24-05-09

Annus Horribilis

Annus Horribilis

 

U heeft in eerdere kronieken al kennis mogen nemen van mijn mindere momenten als loper (die zijn er dan ook veel meer dan momenten van absolute triomf).

Maar 2005 was het absolute dieptepunt der dieptepunten. 

2003 en 2004 waren jaren van records en stijgende curves. 

Hieruit ontstonden hooggespannen verwachtingen voor 2005 dat vervolgens een, hoe zal ik het stellen, een absoluut klotejaar is geworden.

Ik had me in een lange wintervoorbereiding gestort.  Niets werd aan het toeval overgelaten.  Ik was toegetreden tot een kloosterorde om mij in volle afzondering te kunnen concentreren op mijn sport, zonder afgeleid te worden door huiselijke bekommernissen en trivia zoals: Schat, de vuilzak moet dringend buiten, of Wat zou je denken van nog een kindje?

Neen dus, de opperste concentratie.  Ik was scherp als een mes, getraind tot op het absurde af.  De wind floot rond mijn dunne armen.  Ik liep niet, ik zweefde.

De 20 Km door Brussel 2005 zou de bekroning worden van hard werken en afzien.  Daar zou ik nog eens de puntjes op de i zetten.  Sidder en beef!  Schild en vriend!

De voorbereidingswedstrijden zouden amper een formaliteit worden waar enkel bevestigd zou worden wat ik in mijn allesomvattende arrogantie al wist: dju, wat is em goe!

De Valentijnjogging in Lichtaart zou de eerste afspraak van het seizoen zijn waar ik de tegenstand zou ridiculiseren.  Het startpistool schoot een losse flodder en ik vloog de startblokken uit, zelfbewust, op pure adrenaline.   In mijn hoofd speelt het lied: Fly like an eagle....(Steve Miller).

2 km verder, ik vlieg nog steeds als een losgeslagen Focke Wulf door de Lichtaartse bossen, plots een overstekende boomwortel.  Ik verzwik mijn voet, hoor een krak en val plat op de buik. 

The eagle has landed. 

Ik brul van de pijn, krabbel na verloop van tijd recht, mank wat en begin terug lichtjes te joggen.  Ik loop nog 6 kilometer, maar kan de pijn niet meer harden en begeef me naar de Rode Kruispost.  Mijn linkervoet is gezwollen tot een grote klomp.  Ik had, dixit de Rode Kruismedewerker, nooit mogen doorlopen.

Honderden trainingskilometers, 2 wedstrijdkilometers en exit.............

Een week gips, weken kinesist en terug van nul beginnen.  Onmiddellijk problemen met de kuit, die de verzwakte enkel probeert bij te sturen.  Contracturen en overbelastingen à volonté.

Het voorjaar is weg.  Ik sukkel me door de voorbereiding naar de 20 Km door Brussel en zet een bescheiden wedstrijd neer.  Medio juni ben ik verlost van alle miserie en kan ik terug voluit trainen.  En avant la musique!

Tijd voor wraak!!!! We nemen geen gevangenen!

Mijn 20 Km door Brussel afpakken?  Wat denken ze wel?

Mijn eerste échte wedstrijd wordt de stratenloop van Rijkevorsel begin juli, over 11 km.  Tijdens ronde 1, na een kilometer of 3, snij ik een bocht af en.......verzwik mijn voet op een bandenspoor in het zand. 

Nu mijn rechter. 

Ik ga tegen de grond en begin weer maar eens te brullen van de pijn. Ik word daar inmiddels goed in.

De val van de adelaar gebeurde net aan de voordeur van een kinesist, die onmiddellijk ter hulp schiet met een ijspack (merci trouwens, nogmaals; deze ondankbare hond was toen zo met zichzelf bezig, dat hij u wellicht niet bedankt heeft). 

Ik weet onmiddellijk wat dit betekent, weer alles om zeep. 

Ik zit wat verloren en misnoegd rondom mij te kijken, naar de lopers die me passeren.  Ik voel me heel eenzaam.

Plots komt er een juffrouw van het Rode Kruis op de fiets aangepeddeld.  Ze heeft een groot moeder-kloek-gehalte en een gezellige omvang. 

