22-07-09

Tricolore

Maandag hadden we een avondje cultuur op het programma. 

In Brussel.

Brussel, de hoofdstad van dit land waar de tektonische platen van Wallonië en Vlaanderen frontaal botsen, geniet vooral internationaal enige faam omwille van het feit dat de stad het fraaie decor is van de enige loopwedstrijd die er écht toe doet: de 20 Km door Brussel. 

Daarnaast is Brussel ook nog het wazige toneel voor enig politiek gekrakeel, een pissend standbeeldje, een paar grote ijzeren bollen en wat cultureel gerommel in de marge.  Naar dat laatste mochten wij maandag 20 juli gaan kijken.

Op uitnodiging van een bank. 

Zij hebben namelijk het rare idee opgevat dat ik over geld zou beschikken.  Dat is dus niet zo, maar ik laat ze in de waan, zo komen we nog eens ergens. 

 

***** 

 

Zo zat ik maandag dus in de Muntschouwburg in Brussel, voor de opvoering van.....

......een secondje, ik zoek even het foldertje....

......hier zie, La Muette de Portici.

Nu van cultuur kennen we de ballen, dus vreesden we dat het een oeverloos saaie avond zou worden. 

Dat was ook zo.

Voor de opvoering begon, hadden we al een Vip-arrangement in een sterrenrestaurant achter de kiezen. 

Met alles er op en er aan. 

Niet te zuinig met de Champagne, wit, rood, en cognac toe. 

Er was ook eten bij.

Dat eten sprak een behoorlijk mondje Frans, zo leerde me de menukaart. 

En ik zou de chef willen suggereren de geserveerde beestjes de volgende keer eerst te laten uitgroeien tot volwassenheid, want nu was het eerder karig wat er op het bord lag. 

Het kan ook zijn dat die beestjes niet groter worden, dat kan ook. 

Wat het was, weet ik niet, maar ik ben er zeker van dat ik dat beestje, wanneer ik het levend en wel in mijn tuin tegenkom, onmiddellijk plattrap. 

Beikes.

Een soort schelpdier, iets dat kon kruipen, misschien wel zwemmen.

En weinig...

Als loper ben ik gewend belachelijke hoeveelheden pasta te eten, nu was het miserabel weinig.  Het kan ook optisch bedrog geweest zijn, want de 'talloren' waren fenomenaal groot. 

Van de 17 gangen heb ik niets kunnen herkennen. 

Sommige dingen zagen eruit alsof ze al eens opgegeten waren geweest.  Een dag of zes geleden.

En nergens mayonaise te bespeuren.

Eén gang had wel iets herkenbaars in de marge; er lag een kwart ei op de rand van het bord.  En toen heb ik me in het selecte gezelschap onsterfelijk populair gemaakt door iedereen er attent op te maken dat een ei in feite de menstruatie van een kip is. 

Er bleven behoorlijk veel eieren op het bord liggen.

Het dessert.

Je verwacht een dame blanche.  7 bollen en warme chocoladesaus.

Wat kregen we? 

Een aantal kleurige lijnen op een bord getrokken. 

Schoon patroon, dat wel.

Ik bleef wachten.  Ik dacht namelijk dat ze zo meteen de crème glace zouden brengen die bij die sausen hoorde.

Bleek dat de sausen het dessert waren.  Mousse van dit en dat.

 

Omwille van de gulheid van de bank werd er niet op een glas gekeken.  Alsof de bankencrisis nog moest uitgevonden worden.

Het stroomde met beken, zowaar.  In mijn glorieuze dagen als student kon ik zulke hoeveelheden met de glimlach aan, nu moest ik af en toe toch één oog dichtknijpen om te kunnen bepalen waar exact mijn glas zich bevond.

En Vips, overal waar je keek zag je gezichten die je kent, maar niet thuis kunt brengen.  Het bleek een meute politici te zijn.

Van politiek ken ik ook al geen bal.

 

 *****

 

La Muette de Portici.

In de Muntschouwburg.

Raad eens naast wie ik zat?

Mijn vrouw, ja dat klopt.

AAN DE ANDERE KANT!, bedoel ik.

Je raadt het nooit.

Bart De Wever.

Ja, Bart De Wever, die van de slimste mens.  En van de NVA.

Nu, over La Muette de Portici, de stomme van Portici, kunnen we kort zijn.  De dame in kwestie is doofstom, dat schiet niet echt op in een gezongen stuk.  En van dat koeterfrans, jongens toch, daar versta ik ook al niks van.

Wat ken ik in het Frans ?

'Je t'aime...moi non plus' van Serge Gainsbourg.  En pizza quattro staggioni.  En dat laatste zou wel eens iets Italiaans kunnen zijn, wordt hier over mijn schouder gesuggereerd.

