12-05-09

De wet van Murphy

De wet van Murphy

 

Ik ben een gebroken man.

En dat is nu eens letterlijk.  Vorige week maandag een klein ongemakje binnenkant rechterkuit, woensdag werd dat een iets groter ongemak tijdens een langere duurloop.

Een contractuurtje.  Het kon niet uitblijven. 

Nog luttele dagen en dan loop ik de 20 Km door Brussel, en wat leert de wet van Murphy ons? 

Inderdaad.  En dan moet ik er aan toevoegen dat Murphy in principe een optimist was.

Maar zoals altijd wanneer een ongemak de kop opsteekt is er de enige echte Superman Tom B., mijn kinesist, mijn gids doorheen moeilijk vaarwater...

Ik moet nooit vertellen wat er fout zit aan mijn lichaam (looptechnisch gesproken dan, psychisch wil zelfs Tom B. er niet aan beginnen), hij voelt dat.  Zijn handen zoeken de blessure en grijpen die dan bij de gluiperige kraag.  Magic!

Hij is niet enkel een wonderman met grote duimen, maar weet hoe een loper mentaal in mekaar zit (in mijn geval eerder simpel, vrees ik).  Hij kent onze wanen en driften, onze twijfels en mantra's.  Hij loopt zelf ook, dat scheelt.

Tom toog aan de arbeid.

Na de nodige kuitmanipulaties (ben ik blij dat ik de eerste i van het woord niet ben vergeten; a dirty mind is a joy for ever) en geruststellende woorden dat de machinerie weliswaar licht gehavend, maar nog altijd op ramkoers was met de 20 Km, zei Tom B. langs zijn neus weg: Ik zal eens naar de stand van uw heupen kijken.

Ik ben naïef.

Ik zei ja.

Hij stelde een verschil in stand van een tweetal cm vast.

Twee centimeters is, in termen van de kosmos, een pietluttigheid.  In termen van manuele therapie komt het echter neer op het volgende:

Hij plooide mijn been naar boven, vér naar boven, héél ver naar boven. Ik kon aan mijn eigen tenen likken.  Vervolgens deed hij een aantal bewegingen waarbij ik het gevoel had dat hij een rib of tien brak, live mijn ruggewervels uitrukte, die afspoelde onder het kraantje (hygiëne is belangrijk), om tenslotte mijn twaalvingerige darm in een driedubbele Nelson te knopen aan mijn sleutelbeen.

Hij plooide mij in drieën origamigewijs. 

Ik hoorde mezelf gillen: Tom, stop daar onmiddellijk mee, mijn been kan niet verder!

Tom schroefde lustig verder onderwijl het thema van het Slavenkoor fluitend.

Ik hoorde mezelf gillen: Tom, ziet ge mij niet meer graag?

Hij vees nog een poot uit, onderwijl sardonisch schaterlachend (denk daarbij aan de lach van Gargamel die eindelijk de loopsmurf te grazen heeft).

Maar dat was slechts het voorbereidende werk.  Tom gooide vervolgens al zijn troefkaarten op tafel en plooide mijn heup terug op zijn plaats.  Alles werd zwart voor mijn ogen.

We weten allemaal: pijn is relatief.

Maar ik baar nog liever een drieling mét waterhoofd, pis nog liever een tiental nierstenen ter grootte van een kassei uit.  Mijn vrouw zegt dat ik kleinzerig ben.

Het viel dus echt wel mee.

"Gaat het?"  vroeg hij een paar keer (dat begeleidende grijnslachje was er over, Tom).

Ik was niet bij bewustzijn, denk ik.

"Dat is al beter", zei hij na één keer.  Ik dacht: ok wij zijn er vanaf.

Toen kwam de sinistere mededeling dat hij deze behandeling nog een keer of vijf ging herhalen.

Ik zag dat de deur van de behandelingskamer op een kier stond.  Ik greep mijn kans en wist te ontsnappen van de behandelingstafel.  Ik vlucht de gang in, onderwijl fluks apparatuur omver trekkend, om  de inmiddels briesende kinesist af te remmen in zijn wilde achtervolging.  Ik weet met een bus massagezalf zijn ogen te raken. Ik gooi in wanhoop dat raar machientje dat op het eind van de behandeling altijd piep zegt naar zijn hoofd.  Niks kan hem stoppen! 

Drie behandelingskamers verder word ik door een wilde tackle onderuit gehaald. Normaal altijd rood!  Astemblieft arbiter!!!!!  Tom sleept me aan de enkels terug naar de behandelingstafel.  Hij gaat stoïcijns verder met de manuele therapie.

Zoals beloofd herhaalde hij de behandeling nog een keer of vijf.  Links.  Daarna rechts. 

De eerste keer was ik nog macho genoeg geweest om de stilte te bewaren.  De volgende keren heb ik geluiden geproduceerd die thuishoren in een stripverhaal: Oink, kraaieek, aiaiaiaiai, whoehah, mamma mia,...

De film van mijn leven kwam een viertal keer voorbij.  Notitie aan mezelf: Ik moet dringend iets aan mijn leven doen; saai, die film, een ware verschrikking...

Op dat moment was ik drijfnat van het zweet en zo van de kaart dat ik dacht dat mijn naam Jos was en dat ik een frituur uitbaatte aan het station van Berchem.

Maar ik ben nu de trotse bezitter van heupen die zo waterpas staan, dat kun je niet geloven!  Automobilisten stoppen spontaan om mij te feliciteren met die heupstand, tot tranen toe bewogen, wulpse vrouwen knipogen veelbetekenend naar mijn heupen.

Ik kan het iedereen aanraden. 

En ach ja, de contractuur.  Zo goed als weg.

Dank u Tom.

 

 

13:40 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (0) | Tags: 20 km door brussel |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.