28-08-09

97

97

Ne grote met stoofvleessaus, ne curryworst spécial met tomatteketchup en een viandel. 

Het mag niet.

Geen voer voor de loper.

Pasta en rijst. 

Dat mag wel. 

Gekookte vis.

Smakeloze dingen dus.

Is het u trouwens al opgevallen dat alles wat écht lekker is, ergens slecht voor is?  Voor de lever, de lijn. 

Chocolade.  Niet goed. 

Koffie, dehydrateert.  Thee ook. 

Rood vlees, niet goed. 

Boters en sauzen.  Slecht. 

Cholesterol.

Alcohol. 

Allemaal slecht.

Trekken we ons allemaal geen barst van aan.

 

*****

 

Frieten eten we heel weinig.

Maar een paar keer per jaar rijden we een scheve schaats, frituurtechnisch gesproken dan.  We trekken fier en spoorslags naar de frituur, voelen ons gelukkig als een klein kind.

De geur van de frituur! 

Als je honger hebt als een beest, dan ruikt de frituur hemels.  Heb je pas copieus gegeten, dan ruikt het walgelijk. 

Raar is dat.

 

*****

 

Het is altijd monsterlijk druk in onze frituur.  Tijdens het lange wachten krijg ik uitgebreid de kans om de klanten te bestuderen. 

En hun tics.

Ooit stond een jongeman zijn frieten te eten, geleund op het beige houten plankje aan de zijkant van de frituur, een soort tafeltje voor rechtstaand frietmisbruik.

In een apart kartonnen bakje zat een loempia met warme curry.  Hij was gezellig dronken en zat met een plastic mes en vork driftig de weerbarstige loempia aan te snijden.  Gelukzalig bracht  hij een stuk loempia naar de mond, trok de plastic vork al kauwend terug uit de mond, om dan te constateren dat er één tandje van de vork ontbrak. 

Hij slikte moedig door.

Hij bleef met de moed der wanhoop met het te botte en meeverende plastic mes de loempia te lijf gaan.

Na verloop van tijd was de loempia op.  Hij neemt het bakje van de beige plank.  Ik zie hem vol ongeloof kijken naar het kartonnen serveerbakje van de loempia.  Wanneer hij het bakje op ooghoogte houdt, zie ik wat hij eerst zag.  De bodem van het bakje was verdwenen.

Mee opgegeten!

Vandaar dat het zo moeilijk snijden en weerbarstig kauwen was.

Absorbeert waarschijnlijk wel een pint of drie.

 

*****

 

Een andere keer staan we weer als sardines in de frituur opeengepakt onze beurt af te wachten.  Het duurt nog een half lichtjaar voor ik aan de beurt ben, en u kan er donder op zeggen dat in de wachtrij voor mij een moeder met dreinend kind staat.

Het kind ventileert luidop wat wij allemaal denken.

Namelijk:

GAAT DAT HIER GODVERDOMME NOG LANG DUREN?????  IK STERF VAN DE HONGER EN IK WIL MIJN FRIETEN NU !!!!!

 

Maar wij hebben inmiddels al lang genoeg op deze aardkloot doorgebracht om te weten dat niet alles exact loopt zoals je het wil.

Aan de okselvijvers te zien, had mama het erg lastig met het in bedwang houden van haar zoontje. 

Wij hadden het op onze beurt dan weer erg lastig met de pedagogisch overdreven verantwoorde manier waarop zij hem probeerde tot stilte aan te manen.

Ik bedoel maar, wij zijn opgevoed in een periode dat zulk gedrag werd bijgestuurd door middel van een dreun waarbij je tanden door je lip werden geramd. 

Hier niet.

Mama bleef moedig proberen de aandacht van het kind af te leiden met spelletjes, woordspelletjes, raadseltjes en dies meer. 

Wij werden er in elk geval collectief onnozel van. 

Ook wel omdat we het antwoord op de helft van haar vragen zélf ook niet  wisten.  Onze matig sucesvolle schoolse periode situeert zich dan ook in een vorig millenium.

WANNEER KOMEN DIE KLOTEFRIETEN ?  WIJ STAAN HIER AL KWEENI HOE LANG!!!

Rake observatie van zoonlief.

Mama vond echter dat het kind zich toch niet op die manier mocht uitdrukken.  Dat het niet mooi was om zo'n woorden te gebruiken.  En si en la.

Terwijl het kind, ons insziens, perfect onder woorden bracht wat wij allemaal dachten.  Ok, toegegeven, enigszins krachtig, dat wel.

Plots gooide mama een nieuw spelletje in de groep.  Ze vroeg het zoontje om tot honderd te tellen.  Tegen dan zouden de frieten wel klaar zijn.

Wij waren erg verheugd met deze evolutie.  Eindelijk een opdracht waar we ook een beperkte kans van slagen hadden.

Moedig begon het kind: "een, twee, drie".

Ik ga nu niet de volledige getallenreeks tikken.  Ik neem gemakshalve maar even aan dat u de volgorde kent.

Het zoontje kweet zich van de taak. 

Hij verloor dikwijls het ritme en soms bijna de draad van het boeiende verhaal.  Je hoorde het publiek de adem inhouden wanneer het weer eens stokte (ik dacht dat de overgang 49 naar 50 behoorlijk stresserend was voor ons allemaal).

En toen kwamen we in de regionen van de negentig. 

Het zweet parelde inmiddels al op mijn bovenlip. 

Zouden we het halen? 

Falen is geen optie.

Het kind stopte op 96.

OP 96.

De frieten waren al lang klaar en lagen, ingepakt en wel, wak te worden.

Ik kon de spanning niet meer houden en brulde keihard:

97 !!!

 

Alle gesprekken vielen stil.

We hebben de honderd niet gehaald.

 

 

 

________________________________________

Nawoord:

Jaja, het is al lang goed.

Ik weet het wel.

Een lichtjaar is geen eenheid van tijd, maar van afstand, meer bepaald:

De afstand die een foton zou afleggen in vrije ruimte, oneindig ver weg van elk zwaartekrachtsveld en magnetisch veld in één Juliaans jaar (365,25 dagen van elk 86.400 seconden). Omdat de lichtsnelheid in vacuüm per definitie exact gelijk is aan 299.792.458 m/s is een lichtjaar exact gelijk aan 9.460.730.472.580.800 m.

Nu goed?

Maar het bekte wel lekker.

 

 

25-08-09

Wimperkrultang

Wimperkrultang

 

Vrijdag 21 augustus.

Er cirkelt al geruime tijd een helikopter boven mijn thuisstad. 

Meestal wil dat zeggen dat er eentje op de loop is. 

Een gevangene. 

En dat de zoekactie vanuit de lucht wordt gecoördineerd.

Hoewel je tegenwoordig van niets meer zeker kunt zijn.  Een helikopter kan ook de vluchtwagen zijn van het uitbrekende geboefte.  U weet wel.

Waar is de tijd dat de obligate vijl per brood werd binnengesmokkeld?  Dat er toch nog een artisanale component was bij de uitbraak?

De Hubo-factor, zeg maar.

Romantisch doorvijlen van de tralies, waarna hagelwitte lakens aan mekaar geknoopt werden, eenzaam wapperend op weg naar de vrijheid. 

Of tunnels graven met een soeplepel. 

Een soeplepel die telkens ombuigt.

In het zweet des aanschijns. 

Met het geduld van Job. 

Gestreepte boevenplunje en ketting met ijzeren bol.

Daltons.

 

Neen, tegenwoordig moet minstens de mama met een vluchtwagen quasi toevallig klaar staan, of wordt er een hefschroefvliegtuig gekaapt. En de zucht naar vrijheid wordt in goede banen geleid per gsm.  Technologie is verworden tot gemakzucht.

 

*****

 

Vrijdag 21 augustus en ik zit in de wagen richting Lichtaart, waar de volgende uitdaging van het seizoen op me ligt te wachten. 

De Hollewegjogging.  We gaan er 15 kilometer lopen.  Start om 19u.

In Wortel staat een karretje langs de kant van de weg, dat de gereden snelheid weergeeft.  En daaraan een lachend of een huilend gezichtje koppelt, naargelang uw graad van zware voet. 

Ik rem fors af tot 47 km/uur. 

Ze glimlacht.

Weer iemand gelukkig gemaakt.

 

Naar Lichtaart.  Deze wedstrijd stond normaal niet ingeschreven op mijn planning, maar kreeg ik in de schoot geworpen na de welwillende medewerking van kind en gezin. 

