijf je een niesgeluid?

 

Ik schuif het trapje uit, beklim de trap en heb dan ongeveer een half uur in ongeloof naar de verzamelde puinen op de zolder zitten staren.  Het is verbijsterend wat een mens verzamelt in de loop der jaren.  En nog onwaarschijnlijker is hoeveel troep je net rond de ingang van de zolder kunt stapelen, onder het motto: het is weg, want ik zie het niet meer.

 

Wat was ook alweer het plan?

Het plan was grondig op te ruimen. 

Wel, vergeet het.

Dit is teveel gevraagd van een mens.  Hier moeten de grote middelen worden ingezet.  Minstens een bobcat en puinslurf.

En de hulp van een man of twintig, die ik naar hartelust kan rondcommanderen.

Dit is speleologie.

Op onze zolder vindt een kat haar jongen niet meer. 

 

Wat staat hier allemaal?  En vooral, waarom?

Dju, wat zijn wij rijk geweest, ooit.  Als je ziet wat hier allemaal in spinnewebben tot stof en as ligt te vergaan.

Over stof gesproken.

HATSCHIE!!!

 

Een paar ton Playmobil. 

Hoeveel kinderen hadden wij ook alweer? 

Nadat kind 2 dat ontgroeid was, zijn er bij Playmobil toch een aantal mensen technisch werkloos geworden, denk ik.

Een racebaan, een sjotterbak, Knex, Lego, Duplo, puzzels, stripverhalen.  We hebben die kinderen afgejakkert qua creatieve impulsen, besef ik nu, ocharme.  Je zou voor minder hyperkineet worden.

Tenten, slaapzakken, luchtmatrassen, foto's, videobanden, rugzakken, opblaasbare zaken voor zwembad, kadukke zwembaden, dakpannen, reserve tegeltjes, overschot vloer, wieg, dakbeugels voor een auto of drie geleden, onderwijspaperassen,

HATSCHIE!!! (excuus, oude allergie voor schoolse zaken steekt de kop op),

een zadel en paardrijbotten (het paard zou hier ook nog ergens kunnen rondslingeren), de volledige uitzet van kind 2 (series potten en pannen, serviesgoed, handdoeken, slazwierder), grasmaaier, hogedrukreiniger,

HATSCHIE!!! (excuus, oude allergie voor arbeid steekt de kop op),

microgolf, ijskastje voor op kot, mijn oude mountainbike,

HATSCHIE!!! (excuus, oude allergie voor semi-sporten die absoluut ondergeschikt zijn aan de enige echte sport der sporten, de loopsport, steekt de kop op),

archief wijlen mijn vader, verfpotten allerlei van de laatste zes kleurfasen in ons leven (de vorige was blauw, de huidige is grijs), een hele stapel elpees (Simon & Garfunkel !, Steely Dan !, Joe Jackson !).

 

Kind 2 kijkt naar een elpee zoals een koe naar een trein kijkt. 

De jeugd van tegenwoordig kent geen langspeelplaten meer, dat is iets van de Flintstones.  CD's vinden ze trouwens ook al achterhaald, ze hebben externe data-opslagsystemen.  Nu blijkt dat kind 2 met een memorystick van 64 gigabyte rondzeult.  Mijn eerste computer had een harde schijf van 39 megabyte, en was trouwens al zwaarder dan de computer waarmee Nasa vluchten naar de maan begeleidde. 

Tja....,      ha,      ha,                   ha,                   ha

 

HATSCHIE!!!

Gesundheit!

 

*****

 

Ik neem een toorts en dwaal verder over onze zolder.

Tèteèrètè, tètèrè. 

Tèteèrètè, tètèrètètèeeee.

U herkent ongetwijfeld het thema van Indiana Jones.

 

Plots val ik over een beeldhouwwerk. 

Een mislukt beeldhouwwerk. 

Ik heb ooit in een opwelling een cursus beeldhouwen besteld bij Teleac en meteen ook een halve vrachtwagen speksteen, Franse marmer en dies meer. 

Ik wist namelijk dat ik talent had.

Dat klopte ook.

Ik had talent.

Alleen niet voor beeldhouwen.

 

Je werkt met een houten hamer (die doen ook pijn, ik heb nieuwe vloeken geleerd tijdens het beeldhouwen) en een kleine beitel.

En dat blijft maar duren. 

En ik heb al helemaal geen geduld. 

Als er na een tiental minuten al geen schitterend beeldhouwwerk tevoorschijn kwam uit de steen, dan werd ik al razend.  Uiteindelijk bleek dat ik met mijn klopboormachine meer succes had dan met de hamer. Nu ja, meer succes, ik had dat idee, maar de werkelijkheid was anders.

Ik ben wellicht de enige beeldhouwer die er in geslaagd is om uit een grillig stuk steen iets nog lelijker te maken. 

Nu ik gestruikeld ben over het beeldhouwwerk, is het op de koop toe ook nog eens gebroken. 

Ik ben nu de trotse bezitter van maar liefst twee lelijke beeldhouwwerken. 

Het gaat vooruit dat opruimen; ik verdubbel de rommel.

 

*****

 

En wat staat hier nog allemaal lelijk in de weg?

Een paar etsen van Rembrand, een grisaille van de school van Brueghel, wat onnozel werkjes van Emile Claus en Ensor, Hebbelinck, De Saedeleer, Baksteen en Timmermans, brol!!!!

 

*****

Een metaaldetector.

Ja, alles hebben we.

Hiermee ging ik goud vinden. 

Massa's. 

Ik zou de schat van Toutanchamon vinden. 

 

Wat zegt U?

Die hebben ze al gevonden?

Ah bon.

Dat verklaart meteen waarom ik niks gevonden heb met dat ding.

Het verslond batterijen en het enige dat ik er mee gevonden heb is oud ijzer en platgetrapte, opgeroeste blikjes cola.

En die liggen hier ook nog ergens...

 

*****

 

Hier, zowaar een Rubik's kubus!

Godverdekke!

En ja hoor, ik kan het nog altijd. 

Met mijn rechterhand in 12 seconden. 

Links iets langer. 

Schoenen uit, met mijn twee voeten duurt het toch al vlug een vol minuutje.

 

Neen, ik lieg.

Die klotekubus heb ik nooit kunnen oplossen zonder schroevendraaier.

 

*****

 

De belangrijkste les die ik vandaag op zolder heb geleerd is de volgende: draag op zolder altijd een fietshelm. 

Laagvliegende balken!

23-10-09

Apporte!

Apporte!

 

Huisdieren.

Kijk daar vooral mee uit.

Ze zijn niet te vertrouwen, meneer.

Zo heeft een tante van mij een poedel als huisdier gehad, die een overdreven gevoel voor hygiëne had.  Bijna een fixatie.  Obsessief.

U gelooft me niet? 

Kent u misschien nog honden die hun gat afvegen nadat ze buiten een grote boodschap, zeg maar drol, hebben gedraaid?

Ha, nu wordt het stil.

Het enige minpuntje in het verhaal was dat de poedel zijn gat afveegde aan het tapijt in de woonkamer, daarbij huppelend op zijn gat als een kangoeroe, fijne bruine lijntjes smerend op het lichtbeige tapijt.

Smakelijk eten, trouwens.

De lijnenstructuur deed overigens denken aan modernistische lineaire kunst (waarbij het lineaire het picturale overstijgt, of iets van die strekking). 

Alleen had het een ander geurtje.

 

Het beestje is wel op een zeer vreemde manier aan zijn eind gekomen. 

Mijn oom, een verwoed tuinier, had last van een konijn dat iets té enthousiast zijn salade aanviel. 

Remedie: het jachtgeweer. 

Er was echter een probleem.  Mijn oom ziet niet goed.  Om de korrel van het vizier duidelijk te kunnen zien, heeft hij zijn bril voor dichtbij nodig, maar dan ziet hij  weer niet in de verte.  En omgekeerd natuurlijk.

Enfin, een zwarte schaduw in de tuin, mijn oom had de verkeerde bril op zijn neus, en luttele seconden later was de poedel naar de eeuwige jachtvelden. En omdat er met hagel geschoten werd, was de serre ook aan flarden.

Nu ja, de zwarte vlek had ook de buurman kunnen zijn, dus in die optiek was het al bij al nog een meevaller.

 

*****

 

Een schoonbroer van mij kan ook getuigen van het feit dat een hond niet persé 'de beste vriend van de mens' is.

Situatieschets. 

Mijn schoonbroer staat in de badkamer.  Hij heeft net een douche genomen en staat zich poedelnaakt (tiens, alweer een hond) te scheren.  Daarbij beweegt hij en, bij uitbreiding, de loshangende wiebelende aanhangsels aan zijn lichaam.

Wat mijn schoonbroer niet ziet, is dat zijn hond inmiddels als gebiologeerd naar dat eigenaardig bewegend vogeltje, de eenogige slang zeg maar, aan het gluren is.

Instincten, ge kunt dat niet stoppen, meneer.

Enfin, de hond ziet het licht en besluit het vogeltje te vangen.

Het laatste waar mijn schoonbroer nog enigszins besef van had, was dat de hond in beweging schoot.

