29-06-09

Close encounters

Close encounters.

 

Weekend zonder wedstrijd. 

De (voet)boog kan niet altijd gespannen staan.

 

Zaterdag lange duurloop. HEET !

Natuurlijk werden de loopschoenen om 14u30 aangegord, om zo op het heetst van de dag te gaan sterven als een beer in de taiga. 

De lucht zinderde van de hitte boven de droge Kempense zandgronden. 

Weinig zuurstof, lastig ademhalen. 

Het zweet gutste van mijn lijf.

Opgehitste hitsige insecten kwamen er zich massaal aan laven.  Slurpen !

De horzels en dazerikken waren erg agressief en vielen me echt in duikvlucht aan, als volleerde kamikazes.   Pearl Harbor.

Hartslag aan de hoge kant, zuurstoftransport verliep klaarblijkelijk wat moeilijker.

Thuis aangekomen, druppelend van het zweet.  Ik buk me om de schoenveters los te maken en het zweet loopt in de ogen.  Prikt ! 

Zweten. En het stopt niet. 

Douchen heeft geen enkele zin, want daarna barst je opnieuw in zweten uit.  Je moet innerlijk afkoelen, opdrogen, daarna pas douchen.  En drinken, water, ijskoud water, maar de dorst blijft.

 

*****

 

Maandag.

Wat een verschil deze morgen, zowaar een koele ochtend. 

Mist.

Opnieuw duurloop. 

De mist pakt mijn stadje in.  Nergens een glimp te zien van Katrien, de St-Catharinakerk, baken in Kempense baksteen in mijn bakermat.

Na enkele honderden meters voelt mijn ganse lijf koud en klammig aan.

De mist valt. 

Bomen schudden een druppelgordijn. Festijn.

Zalig is dit.

Kierewietende vogels.  In mist klinken de geluiden anders, wolliger, of maak ik mezelf dat wijs? 

Het kerkhof van de landlopers in de mist !  Ode aan de eenzaamheid, de vergankelijkheid.  De tijd, de grote scherprechter, verglijdt.

Mist gevangen in spinnenwebben.

 

*****

 

De eerste 12 kilometers loop ik vooral door lange statige dreven of bossen. 

Voorbij het Bootjesven. 

Een stukje natuurgebied, kronkelend smal weggetje, over een omgevallen boom. 

Dan verlaat ik het bos, over het wildrooster, en  kom vol tussen de velden. Wiegende weiden.  Wuivend graan.  Met de juiste lichtinval kleurt het graan blauw.

Weidse vergezichten, brem en heide, een paar vennen, wat losse vegetatie. 

Meanderende zandwegen. Kabbelend.

Kievit. 

Kiekendief.

De mist wordt langzaam verdrongen door de doorbrekende zon.  Aan de zoom van het bos blijven nog wat witte wijven hangen.

Mul zand.

De warmte van de laatste dagen heeft  het zand op de zandwegen tot poeder verpulverd.  Ploegen en stoeberen.

 

*****

 

Stoeberen is een woord uit ons lokaal dialect.  Maar ik vind dat het perfect weergeeft wat ik wil zeggen: het zand stuift op, het zand stoebert.  En het opgeworpen zand wordt stoeber genoemd.  Eigenlijk wordt het nog anders uitgesproken schtoeber.  Met een sch-klank dus.

 

*****

Na de velden weer terug het bos in.

 

*****

 

Rare ontmoeting op die plaats deze morgen.  Plots sta ik oog in oog met Musti, u weet wel het alter ego van Rachel Frederix. 

Musti, hier in de vorm van een ballon, zo eentje in een soort zilverpapier.  Ten hemel gestegen en hier neergedaald. 

Hoeveel kindertranen zitten achter deze ballon ?

Ten hemel schreien.

Iets verder weer een rare ontmoeting. 

Sluikstorten. 

Ik zie in de struiken iets groots liggen.  Een blauwe bak met daarboven een traliewerk.  Het was een kooi, waarin hamsters tot waanzin worden gedreven.  De tredmolen van het leven. 

Ik stop en bekijk de kooi wat aandachtiger.

Een dwergkonijntje. 

Gedumpt met kooi, voedselbakje en al. 

Gedumpt op een zandweg door het bos. 

Reisplannen waren waarschijnlijk niet verzoenbaar met het huisdier. 

Hoeveel kindertranen zitten achter deze kooi?

De mallemolen.

Dood konijntje. 

Het lief klein konijntje had meer dan één vliegje op de neus.

 

*****

 

Ik kruis tweemaal een asfalten verbindingsweg.  Een paar maanden geleden vond ik op zo'n oversteek een dode uil.  De kop was verbrijzeld.  Waarschijnlijk aangereden in volle vlucht.  Indrukwekkende klauwen heeft zo'n beest. 

Uilen zie ik vrij dikwijls.  Dan vliegen ze traag en statig voor mij uit in de dreven.  Majestueus.

Een paar jaar geleden zag ik in een dreef plots op een hoge stapel hout een uil zitten.  Ik vertraag en wijk uit naar de andere kant van de weg.  De uil, ik schat een 45 cm hoog, blijft hooghartig zitten op de houtstapel.  Kijkt me aan, heft zijn linkervleugel langzaam een beetje op.  Maar vliegt niet weg.

 

Herten zie ik héél zelden.  Op al die jaren maar een keer of vier.  Ze zijn behoorlijk schichtig en schieten pijlsnel weg.  Eén keer kwam ik een haakse bocht uit en stond ik op nauwelijks 10 meter van twee jonge herten.  Hun schrikbeweging was zo heftig dat ik zelf op mijn beurt schrok.  Zo kunnen wegspurten moet heerlijk zijn.

 

Eekhoorns per kilo.  Konijnen ook.

 

Mijn vriend Jan, die zowaar een lopende ornitologische encyclopedie is, kan alle vogels benoemen.  Mijn kennis beperkt zicht tot groot, klein, zwart of niet-zwart. 

Jan heeft ooit een vos gezien in die bossen.  Ik nog nooit, hoewel ik twijfel.  Ooit zag ik in de verte een dier de weg oversteken met toch wel een prominente staart, maar ik steek er mijn hand niet voor in het vuur. 

Voor niets trouwens. 

Doet pijn, namelijk.

 

*****

 

Nawoord: Enkele jaren geleden was ik nog getuige van een onverwachte ontmoeting. 

In de straten op het parcours  van een plaatselijke jogging stonden tijdelijke verkeersborden (in een zwarte plastic rechthoekige voet) met parkeerverbod. 

De start werd gegeven en plots zie ik, vanuit mijn ooghoek, links van mij een loper frontaal vol op zo'n bord knallen.  Met het geluid van een gong. 

 

Booooiiinng !

Dat noemen ze pas een close encounter.

 

 

 

 

De commentaren zijn gesloten.