Goed mogelijk.

Die dingen kwamen in elk geval niet voor in La Muette.

Een mens zou er zowaar 'opstandig' van worden.

Ergens tussen het 54ste en 55ste bedrijf, waarbij een aantal Fransosen breed gesticulerend ambras aan het maken waren (of ze waren gewoon aan het lullen; wie ziet het verschil), zag ik kans om even buiten te glippen.

En wat staat er recht tegenover de Muntschouwburg?

Een frituur. 

Frituur La Bruxelloise, chez Paulette.

Ik had wel trek in een boulette.

En wie staat daar een frietje te steken?

Bart De Wever.

Frietje, frietje, zeg maar friet.  Voor die portie frieten had men toch een half hectare patatten moeten rooien, dachten wij zo.  Een gezinscontainer friet, als het ware.  Met een verzameling sausen die aan een paarse coalitie deed denken. 

En daarbij nog een stuk of 15 stukken vlees, gaande van een bereklauw, sitostick, curryworst (spéciale), loempia met warme curry, cervela (koud), bitterballen met mosterd, vleeskroket, viandell, taco, bamischijf, een satéke met extra kruiden, een potje mosselen in het zuur, om enkel de voornaamste maar te noemen.

"Hier zie, daar zie, De Wever begot", zei ik. 

"Klein hongerke, of wa?" 

Ik dacht dat een Vlaamse begroeting hier wel op zijn plaats was. 

Hij knikte met de mond vol, onderwijl enthousiast in een bereklauw bijtend.

Op dat moment kwam er een derde man bijstaan.  Hij bleek een houten been te hebben.  Hij stelde zich voor als Jean-Joseph Charlier.  Naast hem een schurftige hond, die ons loenzend en grommend aankeek.

"Eh bien, messieurs, La Muette, hein?",  zei de houten poot.

Hij tikte op zijn houten poot, en zei:

"Jao, hieren, de gallieerden in Waterloo, da hei ma une jambe gekost! Wellington merde !   Vive l'Empereur !"

Ik keek naar De Wever en tikte met mijn wijsvinger veelbetekenend tegen mijn voorhoofd.  De hond bleef gebiologeerd naar De Wever kijken, in de hoop dat er een stukje vlees zijn richting zou uitkomen.

"Misschiengs wullen de hieren den Belgiek dezen avond separeren, le 21 juillet, da koemt goe uit, wa peisde, non ? Cinq minutes de courage, hein ?"

Ik had geen flauw idee waar deze vreemde man het over had, Dewever klaarblijkelijk wel, want hij verslikte zich lelijk in zijn vierde curryworst.  Tot overmaat van ramp plantte de hond zijn snuit pal in het kruis van De Wever.

"Ah oui, révolution Belge 1830, deij onnoezel Ollandaises, deij heumme ma ook une jambe afgeschowten, mais dikke chance, het was menne houten puut, les connards !"  Hij barstte uit in demonisch gelach.

Inmiddels liep Bart De Wever paarsblauw aan (een coalitie die hem ook al niet aanstond). 

Hierop schroefde Jean Joseph Charlier zijn houten poot los en gaf daarmee een ferme mep op de rug van De Wever, waarbij het stuk verdwaalde curryworst de strijd opgaf.  De hond wist met een sierlijke sprong het stuk curryworst uit de lucht te happen en schrokte, met een gulzigheid De Wever waardig, het stuk vlees binnen.

"Straf hein, menne houten puut hè het belgiekske gemokt, en na begot hemmek nen separatist terug oasem gegeive, un séparatiste, parbleu !", riep hij en verdween schaterlachend met zijn hond in de nacht.

Piepend kwam De Wever terug op adem.

"Bart, nog een curryworstje?", vroeg ik hem.

"Bwa jot, doe maar", antwoordde De Wever....

 

 

*****

 

Driekleur.

Belgische onafhankelijkheid, revolutie 21 juli 1830. 

21 juli 2009.  Dwars door Kasterlee.  16 Km door Kempens natuurschoon.

Ik liep hier ooit al eens. 

Een secondje.

Het stof in mijn archief gaat langzaam liggen. 

In 2004.

Ik was er 42ste na 1u4m57s. 

Dat moet beter kunnen. 

Misschien....  Misschien ook niet.

5 jaar ouder.

******

 

Wat was me dat allemaal. 

De weergoden hadden hun dagje niet. 

Warm en laf weer.  De overmoedige gaat dit cash betalen.

Een behoorlijke opkomst.  330 finishers op de 16 km werden via bussen naar de startplaats gekanaliseerd. 

