22-09-09

Nazareth

Zondag 20 september, hoofdstuk 1.

 

Vandaag wou ik een gat boren in de muur.  In de lucht zou belachelijk zijn, besef ik nu.

Een gat boren in de muur.  Ik heb zo'n rare aanvallen wel eens meer op een zondag.

Ik probeer de stekker van mijn boormachine in het stopcontact te steken.  Zo'n stopcontact met twee plastic veiligheidsplaatjes in, u kent dat wel.  Om te vermijden dat kinderen iets in het stopcontact kunnen steken, moeten allebei de plaatjes op hetzelfde moment ingedrukt worden, anders gaat de stekker er niet in.

 

De stekker gaat er niet in. 

De stekker gaat er miljaarde niet in.

De kinderen krijgen er niets in, maar ik godverdoemme ook niet.

 

Normale mensen gaan dan met het nodige engelengeduld te werk, behoedzaam, met kennis van zaken.

Ik niet.

Ik word stante pede razend van kolere.

Sta te wrikken en te vloeken.

Plots een ingeving.

Ik ram met mijn hand keihard op de stekker.

 

Stekker gaat er nog altijd niet in. 

Hand doet pijn.

 

Ik heb nu een bloeduitstorting van jewelste op de muis van mijn rechterhand.

Ach, de wonderen der techniek.

 

Kinderbeveiligingen.

Nog zoiets.

Kan ik ook razend van worden.  Van die bussen met chemische brol die met een kinderbeveiliging zijn afgesloten.  Hermetisch.  Je moet tegelijkertijd de dop indrukken en draaien. 

Maar dan met overleg. En een mate van verstand dat ik niet bezit.

Ik druk te hard met als gevolg dat de hals van de bus indeukt.  Nadien lukt het absoluut niet meer om die kadulle bus open te krijgen zoals het hoort. 

Van pure armoede een zaag gebruikt. 

Lukt wel. 

Met het nodige gemors.  Adembenemend gemors.

Toch ook nog de kans gezien om in mijn vingers te zagen. 

Kinderbeveiliging, mijn oor.

 

Toen ik een klein kindje was, een loopwondertje in spe zeg maar,  dan werd er heel anders gedacht over kinderen en veiligheid. Eigenlijk niet gedacht, moet dat zijn.

En wij konden trouwens tegen een stootje.

White Spirit vonden wij lekker, vooral in combinatie met loodhoudende verfresten.

Wanneer bij ons thuis  de elektriciteit uitviel, dan werd er geroepen: "Mark, stop met aan de 'plombs' te likken", waarna enkele onvervalste krachttermen volgden.  En ik met rokende haardos kwam aangekropen.

Plombs, dat zijn trouwens zekeringen, voor zij die nog geen cursus zuidnederlands voor gevorderden hebben doorlopen.

 

*****

 

Zondag 20 september, hoofdstuk twee.

Mist.

Met de fiets richting bakker.  Scheve Katrien, onze hellende kerktoren, laat zich horen.  De beiaard klingelt, maar de toren blijft onzichtbaar, gehuld in een dik mistdeken. 

De mist valt. 

Wanneer ik met mijn ogen knipper, voel ik dat de mist op mijn wimpers is neergeslagen.

 

*****

 

Zondag 20 september, hoofdstuk drie.

De bakker.

Er staat me daar een rij mensen aan te schuiven!

En moest nu iedereen de beleefdheid hebben simpelweg één brood te kopen en het dan af te bollen, maar neen, ze moeten allemaal minstens een lang grof,  een prokorn, een Toscanebrood, een fruitvlaai voor 6 personen zonder crème fraîche, 4 croissants, een mokkabiscuit voor 6 personen, 6 sandwichen, 2 groffe pistolets, 4 kaiserbroodjes, twee broodjes met maanzaad, 4 koffiekoeken met chocolade en pudding, 2 ronde met rozijnen, en zo gaat dat maar door en door en door en door, terwijl het Afrikaanse continent ligt te verhongeren.

Ik moet me dan bedwingen om niet te gillen:

"Is da hier bekan gedaan met die onnozelheid?"

"Kijkt godver eens naar uw gat, is da nog niet dik genoeg misschien?"

Het gat in kwestie kan bronstige mannelijke nijlpaarden op verkeerde ideeën brengen, zeg maar.

 

Maar ik zwijg, want ik heb namelijk een opvoeding genoten.  Een gebrekkige, dat wel, maar toch.

 

En wanneer je denkt dat ze ten lange leste alles hebben, dan volgt meestal:

"En dan nog 250 gram jonge kaas, alstublieft."

