28-08-09

97

97

Ne grote met stoofvleessaus, ne curryworst spécial met tomatteketchup en een viandel. 

Het mag niet.

Geen voer voor de loper.

Pasta en rijst. 

Dat mag wel. 

Gekookte vis.

Smakeloze dingen dus.

Is het u trouwens al opgevallen dat alles wat écht lekker is, ergens slecht voor is?  Voor de lever, de lijn. 

Chocolade.  Niet goed. 

Koffie, dehydrateert.  Thee ook. 

Rood vlees, niet goed. 

Boters en sauzen.  Slecht. 

Cholesterol.

Alcohol. 

Allemaal slecht.

Trekken we ons allemaal geen barst van aan.

 

*****

 

Frieten eten we heel weinig.

Maar een paar keer per jaar rijden we een scheve schaats, frituurtechnisch gesproken dan.  We trekken fier en spoorslags naar de frituur, voelen ons gelukkig als een klein kind.

De geur van de frituur! 

Als je honger hebt als een beest, dan ruikt de frituur hemels.  Heb je pas copieus gegeten, dan ruikt het walgelijk. 

Raar is dat.

 

*****

 

Het is altijd monsterlijk druk in onze frituur.  Tijdens het lange wachten krijg ik uitgebreid de kans om de klanten te bestuderen. 

En hun tics.

Ooit stond een jongeman zijn frieten te eten, geleund op het beige houten plankje aan de zijkant van de frituur, een soort tafeltje voor rechtstaand frietmisbruik.

In een apart kartonnen bakje zat een loempia met warme curry.  Hij was gezellig dronken en zat met een plastic mes en vork driftig de weerbarstige loempia aan te snijden.  Gelukzalig bracht  hij een stuk loempia naar de mond, trok de plastic vork al kauwend terug uit de mond, om dan te constateren dat er één tandje van de vork ontbrak. 

Hij slikte moedig door.

Hij bleef met de moed der wanhoop met het te botte en meeverende plastic mes de loempia te lijf gaan.

Na verloop van tijd was de loempia op.  Hij neemt het bakje van de beige plank.  Ik zie hem vol ongeloof kijken naar het kartonnen serveerbakje van de loempia.  Wanneer hij het bakje op ooghoogte houdt, zie ik wat hij eerst zag.  De bodem van het bakje was verdwenen.

Mee opgegeten!

Vandaar dat het zo moeilijk snijden en weerbarstig kauwen was.

Absorbeert waarschijnlijk wel een pint of drie.

 

*****

 

Een andere keer staan we weer als sardines in de frituur opeengepakt onze beurt af te wachten.  Het duurt nog een half lichtjaar voor ik aan de beurt ben, en u kan er donder op zeggen dat in de wachtrij voor mij een moeder met dreinend kind staat.

Het kind ventileert luidop wat wij allemaal denken.

Namelijk:

GAAT DAT HIER GODVERDOMME NOG LANG DUREN?????  IK STERF VAN DE HONGER EN IK WIL MIJN FRIETEN NU !!!!!

 

Maar wij hebben inmiddels al lang genoeg op deze aardkloot doorgebracht om te weten dat niet alles exact loopt zoals je het wil.

Aan de okselvijvers te zien, had mama het erg lastig met het in bedwang houden van haar zoontje. 

Wij hadden het op onze beurt dan weer erg lastig met de pedagogisch overdreven verantwoorde manier waarop zij hem probeerde tot stilte aan te manen.

Ik bedoel maar, wij zijn opgevoed in een periode dat zulk gedrag werd bijgestuurd door middel van een dreun waarbij je tanden door je lip werden geramd. 

Hier niet.

Mama bleef moedig proberen de aandacht van het kind af te leiden met spelletjes, woordspelletjes, raadseltjes en dies meer. 

Wij werden er in elk geval collectief onnozel van. 

Ook wel omdat we het antwoord op de helft van haar vragen zélf ook niet  wisten.  Onze matig sucesvolle schoolse periode situeert zich dan ook in een vorig millenium.

WANNEER KOMEN DIE KLOTEFRIETEN ?  WIJ STAAN HIER AL KWEENI HOE LANG!!!

Rake observatie van zoonlief.

Mama vond echter dat het kind zich toch niet op die manier mocht uitdrukken.  Dat het niet mooi was om zo'n woorden te gebruiken.  En si en la.

Terwijl het kind, ons insziens, perfect onder woorden bracht wat wij allemaal dachten.  Ok, toegegeven, enigszins krachtig, dat wel.

Plots gooide mama een nieuw spelletje in de groep.  Ze vroeg het zoontje om tot honderd te tellen.  Tegen dan zouden de frieten wel klaar zijn.

Wij waren erg verheugd met deze evolutie.  Eindelijk een opdracht waar we ook een beperkte kans van slagen hadden.

Moedig begon het kind: "een, twee, drie".

Ik ga nu niet de volledige getallenreeks tikken.  Ik neem gemakshalve maar even aan dat u de volgorde kent.

Het zoontje kweet zich van de taak. 

Hij verloor dikwijls het ritme en soms bijna de draad van het boeiende verhaal.  Je hoorde het publiek de adem inhouden wanneer het weer eens stokte (ik dacht dat de overgang 49 naar 50 behoorlijk stresserend was voor ons allemaal).

En toen kwamen we in de regionen van de negentig. 

Het zweet parelde inmiddels al op mijn bovenlip. 

Zouden we het halen? 

Falen is geen optie.

Het kind stopte op 96.

OP 96.

De frieten waren al lang klaar en lagen, ingepakt en wel, wak te worden.

Ik kon de spanning niet meer houden en brulde keihard:

97 !!!

 

Alle gesprekken vielen stil.

We hebben de honderd niet gehaald.

 

 

 

________________________________________

Nawoord:

Jaja, het is al lang goed.

Ik weet het wel.

Een lichtjaar is geen eenheid van tijd, maar van afstand, meer bepaald:

De afstand die een foton zou afleggen in vrije ruimte, oneindig ver weg van elk zwaartekrachtsveld en magnetisch veld in één Juliaans jaar (365,25 dagen van elk 86.400 seconden). Omdat de lichtsnelheid in vacuüm per definitie exact gelijk is aan 299.792.458 m/s is een lichtjaar exact gelijk aan 9.460.730.472.580.800 m.

Nu goed?

Maar het bekte wel lekker.

 

 

De commentaren zijn gesloten.