Veel bekend volk, straffe bezetting.

In de startzone gepolst bij bekenden wat hun streefdoel was.  Enkelen gingen trachten de magische grens van 1 uur te slechten.  Anderen gingen kalm aan doen.

Blakerende zon, startschot en met de lokale TV op kop, stormde de meute dolle honden de Kempense bossen in.  Op zoek naar eeuwige roem.

De eerste twee kilometer zat ik mooi op tempo; net onder de 4 minuten per kilometer.  Ik was apetrots dat ik zo kon doseren, maar later zou blijken dat ik me deerlijk had overschat.

Bloedheet in de bossen rond  Kasterlee en Lichtaart.  De ademhaling stokt, je voelt dat je lichaam langzaam begint te overhitten.  En dazerikken die constant rond en tegen je hoofd razen.

De Kabouterberg en de Hoge Mouw zijn scherprechters in deze wedstrijd.  De kop van de wedstrijd maakt daar het verschil.  Voor de anonieme lopers in het pak wordt daar ook het verschil gemaakt.  Je sterft er namelijk, samen met je ambities.

Trappen omhoog in los zand.  Je tempo stuikt in mekaar.  Je stuikt bijna zélf in elkaar.  De top van de duin wordt bereikt, tempo: veredeld wandelen.  Vervolgens quasi loodrecht naar beneden.  Levensgevaarlijk met de ontelbare boomwortels die boven het mulle zand uitsteken.

De steilste bergen zitten in het begin van de wedstrijd.  Aanvangstempo té hoog en dan blaas je jezelf op bij de steile beklimmingen.  Vervolgens loop je kilometers lang, wanhopig op zoek naar adem en een geschikt tempo.

De kolonie dazerikken in de Lichtaartse bossen heeft ook een vermoeiend dagje achter de rug.  Zoveel lichamen, badend in het zweet, zoveel geurtjes. 

Op een bepaald moment komen 2 lopers bij mij.   Ik sluit me bij hen aan, in de hoop dat ze me op sleeptouw kunnen nemen naar een iets hoger tempo.  Maar ik loop pal in de wolk dazerikken die aan hen kleeft.  Ik zag me gedwongen een gaatje te laten vallen om toch dazerikkenvrij te kunnen ademen.

Dorst en afkoeling. 

Toch misschien een drankpost te weinig.

Pas rond kilometer 11 kom ik enigszins terug in mijn ritme.  Ik remonteer nog wat stervende zwanen, zelfs heren waarin ik in het verleden mijn meerdere moest erkennen.

De laatste kilometer is puur sadisme.  Je komt aan de finish, maar  je moet nog een lus van 1 kilometer maken op een slingerpaadje door het bos.

Finish na 1u 8m 53 s en op plaats 43.

Drank.

Er staat een neveldouche.  Ijskoud.  Lang onder gestaan. 

Slechts 7 man onder het uur, het zijn dan ook the usual suspects.  Normale stervelingen zitten minuten boven de streeftijd.

Loeihete douche.  Hete damp in de kleedkamer zorgt er voor dat je nooit opdroogt.

En dan begint het te regenen.  Cynisme van de weergoden.

Prijzentafel: een ijsje en keuze tussen een fles trappist Westmalle of een T-shirt.  Vermits ik meer T-shirts heb dan dorst, ligt de keuze voor de hand.

Het ijsje is een tricolore: aardbei, vanille en chocolade.

Gemengde gevoelens.

Helemaal kapot ben ik niet.  Mijn tempo werd bepaald door mijn hart- en longfunctie, niet door mijn benen.

Ik merk dat wanneer ik aan 4m15 per kilometer moet lopen, de schade achteraf heel goed meevalt. 

 

*****

 

's Avonds zitten we op het terras van een plaatselijk restaurant.  Naast ons een paar werkelijk onuitstaanbare Hollanders, die met veel bombarie beslag leggen op het personeel en verbaal het ganse terras terroriseren.

"Nou, wat vieren jullie Belgen op de Nationale Feestdag?", vroeg één van hen aan de ober.

De ober mompelde iets over feest van de Koning.

"Oh, Koningsdag, bedoel je".

Mijn vrouw kent me. 

Ze weet dat ik dan op overkoken sta. Ik bedoel: je mag dom zijn, maar kan dat asjeblieft in stilte?

Ik heb dan de grootste moeite om niet uit te brullen:

"Belgische Revolutie 1830, onafhankelijkheid van de Hollanders!  Van jullie soort dus.  En we zijn zo bescheiden dat we daarvoor slechts één dag feesten, holhoofdigen!  Kop dicht en opgerot met jullie pindasaus!".

 

 

 

 

De commentaren zijn gesloten.