20-06-13

Een korreltje zout

Een korreltje zout

 

 

Zaterdag 15 juni 2013.

 

Vandaag staat wedstrijd 8 van de Challenge Delhalle op het programma (mijn vierde wedstrijd in dit regelmatigheidscriterium).  

 

 

Habay!

 

 

Les forges de la forêt d' Anlier, goed voor een kloeke 19 km.

 

 

affiche_forges_2012.jpg.h380.jpg

 

Traditiegetrouw maakt atletiekclub AVN er een weekendje Ardennen van.  We verblijven in Dohan, in Le Courtil, bij Ward en Greet.

 

Gepakt en gezakt zetten we koers naar de andere kant van dit land, op zoek naar glorie, een goed glas Orval en broodnodige punten voor het klassement.

 

 

 

***** 

 

 

 

Habay.

 

Het is hier een drukte van jewelste!  De opkomst is behoorlijk fors te noemen (351 finishers op de 7 km en 1.158 op de 19 km) waardoor het erg druk is in de sporthal en aan de inschrijvingsbalie.

 

Na de administratieve rompslomp kleden we ons snel om, poseren voor de groepsfoto en flikkeren de tassen in de tassenbewaarplaats.  

 

 

habaygroep2.jpg

Stelletje ongeregeld.

 

 

Naar buiten, wat rondkijken en dan is het tijd om ons op te warmen.  

 

We treffen er Rudy S., bevriend loper uit Loenhout.

 

Hij maakt het gezelschap van de dag compleet.

 

 

De startzone wordt al eens uitvoerig besproken, gekeurd en uitgetest.  De eerste honderden meters lopen steenhard naar beneden; het besef dat we die straks ook weer ten dele op moeten lopen, stemt al tot nadenken.  

 

Maar dan nemen de routiniers in het gezelschap me mee naar dé meest beruchte passage van deze wedstrijd: les escaliers, de trappen!

 

 

Een trap in Vlaanderen is een prima uitgebalanceerd geheel van fijn afgelijnde treden, op regelmatige en ergonomische afstand van elkaar geplaatst.  

 

 

In Habay hebben ze daar een iets andere invulling aan gegeven.

 

De trappen van Habay!

 

Welke redenering zit er achter de trap van Habay?

 

Zoek de meest steile klim van het dorp en gooi daar wat brokken grillig beton schots en scheef neer.  

Zorg er vervolgens voor dat die betonnen treden op de meest onregelmatige afstand van mekaar liggen, zodat je ofwel reuzenstappen moet nemen, ofwel zal struikelen in een poging twee trappen in één beweging te nemen.

 

Straffe gast die op deze trap overeind weet te blijven, laat staan überhaupt kan blijven lopen.  

 

Voor de kenners volgen hier nog enkele statistische gegevens van de trap:

 

  • de kans dat je van voet tot top blijft lopen: 0,0000005 %,

 

  • de kans om op de trap feestelijk op je kloten te gaan: 70,8 %,

 

  • de kans om er je poten te breken: 48,2 %,

 

  •  de kans dat je struikelt op de trap: 67 % (waarvan 38 % over je eigen voeten, 12 % over je eigen tong, 17 % over het lijk van een voorganger).

 

 

Enfin, het belooft een heel leuke finale te worden.

 

 

Inmiddels begeven we ons terug naar de startzone, waar de start van de 7 Km al gegeven is.  Johan verdedigt de kleuren van AVN op deze afstand (en zal dat goed doen).

 

 

 

*****

 

 

Startzone.  

 

 

Ik maak me  zorgen.  Na de 20 km door Brussel en de Stratenloop van Hoogstraten was er toch wat schade aan de rechter achilles (wat leidde tot het schrappen van een paar wedstrijden en tot een regime van nauwelijks lopen en een beetje fietsen).  

 

Twee vragen spoken door mijn hoofd: hoe is het gesteld met mijn fysieke conditie, maar vooral: zal de achilles deze zware beproeving doorstaan?

 

 

Ik sta in de start naast Frank en Rudy.  Een rij of vijftien voor ons staat looplegende Jan H.  

 

 

We wensen mekaar succes en een behouden race.

 

 

 

*****

 

 

De start.

 

 

habaystart.png

 

De eerste kilometer loopt oerend hard naar beneden.  Ik moet serieus het rempedaal induwen, want de achilles schreeuwt het uit van de pijn.  Wanneer het iets vlakker wordt, normaliseert dit zich, tot mijn opluchting.

 

 

De eerste kilometer ronden we na 4 minuten exact.  En dan knallen we volop het bos in.  

 

Meteen krijgen we een kilometer pittig klimwerk voor de voeten gegooid (4m 44s).  

 

Waarna  een vlot lopende derde kilometer in dalende lijn volgt  (3m 52s), die eindigt met een passage dwars door een riviertje.  Je kan riskeren om van steen tot steen te springen (en te verongelukken) om zo droge voeten te houden, maar ik verkies los door het water te baggeren, lekker koele voeten tot gevolg.

 

habaymark.jpg

 

Kilometer 3 tot kilometer 8 zijn verschrikkelijk zwaar.  Het parcours overbrugt ongeveer 80 meter hoogteverschil, met stijgingspercentages die variëren tussen de 5 en 7%, wat resulteert in kilometertijden van 4m 30s tot 5m 9s.  Vooral km 6 is loodzwaar; er wordt al volop gestapt.  Omdat er ook kleine knikjes naar beneden tussen zitten, overbrug je in totaal nog heel wat meer hoogtemeters.  

Maar, aan de positieve kant, het parcours is doorgaans goed beloopbaar, hier en daar een strookje modder, de risico's blijven dus eerder beperkt .

 

habaybennyhild.jpg

 

Trouwens, aan bevoorrading is er ook absoluut geen gebrek.

 

 

Ik neem af en toe de tijd om rond mij te kijken.  We lopen in een adembenemend mooi decor.   Vooral de passage door het Château du Pont d'Oye is memorabel.

 

 

habaykasteel.png

 

Inmiddels is de wedstrijd zowat in de plooi gevallen; iedereen loopt op zijn/haar positie.   Ik bevind me trouwens in het gezelschap van twee dames; je kan het slechter treffen...

 

habaytele.jpg

 

... bijvoorbeeld in het gezelschap van deze banaan - een mannetje, zo blijkt duidelijk.

 

 

Eén van de dames is Fabienne L. (2de dame in het klassement).  In Bütgenbach liep ik ook bijna de ganse wedstrijd in haar gezelschap; nu blijkt alweer dat we ongeveer even sterk zijn.  

 

De dames vechten onderling een bikkelharde strijd uit.  Bergop loopt Stephanie meestal van ons weg, bergaf of relatief vlak breng ik Fabienne meestal terug (ik denk niet dat Stephanie daar erg mee opgezet is).  

 

Soit, het maakt de wedstrijd enkel nog wat leuker.

 

Kilometer 8 bereiken we na in totaal 36 minuten en 20 seconden.  We bevinden ons op het tweede hoogste punt van de omloop en maken ons op voor een loeiharde afdaling.

 

 

Eén kilometer laagvliegen verder (3m 50s) brengt ons op alweer een legendarisch punt van de westrijd.  

 

De gechronometreerde beklimming over een dikke kilometer (tussensprint - met klassement) met een gemiddeld stijgingspercentage van 11 % (met een knik van maar liefst 15%), grotendeels over asfalt.

 

habaylu.jpg

 

De toppers doen er iets meer dan 3 minuten over (pakweg 3m 15s); zijnde bijna 20 km per uur.  Ik doe er ongeveer dubbel zo lang over.

 

 

Alles ontploft tijdens deze beklimming.  De warmte straalt van het asfalt af, je tempo keldert, je ademhaling jaagt, ik proef het zout van mijn zweet, de hartslag kleurt donkerrood.  

 

 

Op een bepaald moment komt een loper naast ons gezelschap lopen (Mark en zijn twee wijven), en die vindt zowaar nog de adem om enkele honderden meters lang de dames fel aan te sporen om het tempo hoger te leggen.  Ik kon nauwelijks een woord uitbrengen, terwijl die kerel constant aan het roepen was.

 

 

Sterk staaltje!

 

 

De beklimming blijft maar duren en duren.  Je voelt je helemaal stuk gaan.  

 

 

Wanneer je het asfalt verlaat, denk je dat de beklimming voorbij is.  Helaas.  Niets is minder waar.  We draaien rechtsaf het woud van Anlier weer in waar het laatste stuk van de beklimming op je ligt te wachten.  Enkele jagers blazen op jachthoorns, het signaal dat je bijna het dak van de wedstrijd hebt bereikt...

 

habayblazers.png

 

Boven gekomen is het toch even op adem komen, je tempo weer zoeken, een bekertje water grijpen en krijgsraad houden.  

 

 

parcours.png

 

*****

 

 

De 11 eerste kilometers zitten er op (50m 42s), nu volgen er een aantal relatief gemakkelijke kilometers.

 

Maar hoewel het parcours nu in licht dalende lijn loopt, heb ik toch het gevoel dat het me niet lukt een versnelling hoger te schakelen.  Ik rijg kilometers van 4m 28s en 4 m 17s aan mekaar; niet traag, maar ook niet écht snel.

 

En, bizar genoeg, de traagste kilometer (4m 44s) loop ik net waar het parcours met gemiddeld 7% naar beneden duikt (kilometer 14).  De geaccidenteerde ondergrond doet me compleet blokkeren en ik sukkel als een waggelende eend naar beneden.  De dames schieten van mij weg en nog een tiental lopers vliegen me als kamikazes voorbij.

 

Ik heb er compleet de smoor van in.  Het is erg frustrerend om er zo af gelopen te worden bergaf.  De volgende kilometers leg ik er dan ook duchtig de pees op.  Ik wil iedereen die me voorbij is gegaan terug remonteren.

 

Twee relatief snelle kilometers (km 15: 4m 15s en km 16: 4m 04s) brengen me weer voorbij de kamikazes en opnieuw bij de twee dames, die mekaar nog steeds geen duimbreed toegeven.  Ik merk wel dat ik voor deze wilde achtervolging enorm diep in de reserves heb moeten tasten.

 

Een stuk recent aangelegd asfalt stinkt verschrikkelijk, maar dan duiken we rechts weer een zandweg in.

 

We komen langzaam terug in de bewoonde wereld.  Dat betekent dat de eindsprint is ingezet.  

 

Fabienne versnelt.  

 

Stephanie kraakt en moet lossen.  

 

 

Ik helaas ook.

 

Het bobijntje is zo goed als af.

 

 

En dan denderen we Habay terug binnen.  

 

 

En staan plots aan de voet van de trap.  

 

 

 

D E    T R A P !!!

 

 

Ik vlieg de trap op met twee treden tegelijk.  

 

 

habaymark2.jpg

 

 

 

Eventjes toch.  

 

 

Want door die doldrieste aanpak trap ik me na een paar treden zwaar op de adem, en moet ik inbinden.  De volgende treden worden één na één aangepakt.

 

 

De trap hakt er zwaar in.  Ik voel mijn benen op een paar meters helemaal vollopen.  De totale verzuring.

 

 

Ik ben boven.

 

 

Maar sta compleet geparkeerd.  Ben helemaal stuk.

 

les marches.png

Ah, les marches du paradis.

Plus près de toi, mon Dieu.

 

 

Tja... 

Humor ist, wenn mann trotzdem lacht... 

 

 

*****

 

Doortocht van de collega's op de trappen van Habay.

 

habayjan2.jpg

Jan

 

habayfrank3.jpg

Frank

  

habaybenny.jpg

Benny

 

 

 

habaytrap1.jpg

Herman en Monik (en de rug van Jan; enfin, de rest was er natuurlijk ook).

habayviv2.jpg

Viv.

habayward.jpg

Ward

 

 

*****

 

 

Het stuk van de trap naar de aankomst, enkele honderden meters, is ook nog behoorlijk zwaar klimmen.  Ik sukkel terug in gang, maar moet nu ook Stephanie laten gaan.  

 

Zwaar in het rood geweest, waardoor het toch even duurde voor ik weer wat tempo kon maken.

 

habayfinish.png

 

Ik finish na 1u 26m en 30s, op positie 124 totaal, 23ste Veteraan 2, en scoor hiermee 849 punten.

 

 

 

*****

 

Aankomstzone.

 

Ik sta na te hijgen, na te druppen van de inspanning.  Mijn lijf is murw, de benen compleet leeg, de achilles zeurt als vanouds.  Maar ik heb het gehaald.  Het zout van mijn zweet prikt in mijn ogen.

 

Ik kieper een paar bekertjes water binnen, krijg een T-shirt als aandenken en begin voedsel te hamsteren.  

 

 

Habaytent.png

 

Watermeloen, kwartjes sinaasappel, rozijnen, pure chocolade, peperkoek.

 

Dit is het paradijs!  Eet en drink hiervan, gij allen!

 

 

Inmiddels druppelen de collega's binnen.  Moe, gelukkig, tevreden.  We wisselen indrukken uit, wisselen chocolade uit.

 

 

De tabel der gladiatoren.

 

Naam

Tijd

Pos. algemeen

Pos. leeftijdscategorie

Jan

1u 19m 28s

42

10

Mark

1u 26m 30s

124

23

Frank

1u 30m 19s

194

68

Rudy

1u 32m 28s

234

82

Lu

1u 36m 30s

358

70

Viv

1u 38m 55s

425

14

Herman

1u 44m 41s

549

28

Monik

1u 44m 47s

552

13

Ward

1u 49m 48s

679

35

Benny

1u 49m 30s

694

217

Hild

1u 51m 14s

732

38

 

 

 

 

Johan (7 km)

31m 20s

35

4

 

 

 

 

 

 

*****

 

We halen de tassen op, en zoeken de douche op.  Blijkt dat zowel Frank als ik geen washandje hebben meegebracht (Frank zelfs geen onderbroek - dat is nu al de twééde keer, ik vermoed dat hier kwaad opzet in het spel is).

 

habaynakaart.jpg

 

En wanneer iedereen fris gewassen is, kaarten we nog wat na in de sporthal, bij een frisse Orval (of zo).

 

Johan heeft zowaar een podiumplaats veroverd.  Zijn prijs: een leeg glas met daarin 4 pralines (die de inzet zullen worden van zware onderhandelingen waarbij het Israëlisch-Palestijns conflict zal verbleken).

 

 

habaypraline.jpg

 

*****

 

 

We krassen op.  Naar onze verblijfplaats Le Courtil te Dohan.  We worden met open armen ontvangen door Ward en Greet.

 

Kamers worden verdeeld, bagage uitgeladen.  

 

Ik deel een kamer met de Wortelse connectie: Benny en Johan.

 

habaycourtil.jpg

 

Als aperitiefje, een Orval!

 

habayorval2.jpg

 

 Even later wacht ons, uitgehongerde leeuwen, een copieuze maaltijd.  

 

haybarbecue.jpg

 

En terwijl de worsten sissen en kissebissen op de bakplaat, de witte en rode wijn rijkelijk vloeit en de Orval vrolijk parelt in de glazen, valt langzaam de nacht over Dohan.  

 

De verhalen van de dag worden heroïscher.  De tijden worden beter, de beklimmingen epischer en de beruchte trap wordt eerst een trapje, nadien weer een muur, om uiteindelijk bijna bergaf te lopen.

 

 

Wij moeten bergop, naar de slaapkamer.

 

 

Wanneer drie heren een slaapkamer delen, dan duurt het ongeveer een half uurtje voor alles door mekaar ligt en niemand nog iets kan vinden.  Klamme handdoeken en loopkledij liggen en hangen overal.   Het is struikelen over loopschoenen.  Die van Benny verspreiden een aroma waar in Syrië chemische wapens mee kunnen gemaakt worden; ze worden dan ook prompt verbannen naar de dakgoot.

 

 

Nog wat verhaaltjes voor het slapengaan (ik heb een Suske & Wiske in het Frans voorgelezen: de Brullende Berg, als het ware een ode aan de trap van Habay).

 

 

Het wordt stil op de kamer.  

 

 

Nu is het wachten wie er het eerst gaat snurken.  

 

 

Maar dan blijkt dat de WC blijft lopen.  

 

 

Daar lig je uiteraard op te luisteren, maar dat prikkelt ook nog eens de blaas.  

 

 

Dus na 40 keer pissen, vinden we het welletjes en verplichten we Benny, de minst onhandige van ons drieën, om de WC te herstellen.

 

 

Benny heeft een goed gesprek met het toilet.  

 

 

Benny, de WC-fluisteraar.  

 

 

Dat helpt niet.

 

 

We zeuren en zagen tot Benny nogmaals uit zijn bed kruipt (dat lukt pas nadat Johan belooft Benny op de lijst van personen te plaatsen die eventueel in aanmerking komen voor een praline).

 

 

En Eureka, Benny weet de WC zowaar het zwijgen op te leggen.  

 

 

Nu zitten we echter wel met een ander probleem.  

 

 

Niemand durft nog te gaan pissen uit vrees dat de WC vervolgens opnieuw begint te lopen.  

 

 

En met een halve hectoliter Orval in het lijf, durft dat vies tegen te vallen.

 

 

*****

 

 

Het is moeilijk de slaap te vatten.  

 

 

Vreemd bed, vreemde omgeving, Johan die 5 keer snurkt, Benny die 's nachts op zijn tenen op pralinejacht is met het lichtje van zijn GSM, neen ik denk dat ik amper 3 uur geslapen heb.

 

 

En wanneer het langzaam aan licht wordt, beginnen er twee miljoen mussen te fluiten in de goot (wellicht high geworden van het geurenpalet van de loopschoenen van Benny).

 

 

We staan op.

 

 

We mogen eindelijk terug pissen!  

 

 

 

Joechei!

 

 

 

Wanneer Johan in de badkamer is, heb ik het helemaal gehad met die kloteherrie van die mussen.  Ik zoek iets om naar de mussen te gooien.  

 

 

Ha, hier ligt een kam.  

 

 

Ik flikker die naar de mussen, mis ze allemaal, de kam verdwijnt voor eeuwig.

 

 

Even later wil Johan zijn haar kammen (dat volgens mijn normen relatief in de plooi ligt).  Niemand blijkt te weten waar de kam is.  

 

 

Tiens.

 

 

De nacht heeft zijn sporen nagelaten.  Wanneer ik in de spiegel kijk, lijkt het alsof ik slaag heb gekregen (met zo'n kop win ik wedstrijden bij Veteranen 7).

 

 

Na een fikse ochtendwandeling (11% bergop en weer bergaf, dank u wel daarvoor, Hild), schuiven we aan voor het ontbijt.  

 

 

Ward en Greet verzorgen de gasten prima!

 

 

Frank kan héél goed eten.  

 

 

*****

 

 

Dag twee

 

 

...waarin onze helden de strijd zullen aangaan met El Capitan, met lauwe soep en de Hells Angels...

 

 

 

Er staat vandaag een ontspannende wandeling op het programma.  Kwestie van de zure beentjes van gisteren wat respijt te gunnen.

 

 

Ward neemt de groep op sleeptouw en we zakken af naar Rochehaut.  In het dal beneden ons meandert de Semois rond het pittoreske Frahan.

 

habaywandeling2.jpg

 

 

We passeren een bordje, waar de wandeling als volgt wordt aangekondigd.

 

habaybord.jpg

 

Maar wij zijn allemaal stoere Kempenzonen en -dochters, dus dat bordje geldt niet voor ons.....

 

 

.......dachten we...

 

 

 

Eerst wandelen we door vrolijk lichtglooiende dreven, de sfeer is goed, de zon is van de partij, er wordt een stichtend wandellied gezongen, iemand fluit een frivool melodietje, Frank valt de plaatselijke vogels lastig met zijn verrekijker, Hild neemt foto's met het dopje nog op de camera, iemand laat een daverende scheet, enfin, alles is peis en vree.

 

 

Maar dan wordt het parcours ruiger.  En moest Ward niet zoveel vertrouwen uitstralen, dan zou ik zweren dat we allang niet meer op het pad zaten.  Als er al een pad zou zijn....

 

habaysteil.jpg

 

Het is kreffelen en kruipen, over rotsblokken en loshangende bomen, je optrekken aan boomwortels, mekaar verder helpen en rechthouden....

 

Monsterlijk steile hellingen (het deed bij momenten denken aan de Tervurenlaan), voeten die wegschuiven, stukken steen die wegschieten, een fijne lawine, een paar neerstortende alpinisten, een beer of zes, twee lynxen, Tarzan aan een liaan.  

 

habayklim3.jpg

 

Liedjes worden al lang niet meer gezongen.  

 

Het is vloeken en miljaren, zweten en bibberen....  

 

habayklim.jpg

 

Maar o zo plezant!

 

En gevaarlijk was het helemaal niet.  Bijlange niet!  Om de paar honderd meter hielden we even halt om de koppen te tellen, kwestie van te checken hoeveel er al in het ravijn gestort waren.  U moet namelijk weten dat Johan nog altijd 4 pralines te verdelen had, dus...

 

habaywandeling1.jpg

 

Hier hangen we bijvoorbeeld allemaal tegen een rotswandje, die qua moeilijkheidsgraad doet denken aan de Noordwand van de Eiger.  Ik ben er zeker van dat Toni Kurz hier niet tegenaan kan klauteren (tuurlijk niet, de mens is al 77 jaar dood !).

 

1017395_10201385900275106_98874618_n.jpg

 

We bevonden ons op de Promenade des échelles.  De wandeling van de ladders.

 

En ja hoor, waar het onmogelijk was om de rotswand te beklimmen, waren ladders aangebracht.

 

 

Wankele ladders.

 

 

Die vastgemaakt waren met een schroef of drie:  twee waren doorgeroest en de derde zat los.

 

habayladder.jpg

 

Het piepte en kraakte verschrikkelijk.  

 

 

De vrouwen.  

 

 

De ladder ook.

 

 

We beseften meteen dat wanneer deze ladder het zou begeven, we tevéél pralines zouden hebben.

 

 

Iets verder stond een tweede ladder, deze keer naar beneden.  Deze ladder zag er zo mogelijk nog gammeler uit.  

 

 

De groep besliste om iemand de ladder af te sturen, gewoon om te testen of ze zou blijven hangen.  En dat het misschien aangewezen zou zijn om een persoon te kiezen die, als hij daarbij zou omkomen, niet écht gemist zou worden.    

 

 

Iemand die nog nooit iets zinvol heeft bijgedragen aan de maatschappij.

 

 

Iemand die het zout op de patatten niet waard is.

 

 

Iemand zonder nut, zeg maar.

 

habayladder2.jpg

 

Ik dus.  

 

De ladder blijkt idiotproof te zijn, zodat de ganse karavaan weer verder kon.

 

 

Na verloop van tijd bereiken we de oever van de Semois.  Tijd voor een rustpauze en tellen hoeveel negers er nog over zijn...

 

habaywandeling3.jpg

 

Frank laat wat steentjes ricocheren op het water, wat ons terug slingert naar baldadige jeugdjaren.

 

Frank raakt hoogstens een kano of zes....

 

 

*****

 

 

De klauterpartij gaat verder.  De stemming is opperbest.

 

 

Plots ontmoeten we, met nog één ladder te gaan, een andere groep wandelaars (die in omgekeerde richting het parcours afleggen).  

 

 

Dames in bloemige zomerjurkjes, kinderen met sandaaltjes.

 

 

We groeten hen en merken beleefd op dat het misschien niet zo'n bijster goed idee is om met dat kleine grut, en ongepast schoeisel, deze tocht verder te zetten.

 

 

Ze denken dat het wél kan.  

 

 

Wij denken van niet.

 

 

Zij wel.

 

 

Wij niet.

 

 

Wij blijven beleefd.

 

 

En suggereren dat het misschien toch beter zou zijn....

 

 

 

 

EN NU IS HET GENOEG!!!

 

 

ALS GE GODVERDOEME

 

NI MAAKT DAT GE MET

 

UW PERFECT GEPEDICUURDE

 

EN ROODGELAKTE TEENNAGELS

 

UIT MIJN OGEN VERDWIJNT

 

MET DIE VERVELENDE JOENG,

 

DAN GADE HIER

 

WA MEEMAKEN!!!

 

 

 

ALS IK ZEG DAT HET

 

NIET TE DOEN IS,

 

DAN IS HET NIET TE DOEN!!!

 

 

VORT !

 

 

 

Tja, het liep al tegen twaalven, en als Inge een klein hongerke krijgt, dan is ze wat kort in de kar....

 

 

Ze dropen af.

 

 

 

En zo kabbelde de tocht verder.  

 

In de verte stond zowaar horeca op ons te wachten!  Hoera!

 

habayeten.jpg

 

We gaan eten!  

 

 

Werd dat tijd!  

 

 

Het geknor van de maag van Frank was niet te harden (we dachten telkens dat er een beer achter ons aan kwam).

 

 

We schuiven aan in een rustieke taverne in Frahan.  

 

 

Met een groep van een man of dertien zorgen we daar meteen voor logistieke paniek.  

 

 

Help, er moet gewerkt worden!  

 

 

Een bestelling van een dagsoep of 10, wat frisdranken en koffie stort de uitbaatster meteen in een zware depressie.

 

 

De soep wordt geserveerd en blijkt niet overdreven warm te zijn (de soep wordt nooit zo heet gegeten als....).  

 

 

Vlamingen zijn rustige mensen, die niet snel klagen.   Wij klagen wel !

 

 

Niet dat het helpt.  De soep blijft lauw.

 

 

Maar smaakt wel lekker.

 

 

Wanneer we nog iets bij bestellen, wordt het haar al teveel en merkt ze op dat er nog klanten zijn.  Gek, hoe groot het mentaliteitsverschil kan zijn tussen verschillende culturen in één land.

 

 

De boterhammen worden opgegeten, er wordt gelachen en gepraat.  Koffie geslurpt.

 

 

De rekening wordt gevraagd en van passende commentaar voorzien door Viv.  Viv heeft een stemgeluid dat daarstraks al enkele lawines heeft veroorzaakt, maar nu ze merkt dat een kop warme chocomelk ongeveer evenveel kost als een tweedehands Fiat 500, verheft ze lichtjes haar stem:

 

 

 

WABLIEF ????

 

 

3 EURO VOOR EEN WARME CHOCO?  

 

 

WARM WATER EN EEN ZAKJE POEDER?

 

ZIJN DIE NIET VERLEGEN?

 

 

 

De kalk dwarrelt van het plafond,  de glazen achter de toog rinkelen mee, de ramen trillen in hun sponningen....

 

 

 

*****

 

 

Er komt een groep motards binnen.  

 

 

Breedgeschouderde basten, snorren, ruige types, quoi.  

 

 

Op hun lederen jekkers staat, volgens Benny, een knoert van een spelfout.

 

 

MC   T'HUIS

 

 

 

Het weglatingsteken staat achter de t.  Niet bepaald logisch, het vloekt inderdaad, het doet pijn aan de ogen, toegegeven.

 

 

Benny fluistert dat er een spelfout staat op de lederen jekkers van de motards.

 

 

Viv hoort dat en vertelt het de ganse groep:

 

 

ZIE NU NE KEER!

 

ER STAAT EEN FOUT

 

OP DIE MANNEN

 

HUN VEST.

 

 

 

In feite echoot deze boodschap doorheen de ganse vallei (kalk dwarrelt, glazen rinkelen, ramen trillen).

 

 

Oh, horror....

 

 

Het haar in de nek van de motards gaat rechtop staan.  

 

 

Hier zitten we dan, afgetrainde, magere lopertjes....

 

 

Ik kijk Jan H. in de ogen en besef dat als we strategisch op de loop moeten, hij de enige is die kans maakt om er levend weg te geraken.  En dat hij, bij uitbreiding, dan ook de enige zal zijn die de pralines van Johan mag opeten.

 

 

 De rest is kansloos.

 

 

Maar iets in de stem van Viv doet de motards beseffen dat er met deze vrouw niet te sollen valt....

 

 

Tien minuten later zitten de motards mooi op een rijtje op de bank en zeggen Viv na:

 

 

AAP   NOOT   MIES

 

 

****

 

 

Terug op pad, maar de moeilijkste hindernissen zijn van de baan.  

 

 

Tegen een rotswand is een herinneringsplakkaatje bevestigd.

 

 

Een naam, geboortejaar - jaar van overlijden en volgende tekst:

 

 

On l'a connu

On l'a  aimé

 

 

Wat door Frank vlekkeloos wordt vertaald als: ik heb twee kokosnoten en een stuk laminaat.  

 

 

U merkt het, die avondlessen Frans waren véél te duur.

 

 

 

*****

 

 

 

Af en toe moeten we nog een wankele brug over.

 

 

Om te controleren of die niet meteen onder ons de dieperik in stort, wordt er een vrijwilliger gevraagd om de belastbaarheid uit te testen.

 

Inge meldt zich aan, maar vermits zij ongeveer evenveel weegt als het ontbijt dat Frank deze ochtend heeft gegeten, is dat niet echt een optie.  Dus nemen we iemand van gemiddeld gewicht en leven maar met de hoop dat iedereen er heelhuids over geraakt.  

 

 

Een andere brug heeft dan weer in het midden een gat waar een schoothond met overgewicht in kan verdwijnen.  

 

 

Allemaal heel wonderlijk.

 

 

We passeren The Wall: een stuk afdaling waar je nauwelijks overeind kan blijven.  The Wall wordt gebruikt als  parcours voor het mountainbiken (!!!!).  

 

 

Zet mij op een fiets bovenaan de helling, en het enige wat je onderaan de helling terugvindt is een gedeukte helm.

 

 

******

 

 

De wandeling loopt ten einde.  

 

habaylaatste.jpg

 

We moeten enkel nog de vallei uit.  Tegen de wand omhoog.  

 

 

En Frank zou Frank niet zijn als hij daar geen uitdaging van maakt.

 

 

Om ter eerste boven.

 

 

Er is maar één gek die de handschoen opneemt.

 

 

Uw hoogstpersoonlijke gek.

 

 

We lopen de bergwand op.  Gemiddeld stijgingspercentage: The Wall in het kwadraat..  

 

 

Maar wanneer we uitgeput en zwetend boven komen, botsen we op een crèmekar.

 

 

Als dat geen bewijs is dat God bestaat, wat dan wel?

 

habayijs.jpg

 

Frank een bak met een bol of twaalf, ik een gedisciplineerd hoorntje met twee bollen.

 

Frank nadien ook nog een hoorntje met twee bollen, een warme Brusselse wafel met slagroom, 6 pannenkoeken (met ijs) en geflambeerd met Grand Marnier, een coupe Dame Blanche, en als dessert een coupe vanille met warme krieken.  En een Magnum.  Twee.

 

Toen dat op was, kwam de rest er al aan.

 

 

****

 

 

Terug naar Dohan, voor het laatste avondmaal.  

 

 

De middagzon maakt er werk van en brengt ons in zomerse stemming.  

 

 

A l' aise.....

 

 

Dus.....    .....pootjebaden in de Semois.

 

habaysemois.jpg

 

En dan schuiven we de Semoisgekoelde voetjes onder tafel.

 

Spek met eieren.

 

habaysspek.jpg

 

Frank had een klein hongerke, en heeft bij benadering een half varken opgegeten, met een gros of twee eieren.  

 

 

En een korreltje zout.  

 

 

Met het zout dat Frank op zijn eieren gooit, kan je de E 19 tussen Meer en Brasschaat  twee weken ijsvrij houden.

 

 

En toen heb ik leren afdrogen.

 

habayafwas.jpg

 

Of neen, ik heb leren poseren met een handdoek in de hand, dat was het....

 

En omdat zout dorstig maakt, trakteerde Ward ons op een Orval, nog ééntje,  om het af te leren.

 

habayorval.jpg

 

 

Het was een fijn weekend.

 

Een leuke wedstrijd.

 

Een avontuurlijke wandeling.

 

Maar bovenal...

 

...in geweldig gezelschap.

 

 

 

habaygroep.jpg

 

____________________

Foto's: Hild Hillen, Benny Goetschalckx, Ward Blommaert, Challenge Delhalle en l' Avenir.net

15:20 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

29-05-13

De blijde intrede van Christus in Brussel

De blijde intrede van Christus in Brussel

 

 

  

 

Laat mij uw gids zijn. 

 

 

Ik weet hier namelijk de weg.

 

 

Eerst rechtdoor, dan naar links.

 

 

 

*****

 

 

 

Zondag 26 mei 2013

 

 

1 uur 's nachts.

 

Ik hoor de kerkklok luiden.  Ik ben nog steeds wakker.  Verdomme toch.  

 

 

4 uur.

 

Wakker.  Ik hoor Kind 1 door het huis sluipen, snuffelend, als een rat, op zoek naar eten.  Hij komt na een nachtje stappen thuis, en maakt daarbij behoorlijk wat lawaai....

 

 

Ik val opnieuw in slaap.

 

 

De slaap der onschuldigen.

 

 

Plots schrik ik wakker uit een hazenslaapje en klik in paniek het lichtje van mijn Polar polshorloge aan.

 

 

 

HOE LAAT IS HET?

 

 

 

HEB IK MIJ OVERSLAPEN ?

 

 

 

 

Het is 4u 35.

 

 

Klote.  Het alarm van de wekker staat ingesteld op 5u45.  Dat is nog een dik uur, maar van slapen zal nu niet veel meer in huis komen.  

 

 

Ik voel me geradbraakt.  

 

Licht zeurende hoofdpijn,

 

kleffe bek,

 

versleten lijf.

 

 

 

 

*****

 

 

PIEP    PIEP    PIEP    PIEP

 

 

 

Ik schrik opnieuw verdwaasd wakker, het is 5u45 in de ochtend.  

 

 

Was ik toch weer in slaap gesukkeld.

 

 

 

*****

 

 

Een onrustige nacht achter de rug, taakspanning, woelwater, wat u zegt.

 

 

 

Dit is de dag.  

 

 

De dag waar ik zo lang naar uit gekeken heb.

 

 

De enige dag van het jaar waar alles samen komt. 

 

 

De dag.

 

 

De dag van de 20 Km door Brussel.

 

 

Het blijft toch de meest tot de verbeelding sprekende wedstrijd.

 

 

Jubelpark2.jpg

 

 

*****

 

 

Ik sluip als een inbreker op mijn tenen door mijn eigen huis.  

 

 

Ik moet stil zijn.  Vrouw en kroost slapen nog.  

 

 

 

Pasta opwarmen.

 

 

Ik neem een pot met deksel; één milliseconde later dendert het deksel van de pot op de keukenvloer:

 

 

KLING BALANG

 

KLEDDERDEKLEDDER

 

DING DONG

 

JOECHEI !!!!!

 

 

 

Het ganse kot is wakker.

 

 

 

*****

 

 

En terwijl de pasta in de microgolf rondjes draait, maalt mijn geest rusteloos verder.

 

 

Over de wedstrijd, de knelpunten in het parcours, hoe het aan te pakken, wat te eten, mijn besttijd, tactische plannen, hoeveel minuten en seconden per kilometer maximaal, tussenpunten en tussentijden....

 

 

Ik moet en zal.  

 

  

*****

 

 

De pasta smaakt me niet echt.  Ik eet omdat het nu eenmaal zo hoort.  Het is eerder een verplicht nummer, omdat het moet.  Ik registreer het vaag.

 

  

 

Het is onwezenlijk stil in huis.  En toch weer niet.  

  

 

De keukenklok tikt seconde na seconde weg.  

  

 

De tijd, mijn vijand, de tijd, mijn bondgenoot.

 

 

 

Ik wrijf nogmaals door mijn ogen.

  

 

Ik ben moe.  

 

 

Oud.  

 

 

Versleten.  

 

 

  

Maar ik heb geen keuze.  

  

 

Er is slechts één weg.  

 

 

Op weg naar eeuwige roem en glorie.

  

 

Op weg naar de legende.

 

 

En die loopt over de Tervurenlaan.

 

 

 

*****

 

 

Ik laat de afwas voor zij die na mij komen.  

  

 

De rugzak staat klaar.  

 

 

Controleren is nutteloos, alles is tot in de puntjes geregeld.  En toch kan ik het niet nalaten alles nog een laatste keer door te nemen: broekje, shirtje, borstnummer, kousen, compressiekousen, wedstrijdschoenen, druivensuiker, drank, geld, boterhammen, appel, gezond koekje, en alle overbodige shit zoals sporttape, WC-papier, handdoeken, regenkledij, wegwerpshirt,...

 

 

Vlak voor ik vertrek, schrijf ik in blauwe bic op mijn linker onderarm twee magische getalletjes:

 

 

26  32

 


Een geheugensteuntje voor straks: 1u 26m 32 s; mijn besttijd op de 20 km door Brussel.  

 

 

Deze tijd staat al sinds 2004 op de tabellen.

 

 

En al de daaropvolgende jaren jaag ik op dat record, om telkens op een handvol seconden of minuten te stranden....

 

 

 

*****

 

 

 

 

Ik blik nog één keer achterom en trek dan de voordeur zachtjes achter me in het slot.  Huisgenoten slapen nog. 

 

 

Het is behoorlijk koud.  Regent net niet.   Ik adem de koele ochtendlucht diep in. 

 

 

Ik recht mijn rug.  22 jaar lopen heeft zijn sporen nagelaten. 

 

 

Ik kijk om me heen, schouder mijn rugzak en maak me op voor een lange dag.  

 

  

Ik stap op de fiets en peddel, in gedachten verzonken, door mijn straat.  

 

 

Overal huizen, waarin mensen wonen die geen flauw idee hebben wat het is om aan de start te staan van de mooiste race van het jaar: de 20 Km door Brussel.  

 

media_xl_5672401edited.jpg

 

  

Ze hebben geen idee hoe begeesterend het is om te lopen tussen een deinende massa lopers, het tribale gevoel te lopen tussen duizenden gelijkgestemden, hoe roffelende loopschoenen echoën tegen de wanden van de tunnels van de Louizalaan, hoe je longen schrijnen op de klim naar het Terkamerenbos, hoe balsemend het applaus van de mensenzee langs de kant is, hoe je wordt voortgestuwd door de opzwepende beats van de muzikale acts langsheen het parcours, hoe nederig je wordt op de slotklim op de Tervurenlaan.

 

 

Het hijgen, het zweten, het ritme, de cadans, de pijn, de gelukzaligheid, de trance, ....

 

 

.....om dan eindelijk te triomferen: de glorieuze aankomst op de Heilige Grond van de Esplanade van het Jubelpark...

 

 

*****

 start.jpg

 

Straks sta ik tussen een kolkende zee van 37 000 lopers, hoe surreëel is dat. 

 

  

*****

 

 

6u45.

 

 

We verzamelen.  Een bonte bende lopers (M/V).  

  

 

Allemaal met datzelfde doel.  

  

 

Brussel !

 

 

Voor de ene een sportieve uitstap als een andere, voor sommigen de vuurdoop, voor een enkeling routine, voor deze man op jaren een kwestie van prestige... 

 

 

De reeks mag niet onderbroken worden.

 

 

Achter mij liggen 19 edities van deze wonderlijke wedstrijd; vandaag sta ik voor de 20ste keer aan de start.

 

 

Ik ken het parcours tot in de puntjes, kan het me zelfs moeiteloos visualiseren, kan het dromen. 

 

 

Droom er van.

 

   

*****

 

Op de bus.  

 

 

The usual suspects.

 

 

Eten, praten, lachen, gekscheren.

 

 

Er wordt gepolst naar verwachtingen, tijden en illusies, naar weetjes over het parcours, startprocedure en indeling startboxen.

 

  

Sandy heeft koekjes gebakken (turbokoeken).  

 

 

Ok, ik zondig tegen het evangelie volgens Marcus (Gij, domme dwazerik, zult voor de 20 Km door Brussel geen voedsel aannemen waarin onbekenden een hand hebben gehad), maar omdat het Sandy is, maak ik een uitzondering.

 

 

Turbokoek gaat er in als zoete koek.

 

 

*****

 

Brussel !

 

 

De bus parkeert zich op de illustere Tervurenlaan.  Het is nog veel te vroeg om je om te kleden, dus lopen we met z'n allen naar de startzone.  We kuieren er langs de promostands en luizen er allerlei materiaal af.

 

 

Ik ga nog eens plassen in een WC-stand, gratis dit jaar.

 

 

Met de geur van de verzamelde scheten die daar hangt, kan je een chemisch wapen maken.  

 

 

Het was letterlijk  a-dem-be-ne-mend....

 

 

Het is bitter koud; een snijdende wind legt de gevoelstemperatuur nog een flink stuk lager.  Er hangt regen in de lucht.

 

 

Vorig jaar stond ik hier in T-shirt en korte broek.  Nu in jeans, een thermische looptrui, een dunne looptrui, een bodywarmer en een regenjas.  

 

cinquant.png

 

 

 *****

 

8u30.

 

 

Terug naar de warme cocon van de bus.

 

 

We kleden ons om.  Wikken en wegen welke outfit we zullen dragen.

 

 

Wedstrijdschoenen, singlet, korte broek, compressiekousen, borstnummer.  

 

 

Vermits we nog behoorlijk wat tijd moeten doden in de startbox (we willen vooraan staan) en er waarschijnlijk gaan staan koukleumen, doe ik nog een katoenen T-shirt overaan en daarover nog eens een grote grijze vuilniszak (met drie extra gaten voor hoofd en pakweg een arm of twee).  Een dom petje van één of andere sponsor op het hoofd en we zien er uit als iets dat ontsnapt is uit een gekkenhuis.  Al dat gerief smijt ik straks weg.

 

 

We nemen de buitenkant van het Jubelpark om zo de eerste startboxen te bereiken.  

 

 

Nog wat vegetatie besproeien (uitkijken dat je niet tegen de binnenkant van je eigen vuilniszak zeikt) en vervolgens betreden we Box 1.

 

 

*****

 

Box 1.

 

 

Mijn biotoop.

 

 

De box der titanen.

 

 

Ha, snuif die geur van perfect afgetrainde mannenlijven.  

 

 

Ha, snuif die geur van angst.

 

 

Ha, snuif die geur van afgunst, want de massa beseft dat Mark, hun onbarmhartige loopgod, is gearriveerd op de Heilige Grond van Box 1.

 

 

 

HABEBUS MARCUS

 

 

Er wordt geknield, er worden hymnes aangeheven, mijn zegelring wordt gekust, vrouwen bieden mij spontaan hun lichaam aan (ik weiger beleefd).  

 

 

******

 

 

De startbox loopt langzaamaan vol.  De opeenhoping van lichamen zorgt ervoor dat de wind geen vrij spel meer heeft en daardoor lijkt het iets minder koud.

 

 

En hoe meer ik op mijn klok kijk, hoe langer het duurt (klopt niet, maar het klopt wél).

 

 

boxen.png

De traditionele muziek weerklinkt inmiddels uit de geluidsinstallatie.

 

 

De startprocedure is begonnen!

 

 

Ik gooi alle warmhoudkledij naar de zijkant van de box (waarbij ik dus telkens iemand raak, leuk!).

 

 

Het Slavenkoor van Nabucco, voor de slaven van de weg.

 

 

En dan de Bolero van Ravel.  

 

 

15 MINUTEN astemblieft!!!

 

 

 

En wanneer de Brabaçonne weerklinkt, weten we dat het slechts een kwestie van seconden is.

 

 

Ik kijk nog even naar mijn linker onderarm: 26  32.

 

 

We (Frank, Koen, Bart en ik) wensen mekaar succes en dan is er het verlossende kanonschot.

 

 

Wave 1 vertrekt!

 

startjubel.png

 

Eerst nog stapvoets, dan even wat sneller om meteen weer te vertragen aan de versmallende uitgang van het park.  Ik maak me breed door mijn ellebogen opzij te drukken, zodat andere lopers me niet op de voeten kunnen trappen.

 

startzone.png

 

 

Even wat gedrum, maar dan schieten we vooruit.  We overschrijden de startmat (begin tijdsregistratie) en ik druk mijn chrono in.  Check even of ie loopt en begin dan snelheid te maken.

 

start2.png

 

De eerste kilometer van het parcours loopt door het politieke hart van Brussel; de Europese instellingen rond het Shumanplein en, uiteraard, de Wetstraat, symbool van de Belgische politiek.  

 

 

De Wetstraat is vooral bergaf.  Ik heb de eerste honderden meters wat tijd verloren door tragere voorliggers, maar nu kan de gashendel al even open. 

 

 

De start is best een stresserende bedoening.  Het is knokken voor je plaats, het is constant zoeken naar doorgang tussen tragere voorliggers.  Je tikt ook constant armen of voeten van andere lopers aan.

 

 

Adrenaline !!!

 

 

Van mijn kompanen geen spoor meer.  In het gedrum ben ik iedereen kwijtgespeeld.

 

 

En, zoals de traditie het wil, kan ik nergens kilometerbord 1 vinden.  

 

 

Tant pis!

 

  

Net wanneer we de Wetstraat uitlopen en linksaf draaien naar het Warandepark, merk ik dat Koen een metertje of tien voor mij uit loopt.  

 

 

Ik maak even wat meer tempo en sluit bij hem aan.  

 

 

We lopen tamelijk stevig door, en passeren lopers bij de vleet.  Inmiddels hebben we het Koninklijk Paleis bereikt.

 

3.JPG.h600.JPG

 

Kilometer 2 wordt gerond na 8 minuten en 18 seconden.  Rekening houdend met het startverlies, wil dat zeggen dat we minstens 15 km per uur lopen.

 

4.JPG.h600.JPG

 

De kou is inmiddels ook al verdreven.  Sterker nog, ik begin volop op bedrijfstemperatuur te komen.

 

 

Opnieuw is het alert blijven uitkijken waar je loopt.  

 

 

De voetpaden aan het Koninklijk Paleis liggen er schabouwelijk bij, en de kasseitjes van de straat al niet veel beter.  

 

Het water van de plassen spat hoog op.

 

5.JPG.h600.JPG

 

We bevinden ons in de historische zone van het parcours, met het Koninklijk Paleis, de Zavel en het Justitiepaleis.

 

We draaien linksaf de Regentschapsstraat in.  

 

6.JPG.h600.JPG

 

Opletten dat je je hier geen problemen op de hals haalt, overal springen lopers van en op het trottoir. De tramsporen en de gladde kasseitjes vereisen opperste concentratie.  

 

 

Attente voorgangers wijzen me op gevaarlijke obstakels.

 

 

Regentschapsstraat: hier is (gelukkig opnieuw dit jaar) meteen al de eerste bevoorradingspost.

 

 

Spa!

 

12.JPG.h600.JPG

 

Ik grijp een busje Spa en drink met kleine teugjes.

 

 

Koen schuift van me weg.  Het blijft een hekel punt.  Ik kan niet drinken en lopen tegelijk (mannen kunnen nooit twee dingen tegelijk, beweert mijn vrouw, behalve zuipen en zeveren).

 

 

Ik moet serieus doorkarren om Koen terug te pakken te krijgen.  

 

 

De Regentschapsstraat is toch behoorlijk lastig klimmen.  

 

 

Ik voel dat het tempo erg ambitieus is.

 

 

Wanneer we linksaf de Louisalaan indraaien, passeren we kilometerpunt 3.  De 3de kilometer, in stijgende lijn nota bene, hebben we afgelegd op 3 minuut 58 seconden.  

 

 

Dat is snoeihard.

 

 

De hectiek van de start is voorbij.  De tempo's van de lopers liggen ongeveer gelijk.  

 

 

Er komt inmiddels ook wat meer ruimte, wat er voor zorgt dat er wat rust in het peloton komt.

 

 

We duiken meteen de gevreesde tunnelzone in.

 

Eerst de Stefaniatunnel.

 

 

17.JPG.h600.JPG

 

 

Naar beneden alle registers open.  En opnieuw is het zigzaggen tussen tragere lopers.

 

 

In de tunnel breekt me het zweet uit, terwijl ik rookpluimpjes uitadem.

 

 

Bizar is dat, zo koud eind mei.  Maar je hoort me niet klagen.  Dit komt vandaag goed van pas.

 

 

 

Ik loop nu naast Koen.

 

 

De klim uit de tunnel is moordend.  De jus wordt uit de benen gezogen.  

 

 

En net wanneer je een beetje hersteld bent van deze inspanning, dient de Baljuwtunnel zich aan.  Naar beneden lopen is op volle kracht, er uit lopen is gedoseerd, met kleine pasjes.  

 

 

Telkens het wegdek oploopt, schuift Koen van me weg.

 

 

Hij is duidelijk sterker dan ik.

 

 

Derde en laatste tunnel.  De Vleurgattunnel; meer een kuil onder een kruispunt, maar ook deze korte knik doet pijn.

 

 

De tunnelzone heeft ons twee relatief trage kilometers opgeleverd.  Km 4 op 4m 14s en Km 5 op 4m 12s.

 

 

Na 5 kilometer staat de klok op 20 minuten en 44 seconden. 

 

 

Dit is beter dan verwacht.  Het tactisch plannetje was proberen om 21 minuten per 5 kilometer te lopen tot 10 km, en daarna er zo dicht mogelijk tegen.

 

 

We hebben dus al 16 seconden voorsprong op het schema.

 

 

*****

 

 

Kilometer 6.  4 min 5 s.

 

 

We draaien via de Dianalaan het Terkamerenbos in, de groene long van Brussel.

 

 

Meteen beginnen we nijdig te klimmen.  En Koen legt er ongenadig de pees op.  De eerste kilometer klimwerk ronden we af na 4 m 18 s.

 

 

Het begint me zwaar te wegen om Koen te volgen; ik begin me af te vragen of ik nu niet opnieuw dezelfde fout maak als zovele voorgaande edities: te hard knallen in het begin om luttele seconden winst te boeken om dan straks minuten in te leveren in de eindfase.

 

 

Maar neen, godverdju, we zullen eens laten zien uit wat hout deze oude Belg is gesneden.

 

 

 

Wie bang is, krijgt ook slaag!

 

 

 

En ik sluit opnieuw aan bij Koen (weliswaar door creatief bochten af te snijden, maar ala).

 

 

 

Bevoorrading Spa.  Dit is het dak van de wedstrijd; hier bevindt zich het hoogste punt van de omloop.

 

 

Ik grijp een fles en giet die ten dele over mijn kop.  IJskoud!  Maar wel lekker.  Nog wat water over de armen.

 

 

Ik drink enkele slokjes en zie opnieuw Koen van me weglopen.

 

 

Maar opnieuw knok ik me in zijn spoor.

 

 

Panoramalaan, Bosvoordelaan.  Het gaat afwisselend in stijgende en dalende lijn.

 

 

Maar nog steeds keihard!

 

 

Kilometerbord 8 mis ik, dus klik ik mijn chrono weer in na 9 km.  Deze twee kilometers hebben we afgelegd op amper 7 minuten en 29 seconden.  Dat is 3m 45s per kilometer.

 

profiel.jpg

 

We razen voorbij de Isostar-bevoorrading.  Hier neem ik niets, plakspul lust ik niet.  Ik weet dat we amper op 2 km van de volgende bevoorrading Spa zijn.

 

 

Rechtsaf.  Hier ligt de mat voor de tussentijden.  Die mat passeer ik na 38m en 44 seconden.  

 

 

Vergis je niet: dit is niet het 10 km-punt.

 

 

 Dat punt ligt nog een paar honderd meter verder.

 

 

Via de Viktorialaan verlaten we het Terkamerenbos en draaien we rechts de Franklin Rooseveltlaan op.  Het gaat hier godsgruwelijk steil omhoog.  

 

 

Het doet pijn.

 

 

Een trage kilometer: 4m 24s brengt de teller op 10 km.  In een erg optimistische bui had ik gezegd dat ik het punt van de 10 Km wou bereiken na 41 minuten.

 

 

Ik klok af op.....              .....41minuten en 1 seconde.  

 

 

Wat wil zeggen dat we het tweede luik van 5 kilometer sneller hebben gelopen dan het eerste luik (20 m 17 s tegen 20m 44s).  En dat we al behoorlijk wat reserve hebben opgebouwd.

 

 

motion.png

 

*****

 

 

Aan het punt van de 10 kilometer reiken toeschouwers flesjes Spa aan.  Ik grijp er eentje en drink volop.  Koen, die al enkele meters voorgift had bij het opdraaien op de Franklin Rooseveltlaan, schuift nu definitief van me weg.

 

 

Goed, Koen is weg.  Ik posteer me op mijn vertrouwde linkerkant van de weg en kan me nu concentreren op mijn eigen wedstrijd.  Dat is al bij al goed voor de gemoedsrust.

 

 

De Franklin Roosesveltlaan is een erg brede, majestueuze boulevard, waar veel ambassades gevestigd zijn.  Veel tijd om rond te kijken krijgen we echter niet.

 

 

Tussen kilometer 10 en 11 is het nog een stukje lastig klimmen, waarna het wegdek vlakker wordt en we ons kunnen opmaken voor de woeste afdaling, de stampede naar Leopold Wiener!

 

 

Km 11: 4m 06.

 

 

De Hippodroom van Bosvoorde.  De zware eerste helft van de 20 door Brussel ligt achter me.

 

 

Tijd voor krijgsraad.

 

 

Ik ben nu 45 minuten en 8 seconden onderweg.  Ik heb al een cartouche verschoten, maar voel me nog best prima.  

 

 

De volgende 5 kilometers, waarvan 2 snoeihard naar beneden, zijn cruciaal.  Als ik die overleef, vooral de 3 min of meer vlakke kilometers na de afdaling, dan zit er misschien wel een recordtijd in.

 

 

Ik kijk even naar de twee getalletjes op mijn linker onderarm: 26  32.

 

 

En besluit doldriest alle kaarten op tafel te gooien.

 

 

*****

 

 

Terhulpensesteenweg, alweer een kilometer verder, 4m 17s.

 

 

En dan start de doldwaze afdaling.  

 

 

Als een lawine dendert het peloton lopers naar beneden.  

 

 

De snelheid vliegt omhoog, wij naar beneden.  

 

 

Je krijgt hier een geweldig zicht op de voortjakkerende karavaan lopers.  

 

 

 

Kilometer 13: Delleurlaan: 3m 42s.

 

 

Kilometer 14: Leopold Wienerplaats:  3m 59s.  

 

 

We zijn beneden!

 

 

Veilig en wel.  

 

 

Het gejakker is voorbij.

 

 

***** 

 

 

We duiken de Vorstlaan in, beschut tussen de bomen.  Nog steeds gaat het lichtjes bergaf.  

 

 

Ik pik aan bij iedereen die me voorbij komt.  

