29-09-09

Tolstoj

Tolstoj

 

Ik heb u al een aantal keren onderhouden over Kind 2.

In die mate zelfs dat Kind 2 een grote schare fans op het internet heeft gekregen, een eer die onze familie nooit eerder te beurt viel. 

Nu ja, mijn vader is in de jaren vijftig van de vorige eeuw wel eens een tijdje populair geweest, berucht is eerder een meer accurate woordkeuze, nadat hij, na een weddenschap, met zijn auto over de trappen van het Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen had proberen rijden. 

Dat lukte niet.

Of toch niet helemaal. 

De auto bleef steken op de trappen.

Dat het toen andere tijden waren, mag blijken uit het feit dat mijn vader uit zijn benarde situatie werd gered door ..... een paar flikken, die bereidwillig zijn auto van de trappen duwden.

 

Kind 2 dus.

 

Wanneer wij iets kwijt zijn in huis, roept u maar: een afstandsbediening, een schaar, sleutels, schroevendraaiers, dan zoeken wij ons niet meer te pletter, neen, wij weten inmiddels al wat ons te doen staat. 

Namelijk: Kind 2 opvorderen, omdraaien en goed schudden. 

Meestal vinden we het verloren gewaande object, soms vinden we nog meer dingen die we kwijt waren zonder het te beseffen. 

Schattenjacht!

Al het kleingeld dat uit Kind 2 valt wordt dan ook meteen geconfisceerd.  Dat valt onder de rubriek: recuperatie zakgeld.

Probleem is dat wij moeilijk contact kunnen leggen met Kind 2.  Kind 2 zit namelijk altijd boven, in zijn dampende epicentrum van technologie, terwijl wij beneden noest aan het arbeiden zijn.  Kind 2 heeft een computerinstallatie van zo'n magnitude, waarvan ene Kyoto wanhopig wordt.  Telkens Kind 2 zijn computers opstart, horen wij het geluid van rollende donders, dat is naar het schijnt het geluid van de extra staven uranium die in de kerncentrale van Doel worden neergelaten.

In ons huis, en bij uitbreiding in de halve straat, hoor je dan ook wat Kind 2 aan het uitvreten is en helaas ook hoe het hem daarbij vergaat. 

Kind 2 zit meestal ultra-agressieve spelletjes te spelen, en o wee als iemand hem daarbij een strobreed in de weg legt.  In de virtuele wereld van het internet, maar ook in de echte wereld (waar Kind 2 net iets minder mee vertrouwd is).

Eén van de slagzinnen van Kind 2 bij zijn online gaming is, en ik citeer:

Victory or defeat, it all means nothing in the end.

Overwinning of nederlaag, het betekent uiteindelijk allemaal niets.

 

Amai, mijn oor.

U zou Kind 2 eens moeten horen vloeken elke keer iemand het gore lef heeft zijn plannen te dwarsbomen. En dank zij het onderwijs (en het internet) lukt dat inmiddels in diverse Europese talen en Vlaamse dialecten.

 

Nu goed, contact leggen met de 1ste verdieping is dus moeilijk.

 

In den beginne, toen we nog een stuk naïever waren dan nu, stonden wij beneden aan de trap te roepen.  Zaken zoals: 'komen eeeeten', of iets minder beleefd: 'kan die klote teringherrie wat stiller?'.

 

Het ging echter van kwaad naar erger.

Op een bepaald punt hielp roepen niet meer.  Zelfs nadat wij ons hees hadden gebruld onderaan de trap, Kind 2 reageerde niet.  Er was niet op te brullen tegen de decibels uit subwoofers en surround-systemen.  De bassen die Kind 2 creëert doet walvissen totaal kierewiet aanspoelen op Noordzeestranden.

 

*****

 

De deurbel!!!! 

De deurbel bracht soelaas.

We wisten dat Kind 2 over een perfect, maar helaas ook erg selectief gehoor beschikt.  Zo heeft hij bijvoorbeeld volgende zinsnede nooit gehoord, al zou die met een megafoon in zijn oor worden gebruld:

"Moet jij niet leren voor school?"

Maar hoort hij de volgende zinsnede wel, op fluistertoon tot zelfs in een straal van 3 km:

"Lust jij een ijsje?"

 

En laat nu de deurbel één van de weinige dingen zijn die Kind 2 altijd hoorde, in de hoop dat er amusement voor de deur zou staan.  Amusement in de vorm van speelkameraden, Sinterklaas, buren met onblusbare barbecuedrang,....

 

Maar na verloop van tijd hielp ook dat niet meer.  Kind 2 trapte niet meer in de deurbelval.

 

*****

 

Maar wij hebben karakter.  Soms.

Daarop hebben wij een fluitje gekocht.  Zo eentje dat scheidsrechters gebruiken.  Als je hard blaast, dan komt de kalk van het plafond.  Gebruik ten stelligste af te raden in geval van een kater.

Dat had impact.

 

Maar nu drong zich een systeem voor fluitgebruik op.

Vermits we over twee kinderen beschikken (ter info: kinderen is zoals Duvel drinken: één is te weinig, twee is teveel), drong een sluitend systeem zich op.  We legden een fluitsignalenlijst aan.

 

Legende fluitsignalenlijst, versie 3.1 -  2009,

compatibel met Windows XP Professional:


  • 1x fluiten: kind 1 attentie,
  • 2x fluiten: kind 2 attentie,
  • 3x fluiten: algemeen kinderalarm,
  • 4x fluiten: komen eten,
  • 5x fluiten: kind 1 telefoon,
  • 6x fluiten: kind 2 telef....
  • enfin een lijst met 346 fluitsignalen...

 

346x fluiten betekende trouwens:

'Regering gevallen, BHV ja dus, alle stemgerechtigde inwoners van dit huis, verzamelen mét identiteitskaart in zone garage'....

.... of neen, foutje:

346x fluiten was: 'en moet er nu godverdomme ook nog eens crème fraîche op die banana split of hoe zit dat hier eigenlijk?'

 

Maar u weet hoe zo'n zaken gaan: ofwel was de lijst verdwenen bij minstens één  van de drie partijen, ofwel raakte het fluitcommando (mijn vrouw) onderweg de tel kwijt. 

 

Of nog erger: waar is het fluitje?

 

*****

 

Toen hebben we onze hoop voor communicatie met Kind 2 helemaal op technologie gestoeld.  We contacteerden Kind 2 per SMS.

Maar je weet hoe dat gaat.  Kinderen zeuren je de oren van je kop voor de nieuwste GSM, om hem dan vervolgens:

  • nooit op te hebben staan,
  • nooit te beantwoorden,
  • kwijt te spelen,
  • in de wasmachine te laten verzeilen,
  • of die GSM ergens in huis te laten slingeren.  's Nachts in bed lig je dan te luisteren naar dat onnozelmakend signaaltje van de GSM, dat wil zeggen: 'ik moet opgeladen worden, asjeblief...'

 

En die teksten van zijn voice-mail!

Daarmee heeft Kind 2 al half Europa tot aan de rand van de waanzin gedreven.

U kent dat wel: een voice-mail tekst waarbij je denkt dat de persoon gewoon heeft opgepakt:

Stem Kind 2: "Hallo"              

Dramatische pauze waarin ik zeg: "Ah kind 2".

Stem Kind 2: "Ja"

Dramatische pauze waarin ik mijn ongetwijfeld belangrijke boodschap debiteer.

Stem Kind 2: "Ja, 't is de voice-mail, belt straks maar eens terug."

Dramatisch pauze waarin ik van pure woede ontplof.

 

*****

 

Interludium.

Ik wil mij bij deze ook nog eens verontschuldigen bij de leraar Wiskunde van Kind  2,  de heer V.  En meteen ook veel beterschap wensen. 

De heer V., heeft de neiging om leerlingen die niet opletten, tot de orde te roepen door een krijtje naar de leerling in kwestie te keilen.

En Kind 2 blijkt met de kaft van wiskunde een behoorlijk goeide backhand te hebben, dus dat krijtje kwam terug met een snelheid van 168 mijl per uur.  En misschien kan de heer V. zijn eigen goede raad eens ter harte nemen en ZIJN MOND DICHTHOUDEN, vooral als er een krijtje met een rotgang aankomt, dank u.

 

*****

 

Dit weekend hebben we in gezinsverband 'Oorlog en Vrede' gekeken (Tolstoj).  Een kleine zes uur.  Het ging over, heu oorlog en ook wel vrede, maar ook liefde, doodgaan, chantage, onmogelijke liefde, kuiperijen, overspel, listen, bedrog en geslachtsziekten. Het leven zoals het is, tiens.

En over Napoleon. 

Omdat ik in de voormiddag een lange duurloop had afgewerkt en in de namiddag de haag had gesnoeid, ben ik slechts een keer of 14 in slaap gevallen tijdens de film.  Elke keer ik wakker werd, was er weer een verse batterij Russen aan het kussen of met zwaarden aan het zwaaien of beide zaken tegelijk.  Ik snapte er de ballen van.

Ik kreeg het wel zwaar op mijn heupen van Andrej.  Die bleef maar zwaargewond leven, een sterfscène van een klein uur.  Ik was bijna zelf naar Moskou gegaan om hem te wurgen om er maar van af te zijn.

 

 

MEDICAL UPDATE

 

Afgelopen weekend was een weekend zonder wedstrijd. 

Dat heeft het beestje niet graag.  Dat heet namelijk falen en is normaal gereserveerd voor mindere goden, zoals daar zijn, voetballers en andere speelvogels.

Vorige donderdag even getest hoe mijn hamstring/bil zou reageren op een inspanning. 

Niet goed dus. 

Een 20-tal minuten gelopen, steeds met pijn.

Zaterdag opnieuw gelopen.  Nu iets meer dan een uur, weer constant met pijn.

Iets mindere pijn, dat wel. 

En op zondag was het niet erger geworden, dus ik kreeg geen bijkomende reactie.  Dat stemde tevreden.  We trekken ons aan elke strohalm op.

Woensdag testen we opnieuw een dik uur, in de hoop dat alles ok is.  Volgend weekend staat er normaal een wedstrijd op het programma, maar mogelijk wordt die ook al geschrapt.

Dat doet het beestje niet graag.

Maar toch deze oproep voor realisme.

Het was uiteindelijk een lang en slopend loopseizoen.  De machinerie begint uiteen te vallen.  We moeten vermijden dat ongemakjes slepende blessures worden.  En nog meer van die goeie voornemens.

Jak.

 

25-09-09

Chappi

Chappi

 

Heb ik al eens iets geschreven over de 20 Km door Brussel ? 

Nu betrap ik me er op dat ik weer met een vraag begin.

Ja, blijkt.

Dan weet u dat de 20 Km door Brussel die mythische status voor een groot stuk ontleent aan de slotklim, de Tervurenlaan.  Tervurenlaan komt trouwens van 'Te vuur en te zwaard', het heeft geen bal uitstaans met Tervuren,

of zo,

denk ik,

of zo zou het toch moeten zijn.

 

De Tervurenlaan.

De Tervurenlaan, waar op adems allerhande wordt getrapt, op tandvlees wordt gezeten, vaten af zijn, het schaap de preut af is, lichten allerhande uitgaan, kloppen van mannen met hamers worden ontvangen. 

Ik hoop dat u begrijpt waar ik heen wil.

