31-07-09

God save the Queen

God save the Queen

 

Dinsdag kom ik met de fiets thuis.

Behandeling kinesist, weet u nog?

Hoor ik me daar een patat van een knal.

Een doffe knal.

Ik schrok me kapot en viel bijna van de fiets.

Een knal, gevolgd door een gele flits, een soort gele schicht.  Een voorwerp vliegt met een rotgang de tuin uit en breekt naar schatting door de geluidsmuur. 

Mach 2, denk ik.

Op ooghoogte.

WOW!

 

Ik dacht: voilà, het is zover, de aliens zijn geland.  In mijne hof, nota bene!

Zucht.

Dat kon ik nu echt niet gebruiken.

Ik heb al een contractuur op mijn rechterkuit, nu nog vervelende aliens in den hof.

En straks staat de VTM hier.

En ik weet nu al wat mijn vrouw dan gaat zeggen, namelijk dat ze niets fatsoenlijks heeft voor aan te doen, net nu ze op televisie gaat komen.

Pfffffffffffffff.

 

Kind 2 kwam, gewapend met een tennisraket, uit de tuin gestapt.

"Pa, heb jij een tennisballetje voorbij zien komen?"

Kind 2 met een tennisraket.

Kind 2 met iets, wat met sport te maken heeft, in de hand?!?!?

Een koortsthermometer, snel!

Temperatuur ok.

 

Hier moet iets achter zitten.

Wat heeft hij afgebroken?

Totale crash internet?

Muis de geest gegeven?

Hebben alle spelers op World of Warcraft eindelijk ingezien dat er tegen Kind 2, onze kleine despoot, geen kruid gewassen is?

 

Maar dan komt de (waardeloze) opvoeder in mij boven.  Volgens Kind 2 moet dat zijn: de zagevent.

"Stel dat ik die bal in mijn oog had gekregen, wat dan, Kind 2?" begin ik.

"Seg pa, je hebt 2 ogen, gebruik dan efkes dat andere oog", was de repliek van Kind 2.

 

Kind 2 was tegen de muur aan het tennissen, waar zich maar liefst 4 breekbare ramen en 2 airco-componenten bevonden, die dan ook zonet aan zware schade ontsnapt waren.

In gedachten overliep ik de uitzonderingsclausules van mijn familiale verzekeringspolis.

Ik durf er wat op te verwedden dat Kind 2 een uitzondering is in de polis.

 

En wat te denken van randschade?

Stel dat één van de ongeleide gele projectielen van Kind 2 de spoiler van een of andere protserige wagen van de plaatselijke Johnny afknalt?

God, bespaar ons vooral dat.

 

*****

 

Kind 2 naar binnen gestuurd, waar hij verongelijkt een appel prepareert voor consumptie.

Dat resulteert in een keuken die aan herschilderen toe is.

Een mes, de schillen, het gevierendeelde klokhuis, het blijft allemaal liggen.

Fruitvliegen en Kind 2, één front.

Opvoeder komt in me boven.

 

*****

 

Maar waar is Kind 2?

 

Kind 2 opsporen doorheen het huis is niet moeilijk.  Dat is, als u niet doof bent, ten minste.

U volgt het spoor van opengebleven deuren, zinloos brandende lampen (kyoto?) en gaat vervolgens naar de plaats waar het meeste lawaai is.

 

Dat lawaai varieert van de soundtrack van het ondergang van de beschaving (computergeluiden), over ofwel iets van Clouseau ('Afscheid van een vriend' - heeft die Koen nog wel vrienden?), tot tijdens schoolperiodes: 'I don't like Mondays' van The Boomtown Rats. 

 

We hebben met Kind 2 qua muziek ook een moeilijke fascistisch/militaristische periode gekend.  Er schalden toen constant nationale hymnen door het huis op geluidsniveau drilboor.  Het Russische volkslied ken ik van voor naar achter, Deutschland über alles, ook dat, God Save the Queen, roept u maar.

 

Ik gooi de deur open van de computerkamer, zeg maar het hol van de leeuw.

Kind 2 resideert in een laboratorium van gesofisticeerde computers, waarbij het communicatiecentrum van de NASA klein bier is.  Ik hoop dat Iran niet meeleest, maar ik denk dat Kind 2 over de nodige software beschikt om een complete nucleaire oorlog te ontketenen.

Kind 2 zit er, omringd door zijn dampende technologie, een bijdrage te leveren aan deze multimedia-tijden.  Hij combineert het afspelen van crap op You-tube, met online oorlogszuchtige spelletjes spelen en chatten met al even bleekgroene leeftijdsgenoten (getuige de webcam). 

 

Geef me vijf minuten zijn gecombineerde takenpakket, en ik word razend.

Je kan me afvoeren in een dwangbuis.

Moest Kind 2 dit soort inzet betonen voor schoolse taken, dan doceerde hij nu al een jaar of 12 als buitengewoon hoogleraar aan de KUL. 

 

Kind 2 aanspreken wanneer hij doende is met zijn technologie is geen sinecure.  Dat doe je enkel op eigen risico (zo staat te lezen onder punt 12 van onze familiale verzekeringspolis).

 

Ik spreek Kind 2 voorzichtig aan.

Kind 2 blaast als een kat.

 

Ik maak me onverrichterzake uit de voeten.

 

*****

 

U zou eens moeten weten hoe moeilijk het voor mij is om deze blog te schrijven.

De downloadlimiet van Belgacom is ten huize van Kind 2 meestal na luttele uren opgesoupeerd.  Waarna internet zo verschrikkelijk traag wordt, dat de dames op wufte websites hun ding eerder schokkerig doen.  Zo is er geen bal meer aan.

Skynet blogs is de helft van de tijd offline.

De andere helft van de tijd moet ik uitzichtloze gevechten leveren met Kind 2 om een computer te kunnen bemachtigen.  Kind 2 heeft een monopolie op de computer boven en beneden waakt mijn vrouw over onze (excuus, haar) computer als een leeuwin over haar pasgeboren welp.

 

Mijn vrouw heeft namelijk een nieuw doel gevonden in haar leven (nadat ze ontmoedigd gestopt is mij op te voeden).

Ze wil de ganse wereld geld aftroggelen via eBay.

Lukt nog ook.

 

Ik herlees bovenstaande zinnen en moet mij onmiddellijk corrigeren.

Mijn vrouw heeft twee doelen gevonden in haar leven.

Het eerste kent u al, het tweede doel is dat ze begonnen is met de opvoeding van Frank Deboosere.

Ze heeft namelijk de website www.buienradar.nl ontdekt en houdt nu uiterst secuur het weer bij en vergelijkt dat met wat Deboosere allemaal uitkraamt.  Ze doet dat dermate grondig, met een apothekersweegschaaltje als het ware.  Ik voorspel u, met een grotere accuraatheid dan Frank Deboosere, dat Frank glorieus het onderspit zal moeten delven in de vergelijkende test met mijn vrouw.

 

*****

 

Waar was ik?

 

Dinsdag kom ik met de fiets thuis.

Behandeling kinesist, weet u nog?

 

Wouter heeft de verrekking in mijn kuit eens goed de levieten gelezen.

Met de traditionele machientjes.  Die piep zeggen.

 

Maar ook met de nieuwe machine.  Een knoert van een machine.  Met buizen en slangen.  Lijkt weggelopen uit Aliens.

Met opzetstukjes. 

Een soort stofzuiger.  

Iets dat zuigt en trilt tegelijk (kan u wel uw vunzige gedachten voor uzelf houden, alstublieft?).

Deze machine wordt ook gebruikt om cellulitis te lijf te gaan.

Je moet daarvoor een soort kous aantrekken over de kuit, en dan probeert hij je met huid en haar in dat machien te zuigen.

Pijnlijk.  En raar tegelijk.

Een paar behandelingen geleden (u weet dat ik ongeveer altijd geblesseerd ben), heeft Wouter mij een keer zo'n behandeling gegeven, maar dan zonder de beschermende kous.

Het leek alsof ik levend gevild werd.

 

En tenslotte heeft hij mijn kuit goed los gemasseerd.

Pijnlijk.

Dezelfde avond was de pijn harder dan daarvoor, maar dat is niet abnormaal, weet ik uit ervaring.

 

Deze ochtend voelde ik al veel beterschap, maar ik denk niet dat ik morgen ga deelnemen aan de wedstrijd.

Ik twijfel zelfs of ik morgen een trainingsloop zal afhaspelen.

Mogelijk wacht ik hiermee zelfs tot maandag.

 

De drang om te lopen is wel bijna niet meer te harden, maar de angst voor herval in de oude blessure, mogelijk zelfs in zwaardere vorm, haalt nog altijd de bovenhand.

Voorlopig toch.

Erg voorlopig.

Zou ik morgen?