 

 

Traditioneel krijg ik het hier lastig.  De opeenstapeling van inspanningen begint te wegen.  Dat is nu net het geheim van de 20 Km door Brussel.  De eerste 11 kilometers slopen je, waarna je definitief de rekening krijgt gepresenteerd op de Tervurenlaan.  Om een goeie tijd te lopen zijn, gek genoeg, de kilometers tussen de Leopold Wienerplaats en de voet van de Tervurenlaan erg bepalend.

 

 

Vorstlaan.  Een drumband maakt ritmisch kabaal op ijzeren olievaten.  

 

 

Het jaagt me verder.

 

 

Ik voel mijn voeten branden.  Mijn kuiten staan op springen.  Het zware slopingswerk is bezig.  Dit zijn kilometers die er zwaar inhakken.

 

 

****

 

 

Km 15.

 

 

Muziek!

 

2856089332.JPG

 

 

En bevoorrading Spa.

 

 

Ik klok 15 km af op 1 uur 1 minuut en 20 seconden.  En het besef begint te dagen.  Behoudens blessure, of de totale ondergang op de K2, de Tervurenlaan, zit een verbetering van de persoonlijke besttijd er aan te komen.

 

 

Dit besef doet me (eventjes) de pijn vergeten.  

 

 

En verder gaat het.  

 

 

De jacht is open.

 

 

Km 16  (4m 15s); 1 uur 5m en 26s.  Ik ben hier verdorie sneller dan vorige week op de biljartvlakke 10 mijl van Malle.

 

 

Maar ginds in de verte doemt er iets dreigends op.....

 

 

*****

 

 

Km 17 (4m 13s): 1 uur 9 minuten en 49 seconden.

 

 

Km 17.

 

 

Dé mythische km 17.

 

 

Ik sta aan de voet van de gevreesde Tervurenlaan, de K2.  

 

 

Hier begint de hel.

 

 

Ik grijns.

 

 

En ik zie hoe het wegdek links van mij omhoog wegdraait.

Tervuren.png

 

De eerste meters zijn niet zo vreselijk steil, maar toch voel je meteen dat je tempo in mekaar stuikt.

 

 

Ik weiger te plooien, klem de kaken op mekaar en sleep het oude lijf naar boven.

 

 

Rondom mij valt alles en iedereen stil.

 

 

De Tervurenlaan, de scherprechter van de 20 Km door Brussel....

 

 

Met de moed der wanhoop fixeer ik de blik naar boven, zoekend naar verlossing.  

 

 

Meter per meter schuif ik op.  

 

 

Ik haal stervende zwanen in.

 

 

Mensen applaudisseren...

 

 

Courage !!!

 

 

 

Maar dan gaat het met een snok een stuk steiler.

 

 

Ik kraak een eerste keer.

 

 

God, wat is dit zwaar.

 

 

De Tervurenlaan, mijn zwarte beest, brult, gromt en grauwt.  

 

 

Ik ga het gevecht aan.  

 

 

Met open vizier.

 

 

Blikkerende tanden, de muil van het onverzadigbare beest.  

 

 

Het zevenkoppige monster bijt verwoed van zich af.

 

 

Verder gaat het.

 

 

Ik loop de helling op.  

 

 

En voel hoe ik langzaam aan uitdoof.  

 

 

Hoe de systemen uitvallen.

 

 

Hoe de helling het laatste beetje energie uit mijn kapot gebeukte lichaam zuigt.

 

 

tervuren3.png

Het is ongenadig hard.  

 

 

Het zweet loopt tappelings over mijn gelaat

 

 

Ik zoek wanhopig zuurstof.

 

 

Mijn hart raast.

 

 

Ik plooi.

 

 

Ik breek.

 

 

 

Heb meelij !

 

 

 

Mijn benen verzuren.

 

 

Verkrampen.

 

 

Ik adem pijn.

 

 

In gevecht met mezelf, mijn beperkingen, mijn demonen.

 

 

 

Er lijkt geen einde te komen aan deze marteling.  

 

 

 

Bevoorrading Spa.  

 

 

Ik grijp een fles Spa en kieper ze over mijn brandende lijf.

 

 

Verder, verder, verder...

 

 

 

Het wordt stil.

 

 

Ik hoor niets meer.

 

 

Enkel mijn hartslag die bonkt in mijn hoofd.

 

 

 

Kleuren vervagen, ik loop als in een tunnel. 

 

 

Om mij heen vallen ze als vliegen.

 

 

Ondergaan, maar niet ten onder gaan.

 

 

Vechten, voor elke centimeter. 

 

 

Centimeters die meters worden.  

 

 

1994,

1995,

1996,

1997,

1998,

1999,

2000,

2001,

2002,

2003,

2004,

2005,

2006,

2007,

2008,

2009,

2010,

2011,

2012,  

2013.

 

 

20 keer heb ik deze vervloekte helling bedwongen.

 

 

Zalig.

 

 

Tervuren4.png

 

*****

 

 

 

Boven!!!!

 

 

Jubel, mijn vrienden, we zijn boven. 

 

 

Deze kilometer klimwerk heeft me 4m 48s gekost.  

 

 

Nu volgen er nog twee relatief makkelijke kilometers.  Maar de tank is leeg.  Ik ben leeg.

 

 

Ik heb 1u 14m en 37 seconden op de chrono.  

 

 

Iets hoger op de linkerarm staan twee getallen: 26 32.  1 uur 26m 32s was de vorige besttijd.

 

 

Een nieuwe persoonlijke besttijd is een zekerheid.

 

 

En een soort van rust daalt over me heen.

 

 

De twee laatste kilometers loop ik als in trance.

 

 

Montgomery, Km 19 (4m 14s), 1u 18m 51s.

 

 

20km71.jpg.h380.jpg.568.jpg

De laatste kilometer is het puur genieten.  Genieten van de prestatie, van de vermoeidheid, van het zalige gevoel helemaal leeg te zijn.

 

Nog een ruime bocht in kasseien en daar ligt de finish.

 

05_20km_brussel_jpge2hveg.jpg

 

De laatste kilometer loop ik in 4m 23s,  wat een eindtijd oplevert van 1 u 23m en 14s.

 

 

Doodmoe, maar zielstevreden. 

 

 

Ik sta stil.

 

 

Ik, de prins van het Jubelpark.

 

 

medailles.png

*****

 

 

 

1 uur 23m 14s, bijna 5 minuten sneller dan editie 2012, een verbetering van mijn vorige besttijd met maar liefst 3m 18s.

 

Voor het eerst in al die jaren duik ik ook de top 1000 binnen, meer bepaald positie 953.

 

 

*****

 

 

Aankomstzone.

 

 

23.JPG.h600.JPG

Ik loop er Navidad tegen het lijf.  Net als vorig jaar.  Hoe bizar is dat?  Er lopen meer dan 30 000 lopers in Brussel, een kat kan er haar jongen niet vinden, maar wij ontmoeten mekaar opnieuw.

 

 

We wisselen een handdruk en krijgsverhalen uit, ontvangen onze medaille en een bus drank.

 

 

Maar het is koud.  De wind blaast fors over de vlakte van de Cinquantenaire.

 

 

20km78.jpg.h380.jpg.568.jpg

 

Ik besluit snel de bus op te zoeken, kleding heb ik nodig, en voedsel.

 

 

****

 

 

In de bus is het nog erg rustig.  

 

 

Bart M (1u 17m!!!!!) is er, Jan H. (1u 18m!!!!!),  Koen F. (1u 21m !!!!!) en uw scribent.  

 

 

Alles wat eetbaar is, moet er aan geloven.

 

 

Plots zien we de koekjestrommel van Sandy staan.

 

 

Zouden er nog.....????

 

 

Ja, er zitten nog koeken in, veel zelfs. 

 

 

12 seconden later, zit er nog anderhalve koek in (de koek der schaamte, zeg maar).

 

 

 

 

Ik kleed me om.

 

 

Drink.

 

 

Eet een appel.

 

 

En dan is het tijd om een ijsje te gaan eten (dat moest van Els).

 

 

Onderweg naar de ijsjesboer vraagt Bart plots aan mij:

 

 

 

Mark, wil jij eens aan

 

mijn ballen voelen?

 

 

 

Ze zitten in mijn zak.

 

 

 

HEUM ?!?!?!

 

 

 

Ik weet niet hoe het in uw vriendenkring gesteld is, maar één feit is zeker: ik heb héél rare vrienden. Heum, ik heb énkel rare vrienden.

 

 

Bleek dat Bart de stressballetjes in zijn jaszak bedoelde die hij eerder op de dag had gekregen aan een promostand.

 

 

*****

 

 

Ijsje.  

 

 

2 ballen, heum pardon, bollen.  

 

 

Hou nu op, Bart!

 

 

Frank maar liefst 4 bollen, mét crème fraiche.

 

 

*****

 

 

De bus loopt verder vol.  Vol met lopers, vol met verhalen, vol indrukken, vol emoties, vol met jubelrapporten over de race, de belevenissen, de gelopen tijden.

 

 

 

En wanneer alle schapen binnen zijn, staat het hoofd naar huis.

 

 

Er wordt nog nagepraat, nog wat gelachen.  De sfeer is ontspannen.  De opdracht is dan ook meer dan volbracht.

 

 

Maar het wordt stiller.  

 

 

Een blik door de bus leert me dat van velen de oogjes dicht zijn gevallen.

 

 

Zo is het goed.

 

 

 

 *****

 

 

Hoogstraten.

 

 

We keuvelen nog wat na in Café De Gelmel.

 

 

Indianenverhalen van oude krijgers.

 

 

*****

 

 

Thuis.

 

Douche.

 

 

Ik overdenk deze dag.  

 

Hoe die in een roes voorbij is gevlogen.

 

 

Het warme water spoelt het zout van mijn huid,

 

spoelt het vuil van de hoofdstad van me af,

 

verdrijft de sores,

 

de vermoeidheid.

 

 

 

 

20 jaar.

 

 

Er is veel gebeurd in die 20 jaar.

 

 

Kinderen groeiden op.

 

 

Afscheid nemen.

 

Mijn vader.

 

 

Vrienden verliezen.

 

Vrienden winnen.

 

 

 

En terwijl ik verder mijmer,

 

vervagen op mijn onderarm

 

langzaam

 

de getallen

 

26 en 32.

 

 

____________________________

Foto's: Running.be, Het Nieuwsblad, Sportograf. 

 

10:53 Gepost door Mark | Permalink | Commentaren (6) |  Facebook |

23-05-13

De Krijgsheren van de Tervurenlaan

De Krijgsheren van de Tervurenlaan

 

 

 

Dinsdag 21 mei 2013.

 

 

 

 

 

Nog slechts  5 dagen scheiden ons van de 20 Km door Brussel.

 

 

Dat is veel.

 

 

Dat is weinig.

 

 

Te weinig om nog veel winst te boeken op gebied van snelheid of uithouding, te veel om geen bal meer uit te voeren en in de zetel te gaan hangen.

 

 

 

En er is altijd die verscheurende twijfel.  Heb ik wel genoeg getraind?  Zou ik het riskeren om in de voorbereiding op Brussel nog een snoeiharde training in te lassen?  Hoe groot is het risico op blessurelast?  Want stel dat ik nu mijn voet verzwik en in een gipsverband beland, tja dan is het een dik kruis over de 20 Km.  Zou ik het nog wel riskeren om op mijn racefiets te kruipen?  Stel dat ik val?  En er uit zie als een gepelde biefstuk?

 

 

 

*****

 

 

 

De wonderen der techniek. 

 

 

 

Want kijk, nu is het alweer een dag later, woensdag zowaar. 

 

 

Ik lijk God wel (maar dan véél beter in vorm).

 

 

 

*****

 

En hup, het is donderdag.

 

 

Hoe doe ik dat toch?

 

 

*****

 

 

Zoals elk jaar krijgen de organisatoren van de 20 Km door Brussel in de week voorafgaand aan de wedstrijd een paniekaanval.  

 

Ze hebben in hun enthousiasme  37 500 borstnummers uitgereikt en krijgen, niet geheel onterecht, schrik dat een aantal deelnemers onbezonnen aan de wedstrijd zal deelnemen, onvoorbereid als het ware...  

 

 

En dat er bij de lopers véél vragen leven die onbeantwoord dreigen te blijven.

 

 

 

Wie is er het best geplaatst om al die twijfels weg te nemen?

 

Wie kan alle vragen beantwoorden van de dwalende loper?

 

Wie is onze redder in nood?

 

Wie, vraag ik u?

 

 

 

Ik zou het verdorie zelf niet weten....

 

 

 

Of is het misschien hij, die wijd en zijd bekend staat als de Krijgsheer van de Tervurenlaan?

 

 

U kent hem allemaal:

 

 

Jawel, de Mark.

 

 

Uw baken in duistere tijden.

 

 

Uw scheve rots in de branding, waarop je amper een kerk kan bouwen. 

 

 

Hij die alles weet, hij die alles kan.

 

 

Eigenlijk ben ik stikjaloers op jullie allemaal, omdat jullie zo'n goede vriend aan mij hebben...

 

 

 

*****

 

 

 

Een bloemlezing van de vragen die me bereikten....    .... oftewel  ....    the 20 Km door Brussel according to Mark.

 

 

   

 

"Mark, gij die te kaap'ren zijt gevaren zonder baard, wat moet je doen om succesvol de 20 Km door Brussel af te haspelen."

 

 

 

Zelden zo'n intelligente vraag voorgelegd gekregen.

 

 

Ga zitten.

 

 

Ik zal het eens haarfijn uitleggen.

 

 

Eerst en vooral ga ik er stomweg van uit dat u over loopschoenen (van het merk Brooks, mag ik hopen), loopkledij en een borstnummer beschikt.

 

 

Check, check en check.

 

 

 

Dan zou u kunnen overwegen om wat te gaan trainen.

 

 

Rome is uiteindelijk ook niet op één dag gebouwd.  Tja, wat wil je, Italianen en werken....

 

 

Stel dat u vandaag begint te trainen, dan bent u vermoedelijk een tikkeltje te laat begonnen. 

 

 

De juiste dag waarop u moet beginnen met trainen om tijdig in vorm te geraken tegen 26 mei 2013, voor de 20 km door Brussel, is.....

 

 

 

....... 2 januari....

 

 

 

 

.......1993.......... 

 

 

 

En dan is het nog wat krapjes.

 

 

 

6068702a4f763bdb71b5abc953195d56__20.jpg

 

 

***** 

 

 

 

En dan zijn er mensen die het waanidee hebben opgevat om zowaar een prestàtie neer te willen zetten op de 20 Km door Brussel en die stellen dan onnozele vragen, zoals bijvoorbeeld:

 

 

 

"Mark, Gij soeverein alleenheerser over de eerste startbox van de 20 Km door Brussel, hoeveel kilometers dient een normale sterveling per week te trainen om in de eerste startbox te belanden?"

 

 

 

Ja, weet ik veel. 

 

 

Google eens wat rond op het internet. 

 

 

Maar wat ik wel weet, is dat 18 km weekomvang lichtelijk te weinig is.  Ik kan dat bevestigen, want in 1994 stond ik aan de start van de 20 Km met weektotalen van 18 km joggen (1x 12km en 1x 6 km per week).

 

 

Ik kan u verzekeren dat je dan ter hoogte van kilometerpunt 15 bereid bent om je linker teelbal in te ruilen voor een roestige fiets met platte banden. 

 

 

Een kilometer verder desnoods je rechter ook.

 

 

En dat je vanaf km 17, de Tervurenlaan, de gevreesde slotklim van de dag, al volop muziek aan het uitkiezen bent voor tijdens je begrafenis.

 

 

 

Neen, ik suggereer een weektotaal van ongeveer 40 loopkilometers als het absoluut strikte minimum. 

 

 

150 km is dan weer beter. 

 

 

300 km begint er al wat op te trekken, mits u de nodige versnellingen bergop niet vergeet (200 herhalingen, graag).

 

 

 

En dan nog enkel op voorwaarde dat u wat afwisseling in de training brengt door per week ook nog een keer of zes wat kracht bij te trainen in de fitness, in combinatie met wekelijks een kilometer of 1200 op de racefiets, aan trage hartslag, cardiovasculair hoogstaand, dat spreekt voor zich.  En slapen in een hoge druktent.  Natuurlijk moet er ook kwalitatief getraind worden, met sprintjes en zo, tegen de verzuringsgrens en vér over de anaerobe drempel, VO2 Max en omslagpunt, dat hoef ik u wellicht niet uit te leggen.  Dat is de basis.

 

 

Moest u dan nog zin hebben om spierversterkende oefeningen voor voeten, kuiten, enkels, hamstrings, rug, billen en romp te doen, laat u dan vooral gaan; een drietal sessies Redcord per dag, na het eten, als kers op de taart.

 

 

 

Als u zich deze martelingen allemaal oplegt, dan maakt u kans om ooit, op een blauwe zondag, een resultaat neer te zetten waarmee u het daaropvolgende jaar mag starten vanuit de eerste startbox van de 20 Km door Brussel. 

 

 

Misschien.

 

 

Als het niet te warm is die dag.

 

 

 

En u niet per ongeluk een voet verzwikt over een leeg flesje Spa ter hoogte van de Terhulpensesteenweg.

 

 

 

En u uw wedstrijd goed weet in te delen.

 

 

 

U merkt het al, u heeft geen schijn van kans.

 

 

IMG_3281edited.jpg

 

 

  

 ******

 

 

"Mark, Gij onverschrokken aanvoerder van de Krijgsheren van de Tervurenlaan, is de 20 Km door Brussel zwaar?"

 

 

Je moet ze niet optillen, maar lopen...

 

 

Grapje.

 

 

Neen, de 20 Km door Brussel zijn niet zwaar, laat u vooral niets op de mouw spelden (of het moest een borstnummer zijn). 

 

 

 

Neen, de 20 Km door Brussel zijn niet zwaar, dat is een hardnekkige mythe.

 

 

De werkelijkheid is geheel anders.

 

 

 

 

De 20 door Brussel zijn niet zwaar, ze zijn.....

 

 

 

 

afgrijselijk loodzwaar!!!

 

 

 

Het is om te janken, zo zwaar.

 

 

En dan nog zwaarder.

 

 

Ik weet niet of u bekend bent met de Marathon des Sables?   Die zesdaagse ultraloop doorheen de woestijn?

 

 

Wel, stel dat je die achterwaarts loopt, dat benadert ongeveer de graad van zwaarte van de 20 Km door Brussel.

 

 

 

Het parcours van de 20 Km door Brussel is nochtans vrij eenvoudig: je hebt de start en de aankomst.

 

 

Wel, het parcours ligt exact tussen die twee punten in.

 

 

Een pluim voor de organisatoren!  Dat vind ik nu eens prima geregeld, want stel dat je het parcours nog moest zoeken, dat zou serieus tegenvallen, neen?

 

 

 

En er zijn bochten, soms naar links, dan weer naar rechts.  En omgekeerd.

 

 

 

En je hebt tunnels op de Avenue Louise.

 

  

Drie stuks.

 

  

De eerste, de tweede en ten slotte de vierde.

 

  

En dan zijn er ook wel wat beklimmingen en afdalingen (vreemd genoeg zijn er drie keer zoveel beklimmingen als afdalingen, terwijl sommige afdalingen dan weer goed gecamoufleerde beklimmingen zijn).

 

 

 

En dan is er nog, tadaaaaaaaaaa.........     de Tervurenlaan.  

 

 

Ik zou hier een onwaarschijnlijke boom kunnen opzetten over de Tervurenlaan.  De mythische berg die dodelijker is dan de Killer Mountain, de K2, en verraderlijker dan de Noordwand van de Eiger.

 

 

De Tervurenlaan is.....

 

 

(de stem breekt)....

 

 

De Tervurenlaan is...

 

 

 

(tranen rollen over het gelaat van uw verslaggever, terwijl zijn psychiater hem troostend over het vermoeide hoofd aait)... 

 

 

De Tervurenlaan is... 

 

 

(barst onbedaarlijk in snikken uit, waarop een in het wit geklede man de kamer binnenstormt, een dwangbuis in de aanslag en morfine, en nog meer morfine, en nog...)....

 

 

Tervuren.png

 

 

 

Neen, help mij,

 

doe dat weg!!!!!!!

 

 

Wenst u toch informatie over het parcours, dan verwijs ik u graag naar een uitputtende beschrijving, geschreven door de nuttige idioot (i.e. mezelf): klik hier.

 

Of bestudeer deze mooie kindertekening:

 

 

Naamloos.png

 

 

*****

 

 

 

"Mark, Gij epische roerganger, kan je verloren lopen tijdens de 20 Km door Brussel."

 

 

Normaal niet (hoewel ik mensen ken die er lomp genoeg voor zijn).  

 

 

Nu ja, technisch gesproken kan het als je eerst of overdreven laatst hangt.

 

 

Maar om tussen 37 500 mensen verloren te lopen is toch een speciaal talent vereist; als we mekaar allemaal een hand geven, dan kunnen we namelijk een menselijke ketting vormen die 3 keer het parcours omspant (en dan nog eens tot aan de Avenue Louise).

 

 

Neen, ik zou me geen zorgen maken over verloren lopen.

 

 

 

Ik zou me, in uw geval, meer zorgen maken over de kans dat je vertrappeld zal worden.

 

 

Ja, nu ik er nog eens over peins: je zal vertrappeld worden, want je bent te traag.

 

 

Als je al niet verdwijnt onderweg.....

 

 

......want ter hoogte van het Koninklijk Paleis heb je de verschrikkelijke verdwijngaten in het wegdek....

 

 

4040958742.jpg

 

 

*****

 

 

"Mark, Gij grote woeste huurling van het looplegioen, zijn de weergoden een belangrijke factor om een goede prestatie neer te zetten tijdens de 20 Km door Brussel?"

 

 

Ja.

 

En om er zeker van te zijn dat we zondag perfect loopweer krijgen, heb ik weerman Frank Deboosere eventjes aan de arm getrokken (iets te hard, zo bleek achteraf).

 

Weer.png

 

 

*****

 

 

 

En dan beginnen ze over details te emmeren, zoals:

 

 

"Mark, Gij die de ultieme perfectie belichaamt in ziel en geest: Wat mag ik eten voor en tijdens de 20 Km door Brussel?"

 

 

Niets.  

 

 

Denkt u nu werkelijk aan niets anders dan eten?

 

 

Wij, Spartaanse bloedhonden van het asfalt, vinden eten zwaar overroepen.  

 

 

We zijn in Brussel om er te lopen, eten doen we op andere momenten.  

 

 

Een groot loper, annex wijsgeer (nu ik er nog eens over nadenk: ik dacht dat ik het zelf was) heeft ooit eens gezegd:

 

 

Lopen doe je op wilskracht en onthechting.

 

 

Een nog groter loper (nu ik er nog eens over nadenk: ik dacht dat ik het zelf was) heeft ooit eens gezegd:

 

 

 

Als loper heb je genoeg aan de vier elementen: zand, lucht, water en vuur:

 

    • zand om op te lopen, 

 

    • lucht voor je longen, 

 

    • water om te drinken,

 

    • en vuur (voor de barbecue achteraf aan te steken, of de Groene Michel zonder filter - voor de rokers onder ons).

 

 

Maar als er dan toch moet gegeten worden voor de wedstrijd, dan liefst niet bloemkool met gekookte patatten in de kaassaus of stoofvlees met spek en spruiten.  

 

Eet je zoiets, dan is er een redelijke kans dat je die maaltijd nog een tweede keer zal zien, ik gok ergens in het Terkamerenbos, in drie gulpen, die vrolijk uiteen spatten op je loopschoenen (Brooks, mag ik hopen). 

 

 

Goed, wat dan wel ?

 

 

's Morgens een bord dampende pasta, niet volkoren, maar witte, niet té al dente.  Saus is van ondergeschikt belang.

 

 

Je maag moet het verwerkt krijgen, want eens je aan het hardlopen bent, verteer je nauwelijks nog iets (je lichaam heeft op dat moment wel andere zaken aan het hoofd/lijf).

 

 

Tijdens de wedstrijd blijf je overal met je poten af, qua eten.  Een tabletje druivensuiker valt desnoods nog te overwegen, maar denk nu niet dat je met die 2 gram suiker plots de wederopstanding uit het lopersgraf kunt bewerkstelligen, tenzij u rechtstreeks bloedverwant bent van Dhr.  J. Van Nazareth, dan misschien weer wel.

 

 

 

start.jpg

 

 

***** 

 

 

 

"Mark, Gij die menig liederlijk bacchanaal hebt aangericht: Wat mag ik drinken voor en tijdens de 20 Km door Brussel?"

 

 

Tijdens?  Water, zo plat als maar kan zijn.

 

 

Sla er desnoods op.

 

 

En begin vooral niet te experimenteren met sportdranken en gelletjes, zonder dat je dat eerst uitvoerig op training hebt uitgetest, want dat kan als een boemerang op je maag en darmen slaan; alsof je 's nachts 7 Duvels hebt gemarineerd in een broodje Kebab van bij de Pakistaanse geldwitwasserij...

 

 

U hoeft ten andere niets mee te brengen voor onderweg qua drank. Er zijn drankposten genoeg en per drankpost staat er genoeg Spa blauw om het stuwmeer van Bütgenbach mee te vullen.  

 

 

Trouwens, tussen haakjes, die lopers met zo'n gordeltje met van die onnozele drinkbusjes in....  ...hoe mottig is dat?

 

 

Wie zijn ze?

 

Wat drijft hen?

 

 

 

 

Nog een advies voor de alcoholici onder ons.  Daags voor de 20 Km door Brussel is het aangewezen om het alcoholverbruik enigszins te milderen.  

 

 

Bent u gewend om 14 Duvels binnen te kieperen, dan is 7 de bovengrens.

 

 

Want anders kan je meemaken wat een vriend van mij een paar edities geleden meemaakte .  

 

 

Daags voor de 20 Km naar een huwelijksfeest geweest.  

 

Nog net op tijd thuis gekomen om de bus naar Brussel te halen.  

 

Héél de rit naar Brussel groen van ellende gezien.

 

Tijdens de wedstrijd 4 keer de weg moeten vragen (de weg naar een toilet, want verloren lopen kan niet, let u eigenlijk wel op ? ), en uiteindelijk nauwelijks 10 minuten sneller dan uw dienaar.

 

Godver.

 

 

178979_4036959372505_1537368275_33417239_2120025710_n.jpg

 

 

*****

 

 

"Mark, Gij die  schoonheid en intelligentie weet te combineren met een looptempo van 15 km per uur, wat als je naar het toilet moet voor of tijdens de 20 Km door Brussel?"

 

 

Oei, dit is een complexe vraag.  Voor, tijdens, twee mogelijke bezigheden op toilet en dan nog eens onderverdeeld per geslacht.

 

 

Ik heb er meteen maar een tabel van gemaakt, ik stel voor dat u die uitprint en meeneemt, zodat u, ingeval u pipi en/of kaka moet doen, doodeenvoudig de tabel kan raadplegen en kan opzoeken wat u te doen staat.

 

 

 

Heren pipi

Heren Kaka

Dames pipi

Dames Kaka

Voor de wedstrijd

Boom Jubelpark

Toilet startzone

Toilet startzone

Toilet startzone

Tijdens wedstrijd

Gevels Brussel

Terkamerenbos

Achter Ford Focus

Terkamerenbos

 

 

Enige verduidelijking toch: er staat hier wel Achter Ford Focus (Dames pipi - tijdens wedstrijd), maar dat mag ook een Mitsubishi Colt zijn, of een Volkswagen Golf.

 

 

Wat de toiletten in de startzone betreft, toch even deze bedenking.

 

 

Naar het schijnt zijn de toiletten dit jaar gratis.  

 

 

En als er 118 nationaliteiten aan de start staan, dan moeten er helaas ook Hollanders bij zijn.  En Hollanders en gratis, tja dat wordt dus extra aanschuiven.

 

 

Een gouden raad van tante Kaat: kies bij het aanschuiven aan de toiletten voor de rij waar het minst aantal heren staan aan te schuiven; vrouwen schuiven aan voor zowel pipi als kaka, heren die staan aan te schuiven moeten allemaal kakken, en dat duurt langer. 

 

DSC04844.jpg

Foto: de rij voor de toiletten kan érg lang zijn.

 

 

 

*****

 

 

 

"Mark, Gij die menig vieze blessure hebt overgehouden aan de beoefening van de Kama Sutra: Seks voor de wedstrijd, mag dat?"

 

 

Neen, vunzigaards, denken jullie nu echt aan niets anders?

 

 

Van Roger De Vlaeminck, de grote filosoof-wielrenner uit Eeklo, kennen we volgende gevleugelde uitspraak:

 

 

 

"Ge haalt er de poepers allemaal uit."

 

 

 

Waarmee de Roger simpelweg bedoelde: Je merkt het aan de prestatiecurve wanneer een wielrenner meer op zijn vrouw zit dan op zijn fiets.

 

 

 

Samengevat: Seks vreet energie.  Energie die je tekort gaat komen op de Tervurenlaan...  

 

 

De enige juiste conclusie moet zijn: Braafjes naast mekaar in bed, handen boven de lakens.

 

 

Om een goede prestatie te kunnen neerzetten tijdens de 20 door Brussel geldt volgende ijzeren wet:  geen seks 6 maanden voor én 6 maanden na de wedstrijd...

 

 

 

Nu ja, het is al een hele tijd geleden, dus kan ik het misschien nu wel opbiechten.

 

 

 

 

Enkele jaren geleden was een buurman van mij, Kris, sneller dan uw dienaar op de 20 Km door Brussel.  

 

 

Dat is wraakroepend.  

 

Dat mocht me geen tweede keer overkomen.

 

 

Vermits hij maar een tikje sneller was, dacht ik een geheim wapen in te zetten.

 

 

Daags voor de 20 Km door Brussel heb ik een geweldig mooie mand laten bezorgen aan de vrouw van Kris (met kaartje: Vanwege Winkelcentrum Hoogstraten), met daarin:

 

  • twee flessen champagne, 

 

  • enkele rozen,

 

  • parfum, 
 
  • een eetbaar slipje (aardbeismaak),

 

  • een DVD-tje van An Officer and a Gentleman

 

  • pralines,...

 

 

Kris zat 's anderendaags als een platgereden mus te suffen op de bus naar Brussel, pijnlijke rug, lege benen en met enorme wallen onder de ogen als gevolg van het slaapgebrek, wat dan weer het gevolg was van een nacht vol vurige, dierlijke passie.

 

 

Enfin, om een lang verhaal kort te maken, 6 minuten aan zijn broek gesmeerd.

 

 

20kmBEN_3387.jpg

 

 

*****

 

 

 "Mark, Gij grote leider, heraut van het Jubelpark, zijn er uitvluchten om niet aan de start te verschijnen van de 20 Km door Brussel?"

 

 

Neen, uitzondering gemaakt voor een schedelbasisfractuur in combinatie met een open beenbreuk. 

 

 

 

Al de rest is je reinste aanstellerij.

 

 

 

En kom vooral niet aanzetten met melige excuses zoals: "Mijn vrouw moet bevallen die dag."

 

 

 

Daar blijf   ik  in elk geval niet voor thuis. 

 

 

Bevallen kan ze namelijk zélf. 

 

 

En het geslacht, gewicht, lengte en naam van de worp kan altijd nog via een SMS doorgegeven worden. 

 

 

Ik beantwoord die SMS wel na de wedstrijd, dan kan ik meteen mijn gelopen tijd doorgeven...

 

 

 

Je moet het zo bekijken: bevallen kan ze, technisch gesproken, ongeveer 2 keer per jaar,  terwijl ik maar 1 keer per jaar de 20 Km door Brussel kan lopen; wie is dan uiteindelijk de egoïst?

 

 

 

Neen, er zijn geen valabele redenen om forfait te geven. 

 

 

 

20km57.jpg.h380.jpg.568.jpg

  

 

*****

 

 

"Mark, Gij mooie, edoch kalende oppergod, hoe deel ik mijn wedstrijd in wanneer ik de 20 Km door Brussel loop?"

 

 

Niet.

 

 

Indelen is voor coiffeurs en janetten.

 

 

Je start, loopt als een losgeslagen gek door een paar tunnels, dan als een bezetene bergop in het Terkamerenbos, vervolgens als een dolleman bergaf de Terhulpensesteenweg, daarna als een gestoorde idioot zo hard als je kan de Vorstlaan tot aan de voet van de Tervurenlaan.  Dan is het tijd om een tandje bij te steken en de klim als een dolgedraaide halfgare op te stormen, waarna je nog een pittig sprintje trekt tot aan de finish.  

 

 

Meer is dat niet.  Simple comme bonjour.

 

 

Als je moet indelen, wil dat in feite zeggen dat je niet goed genoeg getraind hebt.

 

  

Loop de wedstrijd volgens mijn richtlijnen, en dan finish je als volgt (en zo hoort het):

 

2541014824.JPG

 

 

*****

 

 

"Mark, Gij alwetende en toch zo bescheiden loopgod, zijn er nog details waar ik op moet letten om succesvol aan de start te komen van de 20 Km door Brussel?"

 

 

 

Uw vraagstelling is grandioos fout: in de aanloop naar de 20 Km door Brussel   ZIJN ER GEEN DETAILS.

 

 

Gelukkig maar, want naar het schijnt zit de duivel in de details.

 

 

Goed, stel dat u een afgetrainde, pezige windhond bent, gestaalde spieren, blakend van het zelfvertrouwen, met een rusthartslag om schrik van te krijgen.   

 

  

 

Is dat garantie op succes?

 

 

 

Neen, gij naïeveling!

 

 

 

 

De moeilijkste opdracht ligt niet in de wedstrijd zélf, laat staan in de trainingsarbeid, maar situeert zich in de laatste weken vóór de wedstrijd. 

 

 

De wedstrijd is, vergeleken met de laatste 2 weken voor de wedstrijd, een lachertje, een niemendalletje, een stukje cake.

 

 

Enkele vuistregels die u daarbij in acht moet nemen: 

 

 

 

Blijf van de grasmachine af! 

 

 

Het spreekt voor zich dat u de laatste 2 weken, maak er voor mijn part gerust 8 weken van, niets meer doet in en om het huis (en bij uitbreiding op uw werk).

 

 

Geen trapladdertjes meer beklimmen en blijf vooral met uw onhandige fikken van alle machines af, uitzondering gemaakt voor de Senseo, uw laptop en de afstandbediening van de televisie.  

 

 

Te mijden als de pest zijn: de grasmachine, de boormachine, de vlakschuurmachine, de verticuteermachine, de kantenmaaier, de bladblazer, de hakselaar en de stofzuiger.  

 

 

Voor de gehuwden onder ons:  in geval van nood kan uw vrouw/vriendin al die machines bedienen (daarvoor werden uiteindelijk toch de handleiding én de hospitalisatieverzekering uitgevonden, dacht ik zo). 

 

 

 

rodekruis.jpg

 

 

 

Mijd kinderen met een snotneus!

 

 

 

Dit is misschien wel de grootste uitdaging: gezond blijven tot op de ultieme dag, 26 mei 2013!

 

 

 

Het is van het allergrootste belang dat u de focus behoudt !

    

 

 

Neem in deze eens een voorbeeld aan mij.  Ik kan trouwens zo meteen geen beter voorbeeld vinden.

 

 

 

U moet weten dat ik in de loop der jaren een ware (r)evolutie heb doorgemaakt.  Volgens mijn vrouw toch.  Was ik vroeger een verschrikkelijke losbol, dan ben ik nu min of meer een obsessieve controlefreak geworden.

 

 

Tijdens mijn jonge jaren stond ik 's nachts na tweeën in de kroeg met een ferm stuk in de kraag bovenop het biljart te roepen (terwijl ik mijn hemd dramatisch aan flarden trok):

 

 

 

IK PAK JULLIE ALLEMAAL!!!

 

 

 

Toegegeven, ik pakte niemand, het enige wat ik er trouwens aan overhield was een dreunende kater en een fikse verkoudheid, maar het gaat hem hier puur even om het beeld...

 

 

Nu de jaren van verstand er bijna aankomen, lig ik rond half elf te snurken in de zetel onder een fleecedekentje en loop ik achter de vitamine C vanaf het moment een huisgenoot aankondigt dat ie een kriebelhoestje heeft.

 

 

Want ziek worden, beste lezer, dat kan de loper zich niet permitteren in de opbouw naar de Heilige Graal van het afstandslopen: de 20 Km door Brussel.

 

 

Zie ik een kind met een glinsterend slijmspoor onder de neus, Satan met andere woorden, dan gooi ik er van ver een dweil naar toe en maak ik mij spoorslags en gillend uit de voeten. 

 

 

Bacillen, virussen, infecties, bacteriën, neen, bedankt.

 

 

 

Stel dat mijn vrouw een week voor de 20 Km ziek wordt.

 

 

Dat is een ramp.

 

 

Niet zo zeer voor haar, zij mag ziek worden zoveel zij maar wil, maar voor mij!  Een zieke vrouw moet ogenblikkelijk in quarantaine, ik vertrouw dat voor geen haar.  Ze wordt verbannen uit het echtelijk bed, moet beneden op de zetel slapen, want ik heb mijn rust broodnodig!

 

 

Ik raak nooit deurklinken aan (ik open deuren enkel met mijn elleboog), druk nergens op knopjes van liften of deurbellen, weiger handen te schudden (u wil niet weten waar die handen overal gezeten hebben), kus geen wildvreemde vrouwen, kom niet aan het handvat van winkelkarretjes, was de handen voor, tijdens én na het plassen. Volgens mijn vrouw is het een mirakel dat wij nog seks hebben...

 

 

 

U kan proberen mij uit te nodigen voor feestjes allerhande.  Ik kom niet. 

 

 

Waar grote groepen mensen samenkomen, dansen de virussen de Macarena op tafel:

 

 

 

Waar is da feestje?  

 

Daar dus.

 

 

 

Ik ben tussen haakjes op zoek naar van die mondmaskers (in de stijl van Michael Jackson), want het kan tegenwoordig zo ongenadig druk zijn in de supermarkt....

 

 

 

Een schotelvod aanraken?  

 

 

Bist du ganz verrückt? 

 

 

 

Al eens een schotelvod bekeken onder een elektronenmicroscoop?  Dat is één grote, vieze gore troep parende bacteriën. 

 

 

Wil je tyfus, varkenspest, vogelgriep, buikloop, pest, dolle koeienziekte, scheurbuik, tuberculose, Spaanse griep, cholera, pokken of builenpest? 

 

 

 

Eén goeie raad: eet een schotelvod op.

 

 

Trouwens, de week voor de 20 door Brussel weiger ik pertinent voedsel aan te raken dat door derden is gemaakt en/of aangeraakt.  Elk product wordt minutieus op houdbaarheidsdatum gescreend.  Niets, maar dan ook niets,  laat ik aan het toeval over.  

 

 

U doet maar wat u wil, u geniet maar volop van mekaars lichaamssappen, doe vooral wat u niet laten kan, maar u moet niet komen zagen dat u spuitende schijterij hebt op 26 mei 2013, rond 9u 's ochtends.

 

 

 

Ik heb u gewaarschuwd.

 

 

 

Naamloos.png

Getver, blijf daar af!!!! 

 

 

 

_____________________________________________

 

Zo, dames, heren, vrienden, lopers, Romeinen, amici, ik denk dat we ongeveer alles naar best vermogen hebben behandeld.

 

 

Afspraak zondagochtend 26 mei, Jubelpark te Brussel, Box 1.  

 

 

Uw dienaar draagt borstnummer 264.

 

 

Ik wens u allen een perfecte race.

 

 

Behouden vaart !

 

 

Godspeed ! 

15:43 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (7) |  Facebook |

21-05-13

First we take Manhattan...

then we take Berlin...

 

 

De weken tellen in razende vaart af naar de 20 Km door Brussel.

 

 

We hebben dan ook niet bepaald stilgezeten.

 

 

Aan de arbeid!

 

 

Afgelopen zondag stond er een lange duurloop op het programma (na een redelijk zware week: zaterdag de halve marathon van Bütgenbach, dinsdag 88 km op de racefiets, donderdag 20 km duurloop en vrijdag 56 km racefiets), dinsdag opnieuw lange duurloop en donderdag de traditionele avondtraining met mijn atletiekclub AVN.

 

 

Omdat het regende, waren we maar met 7 man.

 

 

Er werd besloten om een uurtje te gaan lopen, in groep.  Aanvankelijk was het tempo gezapig, 10 à 11 per uur zoiets, tot er werd gesplitst.

 

 

Diegenen die niet overdreven lang wensten te lopen, sloegen linksaf, de anderen rechts.

 

 

Bleken we met slechts drie heren rechts af te slaan.  Guy en Jan Hendrickx en uw dienaar (totale waarde: 2,5 op de schaal van Hendrickx dus ongeveer).

 

 

Meteen ging het tempo met een forse snok omhoog, maar nog te behappen.  Tot Guy zijn fantastisch vormpeil nog wat wou bijspijkeren en ons naar 15 km/uur opjoeg.  Kilometers lang zat ik te sterven in het zog van deze twee rasatleten, maar het zou eerder vriezen in de hel dan dat ik zou afhaken.

 

 

Guy speelde een kat-en-muisspelletje met ons.  Liep ons er af, liet ons weer tot in zijn spoor knokken, om dan als de eerste de beste sadist ons er opnieuw uit te knallen.  

 

 

 

Pittige training, dat wel.

 

 

Vooral omdat ik het rustig wou aan doen....

 

 

Aan de ademhaling van Jan te horen, viel het hem ook behoorlijk zwaar (Jan is nog niet op zijn beste niveau,  gelukkig maar, want anders zou ik hier helemaal de pineut zijn...).

 

 

De laatste kilometers lieten we Guy finaal vertrekken en liet Jan gelukkig het tempo weer wat zakken, zodat ik terug een beetje op adem kon komen.

 

 

Na de training was ik helemaal gesloopt en ben ik tegen 2,6 km per uur naar huis gesjokt, om me na de verkwikkende douche meteen maar in de koekjeskast te storten.  Met de nodige  doodsverachting....

 

 

 

*****

 

 

Toen ik nadien mijn mailbox checkte, merkte ik dat er een eerder verrassende mail was binnengelopen.

 

 

 

Van mijn vriend Tom.

 

 

 

Zij die deze geschriften volgen sinds 2009, weten dat mijn vriend Tom mijn voormalige looppartner in crime is.  O zovele wedstrijden hebben we samen betwist, zij aan zij, elkaar bekampt op het scherp van de snee.

 

 

 

Memorabele wedstrijden snellen mijn geestesoog voorbij: de Chocoladejogging in Moorsel, de 20 Km door Brussel (uiteraard), de Jan Hagelloop, Rijkevorsel leeft, halve marathon Kapellekesloop te Minderhout, e tutti quanti.

 

 

 

Mijn vriend Tom heeft de loopschoenen al een paar jaar geleden aan de haak gehangen, wegens chronische achillesproblemen.  Lopen was té belastend, zeker in combinatie met de 12 andere sporten die hij meende te moeten bedrijven: tennis, voetbal, fietsen, triatlon en nogmaals tutti....

 

 

 

Ik wil hier toch wel even aanstippen dat ik Tom al die jaren er attent op heb gemaakt dat al die àndere sporten wel eens de boosdoener zouden kunnen zijn. 

 

 

 

Hoe een mens zich kan verlagen tot minderwaardige sporten, het houdt niet op me te verbazen.

 

 

 

Tennis, mensen toch, dat is volgens mijn verklarende woordenboek de Playmobil onder de sporten.  Staan zwaaien met een stuk plastic met opgespannen kattendarmen is niet wat ik bestempel als diepere zingeving aan het leven.  En trouwens, een balletje binnen bepaalde lijnen houden, dat kon ik al sinds Atari in 1972 het onvolprezen videospel Pong uitbracht.  En niemand hoorde ons toen Whoopie roepen à la Wickmayer....

 

 

Voetbal, nog een graad erger.  Met 22 man op een groen grasveld staan kijken hoe een paar duizend bierbuiken in de tribunes rond het veld in ontbloot bovenlijf de ongeciviliseerde aap uithangen en oerwoudgeluiden produceren.  Neen, merci.

 

Wielrennen en triatlon, ala, tot daar aan toe, die sporten wil ik desnoods nog met de mantel der liefde bedekken. 

 

 

 

Maar ga nu vooral even zitten, want nu volgt een mededeling die u ongetwijfeld van uw sokken zal blazen. 

 

 

 

Mijn vriend Tom is recentelijk begonnen met....         ..... Curling.

 

 

Ik ben het eerst moeten gaan opzoeken, want ik dacht dat het iets met krulspelden was en een wapperend handje, maar neen, het was nog véél erger...

 

 

 

Curling, dus... 

 

 

 

Ja, kijk, vriendschapsbanden zijn heilig, dat besef ik als geen ander, maar toen ik dit schokkende nieuws vernam, heb ik toch even mijn advocaat moeten bellen om na te gaan of er hier geen morele bezwaren aangevoerd kunnen worden en of dit geen grond was om beroep aan te tekenen bij het Hof van Cassatie, want heum..... enfin......

 

 

 

 

 

Curling?!?!?!?

 

 

 

 

 

 

 

Ok, synchroonzwemmen en kunstschaatsen op ongelijke liggers zijn ook sporten waarvan je spontaan denkt:

 

 

 

Osama heeft gelijk, een vliegtuig er in,

 

 

 

maar ....

 

 

 

 

Curling?!?!?!?

 

 

 

 

 

Dat is dus, voor een goed begrip, een ronde steen over een ijsbaan laten glijden en furieus met een borsteltje staan schrobben.

 

 

Ik heb het even bij zijn moeder nagevraagd en ze kon me, met de hand op het hart, zweren dat Tom in zijn ganse leven nog nooit, maar dan ook nog nooit, een borstel ter hand heeft genomen om zijn appartement op te kuisen. Iets wat ik trouwens in eer en geweten kan bevestigen, want elke keer ik op zijn appartement kom, denk ik spontaan:

 

 

Dit lijkt hier wel een trainingskamp voor speleologen.  

 

 

Nà de ontploffing.

 

 

 

Tom, ik heb je, als vriend, al veel fouten vergeven; zoals bijvoorbeeld je onbegrijpelijke verknochtheid aan RSC Anderlecht, het traumatiserende feit dat je sneller was dan mij op de Stratenloop van Rijkevorsel ergens eind jaren negentig, het feit dat je ongeveer wekelijks je huissleutels kwijt bent, het feit dat je NOOIT op tijd bent, maar, eerlijk.....

 

 

 

 Curling?!?!?!?

 

 

Ik denk dat gras zien groeien spannender is.

 

 

 

 

******

 

 

 

Goed, hoe ik ook argumenteerde, dreigde of smeekte, Tom liep niet meer en hield zich onledig met een amalgaam zinloze sporten.

 

 

Maar ook die combinatie van sporten bracht pijntjes met zich mee, zodat er al behoorlijk wat cortisone nodig was om hem op de been te houden.  Nieuwe (loop)steunzolen brachten ook niet altijd soelaas....

 

 

 

Lopen was dus definitief verleden tijd.

 

 

 

******

 

 

 

Tot die mail.

 

 

Tom mailde dat hij nog wel eens een wedstrijdje wou lopen, met dien verstande dat het een korte wedstrijd moest zijn (vooraleer de achillespezen doorhadden dat ze aan het lopen waren, zou de finish er al zijn, dat was de eerder optimistische redenering).

 

 

 

Tom mailde dus of ik in mijn agenda een gaatje had voor een loopwedstrijd.

 

 

 

Telkens mijn vrouw zegt dat zij wel eens een dagje met mij wil shoppen in de hel (aka Wijnegem Shopping Center), dan filibuster ik dat verzoek telkens de eeuwigheid in, blijkt mijn agenda de eerste 752 jaar compleet volgeboekt te zijn of verzwik ik desnoods als ultieme noodrem een voet aan flarden, alles om toch maar niet van pashokje naar pashokje meegesleept te worden en vragen te moeten beantwoorden van het soort:

 

 

 

 

"Denk je niet dat dit rokje beeldig zou staan bij dat bloesje dat ik vorig jaar heb gekocht?"

 

 

 

 

De enige antwoorden die ik daarop kan verzinnen zijn:

 

 

 Què?

 

Weet ik veel. 

 

Welk bloesje? 

 

Waarom? 

 

Waarom ik?

 

Ik heb geen mening.

 

Ik heb dorst.

 

I wish the Lord would take me now.

 

 

 

En al deze antwoorden zijn goed fout.

 

 

 

Je kan natuurlijk ook nog kiezen voor de Russische roulette, door effectief een antwoord te geven: naar keuze: Ja of Neen.

 

 

Zeg je Ja, dan zegt ze:

 

 

"Ja, dat zeg je enkel maar om er van af te zijn."

 

 

 

Zeg je Neen, dan vraagt ze:

 

 

"Hoe, en waarom niet?"

 

 

 

Je kan nooit winnen. 

 

 

 

Wanneer daarentegen mijn vriend Tom mailt dat hij wel eens een wedstrijdje wil lopen, dan duurt het minder dan 752 seconden om er eentje op de loopkalender te prikken, de routeplanner uit te printen, foto's van vorige edities te downloaden, de uitslagen van de laatste 6 jaar aan een grondig vergelijkend onderzoek te onderwerpen en af te spreken wie wie hoe laat komt ophalen. 

 

 

 

Ja, ook ik kan razend efficiënt zijn...

 

  

Er staat dus een afspraak op de kalender geprikt, weliswaar een eind achter de 20 door Brussel, want ik ga nu écht geen liefdadigheidswedstrijdjes lopen om kreupele medemensen een pleziertje te gunnen, ik ben ook niet helemaal gek.

 

 

Ik hou u op de hoogte, ik stel voor via deze weg....

 

 

 

*****

 

 

Pinksterzondag 19 mei 2013.

 

 

Het is verdorie zowaar zomer.

 

 

Ik heb lang getwijfeld of ik de week voor de 20 Km door Brussel het risico zou nemen om nog een snoeiharde wedstrijd te lopen, als ultieme voorbereiding op de loop der lopen.

 

 

Een blessure oplopen zou nefast zijn, maar stél dat het wél goed afloopt en stél dat ik een goede prestatie neerzet, tja, dan is er naast de fysieke winst ook nog eens de mentale opsteker.  Stél en stél, de voorwaardelijkheid druipt er af.

 

 

Dan toch maar naar Malle getrokken, naar de Parel der Kempen, wedstrijd over 10 mijl.  Een organisatie van AC DAL.

 

 

parel.png

 

 

Ik loop hier niet graag, omdat ik er nog nooit een lekkere tijd heb neergezet.  Vorig jaar klokte ik hier af na 1 uur 10 minuten en 31 seconden, maar ter mijner verdediging moet ik opmerken dat het toen bloedheet was.

 

 

 

*****

 

 

AVN, mijn atletiekclub, vaardigt een zevenkoppige delegatie af: Hild, Frank, Pat, Johan, Guy en Jan H. en mezelf.  

 

 

Er zal vandaag gelopen worden met het mes tussen de tanden; concurrentie genoeg, niet in het minst van de eigen clubgenoten, maar ook van snelle heren zoals Bram E., Walter A. en Luc V.L.  

 

 

Inschrijven, omkleden, u kent inmiddels ook al de normale gang van zaken.... 

 

 

Toch een pijnlijk moment: bij de inschrijvingsbalie kreeg ik, als één van de weinigen in ons gezelschap, een bon voor een gratis T-shirt.

 

 

De anderen niet.  Bleek dat enkel 50-plussers een T-shirt kregen.  Een T-shirt dat ik niet aan durf te trekken , omdat er volgende bemoedigende zaken op gedrukt staan:

 

 

Sportelen, OKRA.

 

 

 

De bejaardensector van het bewegen, zeg maar.... 

 

 

Clubgenoten lachen me uit, en dat hoort zo.

 

 

 

*****

 

 

 

We gaan wat opwarmen.  

 

 

De kar kraakt (dat T-shirt heeft dus geen ongelijk).  

 

 

Nog een plaspauze en we joggen terug richting startzone.  

 

 

We babbelen wat met de concullega's en stellen ons strategisch op in de startzone. 

 

 

 

***** 

 

 

 

Het is 15u30.  

 

 

Een man met een pistool schiet de wedstrijd op gang.  

 

 

De chrono loopt.  

 

 

Wij ook.

 

 

SeLenJo-269 (1).jpg

 Guy vooraan, Bram in zijn spoor.

 

*****

 

 

 

Ik vertrek snel, maar beheerst (klinkt goed, papier is geduldig, computers ook).  

 

 

SeLenJo-271 (1).jpg

 

De eerste kilometers lopen door dreven.  

 

Het is positie zoeken, niet vallen over hielen, kijken wie waar zit.

 

 

Km 1 haal ik na 3 minuten en 10 seconden, en dat ligt niet aan mij, maar aan het feit dat het bordje van Km 1 niet correct opgesteld staat.  

 

 

Km 2 na 7 minuten 53 seconden, iets boven de 15 km/uur dus.  Pat loopt verdomme knal naast mij.  Dat wordt een behoorlijk zware klus om die kwijt te spelen.

 

 

En tot mijn verbazing merk ik het zwarte shirt met witte letters AVN van Jan H. , ongeveer een veertigtal meter voor mij.    

 

 

40 meter is een peulschil, maar loop ze maar eens dicht. 

 

 

 

***** 

 

 

 

Ik loop in een groepje van een man of 10.  Ik hoop dat ze me dichter bij Jan zullen brengen.  Dat lukt ze niet, dus ga ik wat aan de kop sleuren in de hoop dat anderen de handschoen opnemen en mee komen helpen.

 

 

De achterdeur van de groep gaat open en ze vallen als vliegen.  Ik merk dat Pat ook langzaam de rol moet lossen.

 

 

Er staat behoorlijk wat wind, dus vraag ik hulp aan de kop.  Een jongeman met geel shirt gaat daar gretig op in.  Het tempo ligt bijzonder hoog.

 

 

 

En wat levert al dit gebeul op in de achtervolging op Jan H.?

 

 

 

Niks, nada, noppes, nul, geen millimeter.

 

 

 

Hoe we ook mekaar aflossen, we maken geen meter goed op Jan.  Ik begin in te zien dat het me niet zal lukken om in zijn spoor te geraken.

 

 

 

****

 

 

Weer asfalt, bekertje verfrissend water grijpen.  Drinken, de rest over de verhitte kop.  De groep is gereduceerd tot 4 man.  En ik voel dat ik de machine in het rood heb gejaagd.  Ik vrees dat ik nu zelf het slachtoffer ben geworden van mijn eigen drieste offensief.