Kris A., wiens suprematie ik al node mocht ondergaan in Booischot en Duffel, had aangekondigd deze wedstrijd te gaan lopen.  Vandaar dat ik spoorslags naar Lichtaart trek, om er met hem de degens te kunnen kruisen.

 

*****

 

Tijdens de opwarming voel je dat het, hoewel al veel koeler, toch nog plakkerig warm is.  Onmiddellijk breekt het zweet je uit. 

Klam zweet.

We staan met een 600-tal lopers aan de start.  Een gemengd publiek qua afstand.  De wedstrijd over 5 km en 10 km start samen met ons.  De kleur van de borstnummer verraadt welke afstand je aflegt.  Het is dus zaak goed rond te kijken wie welke kleur draagt.  En in te schatten wie je wel of niet moet volgen.

De vorige wedstrijden die ik tegen/met Kris liep, moest ik er halfweg telkens af.  Mijn plan voor Lichtaart had Zoetemelkiaanse trekken.  De eerste ronde wieltje  zuigen bij Kris en vooral mijn ongebreidelde aanvalsdrift trachten te beheersen, tweede ronde proberen volgen en zo lang mogelijk aanklampen.

Kris gaf te kennen de eerste ronde behoudend te gaan lopen.

Behoudend.

Onthou dat woord.

Start.  De meute schiet weg.  Vrij direct haaks rechts en al meteen vals plat bergop, daarna bergaf, dan opnieuw meer dan haaks rechts een zandweg op.  Ik loop, zoals gepland, vlak achter Kris.  In de bocht struikelt de loper voor Kris, ik spring opzij naar links, maar Kris struikelt over de vallende loper.  Sterker nog, in zijn poging om recht te blijven duwt Kris de rechtkrabbelende loper terug tegen de grond.

Uit balans, uit het ritme.

Kilometer drie is de eerste kilometeraanduiding die ik in alle hectiek opmerk.  We komen er door op 11 minuten.  We lopen dus tegen 16,3 km per uur, bergop en bergaf met variërende ondergrond. 

Dit is allesbehalve behoudend. 

Het straffe is dat ik me constant moet intomen om Kris niet voorbij te lopen.

Iets verder een nijdig klimmetje, zandweg in het bos. 

Het tempo gaat er compleet uit. 

Hartslag vliegt omhoog.

Grindweg omhoog, weinig kans op recuperatie, rechts een verkaveling in, terug het bos in en stijl naar beneden. Daarna weer klimmen, paar keer draaien en rechts naar de aankomstzone.

5 km in 19 minuten en 8 seconden. 

Snel. 

Heel snel.

Ronde twee.  Kris vraagt of alles ok is.  We lopen nu nog met ons tweeën en rapen stervende zielen van de 10 km en onbesuisden van de 15 km bij bosjes op.

Ik kan het niet meer over mijn hart krijgen om Kris met al het werk op te zadelen.  Ik  besluit niet langer een zweetdief te zijn en neem nu de kop geregeld over.  Hij vraagt om het tempo strak en gelijkmatig te houden en de lopers voor ons te viseren en te remonteren.

We werken goed samen en grijpen geregeld lopers bij de lurven.  Dat is niet evident, want de kerels voor ons zijn zeker geen postkaarten.

De klim in het bos neem ik, op kop van ons duo, voor mijn rekening.

Einde ronde 2, doortocht op km 10. 

Verbluffende chrono: 38m 40s. 

Barbaars snel.

 

Maar begin ronde drie moet ik een gaatje laten vallen.

Enkele meters maar. 

Dat is dodelijk.

En langzaam wordt het gaatje groter.

De derde ronde wordt een lastige overlevingstocht. 

Ik voel de verzuring opkomen en merk dat ik op de voorvoet begin te landen.  En uit mijn ooghoek merk ik dat een rood nummer op mij begint in te lopen. 

Dit mag ik niet laten gebeuren.

Dit wordt een gevecht op het scherp van de snee.

Voor het eerst in al die jaren kan ik de focus verleggen en me concentreren op de kwaliteit van afwikkeling.  Grotere paslengte, ritme hoog houden.

De loper achter me probeert met een ultieme inspanning aan te sluiten. 

Al moet ik dood vallen.

Ik weet dat hij diep in de reserves heeft moeten tasten om tot in mijn spoor te geraken. 

Nu komt de wraak. 

Ik versnel achter elke hoek en na een tweede versnelling merk ik dat de loper achter mij het opgeeft.  Hij heeft zich opgeblazen in de achtervolging.

Voor mij duiken druppelsgewijs lopers op die op het punt staan door mij gedubbeld te worden.  Dat werkt motiverend.

Laatste kilometer.  Ik hoor snelle voeten achter mij.  Tussen de gedubbelden door had ik niet gemerkt dat iemand fors aan het terug komen was. 

In de aankomstzone zijn er in totaal 4 haakse bochten, waarvan de laatste twee in de ultieme 50 meter.

Bocht 4 voor de finish heb ik slechts een paar meter  voorsprong op mijn achtervolger.  Maar ik weet dat ik met mijn kleine gestalte veel sneller door haakse bochten kan dan iemand die een kleine 20 cm groter is.  Zwaartepunt.

Ik versnel vlak voor bocht 3.

Hij moet er af. 

Godzijdank.

Bocht 2 volle snelheid er door.

Laatste bocht.

Geen probleem.

 

*****

 

Finish als 19de in 58 minuten en 42 seconden over 15 km.  15,33 km per uur.

Ijskoud water, lotje voor de tombola (een rugzak).

Ik ben erg diep geweest.  Kris is uiteindelijk 1m 15 seconden voor mij.  Ter vergelijking: vorige week in Duffel had hij over eenzelfde afstand 2m 32 seconden voorsprong bijeen gesprokkeld. 

Straffe kerel.

Alles doet pijn.

 

*****

 

Kent u een wimperkrultang?

Inderdaad. 

Een krultang voor wimpers.

Op weg naar huis vanuit Lichtaart.  Ik sta voor een rood licht.  Links van mij stopt een enorme terreinwagen, zich voorsorterend.  Mijnheer aan het stuur,  naast hem een Oosterse vrouw.  Ze zit haar wimpers te krullen met zo'n krultang.

Stel dat ze een aanrijding krijgen. 

Airbags knalllen open. 

Waar stopt de wimperkrultang? 

Halfweg haar hersenen, vermoedelijk.

 

*****

 

Zaterdagochtend. 

Ik ben nog moe.  De benen zijn compleet stuk.  Voorkant kuiten zijn erg pijnlijk.  Ik kraak in al mijn geledingen.

Zondag herstelloop van 1 uur 20 minuten, in gezelschap van oude rot Guido E.

Dinsdag duurloop.

Vrijdag wedstrijd over 10 mijl.  16km en 90 meter.  Waar wij te vuur en te zwaard strijdend zullen ondergaan.

Lopen tot alle systemen uitvallen.

Ik kan het u enkel van harte aanbevelen.

 

21-08-09

Kruiwagen

Kruiwagen

 

Ik ben lichtjes van mijn melk.

De dag begon nochtans perfect. 

Een lange trage duurloop afgewerkt, waarbij ik het gevoel kreeg dat ik het tempo tot in de eeuwigheid amen kon aanhouden.  Dan voel je de sappen vloeien, dan voel je dat  je leeft.

Ach, beste ingewijde, laat de onwetende maar in de waan. 

Wij weten wel beter.

Lopen is het nec plus ultra.

 

*****

 

Maar lichtjes van mijn melk dus.

Kind 2 heeft daarnet aangekondigd dat hij later burgemeester wil worden van onze thuisstad.

Kind 2 aast op de burgemeestersjerp.  Onze thuisstad wacht nog roerige politieke tijden. Want wat kind 2 wil, is wet.

En daarmee is het nu helaas officieel: de totale verloedering heeft finaal toegeslagen in onze familie. 

Nu moet ik toegeven dat er al wat zwarte schapen in de familie rondliepen, ikzelf om maar meteen het belangrijkste zwarte schaap te noemen, maar politiek begot, dat is wel een heel zware slag onder de gordel.

Ik weet het, de zoon van mijn zus heeft onze familie ook al in het verderf gestort door nota bene te gaan studeren voor advocaat. 

Een zware slag was dat. 

Met als specialisatie vennootschapsbelasting en successieplanning, of was het successieontduiking en vennootschapsoplichting, wie zal het zeggen?

Voor advocaat studeren...

Dat is ook uiterst rampzalig voor je reputatie.