Nadat ik een aantal edities van de 20 Km het bovenstaande tot mijn scha en schande aan den lijve moest ondervinden op de Tervurenlaan, kreeg ik de briljante ingeving om te gaan oefenen op het bergop en bergaf lopen. 

Probleem: mijn thuisstad staat voor veel dingen bekend, maar vooral niet om niveauverschillen (qua hoogte dan toch). 

Zo plat als iets. 

Biljartlaken. 

Waterpas.

De enige bultvorming is te vinden in de vorm van de brug over de autostrada E 19, l' Autoroute de la pluie, zeg maar.  Daar togen wij naartoe. 

Het vertrouwen was groot.

Het vertrouwen was misplaatst.

De Tervurenlaan kon zich aan een bolwassing van formaat verwachten.  Korte metten, en wel nu. 

 

*****

 

Met de auto naar deelgemeente Meer.  Parkeren aan de kerk.  Lopen tot aan de brug, een exemplaar zonder op- of afritten.

En dan begon onze Everest-training. 

Van aan de voet van de brug tot het middelpunt is het ongeveer 300 meter.

Hoe gingen we te werk?

De eerste beklimming liepen we tegen een vlot tempo naar boven, en al even fluks naar beneden.  Beneden terugdraaien en opnieuw.

De vijfde beklimming liepen we snel naar boven, dribbelend naar beneden, daarna terug gewone tempo.

De tiende keer moest sneller zijn dan de vijfde.

De vijftiende keer sneller dan de tiende.

De twintigste keer moest de allersnelste zijn.  Ik meen me te herinneren dat  mijn loopmakker Tom nummer 20 op een 50-tal seconden naar boven spurtte.

Redelijk waanzinnige training. 

Grenst aan masochisme.

In totaal klim je 6 km en daal je 6 km, en de aanloopstrook naar de brug was 2 km heen en terug.  Training van 16 km.

Het basiskamp van Everest ligt op ongeveer 5100 meter. 

Klommen wij los voorbij. 

Zonder zuurstofflessen, zonder touwen, niks sherpa's,...

 

*****

 

Waarom liepen we de ganse brug niet over, vraagt de aandachtige lezer (ik zie die triomfantelijke grijns wel op uw betweterig gelaat).

Aha !

Goeie vraag!

Wel, dat hebben we ook eens gedaan, maar dat zijn we héél snel afgeleerd.

 

Aan de andere kant van de brug staat namelijk een boerderij.  En daar hebben ze twee waakhonden rondlopen van het type, heu ..... Gestapo.

Tom en uw dienaar liepen de brug af en de twee honden komen blaffend het erf af.  We waren de mening toegedaan dat de honden niet over de zijweg naast de brug zouden komen, laat staan de talud van de brug op, laat staan achter ons aan, dus begonnen wij ons volledig uit te leven in het arrogant uitdagen van de honden.

Vermits Tom denkt te moeten voetballen én ook nog eens supporter is van Anderlecht  (u merkt het, een ramp komt nooit alleen), kent hij alle truuks van het moderne hooliganisme om tegenstanders te kleineren en uit te dagen. 

We trokken alle registers open, ik bespaar u de details, maar op een gegeven  moment stonden we met onze loopbroekjes naar beneden, voorover gebogen onze blote reet te tonen, onderwijl met de handen de Radetzkymars op de bips roffelend. 

Klonk wel goed, al zeg ik het zelf.

U ziet het beeld wellicht voor u (dat beeld blijft wel hangen, niet?).

Smakelijk is anders.

 

Was het de harige reet van Tom, of die van mij, of het totaalplaatje, ik weet het niet, maar de honden begonnen prompt te huilen als wolven om daarna gezwind de talud van de brug op te stormen.  Achteraf gezien denk ik dat de maankleur van onze reten iets wolfsachtig heeft losgeweekt bij die beesten.

Wilde paniek brak uit in loperskringen.

We hebben het wereldrecord broek optrekken gebroken.  Tom schoot vervolgens weg in een spurt waar een matig gedopeerde Ben Johnson  jaloers op zou zijn (de geur van verbrand rubber van loopschoenen was vaag waarneembaar), mij als een oude diesel aan mijn lot overlatend. 

Zo ken ik hem, nooit een spurt bergop gewonnen, maar mij wel  ijskoud opofferen,  als een soort zoenoffer. 

Ik voelde me hondenvoer. 

Hij liet me achter als was ik een blik Chappi.

 

De honden, genaamd, ik doe een gok Adolf en Heinrich, zagen een oude loper in ademnood de brug opspurten.  Of eerder spartelen.  Tom was inmiddels in geen velden of wegen meer te bespeuren.

Vluchten kon niet meer.

 

*****

 

De twee honden sluipen om me heen, taxerend, grommend, de haren recht in de nek.

Beelden schieten door mijn hoofd. 

Een uitgestrekte vlakte in Centraal-Europa. Roma-zigeuners, de klagende viool van gitane Roby Lakatos, knetterende kampvuren.

Ik draai me om en kijk in woeste, amandelvormige, gele ogen.

Speekselslierten kwijlend van voorpret.

Ik probeer nog snel een afleidingsmanoeuvre:

"Waar is de poes?" 

"Pakt de poes!".

 

Helpt niet.

 

Een verbeten strijd barst los. 

Overal vacht (zij),

scheurend textiel (ik),

blikkerende tanden en gegrom (zij),

gejank (ik),

gekajiet (zij en ik),...

 

Heeft u ooit al eens in een hond gebeten? 

Ik raad het u ten stelligste af. 

Er blijft van alles tussen uw tanden zitten.

 

*****

 

Nawoord: Ooit heb ik een collega-loper kennis laten maken met deze aparte vorm van mishandeling/looptraining.  Nadien werd hij trainer van een voetbalploeg, type: érg veel gezelligheid in de kantine.  Als voorbereiding op het komende voetbalseizoen kreeg hij het briljante idee deze heuveltraining op te nemen in zijn voorbereiding.  Na drie zulke trainingen was de helft van de ploeg in transfer, gestopt of geblesseerd.  De andere helft heeft het hem nooit vergeven.

Voetballers, het blijven watjes...

 

22-09-09

Nazareth

Zondag 20 september, hoofdstuk 1.

 

Vandaag wou ik een gat boren in de muur.  In de lucht zou belachelijk zijn, besef ik nu.

Een gat boren in de muur.  Ik heb zo'n rare aanvallen wel eens meer op een zondag.

Ik probeer de stekker van mijn boormachine in het stopcontact te steken.  Zo'n stopcontact met twee plastic veiligheidsplaatjes in, u kent dat wel.  Om te vermijden dat kinderen iets in het stopcontact kunnen steken, moeten allebei de plaatjes op hetzelfde moment ingedrukt worden, anders gaat de stekker er niet in.

 

De stekker gaat er niet in. 

De stekker gaat er miljaarde niet in.

De kinderen krijgen er niets in, maar ik godverdoemme ook niet.

 

Normale mensen gaan dan met het nodige engelengeduld te werk, behoedzaam, met kennis van zaken.

Ik niet.

Ik word stante pede razend van kolere.

Sta te wrikken en te vloeken.

Plots een ingeving.

Ik ram met mijn hand keihard op de stekker.

 

Stekker gaat er nog altijd niet in. 

Hand doet pijn.

 

Ik heb nu een bloeduitstorting van jewelste op de muis van mijn rechterhand.

Ach, de wonderen der techniek.

 

Kinderbeveiligingen.

Nog zoiets.

Kan ik ook razend van worden.  Van die bussen met chemische brol die met een kinderbeveiliging zijn afgesloten.  Hermetisch.  Je moet tegelijkertijd de dop indrukken en draaien. 

Maar dan met overleg. En een mate van verstand dat ik niet bezit.

Ik druk te hard met als gevolg dat de hals van de bus indeukt.  Nadien lukt het absoluut niet meer om die kadulle bus open te krijgen zoals het hoort. 

Van pure armoede een zaag gebruikt. 

Lukt wel. 

Met het nodige gemors.  Adembenemend gemors.

Toch ook nog de kans gezien om in mijn vingers te zagen. 

Kinderbeveiliging, mijn oor.

 

Toen ik een klein kindje was, een loopwondertje in spe zeg maar,  dan werd er heel anders gedacht over kinderen en veiligheid. Eigenlijk niet gedacht, moet dat zijn.

En wij konden trouwens tegen een stootje.

White Spirit vonden wij lekker, vooral in combinatie met loodhoudende verfresten.

Wanneer bij ons thuis  de elektriciteit uitviel, dan werd er geroepen: "Mark, stop met aan de 'plombs' te likken", waarna enkele onvervalste krachttermen volgden.  En ik met rokende haardos kwam aangekropen.

Plombs, dat zijn trouwens zekeringen, voor zij die nog geen cursus zuidnederlands voor gevorderden hebben doorlopen.

 

*****

 

Zondag 20 september, hoofdstuk twee.

Mist.

Met de fiets richting bakker.  Scheve Katrien, onze hellende kerktoren, laat zich horen.  De beiaard klingelt, maar de toren blijft onzichtbaar, gehuld in een dik mistdeken. 

De mist valt. 

Wanneer ik met mijn ogen knipper, voel ik dat de mist op mijn wimpers is neergeslagen.

 

*****

 

Zondag 20 september, hoofdstuk drie.

De bakker.

Er staat me daar een rij mensen aan te schuiven!

En moest nu iedereen de beleefdheid hebben simpelweg één brood te kopen en het dan af te bollen, maar neen, ze moeten allemaal minstens een lang grof,  een prokorn, een Toscanebrood, een fruitvlaai voor 6 personen zonder crème fraîche, 4 croissants, een mokkabiscuit voor 6 personen, 6 sandwichen, 2 groffe pistolets, 4 kaiserbroodjes, twee broodjes met maanzaad, 4 koffiekoeken met chocolade en pudding, 2 ronde met rozijnen, en zo gaat dat maar door en door en door en door, terwijl het Afrikaanse continent ligt te verhongeren.

Ik moet me dan bedwingen om niet te gillen:

"Is da hier bekan gedaan met die onnozelheid?"

"Kijkt godver eens naar uw gat, is da nog niet dik genoeg misschien?"

Het gat in kwestie kan bronstige mannelijke nijlpaarden op verkeerde ideeën brengen, zeg maar.

 

Maar ik zwijg, want ik heb namelijk een opvoeding genoten.  Een gebrekkige, dat wel, maar toch.

 

En wanneer je denkt dat ze ten lange leste alles hebben, dan volgt meestal:

"En dan nog 250 gram jonge kaas, alstublieft."

 

Daar zakt mijn broek dus helemaal van af. 

Dat zijn van die ontaarde moeders die gedurende de week het verdommen om op een georganiseerde manier  boodschappen te doen, en daar zijn wij nu allemaal het slachtoffer van.

 

*****

Zondag 20 september, hoofdstuk vier.

 

Twijfel was deze week mijn deel. 

Na de puike Monumentenloop van zaterdag 12 september reageerde mijn rechterbil  misnoegd op de geleverde inspanningen.

Behoorlijk pijnlijk. 

Pas op dinsdag kunnen trainen.  Traag lopen, met een zeurende bil.  Donderdag lange duurloop, met alweer een zeurende bil.

Dit is balen. 

Je weet dat de lappenmand niet ver af is.