 

28-07-09

Air Zimbabwe

Air Zimbabwe

 

Nondemiljaardegodvernondedju, ik kan wel brullen, want het is weer van dat.

Blessure.

Rechterkuit.

Contractuur, verrekte verrekking.

Vorige week dinsdag wedstrijd gelopen, woensdag lange duurloop, zaterdag ook, en maandag voelen we op het einde van de duurloop een doffe pijn binnenkant rechterkuit.

Eerst negeer je dat nog.  Is er niet !

Dan word je opstandig.  Kan  toch niet !

En dan de aanvaarding zeker.  Het is van dat !

Ik ben dus geïrriteerd.  Op elke vraag die mijn omgeving me stelt, is het antwoord steevast NEEN.  En dat antwoord komt al halfweg de vraag.  NEEN, dus.

Ik heb een probleem? 

Iedereen heeft een probleem!

Geen probleem.

 

En ik weet het, het is maar een gewone verrekking.  Een paar dagen rust, wat uitmasseren en zaterdag lopen we weer.  Maar toch, het is falen. En falen, beste vrienden is geen optie.  Toch niet bij het lopen, voor de rest faal ik met alle plezier voor zowat alles.  Dat is in het verleden al meermaals gebleken.

Mijn rechterkuit heeft niet dezelfde drive als het baasje. 

Vreemd stuk been.

En het is een 4-tal centimeter die me aan de kant houdt. 

Wraakroepend.

Ja, ik besef het, ik ben hier een enorme zaag aan het spannen, maar zoals gezegd; iedereen mag meegenieten. 

En ik ga nog harder zagen.

Vannacht wakker geworden rond half vier.  Het eerste wat ik doe is naar mijn kuit grijpen, om te controleren of de contractuur niet op een of andere mirakuleuze manier genezen was.

Niks Lourdes dus.

Miljaar. 

En het gekke is dat ik me prompt ook geen loper meer voel.  Er valt een training weg uit het schema (ten minste, ik hoop dat het bij één training blijft), en de twijfel steekt alweer de kop op.  Kan ik het nog wel?  Wat verlies ik?

Fraai kantje van de sport.  Neen, meneer, het is geen verslaving.  Neen.  Op elke vraag.  NEEN.

 

*****

 

Vroeger was ik nog iets moedwilliger.

Had ik een lichte blessure, dan kon ik dat HELEMAAL niet verdragen en ging ik, geblesseerd als ik was, toch lopen.  En nog een stuk harder dan normaal.  Puur om het helemaal om zeep te krijgen. 

Verrekking ? 

OK, gaan we het zo spelen...

Lopen tot het een scheurtje werd.  Voilà, dat zal mijn lichaam leren zich tegen het baasje te verzetten.

Konden we pas écht misnoegd in de zetel zitten bokken.

 

Nadien toch moeten inzien dat dit niet écht de juiste manier was.  Lichaam trok zich niks aan van de strafexpedities die het baasje oplegde. 

 

De laatste jaren hebben we met succes zowat elke pees vanaf de bovenbenen tot de toppen van de tenen al wel eens in overbelasting gejaagd; ik kan u verzekeren dat een mens daar nederig van wordt.

 

En nu heb ik me nolens volens neergelegd bij het verdict.

Ik ben verslagen.

GSM en wonderman Tom B., medicijnman pur sang, opbellen.

De telefoon wordt opgenomen door een mij onbekende stem.  Een stem als een lentebries, een fris klaterend riviertje.  Fraai allemaal, maar het is niet de bas van Tom B.

Tom B. is met vakantie. 

OP VERLOF!

Nu is mijn humeur helemaal om zeep.

 

Jaja, het zal wel, een kinesist heeft ook recht op vakantie. 

Maar waarom nu? 

Is daar een goede reden voor? 

Er zijn toch periodes genoeg te vinden dat ik niet geblesseerd ben (hoewel).  Kan hij dan niet gaan?

En nog wel tijdens het hoogseizoen op verlof gaan.  Dat is pokkeduur.  Het kan weer niet op, zeker?  Crisis, mijn gat.

Dju, ik ben net vergeten te vragen, waar Tom B. op vakantie is.  Stel dat hij op camping Keienven in Gooreind staat, dan kan hij toch even naar huis komen om het loopwonder te komen helpen met de broodnodige revalidatie.

Ik zou dat voor hem doen, echt waar.

Een beetje overleg zou ook al niet kwaad kunnen. 

Dat hij mij eerst belt en zegt:

"Mark, ik ga van dan tot dan op vakantie, wees voorzichtig."

En vooral dat hij er dan aan toevoegt:

"Maar als er iets is, bel maar, dan kom ik onmiddellijk teruggevlogen van die luizige vakantie op Cyprus (of waar hij ook maar uithangt) om u ter hulp te snellen, mijn beste loopwonder Mark."

Maar neen, dat is weer teveel gevraagd.

Ik hoop echt dat het keihard regent waar hij nu op vakantie zit.  Dat hij het nutteloze van die onderneming nu eens eindelijk gaat beseffen.  Dat hij nu eindelijk gaat inzien dat kinesist van het loopwonder niet zomaar een akkefietje is, maar eerder een grootse missie, zijn enige doel in het leven.  Een mens moet uiteindelijk toch het onderscheid kunnen maken tussen wat écht telt en de triviale dingen, zoals vakantie voor kinesisten.

Vakantie voor kinesisten, zwaar overschat vind ik dat. 

Weet u hoeveel mensen er ziek worden op vakantie?  Dat is zo gevaarlijk.  Voor je het weet heb je een salmonella en een spuitende turista.  Of een hernia van dat slechte bed. 

Ik mag er niet aan denken dat mijn kinesist ziek zou worden tijdens mijn blessure.  Tussen twee blessures in mag hij doen wat hij wil, dan kan het me eerlijk gezegd geen bal schelen. 

Maar nu? 

Serieus blijven, hé. 

Een kat een kat noemen, hé.

Ha ja!

HIJ ZAL TOCH NIET MET EEN VLIEGTUIG WEG ZIJN? 

Met een Tupolev van Air Zimbabwe, of zo.  God sta ons bij.  Mijn kuit doet ineens een stuk harder pijn.  Fantoompijn.

 

*****

 

Toch nog maar eens terug gebeld.

Een vertrouwde stem deze keer.  Wouter.  De rechterhand van Tom B. Figuurlijk dan.  De echte rechterhand van Tom B. hangt aan zijn rechterarm.

En vermits Tom B. onterecht op vakantie is gegaan (zonder mijn schriftelijke toestemming overigens), muiterij als het ware, verzuipt Wouter in het werk.

Dat begrijp ik.  Een beetje.

Maar daar kan ik geen rekening mee houden. Het leven kent zo al genoeg beproevingen.  Iedereen moet roeien met de riemen die men heeft, vrouwen en kinderen eerst.  Redde wie zich redde kan.

Ik moet en zal geholpen worden. 

Vandaag.

Nu.

Ik heb een afspraak om 20u45.

Daar kan ik nog net mee leven.

Zaterdag loop ik normaal gesproken een wedstrijd. 

Een kleine 14 km. 

Met of zonder rechterkuit.

En het antwoord is trouwens NEEN.

 

 

 

 

 

 

22-07-09

Tricolore

Maandag hadden we een avondje cultuur op het programma. 

In Brussel.

Brussel, de hoofdstad van dit land waar de tektonische platen van Wallonië en Vlaanderen frontaal botsen, geniet vooral internationaal enige faam omwille van het feit dat de stad het fraaie decor is van de enige loopwedstrijd die er écht toe doet: de 20 Km door Brussel. 

Daarnaast is Brussel ook nog het wazige toneel voor enig politiek gekrakeel, een pissend standbeeldje, een paar grote ijzeren bollen en wat cultureel gerommel in de marge.  Naar dat laatste mochten wij maandag 20 juli gaan kijken.

Op uitnodiging van een bank. 

Zij hebben namelijk het rare idee opgevat dat ik over geld zou beschikken.  Dat is dus niet zo, maar ik laat ze in de waan, zo komen we nog eens ergens. 

 

***** 

 

Zo zat ik maandag dus in de Muntschouwburg in Brussel, voor de opvoering van.....

......een secondje, ik zoek even het foldertje....

......hier zie, La Muette de Portici.

Nu van cultuur kennen we de ballen, dus vreesden we dat het een oeverloos saaie avond zou worden. 

Dat was ook zo.

Voor de opvoering begon, hadden we al een Vip-arrangement in een sterrenrestaurant achter de kiezen. 

Met alles er op en er aan. 

Niet te zuinig met de Champagne, wit, rood, en cognac toe. 

Er was ook eten bij.

Dat eten sprak een behoorlijk mondje Frans, zo leerde me de menukaart. 