Advocaat: de kans dat hij voor een jaar of dertig de bak gaat indraaien grenst  aan 100 % en is slechts een kwestie van tijd. 

En als hij nu volgens de familietraditie ook nog eens elk academiejaar feestelijk gebuisd zou zijn, dan zouden we er nog mee kunnen leven.  Maar neen, meneer rijgt de onderscheidingen aan mekaar alsof het niets is. 

Waarlijk geen enkele schande blijft onze familie bespaard!

 

Nochtans was zijn jeugd o zo veelbelovend gestart. 

Hij toonde ondernemingszin door met een plastieken kruiwagentje in de tuin in de weer te zijn. 

Dat vonden wij prima.

In de wetenschap dat men met een kruiwagen in België doorgaans ver komt.

Het enige bezwaar dat we in de marge konden aantekenen was dat hij met de blote hand hondendrollen verzamelde in die kruiwagen, maar soit, alle begin is moeilijk. 

Maar nu, advocaat, laat ons wel wezen, dat is op de ladder van criminaliteit slechts één sport onder politicus. 

We berusten in ons bittere lot. 

En mijmeren over vervlogen tijden.

 

*****

 

Waar is de tijd dat kind 2 nog klein en onschuldig was?

Dat zijn enige tijdverdrijf bestond uit het sjieken op een fopspeen, naar zijn grote voorbeeld Maggie Simpson.

De fopspeen uit de mond trekken van kind 2 was onmogelijk.  De vasthoudendheid van kind 2 deed denken aan de exploten van John Massis in zijn betere dagen.

Die fopspeen was quasi vergroeid met kind 2.  Straffe gast die de fopspeen van kind 2 kon bemachtigen zonder inzet van een grote friet met mayonaise.  Enkel daarvoor ging de fopspeen tijdelijk opzij.  Op eigen risico kon je  vervolgens proberen de fopspeen aan te raken.  Je riskeerde dan wel dat kind 2 een vork in je pols plantte.

In bepaalde streken van het oude continent moet een jongeman, als overgangsritueel en als bewijs van zijn mannelijkheid, met blote handen een wolf doden en naar het dorpsplein brengen. 

De wolven zijn inmiddels een beschermde diersoort. 

Moest men op zoek zijn naar een minstens even moeilijke opdracht:  die wolf doden is 'kat in bakkie' vergeleken met het ontfutselen van de fopspeen van kind 2.  Daarvoor deinzen mannen van het niveau van Freddy De Kerpel terug. 

Toch is het ons gelukt een einde te stellen aan de gehechtheid van kind 2 aan de fopspeen.  Niet zonder slag of stoot, dat spreekt vanzelf. 

Hoe hebben we dat gedaan?

Eerst hebben we overwogen een geweer met verdovend pijltje in te zetten, maar dat leek ons toch wat barbaars.  We hebben voor alle zekerheid het verdovingsgeweer toch maar in de hoek gezet, voor het geval dat.

Neen, we hebben een touw bevestigd aan de fopspeen van kind 2 en de andere kant bevestigd aan de trekhaak van onze vorige Peugeot.  Daarna een grote friet met mayonaise voor de neus van kind 2 gezet.  Kind 2 legt de fopspeen ter zijde, waarop ik per GSM mijn vrouw het volgende signaal doorgeef:

GO   GO   GO  !!!!!

Ze spuit weg met de Peugeot, waarbij ze de postbode omver knalt.  Kind 1 komt in de algehele verwarring met het verdovingsgeweer achterna en schiet per ongeluk de politieagent, die de straat verkeersvrij moest houden, voor de rest van de dag in slaap. 

We konden tevreden terugblikken op een perfecte operatie, dat wel. 

Enkele kleine tegenslagen niet te na gesproken en wat blikschade (collateral dammage heet zoiets, dacht ik), maar waar hebben we anders een rechtsbijstandsverzekering voor?

 

*****

 

Kind 2 heeft zijn eerste levensjaren lange tijd weinig gesproken. 

Naar die specifieke periode hebben wij nu erg veel heimwee, vooral nu kind 2 in diverse Europese talen meent te moeten spreken.

Hij was zwijgzaam en sprak enkel met de fopspeen in de mond.  Onverstaanbaar dus, vooral omdat de R een L werd en de S een SCHJ. 

Enkel mijn vrouw wist wat kind 2 bedoelde. 

En iedereen wist dat het goed was.

 

*****

 

Op een dag sterft de hond van mijn schoonouders.

Een drama.

Hoe zal ik het situeren.  Ik lag in de bovenste schuif bij mijn schoonouders.  Enkele schuiven hoger lag Pukkie, de hond.  Kwestie van situering.

Maar Pukkie was naar de eeuwige jachtvelden getrokken, om daar verder aan zijn ballen te kunnen likken, hoe zou u zelf zijn.

We gingen op bezoek bij mijn schoonouders en wisten dat vooral de Pépé erg had geleden onder de dood van Pukkie.

We hadden kind 1 in de wagen een keer of 64 op het hart gedrukt om vooral het onderwerp hond niet ter sprake te brengen, laat staan de dood ervan.

'Don't mention the dog', u begrijpt wat ik bedoel.

Met kind 2 hadden we geen rekening gehouden.  Hij sprak bijna nooit, sprak hoogstens met een fopspeen en onverstaanbaar (zie hoger: de R werd L, de S een SCHJ).

Aangekomen bij mijn schoonouders.

We stappen uit de wagen.  Een ongemakkelijke stilte valt.  Kind 1 kwijt zich perfect van zijn taak en zegt niets over Pukkie.

Kind 2 komt bij de Pépé staan, haalt de fopspeen uit zijn mond en zegt de enige twee woorden, waarin geen R of S voorkomen, namelijk:

PUKKIE DOOD ?

 

En dat wordt binnen enkele jaren onze burgervader.

 

 

 

 

18-08-09

Caramba

Caramba

 

Antilliaanse feesten in mijn thuisstad. 

Caraïbische muziek het ganse weekend door.  Exotische schonen met zenuwachtige tailles in het straatbeeld.  Een drukte van jewelste. Kleurrijk gewriemel.

Vrijdagavond voerde de wind flarden Sambadeuntjes tot op ons terras.

Zaterdagochtend worden we dan weer onthaald op motorengeronk.  Blijkt dat mijn thuisstad ook nog eens het decor is van een motorcrosswedstrijd.  Gans het weekend het zeurend geluid van jankende motoren op de achtergrond.

En dan mogen we ons nog gelukkig prijzen dat de Rimpelrocken en Marktrocken van deze wereld elders hun beslag krijgen.

 

En dan nu de hamvraag.  Welke onverlaat heeft het kind van de overburen een mondharmonica gegeven? 

WIE ? 

WIE ?

Ik wacht...

Een mondharmonica godbetert.   En het kind gaat als bezeten te keer op het instrument.  Men kan gewag maken van een doorgedreven enthousiasme en volharding waar een mens enkel jaloers kan op zijn.  Een getoet en gefwiep waarbij horen en zien vergaat.  Compositie in dissonanten.

Bericht aan de overburen: het kind heeft geen, ik herhaal, het kind heeft geen aanleg voor muziek, neen, er zit geen Toots Thielemans verscholen in het kind.  Nu niet, straks niet, nooit.  Het wordt eerder een motorcrosser, denken we.

 

*****

 

Zaterdag. 

Wedstrijd in Duffel.

Duffel.  De geboorteplaats van de 'Duffelcoat'.  Zo leerde me internet.  'Cinema plaza' in restauratie, u kent het misschien nog van de tv-reeks 'Monumentenstrijd'.

KWB wedstrijd over 15 km.

Duffelwaarts getrokken.

Werken op de E19, maar de impact daarvan was eerder beperkt.

In Duffel vonden ze dat er nog altijd een schepje bij kon qua omleiding.  En dat deden ze ook al met de zuiderse slag.  Eén enkele eenzame wegwijzer met daarop 'omleiding', daarna was het ieder voor zich.  Trekt uwe plan.

De temperatuur buiten bedroeg volgens mijn dashboard een frisse 30 graden.  De temperatuur in de wagen steeg inmiddels ook.  Want zodra ik afwijk van de route die mijn juffrouw van de GPS in haar koppige kopje heeft, breekt de hel los.

"Maak een U-turn, indien mogelijk", zegt ze ijskoud.

"Terug naar Rumst, ik dacht het niet, lompe doos", was mijn flegmatische antwoord. 

