16-05-09

Freud en Co

Freud en Co

Mijn onhebbelijkheden.

Ik vroeg mijn vrouw om info over mijn onhebbelijkheden.  Ikzelf kon niet meteen enige vorm van onhebbelijkheid in mijn karakter ontwaren. 

Dat was er volgens mijn vrouw al één. 

Ze kon er nog wél een paar bedenken.  Ze vroeg me of ik de lijst alfabetisch, dan wel chronologisch wou.  Ze heeft een bizar gevoel voor humor...

Ze wist me verder te vertellen dat ik gewoon onuitstaanbaar ben ....

(en toen was ik blij dat er nog iets volgde)

...wanneer ik gekwetst ben en dus niet kan lopen.

Tja, wat zal ik zeggen. 

Wanneer ik gekwetst ben, dan wil ik dat de ganse loopgemeenschap gekwetst is.  Voor de Nederlanders is gekwetst een raar begrip: ze zien dat als iets in de emotionele sfeer; zij hebben het in geval van sportblessure over geblesseerd.  Nederlanders zijn raar.

Als ik een blessure heb (nu goed?) dan sluit ik de gordijnen van de woonkamer.  Dat helpt niks, maar dan zie ik ten minste die gelukzalige koppen niet voorbij mijn huis joggen.  Dat kan ik dan namelijk niet hebben.  Dat is namelijk zout in de wonde.  Alsof ik al niet genoeg miserie heb.

Maar tot op heden, en dit is de Goden verzoeken, heb ik nog geen enkele editie gemist van de 20 km door Brussel sinds mijn debuut in 1994. 

Sinds 1994.  Ik laat het groteske van deze boodschap even tot u doordringen.

Nog geen enkele keer heeft een blessure me noodgedwongen de 20 km doen missen.  Het heeft een paar keer niet veel gescheeld, dat mocht u hier eerder al lezen.

 

 


 

Angstdromen

Maar jaarlijks heb ik toch wel de nodige angstdromen rond het missen van de 20 km.  De scenario's zijn verschillend en kunnen wellicht Freudiaans verklaard worden.

Ik ben mijn loopbroekje vergeten.  En bizar genoeg heeft er niemand in die ganse luchtvaartmuseumomkleedhall een reservebroekje voor mij. Sterker nog, ze willen me er geen lenen.  Ze zijn bang van mij en van de onwaarschijnlijk scherpe tijd die ik kan neerzetten, moest ik een broekje hebben.  Maar ik heb geen broekje.  KLOOTZAKKEN!

Ik zit op het toilet te kakken (pardon my french) en het kanonschot van de start klinkt op de achtergrond.

Variant: ik zit opgesloten in zo'n mobiel toilet van Toi Toi.  Ik lig op de deur te bonken, maar niemand hoort me.  Op de achtergrond hoor ik de omroeper : "Laatste oproep.  Begeef u onmiddellijk naar uw startbox".

In dezelfde scatologische sfeer: ik ben aan het pissen en het blijft maar komen.

Ik heb me van zondag vergist.  Ik sta helemaal alleen in Brussel te koekeloeren.  De wind jaagt een eenzaam foldertje van Nike voor me uit.

Ik heb de bus gemist die naar Brussel rijdt.  Ik zie de bus zelfs nog in de verte.  De achterbank wuift naar mij (zie ik daar ook geen grijnzende gezichten?).

Ik zit vast in de aanschuifstrook naast de startvakken tussen allemaal niet-lopers en geraak daardoor niet in mijn box. 

Even tussendoor: wat bezielt niet-lopers om in die aanschuifstrook te gaan rondhangen?  Daar kan ik met mijn beperkt verstand dus niet bij.  Er zijn zelfs moeders met kleine kinderen in van die buggy's die dan op je achilles inbeuken en dan nog verongelijkt durven kijken als je boos omkijkt.  Blijf thuis!  Er is niks te zien!

 

Angstdromen dus.

Ik loop tussen duizenden mensen die niet vooruit geraken (bij nader inzien is dat in realiteit ook zo), maar nu komt het: ik begin in de lucht te zwemmen, crawl.  Dat gaat ook al niet goed vooruit.  Ik hoef geen verklaringen, dank u wel.  Het leven kent zo al genoeg beproevingen.

Ik kom zelfbewust aan in de kleedkamer en ik open met een schalkse knipoog mijn lopersrugzak. 

En dan blijkt dat ik mijn schoenen ben vergeten. 

Een droom die ik eerder aan mijn vriend Tom zou toeschrijven, maar helaas moet ik tot mijn scha en schande bekennen dat het mij al een keer in realiteit is overkomen.  Niet tijdens de 20 km door Brussel, gelukkig maar, neen het was tijdens een regionale wedstrijd. 

Mijn vriend Tom kon zijn geluk niet op toen hij kennis nam van het voorval.  Hij is de ultieme sloddervos,  maar het overkomt nota bene zijn vriend de neuroot. 

Dat verhaal blijft hij maar oprakelen, te pas en vooral te onpas. 

Ik heb die wedstrijd wel gelopen, op niet aangepast schoeisel, zonder speciale lasertechnologisch aangepaste inlegzolen. 

Een paar dagen kreupel geweest.  Maakte dus in feite geen enkel verschil.  Het eindresultaat was hetzelfde.

Mijn vrouw heeft in de loop der jaren een afscheidsritueel in het leven geroepen. 

In den beginne zei ze, als ik op het punt stond te vertrekken: Goe lopen!

Na de eerste blessures zei ze: Goe lopen!  Geen blessures!

Nu is het al geworden: Schoenen bij?  Goe lopen!  Geen blessures!

Freud zou er het zijne van denken.

 

 

 

 

 

 

10:20 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.