Bijna hadden we een schoonzus extra, als u begrijpt wat ik bedoel.

 

*****

 

Al deze argumenten had ik opgediept om Kind 2 er van te overtuigen dat een hond niet echt een must was in ons al redelijk dolgedraaide huisgezin.

Kind 2 wil een hond.

Wat een drama.

Werkelijk niets blijft ons bespaard.

En als Kind 2 begint te zagen voor iets, dan is een nederlaag nooit ver weg. 

Kind 2 kan harder zagen dan een geconstipeerde chimpansee, en neem van mij aan dat een geconstipeerde chimpansee niet bepaald aangenaam gezelschap is.

 

*****

 

In het verleden heeft Kind 2 al eens huisdieren gehad.

Goudvissen.

Gekregen van vrienden, die enkel en alleen om die reden nu onze vrienden niet meer zijn.

Drie goudvissen in een rechthoekig bakje.

En de enige bijdrage van Kind 2 in de verzorging van de goudvissen, was eten geven.

Wat we trouwens ook glashelder hadden voorspeld.  

Dat de bokaal na verloop van tijd zo groen zag als gras, ontsnapte totaal aan de aandacht van Kind 2. 

Dat mocht deze jongen hier oplossen.

 

En iemand had ons troost gebracht door te beweren dat goudvissen niet lang leven.

Dat klopte voor vis 1 en vis 2 (toilet tweemaal doorgespoeld als begrafenis en posthuum eresaluut), maar vis 3 had het besluit genomen lang te leven.  Zilverfonds en goudvis, één front.

Wel, vis 3 maakte er werk van en bleef maar leven, jaaaaarenlang...

Het kan ook zijn dat vis 3, telkens we op reis gingen, doodviel en dat onze huiszittende buurvrouw telkenmale een nieuw exemplaar in de bokaal keilde, wie zal het zeggen?

Maar op een dag had ik er genoeg van. 

Een mixer bleek de perfecte oplossing...

 

*****

 

Ooit op een verdwaalde zaterdag, kwamen Kind 1 en Kind 2 dolenthousiast thuis met, naar zij meenden, een draak. 

Een draak! 

Het was een salamander, die mistroostig voor zich uit zat te staren.

Ze noemden hem 'Salami'. 

Geef toe, aan fantasie heeft het hen nooit ontbroken.

 

Een bak gecreëerd, en salami werd benoemd tot onze officiële huisdraak.

Maar er was een probleem.

 

Onze draak bleek geen vuurspuwende draak te zijn.

Zelfs wanneer we er heel hard in knepen, nope, niks, geen vuur.

Wat een dumper! 

Wat een watje van een draak!

Dat hebben wij nu ook altijd voor.  Als we dan eindelijk een draak vangen, blijkt het eentje te zijn waarbij vuurspuwen een optie is die er niet opzit.  Goedkope brol, dus.  Het is ook altijd wat.

 

Geen vuurspuwende draak.

Dat was toch een serieuze tegenvaller.  En ik denk dat het Kind 1 was die daarvoor de perfecte oplossing vond, zij het een eenmalige.  Ik dacht met zo'n navulbus voor aanstekers en een paar lucifers.

Ik herhaal, aan fantasie en technisch vernuft geen gebrek. 

Het had tussen haakjes de geur van zalm op de barbecue. 

Aangebrand, dat wel.

 

*****

 

En Kind 2 zette zijn kruistocht verder.  De jacht op een hond was open.

Hij had zelfs al een naam voor de hond in gedachten, namelijk 'Klootzak'.  Enkel en alleen omdat Kind 2 dan 's avonds keihard door de ganse straat zou kunnen roepen: "Klootzak, komen eten!".

 

Ik wendde nog snel een allergie voor honden en katten voor.  Dat lukte eventjes,  maar in afwachting van een hond, kregen de zwerfkatten buiten toch al de nodige schoteltjes melk voorgeschoteld.

Want, laat ons eerlijk zijn, wie is er nu allergisch voor katten die niet binnen zitten?

Binnen de kortste keren hadden we een onbekend aantal katten rond ons huis zwerven. 

En miaauwen! 

Vooral als ze krols waren, maakten ze 's nachts geluiden die deden denken aan babys die gewurgd worden. 

Hemeltergend!

 

*****

 

Beknopte handleiding: hoe krijg ik een kat paranoia?

Wanneer Kind 2 schoolwaarts trok, vloog ik met emmers kokend water achter de katten aan. Om ze duidelijk te maken dat ze niet welkom waren.

Zo kreeg je rare situaties. 

Telkens Kind 2 de straat in kwam draaien, kwam er een hele kolonne katten achter hem aan (de kattenvanger van Hamelen).  Liet ik mijn kop zien, dan wisten de beesten niet hoe snel ze zich uit de voeten moesten maken (en ik hoor u wel, daar in de coulissen, dat het met mijn gezicht te maken had, ik hoor u wel...)...  Paranoia!

 

*****

Wij houden onze poot stijf.  Er komt geen hond.

Maar Kind 2 heeft al teveel naar Villa Politica gekeken en weet dus hoe je via het Belgische compromis de boel helemaal kunt verzieken.

Na veel gepalaver is Kind 2 desnoods bereid tot een compromis: Kind 2 wil een dwergkonijn. 

Als een hond dan toch niet kan, dan maar een dwergkonijn, of een cavia.

 

*****

 

En ik weet al wat er staat te gebeuren. 

Kind 2 gaat dat dwergkonijn africhten als een hond.  Eerst leren wandelen aan een leiband, vervolgens leren een stok te apporteren en als pièce de résistance  ....

... ZAL DAT DWERGKONIJN BLAFFEN. 

HET KONIJN ZAL BLAFFEN!

En als er nu iemand is die een konijn kan laten blaffen, dan is het Kind 2 wel. 

 

Ik meen me trouwens te herinneren dat er een periode was, dat er geregeld fishsticks uit de diepvries verdwenen.  Het gerucht gaat de ronde dat Kind 2 die gebruikte bij het africhten van de goudvis.

 

APPORTE FISHSTICK!

21-10-09

Laster en eerroof

Laster en eerroof.

 

Alvorens u deze kroniek leest, dien ik u te melden dat het absoluut noodzakelijk is de kroniek, getiteld 'Paard van Troje' te lezen. 

Absoluut noodzakelijk.

 

 

De hel is dus losgebarsten.

Armageddon.

Het kon ook niet uitblijven.

Al enkele maanden hangt mijn advocaat bijna wekelijks aan de telefoon te zeiken dat ik stante pede moet ophouden met het wild om mij heen schoppen op deze blog. 

Maar vorige week vrijdag, na publicatie van 'Paard van Troje', heeft hij écht een appelflauwte gekregen.  Dure woorden zoals laster, eerroof, smaad en broodroof vlogen me om de oren.

Ik citeer:

"Gij onnozel kalf, gij achterlijke imbeciel, loempe mongool (ingekorte versie, volledige versie per mail verkrijgbaar), wat bezielt u om zomaar foto's op uw blog te zetten van mensen van aanzien, zonder hun toestemming nota bene.  Ge beseft toch dat dat afgrijselijke gevolgen kan hebben.  Straks een batterij advocaten achter uw gat.  Nooit gehoord van smaad of laster?  Dat zijn machtige mensen, die pluimen u helemaal als ze dat willen."

Ik had toch een bedenking.  Het is verdorie ver gekomen dat ik uitgescholden word door iemand die daarna een factuur stuurt voor het feit dat ik iemand zou beledigd hebben.  Ik zou hém voor de rechtbank moeten slepen, maar goed.

 

Ik citeer mijn advocaat, de brulboei, verder:

"Ge weet toch wat er boven uwe stomme kop hangt, gij kieken?".

 

Dit kieken wist dat niet.

 

En mijn advocaat brulde artikel 262 van het Wetboek van Strafrecht door de telefoon:

"Hij die het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt, wetende dat het te last gelegde feit in strijd met de waarheid is, wordt, als schuldig aan laster, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van de vierde categorie."

 

Ik probeerde nog de grapjas uit te hangen en zei: "wablief, een geldboete van ocharme vierde categorie?  Ik wil een boete van eerste categorie, noblesse oblige, dacht ik zo..."

 

Dat had niet echt het gewenste effect.

Een schuimbekkende advocaat aan de andere kant van de lijn ging toen pas helemaal door het lint.  Wat hij toen brulde valt zonder twijfel onder geldboete van eerste categorie of zelfs buiten categorie en valt buiten het publiceerbare.

 

Hij kwam uiteindelijk met volgende oplossing.

"Bon, schadecontrole dan maar.

Ik eis dat je in je blog een rechtzetting opneemt, waarbij je op de foto met een witte balk, ik herhaal een WITTE BALK, de betrokkenen onherkenbaar maakt.  En doe het nu eens één keer goed, alstublieft...."

 

De hoorn werd neergesmakt.

Allé vooruit dan maar.

 

 

Zo goed?

 

 

paard2

20-10-09

Feniks

Feniks

 

Tralalaaaaaa. 

En van die dingen.

Maandag.