Een vrouw smalend tegenspreken, ik had beter moeten weten.

"Herberekenen, ...,  over 50 meter, linksaf slaan", meldt ze.

Daar aangekomen, zie ik dat deze weg ook afgesloten is.

"Lap, hier mag ik niet in.  Zijde gij blind of wa ? Stomme koe.  Kunde gij geen kaart lezen?"

Ik rij ijzerenheinig door, wild slalommend doorheen verkavelingen, waarbij de juffrouw van de GPS het noorden en haar geduld helemaal verliest.  Er komt rook uit de GPS.

"Herberekenen, herberekenen, herberekenen,..."

Elke oplossing komt te laat, want telkens ben ik alweer ergens afgedraaid.

"Hoe moeilijk kan dat zijn, achterlijk stuk technologie, om mij van punt A naar B te brengen", gil ik.

Ze geeft het op en trekt misnoegd de laffe trukendoos open:

"Herberekenen, wachten op minder miswijzing, zoek satellieten, 85 %"

Ik leg haar definitief het zwijgen op en viseer de kerk van Duffel.  Oude boerenwijsheid heeft me geleerd dat de kerk meestal centraal gelegen is, samen met de frituur en het volkse café.

Daar zie ik een man in loopuitrusting een sporttas uit de auto nemen.  De goden zijn me gunstig gezind.  Zomaar op de wilde boef ben ik op de juiste plaats aangekomen.   Eureka.

Ja, Eureka mijn gat.

De loper in kwestie had zijn GPS ook een doodschop verkocht en had mijn redenering gevolgd qua oriëntatie.  Wat navraag en overleg leerde ons dat we niet eens zo gek ver uit de buurt waren.  Hoogstens een dikke kilometer in de fout.

En wat is een kilometer voor het superieure ras, de loper ?  

Een peulschil.

 

*****

 

30 graden onder thermometerhut. 

Ernaast ook vrees ik.

Inschrijven en omkleden in een plaatselijke school.  Dan naar de startzone.  Daar staan de helden van de 5 Km uit te druppen en uit te hijgen.  Ze waarschuwen voor een kokende hel, waar niemand levend uit terug keert. 

Parcours: een lus.  Eerst rechts flauw naar beneden op een rode gravel weg.  Deze weg loopt in een soort afgeschermde natuurlijke kom: links de dijk van de Nete, rechts een bosrand.  Geen millimeter schaduw, geen zuchtje wind.  De temperatuur loopt hier nog een paar graden extra op.

Op het eind lichtjes bergop, dan links en weer links over de dijk naast de Nete richting start/aankomst.  Hier krijg je als extraatje de wind pal op de kop.  Hoera !

Een paar bekenden aan de start.  Er zijn 32 starters op de 15 km, 42 op de 10 km.

 

*****

 

Startschot.

Het aanvangstempo ligt bijzonder laag.  De eerste kilometer wordt op 4 minuten afgelegd.  We lopen in een gesloten groep van een man of 15.  De staart van deze komeet brokkelt af, in de vorm van mensen die het tempo niet aankunnen. 

Bizar trage eerste kilometer. 

Normaal schieten er enkele helden als windhonden weg, nu bleef het een compacte groep.  Ik weersta aan de verleiding om er van onder te muizen.  Gelukkig maar, want de tweede kilometer wordt fors sneller afgelegd: 3 minuten 40 seconden. De groep spat verder uiteen.

Ik koppel mijn wagonnetje aan bij Kris A.  We liepen ook samen in Booischot. 

Plots komt Stefan Van den Broek (AC Lierse, Belgisch Kampioen 10 000 meter alle categorieën) ons met blote bast voorbij gestormd.  Blijkbaar werd  er op hem gewacht.  Hij neemt niet deel, maar gaat naar de kop van de wedstrijd om te hazen.  Voor hem is dit hoogstens een veredelde training.

De dijk op.  Kris en ik remonteren een zekere Jelle.  Ver voor ons loopt een duo.  We lopen nu windop.  Ik spoor Kris en Jelle aan om rond te draaien en zo het gat te dichten op de 2 lopers voor ons.  Ik merk aan zijn ademhaling dat Jelle boven zijn limiet aan het lopen is.  Daardoor schuif ik telkens te snel weer naar de kop van ons groepje en investeer veel energie in de achtervolging.  Maar het loont wel.

Ronde 2.  We duiken op het rode gravelpad en de bakoven in.   Jelle moet lossen. Het duo voor ons valt uit mekaar.   Kris en ik halen één van hen bij, de rode loper,  heu, een loper met een rood shirt.

We lopen hem er ook af, maar ik voel dat de inspanningen beginnen te wegen.  De dijk op en ik moet Kris laten gaan.  Ik besluit even op adem te komen.  De rode loper en Jelle hebben de krachten windop gebundeld en naderen op mij.  Het feit dat ze succesvol inlopen zorgt er voor dat ze weer energie investeren om mij bij te kunnen halen. 

Laatste ronde.  Kris is weg.  Op het moment dat Jelle en de rode loper bij mij komen, begin ik weer te versnellen. 

Taktiek! 

Ze zullen cash betalen om mee te kunnen.  Jelle lost de rol opnieuw en nu definitief, maar de rode loper is taai en bijt zich vast in mijn zog.  Samen doorstaan we de rode hel en een groot stuk van de dijk.

De laatste honderden meters zijn er teveel aan.  De rode loper schuift tergend langzaam van me weg. 

Teveel met mijn krachten gewoekerd.

1 uur 3 minuten en 44 seconden over 15 km en 300 meter in helse omstandigheden.  Zware ondergrond, loden temperatuur, wind tegen.  Het was geen lachertje.

Een badhanddoek is mijn zuurverdiende prijs.  Geen prijs  gewonnen bij de ad random tombola.  Maar wel eeuwige roem in het Duffelse.

 

Kattewasje in een plastic teiltje water in een bloedheet klaslokaal. 

En één Ice Tea  later ga ik de auto opzoeken.  Wat kan een kilometer ver zijn te voet, zelfs voor het superieure ras, de loper. 

Ze was eerst nog wat nukkig, maar de juffrouw in mijn GPS heeft me toch weer naar de E19 geloodst, zodat ik fluks huiswaarts kon keren.

Het was een zware dag.  Toch wat randschade.  Een pijnlijke hiel links, lichte pijn buitenkant linkerknie, een blaar zowaar aan de dikke teen rechts.

 

*****

 

Gezocht:  een Chinese vrijwilliger die de mondharmonica van de kleine van hierover in beslag kan nemen. Dan zijn we er helemaal.

 

*****

 

De salsa en merengue weerklinken in de Blauwbossen, en de Mochito vloeit er rijkelijk. 

Maar het is goed zoals het is op ons terras. 

De zon verdrinkt in bloed en kleurt de kim,

terwijl Chet Baker op het gemoed speelt.

De nacht valt.

Stan Getz.

Misty.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

14-08-09

Yeti

Yeti

 

Koele ochtend.

Lange duurloop.

De lange duurloop is het summum van genieten. 

Laag toerental, lichtjes bezweet, mooi ritme, ademhaling onder controle.  Lopen wordt dan een bezwerende kadans, een roffelend ritme, een pure beleving. 

1 uur 20 minuten met een gemiddelde hartslag van 146, amper een dertigtal seconden boven limiet 155 geweest. 

Zweven.

Zalig.

Weinig dazerikken vandaag.  Paardenvliegen blijkt de correcte term te zijn.

Zolang ik loop, word ik nooit gestoken door een dazerik.  Enkel wanneer ik stilsta, pakken ze me te grazen.  Maar als je constant het gezoem en de frontale botsingen op het hoofd, in oorschelp of in je half geopende handen moet ondergaan, dan krijg je toch het gevoel dat je opgejaagd wild bent. 

Je kan nergens naartoe vluchten.

Vluchten kan niet meer, 'k zou niet weten waar naartoe.  Wie zong dit ook weer?

En automatisch begin je te versnellen. 

Maar vandaag was ik alleen in het bos.  Nauwelijks insecten.

Nu was het de complete vrede.

Alles was zen.

 

En ter afronding van deze sublieme loopbeleving, is vanmorgen eindelijk één van de laatste grote mysteries van de 21ste eeuw opgelost geraakt.  Dit mysterie hield de mensheid al een half jaar in de ban.  Grotere geesten hadden er zich vruchteloos over gebogen.

 

*****

 

U kent ze wel.

De grote mysteries van de mensheid.