En ik zou de chef willen suggereren de geserveerde beestjes de volgende keer eerst te laten uitgroeien tot volwassenheid, want nu was het eerder karig wat er op het bord lag. 

Het kan ook zijn dat die beestjes niet groter worden, dat kan ook. 

Wat het was, weet ik niet, maar ik ben er zeker van dat ik dat beestje, wanneer ik het levend en wel in mijn tuin tegenkom, onmiddellijk plattrap. 

Beikes.

Een soort schelpdier, iets dat kon kruipen, misschien wel zwemmen.

En weinig...

Als loper ben ik gewend belachelijke hoeveelheden pasta te eten, nu was het miserabel weinig.  Het kan ook optisch bedrog geweest zijn, want de 'talloren' waren fenomenaal groot. 

Van de 17 gangen heb ik niets kunnen herkennen. 

Sommige dingen zagen eruit alsof ze al eens opgegeten waren geweest.  Een dag of zes geleden.

En nergens mayonaise te bespeuren.

Eén gang had wel iets herkenbaars in de marge; er lag een kwart ei op de rand van het bord.  En toen heb ik me in het selecte gezelschap onsterfelijk populair gemaakt door iedereen er attent op te maken dat een ei in feite de menstruatie van een kip is. 

Er bleven behoorlijk veel eieren op het bord liggen.

Het dessert.

Je verwacht een dame blanche.  7 bollen en warme chocoladesaus.

Wat kregen we? 

Een aantal kleurige lijnen op een bord getrokken. 

Schoon patroon, dat wel.

Ik bleef wachten.  Ik dacht namelijk dat ze zo meteen de crème glace zouden brengen die bij die sausen hoorde.

Bleek dat de sausen het dessert waren.  Mousse van dit en dat.

 

Omwille van de gulheid van de bank werd er niet op een glas gekeken.  Alsof de bankencrisis nog moest uitgevonden worden.

Het stroomde met beken, zowaar.  In mijn glorieuze dagen als student kon ik zulke hoeveelheden met de glimlach aan, nu moest ik af en toe toch één oog dichtknijpen om te kunnen bepalen waar exact mijn glas zich bevond.

En Vips, overal waar je keek zag je gezichten die je kent, maar niet thuis kunt brengen.  Het bleek een meute politici te zijn.

Van politiek ken ik ook al geen bal.

 

 *****

 

La Muette de Portici.

In de Muntschouwburg.

Raad eens naast wie ik zat?

Mijn vrouw, ja dat klopt.

AAN DE ANDERE KANT!, bedoel ik.

Je raadt het nooit.

Bart De Wever.

Ja, Bart De Wever, die van de slimste mens.  En van de NVA.

Nu, over La Muette de Portici, de stomme van Portici, kunnen we kort zijn.  De dame in kwestie is doofstom, dat schiet niet echt op in een gezongen stuk.  En van dat koeterfrans, jongens toch, daar versta ik ook al niks van.

Wat ken ik in het Frans ?

'Je t'aime...moi non plus' van Serge Gainsbourg.  En pizza quattro staggioni.  En dat laatste zou wel eens iets Italiaans kunnen zijn, wordt hier over mijn schouder gesuggereerd.

Goed mogelijk.

Die dingen kwamen in elk geval niet voor in La Muette.

Een mens zou er zowaar 'opstandig' van worden.

Ergens tussen het 54ste en 55ste bedrijf, waarbij een aantal Fransosen breed gesticulerend ambras aan het maken waren (of ze waren gewoon aan het lullen; wie ziet het verschil), zag ik kans om even buiten te glippen.

En wat staat er recht tegenover de Muntschouwburg?

Een frituur. 

Frituur La Bruxelloise, chez Paulette.

Ik had wel trek in een boulette.

En wie staat daar een frietje te steken?

Bart De Wever.

Frietje, frietje, zeg maar friet.  Voor die portie frieten had men toch een half hectare patatten moeten rooien, dachten wij zo.  Een gezinscontainer friet, als het ware.  Met een verzameling sausen die aan een paarse coalitie deed denken. 

En daarbij nog een stuk of 15 stukken vlees, gaande van een bereklauw, sitostick, curryworst (spéciale), loempia met warme curry, cervela (koud), bitterballen met mosterd, vleeskroket, viandell, taco, bamischijf, een satéke met extra kruiden, een potje mosselen in het zuur, om enkel de voornaamste maar te noemen.

"Hier zie, daar zie, De Wever begot", zei ik. 

"Klein hongerke, of wa?" 

Ik dacht dat een Vlaamse begroeting hier wel op zijn plaats was. 

Hij knikte met de mond vol, onderwijl enthousiast in een bereklauw bijtend.

Op dat moment kwam er een derde man bijstaan.  Hij bleek een houten been te hebben.  Hij stelde zich voor als Jean-Joseph Charlier.  Naast hem een schurftige hond, die ons loenzend en grommend aankeek.

"Eh bien, messieurs, La Muette, hein?",  zei de houten poot.

Hij tikte op zijn houten poot, en zei:

"Jao, hieren, de gallieerden in Waterloo, da hei ma une jambe gekost! Wellington merde !   Vive l'Empereur !"

Ik keek naar De Wever en tikte met mijn wijsvinger veelbetekenend tegen mijn voorhoofd.  De hond bleef gebiologeerd naar De Wever kijken, in de hoop dat er een stukje vlees zijn richting zou uitkomen.

"Misschiengs wullen de hieren den Belgiek dezen avond separeren, le 21 juillet, da koemt goe uit, wa peisde, non ? Cinq minutes de courage, hein ?"

Ik had geen flauw idee waar deze vreemde man het over had, Dewever klaarblijkelijk wel, want hij verslikte zich lelijk in zijn vierde curryworst.  Tot overmaat van ramp plantte de hond zijn snuit pal in het kruis van De Wever.

"Ah oui, révolution Belge 1830, deij onnoezel Ollandaises, deij heumme ma ook une jambe afgeschowten, mais dikke chance, het was menne houten puut, les connards !"  Hij barstte uit in demonisch gelach.

Inmiddels liep Bart De Wever paarsblauw aan (een coalitie die hem ook al niet aanstond). 

Hierop schroefde Jean Joseph Charlier zijn houten poot los en gaf daarmee een ferme mep op de rug van De Wever, waarbij het stuk verdwaalde curryworst de strijd opgaf.  De hond wist met een sierlijke sprong het stuk curryworst uit de lucht te happen en schrokte, met een gulzigheid De Wever waardig, het stuk vlees binnen.

"Straf hein, menne houten puut hè het belgiekske gemokt, en na begot hemmek nen separatist terug oasem gegeive, un séparatiste, parbleu !", riep hij en verdween schaterlachend met zijn hond in de nacht.

Piepend kwam De Wever terug op adem.

"Bart, nog een curryworstje?", vroeg ik hem.

"Bwa jot, doe maar", antwoordde De Wever....

 

 

*****

 

Driekleur.

Belgische onafhankelijkheid, revolutie 21 juli 1830. 

21 juli 2009.  Dwars door Kasterlee.  16 Km door Kempens natuurschoon.

Ik liep hier ooit al eens. 

Een secondje.

Het stof in mijn archief gaat langzaam liggen. 

In 2004.

Ik was er 42ste na 1u4m57s. 

Dat moet beter kunnen. 

Misschien....  Misschien ook niet.

5 jaar ouder.

******

 

Wat was me dat allemaal. 

De weergoden hadden hun dagje niet. 

Warm en laf weer.  De overmoedige gaat dit cash betalen.

Een behoorlijke opkomst.  330 finishers op de 16 km werden via bussen naar de startplaats gekanaliseerd. 

Veel bekend volk, straffe bezetting.

In de startzone gepolst bij bekenden wat hun streefdoel was.  Enkelen gingen trachten de magische grens van 1 uur te slechten.  Anderen gingen kalm aan doen.

Blakerende zon, startschot en met de lokale TV op kop, stormde de meute dolle honden de Kempense bossen in.  Op zoek naar eeuwige roem.

De eerste twee kilometer zat ik mooi op tempo; net onder de 4 minuten per kilometer.  Ik was apetrots dat ik zo kon doseren, maar later zou blijken dat ik me deerlijk had overschat.

Bloedheet in de bossen rond  Kasterlee en Lichtaart.  De ademhaling stokt, je voelt dat je lichaam langzaam begint te overhitten.  En dazerikken die constant rond en tegen je hoofd razen.

De Kabouterberg en de Hoge Mouw zijn scherprechters in deze wedstrijd.  De kop van de wedstrijd maakt daar het verschil.  Voor de anonieme lopers in het pak wordt daar ook het verschil gemaakt.  Je sterft er namelijk, samen met je ambities.