Normaal een dag die niet echt op gang wil komen, maar mag ik even uw onverdeelde aandacht?

Hallo, u daar, helemaal achteraan, ja, ik heb het tegen u, mag ik even uw aandacht????

Dank u!

 

Geacht publiek,

U weet dat er in het verleden iemand gekruisigd werd, en zo van die zaken, en nadien herrees die mens zowaar uit het graf (enfin, straffe toebak, het was iets mirakuleus, of was het nu ongeloofwaardig, heum.... daar wil ik van af zijn).

Awel, het is mij ook overkomen.

Toch ten minste het gedeelte van de herrijzenis, dat kruisigen daar ben ik zo niet voor.

 

IK BEN HERREZEN!

Als een feniks uit zijn as!

Sla het vat aan, gooi een varken op de barbecue!  En sla nog een vat aan.

Het loopwonder loopt weer.

Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats....

We lopen.

Krakkemikkelig, dat wel, maar we lopen.

 

*****

 

Ga met mij mee naar zaterdag laatstleden.

Een ochtend zoals er duizend zijn geweest in casa Mark.  Kind 2 doet zijn  eigenzinnige ding, mijn vrouw al het werk en ik lanterfant. 

 

Het is D-day + 1 week.

Ik maak me op voor een voorzichtige test.

To loop or not to loop, dat zal de kwestie zijn.

Nadat deze week mijn kwikzilveren kinesist, mijn halfgod Tom, mijn scheefstand van mijn heup wéér maar eens had gecorrigeerd (voor de 3de week op rij), gingen we nogmaals testen. 

Blijft mijn heup/bekken in positie?

Kunnen we pijnvrij lopen?

Ik maak me zorgen.  Het is nu al een paar weken dat hetzelfde probleem me telkens aan de kant zet.  

Zou dit de ultieme blessure zijn? 

Ja, ik weet het, maar op gebied van blessures ben ik een doemdenker.  Stel dat ik ... neen, ik durf er niet aan te denken.

Stoute schoenen aangebonden.  Hartslagmeter aangegespt, pet op en ...  en avant la musique!

Vingers gekruist!

 

*****

 

Voorzichtig starten.  De bedoeling is een uurtje tegen matige hartslag.  Bij pijn onmiddellijk stoppen.  De schrik zit er goed in.

Het is frisjes, de kou bijt in de vingertoppen, maar er is een waterig, laagstaand zonnetje.  De geur van platgereden eikels en natte herfstbladeren prikkelt het reukorgaan. 

Tempo zit snor, de kadans van het hart is matig.  De spieren zingen hun gespannen lied, op het roffelend ritme van de schoenen, in balans met de ademhaling.  Drie passen tijdens inademen, drie tijdens uitademen.  We ademen rookpluimen uit.

Koud, maar dat duurt hoogstens een kilometer.

 

*****

 

En meteen voel ik dat het anders is.

De pijn is afwezig, ik voel enkel wat trekken, maar dat mag, dat is niet eens abnormaal.  Maar we blijven alert voor signalen van pijn.

Ik kom voorbij het punt waar ik vorige week stilstond.  Een zuinige glimlach van triomf en verder gaat het, richting de bossen van de kolonie. 

Ik durf te wedden dat de kolonie mij gemist heeft.  En vice versa, dat staat als een paal.

Kolonie in!

Wat een verademing.  Ik geniet van elke meter.  En meteen begint er in mijn hoofd het plannetje op te spelen om meteen maar naar 1 uur 20 minuten of zelfs anderhalf uur te gaan.  Het gaat nu toch goed.

Maar ik beheers me en sla af waar er afgeslagen dient te worden.  Ik kraai innerlijk van geluk.  Dit is het.

Een dik uur op de teller.  Tegen hartslag 147.

Een tevreden man.

Voorzichtig tevreden.  En woensdag zoeken we bevestiging.  Zou de tijd van dubben achter ons liggen?

 

Maar, het is alvast een eerste geslaagde test!

Ik loop.

Ik ben weer onder de lopenden.

En de wereld ziet er meteen totaal anders uit.

Iedereen is mooi. 

Nu ja, iedereen, dat is wel wat overdreven, zo goed liep ik nu ook weer niet....

Alles is liefde. 

Zelfde restrictie als daarnet.

U bent allemaal mijn vriend.

Idem restrictie.

Kom, drinkt iets van mij. 

Vooral idem restrictie.

 

*****

 

En de zaterdag was nog maar pas begonnen!

Hoe beloftevol!

En er kwam nog een zondag!

 

Zondag op bezoek bij mijn schoonouders.

Daar tikt de tijd toch net iets trager dan bij ons, en daar bekomt een mens van.  Er heerst daar ook een lekker ouderwetse afspraak:  de vrouwen doen alles, terwijl de mannen in de zetel hangen.  Erg oldschool.

De Pépé, de patriarch van de familie, heerst als een zilverrug gorilla over de stam.

We verzamelen rond de snorrende houtkachel.

Pépé luistert, tandenloos.

Hij heeft een gebit, maar dat is enkel dienstig op  hoog- en feestdagen, de rest van de tijd ligt het in de kast.  Zo slijt dat niet.  De Pépé kan een biefstuk eten zonder zijn gebit!!!! 

Respect!!!!! 

 

De gespreksonderwerpen van de mannelijke clan worden in volgorde van belangrijkheid afgehandeld.

Eerst wordt het weer behandeld, dan de stand van de pompoenen, het kweekgedrag van de konijnen (ziekte bij de konijnen wordt door de Pépé trouwens behandeld met een half aspirientje), de drukte op de E17, Belgische suprematie in het veldrijden, de slag om Stalingrad, het komen te gaan van Frank Vandenbroucke, en ten slotte, wanneer alle inspiratie op is, trivia zoals een brug of niet, de beursmalaise,  het mailverkeer bij de socialisten,....

Dan voelen wij een ongekende solidariteit onder de mannen.  We knorren instemmend, bulderlachen waar nodig, krabben waar het jeukt en debiteren dooddoeners zoals: "jaja, 't is allemaal wa", en meer van die zaken.

Slurpen halfkoude koffie.

Moesten we roken, we zouden elkaars pijp in brand houden.  Nu beperken we ons tot in mekaars borsthaar krauwen.

 

*****

 

En wanneer de gesprekken stokken, komen de kranten boven.  Kranten van de ganse week.  En plukken we de kranten uiteen.  Nieuws van een week oud lezen, dan merk je pas dat driekwart van de berichtgeving er niet toe doet...

Plots valt uit een oude krant een dun glossy magazine. 

Nina heet het. 

Vol mode, designprullaria en andere onzin.

Ik lees het diagonaal tot plots mijn oog valt op een lezersrubriek.  Waar mensen een probleem kunnen voorleggen aan een zelfverklaarde specialist.

 

En hier wordt het ultieme bewijs geleverd dat de gazetten die lezersrubrieken zelf volpennen, puur omdat ze een oplossing hebben voor een probleem dat niemand heeft.

Een man had in een mail volgende probleemstelling gestuurd:

"Mijn vrouw heeft te kennen gegeven dat ze door mij sexueel verrast wil worden.  Wat moet ik doen?".

 

En nu gij.

Qua ongeloofwaardigheid kan dat tellen.

 

Ik had bijna niet verder gelezen.  De geloofwaardigheid van dit ingezonden vraagstuk lag niet bepaald erg hoog.

Maar toch was ik benieuwd naar de goede raad die er gegeven zou worden. De voyeur in mij kwam boven en een mens is nooit te oud om te leren.

 

En ja hoor, ik moet toegeven dat ik drie keer over de grond heb liggen rollen van het lachen.  Je denkt een antwoord te krijgen in de sfeer van felrode lingerie, of over het betere zorrokostuum tot handboeien met pluche, maar neen, het antwoord was:

'Gebruik je teenkussen'.

Teenkussen.

Ja, ik laat het even tot u doordringen.

Je zou dus met je dikke teen...

Massage, penetratie, enzoverder....

 

Daar lag ik al voor de eerste keer te rollen van het lachen.

Ik zag het beeld (helaas) al helemaal voor mij. 

En vermits ik altijd zo'n verschrikkelijk ijskoude voeten heb, zou mijn vrouw wellicht gillend tegen het plafond aan knallen!

 

Ik lees verder.

Toen stond er, en toen ging ik voor de tweede keer neer met een lachkramp:

Vergeet niet je teennagel te knippen!

Whoehahahahah....

Ja, vooral een goed idee! 

En was 'en passant' meteen je voeten eens.  En volg daarna desnoods een stage bij Cirque du Soleil!

Een mens zou 's avonds bij de televisie al niet meer op zijn gemak zijn teennagels durven knippen zonder volgende opmerking van moeder de vrouw te krijgen:

En, wat denkt meneer van plan te zijn????

 

Ik lees verder.

Er stond dan ook nog iets over de onvermijdelijke Kama Sutra, waarin een man maar liefst zes vrouwen tegelijk het hof kon maken.  

Zes!  

Ja, nu u weet dat er twee dikke tenen in het spel zijn, kan u wellicht het totaalplaatje wel maken.

Kijk, ik ben van geen kleintje vervaard.

