29-05-09

Pavlov

Pavlov

Brusselse wafels!!!! En een ijskoude cola!!!

Wanneer je de aankomstzone van de 20 Km door Brussel uitstrompelt (die is zo groot dat je dan inmiddels al een halve marathon op de teller hebt), dan kom je op je calvarietocht naar de kleedkamer voorbij een VW-busje dat omgebouwd is tot een wafelkraam.   Je volgt gedwee je neus.

De geur van Brusselse wafels!

 Aaaaargh! 

Het water loopt je dan in de bek (nu ook trouwens). 

Je hebt net een monsterlijke inspanning geleverd, waarbij je het uiterste hebt gevergd van elke vezel van  je lichaam en dan kom je voorbij die kraam.

Pavlov!

Je geld zit in je rugzak enkele honderden meters verder.  In het normale leven is dat vlakbij, maar nu lijkt dat een onoverkomelijke afstand. 

De woestijn en de oase, zoiets.  Waar zijn die kamelen als je ze nodig hebt?

Krakend in alle geledingen hobbel je verder richting kleedkamer (je voelt het vocht in je blaren heen en weer schuiven).  Je bent drijfnat van de flesjes Spa die je over je kop hebt gegoten. 

En toch, als je met de tong over je bovenlip gaat, dan proef je zout.  Van het zweet.  In feite hang je helemaal vol zoutkristallen, over je hele lijf.  Moesten er koeien in de buurt zijn, ze zouden je komen aflikken. Kinky!

 

*****

 

Wanneer je binnenkomt in de hangar van het luchtvaartmuseum, is het er nog heel rustig (ha, het privilege van bij de eerste 2000 aankomers te zijn). 

De toppers worden in Vip-omstandigheden opgevangen en vermits niet iedereen zich omkleedt in de hangar is het dan nog erg rustig in de kleedkamer.

Het is er zelfs onwezenlijk rustig.  Iedereen die er is, zit kapot.  En zit zwijgend zijn tenen te tellen, of de blaren.

Alles doet pijn.  Je bent pijn.  Je ademt pijn.

Wat een verschil met anderhalf uur geleden. Toen stond je zo scherp als wat, boordevol energie, je kon wel door een muur lopen.  Nu voelt het alsof je dat ook effectief hebt gedaan.

Ik hou wel van dat moment van relatieve stilte in het leger/luchtvaartmuseum.  Daarstraks zat het er stampvol en werd er zenuwachtig gelachen en gepraat; één deinende, kakelende massa.

Nu is het stil.

Ik kleed me om.  Dat gaat erg traag.  Alles gaat in slow motion.

Natte loopkledij in speciaal daarvoor bestemd zakje.  Schoenen, medaille, ...

Dan terug naar buiten, pijnlijke kuiten. Je bent helemaal leeg. 

Als ik tegenwind heb, ga ik trager dan de processie van Echternach.

Maar we hebben een nieuw doel in ons leven gevonden..............de wafelkraam!!!  Mijn hele aardse bestaan cirkelt maar om één ding: een glimmende, vettige wafel.

Een Brusselse wafel en een ijskoude cola.  Geluk kan o zo simpel zijn.

 

Ik strompel verder op zoek naar onze bus.  Wat staat die klotebus toch ver.

En dan moeten we ook nog ergens het parcours oversteken, richting parkeerplaats  van de bus. 

Over een nadar. 

Dat lijkt niet hoog, maar als ongeveer elke spierspanning omslaat in krampen, is een nadar een verschrikkelijk beest.  Kwijlend, alsof er een Brusselse wafel in het spel is.

Als je rond 17u het parcours opkomt, dan krijg je medelijden voor alles wat daar nog richting finish zwijmelt. Doffe ogen overal. 

Ha de bus!

Sinds vorig jaar heeft de bus een ijskast met koele drank.  Nog meer cola.  Spijtig dat er nu geen wafels meer zijn,...  Instappen doet ook al pijn.

 

*****

The day after is een hel.

Ik slaap de nacht na de 20 Km door Brussel steevast heel slecht. 

Te vermoeid, te veel afvalstoffen in het lichaam, adrenaline.  En 's nachts loop ik nog een keer of drie de wedstrijd.  Al snurkend, volgens mijn vrouw. 

En spierpijnen the day after!  Alles is kapot.

The day after is ook een dag van eten. 

Al wat je ziet, eet je op.  Alles wordt ook eetbaar.

Ik ben een rat.

Ik kijk zelfs met een schuin oog naar mijn vrouw.  Als ik daar nu eens in zou bijten?

Ik ploeg me als een losgeslagen wilde buffel door de ijskast (het valt me plots op: veel dieren in deze kroniek).

En alles lijkt ook combineerbaar.

Pekelharing met warme chocoladesaus. 

Aardbeien met warme currysaus. 

Chocolademousse met mayonaise. 

Succulent! 

Ik lijk wel zwanger!

Ik blijft die dag ook angstvallig uit de buurt van de GFT-bak, omdat ik vrees dat daar wel eens iets eetbaars in zou kunnen beland zijn. 

En dat ik dat dan gelukzalig glimlachend, smakkend zou opvreten.

Dit doet me trouwens denken aan een verhaal met mijn schoonvader in de hoofdrol.

Mijn schoonvader kweekt konijnen.  Hij is van het type dat niets verloren laat gaan (hij heeft den Duits nog meegemaakt, hé meneer). 

Mijn schoonzus had voor de receptie van een communiefeest een aantal hapjes in de vorm van rauwe groenten.  Met dipsausjes.

Pépé vraagt haar waar ze de schillen en bladeren van die groenten heeft gelaten.

"In de GFT-bak", zegt mijn schoonzus.

Pépé vindt zoiets onwaarschijnlijke verspilling, want het is perfect konijnevoer.

Om een lang verhaal kort te maken: een gegeven moment kijken we door het raam naar buiten en wat zien we tot onze verbazing?

De GFT-bak komt langzaam voorbij het raam rollen, de Pépé met het hoofd naar beneden in de GFT-bak. 

In zijn zondagse kostuum!

Enkel zijn benen waren nog zichtbaar. 

Zijn broekspijpen zakten naar boven (ja, ik weet het, het lijkt een tegenstelling, maar het klopt wél).

Pépé heeft witte benen, erg witte benen, quasi fluorescerend wit.

 

Zelfs daar zou ik in willen bijten, the day after.

 

 

 

 

13:45 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.