 

De maya's, een bloeiende beschaving, kenden het wiel niet.

Hebben professoren zich jaren druk over gemaakt.  Ik niet.  Ik wist meteen hoe dat kwam.  Heeft u het landschap daar al eens bekeken? Je zou wel zot zijn, moest je tegen die bergen beginnen fietsen.  Neen, de maya's waren wel slimmer, zij gebruikten de téléferique.  Simpel, opgelost.

Loch Ness? 

Nessie, een monster?  Laat me niet lachen.  Dat was hoogstens een garnaal met een dieetprobleem.

Lady Di een complot? 

Bijlange niet.  Als je tegen 160 per uur tegen een betonnen brugpijler knalt, dan mag je blij zijn dat je in een bakbeest van een Mercedes zit.  Zo was er nog een minieme overlevingskans.  Ik heb trouwens horen zeggen dat het ongeval een gevolg was van het feit dat de chauffeur omkeek, nadat er iemand op de achterbank een enorme scheet had gelaten.  Van horen zeggen, hé, pas op.

Albert 1 en Marche-les-Dames? 

Grootnonkel Stan via moederskant was op 17 februari 1934 toevallig aan het klimmen in Marche-les-Dames.  Hij zag een ander touw hangen en heeft per vergissing dat touw ook losgemaakt, waarna er een merkwaardig gegil volgde.  De rest is geschiedenis.  Geen complot, neen, nonkel Stan.

De piramides van Egypte? 

Hoe konden ze zulke bouwwerken maken zonder kranen en takels?  Sukkelaars die dat niet weten.  Ze kapten een piramide uit in de grond.  Wanneer die klaar was, draaiden ze die simpelweg om.  Niks kraan, geen getakel.  Simple comme bonjour.

De Bermudadriehoek. 

Dat was origineel een vierkant.  Lees je ook niets meer over. 

Ufo's. 

Larie en apekool.  In de lucht geslingerde diepe borden in combinatie met een camera.

De verschrikkelijke sneeuwman, de Yeti. 

Een zielige poging van de toeristische dienst van de Himalaya om Lourdes als bedevaartsoord naar de kroon te steken.

En Freek de Jonge mag beweren wat hij wil, er is geen leven na de dood.

De rechtvaardige rechters? 

Staat bij onze pepe in het konijnekot.  Kom maar halen.

De moord op Kennedy? 

Nog zoiets.  Zitten ze jarenlang Lee Harvey Oswald zwart te maken.  Maar bekijk de beelden van de film van Zapruder eens opnieuw, en let nu vooral op Jackie Kennedy.  Ze zit te rommelen in het handschoenkastje van de auto, waarschijnlijk op zoek naar mascara of lippenstift, u weet hoe dat gaat. Plots stoot ze op een geladen pistool in het handschoenkastje, standaardprocedure in presidentiële wagens.  Ze rommelt nog wat verder en plots een luide knal.  Tja, het komt in de beste families voor.

 

*****

 

Maar één mysterie bleef halsstarrig overeind.  Het enige grote onopgeloste mysterie van de mensheid. Het mysterie der mysteries...

...namelijk: Waar is mijn pet?

WAAR IS MIJN PET ?

 

Ik neem u mee naar januari 2009.

Ik vertrek voor een lange duurloop.  Ik twijfel tussen een pet of geen pet ter verwarming van mijn schedel.  Mijn schedel, waar vroeger een wuivende helmbos stond en waar nu een kapsel, type coupe Kiwi, resideert.

De buitentemperatuur zit in de twijfelzone.

Na enkele kilometers merk ik dat het warmer is dan verwacht en besluit mijn pet te verstoppen, zodat ik ze op de terugweg kan recupereren.  Ik ben nogal gehecht aan die pet.  Grijs, met achteraan een bordeauxkleurig bandje.  Reclame vooraan van Stone & Style, een leverancier van betonklinkers.  Eenvoudig, stoer en efficiënt.

Ik maal mijn kilometers en verheug me op mijn weerzien met mijn pet.

Pet weg.

Pet verdwenen.

Janken. 

Een stuk van mij is verdwenen.  Mijn pet is weg.  Mijn compagnon op zovele duurlopen.  Mijn bloedbroeder in zovele oorlogen.  De pet met de zoutrand van het zweet. Samen trotseerden wij weer en wind.  En nu...

Verschwunden.

En ik had ze perfect verstopt.  Niemand kon die pet toevallig vinden, dat was uitgesloten.  Aan de achterkant van een betonnen paal, geklemd achter zo'n ijzeren spanband. 

Vele advertenties in plaatselijke krantjes leverden niets op.   Pet focus zelfs ingeschakeld.  Hielp geen bal. 

De wonde werd een litteken.  Ik berustte me in mijn petloos lot.

Langzaamaan begon het besef tot me door te dringen dat mijn pet wel eens door buitenaardse wezens zou kunnen meegenomen zijn.  Dat van die ufo's van daarnet neem ik bij deze terug. 

Ufo's bestaan wel. 

Ze hebben zelfs mijn pet gejat.  De deugnieten !

En geef toe.  Ze konden het slechter treffen.  Als ze dan toch DNA wensen van de menselijke soort, dan liefst toch van iemand met enig niveau. Iemand die het beste en het slechtste van de mensheid met stijl weet te combineren.

Een loper dus.

Ik dus.

Moi.

Straks gaan ze cloonen. 

Lijkt me wel wat.

 

*****

 

Vanmorgen de duurloop.  Alles was zoals beschreven in het begin van deze kroniek.  Ik kom voorbij de plaats waar ik ooit mijn pet verstopte.  Dat is nu voor mij toch een soort bedevaartsoord, waar ik even melancholisch stilsta bij de mysterieuze tenhemelopneming van mijn pet.

Iets verder staat een boerderij.

De boer is doende zijn houten balken te carbolinen (of iets anders milieubelastend).

Met mijn pet op.

MET MIJN PET OP!!!!

Ufo's bestaan niet.

Stomme aliens.

Weten belangrijke dingen niet op prijs te stellen.

 

*****

 

Het enige mysterie dat nu nog overeind blijft is: Waarom plaatsen de Rode Duivels zich nooit voor een belangrijk tornooi?

 

 

 

 

 

 

11-08-09

Coldplay

Coldplay

 

Ik zit al een ganse dag met hetzelfde liedje in mijn hoofd.  En ik geraak er niet van af. 

Iets van Coldplay. Yellow.

Ik weet het, het kan erger. 

Ooit heb ik een kleine week met 'Zo mooi, zo blond en zo alleen' van Jimmy Frey in mijn kop gezeten. Terreur.  Om zot van te worden.

En als er een liedje in mijn kop zit, dan barst ik te pas en te onpas uit in dat liedje. 

Mijn gezin heeft toen erg geleden onder Jimmy Frey.

Ik meen me te herinneren dat mijn vrouw dat liedje met behulp van de wok uit mijn hoofd heeft geklopt.  Een week in een donkere ruimte en het leed was weer geleden.

De wok, het blijft een onderschat hulpmiddel. 

In bepaalde studentikoze milieus wordt de wok dan weer aangewend als opvangreservoir in geval van braakneigingen, in combinatie met het feit dat het toilet al bezet wordt door een andere, spetterende lichaamsopening.  Indien u aan tafel zit, smakelijk eten.

 

*****

 

Coldplay en Yellow dus.

En dat is de schuld van een bevriend loper.  Hij heeft een blessure opgelopen.  Een hernia of iets van die aard in de rugzone, wat uitstraalt naar  zijn been.  Dat been werd daardoor gevoelloos. 

Foute boel.

Ik heb begrip voor iedere loper die een blessure oploopt. Dan komt de moeder Theresa in mij boven.

U mag altijd een schouder bij mij reserveren waar u op uit komt huilen.  Een matig uurtarief zal uw deel zijn.  U bent welkom om uw blessure te komen beschrijven in geur en kleur.  Ik zal u psychisch bijstand verlenen en op eenvoudig verzoek nuttige tips verstrekken voor bestrijding en voorkoming. 

Lopers voor lopers.

Ik kan oeverloos gezaag van elk niveau aan.  Stalen zenuwen.  Zenuwen gestaald door een week lang 'Zo mooi, zo blond en zo alleen', zeg maar.

Ik ontferm me over de geblesseerden.

 

MAAR DE BLESSURE MOET WEL EEN GEVOLG ZIJN VAN HET LOPEN!!!

 

U moet hier niet komen aanzeiken met een blessure als gevolg van, bijvoorbeeld, aanstellerij op latten (ski), aanstellerij met een bal (tennis, voetbal,...),...