 

 

Machteloos moet ik toezien hoe de drie heren van mij wegschuiven.  En achter mij gaapt de grote leegte.  

 

 

Ik sta er alleen voor.

 

 

 

De Antwerpsesteenweg op.  Enkele honderden meters en dan rechts opnieuw de dreven in van het Domein De Renesse.  

 

Ik merk dat de heren niet meer van me weg lopen; ik ben dus aan het herstellen van mijn dipje (of maak ik mezelf dat wijs?).

 

 

Doortocht na de eerste ronde van drie.

 

 

 

En wanneer ik in de lange dreef na de start voor mij uit kijk, merk ik dat Jan H. niet verder van mij weg is geschoven.  Dat wil zeggen dat ook hij een moeilijk moment doormaakt.  Ik probeer het tempo weer wat op te trekken.

 

 

Wanneer ik omkijk, merk ik dat de eerste dame in de race, Julie E. (OLSE Merksem), met haar persoonlijke begeleider, op komst is.  Omdat er nogal wat wind staat, beslis ik het tempo even te milderen en me te laten inlopen door dit duo.  Samen kunnen we dan proberen naar Jan toe te schuiven.  

 

 

Ik besef ook wel dat Jan mogelijk zo meteen zijn tweede adem vindt, en dat alles dan nutteloos is, maar goed, we kunnen maar proberen.

 

 

 

***** 

 

 

 

De dame en haar haas halen me bij, ik posteer me achter hen, om even te recupereren en wat te schuilen voor de wind.  

 

 

Ik moet serieus aan de bak om bij hen te blijven; ze waren niet voor niets op mij aan het inlopen.

 

 

Km 8, ik druk voor het eerst vandaag een tussentijd af op mijn chrono: 32m 29 seconden, 4 minuten en 3 seconden per kilometer; zeker rap genoeg voor deze diesel, maar goed: ça passe ou ça casse.

 

 

Meter per meter schuiven we richting Jan.  Hier zit muziek in.

 

 

 

Maar dan wisselt de haas van Julie nog een paar woorden met haar en stapt vervolgens uit de race.  

 

 

 

Wat nu?

 

 

 

Er zit niet anders op dan opnieuw volop aan kop te gaan.  Julie nestelt zich meteen in mijn zog.

 

 

 

Hoogstens een meter of tien nog tot bij Jan, maar het kost me bloed, zweet en tranen om ze te overbruggen.  Ik heb 8 km de ziel uit mijn lijf gelopen om ocharme 40 meter goed te maken op Jan.

 

 

Maar dan, eindelijk, halen we Jan bij.  

 

 

Er wordt niets gezegd, hoogstens een blik van verstandhouding, inschatten hoe het er voor staat, luisteren naar mekaars ademhaling.

 

 

 

*****

 

 

Met z'n drieën op pad.

 

 

Julie weet zich perfect te positioneren achter mij; afhankelijk van waar de wind blaast, zit ze knal achter of schuin achter mij.  Op geregelde basis blik ik even achterom om te controleren of ze nog volgt; ik heb het gevoel dat ik haar er af kan lopen, moet zelfs af en toe het tempo iets milderen om geen gat te slaan, maar besef als geen ander dat ik beter wat kan doseren en wat kan overhouden voor de laatste kilometers.  

 

 

Jan haakt zijn kar aan.  Ik weet niet of hij nog veel reserves heeft, of nog sneller kan, of wil, of op veiligheid wil lopen, of straks nog een versnelling in huis heeft.  

 

 

Veel vraagtekens, geen zekerheden...

 

 

*****

 

 

Doortocht finish.

 

 

Laatste keer de lange dreef in.  De zon en de warmte hakken er zwaar in.  

 

 

En ik neem een gok.  Ik weet niet of dit een goed idee is, misschien dat ik mezelf nu finaal de das om ga doen, maar ik beslis om alles op alles te zetten.  

 

 

Niks voorzichtigheid meer, geen reserves meer. 

 

 

Ik versnel (of denk ik dat maar???).

 

 

Julie lost, ik vertraag lichtjes, zij verdappert en pikt terug aan.

 

 

Ik hoor dat Jan moet lossen.

 

 

Wel, u hoort wel eens zeggen dat je in dat soort situaties vleugels krijgt.

 

 

 

Vergeet het.

 

 

 

Niks vleugels.

 

Het is nog even hard knokken.  

 

Het doet nog altijd even pijn.  

 

Of nog meer pijn.

 

 

Door de verkavelingen heen, asfaltstroken, wind, zweten, bevoorrading, de kilometerbordjes komen nog altijd gezwind, dus de totale instorting is er nog steeds niet.  

 

 

Alles op bedrijfstemperatuur, geen pijntjes, geen kwaaltjes, geen excuses,

 

 

 

gaan, gaan, gaan, gaan, gaan, gaan....

 

 

 

Het gat op Jan groeit mondjesmaat, maar ik weet dat één zwakke kilometer genoeg is om het allemaal weer te moeten inleveren.

 

 

Alles doet pijn.

 

Julie is mij in feite aan het opjagen, in plaats van dat ik haar haas...

 

 

Antwerpsesteenweg op, en we halen stervende zwanen in.  

 

 

De man met het gele T-shirt, daarstraks de gangmaker van ons groepje, staat helemaal geparkeerd.

 

 

Totaal kapot.  

 

We knallen hem voorbij.

 

 

Een loper van AC Beerschot, ook al van dat illustere groepje van 4 van daarstraks, wordt genadeloos ter plaatse gelaten.

 

 

Ik zit vér over mijn limiet te lopen, maar God, wat is dit heerlijk....

 

 

Ik grijp een bus water, me aangereikt door een jongetje.  Ik kieper het grootste deel over mijn hoofd, en reik de fles achterwaarts naar Julie.  

 

 

Ze zegt: Neen.  

 

 

Het zal het enige woord zijn dat we wisselen op onze razende tocht door Malle.

 

 

 

*****

 

 

 

De dreven in; we maken ons op voor de laatste honderden meters.  

 

 

Doortocht kilometer 15 na 1 uur 1 minuut en 26 seconden.  

 

 

Netjes.

 

 

Goed, ik heb me een dikke 8 kilometer uitgesloofd voor de eerste dame in de wedstrijd; ze zal een nijdige spurt nodig hebben om voor deze jongen (volgens het groene T-shirt: oude man) te finishen.  

 

 

Ik pers het laatste restje energie er uit en finish op de 17de plaats na 1 uur 5 minuten en 51 seconden.

 

 

4 minuten en 40 seconden sneller dan verleden jaar....

 

 

SeLenJo-323.jpg

 

 

Op de achtergrond: Julie, ze finishte 2 seconden later.

 

 

Ik ben kapot, maar heel tevreden over mijn wedstrijd.  Relatief goed ingedeeld, maar één keer door het ijs gezakt, en dan ook maar eventjes.

 

En natuurlijk, het is leuk dat je een paar wedstrijdjes binnen de wedstrijd kan lopen; het haaswerk voor Julie en de wilde achtervolging op Jan, hebben me ver voorbij mijn mogelijkheden gedreven.

 

 

Ik feliciteer Julie met haar prestatie, we wisselen enkele woorden.

 

 

 

*****

 

De galerij der gladiatoren....

 

SeLenJo-328.jpg

Jan finisht als 24ste: 1u 6m 56s.

 

SeLenJo-336.jpg

Pat : 33ste: 1u 8m 30s.

SeLenJo-341.jpg

Frank: 38ste: 1u 10m 08s

SeLenJo-363.jpg

Johan: 62ste: 1u 14m 47s

SeLenJo-416.jpg

Hild: 117de: 1u 28m 39s

 

 

SeLenJo-311.jpg

Guy H. was 5de met een tijd van 58 m en 59 s (!!!), goed voor een podiumplek bij de Masters B (zilveren plak).

 

 

***** 

 

 

En toen bleek er nog een apart klassement voor 50-plussers te bestaan, u weet wel diegenen die in aanmerking kwamen voor het gifgroene T-shirt.

 

 

Bleek uw dienaar de derde 50-plusser te zijn in de uitslag, goed voor een bronzen plak, het derde trapje op het podium, eeuwige roem en een medaille voor bij op den hoop.

 

 

En een foto...  

 

 

2005-81987106rQji1DF777_web.jpg

 

 

 Van rechts naar links, een atleet, een atleet en een lapzwans....

 

 

*****

 

 

Al met al een mooie dag, in Malle.

 

Het gezelschap was inspirerend, de prestaties bemoedigend.

 

SeLenJo-434.jpg

 

Er werd nagekaart.

 

 

SeLenJo-435.jpg

 

 

Een goede opsteker voor Brussel.

 

Nog maar een dag of vijf, en dan is het zover.

 

De 20 Km door Brussel 2013.

 

 

 

First we take Manhattan, then we take Berlin.

 

 

First we take Malle, then we take Brussels.....

 

 

16:47 Gepost door Mark | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

09-05-13

Rund um den See

Rund um den See

 

 

Zaterdag 4 mei 2013

 

 

Hoogstraten Centrum.

 

 

Ik zit het stuur van mijn wagen op te vreten.  

 

 

Het is 11u25 en ik sta aan een kruispunt aan te schuiven achter pakweg 46 autootjes, drie tractoren, een lijnbus en een vrachtwagen of drie.  En ze moeten bijna allemaal linksaf beide (érg drukke) rijvakken kruisen.

 

 

 De Stille Kempen, mijn kloten!  

 

 

Werkelijk iedereen rijdt hier met de auto.  

 

 

De naft is bijlange nog niet duur genoeg!

 

 

En dat poolijs maar smelten, en die ijsberen maar een rokershoestje krijgen, niemand die er zich ook maar een zak van aan trekt....

 

 

 

Ik kijk voor de 64ste keer op mijn polshorloge, want om 11u45 moet ik mijn loopkompaan Frank oppikken, want vandaag rijden we naar...

 

 

 

Rij nu godvermiljaar door,

 

boerenlul!

 

 

 

 

want vandaag rijden we naar Bütgenbach, om....

 

 

 

En als die Johnny achter mij

 

nog één keer claxonneert,

 

dan zet ik mijn wagen

 

in achteruit en ram ik mijn

 

trekhaak in zijn

 

belachelijke spoiler,

 

ik zweer het u...

 

 

 

om er de halve marathon te lopen, de 6de wedstrijd in het kader van de Challenge Delhalle.  

 

De Delhalle omvat 11 wedstrijden; per wedstrijd krijg je punten en je 5 beste resultaten tellen mee (loop je meer dan 5 wedstrijden, dan sprokkel je voor die extra gelopen wedstrijden ook nog wat punten - zijnde het aantal kilometers maal 2).

 

Van de 5 vorige wedstrijden heb ik er al drie laten schieten (Erpent en Bousval wegens blessurelast, en Evrehailles wegens 33,3 kilometer trail en dat is me van het goede nét iets teveel).

 

Ik liep in Châtelineau (19de - 763 punten) en Wibrin (28ste - 707 punten); de behaalde positie slaat op mijn leeftijdscategorie: Veteranen 2, welteverstaan.

 

 

Maar enfin, huisvrouwen, oorlogsveteranen, idioten met een GSM aan het oor gedrukt, gepensioneerden met cataract, werkelijk alles denkt achter het stuur van een auto te moeten kruipen.  

 

 

Democratie, ik heb daar toch dik mijn twijfels over.

 

 

Mondjesmaat schuif ik richting kruispunt. Nog een auto of drie.  Tot overmaat van ramp is de eerste in de rij aanschuivende wagens een autootje met, God sta ons bij, blauwe sticker en witte L.  Na wat een eeuwigheid lijkt, krijgt de juffrouw ruim baan om door te rijden.  

 

Met een schokje valt het wagentje stil.  

 

 

Ik kan me niet meer inhouden en schiet keihard in de lach.  

 

 

Het is nu officieel.

 

Ik ga te laat komen.

 

 

Na nog wat enerverende minuten, is het eindelijk mijn beurt om in te voegen in het zaterdagse verkeer.  Assertief de neus het verkeer in drukken en hopla, we zijn weg.  Even nog een dikke dieselrookpluim creëren als presentje voor de achterliggende Johnny en we zijn weg....

 

 

*****

 

 

Frank staat al op de oprit klaar.  IJsberend is de correcte term, dacht ik.

 

 

Wanneer ik stop, merk ik dat hij bezorgd op zijn horloge kijkt.  Het is inmiddels ook al 11u47.  Bütgenbach is een ferm eind weg, en we moeten onderweg nog volk oppikken.

 

 

We besluiten over secundaire sluipwegen richting Merksplas te razen, om zo het zaterdagse shoppingverkeer te ontlopen.

 

 

*****

 

12u en enkele minuten.  Merksplas.  We pikken Lu en Viv op.  De boot is vol.

 

 

Tergend langzaam richting Turnhout en Geel.

 

 

En dan voluit jagen op autowegen, op weg naar de Oostkantons, dat stukje Duitsland dat we na de Eerste Wereldbrand cadeau gekregen hebben ter compensatie voor geleden smarten.  

 

 

En meteen kregen we een derde landstaal in de maag gesplitst, met naamvallen en umlauten en meer uitzonderingen dan regels....

 

 Der, die, das...

 

 

*****

 

 

De wedstrijd start om 15u.  

 

 

Het is volgens de GPS en Google Maps 2u en 11 minuten rijden.

 

 

Zonder vertraging zijn we er dus rond kwart na twee.  

 

 

Ik moet me nog inschrijven, we moeten ons allemaal nog omkleden, tassen in bewaring geven, T-shirts ophalen en nog opwarmen, dus veel tijd hebben we niet te verliezen.  

 

En voor de gemoedsrust zou ik toch ook nog graag een toilet opzoeken....  ... kwestie van eventueel nog wat ballast kwijt te geraken en/of wat olifantgeluiden droog/nat  (schrappen wat niet past) te produceren....

 

 

De GPS hoeft niet op, Frank en Viv kennen de weg als hun broekzak, en dankzij wat overdreven snelheid wordt het opgelopen tijdverlies bij wegenwerken telkens weer goed gemaakt.  

 

 

"Een overtreding is pas een overtreding wanneer ze door bevoegd personeel en geijkt materiaal werd vastgesteld", heeft ooit een wijs man gezegd.

 

 

De zon is van de partij, het belooft een erg mooie dag te worden.  We vrezen dat de eerste voorjaarswarmte ons wel eens parten zal kunnen spelen tijdens de lange tocht vandaag.

 

 

*****

 

 

Bütgenbach.

 

 

Rund um den See.  

 

 

De wedstrijd maakt een grillige lus rond het stuwmeer van Bütgenbach.

 

 

halbmarathon_strecke_05.jpg

 

 

Ik heb er geen goed oog in.

 

 

De vorige twee wedstrijden van de Challenge Delhalle waren niet bijster goed.  

 

 

Ok, niet onaardig gelopen, maar ik had er me totaal iets anders van voorgesteld.  

 

 

Ik had gehoopt genietend te kunnen rondlopen in een fabelachtig mooi kader, maar het enige wat Châtelineau en Wibrin me brachten was: modder, schuifpartijen, sneeuw, vrieskou, ijzingwekkende afdalingen vol obstakels en boomwortels, een geblokkeerde rug, een scheef bekken en een licht ontstoken pees in de linkervoet.  

 

 

Ik (en bij uitbreiding mijn kiné) twijfelde zelfs of het nog wel verantwoord was om mezelf nog meer van dit soort martelgangen op te leggen.

 

 

Maar goed, de goesting was weer maar eens groter dan het verstand, dus vooruit met de geit.

 

halbmarathon_09.jpg

 

Aanschouw de hoogtemeters.  Het lijkt relatief vlak.  Sleutelwoord: relatief.  Want moest men de hoogtemeters eens wat beter ingedeeld hebben (bijvoorbeeld per 10 meter in de linkerkolom - wat heb je aan de schaal boven 650 meter), dan zouden de hoogteverschillen véél  beter toch hun recht komen...

 

 

   

*****

 

 

Geparkeerd.  Het is 13 minuten na twee.  

 

We begeven ons naar de sporthal van Bütgenbach, om er de nodige administratieve verplichtingen af te handelen.

 

 

2013-05-04_14.24.29.jpg

 

Snel ingeschreven, omkleden, T-shirt ophalen, het loopt allemaal redelijk vlotjes, waardoor er nog tijd is voor een sanitaire stop.  

 

 

De olifantgeluiden!

 

Droog!

 

 

We warmen ons op door een stukje van de start/aankomst te verkennen.  

 

 

We lopen er Rudy S., bevriend loper van Loenhout, tegen het lijf (Rudy klopte me te Wibrin - wraak, dat wil ik!).

 

 

Frank waarschuwt me dat de zone na de stuwdam, rond km 20, nog relatief zwaar is.  En dat het zaak is nog wat energie te sparen voor de laatste kilometer.

 

 

Het plan van de dag: niet te snel starten, goed indelen en proberen zo lang mogelijk bij Frank T. te blijven.  Frank heeft behoorlijk wat ervaring met Ardennenloopjes, smeerde me minuten aan de broek in Châtelineau en zit in prima conditie na de marathon van Parijs.  Als ik Frank zou kunnen volgen, wat ik wreed betwijfel, dan zou het al prima zijn.

 

Het zal vooral zaak zijn het temperament te temperen de eerste kilometers....

 

 

*****

 

 

 

De gladiatoren van de weg verzamelen in de startzone.  De zenuwen gieren inmiddels door de keel.  21 km en 100 meter geaccidenteerd parcours liggen op ons te wachten.

 

2013-05-04_14.57.58.jpg

 

We wensen mekaar het allerbeste.  En dan is het wachten op de start, de vinger zenuwachtig friemelend aan de startknop van de chrono.

 

2013-05-04_15.00.57.jpg

 

We zijn weg.

 

2013-05-04_15.01.06.jpg

 

Bergaf.  Het loopt soepel, maar omwille van de drukte is het moeilijk om tempo te ontwikkelen.  Een paar meter voor mij loopt Frank.

 

 

Ik loop tot bij hem en passeer hem tijdens een kleine knik bergop.  We wisselen enkele zinnen.

 

 

De eerste kilometers kronkelen over asfaltwegen. 

 

5f8b321ea6.jpg

 

Uw dienaar hier vooraan, Frank op enkele meters (helemaal rechts op de foto).

 

a8215e1db9.jpg

Frank.

17495602ab.jpg

Rudy (links).

e1c60a5d4a.jpg

Lu.

 

 

Ik loop gecontroleerd de eerste kilometer in 4m 21s.  De ademhaling verloopt nog zeer rustig.  Kilometer 2 is er wel wat fors klimwerk, maar omdat ik nog heel fris zit, loop ik die ook in 4m 21 s.  Ik moet me wel constant voor ogen houden dat ik niet mag versnellen; er is straks nog tijd genoeg om de kaarten op tafel te gooien.  Beter de eerste kilometers kalm aan doen, nadien zien we wel.

 

De derde kilometer is bergaf, zonder te forceren loop ik die netjes onder de 4 minuten.  Het loopt gesmeerd en ik heb niet eens het gevoel dat ik zwaar moet investeren om dit tempo te ontwikkelen.

 

We draaien het bos in.  En meteen is het fiks klimmen op geaccidenteerde ondergrond.  Ik laat bewust een gaatje vallen ten opzichte van de loper voor mij, zodat ik de hindernissen goed kan inschatten en mijn eigen spoor kan kiezen.  Overal witgekalkte boomwortels, het is zaak héél attent te lopen om struikelpertes en verzwikkingen te vermijden.  

 

 

De klimpartij resulteert in een tragere vierde kilometer (5m 17s). 

 

 

Een tiental meter voor mij loopt een jongedame, volgens haar gepersonaliseerde compressiekousen een zekere Fabi (achteraf blijkt het om de 39-jarige Fabienne Leroy te gaan).  

 

 

Ze houdt er een prima tempo op na en heeft een aangenaam deinende bilpartij, waar ik, uw hoogstpersoonlijke male chauvinist pig, enkel met goedkeurend geknor op kan reageren.

 

 

Ik besluit om wat energie te investeren en naar haar toe te lopen.

 

 

Bergaf blijkt ze een stuk sneller dan ik, maar op vlakke of klimmende ondergrond, loop ik op haar in.  Ik haal Fabi bij en pik mijn wagonnetje aan.

 

 

De kilometers volgen mekaar redelijk snel op.  Dat is een teken dat alles nog verloopt naar plan.   

 

 

Kilometer 5 op 4m 23, na in totaal 22m 23 seconden.  En ik voel me kiplekker.  

 

 

Het is weliswaar warm, maar het deert me niet, want de wind brengt, naast vertraging, toch ook nog wat verkoeling.

 

 

Ik ben inmiddels Fabi voorbij gegaan en zet haar uit de wind.  Af en toe blik ik om, om te kijken of ze volgt.  Wanneer ze een gaatje laat, vertraag ik lichtjes, zodat ze mee kan schuiven.  Ik luister naar haar ademhaling om in te schatten hoe ze het stelt.  

 

 

Ik heb er schik in dat het zo lekker loopt, en het vertrouwen in het lichaam en een goede afloop groeit.

 

 

De volgende kilometers is het afwisselend klimmen en dalen.  Nooit erg steil, nooit erg gevaarlijk.  De ondergrond is perfect beloopbaar, waardoor ik me helemaal op mijn gemak voel.   Héél anders dan in vorige wedstrijden, waar ik verkrampt liep.

 

Je krijgt zelfs bij momenten ruim de gelegenheid om rond te kijken naar de overweldigende natuurpracht.  De schoonheid van het decor is letterlijk adembenemend, soms krijgen we vanop de hoge bergwand een mooi beeld van het in het zonlicht glinsterende Meer van Bütgenbach, een ander moment word ik plots overvallen door frisse geuren van wilde bloemen.  God, wat is dit een mooie omgeving...

 

 

*****

 

 

De samenwerking met Fabi verloopt voorbeeldig.  Kilometers lang lopen we in mekaars gezelschap.  Het tempo is gelijkmatig: km 6: 4m 31s, km 7: 4m 11s, km 8: 4m 22s.  Telkens het bergaf gaat komt Fabi me voorbij, de rest van de tijd loop ik voor haar.

 

We remonteren inmiddels geregeld te snel gestarte lopers.

 

2013-05-04_15.32.47.jpg

 

Rond kilometer 9 begint de eerst zware klim van de dag.  Op asfalt, maar wel behoorlijk zwaar klimmen.  Je ziet het lint lopers voor je uit lopen, in zigzag de bergwand op.  

 

 

Een redelijk angstaanjagend vooruitzicht.  

 

 

Ik moet heel wat energie investeren in deze klim.  Nu is het niet meer op reserve, maar vol aan de bak.  Het zweet loopt in beken van mij af, maar ik wil hier niet verzwakken.  Bovenaan krijg je een goed overzicht over de ganse klim.  Ik speur naar bevriende lopers, ik ben vooral op zoek naar Frank, maar ik kan hem niet meteen zien (hij had me van beneden wél gezien).

 

En voor het eerst merk ik ook dat Fabi niet meer moet lossen bergop.  Dat is een teken aan de wand.  De in totaal 2 kilometer lange klimzone (4m 41s en 4m 45s) hakt er erg zwaar in.  Bovenaan gekomen is het meteen weer fors bergaf over een gevaarlijke veldweg. Fabi stort zich, als vanouds, als een rotsblok de wand af, maar ik moet toch even op mijn à propos komen en wil op deze weg geen onnodige risico's nemen.

 

2013-05-04_15.40.02.jpg

 

Fabi loopt van me weg.  Kilometer 10 bereik ik na 4m 45s en na 44m 55s wedstrijd (nauwelijks 9 seconden verval t.o.v. de eerste 5 kilometers).

 

Ik word ingehaald door een loper, ik pik aan en met hem loop ik terug in op Fabi.

 

Deze kat heeft 9 levens!

 

Al bij al zit ik nog relatief fris.  Ik voel dat de benen nog heel wat in huis hebben en dat de machinerie op bedrijfstemperatuur is, met nog een dikke halve tank energie aan boord.  

 

Toch slaag ik er niet meer in om de volgende kilometers wat te versnellen; km 11: 4m 33s en km 12: 4m 29.

 

We komen in de buurt van het dorpje Wirtzfeld.  En daar krijgen we een tweede zware klauterpartij voorgeschoteld.

 

Twee alweer slopende kilometers breken me érg zuur op: 4m 45s en 5 m 23s.  Ik voel me simpelweg leeglopen op deze twee kilometer.  

 

 

Hoe het gevoel op een paar honderden meters helemaal kan omslaan....

 

 

De vijftiende kilometer loopt snoeihard naar beneden, maar ik kan niet meer snoeihard naar beneden: 4m 23s.  1u 8m 32s na 15 km (ongeveer gelijk aan mijn tijd op de Antwerp 10 miles, flitst nog even door mijn hoofd).    De laatste 5 kilometer hebben me toch een minuutje méér gekost dan de twee vorige.  Fabi heeft weer een paar tientallen meters voorsprong genomen.  

 

 

Ik vrees dat de kloof nu definitief is en dat ik haar niet meer zal zien.

 

 

We lopen over houten loopbruggen doorheen moerassig gebied.  De houten bruggen veren lichtjes mee onder het geweld van de loopschoenen.

 

 

Wonderlijk mooie passage.

 

 

We passeren wandelaars die ons in diverse landstalen aanmoedigen (of zich vragen stellen bij de opdracht die wij ons stellen).  

 

 

Plots schiet het me te binnen dat ik een paar tabletjes duivensuiker op zak heb.  Ik frul er eentje uit het piepkleine zakje in mijn shirt, pruts het plastic er af (berg het plastic op zodat het zeker in de wasmachine zal geraken) en knabbel de tabletjes op (niet gemakkelijk al hijgend en met een droge bek).

 

 

Ik maak mezelf wijs dat ik nu terug genoeg energie heb en probeer alsnog wat extra tempo te maken.

 

 

 

*****

 

 

 De laatste kilometers van de dag breken aan.  

 

 

We bevinden ons in de bossen, op de mooie, glooiende wandelpaden vlak naast het Meer van Bütgenbach.  Ik merk dat ik terug inloop op Fabi (km 16: 4m 40s, km 17: 4m 55s).

 

 

Ik sluit terug aan.  Maar het heeft moeite gekost.  

 

 

De vermoeidheid begint inmiddels door te wegen.  De opeenvolging van korte nijdige knikjes op bosgrond, het aanhoudende draaien en keren tussen bomen, de steile helling bergaf met enkele bochten van 180° als dooddoeners, dit alles begint zijn tol te eisen.  

 

 

De tank is quasi leeg en de kuiten staan in brand....

 

 

De achttiende kilometer doet me finaal de das om: 5m 3s.  Fabi is weg, en de druk van remonterende achtervolgers neemt toe.  Kerels die ik voorbij gelopen heb, komen me opnieuw voorbij.

 

 

Ik ben officieel stil gevallen.

 

 

Kilometer 19 op bijna 5 minuten.  Tussen km 19 en km 20 zit er nog een serieuze knik in het parcours.  Ik knal zo hard als ik kan naar beneden, waarbij ongeveer alles aan mijn lijf scheurt, en omhoog de knik uit, voelt het aan alsof ik tegen een muur naar boven probeer te lopen.  

 

 

Ik sta zo goed als stil.  

 

 

De stuwdam over.  Nu is het echt niet ver meer; hoogstens een dikke kilometer nog.  

 

Hier had Frank voor gewaarschuwd: het lijkt alsof je vlak bij de finish bent (je hoort zelfs de omroeper), maar het is nog keihard klimmen en vervolgens nog een frustrerende lus, wegdraaiend van de finish, vervolgens nog een stukje afdaling en dan pittig bergop naar de aankomst.

 

2013-05-04_16.46.33.jpg

 

 

Ik loop op automatische piloot: de laatste kilometer en 100 meter haal ik toch nog na 4m 29s.

 

2013-05-04_16.47.11.jpg

 

Finish na 1 uur 37 minuten en 25 seconden.  Positie 75 algemeen, 13de Veteraan 2 (741 punten).

 

 

Frank: 1u 38m 43s.,  35ste Veteraan 1.

Rudy: 1u 39m 49s, 38ste Veteraan 1.

Lu: 1u 43m 55s, 28ste Veteraan 2.

Viv: 1u 55m 45s, 16de in haar leeftijdscategorie.

 

 

*****

 

 

2013-05-04_16.54.45.jpg

 

De verbroedering in de aankomstzone.  Ik wissel enkele woorden met Fabienne en feliciteer haar met haar prestatie.

 

Ik vang Frank op.  We bespreken de wedstrijd, onze ervaringen, de tactiek, de indeling, het parcours, de dag, de vorm van de dag, het gevoel, de belevenissen.

 

 

En verzorgen de innerlijke mens.

 

 

Sportdrank, Spa, alles wat nat is kap ik binnen.  

 

 

Stukjes banaan, appel, alles wat eten is kap ik binnen. 

 

 

Rudy is daar.  Lu volgt wat later.  En wanneer Viv er is, is gans de bende behouden terug thuis.

 

 

De opluchting en het gevoel van tevredenheid overheersen.

 

 

Bütgenbach is een héél mooie wedstrijd.  Mooie omloop, erg afwisselend, goed beloopbaar parcours, zwaar maar niet onoverkomelijk.  

 

 

 

 

****

 

 

We slenteren naar de sporthal.  Halen de sporttas op en zoeken de kleedkamer op.

 

 

De wedstrijdoutfit en wedstrijdschoenen worden opgeborgen. 

 

 

 

Douche!!!!

 

 

En mag ik dan nu een officiële klacht overmaken aan de mensheid, meer bepaald de afdeling sanitair?

 

 

Wie heeft die drukknoppen voor douches uitgevonden die, nadat je ze ingedrukt hebt, al na een halve milliseconde terug uitspringen waardoor je geen water meer krijgt?

 

 

Wie?

 

 

Wie????

 

 

WIE???????

 

 

 

Een mens is helemaal kapot van 21 kilometer bergop en bergaf lopen en dan ben je verplicht om 357.968 keer een stom doucheknopje in te drukken enkel en alleen nog maar om je haar gewassen te krijgen.

 

 

 

JA, IK WEET DAT IK

 

BIJNA GEEN HAAR

 

MEER HEB,

 

 

MAAR DAT DOET

 

NU EVEN NIET

 

TER ZAKE!!!

 

 

 

Serieus, de zwaarste opdracht van de dag was het eindeloos indrukken van het doucheknopje...

 

 

 

De douche is dan ook nog eens bloedheet, waardoor na het douchen het zweet  opnieuw begon te  stromen...

 

 

 

Nu ja, over douches en Duitsers zullen we maar niet teveel grappen maken, zeker ?!?

 

 

 

 ****

 

 

 

Stond ik na mijn eerste wedstrijd (Châtelineau) op plaats 82 in de ranglijst van Veteranen 2, na Wibrin op de 52ste plaats, na Evrehailles (waar ik niet deelnam) zakte ik naar plaats 60, dan heeft Bütgenbach me naar plaats 33 gebracht (2211 punten).  Vermits ik nog twee wedstrijden volop punten kan scoren om aan mijn 5 beste meetellende resultaten te komen, denk ik nog wel wat hoger geklasseerd te geraken; toch als, in volgorde van belangrijkheid, mijn lichaam, mijn kiné en God wat willen meewerken....

 

 

 

Vrienden, Romeinen, nog een drietal weken en dan wacht ons de clash in het Jubelpark....

 

20:20 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

01-05-13

De dapperste der Galliërs

De dapperste der Galliërs

 

 

Vrienden, Romeinen, Amici, de Antwerp Ten Miles hebben nog lang nagezinderd.  

 

 

Bwa, het blijft al bij al toch een rare wedstrijd.  

 

 

Mooi, dat absoluut, maar de eerste 5 kilometer zijn helaas nefast voor een scherpe chrono.

 

 

Ik kijk tegen de Antwerp Ten Miles aan als, heuuum.....      ..... tegen lasagne.

 

 

Aan die diepe frons op uw fraaie voorhoofd tussen uw wenkbrauwen meen ik op te kunnen maken dat u de vergelijking niet helemaal snapt.  

 

 

Wat minstens raar te noemen is.  

 

 

Maar goed, ik zal het even verduidelijken.

 

 

Ik heb een haat-liefdeverhouding met de Antwerp Ten Miles.  

 

 

Heb ik ook met lasagne.

 

 

Ik vind lasagne héérlijk, sta likkebaardend toe te kijken hoe de lasagne staat te pruttelen in de oven.

 

 

Maar elke keer ik lasagne eet, verbrand ik er keihard mijn bakkes aan.

 

 

En aan de Ten Miles ook.

 

 

Vandaar.

 

 

 

*****

 

 

Maar het is toch vooral dat soort wedstrijden die lang blijven naspoken in je geest.  

 

 

Wanneer ik met de wagen door de Kennedytunnel rij, dan flitsen telkens beelden door mijn hoofd hoe verschrikkelijk beulen het was om die tunnel uit te lopen.  

 

 

Of word ik geflitst, omdat ik te hard rij, dat kan ook....

 

 

Of wanneer de Scheldekaaien in beeld komen tijdens de begingeneriek van Zone Stad, de politieserie op VTM, roep ik telkens keihard door de living (tot ergernis van moegetergde huisgenoten):

 

 

Hier heeft de papa gelopen!

 

 

 

Of als ze het riskeren om de triomfboog van het Jubelpark in beeld te brengen, dan is het ook elke keer prijs...

 

 

 

*****

 

 

Nog enkele observaties omtrent de Ten Miles die ik voor u verzameld heb.

 

 

Zo was er iemand naar de Antwerp Ten Miles komen kijken als supporter.  Om enerzijds haar dochter aan te moedigen, maar ook om eens de sfeer van zo'n evenement te komen opsnuiven.

 

 

Ze stond strategisch opgesteld op de Meir, gespannen te wachten op de doortocht van de loperskaravaan.

 

 

Die loperskaravaan valt, volgens mijn bron, grosso modo in te delen in drie luiken:

 

 

Eerst komen de toplopers voorbij.  

 

 

Die mannen lopen alsof lopen geen enkele moeite kost.  

 

Ze vliegen sierlijk voorbij tegen een verschroeiend tempo, waar zelfs niet tegenaan te fietsen valt voor een gewone sterveling.

 

 

 

Dan volgen er een paar duizend getrainde lopers.

 

 

Volgens mijn bron kan je die best als volgt omschrijven:

 

 

Getaand, gepeesd, graatmager (vel over de knook).

 

Voor de heren: kaal of militair kortgeschoren kop.  

 

De dames: geen kont- noch tietvorming.

 

 

En allemaal hebben ze die panische blik in de dolle ogen, waarin te lezen staat:

 

 

 

Help, ik word achtervolgd

 

door een beer!!!!  

 

En ik kan niet meer rapper!!!  

 

Schiet mij neer!!!

 

Nu !!!!

 

 

 

Het derde deel van de lopers zijn de joggers en de feestvierders, die voorzien van muziek, gekke outfit en/of ludieke petjes, vrolijk koffiekletsend en wuivend, tegen een gezapig tempo verder hobbelen, Evy Gruyaert achterna, zeg maar, zodat Golazo toch aan de 24 000 deelnemers geraakt.

 

 

 

*****

 

 

 

Als supporter naar de Antwerp Ten Miles komen kijken om een loper te komen ondersteunen, mag vanaf heden als het achtste werk van barmhartigheid worden beschouwd.

 

 

Ik verklaar me nader, beste lasagne. 

 

 

Je weet dat de loper in kwestie rondloopt met een zwart loopshirt, en een dwangmatige voorkeur heeft om aan de linkerkant van de weg te lopen.

 

 

 Ik zeg maar wat...

 

 

Als toeschouwer ben je dus op zoek naar iemand met een zwart loopshirt.  

 

 

Het aanvankelijk enthousiasme slaat alras om in moedeloosheid, want de karavaan lopers blijft maar duren en duuuuuuren. 

 

 

Per seconde schuiven er pakweg 289 rondhuppelende idioten met een donkerblauw of zwart shirt voorbij, het is gewoon om onnozel van te worden.

 

 

En na een paar uur zwarte shirtjes staren, je hebt jezelf zo goed als een ooginfarct bijeen gekeken, komt eindelijk de persoon aangelopen waarvoor je komt supporteren.

 

 

Het moment dat je een fundamentele bijdrage kunt leveren aan de sportieve exploten van uw poulain is eindelijk aangebroken.

 

 

Je perst 140 decibel uit je keelgat (waarbij je amandelen simpelweg verpulveren én verschillende autoalarmen afgaan in de ondergrondse parking van de Groenplaats), maar hoe hard je ook brult, met welke ratels of toeters je ook de trommelvliezen van iedereen in een straal van 63 meter om je heen perforeert, de loper waarvoor je supportert kijkt nét op dat moment prompt de andere kant op.  En van pure agitatie vergeet je ook nog eens dat je een fototoestel op zak hebt.

 

 

Drie seconden later is je loper weg.

 

 

Daarvoor heb je dus urenlang de zegeningen van het Belgische openbaar vervoer moeten ondergaan, uren staan koekeloeren langs een mistroostige straat tussen mensen met penetrante lichaamsgeuren, uren heb je staan denken: Moet ik nu precies niet pissen?  Enfin, alle bovenmenselijke ontberingen heb je doorstaan tot er godverdomme eindelijk een loper zou voorbij komen.  

 

 

 

En dan zijn ze er.

 

 

 

Maar helaas met 20.000 tegelijk.

 

 

 

 

En kijkt de kloot godbetert

 

ook nog eens de andere kant op.  

 

 

 

 

Een mens zou van minder aan de drank gaan....

 

 

En dan mag je naar huis.  Moe en niet voldaan.  Opnieuw met het openbaar vervoer, nu volgepakt met lopers waarvan de bossen okselhaar op neushoogte passeren, waaruit duidelijk op te maken valt dat er geen douchegelegenheid was voor de atleten.  

 

 

Enfin, dus.

 

 

 

*****

 

 

Een andere observatie die ik enig belang toedicht, is het algeheel falen van de organisatoren van de Antwerp Ten Miles om de juiste accenten te leggen bij de cérémonie protocolaire.

 

 

Net zoals daarstraks bij de lasagne weet u weer van niks, onbegrijpelijk is dat, dus sta me toe dat ik een en ander verduidelijk.

 

 

Goed, inmiddels weten we wel dat bijna alle negers rapper lopen dan uw dienaar, het zij zo, daar hebben we ons al lang bij neergelegd.

 

 

En zelfs bij gebrek aan negers, zijn er nog altijd een hele hoop heren en een iets kleinere hoop dames die sneller zijn dan uw halfkreupele.

 

 

En ja, ik weet het, ik heb mijn leeftijd niet meer mee, heb absoluut ook geen sikkepit aanleg voor lopen  (laat staan karaktersterkte genoeg) en ben dan ook nog eens té broos én te blessuregevoelig (een kasplantje, zeg maar).

 

 

Dit gecombineerd met een leven lang Tripel Westmalle én Bourgondisch tafelen, heeft mijn hoop op een podiumplaats van een loopwedstrijd die er écht toe doet al lang de kop ingedrukt.

 

 

Het is wat het is.

 

 

Edoch, edoch, het hangt er maar van af hoe je het bekijkt.

 

 

Als je nu de uitslag neemt van de Antwerp Ten Miles en dan via een paar welgekozen parameters anders selecteert, ik zeg maar wat: de snelste, kalende vijftiger met schoenmaat 40, die in mijn straat woont (toch aan de kant met oneven huisnummers), die tevens twee kinderen (van het mannelijk geslacht) heeft, wel dan zit een bronzen plak er misschien wel in....

 

 

Neen, waarde lezer, ik ben véééééél te bescheiden.  Het overkomt me niet vaak (de laatste keer was ergens eind jaren tachtig van het vorige millennium), toegegeven, maar nu ben ik wél véééééééééél te bescheiden.

 

 

 

Ik begeleid u lasagnegewijs door de redenering...

 

 

 

U weet het misschien, mijn achternaam is Peeters.

 

 

Een degelijke oervlaamsche naam, un peu ordinair, ik besef het.  

 

 

Noem het de Vlaamse versie van Smith, of Jones.

 

 

In België zijn we met maar liefst drieëndertigduizendtweehondervijfenzeventig Peetersen.  Daarvan ben ik het allermooiste exemplaar (maar, hoewel dit verplichte leerstof is, doet dit hier nu even niet ter zake).

 

Peeters.jpg

 

 

Niet veel Peetersen hebben het vér geschopt in het leven.

 

 

Voor de vuist weg: voetballers Rocky Peeters en Bob Peeters, mediafiguur Bart, weervrouw Jill, radiopresentatrice Annemie Peeters, omroepster Geena Lisa Peeters, ex-wielrenner Wilfried Peeters, veldrijder Rob Peeters, de groentekarren van Peeters-Govers, acteurs  Marc en Filip Peeters, schrijvers Elvis en Koen Peeters en onze Minister-President,  Kris Peeters.  

 

 

Niet bepaald veel soeps.

 

 

Maar ik nodig u uit om verder naar boven te kijken op de maatschappelijke ladder, neen nog wat hoger, awel, daar sta ik te blinken, uw scribent.

 

 

Had men de Antwerp Ten Miles nu eens omgedoopt tot het Belgisch Kampioenschap voor Lopers met de Achternaam Peeters (het B.K.L.A.P.), dan mag u eens drie keer raden wie er de gouden medaille om de welgeschapen nek had gekregen.

 

 

Ik geef u een paar hints (de lasagne van daarstraks indachtig):

 

Een vijftiger.

 

Uit Hoogstraten.

 

 

 

712.

910

 

PEETERS Mark

52

BEL

1:08:19

4:15

753.

6259

 

PEETERS Paul

49

BEL

1:08:38

4:16

1038.

6968

 

PEETERS Tom

21

BEL

1:10:26

4:23

1052.

471

 

PEETERS Bart

45

BEL

1:10:27

4:23

1081.

15543

 

PEETERS Olivier

28

BEL

1:10:38

4:24

1221.

2227

 

PEETERS Werner

55

BEL

1:11:21

4:26

1305.

2406

 

PEETERS Stefan

39

BEL

1:11:45

4:28

1590.

424

 

PEETERS Herman

55

BEL

1:12:53

4:32

1626.

22068

 

PEETERS Marc

36

BEL

1:13:03

4:33

1655.

15483

 

PEETERS Luc

52

BEL

1:13:09

4:33

1695.

10604

 

PEETERS Eric

26

BEL

1:13:19

4:34

1941.

885

 

PEETERS Dirk Jozef

49

BEL

1:14:14

4:37

2144.

17520

 

PEETERS Bram

25

BEL

1:14:56

4:40

2448.

13274

 

PEETERS Bart

 

BEL

1:15:56

4:44

2882.

20665

 

PEETERS Hugo

51

BEL

1:17:16

4:49

2994.

6527

 

PEETERS Thierry

47

BEL

1:17:36

4:50

3127.

21734

 

PEETERS Hans

40

BEL

1:17:56

4:51

3250.

18969

 

PEETERS Kurt

43

BEL

1:18:11

4:52

3699.

8584

 

PEETERS Davy

27

BEL

1:19:14

4:56

3704.

8583

 

PEETERS Ben

27

BEL

1:19:15

4:56

3904.

22380

 

PEETERS Dries

18

BEL

1:19:41

4:57

4253.

20898

 

PEETERS Jens

21

BEL

1:20:21

5:00

4303.

9095

 

PEETERS Pieter

20

BEL

1:20:28

5:00

4456.

21820

 

PEETERS Ken

34

BEL

1:20:47

5:02

4606.

9400

 

PEETERS Guy

47

BEL

1:21:08

5:03

4689.

747

F

PEETERS Saloua

46

BEL

1:21:19

5:04

4745.

15482

 

PEETERS Robbe

21

BEL

1:21:27

5:04

4811.

2836

 

PEETERS Tim

17

BEL

1:21:35

5:05

4953.

107

F

PEETERS Anja

52

BEL

1:21:52

5:06

4994.

12891

 

PEETERS Joris

27

BEL

1:21:56

5:06

5015.

15426

 

PEETERS Robby

32

BEL

1:21:58

5:06

5360.

9712

F

PEETERS Juno

12

BEL

1:22:40

5:09

5364.

21193

 

PEETERS Matthias

20

BEL

1:22:41

5:09

5386.

21125

 

PEETERS Jurgen

28

BEL

1:22:44

5:09

5428.

22231

F

PEETERS Lisa

27

BEL

1:22:49

5:09

5614.

14597

F

PEETERS Jeanine

54

BEL

1:23:11

5:11

5701.

14243

 

PEETERS Tom

54

BEL

1:23:20

5:11

5852.

22041

 

PEETERS Tom

37

BEL

1:23:36

5:12

5954.

5344

 

PEETERS Rob

42

BEL

1:23:50

5:13

6113.

22905

F

PEETERS Trees

25

BEL

1:24:10

5:14

6379.

15852

F

PEETERS Veerle

42

BEL

1:24:43

5:16

6448.

699

 

PEETERS Karel

20

BEL

1:24:50

5:17

6695.

51212

 

PEETERS Yannick

28

BEL

1:25:18

5:18

6823.

10070

F

PEETERS Mieke

35

BEL

1:25:32

5:19

7006.

19649

 

PEETERS Jo

 

BEL

1:25:57

5:21

7310.

21787

 

PEETERS Johan

44

BEL

1:26:29

5:23

7559.

20947

 

PEETERS Kevin

30

BEL

1:26:56

5:25

7677.

17968

 

PEETERS Kristof

32

BEL

1:27:08

5:25

7767.

22542

F

PEETERS Julie

23

BEL

1:27:17

5:26

7769.

14057

 

PEETERS Koen

43

BEL

1:27:17

5:26

7782.

6314

 

PEETERS Christof

39

BEL

1:27:19

5:26

7960.

19276

 

PEETERS Stefan

44

BEL

1:27:38

5:27

8057.

698

 

PEETERS Kris

51

BEL

1:27:49

5:28

8114.

20825

 

PEETERS Dominiek

53

BEL

1:27:55

5:28

8918.

8236

 

PEETERS Kris

35

BEL

1:29:15

5:33

9194.

6929

 

PEETERS John

28

BEL

1:29:48

5:35

9368.

20119

 

PEETERS Marc

52

BEL

1:30:07

5:36

9440.

6799

 

PEETERS Wim

31

BEL

1:30:14

5:37

9711.

40430

 

PEETERS Anton

17

BEL

1:30:47

5:39

10054.

14230

 

PEETERS Wim

50

BEL

1:31:20

5:41

10327.

21192

F

PEETERS Muriel

23

BEL

1:31:51

5:43

10349.

20664

 

PEETERS Laurens

20

BEL

1:31:53

5:43

10413.

21957

F

PEETERS Tracy

27

BEL

1:31:59

5:43

10441.

32626

 

PEETERS Ludwig

39

BEL

1:32:02

5:44

10482.

6337

F

PEETERS Wendy

41

BEL

1:32:06

5:44

10524.

19345

 

PEETERS Wim

35

BEL

1:32:10

5:44

11201.

32236

 

PEETERS Laurent

32

BEL

1:33:16

5:48

11689.

8809

F

PEETERS Joke

25

BEL

1:34:08

5:51

11806.

9464

 

PEETERS Tim

32

BEL

1:34:21

5:52

11858.

5608

 

PEETERS Simon

28

BEL

1:34:26

5:52

11907.

5330

 

PEETERS Bastiaan

24

BEL

1:34:31

5:53

12114.

1359

F

PEETERS Tina

33

BEL

1:34:49

5:54

12164.

14242

F

PEETERS Evi

32

BEL

1:34:54

5:54

12253.

6722

F

PEETERS Annick

46

BEL

1:35:03

5:55

12414.

40084

 

PEETERS Tim

34

BEL

1:35:20

5:56

12484.

6115

 

PEETERS Chris

53

BEL

1:35:27

5:56

12750.

11873

F

PEETERS Anoek

43

BEL

1:35:56

5:58

12771.

8255

F

PEETERS Karen

26

BEL

1:35:58

5:58

12934.

3115

 

PEETERS Joris

43

BEL

1:36:15

5:59

13100.

19650

 

PEETERS Kim

 

BEL

1:36:31

6:00

13454.

2507

 

PEETERS Freddy

36

BEL

1:37:06

6:02

13475.

15515

 

PEETERS Axel

36

BEL

1:37:08

6:03

13791.

2411

 

PEETERS Cederic

16

BEL

1:37:43

6:05

14358.

13689

F

PEETERS Nadine

49

BEL

1:38:51

6:09

14418.

21218

F

PEETERS Priscilla

51

BEL

1:38:59

6:09

14436.

2117

 

PEETERS Werner

30

BEL

1:39:02

6:10

14546.

22074

F

PEETERS Lotte

30

BEL

1:39:14

6:10

14894.

4742

 

PEETERS Bart

35

BEL

1:39:58

6:13

14971.

15054

F

PEETERS Leen

27

BEL

1:40:09

6:14

15190.

7696

F

PEETERS An

 

BEL

1:40:39

6:16

15278.

15707

 

PEETERS Wies

16

BEL

1:40:52

6:16

15570.

18271

 

PEETERS Valentijn

38

BEL

1:41:30

6:19

15620.

51587

 

PEETERS Herman

62

BEL

1:41:36

6:19

15902.

3740

 

PEETERS Alex

42

BEL

1:42:12

6:21

16103.

11370

 

PEETERS Joeri

30

BEL

1:42:41

6:23

16177.

20135

F

PEETERS Christel

48

BEL

1:42:50

6:24

16345.

4338

 

PEETERS Frank

56

BEL

1:43:18

6:26

16357.

18987

F

PEETERS Dorien

26

BEL

1:43:19

6:26

16662.

8477

F

PEETERS Ann

50

BEL

1:44:03

6:28

16929.

8305

 

PEETERS Leo

68

BEL

1:44:45

6:31

17066.

32632

F

PEETERS Sarah

32

BEL

1:45:00

6:32

17367.

20398

 

PEETERS Pierre

66

BEL

1:45:49

6:35

17793.

15977

 

PEETERS Paule

42

BEL

1:46:53

6:39

17906.

32867

F

PEETERS Sonja

43

BEL

1:47:10

6:40

18098.

6260

 

PEETERS Axel

25

BEL

1:47:48

6:42

18276.

14097

F

PEETERS Lindsay

23

BEL

1:48:21

6:44

18803.

6969

F

PEETERS Tinneke

23

BEL

1:50:13

6:51

18810.

11332

F

PEETERS Martine

40

BEL

1:50:15

6:51

19164.

51188

 

PEETERS Herman

50

BEL

1:51:30

6:56

19255.

7755

 

PEETERS Andreas

29

BEL

1:51:55

6:58

19439.

3735

 

PEETERS Kris

55

BEL

1:52:41

7:01

19492.

10267

 

PEETERS Lieven

 

BEL

1:52:55

7:01

19867.

40372

F

PEETERS Marilyne

22

BEL

1:54:47

7:08

19911.

1761

F

PEETERS Linda

50

BEL

1:54:57

7:09

20139.

5298

F

PEETERS Caroline

34

BEL

1:56:09

7:13

20582.

3776

F

PEETERS Nathalie

23

BEL

1:59:13

7:25

20583.

3775

F

PEETERS Liesbeth

25

BEL

1:59:13

7:25

20885.

22415

 

PEETERS Ward

16

BEL

2:02:39

7:38

20888.

19682

F

PEETERS Katy

17

BEL

2:02:40

7:38

20957.

22904

 

PEETERS Richard

59

BEL

2:03:26

7:41

21070.

14071

F

PEETERS Veronique

26

BEL

2:05:03

7:47

21142.

15548

F

PEETERS Seerske

31

BEL

2:06:33

7:52

21167.

12805

 

PEETERS Roeland

44

BEL

2:07:04

7:54

21169.

12806

F

PEETERS Jana

15

BEL

2:07:05

7:54

21176.

5093

F

PEETERS Daisy

29

BEL

2:07:11

7:55

21207.

51499

F

PEETERS Heidi

 

BEL

2:07:53

7:57

DNF

1357

F

PEETERS Elien

23

BEL

   

DNF

1693

F

PEETERS Kristien

30

BEL

   

DNF

1877

 

PEETERS Mark

41

BEL

   

 

 

Nu merk ik plots dat deze rij van Peetersen ook nog eens afgesloten wordt door een niet-finishende naamgenoot, waarmee nogmaals bewezen wordt dat de aarde rond is.

 

 

Volgende zaterdag staat Mark Peeters, Belgisch Kampioen der Lopers met de Achternaam Peeters, aan de start van de halve marathon van Bütgenbach.  

 

images.jpg

 

 

_________________________________

 

Mijn dank aan Els VDK die me heeft getipt dat ik de dapperste der Galliërs Peetersen was ...

13:47 Gepost door Mark | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

23-04-13

De Gruunplots, de Meir, de Kaiserlai...

De Gruunplots, de Meir, de Kaiserlai...

 

 

 

Zondag 21 april 2013

 

 

Dedeng, dedeng, dedeng, dedeng,....

 

 

De wielen van de tram ratelen monotoon.  Ze zingen.

 

 

We zijn op weg naar Linkeroever, naar metrostation Frederik van Eden.  

 

 

We worden zachtjes heen en weer gewiegd, alsof de Wattman ons ritmisch in slaap wil wiegen; slaap die we vannacht toch moeilijk hebben kunnen vatten, gespannen als we waren voor de helse opdracht die ons wacht.

 

 

Vandaag staat immers de Antwerp 10 Miles op het programma.

 

 

Een afspraak die al geruime tijd met rood omcirkeld staat op onze agenda.

 

 

 

download.jpg

 

 

*****

 

 

Linkeroever.

 

 

Aan de overkant de riante skyline van Aaantwaarpe.  

 

 

De kathedraal zoekt de hemel op.  

 

 

De Schelde trekt een grijs lint.

 

 

Het belooft een aangename lentedag te worden.

 

 

 

***** 

 

 

 

 

Linkeroever.

 

 

De Stalinesk ogende kant van Antwerpen.

 

 

Flatgebouwen torenen hoog boven ons uit, een trieste lofzang op gedateerde ruimtelijke ordening en het misplaatste geloof in beton. 

 

 

Betonrot.

 

 

Linkeroever, het zenuwcentrum van de Antwerp 10 Miles.