  • wie heeft er ooit gevochten met wolven in de Siberische hoogvlakte?
  • wie heeft ooit tegen Freddy de Kerpel gezegd dat hij een watje is?
  • wie heeft er ooit een grizzlybeer een poot uitgevezen?
  • wie heeft John Massis ooit een tand uitgeslagen?
  • wie heeft er ooit een alligator pootjes leren geven?
  • wie flost zijn tanden met prikkeldraad?

Wie, vraag ik u?

Geen idee. 

Ik in elk geval niet.

Maar ik krijg het toch al Spaans benauwd, te denken dat je zes vrouwen tegelijk, pffffffff, ik voel mijn rug al opspelen.  Ik loop nog liever een halve marathon, ongetraind.  Nu ja, dat nu ook weer niet.

En als laatste (bescheur)tip werd er gesuggereerd om een en ander al eens even uit te testen tijdens een intiem diner op restaurant.  Dat je als man je schoen en kous uit trekt en op exploratie trekt. 

 

Stel je voor...

Ten eerste ben ik amper 1m70.  Ik denk dat het redelijk zou opvallen moest ik helemaal wegzakken op mijn stoel.

Ten tweede zijn de tafelkleedjes in die trendy zaken zo miniem dat zowat iedereen  mee zou kunnen genieten van het ongetwijfeld unieke en leerrijke schouwspel.

En ten derde zou mijn vrouw zo'n schrikreactie vertonen dat ik durf wedden dat alle glazen omver zullen gaan.

Neen, dacht ik dus.

 

En och ja, da's waar ook, in geval van nood .....

.... u kan altijd aan de ober een nagelknipper vragen....

16-10-09

Paard van Troje

Paard van Troje.

 

Rijk zijn is niet gemakkelijk.

Ik verklaar me nader.

Stel, je bent een 'door huidskleur uitgedaagde medemens' in een of andere bananenrepubliek. 

Ik had eerst 'neger' getikt, maar dat blijkt niet politiek correct te zijn, vandaar: 'door huidskleur uitgedaagde medemens'. 

Zo noem ik Nederlanders ook altijd 'door nationaliteit uitgedaagde medemens', maar dat geheel terzijde.

 

Stel dus, je bent een 'door huidskleur uitgedaagde medemens' in een of andere bananenrepubliek.

Je hebt niks. 

Behalve honger.

Wat heb je dan te verliezen?

Niks.

Terwijl wij constant op zoek zijn naar dingen die we verloren zijn:

  • huissleutels,
  • GSM,
  • onschuld,
  • een paraplu (het regent hier dan ook altijd; zij zitten altijd lekker in de zon).

Dat noem ik stress.

 

Zij hebben de big five zo binnen handbereik (leeuw, olifant, neushoorn, buffel, luipaard).

Wij moeten daarvoor naar de Zoo van Antwerpen.

Heeft u ooit al eens op de bus naar Antwerpen gezeten? 

Recht gestaan, moet dat zijn, aan een paal hangen zwieren (neen, niet paaldansen), geplet tussen duizend boekentassen met een blèrende iPod.

Dat is ook niet bepaald een pretje.

In het spitsuur?

Aha!

 

 

Files?

Hebben zij allemaal geen last van.

Fijn stof?

Kennen ze niet.

Lange Wapper?  Brug of tunnel?

Zo'n verscheurende keuzes moeten ze niet maken.

Migranten of werkloosheid?

Geen last van.

Caroline Gennez of de Rode Duivels?

Blijft hen allemaal bespaard.

 

 

Wat eten we vanavond?

Zij hebben de keuze tussen, heum, ... weinig of niets.

Wij daarentegen moeten ons doorheen sushi of wok, patatten of pasta, rijst of risotto, soep of niet, varkens of runds, enz...  worstelen.  Of worst.

L' embarras du choix.

 

Wat eten we?

Dat blijft bij ons een enorme bron van stress.  Ga maar eens naar de Carrefour op een vrijdagavond.

Je trekt een nummerke aan de charcuterie, nummer 24 en..... 

..... ze zijn nr 68 aan het bedienen! 

En altijd zit er een halfdementerende bejaarde met dat karreke tegen je achilles aan te beuken.  En ik heb al een blessure, dus kan het even?????

 

En omdat wij zoveel tijd investeren in shoppen (economie aanzwengelen!) en rondrijden in onze 4x4 (naft moet op!), hebben we te weinig tijd om onze looptrainingen af te werken. 

Zij daarentegen hebben de tijd om tweemaal daags naar de dichtsbijzijnde waterpomp, 20 km verder, te lopen.  Gelukzakken!

En omdat wij er maar niet in slagen 0,7 % van ons BNP aan ontwikkelingssamenwerking te besteden, blijven zij alle medailles wegkapen op de fondnummers op de Olympische Spelen. 

Merci, Charles Michel. 

Maar dat geheel terzijde.

 

*****

 

Neen, rijk zijn is niet gemakkelijk.

Gelukkig heb ik daar persoonlijk weinig last van.  Wij zetten dubbel zoveel oud papier buiten vergeleken met een modaal gezin.  Dat heeft te maken met het aantal betalingsherinneringen dat we krijgen.

Vrienden van mij zijn helaas rijker dan goed voor hen is.

Omdat ze zo rijk zijn, zijn ze ook nog eens hopeloos onhandig.  En daardoor komen ze wel eens in de problemen. 'Wel eens'  dient hier gelezen te worden als 'constant'.

Dan bellen ze mij.

Omdat over mij algemeen bekend is dat:

  1. hij alles weet,
  2. hij alles kan.

Dus bellen ze mij.  Alsof ik al niet genoeg gedoe aan mijn kop heb.

 

Zo kreeg ik zaterdag telefoon van mijn vriend, we zullen hem omwille van het nog hangende onderzoek nu maar even met de initialen benoemen, P.W.

Hij belde me op mijn GSM met volgende mededeling:

"Mark, kan jij even naar adres XXXX komen, ik zit namelijk vast."

 

Omdat de Hummer in onderhoud was, en iemand (ik noem geen namen) vergeten was te gaan tanken met de Mercedes SLR Roadster, was ik wel verplicht om met mijn ordinaire auto, mijn Audi R8, te rijden (en pas nadat mijn vrouw haar Carrera GT even uit de weg had gezet).  Ja, ik geef het toe, ik heb een zonnebril opgezet, want wie wil nu in zo'n banaal wagentje als een Audi R8 gezien worden?

Ter plaatse aangekomen was ik getuige van toch wel een erg raar beeld:  mijn vriend zat met één been door een deur.

Even schetsen.

 

 

Flashback.

 

P.W. was thuis, niks aan het doen (toevallig zijn specialiteit), toen hij op zijn GSM werd gebeld door een wildvreemde met de mededeling:

"Mijnheer, u kent mij niet, maar uw vrouw zit vast in de XXXXstraat."

Voor u in paniek schiet, het was geen ontvoering.

De vrouw van P.W.  was naar hun ruwbouw in de bewuste straat gaan kijken, GSM thuisgelaten, en had op de 1ste verdieping een raam geopend.  Door de windstroom (het geopende raam) klapt achter haar de deur dicht. 

Een deur zonder klink. 

Ze zat in de val en had geen GSM bij.

 

Mevrouw had wel de tegenwoordigheid van geest om via het raam een voorbijganger te sommeren haar man, mijn vriend, te bellen.

 

P.W. komt heldhaftig ter plaatse.

Als een koene ridder in blinkend harnas op een wit paard (onthou het sleutelwoord: paard).

 

Eerste verdieping.

Na eerst zijn vrouw wat uitgelachen te hebben (hoe zou u zelf zijn?), beslist P.W. de deur even doodleuk in te trappen. 

Erg Schwarzeneggeriaans, zeg maar. 

In plaats van net naast het slot te trappen, trapt hij centraal tegen de deur. Godzijdank is het geen eiken deur, maar een dunne schilderdeur.  P.W. knalt met zijn been los door de deur en ziet kans om daarbij niet enkel zijn edele delen te pletten, maar ook zichzelf vast te manoeuvreren (daarbij een behoorlijk stuk vlees van de bil klemmend tussen opspannende platen - u mag hier gerust even plaatsvervangend jodelen, ga vooral uw gang).

Hij heeft  wel een GSM bij, ..... gelukkig voor hem.

Hij belt mij,  ..... ongelukkig voor mij.

Ik verplaats me naar het plaats delict om zowel mijn vriend als zijn vrouw respectievelijk uit  te lachen en uit hun netelige posities te bevrijden.

Moest het slapstick zijn, dan zou ik mij bij deze actie ook laten opsluiten, maar dat was niet het geval.  Dat zou ook niet kunnen, want het is wereldwijd bekend dat (en nu allemaal in koor):

  1. hij alles weet,
  2. hij alles kan.

T-shirts met deze boodschap zijn verkrijgbaar (maten S-XXL).

 

Enfin, ieder gaat zijns weegs, zijn/haar schade opmetend.  Het was vooral schade aan het ego.

 

****

 

Ik had u gevraagd het sleutelwoord paard te onthouden.  En wel hierom.