Zaterdag koppig een kilometer getest, plus een paar nijdige sprintjes van telkens een hondertal meter, om te controleren hoe de bil op dit soort belasting reageert.

Redelijk, was het verdict.

 

Zondag. 

De pijn is weg.

Maar hoe weg is weg.

Want wij lopers weten het allemaal. 

Mirakels bestaan niet. 

De eerste die broden kan vermenigvuldigen, mag het hier eens komen voordoen, dan moet ik tenminste niet meer eindeloos staan aanschuiven bij de bakker op zondag.

 

Zondag.

De vrienden van het Wezels Omslagpunt organiseren hun eerste Natuurloop.  Keuze uit 8 km of 10 Engelse Mijl.  Ik was zedelijk verplicht om hier mijn opwachting te maken.

Met toch wat schrik in het hart, vertrokken richting Wuustwezel.

De zon was inmiddels doorgebroken, de start van een mooie herfstdag.

 

Inschrijven, omkleden, opwarmen.

De opkomst is bedroevend.  Voor beide afstanden samen, hoogstens een vijftigtal deelnemers. Jammer, want de organisatie en locatie zijn perfect.

Start.

We schieten weg, over weiland en dreven.  De eerste kilometer is onverhard, geaccidenteerd parcours.  Een klein groepje deelnemers van de 8 km, en Bart M, de latere winnaar van de 10 Mijl, lopen meteen een kleine voorsprong bijeen.  Ik nestel me voorzichtig in een volgende groepje. 

Tussen kilometer 1 en 2 is het voornamelijk asfalt, tussen de weilanden.  Het is hier van belang positie te kiezen, want er is toch wat wind. 

Vanaf kilometer twee gooit de omloop alle troefkaarten op tafel.  We lopen door de 'konijnepijp', een stukje motorcrossparcours met twee springbergen, korte stijle bergjes in los zand.  Daarna slingeren we door het bos, waarbij bochtjes van 300° niet geschuwd worden.  In het bos nog een loodzware strook.  Kort draaien en vervolgens een nijdige helling op, en opnieuw naar beneden.  Dit doet pijn.

Dan links een onverharde dreef in, vervolgens links het asfalt op en zo naar de startzone.

We moeten 4 ronden afleggen, in totaal 6 km asfalt en 10 km zand, dreven en bosgrond.  Geaccidenteerd parcours, wat resulteerde in toch enkele valpartijen, zonder veel erg gelukkig.

Wat erger is, is dat ik vanaf kilometer 3 mijn bil voel opspelen. 

Alarm.

De mentale last is groot.  Je zit jezelf constant af te vragen of het erger wordt of niet.  Je vreest ook dat er iets definitief zal knappen.  Dit soort besognes kan je missen als kiespijn.  Je beseft ook dat je nu schade aan het oplopen bent.

Inmiddels loop ik op positie 4 op de tien mijl, zo wordt me gemeld.

Na twee ronden speel ik met het idee om op te geven.  Maar zo'n mooie positie opgeven, is niet gemakkelijk.  Ik besluit nog een ronde door te bijten.

De derde ronde wordt ik bijgehaald door een loper, ik loop nu vijfde.  Het tempo zit er nog altijd in.

En ook tijdens de laatste ronde komt er nog iemand over.

Zesde plaats dus algemeen, in mijn leeftijdscategorie ben ik tweede (veteranen). De tijd is bedroevend, 1u6min en een paar seconden.  De laatste kilometers heb ik het tempo serieus laten zakken, realisme voor de hamstring, maar ook omdat er geen achtervolgers meer dichtbij zaten.

Tweede veteraan.

En laat er nu een apart podium annex huldiging zijn voor de veteranen.  Met bijbehorende blonde podiummiss. 

Drie kussen.

Mijn hamstring doet al helemaal geen pijn meer.

Of toch wel.

 

Maandag.

Slecht geslapen deze nacht.  Een paar keer wakker geweest en bij het rondwoelen voelde ik al dat alarmfase 2 moest afgekondigd worden voor mijn bil.  Stappen is moeilijk, trap af gaat wel, trap op is pijnlijk. 

Mirakels bestaan niet.

Eens op gang, gaat het wel iets beter, maar ik heb toch maar de wijze beslissing genomen om mijn medicijnman, wonderdoktoor Tom B., op te vorderen.  Vanavond om 18 u zal mijn fraaie bilpartij door Tom worden bepoteld.  Nieuwe avonturen in het verschiet.  Nog net een zwembroek opgedoken, ja zo hoog zit de pijnlijke spot.

 

Maandag

Ik ben net terug van Tom B.

Ik denk dat hij dit weekend de film 'De SM-rechter' heeft gezien.

Miljaar.

Ik moest eerst bukken voor mijn vriend de fysiotherapeutische kinesist.  En ja hoor, de oorzaak van mijn probleem zat in een geblokkeerde rechterheup.  Die draaide niet mee, waardoor de hamstring van de rechterbil extra druk/spanning moest verwerken.

Ik heb u eerder al eens deelgenoot gemaakt hoe pijnlijk die manuele therapie is.  Nu wist ik wat me te wachten stond en kon ik heel stoer als een echte vent....

.....neen, dat is gelogen....

ik heb gejankt als een speenvarken dat levend werd gevild.  Alles bijeen gebruld.  Alle goden aangeroepen.  De wachtkamer liep op 20 seconden helemaal leeg.

 

Na de behandeling merk je meteen het verschil.  De spanning is een stuk minder. Volgens mijn medicijnman en parttime halfgod Tom mag ik dra de training hervatten.  De verdere wedstrijdplanning komt geeneens in het gedrang.  Volgend weekend is wedstrijdloos, maar in oktober staan er nog een drietal op de kalender, alvorens ik in een lange winterslaap van duurlopen ga.

 

Dinsdag 22 september.

Een geradbraakt, maar herboren man.  De pijn is quasi weg.  Nog ietwat gevoelige hamstring, dat wel, maar peanuts vergeleken met gisteren.

Ik vlieg mijn ladderke op, want de garage zit om een opruimbeurt verlegen.

 

De bel gaat.

Typisch.

Elk jaar, op het moment dat ik ga werken, gaat exact op dat moment de bel.

Jeezes.

Ladderke af.

 


*****

 

Er staat een verwaaid figuur voor de deur.

Hij vraagt me of ik geloof.

Ik zeg: "Ja, ik geloof.  Ik geloof namelijk ..... dat ik nu een kop koffie ga drinken.  Goesting in een koffieke?"

Alles is beter dan werken, me dunkt.

Ik vraag wie hij is en waar hij vandaan komt.

"Jezus, van Nazareth", antwoordt hij.

"Ach, Nazareth, dat ligt toch vlak bij Deinze", zeg ik, "ik heb daar ooit eens een platte band gereden."

Plots merk ik dat mijn rare gast een wonde in de handen heeft.

Ik zeg: "Wat ist, ook een gat proberen boren?"

Hij kijkt me raar aan.

"Ja, ik zeg altijd, beter een gat in uw hand, dan een hand in uw gat."

Hij kijkt me nog raarder aan.

Het is behoorlijk moeilijk de conversatie gaande te houden.

Ik vraag wat hij doet voor de kost.

"Mirakels", antwoordt hij.

Ja, zo zijn ze wel, de mirakelmakers.  Net wanneer mijn heupstand terug ok is, dan staan ze voor de deur.

"En wat voor mirakels?", vraag ik hem. 

Ik dacht het zal wel iets met een goedkoop abonnement voor een GSM te maken hebben, of zo.

"Over water lopen, en zo van die dingen", antwoordt hij.

Ik kijk naar zijn voeten.

"Dat zal niet makkelijk zijn, want ik zie dat er een paar gaten in uw voeten staan.  Gij kunt echt niet met een boor overweg, hé."

18-09-09

Richard Gere

Richard Gere

 

Ik loop.  Dus ik ben.

Vrij naar Descartes.

 

Weekdagen loop ik op voormiddagen, zaterdag in de namiddag.

In de zwoele zomermaanden, durf ik mijn lange duurloop wel eens na 20 uur afwerken, profiterend van het feit dat de duisternis later invalt. 

Dat geeft toch een heel andere beleving. 

De duisternis valt langzaam in, de kleuren vervagen en het wordt koeler.

 

Duurloop na 20 uur. 

Dat geeft wel eens wrijvingen in de diverse planningen. 

 

Zo durft mijn vrouw op zwoele avonden wel eens opperen dat er andere activiteiten dienen ontplooid te worden.  Ik ken inmiddels uw vunzige inborst, vandaar enige verduidelijking: ik bedoel hiermee bijvoorbeeld het in gezinsverband bekijken van een film. 

Genre: een 'bleitfilm'. 

Mijn vrouw is iemand die niet te koop loopt met haar emoties, maar dan gaan alle sluizen open.  Dijkbreuk.

Een bleitfilm dus.

 

Sta me toe vast te stellen dat ik samen met Richard Gere oud ben geworden.  Waren we allebei nog jong en dartel ten tijde van 'An Officer and a Gentleman', dan is het mij opgevallen dat Richard toch wel oud is geworden in 'Nights in Rodanthe'. 

En grijs. 

En moet ik tevens vaststellen dat ik er nog altijd heel patent uit zie.  Moest Richard Gere lopen, dan zou hij wellicht ook nog altijd, zoals ondergetekende, een mooie,  jonge oppergod zijn. 

Eigen schuld, dikke bult.

 

*****

 

Samen op de bank een film bekijken.  Een soort verplicht nummer.

Collega-lopers vertellen me dat zulke Flairachtige verzuchtingen wel eens vaker een wrange streep door de loopplanning hebben getrokken.

 

Ik ben er om u te dienen, ik ben een barmhartige Samaritaan, dus heb ik een oplossing voor u uitgedokterd, perfide dat wel, maar uiterst efficiënt.

 

*****

 

Ga als volgt te werk.

U start de film met Richard Gere om half negen.

Neem het aan van deze professional, maar omstreeks half tien is Richard Gere aan het kussen (of erger) met de blonde stoot van dienst. 

Garanti op factuur. 

Daar kun je je klok op gelijk zetten. 

En dan doorprik ik dat magische moment met volgende opmerking:

"Lap, half tien, en het is weer van dat.  Grad op de muile!"

Zijn ze daar al aan toe rond kwart na negen, dan zeg ik:

"Amai, ze zijn er vroeg bij vandaag!"

 

Werkt altijd. 

En dan mag ik meestal beschikken.

Uw dienaar mag gaan lopen.

 

*****

 

Mijn vrouw kijkt ook naar CSI in al zijn varianten. 

Ze heeft een macabere voorkeur voor alle facetten van moorden.  Soit, het zij zo (toch maar uitkijken bij het volgende dispuut).

Om daar onderuit te geraken, heb ik me de gewoonte aangekweekt telkens er een politiewagen in beeld komt, het geluid van een sirene te imiteren. 

Hard en schel.

Of als het spannend wordt in donkere bossen, het geluid van een uil na te bootsen.

OEHOEH, OEHOEH!!!

Nu ja, u weet wel wat ik bedoel.

 

Die series stoppen ook altijd met een zwart beeld, waarop bijvoorbeeld de volgende tekst verschijnt:

 

Executive Producer

Jerry Bruckheimer

 

Ik probeer dat moment te voorspellen.