Trappen omhoog in los zand.  Je tempo stuikt in mekaar.  Je stuikt bijna zélf in elkaar.  De top van de duin wordt bereikt, tempo: veredeld wandelen.  Vervolgens quasi loodrecht naar beneden.  Levensgevaarlijk met de ontelbare boomwortels die boven het mulle zand uitsteken.

De steilste bergen zitten in het begin van de wedstrijd.  Aanvangstempo té hoog en dan blaas je jezelf op bij de steile beklimmingen.  Vervolgens loop je kilometers lang, wanhopig op zoek naar adem en een geschikt tempo.

De kolonie dazerikken in de Lichtaartse bossen heeft ook een vermoeiend dagje achter de rug.  Zoveel lichamen, badend in het zweet, zoveel geurtjes. 

Op een bepaald moment komen 2 lopers bij mij.   Ik sluit me bij hen aan, in de hoop dat ze me op sleeptouw kunnen nemen naar een iets hoger tempo.  Maar ik loop pal in de wolk dazerikken die aan hen kleeft.  Ik zag me gedwongen een gaatje te laten vallen om toch dazerikkenvrij te kunnen ademen.

Dorst en afkoeling. 

Toch misschien een drankpost te weinig.

Pas rond kilometer 11 kom ik enigszins terug in mijn ritme.  Ik remonteer nog wat stervende zwanen, zelfs heren waarin ik in het verleden mijn meerdere moest erkennen.

De laatste kilometer is puur sadisme.  Je komt aan de finish, maar  je moet nog een lus van 1 kilometer maken op een slingerpaadje door het bos.

Finish na 1u 8m 53 s en op plaats 43.

Drank.

Er staat een neveldouche.  Ijskoud.  Lang onder gestaan. 

Slechts 7 man onder het uur, het zijn dan ook the usual suspects.  Normale stervelingen zitten minuten boven de streeftijd.

Loeihete douche.  Hete damp in de kleedkamer zorgt er voor dat je nooit opdroogt.

En dan begint het te regenen.  Cynisme van de weergoden.

Prijzentafel: een ijsje en keuze tussen een fles trappist Westmalle of een T-shirt.  Vermits ik meer T-shirts heb dan dorst, ligt de keuze voor de hand.

Het ijsje is een tricolore: aardbei, vanille en chocolade.

Gemengde gevoelens.

Helemaal kapot ben ik niet.  Mijn tempo werd bepaald door mijn hart- en longfunctie, niet door mijn benen.

Ik merk dat wanneer ik aan 4m15 per kilometer moet lopen, de schade achteraf heel goed meevalt. 

 

*****

 

's Avonds zitten we op het terras van een plaatselijk restaurant.  Naast ons een paar werkelijk onuitstaanbare Hollanders, die met veel bombarie beslag leggen op het personeel en verbaal het ganse terras terroriseren.

"Nou, wat vieren jullie Belgen op de Nationale Feestdag?", vroeg één van hen aan de ober.

De ober mompelde iets over feest van de Koning.

"Oh, Koningsdag, bedoel je".

Mijn vrouw kent me. 

Ze weet dat ik dan op overkoken sta. Ik bedoel: je mag dom zijn, maar kan dat asjeblieft in stilte?

Ik heb dan de grootste moeite om niet uit te brullen:

"Belgische Revolutie 1830, onafhankelijkheid van de Hollanders!  Van jullie soort dus.  En we zijn zo bescheiden dat we daarvoor slechts één dag feesten, holhoofdigen!  Kop dicht en opgerot met jullie pindasaus!".

 

 

 

 

16-07-09

Leo Leeeeejoooo

Leo Leeeeejoooo, iedereen komt als je Leo roept...

 

Passief sporten.

 

De godsganse zondag in de zetel logeren en kamperen op Sporza. 

Lekker !

De zaalsporten is altijd een bittere pil, maar dan komt het hele feest, crosscup, motorcross, soms triatlon.  Kan ik uren voor wegzinken en over me heen laten rollen.

Veldrijden natuurlijk... 

En de opperste glorie is wanneer we al in afwachtende stelling liggen tijdens de 7de dag op Eén en er op BBC ook nog eens een marathon wordt uitgezonden. 

Dan kunnen we zappen.

Zappen.

Als het té spannend wordt tijdens de marathon, dan kunnen we naar Eén zappen voor een portie door mekaar gillende politici.  Met een wanhopige ringmeester De Vadder die vruchteloos probeert uit de armklem van Dedecker te komen.

Mijn directe omgeving snapt niet dat ik naar een TV-reportage van een marathon kan kijken. 

Ze vinden dat saai. 

Ik niet. 

Ik kan genieten van de beweging op het scherm, dat kabbelende...

Ik heb wel eens de neiging in slaap te vallen voor het TV-scherm.  Mijn vrouw, die ogen op haar rug heeft én zelfs ergens opzij, zal dan altijd een klein vermanend kuchje produceren, zodat ik weer bij de les ben...  even toch...

Passief sporten doen we ook graag.

 

Dat hebben we geleerd van de grootmeester der luiheid, Leo.

Tijdens onze studententijd was elke reden goed genoeg om niet met een cursus in de weer te zijn.  We gingen desnoods zelfs interesse voorwenden voor  rare sporten zoals tennis, Roland Garros en Wimbledon.

Dan gingen we naar Leo, die een TV-toestel had en illegaal de kabel aftapte.

15-Love!  En Jupiler natuurlijk.

15 All!      En Ringelings. Of Paprika chips.

 

Leo had een kot in een oud herenhuis, 4de verdieping.  De rest van het pand stond leeg, was verzeild geraakt in een eeuwigdurende verbouwing.

Het aantal diploma's dat daar verloren is gegaan voor de mensheid, valt niet te becijferen.  Elke dag zat het tot de nok vol met studenten die wel wat beters te doen hadden.  En begin juni werd het klimaat beter en verhuisde het hele zootje ongeregeld naar de al even verwilderde tuin, de TV onder de arm.

Maar aan alles komt een eind, want het vaderland had het eigenaardige en  tevens misplaatste idee opgevat dat Leo een bijdrage aan het militaire apparaat kon leveren. 

Wij wisten wel beter....

 

Leo, de grootmeester der luiheid, besloot een kotfuif te organiseren als ritueel afscheid van zijn onbekommerde studententijd.

Wat een feest ! Spreekt de buurt nu nog van !  Schande dan toch !

Iemand had een muziekinstallatie op de kop kunnen tikken waarmee je gemakkelijk de Antwerpse binnenstad in een straal van 6 km rond Leo's residentie op haar grondvesten kon doen daveren.  Wat, naarmate het drankdebiet vorderde, ook werd bewezen.  Dat sommige stukken van de O.L.Vrouwetoren nu nog steeds wat wankel zijn, kan best wel eens een rechtstreeks gevolg van dat feestje zijn.

Naar het schijnt is het Antwerpse politiekorps een keer of 10 aan de deur geweest, maar hoe zouden wij in godsnaam die bel kunnen gehoord hebben. 

En trouwens, wij zaten op het 4de verdiep, dat zijn 8 trappen maar liefst, u denkt toch niet dat wij ook maar de moed konden opbrengen om 8 trappen over en weer te lopen zonder een gegronde reden, zoals bijvoorbeeld een nijpend gebrek aan Jupiler.  En laten wij ons tegen dit onheil nu eens grondig hebben ingedekt.

Naast het pand van Leo bevond zich een optieker. 

De arme man heeft een bewogen avond achter de rug, wij beseffen dat nu pas.  Vanaf 10 uur 's avonds heeft hij diverse malen geprobeerd om het volume wat te doen temperen, maar 10 uur, laat ons wel wezen, het moest nog allemaal beginnen.  De avond was jong, het was zaterdag, zondag kon voor ons part gestolen worden, dus...

Ik meen mij te herinneren dat de man een drietal keren, in diverse stadia van vermoeidheid en opwinding, ter plekke is afgestapt met de dwingende smeekbede de muziek tot onder het niveau van gehoorbeschadiging te brengen. 

Wij bevonden ons qua jeugd ergens in de overgang van Black Sabbath naar Metallica, dus daar was relatief weinig kans op.

Enfin, rond half zes in de ochtend had de zeurende opticien het opgegeven om ons op andere gedachten te brengen.  Het feestje was ook al redelijk goed opgeschoten, wij allemaal goed aangeschoten, sommige van ons hingen gedrapeerd over leeggoed, dat overal rondslingerde.  Verdiepingen vol. 

Alleen de diehards, waaronder uw verslaggever, wisten van geen opgeven. 

Opgeven, nooit.

Leo besloot op een bepaald punt op de zondagmorgen dat het tijd was om te gaan slapen. 

Hij begon zijn lenzen uit te doen. 

Dat is al geen gemakkelijke klus als je nuchter bent, dronken als een tempelier bleek dat helemaal onmogelijk geworden.