 

 

Het bonte circus van de DVV Running Tour is hier neergestreken.

 

 

Een heus lopersdorp.  Schreeuwlelijke reclamebanners, vrolijk wapperende vlaggen, protserige luchtbogen en promostands van sponsors steken fel af tegen de bunkerbouw op Linkeroever...

 

  

We besluiten onze startnummers op te halen en ons weer als de bliksem naar het stadscentrum te haasten, zodat we de finish kunnen meebeleven van enkele bevriende mogendheden.

 

 

Raar is dat; iedereen komt ons tegemoet; we lopen tegen een niet te stelpen stroom lopers in, terug naar rechteroever.

 

 

 

*****

 

 

 

 

De Grote Markt.

 

 

De gladiatoren van de marathon druppelen binnen.  

 

 

Een bonte stoet uitgeputte mannen en vrouwen, die hun eeuwige roem verdienen op de kasseien van de Grote Markt.

 

 

Sommigen ogen nog fris, begroeten het publiek, zijn in volle euforie van hun spektakelstuk.  

 

 

Anderen hebben dan weer die doffe blik, met uitgebluste ogen van totale uitputting.  Ze slepen het krakende karkas verder, een pijnlijke grimas op het gelaat, op zoek naar verlossing... 

 

 

We kijken uit naar Katleen en Gert.  

 

 

298002_10201063638898773_452178923_n.jpg

 

 

Katleen debuteert vandaag (3u 26m), Gert loopt zijn 10de marathon (3u 58m).

 

528354_10201063638578765_884130573_n.jpg

 

We vangen Katleen en Gert op in de uitloopzone na de aankomst.

 

 

Indrukken wisselen, handen schudden.

 

 

We nemen afscheid van onze marathoniens, en gaan opnieuw op pad naar Linkeroever, deze keer te voet.

 

317343_10201063639258782_1810087587_n.jpg

 

 

Via de voetgangerstunnel lopen we vrolijk zenuwachtig kwebbelend naar de andere kant van de stroom.  Nu laten we ons weer meedrijven met de stroom mensen.

 

 

*****

 

Het lopersdorp puilt inmiddels uit.  Overal lawaai.  Dreunende beats en een galmende commentaarstem.  En een onwaarschijnlijke mierenhoop aan lopers.

 

 

We maken afspraken waar we mekaar terug zullen vinden na het omkleden; in die wriemelende drukte hier geraakt zelfs een kat haar jongen kwijt.

 

 

De spanning begint inmiddels wat op te bouwen.  Dit is de dag waar we zo lang naar hebben uit gekeken.  

 

 

Ik voel me rusteloos worden.  

 

 

Omkleden in een inmiddels behoorlijk volgelopen legertent.  Daarna de sporttas in bewaring geven.  Toegegeven; dat loopt hier als de gesmeerde bliksem.  Geen wachtrijen, het schiet waanzinnig goed op.

 

 

 

Nog een laatste sanitaire stop in wat plaatselijke flora.

 

 

 

Tijd voor een groepsfoto.

 

 

541425_10201063640258807_1413367681_n.jpg

 

De zenuwen gieren inmiddels door mijn lijf.

 

 

 

Even de startgrid bestuderen leert me dat ik, met mijn lage borstnummer 910, recht heb op een startpositie vlak achter de toplopers.

 

 

De eerste box is tot borstnummer 200.  

 

 

Dan is het mijn box: borstnummers 201 tot 1500.  

 

 

De daaropvolgende boxen zijn opgedeeld volgens verwachte eindtijd; je kan er dus vrij in gaan.  In die boxen staan de lopers dan ook als sardientjes bijeen geperst.

 

 

Het voordeel van onze box is dat er nog volop ruimte is voor wat zenuwachtig rondjes loslopen, wat springen en dies meer.

 

13042104ATL239.jpg.h600.jpg

 

*****

 

 

Inmiddels is de startprocedure volop aan de gang.  

 

 

Dreunende beats, een opzwepende ceremoniemeester, de obligate politici in loopkledij die door de regionale TV worden geïnterviewd.

 

 

Dan verschijnt plots Bart De Wever op het startpodium.

 

 

13042104ATL236.jpg.h600.jpg

 

 

Ik roep keihard:

 

 

ZET DIE PLOAT AF!!!!

 

 

 

Wat iedereen binnen gehoorsafstand een lachkramp bezorgt.

 

Ja, wat zal ik zeggen: het is gewoon sterker dan mezelf....

 

 

 

*****

 

 

Dan volgt er een sereen moment.  

 

 

 

Er wordt verzocht een minuut stilte in acht te nemen voor de slachtoffers van de aanslagen tijdens de Boston marathon.

 

 

 

Gek hoe een meute van duizenden zo muisstil kan zijn.  

 

 

 

Ik kreeg er kippenvel van.

 

 

 

De omroeper jut de massa op.  Armen de hoogte in, applaudisseren!  Zo tellen de minuten af naar de start.

 

 

 

De handbikers zijn inmiddels al op weg.

 

 

 

Nu is het kwestie van seconden.

 

 

 

Ik wens de collega's om mij heen het allerbeste, en neem me voor een rustige start te nemen.  De eerste 5 kilometer van de Ten Miles zijn namelijk best zwaar.  Enige marge inbouwen lijkt verstandig.

 

 

 

Het startschot knalt oorverdovend en rook en confetti schieten door de lucht.  

 

 

Als er dan een minpuntje moet vermeld worden, dan de muziekkeuze: Gangnam Style, serieus?  Moet dat?

 

 

We passeren de startmat en ik duw de chrono in.  Nu is het alle registers open.

 

id554879-hul-1887-jpg-468x470.jpg

 

De Thonetlaan, vervolgens rechtsaf de ellenlange Blanceflourlaan.

 

 

Ik zoek de linkerkant van de weg op.  Uit principe, u kent mij, maar ook wel omdat daar nog een beetje schaduw te rapen valt.  De temperatuur is namelijk behoorlijk opgelopen.

 

Tot mijn verbazing zie ik vlak voor mij een bekend silhouet lopen.  Het is Tom Van Hooste (een keer of 5 Belgisch kampioen veldlopen, gewezen Belgisch Kampioen 10.000 m en goed voor 2u 11m op de marathon).  Ik wissel een paar woorden met hem (hij kent mij helemaal niet), en loop vervolgens van hem weg.

 

Ja, als ik straks als grootvader mijn pijp stop en de verzamelde kleinkinderen streng zal toespreken over het leven in het algemeen en de loopsport in het bijzonder, reken er dan maar op dat ik vorige zin eindelooooooooos veel keren zal herhalen.

 

Staat behoorlijk goed op mijn CV, niet?

 

Net voor kilometerpunt 1 merk ik dat ik mijn chrono NIET heb ingedrukt.  Ik doe het alsnog, bereik kilometerpunt  1 na 33 seconden, vraag daar een loper naast mij wat zijn tijd is en weet vervolgens dat ik 3 minuten en 12 seconden moet bijtellen bij al mijn volgende tussenmetingen.  Ja, het wordt een opdracht.  straks weet ik niet eens mijn naam meer van vermoeidheid, maar ik moet er wel 3 minuten (en hoeveel seconden was het alweer?) er bij tellen....

 

 

Tussen kilometerpunt 1 en 2 komt Dré B. me voorbij gelopen, die kurkdroog opmerkt:

 

 

Mark, je bent wéér maar eens té hard vertrokken.

 

 

 

Ik pleit schuldig....

 

 

Kilometerpunt 2: 7 minuten 51 seconden.

 

 

 

De zon wordt een bepalende factor.

 

 

We klimmen inmiddels richting Ring, rechts van ons bevinden zich de burelen van de Gazet van Antwerpen.

 

 

id555277-hul-2119-jpg-468x470.jpg

 

 

 

En dan eindelijk, geen seconde te vroeg, begint de afdaling naar de Kennedytunnel.  Nu is het zaak om lange benen te maken, maar toch vooral uit te kijken dat je je hier niet voorbij loopt; vorig jaar heb ik hier tot mijn scha en schande moeten ondervinden dat de klim uit de Kennedytunnel en de op/afrit naar het Justitiepaleis tergend lang en wreed zwaar is.  

 Colver10Miles03.jpg

 

Niet te geweldig.  Maar toch.

 

 

Ik loop de derde kilometer in 3 minuten 44.

 

 

Kennedytunnel.

 

 

Ik loop als in trance.  Zweet parelt op.  Hijgend.  Zwoegend.  Rondom mij het hortend ademhalen van medestanders/tegenstanders.

 

 

Het geroffel van duizenden loopschoenen op het asfalt weerkaatst tegen de tunnelwand.  

 

 

Het monotone geluid van traag rijdende begeleidende motoren van pers en organisatie.  

 

 

Naamloos.jpg

 

 

 

 

Af en toe een onverlaat die een kreet slaakt.

 

 

Plots fluit iemand keihard op de vingers, en roept vervolgens keihard:

 

 

HELA, KAN DAT VOORAAN

 

EEN BEETJE RAPPER???????

 

 

 

Dat die daar adem voor heeft, is mij een raadsel....

 

 

 

Inmiddels lopen we alweer vlak.  Meteen voel je dat het opnieuw een stuk lastiger wordt.  Ik zweet trouwens ook als een rund. 

 

 

 

God, een slokje water zou hier niet misstaan.

 

 

 

Kilometerpunt 4 bevindt zich pal onder de Schelde; niet gezien.

 

 

id555300-hul-2198-jpg-468x470.jpg

En dan begint het op te lopen.  Eerst nog licht stijgend de Kennedytunnel uit.  Knal de zon weer op je kop en dan behoorlijk bergop de afrit naar het Justitiepaleis.  Halfweg de afrit passeren we het 5-kilometerpunt; over kilometer 3 tot 5 heb ik 8 minuten 20 gelopen, wat me nog net binnen de 20 minuten houdt op 5 kilometer.  

 

 

Ha, die magische kaap van de 15 km per uur!

 

 

En er passeert me nog iets.  

 

 

Tom Van Hooste komt me voorbij gestoomd.  Vorige zinsnede zal ik  NIET, ik herhaal, NIET aan mijn kleinkinderen doorgeven; een mens kan uiteindelijk niet alles onthouden, toch?

 

 

En het blijft maar klimmen, en ik blijf maar sterven.  

 

 

Godverdomme, wat is dit een lastig stuk.  

 

id555436-hul-2009-jpg-468x470.jpg

 

Boven gekomen, krijg je meteen het volgende pijnpunt voor de voeten.  

 

 

No rest for the wicked!

 

 

De Bolivartunnel, die korte, maar o zo nijdige knik onder het nieuwe Justitiepaleis.

 

id555319-hul-2283-jpg-468x470.jpg

 

Ik parkeer totaal bij het uitkomen van de Bolivartunnel.

 

 

Mijn Koninkrijk voor een flesje SPA Blauw.

 

id555314-hul-2254-jpg-468x470.jpg

 

De Amerikalei, een kort stukje, waar we een bocht van 180° maken, is meteen kilometerpunt 6.  Ik heb een minder goede kilometer achter de rug: 4 minuten 11.

 

 

Voor het Justitiepaleis rechtsaf, via de Jan Van Gentstraat naar de Namenstraat.

 

 

WATER!!!!!!

 

 

Ik grijp een bekertje en klok het binnen.  Een tweede beker gaat over de verhitte kop en armen.  Nummer 3 ook over het lijf en een laatste beker voor enkele slokjes.  

 

 

Tijdens deze tankbeurt vertraag ik fors, om te vermijden dat ik me verslik.  

 

 

De verfrissing doet enorm deugd en ik trek het tempo weer fors naar boven.

 

 

De Gerlachekaai, kilometer 7.  Ik heb 4 minuten rond gelopen op de laatste kilometer, vertraging drankstop inbegrepen.  Iets te voortvarend, vrees ik.

 

 

De Cockerillkaai.

 

 

 

We lopen langsheen de Schelde.  De langgerekte kaaien waar we zo meteen half wedstrijd zijn.

 

 

Ik krijg een eerste dreun.  Met een trage kilometer tot gevolg: 4 min 33s.  Kilometer 8, quasi halfweg dus, wordt gehaald na 32 minuten en 41 seconden.

 

 

Verder langs de kaaien, waar het publiek rijen dik staat.  Je loopt als het ware door een tunnel van mensen, een tunnel van lawaai en aanmoedigingen.  

 

 

Bandjes spelen langs de kant, het is één groot feest.  Antwerpen maakt van de Ten Miles een onvergetelijk feest.  De mensenmassa stuwt je verder.  De doortocht door het historische hart van Antwerpen is het mooiste stuk van de omloop.

 

 

Ik maal een sterke kilometer af, 4 minuten en 2 seconden.

 

id555344-hul-2406-jpg-468x470.jpg

 

 

Op kilometer 9, bevoorrading.  Opnieuw zoek ik verkoeling met het nodige water.

 

 

We draaien rechts, naar de Sint-Pietersvliet.  Kasseien vermijden door rechts de goot op te zoeken.  We lopen op een lang gerekt lint.  Af en toe maken lopers de oversteek naar de andere kant.  Iedereen volgt slaafs.

 

 

Verder naar de Sint-Katelijnevest (kilometerpunt 10 na 41 minuten en 1 seconde) en dan knallen we de Meir op.

 

id555375-hul-2532-jpg-230x230.jpg

 

 

Vreemd genoeg vind ik hier een tweede adem.  De kilometer tussen Meir en Italiêlei overbrug ik, gedragen door de aanmoedigingen van bekenden tussen het publiek, op amper 3 minuten en 46 seconden.  

 

 

 

Italiëlei naar de Paardenmarkt, opnieuw bevoorrading.

 

 

Hessenplein, kilometer 12 reeds (4m10s).  Het schiet goed op.  Ik begin het toch behoorlijk lastig te krijgen.

 

 

Mijn pees in de linkervoet, die tijdens de aanvangskilometers toch wat zeurde, schreeuwt inmiddels om genade.  

 

 

Ik ben een woord vergeten in vorige zin, waarvoor mijn excuus.

 

 

Mijn pees schreeuwt inmiddels VRUCHTELOOS om genade.

 

 

 

Nog maar 4 kilometer.  

 

 

We gaan nu toch niet beginnen plooien?  

 

 

Dat dacht ik niet!

 

 

Via de Ankerrui draaien we 180° naar de ultieme confrontatie van de dag: de vlijmscherpe scherprechter van de Antwerp 10 Miles: de Waaslandtunnel aka de Konijnenpijp.

 

id555377-hul-2547-jpg-468x470.jpg

 

 

Hier begint het feestje pas echt.

 

Eerst voorzichtig bergaf, niet te zot, hou die paarden in bedwang, maar vervolgens gaan we helemaal loos bergaf, gooien alle troeven op tafel.

 

 

Eindeloos diep gaan we de tunnel in.  Dan valt het met een klap stil.  We lopen vlak.

 

id555412-hul-2614-jpg-468x470.jpg

 

Maar dan begint pas de ultieme marteling.  

 

 

 

Het wegdek begint opnieuw op te lopen.  

 

 

De eerste meters zijn nog te behappen, maar nadien gaat het crescendo.  

 

 

Er gaat een kreun door het peloton lopers om mij heen.

 

 

Klimmen, beulen, zwoegen, werken, zweten, hijgen, ....

 

 

De hartslag kleurt donkerrood.  Ik hoor mijn hart als bezeten bonken in mijn slapen.  Ik ben te kapot om ook maar een chrono in het oog te houden.

 

 

Overleven is nu het enige wat telt.

 

 

De schade beperken.

 

id555416-hul-2618-jpg-230x230.jpg

 

En naar dat vierkantje licht lopen op het einde van de tunnel, en liefst zo snel mogelijk.

 

 

Dat vierkantje fixeren, dat maar tergend langzaam groter wordt.  

 

 

 

Ik sterf niet alleen.

 

 

Rondom mij vallen lopers stil, haken af, beginnen te wandelen.

 

 

Nooit ofte nimmer.

 

 

Blijven lopen, al ontploft alles, al branden mijn kuiten helemaal af, ik geef niet af.  

 

 

Dit is beenhard.

 

 

En dan, eindelijk, de tunnel uit.

 

 

Maar de klim strekt zich nog wat treiterend verder voor mij uit.

 

 

En dan is het terug vlak.

 

 

Ik ben helemaal opgebrand.  En de klok tikt genadeloos verder.

 

 

 

Ga ik de 1 uur 9 minuten van vorig jaar überhaupt wel kunnen verbeteren?

 

 

Ik sleep me verder.

 

 

 

Dead man running.

 

 

 

180° bocht.  

 

 

 

De laatste rechte lijn.  

 

 

id556469-10m13-164404-2223039-jpg-960x700-n.jpg

 

En na 1 uur 8 minuten en 19 seconden, passeer ik, helemaal gesloopt, de finishlijn, op plaats 711.

 

 

41 seconden beter dan vorige editie, 109 posities beter dan vorig jaar. 

 

 

 

Ik sta stil, na 16 razende kilometers.  

 

 

Ik ben kapot.  

 

 

En toch gelukkig.  

 

 

Helemaal leeg.  

 

 

En propvol indrukken.

 

 

De wedstrijd raast nog na in mijn lijf, o bitterzoete pijn.  

 

 

De wedstrijd raast nog na, in mijn geest.

 

 

Mijn lijf is beurs gebeukt; ik weet niet of er schade is, alles voelt aan alsof het definitief kapot is.  

 

 

 

De pees zeurt, mijn rug klaagt, mijn voeten branden, mijn hamstrings kreunen.  

 

 

Maar ik zou het voor geen geld willen missen.

 

 

Ik grijp naar drank, verorber alles wat eetbaar is.

 

 

Groet bekenden.  Wisselen tijden en stoere verhalen uit.

 

 

Ik haal mijn tas op.  Het is nog behoorlijk rustig aan de tassenstand.  Ook in de omkleedtent is er nauwelijks volk.  

 

 

Namijmerend over de belevenissen van de dag, berg ik mijn wedstrijdschoenen op, schud de natte loopkledij van me af en trek droge, warme kledij aan.

 

 

Ik voel een zalige gloed bezit nemen van mijn lijf.  

 

 

Het feest is nog niet voorbij!  

 

 

Onderaan in mijn rugzak vind ik nog een verdwaald pakje koekjes (mijn honger was groter dan mijn bezorgdheid over de twijfelachtige houdbaarheidsdatum).

 

 

Ik vlij me neer op de grote grasvlakte aan de kleedtenten.  

 

 

Ik sluit mijn ogen en geniet van de weldadige warmte van de zon.  

 

 

Om mij heen hoor ik mensen bellen, mensen kakelen.

 

 

Ik hoor hoe de omroeper de BV's aanmoedigt die de finish halen, hoor hoe de Antwerp Marathon en 10 Miles uitgroeit tot de grootste loopwedstrijd van Antwerpen, Vlaanderen, België, en bij uitbreiding de beschaafde wereld.

 

 

Ik laat het allemaal over me heen gaan.

 

 

Ik geniet.

 

 

*****

 

 

 

En de vrienden van de atletiekclub druppelen binnen.  Met edelmetaal rond de nek.

 

 

We besluiten naar huis te gaan.

 

 

Helaas zijn er nog wel een slordige twintigduizendmiljard mensen die dat op krek hetzelfde moment willen.

 

 

Het metrostation Van Eeden zit propvol mensen.  

 

 

Die allemaal weg willen.  

 

 

We nemen met z'n vieren de tram richting Zwijndrecht.  Stappen na 2 haltes terug uit en keren dan terug naar metrostration Van Eeden.  We zitten exact met 4 man in de tram.

 

 

Op Van Eeden wordt er dan ongeveer 25 ton aan mensen bijgeladen, en naar schatting 200 kg aan medailles . 

 

 

De tram brengt ons tot aan de auto.

 

 

De auto naar Hoogstraten.

 

 

De fiets naar huis.

 

 

*****

 

 

Ach, de Antwerp 10 Miles.  

 

Het begint allemaal wat uit z'n voegen te barsten.

 

 

Maar het blijft een bloedmooie wedstrijd.

 

Met een uitdagend parcours.

 

En een puike organisatie.

 

 

 

*****

 

 

Maandag 22 april 2013.

 

The day after.

 

Wat moe, maar geen schade.

 

 

Ik ben een beetje triest.

 

Zo'n onbestemd gevoel.

 

Dat het allemaal weer voorbij is.

 

Brrrr.

 

Dat de 20 Km door Brussel nu maar snel komt!

 

 

 __________________

Foto's: Frank Tilburgs, DVV Running Tour, Het Nieuwsblad, Gazet Van Antwerpen.

 

21:12 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

02-04-13

Elementary, dear Watson.

Elementary, dear Watson. 

 

 

 

 

Paaszaterdag

 

 

Deze nacht kreeg ik, terwijl ik koortsig droomde van Goedele Wachters, een SMS.

 

Normaal stomp ik dan meteen mijn vrouw wakker, want meestal is zij het die vergeet haar GSM af te zetten.

 

 

Nu was ik het.

 

 

Het bleek een SMS te zijn van mijn vriend en loopkompaan Frank.

 

 

Sympathieke gast, daar niet van, en hij mag me altijd SMS’en, graag zelfs, maar als het even kan niet nét wanneer ik met Goedele Wachters, heum….  ….dinges….   …hoe moet ik dit uitdrukken zonder schabouwelijk taalgebruik; laat me volstaan met te zeggen dat Goedele niet in staat was om een nieuwsbericht voor te lezen, zeg maar, verre van.

 

 

 

Enfin, een SMS in het midden van de nacht.

 

Van Frank.

 

Om 10 voor acht ’s morgens.

 

 

 

In een duister verleden, toen ik nog student was, kwam ik rond dat uur meestal naar mijn kot gewaggeld, groette de vuilnisman van dienst, warmde nog wat van die onvreetbare oplosnoedels op, en viel dan vervolgens  aan mijn bureau in slaap terwijl de noedels afkoelden, zoiets.

De cafébaas van mijn stamcafé The Seven Oaks te Leuven, God hebbe zijn ziel, vroeg me ooit eens, terwijl we samen de kroegdeur achter ons sloten, of het niet zinvol was om mijn kot ’s nachts te verhuren.

 

 

"Je bent er toch nooit", zei hij.

 

 

Hij had wel een punt.

 

 

Sommigen studeren aan de universiteit.

 

 

Anderen aan de universiteit van het leven.

 

 

Ik heb gestudeerd aan de universiteit van het nachtleven.

 

 

 

*****

 

 

 

Enfin, een SMS, in het midden van de nacht.

 

Van Frank.

 

 

Trouwens, die nachtbrakerij blijkt verschrikkelijk erfelijk te zijn.  Koester je als ouder nog de ijdele hoop dat je kinderen de talenten van de moeder zouden erven, neen, blijken ze enkel de niet zo fraaie eigenschappen van hun vader in hun DNA mee te dragen.

 

 

Zo vond ik deze ochtend, na gewekt te zijn door de SMS van Frank uit een droom waarin Goedele Wachters méér dan haar handen vol had, in de keuken de resten van het klein hongerke dat Kind 1 deze nacht/ochtend (pakweg een halfuurtje voor de SMS van Frank) heeft gehad. 

 

 

Ik beschrijf de ravage in de keuken even:

 

  • de schil  van een banaan,

 

  • een leeg potje garnaalsla,

 

  • een lege bus fruitsap,

 

  • een lege fles cola light,

 

  • twee wikkels van wafels van het merk Penny (die kopen we omdat ik een onvoorwaardelijke fan ben van Penny van The Big Bang Theory, eigenlijk meer van Sheldon, maar daar bestaan geen wafeltjes van),

 

  • een leeg bordje waarop tot gisteravond een stukje gebakken chipolataworst had gelegen (uitgerekend die worst die ik met mosterd had willen opeten vandaag, maar dankzij Kind 1 pak ik godverdomme weer naast die worst  – wat niet te zeggen viel van Goedele Wachters in die droom van daarnet, u weet wel, die droom die gestoord werd door de SMS van Frank). 

 

 

 

Garnaalsla met banaan, Jeezus, hoe zwanger ben je dan?

 

 

 

Nu ja, Kind 1 heeft binnenkort een diploma, dus wat zeuren we?

 

 

Neen, zeuren, dat hoeft niet, maar ik had toch graag geweten wat Goedele nog allemaal….    …maar ja, toen kwam er die SMS van Frank.

 

 

Ja, ik begrijp dat u, beste lezer, ook wel wil weten hoe zich dat allemaal verder zou ontwikkelen, met Goedele Wachters en zo, ze had tussen haakjes de bottekes van Katleen Cools aan en iets wreed doorschijnend met luipaardprint.  Een maatje te klein ook, wat het allemaal nog wat spannender maakte.

 

 

Miaauwkes, om maar meteen een groot filosoof te citeren.

 

 

Maar ja, toen kwam die SMS.

 

Van Frank.

 

Om 7u50.

 

En daar stond het volgende in te lezen....

 

 

***** 

 

 

 

Nu ik er nog eens over nadenk; erfelijk belast; dat valt op de keper beschouwd allemaal nog relatief goed mee. 

 

 

Buiten die paar slechte kantjes die ze van mij hebben, zijn mijn kinderen goed op weg om het te maken in het leven (een eigenschap die in mijn familie vreemd genoeg telkens één generatie weet over te slaan). 

 

 

Dat ze zo goed terechtkomen, is omdat wij niet van die ouders zijn die enorme verwachtingen van hun kinderen stellen, of hun eigen dromen projecteren in hun kinderen (en nu gaat het even niet over Goedele Wachters).

 

 

Sommige ouders gaan daar overigens veel te ver in.  Zo ken ik mensen waarvan de kinderen vlekkeloos diploma’s opstapelen, die, godbetert, maar liefst onderscheidingen halen aan de universiteit (ik haalde er hoogstens zelfvoldoening), die carrière maken, ambities koesteren en zo.

 

 

Wat een afgrijselijke schande is me dat!  Kinderen die advocaat worden, of dokter, daar schaam je je toch dood voor.  Ik zou in elk geval niet meer onder de mensen durven komen.

 

 

Enkele weken geleden had ik toch zo’n schrikmoment (vergelijkbaar met het moment dat er tijdens een entente met Goedele Wachters een SMS binnenloopt) toen Kind 1 aan het middagmaal (voor Kind 1 is het ontbijt een puur theoretisch begrip) plots te kennen gaf een welomschreven ambitie te koesteren.

 

 

 

BEIKES!

 

 

 

De rest van het verhaal heeft even op zich laten wachten (mijn vrouw moest me eerst middels het Heimlichmanoeuvre weer bij bewustzijn brengen).

 

 

Bleek dat Kind 1 de brandende ambitie heeft om een boer te laten in de Grotten van Han, gewoon om eens te horen wat voor een echo je dan krijgt.

 

 

Ik hoor u al denken:

 

 

Nou, nou, nou, is dat het maar?

 

 

Dan moet ik u helaas streng tegenspreken.

 

 

De boeren die Kind 1 laat zijn légéndàrisch. 

 

 

Episch!

 

 

Wij hebben tijdens het middagmaal wel eens diepzinnige gesprekken over de brede betekenis van de libretto’s van Beethoven, het komt in de beste families voor, maar  wanneer Kind 1 uitgerekend dan een boer laat, gebeurt het wel eens dat we nadien niet eens meer weten waarover het gesprek ging, terwijl de kalk van het plafond naar beneden kringelt.

 

 

Moest God ooit eens verlegen zitten voor een soundtrack die past bij de Apocalyps (Hem kennende zou Hij aan Wagner denken, de Götterdämmerung, mwah, iets te voorspelbaar naar mijn smaak), wel dat Hij dan eens Kind 1 vraagt een paar boertjes te laten.  Het is maar een idee.

 

 

We hebben getracht een exemplaar van een boer van Kind 1 te filmen met de GSM (kwestie van het op Youtube te kunnen zetten, want u gelooft het toch weer niet), maar de geheugenkaart van 32 Gigabyte was al helemaal volgeboerd toen Kind 1 nog maar aan het voorspel was begonnen (waar Goedele Wachters tussen haakjes al vér voorbij was, toen daarstraks die SMS van Frank binnenliep). 

 

 

Boeren dat Kind 1 kan laten?

 

 

Onvoorstelbaar.  Dat moet ergens een medische afwijking zijn.

 

 

Kind 1 is actief in het plaatselijk jeugdcafé.  Zware verantwoordelijkheden zoals pinten tappen en zuipen, u bent wellicht ook jong geweest.

 

Zelfs daar, waar ze toch enige ervaring hebben met fors boeren na het nuttigen van bijvoorbeeld een Tripel Karmeliet, zijn ze van hun melk telkens Kind 1 een boertje laat.

 

 

Laatst liet er iemand een boer van het kaliber:

 

 

Geef die boer een stoel. 

 

 

Niemand reageerde, tot verbijstering van de boerlater.

 

 

De jongeman in kwestie merkte ietwat verongenoegd op dat hij te weinig appreciatie kreeg voor zijn boergeluid, waarop hij volgend laconieke antwoord kreeg van de stamgasten:

 

 

Wij zijn de boeren van Kind 1 gewoon. 

 

 

Die van u zijn belachelijk.

 

 

En u bent lelijk.

 

 

 

Enfin, Kind 1 heeft dus blijk gegeven van een gezonde vorm van ambitie, eentje waarvan ik als trotse papa toch ontroerd een traantje heb moeten wegpinken, ik ben niet te beroerd om dat toe te geven.

 

 

Dus, zodra dat rapport van het stabiliteitsonderzoek van de Grotten van Han binnen is, zijn we weg.

 

 

***** 

 

 

Goed, waar was ik?

 

 

Ach, had ik al verteld dat ik deze ochtend een SMS kreeg?  Om 7u50.  Van Frank. 

 

 

Iedereen in mijn omgeving weet dat ik pas omstreeks 10u30 aanspreekbaar word, en dan nog....

 

 

Dus  dacht ik eerst nog: dit kan onmogelijk voor mij zijn.

 

 

 

Doet me trouwens denken aan een anekdote met Kind 2.

 

 

Ik heb twee totaal verschillende kinderen. 

 

 

 

Mijn vrouw trouwens ook, hoe toevallig is dat?

 

 

Wel gemakkelijk om ze uit elkaar te houden, dat wel. 

 

 

Kind 1 is lang en smal.  Kind 2 niet.

 

 

 

Kind 1 is iemand die zijn eigen centen uitgeeft en daarover lang wikt en weegt.

 

Kind 2 niet.  Kind 2 geeft mijn geld sneller uit dan de snelheid van het licht. 

 

Kind 2 heeft een enorm gat in zijn hand (wat altijd beter is dan andersom – en u kennende verwacht u hier weer iets in de sfeer van Goedele Wachters, neem ik aan, maar tja, die SMS van Frank besliste daar nét even anders over).

 

 

Enfin, Kind 1 werkt graag voor geld. 

 

Kind 2 ontvangt graag geld zonder er iets voor te doen (hij moet de politiek in, dat moet; PS, vermoed ik).

 

 

Nu had ik een paar weken geleden, tijdens die verdwaalde week lente (na 6 maanden sneeuw, en nadien opnieuw wat kouder en nog meer sneeuw), een paar boompjes gesnoeid in de tuin. 

 

In een overdreven optimistische vlaag van opvoedkundige verstandsverbijstering dacht ik: laat ik Kind 2 de waarde van het geld eens leren kennen.

 

 

Ik roep Kind 2 en zeg hem, terwijl ik naar een hoop takken wijs:

 

 

"Als je de takken op een hoop gooit, dan kan je wat extra zakgeld verdienen…"

 

 

 

Kind 2 kijkt me aan alsof ik daarnet feestelijk in mijn broek gescheten heb en zegt:

 

 

 

Vergis jij je niet van Kind?

 

 

 

Waarop hij zich omdraait en verontwaardigd terug naar binnen beent, verwarming op, TV aan.

 

 

Moest ik dat vroeger mijn ouders hebben aangedaan, dan zaten mijn tanden al door mijn lip.

 

 

Tja, kinderen.

 

 

***** 

 

 

Goed, dus die SMS van Goedele, heum, neen, Frank.

 

 

Om 7u50. 

 

 

Pas op, en dan mag ik me nog gelukkig prijzen dat het nog nipt winteruur was!  Ah ja, stel je voor dat het een dag later was, dan was het in werkelijkheid 6u50. 

 

 

Dan had ik samen met Kind 1 bananen met garnaalsla kunnen eten.

 

 

Trouwens, Kind 1, als je dan toch zonodig ’s nachts de ijskast moet leegvreten (wij noemen Kind 1 ook wel eens “onze rat”), kan je dan de broodzak iets beter sluiten?  Het leek wel alsof de boterhammen al geroosterd waren deze ochtend. 

 

 

Want we zaten vrij vroeg aan het ontbijt, en dat was allemaal het gevolg van een SMS van Frank, mijn loopkompaan.

 

 

Ik lees de bewuste SMS even voor. 

 

 

Een secondje, ik zoek mijn leesbril.  Twee heb ik er.  En nooit is er een binnen handbereik.

 

 

Ik moet me tussen haakjes de gewoonte aankweken een leesbril mee te nemen naar de supermarkt.  Zo stond ik vorige week met een pak kalfsgehakt in de hand, vruchteloos te pieren hoeveel gram er in zit.  Breng ik het etiket op leesafstand, dan zijn de lettertjes één grote blur.  Wanneer ik het te lezen spul verder van me weg hou, dan zou ik het kunnen lezen, moesten die lettertjes zo verdomd klein niet zijn.

 

 

 

 

Tja, en wanneer de omstandigheden slecht zijn, kan een visuele vergissing snel gemaakt zijn.

 

 

Zo hebben we een paar weken geleden met atletiekclub AVN een avondtraining in de duisternis en kou afgewerkt (ik kan me nu niet voor de geest halen of het toen sneeuwde, dat zou best wel eens mogelijk kunnen zijn, want ik meen me te herinneren dat het vorige herfst, deze winter en lente sporadisch durfde te sneeuwen).

 

 

Een looptraining door de straten van mijn thuisstad, in lusjes, met versnellingen.

 

 

Iedereen is goed ingeduffeld, mutsen en handschoenen, lange broeken en dikke vesten.

 

 

Frank, mijn loopkompaan die niet kan verdragen dat ik actief droom van Goedele Wachters, is getrouwd met Hild. 

 

25 jaar inmiddels. 

 

Dat schiet goed op, zeg maar.  

 

Vroeg zelfs om een feestje....

 

 

Frank heeft de dubieuze gewoonte om Hild, telkens hij haar dubbelt op een training, een tikje op het achterwerk te geven, een soort gebaar van tederheid en diepgewortelde affectie (Goedele heeft het graag iéts ruiger, enfin, dat dénk ik toch, maar een SMS stoorde….).

 

 

Dus, Frank is bezig met het dubbelen van trage lopers M/V en ziet plots zijn vrouw voor zich uit lopen.

 

 

Bij het passeren geeft hij haar met de vlakke hand een ferm nagalmende pets op de derrière, vindt dat hij dit naar algemene tevredenheid heeft afgewerkt en loopt verder.

 

 

De exacte technische term is:

 

 

Frank slaat een gat.

 

 

En vervolgens nog een, want hij loopt van haar weg.

 

 

 

Wanneer hij echter de volgende straathoek omdraait, kijkt hij plots in het aangezicht van zijn vrouw; diezelfde die hij daarnet gedubbeld én op de bilpartij gepetst heeft.

 

 

Meteen druppelt het besef binnen dat hij daarnet een andere vrouw keihard op de billen heeft gesmakt en dat hij nu snel keuzes moet maken:

 

 

Ofwel keihard zich gaan excuseren.

 

Ofwel keihard weglopen.

 

Ofwel keihard ontkennen.

 

Ofwel keihard de schuld op iemand anders steken (ik voel de bui al hangen).

 

 

Luttele seconden later komt Els de hoek om, met één lichtroze bil (louter een deductie, beste Watson, eentje die niet visueel werd gecontroleerd)...

 

 

Hoe luidt het spreekwoord alweer?  Ach ja.  In het donker zijn alle katjes grijs.

 

 

 

*****

 

SMS dus.

 

Ik lees hem even voor.  

 

 

Waar is mijn GSM?

 

 

Ik ga eerst vragen aan mijn vrouw om naar mijn GSM te bellen, dan vind ik die misschien.

 

 

Over katten gesproken.  

 

 

We hebben een konijn in onze tuin.

 

 

Zwart-wit.  

 

 

Dus geen wild konijn.

 

 

En was iedereen eerst vertederd over het lief, klein, fluffy konijntje, en was Kind 2 al volop in de weer met wortelen hamsteren, dan is die stemming inmiddels wel vlotjes omgeslagen.

 

 

Het konijn is uitgeroepen tot publieke vijand nummer 1.  

 

 

Want het konijn graaft gaten in bloemperken (daar gaan onze overwinterende bloembollen) en graaft putten in mijn gazon dat het een lieve lust is.  

 

 

Moest Geert Bourgeois nog op zoek zijn naar een omgeploegde akker voor een realistische evocatie van de loopgravenoorlog van 14-18, dan ben ik simpelweg bereikbaar per GSM.

 

 

Troelalie.

 

 

Troelalie!!

 

 

Troelalie!!!!

 

 

 

Tiens, mijn GSM gaat af.

 

 

Ergens ten velde.

 

 

Het is niet Geert Bourgeois, maar mijn vrouw, zodat ik mijn GSM kan lokaliseren.

 

 

En alles onderschijten, gewoon niet normaal.  Neen, niet mijn vrouw, of Geert Bourgeois, neen, dat konijn, bedoel ik.

 

 

Overal van die bollekes.

 

 

 

*****

 

 

Goed, dus Frank had een SMS gestuurd.

 

 

 

Weten jullie misschien hoe je een konijn moet vangen?

 

 

Mag je nog zo snel zijn als Usain Bolt, je hebt geen schijn van kans.  Bloedsnel zijn die beesten.  En ze huppelt altijd tot nét achter de haag, zodat ik ze niet met mijn tennisracket kan afserveren....

 

 

Vroeger had ik een loodjesgeweer, zou nu nuttig zijn, maar dat heb ik verkocht aan een Duitse vriend.  

 

 

Een beer van een vent, zat in bewakingsopdrachten.  

 

 

Ik noemde hem The Germinator.  

 

 

Hij heeft een bloedhond die zwaarder weegt dan ik, om maar aan te geven dat je daarmee niet in discussie wil gaan.

 

 

Dus dat konijn.

 

 

 

Ik heb inmiddels een redelijk strak plan om dat konijn te vangen.  

 

 

Konijnen lusten wortelen.

 

 

Ik leg een verlengdraad in de tuin, met daaraan gekoppeld mijn bladzuiger, ingeschakeld op de stand zuigen.

 

 

In de zuigmond leg ik een wortel.  Ik stel me strategisch op in de garage...

 

 

Zodra het konijn het hoofdje in de zuigmond steekt om in de sappige wortel te bijten, steek ik de stekker in het stopcontact.

 

 

 

FLOEP!!!!!!

 

 

 

Moet lukken.

 

 

Het is verdorie jammer dat mijn hakselaar niet zuigt, anders zou je nog eens wat zien!!!!

 

 

 

***** 

 

 

 

Goed, waar waren we.

 

 

Ach, ja.  De SMS van Frank.

 

 

Ik heb inmiddels zowaar mijn leesbril én mijn GSM gevonden.

 

 

Wat moest Frank zonodig in het holst van de nacht op SMS zetten?

 

 

Dju, ik heb die SMS gewist.

 

 

Maar ik zal die uit het blote hoofd even reconstrueren; het was iets van volgende strekking:

 

 

Mark, gij vleesgeworden loopschoen,

gij die al 19 keer de 20 Km door Brussel liep,

oh almachtige heraut der Brusselse tunnels,

gij doorluchtige grootheid der Tervurenlaan,

op wiens zwoegende borst dit jaar

het redelijk Keniaans aandoende nummer 264 zal prijken,

ik heb een nederig verzoek.

 

Wilt gij deze gewone sterveling,

hij die het gat slaat van andermans wuf,

leren lopen, naar uw beeld en gelijkenis.

 

Want de marathon van Parijs,

doemt als een schrikbeeld aan de einder,

en ik heb kilometers vandoen.

 

 

 

Een smeekbede waaraan ik, ja ik ben een softie, niet kon weerstaan.

 

En dus trotseerden we  zaterdagnamiddag de gure, snijdende Noordooster en maalden we tot tevredenheid een duurloopje van 1 uur en 25 minuten af. 

 

 

 

Kwetterend als huismussen.

 

 

Maar helaas heb ik nu geen tijd meer, want mijn vrouw roept dat we moeten vertrekken naar een feestje (klaarblijkelijk is het dilemma: Wat doe ik aan qua schoenen, dan toch opgelost geraakt zonder slagen en verwondingen).

 

 

 

Feestje dus.

 

 

Frank en Hild zijn 25 jaar getrouwd.

 

 

Met elkaar!

 

 

*****

 

 

Pasen.

 

 

Bweuuuuk.

 

 

Ik heb gisteren toch weer nét iets teveel gedronken.

 

 

Ik ga wat in de zetel vegeteren en/of Boonen zien vallen.

 

 

Die Sagan kan ook nergens met zijn poten afblijven....

 

2009506426.jpg

 

 

Een Saganeske interpretatie van: Frank slaat een gat....

 

 

 *****

 

 

Paasmaandag.

 

Ik ben ziek.

 

Verkouden.  Keelpijn.  Hoofdpijn.  

 

Dat kan er nog maar bij.

 

 

Vorige week trouwens een compressiekous aan flarden getrokken bij het aantrekken.  

 

Leuk allemaal.

 

 

Zaterdag is er wedstrijd 4 in de Challenge Delhalle, te Wibrin.

 

aff_jo2013_jpg.jpg

 

 

 

 

Met mijn lamentabele luchtwegen en mijn ijle hoofd zal er deze week van trainen niet veel in huis komen....

 

 

Een mens wordt er filosofisch onder.

 

 

 

 

 

 

*****

 

Frank en Hild, véél succes in Parijs.

 

 

Een weekendje in de lichtstad, de stad der geliefden. 

 

 

L' amour en zo.

 

 

Als daar maar geen slechte marathontijd van komt...

 

 

 

15:33 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

20-03-13

In Charleroi

In Charleroi

 

 

Zaterdag 16 maart 2013.

 

 

6u30. 

 

 

De wekker is er zelf wat beduusd van.

 

 

Van zo vroeg wakker worden, bedoel ik.  

 

 

Mijn vrouw vertrekt vandaag namelijk op weekend, met een paar vriendinnen.  

 

Naar Brussel.  

 

Atomium, Manneken Pis, Mort Subite.

 

 

En dus moeten we vroeg uit de veren.  Helaas ik ook.  

 

 

Omdat mijn vrouw als geen ander beseft dat wanneer de kat van huis is, de muizen op tafel dansen, heeft ze voor mij een paar lijstjes opgemaakt.  

 

 

Het lijstje TE DOEN:

  1. niet vergeten de kinderen wakker te maken,
  2. op min of meer geregelde basis de kinderen eten geven,
  3. droogkast leegmaken, strijk bij strijk leggen, de rest opvouwen,
  4. wasmachine leegmaken en nieuwe droogkast opzetten (OPGELET: die zwarte broek van Kind 2 NIET, ik herhaal, NIET in de droogkast steken, maar open hangen op de draad, dan hoeft die niet gestreken te worden),
  5. de droogkast nadien weer leegmaken, strijk bij strijk leggen, de rest opvouwen,
  6. gaan winkelen in de supermarkt Carrefour (lijstje levensnoodzakelijke levensmiddelen in bijlage 1; voetnoot: als je kiwi's durft te vergeten, dan wurg ik je),
  7. zondag: de weektassen van de studerende kinderen klaarmaken (lijst kleding en voeding in bijlage 2),
  8. en tutti quanti...
 
  
 
Het lijstje TE LATEN:
  1. als je een wedstrijd gaat lopen, denk er dan aan dat je geen 18 jaar meer bent (het is weekend, de kiné pakt de telefoon niet op),
  2. riskeer het niet om twee wedstrijden te lopen dit weekend (straf: zie kiwi's),
  3. als je gaat zuipen, denk er dan aan dat je geen 18 jaar meer bent.

 

 

Mijn vrouw is in de loop der huwelijkse jaren tot het bittere besef gekomen dat ik op vele vlakken tekortkomingen heb, dus acht ze het raadzaam deze lijstjes met mij nog eens mondeling ten gronde te overlopen, je kan tenslotte niet voorzichtig genoeg zijn.

 

 

Het is helaas 6u45 in de ochtend, en die paar hersencellen die bij mij al wakker zijn, denken maar aan één ding.

 

 

Neen, dat niet, viezerikken.

 

 

 

Aan lopen!

 

 

 

Vandaag staat namelijk wedstrijd 3 van de Challenge Delhalle op het programma.

 

 

Heb ik in een vorige bijdrage niet gemeld dat ik de ganse Challenge Delhalle ging lopen?

 

 

Ja, dat heb ik.

 

 

Heb ik toen ook niet gemeld dat ik deze winter ging trainen als een beest?

 

 

Ik pleit schuldig.

 

 

Maar, ach en wee, de weg naar de hel (voor ons lopers is dat de Tervurenlaan, de laatste helleklim van de 20 km door Brussel) is geplaveid met goede voornemens.

 

 

Ik heb getraind als een beest.  Toch ongeveer een maand lang.  Toen begon het weer.  Een reeks lichte blessures zette me terug met beide (manke) voetjes op de grond.  

 

 

4 contracturen in totaal.  

 

 

Ze zorgden ervoor dat ik de cross te Hoogstraten, de Valentijnjogging te Lichtaart en de twee eerste wedstrijden van de Delhalle op mijn buik kon schrijven.

 

 

Tot mijn grote ergernis.

 

 

Maar de laatste weken heb ik terug wat regelmaat in mijn trainingen kunnen steken, wat tot het overmoedige besluit leidde het loopseizoen 2013 officieel in gang te schieten in Châtelineau: la Castellinoise: 14 km knallen!

 

 

recto.jpg

 

 

*****

 

 

Het is inmiddels 7u15 in de ochtend.  

 

 

Vrouw is weg.  

 

 

Rust is terug.

 

 

We vertrekken pas rond het middaguur naar Châtelineau.  

 

 

Ik ploeg me zuchtend en blazend door het lijstje te doen.

 

 

De kinderen wekken kan nog niet.  

 

 

Kind 1 en Kind 2 liggen nog in hun nest te snurken.  

 

 

 

Ze hebben zich gisteren ongetwijfeld weer van hun beste kant laten zien in diverse kroegen (erfelijk belast, u weet wel), dus de kinderen nu wekken is om een dijk van een ochtendhumeur smeken.

 

 

 

De droogkast dan maar.

 

 

De droogkast braakt een tsunami aan herensokken uit.  

 

 

Allemaal zwart.  

 

 

Volgens mijn instructieboekje dien ik die sokken per twee in mekaar te krullen, maar welke sok hoort bij welk ander exemplaar?

 

 

Zoals alle Chinezen op mekaar trekken, zo trekken deze sokken ook allemaal op mekaar.

 

 

Voor iemand die qua puzzelen nooit verder is geraakt dan het wereldrecord wegslingeren van Rubiks kubus, is dit een quasi onmogelijke opdracht.  

 

 

Ik zucht, berust in mijn sombere lot en frommel de sokken maar at random in mekaar, après moi le sokkendéluge!

 

 

Ik haal de wasmachine leeg en zet een nieuwe droogkast op.

 

 

 

Dju, wat heeft een vrouw veel taken in huis....

 

 

 

*****

 

 

8u30.  Ik heb inmiddels ontbeten.

 

 

Met de fiets naar de Carrefour.  In mijn binnenzak: het boodschappenlijstje.

 

 

Onderweg bekruipt me het gevoel dat ik iets fout heb gedaan.  Met een schok besef ik plots dat ik die zwarte broek van Kind 2 wél in de droogkast heb gestoken.

 

 

Om mijn GPS te citeren: Maak een U-turn, indien mogelijk.

 

 

In een rotvaart naar huis.  

 

 

Broek alsnog uit de droogkast gered.  

 

 

OEF!

 

 

Terug naar de supermarkt.

 

 

Met mijn overjas al aan check ik eerst en passant nog snel mijn mails.  

 

 

Beantwoord er enkele, verwijder er veel meer.  

 

 

Onnadenkend tast ik even in de binnenzak van mijn jas.  

 

 

Er zit een of ander papiertje in.  

 

 

Tiens.

 

 

Ik haal het er uit en merk dat het iets van de bank is.

 

 

Ik gooi het achteloos in de vuilnisbak.

 

 

Terug de fiets op, richting Carrefour.

 

 

****

 

 

Carrefour.

 

 

Waar is dat vervloekte boodschappenlijstje gebleven?  

 

 

Broekzakken (4 stuks) afgezocht.  

 

 

Jaszakken afgezocht (3 stuks).  

 

 

In mijn fietstas/boodschappentas gekeken.  

 

 

Heb ik het laten vallen???

 

 

Niet te vinden.  

 

 

Kwijt.  En plots druppelt het besef binnen dat het papiertje van de bank, dat ik achteloos weggooide thuis, aan de achterkant het boodschappenlijstje bevatte.

 

 

Ik zou kunnen terugrijden natuurlijk.

 

 

Neen, dan maar op mijn onfeilbare geheugen betrouwen.

 

 

Wat stond er op dat lijstje?  

 

 

Niet bijster veel.  

 

 

Dat moet toch te behappen vallen.  Ik glimlach even superieur en declameer vervolgens met het nodige dédain:

 

 

 

800 gram gemengd gehakt.

 

Van die yoghurtjes aardbeien, Vitalinea.  Of was het platte kaas?

 

Ajuinen.

 

1 kg appelen Jonagored.

 

Geraspte kaas.

 

Frikadellen.

 

300 gram jonge kaas.

 

 

 

Voilà!

 

 

 

Feilloos dat geheugen.  

 

 

Echt, won-der-baar-lijk.  

 

 

Dat ik daar nooit eerder iets mee gedaan heb, dat blijft toch een mysterie!

 

 

Opgewekt naar huis.

 

 

Het leeuwendeel van het lijstje TE DOEN is afgewerkt.

 

 

Nu volgt de belangrijkste opdracht van deze voormiddag: de outfit bepalen voor de wedstrijd.  Het is koud, enkele graden boven het vriespunt in de Ardennen, en er staat een behoorlijk ijzige wind.

 

De looprugzak wordt minutieus geladen.  Niets wordt aan het toeval overgelaten (geleerd van Els)..  

 

Ik opteer na veel wikken en wegen voor een T-shirt  (in combinatie met van die afrolbare armstukken die wielrenners gebruiken), een driekwartbroek (met compressiekousen aan wordt dat quasi een lange broek) en lichte handschoenen.  Geen muts.

 

Geld, proviand.

 

 

***** 

 

 

 

De verdere voormiddag wordt zoek gemaakt met het afschuimen van het internet en een kopje koffie.

 

 

Rond 11u30 wek ik de kinderen (met de trompet van wijlen mijn grootvader langs moeders kant is het geweldig olifantengeluiden produceren; snijdt door merg en been én geeft elke kater wat meer punch).

 

 

Ik zeg tegen Kind 1 en Kind 2 dat het eten op tafel staat.

 

 

Nu ja, staan, kleine correctie ....

 

 

.....het ligt eerder op de tafel.

 

 

 

In de vorm van één bankbiljet per Kind.  

 

 

Te besteden in een fastfoodtent naar keuze.  

 

 

Ze zullen wellicht opteren om bij de Pakistaan in het dorp, onze hoogstpersoonlijke Apu zeg maar, een broodje gemalen aap met pikante saus te gaan halen, in de volksmond genoegzaam bekend als Kebab.

 

Met de nodige liters bier wordt dat: Kebraak...

 

 

*****

 

 

12u30.

 

De auto in.  

 

Lu, Viv, Frank en uw verslaggever...

 

 

We zoeven naar Châtelineau, een gat in de buurt van Charleroi.

 

Er flitst een flard songtekst door mijn hoofd:

 

 

En de arbeiders zijn moe, in Charleroi. 

En de straten zijn wat grijs, in Charleroi. 
Maar de dagen zijn er goed, in Charleroi. 
Want de mensen hebben tijd, in Charleroi. 

 

Tom Pintens - In Charleroi.

 

 

 

*****

 

 

Ergens rond Waterloo haalt Frank zijn brooddoos boven.  Boterhammen met confituur, een banaan, een chocomelkske in bricverpakking  en...     ... blokjes kaas.

 

 

 

Tussen haakjes: blokjes kaas behoren tot de basisuitrusting van Frank.

 

 

Zonder blokjes kaas kan mijn vriend Frank geen wedstrijden lopen.  Ze zijn als het ware zijn brandstof.  Doen zijn motor branden.

 

 

Op een noodlottige zaterdag was zijn vrouw vergeten kaasblokjes mee te brengen.  Oh, rampspoed!

 

 

 

In minder geciviliseerde huishoudens zou dat aanleiding kunnen geven tot slaande ruzie en/of het betere gezinsdrama.

 

 

Zo niet bij mijn vriend Frank.

 

 

Frank neemt de wagen en rijdt zélf naar de Colruyt.

 

 

En koopt er kaasblokjes.

 

 

 

Geen vuiltje aan de lucht.

 

 

Plots merkt Frank dat de benzinetank van de wagen bijna leeg is.  

 

 

Frank opent de benzinetank.

 

 

Frank tankt.

 

 

Frank neemt zijn creditcard.

 

 

Frank betaalt.

 

 

Frank stapt in.

 

 

Frank rijdt weg.

 

 

 

Frank valt stil.

 

 

Rookwolken.

 

 

 

Bleek dat Frank de verkeerde brandstof had getankt.  

 

 

Takelen, leegpompen, opnieuw tanken,  enfin, in het holst van de nacht kwam Frank thuis, maar...

 

 

 

.....toegegeven...

 

 

  ....mét kaasblokjes.

 

 

Het werden wel de duurste kaasblokjes uit de geschiedenis van de mensheid....

 

 

 

Bij een volgende gelegenheid wil ik u ook graag het verhaal vertellen hoe Frank tijdens één en dezelfde wedstrijd maar liefst acht keer werd voorbij gelopen door zijn eigen vrouw.  

 

Maak alvast mentale notitie van volgende sleutelwoorden:

 

iets verkeerd gegeten,

 

alarm in den darm,

 

acht keer de voering uit zijn darm gescheten.