Elke keer er een zwart beeld verschijnt (en die zwarte breaks zijn veelvuldig omdat de Amerikaanse TV-markt véél meer reclameblokken inlast), brul ik:

"Executive"

en vervolgens

"Jerryyyyyyyyyyyyyyyy."

 

Wordt ze compleet gestoord van. 

En dan kan ik beschikken. 

Uw dienaar mag gaan lopen.

 

*****

Baantjer?

Ik fluit alle solo's van Toots Thielemans mee. 

Tot desnoods het servies barst.

 

*****

 

Helaas werkte dat laatste aanstekelijk.

Kind 2 zag wel wat in de muzikale inspanningen die ik leverde.  En wou dolgraag zijn steentje bijdragen.

Wanneer Kind 2 een steentje wil bijdragen, vooral in zaken die zich zo ver mogelijk buiten de schoolse sfeer situeren, dan gaat hij daar erg ver in. 

Dan mag je gerust gewag maken van een lawine aan bijgedragen steentjes.

 

 

Kind 2 had een kazou geïmproviseerd met een kam en zilverpapier en begon enthousiast mee te fepen met alles wat bewoog op TV. 

Maar dan ook werkelijk met alles. 

Zelfs het weerbericht werd van een erg schrille soundtrack voorzien.

 

Daar hadden we niet op gerekend.  We werden hier gewoon van het podium gespeeld.

 

*****

 

Mijn vrouw is kordaat.  

In woord en daad. 

 

Hoe zal ik het beschrijven?

Stel dat mijn vrouw de plaats van Barack Obama zou innemen. 

Stel.

Een maand later, wat zeg ik, een half uurtje later zouden ze in het Midden-Oosten wel anders piepen.

De naft hoogstens nog 1 eurocent per liter. 

Schurkenstaten zouden pootjes komen geven. 

"Aai, hij is braaf, ja hij is braaf..."

 

Bart De Wever mag altijd bellen als hij de Walen in het gareel wil krijgen.  Binnen de maand hebben ze allemaal werk en spreken ze vlekkeloos Nederlands.

Dan moet hij zich niet meer belachelijk zitten maken in 'De Slimste Mens'.

Zelfs de Koninklijke Familie zou een verstaanbare variant van het Nederlands spreken.  Zo zou het klinken:

"Het Spaanse graan van tante Fabiola heeft de orkaan doorstaan."

 

Als mijn vrouw selectieheer van de Rode Duivels zou worden, dan zouden we ons alsnog plaatsen voor het WK, zelfs wanneer we al met mathematische zekerheid uitgeschakeld zouden zijn.  Sterker nog, binnen de maand zou Cristiano Ronaldo op eigen verzoek tot Belg genaturaliseerd zijn (een tiental andere namen volgen nog). 

We zouden een keer of zes op rij wereldkampioen worden en telkens Oranje verpletteren.

 

Stel dat mijn vrouw zou voetballen.  En dat Witsel een tackle zou overwegen. 

't Zou zijn beste dag niet zijn. 

Kletsen op de blote poep!  En in den hoek!  En geen zakgeld!

 

En het begrotingstekort, vraagt u?

U bent er me toch eentje.

Binnen de 10 minuten lost mijn vrouw dat op; daar draait ze haar hand niet eens voor om.  En niet halfslachtig zoals Mathot:

"Wel het is vanzelf gekomen, het zal vanzelf wel weggaan."

 

 

 

Erg kordaat dus.

Kam en zilverpapier verdwenen. 

Kind 2 blies verongelijkt de aftocht.

Geluidloos.

 

Uw dienaar MOEST gaan lopen...

15-09-09

De platte kat

Zaterdag 12 september

 

Vorselaar, de Monumentenloop.

Ook een vaste afspraak op onze loopagenda. 

Vorselaar.  De benaming Monumentenloop is goed gekozen.  De loop doet zijn naam alle eer aan.  Op de website van de Kasteellopers kan u het allemaal haarfijn uitpluizen.  De wedstrijd loopt langs een ganse lijst geklasseerde gebouwen, watermolens, kapellekes, een kasteel.    Indrukwekkend !

Nooit iets van gezien, echter.

Dat is logisch, want als je een wedstrijd aan het lopen bent, dan heb je voor weinig andere zaken aandacht. 

De eerste kilometers vlieg je als een raket, voortgestuwd op pure adrenaline.  Enkel het tempo, samenstelling der groepjes, hartslag en tactische positionering verdienen aandacht. 

Eens je op kruissnelheid zit, is het chrono bewaken, kijken wie hoe ver voor of achter je zit, nadert of ineenstort. 

Tegen het einde van de wedstrijd ben je kapot en sleep je je voort als een zombie.  Zintuiglijke prikkels komen niet meer op bestemming, laat staan dat ze betekenisvol zouden zijn of enige reactie zouden kunnen uitlokken. 

Ik durf er mijn kop op te verwedden dat ik, wanneer ik compleet stuk zit op het einde van een zware wedstrijd, niet eens zou merken dat Paris Hilton in haar  fraaie blote reet langs de kant van de weg zou staan, uitnodigende hand- en spandiensten aanbiedend. 

Nu ja, ik weet niet. 

Misschien zou ik dat wel zien.

Hoe langer ik er over nadenk, hoe meer ik ...

Neen, ik ....

 

Ik kom er niet uit. 

Daarom stel ik bij deze voor dat we dit dilemma nu eens en voorgoed uit de wereld helpen. 

Proefondervindelijk. 

Dus dames, u krijgt van mij officieel de toelating om bij een volgende wedstrijd naakt in de berm te gaan staan en dan kunnen we dit punt van discussie tot ieders genoegdoening uitklaren.

 

Nu ja, ik weet niet.

Bezint eer ge begint.

 

We moeten wel vermijden dat de eerste de beste kamerolifant naakt in de berm van de volgende loopwedstrijd gaat staan.  Het moet uiteindelijk voor iedereen smakelijk blijven en het originele uitgangspunt van het experiment  was de fraaie reet van Paris Hilton.  We gaan niet zomaar beginnen afzwakken.  Kwaliteitscontrole blijft een belangrijk aandachtspunt.

Dus denk ik dat we beter een soort voorronde à la X-Factor gaan houden waarin dames een beknopt CV insturen, met begeleidende handgeschreven motiverende brief (probeer thema's als 'wereldvrede', 'honger' en 'later iets doen in de media' te vermijden), uiteraard een foto in bikini ingesloten. 

Ik vrees dat we ons door een lading blondines zullen moeten werken,  dus vandaar enige verduidelijking: 'foto in bikini' wil niet zeggen dat de foto in een bikini moet gewurmd worden, maar dat HET MODEL OP DE FOTO EEN BIKINI MOET DRAGEN. 

Bij nader inzien: laat dat CV en die brief maar zitten, de foto kan hier ruimschoots volstaan. 

Met de snelheid dat ik voorbij schiet, zit een interessant gesprek er toch niet in.  En het ging om visuele prikkeling, dus.

 

Nu ja, ik weet niet.

Bezint eer ge begint, ad secundum.

 

Ik denk ineens aan iets.  Moeten we geen kritische bovengrens qua aantal naakte vrouwen in de berm van de loopwedstrijd overwegen?  Ik wil maar zeggen, overdaad heeft ook zo zijn nadelen.

 

Vergelijk het met een kat.

 

Een kat wordt overreden door een auto.

Resultaat: een platte kat.

Hoe meer auto's er over de kat rijden, hoe platter ze wordt.

 

Overdaad schaadt.

Dus aantal is belangrijk. 

 

Stel dat er één naakte vrouw in de berm staat.  Goed mogelijk dat je dat moment mist. 

Dat kan. 

Je kijkt even op je horloge en 'whoopie' (zoals Wickmayer zou zeggen), het moment is weg. 

Maar als je er 5000 in de kant zet, tja dan moet je al wel héél veel keren op je horloge kijken om ze allemaal te missen.

Die platte kat van daarnet doet me trouwens denken aan een ander verhaal.  Ik was met twee vrienden een pint aan het pakken in café Huppeldepup.  Plots merk ik dat mijn twee vrienden absoluut geen aandacht meer hebben voor mijn nochtans onwaarschijnlijk geestig verhaal en dat ze als gebiologeerd naar een dame, gezeten op een barkruk, bleven staren.  De dame in kwestie had bij het bestijgen van de barkruk, hoe druk ik dit beleefd uit, de benen à la Sharon Stone in Basic Instinct geopend, daarbij een volle inkijk gunnend op haar sliploze doos.  Ik had niks gezien, mijn maten natuurlijk weer wel.  Nadien hebben we nog uuuuuren als 3 idioten zitten staren, niks meer gezien.

Waar waren we? 

Ach ja, aantal is dus belangrijk.

Anderzijds is 5000 ongetwijfeld overdreven veel, dan krijg je toch een soort gewenning en is je experiment compleet om zeep.  Daarnaast moet je incalculeren: hoeveel meisjes gaan er een verkoudheid oplopen? 

Maar dat terzijde.

Want ja, 5000, komaan zeg.

Neen, wat denken we van 15? En dat in  verspreide slagorde in de laatste vijf kilometer? 

Dan kan de atleet er al eens eentje missen omwille van raadpleging hartslagmeter/horloge. 

Dan kan er desgewenst ook al eens eentje op de manier van de kat worden plat gereden, geen probleem.

U kan uw kandidatuur kwijt in een simpele mail, of neen, laat maar.  Ik zie al op tegen het werk.  Maar als u spontaan de aandrang zou voelen om u, in al uw puurheid, op te stellen in de berm, laat u door mij vooral niet ontmoedigen.

 

*****

 

Ik heb dat wel meer tegenwoordig.  Dat ik wilde plannen maak en net op het moment dat ik er aan wil beginnen, écht kordaat wil invliegen, tja, dan overvalt me zo'n soort moedeloosheid, waarop ik prompt mijn boor weer opberg.

Of mijn slijpschijf.

Of mijn vlakschuurmachine.

Hola, dat heeft dan ook weer zijn voordelen.

Ten eerste slijp ik niet in mijn vingers, wat een geweldige besparing aan medische kosten met zich meebrengt.  Plus natuurlijk dat je al je vingers nog hebt.  Een oog kwijtspelen kun je ook maar twee keer, dan is het op.

Ten tweede gaan die apparaten niet kapot.  Want een apparaat dat af staat, gaat per definitie niet kapot.  Of misschien wel, maar hoe zou je het in godsnaam te weten komen; zolang je er maar met je fikken afblijft, gaat niets kapot.

Verder blijf je plannen hebben, want wat is een man zonder plan?  Als je ze realiseert, dan ben je ze kwijt. 

Zo had u het wellicht nog niet bekeken. 

Ik ben er om u te helpen....

 

Allemaal voordelen die voortkomen uit luiheid. 

Ik vind dat echt een onderschatte eigenschap, luiheid. 

Je moet dat kunnen cultiveren.  Ik ben daar erg goed in. 

Dat heeft bittere opofferingen gekost, ik geef dat grif toe, maar ik heb het wél gedaan. 

Mijn vrouw kan erg goed werken met een vlakschuurmachine, trouwens.  En wie ben ik om te proberen dat beter te doen.  Ik ben niet die onbeschofte macho die zijn vrouw zit te corrigeren, neen ik laat haar alles zelf ontdekken. 