 

P.W. vond dat de dag nog een nuttige apotheose mocht krijgen.  Hij ging paardrijden. 

Ik loop. 

P.W. rijdt paard.

Wie is hier de luierik?

 

*****

 

Maar goed.

P.W. zadelt zijn paard op.

Het is een winderige dag, waardoor zijn paard niet weinig nerveus is.

In een onbewaakt moment schrikt zijn paard op en kiest het  ... heum ... hazenpad en loopt pardoes achter zijn woning. 

Daar bedekt een groenzwart zeil.....

.... het zwembad.

DSC00228

 

Het paard had ruw geschat ongeveer een milliseconde nodig om het zwembad in  te kukelen. 

Dat ging als het spreekwoordelijke fluitje van een cent.

Er uit komen had iets meer voeten in de aarde ('poten in het water' kan hier ook als alternatieve uitdrukking).

DSC00249

En een paard kan best een edel dier zijn, maar het drong toch niet bepaald tot het dier door dat er een trapje was om het zwembad te verlaten.

Met inzet van een 14-tal érg dorstige brandweerlui, hoogrendementspompen,  hoogtewerker, verdovende substanties (voor man en paard), werd de eerste zwemles van het paard een doorslaand succes.

De opmerkingen waren niet van de lucht:

'Er staat een paard in de gang'

'Seven horses in the sky'

'Twisting by the pool'

Erg bevredigend allemaal.

Kostprijs van dit akkefietje: circa 0,7% van het Bruto Nationaal Product van Botswana.

 

Welke lessen trekken we hieruit:

  • altijd een GSM op zak,
  • altijd een klink (universeel model) op zak,
  • de Mercedes SLR Roadster altijd voltanken,
  • investeer nooit in iets dat eet (behalve kinderen, en dan nog),
  • keuzes maken: een paard of een zwembad,
  • indien paard, teugels in de hand houden,
  • 14 brandweermannen drinken qua volume ongeveer een half olympisch zwembad,
  • lopen blijft de enige ware sport,
  • rijk zijn is niet gemakkelijk.

 

 

13-10-09

De ritssluiting

De ritssluiting

 

Zaterdag.

D-Day.

Hoe zou mijn bil reageren op een eerste looptraining na twee weken inactiviteit?  Dat was de grote vraag.

Ik sta lang te treuzelen vooraleer te vertrekken.  Wat prutsen aan de kledij, de veters nog eens minutieus opstrikken, de borstband van de hartslagmeter nog wat strakker aanspannen.  Het weer monsteren, windrichting inschatten...

Een slecht voorteken.

Ik rol de bal wat voor mij uit.  Puur in het besef dat ik me, zolang ik thuis blijf, nog de illusie kan maken dat er niets aan de hand is.  Zolang ik niet vertrek, ben ik niet gekwetst. 

Eens de hort op, is er geen weg terug. 

Op naar de opperste gelukzaligheid in het besef dat alles ok is, dat het terug 'business as usual' is, of ....  de doodlopende weg van de pijn en de ontgoocheling.

 

Ik stap buiten.

 

De hartslagmeter piept.

Diep ademhalen.

Start de chrono.

Ik vertrek voorzichtig.

 

Ik voel niets, maar daar gingen we van uit.  Het zou verdorie nog moeten mankeren!

Rechts de Lindendreef in, richting gevangenis (indien u via start komt, krijgt u geen 200 frank).

De dreef naast de gevangenis. Steenslag, plassen.

Herfstkleurenexplosie.  Duizend variaties op bruin.

De wind speelt speels met de bladeren.

De geur van natte bladeren.

God, wat heb ik dit gemist!

Dreigende luchten, zwanger van regenbuien. 

Wolken, gejaagd door de wind.

Links via het Stipstappevoetpad, ik loop nu tussen de velden.  De wind links in de flank.  Traag tempo.  Hartslag 134. 

Maar ik ben er niet gerust in.  Het is genieten, maar toch met een weerhaakje.  Je bent alert, op je qui-vive voor elk signaal, elke pijnprikkel.

Leven, of liever lopen tussen hoop en vrees.

Asfalt.  De 's Boschstraat.  Enkele bochten verder, rechts een zandweg in.  Tussen weiden, aan de achterkant van de gevangenis.

En ik kan me wijsmaken wat ik wil, maar daar is de pijn weer.  Rechterbil, zone zitbeen, uitstraling naar rug en lies zelfs.

En ik loop niet eens door. 

Gewoon een gezapig sukkeldrafje.

 

*****

 

Eerst proberen te negeren.  Inbeelding!

Maar de ontnuchtering volgt meteen.

De pijn is zéér aanwezig.

 

Links richting Wortel.

Dan weer links een zandweg in.

Ik kruis een asfaltweg.

Weer een oude, trage weg in.

 

Maar de pijn blijft, wordt zelfs erger.

 

Wat nu?

Doorlopen en hopen dat de pijn alsnog verdwijnt? 

Er doorheen lopen?

En meteen voor het uur of anderhalf uur gaan? 

Klinkt het niet, dan botst het maar.

Moedwillig worden en alles kapot lopen? 

Versnellen tot het scheurt?

Of stoppen, stretchen en terug proberen?

Of naar huis?

Wikken en wegen.

Twijfel.

 

 

Ik stop.

Ik wandel.

Ik kan wel janken.

Ik kijk moedeloos naar boven.

Op zoek naar hulp.

Die is er niet.

Nooit.

 

En tot overmaat van ramp begint het uitgerekend nu te regenen.

Hier sta ik dan.

Te dampen van het zweet.

In twijfel gevangen.

In de regen.

 

Ik keer terug naar huis.

Een illusie armer.

Alweer.

 

Herfstkleurenexplosie.

Is nu de minste van mijn bekommernissen. 

Duizend variaties op bruin. 

Bruin blijft een schijtkleur.

De wind speelt speels met de bladeren. 

En dan?

De geur van natte bladeren. 

Dat stinkt, dus.

God, wat heb ik dit gemist! 

En ik kan het godverdomme missen als kiespijn.

 

*****

 

Mijn huisgenoten weten meteen hoe laat het is.

"Ben jij nu al terug?", vraagt mijn vrouw.

En in een flits beseft ze wat er aan de hand is.  Moest het niet duidelijk genoeg zijn, dan is er nog altijd de donderwolk op mijn gezicht die boekdelen spreekt.

 

40 minuten.

Meer was me niet gegund.

 

Ik was niet te genieten.

Hadden er zaterdagmiddag getuigen van Jehova het aangedurfd om een poot tussen de deur te steken, dan hadden ze vrij snel hun Schepper ontmoet.

 

En op zondag wordt meteen duidelijk dat het leed nog niet geleden is.  De ganse bil straalt pijn uit.  Het is om cynisch en moedeloos van te worden.

En een absolute giller is dat ik spierpijnen in mijn kuiten heb.

Hilarisch!

Van 40 minuten veredeld joggen.

Spierpijnen!

Wat zijn we diep gezakt.

En de moed nog wat dieper in de schoenen.

De loopschoenen staan weer aan de kant.

 

*****

 

Pijn is relatief.

Stomme uitspraak.

Domme uitspraken over pijn zijn relatief.

 

Ik kan beter stoppen met mijn geklaag, want aangenaam gezelschap ben ik niet voor u, vrees ik.

 

*****

 

Mag ik u dan toch even verblijden met dit waar gebeurd verhaal.

Dat aantoont dat pijn inderdaad relatief is.

 

Eind jaren zeventig moest Paul S., een vriend van mij, zich op maandag melden op 'het Klein Kasteeltje' voor keuring voor zijn legerdienst.

Dat moest gevierd worden!

Vooral omdat wij wisten dat Paul S. geen enkele nuttige bijdrage kon leveren aan landsverdediging, of het moest in de kantine zijn.

 

Paul S. onder de wapens!

Dat we dat nog mogen meemaken!  Dat ze het aandurven om die nitwit een wapen in de hand te stoppen!

 

Dat vroeg om een grondig fuifje.  Kwestie van de onbezorgde jeugdjaren op een waardige manier af te sluiten.  Dat daarbij véél moest gedronken worden, was een zekerheid.  Fuifwaarts getrokken met de bende van zes vrienden.

Op een bepaald ogenblik is er wat getrek en geduw (fuiven in de Kempen zijn pas geslaagd als er geslagen is) en zien we Paul S., onze soldaat-milicien in spe, op de vlucht gaan richting uitgang, op de hielen gezeten door een paar gasten die overduidelijk zijn vel lusten. 

Dramatische aftocht, misschien was het Belgisch Leger toch wel iets voor hem.

De reservetroepen, in casu wij, zijn vijf kameraden, zetten de achtervolging in.  Net op tijd om onze vriend op volle snelheid door een glazen deur te zien lopen.

Een luide knal, glasgerinkel en overal bloed.

 

De bloeddorst van de belagers was bij deze gelest.

 

Wij met ons slachtoffer naar de dokter van wacht.

Die was erg blij met de klandizie van 6 benevelde jongeren, waarvan één exemplaar dringend wat hechtingen in het gelaat kon gebruiken.