 

Daar zakt mijn broek dus helemaal van af. 

Dat zijn van die ontaarde moeders die gedurende de week het verdommen om op een georganiseerde manier  boodschappen te doen, en daar zijn wij nu allemaal het slachtoffer van.

 

*****

Zondag 20 september, hoofdstuk vier.

 

Twijfel was deze week mijn deel. 

Na de puike Monumentenloop van zaterdag 12 september reageerde mijn rechterbil  misnoegd op de geleverde inspanningen.

Behoorlijk pijnlijk. 

Pas op dinsdag kunnen trainen.  Traag lopen, met een zeurende bil.  Donderdag lange duurloop, met alweer een zeurende bil.

Dit is balen. 

Je weet dat de lappenmand niet ver af is.

Zaterdag koppig een kilometer getest, plus een paar nijdige sprintjes van telkens een hondertal meter, om te controleren hoe de bil op dit soort belasting reageert.

Redelijk, was het verdict.

 

Zondag. 

De pijn is weg.

Maar hoe weg is weg.

Want wij lopers weten het allemaal. 

Mirakels bestaan niet. 

De eerste die broden kan vermenigvuldigen, mag het hier eens komen voordoen, dan moet ik tenminste niet meer eindeloos staan aanschuiven bij de bakker op zondag.

 

Zondag.

De vrienden van het Wezels Omslagpunt organiseren hun eerste Natuurloop.  Keuze uit 8 km of 10 Engelse Mijl.  Ik was zedelijk verplicht om hier mijn opwachting te maken.

Met toch wat schrik in het hart, vertrokken richting Wuustwezel.

De zon was inmiddels doorgebroken, de start van een mooie herfstdag.

 

Inschrijven, omkleden, opwarmen.

De opkomst is bedroevend.  Voor beide afstanden samen, hoogstens een vijftigtal deelnemers. Jammer, want de organisatie en locatie zijn perfect.

Start.

We schieten weg, over weiland en dreven.  De eerste kilometer is onverhard, geaccidenteerd parcours.  Een klein groepje deelnemers van de 8 km, en Bart M, de latere winnaar van de 10 Mijl, lopen meteen een kleine voorsprong bijeen.  Ik nestel me voorzichtig in een volgende groepje. 

Tussen kilometer 1 en 2 is het voornamelijk asfalt, tussen de weilanden.  Het is hier van belang positie te kiezen, want er is toch wat wind. 

Vanaf kilometer twee gooit de omloop alle troefkaarten op tafel.  We lopen door de 'konijnepijp', een stukje motorcrossparcours met twee springbergen, korte stijle bergjes in los zand.  Daarna slingeren we door het bos, waarbij bochtjes van 300° niet geschuwd worden.  In het bos nog een loodzware strook.  Kort draaien en vervolgens een nijdige helling op, en opnieuw naar beneden.  Dit doet pijn.

Dan links een onverharde dreef in, vervolgens links het asfalt op en zo naar de startzone.

We moeten 4 ronden afleggen, in totaal 6 km asfalt en 10 km zand, dreven en bosgrond.  Geaccidenteerd parcours, wat resulteerde in toch enkele valpartijen, zonder veel erg gelukkig.

Wat erger is, is dat ik vanaf kilometer 3 mijn bil voel opspelen. 

Alarm.

De mentale last is groot.  Je zit jezelf constant af te vragen of het erger wordt of niet.  Je vreest ook dat er iets definitief zal knappen.  Dit soort besognes kan je missen als kiespijn.  Je beseft ook dat je nu schade aan het oplopen bent.

Inmiddels loop ik op positie 4 op de tien mijl, zo wordt me gemeld.

Na twee ronden speel ik met het idee om op te geven.  Maar zo'n mooie positie opgeven, is niet gemakkelijk.  Ik besluit nog een ronde door te bijten.

De derde ronde wordt ik bijgehaald door een loper, ik loop nu vijfde.  Het tempo zit er nog altijd in.

En ook tijdens de laatste ronde komt er nog iemand over.

Zesde plaats dus algemeen, in mijn leeftijdscategorie ben ik tweede (veteranen). De tijd is bedroevend, 1u6min en een paar seconden.  De laatste kilometers heb ik het tempo serieus laten zakken, realisme voor de hamstring, maar ook omdat er geen achtervolgers meer dichtbij zaten.

Tweede veteraan.

En laat er nu een apart podium annex huldiging zijn voor de veteranen.  Met bijbehorende blonde podiummiss. 

Drie kussen.

Mijn hamstring doet al helemaal geen pijn meer.