Je moet een mens wel wat krediet geven, ze in hun waardigheid erkennen, iedereen heeft uiteindelijk toch behoefte aan erkenning, toch?

 

*****

 

Ik wil toch nog even terugkomen op die platgereden kat van daarstraks.  Ze zeggen toch dat een kat altijd op zijn pootjes landt. 

Daar klopt dus niks van. 

Vlak voor mijn deur werd een kat plat gereden, enkele weken geleden.  Ruim de tijd genomen om een en ander eens grondig te bestuderen.  De pootjes van die platgereden kat lagen op dezelfde hoogte als haar platte kop, zo'n 4 millimeter boven het asfalt, samen met de prut, darmen en ingewanden. 

Zélf gezien.

 

*****

 

God ja, ik heb een wedstrijd gelopen dit weekend, dat was ik al bijna vergeten.

 

Vorselaar.

De Monumentenloop.

14 km op een uitdagende omloop.  Afwisselende ondergrond, veel kort bochtenwerk en de wind was ook weer present.

De start, samen met de deelnemers van de 28 km, was gecontroleerd snel.  De groep werd snel op een lint getrokken, het was zoeken naar brede schouders om de wind te ontlopen.  Kilometer 1 na 3min 30 sec., dat is de laatste tijd gewoonte geworden.  Ik loop constant vlak in de rug van een zekere Gaston D.  Overnemen zou kunnen, maar ik vond het raadzaam dat niet te doen, in de hoop zo lang mogelijk mee te kunnen met deze loper. Een derde man volgt in mijn spoor.

Even degoutant doen.  U moet weten dat op het niveau waar uw dienaar loopt, de spoeling al wat dunnetjes wordt.  Zoveel lopers zijn er niet meer om bij aan te pikken, als je ze überhaupt al kan volgen.

Vandaar deze tactiek.  Zo lang mogelijk aanklampen, in feite zo lang mogelijk boven mijn niveau lopen, daar wordt een mens taai van. 

En moe.

Kilometer 3 na 11 minuten, 3min 40 per kilometer. We hebben de heren die aan 15 km/uur lopen al op 1 minuut gelopen.  Nu gaan we verder proberen uitdiepen. 

Makkelijker gezegd dan gedaan.

Kilometer 4 en ik haal bekenden in.  De marathon doet drie ronden op ditzelfde parcours.  Een handvol lopers van AVN lopen hier een verstandige race.  We groeten hen, ik krijg aanmoedigingen, en we vliegen ze voorbij.

De derde loper moet langzaam lossen.

En dan spreekt dat duiveltje weer in mijn kop.  Ik weet dat wanneer ik nu naar de kop schuif, de derde loper de doodsteek krijgt.  Ik begin mee te werken.  Dat zal ik me nog beklagen.

Kilometer 5: 18 min 50 seconden.  1min 10 voorsprong op het schema.

Kilometer 6: ik moet mijn haas laten gaan.  Een kleine inzinking.

Kilometer 7: onder de 27 minuten.  Ik heb nog steeds een dikke minuut op schema.  Loper drie komt terug bij mij en laat me ter plaatse.

Kilometer 8: ik voel dat mijn kuiten opgepompt zijn.  Ik kijk naar beneden en merk dat ik mijn compressiekousen van Herzog vergeten ben op te trekken in de startzone.  Stom!  Ik beslis na lang wikken en wegen te stoppen en het euvel te verhelpen.  Dit vergt een handvol kostbare seconden.

Kilometer 10: 39min 12 seconden.  De stop heeft me wat seconden gekost, maar de kuiten zijn terug relatief ok.  Ik beweer niet dat de kousen het verschil maken, maar toch...

De laatste 4 kilometer herpak ik me een beetje, en verlies relatief weinig seconden op het ideale schema.

Finish: 55 minuten en 35 seconden.  Ik hou 25 seconden over op schema. 

Weer zitten we boven 15 km/uur.

Goed voor een 10de plaats op 176 deelnemers.  Ter vergelijk: vorig jaar was ik hier 30ste en 2 min 25 seconden trager.

Koeken en een handdoek/washandje als beloning.

Mark is moe.

 

En op zondag is het schaderapport toch redelijk groot: linkerhiel nog maar eens pijnlijk, een dof zeurende pijn in de onderrug, geblokkeerde kuiten en wat me nog het meest zorgen baart: rechterbeen binnenkant bil helemaal bovenaan doffe pijn.  Ik stap moeilijk en kan bijvoorbeeld geen trapbeweging maken (been naar voor zwaaien).

Dinsdagochtend duurloop van een uurtje, traag, zeer traag.  Pijnlijke kuiten, maar toch een klein lichtpuntje: de bil werd niet erger. 

Donderdag opnieuw lopen. 

Dan beslissen we hoe het weekend er zal uitzien, misschien moeten we noodgedwongen wel een wedstrijd schrappen. 

Dju.

On verra.

11-09-09

Blücher godverdomme

Blücher godverdomme.

 

Ik heb het thuis nogal mogen uitleggen. 

Moeder de vrouw was niet goed gezind. 

En of de tuin ooit nog helemaal in orde komt, blijft ook een open vraag.  En de buren konden er ook al niet mee lachen.  Het glasbedrijf dan weer wel, want er zijn door de luchtverplaatsing nogal wat ruiten gesneuveld.  Ik moet zeggen dat mijn mannetje van de verzekering toch ook wat bleekjes wegtrok, toen hij zag wat ik bedoelde met een beetje randschade.

 

Waar zal ik eens beginnen?

Zaterdagochtend kreeg ik telefoon.  Iemand zei me dat Napoleon in mijn thuisstad langskwam.

Ik antwoordde met een kwinkslag: "Doet em nen goeie dag van mij, en als hij bij ons in de buurt is, mag hij altijd een pint komen drinken". 

En ik legde de hoorn glimlachend in.  Ten minste, ik duwde op dat rode knopje van de GSM, want de hoorn, dat klinkt nu toch wat raar.  Kaap Hoorn, ja dat klinkt wel.  Maar de hoorn van de telefoon, dat klinkt alsof er koeien mee gemoeid zijn. 

We wijken af.

 

Napoleon dus.

Een uurtje later horen we een fanfare.  Bij ons in de straat.  Je denkt dan spontaan: "ha, er is een jubilée".  Een echtpaar haalt 60 jaar huwelijk.  Dat is redelijk uitzonderlijk, vooral met dezelfde partner. 

We wijken af.

 

Een rare fanfare, in behoorlijk gekke kledij.  En ze stoppen pal voor onze deur.  Ik kan nog net Kind 2 bij de lurven grijpen, want hij was al op weg met de oude trompet van wijlen mijn grootvader langs moeders kant, om een bijzonder valse bijdrage te gaan leveren in de muzikale uitspattingen aan de voordeur. 

 

Tussen haakjes, die trompet gebruiken wij trouwens voor 2 dingen. 

Ten eerste om Kind 2 te roepen voor het eten als hij 'extra muros' is. 

"Koooomen eeeeeteeeeen", maar dan in trompetgeluid.  Onze buren kennen dat ook al.  Als de trompet weerklinkt, krijgen de buren het water al in de mond, Pavlov zeg maar.

En ten tweede gebruiken we die trompet om bizarre olifantengeluiden te produceren telkens de Rode Duivels een goal scoren in een belangrijk tornooi.  Dat is inmiddels ook alweer een paar decennia geleden.  Onze buren kennen die functie niet.

We wijken af.

 

De fanfaremeester sprak ons aan in ratelend Frans.  Omdat de buren er inmiddels bij stonden, deden we alsof we dat verstonden.

 

slaghoogstraten 024

 

"Eh oui, bien sûr et patati et patata, soyez le bienvenue.  Merci et join de culasse", wist ik te antwoorden, onderwijl de buren aankijkend in de hoop een bewonderende blik te krijgen voor zoveel talenkennis.  Noppes.

Wat ik had uitgekraamd bleek in elk geval voor de fanfare wel het teken om prompt onze tuin binnen te marcheren.

Ik kijk in de verblufte ogen van mijn vrouw. 

"Weette gij hier iets van?", vraag ik haar in paniek.

"Bwa, neen", antwoordt ze.

 

*****

 

Even later weer volk aan de deur. 

En elke keer moet ik van mijn ladderke komen.  U moet weten dat we het halleke aan het schilderen zijn. 

Ten minste, mijn vrouw. 

Neen, we schilderen mijn vrouw niet. 

Mijn vrouw schildert het halleke. 

En ik moet het voorbereidende schuur- en afplakwerk doen.  Dat kan ik qua technisch vernuft, mits enige bijsturing, nog net aan. 

We wijken af.

Wéér van dat ladderke.

 

*****

 

Nu staat er zowaar een heel leger voor de deur.

slaghoogstraten 050

 

Fransen.  Infanterie.  Een man of 50. 8ste linie, dacht ik.  Gesalueer. 

En hopla, den hof in. 

Waar inmiddels een zoemende bedrijvigheid aan de gang is. Kampvuurtjes worden aangelegd, de geur van verse koffie prikkelt de neusgaten. 

Tentharingen worden in de grond geklopt.  Wat heeft een haring met een tent te maken? 

We wijken af.

Ladderke op. 

 

*****

 

Paardenhoeven op de straat.  Ik weet al hoe laat het is. 

Ladderke af. 

Cavalerie.  Dragonders of kurassiers, ik wil er van af zijn. 

Tuinslang gegeven, want die beesten hadden dorst.  De paarden ook.  Het gehinnik is niet van de lucht. 

Inmiddels merk ik dat er ook Pruisen zijn aangeland en een paar verdwaalde kozakken.  En die hadden al serieus aan de wodka gezeten. 

slaghoogstraten 027

 

Ladderke op. 

 

*****

 

Een geratel van jewelste op straat. 

Ladderke af. 

De vrouw zucht eens diep, trekt de voordeur open en daar staat 'la Grande Batterie' zowaar op de stoep.  Artillerie.  Een kanon of tien, dat kan nog net naast het tuinhuis.

bivakrenesse 004

 

En zo kabbelde de dag verder, terwijl de legers van de Napoleontische oorlogen onze tuin inpalmden.

 

U moet weten dat wij in een residentiële wijk van onze thuisstad wonen. 

U moet zich daar niets speciaals bij voorstellen, een bescheiden optrekje van een paar duizend m² bewoonbare oppervlakte, hoogstens.  Maar toch, als mijn kadastraal inkomen wordt aangepast, dan heerst er direct onrust op de beurs. 

We hebben een eerder kleine tuin (je moet dat uiteindelijk ook allemaal proper houden) van, ruwweg geschat, een 34 hectare, waterpartijen, vennen en schorren niet meegeteld.  Ooit heeft men overwogen om een editie van Parijs-Dakar in onze tuin te organiseren, maar er was een klein probleempje met de bouwvergunning van de replica op ware grootte van de Eifeltoren. 

Dus niet overdreven groot, onze tuin. 

Van de landmeter die ik in 1993 heb ingehuurd om een en ander eens in kaart te brengen, heeft niemand nog iets vernomen, een sporadische rookpluim in de verte niet te na gesproken.

We wijken af.

 

*****

 

Enfin, de verzamelde legers leefden allemaal vreedzaam samen in onze tuin.  Het was een gelach, een getetter en een wapengekletter...  Kinderen liepen kriskras doorheen het kamp.  Het was schoon om te zien.