Wegens behoorlijk wat alcohol in de bloedstroom, was verdoving niet aangewezen.  Dus werd onze soldaat genaaid zonder verdoving.

Dat werkte ontnuchterend.

Bij hem toch.

 

*****

 

Nadat iedereen genaaid was die genaaid moest worden, besloten we  terug naar de fuif te gaan.  Er stond immers nog een rekening open, en er brandden nog consumptiebons in mijn broekzak.

 

Per fiets terug.

Paul S. in helse pijnen.

Wij, vrolijk in alle nevels, voelden niets.

De nacht was nog jong en beloftevol.

 

Maar wat gebeurt er als je met zijn zessen vlakbij mekaar fietst?  Rekening houdend met de verzamelde promilles en het feit dat iemand had gezegd: "Om ter eerste bij de fuifzaal?"

 

Juist.

We haken in mekaar in volle sprint.

De gevolgen waren niet te overzien.

Toen het stof was gaan liggen, overschouwde ik het slagveld.

Overal fietsen en schaafwonden.

 

Maar het ergst er aan toe was Paul S.

De genaaide wonde was helemaal terug opengescheurd (voelt u het ook?).

 

Terug naar de dokter van wacht.

Die kon zijn lol niet op.

Andere stukken huid gevonden om terug dicht te naaien.

Vandaar het rare patroon van een ritssluiting op het gelaat van Paul S.

 

*****

 

Gisteren VRT-journaal.

Een pas binnengekomen bericht. 

Frank Vandenbroucke is overleden.

Ik neem aan dat het hart van Caroline Gennez ook een milliseconde oversloeg.

 

 

09-10-09

Filistijnen

Filistijnen

 

Fotografen aller landen, aanhoor deze smeekbede!

Flitsende fotografen, ik begrijp dat u aartsmoeilijke opdrachten krijgt te verwerken.

Wellicht heeft u ooit foto's moeten maken van baby's die zo monsterlijk lelijk waren dat er absoluut geen beginnen aan was, alle lenzen ten spijt.  Baby's met een diabolische grijnslach waarvan u 's nachts, badend in angstzweet, gillend wakker schiet.  Baby's die  levende reclame waren voor anticonceptie.

Dat tekent een mens voor het leven, daar hebben wij alle begrip voor.

Ik heb medelijden met u.

U heeft misschien ook al eens een huwelijksreportage moeten fotograferen waarbij de bruid en bruidegom zo gatlelijk waren dat u vooral op de bloemstukken hebt ingezoomd, terwijl u opnieuw dacht: anticonceptie, nu!

Waarschijnlijk heeft u pasfoto's moeten nemen van mannen waarbij u spontaan dacht: 'en nu maar hopen dat het niet besmettelijk is.'

U heeft dames op de gevoelige plaat vastgelegd waarbij de verplichting op het dragen van een boerka plots wel een érg goed idee leek.

Dat kennen we.

We hebben er dan ook alle begrip voor.

Fotoshop heeft ook zo zijn beperkingen.  De grootste beperking is fotoshop zelf, nu ik er zo eens over nadenk.

We weten het.

Maar zeg nu zelf, moet dit nu echt?

 

 

carousel3

 

Ik bedoel.

Kijk naar de foto.

Wat is uw onderwerp?

Inderdaad.

Zowat het mooiste mannelijke exemplaar dat het menselijke ras, na jaren  doorgedreven selectie, heeft weten voort te brengen.  Een atleet, in volle glorie, op  het toppunt van zijn kunnen.

Pezig gespierd, afgetraind, de perfectie op twee loopschoenen.

 

Bibliotheken zijn vol geschreven over dit exemplaar.  In talloze liedjes werd zijn lof bezongen.  En niet meer dan terecht.

Een man, die alles in zich heeft.  Die ruw talent en opperste schoonheid met zwier weet te combineren. Die tere balans tussen kracht en elegantie, intelligentie en onversneden mannelijkheid.  Eén brok lillende potentie, in de meest fraaie verpakking die deze aardkloot het laatste millennium heeft mogen aanschouwen.

En dan druk ik me nog bescheiden uit, wat trouwens mijn aard is.

 

*****

 

Pas op, dat is een zware last om dragen.

Het zijn sterke schouders die deze last kunnen dragen.

Mensen zijn jaloerse beesten.

Maar ik trek mijn plan, beste fotograaf.

 

Nu u nog.

 

Dus, toch nog enkele opmerkingen, in 't belang van 't algemeen.

Om u te dienen. 

Zo zijn wij.

 

U drukt uw foto af op het moment dat ik mijn schitterende ogen half gesloten heb?  

Waar zat u in godsnaam met uw gedachten?

Had u een dipje?

Mijn blik, o zo ruim, waar ganse volksstammen vrouwen week van in de knieën werden?  De oorzaak van vlinders in ontelbare buiken?  Mijn ogen, spiegels van een edele ziel, nu door uw troebele lens helemaal verknoeid.

WAAROM?

Was u misschien zo van uw melk door mijn imposante verschijning?

 

Tot daar aan toe.

Maar moet u dan zo nodig een foto maken net op het moment dat ik mijn tong tussen de lippen heb.  Edele tong tussen nobele lippen, waar nog nooit een leugen passeerde (nu ja, een paar duizend voor bestwil even buiten beschouwing gelaten, gemakshalve).  Wat mijn tong met ganse volksstammen vrouwen heeft uitgehaald, daar kan u zich wellicht wel een en ander bij voorstellen.  Maar wees gerust,  zelfs met uw ruimdenkende perverse geest komt u nog niet halfweg.

Tot daar aan toe.

 

MAAR DAT LINKERHANDJE!

DAT LINKERHANDJE!

Wenst u mijn reputatie van vrouwenmagneet helemaal naar de filistijnen te helpen?  U maakt van mijn linkerhand een wapperend handje dat in bepaalde milieus erg veel opgang maakt. 

Roze milieus. 

Nichten!

Village people!

George Michael!

Bart Kaëll nog aan toe!

Straks krijg ik half homosexueel Europa hijgend achter me aan, terwijl ik nog worstel met ganse volksstammen vrouwen.  En begin nu vooral niet over wat mijn linkerhand met ganse volksstammen....

 

 

Tot daar aan toe.

Laten we dit als een eenmalige uitschuiver beschouwen, en dat het niet meer voorvalt!

carousel2

 

Niet dus.

Hier gaan we weer!

Ook de tweede foto weet u vakkundig de nek om te wringen.  Met een ontroerend enthousiasme.

Fotografie, het blijft een heikel vak. 

Bent u zeker dat u talent heeft? 

Heeft u de handleiding van uw fototoestel al eens gelezen?

Ergens is er iets grondig fout gelopen.  En dat het niet bij mij is, lijkt me evident.

 

Moest u nu écht inzoomen op die kloppende ader aan mijn linkerslaap?  Moet dat nu echt?

En wat is dat met dat misprijzend mondje?  U weet een mens op zijn minst fraaie moment wel te kadreren.  Wat dat misprijzend mondje met hele volksstammen,..... ach daarover wil ik niet eens beginnen.  Het zou u enkel mateloos frustreren.

 

Talent en schoonheid.

Het is niet eerlijk verdeeld in de wereld.

Ik heb alles, u heeft niets.

Jammer.

 

Zou u beter geen andere hobby zoeken?

Iets met postzegels.

Het is maar een suggestie.

06-10-09

Belgacomkoe

Belgacomkoe.

 

Maandag.

Baaldag

Pfffffffffffffffff.

 

Maandag.

Ik heb nergens goesting in. 

Baaldag.

 

Donderdag, de slachtbank van kinesist Tom.

 

Vrijdag baaldag.

Zaterdag normaal een wedstrijd te Rumst.  Peesprobleem is nog steeds zéér prominent aanwezig.  Dus niks Rumst.  De uitslag bekeken, top 10 had sowieso geen probleem geweest. 

 

Zaterdag baaldag.

Uiteindelijk zelfs geen millimeter gelopen.

Zondag baaldag.

Godzijdank een hoop afleiding op TV: Motorcross der Naties, veldrijden.  Maar dan wordt de baaldag compleet: ze zenden een beknopt verslag uit van de marathon van Brussel (de laatste van Rik Ceulemans). 

Dat snijdt door de ziel. 

Start in het Jubelpark, het Mekka van het hardlopen, doortocht Wetstraat, Terkameren, passage Jubelpark en zo naar de finish. 

Hier stond ik eind mei ook.  Afgetraind als een beest, en met de arrogantie van de niet-geblesseerde loper.

Nu niks dus.

Inmiddels heb ik al meer dan een week niet meer gelopen.  Een week is geen drama op gebied van conditieverlies, maar vanaf twee weken gaat het stijl bergaf, de dieperik in. 

Een week niet meer gelopen. 

Er komt een zee van tijd vrij, zelfs in die mate dat ik de dampkap heb gekuist.  De dampkap.

Maar vertel het vooral niet verder.  De wereld moet niet weten dat ik de ultieme kuisvrouw ben.

Baaldag.

Maandag.  Weer niet gelopen.  Ja, vijfentwintig meter op de parking van de GB, en meteen voel ik pijn, de pees zet er de rem op. 