Als u komt janken met een blessure omdat meneer op een barbecue zonodig moest beginnen badmintonnen nadat hij weer maar eens teveel  cava had gezopen, dan wordt u onthaald op hysterisch hoongelach. 

Eigen schuld, dikke bult.

Hoogmoed komt voor de val.

De laatsten zullen de eersten zijn.

Geen omelet zonder spaanders.

Berouw komt voor de porseleinkast.

Zo mooi, zo blond en zo alleen.

Heu.

 

U bent een loper en u dient zich te gedragen als loper.  

Verantwoordelijkheidszin!

Respect !

Inzicht !

 

Lopers eten en drinken verantwoord en ademen de juiste substanties in (een sporadische uitschuiver daar gelaten).

Om rugletsels te vermijden doen lopers aan niet-acrobatische seks (een iets minder sporadisch voorkomende uitschuiver daar gelaten).

 

*****

 

Coldplay dus en Yellow.

De bevriende loper, waarvan sprake, is een man met een gedegen opleiding en de diploma's om dat te staven.

Neem dat van mij aan. 

Ik ben tenslotte een man die prat kan gaan op diverse diploma's,  gaande van 50 meter vrije slag tot dactylo Frans en nog wat obscure opleidingen.  De meeste documenten zijn verloren gegaan in de grote brand van 1670 en diverse latere verhuissessies. 

We hebben de diploma's opnieuw aangevraagd om daarna, wanneer de duplicaten arriveren, typisch, ook nog eens alle originele diploma's terug te vinden.  Wij beschikken thuis dus over een stapel diploma's waar een middelgrote dwerg achter verdwijnt.  Toegegeven, de meest indrukwekkende diploma's zijn van mijn vrouw.

 

*****

 

Coldplay en Yellow dus.

Zullen we de bevriende loper een schuilnaam geven? 

Wat dacht u van Stef?

Stef ging naar Werchter om er Coldplay te zien.  Anticiperend op de drukte had hij de auto én fietsen bij.  Auto geparkeerd kilometers van de festivalweide, dan per fiets ter plaatse gegaan. 

Georganiseerd zijn is een voordeel.

Stef heeft de fietsen vastgemaakt aan een nadar  met een ketting en slot waarmee je een olifant met succes kan vastketenen.

 

Stef en gezelschap naar Coldplay. 

Een gesmaakt concert. 

Stef, die in zijn stoffige werkomgeving altijd een das en pak draagt, gaat in Werchter compleet door het lint op het concert van Coldplay.  De werkgever van Stef kan nauwelijks bevroeden dat er dit soort energie in Stef verborgen zit.  Zowaar een volbloed tijger in de tank.  Stef, the king of Pogo !

Headbangen en crowdsurfen dat het een lieve lust is. 

In die mate zelfs dat hij er in slaagt om zijn sleutels kwijt te spelen.  De sleutels van de auto én het fietsslot.

De dienst verloren voorwerpen wist van toeten noch blazen.

Een reservesleutel was niet bereikbaar in een straal van 150 km.

Wat nu gevogeld?

Stef beslist om naar de auto te lopen.  Op zijn zondagse schoentjes. 6-tal kilometer.

 

Ik wil begrip opbrengen voor de paniek, maar dit is onbegrijpelijk. 

De loper met gezond verstand zal nooit een loopinspanning leveren op onaangepast schoeisel.  De loper loopt op loopschoenen, bij voorkeur van het merk Brooks, Adrenaline GTS, serie 9 inmiddels.

Daar is Stef compleet de fout ingegaan.  Je mag niet lopen op zondagse schoentjes. 

De loper doet zoiets niet.

Stoemerik.

 

Stuur dan toch je vrouw naar de auto !

Dat zij zich een hernia loopt !

Daar heb je als loper erg weinig last van. 

Van de hernia van je vrouw, bedoel ik.

Logica, dacht ik zo.

 

Om een lang verhaal kort te maken: Europ Assistance heeft de auto opengebroken en gedepaneerd, de sleutels daagden later nog op, dus eind goed, al goed.  Maar de blessure zeurt nu toch al een maand aan.

 

*****

 

Bij mij zou de kous hiermee niet af zijn.

Koppen moesten rollen.

De heren van Coldplay zou ik, in overleg met mijn juridische adviseurs, tot op hun onderbroek uitkleden.  De royalties van de volgende drie platen zouden integraal op mijn rekening terecht komen, dat staat als een paal.

Tevens zou ik via mijn advocaten eisen dat Coldplay een versie van 'Zo mooi, zo blond en zo alleen' zou opnemen.  Dat zou ze leren een oerdegelijk mens aan te zetten tot baldadig gedrag waarbij autosleutels verloren gaan.

En als mijnheer de juge een loper is, dan zou uit zijn vonnis blijken dat het feit dat hier een loper getroffen werd, een verzwarende omstandigheid is.

Tien jaar de doos in.

Minstens.

 

 

 

 

 

 

06-08-09

Hoegaarden en paardenworsten

Hoegaarden en paardenworsten

 

Ik verwijs u graag naar het einde van de vorige bijdrage, waar Wim De Craene zong:

Dat we de jenever proefden bij die oude, gekke Gust
Al wisten we dat alcohol de pijn laait maar niet blust.

Dat klopt. 

Denk ik. 

Ik probeer deze loodzware week te reconstrueren. Zodanig dat u kan inschatten wat wij allemaal moeten doorstaan.

Mag ik hartpatiënten en zwangere vrouwen vragen zich te onthouden van dit verhaal wegens te schokkend. Mensen met een zwakke spijsvertering raad ik aan de motilium of immodium binnen handbereik te houden.

 

*****

 

Dinsdag 4 augustus was mijn vrouw jarig. 

Wij vieren dat altijd in beperkte familiale kring. 

Dat is ten minste altijd de bedoeling, maar op een of andere manier zit tegen valavond het ganse huis en terras vol met gasten, waarvan wij de helft niet eens (willen) kennen. 

Instuif.

Je moet als gastheer ook altijd uitkijken wie je naast wie laat plaatsnemen.

Zo vonden wij het raadzaam Caroline Gennez niet naast Frank Vandenbroucke te laten zitten, er was een soort kilte merkbaar tussen die twee, God weet waarom.  Ik kon het hem niet vragen, God bedoel ik dan, want Hij kon die avond niet komen.

En eerlijk gezegd probeerde ik Frank Vandenbroucke ook te mijden, de ganse avond over het onderwijs dikke bomen doorzagen, neen bedankt.

En wie hadden we nog: Freya. 

Die kon haar ogen niet van mijn benen houden.  Pas op, ik snap dat, ik heb kuiten waar vrouwen spontaan naar fluiten.  Soms kan ik zelf tot tranen toe bewogen zitten kijken naar mijn kuiten, zo onaards mooi gespierd.  

Loopkuiten, niets is mooier. 

Maar het was toch een beetje raar, op de verjaardag van mijn vrouw, dat Freya constant over mijn benen wou wrijven. 

Wie nog?

Leterme natuurlijk, en Kris Peeters en Bart De Wever. 

Bart is echt een gezellige mens.  Je moet wel een zakje chips extra inslaan, maar hij kan toch een gezelschap animeren, dat moet je hem nageven.  Heel de tijd ging het van: "Trek eens aan mijn vinger." 

U kent dat wel, vrees ik.

En kardinaal Danneels bleef maar aan De Wever zijn vinger trekken...  Danneels heeft toch een raar kantje: Duvel drinken als kardinaal kan tellen qua statement.

 

Tot vier keer toe hebben we Koen Wauters moeten vragen of hij asjeblief wou ophouden met zingen, uiteindelijk hebben we noodgedwongen gekozen voor de Asterix-oplossing, waarbij we Koen als Kakafonix hebben gekneveld en achter het tuinhuis hebben gezet.

En toen was Bart Peeters er nog niet.  En moest  Axl Peleman ook nog komen.

Sarkozy en Bruni, wreed schoon wijf.  Ze had iets doorschijnend aan. De foto's zijn helaas onderbelicht, maar als screensaver kan het nog net.

De Gucht konden we uiteraard niet naast Dedecker zetten, maar ik moet zeggen dat zelfs 25 meter afstand tussen de heren niet voldoende was. Dedecker kan ver gooien met borrelnootjes, niet normaal. Vooral omdat hij het ganse bakje tegelijk gooide, met bakje en al.