We moesten Leo tegenhouden, want in zijn volgehouden enthousiasme om de lenzen uit te doen, had hij al een paar keer een oogbal uitgerukt.  En de voorraad oogballen was niet oneindig, beseften we.

Plots kreeg ik een geniale inval.  Dat gebeurt.  Zij het zelden.

Naast ons woont toch een opticien, waarom vragen we hem niet ter hulp.  Ik neem aan dat hij fris uitgeslapen en nauwelijks dronken is, dus waarom niet.  En zondag, geen volk in de winkel.  Ideaal !

Na een half uurtje op de huisbel van de buurman opticien te hebben gedrukt, kwam een lichtjes geagiteerde opticien, met verfrommeld gezicht, de deur openen.

Voor zich zag hij de fanfare van honger en dorst.  Nu ja, van dorst was voorlopig geen sprake meer.

Of hij Leo even wou helpen met het uitdoen van zijn lenzen.  Gelieve ook in dezelfde vloeiende beweging de verzamelde bierkegels even te negeren.

Leo in een stoel gehesen.  Lamp op ogen.

De opticien sprak toen de legendarische woorden: "Leo heeft geen lenzen in."

Waarop Leo zegt: "Ja, dasch waar ook, ik doecht ik doen zal uit, want schtraks zijnek te zat veu ze uit te doen." 

Prima denkwerk, héél vooruitziend ook.  Daar konden we enkel respect voor opbrengen.

Waarna Leo zijn laatste bijdrage van de dag leverde door prompt naar schatting anderhalve bak Hoegaarden, een halve fles wodka, 6 trappisten met grenadine, een halve sloot pisang ambon, een emmer Palm, anderhalve hectoliter Jägermeister, gemengd met een frietje oorlog, een cervela en een bereklauw over te geven op het hoogpolige vasttapijt van de opticien.

John Mc Enroe won Wimbledon.

 

 

 

13-07-09

Ciao Bella

Ciao Bella

 

11 juli 2009.  Vlaanderen feest!

Guldensporen.  1302.  Waar de koene Vlamingen het kruim van het Franse leger versloegen in de zompige akkers van Kortrijk. 

Vlaanderen de Leeuw! 

Hoera en veel vijven en zessen !

De heren van Brabant, waartoe onze streken behoorden, waren van de partij op de Guldensporenslag.  Helaas streden we aan Franse zijde.  En hebben we dus verloren. 

Dat staat niet goed op ons CV.  En daarom hebben we dat wapenfeit in de plooien van de geschiedenis doen verdwijnen. 

Feestdag dan maar.

Op zoek naar Gulden Sporen, of ontsporing tout court, in Loenhout. 

Neervenkermis.

Neerven, een gehucht van Loenhout, deelgemeente van Wuustwezel. 

Jogging over 9 km.

 

 *****

 

Ik was bang.  Jongens toch, wat was ik bang !

Loenhout is namelijk de gemeente van ORDE - TUCHT en VERANTWOORDELIJKHEID.

Laat dat nu toevallig eigenschappen zijn die ik niet bezit.

U zou moeten weten hoe lang het geduurd heeft vooraleer ik aan deze zin ben begonnen. 

Ik wou tikken: ik word dan weer wel geroemd om volgende zaken .....

...... en dan zou er een schier eindeloze lijst fantastische eigenschappen volgen, maar ik kon niets bedenken zonder zwaar te liegen. 

Straf is dat !

Wijlen mijn vader wist het al perfect te duiden. 

"Jongen", zei hij, "je hebt veel talenten, maar spijtig genoeg kun je met geen enkel van die talenten uwe kost verdienen."

Een ziener, mijn vader.

Opvoeding vroeger is kindermishandeling nu.

 

*****

 

Neervenkermis. 

Inzet van het bouwverlof, dus dat wordt in de tent alert bukken voor laag overvliegende pinten.  Let the beast vooral go...

Nu moet er in het verleden op de jogging ter gelegenheid van Neervenkermis iets monsterlijks fout zijn gelopen.  Ik weet niet wat, ik ga dat nog proberen uit te vogelen (ik heb inmiddels gans het internet afgeprint om dat eens goed op mijn gemak te kunnen lezen, maar tot nog toe heb ik nog niets gevonden). 

Maar het moet van een enorme magnitude geweest zijn, dat de nood ontstond een reglement op te stellen om uitwassen van die orde in de toekomst uit te sluiten.  Een reglement dat aan duidelijkheid niets te wensen overlaat.

Je kan uiteindelijk niet voorzichtig genoeg zijn.

 

*****

 

Er staan begrijpelijke dingen in het reglement.

Punt 3 bis bijvoorbeeld: het is verboden benzine af te tappen van de geparkeerde wagens ten einde Molotov-cocktails te fabriceren om tijdens het afsluitende bal de boel wat op te vrolijken. Behalve als de barbecue niet wil aangaan

Voilà, daar kan ik me iets bij voorstellen.  Logisch.

Of deze (punt 5 quater): Het is verboden te wateren tegen de tentzeilen en togen tussen 22u30 en 22u47. Daarna enkel toegestaan in zone B. 

Duidelijk in alle eenvoud.  Prima leefbaar. Niks op aan te merken.

Punt 4 tertio: gelieve niet nodeloos te slalommen tijdens de jogging (in geval van overmacht, vanaf promille 12, dient een doktersattest voorgelegd te worden). 

Omslachtig, dat wel, maar correct.

 

Ze zijn duidelijk niet over het ijs van één nacht gegaan.

Maar dat zijn hoogstens vingeroefeningen, het serieuze werk volgt in latere punten, meer bepaald de ijzingwekkende punten 9 en 10.

 

ORDE - TUCHT en VERANTWOORDELIJKHEID,  punt 9 en 10 in het reglement.

Lees en beef.  Ik citeer letterlijk. 

Tussen de lijnen staat de originele tekst  (copy en paste heet zoiets, dacht ik).

 

_________________________________________________________

9. Orde - Tucht                                                                                                                                 
-  Al de deelnemers, zowel kinderen als groten, dienen zich strikt te houden                                       
   aan de richtlijnen gegeven door de inrichters. 

_________________________________________________________

 

Mja, hier kan ik me deels toch in vinden: ik ben klein van postuur, maar zeker geen kind.  Ik word hier bijgevolg beschouwd als 'een grote'. 

Eén van de groten.

Dit ligt me wonderwel.  De groten der aarde, dat ik dat nog mag meemaken.  Ik pink zowaar  een traan weg.

 

Ik, een grote.  Snik.

Maar wie zijn de inrichters?  Aan hun schrijfstijl te merken, mensen die houden van discipline zonder franjes.

 

_________________________________________________________

-  Zij zullen zich sportief gedragen en kunnen uitgesloten worden ingeval van                                 
   niet naleven van het reglement of van de gegeven richtlijnen.   

_________________________________________________________

 

Wij dienen ons te houden aan de gegeven richtlijnen. 

Nu worden we wel erg nieuwsgierig. 

Wat kan dat allemaal zijn? 

Worden wij de speelbal van tomeloze fantasie van de inrichters ?  Van hot naar her gestuurd.  Op straffe van uitsluiting.  Marionetten, dat zijn wij.

Sportief gedragen, reglement naleven, richtlijnen inrichters opvolgen.  Ik word nu al moe.  Ik heb het gevoel dat ik constant over mijn schouder ga kijken of er geen inrichter staat te kijken met gefronste wenkbrauwen of een vermanend vingertje, inbreuken noterend in een schriftje.

 

_________________________________________________________

-  De beslissingen van de inrichters zijn en blijven onherroepelijk.

_________________________________________________________

 

Daarnaast zijn de beslissingen maar liefst onherroepelijk en blijven dat ook. 

Is de definitie van een onherroepelijke beslissing nu juist niet dat die onherroepelijk is?  Waarom ons dan zorgen maken over de blijvendheid van die beslissing ? 

Stel dat ik mijn vinger af snij.  Qua onherroepelijke beslissing kan dat tellen.  Blijft die onherroepelijk?  Dacht ik wel... 

Ja, ik kan me daar suf in denken, in zulke zaken...

....ach neen, nu snap ik het.  Het is een hint naar de identiteit van de inrichters.  Bijna was ik er ingetrapt.

Nu zijn  we er. 

De inrichters: de paus. 

Dan kan niet anders. 

Wie is er onfeilbaar?  Nu en tot in de eeuwigheid, amen. 

De paus toch zeker.

En ik heb het al zo moeilijk met definitieve dingen of onherroepelijke dingen.

   

  

Maar wat te denken van punt 10 ?  Nu komt de filosofische aap uit de mouw !