 

25 meter. 

Ik kan verder rochelen. 

Als ik net chocolade heb gegeten toch.

Ik ben geen loper meer.

Ik voel me geen loper meer. 

Gek is dat.

Zaterdag loop ik, wat er ook gebeurt.  En je zal zien dat het weer van dat is.  Maar ik zal lopen.

 

HELABA!

Wat is dit nu?

Ik ben verdorie een paar bladzijden tekst kwijt.

Wat krijgen we nu?

 

Ik zat lekker loos te gaan, in de zone, een soort weldoende trance, de welluidende volzinnen vlogen van mijn klavier richting scherm, tegen een ratelend tempo waar elke mitrailleur jaloers op zou zijn. 

Allemaal voor u, waarde lezer.

Enkel voor u.

Geen moeite was me teveel.  Hier zette ik zonder nadenken een gedachtenstreepje, daar een weloverwogen zwierige puntkomma.  Van de koele meren des doods, bij wijze van spreken.

Ik zette mijn beste beentje voor.  Dat is mijn linker tegenwoordig, die vervloekte rechterbil, breek me de bek niet open.

Volzinnen, gespekt met een resem bijzinnen, warse vergelijkingen, gelardeerd met milde spot, eigenzinnige humor en kwajongensachtige strapatsen (een woord dat de tekstverwerker weer maar eens niet kent, lomperik, en neen ik wil dit niet vervangen via autocorrectie door straatsteen of trapassen).

 

Ik zat hier met tranen in de ogen te kijken naar wat er op mijn scherm verscheen.

Ontroering langs de ene kant, maar langs de andere kant bolden de tranen over mijn wangen van het lachen.

Jongens toch, briljant, was het, niet meer, niet minder.

 

En toen verdween dat onnozel schermpje van de skynetblogs waar ik teksten in tik, en verscheen het startscherm.

 

ALLES WEG!

 

Alles weg.

 

Het is godverdomme toch ook altijd iets met dat internet.  Vandaag lag Belgacom Skynet er een paar uur uit.  En dan blijkt pas hoe afhankelijk een mens is van dat internet.

 

Ik wil iemand bellen.  Telefoonnummer opzoeken. Dat doen we via  Infobel.be

Miljaar, internet ligt er uit.

Waar is het telefoonboek?

En hoe werkt zo'n telefoonboek nu ook weer? 

Hoe staat dat hier geordend?

Per gemeente, djeezes.

Hoe achterlijk.

Hoe werkt een alfabet?

Waar is Kind 2 als je hem nodig hebt?

En is het menselijkerwijs mogelijk dat ze die namen nog wat kleiner afdrukken?

Waar is mijn leesbril?

 

Levensles 12: ga nooit zitten wanneer je leesbril kwijt is.

 

*****

 

Dat doet me trouwens denken aan mijn eerste stappen op het internet.  Via Belgacom de nodige rommel gekregen, paswoorden, modem, splitters, enfin u kent dat wel, maar ik beschikte blijkbaar over een gloednieuwe versie van Windows, waar de software in het starterspakket van Belgacom nog niet voor aangepast was.

 

Ik bel naar Skynet.

Wat was ik toen nog jong en onbezonnen. 

Een skynetmaagd.

Ik bel naar Skynet.

Dat is een beproeving.

Dat is de ultieme test in geduld oefenen.

Wachtmelodietje.

Een klein uurtje blijf je aan de lijn hangen.  Je wordt aan het lijntje gehouden via een stompzinnig wachtmelodietje.  Ik leg de hoorn weg en zet de speaker aan, zodat ik inmiddels nog wat nuttige dingen kan doen, zoals bijvoorbeeld teennagels knippen.

Elke keer je een klik hoort, vlieg je recht.  Tevergeefs, want je hoort vervolgens een andere computermadam volgende boodschap zeggen:

"Al onze medewerkers zijn momenteel in gesprek, wij danken u voor uw geduld.  Er zijn nog 35 wachtenden voor u."

En dat blijft maar duuuuuuuuuuuuuuuuuren.

Daar wordt een mens razend van.

Als mijn factuur van Belgacom in de bus valt, dan moet je niet riskeren ze niet te betalen, zelfs niet met de mededeling:

'Er zijn nog 35 wachtende facturen voor u.'

 

Juffrouw weg, weer dat vervloekte melodietje.  Ik zit dat melodietje inmiddels als een waanzinnige mee te brullen.  En mijn teennagels zijn ook al op.  Maar ze kunnen nog iets korter, denk ik, en dat ga ik nu bewijzen.

 

Plots weer een kraakje, ik val bijna van mijn bureaustoel van het opschrikken.  Ik zal ook door het leven moeten met één teen minder.  Tant pis.  Details.

 

Weer dat juffrouwtje dat me nogmaals bedankt voor mijn GEDULD, en dan volgt de volgende mededeling: ik zweer het u, ongelogen:

"Voor de meeste problemen kan u ook terecht op onze website, www en nog wat."

 

JIIIHAARRGHHH!!!!

 

IK GERAAK NIET OP HET INTERNET.  Hoe kan ik dan in godsnaam mijn probleem oplossen via jullie website?

 

Na een kleine halve dag kamperen bij de telefoon (ik beschik inmiddels nog maar over een teen of vier en krijg ook al een baard), eindelijk een juffrouw aan de lijn.

Ik kan me nog net inhouden om die juffrouw niet uit te schelden voor  het vuil van de straat.  Ik meld mijn probleem; namelijk dat ik niet op het internet geraak omdat de software van Belgacom niet aangepast is voor de nieuwste versie van Windows.

Ik krijg als antwoord:

"Geen probleem, we hebben een update van de software, u kan deze downloaden via onze webstite.  Dan zal het probleem opgelost moeten zijn."

 

Dit is toch niet te geloven.

DIT GELOOF JE TOCH NIET.

Hoort zij zelf wel wat ze zegt?

Zou dit kind blond zijn?

 

Mijn voornemen om beleefd te blijven verdwijnt als sneeuw voor de zon.

"IK GERAAK NIET OP HET NET OMDAT DE SOFTWARE NIET AANGEPAST IS!  Ik denk niet dat ik die update binnen kan halen, WANT IK KAN NIET OP INTERNET. NIET OP HET INTERNET.  Welk woord begrijpt u niet?

Wakker worden!!!!!

Zijn er nog koeien in uw familie? 

En zijn die dan nog dommer?"

 

Na enige tijd begreep ze dat ze me een schijf met software moest opsturen.

 

*****

 

Maar dat was niet het enige voorval.

 

Een behoorlijke tijd later, totale crash van mijn computer.  Het ding deed niks meer, harde schijf totaal in de soep.

De computer wordt hersteld, maar alles moet opnieuw geïnstalleerd worden, ook de inloggegevens, de gegevens voor mailbox,...

 

Toegegeven, ik was mijn boekje kwijt met paswoorden. 

Stom van mij.

Dan bellen we toch naar Skynet.

 

*****

 

Ik bel naar Skynet.

Wachtmelodietje.

Ik blijf wijselijk van het restant tenen af.

Een seizoen of drie later krijg ik iemand aan de lijn.

Ze willen me niet zomaar mijn login en paswoord geven.  Dat begrijp ik.  Elke halvegare kan uiteindelijk beweren dat hij dit briljante heerschap is.

Ze willen dat ik een kopie van mijn identiteitskaart doormail.

 

MAILEN?

MAILEN?

 

Ik begin te bleiten van agitatie. 

Hoe kan ik mailen? 

Ik geraak niet op het internet zonder paswoorden.

Faxen dan maar.  Ik rij naar mijn zaak, waar ik een fax heb.  Ik fax een kopie van mijn identiteitskaart.

 

*****

 

Ik bel opnieuw naar Skynet.

Wachtmelodietje.

Tijdens het wachten op de juffrouw waren inmiddels minstens drie federale regeringen gevallen.

Eindelijk contact.

Ze hadden zowaar mijn fax gekregen.

Aha, dat viel niet tegen.

Maar er rees een probleem.

 

Alles klopte, behalve mijn adres.

In hun bestand stond nog steeds mijn vorig adres.  We waren nog maar 2 jaar verhuisd.  Raar maar waar, de facturen kwamen wel op het juiste adres.  Typisch.

 

De juffrouw weigerde mij mijn paswoord en login te geven.  Ten minste, ik zou ze wél krijgen nadat ik het formulier van adreswijziging had ingevuld, ondertekend en teruggemaild.

 

MAILEN?

MAILEN?

 

Faxen dan maar.

Terug naar mijn zaak.

Faxen.

 

*****

 

Ik bel opnieuwer naar Skynet.

Wachtmelodietje.

Mijn vrouw was inmiddels bevallen van een nieuw kind.

Terwijl de juffrouw van Skynet mijn gegevens opzoekt, kijk ik het bureau rond en wat zie ik liggen? 

Juist.

Het boekje met paswoorden.

 

God heeft een bizar gevoel voor humor.

02-10-09

Ramses Shaffy

Ramses Shaffy

 

Mijn gat doet zeer.