Het was een erg zwoele avond.  Dus het gezelschap ploegde zich vastberaden door de wijn- en biervoorraad.  Hectoliters...

En dan krijg je van die rare momenten. 

Barack Obama (wij mogen Backie zeggen), kwam in het laat ook nog langs. 

Dikke sjans dat die mens geen Vlaams verstaat.  Nadat De Gucht hem als Mobutu had begroet (Karel had zijn bril voor dichtbij in de auto laten liggen), had Dewinter ook nog wel een paar opmerkingen in petto die ik hier uit kiesheid liever onvermeld laat.

Als de wijn is in de man, dan was er nog iets met een kan, maar ik kan me nu even niet voor de geest halen wat.

Rond half twee 's nachts hebben we Koen Wauters dan toch maar een gitaar gegeven.  Toegegeven, dat was een foute inschatting.

Er brak een zangstonde uit. 

Een mij onbekende persoon, Joseph Alois Ratzinger, ging daarbij helemaal uit de bocht. Waar kwam die megafoon trouwens vandaan?

Van Tsjoelala en tralala. 

Ik begreep plotseling waar de uitdrukking 'bier na wijn geeft venijn' op sloeg.  Ratzinger (kent iemand die mens?), zingt zo vals als een kat, die levend gevild wordt.  En tot overmaat van ramp bleek hij ook nog een Duitser te zijn. 

Daar kon onze burgemeester dan weer niet mee lachen.

U weet het misschien niet, het heeft nochtans de pers gehaald.  De toren van de St-Catharina kerk in mijn thuisstad staat scheef.  Niet zo erg als die van Pisa, maar de toren begint toch zwaar te hellen.  De Duitsers hebben die toren gedynamiteerd op het einde van WO II. 

Iets wat onze burgemeester nog niet verteerd heeft. 

In de jaren vijftig werd de toren terug opgebouwd, maar de verankering en de gebruikte materialen deugden niet.

Wel ik moet zeggen dat onze zangstonde gezorgd heeft voor een resem nieuwe grote scheuren in de toren (dat wist Monumentenzorg deze ochtend toch aangetekend te melden). 

Kris Peeters lost dat wel op.

 

De buren hadden we niet uitgenodigd.  We hadden aan Maria gevraagd haar hoorapparaat af te zetten, zodat we politioneel optreden voor lawaai-overlast konden vermijden.  Ik heb vanmorgen wel een uur op haar deur staan rammen om haar aandacht te trekken en haar te kunnen melden dat haar hoorapparaat weer op mocht.

DAT HET HOORAPPARAAT WEER OP MAG!

DAT HET OP MAG !!

OP !!

JA !!!!  OP !!!!

 

Maar terug naar de nacht van 4 op 5 augustus.  Mijn vrouw haalde de taart boven.  Na een zangmoment volgen dan de obligate, afgezaagde mopjes. 

Bart De Wever krijgt een groot stuk taart met slagroom en vraagt aan Dedecker:

"Jean-Marie, ruik eens, ik denk dat die crème fraiche zuur is."

Dedecker trapt in de val en ruikt.  Op dat moment duwt De Wever het stuk taart tegen de neus van Jean-Marie Dedecker. 

Lachen!

En het onvermijdelijke gebeurde.  Twee seconden later vlogen de stukken taart heen en weer.  Taartoorlog!  Ratzinger gaf zich totaal.

En nu mag iedereen beweren dat Frank Vandenbroucke een serieuze mens is, maar dat viel lelijk tegen.

Nadat hij eerst een stuk taart in de decolleté van Caroline had gemikt, in basketbaltermen noemen ze het een dunk dacht ik,  heeft hij nadien het ganse  gezelschap afkoeling gegeven met de tuinslang. 

En diverse dames hadden een wit topje gekozen, u begrijpt waar ik naartoe wil. 

En Bruni en ondergoed blijft  klaarblijkelijk een moeilijke combinatie...

 

*****

 

De avond (maar vooral de alcohol) had inmiddels de meeste aanwezigen geveld.  Mijn vrouw en ik legden dekentjes over ingeslapenen.  Schattig als de kindjes slapen...

 

****

 

Maar toen werd het onvermijdelijk 5 augustus en hadden wij geen dure eed gezworen om met het ganse gezelschap van de vorige avond naar de Lokerse Feesten te gaan?  Een dronkemanseed?

Ja, dus.

Een milde kater van de festiviteiten werd te lijf gegaan met een lange duurloop.   Een keiharde, maar efficiënte remedie.   Lopers zijn keihard.

Zo zijn wij.  Ik toch.

Want hoewel alle aanwezigen op het feestje plechtig hadden beloofd mee te gaan lopen, was alleen Kris Peeters van de partij.  En we kunnen streng zijn als het moet, want zij die niet mee gingen lopen, mochten niet mee naar de Lokerse Feesten.

Kris Peeters zag er wat pips uit.  Hij had zijn loopschoenen verkeerd aan, de linkse schoen aan de rechtervoet en omgekeerd.

Bij het bukken ten einde zijn veters te kunnen knopen, is hij dan ook nog eens vol op zijn gezicht gevallen. 

Resultaat: een gebroken bril. 

En Kris Peeters ziet geen bal zonder bril.

Ik zweer het u, Kris is nog een keer of vier frontaal op een boom geknald tijdens de lange duurloop. 

Dat was ook weer lachen. 

Voor mij toch.

 

Anderhalf uur later.  Douche.  Het gezelschap, de ene al wat groener rond de neus dan de andere, druppelde langzaam binnen.  En nog een geluk dat we een badkamer of vijf hebben in mijn modeste stulp, zodat de dames ruim de tijd konden spenderen om te proberen redden wat niet meer te redden viel.

 

*****

 

Naar Lokeren.  De Lokerse feesten.

Daar stond A Brand, Starsailor en Ozark Henry op het programma.

Parkeren?

Is een makkie.  Op amper 5 kilometer van de festivalweide. 

Lawaai?

Bijna geen  lawaai te horen.  Vanaf 2 kilometer is het hoogstens 164 decibel.  Valt goed mee.  Is te vergelijken met een laagvliegende Boeing 747.

De troepen worden geschouwd: mijn vrouw en ik, mijn schoonzus en Eric, en de laatste der Mohikanen, Kris Peeters, brilloos. 

We sturen Kris Peeters achter drankbonnen en die komt me daar terug met een zak jetons.  Zonder zijn bril had hij een biljet van 500 euro verkeerdelijk aanzien voor eentje van 50 en daardoor had hij genoeg jetons voor een paar vaten drank en een halve zeecontainer paardenworsten.

Maar wij laten ons door zo'n kleine tegenslag niet van ons stuk brengen.  Wij niet.

Terwijl 'Four to the floor' van Starsailor over de hoofden raasde, begonnen wij moedig Hoegaarden te combineren met paardenworsten.  Een mengsel dat vooral de dag nadien explosief blijkt te zijn.

Ozark Henry begon aan zijn gesmaakte set. Sweet Instigator nog aan toe.

Waren we Kris Peeters weeral kwijt.  Je stuurt de mens achter drank en hij slaagt er telkens in te verdwalen.  En wij maar dorst lijden. Het onrecht is de wereld bijlange nog niet uit.

Even later zit Kris mee te doen met een spelletje dat JimTV zonodig tot vermaak van 't algemeen had opgesteld.  Het was een soort schapenrace, u kent dat wel van de kamelenrace op de kermis, waarbij u balletjes in gaten  moet mikken ten einde de kamelen voort te bewegen.  Nu moesten de deelnemers met suggestieve heupbewegingen aan de achterzijde van een schaap de schapen voortbewegen.

Kris Peeters is een sportman, dat is algemeen geweten.  Hij won dit spelletje met ruime voorsprong.  En won meteen ook een ferme hernia.  Dat ook nog.

De laatste keer dat we hem hebben gezien, was toen hij wanhopig op zoek naar het toilet was.  Hoegaarden en paardenworst blijft een explosieve combinatie.  Kris werd geveld door een draagkarton voor zes pils dat door een festivalganger frisbeegewijs het publiek in werd gekeild. 

Kwam behoorlijk hard aan, moesten we vaststellen.

Gelukkig had ik de drankjetons al geconfisceerd.

Verder herinneren we ons weinig van de nacht.

Maar het zal wel plezant geweest zijn.

Daar twijfel ik niet aan.

Toch moet ik vandaag proefondervindelijk vaststellen, alle immodium ten spijt, dat Hoegaarden en paardenworst een explosieve combinatie blijft.

