18-05-09

Het verschil met mijn vriend Tom

Het verschil met mijn vriend Tom

Denk bij de titel aan het lied: "Het verschil met mijn vriend Jan" van Raymond van het Groenewoud.  Of niet.  U moet dat zelf weten.

Ik loop.  Tom loopt ook.  Naast lopen speelt hij tennis, voetbalt hij en speelt hij beachvolley.  We beoefenen allebei dus slechts 1 sport, dezelfde.... inderdaad.

Laat dat duidelijk zijn. 

Neen, ik wil hier geen discussie. 

Tennis en voetbal zijn spelletjes in de orde van Scrabble. 

Noem het voor mijn part Scrabble met een fysieke component.  Een geluksspelletje  terwijl je matig beweegt.  En beachvolley is uitgevonden nadat de strakke pakjes voor de vrouwelijke beoefenaars ontworpen waren en men zich afvroeg: wat zullen we hiermee aanvangen?  Ik herhaal: ik wil hier geen discussie over.

Tennis is een spelletje, waarbij het fysieke aspect te verwaarlozen is; ik bedoel; ik stop met lopen omdat ik moe ben. 

Stoppen met tennis doe je omdat het te donker wordt om verder te spelen.

Ik herhaal: zonder discussie.

Lopen is eerlijk.  Je bent zo goed als je bent, niks geluk, onterechte winst bestaat niet.

Maar goed: het verschil met mijn vriend Tom. 

Waar zal ik beginnen?  Nu ik de omvang van deze taak voor mij zie, kan ik enkel nederig het hoofd buigen en verdwaasd op de knieën neerzinken. 

Ben ik wel opgewassen tegen deze taak?  God sta me bij!

Tom is in beperkte mate nonchalant.

Ik verbloem zaken. 

Als u in het woordenboek nonchalant opzoekt, dan staat daar als eerste betekenis: Tom.

Tom is nooit op tijd.  Tijd is een erg rekbaar begrip voor Tom.  Maar altijd in het nadeel.  Hij is nog nooit ergens te vroeg geweest.  Op tijd ook niet, wat dat betreft.

Tom is ook altijd iets kwijt.  Dat varieert van zijn GSM, sleutels, de weg, de kluts, besef van tijd.

Tom is erg groot.  In een grote auto valt dat niet zo op, maar hij kwam me ooit oppikken met een Ford (de kleinste in het gamma) en dan leek het wel of hij op de achterbank zat én toch het stuur in handen had.  Zéér vreemd.  Bij het uitstappen zag ik hoe dit optisch effect bereikt wordt.  De zetel staat helemaal naar achter en Tom heeft zich als een slangenmens in het autotje gewurmd (u kent dat nog wel van vroeger; dat er een volwassen man in een glazen kubusje kruipt en het deurtje sluit, zoiets). 

Zijn auto is ook een bizarre habitat.  Stofzuigen is onmogelijk.  Daarvoor moet je eerst met de grove borstel doorheen de auto.  Lege flessen, sportuitrustingen in verschillende stadia van ontbinding, verpakkingen van hamburgers, laptops, lege deo, pluimvee,....  Ik vermoed dat er zelfs nog verdwenen beschavingen te vinden zijn in zijn kofferbak.  Niemand durft de koffer te openen.

Zijn auto valt op het containerpark onder de categorie Restafval.

Tom heeft Latijnse gestudeerd, en is bijgevolg wereldvreemd én onhandig.

Tom is iemand die, wanneer de wedstrijd start om 15u, zich rond 15u15 begint af te vragen wat die bewegende mensen beneden op straat allemaal bezielt.  Tom vergeet speldjes voor zijn borstnummer, vergeet zijn borstnummer, vergeet zijn loopuitrusting, vergeet zijn loopschoenen.

 

Twee keer per jaar schaf ik mij loopschoenen aan. 

Daarbij wordt niets aan het toeval overgelaten.

's Lands grootste specialisten buigen zich over mijn voeten, mijn ellenlange lijst blessures, om dan tot een standpunt te komen: loopschoenen van het merk Brooks zullen het worden.  Demping, afwikkeling, pronatie en dies meer.  De nodige aanpassingen gebeuren,  footscan, gipsmodellen en speciale zooltjes worden gecreëerd, gefreesd op basis van computermodellen waar niemand nog iets van begrijpt... 

Allemaal om het hoogste doel te dienen.  Iemand die niet gemaakt is voor het lopen, te laten lopen.

Bij Tom mag je al blij zijn dat hij niet met twee linkerschoenen aan de start staat.  Schoenen waarmee ik niet eens achter een grasmaaier zou willen betrapt worden.  Schoenen waar niet nader te benoemen viezigheid aan kleeft. 

Mijn wedstrijdschoenen staan in de woonkamer centraal opgesteld op een marmeren zuil, met een spotje op gericht, een spotje dat je kan dimmen. 

De schoenen staan onder een glazen stolp.  In die  stolp heerst een constante temperatuur en de ideale vochtigheidsgraad.

Tom zijn schoenen hebben ook een bepaalde vochtigheidsgraad.  Met bijpassende geur.  Insecten en kleine knaagdieren voelen zich er thuis.  Zoogdieren niet.

 

En toch staat Tom elk jaar aan de start van de 20 km door Brussel. 

Weliswaar is dat meestal een gevolg van een reeks toevalligheden: ik schrijf hem in via de website (anders had hij de laatste 3 edities nooit ofte nimmer een  borstnummer gehad), ik reserveer zijn plaats op de bus, ik bel hem de dag zelf een aantal keren zenuwachtig op om te melden hoeveel tijd hij nog heeft om uitrusting van divers pluimage bijeen te scharrelen, ik geef hem spagetti te eten en ik sleep hem tenslotte naar de bus. 

U begrijpt dat dit voor mij een bijkomende bron van stress is, maar goed, naastenliefde, mijn hemel verdienen, u kent de hele afkoopprocedure voor het katholieke schuldgevoel.

Laat ons wel wezen.  Tom kan lopen. 

En dat is nu godverdomme zo unfair.  Terwijl ik het hele jaar door mijn oude knoken martel met duizenden trainingskilometers, bestaat Tom zijn voorbereiding voor de 20 km van Brussel uit het volgende scenario.

De woensdag voor de 20 km beseft Tom plotseling dat hij nog geen enkele meter getraind heeft.  Hij loopt die dag 17 km en is vervolgens een paar dagen totaal van de kaart, geplaagd door helse spierpijnen. 

De laatste zondag van mei zorg ik ervoor dat hij aan de start verschijnt, met minstens één loopschoen aan, en als ik een mindere dag heb, moet ik over mijn schouder kijken of hij er toevallig niet aan komt stormen.  Hij vertrekt meestal ook nog een paar boxen achter mij...

 

Talent is een raar beestje. 

Tom ook.

 

 

 

 

 

 

13:59 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.