 

 

Doe me er aan denken dat ik dat bij een volgende gelegenheid in geuren en kleuren vertel....

 

 

******

 

 

We zijn inmiddels in Châtelineau.

 

 

Op de schaal van grootste boerengaten is dit de absolute nummer 1, het  Hol van Pluto.  

 

 

De top 10 van toeristische troeven van dit dorp zijn:

1. de kerk,

2. het monument der gesneuvelden.

 

 

Parkeren.  Slenteren naar de inschrijving.

 

IMG_0049.JPG

 

 De kantine.

 

IMG_0116.JPG

 

Formaliteiten afhandelen en dan op zoek naar een kleedkamer.

 

 

 

De nodige randanimatie: hier in de vorm van heren die hun zak opblazen...

 

IMG_0038.JPG

 

Opwarmen op de piste.

 

castellinoise.jpg

 Van links naar rechts: Lu, Frank en uw dienaar.

 

 

*****

 

 

Het is koud, de poolwind raast over de open vlakte. 

 

De lopers klitten bij mekaar in de startzone, op zoek naar beschutting tegen de koude.  De opeengestapelde kudde houdt mekaar warm.

 

IMG_0125.JPG

 

Chrono's en hartslagmeters worden in aanslag gehouden, er resten ons nog luttele seconden vooraleer de start gegeven wordt.  

 

 

We hebben geen idee wat ons te wachten staat.  

 

 

De lange winter, het dooien van het sneeuwtapijt, het opgehoopte water in de ondergrond zou ons wel eens parten kunnen spelen.

 

 

We wensen mekaar het allerbeste en dan zijn we weg. 

 

 

On y va!!!!

 

IMG_0133.JPG

 

Enkele honderden meters piste, een helling op asfalt, rechts, links en dan meteen het bos in.  Het gaat hier tergend omhoog via een modderig weggetje.

 

 

De longen pompen ijskoude lucht binnen, het tempo ligt véél te hoog.

 

 

De ene dreef volgt de andere boswegel op, de ondergrond is vettig tot drassig.  Het ijswater spat hoog op, de voeten droog houden is een illusie.

 

 

Dan volgt een moordende passage in het bos.  Korte nijdige klimmetjes en afdalingen in enkeldiepe modder.  Het is schuiven van links naar rechts, half struikelend, wanhopig zoeken naar veilige landingsplaatsen. 

 

 

"Dag Mark."

 

 

Het is Frank die me voorbij vliegt en als een volleerde kamikaze naar beneden dendert.  Onvervaard, op volle snelheid, alsof ie op asfalt loopt.

 

 

Ik kan harder, maar ik durf niet.

 

 

En ik zie Frank vlot van me weg schuiven.

 

 

Verder door het bos.  Mijn schoenen zijn onherkenbare modderklompen geworden.  Ik heb ook totaal geen grip. Het beetje reliëf onder de schoenen is volgekoekt met blubber.  Ik schaats als het ware.  

 

 

Schrik.  

 

 

Schrik om te vallen.  

 

 

Schrik om voeten te verzwikken.  

 

 

Overal sneeuwhopen en smeltende sneeuw, bladeren, boomwortels en stukjes rots.  De loopgroeven zijn diepe moddergeulen geworden.  Je hebt soms de keuze om een eigen traject uit te kiezen tussen de bomen.  Geen enkel traject loopt vlot.

 

 

IMG_0286.JPG

 

Op de beter beloopbare stukken zie ik Frank niet eens zo ver voor mij uit lopen.  Ik probeer het tempo op te trekken en schuif weer wat dichter bij.  

 

Eerste bevoorrading op km 3,8.  Oef, terug vaste grond onder de voeten.  Door stelselmatig alle plassen op te zoeken, probeer ik mijn schoenen te ontdoen van modder (ze wegen ook minstens drie keer zwaarder dan normaal).

 

 

Redelijk ijdele hoop.

 

 

We lopen tussen huizen, maar ook hier is het klimmen geblazen.

 

 

En opnieuw het bos in.  Meer van hetzelfde.  Het is om moedeloos van te worden.  

 

Schuiven.  

 

Modder.  

 

Blubber. 

 

Balanceren. 

 

Evenwicht zoeken.

 

 

 

*****

 

 

"MERDE !!!"

 

 

 

Een knallende vloek schalt door het bos.  De loper voor mij stopt bruusk.  Ik merk dat hij zijn rechterschoen kwijt is gespeeld in de modder.

 

 

Tussen kilometerpunt 5 en 6 krijgen we een klim van 560 meter voor de schoenen geschoven.  Het smeltwater loopt hier slingerend tussen bijeen gewaaide bergen sneeuw de helling af.  

 

Het lijkt alsof we door de bedding van een ondiep riviertje lopen.

 

Het ijswater spat kniehoog op.

 

 

Boven gekomen.

 

 

Rechts wacht ons een nieuwe zware passage.  We lopen nu dwars doorheen een veld.  Grote plassen, afgewisseld met zware blubber, die de energie uit de benen zuigt.  Het is ploeteren, ploegen, zwoegen, vloeken.

 

 

Ik merk dat Frank al aan het einde van deze passage is; ik schat dat hij minstens een dikke minuut voor ligt (het is niet gigantisch ver in afstand, maar je hebt behoorlijk wat tijd nodig om dit te overbruggen).

 

 

Het moge duidelijk zijn: Frank terug inhalen zal, behoudens een inzinking van Frank, ondoenbaar zijn.  En zoals ik me nu voel, denk ik dat ik eerder in mekaar zal stuiken.

 

 

Ik blik over mijn schouder en merk dat Rudy, bevriend loper uit Loenhout, op een goeie 50 meter achter mij loopt.

 

 

Zijn oranje shirt verraadt hem.

 

 

Ik krijg meteen een tweede, zware opdracht voorgeschoteld: Rudy afhouden.

 

 

 

*****

 

 

 

Op het einde van de doortocht door de weide is er de 2de bevoorradingspost van de dag.  Ik gris een bekertje water en drink kleine slokjes.

 

Plots bevinden we ons in een merkwaardig landschap.  Een uitgestrekte grindvlakte, vol sneeuw en diepe watergeulen.  

 

 

Je moet er doorheen, je hebt geen keuze. 

 

 

Niet te voorspellen hoe diep de geulen zijn.  Op goed geluk dan maar.

 

 

En weer het bos in.  

 

 

Elke keer denk je dat het ergste nu wel achter de rug moet zijn, elke keer kom je bedrogen uit.

 

 

Ploeteren, schuiven, met doodsverachting jezelf naar beneden gooien.  Mijn voetzolen doen pijn van de landingen op de geaccidenteerde ondergrond.

 

 

Een lange klim doorheen een dikke laag, vale sneeuw.  

 

 

Kilometer 8: opnieuw het bos in, het domein van de Abdij van Soleimont.

 

IMG_0305.JPG

 

Het telkens wisselende tempo, het telkens terug relanceren, de onstabiele ondergrond, het constante gestress, het focussen op de ondergrond, begint langzaam door te wegen.

 

En elke modderzone zorgt dat Rudy dichter in mijn buurt komt.

 

IMG_0311.JPG

 

 

Laatste bevoorrading op 9,3 km. 

 

 

Ik besluit geen bekertje te nemen.  Bekertje nemen en drinken zorgen er telkens voor dat ik even vertraag.  Dat kan ik me nu niet permitteren....

 

IMG_0372.JPG

 

 

Nog een kleine 5 kilometer te gaan.

 

De laatste boszone heeft nog een paar akelige verrassingen in petto.

 

 

Korte afdalingen, gevolgd door ijzingwekkend stijle modderhellingen omhoog.  

 

 

Ik geraak niet op de helling!  

 

 

Mijn modderklompen schuiven onder me weg en ik sta plots verkrampt stil, te balanceren.  

 

 

Het is ofwel terug naar beneden kukelen, ofwel plat op de buik gaan.  

 

 

De enige houvast is een rood-wit plastic lint rechts van mij.  

 

 

Ik grijp het vast, maar weet dat ik hier niet met mijn volle lichaamsgewicht aan kan gaan hangen, want dan knapt het kapot.

 

 

Ik trek me voorzichtig op, zie het lint tergend langzaam uitrekken, en met kleine stapjes geraak ik tot boven op het bergje gesukkeld.

 

 

Rudy valt me meteen in de nek (zijn trailschoenen hebben wél grip).

 

 

*****

 

 

Het ergste is nu wel voorbij.

 

 

De laatste kilometers krijgen we nog een passage over hobbelige kasseien.  Ik trek nog één keer alle registers open, en merk dat het oranje shirt terug moet lossen.

 

 

Bergaf gaat het, razendsnel, naar Châtelineau.

 

 

In het dorpje krijgen we nog één laatste fikse kuitenbijter, op asfalt, voorgeschoteld, waarna we de piste opdenderen en finishen.

 

 

Frank zet een formidabele prestatie neer en wordt daarvoor beloond met een score boven de magische kaap van 800 punten.  Rudy, naar eigen zeggen nog niet top, is absoluut een te duchten concurrent.  En ook Lu is verbazingwekkend goed op dreef.  

 

 

Frank: 1u 4m 37s, pos. 50, 21ste veteraan 1;  13,45 km/u, 816 punten

Mark:  1u 6m 29s, pos. 73; 19de verteraan 2; 13,07 km/u, 763 punten

Rudy:  1u 6m 51s, pos. 76, 30ste veteraan 1:  13,00 km/u, 754 punten

Lu:      1u10m52s, pos.120, 33ste veteraan 2: 12,25 km/u, 648 punten

 

 

*****

 

 

De gladiatoren verzamelen.  

 

Moe, hondsmoe.

 

Maar onze Waalse vrienden verzorgen de atleten goed.  

 

 

Er is warme, mierzoete thee, cake, wafels, chocolade, rozijnen, banaan, sinaasappel, water à volonté.

 

 

We wisselen indrukken uit en vertellen indianenverhalen over valpartijen, verloren schoenen, plastic linten, een loper die uitschuift en tegen een boom knalt, het ongenadige parcours, water, sneeuw, ijs en wind....

 

 

Die ijskoude wind koelt ons echter razendsnel af.  

 

 

We besluiten de bagage op te halen en ons om te gaan kleden.

 

 

****

 

 

Het is een chaos in het schoollokaaltje dat dienst doet als kleedkamer.  

 

 

Een modderballet van vuile loopkleding, bagage, handdoeken, vieze kousen,  loopschoenen vol blubber en naakte, harige venten. 

 

 

De douche is buiten.  

 

 

In een tentje dat allesbehalve winddicht is.

 

 

Er staat een brander die de tent moet verwarmen.

 

 

Als je vlak voor de brander staat, wordt het haar van je benen geschroeid.  

 

 

Zet één stap opzij en je ballen vriezen er af.  

 

 

 

Naast de tent liggen bergen opgehoopte sneeuw.  Het smeltwater loopt over onze voeten weg.

 

Er druppelt water uit de douchekoppen.  Bloedheet.  Je kan er niet onder blijven staan. 

 

 

Geluk is: poedelnaakt bij 3° Celcius, met je blote voeten in smeltende sneeuw, in een door de wind wapperende open tent in Châtelineau staan.  En shampoo die prikt in je ogen.

 

 

Ach, hoe mooi is dit allemaal.  

 

 

*****

 

 

We kleden ons snel aan, eten en drinken nog wat.  

 

Het lotje van de tombola levert uiteraard niets op.

 

We vertrekken huiswaarts.  

 

Bon Jovi.

 

In de auto voel ik mijn ganse lijf verkrampen.  

 

 

Mijn voeten zijn beurs gebeukt. 

 

 

De vermoeidheid neemt het over.

 

  

 

******

 

Zaterdagavond.

 

 

ik zit in Café de Rijkswacht.

 

 

Ah ja, de kat is van huis.  

 

 

Ik ben bezig met het afwerken van het lijstje TE LATEN.

 

 

 

 

*****

 

 

 

 

En toen werd het zondag.

 

 

Ik ben geradbraakt.

 

 

Mijn lijf protesteert.  Mijn kuiten zijn opgebrand, mijn borstspieren doen pijn van het jagend ademhalen. 

 

 

I'm too old for this shit.

 

 

Om 11 uur is er de Kloosterrun te Meer.

 

 

 

 

*****

 

 

 

 

8 uur.

 

 

Ik zit aan het ontbijt.

 

 

Hoewel ik me voorgenomen had om deel te nemen aan de Kloosterrun, neem ik het verstandige besluit om niet mee te lopen vandaag. 

 

 

Kwestie van de oude knoken wat rust te gunnen.

 

 

Ik ben trots op mezelf (wat ook geleden moet zijn van, heum, even kijken.....    ..... 1983).

 

 

 

*****

 

 

 

9 uur.

 

 

Ik kan natuurlijk altijd gaan kijken naar de Kloosterrun.

 

 

Ah, ja!

 

 

 

 

*****

 

 

 

9 uur 30.

 

 

Stel dat ik nu eens op mijn gemak de Kloosterrun loop, kwestie van de verzuurde benen wat los te lopen.

 

 

Ik ben er zeker van dat dat zinvol is.

 

 

De rugzak wordt geladen.

 

 

 

*****

 

 

10u59.

 

 

Ik neem me voor om de 10km500m tegen duurlooptempo (11km/u) af te haspelen.

 

 

 

 

*****

 

 

11u.

 

 

Start van de Kloosterrun.

 

 

 

*****

 

11u45m18s.

 

 

Finish op plaats 19. 

 

 

45 min  en 18 sec over 10 km 500. 

 

 

Zéér teleurstellend.

 

 

Maar, het lijstje TE LATEN  is ook afgewerkt!

 

 

*****

 

 

 

12u30

 

 

 

 

SHIT!!!!!!

 

 

 

 

IK HEB GEEN

 

 

KIWI'S GEKOCHT!!!!!!
 

22:15 Gepost door Mark | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

20-01-13

Dag vreemde man

Dag vreemde man.

 

Waarde vrienden, lopers, gezellen van de loopsloef, inmiddels is 2012 hoogstens nog een vage, traag wegdeemsterende herinnering. 

 

Maar als er ooit een jaar aanspraak mag maken op de twijfelachtige eretitel annus horribilis, laat het dan in godsnaam 2012 zijn. 

 

2012 draagt voor altijd die wrange nasmaak van hielspoor en een nooit stoppende trein van blessures met zich mee, een Paternoster van scheurende hamstrings, knappende pezen en stomweg verzwikte poten. 

 

Aan teleurstellingen geen gebrek, aan zure oprispingen nog minder. 

 

2012 was erg bitter.

 

Bespaar me het terugblikken op wat is geweest, ik kan het niet.

Vergeef me deze zwakheid. 

Ik smeek het u.

 

 

*****

 

We hebben de jaarwende dan maar fluks weggespoeld met koel parelende cava, kurkdroge wijn en weemoedig tranende spiritualiën.  Het gezelschap op de meest kunstmatige avond van het jaar was uiterst twijfelachtig van allooi, frivool en erg speels van geweten.  Duitse TV-zenders zorgden voor het juiste kader van hoempamuziek en schaars geklede vrouwen met pluimen in hun gat. 

 

De avond vorderde gestaag, ging ongemerkt over in de nacht. 

 

Het broederschap barstte alras uit in burleske zangstonden, zo wil de traditie het, zo wil ik het.  U kent het wel, drank in de man, wijsheid in de kan.

 

Er mogen ten slotte  nog enkele zekerheden zijn in dit aardse tranendal.  

 

We hebben geklonken op de ondergang van dit  Avondland, de teloorgang van het Westelijk halfrond, de implosie van de monetaire unie, de erfelijke monarchie en de markteconomie. 

We hebben een heildronk uitgebracht op  de instorting van het vuige kapitalisme, het populisme, het loftsocialisme, elke vorm van godsdienstig fundamentalisme, nationalisme, libertijns liberalisme en de netvergoedingen voor de zonnepanelen. 

We hebben het glas geheven op de splitsing van Higgs-deeltjes, van gerechtelijke arrondissementen, van BHV, het koninkrijk België en de plantentuin van Meise. 

We hebben getoost op het failliet van de politiek, het bankroet van de begrotingen en dat van de bancaire sector, de verliezen van Dexia en de bonussen van de doodgravers van de economie. 

We rijden nooit meer met een Ford en kopen nooit meer een plastic polsbandje van Livestrong.

En dat die Maya's er ook nog eens ferm naast zaten, was misschien wel de grootste tegenvaller.  Stond er eindelijk nog eens iets spannends op de kalender wat geheid de geschiedenisboeken zou halen, pakken we ook daar weer naast.

 

De kelk moest leeg.

 

De laatste uren van 2012 tikten weg, voor eeuwig de vergetelheid in. 

 

De ondraaglijke pijn van het zijn verdronken we, vakkundig.   

 

Katers, nederigheid en schuldgevoel waren ons deel.

 

Een duivelse, maar o zo vertrouwde cocktail. 

 

Ach,  laat ik het zo stellen, 2012 was een wild beest, een beest dat ik niet kon temmen.  

 

 

*****

 

 

2013.

 

 

En plots daagde het besef...

 

Geen onnozele goede voornemens, neen....

 

Ik gooi het roer helemaal om.  Radicaal.

 

Vanaf nu gedaan met die vaste patronen, dat vastgeroest zitten in die waanideeën. 

 

Neen, begot!

 

Neen, ik ga het allemaal anders aanpakken. 

 

Drie keer per week diezelfde duurloop aan datzelfde kwakkeltempo, op zoek naar de volgende contractuur of verzwikking? 

Altijd als de eerste de beste autist krek hetzelfde parcours lopen? 

Altijd door die lange troosteloze dreven lopen, met vaste afklokpunten? 

Klokvast als een Fyra?

 

Neen, ik wil dit niet meer...

 

Deze winter ga ik de bakens verzetten en me een beestachtig regime opleggen van duurlopen aan verschillende opzwepende tempo's, op afwisselende en min of meer geaccidenteerde ondergronden, met dramatische hoogteverschillen.  En één keer per week lassen we een kwalitatief hoogstaande training in met snoeiharde versnellingen en intervaltrainingen zum kotzen.  En om de geseling compleet te maken, plannen we tussendoor eindeloos lange tochten op de racefiets, eenzaam beukend tegen stormwinden. 

 

Het is dus officieel: ik ga me het apezuur trainen. 

 

Vrouw en kroost zullen van mij vervreemden, dat besef ik, maar er is geen weg terug. 

 

Dag vreemde man, om Ann Christy even te citeren.

 

 

Het zou me niks verbazen moest u over een maand of twee op TV volgende boodschap van algemeen nut krijgen:

 

Op zondag 13 januari 2013 omstreeks 18:00 uur verliet Mark Peeters zijn verblijfplaats te Hoogstraten. 

 644238_344136242346207_1546645139_n.jpg

Sindsdien ontbreekt elk spoor van hem.


Mijnheer Peeters is 51 jaar (maar ziet er een stuk jonger uit, het is wat het is). Hij is (volgens Goedele Wachters en wie zijn wij om haar tegen te spreken) fantastisch mooi gebouwd en 1m70 lang. Mijnheer Peeters heeft quasi geen haar (maar dat doet niets af aan het totale plaatje).  

Op het moment van zijn verdwijning droeg mijnheer Peeters een zwarte loopbroek en zwart loopshirt met op de rug in witte letters de tekst AVN.

Hij beweegt zich (bijna sneller dan het oog) voort op loopschoenen Brooks Ravenna.

Mijnheer Peeters heeft dringend medische verzorging nodig (hoewel zijn probleem volgens doorgaans welingelichte bron meestal gewoon tussen de oren zit).

Heeft u Mark Peeters gezien of weet u waar Mark Peeters verblijft, gelieve dan dringend contact op te nemen met het kabinet van de Procureur des Konings of met de Federale Politie via het gratis nummer : 0800 30 30 0.

Dit bericht kan u nalezen op teletekst pagina 725 of op de website van de Federale Politie.

 

 

Neen, ik voel het aan mijn water, het wordt een Grand Cru-jaar.

 

 

Deze wintermaanden trek ik alle registers open, het wordt buigen of barsten. 

 

Rücksichtslos!

 

Eind mei 2013 volgt een eerste afrekening:  tijdens de 20 Km door Brussel zal uw pezige dienaar het asfalt van de beklijvende beklimming van de Tervurenlaan, die illustere K2, doen smelten met zijn loopschoenen Brooks. 

 

Een dure eed, dat besef ik, maar het zij zo.

 

 

*****

 

Het regime is ongemeen hard:

  •     zondag trage duurloop (11 km/uur): duurtijd 2 uur - 2 uur 15 minuten.
  •     dinsdag iets snellere duurloop (12 km/uur): duurtijd: 1 uur 40 minuten - 1 uur 50 minuten.
  •     donderdag: looptraining met atletiekclub AVN.  Alle registers open.

 

Op de duurlopen las ik telkens een aantal beklimmingen in (bruggen over de E19). 

 

 

*****

 

Vanwaar die ommezwaai, zal u nu opmerken.

 

Wel, dat komt door mijn huisdokter.

 

 

Een paar maanden geleden, toen ik me weer maar eens met een blessure naar het kabinet van mijn huisdokter had gesleept, vond volgende merkwaardige conversatie plaats:

 

 

"Mark, je bent nu net de 50 voorbij, hoog tijd om eens een aantal onderzoeken te laten uitvoeren, kwestie van preventief te controleren op bepaalde ouderdomskwalen."

 

 

 

Ouderdomskwalen?!?!?!?

 

 

Ja, u leest het goed.

 

 

Dàt zei hij.

 

 

Tegen mij, deze Spartaans afgetrainde windhond. 

 

Hij die twintigers fysiek in de vernieling loopt. 

 

Hij die de Tervurenlaan al 19 keer heeft opgestormd. 

 

 

 

"Kom eens een keer nuchter binnen, dan trekken we bloed. Hier is een potje, breng daarin ochtendurine met je mee en dan maken we ook nog een afspraak in het hospitaal voor een darmonderzoek. Kwestie van poliepen of darmkanker op te sporen."

 

 

 

***** 

 

 

Pissen in een potteke is niet het ergste wat een volwassen man in zijn leven moet doormaken, dat besef ik ook wel.

 

Ik heb ten slotte mijn legerdienst vervuld, een waardeloos diploma gehaald,  auto leren rijden, een aantal kinderen verwekt, de chauffage ontlucht en zélfs een keer tegen mijn vrouw gezegd dat de Visa niet elke maand over de betaallimiet moet gejaagd worden. 

 

Qua lef hebben kan vooral dat laatste tellen....

 

Maar dat er voor het afleveren van een urinestaal zo'n onnozel potteke wordt aangeleverd, dat is toch bij de beesten af.  De mikopening is nét ruim genoeg, maar toch is hierbij de betere leesbril noodzakelijk, kwestie van de straal correct in de opening van het potje te mikken . 

 

Ik richt me nu even tot de heren lezers (vrouwen, jullie mogen meelezen, uiteraard, dan begrijpen jullie eindelijk waarom de toiletbril, het toiletmatje en bij uitbreiding de halve vloer telkens ondergespetterd worden).

 

 

Wanneer je als heer de fluit ter hand neemt, is het altijd een beetje afwachten waar de straal pis naar toe zal schieten. 

 

Niet altijd is dat recht vooruit;  God is op dat vlak niet bepaald een perfectionist geweest, neen, eerder een humorist. 

 

De straal durft wel eens een zijwaartse afwijking te vertonen (lateraal spel, waar ook Enzo Scifo voor bekend stond bij de Rode Duivels). 

 

Je mikt recht vooruit en de pis vliegt naar rechts, begrijpt u?

 

Die zijwaarts afwijkende straal moet vliegensvlug gecorrigeerd worden, maar het is zeer goed mogelijk dat de straal, net op het moment dat je corrigeert, zich toch centraliseert.  Het effect is dat de eerste druppels bijvoorbeeld rechts naast de pot vliegen, na correctie perfect in de pot, na stabilisatie van de straal dan weer links op de toiletbril. 

 

Allemaal zeer vermoeiend, man zijn. 

 

Vandaar dat wij alles onder zeiken. 

 

Voor klachten hieromtrent kan u zich richten tot de Almachtige.

 

 

*****

 

 

In het dagdagelijkse leven trekken we ons van dat zijwaarts gesproei niet veel aan, wat naast de pot vliegt is voor de kuisvrouw, zeg maar. 

 

Maar wanneer de ochtendurine in zo'n onnozel smal potje dient gemikt te worden voor medische analyse, dan is dat plots een gans andere zaak. 

 

En om de ganse operatie nog wat te bemoeilijken, had de huisarts me de raad gegeven om de eerste centiliters naast het potje te mikken en vervolgens de rest er in (een soort hinkstapspringen met urine voor gevorderden, dus).  Daar zal wel een goede wetenschappelijke reden voor zijn, maar die ontgaat me nu even.

 

 

*****

 

Enfin, even recapituleren, wat hebben we?

 

Een leesbril op de neus, een toilet, een té klein potteke, een volle blaas met annex sierlijke fluit.

 

 

Ik mik de eerste centiliters beheerst naast het potje. 

 

 

Dat lukt me wonderwel.

 

 

Ik breng het potje vervolgens in de straal, waarbij ik vlot over mijn eigen vingers pis. 

 

 

Hmmmmm, behaaglijk warm, dat wel.

 

 

Ha, aanhoor het klaterend geluid van een potje dat zich vult.

 

 

En vult.

 

 

En vult.

 

 

En vult.

 

 

En vol is.

 

 

En te vol is.

 

 

Alarm! 

 

 

Het potje is vol, maar....

 

..... er is nog véél meer.

 

 

 

Ik beweeg het potje in paniek weg van de straal, waarbij een goede slok uit het potje verdwijnt naast de toiletpot links.  Ik beweeg tegelijkertijd mijn ...     heum....    .....schenktuit naar rechts, waardoor een forse geut aan de andere kant van de pot belandt. 

 

 

Kortom, alles en iedereen is nat, nog een geluk dat ik het potje niet heb laten vallen...

 

 

Ik ben er zeker van dat ik hierin beter kan worden, mits de nodige oefening.

 

 

Ik schroef het potje, dat nu ook behaaglijk warm is, dicht. 

 

De kleur doet me denken aan mierzoete witte wijn Liebfraumilch of zo...  

 

Ik kan nog nét de aandrang tot proeven bedwingen...

 

 

*****

 

 

Staal afgeleverd.

 

Bloed getrokken.

 

Dokter maakt een afspraak voor een darmonderzoek. 

 

Ik vraag hem wat dit inhoudt.

 

Hij vertelt me dat ze met een camera via mijn achterste mijn darm in gaan, op zoek naar poliepen of erger.

 

Met een camera in je darm????

 

Er spookt meteen een relatief beangstigend beeld door mijn hoofd....

 

hxc-100_camera_lg.jpg

 

Noem mij desnoods kleinzerig, maar dat lukt nooit.

 

Op het internet zie je wel eens van die rare filmpjes waarbij een streng ogende dame in zwart glimmende kledij en met knielaarzen té grote voorwerpen in té kleine openingen wringt met behulp van latex handschoenen en een kledder glijmiddel, terwijl ze roept:

 

Who's my bitch!

 

Maar persoonlijk ben ik daar niet zo voor....

 

 

De dokter stelt me gerust dat de diameter van de camera en annex slang best te behappen valt. 

 

De afspraak wordt vastgelegd.  Niet met de volle goesting, maar alla....

 

 

****

 

 

Inmiddels waren de resultaten van de analyse van mijn lichaamsvochten bekend.

 

Dank zij het systeem van Johan Bruyneel werden er geen sporen van EPO in mijn bloed of urine gevonden.  Dat was al een hele geruststelling.

 

Maar volgens mijn huisarts had ik last van, hou u nu vast, verhoogde cholesterol én verstoorde leverwaarden.

 

Het kwam er op neer dat ik een afgetrainde atleet ben met de bloed- en urinewaarden van een 80-jarige alcoholist met gigantisch overgewicht en slechte voedingsgewoonten.  Zeer merkwaardig.

 

De oplossing was vrij eenvoudig:

  • niks meer eten, behalve gekookte rijst en rauwe wortelen,
  • niks meer drinken, behalve lauw water.

 

En ik moest dringend beginnen met lichaamsbeweging.  Opbouwen was hierbij de boodschap: eerst voorzichtig wat in een stressballeke knijpen, vervolgens zelfstandig je veters knopen, daarna de TV op en af zetten, en zo in een jaar of vijf tijd opbouwen tot ik uiteindelijk zelfstandig naar de brievenbus zou kunnen wandelen.

 

 

****

 

En toen brak de dag aan van het gevreesde darmonderzoek.  Plotseling begin ik mij de vraag te stellen of het wel zo'n goed idee is om u dit allemaal te vertellen.....

 

 

Enfin.

 

 

Het darmonderzoek met de camera stelde eigenlijk geen hol voor (iet of wat ongelukkige uitdrukking, nu ik het zo eens herlees).

 

 

De camera liet zich vlotjes anaal inbrengen, dank u wel, hoogstens twee keer jodelaiti geroepen, dus....

 

 

Wat iets minder aangenaam was, en ik wik mijn woorden, was de voorbereiding voor het onderzoek.

 

 

Wanneer je een camera inbrengt in een buis die in feite enkel dient voor de afvoer van afvalstoffen, dan kan de lens enkel proper blijven wanneer er niets meer in die buis zit.

 

 

U begrijpt wat ik bedoel.  Tijdens regenachtige edities van de Ronde van Vlaanderen zie je ook dikwijls een doekje de lens reinigen....

 

 

Om de darm helemaal leeg te krijgen, moest ik de avond voor het onderzoek 2 liter laxerend spul drinken.  En de ochtend van het onderzoek nog eens 2 liter.

 

 

2 liter Trappist Westmalle opdrinken is iets wat me meestal nauwelijks moeite kost (trouwens, dat bewijst die mooie levertest van daarstraks). 

 

 

2 liter laxeermiddel opzuipen is dan weer een heel andere opdracht.

 

 

Het smaakt afschuwelijk.

 

 

En eens je halfweg fles één bent, begint het gerommel in de darmen, ongeveer het geluid van een gammele Lada die over kasseien dokkert.

 

 

Enkele seconden later krijg je krampen die te vergelijken zijn met barensweeën (minstens een drieling mét waterhoofd én in stuitlig) en is het jankend spurten naar de pot, de billen wanhopig bijeen geperst. 

 

 

Je ploft neer op de pot en dan volgt er een soort verlossing, moeilijk te beschrijven.

 

 

De darminhoud spuit hogedruksgewijs als gloeiend heet lava schuin de pot in. 

 

 

Spuitende diarree! 

 

 

14 op de schaal van Richter!

 

 

Met brokken. 

 

 

Zeer indrukwekkend allemaal. 

 

 

Je krijgt de neiging om je vast te klemmen aan de bril, uit vrees op te stijgen als een langeafstandsraket.

 

 

En dat gaat uren zo door. 

 

 

Heen en weer spurten van de zetel naar de pot.  De ene keer haal je het nog net, de volgende keer niet meer (doet me denken aan een Biep-test).

 

 

De laatste 40 keer is er van afkuisen met WC-papier al lang geen sprake meer.

 

 

Hoogstens voorzichtig afdeppen.

 

 

Alles lijkt open te liggen.

 

 

*****

 

Enfin, genoeg scatologisch materiaal....

 

Ik ben mijn huisarts dankbaar. 

 

Hij heeft me het licht doen zien. 

 

Dat mijn leven al dik halfweg is. 

 

En de beste helft weg is.

 

En dat het vanaf nu alleen nog maar bergaf kan gaan.  Wat het ook doet, wat je ook doet.

 

 

Zeker in het besef dat je zo'n darmonderzoek om de 5 jaar moet ondergaan. 

 

En dus heb ik besloten dat het uit moet zijn met dingen uitstellen.

 

De boel omgooien.

  

 

In die optiek heb ik me inmiddels ook ingeschreven voor de Challenge Delhalle. 

 

Iets wat ik al jaren wou doen, heb ik nu effectief ook gedaan.

  

 

delhalle-2013.jpg

Zelfs met een bril onleesbaar, die flyer, maar goed...

 

11 wedstrijden, maar ik ga ze niet allemaal lopen (wegens conflicten met andere wedstrijden, heilige wedstrijden zoals de 20 km en de Antwerp Ten Miles). 

 

Afhankelijk van je prestatie, krijg je per uitgelopen wedstrijd punten toegewezen.

 

Er wordt een klassement per leeftijdscategorie bijgehouden, waarin de scores van je 5 beste wedstrijden meetellen; je kan ook nog extra punten scoren door meer wedstrijden te lopen (ik dacht begrepen te hebben: het aantal kilometers x 2). 

 

Ik hou u op de hoogte.

 

 

*****

 

 

Inmiddels is het dik winter. 

 

Berekoud.

 

De Kempen verdwijnt onder een majestueus wit sneeuwtapijt.

 

 

 

Stuifsneeuw wordt opgejaagd door striemende noordenwinden; de gevoelstemperatuur is Siberisch. 

 

Als je stil bent, hoor je wolven huilen.

 

Ik loop.

 

 

 

 

Het is glad. 

 

In deze boerenwegels waagt de pekelkar zich niet. 

  

Het is eenzaam lopen tussen de eindeloos wit besneeuwde velden. 

 

 

 

In de verte huivert de Sint-Catharinakerk. 

 

Schoorstenen roken. 

 

Windmolens wieken zoemend. 

 

 

 

De stuifsneeuw prikt naalden in mijn gelaat.

 

Mijn handen zijn gevoelloos van de kou.

 

Ik heb mijn mouwen over mijn handschoenen getrokken, mijn duim hou ik in mijn gekromde vingers gekneld.

 

 

 

Ik voel het koude zweet tussen mijn schouderbladen.

 

Ik loop.

 

Het valt me zwaar.

 

 

 

De sneeuw knort onder mijn schoenen.

 

Ik ben moe.

 

De adem in rookpluimen.

 

 

 

Ik loop.

 

Ik geniet.

 

Ik loop.

 

18:31 Gepost door Mark | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

16-11-12

De doos van Pandora

De doos van Pandora

 

 

 

Wat zich aankondigde als een perfecte herfstdag, sloeg op een paar seconden helemaal om.

 

Het begon allemaal zo:

 

 

Seg, nu dat ge toch gekwetst zijt en ni kunt lopen, zou je toch wat kunnen kuisen? 

 

Of denkte dat da allemaal vanzelf gaat...

 

 

Het was te laat om geruisloos de aftocht te blazen.  Iemand had bloed geroken...

 

 

Mijn vrouw keek me verwachtingsvol aan, met een priemende blik.

 

 

De priemende blik waarvan ik na 26 jaar goede en kwade tijden wist dat het nu niet het moment was om een schampere opmerking te maken over bijvoorbeeld een bepaalde periode van de maand, of iets van die strekking.

 

Met scha en schande had ik geleerd dat zo een opmerking volstond om in een totale uitzichtloze stellingenoorlog te verzanden, waarbij de tweede slag om Ieper hoogstens een vermakelijk uitstapje zou lijken, en een mens verdorie verlangend uitkijkt naar een fikse overdosis mosterdgas...

 

 

Ruzie hing in de lucht.

 

 

Toen ik nog jong en onbezonnen was, kwam er na ruzie altijd wiedergutmachungssex, tegenwoordig is het meestal wiedergutmachungsstofzuigen, helaas...

 

 

Heren, u kent dat wel, u bent bijvoorbeeld naar een voetbalmatch geweest met een paar slechte vrienden van vroeger.  Van het ene pintje kwam de andere Duvel, van je hela hola zet er de beuk maar in, na de rust geen bal meer gezien van voetbal, enfin, daags nadien kwam je thuis en prijs je je gelukkig dat er zoiets als teletekst bestaat,  zodat je toch nog tenminste de uitslag van de match kan opzoeken...  u begrijpt waar ik naar toe wil...

 

 

In dat soort situaties is er maar één weg terug, en die loopt via de stofzuiger ...

 

 

*****

 

 

Mijn vrouw had verplichtingen buitenshuis , dus ik had het kot vrij.

 

 

Ik zou natuurlijk wat kunnen kuisen.

 

 

Maar de verlokkingen van het internet zijn wat ze zijn.  Dus heb ik eerst alle nieuwssites leeggeplukt, dan nog wat bevriende blogs afgeschuimd, enkele sites rond lopen platgelezen, enfin, voor je het weet is de voormiddag de nek omgewrongen.

 

 

Dan toch maar met lange tanden een stofzuiger gepakt.

 

 

Want je kan, terwijl je in de zetel zit, toch redelijk wat stofzuigen in je directe omgeving.  Toch nadat ik had ontdekt dat de voorste buis van de stofzuiger nog verder uitgeschoven kon worden.  De eerste maal had ik gestofzuigd zonder te weten dat die buis ingeschoven stond; toen ik klaagde dat mijn rug pijn deed van gebukt te staan stofzuigen, heeft mijn vrouw me getoond hoe dat ding uiteen schuift (zelden heb ik me zo lomp gevoeld als toen, en de concurrentie op dat vlak is alleszins moordend....).

 

 

Enfin, dus wat rondstofzuigen.

 

Maar daar kom je niet mee weg.

 

 

*****

 

 

Het geheim van kuisen, mijne heren, is nochtans vrij simpel.

 

 

Het is, net zoals de coalitievorming in Antwerpen, allemaal een kwestie van perceptie.

 

 

Hoe ga je te werk?

 

 

Opruimen, stof afnemen, stofzuigen, vlekken camoufleren en dweilen.

 

 

 

Hoofdstuk 1: Opruimen.

 

Een mens verzamelt wat rotzooi in zijn leven.  En al die rotzooi slingert in het rond en verzamelt stof. 

 

Enkele vuistregels:

 

1. Alles wat in een straal van 1 armlengte naast een schuif of kast ligt, flikker je in die schuif of kast.

 

2. Maak van je hart een steen: dingen die niet van jou zijn, kunnen weggegooid worden.

 

3. Dingen die vlak naast een mat liggen, moet je er onder schuiven.  Dit is enkel geldig voor vuil en platte dingen (of dingen die je met de rechterhiel relatief plat kunt stampen).

 

4. De dikste (en bijgevolg meest in het oog springende) stofpluizen raap je manueel op en flikker je bij de kamerplanten.

 

 

Daarmee is het meeste werk al achter de rug.

 

Proficiat!

 

 

 

Hoofdstuk 2: Stof afnemen.

 

De meeste mensen nemen stof af met een stofdoek of een vochtige doek of zo.

 

Ik ben niet de meeste mensen.

 

 

Stof afnemen van voorwerpen doe ik met de stofzuiger (de kleinste voorwerpen zitten daarna meestal in de stofzuigzak; dat heeft een naam: collateral damage).

 

Bericht aan mijn vrouw: dat kleine borsteltje waarmee je je ogen schminkt en andere oorlogskleuren mee aanbrengt, jep, zit sinds vandaag in de stofzuigzak - me know nothing, I'm from Barcelona).

 

 

Het is trouwens fascinerend om zien hoe een bol breiwol stelselmatig opgezogen kan worden, bijna zo bevredigend als het opzuigen van kleingeld, levende kuikentjes en USB-sticks.

 

 

Oppervlaktes waar je niet tussengeraakt met je stofzuigkop, vragen een alternatieve aanpak.

 

Stofzuiger afzetten, diep ademhalen en....      ....krachtig blazen.

 

Zo zit er achter de DVD-speler inmiddels een enorme laag stof, vermoed ik. Niet dat dat erg is, want als student op kot heb ik proefondervindelijk kunnen vaststellen dat stoflagen na verloop van tijd niet meer dikker worden, maar hoogstens aan densiteit winnen. Door de druk van de zich opstapelende lagen stof, is de onderste laag stof al quasi versteend (via hetzelfde procédé ontstaan diamanten, meen ik eens ergens gelezen te hebben).

Trouwens op kot heb ik geweldig interessante proeven kunnen uitvoeren op het gebied van schimmelvorming op etensresten, maar dat valt niet onder de materie die we vandaag behandelen, vrees ik.

 

 

Waar was ik?

 

Blazen dus.

 

Geen stofdoek nodig, gewoon longinhoud (er is altijd een sportief kantje aan, niet?).

 

 

 

Hoofdstuk 3: Stofzuigen.

 

Na het opruimen en stof afnemen, volgt het stofzuigen. 

 

Daarvoor gelden volgende strikte regels:

 

 

3.1. Less is more

 

Stofzuig énkel de zones die je ziet.  Begin niet te zeulen met meubels en stoelen, je zal enkel nog meer stof vinden. Zoekt (niet) en gij zult (niet) vinden.

Bij stofzuigen geldt de ijzeren wet: fanatisme heeft nog nooit iets goeds voortgebracht (uitzondering gemaakt voor de marathon).

 

 

3.2 Zuigkracht en solidariteit

 

Hou rekening met de zuigkracht van uw toestel. 

 

Stel uzelf in vraag. 

 

Moet elke vierkante centimeter zo nodig worden gestofzuigd? Is dat de richting waarin u uw leven wil sturen?

 

Neen, gij, vertrouw er op dat het stof tot u zal komen. Verdeel de kamer in drie zones, stofzuig het middelste deel, en geloof mij: het stof van de twee zijkanten zal door de zuigkracht van het toestel naar binnen gezogen worden (het moet uiteindelijk van twee kanten komen, dacht ik zo, solidarnosc als het ware). 

Als dit niet lukt, dan is dat meestal een gevolg van het feit dat u niet genoeg zelfvertrouwen hebt.

 

 

3.3 Fauna en flora

 

Kamerplanten stofzuig je met het gleufje op de stofzuigbuis open, zodat je ze niet helemaal ontbladert.

 

Katten worden extra fluffy, mits gebruik van het juiste opzetstuk. 

 

Opgepast met het stofzuigen van pasgeboren katjes; wanneer je de stofzuiger op het achterwerk zet (anale suctie), kan het katje binnenstebuiten worden gezogen (en dat valt achteraf moeilijk uit te leggen aan schoolgaande kinderen).

 

 

 3.4. Vocht

 

Mag er vocht worden opgezogen met de stofzuiger?

 

Natuurlijk mag dat.

 

Weliswaar maximum 1 liter (bij kots moet er rekening gehouden worden met de dikte van de brokken).

 

Opgelet: de stofzuigerzak kan nadien beginnen rotten.  De geurhinder (wat doet denken aan een triootje van fermenterende kabeljauw, ontbindende kadavers en diarree) kan u maskeren door een lavendelstaafje op te zuigen (verkrijgbaar in de handel).

 

 

 3.5 Blind blijven voor details

 

Zoals gezegd gaat het hem bij stofzuigen om de grote lijnen. 

 

Verlies u niet in details. 

 

Stofzuig tot besluit nog even wat spinnenrag weg rond de lampen en in hoeken en dan kan je over naar de volgende fase van het rampenplan.

 

 

 

Hoofdstuk 4: Vlekken verwijderen.

 

 

Goed, de kloteherrie van de stofzuiger is voorbij.   Zet een muziekje op.

 

 

U kan fier terugblikken op een ordentelijk gestofzuigde kamer.

 

 

En toch, en toch, hier en daar is er nog een vlek, op de vloer, op tafeltjes, op glazen oppervlaktes.

 

 

Vervelend is dat. 

 

Een smet. 

 

Een schandvlek. 

 

 

Je hebt er die dan zweren bij spuitbusjes van Mr Proper in combinatie met antipluizende doekjes (wonderdoekjes).

 

 

Dat kan een stuk eenvoudiger.

 

 

Neem een zakdoek. 

 

Zoek een relatief proper stukje, vrij van neuskeutels. 

 

Bevochtig die plek naar keuze met spuug, of voor de hygiënefreaks onder ons desnoods met wat water uit het schaaltje onder de kamerplant. 

 

Wrijf.

 

Klaar.

 

 

Op glazen oppervlakten durft dit procedé wel eens vervelende strepen achter te laten.  Die kan je wegboenen met de mouw van je overhemd (katoen, lukt perfect).

 

Zo heb ik bijvoorbeeld deze ochtend het glazen nachtkastje van mijn vrouw opgeboend met haar katoenen slaapkleed.  Niemand die dat weet.

 

 

 

Hoofdstuk 5: Dweilen: de doos van pandora.

 

 

Na al dat gezwoeg, zou je desnoods ook nog kunnen overwegen om eventueel te dweilen.

 

Ik hoop echt, uit de grond van mijn hart, dat u de voorwaardelijkheid aanvoelt in vorige zin.

 

 

Want met dweilen kan je volgens mij de doos van Pandora openen. 

 

 

Je weet waar je begint, maar waar hou je op?

 

 

Stel dat je een stukje dweilt en het is zo proper dat het opvalt tegen de rest, dan ben je wel verplicht om de ganse zooi te doen. 

 

 

Ik blijf erbij: kuisen is in feite het strategisch herschikken van het vuil, zodat het niet meer opvalt.

 

 

In feite is kuisen een begoocheling van de zintuigen. 

 

Vuil verspreiden zodat het op het eerste zicht (zintuig 1) niet meer opvalt.

 

 

Dweilen is de autosuggestie van kuisen.

 

 

Ik verklaar me nader.

 

 

Je  zou kunnen  dweilen , maar laat ons wel wezen:   ziet   iemand het verschil of er gedweild is of niet?

 

 

Neen, vrouwen    ruiken   dat er gedweild is. 

 

Dat heeft naar het schijnt iets te maken met het verzamelen van bessen en vruchten in de prehistorie en dat daarom vrouwen een kleinere neus hebben dan mannen die dan weer een grote neus hebben om reeds van ver de beesten te kunnen ruiken om er op te jagen.  Of was het omgekeerd?   Nu begin ik plots te twijfelen.  Enfin, u kan het desnoods even googelen.

 

 

Vrouwen ruiken dus dat er gedweild is.

 

 

Haha! 

 

 

In die wetenschap is het verstandiger en alleszins minder arbeidsintensief om er voor te zorgen dat het ruikt alsof er gedweild is. 

 

Dus giet je een bij voorkeur fel ruikende detergent (ik gebruik altijd Carolin - met Marseillezeep) in een paar hoeken van de kamer.

 

Giet het niet bij de kamerplanten, ik herhaal: niet bij de planten (ze slaan er eerst geel van uit en gaan daarna kapot).

 

Giet bij voorkeur onder de verwarming; de opstijgende warme lucht neemt de geur mee rond.

 

En op die manier ruikt het alsof er gedweild is (begoocheling zintuig nummer 2: reukzin).  

 

Het gaat hem om de suggestie. 

 

Net hetzelfde als volgende redenering:

 

Als het regent, is de straat nat.

De straat is nat.

Dus het heeft geregend. 

 

Maar met een tuinslang kom je ook al een eind.

 

 

Dus  dweilen is hoogstens een suggestieve begoocheling van de zintuigen, waarbij met een wijde boog omheen de doos van Pandora moet gedweild worden.

 

 

Een woonkamer van 40 m² kuisen volgens de principes van het evangelie van Marcus, kost ongeveer 12 minuten (dat is ongeveer de tijd die ik nodig heb om de rubriek voetbal te lezen op de website van Sporza).  En tijd dat een mens zich kan besparen op die manier, onwaarschijnlijk.

 

 

Want je moet wreed uitkijken met dat kuisen; stel dat je een perfecte job aflevert, dan hang je er aan voor de rest van je leven. 

 

 

Neen, ik kijk wel uit....

 

 

*****

 

   

 

Amai, wat heb jij allemaal uitgestoken?

 

 

Kiné Tom kijkt naar mijn voet.  

 

Een voet die een weekje gips heeft gekregen na verzwikking en lichte inscheuring van de gewrichtsbanden. 

 

Een voet die er uit ziet alsof hij een pakje slaag heeft gekregen van Mike Tyson (moest mijn voet een oor hebben, dan was er een stukje uit).

 

Bont en blauw van de bloeduitstortingen.

 

 

En, je wil waarschijnlijk zo snel mogelijk weer lopen?

 

 

Mijn waarde vriend kiné kent de aard van het beestje.

 

 

Wel, ik heb goed en slecht nieuws.

 

 

 Ik lach een beetje groen...

 

 

Het goede nieuws is dat het hoogstens een paar weken zal duren, het slechte nieuws is dat ik je héél véél pijn ga doen....


 

Nog groener...


 

 

 

Na gebruik van het machientje dat op het einde van de behandeling PING zegt, begint Tom mijn enkel te masseren.

 

 

Massacreren eerder.

 

 

Het doet zo verduveld veel pijn dat het koude zweet mij uitbreekt.

 

 

Maar hoewel ik van binnen jank, is er uiterlijk niks te merken; uitzondering gemaakt voor een flegmatisch opgetrokken linkerwenkbrauw.

 

 

Om maar een idee te geven van de impact van de massage: enkele uren na de massage was ik de fiere eigenaar van een nieuwe bloeduitstorting op de rechtervoet (er was nog een beetje plaats).

 

 

De behandelingen volgen elkaar op, de zwelling trekt weg, de bloeduitstortingen beginnen te verkleuren van donkerblauw over schijtgroen naar pisgeel (pardon my french).

 

 

En zodra ik opnieuw stabiliserende oefeningen mag doen voor de rechterenkel, weet ik dat het einde van de lijdensweg in zicht is, dat het niet meer zo vreselijk lang zal duren vooraleer het licht op groen gaat voor een eerste looptest.

 

 

 

*****

 

En dan volgen de verlossende woorden:

 

 

Mark, ik stel voor dat je eens een looptest onderneemt.  Begin al eens met 1 kilometer.  Let goed op bij de landing, want als je je voet opnieuw verzwikt, dan staan we weer helemaal terug bij af.

 

Wees vooral voorz....

 

 

 

Ik vermoed dat hij voorzichtig bedoelde. 

 

Ik heb de rest van de zin niet gehoord, want ik zat al op mijn fiets, op weg naar huis. 

 

 

23 seconden en 56 honderdsten later heb ik loopschoenen aan de voeten.

 

 

Klaar voor de opdracht.

 

 

*****

 

 

De opdracht.

 

 

Een kilometer lopen. 

 

Even kijken, dat is rond mijn huis en dan nog eens naar de brievenbus en terug.

 

 

Een kilometer lopen.

 

Ik kan mijn adem waarschijnlijk heel die afstand lang inhouden.

 

 

 

Maar goed, 1 kilometer zal het zijn.

 

 

Het is een mooie herfstdag.  Zo eentje die je wel eens in kalenders ziet.  Goudkleurige bladeren dwarrelen fotogeniek neer.  Schuin invallende zonnestralen trekken lange schaduwen.

 

 

Ik loop.

 

 

Maar elke landing geeft een helse pijnscheut.  Hoe frustrerend is dat.  En de bovenrand van mijn schoen hakt bij elke landing ook nog eens op de plaats waar de gewrichtsbanden licht ingescheurd waren. 

 

 

LEKKER!

 

 

Ik heb geen flauw idee wat een kilometer is.  Een kilometer is niet iets wat je loopt.  Dat is iets wat je zwemt of zo.  En om zeker te zijn dat ik niet te weinig loop, doe ik er voor alle zekerheid ietsje bij (denk ik). 

 

Enfin, na 17 minuten sta ik terug aan de voordeur (moest het dan toch een kilometer zijn, dan is het wellicht de traagste kilometer ooit afgelegd op Brooks Ravenna loopschoenen).

 

De eerste tien minuten waren hels, maar nadien ebde de pijn wat weg, waardoor ik eigenlijk helemaal niet meer wou stoppen.

 

 

Maar goed.  De eerste test was redelijk ok.  Wel terug wat zwelling op de enkel, maar dat was relatief snel weg met wat ijs.

 

 

Nu zal u zeggen:

 

Dju, gij se stomme kloot, wat had de kiné gezegd?

 

Eén kilometer, maximum!

 

En meneer denkt dan weer dat hij onmiddellijk er een stuk of drie van moet maken?

 

 

 

En dan zal ik zeggen:

 

Het is enkel en alleen maar te danken aan mijn ongelooflijk sterk karakter dat ik niet meteen een volle anderhalf uur heb gelopen. 

 

 

 

*****

 

 

 

Kiné Tom had ook nog gezegd dat zodra die kilometer goed ging, ik de volgende keer de afstand mocht verdubbelen.

 

 

Nu had ik geen idee wat de afstand was die ik had gelopen, en hoe verdubbel je geen idee.

 

 

Dus heb ik die 17 minuten maar verdubbeld.

 

 

En afgerond naar boven.

 

 

35 minuten.

 

 

En de keer daarop 1 uur 10.

 

 

Telkens had ik wat opstartpijn en wat zwelling achteraf, maar zoals gezegd, allemaal goed te behappen.

 

 

En exact 4 weken en twee dagen na de blessure, sta ik terug op training bij atletiekclub AVN.  En doe al vlotjes mee met oefeningen en versnellingen. 

 

 

De koning van de revalidatie rijdt weer uit!

 

 

Weliswaar vier dagen spierpijnen gehad na de eerste clubtraining....

 

 

*****

 

 

Gisteren tweede donderdagse training met atletiekclub AVN.

 

De blessure verdwijnt langzaam naar de achtergrond.  Ik hoef me in elk geval voor niets meer in te houden (behalve hinkelen op de rechtervoet, dat laat ik nog achterwege).

 

Iemand vroeg me wat mijn ambities waren voor 2013.

 

Ambities?  Volop!  En wel deze:

 

Eind mei wil ik de 20 km door Brussel voor de 20ste keer betwisten, ergens in april wil ik de schandvlek van 1 uur en 9 minuten op de Antwerp Ten Miles wegvegen met een sublieme tijd, maar dit jaar zou ik graag eens het ganse criterium van de Challenge Delhalle lopen.

 

Maar vooral beter en sneller worden. 

 

De combinatie lopen-fietsen moet in het voorjaar zorgen voor een bredere basis.  De kwaliteitsvolle (maar ook slopende) intervaltrainingen op donderdag met de atletiekclub zouden me ook nog wat sterker moeten maken.

 

Eigenlijk wil ik vooral blessurevrij blijven deze winter. 

 

Dan komt de rest misschien wel vanzelf. 

20:09 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

12-10-12

Borat

Borat

 

 

Slecht nieuws.

 

Mijn vrouw heeft me verlaten.

 

Ze is weg.

 

 

 

 

Maar ze heeft beloofd tegen de middag terug thuis te zijn. 

 

Ze is namelijk gaan ontbijten met de collega's.