De WC zat inmiddels al wel verstopt, maar dat kon de pret niet drukken.

 

*****

 

Maar zoals altijd komt er ergens een kink in de kabel. 

Een kink in de vorm van Kind 2. 

We hadden geen rekening gehouden met de factor kind 2.

Kind 2 had zich bij de Generale Staf binnengesmoesd en had daar de harten gestolen van de verzamelde ijzervreters.  Hij had de hoed van Napoleon in bruikleen gekregen en de vest van Blucher, de sabel van Wellington. 

Dat hadden ze beter gelaten. 

Kind 2 heeft namelijk een ongebreidelde fantasie (dat heeft hij geërfd van mijn vrouw).

Waterloocavalerie 068

 

Op eBay heb ik een paar jaar geleden een steenoude kaart gekocht met daarop de opstellingen van de legers aan de vooravond van de Slag van Waterloo.

Dat de kleine Keizer (nu heb ik het niet over Kind 2 maar wel over Napoleon), die slag had verloren was iets wat Kind 2 nog niet had verteerd.  In zijn ogen zag ik iets wat er op wees dat vandaag dé dag van de revanche was.

 

Kind 2 besteeg een paard (nu bleek tot mijn vreugde dat die dure paardrijlessen nog gingen renderen ook), en had nauwelijks 10 minuten nodig om de licht benevelde Pruisen richting Wortel te laten afmarcheren. 

Wellington en de zijnen zaten bij buurvrouw Maria achter de GFT-bak verscholen.

Kind 2 had met de Generale Staf, de Keizerlijke Garde en de Artillerie  erg strategisch de zone achter onze composthoop ingenomen.  Van daaruit stuurde hij 'la Grande Armée'. 

Wij wisten al hoe laat het was.  Hier kwam hommeles van.  Wellington, the Iron Duke,  had geen schijn van kans. Saillant detail: de kanonnen, waarvan wij dachten dat die niet meededen, stonden met de loop in de richting van het huis van de notaris.

 

*****

 

Schuin tegenover ons, in een bescheiden optrekje vergeleken met het onze, woont mijnheer de notaris.  Zijn huis wordt bewaakt door een alarmsysteem.  Wij vermoeden dat dit alarmsysteem een superkoopje was bij den Aldi.  Bij nacht en ontij gaat het af.  Daar worden wij razend van.  Vooral bij Kind 2, dat zijn nachtrust nodig heeft, ten minste als hij niet bezig is met online gaming, stond nog een rekening open.  Maar niet lang meer, zo zou blijken.

We wijken af.

 

*****

 

De vijandelijkheden werden geopend. 

Jérôme vanop de linkerflank richting tuinhuis, maar dat werd zwaar verdedigd door de Schotten, the Royal Scots Greys.  Ik hoor mij nog roepen dat ze met hun fikken van mijn hakselaar moeten blijven, maar dat ging verloren in het eerste salvo van 'la Grande Batterie'.  En dan denk je dat dubbel glas iets kan hebben.  Neen dus.

En dat van die Schotten, dat klopt.  Ze hebben niks aan onder die kilts.

waterloo4 015

 

Inmiddels had de Jonge Garde centraal de aanval ingezet, maar de Britse Cavalerie had ze terug gedrongen.  De Franse Cavalerie deed een tegenstoot, wat meteen het einde betekende voor mijn zorgvuldig gemillimetreerde gazon. 

Maarschalk Ney had inmiddels de zone rond mijn fontein veroverd.  4 buxussen om zeep, maar liefst. Fransozen!  Ney heeft niet lang van zijn moment de gloire kunnen genieten.  Omdat hij in zijn enthousiasme een paar lavendelstruiken had vertrappeld, heeft mijn vrouw Ney nog persoonlijk van zijn paard en aan zijn oren getrokken.

Enfin, nog ontelbare salvo's later, kwam de Oude Garde eindelijk in beweging.  Niets te vroeg, want mijn vrouw en ik wilden eigenlijk gaan slapen.  Studio 1 was inmiddels al enige tijd gedaan en naar die herhalingen van het Nieuws blijft een mens ook niet kijken.

De Garde liep zich vast en stelde zich op in een laatste carré.  'Le garde meurt', u weet wel, 'mais ne se rend pas'.  Generaal Cambronne voelde de bui al hangen.  Ze gingen weer verliezen.

Aan de kim van Wortel verschenen tot overmaat van ramp de Pruisen. 

"Blücher godverdomme", hoor ik Kind 2 zeggen. 

Maar hij roept naar de troepen: "Grouchy is daar, Grouchy is daar". 

De Keizerlijke Garde herpakt zich even. 

Maar toch lijkt de nederlaag onafwendbaar. 

Maar dan blijkt het onmiskenbare genie van Kind 2, want hij trekt zijn laatste troefkaart en belt de flikken.  Blücher en zijn Pruisische reserves worden nog in Wortel klem gereden.  Promilles à volonté.

 

Mijn vrouw en uw dienaar hingen uit de velux te kijken naar de warboel, tot tranen toe bewogen omdat Kind 2 dit alles in goede banen had weten te leiden.  We waren weer liefdevol ruzie aan het maken van welke kant van de familie Kind 2 dit soort genialiteit geërfd had, toen we plots van de sokken werden geblazen door een oorverdovende explosie.

Kind 2 had de reserve voorraad zwart kruit aangewend om onze composthoop op te blazen.  Een tsunami van verrot fruit, gistende gazon, fermenterende groenten, wormen en rottend vlees vloog in een vloedgolf over de troepen van Wellington, maar helaas ook tot in de voortuin en op de dikke Mercedes van mijnheer de Notaris.  De luchtverplaatsing had ook alle ramen in een straal van 4 kilometer rond onze woonst doen sneuvelen en, uiteraard, het alarm van mijnheer de notaris doen afgaan.

Volgens mijn vrouw heeft Kind 2 deze talenten geërfd van mijn familie.

 

*****

 

Deze ochtend, ik sta net terug op mijn ladderke, gaat de deurbel.

Ladderke af.

Deur open.

Staat er een verwilderd figuur voor mijn neus.  Robinson Crusoe.  Een baard van een paar jaar, lompen als kleding. Brabbelde wartaal over kannibalenstammen.

Iemand een landmeter nodig?

 

08-09-09

Allelujah

Allelujah

 

Zondag 6 september

ACB jogging te Beerse.  AC staat voor Atletiek Club, maar waar zou die B in godsnaam voor staan?  Iemand een idee?

September wordt een zware maand qua wedstrijden.  Elk weekend valt er wel een mooie wedstrijd te betwisten. 

Normaal gesproken zou ik zaterdag aan de start staan van de Pierenloop te Ravels, maar dat strookte niet met de planning van huisgenoten, dus uitgeweken naar zondag en naar Beerse, voor een wedstrijd over 12 km.  Ravels is een wedstrijd over 10 mijl, nu dus 4 km minder, misschien niet eens zo'n slechte zaak, gezien de drukke wedstrijdkalender in het verschiet.

 

Zo klonk de optimistische opening van de kroniek.  Had ik vorige week al geschreven.

Nu de rauwe realiteit.  Niet panikeren, geen blessure, maar moe, doodmoe, helemaal uitgewoond, helemaal stuk, ik ben op.  Moe.

Vorige week was loodzwaar: meer dan 16 km aan wedstrijdtempo, gas helemaal open.  En dan nog eens in totaal 54 trainingskilometers.  Om het af te toppen met een wedstrijd op zondag.

En nu op maandag zijn de benen leeg, zwaar.  Mijn rug speelt ook op, stramme bilspieren, zelfs mijn voetzolen doen pijn.  De hiel van mijn linkervoet  is ook weer  een pijnpunt.  Dat heb ik de laatste weken elke keer na een wedstrijd, ik vrees dat dit me één van de volgende weken parten gaat spelen.

Deze week gaan we het rustig aan doen, woensdag een lange duurloop en voor de rest niks, noppes.  Zaterdag zal alles wel geheeld zijn en de batterijen weer op zenith.

En hoe verging het me te Beerse?

Goeie vraag.

Weinig volk voor de 12 km, 22 finishers.  Marc B. uit Wuustwezel was er, maar hij ging aan duurlooptempo lopen.  Dré B. ging voluit gaan op de 6 km (34 deelnemers).  En ik ging voor een snelle 12 km.  Nog eens proberen om onder de  kaap van 4 minuten per kilometer te lopen.

 

*****

 

Start en meteen worden alle registers open getrokken.   Er ontstaat een kopgroep van een man of zes.  De rest valt als vliegen.  Niet verwonderlijk als je weet dat km 1 wordt afgelegd op 3 min 20 sec, dat is tegen 18 km per uur.  Ik besef dat dit tempo me zuur gaat opbreken en ik laat me uitzakken tot een volgend groepje, waar voornamelijk lopers zitten die de 6 km (2 ronden) lopen.

Kilometer 2 is aanzienlijk trager, 3m 50s, maar dat is nog altijd vlot boven de 15 km/uur. Even op adem komen in dit groepje.   Ik merk dat Dré B. uit de kopgroep valt.  Ik zet me op kop van de achtervolgende groep en loop tot bij Dré.  Dat ik meteen een paar van zijn concurrenten meebreng, zal hem wel niet echt plezieren.

De wind is spelbreker.  En dan wordt er tactisch gelopen.  Ik draai een straathoek om en krijg de wind pal op kop.  Ik ga naar links en vertraag wat, als signaal dat iemand anders de kop moet pakken, maar het treintje gaat mooi mee naar links, waarop ik nogmaals naar links ga en ostentatief vertraag.  Dré pakt met een grimas de kop over. 

Kilometer 3, we zijn 11 minuten onderweg, gemiddeld dus 3 min 40 sec per kilometer. Wat heeft me in godsnaam weer maar eens bezield?  Waarom loop ik als een kip zonder kop het gat op Dré dicht, om daarna weer maar eens aan de kop te liggen sleuren.  Nog 3 ronden te gaan.

Ronde 2, bekertje water over het hoofd, een tweede om wat te drinken.  Het lange stuk windop, ik blijf over met een loper van ACRijkevorsel, ook een Marc B.  We bundelen de krachten en wisselen het labeur op kop af.  Zo houden we Dré B. en een jongeman in blauw shirt achter ons.  Maar dit begint (nu al) pijn te doen.  Ik piloteer Marc B. naar een derde plaats op de 6 km.  Doortocht op 6 km,  net onder de 23 minuten.  Er zit duidelijk al wat slijtage op.

Ronde 3 val ik alleen.  En de wind blaast ongenadig je tempo stuk.  Ik begin de achterste regionen van de wedstrijd te dubbelen.  Toch iets om naar uit te kijken.  Ronde 3 gaat behoorlijk goed.  Ik kom door rond 34 min 50. Dré staat langs de kant en roept me toe dat ik in derde positie loop.

Kilometer 10 op 38 min 47 sec, dat weet ik nog perfect, want dat verbaasde me toch.  Uiteindelijk finish ik op 47 min en 27 sec., derde plaats, 3 min 57 per kilometer, 15,174 km/uur.

 

Nog wat uitlopen.

 

*****

 

PODIUM,  joechei !!! 

The bronze medal goes to het loopwonder.

Luc Van de Sande uit Muizen won, hij kreeg een trofee en een biermand. 