MIJN GAT DOET ZEER !

ZEER !

Raar woord, zeer. 

Zeer raar woord.

 

Mijn gat doet dus zeer.

Een aantal van mijn leraars, o zo getormenteerde zielen, draaien zich nu wellicht om in hun graf, of, indien nog in leven, herschikken hun gevulde pamper.  Jaren hebben ze geijverd voor en gehamerd op degelijk taalgebruik en het vermijden van vulgariteiten.  Dat lukte me toen niet (vandaar de getormenteerdheid) en dat lukt me na al die jaren blijkbaar nog altijd niet. 

Dat mijn gat zeer doet.

Ze waren wel visionair, mijn leraars.  Ze voorspelden, met een accuraatheid waar de deelnemers van het Zesde Zintuig een punt van jewelste aan kunnen zuigen, dat er van mij helemaal niets zou terecht komen. 

Dat klopt.

Als een zwerende vinger. 

En als de peesontsteking in mijn gat.

Heb ik al gezegd dat mijn gat zeer doet?

 

Mijn leraars hebben gelijk gekregen.  Er is niks van mij terecht gekomen.  Laatst, toen ik als voorzitter van de vereniging van 100 rijkste Belgen moest speechen, heb ik die voorspelling van mijn leraars nog even aangehaald.  Een succesnummer dat ik, ik geef het schoorvoetend toe, ook al eens in het Europese halfrond en op de 34ste conferentie van de G8 heb opgevoerd.

Echt visionair.

Maar mijn gat deed toen nog niet zeer.

Nu wel.

 

 

*****

 

Mijn achterwerk doet pijn.

 

Alle optimisme van vorige week ten spijt, blijkt dat de pijnlijke bil me nog steeds parten speelt.  Zoals gezegd was ik deze week woensdag zinnens een lange duurloop af te werken. 

Noppes dus. 

Quel bordel.

De pijn was van dien aard dat ik op voorhand wist dat het een stommiteit zou zijn om te gaan lopen.

En MIRAKEL, ik heb de ijzeren discipline kunnen opbrengen om niet te gaan lopen.  En op donderdag, gisteren dus, heb ik me weer met hangende pootjes gemeld bij mijn wondere medicijnman, Tom B.

 

*****

 

Tom B., wondere medicijnman, mijn amicale oppergod, mijn opperhoofd. 

Ik vreesde voor mijn scalp. 

Ach hoe geestig van u, mijn scalp is inderdaad een mager beestje, fijn dat u het nog even opmerkt.

 

*****

 

Vorige week had de weledele wondergod Tom reeds mijn heupstand via manuele therapie gecorrigeerd (gejodeld en drie dagen spierpijnen van gehad), dus ik dacht deze keer daaraan te ontsnappen.

Niet dus.

Quel bordel.

 

Ik stond blijkbaar weer uit de haak. Dit lichaam, dat in bepaalde kringen zeer terecht wordt bezongen als ware het een kathedraal, blijkt een wankel ontwerp van Gaudi te zijn.  Er klopt van alles niet, tart de wetten der logica en zou in feite ineen moeten stuiken.  Zo voelt het ook aan.

 

En Tom B. hij ploegde verder.

Daar gingen we weer op de pijnbank.  De duimschroeven werden aangehaald.

Tom plooide mijn rechterbeen voorbij het point of no return.  U ziet zoiets wel eens op TV, van die lenige meisjes van het Chinees staatscircus.  Die  meisjes zijn zo flexibel dat ze aan hun eigen gat kunnen likken.

Gat naar keuze, trouwens. 

Enfin....

Deze kroniek heeft wel iets met gaten, me dunkt.

Bon, die meisjes bereiken dat soort flexibiliteit pas na jaren mishandeling annex training. 

 

Tom B. eist dat soort rubberen gestel van mij in een fractie van een paar luttele seconden.  En daarvoor mag wat hem betreft een beetje zweet en pijn worden geïnvesteerd.  Toch van mijn kant.  Hij plooit mijn rechterbeen omhoog tot het zwart wordt voor mijn ogen.  De lucht wordt uit mijn longen geperst en ik voel mijn ribbenkast indeuken.  Ruggewervels knappen, sleutelbenen nemen de benen, zwevende ribben landen, mijn fontanellen schuiven weer over mekaar.

 

*****

 

Plooi, wring, plooi, wring.

Tom zegt me:

"Ik plooi tot ik een bepaald kraakje hoor, dan ben ik pas tevreden..."

Zeer geruststellend, zo'n info.

 

*****

 

Plooi, wring, plooi, wring.

Uit miserie probeer ik in pure wanhoop het geluid van zo'n kraakje te imiteren.

Krak!

Maar daar trapt de montere medicijnman niet in.  Hij lacht me zelfs vierkant uit.  Moest ik in reïncarnatie geloven, dan durf ik er wat op te verwedden dat Tom in een vorig leven een mooie positie bij de Spaanse Inquisitie heeft bekleed.  Beul, zonder twijfel.

Quel bordel.

 

*****

 

Plooi, wring, plooi, wring.

Ik hoor een KRAK!

Hoera, een krak! 

Laat een wilde polonaise losbarsten.  En wel nu.

Krak alhier, krak aldaar, ja je hoort er veel dit jaar... (vrij naar Drs P.).

Tom merkt kurkdroog op:

"Dat was de tafel."

Een geval van wankel meubilair. 

Ik voel een soort verwantschap met het oude meubel.

Quel bordel.

*****

 

Plooi, wring, plooi, wring.

NU HOOR IK DUIDELIJK EEN KRAK!

MIJN KRAK!

HIER MET DIE KRAK!

DIT IS MIJN KRAK!

Waarop we een halfuurtje ruzie hebben gemaakt.  Ik was er rotsvast van overtuigd dat ik een krak gehoord had, maar Tom bleef bij hoog en laag beweren dat ik een scheet had gelaten. 

Moi? 

Een scheet?

Serieus blijven hé.

Ik ruik niks!

Of toch niet in de mate dat....

Quel bordel.

*****

 

Plooi, wring, plooi, wring.

Plots hoor ik een krak. 

HAHA!

Een echte, mooi afgeronde, duidelijk waarneembare, niet aan lichaamsgassen gebonden, geen tafelkrak, geen onder valse voorwendselen geïmiteerde KRAK, maar een krak van een gewricht dat in de plooi valt.

Ik roep: "HOERA, DE KRAK IS DAAR!!

MEER NOG, IK BEN EEN KRAK!

EINDELIJK, DE MARTELING IS VOORBIJ!!"

 

Ik barst uit in extatisch gezang:

Zing, vecht, huil, bid, lach, KRAK en bewonder (15x).

Zoals Ramses Shaffy het zo sprekend wist te brengen.  Hier in een sobere a capella versie van uw dienaar, wondermooi.  Gedreven, dat wel, en in opperste vervoering...

 

Tom B.  merkt kurkdroog op:

"Dat was mijn elleboog."

 

Waarop hij op zijn beurt uitbarst in extatisch gezang:

We zullen doorgaan, met het zweet op ons gezicht.

Om alleen door te gaan, in een loopgraaf zonder licht.

We zullen doorgaan, we zullen doorgaan (helaas ook 15x).

Zoals die vervloekte Ramses Shaffy het zo sprekend wist te brengen.  Hier wel in een erg valse versie van mijn maniacale medicijnman Tom. 

Quel bordel.

 

*****

 

Plooi, wring, plooi, wring, ad infinitum.

 

Ik kraak in al mijn geledingen, maar niet het krakje dat Tom wil.

Eist.

Ik had al lang de witte vlag gehesen, was in een soort lethargie verzonken, toen  er plots dan toch een krak was, die voldeed aan de noden van mijn kritische kinesist.   De rust keert  weer.

 

*****

 

Massage.

U dient te weten waar het euvel zich bevindt.  Het is de plaats waar de hamstring aan het zitbeen hecht.  Hoogstens een paar centimeter naast het, ...heum..., hol van de leeuw, als u begrijpt wat ik bedoel.

Een zwembroek uit een vergeten la opgedoken. Het is een V-model. Vriend of geen vriend, ik lig toch niet graag in mijn blote viool op een behandelingstafel.

 

*****

 

Tom en de duimen.

Tom, de wonderbaarlijke medicijnman/kinesist, heeft handen als kolenschoppen.  Handen met schoenmaat 47, zeg maar. 

En sterk. 

Zijn duimen zijn immens.  Je kan er zonder probleem mee pingpongen.

Ik heb dus een V-model zwembroek aan.  Tom ajusteert één kant stringgewijs, zodat hij het zitbeen kan bepotelen.

Onwaarschijnlijk hoe hij meteen de nagel op de kop slaat en de pijnplaats weet te vinden.

Een massage, manuele manipulatie, fricties, whatever.

Pijn, dat wel, maar je voelt de spanning en de pijn afnemen.

Toch voel ik me wat vreemd, zo met halfblote reet, massagezalf vlakbij het, ...heum..., hol van de leeuw.

Een slipper op glad wegdek is snel gemaakt, en zo'n duim?

Ik mag er niet aan denken.

 

Quel bordel.