 

 

 

Meestal vind ik het fantastisch dat ze een voormiddagje uithuizig is, want dan knipoog ik eens veelbetekenend naar mijn loopschoenen, wat het afgesproken signaal is voor:

 

 

"Wat denken jullie? 

 

Kilometerke of 17 gaan lopen in Wortel Kolonie?"

 

 

 

 

Maar nu is mijn vrouw weg.  En kan ik niets meer.

 

 

Dat vraagt enige verduidelijking.

 

 

Ik neem u even terug mee in de tijd.

 

 

*****

 

 

In den beginne was er niets.

 

 

Na de zesde dag zag God dat het goed was, maar Hij voelde aan Zijn water dat er toch nog iets ontbrak.

 

 

En op de zevende dag zag God eindelijk het licht en vond Hij de loopschoen uit.

 

 

En daarna volgde mijn hamstringblessure links.

 

 

Die me toch uiteindelijk 5 volle weken aan de kant hield.

 

 

En toen was het plots donderdag 4 oktober.  De dag dat ik nogmaals ging testen of de hamstring zich eindelijk gewonnen zou geven en toegeven dat ze genezen was.  Tom B., mijn kiné, had me gezegd dat ik explosieve inspanningen moest vermijden en dat het van den bok zijn kloten zou zijn om keihard te lopen.  Neen, Mark moest kalmpjes aan opbouwen, voorzichtig aan, niets forceren, zo breekt de machine niet.

 

 

Ik had begrijpend ja geknikt.  En vond dat allemaal héél logisch.

 

 

Er was echter wel een klein probleempje. 

 

 

 

Donderdag 4 oktober stond er namelijk een Coopertest op het programma van AVN, de o zo fijne atletiekclub waar ik deel van uitmaak.

 

 

Een Coopertest, voor de niet-sportievelingen onder ons, is 12 minuten je ziel uit je lijf lopen en dan opmeten hoe ver je bent gekomen (men meet doodeenvoudig de afstand van de start tot de plaats waar je je ingewanden hebt uitgekotst, zoiets). 

 

 

En dan kan je, via een ingewikkeld truukje met een rekenmachine, je gemiddelde snelheid berekenen.

 

 

Bijvoorbeeld: de afstand van de start tot de plas kots bedraagt 3000 meter. 

 

 

Rekening houdend met het product van de meridiaan van Greenwich en die van Loch Ness, gedeeld door de gemiddelde snelheid van een Brout-Englert-Higgs-deeltje in een luchtledige buis van Eustachius, en de wortel uit het kwadraat van de Maagdenburgse bollen, heb je dan 15 kilometer per uur gelopen (weliswaar op zeeniveau). 

 

 

Met 5 vermenigvuldigen had ook gekund, natuurlijk.

 

 

*****

 

 

Enfin, ik sta aan de start van de Coopertest.  Door mijn hoofd galmen de woorden van mijn bezorgde kiné: "Niet forceren, rustig aan, je bent nog maar nauwelijks hersteld, hervallen zou erg bitter zijn,..."

 

 

 

De start.

 

 

Onmiddellijk schieten een aantal snelle heren van mij weg. 

 

 

De eerste driehonderd meter loop ik niet voluit (ook wel omdat er een hysterische kiné in mijn hoofd zit te gillen dat het absoluut een héél stuk trager mag en wel nu!).

 

 

Ik loop in zesde positie van mijn groep (de Coopertest wordt in verschillende groepen gelopen, om het overzichtelijk te houden voor de wedstrijdleiding - ze moeten per borstnummer het aantal gelopen rondes kunnen noteren).

 

 

 

Aan kop Eric B., gevolgd door Koen, Joeri, Jan, Pat, uw halfkreupele dienaar en de rest van het pak.

 

 

 

Pat loopt me iets te traag (negeert u, samen met mij, even de hevig nee-schuddende kiné in mijn hoofd?).

 

 

 

Ik schuif voorbij Pat.

 

 

En vermits de hamstring geen krimp geeft, beslis ik het tempo nog wat op te voeren (kiné zit te schuimbekken met de handen in het haar).

 

 

 

Eric B. is ongenaakbaar aan kop, Koen ook, maar er zijn toch nog een paar lopers binnen mijn bereik.

 

 

 

Meter per meter schuif ik richting Jan B.  En ik merk dat Joeri, die nog iets verder voorop loopt, aan het verzwakken is.

 

 

 

Na zes minuten, halfweg de proef dus, heb ik Jan te pakken.  En iets later schuiven we samen Joeri, die zich duidelijk vergaloppeerd heeft, voorbij.

 

 

We zijn nu acht minuten onderweg.  En het begint er serieus in te hakken.  De ademhaling zwaar, maar ik ben nog niet helemaal leeg (dat fietsen met de racefiets heeft mijn conditie toch redelijk op peil gehouden, merk ik nu).  Ik heb geen flauw idee hoeveel rondes ik al op de teller heb.

 

 

Ik loop al een tijdje vlak achter Jan.  Qua leeftijd zou hij mijn zoon kunnen zijn.  Qua snelheid zijn we aan mekaar gewaagd.  Maar ik vrees dat hij een ferme, explosieve eindsprint in huis heeft.  Die moet ik zien te vermijden. Dan zit er maar één ding op en dat is een versnelling inlassen die hem doodknijpt.

 

 

Mijn innerlijke kiné vindt dat geen goed plan.

 

 

Ik wel.

 

 

Ik schiet Jan voorbij en druk een ronde keihard door.  Jan plooit, maar breekt niet helemaal.

 

 

Het is hard tegen onzacht.

 

 

De laatste minuut wordt aangekondigd.

 

 

Ik blik om en zie dat Jan vlakbij zit. 

 

 

Ik pers er nog een laatste keer alles uit (in mijn hoofd heeft mijn innerlijke kiné een rafelig touw gezocht om zich aan de eerste de beste boom te verhangen).

 

 

De laatste 10 seconden worden afgeteld.

 

 

Jan spurt terug tot bij mij.

 

 

We stranden allebei op 3200 meter. 

 

 

Volgens Higgs-Loch Ness en zo, is dat goed voor 16 km per uur.   De heren die sneller waren deze avond zijn te tellen op de vingers van een hand van een erg bijziende schrijnwerker.

 

 

 

Maar wat véééééél belangrijker is: mijn hamstring heeft het gehouden.  Ik ben gelukkig, opgelucht, maar vooral weer klaar voor de strijd. 

 

 

****

 

 

Daags nadien zijn er wel wat spierpijnen (zelfs de borstkas doet pijn van het zwoegend ademen), maar dat bedekken we met de mantel der liefde.

 

 

En nu is de trein vertrokken.

 

 

Op zaterdag 6 oktober lopen we alweer, vlotjes 1 uur en 10 minuten.

 

 

Zondag 7 oktober de racefiets op: 86 kilometer aan 30,5 km/uur gemiddeld, alleen, met de neus in de wind.

 

 

En op dinsdag 9 oktober trek ik om 9 uur 's ochtends de deur achter me dicht, voor alweer een duurloopje. 

 

 

De zon schijnt. 

 

 

Het is een mooie, maar koele ochtend, een ochtend vol belofte....

 

 

*****

 

 

"Ja, sport is gezond."

 

 

Ik zit inmiddels op de spoedafdeling van het A.Z. Elisabeth te Turnhout. 

 

 

Had mijn rechtervoet niet zo'n pijn gedaan, dan had ik de spoedarts een trap in zijn ballen verkocht.

 

 

Ik zit er helse pijnen uit te zweten, met een rechtervoet die gezwollen is tot één grote klomp en meneer de arts denkt even cynisch te moeten debiteren:

 

 

"Ja, sport is gezond."

 

 

De dokter sprak dan ook nog eens een soort gebrekkig Nederlands, met een buitenlands accent dat een afkomst verraadt van ergens ver weg achter het ijzeren gordijn. 

 

 

 

Het had wel wat weg van Borat. 

 

 

Ik dacht écht dat ik beland was in één of ander verborgen camera-programma.

 

 

Maar mijn kop stond er niet naar.

 

 

"We gaan een paar fotokes maken, om uit te sluiten of er een scheurtje of een breuk in het kuitbeen is", zei Borat, waarop ik terug naar de wachtzaal mocht huppelen.

 

 

****

 

 

In de wachtzaal overdenk ik wat er me vandaag is overkomen.

 

 

Na een kilometertje of twee (ik begon net op bedrijfstemperatuur te komen) loop ik de Tikkenhaenweg in (een pittoresk zandpaadje).

 

 

En daar verzwik ik drastisch mijn rechtervoet.  Ik hoorde een krak en voelde een verzengende pijnstoot door mijn been schieten.  Een milliseconde later sta ik voorover gebogen de pijn te verbijten.  Ik voel me misselijk en kan nog net mijn ontbijt binnen houden.

 

 

Ik besef meteen dat mijn gewrichtsbanden zwaar geraakt zijn.  Of erger.

 

 

Dit is een ware verschrikking.  Ik brul keihard mijn frustraties uit.  Paarden schrikken op, koeien zijn van hun melk.

 

 

Iets meer dan vijf weken geleden mankte ik met een geblesseerde hamstring kilometers ver, nu moet ik met verrokken (of ingescheurde) gewrichtsbanden opnieuw kilometers naar huis.

 

 

De pijn is amper te harden.

 

 

En ik merk dat mijn enkel, ondanks de compressiekous, érg opgezwollen is.

 

 

Dit is niet goed.

 

 

En geen enkele auto die stopt om me een lift te geven. 

 

 

En te trots om te liften, dat ook natuurlijk.

 

 

 

*****

 

 

Thuis.

 

 

Ik bel mijn kiné.

 

 

Die me onmiddellijk aanraadt naar de dokter te gaan.

 

 

De dokter vreest voor een breuk of scheur in het kuitbeen en stuurt me vervolgens naar het ziekenhuis.

 

  

 

Ik ben vooral bang. 

 

 

Bang voor grote schade. 

 

 

Bang voor alweer weken miserie. 

 

 

Bang. 

 

 

En moe. 

 

 

Beu.

 

 

 

*****

 

 

 

De wachtzaal van spoed zit vol ongelukkige mensen. 

 

 

Als wrakhout aangespoeld.

 

 

Arbeidsongevallen.

 

 

 

Een jongeman, in een overall van een bandencentrale, met een verbrijzelde vinger.

 

 

Ik vraag me af wat Borat tegen hem zou gezegd hebben?

 

 

Trek eens aan mijn vinger?

 

 

 

Een bouwvakker die een zware elektrische stoot had geïncasseerd. 

 

 

Wow, gij geeft licht!!!!

 

 

Een man met een gebroken hand. 

 

 

High five!!!

 

 

 

En ik.  

 

 

Sport is gezond.

 

 

*****

 

 

Volgens Borat is er goed nieuws en slecht nieuws.

 

 

Het goede nieuws is dat de foto's geen breuk aan het licht hebben gebracht.

 

 

Het slechte nieuws is dat de gewrichtsbanden erg zwaar zijn geraakt.

 

 

Borat zegt dat er twee mogelijkheden zijn, maar dan verschijnt er een twinkeling in zijn ogen en zegt hij dat er in feite vier behandelingsmethoden zijn, te weten:

 

1. hij zet mijn rechterbeen af tot net onder de knie. 

 

Ik kijk vol ongeloof naar mijn vrouw.  Borat kijkt me verwachtingsvol aan, maar ik kan het niet opbrengen om te lachen.  Jeeezus, Borat, humor, laat dat over aan zij die er verstand van hebben....

 

2. hij doet niets en stuurt me naar huis met een scheepslading pijnstillers (waarna iets onduidelijks volgde over besparingen en Di Rupo). 

 

Mijn vrouw ziet zich verplicht om tussenbeide te komen en mijn handen van de nek van Borat te trekken, die inmiddels al wat blauwtjes aanloopt.

 

3. intapen, maar dan zal het herstel langere tijd vergen.

 

Nope, het moet vooruit gaan.

 

4. een weekje gips, en dan revalidatie.

 

 

 

Daarom, beste vrienden lopers, zit uw dienaar een weekje in een gipsverband.  Volgende week woensdag mag de gips er af. 

 

 

Mijn eerste afspraak bij kiné Tom is op donderdag. 

 

 

En mijn ervaring leert me dat ik weer zit aan te kijken tegen een wekenlange revalidatie. 

 

 

 

Het is om moedeloos van te worden.  En fietsen kan ook niet.

 

 

Ik kan helemaal niks.

 

 

Met twee krukken rondhuppelen in huis. 

 

 

En de vrouw rondcommanderen.

 

 

Maar ze is weg, deze voormiddag.

 

 

En ik kan helemaal niks.

 

 

 

****

 

 

Als je twee krukken nodig hebt om te bewegen, dan heb je geen hand meer vrij om iets te dragen, of vast te pakken.

 

 

En dan wordt een kop koffie zetten een zenuwslopende onderneming. 

 

 

Het kopje staat rechtsboven in de kast. 

Krukken neer, balanceren op één been, kopje pakken en zo ver mogelijk richting Senseo schuiven.

Krukken pakken en richting bestekschuif gaan.

Krukken neer. 

Balanceren op één been, lepeltje pakken en zo ver mogelijk richting Senseo schuiven. 

Kopje ook wat verder doorschuiven.

Krukken pakken en naar Senseo gaan.

Krukken neer. 

Balanceren op één been. 

Lepeltje pakken, kopje pakken (staat nét iets te ver, maar het lukt toch). 

Kopje en lepeltje onder Senseo zetten.

Nieuw padje in Senseo steken. 

Senseo opzetten.

Krukken pakken en richting ijskast gaan. 

Krukken neer, balanceren op één been, melk nemen en op tafel zetten.

Krukken pakken en naar Senseo gaan. 

Krukken neer, balanceren op én been, melk van tafel nemen en bij Senseo zetten.

Druk op het startknopje van de Senseo.

 

 

Het aroma komt je tegemoet, zodra je het pakje opendoet. 

 

Roep je Van Nelle.

 

 

Dat wou ik beginnen zingen, maar dan begint het alarmlichtje te knipperen dat meldt dat het waterreservoir van de Senseo leeg is. 

 

En mijn kop koffie is nauwelijks halfvol.

 

En de waterkraan staat aan de andere kant van de keuken.

 

 

God is een sadist.

 

 

*****

 

 

Of neem zoiets onnozels als de brievenbus leegmaken.

 

 

Ik pikkel op krukken naar de brievenbus. 

 

 

Waar zijn de sleuteltjes?

 

 

Binnen.

 

 

Godver.

 

 

Ik neem beide krukken in één hand, sta te balanceren op één been, en steek mijn dunne pols in de spleet van de brievenbus. 

 

 

Ik peuter de scheepslading verkiezingsdrukwerk, reclamefolders en rekeningen uit de brievenbus.

 

 

Ik laat een kruk uit mijn handen vallen.

 

 

Dan merk ik dat ik onmogelijk het hele pak kan dragen in combinatie met mijn twee krukken.  En het pak is té dik om in mijn mond te steken.

 

 

Ik wrik het hele pakket vooraan in mijn broek.

 

 

Merk vervolgens dat ik met dat ganse pakket post in mijn broek niet voorover kan buigen om de gevallen kruk te pakken.

 

 

 

Haal alles uit de broek (toch wat post is).

 

 

De helft van de post klettert op de grond.

 

 

Alles opgeraapt.

 

 

Post achteraan in de broek gestoken.

 

 

Bukken voor kruk 2.

 

 

Ik zweer het u, de landing in Normandië was, logistiek gesproken, kinderspel vergeleken met het leegmaken van de brievenbus deze ochtend.

 

 

Maar de post bracht een aantal verrassingen die de bitterzoete pijn van mijn tijdelijk bestaan op krukken verlicht. 

 

 

Een kaart met handtekeningen van de vrienden van AVN.  Ze wensen mij een snel herstel. 

 

 

En nog een opkikkertje.  Een kaart, van Els.

 

 

En een kaart van de organisatoren van de 20 Km door Brussel

 

 

En een telegram van Haile Gebrselassie.

 

 

En een pakje met daarin een bidon van Lance Armstrong.  Ik heb er even van geproefd en heb een kwartier later de hometrainer aan flarden gereden, gek is dat.

 

 

HPIM1170.JPG

15:46 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

20-09-12

Open brief aan Ingmar Kamprad

Open brief aan Ingmar Kamprad

 

 

Is het inmiddels al 14 dagen geleden?

 

Die schrikwekkende gebeurtenis in Wortel?

 

De ondergang op de Landlopersjogging?

 

 

 

Waar uw dienaar zich blesseerde en als een geknakte adelaar vleugellam ten gronde ging?

 

 

Inmiddels bekend als het drama van de gevallen engel.

 

 

*****

 

 

De afgelopen twee weken stonden in het teken van furieuze revalidatie en alternatieve training.

 

 

Furieuze revalidatie met mijn hoogstpersoonlijke wonderdoktoor en loopgoeroe Tom B.

 

 

Zijn oordeel, waar ik blindelings op vertrouw, was dat er van een scheurtje in de hamstring geen sprake was. 

 

 

Zo ken ik mijn Tom weer!

 

 

Een verrekking dus. 

 

En dat het wellicht slechts een kwestie van een paar weken zou zijn. 

 

 

Tom B., mijn Messias!  Kom hier, dat ik u aan mijn jagende hart druk. 

 

 

  

*****

 

 

Alternatieve training met de racefiets. 

 

 

Iets wat we de laatste maanden al combineerden met de looptrainingen.

 

 

 

In de afgelopen twee blessureweken heb ik een slordige 500 km gefietst, met wisselend gevoel. 

 

 

Misschien was het niet bepaald een bijster goed idee om binnen de 48 uur na het oplopen van de blessure al te gaan fietsen, maar ik moest en zou het proberen. 

 

 

Kwestie van mijn rust te behouden.

 

En mijn broze mentale evenwicht.

 

Mijn magere conditie.

 

Mijn iets minder mager lichaamsgewicht.

 

 

 

De eerste fietstraining was een hel. 

 

  

De linkerbil was dusdanig verzwakt dat ik tijdens de eerste fietstocht onbewust de inspanning vooral via het rechterbeen leverde, waardoor ik na een kilometer of twintig al een verkrampt gevoel kreeg rechts.  Nadien begon de linkerhamstring ook nog eens te protesteren, te verkrampen.  

 

 

Dat ik niet gelukkig was op mijn fiets, dat spreekt voor zich.

 

Lopen lukt niet, fietsen ook maar half...

 

 

De hamstring registreerde daarnaast ook nog eens elk vermaledijd bultje in het wegdek (en God, én bij uitbreiding zijn sidekick op Openbare Werken Hilde Crevits, weten dat er behoorlijk veel bultjes in het wegdek zijn).

 

 

En nu pas kon ik aan den lijve ondervinden dat er zoveel verschillende soorten wegdek zijn. 

 

 

Zo kent bijvoorbeeld asfalt vele verschijningsvormen:

 

  • asfalt op de wijze van Francorchamps, zijnde zo strak als de kont van Pippa Middleton,

  • opgelapt asfalt, met links en rechts vlakken die dieper of hoger liggen (kunnen ze dat echt niet op hetzelfde niveau leggen???); asfalt zijnde zo strak als de bilpartij van Miss België anno 1950,

  • asfalt met grove kiezel in verwerkt, zijnde zo strak als het aangezicht van Herman Brusselmans.

 

 

Betonplaten met van die opstaande richels pek tussen.

 

 

Wiens idee was dat?

 

 

Betonklinkers met duizenden voegjes tussen, voegen die je banden en kader trillend doen meezoemen, betonmedeklinkers, als u het mij vraagt.

 

 

En de hamstring registreerde het allemaal.

 

 

Het liep voor geen meter.

 

 

Rampzalig.

 

 

Maar per fietstraining liep het telkens een stukje beter, tot ik eind deze week alweer vlotjes op het jaagpad naast het schuimbekkende Albertkanaal vloog, windaf de snelheidsmeter trillend tussen de 37 en 47 kilometer per uur, pedalerend op de grote plateau, onderwijl een schalks lied fluitend, terwijl heelder horden wielertoeristen stierven in mijn wiel, er vervolgens en danseuse uit gekletst werden, terwijl ze zich wanhopig afvroegen wie dat schriel manneke was op die oogverblindend mooie witte Cannondale met die schone, nieuwe thermische drinkbus in zijn tweede drinkbushouder.  Wie was deze elegant bezonnebrilde en mooi gebronzeerde wielerhalfgod met gestaalde kuiten, flitsend ritmisch pompend en beukend als pistons van een oceaanstomer het grote mes rondduwend, met een ietwat iele schouderpartij oogstrelend luchtlagen doorklievend  als een herrezen adelaar van Toledo, het hoofd vrank en vrij gestoken in een matzwarte helm van het merk Giro?

 

 

Zou hij daar El Bandido kunnen zijn?

 

 

Neen, gij onverlaat, het was ik.

 

 

Ik bedoel maar, het fietsen liep terug lekker.

 

 

***** 

 

 

 

De revalidatie inmiddels ook.

 

Tom B., de magiër, kneedde de spieren en pezen terug in het gelid. 

 

De tijd, die grote heelmeester, bracht raad en wederopstanding.

 

 

 

*****

 

 

De afgelopen twee weken zijn toch sneller voorbij geschoten dan ik dacht. 

 

 

Ook wel omdat ik inmiddels officieel benoemd ben tot Grootmeester der inbussleutel.

 

Wij hebben de IKEA namelijk leeggeroofd, want de kinderen moesten weer maar eens van alle soorten meubelen hebben op kot. 

 

Meubelen die we volgend jaar alweer naar het containerpark zullen moeten zeulen (waar er "we" staat in deze zin, dient u eigenlijk het, toegegeven, egocentrische "ik" te lezen).

 

 

Ik heb inmiddels 300 inbussleutels.  Allemaal dezelfde maat.

 

 

En pijnlijke polsen van het geschroef ! 

 

 

 

*****

 

 

Kind 1 heeft een nieuw kot (kot = studentenkamer voor de beschaafden onder ons). 

 

 

Met een mezzanine als slaapgedeelte. 

 

Ik stel voor dat u nu even het liedje Mijn Mansarde van Wannes van de Velde op de achtergrond afspeelt, dat vat het geheel een beetje beeldend samen.

 

 

De middeleeuwse houten balken zijn mooi verwerkt in de mezzanine. 

 

 

Het hagelnieuwe IKEA-bed van Kind 1 is een tweepersoonsbed.  Geweldig interessant om al die pakketten via zo'n klein, gammel trapje de mezzanine op te sleuren.

 

 

We scheuren alle pakketten van het bed open en een waterval aan schroeven en montagegerief regent om ons heen.

 

 

  Leuk is dat.

 

 

Na het bijeen scharrelen van al die rommel sta ik terug recht en stoot genadeloos hard mijn hoofd tegen de laagste middeleeuwse balk. 

 

 

Dat Kind 1 daarbij in een lachkramp schiet is geheel toe te schrijven aan een opvoedingsplan dat jammerlijk gefaald heeft, zoveel is duidelijk.   Bij Kind 2 is het, tussen haakjes, niet veel beter verlopen, vrees ik, integendeel zelfs....

 

 

Nadat we een klein uur geruzied hebben wie het plan mag lezen en vooral waarom niet, begint het moeizame geassembleer (terwijl buiten de parkeermeter geld zit te vreten à rato van 1 euro per half uur).

 

 

Het bedkader in mekaar schroeven levert verrassend genoeg geen noemenswaardige problemen op.   Twee schaafwonden en een blauwe duim, maar verder niks.

 

 

Maar dan moet uw dienaar twee lattoflexen ineen steken.

 

 

Ik monteer de eerste lattoflex, daarbij nauwgezet alle 88 stappen van de handleiding volgend.

 

 

Na 735 ridicule vijsjes is de eerste lattoflex een feit.  En, gek genoeg, het ziet er ook uit als een lattoflex.

 

 

De handleiding is inmiddels één natte dweil van mijn zweetdruppels (heet dat het was op die mezzanine, heet!).

 

 

Tussen haakjes: mijn zweetdruppels zijn zeldzamer dan uranium.  Duurder dan de duurste vloeistof op aarde.  Wat trouwens printerinkt is (duurder dan kerosine per liter, tel het maar eens uit).

 

 

 

De eerste lattoflex is af. 

 

 

Er wacht me een tweede, identieke exemplaar.

 

 

Heren, u herkent dit scenario waarschijnlijk wel.

 

 

Wanneer je een tweede exemplaar van iets in mekaar moet steken, dan sluipt er dat typisch mannelijk trekje in.

 

 

Zo van:

 

 

Pfoeh!  Die handleiding heb ik niet meer nodig.

 

 

Ik heb namelijk technisch inzicht.

 

 

En ervaring.

 

 

 

En de herkenbare razernij wanneer Kind 1 plots opmerkt:

 

 

"Pa, je bent vergeten dit spanlint mee

 

in te werken in de lattoflex."

 

 

En daarbij in een lachkramp schiet.

 

 

Er schiet me van alles door het hoofd.

 

 

 

Respect voor de ouderling?

 

 

Vergeet het!

 

 

 

Respect voor hij die hem verwekt heeft?

 

 

Nog niet bijna !

 

 

 

Never bite the hand that feeds?

 

 

Bijten zal hij !

 

 

 

 

Waarom moest mijn vrouw zonodig kinderen kopen ?????

 

 

 

Waarna je alles terug mag losvijzen.  735 van die klotevijzen. 

 

 

Meneer Ingmar Kamprad, u die IKEA op de wereld heeft losgelaten, heeft u enig besef hoeveel relaties er spaak zijn gelopen omwille van uw producten?  

 

 

Hoeveel mannen hun laatste restje mannelijkheid verloren hebben, enkel door naar een quasi onontcijferbare handleiding te staan staren?

 

 

Hoeveel godverdoemmes u op uw geweten hebt?

 

 

En ik had dit jaar weer maar eens  één schroef teveel.  

 

 

En dat ik daar, mijnheer Kamprad,  bijna niet van kan slapen?

 

 

Kan u nog wel slapen, Kamprad?

 

 

 

 

*****

 

 Zaterdag 15 september.

 

 

Enfin, vandaag mocht ik dus gaan testen. 

 

 

Een testloopje. 

 

 

Niet te zot, niet te geweldig.

 

 

Ach, mijmer ik nu zomaar wat voor mij uit,  was mijn lichaam maar een bouwpakket van IKEA, dan kon ik bij een defect de inbussleutel bovenhalen en het defecte onderdeel er uit schroeven.

 

 

Maar zo werkt het helaas niet.

 

 

U, beste lezer, die hier al eens eerder een bezoek bracht, weet dat ik niet bepaald vies ben van wat dramatiek.  In de wandelgangen hoor ik soms wel eens koortsachtig fluisteren dat ik durf te overdrijven. 

 

 

Niets is minder waar.

 

 

Maar vandaag had ik me voorgenomen om het lot wat te tarten en exact dezelfde outfit aan te trekken waarin ik liep op de fatale dag 14 dagen geleden.

 

 

En dat ik naar het Bootjesven zou lopen, de plaats waar het fout liep, om God, klein Pierke, alle bomen en struiken, eenden en ganzen (Frank T. kan u op eenvoudig verzoek het verschil tussen beide soorten uitleggen) een neus te zetten.

 

 

Mark 4 weken aan de kant?

 

 

4 weken?

 

 

Belachelijk.

 

 

Ik ben namelijk the Come Back Kid!

 

 

*****

 

 

Aangekleed.

 

 

Nieuwe compressiekousen aangeklungeld.

 

 

Brooks Ravenna 3 aan de voetjes.

 

 

Nog wat tijd winnen, want hoe langer ik thuis blijf, hoe langer ik niet opnieuw gekwetst ben.

 

 

Hoe is het in Godsnaam zo ver kunnen komen?

 

 

*****

 

 

Wel, de eerste testloop is een mager beestje geworden.

 

 

Ik heb een uurtje gelopen.

 

 

Neen, dat klopt niet.

 

 

Ik heb een uurtje rondgeschuifeld tegen 9 à 10 per uur.  Geen pijn gevoeld, dat is het goede nieuws.  Het iets minder goede nieuws is dat er nog steeds iets niet goed zit in die hamstring. 

 

 

Er trekt iets, er zit iets in de weg, er wringt iets.

 

 

Mijn gemiddelde hartslag is hilarisch: 110.

 

 

Ik ben er van overtuigd dat ik een hogere hartslag heb wanneer ik een boterham met choco smeer. 

 

 

 

Maar goed, stap 1 is gezet.

 

 

Donderdag training met de atletiekclub. 

 

 

Ik mag van Tom B. meelopen, maar moet explosieve inspanningen mijden. 

 

 

Iemand zal mijn temperament moeten temperen, vrees ik.

 

 

 

 

18:18 Gepost door Mark | Permalink | Commentaren (5) |  Facebook |

04-09-12

Lucifer

 

Lucifer

 

 

"Je hebt toch een back-up gemaakt?"

 

"Heeeuum, neen", antwoordde ik, geheel naar waarheid.

 

 

"Dus al je mails, al je worddocumenten, al je foto's en God mag weten wat nog allemaal staat enkel op de harde schijf van deze computer?"

 

 "Heeeeuum, ja".

 

 

 

"Ik zie daar toch een externe harde schijf staan van 2 terra.  Waarvoor gebruik je die dan?"

 

 

"Heeeeuum, voor mijn kop koffie op te zetten."

 

 

 

"Hè?"

 

 

"Ja, dat ding is mooi vlak bovenaan.  En de rest van mijn bureau is één grote vuilnisbelt.  En wist ik veel waar dat voor diende."

 

 

 

 

Ja, als mijn computermannetje op mijn bureau komt, dan voel ik me weer die kleine, bange schooljongen van 12 jaar. 

 

Doe alles verkeerd en heb ook nog eens een héél slecht schoolrapport gekregen. 

 

 

"Mark kan veel beter", stond er meestal te lezen.  

 

En dat klopte.

 

 

Binnen de vijf minuten heeft mijn computerman mij een schuldgevoel aangepraat, terwijl ik hem godverdomme nota bene ook nog eens betaal.

 

 

 

*****

 

 

 

Vorige zondag was mijn computer uitgevallen.  Toen ik hem opnieuw wou opstarten, lukte dat niet.  Bleek dat de zekering van de stopcontacten was gesprongen. 

 

 

 

Zekering terug ingeschakeld, computer opgezet en toen ging alles grondig fout.

 

 

 

PRRRRTTTTTTTJJJKLKLRLLLLLRLLRLMS

 

 

klonk het.

 

 

En er kwam

 

WITTE ROOK

 

 

 

uit (neen, we hebben geen nieuwe paus).

 

 

 

 En heel de kamer rook naar

 

 

DE STANK VAN OPGEBRANDE

 

ELEKTRONISCHE COMPONENTEN.

 

 

 

En dat was niet lekker.

 

 

 

 

Mijn computer staat op de kamer waar mijn vrouw strijkt. 

 

 

Mijn vrouw hoort mijn panische hulpkreten en komt als een kloeke heraut de kamer binnengestormd.

 

 

 

Wat ziet mijn vrouw?

 

 

Haar echtgenoot op de knieën naast een fel rokende PC.  Hij is als een waanzinnige snoeren uit die PC aan het rukken.  En dat zijn er dus wel een paar: printer, geluid, muis, toetsenbord, externe harde schijf (ook wel legplank koffiekop genoemd), beeldscherm, internetkabel, stroomkabel...

 

 

 

Wat doet mijn vrouw?

 

Mij ter hulp schieten?

 

Neen.  Zij begint als een bezetene het wasgoed buiten te slepen, omdat ze wil vermijden dat ze alles opnieuw moet wassen omwille van de brandlucht.

 

 

 

Dat ik ongeveer zélf in brand sta, is voor haar van ondergeschikt belang, hoogstens een bagatel.

 

 

Neen, het wasgoed dient gered.

 

 

*****

 

 

Nu ja, ik had ook niet anders verwacht van mijn vrouw. 

 

 

Ten slotte kan ze haar afkomst niet verloochenen. 

 

 

U moet weten dat haar moeder, de mémé, ook een ongezonde fascinatie heeft voor brandende computers.

 

 

 

Ooit had de mémé een computer, een afdankertje, in huis.  Gewoon gestockeerd, nooit gebruikt (de mémé vindt dat een telefoontoestel qua decadent modernisme al bijna over het randje is).

 

 

Op een dag neemt de mémé het eenzijdig besluit dat die computer weg mag.

 

 

Tegenwoordig recycleren ze die dingen tot in het waanzinnige.  Zelfs de laatste drupjes edele metalen worden in één of andere bananenrepubliek er uit gepuurd.  Ik, om maar iemand te noemen, recycleer zelfs de koffie uit gebruikte senseopads.

 

 

 

Zo niet de mémé.

 

 

Recycleren?

 

 

Dat is voor coiffeurs en janetten.

 

 

Neen, de mémé hult zich in haar lange lederen jas (type Gestapo), draait een sigaretje met een kwart pagina van de Gouden Gids, rochelt een groene fluim op, doet haar ook al groene gummi botten aan en begeeft zich naar de tuin, terwijl ze het volgende stichtende liedje scandeert:

 

 

I'm the God of Hellfire, and I bring you FIRE....

 

 

Oehoehoe (of iets van die strekking)

 

 

I'll take you to burn.

 

 

 

Computer, beeldscherm en printer in een kuil in de tuin. 

 

Een litertje afgedraaide olie en een oude autoband er overheen. 

 

 

Een lucifer er bij flikkeren en alles de hens in.

 

 

 

Zwarte rookwolken. 

 

 

Imploderend beeldscherm.

 

 

 

Dekking zoeken.

 

 

Recyclage mémé style!

 

 

*****

 

 

 

Enfin. 

 

Mijn computermannetje zegt dat de voeding wellicht opgesmoord is na een kortsluiting en dat in het slechtste geval alles kapot is: videokaart, processor, moederbord, geheugenlatjes, harde schijf en wat nog voor zooi er allemaal in een PC steekt.  En dat het goed mogelijk is dat ik ook alle gegevens zal moeten laten recoveren van die harde schijf.

 

 

Was die harde schijf opgedeeld in partities?  vraagt hij nog.

 

 

Weet ik veel.

 

 

En of ik de doos nog had van die voeding.

 

 

"Doos?", vraag ik beduusd.

 

 

"Ja, doos."

 

 

"Hoe doos?", ik opnieuw.

 

 

"Doos, karton, inpakding, verpakking."

 

 

"Waarom?", vraag ik.

 

 

"Ja, als die voeding jonger is dan drie jaar, dan zit die nog in garantie", zegt computerman.

 

 

"Dus, je wil zeggen dat ik van alle apparaten in huis de doos moet bijhouden?"

 

 

"Ja, natuurlijk", zegt de IT-nerd.

 

 

"Dus als ik het goed begrijp, dan moet ik van de 4 GSM's, de 2 laptops, de 2 PC's, de scanners, de printers, de beeldschermen, de 4 TV's, de föhn, de grasmaaier, de koffiezetapparaten, elektrische tandenborstel, de microgolfovens, de Blu-Ray spelers, de DVD's, de Playstations, de MP3's, wafelijzer, de surroundsystemen, vaatwasser, antwoordapparaten, naaimachine, faxmachines, graskantmaaiers, auto's, GPS, strijkmachines, airco's, ijskasten, diepvriezers, combi-ovens, broodroosters, friteuses, elektrische fietsen, hartslagmeters, mixers, radio's, CD-spelers, digicorders, krultangen, bladblazers, eierkoker, hakselaars, slijpschijven, wasmachine, boormachines, de groentenhakker van Piet Huysentruyt, decoupeerzagen, stofzuigers, vlakschuurmachines, stereo-installaties, snoeischaren, droogkast,  de doos bijhouden?

 

 

"Ja", zegt hij laconiek.

 

 

Ja, mijn oor.

 

 

******

 

 

Vrijdag 31 augustus 2012

 

Vandaag staat de Landlopersjogging te Wortel op het programma. 

 

Er zijn een aantal goede redenen om NIET te starten:

  • mijn hamstring rechts is nog lichtjes pijnlijk (restschade van de Descente),
  • mijn linker heupkam zeurt ook nog wat (van mijn valpartij, mijn hoogstpersoonlijke Descente dans la boue, zeg maar),
  • mijn nieuwe schoenen.

 

 

Dat laatste punt vraagt enige duiding, merk ik. 

 

Ik zie u wel vragend de wenkbrauwen fronsen, ja u daar, aan uw PC.

 

 

Mijn Sauconys waren allebei gescheurd na de Descente.  Dus zag ik mij genoodzaakt nieuwe loopschoenen te kopen.

 

En omdat ik nooit écht een goed gevoel had bij die Sauconys, wou ik absoluut terug naar mijn ouwe, vertrouwde Brooks.

 

 

Het zijn Brooks Ravenna's 3 geworden.

 

 

Zing, vecht, huil, bid, lach, werk en bewonder mijn nieuwe Brooks.

 

 

imagesCA7DB23O.jpg

 

Wreed schoon schoenen. 

 

Sterker nog, ik heb er zo twee; voor elke voet eentje. 

 

 

Jaaaaaa, we hebben op geen euro gekeken, het mocht wat kosten!

 

 

Maar omdat ik afgelopen week exact nul meter heb gelopen, werd de Landlopersjogging de vuurdoop voor mijn nieuwe schoenen. 

 

Je sais, volgens de bijbel van het afstandslopen mag je niet met gloednieuwe schoenen meteen een wedstrijd lopen, maar nood breekt wet.

 

Dus er waren redenen genoeg om niet te starten.

 

 

En er waren natuurlijk ook 3 goede redenen om wél te starten:

 

  • de Landlopersjogging is een fantastisch mooie wedstrijd, zeg dat Benny G. het gezegd heeft,
  • ik ben daar graag,
  • ik doe dit graag.

 

 

*****

 

Wortel bruist.

 

Een gezellige drukte.

 

Loopwedstrijdjes voor de kinderen, een omroeper die alle plichtplegingen enthousiast voor zijn rekening neemt, nadarafsluitingen, plastic afspanlinten van een of andere grootbank, spandoeken, muziek, fluovestjes, jolijt, zang en drank.

 

 

Hamburgers met gebakken uienringen strelen het reukorgaan.

 

 

Inschrijven. 

 

Landlopers_jogging_2012__1_.jpg

 Eigenbak wafels, is me dat lang geleden!  Met warme chocomelk!

 

 

Enfin, toch behoorlijk lang getwijfeld of ik wel voor de langste afstand, de 10 mijl, zou kiezen.  Maar ik besef als geen ander dat ik het me niet zou vergeven als ik niet de langste afstand zou lopen.

 

 

Omkleden.

 

 

Opwarmen.

 

 

Geen centje pijn aan de hamstrings of aan de heupkam. 

 

 

En hoe goed voelt het aan om Brooks aan de voeten te dragen, u kunt dat niet geloven.

 

 

 

***** 

 

 

Het startvak staat proppensvol.  We staan opeengepakt als sardientjes in een doosje.  In eigen nat, trouwens.

 

Volk, een massa.

 

Landlopers_jogging_2012__116_.jpg

 

En dan wordt er afgeteld tot het startschot.

 

 

We zijn weg. 

 

 

De eerste honderd meters zit ik vast tussen trage lopers en wijven met een dik gat. 

 

 

Maar ik zoek de linkerkant op (aan die kant ben ik wel meer te vinden) en kan ik beginnen aan een lekker ouderwetse inhaalrace.

 

 

 

God, wat is dit heerlijk.

 

 

Zoeven doorheen bosjes tragere lopers.

 

 

En overal bekende lopers, bekende shirts.

 

 

Kasteellopers.

 

Atletiekclub Rijkevorsel.

 

Fast Action Team.

 

Wezels Omslagpunt.

 

Afstandslopers Vosselaar.

 

GAV.

 

 

En het shirt der shirten van de club der clubs, het zwarte shirt van AVN.

 

 

En verdomme, nu zie ik het pas, het zwarte shirt met witte letters AVN van Frank T., descenteganger, minstens 30 meter voor mij.

 

 

Een rode lap op een stier.

 

 

*****

 

 

We lopen richting Kolonie, bekend terrein. 

 

 

Wortel Kolonie, dit is mijn grond, dit is mijn tempel, waar ik quasi al mijn trainingskilometers afmaal.

 

Dit is Heilige Grond.

 

 

Er beginnen gaten te vallen in de lange sliert lopers.  Het is moeilijk in te schatten op welke positie je loopt; de verschillende afstanden lopen door mekaar (6 km, 9 km en 10 mijl).

 

 

De lange klinkerweg richting Kolonie.  Tijd om wat rond te kijken en inschattingen te maken.

 

 

In de verte nog een zwart shirt; looplegende Jan H., onbereikbaar als altijd.

 

 

Maar verdorie, wat bezielt Frank toch om zo'n moordend tempo te lopen.  Ik zit echt alles te geven en ik kom nauwelijks iets dichterbij (Frank loopt de 6 km, dus in feite hoef ik niet tot bij hem te lopen, maar alles is prestige,....).

 

 

Het groepje rond mij valt uit mekaar.  Jammer, want er staat wel wat wind. 

 

 

Een tiental meter voor mij uit loopt Paul V.R., ijzersterke duatleet uit Wuustwezel.  Ik begin me te realiseren dat ik hier niet op mijn plaats zit.  Paul volgen is waanzin.

 

 

Ik merk dat ik het gat op Paul niet alleen kan dichten en kijk om, op zoek naar hulp. Het uitgedund groepje loopt achter mij; ik besluit om ze bij mij te laten komen zodat ik wat kan schuilen voor de wind.

 

 

En ik denk vertwijfeld: Frank, hou nu toch eens op met dat geknal!

 

 

Wanneer het groepje eindelijk aansluit, merk ik dat Roland S. in dit groepje zit.

 

 

Dat kan ik dan weer niet verdragen.  Sympathieke gast, daar niet van, maar die moet er af.

 

 

Opnieuw leg ik de pees er op, enkele volgen, anderen lossen.

 

 

Bocht om, waterbevoorrading.

 

 

En plots staat Frank stil.  Hij pakt een bekertje water.

 

 

Beduusd loop ik verder.

 

Dit had ik niet verwacht.

 

 

 

***** 

 

 

 

Via de onverharde dreef komen we aan het punt waar de 6 km rechtdoor gaat en de langere afstanden rechtsaf moeten, richting Bootjesven.

 

 

Ik blik om en zie dat Roland S. (die de 9 km loopt) heeft moeten afhaken.

 

 

Ik knor tevreden.

 

 

Lekker hoe de wedstrijd verloopt.  Het voelt aan alsof ik er controle over heb.

 

 

De eerste kilometers heb ik de gashendel serieus opengegooid, maar zonder het gevoel te hebben dat ik me voorbij heb gelopen, ik heb niet het gevoel dat ik het tempo moet ondergaan.  En ik voel me prima, met nog wel een paar truukjes in de mouw en nog wat reserves in de tank.

 

 

En nu de machinerie écht goed op bedrijfstemperatuur is, merk ik van pijntjes of restschade niets meer.

 

 

*****

 

 

Bootjesven links van mij.

 

Dit is mijn speeltuin.

 

 

Ik besluit mijn metgezellen achter te laten en proberen aan te sluiten bij Paul, die nog altijd een meter of 15 voor mij uitloopt.

 

 

*****

 

 

Ik kijk nog eens achterom, zien wie waar zit .....

 

 

..... en toen gebeurde het.

 

 

 

Een verschroeiende pijnscheut in mijn linker hamstring.

 

 

Ik grijp in een reflex naar mijn bil, zet nog twee pijnlijke stappen en kom tot stilstand.

 

 

In een flits besef ik: game over.

 

 

 

God, neen.

 

 

 

NEEN !!!!

 

 

Niet opnieuw!!!

 

 

 

 

 

Lopers schieten me voorbij.

 

 

Roepen me iets toe, woorden die niet eens tot me doordringen...

 

 

Er is iets geknapt, iets gescheurd in mijn bil. 

 

 

De rechterbil was pijnlijk voor de start, maar o bitterzoete ironie, het is mijn linker die het begeeft.

 

 

 

Ik sta licht voorover gebogen de schade op te nemen. 

 

 

Ik krijg mijn linkerbeen niet meer gestrekt. 

 

 

De pijn is overweldigend, maar het hartzeer is mogelijk nog erger.

 

 

Het besef dat het weer kapot is, begint binnen te sijpelen.

 

 

Nog één keer probeer ik lichtjes te joggen, maar ik moet het hoofd buigen.

 

 

Het zweet loopt van mijn lijf, terwijl mijn ademhaling terug een normaal ritme vindt. 

 

 

 

Het maalt in mijn hoofd. 

 

 

Het snijdt.

 

 

Clubgenoten zien me vertwijfeld langs de kant staan. 

 

 

Bezorgde blikken, een aanmoedigend woord.

 

 

De ontgoocheling verbijten.

 

De pijn verbijten.

 

De tranen verbijten.

 

 

 

Nog steeds trekt de karavaan lopers aan mij voorbij, terwijl ik mankend, sakkerend en innerlijk jankend aan de kant sta. 

 

 

Het geluid van het knarsende grind onder zovele loopschoenen.

 

 

 

En na wat een eeuwigheid lijkt, is de laatste loper voorbij.

 

 

 

***** 

 

 

 

Ik sta moederziel alleen in de bossen van Wortel. 

 

 

Geen levende ziel te bespeuren. 

 

 

Gek dat hier daarnet nog een wedstrijd voorbij trok. 

 

 

Nu ben ik hier, alleen. 

 

 

Omgeven door monumentale stilte.

 

 

Niets meer te bespeuren van de hectiek.

 

 

 

En ik ben kilometers weg van de startplaats. 

 

 

In de verte zie ik seingevers.

 

 

Ik mank in hun richting.

 

 

Ze zeggen me dat ik kan wachten tot de wedstrijd voorbij is, en dan daarna met hen mee kan rijden.

 

 

 

Ik heb geen zin om te wachten. 

 

 

Ik koel ook behoorlijk snel af. 

 

 

En eigenlijk wil ik niemand zien, niemand horen. 

 

 

Eigenlijk wil ik hier niet zijn.

 

 

Ik wil desnoods mijn ziel verkopen aan de duivel, in ruil voor een intacte hamstring.

 

 

 

Ik mank verder. 

 

 

Een misstap stuurt nog eens een verzengende pijnscheut door de linkerbil.

 

 

 

Eindeloze dreef.

 

 

Vogels fluiten.

 

 

Bomen ruisen.

 

 

Een wandelaar met een hond.

 

 

 

Sombere gedachten.

 

 

Schrijnend.

 

 

Ik ben dit zo hartsgrondig beu.

 

 

Ik geef het op.

 

 

Ik stop ermee. 

 

 

Het is me het allemaal niet meer waard. 

 

 

 

***** 

 

 

 

Ik mank verder door de dreef. 

 

 

Parallel aan deze dreef loopt de wedstrijd. 

 

 

Ik kan ze goddank niet zien lopen. 

 

 

Maar in mijn hoofd lopen ze daar wél. 

 

 

Ze hijgen, zweten, lopen!

 

 

Ik adem, ril, mank!

 

 

 

Het begint lichtjes te motregenen.

 

 

Onder het bladerdek van de statige bomen heerst relatieve duisternis. 

 

 

In harmonie met mijn gedachten. 

 

 

Een blad wordt opgejaagd door een windstoot. 

 

 

Hoe eenzaam kan een mens zich voelen?

 

 

Door God verlaten.

 

 

Ik strompel eindelijk het bos uit.

 

 

Ik kijk om mij heen. 

 

 

En blijf even stilstaan.

 

 

Achter mij schilderen de laatste zonnestralen een majestueuze regenboog tegen de horizon.

 

 

 

Nog enkele honderden meters manken en dan beland ik weer op het parcours.

 

 

En ik zie in de verte de winnaar op de 10 mijl lopen. 

 

 

En de tweede.

 

 

En de derde.

 

 

 

 

 

Ik ben moe. 

 

 

Leeg.

 

 

Maar vooral ontgoocheld.

 

 

In mezelf.

 

 

In mijn lichaam.

 

 

 

*****

 

 

Maandag 3 september 2012

 

Jezus, wat is mijn dokter een eigenwijs man.

 

Is voor geen rede vatbaar.

 

Wil niet luisteren naar wat ik wil.

 

En zit maar te zeuren over rust.

 

Dat ik minstens 4 weken niet mag lopen.

 

En dat het volgende week al een héél stuk beter zal zijn, maar dat ik dan absoluut niet de fout mag maken om te proberen te gaan lopen.  Want dat ik dan binnen het uur terug bij hem in zijn kabinet zal staan.

 

 

4 weken niet lopen.

 

4 weken.

 

4.

 

 

Dat is niet wat ik wil horen.

 

 

12:52 Gepost door Mark | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

28-08-12

Twee koffies en een Chimay

 

 

Twee koffies en een Chimay

 

 

Zaterdag 18 augustus 2012

 

 

Het zomert ongenadig hard in de Kempen. 

 

 

Toen ik daarstraks de auto startte, moest ik onwillekeurig denken aan die ene verkeerstip van de pechverhelper.  Tijdens de zomer krijgen ze namelijk redelijk frequent af te rekenen met platte batterijen omwille van de airco in de wagen die teveel energie vreet bij het opstarten van de wagen.  Hun tip was om de airco niet meteen volle bak te zetten, maar hoogstens 6 graden minder dan de buitentemperatuur.

 

 

Ik kijk op het display van mijn boordcomputer.

 

 

Buitentemperatuur: 36 graden.

 

 

Moet ik nu mijn verwarming op 30° zetten??????

 

  

 

*****

 

 

Donderdag 23 augustus.

 

 

Een tweedaagse vakantie in de Ardennen.

 

We brengen een bezoek aan de grotten van Remouchamps

 

 

Het is even wachten op de gids; Wallonië, u weet wel.... 

 

 

Dan maar wat mensen kijken. 

 

 

Altijd leuk. 

 

 

 

Een blondine vraagt hormonaal onze aandacht. 

 

Leeftijd: moeilijk in te schatten, maar toch behoorlijk wat kilometers op de teller. 

 

Ze heeft een topje aan dat wanhopig probeert de konijnen in het hok te houden. 

 

Ellenlange benen eindigen in een jeans shortje. 

 

Een shortje waar weinig stof aan verloren is gegaan. 

 

Ik bedoel maar: sommige van mijn zakdoeken zijn groter. 

 

Een shortje dat in bepaalde kontreien vraagt om een arrestatie voor openbare zedenschennis. 

 

 

 

Het is 10 graden in de grot.

 

 

Ze heeft het koud.  Dat wordt aanschouwelijk gemaakt in het topje.

 

 

Plots, en dit is ongelogen, laat ze haar jeansbroekje langs haar benen naar beneden glijden.  Een hele lange afdaling, dat moet gezegd.

 

 

Zeggen dat ik overvallen werd door een lichte vorm van consternatie is vermoedelijk dé understatement van de week.

 

 

Onder het shortje bevindt zich een zwart broekje.

 

 

Geen Sloggi (100 % Katoen, kookwas) waar alles grondig in kan opgeborgen worden, neen, eerder een zwart frivool ding dat uiterst geschikt is om de French Cancan mee te dansen.

 

 

Omdat ik vanuit mijn standpunt niet goed kon inschatten of het synthetische niemendalletje een string was, schuifel ik wat weg van mijn vrouw om enerzijds de nodige vaststellingen daaromtrent te doen en om anderzijds de derrière van deze deerne ten gronde te kunnen bewonderen. 

 

Een kuchje van vrouwlief maakt een voortijdig einde aan dit vermetel plan. 

 

Ook mijn fototoestel mag dit tafereel niet vastleggen, meen ik uit de ontradende blik van mijn vrouw te kunnen opmaken.

 

 

De vriend van de blondine reikt haar een grijze legging aan.  Twee seconden later is ze er in geglipt en stapt ze terug in haar short. 

 

 

Of het een string was? 

 

 

Ik vermoed van wel. 

 

 

Er stond een heerschap beter opgesteld om daarover uitsluitsel te geven en uit diens glazige blik en het feit dat hij vlak daarna met zijn kop tegen een stalactiet aanliep, durf ik te concluderen dat het inderdaad een string was. 

 

 

Of was het een stalagmiet?

 

Tiet is tomber, niet?

 

Miet, monter.

 

Dus tiet.

 

 

*****

 

 

 

Hoewel de gids ons in Di Rupiaans Nederlands vertelt dat de Rubicon deze grot uit de bergwand heeft uitgesleten, heb ik toch de indruk dat de grot eerder uitgesleten werd door de duizenden voeten van verveelde scholieren en luidruchtige Hollanders.

 

HPIM1095.JPG

 

 

De rondleiding eindigt met een traject per bootje.  We dobberen door donkere, smalle gangen.  De doorgang is bijwijlen zo laag dat we diep voorover moeten buigen in onze sloep. 

 

 

De gids merkt op dat begin 20ste eeuw de doorgang breder werd gemaakt met behulp van explosieven. 

 

 

De sloep wordt aangedreven door mankracht; de gids gebruikt een houten stok waarmee hij zich telkens afzet tegen de rotswand.  Op een bepaald moment duwt hij zich krachtig af tegen de wand, waarop een stukje van de wand het begeeft en in het water stort.  Ik verzeker u dat ik het boeltje toen niet helemaal meer vertrouwde....

 

 

HPIM1136.JPG

 

Ninglinspo, nog zo'n klassieker.

 

 

HPIM1103.JPG

 

En wanneer we het pad bewandelen van de toeristische archeologie, dan mag Coo zeker niet ontbreken...

 

HPIM1146.JPG

 

 

*****

 

 

Zaterdag 25 augustus 2012.

 

 

De tweedaagse reis heeft deze week onthoofd qua sportieve inspanningen.  Nauwelijks gelopen, nauwelijks gefietst.

 

 

De laatste keer dat ik liep was zondag 19 augustus.  Om de tropische hitte te vermijden heb ik mijn duurloopje in alle vroegte afgewerkt.

 

Ik trok de voordeur achter me dicht om 6u50 en was dik anderhalf uur later terug thuis. Het was koel, hoogstens 22°, nog een geluk dat ik een dikke trui had aangetrokken, en een muts.

 

 

Dinsdag heb ik gefietst, 88 kilometer aan 30,2 km/u gemiddeld.

 

 

En verder niets, behalve ijsjes, sorbet, viergangenmenu, café au lait, vin blanc sec et patati et patata...

 

 

Morgen is het de Descente de la Lesse.