En wat hebben we gewonnen, Pierre?

Voor de rest van het podium/deelnemersveld was er het lotje van de tombola.  Ik had nr 277, wat goed was voor een paar witte tennissokken, een vijftal maten te groot. 

EINDELIJK !

Dat is toch wat een mens absoluut nodig heeft.  Een paar witte tennissokken, 5 maten te groot.

Hoe heb ik al die tijd kunnen leven zonder een paar witte tennissokken, 5 maten te groot?

Mijn leven was tot op heden niet compleet.  Ik miste iets.  Er was een soort knagend ongenoegen, dat onderhuids woedde.  Ik kon er de vinger niet op leggen, ik kon het niet benoemen, maar ik was geen volwaardig mens.  Er ontbrak iets.  Iets fundamenteels.

En zondag te Beerse heb ik het licht gezien.  Wat ik miste was een paar witte tennissokken, 5 maten te groot.  Allelujah!

ALLELUJAH, NONDEDJU !

En mijn collega's hebben me gesmeekt of ze hun prijs konden ruilen voor mijn paar witte tennissokken, 5 maten te groot.  Maar ik wist wel beter.  U denkt toch niet dat ik mijn paar witte tennissokken, 5 maten te groot, zou inruilen voor prullaria allerlei. 

Ik fier als een gieter naar huis.

Als een kat die een dode muis voor de voeten van het baasje komt leggen, pronk ik met mijn paar witte tennissokken, 5 maten te groot.  Mijn vrouw kijkt me aan, een blik die ik op eenvoudig verzoek zou beschrijven als 'boordevol medelijden'.

In de kromming van haar opgetrokken rechterwenkbrauw lees ik: "Dat is dus wat een volwassen man meebrengt als vergoeding wanneer hij zichzelf helemaal uit de naad heeft gelopen."

Ze zegt langs haar neus weg: "Wat denk je daar mee te gaan doen?"

Ik zeg: "Aandoen, mét sandalen."

Het gegil was vijf straten verder te horen.  Waarna een preek volgde over welk schoeisel wél en not done was, met scherpe kritiek op mijn paar witte tennissokken, vijf maten te groot, kritiek die me als een mes in het hart trof. 

Ik probeer opnieuw: "Als tombolaprijs weggeven."

Ze bekeek me met een schuin oog: "Wie wil nu zo ne brol?"

Ik besef dat mijn nederlaag totaal is, dat mijn witte tennissokken, vijf maten te groot, geen genade kennen in de alziende ogen van mijn vrouw.

"Steekt ze maar in de zak van de te recycleren kleding", zegt mijn vrouw, in al haar wijsheid en ervaring.

"Ja, schat", bleek het enige  juiste antwoord.

Ik neem afscheid van mijn witte tennissokken, vijf maten te groot. 

In de gang kijken mijn sandalen me verwijtend aan.  Lafaard, lijken ze me toe te roepen.

Ik keer op mijn schreden terug, sluip naar de zak van spullenhulp en smokkel mijn witte tennissokken, vijf maten te groot, terug het huis binnen.  Een snode daad van verzet.

We zien wel.

 

_________________________

Mag ik trouwens uw aandacht vragen voor het volgende woord: tennissokken.  Nu ik bovenstaande kroniek herlees, is het blijkbaar niet de eerste keer dat ik dit woord tik, misschien is het u ook opgevallen.  Tennissokken, meer bepaald witte, desnoods 5 maten te groot, dat is nu even onbelangrijk in dit bijkomende betoog, maar tennissokken, u moet dat eens op uw klavier van uw PC tikken. 

Is het u opgevallen? 

Ja?  Ja?  Ja?

Ritme? Kadans?

Medeklinker, klinker, dubbele medeklinker, klinker,

dubbele medeklinker, klinker, dubbele medeklinker,

klinker, en ten slotte medeklinker. 

Of als u wil:  M K M M K M M K M M K M

HAHA !

Perfecte symmetrie!

Het geoefend oog en oor ziet en hoort overeenkomsten met  'De Do Do Do De Da Da Da' van The Police, maar er was een do en helaas ook een da te veel. 

Neen, de échte betekenis van dit raadsel moest dieper gezocht worden. 

Denk, Mark, denk.

Ritme, ritme, ritme. 

Baslijnen. 

Zet de puntjes op de i. 

Lijnen en punten.

Het begon me te dagen.

Ik heb er me toch nog een dik uur over moeten buigen, maar toen kwam de aap uit de mouw, of uit de witte tennissokken, zo u wil,  desnoods vijf maten te groot.  Als je bovenstaande reeks omzet in Morse-code door gebruik te maken van de dichotomische tabel, dan krijg je een boodschap in het Moldaafs, die zo onwaarschijnlijk vettig is, dat ik ze hier helaas niet kan publiceren.

Toeval bestaat niet.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

04-09-09

James Bond

James Bond

 

September. 

De scholen openen de deuren. 

Eindelijk. 

Wat een verademing! 

Kind 2 is een vakantiekind. 

Kind 2 is nu dus op het oorlogspad.  En hij neemt geen gevangenen.

Kind 2 vindt school niet echt iets voor hem.  Dat is ook wel zo, maar wij hebben ook graag af en toe een beetje vakantie.

Geen gemaar dus, boekentas op de rug en per fiets naar school. 

Om een volgende generatie leraars versneld aan een burn-out te helpen. 

Wij hebben een vakantie lang gezwoegd aan de opvoeding van Kind 2, met erg matig succes overigens, nu mogen anderen er de tanden op stuk bijten.

Wij zullen desnoods als zoenoffer inmiddels de kamer  van Kind 2 opruimen.  Met explosieven zullen wij ons toegang tot zijn kamer verschaffen, waarna we gewapend met helmen en houwelen de klus zullen klaren.  Voor afvoer puin werden containers en bobcat al besteld.

 

Bericht aan het lerarenkorps van Kind 2.

Veel succes gewenst, beste lerarenkorps, de strijd met Kind 2 zal u nieuwe inzichten opleveren.  Qua bloed onder de nagels uit pesten kent Kind 2 namelijk zijn gelijke niet.  Verwacht u aan een hele resem nieuwe practical jokes (kijk goed uit vooraleer u gaat zitten, controleer krijt en bord op deugdelijkheid, deurklinken kunnen vreemde substanties bevatten). Wij voelen met u mee.

Ga vooral niet, ik herhaal, ga vooral niet in discussie met Kind 2, u verliest het op alle fronten.  U kan zich enkel 'en plein public' belachelijk maken. 

Een gouden stelregel bij ons thuis is: Kind 2 heeft altijd gelijk, mijn vrouw trouwens ook.  Ik, tja, heu .... soms.

 

Beste leraars, Kind 2 zal u wegwijs maken hoe en wanneer er wat moet gebeuren. 

Beschouw Kind 2 als 'The Godfather' van uw school, kniel en kus de ring aan zijn pink.  Zo maakt u een waterkans om te overleven, zij het een geringe.

Of heeft u liever een afgesneden paardenkop in uw bed, of  wenst u dat uw auto in een pakje van 50cm op 50 cm geperst aan uw garagedeur wordt afgeleverd?

Als ik u één tip mag geven, beste lerarenkorps, dan is het wel deze: kies de weg van de minste weerstand en geef Kind 2 alles wat het vraagt.  U zal merken dat de dag minder lang zal duren.  Dat hebben wij zelf proefondervindelijk kunnen vaststellen.

 

*****

 

Deze week moest ik ergens mijn identiteitskaart voorleggen.  De juffrouw achter het loket had de fijngevoeligheid om bij het bekijken van mijn pasfoto spontaan in lachen uit te barsten. 

Vrij ontnuchterend was dat.

Temeer omdat ze nu zelf ook niet bepaald, hoe zal ik het zeggen, badpakkenspecialmateriaal was.

Maar goed.

Oordeelt u zelf.

 

ik

......

JA, ALS JULLIE NU OOK NOG ZO NODIG IN EEN LACHKRAMP MOETEN SCHIETEN, DAN HOU IK ER HIER EN NU MEE OP....

Hoor ik nog besmuikt gegniffel?

Hou daar onmiddellijk mee op, .....,  ja maar, hoe is dat in godsnaam mogelijk.

Hoor ik u nog?

 

Ik moet toegeven dat de foto op mijn identiteitskaart mij niet bepaald flatteert.   En voor die pasfoto heb ik nog betaald ook.  Mijn advocaat zag er in elk geval een vette kluif in en is een procedure ten gronde begonnen om een forse schadevergoeding te krijgen.

Een zwartwitfoto geeft toch altijd het effect van een goed gestoffeerd strafblad.  Geef toe, met die foto kan je succesvol solliciteren bij  misdaadkartels.

 

*****

 

Was ik vroeger een mooie, blonde oppergod, dan heeft de tand des tijds inmiddels al behoorlijk aan mij geknaagd.

Walvorming onder de ogen.  En rimpels aan de ogen.  Bij sommige heren geeft dat een zekere vorm van sérieux, een air van ervaring en wijsheid. 

Bij mij is het helaas enkel slijtage.

 

Dan mijn haren.

Eerst begon mijn haarlijn te wijken.  Dat is een eufemisme voor het bij bosjes deserteren van de blonde lokken.  Daarna begon de overschot grijs te worden.  Werkelijk alle mogelijkheden tot sabotage werden uitgeput.

 

Nu ja, een doorschijnende haarcoupe heeft ook z'n voordelen. 

Ik heb bijvoorbeeld nooit een föhn nodig, zelfs nauwelijks een handdoek.

En als het regent op mijn kop, dan hoor ik dat zelfs!

Tot zover de luttele voordelen.

 

*****

 

Schoonheid is erg relatief. 

Dat weten we allemaal.

En laat u vooral niets wijs maken: als iemand tegen u zegt dat échte schoonheid vooral van binnen zit, dan wil dat gewoon zeggen dat u lelijk bent. 

Een karakterkop = lelijk.

Hij heeft iets = lelijk.

Wijlen mijn vader wist het zo uit te drukken: alles wat een vent qua schoonheid beter scoort dan een aap, is puur winst.  Voilà.

Nu ja, ik heb inmiddels al genoeg met collega-lopers onder de douche gestaan om in te kunnen schatten dat er weinig aantrekkelijks is aan een blote man.  Er wiebelt van alles.  En in de wiebelende aanhangsels bestaat werkelijk een ongekende diversiteit. 

Ik merk plots dat ik nu de aandacht van de dames wel heb. 

Groot, klein, dik, dun, krom, érg krom, besneden, in de natuur komt het allemaal voor.  

Er wiebelt dus van alles en overal groeit er haar. En overal waar er haar groeit, wordt er gezweet.  En dat moet zonodig ook nog eens een geurtje hebben. 

Nu ik bovenstaande herlees, vraag ik me plots af waar ik in godsnaam over bezig ben.  Dat ik ooit nog een lofzang op het mannelijk geslachtsdeel zou schrijven kon ik niet bevroeden, hoe diep kan een mens zakken?

 

Weet u trouwens hoe u kunt inschatten of een/uw man overgewicht heeft?

Laat hem naakt op en neer springen.  Er mag maar één zone van zijn lichaam apart op en neer wippen.  Vanaf twee of meer zit het fout.

