25-08-09

Wimperkrultang

Wimperkrultang

 

Vrijdag 21 augustus.

Er cirkelt al geruime tijd een helikopter boven mijn thuisstad. 

Meestal wil dat zeggen dat er eentje op de loop is. 

Een gevangene. 

En dat de zoekactie vanuit de lucht wordt gecoördineerd.

Hoewel je tegenwoordig van niets meer zeker kunt zijn.  Een helikopter kan ook de vluchtwagen zijn van het uitbrekende geboefte.  U weet wel.

Waar is de tijd dat de obligate vijl per brood werd binnengesmokkeld?  Dat er toch nog een artisanale component was bij de uitbraak?

De Hubo-factor, zeg maar.

Romantisch doorvijlen van de tralies, waarna hagelwitte lakens aan mekaar geknoopt werden, eenzaam wapperend op weg naar de vrijheid. 

Of tunnels graven met een soeplepel. 

Een soeplepel die telkens ombuigt.

In het zweet des aanschijns. 

Met het geduld van Job. 

Gestreepte boevenplunje en ketting met ijzeren bol.

Daltons.

 

Neen, tegenwoordig moet minstens de mama met een vluchtwagen quasi toevallig klaar staan, of wordt er een hefschroefvliegtuig gekaapt. En de zucht naar vrijheid wordt in goede banen geleid per gsm.  Technologie is verworden tot gemakzucht.

 

*****

 

Vrijdag 21 augustus en ik zit in de wagen richting Lichtaart, waar de volgende uitdaging van het seizoen op me ligt te wachten. 

De Hollewegjogging.  We gaan er 15 kilometer lopen.  Start om 19u.

In Wortel staat een karretje langs de kant van de weg, dat de gereden snelheid weergeeft.  En daaraan een lachend of een huilend gezichtje koppelt, naargelang uw graad van zware voet. 

Ik rem fors af tot 47 km/uur. 

Ze glimlacht.

Weer iemand gelukkig gemaakt.

 

Naar Lichtaart.  Deze wedstrijd stond normaal niet ingeschreven op mijn planning, maar kreeg ik in de schoot geworpen na de welwillende medewerking van kind en gezin. 

Kris A., wiens suprematie ik al node mocht ondergaan in Booischot en Duffel, had aangekondigd deze wedstrijd te gaan lopen.  Vandaar dat ik spoorslags naar Lichtaart trek, om er met hem de degens te kunnen kruisen.

 

*****

 

Tijdens de opwarming voel je dat het, hoewel al veel koeler, toch nog plakkerig warm is.  Onmiddellijk breekt het zweet je uit. 

Klam zweet.

We staan met een 600-tal lopers aan de start.  Een gemengd publiek qua afstand.  De wedstrijd over 5 km en 10 km start samen met ons.  De kleur van de borstnummer verraadt welke afstand je aflegt.  Het is dus zaak goed rond te kijken wie welke kleur draagt.  En in te schatten wie je wel of niet moet volgen.

De vorige wedstrijden die ik tegen/met Kris liep, moest ik er halfweg telkens af.  Mijn plan voor Lichtaart had Zoetemelkiaanse trekken.  De eerste ronde wieltje  zuigen bij Kris en vooral mijn ongebreidelde aanvalsdrift trachten te beheersen, tweede ronde proberen volgen en zo lang mogelijk aanklampen.

Kris gaf te kennen de eerste ronde behoudend te gaan lopen.

Behoudend.

Onthou dat woord.

Start.  De meute schiet weg.  Vrij direct haaks rechts en al meteen vals plat bergop, daarna bergaf, dan opnieuw meer dan haaks rechts een zandweg op.  Ik loop, zoals gepland, vlak achter Kris.  In de bocht struikelt de loper voor Kris, ik spring opzij naar links, maar Kris struikelt over de vallende loper.  Sterker nog, in zijn poging om recht te blijven duwt Kris de rechtkrabbelende loper terug tegen de grond.

Uit balans, uit het ritme.

Kilometer drie is de eerste kilometeraanduiding die ik in alle hectiek opmerk.  We komen er door op 11 minuten.  We lopen dus tegen 16,3 km per uur, bergop en bergaf met variërende ondergrond. 

Dit is allesbehalve behoudend. 

Het straffe is dat ik me constant moet intomen om Kris niet voorbij te lopen.

Iets verder een nijdig klimmetje, zandweg in het bos. 

Het tempo gaat er compleet uit. 

Hartslag vliegt omhoog.

Grindweg omhoog, weinig kans op recuperatie, rechts een verkaveling in, terug het bos in en stijl naar beneden. Daarna weer klimmen, paar keer draaien en rechts naar de aankomstzone.