Ze voelt een soort dadendrang opwellen, hoe zal ik het zeggen, een soort opstoot van Florence Nightingale aandrang. 

Ik kan me dat wel voorstellen.  Jarenlang zitten ze te niksen in dat tentje, in de hoop dat er ooit eens iets zal gebeuren. 

Er gebeurt nooit wat.  Tot plots vanop het parcours een hulpkreet weerklinkt. 

Voor haar is het duidelijk: Ik moet en zal verzorgd worden.  Of ik dit nu wil of niet.  Ik ben haar patiënt en ik ZAL VERZORGD WORDEN. 

Tot de dood er eventueel op volgt.

Het enige wat ik wil is naar huis gaan om overleg te plegen met de medische staf, in casu mijn kinesist Tom B. 

Ik zou verdorie nog wensen dat ik eenzaam was.  Maar ze is behoorlijk kordaat en dwingt me ter plekke te blijven. 

Ze grijpt naar een walkie-talkie en doet een mysterieuze oproep.  Ik wil rechtstaan om me discreet te verwijderen, maar één "o soto gari" later heeft ze me in een houdgreep, terwijl ze me in het oor sist: "Waar denken we naartoe te gaan?  Hè, gaan we moeilijk doen, of wa?" 

Ze heeft erg kwistig met een parfum gewerkt, op basis van patchouli, zéér bedwelmend. 

Hier lig ik dan.  In innige omhelzing met een Rode Kruismedewerkster die niet eens al haar gewicht in de schaal hoeft te gooien om dit pluimgewicht tegen de grond te pinnen.   Ik ben haar gijzelaar (geen Stockholmsyndroom voor mij evenwel).  Nu vooral niet het bewustzijn verliezen (waanbeelden van mond-op-mondbeademing schieten me door het hoofd).

Even later komt de ambulance voorgereden.  Ik wil met zo weinig mogelijk misbaar hier weg, maar uit de ambulance springen twee collega's van Ulla Werbrouck tevoorschijn.  Ik wil instappen, maar dat is buiten de waard gerekend.

Een brancard wordt met veel bombarie uitgehaald, plus een opblaasbaar ding voor rond mijn been.  Mijn been wordt opgeblazen (heu, dat ding rond mijn been wordt opgeblazen).  Ik word op de brancard gelegd en op aanraden van de kenau vastgegespt (ze blijft me vanuit haar ooghoeken steels in het oog houden; zou hij nog eens wagen te ontsnappen?).

Alsof de duivel er mee gemoeid is  komt net op dat moment mijn loopmakker Tom voorbij gelopen (bezig aan de tweede ronde).  Ik probeer me onzichtbaar te maken.  Lukt niet met een blauw zwaailicht.

"Gij doet ook alles om op te vallen, hé."   "Konde weer ni volgen?". 

Lachen!!!

Onbegrijpelijk, maar voor zoiets heeft hij nog wél adem over. Wat zou een mens zijn zonder vrienden?

De ambulance rijdt weg. 

Vermits ik hoop dat dit de enige keer in mijn aards bestaan is dat ik me in een ambulance zal bevinden, vraag ik in een kinderlijke opwelling of de sirene opmag.  Men kijkt me meewarig aan. 

Het mag niet.

 

Nawoord:

Je gaat het niet geloven, maar dit voorval was op een zaterdag.  Maandagavond, de vrouw is gaan werken, en ik denk: ik ga de uitgebroken terrastegels achter het tuinhuis stapelen (ze is nu toch niet thuis om me te berispen dat ik dat beter niet doe met een verzwikte voet).  Ik pak twee tegels arduin van 40x40x5 in de handen en begin te manken. 

Vlak voor het tuinhuis verzwik ik mijn verzwikte voet nog eens. 

Whoehaaah

zo klonk het ongeveer.

 

09:53 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

Commentaren

Schitterend ! Ik lig hier te gieren van het lachen (sorry). Mooi geschreven !!

Gepost door: stef vermeulen | 26-05-09

Reageren op dit commentaar

De commentaren zijn gesloten.