 

 

Niet per kajak.

 

 

Per loopschoen.

 

 

En dus dacht ik vandaag een snipperdag te nemen.  Niet lopen, rusten.  Ik zou kunnen gaan fietsen, maar stel dat ik val en een paar m² schaafwonden oploop? 

 

 

Dat zou ik me niet kunnen vergeven.

 

 

Want de Descente de la Lesse is, naast de 20 Km door Brussel, één van de belangrijkste afspraken van het jaar.  

 

 

 

 *****

 

 

Zondag 26 augustus 2012.

 

 

Op de tast vind ik mijn Polarhorloge.

 

3u30 geeft die groen oplichtend aan.

 

Ik lig wakker. 

 

 Al een tijdje.

 

En het regent. 

 

Ook al een tijdje.

 

Taakspanning.

 

 

5u30.

 

Opnieuw wakker.

 

Nu trekt een onweer in de verte voorbij.  Enkele bliksemschichten en wat vaag gerommel. 

 

De regendruppels roffelen ritmisch op het dak.

 

 

6u15.

 

Ik schiet wakker van het alarm van mijn Polar. 

 

De opeenvolgende hazenslaapjes hebben me gesloopt.  Ik voel me belabberder dan om 3u30. 

 

Naar beneden sluipen, rugzak meesmokkelen.

 

Aankleden, GSM, geld, boterhammen voor straks in de auto smeren, waterflesje uit de koelkast halen. 

 

 

Pasta opwarmen.

 

Om het hele huis niet wakker te pingen met de microgolf, warm ik de tagliatelle (met minimale saus) op in een steelpannetje. 

 

Tagliatelle brandt meteen aan. 

 

 

Water bijkieperen.

 

Brandt weer meteen aan...

 

 

Fuck it. 

 

 

Dan eet ik het zo maar op. 

 

Lauw.

 

 

 

 

 

De rugzak nog eens minutieus doorlopen. 

 

Ik heb alles bij.

 

 Nog een allerlaatste sanitaire stop.

 

*****

 

 

7 uur.

 

Een auto stopt.

 

Frank en Hild, mijn  compagnons de route vandaag.

 

 

 

We zetten koers naar Dinant, waar de Copères wonen. 

 

Dinant, stad van Leffe, zoete koek, Flamiche en glanzend koperen Dinanderie

 

Dinant, stad van Adolphe Sax en Dominique Pire. 

 

Dinant, stad van de Collégiale, Roche Bayard en de Citadel. 

 

Dinant, stoffig lint aan de oever van de wispelturige Maas.

 

Dinant, waar de Lesse zich verzoent met de Maas.

 

 

 

***** 

 

images.jpg

 

De reis verloopt voorspoedig; we worden niet geflitst, we rijden niet verkeerd en alle onderwerpen worden tot algemene tevredenheid besproken. 

 

 

Kinderen en hoe ze op te voeden.  En dat het vechten tegen bierkaaien is.

 

Echtgenoten en hoe ze bij te sturen.  Ook bierkaaien.

 

Lopen en blessures.  Bierkaai en bierkaai.

 

 

*****

 

 

Dinant slaapt nog half.

 

Het leven in Dinant komt stilletjes op gang.

 

Inboorlingen kopen brood.

 

 

 

Maar aan het Casino is het een en al bedrijvigheid. 

 

Overal lopers, overal auto's tevergeefs op zoek naar een parkeerplaats. 

 

 

Frank draait een steegje in dat op het eerste zicht te smal is om een auto doorheen te jagen.  Dat steegje komt uit in een straatje, Rue de la Grèle, waar zelfs het wagentje van Google Streetview het bestaan niet eens van wist.  Daar parkeert Frank zich in een gaatje dat eigenlijk een halve meter te klein is voor zijn wagen.  Een waar mirakel.  We klappen de zijspiegels in, zodat er toch nog een voetganger (met beperkt BMI) voorbij kan.

 

 

We staan geparkeerd.  Wegslepen zullen ze ons niet, de straat is te smal voor een sleepwagen.

 

 

*****

 

 

Casino Dinant.  De aankomstzone.

IMG_3483.JPG

 

 

Salle La Balnéaire is het zenuwcentrum van de Descente. 

 

IMG_3440.JPG

 

We begeven ons naar de inschrijfstand.  Ik ben vooringeschreven, dus moet ik enkel de enveloppe met borstnummer en chip ophalen. 

 

 

Aan de balie kan ik me met geen mogelijkheid mijn borstnummer herinneren. 

 

 

"Kelet votere nummero?" vraagt de inschrijfmadame.

 

Ik dacht 1477. 

 

"Mil katsent swasente disset", zeg ik dus.

 

Zit er niet tussen.

 

Merde, dus.

 

 

1377 bleek bij nadere controle.

 

 

Scheelde niet eens overdreven veel.

 

 

*****

 

 

Omkleden, tepels afkleven, mensen observeren, Frank wat pesten, tenen invetten met antiwrijvingscrème, wauwelen, Frank de voorkant van mijn shirt laten zien (die kant kende hij nog niet goed, de achterkant wel), WC-inspectie, twijfelen over de garderobe, wat druivensuiker afschooien van Frank, een plastic zakje afluizen van Frank (om de druivensuiker in te steken), enfin het betere voorbereidende ritueel, quoi?

 

Ik heb een enorme grijze plastic vuilzak voorzien van drie extra gaten; voor hoofd en armen.  Zal nodig zijn om warm en droog te blijven.  Het regent nog steeds en er staat ook redelijk wat wind.

 

 

*****

 

 

De lopers worden per bus naar de start in Houyet gebracht. 

 

Rond half tien (laatste bus om tien uur) stappen we met zijn vieren op de bus.  Frank, Hild, Rudy (bevriende mogendheid uit Loenhout) en uw scribent.

 

Zitplaatsen, dat spreekt voor zich.

 

Houyet is per bus véél minder ver van Dinant dan per loopschoen.

 

 

*****

 

 

Houyet.

 

Troosteloos dorpje. 

 

Ook wel omdat het een grijze, miezerige dag is. 

 

 

We zoeken beschutting onder een piepklein afdakje. 

 

Kijken mekaar aan. 

 

Doen we dit eigenlijk wel graag?

 

 

Nog een laatste sanitaire stop, wat opwarmen, en dan maken we ons klaar om van start te gaan.

 

 

Dit staat ons te wachten.

profil2008.jpg

Grijs: asfalt.

Groen: bos, modder, rotsblokken, krokodillen,...

 

 

De kilometers tellen af naar de finish.

 

*****

 

 

We wensen mekaar succes en een behouden vaart en dan wordt de wilde meute los gelaten.

 

ATH_5724.jpg

 

 De eerste honderden meters lopen doorheen Houyet, lekker asfalt.

 

ATH_5743.jpg

 

De brug over de Lesse en dan linksaf, de natuur in.

 

 

De modder in.

 

Plassen over de ganse breedte van de weg. 

 

 

Lopers springen naar de zijkant, een enkeling dendert er doorheen en spettert ons nat.  Het is constant zoeken naar droge plaatsen, uitwijkmogelijkheden voor modder of rotsen, en vechten voor je positie. 

 

Tot de klim van Clinchamps is het zaak vooraan in de wedstrijd te zitten, zoniet wordt het aanschuiven op de eerste klim van de dag.

 

 

De eerste twee kilometer leg ik af op 7 minuten en 26 seconden.  Redelijk snel, maar we voelen ons prima.

 

 

Een paar houten platen doen dienst als brugje over een klaterend zijriviertje: dit is de voet van de klim naar Clinchamps.

 

 

Alle hens aan dek. 

 

Dit is de eerste zware opdracht van de dag.

 

 

Wandelen tegen een glibberige bergwand.  Jezelf optrekken aan takken en boompjes.  Een waanzinnige kilometer klimwerk brengt ons een kleine honderd meter hoger.  Zelfs stappen valt zwaar, je voelt je kuiten verzuren en verkrampen tegen deze kuitenvreter met een hellingsgraad tot 46%.

 

Deze slopende klim van 1 kilometer kost me maar liefst 6 minuten en 50 seconden.  Het leek wel een eeuwigheid.

 

Het laatste stuk bergop is terug relatief beloopbaar en brengt ons naar Gendron, waar een eerste bevoorradingspost verkoeling brengt...

 

 

De lange sliert lopers slingert doorheen het ingeslapen dorpje. 

 

 

Asfalt onder de voeten, afwisselend klimmen en dalen. 

 

 

We lopen het dorpje uit, en krijgen nog meer godsgruwelijk klimwerk voor de voeten geworpen.  Het dak van de wedstrijd ligt ongeveer 1 kilometer verder, een kilometer die ik afleg in 4 minuten en 35 seconden, wat toch iets té voortvarend was.

 

 

Ik loop weg van iedereen.

 

 

Dan volgt, vanaf kilometer 17, de afdaling van de Chapelle du Comte, twee dolle kilometers bergaf. 

 

 

Het is razend gevaarlijk.  De ondergrond is wisselend, geaccidenteerd, onvoorspelbaar.  Rotsen, grind, zand, uitgesleten bochten, bochten die verkeerd hellen, geulen uitgevreten door regenwater.  Het is springen en ontwijken en hypergeconcentreerd de ondergrond inschatten.  Focus!

 

 

De vorige edities vloog ik hier als een losgeslagen gek naar beneden, maar nu ben ik verplicht om met de handrem op te lopen.  Mijn Saucony schoenen bieden erg weinig grip, en op de echt steile stukken voel ik me verschillende keren licht doorschuiven.  Niet goed voor het vertrouwen. 

 

 

Iedereen loopt, of beter, vliegt me voorbij. 

 

 

De eerste kilometer haal ik na 4m 11s, de tweede na 4m 40s.  U merkt het, daarstraks klom ik ongeveer even snel. 

 

 

Ik durfde niet sneller naar beneden.  Het heeft geen zin om enkele seconden goed te maken en in ruil zwaar onderuit te gaan.

 

 

Van kilometer 15 tot kilometer 13 lopen we in de vallei, in de winterbedding van de Lesse.  Het is relatief vlak, maar de verschillende modderzones maken het lastig om in het ritme te komen.  Sommige doorgangen zijn smal en lopen langs witgekalkte obstakels in de vorm van boomwortels en rotsblokken.  De ongelijkmatige trappen op kilometer 14, gemaakt uit blokken natuursteen, zorgen weer voor een opstopping, waar je stapvoets verder moet.

 

 

*****

 

 

Dan bereiken we de brug van Gendron Gare, waar de 13 km start en waar er bevoorrading is.  Ik grijp een tablet druivensuiker, probeer het al lopend en zwaar ademend op te kauwen, pak een beker water, giet die over mijn hoofd, neem een tweede beker en spoel de druivensuiker uit mijn mond door.

 

 

Nu volgen er een paar relatief makkelijke kilometers.  Asfalt en met licht glooiend karakter. 

 

 

Al degenen die me in de afdaling achterlieten, moeten er aan geloven.

 

 

Ik haal ze allemaal bij en draai kilometers van 4m 11s en 4m 19s.  Ik voel me prima. 

 

 

We passeren het Nationaal Park van Furfooz en de Aiguilles de Chaleux

 

De benzinetank is bijlange nog niet leeg!

 

Halfweg wedstrijd kom ik door op 49 minuten en 59 seconden.

 

 

*****

 

 

De spoorwegbrug!

 

Weer zo'n herkenbaar punt in de wedstrijd.  Langs de ene kant de talud op via ongelijke trappen, die ik per twee probeer op te stappen.  Brug over en langs de andere kant via een glibberig pad naar beneden.

 

 

Net als vorig jaar worden we gewaarschuwd voor een modderige zone.

 

 

Ik loop vlotjes de modder in.

 

En voel meteen mijn rechtervoet bij landing wegschuiven.

 

 

Finaal wegschuiven.

 

 

Wanneer ik mijn linkervoet neerplant om het evenwicht te bewaren, schuift ook deze razendsnel onder me weg.

 

 

Een milliseconde én één adrenalinestoot later knal ik op mijn linkerflank languit in de modder.

 

 

Gelukkig raak ik geen stenen.  Toch voelt mijn heupkam behoorlijk pijnlijk aan.

 

 

 

Vreemd is dat.

 

Daarnet vloog ik nog over Ardeense wegen, nu ben ik geland en lig ik stil in de modder.

 

 

Ik klauter beduusd recht, schud kluiten modder van me af en probeer terug te vertrekken.

 

 

En schuif nogmaals uit.

 

 

Er zit niets anders op dan behoedzaam te stappen door de enkeldiepe vermalen leemachtige waterige modder, die gladder is dan ijs.

 

 

Het is schuiven van links naar rechts, terwijl mijn loopschoenen verworden zijn tot dikke, zware slijkklompen. 

 

 

Ik vloek als een ketter.

 

 

Ik zweet als een beest, maar vermits mijn handen vol modder hangen, kan ik het niet eens afvegen.

 

 

Ik ben niet de enige die onderuit gaat.  Vlak voor mij gaat nog iemand feestelijk op zijn bek.  Overal gesakker en gevloek in diverse talen.

 

 

Lopers met betere grip (en met meer vertrouwen) lopen me bij bosjes voorbij.  Tientallen.  Al diegenen die ik de afgelopen kilometers achter mij heb gelaten, komen me nu opnieuw voorbij.

 

 

Het is om gestoord van te worden.

 

 

Ik ploeter verder.

 

 

300 meter duurt deze beproeving en die zone zorgt voor een verschrikkelijk trage kilometer (9m 47s). 

 

 

Eens de modderzone achter me, probeer ik zoveel als mogelijk de modder van mijn schoenen te lopen.  Ik zoek elke plas op en probeer wat in het hogere gras te lopen.

 

 

*****

 

 

Maar veel tijd is er niet om te bekomen van de emoties.

 

 

Ik pak mijn laatste tablet druivensuiker (nu met gratis knarsende moddersmaak) en prevel een schietgebed...

 

 

....want nu komt de tweede klim van de dag. 

 

 

 

De klim naar Walzin. 

 

 

125 hoogtemeters overwinnen op 1 kilometer.  De aanvangsmeters zijn nog best te belopen, maar nadien volgen een paar lussen omhoog die érg nijdig klimmen.

 

 

De vorige twee jaar stond ik hier telkens te voet.  

 

 

Maar de ergernis  omwille van mijn valpartij en de opgewekte adrenaline drijven me verder. 

 

 

Mark zal dit jaar niet plooien op de klim naar Walzin! 

 

 

Een keer of drie sta ik op het punt toch te gaan wandelen, maar ik bijt door en loop helemaal tot boven.  Ik loop weer in op zovele lopers die noodgedwongen moeten wandelen.

 

 

Die zware kilometer kost me 7 minuten en 16 seconden.

 

 

***** 

 

 

De ruïne van Cavrenne betekent dat de top is bereikt.

 

 

Ik ben boven!

 

Doodop.

 

Stikkapot.

 

Helemaal op.

 

 

*****

 

 

Eventjes nog wat vlakke meters in het bos en dan is het loeihard over het asfalt naar beneden.

 

 

De eerste meters voel ik meteen een zeurende pijn in de rechterhiel; het op de voorvoet lopen tijdens de klim heeft de voetpees toch parten gespeeld.

 

Ik neem het zekere voor het onzekere en besluit ook deze afdaling niet voluit naar beneden te knallen.  De kilometer bergaf doe ik rustig aan (4m 9s).  Elke landing doet pijn aan de hiel.

 

Opnieuw komt iedereen me voorbij gesneld.  Dat moet ongeveer de vierde keer zijn deze dag.

 

 

*****

 

 

De razende afdaling is voorbij.  De beproeving nog niet.

 

_DE34430.JPG

De linkerflank besmeurd, modderschoenen.

 

Nu volgen nog 6 lange kilometers die afwisselend lichtjes klimmen en dalen. 

 

 

En tot mijn verbazing is het bobijntje nog niet af. 

 

 

Ik begin opnieuw aan een inhaalrace.  En merk dat ik nu pas terug in het gezelschap kom van de heren die bij mij zaten toen ik onderuit ging in de modderzone.  Ik loop kilometers van om en bij de 4m30s.

 

_DE34483.JPG

Frank.

 

_DE77055.JPG

Hild.

 

 

 

*****

 

 

En dan bereiken we eindelijk het punt waar de Lesse zich in de Maas stort.

 

We lopen op het jaagpad naast de Maas. 

 

In de verte wacht le Viaduc Charlemagne.

 

 

De laatste kilometers zijn eenzaam. 

 

De pijn is je enige metgezel.

 

Roche Bayard.

 

De vier heemskinderen.

 

Nog even.

 

Even nog.

 

En dan eindelijk de verlossing.

 

Finish.

 

IMG_1680.JPG

120ste positie,  1u 44m 18s, 19de veteraan 2.

 

IMG_1714.JPG

Frank: 156ste, 1u 46m 57s, 57ste veteraan 1

 

 

Hild werd 706de, na 2u 29m 25s en werd 47ste in haar leeftijdscategorie.

 

 

*****

Aankomstzone.

 

 

Ik grijp naar alles wat eten is.  Stukjes banaan en sinaasappel.

 

Ik grijp alles wat de dorst lest.  Water, sportdrank.

 

 

De chip voor tijdsregistratie moet van mijn schoen gehaald worden. 

 

Iemand ziet me tevergeefs worstelen met mijn veters en komt me helpen.  Ik sta te daveren van uitputting en van de kou.

 

 

Frank komt binnen en we wisselen indrukken uit.

 

Nu pas stel ik vast dat mijn Polarhorloge onder de modder zit.  Mijn schoenen zijn onherkenbaar.

 

Ik krijg gevoelloze vingers van de kou en besluit mijn rugzak op te halen en te gaan douchen.

 

 

*****

 

 

Vlak aan de douchetent zijn er tuinslangen om de schoenen af te spuiten.  Ik spuit de hardnekkige modder van mijn schoenen en merk dan dat van beide schoenen de bovenbekleding gescheurd is.  Links een paar centimeter, rechts een centimeter. 

 

Niet goed.

 

 

 

Ik voel me verkrampen van de kou.

 

Snel de tent binnen. 

 

Het is er nog niet hels druk.

 

 

***** 

 

 

 

Strippen.

 

Douchen.

 

 

Ik sluit mijn ogen en laat het heerlijk warme water over mijn beurs gebeukte lijf stromen. 

 

Ik zou er een eeuwigheid kunnen onder blijven staan.

 

Het warme water spoelt de modder van me af.

 

Spoelt de ellende van me af.

 

 

En het besef druppelt binnen.

 

Het besef dat het alweer achter ons ligt.

 

 

Ik kleed me aan.

 

De warmte doet deugd.

 

En met de warmte voel ik een zalige vermoeidheid bezit van me nemen.

 

 

Ik slenter naar de tent van het Rode Kruis.

 

En laat mijn hiel verzorgen.

 

Flexium gel.

 

 

*****

 

 

Een terrasje langs de Maas.

 

Onder vrienden.

 

Belevenissen, indrukken.

 

Tevredenheid.

 

 

Een terrasje langs de Maas.

 

Bloedbroeders.

 

Twee koffies en een Chimay.

 

En wilde plannen.

 

 

 

 

_DE76864.JPG

 

 

 

19:25 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (2) |  Facebook |

14-08-12

Modern Times

 

Modern Times

 

 

 

Donderdag 9 augustus

 

 

Avondloop AVN.

 

De traditionele trainingen van atletiekclub AVN op donderdagavond worden in de lange, trage zomervakantie opgeschort en vervangen door lange, trage duurlopen, uitgestippeld in de groene zones van de Kempen.

 

Het tempo is onderkoeld, ongeveer 10 km per uur, zodat iedereen nog voldoende adem heeft om naar hartenlust te kwebbelen.

 

 

Een lange sliert zwarthemden kronkelt door bos en hei.

 

 

Uw dienaar loopt links van de groep.

 

 

Eén van mijn afwijkingen (volledige lijst verkrijgbaar op eenvoudig verzoek) is dat ik niet kan verdragen dat er iemand links van mij loopt.  Niet dat ik dan flauw val, of razend word, neen, het is meer een gevoel van onbehagen dat me dan bekruipt.

 

 

Ik wring en manoeuvreer tot er niemand links van mij loopt.

 

 

Helaas had ik dat zonder nadenken tegen Frank gezegd dat ik enkel lopers rechts van mij duld, dus binnen de paar weken wist ongeveer half Europa dat.

 

 

 

De mens is een nieuwsgierig wezen.

 

 

Mijn vrienden van de atletiekclub zijn daarop geen uitzondering. 

 

 

Mark kan niet verdragen dat er iemand links van hem loopt?

 

 

Ach zo.....

 

 

Dat moet toch eens uitgetest worden.

 

 

Het heeft een paar weken geduurd, sommigen hebben kennis gemaakt met brandnetels in de berm, anderen hebben dan weer bijna een nat pak gekregen, maar nu is iedereen er van overtuigd dat er niet links van Mark mag gelopen worden.

 

 

 

*****

 

 

 

De wekelijkse duurloopjes op donderdag hebben toch een paar pijnpuntjes.

 

 

Ten eerste is er het ongedierte. 

 

 

Kempense dazerikken kijken reikhalzend uit naar onze donderdagse loopjes, waar ze in grote, donkere wolken onze loopgroep volgen en terroriseren.

 

Dan is het zaak van in de buurt van de dames te lopen; zij hebben meestal kwistig insectenwerend materiaal op het lichaam gesproeid waardoor de beesten massaal op de vlucht slaan.  Het zou me niks verbazen dat overal waar onze loopgroep passeert nadien de bladeren van de bomen vallen.  De verzamelde insectenwerende sprays werken als een soort Agent Orange, fijn dat u het opmerkt.

 

 

 

Ten tweede is er de herrie. 

 

Heeft u ooit al eens het geluid van honderd hyperkinetische kalkoenen gehoord?

 

 

Ik neem aan van niet.

 

Ik trouwens ook niet.

 

 

Maar ik zweer het u, het gekwek van de dames van de atletiekclub tijdens die donderdagse duurlopen, levert naar mijn aanvoelen zo ongeveer dat geluid op.

 

 

Stel dat u tijdens de duurloop achterop geraakt wegens een uit de hand gelopen sanitaire stop (het kan de beste sluitspier overkomen), dan hoeft u enkel op het geluid van honderd hyperkinetische kalkoenen af te gaan en u komt ongetwijfeld terug in onze groep.

 

 

Na een uurtje in groep lopen, wisselen de snellere heren een blik van verstandhouding uit.  Guy H. schuift naar de kop van de groep, op de linkerflank beweegt uw dienaar zich naar voren, we knikken even kort naar mekaar en dat is meestal het sein waarop de zware cavalerie chargeert en de groep verlaat.

 

 

Het tempo wordt lichtjes opgeschroefd. 

 

De dazerikken geven ontgoocheld de achtervolging op. 

 

En op de achtergrond deemstert het geluid van honderd hyperkinetische kalkoenen langzaam weg. 

 

 

De stilte die dan over de Kempen nederdaalt, is begeesterend. 

 

Enkel het geluid van de ritmische ademhaling, het dartele neerplanten van de betere loopschoen, af en toe een galant gebaar om te waarschuwen dat een hond enthousiast op de weg gescheten heeft, enfin, het lopen pur sang, het hoogdravend draven, een vermoeden van vrijheid, de harteklop van de koelbloedige strijder, het gevoel van eindeloosheid, het beleven van nederige eenzaamheid, er sterft wellicht een beer in de taiga en als u me nu nog niet beu bent, dan doe ik nog wat verder...

 

 

Een derde pijnpunt van de donderdagse lopen is de après-ski.

 

De heren en dames die de route uitstippelen, zorgen er steevast voor dat het eindpunt van onze duurloop een kroeg is.  Kwestie van de dorstigen te laven. 

 

Merkwaardig genoeg is het gekwek van honderd hyperkinetische kalkoenen best te verdragen met een Tripel van Westmalle in de rechterknuist.

 

 

 

*****

 

 

Vrijdag 10 augustus.

 

Vandaag een laatste sportieve inspanning geleverd als voorbereiding op de 10 mijl van Seraing van morgen.  Ik klim op mijn racefiets en vlieg over jaagpaden van kanalen, beroer mijn bel, grijp op de tast naar mijn drinkbus, eet zelfs wat druivensuiker, snor als een tevreden man over Vlaanderens wegen met een gemiddelde van een slordige 30 km per uur .

 

Vandaag kan ik nergens bij een snellere coureur aanpikken en wat tempo stelen, sterker nog, ik word zelf locomotief voor verschillende heerschappen. 

 

 

Poederlee. 

 

Een nijdige tik op mijn helm.

 

Enkele seconden later gevolgd door een vlijmscherpe pijn.

 

Een wesp is via de ventilatiespleten in mijn helm gevlogen en maakt me duidelijk dat het daar niet fijn vertoeven is.

 

 

Remmen dicht.

 

Uitklikken.

 

Helm af.

 

Een wesp dwarrelt neer uit mijn helm.

 

Ik wil ze plat stampen, maar merk dat zoiets niet evident is met klikpedalen; je hebt niet bepaald een vlakke zool ter beschikking. 

 

 

Maar sterven zal ze!

 

 

 

Vrijdagavond speel ik voor het eerst in mijn leven mee met Euromillions; 190 miljoen euro winnen lijkt me leuk, met een inzet van 12 euro.

 

 

*****

 

 

Zaterdag 11 augustus.

 

 

Vandaag staat de 10 mijl van Seraing op het programma, wedstrijd in het kader van de Challenge Delhalle.  De 10 mijl wordt georganiseerd door de Seraing Runners.

 

seraing-10-miles-2012-08-11.jpg

 

 

Vorig jaar heb ik er een rampzalige wedstrijd gelopen.  Na een paar snelle aanvangskilometers was ik in die mate opgebrand, dat ik niet meer vooruit geraakte.  Een minder goede tijd op de 10 mijl, dat was de eerste zure appel, maar op ongeveer 1 kilometer voor de finish geremonteerd worden door mijn kompaan Frank, was meteen de rest van de zure fruitmand.

 

 

Seraing werd mijn zwart beest. 

 

 

Als iemand Seraing uitsprak, 7 letters slechts, zorgde dat steevast voor een verhoogde hartslag.

 

 

Dit jaar heb ik al behoorlijk wat afgesukkeld met mijn rechterhiel; herlees de vorige 193 stukjes op deze blog maar even, en u zal merken dat ik u sinds oktober vorig jaar de oren van de kop heb gezeurd over mijn hiel.

 

 

Maar een verminderd loopregime, de trage duurlopen in clubverband, en het eindeloos gefiets, hebben de hiel wat respijt gegeven; in die mate zelfs dat ik de laatste weken meer en meer vertrouwen begon te krijgen in de hiel. 

 

 

Het Gielsbos, 7 km doorrazen, gaf al geen pijnreactie meer van de hiel, vandaag staat de ultieme test op het programma.  16 km doorrazen, op geaccidenteerde ondergrond, bergop en bergaf. 

 

 

Als de hiel dit zonder gevolgen kon verteren, dan..... 

 

 

*****

 

 

Ik start de wagen, pik onderweg achtereenvolgens Katleen, Frank en Hild en Katrien op.

 

 

Frank naast mij, de dames op de achterbank.

 

 

Ik heb een GPS, maar ik heb er een hekel aan. 

 

 

Volgens mijn vrouw komt dat omdat ik een onverbeterlijke betweter ben; ik denk namelijk alles beter te weten. 

 

 

En sinds de laatste update van de GPS is de stem in mijn GPS die van een Hollandse vrouw.  Vertrouw ik al helemaaaaaal niet.

 

 

Dus zetten we die niet op.  Frank, die wegens Antilliaanse feesten de vorige nacht amper een oog heeft dicht gedaan, moet wakker blijven en GPS spelen.

 

 

Splitsing E34 - E 313, ik slaag er bijna in om de verkeerde autoweg te nemen.

 

 

Maar dan zoemen de banden hun geruststellend lied. 

 

 

We zijn op weg naar Waalsche grond.

 

 

*****

 

 

Inmiddels lijkt het wel een donderdagse duurloop op de achterbank.  De dames kwekken over mode, de kleur van de rokjes en topjes en meer van die dingen waarvoor ik hoopte selectief doof te zijn.

 

 

Ook clubgenoten passeren de revue.  Hun eigenaardigheden, hun tekortkomingen, hun goeie kanten ook.

 

 

Kinderen en hun fuifgewoonten, terwijl ze beter zouden studeren voor hun tweede zit.

 

 

En dat mannen in het algemeen, en sommige clubleden in het bijzonder een matige aanleg hebben voor empathie.

 

 

Zo merkte Hild op dat mannen soms zo cru kunnen reageren op bijvoorbeeld een geleverde vrouwelijke loopprestatie.

 

 

 

Heren, ik ben er om u te dienen, dus een les in empathie (voor de dyslectici onder u: amputatie).

 

 

Stel: een loopster zegt: "Verdorie, nu heb ik toch slecht gelopen."

 

 

Foute reactie is dan:

 

"Inderdaad, waanzinnig slecht, belachelijk zelfs, 4 minuten trager dan X, dat jij nog durft buiten komen, dat snap ik niet.  Ben je trouwens niet wat verdikt?"

 

Juiste reactie:

 

"Ach, alles is relatief, het is warm, de ondergrond is zwaar, volgende keer beter, ik bewonder je stamina, je grinta, je vista."

 

 

 

Dat, heren (neen, ik mocht geen namen noemen) is amputatie (heum, empathie).

 

 

 

Volgende onderwerpen werden ook nog tot op het bot uitgediept:

 

 

Wat zou de vulling zijn in de tieten van Lolo Ferrari, God hebbe haar ziel?

 

 

En dat je sommige Witrussische kogelstootsters niet in het donker wil tegenkomen.

 

 

Zou Hellebaut een medaille pakken?

 

 

*****

 

 

De tocht gaat verder. 

 

 

Boterhammen worden genuttigd. 

 

 

Een sanitaire stop op een verlepte parking.

 

 

Inmiddels hebben de dames het onderwerp shoppen aangesneden.

 

 

De kelk moet klaarblijkelijk weer tot op de bodem leeg.

 

 

Dat homo's goede shopgezellen zouden zijn, voorkomend en geïnteresseerd.  En weinig bedreigend.

 

 

Vooraan in de auto trekken Frank en ik een wenkbrauw of 4 op.

 

 

Doembeelden van Wijnegem Shopping Center trekken aan ons geestesoog voorbij.  Waarbij uw dienaar, beladen als een muilezel, doorheen eindeloze gangen sjokt.

 

 

 

******

 

 

Seraing!

 

 

Wat vliegt de tijd als je met plezant gezelschap op pad bent.

 

 

Seraing is een grauwe industriestad, de suburbs van het vurige Luik.   

 

 

Staalreuzen op lemen voeten. 

 

 

Arcelor

 

 

De Maas kleurt donker. 

 

 

Werkmanshuisjes staan hier schouder aan schouder, met onkruid dat welig uit kieren en goten woekert. 

 

 

Troosteloos sfeertje. 

 

 

Seraing, bakermat van het proletariaat.

 

 

*****

 

 

Déviation

 

 

Uiteraard is er de obligate omleiding. 

 

 

Maar Frank heeft het oriënteringsvermogen van de betere duif en stuurt mij doorheen straten, steegjes en rondom ronde punten.

 

 

We moeten omhoog uit het dal van de Maas; het zenuwcentrum van de 10 mijl is de sporthal en de atletiekpiste van het Bois de l' Abbaye, gelegen op de heuvelrug boven Seraing.

 

 

Dan herkennen we de flatgebouwen die naast het sportcentrum staan. 

 

 

We zijn er.

 

 

 

*****

 

 

 

Frank, Hild en Katrien zijn al ingeschreven. 

 

 

Katleen en ik betalen onze inschrijving en krijgen een inschrijfformulier mee.

 

 

We doen braafjes ons huiswerk.

 

 

Plots zegt Katleen met vragende ondertoon:

 

 

 

 

SEKS?

 

 

 

 

Het wordt oorverdovend stil in die sporthal.  Of zo lijkt het toch.

 

 

Ik ben helemaal van mijn melk.

 

 

Nu ik de kaap van de vijftig heb gerond, overkomt het me niet alle dagen dat jongedames me oneerbare voorstellen doen. 

 

 

Ik probeer minstens zo cool te blijven als James Dean.

 

 

En antwoord nonchalant:

 

 

"Natuurlijk, Katleen, graag zelfs, ik dacht dat je het nooit zou vragen, maar kunnen we dat misschien na de wedstrijd afhandelen?"

 

 

 

Het bleek een misverstand.

 

 

Op het inschrijfformulier dient in een vakje het geslacht kenbaar gemaakt worden.  Dat vakje heeft als (on)dubbelzinnige hoofding  SEXE  meegekregen.

 

 

 

*****

 

 

Ingeschreven.

 

 

We kleden ons om.

 

 

En warmen ons op. 

 

 

Oei, de benen hebben de fietstocht van gisteren nog niet helemaal verteerd, merk ik nu. 

 

 

Er loopt een kerel rond in een bizarre outfit. 

 

 

Bandana, topje, hyperstrak broekje. 

 

 

Heeft wellicht heel wat hoofdbrekens gehad toen hij het vakje SEXE moest invullen.

 

 

 

*****

 

 

 

En dan is het zover.

 

 

De kleurrijke meute stelt zich op in de startzone. 

 

 

We wensen mekaar succes en een behouden vaart. 

 

 

Ik heb een gewiekst plan. 

 

 

Namelijk niet als een zot te starten en mijn wedstrijd helemaal af te stellen op Sabine VDZ, een snelle dame.  Vorige jaren heeft ze me telkens geklopt op wedstrijden zoals deze 10 mijl en de Descente de la Lesse, nadat ik haar er in het begin telkens snoeihard had uit gelopen.  Nu heb ik het plan opgevat bij haar te blijven, toch zo lang ik kan.

 

 

 

Startpistool!

 

 

We schieten weg. 

IMG_5306.JPG

 

 

Ik moet me constant intomen. 

 

 

IMG_5308.JPG

We verruilen de atletiekpiste voor asfaltwegen, die afwisselend stijgen en dalen.  Ik loop het gaatje op Sabine gecontroleerd dicht en plak vanaf dan vast aan haar paardenstaart.

 

 

Een paardenstaart die ritmisch voor mijn ogen danst. 

 

 

Kilometer 1 bereiken we na 3 minuten en 50 seconden.  Tja, dat is ook weer vlot genoeg, maar goed.

 

 

En dan beginnen we te klimmen.  Ik kan het weer niet laten en ga Sabine voorbij.

 

 

Tot zover het gewiekste plan.  Maar ik let goed op mijn ademhalingsritme en zorg ervoor dat ik mijn benen niet meteen afsnij.

 

DSC_0378.JPG

 

Kilometer 2: 7 minuten, 54 seconden.  Mark is braaf.

 

 

Het is warm, maar gelukkig niet drukkend warm.  En het Bois de l' Abbaye en straks het Bois de la Vecquée, samen de groene long van Seraing, bieden voldoende welgekome schaduw. 

 

 

Ik haal steeds maar lopers bij. 

 

 

En wanneer ik omkijk zie ik Sabine op een 25-tal meter achter me.  Het nieuwe plan is geboren: Sabine op 25 meter trachten te houden.

 

 

 

*****

 

 

 

Kilometers zandpaden, stukken die fors omhoog lopen, vals plat, af en toe lichte knik naar beneden en weer naar boven.  Het is een wondermooie omloop.  Vorig jaar vond ik het maar niks, maar dat was wellicht het gevolg van het feit dat ik toen duizend doden stierf.  Nu het vlotjes loopt, ik er schik in heb, lijkt de wereld en bij uitbreiding Seraing een stuk mooier.

 

 

De hiel draagt mij verder en verder, hoger en hoger. 

 

 

Na 3 kilometer: 12 minuten en 10 seconden. 

 

 

Dat mag. 

 

 

Bevoorrading: ik gris vooraan in de post een bekertje water mee en giet het over mijn verhitte hoofd, grijp een tweede beker achteraan in de post en drink kleine slokjes.  Het tempo zakt daarbij wel wat, maar dat mag.

 

 

Kilometers lang klimmen en dalen, en ik voel me prima.  Ik heb controle over de wedstrijd.  Niemand loopt op me in, en ik schuif steeds dichter bij mijn voorgangers.

 

 

Hier liggen de moeilijkste kilometers van de wedstrijd.

 

 

Ik blijf gecontroleerd omhoog lopen, en probeer bergaf alle registers open te trekken.

 

 

Lopers inhalen en er van weg lopen.  Zalig gevoel.

 

 

Zes kilometer: 25 minuten en 26 seconden.

 

 

Voor mij uit loopt een jongeling van ARCH, de club die de Descente organiseert.  Hij wordt mijn doel. 

 

 

Kilometers lang blijf ik op een tiental meter hangen.

 

 

9 kilometer: 38 minuten en 39 seconden.

 

 

Maar dan schuif ik met een ultieme inspanning tot bij hem.

 

 

10 kilometer: 42 minuten en 51 seconden.

 

 

Het ergste klimwerk is voorbij.  Nu nog wat vals plat tussen kilometer 10 en 12 en daarna als een rotsblok de heuvel terug af.

 

 

12 kilometer: 51 minuten en 2 seconden.

 

 

*****

 

 

De vorige blokken van 3 kilometer liep ik telkens 12 à 13 minuten.

 

 

Nu komt er een razende drie kilometer bergaf.

 

 

De jongeling van ARCH loopt me voorbij en vliegt als een kamikaze de heuvel af.  Hij spoort me aan hem te volgen.  Wat ik ook prompt doe.

 

 

De 3 kilometer bergaf lopen we op 10 minuten en 49 seconden, zijnde 16,64 km/uur. 

 

 

Gekkenwerk, gezien de geaccidenteerde ondergrond, het bochtenwerk, de stukken minder steil bergaf...

 

 

Moest je nu een voet verzwikken, of struikelen, je mag er niet aan denken wat je dan overkomt.

 

 

Kilometer 15. 

 

 

We zijn beneden.

 

 

Ik laat het onstuimige jonge geweld van me weg lopen.

 

DSC_0622.JPG

 

Plots komt er een paardenstaart voorbij.  Sabine, 4de dame in de wedstrijd, komt me voorbij.  Bijkbaar heeft zij zich ook naar beneden gestort van die heuvel.

 

 

Ik probeer aan te pikken, maar voel dat het vat af is.

 

 

Ik laat Sabine gaan.

 

 

Ik leg de laatste kilometer en enkele tientallen meters nog af in 4 minuten 30 seconden, respectabel, maar toch wel op mijn tandvlees.

 

 

Finish in 1 uur 6 minuten en 41 seconden, plaats 56 op 504 deelnemers , 8ste veteraan 2.

 

Vorig jaar liep ik hier 1u 9m en 12s.

 

 

***** 

 

 

DSC_0651.JPG

 

 

Frank finisht na 1u 10m 39 s, plaats 93; 34ste veteraan 1.

 

Katleen had het rustig aan gedaan en finisht na 1u 15m en 55s, positie 180, 8ste dame.

 

Katrien (probleem met de knie) finisht na 1u 22m 26s, positie 282, 17de dame.

 

Hild finisht na 1u 37m 8s, positie 434, 22ste in haar leeftijdscategorie.

 

 

 *****

 

 

Na de finish storten we ons op het water, de kwartjes sinaasappel, de peperkoek en de rozijnen. 

 

En lopen we daarna nog een paar rondjes op de atletiekpiste als cooling-down.

 

Douchen (bloedheet water), omkleden.

 

 

 

Een klein hongerke wordt gestild met een broodje vettige worst (de dubbelzinnige opmerkingen waren niet te tellen).

 

 

Er wordt nog iets fris gedronken, Frank drinkt een Tango.

 

 

En dan is het tijd om de steven huiswaarts te wenden, zeker als we Hellebaut nog willen zien springen.

 

 

*****

 

 

Op de terugweg bleek helaas dat op de achterbank noch de dames, noch de gespreksonderwerpen uitgeput waren. 

 

 

Nu ging het weer over de lengte, dikte, omvang van vrouwelijke atleten, de BV's, TV die toch verdikt, paarden die in een té smal aanhangwagentje moesten passen, Frank die eventueel als prei verkleed moest lopen,...

 

 

En over geparfumeerde liefdesbrieven schrijven tijdens de legerdienst van de geliefde (vroeger gebeurde dat artisanaal, met pen, papier en postzegel, nu gebeurt seks al via het internet of via een aanduidvakje op een inschrijfformulier).

 

 

En welke angstdromen onze nachtelijke rust telkens weer komen verstoren. 

 

 

Roken, falende examens, ontvoeringen en......

 

 

 

..... het grijpen naar worstjes.

 

 

 

Ja, ik merk het al, dat laatste vraagt om enige verduidelijking.

 

 

 

Iemand op de achterbank heeft in een vorig leven aan de lopende band worstjes in blik moeten steken.  Een handeling die uiteindelijk redelijk afstompend werkt (denk aan Charlie Chaplin: Modern Times, maar dan met worst).

 

 

Het was in die mate een automatisme geworden, dat de persoon in kwestie in haar dromen nog steeds aan het grijpen was naar worstjes.

 

 

Haar man durfde na een paar van die dromen niet meer zonder boxershort slapen, meen ik opgevangen te hebben...

 

 

 

*****

 

 

Slotsom van Seraing 2012: ik ben tevreden. 

 

 

Voor het eerst in lange tijd had ik het gevoel dat het misschien wel allemaal terug in orde aan het komen is.

 

 

En daarom heb ik me in Seraing meteen maar ingeschreven voor de Descente de la Lesse 2012, wedstrijd die op 26 augustus a.s. haar beslag krijgt.

 

 

 

Enne....  ach ja, ik heb gewonnen bij Euromillions.

 

 

3 euro en 90 cent.

 

 

Bad Bank.

 

18:31 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

07-08-12

14 minuten

4 augustus 2012

 

 

4 augustus is de verjaardag van Barack Obama.

 

 

Een welgemeende proficiat, beste wereldleider.

 

 

Maar de verjaardag van Barack verbleekt bij de écht belangrijke gebeurtenis op 4 augustus, zijnde de verjaardag van mijn bloedeigen vrouw.

 

 

 

*****

 

 

 

Wanneer je levensgezel jarig is, dan moet alles wijken die dag.

 

 

Logisch, toch?

 

 

Strijken hoeft ze vandaag niet, toch niet vanaf 's morgens vroeg, en dat dweilen kan desnoods vanavond nog (desnoods met de kraan open).  Een dag telt tenslotte 24 uur, niet?

 

 

Neen, op deze dag draait alles om de jarige.

 

 

Ik had nochtans graag aan de start gestaan van de Recreatieve Triatlon te Rijkevorsel, wat meteen mijn debuut zou zijn op dit triumviraat der sporten, maar ik vond dat ik dat, weliswaar na rijp beraad en met spijt in het hart, niet kon maken.

 

 

U moet weten dat ik al behoorlijk wat tijd spendeer op de racefiets en in loopschoenen de laatste weken, dus het zou van de bok zijn kloten zijn, moest ik uitgerekend op haar verjaardag deelnemen aan een wedstrijd.

 

 

Ok, toegegeven, ik ben niet meteen de meest romantische ziel ter wereld, u zal mij bijvoorbeeld nooit betrappen met een bos bloemen in de hand, maar dat beetje besef had ik ook nog wel.

 

 

Neen, 4 augustus zou volledig in het teken staan van de verjaardag van mijn vrouw. 

 

 

*****

 

 

Ik had een tafeltje voor twee gereserveerd in een restaurant waar de servetten tot in de perfectie gevouwen zijn, waar de obers op de juiste manier als knipmessen buigen, waar het kaarslicht subtiel gereflecteerd wordt in de wijnglazen van het zuiverste Boheems kristal  en waar de menukaart uitpuilt van exquise gerechten die ongeveer evenveel kosten als het bruto nationaal product van Swaziland. 

 

 

Ik zou zelfs een hemd en das dragen, zo had ik mezelf toch voorgenomen, wat toch moet geleden zijn van mijn huwelijk (dat zich situeert ergens in de jaren tachtig van het vorige millennium).

 

 

Sterker nog, ik zou zelfs mijn loopschoenen Brooks inruilen voor zwarte lederen schoenen. 

 

 

Wat normaal tegen mijn geloof is.

 

 

Mensen die mij kennen, weten dat ik altijd en overal loopschoenen Brooks draag, en dat ik énkel zwarte lederen schoenen draag bij begrafenissen van bloedverwanten in de eerste lijn en bij eventuele bezoeken aan het Koninklijk Paleis, wanneer Albert me alweer een lintje opspeldt wegens verregaande sportieve verdiensten voor het vaderland.

 

 

Enfin, zwarte lederen schoenen dus. 

 

 

U merkt het, het was me menens. 

 

 

Het zou een verjaardag worden om nooit te vergeten (in het verleden was het me al wel een paar keer gelukt om haar verjaardag te vergeten, vrees ik).

 

 

Neen, een feest met alles er op en er aan. 

 

 

Toeters en bellen.

 

 

En met randanimatie.

 

Bij droog weer zou er vuurwerk afgestoken worden.  En verder was er ook nog iets met paardendressuur, dwergwerpen, een gedesillusioneerde illusionist, iemand die zijn hoofd in een leeuwenmuil steekt, vuurspuwende draken, moddercatch voor rondborstige dames in minuscule badpakken, degenslikken voor beginners, olifanten die elkaars staart vasthouden met de slurf (of was het omgekeerd?), Ali Baba en een onbepaald aantal rovers, exotisch ogende dames die pingpongballen kunnen lanceren uit de meest bizarre lichaamsopeningen, hamerslingerende parachutisten, toekomstvoorspellers met glazen bollen, een zeepkistenrace, scheelkijkende jongleurs met brandende fakkels en kettingzagen, een ingekaderd Higgsdeeltje en een crèmekar die het deuntje van de Smurfen speelt. 

 

 

Iedereen is uitgenodigd.  en met iedereen bedoel ik dan ook iedereen.

 

Een Zeeuwse boer, een eskimo.

Roodkapje en Pinokkio.

Een indiaan, een kapitein.

Een Mexicaan en Harlekijn.

Een edelvrouw, een nobele heer.

En Mickey Mouse met Teddybeer.

 

 

En frietjes natuurlijk. 

 

Met mayonaise. 

 

En een curryworst. 

 

Spéciale. 

 

Met tomat.

 

 

Neen, de verjaardag van Barack zou een armtierig feestje zijn, vergeleken met het feestje dat ik voor mijn vrouw in mekaar had gebokst.

 

 

 

*****

 

 

Maar toen belde Guy H.

 

 

Guy is één van de wegkapiteins van AVN, de Atletiekvereniging Noorderkempen

 

 

Hij was op zoek naar een slotloper voor één van de ploegen voor de estafetteloop Gielsbos; estafette over een halve marathon.

 

 

Eventjes dacht ik nog: Neen, Mark, dat kan je niet maken...

 

 

Eventjes maar, want wanneer de bazuin der loopplicht schalt, dan heb ik, gewone sterveling, deemoedig het hoofd te buigen en te gehoorzamen.

 

 

Mijn vrouw weet dat.

 

 

Volgend jaar verjaart ze immers opnieuw.

 

 

*****

 

 

Zaterdag 4 augustus.

 

Een goede prestatie neerzetten?

 

De kans wordt érg klein.

 

Mijn ploeg is sterk, maar ik twijfel.

 

Ik heb namelijk al twee dagen een pijnlijke onderrug.   Linkse heupkam.  Vermoedelijk staat mijn bekken weer wat gekanteld. 

 

 

Of is het toe te schrijven aan het vele fietsen met de racefiets? 

 

 

Op 7 weken tijd heb ik namelijk de afstand Hoogstraten -  Sant Vincenç de Calders gereden, goed voor ongeveer 1500 km gebogen rugje.

 

 

Kinesist gebeld deze ochtend.  Is op reis.  Kloterij.

 

 

Zitten is pijnlijk. 

 

Rechtstaan niet. 

 

Lopen? 

 

Weet niet. 

 

Weten we straks.

 

 

*****

 

 

Gielsbos estafette.  Halve marathon: drie lopers.  Ieder 7 km ongeveer.

 

 

AVN vaardigt maar liefst 7 ploegen af, verdeeld over diverse categorieën. 

 

Hieronder ziet u het ganse zootje ongeregeld.

 

418749_4447340587273_592841_n.jpg

 

Mijn ploeg bestaat uit Jef S. (de man die de 10 km in Rijkevorsel won), dame Rit V.A. en uw dienaar. Vermits we een gemengd team hebben en Jef een senior is, worden we in de categorie seniors gemengd ingedeeld.

 

417416_4447339427244_1938478123_n.jpg

 

Binnen eigen rangen is het uitkijken naar het duel met de heren Hendrickx (Guy, Jan en Ed).

 

 

529973_4447338347217_609407837_n.jpg

 

 en de Masters Heren met Pat, Jos en Johan.

 

526615_4447339707251_2015939891_n.jpg

 

En nog wat masters heren (Lu, Gert en Jan):

 

376367_4447337467195_496466264_n.jpg

 

En een paar damesploegen:

 

269674_4447340187263_639797979_n.jpg

 

Hild, Diane en Ingrid.

578648_4447337747202_1970203209_n.jpg

Viv, Lut en Liesbeth.

 

 

En het gezin Hendrickx: Marian, Anke en Ed.

555709_4447338827229_230670202_n.jpg

 

Zo, nu kent u alle hoofdrolspelers.

 

 

*****

 

 

Succes went.

 

Neem nu mij als voorbeeld.

 

Sinds ik lid ben geworden van atletiekclub  AVN heb ik alle wedstrijden waar ik aan deelgenomen heb voor de club al gewonnen. 

 

Allemaal!

 

 

Toevallig is dat maar één wedstrijd, maar dat doet niets af aan het feit.

 

 

En ja, ik weet het, het was een aflossingswedstrijd waar ik enkel het laatste stukje moest lopen; ik teerde op de ruime voorsprong die gemaakt was door de échte atleten.

 

 

Vandaag was het mijn tweede wedstrijd voor AVN; toevallig ook weer een estafette.

 

 

Vooraf had ik de uitslagen van de vorige edities van deze wedstrijd tot in het belachelijke geanalyseerd.  Podium halen bij de seniors gemengd zou normaal gesproken geen probleem moeten zijn; met de tijd die we uiteindelijk gelopen hebben, zouden we trouwens alle vorige edities gewonnen hebben in deze categorie; en telkens met een zee van voorsprong; neen, sterker nog, een oceaan of twee.

 

 

Maar, zoals mijn bankdirecteur altijd zegt:

 

 

Rendementen uit het verleden, bieden geen garantie voor de toekomst.

 

 

 

*****

 

 

Wat opwarmen, nog wat kletsen, wat cijferen, de tegenstand monsteren, enfin, u kent dat wel, de normale zenuwachtige opbouw naar het fatale moment,  het startschot.

 

En dan is het zover.  De eerste lopers van elke ploeg begeven zich naar de start.  De aflossers stellen zich op om hen nog een hart onder de riem te steken de eerste meters.

 

Dames en heren: het spel zit op de wagen! 

 

De start is gegeven, nu is er geen weg meer terug (nu ja, toch wel, maar die weg is 7 km lang).

 

Jef neemt, zoals verwacht en gehoopt, een kanonstart.

 

Estafette%20002.jpg

 

 

Estafette%20003.jpg

 

7 man/vrouw onderweg, 14 aflossers blijven nagelbijtend achter.

 

 

***** 

 

 

 

Het parcours in het Gielsbos is relatief zwaar.  7 kilometer door bos en hei, over licht hellende duinen, zones met mul zand; het is in niets te vergelijken met een biljartvlakke omloop over het asfalt.

 

De wissel/aankomstzone is een mierennest van zenuwachtig rondhuppelende en zich opwarmende atleten.  De omroeper meldt regelmatig welke ploegen aan de kop van de wedstrijd lopen. 

 

De eerste lopers komen binnen.   

 

Jef tikt als derde Rit aan.

 

Estafette%20014.jpg

 

Jef is zéér diep gegaan en heeft een fabelachtige tijd neergezet (25m54s).   Ik druk mijn chrono in om onze voorgift te kennen op de broers Hendrickx. 

 

Pat komt binnen en geeft door aan Jos.

 

Estafette%20023.jpg

 

Jos zal echter na een kilometer uit de race stappen omdat hij zich helemaal niet lekker voelt; de ploeg zal nog met meer pech af te rekenen krijgen; Johan probeert namelijk een wesp op te eten en de wesp wou hier niet aan meewerken en plantte haar angel in de lip van Johan.  Exit ploeg.

 

Estafette%20041.jpg

Guy is de tweede loper van de broers Hendrickx.  De voorsprong die Jef voor ons team heeft opgebouwd (6 minuten en 47 seconden) zal een flinke knauw krijgen.

 

Estafette%20046.jpg

 

En de ploegen stromen binnen.

Estafette%20053.jpg

Estafette%20063.jpg

 

Estafette%20073.jpg

 

Alle ploegen hebben een eerste ronde afgelegd. 

 

Ronde twee is aan de gang.  Nu is het bang afwachten.

 

313597_4447342547322_2119621675_n.jpg

Jef is nog helemaal kapot. 

 

We overleggen, rekenen en beseffen nu al dat het héél moeilijk zal zijn om de clan Hendrickx te kloppen.

 

De seconden en minuten tikken voorbij. 

 

Ik voel de zenuwen opkomen.  

 

En overloop nog even alle mankementen aan de oude kar die straks in gang moet: een pijnlijke rug en een half genezen hielspoor rechts. 

 

 

 

*****

 

 

 

Wanneer Guy als eerste van onze ploegen uit het bos draait, weten we al dat het over en uit is. 

 

 

Guy loopt de 7 km op 24 minuten en 33 seconden.  Dat is hallucinant snel.

 

Guy geeft de fakkel door aan Jan.

 

Estafette%20085.jpg

 

Ik sta inmiddels klaar in het startvak, klaar om als slotloper de wedstrijd af te maken voor onze ploeg.

 

 

De seconden tikken weg.

 

Daar is ze!

 

Rit heeft er werkelijk alles uit geperst.

 

Estafette%20088.jpg

 

Ik vertrek met 1 minuut en 18 seconden achterstand op looplegende Jan H. 

 

Jan komt terug uit blessure en is daarom niet idioot snel maar gewoon razendsnel....