5 km in 19 minuten en 8 seconden. 

Snel. 

Heel snel.

Ronde twee.  Kris vraagt of alles ok is.  We lopen nu nog met ons tweeën en rapen stervende zielen van de 10 km en onbesuisden van de 15 km bij bosjes op.

Ik kan het niet meer over mijn hart krijgen om Kris met al het werk op te zadelen.  Ik  besluit niet langer een zweetdief te zijn en neem nu de kop geregeld over.  Hij vraagt om het tempo strak en gelijkmatig te houden en de lopers voor ons te viseren en te remonteren.

We werken goed samen en grijpen geregeld lopers bij de lurven.  Dat is niet evident, want de kerels voor ons zijn zeker geen postkaarten.

De klim in het bos neem ik, op kop van ons duo, voor mijn rekening.

Einde ronde 2, doortocht op km 10. 

Verbluffende chrono: 38m 40s. 

Barbaars snel.

 

Maar begin ronde drie moet ik een gaatje laten vallen.

Enkele meters maar. 

Dat is dodelijk.

En langzaam wordt het gaatje groter.

De derde ronde wordt een lastige overlevingstocht. 

Ik voel de verzuring opkomen en merk dat ik op de voorvoet begin te landen.  En uit mijn ooghoek merk ik dat een rood nummer op mij begint in te lopen. 

Dit mag ik niet laten gebeuren.

Dit wordt een gevecht op het scherp van de snee.

Voor het eerst in al die jaren kan ik de focus verleggen en me concentreren op de kwaliteit van afwikkeling.  Grotere paslengte, ritme hoog houden.

De loper achter me probeert met een ultieme inspanning aan te sluiten. 

Al moet ik dood vallen.

Ik weet dat hij diep in de reserves heeft moeten tasten om tot in mijn spoor te geraken. 

Nu komt de wraak. 

Ik versnel achter elke hoek en na een tweede versnelling merk ik dat de loper achter mij het opgeeft.  Hij heeft zich opgeblazen in de achtervolging.

Voor mij duiken druppelsgewijs lopers op die op het punt staan door mij gedubbeld te worden.  Dat werkt motiverend.

Laatste kilometer.  Ik hoor snelle voeten achter mij.  Tussen de gedubbelden door had ik niet gemerkt dat iemand fors aan het terug komen was. 

In de aankomstzone zijn er in totaal 4 haakse bochten, waarvan de laatste twee in de ultieme 50 meter.

Bocht 4 voor de finish heb ik slechts een paar meter  voorsprong op mijn achtervolger.  Maar ik weet dat ik met mijn kleine gestalte veel sneller door haakse bochten kan dan iemand die een kleine 20 cm groter is.  Zwaartepunt.

Ik versnel vlak voor bocht 3.

Hij moet er af. 

Godzijdank.

Bocht 2 volle snelheid er door.

Laatste bocht.

Geen probleem.

 

*****

 

Finish als 19de in 58 minuten en 42 seconden over 15 km.  15,33 km per uur.

Ijskoud water, lotje voor de tombola (een rugzak).

Ik ben erg diep geweest.  Kris is uiteindelijk 1m 15 seconden voor mij.  Ter vergelijking: vorige week in Duffel had hij over eenzelfde afstand 2m 32 seconden voorsprong bijeen gesprokkeld. 

Straffe kerel.

Alles doet pijn.

 

*****

 

Kent u een wimperkrultang?

Inderdaad. 

Een krultang voor wimpers.

Op weg naar huis vanuit Lichtaart.  Ik sta voor een rood licht.  Links van mij stopt een enorme terreinwagen, zich voorsorterend.  Mijnheer aan het stuur,  naast hem een Oosterse vrouw.  Ze zit haar wimpers te krullen met zo'n krultang.

Stel dat ze een aanrijding krijgen. 

Airbags knalllen open. 

Waar stopt de wimperkrultang? 

Halfweg haar hersenen, vermoedelijk.

 

*****

 

Zaterdagochtend. 

Ik ben nog moe.  De benen zijn compleet stuk.  Voorkant kuiten zijn erg pijnlijk.  Ik kraak in al mijn geledingen.

Zondag herstelloop van 1 uur 20 minuten, in gezelschap van oude rot Guido E.

Dinsdag duurloop.

Vrijdag wedstrijd over 10 mijl.  16km en 90 meter.  Waar wij te vuur en te zwaard strijdend zullen ondergaan.

Lopen tot alle systemen uitvallen.

Ik kan het u enkel van harte aanbevelen.

 

De commentaren zijn gesloten.