 

_________________________________________________________

10. Verantwoordelijkheid.                                                                                                     
-  Elke deelnemer is verantwoordelijk voor zijn daden.                                                                                                             
-  De inrichters zijn niet verantwoordelijk voor gebeurlijke ongevallen.  

_________________________________________________________       

 

Elke deelnemer is verantwoordelijk voor zijn daden. 

Beseft u dat wel?

ELKE DEELNEMER IS VERANTWOORDELIJK VOOR ZIJN DADEN.

En nog seksistisch ook.  Ik zie nergens zijn/haar. 

Nee, wij weer.

Elke deelnemer is verantwoordelijk voor zijn daden.

Zo had ik het nog nooit bekeken.

Ik word ook sito presto overmand door stress. 

Ik ben heel mijn leven nog nooit verantwoordelijk geweest voor iets, laat staan voor mijn daden. 

Als we daar mee gaan beginnen, nu nog, op mijn leeftijd, ik bedoel, dat kan ik mentaal niet aan.

En om het ons nog eens goed in te wrijven, schudden de inrichters wél alle verantwoordelijkheid van de rug.

 

Ik voel het, ik ga mijn voet verzwikken, puur van de stress.

 

*****

 

In een bui van overmoed had ik mij voorgenomen per fiets naar Loenhout te rijden; uiteindelijk was het hoogstens een kilometer of 9. 

Ik gaf mijn ros de gulden sporen.

9 kilometer is een lachertje.

Maar het was windop.

En de brug over de E-19 is een kuitenbijtertje.

En toen begon het ook nog te regenen.

Motregen.

Dan slagregen.

Slagregen die, gedreven door de wind, me zeiknat maakte.  En omdat ik niet wou forceren op de fiets, heb ik lang mogen genieten van deze douche. 

Een betere douche zou ik niet meer krijgen, zo zou later blijken.

Aan de inschrijfbalie heerste een gezellige chaos.  De plaatselijke logica zorgde voor inschrijfformulieren die per drie op een blad gebundeld waren, zodat je moest wachten op de vorige deelnemer om ook in te schrijven.  Dat had waarschijnlijk nut, maar daarvoor waren wij niet lang genoeg naar school geweest (of toch wel lang genoeg, maar niet goed genoeg opgelet, dat kan ook).

Ik vroeg waar een mens zich kan omkleden. 

Men verwees me naar een schuur, waar een groot, veelbelovend bord, aankondigde: WASPLAATS.

Laat me zeggen dat ik me al in zéér bescheiden kleedruimtes heb omgekleed. Ooit heb ik de twijfelachtige eer gehad een douche te mogen nemen in de kleedkamers van FC The Willies, waar de douchevloer in feite de afvoerpijp was, zodat je enkelhoog in het waswater van de andere atleten stond, terwijl de ratten verveeld in een hoek zaten te geeuwen en hun nagels te vijlen...

Dit was toch nog van een andere orde. 

Stoelen en tafels in een stal. 

Vlak achter me, levend vee, koeien meer bepaald. 

Bukken op eigen risico.  Ik bedoel hiermee dat een koe een lange tong heeft. 

Vult u zelf maar aan. 

Bella kijkt wel érg verliefd naar mij, met haar grote donkere ogen, haar lange wimpers en vochtige lippen.  Bericht aan mijn vrouw: Bella is dus een koe.

En een geurtje... adembenemend (Bella is ook daarvoor mede verantwoordelijk).

Ik vind dat iets hebben.  Nu heb ik het niet over Bella, laat dat duidelijk zijn.

En het was een gezellig weerzien met oude bekenden: Frank T. en Hilde H., Benny G., in feite de ganse bende van AVN, Marc B. en Guy V. van 't Omslagpunt, Rob L., een dosis Fatters (Fast action Team) en Run like Hellers, Eddy K.  

Gestoffeerd deelnemersveld.

Schoenen toch opnieuw ingewisseld. 

Dit zou normaal de vuurdoop worden voor mijn hagelnieuwe en maagdelijk propere Brooks, serie 9, maar er dienden zich een paar modderige stroken aan, ik kon het echt niet over mijn hart krijgen. 

Oude schoenen terug opgewaardeerd tot wedstrijdschoenen.

 

*****

 

Aftellen naar de start, klaar voor 3 ronden.

Wilde start, de Franse cavalerie zit me op de hielen, onder leiding van Robert II van Artois (neen, niet van de Stella).

Eerste kilometer meteen al een gat geslagen op Marc B.  Dat zorgt voor mentale rust. 

Doorkomst na 3 km op 11 min 12 sec. 

Vlotjes. 

Dat is voor een deel te danken aan snelle gangmakers van de 3 of 6 km.  Windop kruip ik achter brede ruggen.

Tweede ronde blijf ik mooi in het ritme. 

Aan de drankpost onderweg worden bekers aangereikt door jonge kinderen.  De techniek van op het juiste moment de beker los te laten zijn ze nog niet machtig.  Ik mis een beker, of liever, krijg de beker niet uit de ijzeren greep van de jongeling losgewrikt. 

Geen drinken noch verkoeling, maar godzijdank is het niet warm. 

Prima loopcondities, dat merk ik ook aan het mindere verval in tempo.  Na 6 km staat de chrono op 22 min 48 sec.  Iets tragere 2de ronde.

Laatste ronde zit in in het spoor van Paul Van R., begenadigd loper van 't Omslagpunt.  Ken ik vooral van foto's van wedstrijdverslagen.  Kom ik normaal nooit in de buurt van, maar hij heeft vrijdag een wielerwedstrijd meegereden en is daarbij zwaar ten val gekomen.  Pleisterwerk en verband, waarschijnlijk ook nog spierpijnen van inspanning en valpartij. 

Hij kijkt elke haakse bocht om. 

Plezant dat ik druk kan zetten op een plaatselijke topper.

In de laatste honderden meters verlies ik mijn borstnummer.  En dan neem ik een domme beslissing waardoor ik een handvol seconden verlies.  Ik stop, loop terug, raap mijn nummer op en spurt naar een 6de plaats in een tijd van 34 min 20 sec.  3m49 sec per kilometer. 

In mijn wildste dromen (neen Bella, niet die droom), had ik gehoopt op 34min 30 sec binnen te komen. 

Uitlopen met bloedbroeders.  Ik voel dat ik toch behoorlijk diep ben gegaan.

 

*****

 

Terug naar het vee, de wasplaats. 

Terug naar mijn boezemvriendin, Bella.

Er staan emmers en er is een kraan.  De kraan sputtert en proest een soort lichtbruin vocht (en het was helaas geen Palm).  Na wat aftappen wordt het water doorzichtig. 

Frisjes.

Iemand geeft me een emmer met een bodem warm water.  Daarmee links en rechts een veeg modder verwijderd. 

Kattewasje.  Wanneer ik, quasi in mijn blootje, omkijk, trakteert Bella me op een vette knipoog ...

Emmer doorgegeven aan Marc B. 

We wassen onszelf met elkaars zweet.  Dat vindt Bella allemaal zeer opwindend.

Naar de tent, waar straks een jeugdbal voor geluidsoverlast zal zorgen. 

De Palm had de kleur van het waswater. 

Smaakte toch net iets anders. 

Prijsuitreiking. 

Ik win zowaar harde valuta.

Een briefomslag met daarin 9 euro.  Zijnde 1 euro per kilometer.  1 frank per 25 meter, dat is dus mijn marktwaarde. 

Tot afscheid nog even Bella gaan aaien, ze kijkt een beetje triest. 

Bella zou toch eens dringend haar achterste moeten wassen, maar dat geheel terzijde...

Volgend jaar zelfde plaats, zelfde tijd?

Ciao Bella !

 

                      

 

                                                                                

09-07-09

Mark groet 's morgens de dingen

 

Mark, Frank groet 's morgens de dingen

Ik ben net naar mijn brievenbus gaan kijken.  Dat is misschien geen wereldschokkend nieuws, maar toch.

De postbode was nog niet geweest.

De planeet gaat om zeep, denk ik. 

De postbode kwam vroeger rond 8 uur. 

Zo hadden wij onze post bij het ontbijt.  Was de factuurlast al half verteerd halfweg de voormiddag. 

Maar dank zij het nieuwe georoute-systeem bij De Post, hebben wij geen flauw idee wanneer de postbode bij ons de bus vult.

De ene keer is het om 11 uur, de andere keer rond 13u30.  En als er dan een dag is dat er geen post is, weten wij niet of hij nu wél of niet is geweest. 

Verscheurende twijfel!

Dat is onverteerbaar voor mij. 

Dat brengt mij uit mijn evenwicht.

Het gevolg is dat ik nu ongeveer een keer of 12 per voormiddag naar mijn brievenbus ga kijken of ie al geweest is. 

Meestal vruchteloos. 

En dat ik de hele voormiddag lig te luisteren of ik dat vervloekte brommertje van de postbode niet hoor aan komen snorren.