 

Mannen worden mooier naarmate ze meer kleding dragen, bij vrouwen is dat niet noodzakelijk zo.

Doet me trouwens denken aan een andere anecdote.  Als sponsor van een evenement mocht ik een protserige receptie bijwonen.  Mijn vrouw wist me uit mijn loopschoenen en jeans te praten én in een degelijk paar schoenen en een volledig stijlvol driedelig kostuum.  Stijlvol, toch zolang het op de kapstok hing.

Ik zag er uit als James Bond. 

Bond, James Bond.

Licence to kill.

Ik bewoog me tussen de (zelfverklaarde) jetset van mijn thuisstad.  Industriëlen, Captains of Industry, Chief Executive Officers, politici en andere omhoog gevallen visitekaartjes.

En ik dus, James Bond. 

De gewichtige gesprekken gingen over van alles en nog wat,  maar vooral over mijn hoofd heen.  Tot plots burgemeester Van Aperen het woord tot me richt.

 

Hij zei:

 

"Ober, kan jij hier nog iets te drinken brengen?"

 

Shaken, not stirred.

*****

 

Mannen en schoonheid. 

Neen dus.

Maar laat ons wel wezen: zo lang je als man méér haar op je borst hebt dan je vrouw, zit alles nog snor.  Over snorren zullen we het bij gelegenheid ook nog eens hebben.

 

IMG_1001

 

Ik hoop dat u niet te erg geschrokken bent.

Had ik u moeten waarschuwen?

.....

IS DAT NU GODVER BIJNA GEDAAN MET DAT GELACH!!!!

MAAR ENFIN, FIJNGEVOELIGHEID IS UW STERKSTE KANT NIET, BLIJKBAAR !!!

Hoor ik nog besmuikt gegniffel?

Hou daar onmiddellijk mee op, .....,  ja maar, hoe is dat in godsnaam mogelijk.

Hoor ik u nog?

.....

 

Ik weet het, fraai is anders.

Dit lijkt wel Frankenstein, the return.

In werkelijkheid ziet u hier uw dienaar, nadat de beste pijlen allang verschoten zijn.  Een vermoeide atleet, net na de finish. 

Zoeken naar adem. 

10 mijl op de dagteller, Landlopersjogging te Wortel.

De fotografe heeft veel talent, maar zelfs fotoshop kon de meubelen niet meer redden. 

 

*****

 

Als u nu denkt dat de tijd op u geen noemenswaardige vat heeft gehad, dan suggereer ik dat u even uw rijbewijs opdiept uit uw portefeuille.

Kijk naar de foto.

I rest my case.

 

rijbewijs

 

01-09-09

Vermaak na Arbeid

Wortel 28 augustus 2009.

Een vrijdagavond.

Landlopersjogging.

 

 

Wortel, die schone.

Landlopersjogging, prachtig parcours.

10 Engelse mijl. 

Dat is normaal gesproken 16 km en 90 meter, maar in Wortel wordt dat een forse 16 km en 165 meter.

U zal nu zeggen: ocharme sukkelaar, dat is toch maar 75 meter verder, zaag eens niet zo.

NIET ZAGEN ?

NIET ZAGEN ?

NIET ZAGEN ?

Zal ik u eens met uw bloot gat 75 meter over asfalt voorttrekken? 

Dan weet u meteen hoe ver 75 meter is. 

Zien wie er dan zaagt.

 

 

Jaja, ik weet het. 

75 meter is voor de geoefende loper nauwelijks het vermelden waard, maar deze 75 extra meters kwamen helemaal op het einde, en dan lijken die meters eindeloos.  Moesten die extra meters helemaal in het begin liggen, dan was dat  inderdaad een lachertje.   Denk daar maar eens goed over na.

 

*****

 

Er stond daarnaast ook nog eens een rekening open.

En dan heb ik het niet over onbetaalde trappisten of zo, maar over een mentale rekening.

Vorig jaar heb ik hier een belabberde wedstrijd afgewerkt.  Wegens te weinig (wedstrijd)kilometers in de benen werd ik toen 15de op 1u 9min en 47 sec.  Dat was erg teleurstellend.

Vendetta!

 

*****

 

Inschrijven in het gezellig gonzend parochiecentrum.

Waar generaties kempenzonen donkerbruine nicotinelagen op het plafond hebben achtergelaten, relieken van weleer, toen roken stoer, verplicht én nog gezond was.  Waar zovele memorabele zatsels hun beslag kregen, schol en santé nog aan toe.  En dat we er nog veel meugen meugen.

Hoeveel keer heeft Peter Maffay hier 'Du' gekweeld?  Hoeveel keer heeft de discjockey vervolgens microgewijs 'halve' over de slowende, verhitte hoofden geroepen.  Om naadloos 'Nights in white satin' van The Moody Blues te laten aansluiten. 

Het kermisbal.  Bal populaire met Los Camarados.

Wie kan inschatten hoeveel Maria's hier hun Jos hebben leren kennen? 

Wortel Kermis.  Kusjes stelen in de rups.  Steelse blikken in de botsauto's.

Johnny Haliday en Tom Jones
the Beatles en the Rolling Stones
Paul Anka en Brigitte Bardot
Roy Orbison en Adamo

op het zeildoek
op het zeildoek van de botsauto's

Wie zong dit ook weer?

Een wielrenner dacht ik.  Kaal.  En flaporen. 

Panini?

Of neen, Pantani.

Zong die eigenlijk wel ?

 

Inschrijven dus in de parochiezaal in de schaduw van de kerktoren...

 

*****

 

Omkleden in de kleedkamers van voetbalclub VNA Wortel (stamnummer 3811).  Blauw-wit, dat zijn de kleuren!  Forza Wortel !

VNA staat voor 'Vermaak na Arbeid'. 

Daar kunnen wij ons nu eens volledig in vinden, zie. 

Toch vooral het onderdeel 'Vermaak'. 

Van het onderdeel 'Arbeid' kennen wij dan weer niet bijster veel, het weinige dat we ervan weten is eerder theoretisch van aard.

 

Opwarmen.

Vele bekende gezichten.  Looplegende Jan H. komt aan de start met de ambitie zijn titel van vorig jaar te verlengen (en dat lukt).  Veel bekenden van AVN (Atletiek Vereniging Noorderkempen), een ruime delegatie van de Kasteellopers, lopers van ACR (Atletiek Club Rijkevorsel).

De startzone loopt vol.  Een 300-tal starters, gelijkmatig verdeeld over de drie afstanden.

De Bolero van Ravel weergalmt plots door de muziekinstallatie. 

Ze krijgen hier  verdorie de kuren van de 20 Km door Brussel. 

Straks het bombastisch militante volkslied van Wortel en dan een oorverdovend kanonschot? 

Neen, helaas is het allemaal wat prozaïscher. 

Startschot en de trein zet zich in beweging.  Eerst wat zenuwachtig gekronkel door Wortel en dan de lange klinkerweg naar de Kolonie.  Hier vallen de posities al min of meer in vaste plooien.  Ik loop tot en voorbij een loper met rood shirt.

Links de dreef in. 

Bevoorrading.

Ik word bijgehaald door twee lopers.  Eén van hen wordt begeleid door zijn zoontje op de fiets.  Zijn zoontje maakt geregeld melding van de gelopen snelheid.  We lopen constant tussen de 16,2 en 16,5 km/uur.  Als dat klopt, dan ga ik hier duizend doden sterven.

"Wat is je beoogde tijd ?" vraagt hij me.

"Tussen 1u 4min en 1u 6min", zeg ik. 

"Dan ga je veel te rap".

"Dat weet ik, maar ik moet nog drie keer sterven, dus dat komt wel goed", antwoord ik.

De 6 km gaat rechtdoor, de 9 km en de 10 mijl draaien rechts af, richting Bootjesven. 

Dit is heilige grond voor mij, dit is mijn trainingsparcours, hier weet ik elke wortel  van Wortel liggen. Elke week kom ik hier in volstrekte eenzaamheid mijn kilometers malen.  Nu gonst het van de activiteit.

We lossen mekaar aan de kop constant af.  Alleen loper 3 doet geen meter kop.  Iets later merken we waarom, loper drie moet er af.

Toen waren we nog met 2 en het kilometrerende zoontje op de fiets.

Links de lange dreef in, terug richting Wortel.  Maar nu zit de wind knal op kop.  Tot aan de finish.  Ik wil absoluut in het zog van mijn loopgezel blijven, maar hij blijft maar harder dan 16 per uur lopen.  Dat kan ik niet bolwerken.  Zeker niet op deze geaccidenteerde ondergrond.

Ik moet hem laten gaan.

Iets verderop komen we op een zware zandstrook.  Mul zand.  En botsen we meteen op de staart van de 6km wedstrijd.

Zigzaggen.

Doortocht finish na de grote ronde van 9km 380 meter: 36 minuten en een handvol seconden.  Vlotjes boven de 15 km per uur.  Op schema.

 

Kleine ronde. 

Ik zie op de lange klinkerweg een loper in knalgeel shirt (ACR).  Hij heeft een hondertal meter voorsprong.  Dat goedmaken is utopisch, denk ik.

Links de dreef in.  Bevoorrading.  Ik word bijgebeend door een loper  met een waanzinnige foulée.  Hij heeft benen die wel 1m40 lang lijken en een paslengte waar Bolt  een punt aan kan zuigen.  Ik sluit me bij hem aan in de hoop dat hij me op sleeptouw kan nemen naar de gele loper voor mij.  De lange dreef in, en in de loszandzone  moet ik langbeen laten gaan.  Ik zit nu wel vlakbij de gele loper.

Eerst er helemaal bij geraken. Dat is windop geen sinecure.

Ik sluit aan en blijf een honderdtal meter in zijn rug zitten.  Even op adem komen.  Ik weet dat wanneer ik voorbij ga, ik weer volop de wind moet trotseren.  Maar  als ik ga, moet  ik ook direct fors wegschuiven, zodat hij niet in mijn spoor de luwte kan opzoeken. 

Nog twee kilometer.  Veel tijd rest er me niet meer.

Het wordt een gevecht voor elke meter.  Het is dan ook nog eens een jonge kerel.  Ik vrees dat hij nog iets explosiefs in huis heeft voor de laatste honderden meters.  Dus gooi ik in de ultieme kilometer alle kaarten op tafel en begin progressief te versnellen (of wat er op een lege brandstoftank voor moet doorgaan). 

Hij kraakt. 

Ik ook.

Finish na 1 uur 4 minuten en 8 seconden.  15,12 km per uur. 3 min 58 sec per kilometer.  Een zevende plaats op 100 deelnemers.

Geslaagde vendetta.  De ondergrond, het losse zand, de wind, de afstand die niet correct was.  Mijn besttijd op 10 mijl is 1 uur 2 minuten en 56 seconden.  Ik ben nu amper 1 minuut en 12 seconden trager.

 

Landlopersjogging.

Zandlopersjogging.

Windlopersjogging.

 

Een appel, een blikje aquarius, een flesje water, staaltje massagezalf, een doosje sportvitaminen en een ervaring rijker.

Op de fiets naar huis. 

Wortel, gegroet !

 

 

Op weg naar huis kom ik een man tegen. 

Een weelderige haardos.

En een acoustische gitaar.

In een flits herken ik hem.

Guido Belcanto. 

Op het zeildoek van de botsauto's.

Waar zat ik met mijn verstand?