 

________________________________

 

Nawoord: Elke gelijkenis met bestaande personen of persoonsnamen is een gevolg van onwaarschijnlijk toeval.

 

 

 

 

04-08-09

Blue Note

Dinsdag 4 augustus.

Daarnet telefoon gekregen van Barack Obama.

Hij vroeg naar mijn vrouw.  Bleek dat hij belde om haar een gelukkige verjaardag te wensen.  Barack, wij mogen Backie zeggen, kan de verjaardag van mijn vrouw goed onthouden, omdat ze allebei op dezelfde dag jarig zijn.  Ze zijn nota bene ook nog eens van hetzelfde geboortejaar. 1961.

 

*****

 

Zaterdag 1 augustus heb ik dan toch maar het lot getart en ben naar Booischot afgezakt, voor deelname aan een loopwedstrijd over 13km480m.  Deze wedstrijd maakt deel uit van het KWB-criterium.

Ik weet het, het getuigt van weinig intelligentie om, nauwelijks hersteld van een lichte verrekking, weer voluit te gaan in een wedstrijd, maar het was sterker dan mezelf.  Ik pleit schuldig, edelachtbare.  Over de ganse lijn.

Booischot ligt in de buurt van Heist-op-den-Berg.  Redelijk ver dus, en mijn GPS  had zin in een tochtje via secundaire wegen.  U kent het wel, de zones 30, 50 en 70 volgen elkaar op in de trein der traagheid.

Wat doet iedereen met de auto op de openbare weg? 

In de weg rijden, me dunkt.  Je kan nergens meer doorrijden.

Ik heb ook een probleem met voorliggers.  Ik kan absoluut niet verdragen dat er iemand voor me rijdt.  En al helemaal niet als die chauffeur ook nog eens reglementair wil rijden. 

Gruwelijk irritant vind ik dat. 

Iemand die 70 rijdt in zone 70, die moet ik voorbij steken. 

MOET IK VOORBIJ. 

Eens voorbij, dan rijd ik ook direct weer reglementair 70.  Laat me vervolgens niet opjagen door achterliggers, neen...

 

*****

 

Plaats van afspraak, de heilige voetbaltempel van KVC Booischot, het Real Madrid van 4de provinciale.

Een loden zon is ook weer van de partij.  Blijkbaar krijgen alle wedstrijden boven de 10 km dit jaar hun beslag onder subtropische omstandigheden.

Toch weer bekenden aan de start. 

Peter F. uit Niel, die dit jaar al twee keer mijn hielen mocht zien, een delegatie uit Rijkevorsel en enkele moedigen uit Gooreind.  In de startzone polst de nummer 3 van vorig jaar omstaanders rond vooropgezette tempo's.  Hij beweert minder goed te zijn dan vorig jaar (toen hij gemiddeld 16km/uur liep).  Nu is hij tevreden met 15 km/uur. 

Hij wordt mijn mikpunt, alleen weet hij dat nog niet. 

Dat zou extreem lastig worden, alleen wist ik dat toen nog niet.

 

Start om 15u40.  We worden verzocht naar de startlijn te gaan. 

Iedereen is nog volop aan het lullen, ik sta zelfs met mijn rug naar de start, wanneer plots het startschot weerklinkt. 

Hilariteit alom, maar de start is een feit, we zijn weg. 

Meteen afscheiding: een drietal gaat er vandoor als een komeet, podium ligt al meteen vast  (als er geen accidenten gebeuren).  Ik nestel me in het zog van Kris A., de nummer 3 van vorig jaar, op de hielen gezeten door Peter en de rest van het deelnemersveld.

Maar zoals altijd overschat ik me.  Ik merk dat het drietal vooraan uiteen valt.  Stiekem hoop ik dat minimum één van de twee voor mij een klap zal krijgen.  Ik trek het tempo op, en loop alleen op de vierde plaats. 

Ik kom iets dichter, maar merk ook dat op het lange stuk de wind frontaal  op de neus zit.  Hier moeten we vier keer de wind trotseren.  Omkijken en ik zie dat Kris A. niet ver zit.  Ik besluit te temporiseren en samen te gaan werken met hem.  Wie weet valt er nog iets van de kar.

Het is heet.

En het parcours is van een ongekende saaiheid.  Rond het voetbalveld, stukje door de dorpskern, lang recht stuk, lus door de verkaveling en terug. 

En dat 4 keer. 

Spons en drank aan start/finish en in de verkaveling en nog een spons-post op het lange rechte stuk, waar je 2 keer passeert per ronde.  Ik neem telkens een spons in de nek mee tot de volgende post.

Ronde 3 en de wedstrijd ligt in een definitieve plooi. 

Eenzame leider, groot gat,  positie 2 en 3 vlak bij elkaar, groot gat, positie 4 en  5 (ik) bij elkaar.  Wij liggen op onze beurt een volledige ronde rond het voetbalveld voor op nummer 6, een oranje hemd.  Dat loopt hij niet meer dicht.

Drankpost halweg ronde 3 en ik moet een gaatje laten.  Drinken en lopen tegelijk, het blijft me moeilijk vallen. 

Eind ronde 3 verzwik ik lichtjes mijn rechtervoet.  Op het vlakke beton trouwens.  Geen idee hoe het mogelijk is. Ritme gebroken, eventjes toch en Kris A. pakt nog wat extra meters voorsprong.

Ronde 4 gecontroleerd gelopen.  Oranje hemd komt niet dichter.

Finish als vijfde in 54 min en 40 sec.  Dat is 4 min en 3 sec per kilometer.  Gezien de warmte is dat niet al te slecht.

Vlak achter me, tot mijn verbazing, niet oranje hemd, maar de eerste vrouw.  Er valt geen greintje vermoeidheid af te lezen van haar gezicht.  De top 5 is kletsnat van het verkoeling zoeken met bekers water en sponzen, zij is kurkdroog.  Sterk!

Een handdoek als presentje, altijd nuttig.

 

Kleedkamer.  Tot mijn verbazing tref ik daar de sponsman aan.  Bleek dat hij deelgenomen had aan een voorafgaande wedstrijd (kortere afstand).  Hij had gemerkt dat twee verkoelingsposten te weinig was en had vrijwillig een sponzenstand op een strategische plaats bemand.  Respect voor deze barmhartige Samaritaan.

 

*****

 

De kleedkamer bestaat uit twee segmenten, verbonden door het doucheblok.  Het andere segment van de kleedkamer wordt bevolkt door de voetballers van KVC Booischot.  Zij spelen op 1 augustus om 18 u een oefenmatch tegen de Netezonen.

Aan de trainer heeft het in elk geval niet gelegen.  Peptalk, tactische voorbeschouwingen, afgewisseld met donderpreken.  Geen enkele psychologische marteltechniek werd geschuwd.  Spelen op het sentiment, dreigen met verbanning naar Siberië, dreigen met levenslang Willy Sommers op  de Ipod, straftraining,  koud water in de douche, Guantanamo.   Ik kon enkele sterspelers van de kern van Booischot recht in de ogen kijken.  De mix van ongeloof, verveling en ingehouden slappe lach was onweerstaanbaar.

Maar de trainer had nog een laatste troefkaart in de mouw: hij dreigde ermee dat, indien de heren voetballers de wedstrijd niet zouden winnen, ze als straf een duurloop van 15 km moesten lopen. 

Nu werd er hoog spel gespeeld.

De gezichten werden grauw, er werden schietgebedjes gepreveld, sommigen barsten uit in snikken, de ruwste verdedigers (type houthakker met specialiteit breken kuitbenen via een vliegende schaar) vielen flauw. 

Als de KBVB ooit een nieuwe selectieheer zoekt voor de Rode Duivels, zoek niet verder, de trainer van KVC Booischot is de man voor de job.

KVC Booischot verloor met 4-5.

 

*****

De avond valt. 

Op een slome manier.

Op ons terras.

Ik zit mijn dag te beschouwen.

 

Kaarslicht fonkelt in witte wijn.

 

Op de achtergrond Miles Davis, Cantaloupe Island. 

Blue Note label.

 

Daarna de soundtrack van Farinelli,

il castrato.

 

De avond wordt nacht, wanneer Wim De Craene zingt:

Weet je nog die nacht, Rozane, dat we samen op de stoep
Dat we lachten omdat huilen zoveel meer pijn doet dan geroep
Dat we de jenever proefden bij die oude, gekke Gust
Al wisten we dat alcohol de pijn laait maar niet blust.