Dat is nog zoiets.  De planeet komt om in de CO2-uitstoot, maar De Post gooit de fietsen er uit en gaat nu per bromfiets.  En laat nu postbode een beroepscategorie zijn waar elke vorm van lichaamsbeweging welkom is, ter compensatie van het occasionele neutje. 

Dachten wij zo.

*****

De brievenbus dus.

Mijn buurvrouw, Maria, is een kranige vrouw die een leeftijd heeft bereikt waarvan je geen idee hebt.  Ze stond ook een beetje verweesd aan haar lege brievenbus rond te draaien.

Een praatje gemaakt.

"Hoe is het Frank?"

Mijn buurvrouw noemt mij Frank, de laatste jaren.   Voor een goede orde, mijn naam is Mark.  

Ik heb nog een paar jaar tegengesparteld, maar ze bleef me halsstarrig Frank noemen.

Ik heb het opgegeven haar te corrigeren. 

Ik schik me in de rol van Frank. 

Zo erg zelfs dat ik, wanneer ze niet op mijn (foute) naam kan komen, haar  daarbij een handje help.  

Dat gaat dan zo:

"Hoe is het, heeum...." zegt ze dan.

Waarop ik zeg: "Frank".

"God ja, Frank, hoe is het".

 

Iedereen blij.

Waarna koetjes en kalfjes de revue passeren, evolutie kinderen, toestand buxushaag, of er nog regen zal komen en zo ja, waarom niet.

"Loop je nog, Frank?" vraagt ze soms ook wel eens.

Frank beaamt dat vervolgens.

Dag Frank.

Dag Maria.

Waarop Maria in haar peignoir en gekrulspeld weer naar binnen schrijdt.

 

 

 

 

 

07-07-09

Aha-erlebnis

Aha-erlebnis

 

Maandag 6 juli.  Vakantie.

We worden ruw gewekt door bouwvakkers aan de overkant van de straat. 

Radio met de knop op elf !

ARRIVEDERCI HANS!
Dat was de mooiste dans!
Laat mij nu zo maar niet gaan,
Maar kus me, komaan,
Ja, dit is je laatste kans!

'Arrivederci Hans' van Laura Lynn blijkt dan ook nog eens de minst ergerlijke plaat te zijn die de piratenzender op de playlist heeft staan.  Blijft helaas wel erbarmelijk lang in het hoofd hangen. 

Ook nog iets van Rocco Granata, maar dan in een tenenkrullende Hollandse versie:

 

Zomersproetjes
Door de zomerzon bijeen gespaard
Zomersproetjes
Ieder sproetje is een kusje waard


 

 

Een wilde polonaise barst los in onze slaapkamer, via de trap de voordeur uit,  langs de brievenbus en via de achterdeur tot aan de vaatwasser.

Allez roulez, et changez!!!!

 

Heel de voormiddag blijft de terreur maar verder gaan:

Amaliaatje,

je hoeft niet knap te zijn,

je hoeft niet mooi te zijn,

als we maar samen zijn,

een liedje

en een beetje zonneschijn.

Ik vermoed dat Amaliaatje gatlelijk is, en dat hier onvermijdelijk op een breuk wordt aangestuurd.  Ik denk trouwens dat het straks gaat regenen. 

Als Amaliaatje ook maar ergens een greintje zelfrespect heeft, dan timmert ze haar aanbidder, die rammelende rijmelaar, genadeloos de hersens in. 

Nu, Amaliaatje, nu, doe het nu. 

En pak, en passant, die radio af van de bouwvakkers. 

NU AMALIAATJE, NU !!! 

Maak een eind aan het schlagerfestival op geluidsniveau Ramstein.

En het mag gaan onweren. Ook al nu !

Ik ben de zomer 2009 al kotsbeu.  Nu al.

 

*****

 

Zaterdag 4 juli.  Wedstrijddag.

De laatste afspraak van het klassieke voorseizoen.

Rijkevorsel leeft ! 

Rijkevorsel zindert onder 27°.

rijkevorsel20096

 

 

 

 

 

 

Ok,  28° dan.  Details !

 

Ik peddel tijdig richting Rijkevorsel.  In alle eenzaamheid.  De voorgaande jaren was mijn loopmakker Tom telkens van de partij, vandaag niet. 

Werchter !  En ook nog achillesangst. 

Achillesangst. 

Je wordt genezen verklaard, maar durft niet voluit te gaan lopen, uit angst te hervallen.  Je vertrouwt je achilles niet.  Vertrouwenscrisis.  Je voeten neerzetten is geen automatisme meer, maar is eerder een aandachtspunt geworden.

 

*****

 

Alleen op weg. 

Tussen de velden, langs landelijke wegen. 

Asfalt. Mac Adam, macadam, Mc Adam.

Ik fiets een stuk op het parcours van de marathon en zie de kilometeraanduidingen.

Voortuintjes kijken.  Buxus, taxus en lavendel. 

Lavendel en de mistral, hoeveel Provençe zit er in Rijkevorsel?

Mijmeren over verleden, heden en toekomst.  Over het verglijden der tijd, de  nietszeggende blik van koeien, het aantal magen. 

 

Een koe hoest. 

Ik wist niet eens dat een koe dat kon. 

Het doet me onwillekeurig aan mijn schoonmoeder denken, die heeft ook zo'n zenuwkuchje.

 

*****

 

Stratenloop in Rijkevorsel, 11 km en 200 m, zo wil de legende.  Start om 18u, samen met de 5 km. 

De marathon en estafettemarathon starten om 17u. 

Raar sfeertje in de startzone. 

Marathonlopers  dribbelen gespannen rond. 

Je kan de angst proeven.  De angst voor de afstand, de angst voor de warmte.  Begeleiders op fietsen, geronk van blinkende motoren van de organisatie.  Overal fluo-hesjes.

Ik ben een toeschouwer ! 

Ook al een rare gewaarwording.

Looplegende Jan H. staat in trance voor zich uit te staren.  Eric B., winnaar van vorig jaar, staat te stretchen.

Startritueel en plots zet de karavaan zich in beweging. Voor een paar uur.  Petje af.

Het parcoursrecord  van Eric B., dit jaar tweede plaats, zal overeind blijven.  Looplegende  Jan H. wordt knap vijfde. Winst is er voor Tom Vandendriessche uit Zele.

 

*****

 

Genoeg geleuterd over het voorprogramma.  Nu wordt het menens.  Het echte werk: de 11 km en 200 meter stratenloop.

Het is 27° en er waait een strakke mistral.

Marc B. is van de partij, maar ook Guido E., Jan L., Eddy K. zijn mijn ijkpunten deze dag.

Ik sta helemaal vooraan in de startbox.  Vroeger kon ik in een opstoot van  bescheidenheid (mijn vrouw rolt op dit eigenste moment over de grond, gevangen in een lachkramp) wel eens midden in het pak gaan staan, nu sta ik op de 2de rij.

 

PANG dus. 

Weg. 

Meteen volle bak.  Nummer 1301 op de zwoegende borst.

Rijkevorsel20091

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Na enkele honderden meter eerste doortocht finish. Tot hier ging het prima !

 

De mistral blaast hete lucht, schuilen dus achter mekaar.  Ik pik aan bij een kerel in blauwe tenue.  We wisselen de koppositie af, maar worden ingehaald door een loper met oranje shirt.

De blauwbloes bijt me toe: "Kom op, we gaan er naar toe."

Naar mijn gevoel was dat een onbereikbaar doel.

Mijn gevoel bleek juist.  Oranje hemd weg, en rond de vierde  kilometer val ik alleen, de blauwbloes heeft afgehaakt. 

Dit was niet het juiste scenario.

Rijkevorsel20093

 

 

Doortocht 5 km: 19 min en 6 seconden, 3 min 49 seconden per kilometer. 

Dat is naar mijn normen weer maar eens diep in het rood (zie ook hoofd).

 

Rijkevorsel20094

 

 

 

 

Eenzame doortocht 8,1 km: 32 min en een klets.  Hoofd is nu overrijpe tomaat.

 

Bekijk die wonderlijke stijl.

Bewonder die lucide blik. 

Bewonder vooral de onverschilligheid van het publiek.

 

Ik zweef !

Ik weet het, het lijkt alsof ik de grond niet eens raak.  Nu ik de foto goed bekijk, dan moet ik vaststellen dat ik inderdaad de grond niet raak.

Die woeste blik in de ogen, het hoofd een beetje schuin, de blik ergens ver weg.  Pijn is prominent aanwezig.

 

*****

 

Heet, en ik mis een drankpost. 

De loper voor mij vaagt de helft van de bekers van de tafel. 

Tactiek of lompigheid? 

Wie weet, maar geen verkoeling of drank voor mij.  Er wordt gewandeld. 