Of toch wel.

 

Maandag.

Slecht geslapen deze nacht.  Een paar keer wakker geweest en bij het rondwoelen voelde ik al dat alarmfase 2 moest afgekondigd worden voor mijn bil.  Stappen is moeilijk, trap af gaat wel, trap op is pijnlijk. 

Mirakels bestaan niet.

Eens op gang, gaat het wel iets beter, maar ik heb toch maar de wijze beslissing genomen om mijn medicijnman, wonderdoktoor Tom B., op te vorderen.  Vanavond om 18 u zal mijn fraaie bilpartij door Tom worden bepoteld.  Nieuwe avonturen in het verschiet.  Nog net een zwembroek opgedoken, ja zo hoog zit de pijnlijke spot.

 

Maandag

Ik ben net terug van Tom B.

Ik denk dat hij dit weekend de film 'De SM-rechter' heeft gezien.

Miljaar.

Ik moest eerst bukken voor mijn vriend de fysiotherapeutische kinesist.  En ja hoor, de oorzaak van mijn probleem zat in een geblokkeerde rechterheup.  Die draaide niet mee, waardoor de hamstring van de rechterbil extra druk/spanning moest verwerken.

Ik heb u eerder al eens deelgenoot gemaakt hoe pijnlijk die manuele therapie is.  Nu wist ik wat me te wachten stond en kon ik heel stoer als een echte vent....

.....neen, dat is gelogen....

ik heb gejankt als een speenvarken dat levend werd gevild.  Alles bijeen gebruld.  Alle goden aangeroepen.  De wachtkamer liep op 20 seconden helemaal leeg.

 

Na de behandeling merk je meteen het verschil.  De spanning is een stuk minder. Volgens mijn medicijnman en parttime halfgod Tom mag ik dra de training hervatten.  De verdere wedstrijdplanning komt geeneens in het gedrang.  Volgend weekend is wedstrijdloos, maar in oktober staan er nog een drietal op de kalender, alvorens ik in een lange winterslaap van duurlopen ga.

 

Dinsdag 22 september.

Een geradbraakt, maar herboren man.  De pijn is quasi weg.  Nog ietwat gevoelige hamstring, dat wel, maar peanuts vergeleken met gisteren.

Ik vlieg mijn ladderke op, want de garage zit om een opruimbeurt verlegen.

 

De bel gaat.

Typisch.

Elk jaar, op het moment dat ik ga werken, gaat exact op dat moment de bel.

Jeezes.

Ladderke af.

 


*****

 

Er staat een verwaaid figuur voor de deur.

Hij vraagt me of ik geloof.

Ik zeg: "Ja, ik geloof.  Ik geloof namelijk ..... dat ik nu een kop koffie ga drinken.  Goesting in een koffieke?"

Alles is beter dan werken, me dunkt.

Ik vraag wie hij is en waar hij vandaan komt.

"Jezus, van Nazareth", antwoordt hij.

"Ach, Nazareth, dat ligt toch vlak bij Deinze", zeg ik, "ik heb daar ooit eens een platte band gereden."

Plots merk ik dat mijn rare gast een wonde in de handen heeft.

Ik zeg: "Wat ist, ook een gat proberen boren?"

Hij kijkt me raar aan.

"Ja, ik zeg altijd, beter een gat in uw hand, dan een hand in uw gat."

Hij kijkt me nog raarder aan.

Het is behoorlijk moeilijk de conversatie gaande te houden.

Ik vraag wat hij doet voor de kost.

"Mirakels", antwoordt hij.

Ja, zo zijn ze wel, de mirakelmakers.  Net wanneer mijn heupstand terug ok is, dan staan ze voor de deur.

"En wat voor mirakels?", vraag ik hem. 

Ik dacht het zal wel iets met een goedkoop abonnement voor een GSM te maken hebben, of zo.

"Over water lopen, en zo van die dingen", antwoordt hij.

Ik kijk naar zijn voeten.

"Dat zal niet makkelijk zijn, want ik zie dat er een paar gaten in uw voeten staan.  Gij kunt echt niet met een boor overweg, hé."

Commentaren

prachtig zoals jij het hebt getypt! Over die stopcontacten kan ik meepraten, niet over een boor maar wel over het strijkijzer en co, zelfs met simpele flessen heb ik soms problemen (nl. die lipjes die over de opening van flessen zitten enz.) Ik denk dat ook wij als volwassenen moeten beschermd worden tegen de veiligheid voor kinderen lol.

groetjes

ps: Je schrijft heel leuk!

Gepost door: maike | 22-09-09

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.