 

 

Enkel een complete instorting van Jan en/of een mirakel van mijn kant kan de stand nog veranderen. 

 

 

En dan liefst geen flutmirakeltje, maar minstens een mirakel in  de orde van... 

 

 

  heum ...   

 

 

.... water in wijn veranderen, bijvoorbeeld.

 

 

En dat kan ik niet (andersom wel, trouwens, maar dat doet nu even niet ter zake).

 

Estafette%20097.jpg

 

Estafette%20126.jpg

 

 

******

 

Ik ga van start, flink aangemoedigd door clubgenoten. 

 

Ik begin uiteraard vééééél te snel te lopen.  De loper voor mij heb ik binnen een paar honderd meter al te grazen.  Niet dat die mens traagjes jogt, verre van.  

 

Kilometerbordje 1 kom ik door na 3 minuten en 35 seconden. 

 

Ik besef dat ik me binnen de paar kilometer helemaal naar de vaantjes ga lopen. 

 

 

LEKKER!

 

Niet dat ik na die eerste kilometer gas terug neem, neen dat mag niet.  De kerel die ik ingehaald heb, heeft me terug bij gehaald en blijft in mijn spoor. 

 

Op de langere rechte stukken probeer ik in de verte te speuren, op zoek naar een zwart shirt met witte letters AVN.

 

IJdele hoop.  Jan H. is ver weg.

 

Vier kilometer na 15 minuten en 35 seconden, ik loop aan 3m 54s per kilometer.  Gezien het bochtige parcours, de moeilijke ondergrond, het losse zand en de korte, maar nijdige klimmetjes over de duinen, kan ik daar goed mee leven. 

 

De man die constant in mijn rug zit, voelt dat ik wat begin te vertragen en loopt vervolgens van mij weg.  Ik kan niet aanpikken.

 

We naderen allebei op een voorligger, remonteren hem en laten hem ter plaatse.

 

 

*****

 

 

Rond kilometer 6 zie ik plots een zwart AVN-shirt. 

 

 

AHA!!!!

 

 

Zou het?

 

Is het looplegende Jan H.?

 

 

Wanneer ik nog wat nader, merk ik dat het een dame is, die ik ga dubbelen.

 

 

*****

 

 

 

 

De laatste kilometers beginnen zwaar door te wegen.   De systemen beginnen uit te vallen.

 

 

Estafette%20144.jpg

 

Enkele minuten voor mij finisht Jan H. 

 

 

De broers Hendrickx finishen als 4de mastersploeg (9de totaal) na 1u 24m 19s.

 

 

 

Na 28 minuten en 7 seconden tik ik af. 

 

Onze ploeg wordt 3de seniors gemengd (13de algemeen) na 1u 27m 36s.

 

Podium!  Ik zeg het nogmaals: trek mij een zwart AVN-shirt aan en het is van dat.

 

Estafette%20149.jpg

 

Estafette%20164.jpg

Finish Lu: 13de Masters Heren, 26ste totaal: 1u 38m 49s.

 

Estafette%20183.jpg

Finish Viv: 3de Damesploeg, 45ste totaalstand, 1u 49m 24s.

Podium!

Estafette%20185.jpg

Finish Hild: 4de Damesploeg, 47ste totaal, 1u 51m 9s

 

Estafette%20197.jpg

Finish Hendrickx Family: 13de seniors gemengd, 61ste totaalstand: 2u 9m 49s

 

 

Nu moet u eens terug naar boven scrollen en tellen hoeveel keer er op de foto's wordt gegrepen naar sporthorloges; onwaarschijnlijk...

 

*****

 

Een geslaagde dag.

 

Een vermoeiende dag.

 

Een spannende dag.

 

Sfeerbeelden%20079.jpg

 

Podium dus voor onze ploeg!

 

Uw dienaar ontbreekt op de foto, wat de foto alleen maar ten goede komt. 

 

Ik moest nog ergens een verjaardagsfeestje opluisteren met mijn geweldige persoonlijkheid, vandaar...

 

 

En podium voor de dames!

 

Sfeerbeelden%20063.jpg

 

De après-ski mocht er ook weer zijn, toch voor zover ik dat kan opmaken uit de foto's...

 

Sfeerbeelden%20086.jpg

Sfeerbeelden%20071.jpg

 

 

****

 

 

Zaterdag 11 augustus staat uw halfkreupele dienaar aan de start van de 10 mijl van Seraing.  Seraing, waar ik in een niet zo ver verleden de duimen moest leggen voor Frank T. 

 

 

Mijn psychiater heeft het me afgeraden, maar ik doe het toch.

 

 

Die schandvlek op mijn palmares moet namelijk dringend uitgeveegd worden....

 

De psychologische oorlogsvoering begint nu al. 

 

Frank, hoeveel minuten bedroeg jouw achterstand op Chris ook alweer?

 

14 minuten?

 

 

 

Seraing dus.

 

Allen daarheen! 

 

Enfin, niet allemaal natuurlijk...

 

19:25 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

27-07-12

De mier en de Galibier

 

De mier en de Galibier

 

 

Vrijdag 27 juli.

 

 

Het is smoorheet in de Kempen.

 

Het zindert.

 

De hitte doet de lucht trillen boven de zwarte daken.

 

De mussen vallen dood uit de goot.

 

 

Ik lig op mijn rug in de tuin.

 

Onder mijn boom.

 

Te niksen.

 

En tel de blaadjes.  Zodat ik straks, in de herfst, kan controleren of ik ze allemaal heb bijeen geharkt.

 

 

Naast mij ligt mijn vrouw.

 

Op een ligzetel.

 

Ik lig op een handdoek.

 

Er moet verschil zijn.

 

 

*****

 

 

Mijn vrouw heeft deze ochtend een kop hete thee over haar linkerbeen laten vallen, godzijdank had ze een broek aan. 

 

Nu ik vorige zin even herlees, wek ik de indruk dat mijn vrouw altijd in haar ondergoed door het huis dartelt. Helaas, waarde lezer, zoveel geluk valt mij niet dikwijls te beurt.

 

 

Enfin, dus een kop hete thee over haar bil.

 

 

Met toch wat brandwonden tot gevolg. 

 

 

Omdat mijn vrouw een medische opleiding heeft genoten, moest daar flamazine en een verband rond gedrapeerd worden. 

 

 

Ze verbeet de pijn.  Manmoedig.  En merkte op dat vrouwen toch beter getraind zijn om pijn te verdragen.  Waarop ik niet kon nalaten op te merken dat het toch maar een kleine brandwond was, en dat ze in deze een voorbeeld moest nemen aan Jeanne d' Arc.

 

IJskoude blik. 

 

Erg verkoelend.

 

 

 *****

 

 

Ik lig dus onder mijn boom, op mijn rug, blaadjes te tellen.

 

En te mijmeren.

 

 

Kind 2 heeft inmiddels officieel zijn rijbewijs gehaald.  Dus weg met het voorlopig rijbewijs.  Nu is het voor echt.  En dus raast Kind 2 over Vlaamse asfaltwegen met een volle tank, betaald met de creditcard van de man die op zijn rug in de tuin ligt, onder de boom, blaadjes tellend.

 

 

*****

 

 

Deze ochtend zat er een schrijven van de Politie in onze bus.

 

 

Eerste reactie vroeger was dan: Shit, de vrouw heeft weer maar eens een té zware voet gehad.

 

Eerste reactie nu is: Shit, Kind 2 of de vrouw heeft weer maar eens een té zware voet gehad.

 

Ja, met de verkeersboetes die wij al hebben gescoord, hebben ze een nieuwe asfaltlaag kunnen leggen op de E-19 tussen Meer en Merksem.

 

 

Enfin, dus een schrijven van de politie.

 

We rukken gefrustreerd de enveloppe open en tot onze verbazing dwarrelt het rijbewijs van Kind 2 op de tafel.  Was klaarblijkelijk door de politie gevonden in Malle.  We wisten niet eens dat Kind 2 zijn rijbewijs verloren was.

 

 

De brief heeft ons bereikt op vrijdag 27 juli.

 

Nu mag u eens raden hoe lang Kind 2 dat rijbewijs op zak had.

 

 

Neen, fout.

 

Denk vooral niet in weken.

 

 

Neen, ook fout.

 

Denk ook niet in dagen.

 

 

Nope, weer eens fout.

 

 

Inderdaad, binnen de 24 uur.

 

 

Dinsdag 24 juli heeft Kind 2 zijn rijbewijs afgehaald op het stadhuis, op woensdag was hij het kleinood al kwijt.

 

Daar moet ergens een wereldrecord in zitten.

 

Ja, een wereldrecord, papa is zo fier als een pauw, of neen, doe maar een gieter (met die warmte).

 

 

Maar zoals gezegd, Kind 2 is mobieler dan ooit, en dus quasi nooit thuis. 

 

Wat soms een verademing kan genoemd worden  (zeker bij dit soort weer).

 

 

*****

 

 

Kind 1 is ook niet thuis.  Is bij een vriend bamboe gaan snoeien.  Gratis. 

 

Ja, zijn kamer ziet er uit alsof er een bom ontploft is, maar opruimen, ho maar.  Liever nog op een ander gaan werken, gratis bovendien. 

 

Wanneer wij Kind 1 vragen om een handje toe te steken, bijvoorbeeld blaadjes van een bepaalde boom in de tuin bijeen scharrelen, dan verschijnen er €urotekens in zijn ogen.  En dient de overvolle agenda geraadpleegd te worden, op zoek naar wat schaarse vrije tijd.

 

Maar goed, er zijn verzachtende omstandigheden: de bamboevriend heeft een zwembad in de tuin.  En het argument ten gronde is wel dat er deze namiddag twee deernes in bikini (of erger) wafels kwamen bakken voor de bamboetijgers.

 

 

 

*****

 

 

Het is heet in de Kempen.  De kaap van de 30° werd gehaald.

 

En omdat het toch té heet ging worden om iets zinvols te doen, zoals bijvoorbeeld goten uitkuisen, ben ik woensdag gaan fietsen.

 

 

De racefiets op!

 

 

Natuurlijk is het op de fiets ook heet.  Maar dan trap je maar wat harder, dan maak je vanzelf wind.

 

 

 

***** 

 

 

Het plan is ambitieus.  In St-Jozef Rijkevorsel het Kanaal Dessel-Schoten volgen (Rijkevorsel, Sint-Lenaarts, Brecht, Sint-Job tot het eindpunt Schoten), vervolgens het Alberkanaal volgen tot in Grobbendonk en dan via een rits Kempense dorpjes (Vorselaar, Poederlee, Lille, Wechelderzande, Vlimmeren, opnieuw St-Jozef, Achtel) terug thuis aan te landen.

 

 

Ik vul mijn drinkbus met 1 liter Pidpa-water en vertrek.

 

 

Mijn bandjes zoemen speels over het asfalt.  7 à 8 bar in de tubes.   Ik rij ongeveer 30 km per uur, met een erg bevredigende 123 tellen op de hartslagmeter. 

 

 

De zomer kleurt nog zomerser door de donkere glazen van mijn zonnebril.

 

 

Het asfalt vertoont hier en daar zweetplekken, wat doet denken aan Zuid-Franse wegeltjes.  Een krekel zou hier niet misstaan. 

 

En zonnebloemen. 

 

Tournesols.

 

 

Gek hoe de hitte toch weer aparte geuren opwekt.  Een windvlaag draagt de geur van warm gras met zich mee.  Zelfs zand heeft een geur.

 

In de berm felblauwe korenbloemen, karmijnrode klaprozen en statige berenklauwen.

 

 

Kanaal.  Ik draai het jaagpad op. 

 

Nu is het van bruggetje naar bruggetje fietsen.  Elk bruggetje wordt omsingeld door een paar bunkers, betongrijze relicten van grauwe wereldse conflicten.

 

 

Het jaagpad is geliefd onder fietsers.  Van trage bompa tot pezige wielerfanaat.

 

 

*****

 

 

Sinds kort heb ik een bel op mijn racefiets.  Ja, de investeringen in de fietssport gaan maar door: 4,95 euro!

 

 

Moest ik voordien hardhorige bejaarden uit de weg roepen, dan kan ik nu pingen dat het een lieve lust is.

 

 

Niet dat het ook maar iets helpt.

 

 

Situatieschets.

 

Voor mij twee oude heren op een fiets.

 

Ik heb geleerd dat je niet moet bellen op 50 meter afstand.  Horen ze toch niet.  Maar omdat ik 30 km per uur rij, en zij ongeveer 12 km per uur, nader ik als een sneltrein op een stilgevallen auto midden op een onbewaakte overweg.

 

Wanneer ik denk binnen gehoorsafstand te zijn voor het betere hoorapparaat, geef ik een keiharde PING.  Een PING waarmee je een bende hardhorige waterbuffels mee op de vlucht kan jagen, ik zweer het u.

 

 

De heren reageren niet eens.

 

Om de ziekenkas niet op te zadelen met hospitalisatiekosten voor een gebroken heup of twee, zit er niets anders op dan de remmen dicht te knijpen en nogmaals keihard te PINGEN.

 

 

Nu horen ze het wél.

 

 

Het zou verdorie nog moeten mankeren.

 

Zelfs de fietsers 30 meter voor hen hebben die PING  gehoord en rijden al gedisciplineerd achter mekaar.

 

 

Maar vooraleer opzij te gaan, moet de linkse heer toch eerst nog eens erg traagjes omkijken om te zien wat er aan de hand is.  In plaats van gewoon opzij te gaan.

 

 

Ik bedoel maar.

 

 

Wat Pingt er zoal in de wilde natuur op een fietspad.

 

Een eend op een driewieler?

 

Ik dacht het niet.

 

Enfin, ik rij dus 12 per uur, moet een tandwiel of veertig terugschakelen om vervolgens en danseuse de snelheid weer op te trekken tot bij het volgende koppel halfdove....

 

 

*****

 

 

Enkele witte eenden waggelen tussen de oever en het fietspad.  Wanneer ik ze voorbij rij, blazen ze naar mij.

 

Ik blaas terug.

 

Wat denken ze wel!

 

 

*****

 

 

Het is lekker peddelen op het vernieuwde asfalt naast het kanaal. En de nabijheid van het water geeft toch de illusie van verkoeling.

 

Traag dobberen de bootjes op het kanaal.  Exotische namen op boten, verweerde vlaggen wapperen verveeld op het lome briesje.

 

Traag is mooi.

 

Licht hellende bakstenen schoorstenen zijn de stille getuigen van teloorgegane steenbakkerijen, de kleiputten en hun kleipikkers.

 

Het bladerdek levert ook wel wat schaduw.

 

 

Een visser zit voor zich uit te staren, ze bijten niet...

 

 

*****

 

 

Kruispuntje aan een brug.

 

Vlak achter mij schiet een wielrenner het jaagpad op. 

 

Ik rij nog steeds iets boven de 30 km per uur.  Af en toe zip ik van mijn drinkbus, waarin het water inmiddels lauw is geworden.  Getver, dat smaakt naar thee zonder zakje.

 

 

De wielrenner komt knal in mijn wiel hangen. 

 

 

In mijn hoofd spreekt een duiveltje.  Hij maant me aan om sneller te gaan rijden.  Ja, alles is competitie, vrees ik.

 

 

Na een dikke kilometer pakt hij de kop over. 

 

In sappig antwerps dialect zegt hij:

 

 

'kzal woek is wa kop doeng!'

 

 

Fiets van Merckx.  Supergebronseerde kuiten, waar de spierbundels heel wat kilometers verraden.  Het tempo schuift omhoog naar 35 per uur.  Maar als je in het wiel mag hangen, dan is dat met de vingers in de neus.

 

 

Mijn compagnon de route is een speelvogel.  Af en toe zwaar doortrekken, waardoor ik een gaatje moet laten vallen (het duiveltje in mijn hoofd kan zijn enthousiasme niet op), knokken om het gat terug te dichten, waarbij de teller vlot de 40 per uur haalt.

 

 

Sint-Job-in't-Goor.  Het jaagpad is daar even onderbroken en in erg slechte staat.  Maar mijn gezel weet een kleine alternatieve route die ons via het volgende brugje weer op het jaagpad zal brengen.  We rijden naast mekaar, keuvelen wat, het tempo is opnieuw wat gezakt, terug rond de dertig km per uur..

 

 

Wanneer we aan het brugje komen, is de brug net open om een boot door te laten. 

 

En ik voel dat er iets niet klopt.

 

Lekke achterband. 

 

Alweer!

 

Het toeval wil dat ik de eerste keer ook in gezelschap reed toen ik lek reed. 

 

Ik denk dat mijn Cannondale een jaloers vrouwtje is.  Zodra ik aandacht besteed aan andere renners of fietsen, dan wordt ze bokkig en neemt ze wraak met een lekke tube.

 

Stilstaan.  Rem open.  Wiel los.  Wiel er uit.  Band er af.  Kapotte tube er uit.  Buitenband controleren op scherpe voorwerpen.  Nieuwe tube lichtjes oppompen (met zijn pomp) en tussen band en velg steken.  Band er op wrikken.  CO2-bom aansluiten op ventiel.  Indrukken.  Band keihard.  Wiel er in frullen.  Vastzetten.  Controleren op vlot draaien.  Rem terug dicht. 

 

Handen afkuisen aan graskant.

 

En weer op weg.

 

Tussen haakjes, wat is lopen een leuke sport, vergeleken met dit gedoe....

 

 

*****

 

 

Omdat we nu wat op adem zijn gekomen, worden alle registers weer opengetrokken.  Ik doe een aantal kilometers kop aan 35 km per uur (en voel me beetje bij beetje sterven), waarna hij overpakt en we vlotjes weer de 38 km per uur halen.

 

Ik had me voorgenomen om kalm aan te doen, maar mijn gemiddelde zit boven de 30 km per uur.

 

Maar helaas, mijn gezel van de hoge vlucht volgt een andere route; onze wegen scheiden zich.

 

 

*****

 

Schoten.

 

 

Ik zweet als een beest.  En het water in mijn drinkbus heeft de omgevingstemperatuur (31 graden) aangenomen.

 

Onbezonnen jongelui springen joelend in het kanaal.

 

Een zomers tafereel waar ik jaloers op ben. 

 

 

***** 

 

 

Schoten.

 

Wat zoeken naar het jaagpad naast het Albertkanaal.

 

Ha, gevonden.

 

Het beetje wind dat er staat blaast zwak in het voordeel.  Maar het is hete wind, haize hego.

 

En geen sprake meer van schaduw.  Allemaal open ruimte.

 

Het Albertkanaal is een transportweg.  Scheepsladingen zand en grind varen af en aan.

 

De kilometerteller blijft mooi rond de 32 km per uur, de hartslag is wel wat gestegen, maar gezien de weinige zuurstof en de ozon in de lucht, lag dat wel in de lijn der verwachtingen.

 

Breed jaagpad, erg luxueus om hier te rijden.  Plaats zat.

 

De jeugd klit samen op handdoeken en parasols naast het kanaal.  Drinken wat, luisteren naar teringherrie, enfin, zijn druk bezig met jong en verliefd zijn.

 

 

*****

 

Wijnegem, Oelegem.

 

Iets voorbij de brug onder de E34, is er een draaikom in het kanaal. 

 

Jetski's razen over het water.

 

Ik heb dorst.

 

 

*****

 

 

Vierselheide.

 

Grobbendonk.

 

Hier neem ik afscheid van het kanaal.

 

Ik verga van de dorst.  En kook zowat onder mijn zwarte helm.

 

Ik drink van het hete water uit mijn drinkbus.

 

Jekkes.

 

 

Op weg naar Vorselaar voel ik me misselijk worden.  Mijn maag protesteert.

 

Ik besluit even halt te houden.

 

Tot tweemaal toe sta ik te kokhalzen langs de kant van de weg.

 

En ik ben nog een roteind van huis.

 

Overal zoutringen van het zweet op mijn trui en broek.

 

En natuurlijk genoeg gerief mee om de fiets te herstellen, maar drank, suikers, kleingeld voor drank of een GSM voor hulp in te roepen, dat niet natuurlijk.

 

Ik ben namelijk een loper, weet u wel, gemaakt van staal.  Roestvrij.

 

Maar dorst dat ik heb. 

 

Ik geef mijn linkerpink voor een ijskoude cola.

 

 

Doorrijden.

 

Want anders geraken we nooit thuis.

 

En het tempo is compleet weg.  Met moeite 23 km per uur. 

 

Neen, dit is afzien.

 

De dorpjes volgen mekaar op.  Afschuwelijke trein der traagheid.

 

 

Brug over de autostrade. 

 

Net voor Wechelderzande. 

 

De brug lijkt hoger dan de Galibier.  Ik kruip er tegen aan als een mier. 

 

 

Als ik het water niet meer kan drinken, dan kieper ik het maar over mijn hoofd.

 

De douche is heet en laat het zout van mijn zweet in mijn ogen lopen. 

 

 

*****

 

Vlimmeren.

 

Het tempo zakt schrikbarend.  Ik zit helemaal stuk. 

 

Rijkevorsel.

 

Dorst.  Honger.  Misselijk.  Duizelig.  Fringale.

 

 

*****

 

 

Thuis.

 

Ben blij als een kind dat ik thuis ben geraakt.

 

Geraak met moeite uit mijn pedalen geklikt.

 

Handschoenen uit, schoenen uit, helm af, zonnebril weg.

 

Stort neer op mijn gazon.

 

 

Onder een boom.

 

Waaraan blaadjes hangen.

 

 

_______________________________________

Voor de titel ben ik schatplichtig aan mijn kompaan Navidad, wiens blog ik u van harte kan aanbevelen; klik: de Mieren van de Galibier

 

 

16:18 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (4) |  Facebook |

09-07-12

Brothers in arms

 

Brothers in arms

 

 

 

 Zaterdag 7 juli.

 

De ochtend houdt een onvervulde belofte in.  

 

Een onvervulde belofte van zomer.

 

Het is koel, het is stil. 

 

De stilte wordt enkel verstoord door het statige geluid van de kerkklokken. 

 

Het is zaterdag, het leven komt iets langzamer op gang.

 

 

*****

 

 

Naarmate de voormiddag verder kabbelt, raapt de wereld de draad weer op.

 

 

Auto's rijden af en aan, fietsbellen rinkelen, knoestige buurmannen zijn in de weer met verwarde verlengsnoeren, zeurende snoeischaren en gonzende grasmaaiers, een haan kraait te laat victorie, een radio blèrt popdeuntjes, het truweel van de bouwvakker tikt aritmisch, een hond snuffelt en heft een poot en nijvere bekrulspelde huisvrouwen spelden wapperend witter dan wit wasgoed aan waslijnen, een tastbare ode aan de vluchtige schaapjeswolken in het azuurblauwe zwerk.

 

 

Ik sta erbij en ik kijk er naar.

 

 

*****

 

 

Rijkevorsel is het brandpunt vandaag. 

 

Hier brandt de lamp!

 

Rijkevorsel leeft. 

 

 

Vandaag staat er een belangrijke confrontatie op de agenda.  De marathon der Noorderkempen (individueel of in estafette), halve marathon en stratenloop.

 

 

Uw dienaar loopt vandaag de estafettemarathon, als roestig onderdeeltje in het grote raderwerk van atletiekclub AVN. 

 

 

Onze club vaardigt maar liefst 4 teams af, met wisselende ambities.

 

 

In een vlaag van roekeloosheid had ik toegezegd om mee te lopen in een team van AVN.  Blijkt nu dat ik slotloper ben van het snelste team.  

 

De verantwoordelijkheid weegt zwaar, ik voel me als die kerel op dat briefje van 1000 frank, maar dan met een groter vijgenblad...

 

 

1000_Mercator_achter2.jpg

 

Ik draag het gewicht van de wereld. 

 

 

Was het Atlas? 

 

Ik dacht het wel.

 

 

1000 doemscenario's spoken door mijn hoofd. 

 

 

Hoe ik er als slotloper in slaag om het voor het team feestelijk te verbrodden. 

 

Denk maar aan verrekkingen, spierletsels, of voorbij gelopen worden door een ploeg of 20...

 

 

Verloren lopen kan niet; ik heb het traject dat ik moet lopen (gemeenteschool Sint-Lenaarts naar de finish in Rijkevorsel) minstens een keer of 7 met de racefiets verkend. 

 

Elk bochtje waar ik meters kan winnen staat op mijn netvlies gebrand, het jaagpad naast het Kempens Kanaal heeft geen geheimen meer voor mij.

 

 

Google maps, map my run, enfin, het hele internet heb ik kaalgeplukt op zoek naar randinfo. 

 

De wind blaast zwak tot matig uit het zuiden tot zuidwesten, dus voornamelijk zijwind licht in het voordeel en de laatste twee kilometer volle bak in de rug, jihaaa!

 

 

 

*****

 

 

 

Vroeg verzamelen. 

 

15u45.  

 

Nodige administratieve afwikkelingen en ploegfoto's. 

 

Zenuwachtig gegiechel en gekakel.

 

 

Mag ik u de galerij der atleten voorstellen:

 

563556_4303045819994_1459488481_n.jpg

 

De AVN Ladies

 

482087_4303041499886_347253681_n.jpg

 

AVN - Iets rustiger.  Gert R. ontbreekt op de foto.

 

582691_4303040379858_1899105854_n.jpg

 

AVN Tempo

 

488067_4303042259905_1036937845_n.jpg

 

AVN Speedy

 

 

Ik bespaar u de grafieken wie waar op welk moment welke kleur bus moest nemen om tijdig op welk wisselpunt te geraken. 

 

Ik heb de papieren met die schema's vastgehad en op welke manier ik ze ook draaide, ik snapte er de ballen van. Had ik de lopers naar de diverse wisselpunten moeten sturen, dan hadden we nu ongetwijfeld al een opsporingsbericht of 6 op TV gehad (wel gemakkelijk natuurlijk: de vermiste is atletisch gebouwd, draagt een zwart singlet met witte letters AVN en heeft dringend medicatie nodig).

 

Het feit dat iedereen er geraakt is, mag beschouwd worden als het meest verbluffende mirakel sinds iemand te Lourdes dacht een flauw schijnsel gezien te hebben, waarna er water in plastieken Mariaflessen verkocht werd.

 

 

 

*****

 

 

 

17u. 

 

Start van de individuele marathon, de estafetteloop (aflossing atletiekclubs) en bedrijvenloop (aflossing bedrijven). 

 

 

Het spel zit op de wagen.

 

 

We moedigen onze vier startlopers aan.

 

 

Pat (308- Speedy) en Koen (333 - Tempo) zitten vlak bij mekaar.

563312_421094647942067_85388571_n.jpg

 

De eerste lopers brengen de stick (het rode borstnummer) van Rijkevorsel naar Hoogstraten.

 

HB610355-L.jpg

 

Eens de groep uit het zicht is verdwenen, valt er een onwerkelijke stilte over de startzone.  De aflossers in Hoogstraten zijn al ter plaatse, de aflossers in Merksplas en Beerse zijn onderweg met de bus.

 

 

Enkel de aflossers voor Malle en Sint-Lenaarts zijn nog in Rijkevorsel; onze bussen vertrekken nog later.

 

 

 

*****

 

 

 

Het wordt donker boven Rijkevorsel.  Er dreigt onweer in de lucht.  Donkergrijze wolken, zwanger van regenbuien pakken samen. 

 

 

En enkele tellen later is het zover.  Het begint te regenen.  Eerst malse regen, dan regent het zachtjes, dan blaasjes, dan oude wijven, pijpestelen, vervolgens met bakken en ten slotte stortregent het.  Iedereen slaat op de vlucht, op zoek naar beschutting.

 

 

We zijn in gedachten bij onze lopers van de vier teams, die gegeseld worden door de elementen.  Ergens ver weg van hier, knokkend in alle anonimiteit voor hun plaats in de wedstrijd, terwijl de wind beukt en de regen striemt. 

 

 

We zijn nu nog met vier musketiers. 

 

 

Slotlopers Frank (Tempo), Hild (Iets rustiger), Liesbeth (Ladies) en uw dienaar (Speedy). 

 

 

 

*****

 

 

 

18u.

 

De stratenloop (5 km en 10 km) start.  We moedigen bekenden aan, en merken dat Jef S. (1148) als een vuurpijl start.  Hij dirigeert de kop van de wedstrijd. 

HB610674-XL.jpg

 

 

18u10. 

 

We gaan nog een laatste keer naar de kleedkamer voor de laatste schikkingen, want om 18u30 start onze bus richting Sint-Lenaarts, waar we slotlopers zijn voor onze 4 teams.

 

 

De spanning begint op te lopen.

 

 

Op de bus zijn we getuige van de 2de doortocht van Jef, die vlot naar de overwinning loopt op de 10 km.  In een indrukwekkende 33 minuten en 54 seconden!!!!!

HB610891-L.jpg

 

 

18u35. 

 

Onze bus vertrekt. 

 

 

Er is geen weg terug. 

 

 

Al die tijd zijn we in het ongewisse gebleven van wat er zich in de wedstrijd afspeelt. 

 

 

Wie zit waar? 

 

 

 

*****

 

 

18u55. 

 

Sint-Lenaarts.

 

 

Ik verga van de stress.  Ik heb het niet meer. 

 

 

Een karavaan marathonlopers en halve marathonlopers trekt aan ons voorbij. 

 

 

Geen spoor van estafettelopers of bedrijvenlopers (beiden doen een aflossingsmarathon, estafette is voor atletiekclubs, bedrijvenloop is voor, jawel, bedrijven).

 

 

Plots vang ik een gerucht op.  De twee eerste plaatsen in de wedstrijd zijn bedrijvenlopers (Reyns advocaten en SD Worx), daarna volgt er een atletiekclub.

 

 

Maar welke?

 

 

Ik vraag met een bang hart of het AVN is. 

 

Hij dacht het wel. 

 

En voegt er onmiddellijk aan toe dat het een oranje shirt is.

 

 

GAV!

 

Gooreind atletiek vereniging.

 

 

Ik ben bijna gelukkig. 

 

Stel dat we eerst lopen, dan wordt de druk wel héél groot om die plaats vast te houden.  Nu we niet eerst lopen bij de atletiekclubs, voel ik iets minder druk.  Anderzijds, stel dat we op de tweede stek lopen, dan moet er alles aan gedaan worden om je naar de eerste plaats te knokken.  Ik heb het gevoel dat ik enkel kan verliezen.

 

 

Maar mijn bron zegt wel dat het bericht behoorlijk oud is, en dat er misschien wel al wat veranderd is.

 

 

En ik besef maar al te goed dat de twee lopers die voor mij de fakkel dragen van AVN Speedy, Jan en Guy H., bloedsnelle lopers zijn.

 

 

Voor alle zekerheid ga ik de concurrentie monsteren.  Ik sla een praatje met de jongeman van GAV. 

 

19 jaar, blakend van zelfvertrouwen. 

19 jaar, één brok dynamiet. 

19 jaar, explosief als de pest.

19 jaar, ik kon zijn (erg oude) vader zijn.

 

 

De moed zinkt me nog dieper in de loopschoenen.

 

 

 

*****

 

 

19u10.

 

Ik sla door.  Begin finaal te flippen.

 

 

Frank probeert me te kalmeren.  Ik ijsbeer rond, probeer vervolgens wat op te warmen. 

 

 

Ik heb er geen zin in.  Moest ik nu stiekem kunnen verdwijnen, ik deed het.

 

 

Frank stelt voor om een 100 meter terug te wandelen op het parcours.  Daar kunnen we in de verte de lopers zien aankomen.

 

 

Ik zeur de oren van Frank zijn kop. 

 

 

Dat ik dit niet kan,

dat ik het ga verknallen,

dat hij in mijn plaats moet lopen,

dat ik naar huis wil,

dat ik de Lotto wil winnen,

dat ik de dag vervloek dat ik geboren ben,

dat ik meer zou moeten trainen,

dat mijn hiel pijn doet,

dat het te warm is,

dat ik evenveel kilo's had moeten afvallen als Bart De Wever,

dat er wind is,

dat ik nog naar het toilet moet,

dat ik honger heb,

moe ben,

dat Guy niet zo hard mag lopen,

dat we niet op de eerste plaats mogen lopen,

dat ik liefst zou hebben dat we zestiende zouden zijn,

dat de wereld nu, en wel nu, mag vergaan.

 

 

Het is een wonder dat Frank mij daar niet ter plekke de schedel heeft ingeklopt. 

 

 

Hoewel ik hem een keer of twaalf op mijn blote knieën gesmeekt heb om het te doen.

 

 

Frank is de kalmte zelf.  En dat maakt mij nog zo mogelijk nog zenuwachtiger. 

 

 

Ik bedoel maar, Frank bestond het om in Rijkevorsel nog een smoske Martino binnen te spelen.  

 

 

Smoske Martino, dat is toch rauwe gemalen baviaan met pikante saus en wat verslenste rauwkost! 

 

 

Dat opeten vlak voor een wedstrijd is vragen naar scheefspuitende schijterij, als je het mij vraagt....

 

 

 

*****

 

 

De eerste aflossingsploeg komt aan gelopen.  Het zijn de advocaten.  Telt niet voor ons klassement.

 

De tweede aflossingsploeg: SD Worx.  Ook niet van tel.

 

 

Nu kan elk moment, nu moet elk moment.....

 

 

......neeeeeeen, ik wil er niet aan denken. 

 

 

 

Ik laat Frank mijn hartslag meten.  Schrikbarend hoog, en ik sta verdorie gewoon stil.

 

 

Eric B., marathonloper, plaats drie in de wedstrijd, komt er aan.

 

 

En dan, o rampspoed, komt Guy H. in de verte aangevlogen.  Die soepele loopstijl herken ik uit duizend.

 

 

Ik vloek en jammer.  We hangen op plaats 1 van de estafette voor clubs.

 

 

 

Godvermiljaardenondedju!!!!

 

 

 

Frank begeleidt me naar het wisselpunt, maant me tevergeefs aan tot kalmte, raadt me aan niet als een speer te vertrekken, maar in te delen. 

 

 

En roept me toe dat ik het kan.

 

 

Ik hoor het, maar registreer het niet.

 

 

Guy stuift de bocht om, reikt me het heilige borstnummer 308 aan en roept me na: 

 

 

 

 En nu alles geven!

 

 

 

Ik vertrek als een zot. 

 

Ik vlieg weg, terwijl ik het borstnummer omgesp.  Ik knal los door de geluidsmuur.  Moest Jonathon Borlée naast me lopen, hij zou niet kunnen volgen.  Kevin ook niet.

 

Ik vlieg als een gek door de straatjes van Sint-Lenaarts.  En haal de stervende zwanen van de halve marathon op volle snelheid in.  Remonteer marathonlopers.

 

 

En kijk geregeld om, op zoek naar het oranje shirt van GAV.

 

 

Na enkele honderden meters kom ik aan het bord km 36 van de marathon.  Ik moet nog meer dan 6 km. 

 

 

Ik voel dat ik al serieus op het gaspedaal heb gestaan.

 

 

Mijn ademhaling jaagt.

 

 

Vaartkant Links, het jaagpad naast het Kanaal Dessel-Schoten. 

 

Kilometers lang kaarsrecht eenzaam asfalt.  Je kan eindeloos ver voor je uit kijken.  Nog steeds vlieg ik lopers en loopsters voorbij. 

 

 

Ik mag hier niet vertragen. 

 

 

Omkijken.

 

Oranje shirt?

 

Neen.

 

Voortjakkeren.

 

 

Komaan, komaan.

 

De ploeg rekent op jou.

 

Breng dat nummer thuis!

 

Koste wat het kost.

 

 

Mijn ademhaling schrijnt.

 

In de verte zie ik het felgele shirt van Eric B.  Ik loop op hem in.  En een soort van geruststelling komt over me heen.  Ik loop in op Eric.  Straffe gast die op zijn beurt dan ook nog eens op mij inloopt.

 

 

Ik voel dat ik dit waanzinnige tempo niet kan aanhouden en besluit wat gas terug te nemen en wat te doseren. 

 

Alles wat achter me ligt, heb ik de voorbije kilometers ingehaald. 

 

Voorlopig nog geen kapers op de kust.

 

 

Maar toch, blijven strak houden dat tempo. 

 

 

Het moet pijn doen.

 

Geen comfort.

 

Sneller.

 

Sneller.

 

 

*****

 

 

Eindelijk draaien we weg van het jaagpad, linksaf Meerblok.

 

Oef, nu ben ik uit het blikveld voor eventuele concurrentie.

 

 

Nog een dikke twee kilometer.

 

Breng dat nummer thuis!

 

Meters lijken kilometers.

 

Seconden lijken minuten.

 

 

Ik haal Eric B. in.  We kennen mekaar van zovele stratenlopen.  Hij zegt dat hij even gaat aanpikken om zijn tempo weer wat op te schroeven.  Hazen voor Eric.  Wie had dit ooit gedacht?

 

 

Enkele honderden meters later moet hij me laten gaan. 

 

 

Helhoekweg.  Hoe traag gaan de kilometers.

 

 

Mijn rechterhiel begint serieus pijn te doen.  Waar ik voor vreesde, is dus bittere realiteit. 

 

 

Het hielspoor spookt weer!

 

 

Tanden bijten, nu. 

 

Die hiel mag aan flarden. 

 

Moet aan flarden.

 

Niet aan toegeven. 

 

 

Pijn is tijdelijk, nederlagen eeuwig.

 

Breng dat nummer thuis!

 

 

Ik loop in een soort van trance. 

 

Tunnelvisie. 

 

Vooruit. 

 

En verbijt de pijn. 

 

De pijn van de inspanning. 

 

De pijn van de hiel. 

 

De heerlijke pijn van het lopen.

 

 

Breng dat nummer thuis!

 

Loop, Mark, loop.

 

 

Maak het werk van Pat, Katleen, Chris, Jan en Guy af.

 

Breng dat nummer thuis!

 

 

De laatste honderden meters.

 

Jef staat langs de kant en moedigt me aan.

 

 

En finish.

 

 

Het nummer is thuis.

 

 

De klok stopt na 2 uur 46 minuten en 37 seconden. 

 

 

Ik liep het laatste stukje, 6 km 770 meter, net onder de 26 minuten. 

 

 

HB611311-L.jpg

 

Maar voor dat laatste stukje hebben 5 andere lopers het beste van zichzelf gegeven, ver weg van de finish, ver weg van het applaus aan de finish.

 

Vooral zij brachten het nummer thuis.

 

Nogmaals bedankt allemaal voor de geleverde prestatie, en bedankt AVN dat ik mocht finishen; het was een eer en een genoegen! 

 

 

Nu ik toch bezig ben. 

 

Heum, Frank, sorry dat ik je dag grondig verpest heb met mijn gezeur, gestress en gejammer. 

 

Ik zal het nooit meer doen. 

 

Toch deze week niet meer...

 

 

*****

 

 

Sinds 2009 wordt de estafette gelopen.  Nooit eerder won AVN. 

 

Het is ook de scherpste tijd die AVN hier ooit liep:

 

2009: 2u 50m 51s

2010: 2u 49m 14s

2011: 2u 51m 25s

2012: 2u 46m 37s

 

 

 

*****

 

 

HB611387-L.jpg

 

Frank bracht het nummer van AVN (Tempo) thuis in een scherpe 3u 9m 53s, goed voor positie 4.

 

HB611434-XL.jpg

 

Hild bracht het nummer van AVN (Iets rustiger) thuis in 3u 29m 10s (pos.: 9). 

Hild, hier goed omringd door Gert en Jos.

 

HB611568-L.jpg

Liesbeth bracht het nummer van AVN (Ladies) thuis in 3u 51m en 11s, pos.: 14.

 
 
 
 
En het feestje was compleet. 
 
 
Jos Van Bavel liep te Rijkevorsel zijn 80ste marathon in 4u 14m 18s!

HB611724-L.jpg

 

 

 *****

 

De avond valt.

  

Tafels en stoelen hamsteren. 

 

We zitten met een man of twintig te babbelen over de wedstrijd. 

 

En het begint te regenen.

 

Opnieuw slaan we op de vlucht.

 

 

 

*****

 

 

We zoeken een bruine kroeg op.

 

 

Waar de gesprekken rustig verder kabbelen.

 

Waar de Tripel Westmalle koud geschonken en warm onthaald wordt.

 

Waar chips een rare vervaldatum heeft.

 

Waar heroïsche verhalen de ronde doen.

 

Waar wilde plannen gesmeed worden.

 

Waar nagekaart wordt.

 

Wonden gelikt.

 

 

Bloedbroeders in de strijd.

 

 

Brothers in arms.

 

Sisters in arms.

 

428889_4303039259830_731510732_n.jpg

 

18:43 Gepost door Mark in 20 Km door Brussel, Lopen | Permalink | Commentaren (3) |  Facebook |

01-07-12

Van Fifi, Brutus, de 90% van Georges Leekens, Cicero, een occasionele Schweinhund, De Bello Gallico en het maken van een omelet...

 

Van Fifi, Brutus, de 90% van Georges Leekens, Cicero, een occasionele Schweinhund, De Bello Gallico en het maken van een omelet...

 

 

Vrienden, Romeinen, lopers, amici, zoals u kon lezen in een vorige bijdrage, ben ik toegetreden tot de cohorten van atletiekclub AVN, de Atletiekvereniging Noorderkempen.

 

 

Vanaf heden verdedig ik de kleuren van AVN, te weten, heum...    .... stemmig zwart.

 

 

Mijn eerste loopopdracht voor de club wordt een marathon.

 

Ja, ik wou nog enkele seconden achterover leunen en nog wat nagenieten van de vorige zin, maar helaas betreft het hier enkel de estafettemarathon in Rijkevorsel.  Zes lopers die mekaar aflossen en zo de afstand van een marathon overbruggen.

 

Marathon-2012-Affiche.jpg

 

 

Men heeft me gevraagd mee te lopen met de snelste ploeg van AVN.

 

 

Ik kreeg al meteen een paniekaanval.

 

 

Even de ploegsamenstelling overlopen:

 

  • looplegende Jan H.: Jan heeft het lopen uitgevonden, staat jaarlijks in de elitebox op de 20 Km door Brussel,

 

  • zijn broer Guy H.: wint aan de lopende band stratenlopen, loopt sneller dan zijn schaduw,

 

  • Chris B.:  versloeg me met een vinger in de neus op de Descente de la Lesse van 2011,

 

  • Pat M.: heeft me op de Stratenloop van Hoogstraten 7 kilometer laten beulen om terug in zijn spoor te  komen,

 

  • Katleen B.: de ranke gazelle, heeft me al ontelbare keren in de vernieling gelopen en grossiert in eerste plaatsen bij de dames. 

 

 

En, ja dus, nummer 6 in de pikorde ben ik, uw halfkreupele dienaar, die ongeveer drie keer per week een nieuwe blessure probeert te verzinnen. 

 

 

 

Wat zijn mijn grootste sportieve exploten? 

 

 

Even vréselijk diep nadenken. 

 

 

Ach ja, op de 10 mijl van Merksem ben ik er ooit in geslaagd om            verloren  te lopen. 

 

 

En tijdens de Valentijnjogging ben ik ooit eens relatief sierlijk      gevallen

 

 

 

Of wacht eens even, God, neen, ik zou het bijna vergeten.

 

 

 

Ik ben ooit    wél eens als eerste  aangekomen.....

 

 

 

....... in de Rode Kruistent, met gescheurde gewrichtsbanden, ook al op de stratenloop van Rijkevorsel. 

 

 

 

 

Onze ploeg in een paar woorden samengevat: 5 afgetrainde atleten en één lapzwans.

 

 

 

***** 

 

 

 

Goed, dan maar andere capaciteiten in de strijd gegooid. 

 

 

Volgens wijlen mijn vader beschik ik over een aantal talenten, helaas allemaal even nutteloos in het echte leven. 

 

 

Toen ik mijn vrouw vroeg wat mijn talenten zijn, antwoordde ze:

 

 

"Onnozel doen, zeveren, in de weg lopen, overdrijven en mensen beledigen." 

 

 

 

En dat kwam er verdacht vlotjes uit, moet ik zeggen.

 

 

Ach, de zegeningen van het huwelijk.....

 

 

 

 

*****

 

 

En dan nu, de hamvraag!

 

 

Hoe presteren we maximaal op de aflossingsmarathon te Rijkevorsel?

 

 

Hoe gaan we de andere ploegen van de Noorderkempen in de pan hakken? 

 

 

Uiteindelijk is dit de ultieme clash tussen de atletiek- en loopclubs van de Kempen, met enige zin voor overdrijving zou je dit de Bello Gallico kunnen noemen, de Gallische oorlogen.

 

 

Hoe pakken we dit aan?

 

 

 

Beste lezers, beste vrienden van AVN, ik heb wat denkwerk verricht en kom daarbij tot volgende dwingende conclusies.

 

 

 

Ten eerste is er de fysieke voorbereiding. 

  

 

Het strekt tot aanbeveling dat we een beetje trainen op dat lopen. 

 

Daar heb ik niet zoveel kaas van gegeten en een mens wordt van dat eindeloos geloop ook nog eens zo verschrikkelijk moe, dus dat deel van de opdracht laat ik met plezier over aan de vijf eerder vermelde atleten. 

 

 

Trainen is 90 % van de opdracht, en als we iéts van Georges Leekens hebben geleerd, dan is het wel....

 

 

 

Ten tweede is er de psychologische oorlogsvoering. 

 

 

Goed voor, even kijken, de resterende 60 %, hoewel wiskunde nooit mijn sterk punt is geweest...

 

 

De psychologische oorlogsvoering.

 

Nu heb ik in een ver verleden naar het schijnt een paar twijfelachtige diploma's behaald; 100 meter schoolslag, dactylo én zelfs iets in de psychologische sfeer, dus stel ik voor dat ik me op de psychologische oorlogsvoering zal storten.

 

 

Het is de bedoeling dat de andere ploegen geïntimideerd worden door onze verschijning. 

 

 

Dat ze meteen inzien dat er met ons niet te sollen valt.

 

 

Dat wij, en alleen wij, de krijgers van de weg zijn.

 

 

Dat ze er letterlijk bijlopen voor spek en bonen.

 

 

 

*****

 

 

 

Ik geef een voorbeeld, dan wordt alles meteen duidelijk.

 

 

Stel, u bent aan het lopen.

 

 

Plots keft  er iets achter u.

 

 

Meer bepaald  FIFI .

 

 

imagesCAF6OULW.jpg

 

Geef toe.

 

 

Eerst krijgt u een lachkramp....

 

 

....vervolgens geeft u één  snoeiharde penalty....

 

 

.....gevolgd door wat  gekajieeet   van FIFI tijdens een parabolische vlucht...

 

 

...en u kan meteen uw duurloopje welgezind verder zetten tegen een hartslag van, pakweg, 135.

 

 

 

 

 

Maar wat zou u doen als dit uw pad zou kruisen?

 

 

hond.png

 

 

Braaf, zit, lig, pootje, koppie krauw. 

 

Helpt waarschijnlijk niet.

 

 

En de kans dat u  BRUTUS uitschakelt met een penalty is ook eerder beperkt (en daarvoor hoeft u niet eens Robben te heten).

 

 

Weglopen is al minstens zo zinloos.  

 

 

Vluchten kan niet meer.  Ik zou niet weten hoe...

Vluchten kan niet meer.  Ik zou niet weten waar naartoe...

 

 

U valt ten prooi aan verlamming, waarna u wordt opgepeuzeld, met huid en haar, inclusief loopschoenen Saucony, fraai shirt, drankgordeltje, Polar hartslagmeter, Garmin GPS en huissleutel.

 

 

Wel, het is dàt effect dat ik wil scoren op de tegenstand tijdens de aflossingsmarathon te Rijkevorsel.

 

 

 

*****

 

 

 

Goed.

 

 

Wat hebben we allemaal nodig?

 

 

Naar mijn gevoel vergt een aanpak ten gronde drie dingen:

 

 

Eerst en vooral een pakkende en begeesterende strijdkreet.

 

 

Wat denken jullie hiervan?

 

 

 

Hup, hup, hup,

 

AVN pakt de cup!

 

 

 

Mja, bwa,  ik vind het niet slecht.

 

 

Er blijkt ambitie uit, een rake en kernachtige boodschap,  het heeft een bezwerend ritme, zelfs een rijmvorm waar Herman Van Rompuy enkel van kan dromen, maar....

 

 

Dit is overduidelijk een geval van  FIFI.

 

 

 

En wat zoeken we?

 

 

We zoeken een  BRUTUS.

 

  

 

Daarom stel ik volgende strijdkreet voor:

 

 

 

 

Sie verrückte Schweinhunden,

 

sie gehen allen sterben!!!

 

 

 

 

Voilà, dat noem ik pas brandende ambitie, geen doekjes er om, man én paard noemen, gewoon zeggen waar het op staat, eerlijk duurt het langst.

 

 

Ik zou dat zelfs achteraan op onze shirts durven zetten; het bekt toch net dat tikje beter dan die eenzame drie letters AVN, vindt u ook niet?

 

 

Qua gallische sfeer kan het alleszins al tellen.  Heeft toch dat snuifje Vergincetorix, neen??

 

 

Ok, de strijdkreet is er, maar het kan nog altijd een tikje beter. 

 

 

We moeten dat extra stapje durven zetten.

 

 

 

***** 

 

Ten tweede:  de outfit!

 

 

Hoe ziet de gemiddelde AVN-loper er uit?

 

 

HPIM0869.JPG

 

 

Zo dus.

 

 

Let u even niet op het gestommel dat u op de achtergrond hoort, dat is het geluid van in katzwijm vallende dames....       .... een volstrekt normaal fenomeen...

 

 

Nu ik die foto nog eens goed bekijk, komt er spontaan een citaat van Cicero opwellen:

 

 

Simia quam similis, turpissimus bestia, nobis! 

 

 

Ongetwijfeld heel leerzaam allemaal, maar ik heb geen flauw idéé wat dat citaat wil zeggen....

 

 

 

Waar waren we gebleven?

 

 

Ach ja,  hoe ziet de gemiddelde AVN-loper er uit.

 

 

 

 

HPIM0870.JPG

 

 

Zo dus.

 

Laat u nu even niet afleiden door die intelligente blik, door dat gespierde edoch gestroomlijnde lichaam dat gemaakt is voor een doodzonde of twaalf, een borstkas als gehouwen uit het zuiverste marmer van Carrara, spieren als kabels waaraan men een oceaanstomer kan afmeren. 

 

 

Dit lichaam leunt zo dicht aan bij perfectie, dat het zelfs een juten zak met stijl weet te dragen. 

 

 

Ik bedoel maar, moest Michelangelo een breedband internetaansluiting hebben gehad, dan zou de David er hélemàààààl anders uit gezien hebben en zou het beeld ongetwijfeld de naam Mark meegekregen hebben. 

 

 

 

Ik stel het maar vast.

 

 

Het is wat het is, ik kan er verder ook niets aan doen.

 

 

Maar daar gaat het nu even niet om.

 

 

Kunnen we asjeblieft een beetje focus behouden? 

 

 

 

Dames, kom....

 

 

 

De outfit, daar gaat het om.

 

 

Is dit de outfit van een FIFI?

 

 

Neen, dat nu ook weer niet. 

 

 

Maar het is toch ook geen Brutus. 

 

 

 

Daarom dacht ik het als volgt aan te pakken:

 

 

HPIM0903.jpg

 

 

Dit, dames en heren,  is een BRUTUS  pur sang

 

 

I rest my case. 

 

 

Als we zo aan de start verschijnen, dan slaat blinde paniek toe in de rangen van de tegenstanders, zullen ze sidderen en beven, ja dan loopt het bij de concurrenten dunnetjes door de broek, zoveel is zeker.

 

  

 

En dan gaan we lopen.

 

 

Een startschot is voor FIFIS.

 

 

Ons startschot is iets virieler: namelijk iemand van AVN die door een megafoon brult:

 

 

At my signal,

 

unleash hell.

 

 

 

Ja, alle troeven moeten gebruikt worden, tenslotte was het beleg van Alesia ook niet bepaald een picknick....

 

 

 

*****

 

 

 

En dan komt de derde pijler van onze psychologische oorlogsvoering: de wedstrijdtactiek.

 

 

Hiervoor heb ik niets aan het toeval overgelaten. 

 

Ik heb speciaal voor u, beste lezer en/of teamgenoot, een brainstormsessie op poten gezet met drie van mijn beste vrienden, om de te volgen wedstrijdtactiek eens nauwgezet en tot in het allerkleinste detail op papier te zetten.

 

 

Waarlijk niets werd aan het toeval over gelaten.

 

 

Helaas had iemand het iets minder briljante idee opgevat om die brainstormsessie in Café De Gelmel te houden, enfin, om het in drie woorden samen te vatten:

 

 

Schijtezat, koppijn, bierkaartje.

 

 

 

 

M en het danseresje (S).jpg

 

Op dit bierkaartje staan wellicht briljante plannen uitgetekend over hoe we de aflossingsmarathon in Rijkevorsel tactisch succesvol én winnend gaan afronden, maar als u het kan ontcijferen, dan hoor ik dat graag van u.  Het enige dat ik er uit op kan maken is: drie Duvels en een Trappist Westmalle...

 

 

 

Dan maar de saaie manier.

 

 

In 1993 heb ik een handboek over lopen cadeau gekregen, ik haal het er even bij. 

 

 

Secondje, even de plastic verpakking er af halen...

 

 

Godverdomme, dat boek staat bomvol lettertjes.

 

 

Saai, saai, saai.

 

 

Hola, hier staat dan toch iets interessant.

 

 

Vergeef me, want nu wordt het zwaar academisch....

 

 

 

Om te winnen, moet je als eerste over de finishlijn lopen.

 

 

 

Ja, ik pluk er meteen het moeilijkste hoofdstuk uit.

 

 

Dus eerst aan de finish.

 

 

Dat lukt enkel, zo staat te lezen op pagina 256 van dat boek, als niemand ons voorbij steekt. 

 

 

Volgt u nog?

 

 

Nu moet ik tot mijn scha en schande toegeven, dat ik dàt niet eens wist.  Dat je dus als eerste over de finish moet komen om te winnen. 

 

 

Niemand vertelt mij ook iets. 

 

 

Had ik dat geweten, dan hadden ze op de 20 Km door Brussel een héél andere erelijst gehad.

 

 

 

Enfin, dus we moeten als eerste over de finishlijn komen.

 

 

Ja, dan zit er volgens mijn bescheiden mening maar één ding op!

 

 

 

Ik stel voor dat we niet toestaan dat iemand ons voorbij steekt