We zijn volop aan het dubbelen. 

Ook weer een paar uitvallers met blessures.  Grijpen naar de kuit, opgave...

 

*****

 

Op diverse plaatsen op de omloop zorgen omwoners voor een verfrissende neveldouche met de tuinslang.

Ik loop links van de weg. 

Dat doe ik altijd. 

Rechts van de weg staat een klein meisje met een nevelende tuinslang.  Ze kan me niet bereiken en ik zal, tot haar frustratie,  zeker geen meter extra doen om haar nevel te bereiken. 

Ik zag op haar gezicht een peinzende uitdrukking (een vleugje Rodin als het ware), gevolgd door een aha-erlebnis.  Ze draaide de tuinslang op brandweerstand en kegelde de volle straal op mijn oververhitte torso. 

Qua schrikreactie was dit 12 op de schaal van Richter. 

Koud, écht een klap. 

Ze bleef me ook voluit volgen met de koude straal. 

Kind van Satan, vermoed ik.

 

*****

 

Laatste ronde is een lijdensweg.

Wat voor mij loopt is onbereikbaar geworden. 

En ik vrees dat er nog wat in mijn nek kunnen vallen als ik stilval. 

Uit de achtergrond komt een loper onweerstaanbaar  aangesneld. 

Ik kan zelfs niet aanpikken.   Blauwbloes komt ook nog terug.  Van positie 10 naar positie 12.

Rijkevorsel20095

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Finish: 12de plaats, 44min 22s., ik lijk wel 20 jaar ouder geworden.  Hoofd is ontplofte tomaat, of tomaat crevette...

 

*****

 

Finishrituelen. 

Napraten.  Nadruppen.  Nahijgen.

Guido E op meer dan 2 minuten, Marc B op 1m45s. 

Zwarte beesten bijten in het stof.

Succes went.

Drinken: 5-tal sportdrankjes. 

Eten: 3 halve bananen, zes kwartjes appel.

Handdoek rond de nek.  Zweet gutst.

 

Anderhalve kilometer uitlopen naar de kleedkamer. 

Douche.

In de kleedkamer zit een kerel met het hoofd in de handen:

 

Een man in zak en as. 

Opgave na km 19 van de marathon.

Maanden training, leven als een pater, kilometers malen, voor die ene dag in Rijkevorsel.  De marathon der Noorderkempen.

Een man met zijn gsm.

Naar huis bellen. 

Opgave melden.

Geen pretje.

 

Zaterdag Loenhout 9 km.  En opnieuw zullen ze vallen als vliegen.  En wij vliegen tot we vallen.

___________________________

Dank aan Bart Huysmans voor het vriendelijk verlenen van toestemming voor publicatie van zijn foto's.

 

01-07-09

Crise cardiaque

Crise cardiaque

 

Een aantal jaren geleden hebben we onze zomervakantie doorgebracht in Moliets et Maa in de Landes, Zuid Frankrijk.  De Atlantische Kust...

Omdat ik net daarvoor via voorkennis (merci Karel) mijn Lernhout en Hauspie aandelen nog aan een smerig hoge koers had kunnen verkopen vooraleer de spraaktechnologieluchtbel implodeerde, hadden we  een vakantiehuisje geboekt in het golfresort te Moliets. 

Normaal gezien is dat enkel betaalbaar voor mensen die zich minimum per helicopter verplaatsen.  Op de parking van het resort bleek dat zelfs de kuisvrouw (in feite moet ik zeggen de Manager Housekeeping) zich minstens een BMW van de 12-klasse kon permitteren.

Laat ons zeggen dat onze Peugeot er een statement was.  Desnoods van bescheidenheid.

Het golf resort van Moliets.  Mooi, luxueus, dat wel.  Veel kouwe kak.  En omdat het zo afgrijselijk duur was, waren er ook geen Hollanders, wat pas een onbetaalbare luxe is.  Duitsers dan weer wel, geluk kent altijd beperkingen.

 

*****

 

Ook op vakantie moet ik lopen.  Zelfs al is het 30 graden. Vooral als het 30 graden is.

Nu is het op onze vakanties meestal slecht tot bedroevend slecht weer, behalve wanneer we onderweg zijn naar de vakantiebestemming.  Dan is het doorgaans de heetste dag van het jaar.  Zo werkt dat toch meestal bij ons.

Maar nu was het dik 30 graden. 

Ik ging dus lopen.  

De Landes kreunde onder de hitte, je hoorde de dennenschors knappen.  Zelfs jezelf in sportuitrusting hijsen zorgde ervoor dat het zweet bij beken van je rug liep. 

Mijn gezonnebrilde vrouw suggereerde dat het ongezond was om in dit weer te gaan lopen.

Zoiets moet je juist zeggen. 

Dan zegt de kassa meteen djing djing en verdubbel ik meteen de geplande kilometers.  Een moedwillig baasje, koppig als een steenezel. 

Van het golf resort loop je op een paar minuutjes naar de hoofdbaan richting kust.  Deze weg loopt over een viertal duinrijen, nijdige klimmetjes zijn dat.  Telkens met een afdaling, of wat dacht u?

Ik begeef me, getooid in de uitrusting van de KBAB, de Koninklijke Belgische Atletiek Bond, op pad.  Op vakantie hang ik namelijk graag de Belg uit, of het zwijn, en liefst nog een combinatie van de twee.

 

*****

 

In de beklimming van de eerste duin haal ik een Frans gezinnetje bij, dat per fiets richting kust rijdt.  Tot hun verbazing loop ik sneller dan zij bergop kunnen fietsen.  Zij hebben dan ook volop kroost geladen en zijn voorzien van pak en zak.

In de afdaling vliegen ze me uiteraard voorbij.  Zwaartekracht en wielen.

De volgende duinrug zie ik dat het tempo van de fietsers weer in mekaar stort, dus trek ik mijn tempo fors op en kan ze daardoor halfweg de klim remonteren.  Tot hun verbijstering.  En ik negeer hierbij even mijn hartslag.

De afdaling gaan ze me weer voorbij.  De volgende duinrug is wat verder weg, en op het relatief vlakke tussenstuk heb ik niet veel kans om iets goed te maken van het opgelopen verlies van de afdaling.

Maar dan komt de parcoursbouwer me ter hulp. 

Tussen duinrug 2 en 3 heeft hij een verkeerslicht geplaatst, en 'la famille bicyclette' blijft braafjes voor het rood staan.  Ik maak een groot stuk van mijn achterstand goed. Dit is plezant!

Groen en ze vertrekken weer. 

Wanneer ik aan het verkeerslicht kom, is het net weer op rood gesprongen (typisch), maar hier loopt een man met een missie.

Oren plat in de nek, het rode licht straal negerend  ...  en terwijl achter mij de Europese aanrijdingsformulieren worden ingevuld, zet ik de jacht op de fietsers in.

Klim 3 en ik heb ze weer te pakken.

"Mais, c'est pas possible !", zegt mevrouw.

"Maar begot ja, dat is wel possible, madame.  Training, jaren doorgedreven training, miljarden kilometers lopen en beulen in de kempense bossen vergt het om hier als een absoluut dolgedraaide idioot in ondraaglijke temperaturen een belachelijke race aan te gaan met als enig nut ......... niks.  Wat is er heerlijker dan dat?  Riens du tout."

Tenminste, dat zou ik gezegd hebben, ware het niet dat ze inmiddels boven waren en de afdaling ingezet hadden naar de laatste klim, de klim naar de top van de laatste duin. 

Daar lag het einddoel. 

Daar was een parking en van daar af moest je te voet de duin af en het strand op.

En opnieuw spurt ik me helemaal ergens tussen een appelflauwte en een crise cardiaque, maar wie staat er als eerste op de top van de duin, een verbouwereerd gezin achter zich latend?

Moi !

En ja, ik was nog kilometers van het resort, waar mijn vrouw literatuur tot zich zat te nemen aan de koelte van een azuurblauw zwembad,  felkleurige cocktails slurpend, waar kind 1 de eerste stappen zet bij de verkenning van het andere geslacht en kind 2 nog in volle onschuld met schepjes in de weer is. 

En moi ? 

Helemaal 'perte totale', nog kilometers ploegen door het mulle strandzand voor de boeg, terwijl de zon, die koperen ploert, de vellen van mijn rug schroeit...

Vakantie, dat is pas écht genieten...

 

*****

 

Nawoord:

Mijn vriend Tom, op fietsvakantie in de Alpen, prijkt op een redelijke  mooie plaats op de lijst van snelste beklimmingen Alpe d'Huez van het plaatselijke hotel. 

Een niet te verwaarlozen detail daarbij is dat hij de Alpe al lopende heeft bestormd. 

Lopen, dat is een échte sport.  Al de rest is aanstellerij.